KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 25 november 2024, over Integratie en maatschappelijke samenhang

8 jan 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bf8e97abe0cc462d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid (XV) voor het jaar 2025Nr. 91 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 8 januari 2025 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid hebben op 25 november 2024overleg gevoerd met mevrouw Coenradie, Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid, en de heer Nobel, Staatssecretaris Participatie en Integratie,over:–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voorhet jaar 2025 (Kamerstuk 36 600-XV);–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 2 oktober 2023 inzake eerste fase onderzoekClingendael naar het Turkse diasporabeleid in Nederland(Kamerstuk 32 824, nr. 396 );–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 26 maart 2024 inzake antwoorden op vragencommissie over de eerste fase onderzoek Clingendael naar hetTurkse diasporabeleid in Nederland (Kamerstuk 32 824, nr.396) (Kamerstuk 32 824, nr. 414);–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 25 maart 2024 inzake voortgang plan van aanpakStatushouders aan het werk (Kamerstuk 32 824, nr. 412);–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 25 maart 2024 inzake kabinetsreactie periodiekerapportage over integratie en maatschappelijke samenhang(Kamerstuk 32 824, nr. 413);–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 5 juni 2024 inzake Monitor Sociale Inclusie 2023(meting 5) naar de woon- en leefomstandigheden van Sinti enRoma in Nederland (Kamerstuk 32 824, nr. 433);–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 11 juni 2024 inzake implementatie herzieneOpvangrichtlijn (Kamerstuk 32 824, nr. 434);–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 20 juni 2024 inzake verkenning beleving herkomst- kst-36600-XV-91ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 911 classificaties onder Nederlandse inwoners (Kamerstuk 32 824,nr. 437);–de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratie d.d.5 september 2024 inzake rectificatie onderzoek Beleving vanherkomstclassificaties onder Nederlandse inwoners: Eenverkenning (Kamerstuk 32 824, nr. 439);–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 26 juni 2024 inzake reflectie aanpak sociaal-maatschappelijke spanningen in de samenleving (Kamerstuk36 410-XV, nr. 70);–de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratie d.d.6 november 2024 inzake antwoorden op aanvullende vragencommissie over de eerste fase onderzoek Clingendael naar hetTurkse diasporabeleid in Nederland (Kamerstuk 32 824, nr.414) (Kamerstuk 32 824, nr. 444);–de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratie d.d.7 november 2024 inzake actieplan arbeidsmarktparticipatieOekraïense ontheemden (Kamerstuk 36 045, nr. 187);–de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratie d.d.19 november 2024 inzake reactie op verzoek commissie overeen toelichting op de huidige staat van het salafisme, salafisti-sche aanjagers en haatimams in Nederland en de actueleaanpak daartegen (Kamerstuk 29 614, nr. 178);–de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratie d.d.19 november 2024 inzake voortgangsrapportage Meerjaren-plan Zelfbeschikking 2024 (Kamerstuk 36 659, nr. 1).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgele-genheid,TielenDe voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,PoolDe griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgele-genheid,PostTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 912 Voorzitter: CederGriffier: Meester-SchaapAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bamenga, Becker,Boomsma, Boon, Ceder, Ergin, Flach, Tseggai en Van Zanten,en mevrouw Coenradie, Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en deheer Nobel, Staatssecretaris Participatie en Integratie.Aanvang 10.03 uur.De voorzitter:Goedemorgen dames en heren, mensen die op de tribune zitten enmensen die via de livestream meekijken. Ik bedank de bewindspersonendat zij hier te gast willen zijn. Aan de orde is het wetgevingsoverleg overbeleidsartikel 13 van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid2025, integratie en maatschappelijke samenhang. Ik heet de commissie-leden welkom. De bewindspersonen heb ik al welkom geheten maar ik zalze nog even noemen. Dat zijn de Staatssecretaris van Sociale Zaken enWerkgelegenheid, Participatie en Integratie, de heer Nobel, en deStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid, mevrouw Coenradie. Het is eenonderwerp dat mooie gesprekken kan opleveren, maar het ook in zichheeft om te kunnen ontsporen. Uw commissie heeft mij gekozen alsvoorzitter dus ik zal voorzitten met stevige hand, maar ik vraag u wel omelkaar heel te laten en het debat waardig te voeren. Dat zeg ik alvast.Ik wil nu het aantal interrupties met elkaar afstemmen. Ik zou willenvoorstellen om te beginnen met zes interrupties per persoon. Ik zal ookruimte laten voor het debat, mits u het kort, krachtig en beknopt houdt.Een interruptie is een vraag en niet een inleiding over het standpunt vanuw partij en uw verkiezingsprogramma. We gaan schorsen tussen deeerste termijn van de Kamer en de eerste termijn van de Staatssecretaris.Tijdens de inbreng van de laatste spreker overleggen we even met debewindspersonen over hoelang zij nodig hebben. Na de eerste termijnvan de Staatssecretaris gaan we direct door naar de tweede termijn vande Kamer. Daarna vragen we of de Staatssecretaris direct door kan enhouden we eventueel een korte schorsing. Er kunnen ook moties wordeningediend. U weet dat wij een nieuwe vorm van appreciëren hebben. Ikzou jullie willen vragen om daar rekening mee te houden.We gaan dit debat voeren in begrotingsvolgorde. Dat betekent dat ik eerstde commissieleden welkom heet en dat ik mevrouw Tseggai vanGroenLinks-Partij van de Arbeid ga vragen om te starten. We hebbenverder de heer Bamenga van D66, mevrouw Becker van de VVD, de heerErgin van DENK, mevrouw Tseggai van GroenLinks-Partij van de Arbeid,de heer Boon van de PVV en mevrouw Van Zanten van BBB. We gaanbeginnen. Ik wil graag mevrouw Tseggai als eerste het woord geven.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. De afgelopen weken heeft deze Kamer veelgesproken over integratie, maar woorden zijn nooit vrijblijvend. Zehebben de kracht om te bouwen of te breken. De vraag waarmee ikdaarom wil beginnen, is: wat doen onze woorden buiten deze zaal? Welkeboodschap geven we mee aan de samenleving die wij vertegenwoor-digen? Begrijpen we werkelijk hoe onze debatten hier resoneren in hetleven van mensen voor wie we hier beleid maken? Onze woorden blijvennamelijk niet beperkt tot deze Kamer. Ze landen bij mensen thuis, op hetwerk, in de klas, bij mensen die hier al generaties wonen en bij degenendie net zijn aangekomen en hun plek proberen te vinden. Onze woordenvormen de werkelijkheid van een samenleving waarin mensen zichTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 913 afvragen of ze nog mee mogen doen en of ze ertoe doen. Wat zeggen wijeigenlijk tegen hen? En belangrijker: wat willen wij dat onze woordendoen?Vorige week bracht de Amsterdamse Kinderombudsvrouw een onderzoeknaar buiten dat een schokkend beeld schetst. Veel Amsterdamse kinderenworden geconfronteerd met discriminatie. Ze waarschuwt dat bepaaldepolitieke ontwikkelingen niet alleen onrust en angst bij kinderen veroor-zaken, maar ook hun beeld van rechtvaardigheid en gelijkheid onder-mijnen. Dit zijn geen abstracte begrippen, maar fundamentele waardendie bepalend zijn voor hun vertrouwen in de samenleving waarin zeopgroeien. Zoals een van de kinderen in het onderzoek het veelzeggendverwoordde: «Ik had het op het nieuws gezien en ik kwam eigenlijk bestwel geschokt en een beetje bang naar huis. Ik ging naar mijn moeder en ikzei: is dit waar, moeten de moskeeën echt dicht?» Dezelfde onrust klinktook bij volwassenen met een migratieachtergrond die hier al jaren wonenof hier zelfs geboren zijn. Steeds vaker hoor ik onzekerheid in hunstemmen. «Mag ik hier nog wel zijn? Hoor ik er nog wel bij?»Voorzitter. Dit is waar onze woorden landen. De zware druk die mensenvoelen door het constante balanceren tussen verwachtingen en vooroor-delen is een direct gevolg van het vergrootglas dat populistische retoriekop hen legt. Deze retoriek reduceert mensen tot stereotypen, versterktongelijkheid en creëert een samenleving waarin vertrouwen en angst deboventoon voeren. Het veroorzaakt stress, onzekerheid en een voortdu-rende worsteling om te bewijzen dat men erbij hoort. Voor velen betekentdit dat ze dagelijks geconfronteerd worden met de vraag of ze hier welthuis mogen zijn.Onze woorden landen niet alleen bij mensen die hier al generaties wonen,maar ook bij degenen die net in Nederland aangekomen zijn en hun wegproberen te vinden. Onze woorden zaaien daar onrust. Docenten dieNederlands als tweede taal geven, vertellen ons hoe de mensen in hunklas angstig vragen of hun paspoort afgepakt wordt en of zij straks ookonderdeel zijn van het probleem waar politici over spreken. Hetwantrouwen sijpelt door en de docenten kunnen dat met moeitetemperen.En wat doet deze coalitie? Ze hult zich in een geruststellende leus: wie zichgedraagt, hoeft zich echt geen zorgen te maken. Maar laten we eerlijk zijn:dit is geen geruststelling, dit is een sluier over een giftige boodschap.Door het Nederlanderschap voorwaardelijk te maken, zaait deze regeringverdeeldheid. De premier bevestigde dit afgelopen vrijdag nogmaals inzijn persconferentie. Ik citeer: als het Nederlanders zijn zonder migratie-achtergrond pakken we ze aan met het strafrecht, maar in sommigegevallen moeten we ook kijken naar migratieachtergrond. Wat zegt ditover onze waarden, over gelijkwaardigheid en over de belofte datiedereen in dit land dezelfde rechten en kansen heeft? Hoe kunnenmensen zich hier thuis voelen als ze telkens opnieuw aan de samenlevingmoeten bewijzen dat ze erbij horen? Ik wil maar zeggen: woorden zijnnooit neutraal. Ze bouwen bruggen of slaan die juist kapot. Deze woordenzijn niet de weg vooruit. Dit is de afbraak van wat Nederland Nederlandmaakt. Als wij geen vertrouwen bieden, hoe kunnen we dan ooitvertrouwen verwachten?Voorzitter. Wat dit kabinet «integratie» noemt, voelt voor velen alsuitsluiting. Dat is niet alleen een moreel falen, het is vooral een gemistekans. Nederland is sterker als we onze verschillen zien als een kracht enals we mensen niet de toegang tot onze samenleving bemoeilijken, maarhen juist uitnodigen om volwaardig deel te nemen. Integratie is niet eentest die men moet doorstaan. Het is een gezamenlijk proces van groei envertrouwen. Laten wij als politici ook de moed hebben om dat uit tedragen en waar te maken. Want de cijfers spreken boekdelen. Het CBS laatzien dat de tweede generatie migranten stappen vooruitzet. Ze hebbeneen hoger opleidingsniveau, betere banen en een stevigere sociaalecono-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 914 mische positie. Maar terwijl zij integreren, groeit hun confrontatie met deharde werkelijkheid. Het SCP waarschuwde ons al eerder voor deintegratieparadox. Juist de mensen die het meest geworteld zijn in onzesamenleving, ervaren de meeste discriminatie. Dat geldt in de klas, op dearbeidsmarkt en bij het vinden van een huis. Uit hetzelfde onderzoek vanhet SCP blijkt dat Nederlanders zonder migratieachtergrond juist mindervaak contact hebben met Nederlanders met een migratieachtergrond danandersom. Veel Nederlanders zonder migratieachtergrond wonen inhomogene buurten. Een derde van de respondenten zonder migratieach-tergrond gaf bij het SCP aan nooit contact te hebben met landgenotenmet een migratieachtergrond. Dit onderstreept hoe belangrijk het is ombruggen te bouwen tussen verschillende groepen in onze samenleving.Voorzitter. De Staatssecretaris van Integratie heeft onlangs zonder enigeonderbouwing beweerd dat bijna alle islamitische jongeren ... Nee, ikmoet het correct zeggen; excuus. Hij zei dat een groot deel van deislamitische jongeren in Nederland onze normen en waarden niet zoudenonderschrijven. Dit is niet alleen feitelijk onjuist, het is ook schadelijk engevaarlijk, want zulke woorden polariseren, zaaien wantrouwen enstigmatiseren een hele generatie jonge Nederlanders. Ik vraag deStaatssecretaris: bent u bereid die woorden terug te nemen? Durft udaadwerkelijk achter uw eigen regeerakkoord te gaan staan, waarin u juistbelooft scheidslijnen te overbruggen en verbinding te stimuleren? Wantals dit de praktijk is van het beleid van de Staatssecretaris, dan versterkthij niet de samenhang, maar vergroot hij de kloof. Ik hoor graag eenreactie.Voorzitter. Daarnaast lezen we in het regeerakkoord dat het kabinet extrawil inzetten op integratie, met name op inburgering. Dat klinkthoopgevend, maar woorden op papier brengen geen verandering. Najaren van kaalslag in het inburgeringsonderwijs, waarin nieuwkomers keerop keer tegen praktische obstakels aanlopen, zou je verwachten dat ditkabinet met ambitie en daadkracht aan de slag gaat. Maar wat hebben wegezien? Tot nu toe eigenlijk niet zo veel. Geen visie, geen actie en verderebezuinigingen op inburgering. Bovendien polariseert de Staatssecretarisvan Integratie het debat juist verder met ongefundeerde uitspraken overislamitische Nederlanders.Vorige week kwam er eindelijk een brief over de aangekondigde actie-agenda integratie, die voor het kerstreces wordt verwacht. Zit daar dan deconcrete actie in die ik tot nu toe een beetje heb gemist en die descheidslijn in onze samenleving overbrugt? Ziet de Staatssecretaris indeze agenda de mogelijkheid om niet alleen verbinding te stimuleren,maar ook om structureel te werken aan een samenleving waarin nieuw-komers een eerlijke kans krijgen om volwaardig mee te doen en huntalenten te benutten?Voorzitter. Mijn fractie wil weten wanneer het kabinet komt met het beleiddat het belooft. Wanneer gaan we zien dat deze extra inzet op integratieen inburgering meer is dan loze woorden? Verderop in mijn betoog zal ikconcrete voorstellen doen. Ik hoop dat de Staatssecretaris de moed heeftom deze mee te nemen in zijn agenda. Want wat we nu nodig hebben, isniet een nieuwe agenda vol beloftes, maar een koerswijziging met echttastbare resultaten.Ik ga verder met de voorstellen die mijn fractie in dit debat wil doen.Allereerst: inburgering moet wat GroenLinks-PvdA betreft een publieketaak zijn. Er hangt te veel af van goede inburgering van nieuwkomers omhet over te laten aan de markt. Voornamelijk bij de onderwijsroute is heteigenlijk niet te begrijpen dat dit onderdeel is van het private inburge-ringsstelsel. Mijn collega Kathmann heeft hier eerder al moties overingediend. Het aanbieden van de onderwijsroute moet wat ons betreft eentaak worden van het publiek bekostigd onderwijs, iets waar onderwijs-instellingen ook al langer om vragen. Dat ligt voor de hand, gezien hetdoel, de inhoudelijke eisen en de vorm van toezicht. Voordelen hiervanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 915 zijn bovendien dat ... Zal ik even mevrouw Van Zanten de gelegenheidgeven voor een interruptie?De voorzitter:Maak maar even uw zin af.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik wilde zeggen dat voordelen zijn dat er minder tijd en geld gaat naaraanbestedingstrajecten, dat scholen een duurzamer onderwijsaanbodkunnen realiseren, dat er geen geforceerde scheiding hoeft te wordengemaakt tussen publiek en privaat en dat het veel makkelijker is voormensen om door te stromen naar een opleiding.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik hoor mevrouw Tseggai zeggen dat zij inburgering via het onderwijs willaten plaatsvinden. Ik vraag me het volgende af. We zien allemaal dat hetonderwijs zo ongelofelijk wordt overspoeld en dat steeds meer taken dieeigenlijk niet bij het onderwijs zouden moeten liggen, op het bordje vanhet onderwijs worden gegooid. We hebben een enorm lerarentekort. Alsmeest belangrijke oorzaak wordt elke keer die extreme druk genoemd.Dus hoe ziet mevrouw Tseggai dat precies in de uitvoering?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik zou mevrouw Van Zanten als onderwijswoordvoerder van eencoalitiepartij willen adviseren om stevig te ageren tegen de bezuinigingenin het onderwijs. Ik denk dat dat de druk zou kunnen wegnemen.De voorzitter:Een vervolginterruptie van mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):We hebben de afgelopen 30 jaar heel veel geld in het onderwijs gestoken.We hebben ook gezien dat dat niet heeft geholpen. De lerarensalarissenzijn bijvoorbeeld al aanzienlijk verhoogd. Onderwijsdeskundigen en ookleraren zelf zeggen dat het niet door het geld komt, maar juist door diedruk. Als het «m niet zit in «meer geld», hoe rijmt u dat dan met datbezuinigingen het probleem zouden oplossen?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Volgens mij bedoelt mevrouw Van Zanten dat bezuinigingen het probleemniet zouden oplossen. Ik denk dat mbo-instellingen die ik bezoek ertegenaanlopen dat ze aanbestedingstrajecten verliezen als het gaat ominburgering. Ik was bijvoorbeeld onlangs bij een mbo in Assen, dat daarontzettend van baalt. Zij zeggen ook dat het veel beter is voor mensen alsze binnen de instelling hun Nederlandse taalles kunnen volgen envervolgens kunnen doorstromen naar een opleiding. De geluiden die ikhoor vanuit het onderwijsveld zijn juist dat zij dit graag willen, ondanks dedruk waar ze misschien onder staan. Ik denk, nogmaals, dat bezuinigen ophet onderwijs de druk niet gaat doen afnemen. Daarover kunnen we vanmening verschillen. Maar ik hoor vanuit het onderwijsveld dat zij dit graagzouden willen.Mevrouw Van Zanten (BBB):Zou het niet beter zijn, is mijn vraag aan mevrouw Tseggai, om ervoor tezorgen dat het geld dat naar het onderwijs gaat, effectiever wordt ingezet?Taken die niet bij het onderwijs horen, moet je ook niet bij het onderwijsneerleggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 916 Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik weet niet zo goed waar mevrouw Van Zanten de stellingname vandaanhaalt dat geld in het onderwijs niet effectief wordt ingezet. Ik denk dat ereen probleem is met werkdruk; dat klopt. Ik denk dat het goed is dat delerarensalarissen verhoogd worden. En ik denk dat het onderwijsveldgraag wil dat we het inburgeringsonderwijs weer als publieke taakbeleggen. Dat is mijn antwoord.De voorzitter:Dank u wel. U kunt uw betoog vervolgen.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik blijf nog even bij het inburgeringsonderwijs. Ons tweede voorstel is eencao voor NT2-docenten. Op dit moment is er geen cao voor NT2-docentenen zijn er grote verschillen in salarissen. Daardoor kunnen commerciëleaanbieders hun docenten slecht betalen, waardoor ze aanbestedingenwinnen op prijs. Daar refereerde ik net al aan. Daarbij vertrekkenNT2-docenten veel naar andere plekken in het onderwijs, omdat daar nueenmaal betere salarissen zijn. Volgens mij moeten we met z’n allenafspreken dat goed inburgeringsonderwijs vraagt om een goede beloningvoor docenten. Het geven van NT2-onderwijs is echt een vak apart. Wieweleens in een klas is geweest, weet dat. Daar hoort een eerlijkevergoeding tegenover te staan.Voorzitter. Zoals gezegd zien wij graag dat inburgeringsonderwijs op delange termijn een publieke taak wordt. Daarmee is het probleem vanonderbetaling van NT2-docenten ook gelijk getackeld. Wij stellen voor datdeze Staatssecretaris er bij gemeenten op aandringt dat, zolang dat nietgeregeld is, bij een aanbesteding ook wordt gekeken naar de arbeidsvoor-waarden van NT2-docenten. Want aanbestedingen kunnen winnen omdatje docenten slecht betaalt: dat moeten we niet willen.Voorzitter. Ons derde voorstel gaat over taallessen voor arbeidsmigranten.Veel arbeidsmigranten blijven langer dan zij van tevoren dachten. Ook degeschiedenis leert dat. Ik wijs bijvoorbeeld op de arbeidsmigranten dievroeger vanuit Marokko en Turkije naar Nederland kwamen. Arbeidsmi-granten die zich langdurig in Nederland vestigen, moeten de taal kunnenleren, want kennis van de Nederlandse taal is goed voor het welzijn vanarbeidsmigranten en de veiligheid op de werkvloer, maar ook voor desociale cohesie in Nederland en voor eventuele kinderen. WatGroenLinks-PvdA betreft worden werkgevers verplicht om taallessenonder werktijd te faciliteren.Voorzitter. Dan wil ik graag een punt maken van de subsidie voor vroegeintegratie en participatie. Als de Staatssecretaris het belangrijk vindt datkansrijke asielzoekers zo snel mogelijk de taal leren en aan het werk gaan,dan is het niet te begrijpen dat wordt bezuinigd op de subsidie voorvroege integratie en participatie. Ik zal die vanaf nu de «VrIP-subsidie»noemen. De VrIP heeft als doel om kansrijke asielzoekers en status-houders in een vroeg stadium mee te laten doen in de samenleving,bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk en het leren van de taal. Onder dezeactiviteiten vallen bijvoorbeeld ook de Meedoen-balies, waar nieuw-komers worden gekoppeld aan vrijwilligerswerk in een gemeente. Uitdeze subsidie worden ook NT2-taallessen voor kansrijke asielzoekersgefinancierd. Voor deze subsidie is volgend jaar nog 12 miljoenbeschikbaar, maar die wordt flink uitgekleed, waardoor er in 2029 nogmaar 6 miljoen over is. Dat vind ik onbegrijpelijk, want ik lees in hethoofdlijnenakkoord dat werk en taal de basis zijn voor integratie. Graageen reactie hierop van het kabinet.Voorzitter. Dan gemengder bouwen en gemengder naar school. Ik denkdat dit dé oplossing is om het probleem dat wij in dit land te veel inbubbels langs elkaar heen leven, te tackelen. In iedere gemeente inNederland zou wat ons betreft ten minste 30% van de woningen voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 917 sociale huur moeten zijn. Dat betekent 40% van de woningen in iedernieuwbouwproject en in iedere wijk 40%, zodat we dat aantal op peilbrengen. Zo veranderen gesegregeerde wijken in gemengde wijkenwaarin mensen elkaar weer tegenkomen en kinderen met allerleiverschillende achtergronden samen naar school gaan. Ik wil dan ooknogmaals mijn steun uitspreken voor de motie die vorige week isingediend door mijn collega’s van de SP, waarin onder andere wordtgesteld dat in Nederland veel gemengder gebouwd moet worden en datook veel meer moet worden aangestuurd op gemengde scholen.Voortbordurend daarop stelt mijn fractie voor om artikel 23 van deGrondwet te moderniseren, zodat kinderen uit verschillende groepen in desamenleving ook samen naar school gaan. Mijn collega Pijpelink komt opkorte termijn met een initiatiefwetsvoorstel daarover. U weet ongetwijfelddat wij hier al langer mee bezig zijn. Ik wil de inhoud daarvan overlatenaan een debat over die initiatiefwet, maar ik wil wel benadrukken dat onzemotivatie voor het moderniseren van artikel 23 voortkomt uit de visie dathet recht op onderwijs en de kansengelijkheid in het onderwijs veel betergeborgd zouden moeten worden.Voorzitter. Ik zie dat iemand mij wil interrumperen.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Boomsma van Nieuw SociaalContract, die trouwens net is aangeschoven. Sorry, meneer Boomsma, ikheb u nog niet geïntroduceerd. U heeft nu het woord.De heer Boomsma (NSC):Dank u wel, voorzitter. Wat betekent die modernisering dan? Misschienkan daarover toch een tipje van de sluier worden opgelicht. Betekent ditdat geen scholen meer kunnen worden opgericht met een religieuze ofandere identiteit, of dat die niet kunnen voortbestaan? Waar gaat ditheen?De voorzitter:Mevrouw Tseggai, waar gaat dit heen?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Waar dit heengaat? Haha. Nou, ik denk dat onze oud-partijleider, LodewijkAsscher, daar best wel al uitgebreid op is ingegaan toen hij dit planlanceerde. Maar het gaat er inderdaad om dat er geen plek meer zoumoeten zijn voor religieus onderwijs, zodat we minder gesegregeerdescholen krijgen.De voorzitter:Ik zie de heer Boomsma instemmend knikken. Nee, grapje! Dat was eengrapje. Ik lok het uit. Mijn excuses.Inmiddels is ook de heer Flach van de SGP aangeschoven. We hebben zesinterrupties elk. Mevrouw Tseggai is aan het woord. Ik wil haar vragen omhaar betoog te vervolgen.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Om ervoor te zorgen dat iedereen in Nederland zich hier thuisvoelt, erbij kan horen en mee kan doen, willen we dat discriminatie in desamenleving veel harder wordt aangepakt. Vandaar dat mijn collegaTimmermans en mevrouw Bikker van de ChristenUnie het wetsvoorstelover hatecrimes hebben ingediend, want dan kunnen we plegers vandiscriminerend geweld harder straffen. Maar ook discriminatie waarbijgeen sprake is van fysiek geweld moet harder bestraft worden. We zijn hetnamelijk bijna normaal gaan vinden dat mensen met een buitenlandseachternaam moeilijker aan een baan komen of dat studenten wordengediscrimineerd bij het vinden van een stageplek. We hebben het er alTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 918 jaren over, maar echte sancties tegen bedrijven of organisaties die zichschuldig maken aan discriminatie blijven uit. Wat ons betreft wordenbedrijven die discrimineren strenger beboet, heroverweegt de overheidgemeentelijke vergunningen en worden bedrijven uitgesloten vanoverheidsopdrachten.Voorzitter. Het laatste voorstel dat wij hier vandaag willen doen, gaat overkinderen die in de noodopvang zitten. Kinderen die in de noodopvangzitten, gaan namelijk vaak langdurig niet naar school. Door verblijf intijdelijke opvanglocaties komen deze kinderen telkens opnieuw opwachtlijsten te staan en wordt hun schoolgang langdurig onderbroken.Onze partij heeft hier al meermaals aandacht voor gevraagd, want je laatkinderen die al kwetsbaar zijn, aan hun lot over en geeft ze geen kans opeen goede start in Nederland. Nu is er een tijdelijke wet die het zelfsmogelijk maakt dat deze kinderen dan maar minder onderwijs krijgen, vanonbevoegde docenten. Je schendt hiermee het recht op onderwijs datieder kind heeft in een beschaafde samenleving als de onze. Onze fractiezou willen dat er meer tijd en energie uitgaat naar de vele duizendenkinderen die op dit moment verstoken blijven van onderwijs. Ik hoorgraag hoe het kabinet zich daarvoor gaat inzetten.Voorzitter. Ik kom tot een afronding. Laten we stoppen met de gemak-zuchtige reflex om criminaliteit en overlast te koppelen aan afkomst, wantdeze problemen zijn een gevolg van sociale ongelijkheid, van kansen dieworden onthouden en van een gebrek aan perspectief. Toch blijvensommigen hier keer op keer wijzen naar een migratieachtergrond alsoorzaak. Dat is een afleidingsmanoeuvre en een makkelijke uitweg. Het isgevaarlijk, want het stigmatiseert hele groepen mensen, het zaaitverdeeldheid en draagt niets bij aan daadwerkelijke oplossingen.Het zijn sociale problemen die om sociale oplossingen vragen. Als weecht iets willen veranderen, dan moeten we durven kijken naar dewerkelijke oorzaken. Waarom zijn er buurten waarin jongeren opgroeienzonder toegang tot goed onderwijs of een veilige thuisomgeving?Waarom is er nog steeds structurele discriminatie op de arbeidsmarkt,waardoor talenten ongezien blijven? Waarom hebben zo veel kinderenminder kans op succes, simpelweg door de postcode waarin ze werdengeboren? Dat zijn vragen die ertoe doen en dat zijn de problemen die wekunnen en moeten aanpakken.Voorzitter. Goed beleid begint bij het erkennen van deze realiteit. Eensamenleving wordt sterker door mensen in staat te stellen het beste uitzichzelf te halen. Dat begint bij investeren in gelijke kansen voor iederkind, ongeacht afkomst of achtergrond. Het begint bij scholen die nietalleen kennis overdragen, maar ook bouwen aan de veerkracht van jongemensen. Het begint met wijken waarin mensen zich veilig voelen, waarjongeren ambities kunnen najagen in plaats van zich zorgen te makenover hun toekomst. Het begint bij een arbeidsmarkt die mensen nietafrekent op hun naam of huidskleur, maar hen beoordeelt op wat zekunnen bijdragen.Integratie gaat niet alleen over nieuwkomers maar over ons allemaal.Laten we opnieuw sociale samenhang opbouwen, niet door met de vingerte wijzen, maar door mensen bij elkaar te brengen, door te investeren inperspectief, veerkracht en ambitiedrift, want in een samenleving waariedereen een kans krijgt te bloeien, bloeit niet alleen het individu, maarvooral ook het geheel.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw betoog. Het levert nog een interruptie op, twee zelfs.Allereerst van de heer Flach van de SGP.De heer Flach (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 919 Ik kwam iets later binnen en heb helaas niet de hele bijdrage vanmevrouw Tseggai kunnen horen. Maar van wat ik hoorde toen ikbinnenkwam, klapperden toch wel mijn oren. Onder de noemer van«modernisering van artikel 23» werd artikel 23 in feite afgeschaft in hetbetoog van mevrouw Tseggai. Daar kun je iets van vinden. Sommigennoemen het «aantasting van de rechtsstaat» als je aan een grondrechtkomt. Ik snap alleen iets niet, maar misschien heb ik dat deel net gemist.Artikel 23 bestaat al meer dan honderd jaar en er zijn meer bijzonderescholen, meer religieuze scholen dan openbare scholen. Waarom zou deafschaffing van artikel 23 na meer dan honderd jaar een oplossing zijnvoor welk probleem dan ook? Misschien kan mevrouw Tseggai dat nogeen keer toelichten.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Volgens mij is artikel 23 tot stand gekomen door een uitruil voor hetvrouwenkiesrecht. Ik zou niet willen voorstellen om die twee weer terug teruilen, wil ik even vooropstellen. Maar ik denk dat wij in Nederland eenprobleem hebben door het feit dat wij te veel langs elkaar heen leven, datkinderen niet meer samen naar school gaan. Ik heb zelf hier in Den Haagheel vaak gehoord dat kinderen uit bepaalde bevolkingsgroepen elkaargewoon nooit ontmoeten tot ze naar de middelbare school gaan. Op debasisschool komen ze elkaar nooit tegen, en op de middelbare schoolmoet je ook maar net mazzel hebben dat je wel op een gemengde schoolzit. Ik denk dat het goed is dat we alle kinderen dezelfde toegang geven totdezelfde scholen, zonder religieus, politiek of pedagogisch onderscheidtussen verschillende scholen. Maar het gaat mij vooral om gelijke kansen,en daarom wil ik dat debat hier eigenlijk niet uitgebreid voeren. Ik denkdat het de kansengelijkheid in Nederland kan bevorderen. Ik denk niet dathet over integratie gaat. Ik denk dat het over kansengelijkheid in hetonderwijs gaat.De heer Flach (SGP):Het kan wel zijn dat mevrouw Tseggai dit debat hier niet uitgebreid wilvoeren, maar ik vind dit toch best wel choquerend, eerlijk gezegd. Wehebben het hier namelijk niet over het organiseren van een leukebuitenspeeldag, waarbij jongeren en kinderen elkaar wat vakerontmoeten. Want dat zou ook een oplossing kunnen zijn voor hetprobleem dat u schetst. Het punt is dat je zoiets als een ontmoeting voorjongeren die elkaar anders misschien niet ontmoeten, wilt bereiken dooreen grondrecht af te schaffen. Het gaat mij met name om de proportiona-liteit van de oplossing die u naar voren brengt. Het zal mogelijk zo zijn datjongeren elkaar niet allemaal ontmoeten, maar daar zou je dan op eenandere manier beleid op moeten voeren. Dit gaat veel dieper. De vrijheidvan onderwijs raakt aan de opvoedingsvrijheid die ouders hebben en aande opvoeding die ze hun kinderen mee willen geven. Denk aan bepaaldewaarden en normen die aansluiten op de manier waarop zij daar thuisnaar kijken: die kun je niet zomaar aan de kant schuiven zodat jongeluielkaar wat vaker kunnen ontmoeten.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):De buitenspeeldagen waar meneer Flach aan refereert, organiseren we altientallen jaren. Dit gesprek is al gaande sinds ik klein was, wil ik maareven zeggen. Dat is voor mij misschien iets minder lang geleden dan voorsommige andere Kamerleden, maar goed. Dit gesprek voeren we echt delaatste 30 jaar al. Ik denk echt dat dit om meer gaat dan alleen om het ideedat kinderen elkaar wat vaker moeten ontmoeten. Het gaat erom met wieonze kinderen opgroeien. Groeien ze op met alleen maar gelijkgestemdekinderen uit dezelfde milieus en met ouders met dezelfde opvattingen, ofleer je kinderen vanaf jonge leeftijd dat het goed is om mensen teontmoeten en te spreken buiten je eigen bubbel? We leven in NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9110 te veel in bubbels. Ik denk dat de oplossing daarvoor begint in hetonderwijs.De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Flach. Tot slot. Ik wil jullie erop wijzen dat dit nietde OCW-begroting is. Ik snap dat dit een grondrecht raakt, maar ubevraagt nu ook een commissielid dat geen OCW-woordvoerder is. O,toch wel?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Jawel.De voorzitter:Meneer Flach, gaat uw gang dan maar, zou ik zeggen. U zou tot eenconclusie komen.De heer Flach (SGP):Ik ben ook geen woordvoerder OCW. Maar ik ben echt in shock hierover.Het is helemaal goed om elkaar wat vaker te ontmoeten, maar ikconstateer dan nu dat GroenLinks-PvdA eigenlijk gewoon een grondrechtwil opofferen voor iets wat via ruimtelijke ordening of door middel vanandere vormen van beleid niet lukt. Dan zouden we maar een grondrechtvoor de bus gooien. Ik vind dat echt een aantasting van het rechtsstatelijkdenken. Dat ben ik tot nu toe niet gewend van GroenLinks-PvdA. Dat isdan mijn conclusie. Dit is niet eens een vraag. Ik kan niet anders dan ditconcluderen na deze beantwoording.De voorzitter:Dank u wel. Het was geen vraag, maar wilt u daar kort op reageren?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Laat ik het zo zeggen: misschien is het goed dat de SGP ook naar zichzelfkijkt wat betreft het afpakken van grondrechten. Ik heb namelijk vorigeweek een aantal dingen gehoord in het debat over Amsterdam en overwat daar gebeurd is. Ik heb daarin een aantal dingen gehoord die ik niethad verwacht, gelet op het rechtsstatelijk geweten van de Kamer. Dat zouik de heer Flach dan mee willen geven.De voorzitter:Dat staat genoteerd. Mevrouw Van Zanten, u had ook een interruptie.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik hoorde mevrouw Tseggai eerder zeggen dat integratie over onsallemaal gaat. Ik vroeg mij af of ze daarmee het volgende bedoelt. Vindt zijdat integratie niet betekent dat er bij nieuwkomers een zekere assimilatiemoet plaatsvinden, maar dat dit betekent dat wij ons als Nederlanderseigenlijk ook meer zouden moeten verdiepen in de culturen van denieuwkomers en ons ook aan hen moeten aanpassen? Is dat watmevrouw Tseggai bedoelde te zeggen?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Als u mij vraagt of nieuwkomers moeten assimileren, dan is mijnantwoord nee. Assimilatie is namelijk totaal iets anders dan integratie.Integratie betekent dat je je aanpast aan het land waar je bent gaan wonenen dat je culturele normen, waarden en gebruiken van dat land gaatovernemen, maar ook een deel van de culturele normen en waarden uit jeland van herkomst behoudt. Ik vind het altijd leuk om dat in mijn eigenfamilie te zien: mijn ouders eten stipt om 18.00 uur, maar ze drinkeniedere zondag ook nog heel trouw Eritrese koffie. Die twee dingen mogenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9111 naast elkaar bestaan. Als je mensen vraagt om te assimileren, vraag je zeom hun eigen cultuur helemaal achter zich te laten. Dat wil ik dus niet.Als uw vraag is of ik vind dat Nederlanders zonder migratieachtergrondzich wat meer zouden mogen verdiepen in Nederlanders met migratieach-tergrond, dan is mijn antwoord ja. Ik schrik namelijk van het CBS-rapportwaarin staat dat een derde van de Nederlanders zonder migratieachter-grond nooit iemand ontmoet – dit hebben mensen zelf aangegeven – meteen migratieachtergrond. Dan heb ik het er niet over dat Nederlanderszonder migratieachtergrond zich zouden moeten aanpassen of whatever.Dan heb ik het erover dat we wat meer begrip voor elkaar en wat meercontact met elkaar zouden moeten hebben.De voorzitter:Mevrouw Van Zanten, u gaat wel rap door uw interrupties heen. Dat wil iku meegeven. U gaat het toch doen? Ja?Mevrouw Van Zanten (BBB):Ja, afrondend. Ik noemde het woord «assimilatie» en zei: een zekere matevan assimilatie. Daarmee bedoel ik dat je in ieder geval de normen enwaarden van je nieuwe thuisland zou moeten respecteren en omarmen,en dat je respect zou moeten hebben voor onze cultuur, voor hoe wij hiermet elkaar omgaan. Dat bedoel ik met een «zekere mate van assimilatie».Daarom nogmaals de vraag of zij dat dan niet vindt.Dan helemaal ter afronding. Ik hoorde mevrouw Tseggai zeggen dat eenderde van de autochtone bevolking nog nooit iemand met een migratie-achtergrond heeft gesproken of ontmoet. Betekent dat dan dat Neder-landers daar beter hun best voor moeten doen of dat mensen met eenmigratieachtergrond daar beter hun best voor zouden kunnen doen?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik heb het gevoel dat mevrouw Van Zanten andere conclusies trekt opbasis van het CBS-onderzoek dan ik. Uit datzelfde onderzoek blijkt iets watheel logisch is, namelijk dat je altijd meer mensen tegenkomt uit dedominante groep, zoals ik die maar even noem, als je een minderheidbent in een land. Ik denk dat Nederlanders met een migratieachtergrondvanzelfsprekend Nederlanders zonder migratieachtergrond tegenkomen,op het werk, op school et cetera. Ik denk ook dat integratie een wederkerigproces is dat inspanning vraagt van beide kanten. Dat vraagt dat mensenzich verdiepen in de Nederlandse cultuur en de Nederlandse normen enwaarden, maar dat is totaal iets anders dan assimilatie. Dat wil iknogmaals zeggen. Ook als je het hebt over een «bepaalde mate vanassimilatie», vraag je mensen om hun eigen culturele waarden of huneigen culturele gebruiken achter te laten. Nogmaals, de wetenschappelijkedefinitie van «integratie» is dat je een balans hebt tussen de cultuur en denormen en waarden van het land van origine en je nieuwe thuisland. Datis waar ik voor Nederland op hoop. Dat vraagt inspanning van verschil-lende bevolkingsgroepen. Dat vraagt een samenleving waarin we elkaarweer tegenkomen in plaats van dat we allemaal in verschillende bubbelslangs elkaar heen leven.Mevrouw Becker (VVD):We hebben vandaag een debat over integratie en samenleven. Ik vind hetheel belangrijk dat we dat inderdaad waardig met elkaar proberen tedoen. Dat ga ik vandaag ook proberen. Maar wat daar wel lastig bij is, isdat het soms lijkt alsof er in deze commissie verdeeldheid heerst, namelijkdat er partijen zijn die vinden dat er een integratieprobleem is en dat erpartijen zijn die zeggen: er is geen integratieprobleem; het gaat hier alleenom kansengelijkheid en discriminatie. Ik heb het hele betoog vanmevrouw Tseggai afgewacht en eigenlijk hoor ik haar dat ook zeggen. Danwil ik toch eens aan haar vragen hoe zij er dan naar kijkt dat in een stadTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9112 als Rotterdam 200 vrouwen verborgen achter de voordeur leven. Hoe kijktzij er dan naar dat meer dan 40.000 vrouwen in Nederland genitaalverminkt zijn? Hoe kijkt zij tegen het feit aan dat in sommige moskeeën inhet verleden de jihad verheerlijkt is, Hamas verheerlijkt is, en dat er in DenHaag een prediker is geweest die vrouwenbesnijdenis heeft aanbevolen?Hoe kijkt zij ernaar dat mensen zeggen: ik voel me eigenlijk vooral Turksen geen Nederlander? Is dat allemaal de oorzaak van kansenongelijkheiden discriminatie of hebben we ook een integratieprobleem waar we hiervandaag een serieus debat over zouden moeten voeren om hetonderwerp recht te doen?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Al die cijfers die u genoemd heeft, zie ik ook. Dat zijn geen problemen dieik ontken. Maar waar u aan refereert, is religieus extremisme, zoals ik hetbijna zou willen noemen, of fundamentalisme. Dat vind ik inderdaad eenprobleem. Maar iemand die naar een heel strenge moskee gaat, of naareen salafistische moskee, of naar een heel strenge orthodoxe kerk, kanevengoed een onwijs goede baan hebben en volledig meedraaien in deNederlandse samenleving. U maakt het heel zwart-wit, zeg ik via devoorzitter. Als mensen zich meer Turks of Marokkaans voelen danNederlander, denk ik dat dat absoluut iets te maken heeft met hoe wij indeze samenleving omgaan met mensen met een migratieachtergrond.Zonder blikken of blozen wordt gezegd dat mijn achterkleinkinderen nogzouden moeten integreren in deze samenleving. Ja, dan vind ik het niet zogek dat je je als Nederlander met een migratieachtergrond afvraagt: «Magik hier nog wel zijn? Hoor ik hier, ongeacht hoe goed ik het doe, nog welbij?» Ik zou willen dat mevrouw Becker daar ook wat meer aandacht voorheeft.Mevrouw Becker (VVD):Ik zou elkaar heel graag in het midden willen ontmoeten. Ik zeg ook dathet belangrijk is dat we discriminatie tegengaan. Het is ook belangrijk datwe voor ontmoeting zorgen. We moeten groepen niet over één kamscheren, maar bij een heel groot deel, bijvoorbeeld als we het hebbenover Nederlanders met een Turkse achtergrond, vraag ik me af of hetalleen maar komt door discriminatie dat mensen alleen nog maar naar deTurkse tv kijken, dat ze Erdogan zien als hun leider, dat we jongeren eenaantal jaren geleden met vlaggen op de Erasmusbrug zagen zwaaien dieheel erg anti-Nederlands en voor het Turkse regime zijn, en dat er rellenzijn in de RAI zodra er Turkse verkiezingen zijn. Is dat allemaal doordatmensen geen kansen krijgen in dit land of heeft dit ook iets te maken methet gevoel van mensen, met het gegeven dat ze meer hechten aan dewaarde van het thuisland dan aan de vrije waarden die wij hier met elkaarhebben vastgesteld? Zou mevrouw Tseggai ook willen meedenken overhoe wij daar die vrije waarden beter zouden kunnen beschermen? Ik vindhet namelijk helemaal niet oké als iemand naar een salafistische moskeegaat en extreme denkbeelden heeft «want hij heeft gewoon een baan». Ikzeg niet dat mevrouw Tseggai dat zegt, maar dan vind ik nog steeds dat ersprake is van een integratieprobleem, want dan is er misschien een vrouwthuis of een meisje dat nu al te horen krijgt: voor jou is deelname aan desamenleving later niet weggelegd. Dus alsjeblieft, PvdA-GroenLinks, openook je ogen voor het probleem dat er wel is.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Waar mevrouw Becker aan refereert, gaat over buitenlandse inmenging.Dan heb je het over de lange arm vanuit landen als Turkije, Eritrea etcetera, die Nederlandse jongeren met een migratieachtergrond hierproberen te beïnvloeden. Ik weet hoe dat eraan toegaat. Ik sluit daarabsoluut mijn ogen niet voor, want ook de gemeenschap waar ik vandaankom, heeft daarmee te maken. Ik denk alleen dat het hebben van bepaaldeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9113 denkbeelden niet alleen een integratieprobleem kan zijn. Mijn wedervraagaan mevrouw Becker zou zijn: vindt u het ook een probleem als iemand erontzettend fundamentalistische christelijke ideeën op nahoudt of is hetalleen een integratieprobleem als iemand toevallig een migratieachter-grond heeft? In algemene zin wil ik best met mevrouw Becker een gesprekvoeren over religieuze flanken of buitenlandse inmenging, alleen ga ikdaar niet het label «integratieprobleem» opplakken, omdat je daarmeegroepen wegzet die wel ontzettend hard hun best doen en volledigmeedraaien volgens de normen en waarden waar de VVD het altijd overheeft. Daar wil ik niet aan bijdragen.De voorzitter:Dank u wel. Als er geen interrupties meer zijn, zou ik ... O, mevrouwBecker heeft nog een interruptie.Mevrouw Becker (VVD):Ik zou heel kort willen reageren zonder dat het telt als interruptie, want erwerd mij een vraag gesteld. Anders blijft dat zo in de lucht hangen.De voorzitter:Goed geprobeerd. Het hoort eigenlijk niet zo, maar gezien de aard van hetdebat wil ik u vragen om daar kort op te reageren. Dit tellen we niet meeals interruptie.Mevrouw Becker (VVD):Zeker, als onze vrije waarden vanuit welk geloof dan ook wordenaangetast, zal de VVD opstaan. Ook als er identiteitsverklaringen wordengevraagd op streng gereformeerde scholen, stellen wij daar vragen over.Ook trekken wij samen op om artikel 23 te moderniseren. Dus mijn strijd isniet tegen een geloof. Mijn strijd is voor vrijheid. Het gaat niet alleen omlanden die hier op een negatieve manier religie proberen te verspreiden.Er zijn echt, mevrouw Tseggai, te veel mensen ontvankelijk voor dieboodschappen. Daar mogen we onze ogen niet voor sluiten.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Als er geen interrupties ...Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Mag ik nog reageren?De voorzitter:Nee, nee, nee. Zo werkt het niet. Nee, nee, nee. Als er geen interruptiesmeer zijn, heb ik zelf nog wel een interruptie. Heeft niemand meer eeninterruptie? Nee? Dan is het gebruikelijk dat ik het voorzitterschapoverdraag aan het meest ervaren lid, op basis van anciënniteit. Dat is bijuitstek mevrouw Becker. Aan u de vraag of u de voorzittersrol over wilnemen.Voorzitter: BeckerDe voorzitter:Uitstekend. Dan geef ik graag het woord aan de heer Ceder voor eeninterruptie.De heer Ceder (ChristenUnie):Ook ik heb geluisterd naar het betoog van GroenLinks-Partij van deArbeid. Wat lastig is aan deze discussie is dat we het hebben overintegratie van nieuwkomers, van mensen die ergens anders geboren zijnen naar hier komen, en dat daarin een vermenging zit met NederlandersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9114 met migratiewortels die in principe gewoon een Nederlands paspoorthebben en hier geboren zijn. Dat is heel lastig omdat dat continu doorelkaar heen loopt en de oplossing voor het ene niet de oplossing is voorhet andere. Als ik goed naar uw betoog heb geluisterd, heb ik weinigoplossingen gehoord, weinig gehoord over hoe wij ervoor kunnen zorgendat jongeren met een migratieachtergrond die hier geboren en getogenzijn, zich meer aangehaakt voelen maar ook meer aangehaakt zijn. Hetging even over taallessen, NT2 et cetera. Volgens mij zijn dat goedevoorstellen, maar dat heeft natuurlijk geen betrekking op iemand die hiergeboren en getogen is. Ik ben het wel eens met mevrouw Becker dat ik deprobleemanalyse van GroenLinks-PvdA nog onvolwassen vind. Ja,kansengelijkheid moeten we bevorderen. Dat lezen we ook in hetSCP-rapport. Ik zal in mijn betoog ook aangeven hoe ik dat ervaren heb,opgroeiend in Amsterdam-Zuidoost. Maar dat is geen verklaring voor hetbesluit van meer dan 300 in Nederland geboren en getogen jongens envrouwen een aantal jaren geleden dat jihadistisch terrorisme beter ofaantrekkelijker was dan een voltijdsbaan in de Nederlandse samenleving,bijvoorbeeld bij de HEMA. Het verklaart niet de eerwraak, de problemenmet gezag en autoriteit, de eigenrichting en de rellen die we een paarweken geleden hebben gezien in Amsterdam. Het is geen volledigeprobleemanalyse. Ook omdat ze 25 zetels met zich meebrengt, zou ikmevrouw Tseggai willen uitdagen om, naast ervoor zorgen dat er meergeparticipeerd wordt, te erkennen dat er andere wortels, gronden,krachten, of hoe je die ook wilt noemen, een rol spelen. Daar moeten wehet met elkaar over hebben, want dat heb ik niet in uw betoog gehoord.De voorzitter:Heldere vraag.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik moet het korter houden, zeg ik, omdat ik zelf ook voorzitter ben.De voorzitter:We gaan naar mevrouw Tseggai.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik zit even na te denken, want ik heb eigenlijk het gevoel dat meneer Cedermij bijna dezelfde vraag stelt als mevrouw Becker. Dus mijn antwoord isongeveer hetzelfde. De zaken waarover u spreekt, betreffen religieusfundamentalisme. Daar zal mijn partij altijd tegen optrekken. Ik hoop ookdat de ChristenUnie zich daarbij aansluit. Het is een van de redenenwaarom ik denk dat het goed is om artikel 23 te moderniseren. Ik hebgeen antwoord op de vraag waarom de dames waaraan u refereert,hebben besloten om zich aan te sluiten bij IS. Ik zie dat vooral als eenprobleem van religieus extremisme en niet als een integratieprobleem,net zoals ik de zogenaamde «identiteitsverklaringen» waaraan mevrouwBecker al refereerde ook zie als een probleem van religieus extremisme enniet als een integratieprobleem. Dat is mijn antwoord op de vraag van deheer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Als de probleemanalyse van de PvdA is dat jongeren meer moetenmeedoen, we religieus extremisme tegen moeten gaan en daarvoorartikel 23 moeten moderniseren, dan zijn we er. Dat heb ik inderdaad zogehoord. Ik vind dat een onvolwassen probleemanalyse. Religieusfundamentalisme leidt namelijk niet bij elke bevolkingsgroep of elkereligie tot het uitgaan naar een kalifaat om daar te gaan moorden,verkrachten, slachten et cetera. Dat is niet overal het geval. Doen alsof datwel zo is, doet onrecht aan de werkelijkheid, denk ik. Mogelijk is daaruitook de boosheid van de heer Flach te verklaren. Erkent mevrouw TseggaiTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9115 dat eigenrichting – daarbij wordt het gezag niet bij de overheid gelaten,maar in eigen handen genomen; we hebben dat een aantal wekengeleden gezien – niet alleen te maken heeft met religieuze overtuigingen?Erkent mevrouw Tseggai dat het in ieder geval de moeite waard is omverder te verkennen wat daarvoor nodig is en dat alleen de verklaring datjongeren meer kansen moeten krijgen daarbij onvoldoende analyse is?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Nogmaals, ik deel absoluut het idee dat we meer moeten verkennen waardat wantrouwen of het respectloos omgaan met gezag vandaan komt,maar ik wil het niet in het frame van een integratieprobleem trekken. Voorde vraag hoe wij over criminaliteit, overlast en rellen moeten oordelen,maakt het mij namelijk niet uit of iemand een migratieachtergrond heeft.Dus ja, als u mij vraagt of wij moeten verkennen waar wantrouwen ingezag, rellen, criminaliteit en overlast vandaan komen, zeg ik: prima. Maarik ga daar geen integratieprobleem van maken, want tegenover een paarrelschoppers staan honderden, duizenden Nederlanders met eenmigratieachtergrond die iedere dag een onmisbare bijdrage leveren aande Nederlandse samenleving en die ga ik hier niet zo wegzetten.