Voortgang strafrechtketen
Brontekst
Versie 4d2043fc6cbc67f6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1043 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 juni 2026Binnen de strafrechtketen wordt dag en nacht hard gewerkt aanopsporing, vervolging en berechting van daders en een goede uitvoeringvan straffen. Daarmee is de strafrechtketen een belangrijk onderdeel vanonze rechtsstaat. De strafrechtketen dient de doelen van het strafrecht:vergelding, afschrikking, voorkomen van herhaling en bescherming vande maatschappij. Daarbij is het belangrijk dat het strafrecht effectief enrechtvaardig is en strafzaken de keten tijdig doorlopen, zodat zakenbestendig opgelost worden, verdachten weten waar ze aan toe zijn en ookslachtoffers niet te lang in onzekerheid leven.Er wordt al lange tijd gewerkt aan het verbeteren van de prestaties in destrafrechtketen. Op 20 mei jl. publiceerde de Algemene Rekenkamer (AR)haar verantwoordingsonderzoek 2025 naar de genomen maatregelen. DeAR komt in het onderzoek tot de conclusie dat er nog steeds onvoldoendecoördinatie is in en op de strafrechtketen. Doorlooptijden zijn nog steedste lang en het ontbreekt aan een goed verbeterplan om de problemen aante pakken. De AR kwalificeert de coördinatie op de prestaties in destrafrechtketen als een ernstige onvolkomenheid. Ook uw Kamer iskritisch op het functioneren van de strafrechtketen en verzoekt in de motieMutluer c.s.1 om een «deltaplan» voor de strafrechtketen.Wij nemen de bevindingen van de AR serieus en gaan hier, samen met deketen, volop mee aan de slag. Daarbij omarmen wij de motie Mutluer enwerken wij aan een deltaplan voor de strafrechtketen, dat wij in het eerstekwartaal van 2027 aan uw Kamer sturen. Met het deltaplan zal enerzijdsgewerkt worden aan het concretiseren van de bestaande maatregelen inlijn met de bevindingen van de AR, anderzijds zal dit plan een brederperspectief op de strafrechtketen bevatten. We willen de prestaties van destrafrechtketen meer omvattend beoordelen. Naast tijdigheid betrekkenwe daarbij bijvoorbeeld ook aspecten als voorspelbaarheid, (maatschap-1Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 86. kst-29279-1043ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10431 pelijke) effectiviteit, procedurele rechtvaardigheid, gelijkheid, de informa-tiepositie en herstelbehoefte van procespartijen en slachtoffers, eenpersoonsgerichte behandeling en het realistisch omgaan met debestaande schaarste aan middelen binnen de keten.In de eerste paragraaf van deze brief schetsen wij kort de contouren vanhet te ontwikkelen deltaplan, waarbij wij naar aanleiding van degenoemde motie Mutluer ook zullen ingaan op het vraagstuk van deaanwijzingsbevoegdheid. In de tweede paragraaf informeren wij uwKamer over de prestaties in de strafrechtketen in het afgelopen jaar aande hand van de jaarlijkse factsheet strafrechtketenmonitor, die wij bij dezebrief aan uw Kamer aanbieden. Daarbij zullen wij kort stilstaan bij devoortgang ten aanzien van de geprioriteerde zaakstromen zeden, jeugd enzaken van veel voorkomende criminaliteit.1. Deltaplan strafrechtketen De eerste aanbeveling van de AR vraagt een probleem- en oorzaken-analyse uit te voeren naar enerzijds de lange doorlooptijden en anderzijdswaarom het niet lukt om de doorlooptijden te verkorten. Hiervoor doenwe twee verschillende onderzoeken. Het eerste onderzoek is eensysteemonderzoek van TNO. Dit onderzoek moet inzicht gaan bieden inwaarom bepaalde knelpunten in de strafrechtketen, ondanks jarenlangeinzet, steeds opnieuw ontstaan of blijven bestaan. Het tweede onderzoeksluit aan bij de aanbeveling van de AR om samen met de ketenpartnerseen probleem- en oorzakenanalyse uit te voeren. Voor beide onderzoekenen de opvolging daarvan geldt dat wij het van belang vinden dat er meteen bredere blik naar de prestaties van de strafrechtketen wordt gekekendan alleen naar de doorlooptijden binnen een aantal zaakstromen. Er iseen brede