Kabinetsreactie rapport Toezicht Sociaal Domein "Klem in het systeem"
Brontekst
Versie 16a428c57d92bfd6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202634 477Sociaal domeinNr. 94 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES, VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT EN VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juni 2026De Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV), de Inspectie Gezond-heidszorg en Jeugd (IGJ) en het Toezicht Sociaal Domein (TSD) hebben(mede) naar aanleiding van het steekincident in Nieuwegein in februari2025, waarbij een meisje van 11 jaar op tragische wijze om het leven isgekomen, besloten een overkoepelend toezichtonderzoek te starten, onderde vlag van het TSD.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Minister vanJustitie en Veiligheid (JenV), bieden uw Kamer de beleidsreactie op hetrapport «Klem in het systeem» aan. Zij doen dat mede namens deMinister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).Iedereen kan in een situatie van psychische kwetsbaarheid terechtkomen.Met een zeer klein deel van deze personen met verward of onbegrepengedrag gaat het soms vreselijk mis. Dergelijke incidenten laten niemandonberoerd: niet alleen de direct betrokkenen, maar ook hun naasten,omwonenden en de professionals die ermee te maken krijgen, voelen degevolgen nog lang na.Dit kabinet is de inspecties en het TSD erkentelijk voor het rapport. Hetgeeft een helder en soms confronterend beeld van de knelpunten diebetrokkenen in de praktijk ervaren. Het rapport laat zien dat we alsoverheid fundamentele keuzes te maken hebben. Het rapport onderzoektten eerste wat de belangrijkste knelpunten uit de incidentenonderzoekenzijn en ten tweede waarom bestaande knelpunten niet duurzaam zijnopgelost. Om de eerste onderzoeksvraag te beantwoorden hebben deinspecties in totaal 12 incidentenonderzoeken geanalyseerd, waaruit eenaantal overkoepelende knelpunten zijn vastgesteld. Voor het beant-woorden van de tweede onderzoeksvraag hebben de inspecties kst-34477-94ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 477, nr. 941 gesproken met 22 organisaties vanuit het sociaal domein, zorg, veiligheiden justitie, beleid en onderzoek. Op basis hiervan hebben de inspecties vijfhoofd- en 26 subaanbevelingen geformuleerd.Brede aanpakZoals het coalitieakkoord «Aan de Slag» benadrukt, zet ook het huidigekabinet onverminderd door op het beter helpen van mensen metonbegrepen gedrag en zodoende overlast voorkomen. De aanbevelingenvan de parlementaire verkenning worden hierin meegenomen.1In december jl. heeft het vorige kabinet u geïnformeerd over de voortgangvan de aanpak voor personen met verward en/of onbegrepen gedrag eninzet van dat kabinet.2 Dit kabinet geeft onder procesregie van de Ministervan BZK met de «brede aanpak» opvolging aan de 24 aanbevelingen uitde parlementaire verkenning, en brengt samenhang tussen de inzet vanuitde verschillende departementen van preventie en meer bestaanszekerheidtot langdurige zorg en bescherming. Specifieke maatregelen voorpersonen met een hoog veiligheidsrisico zijn afgesproken binnen deWerkagenda aansluiting Forensische en Reguliere Zorg. Dit is één van dedrie pijlers van het gezamenlijke programma, en daarmee een belangrijkonderdeel van de brede aanpak.De aanbevelingen uit de parlementaire verkenning volgt dit kabinet op innauwe verbinding met de praktijk. Een lerende aanpak staat centraal zodatwat we landelijk doen ook aansluit bij wat lokaal nodig is, uitvoerbaar isen werkt. Hiertoe wordt aangesloten aan bij een vijftal lokale praktijktafelswaar burgemeesters al een trekkende rol hebben genomen en wier lokaleagenda zich laat verbinden met de aanbevelingen uit de parlementaireverkenning. Dit in navolging van Nieuwegein, waar de burgemeester hetinitiatief