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik bij dezen het voorzitterschap weer terug aan deheer Ceder.Voorzitter: CederDe voorzitter:Dank u wel, oud-voorzitter. Ik neem het weer over. Dan wil ik bij dezengraag het woord geven aan de heer Boon van de PVV.De heer Boon (PVV):Dank u wel, voorzitter. De integratie van migranten in Nederland is op velefronten problematisch. Dit wordt niet alleen door de PVV geconstateerd,maar door een overgrote meerderheid van de Nederlanders. Maar liefst75% van de bevolking vindt dat het niet goed gaat met de integratie vanbepaalde groepen. De gevolgen hiervan zijn zichtbaar in het dagelijksleven, bijvoorbeeld op kermissen, tijdens koopavonden, in zwembaden, inbioscopen en in het openbaar vervoer. Meisjes worden op straatlastiggevallen. Homo’s worden mishandeld. Hulpverleners wordengeïntimideerd. Buurtbewoners voelen zich niet langer veilig in hun eigenwijk. Hele wijken zijn onherkenbaar geworden. Er zijn plekken waarNederlanders zich niet meer veilig voelen. De PVV waarschuwt al twintigjaar voor deze problemen. Helaas is er in die tijd te weinig geluisterdwaardoor de situatie alleen maar verder is verslechterd.Bij de laatste verkiezingen hebben de Nederlandse kiezers een krachtigsignaal afgegeven. Zij hebben de PVV met een overweldigend mandaat degrootste partij van Nederland gemaakt. Hiermee is een duidelijkeboodschap afgegeven: het integratieprobleem kan niet langer genegeerdworden; er moet nu eindelijk iets veranderen. Dit mandaat van de kiezer iseen krachtige oproep om te stoppen met wegkijken, te stoppen metpappen en nathouden en de problemen rond integratie eindelijkdaadkrachtig aan te pakken. Het kabinet heeft inmiddels de eerste stapgezet door te erkennen dat Nederland een groot integratieprobleem heeft.Het heeft zelfs toegegeven dat er grote groepen zijn die onze normen enwaarden niet volledig onderschrijven. De PVV onderschrijft deze consta-tering en benadrukt dat de Nederlandse samenleving de gevolgen van ditfalende integratiebeleid dagelijks ondervindt. Dit heeft geleid tot gesegre-geerde gemeenschappen, afhankelijkheid van uitkeringen en diepeculturele verschillen. Doordat sommige migranten weigeren zich aan tepassen, zijn deze verschillen inmiddels bijna onoverbrugbaar geworden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9116 De PVV pleit voor een open en eerlijke discussie over integratie, zondertaboes en zonder politiek correcte zelfcensuur. Alleen door de problemendirect en zonder omwegen te benoemen, kunnen we toewerken naaroplossingen die werkelijk bijdragen aan een veilig en verenigd Nederland.Wij willen geen samenleving waarin immigranten hun kinderen leren zichaf te zetten tegen Nederland met het idee dat zij niet mogen verwesteren,verkazen of verwitten. De PVV erkent ook dat niet iedere migrant faalt inde integratie. Wij zijn juist bijzonder verheugd met iedere migrant die erinslaagt volledig te integreren. Deze goed geïntegreerde migranten levereneen waardevolle bijdrage aan onze samenleving. Dat wordt oprechtgewaardeerd.De heer Ergin (DENK):Ik heb nu een paar minuten geluisterd naar een soort van verhaal dat steltdat Nederlanders met een migratieachtergrond niet zouden deugen en datde PVV daar al jarenlang voor waarschuwt. We weten natuurlijk ook datde PVV al meer dan twintig jaar een obsessie heeft met Nederlanders meteen migratieachtergrond en hen als probleem ziet. Alle incidenten engebeurtenissen worden zo uitvergroot en worden weggezet als eenprobleem van heel Nederland. Kan de heer Boon van de PVV aangevenwaar die obsessie vandaan komt?De heer Boon (PVV):Ik heb geen obsessie. Ik heb duidelijk aangegeven dat wij erkennen datniet elke migrant faalt in de samenleving. Maar wegkijken van problemen,zoals DENK dat doet, is ook niet goed. Er zijn problemen. Iedereen maaktze mee, in het zwembad, in de tram, in het openbaar vervoer. Ouderslaten hun kind uitgaan en zitten met angst te wachten of hun kind veiligthuiskomt. Die problemen zijn er. We kunnen zeggen dat we allemaalwegkijken en hopen dat die problemen zich vanzelf oplossen, terwijl wezien dat het tegenovergestelde juist gebeurt. Of we zeggen: we gaan hetnu benoemen; we gaan degenen die het verpesten eruit pakken en dieproblemen gaan we oplossen. Ik denk dat we daarvoor moeten kiezen. Ikdenk dat DENK dat ook zou moeten willen. Er is namelijk een hele groepmigranten die ook aan onze kant staat, die ook zegt: pak dat tuig nou eensaan; pak degenen die het voor ons verpesten nou eens aan. Ik denk dat alsDENK zich nu bij ons aansluit en zegt dat we diegenen moeten gaanaanpakken, we Nederland dan een stuk beter maken.De heer Ergin (DENK):De heer Boon zegt: we moeten het benoemen; we moeten zeggen waarhet op staat. Laten we dan hier in de Tweede Kamer beginnen bij de PVV.Als we kijken naar de PVV van de afgelopen twintig jaar met alle integri-teitsschendingen, dan zien we dat de gemiddelde PVV-politicus crimineleris dan straatjeugd. We hebben in de afgelopen twintig jaar gezien datPVV-Kamerleden te maken hadden met diefstal. Ze zijn opgepakt voorwapenbezit, voor bedreiging, voor openbare dronkenschap, voor fraude,voor openlijke geweldpleging, voor van alles en nog wat. Als we de logicavan de heer Boon volgen, moeten we dat benoemen. Dan moeten we hetook hebben over de achtergrond en de groepskenmerken van mensen diede fout ingaan. Erkent de heer Boon daarmee ook dat we in Nederlandeen PVV-probleem hebben?De heer Boon (PVV):Ik denk dat ik vijftien jaar voor het Ministerie van Justitie heb gewerkt, ingevangenissen en in allerlei justitiële inrichtingen. Als er iemand is diezegt «pak tuig aan; bestraf tuig», dan ben ik dat. Het maakt me niet uit ofer het label «PVV», «PvdA», «DENK» of «GroenLinks» op staat. Dat zal mijniks uitmaken. Ik zeg – en gelukkig zegt mijn partij dat ook – dat het nietuitmaakt welke kleur je hebt of wat je bent; zodra je iets crimineels doet,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9117 moet je worden opgepakt en bestraft. Dat is ons standpunt en dat is mijnstandpunt. Daar zult u het mee moeten doen.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.De heer Boon (PVV):Maar wanneer is de integratie dan geslaagd? Voor de PVV zijn financiëleen culturele integratie de belangrijkste criteria om het succes vanintegratiebeleid te beoordelen. Financiële integratie betekent datmigranten in hun eigen levensonderhoud voorzien en ook bijdragen aande verzorgingsstaat. Culturele integratie houdt in dat migranten deNederlandse normen en waarden omarmen: de scheiding van kerk enstaat, de vrijheid van meningsuiting, tolerantie en niet antisemitisch zijn.Het gaat om onderdeel zijn van Nederland en je ook zo voelen. De PVVstreeft naar een Nederland waar iedereen met trots woont en deze trotsook graag deelt. Dit ideaal wordt breed gedragen door de samenleving.Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat 80% vande Nederlanders vindt dat mensen met een migratieachtergrond deNederlandse normen en waarden zouden moeten overnemen. Meer dande helft vindt dat deze groep actief zou moeten deelnemen aan deNederlandse culturele tradities. Daarnaast meent 56% dat migranten huneigen cultuur en gewoonten meer los zouden moeten laten om beter teintegreren. Slechts 32% daarentegen schat dat migranten daadwerkelijkhun best doen om te integreren in Nederland.Zoals aangegeven, is voor de PVV een belangrijke maatstaf voorsuccesvolle integratie of een immigrant van wie dat redelijkerwijsverwacht mag worden, in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien enactief bijdraagt aan onze verzorgingsstaat. Nettokosten zijn daarbij eenharde indicator van slechte integratie en hangen vaak samen metproblemen zoals lage inkomens, hoge afhankelijkheid van uitkeringen,criminaliteit, hogere zorgkosten en lagere onderwijsprestaties. Volgensonderzoek van Jan van de Beek kost 80% van alle immigranten deNederlandse schatkist netto geld. Kijken we naar de cijfers van het CBS,dan zien we dat een gemiddelde niet-westerse allochtoon de schatkistjaarlijks € 11.000 kost, terwijl een gemiddelde autochtone Nederlanderjuist € 1.600 bijdraagt. Dit betekent dat de kosten van één niet-westerseallochtoon de schatkist evenveel belast als de bijdrage van maar liefstzeven autochtone Nederlanders bij elkaar. Met andere woorden, het hardewerken van zeven Nederlanders is nodig om de kosten van éénniet-westerse allochtoon te compenseren.Deze scheve situatie maakt duidelijk hoe zwaar deze last drukt op onzeverzorgingsstaat. In de periode van 1995 tot 2024 hebben migranten deNederlandse schatkist ruim 700 miljard gekost, een astronomisch bedrag:een zeven met elf nullen. Ter vergelijking: de totale aardgasbaten vanNederland tot nu toe bedragen ongeveer 540 miljard. Om dit inperspectief te plaatsen: als deze kosten worden verdeeld over de circa 9miljoen werkende Nederlanders, heeft elke werkende Nederlandergemiddeld € 2.593 per jaar uit eigen zak moeten ophoesten voor dekosten van migranten. Dit is bijna een volledig nettomaandinkomen,terwijl veel Nederlanders al moeite hebben om de eindjes aan elkaar teknopen. Dit laat zien hoe de falende integratie de Nederlanders belachelijkveel geld kost, jaar na jaar na jaar. Deze enorme financiële last wordt nogschrijnender wanneer we zien hoe zwaar migranten leunen op onzesociale voorzieningen. In 2023 had bijna twee derde van alle bijstandont-vangers een migratieachtergrond. Twee derde. Dat schokkende beeld laatzien hoe diep het integratieprobleem zit. Voor statushouders zijn dezecijfers nog schrijnender. Van degenen die sinds 1999 in Nederland zijn,was in de eerste tien verblijfsjaren slechts 23% aan het werk. Zelfs na tienjaar ontving nog altijd 47% een uitkering. Deelt de Minister de mening vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9118 de PVV dat het onbegrijpelijk is dat arbeidsmigranten uit Oost-Europa hierworden ingezet voor laaggeschoold werk terwijl talloze statushouders inNederland werkloos thuis op de bank zitten op kosten van de Nederlandsebelastingbetaler?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik denk, net als de PVV, dat het goed is voor nieuwkomers in Nederlandals ze lekker meedoen, aan het werk gaan en de Nederlandse taal leren. Ikdenk dat je dan ook sneller je plek vindt in Nederland. Een heel kleindeeltje van deze probleemanalyse deel ik dus, maar ik vraag me wel afwaarom dit kabinet, waar de PVV natuurlijk onderdeel van is, danbezuinigt op bijvoorbeeld die VrIP-subsidies waaraan ik net refereerde inmijn betoog. Daarmee zorgen we er juist voor dat mensen zo snelmogelijk de taal gaan leren, mee kunnen doen en vrijwilligerswerk kunnendoen. En niet alleen op de VrIP- subsidies wordt bezuinigd. Sowieso wordter bezuinigd op het inburgeringsonderwijs. De PVV heeft dus een aantalterechte verwachtingen van nieuwkomers in Nederland, maar ik zie nogniet echt een oplossing of ook maar het begin van een maatregel om diemensen daarbij te helpen.De heer Boon (PVV):Wij zien ze niet als zielige puppy’s die je de hele dag moet pamperen enmoet dragen. Nee, wij verwachten ook dat mensen het zelf doen. Jij komthier in dit land. Dit land heeft een hele hoop voor jou betaald en voor jouover gehad. Dan mogen wij wat verwachten. Dan kunnen wij gewoonverwachten dat jij zelf naar het arbeidsbureau, naar het uitzendbureau ofnaar een werkgever gaat. Je hoeft niet altijd subsidie te hebben en altijdgepamperd te worden. Ik zag van de week dat er een nieuwe Flodderfilmkomt. Toen moest ik ineens denken aan Sjakie. Dat gevoel krijg ik hierbij.Die Sjakies zijn altijd door de PvdA en D66 ingezet en hebben deze groepaltijd gepamperd en beschermd. Die tijd is voorbij. Wij willen mensengewoon zelf verantwoordelijk maken.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik ga dit even op een andere manier proberen. Ik zou de heer Boon evenmee willen nemen in een gedachte-experiment. Stel je voor dat de heerBoon van vandaag op morgen zonder geld en zonder middelen naarSaudi-Arabië zou moeten vertrekken. Hij komt daar na een barre tocht aanen heeft dus geen geld. Hoe zou de heer Boon dan binnen afzienbare tijdArabisch leren lezen, schrijven en spreken, en hoe zou hij een baanvinden? Hoe doe je dat als je geen geld hebt?De heer Boon (PVV):Als de heer Boon naar Saudi-Arabië gaat en ze naar mijn Twittertijdlijnkijken, dan denk ik dat mijn hoofd er heel snel af ligt. Dan wordt hetmoeilijk Arabisch spreken.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik kan in dit gedachte-experiment Saudi-Arabië ook prima vervangen doorChina. Dat is niet de kern van het verhaal namelijk. De kern van hetverhaal is dat ik bij de heer Boon een klein beetje empathie probeer te zienvoor mensen die zonder geld en zonder middelen in een wildvreemd landkomen waar ze de taal absoluut niet kennen. Hoe zou de heer Boon datzelf aanpakken?De heer Boon (PVV):Er zijn heel veel landen die migranten ontvangen, maar in die landen,bijvoorbeeld in Amerika, ben je gewoon zelf verantwoordelijk. Daar wordje geacht de taal te leren en werk te gaan zoeken. Daar is geen overheiddie je altijd maar opvangt en pampert. Nee, daar moet je op eigen benenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9119 staan. Ik denk dat voor China – ik ben daar nooit geweest – hetzelfde geldt.Als ik daar zou komen, denk ik dat de Chinese overheid mij echt niet gaatpamperen. Die zegt echt niet: oh, meneer Boon, hoe wilt u Chinees leren?Nee, de Chinese overheid heet me misschien welkom, maar zegt verder:zoek het zelf maar uit.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Meneer Boon zegt dat hij niet weet hoe het in China gaat, maar hij heeftdaar wel allerlei veronderstellingen over. Vervolgens zegt hij: kijk naarAmerika, want daar moeten mensen het zelf doen. Nou, we zien hoe het inAmerika gaat. Mensen wonen daar soms al decennia, maar hebben geenrechten en krijgen geen papieren. Ze spreken ook vaak de taal niet. Als wehet hebben over parallelle samenlevingen, dan zou u eens moeten kijkenhoe het er in de zuidelijke staten van de VS aan toe gaat. Mensen wordendaar in de illegaliteit gedrukt en krijgen niet de kans om de taal te leren.De voorzitter:Dat was geen vraag, maar misschien wilt u er toch op reageren.De heer Boon (PVV):Nee, maar ik wil er wel even kort op reageren inderdaad. Mevrouw van dePvdA wijst naar de illegalen in Amerika, maar ze verwijst niet naar delegale latino’s die het juist beter doen dan de autochtone Amerikanen.Dus deze hele veronderstelling van de PvdA is gewoon feitelijk fout.De voorzitter:Als er geen interrupties meer zijn, zou ik graag zelf een interruptie plegenop dit onderwerp. Mevrouw Becker, zou u het voorzitterschap willenovernemen?Voorzitter: BeckerDe voorzitter:Zeker. De heer Ceder heeft het woord.De heer Ceder (ChristenUnie):Meneer Boon, ik ben het met u eens dat we een integratieprobleemhebben, in die zin dat het bij een groot deel van de nieuwkomers moeilijklukt om snel aan het werk te gaan en te blijven, zoals u terecht stelt. Mijnanalyse is dat PVV-beleid of in ieder geval de wens van de PVV daaraanheeft bijgedragen. Als iemand asiel aanvraagt, mag diegene nog nietwerken. Inmiddels is dat iets versoepeld, maar nog niet helemaal. Uit heelveel rapporten blijkt dat door de langere wachttijden, omdat er op de INDbezuinigd wordt of bezuinigd is, mensen heel lang niet mogen werken.We weten allemaal dat het veel lastiger is om weer aan het werk te komenals je lang niet werkt. Dat geldt ook voor Nederlanders; kijk maar naar hetgranieten bestand bij de bijstand. Er zijn heel veel voorstellen geweest,ook van de ChristenUnie, om ze vanaf de eerste dag te laten werken. Ophet moment dat ze statushouder worden, is de kans veel groter dat ze aanhet werk blijven. De PVV heeft dat continu tegengehouden. Ik vermoed datu dat blijft doen als we vandaag een motie indienen om dat mogelijk temaken. Maar dit beleid is een verklaring voor het integratieprobleem. Mijnstelling daarbij is dat de PVV bijdraagt aan dit specifieke integratiepro-bleem. Nu moeten asielzoekers namelijk soms langer dan een jaarwachten en mogen ze niet werken, of soms pas na een paar maanden. Ikzou willen vragen hoe in uw beleving het belemmeren van aan het werkgaan door asielzoekers, bijdraagt aan het later snel vinden van werk enaan dat vasthouden van werk.De heer Boon (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9120 Daarbij speelt een ander probleem. Als we mensen direct laten werken,zijn wij bang voor een aanzuigende werking. Nu mogen asielzoekers nazes maanden aan het werk. Dat is wettelijk bepaald. Wij waren daar geenvoorstander van, maar dat is wettelijk bepaald, dus we leggen ons daarbijneer. Onze reden is dat we geen aanzuigende werking willen. We willenniet dat mensen die afgewezen gaan worden, toch al gaan werken en daneen beroep kunnen doen op het feit dat ze al geaard zijn in Nederlandomdat ze werk en een sociale omgeving hebben in Nederland, waardoorze niet teruggestuurd kunnen worden. Dat zijn onze overwegingen om hetlaten werken door asielzoekers te beperken. Maar dat betekent niet dateen asielzoeker in Nederland niks kan doen. Er zijn genoeg migranten inNederland die Nederlands geleerd hebben door Sesamstraat te kijken. Zekunnen ook in het asielzoekerscentrum Sesamstraat gaan kijken en zo detaal gaan leren. Dat ze geen werk hebben, betekent niet dat ze zichzelf nietalvast kunnen inzetten om zich aan te passen aan de Nederlandsesamenleving. Dus werk is een component. Wij zijn er niet voor vanwegede redenen die ik u gegeven heb. Maar dat betekent niet dat ze nikskunnen doen.De voorzitter:De heer Ceder, een korte vervolgvraag.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik snap dat de PVV zegt: wij hebben de angst dat als wij dat doen, het eenaanzuigende werking heeft en mensen een grote reden hebben om teblijven. Die angst is een verklaring voor het stemgedrag van de PVV, maarneemt niet weg dat mijn analyse klopt. Mede door die angst en hetweigeren om werken vanaf dag één mogelijk te maken, zit een groot deelvan de mensen die uiteindelijk wel kunnen gaan werken, maar dat nogniet hebben kunnen doen, in de bijstand. Ik concludeer dat u eenverklaring geeft voor de reden waarom u dit beleid wilt uitvoeren, maar uheeft niet mijn redenatie weggenomen dat de PVV in dit geval, op ditspecifieke onderdeel, juist mede-veroorzaker is van dat specifiekeprobleem. Ik zou u toch willen uitdagen om te checken of wat ik zeg klopten, zo ja, te bekijken hoe wij samen kunnen optrekken om het integratie-probleem van de disproportionele vertegenwoordiging in de bijstand wegte nemen, door asielzoekers sneller te laten werken.De heer Boon (PVV):Wij als fractie hebben argumenten gewogen. Deze argumenten zijn voorons doorslaggevend om dat niet te doen. Als ze willen werken ... Het staatiedereen vrij om een bezem te pakken en de straat buiten aan te vegen.Dat kun je ook werk noemen. Zo kun je ook aan de slag gaan. Dus zekunnen aan de slag, maar we willen ze geen betaald werk geven, vanwegede aanzuigende werking en omdat we niet willen dat mensen die geenrecht hebben om hier te blijven, zich hier gaan aarden. Dat zijn de tweeargumenten die voor ons echt doorslaggevend zijn.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef het voorzitterschap weer terug aan de heer Ceder.Voorzitter: CederDe voorzitter:Dank u wel, oud-voorzitter. De heer Boon is weer aan de beurt, om zijnbetoog te vervolgen.De heer Boon (PVV):Werkloosheid onder statushouders is niet alleen een verspilling vanarbeidspotentieel, maar ook een gemiste kans om deze groep actief teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9121 betrekken bij de Nederlandse samenleving. Een zinvolle baan zorgt nietalleen voor inkomen, maar ook voor sociale verbinding en een actievedeelname aan de maatschappij, in plaats van leven op de kosten van dehardwerkende belastingbetaler. De PVV is daarom verheugd dat deMinister inzet op werk als middel om sneller te integreren. Kan deMinister toelichten welk concreet plan hij heeft om juist deze groepstatushouders, in plaats van arbeidsmigranten, aan het werk te krijgen?Nu we hebben vastgesteld dat de economische integratie met groteproblemen kampt, wil ik ingaan op de sociale en culturele integratie. Voorde PVV betekent socioculturele integratie het actief onderschrijven enuitdragen van de fundamentele waarden waarop Nederland is gebouwd,zoals de scheiding van Kerk en Staat, de vrijheid van meningsuiting,tolerantie en niet antisemitisch zijn. Tegelijkertijd erkennen we dat er geenabsolute meetlat bestaat om deze integratie nauwkeurig te meten.Binnen de socioculturele integratie wil ik twee belangrijke gebiedenuitlichten: criminaliteit en emancipatie. Het lijkt erop dat juist op dezeterreinen de sociale en culturele integratie mogelijk nog problematischerverloopt dan de economische integratie. Met name jonge, niet-westersemannen van de tweede generatie zijn sterk oververtegenwoordigd in demisdaadstatistieken. Deze oververtegenwoordiging is het grootst onderniet-westerse mannen van 25 tot 45 jaar, die bijna vier keer zo vaakverdacht worden van een misdrijf als autochtone mannen in dezelfdeleeftijdsgroep. Opvallend is dat bij personen met een westerse achter-grond het verschil tussen de eerste en tweede generatie verwaarloosbaaris, terwijl bij een niet-westerse achtergrond de tweede generatie bijnaanderhalf keer vaker verdachte is dan de eerste generatie. Dit verschilonderstreept dat de integratie van niet-westerse immigranten problema-tisch verloopt. Deelt de Minister deze conclusie?Wanneer we kijken naar de soorten delicten waarvan niet-westersemannen verdacht worden, zien wij dat zij in elke delictgroep oververtegen-woordigd zijn. Dit geldt voor uiteenlopende categorieën, zoals seksuelemisdrijven, mishandelingen, drugscriminaliteit en vuurwapengerelateerdedelicten, om er slechts enkele te noemen. In elke categorie zijnniet-westerse mannen disproportioneel vaak vertegenwoordigd alsverdachte. Deze cijfers zijn niet alleen zorgwekkend, maar laten zien hoegroot de integratieproblemen binnen deze groep zijn en hoe ernstig deimpact is op de Nederlandse samenleving. De oververtegenwoordigingvan Marokkaanse mannen tussen de 25 en 45 jaar is het grootst. Zijworden, afgerond, vijf keer zo vaak verdacht van misdrijven alsautochtone mannen van dezelfde leeftijd. Bij vuurwapenmisdrijven looptdat zelfs op tot tien keer vaker. Deze cijfers tonen aan dat een deel van deMarokkaanse gemeenschap een buitenproportioneel grote bijdrage levertaan ernstige criminaliteit. Deelt de Minister dat deze oververtegenwoor-diging van Marokkaanse mannen een gevolg is van de problemen binnenhet integratiebeleid? Kan hij aangeven welke concrete maatregelen hijgaat nemen om dit probleem effectief aan te pakken?Een seksueel misdrijf is een misdaad waar veel vrouwen begrijpelijkerwijsbang voor zijn slachtoffer van te worden. Uit cijfers blijkt dat mannen meteen niet-westerse achtergrond disproportioneel vaak als verdachten vandeze misdrijven naar voren komen. Deze situatie is nog zorgwekkender bijimmigranten uit asielherkomstlanden. Tussen 2014 en 2023 warenSyrische mannen bijna 4,5 keer vaker verdachten, Eritrese mannen 7,4keer, Iraakse mannen 8,4 keer, Afghaanse mannen 11 keer en Somalischemannen zelfs 20 keer. Hoe verklaart de Minister dat het integratiebeleidkennelijk ernstig tekortschiet, waardoor deze disproportionele betrok-kenheid bij seksuele misdrijven blijft bestaan? Welke maatregelen gaat deMinister nemen om dit aan te pakken?Het kabinet heeft aangegeven dat er ook problemen zijn met de integratievan islamitische jongeren in Nederland. Volgens het kabinet onderschrijfteen deel van deze groep onze normen en waarden niet. Dit wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9122 bevestigd door onderzoek van socioloog Ruud Koopmans. Zijn onderzoekonder Turkse en Marokkaanse moslims in Nederland laat zien dat eenmeerderheid van hen de islamitische wetten boven de nationalewetgeving stelt en dat moslims in Nederland in vergelijking met chris-tenen minder tolerant zijn tegenover andersdenkenden, zoals homo’s enjoden. Bij een deel van deze groep ontbreekt niet alleen de bereidheid omzich aan te passen aan onze normen en waarden. Sommigen gaan zelfsnog verder en plaatsen hun eigen cultuur boven die van ons land enstreven er actief naar om die te vervangen. In het regeerakkoord wordthierover opgemerkt dat een kleine groep zich niet houdt aan de regels vande democratische rechtsstaat en zich intolerant of onverdraagzaamgedraagt of anderen daartoe aanzet. Het kabinet heeft aangekondigd demogelijkheden te onderzoeken om tegenwicht te bieden aan dezeondermijnende invloeden. Hoever is de Minister met het uitwerken vandeze maatregelen?Het gebrek aan integratie is schrijnend zichtbaar in veel wijken. Onlangsbezocht ik een familielid in Rotterdam. Tijdens een wandeling kwam ikterecht in de Noordmolenstraat in de wijk Oude Noorden. Wat directopviel, was het grote aantal migranten die geen Nederland spraken enwinkelruiten die vol stonden met Arabische teksten. Later ontdekte ik dateen ruime meerderheid van de bewoners van deze wijk uit niet-westersemigranten bestaat en dat slechts 20% van de inwoners westers is. Datbetekent dat maar liefst 80% niet-westers is. Dan is er geen sprake meervan een wijk met een Nederlandse culturele meerderheid, waarinnieuwkomers zich kunnen aanpassen en integreren. In plaats daarvan zienwe een parallelle samenleving ontstaan, waarin bewoners nauwelijkscontact hebben met Nederlanders en alles in hun eigen taal en binnenhun eigen cultuur wordt geregeld. Dit is geen integratie, maar segregatie.Een tragisch voorbeeld van de gevolgen van deze segregatie en hetgebrek aan integratie is het geval van Khalid, een Pakistaanse man ...De voorzitter:U krijgt nog een interruptie van mevrouw Becker, maar mag ik u voordat uaan het verhaal over Khalid begint, een vraag stellen om te voorkomendat u geen antwoord krijgt? U heeft het geregeld over «de Minister», maarhier zitten twee staatssecretarissen. Ik geef dat nog even mee, zodat u uwvragen ook aan hen kunt richten.Mevrouw Becker (VVD):Wij voeren in deze Kamer al jaren het debat over integratie. Ik heb hiermet verschillende woordvoerders van de fractie van de heer Boon mogenzitten. De heer Boon schetst wat er aan problemen in de Nederlandsesamenleving speelt en noemt daar allerlei cijfers bij. Die herken ik zekerals het om integratie gaat. Maar in de debatten die we altijd met de PVVhadden, zat er altijd een PVV-Kamerlid dat zei: «Jongens, het is heelsimpel. Twee dingen: verbied de koran en sluit de grenzen». Dat was altijdwat er vanuit de PVV op dit onderwerp naar ons toe kwam. In al die jarenis de VVD nu juist aan de slag gegaan, met: wat kunnen we doen omongewenste buitenlandse beïnvloeding tegen te gaan? Wat kunnen wedoen tegen straatintimidatie? We zijn met wetsvoorstellen gekomen. Wezijn gaan kijken hoe je met het Nederlanderschap kunt omgaan. Maar elkekeer dat wij dat deden, zei de PVV: «dat is te soft en daar gaan wij dus nietin mee, want de grenzen moeten dicht». Ik ben heel benieuwd hoe de heerBoon nu aankijkt tegen de eigen rol van de PVV in het integratiedebat.Gaat de PVV in dit debat samen met ons kijken naar dingen die welkunnen, zodat we ook met concrete oplossingen kunnen komen? Hijvraagt aan de Staatssecretaris wat die gaat doen aan alle problemen diede heer Boon hier schetst, maar wat moet er volgens de heer Boon nugebeuren, aan dingen die binnen de grenzen van onze rechtsstaat liggen?Hoe kijkt de heer Boon daartegen aan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9123 De heer Boon (PVV):De VVD moet zeker weten dat wij een oppositiepartij waren en eenoppositierol hadden. Nu zijn we natuurlijk toegetreden tot het kabinet enzijn we coalitie. Als coalitie heeft u gezien dat wij ons heel constructiefopstellen. Wij hebben samen een heel mooi hoofdlijnenakkoordafgesloten. Het kabinet heeft daar een heel mooi regeerakkoord, nee:regeerprogramma op geschreven; ik moet het goed zeggen. Daar staanhele mooie maatregelen in. Die ga ik op het laatst ook opsommen en daarheb ik ook zeker vertrouwen in. Deze groep kabinetsleden zit er net viermaanden. Ik wil ze de tijd geven om het mooie dat wij en ook zij hebbenafgesproken, uit te laten werken. Ik denk dat we ons daar nu op moetenrichten. Als wij kunnen bijsturen, zijn wij altijd geneigd om constructief bijte sturen. Als u goede plannen heeft, gaan we die zeker steunen. Alsandere partijen goede plannen hebben die passen binnen wat wijafgesproken hebben, gaan we die ook steunen. Dit is onze constructieverol om de problemen in Nederland op te lossen.De heer Boomsma (NSC):De PVV wijst op allerlei problemen rond integratie, zegt dat werkenbelangrijk is en wijst op de sociaal-culturele aspecten daarvan. Ik denk dathet heel goed is om de oververtegenwoordiging bijvoorbeeld in bepaaldevormen van criminaliteit te benoemen. Maar daarna ging hij ook specifiekin op Marokkanen in Nederland. Dan denk ik: moeten wij het dan niethebben over Marokkaanse Nederlanders of gewoon Nederlanders? Hetgaat immers over mensen met een Nederlands paspoort, met eenNederlandse identiteit, volgens mij. Hij zei ook dat er mensen zijn die huneigen cultuur belangrijker vinden en ernaar streven om de Nederlandsecultuur te vervangen. Dat vind ik een opmerkelijke uitspraak en ik wil hemgraag vragen om te onderbouwen waar die gedachte vandaan komt. Kijk,dat mensen aan hun eigen cultuur vasthouden, dat zien we overal. Maardat ze er echt naar zouden streven om de Nederlandse cultuur tevervangen... Ik vind dat je moet uitkijken met dit soort uitspraken en ik wildaar graag een reactie op.De heer Boon (PVV):Ik ga een wat technische reactie geven op het tweede gedeelte, over datvervangen. Wat ik wil aangeven door cijfers is dat een meerderheid deeigen rituele regels boven de wetten van ons land stelt. Dat is het eerste.Dat is onderzoek van professor Koopmans. Het probleem is niet uniekvoor Nederland. Het komt duidelijk ook in andere West-Europese landenvoor. Bijvoorbeeld in Duitsland is onderzoek gedaan in 2022 ondermoslimleerlingen van ongeveer 15 jaar. Daarin stelt 68% van hen: deregels van de Koran zijn belangrijker voor mij dan de wetten in Duitsland.Daarnaast begrijpt ongeveer een derde van hen geweld tegen mensen dieAllah of de profeet Mohammed beledigen. Dat zijn ernstige cijfers, dat zeeigenlijk onze wetten gewoon willen vervangen.Uit Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk heb ik ook onderzoek. Ik denk dathet heel lang gaat duren, maar ik wil ze wel voorlezen. Bijvoorbeeld inFrankrijk geeft 74% van de moslims onder 25 jaar aan de islam boven deFranse republiek te stellen, en 45% van hen vindt ook dat de islam nietverenigbaar is met de waarden van de Franse samenleving. Dat zijn tochernstige cijfers. Dan blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek uit het VerenigdKoninkrijk dat 32% van de Britse moslims voorstander is van de invoeringvan de sharia. Als we iets niet willen in onze vrije samenleving, is het deinvoering van de sharia. En zo kan ik nog meer cijfers noemen en nogmeer problemen. Het is echt een groot probleem en het laat zien dat zewel onze wetten en onze normen en waarden willen vervangen. Ik denkdat we daartegenin moeten gaan.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9124 De heer Boomsma met een vervolginterruptie.De heer Boomsma (NSC):Ik ken deze statistieken. Sommige daarvan zijn best zorgwekkend. Het isook zorgwekkend dat mensen bijvoorbeeld vasthouden aan blasfemiever-boden en dergelijke en dat ze die ook willen handhaven. Maar ik denk tochdat dit iets anders is dan bepaalde botsende opvattingen over bijvoor-beeld de sharia. Ik ben het helemaal met de heer Boon eens: we willengeen shariawetgeving hier. Maar ik denk toch dat dat iets anders is danbotsende opvattingen over bepaalde waarden die men zou willenvasthouden. Daarover wordt dan geconcludeerd dat men de Nederlandsecultuur zou willen vervangen. Ik zou toch willen vragen om te letten op hettaalgebruik en op de manier waarop we hier spreken over integratie. Alsje namelijk op deze manier spreekt, als je mensen te veel over één kamscheert en als je het hebt over Marokkanen, islamitische Nederlanders endergelijke in brede zin, loop je het risico dat mensen zich juist meer gaanterugtrekken wat betreft hun eigen identiteit, en dat dit de integratie juistfrustreert.De voorzitter:De heer Boon heeft geen vraag gekregen, maar hij kan daarop reagerenals hij dat wil.De heer Boon (PVV):Ik begrijp heel goed wat er wordt gezegd over het over één kam scheren.Wij hebben duidelijk gezegd dat we niet iedereen over één kam scheren.Wij zijn juist heel dankbaar voor degenen die meedoen. Maar ik ben ookvoetbaltrainer geweest. Ik heb ook een hele groep Marokkaanse oudersgesproken. Ik heb met die ouders gesprekken gevoerd. Sommigenergeren zich echt dood aan degenen die het verpesten. Die vragen onsdan om het aan te pakken. Ik ben er geen voorstander van om iedere keermet verhullende woorden hierover te praten, waardoor we het probleemniet zichtbaar krijgen. Degenen die het goed doen, weten dat ze het goeddoen. Die krijgen alle eer en egards van ons. Maar degenen die het slechtdoen, moeten we echt gewoon aanpakken. Dan zeg ik: zachteheelmeesters maken stinkende wonden. We hebben het twintig jaar zogedaan, maar nu is het gewoon tijd om de wond schoon te maken endicht te naaien, zodat de patiënt weer naar huis kan.De voorzitter:Dank u wel. U kunt uw betoog vervolgen.De heer Boon (PVV):Ik ga door met het tragische voorbeeld van Khalid, de Pakistaanse mandie zijn vrouw om het leven bracht met 42 messteken. Dat gebeurdeeveneens in de Rotterdamse wijk het Oude Noorden. Wat in het bijzonderopviel, was dat Khalid na 40 jaar in Nederland nog nauwelijks Nederlandssprak. Hij kende vrijwel niemand buiten zijn eigen kring en leefde in eenvolledig geïsoleerde culturele bubbel. Dit illustreert pijnlijk hoe problema-tisch het is dat nieuwkomers zich volledig kunnen afsluiten van deNederlandse samenleving, zonder dat ze enige stimulans hebben om detaal te leren of onze normen en waarden te omarmen.Deze situatie doet zich echt niet alleen maar voor in Rotterdam. Hetgebeurt ook in veel andere wijken en steden in Nederland. Nieuwkomerskunnen zich volledig afsluiten van de Nederlandse samenleving. Dat leidttot een gebrek aan taalvaardigheid en betrokkenheid en tot een gebrekaan begrip voor onze wetten en cultuur. Dit zorgt er niet alleen voor datintegratie faalt. Het zorgt er ook voor dat veel autochtone Nederlanderszich in deze wijken niet meer thuis voelen. Nederlanders zien hun buurtveranderen in een omgeving waarin hun eigen taal en cultuur nauwelijksTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9125 meer zichtbaar zijn. Dat versterkt het gevoel van vervreemding enonveiligheid. Hoe kijkt de Staatssecretaris naar het probleem vanparallelle samenlevingen in Nederland. Hoe wil hij omgaan met tweedeen derde generaties die volledig gesegregeerd opgroeien en nauwelijks inaanraking komen met de Nederlandse samenleving?Ik wil overgaan naar een ander essentieel onderdeel van integratie:emancipatie. Binnen bepaalde weekendscholen in Nederland wordenkinderen al op jonge leeftijd blootgesteld aan ideeën die de integratie inde Nederlandse samenleving actief tegengaan. Deze scholen benadrukkenhet afwijzen van Westerse normen en waarden. Zo wordt kinderen geleerdom afstand te houden van deze decadente en verdorven mensen en omzich te verweren tegen de onzin van dit schorriemorrie.Een schrijnend voorbeeld hiervan is het islamitische centrum Ar-Rahmahin Veenendaal, dat in 2024 in opspraak kwam. Een islamleraar, Musa IbnYusuf, verklaarde daar dat Nederlandse moslims verplicht zijn omniet-moslims te haten en dat vijandigheid tegen andersgelovigenessentieel is. Dergelijke uitspraken ondermijnen niet alleen de Neder-landse samenleving, maar bevestigen ook opnieuw de tekortkomingenvan het integratiebeleid. Het is schokkend dat er op sommige van dezescholen les wordt gegeven door docenten zonder verblijfsvergunning, diebovendien geen Nederlands spreken. Deze voorbeelden tonen aan hoeislamitische instellingen en weekendscholen bijdragen aan de versterkingvan segregatie en aan vijandigheid wat betreft de Nederlandse normen enwaarden. Hoe wil de Staatssecretaris voorkomen dat deze scholen wordeningezet om de integratie tegen te gaan?Voorzitter. Ik sluit af. Dit kabinet toont eindelijk de moed om de problemente benoemen en erkent daarmee de omvang van de uitdagingen waarNederland al jaren mee kampt. Het regeerakkoord bevat belangrijkemaatregelen die directe oplossingen kunnen bieden voor deze integratie-problemen. De PVV ziet positieve stappen: het versterken van zelfbe-schikking binnen gesloten gemeenschappen, de aanpak van antisemi-tisme, het tegengaan van ongewenste buitenlandse beïnvloeding viabijvoorbeeld weekendscholen en het verhogen van taaleisen voornieuwkomers.Daarnaast is er een duidelijke inzet om de integratie te verbeteren dooreen duidelijkere koppeling te maken met werk. De bijstand biedt immersgeen effectieve basis voor integratie. Het kabinet wil nieuwkomers beterlaten participeren, namelijk door hen actief te begeleiden richting dearbeidsmarkt en door inburgeringsprogramma’s verder te versterken,zodat zij een grotere kans hebben op een zelfstandige toekomst inNederland. Toch is het essentieel dat deze maatregelen daadkrachtig enzonder uitstel worden uitgevoerd. Want Nederland kan de lasten van eenfalend integratiebeleid niet langer dragen. De PVV roept de Minister danook op om deze plannen snel en concreet uit te werken en ervoor tezorgen dat de gestelde doelen niet blijven hangen in vage voornemens.Tijd voor actie.De voorzitter:Dank u wel. Is er nog een interruptie? Ja, van de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Ik heb helaas niet het hele betoog van de heer Boon kunnen horen, omdatik ook in een ander debat zit, namelijk in het MIRT-debat. Maar ik heb weleen samenvatting gekregen en heb ook het eindstuk gehoord. Laat ikbeginnen met een vraag over de visie. Ik ben namelijk heel erg benieuwdnaar de visie van de PVV als het gaat om integratie. Tot nu toe hoor ikvooral dat er verschillen worden uitvergroot en dat er gepolariseerdwordt. Ik ben eigenlijk gewoon benieuwd hoe de PVV naar integratie kijkt.Is de PVV ook bereid om te verbinden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9126 De heer Boon (PVV):Toevallig was de heer Bamenga precies op dat moment afwezig en heefthij dat niet meegekregen. Ik heb eerder aangegeven dat het voor de PVVeen belangrijke maatstaf is of van iemand redelijkerwijs verwacht magworden dat die in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien en dat dieactief bijdraagt aan onze verzorgingsstaat. Daarnaast is het essentieel datmigranten de Nederlandse normen en waarden omarmen, zoals descheiding van Kerk en Staat, de vrijheid van meningsuiting, tolerantie enhet niet aanhangen van antisemitisme. Het gaat erom dat je onderdeelbent van Nederland en dat je dat ook zo voelt. Complimenten aandegenen die dat doen; we zijn heel erg blij met jullie. Wat betreft degenendie dat niet doen, vragen wij het kabinet en de Staatssecretaris ommaatregelen te nemen om dat aan te pakken. Ik hoop dat uw vraaghiermee beantwoord is.De voorzitter:Ja of nee, meneer Bamenga?De heer Bamenga (D66):In ieder geval bedankt voor het antwoord. Ik wil daar wel graag opdoorvragen.De voorzitter:Dan mag u een volgende interruptie plaatsen.De heer Bamenga (D66):Er wordt aangegeven dat het gaat om onder andere de Nederlandsenormen en waarden. Nou ja, wat mij betreft zijn de Nederlandse normenen waarden onze gedeelde waarden. Die komen ook terug in deGrondwet. Denk aan artikel 1 van de Grondwet, dat gaat over hetgelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod. Hoe kijkt de PVVdaartegen aan? De fractievoorzitter van de PVV had het bijvoorbeeld over«minder, minder Marokkanen». Dat is niet in lijn met dat eerste artikel.Denk ook aan het afpakken van het Nederlanderschap van Nederlandersdie een bepaald delict hebben gepleegd. Dat is niet in lijn met artikel 1 vande Grondwet. Hoe kijkt de PVV daartegen aan? Past die dubbelestandaard, die ik er wel in terug hoorde, wel bij de Nederlandse normenen waarden?De heer Boon (PVV):De dubbele standaard past daar niet bij en die hanteren wij ook absoluutniet. Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet zegt: gelijke gevallen gelijkbehandelen. Daar zijn wij helemaal voor. Maar we hebben nu al een wetdie zegt dat van mensen met een dubbele nationaliteit de Nederlandsenationaliteit afgepakt kan worden als er sprake is van terrorisme. Iemandmet een enkelvoudige nationaliteit en iemand met een dubbele nationa-liteit zijn geen gelijke gevallen. Wij zijn ervoor om gelijke gevallen gelijk tebehandelen, conform artikel 1. Wij zijn dus juist de verdedigers van artikel1, en daar ben ik trots op.De heer Bamenga (D66):Er is hier uiteraard sprake van discriminatie, op z’n minst van indirectediscriminatie. Degenen die hier uiteindelijk door geraakt worden, zijnbepaalde mensen, namelijk de mensen met een dubbel paspoort. Dan iser dus wel sprake van een verschil in hoe wij met Nederlanders omgaandie hetzelfde criminele feit plegen. Dat verschil zit dus tussen de Neder-lander met een dubbel paspoort en de Nederlander zonder dubbelpaspoort. Dus er is hier wel sprake van discriminatie of indirecte discrimi-natie. Dat zijn dus wel dubbele standaarden. Ik hoor hier vanuit de PVVwederom eigenlijk niks waarvan ik denk: dit verbindt ons nou als land.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9127 Daar gaat integratie namelijk over. Dat gaat over samenleven. Hoe kunnenwij nou samenleven? Dat begint met kijken naar de dingen die ons metelkaar verbinden in plaats van allerlei zaken uit te vergroten en tepolariseren. Want dan draagt u niet bij aan integratie en vraag ik mij afwat uw bedoeling is hier.De heer Boon (PVV):U heeft het over een dubbele standaard. Dat zie ik absoluut niet op dezemanier. Grondwetartikel 1 zegt: gelijke gevallen gelijk behandelen. Daarwordt een onderscheid in gemaakt. Als u gaat inbreken met een 16-jarige,plegen jullie hetzelfde feit maar worden jullie wel anders berecht. De eenwordt onder het jeugdrecht veroordeeld en u wordt onder het volwasse-nenrecht veroordeeld. Dat is geen discriminatie. Dat is gewoon hoe dewet wordt toegepast. Hetzelfde geldt bij recidive. Gaat u samen inbrekenmet iemand de al twintig inbraken heeft gepleegd, dan zal men derecidivist harder straffen dan u. Dat is hetzelfde feit en toch wordt eronderscheid gemaakt. Zo gaat dat ook bij dubbele nationaliteit. Het zijngeen gelijke gevallen. Iemand met een enkelvoudige en een dubbel-voudige nationaliteit; dat zijn verschillende gevallen.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aangekomen bij de derde spreker. Dat is de heerBamenga. U heeft het woord.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Vandaag denk ik aan Lucky. Lucky ken ik al vijftienjaar. Hij is gevlucht voor oorlog en geweld. In Nigeria was hij advocaat,maar eenmaal in Nederland liep hij tegen allerlei barrières op om zijn vakuit te oefenen, barrières op het gebied van taal, procedures, acceptatie endiploma-erkenning. Daarom werd hij schoonmaker bij een schoonmaak-bedrijf. We troffen elkaar daar als collega’s. Dat was voor mij eenzomerbaantje. We hadden mooie en soms pijnlijke gesprekken. Hij deeldezijn dromen met mij. Hij wilde iets met zijn beroep doen, maar al dieobstakels maakten het onmogelijk. Zijn talenten werden niet gezien en hijkreeg geen kans om iets met zijn expertise te doen. Omdat ik zelf eenaantal van die barrières had overwonnen, herkende ik zijn uitdagingen. Ikbesloot om met hem mee te kijken om te bezien hoe hij zijn dromen konwaarmaken. We spraken af in de bibliotheek in Eindhoven, keken samennaar de regelingen en maakten een plan. In de periode daarna is hij metdit plan aan de slag gegaan en hadden we af en toe contact. Ik gaf hembijles over het rechtssysteem, zodat hij succesvol zijn toelatingsexamenkon afronden. Later is hij toegelaten tot de opleiding rechten en is hijadvocaat geworden.Ik deel dit verhaal van Lucky omdat hier een aantal lessen in zitten. Vooreen succesvolle integratie hebben we minimaal vier dingen nodig: 1.talenten zien, 2. kansen bieden, 3. obstakels wegnemen en 4. een platformbieden om doorontwikkeling te stimuleren. Ik weet dat omdat ik dat zelfook nodig heb gehad om te komen waar ik nu ben. Op mijn 8ste ben iknaar Nederland gekomen. Ik heb gestapeld van mavo, mbo, hbo naar deuniversiteit. Vanaf het asielzoekerscentrum tot aan de universiteit en zelfsnu zijn er mensen geweest in mijn leven die mijn talenten hebben gezien,die mij kansen hebben geboden, die mij hebben geholpen om obstakelsweg te nemen. Er zijn mensen geweest die mij een platform hebbengeboden om mij verder te ontwikkelen. Ik zie het daarom als mijn taak,maar ook als onze taak als commissie en als Kamer, om ervoor te zorgendat wij talenten in Nederland niet onbenut laten. Pas als we dat doen,winnen we allemaal: de nieuwkomer en de samenleving. Zo maken wecollectief werk van integratie.Integratie begint bij de herkenning en erkenning van de meerwaarde vanmensen. Daarvoor is verbinding noodzakelijk. Integratie gaat over deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9128 wisselwerking van kansen bieden en kansen grijpen. Integratie gaat ookover het respecteren van gedeelde waarden en leren omgaan metverschillen. Met die verbinding is het de afgelopen weken misgegaan,alsook met het respecteren van gedeelde waarden. Met de omgang metverschillen is het misgegaan. De gebeurtenissen in Amsterdam zijnverschrikkelijk en verwerpelijk. Dit hoort niet in Nederland. Dit hoort nietin de wereld. Dit moeten we nooit accepteren. Daarnaast is het ookmisgegaan met hoe hierop is gereageerd door de politiek. Terwijl politieen justitie tot kalmte maanden en vroegen om een verbindende toon,gooiden Haagse politici olie op het vuur in plaats van water. Er is door depolitiek gesproken over terreurdaden, over mensen het land uitknikkerenen de Nederlandse nationaliteit afpakken. Ik vind het een dieptepunt dat erop zo’n kwetsbaar moment, voordat alle informatie over de escalatiebekend is, door sommige politici meteen voor gekozen is om te verdelenin plaats van te verbinden en dan ook nog eens een integratiecrisis uit teroepen. Besef: mensen zijn gereduceerd tot hun etniciteit! Hele groepenzijn weggezet als niet-geïntegreerd, terwijl velen hier geboren zijn, net alshun ouders en soms ook hun grootouders.Voorzitter. Woorden doen ertoe. Het maakt uit hoe kabinetsleden zichuitlaten voor en achter de schermen. Het maakt uit welke woorden zekiezen en welke kwalificaties ze geven aan escalaties en gebeurtenissen.Het discours van de politiek wordt namelijk overgenomen in desamenleving.De voorzitter:Dank u wel. Dat roept een interruptie op van de heer Boon.De heer Boon (PVV):Ik wil de Amsterdamdiscussie natuurlijk niet helemaal overdoen, maar ikhoor de heer Bamenga zeggen dat hij het jammer vond dat er niet voorgekozen is om te verbinden. Maar hoe had u willen verbinden met eenman die in een auto zit, die juichend zegt «we gaan op Jodenjacht» en diemensen met een Joodse nationaliteit aanrijdt? Hoe wil hij verbinden metgroepjes die op een scooter door de stad gaan om mensen in elkaar tetrappen, zwaar te mishandelen? Hoe wilt u daarmee verbinden? Had utegen het kabinet willen zeggen «had die taxichauffeur uitgenodigd omeen kop koffie te komen drinken op het departement» of had hij tegen descooterrijders gezegd «zullen we even bij de McDonald’s met het kabinetsamen een Happy Meal gaan eten»? Ik wil juist een kabinet dat nietverbindt met dat soort gasten, maar dat dat soort gasten juist op dehardst mogelijke manier straft. Als terrorisme daarbij een oplossing is omze na een straf het land uit te zetten, dan denk ik juist dat het kabinet op dejuiste weg is. Want deze mensen laten door hun Jodenjacht, het juichen,het filmpjes maken en daarna door het triomfantelijk posten op socialmedia zien dat ze niet bij ons land willen horen. Dus hoe kunnen wedaarmee verbinden?De heer Bamenga (D66):Je kunt verbinden door in ieder geval verantwoordelijk leiderschap telaten zien. Zelfs de politie heeft aangegeven dat Haagse politici in plaatsvan water olie op het vuur hebben gegooid. Dat maakt hun werk, dat alingewikkeld genoeg is in die situatie, nog moeilijker. Dat zou onze rolmoeten zijn; onze rol zou moeten zijn om achter de politie en handhaverste staan. We zouden achter de mensen moeten staan, achter de buurt-vaders, buurtmoeders, wijkcoaches, burgemeesters en alle mensen die opdat moment bezig zijn om te de-escaleren. Daar zouden we eigenlijk onzeaandacht aan moeten besteden als Haagse politici. We zouden nietmoeten verdelen. Iedereen heeft er namelijk last van als er sprake is vanzulke escalaties. Dat is wat wij als Haagse politici zouden moeten doen inplaats van olie op het vuur gooien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9129 De voorzitter:De heer Boon met een vervolginterruptie.De heer Boon (PVV):Ja, dit is de laatste hoor. Er werd gesproken over dat het kabinet verant-woordelijk leiderschap moet tonen. Ik ben juist blij dat het dat gedaanheeft. Het heeft juist verantwoordelijk leiderschap getoond. Het is volledigachter de Nederlandse samenleving gaan staan, die echt van walgingsprak en spreekt. Walgelijk. Nog steeds. U zegt dan: ze hadden nietmoeten verdelen. Met dit soort tuig kun je juist niet hard genoeg verdelen.Ik ben blij dat er juist een scheiding zit tussen de Nederlanders die aan degoede kant staan en dit tuig. Dus ik kan alleen maar zeggen: compli-menten aan het kabinet. Dat D66 daar anders over denkt, zegt heel veelover D66.De voorzitter:Dat was geen vraag. U kunt erop reageren.De heer Bamenga (D66):Nee, dit was geen vraag, maar zoals ik net al vroeg: waar is de PVV meebezig? Is de PVV überhaupt bezig met integratie? Volgens mij niet.Volgens mij is de PVV hier alleen maar bezig met groepen verder verdelenen polariseren. Ik zou toch wel aan de PVV, een partij die nu regeringsver-antwoordelijkheid heeft, willen vragen om daar in ieder geval te staanvoor alle Nederlanders. Want dat is wat in de Grondwet staat. Dat is onzerol. Dat is onze taak als volksvertegenwoordigers: staan voor alleNederlanders. Die is niet om mensen over één kam te scheren. Dat is watde PVV doet. Dat moet eens een keertje ophouden.De voorzitter:Dank u wel. Kunt u uw betoog vervolgen? Ik wil eenieder vragen om welvia de voorzitter te spreken, zoals gebruikelijk is. U heeft een interruptievan mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):De heer Bamenga zegt terecht dat er geen olie op het vuur gegooid moetworden en hij pleit voor water op het vuur. Nou weet iedereen dieweleens vlam in de pan gehad heeft, dat je er absoluut geen water opmoet gooien. Dat is misschien ook wel een metafoor voor deze situatie. Ikdenk dat wat D66 voorstelt, namelijk alleen verbinden en niet benoemenwat fout gaat, ook – mag ik interruptie heel even afmaken? – geenoplossing is. Hoe denkt de heer Bamenga dan om te gaan met wat hij aanhet begin schetste? Natuurlijk, jonge mensen die hier naar de samen-leving komen en die ontzettend hun best doen om mee te doen, verdienenalle steun. Waarom zegt D66 nou eigenlijk tegen deze mensen: als wijscherp zijn over mensen die niet goed geïntegreerd zijn, voel je je eigenlijkterecht aangevallen, want dat gaat dan ook over jou? Waarom zegt deheer Bamenga niet, zoals de VVD: dit gaat helemaal niet over jou? Als weeen integratieprobleem benoemen, dan benoemen we niet dat eenbepaalde bevolkingsgroep het in dit land niet goed zou doen, maar danbenoemen we wel dat we bij een bepaalde bevolkingsgroep in dit landeen oververtegenwoordiging zien in bepaald gedrag. Dat willen webenoemen om het op te kunnen lossen. Het gooien van olie op het vuurheeft geen zin, maar het afblussen met water en het niet willen zien wat erdaadwerkelijk aan de hand is, heeft ook geen zin. Wil D66 met ons tegenal deze mensen zeggen: dit gaat niet over jullie, maar we gaan wel evenaan de slag met degenen bij wie het wel fout gaat?De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9130 Ik knikte net al even. Sorry voor die onderbreking, maar het was eendergelijke onwaarheid waardoor ik moest reageren. Wij zeggen namelijkhelemaal niet dat je het niet moet benoemen. Je moet het juistbenoemen, maar dat is een begin van een oplossing. Vervolgens moet jekijken hoe we dit met z’n allen kunnen oplossen. Dat is wat er moetgebeuren. Ik ging juist in op het feit dat er alleen maar olie op het vuurwordt gegooid en de samenleving alleen maar wordt verdeeld, terwijl diteen uitdaging is die we met z’n allen moeten aanpakken. Het is eenuitdaging die wij in de samenleving samen moeten oppakken, met debuurtvaders, met de wijkcoaches, met iedereen die hier last van heeft. Datis waar ik het over heb.