visie op het functioneren van het strafrecht nodig om hetfunctioneren van de strafrechtketen goed te kunnen beoordelen enduurzaam te verbeteren. Straffen worden enerzijds opgelegd tervergelding van aangericht leed en anderzijds om te voorkomen datherhaling optreedt. Het is daarbij belangrijk om de juiste zaken, inpassende volumes en in verhouding tot het criminaliteitsbeeld, adequaatop te sporen en te vervolgen. Door oog te hebben voor dit bredereperspectief kan een meer omvattend beeld van het functioneren van destrafrechtketen worden geschetst. Deze bredere blik helpt ook bij hetverbeteren van de prestaties ten aanzien van de genormeerde doorloop-tijden.De volgende acties zijn ondernomen:–TNO is opdracht verleend tot het verrichten van een systeemanalysewaarbij wordt gekeken naar de samenhang, samenwerking, enknelpunten die zich tussen de verschillende organisaties voordoen, endie uiteindelijk van invloed zijn op de prestaties in de gehele keten.–Er wordt samen met de ketenpartners een probleem- en oorzakenana-lyse opgesteld. Op basis van de uitkomsten van deze analyse zullenverdere maatregelen worden genomen om het functioneren van destrafrechtketen verder te versterken.De AR is daarnaast kritisch over de informatievoorziening in de keten.Binnen het deltaplan gaan we verder werken aan een beter inzicht inde prestaties van de strafrechtketen door betere informatievoorzieningen monitoring van de voortgang. Om de informatievoorziening enmonitoring in de keten te verbeteren worden de volgende acties ingang gezet.–Het Bestuurlijk Ketenberaad (BKB) heeft in reactie op de bevindingenvan de AR afgesproken dat het CJIB als lid van het BKB een verkenninggaat uitvoeren naar de mogelijkheid van het ontwikkelen van eenstrafrechtketen breed dashboard en een bijbehorend systeem vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10432 besturen voor de geprioriteerde zaakstromen zeden, jeugd enveelvoorkomende criminaliteit (vvc). Deze zal naar verwachting ditnajaar worden afgerond.–Het is gelukt om op het terrein van jeugd een doorbraak te bereiken inhet delen van data, waardoor er kan worden gewerkt aan ketenbredeinformatie over de doorlooptijden ten aanzien van deze zaakstroom.Dit gaat de komende jaren helpen in het monitoren van zaken en hetbevorderen van inzicht in de knelpunten, ook ten aanzien van deandere geprioriteerde zaakstromen zeden en vvc. De eerste resultatenzijn in het tweede kwartaal van 2026 beschikbaar en kunnen naarverwachting in het najaar gedeeld worden met uw Kamer.Daarnaast zullen we binnen het deltaplan aandacht besteden aan deomgang met schaarste en scherpere prioritering, selectiviteit en opportu-niteit. Samen met de ketenorganisaties zullen wij kijken hoe het in hetcoalitieakkoord afgesproken instrument politiestrafbeschikking en eenuitbreiding van de inzet van OM-strafbeschikkingen – met inachtnemingvan de toezeggingen die hierover aan de Tweede Kamer zijn gedaan –daarbij behulpzaam kunnen zijn.2Gezien de schaarste bij de ketenpartners, is het noodzakelijk dat priori-teiten worden gesteld. Zoals toegezegd zal de Staatssecretaris voor dezomer een Actieplan gevangeniswezen aan uw Kamer sturen. In ditactieplan wordt uiteengezet welke maatregelen het kabinet wil treffen omde langdurige schaarse gevangeniscapaciteit op korte termijn op tevangen en op lange termijn weer meer te gaan beheersen. Als onderdeelvan het deltaplan voorzien wij ook dat bepaalde maatregelen van invloedkunnen zijn op de druk op de sanctiecapaciteit. Wij zullen beide plannen inverbinding met elkaar blijven bezien, omdat maatregelen die wordengetroffen aan de «voorkant» van de strafrechtketen effect hebben op deopgave van de tenuitvoerleggingsketen, en andersom.Ook blijft JenV zich inzetten voor het aanbrengen van prioritering inbeleids- en wetgevingsinitiatieven met impact op de strafrechtketen. Ditdraagt bij aan het vergroten van het gezamenlijk inzicht en aan hetrealiseren van een uitvoerbaar