KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden inzake Actieagenda Integratie en de Open en Vrije Samenleving (Kamerstuk 32824-448)

8 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5f13abc4e2630999 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 824IntegratiebeleidNr. 451 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 8 april 2025 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft eenaantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken enWerkgelegenheid over de brief van 7 februari 2025 inzake ActieagendaIntegratie en de Open en Vrije Samenleving (Kamerstuk 32 824, nr. 448).De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 8 april2025. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,TielenDe griffier van de commissie,Meester-Schaap kst-32824-451ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4511 Vraag 1Kunt u zo precies mogelijk aangeven welke positieve ontwikkelingen erallemaal te zien zijn, het liefst cijfermatig onderbouwd, bijvoorbeeld opgebied van onderwijs, arbeidsparticipatie etc.?AntwoordIn de beantwoording van deze vraag baseer ik mij op gegevens van hetCBS die onderzoek doet naar sociaaleconomische posities van mensenmet verschillende migratieachtergronden.In het onderwijs is er sprake van een inhaalslag en daarbij stijgt bijvoor-beeld het aandeel leerlingen met een buiten-Europese migratieachter-grond dat in het 3e leerjaar van het voortgezet onderwijs het havo of vwovolgt relatief hard: de achterstand in 2011/2012 is in 12 jaar gehalveerd(van 12%-punt in 2011/2012 tot 6%-punt in 2023/2024).1Binnen het MBO is er bij in Nederland geboren studenten sprake van eenverschuiving naar het hoogste niveau – mbo-4 – duidelijk zichtbaar in alleherkomstgroepen. Vooral onder studenten van de Turkse of Marokkaansetweede generatie nam het aandeel studenten op mbo-4-niveau toe, vanrespectievelijk 42% en 42% in 2013/2014 naar 60% en 65% in 2023/2024.Hiermee komt het aandeel mbo-4-studenten in deze groepen hoger uitdan in de totale populatie mbo-studenten.2Ook met betrekking tot de arbeidsparticipatie tekent zich bij de groep metbuiten-Europese achtergrond een positieve ontwikkeling af over de laatste20 jaar: de participatiegraad is tussen 2003 en 2023 gestegen van 57,1%tot 68,3% en de achterstand ten opzichte van het Nederlandse gemiddeldeis in die periode afgenomen van – 7,1%-punt tot – 4,8%-punt.3Zowel in het onderwijs als op de arbeidsmarkt komt de verbetering vooralvoor rekening van de 2e generatie. Zo is de netto-participatiegraad bij de2e generatie met buiten-Europese achtergrond hoger dan het Nederlandsegemiddelde.Verder is bijvoorbeeld het aandeel van de bevolking dat wordt verdachtvan het plegen van een misdrijf sinds 2005 sterk afgenomen. Bij groepenmet een migratieachtergrond lag dit aandeel in 2005 aanzienlijk hoger dangemiddeld, maar sinds die tijd is daling bij deze groepen substantieelgroter geweest dan gemiddeld. Daarmee is de oververtegenwoordiging inde verdachtencijfers voor de groep met buiten-Europese achtergrondgeslonken van 2,4%-punt in 2005 tot 0,8%-punt in 2023.4Vraag 2Kunt u zo precies mogelijk aangeven op welke punten de integratie nietgoed verloopt, het liefst cijfermatig onderbouwd?AntwoordHet kabinet maakt zich zorgen om ontwikkelingen die de open en vrijesamenleving onder druk kunnen zetten. Zo zien we problemen op hetgebied van meedoen in de samenleving en het met elkaar samenleven inverscheidenheid. Niet iedereen voelt zich vrij om zichzelf te kunnen zijnen/of eigen keuzes te maken over de inrichting van hun leven. Voelenmensen zich niet meer thuis of veilig in bepaalde buurten. Staan er1CBS, Kernindicatoren integratie: https://dashboards.cbs.nl/v5/kernindicatoren_integratie/2CBS, Onderwijs – Integratie en samenleven 2024: