Tiende voortgangsrapportage wetgevingsproject nieuw Wetboek van Strafvordering
Brontekst
Versie be56598e6e896419 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 918 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN MINISTER VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 december 2024Bijgaand treft u aan de tiende voortgangsrapportage van het wetgevings-project nieuw Wetboek van Strafvordering.1 In deze voortgangsrap-portage gaan we in op de stand van zaken van dit wetgevingsproject.Daarmee voldoen wij aan een verzoek van de Vaste Commissie voorJustitie en Veiligheid in de Tweede Kamer om over de stand van zakenvan het project te worden ingelicht.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenDe Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel1Voor de eerdere voortgangsrapportages zij verwezen naar Kamerstukken II 29 279, nrs. 331,372, 395, 459, 501, 625, 712, 782 en 832 en Kamerstukken I 34 550 VI, M, 34 775 VI, B,35 000 VI, B en nr. P, 35 570 VI, A, K en 29 279, P en V. kst-29279-918ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9181 Tiende voortgangsrapportage wetgevingsproject nieuw Wetboekvan Strafvordering 1. Inleiding Sinds 2014 wordt gewerkt aan de totstandkoming van een nieuw Wetboekvan Strafvordering. Zoals in het regeerprogramma benoemd (bijlage bijKamerstuk 36 471, nr. 96), ziet het kabinet het nieuwe wetboek als nieuwewetgeving ten behoeve van de nationale veiligheid en voert het kabinetactief regie voert op alle noodzakelijke voorbereidingen van de betrokkenorganisaties met het oog op de geplande inwerkingtreding van dit nieuwewetboek in april 2029.Door middel van voortgangsrapportages worden de Tweede Kamer en deEerste Kamer periodiek ingelicht over dit wetgevingsproject. De vorige(negende) voortgangsrapportage dateert van 11 januari 2024.2 Met dezetiende voortgangsrapportage informeren wij u over de laatste stand vanzaken van dit omvangrijke wetgevingsproject, ruim een maand voordat demondelinge behandeling van de eerste vaststellingswet van het nieuweWetboek van Strafvordering in de Tweede Kamer start.Sinds de vorige voortgangsrapportage zijn er de nodige stappen gezet indit omvangrijke wetgevingsproject. Daarbij staan we in deze voortgangs-rapportage uitvoerig stil in paragraaf 2. Wij doen verslag van de geleverdeinspanningen in 2024 en geven een toelichting op de planning van deverschillende wetsvoorstellen in dit project.In paragraaf 3 wordt een van die wetsvoorstellen apart besproken, dat isde Innovatiewet Strafvordering. Deze wet, die als het ware vooruitloopt ophet nieuwe wetboek, is ruim twee jaar geleden in werking getreden. Indeze voortgangsrapportage besteden we aandacht aan de evaluatie vanhet WODC over deze wet en de consequenties daarvan voor de Innova-tiewet. Deze evaluatie is in oktober 2024 aan uw Kamer aangeboden.Net als in de vorige voortgangsrapportages behandelen wij ook de actuelestand van zaken met betrekking tot de uitvoeringsconsequenties(paragraaf 4) en gaan we in op de implementatie van het nieuwe wetboek(paragraaf 5).2. Voortgang wetgeving 2.1 Inleiding Het wetgevingsproject nieuw Wetboek van Strafvordering is eenomvangrijk project dat bestaat uit meerdere onderdelen. Voor deoverzichtelijkheid zijn zij ingedeeld in een viertal sporen (innovatiespoor,vaststellingsspoor, aanvullingsspoor en invoeringsspoor). De verschil-lende wetsvoorstellen binnen deze sporen vormen uiteindelijk samen hetnieuwe Wetboek van Strafvordering:2Kamerstukken II 2023/24, 29 279, nr. 832 en Kamerstukken I 2023/24, 29 279, V.