en beheersbaar implementatietraject vannieuwe (beleids)initiatieven in de strafrechtketen.De verwachting is dat de probleem- en oorzakenanalyse en hetTNO-onderzoek aan het einde van dit jaar gereed zullen zijn. Deuitkomsten van deze onderzoeken zijn randvoorwaardelijk voor het verderontwikkelen en concretiseren van het deltaplan. Samen met de ketenorga-nisaties gaan wij dit deltaplan opstellen. Het deltaplan dient te gaanvoldoen aan de eisen die uw Kamer en de AR daaraan stellen. We stevenernaar dit plan in het eerste kwartaal van 2027 aan uw Kamer te sturen.Algemene aanwijzingsbevoegdheid Minister van Justitie en VeiligheidMet de motie Mutluer c.s. verzoekt uw Kamer om uitgewerkte scenario’svoor de mogelijke inzet van de aanwijzingsbevoegdheid van de Minister,gericht op organisatieoverstijgende bedrijfsvoering in de strafrechtketen.Wij constateren dat verbeteringen in de strafrechtketen moeizaam totstand komen en dat de knelpunten weerbarstig zijn. Naar onze overtuigingis dat geen gevolg van onwil van betrokken partners. Mocht zich eensituatie voordoen waarin het behulpzaam kan zijn een aanwijzing te gevenom het functioneren van de keten te verbeteren zullen wij niet twijfelendeze te geven. Een dergelijke aanwijzing zal kunnen zien op procedurele2Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 1009.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10433 randvoorwaarden en het creëren van ketenvoorzieningen ter bevorderingvan het functioneren van de keten als geheel (zoals gegevensuitwisseling,gezamenlijke prognoses en ketenplanning). De huidige omstandighedengeven ons echter geen aanleiding nu een dergelijke aanwijzing teoverwegen. Wij zien dat alle partijen binnen de strafrechtketen zeergemotiveerd zijn om de prestaties in de keten in brede zin te verbeteren.Internationale vergelijkingen laten wat doorlooptijden betreft overigenseen gemengd beeld zien. In eerste aanleg presteert Nederland relatiefgoed. In hoger beroep en bij complexere strafzaken zijn doorlooptijdengemiddeld langer.3 Deze bevindingen duiden op verbeterpotentieel, maarniet op een uitzonderlijke of acute situatie die inzet van de aanwijzingsbe-voegdheid bijvoorbeeld richting de Raad voor de Rechtspraak zou kunnenrechtvaardigen.De materie is complex en weerbarstig en kan niet met een druk op deknop worden opgelost. De verwachting is dat met een grondigeprobleem- en oorzakenanalyse en het TNO-onderzoek maatregelen in hetdeltaplan kunnen worden gedefinieerd die tot een verdere verbetering vande prestaties in de strafrechtketen zullen leiden.2. Cijfers Strafrechtketenmonitor 2025 De Factsheet strafrechtketen over 2025 is als bijlage bij deze briefgevoegd. Ook het afgelopen jaar hebben de ketenorganisaties een grotehoeveelheid strafzaken behandeld. Het gaat daarbij zowel om misdrijvenals overtredingen. De ketenorganisaties hebben zich ingezet om in zoveelmogelijk strafzaken tijdig recht te doen. Dat is een enorme opgave, zekergezien de aanhoudende druk op de strafrechtketen en de bestaandepersoneelskrapte. De prestaties in de keten laten desondanks eenverbetering zien: verschillende doorlooptijden laten een lichte verbeteringzien en de voorraad oude zaken neemt af. Dat laatste duidt niet alleen opeen afname van de werkvoorraden, maar ook op een positief beeld voorde doorlooptijden in de nabije toekomst. Doorlooptijden worden immerspas vastgesteld als de zaak volledig is afgedaan. Als de zaken in eenvoorraad jonger zijn dan voorheen is de verwachting gerechtvaardigd datde doorlooptijden na het afdoen van deze jongere zaken zal dalen.Afgesproken streefnormenVoordat wij nader ingaan op de cijfers van de drie geprioriteerdezaakstromen, zeden, jeugd en veel voorkomende criminaliteit, hechten wijeraan het volgende op te merken.In 2019 hebben de ketenorganisaties streefnormen afgesproken voorzeven typen zaken, waaronder voor de doorlooptijden van jeugd- enzedenzaken. Deze normen zijn tot stand gekomen op basis