KamerkringInloggen
Kamerbrief

Jaarverslag Rechtspraak 2025

22 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c3dce0a98b496b01 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1044 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 juni 2026Hierbij bied ik u, op grond van artikel 104 van de Wet op de rechterlijkeorganisatie, het jaarverslag van de Rechtspraak over het jaar 2025 aan.Deze aanbiedingsbrief bevat tevens de kabinetsreactie op de door deRechtspraak in het jaarverslag genoemde aandachtspunten enknelpunten.In dit jaarverslag geeft de Rechtspraak inzicht in de resultaten die in 2025zijn behaald en de financiële middelen die daarvoor zijn ingezet. Hetjaarverslag laat ook zien dat rechters en de Rechtspraak als organisatie debijzondere aan hen toegekende verantwoordelijkheid zeer serieus nemenen willen laten zien hoe zij deze verantwoordelijkheid invullen. Ik wil mijnwaardering uitspreken voor het inzichtelijke jaarverslag en voor het werkdat ook in 2025 weer is verricht door alle rechters en rechtspraakmede-werkers.De Raad voor de rechtspraak (hierna: de Raad) staat in het jaarverslagnadrukkelijk stil bij de rol van de rechter en rechtspraak in de rechtstaat.De Raad spreekt de wens uit om de, door de Staatscommissie rechtsstaatgeadviseerde, periodieke rechtsstaatdialoog ook in 2026 voort te zetten. Inreactie hierop kan ik aangeven dat aan deze wens gehoor wordt gegeven.De rechtsstaatdialoog 2026 zal plaatsvinden in september 2026, in deweek van de Rechtstaat.In het jaarverslag zet de Raad uiteen hoe verder wordt gewerkt aan dekwaliteit en tijdigheid van de rechtspraak en hoe de Raad zich inzet vooreen betere aansluiting van de rechtspraak op de behoeften van desamenleving. In 2025 zijn stappen gezet naar laagdrempelige, digitaletoegang tot de rechter. Daarnaast draagt de Raad met innovatieveprojecten en maatschappelijk effectieve rechtspraak bij aan het oplossenvan concrete problemen. kst-29279-1044ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10441 De Raad benoemt in het jaarverslag ook trends in wets- en beleidsvoor-stellen. De Raad geeft aan dat in 2025 substantieel meer wetgevingsad-viezen zijn dan ooit eerder. Veel van deze in 2025 ingediende wetsvoor-stellen raken aan grondrechten; een deel beoogt de naleving vangrondrechten te bevorderen. Bij een aantal andere wetsvoorstellen issprake van mogelijke spanning met grondrechten, vooral in het strafrecht.Ook geeft de Raad aan zich zorgen te maken over de zorgvuldigheid vanhet wetgevingsproces. Zo wordt benoemd dat de kwaliteit van hetwetgevingsproces onder druk staat, wat gevolgen kan hebben voor dekwaliteit en uitvoerbaarheid van wetgeving. Deze zorg neem ik serieus enik heb hier dan ook aandacht voor gevraagd bij andere ministeries. Eenandere trend die de Raad constateert en zorgen baart is de geconstateerdedruk op rechtspraak in twee instanties. De Raad benadrukt het belang omde hoofdregel van rechtspraak in twee instanties als uitgangspunt teblijven hanteren en roept de regering op een toetsingskader rechtsbe-scherming te maken. In reactie op dit laatste zorgpunt kan ik aangeven datmomenteel door mijn ministerie een verkenning wordt uitgevoerd naar demogelijkheden om de procedures te versnellen met behoud vanvoldoende rechtsbescherming.In het verlengde van de jaarverslagen van voorgaande jaren gaat de Raadook in dit jaarverslag in op uiteenlopende knelpunten in wet- en regel-geving die door de rechtspraak zijn gesignaleerd. Ik hecht er grote waardeaan dat de Raad het kabinet via deze weg blijft adviseren over thema’swaarbij wet- en regelgeving in de praktijk als belemmerend wordtervaren. Daarnaast spreek ik mijn waardering uit voor het initiatief om bijverschillende knelpunten concrete ideeën aan te reiken die kunnenbijdragen aan het wegnemen daarvan.In deze brief geef ik, mede namens het kabinet, een toelichting op de wijzewaarop met de genoemde knelpunten wordt omgegaan en geef ik destand van