KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken omtrent de commissie Geurhinder Veehouderij

4 jul 2018 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f71601a3efe36c04 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2017–2018 29 383Regelgeving Ruimtelijke Ordening en Milieu 28 973Toekomst veehouderij Nr. 302 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 juli 2018 In mijn brief van 3 april jl.1 heb ik aangekondigd een commissie in te stellen die nog in de zomer heeft onderzocht welke maatregelen op korte termijn mogelijk zijn ten behoeve van omwonenden in gebieden waar de geurnorm wordt overschreden. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de stand van zaken omtrent de commissie Geurhinder Veehouderij. Aanleiding Gemeenten geven vergunningen aan veehouders af voor het houden van vee mede op basis van vooraf vastgestelde rendementen van lucht-wassers. De zogenaamde combiluchtwassers (voor geur, ammoniak en fijnstof) in varkens- en runderstallen blijken met name voor geur minder effectief te zijn dan eerder was aangenomen. Daardoor zijn er onbedoeld overbelaste situaties ontstaan. Opdracht Eind juni heb ik de commissie de opdracht gegeven om aanbevelingen te doen die gericht zijn op het op de korte termijn verminderen van geurhinder in de situaties waarin de veehouderij beschikt over een geldige vergunning en naar nu blijkt de omwonenden meer overlast ondervinden dan op basis van de vergunningverlening verwacht mag worden. Ik heb de commissie hierbij ook verzocht in te gaan op de inspraakreactie van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) op de voorgenomen wijziging van de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). In het bijzonder vraag ik de Commissie advies over de passage dat met deze wijziging van de regelgeving verduurzaming wordt tegengegaan en met voorstellen te komen om eventuele belemmeringen weg te nemen. Omwonenden, veehouders, gemeenten en andere belangheb-benden zullen worden betrokken bij de uitvoering van de opdracht. 1Kamerstuk 29 383, nr. 295. kst-29383-302ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 29 383, nr. 3021 Daarnaast heb ik de Commissie gevraagd om een bijdrage te leveren aan een robuust geurbeleid op de langere termijn. Commissie De heer mr. P.J. Biesheuvel zal op mijn verzoek de commissie voorzitten. De overige leden van de commissie zijn onafhankelijke deskundigen van het RIVM, de GGD, de WUR en de Universiteit Utrecht. Planning Ik heb de commissie verzocht om in de zomer haar bevindingen voor het verminderen van de korte termijn problematiek aan te leveren. Op basis daarvan zal ik in het najaar mijn beleidsreactie met u delen. Een rapportage met een bijdrage aan een robuust geurbeleid op de langere termijn is aan het einde van het jaar voorzien. Ook deze zal ik uw Kamer doen toekomen. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,S. van Veldhoven-van der MeerTweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 29 383, nr. 3022

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 29b846391c926350

14 okt 2026 · 12c5d18ca62030f1

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.