https://longreads.cbs.nl/integratie-en-samenleven-2024/onderwijs/3CBS, Kernindicatoren integratie: https://dashboards.cbs.nl/v5/kernindicatoren_integratie/4CBS, Kernindicatoren integratie: https://dashboards.cbs.nl/v5/kernindicatoren_integratie/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4512 mensen aan de zijlijn omdat zij vanwege herkomst of migratie belemmerdworden in het vinden van werk. Dat kan zijn doordat zij bijvoorbeeld detaal niet machtig zijn of discriminatie ervaren.Er is op de meeste terreinen voor de meeste groepen nog steeds sprakevan een ongunstiger positie: ondanks de gestegen onderwijsniveaus is ernog steeds sprake van een ondervertegenwoordiging van leerlingen meteen buiten-Europese achtergrond in het 3e leerjaar van het voortgezetonderwijs en ligt het aandeel onder deze groepen dat havo of vwo volgtnog steeds lager dan gemiddeld.Specifiek op het terrein van onderwijs is het verontrustend dat hetvoortijdig schoolverlaten recentelijk weer stijgt. En verder is de bijstands-afhankelijkheid van groepen met een buiten-Europese achtergrond nogsteeds hoger dan gemiddeld (en hardnekkig: de oververtegenwoordigingdie in 2015 7,7%-punt bedroeg is in 2023 slechts met 1,6%-punt gedaaldtot 6,1%-punt).Taal en werk spelen dan ook een belangrijke rol. Het kabinet heeftbesloten de taaleis in de huidige vorm te behouden in de participatiewet.Ook wil ik een zo breed mogelijke inzet van zogenoemde startbanenonderzoeken voor statushouders. Hierbij krijgen statushouders navestiging in de gemeente direct bij aanvraag van de bijstand een baanaangeboden in combinatie met inburgering.Tot slot geldt dat strafbare, ernstige vormen van inbreuk van het recht opzelfbeschikking, zoals huwelijksdwang en achterlating, eergerelateerdgeweld en vrouwelijk genitale verminking, vooral voorkomen ondergesloten gemeenschappen binnen sommige groepen migranten. De inzetop het versterken van het recht op zelfbeschikking is daarom eenonderdeel van de Actieagenda.Met de Actieagenda richt ik mij ook op het deel van de mensen dieachterblijven op het gebied van taal en werk en het onderschrijven van denormen en waarden van de open en vrije samenleving. Daarbij wil ik metde Actieagenda ook werk maken van de oververtegenwoordiging in debijstand en criminaliteitscijfers van specifieke groepen.Vraag 3Kunt u aangeven welke maatregelen/investeringen het best zoudenkunnen helpen op de punten waarop de integratie nu nog niet goedverloopt?AntwoordDoor in te zetten op het versterken van de normen en waarden van deopen en vrije samenleving en daarmee heldere kaders te stellen voorintegratie en het samenleven in al onze diversiteit. Daarnaast zou bij deintegratie van nieuwkomers het hebben van werk en taalbeheersingcentraal moeten staan, opdat zij zo snel mogelijk kunnen meedoen in desamenleving.Vraag 4Gaat het om strafbare feiten wanneer wordt gesproken over intolerante enonverdraagzame gedragingen?AntwoordBepaalde intolerante en onverdraagzame gedragingen zijn inderdaad alsstrafbaar aan te merken. Er zijn echter ook intolerante en onverdraagzamegedragingen die niet onwettelijk of strafbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijnbijvoorbeeld groepen mensen die zich volledig afsluiten van de rest vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4513 de samenleving, of actief ideeën uitdragen die intolerant zijn jegensandere groepen in de samenleving. Dit zijn gedragingen die niet op ofover de grens liggen, maar (net) ervoor. Strafrecht is hier vaak niettoepasbaar. Maar er kan sprake zijn van onwenselijkheid, als dergelijkegedragingen de open en vrije samenleving aantasten.Vraag 5Om welke concrete gedragingen gaat het wanneer wordt gesproken overintolerante en onverdraagzame gedragingen?AntwoordIn de Nederlandse samenleving is ruimte