zaken met betrekking tot knelpunten die in eerdere jaarver-slagen zijn gesignaleerd. Daarbij houd ik de opbouw en volgorde van hetjaarverslag aan.Knelpunten in wetgeving en uitvoeringBestuursrechtStikstofDe Raad wijst erop dat het stikstofdossier de hele maatschappij raakt.Burgers worden getroffen door de belemmeringen voor woningbouw eninfrastructuur. Bedrijven en boeren worden getroffen door het verlies vanvergunningen en beperkingen in de bedrijfsvoering. De natuur (en indirectdaardoor ook de maatschappij) wordt getroffen door het gebrek aandoeltreffende maatregelen om de crisis aan te pakken. Deze maatregelenmoeten worden geïnitieerd door de wetgever. De Raad wijst erop dat hetuitblijven daarvan leidt tot rechtszaken met grote gevolgen zonder dat derechter het onderliggende probleem kan oplossen.Zoals de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurheeft aangegeven in zijn brief aan de Tweede Kamer van 27 maart 2026over de Samenhangende aanpak Landbouw, Natuur en Stikstof geeft hetkabinet grote prioriteit aan het oplossen van de stikstofproblematiek.1 Hetkabinet maakt duidelijke keuzes voor een sterke en toekomstbestendigeagrarische sector en het structureel verbeteren van de natuur. Zodatvergunningverlening stapsgewijs weer mogelijk wordt voor het bouwen1Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 XIV, nr. 80.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10442 van de woningen die zo hard nodig zijn, voor de verduurzaming van delandbouw en de industrie, voor het mogelijk maken van de noodzakelijkeuitbreiding van Defensie, voor projecten in de bereikbaarheid enwaterveiligheid, voor perspectief en duidelijkheid over nieuwe investe-ringen voor het brede bedrijfsleven en voor een economie die werkt. Datvraagt op korte termijn om diverse en soms ingrijpende besluiten, maardeze leiden tot duidelijkheid en duurzaam perspectief voor boeren, natuuren Nederland. Daarom heeft het kabinet duidelijke doelen gesteld,concrete maatregelen aangekondigd en een bijpassende investering van€ 20 miljard euro tot en met 2035 zeker gesteld. Het kabinet heeft direct deTaskforce Landbouw, Natuur en Stikstof in het leven geroepen omdoorbraken op dit dossier te realiseren en heeft daarvoor een duidelijkeopdracht meegegeven. Het kabinet kiest ervoor om samen met boeren enketenpartijen te werken aan een toekomstbestendige landbouw en metnog veel meer partijen aan een sterke natuur en een vitaal platteland. Ditomvat medeoverheden, natuurbeheerders, landbouworganisaties, hetbredere bedrijfsleven, natuur- en milieuorganisaties en lokale initiatievenen samenwerkingsverbanden van bewoners. Zoals in de brief van27 maart 2026 is aangegeven, zal het kabinet voor de zomer 2026 op eenaantal belangrijke onderdelen van de aanpak al besluiten nemen enduidelijkheid verschaffen over het vervolg.Beroepen niet tijdig beslissenIn het jaarverslag 2025 benoemt de Raad als knelpunt de stijging in deinstroom van zaken waarin beroep wordt aangetekend tegen het uitblijvenvan een tijdige beslissing door de overheidsinstantie. De Raad merkt opdat dit met name geldt bij het vreemdelingenrecht. De beroepen wegensniet tijdig beslissen vergen door de grote aantallen veel capaciteit en hetonderliggende probleem van uitvoeringsorganisaties die er steeds minderin slagen om binnen geldende termijnen besluiten te nemen, wordt er nietmee opgelost, aldus de Raad.Het kabinet heeft oog voor het feit dat voor bepaalde uitvoeringsinstantiesgeldt dat tijdig beslissen een aanhoudende uitdaging is. Om hierverbetering in te brengen worden verschillende stappen gezet door deuitvoeringsorganisaties zelf. Zoals is aangekondigd in het coalitieakkoord,is het kabinet daarnaast voornemens om verschillende maatregelen tetreffen om de slagvaardigheid van de overheid te bevorderen. Specifiekop het terrein van het vreemdelingenrecht betreft dit de vereenvoudigingvan de asielprocedure. Doel daarbij is om deze procedure niet langer