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9182 Op de afbeelding is allereerst het roze innovatiespoor met de Innova-tiewet Strafvordering te zien. Deze wet loopt vooruit op het nieuwewetboek met als doel ervaring op te doen met enkele nieuwe onderdelenuit het nieuwe wetboek in de vorm van vijf pilots. In paragraaf 3 wordtnader ingegaan op deze wet. De twee oranje vaststellingswetten vormenhet vaststellingsspoor en vormen samen het nieuwe wetboek (zie 2.2 en2.3). De groene aanvullingswetten maken onderdeel uit van hetaanvullingsspoor. Hierin zijn aanvullende onderwerpen en wijzigingsvoor-stellen van het nieuwe wetboek te vinden (zie 2.4). Tot slot bevat deafbeelding nog de blauwe invoeringswetten uit het invoeringsspoor,waarin het overgangsrecht en de aanpassing van andere wetgeving isopgenomen (zie 2.5).Elk wetsvoorstel doorloopt afzonderlijk de gehele wetgevingsprocedureen wordt na consultatie en advisering door de Afdeling advisering van deRaad van State parlementair behandeld, waarna het, na aanvaarding in deEerste Kamer en bekrachtiging door de Koning, in het Staatsblad wordtgepubliceerd. Na een implementatieperiode volgt op één moment deinwerkingtreding van alle verschillende wetten die samen het nieuweWetboek van Strafvordering vormen (zie hierover meer in paragraaf 5).In paragraaf 3.1 van de negende voortgangsrapportage is de samen-werking met en de betrokkenheid van de organisaties uit de strafrecht-keten, de organisaties uit de tenuitvoerleggingsketen, en afhankelijk vanhet onderwerp ook andere uitvoeringsorganisaties uitvoerig beschreven.Ook de betrokkenheid van de wetenschap kwam daarbij aan bod. DeTweede Kamer heeft in 2024 ondersteuning door de wetenschapingeroepen bij de voorbereiding van de schriftelijke behandeling van deeerste vaststellingswet. Deze ondersteuning is geboden door vieruniversiteiten (de Radboud Universiteit, de Erasmus UniversiteitRotterdam, de Universiteit Utrecht en de VU Amsterdam). Naast deondersteuning tijdens de schriftelijke behandeling hebben deze universi-teiten in de periode oktober-november 2024 ook vier colleges over hetnieuwe Wetboek van Strafvordering verzorgd aan de Vaste commissievoor Justitie en Veiligheid in de Tweede Kamer. Dit ter voorbereiding opde mondelinge behandeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9183 In het navolgende wordt een actueel overzicht gegeven van de verschil-lende wetsvoorstellen.2.2 Eerste vaststellingswet (Boeken 1 tot en met 6) De vaststellingswetgeving vormt de kern en het hoofdbestanddeel van hetwetgevingsproject. De andere sporen zijn daaraan dienstbaar. Het nieuweWetboek van Strafvordering bestaat, evenals het huidige wetboek, uitverschillende boeken die, na het eerste boek over strafvordering in hetalgemeen, de verschillende fasen van het strafproces regelen (opsporing,vervolging, berechting, rechtsmiddelen en enkele bijzondere regelingen).De nieuwe Boeken 1 tot en met 6 zijn opgenomen in de «eerste vaststel-lingswet». Dit wetsvoorstel is op 21 maart 2023 ingediend bij de TweedeKamer.3 In dit wetsvoorstel zijn de Boeken 7 en 8 gereserveerd (ziedaarover 2.3).Ten tijde van de negende voortgangsrapportage in januari 2024 was deTweede Kamer ongeveer op twee derde deel van de schriftelijke behan-deling. De verslagen over de Boeken 1 tot en met 4 waren toen vastge-steld. Kort daarna zijn ook de verslagen over de Boeken 5 en 6 vastgestelddoor de Tweede Kamer (26 januari en 9 februari 2024). Onze ambtsvoor-gangers hadden met de Vaste Commissie voor Justitie en Veiligheidafgesproken dat na vaststelling van het laatste verslag één nota naaraanleiding van deze zes verslagen zou worden opgesteld waarin antwoordwerd gegeven op alle vragen van de Tweede Kamer. De 783 vragen van deTweede Kamer over de Boeken 1 tot en met 6 zijn beantwoord in de notanaar aanleiding van de verslagen, die op 1 juli 2024 is ingediend bij deTweede Kamer.43Kamerstukken II 2022/23, 36 327, nr. 2.4Kamerstukken II 2023/24, 36 327, nr. 11.