KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 29 januari 2026, over Mijnbouw

9 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a43663eed2824ddf · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 849MijnbouwNr. 309 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 9 maart 2026 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 29 januari2026 overleg gevoerd met mevrouw Hermans, Minister van Klimaat enGroene Groei, Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.16 april 2025 inzake reactie op verzoek commissie over debrief van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) aan de NAM overhet besluit niet af te zien van handhaving bij Warffum (Kamer-stuk 33 529, nr. 1290);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.23 april 2025 inzake Sectorakkoord gaswinning in de energie-transitie (Kamerstuk 33 529, nr. 1293);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.25 april 2025 inzake reactie op verzoek commissie over debrief van Geothermie Nederland over voorstellen voor degroene groei van aardwarmte (Kamerstuk 31 239, nr. 420);–de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur d.d. 28 mei 2025 inzake aanvul-lende informatie over de uitvoering van de motie van het lidKostic´ c.s. over alle juridische mogelijkheden aangrijpen omuitvoering te geven aan de wens van de Kamer dat er daadwer-kelijk geen gaswinning in Ternaard gaat plaatsvinden (Kamer-stuk 32 849, nr. 262) (Kamerstuk 33 529, nr. 1301);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.30 mei 2025 inzake appreciatie brief stichting Calamiteiten-fonds Mijn(water)schade over afhandeling mijnbouwschadeZuid-Limburg (Kamerstuk 32 849, nr. 273);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.19 juni 2025 inzake vervolg vonnis over voorlopige voorzienin-gen transparantie- en controleverplichtingen in Akkoord opHoofdlijnen (Kamerstuk 33 529, nr. 1318);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.25 juni 2025 inzake reactie op de motie van het lid Beckermanc.s. over geen nieuwe gaswinning uit het Warffumveldtoestaan (Kamerstuk 32 849, nr. 274) en op de motie van hetlid Beckerman c.s. over geen nieuwe gaswinning op land opbasis van SodM-adviezen van voor de parlementaire enquête kst-32849-309ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 3091 Groningen (Kamerstuk 32 849, nr. 275) (Kamerstuk 32 849,nr. 287);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.4 juli 2025 inzake de ontwikkeling van geothermie (aard-warmte) (Kamerstuk 31 239, nr. 427);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.21 juli 2025 inzake aardbevingen in en rondom het Groningen-veld (Kamerstuk 33 529, nr. 1326);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.1 september 2025 inzake SodM-advies over veiligheid onder-grondse waterstofopslag (Kamerstuk 32 849, nr. 288);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.6 oktober 2025 inzake stand van zaken OmgevingstrajectGrijpskerk Norg en winningsplan Norg (Kamerstuk 33 529,nr. 1341);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.1 oktober 2025 inzake afschrift brief met reactie op brief enpositionpaper van de gemeente Aa en Hunze van 3 juni 2025over de Commissie Mijnbouwschade en de schadeafhandelingrond Ekehaar (Kamerstuk 32 849, nr. 291);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.25 september 2025 inzake uitbreiding seismisch meetnetKNMI (Kamerstuk 32 849, nr. 290);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.25 september 2025 inzake voortgang afhandeling mijnbouw-schade Limburg en moties (Kamerstuk 32 849, nr. 289);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.18 december 2025 inzake adviescommissies gas-en zoutwin-ning monitoringsjaar 2024 (Kamerstuk 32 849, nr. 292);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.16 december 2025 inzake toezegging over Warffum, gedaantijdens het debat van 11 december 2025 over het staken vande onderhandelingen met NAM-aandeelhouders Shell enExxonMobil over de kosten van de Groningse hersteloperatieen over de aardbeving in Groningen (Kamerstuk 36 861,nr. 16);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.4 juli 2025 inzake de Nationale Agenda Ondergrondse Water-stofopslag en het belang van zoutwinning (Kamerstuk 29 023,nr. 590);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.26 januari 2026 inzake evaluatie Commissie Mijnbouwschadeen schadeafhandeling Ekehaar (Kamerstuk 32 849, nr. 294);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.26 januari 2026 inzake stand van zaken afhandeling mijnbouw-schade Limburg en appreciatie van rapport over pilotprojectvan de Commissie Mijnbouwschade (Kamerstuk 32 849,nr. 295);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.16 januari 2026 inzake aanvullende afspraken sectorakkoordgaswinning op land (Kamerstuk 33 529, nr. 1368);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.26 januari 2026 inzake actuele ontwikkelingen gebruik van dediepe ondergrond (Kamerstuk 32 849, nr. 296);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.22 januari 2026 inzake voortgang herziening Mijnbouwwet enprogramma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond (Kamerstuk32 849, nr. 293).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 3092 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,KrögerDe griffier van de commissie,NavaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 3093 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: NavaAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Peter deGroot, Jumelet, Kops, Köse, Van Oosterhout en Teunissen,en mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei,Vice-Minister-President.Aanvang 13.32 uur.De voorzitter:Dames en heren, een hele goede middag. Welkom aan iedereen op depublieke tribune en iedereen die dit debat op afstand volgt; welkom bij ditcommissiedebat Mijnbouw. Hartelijk welkom aan de Minister en zijnondersteuning, die waarschijnlijk voor een deel ook op afstand meekijkt.Welkom aan de leden. We gaan beginnen met dit commissiedebat. Wehebben hiervoor tot 18.30 uur de tijd. We hoeven de tijd natuurlijk niethelemaal vol te maken. We gaan zien hoe het debat gaat verlopen. Webeginnen met de eerste termijn van de kant van de Kamer. De spreektijd isvijf minuten. Het aantal interrupties is vooralsnog vier. Ik geef eerst hetwoord aan mevrouw Van Oosterhout namens de GroenLinks-Partij van deArbeidfractie.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Twee weken geleden was ik in Friesland, waar iksprak met bewoners uit onder andere Top en Twel, dorpen in hetprachtige Friesland waar mogelijk geboord gaat worden of waar devoorbereidingen voor gasboring in volle gang zijn. Wat mij het meestraakte, behalve hun angst voor schade, was het gevoel dat zij er alleenvoor staan. Bewoners betalen uit wanhoop uit eigen zak voor nulmetingenen advocaten; niet omdat het Rijk dat vraagt, maar omdat zij bang zijn omlater met lege handen te staan. In Harlingen hoorde ik hetzelfde verhaal.Mensen installeren alvast tiltmeters in hun kelder; niet omdat er schade is,maar omdat ze weten dat bewijs straks cruciaal zal zijn. «Als het zoverkomt», zeiden ze, «moet je alles zelf geregeld hebben.»Dat is de realiteit in mijnbouwgebieden. De zorgen van bewoners wordente vaak niet serieus genomen en de frustratie zit diep. De CommissieMijnbouwschade wordt door bewoners letterlijk een «farce» genoemd. Zijervaren dat financiële belangen structureel zwaarder wegen dan hunveiligheid, hun huizen en hun leefomgeving.Vorige week kwam het nieuws naar buiten over Ekehaar en Hooghalen,dorpen die in oktober 2023 werden getroffen door drie aardbevingen,waarover zelfs de Commissie Mijnbouwschade zei dat de compensatiere-geling voor bewoners ruimhartiger moet. Neemt de Minister dit adviesover? Zal het mandaat van de Commissie Mijnbouwschade wordenuitgebreid, zodat ze het leed van de bewoners ruimhartig kan vergoeden?Voorzitter. Een overheid hoort haar burgers te beschermen, maar dezemensen voelen zich in de steek gelaten. Dat leidt tot wantrouwen en datwantrouwen is desastreus. Het is toch niet normaal dat burgers zichgenoodzaakt voelen om preventief bewijs te verzamelen omdat ze ervanuitgaan dat de overheid hen later niet zal geloven? Wat zegt de Ministertegen deze mensen?Ook wordt er gas gewonnen in en in de nabijheid van UNESCO Wereld-erfgoed, zoals de Waddenzee en de Koloniën van Weldadigheid, gebiedendie UNESCO niet voor niets heeft aangemerkt als bijzonder en uniek.Komt er voor de Koloniën van Weldadigheid een Heritage ImpactAssessment?Beeldt u zich het mooie veenweidegebied in: het open landschap metdrassige groene velden en sloten. Deze prachtige natuur zetten we op hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 3094 spel met fossiele winning, want bodemdaling, verzilting en aantasting vannatuur zijn vaak onomkeerbaar. Bovendien draaien waterschappen enburgers voor de kosten op via hogere belastingen. Waarom wil deMinister, tegen het advies van onder andere de provincie en WetterskipFryslân in, toch gaan boren in dit prachtige, kwetsbare natuurgebied?Tijdens ons bezoek aan Friesland op de boot van Terschelling terug naarHarlingen kwam het nieuws binnen over het sectorakkoord land dat dezedubbeldemissionaire Minister sloot. Terwijl mensen ons net hun zorgenhadden toevertrouwd, lazen ze dat de gaskraan verder wordt openge-draaid. Dat moment was veelzeggend. Mensen zien wat er in Groningen isgebeurd en vragen zich af waarom de winning in Friesland, Drenthe enWarffum juist wordt opgevoerd. Dit is geen afbouwpad. De gaswinningwordt juist opgevoerd. Bovendien worden lokale overheden, ondanksgebrek aan draagvlak, monddood gemaakt. Ze maken namelijk alleenaanspraak op baten als ze niet in bezwaar gaan.Er wordt dan gesproken over «kleine gasvelden», maar die liggen dicht bijelkaar en de effecten stapelen zich op. In de praktijk functioneert het alseen groot gasveld Fryslân, met cumulatieve risico’s voor mens, natuur enklimaat. Nogmaals, het lokale draagvlak ontbreekt. Daar is menglashelder: «meitsje fan Fryslân gjin mynbouparadys». Stop ook inDrenthe en Groningen met nieuwe winning en bouw bestaande winningzo snel mogelijk af.Voorzitter. Dit gaat niet alleen over regionale schade. Meer gaswinningverergert de klimaatcrisis en nieuwe vergunningen staan haaks op onzeklimaatdoelen en brengen bovendien juridische risico’s met zich mee. Ditkabinet kreeg gister opnieuw een stevige tik op de vingers in eenhistorische uitspraak in de rechtszaak van Greenpeace. Nederland moetaan de slag met een concreet plan voor verdere verlaging van de uitstoot.Tegen die achtergrond rijst een eenvoudige vraag: hoe past het openenvan nieuwe gasvelden, die de uitstoot juist verhogen, binnen dezerechterlijke uitspraak? Is het in het licht van deze uitspraak en de velerechtszaken waarin overheden worden verplicht ook scope 3-emissiesmee te wegen, niet alleen verstandig maar ook noodzakelijk om per directte stoppen met nieuwe gaswinning en te kijken hoe bestaande winning zosnel mogelijk kan worden afgebouwd?Mijnbouw veroorzaakt menselijke drama’s, vernietigt natuur en onder-mijnt het aanpakken van de klimaatcrisis. De enige structurele oplossing ishet versneld afbouwen van onze afhankelijkheid van gas. Alleen dankunnen mensen veilig wonen, gezond leven en erop vertrouwen dat deoverheid hun risico’s niet willens en wetens vergroot. Het is hoog tijd datbescherming van mens, natuur en klimaat weer voorop komt te staan enniet de winsten van gaswinning door buitenlandse bedrijven.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Meneer Jumelet, ga uw gang, namens deCDA-fractie.De heer Jumelet (CDA):Voorzitter, dank u wel. In mijn bijdrage vier onderwerpen: allereerst overhet sectorakkoord gaswinning land, dan over de mijnbouwschade en deafhandeling, verder de waterstofopslag en tot slot geothermie.Voorzitter. Van verschillende kanten horen we overwegend positievereacties op het sectorakkoord. Positief, bijvoorbeeld omdat er afspraken instaan over een zorgvuldige betrokkenheid van de omgeving. Toch zijn eraltijd nog weer vragen en die stel ik dan ook maar. Er werd gesprokenover een afbouwpad, maar het sectorakkoord is meer bedoeld om hetafbouwpad af te vlakken, dat wil zeggen om de optimalisatie van deNederlandse gaswinning mogelijk te maken richting 2045. Klopt dezeconstatering, vraag ik voor de duidelijkheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 3095 Voorzitter. Ook met dit akkoord is niet duidelijk waar wel gas gewonnengaat worden en waar niet. Vanuit Friesland, eerder al genoemd, wordt allanger gevraagd om veenweidegebieden uit te sluiten. Kunnen wegestapelde bodemdaling niet beter gewoon voorkomen? Ik denk dat ditbelangrijk is, zeker gezien het voorzorgsprincipe. Graag een reactie van deMinister.Voorzitter. Het rapport van Berenschot, Rechtvaardige batenverdeling vande mijnbouw, stelt dat het uiteindelijk vooral een politieke keuze is voorwelk percentage wordt gekozen als het gaat om de lusten en de lasten.Ziet de Minister dat ook zo? Welke afwegingen zijn voor haar doorslag-gevend om die politieke keuze te maken? Het sectorakkoord zet nu in op5% van de nettobaten voor de omgeving. Welke kansen zijn er om perproject toch meer te doen om niet alleen de lasten maar ook de lusten inde omgeving te laten landen? Is 5% een minimum?Deze afspraken gelden voor nieuwe projecten waarbij gedurende delooptijd van de winning maximaal 2 miljard kuub gas wordt gewonnen. Iser ook gesproken over wat er mogelijk is bij bestaande projecten engevallen waarin de winning wordt verlengd? Immers, begrijpt de Ministerdat het oneerlijk kan voelen voor mensen die wonen in de omgeving vaneen project dat nu buiten de afspraken valt?Voorzitter. Ik lees dat in het Omgevingstraject Grijpskerk Norg wordtgesproken over het lokaal laten meedelen in de baten uit eventuelekussengaswinning. Wat is daarbij de insteek van de verschillendebetrokken partijen? Hebben de aanvullende afspraken uit het sectorak-koord daar nog enige invloed op, of staan de processen volledig los vanelkaar?Gaswinning is niet de enige mijnbouwactiviteit in onze bodem. Alsonderdeel van de herziening van de Mijnbouwwet zal ook voor anderemijnbouwactiviteiten, zoals zoutwinning en energieopslag, moetenworden gekeken naar een goede verdeling van lusten en lasten. Welkelessen trekt de Minister uit het proces van de aanvullende afspraken ophet sectorakkoord gaswinning op land voor de voorbereiding op debredere afspraken over mijnbouw?Dan naar Drenthe, voorzitter, over Ekehaar en Hooghalen. De CommissieMijnbouwschade zegt zelf het niet eens te zijn met het bedrag dat ze gaatuitkeren aan inwoners van het Drentse Ekehaar en Hooghalen. Kortom,het moet ruimhartiger. Hoe kan het nou dat er in totaal € 80.000 aan hetdorp wordt toegekend, terwijl het in kaart brengen van alle schade ruim€ 440.000 kostte? De Minister noemt in haar brief twee mogelijkeoplossingen: meer ruimte voor de Commissie Mijnbouwschade omhogere schadevergoedingen uit te keren, en een betere verhouding tussenschadevergoedingen en onderzoekskosten. Welke ruimte is daar nouprecies voor? Als dat kan, waarom hebben we dat dan niet veel eerdergedaan?Voorzitter. De Minister heeft in Ekehaar in het overleg met inwoners en deburgemeester aangegeven dat een aanpassing van de schaderegeling ookmet terugwerkende kracht op Ekehaar zal worden toegepast. Ook in hetverslag van de Commissie Mijnbouwschade is dit punt opgenomen. In deKamerbrief ontbreekt dit punt echter. Graag de toezegging van de Ministerdat de aanpassingen ook met terugwerkende kracht voor Ekehaar gaangelden.Dan waterstofopslag. De Nationale Agenda Ondergrondse Waterstof-opslag is al in juli 2025 gepresenteerd. Hierin staan belangrijke beleids-doelen. Betrokken partijen kunnen niet starten met de uitvoering zonderverdere besluitvorming en financiële dekking. De Minister kent deconcrete vraag om geld te reserveren vanuit het Klimaatfonds voor deontwikkeling van opslagcavernes. Mijn vraag is: hoe kijkt de Ministerhiernaar?Tot slot, voorzitter, geothermie. Geothermie kan een betrouwbare, schoneen schaalbare warmtebron vormen voor warmtenetten in de gebouwdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 3096 omgeving en in de glastuinbouwsector, maar helaas stagneert deontwikkeling door trage vergunningverlening, netcongestie en financiëlerisico’s. Een sterkere garantieregeling kan projecten versnellen en risico’sverlagen. Duidelijke doelen voor 2035, 2040 en 2050 zijn noodzakelijk ominvesteerders langetermijnzekerheid te bieden. Kortom, aardwarmte isessentieel voor een duurzame, betaalbare en betrouwbare warmtevoor-ziening. De vraag is: kan de Minister meer duidelijkheid geven over derijksinzet voor het afsprakenkader – dat stond in de brief van 4 juli vorigjaar – over de versnelde ontwikkeling van geothermie?Tot slot, voorzitter. Twee specifieke obstakels als het gaat om geothermiezijn beperkte netcapaciteit en stikstofruimte om geothermie ook werkelijkmet elkaar te benutten. Welke stappen worden er genomen om daar eenoplossing voor te vinden en op welke termijn zou dat moeten lukken? Watis de uitkomst van het gesprek met de Autoriteit Consument & Markt overde rol van warmtebronnen in het priorteringskader? Welke mogelijkhedenbiedt het Europese Grids Package voor de ontwikkeling van aardwarmte-projecten?Voorzitter. Vier onderwerpen. Dat was het. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel blij dat ik het CDA aan mijn zijde kan vinden als het gaat om dezorg om het veenweidegebied, maar het probleem is natuurlijk veelbreder dan dat. Uw partijgenoot Friso Douwstra zei na de presentatie vanhet sectorakkoord land dat hij liever zou zien dat er in de provinciehelemaal geen gas meer wordt gewonnen. Ook het waterschap is tegen.Er is geen draagvlak onder de lokale overheid. Ik ben dus heel ergbenieuwd hoe u aankijkt tegen de bredere zorgen over de gaswinning inFriesland.De heer Jumelet (CDA):Er zijn meer zorgen, niet alleen in Friesland, maar ook in andereprovincies. Mevrouw Van Oosterhout duidde daar net al op. Zij noemdeook andere provincies. Ik denk dat het helder is dat we positief zijn overhet afbouwpad. Het sectorakkoord zegt daar ook iets over. Tegelijkertijd isde constatering dat er op een aantal plekken extra zorgen zijn. Een van dieplekken is bijvoorbeeld het veenweidegebied. De dubbele aantasting vande bodem daar heeft onze aandacht. Ook vanuit het CDA hebben we dieopmerking al gemaakt. Het is belangrijk om te constateren – die consta-tering hebben we eerder gedaan – dat we gaswinning nog steeds nodighebben in de hele transitie. Maar ik denk dat het goed is om juist ook in tezoomen op het veenweidegebied, want daar zou extra aandacht voormoeten zijn. Dat horen we ook graag van de Minister.