telaten duren dan strikt noodzakelijk is en ervoor te zorgen dat deImmigratie- en Naturalisatiedienst sneller – en nog steeds zorgvuldig –kan beslissen.2VreemdelingenrechtDe Raad markeert knelpunten in het vreemdelingenrecht in relatie tot hetIND. Helaas lukt het de IND bij vreemdelingenzaken vaak niet om binnende wettelijke termijn te besluiten op een aanvraag of om te beslissen opeen bezwaarschrift.Om meer grip op de migratie te krijgen, zet dit kabinet in op een breedpakket aan maatregelen om de asielketen per direct en duurzaam teontlasten en de instroom te verminderen. De wet tweestatusstelsel is op21 april 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.3 Tegelijkertijd heeft deIND hard gewerkt aan de voorbereiding voor de implementatie van hetEuropees Migratiepact dat op 12 juni 2026 in werking is getreden.2Aan de slag – Coalitieakkoord 2026–2030 | Kabinetsformatie; p. 37.3https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/36703_wet_invoering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10443 Aanvullend is door de IND hard gewerkt aan een plan van aanpak metaanvullende maatregelen, dat recentelijk met Uw Kamer is gedeeld.4Hoewel de IND streeft naar een maximale beslistermijn van zes maanden,houdt de IND er rekening mee dat het afhandelen van openstaandeasielaanvragen nog geruime tijd zal duren, wat effect kan hebben op decapaciteit van de rechtspraak. Daarnaast heeft de Raad in haar positionpaper ten behoeve van het rondetafelgesprek Uitvoerings- en implemen-tatiewet Asiel- en migratiepact aangegeven zich vanwege het asiel- enmigratiepact voor te bereiden op een substantiële stijging van destructurele werklast.5Verder is op 14 april 2025 met de Wet herziening regels niet tijdigbeslissen in vreemdelingenzaken de bestuurlijke dwangsom afgeschaft.6Een bestuurlijke dwangsom volgde automatisch als de IND na eeningebrekestelling te laat besliste op iemands dossier. Een rechterlijkedwangsom wordt pas opgelegd als een aanvrager naar de rechter stapt ende IND een extra termijn krijgt opgelegd die wederom niet wordt gehaald.Het kabinet is zich ervan bewust dat met de wetswijziging alleen debestuurlijke dwangsom wordt afgeschaft.Uw Kamer heeft op 2 juni 2026in het kader van behandeling van de Wijziging van de Wet terugkeer envreemdelingenwaring een amendement aangenomen om ook derechterlijke dwangsom af te schaffen.7 Op 4 juni 2026 heeft uw Kamer ookdeze novelle aangenomen. Het indienen van een beroep tegen het niettijdig beslissen blijft echter mogelijk. Zolang de voorraad niet is wegge-werkt, zal de rechtspraak worden belast met beroepszaken wegens «niettijdig beslissen».WOZ- en bpm-zakenDe Raad refereert aan de inwerkingtreding van de Wet herwaarderingproceskostenvergoeding voor Waardering Onroerende Zaken (WOZ) enBelasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (bpm) op 1 januari 2024en benoemt dat deze wetgeving nog niet heeft geleid tot een verlagingvan instroom bij de gerechtshoven.Het kabinet verwelkomt de ingezette daling van het aantal belastingzakenbij rechtbanken, met name bij de WOZ en de bpm. De verwachting is datde daling van zaken bij gerechtshoven op termijn zal volgen. Ondanks dewaargenomen daling laat het onverlet dat het kabinet zich zal blijveninspannen om het aantal zaken dat draait om relatief kleine financiëlegeschillen verder te voorkomen. Deze zaken verdringen immers geschillenmet een groter maatschappelijk belang. Voor de WOZ is een bredebeleidsevaluatie van de wet voorzien waarin ook aandacht voor rechtsbe-scherming zal zijn.8 Voor de bpm geldt, zoals ook aangegeven in deKamerbrief van 11 juli 2025, dat wordt onderzocht of deze zodanig kanworden omgevormd dat de systematiek niet langer afhankelijk is van dewaarde van een motorrijtuig.94https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2026D27623&did=2026D27623.5https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2026Z02632&did=2026D05896.6Stb. 2025, nr. 96.7Kamerstukken II 2025/26, 35 501, nr. 13.8Kamerstukken II 2025/26, 33 462, nr. 16.9Kamerstukken II 2024/25, 32 800, nr. 89.