KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 23 januari 2025, over Kinderopvang

14 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 543f65bf5574143d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 322KinderopvangNr. 553 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 14 februari 2025 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op23 januari 2025 overleg gevoerd met de heer Nobel, StaatssecretarisParticipatie en Integratie, over:−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 15 april 2024 inzake antwoorden op resterendevragen commissie over de verzamelbrief kwaliteit en veilig-heid kinderopvang (Kamerstuk 31 322, nr. 525) (Kamerstuk31 322, nr. 533);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 29 mei 2024 inzake toelichting op varianten eerstetranche ingroeipad kinderopvangtoeslag 2025 (Kamerstuk31 322, nr. 534);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 30 mei 2024 inzake overzicht dossiers vertrouwens-inspectie 2023 (Kamerstuk 31 322, nr. 536);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 20 juni 2024 inzake onderzoek stelselvarianten enprincipegestuurde regulering (Kamerstuk 31 322, nr. 539);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 18 juli 2024 inzake onderzoek verschillen toezicht enhandhaving kinderopvang (Kamerstuk 31 322, nr. 542);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 26 augustus 2024 inzake aanpak en opzet periodiekerapportage kinderopvangbeleid (Kamerstuk 31 322, nr. 543);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 24 oktober 2024 inzake registers kinderopvang enAVG-vereisten (Kamerstuk 31 322, nr. 545);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 4 november 2024 inzake beantwoording vragen commis-sie over de aanpak en opzet periodieke rapportage kinderop-vangbeleid (Kamerstuk 31 322, nr. 543) (Kamerstuk 31 322,nr. 546);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 11 november 2024 inzake beleidsagenda kinderopvang(Kamerstuk 31 322, nr. 548); kst-31322-553ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5531 −de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 11 november 2024 inzake hoofdlijnenbrief nieuw financie-ringsstelsel kinderopvang: aan de slag! (Kamerstuk 31 322,nr. 547);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 18 november 2024 inzake onderzoeksrapport naarcoronaregelingen kinderopvang (Kamerstuk 35 420, nr. 537);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 2 december 2024 inzake toezicht en handhaving kinderop-vang (Kamerstuk 31 322, nr. 549);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 3 december 2024 inzake onderzoeken ouderparticipatiekinderopvang (Kamerstuk 31 322, nr. 550);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 11 december 2024 inzake nazending onderzoeksrapportbij Kamerbrief inzake ouderparticipatie kinderopvang (Kamer-stuk 31 322, nr. 551);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 17 december 2024 inzake Monitor implementatiekwaliteitseisen kinderopvang 2024 (Kamerstuk 31 322,nr. 552);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 21 januari 2025 inzake wijziging van de Regeling Wetkinderopvang in verband met het verhogen van de kwaliteitvan de gastouderopvang (Kamerstuk 36 513, nr. 19).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,TielenDe griffier van de commissie,PostTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5532 Voorzitter: TielenGriffier: Van den BroekAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Van Eijk, Haage, Paulusma,Rikkers-Oosterkamp, Saris en Tielen,en de heer Nobel, Staatssecretaris Participatie en Integratie.Aanvang 13.00 uur.De voorzitter:Goedemiddag, allemaal. Welkom bij het commissiedebat Kinderopvangvan de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het isaltijd fijn om een goedgevulde tribune te hebben. Welkom aan allemensen die op afstand meekijken. Welkom aan Staatssecretaris Nobel.Uiteraard welkom aan de Kamerleden die dit debat gaan voeren:mevrouw Saris namens Nieuw Sociaal Contract, mevrouw Haage namensGroenLinks-PvdA, mevrouw Paulusma namens D66, mevrouw Van Eijknamens de VVD en mevrouw Rikkers namens de BBB. Is dit uw eerstecommissiedebat, mevrouw Haage?Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Jazeker!De voorzitter:Dan wens ik u heel veel plezier vanmiddag. We kijken uit naar uwbijdrage.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Hartelijk dank.De voorzitter:Alle bijdrages mogen maximaal vijf minuten duren. Ik geef u zes korteinterrupties in de eerste termijn van de zijde van de Kamer. U kunt zelfkiezen of u ze per twee, per drie of zes keer los inzet. Maar ik wil in iedergeval dat ze kort zijn. Daar zal ik u aan proberen te houden. Ik geef alseerste het woord aan mevrouw Saris.Mevrouw Saris (NSC):Voorzitter, dank u wel. Wij constateren net dat we met allemaal vrouwenin dit debat zitten, dus ik hoop dat de Staatssecretaris zich goed voelt indit gezelschap. Ik vervang in dit debat mijn collega Merlien Welzijn.Voorzitter. Vandaag hebben we het over de kinderopvang. Een stelselher-ziening is in voorbereiding. Voor mijn partij is een heel belangrijkeopbrengst hierbij dat vergoedingen voortaan rechtstreeks naar deinstelling gaan. Hierdoor lopen ouders niet meer het risico dat bedragenteruggevorderd worden, met alle ellende van dien. Dat is een under-statement. Toch is mijn fractie ook kritisch over de aangekondigdewijzigingen. De komende vijf jaar wordt er 2,9 miljard in een sectorgestoken zonder dat voor mijn fractie op dit moment zichtbaar is hoe deStaatssecretaris voorkomt dat dit geld een subsidie wordt voor commer-ciële instellingen die vervolgens hun winsten maximaliseren, metprijsstijgingen voor de ouders tot gevolg, en dat terwijl de kinderopvangeen dienst van algemeen economisch belang is. Mijn collega Welzijn heefthier namens Nieuw Sociaal Contract een aparte set vragen overingediend. Vooruitlopend op de beantwoording van die vragen willen wijde Staatssecretaris vragen om alvast aan te geven hoe hij in de stelselwij-ziging ook de staatsregels betrekt en hoe hij voorkomt dat ongewensteeffecten plaatsvinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5533 Voorzitter. Dan ons volgende punt. Diverse professionals, waaronderhoogleraar Janneke Plantenga, maar ook kinderopvangorganisaties,gemeenten die wij hebben gesproken en vakbonden, blijkens de brievendie zij naar de Kamer hebben gezonden, geven aan dat de nieuwebekostigingssystematiek een tweedeling in de samenleving kan veroor-zaken, waarbij de toegang tot kinderopvang alleen nog maar voor mensenmet een middeninkomen of zelfs hoog inkomen bereikbaar is. Ouders meteen laag inkomen komen er straks haast niet meer tussen. Mijn fractie wildaarom graag van de Staatssecretaris weten hoe hij de kinderopvang ziet.Is dit voor hem alleen een arbeidsmarktinstrument of ziet de Staatssecre-taris dit ook breder? Zelf zie ik dat het kinderopvangstelsel, vanvoorschoolse educatie en voorschoolse opvang tot naschoolse opvang enalles wat ertussenin zit, een bijdrage levert aan een kansrijke start voorkinderen. Ik heb zelf jarenlang in Almelo en omstreken gewerkt. Als deStaatssecretaris mooie voorbeelden wil zien, wil ik hem voorstellen omnaar Twente af te reizen. Twente is sowieso mooi. Wij vinden ook datkinderopvang bereikbaar zou moeten zijn voor elk kind. Graag eenreflectie van de Staatssecretaris hierop en misschien ook wel op de reisnaar Twente.De voorzitter:Mevrouw Haage wil een vraag stellen.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):U zegt dat kinderopvang bereikbaar zou moeten zijn voor elk kind.Betekent dat dan ook dat de arbeidseis wat NSC betreft eraf mag?Mevrouw Saris (NSC):Daar kom ik later in mijn bijdrage nog even op terug.De voorzitter:Gaat u verder.Mevrouw Saris (NSC):Als de kinderopvang duurder wordt voor ouders doordat kinderopvangor-ganisaties hun tarieven verhogen, dan willen we dit straks concreetkunnen meewegen in de besluitvorming bij de behandeling van de wet.Daarom hebben we in onze set Kamervragen ook om diverse additionelerekenvoorbeelden gevraagd. Zo kunnen wij ons als fractie voorbereidenop eventuele amendering van de wet, want wij willen dat ouders met eenkleine portemonnee onderaan de streep dezelfde toegang hebben totkinderopvang als ouders met een grote portemonnee. Op die manierkunnen alle kinderen in Nederland een kansrijke start maken en maakt hetdus niet uit waar toevallig je wieg staat. Dat is voor onze fractie eencruciaal punt.Mijn fractie herhaalt de zorgen die ze heeft over het voortbestaan van degastouderopvang. Deze vorm van opvang is cruciaal en onmisbaar voorhet buitengebied en voor mensen met een flexibel beroep. Wat gaat deStaatssecretaris doen om verdere daling van het aantal gastouderbureauste voorkomen?Voorzitter. Het laatste punt dat ik namens mijn fractie wil maken, gaat overhet toezicht en de handhaving. De wereld van de kinderopvang is bijuitstek een leefwereld. Niks is zo kostbaar als je kind en dus moeten demensen aan wie je de zorg op dat moment toevertrouwt, goed en veiligzijn. De wereld van toezicht en handhaving lijkt op sommige punten ver afte staan van de realiteit. Kan de Staatssecretaris aangeven hoevoorkomen wordt dat toezicht en handhaving de relatie met de realiteitverliezen en een gortdroge vinklijst en een exercitie worden? Dat is vooronze fractie een belangrijk punt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5534 Voorzitter, tot slot. Voor mijn partij is het heel belangrijk dat vergoedingenvoortaan rechtstreeks naar instellingen gaan, waardoor ouders niet meerhet risico lopen dat bedragen teruggevorderd worden. We hebben nogveel vragen aan de Staatssecretaris en ik ben dan ook benieuwd naar debeantwoording.Tot zover mijn bijdrage. Dank u wel.De voorzitter:Ik weet al wat mevrouw Haage gaat vragen. Volgens mij heeft u nog eenantwoord op uw vraag gemist.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Jazeker. Maar als het me een tweede interruptie kost, dan ga ik het nietopnieuw vragen.De voorzitter:Nee, ik wilde net zeggen dat ik er geen extra interruptie voor ga rekenen,want u had de vraag al gesteld.Mevrouw Saris (NSC):Mijn collega Haage stelde een vraag over de arbeidseis. In de brief van deStaatssecretaris zie ik dat er bij de fundamentele kenmerken onder andereingegaan wordt op de initiële en periodieke toetsen op de voorwaarden,waaronder de arbeidseis. Verder in de brief staat dat de arbeidseis behelstdat een ouder betaalde arbeid moet verrichten, maar er zit ook wat ruimtein als het gaat over het traject van werk naar werk. Mijn fractie is ook welbenieuwd naar de beantwoording van de Staatssecretaris ten aanzien vanhet wetgevingsproces en hoe wordt gekeken naar de arbeidseis en ofmensen die in de Participatiewet of bijvoorbeeld in de WIA zitten, hier ookaan kunnen voldoen.De voorzitter:Als mevrouw Haage hier niet verder op wil interrumperen, dan geef ikmevrouw Paulusma nog even de gelegenheid om een interruptie teplegen.Mevrouw Paulusma (D66):Ik heb met heel veel interesse naar de bijdrage van NSC geluisterd. Ik hebook nog even exact de zin uit het hoofdlijnenakkoord tevoorschijngetoverd. In het hoofdlijnenakkoord staat letterlijk: «De stelselherzieningkinderopvang (bijna gratis voor werkende ouders en overheveling naarinstellingen) wordt doorgezet.» In de chaos die we de afgelopen periodemet dit kabinet hebben doorgemaakt, is het hoofdlijnenakkoord in iedergeval voor mij nog een houvast. Ik hoop dat dat ook voor NSC geldt. Als iknaar de woordvoering van mevrouw Saris luister, denk ik: is dit nouhetzelfde als wat in het hoofdlijnenakkoord staat en wat de opdracht isvan deze Staatssecretaris? Of heeft NSC een andere kijk op wat hier staat?Mevrouw Saris (NSC):Het moge duidelijk zijn dat NSC in zijn verkiezingsprogramma iets anderebewoordingen had. De NSC-fractie staat nog steeds ten volle achter hetverkiezingsprogramma, maar voor onze fractie geldt ook het hoofdlijnen-akkoord. Afspraak is afspraak. Binnen die afspraken zullen wij opereren.Echter, het staat onze fractie in dit proces vrij om vragen te stellen aan deStaatssecretaris, want Nieuw Sociaal Contract vindt het ook belangrijk datwij weloverwogen beslissingen nemen ten aanzien van de hele stelselher-ziening. Ik vind ook niet dat wij de ogen moeten sluiten voor de signalendie wij uit het werkveld krijgen. Dat neemt niet weg dat het hoofdlijnenak-koord de afspraak is waar Nieuw Sociaal Contract zich aan houdt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5535 De voorzitter:Dan komen we toe aan de bijdrage van mevrouw Haage namens defractie van GroenLinks-PvdA. Dit is haar eerste bijdrage in een commissie-debat, dus veel succes.