Verslag van een commissiedebat, gehouden op2 oktober 2025, over Online kinderrechten
Brontekst
Versie 46579f9971b8723a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)Nr. 1431 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 3 november 2025 De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft op 2 oktober 2025 overleggevoerd met de heer Van Marum, Staatssecretaris van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, en mevrouw Tielen, Staatssecretaris Jeugd,Preventie en Sport, over:–de brief van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties enDigitalisering d.d. 19 februari 2025 inzake toezegging gedaantijdens het commissiedebat Online kinderrechten van19 december 2024, over uitvoering van de motie van de ledenCeder en Six Dijkstra over het wettelijk borgen van privacy-vriendelijke en betrouwbare leeftijdsverificatie voor onlinegokken en pornografische content (Kamerstuk 36 531, nr. 20)en van de motie van de leden Ceder en Six Dijkstra over hetwettelijk borgen van vereisten voor leeftijdsverificatie bijverkoop of gebruik van onlinediensten (Kamerstuk 26 643,nr. 1163) (Kamerstuk 26 643, nr. 1284);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 4 september 2025 inzake rapportDeceptive Design and Minors (Kamerstuk 26 643, nr. 1393);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 4 september 2025 inzake strategiekinderrechten online (Kamerstuk 26 643, nr. 1392);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 4 september 2025 inzake kinderrechte-nimpactassessments (KIA’s) (Kamerstuk 26 643, nr. 1391);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 12 september 2025 inzake onderzoeks-rapport over de kinderrechtenimpactassessments (KIA’s)(Kamerstuk 26 643, nr. 1396). kst-26643-1431ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14311 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,WingelaarDe griffier van de commissie,BoeveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14312 Voorzitter: ThiadensGriffier: MullerAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Dral, Kathmann,Koekkoek, Six Dijkstra, Thiadens, Valize en Van der Werf,en de heer Van Marum, Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties, en mevrouw Tielen, Staatssecretaris Jeugd, Preventieen Sport.Aanvang 14.00 uur.De voorzitter:Het is 14.00 uur. Ik open de vergadering van de vaste commissie voorDigitale Zaken. Aan de orde is het debat over online kinderrechten. Ik heetde mensen op de publieke tribune van harte welkom, evenals de mensendie het debat op afstand volgen via de stream. Ik heet welkom van de zijdevan het kabinet de heer Van Marum, Staatssecretaris van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, en mevrouw Tielen, Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport. Dan moet ik zeggen dat de Staatsse-cretaris van OCW verhinderd is, maar de Staatssecretaris van BZK zal debeantwoording doen van vragen die betrekking hebben op hetOCW-terrein. Ik zie een instemmende knik van de Staatssecretaris.Aan de zijde van de Kamer zijn aanwezig: de heer Six Dijkstra van NSC,mevrouw Van der Werf van D66, mevrouw Dral van de VVD, de heer Valizevan de PVV, mevrouw Koekkoek van Volt en mevrouw Kathmann vanGroenLinks-PvdA. De spreektijd is vijf minuten per fractie. In de eerstetermijn sta ik vier interrupties toe. Dat geldt ook voor de eerste termijnvan het kabinet. Dan geef ik als eerste het woord aan de heer Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik spreek vandaag mede namens de ChristenUnie.Wellicht zal ik een deel van dit debat niet meemaken omdat ik zo meteengelijktijdig een ander debat heb.Voorzitter. De samenleving gaat gebukt onder hypernervositeit. We zijnmet z’n allen te druk, veeleisend en gehaast. Dat constateert de Raad voorVolksgezondheid & Samenleving. Deze conclusie zal voor weinigen alsverrassing komen. Je ziet overal om je heen dat deze rustelozemaatschappij naar ademruimte snakt. Dit geldt zeker voor jongeren. Dezehypernervositeit houdt in grote mate verband met onze digitaal steedsonbegrensdere wereld. Jongeren plukken hier helaas de zure vruchtenvan. Ze worden algoritmisch opgejaagd, ze zijn constant overprikkeld dooralle pushmeldingen en verslavende apps, ze hebben continu Magister alszwaard van Damocles boven hun hoofd hangen, met al hun cijfers die teallen tijde door hun ouders ingezien kunnen worden, en ze kwijnen weg inonline echokamers waar ze depressief en geradicaliseerd raken. Ik wil deStaatssecretaris van VWS vragen of zij uitgebreid wil reflecteren op hetverband tussen de haastige samenleving, de ongezonde onlinewereld enhet lage mentale welzijn onder jongeren. Wat is haar analyse?Samen met collega Ceder doe ik een aantal voorstellen in onze initia-tiefnota De rode knop. Een daarvan is het in ere herstellen van een derdeplek waar jongeren mensen ontmoeten, naast thuis en school: eensportclub, kerk, moskee, bordspelvereniging, buurthuis of skatebaan. Voorveel jongeren is TikTok die derde plek geworden. Is de Staatssecretaris hetmet ons eens dat het hebben van een fysieke derde plek van groot belangis voor opgroeiende jongeren? Is de regering bereid te normeren en uit tespreken dat de samenleving deze plekken heel hard nodig heeft om onzejongeren gezond, gelukkig en geworteld te laten zijn?We zijn blij met de normen van het kabinet: geen smartphone tot groep 8en geen sociale media tot 15 jaar. Wat mijn fractie betreft worden dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14313 normen ook wettelijk vastgelegd, maar we juichen deze eerste stap toe.Laat het wat gebruikelijker worden dat we allemaal iets meer offline zijnen onthaasten, want dit is per slot van rekening een samenlevings-vraagstuk. Smartphonevrij Opgroeien heeft een jokerkaart ontwikkeldvoor één uur smartphoneloos. Die helpt ongetwijfeld ook in het gesprekaan de keukentafel. Ik zou die dan ook graag aan de beide bewindsliedenwillen aanbieden.Voorzitter. Het wettelijk recht op vergetelheid moet laagdrempeligergemaakt worden. Onze kinderen zijn weerloos tegen het surveillancekapi-talisme. Ze worden online getrackt, geprofileerd en getarget. Onzekeretienermeisjes zijn een gewillige doelgroep voor deze adverteerders. Zeworden verslaafd gemaakt aan sociale media, ze moeten hun leven enhun lichaam meten met een onbereikbare Instagramrealiteit, hun wordteen onzeker lichaamsbeeld aangepraat en dan worden ze geprofileerd:circa 11.000 tot 30.000 data-attributen per internetgebruiker. Hun dataworden verhandeld aan de hoogste bieder. Vervolgens wordt tiener-meisjes wijsgemaakt dat consumentisme en lichamelijke ingrepen al hunproblemen gaan oplossen. Het is ronduit ziek. Ik heb er geen anderewoorden voor. Lees bijvoorbeeld het onderzoek «De prijs van gratisinternet» van het Rathenau Instituut in opdracht van de Tweede Kamer. Ikmeen dat onze commissie hier al een kabinetsreactie op gevraagd heeft.Anders wil ik dat alsnog doen. Wanneer kan de Kamer die verwachten?Dat vraag ik de regering.Dat wettelijk recht op vergetelheid onder de AVG bestaat nu voornamelijkop papier. Big tech lapt het aan zijn laars, want er zijn al zeer lang zeergedetailleerde profielen van iedere internetgebruiker gemaakt. Het kabinetvindt de zorgen daaromheen blijkbaar onzin, want de eergistereningediende motie-Ceder/Six Dijkstra om dit recht laagdrempeliger temaken is volgens de regering overbodig. Dus mijn vraag aan de Staatsse-cretaris van BZK is: gelooft hij echt dat alles hier goed gaat, dat er geenprobleem is en dat we hier niks meer aan hoeven te doen? Of ziet hij netals de heer Ceder en ik wel in dat het in de praktijk nogal moeilijk is omhier gebruik van te maken? Deelt hij onze zorgen over hoe jongeren onlinegeprofileerd en getarget worden? NSC en de ChristenUnie pleiten daaromvoor een rode knop om bijvoorbeeld als je 18 jaar bent met een digitaleschone lei te beginnen, met een gecoördineerde gegevensverwijderingvan al je persoonlijke sporen. 100% dekking lukt natuurlijk niet vanaf dagéén – dat snappen wij ook – maar laten we wel weer durven denken invergezichten. Maak afspraken met grote onlineplatforms zoals TikTok,Snapchat en Instagram en de databrokers, zoals Acxiom en Oracle. Dan ishet effect al aanzienlijk.Tot slot, voorzitter, leeftijdsverificatie. Daar zijn al veel debatten overgevoerd en er zijn al meerdere moties van de hand van onder anderen deheer Ceder en mijzelf aangenomen om hier werk van te maken. Want watoffline verboden is voor minderjarigen, zoals gokken of het kopen vanalcohol, is ook online verboden – maar dat moet wel gehandhaafdworden. Dus laten we vooral een cryptografische methode van leeftijdsve-rificatie gebruiken, die zowel betrouwbaar als privacyvriendelijk is. Diemethodes bestaan. We hoeven geen paspoorten of selfies te uploadennaar big tech. Het is goed dat het kabinet met TNO in gesprek gaat overleeftijdsverificatie, maar kan de Staatssecretaris nader ingaan op zijnbewering dat er geen one-size-fits-all-leeftijdsverificatie zou bestaan?Want waarom zouden bestaande cryptografische technologieën in depraktijk niet volstaan? Ik heb tot nu toe nog geen inhoudelijke argumentengehoord.Voorzitter. Ik zie uit naar de beantwoording. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Van der Werf, D66.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14314 Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel, voorzitter. Heel Nederland zat gekluisterd aan First Dates. Eenjongen vertelde zijn date: jij gaat nooit meer verdienen dan ik; jij hebt nietmeer ambitie. Dat is geen originele gedachte. Dat wereldbeeld heeft hijonline opgepikt, net als veel andere jongens van zijn leeftijd. Eenwereldbeeld dat gepusht wordt door algoritmes, met rolmodellen dievrouwen wegzetten als minderwaardig. Dat is precies hoe het werkt: nietéén filmpje, maar een algoritme dat keer op keer dezelfde extremeboodschap herhaalt, beloont en versterkt, totdat je in een fuik belandtwaarin vrouwenhaat inmiddels heel normaal is geworden. Dat is dedigitale wereld van nu: geen tegenspraak, geen debat, alleen eenoneindige feed die steeds smaller wordt. En de ouders staan machteloosaan de zijlijn.Voorzitter. Vroeger hadden we ook gestoorde denkbeelden. Mensen dievan alles zeiden, maar die geen digitale megafoon kregen. Zij werden nietzo breed aangeboden via algoritmes en werden tegengesproken op hetdorpsplein. Nu worden die uitspraken op een podium gehesen, omdat hetde aandacht trekt. Spektakel is goed, want het krijgt views en likes. Gekteis spektakel – en zo helpen algoritmes extreme denkbeelden mainstreamte maken.Ook daarom legden wij eerder het digitale kinderwetje op tafel, metvoorstellen voor een schermtijd, thuis en op school, voor het breken vande macht van big tech en voor vangrails die kinderen beschermen entoerusten met vaardigheden. Die voorstellen liggen er. De vraag iswanneer we een kabinetsreactie kunnen verwachten. En nog specifieker:de Kamer sprak zich ook al uit voor de uitbreiding van een mobieltjes-richtlijn, «thuis of in de kluis»; wanneer gaat dat in, zodat ouders enscholen weten waar ze aan toe zijn?Voorzitter. Regels zijn nodig, maar alleen regels zijn niet genoeg. Kinderenmoeten ook zelf leren om kritisch te kijken, feiten van fabels te onder-scheiden en weerbaar te worden in een wereld vol nepnieuws enmanipulatie. Digitale geletterdheid moet net zo vanzelfsprekend zijn alstaal en rekenen, niet alleen voor hun eigen welzijn maar ook voor detoekomst van onze democratie. Want wie niet snapt hoe algoritmeswerken, is een makkelijke prooi – voor complotdenkers, voor extremistenen voor buitenlandse mogendheden. Daarom heb ik een aantal vragen.Waarom blijft het kabinet hangen in vrijblijvende instrumenten, zoals eenKijkwijzer, een KIA, een Gamecheck? Dat zijn allemaal prachtige instru-menten, maar er moeten ook harde verplichtingen komen. Waarom duurthet tot 2027 voordat de kerndoelen voor digitale geletterdheid ingaan, enzelfs tot 2031 voordat de inspectie daarop gaat handhaven? En waaromkan bijvoorbeeld Vlaanderen in een paar maanden een concreet curri-culum maken, terwijl wij hierover al tien jaar aan het overleggen zijn?Voorzitter. De urgentie blijkt ook uit de aankomende verkiezingen.Onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam laat zien dat TikTokextreemrechtse livestreamers actief een groter podium bezorgt, nietomdat jongeren ernaar zochten maar omdat het meer geld oplevert.Knaken boven kinderen: zo werkt dat platform. In Roemenië zagen we hoeverkiezingen op die manier konden worden gemanipuleerd. Hoe voorkomtdit kabinet dat ook Nederland dit gaat overkomen? Hoe beschermen wijonze verkiezingen tegen deze vermaledijde algoritmes? Er ligt eenkabinetsstrategie, maar eerlijk gezegd zie ik er weinig strategie in. Het isvooral een opsomming van bestaand beleid. Er komen nog een paaroverlegclubs bij, maar geen concrete doelen, geen meetbare resultaten,geen financiële onderbouwing en vooral geen overtuigende regie. Gaatdeze Staatssecretaris andere departementen aanspreken als zij nietvoldoende doen om onze kinderen te beschermen?Voorzitter, tot slot. De zorgen van ouders, de verhalen van jongeren en designalen uit onderzoeken wijzen allemaal één kant op: dit gaat niet vanzelfover. Net als bij het kinderwetje van Van Houten staan we nu opnieuwTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14315 voor een keuze. Kiezen we voor kinderen of kiezen we voor de verdienmo-dellen van big tech? D66 kiest voor kinderen, voor een digitale wereldwaarin zij veilig en vrij kunnen opgroeien, waar technologie hun kansenvergroot en niet hun vrijheid beperkt. Het kan wél.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Dral, VVD.Mevrouw Dral (VVD):Dank u wel, voorzitter. De wereld digitaliseert razendsnel. De VVD vindttegen die achtergrond dat iedereen het recht heeft op een fijne ervaringop het internet. Internet ontsluit immers veel mogelijkheden totontplooiing. We kunnen echter ook niet om de problemen heen. Deschaduwkant van de onlineleefwereld wordt steeds ernstiger. Dat speelthelaas ook bij kinderen en jongeren. Zij verliezen grip op hun digitaleleven. Hoever dat inmiddels gaat, wordt geïllustreerd door de volgendegegevens. De schermtijd van jongeren stijgt. Kinderen tussen 0 jaar en 6jaar zitten per dag bijna 1 uur en 45 minuten voor een scherm. Meer dandriekwart van de kinderen tussen 7 jaar en 12 jaar heeft een eigensmartphone, die ze gemiddeld 5 uur per dag gebruiken. De helft van dekinderen tussen 9 jaar en 13 jaar vindt zichzelf telefoonverslaafd. Bijjongeren tussen 18 jaar en 24 jaar is dat 62%.Online pesten is een wijdverbreid probleem. 