KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag

14 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 77f6194cd620b0ee · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 677Wijziging van de Embryowet naar aanleiding vande derde wetsevaluatieNr. 5 VERSLAGVastgesteld 14 maart 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast methet voorbereidend onderzoek van voorliggend wetsvoorstel, heeft de eerals volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.Onder het voorbehoud dat de in het verslag opgenomen vragen enopmerkingen afdoende door de regering worden beantwoord, acht decommissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoendevoorbereid.InhoudsopgaveHoofdstuk 1.Inleiding21.1.Aanleiding51.2.Aanjagers van nieuwe ontwikkelingen:celkerntransplantatie en geïnduceerde pluripo-tente stamcellen (iPS)61.3In vitro geproduceerde geslachtscellen61.4.Mens-diercombinaties61.5.Embryo-like structures (ELS)7Hoofdstuk 2.Wijziging van de definitie van embryo72.1Algemeen72.2Potentie om uit te groeien tot een mens82.3Verschillende manieren van tot stand brengen82.4Voorgestelde definitie van embryo9Hoofdstuk 3.Randvoorwaarden voor wetenschappelijkonderzoek met embryo’s113.1.Reproductieve doeleinden en onderzoeksdoel-einden113.2Ongewijzigde randvoorwaarden voor onderzoekmet embryo’s123.3Veertiendagengrens123.4Toetsing door de CCMO13Hoofdstuk 4.Overige wijzigingen134.1Regulering van mens-diercombinaties134.2Wetenschappelijk onderzoek met foetussen14 kst-36677-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 51 4.3Handhaving144.4Overige wijzigingen15Hoofdstuk 5.Aanbevelingen uit de wetsevaluatie die niet zijnovergenomen155.1Tot stand brengen van embryo’s speciaal vooronderzoeksdoeleinden155.2Kiembaanmodificatie15Hoofdstuk 6.Gevolgen van de voorgestelde wetswijziging166.1Algemene gevolgen voor onderzoek metembryo’s en foetussen166.2Regeldrukgevolgen voor onderzoek metembryo’s166.3Gevolgen voor toezicht, handhaving enrechtspraak16Hoofdstuk 7.Verhouding tot andere wetgeving167.1Wet zeggenschap lichaamsmateriaal167.2Wet op dierproeven177.3Initiatiefwetsvoorstellen ter wijziging van deEmbryowet17Hoofdstuk 8.Toetsing, consultatie en verwerkte adviezen178.1.Totstandkoming wetsvoorstel178.2Uitvoerings-, toezichts- en handhavingstoetsenen specifieke adviezen178.3Openbare internetconsultatie17Artikelsgewijs18 Hoofdstuk 1. Inleiding De leden van de PVV-fractie hebben de memorie van toelichting over de«Wijziging van de Embryowet n.a.v. derde wetsevaluatie» met belang-stelling gelezen en hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen vande voorgestelde wijziging van de Embryowet naar aanleiding van dederde wetsevaluatie en hebben hierbij nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie hebben met interesse en belangstellingkennisgenomen van onderhavig wetsvoorstel. De leden zijn tevreden metde beoogd verbeterde balans tussen enerzijds het respect voor(beginnend) menselijk leven en anderzijds het belang van anderewaarden, zoals de vooruitgang van de medische wetenschap en dekwaliteit en veiligheid van de (toekomstige) (voortplantings)geneeskunde.De eerdergenoemde leden zijn van mening dat de voortplantingsgenees-kunde een cruciale rol speelt in de levens van mensen met eenkinderwens, die om diverse en persoonlijke redenen, voortplantingspro-blematiek ervaren. Een dergelijk behandelingstraject kan veel vragen vandeze mensen, zowel fysiek als mentaal. De eerdergenoemde leden ziendaarom graag verbetering en innovatie binnen deze trajecten. Het isvolgens deze leden immers wenselijk dat mensen met een kinderwens zogoed mogelijk worden geholpen en ondersteund door onze (toekomstige)(voortplantings)geneeskunde.De leden van de VVD-fractie zien en erkennen de noodzaak van actuali-sering van deze wet. Deze leden hebben geen verdere vragen en/ofopmerkingen. Zij wachten de vragen en/of opmerkingen van de anderefracties af en zullen de beantwoording van de regering aandachtigdoornemen.De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de Wijzigingvan de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie. Dezeleden zien het belang in van de aanpassing van de wet vanwege deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 52 wetenschappelijke ontwikkelingen die plaatsvinden. De wet behoeftzorgvuldigheid omdat de leden van de NSC-fractie in deze wet eenembryo als beginnend menselijk leven zien. De leden zijn kritisch op dewet omdat deze naar hun mening niet volledig is en omdat met de nieuwedefinitie van een embryo het doel van de wet om handelingen met nieuweembryo-achtige structuren te reguleren niet wordt behaald. De ledenhebben daarom over deze notitie de volgende vragen.De leden lezen dat in het evaluatieonderzoek van de embryowet (ZonMw,2021) het volgende wordt aanbevolen: «Waarborg de toetsing vanonderzoek naar en toezicht op gebruik van dergelijke chimaeren in devoor de toepassing van biotechnologie bij en het welzijn van dierenrelevante wetgeving, en stel daarvoor zo nodig nadere regels op. Daarbijvalt te denken aan een verbod op het gebruik van niet-menselijkeprimaten als «gastdier», en wellicht ook aan de voorwaarde dat eenbijdrage van menselijke cellen aan de dierlijke hersenontwikkeling moetworden uitgesloten». Op welke manier is dit advies overgenomen in dewet? Als dit advies niet is overgenomen kan de regering hier dan eenverklaring voor geven?De leden van de NSC-fractie hebben gezien dat dankzij robotisering enandere high-throughput technologie in een lab duizenden embryomo-dellen tot stand kunnen worden gebracht die grote gelijkenis vertonenmet reguliere beginnende klassieke embryo’s in het blastoïde stadium(ontwikkeling ~3–9 dagen). Daarnaast zijn er modellen die embryo’snabootsen die nog verder gevorderd zijn in hun ontwikkeling(gastruloïden ~12–16 dagen). De leden van de NSC-fractie lezen in de wetniet dat de CCMO (Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek) toetstop omvang van een experiment. De leden van de NSC-fractie vinden hetbelangrijk dat de omvang wel wordt meegenomen als toetsingscriteriumvan de CCMO. Bij dierproeven wordt dit wel gedaan. Kan de regeringtoelichten waarom de omvang van een experiment niet tot de toetsings-criteria behoort en de bezwaren die hier aan ten grondslag liggen?De leden van de NSC-fractie zien de voortgang in IVF-methoden om eengezond kind te krijgen als positief. Toch kunnen er ongewenste effectenzijn als er bij embryo’s geselecteerd wordt op geslacht als er geenmedische reden is. Hoe kan embryoselectie op basis van geslacht, voorniet-medische redenen, voorkomen worden via de wet?De leden van NSC merken op dat de wetenschap steeds verder gaat en ergrote ethische vragen op ons af komen. Vooral IVG-embryo’s, ook al zijndeze nu technisch nog niet realiseerbaar, zouden een scala aan onver-wachte, en wellicht onwenselijke, reproductieve mogelijkheden bieden.Het kan voorkomen dat in de toekomst twee mensen van hetzelfdegeslacht met nieuwe technologie een biologisch eigen embryo kunnenmaken. In de internetconsultatie wordt aangedrongen om dezeIVG-embryo’s voor onderzoek toe te staan en experts houden er weldegelijk rekening mee dat IVG-embryo’s binnen afzienbare tijd technischrealiseerbaar zijn. Op welke manier gaat de regering met bovenstaandeontwikkelingen om en welke grenzen ziet de regering bij bovenstaandeontwikkelingen?In de wet blijft het totstandbrengingsverbod op reguliere embryo’s enIVG-embryo’s voor onderzoeksdoeleinden in stand. Echter wordtgelijktijdig een initiatiefwet aanhangig gemaakt die dit verbod opheft. Kande regering toelichten wat zij vindt van het toestaan van onderzoek op detotstandbrenging van embryo’s en IVG-embryo’s?De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de voorge-stelde wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derdewetsevaluatie en hebben hierbij nog enkele vragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 53 De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Wijzigingvan de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie. De ledenhebben de volgende vragen aan de Staatssecretaris.De leden van de CDA-fractie hebben kennis genomen van het voorstelvan Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetseva-luatie. Deze leden hebben hier nog enkele vragen bij.De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggendewetsvoorstel. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel totwijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie.De leden van de SGP-fractie menen dat de ontwikkeling van het embryovanaf de conceptie tot de geboorte en verder, in biologisch opzicht eencontinue ontwikkeling is waarin niet een bepaald moment is aan te wijzenwaarop iets fundamenteel nieuws optreedt. Deze leden hebben zichdaarom altijd op het standpunt gesteld dat het menselijk leven vanaf hetallerprilste begin absolute beschermwaardigheid verdient. De leden vande SGP-fractie constateren dat in voorliggend wetsvoorstel het menselijkeembryo enerzijds wordt gezien als intrinsiek waardevol, maar dat er ookandere belangen een rol kunnen spelen waardoor een inbreuk op debeschermwaardigheid van het embryo gerechtvaardigd is. Het voorlig-gende voorstel bevestigt de zorg die de leden van de SGP-fractie bij hetaanvaarden van de Embryowet reeds hadden, namelijk dat als er geenenkele normatieve grens wordt gesteld, er altijd een voortgaande druk zalzijn vanuit de wetenschap om de grenzen van de wet verder op te rekken.Bij de behandeling van de Embyrowet in 2001 hebben de leden van deSGP-fractie reeds het volgende hierover gezegd: «Gegeven de voort-gaande ontwikkelingen op het terrein van genetisch onderzoek enembryotechniek spreken de leden van de SGP-fractie hun vrees enverwachting uit dat voorliggend wetsvoorstel een eerste stap zal blijken tezijn in de richting van een verdergaande «verinstrumentalisering» van hetbeginnend menselijk leven. Deze leden constateren immers dat deregering zich in deze ethisch zeer gevoelige thematiek in belangrijke matelaat leiden door de stand van de medische wetenschap in plaats van datzij actief het voortouw neemt in het ontwikkelen van een verantwoordeethische visie op dit complexe terrein.»1 De leden van de SGP-fractie zienhet nu voorliggende wetsvoorstel als een bevestiging hiervan.Het nu voorliggende wetsvoorstel wijzigt de definitie van het begrip«embryo» ingrijpend. De leden van de SGP-fractie menen zij dat hettoevoegen van nagebootste embryo’s (ELS) aan het definitie van hetbegrip «embryo» afbreuk doet aan de waardigheid van daadwerkelijkemenselijke embryo’s. Het gelijkstellen van ELS aan «klassieke embryo’s»impliceert dat deze laatste minder zijn beschermd. De leden van deSGP-fractie maken dan ook graag van gelegenheid gebruik om hierovervragen te stellen.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van dewijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie.Deze leden vinden het belangrijk dat de bescherming van de Embryowetzich uit blijft strekken over de huidige wetenschappelijke kennis enpraktijk. Zij hechten er dus aan dat de Embryowet rekenschap blijft gevenvan de bescherming van het beginnende menselijk leven, ook bijwetenschappelijke veranderingen in het vakgebied. De wetenschappelijkeinzichten en mogelijkheden ontwikkelen zich snel en dan past het om inwetgeving daar rekenschap van te geven en waar nodig ook te begrenzen.Dat betekent wat de leden van de ChristenUnie-fractie betreft niet1Kamerstuk 27 423, nr. 4, p. 22.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 54 automatisch dat nieuwe wetenschappelijke mogelijkheden ook toegestaanmoeten worden. Deze leden zien dat nieuwe ontwikkelingen veel kunnenbetekenen om ziektes te genezen, te voorkomen en lijden te verlichten.Tegelijk raken deze nieuwe mogelijkheden, zoals in het geval vanembryo-onderzoek, aan de bescherming van het menselijk leven dat voordeze leden zwaar weegt in de afwegingen die voorliggen. Daarnaast is bijveel nieuwe mogelijkheden nog niet te overzien wat de gevolgen ofimplicaties ervan zijn. In die gevallen vinden deze leden het gepast omvoorzichtig te zijn. In dat licht hebben de leden van de ChristenUnie-fractieeen aantal vragen en opmerkingen bij het wetsvoorstel.Op welke wijze voert de regering het gesprek over deze wetswijziging metde samenleving en welke waarde hecht de regering aan de inzichten diedie gesprekken opleveren? De leden van de ChristenUnie-fractie zijn ernamelijk van overtuigd dat deze wet niet alleen relevant is voor weten-schappers maar voor iedereen, omdat het gaat om ethische vraagstukken.De publiekssamenvatting waar de memorie van toelichting mee begint iseen mooie eerste stap maar gezien de diepere laag van de omgang metbeginnend menselijk leven vinden deze leden het van belang dat hetgesprek in de samenleving in de breedte wordt gevoerd, niet alleen doorbetrokken medici en het ministerie.Welke lijn hanteert de regering ten aanzien van het publieke debat ofgesprek bij medisch-ethische veranderingen en specifiek over het gebruikvan embryo’s? Is het niet verstandig om naast dat er met deze wetzorgvuldig handelen met goede regels wordt bevorderd, ook eenzorgvuldig gesprek om ethische bezinning in Nederland te voeren?1.1. Aanleiding De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat bij de wijziging erin bepaalde mate rekening is gehouden met (toekomstige) ontwikkelingenop het gebied van de biotechnologie. Zou de regering nader kunnentoelichten in hoeverre en op welke wijze er rekening is gehouden met(toekomstige) ontwikkelingen op het gebied van de biotechnologie? Zoude regering tevens nader kunnen toelichten op basis waarvan is beslotenmet welke (toekomstige) ontwikkelingen rekening wordt gehouden en metwelke niet? De voorgenoemde leden lezen tevens dat er wordt gesteld datanticiperen op toekomstige ontwikkelingen grenzen kent. Zij hebben hierbegrip voor, maar vragen zich wel af of de regering nader kan toelichtentegen welke grenzen in het bijzonder zij aanliep?De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben overigens kennisge-nomen van het feit dat er momenteel nog een publieksonderzoek van hetRathenau instituut loopt. Kan de regering nader toelichten op welke wijzede uitkomsten van dit onderzoek meegenomen zullen worden? Kan deregering ook nader toelichten welke onderzoeksvraag/vraagstelling ditpublieksonderzoek hanteert? Wanneer kunnen de uitkomsten verwachtworden?De leden van de CDA-fractie geven aan dat het vorige kabinet bij briefvan 17 oktober 2022 een reactie heeft gegeven op de aanbevelingen uit dederde wetsevaluatie. De leden van de CDA-fractie vragen of de regeringkan bevestigen dat met dit wetsvoorstel geen enkel voorstel wordt gedaandat niet al in die brief van oktober 2022 is voorgesteld. Zo niet, welkeaanvullende voorstellen worden wel in dit wetsvoorstel voorgesteld, enkan de regering daarbij ook aangeven wat daarvoor de beweegreden danwas?