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Bamenga (D66):Ik vraag aan de Staatssecretaris om te reflecteren op de afgelopen weken.Ik hoor graag hoe hij denkt de voorbeeldfunctie van de politiek te kunnenherstellen.Nu kom ik bij de rol van deze Staatssecretaris zelf. De Staatssecretaris isverantwoordelijk voor integratie en maatschappelijke samenhang. Inplaats van mensen te verbinden heeft deze Staatssecretaris met zijnuitspraken hele bevolkingsgroepen over één kam geschoren. Volgens deStaatssecretaris heeft Nederland een heel groot probleem met deintegratie van islamitische jongeren. Hij stelt dat ze onze normen enwaarden voor een groot deel niet onderschrijven. Staat de Staatssecre-taris nog steeds achter deze uitspraak en wat bedoelde hij daar preciesmee? Kan de Staatssecretaris het probleem dat hij ziet concreet maken?Wie zijn er niet goed geïntegreerd? Hoe groot is deze groep? Welkenormen en waarden worden niet onderschreven? Welk bewijs heeft deStaatssecretaris voor deze claims? Hoe draagt deze uitspraak bij aanverbinding en maatschappelijke samenhang? Welke maatregelen gaat hijnemen om de integratie en de maatschappelijke samenhang te verbe-teren? Hoeveel geld heeft de Staatssecretaris geregeld voor dit beleid ofhoeveel geld gaat hij hiervoor regelen? Wat kunnen we verwachten vanzijn aangekondigde actieplan integratie en wanneer krijgen we dat? DeStaatssecretaris noemde hogere taaleisen. Wat gaat hij doen om detaalontwikkeling van nieuwkomers te verbeteren? Hoe gaat hij dezemensen helpen om de taal te leren? Als hij vindt dat dit belangrijk is, vindthij D66 namelijk geheel aan zijn zijde.De Staatssecretaris benadrukt ook het belang van werk. Ook hierbij vindthij D66 geheel aan zijn zijde. Maar wat gaat de Staatssecretaris hieraandoen? Bijna 40% van de moslims weet zeker gediscrimineerd te zijn bijhun zoektocht naar een baan. Jongeren met een migratieachtergrondworden door discriminatie uitgesloten van participatie in onderwijs en opde arbeidsmarkt. Dit laat zien dat discriminatie helaas nog een veel tegroot probleem is in Nederland. Het is niet zo dat mensen niet willenwerken, maar als ze door discriminatie geen baan kunnen vinden, danzitten ze alsnog thuis. Hoe reflecteert de Staatssecretaris hierop?De voorzitter:Dit roept een interruptie op.De heer Boon (PVV):Ik ben het met de heer Bamenga eens dat discriminatie verwerpelijk is enaltijd moet worden bestreden. Maar ziet de heer Bamenga dat er ook eenverschil is tussen daadwerkelijke discriminatie en de beschuldiging vandiscriminatie? Ik spreek uit ervaring. Ik heb tien jaar in de gevangenisgewerkt. Ik en mijn collega’s werden dagelijks uitgemaakt voor racist. Webehandelden iedereen precies hetzelfde. Dat konden we ook hardmaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9131 Toch bleef het verwijt. Heel veel Nederlanders maken dit mee. Agenten,buschauffeurs, tramchauffeurs, leraren en vele anderen worden dagelijksonterecht uitgemaakt voor racist of iemand die discrimineert. Ziet de heerBamenga ook dat probleem? En wil hij ook dat daar iets aan wordtgedaan?De heer Bamenga (D66):We hebben allemaal vooroordelen. Juist omdat we allemaal vooroordelenhebben, is het belangrijk dat als iemand tegen je zegt «goh, ik voel megediscrimineerd» of «ik voel me racistisch bejegend», je op dat momentde vraag stelt hoe dat komt. Misschien wilde je niet discrimineren ofiemand racistisch bejegenen, maar voor hetzelfde geld heb je dat vanuit jevooroordeel wel gedaan. Als iemand aangeeft dat hij het gevoel heeft dathij gediscrimineerd is, is het dus belangrijk dat je de verbinding zoekt ende juiste vraag stelt, om erachter te komen of je wel of niet gediscrimi-neerd hebt. Het is namelijk ook nog de vraag of iemand bedoeld ofonbedoeld gediscrimineerd heeft. Dat is ook heel erg belangrijk. Ik denkdat wij dat nodig hebben in de samenleving.De voorzitter:Een vervolginterruptie van de heer Boon.De heer Boon (PVV):Ik ben het daar heel erg mee eens, maar u begrijpt precies wat ik bedoel.Ik weet niet of u weleens heeft meegelopen in de trein. De conducteurcontroleert iedereen, en als hij bij een bepaald iemand aankomt en vraagtom een kaartje, is het eerste wat hij te horen krijgt: jij bent een vieze racist.Snap je? Dat is een voorbeeld. Een leraar kijkt naar punten op een rapporten geeft naar eer en geweten een schooladvies, maar krijgt ook te horendat hij discrimineert. Zo zijn er vele voorbeelden van mensen die totaalniet in de buurt van discriminatie of racisme komen, misschien zelfs hettegenovergestelde, en die wel dagelijks voor racist worden uitgemaakt enworden belasterd. Erkent u dat probleem ook? Zegt u: «Daar moet nu ookeens een keer tegen opgetreden worden. Daar moeten we ook eens meekappen. We moeten niet iedere keer accepteren dat politieagenten wordenuitgescholden voor racist en dat wordt gezegd dat ze discrimineren. Wemoeten ook gewoon eens een keer zeggen: nee, mensen, jullie moeten jeaanpassen; het probleem ligt nu bij jullie»?De heer Bamenga (D66):Discriminatie is nooit acceptabel, op geen enkele manier. Dat gebeurt opdit moment wel. Mensen worden gediscrimineerd. Vorige week is er nogeen rapport verschenen over discriminatie onder kinderen. Dat is echtwalgelijk. We hebben het hier nota bene over kinderen. Het is walgelijk datdit al van jongs af aan gebeurt. Mensen willen gewoon het beste makenvan hun leven hier in Nederland. Vervolgens worden ze uitgesloten.Vervolgens worden ze gereduceerd tot hun etniciteit. Vervolgens wordenze gereduceerd tot de naam die zij hebben of hun religie. Dat is onaccep-tabel. Zeker als wij hier praten over integratie, over samenleven, over hetbenutten van talenten van mensen in Nederland, zouden we dat keihardmoeten aanpakken. En ja, het gebeurt inderdaad – dat heb ik zojuist ookaangegeven – dat mensen het gevoel hebben dat ze gediscrimineerdworden. In dat soort situaties moet je juist met elkaar in gesprek om tekijken hoe dat komt, in plaats van te gaan verdelen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9132 Het is niet zo dat mensen niet willen werken, maar als ze door discrimi-natie geen baan kunnen vinden, zitten ze alsnog thuis. Hoe reflecteert deStaatssecretaris hierop? De Wet toezicht gelijke kansen bij werving enselectie, die juist deze arbeidsmarktdiscriminatie zou bestrijden, isweggestemd in de Eerste Kamer, mede dankzij de partij van dezeStaatssecretaris, mede dankzij de VVD. Maar aangezien hij werk zobelangrijk vindt, hoor ik graag van hem hoe hij ervoor gaat zorgen datnieuwkomers en mensen met een niet-Nederlandse achtergrond hier eenbaan kunnen vinden zonder gediscrimineerd te worden.Voorzitter. Afgelopen vrijdag is een CBS-rapportage Integratie ensamenleven gepubliceerd. Als we naar de feiten kijken, zou je kunnenconcluderen dat het juist steeds beter gaat met de integratie. We wetendat mensen met een migratie-achtergrond steeds meer meedoen in deNederlandse samenleving. De arbeidsparticipatie neemt toe. De onder-wijsresultaten worden beter. Erkent de Staatssecretaris deze positieveontwikkelingen? Vindt hij ook dat het de goede kant op gaat?Voorzitter. We zien dat er bezuinigd wordt op verschillende posten diebetrekking hebben op integratie, zoals de post Oorlogsgetroffenen enHerinnering Tweede Wereldoorlog op de begroting VWS. Dat betekentonder andere een korting op herinneringscentra zoals Westerbork. Wehebben al een amendement en een motie hierover ingediend. Het kabinetbezuinigt op het budget voor de lokale aanpak van radicalisering,extremisme en terrorisme met 0,6 miljoen in 2026. Er wordt 1 miljardbezuinigd op het maatschappelijk middenveld. Dit kabinet halveert hetprogramma vroege participatie en integratie met onder andere taallessenin azc’s. Welk effect denkt deze Staatssecretaris dat deze bezuinigingengaan hebben op de integratie, op de maatschappelijke samenhang? Alsdit kabinet en deze Staatssecretaris integratie zo’n groot probleem vinden,waarom wordt er dan bezuinigd op deze zaken?Voorzitter. Dit kabinet wil de lat voor nieuwkomers heel hoog leggen, endat mag ook. Je mag echt wel wat van mensen vragen. Zoals ik eerder zei:integratie gaat over die wisselwerking van kansen bieden en kansenkrijgen. Dus we moeten wel de mensen de stok aanreiken die ze nodighebben om over die lat heen te springen. Dat doet dit kabinet niet. Sterkernog, dit kabinet breekt die stokken in tweeën. D66 ziet en doet dit anders.D66 verwacht dat mensen meedoen in de maatschappij en dat diemaatschappij kansen biedt. Nu zien we te vaak dat nieuwkomers langmoeten wachten voordat ze kunnen deelnemen aan de maatschappij. D66reikt de Staatssecretaris graag ideeën aan over hoe iedereen vanaf dagéén kan meedoen. Dat begint bij goede inburgering. D66 heeft hier in hetverleden al voorstellen voor gedaan in de initiatiefnota van mijn collegaAnne-Marijke Podt. Hoe kijkt de Staatssecretaris naar deze plannen?Voorzitter. Als we daarvoor kiezen, kunnen we nieuwkomers een kansgeven vanaf dag één. Er zijn genoeg positieve voorbeelden in Nederland.In de gemeente Meierijstad krijgen asielzoekers vanaf dag één taalles enworden ze begeleid bij het vinden van vrijwilligerswerk. Na de eerste 24weken waarin asielzoekers wettelijk nog niet aan het werk mogen, wordende gemotiveerde deelnemers aan werk geholpen. Zo heeft een groot deelvan de asielzoekers al een baan voordat ze een verblijfstatus krijgen.Meierijstad heeft de afspraak met het COA dat asielzoekers die hunprogramma volgen en een baan krijgen op fietsafstand van hun werk,gehuisvest worden.Een ander positief voorbeeld is de pilot Iedereen aan Boord, van Bureaude Werkvloer in Deventer. Zij hebben aangetoond dat het effect heeft ommensen, al voordat ze aan de beurt zijn voor inburgering, taalles eninburgeringsactiviteiten aan te bieden. In vijf maanden tijd zijn alle 45deelnemers minstens één taalniveau opgeschoven en zijn 9 deelnemersnaar werk begeleid. Deelnemers komen uit hun isolement, leren de stadkennen, bouwen een netwerk op en bereiden zich voor op de arbeids-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9133 markt. Bovendien neemt hun zelfredzaamheid toe en voelen zij zich meeren meer volwaardig inwoner van Deventer.Voorzitter, ik rond af. Integratie begint bij de herkenning en erkenning vande meerwaarde van mensen. Zij gaat over die wisselwerking: kansenbieden en kansen grijpen. Zij gaat over het idee dat we talenten zien,kansen bieden, obstakels wegnemen en een platform bieden voordoorontwikkeling. Zij gaat over het respecteren van gedeelde waarden enhet leren omgaan met verschillen, en over de vraag: wat verbindt ons enhoe kunnen we samenleven?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik doe even een mededeling. Ik denk dat we nog minimaalanderhalf uur nodig hebben voordat we kunnen gaan schorsen. Ik wil deschorsing combineren met de lunch. Ik zou om die reden nu eenplaspauze willen inlassen van vijf minuten. Dat kunt u even op krachtkomen en weer energie krijgen. Daarna is mevrouw Becker aan hetwoord. Zij heeft waarschijnlijk een prachtig epistel. Tot over vijf minuten.De vergadering wordt van 11.50 uur tot 11.59 uur geschorst.De voorzitter:Goedendag, beste mensen. Wij hebben even een schorsing gehad. Nukunnen wij weer doorgaan. Mevrouw Becker van de VVD is aan hetwoord. Zij zal met haar betoog openen.Mevrouw Becker (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik vind het ontzettend goed dat we vandaag, naaraanleiding van de begroting, weer een groter debat hebben overintegratie en over inburgering. Dat was eigenlijk best een lange tijdgeleden. Ik ben het helemaal eens met de oproep van de voorzitter: latenwe dat op inhoud doen, laten we dat genuanceerd doen en laten wedaarbij rechtdoen aan alles wat daarover in de samenleving leeft. Maarlaat ons wel met concrete oplossingen komen, want er is nogal wat aande hand. De afgelopen weken hebben we felle debatten gezien enverschillende partijen, waaronder die van mij, hebben gezegd dat dit landmet een integratiecrisis kampt. Ik vind het fijn dat we het daar vandaagmet elkaar over kunnen hebben. Ik vind het overigens wel opmerkelijk dateen van de partijen die dat zeiden, namelijk het CDA – de heer Bontenbalzei dat politici te weinig tijd besteden aan integratie – bij dit debatontbreekt. Dat is jammer, want volgens mij moeten wij het daar met zoveel mogelijk partijen over hebben.Voorzitter. Veel mensen met een migratieachtergrond doen het top in ditland. Het zijn gewoon hardwerkende Nederlanders. Dat zie ik dagelijks ommij heen. Maar het rapport Integratie en samenleven 2024, dat vrijdagdoor het CBS is uitgebracht, laat zien dat er ook problemen zijn metintegratie. Vaker dan bij mensen zonder migratieachtergrond, is er bijmensen met een migratieachtergrond sprake van een taalachterstand, vanschooluitval of van een uitkering. Volgens cijfers is onder hen ook decriminaliteit hoger, met name onder de tweede generatie jongens vanMarokkaanse, Nederlands-Caribische en Surinaamse komaf. Bij status-houders en eerstegeneratiemigranten van buiten de EU baart dan weerhet hoge aantal uitkeringen zorgen.Veel trends kennen gelukkig wel een stijgende lijn. Een aantal partijen zeidat vandaag ook: dingen gaan goed, dingen gaan beter. Er is bijvoorbeeldmeer deelname van leerlingen aan havo en vwo. Mevrouw Tseggainoemde dat vandaag. Ik denk wel dat het goed is om daarbij het heleverhaal te vertellen, want daar staat namelijk tegenover dat leerlingen vanMarokkaanse, Turkse, Surinaamse of Caribische afkomst juist minder vaakslagen voor het examen dan voorheen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9134 Andere rapporten laten zien dat het ook met de vrije samenleving langniet altijd goed gaat. Dit jaar waren er meer dan 600 meldingen vaneergerelateerd geweld. Een hoog aantal daarvan kwam uit de Syrischegemeenschap. En dat is nog maar het topje van de ijsberg, want we wetenook dat heel veel niet wordt gemeld. Een kleine, harde kern van deislamitische gemeenschap wordt steeds orthodoxer. Dat zagen we in eenonderzoek van het SCP. Natuurlijk hebben wij dat in de Kamer ook zelfbesproken bij het parlementaire onderzoek naar ongewenste buitenlandsebeïnvloeding. We hebben twee rapporten ontvangen van Clingendael,waaruit blijkt dat ruim 64% van de Nederlanders met een Turkse achter-grond zich meer Turks dan Nederlands voelt en dat slechts 36% van henaangeeft zich thuis te voelen bij de Turkse én de Nederlandse identiteit.Zorgelijk is ook dat een kwart van de mensen met een Turkse achtergrondzich in dit land onveilig voelt door de invloed van Turkije in Nederland. Ineen stad als Rotterdam leven volgens schattingen minstens 200verborgen vrouwen achter de voordeur. In Nederland leven vermoedelijk41.000 vrouwen die genitaal verminkt zijn.Voorzitter. Dit zijn cijfers, maar dit soort abstracte cijfers krijgen regelmatigeen gezicht: bij de eerwraak tegen de 18-jarige Ryan uit Joure onlangs, bijde rellen in de RAI rond de Turkse verkiezingen, bij een prediker in deHaagse As-Soennah moskee die vrouwenbesnijdenis aanbeveelt, bij eenprediker in een Turkse moskee die leden van Hamas vrijheidsstrijdersnoemt, bij rellen in de Schilderswijk, bij demonstraties van Samidoun enrecent bij de vreselijke gebeurtenissen in Amsterdam, waarbij scootertuigJoden opjaagde door de stad.Voorzitter. Ik wil vandaag heel helder zeggen dat de VVD dit alles nietbenoemt om te polariseren of om groepen over één kam te scheren. Datdoen we nadrukkelijk niet. Ik benoem wel waar het concrete probleem zitom die problemen vervolgens op te kunnen lossen. We willen werk makenvan volwaardig meedoen voor iedereen en grenzen stellen voor wie datniet wil, waar we niet tolerant mogen zijn voor intolerantie. We willenwerk maken van een samenleving waarin we mensen niet opsluiten inhun eigen bubbel aan de zijlijn, maar iedereen wordt geacht volwaardigmee te doen en ook de kans daartoe krijgt. We moeten er heel eerlijk overzijn: van links tot rechts hebben partijen té lang weggekeken of makkelijkgeroepen. Daar had ik het net al even over in het interruptiedebat met deheer Boon. De VVD komt met concrete voorstellen voor een vrijesamenleving. Er is actie nodig.Voorzitter. Ik ben daar ook hoopvol over, want we hebben eindelijk eenmeerderheid die grip wil krijgen op migratie en die op het terrein vanintegratie ook wil bekijken wat bij Nederland past en hoe we voorvolwaardig meedoen kunnen zorgen.De voorzitter:Dat roept een interruptie op van de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):De VVD geeft aan dat ze groepen niet over één kam wil scheren. Dan benik wel benieuwd hoe mevrouw Becker kijkt naar de uitspraak van deStaatssecretaris dat islamitische jongeren voor een groot deel deNederlandse normen en waarden niet onderschrijven.Mevrouw Becker (VVD):Ik denk dat de Staatssecretaris wel meer heeft gezegd dan dat. Hij heeftgezegd dat hij zich zorgen maakt over integratie in de samenleving enover denkbeelden bij een deel van de islamitische jongeren. Ik heb daarzelf zonet ook iets over gezegd in mijn bijdrage. En dat zeg ik niet alleen,het staat bijvoorbeeld ook in een rapport van het SCP. Daarin wordtaangegeven dat er een groep is van Nederlandse jongeren die zicheigenlijk steeds meer terugtrekt in orthodoxe denkbeelden en zich geenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9135 onderdeel meer voelt van de Nederlandse samenleving. Ik denk dat hetheel goed is dat dat benoemd wordt. Voor de rest was ik eigenlijk niet vanplan om in mijn bijdrage onze Staatssecretaris te recenseren, want ik denkdat het goed is als hij er zelf iets over zegt. Wel wil ik hier vragen enopmerkingen vanuit de VVD neerleggen over hoe we dat integratiepro-bleem daadwerkelijk kunnen gaan oplossen.De voorzitter:Dit wordt uw vijfde interruptie, meneer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Ik stelde een vraag en ik krijg daar eigenlijk geen antwoord op. Ik steldedeze vraag ook omdat mevrouw Becker eerder heeft aangegeven dat je dedaders moet aanpakken. Mevrouw Becker heeft ook aangegeven dat jegroepen niet over één kam moet scheren. En toch is de uitspraak gedaan,door de Staatssecretaris, iemand van haar eigen partij, dat er groteproblemen zijn rondom islamitische jongeren. Daarom wil ik graag wetenof de VVD hier gewoon afstand van neemt, ja of nee.Mevrouw Becker (VVD):Nee, dat doe ik niet. Ik vind inderdaad dat we groepen niet over één kammoeten scheren, maar ik vind het heel goed dat ook deze Staatssecretariswel benoemt waar de problemen zijn. Wat hebben we gezien inAmsterdam met de Jodenjacht, met scootertuig dat Joden heeftnagejaagd? Wat zit daaronder? Ik denk dat het heel goed is om daarnaarte kijken. Ik kijk ook naar de rapporten, bijvoorbeeld dat van het PewResearch Center, waarin gewoon staat dat 44% van de Turken en 78% vande Marokkanen, ook jongeren, een negatief, ongunstig beeld heeft vanJoden. Dan denk ik dat het heel goed is om bij het aanpakken vanantisemitisme in deze samenleving ook te kijken wat er speelt in islami-tische hoek. Dat betekent niet dat iedereen die islamitisch is of iedereendie een Marokkaanse of een Turkse achtergrond heeft, daarmee antisemi-tisch is. En we moeten ook benoemen dat antisemitisme ook voorkomt bijextreemlinks en extreemrechts. Het komt dus niet alleen uit deze hoek. Ikdenk dus dat er een breder verhaal bij hoort dan die ene quote van eenStaatssecretaris die u er nu uitpikt, maar het legt wel bloot dat onzepartijen er verschillend naar kijken. Waar D66 zegt dat dit een probleem isvan te weinig verbinding, en dat we mensen meer kansen moeten geven,zegt de VVD: dat zijn wij met u eens, maar u vergeet een belangrijk deel tebenoemen, namelijk dat bij sommige mensen ook het probleem zit dat zijzelf de waarden van de Nederlandse samenleving niet onderschrijven engevoelig zijn voor buitenlandse beïnvloeding, en dat we daar ook wat aanmoeten doen.De voorzitter:Meneer Bamenga, dit wordt uw laatste interruptie.De heer Bamenga (D66):Mevrouw Becker geeft aan dat ze eigenlijk geen afstand neemt van deuitspraken van Staatssecretaris Nobel dat islamitische jongeren voor eengroot deel onze normen en waarden niet onderschrijven. Dat vind ik bestpijnlijk en het markeert inderdaad het verschil tussen VVD en D66 hierin.De VVD wil namelijk graag groepen over één kam scheren en mensenreduceren tot hun geloof of etniciteit. Dat is inderdaad iets wat wij als D66niet doen. Wat de VVD verder nog doet, is mensen juridisch andersbehandelen, op basis van dubbele standaarden, afhankelijk van of ze welof niet een dubbel paspoort hebben. Dat zijn allemaal zaken die de VVDinderdaad echt anders doet dan D66. Ik geloof als D66’er dat dat niet debasis is van integratie. De basis van integratie is kijken wat ons samenverbindt, om te zorgen dat mensen in de samenleving op een eerlijke enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9136 serieuze manier gezien worden als burgers van deze samenleving. Hetpast bij onze liberale waarden dat we mensen als individu behandelen enniet behandelen op basis van hun etniciteit. We beoordelen mensen op dedaden die zij plegen. Dat is inderdaad het verschil tussen D66 en VVD.De voorzitter:Dank u wel. Ik hoorde geen vraag dus u hoeft er niet op te reageren,mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Nee, voorzitter, maar ik zou hier toch heel kort op willen reageren, want ikben het daar volledig mee eens. Het gaat om je gedrag; het gaat niet omje geloof. Het gaat niet om je afkomst maar het gaat om je toekomst. Ikvind het zo jammer dat er eigenlijk vanuit partijen zoals die van de heerBamenga dreigt te worden gepolariseerd door, als de VVD een probleembenoemt dat bij een deel van een bepaalde groep voorkomt, te zeggentegen al die mensen over wie dit niet gaat: de VVD bedoelt daar ook joumee. Nee, de VVD bedoelt jou daar niet mee, want wij beoordelenmensen op hun eigen gedrag. Wij beoordelen individuen. Als je hiervolwaardig meedoet en je daar helemaal niks mee te maken hebt, dangaat dit dus niet over jou, dan ben jij die hardwerkende Nederlander, endan is het in ons aller belang dat wij benoemen waar het fout gaat zodatwe dat kunnen oplossen. En we moeten niet alleen benoemen, maar ooknaar oplossingen gaan.Dan wou ik nu eigenlijk verdergaan met mijn betoog, voorzitter.De voorzitter:Ja, graag.Mevrouw Becker (VVD):Ik ben ontzettend blij dat deze Staatssecretaris niet alleen dingenbenoemt, maar ook een hele integratieagenda heeft aangekondigd en dater al een tijd een nieuwe inburgeringswet is met een hoog taalniveau enwaarin werk centraler wordt gesteld. Maar zoals een recente synthese-studie die ook op de agenda van dit debat staat, laat zien, zit de uitvoeringin de praktijk een op papier effectief stelsel op dit moment in de weg.Daarover kunnen wij vandaag het debat met Staatssecretaris Coenradieaangaan. Daar ligt voor haar wat mij betreft ook een belangrijke verant-woordelijkheid. Ik zou mijn inbreng langs twee lijnen willen doen: teneerste de sociaaleconomische integratie, waar taal en werk een crucialerol bij spelen, en ten tweede de vrije waarden van onze samenleving.Ik begin met sociaaleconomisch. De hoge uitkeringsafhankelijkheid vanmensen met een migratieachtergrond laat zien dat het nieuwkomers nogonvoldoende lukt om mee te doen. De VVD denkt dat veel meer aandachtvoor taal en voor werk hier de sleutel is. Wij willen snel de regel invoerendat je Nederlands op B1-niveau, het niveau voor de werkvloer, moetspreken voordat je Nederlander kan worden en dat je pas Nederlander kanworden als je hier tien jaar woont en ook daadwerkelijk iets hebtopgebouwd. Wanneer kan de Kamer concrete wetgeving verwachten?Want dit hebben we afgesproken in het hoofdlijnenakkoord.Ook wil de VVD de taaleis behouden in de bijstand. De huidige plannenrond de Participatiewet schrappen de eis om, als je bijstand ontvangt, tewerken aan taalverbetering, zodat taal geen belemmering kan zijn om aande slag te komen. Er is vorige week een motie aangenomen om dezeplannen te heroverwegen. Daar ben ik blij mee, maar wanneer komt deStaatssecretaris met de uitvoering daarvan? Is hij bereid daarbij ook tekijken naar de tegenprestatie of het «passend aanbod», zoals we het ookweleens noemen, in de bijstand om ook daar mensen beter te kunnenactiveren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9137 Voorzitter. Ik zei het al: veel te veel statushouders staan langs de kant. Vande groep die hier in 2014 kwam, zit nu, tien jaar later, nog altijd de helft ineen uitkering. De VVD kwam met het idee van startbanen. Als je alsstatushouder in een gemeente komt wonen, zou je niet eerst een uitkeringmoeten krijgen maar meteen een plek waar je werkervaring kan opdoen.De VVD wil dat, na de paar pilots die hier nu mee gedaan zijn, veel meergemeenten volgens dit principe gaan werken. Hierbij hoort ook dat, alsasielzoekers hun status krijgen, hun professionele gegevens en gegevensover hun vaardigheden onmiddellijk, eventueel geanonimiseerd, gedeeldmoeten worden met werkcentra en uitzendbureaus. Zij kunnen danmeteen aan de slag gaan met matching, jobcarving en wat er nodig is omdeze mensen aan de slag te krijgen. Is de Staatssecretaris tot zo’n uitrolbereid?Hoe ziet de Staatssecretaris zijn mogelijkheden om ervoor te zorgen datstatushouders niet te kieskeurig kunnen zijn in welke baan ze accepteren?Want natuurlijk wil iedereen het liefst doen waar zijn of haar hart ligt, waarhij of zij voor heeft gestudeerd of een opleiding voor heeft gevolgd, maarom arbeidsritme te krijgen en te wennen aan ons land is werken echtbeter dan thuiszitten. Kan de Staatssecretaris ervoor zorgen dat status-houders die al twee keer een aanbod hebben geweigerd, de derde keerdie baan moeten accepteren omdat er anders gekort kan worden op deuitkering?Voorzitter. We willen dat statushouders aan de slag gaan, maar danmoeten er wel werkgevers zijn die banen kunnen aanbieden. Het kost vooreen ondernemer soms gewoon extra moeite om een statushouder tebegeleiden. In september zou een subsidieregeling zijn opengesteld voorwerkgevers om statushouders in dienst te nemen. Hoe staat het met deaanvragen daarvan? Er is € 6.000 per statushouder beschikbaar. Is dat open wordt dat op een goede manier ingezet?Voorzitter. Welke werkgever je ook spreekt; je hoort overal dat er eengroot tekort is aan mensen, met name in sectoren als de bouw, de zorg ende techniek. Wij dringen als VVD al langer aan op afspraken met tekortsec-toren over de inzet van statushouders, bijvoorbeeld door ze verkort op teleiden voor de zorg en de bouw. Ik las in de stukken dat er nu sectoraleontwikkelpaden kraptesectoren zijn, maar dat is iets wat op papier staat.Dat betekent dat je op papier kunt lezen welke functies er allemaalmogelijk zijn binnen een bepaalde sector. Maar dat dat op papier staat,betekent natuurlijk niet dat die statushouders daar vervolgens alsdonderslag bij heldere hemel aan de slag kunnen gaan. Is de Staatssecre-taris bereid zelf met sectoren afspraken te gaan maken en als overheideen actievere rol daarin te spelen, zodat statushouders worden verbondenmet opleidingen en vacatures in tekortsectoren, zodat niet iedere branche,ieder ziekenhuis, ieder bouwbedrijf zelf het wiel hoeft uit te vinden enzodat gegevens ook beter ontsloten worden?Hoe staat het met het vervolgonderzoek naar ondernemerschap bijstatushouders en naar wat daarin belemmeringen zijn? Veel mensenhebben in hun thuisland een ondernemende rol gehad en die pastmisschien hier ook om snel aan de slag te kunnen komen. Waar blijft datvervolgonderzoek? Kan er in iedere arbeidsmarktregio een aanspreekpuntkomen voor statushouders die een onderneming willen starten?Voorzitter. Wij lazen dat nu de 24 wekeneis is geschrapt het vorige kabinetervoor heeft gezorgd dat asielzoekers voorrang hebben bij het UWV als zijeen tewerkstellingsvergunning aanvragen. Voor hen gelden twee in plaatsvan vijf weken. Wij zouden willen weten ten koste van welke andereaanvragers dit gaat. Vindt de Staatssecretaris dat eerlijk? Waar blijft deuitvoering van de motie van de heer Flach en mijzelf om kansarmeasielzoekers te weren van de arbeidsmarkt, waarvoor nu ook ruimte is inde nieuwe Europese migratieafspraken? Dat die 24 wekeneis eraf is, wilnatuurlijk niet zeggen dat mensen die helemaal geen kans maken om inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9138 Nederland te blijven, hier maar vol de arbeidsmarkt op zouden moetenkunnen.Dan heb ik een aantal vragen aan Staatssecretaris Coenradie over deinburgering. Hoe staat het met het aantal statushouders dat inmiddelsdaadwerkelijk een PIP, zo’n persoonlijk integratieplan, vastgesteld heeftgekregen? Hoeveel hebben ook echt een aanbod? Hoe kijkt de Staatsse-cretaris aan tegen de enorme vertraging in zowel de invoering alsuitvoering van de wet in diverse gemeenten? Wat is haar reactie op dezorg van NT2-docenten dat taallessen onder niveau zijn omdat gemeenteninkopen op prijs en niet op kwaliteit? Hoe gaat de Staatssecretaris detussenevaluatie van de inburgeringswet invullen? Kan zij toezeggen datna komend jaar een deel van de bekostiging richting gemeenten ookwordt gekoppeld aan hun daadwerkelijke uitstroomresultaten, zoals wewettelijk hebben bepaald? Wat is zij van plan met de regel in de wet datinburgeraars de eerste zes maanden niet meteen een volledige uitkeringop hun rekening krijgen? Zo staat het op dit moment namelijk in deinburgeringswet. Minister van Gennip heeft hier gezegd dat zij metwetgeving wilde komen waardoor inburgeraars weer vanaf dag ééngewoon een volledige uitkering op hun rekening krijgen. De VVD was hetdaar niet meer eens. In de inburgeringswet hebben we niet voor nietsontzorging afgesproken, zodat het automatisme van meteen een uitkeringkrijgen ervan af zou gaan, en ook zodat kwetsbare mensen beter zoudenkunnen worden geholpen. Is de Staatssecretaris bereid de wet gewoon instand te laten?Verder heeft de Staatssecretaris op haar begroting een besparing staan opde inburgeringsvoorzieningen op COA-locaties. Acht zij deze reali-seerbaar? Wat doet zij als de instroom niet dusdanig afneemt als nu isingeboekt? Wat is het effect van de besparingen op de Meedoen-balies enop taal in de COA-locaties?Tot slot. Het vorige kabinet was bezig met het ontwikkelen van ambitieuzestreefcijfers voor het vergroten van de arbeidsparticipatie van status-houders. Gaat dit kabinet ook met streefcijfers komen? En wanneer kan deKamer deze verwachten?Dat was mijn blokje sociaaleconomische integratie, voorzitter.De voorzitter:O, ik dacht dat dit uw hele betoog was.Mevrouw Becker (VVD):Nee, nog niet.De voorzitter:Dat is goed, maar dan is dit wel een natuurlijk moment om de heer Erginhet woord te geven voor een interruptie.De heer Ergin (DENK):Ik heb goed geluisterd naar mevrouw Becker. Het lijkt alsof de VVD eenbeetje aan het radicaliseren is. Onder het mom van «benoemen» wordenhele groepen mensen voor de bus gegooid en door het slijk gehaald, ookdoor het kabinet. We zagen mevrouw Bente Becker dit gewoon verde-digen. Zij verdedigt gewoon hier in dit huis dat grote groepen mensen opbasis van tientallen mensen voor de bus worden gegooid. Zij koppelt daareen verzonnen integratiecrisis aan. Ik zou mevrouw Becker willen vragen:kan zij aangeven waarom de VVD zo’n obsessie heeft met Nederlandersmet een migratieachtergrond? Waar ligt dat aan?De voorzitter:Mevrouw Becker ten aanzien van de obsessie.Mevrouw Becker (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9139 De VVD heeft een obsessie met vrijheid. De VVD realiseert zich dat wij hierin een land leven waar het uniek is wat je kunt doen. Wij hebbendemocratisch gekozen volksvertegenwoordigers. Wij hebben vrijheid vanmeningsuiting. Mannen, vrouwen, homo’s en hetero’s zijn in ons landgelijk. Je mag hier liefhebben wie je wil. Je mag houden van wie je wil. Erzijn heel veel landen in de wereld waar dit niet zo is. Generaties voor onshadden die kans ook niet. We hebben dus de hele dure plicht om dat tebehouden. Als we zien dat er vanuit bepaalde delen van groepen vanmensen met een migratieachtergrond – zeker niet allemaal, maar welvanuit een zorgelijk deel – soms een aanval wordt gedaan op dievrijheden, dan staat de VVD op. Als er, zoals ik net zei, in een stad alsRotterdam, maar ook in Amsterdam en Utrecht, naar schatting 200vrouwen verborgen achter de voordeur leven, zonder eigen pinpas, tegenwie wordt gezegd «jij moet later voor je man zorgen, want je bentminderwaardig», dan staat de VVD op. Als homo’s die op straat hand inhand willen lopen, te maken krijgen met geweld of als Joden te makenkrijgen met geweld, omdat er vanuit bepaalde bevolkingsgroepen wordtgezegd dat je minderwaardig bent als je homo of Joods bent, dan staat deVVD op. Als u dat radicaal noemt, dan ben ik heel radicaal in het verde-digen van vrijheid. Ik hoop dan dat de heer Ergin eens een keer in eenintegratiedebat zou willen ingaan op alle nuances die ik net noemde. Ikbenoemde dat het met heel veel mensen met een migratieachtergrond indit land hartstikke goed gaat en dat dit debat niet over hen gaat. Maar watzegt hij over de oververtegenwoordiging van Marokkaanse, Turkse,Nederlands-Caribische en Surinaamse mensen in de criminaliteitscijfers?Wat zit daaronder? Wat kunnen we daaraan doen? Dan komt de heer Erginaltijd – en dit is mijn laatste zin, voorzitter – met de woorden: dat ligt aandiscriminatie. Sorry, maar dat is te makkelijk. Er ís sprake van eenintegratieprobleem. Denk nou alstublieft samen met ons mee overoplossingen.De voorzitter:Dank u wel. De heer Ergin heeft een vervolginterruptie.De heer Ergin (DENK):Wat we zojuist hebben gezien, is een duidelijk toonbeeld van de enormeradicalisering van de VVD. Het gaat over vrijheid. Ik ben het er helemaalmee eens dat we vrijheden moeten beschermen. Maar we horen de VVDnooit als er demonstranten worden bekogeld met eieren; dan gaat hetnooit over achtergronden. We horen de VVD nooit op het moment dat erracistische en antisemitische spreekkoren te horen zijn in stadions; danhoren we de sterke spierballentaal van de VVD nooit. We horen de VVDnooit als het gaat om jonge meisjes die met een Marokkaanse Neder-lander thuiskomen en door hun vader, hun ouders en hun familie wordengeïntimideerd en weggezet. Dan horen we de VVD nooit over vrijheid. Wezien dat de VVD selectief aan het shoppen is in al die vrijheden en selectiefliberaal is. Het enige wat de VVD kan doen, is met de belerende vingerwijzen.Voorzitter. Ik ben de discussie over oververtegenwoordiging ook helemaalspuugzat. Ik kan ook allemaal cijfers laten zien waarmee ik dingen kanonderbouwen. Ik kan erop wijzen dat een bepaalde groep vaker naarvoren komt wat betreft pedoseksuele delicten. Ik kan hier ook integriteits-onderzoeken naar voren halen waarin de VVD koploper is. Ieder jaaropnieuw zien we dat VVD’ers koplopers zijn wat betreft integriteitsschen-dingen. Dan hoor ik de VVD nooit zeggen dat het een VVD-probleem isvan VVD-politici die oververtegenwoordigd zijn in integriteitschandalen.Dan horen we mevrouw Bente Becker niet. Ik roep haar op: «Kap hiermee!Behandel mensen eerlijk en rechtvaardig. Kijk naar individueel gedrag enga niet hele groepen over één kam scheren.»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9140 De voorzitter:Dank u wel. Ik heb geen vraag gehoord, maar u kunt erop reageren,mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Ik ga proberen om heel rustig en inhoudelijk kort even in te gaan op alleswat hier is gezegd.De voorzitter:Dat zou heel fijn zijn.Mevrouw Becker (VVD):De VVD staat vooraan als het gaat om het bestrijden van antisemitisme,uit welke hoek het ook komt. Mijn fractievoorzitter, Dilan Yes¸ilgöz, is daarnota bene in dit huis mee begonnen op het moment dat daar noghelemaal geen apart beleid voor was. In de nota die zij destijds samenGert-Jan Segers heeft opgesteld, schrijft zij dat antisemitisme uitextreemlinkse en uit extreemrechtse hoek komt, maar ook uit delen vande islamitische gemeenschap. Ik denk dat zij sindsdien met wel 30voorstellen is gekomen – later heeft college Ulysse Ellian dat overge-nomen – om dit probleem aan te pakken. Wij kijken daar dus genuanceerdnaar en zijn bezig om alle schakeringen van dit probleem op te lossen.Maar zodra wij dan benoemen dat er ook een probleem zit bij mensen metbijvoorbeeld een Turkse en een Marokkaanse achtergrond – dat probleemspeelt niet bij allemaal, maar wel bij een deel van deze mensen – dieeigenlijk vinden dat het jodendom niet oké is of dat het Joods zijn niet okéis, dan zegt de heer Ergin dat wij dat niet mogen benoemen. Ik wil het welbenoemen, want ik wil het oplossen. Hetzelfde geldt voor discriminatie.Dat zullen wij ook altijd bestrijden, vanuit welke hoek dat ook komt. Het isverschrikkelijk als mensen dat meemaken. Het gaat niet over waar jevandaan komt; het gaat over waar je naartoe wil. Het gaat ook overveiligheid in de moskeeën. Als er daar sprake is van dingen die niet veiligzijn, dan steunen wij gesprekken daarover; dan kijken wij naar een aanpak.Ik vind het zo jammer dat we hier een debat hebben over integratie en dater door een deel van de partijen, en ook door DENK, wordt gezegd: als jezegt dat er een integratieprobleem is, ben je geradicaliseerd. Dat is echtde wereld op zijn kop. Daar wil ik het maar bij laten; ik ga door met mijnbetoog als dat mag, tenzij ik nog een andere interruptie heb.De voorzitter:Dat is volgens mij niet het geval, dus u kunt uw betoog vervolgen.Mevrouw Becker (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dan ben ik toegekomen aan het onderwerp: vrijeNederlandse waarden. Voor de VVD is een succesvolle integratie alleenmogelijk als mensen de Nederlandse normen en waarden accepteren enomarmen: vrijheid van meningsuiting, gelijkheid tussen man en vrouw,tussen homo en hetero. Onze normen en waarden zijn namelijk geenkeuzemenu. Ze zijn essentieel voor wie wij zijn als land en waar we voorstaan. Dat betekent dat er geen ruimte is voor gedrag dat daar niet meestrookt. We kunnen niet meer zeggen: dat is nou eenmaal hun cultuur;daar bemoeien wij ons niet mee. Er is geen ruimte voor vrouwenonder-drukking. Er is geen ruimte voor intolerantie. Wie zich hier niet in kanvinden, kan zichzelf afvragen of Nederland dan wel de juiste plek voorhem of haar is. Als je hiernaartoe komt om gebruik te maken van onzevrijheid, maar je gunt in eigen kring anderen niet de toegang tot onzegrondrechten, tot onze vrijheden, wat kom je hier dan doen?Gesloten gemeenschappen, van streng islamitisch, christelijk totextreemrechts, kunnen een bedreiging vormen voor de vrijheid vanmensen die, soms gedwongen, tot deze gemeenschappen behoren. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9141 VVD wil dat er streng op toegezien wordt dat de individuele vrijheid vooriedereen geldt. De VVD maakte bij meerdere begrotingsbehandelingengeld vrij om vrouwen, homo’s en andersdenkenden te steunen in eensituatie van onderdrukking. Een deel van het meerjarenprogrammazelfbeschikking is met dat geld gefinancierd. Wij zijn blij dat dat is gelukt.Wel is het geld bij heel veel verschillende organisaties versnipperduitgezet. Wordt dat meegenomen in de evaluatie? Is de Staatssecretarisbereid om bij de evaluatie te kijken naar de effectiviteit van de erbijbetrokken organisaties? Hoe voorkomen we dat organisaties zelfdenkbeelden doorgeven die juist niet passen bij Nederland?Het risico bij een subsidie voor sleutelpersonen is bijvoorbeeld dat als jeover religieuze dilemma’s praat met ouders over het opvoeden vanjongens en meisjes, zo’n sleutelpersoon misschien te veel begrip toontvoor het religieuze perspectief, ten koste van het grondrecht van zo’nmeisje. Wordt naar dit soort zaken gekeken in de evaluatie? En waarommoet de evaluatie meer dan een jaar duren? Volgens mij moet er dannamelijk al een beslissing zijn gevallen over het vervolg, zonder dat deevaluatie al klaar is. Of is de Staatssecretaris nu al bereid om op basis vande evaluatie met een verbeterde actieagenda voor na 2025 te komen, metminder versnippering en meer focuspunten?Een van die focuspunten zou wat de VVD betreft zijn: financiële zelfred-zaamheid van vrouwen in gesloten gemeenschappen. Is hij bereid daareen groot punt van te maken? Ze hebben recht op toegang tot betaalmid-delen, tot een eigen gesprek met de gemeente over werk. Wil deStaatssecretaris bij iedere gemeente in Nederland nagaan of dieinmiddels ook altijd de vrouw uitnodigt voor een gesprek over werk alshet gezin een uitkering ontvangt? In het verleden deed de helft van degemeenten in Nederland dat niet.Is de Staatssecretaris bereid in overleg te treden met de bewindspersonenvan JenV en VWS over de mogelijkheid van een preventief gerechtelijkdwangbevel voor een uitreisverbod voor jonge meisjes, om genitaleverminking en huwelijksdwang te voorkomen, en voor een meldplichtschadelijke praktijken in zorg en onderwijs? Wanneer kunnen we alsKamer een gezamenlijke brief van deze departementen verwachten overde versterkte aanpak schadelijke praktijken, die we hebben afgesproken inhet hoofdlijnenakkoord? Wanneer gaat Staatssecretaris Coenradie ervoorzorgen dat die vrije waarden centraler in de inburgering komen? Denk ookaan meer aandacht voor de Holocaust en, als het kan, een aangescherpteparticipatieverklaring.Verder pleit de VVD al lang voor het aanpakken van problematisch gedrag,gedrag dat niet strafbaar is maar zich in het grijze gebied bevindt enwaarvan we zeggen: dit willen we niet in Nederland. Het gaat dan nog nietom het voorbereiden van terreurhandelingen of om strafbare feiten, maarwel over wanneer in een moskee bij een lezing bijvoorbeeld terreur wordtverheerlijkt of homoseksualiteit wordt afgekeurd. Dit soort dingenondermijnen onze vrije samenleving. In zijn brief over salafisme schrijft deStaatssecretaris dat 3% tot 5% van de moslims in Nederland salafistischis. Daarin schrijft hij zelf ook over dit grijze gebied. Het salafisme lijkt inNederland minder dreigend op dit moment, maar dat gaat dan vooralover de nationale veiligheid. Hoe zit het met onverdraagzameboodschappen? Ik heb twee aangenomen moties over het juridischdefiniëren van «problematisch gedrag», van die onverdraagzaamheid. Ikwil het kabinet opnieuw aansporen om deze met urgentie uit te werken. Ikzou me kunnen voorstellen dat je ernaar kijkt dat «problematisch gedrag»in verschillende sectoren misschien verschillend gedefinieerd is. Delandsadvocaat zei in het verleden: je kan niet met een generieke definitiekomen. Maar kunnen we dan misschien met een sectorale definitiekomen? Wil de Staatssecretaris dit meenemen in zijn verkenning naareffectiever optreden tegen onverdraagzaam en antidemocratischTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9142 gedachtegoed? Het is overigens goed dat hij zo’n verkenning heeftaangekondigd. Wanneer kunnen we die verwachten?Ook wil ik weten hoe de taskforce die was opgezet om problematischgedrag aan te pakken, wordt doorgezet. Verder wil ik weten met welkegesprekspartners de Staatssecretaris de aangekondigde integratieagendagaat maken. Hoe voorkomt hij buitenlandse en onvrije beïnvloeding aanzijn eigen tafel? Hoe zorgt hij ervoor dat organisaties representatief zijn?De helft van alle mensen met een Turkse achtergrond voelt zich volgenshet Clingendaelonderzoek bijvoorbeeld niet vertegenwoordigd door deTurkse koepelorganisaties waarmee het Rijk spreekt. En waar blijft deuitvoering van mijn motie waarin wordt verzocht om een overzicht vangesprekspartners en om een andere aanpak op dit punt? Minister vanGennip, de vorige Minister op dit onderwerp, was tegenstander van mijnagenda. Zij vond dat zij met iedereen moest kunnen praten en metiedereen om tafel moest kunnen zitten. Maar wij vinden als VVD dat jemoet kijken of mensen jouw vrije agenda delen, of dat ze misschienworden gefinancierd vanuit een buitenlands regime, waardoor het minderlogisch is dat ze jouw gesprekspartner zijn voor integratie.Tot slot, voorzitter. In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat weonderzoeken of we kunnen verbieden dat religieuze organisaties voormeer dan de helft van hun middelen afhankelijk zijn van financiering dooreen buitenlandse overheid, zoals nu het geval is bij bijvoorbeeld deDiyanetmoskeeën. Ik wil de Staatssecretaris vragen om dit snel op tepakken. In de stukken wordt gesuggereerd dat dit al is ingevuld met hetwetsvoorstel voor meer transparantie, dat al meer dan een jaar in deKamer ligt. Maar dat kan niet waar zijn, want het hoofdlijnenakkoordkwam daarna en vroeg toch echt iets meer. Dus wat kunnen wij op ditterrein van het kabinet verwachten?