heeft genomen na het incident in februari van vorig jaar om «dehele keten aan tafel» te zetten en met elkaar te verbinden.In deze brief reageert dit kabinet aan de hand van de door TSD benoemdebelangrijkste knelpunten. In de bijlage gaat dit kabinet meer in detail in opalle aanbevelingen van het TSD-rapport.TSD: de vijf belangrijkste en hardnekkige knelpuntenTSD stelt (samenvattend) dat er vijf hardnekkige knelpunten zijn in deondersteuning van mensen met verward of onbegrepen gedrag:–Gebrekkige informatie-uitwisseling: Professionals wisselen binnen entussen organisaties te weinig passende informatie uit en niet altijd ophet juiste moment. Daardoor zijn betrokken partijen niet altijd op dehoogte wat er speelt rond een persoon met verward en of onbegrepengedrag en welke stappen er zijn gezet.–Beperkte integrale samenwerking en regievoering: Vaak ontbreekt hetaan duidelijke regievoering en mandaat of doorzettingsmacht.–Wet- en regelgeving faciliteert onvoldoende optimale integralesamenwerking: Wanneer mensen niet aan formele criteria voldoen, zelfgeen hulpvraag hebben of hulp weigeren, staan professionals met legehanden, zelfs als de risico’s evident zijn.–Discontinuïteit in de hulpverlening: Steeds wisselende gezichten in debehandeling/begeleiding en ontbrekende overdracht bij overplaatsin-gen zorgen er voor dat cliënten hun vertrouwen verliezen.–Groot gebrek aan passende woon- en behandelplekken: Er is te weinigaanbod en te weinig doorstroom in de zorgketen. Als mensen geen1Kamerstukken II, 2024/25, 25 424, nr. 7142Kamerstukken II, 2025–2026, 25 424, nr. 772Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 477, nr. 942 eigen woonplek en geen netwerk hebben, heeft dat niet alleen eengrote invloed op henzelf, maar ook op de samenleving.Prioriteiten kabinetHet kabinet herkent en erkent deze knelpunten onverkort. De knelpuntenonderstrepen het belang van de opgaven waar dit kabinet met prioriteitmee aan de slag gaan, zoals in de recente voortgangsbrief brede aanpak3aan u is gemeld. Deze prioriteiten zijn als volgt:1.Daarin is als eerste prioriteit aangegeven dat dit kabinet meerlandelijke regie gaat nemen om de woonrust van mensen metverward en onbegrepen gedrag én hun omgeving, te verbeteren. Ditdoet het kabinet door gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemenvoor voldoende en passende woningen en (woon)zorgvoorzieningen.2.Het kabinet onderschrijft het door TSD benoemde knelpunt datprofessionals binnen en tussen organisaties te weinig relevanteinformatie delen en niet altijd op het juiste moment. Deze praktijkbelemmert het verbinden van de verschillende professionals in hetadequaat optreden bij situaties van verward/onbegrepen gedrag dieom gezamenlijk opereren van hun organisaties vragen. Meerspecifiek voelen gemeenten en burgemeesters zich zeer verantwoor-delijk voor het welbevinden van hun inwoners en het reduceren vanveiligheidsrisico’s binnen hun gemeenten. Tegelijkertijd voelen zijzich vaak een buitenstaander nu relevante signalen hen niet of niettijdig bereiken en daarnaast bevoegdheden missen om meerverantwoordelijkheid te kunnen nemen. Als tweede prioriteit verkenthet kabinet daarom welke maatregelen nodig en mogelijk zijn om ditbelangrijke knelpunt weg te nemen.3.De TSD benoemt het gebrek aan integrale samenwerking enregievoering terecht als knelpunt. Dit vraagt zoals hiervoor aangege-ven actie op het vlak van gegevensdeling, bevoegdheden eninstrumentarium voor gemeenten. Maar er is meer nodig om deregionale/lokale regievoering te versterken. Uitgangspunt bij deaanpak van dit knelpunt van verbinding en procesregie is het makenvan landelijke afspraken met organisaties van professionals, metbehoud – daar waar dit helpend is – van lokale variatie. Mede opbasis van de ervaringen van het actieprogramma «Grip op