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 55 1.2. Aanjagers van nieuwe ontwikkelingen: celkerntransplantatie engeïnduceerde pluripotente stamcellen (iPS) De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de regering steltdat wetenschappelijke ontwikkelingen ertoe kunnen leiden dat dewettelijke definitie van embryo aanpassing behoeft. Kan de regeringnader reflecteren op de mate waarin de voorgestelde nieuwe definitie van«embryo» toekomstbestendig is?De leden van de CDA-fractie vragen of de regering kan aangeven inhoeverre er nu al in Nederland onderzoek wordt gedaan met geïndu-ceerde pluripotente stamcellen, en hoe dit onderzoek momenteelgereguleerd wordt. Zijn hier bijvoorbeeld richtlijnen voor opgesteld doorde beroepsgroep zelf?1.3 In vitro geproduceerde geslachtscellen De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat in vitro geprodu-ceerde geslachtscellen (IVG) een mogelijkheid kunnen bieden voor hetmaken van modellen voor embryo-onderzoek. Zou de regering naderkunnen toelichten welke ruimte de onderhavige wetswijziging biedt aandergelijke initiatieven?De leden van de CDA-fractie stellen dat de regering schrijft dat in vitrogametogenese een ontwikkeling is die in de nabije toekomst relevant kanworden. De leden van de CDA-fractie vragen wat de huidige stand vanzaken is op dit gebied en op welke termijn de regering verwacht dat diteen relevante ontwikkeling kan worden? In hoeverre schat de regering indat deze ontwikkeling een alternatief zou kunnen worden van het (nu nogverboden) speciaal kweken van embryo’s ten behoeve van onderzoek?De leden van de SGP-fractie stellen dat op dit moment het gebruik vanin-vitro geslachtscellen voor voortplanting niet mogelijk is. Het valt echterniet uit te sluiten dat dit in de toekomst wel mogelijk zal zijn. Heeft deregering overwogen om dit – zekerheidshalve – voorlopig in de wet teverbieden om niet overvallen te worden door wetenschappelijkeinnovaties?1.4. Mens-diercombinaties De leden van de CDA-fractie stellen dat de regering schrijft dat er op ditmoment geen type cybride bestaat waarvan de kans aanwezig is dat dezeuit kan groeien tot een mens. De leden van de CDA-fractie vragen of daarmomenteel wel onderzoek naar gedaan wordt, of dat dit door wetgevingonmogelijk gemaakt wordt.De leden van de CDA-fractie vragen tevens wat de stand van zaken is rondonderzoek naar de mogelijkheid om menselijke organen in dieren tekweken met behulp van humane iPSC-chimaeren. Wordt hier ook inNederland onderzoek naar gedaan?De leden van de CDA-fractie vragen hoe de regering denkt over de(toekomstige) mogelijkheid om menselijke organen in dieren te kweken.Deelt de regering dat deze techniek enerzijds niet bij voorbaat afgewezenmoet worden, maar dat er anderzijds eerst een helder moreel standpuntmoet zijn wat het vermengen van soorten betekent voor beide soorten ende chimaera zelf?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 56 1.5. Embryo-like structures (ELS) De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de regering steltdat er met dit wetsvoorstel een balans is gevonden tussen enerzijds hetbelang van wetenschappelijk onderzoek met embryo’s en anderzijds debeschermwaardigheid van het menselijk leven. De voorgenoemde ledenerkennen dat het bij embryo-like structures (ELS) om nagebootstemenselijke embryo’s gaat, maar missen desondanks een helder overzichten heldere uitkomst van de belangenafweging. Zou de regering alsnognader kunnen toelichten welke belangenafweging zij heeft gemaakt metbetrekking tot de ELS en tot welke conclusie zij is gekomen? Kan deregering tevens nader reflecteren op de beschermwaardigheid van ELS?De leden van de D66-fractie lezen dat embryo-like-structures (ELS), de«klassiek» tot stand gebrachte embryo’s niet volledig kunnen vervangen.Kan de regering dit verder duiden met voorbeelden van onderzoek watniet met ELS kan plaatsvinden? Kan hierbij nader worden ingaan opontwikkelingen in embryo’s die plaatsvinden, in dag 0–3 van debevruchting, zo vragen deze leden. Kan hierbij het nut en de noodzaak vanonderzoek naar deze ontwikkelingen worden geduid, zo vragen dezeleden?De leden van de SP-fractie lezen dat «ELS-onderzoek [...] bijvoorbeeld demogelijkheid [biedt] om onderzoek te doen naar de vorming van organen,afhankelijk van de ontwikkelingsfase die nagebootst wordt.» Zij vragen bijwelke organen dit mogelijk is en welke grenzen er gesteld worden binnende voorgestelde wetgeving aan het ontwikkelingsproces van dezeorganen?De leden van de SGP-fractie lezen dat het in de toekomst vermoedelijkmogelijk zal zijn om een soort ELS te creëren dat een intact embryonabootst en zodanig op een «klassiek» embryo lijkt dat niet uit te sluiten isdat deze zich zou kunnen ontwikkelen tot een mens. De regering geeft aandat dit niet proefondervindelijk is te onderzoeken vanwege ethischebezwaren. De leden van de SGP-fractie vragen of het klopt dat er inNederland tot op heden nooit onderzoek is gedaan met intacte ELS? Klopthet dat bij intacte ELS nooit onderzocht kan worden of deze het vermogenhebben om uit te groeien tot een mens, maar dat er enkel op basis vaneen beredenering aangenomen moet worden dat deze uit zou kúnnenuitgroeien tot mens? Dus dat in zekere zin sprake is van een beredeneerdefictie?De VN-declaratie over het klonen van mensen uit 2005 roept lidstaten opalle nodige maatregelen te nemen om alle vormen van klonen vanmensen te verbieden. Kan de regering duidelijk maken hoe eennagebootst intact embryo zich precies onderscheidt van een gekloondembryo?Hoofdstuk 2. Wijziging van de definitie van embryo 2.1 Algemeen De leden van de PVV-fractie lezen dat de wet stelt dat het criterium vooreen embryo niet langer uitsluitend het vermogen om uit te groeien tot eenmens is, maar ook de manier waarop het ontstaat. Op welke wetenschap-pelijke basis is deze afbakening gemaakt, en hoe voorkomt de nieuwedefinitie juridische grijze gebieden?De nieuwe definitie probeert embryoachtige structuren (ELS) te reguleren.Hoe wordt bepaald welke ELS onder de wet vallen en welke niet, en wie isverantwoordelijk voor deze toetsing?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 57 De leden van de ChristenUnie-fractie zien de afwegingen om dedefinitie van een embryo nader in te vullen. Deze leden kunnen zichvinden in de redenering dat de biologische inzichten laten zien dat ervanaf de conceptie al sprake is van een uniek organisme, een beginnendleven. Vanaf de conceptie ontwikkelt het menselijke embryo zich «alsmens», zo menen zij: het menszijn zit er al in, de mens in zijn lichamelijke,psychische en spirituele dimensies. Tegelijk is er nog veel onbekend overde ontwikkeling van een embryo. Daarom past het om een ethiek vanvoorzichtigheid aan te houden: ons kennen is beperkt, het begin van hetleven blijft een mysterie, dus laten we met voorzichtigheid handelen enervan uitgaan dat ook het prilste begin volledig beschermwaardig is. Alseen embryo, hoe ook tot stand gekomen, zich ontwikkelt als een klassiekembryo, moeten we het behandelen en beschermen als beginnend levenen een als mens ontwikkelend wezen, zo menen de leden van deChristenUnie-fractie. Deze leden zien de ontwikkeling dat met de nieuwedefinitie expliciet ook niet-levensvatbare embryo’s en intacte ELS debescherming krijgen die past bij dit beginnende leven, daarmee codifi-ceert de wet ook een zich snel ontwikkelende wetenschappelijke praktijk.2.2 Potentie om uit te groeien tot een mens De leden van de PVV-fractie stellen dat een onderscheid wordt gemaakttussen actieve (intrinsieke) en passieve potentie. Een klassieke eicelzonder bevruchting heeft geen actieve potentie, maar een ELS met dejuiste aanpassingen kan deze potentie mogelijk wel ontwikkelen. Hoewordt gewaarborgd dat nieuwe biotechnologieën niet buiten deregulering vallen doordat ze een «tussenstatus» hebben?De leden van de CDA-fractie stellen dat de regering omschrijft dat er bijindividuele lichaamscellen sprake is van passieve potentialiteit, maar dathiervan wel iPS-cellen te maken zijn en daarmee Embryo-like structures(ELS). De leden van de CDA-fractie vragen of er volgens de gehanteerdedefinities bij iPS-cellen en/of ELS nog steeds sprake is van passievepotentialiteit, of dat er daarbij wel sprake is van actieve potentialiteit.2.3 Verschillende manieren van tot stand brengen De leden van de PVV-fractie stellen dat IVG-geslachtscellen en embryo-modellen nog niet volledig ontwikkeld zijn voor menselijk gebruik. Deleden van de PVV-fractie vragen zich af waarom er nu al wetgeving opwordt toegepast, terwijl er nog geen praktijkvoorbeelden zijn?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat bij embryo’s ersprake is van actieve, oftewel intrinsieke, potentialiteit. Zou de regeringkunnen reflecteren op de mate waarin de actieve potentialiteit van deembryo gevoelig is voor toekomstige veranderingen?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering inzichtelijkkan maken op welke wijze de waarde van een embryomodel zichonderscheidt van een gekloond embryo en in welke mate de VN-declaratieover het klonen van mensen (2005)2 die oproept alle nodige maatregelente nemen om alle vormen van klonen van mensen te verbieden wordtopgevolgd.