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10444 Civiel rechtErfprocesrechtDe Raad signaleert dat het aantal erfrechtelijke geschillen toeneemt. Heterfprocesrecht wordt als onduidelijk en versnipperd ervaren. Zowel deKoninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) als de Vereniging ErfrechtAdvocaten Nederland (VEAN) hebben een soortgelijk signaal afgegeven.Aan de KNB en VEAN is toegezegd in gesprek te gaan over de ervarenproblematiek.Ik wil bezien of dit signaal betrokken kan worden bij het bredere vraagstukover de vereenvoudiging van het burgerlijk procesrecht. Ik heb eerder deRechtspraak gevraagd om een reactie op het advies van de adviescom-missie burgerlijk procesrecht over de opheffing van het onderscheidtussen dagvaardings- en verzoekschriftprocedure.Vervaltermijnen in het arbeidsrechtDe wettelijke vervaltermijnen van artikel 7:686a van het BurgerlijkWetboek (BW) blijken volgens de Raad bij een ontslag op staande voetnogal eens te kort. De vervaltermijn voor het aanvechten van een ontslag(op staande) voet bedraagt namelijk slechts twee maanden. In hetbijzonder arbeidsmigranten die werken via uitzendbureaus komenhierdoor in de problemen.Voor arbeidsmigranten zijn er veel drempels als het gaat over de toegangtot het recht. Het is het streven van het kabinet onnodige drempels in detoegang tot het recht voor alle rechtszoekenden te verminderen. Hetkabinet probeert ervoor te zorgen dat de arbeidsmigranten wel binnen degestelde termijn geholpen worden.Het Juridisch Loket is daarbij waardevol, aangezien het gratis rechtshulpbiedt bij juridische vragen voor EU-arbeidsmigranten, mede om tebewerkstelligen dat zij tijdig en adequaat worden geholpen met hunhulpvraag.Het kabinet heeft met belangstelling kennis genomen van het voorstel vande Raad om eventueel de vervaltermijnen te verlengen. In het kader vanhet IBO arbeidsmigratie is over het onderwerp aanpakken onterechtontslag op staande voet door het Ministerie van SZW al een ficheopgesteld.10Regelingen beloning curatoren, mentoren en bewindvoerdersDe Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, die per1 januari 2015 in werking is getreden, is volgens de Raad gaan knellen. Alsgevolg hiervan wijken kantonrechters vaker af van de standaardbeloningwegens bijzondere omstandigheden. In het jaarverslag oppert de Raadonder andere om de regeling op dit punt aan te passen, de huidige opennormen te vervangen voor een vaste (hogere) beloning, met daarbij eenhelder en duidelijk afwegingskader voor de uitvoerders en kantonrechters.Per 1 januari 2026 is de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders enmentoren aangepast met een verhoging van de tarieven, bovenop dejaarlijkse indexering. Hiermee is tegemoetgekomen aan de toenemendewerkdruk binnen de branche. Deze regeling biedt de kantonrechter denoodzakelijke ruimte voor maatwerk bij uitzonderlijke omstandigheden.Het is aan de rechter om te beoordelen wanneer hiervan sprake is, waarbij10https://open.overheid.nl/documenten/6e99169d-bce1-4249-af8d-57cf77a87751/file blz. 226 e.v.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10445 de rechtspraak de vrijheid heeft om dit in te kleden via leidraden oforiëntatiepunten ter bevordering van de rechtseenheid.Diagnostiek oudersOok dit jaar brengt de Raad het knelpunt «diagnostiek ouders» onder deaandacht, waarbij het dit jaar speciale aandacht vraagt omdat het verbandkan houden met femicide en huiselijk geweld. Uit onder meer hetonderzoek «Waar geweld uit beeld raakt» van het Verwey-Jonker Instituutblijkt dat het niet vanzelfsprekend is dat huiselijk geweld en onveiligheidworden meegenomen in rechterlijke beslissingen omtrent zorgregelingen,gezag en omgang.11 De toenmalig Staatssecretaris Rechtsbescherming isdaarom eind 2025 een verbetertraject gestart, dat als doel heeft tewaarborgen dat wanneer