voor een grote diversiteit vanbeschouwingen, opvattingen, waardepatronen en leefstijlen. Dit betekentdat mensen de vrijheid hebben hun eigen keuzes te maken binnen dekaders van de democratische rechtsorde. Onze vrijheden zijn echter geenvrijbrief voor intolerant of onverdraagzaam gedrag. Overheid en samen-leving moeten zich teweerstellen tegen de uitwassen die op basis vanideologische of religieuze overtuigingen leiden tot actieve onverdraag-zaamheid, en – onder omstandigheden – het belemmeren van anderen inhet uitoefenen van hun grondwettelijke rechten en vrijheden. Hierbij kanworden gedacht aan (gezaghebbende) personen binnen een groep dieleden van de eigen groep «bestraffen» (door bijvoorbeeld bedreiging)voor gedrag en uitingen die niet volledig overeenkomen met de geldendenorm of mensen ertoe aanzetten om niet de Nederlandse taal te leren.Ik heb aangekondigd voor de zomer een juridische verkenning te startennaar de mogelijkheden om te komen tot normering van specifiekegedragingen. Gezien de complexiteit van de verkenning – het gaat ommogelijkheden tot het normeren van gedragingen die raken aan diversewetsdomeinen – verwacht ik uw Kamer dit najaar te kunnen informerenover de voortgang.Vraag 6Welke definitie van buitenlandse inmenging hanteert u in uw onderzoek?AntwoordHet kabinet volgt de definitie van statelijke inmenging zoals beschreven inde fenomeenanalyse van de AIVD en NCTV.5 Ongewenste buitenlandseinmenging (of: statelijke inmenging) is een verzamelnaam voor allerleimanieren waarop buitenlandse overheden zich proberen te bemoeien metof te mengen in de gang van zaken in Nederland. Onder statelijkeinmenging valt elke activiteit die de democratische rechtsorde ondermijnten die wordt ondernomen door een buitenlandse overheid of proxynamens een buitenlandse overheid.Het gaat om een breed palet aan activiteiten van andere landen, gerichttegen verschillende soorten doelwitten, zoals overheidsinstanties, mediaen wetenschappelijke instituties, maar ook individuen, zoals politici,bestuurders journalisten en andere burgers.Vraag 7Gaat het bij buitenlandse inmenging om financiering of is de term bredervan toepassing?AntwoordZoals benoemd in het antwoord op vraag 6 is statelijke inmenging eenverzamelnaam voor verschillende activiteiten van buitenlandse5AIVD en NCTV. Over de grens. Statelijke inmenging in diasporagemeenschappen in Nederland.Oktober 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4514 overheden. Verschillende verschijningsvormen daarvan in Nederland,zoals ondermijnende beïnvloeding, worden door de AIVD en NCTV in dezepublicatie beschreven. Financiering kan daar een middel toe zijn.Bijvoorbeeld wanneer buitenlandse overheden via financiering bijdragenaan de verspreiding van ondermijnend gedachtegoed of propaganda.Aanvullend zet het kabinet zich in om risico’s op onwenselijkebeïnvloeding via geldstromen tegen te gaan. Het wetsvoorstel Transpa-rantie Maatschappelijke Organisaties dat nu in de Kamer ter besluit-vorming ligt vormt hierin een eerste stap.Vraag 8Op welke manier krijgt de verbondenheid tussen migratie en integratieprecies vorm in het nieuwe integratiebeleid?AntwoordMigratie en integratie zijn verbonden opgaven en hebben effect op desociale samenhang in de samenleving. De omvang van de integratie-opgave hangt mede af van het aantal nieuwkomers, hun opleidingsniveauen culturele achtergrond en de mate waarin we in Nederland in staat zijnom met elkaar samen te leven. Integratie blijft een individuele opgavewaarbij de overheid de randvoorwaarden kan scheppen.De Actieagenda richt zich op de integratie van nieuwkomers via werk entaal, alsook de meer structurele effecten van migratie op de samenlevingdoor het in goede banen leiden van de manier waarop mensen metverschillende achtergronden, bijvoorbeeld