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Dank. Voorzitter. Ieder kind verdient een goede start. GroenLinks-Partij vande Arbeid heeft als ambitie om kinderopvang als gratis basisvoorziening,toegankelijk voor alle kinderen, te organiseren in onze samenleving.Daarmee bestrijden we de ongelijkheid die er nu is tussen kinderen. Datdoen we door het in te zetten als een ontwikkelinstrument voor dezekinderen, naast als een arbeidsmarktinstrument voor ouders en gezinnenom werk en zorg goed te kunnen combineren.Complimenten aan de Staatssecretaris voor het al verrichte werk in dierichting. Goed dat we stappen zetten naar een kinderopvang die bijnagratis is. Je zou kunnen zeggen dat we er voor 96% blij mee zijn, maarvoor 4% nog niet helemaal. Voor GroenLinks-Partij van de Arbeid is deeindstip een kinderopvang als publieke voorziening die voor iedereengratis is, net zoals bij het onderwijs en net zoals bij de pilot in Zeeuws-Vlaanderen. Van de toeslagen willen we hier, denk ik, allemaal af. Het istijd om het vertrouwen in de overheid te herstellen.Maar als we dat doortrekken, dan zouden de kinderopvang en de bso tochvoor alle kinderen, en dus ook voor alle ouders, moeten zijn? Ik noembijvoorbeeld iemand die vrijwilligerswerk gaat doen vanuit een uitkering.Waarom wordt er zo vastgehouden aan de arbeidseis? Hoeveel kost heteigenlijk om die in stand te houden, uitgedrukt in euro’s en capaciteit?Moeten we het niet gewoon veel simpeler maken voor de uitvoering? Watscheelt het aan kosten om de arbeidseis voor beide ouders uit deuitvoering te halen?Straks gaat er 3 miljard extra publiek geld naar de sector. Mijn collega vanNSC zei dat ook. Dan moeten we er ook voor zorgen dat dit niet in dezakken van profiteurs verdwijnt.De voorzitter:Mevrouw Haage, stopt u maar even. Nu klinkt de stembel. Die duurt eenminuut. Wij kunnen u wel verstaan, maar mensen die op een afstandmeekijken, vinden dat heel lastig. Die kunnen gewoon niet goed volgenwat u zegt. Dus we wachten gewoon even tot hij voorbij is.Ik nodig u uit om te hervatten.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Dank. Straks gaat er 3 miljard extra publiek geld naar de sector. Danmoeten we er met elkaar ook voor zorgen dat dit niet in de zakken vanprofiteurs verdwijnt. Is de Staatssecretaris het ermee eens dat wevoorwaarden mogen stellen aan het besteden van zo veel overheidsgeld?Staat hij open voor een maximering van de salarissen van bestuurders,zoals bij de Wet normering topinkomens? Ik overweeg hierover een motie.Voorzitter. Dan de toegankelijkheid. De kinderopvang is een van degrootste kostenposten van ouders. Per maand kan de opvang zomaarduizenden euro’s kosten. GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft vorig jaarnog geregeld dat het uurtarief dat de overheid vergoedt, zou gaan stijgen.Dit kabinet draait die maatregel voor een groot deel terug. Dat raaktvooral mensen met een laag of middeninkomen. Wat gaat de Staatssecre-taris doen voor deze ouders? Het is voor hen namelijk een hele pijnlijkemaatregel. Is dat misschien een maximum aan het uurtarief voor dekinderopvangorganisaties, zoals de wethouders van de G4 voorstellen? Ofgaat de vergoeding omhoog? Wat wordt het ingroeipad naar bijna gratis,voor als we naar die 96% gaan? Als het aan ons ligt, geeft dit kabinet lageen middeninkomens prioriteit boven de allerrijksten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5536 Hoe ziet u de samenwerking met onderwijs en gemeenten? Ik noembijvoorbeeld de toegankelijkheid voor kinderen met een beperking ensamenwerking met het speciaal onderwijs. Dat ligt nu bij de lokaleoverheid. Wat is eigenlijk de ambitie van de Staatssecretaris op dit vlak?Voorzitter. Ouders hebben te maken met lange wachtlijsten. Ik zie dat deStaatssecretaris hard aan het lopen is om de personeelstekorten terug tedringen. Maar hebben we nu alles in kaart? Ik heb nog niks gezien overwerkplezier – dat moet er bij pedagogisch medewerkers zeker ook zijn – deaantrekkelijkheid van het beroep, een goede cao met misschien doorgroeinaar welzijn en/of onderwijs en het regelen van een goed zijinstroom-traject. Hoe staat het daar nu mee? Kijkt u ook naar het verruimen vanouderschapsverlof of misschien wel vaderschapsverlof om de ratio in desector te beïnvloeden? We moeten onze kinderopvangmedewerkers eerlijkwaarderen voor het harde en belangrijke werk dat ze doen. Eén pedago-gisch medewerker maakt dat zes tot tien ouders kunnen werken. Dat zijnde bouwvakkers, de leraren en de fysiotherapeuten die we nu zo hardnodig hebben op onze arbeidsmarkt.Ik had ook nog vragen over veiligheid en EHBO, maar misschien heb ikgeen tijd meer.De voorzitter:U heeft nog bijna een minuut.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):O, bijna een minuut. Als je je kind naar de opvang brengt, wil je naastliefdevolle opvang en een goed programma ook dat je kind veilig is. Mijnbuurvrouw van NSC had het ook al over toezicht en handhaving en derelatie met de realiteit. De Staatssecretaris heeft zich voorgenomen ommet verschillende verbeteringen aan de slag te gaan, bijvoorbeeldrondom het verduidelijken van de regelgeving en het vergroten van dereflectieve functie van toezicht. We zouden daarin heel graag meege-nomen worden. We krijgen namelijk ook signalen dat de GGD’en,gastouderbureaus en gemeenten te weinig kunnen met de meldingen enberichten die ze krijgen.Daarnaast noem ik bijvoorbeeld de kwaliteitseisen over het doen vanEHBO-opleidingen. Er is een wildgroei aan opleidingen. Daarover zoudenwe graag meer informatie krijgen. Landen de uitkomsten in eenwetsvoorstel over meldplicht bij incidenten of niet? Daar zijn we heel ergbenieuwd naar.Dat was het einde.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Haage. Ook een beetje gefeliciteerd. Ik weet dat deofficiële maidenspeech in de plenaire zaal is, maar toch. We gaan luisterennaar de bijdrage van mevrouw Paulusma namens D66.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Gefeliciteerd, mevrouw Haage, met de semimai-denspeech.Voorzitter. Iedere dag vertrouwen honderdduizenden ouders op dekinderopvang zodat ze zorgeloos kunnen werken en hun kinderenspelenderwijs kunnen leren. Ik ben blij dat het voornemen waar D66 zohard voor gestreden heeft, blijft staan: de kinderopvang wordt bijna gratis.Dat is een belangrijke stap op weg naar een publieke voorziening, net alsbasisscholen en middelbare scholen, en om voor altijd af te stappen vandie verschrikkelijke, onzekere kinderopvangtoeslag en te werken aanvertrouwen.Voorzitter. Ik vraag me echter wel zeer af of we de invoeringsdatum van2027 gaan halen. De Staatssecretaris moet wat D66 betreft echt haastmaken, want er moet voor die tijd nog zo veel gebeuren. Ik noem eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5537 aantal dingen: het aanwijzen van een uitvoerder, een programma vooreisen voor gegevensuitwisseling, het kiezen van een financieel toezicht-houder, een uitvoeringstoets, een staatssteuntoets, de internetconsultatieen – deze is misschien nog wel het allerbelangrijkste – een zorgvuldigebehandeling in de Kamer. Daarbij komt nog alles wat kinderopvangorgani-saties in orde moeten brengen in de praktijk. Dat delen zij vandaag, denkik, zowel vanaf de publieke tribune als in onze eerdere gesprekken.Daarom zou ik heel graag een harde tijdlijn willen met cruciale momentenvoor wanneer deze punten gehaald moeten worden om in 2027 aan deslag te kunnen. Ik wil graag weten van de Staatssecretaris wanneer wedeze tijdlijn kunnen ontvangen. Kinderopvang – dat zei mijn collega ook –moet betaalbaar blijven, juist voor de lage- en middeninkomens. Wekunnen niet miljarden pompen in een privaat systeem en dan achterafklagen dat er te veel winst is gemaakt. Ik vind daarom dat er een prijs-plafond moet komen. De Staatssecretaris lijkt dat gelukkig ook te beseffen.Hij schrijft in zijn brief over monitoring, zelfregulering en een wettelijkebevoegdheid om in te grijpen. Kan hij dit verder toelichten? Hoe kijkt hijtegen een prijsplafond aan? Voor onze fractie is dit van cruciaal belang.De voorzitter:Voor u verdergaat, mevrouw Paulusma, heeft mevrouw Van Eijk een vraagvoor u.Mevrouw Van Eijk (VVD):Een terecht punt ten aanzien van de krapte, de toenemende vraag, en dusook de prijsontwikkeling in de sector. D66 stelt voor om een prijsplafondin te stellen. Ik denk niet dat dat heel erg eenvoudig is, dat het bestcomplex zou kunnen zijn. Hoe verhoudt zich dat tot het tijdpad en deambitie die we met elkaar hebben uitgesproken om het stelsel op 1-1-27 telaten ingaan?Mevrouw Paulusma (D66):Ik herinner me de epische woorden, niet van mevrouw Van Eijk van deVVD maar wel van de Minister-President, die over dit kabinet en hethoofdlijnenakkoord zei: het kan wel. Dus ik zou zeggen: wees net zoambitieus als de Minister-President. Herhaal de woorden: het kan wel.Laat je niet in de weg zitten door allerlei problemen. Wij zijn zeker deberoerdste niet. Als iets niet kan, denken we heel graag mee. Maar latenwe niet nu, bij het begin al, de ambities omlaag schroeven.De voorzitter:Gaat u verder, mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Voorzitter. Tot slot. Dit zal de voorzitter in haar andere rol wellicht ookaanspreken. Ik wil namelijk mijn zorgen uitspreken over de vaccinatie-graad in Nederland. Vorige week bleek nog dat twaalf kinderen inWest-Brabant besmet zijn met mazelen. Ook kinkhoest neemt toe. Er zijnnu ouders die ervoor kiezen om hun kinderen de eerste veertien maandenniet naar de opvang te brengen vanwege deze vreselijke ziektes. Samenmet de VVD heb ik daarom een initiatiefvoorstel in consultatie gebrachtom bij een te lage vaccinatiegraad kinderen wel te kunnen beschermen envaccinaties ook als voorwaarde voor toelating te kunnen stellen. We zienom ons heen, in Frankrijk, Italië en Australië, dat het werkt, dat devaccinatiegraad stijgt. Wat mij betreft is het belangrijk om dit ookvandaag, in dit debat, te noemen.Voorzitter. Kinderopvang moet simpeler en zekerder, moet toegankelijkblijven voor mensen met een kleine portemonnee, en veilig zijn voor allekinderen. Laten we daarvoor alles op alles zetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5538 De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we toe aan de bijdrage van mevrouw Van Eijknamens de VVD-fractie.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank u wel, voorzitter. Een belangrijke aanbeveling van de parlementaireenquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening betreft het afschaffenvan de toeslagen. De grootste urgentie zit bij het aanpassen van dekinderopvangtoeslag, vanwege het dynamische karakter en de grotebedragen die teruggevorderd kunnen worden. De VVD is voorstander vaneen nieuwe financieringssystematiek waarin de vergoeding voorkinderopvang direct aan kinderopvangorganisaties wordt uitgekeerd. Indit debat wil ik wat langer bij de voorgestelde nieuwe financieringssyste-matiek stilstaan.Voorzitter. Het bijna gratis maken van kinderopvang zorgt ervoor datwerken in één klap meer gaat lonen voor werkende ouders. Durekinderopvang is slecht voor de portemonnee van gezinnen. De extrakosten van een dag kinderopvang worden genegeerd in de overheids-cijfers over de marginale druk, terwijl deze kosten rechtstreeks verbandhouden met de keuze om meer te werken. De extreem hoge marginaledruk voor kinderopvang wordt nu gelukkig opgelost. Het bijna gratismaken van de kinderopvang is een flinke stap in het vergroten van debestaanszekerheid van veel werkende ouders.Het aanbod in de sector stijgt gestaag, maar is nog onvoldoende. Er zijnwachtlijsten en wachttijden. Mensen die werken moeten niet in dewachtrij staan voor een plek bij de kinderopvang. Er wordt hard gewerktaan voldoende aanbod in de kinderopvang voor alle ouders. In detussentijd zou wat de VVD betreft voorrang moeten worden geboden aande ouders die het het hardst nodig hebben. Het is immers moeilijker omopvang te regelen als beide ouders voltijds werken. Beter betaalbarekinderopvang heeft een stijging van de vraag tot gevolg. Het aanbod in dekinderopvangsector zal nog meer moeten meegroeien. Personeelste-korten en problemen met het vinden van huisvesting voor opvanglocatiesbemoeilijken dit. De personeelstekorten na de stelselherziening zullenzonder mitigerende maatregelen toenemen. Hierdoor zullen de tarievennaar verwachting stijgen en de wachtlijsten toenemen. Welke concretemaatregelen neemt de Staatssecretaris om dit aan te pakken? Welkeopties worden er verkend voor prijsregulering? Een prijsplafond, zoalsD66 voorstelt, of een maximumuurprijs met een opslag? Is de Staatssecre-taris het eens met de VVD dat we iedereen en elk aanbod nodig hebbenen er geen enkele reden is om partijen uit te sluiten die zich netjes aan dekwaliteitseisen houden?De VVD vindt het belangrijk dat het perspectief van de ouders centraalstaat in het nieuwe financieringsstelsel. Het perspectief van de opvangor-ganisaties en de uitvoerende toezichthouder mogen we echter niet uit hetoog verliezen. Digitale gegevensuitwisseling moet zorgvuldig en efficiëntgebeuren. Hoe voorkomt de Staatssecretaris dat dit een belemmeringgaat worden? De VVD begrijpt dat het ministerie samen met de uitvoerderpotentiële vereenvoudigingen die leiden tot een beter uitvoerbaarstelselontwerp, uitwerkt. Maatregelen