er onderbouwde vermoedens zijn of sprake isvan huiselijk geweld en/of kindermishandeling, dit altijd moet wordenmeegewogen in de familierechtelijke procedure. Dit verbetertraject zietonder meer op het verbinden van het straf- en civielrecht, het verbeterenvan de informatievoorziening aan de familierechter en deskundigheidsbe-vordering. De rechtspraak, maar ook andere organisaties zoals de RvdK enSlachtofferhulp Nederland, werken mee aan dit verbetertraject. Ook wordtde expertise van de advocatuur en van ervaringsdeskundigen ennabestaanden betrokken in dit traject. De Tweede Kamer wordt voor dezomer geïnformeerd over de voortgang van het verbetertraject.Algemeen: capaciteitstekorten in de jeugdketenDe capaciteitstekorten in de jeugdketen blijven de Rechtspraak zorgenbaren, zoals ook in eerdere jaarverslagen is gesignaleerd. Dit speelt zowelin het civiele jeugdrecht, het familierecht als in het jeugdstrafrecht.Ik herken het beeld dat de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) metwachtlijsten te maken heeft. Zowel de RvdK zelf als het Ministerie JenVhebben daarom de afgelopen jaren maatregelen ingezet om dit teverbeteren. Dit leverde aanvankelijk verbetering op in de vorm van korterewachtlijsten en doorlooptijden, echter momenteel kampt de RvdK weermet een oplopende wachtlijst. Hier komt bij dat voor de RvdK eentaakstelling van kracht is, voortvloeiende uit het coalitieakkoord. Op ditmoment wordt in kaart gebracht welke consequenties dit heeft voor deuitvoering van de taken van de RvdK.De Raad noemt in het jaarverslag het tekort aan capaciteit bij de gecertifi-ceerde instelling (GI). De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en deinspectie Justitie en Veiligheid hebben in september 2025 een rapportgepubliceerd over de problemen bij de gecertificeerde instellingenwaaronder de wachtlijsten voor de jeugdbescherming en de jeugdreclas-sering en de wachtlisten voor de noodzakelijke jeugdhulp in dit kader. Hetkabinet heeft op 2 december 2025 een kabinetsreactie met maatregelenaan de Tweede Kamer gestuurd.12In het jaarverslag meldt de Raad dat er sprake is van een geringebeschikbaarheid van de Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd(KVJJ’s). Jongeren die vanwege hun persoonlijkheid en de aard van hetgepleegde feit wel in aanmerking zouden komen voor plaatsing in eenKVJJ, kunnen niet geplaatst worden omdat ze te ver weg wonen.11K.D. Lünnemann e.a., Waar geweld uit beeld raakt. Een verkennend onderzoek naar dezichtbaarheid van huiselijk geweld in het familierecht. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut 2025,p. 27.12Kamerstukken II 2025/26, 31 839, nr. 1113.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10446 Voor plaatsing in een KVJJ is een mee te wegen (contra-) indicatie dat ersprake moet zijn van een aanvaardbare reistijd naar de dagbesteding. Inde praktijk is de richtlijn dat de reistijd in beginsel niet langer mag zijn dan1,5 uur enkele reis. Het verruimen van deze richtlijn zou de landelijkedekking verbeteren. Ik kies er evenwel niet voor een langere reistijd naardagbesteding te hanteren, aangezien een totale reisduur van meer dandrie uur per dag niet bevorderlijk is voor het welzijn van jongeren.De KVJJ’s vormen nu geen landelijk dekkend netwerk. Tegelijkertijd zie ikop basis van de bezetting van de bestaande KVJJ’s geen aanleiding voorhet openen van nieuwe locaties teneinde een landelijk dekkend netwerk terealiseren. In de brief van 30 juni 2025 is uw Kamer geïnformeerd over detoekomst van de KVJJ’s.13 Tevens wijs ik op de voortgangsbrief justitiëlejeugd van 17 april jl. waarin ik de belangrijkste ontwikkelingen metbetrekking tot de justitiële jeugd uiteen heb gezet.14 Hierbij wijs ik explicietop de beleidsreactie op het RSJ-advies «Problemen in de PIJ: Advies overde door- en uitstroom van jeugdigen met een PIJ-maatregel». Voor dezomer komt de inhoudelijke beleidsreactie en zal ik ook ingaan oprapporten die binnenkort