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dit levert een interruptie op van de heer Flach.De heer Flach (SGP):Ik heb geluisterd naar het betoog van mevrouw Becker. Ik ben het eensmet veel van wat zij zegt. Ze begon ook met te zeggen dat het belangrijk isom nuances te benoemen en ook te benoemen wat er daadwerkelijkgebeurt. In dat licht voel ik me er wat ongemakkelijk bij dat wanneermevrouw Becker het heeft over gesloten gemeenschappen, strengchristelijke gemeenschappen op één hoop worden geveegd met extreem-rechtse en radicaal-islamitische gemeenschappen. Volgens de definitiehoor ik, denk ik, bij zo’n streng christelijke groepering. Ik kan niet éénvoorbeeld bedenken waarin de onverdraagzaamheid die mevrouw Beckersignaleert, zich heeft geuit in geweld, onderdrukking of wat ook. Als datwel zo is, dan keur ik dat per direct hier af. Bedoelt mevrouw Becker nieteigenlijk dat er geen recht meer is op een afwijkende mening, dat«onverdraagzaamheid» betekent dat je dezelfde mening als de VVD zoumoeten hebben? Ik wijs erop dat er nog steeds ruimte is, ook in dit land,om afwijkend te denken rondom lhbti en genderideologie of om eenklassieke opvatting over het huwelijk, als zijnde iets voor een man en eenvrouw, te hebben. Dat is toch iets wat gewoon moet kunnen, zonder dat jedaarmee direct onverdraagzaamheid wordt verweten of dat je op éénhoop wordt geveegd met groeperingen die die onverdraagzaamheidomzetten in geweld? Ik heb daar echt grote moeite mee.Mevrouw Becker (VVD):Ten eerste heb ik geen dingen op één hoop willen vegen. We hadden hetover antisemitisme. Daarbij ging het over extreemlinks, extreemrechts endelen van de islamitische gemeenschap. Vervolgens hebben we het gehadover de aanval op de vrije samenleving. Ik heb gezegd dat het mij nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9143 uitmaakt op basis van welke religie je in dit land denkt vrijheden tekunnen ondermijnen, maar dat, als je dat doet, je altijd de VVD op je padzal vinden. Helaas zijn er ook voorbeelden uit heel streng gereformeerde,uit heel streng christelijke hoek waarbij de VVD vindt dat die vrijheidwordt ondermijnd. Ik noem bijvoorbeeld scholen waar op dit moment inNederland aan ouders wordt gevraagd om eerst een identiteitsverklaringte ondertekenen, waarin staat dat het eigenlijk niet oké is dat tweemannen of twee vrouwen in dit land samen zouden kunnen zijn, terwijl wijin de Grondwet hebben staan dat iedereen gelijk is en we in dit land hethomohuwelijk hebben geregeld. Dat is dan wel een grens waar de VVDvoor op wil komen. Dat is niet even «je moet hetzelfde vinden als deVVD». Nee, je moet onze Grondwet eerbiedigen en je moet de vrijewaarden en de gelijke rechten eerbiedigen.Als op scholen, op basis van welke religie dan ook, aan kinderen wordtgeleerd dat homoseksualiteit verwerpelijk is of «je mag misschien welhomo zijn, maar doe het alsjeblieft niet», dan vind ik dat je die grens overgaat. Datzelfde geldt voor homoconversiepraktijken. We hebben eeninitiatiefwet in deze Kamer liggen, omdat wij vinden dat het heel kwalijk isals over jonge mensen die in hun vezels voelen «ik ben een jongen, maarik val ook op een jongen» in zo’n gesloten gemeenschap wordt gezegd:nee, dat is niet aan de hand, je bent ziek en je kunt mee naar eenpsycholoog, die je daar wel vanaf helpt. Ik vind dat dat echt in strijd is metde vrije waardes zoals we die in deze samenleving hebben ontwikkeld. Ikhoop dat ik de heer Flach aan mijn zijde kan vinden – ik weet dat het nietzo is bij deze voorstellen, want die worden helaas niet gesteund door deSGP – om inderdaad radicaal voor die vrijheid te gaan staan.De voorzitter:Meneer Flach, met de volgende interruptie.De heer Flach (SGP):Ik vind dit toch wat problematisch, want bij vrijheden hoort dat je magvinden wat je vindt. Ik steun mevrouw Becker als het leidt tot onder-mijning, als mensen niet over straat zouden kunnen lopen, als hun geweldwordt aangedaan, als ze gediscrimineerd worden. Dan vinden we elkaar.Maar de VVD gaat hier nog wat verder en zegt eigenlijk dat je dieopvatting niet eens meer mag hebben en dat je die niet eens meer magoverdragen aan je kinderen. Dan wil ik de VVD er toch aan herinneren datin 2000 bijvoorbeeld de wet op het homohuwelijk is ingevoerd. Destijdshebben 33 Kamerleden daartegen gestemd. Zes daarvan hebben het laternog geschopt tot Minister, één tot Minister-President en één tot secretaris-generaal van de NAVO. Je kunt toch moeilijk zeggen dat dat onver-draagzame lieden waren die een bedreiging waren voor de vrije waardenvan ons Nederland?Mevrouw Becker (VVD):Maar het homohuwelijk is er wel gekomen. Dat is emancipatie. In hetverleden heeft een groep voor ons – dat waren vrouwen, maar ookhomo’s – een keiharde strijd gevoerd om eindelijk gelijk behandeld teworden. Dat hebben wij hier niet hoeven doen. De SGP zegt: ik mag tochwel zeggen dat ik het daar niet mee eens ben? Je mag het daar zelf nietmee eens zijn, maar de vraag is of je het onderwijs, dat publiek bekostigdis, mag gebruiken om kinderen te leren dat datgene dat in de wet staat,eigenlijk niet oké is en dat we het recht op het homohuwelijk wel hebben,maar het niet voor hen geldt en dat ze misschien wel naar een psychiatergestuurd worden die hen van die homoseksualiteit kan afhelpen. Sorry,maar of dat nou vanuit islamitische hoek of vanuit christelijke hoek wordtgezegd, de VVD gaat daartegenin. We leven namelijk in een vrij land, waarieder individu het recht heeft om zichzelf te kunnen zijn. Religie is ietsmoois. Er zijn heel veel mooie lessen te lezen in religieuze boeken. Ik benTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9144 helemaal niet tegen religie. Maar het is niet zo dat vrijheden absoluut zijnen dat als je maar met een briefje wappert en zegt «ik zeg dit op basis vangeloof», het dan oké is. Die vrijheid staat wat ons betreft altijd bovenaan.De voorzitter:Dat levert een interruptie op van mevrouw Tseggai. O, excuses, de heerFlach heeft nog een interruptie. Dit is wel uw laatste, meneer Flach.De heer Flach (SGP):Ja, dat klopt, maar die zet ik toch graag in. Ik constateer hier namelijk weldat de vrijheid van meningsuiting inmiddels gesneuveld is bij de VVD.Volgens de definitie die mevrouw Becker gebruikt, kan je dus niet zeggen«dat staat in de wet, maar dat vind ik niet oké». Dat zou aantasting zijn vande vrije waarden in ons land. Volgens mij doen we hier als politici elkedag niet anders. We zeggen namelijk: die wet zouden we anders willen;die wet moet worden aangepast. Dat mag. Ik constateer toch echt dat ervan die liberale vrijheden die mevrouw Becker zo promoot steeds minderover is. Er wordt een steeds smaller pad van opvattingen toegestaan, metopvattingen die zich bewegen in een bepaalde bandbreedte van haareigen opvatting. Een van de gedachten achter het liberalisme is nou juist:het kan zijn dat ik uw mening verafschuw, maar ik zal ervoor strijden datdie gehoord mag worden. Daar gaat het mij om. Daar waar we de grensovergaan van geweld, intimidatie en onderdrukking, vinden we elkaardirect. Maar er moet in dit land toch gewoon ruimte zijn voor eendiversiteit aan opvattingen, ook wat betreft dit soort cruciale zaken?Mevrouw Becker (VVD):Als je het er als SGP niet mee eens bent dat in dit land twee mannen oftwee vrouwen met elkaar kunnen trouwen, dan kan je in dit parlementinderdaad voorstellen doen om daarvan af te komen. Dat is dedemocratie. Maar dat wil niet zeggen dat daarmee alle meningen maargeoorloofd zijn, omdat er de vrijheid van meningsuiting is. Er zijn ookbepaalde imams die op weekendscholen willen onderwijzen dat de shariaboven de democratie staat. Dan zegt de SGP: dat mag niet; als datgebeurt, willen wij gericht toezicht op die islamitische gemeenschap.Maar ik zeg tegen de heer Flach, en ook tegen alle andere christelijkepartijen, ook het CDA: heb nou eens zelfreflectie; als we dit soortinstrumenten inzetten, moeten we ook bereid zijn ze in te zetten als hetgaat om de christelijke gemeenschap. Er kan heel veel. Met artikel 23 kunje in dit land een religieuze school openen en kun je je kinderen helemaalopvoeden binnen je hervormde of gereformeerde traditie. Maar er zijngrenzen. Die grenzen liggen bij de gelijkwaardigheid van man en vrouw,van homo en hetero, bij de vrije democratische samenleving. De VVDvindt dat we artikel 23 daarom ook moeten moderniseren. Op dit momentwordt gezegd dat de vrijheid van onderwijs eigenlijk boven alles staat,zelfs boven artikel 1. Op basis van de vrijheid van onderwijs mag je dusdiscrimineren. Nee, daar is die niet voor bedoeld, zegt de VVD. Daardenken wij dus verschillend over, maar die strijd blijf ik voeren. Die heeftniets te maken met een aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Dieheeft te maken met het opkomen voor de vrije waarden in dezesamenleving.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik dacht: ik wacht even met interrumperen tot mevrouw Becker bij heteinde van haar betoog is. Het was op zich een gloedvol betoog. Sommigepunten kan ik zelfs onderschrijven. Maar ik hoorde mevrouw Becker ookzeggen: normen en waarden zijn geen keuzemenu. Op zich ben ik het daarook niet mee oneens, maar vervolgens moet ik, naar aanleiding van ditgloedvolle betoog over homo’s en hetero’s in Nederland en dat die erallemaal mogen zijn, toch denken aan een passage in het regeerakkoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9145 waarin staat dat seksuele voorlichting op scholen neutraal moet zijn. Daarstaat toch ook de handtekening van mevrouw Becker onder. MevrouwBecker heeft het er voortdurend over dat we dingen moeten kunnenbenoemen in Nederland. Daar ben ik het mee eens, maar ik hoormevrouw Becker niet over het deel van het CBS-onderzoek waar ook instaat dat Nederlanders zonder migratieachtergrond te veel in homogenegroepen leven. Ik hoor haar niet over het SCP-onderzoek waaruit blijkt dater sprake is van een integratieparadox. Ik heb het woord «discriminatie»niet één keer gehoord. Ik heb het woord «antisemitisme» wel gehoord. Ikheb ook dingen gehoord over homohaat waar ik het heel erg mee eensben. Maar als we het hele verhaal willen vertellen en dingen willenbenoemen, zou ik aan mevrouw Becker willen vragen om deze kwesties,die ik even snel aanhaal – sorry daarvoor – ook te benoemen.Mevrouw Becker (VVD):Vorige week maandag hadden wij het wetgevingsoverleg Emancipatie.Toen hebben we een hele dag aandacht besteed aan alle onderwerpen diemevrouw Tseggai benoemt. Ik ben het helemaal met haar eens dat dit ookrelevant is. Wat leren we kinderen op scholen? Leren zij over gelijkwaar-digheid? Krijgen zij seksuele voorlichting? Leren jongens op tijd datvrouwen geen bezit zijn? Het gaat om al die elementen. Daarom vindenwij het heel belangrijk dat seksuele voorlichting plaatsvindt. Wij lezen dieneutraliteit zo dat het juist niet zo kan zijn dat er op een school bijvoor-beeld wordt gezegd: homoseksualiteit bestaat ook in deze samenleving,maar dat is iets slechts en dat moet je niet doen. Er moet gewoon eenopen overdracht van kennis zijn over de manier waarop de Nederlandsewetgeving in elkaar zit. Dat moet worden voorgelegd aan kinderen. Ik benhet dus helemaal eens met mevrouw Tseggai. Ik had een inbreng vanbijna achttien minuten, denk ik. Als ik er nog tien bij had gehad, haddenwe het ook over discriminatie kunnen hebben. Ik heb al aan het begingezegd dat ik vind dat discriminatie ook aangepakt moet worden. Maar ikwil tot slot wel aan mevrouw Tseggai en ook aan een aantal anderepartijen teruggeven dat hun inbreng eigenlijk alleen maar ging over deandere kant, over discriminatie en kansengelijkheid. Ze zei zelfs dat hetintegratieprobleem er niet is. Ik heb op een hele genuanceerde manier,met cijfers over wat er goed gaat en wat er niet goed gaat, willenaangeven dat dat probleem er wel degelijk is.De voorzitter:Mevrouw Tseggai heeft een vervolginterruptie. Mag dat nog? Ja. Dit is uwvijfde.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Wat mij opvalt, is het volgende. De VVD benoemt een aantal vormen vandiscriminatie, zoals antisemitisme, homohaat en vrouwenonderdrukking.Maar mevrouw Becker benoemt alleen vormen van discriminatie waar zijmoslims of de fundamentele islam tegenover kan zetten. Ik wil graag vande VVD, een coalitiepartij en een partij die zegt te staan voor vrijheid enindividuele waarden, horen hoe zij aankijkt tegen die integratieparadox entegen het vergaande probleem van moslimhaat in dit land en überhauptdiscriminatie in Nederland. Dat hoor ik iedere keer niet.De voorzitter:Dat is geen vraag, maar u mag erop reageren.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Het was wel als vraag bedoeld.Mevrouw Becker (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9146 Arbeidsmarktdiscriminatie is iets wat wij als VVD verschrikkelijk vinden.Als ondernemers bijvoorbeeld zeggen «ik heb een vacature», maarrichting het uitzendbureau aangeven dat ze daar geen mensen van kleurvoor willen, of als ze gaan kijken naar achternamen of dat soort dingen,vinden wij dat verschrikkelijk. Dat zeg ik vandaag niet voor het eerst. Eenvan mijn voormalige collega’s, Zohair El Yassini, is er hier in de Kamervoorvechter van geweest om daar een einde aan te maken. Ik weet datdiverse bewindspersonen van VVD-huize op Sociale Zaken daartegengestreden hebben. Ik ben het dus met mevrouw Tseggai eens dat wearbeidsmarktdiscriminatie of haat richting iemand omdat hij of zij moslimis ook keihard moeten aanpakken. Er zit geen onderscheid tussen hoe udaarnaar kijkt en hoe ik daarnaar kijk. Ik zeg er alleen bij: wat mij betreftmag dat wel genoemd worden in het integratiedebat, maar het moet niethet hele integratiedebat zijn. Sommige partijen hier zeggen dat dat hetintegratiedebat is. Dat zou ik echt jammer vinden, omdat we de andereproblemen die er ook zijn dan niet kunnen oplossen.De heer Boomsma (NSC):Dank aan mevrouw Becker voor haar betoog. Ik ben het over veel dingenmet haar eens. Ze zei net wel «niet alle meningen zijn geoorloofd». Datvind ik wel een opmerkelijk uitspraak voor een liberale partij. Ik denk tochdat we moeten hechten aan de Grondwet en aan het feit dat er eenverschil is tussen een mening hebben, en die mening opdringen ofopleggen aan anderen of de situatie waarin dit leidt tot discriminerendgedrag. Nee, oké, dan begrijpen we elkaar. Ik vind dat de VVD wel erg vergaat in het onder vuur nemen van religie als geheel. Ik hoor bijvoorbeeldhaar partijleider volgens mij letterlijk zeggen «religie hoort niet thuis inhet openbare leven». Ik ben toch wel benieuwd naar een toelichting vande VVD op die uitspraak, want dat is er eentje waar ik het in ieder gevalniet mee eens ben.Mevrouw Becker (VVD):Wat betreft dat eerste: ik bedoelde dat inderdaad. Het was in de contextvan wat er wel of niet op een school kan worden gezegd. Daarbij zei deSGP: als de VVD wil inperken wat er op scholen gezegd kan worden, danis dat een aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Ik gaf aan dat ikdat niet met hem eens ben, omdat juist wat er op scholen gezegd wordtook gaat over de rechten van onze kinderen om in vrijheid te kunnenopgroeien. Diezelfde vrijheid heeft mijn partijleider Dilan Yes¸ilgöz in haarspeech verdedigd. U parafraseert nu een zinnetje, waarschijnlijk uit eentweet van Mirjam Bikker over haar speech. Zij heeft daarna dit zinnetjegetwitterd en gezegd: nou, dit is een aanval van de VVD op religie. Maarhet hele verhaal van mevrouw Yes¸ilgöz was dat zij er een probleem meeheeft als religie het openbare leven begint te domineren, dus als er sprakeis van mensen die vanuit hun religie zeggen: ik vind dit wel of nietwenselijk en zo zou je je als kind, bijvoorbeeld in het onderwijs, moetengedragen. Het is een probleem als dat dingen zijn die in strijd zijn met watwe met elkaar in de wet hebben afgesproken, als dit in strijd is met degelijkwaardigheid van man en vrouw of homo en hetero. Haar verhaal is –daarover ging eigenlijk ook het interruptiedebat dat ik met de heer Flachhad – dat als dat aan de orde is, wij als liberalen altijd zullen opstaan.Daarom is ons pleidooi om bijvoorbeeld artikel 23 te moderniseren,omdat daar de vrijheid van onderwijs soms absoluut boven de gelijkwaar-digheid wordt gesteld, terwijl die daar niet absoluut boven zou moetenstaan; die zou er ondergeschikt aan moeten zijn.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van Zanten, wilt u uw microfoon uitzetten? De heerBoomsma heeft een vervolginterruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9147 De heer Boomsma (NSC):Maar dat is echt wel wat anders, als mevrouw Becker zegt dat het metname ging om opvattingen over homoseksualiteit. Ik denk zelf dat het welheel erg onverstandig zou zijn om daarmee heel artikel 23 ter discussie testellen. Ik schrok ook eigenlijk van wat mevrouw Tseggai zei. Zij verbindthet meteen met religieus extremisme. Dat is een van de redenen dat zijdat nu willen intrekken. Maar ik constateer in ieder geval dat wat nietalleen in de tweet van mevrouw Bikker, maar ook in de media isverschenen, namelijk dat de VVD zegt dat religie niet thuishoort in hetopenbare leven, niet klopt.Mevrouw Becker (VVD):Nee. Maar nogmaals, dat is ook nooit zo gezegd. Mevrouw Yes¸ilgöz heeftin haar zelfde speech gezegd: religie is iets moois. Heel veel mensenontlenen daar inspiratie aan. Het is belangrijk dat mensen in dit land hunverschillende geloven kunnen belijden. Maar waar religie boven vrijhedenwordt gesteld, of waar de vrijheid van geloof, de vrijheid van vereniging,het demonstratierecht of andere vrijheden die we hier hebben, wordenmisbruikt om gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, homo en heterote ondermijnen, dan vind je de VVD op je pad.De voorzitter:Dank u wel. Ik heb hier eigenlijk ook wel een interruptie op. Ik zou de heerErgin willen vragen om het voorzitterschap over te nemen.Voorzitter: ErginDe heer Ceder (ChristenUnie):Ik luisterde naar het betoog van mevrouw Becker. Er wordt gezegd datreligie gevaarlijk is, omdat je daarmee iets wil opdringen aan de ander, oftenminste dat het gevaarlijk kan zijn op het moment dat je het opdringtaan anderen en daarmee vrijheden inperkt. Maar dat is exact wat de VVDdoet vanuit een diepreligieuze liberale overtuiging. Dus de blinde vlek vande VVD vind ik juist zo gevaarlijk. Ik ben het ermee eens dat je in hetpublieke domein ruimte en vrijheden moet hebben voor elkaar. Maar ikheb de afgelopen week wel een VVD gezien die volgens mij een grensoverschrijdt richting een gedachtepolitie. De VVD vindt mij aan haar zijdeals ze zegt: daar waar haatzaaien, groepsbelediging en het uitsluiten vanmensen geëffectueerd worden, moeten we dat keihard aanpakken. Ik hebdaar net in mijn interrupties wat over gezegd en zal er ook in mijn bijdragewat over zeggen. Maar als het gaat om wat de heer Flach net zei over hethebben van een bepaalde mening, geeft mevrouw Becker aan dat weartikel 23 moeten moderniseren, terwijl onder het huidige artikel 23haatzaaien ook niet mag. Op het moment dat op een school door iemandgezegd wordt dat je iemand zou moeten stenigen voor een bepaaldelevensopvatting of seksuele geaardheid, dan moeten we nu ook alingrijpen. Ik heb dus een beetje moeite met de blinde vlek die de VVD lijktte hebben: onder het mom van vrijheid perken we vrijheden van anderenin zolang ons beeld nog maar wel overeind staat. Glijdt de VVD nu niet hetglibberige pad af dat gedachten op zich al strafbaar zouden moeten zijn?Mevrouw Becker (VVD):Nee, het is niet zo dat we alles wat op scholen gebeurt en wat dubieus isnu al onder de huidige wet kunnen tegengaan. Ik had het zonet al overidentiteitsverklaringen. De scholen die daarmee werken en dus zeggen dater eerst afstand genomen moet worden van homoseksualiteit voordat eenkind naar die school mag komen, doen dat op basis van artikel 23. Er zijnop sommige scholen gedragsregels waardoor meisjes en jongens andersbehandeld worden en meisjes bepaalde kleding dragen, waarvan je je kanafvragen of die zich verhouden tot de Nederlandse vrije samenleving. WijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9148 vinden niet dat je artikel 23 moet afschaffen, maar wel dat je dat artikelzou moeten kunnen moderniseren. Wat ik zo opvallend vind, is hetvolgende. Een aantal christelijke partijen in deze Kamer, zoals CDA enChristenUnie, zeggen dat er sprake is van een integratieprobleem, maarals we met een instrument komen om dat te kunnen aanpakken, bijvoor-beeld meekijken in Koranscholen en weekendscholen, zegt de partij vande heer Ceder: ho. Als dat instrument misschien betekent dat er ooksprake kan zijn van toezicht op een Bijbelschool als daar iets aan de handis, wil hij dat hele instrument niet. Als we echt serieus de vrije samen-leving willen verdedigen en integratie willen verbeteren, dan vraag ik aande christelijke partijen, zoals ChristenUnie en CDA, om ook naar hun eigenheilige huisjes te kijken. Het is geen strijd tegen religie. Dit is een strijdvoor vrijheid.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de heer Ceder, over heilige huisjes.De heer Ceder (ChristenUnie):Dit is niet om de eigen parochie te beschermen. Dit gaat voor mij over defundamentele vraag of de VVD niet over de schreef gaat, niet ten aanzienvan artikel 23 maar ten aanzien van artikel 6. De VVD plaatst zich buiten desamenleving en vindt wat zij zelf vindt de norm, namelijk een liberaalgedachtegoed waarbij het individu centraal staat en de overheid devrijheden van het individu moet garanderen, ook ten koste van vrijhedenvan anderen. De VVD vindt dat dat de norm is en «neutraal» is, en dat hetvervolgens opgelegd moet worden aan de samenleving. Daarom zijn wijook zo tegen de Wet toezicht informeel onderwijs. De Staat trekt daarinnamelijk een broek aan die hem niet past en die ook best gevaarlijk is,zoals we in het verleden ook in andere landen hebben gezien. Mijn vraagis dus niet beantwoord of de VVD nog steeds van mening is dat het heelNederlands is om, ook als je het er niet mee eens bent, ook artikel 6 tebeschermen, over het recht op geweten, om iets anders te vinden danseculiere c.q. liberale vrienden. Vindt de VVD ook dat het moment dat devrijheid van de ander geraakt wordt, het moment is om in te grijpen? Ophet moment dat er een mening is die onwelgevallig is, ook voor mij, hoopik dat we nog steeds wel op de VVD kunnen rekenen om ook vooronwelgevallige meningen te blijven staan en ook die te zullenbeschermen.De voorzitter:En de vraag?De heer Ceder (ChristenUnie):De vraag is of mevrouw Becker het daarmee volmondig eens is.Mevrouw Becker (VVD):Het beschermen van grondwettelijke vrijheden, zoals gelijkheid tussenman en vrouw en tussen homo en hetero, maar ook het recht opzelfbeschikking, dat in internationale verdragen staat maar ook in onzeeigen wetten en waardoor je als vrouw, als homo of als andersdenkendebeslist over je eigen leven, is niet de mening van de VVD. Ik kom hier dusniet op voor de VVD. Het is de mening van de VVD dat we moetenopkomen voor de vrije waarden die we met elkaar verankerd hebben inwetgeving. Daarvan kan je wat mij betreft niet zeggen: ja, maar ik wil mijnkinderen toch iets anders leren, omdat dat op basis van mijn geloofbelangrijk is. We zijn ooit samen opgetrokken rondom de inburge-ringswet, en hebben toen een amendement ingediend op de participatie-verklaring. Wat vraag je nou van mensen die hier willen meedoen? Watmoeten zij ondertekenen? Daar hebben wij toen samen van gezegd dat wehet eigenlijk wel gek vonden dat we mensen laten ondertekenen dat zeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9149 onze waarden respecteren, maar dat die mensen geen afstand hoeven tenemen van gedragingen die daartegen ingaan. Iemand tekent danbijvoorbeeld voor «Er is gelijkwaardigheid tussen man en vrouw», maarondertussen houdt hij wel zijn vrouw binnen, omdat dat nou eenmaal zijngeloof of cultuur is. Wij hebben toen dus gezegd dat mensen ook van datsoort gedragingen afstand moeten nemen, omdat ze hier in Nederlandhoren. Dat is iedere keer het kompas waar ik op vaar. Dat gaat niet om hetgeloof, maar geloof is geen vrijbrief om dingen anders te doen dan hoewe ze met elkaar in de wet hebben afgesproken. U weet net zo goed als ikdat er ook in mijn fractie mensen zitten die heel veel moois aan het geloofontlenen. Ik ben zelf ook christelijk opgevoed. Dat zijn ook verhalen waarik inspiratie aan ontleen en waarvan ik het fijn vind dat we die met elkaarkunnen delen. Dus ik ben niet tegen geloof, maar ik vind wel dat wijallemaal, als we het integratieprobleem willen oplossen, ook moetenwillen kijken naar instrumenten die onvrije boodschappen tegen kunnengaan.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Becker. Dan kijk ik naar de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, voorzitter, dit is mijn laatste. Dat is maar goed ook, gezien de duur vanhet debat. Waarom ik hier een aantal interrupties over pleeg, is omdat ikhet eens ben met mevrouw Becker dat wij, waar de samenlevingontwricht dreigt te raken, in moeten grijpen. Ik zie ook genoeg gevallenwaarin dat plaatsvindt. Daarin vinden wij elkaar echt. Alleen, ik heb in drieinterrupties geprobeerd aan te geven dat wat de VVD nu doet, de koersdie zij nu inzet, niet gaat over: we moeten aanpakken wat in gedragingenmisgaat. Dat gaat inderdaad over vrouwen die achter een gesloten deurzitten en eigenlijk onvrij zijn. Dat is een gedraging die we moetenaanpakken. Maar dat is niet wat de VVD doet in haar voorstellen. Wat deVVD doet in haar voorstellen is een grens verdergaan en eigenlijk zeggen:de gedachten die de VVD onwelgevallig zijn, die zich uiten in eengedraging waarvan we met z’n allen vinden dat je dat niet doet, dat wedat niet met elkaar hebben afgesproken, leggen we langs een liberalemeetlat. Dat is on-Nederlands, dat is onliberaal, maar het is ook ongrond-wettelijk. Vandaar dat ik hiertegen ageer. Ik hoop dat de VVD opnieuw kijktnaar de voorstellen die de afgelopen dagen gedaan zijn om steeds verderin te grijpen, niet op gedragingen maar op gedachten.Mevrouw Becker (VVD):Ik kan in niemands hoofd kijken. Dus ik kan niemand verbieden om iets tevinden of iets te denken. Dat is maar goed ook, maar inderdaad, ik wil welkunnen ingrijpen als het gaat om bepaalde gedragingen die we nietwenselijk vinden. De heer Ceder zegt: ik ben het met mevrouw Beckereens dat we moeten ingrijpen als het gaat om vrouwen die achter devoordeur worden gehouden. Maar is de heer Ceder het dan ook met mijeens dat we moeten kijken naar de voedingsbodem? Als hier in eenmoskee in Den Haag wordt gezegd dat vrouwenbesnijdenis iets goeds is,zoals we ook bij de resultaten van het parlementaire onderzoek naarongewenste buitenlandse beïnvloeding hebben gezien, is de heer Cedervolgens mij de eerste om te zeggen: daar moeten we wat aan doen. Danzegt hij ook niet: dat is vrijheid van denken, dat is vrijheid van religie. Ikdaag hem uit om dezelfde meetlat die hij gebruikt als het gaat om hetislamitische geloof, eigenlijk ongeacht welk geloof, ook hier te hanterenen radicaal te kiezen voor die vrijheid.De voorzitter:Dank u wel voor de beantwoording, mevrouw Becker. Dan geef ik hetvoorzitterschap terug aan de heer Ceder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9150 Voorzitter: CederDe voorzitter:Dank u wel. U heeft het voortreffelijk gedaan als voorzitter. Dan is de heerErgin aan het woord.De heer Ergin (DENK):Dank je wel, voorzitter. Afgelopen dagen zijn we wederom getuigegeweest van een zeer lelijke kant van de politiek. We zagen hoe degebeurtenissen in Amsterdam op 7 november werden aangegrepen omhele groepen Nederlanders buiten de samenleving te plaatsen, helegroepen collectief schuld aan te praten en een verzonnen integratiecrisisuit te roepen. Het ene na het andere voorstel passeerde de Kamer.Salafistische moskeeën, waar Jodenhaat verspreid zou worden, moestenverboden worden. Kan iemand mij nou aangeven om welke moskeeën hetgaat? Waar vindt dit plaats? Er zou toezicht moeten komen op weekend-scholen, waar kinderen aangeleerd zouden krijgen om zich van deNederlandse samenleving af te keren. Waar? Bij welke organisatie? Kaniemand mij een voorbeeld geven? Jodenhaat zou diep in de ziel vanmensen uit sommige Arabische landen zitten en daarmee zouden wij alsNederland een probleem hebben. Als er zo veel mis is in de samenleving– dat is ook een vraag aan de Staatssecretaris – als er zo veel haat, gewelden discriminatie plaatsvinden, wat doet het OM daar dan in godsnaamaan? Waarom handelt het OM dan niet?Voorzitter. In plaats van dat de politiek zich richtte op het Maccabi-tuig uithet buitenland dat de boel kwam verzieken in ons land, werd er gewezennaar de islamitische gemeenschap. Terwijl hooligans met genocidalespreekkoren op een voetstuk werden geplaatst, ging de politiek als eendolle hond razen tegen onze eigen mensen, onze Nederlanders, inwonersvan ons land.Voorzitter. We moeten de dingen benoemen zoals ze zijn – dat heb ik dehele dag gehoord – want alleen dan zouden we problemen kunnenoplossen. Ik wil ook meedoen aan dat benoemen. Vanwege het giftigepolitieke klimaat en de moslimhaat in de Nederlandse politiek moetenmoskeeën uit veiligheid de deuren op slot doen tijdens het gebed, zijn erde afgelopen weken brandstichtingen geweest bij islamitische bassi-scholen en werden Nederlandse moslims door hun buren in elkaargetimmerd. Het heeft alles te maken met het gif en de verdachtmakingendie over de Nederlandse moslims worden uitgestort. Dát is het probleemin dit land.Voorzitter. Waar ik me nog meer zorgen over maak, is dat het kabinetachter deze giftige politiek aan huppelde. We zagen hoe het kabinet na zijneigen falen bij monde van de Minister-President en deze Staatssecretarisolie op het vuur gooide. We zagen hoe Nederland door dit kabinet op eensluwe wijze werd opgehitst met een verzonnen integratieprobleem. Velepartijen in dit huis doken als aasgieren op de verzonnen integratiecrisisdoor nog meer olie op het vuur te gooien. De ranzige kant van de politiekhoudt zich meer bezig met het uitroepen van crises dan het oplossen vanuitdagingen. Gelukkig hebben we aan de andere kant onze instituties,zoals het CBS, die wel de wijsheid in pacht hebben om een gezonde blik tewerpen op de samenleving.Voorzitter. Afgelopen vrijdag zagen we dat we gezegend zijn met het CBS.We konden namelijk een vuistdik onderzoek lezen over onze samenleving;ik heb het hier bij me. Terwijl sommige politici hier aan tafel binnen tweeuur hun conclusies hadden getrokken, zien we in het CBS-onderzoek datNederlanders met een migratieachtergrond ondanks alle tegenslagen flinkaan de weg timmeren. In een rap tempo halen ze achterstanden in enleveren ze een ongekende prestatie. Op basis van het CBS-onderzoek zienwe dat het door het kabinet uitgeroepen integratieprobleem totale onzinis, dat de door sommige partijen in dit huis uitgeroepen integratiecrisisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9151 totale nonsens is. Waar wel sprake van is, is dat Nederlanders met eenmigratieachtergrond ondanks hun 10–0 achterstand in de samenlevingeen uitmuntende prestatie leveren, een voorbeeld zijn.Dat doen ze ondanks dit kabinet, ondanks het giftige politieke klimaat enondanks alle kabinetten hiervoor, die met spierballentaal allerlei plannenover hen hebben uitgerold en ze nooit hebben gevraagd of zij onderdeelwillen worden van de agenda. Nooit is gevraagd wat ze nodig hebben. Alser na de zoveelste vraag van DENK een onderzoek werd uitgevoerd naardiscriminatie op de arbeidsmarkt, de woningmarkt, in het onderwijs, bijstages en in de zorg, kwam uitgerekend deze groep er zeer slecht uit. Totbaanbrekende actieplannen, spierballentaal, draaiboeken, taskforces heefthet nooit geleid. Maar als er met de beschuldigende vinger gewezen moetworden, is iedereen wakker, is iedereen aanwezig. Want dan pas heeftiedereen wat te zeggen, en niet als al die mensen, die iedere dag opnieuwhun best doen in de samenleving, het moeilijk hebben en ondersteuningnodig hebben.Voorzitter. Daarom een vraag aan deze Staatssecretaris. Hoe kijkt hij terugop zijn schandalige uitspraak? Hij heeft gezegd dat islamitische jongerenvoor een heel groot deel onze normen en waarden niet onderschrijven.Heeft hij niet het gevoel dat het CBS-onderzoek een klap is in zijn gezicht?Ziet hij eindelijk in dat de groep Nederlanders die hij collectief voor de busgooide en in de steek liet, onder aan de streep ongekende prestatieslevert? De belangrijkste vraag: gaat hij die schandalige woordenterugnemen?Mevrouw Becker (VVD):Ik zou het volgende aan de heer Ergin willen vragen. Wij hebben dit debatuitgesteld, omdat we dit rapport dan ook konden betrekken bij het debat.De heer Ergin zegt nu: dit rapport laat zien dat er geen integratieprobleemis. Hij noemt dan een aantal dingen die beter gaan, die ik ook benoemdheb. De trends gaan een positieve kant op, maar een aantal dingen is ookecht wel zorgelijk. Denk aan de oververtegenwoordiging van mensen vanMarokkaanse en Surinaamse afkomst in de criminaliteitscijfers. Denk aande toenemende schooluitval. Mensen slagen er ook minder vaak in omhet eindexamen te halen, ook al lukt het ze wel om wat hoger in testromen. Maar vervolgens wordt het schoolexamen dus wat ingewik-kelder. Er zitten allerlei nuances in het rapport. De bottomline van hetrapport is: het gaat wel beter, maar nog steeds is er een zorg metbetrekking tot mensen met een migratieachtergrond, of het nou gaat omuitkeringsafhankelijkheid, deelname aan de arbeidsmarkt of oververtegen-woordiging in de criminaliteitscijfers. Hoe kijkt de heer Ergin daarnaar?Deelt hij dat of zegt hij dat we alleen maar moeten kijken naar de positieveresultaten? Als hij het deelt, is discriminatie dan in zijn ogen daar de enigeoorzaak van? Of moeten we ook breder kijken naar waar dat probleem danvandaan komt?De heer Ergin (DENK):Ik maak me er zorgen over dat er in dit huis selectief wordt geshopt invrijheden, cijfers en hoe we mensen aanpakken. Daar ga ik niet aanmeedoen. Nogmaals, ik heb ook genoeg voorbeelden van bepaaldegroepen die oververtegenwoordigd zijn in bepaalde gedragingen. Denkbijvoorbeeld aan VVD-politici, die al jaar in, jaar uit koploper zijn als hetgaat om integriteitsschendingen. Maar ik zou mevrouw Bente Becker daarnooit op aanspreken. Ik zou haar nooit aanspreken op groepskenmerkenvan haar politieke partij. Ik zal haar altijd aanspreken op gedrag. Dat doe ikhier en dat zal ik ook altijd doen. We moeten ons er zorgen over makendat hier in dit huis de PVV-corvee van de VVD zo is doorgeslagen dat zelfsde VVD alleen maar kijkt naar groepskenmerken en alleen maar bezig ismet oververtegenwoordiging, terwijl de VVD heel goed, donders goedTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9152 weet dat je exact hetzelfde kunt doen met andere groepen. Die lelijke kantga ik niet op.De voorzitter:Er is een vervolginterruptie. Voordat u dat doet, wil ik het volgendezeggen. Ik vind het een prachtig en ook waardig debat, mijn compli-menten. Maar in verband met de tijd ga ik u toch vragen om ietsbeknopter te zijn in vraag en antwoord, zodat we het met elkaar ook optijd redden.Mevrouw Becker (VVD):Ik ga het meteen proberen. De heer Ergin zegt dat hij niet selectief gaatshoppen, maar volgens mij doet hij dat nu juist wel. In zijn analyse laat hijde zorgelijke punten uit dit rapport namelijk achterwege. Vervolgens zegthij: er is maar één probleem en dat is discriminatie. Daarna doet hij ietsflauws en begint hij over integriteit. Hij zegt dan: ik ben geen onderdeelvan een partij die mensen op hun afkomst aanspreekt. Nou, als er in dithuis één partij is die dat wel gedaan heeft, dan is dat DENK, namelijk doorop Turkse televisie alle parlementariërs met een Turkse achtergrond metnaam en toenaam te noemen, inclusief hun stemgedrag. Maar goed, ikhoop dat we dat inmiddels achter ons hebben gelaten. Fijn dat DENK danzegt: dat doen wij niet meer. Maar alstublieft, dit debat verdient dat weinhoudelijk kijken naar wat er aan de hand is. Kan de heer Ergin eenantwoord geven dat iets minder op een oneliner lijkt en iets meer echtingaat op de vraag? Er staan toch ook zorgelijke dingen in dit rapport alshet gaat over een oververtegenwoordiging van mensen in de criminaliteit,maar ook over schooluitval en uitkeringsafhankelijkheid? Is de enigeanalyse van DENK dan: als het al zo zou zijn, dan komt het door discrimi-natie? Kunnen we alsjeblieft met elkaar een wat serieuzer debat voerenover de inhoud?De voorzitter:Mevrouw Becker, dit was uw laatste interruptie.De heer Ergin (DENK):Ik ben het er helemaal mee eens dat we met elkaar inhoudelijk en zeerserieus het debat aan moeten gaan. Ik doe ook niks anders. Ik wilde mijnverhaal hier onderbouwen, maar mevrouw Bente Becker had weer haast.Ik stel in mijn verhaal alleen dat we niet meer van de derde- en vierdegeneratie Nederlanders kunnen verwachten dat ze nog moeten integreren.Dat is natuurlijk totale flauwekul. We hebben het hier over mensen wierherkomstland Nederland is. Als we het hebben over gelijkwaardigheid enNederlandse normen en waarden, dan kunnen wij die mensen niet blijvenaanspreken op groepskenmerken. Dat is de analyse.Wat betreft het andere punt uit het CBS-onderzoek waar mevrouw Beckerop wijst, constateren wij inderdaad dat heel veel Nederlanders met eenmigratieachtergrond met 10–0 achterstand beginnen aan hun leven. Ik gastraks een opsomming doen waarin ik ook een aantal van die cijferstevoorschijn haal. Natuurlijk is er sprake van achterstanden, maar dieachterstanden worden, ondanks dit kabinet en de VVD-retoriek, in raptempo ingehaald. Ik ben super trots op al die mensen die iedere dag weerhet beste van hun leven proberen te maken.De voorzitter:U vervolgt uw betoog nog niet, want u heeft een interruptie van de heerBoon.De heer Boon (PVV):Ik heb toch nog even een vraag, want u spreekt over tweede- enderdegeneratie-Nederlanders. Ik kijk even terug naar mijn eigen carrière.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9153 Ik had jonge voetballertjes van alle kleuren en geuren. Ik vroeg dan: hoevoel je je nou? De een voelde zich Koerd, de ander Turk, weer een anderSomaliër. Ze noemden alles. Ik heb het dus zelf meegemaakt. WilfredGenee, geen groot voorstander van de PVV, heeft hetzelfde meegemaaktop het voetbalveld. Die vroeg ook aan de ouders: wat voelen jullie je? Alleouders met een migratieachtergrond gaven het antwoord: ik voel me Turkof Marokkaan. Geen een gaf aan dat die zich Nederlander voelde.Dan gaan we nog andere dingen bekijken. Met het EK gaan de Turken destraat op. Wat roepen ze dan? «Wij zijn Turken. Waar zijn die» – ik noemhet scheldwoord niet – «Nederlanders? Waar zijn die ... Joden?» «Wij zijnTurken.» Dat werd daar letterlijk gezegd. Dan willen wij de problemenoplossen door dat ook zo te benoemen, en zegt u: nee, wij moeten zeNederlanders noemen. Maar hoe kun je iemand Nederlander noemen diezichzelf niet als Nederlander ziet, die zich geen Nederlander voelt, dieNederland verafschuwt? Waarom moeten wij die Nederlander noemen enniet gewoon Turk of Marokkaan of Somaliër of weet ik veel?De heer Ergin (DENK):Voorzitter, ik weet eerlijk gezegd niet hoe ik hierop moet reageren. Wehebben de afgelopen twintig jaar een PVV gezien die het continu had overde afkomst van die groep, over Turken en Marokkanen. De PVV had hetniet eens over Turkse Nederlanders en Marokkaanse Nederlanders. DePVV heeft jarenlang de meest vunzige woorden uitgesproken over dezegroep en doet nu heel verbaasd als er jongeren zijn die opstaan enzeggen: als je mij zo noemt, nou, dan ben ik dat.Voorzitter, dat is het eerste deel van het antwoord. Het tweede deel vanhet antwoord...De voorzitter:Graag wat korter.De heer Ergin (DENK):Voorzitter, dit is een heel uitgebreide vraag en wil daarop kunnenreageren. Het tweede deel van mijn antwoord is dat de PVV doet alsof demensen waar hij het over heeft, waar hij kennelijk gesprekken mee voert,moeten kiezen. Maar wij kiezen niet meer. Wij zijn Turks en Nederlands,Marokkaans en Nederlands, en weet ik veel uit welke windstreek dan ooken Nederlands, en wij zijn trots op alle identiteiten die wij hebben. Wij zijntrots op alle culturele waarden die wij meekrijgen en die dragen wij uit. DePVV heeft daar een probleem mee, maar de PVV heeft dat maar teaccepteren.De voorzitter:Ik wil overigens vermelden dat iedereen nog maar één interruptie heeft,behalve de heer Bamenga, mevrouw Becker en de heren Flach en Ceder.Die zijn door hun interrupties heen. De heer Ergin heeft er nog twee.De heer Ergin (DENK):Dan kom ik bij integratie. We hebben decennialang een knotsgekkediscussie gevoerd over integratie in Nederland. Eerst werd integratie doorlinks Nederland gezien als een instrument om Nederlanders met eenmigratieachtergrond in het slachtofferbankje te plaatsen, want alleen dezepolitici wisten wat goed voor hen was. Alleen zij wisten wat deze mensennodig hadden. Daarna is rechts Nederland aan de haal gegaan ommisbruik te maken van integratie. Waar Nederlanders met een migratie-achtergrond eerder altijd het slachtoffer waren, werden ze nu opeensgezien als dader, als hét probleem. Alles wat misgaat in Nederland, wordtin hun schoenen geschoven. Ze worden collectief bestraft en de afgelopendagen hebben we gezien hoe ver deze collectieve bestraffing is doorge-slagen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9154 Het dieptepunt hebben we afgelopen vrijdag gezien, nota bene door deMinister-President, die een nieuwe norm introduceerde. Als je iets op jekerfstok hebt, wordt er niet alleen naar het strafrecht gekeken, maar bijsommige mensen dus ook naar hun migratieachtergrond. We zijn zo diepgezonken dat wij het niet meer hebben over gedragingen van individuen,maar over hun groepskenmerken, over waar de wiegen van hunvoorouders hebben gestaan. En dat doen uitgerekend de politici dieantisemitisme willen aanpakken. Dat ze antisemitisme willen aanpakken,is terecht, want dat is een breed probleem in onze samenleving, maar zijzetten daar moslimhaat voor in.De boodschap van dit kabinet is duidelijk: je mag er zijn, zolang je maarvoldoet aan wat wij van je eisen. Terwijl iedereen zich gewoon aan deNederlandse wet moet houden, moeten Nederlanders met een migratie-achtergrond nog voldoen aan een extra wensenlijstje van StaatssecretarisNobel. Als je tegendraads bent, Nederland bekritiseert zoals een gezondeburger dat zou moeten doen, en – o wee – als jouw groep ergens te veelaandacht krijgt, dan hoor je er niet meer bij.Voorzitter. We hebben in Nederland geen integratieprobleem. We hebbenin Nederland een acceptatieprobleem. Als er één groep problemen heeftmet de Nederlandse normen en waarden, dan zijn dat sommige politicihier in Den Haag. De Minister-President die hele groepen wegzet, deStaatssecretaris die op basis van mogelijk honderd personen honderddui-zenden Nederlanders voor de bus heeft gegooid. Het probleem inNederland is de Tweede Kamer die in een parallelle samenleving leeft enpolitieke partijen die de samenleving de rug hebben toegekeerd en alleennog maar bezig zijn met hun gelijk. Partijen die denken dat ze metactieplannen de samenleving kunnen maken en die met verregaandewetsvoorstellen komen, zonder ook maar één gesprek gevoerd te hebbenmet de mensen waar het over gaat.Voorzitter. Als er één groep in Nederland in een gesloten gemeenschapleeft, dan zijn dat sommige politici hier in Den Haag, en niet de mensendie keihard studeren, keihard werken en ondanks alle tegenslagen hetbeste ervan proberen te maken. Het zijn niet de hardwerkende Neder-landers met een migratieachtergrond die problematisch gedrag vertonen,maar vertegenwoordigers van politieke partijen zoals de PVV, de VVD ende BBB. Als xenofobie en haat ergens in een cultuur ingebakken zitten,dan is dat in de Haagse cultuur en nergens anders.Voorzitter. Integratie is voorbij. Integratie is over. Het is mooi geweest.Want ondanks een achterstand van 10–0 dragen honderdduizendenNederlanders bij aan Nederland. Ze studeren. Ze werken. Ze ondernemen.Ze wonen. Ze zijn maatschappelijk actief. Dat doen ze ondanks allebelemmeringen. Dat doen ze ondanks het feit dat er al decennialangsprake is van onderadvisering in het onderwijs, ondanks het feit dat zedoor DUO onterecht zijn aangepakt, ze zijn bestempeld als fraudeur en deMinister nu een hersteloperatie van tientallen miljoenen moet uitvoeren,ondanks de toeslagenmisdaad waarin veel Nederlanders met eenmigratieachtergrond door de overheid door de mangel zijn gehaald enondanks het feit dat ze met exact dezelfde diploma’s vaker achter het netvissen dan Nederlanders zonder migratieachtergrond. Ze doen datondanks het feit dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheidals een geheime dienst opereerde en in het geniep dossiers bijhield overhen, ondanks het feit dat ze gigantisch veel last hebben van moslimlijstjesdie bij de overheid rondslingeren, ondanks het giftige politieke klimaat enondanks het feit dat sommige partijen in dit huis geen moment onbenutlaten om zondebokpolitiek te bedrijven over de ruggen van Nederlandersmet een migratieachtergrond.Voorzitter. Voor DENK is integratie iets voor nieuwkomers, nieuwkomersdie ondersteuning nodig hebben bij het oppakken van hun leven en hetvinden van een weg in de samenleving. Voor mensen met welke afkomstdan ook die in Nederland geboren en getogen zijn, gelden dezelfde regels,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9155 geldt dezelfde wetgeving, namelijk de Nederlandse wetgeving, en geldtdezelfde behandeling. De regering kan doodleuk met een actieplankomen, maar we weten nu al dat dit kabinet de plank volledig zalmisslaan. Van Nederlanders uit de derde en vierde generatie verwachtendat die nog moeten integreren, is niets anders dan een belediging. Aanhen vragen te bewijzen dat ze Nederlander zijn, is flauwekul. Ze zijngeboren en getogen in Nederland. Ze zijn hier. Ze mogen zichzelf zijn. Ennog belangrijker: ze blijven hier.Iedereen die daar moeite mee heeft, zal dit vroeg of laat moeten accep-teren. Onder het mom van integratie Nederlanders met een migratieach-tergrond behandelen als circusdieren die door hoepels moeten springen;het is genoeg geweest. Van mensen verwachten dat ze met volle energieblijven meedoen aan een eindeloze marathon; het is genoeg geweest. Bijiedere etappe een nieuw wensenlijstje voorgeschoteld krijgen van waar zeaan moeten voldoen; het is mooi geweest. Zij hoeven helemaal niet meerte integreren. Zij zijn Nederlanders. Voor hen is Nederland hunherkomstland. Daarom moet het huidige kabinet integratiebeleid in deshredder gooien. Weg ermee. Daarom roep ik de regering op te stoppenmet deze integratiewaanzin.Als de regering het toch zo graag over integratie wil hebben, pak dan deintegratieparadox aan. Hoe vaker mensen die diepgeworteld zijn in desamenleving meedoen, hoe vaker ze een tweederangsbehandelingkrijgen; ga daarmee aan de slag. Hoe vaker ze studeren en werken, hoevaker ze op onverklaarbare wijze hun droombaan als sneeuw voor de zonzien verdwijnen. Het gaat ook om hun aanwezigheid op straat en inrestaurants. Als ze zich uitspreken over een genocide op de Palestijnen,worden ze gecriminaliseerd, bespuugd en beledigd.Voorzitter. Tot slot heb ik een aantal vragen over inburgering. Het kabinetgeeft namelijk aan inburgering belangrijk te vinden, maar tegelijkertijdzien we een flinke kaalslag. Het kabinet haalt miljoenen euro’s weg bij hetCOA dat zich zou moeten richten op integratieactiviteiten. Het kabinethaalt 130 miljoen euro weg bij gemeenten die maatschappelijkebegeleiding zouden moeten aanbieden aan nieuwkomers. Als je zegt datje a belangrijk vindt maar b doet, namelijk een kaalslag uitvoert, dan iseigenlijk de terechte vraag die gesteld moet worden of de Staatssecretariswel wil dat nieuwkomers snel onderdeel worden van de samenleving. Ofis het kabinet gewoon bezig met een nieuwe groep Nederlanders waaropde politiek de komende 40 jaar kan afgeven? Wordt er een nieuwe groepin de volgende integratiemarathon geduwd?Voorzitter, tot slot. Staatssecretaris Nobel krijgt van DENK de kans om depuinhoop die hij heeft gecreëerd met zijn praatjes – het was alsof hij bijeen buurtbarbecue stond – op te ruimen. Ik hoop dat hij dat vandaag doet.Als hij dat vandaag niet doet, denk ik dat we elkaar weer tegenkomen inzijn eerste termijn.