document · 25 sep 2026 · Tweede Kamer
Voortgang Uithuisplaatsingen Kinderopvangtoeslagaffaire (UHP KOT)
Brontekst
Datum 25 september 2026 Betreft Voortgangsbrief Uithuisplaatsingen Kinderopvangtoeslagaffaire (UHP KOT) In de kabinetsreactie van 30 juni 2025[voetnoot 1] op het rapport ‘Erfenis van onrecht’, van de Commissie Toeslagen en Uithuisplaatsingen (hierna: commissie Hamer) staan de maatregelen van het kabinet voor de jongeren van ouders die gedupeerden zijn van de toeslagenaffaire en uit huis zijn geplaatst (hierna: jongeren[voetnoot 2]). Met deze brief informeren wij u over de stand van zaken van deze maatregelen. Door de stapeling van overheidsingrijpen – eerst door de onterechte terugvorderingen en vervolgens door een uithuisplaatsing – hebben deze jongeren extra leed ervaren. Uit gesprekken die we met jongeren hebben gevoerd werd duidelijk dat voor velen van hen de gevolgen nog dagelijks voelbaar zijn. De afgelopen tijd is benut om andere jongeren en betrokkenen te spreken en hen te betrekken bij de uitwerking van de maatregelen, zodat die maatregelen ook daadwerkelijk recht doen aan hun ervaringen. De maatregelen worden langs drie lijnen uitgewerkt: 1) erkenning en excuses, 2) ondersteuning bij herstel en toekomstperspectief, 3) en leren en verbeteren. Deze lijnen worden hieronder toegelicht. Daarnaast vindt u in bijlage 1 de voortgang van de datakoppelingen op basis van de Tijdelijk wet uitwisseling persoonsgegevens UHP KOT. Met deze datakoppelingen is zicht verkregen op de omvang van de groep erkend gedupeerden die te maken heeft (gehad) met uithuisplaatsing om daarmee een ondersteuningsaanbod te kunnen doen aan deze gezinnen. Met deze brief en de in gang gezette maatregelen geven wij uitvoering aan de motie van het lid Westerveld[voetnoot 3]. We leveren een tijdlijn op met duidelijke deadlines en een concrete uitwerking van de ondersteuningsmaatregelen, inclusief financiële dekking. Ook geven wij hiermee uitvoering aan de motie van het lid El Abassi waarin wordt uitgesproken dat gedupeerde gezinnen recht hebben op volledig herstel[voetnoot 4]. Tot slot geven we uitvoering aan de motie van lid Bruyning over het zich actief inzetten voor herstel voor ouders en kinderen die geraakt zijn door de toeslagenaffaire en uithuisplaatsingen[voetnoot 5]. Excuses aan jongeren In de kabinetsreactie van 30 juni 2025 hebben we expliciet erkend dat de jongeren extra leed hebben ondervonden door het handelen en nalaten van de overheid en hebben we aangekondigd dat we onze excuses gaan maken. De precieze vorm en inhoud van de excuses werken we uit in samenspraak met de betrokken jongeren en partnerorganisaties. Dit proces vormt de basis voor de excuses aan die jongeren die hard zijn getroffen door de combinatie van de toeslagenaffaire en uithuisplaatsingen. In nauwe samenwerking met de Nationale Jeugdraad (NJR) geven we de participatie van jongeren die het betreft vorm over de inhoud van de excuses en de wijze waarop deze worden aangeboden. Het participatietraject is opgezet conform de negen basisvereisten voor betekenisvolle jeugdparticipatie van het VN-Kinderrechtencomité. Dit najaar organiseerde de NJR twee fysieke bijeenkomsten, waarin jongeren die dat wilden in gesprek gingen over de inhoud en vorm van de excuses. De uitkomsten van de online vragenlijst en de bijeenkomsten hebben de staatssecretarissen van Financiën en van Justitie en Veiligheid eind september persoonlijk besproken in een vervolggesprek met een groep betrokken jongeren en de NJR. Deze aanbevelingen vormen mede de basis voor de uit te spreken excuses. We streven ernaar de excuses in januari 2027 uit te spreken. Ondersteuning bij herstel en toekomstperspectief Onderwijs- en ontwikkelperspectief Het afgelopen jaar hebben we de verkenning uitgevoerd naar een