gericht op het beperken vanbureaucratie en het verminderen van administratieve lasten voor oudersen kinderopvangorganisaties en van uitvoeringslasten voor de overheidkunnen op onze steun rekenen. We zien de voorstellen hierover graagtegemoet.Voorzitter. Tot slot op dit punt: kan de Staatssecretaris vertellen wat destand van zaken is met betrekking tot de beoogde uitvoerder, de DienstToeslagen, en de staatssteuntoets op de directe financiering van kinderop-vangorganisaties, waar collega’s al aan gerefereerd hebben?Mijn tweede onderwerp raakt aan toezicht, handhaving en kwaliteit.Onderzoekers zien mogelijkheden om het huidige stelsel van toezicht enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5539 handhaving verder te flexibiliseren en de voordelen van open normenwaar mogelijk te benutten. De VVD ziet kansen in het toezicht ophouderniveau, differentiatie in de normenkaders en versterking van deinterne kwaliteitscontrole. Hoe gaat de Staatssecretaris hier opvolging aangeven? En meer in het algemeen: hoe gaat de Staatssecretaris de sectormeer ruimte geven en de regeldruk verder terugdringen?Ernstige incidenten in de kinderopvang komen gelukkig niet vaak voor,maar elk incident is er een te veel. Het leed dat dit veroorzaakt voorouders en verzorgers is onbeschrijflijk. Het is belangrijk dat incidentenworden gemeld, dat er waarheidsvinding plaatsvindt, dat de brancheervan leert en dat naar de toekomst toe ernstige incidenten kunnenworden voorkomen en de algehele veiligheid wordt versterkt. Wat is destand van zaken van de Wijziging Wet kinderopvang in verband metinvoeren meldplicht? Voorziet het wetsvoorstel in een onafhankelijkeinstantie die een ernstig incident onderzoekt en aan waarheidsvinding kandoen?Ten slotte. In 2023 hebben zes grote kinderopvangorganisaties hetvoortouw genomen voor de introductie van een kwaliteitscode. Door hettransparant maken van kwaliteit loont het om hier ook echt op in te zetten.Het is goed dat de brancheorganisaties de kwaliteitscode hebben omarmden een traject zijn ingegaan om de volgende stappen te zetten. Het is aande sector zelf om transparantie te scheppen. Op welke manier ondersteuntde Staatssecretaris deze ontwikkeling? Wat is er nog voor nodig om tekomen tot het operationaliseren van deze kwaliteitscode?Dat was het in mijn eerste termijn.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie een aantal vingers voor interrupties. Allereerst mevrouwHaage.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Ik heb het even op me in laten werken. Ik ben wel heel erg benieuwd hoede VVD denkt over hetgeen NSC al noemde, en wat wij als GroenLinks-Partij van de Arbeid ook noemden, namelijk dat er zo veel geld naar desector gaat en er hoge winsten worden gemaakt over de ruggen van dekinderen. Gaan we dat nog een beetje reguleren met elkaar?Mevrouw Van Eijk (VVD):Het is een punt dat ik in mijn inbreng heb gemaakt. Ik heb juist genoemddat de prijs waarschijnlijk zal gaan stijgen als gevolg van het toenemenvan de vraag, de krapte op de arbeidsmarkt en het tekort aan plekken,waardoor er wachtlijsten en wachttijden zijn. Ik heb aan de Staatssecre-taris gevraagd welke maatregelen hij gaat nemen of in overweging neemtom ervoor te zorgen dat we daar grip op krijgen. Ik vind het frame dat deGroenLinks-PvdA heel vaak gebruikt als het gaat om commerciëleorganisaties, en meer specifiek om private equity, een stap te ver gaan,namelijk dat daar zo veel winsten worden gemaakt over de ruggen van dekinderen. Ik denk niet dat rapporten dat onderstrepen en onderschrijven.Ik heb ook een vraag gesteld aan de Staatssecretaris over het aanbod. Ikdenk dat we iedereen nodig hebben. Als het organisaties zijn die aan dekwaliteitseisen voldoen en als wij grip houden op de prijs en de prijsont-wikkeling, zijn in het aanbod wat mij betreft zowel non-profit als profit,commercieel en private equity, allemaal welkom en keihard nodig.De voorzitter:Mevrouw Haage in tweede instantie.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Dan begrijp ik dus dat de VVD eigenlijk akkoord gaat met hele hogesalarissen van directeuren in de toekomst in de kinderopvang en dat weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55310 daar dan het geld aan besteden, in plaats van aan het toegankelijkhouden, ook voor de lage inkomens.Mevrouw Van Eijk (VVD):Organisaties die nu kinderopvang aanbieden, gaan over hun eigenbedrijfsvoering. Wij gaan volgens mij als Tweede Kamer over de kaderswaarbinnen de bedrijfsvoering moet plaatsvinden en ook over het aanboddat gerealiseerd moet worden. We gaan ook over de kwaliteit, et cetera. Ikvind het te ver gaan om in te grijpen op dat niveau en de salarissen voordie bestuurders te normeren.De voorzitter:Ik zag dat mevrouw Paulusma ook een interruptie heeft.Mevrouw Paulusma (D66):Ik weet niet meer in welk deel van het betoog van mevrouw Van Eijk hetwas, maar ze zei op een gegeven moment – ik vat het even in mijn eigenwoorden samen – dat alles wat we nu doen om de kinderopvang goed teregelen vooral het allerhardst nodig is voor de ouders die alle tweewerken. Dat snap ik heel goed vanuit economisch perspectief. Zo kijkenwij ook deels naar wat we hier aan het doen zijn. Maar voor D66 is hetjuist enorm belangrijk dat alle kinderen naar de opvang toe kunnen,omdat dat wat doet voor kansengelijkheid, een betere ontwikkeling enbetere kansen. Dat vertaalt zich ook in economisch perspectief. Ik zou mijhet volgende kunnen voorstellen, maar dat check ik dus bij mijn collega:als we zien dat werken aan kansengelijkheid wat doet met onze economie,is de VVD dan ook bereid om te kijken naar die arbeidseis, en wat dat juistniet doet als het gaat om kansengelijkheid?Mevrouw Van Eijk (VVD):Er zijn duidelijk twee verschillende perspectieven. Ons perspectief isvanuit de werkende ouder. Het gaat erom die maximaal te faciliteren zodatwerken ook gaat lonen. Daarom houden wij ook vast aan die arbeidseis.Dat is voor ons prioritair. Maar ik heb in mijn inbreng ook nadrukkelijkgezegd dat er gewerkt moet worden aan kinderopvang voor alle kinderen,ongeacht of ouders wel of niet werken. Het mooiste zou zijn als we daaruiteindelijk naartoe zouden kunnen groeien. Wat ik op dit moment heelerg belangrijk vind, is dat we met elkaar de stap durven te nemen naar hetnieuwe stelsel, dat we in ieder geval af komen van de kinderopvang-toeslag en gaan naar directe financiering, en dat het aanbod in de sectorgestaag gaat groeien. Het gaat erom dat het stelsel op een dusdanigemanier ingericht gaat worden dat er in volgende kabinetten ook altijdweer andere keuzes kunnen worden gemaakt. Maar onze keuze is nunadrukkelijk gericht op de werkende ouders.De voorzitter:Mevrouw Rikkers, de beurt is aan u om te spreken namens de BBB-fractie.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. In november bleek uit de kwartaalrapportage dat920.000 kinderen met kinderopvangtoeslag naar de opvang gaan. Dit iseen stijging van bijna 2% ten opzichte van het jaar ervoor. Het aantalgastouders is de laatste jaren echter flink afgenomen. Dat baart BBBzorgen. Ook zien we grote verschillen tussen de regio’s in de soortenopvang die geboden worden. De voornaamste ontwikkeling is uiteraarddat er serieus werk gemaakt wordt van de stelselherziening kinderopvang.Het is wat BBB betreft een enorm goede zaak dat de kinderopvanghierdoor betaalbaar en eenvoudiger kan worden. Vanuit het veld, hetSociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Planbureau zien wijechter ook heel veel zorgen. Kan de Staatssecretaris aangeven welkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55311 risico’s hij ziet ten aanzien van het huidige personeelstekort en hetinperken van het aantal zzp’ers in de kinderopvang? Hoe gaat wordenvoorkomen dat de stelselherziening leidt tot lange wachtlijsten, dalendekwaliteit en stress bij de medewerkers door de toenemende vraag?Dat beter betaalbare kinderopvang onherroepelijk leidt tot een stijging inde vraag, wordt ook bevestigd in de hoofdlijnenbrief. Dit kan leiden totlangere wachtlijsten en stijgende tarieven, waardoor met name dehuishoudens met een lager inkomen geraakt gaan worden. In de briefwordt gesteld dat op voorhand niet te voorspellen is hoeveel de tarievenprecies gaan stijgen en hoe groot de gevolgen voor onder andere dewachtlijsten zijn. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is of er sprake is vante veel onzekerheden om op deze manier de stelselwijziging in te zetten.Wij zien dat aanvullende maatregelen verkend worden om de risico’s tebeperken. Hierbij wordt gedacht aan arbeidsmarktbeleid en het besten-digen van de gemeentelijke regelingen en maatregelen om prijsstijgingente voorkomen. Kan de Staatssecretaris daar een concretere toelichting opgeven?Daarnaast lezen we dat voor de toetsing aan de arbeidseis zo veelmogelijk gebruikgemaakt wordt van de bestaande bronnen en systemen.BBB is daar erg blij mee, want er is al heel veel bekend. Alles steedsopnieuw moeten vragen kost alleen maar tijd en geld en zorgt voorfrustratie. Kan de Staatssecretaris nog wel aangeven voor hoeveel oudersde gegevens nog steeds steekproefsgewijs moeten worden opgevraagdomdat ze niet bekend zijn bij het UWV of bij DUO? Tot slot over destelselwijziging. We zien een zeer ambitieus tijdpad met invoering per1 januari 2027. Is dit echt haalbaar?Voorzitter. Vorige maand werden de resultaten bekend van onderzoekennaar vormen van ouderinspraak in de kinderopvang en het functionerenvan deze inspraak. Hieruit bleek dat de lokale oudercommissies niet altijdde invloed hebben die wij met de wet bedoeld hebben. Kan de Staatsse-cretaris aangeven of er naast voorlichting en overleg nog anderemogelijkheden zijn om de naleving van het ouderrecht te verbeteren?Voorzitter. In Nederland zijn heel veel agrarische bedrijven die kinder-opvang bieden. Dat varieert van gastouders die op hun boerderij eenaantal kinderen opvangen tot bedrijven die speciaal zijn ingericht ommeer kinderen op te vangen in een professioneel kinderdagverblijf. Vorigeweek maandag werd bijvoorbeeld de eerste paal geslagen voor eennieuwe agrarische kinderopvang in Oud-Alblas. Wat zijn de verwachtingenvan de Staatssecretaris van hoe de agrarische kinderopvang kan bijdragenaan de lokale gemeenschap en economie? Op welke wijze kunnendergelijke initiatieven op het gebied van kinderopvang worden onder-steund en gestimuleerd?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Rikkers. Mevrouw Paulusma heeft nog een vraagvoor u.Mevrouw Paulusma (D66):Dank, voorzitter. Ik dacht: ik ga gewoon een heel simpele vraag stellen. IsBBB nou voor de plannen die in het hoofdlijnenakkoord staan en waar deStaatssecretaris nu heel hard aan werkt of wil zij dat eigenlijk liever niet?Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Wij zijn voor deze plannen, maar wij vinden alleen wel dat het zorgvuldigmoet gebeuren. Daarom hebben we deze vragen.Mevrouw Paulusma (D66):Ik neem aan dat het wel de bedoeling is van het hoofdlijnenakkoord dathet ook uitgevoerd gaat worden. Dan heb ik een vraag over de uitvoeringTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55312 van dat hoofdlijnenakkoord en de arbeidseis die er nu ligt. In hetverkiezingsprogramma van mevrouw Rikkers staat – ik vond dat een heelinteressante ambitie – dat de bijna gratis kinderopvang ook moet geldenvoor kinderen van vrijwilligers en van mantelzorgers. Ik heb daar eensover na zitten denken, want ik vond dat interessant. In mijn groteportefeuille rondom zorg hebben we dit vraagstuk natuurlijk enorm. Hoegaan we dan die arbeidseis handhaven? Want wat ben je dan, als jevrijwilliger bent of mantelzorger? Zouden we dus niet, als we dit tochgraag willen met elkaar, die arbeidseis moeten laten vallen?Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Daarom had ik ook een vraag over de aanvullende toetsing voor mensendie niet bij het UWV en DUO bekend zijn. Als wij nu gelijk gaan naarkinderopvang voor alle kinderen toegankelijk maken, denk ik niet dat hethaalbaar is. We moeten ook realistisch zijn. Als wij die stelselwijziging nuin kunnen zetten en we die steeds verder kunnen uitbreiden, zou datvolgens ons heel mooi zijn.De voorzitter:Mevrouw Paulusma in derde en laatste instantie op dit onderwerp.Mevrouw Paulusma (D66):Ik word gewoon heel enthousiast van de antwoorden van mevrouwRikkers. Dat betekent dus, om het even scherp te krijgen, dat er dus welruimte is om te kijken of die arbeidseis kan vervallen om ervoor te zorgendat alle kinderen in Nederland gebruik kunnen maken van de kinder-opvang, ouders kunnen werken en iedereen dezelfde kansen krijgt op eengelijke ontwikkeling.