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9184 Het nieuwe kabinet trad kort na indiening van die nota aan. De TweedeKamer had de acht data voor de mondelinge behandeling van de eerstevaststellingswet begin februari 2024 al in de agenda gezet. Er zijn vanaf20 januari 2025 zes maandagen gepland voor zes wetgevingsoverleggen(WGO’s). Per boek zal een WGO worden gehouden. Na die zes WGO’svolgen twee plenaire behandelingen op woensdag 19 en woensdag26 maart 2025. Deze tijdige agendering heeft ruimte geboden voor eengoede voorbereiding van de mondelinge behandeling van dit grotewetsvoorstel.Voor de Tweede Kamer bestond de voorbereiding op de mondelingebehandeling onder meer uit het volgen van vier colleges van de onder-steunende universiteiten, zoals hierboven al aan de orde kwam. Ook heeftde Tweede Kamer gesproken met de organisaties in de strafrechtsketen,die daarvoor ook position papers hebben opgesteld. Vanuit het Ministerievan Justitie en Veiligheid wordt op 10 december 2024 een technischebriefing verzorgd in de Tweede Kamer over dit wetsvoorstel. Die ziet metname op het proces en de verhouding van de verschillende wetsvoor-stellen tot elkaar.Wij zijn de rapporteurs Ellian en Helder en de leden van de verschillendefracties die inbreng hebben geleverd zeer erkentelijk voor de gedegenvoorbereiding van de schriftelijke behandeling van dit belangrijkewetsvoorstel en voor de planning van de mondelinge behandeling. Wekijken ernaar uit om, vergezeld door de regeringscommissaris professorKnigge, met de leden van de Tweede Kamer het debat over ditwetsvoorstel te voeren in de eerste maanden van 2025.2.3 Tweede vaststellingswet (Boeken 7 en 8) In de tweede vaststellingswet is de inhoud van de Boeken 7 (tenuitvoer-legging) en 8 (internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking)opgenomen. Zoals hierboven vermeld is de plek voor die boeken algereserveerd in de eerste vaststellingwet. De Boeken 7 en 8 omvatten debestaande boeken over respectievelijk de «Internationale en Europesestrafrechtelijke samenwerking» (Vijfde Boek) en de «Tenuitvoerlegging»(Boek 6) van het huidige Wetboek van Strafvordering, die in 2017 zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9185 herzien. Deze twee boeken zijn, ook in samenwerking met de ketenorgani-saties, omgezet naar de Boeken 7 en 8. Deze omzetting ziet met name opde inhoudelijke afstemming van deze twee boeken op de Boeken 1 tot enmet 6 en op het omnummeren van de artikelen in deze twee boeken.Daarnaast zijn ook wetssystematische verbeteringen doorgevoerd en zijnde ervaringen uit de praktijk met deze herziene boeken meegenomen.Op het moment van schrijven van de negende voortgangsrapportagewerd gewerkt aan de verwerking van de formele consultatieadviezen overdit wetsvoorstel in het voorstel en de memorie van toelichting. Ditwetsvoorstel is daarna begin april 2024 voor advies voorgelegd aan deAfdeling advisering van de Raad van State. Op 21 augustus 2024 volgdehet advies van de Raad van State over de tweede vaststellingswet.5 DeRaad van State plaatste in zijn qua omvang beperkte advies met alspositief dictum B een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseerdedaarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamerzou worden ingediend. Dit maakte dat wij dit advies op redelijk kortetermijn hebben kunnen verwerken in het voorstel en de memorie vantoelichting. De gemaakte keuzes zijn toegelicht in het nader rapport. Ditnader rapport is samen met het wetsvoorstel van de tweede vaststel-lingswet en de memorie van toelichting op 18 oktober jl. bij de TweedeKamer ingediend.6 Inmiddels heeft de Tweede Kamer de inbrengdatumvoor het verslag bij de tweede vaststellingswet vastgesteld op12 december 2024. De Tweede Kamer besloot eerder om rapportages vande universiteiten over de Boeken 7 en 8 achterwege te laten en om demondelinge behandeling van de tweede vaststellingswet mee te nemenbij het plenaire debat over het Wetboek van Strafvordering na dewetgevingsoverleggen in het voorjaar van 2025.2.4 Eerste aanvullingswet Het aanvullingsspoor van dit wetgevingsproject bestaat uit aanvullings-wetten. De functie van aanvullingswetten is, zoals