41% van de jongeren vindtpesten daarbij het grootste probleem in Nederland. Veel tieners zienafschuwelijke dingen online. Ook worden ze slachtoffer van nieuwevormen van pesten en treiteren. In extreme gevallen is er sprake vanronselen, afpersing en seksueel misbruik. Ongeveer de helft van dejongeren tussen 12 jaar en 25 jaar heeft weleens ongewenste onlineseksuele intimidatie meegemaakt. Ongeveer een derde kreeg ooit temaken met ongewenste sexting en een vierde met online seksueelmisbruik. Veel van hen krijgen direct te maken met psychische klachten ensociale gevolgen.De overheid komt met een kabinetsbrede strategie voor kinderrechtenonline; zo blijkt uit de stukken van dit debat. Dat is op zich een stapvoorwaarts. Die strategie is bovendien op hoofdlijnen een reactie op, enop een aantal onderdelen in lijn met, de in de afgelopen tijd ingediendemoties over online kinderrechten. Tegelijkertijd gaan de acties binnen destrategie naar de mening van de VVD nog niet ver genoeg. Ze wordenregelmatig gekenmerkt door een te aftastende, zo niet afwachtendehouding. Voor oplossingen wordt regelmatig vooral naar Europagewezen. Het is duidelijk dat Europa een rol te spelen heeft en dat we nietom Europa heen kunnen voor een gezamenlijke oplossing.Ondertussen zijn zoals geschetst de gevaren onverantwoord groot voorjongeren die zich in de onlinewereld begeven. Om hen te beschermen isdan ook een voortvarende en daadkrachtige aanpak van de overheidnodig, een aanpak die in ieder geval op korte termijn de ernstige noodlenigt. Daar ontbreekt het in de voorgelegde stukken toch aan. Daaromheeft de VVD de volgende vragen aan de Staatssecretarissen. In destukken stelt de Staatssecretaris in gesprek te zijn met onlineplatforms,waartussen ook grote platforms. Bovendien zijn bij een aantal daarvan –Instagram, Snapchat en TikTok – kinderrechtenimpactassessments, KIA’s,uitgevoerd. Mijn vraag is welke verantwoordelijkheid de platforms nunemen naar aanleiding van die gesprekken en de KIA’s.Uit de KIA’s met betrekking tot Snapchat komt bijvoorbeeld naar vorendat in een onderzoeksperiode van een halfjaar circa 22.000 keer – ikherhaal: 22.000 keer – schadelijke content moest worden verwijderd. Nietzeker is of kinderen die content vóór het verwijderen toch hebben kunnenzien. Voor dit probleem lijkt op korte termijn geen afdoende oplossingbeschikbaar te zijn. Ziet de Staatssecretaris bij die stand van zaken en datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14316 enorme aantal aanleiding tot voorlopige maatregelen om de risico’s tevoorkomen, c.q. te beperken?Ten slotte, voorzitter. Komt de Staatssecretaris wat betreft de bijeen-komsten met netwerkpartners tot de conclusie dat mijn motie op stuk nr.1296 (26 643) is afgedaan? Het gaat dan over de motie waarin wij hebbenaangegeven: ga alsjeblieft met de bestaande netwerkpartners in gesprek,want er liggen al zo veel goede dingen, maar er moet meer samenhang inkomen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dus hoe hij tot die conclusiekomt nu er nog geen sprake lijkt van een toegenomen en brede inzet vannetwerkpartners.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:U heeft vragen van de heer Six Dijkstra en mevrouw Van der Werf. Deheer Six Dijkstra is als eerste.De heer Six Dijkstra (NSC):Mevrouw Dral had het net over de KIA’s, de kinderrechtenimpactassess-ments. Ik ben wel verbaasd en best verbolgen over het feit dat groteplatforms zoals Snapchat, Instagram en TikTok gewoon weigeren om meete werken met de overheid als het gaat om de KIA’s. We mogen nietachter de schermen kijken. Het zijn platforms die vaak roepen dat ze heelerg voor het beschermen van kinderen zijn, maar als puntje bij paaltjekomt dan geven ze niet thuis. Ik was benieuwd hoe mevrouw Draldaartegen aankijkt.Mevrouw Dral (VVD):Hoe ik daartegen aankijk? Ik denk dat het heel belangrijk is om diegesprekken juist wel te blijven voeren. Sterker nog, ik kan verwijzen naarde andere motie die in het voorjaar door de VVD is ingediend. Die gaatover het verwijderen van schadelijke content en verslavende algoritmes.Daarover hebben wij toentertijd ook al gezegd: als je die nou van het nethaalt ... Die verslavende algoritmes zijn ingeprogrammeerd, dus diekunnen eruit. Ik vind dus dat er prioriteit aan gegeven moet worden omdat te regelen, omdat ik echt vind dat we kinderen een veilige omgevingmoeten geven. We moeten ook niet zeggen dat het allemaal slecht is,want er zijn heel veel goede dingen. Ze kunnen zich ontplooien. Het isecht hun wereld. Wij moeten er dus voor zorgen dat die wereld veilig is. Ikvind dus dat die platforms daar een enorme verantwoordelijkheid inhebben, maar ik vind dus ook dat er in de gesprekken vanuit de overheidmet die platforms op een gegeven moment gezegd moet worden dat erregelgeving moet komen. Dat heb ik ook al in die motie aangeven. Haalhet eraf en zorg ervoor dat kinderen gewoon een veilige omgevinghebben om fijn te kunnen internetten.De voorzitter:De heer Six Dijkstra met een vervolgvraag.De heer Six Dijkstra (NSC):In principe ben ik het daarmee eens, maar dit was geen antwoord op mijnvraag. Vindt mevrouw Dral dat de platforms nu voldoende hun verant-woordelijk pakken? Zij weigeren namelijk om mee te werken met ditinstrument, de KIA’s.Mevrouw Dral (VVD):Volgens mij heb ik daar dus net al iets over gezegd. Het gaat over dealgehele verantwoordelijkheid. Volgens mij hebben we allemaal eenverantwoordelijkheid. Het gaat dus ook over de verantwoordelijkheid vande platforms. We moeten ervoor zorgen dat kinderen veilig op het netkunnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14317 De heer Six Dijkstra (NSC):Ik probeer het nog één keer. Het is ja of nee: vindt mevrouw Dral dat dieplatforms nu voldoende hun verantwoordelijkheid pakken?Mevrouw Dral (VVD):Met alle respect: dan wordt er echt niet goed geluisterd. Ik heb netantwoord gegeven. Volgens mij ben ik heel duidelijk geweest. Ik heb netverwezen naar een motie. Volgens mij komt het standpunt van de VVDover wat er moet gebeuren en dat die platforms een enorme verantwoor-delijkheid hebben, daarin heel duidelijk naar voren. Ik ben daar dusduidelijk over geweest. Ik ga niet in herhaling vallen.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik wou collega Dral graag complimenteren met haar inbreng. Ze benoemteen aantal zaken die D66 ook heel belangrijk vindt, waaronder schermtijden de gevaren van social media. Maar ik zeg er ook meteen bij dat dat deafgelopen twee jaar niet altijd zo is geweest. Ik heb daar ook weleens fiksediscussies met mevrouw Dral over gehad. Nu zag ik deze week toevallig inde StemWijzer dat de VVD ook ineens voor een minimumleeftijd van 15jaar voor social media is. Ik wil graag aan mevrouw Dral vragen hoe datprecies zit.Mevrouw Dral (VVD):De lijn van de VVD is niet veranderd, hoor. Volgens mij zijn we heelduidelijk geweest. Volgens mij is er door de Staatssecretaris, de heerKarremans, een norm neergelegd. Sterker nog, mevrouw Kathmann,mevrouw Koekkoek en ik zijn bezig geweest met een initiatiefnota om juistdie norm te versterken. Die initiatiefnota komt eraan. Volgens mij is dateen duidelijk beeld. We hebben nog steeds dezelfde lijn.De voorzitter:Mevrouw Van der Werf heeft een vervolgvraag.Mevrouw Van der Werf (D66):Daar moeten we dan even een factcheck op loslaten, want dat is gewoonniet waar. Ik heb een motie ingediend die hierom vraagt en daar heeft ukeihard tegengestemd. Ik herinner me ook nog meerdere contactmo-menten met u waarin u heel duidelijk aangaf dat u daar geen zin in had.Dus ik verbaas me er wel over dat mevrouw Dral niet even de moeiteneemt om gewoon eerlijk uit te leggen waar die verandering vanstandpunt, en dan zeg ik het even aardig, vandaan komt. Ik heb hiernamelijk heel hard voor gestreden in deze Kamer. Dan vind ik ook dat hetnetjes is om dat even toe te lichten.Mevrouw Dral (VVD):Ik begrijp überhaupt niet waarom u op zo’n manier reageert. Ik vind hetnogal een aantijging van u. Ik snap het ook oprecht niet. Wij zijn altijd heelduidelijk geweest als VVD. We hebben een lijn. Ik heb inderdaad altijdcontact met u gehad. Wij hebben gewoon altijd duidelijk aangegeven hoewe erin zaten. We hebben ook duidelijke moties ingediend en gezegdwaar de problemen zitten. Vervolgens heeft de Staatssecretaris een normaangegeven. Wij hebben gezegd: wij volgen die norm, want die isgegeven. U heeft het over een factcheck; mijn lijn is in ieder geval nietveranderd.Mevrouw Van der Werf (D66):Het klopt dat de heer Karremans en mevrouw Dral wellicht iets anders inde wedstrijd zaten. Dat wil ik haar nog best nageven. Ik ben blij met dehuidige gekozen lijn. Laat ik daar dan ook een compliment voor geven.Maar er zit echt een levensgroot verschil tussen tegen een motie stemmenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14318 waarin exact hierom gevraagd wordt, namelijk om een minimumleeftijdvan 15 jaar voor social media, en vervolgens in de StemWijzer als partijaangeven dat je daarvoor bent. Dat is gewoon een verschil van 180graden. Daar zit geen nuance in. Ik vind het dus gewoon fair om daaromte vragen. Daarom zitten we ook hier, om van elkaar te horen wat we metdit soort onderwerpen willen. Dan krijgt mevrouw Dral van mij allegelegenheid om dat toe te lichten.Mevrouw Dral (VVD):Ik vind het bijzonder, want u bent degene geweest die voor het kerstrecesvorig jaar heel hard heeft geroepen dat er een verbod moest komen. Wijhebben toen als VVD gezegd: we willen geen verbod. Dat hebben we heelduidelijk gezegd. Er was een meerderheid in de Kamer die dat ook nietwilde. U heeft vervolgens een motie ingediend waarmee u de switchmaakte naar een norm in plaats van een verbod. De enige die geswitchtheeft, is dus D66. Sterker nog, de heer Karremans heeft toen al aange-geven met een lijn te komen. Dat heeft hij meerdere keren gedaan.Daarom heeft de motie op een gegeven moment ook oordeel Kamergekregen. De motie ging namelijk niet meer over een verbod, maar overeen norm, waarvan de heer Karremans toen al had gezegd ermee tekomen. Een norm is geen verbod. Daar zit duidelijk een verschil tussen.Wij hebben dus geen switch gemaakt; u heeft duidelijk een switchgemaakt. Dus het ligt toch echt anders.De voorzitter:Dan gaan wij nu luisteren naar de heer Valize, PVV.De heer Valize (PVV):Voorzitter, dank voor het woord. De PVV is van mening dat kinderen enjongeren online zo goed als mogelijk beschermd moeten worden. Dedigitale samenleving raakt steeds diepgaander verweven met hetdagelijkse fysieke leven; dat lezen we ook in het strategiedocument. Eenkind heeft het recht om zorgeloos in een veilige omgeving op te groeien,zo ook in de onlinewereld. De doelstelling dat kinderen veilig, gezond, metde juiste vaardigheden en met vertrouwen moeten kunnen opgroeien inde digitale wereld onderstreept de PVV dan ook, maar dan wel zonder hunhet recht te ontnemen op participatie, spelen, ontspanning en ontwik-keling.Voorzitter. Er zijn vijf beleidslijnen: wetgeving, handhaving en naleving;ouders en opvoeders beter toerusten; onderwijs als fundament voordigitale weerbaarheid; kinderen, jongeren en opvoeders betrekken alspartners; het faciliteren en versterken van de samenwerking met denetwerkpartners. Dat lijken me allemaal prima voornemens. BZK krijgt eencoördinerende rol en de beleidslijnen worden periodiek geëvalueerd enbijgesteld. In dit geval wordt «periodiek» vastgesteld als jaarlijks, maar isdat wel afdoende? Op basis van welke indicatoren wordt er dan bijge-stuurd?Voorzitter. We lezen dat er ingezet gaat worden op handhaving van deDSA. Hoe? En op welke punten? Ook lezen we over leeftijdsverificatie,waarvoor het kabinet wil inzetten op een whitelabelapp. Maar wat is ermis met bijvoorbeeld een iDIN? Dat is wat de Nederlandse bankensectorheeft ontwikkeld. Mevrouw Van der Werf noemde dit reeds vorig jaar alsvoorbeeld. Het is ook nog eens van eigen bodem.Voorzitter. Daarover wel een punt van aandacht. Het moet natuurlijk nietuitmonden in een leeftijdsverificatie die leidt tot een algemene identifica-tieplicht. Burgers moeten anoniem kunnen blijven op het internet. Er maggeen infrastructuur ontstaan waarbij persoonsgegevens grootschaligworden verzameld of commercieel worden benut. We lopen ook nietallemaal over straat met een naambordje waar al onze gegevens op staan.Het is dan ook disproportioneel. Deelt dit kabinet deze opvatting? Zo ja,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14319 wil het kabinet zich in Brussel dan ook duidelijk uitspreken tegenmaatregelen die dat risico wel in zich dragen, en inzetten op alternatievendie effectief zijn zonder de privacy van alle burgers op het spel te zetten?Voorzitter. Er is nog een reden om kritisch te zijn. Er bestaan namelijk talvan methoden om de verificatie te omzeilen. Ik las een voorstel om deleeftijdsverificatie vast te zetten op appstoreniveau, maar daarmee kunnende risico’s niet ontweken worden, want vanuit geaccordeerde appskunnen slachtoffers nog altijd naar formats buiten de appstore geloktworden. Discord, waar al vaak naar verwezen werd, is bijvoorbeeld ookwebbased te benaderen. En wat als URL’s geblokkeerd worden op grondvan wetgeving? Dan is er nog zoiets als een VPN om dat te omzeilen etcetera. Biometrie kan in veel gevallen omzeild worden door een foto tegebruiken. Het zou beter zijn wanneer de biometrie aan een infraroodscanonderworpen wordt, maar dat zit niet ingebouwd in de gebruikte devicesen is nogal kostbaar. Hoe ziet het kabinet dit?Deelt dit kabinet met de PVV de zorgen over de toenemende mate vankinderarbeid? Het al dan niet opzettelijk exploiteren van kinderen is eenzeer groot risico. Het is goed dat dat aan banden wordt gelegd. We zien uitnaar de voorstellen. Is er al zicht op een termijn waarop we de eerstestukken aan de Kamer hieromtrent kunnen verwachten?Wat betreft misleidende ontwerptechnieken zoals lootboxes of versla-vende algoritmes: de PVV is tegen lootboxes; laat dat helder zijn. In 2022steunden we dan ook een motie om die te verbieden. Tegelijkertijd vindenwij dat de Kansspelautoriteit hierover moet blijven waken. Die kan reedsoordelen en stappen ondernemen.Net als wetgeving en handhaving hebben natuurlijk ook ouders een groterol bij de bescherming van hun kinderen online. Het hebben van een kindbrengt voor ouders verantwoordelijkheden met zich mee die ook hetdigitale domein bestrijken. We zijn dan ook niet tegen de publiekscam-pagne over digitale opvoeding waarmee het kabinet gaat komen zodatouders ook meer inzage weten te krijgen in de digitale sporen van hunkinderen. Met name op het onderdeel «herkennen van digitale risico’s»zitten grote kansen voor het verhogen van de digitale weerbaarheid.Wellicht kunnen enkele ouders mee wanneer scholen de Risk Factorybezoeken. Voor hen is dat ook interessant wat betreft de digitaleweerbaarheid. Hoe kijkt het kabinet daartegen aan?Wat betreft schermgebruik en schermtijd blijft de PVV van mening dat hetaan de ouders is om erop toe te zien, maar als het dan toch tot eenpamflet komt, zoals gesuggereerd in de documenten, benoem dan ook derisico’s van blauw licht.Wat betreft Gamecheck hebben we nog wel de vraag in hoeverre de PEGI,de Pan-European Game Information, hierin is meegenomen. Het wielwordt wederom opnieuw uitgevonden, maar wat voegt het dan extra toe?Voorzitter, ik ga afronden. Nederland moet in Europa een kritische lijnvolgen. Focus op betere toepassing en coördinatie van bestaande regels.Bescherm kinderen tegen schadelijke praktijken, maar bewaak tegelij-kertijd de privacy en de nationale zeggenschap. Daar laat ik het voorlopigbij.