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Op den duur wel.De voorzitter:Dat betekent dat we aan het einde zijn gekomen van de eerste termijn vande zijde van Kamer. Ik kijk naar de Staatssecretaris. En die zegt mij dathij ...Staatssecretaris Nobel:Een halfuur inclusief lopen.De voorzitter:... een halfuur nodig heeft. Vorige week was de Staatssecretaris iets teambitieus en zaten we hier op hem te wachten, maar dat gaat dus nu nietgebeuren. Ik ga een halfuur schorsen en dan gaan we om 14.07 uur weerverder.De vergadering wordt van 13.37 uur tot 14.06 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug. Ik heropen het commissiedebat Kinderopvang. We zijntoegekomen aan de eerste termijn van de zijde van het kabinet, watbetekent dat ik Staatssecretaris Nobel het woord ga geven, met deaanmerking dat de leden opnieuw zes korte interrupties ter beschikkinghebben om het debat te voeren. Staatssecretaris Nobel.Staatssecretaris Nobel:Voorzitter, dank u wel. Het doet mij deugd om zo vroeg in het nieuwe jaarmet de Kamer in gesprek te gaan over de kinderopvang, een onderwerpdat mijzelf ook heel nauw aan het hart ligt, want ruim anderhalve maandgeleden ben ik samen met mijn partner voor de tweede keer weer ouderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55313 geworden. Over een tijdje breng ik in de ochtend dus twee kinderen naarde opvang, en ik hoop dat mijn dochtertje het daar dan net zo naar haarzin heeft als mijn zoontje, haar grote broer. Het is een genot om te zienhoe die daar speelt en met allerlei andere kinderen nieuwe dingen leert,en dat allemaal dankzij de tomeloze inzet van alle betrokken pedagogischeprofessionals. Zonder hen zou het namelijk heel moeilijk, zo nietonmogelijk, zijn om mijn werk en daarmee ook de zorg voor mijn kinderente kunnen combineren, en dat geldt natuurlijk ook voor mijn partner. Enuiteraard ook voor heel veel andere ouders in Nederland; laten we die nietvergeten.In 2024 maakten ruim 900.000 kinderen in de leeftijd van 0 tot 12 gebruikvan kinderopvang. Begin november heb ik uw Kamer twee brievengestuurd waarin ik de plannen die ik voor de kinderopvang heb, beschrijf.In eerste instantie heb ik u de hoofdlijnenbrief gestuurd, met daarbij eenbeschrijving van het nieuwe financieringsstelsel van de kinderopvang ende huidige regels van de kinderopvangtoeslag, die ingewikkeld zijn enbovendien allerlei risico’s bij ouders neerleggen. Dat moet anders. Daar isuw Kamer, voorzitter, het denk ik volledig mee eens, en daarom werkenwe ook aan een eenvoudiger financieringsstelsel, waarin we de kinderop-vangtoeslag gaan afschaffen. We verschuiven de risico’s en de verant-woordelijkheden van ouders naar de overheid en de kinderopvangorgani-saties. Dit leidt tot meer zekerheid voor werkende ouders, en zo houdenouders ook meer geld over in hun portemonnee. Omdat het nieuwestelsel inkomensonafhankelijk is, wordt de opvang voor de meeste oudersook veel goedkoper. Bovendien draagt inkomensonafhankelijkheid bij aaneen eenvoudigere inrichting van het nieuwe stelsel, en voorkomen weterugvorderingen bij ouders. Dit sluit aan bij de ambitie van het kabinetom het gehele belastingen- en toeslagenstelsel eenvoudiger te maken.Ik ben blij dat ik dit nieuwe financieringsstelsel verder mag gaanuitwerken met mijn collega voor Herstel en Toeslagen, die als Staatssecre-taris betrokken is bij de Dienst Toeslagen. En we zetten samen alles opalles om van dit nieuwe stelsel ook een succes te maken. Het nieuwefinancieringsstelsel is een ontzettend grote opgave; velen van urefereerden daar al aan. En niet alleen de uitvoering, maar ook de marktmoet klaar zijn voor dat nieuwe stelsel. Zo is het personeelstekort eengrote uitdaging. Om die reden zet ik in op diverse acties om ditpersoneelstekort aan te pakken. Ik wil dit indelen aan de hand vandrie pijlers. Allereerst: nieuwe mensen aantrekken; dan het huidigepersoneel behouden; en de mensen die op dit moment al in de kinder-opvang werken, stimuleren om meer uren te gaan werken. Een van mijnacties is dan ook de subsidieregeling die het aannemen en het scholenvan groepshulpen stimuleert. Daar heb ik u al over geïnformeerd.De voorzitter:Voor u verdergaat, Staatssecretaris, heeft mevrouw Paulusma eeninterruptie.Mevrouw Paulusma (D66):Ik had een hele grote hoop op blokjes, want dat helpt ons allen, denk ik.De Staatssecretaris begint nu met een opsomming, maar dat waren noggeen blokjes. Wellicht heeft hij die voor ons.Staatssecretaris Nobel:Dat wilde ik doen na mijn inleidende tekst. Dan komen de blokjes, jajaja.Dat had ik er vooraf bij moeten zeggen. De blokjes komen eraan; ik ga uniet teleurstellen.Ik blijf met de sector in gesprek over nieuwe mogelijkheden om hetpersoneelstekort aan te pakken, zonder dat de kwaliteit ervan en deveiligheid van kinderen in het geding komt. Tegelijkertijd zijn depersoneelstekorten een breder maatschappelijk probleem, en die spelenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55314 niet alleen in de kinderopvang. Het ingroeipad maakt dat een geleidelijkeovergang naar een nieuw stelsel ook mogelijk is, waarbij het aanbod zichkan aanpassen aan de vraag. Ik heb vorige week een constructief gesprekgehad met de sector over onder andere de duur van een verstandigingroeipad. Ik blijf hier ook met hen over in gesprek, omdat de sectoruiteindelijk van onmisbaar belang is om er samen een succes van temaken. Het ingroeipad is waarschijnlijk ook een onderdeel van devoorjaarsbesluitvorming.Maar de kinderopvang is natuurlijk veel meer dan het nieuwe financie-ringsstelsel; ook het huidige stelsel van kinderopvang vraagt aandacht. Inde beleidsagenda ga ik in op de huidige stand van de kinderopvang, deambities die ik heb en de uitdagingen die ik zie, bijvoorbeeld ten aanzienvan het vergroten van de toegankelijkheid en het versterken van dekwaliteit. Zo doen we in 2025 een extra investering in de kinderopvang-toeslag van structureel 429 miljoen euro. Dit vergroot de toegankelijkheiden is een eerste stap richting een inkomensonafhankelijk stelsel. Ondanksalle uitdagingen, zoals het personeelstekort, lukt het de sector om eengoede kwaliteit te blijven bieden. Ook in internationaal perspectief doetNederland het ontzettend goed. Dat is een groot compliment waard, endat wil ik hier bij dezen maken. Ik wil alle pedagogisch professionals in desector bedanken voor hun inzet. Dat wil ik niet alleen doen op de dag vande pedagogisch medewerker, maar ook hier.Er blijft altijd ruimte voor verbetering. Ik denk dat de Kamer daar terechtvragen over heeft gesteld. We zijn bijvoorbeeld aan de slag gegaan metde taaleis, die sinds dit jaar geldt in de dagopvang, en versterking van dekwaliteit in de gastouderopvang, waarover we eind 2024 met elkaarhebben gesproken. Daarnaast wil ik het toezicht en de handhaving in dekinderopvang verder verbeteren. Zo wil ik onder meer de invoer vancomply or explain en toezicht op houderniveau verkennen, waar ook deVVD zojuist aandacht voor vroeg. Daarnaast werk ik aan een meldplichtvoor ernstige incidenten. Het hoofddoel van deze meldplicht is leren vandie ernstige incidenten om te voorkomen dat een incident zich kanherhalen. Daarbij houd ik ook oog voor de toename van regeldruk.Aan de vragen die u heeft gesteld, merk ik dat de kinderopvang nog altijduw belangstelling heeft; gelukkig maar. Daarbij wil ik ook meteenmevrouw Haage feliciteren met haar eerste inbreng in deze commissie. Ikzal de vragen beantwoorden aan de hand van – daar komt-ie, mevrouwPaulusma – de volgende blokjes: het nieuwe financieringsstelsel, dearbeidsmarkt, de financiering, de marktwerking, de kwaliteit en veiligheid,en tot slot nog wat overige vragen. Zes blokjes dus.Ik begin met het eerste blokje. Je kunt natuurlijk ook minder blokjes doenmet meer vragen, maar per saldo blijft het aantal vragen dat de Kamerheeft gesteld natuurlijk gelijk. De eerste vraag kwam van de fractie vanGroenLinks-PvdA. Meerdere leden hebben hier overigens vragen overgesteld. Die vragen gingen over de toegankelijkheid van de kinderopvangin relatie tot het nieuwe stelsel en het niet indexeren. Ik denk dat het goedis om vooraf te zeggen dat het doel is om het nieuwe stelsel simpel entoegankelijk te maken. Natuurlijk zie ik vanuit het kabinet ook dat errisico’s zijn voor de betaalbaarheid en de toegankelijkheid van dekinderopvang, maar tegelijkertijd moeten we deze ambitie wel met elkaarbehouden. Een van de redenen waarom ik heb gekozen voor stapsgewijsinvoeren, is het beter kunnen monitoren van de risico’s. Er is ongeveer3 miljard beschikbaar voor deze hele operatie, maar die 3 miljard gaat nietin een keer de markt in. Op die manier kunnen we met elkaar bekijkenwelke effecten optreden. Ik zie namelijk ook dat er risico’s zijn.Mevrouw Rikkers vroeg namens de BBB naar een haalbaar tijdpad. Is 2027wel realistisch? Ik ben net als een aantal fracties, waaronder deD66-fractie, erg ambitieus, dus ik hoop dat we 2027 met elkaar overeindkunnen houden. Ik heb eerder ook gezegd dat mijn voet op het gaspedaalstaat, maar ook dat je wel zo wijs moet zijn om als er een obstakel op je afTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55315 komt, daaromheen te sturen. Zo zit ik nog steeds in de wedstrijd. Allesmoet meezitten. Het is een enorme klus om uiteindelijk 1 januari 2027 ookecht te halen. Zoals ik al aangaf, blijf ik daarbij goed in gesprek met desector. Als die aangeeft dat het echt niet haalbaar is, dan ga ik natuurlijkde kritische wedervraag stellen wat dan wel een haalbaar ingroeipad is. Ikheb namelijk nog steeds mijn voet op het gaspedaal staan. Ik ga nietzomaar opzij sturen. Maar laten we daar in het voorjaar, de zomer of opandere momenten opnieuw met elkaar naar kijken als daar aanleiding toeis. Vooralsnog blijf ik ambitieus, maar alles moet wel meezitten.Mevrouw Paulusma vroeg naar een nieuwe tijdlijn. Mijn ambitie is omrond de zomer een wetsvoorstel voor internetconsultatie gereed tehebben. Ik heb zojuist al iets gezegd over de ambitie. In dat wetsvoorstelis ook aandacht voor alle aspecten waarover u zich terecht zorgen maaktals er heel veel geld de sector in gaat. U vroeg naar de staatssteun, deprivacy en dat soort zaken meer. Dat komt allemaal aan bod als hetwetsvoorstel in internetconsultatie gaat.Misschien is dit ook wel een goed moment om stil te staan bij de vraagvan de PvdA over de Wet normering topinkomens. Ik zou u voor willenstellen om ook daar op dat moment bij stil te staan. Meer in algemene zindenk ik dat het verstandig is dat als de overheid zo veel geld in eenbepaalde sector stopt, we daar ook best iets voor terug mogen vragen. Ikzal dit daarin ook gaan bekijken.Mevrouw Paulusma (D66):Kamerleden zijn gewoontedieren – daarom hecht ik altijd zo aan blokjes;die helpen ons bij de vragen – maar Kamerleden snappen ook heel goedwanneer wetsvoorstellen ter internetconsultatie worden aangeboden enwanneer dat dan ongeveer gebeurt. Ik vroeg heel bewust om een tijdlijn,en niet alleen naar het moment van internetconsultatie. Er zijn vast eenaantal grote hobbels die besproken moeten worden, zaken waar het veldnog wat van vindt en zaken waarvan de Staatssecretaris wellicht bedenktdat het goed zou zijn als de Kamer er bij voorbaat van weet, in plaats vanna de internetconsultatie. Volgens mij is het belangrijk dat de Kamer in dithele traject wordt meegenomen. Daar heeft de Staatssecretaris ookbelang bij. Ik wil dus graag meer horen dan alleen het antwoord dat ereen internetconsultatie is gepland.Staatssecretaris Nobel:Dat begrijp ik. We zitten nu nog in de verkenningsfase, dus ik vind hetlastig om daar nu antwoord op te geven. Dat komt op het moment dat ikeen helderere lijn heb dan nu. We zijn nog met elkaar aan het kijken wat erwel en niet haalbaar is. Daarbij geef ik aan dat 2027 voor mij nog steedsovereind staat, totdat ik dat obstakel op de weg tegenkom. Het lijkt meverstandig om de Kamer daarin mee te nemen op het moment dat ermeer te vertellen is. Dat is voor nu namelijk gewoon te voorbarig en tevroeg.Mevrouw Paulusma (D66):Dat snap ik. Sommige dingen zijn voorbarig, maar ik heb de Staatssecre-taris nu ook al een aantal keer iets over een route en een gaspedaal horenzeggen. Daar hoort dan ook een bestemming bij. Die route is volgens mijheel goed in een tijdlijn te duiden. Ik geef de Staatssecretaris natuurlijkmet alle plezier wat tijd, maar ik denk dat het heel goed zou zijn om deKamer daarbij te betrekken.Staatssecretaris Nobel:Ik begrijp de vraag goed, maar ik kan op dit moment echt geen tijdlijngeven, omdat ik nog in die verkenning zit. Ik wil dus best de toezeggingdoen dat ik met die tijdlijn kom op het moment dat dat beeld scherper is,maar op dit moment kan ik die gewoon niet geven. Maar het einddoel, deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55316 bestemming, zoals u die terecht schetst, staat voor mij nog steeds op1 januari 2027.Mevrouw Van Eijk (VVD):De Staatssecretaris noemde heel even staatssteun. Ik begrijp dat dat eenonderdeel is van het vervolgtraject. Maar op het moment dat er sprakezou zijn van staatssteun, om wat voor reden dan ook, hebben we volgensmij een dealbreaker. Dat vind ik nogal wat. Kan daar iets meer overgezegd worden? Is er al getoetst? Is er gesondeerd? Hebben we misschienopinies of adviezen liggen? Ik zou graag iets meer gevoel krijgen bij hoehet daarmee staat.Staatssecretaris