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om inzichtelijk temaken welke cellen gebruikt worden om ELS’s tot stand te brengen.Wordt gebruik gemaakt van embryonale of foetale weefsels en cellijnen?Zijn deze mede verkregen na abortus provocatus?2https://press.un.org/en/2005/ga10333.doc.htmTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 58 2.4 Voorgestelde definitie van embryo De leden van de PVV-fractie lezen dat de wet aansluit bij het idee datembryo’s beschermd moeten worden, maar internationale regelgevingover embryomodellen en stamceltechnologie is nog in ontwikkeling. Hoezorgt Nederland ervoor dat het niet achterloopt of juist striktere regelsheeft dan omliggende landen, wat mogelijk leidt tot een gebrek aankennis?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de regering vanmening is dat het wenselijk is om embryo-like structures (ELS) die in eenzeer laat stadium pas afwijken van tot «klassiek» tot stand gebrachteembryo’s wegens genetische defecten, ook aan te merken als embryo.Zou de regering nader kunnen toelichten hoe zij tot dit besluit isgekomen?De leden van de D66-fractie vragen of de regering kan toelichtenwaarom de onderzoekers uit de evaluatie «alle stadia tot aan de geboorterepliceert» hadden gekozen. Kan worden aangegeven of en zo ja, welkerisico’s of knelpunten onderzoekers kunnen ervaren bij het hanteren vanhet voorgestelde criterium? Kan de regering toelichten of er beperkingenin onderzoek met onderhavig voorstel van criterium zijn voorzien, invergelijking met het criterium «alle stadia tot aan de geboorte repliceren».De leden van de BBB-fractie lezen dat één van de voorgestelde definitiesvoor een embryo een entiteit is die het resultaat is van het samensmeltenvan een in het menselijk lichaam geproduceerde eicel met een of meer inhet menselijk lichaam geproduceerde zaadcellen.De leden vragen zich ten zeerste af waarom de regering niet de termen«vrouwelijk lichaam geproduceerde eicel» en «mannelijk lichaamgeproduceerde zaadcellen» gebruikt. Kan de Staatssecretaris toezeggenom deze definitie aan te passen in de definitie die de leden van deBBB-fractie voorstellen?De leden van de CDA-fractie stellen dat de voorgestelde definitie vanembryo onder andere inhoudt dat het gaat om een entiteit waarvanredelijkerwijs verwacht kan worden, dat als ontwikkeling tot en met degastrulatie zou plaatsvinden, dezelfde essentiële functies ontstaan. Deleden van de CDA-fractie hebben een enkele vraag over de zinsnede«waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden». Wie bepaalt of er sprakeis van een «redelijkerwijze verwachting»? Is het denkbaar dat achteraftoch blijkt dat de gastrulatie in een bepaald geval wel bereikt kan wordenmet de genoemde essentiële functies? Zo ja, wat moet er gebeuren alsachteraf blijkt dat er toch sprake was van een entiteit die onder de definitievan embryo had moeten vallen?Is de regering bijvoorbeeld bekend met het voorbeeld dat onderzoekersvan Harvard Medical School beschrijven in het tijdschrift eLife. In eenkweek van geïnduceerde stamcellen was spontaan een embryoachtigestructuur ontstaan. In de embryoachtige structuur was zelfs iets waar tenemen wat leek op de primitiefstreep. De onderzoekers hebben decelkweek uit eigen beweging niet voortgezet. De wet loopt echter op ditpunt achter, omdat de wet zich richt op embryo’s die zijn ontstaan na eenbevruchting, wat in dit geval niet het geval was. De leden van deCDA-fractie vragen of het voorliggende wetsvoorstel naar de mening vande regering voldoende voorziet in een dergelijk geval.De leden van de SGP-fractie lezen dat de regering van mening is dat eenmenselijk embryo eenvoudig kan worden herkend aan het ontstaans-proces (door samensmelting van een eicel en één of meerderezaadcellen). Hiermee lijkt dus de wijze van totstandkoming bepalend teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 59 zijn voor de definitie van het begrip «embryo». Vervolgens stelt deregering voor om de definitie uit te breiden met entiteiten waarvan dekenmerken veel minder eenduidig te omschrijven zijn. Deze entiteitenzouden gelijke bescherming moeten krijgen als «klassieke» embryo’szodra deze niet meer van elkaar te onderscheiden zouden zijn. De ledenvan de SGP-fractie vinden dit tegenstrijdig. Enerzijds lijkt de regering dewijze van totstandkoming (samensmelting) te zien als het meest wezen-lijke van het menselijk embryo, wat volgens de regering ook aansluit bijhet beeld dat «de gemiddelde mens» heeft van embryo’s.3 Anderzijds steltzij voor een aantal entiteiten hieraan gelijk te stellen terwijl bij dieentiteiten expliciet géén sprake is geweest van samensmelting.De kernvraag voor de leden van de SGP-fractie is dan ook waarom dezeentiteiten aangemerkt mogen en kunnen worden als menselijk embryo inde klassieke zin van het woord als bij deze entiteiten het meest wezenlijkevan het menselijk embryo ontbreekt, namelijk samensmelting. Kan deregering aantonen dat bij deze nagebootste embryo’s sprake is vanmenselijk leven? Als dit niet kan worden aangetoond, waarom wordt dantoch voorgesteld om deze levensvormen onder de definitie van menselijkembryo te brengen?De leden van de SGP-fractie vragen of het denkbaar is dat in de toekomsthet ontstaansproces van het embryo niet meer te onderscheiden valt vanhet ontstaansproces van nagebootste embryo’s? Zij verwijzen naar wat deregering hierover opmerkt in paragraaf 1.3. Wat betekent dit vervolgensvoor de definitie zoals die nu wordt voorgesteld, alsmede voor demogelijkheden die de regering wil bieden en begrenzingen die zij stelt tenaanzien van deze ELS?De leden van de SGP-fractie constateren dat de regering spreekt over deontwikkeling van zogenaamde «essentiële functies». Zij constaterenechter dat die essentiële functies niet in de wet zijn gedefinieerd. Waaromniet? Zij lezen in de toelichting een aantal voorbeelden van essentiëlefuncties. Moeten de leden van de SGP-fractie de term «essentiëlefuncties» zo begrijpen dat er sprake moet zijn van meerdere functies omte voldoen aan de nieuwe definitie? Is er een minimaal aantal essentiëlefuncties waaraan voldaan moet worden om onder de nieuwe definitie tekunnen vallen?De leden van de SGP-fractie vragen of het zo is dat met in de voorgesteldewetswijziging klassieke embryo’s en nagebootste embryo’s gelijkwaardigmoeten worden geacht, doordat deze beide onder de definitie van embryokomen te vallen?De leden van de SGP-fractie maken uit de toelichting op dat de regeringheeft geworsteld met het formuleren van de juiste definitie van het begripembryo. In de wetenschap bestaan hierover blijkens de toelichting ookverschillende opvattingen. Kan de regering aangeven welke alternatievenzij heeft overwogen en waarom hiervoor niet is gekozen?Heeft de regering overwogen om een voorlopige definitie voor te stellendie bij verdere (wetenschappelijke) ontwikkelingen geëvalueerd zoukunnen worden, zo vragen de leden van de SGP-fractie.De leden van de SGP-fractie vragen waarom de regering er niet voor heeftgekozen om naast de reeds bestaande definitie van «embryo» in deEmbryowet een nieuwe, op zichzelf staande definitie van «embryoachtigestructuren» (of iets dergelijks) toe te voegen? Vindt de regering dathiermee het wezenlijke onderscheid tussen een echt embryo en eennagebootst embryo (ELS) beter gemarkeerd zou kunnen worden?Heeft de regering overwogen om de definitie van embryoachtigestructuren volledig op te nemen in de Wet zeggenschap lichaamsmate-riaal?De leden van de SGP-fractie zouden graag een onderscheid zien tussen de«bescherming» van menselijke embryo vanwege de intrinsieke3Kamerstuk 36 677, nr. 3, p. 47.