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Het roept een laatste interruptie bij de heer Boon op.De heer Boon (PVV):Dit is eigenlijk te veel om op te reageren. DENK geeft alles en iedereen deschuld, behalve de migranten. Er is totaal geen retrospectieve blik naar demigrant. Wie helpt u daarmee? U helpt de migranten daar absoluut nietmee, want heel veel migranten willen er juist uit, maar ze wordentegengehouden door de slechte. Dat durft u allemaal niet te benoemen.Alles is de schuld van alles en iedereen, behalve van diegene. Daarschieten we echt niks mee op. Maar ik wil terug naar het begin van uwverhaal. U had helemaal niet gehoord van voorbeelden van weekend-scholen en moskeeën waar dingen misgaan. Ik heb zelf het voorbeeldgenoemd van het islamitisch centrum Ar-Rahmah in Veenendaal. DaarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9156 wordt gewoon door de imam verklaard dat Nederlandse moslimsverplicht zijn om niet-moslims te haten. Dat is een verplichting, hè? Dat isgeen grapje. Dat is gewoon een verplichting. Er wordt geleerd datvijandigheid tegenover andersgelovigen essentieel is.Er is in 2019 ook een onderzoek geweest van Nieuwsuur naar salafistischescholen. In onderwijsmateriaal werd gevraagd: «Wat moet er gebeurenmet iemand die een van de vijf zuilen van de islam ontkent?» Dit gaat overmij, hè? Ik ben zo’n persoon die die ontkent. «Hij moet worden gedood,want hij is ongelovig.» Dat wordt kleine kindjes geleerd. Met dát soortonderwijs groeien duizenden kinderen in Nederland op. En u zegt: wijmoeten dat maar accepteren; het is de schuld van alles en iedereen,behalve van die mensen; wij moeten dat accepteren. Ja, ik wilde eenvraag stellen, maar ik weet dat het geen enkel nut heeft. Toch ga ik devraag stellen: hoe helpt u nu de migranten die wel willen integreren inNederland, maar met deze onzin worden opgevoed?De heer Ergin (DENK):Het is klinkklare onzin dat duizenden kinderen in Nederland wordenopgevoed met haat. Dat heeft het kabinet nooit kunnen onderbouwen. Dathebben we op geen enkele andere manier kunnen zien. Kijk, als weselectief gaan shoppen in cijfers, als we onderzoek erbij gaan halen en datuit zijn verband gaan trekken om het eigen politieke gelijk te onder-bouwen, dan kan ik ook met een onderzoek komen – het is inmiddels vaneen paar jaar geleden – waarin staat dat een kwart van de PVV-stemmersgeweld onder bepaalde omstandigheden acceptabel vindt. Dan kunnenwe hier met elkaar een debat voeren omdat het ergens in een rapportheeft gestaan, maar ik wil graag bewijzen zien. De heer Boon beweert datduizenden mensen, duizenden kinderen, met haat en geweld wordenopgevoed. Als dat zo is, waarom grijpt het OM dan niet in? We hebbentoch een rechtsstaat? We hebben toch het OM dat haat, geweld endiscriminatie nu al op basis van het strafrecht kan veroordelen? Wehebben toch wetgeving waardoor bestuurders van organisaties dieaanzetten tot haat, geweld en discriminatie gewoon door het OMaangeklaagd kunnen worden en zelfs uit hun functie gezet kunnenworden? Waarom worden die wetten dan nooit toegepast, als het zo erg isals de heer Boon zegt? Ik denk dat hij dat met leugens, met onwaarhedenonderbouwt. Ik zie het niet. Ik zie ook andere onderzoeken. Ik kan daarflauw op terugvallen.De voorzitter:Kunt u tot een afronding komen?De heer Ergin (DENK):Als de heer Boon wijst met één vinger, dan wijzen wij echt met drievingers terug. Dan zou hij er ook eerlijk over moeten zijn dat een kwartvan zijn achterban bereid is om geweld te gebruiken.De voorzitter:U heeft geen interrupties meer, meneer Boon. U was aan het eind van uwbetoog. Ik zie een uitwisseling daar, maar die laat ik even voor wat die is.De heer Ergin (DENK):Voorzitter, herstel: het waren vier vingers. Dat zegt de Staatssecretaris.De voorzitter:Vier vingers. Nou ja, mooi. Scherp. Wat fijn dat we allemaal scherp zijntijdens dit debat. Ik wil het woord geven aan de heer Boomsma, die zomet zijn betoog begint. Ik ben wel echt voornemens om ervoor te zorgendat alle bijdragen zijn afgerond, zodat we de lunchpauze en de schorsingkunnen laten samenvallen. Dus ik wil u vragen om daar ... Nou goed. UTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9157 kunt gewoon uw betoog houden, maar dat wilde ik even voor de rest envoor de kijkers opgemerkt hebben. U kunt uw betoog beginnen, meneerBoomsma.De heer Boomsma (NSC):Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn debuut in deze commissie. Ik zie uit naarde samenwerking.Dit gaat over inburgering en dat raakt ook de kern van de naam van mijnpartij en van onze idealen. Nieuw Sociaal Contract staat voor eenNederland als een zorgzame samenleving van vrije burgers die verant-woordelijkheid nemen, niet alleen voor zichzelf en hun eigen groep, maarvoor elkaar en voor hun omgeving als een gemeenschappelijk thuis.Wanneer doen mensen dat? Dat doen mensen als ze weten dat ze eronderdeel van zijn en erbij horen, als zij zich onderdeel weten van eengedeeld verhaal. Nederland is niet een neutraal stukje real estate. Het iseen historisch gegroeide cultuurgemeenschap die de westerse bescha-vingstraditie als fundament heeft, maar openstaat voor nieuwkomers. Inzijn rede «Wat is een natie?» gaf de Franse schrijver Ernest Renan eindnegentiende eeuw zijn beroemde definitie: wat mensen samenbrengt alsland, wordt niet bepaald door afkomst of etniciteit, wordt niet bepaalddoor religie of natuurlijke geografische grenzen of handelsrelaties, maardoor de dagelijkse ontmoeting en de wil om samen te leven die verledenen toekomst met elkaar verbindt, door samen grootse dingen te hebbengedaan in het verleden en het verlangen om samen nog grootse dingen tedoen en tot stand te brengen in de toekomst. Nou, dat is de geest die wijmoeten oproepen. En dat is ook de uitgestoken hand die wij moetenbieden.De naam «Nieuw Sociaal Contract» gaat over het herstel van de relatietussen overheid en burgers, maar dat contract gaat ook uit van eengemeenschappelijk wij. Zoals elk contract gaat het gepaard met rechtenen plichten. Nederland is een van de oudste burgerlijke samenlevingenvan de wereld. Wie zich hier vestigt, krijgt toegang tot unieke en enormzwaarbevochten vrijheden en rechten, zoals het recht om stichtingen,scholen, nieuwe partijen of bedrijven op te richten en het recht om tegeloven of niet te geloven. Maar die vrijheid gaat gepaard met de plichtom die ook aan anderen te gunnen. Onderdeel worden van het sociaalcontract hier is niet vrijblijvend, maar vraagt veel van nieuwkomers. Hetvraagt dat ze hun best doen om werk te vinden en de taal te leren. Hetvraagt ze uiteraard om onze wetten te respecteren, maar ook om zich ingrote lijnen aan te passen aan de hier geldende normen en waarden.Integratie komt niet in alle opzichten van twee kanten. Als een Neder-lander naar Chili of naar Vietnam verhuist, moet hij ook niet verwachtendat Chilenen of Vietnamezen zich aanpassen aan hem, maar andersom.Het vraagt wel wat anders van de autochtone bevolking, namelijk dat zenieuwkomers echt de kans geven en hen echt accepteren en verwel-komen. Het vraagt ook van iedereen inzet om zich bewust te worden vanmogelijke vooroordelen en om mensen niet te reduceren tot hun groep,maar ze te beoordelen als individu en ook als zodanig aan te spreken.Discriminatie ondermijnt het sociaal contract en wat in de begroting wordtaangeduid als sociale samenhang.Voorzitter. Wat het sociaal contract ook ondermijnt en de polarisatievergroot, is in de eerste plaats geweld op straat, zeker geweld datonbestraft blijft en de veiligheid van één groep, de Joodse gemeenschap,zo onder druk zet. De antisemitische klopjacht in Amsterdam van tweeweken geleden bracht diepe breuklijnen in onze samenleving aan het licht.De discussie ging daarna veel over de toon en de woorden die zijngebruikt om de situatie te duiden en over de reacties. Vervolgens was erheel veel wantrouwen over en weer. Dat leidt tot meer vervreemding enleidt ook af van oplossingen. Wat we daartegenover moeten stellen isbegrip en goede wil zonder de feiten te verdraaien. Aan de ene kantTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9158 moeten we proberen te begrijpen dat als mensen zien dat het bij diezelfbenoemde Jodenjacht naar alle waarschijnlijkheid gaat om Neder-landse mannen met een migratieachtergrond uit islamitische landen, hetonvermijdelijk is dat veel mensen denken: we hebben een probleem metde integratie. Het is dan onvermijdelijk dat ze die zorg ook uiten, zeker alsvervolgens een rapper in Paradiso zegt «Marokkanen bedankt» en dat metgroot gejuich wordt ontvangen.Maar we moeten tegelijkertijd ook begrip opbrengen voor Nederlandersmet bijvoorbeeld een Marokkaanse achtergrond die er last van hebben alsze zich moeten verantwoorden voor iets waar ze niks mee te makenhebben gehad en die opeens worden aangekeken met wantrouwen. Hetrisico is dan dat mensen zich juist meer gaan terugtrekken in hun eigenidentiteit. Ik denk dat de opmerking van de Staatssecretaris dat islami-tische jongeren voor een groot deel onze Nederlandse normen enwaarden niet onderschrijven ook niet heeft bijgedragen aan het klimaat. Ikwil hem toch vragen om daarop te reflecteren. Aan de andere kantmoeten we ook niet blind zijn voor het feit dat sommigen wel heel snelhet narratief wilden omdraaien om zelf een slachtofferrol te claimen. Dathoorde ik eerlijk gezegd ook in het betoog van mijn collega van DENK.Voorzitter. Integratie en herstel van vertrouwen vergen in ieder geval alsabsolute voorwaarde dat het gezag wordt hersteld op straat en dat geenenkele groep het idee krijgt dat ze met geweld en intimidatie de baaskunnen spelen en hun wil kunnen opleggen. Wij moeten de Joodsegemeenschap beschermen en de veiligheid herstellen. We moeten ookproberen om de vicieuze cirkel van wederzijds wantrouwen te doorbrekendoor niet steeds alles wat wordt gezegd of gedaan op een zo slechtmogelijke manier te interpreteren en elkaar niet de hele tijd hele slechteintenties toe te dichten. Dat draagt ook niet bij. Laten we ook niet vergetendat de meeste jongeren in Nederland met een migratieachtergrondinderdaad niet aan het rellen waren, zich wel aan de wet houden,meedoen en gewoon een goed leven willen. Heel veel migranten zijn eenverrijking voor onze samenleving.Tegelijkertijd moeten we constateren dat er gewoon nog hardnekkigeproblemen spelen. Dat blijkt ook uit het rapport van het CBS dat nuvoorligt. Het is heel goed om te zien dat er ook wel positieve trends waarte nemen zijn als het gaat om onderwijs en werk. Daar is al veel overgesproken. Tegelijkertijd zijn bepaalde problemen gewoon hardnekkig. Ikvond het teleurstellend om te lezen dat mensen met een migratieachter-grond bijvoorbeeld minder vrijwilligerswerk doen, want dat is juist zobelangrijk om deel te nemen aan de samenleving. Ik vond hoofdstuk 8 ookinteressant. Dat ging erover hoe belangrijk het is dat kinderen vanmigranten bij het opgroeien al veel Nederlands spreken en in een netwerkzitten waar ze dat horen. Ik vroeg me af of er vanuit het kabinet en deStaatssecretaris nog een reactie komt op dit rapport en die bevindingen.Voorzitter. Dan wil ik drie elementen met betrekking tot integratie nog korttoelichten. Het gaat om het leren van de taal, om werk en om het delenvan normen en waarden en een algeheel gevoel van verbondenheid. Teneerste het leren van de Nederlandse taal. Gemeentes hebben eerderaangegeven dat ze te weinig middelen hebben voor inburgering entaalonderwijs. In mijn tijd als gemeenteraadslid in Amsterdam ben ik ookvaak tegen die problemen aangelopen. Ik wil dus graag een reactie op devraag hoe het nu zit met de aanbestedingen voor taalonderwijs en wat heteffect is van het schrappen van de bezuiniging op de VrIP-subsidies bij hetCOA aan de balies. Ik wil ook weten welk deel van de inburgeringsplich-tigen nu wel toegang heeft tot een volledig taalaanbod. Hoe staat het numet dat aanbod? Wat zijn grote bottlenecks en problemen daarbij? Bijgebrek aan leerkrachten of middelen zou je ook moeten denken aan eensystematiek waarbij iets minder klassikale uren worden geboden en er ietsmeer mogelijkheden zijn voor onlinecursussen. Worden de mogelijkhedenvan online modules nu voldoende benut? Zijn die beschikbaar en tellenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9159 die ook mee? Heeft de Staatssecretaris ook zicht op de eis dat mensenmet een bijstandsuitkering inderdaad werken aan het verbeteren van hunkennis van de Nederlandse taal? Hoe wordt daar nu op gehandhaafd? Ikben het helemaal eens met mevrouw Becker; daar moeten we ook zekermee doorgaan. Hoe wordt dat dan gemonitord? Welke subsidies zijn ernu? Zijn die in kaart gebracht voor het taalaanbod voor arbeidsmigranten?Wat kunnen bedrijven daar zelf aan doen?Voorzitter. Dan over werken. Aan het werk gaan is uiteraard de bestemanier om onderdeel van de samenleving te worden. Dat is ook de bestemanier om de taal te leren. Bij de behandeling van de begroting Asiel enMigratie heb ik al een motie ingediend om te kijken of de tewerkstellings-vergunning voor asielzoekers kan worden afgeschaft, kan wordenvervangen door een meldplicht, of in ieder geval sterk versimpeld kanworden. De informatie die het UWV krijgt via het van tevoren aanvragenvan een vergunning, kun je ook krijgen via een melding. Dat bespaartgewoon tijd. Dat bespaart ook bureaucratie voor de bedrijven. De tijd diewordt bespaard, kan ook beter worden gebruikt voor de tewerkstellings-vergunning voor andere werknemers van buiten de EU. Bij de asielzoekersen statushouders is er bovendien vanuit het COA al enig toezicht op waarde mensen wonen. Hierbij geldt wel dat het voor asielzoekers bij wie dekans klein is dat ze kunnen blijven, beter is dat ze niet gaan werken. Hoestaat het met de uitvoering van die motie? En hoe staat het nu met deuitvoering van het plan van aanpak statushouders aan het werk? Wat is nude voortgang sinds de update in maart? Is dit inderdaad de koers die deStaatssecretaris verder inslaat?In negentien arbeidsmarktregio’s zijn regionale verbinders voor status-houders actief. Maar hoe staat het nu met de uitrol naar de overigearbeidsmarktregio’s? Het is goed dat er subsidieregelingen zijn om eenimpuls te geven aan werkgevers om de statushouders duurzaam in dienstte nemen. Maar in hoeverre wordt er nou van die subsidieregelinggebruikgemaakt? Is die regeling voldoende bekend bij werkgevers?Voorzitter. Mijn laatste blokje gaat over de aansluiting op Nederlandse enwesterse normen en waarden. Die komt ook terug in de verschillendebrieven en onderzoeken die mede zijn geagendeerd. Een van deproblemen die we zien, is dat jongeren in het algemeen, maar ookspecifiek jongeren met een migratieachtergrond, veel worden blootge-steld aan online propaganda. Op straat zijn er veel jongerenwerkers, maarin hoeverre hebben we zicht op wat er online gebeurt? Is het nietbelangrijk om meer te focussen op wat er online allemaal wordt gedaan?Moet je daar ook niet jongerenwerkers inzetten?Dan het rapport over de Turkse diaspora. Mevrouw Becker had het daarook al over. We hebben nu een reactie gekregen op dat eerste rapport,maar welke stappen gaat de Staatssecretaris nu ondernemen op basis vandie conclusies? Ik vond het opvallend om te lezen dat ruim 64% van deTurks-Nederlandse gemeenschap zich primair met Turkije identificeert. Wezien gelukkig wel dat dit percentage lager is onder jongeren en dat dit ookafneemt. Veel jongeren zien Turkije meer als een vakantieland. Maar hetmeest schokkende vond ik dat een kwart van de mensen zegt zich onveiligte voelen vanwege Turkse invloed in Nederland. 43% zou graag zien datde Nederlandse overheid hen beter beschermt tegen ongewensteinmenging en intimidatie vanuit Turkije. Dat vind ik een buitengewoonzorgwekkend signaal. Ik wil graag weten hoe het kabinet daarmeeomgaat. Wat gaan we doen om mensen te beschermen tegen dieongewenste beïnvloeding?Ik vond het ook interessant om te lezen dat 49% vindt dat moskeeën nietdoor buitenlandse imams zouden moeten worden geleid. Inmiddels is ookhet tweede deel van dit onderzoek verschenen. Dat kwam volgens mijtwee weken geleden uit. Hierin wordt ook specifiek gewaarschuwd voorhet risico van nieuwe botsingen. Het lijkt me goed als het kabinet ook meteen schriftelijke reactie op dat tweede deel van het rapport komt. Ik vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9160 me ook af wat nu de status is van de plannen voor een Nederlandseimamopleiding. Eerdere plannen daartoe zijn om allerlei redenengesneuveld. Ik denk nog altijd dat het beter is als die optie wel bestaat ofwordt ontwikkeld, zeker als veel moskeeën worden aangestuurd vanuit deTurkse overheid. In Oostenrijk is een aantal jaar geleden een wetingevoerd over hoe je omgaat met religieuze organisaties en specifiek metde islam. Dat ging ook over de inzet van lokale imams. Dat schijnt daarbest goed te werken. Misschien kan het kabinet daarop reageren. Inhoeverre biedt die wet aanknopingspunten voor Nederland?Dan heb ik nog een vraag. Het onderzoek naar het Turkse diasporabeleidwas interessant, maar is het niet een idee om een vergelijkbaar onderzoekte doen naar bijvoorbeeld het beleid van Eritrea? Er zijn namelijk ook veelsignalen geweest van inmenging door de Eritrese overheid. Is het nietgoed om dat dan ook te doen?Voorzitter. Deelnemen aan deze samenleving betekent ook grenzen stellenaan bepaalde vormen van groepsdwang. Ik vond het schokkend om telezen dat 41.000 vrouwen genitale verminking hebben ondergaan, maarmet name ook dat 4.200 meisjes in Nederland risico lopen op dit moment.Wat wordt er gedaan om dat te voorkomen, om die meisjes tebeschermen en om dat te monitoren? Hoe vaak is de afgelopen jarenbijvoorbeeld geconstateerd dat dit is gebeurd, dus dat we dit niet hebbenkunnen voorkomen, en hoe vaak is vervolgens opgetreden tegen deouders?Voorzitter. Honderden vrouwen met een Nederlands paspoort leven inhuwelijkse gevangenschap, ook buiten Nederland. De organisatieFemmes for Freedom heeft gewezen op de ellende die kan ontstaan alsvrouwen vervolgens hun nationaliteit verliezen omdat ze al die jarengevangen werden gehouden in het buitenland. Zij pleiten er ook voor omte helpen en dat wij dus niet zeggen: ja, dan verlies je je nationaliteit. Zezijn slachtoffer. Ze pleiten er dus voor om te helpen om de Nederlandsenationaliteit, de verblijfsstatus, te herstellen als het verblijf in hetbuitenland onvrijwillig was. De oproep is ook om ervoor te zorgen dat zeterechtkunnen bij Nederlandse ambassades daar, dat ze per direct inveiligheid worden gebracht en dat ze juridische en consulaire hulp krijgenom terug te keren naar Nederland. Hoe ziet het kabinet dat?Voorzitter. Sociale samenhang gaat ons allemaal aan. Integratie eninburgering zijn in die zin niet alleen iets voor nieuwkomers, maar vooralle generaties. Elke generatie is, in de woorden van José Ortega y Gasset,een soort verticale invasie van barbaren, in de zin dat je kinderen moetopvoeden, want anders worden het barbaren. Maar om die lotsverbon-denheid, dat verhaal van wat wij delen in de samenleving, tebenadrukken, zijn ook rituelen nodig. Daarom wil NSC twee voorstellendoen. Ten eerste zou NSC de waarde van 5 mei als een dag om onzevrijheid te vieren, willen benadrukken. Kan de Staatssecretaris demogelijkheden in kaart brengen om daarvan ook echt een vrije dag temaken?Ten tweede. Jongeren die in Nederland de stemgerechtigde leeftijdbehalen, worden volwaardig staatsburger van Nederland, met alle rechtenen plichten die daarbij horen. Die rechtsstatelijke en democratischewaarden vormen de basis van ons sociaal contract, maar heel veeljongeren stemmen niet. Ik denk dat het goed zou zijn als we manierenbedenken om het besef en de betekenis daarvan te verdiepen en temarkeren, bijvoorbeeld door jongeren die 18 worden en die dusvolwaardig staatsburger worden een brief te sturen, bijvoorbeeld van deregering of de gemeente, de burgemeester, met felicitaties, maar ook meteen aansporing en een uitleg van wat dat betekent. Ik denk dat het bestezou zijn om een boekje te laten samenstellen – dat kan een kort boekje zijn– dat ingaat op de vrijheid, en de verantwoordelijkheid, rechten enplichten van het staatsburgerschap van Nederland, en hoe die tot standzijn gekomen. Dat gaat dus over de geboortepapieren van Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9161 Daarmee kan daar specifiek aandacht aan worden besteed en een appelworden gedaan op jongeren. De specifieke invulling daarvan kun je aangemeentes overdragen, maar dat idee wil ik hier dus wel opperen. Ik denkdat dat een waardevolle bijdrage zou kunnen zijn. De afgelopen jaren is bijintegratie en inburgering heel erg de nadruk gelegd op allemaal dingendie je moet, in een bepaalde negatieve sfeer, terwijl het ook iets heelpositiefs is. Het moet een uitgestoken hand bieden, zo van: wees welkomen word onderdeel van deze vrije samenleving.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Ik heb een dilemma, beste mensen. Het restaurant sluit zo.Volgens mij komt het het debat alleen maar ten goede als wij genoegeten. We hebben nog drie sprekers te gaan. Ik zou willen voorstellen om teschorsen tot 14.00 uur. Dat is 25 minuten. Dan kan in ieder geval algewerkt worden aan een deel van de beantwoording. Daarna doen de driesprekers hun inbreng, gevolgd door een korte schorsing voor debeantwoording van de vragen van de laatste drie. Mevrouw Coenradiebegint dan aan haar beantwoording, omdat zij andere verplichtingen heeftlater op de dag. Is dat iets waar jullie mee kunnen instemmen? Ja? Bijdezen. Dan schors ik tot 14.00 uur. U wordt geacht om dan ook de lunchtot zich te nemen.De vergadering wordt van 13.37 uur tot 14.06 uur geschorst.De voorzitter:Dag allen. Onze zeer gewaardeerde gasten zijn gearriveerd, dus wekunnen verder met het debat. Het voornemen is nog steeds om uiterlijkom 17.00 uur te eindigen met elkaar. Dat betekent dat we straks ook evenmoeten gaan kijken hoe we daar in de beantwoording als commissiezorgvuldig mee om kunnen gaan. Ik wil voor nu het woord geven aan deheer Flach, die de eerste is van nog drie sprekers van de commissie.Meneer Flach, het woord is aan u.De heer Flach (SGP):Voorzitter, dank u wel. «We gaan op Jodenjacht,» echode het begin dezemaand door de Amsterdamse straten. Terwijl de Joodse gemeenschap deKristallnacht herdacht, spoelde er opnieuw een vloedgolf van antisemi-tisch geweld door de hoofdstad. «Zeg «Free Palestine» en we laten je metrust», schreeuwden ze, terwijl er op Israëliërs werd ingetrapt. Die beeldenkrijg ik niet van mijn netvlies. De Jodenjacht in Amsterdam van begindeze maand is een dieptepunt in een lange reeks dieptrieste incidentendie onze samenleving ontwrichten en die voor Joodse Nederlanders bijnaonleefbaar maken.De afgelopen weken hebben we als reactie daarop heel vaak gehoord datwe een integratieprobleem hebben of dat de integratie van bepaaldegroepen jongeren is mislukt. Eerlijk gezegd denk ik dat het nog erger is.Een integratieprobleem hadden we namelijk begin deze eeuw ook al; datwerd toen aangekaart door Pim Fortuyn. Sindsdien is het bepaald nietbeter geworden. We zien in delen van onze samenleving geen integratie,maar zelfs desintegratie. Deze gebeurtenissen brachten dit aan hetoppervlak. Sommige Nederlandse jongeren, overwegend uit islamitischeculturen en in het bijzonder met Marokkaanse wortels, koesteren eendubbele loyaliteit.Voorzitter. Ons land heeft christelijke wortels, en die moeten we koesteren.Het zal niemand verbazen dat de SGP graag ziet dat Gods goede gebodende normen en waarden van ons land stempelen. Daar vaart iedereen welbij. Bij de inburgering en integratie moeten we veel aandacht bestedenaan de overdracht van onze normen en waarden. Dan doel ik niet op hetopdringen van allerlei seculiere waarden op het gebied van lhbti en vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9162 abortus als recht, maar op algemene waarden die aansluiten op onsnationale fundament. Er is ruimte voor afwijkende meningen, maarbinnen de grenzen van de rechtsstaat. Wij slaan er niet op los, maarlossen onze problemen op door met elkaar in gesprek te gaan. Vrouwenbehandelen we respectvol. Die beschermen we tegen vrouwenbesnij-denis, eerwraak en andere onderdrukking. Hier werken we hard voor onsgeld. Hier heb je je naasten lief als jezelf. Dat is zomaar een greep uit onzenationale spelregels.Eén ding is duidelijk: tegen haat is geen integratiebeleid opgewassen.Daarom moet er normerend worden opgetreden. We trekken eenduidelijke streep bij geweld en bij andere onwettigheden. De daden vandeze groep jongeren in Amsterdam moeten we dan ook beantwoorden ineen taal die zij verstaan: met een harde aanpak en met lik-op-stukbeleid.Zij maken misbruik van onze verworvenheden, om die vervolgens metvoeten te treden door buurten onveilig te maken en Joden letterlijk onderde voet te lopen. Wat de SGP betreft is de aanpak de afgelopen jaren tevrijblijvend en naïef geweest. Alleen preventie en een narratief vanslachtofferschap en beleid gaan dit niet oplossen. De afschuwelijkebeelden van de nacht van 7 op 8 november leggen dat pijnlijk bloot. Datmoet ons aanzetten tot beleid dat deze groep stevig tot de orde roept,maar waarbij ook wordt ingezet op verbinding met en integratie van allenieuwkomers; de goeden mogen niet onder de kwaden lijden.Voorzitter. Laten we beginnen bij het begin. Om stapelende integratiepro-blemen te voorkomen, zal ook iets aan de asielinstroom moeten wordengedaan. Bij de voordeur zal je veel scherper moeten toetsen, zodatoverduidelijke antisemieten ons land niet binnenkomen. Daarom wil deSGP dat antisemitisme mensen veel zwaarder wordt aangerekend in deasiel-, inburgerings- en naturalisatieprocedures. Mijn fractie heeft hierovermet de VVD, NSC en BBB een motie ingediend, die is aangenomen. Ikbegrijp dat de verkenning gereed is en dat wij hierover voor het kerstrecesworden geïnformeerd. Als de verkenning klaar is, zou ik die graag zo snelmogelijk ontvangen, zodat we met spoed vervolgstappen kunnen zetten.Kan de Staatssecretaris ons alvast bijpraten over de mogelijkheden?Daarnaast moeten we bij nieuwkomers blijven inzetten op het verplicht engoed leren van de taal. De Kamer heeft de regering opdracht gegeven detaaleisen voor iemand die Nederlander wil worden naar niveau B1 tebrengen. Dit is ook opgenomen in het regeerprogramma. Hoe ziet hetwetstraject hiervoor eruit?De uitvoering van de inburgering door gemeenten staat of valt metvoldoende financiering. Daar dreigt het nu mis te gaan, want er zijn meerinburgeraars en minder middelen. De komende tien jaar wordt er 10%bezuinigd op het budget voor inburgeringsvoorzieningen. Ik begrijp dathet kabinet hoopt dat de instroomverlaging al zo snel effect heeft, maarrealistisch is het niet. Ik roep de Staatssecretaris op om de gemaaktebestuurlijke afspraken met gemeenten na te komen en met geld over debrug te komen. Graag een reactie.Voorzitter. Zoals gezegd is antisemitisme een veelkoppig monster datkrachtig bestreden moet worden. Dit beest werk je niet zomaar tegen degrond. Daar zijn talrijke en intelligente strijdmiddelen voor nodig. Zoalstijdens het debat over de gebeurtenissen in Amsterdam is besproken,moeten we dat allereerst doen door repressie, maar educatie hoort daarook bij. Inburgeraars zouden verplicht een bezoek moeten brengen aaneen vernietigingskamp of aan het Holocaustmuseum, zodat ze weten vanhet lot dat de Nederlandse Joden in de Tweede Wereldoorlog isoverkomen. Dit SGP-idee is overgenomen door de Kamer en wordt nuuitgewerkt door het ministerie. Ik lees in de beantwoording van defeitelijke vragen dat de uitkomst van deze verkenning bepalend is voor hetantwoord op de vraag of en hoe een bezoek door inburgeraars mogelijkkan worden gemaakt, terwijl de Kamer door het aannemen van dezemotie helder heeft aangegeven dát het verplichte bezoek er gewoon moetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9163 komen. Ik ga er dus van uit dat de vraag of inburgeraars daaraan eenbezoek moeten brengen, niet ter discussie staat. Kan de Staatssecretarisdat bevestigen? Wil zij inzicht geven in de voortgang van de verkenning?Daarnaast willen wij dat Nederland een variant krijgt op de Duitseverklaring van verbondenheid, waarbij inburgeraars simpelweg onderte-kenen dat ze het Joodse leven zullen beschermen. Houden nieuwkomerszich hier niet aan, dan kan dat niet zonder consequenties blijven. Mijnmotie om dit te betrekken bij de evaluatie van de participatieverklaringvolgend jaar, is aangenomen. Ik zou de Staatssecretaris willen vragen omdit goede voorbeeld te volgen en dit nu al op te nemen in zijn actieagendaintegratie. Pakt hij deze handschoen op?Dan iets anders. Vroeger hadden wij de zogenaamde heimweeschotels.Tegenwoordig dragen bepaalde onlineplatfora bij aan een dubbeleloyaliteit en desintegratie van nieuwkomers, maar ook van Nederlandersvan de tweede of derde generatie. Zij noemen vaker in plaats vanNederland, Turkije of Marokko hun land. Een instagrampagina alsCestmocro speelt hierin een onverkwikkelijke rol. Meer dan 1,1 miljoenvolgers worden daar dagelijks vergiftigd met antisemitische, opruiendereacties. Welke stappen gaat het kabinet hiertegen nemen?Vanuit onder meer Arabische landen wordt het vuur van onverdraag-zaamheid en verdeeldheid verder opgepookt. Zo was er recent eenbelangrijk signaal van een Hezbollahvertegenwoordiger die aangaf dat zijinzette op het aanwakkeren van pro-Palestijnse demonstraties in hetWesten. Vindt dit ook in Nederland plaats? Hoe gaat het kabinet daar zichtop krijgen? Ik roep het kabinet op om de financiering en de organisatievan dergelijke manifestaties onder de loep te nemen, zodat weongewenste buitenlandse inmenging tegengaan.Verder blijft het salafisme in Nederland een reëel gevaar. De afgelopenjaren werd de strijd tegen deze duistere inmenging weer afgeschaaldvanwege maatschappelijke ontwikkelingen en juridische beperkingen. DeTaskforce Problematisch gedrag kwam in een soort slaapstand terecht.Over naïviteit gesproken. Het laat zien dat voortdurende alertheid enwaakzaamheid is geboden. Hoe gaat het kabinet die taskforce nu weeroptuigen en effectief inzetten? Eerder liep deze taskforce door een gebrekaan juridische instrumenten tegen grenzen aan. Het begint ermee dat ereen juridische definitie van «problematisch gedrag» komt, zodatdaartegen juridisch kan worden opgetreden. Is deze definitie inmiddelsuitgewerkt? Kan in kaart worden gebracht welke juridische bevoegdhedennodig zijn in de strijd tegen ongewenste beïnvloeding, opdat gezocht kanworden naar een werkbare oplossing? Er komt nu een verkenning naar demogelijkheden om effectiever op te treden tegen onverdraagzaam enantidemocratisch gedachtegoed. Die kan daarbij worden betrokken. Ikhoor graag wanneer de Kamer de uitkomsten van deze verkenningtegemoet kan zien.Tot slot wil ik het hebben over de gebedsoproepen. Minaretten die metveel volume gebedsoproepen uitstorten over een wijk, zorgen bij veelNederlanders voor vervreemding. De heer Eerdmans en ik stelden inseptember hierover schriftelijke vragen, maar tot op heden klinkt vanaf deHaagse beleidstorens slechts oorverdovende stilte. Kunnen deze vragenzo snel mogelijk worden beantwoord? Nu lees ik in de begroting datwordt onderzocht óf versterkte gebedsoproepen gereguleerd kunnenworden, terwijl het regeerprogramma duidelijk aangeeft dat er betereregels moeten komen voor deze oproepen. Ik neem aan dat het kabinetnog steeds van plan is om deze geloofsbelijdenis aan banden te leggen.Kan de Staatssecretaris dat hier bevestigen? En wat is het tijdpad bij ditvoornemen? Ik vraag het kabinet vaart te maken met het wetsvoorstel datdit moet regelen. Deze overlastgevende islamitische geloofsbelijdenissenhoren niet thuis in Nederland. Daarom wil de SGP daar een einde aanmaken.Tot zover, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9164 De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Van Zanten, die haar betoog gaatvoeren namens de BBB.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank u wel, voorzitter. In tegenstelling tot een jaar of tien of twintiggeleden kunnen we in dit hypersensitieve tijdperk vrijwel niets meerzeggen over migratieproblematiek. Niet alleen meningen, maar ookwoorden zelf liggen hoogst gevoelig. BBB is er echter van overtuigd datproblemen pas kunnen worden opgelost als oorzaken en gevolgen bijnaam worden genoemd. Ik zal dat ook niet nalaten, want te lang is deproblematiek rond integratie met de mantel der liefde bedekt. Nederlandis mijn partij te dierbaar om te blijven aanmodderen met halfzachtepogingen om te komen tot oplossingen, terwijl we steeds ernstigerexcessen zien onder niet-geïntegreerde groepen.Voorzitter. We hebben de laatste decennia te maken met een zeer snelgroeiende bevolking die geheel wordt veroorzaakt door migratie. Waar in1998 ongeveer 16% van de inwoners van Nederland een migratieachter-grond had, is dat momenteel een kwart. In steden liggen deze cijfers vaakveel hoger. Volgens cijfers van het Amsterdamse bureau voor onderzoeken statistiek heeft 59% van de Amsterdammers in 2023 een migratieach-tergrond. Ruim een derde van alle Amsterdammers heeft eenniet-westerse migratieachtergrond.U hoort: ik gebruik de termen «migratieproblematiek» en «migratieachter-grond». Ik begrijp uit de brief Verkenning beleving herkomstclassificatiesonder Nederlandse inwoners dat het benoemen van herkomst wordtervaren als negatief en dat het Ministerie van SZW in het vervolg zalkiezen voor andere termen, omdat die breder worden gedragen. Waaromgaat het ministerie mee in deze hypergevoeligheden? Het belang vanconcrete cijfers en feiten, en van klare taal staan hier toch boven? Ik maghopelijk aannemen dat deze Staatssecretaris er niet hetzelfde in staat alszijn voorganger. Graag een reactie.In Nederland mag je als individu zijn wie je wilt zijn, houden van wie jewilt houden en geloven wat je wilt geloven. Om vrij en veilig met elkaar tekunnen samenleven in een land is daarbij wel een vereiste om dezelfdekernwaarden, normen en fatsoensregels te hebben en de geldende wet-en regelgeving te respecteren. Want jouw vrijheid stopt waar je de vrijheidvan een ander beperkt. Europarlementariër Assita Kanko zei tijdens deRonny Naftaniellezing vorige week zondag: burgerschap boven afkomst.Dát is de crux van integratie.Voorzitter. Ik ben zelf het kind van een Nederlandse vader en eenEuro-Aziatische moeder, zoals dat tegenwoordig heet. Mijn moeder kwamals klein kind naar Nederland met haar broer, zus en ouders. Het gezinwoonde op verschillende plekken in het land, bij familie en in pensions,om vervolgens te settelen in een stadje hier niet ver vandaan. Ze sprakenal Nederlands. Mijn opa werkte hard. De kinderen gingen naar Neder-landse scholen en hadden Nederlandse vriendjes en vriendinnetjes. OverIndonesië werd niet of nauwelijks gesproken. Mijn moeder kreeg, behalvewat uiterlijke kenmerken, dan ook zeer weinig mee van haar geboortelanden deels Aziatische wortels. Ze is er ook nooit meer geweest. Het wasduidelijk dat de toekomst van de Indische Nederlanders in Nederland lag.Van hen werd verwacht dat ze zich zouden aanpassen aan de Nederlandsecultuur. Over het algemeen kan worden gezegd dat de integratie van dezegroep goed is gelukt. Ze waren vaak voldoende tot goed opgeleid enkonden door een deels Nederlandse culturele opvoeding goed meekomenin de samenleving. Je kunt bij deze groep zelfs spreken van vrijwelvolledige assimilatie. Dat was destijds ook precies het beleid van deNederlandse overheid.In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd ingezet op integratie metbehoud van cultuur. Met het oog op terugkeer kregen kinderen van veelalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9165 Turkse en Marokkaanse gastarbeiders les in eigen taal en cultuur. Dathielp niet bij de integratie. Vervolgens kregen we inburgeringsbeleid. Deinburgeringsexamens werden afgelegd in het land van herkomst. Datzette flink de rem op het halen van bruiden en bruidegoms uit Turkije enMarokko. Kunnen we een bepaalde vorm van dit beleid, wellicht in eeniets lichtere vorm, invoeren bij arbeidsmigranten en studiemigranten, inieder geval bij die van buiten de EU? Wellicht kan de Staatssecretaris vanJenV dit overleggen met haar collega’s op SZW en OCW. Dat is mijnvraag.Voorzitter. Wiskundige en cultureel antropoloog Jan van de Beek schrijft inzijn boek Migratiemagneet Nederland dat gemengde relaties eenintegratiemotor bij uitstek zijn. Kinderen met één autochtone ouderintegreren gemiddeld veel beter dan kinderen met twee in het buitenlandgeboren ouders. Ook opleidingsniveau en culturele afstand spelen eengrote rol, zoals ik eerder ook al noemde in relatie tot de Indische Neder-landers. Daarnaast hangt de culturele afstand tussen Nederland en hetherkomstland weer sterk samen met de neiging tot het aangaan vangemengde relaties. Van de Beek stelt dat het percentage immigranten datin Nederland gemengde relaties aangaat lager is naarmate een groterpercentage van hen moslim is.Onder moslims, in het bijzonder jonge moslims, bestaat ook een vrijbreed gedragen afwijzing van de westerse cultuur, zegt Van de Beek,waarbij hij verwijst naar diverse onderzoeken in Groot-Brittannië,Frankrijk, Duitsland en Nederland. Zo blijkt onder meer dat slechts 28%van de Britse moslims tegen de strafbaarstelling van homoseksualiteit isen dat maar liefst 83% vrouwen het liefst in hun traditionele rol ziet. Eenderde is voorstander van het invoeren van de shariawetgeving; mijncollega zei dat net ook al even. Uit een peiling van de Franse krant LeFigaro in 2020 blijkt dat 74% van de moslims onder de 25 jaar de islamboven de Franse Republiek stelt. Bijna de helft van de jonge moslimsvindt zelfs dat de islam onverenigbaar is met de waarden van de Fransesamenleving.Een instituut in Duitsland heeft in 2022 onderzoek gedaan onder moslim-jongeren van ongeveer 15 jaar oud. Daaruit bleek dat bijna 70% de regelsvan de Koran belangrijker vindt dan de wetten in Duitsland. Bijna de helftgelooft dat een islamitische theocratie de beste regeringsvorm is enongeveer een derde snapt het geweld tegen mensen die Allah of deprofeet Mohammed beledigen. Eerder onderzoek, van de Nederlandsehoogleraar sociologie Ruud Koopmans, schetst vrijwel hetzelfde beeld.Dan over Jodenhaat. Ongeveer 50% van de moslims in westerse landenheeft antisemitische denkbeelden, zo schreef NRC deze zomer op basisvan diverse onderzoeken. Kijk je naar de gehele bevolking van een land,dan zie je dat West-Europese landen gemiddeld uit komen op 24% enislamitische landen op 74%. Deze onderzoeken en peilingen zijn overigensallemaal van voor de Israël-Gazaoorlog. Wijlen schrijver Hafid Bouazza,met wie ik in het verleden goed bevriend was en die ik regelmatig sprakover dit thema, omschreef het in 2013 als volgt in HP/De Tijd: «Ik denk datveel mensen onderschatten hoezeer de onmin tegen de Joden islamitischbepaald is. Joden zouden zich niet aan verdragen hebben gehouden, zezouden profeet Mohammed hebben proberen te vergiftigen, ze wilden deprofeet niet erkennen – dat soort ideeën zijn heel diepgeworteld bijArabieren. Ik zeg altijd: als de Palestijnen niet hadden bestaan, danhadden de Arabieren ze wel uitgevonden. Arabieren zien zichzelf graag alsslachtoffer.»Voorzitter. Dan kom ik op de vraag waar het om draait: kun je immigranteneigenlijk wel integreren? Van de Beek zegt: «Nee, dat moeten ze zelf doen.De overheid kan hooguit faciliteren of bepaald gedrag belonen ofbestraffen.» Over tweedegeneratiegroepen met een islamitische achter-grond zegt Van de Beek: «Drie factoren hangen heel sterk samen metintegratie, namelijk opleidingsniveau, culturele afstand en gemengdeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9166 relaties. Die seinen staan bij alle drie op rood. Bij moslims komt daar eenafwijzing van de westerse cultuur en een neiging tot zelfsegregatiebovenop. Daar kan geen enkel integratiebeleid tegenop.» Van de Beekkomt tot de conclusie dat het onzin is om mensen achteraf te willenintegreren: de overheid kan beter vooraf selecteren op opleidingsniveauen culturele afstand. Mijn vraag aan beide staatssecretarissen is: bent ubereid uw beleid hierop te gaan inrichten? Heel graag een reflectie vanbeide bewindspersonen.Tot zover. Dank.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van Zanten. U bent aan het eind van uw betooggekomen. Dat levert een interruptie op van de heer Ergin, die er nog tweeheeft.De heer Ergin (DENK):Ik heb mevrouw Van Zanten laten uitrazen, zou ik bijna willen zeggen. Methaar betoog geeft ze eigenlijk opvolging aan de uitspraken van haarpartijleider een paar weken terug. Ze zei namelijk letterlijk dat bij mensenuit sommige Arabische landen antisemitisme in de ziel zit. Nu citeertmevrouw Van Zanten iemand die kennelijk heeft geschreven dat moslimsde westerse cultuur afwijzen. Ik heb een vraag aan mevrouw Zanten. Zeheeft het ook over de Nederlandse normen en waarden, over fatsoens-regels. Bij welke Nederlandse norm of waarde, of bij welke fatsoensregel,past het dat je op basis van groepskenmerken een hele groep wegzet alsprobleem? Kan mevrouw Van Zanten aangeven waar dat in onzeNederlandse normen, waarden en tradities zou passen?Mevrouw Van Zanten (BBB):De heer Ergin vraagt of ik kan aangeven waar normen en waarden botsenmet sommige immigrantengroepen. Daar hebben we het over, toch? Danzie je bijvoorbeeld het volgende. Laat ik allereerst meneer Ergin vertellendat het heel belangrijk is dat we respectvol met elkaar omgaan. Het is eenvrije samenleving waarin we alles kunnen doen en laten zolang je eenander daar niet mee schaadt en zolang je niet de grenzen van de wetovertreedt; laat ik het zo zeggen. Je moet een beetje respect voor elkaarhebben, andermans bezittingen heel laten, niet iemand meteenuitschelden als diegene iets zegt wat jou niet zint. Zo kan ik nog wel evendoorgaan.Nogmaals, ik zeg niet dat het om alle migrantengroepen gaat of dat hetom alle moslims gaat. Ik heb net gezegd: ik ken er genoeg, ook zelf, ook inhet verleden, die helemaal niet zo zijn. Dus nogmaals, dit is geen over éénkam scheren van een groep. Het gaat er wel om dat we onze ogen nietkunnen sluiten voor de groepen waarbij dit wel speelt, waarbij we weldegelijk zien dat we te maken hebben met een zeer groot integratiepro-bleem. We zien jongeren, zoals een paar weken geleden in Amsterdam,die op Jodenjacht gaan. Meneer Ergin kan het bagatelliseren ofomdraaien door te zeggen dat het om Maccabi-tuig gaat, maar dat is niethet geval geweest. Want ja, er waren inderdaad supporters die ook heleslechte dingen hebben gedaan. Dat praat ik absoluut niet goed. Maarmoet je dan op Jodenjacht gaan? Is dat het argument waarmee je voorjezelf zegt: dit geeft mij een vrijbrief om maar alle Joden te gaan opjagendie nacht? Is dat een argument om het daarna ook nog eens compleet omte draaien, in een slachtofferrol te kruipen en te zeggen dat Maccabi-tuigdat allemaal heeft gedaan?Ik was de dag erna bij het opvangcentrum waar Joden, Israëliërs enMaccabi-supporters werden opgevangen, omdat ze niet meer terugdurfden te gaan naar hun hotel omdat zij tot in hun hotelkamer aan toezijn belaagd. Ik heb gesproken met een oudere man, van boven de 70, dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9167 niet naar het ziekenhuis durfde door wat hij die nacht had meegemaakt,omdat hij toevallig ook in een geel-blauw shirtje daar rondliep.De voorzitter:Wilt u tot een afronding komen?Mevrouw Van Zanten (BBB):Ja, ik ga afronden. Ik merk aan mezelf ... Ik heb me geprobeerd in tehouden bij het betoog van de heer Ergin, maar de perfecte, tot kunstverheven omdraaierij van feiten, daar complimenteer ik de heer Erginvoor; laat ik het daar maar bij houden.De voorzitter:De heer Ergin met zijn laatste interruptie.De heer Ergin (DENK):Dat compliment neem ik graag ter harte. Volgens mij moeten we in ditland gewoon de dingen kunnen benoemen zoals ze zijn. Volgens mijhebben we in dit huis het benoemen van feiten te lang slechts toegestaanaan rechts. Ik probeer het nu ook te doen. Ik luister naar het verhaal vanmevrouw Van Zanten. Zij heeft het over respect. Waar is het respect vooronze rechtsstaat als parlementariërs in dit huis met Israëlische rapportenin de Tweede Kamer wapperen waarin kliklijsten zijn opgenomen overonze mensen, onze Nederlanders? Kliklijsten, voorzitter! Waar is hetrespect voor onze normen, waarden en fatsoen, die mevrouw Van Zantennoemt, als hele groepen over één kam worden geschoren? Waar is dewaardigheid van dit huis als er willens en wetens onwaarheden wordenverkondigd, onder andere door de fractie van BBB? Als we in Nederlandeen integratieprobleem hebben, zoals mevrouw Van Zanten stelt, moetenmevrouw Van Zanten en haar partij integreren, niet al die Nederlandersdie iedere dag hun stinkende best doen om in Nederland het mooiste vanhun leven te maken. Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dat was een interruptie. U kunt daarop reageren, mevrouw Van Zanten.Graag kort.Mevrouw Van Zanten (BBB):De heer Ergin begint weer over dat Israëlische rapport, waarover hijnatuurlijk de afgelopen weken ook op verschillende social media helemaalis losgegaan. Zoals de heer Ergin ook wel weet, hebben alle partijen diehier in de Tweede Kamer zitten, te maken met lobbyisten of met burgersof noem het maar op. Je krijgt weleens van burgers, lobbyisten of van wiedan ook iets in handen. Dan ga je vragen of dat betrouwbaar is, als je nietweet of de herkomst betrouwbaar is. Dat is het enige wat mijn collegamevrouw Van der Plas heeft gedaan. Zij heeft gevraagd of dit rapport echtis en of het klopt wat erin staat. Ze heeft letterlijk gezegd: «Voordat ik weerword beschuldigd van het verspreiden van nepnieuws, vraag ik aan deMinister-President of dit klopt». Dus nogmaals, ik complimenteer de heerErgin met het wederom perfect omdraaien van feiten en ik laat het hierverder bij.De voorzitter:Dank u wel. Dat roept een interruptie op van mevrouw Tseggai, die er nogeen heeft.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik heb het betoog van mevrouw Van Zanten gehoord. Ik hoorde daarin eengrote probleemanalyse, die ik overigens niet helemaal deel. Maar ikhoorde ook een citaat van de heer Van de Beek, een schrijver, die heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9168 gezegd: «Mensen kunnen niet integreren. Als ze al zouden kunnenintegreren, dan moet de overheid dat faciliteren.» Met het eerste deel vandie zin ben ik het helemaal niet eens, maar met het tweede deel wel. Voormevrouw Van Zanten geldt dat volgens mij ook, anders zou ze het nietaanhalen. Ik vraag me af hoe zij dat rijmt met de bezuinigingen van decoalitie, waar de BBB ook in zit, op het inburgeringsonderwijs. Zoumevrouw Van Zanten ook een aantal van de voorstellen steunen die ik hebgedaan, zodat de overheid het inburgeringsproces beter kan faciliteren?De voorzitter:Mevrouw Van Zanten, kort graag.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik begin met de laatste vraag van mevrouw Tseggai. Ik weet niet helemaalprecies welke voorstellen mevrouw Tseggai bedoelt. Die zou ik concreetmoeten zien. Natuurlijk staan wij er altijd voor open om daarnaar te kijken.Wat het eerste punt en het citaat van de heer Van de Beek betreft: hij zegtinderdaad dat integratie uit de mensen zelf moet komen; ze moeten datzelf willen. Het enige wat de overheid kan doen, is ze daarbij faciliteren. Jekunt mensen ook belonen als ze iets heel goed doen of bestraffen als zeecht de fout ingaan. Dat faciliteren is inderdaad iets waar de overheid ookvoor is, al vind ik wel dat je daarin zelf ook een rol hebt als persoon. Als jenaar een ander land gaat, dan moet je ook weten dat je te maken krijgtmet een andere taal en andere cultuur. Dan mag er van je wordenverwacht dat je er zelf ook de nodige tijd, middelen en moeite in steekt omje de taal en cultuur van je nieuwe thuisland eigen te maken. Het is altijdmakkelijk om alles op het bordje van de overheid te schuiven. Ja, wemoeten het absoluut faciliteren en daar is ook nog steeds ruimte voor,maar daarnaast moeten mensen hierin ook hun eigen verantwoorde-lijkheid nemen.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee bent u gekomen aan het eind van uw betoog. Danzou ik graag aan mijn betoog willen beginnen. Ik vraag mevrouw Beckerom het voorzitterschap even over te nemen.Voorzitter: BeckerDe voorzitter:Dank u wel. Ik neem bij dezen het voorzitterschap over en geef het woordaan de heer Ceder van de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Ik ben geboren in Amsterdam, de stad met demeeste nationaliteiten bij elkaar op aarde. Ik ben opgegroeid inAmsterdam-Zuidoost, de meest diverse wijk van Amsterdam en daarmeeook van Nederland, en waarschijnlijk van de rest van de wereld. Ik hebeen vader die geboren is in Suriname, Zuid-Amerika, en een moedergeboren in een dorp in Ghana, West-Afrika. Ik ben christen en daarmeevolgeling van een Joodse man. De kinderen van mijn dochter zullen, mitszij een Nederlander trouwen die in Nederland is geboren, eindelijk van hetpredicaat «allochtoon» af zijn.Voorzitter. De vraag die ik en duizenden andere Nederlanders zich deafgelopen week hebben gesteld, is: wanneer ben ik nou eindelijk vollediggeïntegreerd? Als ik met een Amsterdams accent praat? Als ik eenuniversitaire studie heb afgerond? Als ik sinterklaas vier? Misschien als ikdezelfde mening ben toegedaan als de meeste mensen in dit land? Ofmisschien als ik lid word van het hoogste orgaan van Nederland, deTweede Kamer? Deze vraag is zo ingewikkeld om aan een Nederlander testellen, omdat die impliceert dat ik mij tot een bepaalde status quo moetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9169 verhouden, waar ik kennelijk niet toe behoor, terwijl het op papier wel zozou moeten zijn, en mij mijn hele leven lang ook is verteld dat het echtook het geval is.Voorzitter. Waarom zou een Nederlander die probleemgedrag vertoont eneen opa met Marokkaanse wortels heeft, nog moeten integreren, maareen Nederlander met een beppe uit Friesland met hetzelfde probleem-gedrag niet? Dat wringt. Heel veel mensen hebben dat aangevoeld deafgelopen weken. Die redenatie krijg je niet rond, tenzij wij of veel mensende impliciete veronderstelling hebben dat sommige mensen, of ze hiernou geboren en getogen zijn of niet, nooit echt Nederlander worden enzich daarmee altijd te verhouden hebben tot een bepaalde mate vangeïntegreerd zijn.Voorzitter. Toch klopt het dat wij allemaal ervaren dat er iets in onzesamenleving broeit. Veel jongeren met een migratieachtergrond hebbenniet het gevoel dat ze een volwaardig onderdeel van de maatschappij zijn,zo stelt het SCP. De tweede of derde generatie probeert haar plek op teeisen, zogezegd te emanciperen, maar geeft aan in maatschappelijkediscussies niet gezien te worden als burger maar gereduceerd te wordentot een deel van de problematische groep op etnische of culturelegronden. Als ik eerlijk ben, dacht ik ook zo. De overheid was er niet voormij, dacht ik opgroeiende, maar was juist tegen mij. En niet dankzij maarondanks de overheid moest ik er wat van maken. Ik ben opgegroeid in eenomgeving waar de overheid zich had teruggetrokken, met alle gevolgenvan dien. Dit zorgde mede bij mij voor boosheid. Die frustratie herken ikbij heel veel jongeren met een migratieachtergrond die er wat vanproberen te maken.Maar dit is slechts één kant van het verhaal. Want waar we enerzijdsmoeten concluderen dat Nederland het soms af laat weten om eeniederzich een volwaardig onderdeel te laten voelen van de maatschappij, zijn eranderzijds ook echt problemen en krachten waar jongeren uit bepaaldegemeenschappen vatbaarder voor lijken dan jongeren uit anderegemeenschappen. We hebben te maken met botsende wereldbeelden,vanuit cultuur en met soms heel uiteenlopende waardenpatronen. In onzepluriforme samenleving laat de een zijn wereldbeeld bijvoorbeeld kleurendoor de islam en de ander door het liberalisme. Dat is een gegeven. Diepluriformiteit zal ik ook verdedigen. Maar ik constateer bijvoorbeeld dat erdonkere kanten zijn in bepaalde stromingen van de islam die soms zosterk trekken aan Nederlanders dat dat invloed heeft op hun vermogenom nog mee te kunnen doen of andere minderheden vrijheden te gunnen.Wij hebben het er nog nauwelijks over in Den Haag, maar er zijn nog heelveel Nederlandse mannen en vrouwen, in Nederland geboren, die nu nogvastzitten in Syrië omdat ze jihadistisch terrorisme en het stichten van eenIS-kalifaat kennelijk aantrekkelijker vonden dan meedoen in de Neder-landse samenleving en rechtsstaat. En ja, het zijn misschien wel terro-risten, maar het zijn ónze terroristen, voortgekomen uit ónze samenleving.Wij hebben echt een probleem met elkaar wanneer dit soort religieusgeïnspireerde onverdraagzaamheid, haatzaaien en zich afwenden van demaatschappij leidt tot uitsluiting van andere gemeenschappen en zorgtvoor ontwrichting in de samenleving.Daarmee wordt het terecht een politiek vraagstuk, want waar politiekevrijheid, geloofsvrijheid voor anderen en gezag voor de Nederlandseoverheid in het geding komen, is het aan de politiek om op te staan, tebestraffen, de dialoog te voeren over wat de Nederlandse democratischerechtsstaat inhoudt en wat je van iedereen mag vragen op basis vangedeelde waarden, en daarbij op zoek te gaan naar verbinding. Maar laathet klip-en-klaar zijn: van antisemitisch geweld, antidemocratischhandelen, relschoppen, deelname aan terrorisme, het prediken van haatof het afreizen naar jihadistische regimes kan geen sprake zijn.Laten we ook ophouden met het bagatelliseren van antisemitisme, wantzolang er op joods-orthodoxe scholen elke week marechaussee nodig isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9170 en joodse kinderen in Nederland naar school gaan in een klas metkogelvrij glas, hebben we nog steeds een gigantisch probleem met elkaar.Ik wens PvdA-GroenLinks en anderen dan ook veel succes met hetafschaffen van artikel 23. Dan zullen ook deze jongeren naar openbarescholen moeten gaan waar ze diezelfde dreiging ervaren. Niet voor nietsstond de ChristenUnie een aantal jaren geleden samen met de VVD op omde handschoen op te pakken door antisemitisme te benoemen, maar ookmet maatregelen te komen tegen het antisemitisme, dat we heel normaalzijn gaan vinden. Want we zijn het normaal gaan vinden. We hebben heter nauwelijks meer over dat de marechaussee elke week voor een aantaljoodse scholen staat. Kortom, zodra we integratie, het proces waarinnieuwkomers tot medeburgers worden gevormd en het samenlevingspro-bleem door elkaar halen, ontstaat een gesprek waar we niet uitkomen.Dan doen we overigens ook geen recht aan de CBS-cijfers die stellen dathet op het gebied van onderwijs, wonen en andere onderdelen steedsbeter gaat met de integratie van eerste- en tweedegeneratiemigranten.Het is misschien ook een verklaring waarom de uitspraken van Staatsse-cretaris Nobel voor zo veel rumoer zorgden. Mijn vraag is dan ook: hoerijmt de Staatssecretaris de resultaten van het CBS die de afgelopenweken zijn uitgekomen met zijn uitspraken na de rellen in Amsterdam?Deelt hij met mij de mening dat het veel meer gaat over de vraag hoe jegoed samenleeft met elkaar, juist met verschillende culturen, met eenstevige basis in de democratische rechtsstaat, dan over de vraag ofmensen goed of niet geïntegreerd zijn, en dat het heel ingewikkeld is omdie vraag te stellen aan Nederlanders die hier geboren en getogen zijn,maar misschien migratiewortels hebben? Zo ja, hoe kunnen we hierwoorden aan geven richting de toekomst?Het gaat om de vraag hoe je het goede samenleven vormgeeft, waarbijwe allemaal aanvoelen dat het schuurt en dat het broeit. Het christelijk-sociaal denken heeft de afgelopen eeuwen diepe wortels ontwikkeld ommet dit vraagstuk om te gaan. Hoe leef je nou samen in vrede? Hetchristelijk denken heeft als basis dat de mens in verbondenheid isgeboren. Hij komt alleen tot zijn recht in een verbonden, bloeiendegemeenschap. Dit brengt met zich mee dat er binnen gemeenschappenindividuele rechten zijn en dat mensen daar een beroep op kunnen doen,maar dat men ook een plicht heeft tegenover diezelfde gemeenschap.Vrijheid is dus rechten kunnen claimen, maar ook de vrijheid om je plichtrichting de ander uit te oefenen. De gemeenschap mag dus een appeldoen op het individu. Met dat appel begint het goede samenleven. Maarwe zijn helemaal niet meer gewend om plichtsbesef te hebben naar elkaartoe. «Plicht» staat inmiddels gelijk aan «onvrij». Daarmee is met deseculiere definitie van negatieve vrijheid een verkromming ontstaan vanwat ware vrijheid betekent. Dat is een deel van de reden waarom hetgoede samenleven niet meer lukt. Wij kunnen elkaar niet meer bevragenen elkaar niet meer aanspreken op de plicht die we hebben. Zoals debekende G.K. Chesterton zegt: «De meeste moderne vrijheid berust opangst. Het is niet zozeer dat we te stoutmoedig zijn om regels teverdragen; het is veeleer zo dat we te timide zijn om verantwoordelijk-heden te verdragen.»Voorzitter. Toch zit hierin een sleutel tot het bouwen van een gemeen-schap. Ik vertelde net over mijn wijk in Amsterdam-Zuidoost. Daar haddenwe het sociaaleconomisch gewoon moeilijk, punt. Maar er waren