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dan is nu het woord aan mevrouw Koekkoek, Volt.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank, voorzitter. In Zwijndrecht zijn vier jongeren tussen 16 jaar en 18 jaaroud gearresteerd vanwege geweld in de stad. De geweldsdelicten metjongeren in Zwijndrecht lijken op die in Beverwijk en Heemskerk, waartwee weken geleden scholen werden gesloten uit angst voor geweld. Delink naar de onlinewereld is hier helaas snel gemaakt. Gewelddadigebeelden worden eenvoudig gedeeld op platforms als Snapchat en TikTok,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143110 waarna de algoritmen hun werk doen en dit soort beelden actief wordengepromoot. TikTok pusht extreemrechtse livestreams onder kijkers diedaar niet bewust naar op zoek zijn. Dat bleek vorige week uit onderzoekvan een internationaal onderzoeksteam, verbonden aan de Hogeschoolvan Amsterdam. We hoorden deze week ook dat op Telegram actiefkinderen van zelfs 12 jaar worden geronseld door neonazi’s. Daarmeefaciliteren grotere platforms geweld en creëren ze een onveilige situatievoor kinderen en voor jongeren.Voorzitter. Kinderen hebben het recht om ook online veilig te zijn. Tochzien we dat dit recht op dit moment onvoldoende wordt beschermd. DeStaatssecretaris zet in zijn brief een vijftal goede beleidslijnen uit. Dat iswaardevol, maar ik mis nog scherpte en urgentie in de uitvoering. Daaromkomen de collega’s Kathmann, Dral en ikzelf op korte termijn met eeninitiatiefnota om de onlineveiligheid van kinderen te verbeteren.Een urgent probleem daarin is de rol van de grote platforms. De strategieverwijst naar handhaving van de Digital Services Act en de toekomstigeEuropese wetgeving, maar intussen worden schadelijke algoritmesvandaag al ingezet. Kan de Staatssecretaris concreet aangeven hoeNederland platforms gaat dwingen om hun algoritmes veiliger te maken,bijvoorbeeld door transparantie over aanbevelingssystemen verplicht testellen? Dat vraag ik zeker ook na de uitspraak van vandaag tegenInstagram en Facebook, waarin precies dit aan de orde kwam. Ik vraagdan ook wat de Staatssecretaris op korte termijn hieraan gaat doen.Voorzitter. Dan kom ik bij de ouders en opvoeders. Voorlichting enhandvatten zijn belangrijk, maar ouders staan vaak alleen tegenoverbedrijven die miljarden investeren in het verslavend maken van hundiensten. Ziet de Staatssecretaris ook dat er grenzen zijn aan wat we aanouders kunnen overlaten en dat wetgeving en toezicht zwaarder moetenworden ingezet om kinderen te beschermen tegen verslavendeontwerpen? Welke stappen gaat hij daar concreet in zetten?Voorzitter. Onderwijs is cruciaal voor digitale weerbaarheid. De herzieningvan het curriculum is een goede stap, maar die wordt pas in 2027 volledigingevoerd. Welke stappen kunnen en gaan we ook echt op korte termijn alzetten? Kan de Staatssecretaris toezeggen dat scholen al eerder toegangkrijgen tot concrete materialen en ondersteuning, bijvoorbeeld viabibliotheken en bestaande programma’s?Volt steunt de inzet op jongerenparticipatie. Jongeren weten zelf vaakbeter dan de politiek waar ze online tegenaan lopen. Toch hebben wij deneiging om óver te jongeren te spreken in plaats van mét hen. Wat gaatde Staatssecretaris concreet doen met de adviezen van jongerenraden? Enhoe zorgen we ervoor dat hun inbreng daadwerkelijk leidt tot beleid enniet slechts tot een rapport in een la?Voorzitter. Tot slot de samenwerking. De strategie zet in op netwerken enop een kwartiermaker bij UNICEF. Dat onderschrijf ik van harte. Dat vraagtook om structurele financiering en duidelijke mandaten. Kan de Staatsse-cretaris aangeven hoe wordt voorkomen dat dit blijft steken in losseprojecten en hoe de Kamer jaarlijks inzicht krijgt in de resultaten?Voorzitter. Kinderen hebben offline recht op bescherming tegen geweld,misbruik en manipulatie. Online moet dat niet anders zijn. De strategiekinderrechten online biedt een fundament, maar de urgentie vanZwijndrecht en Beverwijk laat zien dat sneller en scherper optreden hardnodig is.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we ten slotte luisteren naar mevrouw Kathmann,GroenLinks-PvdA.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143111 Dank, voorzitter. Op de dag voor Prinsjesdag gebeurde er iets wat nógbelangrijker is dan met hoedjes op in de schouwburg zitten. Jongerenkwamen naar de Tweede Kamer toe met het jaarlijkse jongerenadvies.Hun oproep was glashelder: volwassenen in Den Haag, luister nou eenkeertje naar ons, want we zijn bezorgd over online pesten, het huizen-tekort en de veiligheid. Als volwassene en als Tweede Kamerlid voel ik meeigenlijk verplicht om die zorgen op te lossen. Eigenlijk was pesten – in degesprekken ging het over online pesten – zorg nummer één van dejongeren.Daar wil ik vandaag mee beginnen. Als volwassenen hebben we namelijknog veel te weinig door wat er online gebeurt. Het zou een heel grootverschil maken als jongeren zich veilig voelen om naar volwassenen toete stappen als er online iets ergs gebeurt. In de gesprekken zeiden zeeigenlijk: als er op school iets gebeurt en het gaat over online, dan zeggenheel veel docenten, uitzonderingen daargelaten, dat ze daar niks meekunnen omdat het online is. Heel veel ouders bagatelliseren wat er in dieonlinewereld gebeurt en snappen soms niet hoe ongelofelijk groot het is.Dat herken ik als moeder ook wel een beetje. Het blijft daar maardoorgaan, terwijl wij als volwassenen vaak ingrijpen door de dader tepakken. Daarmee is vaak het grote online-incident en de impact die dat opde kinderen heeft niet gestopt.Daarom heb ik de volgende vragen. Wat gaan de Staatssecretarissen doenom volwassenen te leren over de digitale wereld? Hoe houden deStaatssecretarissen bij of alle acties die zij doen om opvoeders te bereikenook echt effectief zijn? Hebben ze cijfers waaruit blijkt dat opvoedersinderdaad mediawijzer zijn geworden? Voor jongeren en kinderen is er hetJeugdjournaal. Maar ik pleit voor een volwassenenjeugdjournaal: elkeweek tien minuten, waarin je als ouder wordt bijgepraat over wat er in deonlineleefwereld van jongeren gebeurt, gepresenteerd door jongeren zelf.Zou de Staatssecretaris zo’n idee willen onderzoeken?Maar ook als er geen volwassenen in de buurt zijn, moeten jongeren veiligergens terechtkomen. GroenLinks-Partij van de Arbeid wil een hulpknopop alle onlineplatforms, waarmee jongeren met één klik op de knopkunnen zien bij wie ze terechtkunnen in het geval van pestgedrag, engebeelden en misbruik. Denk hierbij aan De Kindertelefoon, Helpwanted ofzelfs 113. Zien de Staatssecretarissen een optie om zo’n hulpknop in terichten die doorverwijst naar Nederlandse hulplijnen? Welke hulplijnenhebben jongeren nu en voor welke problemen? Hoeveel geld geeft hetkabinet uit aan deze hulplijnen? Ik vind het ook dieptriest dat er op debegroting van Justitie en Veiligheid alweer een bezuiniging op Offlimitsstaat; dé organisatie die online kindermisbruik aanpakt en slachtoffershelpt. Kan de Staatssecretaris uitleggen waarom dat zo is? Is hij bereid omervoor te zorgen dat de bezuiniging wordt teruggedraaid en dat hetbudget juist meestijgt met de meldingen?De echte boosdoeners in dit verhaal zijn natuurlijk de sociale media.Megabedrijven als X, TikTok en Meta doen te weinig om ons, zowel jongals oud, te beschermen. Die sociale media worden heel verslavendgemaakt en daardoor voelen jongeren zich steeds minder de baas overhun eigen schermtijd. Het is tijd om keihard in te grijpen. Dat moeten weniet doen door grenzen op te leggen aan gebruikers, maar door nieuweregels te maken voor big tech, zodat het internet voor iedereen leukerwordt. GroenLinks-Partij van de Arbeid wil daarom verslavendealgoritmes verbieden. Jij bent de baas over wat je op je tijdlijn ziet, nietElon Musk of Mark Zuckerberg. Vindt de Staatssecretaris dat socialeme-diabedrijven genoeg doen om hun platforms niet meer verslavend temaken? Heeft Nederland een plan om alle moties die zijn aangenomenover sociale media uit te voeren en dat in Europa voor elkaar te boksen?Wat is de strategie daarvoor van deze Staatssecretarissen?Het internet hoort leuk te zijn. Het is dé plek waar we elkaar ontmoeten.Jongeren hebben het volste recht om in hun vrije tijd het internet op teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143112 gaan. Dat moet je niet eindeloos begrenzen, want voor sommigejongeren, bijvoorbeeld als ze in de kast zitten of thuis niet veilig zijn, zijnhun onlinevrienden onmisbaar. Het moet natuurlijk wel veilig zijn. In hetafgelopen halfjaar hebben veel partijen hun ideeën voor een veiliginternet op papier gezet. Zo hebben Nieuw Sociaal Contract, deChristenUnie en D66 plannen gemaakt. Binnenkort hoort GroenLinks-Partijvan de Arbeid samen met de VVD en Volt ook bij de plannenmakers. Wehebben eigenlijk alle organisaties uit het veld bevraagd over wat zeeigenlijk doen om kinderen weerbaarder te maken, en dat bij elkaargebracht. Het plan zullen we binnenkort presenteren.Maar ik wil hier nog wel even de mogelijkheid hebben om vooralmevrouw Dral van de VVD te bedanken voor een hele fijne samenwerking.We hebben het hier namelijk heel vaak over keiharde maatregelen die jekan nemen. Daarbij vergeten we heel vaak wat we nog moeten doen aande weerbaarheid van kinderen. Er zijn heel veel experts in het veld diedaaraan werken. Wat mevrouw Dral eigenlijk veel te bescheiden achter deschermen doet, is al die organisaties een stem geven en zorgen dat weons met z’n allen veel meer bewust zijn van die weerbaarheid en dat wedaaraan moeten werken. Kinderen zelf vragen daar ook om: geef ons toolsom zelf steviger in die onlinewereld te staan. Het laat zien dat de Kameraan de slag wil. Ik ben oprecht blij om te zien dat ook het kabinet nuplannen heeft gemaakt.Ik wil nog één laatste vraag stellen, misschien wel de belangrijkste vanallemaal: wat doen de Staatssecretarissen om niet alleen over jongeren tepraten, maar vooral ook met ze? Dat was namelijk de allerallergrootsteoproep, ook bij de Jongeren Prinsjesdag: praat nou met ons. Ze zeidenook vooral: laat dat gepraat niet alleen maar resulteren in een leukfotomoment waarbij je zegt dat het zo belangrijk is om naar jongeren teluisteren, maar luister ook naar ze en zet dat om in beleid. De vraag is dusvooral: hoe gaan deze Staatssecretarissen dat doen? Hebben jongereneen stem gehad in de plannen van het kabinet? Hoe is dat preciesgebeurd? Wat gaat het kabinet doen om jongeren veel meer te betrekken?De politiek heeft jongeren keihard nodig, want ze zijn de toekomst.Ik kijk uit naar de antwoorden van het kabinet.De voorzitter:Een vraag van de heer Valize.De heer Valize (PVV):Ik heb een vraag aan mevrouw Kathmann met betrekking tot onlinepest-gedrag, waar ze het in het begin van haar betoog over had. Ik weet dat ereen aantal initiatieven zijn, ook in de markt, waarbij kinderen die gepestworden dat kunnen melden, bijvoorbeeld als ze een potje van eenonlinegame hebben gewonnen van hun tegenstander en hun vervolgensde huid vol wordt gescholden. Dat is een optie. Maar u zegt dat ze dannaar de leraar gaan, die zegt: oké; daar kan ik niks mee. Maar heeft u hetdan specifiek over die situaties waar we ook laatst in de krant over lazen,over whatsappgroepen in scholen waarvan kinderen buitengeslotenwerden en dergelijke? Heeft u het er dan over dat die situaties genegeerdworden? Dat is even een verhelderende vraag.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Goed dat u dat vraagt. Dat geeft me ook even de mogelijkheid om beter teverwoorden wat die jongeren precies vroegen. We hebben met verschil-lende politieke partijen uitgebreide gesprekken met hen gehad, in eenschoolbus, rijdend door Den Haag. Waar ze eigenlijk melding vanmaakten, was pestgedrag, groot en klein. Het kan een hele grote impacthebben als er bijvoorbeeld een nepaccount van je wordt aangemaaktwaarmee van alles in de school wordt rondgebazuind. Dat kan heel langimpact op mensen hebben. Maar het kan inderdaad ook heel klein zijn. ZijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143113 zeiden eigenlijk op de eerste plaats behoefte te hebben aan een luisterendoor, iemand die begrijpt hoeveel impact het kan hebben, ook al lijkt heteen klein incident. En ze willen uit de situatie worden gehaald. Als er aleen volwassene is die niet het probleem bagatelliseert of zegt «dat isonline; daar kan ik niks mee», dan ligt nu vaak de oplossing in het pakkenvan de dader, terwijl het kind heel vaak niet uit de situatie is gehaald alsde dader gestraft is. Dat nepaccount bestaat nog steeds. Die beeldenvliegen nog steeds rond in de onlinewereld.Eigenlijk riepen zij ons op hun ouders en hun docenten beter op te leiden,zodat zij hen gewoon beter kunnen helpen. Ze hadden hele concretevoorbeelden: zorg voor betere modules op pabo’s en docentenoplei-dingen, maar zorg ook dat er ouderavonden zijn, net als er nu op heel veelmiddelbare scholen ouderavonden zijn over het puberbrein, over onzeonlineleefwereld, over trends en misschien ook wel over de leuke dingendie er online gebeuren. Natuurlijk moeten we die veel te lange schermtijdinkorten, maar zo snappen ouders veel beter wat kinderen mee kunnenmaken. Zo bagatelliseren we het niet meer en zeggen we niet meer dat weer niks aan kunnen doen.