worden opgeleverd over Jeugdhulp in Strafrech-telijk Kader.Registratie van non-binaire personenDe Raad geeft aan dat de Hoge Raad twee keer is verzocht om prejudiciëlevragen te beantwoorden over de registratie van non-binaire personen. Nude Hoge Raad heeft afgezien van beantwoording van deze vragen iswetgeving op dit punt gewenst. In het coalitieakkoord is opgenomen dathet kabinet blijft werken aan de acceptie, veiligheid en emancipatie van deLHBTQI+ gemeenschap, overeenkomstig het regenboogakkoord. Tot8 december 2023 heeft een initiatiefwetsvoorstel over de registratie vannon-binaire personen in consultatie gelegen. Het is primair aan deinitiatiefnemers om vervolgstappen te nemen op dit onderwerp. Hetkabinet heeft aangeboden daar waar nodig hierbij behulpzaam bij te zijn.Draagmoederschap en hoogtechnologisch draagmoederschapDe Raad benoemt de wenselijkheid van wetgeving rondom draagmoeder-schap. In juli 2023 is het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap enafstamming ingediend bij de Tweede Kamer.15 Dit wetsvoorstel schetstkaders voor wensouders, waaraan binnenlandse draagmoederschapstra-jecten moeten voldoen. Met als doel dat wensouders geen lange enonzekere procedure bij de rechter moeten doorlopen om het ouderschaptot stand te brengen. Voor buitenlandse draagmoederschapstrajecten stelthet wetsvoorstel voorwaarden voor de erkenning van rechtswege van debuitenlandse geboorteakte na draagmoederschap. De Tweede Kamerheeft een wetenschapstoets uit laten voeren waarin knelpunten aan deorde komen, waaronder buitenlandse draagmoederschapstrajecten. Mij isverzocht om op deze bevindingen te reageren en ik verwacht rond dezomer 2026 te doen.Termijn herroeping adoptie en meerderjarigenadoptieOok op het gebied van adoptie zijn volgens de Raad knelpunten. De Raadgeeft aan dat een geadopteerde, die de adoptie wil herroepen, minimaal20 en maximaal 23 jaar oud moet zijn. Deze leeftijdsgrenzen worden innagenoeg alle zaken die aan de rechter worden voorgelegd overschreden.13Kamerstukken II 2024/25, 24 587, nr. 1055.14Kamerstukken II 2025/26, 28 741, nr. 136.15Kamerstukken II 2022/23, 36 390, nr. 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10447 De Raad doet de suggestie deze grenzen uit de wet te schrappen. Ookmeldt de Raad dat in de rechtspraktijk zeer geregeld verzoeken binnen-komen voor adoptie van meerderjarigen. De Raad geeft in overweging deadoptiemogelijkheid van meerderjarigen in de wet te regelen.Het kabinet herkent het signaal van de Raad over de termijnen voorherroeping van de adoptie. Ook is de regering in 2025, in de aangenomenmotie Bikker en Diederik van Dijk,16 verzocht om adoptie van volwassenenmogelijk te maken.Zowel de termijn voor herroeping adoptie als het mogelijk maken vanmeerderjarigenadoptie zijn onderdeel van het wetsvoorstel afbouwinterlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel. Ditwetsvoorstel was van 23 januari tot en met 6 april 2026 in internetconsul-tatie.17 De consultatiereacties worden op dit moment bestudeerd. Naarverwachting wordt het wetsvoorstel voor het einde van het jaar teradvisering voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State.GezagDe Raad wijst op de complexiteit van wet- en regelgeving op het gebiedvan gezag. In de loop der jaren is deze wet- en regelgeving als gevolg vanmaatschappelijke ontwikkelingen op verschillende punten aangevuld endaarmee is het afleiden van gezag steeds complexer geworden. De Raadgeeft aan dat een wettelijke herstructurering de praktijk zou helpen.De huidige wet- en regelgeving weerspiegelt de diversiteit van desamenleving. Vereenvoudiging is wenselijk, maar mag niet ten koste gaanvan bestaande gezagsverhoudingen en toekenningen van gezag. Ik herkendat de complexe wet- en regelgeving tot gevolg kan hebben dat het vanrechtswege ontstane gezag over een kind, dat niet in het gezagsregisterwordt geregistreerd, lastiger af te leiden kan zijn. Om professionals tehelpen met het