op het gebied van cultuur enopleiding, samenleven en het versterken van de open en vrijesamenleving.Vraag 9Met wie heeft u samengewerkt om deze Actieagenda op te stellen?AntwoordDeze Kamerbrief betreft een aankondiging van de Actieagenda Integratieen de Open en Vrije Samenleving, waarin ik mijn ambities en beoogdedoelen weergeef. Mijn ambities heb ik besproken binnen het kabinet. Voorhet uitwerken van de Actieagenda zal ik nauw samenwerken metverschillende maatschappelijke organisaties, waaronder gemeenten, deVNG en maatschappelijke organisaties en zelforganisaties vanuitverschillende gemeenschappen.Ik werk hierbij (alleen) samen met maatschappelijke partners, die dedoelstellingen van de Actieagenda Integratie en de waarden en normenvan onze open en vrije samenleving onderschrijven. Dit proces wordtmomenteel vormgegeven.De afgelopen periode heb ik al gesprekken gevoerd met CMO, Femmesfor Freedom, sleutelpersonen op het gebied van zelfbeschikking en metNederlanders met verschillende herkomst die buitenlandse inmenginghebben ervaren. Daarnaast heb ik diverse werkbezoeken afgelegd in hetkader van deze Actieagenda, waaronder het spreekuur voor vrouwelijkegenitale verminking in het Hagaziekenhuis.Vraag 10Kunt u specificeren welke groepen worden benoemd als doelgroep vandeze Actieagenda?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4515 Met de Actieagenda richt ik me op nieuwkomers en de gehele Neder-landse samenleving, waaronder ook Nederlanders met een migratieach-tergrond. Ik beoog werk te maken van een samenleving waarin iedereende waarden en normen van de Nederlandse rechtsstaat onderschrijft, enwaar taal en werk voorwaarden zijn voor een succesvolle integratie. Meerspecifiek richt ik mij met de Actieagenda op mensen die achterblijven ophet gebied van taal en werk, het onderschrijven van de normen enwaarden van de open en vrije samenleving en het tegengaan vanoververtegenwoordiging in criminaliteitscijfers van specifieke groepen.Vraag 11Wat is de noodzaak van deze Actieagenda? Kunt u specifieke wetenschap-pelijke bronnen benoemen die dit onderbouwen?AntwoordHet kabinet maakt zich zorgen om ontwikkelingen die onze open en vrijesamenleving onder druk kunnen zetten. Niet iedereen voelt zich vrij omzichzelf te kunnen zijn, voelt zich veilig of onderdeel van de samenleving.Daarbij dreigt toenemende segregatie met mogelijk ook toenemendespanningen, polarisatie en discriminatie. Dit vraagt om heldere kaders ophet gebied van integratie en samenleven die ik met deze Actieagenda wilstellen. Zie ook de antwoorden onder vraag 1, 2 en 3.Vraag 12Hoe waarborgt het kabinet dat integratiebeleid niet uitsluitend nieuw-komers betreft, maar ook sociale cohesie tussen alle Nederlandersbevordert?AntwoordDe Actieagenda richt zich naast nieuwkomers, ook op hoe alle Neder-landers – met al onze verschillende achtergronden – met elkaar samen-leven. Pijler 1 richt zich daarom onder andere op het bevorderen van demaatschappelijke samenhang en versterken van sociale cohesie.Vraag 13Op welke manier zorgt het kabinet ervoor dat het beeld van Nederlandersmet een migratieachtergrond niet wordt gereduceerd tot een «integratie-probleem»?Antwoord 13Door de te benadrukken dat er ook veel goed gaat, zoals ook gedaan in deonderhavige Kamerbrieven te benoemen waar ik specifieke problemen ziedie ik ga aanpakken.Vraag 14Wat is de definitie van een nieuwkomer?AntwoordEr is geen wettelijke definitie van «nieuwkomer» in de Wet inburgering ende Vreemdelingenwet. Nieuwkomers zijn immigranten die naar Nederlandkomen voor werk of hun partner. Of het zijn vluchtelingen.6 In het kadervan de Actieagenda hebben we het over mensen die recent naarNederland zijn gekomen.7Vraag 15Hoelang beschouwt u iemand als nieuwkomer?6Bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inburgeren-in-nederland7Kamerbrief Actieagenda Integratie en de Open en Vrije Samenleving, p. 