van de eigenwens van de ketenorganisaties om de doorlooptijden van de gepriori-teerde zaakstromen aanzienlijk te verkorten en de voorraden te vermin-deren. Bij het formuleren van de streefnormen is gekeken naar de actuelerealisatie van de doorlooptijden in 2019 en zijn de streefnormen bijgesteldmet de ambitie een substantieel snellere afdoening van zaken voorslachtoffers en verdachten te realiseren. Het behalen van de streefnormenis daarbij gekoppeld aan de randvoorwaarde dat voldoende capaciteitbeschikbaar is. De capaciteitsbeperkingen, mede als gevolg van de inzetop andere zaken dan strafrecht, zoals openbare ordevraagstukken ofvreemdelingenrecht en het steeds complexer worden van zaken, maaktdat de streefnormen met de huidige capaciteit in veel gevallen niet3https://rm.coe.int/cepej-study-for-the-eu-scoreboard-part-1-2025/1680b6abe8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10434 haalbaar zijn in de komende jaren. Steeds zal de strafrechtketen keuzesmoeten maken als gevolg van schaarste.Uiteraard laat dit onverlet dat wij samen met de ketenorganisaties ervanovertuigd zijn dat de doorlooptijden ook met de huidige capaciteitverbeterd kunnen en moeten worden door het nemen van maatregelen.Daarbij is het goed om te melden dat onvoorziene omstandigheden zichaltijd kunnen voordoen en zich ook de afgelopen jaren hebbenvoorgedaan. Zo is de coronaperiode een uitdaging gebleken voor destrafrechtketen en heeft ook de IT-verstoring bij het OM in de zomer van2025 gevolgen gehad voor voorraden en doorlooptijden.Hoewel het realiseren van alle streefnormen in de komende paar jaar nietrealistisch is, blijven we de bestaande ambitieuze streefnormen voorlopighanteren. Juist omdat deze normen het nastreven waard zijn, gelet op degrote belangen van de betrokken slachtoffers, verdachten en anderebetrokkenen. Tegelijkertijd wordt hiermee ook voor iedereen de urgentieblijvend benadrukt.Wij zullen samen met de ketenorganisaties blijven werken aan deverbetering van de ketenprestaties, aan beter zicht krijgen op devoortgang en de knelpunten om de mogelijkheden te vergroten dat tijdigkan worden bijgestuurd, in het bijzonder op de geprioriteerdezaakstromen zeden en jeugd. Verderop in deze brief gaan wij nader in opwat daar wat ons betreft voor nodig is de komende periode.ZedenEind 2022 is gestart met het actieplan versterken ketenaanpak in zeden-zaken. Het Actieplan heeft een brede werking gehad en was gericht op hetversterken van de ketenaanpak in zedenzaken, met als pijlers hetverbeteren van de doorlooptijden en het aanbieden van betekenisvolleinterventies. De doorlooptijden zijn ook daadwerkelijk verbeterd, tegeneen achtergrond van een sterke stijging van het aantal zaken, veroorzaaktdoor publiciteit waardoor kennelijk de meldingsbereidheid omhoog isgegaan en door nieuwe wetgeving. Bij de politie en het OM zijn dedoorlooptijden sinds 2022 sterk verbeterd. Bij het traject van aangifte totinzenden naar het OM ging in 2022 48% in 180 dagen, in 2025 is dat 56%(norm voor 2025 is 70%, voor 2028 80%). Bij het OM is het traject vaninstroom tot beoordelen dagvaarden verbeterd van 45% naar 72% binnen60 dagen (norm 2025 70% en 2028 80%). Op het koppelvlak tussen OM enrechtspraak is er nog geen verbetering te zien (van beoordelingdagvaarden tot eerste zitting blijft het percentage dat dit traject in 120dagen haalt steken op 42%), wel zitten er nog veel maatregelen in depijplijn op dit koppelvlak die nog uitgevoerd moeten worden. Goed om temelden is ook dat de voorraden tussen OM en rechtspraak zijnverminderd (van 2.316 naar 1.534 zaken) en dat de rechtspraak in 2025 inveel meer zedenzaken uitspraak heeft gedaan dan in 2022 (van 575 naar740). Daarnaast zijn professionals opgeleid om betekenisvolle interventiesaan te bieden aan verdachten (en slachtoffers) en worden deze inter-venties ook veel meer aangeboden en uitgevoerd. Voorbeelden daarvanzijn: herstelbemiddeling, mediation, OM-strafbeschikking en