welgemeenschappen. Er waren Surinaamse ouderen, gezaghebbers in deomgeving, die een appel op ons jongeren deden om mee te doen en omons te gedragen. Het waren de Ghanese informele verenigingen die elkaarondersteunden op het moment dat er ergens in een familie een sterfgevalwas, die geld inzamelden en ervoor zorgden dat de begrafenis op eenwaardige manier kon plaatsvinden. Ik ben op bijeenkomsten geweestwaar honderden mensen steun kwamen betuigen aan een specifiekfamilielid en daarmee duidelijk maakten dat zo’n familie er niet alleenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9171 voor stond. Het was mede dankzij deze krachten, dankzij deze positieveenergie, dat ik besloot om de frustratie die ik als jong persoon had om tezetten in energie om me in te zetten voor mijn medemens.Wanneer voelen we dat de samenleving uit elkaar scheurt? Dat gebeurtzodra mensen, jongeren of gemeenschappen wel een beroep doen op derechten die ze hebben – gevrijwaard zijn van discriminatie hoort daarbij –maar tegelijkertijd besloten hebben om niet meer mee te doen. Dat wordtgeregeld geuit als een gebrek aan respect voor gezag en voor ouderen,eigenrichting, terugtrekking uit de samenleving en in het ergste geval zelfsgeweld richting mensen die niet tot de gemeenschap behoren. Ik denk dusdat het kernwoord «meedoen» is. Wanneer jongeren en gemeenschappenervaren dat ze wel een beroep kunnen doen op rechten, maar niet meermee willen doen, hebben we een probleem met elkaar, want eengemeenschap kan niet tot bloei komen als een aantal leden zich terug-trekken.Voorzitter. We verwachten dus dat iedereen meedoet aan onze samen-leving. Maar dan moet iedereen ook de kans krijgen om mee te doenvanaf dag één, met werk, taalcursussen, vrijwilligerswerk; we hebben hetallemaal voorbij zien komen. Een goed voorbeeld van succesvol vrijwilli-gerswerk is de maatschappelijke diensttijd. Het is daarom bijzonderjammer dat de regering van plan is om deze af te schaffen. Nu al blijkt datde trend in vrijwilligerswerk, dus meedoen, negatief is. Onder de tweedegeneratie is het aandeel dat vrijwilligerswerk doet nog lager dangemiddeld. De maatschappelijke diensttijd brengt mensen uit alle hoekenvan de samenleving samen waar dat normaal niet gebeurt. Stel je eenjonge nieuwkomer voor die vrijwilligerswerk doet in de lokale buurttuin.Voor het eerst praat hij met ouderen die er al hun hele leven wonen enleert hij hoe belangrijk dat stukje groen is voor de wijk. Tegelijkertijdontmoet de geboren Nederlander tijdens zijn project in een sportclub eenjongen met een Syrische achtergrond. Ze ontdekken dat ze allebei vanvoetbal houden en sluiten een vriendschap, een kameraadschap, dieanders misschien nooit was ontstaan.Het gaat hier om meer dan werk of uren maken. Het gaat om actiefmomenten en ontmoetingen faciliteren waarbij er een brug wordtgebouwd tussen werelden die anders gescheiden blijven in onzegemeenschap. Mensen zien met eigen ogen wat ze kunnen betekenenvoor elkaar en voor de samenleving, en dát maakt het verschil. In 2023was een van de vijf maatschappelijkediensttijdprojecten deels ofhoofdzakelijk gericht op integratie. Dat laat ook de grote rol zien die ditinstrument speelt bij het samenbrengen van mensen en het bouwen aaneen sterke, verbonden samenleving. Mijn vraag aan de Staatssecretaris isdan ook of hij ziet dat de mdt een mooi instrument was om deze onder-linge ontmoeting en de inzet voor de samenleving te bevorderen. En alsde maatschappelijke diensttijd verdwijnt, wat het voornemen is van decoalitiepartijen, hoe wil hij dat gat dan opvangen? Komt de Staatssecre-taris met een alternatief?Voorzitter. Het goede samenleven kan ook alleen maar als je elkaarbegrijpt. Het leren van de Nederlandse taal is in dat licht een belangrijkevoorwaarde voor een succesvolle integratie maar ook een voorwaarde ommee te doen met elkaar. Tot onze gemeenschap behoren ook heel veelarbeidsmigranten. Het zijn er meer dan 750.000. Zij hebben dezeverplichting alleen niet, terwijl in sommige wijken tot wel 40% van de helewijk inmiddels uit arbeidsmigranten bestaat. Ik heb dat gezien tijdenswerkbezoeken in Den Haag. Zonder gemeenschappelijke taal is meedoenonmogelijk. Het leidt ook tot problemen op de werkvloer. Het kan zelfsresulteren in levensgevaarlijke situaties op de werkvloer. Erkent deStaatssecretaris dat een taalniveau A2 een minimumvereiste is omzelfstandig te kunnen functioneren en veilig te werken? En ziet hij dat deveiligheid en de productiviteit op de werkvloer verbeterd zouden kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9172 worden door werkgevers te verplichten om taaltrainingen aan te biedenen werknemers een basisniveau Nederlands te laten behalen?Voorzitter. Wil je zorgen dat mensen gaan meedoen, dan moet jeidentificeren wie de mensen zijn die anderen in beweging kunnen krijgen.Wie zijn de leiders, of je het met hun wereldbeeld eens bent of niet, die jenodig hebt en op wie je een appel kunt doen, zodat zij weer een appelkunnen doen op anderen in de rest van de gemeenschap? Deze leiderskunnen formele of informele leiders zijn, maar we zien evident dat hetleiders zijn die het vermogen hebben om mensen te binden. Dat kunnenbuurtwerkers, religieuze leiders of docenten zijn. Dat is het sociaal kapitaalvan ons land. We hebben dit kapitaal, dit netwerk van relaties, vertrouwenen samenwerking, nodig in onze gemeenschap. Deze leiders fungerenbovendien als rolmodellen. Door zich in te zetten voor hun gemeenschap,tonen ze anderen hoe zij hun netwerk kunnen benutten om een positieveimpact te maken. We hebben ook in de coronacrisis gezien dat het juistgemeenschapsleiders waren, formeel maar ook informeel, die de groepenkonden bereiken die de overheid niet kon bereiken.In die zin hebben wij als Kamer ook een verantwoordelijkheid. We zijn erniet alleen om wetten te maken, maar we zijn in zekere zin ook eenafspiegeling van die samenleving die wij proberen te dienen. We kunnenhier een voorbeeld stellen door actief bij te dragen aan de maatschappe-lijke samenhang, ook door te laten zien dat we samen kunnen werken enbruggen kunnen bouwen, door hier het debat te voeren met respect voorelkaar en voor de verschillende opvattingen en daarmee bij te dragen aande onderlinge verbondenheid in die pluriforme samenleving. Mijn vraag isdaarom ook of de Staatssecretaris de contacten met deze gemeenschaps-leiders volgens hem op orde heeft. Spreekt hij hen? Hoe betrekt hij hen?En hoe wil de Staatssecretaris lokale gemeenschapsleiders mobiliseren enondersteunen in hun verbindende rol?Dank u wel, voorzitter. Tot zover.De voorzitter:Dank aan de heer Ceder. Er zijn verder geen interrupties. Ik geef hetvoorzitterschap dus aan hem terug.Voorzitter: CederDe voorzitter:Dank u wel, oud-voorzitter. De bewindspersonen hebben mij gevraagd omte schorsen voordat zij het restant van de beantwoording gaan doen. Zijgeven aan daar wel 30 minuten voor nodig te hebben, ook vanwege hetop en neer wandelen. Dat wil ik hun ook gunnen. Ik hoor nu een «maar».Staatssecretaris Coenradie geeft een toelichting.Staatssecretaris Coenradie:Ik heb vijf minuten nodig om de antwoorden hier te krijgen. Gelet op hetfeit dat ik om 15.30 uur weg moet, is mijn voorstel dus om vijf minuten teschorsen, waarna ik in ieder geval mijn deel van de antwoorden al voormijn rekening neem. Ik hoop dat dat kan.De voorzitter:Dat klinkt mij als muziek in de oren, want mevrouw Coenradie is ook deeerste die het woord krijgt. Dat geeft de heer Nobel de tijd om zichgedegen voor te bereiden op de vragen die aan hem gesteld zijn.Mevrouw Becker heeft nog een voorstel.Mevrouw Becker (VVD):Ik heb geen voorstel, maar ik ben meer benieuwd. Stel dat er moties zijnin de richting van de Staatssecretaris en zij al weg is. Hoe gaan wedaarmee om?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9173 De voorzitter:Ik hoop dat we om 17.00 uur klaar zijn met de tweede termijn, zowel vande zijde van de Kamer als van de zijde van de bewindspersonen. Ik vreesalleen dat dat waarschijnlijk niet gaat lukken. Een alternatief zou kunnenzijn dat de moties schriftelijke geapprecieerd worden of door de heerNobel, aangezien het kabinet met één mond spreekt en zij elkaar volgensmij wel vertrouwen met de appreciaties. Dat denk ik. We gaan het linksomof rechtsom doen, dus daar hoeft u zich geen zorgen over te maken. Ik stelvoor om mee te gaan met het voorstel van de Staatssecretaris en vijfminuten te schorsen. Om 14.55 uur zullen we dan verdergaan met hetdebat.De vergadering wordt van 14.50 uur tot 14.59 uur geschorst.De voorzitter:Beste mensen, de heer Bamenga is ook aangeschoven. Dan zou ik nugraag het woord willen geven aan Staatssecretaris Coenradie. Zij zal haardeel van de beantwoording gaan doen. Vanwege de tijd wil ik het aantalinterrupties nu voor iedereen even beperken tot één. Het kunnen er meerzijn, maar we moeten even kijken hoe het loopt. Maar ik wil het wel graagstrak houden, omdat we geen uitloopmogelijkheid hebben. We hanterendus één interruptie. Dan geef ik nu het woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Coenradie:Dank, voorzitter. Heel veel dank ook aan deze commissie voor deuitnodiging. Dank voor de flexibiliteit wat betreft mijn eindtijd. Ik heb nogmeer in mijn portefeuille waar ik vandaag aandacht aan wil schenken, inhet bijzonder de aftrap van de campagne tegen geweld tegen vrouwen enfemicide. Deze commissie maakt daar in ieder geval ruimte voor.Ontzettend veel dank daarvoor.Ik heb iedereen goed beluisterd en vond het ook interessant om iedereente horen. Eigenlijk is er voor mij één vraag nog niet beantwoord. Die vraagneem ik, denk ik, ook maar weer mee richting Rotterdam: waarin vindenwe elkaar wel? Dat is de vraag die mij is bijgebleven. Dat is misschien nieteen vraag om nu op dit moment te beantwoorden, maar wellicht treffenwe elkaar nog eens op een ander moment over de vraag waarop weelkaar wel vinden. Waar vinden we elkaar onderling en waar vinden weelkaar in het hele debat?Voorzitter. Het is ontzettend belangrijk dat nieuwkomers in Nederland zosnel mogelijk volwaardig kunnen meedoen aan onze samenleving, hetliefst via betaald werk. Het leren van de Nederlandse taal op B1-niveau enhet hebben van kennis over de Nederlandse maatschappij zijn danessentieel. Dit regelen wij in de Wet inburgering, waarin leren enparticiperen centraal staan. Om kennis te maken met het voor mij nieuweonderwerp inburgering, heb ik de afgelopen maanden verschillendewerkbezoeken gebracht aan gemeenten en aan DUO. Ik heb taallessenvoor inburgeraars bijgewoond en gesproken met zowel verschillendeprofessionals die in het veld werken als inburgeraars. Ook heb ik een deelvan de taalexamens gedaan, want de praktijk leer je niet kennen vanachterje bureau. Ik ben tot nu toe onder de indruk van de samenwerking tussende verschillende gemeenten en de andere partners die ons inburgerings-stelsel mogelijk maken, net als van de inzet van vele inburgeraars zelfnatuurlijk, die een nieuw bestaan opbouwen in Nederland.Voorzitter. De wet wordt nu intensief gemonitord op het bereiken van zijndoelen. De tussenevaluatie staat gepland voor volgend jaar. In 2027 volgtook de eindevaluatie. Waar nodig, zoek ik natuurlijk nu al naar oplos-singen als ik zie dat het knelt, bijvoorbeeld als iemand die het inburge-ringstraject volgt geen baan kan krijgen, omdat de inburgeringscursusniet in de avonduren kan worden gegeven. Juist de combinatie van werken inburgering helpt bij de taalverwerving en bij de participatie; daarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9174 kunnen we nu al iets mee. Een speerpunt voor mij is extra aandacht voorNederlandse normen en waarden binnen de inburgering. Want onze taal,geschiedenis, cultuur en waarden, kortom, ons zijn, zijn een groot goed eniets om trots op te zijn. Dat is ook het signaal dat ik inburgeraars wilgeven.Een goede inburgering is cruciaal voor een functionerende samenleving.Daarvoor hoef je niet per se een gedeeld verleden te hebben, maar welhet geloof in een gedeelde toekomst. Dan gaat het om een gemeenschap-pelijk gevoel over normen en waarden, over wetten en regels, overvrijheid en tolerantie. In het regeerprogramma hebben we explicieteafspraken gemaakt over grotere aandacht voor antisemitisme; dat gebeurtook in de inburgering. Het is namelijk belangrijk om er bij iedereen in desamenleving geen misverstand over te laten bestaan dat antisemitismehier niet thuishoort. Daarnaast zijn de gelijkheid van mannen en vrouwen,zelfbeschikking en de aanpak van eergerelateerd geweld prioriteiten voordit kabinet. Mijn aanpak stopt overigens niet bij de afronding van deinburgeringsplicht: na afloop moeten er voldoende wegwijzers enlaagdrempelige ingangen zijn voor vrouwen, zodat zij zich niet alleenvoelen en sociaal geïsoleerd raken. Ook hierbij ga ik de gemeentenopzoeken.Dan zou ik nu graag over willen gaan tot de beantwoording van devragen. Die heb ik verdeeld in drie blokjes. Veel vragen gingen overbezuiniging en taal. Daar wil ik dus in ieder geval als eerste mee starten.Er was een vraag van mevrouw Becker van de VVD. Zij geeft aan dat er inde begroting een besparing op de inburgeringsvoorzieningen op deCOA-locaties zit. Zij vroeg me of ik vind dat dit realiseerbaar is als deinstroom niet zodanig afneemt als nu is ingeboekt. Ze vroeg ook naar heteffect op de Meedoen-balies en op taal als het gaat om de COA-locatiesvoor kansrijke asielzoekers. Het volgende: de middelen voor de inbur-gering bewegen mee met de instroom. Als de instroom toeneemt, dan zalhet budget dus ook bijgesteld worden. De reiskosten voor vroege start zijnin 2025 en 2026 onderdeel van de subsidie Vroege Integratie en Partici-patie (VrIP). In 2025 en 2026 korten we op een gedeelte van dezereiskosten. Alle andere onderdelen van deze subsidie, zoals de Meedoen-balies en taal, worden in deze jaren niet geraakt. Ik ben met de uitvoerdersin gesprek over de wijze waarop de bezuinigingen na 2026 wordeningevuld en specifiek op welke onderdelen van de VrIP.Meerdere mensen van meerdere partijen vroegen naar de bezuinigingen,zowel de heer Ergin als de heer Boomsma en de heer Flach. Zij vroegenmij naar de bezuinigingen op de budgetten voor de inburgering, zowel bijgemeenten als bij COA. Ik kan daarover het volgende aangeven. Debezuinigingen op het inburgeringsbudget voor gemeenten is het gevolgvan generieke kabinetsmaatregelen op het gebied van subsidies vanaf2025 en van het voornemen om alle specifieke uitkeringen per 2026 overte hevelen naar het Gemeentefonds met een efficiëntiekorting van 10%.Over de invulling hiervan ben ik in gesprek met de VNG. Vanaf 2027 is hetbudget lager vanwege verwachte lagere instroom. Gemeenten ontvangeneen uitkering op basis van het werkelijke volume van het aantal inburge-raars. Dat betekent dat het budget wordt bijgesteld als de instroom hogeris. Dat gaf ik net ook aan.Ik gaf in mijn reactie op een vergelijkbare vraag van mevrouw Becker enmevrouw Tseggai ook aan dat de middelen voor COA en inburgeringmeebewegen met de instroom. Als de instroom toeneemt, zal het budgetdus ook bijgesteld worden. De aangekondigde bezuiniging op de subsidieVroege Integratie en Participatie loopt op van 5% naar 26% in 2029, zoalsafgesproken in het hoofdlijnenakkoord. Daarnaast wordt in de jaren 2025en 2026 gekort op een gedeelte van de reiskosten die in deze jarenonderdeel hiervan uitmaken. Zoals eerder gezegd: ik ben hierover ingesprek, ook met de uitvoerders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9175 De heer Bámmenga van D66 vroeg wat de plannen zijn om het leren vande Nederlandse taal ... Spreek ik uw naam niet goed uit?De heer Bamenga (D66):Dat was op zijn Fries. Het is Baménga, maar ik ga ook akkoord metBámmenga. In het kader van assimileren ga ik daarmee akkoord.Staatssecretaris Coenradie:Excuus, als er eentje weet hoe vervelend het is als de naam niet lekkeruitgesproken of gespeld wordt, dan ben ik het wel. Ik ga mijn best doen.U vroeg wat de plannen zijn om het leren van de Nederlandse taal teverbeteren. Zoals u weet, is het doel van de Wet inburgering 2021 hettaalniveau omhoog krijgen tot B1-niveau, via de verschillende leerroutes.Het is een lerend stelsel. We kijken daarin dus ook wel steeds wat er beterkan. Ik zet in samenwerking met de Staatssecretaris Participatie enIntegratie in op de volgende verbeteringen om werk en Nederlands tecombineren. Eén. Taal is onmisbaar. Alleen een medewerker die de taalbeheerst, begrijpt de vaktaal van een organisatie, kan veiligheidsin-structies lezen en in de pauze communiceren met collega’s. Daaromstimuleer ik dat de statushouders werk en inburgeren combineren,oftewel de duale trajecten. Het Begint met Taal voert in opdracht van SZWeen pilot uit gericht op taalbuddy’s op de werkvloer. Een taalbuddy is eenwerknemer die getraind is voor de begeleiding van anderstalige collega’sop de werkvloer. Door samen Nederlands te oefenen, vergroten nieuw-komers hun Nederlandse taalvaardigheid op de werkvloer. Als laatste: metde subsidieregeling Ondersteuning werkgevers inzet statushouders wordtleren van de vaktaal en het bijbrengen van de cultuur op de werkvloerbevorderd.Dan nog een stukje over de taal. De heer Boomsma van NSC vroeg mij:welk deel van de inburgeringsplichtigen heeft nu wel toegang tot eenvolledig taalaanbod? Hoe staat het nu met dat aanbod? Wat zijn nu degrote bottlenecks en problemen daar? Ik hou het aanbod nauwlettend inde gaten via de marktmonitor. Uit de tweede meting hiervan blijkt dat ereen landelijk dekkend aanbod van inburgeringslessen is op alle leerroutes.Uiteraard zijn er ook uitdagingen, zoals het tekort aan NT2-docenten. Ikwerk daarin samen met de ketenpartners in de uitvoering om dezeuitdagingen het hoofd te bieden en ervoor te zorgen dat alle inburgeraarshun taallessen gewoon kunnen blijven volgen.Dan was er een vraag van zowel GroenLinks-PvdA als mevrouw Beckervan de VVD, namelijk of ik er bij gemeentes op wil aandringen dat ze bijaanbestedingen ook kijken naar de arbeidsvoorwaarden vanNT2-docenten. Ja. Ik zie het belang van faire arbeidsvoorwaarden voordocenten. NT2-docenten doen belangrijk werk. Gezien het docententekortis het extra van belang om ze aan te trekken, maar ook te behouden. Overarbeidsvoorwaarden voor docenten ben ik in gesprek met de keten-partners inclusief de BVNT2, oftewel de beroepsvereniging van deNT2-docenten. Het is aan gemeenten om bij de aanbesteding eenafweging te maken tussen prijs en kwaliteit. Ik vind het uiteraardbelangrijk dat deze afweging zorgvuldig gebeurt. Divosa heeft voorgemeenten een handreiking Kwaliteit van taal in de inburgeringopgesteld. Daarin ligt de nadruk op kwaliteit en niet op prijs. Dehandreiking is onlangs geactualiseerd en opnieuw onder de aandacht vangemeenten gebracht.Dan heb ik een vraag van mevrouw Becker. Ook mevrouw Tseggai steldedeze vraag. Ze vroegen mijn reactie op de zorg van NT2-docenten dattaallessen onder niveau zijn omdat gemeenten inkopen op prijs en niet opkwaliteit. Daar heb ik, denk ik, deels al een antwoord op gegeven. Daar wilik nog bij opmerken dat taalscholen het keurmerk van Blik op werkhebben, zoals dat zo mooi heet. Dat geeft ook waarborgen voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9176 kwaliteit. Tot slot wordt natuurlijk de kwaliteit van het taalonderwijsmeegenomen in de tussenevaluatie die in 2025 is gepland.Dan een vraag van de heer Boomsma van NSC over uren voor onlinemodules. Worden die voldoende benut, zijn ze beschikbaar en tellen zedan ook mee? Er liggen wel duidelijke kansen voor online onderwijs. Datblijkt ook uit recent onderzoek van het kennisinstituut ITTA. Het is aan detaalscholen om die kansen te benutten. De regels staan online les toe voorde B1-route. Ik zet dan in op twee acties: ik jaag de mogelijkheden voorflexibeler onderwijs en onlineonderwijs verder aan, en ik ben van plan omkomend voorjaar de EU-subsidieregeling AMIF open te stellen voorprojecten gericht op online taalonderwijs.Dan heb ik hier niet zozeer een vraag, maar wel een antwoord, zie ik. Hetis dus een opmerking van mevrouw Tseggai waar we een antwoord bijhebben. Zij zegt dat inburgering een publieke taak zou moeten zijn en deonderwijsroute zou moeten worden ondergebracht bij het publiekbekostigd onderwijs. Dat is iets wat u aandroeg. In reactie daarop zeg ikdat in het voorjaar van 2024 een onderzoek is uitgevoerd naar de voor- ennadelen van een publieke onderwijsroute. Uw Kamer is in de brief van29 mei dit jaar over de uitkomsten van dit onderzoek geïnformeerd. Deconclusie van dit onderzoek is dat op verschillende dimensies nog geenoordeel mogelijk is, omdat de onderwijsroute nog te kort geleden vanstart is gegaan. Dus ik wacht wederom de tussenevaluatie van 2025 enuiteraard de wetsevaluatie in 2027 af om te bepalen of de huidige richtingvan de onderwijsroute de inburgeraar optimaal ondersteunt.Dan een vraag van de heer Bamenga – zeg ik het nu wel goed? – van D66.Hoe kijk ik naar de plannen uit de initiatiefnota-Podt? Die vraag heb ik hiervoor mij liggen. Ik vind het belangrijk dat nieuwkomers snel envolwaardig meedoen, het liefst via betaald werk. De subsidie VrIP, VroegeIntegratie en Participatie – ik noem «m maar weer even – draagt daaraanbij en zorgt ervoor dat asielzoekers en statushouders zo snel mogelijkkunnen meedoen in de Nederlandse samenleving. Ik waardeer alleinitiatieven die worden genomen door gemeenten om meedoen vanafdag één te stimuleren en die bijdragen aan mijn ambitie.Dan een vraag van mevrouw Becker over de wet over financieelontzorgen. Daarna ben ik aan het einde van mijn eerste blokje. Ik ben hetmet u eens dat financieel ontzorgen voor een deel van de inburgeraarsnoodzakelijk is. Er zijn echter ook inburgeraars die al financieelzelfredzaam zijn en op dat punt dus niet kwetsbaar zijn. Dan schietontzorgen zijn doel voorbij. Waar nodig kan bovendien op een anderewijze ondersteuning geboden worden, bijvoorbeeld via maatschappelijkebegeleiding. Ontzorgen blijft wel de standaard. De StaatssecretarisParticipatie en Integratie en ik brengen de wetswijziging binnenkort naaruw Kamer.De voorzitter:Dat roept een interruptie op van mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Ik ga hier dan toch die ene interruptie voor gebruiken. Ik ken Staatssecre-taris Coenradie tot nu toe als daadkrachtig. Op een terrein als femicide wilzij bijvoorbeeld dingen snel voor elkaar krijgen. Ondanks is toegezegd datpsychisch geweld strafbaar wordt gesteld. Dat is allemaal fantastisch,maar dit is de eerste keer dat ze mij teleurstelt. Er is destijds uitgebreidgedebatteerd over de inburgeringswet. De gedachte dat het signaal vande overheid moet zijn dat nieuwkomers, inburgeraars, die hiernaartoekomen, niet meteen een volledige uitkering op hun rekening krijgen, maardat we ze een werkervaring gaan geven – want dat moet dan natuurlijkwel gebeuren vanuit de gemeente – en dat ze, als ze stappen zetten in hunpersoonlijke integratieplan, de gemeente kan zeggen «als je dat goedTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9177 doet, krijg je uiteindelijk de eigen verantwoordelijkheid over middelen dieje eventueel krijgt» was niet alleen bedoeld om mensen te ontzorgen.Dat was bedoeld ook om het signaal af te geven dat in Nederland eenuitkering geen automatisme is als je hier binnenkomt. Ik denk dat dat heelbelangrijk is als we integratie met elkaar heel serieus nemen. Nu zegtStaatssecretaris Coenradie eigenlijk te willen dat wel de mogelijkheidwordt gegeven dat mensen op dag één die uitkering op hun rekeningkrijgen. Wij verschillen daarin principieel van mening, maar ik wil haardan toch de overwegingen meegeven die wij destijds hebben gehad bij deinvoering van de inburgeringswet. Ik vind het ook kwalijk dat de vorigeMinister eigenlijk gezegd heeft: nog voordat de wet is aangepast, ga ikgemeenten al toestemming geven om van de wet af te wijken. Wantgemeenten vinden het ingewikkeld om het uit te voeren. Dat snap ik, maardan moeten we op zoek naar een betere uitvoering. Dus wil de Staatsse-cretaris, die deze hele voorgeschiedenis misschien niet helemaal heeftmeegekregen, nog eens heroverwegen of ze dit principe toch in stand kanlaten in de wet?Staatssecretaris Coenradie:Ik snap het punt wel, maar dan blijf ik deels met een groep inburgeraarszitten die al financieel zelfredzaam zijn en op dat punt ook niet kwetsbaarzijn. Mijn collega hiernaast geeft een belangrijke toevoeging aan: alsmensen direct ontzorgd worden, is dat niet vrijblijvend in de zin van «kijkmaar eens». Mensen worden wel direct gemotiveerd om aan het werk tegaan. Het is dus niet helemaal een vrijbrief en ook niet een hele ruimeproeftijd. Nee. Dat. Punt.De voorzitter:Eén interruptie; dat klopt, want we moeten ook echt door. Dus ik vraag deStaatssecretaris om te continueren. Er is nog wel een interruptie vanmevrouw Tseggai.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ja, in dit blokje. Ik zat nog even na te denken over het punt van dieNT2-docenten dat ik had gemaakt. Ik hoorde de Staatssecretaris zeggendat ze in gesprek is met ketenpartners, maar ik maak me een beetjezorgen. Dit probleem is al langere tijd bekend. Iedere keer wordt er vanuithet kabinet, vanuit vorige kabinetten, op allerlei dingen aangedrongen,maar er gebeurt niet zo veel. Ik vroeg me daarom specifiek af hoe deStaatssecretaris aankijkt tegen het feit dat er bijvoorbeeld geen cao is ofdat publieke scholen aanbestedingen verliezen van commerciëleaanbieders omdat zij NT2-docenten slechter betalen.Staatssecretaris Coenradie:Ik snap deze zorgen, maar ik ga niet over de cao. Dat is iets tussenwerkgevers en werknemers. Wat ik wel kan doen, is het gesprek daaroverstimuleren. Bij dezen de toezegging dat we gaan kijken in het werkveldhoe we de gesprekken tot stand kunnen laten komen, maar over deinhoud en de vorm kan ik vanuit mijn rol niets zeggen. Ik kan partijen welproberen samen te brengen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Coenradie:Dan zijn er ook wat vragen gesteld ...De voorzitter:Staatssecretaris, sorry. Er komt alsnog een interruptie van de heerBamenga.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9178 De heer Bamenga (D66):Ja, ik wilde die sparen, maar het ging over taal, dus laat ik het nu maarmeteen doen. De Staatssecretaris gaf aan dat taal onmisbaar is. Dat kan ikzeker bevestigen. Taal is ook ontzettend belangrijk om de verbinding tekunnen maken in de samenleving. Ik heb bij de vorige bewindspersoon,de Minister, een vraag gesteld over een project in België waarbij nieuw-komers gekoppeld worden aan gezinnen. Dat kan heel positief werkenvoor de inburgering van deze nieuwkomers, niet alleen als het gaat omtaal maar ook om veel meer. Het gaat ook over op de hoogte zijn vanongeschreven regels en op die manier veel beter kunnen inburgeren in desamenleving. Ik heb eigenlijk nog niet gehoord wat daaruit is voortge-komen en of wij in Nederland ook iets dergelijks zouden kunnenoppakken. Ik wilde daar dus graag een vraag over stellen. Als dat nu nietkan, ontvang ik graag de toezegging dat daar een schriftelijke terugkop-peling over komt.Staatssecretaris Coenradie:Ja, ik wil daar graag schriftelijk op terugkomen bij u. Ik vind het ook altijdprettig om te laten weten wanneer we daarop terugkomen, want ik kanme voorstellen dat dat een vervolgvraag zou zijn. In tweede termijnkomen we terug op de vraag wanneer u en de Kamer daar een reactie opmogen verwachten. Dat nemen we dus straks mee.De voorzitter:Dat is goed. Dan krijgen we dat te horen in tweede termijn. Ik wil deStaatssecretaris vragen haar betoog te vervolgen.Staatssecretaris Coenradie:Dan kom ik bij de beantwoording van de vragen die gaan over normen enwaarden. Ik heb meerdere vragen ontvangen, van onder anderen de heerFlach, van de SGP. Hij had het over het bezoek dat inburgeraars aaninstellingen in het kader van Holocausteducatie moeten brengen conformde motie van de SGP. Hij vroeg of dat ter discussie staat en of er inzichtkan worden gegeven in de verkenning daarvan. Het bezoek aan instel-lingen door inburgeraars in het kader van de Holocausteducatie staat nietter discussie. Een bezoek aan een dergelijke locatie vergroot de bewust-wording, versterkt de kennis van de Holocaust en kan daarmee eenbijdrage leveren aan het tegengaan van antisemitisme. Het bezoek zienwe dan ook als een waardevolle aanvulling op de veelal theoretischekennis over de Holocaust in het inburgeringsexamen. Momenteel staat ereen verkenning uit bij instellingen en locaties, zoals het NationaalHolocaustmuseum, naar de mogelijkheden van een dergelijk bezoek. In dekern gaat het over het in kaart brengen van de inhoud en de financiëleconsequenties van het bezoek door inburgeraars.De heer Flach, van de SGP, vroeg naar de stand van zaken van de motieover hoe antisemitisme als weigerings- of intrekkingsgrond zwaarder kanworden meegewogen in de asiel- en inburgeringsprocedure. Deverkenning van het meewegen van antisemitisme in de inburgeringspro-cedure loopt mee in de brede verkenning van hoe antisemitisme zwaarderkan worden meegewogen in verblijfsrechtelijke procedures, zoals deaanvraag voor een tijdelijke of permanente vergunning of een naturalisa-tieprocedure. De Minister van Asiel en Migratie zal de Kamer hieroverbinnenkort per brief informeren. Ik wil graag voorstellen dat u deze briefafwacht.Dan de vraag van mevrouw Becker hoe we ervoor gaan zorgen datinburgeraars onze normen en waarden goed kennen, wat onze plannenzijn en of we komen met een aangescherpte participatieverklaring. Het isnoodzakelijk dat nieuwkomers de normen en waarden in Nederlandkennen en onderschrijven. Kennis over de normen en waarden van deNederlandse samenleving is een centraal onderdeel van de inburgering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9179 Kennis over rechten, waarden en hoe we in Nederland met elkaar omgaankomt terug in het onderdeel kennis Nederlandse maatschappij van hetinburgeringsexamen en in het participatieverklaringstraject. Ik bekijk goedof de kennis van onze vrije waarden voldoende in deze onderdelenterugkomt. Ik zal verschillende gemeentes de komende tijd bezoeken omwat meer lessen te volgen. Zoals mevrouw Becker ongetwijfeld weet,hebben gemeentes de vrijheid om deze lessen in te vullen en te bepalenwaar zij accenten op leggen, welke zaken zij wat uitgebreider besprekenen hoe zij die bespreken. Ik heb het voornemen om naar verschillendegemeentes te gaan om te kijken hoe daar invulling aan wordt gegeven enof er eventueel zaken van ons uit nodig zijn om daarin misschien toch testuren.Dan wederom een vraag van de heer Flach, van de SGP, namelijk wat destand van zaken is van de verkenning van hoe meer aandacht voor deHolocaust in de participatieverklaring kan worden opgenomen. Hij vraagtook of daarin het Duitse voorbeeld meegenomen zou kunnen worden. Hetkabinet vindt het noodzakelijk dat in de inburgering kennis over hettegengaan van antisemitisme en de Holocaust wordt overgedragen. Dezeonderwerpen komen terug in de verschillende onderdelen van hetinburgeringstraject. Denk aan het verplichte examenonderdeel kennis vande Nederlandse maatschappij en het traject van de participatieverklaring.In 2025 wordt de participatieverklaring breed geëvalueerd. In die evaluatiewordt meegenomen hoe aandacht voor de Holocaust en de betekenishiervan onderdeel kan worden van de verklaring. Hierbij wordt conformde motie het Duitse voorbeeld bij naturalisatie betrokken. Dat was blokjetwee.Dan heb ik nog wat vragen die we maar even overig hebben genoemd,omdat ze wat diverser zijn. Dat kan ook uiteenlopend zijn. Daarna hoop ikalle vragen beantwoord te hebben en anders hoor ik het graag.Er was een vraag van mevrouw Becker over hoe het staat met het aantalstatushouders dat inmiddels daadwerkelijk een vastgesteld PIP heeft.Hoeveel hebben ook echt een aanbod? Hoe kijk ik aan tegen de enormevertraging in zowel de invoering als uitvoering van de wet in diversegemeenten? Van alle asielstatushouders die op peildatum 1 novemberinburgeringsplichtig waren, had 64% een PIP met vastgestelde leerroute.Bij 73% van de asielstatushouders met een PIP was op deze peildatum eenaanbod geregistreerd. Bij de start van de Wet inburgering in 2021 hebbengemeenten inderdaad te maken gehad met opstartproblemen. Dat isinherent aan de invoering van een nieuw inburgeringsstelsel. Maar als ikdeze cijfers vergelijk met de cijfers uit de uitvoeringsbrief van decembervorig jaar, dan concludeer ik daaruit dat gemeenten een inhaalslaghebben gemaakt. Toen had namelijk 52% van de asielstatushouders meteen PIP een geregistreerd aanbod.Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Becker. Hoe ga ik invulling gevenaan de tussenevaluatie van de inburgeringswet? En of ik kan toezeggendat na komend jaar een deel van de bekostiging ook wordt gekoppeld aande daadwerkelijke resultaten van de gemeenten, zoals wettelijk isbepaald? Eind volgend jaar stuur ik de tussenevaluatie van de Wetinburgering naar uw Kamer. In die tussenevaluatie worden alle onder-zoeken over deze wet meegenomen die halverwege volgend jaar zijnuitgevoerd. Een onderdeel van de tussenevaluatie is een onderzoek naarde betaalbaarheid van het stelsel, zoals de kosten van gemeenten om deinburgeringswet uit te voeren. Daar hebben we het al eerder in vragen enantwoorden over gehad.De prestatiebekostiging is gekoppeld aan een specifieke uitkering diegemeenten ontvangen. De eerste resultaten van de nieuwe wet wordenduidelijk in 2025. Als de specifieke uitkering blijft bestaan, zou deprestatiebekostiging in 2026 voor het eerst worden geëffectueerd. Deprestatiebekostiging zou inderdaad worden gekoppeld aan de daadwerke-lijke resultaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9180 Dan nog een vraag van mevrouw Becker. Een hoop vragen, zo te horen.Zij is een ervaren Kamerlid, onder andere op dit onderdeel. Een vraag dieik hier nog heb staan, is: het vorige kabinet was bezig met het ontwikkelenvan de ambitieuze streefcijfers voor het vergroten van de arbeidspartici-patie van statushouders. De vraag is wanneer de Kamer deze streefcijferskan verwachten. Ik gebruik de statistiek Wet inburgering van het CBS omde arbeidsparticipatie van inburgeringsplichtige statushouders te volgen.De gesprekken die ik de afgelopen maanden met gemeenten heb gehad,gingen vooral over de benodigde bezuinigingen en de asielmaatregelen.Daarom is het gesprek – dat is gewoon het eerlijke verhaal – over destreefcijfers gewoon nog niet gevoerd. Als er meer duidelijk is over deimpact van de asielmaatregelen op het inburgeringsstelsel kan ik hierweer met gemeenten op verder. Samen met mijn collega-staatssecretarisNobel verwacht ik hierop voor de zomer in de Actieagenda integratie bij uterug te komen.Dan kom ik bij een laatste vraag. Niet? Nee, want er zijn er nog meer. Nou,dan kom ik nog bij een vraag van mevrouw Tseggai over kinderen in denoodopvang, die vaak langdurig niet naar school toe gaan. Deze vraag ligtop het terrein van de Staatssecretaris van OCW en de Minister van Asielen Migratie. Dit onderwerp valt onder hun verantwoordelijkheid en ik wilu dan ook graag naar hen verwijzen.Dan een vraag van wederom mevrouw Becker, maar ook van meneerFlach van de SGP. Wanneer kan de Kamer concrete wetgeving verwachtenmet betrekking tot de B1-taaleis voor naturalisatie en verlenging van determijn van naturalisatie naar tien jaar? Naturalisatie is het beleidsterreinvan mijn collega-staatssecretaris Struycken van Rechtsbescherming. Indie zin moet ik u helaas doorverwijzen naar hem.Dan kom ik op de herinrichting van het toelatingsbeleid. Daarover steldemevrouw Van Zanten van BBB een vraag naar aanleiding van het boekvan Jan van de Beek. We begrijpen dat u deze vraag stelt. Ons beleid ziettoe op inburgering en integratie van personen die reeds in Nederland zijn.Omdat we nauw samenwerken op dit dossier, hebben we deze vraagvoorgelegd aan de Minister van Asiel en Migratie. Dit onderwerp valtnamelijk onder haar verantwoordelijkheid. Aan ons is meegegeven dat webij het bepalen wie er in aanmerking komt voor internationalebescherming gebonden zijn aan de verplichtingen en regels van deEuropese Kwalificatierichtlijn en het Vluchtelingenverdrag. Voor verdereinformatie moet ik u toch weer verwijzen naar de Minister van Asiel enMigratie.Mevrouw Van Zanten van BBB stelde ook een vraag over het afleggen vaninburgeringsexamens in het land van herkomst. Naast OCW en SZW isook de Minister van AenM betrokken, aangezien dit ook een toelatings-vraagstuk is. EU-regels inzake het vrije verkeer van personen maakt het inieder geval niet mogelijk om toelatingseisen te stellen aan arbeids- enstudiemigranten uit de EU. De EU-richtlijn voor toelating van onder-zoekers en studenten staat ook niet toe om integratievoorwaarden testellen bij de toelating van niet-EU-studenten. Het Ministerie van OCW zetmet de Wet internationalisering in balans – dat is een hele mond vol – al inop het beperken van studiemigratie. In de wet komt een zorgplicht dieinstellingen verplicht om voor deze studenten taalonderwijs aan tebieden. Voor arbeidsmigranten van buiten de EU is er al een restrictieftoelatingsbeleid. Daarbij komt dat arbeidsmigranten vaak voor kortere tijdnaar Nederland komen. Daarnaast is in het regeerprogramma opgenomendat werkgevers meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor detaalscholing van arbeidsmigranten. Ik vind het dan ook niet opportuun omop dit moment onderzoek te doen naar de mogelijkheid van het stellenvan integratievoorwaarden aan arbeids- en studiemigranten.Dit was «m, volgens mij.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9181 Mooi, fijn, één minuut over de tijd; dat is keurig. Er zijn geen interrupties.Ik wil de bewindspersoon bedanken. Ik wil u bedanken voor uw aanwe-zigheid en dat u te gast wilde zijn. U gaat ervandoor. De heer Nobel neemthet van u over. Mochten er moties ingediend worden, dan overleggen weeven of de heer Nobel die apprecieert of dat u de appreciatie schriftelijkdoet toekomen. Dank u wel.Dan zou ik het woord willen geven aan de heer Nobel. Het aantalinterrupties zou ik vanwege de tijd voor nu op twee willen zetten. Mochthet zo zijn dat we er vrij vlot doorheen gaan, dan sta ik misschien eenextra interruptie toe. Kijk, u kunt vragen om meer, maar we gaan wel echtom 17.00 uur stoppen. Daarmee riskeert u ook dat uw eigen tweedetermijn in gevaar komt. Dat laat ik even bij u. De heer Flach heeft eenordevoorstel, neem ik aan.De heer Flach (SGP):Ik denk toch wel dat twee interrupties heel beperkt is. We hebben een vrijintensief debat met elkaar. Er zijn veel vragen gesteld. Het kan ook nodigzijn om verduidelijking te vragen of om aanvullende vragen te stellen aande Staatssecretaris. Ik zou liever iets meer ruimte hebben dan strakvasthouden aan de eindtijd. Ik ben benieuwd welke mogelijkheden er zijn,gezien de zaalbezetting.De voorzitter:Dat gaan wij proberen te overleggen met elkaar. Dan ga ik het volgendedoen. Ik ga veel ruimer zijn, maar alleen als het kort en krachtig gebeurt.In de eerste termijn is niet gebleken dat het zo gebeurt. Maar goed, ik zoudan willen voorstellen om er drie van te maken en als u er drie doet, heeftu er ook nog eens twee per keer. Dan breiden we het gelijk meer uit. Ikgeef u wel mee: kort en krachtig. Als u dat niet doet, gaat het ten kostevan de tweede termijn van de Kamer en van de bewindspersoon. Ik wil udus het volgende vragen. U heeft de vrijheid, maar ga er verantwoordelijkmee om. Mevrouw Becker heeft een ordevoorstel.Mevrouw Becker (VVD):Even voor het goede begrip: gaat het nu om drie keer twee? Ik had net aanStaatssecretaris Coenradie één vraag en daarna waren mijn interruptiesop, terwijl het voor mij een heel belangrijk onderwerp was. Dan had ik diteigenlijk van tevoren wel willen weten, want dan hadden we het kunnenverdelen. Net hadden we één interruptie en nu drie keer twee. Daardoorkunnen we misschien geen moties indienen en dat zou ik ook een beetjezonde vinden.De voorzitter:Dat snap ik. Alleen, de reden waarom ik dat heb gedaan, is dat debewindspersoon uiterlijk om 16.30 uur weg moest. We hebben 16.30 uurexact gered, ook met uw interruptie. Dus dat was de motivatie achter ééninterruptie. Iedereen heeft weer een schone lei, dus ook u heeft drie keertwee interrupties. Het staat u ook vrij om de vragen die nog niet beant-woord zijn, aan de heer Nobel te stellen, aangezien het kabinet met éénmond spreekt. Drie keer twee; gebruik de vrijheid verantwoordelijk, zou ikzeggen. Dan wil ik het woord geven aan de bewindspersoon.Staatssecretaris Nobel:Voorzitter, dank u wel. Staat u mij toe om enkele inleidende woorden tespreken, want dit is als Staatssecretaris mijn eerste debat met uw Kamerover het belangrijke onderwerp integratie. Dat dit debat ontzettendbelangrijk is, blijkt wel, want het onderwerp is volop aanwezig in demaatschappelijke discussie. Voor mij zijn de liberale waarden leidend:vrijheid, verantwoordelijkheid en gelijke kansen voor iedereen. Ik sta alsStaatssecretaris Participatie en Integratie voor een open en vrije samen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9182 leving waarin deze kernwaarden voor iedereen als een paal boven waterstaan. Ik zie het dan ook als mijn taak om daar altijd en overal voor op tekomen. Dat zijn namelijk de waarden die we allemaal moeten verdedigen.Als die in het gedrang komen, raakt ons dat echt allemaal. Als iemand nietmet een keppeltje over straat durft, als iemand niet uit de kast durft tekomen, als iemand niet aan de bak kan komen door zijn achternaam, raaktons dat allemaal. Omdat dat de open en vrije samenleving aantast, zal ikdaar altijd voor staan. Dat betekent dat u mij als Staatssecretaris Partici-patie en Integratie zult horen wanneer deze vrijheden onder druk komente staan. Ik zal altijd aan de kant staan van mensen die zich in hun vrijheidbeperkt zien worden. In welke groep dat ook gebeurt, ik zal daar altijd voorstaan. Ik zal dat dan ook altijd benoemen en ik ga daar niet voorweglopen.Tegelijkertijd – dat hebben we, denk ik, ook kunnen zien – brengt dat eendilemma met zich mee. Daar moeten we ook eerlijk over zijn. Op hetmoment dat iets wordt benoemd, ligt het risico op de loer dat veel meermensen zich aangesproken voelen dan wellicht de bedoeling is, ookmensen bij wie het probleem helemaal niet speelt, mensen die je ook nietwilt aanspreken. In mijn eerste reactie over de gebeurtenissen inAmsterdam heb ik mij stevig uitgesproken. Dat komt omdat het voor mijvolstrekt onacceptabel is wat daar is gebeurd. Ik denk dat iedereen die debeelden heeft gezien, net zo kwaad was als ik. Tegelijkertijd hebben mijnwoorden ook mensen geraakt om wie het helemaal niet gaat. Ik moet ookaangeven dat ik de afgelopen weken ook mensen in mijn eigen omgevingheb gesproken. Het raakt mij persoonlijk op het moment dat iemand die ikken tegen mij zegt: «Bedoelde je mij nou met je woorden? Heb je het ookover mij? Heb je het ook over mijn kinderen?» Laat ik duidelijk zijn: als zijhet gevoel hebben gekregen dat ik hen heb aangesproken, als dat zo isovergekomen, is dat absoluut niet mijn bedoeling is geweest. Ik ben ernooit op uit – laat ik dat ook maar gewoon hard en duidelijk zeggen hier –om een hele grote groep mensen over één kam te scheren. Want demeeste mensen, en de meeste Nederlandse moslims, vallen daaruiteraard ook onder. Die zijn gewoon elke dag hard aan het werk. Diebrengen hun kind in het weekend naar school, doen volop mee in desamenleving, brengen hun kind naar de voetbal – de voetbal is alvoorbijgekomen in het betoog van onder andere de PVV. Ik vind hetbelangrijk om dat ook hier opnieuw te onderstrepen. Ik denk dat ikdaarmee voor een belangrijk deel een reflectie heb gegeven van mijnuitspraken, waar velen van u naar vroegen.De voorzitter:Dat is inderdaad een antwoord op een vraag die meerdere keren isgesteld. Ik wil eerst de heer Bamenga het woord geven aan daarna deheer Ergin.De heer Bamenga (D66):Ik dank de Staatssecretaris voor de antwoorden. Eigenlijk hoor ik deStaatssecretaris het verhaal nuanceren dat hij eerder heeft gehouden.Toen heeft hij namelijk gezegd dat islamitische jongeren onze normen enwaarden niet zouden onderschrijven. In die nuance geeft de Staatssecre-taris aan: ik heb de mensen hierop stevig willen aanspreken. Maar wat mijbetreft gaat het niet om mensen wel of niet stevig aanspreken. In dit gevalgaat het gewoon over het aanspreken van mensen op een oneerlijkemanier. Heel veel mensen die zich inderdaad totaal niet aangesprokenvoelen, zijn wel geraakt door de woorden van de Staatssecretaris. Ik zoudit van de Staatssecretaris willen weten: neemt u die woorden nou wel ofniet terug?Staatssecretaris Nobel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9183 Ik heb net geschetst welk dilemma er op de loer ligt op het moment dat jestevige woorden gebruikt, in dit geval naar aanleiding van vreselijkegebeurtenissen in Amsterdam. Ik heb veel Kamerleden ook gehoord overzaken die al speelden voor die gebeurtenissen, namelijk dat mannen niethand in hand over straat kunnen lopen en dat kinderen op Joodse scholenin klassen achter kogelvrij glas zitten. Maar ook de andere voorbeeldenzijn genoemd, zoals dat moslima’s niet veilig over straat durven met hunhoofddoek op. Op het moment dat je al dat soort zaken benoemt, ligt hetrisico op de loer dat een groep zich niet aangesproken voelt. Tegelijkertijd– dat zeg ik er ook bij – zijn er ook mensen in mijn omgeving, ook mensenmet een migratieachtergrond, die juist tegen mij hebben gezegd: «Ik vindhet ontzettend fijn dat je het hebt benoemd. Want juist door de groep diehet verpest, sta ik er ook slecht op.» Ik wil die nuance aanbrengen.Nogmaals, al die mensen die zich aangesproken hebben gevoeld doormijn woorden terwijl ze weten dat ze gewoon volop meedoen in demaatschappij, heb ik nooit willen aanspreken. Dat wil ik hier nogmaalsbevestigen.De heer Bamenga (D66):Ik had eigenlijk het liefst een antwoord willen krijgen op de vraag. Ik steldede vraag of de Staatssecretaris het wel of niet wil terugnemen. Vervolgenshoor ik een nuancering. Die nuancering vind ik eigenlijk geen goedverhaal. De Staatssecretaris heeft hier echt ontzettend veel mensen,miljoenen mensen hier in Nederland, in de ziel geraakt. Dat vind ik echtwel kwalijk. Ik vind het kwalijk als mensen worden weggezet en tot hungeloof worden gereduceerd en vervolgens gezegd wordt: u bent verdacht,u heeft waarschijnlijk iets gedaan. Dat vind ik echt kwalijk en echt nietpassen bij een Staatssecretaris. Daarom stel ik nog een keer de vraag: wilde Staatssecretaris deze woorden wel of niet terugnemen?Staatssecretaris Nobel:Ik heb veel meer gezegd dan alleen de woorden waaraan nu wordtgerefereerd. De avond dat het gruwelijk misging, ging het gewoon overantisemitisme in een weerzinwekkende vorm. Ik heb ook aangegeven datantisemitisme voorkomt van extreemlinks tot aan extreemrechts. En ja,het komt ook voor bij een deel van de moslimgemeenschap. Daar moetenwe niet voor weglopen. Als ik die stevige woorden gebruik, dan doe ik datnooit met de intentie om een hele groep over één kam te scheren, maarwel om het probleem duidelijk te kunnen benoemen en er uiteindelijk,veel belangrijker nog, ook samen iets aan te kunnen doen. Gelukkig heb ikbij de meeste Kamerfracties ook wel bespeurd dat ze erkennen dat er ookproblemen zijn. Laten we ons daar nu met elkaar op richten.De voorzitter:Dank u wel. Dit wordt uw tweede interruptie, meneer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Zoals ik ook in mijn eigen inbreng heb aangegeven, moeten wijproblemen benoemen. Dat hoort bij ons vak. Dat is zeker het begin vaneen oplossing. Maar daar gaat het hier niet over. Ook als het gaat omantisemitisme, vind ik het inderdaad de taak van de Staatssecretaris omdat te veroordelen, net als het keihard benoemen van de problemen die erzijn rondom antisemitisme. Maar in dit geval gaat het erom dat wijproberen om antisemitisme aan te pakken met racisme, en zo werkt datniet. Dat is echt wel kwalijk. Ik vind groepen Nederlanders op deze manierdiskwalificeren echt de Staatssecretaris onwaardig. Ik vraag de Staatsse-cretaris voor de derde keer of hij zijn woorden wil terugnemen.Staatssecretaris Nobel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9184 Volgens mij is het belangrijk – ik val een beetje in herhaling, maar ik gahet toch nogmaals zeggen – dat we het met elkaar moeten benoemen alsdingen goed gaan, zoals ook bijvoorbeeld blijkt uit het CBS-rapport.Tegelijkertijd moeten we het ook kunnen blijven benoemen op hetmoment dat dingen gruwelijk fout gaan. Ik heb aangegeven dat als doormijn woorden – dat heb ik ook gezien en zelf ervaren en dat doet mewellicht nog het meest – mensen in mijn omgeving laten weten «goh, ikvoelde me ook aangesproken» of «bedoelde je mijn kinderen?», dat nooitde bedoeling is geweest. Als ik dat daarmee nu kan rechtzetten, doe ik datgraag. Tegelijkertijd zal ik stevige woorden gebruiken op het moment dathet misgaat. Dat is ook gebeurd en dat zal ik in de toekomst blijven doenals dat nodig is om uiteindelijk problemen niet alleen te benoemen, maarze ook vanuit het kabinet op te kunnen lossen.De voorzitter:Meneer Bamenga, u heeft nog recht op een vervolginterruptie op uwtweede. Als u dat niet doet, is dat prima, maar dan heeft u nog maar ééninterruptie over, die u in tweeën kunt splitsen. Dat geef ik u mee. Ik wil uniet uitlokken, hoor.De heer Bamenga (D66):Het was toch een uitlokking, voorzitter. Kijk, Staatssecretaris, ik heb zelfook in mijn inbreng benoemd wat het belang is van wat bewindspersonenachter en voor de schermen zeggen en wat voor weerklank dat heeft in desamenleving. Zeker als je Staatssecretaris voor Integratie bent, voor hetsamenbrengen en verbinden van mensen in onze samenleving, dan is hetheel belangrijk dat dat begint bij het erkennen dat wij gedeelde waardenhebben met z’n allen. Ik vind dat dat onvoldoende is gebeurd. Ik hoop datde Staatssecretaris toch wel reflecteert naar aanleiding van de gebeurte-nissen die er zijn geweest en dat de Staatssecretaris harder zijn best gaatdoen om ervoor te zorgen dat we toch wel die verbinding en maatschap-pelijke samenhang krijgen.De voorzitter:Ik heb geen vraag gehoord. Ik zou eigenlijk door willen gaan naar de heerErgin, tenzij u hier echt op wil reageren.Staatssecretaris Nobel:Als het een interruptie is van de heer Bamenga, zou het heel onbeleefdzijn om daar niet vanuit de kabinetszijde op te reageren.De voorzitter:Dat is waar, maar het was geen vraag. Maar u kunt erop reageren.Staatssecretaris Nobel:Ik vind het belangrijk en goed dat de heer Bamenga die vraag stelt, wantdat geeft mij ook de gelegenheid om tegenover datgene wat veelvuldig inhet nieuws is