onbegrip»,de kenniswerkplaatsen en de praktijktafels worden deze afsprakenkomende periode gemaakt.4.In samenhang met het voorgaande zet het kabinet als vierde prioriteitin op structurele en betrouwbare financiering. Voor de continuïteit eneen duurzame versterking van de lokale en regionale samenwerkings-verbanden en andere initiatieven op verward/onbegrepen gedrag ishet organiseren van structurele, voorspelbare financiering een zeerbelangrijke randvoorwaarde. Het streven is er op gericht om in detweede helft van 2026 de besluitvorming plaats te laten vinden overde opvolging van de financiering van het actieprogramma «Grip oponbegrip». Deze tijdelijke financiering van initiatieven vindt nu viaZonMw plaats en kent een looptijd tot en met 2027. Vroegtijdigeduidelijkheid is van groot belang voor de continuïteit van de aanpak.Over opvolging van de bovenstaande prioriteiten en daarmee samenhan-gende acties wordt u jaarlijks geïnformeerd via de voortgangsbrievenover de «brede aanpak» van personen met verward/onbegrepen gedrag.TSD meldt terecht dat knelpunten al langer bekend zijn en daarmee ookhardnekkig van aard zijn. Het kabinet erkent de urgentie en de noodzaakom de problematiek terug te dringen. Omdat de aanpak van de problemenop lokaal niveau moet plaatsvinden, is het van groot belang samen met(de organisaties van) professionals en hun uitvoeringsdeskundigheid te3Kamerstukken II, 2025–2026, 25 424, nr. 772Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 477, nr. 943 bezien op hoe de aanbevelingen opgevolgd kunnen worden. Nieuw beleiden maatregelen moeten effectief zijn, waarbij de oplossing voor hetprobleem ook realistisch en uitvoerbaar voor alle betrokken partijen moetzijn.Toewerken naar een duurzame oplossingHet TSD-rapport constateert dat voor een duurzame oplossing aanpas-singen in het stelsel nodig zijn. In de meest recente voortgangsbrief heefthet vorige kabinet aangekondigd om spel- en stelselregels aan te passenen wettelijk te bestendigen ter voorkoming van acute situaties als gevolgvan verward en onbegrepen gedrag4. Dit betreft onder anderebemoeizorg, gegevensdeling en structurele financieringsstromen. Dit zijn(stelsel)wijzigingen die meer tijd vragen en gericht zijn op de (middel-)lange termijn. Zoals aangekondigd5 werkt dit kabinet aan een overzichtvan wetsvoorstellen en wijzigingen die onder andere gegevensuit-wisseling bij de aanpak van verward en onbegrepen gedrag raken.Bijvoorbeeld de Wams, de wijziging Woningwet i.v.m. bijzonderegegevensuitwisseling voor woningcorporaties en de evaluatie van deWGS.Met de inzet op vier prioritaire thema’s wordt de uitvoering in staatgesteld om tot die tijd binnen de huidige stelsels, ook voor de personenmet een hoog veiligheidsrisico, een aanpak van verward en onbegrepengedrag mogelijk te maken. In de kabinetsreactie op het IBO Mentalegezondheid en ggz6 zal ook de lange termijnaanbeveling om het stelselduurzaam aan te passen worden betrokken.Zoals in de laatste voortgangsbrief7 is benoemd is de «stip op de horizon»een stelsel dat werkt voor mensen die nu tussen wal en schip (dreigen te)vallen. Dit kabinet maakt daarom werk van een eenvoudiger enuitvoerbaar stelsel dat werkt voor deze doelgroep. Tegelijkertijd zullen ermet een nieuw stelsel altijd weer nieuwe inclusie- en exclusiecriteriaworden gecreëerd, en daarmee nieuwe schotten worden opgetuigd.Daarom vraagt dit onderwerp juist ook dat er soms voor mensen – juistbuiten het stelsel om – een «bijzondere» overheid moet zijn; een overheiddie maatwerk in persoonlijke begeleiding en hulp op maat kan bieden enzich daarbij verbindt met daarbij betrokken organisaties van professionals.Cohesie en acceptatie in de wijkEen samenleving, een wijk waar mensen elkaar kennen en ondersteunenis een belangrijke factor voor preventie. Dit kabinet wil meer