dewaarschuwing. Ook de monitoring van zedenzaken is verbeterd: er is eenlandelijke, tweejaarlijkse sturingsmonitor ontwikkeld en een regionale,ketenbrede zedenmonitor die in de regio kan worden gebruikt. Ten slotteis de samenwerking tussen politie en OM op het gebied van selecteren enprioriteren enorm verbeterd. In december 2025 is het Actieplan afgerond.De structuur die met het Actieplan is opgezet is echter nog actief, in devorm van een ketenexpertgroep die op gezette tijden bijeenkomt om temonitoren op de cijfers en de voortgang van de maatregelen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10435 organisaties. Vanuit deze structuur kan bijgestuurd worden indien cijfersdaartoe aanleiding geven.Als gevolg van de invoering van de nieuwe wet seksuele misdrijven is ersprake van een grote toename van het aantal zaken. Daarnaast is er eentoename van het aantal digitale zedenmisdrijven ten opzichte van deklassieke fysieke zedenmisdrijven. Kenmerkend aan digitale zedenmis-drijven is dat een enkele verdachte het misdrijf tegen een soms grootaantal slachtoffers pleegt, waardoor er sprake kan zijn van vele aangiftesen vorderingen benadeelde partijen. Deze omstandigheden hebben totgevolg dat de ketenorganisaties ons hebben laten weten dat de norm van80% realisatie die voor 2028 is afgesproken voor deze zaken, onder dehuidige omstandigheden niet haalbaar zal zijn. Er zal worden gekeken watde precieze gevolgen zijn voor de afgesproken streefnormen.JeugdBij de jeugdzaken zijn in 2024 de normen herijkt, waarbij een realistischgroeipad is ontwikkeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10436 De cijfers worden iets beter, maar de cijfers stemmen nog niet tottevredenheid. Minstens zo belangrijk is dat inzichtelijk is waardoor datkomt en waar maatregelen kunnen bijdragen om de normen te halen.Positief is dat, zoals eerder in deze brief aangegeven, er op het terrein vanjeugd een doorbraak is bereikt op het delen van data, waardoor er kanworden gewerkt aan ketenbrede informatie over de doorlooptijden.Verwachting is dat dit een belangrijke en essentiële bijdrage gaat leverenaan het verder verbeteren van de doorlooptijden in jeugdzaken.Het is belangrijk dat de doorlooptijden in jeugdstrafzaken verbeteren. Dejeugdstrafrechtketen heeft een pedagogisch uitgangspunt. Wanneer eenstraf of interventie te laat volgt op een delict verliest deze zijn pedago-gische werking omdat de koppeling tussen gedrag en gevolg zwakkerwordt. Hierdoor neemt de kans toe dat jongeren verder afglijden ofopnieuw de fout ingaan. Het pedagogisch karakter en de effectiviteit vanhet jeugdstrafrecht neemt hierdoor dus af.Tegelijkertijd leidt langdurige onzekerheid tot stress en onduidelijkheid bijjongeren en ouders, tot minder vertrouwen in overheid en rechtspraak, eneen gevoel van willekeur of afstand.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10437 Het is evident en ook goed uit te leggen aan de samenleving dat sommigezaken een langere behandeltijd vergen, juist vanuit het oogpunt vanzorgvuldigheid naar het slachtoffer (en verdachte). Daarom moet de focusniet alleen liggen op het behalen van de professionele streefnorm. Defocus ligt ook op de vraag hoe je als organisaties vanuit ieders verant-woordelijkheid kunt samenwerken zodat ieder slachtoffer en verdachte debeste behandeling krijgt die nodig en geboden is. En die (tijdig) recht doetaan de belangen van betrokken partijen.Om het groeipad te behalen en de cijfers te verbeteren en recht te doenaan bovenstaand uitgangspunt in jeugdzaken is gestart met een aanpakom te komen tot een Actieplan versterken ketenaanpak in jeugdzaken.Door middel van een oorzaak- en probleemanalyse zijn de knelpunten inde strafrechtketen met betrekking tot jeugdzaken gedetecteerd. Door eengroep van professionals uit de ketenorganisaties is de impact op dedoorlooptijden van deze knelpunten vastgesteld en zijn maatregelengeformuleerd en geprioriteerd om deze knelpunten op