onderwijsvoorziening voor de betrokken jongeren die geraakt zijn door de toeslagenaffaire en op last van de rechter uit huis zijn geplaatst. Het doel hiervan was scherp te krijgen welke ondersteuning aan de jongeren nodig is om leer- en ontwikkelkansen en toekomstperspectief te bieden, in lijn met het advies van de commissie Hamer. Wij richten deze voorziening specifiek op jongeren die uit huis zijn geplaatst door een kinderbeschermingsmaatregel opgelegd door een rechter, omdat in die gevallen sprake is van meerdere momenten van overheidsingrijpen: zij zijn uithuisgeplaatst en getroffen door de toeslagenaffaire. Zoals de commissie Hamer heeft geadviseerd, vindt het kabinet het belangrijk om hun toekomstperspectief te bieden voor hun gemiste onderwijskansen. Hiervoor heeft een extern onderzoeksbureau de onderwijs- en ontwikkelbehoeften van jongeren in kaart gebracht. Het onderzoek is kwalitatief en niet representatief voor de gehele doelgroep, maar biedt wel duidelijke richting aan de verdere vormgeving van de voorziening. Jongeren geven aan behoefte te hebben aan: vergoeding voor onderwijskosten; begeleiding en coaching op het gebied van mentaal welzijn en loopbaanontwikkeling; ondersteuning die aansluit bij hun levensfase en persoonlijke situatie. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen als bijlage 2. Op basis van dit onderzoek zijn we de onderwijsvoorziening verder aan het uitwerken, met vergoeding van onderwijskosten in combinatie met begeleiding als kern. Deze opzet is bij jongeren getoetst op toegankelijkheid, begrijpelijkheid en uitvoerbaarheid. De staatssecretarissen van Financiën en van Justitie en Veiligheid hebben met deze jongeren gesproken om hun ervaringen en aandachtspunten rechtstreeks mee te nemen in de verdere uitwerking. De gesproken jongeren zijn positief over het vergoeden van de onderwijskosten en hebben daarbij aandachtspunten en verbetersuggesties meegegeven. Het rapport met de uitkomsten van de jongerenparticipatie is opgenomen in bijlage 3. Op basis van het onderzoek en de jongerenparticipatie worden nu gerichte keuzes gemaakt over de uitvoering van de onderwijsvoorziening. Vervolgens wordt de benodigde ministeriële regeling voorbereid en vastgesteld. Het traject is complex door de vereiste afspraken over de uitvoering met het onderwijsveld en uitvoeringsorganisaties. Ook willen we waarborgen dat de voorziening toegankelijk is, de aanmeldroute helder en de begeleiding passend. Daarom wordt het geheel in een strak tijdpad, maar zorgvuldig, samen met jongeren uitgewerkt. Jongeren blijven ook in deze fase betrokken om te toetsen op begrijpelijkheid, laagdrempeligheid en uitvoerbaarheid. We zijn voornemens om aanmelden voor de voorziening medio 2027 beschikbaar te maken. Dit onder voorbehoud van het vinden van een uitvoerder, de benodigde budgettaire besluitvorming en de uitvoerbaarheid: in de komende periode worden de praktische, financiële, juridische en organisatorische randvoorwaarden onderzocht en uitgewerkt (waaronder middelen, capaciteit, huisvesting en ICT). De haalbaarheid hangt af van deze uitvoerbaarheidsvraagstukken. Op basis van de huidige inzichten ramen we de vergoedingen voor onderwijskosten globaal op 5 miljoen euro. Dit bedrag is exclusief uitvoeringskosten. Een inschatting hiervan is momenteel nog niet te maken. Dit hangt onder andere af van de uitvoeringsorganisatie die dit op zich neemt. Afronding Ondersteuningsteam Sinds april 2022 kunnen gedupeerde ouders en jongeren die te maken hebben gehad met een uithuisplaatsing terecht bij het Ondersteuningsteam (OT) voor ondersteuning. Het OT biedt onafhankelijke procesbegeleiding en ondersteunt ouders en jongeren bij vragen over de uithuisplaatsing en mogelijkheden voor herstel. Waar nodig werkt het OT samen met bestaande