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik hoorde aan het begin hoopvolle woorden van het CDA over eenafbouwplan en het feit dat dit plan meer lijkt op een optimalisatie vangaswinning tot 2045 dan een afbouwplan. Eerder zijn er moties ingediendover een afbouwplan voor fossiele energie, waar het CDA tegen was.Begrijp ik hier nu uit dat het CDA het wel ziet zitten om tot eenafbouwplan te komen, en dan specifiek voor gas in dit geval?De heer Jumelet (CDA):Het standpunt van het CDA is dat we op dit moment, terwijl het gebruikvan fossiele brandstoffen wordt afgebouwd, nog gas nodig hebben. Datmoet zorgvuldig gebeuren. Daarom zijn we blij met dit sectorakkoordgaswinning op land. Dat geeft in ieder geval aan dat er goede inzet is opde betrokkenheid van de omgeving, maar het geeft ook zicht op hoe datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 3097 wordt georganiseerd en uiteindelijk gerealiseerd. Ik denk dat het goed isom vinger aan de pols te houden, zeker als het gaat om die kwetsbaregebieden. Ik hoorde net de woorden «UNESCO Werelderfgoed» genoemdworden. Dat kan ik bevestigen. Het gaat over veenweidegebied. Ik denkdat we vanuit het CDA helder maken dat we dit nog nodig hebben. We zijnblij met een akkoord waarvan je in ieder geval kunt zeggen dat het zichtgeeft op het beëindigen ervan. Tegelijkertijd moeten we constateren datwe het nodig hebben in de energiemix. Maar met zorgvuldigheid te werkgaan, staat bovenaan.Mevrouw Teunissen (PvdD):Even op het punt dat we gas nog nodig zouden hebben. Dat zeggennatuurlijk de gas- en oliebedrijven met wie dit sectorakkoord wordtgesloten. Dat is ook in hun belang, omdat zij heel graag in deze tijden vanklimaatcrisis nog steeds een fossiel verdienmodel willen hebben. Mijnvraag is: waar baseert het CDA op dat we gas nu nog nodig hebben? Zouhet niet verstandig zijn om juist met duurzame-energiebedrijven,gemeentes en provincies om tafel te gaan om te kijken of we energiekunnen besparen, en op die manier tot een goed akkoord en afbouwplante komen?De heer Jumelet (CDA):Als we vandaag stoppen met gaswinning en het gebruik van fossielebrandstoffen, dan staan we stil met elkaar, denk ik. Vandaag schijnt de zonniet. Tenminste, ik heb de zon niet zien schijnen. De opwek is wat minder.We hebben weinig wind op dit moment. We zien dat er nog extra inzetvan gas nodig is, maar we hebben met elkaar gezegd dat we dat gaanafbouwen. Daar moeten dingen voor gebeuren. U bent daar geenvoorstander van, zeg ik via de voorzitter. Hetzelfde geldt natuurlijk voorkernenergie. We voeren met elkaar de discussie over het energiesysteemvan de toekomst. We hebben de inzet van gascentrales nodig. Daar hoortook gaswinning bij. Daar hebben we met elkaar goede discussies over.Voor dit moment denk ik dat het goed is dat we een sectorakkoordhebben.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik ben altijd blij als partijen komen met oplossingen. Kernenergie is nouweer net niet de oplossing, want dat duurt nog veel te lang en die tijdhebben we helaas niet. Het CDA zegt: we kunnen niet vandaag stoppenmet de gaswinning. Dat is waarom zo’n afbouwplan nou juist ontzettendbelangrijk is, zodat we een afbouwpad hebben. Ik ga dus mijn best doenop de formulering. Ik hoop dat het CDA alsnog een dergelijk voorstel kansteunen.Dan nog één vraag over de betrokkenheid van verschillende provincies engemeenten. Het CDA gaf net aan: we zien dat er veel betrokkenheid,participatie, is geweest bij dit plan. De provincie Groningen zegt nou juist:onze punten zijn helemaal niet meegenomen in dit plan. Hoe rijmt hetCDA dat met de woorden over een goede betrokkenheid? Ik vraag ditomdat we een ereschuld hebben aan Groningen. Groningers boven gas.We zouden stoppen met de gaswinning. Ziet het CDA dat ook zitten? Is hetCDA dus ook voor het uitsluiten van gaswinning in Groningen?De heer Jumelet (CDA):Ik heb ook kennisgenomen van de reactie van het provinciebestuur vanGroningen. Ik denk dat het heel goed is om nog even die vraag teherhalen. Ik heb zelf ook gevraagd of het ook om bestaande projectengaat. Dan ziet het ook juist op de kleine gasvelden in Groningen. Ik denkdat het goed is om het antwoord van de Minister af te wachten, maar ikstel in ieder geval vast dat die betrokkenheid er zou moeten zijn. Mijnindruk is dat er van verschillende kanten redelijk positief wordt gerea-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 3098 geerd op dit sectorakkoord, maar dat betekent niet dat iedereen blij is. Ikdenk dat de berichten die wij in de pers hebben gezien daarover, genoegzeggen. Daarom ben ik ook benieuwd naar de reactie van de Minister opde vraag of dit ook voor bestaande gaswinning geldt, zeker als het gaatom waar we het hier met elkaar over hebben.De voorzitter:Uw laatste interruptie, mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Tot slot, voorzitter. Ik hoop wel dat het CDA op z’n minst vindt dat degeluiden vanuit de provincie Groningen op een goede manier gewogenmoeten worden bij dit plan.De heer Jumelet (CDA):Mevrouw Teunissen kent het CDA als een zeer betrokken partij. Die vraagkan ik alleen maar met ja beantwoorden, want het is natuurlijk nog steedseen heel bijzondere situatie. We hebben inderdaad juist tegenoverGroningen, maar ook tegenover Noord-Drenthe, een ereschuld. Daarmoeten we heel zorgvuldig mee omgaan.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Net als bij mevrouw Teunissen is er bij mij toch een beetje onduidelijkheidover het antwoord van de heer Jumelet over het afbouwpad. Hij zegt voorafbouw te zijn. Hoe rijmt hij het verhaal dat er een afbouwpad moetkomen met dat er aan de andere kant nu dus volle bak nieuwe gasveldenworden aangeboord, daarbij de context meenemend van wat er gisterenis gebeurd? Er moet nog een extra stapje bovenop worden gedaan om deuitstoot zo snel mogelijk naar beneden te brengen.De heer Jumelet (CDA):Ik herhaal wat ik heb gezegd. Volgens mij zijn we het er allemaal overeens. In een van de andere debatten heb ik ook gezegd dat we staan voorde klimaatafspraken; dat moge duidelijk zijn. Tegelijkertijd moeten we inde hele transitie van fossiel af. We zitten nu midden in het uitfaseren enhet pad daarnaartoe. We zien dat dit sectorakkoord daarbij helpt. De vraagdie ik zelf stelde, was: is dat afbouwen of is dat voorlopig afvlakken om teoptimaliseren? Die vraag heb ik gesteld. Naar aanleiding van hetantwoord daarop zal ik ook nog een inbreng hebben in tweede termijn.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Köse van D66. Gaat uwgang.De heer Köse (D66):Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over het mijnbouwdossier,een dossier over leveringszekerheid en strategische autonomie, zolang wenog gas nodig hebben. Het raakt ook aan onze toekomst, waarinaardwarmte en waterstofopslag onmisbaar worden. Tegelijkertijd is diteen gevoelig dossier. We weten hoe diep de gevolgen van mijnbouwkunnen ingrijpen in het leven van mensen en in onze natuur. In Groningenhebben we gezien wat er gebeurt als die gevolgen te lang zijn onderschat.Die lessen mogen we nooit vergeten. De diepe ondergrond is schaars enkwetsbaar. Wat we daar doen, werkt decennia door in onze energievoor-ziening, maar ook in onze veiligheid en leefomgeving.Voorzitter. Ik wil vandaag langs drie lijnen spreken: gaswinning en hetsectorakkoord, schade en rechtvaardigheid en de toekomst van de diepeondergrond.Voorzitter. D66 is altijd helder geweest: het liefst zien wij dat degaswinning uit kleine velden op land zo snel mogelijk wordt beëindigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 3099 Tegelijkertijd stelt het kabinet dat aardgas voorlopig nog nodig is en datwinning uit eigen land, waar dat veilig en verantwoord kan, de voorkeurheeft boven import. Dat is begrijpelijk vanuit het oogpunt van leveringsze-kerheid, duurzaamheid en strategische autonomie. De aanvullendeafspraken in het sectorakkoord over gaswinning op land zijn een stapvooruit. Ze zorgen voor meer transparantie, betere betrokkenheid van deomgeving en afspraken over batendeling. Toch heb ik over dit akkoordeen aantal vragen aan de Minister.Ten eerste heb ik vragen over batendeling. De meeste lasten worden inGroningen gedragen. Daar zullen ze echter nauwelijks kunnen profiterenvan de batendeling. Waarom geldt batendeling alleen voor nieuwegaswinningsprojecten en niet voor bestaande gaswinning?Daarnaast krijgen vergunninghouders een fiscaal voordeel, namelijk deinvesteringsaftrek, om dit vervolgens te delen met de regio. Het is eensoort cadeau van de overheid dat weer doorgegeven wordt als baten-deling. In hoeverre geven deze afspraken provincies voldoende zekerheiddat een behandeling ook echt in voldoende mate bij de regio terechtkomt?Hoe is het percentage van 5% gekozen? Is dit volgens de Minister genoegom regio’s mee te laten profiteren en de gevolgen van gaswinning tecompenseren? Waarom laten we dit percentage los bij projecten waarmeer dan 2 miljard kubieke meter gewonnen gaat worden?Ten tweede heb ik vragen over perspectief voor regio’s. Er zal bij hetwinningsplan voortaan ook een betrokkenheidsplan ingediend worden.Het betrokkenheidsplan zou geen formeel onderdeel van de juridischebeoordeling zijn. Hoe wordt geborgd dat er een kwalitatief betrokken-heidsplan geleverd wordt, waarin de regio zich kan vinden?Daarnaast is er een kopje opgenomen over het afbouwpad. Ik hoorde hetzojuist ook weer. Deelt de Minister met ons dat transparantie nog geenafbouwpad is? Hoe krijgen regio’s met deze afspraken duidelijkheid overwaar en tot wanneer gaswinning plaatsvindt, in lijn met de klimaatdoelen?Voorzitter. Dan over de schade die mijnbouw kan veroorzaken. Die zien weniet alleen in Groningen, maar bijvoorbeeld ook in Zuid-Limburg enEkehaar. Deze casussen laten zien hoe ingewikkeld schadeafhandeling inde praktijk kan zijn en hoe verschillende regelingen van elkaar afwijken.Tegelijkertijd geeft de evaluatie van Ecorys en de Commissie Mijnbouw-schade perspectief. De Minister erkent in haar brief dat de huidige aanpakformeel functioneert maar niet altijd aansluit bij het rechtsgevoel en deverwachtingen van bewoners. Dat is een belangrijke constatering, die ookterugkomt in de evaluatie. Tegelijkertijd zien we dat het in kaart brengenvan de schade in Ekehaar € 440.000 kostte, terwijl bewoners gezamenlijk€ 80.000 aan schadevergoeding ontvingen. Wat D66 betreft kunnen we,door uit te gaan van vertrouwen, veel uitvoeringskosten voorkomen enrecht doen aan gedupeerden. De Commissie Mijnbouwschade geeft aandat volledig herstel, zoals dat in Groningen gebeurt, rechtvaardiger zouzijn. Dat zou dan inderdaad neerkomen op een bedrag van € 300.000.Voorzitter. Dit roept vragen op. Kan de Minister toelichten hoe dezeervaringen nu en in de toekomst kunnen worden benut om schadeafhan-deling gerichter te maken, met minder kosten voor onderzoek en meerfocus op herstel? Kan de Minister toelichten hoe zij kijkt naar de toekom-stige omgang met mijnbouwschade buiten Groningen? Is er ruimte om deschadevergoeding overal rechtvaardiger en ruimhartiger vorm te geven,binnen het bestaande kader?Voorzitter. Ten derde wil ik ingaan op de toekomst. De diepe ondergrondkrijgt een steeds grotere rol in de energietransitie. Aardwarmte, waterstofen CO2-opslag zijn essentieel voor een betrouwbaar en duurzaamenergiesysteem. Ondanks mooie ambities, zien we dat de sectorstagneert. Projecten lopen aan tegen lange vergunningstrajecten, eenstapeling van risico’s, netcongestie en onvoldoende investeringsze-kerheid. Mijn vraag aan de Minister is daarom of zij kan toelichten welkeopties zij ziet voor verbetering van het huidige instrumentarium om deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30910 investeringszekerheid voor geothermie, maar ook waterstof enCO2-opslag te vergroten, zodat projecten daadwerkelijk van de grondkomen.Tot slot, voorzitter. De diepe ondergrond is cruciaal voor de toekomst vanNederland, maar grote keuzes schuiven we vooruit. De herziening van deMijnbouwwet is doorgeschoven naar 2027. Dat betekent dat regio’s eninitiatiefnemers voorlopig in onzekerheid blijven. Daarom mijn laatstevragen: welke uitgangspunten en keuzes zijn voor dit kabinet in deperiode tot 2027 al leidend en welk advies geeft het mee aan een volgendkabinet?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van Oosterhout heeft een interruptie voor u. Gaatuw gang.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. In het verkiezingsprogramma van D66 staat:«Gaswinning in de overige kleine velden op land en onder de Waddenzeewordt volledig afgebouwd en niet uitgebreid.» Dit akkoord zet de deurwagenwijd open voor dit soort nieuwe velden, dus ik ben dan toch eenbeetje verbaasd dat D66 stelt dat dit akkoord een stap vooruit is. Betekentdit dat u afscheid neemt van de verkiezingsbelofte?De heer Köse (D66):Mevrouw Van Oosterhout stelt het wel een beetje heel breed. U zegt datdit akkoord de deur wagenwijd open zou zetten. Ik heb het gezegd zoals ikhet gezegd heb. Dit is een stap vooruit. Dat betekent nog niet dat we erzijn, maar wij zien hier wel degelijk potentie in om te komen tot wat wijinderdaad in ons verkiezingsprogramma hebben opgenomen en waar wijnog steeds achter staan, namelijk afbouwen. Wel degelijk. U heeft mij ookkritisch horen zijn. Ik heb vragen gesteld. Ik zie dat er een begin isgemaakt het afbouwpad, maar ik zie nog niet voldoende hoe we daar nouecht gaan komen. Het is met name inzicht geven. Dat is de kritiek geweestdie ik gehad heb, dus ik zie niet in waarom u denkt dat wij van onsstandpunt afgegaan zijn.De voorzitter:Mevrouw Van Oosterhout, voor uw laatste interruptie.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik vind het toch heel zorgwekkend dat D66 stelt dat dit akkoord een stapvooruit is. Het is wel degelijk een akkoord dat de deur wagenwijd openzetvoor nieuwe fossiele velden en dat brengt bewoners in alle provincies ingrote onzekerheid. Uw partijleider heeft eerder gezegd, na een bezoek aanZeerijp, dat het aankomende kabinet er niet mee gaat beginnen, maar watis uw boodschap aan de inwoners van Drenthe en Friesland?De heer Köse (D66):De boodschap is ongewijzigd. Wij hebben goede contacten, ik persoonlijken de fractie ook, met mensen in dat gebied, met onze ProvincialeStatenleden daar. Er was inderdaad een bezoek aan Zeerijp. Ik was meemet Rob Jetten en Hans Vijlbrief, die natuurlijk ook een trackrecord heeftin het gebied. Wij hebben het Groningenveld gesloten en wij hebbengezegd dat het dicht blijft. Wij hebben ons hardgemaakt om die kleinevelden te sluiten en dat doen we nog steeds. Dit is weer een stap vooruit.U zegt dat het de deur wagenwijd openzet. Er is feitelijk niks veranderd.We hebben alleen nu wel een stap vooruitgezet door te beginnen metpraten over batendeling, over afbouw en over het betrekken van de regio.Ik zie dus wel degelijk iets wat u niet ziet, namelijk dat we stappenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30911 vooruitzetten, maar ik ben naar nog wel kritisch op en dat zal ik altijdblijven. Ik denk dat we verder zijn dan gisteren.De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik naar de heer Kops, voor zijn inbreng namens dePVV-fractie.De heer Kops (PVV):Dank u wel, voorzitter. Op 14 januari hadden we een debat over degasmarkt en leveringszekerheid en toen zaten onze gasopslagen op eenvulgraad van slechts 39,1%. Lang verhaal kort: de Minister zei toen zichgeen zorgen te maken. Vandaag, op 29 januari, zitten we op een vulgraadvan nog maar 27,8%. De eerste vraag aan de Minister is: en nu? Dat isheel weinig en het is koud, het heeft weer gesneeuwd. Maakt de Ministerzich nog steeds geen zorgen? Graag een reactie.Voorzitter. Mijnbouwschade of, beter gezegd, de schadeafhandeling.Afgelopen maandag hebben we een wetgevingsoverleg gehad overGroningen en de conclusie was dat de schadeafhandeling daar nog altijdeen drama is. Hoe staat het met de afhandeling van schade in Limburg?De Commissie Mijnbouwschade stelt dat, kort samengevat, het beste isom als gedupeerde maximaal € 10.000 schadevergoeding te accepteren,omdat er anders zomaar minder of helemaal niets wordt uitgekeerd.Schades tot € 10.000 worden namelijk uitbetaald als het verband metmijnbouw aannemelijk is. Schades boven de € 10.000 moeten doorbouwkundig inspecteurs worden onderzocht, die dan vervolgens gaanbepalen of die schades werkelijk door mijnbouw komen en als dat dangedeeltelijk niet het geval is of helemaal niet, kan het uiteindelijke bedragdus ook lager dan € 10.000 uitvallen of zelfs nul zijn. Daar komt het opneer. Dat is toch raar? Gedupeerden moeten dan feitelijk zelf eenonmogelijke afweging gaan maken. Hoeveel schade heb ik? Waar komthet door, waarschijnlijk? Is het mijnbouw, ja of nee? En, zo ja, geheel ofgedeeltelijk? Oftewel de gedupeerde als bouwkundig inspecteur, die danvervolgens een besluit moet nemen. Dat gaat toch niet? Hoe ziet deMinister deze praktijk voor zich? We zien de bui al hangen, namelijk dat degedupeerden uit angst om minder of niets uitgekeerd te krijgen, ook alsdat onterecht is, feitelijk worden gedwongen om die € 10.000 maar teaccepteren, ook als zij veel meer schade hebben. Deelt de Minister demening dat het onderzoeken van schades boven de € 10.000 nooit tenkoste mag gaan van die € 10.000? Graag een reactie. De optie om tekiezen voor € 10.000 leidt tot een besparing op de onderzoekskosten,omdat er logischerwijs geen inspecteur hoeft langs te komen. Kostenbe-sparing klinkt natuurlijk leuk, maar dit mag nooit ten koste gaan van degedupeerde. Deelt de Minister die mening en kan zij dat garanderen?Voorzitter. Dan schadeafhandeling in Drenthe. De Commissie Mijnbouw-schade wil de schaderegeling rechtvaardiger maken en schades in detoekomst volledig vergoeden. Dat klinkt goed. Gaat dat ook daadwerkelijkgebeuren, en wanneer? Kunnen die rekeningen dan ook linea rectaworden doorgestuurd naar de NAM en, beter nog, worden die dan ookdoor de NAM betaald? In debatten over Groningen is het heel vaakgegaan over de torenhoge uitvoeringskosten, maar in Drenthe lijken ze erwat betreft die kosten nog wel even een schepje bovenop te doen. Welezen namelijk dat er aan 29 gedupeerden in totaal € 80.000 wordtuitgekeerd, terwijl het onderzoeken van de schadegevallen door eenbureau ruim € 440.000 heeft gekost. Dat is dus € 5,50 per uitgekeerdeeuro. Dat is toch bizar veel? Oftewel: onderzoeksbureaus worden op dezemanier rijk over de rug van de gedupeerden en de belastingbetaler.Kortom, wat gaat de Minister hieraan doen?Op 16 januari heeft de Minister een brief gestuurd over aanvullendeafspraken sectorakkoord. Daarin wordt het volgende aangekondigd. «Hetis belangrijk dat de regio waar gaswinning plaatsvindt mee mag delen inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30912 de baten.» Daar ben ik het mee eens. «Gaswinningsbedrijven zijn bereidbij nieuwe projecten die de 2 miljard kuub, gedurende de looptijd van dewinning, niet overschrijden, 5% van de netto omzet per project af tedragen aan de regio.» Dat gaat dus gebeuren bij nieuwe projecten, maarniet ook bij bestaande projecten. Dat is toch niet eerlijk? Wat zegt deMinister dan tegen de omwonenden van al die bestaande projecten? Zegtde Minister dan: «U hebt pech gehad. U doet er niet toe. U krijgt niks»?Dat kan toch niet? Ook zij moeten natuurlijk kunnen meedelen in de baten,en flink ook. Gaat de Minister dat alsnog regelen? Ook vroeg ik me af water gebeurt als er meer dan 2 miljard kuub wordt gewonnen. We lezen dater dan «maatwerkafspraken» worden gemaakt. Maar ja, wat houden diedan concreet in? Is dat dan meer of minder dan 5%? Kan het dan zomaarzijn dat de omzet te hoog wordt en daarmee, in de ogen van de gasbe-drijven, de afdracht aan de regio dus ook? Graag een reactie.Ik ga afronden, voorzitter. Als bedrijven gaan afdragen aan de regio, kande Minister dan garanderen dat dat geenszins een soort afkoop vanschades als gevolg van de gaswinning is? Anders gezegd: kan de Ministergaranderen dat de afdracht dus niet in de plaats komt van of onderdeelwordt van toekomstige schades en schadevergoeding? Graag een reactie.