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 510 waardigheid van menselijk leven en de «begrenzing» van (kweek van enonderzoek naar) embryo-achtige structuren. Ziet de regering de toege-voegde waarde van dit onderscheid tussen «bescherming» en«begrenzing»?De leden van de SGP-fractie vragen of er andere landen zijn waareenzelfde (of vergelijkbare) uitbreiding van de wettelijke definitie van hetbegrip «embryo» met embryo-achtige structuren heeft plaatsgevonden.Kan de regering de gemaakte keuzes in die landen toelichten?Hoofdstuk 3. Randvoorwaarden voor wetenschappelijk onderzoekmet embryo’s 3.1. Reproductieve doeleinden en onderzoeksdoeleinden De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de regering steltdat er vooralsnog geen aanleiding is om reproductieve toepassingen metIVG-geslachtscellen te verbieden, gelet op het feit dat het nog geen reëlemogelijkheid is. Biedt het onderhavige voorstel wel ruimte om alsnog eenverbod in te voeren, indien dit gewenst zou zijn en het in de toekomst eenreële mogelijkheid wordt?De leden van de D66-fractie vinden het een goede zaak dat ELS wordtuitgesloten van het huidige verbod op het speciaal totstandkomen vanembryo’s voor onderzoek. Kan de regering verder toelichten welke typenonderzoeken hiermee mogelijk worden gemaakt? Deze leden vragen of deregering hierbij enkele voorbeelden kan noemen van typen onderzoekenuit het rapport «gewicht in de schaal», waar maatschappelijk draagvlakvoor is, om dit met ELS uit te voeren. Kan voorts worden toegelicht welkonderzoek door dit bestaande verbod alsnog niet mogelijk is? Kan hierbijreeds worden ingegaan met onderzoek met tot stand gebrachte embryo’sin de categorieën «klassiek» tot stand gebrachte embryo’s, celkerntrans-plantatie en IVG, zo vragen deze leden?De leden van de BBB-fractie lezen dat de regering meent dat met dekeuze om (uitsluitend) ELS uit te zonderen van het huidige verbod opspeciaal kweken, tot een evenwichtige balans kan worden gekomentussen de bescherming van beginnend menselijk leven enerzijds envooruitgang van de wetenschap anderzijds. Bovenstaande betekent dat ophet moment dat dit wetsvoorstel inwerking zou treden – naast embryo’sdie op klassieke wijze tot stand zijn gebracht voor fertiliteitsdoeleinden endaarna overblijven – enkel ELS gebruikt kunnen worden voor wetenschap-pelijk onderzoek met embryo’s.De leden vragen zich af of de regering een inschatting kan geven van deschaal waarop er met ELS gewerkt zou worden voor wetenschappelijkonderzoek met embryo’s?En kan de Staatssecretaris inzichtelijk maken welke cellen gebruikt wordtom ELS’s tot stand te brengen? Wordt gebruik gemaakt van embryonaleof foetale weefsels en cellijnen?De leden van de SP-fractie lezen dat «[o]nderzoek met ELS die een intact«klassiek» embryo nabootsen [...] inzichten [kan] bieden in de vroegeontwikkeling van embryo’s die niet door middel van een ander typeonderzoek zouden kunnen worden verkregen.» Zij vragen de regering ofzij voorbeelden kunnen noemen van onderzoek dat hiermee mogelijk kanworden gemaakt?De leden van de SGP-fractie lezen dat de regering het niet wenselijkvindt om het tot stand brengen van ELS die een intact «klassiek» embryonabootsen voor wetenschappelijke doeleinden te verbieden. De leden vande SGP-fractie missen echter een duidelijke onderbouwing waarom deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 511 regering dit niet wenselijk vindt. In reactie op het advies van de AfdelingAdvisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) is de regering inde toelichting uitgebreider ingegaan waarom onderzoek met ELS mindergevoelig zou zijn en hoe de diverse belangen die hierbij een rol spelendoor de regering zijn gewogen. Het valt de leden van de SGP-fractie opdat hiertoe eigenlijk uitsluitend wordt verwezen naar de opvattingen vanburgers over onderzoek met ELS of (rest)embryo’s vanuit het Rathenau-onderzoek «Gewicht in de schaal». Zij begrijpen dat de regering zichgesteund voelt door maatschappelijke opvattingen op dit punt. De ledenvan de SGP-fractie wijzen er echter dat een verwijzing naar dezemaatschappelijke opvattingen op zichzelf nog geen inhoudelijke wegingvan belangen behelst. Zij verzoeken de regering daarom alsnog explicieten inhoudelijk toe te lichten waarom onderzoek met ELS (en het kwekenvan dergelijke celstructuren) «minder gevoelig» zou zijn dan klassiekeembryo’s.Terzijde verwijzen de leden van de SGP-fractie naar de kritiek van deAfdeling bij de behandeling van de oorspronkelijke Embryowet dat eenbreed maatschappelijk draagvlak slechts informatieve waarde kan hebbenen dat overheidsbeleid niet gevoerd kan worden door of gebaseerd kanzijn op de opvattingen van maatschappelijke organisaties.4 Het komt deleden van de SGP-fractie voor dat de huidige regering opnieuw indezelfde valkuil stapt.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben ten aanzien van hetopheffen van het onderzoeksverbod op intacte ELS meerdere zorgen envragen. Deze leden zijn van mening dat als intacte embryo’s, hoewelkunstmatig tot stand gekomen, embryo’s vrijwel volledig nabootsen enzich ontwikkelen als een intact embryo, het niet te onderscheiden is hoe zijzich onderscheiden ten opzichte van en minder beschermwaardig zoudenzijn dan klassieke menselijke embryo’s. Daarom past het wat deze ledenbetreft om terughoudend te zijn om intacte ELS te gebruiken vooronderzoek. Tegelijk zien de leden van de ChristenUnie-fractie ook dat demorele status van ELS onontgonnen terrein is. Is de Staatssecretarisbereid om ethisch onderzoek en ethische reflectie te laten uitvoeren op demorele status van intacte ELS en de consequenties daarvan voorwetenschappelijk onderzoek?Daarnaast vinden de leden van de ChristenUnie-fractie de toevoeging vande regering met betrekking tot een uiteenzetting van de afweging, waar deAfdeling om vroeg ten aanzien van de keuze voor het opheffen van hetonderzoeksverbod voor ELS, ondermaats. De Afdeling vroeg om eentoelichting die blijk geeft van een evenwichtige afweging van voor ditwetsvoorstel relevante waarden, grondrechten, belangen en argumenten.Als reactie daarop heeft de regering het gepast slechts te refereren aan deuitkomst van een enquêtevraag over het gebruik van alternatieven inplaats van het gebruik van menselijke restembryo’s. Deze leden verzoekende regering alsnog in te gaan op de relevante waarden, grondrechten,belangen en argumenten die zijn afgewogen bij het komen tot de keuzeom ELS uit te sluiten van het onderzoeksverbod.3.2 Ongewijzigde randvoorwaarden voor onderzoek met embryo’s 3.3 Veertiendagengrens De leden van de D66-fractie vragen of de regering het volgende verderkan verduidelijken: In de wetsevaluatie wordt geadviseerd om in eenformulering niet te verwijzen naar een aantal dagen, toch heeft deregering ervoor gekozen om dat wel te doen (namelijk veertien dagen).Kan de regering aangeven of en zo ja, waarom er wordt afgeweken van4Kamerstuk 27 423, nr. A, p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 512 het advies vanuit de evaluatie. Kan de regering toelichten welke«praktische» gevolgen dit heeft voor onderzoek met embryo’s? Voortsvragen deze leden of deze formulering voldoende robuust is om bij eeneventuele wijziging waarbij onderzoek tot 28 dagen wel wordt toegestaan,niet opnieuw tot een wetswijziging leidt.De leden van de CDA-fractie stellen dat de Gezondheidsraad heeftgeadviseerd het verbod om embryo’s langer dan veertien dagen in kweekte houden, op te rekken naar achtentwintig dagen. Ten tijde van dat advieswas het vorige kabinet echter demissionair, waardoor destijds geenstandpunt hierover is ingenomen en deze wijziging ook niet in ditwetsvoorstel is meegenomen. De leden van de CDA-fractie vragen wat hetstandpunt hierin van de huidige regering is, en als dat nog niet gegevenkan worden, wanneer dat standpunt met de Kamer gedeeld zal gaanworden?De leden van de SP-fractie lezen dat de regering het advies van deGezondheidsraad over de aanpassing van de veertiendagengrens nietaanpast via dit wetsvoorstel «[w]egens de politieke gevoeligheid van ditonderwerp en de demissionaire status van het kabinet ten tijde van depublicatie van het Gezondheidsraadadvies». Zij wijzen er echter op dat hethuidige kabinet niet demissionair is. Wat