vaststellen van gezag is de gezagsmodule ontwikkeld.18De module is constant in ontwikkeling en houdt rekening met wetwijzi-gingen. Bij een toekomstige herziening van het toepasselijke recht kandaarnaast worden verkend hoe de regels meer toegankelijk en overzich-telijk kunnen worden gemaakt.StrafrechtOnduidelijkheden over de gedragsbeïnvloedende maatregelDe Raad benoemt dat het eerder gesignaleerde knelpunt met betrekkingtot de complexiteit en onduidelijkheden rond de maatregel betreffendehet gedrag van de jeugdige nog steeds actueel is.Bij de totstandkoming van de Tweede vaststellingswet van het nieuweWetboek van Strafvordering is de inbreng van de Raad meegenomen. Opbasis daarvan is de regeling om te komen tot tenuitvoerlegging van devervangende jeugddetentie vereenvoudigd. Alleen de procedure bij derechter-commissaris wordt behouden, daarmee is de zelfstandigebevoegdheid van de officier van justitie vervallen.19 Op 24 februari 2026heeft de Eerste Kamer de Tweede vaststellingswet aangenomen.16Kamerstukken II 2024/25, 33 836, nr. 116.17Overheid.nl | Consultatie Wet afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteits-herstel.18Zie AMvB in Stb. 2024, nr. 48.19Kamerstukken II 2024/25, 36 636, nr. 3, p. 155–156.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10448 GeneriekDe Raad spreekt zijn zorgen uit over de voor 2027 aangekondigde ruimeretermijnen waarbinnen de niet-zakelijke post moet zijn bezorgd. Dit kangevolgen hebben voor burgers, advocaten en bedrijven zonder zakelijkcontract die post naar de rechtbank sturen en (rechts)onzekerheidveroorzaken.Deze zorgen zijn door het kabinet serieus genomen en in overleg met deRaad verduidelijkt: de verruiming geldt slechts voor een beperkt deel vande postmarkt (de universele postdienst) en deze norm is niet van krachtop post vanuit de rechtbanken of van advocaten aan rechtbanken. Postvan de Rechtspraak valt onder zakelijke post. Hierdoor is de omvang vanhet geschetste probleem in de praktijk beperkt. Voor tijdkritische post voorrechtszoekende consumenten blijft bovendien een snellere 24-uursoptiebeschikbaar. De aanpassing van de kwaliteitseisen in het gewijzigdePostbesluit raakt alle gebruikers van de universele postdienst in gelijkemate. Alleen voor rouw- en medische post blijven uitzonderingen bestaan.Het uitzonderen van gerechtelijke post is door het kabinet als onwenselijkbeschouwd. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de Notavan toelichting op het gewijzigde Postbesluit, dat per 1 juli 2026 inwerking zal treden.20Eerder gesignaleerde knelpuntenHet wettelijk mogelijk maken dat gemachtigden binnen het belastingrechten het bestuursrecht geweigerd kunnen worden conform de regteling vande kantonrechter in artikel 81 van het Wetboek van BurgerlijkeRechtsvorderingDe Raad heeft verzocht om het wettelijk mogelijk te maken dat debestuursrechter een gemachtigde tegen wie ernstige bezwaren bestaanniet alleen kan weigeren voor een bepaalde zaak maar ook voor eenbepaalde periode, overeenkomstig de mogelijkheid die de kantonrechterheeft in artikel 81 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Ditknelpunt wordt onderkend. Momenteel wordt onderzocht hoe eendergelijke bevoegdheid het beste kan worden vormgegeven.Maatwerkvoorziening opvang (weigering noodopvang)De Raad meldt dat rechters in meerdere uitspraken over het toekennenvan een maatwerkvoorziening vanuit de Wet maatschappelijke opvang(Wmo) de overheid oproepen een oplossing te vinden voor dakloosheiddie voortkomt uit het tekort aan betaalbare woonruimte.Het kabinet stelt dat de Wmo 2015 is gericht op het ondersteunen vanmensen die zich door psychische, sociale of lichamelijke beperkingen nietop eigen kracht kunnen handhaven in de samenleving. Het bieden vanopvang aan mensen die enkel dakloos zijn vanwege woningnood – zonderbijkomende kwetsbaarheid – past daarmee niet binnen het wettelijkekader van de Wmo. Dat neemt uiteraard niet weg dat de maatschappelijkeimpact schrijnend kan zijn. Het kabinet herkent dat er sprake is van eenwoningcrisis en zet zich op verschillende fronten in om deze aan tepakken.Zo wordt volop ingezet op de bouw van meer woningen. Het Regeerpro-gramma brengt afspraken om meer passende en betaalbare woningen tebouwen. Om het tekort aan woningen te verkleinen en op alle plekken in20Kamerstukken II 2024/25, 35 423, nr. 10.