aangehaald, ook een andere context te plaatsen en daarbijaan te geven dat op het moment dat grote groepen mensen zich voor hethoofd gestoten voelen door mijn uitspraken, dat absoluut niet debedoeling is geweest. Wat die weerklank betreft: zoals u straks ook zultzien in het actieprogramma, maar ook in wat ik als Staatssecretaris aldeed en zal blijven doen, zal ik de dialoog blijven aangaan met al diemensen die in Nederland hun beste beentje voor willen zetten, met al diemensen die wél meedoen en met al die mensen die, zoals ik al zei en zoalshet in vele betogen is teruggekomen, hun kind naar voetbal brengen.Want dat is blijkbaar een van de pijlers waar Nederland op drijft quaalgemene cultuurzaken: voetbal is toch vaak iets wat verbindend werkt.Voor al die mensen ben ik dus de Staatssecretaris Participatie enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9185 Integratie. U hoeft er geen enkele twijfel over te hebben dat ik er voor aldie Nederlanders ben.De voorzitter:De heer Ergin heeft een interruptie. Graag kort en krachtig.De heer Ergin (DENK):We hebben inmiddels het eerste publieke optreden van deze Staatssecre-taris meegemaakt; we zitten ook in het eerste debat met deze Staatssecre-taris. We zien dat de uitspraken die deze Staatssecretaris heeft gebezigd,ertoe hebben geleid dat heel veel islamitische jongeren zich niet meerwelkom voelen in dit land en zich afvragen of ze wel geaccepteerd wordenals Nederlander. We hebben gezien dat meer dan honderd moskeeënaangifte hebben gedaan tegen de uitspraken van deze Staatssecretaris. Deboodschap van de Staatssecretaris was: u hoort er niet bij. Hij kan nuschuilen achter allerlei andere woorden en achter allerlei nuances, maarhij had het over «een heel groot deel van de Nederlandse islamitischejongeren». Eigenlijk is de vraag aan de Staatssecretaris of hij trots is opzijn eerste optreden.Staatssecretaris Nobel:Nu doet de heer Ergin mij tekort, want er zijn ook diverse optredensgeweest over de kinderopvang, maar ik begrijp dat u doelt op hetoptreden dat ik had met betrekking tot de integratie. Ik kan het nietgenoeg benadrukken: iedereen die hier in dit land is en mee wil doen indit land, ongeacht afkomst of geloof, doet er voor mij toe. Daar zal ik voorstaan. Tegelijkertijd zeg ik – dat ga ik nu dan toch maar voor de vierde keerzeggen – tegen iedereen die ik voor het hoofd heb gestoten met mijnuitspraken en die denkt «hé, maar ik hoor er toch ook bij; heeft hij het overmij?» dat dat nooit mijn bedoeling is geweest. Tegelijkertijd zijn er ookgewoon heel veel mensen in mijn omgeving, ook met een migratieachter-grond, die zeiden: «Ik ben echt blij dat u het eindelijk benoemt, want sindsFortuyn heeft de integratie gewoon decennia stilgelegen. Ik zie dat heelveel mensen wél mee willen doen – ik ben een van die mensen die meewil doen – en tegelijkertijd word ik door de beelden uit Amsterdam straksweer over één kam geschoren met die hele groep. Ik ben blij dat u iets wildoen aan die groep.»De voorzitter:Een vervolginterruptie van de heer Ergin.De heer Ergin (DENK):Wat deze Staatssecretaris heeft gedaan, is dat hij door een uitspraak ineen paar minuten tijd een hele groep Nederlandse islamitische jongerenvoor de bus heeft gegooid. Met deze uitleg hier, waar hij heel lang overheeft moeten nadenken om de woorden te zoeken en met een verhaal tekomen, zet deze Staatssecretaris de bus in z’n achteruit, want hij zegttegen al die mensen die diep gekwetst zijn door de uitspraken van dezeStaatssecretaris: het ligt aan u; u heeft mij verkeerd begrepen. Het wasuitgerekend deze Staatssecretaris die het had over – ik herhaal hetnogmaals – «een hele grote groep». Ik vraag deze Staatssecretaris dus omdie uitspraak nu te onderbouwen. Op basis waarvan is deze Staatssecre-taris tot die conclusie gekomen? Of neem die woorden terug en biedexcuses aan.Staatssecretaris Nobel:Ik vind het eigenlijk jammer wat de heer Ergin hier doet. Ik ben ook betergewend van de heer Ergin in andere debatten die ik van hem heb gezien,want ik probeer juist aan te geven dat de meeste mensen wél meedoen –dat heb ik nu meermaals gedaan – en dat ik mijn woorden heb gericht totTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9186 de mensen die ik ook in de beelden heb gezien, de groep die zich afkeertvan de samenleving en die met de rug naar de samenleving staat gekeerd.Ja, daar zal ik me over blijven uitspreken. Tegelijkertijd doen ook demeeste Nederlandse moslims gewoon volop mee. Als u dat fijn vindt, kanik dat nog wel een keer benadrukken. Ik kan dat niet genoeg benadrukken.Het gaat mij dus helemaal niet over geloof of afkomst. Het gaat mij eromdat ik sta voor de mensen die hier meedoen en dat ik me als Staatssecre-taris Participatie en Integratie zal verzetten tegen de groep die zich afkeertvan onze samenleving, ervoor zorgt dat vrouwen zich onveilig voelen opstraat of überhaupt het homohuwelijk of een jood met een keppeltje opstraat niet zou willen zien. Maar nogmaals, ik ben er juist voor de grotegroep die wel meedoet. Ik hoop eigenlijk dat ik u op dat punt aan mijnzijde zal vinden. Ik zal in ieder geval de dialoog met u en met anderen aanblijven gaan, om er voor die groep te zijn.De heer Ergin (DENK):De Staatssecretaris doet nu eigenlijk een beetje aan een woordenspel. Hijheeft die woorden gewoon uitgesproken op de nationale tv. Die hebbenheel veel mensen geraakt. Een paar weken later zegt hij: «Als mensen mijverkeerd hebben begrepen ... Dit is wat ik er eigenlijk van vind.» Daarhoren gewoon excuses bij. Als je als Staatssecretaris, als dienaar van deKroon, uitspraken doet waarbij je hele groepen mensen in de samenlevingwegzet, horen daar gewoon excuses bij. Als de Staatssecretaris dat nietdoet – ik constateer voor de tweede keer dat hij dat niet doet – is hij geendienaar van de Kroon. Dan is hij niet iemand die zich inzet voor hetalgemeen belang. Dan is hij iemand met een politieke agenda. Ik vraag deStaatssecretaris om die politieke agenda hier toe te lichten. Met welkeagenda heeft de Staatssecretaris die woorden, die schandalige uitspraken,gebezigd?Staatssecretaris Nobel:Ik ga in herhaling vallen. Ik heb het gevoel dat de heer Ergin op citaten-jacht is, maar dat ga ik gewoon niet doen. Ik heb vier of vijf keer aange-geven waar ik namens dit kabinet voor sta en wat ik met mijn woordenheb willen zeggen. Als ik daarbij – daar ben ik mij terdege van bewust –misschien een groep mensen voor het hoofd heb gestoten die welmeedoen, is dat absoluut niet de bedoeling geweest.Daarmee zou ik eigenlijk mijn betoog willen hervatten, voorzitter.De voorzitter:U wilt nog een keer interrumperen, meneer Ergin? Dat mag, maar danhoudt het wel voor u op.De heer Ergin (DENK):Dan ga ik gebruikmaken van mijn laatste interruptie om een conclusie tetrekken. Deze Staatssecretaris neemt zijn woorden niet terug en biedtgeen excuses aan. Eigenlijk zegt hij: al die mensen die mij verkeerdhebben begrepen, hebben zelf een probleem en moeten het zelf maargaan uitzoeken. Dit was het eerste optreden van deze Staatssecretaris alshet gaat om participatie en integratie; zo heet zijn portefeuille. Ik heb dezeStaatssecretaris heel ruim de mogelijkheid gegeven om zijn woorden aante passen, om zichzelf aan te passen, om de Nederlandse normen enwaarden zoals we die in Nederland kennen, te omarmen, maar hij weigertdat te doen. Dat brengt mij tot de conclusie dat de heer Nobel op ditmoment, als hij op deze voet doorgaat, de Staatssecretaris van uitsluitingis. Wij kunnen een Staatssecretaris van uitsluiting in dit huis niettolereren. Daarom zal ik in de tweede termijn een motie van wantrouwenindienen. Het is aanpassen, en als de Staatssecretaris dat niet wil, is hetwegwezen!Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9187 De voorzitter:Dat staat genoteerd. Wil de Staatssecretaris daarop reageren?Staatssecretaris Nobel:Nee. Ik wil eigenlijk mijn eigen samenvatting geven van mijn woorden. Ikdenk dat heel Nederland daar meer behoefte aan heeft dan aan de motievan wantrouwen die zojuist is ingediend. Ik ga graag verder met mijneigen betoog.De voorzitter:Die is nog niet ingediend, maar wel aangekondigd. Voordat u doorgaatmet uw betoog, heeft mevrouw Tseggai een vraag. Dit onderwerp isbelangrijk, maar volgens mij heeft de Staatssecretaris echt vijf of zes keergezegd wat hij daarover wil zeggen. Met die notie wil ik u het woordgeven en u vragen om kort en krachtig te interrumperen.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp dat de Staatssecretaris vijf keer hetzelfde heeft gezegd – daarwas ik namelijk bij – maar ik begrijp iets nog steeds niet. De Staatssecre-taris zegt: mijn woorden waren wat ongelukkig; ik heb daar veel mensenmee voor het hoofd gestoten. Waarom is het dan zo moeilijk om sorry tezeggen en de woorden terug te nemen?Staatssecretaris Nobel:Op het gevaar af dat ik in herhaling ga vallen, zeg ik het volgende. Ik hebvolgens mij heel duidelijk aangegeven dat wat in Amsterdam is gebeurd,huiveringwekkend is geweest. De volgende dag kreeg ik een microfoononder mijn neus en is mij om commentaar gevraagd. Ik denk dat eeniederdie al die beelden heeft gezien, best wel wat woede en emotie heeftgevoeld. Dat gold ook voor mij. Ik heb daarbij volgens mij in brede zinaangegeven dat antisemitisme voorkomt, van extreemlinks tot extreem-rechts. Ik heb ook aangegeven dat dat voor een deel bij de moslimge-meenschap aanwezig is. Dat zijn stevige woorden, maar als je de beeldenziet, kun je toch niet anders dan hele stevige woorden gebruiken na zoietsvreselijks?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Er wordt mij een wedervraag gesteld waarop ik zou willen zeggen: dat kanwel. Volgens mij had de Staatssecretaris honderden andere dingenkunnen zeggen dan: een groot deel van de islamitische jongeren inNederland onderschrijft onze normen en waarden niet. Ik snap dat er naaraanleiding van de gebeurtenissen in Amsterdam emotie kan zijn, ofboosheid, maar ik snap niet hoe je als Staatssecretaris van integratie opbasis van een paar filmpjes uit Amsterdam meteen een conclusie denkt tekunnen trekken over een groot deel van de islamitische gemeenschap inNederland. Ik zou het fijn vinden als de Staatssecretaris uit zou kunnenleggen hoe hij toen tot die uitspraak is gekomen. En als hij dit achterafniet goedvindt van zichzelf, wat ik me best wel kan voorstellen, zou ik hetfijn vinden als hij daar dan zijn excuses voor aanbiedt.De voorzitter:Ik ga deze vraag toestaan, maar als voorzitter meen ik, neutraal, op tekunnen merken dat de Staatssecretaris op zijn manier al meerdere kereninvulling heeft gegeven aan deze vragen. Ik wil het woord dus nog evenkort aan de Staatssecretaris geven, maar gezien de tijd stel ik voor om deStaatssecretaris daarna zijn betoog verder te laten voeren.Staatssecretaris Nobel:Ik waardeer uw neutrale blik, voorzitter. Als ik mijn betoog gewoonvervolg, denk ik dat het antwoord op die vraag gewoon komt. Staat u mijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9188 dus toe om mijn betoog te vervolgen. Dan zult u dat zien. De eerste zin dieik namelijk zou willen uitspreken, is dat de meeste mensen, ook de meestemoslims, gewoon elke dag hard aan het werk zijn. Daarmee heb ikvolgens mij alle vragen, die nu op tien à twintig verschillende manierenzijn gesteld, beantwoord.De voorzitter:Ik zie opluchting bij de heer Ergin, dus wie weet dat die motie ... O, totaalniet, hoor ik. Ik heb het verkeerd ingeschat. Dan wil ik de Staatssecretarisvragen om zijn betoog te vervolgen.Staatssecretaris Nobel:Voorzitter. Zoals ik aangaf, zijn de meeste mensen, ook de meesteNederlandse moslims, elke dag gewoon hard aan het werk. Die mensendoen elke dag hard mee. Die doen volop mee in de samenleving. Ik vindhet belangrijk om dat hier opnieuw te onderstrepen. Als het gaat omintegratie in de samenleving, gaat er ook veel goed, ook wat betreftNederlanders met een migratieachtergrond; dat hebben we ook kunnenzien in het CBS-rapport. We zien dat deze groep het ontzettend goed doetop veel onderdelen, zoals de onderwijsprestaties, maar ook de arbeids-marktpositie. Ook wat betreft de contacten buiten de groep om gaat hetontzettend goed. Maar er zijn ook problemen. Velen van u refereerdendaar ook aan. Denk aan de oververtegenwoordiging in de criminaliteits-cijfers. Deze is weliswaar dalende, maar is er nog steeds. Ook zijn er nogsteeds te veel statushouders die in de bijstand zitten. De opvattingen overgelijkheid van mannen en vrouwen en van homo’s en hetero’s wordenweliswaar moderner, maar zijn nog altijd een stuk conservatiever onderbepaalde groepen met een migratieachtergrond.Voorzitter. Dat soort problemen spelen in de hele samenleving. We kijkenaltijd naar gedrag. Daarbij maakt het me echt niet uit wat iemandsafkomst of geloof is. Maar laat ik hier heel duidelijk in zijn: als iemandover de schreef gaat, trekken wij een hele, hele harde grens. En terecht.Want wat in Amsterdam is gebeurd, is gewoon antisemitisch geweld. Watdaar is gebeurd, is huiveringwekkend. De daders moeten worden bestraft.Daar hebben we gelukkig de politie, het OM en de rechtspraak voor.De voorzitter:Mevrouw Tseggai, voor haar tweede interruptie.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik ben een beetje in de war. Het kabinet spreekt met één mond, maarafgelopen vrijdag hoorde ik premier Schoof zeggen: bij Nederlanderszonder migratieachtergrond gaan we kijken naar het strafrecht, maar bijNederlanders met migratieachtergrond zullen we toch ook moeten kijkenof die migratieachtergrond een rol heeft gespeeld. Nu hoor ik deStaatssecretaris Participatie en Integratie zeggen: je afkomst doet er niettoe. Ik ben daar op zich blij mee, maar ik vraag me wel af of de heerSchoof en de heer Nobel hier tussen vrijdag en nu misschien nog evenover gebeld hebben.De voorzitter:De Staatssecretaris. De vraag is of de eenheid van het kabinetsbeleid isdoorbroken door deze uitspraak van u.Staatssecretaris Nobel:Nee, dat lijkt mij absoluut niet het geval. Want vanzelfsprekend wordt er inhet strafrecht geen enkel onderscheid gemaakt wat betreft het wel of niethebben van een migratieachtergrond. Volgens mij heeft de Minister-President gezegd – ik weet niet hoe letterlijk dat in de context was, maarlaat ik mijn eigen woorden er maar voor gebruiken – dat het voor hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9189 beleid in sommige gevallen wel kan helpen om te kijken naar de migratie-achtergrond. Ik heb velen van u bijvoorbeeld ook gehoord over hetaanpakken van discriminatie. Op het moment dat we niet meer kijken naarmigratieachtergrond, wordt het ook lastiger om dat soort problemen aante pakken. Volgens mij is dat wat de Minister-President heeft willenaangeven. Laat er geen misverstand over bestaan: het strafrecht is vooriedereen hetzelfde.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Tseggai heeft een vervolginterruptie.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik heb het citaatje van de premier hier wel: «Als het Nederlanders zijnzonder migratieachtergrond, pakken we ze aan met het strafrecht, maar insommige gevallen moeten we ook kijken naar de migratieachtergrond».Wat heeft de premier hier volgens de Staatssecretaris dan mee bedoeld?Staatssecretaris Nobel:Volgens mij heb ik dat net geschetst, namelijk dat het in sommigegevallen goed is om toch naar de migratieachtergrond te kijken. Ik heb netwat aangegeven en ik probeer het ook een andere insteek te geven. Velenvan u hebben gevraagd wat ik ga doen aan discriminatie. Op het momentdat je helemaal niet meer naar de migratieachtergrond kijkt, wordt het ookingewikkeld om dat aan te pakken. Ik hoor een tweedeling in het antwoordvan de Minister-President. Aan de ene kant gaat het over aanpakken viahet strafrecht. Daarna hoor ik de Minister-President aangeven dat het insommige gevallen wel kan helpen om te kijken naar de migratieachter-grond. Daar hoor ik hem nadenken over het ontwikkelen van goed beleidom bepaalde problemen die spelen in de samenleving aan te kunnenpakken. Ik hoor daar werkelijk waar geen enkele tegenstrijdigheid in.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.Staatssecretaris Nobel:Voorzitter. Er zijn ook problemen – daar was ik gebleven. Dat zit «m erindat de opvattingen over gelijkheid van man en vrouw of homo en heteroweliswaar moderner worden, maar toch nog altijd stukken conservatieverzijn onder bepaalde groepen met een migratieachtergrond. Los van wat erin Amsterdam is gebeurd, ziet dit kabinet dat onze vrijheden onder drukstaan. Ook een kleinere groep – laat ik dat ook maar benadrukken – kanvoor grote problemen zorgen. Dat hebben we ook gezien. Een deel van demensen staat gewoon met de rug naar de samenleving. Daar moeten weniet naïef in zijn. Het is al langer een probleem dat sommige vrouwenbijvoorbeeld niet met een hoofddoek over straat durven. Ik vind het ookonacceptabel dat vrouwen zich in sommige buurten überhaupt onveiligvoelen, dat twee mannen niet hand in hand durven te lopen, dat je insommige gemeenschappen niet je eigen partner kunt kiezen, dat mensenzich niet durven uit te spreken uit angst voor een onvrije overheid uit hetland van herkomst, of dat eerwraak zo veel voorkomt. Velen van u hebbendat zojuist ook al aangehaald. Dat zijn wat mij betreft grote problemen.Daar blijf ik me over uitspreken, zodat we daar ook echt mee aan de slagkunnen.Voorzitter. Ik vind het ook problematisch dat er nog steeds discriminatieplaatsvindt, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt en de woningmarkt. Velenvan u vroegen daar ook naar. Zoals u mij zult horen als vrijheden onderdruk staan, zal ik er ook voor gaan staan dat iedereen een gelijke kanskrijgt. In ons land is geen plek voor antisemitisme. Er is geen plek voorracisme. Er is geen plek voor haat tegen moslims of discriminatie opwelke grond dan ook. Onze vrije en open samenleving is een groot goed.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9190 Die moet er voor iedereen zijn, ongeacht je achtergrond. Dat dientbeschermd te worden. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn en zijn eigenkeuzes kunnen maken. Dat zijn de waarden waar ik voor sta.Voor het kerstreces ontvangt u de hoofdlijnen van de Actieagendaintegratie en ook een overzicht van de eerste activiteiten waar ik dekomende maanden samen met collega’s verder aan zal werken. Dit zal ikniet alleen doen. Ik zal uiteraard ook het lokale bestuur en het maatschap-pelijk middenveld hierin betrekken. De maanden daarna werken we watmij betreft samen aan een verdere uitwerking. Met uw Kamer wil ik graagaan de slag met een stevige agenda. Ik heb daar ook al veel suggestiesvoor gehoord. Daar zal ik straks voor een deel op terugkomen. Vanuit hetkabinet wil ik in ieder geval taal en werk centraal stellen bij de integratievan nieuwkomers. Ook onze open en vrije samenleving zal ik daarbijcentraal stellen, want die moeten we te allen tijde met elkaar verdedigen.Een samenleving van vrijheid, verantwoordelijkheid en gelijke kansen; datzijn de Nederlandse waarden en normen die we allemaal moetenomarmen.Voorzitter. Ik zou in blokjes willen gaan werken, maar ik heb zo veelmapjes dat ik het maar gewoon mapje voor mapje voor mapje ga doen.Het eerste blokje is integratie, maar daar kunnen we wellicht iets snellerdoorheen. Ik zie hier een vraag die ik al vijf, zes keer heb beantwoord, dusdie leg ik eventjes terzijde. Ik denk dat ik straks nog meer algemenerevragen krijg over integratie, maar ik denk dat de mapjes ook een beetjegehusseld zijn, zeg ik er maar in alle eerlijkheid bij.Voorzitter. Ik begin met de arbeidsmarkt voor asielzoekers. MevrouwBecker zei dat het vorige kabinet ervoor heeft gezorgd dat asielzoekersvoorrang hebben bij het UWV bij het aanvragen van een tewerkstellings-vergunning. Zij vroeg ten koste van welke andere aanvragers dit gaat enof het kabinet dit ook een eerlijke gang van zaken vindt. Vooropgesteld datde Minister van Sociale Zaken over de toegang tot de arbeidsmarkt gaat,ook voor asielzoekers, kijken we als kabinet hoe we de belemmeringenweg kunnen nemen die maken dat asielzoekers op dit moment nietkunnen werken. De Minister van Sociale Zaken heeft het UWV verzochtom aanvragen van asielzoekers met voorrang te behandelen en ombinnen een periode van twee weken verder te beslissen over deaanvragen in plaats van vijf weken. Dat is nu de reguliere termijn. Ik zieverder dat het UWV op dit moment, naast alle andere dingen die daarspelen, een impactanalyse uitvoert over hoe het dat kan doen.Dan een vraag van de heer Boomsma en mevrouw Becker.De voorzitter:Dit roept een vraag op van mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Ik had nog een andere vraag gesteld. Misschien kan de Staatssecretarisdat straks nog in zijn antwoord meenemen. Dat is hoe het staat met demotie die ik samen met de heer Flach heb ingediend om onderscheid tegaan maken tussen asielzoekers, waarbij je kijkt naar kansarme asiel-zoekers, de zogenaamde spoor 2-asielzoekers die uit een veilig landkomen ofwel Dublinclaimant zijn. Al deze asielzoekers kunnen hier op ditmoment na zes maanden onbeperkt de arbeidsmarkt op. Ik zou het bestkwalijk vinden als ook deze groep met voorrang bij het UWV eentewerkstellingsvergunning kan aanvragen, misschien wel ten koste vanandere groepen die je hier wel op de arbeidsmarkt zou willen hebben. Zoude Staatssecretaris daar toch nog een keer, eventueel samen met deMinister, op willen reflecteren? Moeten asielzoekers nou allemaalvoorrang hebben voor een tewerkstellingsvergunning, terwijl we nietweten of ze kansarm of kansrijk zijn? En kan het kabinet er in ieder gevalzo snel mogelijk voor zorgen dat die motie wordt uitgevoerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9191 Staatssecretaris Nobel:Ik stel voor dat ik hier later nog even op terugkom. Ik moet het helaasdoen met de antwoorden die ik hier nu voor me heb liggen.De voorzitter:Dat is goed. U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Nobel:De heer Boomsma vroeg hoe het staat met het plan van aanpak Status-houders aan het werk: is dit inderdaad de koers die de Staatssecretaris wilvaren? Laat ik vooropstellen dat ik het plan van aanpak Statushouders aanhet werk samen doe met andere proeven, zoals de startbanen waar deVVD bijvoorbeeld aan refereerde. Dat doen we direct na vestiging in eengemeente, zodat er ook een baan wordt aangeboden. Op dit momentlopen er acht proeven. Het onderzoek daarnaar is gestart. In eerste aanlegzijn we daar best enthousiast over en willen kijken of we dat uiteindelijk inalle arbeidsmarktregio’s door kunnen voeren. Dat is, denk ik, hetantwoord op die vraag. Volgens mij is de belangrijkste gemeenschappe-lijke deler hier dat we willen dat statushouders zo snel mogelijk aan hetwerk gaan, omdat dat een van de drie zaken is waardoor mensenuiteindelijk goed kunnen integreren, naast taal en het onderschrijven vande normen en waarden.Er was een vraag van mevrouw Tseggai over discriminatie op dearbeidsmarkt. Zij zei: we willen dat discriminatie veel harder wordtaangepakt. Zij vroeg of er geen sancties voor bedrijven zijn. De regeringheeft discriminatie scherp op het netvlies, net als voorgaande regeringen.We hebben ook een actieplan om arbeidsmarktdiscriminatie tegen tegaan. Dat loopt in een apart actieprogramma. Ik probeer ook met hetprogramma VIA samen met de Minister van Sociale Zaken discriminatieop de arbeidsmarkt tegen te gaan. Mevrouw Tseggai stelde terecht dat hetwetsvoorstel dat hiervoor liep, uiteindelijk is verworpen in de EersteKamer. Maar ik denk dat het goed is om te benadrukken dat discriminatieook gewoon bij wet is verboden. Alles wat we kunnen doen om dit tegente gaan, zullen we uiteraard in het werk stellen. Los van het feit dat het bijwet verboden is, is het ook nog eens ontzettend dom, want we hebbengewoon alle talenten en alle mensen die zich in willen zetten voor onzemaatschappij en onze samenleving heel hard nodig.De voorzitter:Dit roept een interruptie op bij de heer Bamenga. Dit is ook uw laatste.De heer Bamenga (D66):Dank voor de reactie op de vragen van mevrouw Tseggai over arbeids-marktdiscriminatie. In het regeerprogramma staat ook dat het kabinet ietswil doen aan arbeidsmarktdiscriminatie. Ik vroeg mij af welke ideeën deStaatssecretaris daarover heeft en op welke manier die terug gaan komenin het actieplan.Staatssecretaris Nobel:Dat begrijp ik. Alleen, arbeidsmarktdiscriminatie ligt bij de Minister vanSociale Zaken. Dat laat onverlet dat ik daar samen met hem naar zalkijken. Veel belangrijker nog, we moeten ervoor zorgen dat we via VIA deinhoud van de programma’s die al lopen samen oppakken en verdervormgeven, bijvoorbeeld met werkgeversorganisaties als AWVN,VNO-NCW en Diversiteit in Bedrijf van de SER. Ik denk namelijk dat hetveilig is om te stellen dat we hierin als overheid niet alleen tegen opkunnen treden. Daar hebben we bedrijven zelf ook echt voor nodig. Dat isiets wat we ook gaan oppakken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9192 Ik wil de Staatssecretaris vragen om zijn betoog te vervolgen.Staatssecretaris Nobel:Dan een vraag van de heer Boon. Deelt de Minister, nee, de Staatssecre-taris – waar «Minister» staat, lezen we «Staatssecretaris» – de mening dathet onbegrijpelijk is dat arbeidsmigranten uit Oost-Europa hier wordeningezet voor laaggeschoold werk, terwijl statushouders op de bank zittenten koste van de belastingbetaler? Ik ben het met de heer Boon eens datalle statushouders die hier zijn, zo snel mogelijk aan het werk moetengaan. Als dat betekent dat we daarom minder arbeidsmigratie hebben,dan is dat een win-win. Mijn collega mevrouw Faber is hard bezig om demigratie een halt toe te roepen. Als we dat kunnen doen door bijvoor-beeld de mensen die hier zijn aan het werk te laten gaan, dan onderstreepik dat volledig.De voorzitter:Dat roept een interruptie op bij de heer Boon.De heer Boon (PVV):Ik heb tijdens werkbezoeken verschillende instellingen en vormen vanurgentie bij gemeenten gezien. Hoe kijkt u ertegen aan om gemeentes debest practices te brengen, zodat statushouders nog sneller aan het werkgaan?Staatssecretaris Nobel:Het is mij ook opgevallen dat gemeenten er op verschillende manierenmee omgaan. Dat zien we bijvoorbeeld ook bij de startbanen, waar ik alaan refereerde. Er zijn een aantal pilots die eigenlijk best goed gaan. Ik wildaarop voortborduren. We zien ook dat het ontzettend positief is alswerkgevers een financiële tegemoetkoming krijgen om statushouders aanhet werk te helpen. Dat kan er uiteindelijk voor zorgen dat statushoudersop de werkvloer vaktaal leren of dat hun de Nederlandse cultuur wordtbijgebracht. Ik zie dus nog veel kansen om daar meer mee te doen. Daarzal ik nog verder op terugkomen, onder andere in de actieagenda.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.Staatssecretaris Nobel:Dan opnieuw een vraag over de startbanen, ditmaal van de VVD. Dievroeg: wat gaat u doen om dit te bevorderen? Ik gaf al aan dat we hetpositief vinden dat gemeenten dit doen. Op dit moment bepalengemeenten zelf hoe ze dit vormgeven. Ik zou de proeven willen uitbreidennaar alle arbeidsmarktregio’s. Op dit moment zijn het er slechts acht. Ik zieook dat de partijen die erbij betrokken zijn, de gemeenten, maar ook demensen om wie het gaat, de statushouders, ontzettend positief zijn. Datmaakt ook dat ik daar eigenlijk op voort wil borduren. Ik zeg er wel bij: alswe dit willen doen, ook op grotere schaal, is dat ook afhankelijk van watwe uiteindelijk financieel met elkaar besluiten. Daar komen we op eenander moment over te spreken, maar ik kan wel onderstrepen dat ditkabinet heel enthousiast is over wat we doen met die startbanen.Dan een vraag van de heer Boomsma en mevrouw Becker: hoe staat hetmet de aanvragen voor de subsidieregeling voor werkgevers? Daarrefereerde ik zojuist al aan. Er was ontzettend veel animo onder dewerkgevers. Ik ben ook op bezoek gegaan bij een bedrijf dat gebruikmaaktvan die subsidie. Dat was ontzettend mooi om te zien. 375 werkgevershebben voor 650 statushouders subsidie aangevraagd, voor een totaal-bedrag van 4,5 miljoen euro. Hiermee is het beschikbare subsidiebudgetvan 3,5 miljoen euro wel aanzienlijk overschreden, maar in dit geval denkik toch dat we er met elkaar heel blij om kunnen zijn. We moeten volgensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9193 mij gewoon kijken hoe we alle aanvragen kunnen gaan honoreren, wantop dit moment past dat niet binnen het budget, maar het effect is heelpositief. Ik ga dus met een welwillende blik kijken hoe we dit toch nogextra kunnen stimuleren. Tegelijkertijd hebben we wel budgettaireafspraken gemaakt met elkaar. Ook als iets een succes is, wordt dat somstoch ergens door financiën begrensd, zeg ik er gelijk bij; anders heb ikruzie met de Minister van Financiën en dat moeten we niet hebben.Voorzitter. Dan de kraptesectoren. Mevrouw Becker stelde daar een vraagover, namelijk of ik bereid ben om met sectoren als de techniek, de bouwen de energie afspraken te maken om als overheid een actievere rol tespelen. Ja, daar ben ik toe bereid. Beter gezegd: dat doen we voor eendeel al. Mijn collega’s van bijvoorbeeld EZK, VWS en OCW hebbenspecifieke trajecten voor statushouders in tekortsectoren opgezet. Daarwaar we dat verder kunnen uitbreiden, zal ik dat niet nalaten. Met detekortsectoren werk ik onder andere aan sectorale ontwikkelpaden,bijvoorbeeld om statushouders via praktijkscholing aan het werk tekrijgen. Ik denk dat we dat moeten blijven doen en moeten uitbreidenwaar dat kan.Mevrouw Becker vroeg naar de zelfredzaamheid van vrouwen: wil deStaatssecretaris nagaan of iedere gemeente in Nederland inmiddels ookaltijd de vrouw uitnodigt voor een gesprek over werk en gezin op hetmoment dat ze een uitkering ontvangen? Op basis van monitoring blijktdat bij een re-integratievoorziening het aantal verstrekte uitkeringenredelijk gelijk verdeeld is tussen mannen en vrouwen: 52% aan mannenen 48% aan vrouwen. Maar ik vind het belangrijk om hier echt goed zichtop te houden om te weten of vrouwen ook echt meedoen op de arbeids-markt. Om die reden bekijk ik samen met SAM, de vereniging vanklantmanagers, of we een aanpak kunnen realiseren voor deempowerment van vrouwen zelf, zodat we ze ook echt aan het werkkunnen krijgen, voor zover dat nog niet gebeurt. Dit betrek ik graag ook bijde actieagenda, omdat ik net als u constateer dat helaas nog steeds veelte veel vrouwen aan de zijlijn staan. Ook op het moment dat dat een eigenkeuze is, denk ik dat het goed is om die vrouwen aan te sporen en tevragen: zou je toch niet willen werken? Op het moment dat het niet deeigen keuze is van vrouwen en ze het gevoel hebben dat ze niet achter devoordeur vandaan mogen komen – daar is hier ook veelvuldig overgesproken – wil ik daar al helemaal mee aan de slag gaan.Mevrouw Becker vroeg naar de aangenomen motie over een taaleis:wanneer komt de Staatssecretaris daarmee? Ik heb gezien dat de motievan mevrouw Yes¸ilgöz en meneer Bontenbal is aangenomen. In lijn metdie motie zullen we in het kader van de actieagenda integratie hetschrappen uit de Participatiewet van de taaleis heroverwegen. We zullenook het systeem van het taalonderwijs onder de loep nemen. Ik zal uhierover zo snel mogelijk informeren. Dit betekent naar alle waarschijn-lijkheid wel iets voor de voortgang van het wetsvoorstel Participatiewet inbalans. Dat wil ik wel zorgvuldig doen. Daar zitten ook een aantalpositieve aspecten in, die ik liever geen vertraging zie oplopen. Ik bekijknu dus hoe we tegemoet kunnen komen aan de motie en tegelijkertijd hoewe al die goede dingen die in de Participatiewet gewijzigd worden,overeind kunnen houden en ook zo snel mogelijk kunnen doorvoeren.Mevrouw Tseggai, van de Partij van de Arbeid, vroeg wat ik vind van hetvoorstel om werkgevers te verplichten om de taaleis onder werktijd tefaciliteren voor arbeidsmigranten. Laat ik vooropstellen dat ik het heelbelangrijk vind dat werkgevers daar een rol in pakken. Daarom hebben wein het regeerprogramma ook opgenomen dat werkgevers meer verant-woordelijkheid moeten nemen in de taalscholing van arbeidsmigranten. Uvraagt mij om een verplichting, maar dan voelt u al aan dat ik iets minderenthousiast word. Een verplichting voor de werkgever om een passendetaaltraining aan te bieden aan EU-arbeidsmigranten is naar allewaarschijnlijkheid überhaupt niet haalbaar, omdat deze op EU-rechtelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9194 grenzen stuit. Daarmee wordt ook een drempel opgeworpen omüberhaupt een EU-werknemer in dienst te nemen. Dat ongewenste effectwilt u vast ook niet. Maar los daarvan: op het moment dat er wordtgezegd «ga allerlei eisen stellen», vraag ik me af of we het werkgeversmisschien eerst kunnen vragen of ze zich daar hard voor willen maken. Ikheb namelijk ook het gevoel dat werkgevers in brede zin echt wel zien datdaar een verantwoordelijkheid ligt. Vaak willen ze die ook nemen.De voorzitter:Ik zou op dit specifieke punt graag een interruptie willen plegen. Ik zoumevrouw Becker willen vragen om het voorzitterschap over te nemen.Voorzitter: BeckerDe voorzitter:Jazeker. Bij dezen geef ik het woord aan de heer Ceder voor eeninterruptie.De heer Ceder (ChristenUnie):Volgens mij is een meerderheid in de Kamer het erover eens dat taalbelangrijk is. Dan vind ik het zo gek dat als het om arbeidsmigranten gaat,de Staatssecretaris de reflex maakt dat wij daarin eigenlijk geen enkeleverplichting hebben. Want die hebben we wel richting onze eigenNederlandse burgers en richting nieuwkomers. Er wonen en werken meerdan 750.000 arbeidsmigranten in Nederland. De populatie van sommigewijken bestaat tot wel 40% uit arbeidsmigranten. Als we die mensen geentaalles aanbieden, heeft dat effect op de samenleving, terwijl we met z’nallen concluderen dat we stappen moeten zetten om de samenhang teverbeteren. Ik begrijp uit het betoog van de Staatssecretaris niet waaromhet aanbieden van een taalles door de werkgever in strijd zou zijn met hetvrije verkeer. Zou de Staatssecretaris dat kunnen toelichten? En ziet deStaatssecretaris wel een mogelijkheid om in ieder geval het gesprek metde werkgevers aan te gaan? Dan dien ik daar misschien met mevrouwTseggai een motie over in. Niets doen lijkt mij namelijk een zeer onzaligesituatie.Staatssecretaris Nobel:Laat ik vooropstellen dat er geen sprake is van onwil. Het lijkt er echter opdat wat u vraagt vanuit EU-perspectief gewoon niet mogelijk is, ookvanwege de rechtelijke grenzen die we hebben. Maar wellicht pleziert hettweede deel van mijn antwoord u meer. Op dit moment stimuleren wemkb-bedrijven namelijk al, onder andere via subsidie, de SLIM-regeling,O&O-fondsen en samenwerkingsverbanden, om arbeidsmigranten welmet taal te helpen en taalontwikkeling op te zetten. Ten slotte komt erbinnen het project Work in NL ook een goede werkgeversaanpak, waarbijde verbetering van de taalvaardigheid van arbeidsmigranten ookonderdeel uitmaakt van het pakket. We zijn daarbij met verschillenderegio’s maar ook met sociale partners bezig met een opleidingsaanbod.Hierbij willen we een hele brede groep van werkgevers enthousiasmerenom zich aan te sluiten. Ik denk dus dat veel van wat u vraagt nietafgedwongen hoeft te worden, omdat we daarmee bezig zijn. Daar waar usommige dingen echt eist, zie ik vanuit de EU gewoon onmogelijkhedenom dit te doen.De heer Ceder (ChristenUnie):Ook ik ben niet per se voor overheidsdwang, maar we vragen dit wel vanelke andere persoon in Nederland. Of je nou een nieuwkomer bent of hiergeboren en getogen bent, je moet de Nederlandse taal beheersen om tekunnen participeren. Met 750.000 arbeidsmigranten voor wie we dat nietverplichten, moeten we in ieder geval constateren dat dat gewoon eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9195 manco is. Ik heb nog een tweede probleem met de beantwoording van deStaatssecretaris. Het is goed dat deze subsidieregelingen er zijn, maarheel veel arbeidsmigranten worden via uitzendbureaus geplaatst. Dat isook een van de grote discussies die spelen. Ze zijn dus niet direct in dienstmaar via een uitzendbureau. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dan ookof deze regeling ook geldt voor, en ruimhartig benut wordt door, dieuitzendbureaus, waarvan we allemaal weten en constateren dat het in deafgelopen jaren best ingewikkeld is geweest om hen te activeren.Staatssecretaris Nobel:Laat ik vooropstellen dat het sowieso goed is om een gesprek te voeren.Voor zover dat nog niet in gang is gezet, kan ik dus best toezeggen dat wedat als overheid gaan doen. Arbeidsmigratie ligt natuurlijk ook bij deMinister. Ik kan u vanaf deze kant meegeven hoe we er op dit momentmee omgaan. Mijn voorstel zou zijn dat ik aan hem vraag om bij dearbeidsmigratieagenda, waarop hij nog terugkomt bij u, specifiek op ditonderwerp van taal een extra toelichting te geven. Ik kan u van deze kantvan de tafel op dit moment namelijk niet meer vertellen dan wat ik al hebaangegeven. Ik denk dat u het daar voor nu mee zult moeten doen, of ikmoet kijken of ik in tweede termijn nog een gerichter antwoord kan geven.Maar volgens mij maakt dit ook onderdeel uit van de agenda waar deMinister al mee bezig is.De voorzitter:Ik kijk even of de heer Ceder nog behoefte heeft aan een vervolginter-ruptie.De heer Ceder (ChristenUnie):Nee.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer terug.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, oud-voorzitter. Ik constateer wel dat dit een toezegging wasom dit ...De voorzitter:U houdt het voorzitterschap nog even bij mij, hoor ik. De heer Cederconstateert hier een toezegging.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, dat is een beetje ingewikkeld. Ik constateer dat de toezegging is omhet mee te nemen in de agenda en er misschien in tweede termijn opterug te komen in hoeverre...De voorzitter:Ik zie de Staatssecretaris knikken en de griffier schrijven.Staatssecretaris Nobel:Om het niet dubbel te doen: ik ga de Minister vragen of hij het meeneemtin zijn agenda, want ik ben er vrij zeker van dat hij dat al deed. Maar dankom ik er niet ook nog in mijn tweede termijn op terug.De voorzitter:Helder. Dan geef ik nu echt het voorzitterschap terug aan de heer Ceder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9196 Voorzitter: CederDe voorzitter:Dank u wel, oud-voorzitter. Ik geef het woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Nobel:Voorzitter. Ik ben vandaag vaak blij met vragen van de heer Bamenga. Hijzei namelijk dat het juist beter gaat met de migratie en verwees daarbijnaar het CBS-rapport. Hij vroeg mij of ik dat erken, of ik die positieveontwikkeling ook zie en of ik ook vind dat het de goede kant op gaat. Ikdenk dat ik daar heel eenvoudig op kan antwoorden. Ja, ik zie diepositieve ontwikkeling. Ik heb dat ook aangegeven in mijn betoog. Kijkbijvoorbeeld naar de arbeidsmarkt. Daar zie je hoe goed de tweedegeneratie het doet. Of kijk naar schoolprestaties. Daarmee gaat hetontzettend goed. En tegelijkertijd, en die nuance heb ik ook gehoord bijvelen van u, gaat het op sommige punten nog niet goed. Het gaat somswel beter. Kijken we bijvoorbeeld naar de criminaliteitscijfers, dan zien wenog steeds dat bepaalde groepen daarin oververtegenwoordigd zijn. Maarook daar is een lichtpuntje te zien, want er is wel een dalende lijn. Ik bendus voor het grootste deel ontzettend blij met wat ik zie in datCBS-rapport, namelijk dat de meeste mensen die in Nederland wonengewoon goed meedoen. Ook voor mensen met een migratieachtergrondgeldt dat de meesten van hen gewoon een voldoende bijdrage leverenaan deze maatschappij. U haalde in uw betoog Lucky aan, maar ik zouwillen zeggen: vlak ook uw eigen verhaal niet uit. Het zijn volgens mij depositieve verhalen waar het in Nederland om gaat, de verhalen vanmensen die gewoon vol meedoen en die uiteindelijk zelfs het hoogsteambt of beroep in Nederland behalen en volksvertegenwoordiger worden.Als ik de zaal hier inkijk, kan ik constateren dat in ieder geval de helft vooreen deel of volledig een migratieachtergrond heeft, dus hoe mooi willenwe het hebben? Daar hadden we het hele CBS-rapport niet voor nodig.Dan kom ik op de vraag van de heer Boon: deelt de Staatssecretaris deconclusie dat de culturele integratie van niet-westerse migrantenproblematisch verloopt? Ik heb daar zojuist al iets over gezegd op basisvan het CBS-rapport. Ik heb vandaag ook heel vaak gezegd «enerzijds,anderzijds». Ik ben het namelijk met de heer Boon eens dat bepaaldezaken niet goed gaan. Denk bijvoorbeeld aan de opvattingen over de rolvan mannen en vrouwen op het gebied van emancipatie. Denk bijvoor-beeld aan de positie van de lhbti-gemeenschap. Zo zijn er nog een heelaantal zaken waarvan dit kabinet en ook uw Kamer terecht zegt «dit gaatnog niet goed». We zullen ons de komende periode echt moeten richtenop het aanpakken van die problemen. Maar voor de meeste mensen geldtdat zij gelukkig gewoon volop meedoen in de samenleving.De heer Boomsma gaf aan dat veel jongeren niet stemmen. We moetenmanieren bedenken om het besef en de betekenis van het staatsburger-schap te markeren. Stuur deze jongeren op hun 18de vanuit de gemeenteof de regering felicitaties, met een aansporing om invulling te geven aanvrijheden in Nederland en de achtergrond van die vrijheden. De heerBoomsma zal het met me eens zijn dat het grootste voorrecht natuurlijk isdat je stemrecht krijgt als je 18 bent en dat je je stem kunt laten gelden.Dat lijkt mij het grootste voorrecht. De vraag die u mij stelt, daar ga ik nietover, maar u wist ongetwijfeld dat dat bij de Minister van BinnenlandseZaken ligt. Die gaat namelijk over het versterken van het burgerschap,want zo heb ik uw oproep geïnterpreteerd. Ik denk dat het verstandig isom die vraag bij haar neer te leggen.Ik kom bij de bezuiniging op de herinneringscentra. Nu weet ik niet of mijncollega daar al iets over gezegd heeft, dus op het gevaar af dat ik inherhaling val, zeg ik daarover het volgende. De heer Bamenga zei: we ziendat er bezuinigd wordt op posten voor oorlogsgetroffenen en herinne-ringscentra en ook lokale aanpakken tegen radicalisering. Welk effectTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9197 denkt de Staatssecretaris dat dit heeft op de integratie en de maatschap-pelijke samenhang? Ik denk dat het belangrijk is om aan te geven dat hetMinisterie van VWS bezuinigt, maar niet op de nationale herinnerings-centra. Naar aanleiding van de zojuist aangenomen motie-Bikker komt erjuist incidenteel extra geld vrij voor de herinneringscentra. Volgens mijheeft mijn collega zojuist al heel veel woorden gewijd aan de bezuini-gingen op haar deel van de inburgering, dus ik houd het even bij deherinneringscentra. Volgens mij was dat namelijk het deel van de vraagdat nog niet beantwoord was.Dan vroeg de heer Ergin mij net als de heer Bamenga hoe ik de resultatenvan het CBS rijm met wat er in Amsterdam is gebeurd. Daar heb ikvolgens mij al echt veel over gezegd, namelijk dat het ook met de meestemensen met een migratieachtergrond, bijvoorbeeld met de tweedegeneratie, ontzettend goed gaat, dat ze vol meedoen in de samenleving,dat ze werk vinden, dat hun onderwijsprestaties goed zijn. Ik zie voor heteerst vandaag een lach op het gezicht van de heer Ergin en hoop dat weelkaar vaker gaan vinden op onderwerpen, want volgens mij is dat ookecht wel mogelijk.De voorzitter:Mooi. De lach van de heer Ergin roept een interruptie op bij de heer Boon.De heer Boon (PVV):Nee, het ging net ook over de beantwoording van mijn vraag over deimmigratie van niet-westerse immigranten. U zegt dat het beter gaat,maar ik heb hier een lijstje met daarop het verschil tussen de eerstegeneratie tot 65 jaar met strafbare feiten en de tweede generatie. Daaropzie ik, behalve in de groep van 65 en ouder, alleen maar toenamen. Datmigranten met een niet-westerse achtergrond veel vaker verdacht zijn. Insommige leeftijdscategorieën is het aantal verdachten zelfs verdubbeld.Dus dat rijmt toch niet met wat u zegt?Staatssecretaris Nobel:Ik heb zojuist een aantal positieve aspecten benadrukt, maar er zijn ookzeker negatieve aspecten op te halen uit het CBS. Je kan bijvoorbeeldkijken naar het aantal statushouders dat in de bijstand zit of naar bepaaldegroepen met een migratieachtergrond die oververtegenwoordigd zijn inde criminaliteitscijfers. Die zijn er ook wel degelijk. Ik ben het met u eensdat een aantal statistieken uitwijst dat we echt problemen hebben in hetland en dat we daar met elkaar aan moeten werken. Tegelijkertijd hoopteik dat de lach om de mond van de heer Ergin zou blijven. Ik wilde ook eenaantal positieve dingen noemen. Maar laten we niet weglopen voor deproblemen die er zijn. Dat zal ik zeker niet doen. Daarin vindt u mij aan uwzijde.De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Nobel:Voorzitter. We zijn inmiddels bij het kopje zelfbeschikking. MevrouwBecker vroeg: is de Staatssecretaris bereid het Meerjarenplan Zelfbe-schikking te evalueren op het punt effectiviteit van de subsidies enbetrokken organisaties en om vervolgens ook met een verbeterplan tekomen? Ik probeer even twee vragen in één keer te beantwoorden.Mevrouw Becker vroeg namelijk ook naar de versnippering van debesteding van de middelen. Laat ik vooropstellen dat ik bereid ben omdaarnaar te kijken. Ik heb de beleidsonderzoekers ook opdracht gegeventot een onafhankelijk evaluatieonderzoek. Daar verwees u zelf ook al naar.Terecht schetste u dat het onderzoek nog een jaar duurt en dat iktussentijds ook al met een actieagenda kom. U vroeg of ik bereid ben omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9198 daar dan tussentijds wellicht al aanpassingen in te maken. Ja, lopende deevaluatie ben ik wel van plan om ook een extra impuls te geven aan hetversterken van het recht op zelfbeschikking. Dat zal dan uiteindelijk ookterechtkomen in de Actieagenda integratie. Ik zeg daar wel opnieuw bijdat we, op het moment dat er extra middelen nodig zijn, daar uiteindelijkook een afweging in zullen moeten maken, want de financiën zijn wat datbetreft ook niet oneindig. Volgens mij heb ik daarmee de twee vragen vanmevrouw Becker beantwoord.Dan heb ik hier opnieuw een vraag van mevrouw Becker en die gaat overde schadelijke praktijken: wanneer kunnen wij als Kamer een gezamenlijkebrief van SZW, JenV, Asiel en Migratie en VWS verwachten over dezeversterkte aanpak schadelijke praktijken? Ook dat wil ik uiteindelijkmeenemen in de Actieagenda integratie. Voor de kerst ontvangt u dehoofdlijnen van die actieagenda. Maar die zullen we wel in de maandendie daarop volgen verder met elkaar moeten uitwerken. Dit is nou precieszo’n onderwerp dat ik niet in mijn eentje kan doen. Het heeft wel degelijkeen groot effect op integratie, maar ik heb daar wel mijn collega’s vanJenV, AenM en VWS bij nodig.De VVD vroeg ook naar het preventief dwangbevel voor het uitreisverboden een meldplicht op het gebied van zorg en onderwijs. Is de Staatssecre-taris bereid om in overleg te treden met de bewindspersonen van JenV enVWS over de mogelijkheid van een preventief gerechtelijk dwangbevelvoor een uitreisverbod voor jonge meisjes om genitale verminking enhuwelijksdwang te voorkomen? Het enige antwoord dat ik hierop kangeven is een volmondig ja, want het is natuurlijk verschrikkelijk wat ergebeurt. Ik denk dat we allemaal genitale verminking tegen willen gaan. Uhaalde zelf ook al het punt aan van de 4.200 meisjes in Nederland diehiervoor moeten vrezen. Samen met mijn collega’s wil ik daar uiteraardop korte termijn naar kijken. Er loopt op dit moment ook een evaluatie vandie agenda. Daar hebben we het al over gehad. Dit is ook echt eenonderwerp dat terug zal komen in de Actieagenda integratie. Daar heb ikmijn collega’s wederom bij nodig. Zo zie je: integratie raakt aan heel veelbeleidsterreinen. Ik denk dat we al gesproken hebben over de vraagwaarom de evaluatie meer dan een jaar moet duren.De VVD vroeg ook naar de subsidie bij Movisie. Het ging dan om desleutelpersonen. U vroeg: hoe wordt voorkomen, bijvoorbeeld bij desubsidie aan Movisie, dat er niet te veel begrip is voor religieuze stand-punten die ten koste gaan van vrouwen en meisjes? Ik denk dat het goedis om aan te geven dat in de training die Movisie aan sleutelpersonengeeft, altijd wordt aangesloten bij de waarden, gewoontes en religieuzeopvattingen van de ouders aan de ene kant, maar dat er tegelijkertijd aande kant wordt uitgegaan van het zelfbeschikkingsrecht. Dat is voor onsecht een niet-onderhandelbare waarde in Nederland. Dus je probeert dedoelgroep mee te krijgen, maar we gaan niet onderhandelen over dewaarden zoals wij die kennen in Nederland. Die waarden staan als eenpaal boven water. Om uiteindelijk de kwaliteit van de trainingen tewaarborgen, zullen de trainers ook worden geselecteerd op basis van eenaantal criteria, zoals de kennis van de Nederlandse samenleving, dewaarden die we hier met elkaar hebben en het vertrouwen van ouders.Het gaat natuurlijk om ingewikkelde, heikele thema’s. De trainers dienenook ervaring te hebben met het begeleiden van ouders en ze moetengemotiveerd zijn om die ouders ook eventueel na de training tebegeleiden. Volgens mij heb ik de vragen onder het kopje zelfbeschikkingbesproken.Dan kom ik bij het kopje buitenlandse beïnvloeding. Uw Kamer had zelf algeconcludeerd dat die ongewenst is. Het is fijn om te zien dat u het algewoon «buitenlandse beïnvloeding» noemt. De PVV vroeg: hoe wil deStaatssecretaris voorkomen dat weekendscholen worden ingezet om deintegratie in Nederland tegen te werken? Twee weken geleden is doormijn collega, de Staatssecretaris van OCW, het conceptwetsvoorstel voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 9199 toezicht op het informeel onderwijs in internetconsultatie gebracht. Hetkabinet is daar dus voortvarend mee aan de slag gegaan. Met dit wettelijktoezicht wordt het mogelijk om binnen het informeel onderwijs, bijvoor-beeld ook op weekendscholen, in te grijpen wanneer er signalen zijn dathet onderwijs aanzet tot haat, geweld of discriminatie. Voor het voorbeelddat het lid Boon zelf gaf over een stichting in Veenendaal zou ik u graagverwijzen naar een antwoord dat eerder al is gegeven in een mondelingvragenuur. Het is wel gebleken dat het kabinet hier bovenop zit en dat wehier dus actie op ondernemen.Dan werd er – ik denk door de VVD – gevraagd welke stappen deStaatssecretaris gaat nemen op basis van een conclusie uit hetClingendael-rapport, specifiek ten aanzien van onveiligheidsgevoelens bijeen kwart van de respondenten en de roep om bescherming vanuit deNederlandse overheid om de invloed vanuit Turkije tegen te gaan. Om nietper ongeluk iemand te vergeten: volgens mij hebben ook NSC en SGPhier vragen over gesteld. Laat ik vooropstellen dat ik de zorgen over deonveiligheidsgevoelens deel, zeker ook de zorgen over de hoge percen-tages die u als Kamer noemde. Ik geloof dat de heer Flach zei dat 43% vande Nederlanders met een Turkse achtergrond zich soms onveilig voeltdoor die buitenlandse inmenging. Ik vind dat echt volstrekt onacceptabel.We willen de mensen hier dus goed tegen beschermen. Het is ookbelangrijk dat men er melding van blijft doen, want in lijn met de wensvan uw Kamer verkent het kabinet de inrichting van een centraalmeldpunt. Daar heeft u ook eerder om gevraagd. Daarmee hopen we dusook iets te kunnen doen aan die buitenlandse beïnvloeding.In het kader van het versterken van de weerbaarheid van de Turks-Nederlandse gemeenschappen blijft het ministerie – daar is ookveelvuldig naar gevraagd – in contact met de verschillende gemeen-schappen, waaronder bijvoorbeeld de Koerden, Alevieten en anderegroepen die in Turkije een minderheid vormen. Een van de vragen wasook: blijft u in gesprek met de gemeenschappen? Ik denk dat ik inantwoord op deze vraag volmondig ja kan zeggen.Voorzitter. Dan misschien tot slot. Ik zal namens het kabinet een reactie ophet rapport van Clingendael opstellen. Deze brief zal ik in het eerstekwartaal van 2025 naar uw Kamer verzenden. Ik kan er dan nog watuitgebreider bij stilstaan.Meneer Boomsma vroeg in het kader van het onderzoek naar het Turksediasporabeleid: is het een idee om een vergelijkbaar onderzoek te doennaar het diasporabeleid van Eritrea? Sowieso wil ik aangeven dat hetkabinet het belangrijk vindt dat iedereen zich veilig en thuis voelt – datgeldt dus voor alle Nederlanders – en dat iedereen vrij moet zijn om zijneigen keus te maken. In dat kader hebben we een generiek beleid vanSociale Zaken waarin we kijken naar beschermende factoren en naarrisicofactoren van het diasporabeleid. Daarin zijn ook brede ervaringenmet het diasporabeleid opgehaald. Hierin is ook bijvoorbeeld hetdiasporabeleid van Eritrea opgenomen. Naar verwachting zal ditonderzoek van het onderzoeksbureau Labyrinth in het eerste kwartaal van2025 worden gepubliceerd. Dus als we dat rapport hebben, zegt u wellichtdat uw vraag daar wel of niet in beantwoord is. Laten we echter metelkaar dat onderzoek afwachten.Dan de imamopleiding. Er is veel over gezegd door een aantal van u. NSCvroeg: «Wat is nou de status van de plannen voor een Nederlandseimamopleiding, aangezien veel moskeeën onder invloed staan vanbijvoorbeeld de Turkse overheid? Bent u bereid om te kijken naarOostenrijk als voorbeeld, hoe ze daar met lokale imams omgaan? Dat lijktgoed te werken. Biedt het aanknopingspunten voor Nederland?» Hetkabinet is het helemaal met u eens dat een Nederlandse imamopleidingvan groot belang is, zodat ook moslimgemeenschappen onafhankelijk vanhet herkomstland zelf invulling kunnen geven aan hun geloof en dat danbinnen de Nederlandse context doen. Daarbij worden dus ook de normenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91100 en waarden die we hier in Nederland met elkaar onderschrijven, erkend.Ja, ik ben zeker bereid om ook te kijken naar andere landen waar al eendergelijke opleiding is. Ik zal dus ook kijken naar bijvoorbeeld Oostenrijk.Ook dit zal ik deel laten uitmaken van de integratieagenda.Dan Bevrijdingsdag als een nationale vrije dag voor iedereen.De voorzitter:Voordat u daarop ingaat, heeft u nog een interruptie van de heer Flach ophet vorige punt.De heer Flach (SGP):Ik was benieuwd of het blokje buitenlandse beïnvloeding hiermeeafgelopen was, want dan mis ik nog drie van mijn vragen.Staatssecretaris Nobel:Misschien, want ik heb nog een mapje waar van alles en nog wat in zit.De voorzitter:Ik stel voor dat u het even afwacht. Na afloop van de termijn collecterenwe de nog openstaande vragen. Daarna doen we een korte schorsing endan gaan we door. U kunt vervolgen.Staatssecretaris Nobel:Excuus als ik per ongeluk een aantal vragen van de heer Flach nietbeantwoord heb, maar ik heb de stille hoop dat er nog een aantalantwoorden boven komen drijven in een van de laatste mapjes; er zijnveel vragen gesteld van de zijde van uw Kamer.We waren gebleven bij Bevrijdingsdag als vrije dag. Bevrijdingsdag is eenofficiële feestdag in Nederland – dat hoef ik u niet uit te leggen – maar deMinister-President gaat over het aanwijzen van feestdagen, zoalsBevrijdingsdag. De vraag of er op die dagen gewerkt wordt, is uiteindelijkaan de sociale partners. Als zij samen tot de conclusie komen dat dat ookecht een vrije dag moet zijn, dan horen wij dat vast. Ik heb op dit momentin ieder geval geen aanleiding om dat zelf te gaan doen. Dat is ook nietaan mij voorbehouden, lees ik zojuist. Maar ik denk dat de Minister-President heeft meegekeken. Wie weet gaat hij daarmee aan de slag, maarvolgens mij hebben wij dat voornemen niet en is dat echt iets om over telaten aan de sociale partners.De BBB vroeg of er opvolging kan komen van het onderzoek naar debeleving van herkomstclassificaties door SZW. Mevrouw Van Zanten zei: ugebruikt de verzamelcategorie «Nederlander met x-achtergrond»; dat kantoch niet waar zijn? Volgens mij heeft het gebruik van de benaminguiteindelijk geen invloed op de uitkomst van het onderzoek of beleid, wanthet is nog steeds zichtbaar en beschikbaar dat er bepaalde herkomst-groepen zijn. Een onderscheid tussen de eerste en tweede generatie blijftbijvoorbeeld gewoon mogelijk, maar het is uiteindelijk belangrijk omtermen te gebruiken die breed worden gedragen. Er is bijvoorbeeld uitWRR-onderzoeken gekomen dat we beter andere termen kunnengebruiken. Uit onderzoek blijkt dat categoriseren naar herkomst zoweldoor mensen met als zonder migratieachtergrond als negatief wordtervaren. Vandaar dat we uiteindelijk voor andere woorden hebbengekozen. Dat laat onverlet dat de resultaten waar zij naar vraagt, welgewoon blijven bestaan.De voorzitter:Dat roept een interruptie op bij mevrouw Van Zanten, BBB.