is de visie van de huidigeregering op het advies van de Gezondheidsraad om de veertiendagen-grens aan te passen en heeft zij nog plannen om gevolg te geven aan ditadvies?De leden van de SP-fractie vragen de regering daarnaast of zijvoorbeelden kunnen geven van onderzoek dat nu niet plaats kan vinden,als gevolg van het niet opvolgen van het advies van de Gezondheidsraadover het aanpassen van de veertiendagengrens?De leden van de SGP-fractie zijn blij dat de regering geen voorstel heeftgedaan om de veertiendagengrens te verruimen. Tegelijkertijd lezen zij datdit vooral te maken had met de demissionaire status van het kabinet tentijde van het advies van de Gezondheidsraad. Zij vragen de regeringdaarom of zij alsnog van plan is om een wetsvoorstel in te dienen om deveertiendagengrens aan te passen.3.4 Toetsing door de CCMO De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de Medisch-EthischeToetsingscommissies (METC’s) voldoende toegerust zijn en voldoendeexpertise hebben om onderzoek met lichaamsmateriaal te toetsen?Hoofdstuk 4. Overige wijzigingen 4.1 Regulering van mens-diercombinaties De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen vande voorgenomen wijziging met betrekking tot de regulering vanmens-diercombinaties. Kan de regering nader toelichten welke belangen-afweging zij hierbij hebben gemaakt? Kan de regering tevens toelichtenwelke rol subsidiariteit en proportionaliteit hebben gespeeld in dezebelangenafweging? Kan de regering reflecteren op enerzijds de wense-lijkheid van mens-menscombinaties ten opzichte van mens-dier-combinaties en anderzijds de wenselijkheid van dier-diercombinaties tenopzichte van mens-diercombinaties?De leden van de SP-fractie vragen de regering welke mogelijkheden viadit wetsvoorstel bestaan voor onderzoek naar xenotransplantatie. Inhoeverre kunnen de mogelijkheden op dit gebied op een verantwoordeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 513 manier worden onderzocht en ontwikkeld binnen de grenzen van ditwetsvoorstel?De leden van de SGP-fractie vinden het terecht dat de regering ervoorgekozen heeft om mens-diercombinaties niet onder te brengen onder deEmbryowet. Tegelijkertijd menen zij wel dat er spoedig grenzen moetworden gesteld aan deze entiteiten. Zij zien dan ook uit naar de verderebehandeling van de Wzl op dit punt.De leden van de ChristenUnie-fractie missen in de voorstellen totregulering van mens-diercombinaties een ethische beschouwing van hetmaken van chimaeren. Zij wijzen erop dat de Gezondheidsraad in 2019heeft geadviseerd een toetsingskader voor onder andere de ethische enmaatschappelijke aanvaardbaarheid te ontwikkelen. Deze leden vragennaar de status van dit toetsingskader en hoe deze wordt of zal wordentoegepast?4.2 Wetenschappelijk onderzoek met foetussen De leden van de PVV-fractie stellen dat de wet onderscheid maakttussen niet-invasief en invasief onderzoek met foetussen, waarbij invasiefonderzoek alleen mag plaatsvinden als het niet uitgesteld kan worden totna de geboorte. De leden van de PVV-fractie willen graag weten hoe wordtbepaald of een bepaalde medische ingreep echt niet uitgesteld kanworden?De leden van de D66-fractie vragen de regering om nader toe te lichtenwaarom bij een prenatale behandeling die niet levensreddend is maar weltot een betere prognose leidt dan wachten met de behandeling tot na degeboorte, is gekozen om de toetsing door de CCMO (Centrale CommissieMensgebonden Onderzoek) uit te laten voeren in plaats van de METC(Medisch-Ethische Toetsingscommissie)?De leden van de SGP-fractie zijn blij met de verruiming van de mogelijk-heden voor prenatale behandelingen bij foetussen. Wel vragen zij om eennadere toelichting hoe de CCMO toetst wanneer een behandeling nageboorte naar redelijke verwachting tot een minder goede prognose leidt.Zijn er buitenlandse voorbeelden bekend van vergelijkbare onderzoekenals die hiermee mogelijk worden gemaakt?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering uiteen kanzetten op welke manier en op welke aspecten de CCMO het onderzoekmet foetussen toetst?4.3 Handhaving De leden van de PVV-fractie stellen dat de Inspectie Gezondheidszorg enJeugd (IGJ) alleen strafrechtelijke handhavingsbevoegdheid heeft, maargeen bestuursrechtelijke sanctiemogelijkheden. Waarom is er niet voorgekozen om de IGJ direct de bevoegdheid te geven om bestuurlijkeboetes op te leggen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat één van de redenenvoor het voorstel om een bestuurlijke boete te introduceren, is dat bijnadere bestudering van de strafbaar gestelde gedragingen niet elkegedraging als even ernstig kan worden aangemerkt, zodat niet altijd eenstrafrechtelijke sanctie gepast is. Zou de regering nader kunnen toelichtenhoe vaak het in afgelopen jaren is voorgekomen dat strafbaar gesteldegedragingen niet als dusdanig ernstig werden aangemerkt met als gevolgdat een strafrechtelijke sanctie niet gepast was? Kan de regering ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 514 nader toelichten wat de aard van dergelijke overtredingen bijvoorbeeldzou kunnen zijn en die met intreding van het onderhavige wetsvoorstel inaanmerking zouden komen voor het opleggen van een bestuurlijke boete,naast het (fictieve) voorbeeld over het niet-raadplegen van de CCMO?4.4 Overige wijzigingen Hoofdstuk 5. Aanbevelingen uit de wetsevaluatie die niet zijnovergenomen 5.1 Tot stand brengen van embryo’s speciaal voor onderzoeksdoeleinden De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de regering na eenmaatschappelijk ethische reflectie tot de conclusie is gekomen datonderzoek met het type ELS dat een «klassieke» embryo nabootst mindergevoelig wordt geacht. Zou de regering nader kunnen toelichten op welkewijze deze maatschappelijk ethische reflectie heeft plaatsgevonden? Heeftde regering ook met organisaties en personen gesproken om tot dezeconclusie te komen? Zo ja, met welke partijen is de regering in gesprekgaan?De leden van de CDA-fractie vragen in hoeverre het de verwachting isdat het uitzonderen van ELS van het kweekverbod voldoende wetenschap-pelijke mogelijkheden geeft om onderzoek te doen naar de vroegeontwikkeling (0–5 dagen) van embryo’s?De leden van de SGP-fractie zijn het ermee eens dat het verbod opembryokweek voor wetenschappelijke doeleinden in dit wetsvoorstel blijftbestaan. Zij hebben hierover op dit moment geen vragen.5.2 Kiembaanmodificatie De leden van de PVV-fractie stellen dat de evaluatie voorstelde om hetverbod op kiembaanmodificatie te vervangen door een voorwaardelijkverbod, zodat preklinisch onderzoek mogelijk zou worden. Dit is nietovergenomen door de regering. Is er een alternatieve onderzoeksmethodemogelijk om in de toekomst ernstige erfelijke aandoeningen tevoorkomen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat uit de wetsevaluatieeen advies is voortgevloeid om het absolute verbod op kiembaanmodifi-catie om te zetten in een voorwaardelijk verbod. De voorgenoemde ledenzijn zich ervan bewust dat de regering ervoor kiest om dit advies niet op tevolgen, maar vragen zich toch af of de regering kan aangeven hoe eeneventueel voorwaardelijk verbod zich zou verhouden tot Europeseverordeningen en verdragen (i.e.: de Europese verordening overgeneesmiddelenonderzoek, het Europees Verdrag inzake de rechten vande mens en het Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogenees-kunde van de Raad van Europa)? Zou de regering tevens kunnentoelichten welke discussies omtrent het verbod op kiembaanmodificatie ermomenteel plaatsvinden op Europees niveau? Zou de regering tevenskunnen reflecteren hoe dergelijke discussies zich verhouden tot derechten van mensen met een beperking?De leden van de D66-fractie lezen dat er is gekozen om geen opvolgingte geven aan de aanbeveling uit de evaluatie om het absolute verbod totkiembaanmodificatie in de Embryowet om te zetten in een voorwaardelijkverbod. Kan worden aangegeven of de regering net als deze leden hetbelang zien van preklinisch onderzoek om de