Reactie op verzoek commissie over NRC artikel 'De Raad voor de Kinderbescherming komt al jaren onvoorbereid naar de rechter in Den Haag, en geeft zwaarwegend advies'
Brontekst
Versie 716d20ec2552ca59 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 839JeugdzorgNr. 1080 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 mei 2025Bij brief van 27 maart 2025 heeft de vaste commissie voor Justitie enVeiligheid gevraagd om een reactie op het NRC-artikel «De Raad voor deKinderbescherming komt al jaren onvoorbereid naar de rechter in DenHaag, en geeft zwaarwegend advies» van 25 maart 2025. Hierover zijn ookKamervragen gesteld door het lid Bruyning (Nieuw Sociaal Contract) op27 maart 2025 en door het lid Ceder (ChristenUnie) op 28 maart 2025. Metdeze brief kom ik aan uw verzoek tegemoet.Ik heb kennis genomen van het NRC-artikel. De Raad voor de Kinderbe-scherming kwam tot 1 mei 2025 inderdaad naar de zitting zonder voorafuitgebreide inhoudelijke informatie over een specifieke casus teontvangen. Dat heeft alles te maken met de taak die de Raad voor deKinderbescherming in deze zaken uitvoerde, namelijk een consulttaak.De Raad voert in het kader gezag en omgangszaken verschillende takenuit: een consulttaak, een adviestaak en tot slot nog een onafhankelijkeadviserende taak op basis van eigen onderzoek.1 Voor de uitoefening vande consulttaak en de adviestaak is de Raad voor een groot deel afhankelijkvan de informatie die de Raad ontvangt van andere partijen.De adviestaak is gericht op een advies over het belang van het kind tenopzichte van de door ouders ingebrachte beslispunten bij gezag- enomgangszaken. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert in dezegevallen inhoudelijk over de noodzaak tot de inzet van een raadson-derzoek. De Raad voor de Kinderbescherming ontvangt voor het uitoe-fenen van deze taak alle beschikbare relevante informatie.1Deze taken van de Raad voor de Kinderbescherming volgen uit artikel 810 Wetboek vanBurgerlijke Rechtsvordering. kst-31839-1080ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10801 Daarnaast heeft de Raad voor de Kinderbescherming ook een onafhanke-lijke, adviserende taak aan de rechter op basis van het door de Raadverrichte onafhankelijke onderzoek.In het geval van zittingen aangaande ondertoezichtstellingen of uithuis-plaatsingen verschijnt de Raad voor de Kinderbescherming altijdinhoudelijk voorbereid op de zitting. Dit behelst vanzelfsprekend ookinhoudelijke verdieping in de specifieke situatie.Bij de consulttaak fungeert de Raad voor de Kinderbescherming daaren-tegen als wegwijzer in het hulplandschap. De Raad geeft een algemeenpedagogisch-juridisch advies waarmee de consultvrager, in dit geval derechter, verder kan. Dit advies is op basis van algemene gegevens over deontwikkeling van een kind. Het advies ziet met name op de ouders en opde vraag of vrijwillige hulpverlening voor de ouders passend zou zijn, ofdat een dieper onderzoek nodig is. Hiertoe ontvangt de Raad voor deKinderbescherming, gezien de aard van deze taak, geen uitgebreideinhoudelijke informatie over een specifieke casus.Specifiek in Den Haag kwam de Raad voor de Kinderbescherming opverzoek van de rechtbank naar de zitting voor het uitoefenen van deconsulttaak. Deze werkwijze, waarbij de Raad voor de Kinderbeschermingvoor de uitoefening van de consulttaak naar de zitting kwam, berustte opeen afspraak tussen de Raad voor de Kinderbescherming, de rechtbankDen Haag en de gemeenten in het arrondissement van de rechtbank DenHaag.Deze afspraak moet bezien worden in het licht van het UniformeHulpaanbod. Het Uniforme Hulpaanbod is een samenwerking tussen derechtbanken en gemeenten. Het voorzien in passende en tijdige hulp voorouders en kinderen is een verantwoordelijkheid die decentraal, bijgemeenten, is belegd. Iedere gemeente maakt eigen keuzes in de wijzewaarop zij hun taak uitvoeren in de vrijwillige jeugdhulpverlening op basisvan de Jeugdwet. Dit heeft geleid tot verschillen tussen de arrondisse-menten in de manier waarop de rechter de ouders en kinderen kanverwijzen naar een hulpverleningstraject dat door de gemeenten moetworden gefinancierd. In Den Haag hebben de rechtbank Den Haag, deRaad voor de Kinderbescherming en de gemeenten in het arrondissementvan de rechtbank Den Haag in gezamenlijkheid besloten dat de Raad vooralle zittingen uitgenodigd zou worden waar sprake kan zijn van eendoorverwijzing naar het Uniforme Hulpaanbod. De Raad voor deKinderbescherming kan dan op zitting informeren en adviseren over deverwijzing naar hulpverlening binnen het Uniforme Hulpaanbod.Door deze werkwijze van de Raad voor de Kinderbescherming is onduide-lijkheid ontstaan over de rol van onderzoekers van de Raad voor deKinderbescherming op zittingen in de rechtbank Den Haag. Dit heeft bij deRaad voor de Kinderbescherming tot herbezinning van deze afsprakengeleid. Als gevolg daarvan hebben de Raad voor de Kinderbeschermingen de rechtbank Den Haag hun werkwijze aangepast.Per 1 mei 2025 ontvangt de Raad voor de Kinderbescherming vooraf-gaand aan iedere zitting de relevante stukken, alhoewel dat voor deuitoefening van de consulttaak, die ziet op het geven van een algemeenpedagogisch-juridisch advies, niet noodzakelijk is.Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10802
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.