Afwegingskader en overige ontwikkeling investeringsmodel voor preventie
Brontekst
Versie a055b6fce56d2990 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 793Preventief gezondheidsbeleidNr. 878 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 december 2025Een gezonde bevolking is van onschatbare waarde en is cruciaal voor hetwelzijn van mensen, de maatschappelijke participatie en de houdbaarheid,betaalbaarheid en toegankelijkheid van ons zorgstelsel. Gezien de groteuitdagingen, zoals de toenemende druk op de gezondheidszorg dooronder meer (dubbele) vergrijzing en gezondheidsachterstanden, is hetnoodzakelijk blijvend onze beleidsfocus te verschuiven van ziekte en zorgnaar gezondheid en welzijn, door meer in te zetten op effectieve preventie.Een sterke verschuiving naar preventie is essentieel om toekomstigeproblemen te voorkomen in plaats van achteraf te moeten genezen. Methet investeringsmodel voor preventie willen we beter zicht krijgen oppreventieve maatregelen, hun gezondheidseffecten en de bredemaatschappelijke en budgettaire gevolgen op de korte, middellange enlange termijn. Zo kunnen we gerichter investeren in interventies diewerken en de innovatie binnen preventie verder stimuleren. De afgelopenperiode heeft uw Kamer al enkele brieven over de ontwikkeling van ditinvesteringsmodel ontvangen.1, 2, 3In deze brief schets ik de voortgang van de ontwikkeling van het investe-ringsmodel aan de hand van de pijlers (1) passend bewijs voor preventie,(2) het afwegingskader, (3) financiële besluitvorming en (4) monitoring enevaluatie. Daarnaast deel ik informatie over ontwikkeling van eeninternationale consultatie ten behoeve van het investeringsmodel voorpreventie.1Kamerstuk 32 793, nr. 712.2Kamerstuk 32 793, nr. 783.3Kamerstuk 32 793, nr. 849. kst-32793-878ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 8781 Pijler 1: Passend bewijs voor preventieIn oktober ontving uw Kamer de richtlijn passend bewijs voor preventie4,die is opgesteld door een onafhankelijke Adviescommissie onder leidingvan prof. dr. Ter Weel. Dit is een mijlpaal, want met deze richtlijn is deeerste pijler van de ontwikkeling van het investeringsmodel af. De richtlijngeeft de noodzakelijke methodologische handvatten om de effectiviteitvan preventiemaatregelen voldoende overtuigend te onderbouwen, ookbuiten de gezondheidszorg, zoals bij armoedebeleid of leefomgevings-maatregelen. Daarmee is de richtlijn ook bruikbaar om vast te stellen ofbudgettaire effecten van preventiemaatregelen overtuigend onderbouwdzijn.Ik vind het belangrijk dat onderzoek op het terrein van preventie derichtlijn passend bewijs voor preventie als uitgangspunt hanteert. Ik hebhierover diverse partijen geïnformeerd5 en ik heb dit punt benoemd in deLandelijke Nota Gezondheidsbeleid 2025–2028, die naar verwachting dezemaand gepubliceerd wordt.Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is door eenaantal partijen die onderzoek uitvoeren naar (effectiviteit) van maatre-gelen in de publieke gezondheidszorg benaderd met de vraag hoe zij derichtlijn kunnen toepassen. Ik waardeer en stimuleer dit, in de verwachtingdat onderzoeken zich meer en meer gaan richten naar de standaard die indeze richtlijn wordt gezet.Intermediaire uitkomstmatenDe technische werkgroep Kosten en baten van preventie heeft geconsta-teerd dat veel baten van preventie, zoals gezondheidseffecten, pas op delangere termijn zichtbaar worden.6 Vaak pas na een regeerperiode vanvier jaar. Om desondanks betrouwbare uitspraken te kunnen doen overdeze langetermijneffecten is het noodzakelijk gebruik te maken vanintermediaire uitkomstmaten (gedragsverandering, leefstijlverbetering ofrisicoreductie) in combinatie met modellering. De adviescommissierichtlijn passend bewijs voor preventie bevestigt dat een aanpak metintermediaire effecten en modellering essentieel en bruikbaar is voor