Nobel:Ik wilde het uit mijn hoofd doen, maar ik krijg van mijn ambtenaar meteeneen mooi papiertje voorgeschoven. Ik doe het even uit mijn hoofd – op datpapiertje staat heel veel tekst.Het goede nieuws is dat de ambtenaren ook al in Europees verband, bij deEuropese Commissie, gesprekken hebben gevoerd over de vraag of ermogelijk sprake zou zijn van staatssteun, zoals u vraagt. Daar moeten weuiteraard nog verder over in gesprek. Uiteindelijk zal ook dit zijn weerslagvinden in het wetsvoorstel. En ja, u heeft gelijk: mocht dat eventueel eendealbreaker zijn, dan hebben we wel een probleem met elkaar. Maar diegesprekken zijn we dus al gestart.Voorzitter. Ik heb nog een vraag van mevrouw Van Eijk namens de VVD.Zij vroeg naar de stand van zaken met betrekking tot de beoogdeuitvoerder. Het goede nieuws is dat we wel een uitvoerder hebbenaangewezen, zeg ik via de voorzitter ook in de richting van mevrouwPaulusma. We hebben aangegeven dat de Dienst Toeslagen de uitvoerderis. Dat is een enorme stap. Dat was in de afgelopen periode helaas nietgelukt, en ik denk ook dat het heel goed is dat we daar nu een stap inhebben gezet. Tegelijkertijd hebben we ook tegen elkaar gezegd dat ernog heel veel uitzoekwerk is. We willen daarom ook voor de zomer eenconceptwetsvoorstel ter internetconsultatie voorleggen en een «go/nogo»-moment inbouwen, want uiteindelijk moet het ook uitvoerbaar zijn.Later dit jaar volgt daarvoor dus een formeel weegmoment.Voorzitter. Mevrouw Saris vroeg namens de NSC-fractie of de Staatssecre-taris de kinderopvang alleen ziet als een arbeidsinstrument, of dat diebreder moet worden gezien. De kinderopvang heeft wat dit kabinet betrefttwee doelen. Het eerste is inderdaad het bevorderen van arbeidspartici-patie, en daarnaast uiteraard het stimuleren van de ontwikkeling van hetkind. Een aantal van u heeft gevraagd of we dat dan niet voor elk kindmogelijk kunnen maken en of we de arbeidseis moeten laten vervallen.Daar zijn eigenlijk twee antwoorden op te geven. Het makkelijke antwoordis dat de kabinetsafspraak is dat we het doen met die arbeidseis en dat ditook de middelen zijn die ik daar namens het kabinet voor heb gekregen.Maar eigenlijk is het nog veel belangrijker – dat breng ik ook telkens terugin het debat – dat we het uitvoerbaar moeten houden. Het moeteenvoudig blijven. Een aantal Kamerleden hebben mij gevraagd omsnelheid te houden en ambitieus te blijven. Dat is moeilijk te rijmen metde wens om nu nog meer te gaan doen dan we al doen, want depersoneelstekorten zijn een serieus probleem. Ik denk dus dat we er, inieder geval voor nu, zoals de VVD schetste, gewoon vol op moeteninzetten om deze stelselherziening voor elkaar te krijgen mét dearbeidseis. We moeten die optie zonder arbeidseis wel op tafel latenliggen voor later, bijvoorbeeld voor een volgend kabinet of het kabinetdaarna. Maar voor nu is dit waar het kabinet mee aan de slag gaat.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp heel goed wat de Staatssecretaris zegt, maar ik heb daar tochnog wel een andere vraag bij. Wij delen de wens voor vereenvoudiging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55317 maar de arbeidseis maakt de uitvoering misschien juist wel heel ergcomplex. Daar zouden we eerst meer informatie over willen, voordat wedaar definitief wat van gaan vinden. We zouden bijvoorbeeld willen wetenwat het uitvoeren van die arbeidseis kost. Kunt u ons daarin meenemen?En als dat nu niet mondeling kan, kan het dan later in het proces?Staatssecretaris Nobel:Het klopt dat die arbeidseis een extra drempel in de uitvoering is; daar gaik niet omheen draaien. Tegelijkertijd hebben we daar rekening meegehouden in het bedrag dat deze periode beschikbaar is gesteld. Diearbeidseis blijft voor het kabinet dus onverkort van kracht. Ik blijf het tochzeggen: als we rekening houden met de uitvoering, met de snelheidwaarmee we dit willen doen en met alle andere facetten, zoals hetpersoneelstekort, is het heel onverstandig om de arbeidseis nu los te latenen de kinderopvang voor iedereen beschikbaar te stellen. Volgens mijmaakt de fractie van GroenLinks-PvdA zich ook zorgen om wat er gebeurtals we in een keer veel geld de markt in pompen. Als je dat voor iedereendoet, wordt het nog groter en nog ingewikkelder. Ik zou dus echt willenvasthouden aan hoe het nu voorligt en daar niet te snel van willenafstappen, al is het alleen maar om het haalbaar te houden.De voorzitter:Voor u verdergaat, heeft mevrouw Saris ook een vraag.Mevrouw Saris (NSC):Ik ben blij met het antwoord van de Staatssecretaris dat het niet alleenmaar een arbeidsmarktinstrument is en dat hij ook kijkt naar de stimu-lering van de ontwikkeling van het kind. Dat voel ik ook wat breder als ikkijk naar de dames naast mij. In de brief die u naar ons heeft gestuurd,geeft u aan wat u onder de arbeidseis verstaat. Ik zou wel graag van uwillen weten – dat hoeft niet nu, maar dat kan ook in de aanloop naar hetwetstraject – wat er precies onder die arbeidseis wordt verstaan. Daarmeedoel ik onder andere op mensen die in de Participatiewet zitten enmensen die in de arbeidsongeschiktheidswet zitten. Daarmee ben ik vastniet helemaal compleet, maar ik zou daarover wel graag een nadereduiding willen hebben van u.Staatssecretaris Nobel:Ik denk dat het goed is om die duidelijkheid te geven. Ik zal de mitsen enmaren uiteraard meenemen bij de verdere uitwerking. Maar eenarbeidseis betekent gewoon dat je betaald werk verricht. Dat is in principehoe we de arbeidseis hebben bedoeld. Daar zijn een aantal uitzonderingenop. Die zal ik u schriftelijk doen toekomen. Ik bespeurde zojuist in deeerste termijn van de zijde van de Kamer dat het leek alsof dat heelrekkelijk was. Ik denk daarom dat het goed is om hierin redelijk afgemetente zijn. De punten en komma’s ga ik dan nog aan u meegeven. Maar eenarbeidseis houdt wel echt in dat je betaald werk verricht, ténzij. Die«tenzij» zal ik nog nader uitwerken.Ik heb antwoord gegeven op de vragen over de staatssteun. We hebbenhet ook al uitvoerig gehad over het loslaten van de arbeidseis. Volgens mijis de Wet normering topinkomens ook al aan bod gekomen, met daarbijde vraag van GroenLinks-PvdA over het stellen van eisen op het momentdat er zo veel geld de sector in gaat.Mevrouw Rikkers vroeg of ik kan aangeven hoe het zit met steekproefs-gewijs gegevens opvragen. Ik denk dat het belangrijk is om te zeggen dathet overgrote deel bekend is. Als iemand in loondienst is, zien we datterug in de polisadministratie. Als iemand student is, zien we dat terug bijDUO. Als iemand ondernemer is, doet die kwartaalaangifte en zien we datterug bij de Belastingdienst. Voor het overgrote deel hebben we dit dusgelukkig inzichtelijk. Dat is, denk ik, het antwoord op uw vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55318 Dan de volgende vraag. Hoe kijkt het kabinet aan tegen het prijsplafond?Ik ben het eens met de VVD, die aangaf dat dat best een complexemaatregel is. Dat rijmt eigenlijk niet met de ambitie die ik ook bespeur, bijbijvoorbeeld D66, die vroeg of ik voornemens ben dit te gaan doen. Alswe dit gaan doen, weet ik één ding zeker: dan is het tijdpad gewoon echtniet haalbaar. Die twee dingen zijn dus voor mij, vanaf de zijde van hetkabinet, gewoon echt niet te rijmen. Na de zomer zal ik uw Kamermeenemen in de uitkomsten van de onderzoeken die lopen. We zullendaarbij ook ingaan op de tariefregulering.Mevrouw Paulusma (D66):De Staatssecretaris lijkt een hoop te proeven aan deze kant van de tafel,maar ik heb ook gewoon zijn brief gelezen. Daar had ik een aantal vragenover gesteld, want daarin lijkt de Staatssecretaris ruimte te creëren omwel na te denken over een prijsplafond. Tussen de regels door lees ik dathij zich ook zorgen maakt over de gevolgen als we dat niet doen. Ik benbenieuwd naar zijn reflectie daarop. Het gaat niet alleen om wat ikdaarvan vind, maar vooral om wat de Staatssecretaris daar zelf van vindt.De Staatssecretaris gaf aan dat er na de zomer een brief komt. Ik benbenieuwd wat er in die brief komt te staan. Daar wacht ik met smart op,maar ik wil wel graag weten waar ik op wacht.Staatssecretaris Nobel:Ik heb in eerdere debatten aangegeven dat er op dit moment een aantalonderzoeken lopen. Die helpen uiteindelijk bij de afweging: wel of geentariefregulering? U heeft mijn brief zeer goed gelezen. De ambtenarenhebben het zeer zorgvuldig opgeschreven en ik heb daar vervolgens mijnakkoord op gegeven. We willen het op dit moment nog niet uitsluiten,maar het is wel een complexe maatregel, zoals de VVD al aangaf. Ik kandie maatregel niet rijmen met het ambitieuze tijdpad dat we hebben.Ondanks dat we de uitslagen van de onderzoeken nog niet hebben, wil ikwel alvast aan uw Kamer meegeven dat dit niet zo eenvoudig is als hetmisschien lijkt. Ik heb uiteraard ook de oproep in de krant gezien. Maar hetis niet zo eenvoudig als het lijkt. Volgens mij hebben we nog steeds deambitie om dit snel te doen. Op voorhand zeg ik dat dit problematisch kanworden, maar ik wil het graag volledig doen. Daarom veeg ik het nu nogniet van tafel, maar ik wil u wel alvast meegeven dat het onze ambitievoor het tijdpad in ieder geval niet ten goede zou komen.Mevrouw Van Eijk (VVD):Het is goed dat daar meer informatie over komt. Ik heb daar zelf ook eenaantal vragen over gesteld, onder andere: hoe houden we daar grip op?Ik wil het hebben over de inhoud van het wetsvoorstel dat rond de zomerin consultatie gaat. Misschien is dit vrij technisch, maar moet hier al ietsover worden vastgelegd in die wet of kunnen we dat later alsnog regelen,bijvoorbeeld met een ministeriële regeling of een AMvB? Misschien is hetgoed als er in die brief aandacht wordt besteed aan de vraag hoe dat zichtot elkaar verhoudt.Staatssecretaris Nobel:Ik denk dat het goed is om dat in de brief op te nemen en om daarduidelijkheid over te geven. Ik krijg nu ingefluisterd dat dat niet per se indie wet hoeft te gebeuren. Ik kan u dat alvast meegeven, maar we zullenhier in de brief met meer zorgvuldigheid antwoord op geven. Dat lijkt meverstandig.Voorzitter. Ik blijf bij een vraag van de VVD. Er werd gevraagd naar dedigitale gegevensuitwisseling tussen de kinderopvangorganisaties en deoverheid. Dat moet straks zorgvuldig en efficiënt gebeuren. Hoe voorkomtde Staatssecretaris dat dit een belemmering gaat worden? Dit is een vande punten die we moeten gaan bespreken met de uitvoerder. DaaromTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55319 hebben we dat weegmoment ingebouwd. Het is in ieder geval onzeambitie om die gegevensuitwisseling volledig automatisch te latenplaatsvinden, zodat de kans op fouten uiteindelijk kleiner wordt en dekinderopvangorganisaties er geen omkijken meer naar hebben. Dat laatsteis ook niet onbelangrijk. Het zal dus volledig geautomatiseerd gaan.Voorzitter. Ik kom bij het blokje over het bestaande stelsel en de bestaandefinanciering. Door meerdere partijen is gevraagd naar het niet-indexeren.Ik heb tijdens de begrotingsbehandeling ook al aangegeven dat dit eenpijnlijke bezuiniging is. Punt. Ik kan het niet mooier maken, maar ik stahier namens het kabinet wel achter. In het regeerprogramma hebben wede afspraak gemaakt om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Daarheeft iedereen zijn steentje aan moeten bijdragen. Bij Sociale Zaken heb ikop dit onderwerp een pijnlijke bezuiniging moeten doorvoeren. Ik zie ookdat ouders met een laag inkomen daar mogelijkerwijs de dupe vanworden. Ik heb al aangegeven dat als ik die drempel toch kan wegnemen,ik daar serieus naar zal kijken. Maar op dit moment heb ik daar demiddelen niet voor. Ik sta achter die bezuiniging om zo uiteindelijk hettotale huishoudboekje in orde te houden. Wat ook niet onbelangrijk is omdaarbij te vermelden, is dat we een aantal koopkrachtmaatregelen hebbengenomen die ook de lage inkomens positief tegemoet kunnen zien. Als jesec naar het onderwerp van de kinderopvang kijkt, dan ben ik het met ueens dat dit pijnlijk is. Tegelijkertijd heeft dit kabinet er, ondanks de forsebezuinigingen die zijn ingevoerd, toch voor gezorgd dat ook de lageinkomens en de middeninkomens er in de koopkrachtplaatjes opvooruitgaan. Denk bijvoorbeeld aan de huurtoeslag, het kindgebondenbudget en een lagere schijf in de inkomstenbelasting. We zitten hier nietbij het armoededebat, maar daar heb ik al deze zaken uiteraard ook voormijn kiezen gekregen. Het helpt dat ik over zowel armoede als dekinderopvang namens het kabinet het woord mag voeren. Ik zou hetjammer vinden als we het beeld laten ontstaan dat dit het enige is wat erbij die groep gebeurt, want dat is, denk ik, niet terecht.Mevrouw Paulusma (D66):Ik snap heel goed hoe het werkt. Je moet af en toe gewoon pijnlijkekeuzes maken, maar het is wel fijn als je weet wat de gevolgen zijn van diekeuzes. Ik hoorde de Staatssecretaris net zeggen: we nemen een aantalkoopkrachtmaatregelen. Ik mag ook het woord voeren op VWS, over deverlaging van het eigen risico en daarmee de spectaculaire stijging van depremie. Dan kun je nog van alles doen als kabinet, maar voor dezedoelgroep blijft het nul onderaan de streep. Deze groep gaat dus zwaargetroffen worden. Ik had een aantal vragen gesteld over de conse-quenties. Ik hoor de Staatssecretaris zeggen dat hij ziet dat ouders dedupe worden. Ik zou dat graag in cijfers zien, in plaats van alleen horendat de Staatssecretaris verwacht dat ouders daar last van gaan krijgen. Ikhad een aantal hele specifieke vragen gesteld, zeg ik via de voorzitter,want ik zie u wijzen. De beantwoording daarvan kan nu, maar dat kan ookin een brief als de Staatssecretaris daar meer tijd voor nodig heeft. Ik denknamelijk dat het belangrijk is om te weten wie op welke manier geraaktwordt.Staatssecretaris Nobel:Het is nog te vroeg om precies te zeggen wie er geraakt wordt, want dathangt er helemaal van af wat de gevolgen zijn voor welk type huishouden.Dat hangt dus af van verschillende factoren. Tijdens de behandeling vanhet wetsvoorstel wordt dat beter inzichtelijk, want dan hebben we in iedergeval richting uw Kamer vanuit kabinetszijde laten zien welke keuzes wewillen maken en wat precies de gevolgen zijn. Dat zult u dus terugzien alshet wetsvoorstel bij uw Kamer ligt.