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Nu is het woord aan de heer Van den Berg,namens JA21. Ga uw gang.De heer Van den Berg (JA21):Dank u wel, voorzitter. Ik begin even met wat cijfers. Ik heb dit debataangehoord en ik ben toch wel weer vrij ontgoocheld over wat men zegtover hoezeer we aardgas wel of niet nodig zouden hebben. Op ditmoment komt in Nederland 54% van onze elektriciteit uit aardgas, 9% uitkolen, zo’n 2% uit kernenergie en maar 13% uit windenergie en 8% uitzonne-energie. Specifiek over de wind- en zonne-energie wil ik hetvolgende zeggen. Van de windmolens draait maar 25% en van dezonnepanelen wekt maar zo’n 8% stroom op. Het punt dat hier gemaaktwordt dat we aardgas van de ene op de andere dag kunnen uitfaseren, isdan ook een bizarre uitspraak en past volgens JA21 totaal niet bij dewerkelijkheid.Ik ga door met de inhoud, voorzitter. We hebben het sectorakkoord tot onsgenomen en wij maken ons toch wel zorgen. Als we kijken naar deafgelopen decennia, dan zie we dat de gaswinning in Nederland van zo’n36 miljard kuub per jaar naar zo’n 8 miljard kuub per jaar is gegaan. Datbaart ons zorgen, want we verbruiken nog steeds zo’n 30 miljard kuub perjaar.Tegelijkertijd zien we een andere ontwikkeling waar wij ons toch wel heelerge zorgen om maken. Eerst waren we voor een groot gedeelte afhan-kelijk van Russisch gas en van de ene op de andere dag hebben we datgewisseld naar een afhankelijkheid van de Verenigde Staten. In 2019 wasAmerika nog verantwoordelijk voor de export van zo’n 14 miljard kuubaan aardgas en tegenwoordig voor 83 miljard kuub. Dat betekent voorNederland dat wij voor 70% van onze aardgasvoorziening afhankelijk zijnvan de Verenigde Staten. Over strategische autonomie gesproken. Datbaart ons toch wel zorgen. En als dan ondertussen ook nog eens een keerdie gasinfrastructuur in rap tempo wordt afgebouwd, dan gaat hethelemaal mis en, beter zelfs, ook voor de klimaattransitie die sommigenzo graag willen. Het is benoemd in het rapport. Wanneer het aardgaspo-tentieel niet benut wordt en de sector verdwijnt, dan verdwijnt ook deinfrastructuur voor nieuwe toepassingen, voor onder andere CO2 enwaterstof. Dan komt hier natuurlijk al heel snel het argument vangeothermie voorbij. Ik hoorde het net al even. Juist de mijnbouw zorgtvoor kennis over onze ondergrond en het SCAN-project is daar eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30913 onderdeel van. En ook als we alles helemaal zouden utiliseren in ons land,dan kan geothermie maar voor zo’n 300 petajoule per jaar zorgen: 30%van onze warmtevraag. Kortom ook hier een oproep voor een beetjerealisme.Dan nog over de economie, voor JA21 een belangrijk punt dat ik hiergemaakt wil hebben. De import van aardgas kost ons onnoemelijk veelgeld en als daartegenover alleen maar subsidies staan voor bijvoorbeeldwindenergie, tegenwoordig wel zo’n € 0,10 per kilowattuur, dan raaktNederland langzamerhand wel aan de bedelstaf.Kortom, wat zouden wij graag willen zien? Het staat genoemd in hetrapport: de potentie voor aardgas in onze kleine velden, zowel op land,50 miljard, als op zee, 150 miljard, is zo’n 200 miljard kuub. De ambitie opdit moment: 40 miljard kuub. Er moet wat ons betreft, ook al vinden wijhet een goede ontwikkeling dat daar meer aandacht voor is, toch wel eentandje bij gezet worden om dit verder op te voeren. Alsnog zijn dievoorraden natuurlijk wel beperkt. Zelfs 200 miljard kuub zou ons in theoriemaar zo’n zes jaar aan energie geven. Kortom, we moeten ook verderkijken.Ik wil eigenlijk afronden met toch een punt van zorg over de gebiedenwaar het net over ging. Ik noem Ternaard en ik noem ook even Warffum,Limburg en natuurlijk het Groningenveld in zijn geheel. We hebben nietvoor niets te maken met de ereschuld, zoals het hier weleens wordtgenoemd, aan Limburg vanwege de kolenmijnen. Ik zou er heel graagvoor willen waken dat wij zo’n zelfde fout gaan maken met andere regio’sin ons land. In Limburg is er toen Chemelot voor in de plaats gekomen,om daar de industrie weer aan te zwengelen en de economie in Limburgte bevorderen. Hartstikke goed, maar als wij dit punt niet weten teondervangen, dan heeft Chemelot ook een eindig bestaan en dan kunnenwij er een tweede ereschuld bij optellen. Dat is iets waar ik toch wel heelgraag weg van zou willen blijven.Kortom, ik ondersteun de ambities om meer gas te gaan boren. Dat isgoed voor onze energiezekerheid, dat is goed voor onze economie en hetis bovendien ook goed voor het milieu, dat voor sommigen ook zobelangrijk is. Hoe minder wij importeren, des te beter wij op alle vlakkenaf zijn.Daar laat ik het even bij.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. U heeft een interruptie van de heer Köse.Gaat uw gang.De heer Köse (D66):Ik ben benieuwd hoe JA21 dat met elkaar kan rijmen. Ik hoor u aan de enekant, terecht, over de afhankelijkheid en strategische economie. JA21 pleiter eigenlijk voor om meer gasvelden te gaan slaan en nog meer te gaanboren, meer te gaan winnen. Tegelijkertijd spreekt u ook over hetvertrouwen van de bevolking, over dat we eigenlijk niet nog een keer eenereschuld moeten aangaan. Hoe kunt u die twee dingen met elkaarrijmen? Die botsen voor mij.De voorzitter:Met u bedoelt u denk ik de voorzitter. Als u via de voorzitter wil praten,heel graag. De heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Dank voor de vraag. Met die ereschuld bedoel ik dat we mensen niet ineen economische malaise moeten achterlaten zoals we dat toen met dekolenmijnen hebben gedaan. Dat zien we ook bij afhandeling van degaswinning in Groningen. Dat is absolute schande. Het had allangopgelost moeten worden. Dat laat wel onverlet dat wij nog steeds deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30914 kleinere velden kunnen gebruiken. Ik zal het vandaag niet over hetGroninger gasveld hebben. Ik heb het over die kleinere velden. Met allerespect natuurlijk, maar in de meeste gevallen zijn daar gewoon uitste-kende onderzoeken aan voorafgegaan, ook door Staatstoezicht op deMijnen, zoals bij Ternaard, waaruit blijkt dat je daar gewoon gas kanwinnen zonder ook meer enig risico voor de inwoners. Dat is voor ons netzo belangrijk. Waar wij voor pleiten, is om de gebieden waar je nog gaskan winnen te gebruiken, zeker als dat geen zorgen oplevert voor deinwoners en voor de gebouwen.De heer Köse (D66):Ik hoor toch enige aarzeling in deze argumentatie, want er wordt gezegd:in de meeste gevallen. Betekent dat dat JA21 in sommige gevallen ook zalzeggen: we gaan hier geen gas winnen vanwege veiligheid, vanwegevertrouwen?De heer Van den Berg (JA21):Ja. Dat is ... Hoe noem je dat? Ik kom er even niet op. Het is projectafhan-kelijk. We moeten natuurlijk per situatie bekijken hoe dat er dan uitziet. Hetuitgangspunt is natuurlijk dat we het, als dat veilig kan en er geen enkelbeletsel is, zeker moeten doen vanwege de voordelen die ik net noemdequa autonomie, energiezekerheid en economie. Wanneer er zorgen zijn,zou ik zeggen: kijk of je die kan mitigeren of kan reduceren. Als hetuiteindelijk technisch veilig kan, denk ik niet dat daar op voorhand al eenverbod op zou moeten zijn en we het te allen tijde maar weer moetenblokkeren.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Teunissen, namens de Partij voor de Dieren. Gaatuw gang.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Midden in een klimaatcrisis is er nog maar één planvoor gaswinning nodig en dat is afbouwen, afbouwen en afbouwen. DeBritse inlichtingendiensten waarschuwen dat klimaatcrises, het verlies aanbiodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen de nationale veiligheidin het Verenigd Koninkrijk in gevaar brengen, en ondertussen bestaat erdoor gebrekkig klimaatbeleid van deze Minister nog minder dan 5% kansdat we onze klimaatdoelen halen.Nederland is gisteren door de rechter verplicht om meer te doen omburgers te beschermen tegen klimaatverandering en binnen achttienmaanden met een plan te komen om binnen de afspraken van hetParijsakkoord te blijven. Dan is het de omgekeerde wereld dat hier eenfossiel akkoord ligt met de olie- en gasbranche van Nederland, bedrijvendie hun fossiele verdienmodel in stand willen houden terwijl de wereld inbrand staat. Er is geen concreet afbouwpad en kwetsbare gebiedenworden niet uitgesloten. De inbreng van natuurorganisaties en milieuor-ganisaties is überhaupt niet meegenomen. Er is niet gepraat metduurzame bedrijven. Er zijn geen mogelijkheden onderzocht voorenergiebesparing. We moeten nu inzetten op schone energie, onafhan-kelijk worden van fossiele brandstoffen en vooral afkicken van onzeenergieverslaving.De voorzitter:Mevrouw Teunissen, ik onderbreek u even want u heeft een interruptievan de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Een vraag aan mevrouw Teunissen. U zegt: we moeten vandaag stoppenmet olie en gas en waarom is er zo’n akkoord gesloten met die olie- enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30915 gassector. Laten we het even uitdenken. We zetten vandaag gewoon deolie-, gas- en kolencentrales in één klap helemaal uit. Wat gebeurt er dan?Mevrouw Teunissen (PvdD):Er is dan kennelijk niet goed geluisterd naar mijn betoog, al jarenlang niet.De Partij voor de Dieren pleit al jarenlang voor een afbouwplan om over testappen van fossiele naar duurzame energie en dat gebeurt niet. Dus datis nu precies mijn vraag aan de Minister: wanneer hebben we gas dan nietmeer nodig, wat is het scenario voor duurzame energie en voor energie-besparing? Dat is precies wat ik mis in dit plan.De heer Van den Berg (JA21):Dat zegt u wel, maar als u refereert aan studies: er zijn talloze studies diezeggen dat een afhankelijkheid van hernieuwbare energie, wat u heelgraag wil, ook zorgt voor een grotere behoefte aan aardgas, omdat jemoet balanceren, omdat zon en wind niet op alle momenten energieopwekken. Zon en wind zorgen dus juist voor een transitie met aardgas. Iksnap niet waarom u wegloopt voor die onderzoeken.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik heb veel onderzoeken gelezen, maar als er meer onderzoeken zijn, dankrijg ik die graag toegestuurd, maar ik hou er niet zo van om op basis vanbeweringen hier een debat te gaan voeren over dat gaswinning nodig zouzijn voor de energietransitie. Er zijn ook talloze rapporten waaruit juistblijkt dat we prima van hernieuwbare bronnen afhankelijk kunnen zijn, datdie ook stabiliteit kunnen bieden. Wat de Minister bijvoorbeeld zoukunnen doen, is gewoon een tender uitschrijven zodat bedrijven die diezekerheid kunnen leveren zich kunnen aanmelden. De Minister heeft datniet gedaan. Wat mijn pleidooi is, is dat we inderdaad ... Het is zo dat ookduurzame energie de stabiliteit kan bieden die we willen. Dat is al heellang het geval. Er wordt alleen niet op ingezet, er wordt geen beleid opgemaakt. Dat is het probleem.De voorzitter:Gaat uw gang, meneer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Voor zover ik weet komt er weer een project aan waarin zo’n 4 miljardeuro wordt gestoken in een gigawatt aan windturbines. Dat is marginaal,maar kost wel ontzettend veel geld. Volgens mij zou u daar juist heel blijmee moeten zijn. Maar nogmaals: als u er vandaag mee wil stoppen, alswe nu stoppen met aardgas en we gebruiken het niet – u zegt dat dat eenbewering is – voor de transitie naar hernieuwbaar, wat gebeurt er dan?Hebben we dan nog een draaiende maatschappij of valt dan zelfs in deTweede Kamer het licht uit?De voorzitter:En «u» is de voorzitter, maar u praat tegen mevrouw Teunissen. MevrouwTeunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik vind dat op zichzelf een goede vraag: wat gebeurt er dan? Ja, als weecht vandaag stoppen met gas terwijl er geen alternatief is, dan hebbenwe een probleem. We hebben veel te weinig gedaan. De vorige kabinettenhebben helemaal niets gedaan om tot zo’n plan te komen, terwijl er weltechnieken zijn om dat te doen, terwijl we ons gedrag kunnen veranderen,terwijl we keuzes kunnen maken met betrekking tot de industrie die nogeen toekomst heeft in Nederland. Ook dat zorgt ervoor dat we minderenergie kunnen gaan gebruiken. Wij willen al heel lang dat het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30916 met zo’n plan komt. Dat is ook waarom ik er vandaag weer om vraag. Hetis namelijk echt tijd om dat plan wel te hebben.De voorzitter:Meneer Van den Berg, uw laatste interruptie.De heer Van den Berg (JA21):Ja, dat klopt. Ik heb een laatste vraag aan mevrouw Teunissen, via devoorzitter. Als laatste vraag ik mij nog af of zij voor het volgende zouopenstaan. Als u naar een scenario wil gaan met zon en wind, accepteertu dan ook dat we in de tijd die het vergt om daarnaartoe te gaan – in uwscenario gaat het wat sneller dan in het huidige scenario – wel aardgasmoeten winnen, om ons land draaiende te houden, om die momenten vangebrek aan zon en wind te compenseren en om minder afhankelijk te zijnvan landen zoals Rusland dan wel de Verenigde Staten? Accepteert u datdan?Mevrouw Teunissen (PvdD):Met alle respect, maar dit is gewoon het fossiele praatje van de gasin-dustrie dat we al jarenlang horen. Het probleem is dat als we nu in gaanzetten op gas ... Dit is gewoon een goedpraatpraatje van de gasindustrieom te zeggen dat we gas nog nodig hebben. Als we nu nieuwe gascon-tracten gaan afsluiten, dan zitten we nog voor decennia aan gas vast,want die bedrijven moeten hun investeringen terugkrijgen. Dat zorgt erdus voor dat we weer gaan vertragen met de transitie naar hernieuwbareenergie, iets wat we al heel lang doen. Dus nee, we hebben gas niet nodigals transitiebrandstof. Dat is een sprookje dat de hele tijd belobbyd wordtdoor de gasindustrie en waar veel partijen in dit huis toch achteraanblijven lopen, met grote, echt grote gevolgen van dien, want wij voldoenniet aan de klimaatdoelen en dragen daardoor bij aan een gevaarlijkeklimaatverandering.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer Köse. Meneer Köse,gaat uw gang.De heer Köse (D66):Mevrouw Teunissen triggerde mij even door haar antwoord op de eersteinterruptie. Er werd gezegd dat duurzame energie stabiliteit kan bieden.Laat het nou net zo zijn dat ik daarin jaren werkzaam ben geweest. Hoewelik hetzelfde einddoel ambieer als mevrouw Teunissen, namelijk dat wevan het gas af kunnen en 100% duurzaam kunnen opwekken, moet ikzeggen dat dat fundamenteel fout is. Het hele probleem van netcongestie,het vraagstuk dat we nu hebben, is namelijk juist de instabiliteit vanduurzame energie. Met gascentrales en kolencentrales konden we vraagen aanbod heel goed met elkaar matchen. Dat moet ook bij elektra. Datkan geen overproductie of zoiets hebben. Het probleem met zon- enwindenergie is juist dat er soms pieken en soms dalen zijn. Ik zal er geenhoorcollege van maken, maar het is een sprookje, om bij dezelfde term teblijven, dat duurzame energie die stabiliteit gaat bieden. Hoe jammer ikhet ook vind, het is niet anders dan dat we echt te maken hebben met gasin de transitie.De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Köse (D66):Mijn vraag aan mevrouw Teunissen is daarom via u, voorzitter: denkt uwerkelijk dat we in één keer over kunnen stappen naar 100% duurzameenergie? Dat is wat mij betreft helaas niet het geval.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30917 Mevrouw Teunissen (PvdD):Helaas hoor ik dat D66 ook al is ingekapseld door de gasindustrie. Volgensmij moeten we niet een paar dingen op één hoop gooien. De netcongestiekun je juist ook oplossen door voor dat duurzame afbouwpad te kiezen,door juist duidelijke keuzes te maken: welke industrie willen we inNederland, welke industrie heeft toekomst en welke niet? Wat we nu zien,is dat hier datacenters van Microsoft komen die heel veel stroomgebruiken, ook windenergie. Al die kostbare ruimte en al die kostbareenergie gaan dus op aan die datacenters in plaats van aan de noodzake-lijke energievoorziening voor huishoudens.Dan nog even de vraag over de stabiliteit. Ja, daar zet het kabinet veel teweinig op in. Wat in ieder geval helpt, is dat we fors energie besparen.Dan hebben we ook minder nodig. En ja, opslag is echt het devies. Dat jewindenergie en zonne-energie kunt opslaan, is al heel lang bekend. Datweet de heer Köse ook, vast ook vanuit zijn achtergrond. Alleen, er wordtveel te weinig beleid op gemaakt. Dat is ook waarom we veel te weinigactie zien op kernenergie ... O, sorry. Op geothermie! Leuke verspreking,voorzitter. Ja, houd mij er maar aan. Ik zie de voorzitter al kijken.Geothermie is iets waar we ook voor pleiten, maar ook daarbij geldt datwe duidelijke keuzes moeten maken. We kunnen niet de hele bodem gaanplunderen. We hebben in Nederland nou eenmaal weinig ruimte.Energiebesparing staat dus voorop en daarnaast moet je kijken naarduurzame vormen van stabiele energievoorziening, maar dat wordt nietgedaan. Dat is mijn punt in dit betoog. Als de heer Köse in dit plan éénmaatregel kan aanwijzen die daar wel toe leidt en wel toekomst heeft, danhoud ik mij aanbevolen, maar ik heb die niet gezien.De voorzitter:Tja, versprekingen mogen, hoor, als het af en toe leidt tot wat plezier indeze commissie. We moeten af en toe lachen, dus dat is prima, zou ikwillen zeggen. Meneer Köse, uw laatste interruptie.De heer Köse (D66):Ik kreeg eigenlijk een vraag terug: noem een ding. Maar ik denk datmevrouw Teunissen het zelf al heeft genoemd. Ze begon namelijk met eenduurzaam afbouwpad. Ik denk dat we hiermee de eerste stap vooruithebben gezet met dit sectorakkoord. We zijn nog niet waar ik zelf ook zouwillen zijn. Dat is een van de zaken. Ik moet daarnaast helaas het volgendeconcluderen. Hoewel we heel veel problemen hebben met de concurren-tiepositie en de economie in Nederland ... Laat ik zeggen: we zijn niet voorradicale groei; we zijn juist voor duurzame groei. Maar ik hoor hier juistdat we moeten stoppen met groeien, dat bedrijven en werkgelegenheidweg moeten om plaats te maken voor duurzaamheid. Wij vindenduurzaamheid superbelangrijk, maar wij denken dat dat samen kan. Wezitten dus toch een beetje in het midden. We zijn daar iets minder radicaalin. Ik vraag me af of mevrouw Teunissen dat ook niet samen ziet gaan.Denkt zij ook dat we duurzaam kunnen groeien en dat we bedrijven, inplaats van zeggen dat ze weg moeten, door goed beleid, middels eensectorakkoord en verder, kunnen prikkelen om dat te doen?Mevrouw Teunissen (PvdD):Twee dingen. Dit akkoord is geen stap vooruit, ook geen eerste stapvooruit. Dit is een akkoord met de gas- en oliebranche van Nederland, diezo lang mogelijk fossiele energie wil blijven leveren, ondanks de klimaat-crisis waar we in zitten. En wat betreft bedrijven naar het buitenland ... Alshet al gebeurt – dat is nog maar de vraag – heb ik de volgende vragen. Wehebben een duidelijke regie vanuit de overheid nodig. Welke bedrijvenhebben een toekomst in Nederland? Waar willen we op inzetten? Welkeeconomie willen we hebben over een x-aantal jaar? Als je daar geenbewust beleid op voert, gaat die klimaatcrisis nog meer uit de klauwenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30918 lopen dan die nu al doet. Helaas hoor ik ook van D66 geen enkel plan omecht bij te sturen en echt te gaan voor die duurzame transitie. Dat vind ikteleurstellend.