organisaties. Ouders, kinderen en betrokken organisaties zijn tevreden over deze ondersteuning. Het OT is vanaf de start ingericht als tijdelijke voorziening en rondt zijn werkzaamheden uiterlijk 1 april 2028 af. Om voldoende tijd te houden voor het zorgvuldig doorlopen van ondersteuningstrajecten, kunnen nieuwe aanmeldingen tot en met 31 december 2026 worden gedaan. De verwachting is dat de meeste ouders dan de gelegenheid hebben gehad zich aan te melden. Lopende trajecten worden daarna zorgvuldig afgerond. Vanaf 1 januari 2027 neemt het OT dus geen nieuwe ondersteuningsaanvragen meer in behandeling; de op dat moment lopende ondersteuningstrajecten worden tot 1 april 2028 voortgezet. Voor ouders in urgente situaties die zich daarna melden, werken we met elkaar uit welke passende ondersteuning kan worden geboden. Zij worden dan bijvoorbeeld doorverwezen naar reguliere hulp of andere ondersteuningsmogelijkheden zoals de brede ondersteuning door gemeenten of het steunpunt Samen Verder. Naast de begeleiding heeft het OT als opdracht geleerde lessen te delen. In de afrondingsfase ligt de nadruk op het vastleggen en borgen van deze kennis en ervaringen. Een groot deel van de doelgroep is de afgelopen jaren actief geïnformeerd over het OT. Zo zijn met gebruik van een datakoppeling (zie bijlage 1) gedupeerde ouders die te maken hebben gehad met een gedwongen uithuisplaatsing rechtstreeks geïnformeerd. Daarnaast is via verschillende andere kanalen bekendheid gegeven aan de ondersteuning. De komende maanden wordt extra ingezet op communicatie over de uiterste aanmelddatum, zodat gedupeerde ouders en hun kinderen die nog gebruik willen maken van het OT zich tijdig kunnen melden. De meest recente cijfers van het OT (tot en met 9 september 2026) laten zien dat er in totaal 1509 aanmeldingen zijn geweest en 1002 ondersteuningstrajecten volledig zijn doorlopen en afgesloten. Dossierinzage Zoals toegelicht in de kabinetsreactie op het rapport van de commissie Hamer moet het voor jongeren duidelijker worden hoe zij hun jeugdhulp- en jeugdbeschermingsdossier kunnen inzien, of zij een toelichting kunnen krijgen en hoe zij hun eigen zienswijze kunnen toevoegen aan het dossier.[voetnoot 6] Dit is bedoeld om bij te dragen aan verwerking en herstel. Later dit najaar starten de RvdK en de gecertificeerde instellingen (GI’s) met het bieden van meer persoonlijke begeleiding aan jongeren bij dossierinzage. Met financiering vanuit JenV zijn bij deze organisaties tot eind 2027 speciale contactpersonen aangesteld. Zij informeren jongeren vooraf over het verloop van het inzageproces en bieden een persoonlijk gesprek tijdens de dossierinzage en de mogelijkheid om hun zienswijze toe te voegen aan het dossier. Daarnaast kunnen deze jongeren voor onafhankelijke ondersteuning terecht bij het OT. De jongeren worden in het kader van het bovengenoemde NJR-traject bevraagd of deze aanpak aansluit bij hun behoefte. Parallel daaraan verkennen wij de aansluiting op de acties naar aanleiding van de Commissies De Winter (Geweld in de jeugdzorg en Schade door Schande) die zijn gericht op betere dossiertoegang en het toevoegen van een zienswijze. Herbeoordeling dossiers Ouders en kinderen die te maken hebben gehad met uithuisplaatsingen in de kinderopvangtoeslagaffaire, hebben te maken met pijn, onzekerheid en het gevoel niet altijd gehoord te zijn. Die zorgen erkennen wij en nemen wij als vertrekpunt bij de vervolgstappen. Met deze brief informeert de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uw Kamer over de stand van zaken en de vervolgstappen rond de wens voor een zorgvuldige en onafhankelijke herbeoordeling van deze zaken. In de afgelopen maanden hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden met ouders en andere betrokkenen. Zij hebben daarbij de