hetinvesteringsmodel. Daarbij benadrukt de adviescommissie dat dit geennieuw concept is en al wordt toegepast bij curatieve interventies. Zij steltdat tussen de gekozen intermediaire uitkomsten en einduitkomsten eenovertuigende onderbouwing moet bestaan. Een overzicht van mogelijkeintermediaire uitkomstmaten voor preventie, die voldoen aan de richtlijnpassend bewijs voor preventie, bevordert de vergelijkbaarheid tussenonderzoeken en ondersteunt een uniforme toepassing van de richtlijn. Omdie reden ben ik voornemens dit overzicht te laten opstellen en periodiekte actualiseren.Pijler 2: AfwegingskaderDe inschatting van de aard en omvang van de effecten van invoering vaneen preventieve maatregel zal in de toekomst worden onderbouwd methet afwegingskader ten behoeve van het investeringsmodel voorpreventie. Het ontwikkelen van een volwaardig en breed gedragenafwegingskader is omvangrijk en gaat de komende jaren door. Ik verwachtdat vanaf 2027 een eerste volwaardige versie van het afwegingskaderbeschikbaar zal zijn, die in 2028 en 2029 verder verfijnd zal worden.4Kamerstuk 32 793, nr. 869.5CPB, GR, ZonMw, RIVM, ZIN, PBL (zie ook Kamerstuk 32 793, nr. 869).6Kamerstuk 32 793, nr. 712.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 8782 Het RIVM is vóór de zomer van 2025 gevraagd een stevig onderbouwdafwegingskader vorm te geven én daarbij aan te sluiten op de toen nog tepubliceren richtlijn passend bewijs voor preventie. Inmiddels heeft deAdviescommissie haar richtlijn gepubliceerd en neemt het RIVM deze meein de ontwikkeling van het afwegingskader.De ontwikkeling van het afwegingskader wordt inzichtelijk gemaaktdoordat het RIVM regelmatig zal publiceren over de gebruikte methodo-logie en over de casussen die worden gebruikt om het prototype van hetafwegingskader te ontwikkelen en te verfijnen. Dit geeft het RIVM en onsinzicht in de stappen die nog gezet moeten worden om tot een volwaardigafwegingskader en een goed onderbouwd besluitvormingsproces overpreventie te komen. Indien uw Kamer dat wenst, kan een technischebriefing worden verzorgd over het afwegingskader van het investerings-model.Het prototype van het afwegingskader is opgebouwd als weergegeven infiguur 1.In deze eerste fase zijn drie casussen uitgewerkt. Deze zijn gekozenvanwege de potentie om het afwegingskader in dit stadium te ontwik-kelen, vanwege de brede benadering van preventie, potentiële bredemaatschappelijke baten ook buiten het gezondheidsdomein op debeleidsterreinen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(OCW), het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), hetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en waar mogelijkrelevant voor het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).Het betreft (1) een maatregel op het beleidsterrein van VWS met eenmogelijk effect op de zorg en een e-health component (een smartphone-app voor zelfcontrole van verdachte huidplekjes), (2) een maatregel metverwacht effect op het beleidsterrein van de Ministeries van VWS, OCWen SZW en relevant voor het AZWA (aanbieden van een programma voorscholieren om hun sociaal-emotionele vaardigheden te verbeteren) en(3) een maatregel in de leefomgeving op een beleidsterrein van hetMinisterie van IenW met een mogelijk effect op de zorg en beweeggedragvan mensen (een verplichting tot het dragen van een fietshelm).De inhoudelijke uitwerking van deze casussen is beschikbaar op dewebsite van het RIVM (https://www.rivm.nl/afwegingskader-preventie).Figuur 1. Bouwstenen en elementen afwegingskader. Bron: RIVMTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 8783 Inzichten ontwikkeling afwegingskaderUit de toepassing van het afwegingskader op de eerste drie casussenkunnen de volgende inzichten worden afgeleid:1)Het afwegingskader is breed toepasbaarDe hierboven beschreven eerste drie casussen maken duidelijk dat debouwstenen en