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter. Ik heb het al een paar keer benoemd, maar het is toch nog goedom te zeggen. Bedrijven die al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuwweten dat we gaswinning moeten stoppen, proberen nu nog snel een dealte sluiten en infrastructuur en rechten vast te leggen, zodat Nederlandweer decennia aan fossiel vastzit.De recente aardbevingen in Groningen hebben wederom laten zien hoede keuzes die wij hier vandaag maken, invloed hebben op de korte enlange termijn. Zulke bevingen kunnen nog jarenlang doorgaan, zeggenTNO en SodM. Nog decennia doorgaan met de gaswinningen uit de kleinevelden noemt de provincie Groningen mede daardoor «niet uitlegbaarvoor onze inwoners». Ook geeft de provincie nu in de zienswijze aan dater niets is gedaan met haar inbreng op het sectorakkoord. De opmer-kingen zijn niet eens verwerkt. Hoe kan de Minister spreken van draagvlakals de provincie waar de ergste mijnbouwschade ooit in Nederlandplaatsvond, expliciet zegt dat het akkoord niet zorgt voor een echteafbouw en de inwoners opnieuw benadeeld worden? Graag een reactie.Waarom heeft de Minister de ecologische gevolgen niet opgenomen?Welke bescherming is er nog voor onze kwetsbare gebieden inNederland? Experts zeggen dat kwetsbare veenweidegebieden in gevaarzijn. Is de Minister alsnog bereid om kwetsbare gebieden uit te sluiten vandeze plannen? Het is duidelijk: de Partij voor de Dieren wil dat dit akkoordzo snel mogelijk van tafel gaat.Dan de arbitragezaken. Terwijl Groningers nog altijd wachten op herstel,versterking en een gevoel van veiligheid, kiest Shell ervoor om Nederlandaan te klagen onder het Energy Charter Treaty. Shell eist volledigecompensatie voor schade door sluiting van het Groningerveld en deverdeling van de kosten. Dit nadat Shell samen met ExxonMobil en deNAM decennialang miljarden verdiend heeft aan de gaswinning. Dezezaak kwam boven op een reeks andere internationale en nationalearbitrages van Shell, ExxonMobil en de NAM. Die procedures wordengebruikt om betalingen uit te stellen, de druk op de Staat te vergroten enhun financiële verantwoordelijkheid niet te nemen. De Staat waarschuwtzelf dat het opschorten of blokkeren van toekomstige heffingen in hetbegrotingsbeleid, het begrotingsbeleid ernstig kan verstoren, begrotings-tekorten kan veroorzaken en bezuinigingen elders kan veroorzaken,bijvoorbeeld op de sociale zekerheid. Dit is dus precies wat er mis is metISDS-clausules in dit soort investeringsverdragen. Inmiddels is Nederlanduit het ECT gestapt, maar door sunsetclausules blijven bestaandeinvesteringen nog twintig jaar beschermd. Daarnaast zijn er nog tientallenbilaterale investeringsverdragen met ISDS-bepalingen door Nederlandafgesloten. Bedrijven die zelf een bepalende rol hebben gespeeld in hetoptuigen van dit systeem, misbruiken het nu om een land aan te klagendat eindelijk, veel te laat, probeert de schade te herstellen en degaswinning af te bouwen. Je kunt geen rechtvaardige transitie organi-seren als fossiele multinationals de Staat voor miljarden kunnenaanklagen zodra je echt in hun verdienmodel snijdt.Daarom heb ik de volgende vragen aan de Minister. Erkent zij dat dezearbitrageprocedures de ruimte voor ambitieus klimaat- en mijnbouw-beleid inperken doordat de overheid voortdurend rekening moet houdenmet potentiële claims? Is de Minister bereid om samen met de Staatsse-cretaris Buitenlandse Handel alsnog met een concreet en tijdgebondenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30919 plan te komen om uit de resterende investeringsverdragen metISDS-bepalingen te stappen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Dan draag ik bij dezen het voorzitterschapeven over aan de heer Kops. Hij is tenslotte het lid met de hoogsteanciënniteit hier vandaag aanwezig.Voorzitter: KopsDe voorzitter:Dan is het woord aan de heer De Groot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Voor de VVD is één ding zeker: mijnbouw inNederland is nog steeds nodig, juist in een tijd waarin we minderafhankelijk willen zijn van het buitenland en de energierekening voorhuishoudens betaalbaar willen houden. Dat geldt nadrukkelijk ook vooreen versnelling van gaswinning op de Noordzee. Mijnbouw op eigenbodem draagt bij aan ons energieaanbod en aan prijsstabiliteit.Ik geef allereerst nog een compliment aan de Minister voor het sectorak-koord. We doen dit namelijk uiteindelijk met elkaar, voor de mensen thuis.Tegelijkertijd hebben we onze lessen geleerd uit Groningen. Dat betekentdat mijnbouw voor de VVD alleen kan plaatsvinden als dit veilig gebeurten als er aanvullend een eerlijke balans is tussen lusten en lasten. Deregio waarin gewonnen wordt, moet meeprofiteren; dat is randvoorwaar-delijk. Ik kom daar straks nog even op terug.Ik wil vandaag graag drie onderwerpen uitlichten. Ik wil beginnen met dezoutwinning. De provincie Groningen heeft beroep ingesteld tegen deverlengingsvergunningen voor Zuidwending en Heiligerlee. Voor de VVDis zoutwinning een belangrijke grondstoffenactiviteit. Bovendien zijn ermet Nobian maatwerkafspraken gemaakt, juist om risico’s te beperken enrekening te houden met de omgeving. Volgens zowel de Mijnraad als TNOkan deze winning veilig plaatsvinden. Ook het SodM concludeert datwinning veilig kan, maar heeft zorgen over de mogelijke effecten op delange termijn. Mijn vraag aan de Minister is hoe zij deze verschillendeadviezen nou precies weegt. Wat betekenen deze voor de gemaakteafspraken met Nobian? Wat zijn de gevolgen voor de toekomstige opslagvan waterstof in de zoutcavernes? Die hebben we nu eenmaal hard nodigvoor de energietransitie. Daarnaast hoor ik graag van de Minister waaromer een verschil zit tussen de risicobeoordeling van het ministerie en dievan de provincie Groningen. Hoe kijkt de Minister aan tegen het beroeptegen een rijksbesluit door de medeoverheid? Wat betekent dat eigenlijkvoor de bestuurlijke verhoudingen en het vertrouwen in het beleid? Graagkrijg ik antwoorden van de Minister.Ten tweede de Commissie Mijnbouwschade, waar het al eerder over isgegaan in dit debat. Deze commissie is inmiddels heel wat jaren actief enheeft behoorlijk wat overheadkosten gemaakt, maar de uitkeringen blijvenachter. Het is slechts een percentage van wat de Commissie Mijnbouw-schade zelf kost; de heer Kops had het daar ook al over. Ook voor de VVDis de verhouding zoek. Wat ons betreft moet het sneller, beter enmenselijker. Ik noem Noord-Drenthe; daaraan is ook al gememoreerd doorcollega Jumelet. Er moet een betere technische keuring komen, meeruniformiteit in de aanpak en op veel plekken gewoon een milderebenadering. Ik zeg daarbij niet dat we een-op-een het Groningse modelmoeten kopiëren, maar wel dat we serieus oog moeten hebben voor water echt speelt bij de mensen thuis. Mijn vraag aan de Minister is dan ookwat zij gaat doen om de Commissie Mijnbouwschade effectiever te latenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30920 functioneren. Is zij bereid om te kijken naar een vereenvoudiging van deprocedures en naar een proportionelere aanpak?Voorzitter. Tot slot wil ik nog even stilstaan bij het sectorakkoord, metname bij de lusten van mijnbouwactiviteiten. De VVD pleit hier namelijk allanger voor. In Schoonebeek zijn goede ervaringen opgedaan. De Ministerheeft nu de aanpak gepresenteerd, die inzet op maatwerk in plaats vanautomatische compensatie. Het leidt overigens ook tot gerichte investe-ringen en maatschappelijke en economische meerwaarde. Daar is de VVDbest heel erg positief over. Tegelijkertijd heb ik daar een aantal vragen bij.Waarom is er gekozen voor een relatief laag standaardpercentage, van5%? Staat dit wat betreft de Minister wel in verhouding tot de impact diemijnbouwactiviteiten hebben op de leefomgeving?Daarnaast vallen bestaande winningen die worden verlengd, buiten dezeregeling. Ik heb namens de VVD bijvoorbeeld al vaker gevraagd waaromer bij de verlenging van de gaswinning bij Warffum geen afspraken zijngemaakt over meedelen in de lusten. Juist zulke afspraken vergroten hetdraagvlak en de acceptatie in de regio. Is de Minister bereid om hieralsnog naar te kijken?Voorzitter. Ik zie dat mijn tijd er bijna op zit, dus ik ga afronden. De VVDzegt: als we aan mijnbouw doen, doen we het goed, maar we doen hetzeker veilig, met oog voor de regio en met duidelijke afspraken vooraf. Ikzie uit naar de antwoorden van de Minister.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage, meneer De Groot. Het voorzitterschap is weer aanu.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank u wel voor het waarnemen.We zijn hiermee aan het einde gekomen van de eerste termijn van deKamer. Ik stel voor dat we nu schorsen voor de voorbereiding van debeantwoording door de Minister. Ik wil graag tot 15.00 uur schorsen. Danzien we elkaar weer terug.De vergadering wordt van 14.33 uur tot 15.03 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, welkom terug. Ik heropen dit commissiedebat Mijnbouw.Ik verzoek de leden om plaats te nemen. We zijn nu toe aan de eerstetermijn van het kabinet, van de Minister. Ik zou graag aan de Ministerwillen vragen welke blokjes zij voor ons in petto heeft. Dan noteren we dateven voor de administratie.Minister Hermans:Ja, voorzitter. Ik begin met een paar algemene opmerkingen over hetbelang van de diepe ondergrond. Dan ga ik verder over schadeafhan-deling. Daarna ga ik in op het sectorakkoord en alle vragen over hetakkoord en de gaswinning die zijn gesteld. Dan kom ik bij zout enwaterstof. Ik sluit af met de vragen die gaan over de toekomst van demijnbouw.De voorzitter:Dank u wel. Ik stel aan de leden voor om interrupties aan het eind van hetblokje te plegen. Ook hiervoor in eerste instantie vier interrupties. Wekijken even hoe dat gaat. Ik zie de heer Van den Berg instemmend knikken.Hartstikke fijn.Het woord is aan de Minister. Gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30921 Minister Hermans:Voorzitter, dank u wel. In Nederland werken we hard, dag in, dag uit, metheel veel mensen, met alle overheden, organisaties, bedrijven enhuishoudens, aan het verduurzamen van ons land en van ons energie-systeem. Dat doen we om, zoals ik zei, te verduurzamen en om onafhan-kelijker te worden. De geopolitieke situatie in de wereld laat nog maareens zien hoe noodzakelijk dat is. In die verduurzaming kunnen we nietzonder mijnbouw. Het is ook al in het debat genoemd, onder andere doorde heer Van den Berg: het gas dat we gebruiken, kunnen we beter hierproduceren dan dat we het importeren. Dat zorgt voor minder uitstoot enmaakt ons minder afhankelijk van de import van gas.Ook in een volledig duurzaam energiesysteem is de ondergrond nogcruciaal, bijvoorbeeld om aardwarmte te winnen of om waterstof op teslaan. Voor al die activiteiten in de ondergrond, nu en in de toekomst,geldt dat bedrijven alleen een vergunning krijgen als het veilig enverantwoord kan. Om ervoor te zorgen dat dit ook in de toekomst zo blijft,dat we ons aanpassen aan die veranderende activiteiten in de onder-grond, en om daar meer regie op hebben, werken we aan het aanpassenMijnbouwwet. Dat kost tijd. Ik geloof dat het de heer Köse was die daareen opmerking over maakte. Het kost helaas meer tijd dan wij allemaalmisschien zouden willen. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat we deherziening van die Mijnbouwwet zorgvuldig doen, in overleg enafstemming met alle betrokken partijen, en dat kost tijd.Dat neemt niet weg dat we in de tussentijd stappen zetten; stappen zettenom meer regie te voeren en ook om met alles wat we nu weten, lessen diewe geleerd hebben, meer rekening te kunnen houden. We werken aan hetprogramma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond, waarin wordtvastgelegd waar welk gebruik van de ondergrond mogelijk is en onderwelke voorwaarden. Dat doen we, zoals ik al zei, ook in overleg metprovincies en gemeenten. We hebben het sectorakkoord gesloten – ik zalzo alle vragen beantwoorden die daarover gesteld zijn – en daarin gaat hetover verantwoorde afbouw van de gaswinning op land. Ook daar zal ik zoop ingaan. Die afspraken gelden. Vandaaruit werken we op dit moment.Als dat programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond klaar is, is datonderdeel van hetgeen van waaruit we werken. Er is natuurlijk ook decontourennota herziening Mijnbouwwet en in de geest van die nota wordtgewerkt. De daadwerkelijke herziening van de Mijnbouwwet laat nog evenop zich wachten, maar, nogmaals, we werken dus in de geest van decontourennota en we hebben nu een aantal aanvullende afsprakengemaakt.Voorzitter. Veiligheid staat voorop bij alle mijnbouwactiviteiten entegelijkertijd moet ik er ook eerlijk over zijn dat schade door activiteiten inde fysieke leefomgeving nooit honderd procent uit te sluiten is. Daaromhebben we Commissie Mijnbouwschade, om bewoners te ondersteunenin die gevallen – ik hoop altijd dat dat uitzonderlijke gevallen zijn – waarintoch schade optreedt. De Commissie Mijnbouwschade heeft voor heteerst sinds haar oprichting schade beoordeeld na bevingen doorgaswinning uit een klein veld, bij Ekehaar en Hooghalen. Het werk dat decommissie daar heeft verricht, de evaluatie die het daarvan heeft gedaan,de evaluatie die Ecorys heeft gedaan en het gesprek dat ik zelf hebgevoerd in Ekehaar hebben daarbij waardevolle inzichten opgeleverd.Voorzitter. Dan kom ik bij die inzichten, want daar vroeg mevrouw VanOosterhout naar. Ook de heer De Groot, de heer Jumelet en de heer Kösededen dat. Eigenlijk vroeg iedereen, als ik de vragen even mag samen-vatten: wat ga je nou doen met die evaluatie? Wat we gaan doen is hetvolgende. Ik was in Ekehaar ... Ik probeer me even de datum te herin-neren, maar het was een aantal weken geleden. Ik kijk met een schuin oognaar de burgemeester. Die knikt. Dat klopt dus; het was een paar wekengeleden. We hebben daar eerst met elkaar gesproken en daarna met eenaantal bewoners, die heel indringend aan mij voorlegden: hoe is er nouTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30922 met onze casus, met ons schadegeval, omgegaan? Daarnaast hadden wede evaluatie door de Commissie Mijnbouwschade zelf en de evaluatie diedoor Ecorys is gedaan. Eigenlijk levert dat mij een paar inzichten op.Ik begin even met dat gesprek. Wat ik daar voelde, was: we hebben eenregeling gemaakt met de allerbeste intenties, bedoeld om mensen tehelpen die onverhoopt te maken krijgen met schade, maar die regelingpakt in de praktijk niet uit zoals we het misschien bedoeld hadden en zekerniet volgens de verwachtingen die mensen daarvan hadden. Dat betekentwat mij betreft dat er werk aan de winkel is.De evaluatie van de Commissie Mijnbouwschade en die van Ecorysbevestigen dat, ieder vanuit de eigen invalshoek. Ze doen ook aanbeve-lingen om laagdrempelige, transparante, onafhankelijke en snelleafhandeling van mijnbouwschade te realiseren. Ze laten ook zien dat hetwerk dat de Commissie Mijnbouwschade levert – ik kom zo op de kostenin verhouding tot de schadevergoedingen – wel bijdraagt aan iets wat weook graag willen, namelijk mensen die schade ondervinden ondersteunen.Dat raakt aan een vraag van mevrouw Van Oosterhout over de zorgplichtvan het Rijk ten aanzien van bewoners. Hoe worden bewoners noubijgestaan? Wij geven als Rijk invulling aan die zorgplicht doordat we deCommissie Mijnbouwschade hebben ingesteld. Wat de CommissieMijnbouwschade doet, is de ongelijke positie van schademelders tenopzichte van de mijnbouwondernemingen verhelpen en bewonersontzorgen bij de schadeafhandeling door de bewijslast over te nemen.Wat er in de praktijk gebeurt, is dat de Commissie Mijnbouwschademeldingen van bewoners en kleine bedrijven over mogelijke schade aangebouwen als gevolg van mijnbouw in behandeling neemt. De CommissieMijnbouwschade ondersteunt dan de schademelders door onafhankelijkadvies te geven over de vraag of er sprake is van schade door bodembe-weging, en zo ja, wat de hoogte van het schadebedrag is dat door hetmijnbouwbedrijf aan de schademelder moet worden vergoed. Mijnbouw-bedrijven hebben zich in hun overeenkomst met de Staat verplicht tot hetuitvoeren van de adviezen. Dat is even hoe we die zorgplicht uitvoeren.Dan de lessen die we leren uit hoe dat nou uitpakt in de praktijk. DeCommissie Mijnbouwschade en Ecorys doen aanbevelingen. Ik heb zelfdus dat gesprek gevoerd. Ik wil kijken hoe we die aanpak kunnenverbeteren, hoe we niet alleen op papier kunnen zeggen dat we zeontlasten en hun positie verbeteren, maar er ook voor kunnen zorgen datin de praktijk wordt gevoeld dat dat gebeurt. Dan kun je altijd discussiehouden over de vraag of je het honderd procent eens bent met het adviesen het oordeel dat gegeven wordt, maar in elk geval willen we debedoeling van «menselijker, makkelijker en transparanter» meer totuitdrukking laten komen.Ik zie op twee punten mogelijkheden. Ik zeg daar direct bij: die zie ik alsdemissionair Minister. Dat zou ik dus ook adviseren en overdragen aanmijn opvolger. Ik kan dat nu niet meer doen, maar ik geef in antwoord opuw vragen wel de ruimte die ik zie. Aan de ene kant kunnen we ruimtecreëren voor de Commissie Mijnbouwschade om hogere schadevergoe-dingspercentages te kunnen adviseren. Ten tweede kunnen we deverhouding tussen de onderzoekskosten en de vergoedingen die gegevenworden, verbeteren. De hoge onderzoekskosten komen voort uit dewerkwijze van de Commissie Mijnbouwschade. Dat is wel een werkwijzedie zorgvuldig, betrouwbaar en deskundig is, moet ik zeggen. Maar ik vinddat die in de praktijk ook het vertrouwen en het gevoel van veiligheid bijde schademelders moet vergroten. Op dat vlak zoeken we de verbetering.Daarover zullen we dus ook in gesprek gaan. Dat doe ik in eerste instantiedoor nu verkennende gesprekken te starten met de mijnbouwonderne-mingen, want die hebben zich natuurlijk gecommitteerd aan de afspraken.Ik moet dus ook met hen dat gesprek starten. Natuurlijk voeren we datgesprek ook met bestuurders in de regio en met bewoners.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30923 Voorzitter. Volgens mij was het de heer Jumelet die mij een vraag steldeover terugwerkende kracht. We leren van hoe de regeling nu uitpakt en wekunnen die daardoor ook verbeteren. Als jij de casus was waar we vangeleerd hebben, dan snap ik dat je daar ook wat aan wil hebben. Ik wilbenadrukken dat ook dat onze aandacht heeft. We zullen ook datbetrekken in hoe we omgaan met het verbeteren van de regeling. Datwaren de vragen over de schadeafhandeling in Ekehaar en Hooghalen.Dan was er nog één vraag over schadeafhandeling in Limburg. Daar zijnwe eigenlijk net mee gestart. Eind vorig jaar is het digitale loketopengegaan, begin van dit jaar het fysieke loket. Er liggen ook al watadviezen over hoe we ermee om zouden moeten gaan als de schade meerdan € 10.000 bedraagt. De heer Kops stelde daar een vraag over, namelijkover een keuzemoment. Hij is hier nu niet meer, maar ik zal de vraag tochbeantwoorden. Ik heb dat gezien. Ik heb ook een brief aan de Kamergestuurd waarin ik aangeef dat ik alle adviezen van de CommissieMijnbouwschade – die adviezen gaan over hoe je het verder vorm zoukunnen geven en zou kunnen aanscherpen – wil meenemen in de eersteevaluatie, dus na één jaar. Dan hebben we wat meer ervaring opgedaanmet de regeling, want we zijn echt net begonnen. Maar ik neem dieadviezen uiteraard heel serieus. Voorzitter, dat was het wat betreft deschadeafhandeling.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. De heer Jumelet, dat dacht ik al. Gaat uwgang.