wens uitgesproken om individuele dossiers opnieuw en onafhankelijk te laten beoordelen. Het gaat om zowel afgesloten als lopende dossiers van uithuisplaatsingen in gezinnen die getroffen zijn door de kinderopvangtoeslagaffaire. Met deze uitgesproken wens voor een herbeoordeling wordt beoogd ouders en kinderen erkenning te bieden voor wat zij hebben meegemaakt en, waar passend en in het belang van het kind, moet herbeoordeling ook kunnen leiden tot de mogelijkheid van terugplaatsing. Wij delen deze wens en begrijpen goed dat ouders en kinderen, na wat hen is overkomen, willen dat hun dossier opnieuw wordt beoordeeld. Voor de herbeoordeling richten we daarom een gefaseerde aanpak in. Daarin wordt uitgezocht hoe herbeoordeling goed en verantwoord kan worden vormgegeven. Tegelijkertijd brengt herbeoordeling reële uitdagingen met zich mee. We willen eerlijk zijn over wat ouders en kinderen kunnen verwachten van een herbeoordeling en wat deze wel of niet kan opleveren. Daarbij willen we voorkomen dat een herbeoordeling opnieuw traumatisch voor hen is, zeker waar herbeoordeling samenloopt met lopende procedures. Waar informatie verspreid ligt of niet eenduidig is, vergt dit zorgvuldige en transparante reconstructie van de relevante feiten. Op dergelijke complicaties is ook gewezen in eerdere onderzoeken en in het rapport van de Commissie Hamer. Deze dilemma’s nemen we mee bij het uitwerken van de aanpak. Per zaak moet eerst worden vastgesteld wat juridisch mogelijk is en moet er getoetst worden op rechtszekerheid en het belang van het kind. Ook moet vooraf duidelijk zijn dat de herbeoordeling onafhankelijk en zorgvuldig uitgevoerd kan worden. Bij het verzamelen, delen en combineren van informatie moeten daarnaast privacy en regels voor gegevensbescherming strikt worden nageleefd. Ook is de beschikbare capaciteit beperkt. Veel betrokken organisaties hebben te maken met wachtlijsten en openstaande vacatures. De extra werkzaamheden die een herbeoordeling met zich meebrengt moeten daarom zorgvuldig worden gepland en uitgevoerd, zonder lopende zaken tekort te doen. We starten met een beperkt en duidelijk afgebakend aantal dossiers. Zo kunnen we zorgvuldig toetsen wat haalbaar en verantwoord is. In deze eerste fase bepalen we doel en scope, de werkwijze en criteria (waaronder de omvang en periode die we bekijken). Ook zorgen we voor voldoende onafhankelijkheid en kwaliteit. Daarnaast toetsen we de juridische ruimte/mogelijkheden, privacy/gegevensbescherming, de capaciteit, uitvoerbaarheid en de gevolgen voor de keten. Op basis van de uitkomsten van deze eerste tranche volgt een duidelijk afwegingsmoment over het vervolg en eventuele opschaling. Daarbij wordt ook een kosten-batenafweging gemaakt. We betrekken daarbij ouders, jongeren, professionals en experts. Ook spreken we met de jongeren die de open brief hebben verstuurd over uithuisplaatsingen in de Toeslagenaffaire (bijlage 4). Met deze aanpak willen we de zorgvuldigheid betrachten die deze dossiers verdienen. Tevens willen we eerlijk zijn over wat mensen wel en niet van een herbeoordeling kunnen verwachten en ervoor zorgen dat we voortgang blijven maken. Uw Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang en vervolgstappen. Bestaande routes en ondersteuning Binnen het bestaande juridische stelsel blijven de routes onverkort beschikbaar om een uithuisplaatsing opnieuw te laten beoordelen. Ouders kunnen de GI verzoeken om beëindiging of verkorting, of een verzoek aan de kinderrechter doen. Bij verlenging van een uithuisplaatsing vindt steeds rechterlijke toetsing plaats en na twee jaar uithuisplaatsing een onafhankelijke toets door de RvdK. Het OT ondersteunt ouders onder meer bij het verkennen van juridische mogelijkheden, waar nodig in samenwerking met een advocaat. Ouders hebben op grond van artikel 810a, lid 2, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) daarnaast recht op contraexpertise. Omdat de capaciteit voor deskundigenonderzoek beperkt is, werken we aan structurele verbetering van de beschikbaarheid van deskundigenonderzoek en beslisdiagnostiek in de jeugdbescherming.