veiligheid en effectiviteit vankiembaanmodificatie te onderzoeken? Voorts vragen deze leden of naderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 515 kan worden ingegaan op de conclusie uit de evaluatie dat de uit deliteratuur naar voren gebrachte bezwaren onvoldoende overtuigend zijnom een categorisch verbod van reproductieve kiembaanmodificatie tehandhaven? Kan de regering tevens ingaan op het standpunt dat hetbelangrijk is dat ons land aan preklinisch onderzoek kan bijdragen, om zoook een rol te kunnen hebben in de internationale besluitvorming overvoorwaarden?De leden van de SGP-fractie zijn blij dat de regering vasthoudt aan hetabsolute verbod op kiembaanmodificatie in de Embryowet. Kan deregering aangeven waarom Nederland het Verdrag van Oviedo nooit heeftgeratificeerd?De leden van de ChristenUnie-fractie menen dat de regering met depassage over kiembaanmodificatie, waarvan de aanbeveling tot hetomzetten in een voorwaardelijk verbod niet is overgenomen, vooronnodige verwarring zorgt op het gebied van het preklinische onderzoek.Enerzijds schetst de regering dat een onderzoeksvoorstel voor preklinischonderzoek niet op voorhand wordt afgewezen door de CCMO, vervolgensstelt de regering dat dit preklinische onderzoek niet in Nederland magworden uitgevoerd. Deze leden willen benadrukken dat de randvoor-waarden voor kiembaanmodificatie die de regering schetst, namelijk dievan voldoende bewijs dat de toepassing veilig en effectief is) nog erg verweg zijn en het preluderen op de mogelijkheden van preklinischonderzoek geen zin heeft. Daarnaast geven deze leden aan dat voorpreklinisch onderzoek embryo’s gekweekt moeten worden, waar dezeleden sterk tegenstander van zijn. Hanteert de regering deze terughou-dendheid ten aanzien van kiembaanmodificatie ook op internationaalniveau?Hoofdstuk 6. Gevolgen van de voorgestelde wetswijziging 6.1 Algemene gevolgen voor onderzoek met embryo’s en foetussen 6.2 Regeldrukgevolgen voor onderzoek met embryo’s 6.3 Gevolgen voor toezicht, handhaving en rechtspraak Hoofdstuk 7. Verhouding tot andere wetgeving 7.1 Wet zeggenschap lichaamsmateriaal De leden van de PVV-fractie stellen dat de Wet zeggenschap lichaams-materiaal (Wzl) het gebruik van lichaamsmateriaal reguleert, maar deEmbryowet stelt aanvullende eisen voor embryo’s en geslachtscellen. Hoewordt voorkomen dat er juridische tegenstrijdigheden ontstaan tussenbeide wetten?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen vande heldere scheidslijn tussen de Embryowet en de Wzl, in het bijzonder debevoegdheden van enerzijds de CCMO en anderzijds een METC. Kan deregering reflecteren op nog andere mogelijkheden voor verwarring in depraktijk, met het oog op de rolverdeling tussen de CCMO en METC’s?Indien deze bestaan, kan de regering ook concreet aangeven welkeoplossingen er zijn?De leden van de SP-fractie vragen de regering welke regels in de huidigesituatie en in de beoogde nieuwe situatie (na aanname van zowel ditwetsvoorstel als de wet zeggenschap lichaamsmateriaal) van toepassingzullen zijn op onderzoek naar ELS die niet een intact embryo nabootsen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 516 De leden van de SGP-fractie vragen of de regering het risico ziet datonderzoekers ervoor zullen kiezen voor de wet die de meeste ruimte biedtvoor onderzoek en dus hun cellen zo kunnen aanpassen dat de ELS nietonder de Embryowet vallen? Kan de regering nader ingaan op het grijzegebied tussen de Embryowet en de toekomstige Wzl nu niet wettelijkwordt vastgelegd wanneer een ELS precies onder de Embryowet komt tevallen (omdat «essentiële functies» niet nader is uitgewerkt in de wet)?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen ten aanzien van deverhouding van de wet ten opzichte van de Wet zeggenschap lichaams-materiaal (Wzl) wat het betekent voor de Embryowet en de voorliggendewijzigingen, nu de Wzl al een behoorlijke tijd stilligt. Ontstaat er eenlacune zolang de Wzl niet in werking is of niet?7.2 Wet op dierproeven De leden van de PVV-fractie stellen dat de Embryowet het gebruik vanmens-diercombinaties reguleert, maar de Wod stelt aparte regels voordierproeven. Hoe wordt bepaald onder welke wet een experiment metchimaeren of cybriden valt?7.3 Initiatiefwetsvoorstellen ter wijziging van de Embryowet Hoofdstuk 8. Toetsing, consultatie en verwerkte adviezen 8.1. Totstandkoming wetsvoorstel De leden van de SGP-fractie vragen of de regering kan aangeven welkeandere voorstellen er zijn gedaan door wetenschappers voor de nieuwewettelijke definitie?8.2 Uitvoerings-, toezichts- en handhavingstoetsen en specifieke adviezen De leden van de ChristenUnie-fractie lezen ten aanzien van denotificatieplicht aan de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek(CCMO) die in de wetsevaluatie was aanbevolen en waar de CCMO omheeft gevraagd dat de regering deze aanbeveling niet heeft overgenomen.Bij afbakeningskwesties kan een METC altijd advies vragen bij de CCMO,zo stelt de regering. Deze leden vragen of het niet raadzaam is om vooralle ELS de notificatieplicht in te voeren, omdat het moeilijk zal blijken tezijn om het onderscheid tussen intacte en niet-intacte ELS te kunnenmaken. Deelt de regering de inschatting en kan zij onderbouwen waaromalsnog een notificatieplicht niet nodig wordt geacht, daarmee meewegendwelke consequenties zij hiermee aanvaart, namelijk dat er onderzoek opintacte ELS plaatsvindt dat niet getoetst wordt door de CCMO.8.3 Openbare internetconsultatie De leden van de BBB-fractie lezen dat een aantal reacties positieve ennegatieve uitlatingen bevatten over de wijziging van persoonsaandui-dingen. De regering geeft aan dat het gebruiken van sekseneutralepersoonsaanduidingen in regelgeving in is lijn met de Aanwijzing voor deregelgeving.De leden lezen dat in het ter internetconsultatie voorgelegde voorstel dezeaanwijzing op twee manieren was doorgevoerd: het vervangen van «hij»door «degene» en het vervangen van «(zwangere)vrouw» door«(zwangere) persoon». De eerste wijziging is van belang omdat «hij» inbetreffende artikelen zowel op mannen als vrouwenbetrekking kanhebben. En over de tweede wijziging is in de periode na de internetcon-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 517 sultatie geconcludeerd dat deze wijziging niet dwingend voortvloeit uit deaanwijzingen voor de regelgeving en hierom is teruggedraaid.De leden vragen zich met klem af waarom de Staatssecretaris constantsekseneutrale persoonsaanduidingen probeert door te voeren in wetten,zelfs als deze noodzaak er niet is.De leden van de SGP-fractie vinden het terecht dat de regering ervanheeft afgezien om de term «(zwangere) vrouw» te vervangen door«(zwangere) persoon». Zij hebben hierover op dit moment verder geenvragen.ArtikelsgewijsArtikel 1De leden van de NSC-fractie lezen niet in de definitie dat een embryoeen beginnend menselijk leven is. Wat is de reden dat dit niet meege-nomen is in de definitie of later in één van de wetsartikelen?De leden van NSC-fractie hebben met bezorgdheid kennisgenomen vande aanpassing van de definitie. Eén van de doelen van de wet is om dedefinitie te verruimen naar aan aanleiding van de aanbevelingen in dederde wetsevaluatie om ook embryomodellen onder de zorgvuldigheid ende toetsing van de wet te laten vallen. Echter, deze definitie lijktvervolgens zo beperkt dat naar verwachting van de regering weinig totgeen van de huidige embryomodellen onder de wet vallen. In de memorievan toelichting (mvt) valt namelijk te lezen: «Het zal voorlopig echterbeperkt blijven, ook omdat voor veel typen onderzoek het voldoende isom ELS tot stand te brengen die niet een intact «klassiek» embryonabootsen.»De leden van NSC-fractie vinden dat ook embryo-like structures (ELS)onder de toetsingscriteria van de embryowet moeten vallen. Er zijn echtervele typen ELS en het moet volstrekt duidelijk zijn welke typen ELSdaaronder vallen en welke typen niet daaronder vallen. Vallen bijvoor-beeld embryo’s, ontstaan uit stamcellen onder de