inzetten ophet helpen van mensen in wijken om situaties van onbegrepen gedrag teherkennen en signalen te gaan begrijpen, goed te luisteren naar debehoefte van omwonenden en naasten. Tegelijkertijd benoemt derapportage dat er grenzen zijn aan de ambulantisering en het (onder-steunen tot) zelfredzaamheid. Er is een absorptiegrens aan wat personenmet onbegrepen/verward gedrag en hun omgeving en de maatschappijaankunnen. Met name voor de groep met een «hoog veiligheidsrisico» isde vraag gerechtvaardigd tot in hoeverre verdere ambulantisering in dewijk een passende voorziening is. Het kabinet ziet het als een belangrijkeopgave om deze grens te betrekken in beleid en maatregelen.4Kamerstukken II, 2025–2026, 25 424, nr. 7725Kamerstukken II, 2025–2026, 25 424, nr. 7726Kamerstukken II, 2025–2026, 25 424, nr. 7697Kamerstukken II, 2025–2026, 25 424, nr. 772Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 477, nr. 944 Met de inzet van praktijktafels en het betrekken van ervaringsdeskun-digheid laat dit kabinet inzichten vanuit de praktijk bepalender zijn voornieuw beleid. Met gemeenten en kennispartners wordt gekeken hoe deinzet hierop (o.a. via Movisie8 en de aanpak mentale gezondheid9)versterkt kan worden. TSD heeft in de door VNG voorgezeten Klankbord-groep & Stuurgroep Zorg en Veiligheid en aan de praktijktafel Nieuwegeineen toelichting gegeven op de bevindingen uit het rapport en geadviseerdhoe het veld opvolging kan geven deze en de andere aanbevelingen vanTSD die gericht zijn aan het veld.Tot slotIncidenten met personen met verward of onbegrepen gedrag zullen, alleinspanningen ten spijt, niet te allen tijde voorkomen kunnen worden.Desalniettemin is elk incident er één te veel. Het is zaak dat wij al hetnodige en mogelijke doen in de brede aanpak om ons gezamenlijk zo toete rusten en te organiseren, zodat risicovolle situaties vroeger wordengedetecteerd en van een adequate opvolging worden voorzien.Het huidige stelsel werkt voor het overgrote merendeel van de mensenmet verward gedrag in Nederland, maar voor de doelgroep met een(potentieel) hoog veiligheidsrisico werkt het in veel gevallen nietafdoende. Het rapport van TSD onderschrijft het belang om als kabinetaan te sturen op een aanpak die werkt voor mensen die niet vanuit hethuidige stelsel geholpen worden. Hierbij dient veel aandacht uit te gaannaar de professionals die zich dagelijks intensief inzetten voor het omgaanmet deze doelgroep. Wat hebben zij nodig om hun werk goed te kunnendoen, hoe wordt hun veiligheid gewaarborgd, en hoe blijft hun rolaantrekkelijk? Dit kabinet heeft grote waardering waarop (organisaties)van professionals initiatieven nemen en op die manier bijdragen aanversterking van de aanpak.Het TSD geeft aan eind 2026 met een vervolgrapport te komen. Met TSDverkent dit kabinet hoe dit vervolg onderzoek kan bijdragen aan eenverbetering van de praktijk. Zoals in de laatste voortgangsbrief gemeld zaluw Kamer jaarlijks geïnformeerd worden over de gehele stand van zakenvan de voortgang van de brede aanpak van de problematiek van(risicovol) verward en onbegrepen gedrag.Daarnaast zal het kabinet uw Kamer rond de zomer de voorstellen metbetrekking tot de prioritaire opgaven doen toekomen.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E. HeermaDe Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport,S.T.M. HermansDe Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel8https://digitalepublicaties.movisie.nl/nl/movisies-juni-2024/werkplaatsen-sociaal-domein9Kamerstukken II, 2025–2026, 25 424, nr. 774Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 477, nr. 945 VolgnummerNaamClassificatie1Opvolging aanbevelingen ToezichtSociaal Domein BIJLAGENTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 477, nr. 946
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.