[voetnoot 7] Kosteloze rechtsbijstand is mogelijk via artikel 37b van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) en de daarop gebaseerde subsidieregeling van de Raad voor Rechtsbijstand voor UHP KOTzaken. We zetten in op voortzetting van de verlenging van de kosteloze rechtsbijstand tot en met het eerste kwartaal van 2028. Deze planning loopt synchroon met de afronding van het Ondersteuningsteam. Contraexpertise en pilot Van Raan-Peters Eerder is als pilot het initiatief Van Raan-Peters gestart om kosteloze contraexpertises mogelijk te maken via een begeleidingsgroep met deskundigen uit wetenschap en rechtspraak en een jurist. De ouders waren opdrachtgever en de kosten zijn gedragen door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Twee gezinnen hebben deelgenomen. In één zaak heeft de rechter het contraexpertiserapport buiten beschouwing gelaten vanwege vragen over naleving van richtlijnen en standaarden. In de andere zaak is de contraexpertise beëindigd nadat in 2025 zicht ontstond op een tijdelijke terugplaatsing. Een derde aanmelding is na zorgvuldige weging niet voortgezet, vanwege de complexiteit, de beperkte beschikbaarheid van onafhankelijke deskundigen en de behoefte aan een veilige en zorgvuldige setting. Gezien de beperkte voortgang en de geleerde lessen is de pilot afgesloten. De geleerde lessen en geconstateerde knelpunten nemen wij mee in het hierboven aangekondigde traject om uit te zoeken of en hoe herbeoordeling verantwoord kan worden vormgegeven, gericht op een zorgvuldige en haalbare aanpak. Leren en verbeteren Naast de herstelmaatregelen voeren wij het onderdeel Leren en Verbeteren binnen de jeugdbescherming uit. We willen leren van de gemaakte fouten om dit voor de toekomst te voorkomen. Met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, de Hervormingsagenda Jeugd en het Wetsvoorstel ter versterking van de rechtsbescherming in de jeugdbescherming geven we hier invulling aan. Via onder andere de voortgangsbrieven Jeugd houden we uw Kamer hiervan op de hoogte. Daarnaast geven de RvdK en Jeugdzorg Nederland (JZNL) invulling aan dit onderdeel door verbeteringen naar aanleiding van hun reflectierapporten. Opvolging reflectierapport Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) Sinds de kabinetsreactie van 30 juni 2025 heeft de RvdK verder uitvoering gegeven aan de aanbevelingen uit de verschillende reflectierapporten. Zo is het organisatiebrede leer- en verbetertraject verder geconcretiseerd. De werkwijze is in de zomer van 2025 aangepast, zodat bij de start van onderzoeken nadrukkelijker wordt stilgestaan bij mogelijke signalen van geldzorgen. Dit is ook onderdeel van de integrale aanpak waar samen met de GI’s aan wordt gewerkt. Daarnaast heeft de RvdK samen met Partners voor Jeugd[voetnoot 8] en Jeugdzorg Nederland een ketenbrede e-learning over geldzorgen en financiële problematiek ontwikkeld. De training is gericht op alle medewerkers binnen het primaire proces en ondersteunt hen bij het herkennen van geldzorgen en het voeren van gesprekken over geldzorgen binnen gezinnen. De e-learning zal in het najaar beschikbaar zijn en onder de aandacht worden gebracht bij de medewerkers. Tot slot beschikt de RvdK sinds 2025 over een landelijk intern meldpunt waar raadsonderzoekers terecht kunnen voor professionele ondersteuning wanneer zij signaleren dat ouders of kinderen geraakt zijn door de toeslagenaffaire. Het meldpunt biedt laagdrempelig advies over passende