aangegeven in devoorgaande voortgangsrapportages, dat nog in aanvullingen en wijzi-gingen in het nieuwe wetboek kan worden voorzien zonder dat devoortgang van de behandeling van de twee vaststellingswetten vertragingoploopt. Dat laatste komt overeen met de door de Tweede Kameraangenomen motie Ellian,7 waarin het belang van een voortvarendebehandeling van het nieuwe wetboek wordt benadrukt en de regeringwordt verzocht het wetsvoorstel tot vaststelling van het nieuwe Wetboekvan Strafvordering zo spoedig mogelijk naar de Tweede Kamer te sturen,hetgeen inmiddels is gebeurd.Benodigde wijzigingen en aanvullingen in het nieuwe wetboek worden viahet aanvullingsspoor in een apart wetsvoorstel in procedure gebracht. Hetgaat om een wetsvoorstel waarvan de inhoud bij de inwerkingtreding vanhet nieuwe wetboek daarin wordt verwerkt. Het nieuwe wetboek is dan upto date bij de inwerkingtreding ervan. Een aanvullingswetsvoorstel volgtde volledige wetgevingsprocedure, waarbij dat wetsvoorstel na consul-tatie en advisering door de Afdeling advisering van de Raad van Statedoor de Tweede en Eerste Kamer wordt behandeld. Uitgangspunten voorde inrichting van het aanvullingsspoor zijn dat de vaststellingswetgevingde hoofdstructuur en systematische samenhang in het nieuwe wetboekgeeft, dat het wenselijk is dat de parlementaire behandeling van devaststellingswetten voortvarend kan plaatsvinden en dat aanpassingendie (afgezet tegen het geheel) betrekking hebben op een beperkt5Raad van State, No. W16.24.00091/II, 21 augustus 2024.6Kamerstukken II 2024/25, 36 636, nrs. 2 en 3.7Kamerstukken II 2020/21, 29 279, nr. 667.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9186 onderdeel, niet tot vertraging in de parlementaire behandeling van devaststellingswetgeving als geheel hoeven te leiden.Er kunnen, zoals aangegeven in de vorige voortgangsrapportages,meerdere aanleidingen zijn om een onderwerp mee te nemen in hetaanvullingsspoor. Een eerste aanleiding om te kiezen voor een aanvul-lingswet vormen de in de eerste vaststellingswet gereserveerde onder-delen. Het gaat bijvoorbeeld om onderdelen die zijn gereserveerd omdatWODC-onderzoek moet worden verwerkt (dat is bijvoorbeeld het geval bijhet onderwerp strafvordering op zee en in de lucht).In een aanvullingswet kan ook rekening worden gehouden met wensenvanuit de Tweede Kamer. Zo hebben schriftelijke vragen van de TweedeKamer in de verslagen over de eerste vaststellingswet inmiddels al geleidtot wijzigingen in de eerste aanvullingswet. Het aanvullingsspoor biedt(via de tweede aanvullingswet) desgewenst ook de mogelijkheid omvoorgestelde wijzigingen van het parlement bij de mondelinge behan-deling van de eerste vaststellingswet, die bijvoorbeeld doorwerken inmeerdere onderdelen van het nieuwe wetboek of op onderdelensystematisch complex zijn, via het traject van een aanvullingswet in tepassen in het nieuwe wetboek. Via deze weg kunnen de wijzigingen metde ketenpartners worden uitgewerkt en op de consequenties voor deuitvoering worden bezien en maakt advisering door de Raad van Stateonderdeel uit van de wetgevingsprocedure. Op deze wijze kan dewetssystematische samenhang van de gewenste wijziging wordengewaarborgd.Ten tijde van de vorige voortgangsrapportage werd nog gewerkt aan deambtelijke voorbereiding van de eerste aanvullingswet. Ook op dit dossieris het afgelopen jaar de nodige voortgang geboekt. Zo zijn het concept-wetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting op 8 mei 2024in formele consultatie gegeven voor een periode van vier maanden. Op ditmoment wordt gewerkt aan de verwerking van de ontvangen consultatie-adviezen. Wij streven ernaar om deze eerste aanvullingswet in het eerstekwartaal van 2025 voor advies voor te leggen aan de Afdeling adviseringvan de Raad van State.De eerste aanvullingswet is een omvangrijk wetsvoorstel met daarin eenachttal relatief grote onderwerpen:1.Regeling van procesafsprakenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9187 2.Strafvorderlijke gegevensverwerking3.Aanpassingen van bepalingen over het onderzoek met betrekking tothet lichaam4.Verbetering van de regeling van de buitengerechtelijke afdoening5.Aanpassing van enkele onderdelen van de deskundigenregeling6.Strafvordering op zee en in de lucht7.Herstructurering van (bijzondere) voorwaarden en het toezicht op denaleving daarvan8.Vormgeving van het vernietigen van gegevens als strafrechtelijkemaatregel.Naast deze relatief wat grotere onderwerpen bevat de eerste aanvul-lingswet ook een viertal kleinere, veelal meer technische onderwerpen:1.Aanpassing van artikel 1.1.1 in verband met de doorwerking van hetinternationaal recht2.Aanpassing van de regels met betrekking tot het bewaren vansporendragers3.Introductie van een heimelijke bevoegdheid tot het inloggen metrechtmatig verkregen gegevens op een elders aanwezig geautomati-seerd werk4.Regels over het verstrekken van niet-strafbare gegevens na inbeslag-neming.Ook worden in de eerste aanvullingswet enkele omissies uit de tweevaststellingswetten hersteld en worden recente wijzigingen in het huidigeWetboek van Strafvordering doorgevoerd in het nieuwe wetboek.2.5 Invoeringswetten Het invoeringsspoor van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordtgevormd door de invoeringswet en de invoeringsrijkswet. De invoerings-wetgeving bestaat uit verschillende onderdelen. Een belangrijk onderdeelwordt gevormd door het overgangsrecht. Het antwoord op de vraag welkrecht na inwerkingtreding van het nieuwe wetboek toepasselijk is op eenconcrete proceshandeling of processituatie in lopende strafzaken – hetnieuwe of het oude recht – wordt bepaald door de regels van hetovergangsrecht. Doordat het nieuwe wetboek in één keer wordtingevoerd, wordt de duur van het overgangsrecht zo kort mogelijkgehouden. De concepten voor het overgangsrecht van de Boeken 1 tot enmet 6 zijn in 2022 en 2023 met de betrokken ketenpartners besproken. Hetafgelopen jaar is het overgangsrecht voor de Boeken 7 en 8 in conceptaan die ketenpartners voorgelegd. De invoeringswet regelt uiteindelijk hetcomplete overgangsrecht voor alle boeken van het nieuwe wetboek diezijn opgenomen in de vaststellingswetten.Een tweede onderdeel van de invoeringswetgeving betreft de aanpassingvan andere wetten aan het nieuwe Wetboek van Strafvordering (aanpas-singswetgeving). Het gaat om 130 andere wetten die worden gewijzigd,waaronder het Wetboek van Strafrecht, de Wet wapens en munitie, deWegenverkeerswet 1994 en de Opiumwet. Ook de concepten van deaanpassingswetgeving zijn in samenspraak met de ketenpartnersopgesteld.In een aparte invoeringsrijkswet worden de diverse wijzigingen in derijkswetten doorgevoerd. We streven ernaar beide invoeringswetten (deinvoeringswet en de invoeringsrijkswet) in het derde kwartaal van 2025 informele consultatie te geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9188 2.6 Planning wetgevingssporen In onderstaand schema is de stand van zaken en de voorlopige planningvan de eerstvolgende stap in de verschillende wetgevingssporen in ditwetgevingsproject opgenomen:SpoorWetgevingStand van zakenVolgende stapInnovatiespoorInnovatiewet Strafvordering(Kamerstukken 35 869)In werking getreden op 1 oktober 2022 (Stb.2022, 276) en in september 2024 zijn deevaluatierapporten verschenen. Deze zijnverstuurd naar Tweede Kamer en EersteKamerVerlengings-voorstel in procedure brengen (indiening bij deTweede Kamer voor 30 september 2025).Uitkomsten evaluatie verwerken in tweedeaanvullingswetVaststellings-spoorEerste vaststellingswet(Kamerstukken 36 327)Nota naar aanleiding van de verslageningediend bij de Tweede Kamer in juni 2024Mondelinge behandeling Tweede Kamer in demaanden januari, februari en maart 2025 (6WGO’s en 2 plenaire behandelingen)Tweede vaststellingswet(Kamerstukken 36 636)18 oktober 2024 