elementen van het afwegingskader breed toepasbaaren relevant zijn. Het afwegingskader is naar verwachting bruikbaarvoor preventiemaatregelen die in de toekomst worden onderzocht. Ditgeldt zowel wanneer gezondheid het primaire als het secundaire doelvan de maatregel is. Daarmee is deze systematische aanpak eenbelangrijke basis voor de Rijksbrede agenda «Gezondheid in allebeleidsdomeinen».2)Het afwegingskader zorgt voor uniformiteit en vergelijkbaarheidDe uitwerking en beoordeling van de drie inhoudelijk verschillendemaatregelen is door het gebruik van het afwegingkader uniform endaarmee onderling vergelijkbaar op onderdelen en uitkomsten.Hierdoor kunnen maatregelen naast elkaar worden gepresenteerd enwaar wenselijk worden geordend op de effecten die beleidsprioriteithebben.3)Het afwegingskader identificeert evaluatie- en monitoringsbehoefteWat opvalt bij de drie onderzochte maatregelen is de variatie inconcreetheid waarmee het RIVM het afwegingskader kan invullen. Nietvoor alle maatregelen bleek tijdens de uitwerking van de casussenvoldoende passend bewijs beschikbaar te zijn. Als dit bewijs inonvoldoende mate beschikbaar is, kunnen financiële reeksen eneffecten op de maatschappelijke kosten en baten niet voldoendeonderbouwd worden. Dit benadrukt het belang van kwalitatiefhoogwaardig onderzoek naar de effectiviteit van een maatregel. Waarbewijs zoals gevraagd in de richtlijn passend bewijs voor preventieontbreekt, zal het afwegingskader de leemtes aan passend onderzoekidentificeren. Het heeft echter de voorkeur dat op het moment vanidentificatie van en keuze voor een casus al voldoende duidelijk is dathet bewijs voor het gezondheidseffect waarschijnlijk voldoet aan derichtlijn passend bewijs preventie.4)Het afwegingskader vraagt om validatie en deskundigheidHet RIVM heeft bij de uitwerking van deze maatregelen en de invullingvan het afwegingskader samengewerkt met andere deskundigen. Ookin de toekomst blijft het betrekken van externe deskundigen vanuitverschillende vakgebieden een belangrijk uitgangspunt, in hetbijzonder bij de validatie van uiteenlopende empirische gegevens ende wijze waarop deze in het afwegingskader worden samengebracht.Inzichten afwegingskader en het investeringsbesluit5)Het afwegingskader is vooruitlopend op budgettaire besluitvormingHet afwegingskader heeft hoogwaardige kwalitatieve en kwantitatievedata nodig om zicht te kunnen geven op budgettaire effecten. De drieonderzochte maatregelen laten zien dat dit kan als er passend bewijsis, zoals bij het schoolprogramma voor het verbeteren van sociaal-emotionele vaardigheden. De beschikbare informatie over mogelijkebudgettaire effecten wordt een specifiek aandachtspunt voor deselectie van casussen in de tweede helft van 2026.6)Het afwegingskader bevindt zich in een dynamische omgevingHet onderzoek naar preventiemaatregelen die meer gezondheidopleveren door o.a. marktpartijen, GGD’en en maatschappelijkefondsen gaat door, ook nadat de effecten van een maatregel via hetafwegingskader op een moment in de tijd zijn berekend. Dit betekentdat nieuwe onderzoeken of bijstelling van de werkingsmechanismende uitkomsten van de effectbeoordeling kunnen veranderen. De wijzeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 8784 waarop en door wie wordt bepaald van welke maatregel de effecten (aldan niet opnieuw) worden geschat met behulp van het afwegingskaderis nog niet bepaald.7)Het afwegingskader vraagt een helder bestuurlijk modelHet beschikbaar komen van informatie over maatregelen die een breedmaatschappelijk gebied raken, vraagt om een goede inbedding. Bij allemaatregelen zijn er belanghebbenden en spelen mogelijk ookfinanciële belangen. Dat betekent dat zal moeten worden uitgedachthoe de sturing op de investeringen in preventie en het investeringsmo-del vorm kan krijgen. Dit wordt urgenter naarmate er grotere belangenop het spel