handelingsmogelijkheden. Opvolging reflectierapport Jeugdzorg Nederland Sinds de publicatie van het reflectierapport werken de GI’s aan het versterken van de deskundigheid van jeugdbeschermers in gezinnen met financiële problemen. Iedere GI heeft hiervoor een contactpersoon aangesteld; in maandelijks landelijk overleg worden ervaringen gedeeld en verbeteracties ontwikkeld. Om bewustwording en professioneel handelen te versterken, hebben de GI’s een informatievideo en infosheet beschikbaar gesteld over financiële problematiek in gezinnen voor professionals in de jeugdbescherming. Ook is vastgesteld dat financiën een structureel onderdeel zijn van de risicotaxatie binnen de jeugdbescherming. Daarbij blijft aandacht nodig voor traumasensitief handelen. Daarnaast werken de GI’s en de RvdK samen aan een integrale aanpak van financiële problematiek, zodat signalen van financiële stress beter worden meegenomen gedurende het gehele jeugdbeschermingstraject. Zoals hierboven genoemd, is er een e-learning over geldzorgen ontwikkeld die ook voor jeugdbeschermers beschikbaar komt later in het najaar. De in juni 2024 vastgestelde Gezamenlijke Richtlijn Verklarend Analyseren voor GI’s sluit aan bij de aanbevelingen uit het reflectietraject en de bevindingen van de commissie Hamer. De richtlijn ondersteunt het onderzoeken van de onderliggende oorzaken van problemen binnen gezinnen, waaronder de invloed van financiële problematiek. Daarnaast is een bredere handreiking ontwikkeld voor zowel jeugdbescherming als jeugdhulp. Hiermee wordt het belang van verklarend analyseren en het bieden van passende ondersteuning vanuit een gelijkwaardige samenwerking met kinderen, jongeren en gezinnen verder versterkt. Tot slot Wij erkennen dat gezinnen door toedoen van de overheid zijn geraakt. Dit raakt ons diep. We kunnen de tijd en het ervaren leed niet terugdraaien en wegnemen. Met deze brief willen we – in nauwe afstemming met de jongeren - stappen zetten om wat hen is aangedaan te erkennen en hen te ondersteunen om weer verder te kunnen. We verbeteren daarom onze werkwijze, ondersteunen professionals, betrekken jongeren en ouders en brengen maatregelen op een passende manier onder de aandacht van jongeren. We monitoren de ontwikkeling van deze verbetermaatregelen, maken de voortgang inzichtelijk en passen aan waar nodig, in de hoop dat het vertrouwen stap voor stap kan groeien. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Claudia van Bruggen De Staatssecretaris Herstel Toeslagen, Sandra Palmen-Schlangen De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, Mirjam Sterk Kamerstukken II, 2024/2025, 31 839, nr. 1094. Voor de leesbaarheid gebruiken we de term ‘jongeren’, maar we realiseren ons dat een deel van deze groep inmiddels volwassen is. Kamerstukken II, 2024/2025, 36 708, nr. 34. Kamerstukken II, 2024/2025, 36 708, nr. 40. Kamerstukken II, 2024/2025, 36 708, nr. 30. Zie ook Kamerstukken II, 2025/2026, 31 839, nr. 1181 waarin een uiteenzetting wordt gegeven van het inzagerecht. Kamerstukken II, 2025/2026, 31 839, nr. 1146. Partners voor Jeugd is een samenwerkingsorganisatie bestaande uit de jeugdzorginstellingen William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, William Schrikker Gezinsvormen, De Jeugd- en Gezinsbeschermers en expertisecentrum Expect Jeugd. Datum 25 september 2026 Datum 25 september 2026 Pagina 2 van 3 Pagina 2 van 3 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/jenv Bijlage(n) 4 Ons kenmerk 7755320 Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/jenv Bijlage(n) 4 Ons kenmerk 7755320 Pagina 1 van 1 Pagina 1 van 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag
Versie a21cbde20abedb7890bba16d109432ea65e4df9726cfc33c9f9535fe46895792 · Officiële bron.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.