KamerkringInloggen
Kamerbrief

NS-tarieven in 2026 en verder

16 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 98a31579e2c4932b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1260 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 juli 2025In de afgelopen periode is er veel met de Kamer gesproken over definanciële situatie van het openbaar vervoer in Nederland. Deze staatonder druk door stijgende kosten, achterblijvende vervoersvraag,veranderde reispatronen en beperkte publieke middelen. Over de helebreedte van het openbaar vervoer dreigen tariefstijgingen, terwijl debetaalbaarheid van het openbaar vervoer zowel de Kamer als het kabinetnauw aan het hart ligt. Op 25 april jl. is de Kamer geïnformeerd over delaatste stand van zaken over de NS-tarieven, naar aanleiding van deVoorjaarsnota 2025 en de lopende gesprekken met NS over dit thema.1 Degesprekken tussen IenW en NS over dit thema zijn afgerond. Het kabineten NS hebben afgesproken dat de NS-tarieven per 1 januari 2026 tussenca. 6% en ca. 9% zullen stijgen, in plaats van met de eerder voorzieneca. 12%. De NS-tarieven voor 2026 zullen uiterlijk 1 november 2025worden vastgesteld. In deze brief wordt dit nader toegelicht. Met dezebrief wordt ook invulling gegeven aan twee toezeggingen uit hetcommissiedebat Spoor van 15 mei 2025.2Stijging NS-tarieven en gesprekken met NS voor een structurele oplossingDoor de motie-Bikker3 zijn de tarieven in het Nederlandse ov per 1 januari2024 niet gestegen. Voor het stads- en streekvervoer kon de tariefstijginguit 2024 worden afgewend in plaats van uitgesteld, omdat de motie voorhet regionale ov in structurele middelen voorzag. Voor de NS-tarievenkwamen echter incidentele middelen voor één jaar beschikbaar. Daardoormoest de in 2024 voorziene stijging van de NS-tarieven worden doorge-schoven naar 2025, en dreigde toen een tariefstijging van ca. 12%. Dooreen eenmalige afspraak waarin zowel het Ministerie van IenW als NS 3%voor hun rekening namen, kon deze tariefstijging worden gehalveerd tot1Kamerstuk 29 984, nr. 1242.2TZ202505-053 en TZ202505-051.3Kamerstuk 36 410, nr. 29. kst-29984-1260ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12601 ca. 6%. De resterende ca. 6% tariefstijging hoefde daarom niet in 2025doorgevoerd te worden.De voor 2025 gevonden oplossing was echter (net als in 2024) eenoplossing voor één jaar, waardoor de onzekerheid in stand is geblevenover de mate waarin deze resterende tariefstijging van ca. 6% alsnog in2026 doorgevoerd zou moeten worden. Het kabinet vindt het nietwenselijk om deze discussie ieder jaar opnieuw te voeren. Het kabinetheeft zich daarom ingespannen om de op 17 september 2024 uitge-sproken intentie waar te maken om tot een structurele oplossing voor deNS-tarieven te komen.4 In de afgelopen periode zijn de gesprekken metNS vooral gegaan over een structurele bijdrage van NS aan het dempenvan tariefstijgingen en de maatregelen die daarvoor nodig zijn. Hierbij isnogmaals duidelijk geworden dat deze bijdrage van NS niet gevonden kanworden in interne efficiency.5 Om een structurele bijdrage aan hetdempen van tariefstijgingen te leveren, moeten er kostenbesparendemaatregelen worden genomen die gevolgen zullen hebben voor dereiziger.In het commissiedebat Spoor van 15 mei jl. is toegezegd om voor dezomer van 2025 in kaart te brengen wat ervoor nodig is om (extra)tariefstijgingen op het spoor structureel te voorkomen. Hiervoor kanenerzijds gekeken worden naar de mogelijkheden voor een structureleRijksbijdrage uit de IenW-begroting en anderzijds naar de mogelijkhedenvan een structurele bijdrage van NS. Het kost € 84 miljoen per jaar(prijspeil 2024) om de tariefstijging van 6%, die in 2025 niet is doorge-voerd, blijvend