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10449 Nederland extra woonruimte toe te voegen voor die mensen die een huiszoeken, moeten bestaande gebouwen en de bijbehorende omgeving beterworden benut. Hier wordt door middel van diverse initiatieven invullingaan gegeven.Met het Nationaal Actieplan Dakloosheid «Eerst een thuis» (2023–2030) isvastgesteld dat de oplossing voor dakloosheid niet gevonden wordt doorhet realiseren van extra maatschappelijke opvang, maar door in te zettenop betaalbaar wonen en het versterken van financiële bestaanszekerheid.Tot slot is in dit kader het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvestingrelevant dat ervoor zorgt dat overheden kunnen sturen op hoeveel, waaren voor wie er gebouwd wordt.21 Na inwerkingtreding van ditwetsvoorstel moeten gemeenten, provincies en het Rijk volkshuisves-tingsprogramma’s opstellen, waarin is aangeven wat de woonbehoefte isvan inwoners. Als onderdeel daarvan moet de opgave voor (dreigend)dakloze mensen worden meegenomen. Bovendien regelt het wetsvoorsteldat in alle gemeenten dakloze mensen die uitstromen uit de maatschappe-lijke opvang op grond van de Wmo 2015 verplicht met voorrang moetenworden gehuisvest. Gemeenten kunnen er aanvullend voor kiezen ookeen bredere groep mensen die dak- of thuisloos zijn, of om andere socialeredenen dringend behoefte hebben aan woonruimte, op te nemen in deurgentieregeling als woningzoekenden die met prioriteit in aanmerkingkomen voor een woning.Tekort aan verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigenDe vraag naar sociaal-medische beoordelingen is al jaren fors groter danhet aantal beoordelingen dat UWV kan verrichten, en de laatste tijd blijfthet aantal aanvragen boven verwachting snel toenemen. Hierdoor kanUWV niet alle taken uitvoeren en hanteert UWV sinds een aantal jaar eenmet het Ministerie SZW afgestemde prioritering van sociaal-medischedienstverlening. Hierin zijn de WIA-claimbeoordeling en beoordelingenvan het arbeidsvermogen (waaronder de Wajong) geprioriteerd.Naast de toenemende vraag kampt UWV met fundamentele organisato-rische uitdagingen, waaronder een structureel tekort aan verzekerings-artsen. Hoewel de situatie ingewikkeld is, moet dit patroon wordendoorbroken. Dat gaat niet van vandaag op morgen. Aan de hand van eenbrede ontwikkelagenda werkt UWV de komende jaren aan structureleverbetering van de sociaal-medische dienstverlening. Dit omvat ondermeer vereenvoudiging en uniformering van werkprocessen, zodat allesociaal-medische teams werken volgens de vastgestelde principes enafgesproken processen, steeds beter gebruikmakend van best practices,onder meer op het gebied van taakdelegatie en multidisciplinair overleg.Door de basis op orde te brengen, realiseert UWV de komende jarenzowel kwantitatieve als kwalitatieve verbeteringen bij de sociaal-medischedienstverlening.SlotwoordGraag spreek ik mijn grote waardering uit voor de wijze waarop deRechtspraak de in de praktijk ervaren knelpunten – zowel in beleid als inwetgeving – onder de aandacht brengt. Deze signalen stellen zowel dewetgever als de uitvoerende macht in staat om belangrijke maatschappe-lijke vraagstukken gericht en effectief aan te pakken.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,Claudia van Bruggen21Kamerstukken II 2025/26, Kamerstuk 36 881, nrs. 1–3 en bijlagen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 104410

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2a86abaf7e7a72cf

14 okt 2026 · 74657739d1eb24e7

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.