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4516 Antwoord 15Daar is geen vaste tijdslimiet voor. Ik vind het van belang dat nieuw-komers integreren, via het hebben van werk en het leren van de taal. Ditvormt de basis van meedoen en onderdeel zijn van onze samenleving.Vraag 16Op welke manier zijn maatschappelijke organisaties betrokken bij hetopstellen van deze Actieagenda? Kunt u specifiek toelichten op wat voormanier er is samengewerkt?Antwoord 16Deze Kamerbrief betreft een aankondiging van de Actieagenda Integratieen de Open en Vrije Samenleving, waarin ik mijn ambities en beoogdedoelen weergeef. Mijn ambities heb ik besproken binnen het kabinet. Voorhet uitwerken van de Actieagenda zal ik nauw samenwerken metverschillende maatschappelijke organisaties, waaronder gemeenten, deVNG en maatschappelijke organisaties en zelforganisaties vanuitverschillende gemeenschappen. Ik werk hierbij (alleen) samen metmaatschappelijke partners, die de doelstellingen van de ActieagendaIntegratie en de waarden en normen van onze open en vrije samenlevingonderschrijven. Dit proces wordt momenteel vormgegeven.De afgelopen periode heb ik al gesprekken gevoerd met CMO, Femmesfor Freedom, sleutelpersonen op het gebied van zelfbeschikking en metNederlanders met verschillende herkomst die buitenlandse inmenginghebben ervaren. Daarnaast heb ik diverse werkbezoeken afgelegd in hetkader van deze Actieagenda, waaronder het spreekuur voor vrouwelijkegenitale verminking in het Hagaziekenhuis.Vraag 17Op welke manier worden Nederlanders met een migratieachtergrondactief betrokken bij de totstandkoming van het integratiebeleid?AntwoordIk ben in gesprek met verscheidene gemeenschappen, waaronder metjongeren, waarin aandacht is voor spanningen en zorgen in de samen-leving, alsook ervaren discriminatie en uitsluiting. Dit wordt meegenomenin de verdere beleidsontwikkeling van het integratie- en samenleven-beleid.Vraag 18Hoe verhoudt de Actieagenda zich tot eerdere integratiebeleidsplannen?AntwoordDe WRR heeft in haar rapport «Samenleven in Verscheidenheid» uit 2020een overzicht opgesteld van verschillende beleidsmodellen op het gebiedvan integratie van 1960 tot nu.8 Uit de analyse van de WRR blijkt dat ersinds 2020 beleid wordt gevoerd wat ziet op sociaal-culturele inburgeringen sociaaleconomische participatie van migranten. De Actieagenda isscherper en minder vrijblijvend dan eerdere plannen door heldere kaderste stellen voor integratie en samenleven. Dit gebeurt door het stelligeronderschrijven van de waarden en normen van de open en vrije samen-leving, de taaleis in de Participatiewet en startbanen voor statushouders.Vraag 198Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Samenleven in Verscheidenheid (2020),p.112, tabel 4.1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4517 Hoe wordt bepaald welke groepen als «integratie-uitdaging» wordenbestempeld en op basis van welke objectieve criteria gebeurt dit? Kunt udit beantwoorden met wetenschappelijke onderbouwing?AntwoordPeriodiek toegepast wetenschappelijk beleidsonderzoek van bijvoorbeeldhet CBS en SCP zoals onder meer de Surveys Integratie Migranten en derapportages Integratie en Samenleven, alsook onderzoeksanalyses enbeleidsaanbevelingen van de WRR en KIS liggen ten grondslag aan hetintegratie- en samenlevenbeleid van het kabinet en daarmee ook deActieagenda. Zie ook de antwoorden onder vraag 1, 2 en 3. De omvangvan de integratieopgave hangt mede af van het aantal nieuwkomers, hunopleidingsniveau en culturele achtergrond en de mate waarin we inNederland in staat zijn om met elkaar samen te leven. Integratie blijft eenindividuele opgave waarbij de overheid de