ingediend bij de TweedeKamerSchriftelijke inbreng voor verslag op12 december 2024.Aanvullings-spoorEerste aanvullingswetFormele consultatie afgerond in oktober 2024Aanbieden voor advies aan de Raad van State;verwacht in Q1 2025Tweede aanvullingswetAmbtelijke voorbereiding in samenwerkingmet ketenorganisatiesFormele consultatie verwacht in Q3 2025Invoerings-spoorInvoeringswetAmbtelijke voorbereiding in samenwerkingmet ketenorganisatiesFormele consultatie verwacht in Q3 2025RijksinvoeringswetAmbtelijke voorbereiding in samenwerkingmet ketenorganisatiesFormele consultatie verwacht in Q3 2025 2.7 De algemene maatregelen van bestuur onder het nieuwe Wetboek vanStrafvordering De eerste vaststellingswet bevat ruim 120 delegatiebepalingen. Ook in detweede vaststellingswet zijn diverse delegatiebepalingen opgenomen. Opbasis hiervan moeten nieuwe algemene maatregelen van bestuur wordenopgesteld. De prioriteit ligt daarbij bij de uitvoeringsbesluiten die voor deinwerkingtreding van het nieuwe wetboek noodzakelijk zijn. Voor een deelbetreft het omzetting en modernisering van bestaande algemenemaatregelen van bestuur onder het huidige wetboek.In 2024 is gewerkt aan de concepten van deze algemene maatregelen vanbestuur. Een groot deel hiervan is al voorgelegd aan en besproken met debetrokken ketenpartners. De volgende stap is formele consultatie. Wijstreven ernaar om de vaststellingsbesluiten onder de Boeken 1 tot en met8 in het tweede kwartaal van 2025 gereed te hebben voor formeleconsultatie. De noodzakelijke uitvoeringsbesluiten voor nieuwe delegatie-grondslagen in de aanvullingswetten en de noodzakelijke invoeringsbe-sluiten (waarin algemene maatregelen van bestuur die hun grondslag inandere wetten vinden worden aangepast, en waarin zo nodig inovergangsrecht wordt voorzien) volgen daarna.3. De Innovatiewet Strafvordering Op 1 oktober 2022 is de Innovatiewet Strafvordering in werking getreden.Zoals uitvoerig beschreven in eerdere voortgangsrapportages biedt dezewet, vooruitlopend op het nieuwe Wetboek van Strafvordering, demogelijkheid om een vijftal nieuwe onderwerpen alvast te beproeven inde praktijk. Het gaat daarbij om mediation in strafzaken, de prejudiciëleprocedure in strafzaken, uitbreiding van de bevoegdheden van dehulpofficier van justitie, een aantal nieuwe digitale bevoegdheden nabeslag en het gebruik van beeld en geluidmateriaal (AVR). Deze mogelijk-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9189 heden uit de Innovatiewet zijn opgenomen in Titel X van het Vierde Boekvan het huidige Wetboek van Strafvordering (artikelen 553 t/m 574).De Innovatiewet kent een duur van drie jaar en eindigt daarmee op30 september 2025. Op basis van de evaluatie (zie daarover het navol-gende) kan worden besloten om bij wet de werkingsduur van bepalingenuit deze wet te verlengen. Met de verlenging kunnen de wettelijkebepalingen die de Innovatiewet heeft geïntroduceerd worden geconti-nueerd tot de inwerkingtreding van (de corresponderende regelingen in)het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Voorwaarde daarvoor is dat vóórde datum van het vervallen van de Innovatiewet een wetsvoorstel bij deTweede Kamer is ingediend dat strekt tot verlenging van een of meer vande artikelen. Voor het merendeel van de onderwerpen uit de Innovatiewetgeldt dat zij ook al zijn opgenomen in de eerste vaststellingswet.Evaluatie en BeleidsreactieMet bovengenoemde vijf onderwerpen is de afgelopen twee jaar gewerktin pilots, die inmiddels zijn geëvalueerd door het WODC. Op 3 oktober2024 is deze evaluatie aan uw Kamer aangeboden. De evaluatie heeftplaatsgevonden in twee deelonderzoeken.8 In december 2024 ontvangt ude toegezegde beleidsreactie.De evaluatie heeft ons belangrijke inzichten geboden ten aanzien van dezevijf (mogelijke) nieuwe onderdelen van het nieuwe Wetboek van Strafvor-dering. Deze inzichten brengen ons, na daarover met de betrokkenorganisaties