staan.Pijler 3: Financiële besluitvormingIn antwoorden op vragen over de ontwerpbegroting VWS 2026 heb ik uwKamer laten weten dat de oplevering van een ambtelijk rapport met eenverkenning van de voor- en nadelen van verschillende financieringsoptiesvoor preventiemaatregelen vanwege de val van het kabinet is vertraagd.In overleg met het Ministerie van Financiën onderzoek ik op welke termijndit rapport gereed kan zijn.Ik vind het essentieel de beweging van zorg naar gezondheid (preventie)te maken. Uitgaven aan preventie kunnen toekomstige zorgkostenvermijden en kunnen gezien worden als een investering in menselijkkapitaal en toekomstig verdienvermogen. Het directe effect van eenpreventiemaatregel is immers dat voor vermeden ziekte geen zorgkostenen zorgpersoneel meer nodig is, naast de brede maatschappelijke batenvan preventie. Om deze beweging te stutten is het wenselijk dat gewerktwordt met een langeretermijn-investeringsagenda voor preventie metdaaraan gekoppeld structurele middelen om daadwerkelijk te investeren.Tot op heden wordt de financiering van preventieve maatregelen op deVWS-begroting bij slechts enkele dossiers gekoppeld aan de baten van demaatregelen, hierbij is het RS-prik een recent voorbeeld. In de praktijkblijkt het, gelet op de langere termijn van het laten uitbetalen van eenpreventiemaatregel in gezondheid en mogelijk kostenbesparing op debegroting, nog moeilijk om preventiemaatregelen veelvuldig te voorzienvan financiering door middel van besparingen. Het is namelijk lastig omdeze potentiële besparingen op de lange termijn met passend bewijs teonderbouwen en te kwantificeren. Onder andere om die reden wordt hetinvesteringsmodel ontwikkeld. Naar mijn mening past het aantonen vaneffectieve preventiemaatregelen en kwantificeren van de mogelijkebudgettaire opbrengst bij de kerntaak van de overheid om de oplopendevergrijzingsgevoelige uitgaven in de zorg te beperken en de financiëlehoudbaarheid op lange termijn te waarborgen.Daarnaast is in het AZWA afgesproken dat Zvw-besparingen vanmedische preventiemaatregelen ingezet kunnen worden voor investe-ringen in medische preventie. In het AZWA is ook een ontwikkelagendavan medische preventiemaatregelen opgenomen die de komende jarenverder wordt uitgewerkt.In de brief aan uw Kamer over het investeringsmodel voor preventie vanjuni dit jaar heeft mijn ambtsvoorganger u laten weten dat ook privateinvesteerders interesse kunnen hebben in investeringen in interventiesmet maatschappelijke impact, zoals preventie. Daarom onderzoek ik ookde rol die private partijen kunnen hebben binnen deze pijler van hetinvesteringsmodel. Dit onderzoek bevindt zich nog in een prille fase. Zozie ik bijvoorbeeld de ontwikkeling van het Lifesciences and HealthcareTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 8785 Impact Framework van de LIFe-coalitie.7 Dit raamwerk beoogt inves-teerders één taal te laten spreken over wat de impact van een investeringin zorg en welzijn is en hoe die gemeten kan worden. Het raamwerk richtzich op innovaties in de medische technologie en is in de toekomstmogelijk ook toepasbaar op sociale innovaties en preventie. Het Ministerievan VWS zal deze ontwikkeling blijven volgen om synergie met hetinvesteringsmodel voor preventie te borgen.Daarnaast heb ik met interesse kennisgenomen van het recent gepubli-ceerde rapport van Social Finance NL en de Rabobank getiteld «Innova-tieve financiering van preventie». Social Finance laat aan de hand vancasussen zien hoe knelpunten in financiering van preventie zijn aangepaktin een aantal andere landen en doet suggesties voor Nederlands beleid.Deze suggesties zijn vooralsnog geen voorgenomen of lopend beleid vanhet Ministerie van VWS, maar ik betrek de inzichten van dit rapport graagin de verdere gedachtevorming over de ontwikkeling van het investerings-model voor preventie.Pijler 4: Monitoring en