af te wenden.Geen Rijksbijdrage beschikbaar voor het dempen van tariefstijgingen bijNSHet kabinet heeft richting de besluitvorming over de Voorjaarsnotageprobeerd om middelen te vinden om de helft van de extra tariefstijgingvan ca. 6% af te wenden. Hierbij is voornamelijk gekeken naar hetMobiliteitsfonds op de IenW-begroting. Maar zoals op 25 april jl. aan deKamer gemeld, zijn er geen Rijksmiddelen beschikbaar om tariefstijgingenbij NS te dempen.6 De middelen in het Mobiliteitsfonds staan reeds jarenstevig onder druk. Om tariefstijgingen te dempen zouden aanleg- eninstandhoudingsprojecten, die hard nodig zijn voor een toekomstbe-stendig spoornetwerk, moeten worden geschrapt. Het kabinet kiest daarniet voor. Daar komt bij dat het Mobiliteitsfonds ten principale bedoeld isvoor investeringen in onze infrastructuur en niet voor het dempen vantariefstijgingen. Omdat deze kanttekeningen ook richting Prinsjesdagonverminderd van toepassing blijven, is het niet realistisch dat er alsnogeen Rijksbijdrage uit de IenW-begroting komt. Het kabinet benadrukt ookdat dit vraagstuk niet met incidentele middelen kan worden opgelost.Zowel de reiziger als NS hebben recht op structurele duidelijkheid.De structurele bijdrage van NS en de bijbehorende maatregelenOndanks dat het Rijk geen bijdrage aan het dempen van tariefstijgingenkan leveren, gaat NS wel een structurele bijdrage leveren. Er zijn in hetoverleg met NS maatregelen afgesproken met een structureel positief4Kamerstuk 29 984, nr. 1207.5Zie ook de conclusies in Kamerstuk 29 984, nr. 1231. NS voert reeds € 200 miljoen per jaar aanextern gevalideerde efficiencybesparingen door. Aanvullende efficiencybesparingen zijn nietmogelijk zonder dat de operationele prestaties van NS worden geraakt.6Kamerstuk 29 984, nr. 1242.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12602 financieel effect, in aanvulling op en in samenhang met de besparingenop de interne efficiency die NS reeds doorvoert.Hoewel het uitgangspunt is om de reiziger zoveel mogelijk te ontzien, isde structurele NS-bijdrage aan het dempen van tariefstijgingen nietpijnloos. NS kan deze bijdrage namelijk alleen realiseren door kostenbe-sparingen in de dienstverlening door te voeren. NS zal hiervoor met nameingrepen doen op het gebied van materieel, dat één van de belangrijkstekostendrijvers voor NS is. De omvang van het materieelpark zal strakkerworden afgesteld op de reizigersvraag. Er zal minder buffer wordenaangehouden en het onderhoud van treinstellen zal anders wordeningericht, met als doel om op drukke dagen minder materieel te hoevenonttrekken voor onderhoud. NS zal zich bij deze maatregelen uiteraardwel inspannen om voldoende materieel beschikbaar te houden om in detoekomst op de vervoersvraag in te kunnen spelen, door het betreffendematerieel nu «koud» terzijde te stellen. De aanpassing van het materi-eelpark betekent dat het risico wordt verhoogd dat reizigers op bepaaldemomenten te maken krijgen met drukkere treinen, vooral in de (hyper-)spits op dinsdag en donderdag, vooral in het najaar en met name in deRandstad. Daarom zal het kabinet in overleg treden met NS over eenaanpassing van de bodem- en streefwaarden van de prestatie-indicatorenrondom zitplaatskans.In aanvulling op de aanpassing van het materieelpark neemt NS ookgerichte kostenbesparingsmaatregelen in de dienstverlening, die NSbinnen de gemaakte afspraken in de Concessie voor het Hoofdrailnet2025–2033 (hierna: de concessie) kan uitvoeren. Hierbij gaat het ondermeer om het vervangen van eersteklas- door tweedeklasstoelen in eendeel van het materieelpark om bestaande treinen beter te benutten en hetherzien van het aanbod van kortingsproposities.De bovenstaande maatregelen zijn