gesproken te hebben, tot de volgende drie samenvattendeconclusies.Ten eerste zien wij op basis van de uitkomsten van de evaluatie en hetcontact met de betrokken organisaties geen noodzaak om de pilots teverlengen. Het verlengen van een pilot gaat in beginsel hand in hand meteen evaluatiemoment en dus ook met registratie van data en monitoring.Op dit moment zien wij onvoldoende toegevoegde waarde van eentweede evaluatie van daartoe verlengde pilots, omdat wij geen redenhebben om aan te nemen dat dit ons nieuwe inzichten biedt, terwijl dit,zoals uit ervaring is gebleken, wel de nodige inzet vraagt van de betrokkenketenorganisaties.Ten tweede, ten aanzien van de verlenging van de Innovatiewet, zullen wijeen voorstel indienen om bij wet de werkingsduur van het merendeel vande bepalingen te verlengen tot aan de inwerkingtreding van het nieuwewetboek. Dit geldt ten aanzien van de prejudiciële procedure (Eersteafdeling van Titel X), vastleggen en kennisnemen van gegevens nainbeslagneming (Tweede afdeling), AVR (Derde afdeling, minus deartikelen die zien op het onderdeel AVR ter zitting), de hulpofficier vanjustitie voor zover het gaat om de bevoegdheden tot teruggave vaninbeslaggenomen voorwerpen (Vierde Afdeling) en mediation (Vijfdeafdeling).Met de voorbereiding van het verlengingswetsvoorstel zal spoedigworden gestart waarbij de gebruikelijke procedure zal worden gevolgdvan informele en formele consultatie, advies Raad van State en parlemen-taire behandeling in Tweede en Eerste Kamer.8De rapporten «Evaluatie pilots Innovatiewet Strafvordering – Prejudiciële procedure enMediation in Strafzaken» en «Evaluatie Innovatiewet Strafvordering Pilots Gegevens na beslag,Audiovisuele registratie en Hulpofficier van Justitie», bijlage bij Kamerstukken II 2024/25,35 869, nr. 31 en Kamerstukken I, 2024/25, 35 869, E.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 91810 Tot slot concluderen wij voor alle bepalingen uit de Innovatiewet dat metde tweede aanvullingswet opnieuw wordt bezien, mede aan de hand vande aanbevelingen uit de evaluatierapporten en de beleidsreactie, welkecorresponderende bepalingen in het nieuwe Wetboek van Strafvorderingworden gehandhaafd of gewijzigd, en welke bepalingen die nu nog alleenin de Innovatiewet voorkomen, in het nieuwe wetboek worden overge-nomen. Daarbij zal zoals gebruikelijk de nodige aandacht worden gegevenaan technische, internationale en juridische ontwikkelingen die op datmoment in de praktijk spelen. De voorbereidingen van de tweedeaanvullingswet zullen zoals gebruikelijk in goed overleg met de betrokkenketenpartners plaatsvinden.4. De structurele uitvoeringsconsequenties Een nieuw Wetboek van Strafvordering heeft implicaties voor de praktijk.In deze paragraaf wordt ingegaan op de structurele uitvoeringsconse-quenties van het nieuwe wetboek. De incidentele implementatiekostenvan het nieuwe wetboek komen in paragraaf 5 aan de orde.De werklasteffecten van de in paragraaf 2 besproken wetsvoorstellen voorde strafrechtketenorganisaties (inclusief tenuitvoerlegging) wordenparallel aan het wetgevingsproject in kaart gebracht in een ketenbredewerkgroep. In de memorie van toelichting bij de invoeringswet zal eenuitvoerige toelichting worden gegeven op het (voorlopige) totaalbeeld vanalle verwachte uitvoeringsconsequenties van structurele aard. Dit beeldomvat de beide vaststellingswetten, de eerste aanvullingswet en deinvoeringswet. De tweede aanvullingswet wordt in een later stadium apartonderzocht. De reden daarvoor is dat de inhoud van die wet nog nietvaststaat.Het onderzoek wijst uit dat sprake zal zijn van beperkte structurelemeerkosten voor enkele organisaties, terwijl andere organisaties rekeninghouden met meer- en minderkosten die per saldo op nul uitkomen. Ditbeeld kan de komende periode verder worden geconcretiseerd, medegezien de voortgang die wordt geboekt bij de uitwerking van de