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel voor de antwoorden, Minister. Ik ging inderdaad zelf ook in opde situatie in Ekehaar en Hooghalen, zoals een aantal andere collega’s datook hebben gedaan. Ik ben echt wel benieuwd naar de ruimte die wordtgevonden als het gaat om de Commissie Mijnbouwschade. Uiteindelijkzullen niet de regels moeten bepalen hoe mensen recht wordt gedaan,maar de geest van de sfeer van wat we daar met elkaar aantreffen. Demensen moet echt recht worden gedaan; dat is ook de insteek van hetCDA. Dus ik ben blij met die opmerking. Maar dat is wel aan uw opvolger,hoorde ik u zeggen.Dan wil ik het toch nog even hebben over dat gesprek dat heeft plaatsge-vonden in Ekehaar met inwoners. De burgemeester was daar ook bijaanwezig. Ik hoorde de Minister zeggen dat daar natuurlijk ook gesprokenis over de terugwerkende kracht. Maar ik heb iets anders gevraagd; ik hebnamelijk gevraagd om een toezegging. Ik heb vernomen dat er gezegd isdat dat ook echt met terugwerkende kracht gedaan gaat worden, maar datstaat niet in de brief. Ik heb gevraagd om een toezegging om dat ookgestand te doen.Minister Hermans:Volgens mij gaf ik daar antwoord op. Als je een regeling gaat verbeteren,dan geldt die vanaf dat moment. Als oud-geval – ik doe er met die termniet helemaal recht aan, maar de heer Jumelet begrijpt hopelijk wat ikbedoel – val je daar niet vanzelfsprekend onder. Volgens mij zei ik net ookal dat we door deze gesprekken en door de ervaringen van de mensen deregeling kunnen aanpassen en verbeteren. Dat gebeurt uiteraard inoverleg met de mijnbouwonderneming. Ik vind dat we dan ook aandachtmoeten hebben voor wat dat betekent voor de mensen die onder de ouderegeling behandeld zijn en die hun advies of vergoeding al dan niet alhebben gekregen. Daar hebben we dus ook aandacht voor. Ik vind ook datwe hier echt serieus naar moeten kijken. Maar ik kan nu niet zeggen hoedat er precies uitziet. Ik weet namelijk nog niet exact hoe de aanpassingvan de regeling eruitziet en of dan voor alles een terugwerkendekrachtbe-paling geldt. In algemene zin vind ik dat, daar waar we verbeteringen aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30924 de regeling kunnen aanbrengen waarmee we mensen die onder de ouderegeling vielen ook kunnen helpen, we daarnaar moeten kijken.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoorde de Minister zeggen dat er een hoop geleerd kan worden van desituatie in Ekehaar. Ik vroeg de Minister ook naar alles wat ik in Frieslandheb gezien, namelijk mensen die zelf nulmetingen aan het uitvoeren zijnen zelf trillingsmeters aan het installeren zijn. Ik had haar ook gevraagdom een reactie daarop. Die mensen hebben er namelijk niet zo heel veelaan als er nu nog wordt gekeken naar een nieuwe aanpak. Die mensenmaken zich nú zorgen en willen nú garanties dat er ook oog is voor hunzorgen.Minister Hermans:Ik kom nu bij de vragen die gesteld zijn over het sectorakkoord en overgaswinning, en ook over de mogelijke projecten waar mevrouw VanOosterhout naar verwees en de zorgen die daarover bestaan. Ik zal daardan op ingaan. Ik heb het uit elkaar gehaald omdat het iets anders is.Enerzijds gaat het over de ervaringen met de schaderegeling van eenschade door een kleine beving bij Ekehaar en Hooghalen. Anderzijds is devraag wat we kunnen doen, wat voor inzichten en onderzoeken wemogelijk nog moeten doen om een zo goed mogelijk beeld te krijgen vande risico’s als je in de toekomst mogelijk vergunningen zou verlenen inFriesland, in het veenweidegebied in het bijzonder, waar mevrouw VanOosterhout naar verwees. Ik ga nu naar dat blokje gaswinning ensectorakkoord land.De voorzitter:Hartstikke mooi.Minister Hermans:Voorzitter. Ik begin met de vraag van de heer Jumelet en de heer Köseover dat sectorakkoord land. De heer Jumelet zegt: «Er wordt gesprokenover een afbouwpad, maar is het akkoord niet meer bedoeld om af tevlakken? Gaat het niet om het optimaliseren van de Nederlandsegaswinning?» Ik denk dat het goed is om hier een paar dingen over tezeggen. Met dit sectorakkoord willen we de versnelde afbouw dempen.Dat doen we om de redenen die ik in mijn inleiding noemde. We zijn nogeven afhankelijk van gas in de energietransitie. We willen niet alleen maarafhankelijk zijn van import, dus we hebben ook nog productie op eigenbodem nodig, op land, maar vooral ook op zee. Je wilt dus verantwoordafbouwen richting geen gebruik meer in de toekomst, in 2050. Dat is watwe met het akkoord doen. Het is niet zozeer het optimaliseren als wel hetstabiliseren van gaswinning op land die ook een bijdrage levert aan deleveringszekerheid.Dan kom ik bij nog een vraag van de heer Jumelet. Als je verder inzoomtop dat sectorakkoord land, dan zie je dat het voor een groot deel overbatendeling gaat. Daar zijn veel vragen over gesteld. Ik denk dat het goedis dat we nu in dat sectorakkoord land ... Ik moet het anders zeggen: het ishet Sectorakkoord gaswinning in de energietransitie. We hadden alafspraken gemaakt voor de Noordzee. Daar is nu een hoofdstuk metaanvullende afspraken over gaswinning op land aan toegevoegd. Daarinzijn afspraken gemaakt over de batendeling. Ik denk dat het goed is dat wedaar nu afspraken over hebben vastgelegd. We hebben het in verschil-lende debatten in de afgelopen periode gehad over de vraag of je tot eengeneriek model kunt komen. Daar zijn onderzoeken over verschenen enadviezen over gekomen. Een generiek model vastgelegd in de wet is heelingewikkeld. Maar het feit dat we nu in dit akkoord tussen partijen hebbenafgesproken dat er sprake gaat zijn van batendeling bij de nieuweprojecten of daar waar sprake is van uitbreiding, betekent dat er een basisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30925 ligt. Dat is ook een uitwerking van de wens van de regio om mee tekunnen delen.Het is dus vooral een politieke keuze; dat vroeg de heer Jumelet. Als je dieafspraken gaat maken, maak je een weging tussen alle input die op tafelwordt gelegd. Je onderhandelt over de afspraken en je weegt of dit iets iswaar we in elk geval een stap mee zetten. Als je een hogere bijdrage wil,moet de mijnbouwonderneming daar ook ja tegen zeggen, of deRijksoverheid moet inspringen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ikdaar in mijn begroting nu geen ruimte voor heb. Uiteindelijk weeg je aldie belangen mee. Dat gezegd hebbend: we hebben nu gewoon deafspraak gemaakt van die 5%. Die afspraak was er hiervoor niet. Heelsoms moeten we ook een beetje onze zegeningen durven tellen, maar ikrealiseer me dat er altijd wensen voor meer zijn.Een heel aantal van u zei: dit geldt alleen voor nieuwe gaswinningspro-jecten en niet voor bestaande gaswinning; dat voelt oneerlijk. Dat gevoelbegrijp ik. Tegelijkertijd is de stap die we nu zetten naar een generiekeafspraak belangrijk. Punt. Anders ga ik herhalen wat ik net zei. Misschiennog even iets over waarom alleen bij nieuw en niet ook bij bestaand. Ditvraagt natuurlijk wel iets van mijnbouwondernemingen. Bij de nieuwewinningen kunnen zij in hun businesscase en in de weging daarvanrekening houden met de batendeling. Dat kon bij bestaande winningennatuurlijk niet.Dan over de 5% en hoe dat bijvoorbeeld zit in de omgevingstrajectenGrijpskerk en Norg. De heer Jumelet vroeg: hebben de aanvullendeafspraken uit het sectorakkoord daar nog enige invloed op of staan deprocessen volledig los van elkaar? Er is een omgevingstraject gestart inNorg en Grijpskerk over de mogelijke veranderingen in het gebruik van degasopslagen, zoals de heer Jumelet weet. De intentie binnen dat heletraject is om ook daar te spreken met de omgevingstafel Norg over hetlokaal laten meedelen in de baten uit eventuele kussengaswinning, mochthet winningsplan worden goedgekeurd. Ik zeg met nadruk «eventueel»,«als» en «mocht», want dat is nog niet aan de orde. Binnen het sectorak-koord – binnen het hoofdstuk Gaswinning op land, moet ik zeggen – zijner dus afspraken over de batendeling gemaakt, ook over de maatwerkaf-spraken. Die gelden dus ook in dit geval. Die afspraken zullen we danmoeten maken aan de omgevingstafel Norg.De heer Kops vroeg: wat betekenen die maatwerkafspraken dan precies; isdat meer of minder dan 5%? Heel simpel gezegd betekent een maatwerk-afspraak dat je in je afspraken rekening houdt met de omvang van hetvolume van te winnen gas. Als je boven de 2 miljard kuub gas komt, gaathet over hele omvangrijke bedragen. Ik snap op zich dat je daar in eenmaatwerktraject naar wilt kijken, maar alle verwachte nieuwe winningen– het hele Norg-vraagstuk en het gesprek dat daarover volgt daarbuitengelaten – zitten onder de 2 miljard kuub. Daarvoor geldt gewoon die 5%,zoals afgesproken.De heer Kops vroeg ook of ik kan garanderen dat, als bedrijven afdragenvia die batendeling, die afdracht geen afkoop is voor toekomstigeschades. Even klip-en-klaar: batendeling is geen afkoop. Batendeling iseen afspraak die gemaakt wordt voor de overlast of de last die deomgeving ervaart. Als er onverhoopt toch schade optreedt door eenactiviteit die in de ondergrond plaatsvindt, dan geldt daar gewoon dereguliere schadesystematiek voor.Dan de vraag van de heer Jumelet en mevrouw Van Oosterhout: met ditakkoord is nog niet duidelijk geworden waar wel en niet gas gewonnengaat worden. Zij gingen beiden uitgebreid in op de situatie in Friesland enin het bijzonder op de veenweidegebieden. De kaders voor waar we welen niet gas gaan winnen of voor waar wel en niet activiteiten in deondergrond gaan plaatsvinden, komen straks in het programmaDuurzaam Gebruik Diepe Ondergrond. Daarin moet de samenloop vanverschillende activiteiten een plek gaan krijgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30926 Dan even in het algemeen. Ik zei het in mijn inleiding ook en ik herhaal hetheel graag: gaswinning zal alleen plaatsvinden als het veilig en verant-woord kan. Daarbij baseren we ons op de adviezen van adviseurs, TNO,SodM en de Mijnraad, en natuurlijk ook op de adviezen die we krijgenvanuit de regio. Dat geldt ook voor kwetsbare gebieden zoals de veenwei-degebieden. Bij het akkoord zit ook een analyse van EBN die laat zienwaar winning plaats zou kunnen vinden. Daar vallen ook veenweidege-bieden onder.De heer Jumelet vroeg: moet je niet op grond van het voorzorgsprincipeeigenlijk die veenweidegebieden op voorhand uitsluiten? Het op voorhanduitsluiten van één activiteit, namelijk gaswinning, zonder daarbij andereactiviteiten in dat gebied in ogenschouw te nemen, zou ik disproporti-oneel vinden. Dat neemt niet weg dat je wel goed oog moet hebben voorwat nou die effecten zijn. Daarvoor hebben we onderzoek gedaan. Datgeeft op dit moment geen aanleiding tot het stoppen met gaswinning,maar de resultaten pleiten wel voor vervolgonderzoek. Ik hebafgesproken, ook aan de Friese Mijnbouwtafel een paar maandengeleden, dat we in overleg met de Friese overheden dat vervolgonderzoekzullen doen. In 2026, wat het inmiddels is, starten we met een meerjarigonderzoek.Mevrouw Van Oosterhout vroeg mij naar de Koloniën van Weldadigheid,of we daar een Heritage Impact Assessment doen. Het korte antwoorddaarop is: ja, dat doen we.De heer Köse vroeg mij naar het betrokkenheidsplan, hoe we ervoorzorgen dat er geborgd wordt dat dat een kwalitatief goed plan is waar deregio zich ook in kan vinden. We hebben dus nu afgesproken in datsectorakkoord dat dat betrokkenheidsplan er moet komen, dat demijnbouwondernemingen drie maanden voordat zij met een aanvraagkomen de regio gaan informeren en gaan werken aan zo’n plan. Wat daarprecies in moet en aan welke eisen of voorwaarden zo’n plan moetvoldoen, gaan we nu verder uitwerken. Als daar aanleiding toe is, zoubijvoorbeeld de herziening van de Mijnbouwwet ook weer een plekkunnen zijn waar je die voorwaarden dan vastlegt. Dit ook nog even inreactie op de vraag van de heer Köse hoe al die trajecten zich nou totelkaar verhouden.Mevrouw Teunissen vroeg nog ecologische aspecten, waarom die er nietin zitten. Nou, in het Noordzeedeel van het akkoord, in het deel overgaswinning in de Noordzee, zitten ook afspraken over ecologie. Dit deel,dit hoofdstuk gaat natuurlijk over land. Daar spelen die ecologischeaspecten voor de Noordzee natuurlijk niet. Voor alle gaswinningsprojectengeldt wel dat er alleen een vergunning wordt verleend als het veiliggebeurt voor mens, natuur en milieu. Op die voorwaarden wordt devergunningsaanvraag altijd getoetst.Dan vroegen mevrouw Teunissen en mevrouw Van Oosterhout mij nog totwanneer we nog gas winnen in Nederland. We zijn aan het afbouwen. Webouwen natuurlijk af richting 2050. We werken, zoals al in mijn inleidingzei, met man en macht aan die transitie naar een schone en duurzameeconomie. Daar werken we aan en dat blijven we de komende decenniadoen, maar we hebben, zoals gezegd in mijn inleiding, nog even aardgasnodig voor een deel van onze energievoorziening. Tegelijkertijd werkenwe aan opschalen van die duurzame energie, zoals wind op zee. Wehebben het over geothermie, warmtewinning, gehad. Kernenergie kwamook even voorbij. Ook daar moeten we verder aan werken, omdat we aldie vormen van energie nodig hebben in onze energiemix. Dus ookgaswinning uit de kleine velden, op land en op zee. Daar is het beleid vandit kabinet op gericht. Daar ziet ook dat akkoord op. In september van ditjaar zal het nieuwe of het geactualiseerde Nationaal Plan Energiesysteemnaar de Kamer worden gestuurd en daarin zal naar de huidige stand vanzaken, naar de laatste inzichten een beeld geschetst worden van hoe dietransitie er nu uitziet. Dat zeg ik nog even expliciet in de richting vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30927 mevrouw Teunissen en mevrouw Van Oosterhout, die mij daarnaarvroegen.Voorzitter, tot slot in dit blokje. Mevrouw Van Oosterhout vroeg hoe hetopenen van nieuwe gasvelden past binnen de uitspraak die we gisterenhebben gehoord in de Greenpeacezaak en de scope 3-verplichting. Hoegaan we daar nou mee om? Gisteren hebben we die uitspraak gehoord– dat was een stevige uitspraak – in de procedure van Greenpeace tegende Staat over klimaatverandering op Bonaire. Het is een uitspraak metgevolgen voor de inwoners van Caribisch Nederland en EuropeesNederland en voor de inwoners van Bonaire in het bijzonder. We hebbenook de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mensgehad in een zaak tussen Noorwegen en Greenpeace in het kader vangaswinning. Die beide uitspraken bestuderen we op dit momentzorgvuldig. Ik vind dat die uitspraken dat ook verdienen. Die in de zaakvan Noorwegen verdient dat, maar die van gisteren zeker ook. Dat vonnisis 90 pagina’s en moeten we dus echt even goed en grondig tot onsnemen. Over de doorwerking van de uitspraak in de Noorwegencasus hebik al toegezegd om in het eerste kwartaal met een analyse te komen vanwat dat nou betekent voor die scope 3-emissies. Die toezegging herhaalik. Samen met de collega’s van IenW en BZK zal ik snel met een eersteinhoudelijke reactie komen op de uitspraak van gisteren van de rechtbank.Precies handen en voeten geven aan die uitspraak zal aan een volgendkabinet zijn, maar van dit kabinet komt dus nog een eerste reactie.Voorzitter. Tot slot de vraag van de heer Kops, die er niet meer is, over devulgraad van de opslagen. Die is op dit moment 27,9%. Het is nu winter;het is koud. Dan is het logisch dat er gas wordt onttrokken uit deopslagen. Drie weken geleden zei ik dit ook al in het debat. Die gasop-slagen zijn er ook voor bedoeld om te gebruiken als het kouder is en erwat meer vraag is naar gas. Dat zien we ook terug in onze voorraden. Dieworden fors gebruikt. Ik hou dat ongelofelijk scherp in de gaten, a met hetoog op het weer en b met het oog op wat er geopolitiek gebeurt. Deafgelopen periode, eigenlijk ook de afgelopen jaren, hebben we gezienhoe energie, en zeker ook gas, ingezet wordt in geopolitieke discussies eninstabiliteit.Naast die opslagen gebruiken we natuurlijk ook gewoon de import; wat erwekelijks binnenkomt in Nederland. Voor ons gasgebruik zijn we op ditmoment dus niet alleen afhankelijk van de opslagen. Die import gaatgewoon door, maar ook dat blijf ik in de gaten houden. Ik snap dat je als jedat cijfertje terug ziet lopen wel denkt: zijn ze scherp en houden ze dat inde gaten? Het antwoord daarop is absoluut: ja. Ik blijf dat doen en bereidme ook voor. Het vorige debat ging hierover. Hierna zal ik eroverophouden, want dat was het vorige debat. We hebben niet voor niks eenaantal maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat we ook naar detoekomst toe die gasopslagen goed blijven vullen. Een van die maatre-gelen is de uitbreiding van de vultaak van EBN.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Teunissen, gaat uw gang.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik vroeg me even af of nu ook de vragen over Groningen zijn beantwoordof dat dat nog komt.Minister Hermans:Mevrouw Teunissen moet me even helpen met welke vragen overGroningen ze bedoelt. Dan kijk ik intussen even of dat in mijn laatstemapje staat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30928 Mevrouw Teunissen (PvdD):Er zijn bijvoorbeeld vragen gesteld over de participatie van de provincieGroningen bij dit sectorakkoord.Minister Hermans:We hebben bij de totstandkoming van het sectorakkoord ook gesprokenmet medeoverheden. Daar zijn opmerkingen gemaakt, onder andere doorde provincie Groningen, over waar wat wel en niet. Daarom gaf ik net aandat dat een plek krijgt in het programma Duurzaam Gebruik DiepeOndergrond. Het is dus niet zo dat een in een overleg gemaakteopmerking die niet in het sectorakkoord staat, vergeten is of dat er niksmee wordt gedaan. Die opmerking kan een plek krijgen in dan wel datprogramma, dan wel de herziening van de Mijnbouwwet, want bij diebeide trajecten vindt intensieve afstemming plaats. Dat geldt dus ook voordit onderwerp.Mevrouw Teunissen (PvdD):Oké, dan wil ik graag beginnen met een vraag over de kaders waarbinnende Minister nu opereert. We hebben uiteraard het klimaatdoel voor 2030,waarvoor het kabinet 55% reductie moet realiseren ten opzichte van 1990.Ik zie in het sectorakkoord alleen maar staan dat partijen onderschrijvendat de gaswinning op termijn eindigt. Mijn eerste vraag aan de Minister is:waarom toetst zij aan het begin niet sowieso of dit akkoord binnen dekaders van die 55% reductie in 2030 valt? Of is dat gedaan?Minister Hermans:Wij hebben hier een akkoord gesloten met de mijnbouwondernemingenom te kijken hoe we er nou voor kunnen zorgen, in de wetenschap dat wegas nog nodig hebben in de transitie ... Ik weet dat mevrouw Teunissen enik hierover van mening verschillen, maar deze mening ben ik toegedaan;we hebben gas nog even nodig. We hebben potentie in eigen land. Ikgebruik liever die potentie in eigen land, natuurlijk op een veilige enverantwoorde manier, omdat dat ons minder afhankelijk maakt en omdatdat duurzamer is dan het hiernaartoe importeren. Dus dat is mijnvertrekpunt geweest bij het in gesprek gaan met de sector. We willenafbouwen en we gaan ook afbouwen richting 2050, zoals ik net richting deheer Jumelet zei, maar je moet dat op een verantwoorde manier doen.Dat is het kader waarbinnen we die afspraken hebben gemaakt. Ik kiesvoor die verantwoorde afbouw omdat we ook andere afspraken hebben,namelijk over het verduurzamen van onze energievoorziening en hetafbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen.De voorzitter:Dat leidt tot een vervolgvraag, mevrouw Teunissen?Mevrouw Teunissen (PvdD):Zeker, voorzitter. De Minister zegt dat er sprake is van verantwoord beleid.Ik vind het ontzettend onverantwoord om überhaupt te beweren dat wegas nog even nodig hebben zonder dat er scenario’s liggen waarin gasook wordt uitgesloten. Ik vind het totaal onverantwoord dat er geeneinddata in dit stuk staan om die klimaatdoelen daadwerkelijk te halen. Erwordt op geen enkele manier een harde eis gesteld, zo van: dan moet hetklaar zijn met de gaswinning, zodat we klimaatdoelen nog halen. Daarbijis het sterk de vraag of het klopt dat een extra beetje gas geen gevolgenheeft voor het behalen van de klimaatdoelen. In principe kunnen we onsdat niet meer veroorloven. Op dit moment is er