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik vraag me dan toch af waarom we niet gewoon de woorden kunnengebruiken die daarvoor zijn bedoeld. Het is net als bij wat we eerder ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91101 jaar hadden, namelijk «ouder uit wie een kind wordt geboren» in plaatsvan «moeder». Hoever willen we hiermee gaan? Het moet toch welgewoon begrijpelijk blijven voor iedereen? Ik dacht dat het ook de taakvan de overheid is om klare taal te spreken, zodat iedereen in de samen-leving begrijpt wat er wordt bedoeld.Staatssecretaris Nobel:Ik weet niet of het zo problematisch is als nu wordt geschetst, want als webijvoorbeeld zeggen «Nederlander met een Turkse achtergrond» of meteen willekeurige andere achtergrond, dan lijkt me dat gewoon heelduidelijk. Dat doen we op dit moment ook. Alleen draaiden we hetvoorheen bijvoorbeeld om. Toen zeiden we «Marokkaan met eenNederlandse achtergrond». We weten nu dat uit onderzoek blijkt dat hetcategoriseren naar herkomst zowel door mensen met als zonder eenmigratieachtergrond als negatief wordt ervaren. Daarom hebben we daarandere bewoordingen voor gekozen. Ik denk niet dat dat problematisch is,als we uiteindelijk maar gewoon over de feiten rapporteren. Dat blijftbestaan. Ik zie niet direct aanleiding om hier anders mee om te gaan.Sterker nog, ik zou uw Kamer in overweging willen geven om het te latenzoals het nu is. Daar hebben we goed over nagedacht, omdat we wetendat zowel mensen met als zonder een migratieachtergrond daar aanstootaan nemen.De voorzitter:Mevrouw Van Zanten met een vervolginterruptie.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik wil hier verder geen halszaak van maken; het is meer dat ik me afvraaghoever het allemaal moet gaan. Iedereen voelt zich tegenwoordig maargekwetst over van alles en nog wat. Op een gegeven moment moeten weook een beetje normaal gaan doen.De voorzitter:Dat was geen vraag, of eigenlijk wel: hoever moet het allemaal nog gaan?Volgens mij was dat een retorische vraag.Staatssecretaris Nobel:Ik voel me niet gekwetst, voorzitter. Ik ga gewoon door met de beant-woording als u het goedvindt.De voorzitter:Dat lijkt me heel goed, ook gelet op de tijd.Staatssecretaris Nobel:Dan was er nog een vraag van de heer Boon. Hij zei dat met namemannen van de tweede generatie met een buiten-Europese migratieach-tergrond in de leeftijd van 25 tot 45 jaar oververtegenwoordigd zijn in decriminaliteitscijfers. Hij vroeg: is de Staatssecretaris het ermee eens dat deintegratie dramatisch verloopt? Volgens mij heb ik daar al ontzettend veelwoorden aan gewijd. Er gaan ontzettend veel dingen goed, maar er gaanook zaken nog niet goed. Ik denk dat de criminaliteitscijfers wel eenpositieve trend laten zien, ook voor mensen met een migratieachtergrond,maar dat het op heel veel gebieden ook nog niet goed gaat. Daar moetenwe ook gewoon eerlijk in zijn. Dat moeten we met elkaar erkennen en,belangrijker nog, proberen er met elkaar iets aan te doen.Ik kom bij de heer Flach. Kunnen we de pro-Palestijnse demonstraties inNederland onder de loep nemen, om zo ongewenste buitenlandseinmenging vanuit Arabische landen en een oproep vanuit Hezbollah omdit soort demonstraties aan te wakkeren, tegen te gaan? Ik denk dat u netals ik heel vaak beelden ziet van demonstraties. We hebben daar danTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91102 ongetwijfeld heel veel gevoelens bij, maar uiteindelijk is het wel zo dat deuitvoering van het demonstratierecht is voorbehouden aan het lokalegezag. Die zijn verantwoordelijk voor het faciliteren en het in goede banenleiden ervan. Maar de inhoud van een demonstratie mag nooit een redenzijn om in te grijpen of te handhaven tijdens of voorafgaand aan eendemonstratie.Wel is het zo dat de AIVD de dreiging van statelijke inmengingnauwlettend in de gaten houdt. Ook zetten de inlichtingen- en veiligheids-diensten zich in om de zwaarste vormen van statelijke inmenging tegen tegaan en zijn er verschillende initiatieven om de weerbaarheid tegenstatelijke inmenging te verhogen. Ik proefde bij de heer Flach ook echt debehoefte om hierover verder van gedachten te wisselen met het kabinet.Op 5 december vindt een plenair debat plaats met BZK en JenV. Ik denkdat dat de uitgelezen gelegenheid is om het verder te hebben over hetdemonstratierecht en over hoe om te gaan met bijvoorbeeldpro-Palestijnse manifestaties, zoals u in uw vraag schetste.Dan kom ik bij de Taskforce Problematisch gedrag. Zowel de SGP als deVVD heeft daar vragen over gesteld. Hoe ga ik doorpakken met deTaskforce Problematisch gedrag en ga ik ook kijken naar ongewenstebuitenlandse financiering? Mijn voorganger heeft u al geïnformeerd overde samenwerking met die taskforce. Wat het hier ingewikkeld maakt, isvolgens mij dat we tot een juridische definitie moeten komen van«problematisch gedrag». Ik ga ook direct door naar die vraag. Na mijnaantreden als Staatssecretaris Integratie en Participatie heb ik mij ookdirect ingelezen in het rapport van de landsadvocaat en daar gesprekkenover gevoerd op het ministerie, omdat ik heel graag wil komen tot eendefinitie van problematisch gedrag om daadwerkelijk iets te kunnen doenmet die taskforce. Tegelijkertijd wil ik wel aangeven dat ik in eerste aanlegwel zie dat dat juridisch best ingewikkeld is.Ik hoop eigenlijk ook dat uw Kamer misschien met mij wil meedenkenover waar we specifiek naar kunnen kijken. U heeft zelf ook al aangegevendat we de gedragingen misschien nog verder kunnen expliciteren. OCWheeft bijvoorbeeld in het wetsvoorstel inzake toezicht uiteindelijkgebruikgemaakt van een bekende norm. Dus ik ben zelf ook heel ergzoekende naar of we het algemene begrip waar uw Kamer naar op zoek is,wat volgens mij gezien het rapport van de landsadvocaat erg ingewikkeldis, nader met elkaar kunnen duiden en iets specifieker kunnen duiden,zodat we wel tot een begrip kunnen komen. De wil is er dus zeker, maar ikprobeer ook aan te geven vanuit het kabinet dat het juridisch bestingewikkeld is. Maar ik wil er zeker nog een keer naar kijken, want dat wasvolgens mij ook de onderliggende vraag. Daartoe ben ik zeker bereid.Maar kom ook met handvatten die mij daar eventueel bij kunnen helpen,om te weten in welke hoek ik het precies moet zoeken.De voorzitter:Dank u wel. Mag ik vragen of u richting het einde gaat van uw beant-woording? Daarna wil ik namelijk overleggen met de commissie over hetvervolg.Staatssecretaris Nobel:Ik ga mijn best doen. Ik zal proberen om nog sneller te praten.De SGP vroeg: kan in kaart worden gebracht welke juridische bevoegd-heden nodig zijn tegen ongewenste buitenlandse beïnvloeding, zodatgezocht kan worden naar een werkbare oplossing? Bij het aanpakken vanpersonen of organisaties in het kader van ongewenste beïnvloeding is hetnoodzakelijk om ook de wettelijke bevoegdheden toe te kennen aan eenbestuursorgaan. In dat geval dient er sprake te zijn van een voorzienbarewettelijke norm. Die moet gekoppeld worden aan bestuurlijk instrumen-tarium om handhavend op te kunnen treden. Ik heb net al aangegeven dathet dus ingewikkeld is om tot die brede norm te komen voor problema-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91103 tisch gedrag. Ik denk dat we samen moeten gaan kijken naar specifiekegedragingen, zodat we hierin uiteindelijk wel een stap verder kunnenkomen. Op dit moment hebben alleen de politie en de inlichtingen-diensten een grondslag voor hun eigen specifieke taak.De voorzitter:Daar heeft de heer Flach een interruptie op.De heer Flach (SGP):Dit gaat eigenlijk nog half over het vorige verhaal, over de taskforce. Ikheb in mijn bijdrage aangegeven dat die eigenlijk in een soort slaapstandterecht is gekomen. Ik heb er begrip voor dat het juridisch nog niet zomakkelijk is om «problematisch gedrag» te definiëren en ik waardeer deuitgestoken hand van de Staatssecretaris, die zegt: Kamer, help medaarbij. Tegelijkertijd zou ik nog een keer de urgentie willen benadrukkenom hiermee aan de slag te gaan. Het feit dat we het nog niet kunnendefiniëren, is namelijk een juridische werkelijkheid, maar het problema-tische gedrag is er en daar hebben we op meerdere momenten last van.Volgens mij proef ik die urgentie uit de woorden van de Staatssecretaris,maar ik zou hem nog een keer expliciet willen vragen hoe hoog hij deurgentie ervaart om dit weer op te tuigen en in te zetten.Staatssecretaris Nobel:Laat er geen misverstand over bestaan dat ik dit ontzettend belangrijkvind. Namens het kabinet wil ik me daar dus echt vol voor inzetten. Ik wilhet ook meenemen in de actieagenda. Dat geeft ook aan dat ik er echt opkorte termijn iets mee wil. Ik probeer alleen te schetsen dat het juridischgewoon echt ingewikkeld ligt. Maar dat het hoog op de agenda staat, iszeker. Ik wil het ook meenemen in die Actieagenda integratie. Over dehoofdlijnen daarvan wordt u voor de kerst geïnformeerd en dan gaan wede komende maanden met elkaar gebruiken om de actieagenda verder uitte werken. Met name met BZK en JenV zal ik dan om tafel moeten om tekijken of we gezamenlijk ook echt ergens toe komen. Dit reikt namelijkverder dan alleen het beleidsterrein van SZW.De VVD stelde dat het salafisme in Nederland minder dreigend lijkt voorde nationale veiligheid en vroeg hoe het dan zit met die onverdraagzameboodschappen. Uit het jaarverslag van de AIVD blijkt dat het salafismemomenteel een beperkte dreiging vormt voor de democratischerechtsorde. Tegelijkertijd betekent dat niet dat er in deze beweging geengroot risico is voor bijvoorbeeld ondermijning van onze waarden ennormen. Daar zullen we dus nog steeds scherp op moeten zijn met elkaar,want het kabinet blijft ook gewoon alert op onverdraagzame en polarise-rende boodschappen. Dat heeft u volgens mij zelf in uw betoog meerderemalen aangehaald. Het kan uit verschillende hoeken komen. Het kanvanuit een religie komen of vanuit extreemlinks of extreemrechts, maardie uitingen kunnen wel de sociale stabiliteit onder druk zetten. Ik zal medaar dus zeker voor blijven inzetten. Ook dit is iets wat zal terugkomen inde Actieagenda integratie. Ik wil uiteindelijk ook kijken of er extra inzet kanworden gepleegd op de weerbare samenleving. U voelt aan dat we met aldie ambities wel moeten gaan kijken hoe die financieel landen, maarnogmaals, de insteek om hier echt iets aan te doen is heel erg groot. Ik zaldit dus ook terug laten komen.DENK vroeg hoe het zit met instellingen, bijvoorbeeld weekendscholen,waar dit plaatsvindt. Dat was volgens mij ook de vraag van de heer Boon.Daarvan heb ik al gezegd dat ik verwijs naar de mondelinge vraag diegesteld is over de weekendschool in Veenendaal.We zijn aangekomen bij het laatste mapje, voorzitter, en dan hoop ik dat ikinmiddels ook de vraag van de heer Flach beantwoord heb.De heer Bamenga vroeg welke maatregelen ik van plan ben te nemenvoor de maatschappelijke samenhang, hoe we die verder kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91104 verbeteren en of daar geld voor is. Wat verwachten we precies van hetActieplan integratie? Op dit moment hebben we 17 miljoen eurobeschikbaar in de begroting van SZW voor diverse maatregelen. Onderandere de aanpak van discriminatie zit daarin, net als zelfbeschikking,statushouders aan het werk, polarisatie en radicalisering, dus allemaalonderwerpen die volgens mij bijdragen aan de maatschappelijkesamenhang waar ik u, maar ook mevrouw Tseggai en anderen over hebgehoord. Daarnaast wil ik vanuit de Actieagenda integratie ook toezien opverschillende maatregelen die de integratie en de maatschappelijkesamenhang verder versterken, want dat is ook een belangrijkecomponent. Ik zal met name kijken naar taal, werk, de open en vrijesamenleving zoals we die met elkaar kennen en het onderschrijven van deNederlandse normen en waarden. Daar staat ook de disclaimer bij dat ikuiteindelijk wel de middelen moet gaan vinden. Op dit moment is er 17miljoen. Als we alles willen intensiveren, verwacht ik dat het in die zin welingewikkeld wordt. Volgens mij moeten we ook kijken naar wat we op ditmoment al doen. Daar vroeg mevrouw Becker ook naar: welke subsidiesworden er verstrekt en hoe zit het met versnippering? Ik denk dat het dusook echt een moment is om kritisch te kijken naar wat er eigenlijk allemaalal gebeurt op het gebied van integratie en waar we middelen misschienmet elkaar op een andere manier zouden willen inzetten, juist ook om dieactieagenda integratie meer kracht bij te zetten.Mevrouw Tseggai vroeg naar de extra inzet op inburgering. Die vraag is,denk ik, al beantwoord door mijn collega, die inmiddels al een tijdjevertrokken is.De PVV vroeg of ik het belang deel van het tegengaan van polarisatie enhet tegengaan van parallelle samenlevingen en wat de plannen van ditkabinet zijn. Laat ik vooropstellen dat polarisatie op zich ook eenonderdeel kan zijn van een gezonde democratie. Het is helemaal niet ergals bepaalde opvattingen en ideeën met elkaar schuren en botsen.Tegelijkertijd hebben we, als polarisatie doorschiet en mensen ervoorkiezen om elkaar vijandig te bejegenen, een probleem met elkaar. Danondermijnt het namelijk niet alleen onze rechtsstaat, maar ook alle vrijenormen en waarden waar we met elkaar voor staan. Datzelfde geldteigenlijk voor segregatie, wat de PvdA ook benoemde. Ik bedoelPvdA-GroenLinks. Nee, GroenLinks-PvdA. Excuus, mevrouw Tseggai, ikkom nog uit een gezin waar het alleen PvdA was. U moet me hier toch eenbeetje tegemoetkomen.Dit kabinet wil zich natuurlijk actief inzetten om segregatie, maar ookparallelle samenlevingen tegen te gaan, want als iedereen in zijn eigenbubbel blijft leven, dan ontmoeten we elkaar ook niet. Dan leven we langselkaar heen. Dat is ook iets waar ik bij de actieagenda verder op in wilgaan. Ik denk dat het belangrijk is om op te schalen in een aanpak die hetgericht tegengaan van ongewenste polarisatie vormgeeft. Ik denk danbijvoorbeeld aan het ophalen van signalen, maar ook aan de adviseringen ondersteuning van gemeenten. Uiteindelijk zit de gemeente veeldichter bij en korter op hun inwoners, dus wanneer we polarisatie willentegengaan, lijken gemeenten mij een hele belangrijke gesprekspartner.Daarin zal ik samen met BZK optrekken.Over buitenlandse beïnvloeding hebben we het gehad, volgens mij.Mevrouw Becker vroeg hoe ik de gesprekspartners wil betrekken bij mijnactieagenda. Ik heb u hierover een brief gestuurd, maar ik denk dat hetgoed is om toch nogmaals te zeggen dat we de maatschappelijke partnerserbij willen betrekken. Wie we aan tafel hebben, zullen partijen zijn die devrije en open samenleving onderschrijven. Partijen die dat niet doen, zal ikniet aan mijn tafel hebben, want die gaan de actieagenda helemaal nietverder brengen. Die gaan er niet voor zorgen dat mensen die nuonvrijheid ervaren ineens wel vrijheid ervaren. Die gaan er niet voorzorgen dat vrouwen die nu achter een gesloten deur zitten ineens wel aanhet werk mogen. Partijen die dat allemaal niet onderschrijven, zult u nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91105 aan mijn tafel vinden. Tegelijkertijd is het wel belangrijk dat er vanuit hetministerie contact kan zijn met allerlei verschillende organisaties in desamenleving om op z’n minst de gevoelens die er spelen te kunnenduiden en daar niet blind of doof voor te zijn.Mevrouw Becker vroeg waar de uitvoering blijft van haar motie over hetoverzicht van gesprekspartners en een andere aanpak op dit punt. Ik hebde Kamer daar in de Kamerbrief van 21 november al verder overgeïnformeerd.Dan kom ik toch een beetje aan het einde van mijn vragen. Ik ben nu bij deChristenUnie aangekomen. Hoe staat de Staatssecretaris in contact metgemeenschappen en hoe worden zij gemobiliseerd om te zorgen datmensen meedoen in de samenleving? Het is essentieel dat we gemeen-schappen erbij blijven betrekken – ik moet niet zeggen «beter betrekken»,maar «blijven betrekken» – juist nu, juist op het moment dat er veelspanning in de samenleving voelbaar en zichtbaar is. Die gemeen-schappen kunnen, zoals u zelf terecht schetst, mensen juist inspireren enin beweging brengen.Daar hebben we bijvoorbeeld maatschappelijke, maar ook religieuzeorganisaties en sleutelfiguren bij nodig. Het gaat bijvoorbeeld ook ombuurtwerkers. Denk aan de buurtvaders die er toch maar weer stonden deafgelopen weken om de boel te sussen en rustig te houden. Dat soortmensen zijn essentieel voor het goed functioneren van onze samenleving.En vanuit het ministerie bouwen we ook gewoon voort op al dienetwerken die er zijn. Die zullen we niet ineens laten vallen, want dieblijven ontzettend van belang. Ik denk dat u dat in die zin ook terug gaatvinden in de actieagenda, maar dat daar niet per se meer geld voor nodigis omdat we dat gewoon nog met elkaar moeten blijven doen, ook in detoekomst.Dan, tot slot volgens mij, de versterkte gebedsoproep, een vraag van deSGP: of ik bereid ben om namens het kabinet daarnaar te kijken. Dat heeftu volgens mij samen met de heer Eerdmans in een motie gevraagd. Ugeeft aan: «In de begroting lees ik dat wordt onderzocht of gebedsop-roepen beter gereguleerd kunnen worden, terwijl in het regeerprogrammastaat dat er betere regels moeten komen.» Nou, het voornemen van hetregeerprogramma luidde inderdaad dat het kabinet betere regels zouopstellen voor de versterkte gebedsoproep. In de paragraaf over integratieen maatschappelijke samenhang is dat onderdeel ook opgenomen.Ik denk dat het goed is om aan te geven dat het kabinet hier echt serieusnaar wil kijken. Tegelijkertijd zit er wel een bepaalde complexiteit bij ditvraagstuk, en dat ligt ook in de verantwoordelijkheden. Bij het opstellenen handhaven van regels voor gebedsoproepen hebben we die op ditmoment belegd bij gemeenten. Daarom zal ik met ambtenaren in nauwcontact met BZK kijken hoe we hiervoor betere regels kunnen opstellen.Dat kunnen we niet alleen doen, want die taak is op dit moment bij eenandere overheid belegd. Maar dat we daar nog steeds mee aan de slaggaan, dat klopt. En ik denk dat het belangrijk is om uiteindelijk vast testellen waar de bestaande wet- en regelgeving wringt en om daarvooreventueel met betere maatregelen te komen en er verbeteringen in aan tebrengen. Daarom is het denk ik ook goed dat we een traject starten naarde beleving en de bekendheid, ook van de communicatie die plaatsvindt,en dat we daarbij ook eventueel de geloofsgemeenschappen zelfbetrekken. We moeten dan ook echt beter inzichtelijk maken waar we totbetere regels kunnen komen. Ik denk dat ik daarmee een antwoord hebgegeven op de vraag, voorzitter.De voorzitter:Dat roept een interruptie op van de heer Flach.De heer Flach (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91106 Ja. Ik denk dat de beantwoording niet helemaal de kern van mijn vraagraakt. Wat ik gevraagd heb, is eigenlijk tweeledig. We lezen in debegroting van SZW dat er gekeken wordt of die gebedsoproepen kunnenworden gereguleerd, terwijl het regeerprogramma stelliger was. Dus devraag aan de Staatssecretaris was: komen er nu regels of gaan we nukijken of er regels kunnen komen? Want dat is nogal een verschil. Daarbijzat dan ook deze vraag. We hebben daar ook schriftelijke vragen overingediend, de heer Eerdmans en ik, en de beantwoording daarvan iseigenlijk al tot twee keer toe uitgesteld. Dus: wat is er zo ingewikkeld,waardoor dit zo lang duurt?Staatssecretaris Nobel:Die complexiteit heb ik volgens mij net geschetst. Maar laat er geenmisverstand over bestaan dat we gewoon zullen kijken hoe we dit kunnengaan doen. Dat hebben we ook met elkaar afgesproken in hetregeerprogramma.De voorzitter:Ik begrijp dat de Staatssecretaris hierop terugkomt. De heer Boomsmamet een interruptie.De heer Boomsma (NSC):Ja, dank u, voorzitter. Ik had nog twee andere vragen. Maar ik was ookheel snel aan het praten omdat ik vlak voor de lunch zat, dus misschienkan ik die nog even herhalen hier?De voorzitter:Ja.De heer Boomsma (NSC):Ik had één vraag specifiek over vrouwelijke genitale verminking, dat welezen dat er nu 4.200 meisjes risico lopen. Ik had gevraagd in hoeverre datal geconstateerd is, in hoeverre ouders daar al op zijn aangesproken, enwat er precies gebeurt. Ik wil echt graag op een rij hebben wat er nu wordtgedaan om die meisjes te beschermen en om dat te voorkomen. Ik heb inAmsterdam veel gehoord dat er wordt gezegd «we hebben van allerleiprogramma’s», maar het gebeurt nog steeds. Dus die had ik nog. En danhad ik nog een vraag over de zogenaamde «dochterregeling», het planwaar Femmes for Freedom ook aandacht voor had gevraagd. Mensen,vrouwen, die slachtoffer zijn van huwelijksdwang in andere landenverliezen hun Nederlandse nationaliteit omdat ze een tijd gevangenhebben gezeten. Dus graag een voorstel om die te hulp te schieten.De voorzitter:Dank u wel. Heeft u het antwoord daarop paraat? Anders...Staatssecretaris Nobel:Nee, en dat heeft er ook mee te maken dat bijvoorbeeld uw eerste vraagecht bij VWS ligt. Dus ik wil daar wel op terugkomen, maar sta mij dan toeom samen met mijn collega van VWS, en ik denk in dit geval ook die vanJustitie of Buitenlandse Zaken, te kijken naar hoe wij dat beter kunnendoen dan nu gebeurt. Laat ik gelijk ook de toezegging doen dat ik graagmet Femmes for Freedom aan tafel ga. Ik was dat überhaupt al van plan.Ik ben ook blij dat u die organisatie noemt. Volgens mij verzetten zijontzettend veel goed werk voor individuen die op dit moment onvrijheidervaren in ons land. Dus ik ga graag ook met hen in gesprek.De voorzitter:Dank u wel. Zijn er geen onbeantwoorde vragen meer? Nee. Dan gaan wezo aan de tweede termijn beginnen. Ik wil vijf minuten schorsen voor eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91107 plaspauze, zodat de moties geprint kunnen worden en om met decommissieleden buiten de microfoon te bespreken hoe we de tweedetermijn gaan doen. Het is namelijk al over vijven.De vergadering wordt van 17.05 uur tot 17.12 uur geschorst.De voorzitter:Beste mensen, wij zijn aangekomen bij de tweede termijn van de Kamer.Het is al 17.00 uur geweest. We hebben even overlegd en zijn tot deconclusie gekomen dat het goed is om de moties in te dienen en de tweeminuten per Kamerlid te benutten, maar om de tweede termijn van hetkabinet schriftelijk af te handelen. Dat betekent dat er voor deSZW-begroting, die ook deze week plaatsvindt, een schriftelijk antwoordkomt op de moties. Zodra er vragen over zijn, kunnen die in dat debatdoor de desbetreffende woordvoerder worden ingebracht. Dat betreft allemoties op één motie na, namelijk de aangekondigde motie vanwantrouwen van de heer Ergin. Het is gebruikelijk dat daar zo snelmogelijk over wordt gestemd. Als we het hier unaniem over eens zijn, zalde griffier namens de commissie verzoeken om die motie morgen alvastin stemming te brengen. Ik zie dat daar geen bezwaar tegen is. Daarmeeconcludeer ik dat het een eenparig verzoek vanuit de commissie is omalvast over de aangekondigde motie van wantrouwen van de heer Ergin testemmen.Ik wil iedereen twee minuten geven en wil jullie vragen je ook daaraan tehouden, zodat we keurig om 17.30 uur klaar zijn. Mevrouw Tseggai, bent ual zover? Ja? Dan wil ik mevrouw Tseggai het woord geven.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik heb twee moties, een over de NT2-docenten.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat NT2-docenten een cruciale rol spelen bij de inburgeringvan nieuwe Nederlanders;constaterende dat er al langer wordt getracht om de arbeidspositie vanNT2-docenten te verbeteren maar dat op heden nog niet is gelukt, geziennog velen van hen slecht worden betaald, werken onder een nulurencon-tract en niet kunnen terugvallen op een cao;verzoekt de regering om in de gesprekken die zij voert met de keten-partners te bespreken of Blik op Werk een rol kan spelen in het toezicht oparbeidsvoorwaarden of dat gemeenten goede arbeidsvoorwaarden van deNT2-docenten meenemen in hun aanbestedingstrajecten bij inburgerings-onderwijs,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Tseggai.Zij krijgt nr. 14 (36 600-XV).Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik nog een motie, over de VrIP-subsidie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91108 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de subsidie Vroege Integratie en Participatie dekomende jaren flink wordt verminderd;constaterende dat deze subsidie als doel heeft om kansrijke asielzoekersen statushouders door middel van Meedoen-balies in een vroeg stadiummee te laten doen in de samenleving, door vrijwilligerswerk en het lerenvan de taal, ter voorbereiding op betaald werk;constaterende dat in het regeerakkoord staat dat «werk en taal de basiszijn voor integratie», maar dat deze bezuiniging daar haaks op staat;overwegende dat de basisinfrastructuur en regionale spreiding die nodigzijn, ongeacht de instroomaantallen van nieuwkomers, door dezebezuiniging worden aangetast;verzoekt de regering om de geplande bezuinigingen vanaf 2026 niet doorte zetten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Tseggai.Zij krijgt nr. 15 (36 600-XV).Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Boon, van de PVV.De heer Boon (PVV):Voorzitter. Ik zal het kort houden. De PVV dient geen moties in. Wij zijn blijdat een kabinet eindelijk de integratieproblemen durft te benoemen enwat de Nederlanders op straat al jaren zien. We zijn er heel blij mee datdaar eindelijk werk van wordt gemaakt. Wij hebben vertrouwen in hetregeerprogramma en hopen dat de staatssecretarissen het zo snelmogelijk gaan uitvoeren. Daar hebben wij het volste vertrouwen in.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Eén motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91109 van mening dat werken van cruciaal belang is voor een succesvolleintegratie;constaterende dat we hier een positieve trend zien en dat nieuwkomers enlatere generaties steeds vaker werken, maar dat we er nog niet zijn en dearbeidsparticipatie nog omhoog kan en moet;constaterende dat uit onderzoek blijkt dat arbeidsdiscriminatie nog veel tevaak voorkomt in Nederland, waardoor mensen die wel willen werken nietaltijd kunnen werken;constaterende dat de wet die hier iets aan had moeten doen, de Wettoezicht gelijke kansen bij werving en selectie, is weggestemd zonder dater een alternatief voor is;constaterende dat het probleem niet is opgelost en dat de aanpak vanarbeidsmarktdiscriminatie onverminderd urgent is;verzoekt de regering uit te werken hoe zij arbeidsmarktdiscriminatie wilbestrijden en hier heldere doelen aan te koppelen en dit uiterlijk in hettweede kwartaal 2025 naar de Kamer te sturen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga, Tseggai en Ceder.Zij krijgt nr. 16 (36 600-XV).Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Becker, van de VVD.Mevrouw Becker (VVD):Dank u wel, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet werkt aan een evaluatie van het Meerja-renplan Zelfbeschikking en aan een versterkte agenda schadelijkepraktijken;overwegende dat in dit land 41.000 genitaal verminkte vrouwen leven enhonderden vrouwen verborgen achter de voordeur leven, en dat eveneenshonderden meisjes en vrouwen te maken hebben met eergerelateerdgeweld;van mening dat vrouwen en meisjes een maximale inzet verdienen van deoverheid om hun vrijheid en veiligheid te beschermen;verzoekt de regering een nieuw meerjarenplan zelfbeschikking en eenversterkte aanpak schadelijke praktijken voor te bereiden waarin in iedergeval:–voorkomen wordt dat uitvoerende organisaties onder de noemercultuursensitiviteit alsnog onvrije normen overdragen;–meer nadruk wordt gelegd op financiële zelfredzaamheid van vrouwenin gesloten gemeenschappen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91110 –verkend wordt of in Nederland kan worden geleerd van de Franseaanpak van genitale verminking,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Becker.Zij krijgt nr. 17 (36 600-XV).Mevrouw Becker (VVD):Ik geef de motie zo aan de bode. Ik zie dat ik de verkeerde versie hebuitgesproken.Ja, bij dezen. Alstublieft.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er door het CBS uitgebreid onderzoek gedaan wordtnaar feitelijke gegevens over de integratie van Nederlanders met eenmigratieachtergrond zoals onderwijsprestaties en sociaaleconomischestatus en criminaliteit;overwegende dat data over de normen en waarden en mogelijke actiesdie hieruit voortvloeien in (gesloten) religieuze gemeenschappen vanoverheidswege weinig bestudeerd worden;overwegende dat data over normen en waarden inzicht kan bieden in deculturele integratie van Nederlanders met een migratieachtergrond enbehulpzaam is om gericht problemen aan te pakken en lessen te trekkenuit positieve ontwikkelingen;verzoekt de regering om gegevens over culturele en religieuze normen enwaarden van Nederlanders met een migratieachtergrond bij te houden,bijvoorbeeld door het SCP te vragen dit (periodiek) te onderzoeken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Becker.Zij krijgt nr. 18 (36 600-XV).Mevrouw Becker (VVD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de aangenomen moties-Becker (35 228, nr. 8 en 32 824,nr. 432) stellen dat de regering de Taskforce Problematisch gedrag enongewenste buitenlandse financiering heeft opgericht om gemeenten teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91111 ondersteunen bij de aanpak van problematisch gedrag, maar dat dezegeen juridische definitie kent;overwegende dat het advies van de landsadvocaat inzake informelescholing (31 293 en 31 289, nr. 653, bijlage 1) ruimte biedt voor eenjuridische definitie van problematisch gedrag;constaterende dat de regering nu een juridische definitie van problema-tisch gedrag uitwerkt;overwegende dat een zo specifiek mogelijk definitie een hogere juridischehoudbaarheid heeft en meer aanleiding tot handhaving kan bieden;spreekt uit dat het gezien de noodzaak van het aanpakken vananti-integratief, antirechtsstatelijk en antidemocratisch gedachtegoedcruciaal is om tot een juridisch houdbare definitie te komen;verzoekt de regering om bij het uitwerken van een juridische definitie vanproblematisch gedrag ook op sectorniveau specifieke definities uit tewerken om de handvatten voor handhaving te versterken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Becker.Zij krijgt nr. 19 (36 600-XV).Mevrouw Becker (VVD):Tot slot, voorzitter; ik kan bijna weer ademhalen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de inburgeringswet is vastgelegd dat inburgeraarsde eerste zes maanden geen volledige bijstandsuitkering op hun rekeningontvangen, maar financieel worden ontzorgd;constaterende dat de vorige Minister van SZW dit uit de wet wilde halen,zodat alle inburgeraars vanaf dag één weer een uitkering op hun rekeningontvangen en zij gemeenten vooruitlopend daarop zelfs al toestemmingheeft gegeven om van de wet af te wijken;overwegende dat het in het belang is van integratie dat nieuwkomers nietmeteen een volledige uitkering krijgen, maar liever meteen werkervaringopdoen;verzoekt de regering om de regel dat inburgeraars de eerste zes maandengeen volledige bijstandsuitkering op hun rekening ontvangen in stand telaten en met gemeenten te bespreken hoe deze regel beter uitvoerbaarkan worden gemaakt,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Becker.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91112 Zij krijgt nr. 20 (36 600-XV).Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Ergin van DENK.De heer Ergin (DENK):Voorzitter. Ik lees mijn motie voor.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Staatssecretaris Nobel heeft gepolariseerd doorongefundeerde uitspraken te doen over het vermeende gebrek aanintegratie bij «een groot deel» van de islamitische jongeren in Nederland;constaterende dat de Staatssecretaris na herhaaldelijke mondelinge enschriftelijke verzoeken niet in staat blijkt te zijn om zijn uitspraken teonderbouwen;overwegende dat de Staatssecretaris onvoldoende in staat is gebleken omzelfkritisch te evalueren op het eigen handelen;van mening dat een bewindspersoon die zodanig faalt, niet langer hetvertrouwen van de Kamer kan genieten;spreekt uit het vertrouwen in Staatssecretaris Nobel op te zeggen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.Zij krijgt nr. 21 (36 600-XV).Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Boomsma.De heer Boomsma (NSC):Dank, voorzitter. Twee moties. De eerste.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het actief en het passief stemrecht tot een van debelangrijkste burgerlijke rechten behoren en tot het fundament van onzedemocratie;overwegende dat de vrije, democratische samenleving alleen kanvoortbestaan als de waarden die eraan ten grondslag liggen steedsopnieuw worden onderwezen, benadrukt, verinnerlijkt, verdedigd enovergedragen;constaterende dat jongeren relatief weinig stemmen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91113 van oordeel dat het kan bijdragen aan de cohesie, participatie enbetrokkenheid, en het besef dat de overheid van ons allemaal is, om hetverkrijgen van de burgerrechten te markeren en het besef van debetekenis ervan te verdiepen;verzoekt de regering om in overleg met gemeenten te bevorderen dat hetbehalen van de kiesgerechtigde leeftijd waarmee jongeren volwaardigstaatsburger worden, wordt gemarkeerd door ze een brief te sturen overde waarde en betekenis ervan, waarbij ook kan worden gedacht aan hetgeven van een (klein) boekje over de rechten en plichten, vrijheden enverantwoordelijkheden van het Nederlands staatsburgerschap en detotstandkoming daarvan,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Ceder.Zij krijgt nr. 22 (36 600-XV).De heer Boomsma (NSC):De tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat 5 mei sinds 1990 als nationale feestdag wordt gevierd,maar conform de meeste cao’s slechts één keer in de vijf jaar een vrijedag is;overwegende dat 5 mei als nationale vrije feestdag van grote bindendewaarde kan zijn door jaarlijks met elkaar te vieren dat Nederland eendemocratische rechtsstaat is waarin elke Nederlander, ongeacht zijn ofhaar godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, etniciteit,geslacht, handicap of seksuele geaardheid in vrijheid kan leven;verzoekt de regering om vóór het meireces de mogelijkheden in kaart tebrengen om van 5 mei een officiële nationale feestdag te maken om onzevrijheid te vieren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.Zij krijgt nr. 23 (36 600-XV).Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Flach.De heer Flach (SGP):Voorzitter. Ik kijk terug op een goed debat waarin voor mij in ieder gevalduidelijk is geworden dat de urgentie er goed in zit bij het kabinet en datzaken ook duidelijk worden benoemd. Dank daarvoor.Mijn eerste motie gaat over versterkte gebedsoproepen. Die wil ikonderstrepen door er een moment aan te koppelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91114 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in het hoofdlijnenakkoord en regeerprogramma isopgenomen dat er regulering van versterkte gebedsoproepen moetkomen;verzoekt de regering in 2025 bij de Kamer een wetsvoorstel in te dienendat de versterkte gebedsoproepen beter reguleert,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.Zij krijgt nr. 24 (36 600-XV).De heer Flach (SGP):De tweede motie gaat over de pro-Palestijnse demonstraties en deeventuele buitenlandse inmenging daarin.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er signalen zijn dat pro-Palestijnse demonstraties in hetWesten vanuit onder meer Arabische landen en een terreurbeweging alsHezbollah worden aangewakkerd;van mening dat dergelijke buitenlandse inmenging en opruiing onaccep-tabel is;verzoekt de regering na te gaan of pro-Palestijnse demonstraties enbedreigingen van burgers en instellingen vanuit het buitenland wordenaangewakkerd, bijvoorbeeld door middel van financiële en organisato-rische ondersteuning, en hier krachtig tegen op te treden;verzoekt de regering daarbij ook te bezien of het huidige juridischeinstrumentarium toereikend is om dergelijke ongewenste beïnvloedingactief tegen te gaan,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.Zij krijgt nr. 25 (36 600-XV).Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van Zanten van BBB.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank, voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor de antwoorden en datgeldt ook voor Staatssecretaris Coenradie. Ik ben heel blij dat Staatssecre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91115 taris Nobel achter zijn woorden blijft staan, dat hij problemen durft tebenoemen en zich niet laat intimideren door een motie van wantrouwen.We lopen al zeker 30 jaar achter de feiten aan als het gaat om de aanpakvan de integratieproblematiek. Ik heb er alle vertrouwen in dat er dankzijdit kabinet eindelijk echt iets gaat gebeuren op dit vlak. Snel aan de slag,zou ik zeggen!De voorzitter:Dank u wel. Tot slot ben ik aan het woord. Ik geef mevrouw Becker hetwoord als voorzitter.Voorzitter: BeckerDe voorzitter:Het woord is aan de heer Ceder van de ChristenUnie voor het indienenvan eventuele moties.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank, voorzitter. Dank voor het debat. Volgens mij een waardig debat. Ikheb een paar moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de samenleving de behoefte groeit aan leiders dieactief de verbinding zoeken en het gemeenschapsgevoel versterken;overwegende dat Kamerleden, in hun rol als vertegenwoordigers van hetvolk, de verbindende rol kunnen en moeten vervullen door zowel oog tehebben voor de verschillen als de gemeenschappelijke belangen van desamenleving;spreekt uit dat de Kamer haar verantwoordelijkheid neemt om het debatmet respect voor elkaar en voor de verschillende opvattingen te voeren endaarmee bijdraagt aan de onderlinge verbondenheid in de samenleving;verzoekt de regering in regulier overleg met gemeenschapsleiders tetreden over hoe de sociale cohesie binnen en tussen gemeenschappenbevorderd kan worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Boomsma.Zij krijgt nr. 26 (36 600-XV).Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91116 constaterende dat de maatschappelijke diensttijd sinds de invoering heeftbijgedragen aan maatschappelijke betrokkenheid en ontwikkeling onderjongeren;constaterende dat 20% van de mdt-projecten in 2023 bijdroeg aaninburgering en integratie, wat een belangrijke rol speelt bij de onder-steuning van nieuwkomers en migranten in de Nederlandse samenleving;overwegende dat de voor handen zijnde afschaffing van mdt eensubstantieel gat zal achterlaten in het aanbod van projecten die bijdragenaan integratie en inburgering;verzoekt de regering in de plannen om de kennis en expertise van de mdtte borgen specifiek in te gaan op de manier waarop vrijwillige maatschap-pelijke inzet kan worden georganiseerd om integratie en inburgering tebevorderen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 27 (36 600-XV).De heer Ceder (ChristenUnie):Deze motie dien ik in omdat we de beantwoording voor de begrotingsbe-handeling van SZW krijgen. Het ging over de discussie over de taaleis.Deze dien ik in omdat ik hoop dat ik misschien als gevolg van deappreciatie hiervan nog een vraag kan stellen aan de SZW-minister.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat beheersing van de Nederlandse taal een belangrijkefactor is in de succesvolle integratie van arbeidsmigranten in desamenleving;overwegende dat taalvaardigheid niet alleen bijdraagt aan de socialecohesie, maar ook aan een betere samenwerking en veiligheid op dewerkvloer;overwegende dat een taalniveau van A2 een minimumvereiste is voor eensuccesvolle integratie en veilige werkprocessen;overwegende dat werkgevers een grote rol kunnen spelen in hetfaciliteren van taalontwikkeling voor arbeidsmigranten;verzoekt de regering werkgevers te bespreken hoe arbeidsmigranten dielanger dan vier maanden in dienst zijn, een taaleis op niveau A2 op teleggen en indien nodig daarvoor passende taaltraining onder werktijd tebieden als onderdeel van hun integratie,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Tseggai.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91117 Zij krijgt nr. 28 (36 600-XV).Dank u wel, meneer Ceder. Ik ga een hele korte vraag toestaan van deheer Flach, maar echt een toelichting en niet weer opnieuw eenheropening van het politieke debat.De heer Flach (SGP):Ik wil vragen om een toelichting op de eerste motie van de heer Ceder, dievraagt om een uitspraak van de Kamer. Hij begon zijn bijdrage met tezeggen dat het een waardig debat was, maar vervolgens komt er eenmotie waarin staat dat we op een bepaalde manier het debat moetenvoeren. Wat zou er dan anders moeten dan hoe het nu gaat en wat zou erniet meer moeten gebeuren wat er nu wél gebeurt?De voorzitter:De heer Ceder, echt heel kort.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat is een goede vraag. Het gaat niet om dit debat, maar om de grotefrustratie die leeft over de omgangsvormen binnen de Kamer. Er moetgezegd worden wat er gezegd moet worden, maar wij hebben ook eenvoorbeeldrol, net als wij die voorbeeldrol ook aan de gemeenschaps-leiders toedichten. Daarom verzoeken wij het kabinet om contact tehebben met de gemeenschapsleiders, die volgens mij ook een appel opde samenleving kunnen doen. Tegelijkertijd zijn wij in zekere zin ookallemaal gemeenschapsleiders. Dat begint dus ook bij ons. Het is dus eenspreekt-uitmotie als het gaat over de manier waarop wij hier met elkaaromgaan, maar we verzoeken de regering wel om dat ook met degemeenschapsleiders op te pakken.De voorzitter:Dank aan de heer Ceder voor die toelichting. Dan geef ik het voorzitter-schap weer terug aan de heer Ceder.Voorzitter: CederDe voorzitter:Dank u wel, oud-voorzitter. We zijn aan het einde gekomen. Het is drie àvier minuten voor 17.30 uur. We hebben dus wat uitloop. Vergeef mijdaarvoor. Ik hoor de tijd te bewaken. Volgens mij hebben we een goeddebat met elkaar gehad. Normaal apprecieert de Staatssecretaris allemoties, maar we hebben met elkaar afgesproken dat hij die schriftelijk zalafdoen, nog voor de behandeling van de SZW-begroting deze week.Daardoor kunnen nadere vragen of vragen om een nadere toelichting nogvia de woordvoerder tijdens het SZW-debat aan de Staatssecretaris of aande Minister worden gesteld.Ik eindigde mijn betoog ermee dat ik dit een waardig debat vond. Datvond ik ook echt. Volgens mij zijn er gedachten uitgewisseld met elkaar,zoals dat ook hoort in een parlementaire democratie. Ik wil eenieder ookbedanken. Ik wil ook de Staatssecretaris en de ondersteuning bedankenvoor hun tijd.Ik ga de toezeggingen nog snel even doornemen. Allereerst:– De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zegt toe schriftelijk terug tekomen op de vragen van het lid Bamenga over een Belgisch projectwaarbij nieuwkomers gekoppeld worden aan gezinnen.Daar zou nog een termijn aan gekoppeld worden. Volgens mij zoumevrouw Coenradie die toezeggen. Als dat nu niet gedaan kan worden,zou ik graag willen dat dit schriftelijk wordt gedaan.Staatssecretaris Nobel:Ik denk dat zij de Kamer heeft laten weten dat dit Q2 zou worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91118 De voorzitter:Dat staat genoteerd. Dan gaan we dat ook noteren.–Eind 2025 komt er een tussenevaluatie van de Wet inburgering 2021naar de Kamer.–Er komt een kabinetsreactie op de Clingendael-rapporten over hetTurkse diasporabeleid. Die komt in het eerste kwartaal van 2025 naarde Kamer.Volgens mij heb ik dat zo goed genoteerd.Dan wil ik eenieder bedanken, ook degenen die op de tribune zitten – hetwas een lange zit – en degenen die hebben meegekeken. Volgens mij wasdit een mooi debat dat het kijken waard was. Ik wil u allen bedanken eneen fijne avond toewensen.Voordat ik dat doe, heeft de heer Boomsma op de valreep nog een puntvan orde.De heer Boomsma (NSC):Nee, ik miste nog een toezegging. Ik had namelijk ook de toezegginggekregen dat er, omdat dit in overleg met VWS moet gebeuren, later zouworden teruggekomen op genitale verminking bij vrouwen.De voorzitter:Dat klopt. Alleen heeft de Staatssecretaris volgens mij gezegd dat dit metVWS te maken heeft. Dat heeft hij nu niet kunnen overleggen. Ik ging erdus van uit – maar dat moet ik nog even dubbelchecken – dat hierop ookschriftelijk wordt teruggekomen bij de heer Boomsma. Ik hoor dat dit eentoezegging is. Dat kunt u dus zo noteren, meneer Boomsma.Dan hebben we nu volgens mij alles afgehandeld. Ik sluit hierbij devergadering. Dank u.Sluiting 17.29 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 91119

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 13093b5a2f3c2c2a

14 okt 2026 · d6fe85827a805b2a

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.