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de zijde van de Kamer. We schorsen de vergadering tot 15.10uur.De vergadering wordt van 14.39 uur tot 15.11 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de zijdevan het kabinet. Een aantal leden laat zich verontschuldigen, omdat zijhun tijd en aandacht moesten verdelen over een aantal debatten. Maar zijzullen later weer aanschuiven. Dan geef ik als eerste het woord aan deStaatssecretaris van BZK.Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel, voorzitter. Dank aan uw commissie voor het stellen van devragen. De bescherming van kinderen en jongeren in de digitale wereld isbelangrijk. Dat onderwerp ligt mij ook na aan het hart. Ik vind het daaromook fijn dat ik samen met mijn collega, de Staatssecretaris van VWS,vandaag met u over dit onderwerp kan spreken. Helaas kan mijn collegavan OCW er niet bij zijn. Daarom zal ik de aan hem gerichte vragenbeantwoorden.In september lanceerde ik de publiekscampagne Blijf in beeld. Dat is eencampagne die ouders helpt om te gaan met het smartphonegebruik vanhun kind. Tijdens de lancering sprak ik met kinderen over hoe zij dedigitale wereld ervaren. Het viel mij op dat sommige kinderen zich heelbewust zijn van de risico’s en andere kinderen niet. Bij ouders zie ik dat dezorgen over de risico’s van de digitale wereld de laatste tijd enorm zijngegroeid – maar bij sommige ouders ook weer niet. In de media lezen wevaak over gevaarlijke situaties voor kinderen online, bijvoorbeeld datkinderen worden afgeperst in criminele chatgroepen of dat een chatbotgevaarlijke adviezen geeft. Maar de digitale wereld biedt ook belangrijkekansen voor kinderen, zoals toegang tot kennis en informatie, creativiteiten sociale verbinding. Wat zou het mooi zijn als de digitale diensten zichook daarop zouden richten en kinderveilige diensten zouden ontwikkelen.Dit wordt ook wel safety by design genoemd. Ik wil niet dat kinderenhelemaal geen toegang tot technologie hebben. Een belangrijk recht vankinderen is juist dat ze hier wél toegang toe hebben. Ik wil ook dat dietechnologie veilig voor hen is.Internationaal, Europees en nationaal zetten we dan ook in op devolgende punten. Allereerst stellen we internationaal hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143114 VN-Kinderrechtenverdrag centraal. In dit verdrag zijn belangrijke rechtenvan kinderen opgenomen, zoals het recht om te spelen, te leren en veiligte zijn. Deze rechten zijn ook online van toepassing. Vervolgens hebbenwe binnen de Europese Unie allerlei aanvullende wetten gemaakt, zoalsde Digitaledienstenverordening, ook wel bekend als de Digital ServicesAct, de DSA. Die zorgt ervoor dat de digitale wereld veilig is voorkinderen, of veilig zou moeten zijn voor kinderen. In Nederland maken webeleid dat ook past binnen deze wettelijke kaders. Zo heb ik samen metmijn collega’s de strategie kinderrechten online opgesteld, niet alleen metOCW en VWS, maar ook met de Minister van Economische Zaken én deStaatssecretaris Participatie en Integratie. Deze strategie is beginseptember aan uw Kamer gestuurd. Daarin beschrijven we op welkemanier wij de risico’s willen wegnemen.Belangrijke onderdelen van die strategie zijn: voorlichting aan ouders,bijvoorbeeld via de campagne Blijf in beeld en het uitvoeren vankinderrechtenimpactassessments, ook wel KIA’s, genoemd. Deze KIA isdoor de Europese Commissie overgenomen en is onderdeel gewordenvan de richtsnoeren onder de DSA. Dit betekent dat de EuropeseCommissie de KIA aanbeveelt om te gebruiken. Daar ben ik blij mee, maarwe zijn er nog niet. Ik blijf mij daarom ook zelf inzetten voor eenverplichting van het kinderrechtenimpactassessment. Verder willen weverslavende ontwerpen verbieden; hier kom ik zo op terug. De strategiekinderrechten online bevat beleid dat we vanuit de rijksoverheid voeren.Met enkel onze inzet komen we er niet. Alleen samen met onder meerouders, scholen en bedrijven kunnen we zorgen voor een veilige digitaleomgeving voor kinderen. Iedereen moet daarom ook zijn verantwoorde-lijkheid nemen.Allereerst spelen ouders een centrale rol in de digitale opvoeding vankinderen. Als geen ander weten ouders wat risicovol is voor hun kind. Zijweten wat hun kind wel of niet aankan en kunnen met hen daarover ingesprek. Via de publiekscampagne Blijf in beeld proberen we oudersbewust te maken van de rol die zij spelen in de digitale opvoeding. Decampagne wordt ondersteund door de website Jouw Kind Online, waarouders allerlei tips kunnen vinden. Ondanks de goede bedoelingen zijn erook nog ouders die we niet bereiken, maar we blijven dat wel proberendoor allerlei acties, zowel op het internet als in reclames.Verder is een goede onlinebescherming voor kinderen zeker ook deverantwoordelijkheid van bedrijven die onlinediensten voor kinderenmaken. Zij moeten ervoor zorgen dat die diensten veilig zijn. Volgendeweek spreek ik hier ook uitgebreid over met mijn Europese collega’stijdens de informele Telecomraad. Onlineplatforms zijn op basis van deDigitaledienstenverordening verplicht om kinderen het hoogste niveauvan veiligheid, privacy en beveiliging te bieden. Zij moeten deze verant-woordelijkheid heel serieus nemen. Dit betekent onder andere dat zijschadelijke inhoud tijdig en doeltreffend dienen te verwijderen, dat zijoptreden tegen de onlineverkoop van verboden middelen, zoals vapes,alcohol en wapens, aan kinderen, dat zij ervoor zorgen dat kinderen nietworden blootgesteld aan gevaarlijke chatbots of digitale praathulpjes endat er geen reclames worden vertoond die ongepast zijn voor kinderen.Ook dienen zij te zorgen voor een gebalanceerde, niet-eenzijdige contenten dat kinderen niet geprofileerd worden voor commerciële doeleinden.De Europese Commissie heeft op basis van de Digitaledienstenveror-dening procedures lopen tegen bijvoorbeeld TikTok en Meta, omdat zijminderjarigen mogelijk te weinig beschermen. Ik volg deze procedures opde voet, en als online niet aan de DSA-verplichtingen voldaan wordt, kande Europese Commissie aan een bedrijf een boete van 6% van hunwereldwijde omzet opleggen. Daarnaast heeft de Europese Commissieaangegeven dat ze verslavende elementen in digitale diensten verder wilaanpakken in de Digital Fairness Act. Deze toekomstige Europese wet wilhandelspraktijken eerlijker maken voor consumenten. Uit wetenschap-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143115 pelijk onderzoek blijkt dat verslavende elementen daadwerkelijkvoorkomen en dat dit nu niet goed gereguleerd is. Ook als kabinet zijn wijhier een voorstander van, want kinderen kunnen niet op tegen de veleverleidingstechnieken van de digitale diensten. Bovendien geven kinderenzelf aan dat ze minder op hun telefoon willen zitten, maar dat ze dat nietlukt. Ze geven aan dat ze steeds gepusht worden om bijvoorbeeld een appte gebruiken. Hier willen we vanaf. We willen af van de lange schermtijdendie ertoe leiden dat een grote groep kinderen te weinig beweegt,waardoor de bijziendheid onder kinderen toeneemt.In een brief aan de Europese Commissie, ook wel non-paper genoemd,geven we als Nederland aan wat onze wensen zijn. Zo pleiten we in diebrief voor een verbod op verslavende algoritmen in ontwerptechnieken.Naast deze aanpak is ook mijn ministerie continu met aanbieders vandigitale diensten in gesprek. Daarbij wijzen we hen op hun verantwoorde-lijkheid om te allen tijde het belang van het kind in hun dienst voorop tezetten.Tot slot. Naast ouders en bedrijven spelen natuurlijk ook scholen eenbelangrijke rol bij het zorgen voor een veilige digitale omgeving voorkinderen. In het onderwijs zijn al belangrijke stappen gezet, zoals delandelijke richtlijn om geen smartphones meer toe te laten in de klas. Deeerste onderzoeken naar het effect van deze richtlijn zijn positief. Door desmartphones uit de klassen te weren, kunnen kinderen zich in de klasbeter concentreren en voelen ze zich veiliger in de klas. Maar zoals ik aanhet begin al zei: we moeten samenwerken om de digitale wereld veiligerte maken voor kinderen. Ik blijf me daarom ook samen met mijn collega’sheel hard inzetten voor deze wens, want het is gewoon nodig.Dan ga ik nu over tot de beantwoording van uw vragen. Dat zal ik doen ineen aantal blokjes. Ik begin met wettelijke instrumenten, daarna leeftijds-verificatie, strategie online kinderrechten, overig. Daarbij heb ik nog devragen aan OCW.Ik begin met de wettelijke instrumenten. De heer Six Dijkstra vroeg of ikde zorgen deel over hoe jongeren worden geprofileerd en getarget. Ikonderschrijf het belang van het recht van betrokkenen om gegevens telaten verwijderen én dat dit recht toegankelijk en effectief moet zijn, in hetbijzonder wanneer het minderjarigen betreft. Als wij hier actie op willenondernemen, dan ligt dat primair bij mijn collega, de Staatssecretaris vanJenV. JenV geeft aan dat de AGV een evenwichtig juridisch kader biedtvoor het verwijderen van persoonsgegevens. Ook geven ze aan dat deAutoriteit Persoonsgegevens laagdrempelige en toegankelijke informatiebiedt op hun website. Ik zal met mijn collega, de Staatssecretaris vanJenV, nóg een keer bespreken of het verwijderen van gegevens nogmakkelijker gemaakt kan worden.De heer Six Dijkstra (NSC):Dat waardeer ik. Ik ben benieuwd wat er uit het gesprek komt. Daarnaastben ik in mijn inbreng natuurlijk ook ingegaan op de trackers, dedatabrokers, de bedrijven die er een verdienmodel van hebben gemaaktom van alle internetgebruikers een profiel te maken op basis van hunsurfgedrag, de websites die ze bezoeken, waar ze op klikken et cetera, endie dat profiel vervolgens verhandelen om zo gericht mogelijk adver-tenties voor te schotelen. Het is natuurlijk een stuk moeilijker om dat soortdata van het internet af te krijgen, omdat je vaak ook helemaal niet weetwaar die data zitten. Dat is relatief gemakkelijker en laagdrempeliger bijplatforms waar je zelf een account hebt. Wil de Staatssecretaris dat ookmeenemen in zijn gesprek met de Staatssecretaris van JenV?Staatssecretaris Van Marum:Dat wil ik zeker wel meenemen. Het is een complexer probleem omdat ergewoon ook meer doeleinden achter zitten, die ook de economie kunnenraken, maar in dit geval, waar het kinderen betreft, vind ik het zeerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143116 belangrijk. Dus ik zal proberen om daarover met elkaar tot eenevenwichtig verhaal te komen.Ik had een vraag van mevrouw Dral: welke verantwoordelijkheid nemenplatforms naar aanleiding van de gesprekken tussen hen en BZK over deKIA’s? Dat is eigenlijk heel simpel: dat weten we op dit moment nog niet.Deze maand vinden weer gesprekken plaats met de platforms. We zullentijdens deze gesprekken aandringen op effectieve maatregelen en toegangtot de informatie hierover. Ik zal uw Kamer ook op de hoogte houden vande uitkomsten van deze gesprekken.Mevrouw Dral (VVD):Deze vraag is natuurlijk al eerder gesteld. We hadden het ook over dieverslavende algoritmes en de verantwoordelijkheid van de groteplatforms daarvoor. Ik heb nou niet het idee dat ze er heel happig op zijnom die verantwoordelijkheid te nemen, terwijl die verslavende algoritmeser echt heel snel af te halen zijn. Dit is het probleem als het gaat overlange schermtijd en noem maar op. Dus wanneer is het voor hetministerie eigenlijk genoeg als er echt geen medewerking komt? Wat zijnvervolgens voor u de stappen, los van Europese regelgeving, als u zegtdat we het op een andere manier gaan doen omdat dit te lang duurt?Staatssecretaris Van Marum:Ik kijk even naar mijn ambtenaren. Een deel van de beantwoordingdaarvan komt later nog, maar ik kan wel zeggen dat er eindigheid aan zit.Mevrouw Dral vroeg ook: ziet de Staatssecretaris aanleiding totvoorlopige maatregelen om risico’s te voorkomen, c.q. te beperken,gezien het feit dat de KIA’s aantonen dat er een enorme hoeveelheidschadelijke content op de platforms is? Ja, die zie ik. Ten eerste zal ikhierover met de platforms in gesprek gaan. Daarnaast heb ik het experti-secentrum onlinemisbruik Offlimits gevraagd om met een voorstel tekomen voor een uitbreiding van hun meldpunt. De bedoeling hiervan isdat Offlimits niet alleen illegale content behandelt maar ook een rol gaatspelen bij het signaleren van schadelijke en onwenselijke vormen vancontent en dat Offlimits een actieve rol krijgt bij het aanpakken hiervan.Dan kom ik bij een vraag van de heer Six Dijkstra: kan de Staatssecretariserop ingaan waarom er geen one-size-fits-all-leeftijdsverificatie mogelijkzou zijn? Omdat leeftijdsverificatie een zwaar middel is, moet in concretesituaties gekeken worden of de inzet daarvan proportioneel is. Zo is deinzet van leeftijdsverificatie bij diensten en producten die aantoonbaarschadelijk zijn voor kinderen eerder gerechtvaardigd dan bij diensten enproducten waarvoor dat niet het geval is. Voorbeelden van de eerstecategorie zijn tabak, gokken en alcohol. Dat wordt sectoraal geregeld.De heer Six Dijkstra (NSC):Dat is natuurlijk niet direct een antwoord op de vraag. De antwoorden vande Staatssecretaris op vragen over one-size-fits-all in de schriftelijke rondegingen over het feit dat het blijkbaar heel moeilijk is om leeftijdsverificatiein te regelen. Daar heb ik met de vorige Staatssecretaris ook meermaalseen debat over gevoerd, maar dat kwam nooit heel veel verder dan: detechnologie is nog niet bewezen. De heer Ceder en ik brachten dan vaakeven te berde dat de technologie uit de jaren negentig of soms zelfs dejaren tachtig stamt en intussen wel wiskundig bewezen werkt. Is deStaatssecretaris intussen wel zover dat hij zegt dat leeftijdsverificatiegewoon betrouwbaar en privacyvriendelijk ingeregeld kan worden en dathet vraagstuk alleen is wanneer het wel en niet gepast is? Begrijp ik hemdan goed?Staatssecretaris Van Marum:Ik ben nog niet zover als u nu net stelt, maar ik hou dat wel scherp in degaten, zodat we die bescherming in kunnen zetten indien er goedeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143117 mogelijkheden zijn om die in te regelen. Maar op dit moment ben ik nogniet zover dat ik zeg dat het al geregeld is en dat het voldoendebeschikbaar is. Er zitten nog haken en ogen aan. Laat ik in elk gevalzeggen dat het wel alle aandacht heeft. We kijken hoe we ’m zo effectiefmogelijk kunnen inzetten.De heer Six Dijkstra (NSC):Wat zijn die haken en ogen op dit moment?Staatssecretaris Van Marum:Volgens mij heb ik dat