al minder dan 5% kans datwe de klimaatdoelen überhaupt halen met dit beleid en dan komt denieuwe gaswinning ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30929 De voorzitter:Wat is uw vraag?Mevrouw Teunissen (PvdD):... er nog bovenop. Mijn vraag is of de Minister met dit onverantwoordedocument niet kan teruggaan naar de tekentafel en hierin alsnog hardedoelstellingen kan zetten voor de afbouw van gas, wat hard nodig is.Minister Hermans:We zitten in een complexe overgangsfase. De transitie van een energie-systeem van een samenleving die eigenlijk volledig draaide op fossielebrandstoffen, naar een volledig verduurzaamde samenleving en eenvolledig verduurzaamd energiesysteem vraagt heel veel. Het vraagtomvangrijke investeringen, waar ook de overheid een rol in heeft. Hetvraagt heel veel van het bedrijfsleven, dat productieprocessen moetomschakelen. Mensen thuis moeten hun huis isoleren et cetera. We zijndaar ook hard mee bezig met z’n allen. Tegelijkertijd doen we dat in eenwereld die politiek instabiel is. We zien ook hoe energie wordt ingezet alseen machtsfactor, als een middel om mee te chanteren. We doen dat ineen wereld waarin de economie, zeker ook de windsector, het zwaar enmoeilijk heeft. De uitrol van windenergie gaat dan ook minder snel dan wemisschien gedacht of gewild zouden hebben. Zo’n verhaal kan ik ookhouden over de ontwikkeling van de waterstofmarkt. De drukte op hetstroomnet maakt dat elektrificatie – heel veel bedrijven zijn daar klaar vooren willen daar ook in investeren – vertraging oploopt, omdat er niet directruimte op het net is. Dat vraagt een heel intensieve aanpak van datprobleem van netcongestie: versnellen van de bouw en ervoor zorgen datwe de ruimte die we hebben flexibeler en beter benutten.Kortom, deze hele energietransitie waarin we weg bewegen van hetgebruik van fossiele brandstoffen en dat gebruik afbouwen, vraagt omeen aanpak op heel veel sporen tegelijkertijd. Ik ben niet van de school – ikgeloof er ook niet in – dat je nu moet zeggen «we stoppen metgaswinning per nu, morgen of overmorgen». Nee, we hebben dekomende decennia nog even gas nodig. Er zit een afbouwpad in en daarmaken we ook afspraken over, maar wel op een manier die ons landeconomisch stabiel en weerbaar houdt, ook in het opzicht van veiligheid.Mevrouw Teunissen (PvdD):De Minister heeft gelijk als ze zegt dat het een complexe transitie is. Maarvervolgens maakt ze het nog complexer door de fossiele industrieertussen te blijven wurmen en daarmee te beginnen in plaats vanscenario’s te presenteren waarin we daadwerkelijk zorgen voor afbouwvan het gebruik van fossiele energie. Die mis ik. Jarenlang heb ik daarnamens de Partij voor de Dieren om gevraagd en ook andere partijenhebben daarom gevraagd. Keer op keer heeft de Minister deze vraaggewoonweg naast zich neergelegd. Vervolgens komt ze hier met eenfossiele deal aan die ze presenteert als afbouwpad. Mijn vraag is of deMinister alsnog bereid om dit document op te schorten en eerst met eenbrede analyse te komen van scenario’s die daadwerkelijk leiden tot eenafbouwpad.Minister Hermans:We werken aan verantwoorde afbouw, dus het antwoord is nee. Ik hebafspraken gemaakt met de sector. Ik vind dat een betrouwbare overheidbetekent – daar hebben we het ook vaker over gehad – dat je eenhandtekening zet en dan ook staat voor je handtekening. Wat betreftverantwoord afbouwen: de hele sector weet dat fossiele winning eindig is,maar nogmaals, dat gaat niet van vandaag op morgen. Het is niet zo dater niks gebeurt ten aanzien van de afbouw. Los van dit sectorakkoordhebben we al eerder afgesproken dat we geen nieuwe opsporingsvergun-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30930 ningen meer uitgeven. Dat is ook onderdeel van stoppen, afbouwen enweg bewegen bij fossiele brandstoffen. We zijn ook bezig met ervoorzorgen dat we duurzame energie opschalen. Wind op zee is daar eenbelangrijk voorbeeld van. Ik heb net een subsidietender daarvooruitgeschreven. Daar had de heer Van den Berg weer kritische opmer-kingen over. Zo zijn er van alle kanten overal kritische kanttekeningen bijte plaatsen. Dat is hartstikke goed, heel terecht en het moet ook gebeuren.Het is aan mij, althans, het is mijn verantwoordelijkheid om daarover metu in debat te gaan, maar ook te zorgen dat we op al die terreinen stappenblijven zetten en daarbij oog houden voor potentiële effecten op onzesamenleving en economie.Mevrouw Teunissen (PvdD):De Minister spreekt over een betrouwbare overheid. We hebben recenthet rapport gezien van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer ende Nationale ombudsman, die zeggen dat het vertrouwen in de overheidwordt ondermijnd doordat het kabinet doelen stelt en die vervolgens nietwaarmaakt. Daar zit mijn zorg nu juist. We hebben hier een document dattotaal niet is getoetst aan de klimaatdoelen en waarin alleen staat dat degaswinning op termijn eindigt, wat dus ook nog duizend jaar kandoorgaan. Op deze manier ondermijnt de Minister het vertrouwen in deoverheid.Voorzitter. Ik heb nog één vraag over Groningen. De Minister zegt: deconsultatiereactie van de provincie is niet meegenomen, want die gaanwe later allemaal nog verwerken. Maar waarom hebben we danüberhaupt een consultatiereactie op dit sectorplan? Dan had de provincieGroningen net zo goed niks kunnen indienen. Hoe gaat de Minister noufatsoenlijk om met consultatiereacties op dit akkoord?Minister Hermans:Ik vind consultatie, participatie, afstemming en overleg met de medeover-heden op alle beleidsterreinen, maar zeker op alles wat we doen in dediepe ondergrond, van het allergrootste belang. Dat is ook een redenwaarom de herziening van de Mijnbouwwet langer duurt. Daar baal ikvan, omdat ik die herziening het liefst zo snel mogelijk indien. Tegelij-kertijd kan ik het ook goed verklaren, omdat ik die afstemming goed wildoen. Dat geldt voor het programma Duurzaam Gebruik Diepe Onder-grond. Dat geldt ook voor het Sectorakkoord gaswinning. Daar heeft dusoverleg over plaatsgevonden, maar er zijn ook punten ingebracht en optafel gelegd die geen plek hebben of hebben gekregen in het sectorak-koord, omdat ze meer passen in het traject herziening Mijnbouwwet of inhet programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond. Dan heb je nogpunten waarover je misschien van mening verschilt en die ik niet honderdprocent heb overgenomen. Dat is altijd onderdeel van een consultatie,maar dat betekent niet dat het niet serieus wordt genomen of dat het nietplaatsvindt. Nogmaals, ik vind het van het grootste belang. Ik ben bij deFriese Mijnbouwtafel geweest en bij de oprichting van de DrentseMijnbouwtafel, toen nog onder de bezielende leiding van huidig Kamerlidde heer Jumelet. Dit zijn ongelofelijk belangrijke gesprekken voor mij enmijn collega’s op het ministerie, omdat wij met z’n allen proberen omdeze transitie op een zo goed mogelijke manier vorm te geven.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, mevrouw Teunissen. Ik zie dat u ergraag nog heel veel had willen plaatsen, maar wellicht kan dat in detweede termijn. Ik kijk nog even rond. Meneer Jumelet, gaat uw gang.De heer Jumelet (CDA):Ik wil het dan vervolgens weer over geld hebben. Dat klinkt een beetjealsof geld alles goedmaakt of dat geld gelukkig maakt; een beetje wel, zouTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30931 ik zeggen. Maar die 5% puzzelt me nog wel een beetje, want het is eenpolitieke keuze. Ik heb de Minister horen zeggen dat er een stap is gezet.Dat waarderen we ook zeer, maar ik wilde nog wel een vraag stellen overde argumentatie. U zegt bijvoorbeeld in gesprek te gaan met demijnbouwondernemingen en dat de overheid het niet op de begrotingheeft staan. Maar toekomstige winningen staan ook niet op de begroting.Mijn vraag zou zijn: is 5% het meest haalbare of is daar op enig momentnog over te spreken? Het gaat namelijk uiteindelijk om draagvlak. Daarbijmoet het ook nog netto zijn. Het moet winstgevend zijn voor het bedrijf.Dan kun je meemaken dat het heel lang gaat duren voordat een omgevingdie lusten ook gaat merken. Ik zou daar dus nog graag een antwoord opwillen. Hoe gaat u daarmee om? Hoe wordt dat bezien, ook in het licht vandit akkoord?Minister Hermans:Ik hoop dat ik de vraag van de heer Jumelet goed begrijp. Waarom zei ikdat het een politieke keuze of een weging is? Uiteindelijk maken allepartijen die onderhandelen over zo’n akkoord de weging om hunhandtekening te zetten of niet. Wij hebben de weging gemaakt om onzehandtekening te zetten, ook onder de afspraak van de 5%, omdat hetbelangrijk is om nu die stap te zetten. Dan is er in elk geval de duide-lijkheid en de zekerheid dat voor dit type projecten – dat geldt voorprojecten met een maximumvolume van 2 miljard kuub – deze afspraakgeldt. Waarom niet meer? Stel, we maken van 5% bijvoorbeeld 6% of 7%,of wat voor percentage dan ook, dan vergt dat instemming van demijnbouwondernemingen. Die zullen de weging ook maken in termenvan: wat betekent dat voor mijn businesscase? Je kan ook zeggen dat datplusje op de 5% door de Rijksoverheid betaald zou moeten worden. Datkan een weging zijn die een volgend kabinet maakt, zeg ik direct. De redendat ik dat niet heb gedaan, is heel praktisch. Ik heb nu geen ruimte op debegroting van KGG om daar iets aanvullend aan te doen. Ik heb wel deweging gemaakt dat ik graag dit akkoord wil sluiten waar ten minste dit inafgesproken is, want dan zetten we die stap. Dit is iets waar we al heellang over praten, waar ongelooflijk veel onderzoeken naar gedaan zijn,wat we even dachten kwijt te raken omdat er uit het onderzoek kwam dater geen generiek model vast te leggen is in de wet. Nu is het via ditakkoord toch gelukt om deze afspraak te maken. Daarom ben ik blij metdeze stap. Alles wat we gaandeweg kunnen verbeteren, moeten we altijddoen. Dat zal dan ook altijd in overleg moeten met de partijen met wie jeeen akkoord hebt gesloten.De voorzitter:Ik kijk eerst even naar de heer Jumelet. Hij gaat zijn interrupties bewaren.Dat is heel slim. Dan mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik wilde nog even doorvragen op de batendeling. De Minister stelt dat desamenwerking met lokale overheden wordt gewaardeerd en aange-moedigd, maar toch zit er nu in het sectorakkoord wel iets tegenstrijdigs,iets wat dat ontmoedigt. Bij rechtszaken of bezwaarprocedures maakt deregio geen aanspraak op de baten, ook niet met terugwerkende kracht.Hoe past deze maatregel in de visie van de Minister dat het heel ergbelangrijk is om de lokale overheden mee te nemen?Minister Hermans:Ik wil even de suggestie wegnemen dat je geen bezwaar zou kunnenmaken of dat we dat proberen de pas af te snijden. Dat is absoluut nietaan de orde. Er is wel afgesproken dat de batendeling gaat gelden op hetmoment dat de vergunning onherroepelijk is. Natuurlijk mag je bezwaarmaken. Dat zal ik nooit en te nimmer de pas afsnijden of onmogelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30932 maken. Dat past niet in een rechtsstaat. De overheid, medeoverheid,iedereen moet altijd die route openhouden. Het kan inderdaad potentieeleen consequentie hebben, namelijk dat de batendeling nog even op zichlaat wachten totdat de vergunning onherroepelijk is. Maar dat staat dusniet in de weg van het bezwaar kunnen maken of in beroep kunnen gaan.De heer Köse (D66):Ik heb een aantal vragen, maar dit triggert me dan wel. Mevrouw VanOosterhout trekt volgens mij niet in twijfel dat de regio bezwaar kanmaken, maar het wordt nu wel een stuk moeilijker, omdat de rechtspositievan de regio totaal verzwakt is. Ze moeten nu de keuze gaan maken omvoor batendeling te gaan en te accepteren dat er gaswinning is, ofbezwaar te maken en het risico te nemen dat het proces misschien weltwee jaar kan duren en ondertussen de batendeling missen. Hoereflecteert de Minister daarop?Minister Hermans:Misschien begrijpen de heer Köse en ik elkaar niet goed. Als ik goed naarzijn woorden luister, dan lijkt hij te suggereren dat als je als provincie ofmedeoverheid ervoor kiest om beroep of bezwaar aan te tekenen, je geenrecht meer hebt op batendeling. Dat is niet zo. Je kunt beroep of bezwaaraantekenen. De batendeling gaat lopen vanaf het moment dat devergunning onherroepelijk is.De heer Köse (D66):Dan moeten we elkaar inderdaad even goed begrijpen. Dat is namelijkprecies het punt dat ik maak. Tijdens dat beroep – dat heeft de Ministernet ook erkend – zal er dus geen sprake zijn van batendeling. Dat kan eenproces zijn van misschien wel een of twee jaar. Dan loopt de regio bestwat inkomsten mis omdat ze gebruikmaken van een rechtsstatelijk rechtdat ze hebben. Dat lijkt me heel krom. Deelt de Minister dat?Minister Hermans:Ik snap dat iedereen vooraf zo veel mogelijk zekerheid wil. We hebben nudeze afspraken over batendeling gemaakt en dan wil je die gewoonkrijgen. Tegelijkertijd snap ik ook dat er onzekerheid boven de markt hangtals dat proces loopt. Ik ga zo meteen in op alle vragen die gesteld zijn overzoutwinning en de procedures die er lopen. Met het akkoord en in hetoverleg met de mijnbouwondernemingen zijn we dus zo veel mogelijk aanalle belangen en alle wensen tegemoetgekomen en tot een evenwichtigeafspraak gekomen. Dat is de afspraak die nu in het akkoord staat waar iknamens de Rijksoverheid mijn handtekening onder heb gezet. Ik wil bestin tweede termijn wat achtergrond bij die overwegingen geven. Begrijp ikde vraag van de heer Köse dan goed? Dat wil ik dan wel even heel preciesdoen, want dit komt heel nauw. Maar in generieke zin geldt dat als je ditsoort afspraken gaat maken, je alle argumenten en belangen weegt diedoor de verschillende partijen op tafel worden gelegd. Daar is dezeafspraak uit voortgekomen.De heer Köse (D66):De Minister had het een tijdje terug het ook over de wens van de regio ende input daarvan. Ik denk dat het goed is om duidelijk te maken dat zedaar in eerste instantie of eigenlijk voornamelijk tegen gaswinning zijn.Mocht het allemaal plaatsvinden, dan willen ze graag dat dat met eengoede batendeling is. Dan kunnen we er nog over praten of die 5%voldoende is; de regio wil meer, maar dat laat ik daar. Met inachtnemingdaarvan vind ik zo’n regeling, die wat mij betreft de rechtspositieverzwakt, jammer, maar ik hoor graag de toelichting van de Minister intweede termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30933 Dan zal ik het beperken tot één andere vraag. We hadden het een tijdjeterug namelijk over de vraag waarom het alleen geldt voor nieuwegaswinning of uitbreiding van bestaande gaswinning. Ik stelde ook in mijnbetoog dat de grootste lasten nu bij de Groningers liggen. Daar hebbenwe het Groningenveld gehad en daar hebben we nog steeds de kleinevelden. Het grootste deel van de schadeproblematiek zit in die regio.De voorzitter:Wat is uw vraag? Kunt u overgaan tot uw vraag?De heer Köse (D66):Daarmee kom ik op mijn vraag. Hoe kijkt de Minister naar dezeGroningers, die dus het grootste deel of bijna alle batendeling zullenmissen omdat wij ons concentreren op nieuwe winning of uitbreiding?Hoe kijkt de Minister daarnaar? Doet dat recht aan de ereschuld?De voorzitter:Helder.Minister Hermans:We moeten er even voor oppassen dat we nu alles aan elkaar gaanverbinden. Ik vind het van het allergrootste belang dat we de afsprakennakomen die we hebben gemaakt met Groningen naar aanleiding van deparlementaire enquête, ook wat betreft het geld dat daarvoor naarGroningen gaat voor herstel. Daarover bestaat dus geen twijfel. Wat wehier hebben gedaan, was mede naar aanleiding van terechte vragen uit deKamer. We hebben gezien dat in sommige omgevingen activiteiten in dediepe ondergrond plaatsvinden. Je wil niet alleen de lasten dragen, maarook een beetje meedragen in de lusten. Schoonebeek is daar natuurlijkeen mooi eerste voorbeeld van. Vanuit dat vertrekpunt zijn we gaanwerken en hebben we afspraken gemaakt in dat sectorakkoord. Die ziendus op nieuwe winningen of de uitbreiding van bestaande winningen. Ikbegrijp dat dat niet fijn of oneerlijk voelt bij al lopende projecten, maar ikkan ook niet zomaar ingrijpen bij al verleende vergunningen waar niet ditsoort afspraken aan ten grondslag lagen; dat is ook niet helemaal netjes.Ik moet dat natuurlijk aan alle kanten netjes doen. Ik herhaal nog een keerdat dat onverlet laat dat we de afspraken met Groningen naar aanleidingvan de enquêtecommissie, Nij Begun, natuurlijk na moeten komen.De voorzitter:Dan zijn we volgens mij toe aan het volgende blokje.Minister Hermans:Ja, voorzitter. Dan kom ik bij de vragen over de zoutwinning en in hetverlengde daarvan bij een vraag over waterstof van de heer Jumelet.De vragen over zoutwinning kwamen vooral van de heer De Groot, van u,voorzitter. Die gingen over de situatie dat er door de provincie Groningenberoep is aangetekend tegen twee vergunningen. Hij stelde vragen overde adviezen en hoe ik die nu weeg. Ook hier geldt dat ik die vergunningenheb verleend omdat ik op basis van adviezen van adviseurs vind dat hetveilig kan plaatsvinden. Staatstoezicht op de Mijnen, TNO en de Mijnraadhebben daar allemaal hun advies over gegeven. Zij bieden voor mij alsbevoegd gezag voldoende zekerheid om dat besluit te kunnen nemenvoor de korte termijn en de middellange termijn. Zij zeggen namelijk ookdat je zoutwinning de komende tien jaar veilig kan laten plaatsvinden. Devragen gaan erover hoe Nobian, het bedrijf dat de zoutwinning doet, diecavernes nou op termijn gaat afsluiten. In dat kader worden vaak determen «hard afsluiten» en «zacht afsluiten» gebruikt. SodM heeftdaarover in zijn advies nadrukkelijk een advies gegeven aan mij, dus aanhet bevoegd gezag, en ik heb dat advies overgenomen. Dat hebben weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30934 vertaald in de vergunningsvoorschriften. We hebben Nobian via dievoorschriften verplicht om de komende vijf jaar aanvullend onderzoek tedoen naar die afsluitmethode en daarvoor een plan in te dienen bij hetministerie. Dat is geen onderzoek dat op zichzelf staat of dat alleen vanuithet bedrijf wordt gedaan. Het wordt uitgevoerd met betrokkenheid vanSodM, TNO en de decentrale overheden, zodat zowel het toezicht als dekennisontwikkeling als de bestuurlijke verantwoordelijkheid daarin eenplek krijgen. We hebben het SodM-advies dus gevolgd en het ook echtverankerd in de besluiten. We hadden ook zienswijzen van de provincie envan de gemeente Veendam, waar de zoutwinningsvergunning onder valt,en die zijn ook meegenomen in het besluit. In lijn met hun wens, explicietgeformuleerd in die zienswijzen, is na intensief overleg de gezamenlijkeintentieverklaring omgevingsproces en toekomstvisie voor Zuidwendingondertekend. Ook andere gemeenten en het waterschap zijn daarbijbetrokken.Ondanks het opnemen van die voorschriften en ondanks het proces omtot die intentieverklaring te komen, heeft de provincie in december vorigjaar beroep ingesteld tegen het instemmingsbesluit voor zoutwinning inZuidwending. In januari, dus kortgeleden, is tegen het instemmingsbesluitHeiligerlee ook beroep ingesteld. Ik vind het wel belangrijk om tebenadrukken dat het iedereen en elke provincie, dus in dit geval ook deprovincie Groningen, vrijstaat om beroep in te stellen. Dat was in deintentieverklaring die we tekenden ook duidelijk uit elkaar getrokken.De vraag is wel, en daar vroeg de heer De Groot ook naar, wat hiervannou potentieel de consequenties zijn. Het punt is dat er zolang dieprocedure loopt natuurlijk onzekerheid is over de continuïteit van dezoutwinning. Dat heeft een effect op het bedrijf, in dit geval het