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55320 Dit wordt uw laatste interruptie, mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Ja, mijn laatste interruptie. Ik vind dit gewoon een beetje lelijk, want weweten welke groep het gaat treffen, namelijk de laagste inkomens. Ik zouhet toch wel chic vinden van een kabinet dat staat voor goed bestuur, hetanders doen en omkijken naar elkaar, dat het weet welke consequentieshet niet-indexeren heeft, zodat het weloverwogen dit soort besluiten kannemen en met de Kamer daarover in debat kan. Ik hoop dat ik een watuitgebreider antwoord kan krijgen dan net.Staatssecretaris Nobel:Dit wetsvoorstel ligt bij de Kamer, dus het lijkt me goed om er bij debehandeling daarvan uitgebreider met elkaar over verder te praten. Danzullen we ook met elkaar spreken over mitigerende maatregelen. Ik denkdat dat het moment is. De brief waar u om vraagt, is volgens mij helemaalniet nodig, want dan zal vanuit kabinetszijde duidelijk worden hoe weertegen aankijken en welke mitigerende maatregelen we in gedachtenhebben.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Ik sluit me geheel en al aan bij de interrupties van D66 en ook haar oproepsteun ik zeer. De Staatssecretaris noemt het niet-indexeren «pijnlijk» enzegt dat er nu geen middelen voor zijn, terwijl er tegelijkertijd een pot van3 miljard is voor de komende jaren. Dan is het voor ons wat frustrerenddat we, met een bedrag van 250 miljoen tegenover die 3 miljard, niet ineen wat breder perspectief kunnen kijken waar het pijn doet. Dan blijft u indie silo’s denken, terwijl ik gewoon kijk naar welke ouders hier heel erglast van krijgen en welke arbeidsmarktconsequenties het heeft als deschoonmakers en de zorgverleners straks geen gebruik kunnen blijvenmaken van de kinderopvang.Staatssecretaris Nobel:Er wordt nu een beetje een karikatuur gemaakt van wat er gebeurt, wanthet kabinet trekt gewoon 3 miljard euro uit om straks in deze sector testoppen. De afgelopen jaren is er ruim een half miljard euro hiernaartoegegaan. Dus ja, de bezuiniging is pijnlijk. Maar ik heb ook al geschetst dater aan de andere kant heel veel koopkrachtmaatregelen worden getroffenom niet alleen de lage en middeninkomens te raken. Ik denk dat ik juistbreder kijk, dus niet verkokerd naar alleen dit onderwerp. Ik heb aange-geven dat er in den brede vanuit het kabinet ontzettend veel gebeurt. Utrekt het telkens terug naar alleen deze bezuinigingsmaatregel. Ja, dievind ik pijnlijk. Tegelijkertijd moeten we er met elkaar voor zorgen dat hethuishoudboekje op orde blijft. Ik blijf dus staan achter die bezuiniging, hoemoeilijk ook. Als er onverwijld toch financiële ruimte ontstaat, ben ik ditniet vergeten. Dit voorstel kan wel degelijk effect hebben op de lage enmiddeninkomens, dus dan wil ik natuurlijk ook kijken hoe we dat voor henweg kunnen nemen, zodat we ook die mensen blijven stimuleren om aanhet werk te gaan, want we hebben hen keihard nodig.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Nobel:Voorzitter. Mevrouw Van Eijk van de VVD vroeg op welke manier ik dekwaliteitscode ondersteun en wat ervoor nodig is om te komen tot hetoperationaliseren van die kwaliteitscode. Laat ik vooropstellen dat ik datinitiatief vanuit de sector enorm toejuich. In de overleggen die ik met henvoer, hebben we het er geregeld over. Het is wel iets wat de sectorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55321 uiteindelijk zelf voor elkaar moet zien te boksen, maar mijn steun hebbenze in ieder geval.Voorzitter. Dan ben ik bij het blokje arbeidsmarkt aangekomen. Een van debelangrijkste vragen die op dat gebied spelen, is: hoe gaan we om met depersoneelstekorten en leidt de stelselherziening niet tot langere wacht-lijsten? Onder andere de VVD en BBB vroegen daarnaar. Dat zijn volgensmij hele terechte zorgen. Dit onderwerp heeft al een tijd de aandacht vanhet kabinet. Ik heb in mijn algemene spreektekst al aangegeven dat ik viadrie pijlers wil proberen om personeelstekorten tegen te gaan. Aan de enekant wil ik meer mensen aantrekken en ervoor zorgen dat de sectorinteressanter wordt om in te werken. Daarnaast wil ik mensen behoudenen zorgen dat ze met plezier naar hun werk gaan. Dat is ook gelijk eenantwoord op de vraag van de VVD: wat doet u met regeldruk? Dan gaathet om het tegengaan van allerlei onnodige regeltjes om maar in diesector te kunnen werken. Dat is een van de dingen waar we serieus naarmoeten kijken. Tot slot willen we ook kijken hoe we ervoor kunnen zorgendat meer mensen meer uren gaan werken in de kinderopvangsector. Eenvan de dingen die we al hebben gedaan, is het stimuleren van groeps-hulpen. Ik zie dat ook bij de kinderopvang waar mijn zoontje naartoe gaat.De groepshulp daar is ontzettend enthousiast. Toevallig sprak ik die damevan de week. Zij gaf aan dat ze volgend jaar een contract krijgt en echt aanhet werk gaat. Dat zijn de voorbeelden waarmee ik samen met de sectorhoop het personeelstekort aan te pakken. Dit blijft een breder probleemdat ook buiten de kinderopvang speelt, maar het heeft zeker mijnaandacht. Als er mogelijkheden zijn om het tegen te gaan, wil ik daarzeker naar kijken met de sector.Misschien tot slot. Ook het geleidelijke ingroeipad maakt dat we, doordatwe het geleidelijk doen, de sector niet in één keer overvragen en hetpersoneelstekort hopelijk toch een beetje kunnen bijbenen.De fractie van GroenLinks-PvdA vroeg naar het werkplezier, de aantrekke-lijkheid van het beroep en de arbeidsvoorwaarden. Ik gaf zojuist al aan datwe moeten kijken naar alle overbodige regeltjes die maken dat hetmisschien niet zo leuk is om in die sector aan de slag te gaan. Hetwerkplezier en de aantrekkelijkheid van het beroep zijn ontzettendbelangrijk. De arbeidsvoorwaarden zelf zijn echt de verantwoordelijkheidvan de cao-partij. Daar wil ik mij niet in mengen. Ik denk ook dat demarktpartijen zelf zien dat het ontzettend ingewikkeld is om mensen aan jete binden, dus dat zij ook gebaat zijn bij goede voorwaarden voorwerknemers. Dat hoef ik ze, denk ik, niet te vertellen.Over de zijinstromers hebben we het gehad en ook het ontwikkelpad hebik met u besproken.U vroeg ook naar het verruimen van het ouderschapsverlof. De Ministervan Sociale Zaken werkt op dit moment aan een vereenvoudiging van hetverlofstelsel. In het eerste kwartaal van dit jaar wordt uw Kamer daarnader over geïnformeerd.Voorzitter. Dan ben ik bij het blokje kwaliteit en veiligheid aangekomen.Onder andere NSC, PvdA en VVD vroegen hoe het kabinet ervoor gaatzorgen dat toezicht en handhaving uiteindelijk ook de relatie met depraktijk behouden en we daarin niet doorschieten. Ik denk dat het goed isom aan te geven dat we willen voorkomen dat fouten die gemaaktworden, opnieuw gemaakt gaan worden. Het mooiste zou zijn als desector daar zelf invulling aan geeft en we niet met een hele papierwinkelkomen. Ik wil u graag eind van het jaar middels een voortgangsbriefdaarin meenemen, want het blijft iets dat we niet eenmalig doen, maarstructureel met elkaar moeten blijven bekijken.Voorzitter. De VVD vroeg naar het houderniveau. De VVD ziet namelijkkansen in het toezicht op houderniveau. Hoe gaat de Staatssecretaris daaropvolging aan geven? U vroeg onder andere naar het normenkader en deversterking van de interne kwaliteitscontrole. Ik zie daar ook kansen, zeg ikvia de voorzitter. Ik wil ook het toezicht op houderniveau gaan verkennen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55322 Ik ondersteun de initiatieven die er vanuit de sector zijn om het normen-kader te ontwikkelen, maar het uitgangspunt moet wel een level playingfield blijven, zeg ik daarbij. Ik zou die meer regels ook willen verkennen.Het lijkt me goed om dit punt mee te nemen in de brief die ik zojuistaanhaalde.Tot slot vroegen de VVD en GroenLinks-Partij van de Arbeid naar de standvan zaken van de meldplicht. Ik streef ernaar om de wet die daarbetrekking op heeft in 2027 in te laten gaan. Die komt uiteraard nog langsuw Kamer.Voorzitter. Dan ben ik aangekomen bij het laatste blokje, met de overigevragen. Zowel mevrouw Saris namens de NSC-fractie als de BBB vroegenzich af wat de Staatssecretaris en het kabinet gaan doen om een verderedaling van het aantal gastouderbureaus te voorkomen. Daar hebben weeerder al met elkaar over gesproken. Laat ik vooropstellen dat ik me daarook zorgen over maak. Dat deed ik toen en dat doe ik nog steeds. Daaromwil ik een aantal stappen nemen om een verdere daling tegen te gaan. Ikheb toen ook aangegeven dat ik subsidie wil verlenen om de gastouder-bureaus mee te nemen, bijvoorbeeld bij arbeidsmarktcampagnes voor dekinderopvang. Ik kijk samen met de Minister van Sociale Zaken naar deSLIM-regeling om de zijinstroom te bevorderen. Ik laat ook nog eenonderzoek uitvoeren naar de redenen waarom gastouders stoppen. Het ishartstikke goed om allerlei maatregelen te bedenken, maar het is ookgoed om van de mensen zelf te horen waarom zij ermee stoppen. Later ditvoorjaar wil ik een brief met uw Kamer delen over de gastouderopvangwaarin ik een aantal van die uitkomsten verder door wil spreken. Dat gaatbijvoorbeeld ook over de regionale spreiding, waar de BBB eerder haarzorgen over heeft geuit. We zien dat er in de Randstad veel kinderopvang-organisaties zitten, maar dat in de minder dichtbevolkte gebieden degastouderopvang een cruciale rol speelt. Ook dat zal onderdeel uitmakenvan de brief.Mevrouw Rikkers vroeg wat de verwachtingen zijn met betrekking tot deagrarische kinderopvang. Kan dat bijdragen aan de lokale gemeenschapen economie? Hoe kunnen we dat stimuleren? Ik denk zeker dat het kanbijdragen aan de lokale economie, ook in de gebieden waar boeren in detoekomst wellicht ingewikkeld wordt. Ik heb in de Haarlemmermeerpolder,die voorheen alleen uit boeren bestond, heel veel bedrijvigheid op zienkomen zonder dat de boeren daarvan heel veel slechter zijn geworden. Ikdenk dat dit echt een kans kan bieden voor de agrarische sector ommogelijk de overstap te maken naar bijvoorbeeld de kinderopvang. Datdoen we niet alleen. We kijken samen met de ministeries van Landbouwen van Economische Zaken hoe we mogelijke belemmeringen kunnenwegnemen om de stap te maken. Ook in de minder dichtbevolktegebieden van Nederland heeft men behoefte aan opvang voor kinderen. Ikzie daar zeker kansen. Het Ministerie van LVVN heeft een handreikingontwikkeld voor gemeenten om ze daarin te begeleiden.Mevrouw Haage van GroenLinks-PvdA vroeg hoe ik de samenwerking metonderwijs en gemeenten zie, zoals voor kinderen met een beperking enspeciaal onderwijs, en wat de ambitie van het kabinet op dit vlak is. Ik hebal eerder aangegeven dat ieder kind goede opvang verdient. Dat is eengegeven, ondanks het feit dat we nu de arbeidseis hebben. Gemeentenkunnen ook hun eigen middelen inzetten om extra ondersteuning tebekostigen. Dat is uiteraard aan de gemeenten zelf. Ik doe het niet alleen.Ik kijk samen met mijn collega’s van OCW en VWS naar het delen vankennis, maar ook naar een inclusievere vorm van kinderopvang. Daar pleitu op dit moment al voor, maar we hebben het er uitvoerig over gehad datwat het kabinet betreft nu niet het moment is om het nog groter te makenen de arbeidseis te laten vervallen.Voorzitter. De laatste vraag is van mevrouw Van Eijk namens de VVD. Zijvroeg of we ons bij de voorstellen ook kunnen richten op het beperkenvan de bureaucratie en het verminderen van de administratievelastendrukTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55323 en de uitvoeringslasten van de overheid. Die ambitie deel ik, zoals ik alheb aangegeven. Ik vind het ontzettend belangrijk dat medewerkers zichkunnen bezighouden met de kinderen en zo min mogelijk met alleregeltjes eromheen. In het voorjaar wil ik ook dit punt een plek geven inde brief waar ik eerder naar verwees. Dan ben