lastig, maar wel noodzakelijk om eenNS-bijdrage aan het dempen van tariefstijgingen mogelijk te maken. Hetkabinet is blij dat NS voor het dempen van de tariefstijging niet hoeft teschrappen in het aantal treindiensten ten opzichte van het huidigeaanbod. Het kabinet en NS realiseren zich wel dat de financiële situatie,gecombineerd met de achterblijvende vervoersvraag, maken dat eenuitbreiding van het treinaanbod in de komende jaren complex enuitdagend zal zijn. IenW en NS zullen dan ook de komende jaren stap voorstap gaan bezien of en hoe dit verantwoord mogelijk is.Overige maatregelenIn de concessie is een extra tariefstijging van 3,5% in 2026 vastgelegd.Deze extra tariefstijging houdt verband met het feit dat de NS-tarieven inde afgelopen jaren minder hard zijn gestegen dan de inflatie.7 Dezeafspraak blijft in principe ongewijzigd, tenzij de komende maanden blijktdat spreiding alsnog wenselijk is. De tarieven voor 2026 zullen uiterlijk1 november 2025 worden vastgesteld.Verder is in de concessie afgesproken dat NS een voorstel voorlegt vooreen nieuw, gedifferentieerd tariefstelsel. Met tariefdifferentiatie ontstaatde mogelijkheid om reizigers beter te spreiden over de dag en de week.Dat leidt tot minder drukke treinen, heeft een positieve impact op dezitplaatskans en het reiscomfort en verlaagt de gemiddelde prijs van hettreinkaartje. Ook verlaagt het (op termijn) de kosten voor NS. Het kabineten NS hebben echter geconstateerd dat er op dit moment geen draagvlakis voor het voorstel dat NS hiertoe heeft gedaan. Daarom zullen voor 20267Zie ook de toelichting in Kamerstuk 29 984, nr. 1242.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12603 en verder de bodem- en streefwaarden van de prestatie-indicatorenrondom zitplaatskans worden aangepast.8 Het kabinet blijft in detussentijd werk maken van beleid om reizigers te spreiden en de spits teontlasten.9 Ook NS blijft hier (zoals afgesproken in de concessie) haarbijdrage aan leveren en zal in de komende jaren, samen met het Rijk enandere betrokken partijen, blijven onderzoeken op welke wijze hettariefinstrument (op termijn) een oplossing kan bieden.De te verwachten stijging van de NS-tarieven in 2026 en verderMet de hiervoor beschreven maatregelen hoeft de helft van de ca. 6%tariefstijging die in 2025 niet is doorgevoerd, ook komend jaar niet in detarieven te worden verwerkt. Omdat er geen Rijksbijdrage beschikbaar is,moet de overige ca. 3% in 2026 wel aan de reiziger worden doorberekend.Daar komt de reguliere tariefstijging op basis van inflatie bij. Hierboven isreeds vermeld dat er in de concessie nog een extra tariefstijging van 3,5%in 2026 is vastgelegd. Als ook deze tariefstijging in een keer wordtdoorgevoerd, komt de totale verwachte tariefstijging in 2026 uit op ca. 9%.Een argument om deze extra tariefstijging niet in een keer door te voerenmaar te spreiden, is een mogelijk negatief effect op het aantal reizigers.Daarmee zal de uiteindelijke tariefstijging voor 2026 uitkomen op eenbandbreedte tussen ca. 6% en ca. 9%.Hierbij wordt aangenomen dat de verwachte ontwikkeling van deconsumentenprijsindex in 2026 ca. 2,5% is. De precieze stijging van deNS-tarieven is afhankelijk van de geprognosticeerde ontwikkeling van deconsumentenprijsindex in 2026. Deze wordt bekendgemaakt in de MacroEconomische Verkenning 2026 die in september wordt gepubliceerd.Activiteiten van NS in relatie tot de deur-tot-deurreisIn het commissiedebat Spoor van 15 mei jl. is toegezegd aan het lidVeltman (VVD) om te bezien of de deur-tot-deuractiviteiten van NS ook opeen andere manier uitgevoerd kunnen worden.10 Dit ook met het oog ophet vinden van een structurele oplossing voor de tarieven van NS.Het kabinet streeft naar een