bedrijfNobian. Het kan dus ook een effect hebben op de maatwerkafspraak diewe gesloten hebben, want daarin heeft Nobian een investeringsschemaopgesteld voor hoe het investeert in verduurzaming, er daarbij natuurlijkvan uitgaande dat het zijn bedrijfsproces, het primaire proces, konvoortzetten. Vanwege de risico’s die er nu zijn, ziet Nobian op dit momentgeen kans om die grote investeringen te doen. Wij zijn nu met hen ingesprek over wat dat betekent en hoe we de projecten en de beoogdedoelen kunnen realiseren die wij in die maatwerkafspraak samen hebbenafgesproken. Ik betreur deze consequentie natuurlijk. Het gaat ombelangrijke investeringen voor de verduurzaming, voor het klimaat, voorde regionale economie en voor de chemische sector in brede zin. Ik geloofdat het ook de heer De Groot was die opmerkte dat zout een belangrijkegrondstof is, waarvan het belangrijk is dat we die dicht bij huis kunnenwinnen.In termen van consequenties kijken we nog wat dit betekent voor hetverder werken aan die toekomstvisie voor Zuidwending, waarover weafspraken hebben gemaakt in de intentieverklaring. Ook daarin warennamelijk afspraken gemaakt over een mogelijk gebiedsfonds, waaraanNobian ook een bijdrage zou leveren in het kader van de batendeling.Maar nu er onzekerheid is over de continuering van die zoutwinning, staatook die afspraak onder druk. Over de exacte gevolgen zijn we nu ingesprek.Daarnaast – ik ga richting een vraag van de heer Jumelet – geldt dat erzonder zoutwinning ook geen opslagcavernes voor waterstof wordengemaakt. Die opslag van waterstof is weer belangrijk voor de energietran-sitie. Het is dus belangrijk dat we uitvoering kunnen blijven geven aan deNationale Agenda Ondergrondse Waterstofopslag. Daarin zit eenontwikkelstrategie. Daarbij gaat het over bandbreedtes, over het aantalcavernes dat nodig is. Nog niet voor alle acties in die agenda is finan-ciering geregeld. Dat vroeg de heer Jumelet mij expliciet. Daar wordt aangewerkt. Vanuit het Klimaatfonds zijn er eerder wel middelen toegekend,maar er loopt ook nog een aanvraag voor aanvullende financiering. VoorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30935 het eerste project, voor HyStock, loopt ook de eerste vergunningaanvraag;die is ontvangen. Dat was het blokje over zoutwinning en de waterstof-opslag.De voorzitter:Ik kijk even of daar vragen over zijn. Ik heb zelf wel een vraag. Het isnatuurlijk een beetje een ingewikkelde klus om als voorzitter vragen testellen. Ik ga het één keer zo proberen; als u vindt dat dat niet werkt, zal ikelke keer even het voorzitterschap overdragen. Namens de VVD heb ik devolgende vraag. Ik zie en ik begrijp wat de situatie is. Ik denk dat deMinister die goed uiteen heeft gezet, maar ik vind haar nog wel wat malsover het feit dat dit met betrokkenheid van alle partners tot stand isgekomen; dat geldt ook voor het aanvullende onderzoek. Als overhedentegen elkaar procederen is het net alsof je broertje of zusje tegen je gaatprocederen. Zou de Minister daar nog iets dieper op willen ingaan? Hetheeft namelijk nogal grote consequenties, hoor ik, in het hele proces vanzowel de maatwerkafspraak als de waterstofcavernes. Zou de Ministerdaar nog wat dieper op willen ingaan? Dat zeg ik via u, voorzitter.Minister Hermans:Voorzitter. Dan zeg ik het volgende tegen de heer De Groot. Je wiltnatuurlijk überhaupt niet dat alles via rechtszaken of bezwaar en beroepmoet worden uitgediscussieerd of uitgevochten, om het wat lelijker tezeggen. Dat geldt in dit dossier, maar dat geldt voor veel meer onder-werpen die ik nog kan noemen. Je wilt het liefst dat je er in goed overleguit komt. Maar goed, deze gang naar de rechter staat altijd voor iedereenopen.Ik vind zelf dat wij een heel intensief traject hebben doorlopen voor dezevergunningverlening en dat wij op adequate wijze zijn omgegaan met dezorg die bij de provincie Groningen leeft en die het SodM adresseert inzijn advies. Wij zijn daarmee omgegaan op een manier waarvan detoezichthouder, het SodM, erkent: wij snappen dat je op deze manierinvulling geeft aan ons advies, aan het voorschrift dat wij hebbengegeven. Natuurlijk ben ik dan teleurgesteld als een medeoverheid besluitom toch in beroep te gaan tegen het besluit dat de Rijksoverheid heeftgenomen. Die teleurstelling is er. Ik vind het jammer. Naar mijn meninghebben we er alles aan gedaan. Ik zal er ook altijd alles aan blijven doenom dat te voorkomen.Als het dan toch gebeurt, is het aan mij om te kijken hoe we omgaan metde consequenties daarvan. Die consequenties zijn er. Ik noemde ze al bijde maatwerkafspraak met Nobian. Die vind ik echt meer dan teleur-stellend; die vind ik echt schadelijk. In overleg met het bedrijf kijken we nunaar wat er wel kan binnen de termijn, dus voor 2030, om toch de transitiete kunnen doorzetten om de regionale economie de impuls te geven die jehaar wilt geven. De potentiële effecten die het op het omgevingsprocesheeft, vind ik ook echt heel onwenselijk. Het omgevingstraject was eenuitkomst van de inspraak, van de zienswijze nota bene. Die intentiever-klaring hebben we vlak voor kerst getekend en die was wat mij betreft eengoed voorbeeld van op een goede manier in gesprek gaan over eenomgeving waarin heel veel gebeurt in de ondergrond. Zo’n gebiedsfondskan daarin een prachtige rol vervullen. Nobian zegt nu: vanwege deonzekerheid die door het beroep is ontstaan, doen we even een stapjeterug. Hartstikke zonde.De voorzitter:Ik heb nog een vraag aan de Minister. Zou u uw teleurstelling op dit puntwellicht kunnen omzetten in de energie om met de provincie in gesprek tegaan om te kijken of u er toch samen uit kunt komen? Dat is namelijk watje met elkaar wilt als je deze situatie zo overziet. Hier kom je toch uit alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30936 overheden onder elkaar? Wil de Minister haar teleurstelling omzetten inde energie om een beroep te doen op de provincie?Minister Hermans:De teleurstelling die ik uitsprak, uit zich er niet in dat ik somber in eenhoekje ga zitten. Natuurlijk voer ik dat gesprek. Dat heb ik gevoerd en datblijf ik ook voeren, omdat ik het, om redenen die ik genoemd heb, vanbelang vind dat we hier samen uit komen. Ik denk echt dat we met devoorschriften die we hebben gesteld, de zorgen over de veiligheid hebbengeadresseerd. Dan kunnen we door met de zoutwinning, met allepositieve gevolgen die deze heeft. Voorzitter, de heer De Groot kan er dusvan op aan dat ik niet berust in die teleurstelling, maar er energie op zetom te kijken of we dit samen toch tot een goed einde kunnen brengen.De voorzitter:Dank u wel. Even kijken. Ik denk dat u nu aan uw laatste blokje gaatbeginnen, toch?Minister Hermans:Ja, ik ben bij de toekomst van de mijnbouw. De heer Jumelet had eenvraag over de batendeling. Hij vroeg of we die ook voor anderemijnbouwactiviteiten kunnen organiseren. De afspraken over batendelingvoor gas op land kunnen we niet een-op-een vertalen naar anderemijnbouwactiviteiten, zoals geothermie en zoutwinning. Dat heeft temaken met de karakteristieken van het type winning. Dat laat onverlet– daarom verwees ik in dit kader al naar het gebiedsfonds voor dezoutwinning en naar Schoonebeek, naar de tafel – dat ik voor anderevormen van mijnbouw ook tot dit soort afspraken wil komen. Gelukkighebben we nu voor de gaswinning een uniforme systematiek. Zoiets zouik dus ook voor andere typen activiteiten willen doen. Dat bespreek ik inalle contacten die ik heb met die sectoren, ook in aanloop naar hetprogramma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond.De heer Köse vroeg of ik kan ingaan op welke opties ik nog zie voorverbetering van het huidige instrumentarium om de investeringszekerheidvoor geothermie te vergroten. Op dit moment onderzoeken we voorwarmtebronnen, waaronder geothermie, welk instrumentarium het meestpassend is om de investeringszekerheid te vergroten en warmteprojectendaadwerkelijk van de grond te krijgen. Bij aardwarmteprojecten zie je dathet voornaamste risico aan de voorkant ligt, bij de kapitaaluitgave. Aan deandere kant zie je onzekerheden of drempels, beter gezegd, op het gebiedvan geologische onzekerheden, misboringen, beperkte winstgevendheid,stikstofbeperkingen en netcongestie. We werken nu aan het stimulerings-traject ontwikkeling aardwarmte. Daarin zoeken we naar een passende setinstrumenten om de geothermieprojecten verder te stimuleren.Dan vroeg de heer Jumelet naar de uitkomst van het gesprek met de ACMover de rol van warmtebronnen in het prioriteringskader. De ACM heefthet prioriteringskader aangepast in overleg met diverse partijen,waaronder partijen op het gebied van collectieve warmte. De warmte-bronnen zijn nu opgenomen onder categorie 3, de zogenaamde basisbe-hoeften. De leverancier van warmte kan dus prioriteit voor transportcapa-citeit aanvragen. Wellicht ten overvloede: het is natuurlijk wel afhankelijkvan de beschikbare transportcapaciteit in een gebied of er daadwerkelijktransportcapaciteit gegeven kan worden aan prioritaire partijen in dewachtrij.Dan het Europese Grids Package. De heer Jumelet vroeg mij of daar nogeen aanknopingspunt zit voor de ontwikkeling voor aardwarmteprojecten.In het Grids Package zit RED III. Dat is de herziene richtlijn voorhernieuwbare energie. Die raakt ook aan warmtenetten. Daarin wordtgesteld dat dat ook trajecten zijn met een hoger openbaar belang. Hetvoorstel bevat ook bepalingen over het ontbreken van alternatieveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30937 oplossingen en het inzetten van compenserende maatregelen in het kadervan de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water voorhernieuwbare energieprojecten, zoals warmtenetten. Daarin zitten dushaakjes om ook deze projecten verder te stimuleren.De heer Jumelet vroeg ook naar de rijksinzet voor het afsprakenkadervoor de versnelde ontwikkeling van geothermie. Ik deel met de heerJumelet – ik dacht dat ook de heer Köse daar een opmerking overmaakte – het belang van geothermie, maar we zien ook dat die ontwik-keling stagneert. Daarom is er een rijksregisseur aangesteld. Die inventari-seert knelpunten en maakt samen met sectorpartijen en kennisinstellingeneen aanpak om die knelpunten weg te nemen. Het streven is om voor dezomer dat inzicht te hebben en met de sectorpartijen overeenstemming tehebben over een aanpak.Voorzitter. Mevrouw Teunissen vroeg mij nog naar ISDS in bilateraleverdragen. Zij vroeg of dit beleid hindert en of we hier niet vanaf moeten,en of ik daar met de Staatssecretaris nog verdere inzet op wil plegen. Diebepalingen hinderen mij niet in het voeren van klimaatbeleid. Daar kan ikdus gewoon mee doorgaan in de periode dat dit kabinet nog aan het werkis. De vraag of we verdragen willen of moeten aanpassen – volgens mijzei mevrouw Teunissen zelfs «opzeggen» – is echt een bredere vraag. Ikacht het niet meer realistisch dat dit kabinet dat doet. Dat is echt aan eenvolgend kabinet.Voorzitter, volgens mij heb ik dan de vragen beantwoord.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even of dat het geval is.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik heb toch nog even een vraag over de uitspraak van gisteren. Gisterenheeft de rechtbank geoordeeld dat Nederland onrechtmatig heeftgehandeld, dat Nederland veel meer moet doen om klimaatveranderingtegen te gaan. Ik begrijp eigenlijk uit het debat van vandaag dat deMinister toch geen echt afbouwpad heeft. Ze spreekt van het dempen vanversnelde afbouw, terwijl afbouw nu wel echt nodig is. Dat was al hetgeval voor de uitspraak van gister, maar dat is nu alleen nog maarurgenter geworden. Mijn vraag aan de Minister is dus: wat zou deMinister haar opvolger meegeven, zodat de Staat niet opnieuw op devingers wordt getikt?Minister Hermans:Ik zei al: die uitspraak zijn we al aan het bestuderen. Dat verdient deuitspraak ook, dus dat doen we. Welke acties en op welke manier we daaropvolging aan geven, is aan een volgend kabinet. Wat ik tegen mijnopvolger zal zeggen ... Ik vind dat je een beetje terughoudend moet zijnmet advisering, maar ik zou het volgende zeggen. Dat is eigenlijk eenbeetje waar ik net een interruptiedebat met mevrouw Teunissen over had.Deze energietransitie doen we voor verduurzaming, om dit land schoondoor te geven, voor onze economie en voor onze veiligheid. Daar moetenwe mee doorgaan. Dat is wel een complex vraagstuk. Het vraagt om hetaanpakken van knelpunten en van randvoorwaarden in de uitvoering. Hetvraagt om omgaan met een ingewikkelde marktsituatie in de windsector.Het vergt het verder verantwoord afbouwen van gaswinning. En datallemaal in een geopolitiek onrustige situatie. Je moet op al die sporendoorgaan. Je moet ze steeds in samenhang bezien. Maar een tegenvallerof een tegenslag moet niet een reden zijn om even niks te doen, maar omsoms teleurstelling en frustratie om te zetten in energie om een oplossingte verzinnen en weer een stap vooruit te zetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30938 De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat heer Jumelet nog een interruptie wil. Of was hij naarhet publiek aan het zwaaien? Misschien moeten we dat allemaal evendoen, dan hebben we dat ook maar gehad. Het is heel goed dat u contactonderhoudt, meneer Jumelet.Minister Hermans:«Oant sjen» hadden we dan moeten zeggen.De voorzitter:De heer Van den Berg wil wel echt interrumperen.De heer Van den Berg (JA21):Ja, zeker. Dit was in de stijl van de heer Krul, zoals het gisteren ging. Ofwas het eergisteren? Ik heb toch nog een nabrander voor de Minister. Wehadden het net over de vulgraad van de gasopslagen. Ik vraag meeigenlijk af bij welke vulgraad, bij welk percentage, in de komende maandde Minister alsnog reden voor ingrijpen ziet.Minister Hermans:Dat is niet zo op een getal te prikken, omdat het van heel veel factorenafhankelijk is. Zoals ik al zei, zijn het niet alleen de opslagen die wegebruiken in de winter. De opslagen zijn een aanvulling op het gas datNederland binnenkomt. Dat geldt voor het gas dat via een pijpleiding uitNoorwegen komt – dat noem ik maar even de traditionele route – maarvooral voor de import van lng. Die schepen blijven gewoon binnenkomen.Daar zien we gelukkig dus geen verandering in. Dat is stabiel. Ik blijf hetwel monitoren, want in deze instabiele periode vind ik dat we nietachterover kunnen leunen. De prijsontwikkelingen kunnen mogelijk ookeen invloed hebben. Ik kan en ga hier dus ook niet één percentage opprikken. Ik geef hier wel de toezegging dat ik het scherp in de gaten houen hier echt met grote regelmaat met collega’s op het ministerie overspreek.De heer Van den Berg (JA21):U heeft het zelf al over de prijsontwikkelingen. Het was misschien eenbeetje flauw om zo te beginnen, maar ik denk dat de prijsontwikkelingener an sich al voor zorgen dat de vraag weer minder wordt. We hebben inde afgelopen maand namelijk weer een gasprijsstijging van 30% voorbijzien komen. Kortom, ik vraag mij toch af of we niet juist meer aan demarkt moeten overlaten en als overheid de grip op de vulgraden moetenloslaten. Juist de grip erop heeft er namelijk voor gezorgd dat weüberhaupt met zulke lage vulgraden de winter ingingen.Minister Hermans:Volgens mij ligt het iets genuanceerder. De gasmarkt is een Noord-Europese markt, waarin marktpartijen een rol hebben. Die vullen degasopslagen en onttrekken het gas daaruit, om dat te kunnen leveren aanhun klanten. De overheid stelt een nationaal vuldoel vast. Afgelopen jaarhadden we dat op 80% gezet. Ook hebben we een Europese vulver-plichting, die op 74% staat. Daar moeten we aan voldoen. Ook landen omons heen hebben die verplichting. Omdat we de afgelopen jaren hebbengezien dat het weleens kan schommelen en dat er door allerlei omstandig-heden onzekerheden kunnen optreden, hebben wij EBN een vultaakgegeven. Die is over de afgelopen jaren gegroeid. Zoals ik in het vorigedebat al aangaf, moet je daar altijd voorzichtig in opereren. In dit helevraagstuk moet je balanceren tussen leveringszekerheid, betaalbaarheiden onafhankelijkheid. Dat is wat we doen bij de keuzes die we maken enbij het monitoren van wat er gebeurt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30939 De heer Van den Berg (JA21):De reden dat ik dit vraag is de volgende. We begonnen deze winter metniet-gevulde gasopslagen. We hebben het vuldoel ook niet gehaald. Ikdenk dat dat juist de kern van het probleem is. Het perspectief van demarkt in eerdere jaren dat gas goedkoop ingekocht kon worden in dezomer en met winst kon worden verkocht in de winter, is eigenlijkweggehaald doordat we een omgekeerde prikkel hebben gerealiseerd. Nugaan we namelijk in de zomer extreem vullen. Daartoe zijn we ookverplicht. Je ziet dat tegenwoordig de prijzen in de zomer vaak hoger zijndan in de winter. Nu is het gevolg dat we door de onvoldoende gevuldegasopslagen zo slecht uitkomen. Dat vraagt een beetje om omdenken. Ikwil ’m dus toch even opgooien, want wij maken ons hier wel zorgen om.De dwang vanuit de EU en Nederland zit wat ons betreft namelijk demarktwerking in de weg.De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Van den Berg (JA21):Kan de Minister daarop reflecteren?De voorzitter:Oké. Kunt u reflecteren op deze analyse?Minister Hermans:Ik zeg hierop een paar dingen. De heer Van den Berg zei dat we slecht dewinter in gingen, omdat we de doelen niet gehaald hebben. Het klopt datwe het streefdoel van 80% niet hebben gehaald, maar we voldoengewoon aan onze Europese vulverplichting. De gasmarkt is een verwevenNoord-Europese gasmarkt. Als je kijkt naar de omvang van de gasop-slagen in Nederland, dan zie je dat wij relatief grote gasopslagen hebbenin relatie tot ons verbruik, bijvoorbeeld in vergelijking met Duitsland.Daarom is de onderlinge verbondenheid ook belangrijk: soms wordt ergas uit onze opslagen gehaald dat dan naar Duitsland gaat; op anderemomenten komt er gas uit de Duitse opslagen naar Nederland. Zo helpenwe elkaar en zo vindt er balancering op deze markt plaats.Nogmaals, het klopt dat we het vuldoel net niet hebben gehaald, maar wehebben van GasTerra een analyse gekregen aan het begin van de winterwaarin stond: gegeven de huidige situatie verwachten wij dat je de winterkunt doorkomen; hou in de gaten hoe je met je vultaak voor volgend jaaromgaat. Ja, het vullen van de opslagen ging het afgelopen jaar minderhard, omdat er een negatieve spread was. Het was dus minder aantrek-kelijk om de opslagen te vullen. Ook dat moeten wij in de gaten houden,maar ik kan die prijs niet bepalen. Dan kom je bij de vultaak van EBN enbij de vraag wanneer je er als overheid inspringt. Dat is de balans tussenleveringszekerheid, betaalbaarheid en onafhankelijkheid. Dat is wikkenen ... Nee, dat is niet wikken en wegen, want dat klinkt als twijfelen, maarhet is wel steeds balanceren en daarin keuzes maken die passen bij degeopolitieke situatie van dit moment.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de beantwoordingvan de Minister, van de eerste termijn van het kabinet. Ik kijk of erbehoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval. Dan geef ik mevrouwVan Oosterhout als eerste het woord. U heeft 1 minuut en 40 seconden.