evaluatieDe vierde pijler van het investeringsmodel richt zich op monitoring enevaluatie. Het primaire doel van deze pijler is het genereren van data tenbehoeve van inzicht in de daadwerkelijke bredere effecten van preventievemaatregelen, waarbij zowel uitkomsten binnen als buiten het gezond-heidsdomein worden meegenomen. Deze bredere effecten wordenuitgedrukt in harde en zachte uitkomstmaten, zoals kostenbesparing,levensgeluk, sociale cohesie en productiviteit.ZonMw is in het najaar van 2025 gestart met de subsidieronde «Bouwenaan de businesscase van preventie: passend bewijs voor preventievemaatregelen».8 Daarbij is het doel het genereren van passend bewijs voorbestaande, nog niet effectief bewezen preventieve maatregelen, waar alwel indicaties zijn voor effectiviteit. De projecten uit de praktijk die uit dezeronde voortkomen zullen zoveel mogelijk aansluiten bij de richtlijnpassend bewijs voor preventie.Projectideeën kunnen tot eind maart 2026 bij ZonMw worden ingediend,waarna de goedgekeurde onderzoeken kunnen worden uitgevoerd. Deresultaten zullen na afronding van de projecten bruikbaar zijn voor beleid.Internationale consultatieDe ontwikkeling van alle-vier de pijlers van het investeringsmodel heeftbaat bij inzichten van andere landen die wellicht al (delen) van de door mijbeoogde veranderingen in de praktijk brengen. In de brief over hetinvesteringsmodel van juni dit jaar heeft mijn ambtsvoorganger uwKamer laten weten dat de Europese Commissie budget heeft toegekendom met het Ministerie van VWS een project op te starten ten behoeve vandeze internationale consultatie. Ik ben blij u te kunnen laten weten dat deOrganisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)hiervan opdrachtnemer is geworden. De OESO heeft vijf referentielanden– het Verenigd Koninkrijk, Canada, Zweden, Nieuw-Zeeland en Duitsland –geselecteerd die beschikken over uiteenlopende kennis en ervaringen metbetrekking tot economische evaluatie en besluitvorming rond preventie-beleid. Deze landenstudies, aangevuld met casusonderzoek en eenexpertbijeenkomst, dienen als basis voor een vergelijkende analysewaarin de Nederlandse praktijk wordt afgezet tegen internationale goede7De LIFe-coalitie bestaat uit Invest-NL, PGGM, Achmea IM, VGC en CbusineZ.8https://www.zonmw.nl/nl/nieuws/subsidie-voor-passend-bewijs-voor-preventieve-maatregelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 8786 voorbeelden. Op basis van deze analyse zal de OESO aanbevelingenformuleren voor de verdere versterking van de institutionele, methodolo-gische en financiële randvoorwaarden voor een duurzaam investerings-model. Het project duurt in totaal 22 maanden.Ten slotteOver een half jaar wordt uw Kamer opnieuw geïnformeerd over devoortgang van de ontwikkeling van het investeringsmodel voor preventie.Daarbij ga ik in op de inzichten die we krijgen van de casussen van hetafwegingskader die het RIVM in het eerste kwartaal van 2026 publiceert(regulering van verkooppunten voor ongezonde voeding en een regelingom de mondzorg-kosten voor minima te vergoeden). In 2026 zal ik uwKamer ook informeren over hoe vaststelling van de kosteneffectiviteit vangezondheidswinst kan plaatsvinden (het gebruik en hoogte van deQALY-waarde voor het uitdrukken van gezondheidswinst). Daarnaast hoopik uw Kamer inzicht te kunnen geven in de mogelijke institutioneleinbedding van het afwegingskader en de financiële besluitvorming. Dit zalook afhankelijk zijn van de keuzes die de volgende regering maakt.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.Z.C.M. TielenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 8787
Gerelateerde bronnen
- Voor het einde van dit jaar ontvangt de Kamer een nadere brief over preventieve maatregelen.
Voor het einde van dit jaar ontvangt de Kamer een nadere brief over preventieve maatregelen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.