ik aan het einde gekomenvan de beantwoording van de vragen, voorzitter.De voorzitter:Zo te zien vinden de Kamerleden dat ook, dus dat betekent dat we aan heteinde van de eerste termijn zijn gekomen. Dan gaan we soepel door naarde tweede termijn, waarbij mevrouw Saris als eerste het woord heeft.Mevrouw Saris (NSC):Voorzitter, dank u wel. Dank aan de Staatssecretaris voor de beant-woording namens het kabinet. Het is mooi om te horen dat we hier meteen aantal ervaringsdeskundigen in de zaal zitten. Voor mij is dat alweereen tijdje geleden. Als ik dit zo zeg, denk ik: ik word wel wat ouder. Datneemt niet weg dat ik het heel mooi vind om met mensen uit de sector tespreken, ook vanuit mijn ervaringen in andere levens die ik heb gehad. Ikzie vanuit de sector dat er heel veel passie is om het goede te doen voorde ontwikkeling van kinderen en voor kansengelijkheid. Het is meer danalleen de kinderen achter de voordeur dumpen. Dat is echt mooi. Juist inde driehoek van kind, gezin en onderwijs is de kinderopvang wat mijbetreft een heel belangrijke pijler. Het is ook mooi dat het een sector iswaarin het fijn is om te werken. Ik denk dat alle partijen hun zorgenhebben geuit over het behouden van die goede sector, zodat onzekinderen die kansengelijkheid kunnen blijven houden.Ik heb zojuist bij de Staatssecretaris doorgevraagd over de arbeidseis. Ikzie dus met belangstelling zijn schriftelijke reactie tegemoet. Mijn collegaWelzijn heeft wat vragen gesteld over het risico op hogere prijzen en destaatssteuntoets. Ik wil voor nu echt even die antwoorden afwachtenvoordat wij daar vanuit NSC een reactie op geven. U hebt rondom degastouderbureaus aangegeven dat dat voor u een belangrijk element is.Dat geldt voor ons ook. Wij vinden het van groot belang dat er een diversaanbod is en dat er ook in de regio en het buitengebied een goed aanbodis. Ook daarvoor zien we uit naar de brief. Tegelijkertijd bekruipt mij als ikal die brieven lees en met de sector spreek ook wel het gevoel dat er in aldie jaren al heel veel is onderzocht. Ik wil de Staatssecretaris dus echtoproepen – ik hoorde hem in eerste termijn wel zeggen dat hij in goedoverleg is met de sector – om de goede ervaringen van de sector tegebruiken.De voorzitter:Dank u wel.Mevrouw Saris (NSC):Ik zou graag een tweeminutendebat willen aanvragen.De voorzitter:Dan vraag ik altijd wat u van plan bent te gaan doen.Mevrouw Saris (NSC):Ik vind dit vanuit NSC een ontzettend belangrijk onderwerp, een belang-rijke sector. Het is een grootscheepse operatie en een belangrijk punt uithet hoofdlijnenakkoord. Ik wil daar in het tweeminutendebat mogelijk eenmotie over indienen.De voorzitter:En heeft u al een idee wat voor motie? De reden dat ik erop doorvraag, isdat ik echt vind dat we wat hygiëne in het debat moeten hebben. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55324 hebben afgelopen dinsdag besloten om de inbreng voor het wetsvoorsteldat er ligt voor het huidige stelsel over een paar weken te doen. DeStaatssecretaris heeft aangegeven dat er nog een aantal voorstellen enbrieven komen. Daarom vraag ik er even op door. Ik wil het het liefst zoefficiënt en effectief mogelijk doen. Wat bent u een beetje van plan? Dankunnen we kijken of er inderdaad een tweeminutendebat nodig is of datdat ergens anders kan.Mevrouw Saris (NSC):Ik denk dat wat ik een beetje van plan ben, duidelijk blijkt uit mijn bijdrage.De Staatssecretaris komt nog met een aantal schriftelijke reacties. Ik denkdat ik aan de hand daarvan ga beoordelen of ik een motie wil gaanindienen.De voorzitter:Laten we dan die schriftelijke reacties afwachten. Niet om flauw te doen,want u heeft er alle recht toe, maar de bedoeling van een debat is om metelkaar van gedachten te wisselen richting besluitvorming. De Staatssecre-taris heeft ook een aantal toezeggingen gedaan. Die ga ik straks oplezen.Er komen ook nog een aantal momenten van besluitvorming. Dus om nueen nieuw moment van besluitvorming in te lassen – dat kan altijd –moeten we het er met elkaar over eens zijn dat dat echt nodig is op datmoment, los van andere processen. Daarom vraag ik er dus een beetje opdoor. Mevrouw Paulusma?Mevrouw Paulusma (D66):Wat spreekt u mijn naam twijfelachtig uit! Wellicht kunnen we elkaar eenbeetje helpen, want ik ben ook heel erg van de hygiëne. We kunnen ookde ontzettend goede brieven afwachten die de Staatssecretaris heefttoegezegd. Dan kunnen we altijd nog een SO aanvragen en op basisdaarvan een tweeminutendebat. Ik denk dat we dan de volgorde derdingen juist hebben.De voorzitter:Dat is een suggestie van mevrouw Paulusma. Ik kijk even naar mevrouwSaris.Mevrouw Saris (NSC):Ik ben ook altijd voor goede hygiëne en ik vind het ook belangrijk dat wemet elkaar het goede debat voeren. Als we het daarover eens kunnenworden met elkaar, neem ik uw suggestie over. Ik kijk ook even naar deandere collega’s. Ik zie geen rare reacties.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog één voorwaarde, namelijk dat die brieven niet pas komen vlakvoor het moment dat die wet er is en dat we al een beetje met kaders meekunnen denken over hoe die wet er dan uit komt te zien; dat is dannatuurlijk een beetje spannend. Dan ga ik erin mee, maar als die brievenlaat komen ...De voorzitter:Laten we het zo doen: mevrouw Saris houdt de aanvraag van eentweeminutendebat even aan. Ik ga straks de toezeggingen oplezen. Dangaan we kijken wanneer die brieven komen. Als u dan nog het gevoelheeft dat het voor nu onvoldoende is, kom ik even bij u op de lijn. Zullenwe het zo doen?Mevrouw Saris (NSC):Dat vind ik een mooi compromis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55325 De voorzitter:Zo kunnen we samen met elkaar goede dingen doen. Mevrouw Haage,voor haar tweede termijn.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik sluit me daar geheel bij aan. Ik wil die brieven ookeerst even zien om te kijken wat we daarvan vinden. Het is een heel mooi,kaderstellend gesprek geweest over heel veel brieven en over wetgevingdie er nog aan zit te komen. Ik vind het ook heel mooi dat deze Staatsse-cretaris zelf een jonge vader is en dat hij de inhoud van het werk met harten ziel meteen toegepast ziet in zijn eigen privéomgeving. Nog van hartedaarmee. Dat was ik inderdaad in eerste termijn vergeten; u had het mij alverteld.Dan nog even een paar praktische dingen. Ik heb nog wel een vraag overhet bundelen van de lokale regelingen. Die zijn lokaal, maar we zien tochwel mooie pilots, zoals in Zeeuws-Vlaanderen en de gemeente Den Haag.Die ziet voor 2- tot 4-jarigen de mogelijkheid om de toegang te verbreden.Dat zeg ik omdat ik ook denk dat er als het gaat om taal een groep is dieandere regelingen heeft dan ouders die werken, die uw regeling heel erggebruiken. We zien dat er juist als die twee groepen samen naar deopvang gaan, veel meer mogelijk is. Graag nog een reactie daarop.Op die tariefregulering blijf ik ook nog even hameren. U zegt dat het nietkan in verband met het tijdpad. Als we daaraan moeten gaan morrelen,kan het dan in één keer wel?Ik wil, positief afsluitend, zeggen dat ik blij ben met de toezegging om tekijken naar voorwaarden voor het besteden van grote budgetten en hetkijken naar de WNT.Dank u wel.De voorzitter:Dat was bijna op de seconde, mevrouw Haage. Dan mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Op een dag als vandaag ben ik heel blij. Ik ben blijmet de antwoorden van de Staatssecretaris, maar ik ben ook blij dat ikintussen twee pubers heb en wat minder afhankelijk ben van de opvang.Nu vinden ze het waarschijnlijk weer verschrikkelijk dat ik dit en pleinpublic gezegd heb.Dank voor de beantwoording. Ik ben wel een beetje verwonderd over eenaantal dingen. Ik heb net samen met de voorzitter getracht om voorhygiëne te zorgen in wat wij doen, maar dan blijf ik wel verwonderd. Ikdenk dat de Kamer gewoon goed geïnformeerd moet zijn, zodat we nietcontinu een tweeminutendebat met deze Staatssecretaris in hoeven teplannen. We hebben een hoofdlijnenbrief gekregen met overwegingenrondom de grote keuzes. Ik snap nog steeds niet waarom de Staatssecre-taris zo onwelwillend doet over een tijdlijn. Als je zo’n brief stuurt, heb jenamelijk ongeveer een tijdlijn in gedachte. Ik zou dus toch graag willendat de Staatssecretaris op dat punt tot inkeer komt.Ik kijk ook heel erg uit naar de brief ten aanzien van het prijsplafond. Ikben het heel erg eens met de Staatssecretaris dat dat geen afbreuk moetdoen aan het tempo, maar ik moedig de Staatssecretaris ook aan totuitzonderlijke creativiteit, want het prijsplafond is wel van cruciaal belangvoor mijn partij. Ik hoorde de Staatssecretaris – ik hoop dat het een soortslip of the tongue was – op het eind zeggen: de Kamer heeft geen briefnodig over indexeren en de consequenties die dat heeft voor ouders meteen laag inkomen. Ik ga het omdraaien: ik mag toch hopen dat het kabinethet nodig heeft gehad om te weten wat de consequenties waren van dezebezuiniging. Anders is het namelijk rücksichtslos. Ik ga er dus eigenlijk vanuit dat het kabinet zich goed heeft laten informeren voor het maken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55326 deze keuze. Dan kan de Kamer ook gewoon netjes geïnformeerd worden.Ik wil daar dus graag een reactie op van deze Staatssecretaris.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik ga het heel kort houden. Ik wil de Staatssecretaris danken voor deantwoorden. Ik kijk ook uit naar de brieven, want heel veel vragen zijn nogniet echt beantwoord. Ik zou de Staatssecretaris alsnog willen aanmoe-digen om de voet op het gaspedaal te houden en ervoor te zorgen dat wezo snel mogelijk richting het nieuwe stelsel gaan.Dank u wel.De voorzitter:Dan mevrouw Rikkers.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Voorzitter, dank u wel. Ook ik wil graag de Staatssecretaris bedanken. Hetis goed om te horen dat hij zich ook zo goed inzet voor de opvang in deregio. Wij kijken ook uit naar de brieven.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de Staatssecretaris om te zien of hij gelijkdoor kan gaan naar de tweede termijn of enkele minuten nodig heeft.Staatssecretaris Nobel:Ik ga direct door, waarbij ik enige creativiteit ga gebruiken om niet meteende eerste vragen te beantwoorden, want daar wordt druk overgeschreven. Die pak ik dan dus even aan het eind. Die vragen gaan overwelke brief wanneer komt, zeg ik er maar bij.De Partij van de Arbeid vroeg naar het bundelen van lokale regelingen. Bijhet nieuwe stelsel kunnen we daar inderdaad naar kijken qua mitigerendemaatregelen. Ik wil daar wel twee dingen bij zeggen. Het eerste is datgemeenten al heel veel kunnen. Het tweede is dat al de extra dingen diewe willen doen, ook weer geld kosten. We hebben net met elkaarvastgesteld dat het niet-indexeren een heel pijnlijke maatregel is, dus hetwensenlijstje zal ook langer worden. Op het moment dat er onverhooptwat meer ruimte is, zullen we dus moeten kijken wat prioriteit en voorrangheeft. Dat wil ik u ook meegeven. Zo zal ik er in ieder geval wel naarkijken. Dan is dat niet-indexeren iets wat bij mij in ieder geval heel scherpop het netvlies staat.D66 vraagt opnieuw om die brief. Het is geen onwelwillendheid, zeg ikmaar gewoon. Ik heb op dit moment gewoon nog onvoldoende om aan umee te delen. Mocht dat tijdpad scherper zijn, kan ik u dat zekermeegeven. Die toezegging wil ik doen, maar ik kan het gewoon op ditmoment niet. Ik heb de invoering van die wet. Ik wil dat goed enzorgvuldig met de sector doen. De voorjaarsrapportage – dat is wanneeralle financiële consequenties duidelijk zijn – heeft uiteindelijk mogelijk ookeffect op hoe we hier met elkaar het tijdpad bezien. Het is dus echt nog tevroeg. Het is geen onwelwillendheid aan mijn kant.De voorzitter:Dat roept wel een vraag op bij mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Ja, want nu ligt er iets nieuws op tafel. De Staatssecretaris heeft net eenaantal keer gezegd dat hij er nog geen zicht op had. Hij noemde deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55327 internetconsulatie. Maar nu hoor ik de Staatssecretaris ook deVoorjaarsnota noemen en de financiële consequenties daarvan. Zegt deStaatssecretaris daarmee ook dat we wellicht een heel ander scenariovoor ons hebben als het gaat om dit wetsvoorstel en de ambities rondomde kinderopvang?Staatssecretaris Nobel:Het eerste is waarom het niet kan, en het tweede heeft daar mogelijk nogextra invloed op. Dat weet ik nog niet, want de voorjaarsrapportage ligt ernog niet. Maar zoals we terecht met elkaar stellen, zijn er nog een aantalhobbels op dit traject. Op het moment dat 2027 niet kan, wat doen we danmet die hobbels? Als er opeens toch meer geld gevonden moet worden,moeten we dan nog extra bezuinigen? Ik kan me dus voorstellen dat datinvloed heeft op het tijdpad. De voorjaarsrapportage is behoorlijk dichtbij,dus wat mij betreft komen die twee dingen daarbij samen. Maar het eersteis op zich al wat maakt dat ik op dit moment het tijdpad niet kan schetsen.Daar komt nog