te lossen. HetActieplan bevindt zich nog in conceptfase en zal in de herfst van 2026worden vastgesteld door het Coördinerend Beraad Jeugd en hetBestuurlijk Ketenberaad.Veel voorkomende criminaliteit (vvc)-zakenHier worden op voorraden grote stappen gezet, waardoor de doorloop-tijden voor burgers naar beneden gaan. De totale voorraad te plannenpolitierechterzaken (PR-zaken) is tussen 1 januari 2026 en 1 mei 2026 met22% toegenomen van 18.764 naar 22.935 zaken. Het eindbeeld van 2025werd echter nog beïnvloed door de ICT-verstoring; de achterstand in hetbinnenhalen van nieuwe zaken was nog niet volledig weggewerkt. Maardat is niet de enige oorzaak van de sterke stijging van de voorraad. In 2026zijn er ook minder PR-zittingen beschikbaar. Daarnaast daalde degemiddelde output per zitting enigszins.De voorraad te plannen PR-zaken is in het afgelopen jaar een stuk minderoud geworden. Dit geldt zowel voor het landelijke beeld, als voor deverschillende regio’s. De ongewenste voorraad (d.w.z. ouder dan 180dagen na de beslissing tot dagvaarding) bedraagt momenteel 36% van detotale voorraad. Ter vergelijking: in januari 2025 bedroeg de ongewenstevoorraad 55% van de totale voorraad.Het percentage (super)snelrechtzaken van alle uitgestroomde PR zaken isin de eerste vier maanden van 2026 licht toegenomen (van 12% naar14%). Vooral in de regio Den Haag is er in de periode januari t/m april2026 een opvallende stijging in het aandeel snelrecht (van 16% naar 27%).In 2025 was het aandeel (super)snelrechtzaken lager dan normaal, onderandere doordat er in juli en augustus in verband met de ICT verstoringgeen snelrechtzittingen plaatsvonden.Momenteel lopen binnen de politie en het OM verschillende trajecten omde aanpak van vvc te versterken. Het gaat daarbij om meerdereprogramma’s. Het gaat met name om:–Opportuniteit: de uitgangspunten op opportuniteit, om af te bakenenwelke zaken dienen in te stromen in het strafrecht;–Versterking opsporen in de basisteams: de waarborging dat opsporingin met name de basisteams voldoende is toegerust op VVC-zaken,zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin;–Aanpak Gedigitaliseerde criminaliteit: het in lijn brengen van deinstroom van zaken met een digitale of online component met hetwerkelijke criminaliteitsbeeld in de samenleving;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10438 –ZSM: de optimalisering van de inrichting van ZSM, om deze zaken naselectie en instroom juridisch goed en voortvarend af te doen.Eind 2025 hebben de Korpsleiding en het OM afgesproken om in dezelopende trajecten en programma’s meer strategische samenhang tebrengen. Het doel is gezamenlijke sturing op ambities en resultaten,zonder de lopende trajecten onnodig te verstoren en de voortgang er welgoed in te houden, opdat deze in 2027 gaan renderen en samenkomen omtot instroomafspraken te komen. Die gezamenlijke ambitie voor 2027 voorde VVC-zaakstroom luidt: «de juiste zaken, in passende volumes en inverhouding tot het criminaliteitsbeeld, adequaat en voortvarend op tesporen en te vervolgen.»3. Tot slot Het belang van een goede werking van de strafrechtketen staat buiten kijf.Wij zijn ons bewust van urgentie om met concrete plannen de prestatiesvan de strafrechtketen te verbeteren. In deze brief hebben wij decontouren van het deltaplan voor de strafrechtketen geschetst. Met ditdeltaplan en de maatregelen die wij in de tussentijd nemen, verwachtenwij op termijn het inzicht en de voorspelbaarheid in de strafrechtketen teverbeteren. Dit zal naar verwachting helpen de prestaties te verbeteren.Wij blijven de voortgang nauwgezet monitoren en tussentijds bijsturenwaar dat mogelijk is. Over de vorderingen zullen wij uw Kamer in devoortgangsbrieven informeren. Wij gaan graag met uw Kamer in gesprekover onze plannen.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van BruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10439
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.