eerder in een brief uitgelegd. U zegt van niet. Alshet nodig is, zal ik het u nog een keer uitleggen. Maar er zitten nog watproblemen in waardoor wij het op dit moment nog niet door kunnenvoeren.De heer Valize vraagt hoe en op welke punten er wordt ingezet ophandhaving van de DSA. In de Jutlandverklaring, die ik volgende weektijdens de Telecomraad ga ondertekenen, roep ik samen met andereEuropese landen de Europese Commissie ertoe op om de DSA effectief tehandhaven. Punten waarop we de handhaving vragen, zijn onder meerhet tegengaan van schadelijke elementen voor kinderen, zoals schadelijkecontent en schadelijke algoritmen.De heer Valize en NSC vragen wat er misgaat met leeftijdsverificatie opbasis van iDIN. De heer Six Dijkstra vraagt waarom bestaande verificatie-technologieën zoals iDIN niet volstaan. iDIN is inderdaad een zeerbetrouwbare en robuuste manier van leeftijdsverificatie. iDIN kan echteralleen gebruikt worden als iemand 18 jaar of ouder is en een betaalre-kening heeft. In opdracht van BZK onderzoekt TNO op dit momentverschillende methoden van leeftijdsverificatie die voldoen aan de eisenvan de veiligheid en privacy. Per dienst zal altijd moeten wordenbeoordeeld welke vorm van leeftijdsinschatting of leeftijdsverificatiepassend en proportioneel is.Dan de vraag van de heer Valize: hoe kijkt het kabinet naar het feit dat ertal van methoden zijn om de verificatie te omzeilen? Ik wil daar graageven op terugkomen op het moment dat de resultaten van hetTNO-onderzoek bekend zijn. Ik wil daarover ook de toezegging doen dat ikTNO erop ga wijzen dat deze vraag er ligt en dat ik ze ga vragen of zedaarop in willen gaan.Mevrouw Kathmann had een vraag over sociale media. Zij vroeg of ik vinddat socialemediabedrijven genoeg doen om hun platforms niet meerverslavend te maken, of Nederland een plan heeft om alle aangenomenmoties die pleiten voor minder verslavende sociale media, uit te voerenen dit in Europa voor elkaar te boksen en wat mijn strategie is. Heelduidelijk: nee, ik vind dat socialemediabedrijven niet genoeg doen om hunplatforms niet meer verslavend te maken. Daarom maak ik me er inEuropa ook hard voor om die verslavende ontwerpen aan banden teleggen. Samen met de Minister van Economische Zaken werk ikmomenteel aan een brief aan de Europese Commissie. Dat is eenzogenaamd non-paper. Deze brief zal binnenkort aan uw Kamer en aan deEuropese Commissie gestuurd worden.De voorzitter:U heeft een vraag van mevrouw Kathmann.Staatssecretaris Van Marum:Zal ik ’m even afmaken en dan de vraag beantwoorden? Ook zal ikvolgende week samen met andere Europese lidstaten de Jutlandver-klaring tekenen, die de Europese Commissie ertoe oproept om versla-vende ontwerpen te verbieden.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143118 Ik ben heel blij met deze antwoorden. De vraag is dan: worden in die briefdie wij krijgen ook al die moties meegenomen die in het Nederlandseparlement zijn aangenomen? Misschien nemen wij in Europa op sommigepunten wat meer een koploperspositie in, maar de wens van de meestepartijen in deze Tweede Kamer is eigenlijk om dat ook te doen. Worden aldie moties en voorstellen van hier meegenomen naar het Europese toneelom daar als voorbeeld te dienen en om de zaak gewoon beter op orde tekrijgen?Staatssecretaris Van Marum:Ik vind het even te ruim gezegd om te zeggen dat alle moties wordenmeegenomen, want ik weet niet precies over welke moties het dan gaat.We hebben in de afgelopen periode natuurlijk ook iets over die motiesgezegd, dus om het nou zo scherp te stellen ... Maar weet wel dat destrekking van die moties en de oproepen die daarin zitten, wel meege-nomen worden in hetgeen wij voor elkaar proberen te krijgen. Maar ikvind het een stap te ver om nu te zeggen dat ik alle moties onverkort kanuitvoeren of daar te berde kan brengen. Maar de strekking van de motiesis volstrekt duidelijk en is ook breed gedragen, dus die wordt zekeruitgedragen in wat wij in Europa proberen voor elkaar te krijgen.Mevrouw Koekkoek van Volt vroeg: kan de Staatssecretaris concreetaangeven hoe Nederland platforms gaat dwingen om hun algoritmesveiliger te maken, bijvoorbeeld door transparantie over hun aanbevelings-systemen verplicht te stellen? Transparantie over aanbevelingssystemenis al verplicht volgens artikel 27 van de Digitaledienstenverordening, DSA.Hier wordt door de Europese Commissie ook toezicht op gehouden.Daarnaast kent de DSA ook veel bepalingen die erop zien dat algoritmesveiliger worden gemaakt, ook voor kwetsbare groepen zoals kinderen. Welzie ik dat in de DSA verslavend ontwerp nog niet goed geregeld is. Ik pleitsamen met de Minister van Economische Zaken voor het verbieden vanverslavend ontwerp via de Digital Fairness Act.Dan de volgende vraag. Leeftijdsverificatie mag niet uitmonden in eenalgemene identificatieplicht. Hoe ziet het kabinet dat? Daar ben ik het meeeens. Leeftijdsverificatie is een zwaar middel. Per situatie moet goedworden afgewogen of leeftijdsverificatie het beste middel is, dus of hetproportioneel is. Van een algemene plicht tot verificatie kan dus geensprake zijn. Ik wil wel onderzoeken in welke uitzonderlijke situaties hetopheffen van anonimiteit proportioneel is, maar dat is breder dan onlinekinderrechten.De voorzitter:Ik ga u even onderbreken voor een vraag van mevrouw Koekkoek endaarna een vraag van de heer Six Dijkstra.Mevrouw Koekkoek (Volt):Het is goed dat de Staatssecretaris aangeeft dat hij ook aan die versla-vende algoritmes wil werken, maar ik zie nu wel dat wat er al moet, nogonvoldoende gebeurt. Mijn vraag is of de Staatssecretaris dat op dezelfdemanier ziet als ik. Zo ja, is hij dan ook van mening dat daar meer aan moetgebeuren? Je kan natuurlijk ook denken aan pleiten voor bijvoorbeeldbetere handhaving, dus meer middelen voor handhaving. Je zou ook alsNederlandse overheid meer kunnen doen, zodat platforms zich aanbestaande verplichtingen houden. Ik vroeg daarnaar, refererend aan derechterlijke uitspraak van vandaag. Ik begrijp dus dat de wet op ditmoment al bepaalde eisen stelt, maar we zien dat aan die eisen in depraktijk nog te weinig wordt voldaan. De concrete vraag is dan: welkemogelijkheden ziet de Staatssecretaris daarvoor?Staatssecretaris Van Marum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143119 Volgens mij ben ik redelijk duidelijk geweest in het antwoord. Een aantalzaken worden gewoon al verplicht gesteld in de DSA en daar wordt ooktoezicht op gehouden. In de DSA zitten ook bepalingen die zien op hetveiliger maken van de algoritmes. Maar een van de zaken die daar nogniet goed in geregeld is, is verslavend ontwerp. Komende week gaan wijdaar in Denemarken aandacht voor vragen, zodat we daar dan ook betertegen op kunnen treden. Dus nee, ik zie niet dat wij op dit moment nogmeer kunnen doen dan we op dit moment al doen, maar ik zie wel eenbeweging: we doen ons best om grip te krijgen op een aantal schadelijkeelementen, die daar absoluut in zitten. Als we daar via Europese regel-geving grip op krijgen, zal daar wat mij betreft ook gewoon dehandhaving op aangepast moeten worden.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Koekkoek.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ja, klopt. Ik vind het wel jammer dat de Staatssecretaris zegt: ik zie nietdat we verder nog iets moeten doen. Iets wat je kunt doen, is bijvoorbeeldnieuwe regelgeving ontwerpen. Ik hoor op dat punt wat de Staatssecre-taris zegt. Het is goed dat we de Jutlandverklaring medeondertekenen; datis echt positief. Maar tegelijkertijd zie ik ook dat in de praktijk de regels dieer zijn, niet altijd worden opgevolgd en ook niet altijd het effect sorterendat je als samenleving gewenst zou moeten vinden. Daar zou de Staatsse-cretaris volgens mij nog meer aan kunnen doen, zeker in het licht van deuitspraak van vandaag. Daar vraag ik ook naar: ziet de Staatssecretarisbijvoorbeeld dat wij als Nederland ervoor kunnen pleiten meer middelenbeschikbaar te stellen om dat toezicht beter te maken? Dat is een concreetvoorbeeld van wat de Staatssecretaris nog meer zou kunnen doen. Het zitdus veel meer op de uitvoering en veel minder op de wet- en regelgeving.Staatssecretaris Van Marum:De Europese Commissie heeft al veel extra middelen voor toezichtvrijgemaakt. De Europese Commissie zet daarmee ook al in op extrahandhaving, dus ik denk wel dat u daarmee ook voor een deel op uwwenken bediend zou kunnen worden.De heer Six Dijkstra (NSC):Nog even over de onlineleeftijdsverificatie. De Staatssecretaris zegt dat ditmiddel niet te scheutig ingezet moet worden. Dat ben ik met hem eens.Maar daarna had hij het erover dat de anonimiteit op internet in demeeste gevallen ook niet opgeheven zou moeten worden. Dat ben ik ookmet hem eens, maar er zijn manieren voor onlineleeftijdsverificatiewaarbij dat ook niet hoeft. Er zijn gewoon cryptografische techniekenwaarmee je niet méér over jezelf prijsgeeft dan enkel of je een bepaaldeleeftijd wel of niet hebt bereikt. Ik heb zelf ook gesprekken met TNOgevoerd. Die hebben best wel goed in kaart op welke manier dat kan. DeStaatssecretaris heeft volgens mij ook die verkende gesprekken met TNO.Is hij het met mij eens dat leeftijdsverificatie wel mogelijk is zonder deanonimiteit op internet op te heffen, zodat die privacyvriendelijkeaspecten er echt ingebakken zitten?Staatssecretaris Van Marum:Ik ben onvoldoende technisch ingevoerd om daar nu een direct antwoordop te kunnen geven. Ik weet dat er diverse technieken zijn. Ik weet dat erplussen en minnen zitten aan die diverse technieken. Ik ben op ditmoment nog niet zo ver dat ik kan zeggen: hé, die techniek is waterdichten geschikt voor hetgeen we beogen. Dus ik laat mij graag ook informerendoor TNO. Indien uw Kamer voorstellen heeft, dan wordt dat allemaalserieus bekeken. We snappen het doel, maar we zijn wel op zoek naar hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143120 juiste middel dat de juiste proportionaliteit heeft maar ook de effectiviteitdie het zou moeten hebben.Daarmee ga ik naar mijn volgende blokje, de strategie voor onlinekinderrechten. Ik kreeg de volgende vraag van mevrouw Van der Werf,mevrouw Koekkoek en de heer Valize. Er ligt een kabinetsstrategie. Gaatde Staatssecretaris andere departementen aanspreken als zij nietvoldoende doen om kinderen te beschermen, gaat hij voorkomen dat hetallemaal losse projecten zijn, en is jaarlijks rapporteren voldoende? Mijnantwoord daarop is ruimhartig en volmondig: ja, dat zal ik zeker doen alsdat nodig is. Maar ik vertrouw er ook op dat de verschillende departe-menten die betrokken zijn bij de strategie hun beleid en voornemens ookuitvoeren zoals besproken. Verder monitor ik de voortgang via hetinterdepartementaal overleg kinderen online. Hierin vindt periodiekafstemming plaats en wordt met de meest betrokken departementen,OCW, VWS, SZW, EZ en JenV, de voortgang besproken. De strategie isuitgewerkt in concrete opgaven en maatregelen met mijlpalen. Hieropvindt ook monitoring plaats. Periodiek evalueren we op doelmatigheid endoeltreffendheid. Ik informeer uw Kamer jaarlijks, maar evaluatie vindtnatuurlijk vaker plaats.Mevrouw Van der Werf van D66 heeft gevraagd hoe het kabinet gaatvoorkomen dat we blijven hangen in vrijblijvende instrumenten. Ik ben hetniet met u eens dat we alleen inzetten op vrijblijvende instrumenten. Zostaan in de Digitaledienstenverordening, DSA, een aantal stevigewettelijke verplichtingen om kinderen beter te beschermen. Verder wil ikhet verbod op het verslavende ontwerp via de Digital Fairness Actregelen. Ik zet mijzelf er ook voor in om het kinderrechtenimpactas-sessment, KIA, in Europees verband ook wettelijk te verplichten.Dan de vraag van mevrouw Dral: hoe komt de Staatssecretaris tot deconclusie dat mijn motie ten aanzien van het betrekken van de netwerk-partners is afgedaan? Het betrekken van de netwerkpartners is eencontinu verhaal. Ik blijf netwerkpartners continu erbij betrekken, nu en inde toekomst. Het soort en het aantal partners kan in de tijd verschillen. Deinzet van deze motie is daarmee structureel onderdeel van mijn beleid.Voor de strategie heb ik bijvoorbeeld netwerkpartners, zoals NetwerkMediawijsheid, Het Trimbos-instituut en UNICEF, ook al actief betrokkenbij het vormen van beleidslijnen.Dan de vraag van mevrouw Kathmann: wat doen de Staatssecretarissenom volwassenen meer te leren over de onlineleefwereld van jongeren?Hoe controleren de Staatssecretarissen BZK en JPS of alle acties die zijdoen richting volwassenen ook effectief zijn? Zijn er cijfers die laten zienof ouders mediawijzer zijn geworden? Wij leren volwassenen meer overde onlineleefwereld van jongeren door bijvoorbeeld de publiekscampagneBlijf in beeld. Ouders krijgen via deze campagne tips, uitleg en hulpmid-delen. Op de website Jouw Kind Online kunnen zij ook terecht voorpraktische ondersteuning. De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sportheeft daarnaast in juni de richtlijn voor gezond en verantwoord schermge-bruik gepubliceerd. Deze richtlijn helpt opvoeders ook bij het maken vankeuzes voor hun kinderen. We controleren of onze acties effectief zijn doormiddel van beleidsevaluaties, bijvoorbeeld door het periodieke effecton-derzoek van de publiekscampagne. Ook wordt het Netwerk Mediawijsheidelke vijf jaar geëvalueerd. Er zijn geen harde cijfers over hoe mediawijsouders precies zijn, maar uit het jaarlijkse mediaonderzoek van NetwerkMediawijsheid blijkt dat veel ouders van jonge kinderen zich wel zekergenoeg voelen om uitleg te geven over de digitale media.