drempelloze deur-tot-deurreis voor iederereiziger. Dit vraagt om een goede aansluiting tussen vervoersvormen.Zowel NS als diverse andere partijen leveren hieraan een belangrijkebijdrage via hun aanbod van geïntegreerde mobiliteitsdiensten. Voorgoede marktwerking is een gelijk speelveld essentieel. Daarover zijn in deconcessie afspraken gemaakt met NS. Zo biedt NS via een referentie-aanbod derden de mogelijkheid om NS-vervoer te verkopen via hun eigenkanalen. Het kabinet ziet toe op de naleving van deze afspraken.Momenteel onderzoekt Impuls Economen of het referentieaanbod van NSvoldoet aan de concessie-eisen. De resultaten worden deze zomerverwacht. Het kabinet streeft ernaar de Kamer hier vlak na de zomer overte informeren.Het loskoppelen van de deur-tot-deuractiviteiten van NS (zowel het eigenaanbod, het referentieaanbod als andere diensten van NS die bijdragenaan deur-tot-deurreizen) heeft brede impact op de reiziger en hetspeelveld. In het tweeminutendebat Spoor van 27 mei jl. is er verwezennaar het eConomics-onderzoek «Vermeden kosten van NS». Dit rapportdoet aannames over de kosten die NS maakt voor de verkoop en8Conform artikel 12, derde lid, van de concessie.9Kamerstuk 31 305, nr. 483.10TZ202505-080.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12604 distributie van vervoerbewijzen. In lijn met de motie-Heutink/Veltman11 zalhet kabinet over dit rapport in gesprek gaan met NS. Zoals aangegeven inhet tweeminutendebat wil het kabinet dit gesprek zorgvuldig voeren, ookin het licht van de lopende juridische procedure op het gebied van debedrijvenkaartaanbieders. Daarbij is het van belang te onderkennen dathet onderzoek van eConomics gebaseerd is op inschattingen en dat hetrapport beperkingen kent, zoals ook door de onderzoekers zelf wordtaangegeven. Het is dan ook te vroeg om nu harde conclusies te trekken opbasis van dit onderzoek. Het kabinet zal daarom eerst een externe experthet eConomics-onderzoek laten bestuderen, om te borgen dat we over degoede informatie beschikken en zorgvuldig kunnen wegen welke inzichtenhet rapport wel en niet biedt. Het streven is om de Kamer hierover in hetnajaar van 2025 te informeren.Tot slotIn de komende periode zal de concessie gewijzigd worden om deovereengekomen tariefontwikkeling in 2026 mogelijk te maken. Ook zalhet kabinet in overleg treden met NS om de bodem- en streefwaarden vande prestatie-indicatoren12 in balans te brengen met de nieuwe situatie.Hiervoor zal de gebruikelijke procedure worden doorlopen, waarbij ondermeer de consumentenorganisaties om advies zal worden gevraagd.Het kabinet is er zich van bewust dat de voorziene stijging van deNS-tarieven in 2026 aanzienlijk is. Tegelijkertijd is het kabinet blij dat deeerst voorziene tariefstijging van ca. 12% met de bijdrage die NS levertkan worden gereduceerd. Met de gevonden oplossing ontstaat erduidelijkheid voor de reiziger en worden er geen tariefstijgingen meerdoorgeschoven naar komende jaren. Daarmee ligt er, conform demotie-El Abassi13, een meerjarenplan voor de ontwikkeling van deNS-tarieven. NS krijgt met deze oplossing de benodigde zekerheid om debedrijfsvoering in te richten voor een toekomstbestendige dienstverleningop het spoor.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen11Kamerstuk 29 984, nr. 1251.12Specifiek gaat het om de prestatie-indicatoren Zitplaatskans in de Spits tweede klas,Zitplaatskans in het Dal tweede klas en Vermeden CO2-uitstoot.13Kamerstuk 29 984, nr. 1256.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12605

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f023824303a5d3b0

14 okt 2026 · 2d91cd0a8f3f9df2

13 okt 2026 · c274e570da869d5a

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.