toetsingscriteria?Waarom vallen sommige ELS niet onder deze wet? Kan de regering eenoverzicht geven van alle typen ELS, die momenteel worden gebruikt, dieal of niet uit stamcel of uit IVG ontstaan, en bij elk type aangeven of dezewel of niet onder de wet valt?De leden van de NSC-fractie vinden het noodzakelijk dat er ookbescherming is van een embryomodel met een hoge mate van geïnte-greerde weefsels dat sterk lijkt op een klassiek embryo, waar één of meeressentiële weefsels ontbreken, zoals de extra-embryonale weefsels en/ofdie van het hart of het centraal zenuwstelsel. De leden van de NSC-fractiewillen weten of het klopt dat deze embryomodellen niet beschermd zijn inde embryowet? Welke bescherming geniet een embryomodel dat in alleopzichten zich ontwikkelt als een regulier embryo maar geen extra-embryonale weefsels heeft? Is het bijvoorbeeld toegestaan aan commer-ciële bedrijven om deze embryos met miljoenen tegelijk te kweken voortoxicologisch onderzoek?Het is voor de leden van de NSC-fractie niet duidelijk of de gangbareembryomodellen waaraan wetenschappelijk onderzoek wordt verricht,zoals blastoids en gastruloids, onder de wettelijke definitie van eenembryo vallen. Kan de regering daarop een toelichting geven? Zijn ermomenteel andere embryomodellen in ontwikkeling, in Nederland ofelders ter wereld die naar verwachting van de regering onder deNederlandse embryowet zouden vallen? Zo ja, waarom wel, in welkelanden om welke embryomodellen gaat het dan? Zo niet, waarom niet?Waarom is een embryomodel waarbij het embryo proper intact is en waaralleen de extra-embryonale weefsels ontbreken niet beschermwaardigvolgens de regering? Welke bescherming genieten deze embryomodellenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 518 onder de Wet Zeggenschap Lichaamsmaterialen? Voor welke doeleindenmogen deze worden ingezet? Hoe vaak? Hoe veel tegelijk?De leden van de NSC-fractie willen weten of de zich ontwikkelendekolonies van humane embryonale stamcellen zoals in Warmflash et al.(2014) waarin uiteindelijk een gastrulatie-achtige ontwikkeling werdgezien, onder de definitie van de embryowet gaan vallen? Zo ja, waaromwel en zo nee, waarom niet?De leden van de NSC-fractie lezen dat in de evaluatie van de Embryowetwordt geadviseerd dat onder de definitie van embryo het volgende zoumoeten worden opgenomen: «Embryo-achtige structuur: mede uitpluripotente stamcellen ontstane zichzelf organiserende structuur die deontwikkeling van een al dan niet compleet door bevruchting ontstaanmeercellig embryo, of bepaalde deelprocessen van die ontwikkeling,geheel of gedeeltelijk nabootst.» Waarom is in de voorgestelde wet vandit advies afgeweken? Kan de regering een toelichting geven over deverschillen en overeenkomsten tussen de huidige wettekst en het adviesin de evaluatie van de Embryowet?De leden van de NSC-fractie lezen dat een embryo ook wordt gezien alseen «entiteit met een menselijk nucleair genoom, waarvan redelijkerwijsverwacht kan worden dat, als ontwikkeling tot en met de gastrulatie zouplaatsvinden, essentiële functies voor doorgaande ontwikkeling ontstaanals bij een entiteit als bedoeld onder a». De leden vragen de regeringwelke essentiële functies in dit lid bedoeld worden. Wanneer is een functiewel of niet essentieel? Wordt in de nieuwe wet het extra-embryonaleweefsel meegenomen als essentieel?Artikel 2, lid 3De leden van de NSC-fractie lezen in artikel 2 lid 3 dat de CCMO aan eenaantal regels toetst. Deelt de regering de mening van de leden van deNSC-fractie dat de toetsingscriteria uitgebreid zouden moeten wordenzodat altijd wordt gekozen voor de proef met het minste aantal embryo’s,en/of het embryomodel dat het laagste aantal celtypes bevat en/of delaagste integratie van celtypes bevat, en/of het laagste aantal kweekdagenen/of de proef waarbij een afweging wordt gemaakt of de inzet vanembryo’s het belang van het onderzoeksresultaat rechtvaardigt? Kan deregering hierop reflecteren? Bij de Wet op de dierproeven zijn er weltoetsingscriteria geformuleerd waarbij gestreefd wordt naar vermin-dering, vervanging en verfijning. Waarom gebeurt dit niet bij onderzoekmet humane embryo’s?Op welke manier wordt bij experimenten met embryo’s rekeninggehouden met het «te dienen belang» van het onderzoek en het belang bijhet totstandbrengen van embryomodellen? De wet vereist wél dat hetonderzoek van medische aard is: wat valt hieronder? Valt bijvoorbeeld detoxicologie ook onder de medische aard? Zo ja, waarom?Artikel 2, lid 4De leden van de NSC-fractie lezen in art 2, lid 4, dat dit artikel «niet vantoepassing is op een instelling waar uitsluitend embryo’s tot standworden gebracht door het samenbrengen van pluripotente stamcellen ofanderszins handelingen met dergelijke embryo’s worden verricht». Kan deregering een uitgebreidere toelichting geven over waarom voor dit typeinstelling een uitzondering wordt gemaakt?Artikel 7De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat er in artikel 7van de Embryowet wordt gesteld dat «De geslachtscellen worden in iedergeval vernietigd indien zij niet voor andere doeleinden ter beschikkingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 519 worden gesteld, na het verstrijken van de termijn waarvoor zij terbeschikking zijn gesteld, en na herroeping van de terbeschikkingstelling.»Zou de regering hierbij nader kunnen toelichten wat de standaardbewaar-termijn is van de geslachtscellen en worden zij automatisch vernietigd nahet verstrijken van deze termijn? Zo nee, wordt er contact opgenomenmet de donor van de geslachtscellen alvorens de cellen vernietigdworden? Kan de regering ook nader toelichten voor welke anderedoeleinden de geslachtscellen ter beschikking kunnen worden gesteld,zoals wordt bedoeld in artikel 7?Artikel 12Voor de leden van de NSC-fractie is de toestemmingsverleningonduidelijk. In artikel 12 wordt geregeld dat de donateur toestemmingmoet geven voor het ter beschikking stellen van zijn/haar geslachtscellenof embryo’s. Geldt deze toestemming ook voor het gebruik van geslachts-cellen die zijn omgezet in iPs-cellen, of voor het gebruik van embryomo-dellen die uit deze cellen zijn afgeleid? Zo ja, op welke manier wordt dezetoestemming geregeld?Artikel 14De leden van de NSC-fractie lezen in artikel 14 dat de wetenschappereen zorgplicht voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer vande donateur krijgt. Geldt deze toestemming en zorgplicht ook voor degenevan wie geslachtscellen of van iPS-stamcellen afkomstige embryomo-dellen of IVG-geslachtscellen of -embryo’s afkomstig zijn?Artikel 24De leden van de NSC-fractie merken dat de wetenschappelijke ontwikke-lingen op het gebied van IVG snel gaan. Klopt het dat met artikel 24, ondere, een verbod komt op gebruik van samengebrachte pluripotentestamcellen die zich vormen als eicel en zaadcel voor onderzoeksdoel-einden? Kan de regering hier een toelichting op geven? Klopt het datsamengebrachte pluripotente stamcellen die zich hebben ontwikkeld toteen eicel en zaadcel bij elkaar gebracht mogen worden tot een embryo?Klopt het dat er met deze wet geen verbod komt op het inbrengen van eenIVG-embryo bij een vrouw? Kan de regering hier een toelichting opgeven?De leden van de NSC-fractie vernemen in artikel 24 een verbod opwetenschappelijk onderzoek bij embryo’s. Wat zijn de consequenties alsdit verbod er afgehaald wordt? Welk onderzoek wat nu nog niet kan zoudaardoor mogelijk worden?Artikel 25De leden van de NSC-fractie lezen dat in het evaluatieonderzoek van deEmbryowet (ZonMW, 2021) wordt aanbevolen om «een verbod opplaatsing in een menselijke of dierlijke baarmoeder in de beoogderegeling moet worden opgenomen». Wat is de reden dat dit advies niet isovergenomen?De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Van der GraafTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 677, nr. 520

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 338fd005fccdc61a

14 okt 2026 · 1e7466bf132916a3

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.