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Dank voor de antwoorden. Helder. Mijn vraag ging natuurlijk over ietsanders. Het was echt een noodkreet op Jongeren Prinsjesdag. Dan komener namens UNICEF allemaal jongeren bijeen om een jongerentroonrede tehouden. Hun nummer één oproep was: please, Tweede Kamer, help ons,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143121 zodat alle opvoeders of professionals die met jongeren werken, alleleraren op school, beter weten wat er zich in die onlinewereld afspeelt.Eigenlijk is dat natuurlijk al het beste onderzoek. Zij praten namelijk metallerlei scholieren door heel Nederland, voordat ze hier dat verhaal komendoen. Ze gaven massaal aan: «Zowel leraren op school als onze ouderssnappen er niks van. Of ze bagatelliseren de problematiek, omdat ze hetniet snappen, of ze zeggen: dat is online, dus daar kan ik niks mee.» Duswe doen het gewoon niet goed genoeg. Met «we» bedoel ik niet ditkabinet, maar wij als volwassenen in Nederland. Wat gaat de Staatssecre-taris eigenlijk doen om die noodoproep beter te beantwoorden dan we nudoen? Anders hadden ze hier niet voor de poorten gestaan.Staatssecretaris Van Marum:Er zitten twee kanten aan dit verhaal. Vooropgesteld: ik neem het serieus.Toen de digitale wereld nog niet bestond, had ik ook weleens het idee datik niet begrepen werd. Dat is één kant van het verhaal. Maar ik neem hetwel serieus, want ik denk dat het in dit geval ook echt zo is. Ik denk dateen hele hoop ouders, opvoeders en mensen in de schoolsector zich somsonvoldoende bewust zijn van wat zich allemaal afspeelt op dat internet,waar kinderen allemaal mee geconfronteerd worden en hoe snel dingengaan. Ik denk dat wij ons blijvend in moeten zetten in onze campagnes omdat ook gewoon duidelijk te maken. Ik zal dat signaal ook onder mijncollega’s verspreiden en er misschien in de gesprekken nog eens overnadenken hoe wij daar nog beter dan wij nu al proberen te doen,aandacht voor kunnen krijgen.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik heb er toch behoefte aan om ’m wat concreter te maken. Dat komtmisschien ook omdat ik de noodoproep echt gehoord heb. Die jongerenzeiden tegen ons: «Den Haag, we roepen dit al jaren. Dit is niet de eerstekeer. We roepen dit al jaren.» Dus laten we het dan even concreet maken.Want wat die jongeren deden, was niet alleen maar roepen, want zehebben ook hele concrete voorstellen gedaan om het beter te maken. Datwaren goede voorstellen. Dus is de Staatssecretaris bereid om in gesprekte gaan met diezelfde jongeren, hun concrete voorstellen aan te horen, enin een brief aan de Kamer mee te geven wat het kabinet nou met dievoorstellen gaat doen? Wil hij aangeven waarom hij sommige wel gaatuitwerken en andere niet? Dan kunnen we die namelijk weer meenemenin een debat. Dat is volgens mij de enige manier waarop we denoodoproep van deze jongeren dit jaar wél serieus kunnen nemen.Staatssecretaris Van Marum:Op al mijn beleidsterreinen vind ik het belangrijk dat je praat met mensenin plaats van over mensen. Dat ga ik dus zeker doen. Ik wil zeker ook welkennisnemen van wat ze daar opgeschreven hebben. Ik wil zelfs nog welde toezegging doen dat ik er in een brief op terugkom wat ik wel en wat ikniet mee kan nemen.Dan komen we bij de volgende vraag, die hier eigenlijk ook een beetje opziet, namelijk: wat doen de Staatssecretarissen om niet alleen overjongeren maar ook met jongeren te praten? Hebben jongeren al een stemgehad in de plannen van het kabinet? Hoe is dat gedaan en wat gaat hetkabinet doen om jongeren veel meer te betrekken? Ik heb de adviezen vande jongeren zeker ook al meegenomen bij het formuleren van de strategiekinderrechten online. Zo heb ik van kinderen geleerd dat zij het geenprobleem vinden om met hun ouders over hun telefoongebruik te praten.Dat vormde ook weer de inspiratie voor de publiekscampagne. Ik ben hetmet u eens dat de jongerenparticipatie geen doel op zich is, maar doormet jongeren te praten krijg ik gewoon een beter beeld van hun online-leefwereld, wat zij leuk vinden en waar zij tegenaan lopen. Ik praat ookmet de jongeren in de Jongerenraad Digitalisering. Deze wisselt ieder jaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143122 van samenstelling om steeds andere kinderen een kans te geven om mijadvies te geven. Ook hierover zeg ik: ik doe dat in de breedste zin van hetwoord. Ik heb eigenlijk in al mijn portefeuilles aandacht voor kinderen,wat zij meemaken en wat zij belangrijk vinden, want dat is onze toekomst.Ik vind dat onze toekomst beschermd moet worden en dat we daar goedmee om moeten gaan.Dan ben ik aan het einde van dit blokje gekomen en ga ik naar het blokjeoverig. Wanneer kan de Kamer de kabinetsreactie verwachten op hetrapport «De prijs van gratis internet» van het Rathenau Instituut? U kuntde kabinetsreactie voor het kerstreces tegemoetzien.Een vraag van mevrouw Van der Werf: wanneer ontvangt de commissiede kabinetsreactie op de initiatiefnota Digitaal kinderwetje van het lid Vander Werf? De kabinetsreactie op beide initiatiefnota’s, die van u en die vande leden Ceder en Six Dijkstra, is momenteel in een afrondende fase.Omdat meerdere departementen betrokken zijn bij dit onderwerp, vraagthet wel een zorgvuldige afstemming om tot een gezamenlijke integralereactie te komen. Deze afstemming is bijna afgerond. Ik verwacht degebundelde kabinetsreactie in november aan uw Kamer te kunnen sturen.Hoe beschermen we in Nederland onze verkiezingen tegen onlinemanipuleren? Ons kiesstelsel en ons verkiezingsproces zijn robuust.Tegelijkertijd moeten we wel waakzaam blijven. We hebben in Europawetten gemaakt die sociale media verplichten verkiezingen tebeschermen, illegale terroristische content te verwijderen en radicalise-rende algoritmen aan te pakken. Dat zijn in de Europese Digitalediensten-verordening, DSA, artikel 34 en artikel 35. De Europese Commissie isonafhankelijk toezichthouder op de verplichtingen voor TikTok. Er zijnhandhavingsprocedures begonnen tegen TikTok over de mogelijkeniet-naleving van de DSA door verspreiding van desinformatie tijdens deverkiezingen in Roemenië en over het verspreiden van haatzaaiendecontent. AIVD en MIVD doen daarnaast onderzoek naar statelijke actorenen in welke mate zij een dreiging vormen voor de nationale veiligheid.Wanneer dit onderzoek stuit op pogingen tot beïnvloeding, manipulatie ofverstoring van de verkiezingen, kunnen en zullen de diensten hunwettelijke bevoegdheid ook inzetten om dit tegen te gaan.Dan kom ik bij de vraag van de heer Valize: er zijn zorgen over detoenemende kinderarbeid; op welke termijn kan de Kamer de eerstestukken verwachten? Voor het einde van het jaar ontvangt uw Kamerhierover een brief van mijn collega-bewindspersoon van SZW.Dan de vraag van de heer Six Dijkstra: wat gaat u doen met het rodeknopi-nitiatief uit de initiatiefnota? Het kabinet vindt het rodeknopinitiatief om18-jarigen hun onlineverleden te laten wissen sympathiek, maar ziet ookdat dit veel voeten in de aarde heeft. Een schoneleiprincipe is sowieso nietmogelijk, omdat bepaalde gegevens gewoon niet verwijderd mogenworden. Bovendien is dit onderwerp de verantwoordelijkheid van Justitieen Veiligheid. Ik kan wel toezeggen dat ik samen met Justitie en Veiligheidzal verkennen wat wel mogelijk is.Mevrouw Kathmann stelde de volgende vragen. Zijn de Staatssecreta-rissen het ermee eens dat op alle onlineplatforms een makkelijkehulpknop moet komen die verwijst naar Nederlandse hulplijnen enmeldmogelijkheden? Welke hulplijnen zijn er nu allemaal waar jongerennaartoe kunnen gaan voor problemen die zich online afspelen? Hoeveelgeeft het kabinet uit aan deze hulplijnen? Dat eerste is een sympathiekidee, maar het vraagt ook om onderhoud door de platformen. Ik hou datliever centraal in de hand, bijvoorbeeld door de site jouwkindonline.nl, dieonderdeel uitmaakt van de publiekcampagne. U vroeg welke hulplijnenactief zijn. Dat zijn er te veel om op te noemen, maar een greep hieruit zijnDe Kindertelefoon, Helpwanted en PratenOnline. Hoeveel het kabinet daarprecies aan uitgeeft, weet ik op dit moment niet. Dat zit bij diversedepartementen; ik zou dat moeten laten inventariseren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143123 Dan kom ik bij de vraag van de heer Valize in hoeverre PEGI,Pan-European Game Information, is meegenomen in Gamecheck. Wordthet wiel wederom opnieuw uitgevonden? Wat voegt het exact toe? Hetantwoord is: nee, het wiel wordt niet opnieuw uitgevonden. Het zijn tweeverschillende dingen. PEGI gaat over de inhoud van de games.Gamewijzer van het NICAM, het Nederlands Instituut voor de Classificatievan Audiovisuele Media, is een aanvulling op het PEGI-systeem en geeftmeer informatie over de classificatie, over hoe ouders daarmee omkunnen gaan en over waarom een classificatie is toegekend aan eengame. Gamecheck, ontwikkeld in opdracht van BZK, gaat over deontwerpelementen. Gamecheck brengt de risico’s in beeld die aan degame verbonden zijn. BZK heeft aan NICAM gevraagd om Gamecheck teintegreren in Gamewijzer. BZK en NICAM zijn hierover in gesprek.Dan kom ik de vraag van mevrouw Kathmann: kan de Staatssecretarisuitleggen waarom op de begroting van JenV wordt bezuinigd op Offlimitsterwijl de meldingen alleen maar stijgen? Ik heb navraag gedaan bij hetMinisterie van Justitie en Veiligheid, dat hiervoor verantwoordelijk is. Desubsidie voor Offlimits wordt in 2026 niet afgebouwd. De bezuiniging inde begroting wordt door het ministerie binnen de eigen begrotinggecompenseerd. Verder heb ik Offlimits gevraagd om een voorstel temaken voor een uitbreiding van hun meldpunt. Ik wil dat Offlimits nietalleen illegale content behandelt, maar ook een grotere rol gaat spelen bijhet signaleren van schadelijke vormen van content en een rol krijgt in deaanpak hiervan.Dan kom ik bij mijn laatste blokje, de vragen voor OCW. Kamerlid Van derWerf van D66 zei: de Kamer sprak zich al uit voor een uitbreiding van demobieltjesrichtlijn «thuis of in de kluis». Ze vraagt wanneer die ingaat. Deeerste ervaringen vanuit het onderwijs met de huidige afspraken rondommobieltjes zijn positief. Uit onderzoek van OCW blijkt dat zowel leerlingenals leraren goed overweg kunnen met de afspraken. De resultaten van hetmonitoringsonderzoek zijn met uw Kamer gedeeld op 3 juli 2025.Schoolleiders en leraren merken dat leerlingen socialer zijn en zich beterconcentreren en dat de sfeer en de veiligheid in de klas verbeteren. Naaraanleiding van de motie om de afspraak aan te scherpen tot een thuis-of-in-de-kluisbeleid is OCW in gesprek gegaan met leraren, schoolleiders,bestuurders, ouders, leerlingen en andere organisaties waarmee dezeafspraak is gemaakt. De uitkomsten van deze gesprekken ontvangt uwKamer in een gebundelde reactie op de initiatiefnota’s over onlinekinderrechten en het digitale kinderwetje.Mevrouw Van der Werf vroeg: waarom duurt het tot 2027 voordat dekerndoelen voor digitale geletterdheid wettelijk ingaan en zelfs tot 2031voordat de inspectie gaat handhaven? Waarom kan dat in Vlaanderen alwel in een paar maanden? De Staatssecretaris van OCW geeft aan dat hetherzien van het curriculum een taak is die zorgvuldig doordacht en metscholen dient te worden opgepakt. Voor de invoering van de kerndoelendigitale geletterdheid moet eerst een wettelijke grondslag wordenvastgelegd via het wetsvoorstel Herziening wettelijke grondslagen. Ditwetsvoorstel wordt in november in de Kamer behandeld. Pas daarnakunnen de kerndoelen worden verwerkt in het conceptbesluit. Vervolgensworden die vastgelegd in een AMvB. Deze treden in werking per hetnieuwe schooljaar. Het eerste moment waarop digitale geletterdheidformeel kan worden toegevoegd aan het curriculum is daarmee hetschooljaar 2027–2028.Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Koekkoek van Volt: «Onderwijs iscruciaal voor digitale weerbaarheid. De herziening van het curriculum iseen goede stap, maar pas in 2027 volledig ingevoerd. Welke stappenkunnen we op korte termijn al zetten? Kan de Staatssecretaris toezeggendat scholen al eerder toegang krijgen tot concrete materialen en onder-steuning, bijvoorbeeld via bibliotheken of bestaande programma’s?» DeStaatssecretaris van OCW geeft aan dat de digitale geletterdheid eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143124 nieuw leergebied wordt in het herziene curriculum, juist om leerlingendigitaal weerbaar te maken. De invoering van de kerndoelen is afhankelijkvan de behandeling van het wetsvoorstel Herziening wettelijke grond-slagen. Scholen kunnen in de tussentijd alvast aan de slag met definitieveconceptkerndoelen digitale geletterdheid. Scholen en besturen bepalenzelf hoe ze hiermee aan de slag gaan en welk beschikbaar aanbod zijkunnen of willen gebruiken. Via het Expertisepunt digitale geletterdheiden Impuls open leermateriaal zijn er verschillende concrete hulpmiddelenvoor digitale geletterdheid beschikbaar waar scholen mee aan de slagkunnen.De voorzitter:Ik onderbreek u even voor een vraag van mevrouw Koekkoek.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik zou hier graag op willen doorvragen, maar ik kan me ook voorstellendat we het even anders moeten doen, omdat dit niet het hoofdonderwerpvan deze Staatssecretaris is. De doorvraag die ik zou willen stellen, is devolgende. Ik begrijp dat er een wettelijke grondslag moet komen en datdat tijd kost. Dat is logisch. Maar ik zie nu in de praktijk gebeuren datscholen in hun zoektocht merken dat er veel diversiteit in zit en dat je alsschool zelf niet kan zien welke aanbieder tot de juiste ontwikkeling leidt,om het zo maar te zeggen. Ik denk dat het expertisecentrum op zich eengoede stap is, maar gaan we daar ook een beetje de vinger aan de polshouden? Op welke manier overbruggen we als het ware het gat tussen nu,waar we niks hebben, en het moment dat die kerndoelen en de wettelijkegrondslag er daadwerkelijk zijn? Hoe begeleiden we daarin? Dat is dedoorvraag die ik erover wil stellen, maar ik kan me ook voorstellen dat deStaatssecretaris daar schriftelijk op terugkomt. Dat geef ik alvast evenmee.Staatssecretaris Van Marum:Indien ik daar tussentijds antwoord op kan geven, dan zal ik dat doennamens de Staatssecretaris van OCW. Als dat niet zo is, dan zal dat eenschriftelijke terugkoppeling zijn.Vindt de Staatssecretaris het idee voor een volwassenenjeugdjournaaliets? Is de Staatssecretaris bereid om hierover in gesprek te gaan met deNOS? Dat klinkt als een sympathiek idee, maar de overheid gaat niet overde programma’s op de publieke omroep. Het media-aanbod van depublieke omroep komt onafhankelijk tot stand. Daarbij past niet dat deoverheid een idee pitcht. Met de publiekscampagne zetten we als BZK welin op het mogelijk maken van gesprekken tussen ouders en kinderen.Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de beantwoording van mijndeel van de vragen. Ik zie dat mijn collega popelt om de rest van devragen te beantwoorden, tenzij er nog vragen aan mij zijn.De voorzitter:Ik zie nog een vraag van de heer Valize.De heer Valize (PVV):Er was nog een vraag met betrekking tot welke indicatoren wordengekoppeld aan de strategie kinderrechten online en waarop dan wordtbijgestuurd.Staatssecretaris Van Marum:Ik kom daar zo even op terug.De voorzitter:U komt erop terug in tweede termijn, neem ik aan. Er staat nog een aantalvragen open. Daarvoor gaan we luisteren naar de Staatssecretaris VWS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143125 Staatssecretaris Tielen:Dank u wel, voorzitter. Vooruitkomen in je leven begint met opgroeien,gehecht en veilig, in goede gezondheid. Dan gaat het over lichamelijke,mentale en sociale gezondheid. Smartphones en sociale media zijn nietmeer weg te denken uit ons dagelijks leven, want onze gewone wereld iseigenlijk meer en meer verweven met de onlinewereld. Dat geldt voor dewereld van onszelf, maar zeker ook voor die van onze kinderen enjongeren. Dat betekent: creativiteit, langeafstandscontacten en soms zelfslangeafstandsvriendschappen, snel even een berichtje dat je wat laterbent. Die onlinewereld heeft dus heel veel voordelen, maar inderdaad ooknadelen, waar veel aandacht aan besteed is in het debat. Het is belangrijkdat we die onlinewereld ook veilig en gezond kunnen houden. Daar zettenwij, ik en de collega’s van Binnenlandse en Digitale Zaken en Onderwijs,ons voor in, zoals we ook beschreven hebben in de recente KamerbriefStrategie kinderrechten online, waar ook al naar verwezen is.Vooral ouders en opvoeders hebben een cruciale rol in de begeleiding vanhun kinderen in zowel de gewone wereld als de onlinewereld. Ze hebbenveel vragen. Hoeveel schermtijd is verantwoord? Op welke leeftijd is eentelefoon beschikbaar? Hoe ga je om met sociale media? Hoe blijf je op eengezonde manier betrokken bij wat je kind ook online beleeft? Ik vind hetheel belangrijk om ouders te versterken in hun rol als opvoeder daarbij.Daarom hebben we van de zomer de Richtlijn Gezond Schermgebruikgelanceerd. Die richtlijn biedt richting en houvast aan ouders, opvoedersen professionals bij het ondersteunen van kinderen in de onlinewereld,maar alleen het lanceren van zo’n richtlijn is natuurlijk niet genoeg, al zietdie er best mooi uit. Ik verwijs graag naar de bijbehorende infographic.Het is vooral belangrijk dat ouders, opvoeders en professionals dienormen en adviezen ook in de praktijk kunnen brengen, of het nou gaatom afspraken thuis, op school of bijvoorbeeld ondersteund door dejeugdgezondheidszorg. En het blijft belangrijk om te investeren inmediawijsheid en digitale weerbaarheid en ook om in Europees verbandafspraken te maken over de negatieve effecten van sociale media. Mijncollega van Binnenlandse en Digitale Zaken heeft daar al veel overgezegd.Ik heb nog vijf vragen die daarover openstaan, voorzitter. Allereerst vraagtde heer Six Dijkstra om een reflectie op het rapport van de Raad voorVolksgezondheid & Samenleving. Reflectie nodigt vaak uit tot langdurigebespiegelingen van ten minste achtenhalve minuut, maar onze kabinetsre-actie komt formeel over een paar jaar. Sorry, ik bedoel over een paarmaanden. Dat was misschien een freudiaanse verspreking! Ik wil er tocheen paar woorden aan wijden, want als burger en als bewindspersoonherken ik natuurlijk heel erg het pleidooi van de Raad voor Volksge-zondheid & Samenleving dat we af en toe wel wat hypernerveus enoverstrest met dingen bezig zijn. Dat zien we ook in de mentalegezondheid van kinderen en jongeren, die de afgelopen jaren niet per sebeter is geworden. Daarbij geeft de Raad voor Volksgezondheid &Samenleving zelf ook aan dat we het soms wat te makkelijk toeschrijvenaan alleen sociale media. Het is een combinatie van factoren. Zoals ik netin mijn inleiding al kort zei: sociale media en de onlinewereld hebbenzeker ook positieve kanten. Het is goed om die balans vast te blijvenhouden. Maar kinderen die op het schoolplein kwetsbaar zijn, zijn dat vaakook online, en daar soms nog wel wat meer.Zoals ik al zei, is het duidelijk dat de mentale gezondheid van kinderen enjongeren onder druk staat. Daar zijn we vanuit VWS actief mee bezig. Wehebben al een aankondiging gedaan van het Actieprogramma mentalegezondheid en geestelijke gezondheidszorg. We zullen daar in de loop vanhet kalenderjaar een nog wat concretere, samenhangendere aanpak oppresenteren, waarin we onder andere kijken hoe we de mentaleveerkracht zowel offline als online kunnen versterken en hoe weonthaasten als onderdeel daarvan kunnen meegeven. Daar komen we inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143126 de loop van het kalenderjaar dus verder op terug. Ik maakte net al de grapdat we het alarm dat op de eerste maandag van de maand om 12.00 uurafgaat, op random momenten elke dag zouden kunnen laten afgaan endat dat dan een moment zou zijn om alles stil te leggen. Maar dat zal nietin alle beroepen of omgevingen handig zijn, dus ik denk dat we totslimmere voorstellen moeten komen. Uiteindelijk is het natuurlijk metname aan ouders en kinderen zelf om dat goed te doen en aan ouders omhet goede voorbeeld daarin te geven.Een andere vraag van Nieuw Sociaal Contract ging over de fysieke derdeplek, waar een initiatiefnota over is gepresenteerd. Dat is altijd goed. Mijncomplimenten voor de initiatieven vanuit de Kamer. Wij zijn bezig met dekabinetsreactie. Die laat niet heel lang meer op zich wachten, dus ik moetnog even om uw geduld vragen. Maar daarop vooruitlopend denk ikinderdaad dat we het er met elkaar over eens zijn dat het voor kinderen enjongeren heel belangrijk is dat ze zich op meerdere plekken veilig kunnenvoelen, zich gezien kunnen voelen, zichzelf kunnen zijn en steun kunnenvinden als dat nodig is. Ook daar geldt weer: zowel online – ik denk dat deStaatssecretaris van Binnenlandse Zaken daar goede voorbeelden van gaf– als in de offlinewereld. We hebben allerlei jongerencentra, sportvereni-gingen en cultuurverenigingen, dus er is heel veel. Het is ook belangrijkom lekker buiten te kunnen spelen met vriendjes in de buurt.Het kan dus op allerlei manieren worden ingevuld. Er is waarschijnlijk nietéén vorm die voor alle jongeren en kinderen geschikt is. Het ligt primairbij de gemeentes, die zowel het sociale als het fysieke domein binnen hungemeentegrenzen kunnen invullen. We zijn vanuit VWS bezig om zedaarin te ondersteunen en om ze daar goede ruimte voor te kunnenbieden, met name op het sociale domein. In het Aanvullend Zorg- enWelzijnsakkoord en in het Integraal Zorgakkoord, die nu lopen, hebben weafspraken gemaakt met zowel gemeenten als het sociaal domein enzorgorganisaties. We hebben afgesproken dat in elke gemeente in iedergeval een laagdrempelig steunpunt beschikbaar is voor jongeren envolwassenen met mentale vraagstukken. Dat zien we dus uitgewerktworden.Zowel mevrouw Koekkoek als mevrouw Kathmann vroegen naarJongeren Prinsjesdag. Naast dat de bus hier bij de Tweede Kamer was, isdie ook bij mij op bezoek geweest. Ik heb daar leuke gesprekken gehadmet jongeren. Ik neem gewoon de tijd, voorzitter, als u mij die geeft. Ikheb vorige week ook naar die gesprekken verwezen bij de High-levelMeeting, de vergadering over jeugdparticipatie bij de Verenigde Naties.Daar kwamen veel leuke, positieve, geïnteresseerde reacties van anderelanden op, met name over het punt waar jongeren zelf aandacht voorvroegen, namelijk pesten, zowel op het schoolplein of speelplein alsonline. Dat leidde overigens ook tot leuke contacten met onder anderende Eurocommissaris over hoe we de krachten kunnen bundelen om tezorgen dat we daar aandacht voor kunnen blijven vragen. Alleen daaromal kan ik zeggen: ja, we luisteren naar jongeren en kinderen, en ja, wenemen hun punten ook actief mee in de politiek, zowel binnen als buitenonze landsgrenzen.Wat gaan wij daar dan mee doen? Nou, onder andere dit dus, het blijvenbespreken. Maar daarnaast heb ik ook veel contact met de NationaleJeugdraad, die ook bezig is geweest met een jongerenstrategie, waarmeerdere onderwerpen in terugkomen. Ik heb veel contact met hen om tekijken hoe we daar ook opvolging aan kunnen geven. Het blijft dus niet bijprachtige rapporten en mooie processen, maar het is actief onderdeel vande manier waarop wij, en zeker ik als Staatssecretaris Jeugd, een stemkunnen geven aan jongeren voor het uiten van hun verwachtingen enwensen. Daarbij heb ik ook tegen hen gezegd: dat we naar jullie luisteren,betekent niet altijd dat het ook precies zo wordt als jullie denken. Daaropzeiden ze dan zelf: ja, maar we denken ook niet allemaal hetzelfde. Wemoeten er volgens mij dus af en toe ook oog voor hebben dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143127 diversiteit onder jongeren net zo groot is als die onder volwassenen. Ikdenk dat ik daarmee een antwoord heb gegeven op de vraag overjongerenparticipatie en de adviezen.Er was nog een vraag over het monitoren van het beleid voor ouders.Daarmee werd volgens mij verwezen – ik kijk even naar de Kamerledenmet de vraag of dat klopt – naar de richtlijnen voor gezond schermge-bruik. Zoals ik al zei: het is mooi om een mooie infographic te hebben ende wereld in te slingeren, maar hoe weten we het nou en hoe monitorenwe dat? Mevrouw Kathmann vroeg dat volgens mij specifiek. We willengeen nieuwe monitors opzetten, maar dat hoeft ook niet, want er bestaatal een gezondheidsmonitor van de GGD en het RIVM waarin onder andereschermgebruik, maar ook de andere kant daarvan, bijvoorbeeld buiten-spelen, wordt meegenomen. Ook het Netwerk Mediawijsheid doetonderzoek naar het gebruik van media en de opvoeding daarover. Wegebruiken die monitors dus om eens in de zoveel tijd te kijken of derichtlijnen die we hebben uitgevaardigd, ook worden nagevolgd en of zeook het effect hebben wat we daar met z’n allen mee beogen, namelijkgezondheid, zowel lichamelijk en mentaal als sociaal.Mevrouw Kathmann vroeg ook nog... Het is jammer dat ze er niet meer zit,maar ik weet zeker dat er ergens wordt meegeluisterd; anders kan ze hetdebat nog terugkijken. Mevrouw Kathmann vroeg ook nog naar dehulplijnen voor als er mentale klachten zijn, bijvoorbeeld voortkomend uitonline pesten. Ze noemde zelf al De Kindertelefoon. Die is natuurlijk eenvan onze parels in het jeugddomein, als ik het zo mag zeggen. Die bestaatal tientallen jaren en is ontzettend effectief. We leveren vanuit VWS ooksubsidie aan De Kindertelefoon om te zorgen dat die kan blijven werkenen ook steeds mee kan groeien met de tijd. Daarnaast hebben we hetonlineplatform In je bol gelanceerd, waar ook laagdrempelige steun tevinden is voor vragen die te maken hebben met je geestelijke gezondheid.Voor iedereen die het nog niet heeft gezien: injebol.nl. Daar vind je dusbetrouwbare en laagdrempelige informatie. Naast deze twee met name opkinderen en jongeren gerichte hulplijnen zijn er ook de Luisterlijn en de113-Zelfmoordpreventielijn, waar mevrouw Kathmann zelf ook al naarverwees. Op die manier proberen we dus in ieder geval heel laagdrem-pelig en digitaal hulp en ondersteuning te bieden.Voorzitter, daarmee denk ik dat de vragen die aan mij gesteld werden,beantwoord zijn.De voorzitter:Als ik zo naar links kijk, lijkt dat niet helemaal de waarheid te zijn. De heerValize heeft nog een vraag.De heer Valize (PVV):Ik had nog één vraag, maar ik weet even niet bij wie die ligt. Misschien ligtdie bij JenV, misschien bij OCW, misschien ergens anders; dat is even devraag. Het gaat om de vraag of er ook enkele ouders mee kunnenwanneer scholen de Risk Factory of een soortgelijk initiatief weer eensbezoeken. Voor hen is dat ook interessant voor wat betreft de digitaleweerbaarheid. Hoe kijkt het kabinet daartegen aan? Dat is een vraag die iknog open had staan; die heb ik nog niet kunnen afstrepen.Staatssecretaris Tielen:Ik denk dat die een beetje tussen ons in hangt. Nee, die ligt bij OCW, hoorik hier in mijn linkeroor gefluisterd worden. Als meneer Valize het okévindt, proberen we daar in de tweede termijn op terug te komen. Mochtdat niet lukken, dan zal dat schriftelijk moeten, helaas.De voorzitter:De heer Valize knikt instemmend. Daarmee zijn we gekomen aan het eindevan de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Dank voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143128 antwoorden van de Staatssecretarissen. De Staatssecretaris van BZK heeftnog een nabrander.Staatssecretaris Van Marum:Ik heb inmiddels een antwoord, dat we dus in de eerste termijn kunnengeven aan de heer Valize. Dan hebben we dat afgerond. We monitoren opprojectresultaten, concrete maatregelen en te behalen mijlpalen. Periodiekevalueren we op doelmatigheid en op doeltreffendheid. Dit is vaakkwalitatief, bijvoorbeeld door onderzoek te doen naar de effectiviteit vandie publiekcampagne.De voorzitter:Dan zijn we daarmee echt aan het einde gekomen van de eerste termijnvan de zijde van het kabinet. We gaan meteen door met de tweede termijnvan de zijde van de Kamer. Ik geef het woord aan de heer Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank, voorzitter. Ik wil beide bewindslieden bedanken voor de beant-woording van mijn vragen en voor hun inbreng in de eerste termijn. Wehebben het over een belangrijk thema. Het is goed dat we aparte debattenhebben in deze Kamer over het beschermen van kinderen online en in hetverlengde daarvan het zorgen voor een veilige fysieke leefwereld waar zeook terechtkunnen, zodat ze niet eeuwig rondjes blijven draaien in deonline echokamers en daar nooit meer uit komen.Ik doe nog even een laatste oproep aan de Staatssecretaris van BZK overleeftijdsverificatie. Ik heb het daar met zijn voorganger ook in veeldebatten over gehad. Er wordt vaak verscholen achter haken en ogen,plussen en minnen waarom het niet zou kunnen. Gelukkig zien we welsteeds meer dat er echt wel goede technologie is die ons een stuk verderkan brengen. TNO laat dat ook zien. Ik zou het zo jammer vinden als wijhier te reactief in zijn en uiteindelijk methoden gaan adopteren die makendat er wel grote pricavyschendingen zijn en dat er wel steeds eenpaspoort geüpload moet worden of een biometrische scan gemaakt moetworden, terwijl we de wiskunde en de technologie hebben. Ik zou graagwillen oproepen om daar voortvarend mee aan de slag te gaan, zodat weals Nederland echt goed de wetten kunnen handhaven en zodat datgenewat offline verboden is voor minderjarigen ook online verboden is.Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Voorzitter, dank u wel. Ik wil toch ook enigszins terugblikken. Dit is in iedergeval mijn laatste commissiedebat deze periode. Ik zat net even terug tebladeren in mijn agenda. Dit was ook een van mijn eerste commissiede-batten toen ik vorig jaar april na mijn zwangerschapsverlof weer de Kamerin kwam. Ik weet nog heel goed dat ik toen een inbreng had over ditonderwerp op consultatiebureaus en over winkelende moeders in de Zaradie een houder hadden gemonteerd op hun kinderwagen om een deviceaan vast te maken. Ik ben daar later nog met veel plezier met mensen overin gesprek en in discussie geweest.Dit onderwerp heeft mij al die tijd blijvend gefascineerd. Ik ben ook heelblij met, en ook wel een beetje trots op, de aandacht die het heeft gehad.Ik hoop dat we die met z’n allen weten te behouden. Er zitten hier heelveel collega’s in de commissie die hier ook met heel veel plezier voor opde barricades hebben gestaan. Ik denk dat het voor iedereen winst is datwe de vanzelfsprekendheid die dit onderwerp heeft, en die de bedrijvenhebben gepakt en gekregen, met z’n allen blijven bevragen – ik zie deStaatssecretarissen ook knikken; dat is goed nieuws – en dat we er nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143129 alleen op Europees niveau maar ook op nationaal niveau voor blijvenstrijden dat dit aan banden wordt gelegd.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Dral.Mevrouw Dral (VVD):Dank u wel, voorzitter. De VVD is van mening dat de digitale wereldonontkoombaar ook de wereld van onze kinderen en jongeren is. Het iseen wereld die hun ook vele mogelijkheden biedt, zoals ik al eerderaangaf. Dat ze zich in die wereld veilig kunnen bewegen, is van grootbelang. Nederland kan zich geen afwachtende houding meer permitterenen bijvoorbeeld afwachten tot zaken vanuit Europa worden geregeld.Waar maar mogelijk moet er vanuit Nederland worden doorgepakt.Daarom heeft de VVD samen met GroenLinks-PvdA en Volt – dank voor delieve woorden en de fijne samenwerking, mevrouw Kathmann – eeninitiatiefnota geschreven. Deze nota reikt haalbare suggesties aan voorhoe kinderen en hun ouders en opvoeders bewust en weerbaar kunnenworden gemaakt in hun omgang met de digitale wereld en de gevarendaarin. Ook doet de initiatiefnota suggesties voor het opschonen van hetinternet, zodat onze kinderen gewoon met veel plezier en veilig in hundigitale wereld kunnen zijn.Voorzitter, als u mij toestaat, wil ik nog het volgende zeggen. Ook voor mijis dit mijn laatste commissiedebat. Ik kom ook niet terug in de Kamer. Ikwil vooral een aantal mensen heel erg bedanken: de mensen van deKamer, dus de mensen van de postkamer, de bodes en de mensen die onsaltijd liefdevol bedienen in het Ledenrestaurant en in het Statenrestauranten voor wie niks te gek is. Die mensen wil ik dus hartelijk bedanken. Ik wilde collega’s, de mensen van de griffie en de mensen uit mijn eigen fractiebedanken. Speciale dank aan mijn persoonlijk medewerker, Annelies vanden Assem, die in haar 68ste levensjaar nog ontzettend veel voor mijheeft gedaan. Dat waardeer ik zeer, dus dank je wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Valize.De heer Valize (PVV):Voorzitter, dank voor het woord. Dat waren wijze woorden van mijncollega-Kamerlid, mevrouw Dral van de VVD. Ook ik wens mij daarbij aante sluiten en dank iedereen van de organisatie, ook voor het beant-woorden van de vragen die gesteld zijn. Zo meteen in de tweede termijnkomt nog het antwoord op die laatste openstaande vraag, mits datmogelijk is. Anders zien we het antwoord schriftelijk tegemoet. Ook dankaan de mensen thuis, de mensen op de tribune en mijn collega’s, met wieik de afgelopen twee jaar ontzettend leuk en fijn heb samengewerkt. Somshebben we samen veel bereikt en soms individueel, maar we hebbenaltijd in goede toestand met elkaar kunnen communiceren. Dank allenvoor de constructieve debatten. Ook hartelijk dank aan de voorzitter. Dankiedereen.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Koekkoek.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank, voorzitter. Ik wil nog wel doorvragen. Ik sluit me aan bij de mooiewoorden, dus daar niet van. Ik had eigenlijk nog twee vragen. De eerste isaan de Staatssecretaris en gaat over wat we nog meer kunnen doen aanalgoritmes. Ik vind het zelf namelijk best wel zonde dat er een rechterlijkeuitspraak van vandaag voor nodig is, die aangeeft dat er een algoritme-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143130 vrije optie gegeven moet worden. Maar ik denk dan: dat hoort te liggen bijbijvoorbeeld de handhaving op Europees niveau of misschien bij dieplatformen zelf. Als ik het goed gehoord heb, gaat de Staatssecretarisvolgende week met die platformen in gesprek. Ik hoop dat hij daarin meekan nemen dat het natuurlijk gek is dat je dit soort logische dingen via eennationale rechter moet afdwingen. Ik hoop dat hij daarin op zoek gaat naarwat we dan nog meer kunnen doen. Dat zit ’m misschien niet in wet- enregelgeving, maar wel in de praktijk.De tweede vraag die ik nog wil stellen, is de volgende. Ik vind het heelmooi om te horen hoe beide Staatssecretarissen aangeven dat ze hetonderwerp jongerenparticipatie meenemen in binnen- en buitenland. Ikdenk dat dat echt winst is. Het is ook mooi om te zien hoe de voorstellenin de praktijk worden gebracht. Het kan aan mij liggen, maar ik had zelfnog een vraag gesteld over het volgende. Er komt nu een kwartiermakerbij UNICEF. Daar wordt gevraagd om structurele financiering om tevoorkomen dat losse mandaten uiteindelijk ertoe gaan leiden dat er langselkaar heen wordt gewerkt. Ik zou graag nog de reflectie horen van eenvan de Staatssecretarissen, of misschien van beiden, op hoe we dit nugaan voorkomen. Juist omdat ze allebei aangeven dat ze dit doen, hoop ikdat er wel een integraal plan of integrale visie en zeker een financieringklaarliggen.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank, mevrouw Koekkoek. Ten slotte mevrouw Kathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Het is het laatste debat voor de verkiezingen van decommissie voor Digitale Zaken. Ik moest heen en weer rennen, want in deandere zaal ging het ook over online kinderrechten, dus dat was kiezen. Ikheb wel begrepen dat mijn vraag over het jeugdjournaal voor volwassenover de onlinewereld, om het maar zo te zeggen, nog niet beantwoord is.Niet alleen als Tweede Kamerlid dat in Den Haag iets voor elkaar kankrijgen voor jongeren, maar ook als moeder met schoolgaande kinderen,wetende dat zij vragen over de onlinewereld hebben en wetende hoedocenten daar soms op reageren, lijkt het me echt wel een goed plan alser één keer in de week een soort journaaltje komt, dat vijf tot tien minutenduurt. Langer hoeft het niet te duren. Dat gaat dan gewoon over deonlinewereld, waar kinderen en jongeren in zitten, met de laatste trends,dus ook de leuke dingen, maar ook met de verschrikkelijke dingen, waar jeals volwassene misschien wat handvatten voor nodig hebt. Het lijkt meheel mooi als de Staatssecretarissen dat willen toevoegen aan het beleid.Tot slot wil ik me aansluiten bij wat eerdere collega’s hebben gezegd. Hetwas de afgelopen periode echt heel goed samenwerken in de commissievoor Digitale Zaken, zeker op dit topic. Dat was ook keihard nodig, want erzijn allemaal ouders in Nederland die echt zoekende zijn naar meerhandvatten om een veilige onlinewereld voor onze kinderen te creëren.Gelukkig hebben zij zich verenigd omdat ze eindelijk gehoor vonden. Erzijn ook docenten die zich hebben gemeld. Ik kreeg ook appjes van dejongeren met wie ik heb gesproken op die jongerendag. Die willen echteen keer een draagkrachtig geluid terug, want ook die jongeren zelfvragen hulp bij de onlinewereld. Volgens mij zitten hier allemaal mensendie dat superserieus hebben genomen en dat is fijn. Ik hoop eigenlijk demeeste mensen na de verkiezingen terug te zien. Maar ja, dan moet je welop me stemmen.De voorzitter:Zo, dit is een stemadvies, waarvoor dank. Ik moet u er overigens opwijzen dat de Staatssecretaris wel heeft geantwoord op uw vraag over hetjeugdjournaal voor volwassenen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143131 Ik kijk even of de Staatssecretaris behoefte heeft aan een korte schorsingof dat hij meteen door kan gaan.Staatssecretaris Van Marum:Een korte schorsing.De voorzitter:Een korte schorsing van vijf minuten? Dan gaan we door om 16.25 uur.De vergadering wordt van 16.20 uur tot 16.27 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen en geef het woord aan de Staatssecretaris van BZK.Staatssecretaris Van Marum:Ook deze Staatssecretaris wil de commissie heel hartelijk bedanken. Ikheb deze commissie natuurlijk niet zo heel lang meegemaakt, maar in detijd dat ik haar meegemaakt heb, heb ik haar gezien als een zeer gedrevenen zeer kundige commissie. We hebben hier ook een aantal mensen zittendie zich oprecht inzetten voor kinderrechten, maar ook voor digitaliseringin het algemeen. Ik wil jullie dus heel hartelijk bedanken en ook heel veelsucces wensen in de komende tijd met wat jullie gaan doen. Of jullieterugkomen, zien we wel, maar in die zin gaan we elkaar waarschijnlijkwel missen, als we niet terugkomen.Dan kom ik nu bij mijn beantwoording van de vragen. NSC vroeg mij omde goede mogelijkheden voor leeftijdsverificatie te blijven onderzoeken endat ook voortvarend te doen. Dat kan ik gewoon volmondig toezeggen;dat ga ik doen.Ik had van mevrouw Koekkoek nog een vraag over het meenemen van hetpunt over algoritmes. Ja, dat neem ik zeker mee.Over de jongerenparticipatie en UNICEF gaat mijn collega het hebben.Dan heb ik nog een vraag van de heer Valize. Wanneer scholen de RiskFactory bezoeken, mogen ouders dan mee? Het is aan scholen om tebepalen of die ouders mee mogen naar de Risk Factory; dat is niet aanmij. Ik zie wel dat de Risk Factory een interessant belevingscentrum is,omdat het digitalepraktijksituaties nabootst, dus ik vind het wel eensympathiek idee als ouders daar ook aan kunnen deelnemen.Mevrouw Koekkoek vroeg naar de monitoring, de vinger aan de polshouden, van digitale geletterdheid. De Staatssecretaris van OCW geeftaan dat de Inspectie van het Onderwijs nog dit schooljaar een peilon-derzoek uitvoert naar de digitale geletterdheid.Daarmee ben ik in elk geval aan het einde gekomen van mijn beant-woording van de vragen. Ik wens u allemaal het beste.De voorzitter:Dank u wel. De Staatssecretaris van VWS.Staatssecretaris Tielen:De Staatssecretaris van Binnenlandse en Digitale Zaken zei al dat ik terugzou komen op de vragen met betrekking tot UNICEF. Daar is de kwartier-maker nog niet begonnen, dus het is nog wel heel erg vroeg in het proces.Er ligt een gezamenlijke financiering. Laten we even kijken waar dekwartiermaker mee gaat komen en hoe het verder moet. Dan komen wedaarop terug. Dat zal na de verkiezingen zijn, vermoed ik zomaar.Mevrouw Kathmann vroeg nog... Er was al antwoord op gegeven. Hetging om iets van een jeugdjournaal voor volwassenen. Het mooie van hetJeugdjournaal is dat heel veel ouders meekijken. Dat is een van dekrachten ervan. Ook online is er heel veel te zien op en over het Jeugd-journaal, en dus ook over de onlinebeweegwereld en -leefwereld. Onzerichtlijnen voor schermgebruik gaan natuurlijk over wanneer je wel en nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143132 een telefoon zou moeten gebruiken en hoelang het goed zou zijn om vooreen scherm te zitten. Maar in het verlengde daarvan zit daar ook in: blijfmet elkaar in gesprek. Mijn advies zou dus zijn: kijk gewoon met z’n allensamen; dat is het beste om het gesprek op gang te houden. Maar dat ismijn tip van de dag.Voorzitter. Dank aan alle woordvoerders. Ik was voor het eerst hier in dezecommissie. Ik vond het heel erg leuk. Het is wel jammer dat het daarmeeook gelijk de laatste keer in deze samenstelling is. Dus dank aan iedereendie er vandaag met energie, passie en slimme gerichtheid, zou ik bijnawillen zeggen, samen aan heeft gewerkt om te zorgen dat we kinderenzowel off- als online veilig, gezond en actief kunnen houden, want dejeugd heeft de toekomst.Dank u wel.De voorzitter:Dank aan de Staatssecretarissen voor hun antwoorden. Dan gaan werichting de afronding van dit debat. Maar dat doen we niet voordat ik eenaantal toezeggingen heb voorgelezen aan u. Het zijn er acht.–Ten eerste zegt de Staatssecretaris van BZK toe in het gesprek met deStaatssecretaris van JenV ook het onderwerp onlinetrackers mee tenemen. Dat doet hij naar aanleiding van de vraag van het lid SixDijkstra.–Twee. De Staatssecretaris van BZK zegt toe de Kamer te informerenover de uitkomsten van de gesprekken met de onlineplatforms. Datdoet hij naar aanleiding van de vraag van het lid Dral.–Drie. De Staatssecretaris van BZK zegt toe TNO te verzoeken in degenoemde verkenning van de verschillende opties voor leeftijdsverifi-catie het door het lid Valize genoemde punt mee te nemen.–Vier. De Staatssecretaris van BZK zegt toe in samenwerking met EZbinnenkort een non-paper te delen met de Europese Commissie en deKamer, waarin tevens de strekking van de ingediende moties over ditonderwerp wordt meegenomen. Mijn vraag daarbij is of daar ook eentijdspad bij zit.Staatssecretaris Van Marum:Voor het einde van het jaar nog.De voorzitter:Voor het einde van het jaar, dank u wel.–Vijf. De Staatssecretaris van BZK zegt toe in gesprek te gaan met hetUNICEF jongerenpanel om kennis te nemen van diens voorstellen ende Kamer te informeren over wat er met deze voorstellen zal wordengedaan.Er is een vraag van mevrouw Kathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Er is inderdaad een digitaal jongerenpanel van UNICEF, maar dit ging overde jongeren van de Jongeren Prinsjesdag, die dus ook de jongeren-troonrede hier op het plein voor de Kamer hebben uitgesproken. Het gaatdus om de jongeren van de Jongeren Prinsjesdag.De voorzitter:Ja. Zo kwam het ook ter sprake in het debat. Dat is inderdaad eenbelangrijke kanttekening. Dank daarvoor.–Zes. De Staatssecretaris van BZK zegt toe voor het kerstreces 2025 eenkabinetsreactie op het Rathenaurapport De prijs van gratis internet metde Kamer te delen.–Zeven. De Staatssecretaris van BZK zegt toe naar verwachting eenkabinetsreactie op beide ingediende initiatiefnota’s in november 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143133 met de Kamer te delen, waarbij ook de gesprekken gevoerd vanuitOCW zullen worden meegenomen.–Ten slotte, acht. De Staatssecretaris van VWS zegt toe na het verkie-zingsreces terug te komen op het genoemde punt over de kwartierma-ker. Ook dat klopt.Er is geen nabrander van linkerzijde dan wel van rechterzijde, zie ik. Dansluit ik hierbij de vergadering.Sluiting 16.34 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 143134
Gerelateerde bronnen
- Online kinderrechten
Verslag van een commissiedebat, gehouden op2 oktober 2025, over Online kinderrechten
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.