die voorjaarsrapportage bij. We zitten allebei lang genoegin de politiek om te weten dat dat hoe dan ook iets gaat betekenen, dus ikdenk dat ik dat dan ook in het tijdpad mee zal moeten laten wegen. Ik denkdat het heel onverstandig is om nu een tijdpad te schetsen. Dan komtstraks de voorjaarsrapportage en zien we dat het er opeens heel andersuitziet. Ik denk dat we daar niets aan hebben. Daarom wil ik dus zeggendat we daar ook naar moeten kijken.Dan vroeg u naar de bezuiniging van 250 miljoen. De punten die uaandraagt, heeft het kabinet ook scherp op het netvlies gehad, namelijkdat dat mogelijk gevolgen heeft. Zoals ik heb aangegeven, hangt degrootte van die gevolgen er ook van af welke maatregelen we uiteindelijknog gaan treffen. Ik blijf daarbij benoemen dat we in de armoedesfeerweer maatregelen hebben getroffen om de lage en middeninkomens testutten. In alle koopkrachtplaatjes gaan zowel de lage als de middenin-komens erop vooruit. Ik wil dit dus niet alleen bezien vanuit de kinder-opvang, maar meer in den brede. Dan blijft het nog steeds een pijnlijkebezuiniging, maar het betekent wel dat we ook hebben gekeken naar delage en middeninkomens en naar wat dat doet voor wat mensenuiteindelijk in de portemonnee hebben.De voorzitter:Mevrouw Paulusma heeft daar nog een vraag over.Mevrouw Paulusma (D66):Excuus. We lopen volgens mij enorm vooruit in de tijd. Ik hoor deStaatssecretaris nu toch zeggen dat hij het een en ander wist ten aanzienvan het niet-indexeren en de consequenties daarvan. Maar ik hebbijvoorbeeld ook de simpele vraag gesteld: heeft het kabinet inzichtelijkhoeveel ouders met lage inkomens nu in de problemen komen? Ik wilgewoon heel graag geïnformeerd worden over de consequenties, omdatik niet wil dat we over vijf jaar tegen elkaar zeggen: «Wij zijn deze groepvergeten. Wat was dat dom. Hadden we het niet anders kunnenorganiseren?»Staatssecretaris Nobel:U stelt nu een net iets andere vraag dan zojuist. U vroeg: heeft het kabinetde gevolgen inzichtelijk gehad toen het deze pijnlijke bezuinigingdoorvoerde? Dat heeft betrekking op een aantal punten. Die puntenkomen ook terug in het wetsvoorstel dat bij u ligt. Daar heeft u in die zin alantwoord op gekregen. Ik heb zojuist in het debat ook aangegeven dat wehet daar verder over moeten hebben als we deze wet bespreken metelkaar, want we kunnen mogelijk ook nog mitigerende maatregelentreffen. Dan is het effect misschien anders dan met het wetsvoorstel zoalshet nu bij uw Kamer ligt. Daarmee heb ik volgens mij op twee verschil-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55328 lende manieren antwoord gegeven op uw vraag. De ene vraag was: heeftu nagedacht over de bezuiniging? Ja, die was pijnlijk. Tegelijkertijd vroegu welk effect dat gaat hebben. Dat weet u, want de wet ligt bij u. Daarmoeten we het nog verder met elkaar over hebben.De voorzitter:Héél kort, mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Dit was een beetje flauw. Er zit een hele club ambtenaren mee te luisterenen te kijken. Ik citeer net in mijn spreektekst een van de vragen die ikletterlijk aan de Staatssecretaris heb gesteld. Ik heb het in tweede termijnwellicht net iets anders geformuleerd, maar ik heb gewoon hele concretevragen gesteld. Dat zijn geen vragen die eerder niet gesteld waren. Er isgewoon geen antwoord op gegeven. We kunnen een semantischediscussie voeren, maar dit is ongeveer wat er nu op tafel ligt. Dat vind ikheel jammer.Staatssecretaris Nobel:Ik ga nog een verwoede poging doen. Volgens mij heb ik nu antwoordgegeven op twee vragen die net iets anders waren. Dat geeft u zojuist ookzelf aan. U herhaalt één vraag. Volgens mij was de ene vraag: heeft unagedacht toen u die bezuiniging doorvoerde? Het antwoord daarop is ja.Het blijft een pijnlijke bezuiniging. Uw andere vraag was: wat zijn preciesde gevolgen? Ik heb aangegeven dat die inzichtelijk zijn, want datwetsvoorstel ligt bij u. Tegelijkertijd heb ik aangegeven dat we het daar ophet moment dat we die wet bespreken opnieuw met elkaar over moetenhebben, want als er mitigerende maatregelen worden getroffen, zijn deeffecten wellicht anders dan in het wetsvoorstel zoals het nu bij uw Kamerligt. Daarmee heb ik in ieder geval nogmaals geprobeerd een antwoord tegeven op de vraag. Ik weet niet of het helemaal gelukt is, maar zoals deRijdende Rechter zou zeggen: hier moet u het mee doen.Dan nog even het tijdpad met de ...De voorzitter:Gelukkig hebben we een trias politica in Nederland. Voor mevrouwPaulusma: die wetsinbreng staat op de rol. Dan kunt u eventueel opnieuwde vragen stellen.Mevrouw Paulusma (D66):Ik sprak de Staatssecretaris aan op de woordkeuze en niet zozeer op hetproces.Staatssecretaris Nobel:Voorzitter. Dan de brieven en wat er allemaal nog naar de Kamer toe komt.We hebben het zojuist al gehad over het wetsvoorstel Niet-indexeren. Datligt bij de Kamer.De antwoorden op de Kamervragen van onder andere mevrouw Welzijnverwacht ik over drie tot zes weken. Daar zitten onder andere de vragenover de staatssteun en de prijzen bij.Er komt nog een brief over de gastouderopvang. Die gaat over deuitstroom. Die verwacht ik in het voorjaar. Bij de Voorjaarsnota kunnen erwellicht ook nog zaken zijn die hier betrekking op hebben, zoals ik zojuistal heb aangegeven.De consultatie van het wetsvoorstel zal rond de zomer zijn, dus in juni ofjuli 2025.De brief met een reactie op de onderzoeken naar de kostprijs en detariefregulering komt na de zomer.Het weegmoment waar we het over hebben gehad, met de DienstToeslagen als uitvoerder, verwacht ik in het najaar van dit jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55329 Tot slot verwacht ik het wetsvoorstel voor het nieuwe stelsel begin 2026.Daarmee hoop ik alles te hebben opgesomd. Ik zie mevrouw Haage watmoeilijk kijken. Ik kan dit best ook nog even in een briefje zetten als dat deKamer helpt.Mevrouw Saris (NSC):Over 56 dagen is het voorjaar, is mij vanmorgen verteld. Daar zien wijnaar uit. «Voorjaar» is natuurlijk wel wat breder dan over 56 dagen. Gaathet om het begin van het voorjaar of het einde van het voorjaar? Kunt udaar iets specifieker over zijn?De voorzitter:Ik ga dat zo bij de toezeggingen inderdaad vragen. Het voorjaar is eigenlijkal begonnen. In politieke termen loopt het voorjaar van januari tot juli.«Voor de zomer» loopt tot het zomerreces. «Na de zomer» loopt meestaltot januari. Ik ga zo meteen proberen er wat maanden aan te koppelen,want ik begrijp heel goed wat mevrouw Saris zegt. Zullen we dietoezeggingen dan maar even nagaan?Staatssecretaris Nobel:Bij de Participatiewet had ik het over het voorjaar, maar ik zie dat deKamer behoefte heeft aan een specifieke maand.De voorzitter:Zeker, zeker. Zo delen we in ieder geval verwachtingen met elkaar envoorkomen we daarmee teleurstelling. Even voor iedereen: toezeggingenzijn dus aparte brieven, dus niet al aangekondigde brieven. De Staatsse-cretaris noemde net een aantal brieven die al waren aangekondigd, dusdie schrijven we niet opnieuw op als toezegging. Ik ga inderdaad proberenom tot maanden te komen.−De eerste toezegging. De Staatssecretaris komt met een tijdlijn voorhet nieuwe financieringsstelsel. Dat is toegezegd aan mevrouwPaulusma.U had daar mondeling al een tipje van de sluier over opgelicht. U heeftdat al een beetje uitgediept. Volgens mij zei u dat u rond mei wel met diebrief kunt komen. Dat heb ik eruit geproefd.Staatssecretaris Nobel:Exact.De voorzitter:Zegt u het maar even in de microfoon. Dat is beter.Staatssecretaris Nobel:U hoorde het ook, daar hebben we echt het weegmoment van Toeslagenvoor nodig. Dat zou dus in het najaar van 2025 zijn.De voorzitter:Dus dat is september.Staatssecretaris Nobel:Ik hoor hier in mijn oortje dat het dan de maand november betreft, als wehet over maanden hebben.De voorzitter:November.Mevrouw Paulusma (D66):Dat lijkt mij echt rijkelijk laat. Als er een hoofdlijnenbrief ligt met degrootste punten en de ambities en wat we willen, dan kunnen we niet inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55330 november met een tijdlijn komen. Dan moet er blijkbaar iets heelspectaculairs gaan gebeuren met de Voorjaarsnota en dan moeten wemisschien nog een keertje bij elkaar komen.De voorzitter:Ik kijk even naar de Staatssecretaris.Staatssecretaris Nobel:Ik kan hier wel heel stoer zeggen dat ik een aantal maanden eerder kom,maar daar zit gewoon een dilemma bij. Dat dilemma wil ik ook met udelen: we moeten wel de uitvoerder de gelegenheid geven om aan tegeven dat ze het aankunnen. We weten allemaal wat er hiervoor isgebeurd; dat is niet mooi gegaan. Het laatste wat ik dus zou willen, is deuitvoerder over de kling jagen en zeggen «het moet sneller, sneller,sneller», en vervolgens met elkaar ja zeggen op iets waarvan we nietprecies kunnen overzien wat het doet. Dat lijkt me dus erg onverstandig,maar ik laat die keuze om daar meer druk op te zetten uiteraard bij uwKamer. Mijn advies vanuit het kabinet zou zijn: doe dat niet. Laten we datook zorgvuldig met elkaar doen.Mevrouw Saris (NSC):Misschien hebben we het over verschillende dingen, maar mevrouwPaulusma vroeg naar een tijdlijn; daar heb ik ook behoefte aan. U hebt hetal over uitvoering. Als je pas in november de tijdlijn hebt, kan ik dat niethelemaal rijmen met de voet op het gaspedaal die u noemt in uw eerstetermijn.Staatssecretaris Nobel:Het lijkt inmiddels een beetje een woordspelletje zo. Kijk, de reden dat ikdat briefje zo afhoud, is dat ook de implementatie daarin moet zitten als jehet goed wilt doen. Dan hebben we ook de uitvoerder nodig. Ik kan u bestdit voorjaar een tijdlijn geven. In mei of juni kan die brief er dan liggen,maar dan zit de implementatie daar dus niet bij. Anders moeten we deuitvoerder onnodig onder druk gaan zetten. Dat zou ik niet willen en ikhoop uw Kamer ook niet. Dus als we de tijdlijn zo kunnen opstellen dathet stuk van de uitvoering daar niet bij zit, wat wel wezenlijk is, zeg ik viade voorzitter, kan ik u in mei of juni een brief doen toekomen.De voorzitter:Mevrouw Saris? Ja, mevrouw Paulusma, maar het is een toezegging aanu. We kunnen ook gewoon zeggen: prima.Mevrouw Paulusma (D66):Prima.De voorzitter:Dank u wel, Staatssecretaris.−De tweede toezegging. De Staatssecretaris komt schriftelijk terug op dearbeidseis en de bestaande uitzonderingen hierop. Dit is toegezegdaan het lid Saris.Ik denk dat dat een aanvulling is op de alinea die u daarover in de huidigebrief al had neergezet. Dat lijkt me dus niet heel ingewikkeld.Staatssecretaris Nobel:Die doen we bij de brief van de tijdlijn, om het eenvoudig te houden.De voorzitter:Dat is best wel een goed idee, dus die zetten we ook op mei of juni.−De derde toezegging. De Staatssecretaris stuurt een brief waarin hijingaat op de tariefregulering en de uitkomst van de onderzoekenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55331 daarnaar. Hij neemt daarin ook mee hoe dat zich verhoudt tot hetnieuwe stelsel.Dat zou u na de zomer doen.Staatssecretaris Nobel:Die brief komt in september.De voorzitter:Dat had ik goed gegokt. Dank u wel.−De vierde toezegging. De Staatssecretaris neemt de verkenning naarhet toezicht op ouderniveau mee in de voortgangsbrief over toezichten kwaliteit.Dat is eigenlijk al een toegezegde brief. Die komt eind 2025, dus ikvermoed ook ongeveer in november of december. Ik zie wat geknik; dat isbest wel makkelijk.Hebben we dan nog dingen gemist die we verwachtten?Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Ik had zelf ook al even de toezegging genoemd over – nu ben ik zelf evenmijn blaadje kwijt – de voorwaarde voor de besteding van het geld. Diemag ook met iets anders meekomen, maar dan wil ik wel even wetenwanneer en waarmee.Staatssecretaris Nobel:Die komt mee in het wetsvoorstel, hoor ik in mijn oortje. Dat is dus begin2026.Er was nog een andere toezegging waarbij ik iets concreter kan zijn,voorzitter. Dat was die brief over de gastouderopvang. Ik had het daarover het voorjaar, maar als u een maand wilt noteren, kan dat aprilworden.De voorzitter:Ja, die had ik inderdaad gezien als al aangekondigde brief, dus die had ikniet apart genoemd, maar wel fijn dat u daar de maand bij noemt. En danzou het antwoord op de vraag van mevrouw Haage omtrent dienormering bij het wetsvoorstel komen. Nou, prima, inderdaad.Dan zijn we aan het einde gekomen van dit commissiedebat. Ik geef mijnwelgemeende complimenten aan zowel de leden van de Kamer als deStaatssecretaris voor de compactheid en de gerichtheid van dit debat.Dank aan de betrokken toekijkers op de tribune en eventueel op afstand. Ikwens u een plezierige voortzetting van de dag. Tot ziens.Sluiting 15.12 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 55332

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b4f85e68d96a3d6f

14 okt 2026 · 22ddb8914c8f4ee5

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingKinderopvang
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 23 januari 2025, over Kinderopvang

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.