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag een tweeminutendebat willenaanvragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30940 Voorzitter. Ik begrijp dat het even tijd kost om de uitspraak van gisteren teanalyseren. Er lijkt ook nog steeds geen duidelijkheid te zijn over deimpact van de rechterlijke uitspraak over de scope 3-uitstoot. Des tenoodzakelijker is het om nu geen onomkeerbare stappen te zetten die deuitstoot alleen nog verder verhogen. Waarom trekt de Minister nu niet aande noodrem?We hoorden vandaag vaak het argument «als het veilig kan». Verschil-lende onderzoeken moeten dat zogezegd bewijzen. De eerlijkheid gebiedtons te zeggen: zeker weten we het niet. De Groningers kregen immers ookjarenlang te horen dat het veilig zou zijn, maar verschillende aardbe-vingen later weten we beter. Dat het «veilig kan» klinkt eerder alswensdenken vanuit de financiële belangen van de fossiele bedrijven danals een gedegen risicoanalyse. Er ligt nu een afbouwpad dat eigenlijk nietafbouwt. Het lijkt erop dat we pas met boren gaan stoppen als het gas opis. De mensen in het noorden blijven dan achter met de schade.Sommigen denken dat het voldoende is om de schade en het leed af tekopen, maar als Rijk hebben wij juist de verantwoordelijkheid om vooronze mensen te zorgen. Dat betekent dat wij dat leed niet gaan compen-seren, maar voorkomen. Er is een akkoord met de sector, maar waar is hetakkoord met de mensen? U had het erover dat we richting de fossielesector een betrouwbare overheid moeten zijn, maar hoe zorgt de Ministerervoor dat we ook richting de mensen een betrouwbare overheid zijn?Ik wil toch nog even benadrukken dat in randvoorwaarde f van hetakkoord duidelijk staat dat overheden niks ontvangen tijdens de lopendebezwaarprocedure, dus de Minister kan niet doen alsof dit geen invloedzou hebben op de afweging om in bezwaar te gaan. Hoe kan de Ministerblijven volhouden dat het geen afschrikwekkende werking zou hebben omin bezwaar te gaan?Tot slot. Het is erg teleurstellend om in 2026 nog een akkoord te zien overhet uitbreiden van fossiel. Waar echt een sectorakkoord over zou moetenkomen, is het versneld afbouwen van fossiel en het uitbreiden vanhernieuwbare energie. Gaat de Minister of haar opvolger ook werk makenvan een nationaal Noordzeepact, het versnellen van een isolatieoffensiefen een snelle uitrol van warmtenetten? Want daarmee houden we het gasop de enige plek waar het thuishoort: onder de grond.De voorzitter:Dank u wel. De heer Jumelet, voor zijn tweede termijn.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor het uitgebreideantwoord. Het is goed om hier met elkaar te spreken over een sectorak-koord en over de andere onderwerpen, waaronder zeker ook de afhan-deling van schade. Het is duidelijk dat het gaat om een verantwoordeafbouw. Dat vindt het CDA in ieder geval een heel goed uitgangspunt.Voor het CDA staan de klimaatafspraken duidelijk voorop. Daar moetenwe met elkaar aan werken en die doelen moeten we halen.Ten aanzien van de leveringszekerheid zien we geopolitiek natuurlijkallerlei zaken opdoemen waar we ons met elkaar wel zorgen over maken,maar daar hebben we eerder al over gesproken.Mijn derde punt is netcongestie. We hebben mijnbouwactiviteiten nodigom daarin te kunnen balanceren.Tot slot hebben wij toch nog wel wat vragen over de afhandeling van deschade die steeds aan de orde is. De Minister heeft net heel goedaangegeven hoe zij daarop inzet heeft gepleegd. Daar hebben we heelveel waardering voor. Wij overwegen hierover wel een motie in hettweeminutendebat.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30941 De voorzitter:Dank u wel. Meneer Köse.De heer Köse (D66):Voorzitter. Het kan heel kort, want het meeste is volgens mij al gezegd. Ikkan de lijn van de heer Jumelet volgen. Ik denk dat er met dit sectorak-koord een begin is gemaakt. Het is een goede eerste stap, maar zoalsgenoemd zijn er echt verbeterpunten. Die zien wij ook. Die betreffen metname het afbouwpad, maar ook hoe we de regio hier beter bij betrekken.Denk aan de vraag die ik net stelde en die net ook aangehaald werd. Wemaken ons echt zorgen over de rechtspositie. Maar we zien echt dewelwillendheid en het voordeel van dit akkoord. Beter met dit akkoord danzonder! Maar er zijn ook wel verbeterpunten.Daar zou ik het graag bij willen houden.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Van den Berg ziet af van zijn bijdrage, zie ik. Dan ishet woord aan mevrouw Teunissen. O sorry, er is nog een interruptie vanmevrouw Van Oosterhout aan de heer Köse. Gaat uw gang, mevrouw VanOosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel erg geschrokken van de uitspraken van D66 tijdens dit debat,met name dat dit akkoord een stap vooruit zou zijn. Dat klinkt als eenduidelijk afscheid van de verkiezingsbeloften. Ik zou als antwoord dusgraag ja of nee willen horen: gaat het volgende minderheidskabinet noggasboring op land goedkeuren?De heer Köse (D66):Dit is nou de derde keer dat ik een vraag in deze trant krijg. De vraag kanin woorden anders zijn, maar het antwoord blijft hetzelfde: we houdengewoon vast aan onze verkiezingsbeloftes. We hebben daarin gezegd datwe een duurzaam afbouwpad willen en dat het onze insteek is om testoppen met boren op de kleine velden. Zoals ik al aangaf is dat nietveranderd. Er kan dus gezocht worden, maar we blijven nog steeds bij onsstandpunt. U gaat het vanzelf zien.De voorzitter:De heer Van den Berg gaat in de herkansing toch voor een bijdrage. Gaatuw gang, meneer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Namens JA21 wil ik hier antwoord op geven. Als de vraag is of wij dekomende kabinetsperiode voor gasboring gaan, is het antwoord: jazeker.Toch nog even een knipoog naar de Minister. Ik heb even gekeken. Degasopslagen waren op 1 november voor 73% gevuld. Dat was toch 1% teweinig! Of mijn data moeten ernaast zitten. Maar dat zei ik met eenknipoog. Mijn punt is meer dat we onze vulgraden op de lange termijnhopelijk wel kunnen halen. Dan kunnen we onze energiezekerheid enveiligheid borgen. Wat ons betreft is de markt daar juist een heel goedmiddel voor. Het scheelt ook een heleboel garanties vanuit EBN.De voorzitter:Daar komt de Minister straks nog op terug, denk ik. Ik zag een fanatiekeblik.Minister Hermans:Zeker.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30942 De voorzitter:Dat komt goed. Mevrouw Teunissen voor haar tweede termijn. Gaat uwgang, mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter. Het is ons in dit debat heel duidelijk geworden dat dit fossiele-sectorakkoord zo snel mogelijk van tafel moet. Er is niet getoetst aan deklimaatdoelen. Dat je nu meer gas gaat winnen, is ook niet te rijmen metde klimaatdoelen. We zouden gas juist moeten afbouwen. In het sectorak-koord ontbreekt een concreet afbouwplan en er ontbreken doelen. DeMinister zet de natuur op het spel door totaal geen randvoorwaarden testellen.Voorzitter. Niet te vergeten: de klimaatzaak. Inmiddels zijn er meerklimaatzaken gewonnen dan er klimaatmaatregelen zijn genomen. Mijnvraag in de tweede termijn is dus of de Minister bereid is om hetsectorakkoord in ieder geval op te schorten totdat er een duidelijkeappreciatie van het kabinet ligt van de klimaatzaak van gisteren. Zokunnen we zien of dit überhaupt nog doorgezet kan worden. Uiteraarddenkt mijn fractie dat dat niet het geval is. Ik zou de Minister toch echtwillen vragen om het op te schorten. Laat het aan het volgende kabinet.Het volgende kabinet moet aan de slag met het klimaatbeleid. Als hetkabinet nu zegt nieuwe gaswinning mogelijk te gaan maken, is dat echteen beetje over het graf heen regeren. Die keuzes zijn echt aan eenvolgend kabinet.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng in tweede termijn. Ik wil het voorzitterschapgraag even aan u overdragen, mevrouw Teunissen.Voorzitter: TeunissenDe voorzitter:Uiteraard. Gaat uw gang, meneer De Groot namens de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel. Allereerst hartelijk dank voor de antwoorden van de Ministerop de gestelde vragen. Ik zit nog een beetje te dubben welke kant we opmoeten met bijvoorbeeld Warffum voor wat betreft de lusten bij hetverlengen van het winningsplan. Ik zou op dat vlak toch graag meer willenzien. Daar zal ik dus nog even over nadenken.Ik sluit me wel aan bij de woorden van de heer Jumelet over devergoeding van schade in het noorden van Drenthe. Ik zal vast nog evenmet de heer Jumelet in contact treden over wat hij precies in gedachtenheeft.Over de zoutwinning in Groningen zou ik het volgende willen zeggen. Watheeft de Minister nodig om nog meer te kunnen doen richting deprovincie Groningen? Wat is er nodig om toch met de provincie tot eensoort vergelijk te komen? We kennen er vaak de afloop van, op in iedergeval de lange duur, als overheden met elkaar gaan procederen. De VVDziet heel veel van het kaartenhuis nu on hold gezet worden of misschienwel in elkaar vallen. Dat is echt heel zonde. Wat ons betreft is het ook echtniet nodig. Mijn vraag aan de Minister is dus wat zij van ons als Kamernodig heeft om meer kracht te kunnen zetten om deze zaak in hetGroningse op te lossen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu graag het voorzitterschap weer over aan deheer De Groot.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30943 Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank u wel. Ik ga even heel kort schorsen: een minuut of tien, denk ik. Danvervolgen we met de tweede termijn van de kant van de Minister.De vergadering wordt van 16.33 uur tot 16.41 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, ik wil de vergadering graag heropenen. Dat doe ik doorde Minister het woord te geven voor haar beantwoording van de tweedetermijn van de Kamer. Minister, gaat uw gang.Minister Hermans:Voorzitter, dank. Ik begin met de vraag van mevrouw Van Oosterhout. Zijvroeg waarom ik niet aan de noodrem trek, ook naar aanleiding van gister.Nogmaals, die uitspraak wordt geanalyseerd. Daar komen we op terug.Dat had ik ook toegezegd over die andere uitspraak, over scope 3 in dezaak van Greenpeace tegen de staat Noorwegen. Die toezegging heb ik inde eerste termijn al herhaald: die analyse komt in het eerste kwartaal. Hetis dus niet dat we daar niks mee doen of dat we er niks over weten. Erwordt hard nagedacht over hoe je dat op een goede manier een plek geeftin de projecten die wij in Nederland doen. Maar de zaak is niet een-op-eenvergelijkbaar met de Nederlandse situatie. Het vraagt dus gewoon eveneen nauwkeurige weging.Voorzitter. Mevrouw Van Oosterhout vroeg ook of je, naast een akkoordover gaswinning, niet ook iets met warmtenetten moet doen, en of er nietook een isolatieoffensief en een Noordzeepact moeten komen. Ja, het isen-en-en. Er is een heel intensief programma om woningen te isoleren.Daar moeten we mee doorgaan. We hebben net de Wet collectievewarmte aangenomen in de Eerste Kamer. Nu komt het aan op deuitvoering en de daadwerkelijke implementatie. Ook dat gaat dus door.Over een Noordzeepact heb ik vaker gedebatteerd, met de vorigewoordvoerder van GroenLinks-PvdA, mevrouw Kröger. Ja, we moetenzorgen dat de ontwikkeling van wind op zee doorgaat. Dat vraagt iets aanzowel de aanbodkant als de vraagkant. Dat is ook de reden dat ik voor dekerst de windsector aan tafel heb uitgenodigd bij de stuurgroep Verduur-zaming Industrie: om daar vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Daarzijn wat uitzoekdingen uit voortgekomen. Daar werken we aan verder. Ikkan me voorstellen dat zo’n gesprek een vervolg krijgt onder een volgendkabinet. Dus: die dingen moeten óók gebeuren. Ze gaan ook gewoondoor.De voorzitter:Mevrouw Van Oosterhout heeft een verduidelijkende vraag.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ja, want mijn eerste vraag is nog niet beantwoord. Ik vroeg namelijk nietof er nog duidelijkheid komt over scope 3 en de Greenpeacezaak. Ikbegrijp dat het even tijd kost. Mijn vraag was waarom de Minister niet nuaan de noodrem trekt, in afwachting van die analyses.Minister Hermans:Maar dat zou dan ... Ik weet niet precies wat mevrouw Van Oosterhoutmet «de noodrem» bedoelt, maar laat ik het even doorvertalen naar watmevrouw Teunissen zegt: schort het Sectorakkoord gaswinning in deenergietransitie op. Daarop is mijn antwoord: dat ga ik niet doen. Ik hebuitgelegd waarom ik zie dat we gas nog nodig hebben in de transitie. Welmoeten we het afbouwen. Daar zijn we ook mee bezig, maar je moet datop een verantwoorde manier doen, om redenen die ik ook meermaalsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30944 genoemd heb. Aan die noodrem ga ik dus niet trekken. Ik bestudeer deuitspraken. Ik kijk nu wat we moeten. Dat betreft niet alleen een duidingvan wat de rechter heeft gezegd, maar ook de vraag wat dat betekent quaacties voor dit kabinet, evenals voor een volgend kabinet. Dat moet daarnatuurlijk afwegingen in maken.De voorzitter:Helder. Gaat u door met uw beantwoording.Minister Hermans:Ja, voorzitter. Volgens mij had de heer Jumelet geen vragen meer aan mij.Ik kom bij de heer Köse. Hij zei dat het sectorakkoord een eerste stap is.Dat deel ik. Ik denk dat het belangrijk is om zo’n stap te zetten. Als jewerkende weg samen tot voortschrijdend inzicht komt – «dit kan beter»,«dit moet anders» of «o, dit waren we vergeten» – en als je daarover metalle betrokken partijen tot een vergelijk komt, dan kan je zo’n akkoordnatuurlijk altijd verbeteren of aanvullen. Dit akkoord is niet eenvoudig oflichtvaardig of zo tot stand gekomen. Ik zeg dus niet zomaar dat wemorgen alles op zijn kop gaan zetten. Maar dat is ook niet wat de heerKöse inbracht. We gaan dus gewoon aan het werk. Als we denken dat eriets anders of beter kan, dan zullen we het natuurlijk niet nalaten om datte doen.Dan het antwoord dat ik nog aan de heer Köse had beloofd, overrandvoorwaarde f uit het akkoord. Dat ziet op de batendeling op hetmoment dat er een beroepsprocedure loopt. Kijk, de rechtsgang is eenbelangrijk fundament in onze democratie, in onze rechtsstaat, en daarwordt niet aan getornd. Dat doe ik dus ook niet. Die ruimte is er dus altijd.Het uitgangspunt bij de batendeling is dat daar sprake van is als erdaadwerkelijk gas gewonnen wordt en er dus opbrengsten zijn. Dat is demanier waarop we daar tot een afspraak zijn gekomen. Nou kan zich desituatie voordoen dat een provincie, een medeoverheid of iemand inberoep gaat en er dus een procedure loopt. Wat je dan vaak ziet, is dat eenmijnbouwbedrijf zal wachten op de uitkomst van die procedure voordat erdaadwerkelijk wordt overgegaan tot winning. Als dat het geval is, heeft devoorwaarde zoals geformuleerd onder f, natuurlijk geen effect op debatendeling, want die start pas vanaf de winning.Een bedrijf kan dat echter wel doen en dus toch het risico nemen.Gedurende de beroepsprocedure geldt de batendeling dan niet, maar– dat zeg ik er wel bij – een gaswinningsproject is geen project van één oftwee jaar. Dat duurt echt wel een langere periode. Over die periode vindtde batendeling dan natuurlijk gewoon plaats en dan gaat het echt ook nogwel over substantiële bedragen. We willen ten aanzien van de batendelingnu wel de stap zetten om daar een afspraak over te maken met de sector.Dat alles afwegend heeft het er aan onze kant toe geleid dat wij het opdeze manier afspreken. De heer Van den Berg zei het met een knipoog,dus dan zal ik het zo laten. Het gaat soms over afronding en marges diezijn toegestaan.Voorzitter, dan kom ik bij mevrouw Teunissen. Via een vraag van mevrouwVan Oosterhout heb ik al het antwoord gegeven dat ik het nu niet gaopschorten. Dat laat onverlet dat we die analyse doen, en wel grondig. Deacties die daaruit volgen en nodig zijn, zullen natuurlijk opgevolgd moetenworden.De voorzitter:Dat leidt tot een verduidelijkingsvraag.Mevrouw Teunissen (PvdD):Zeker. De Minister zegt steeds dat ze de uitspraak van de rechter vangisteren gaat bestuderen. De rechter heeft gezegd dat er binnen achttienmaanden een plan moet liggen om te voldoen aan het Parijsakkoord. KanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30945 de Minister aangeven hoelang die bestudering gaat duren? De anderebestuderingen van rechtszaken duren namelijk ook nog voort. Wanneerzou dit dan afgerond zijn?Minister Hermans:Ik kom zo snel mogelijk met een eerste reactie namens mijzelf samen metde Ministers van IenW en BZK, want dit raakt in sterke mate natuurlijk ookklimaatadaptatie en de interbestuurlijke verhoudingen waar de Staatsse-cretaris van BZK verantwoordelijk voor is. Ik denk dat een uitgebreiderereactie, inclusief hoe het geven van opvolging in termen van actieseruitziet, echt aan een volgend kabinet is. Ik ben mij bewust van determijnen. Een volgend kabinet zal daarover gaan. Ik kan zeggen «zo snelals mogelijk», maar ik kan daar nu niet een datum op plakken. Ik zal echterwel een eerste reactie sturen.Voorzitter. Tot slot was er een vraag van de heer De Groot over deberoepsprocedures in Groningen. Wat kan daar nog? Ik zei net al enherhaal dat hier dat ik niet ga tornen aan het recht en de mogelijkheid dieeen medeoverheid heeft. Dat zal ik dus accepteren en respecteren.Tegelijkertijd blijf ik in goed en constructief overleg met de provincie omte kijken of we samen tot een oplossing kunnen komen, waardoor dieprocedures mogelijk niet nodig zijn. Dat heb ik gedaan, dat doe ik en datzal ik blijven doen. Ik weet niet of het gaat lukken, maar ik zal daar deenergie in stoppen die ik heb in de tijd dat ik nog Minister van Klimaat enGroene Groei ben en dus hiervoor verantwoordelijk. Waarom vind ik datbelangrijk? Ik heb de consequenties geschetst en die zijn best vergaand.Daarom verdienen ze ook die energie.De voorzitter:Dank u wel. Dank u wel voor uw beantwoording. We zijn hiermee bijnaaan het einde gekomen van het debat, maar we moeten nog even detoezeggingen doornemen. Dat gaan we nu dan even doen. Ik noem dataltijd «de administratie op orde brengen». De lijst is niet zo lang, dus datscheelt. Er is één toezegging.–De Minister zal de Kamer een eerste analyse doen toekomen van deuitspraak van de rechtbank van Den Haag over de bescherming vanBonaire tegen klimaatverandering, in Q1.Dat heeft u net gezegd.Minister Hermans:Excuus, voorzitter. De uitspraak, waarover ik al eerder met mevrouw VanOosterhout van gedachten heb gewisseld, is de uitspraak in de zaak vanGreenpeace en meerdere organisaties tegen ... Die gaat over scope3-emissies bij gaswinning. Daar volgt in het eerste kwartaal een analysevan. Ik kom nog zo snel als mogelijk met een eerste reactie op deGreenpeace-uitspraak van gisteren. Dan volgt er ongetwijfeld ook nog eenuitgebreidere reactie door het volgende kabinet.De voorzitter:Helder. Dan noteren wij dat zo. En ik moet zeggen dat er een tweeminu-tendebat is aangevraagd door het lid Van Oosterhout namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Zij zal de eerste spreker zijn.Dat was het al. Ik kijk even rond. Ja, dat was het. Dan zijn we aan heteinde gekomen van dit commissiedebat. Allereerst wil ik de Ministerbedanken voor haar aanwezigheid en voor de beantwoording van devragen. Natuurlijk dank ik ook haar ondersteuning en de ondersteuningdie op afstand zit. Ik wil eenieder op de publieke tribune en mensen die ditcommissiedebat op afstand hebben gevolgd hartelijk danken voor debelangstelling. Dank aan de leden voor het debat. Dank ook aan de griffieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30946 voor de ondersteuning en de bodes voor het mogelijk maken van dezecommissievergadering. Ik sluit daarmee dit debat. Dank u wel.Sluiting 16.52 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 30947

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 94058eaf407d7188

14 okt 2026 · 6eec5822b00e009d

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingMijnbouw
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 29 januari 2026, over Mijnbouw

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.