noodza-kelijke algemene maatregelen van bestuur. In aanloop naar de inwerking-treding, die wordt voorzien op 1 april 2029 (zie daarover paragraaf 5),wordt het bestaande beeld periodiek herijkt. Daarover zijn afsprakengemaakt met de betrokken organisaties.In aanvulling op de formele evaluatie van het nieuwe wetboek zullenandere instrumenten worden ingezet om het proces van de implementatiete monitoren en de ervaringen die met het nieuwe wetboek wordenopgedaan in kaart te brengen. Vanaf 2025 wordt, in samenwerking met deimplementatieteams van de strafrechtketenorganisaties, gewerkt aan devoorbereiding van diverse invoeringstoetsen. Verwacht wordt dat daaropnader kan worden ingegaan in de elfde voortgangsrapportage.5. De implementatie Begin 2024 is, na overleg tussen het ministerie en de betrokken keten-partners, de streefdatum van inwerkingtreding van het nieuwe Wetboekvan Strafvordering vastgesteld op 1 april 2029.9 In de negende voort-gangsrapportage is de organisatie beschreven waarmee de implementatiewordt gerealiseerd. In deze rapportage wordt de stand van zaken van deimplementatiewerkzaamheden aangegeven.9Kamerstukken II 2023/24, 29 279, nr. 847.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 91811 Eén van de randvoorwaarden voor tijdige implementatie van het nieuwewetboek is dat de eerste vaststellingswet, de tweede vaststellingswet ende eerste aanvullingswet minimaal drie jaar voor inwerkingtreding (dusomstreeks 1 april 2026) door de Tweede Kamer moeten zijn aanvaard. Deorganisaties in de strafrechtketen hebben namelijk na het «stabiel»worden van de wettekst een periode van drie jaren nodig om de noodza-kelijke aanpassingen te kunnen doorvoeren in systemen voor informatie-voorziening en (keten)werkprocessen, en om personeel op te leiden.Naast invoering van het nieuwe wetboek (en de hierboven bedoeldevervanging van IV-systemen) zijn prioriteiten van de strafrechtketen hetverbeteren van de doorlooptijden van strafzaken en verdere digitalisering.Door het ministerie worden momenteel stappen gezet in het prioriterenvan nieuwe beleids- en wetvoorstellen, zodat de ketenorganisatiesvoldoende ruimte en tijd krijgen om de gestelde doelen te realiseren.Daarbij is het belangrijk dat er keuzes worden gemaakt in de wensen enopdrachten die er de komende jaren richting de ketenpartners komen.10Onlangs hebben de organisaties hun (individuele) implementatieplannenopgesteld. Deze zijn onderling uitgewisseld en besproken met het oog opde verdere samenwerking tussen de organisaties wat betreft onderlingeafhankelijkheden. Mede op basis van de individuele plannen wordtmomenteel een ketenmijlpalenplanning gemaakt. De fases in dezeplanning zijn: analyse, voorbereiding en realisatie, (centrale) implementa-tievoorbereiding, (lokale) implementatie en nazorg (na inwerkingtreding).De organisaties zijn op dit moment vergevorderd in de analysefase waarinzij inventariseren welke aanpassingen in werkprocessen en systemen voorinformatievoorziening moeten worden uitgevoerd om voorbereid te zijnop het werken met het nieuwe wetboek.Aan de hand van deze inzichten hebben de organisaties in de strafrecht-keten ramingen gemaakt van de meerjarige implementatiekosten tot een(nazorg)jaar na invoering van het nieuwe wetboek. Hieruit blijkt dat debeschikbaar gestelde middelen voor de implementatie van het nieuwewetboek van Strafvordering volledig tot besteding zullen komen. Jaarlijksworden op 1 oktober herijkte bestedingsplannen ingediend, op basiswaarvan afspraken over de jaren daarop kunnen worden gemaakt. Hetimplementatiebudget wordt gedurende het proces gemonitord en, indiennodig, bij de reguliere begrotingsmomenten herzien.10Zie ook de brief over de prestaties van de strafrechtketen van 23 september 2024, Kamer-stukken II 2023/24, 29 279, nr. 874.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 91812
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.