randvoorwaarden kanscheppen.Vraag 20Kunt u aangeven welke specifieke uitdagingen/spanningen u bedoelt?AntwoordHet WRR concludeerde eerder dat een samenleving die veel diversiteitnaar herkomst kent, het samenleven ingewikkeld kan maken. Men kan zichminder thuis en onveiliger voelen, met het risico op terugtrekken in deeigen privésfeer.9 Dit is nadelig voor de maatschappelijke samenhang enkan eventueel leiden tot ongewenste polarisatie en maatschappelijkspanningen in de samenleving.Ook de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 wijst opeen verscherping van verschillende maatschappelijke scheidslijnen(opleidingsniveau, herkomst, leeftijd, regio) als gevolg van demografischeontwikkelingen zoals toenemende bevolkingsgroei, diversiteit envergrijzing. Dit kan de maatschappelijke ongelijkheid doen vergroten ende samenhang, leefbaarheid, veiligheid en welvarendheid van onzesamenleving verminderen. Ook kan het leiden tot polarisatie, extremismeen radicalisering, wat de algehele rechtsstaat kan ondermijnen.10Het kabinet maakt zich zorgen om ontwikkelingen die de open en vrijesamenleving onder druk kunnen zetten. Zo zien we problemen op hetgebied van meedoen in de samenleving en het met elkaar samenleven inverscheidenheid. Niet iedereen voelt zich vrij om zichzelf te kunnen zijnen/of eigen keuzes te maken over de inrichting van hun leven. Voelenmensen zich niet meer thuis of veilig in bepaalde buurten. Staan ermensen aan de zijlijn omdat zij vanwege herkomst of migratie belemmerdworden in het vinden van werk. Dat kan zijn doordat zij bijvoorbeeld detaal niet machtig zijn of discriminatie ervaren.Er is op de meeste terreinen voor de meeste groepen nog steeds sprakevan een ongunstiger positie: ondanks de gestegen onderwijsniveaus is ernog steeds sprake van een ondervertegenwoordiging van leerlingen meteen buiten-Europese achtergrond in het 3e leerjaar van het voortgezetonderwijs en ligt het aandeel onder deze groepen dat havo of vwo volgtnog steeds lager dan gemiddeld.Specifiek op het terrein van onderwijs is het verontrustend dat hetvoortijdig schoolverlaten recentelijk weer stijgt. En verder is de bijstands-afhankelijkheid van groepen met een buiten-Europese achtergrond nogsteeds hoger dan gemiddeld (en hardnekkig: de oververtegenwoordiging9Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, De nieuwe verscheidenheid (2018).10Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, Gematigde Groei (2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4518 die in 2015 7,7%-punt bedroeg is in 2023 slechts met 1,6%-punt gedaaldtot 6,1%-punt).Taal en werk spelen dan ook een belangrijke rol. Het kabinet heeftbesloten de taaleis in de huidige vorm te behouden in de participatiewet.Ook wil ik een zo breed mogelijke inzet van zogenoemde startbanenonderzoeken voor statushouders. Hierbij krijgen statushouders navestiging in de gemeente direct bij aanvraag van de bijstand een baanaangeboden in combinatie met inburgering.Tot slot geldt dat strafbare, ernstige vormen van inbreuk van het recht opzelfbeschikking, zoals huwelijksdwang en achterlating, eergerelateerdgeweld en vrouwelijk genitale verminking, vooral voorkomen ondergesloten gemeenschappen binnen sommige groepen migranten. De inzetop het versterken van het recht op zelfbeschikking is daarom eenonderdeel van de Actieagenda.Met de Actieagenda richt ik mij ook op het deel van de mensen dieachterblijven op het gebied van taal en werk en het onderschrijven van denormen en waarden van de open en vrije samenleving. Daarbij wil ik metde Actieagenda ook werk maken van de oververtegenwoordiging in debijstand en criminaliteitscijfers van specifieke groepen.Vraag 21Waar baseert u op dat de vrijheden in Nederland onder druk staan?Vraag 22Kunt u toelichten wat u bedoelt met het «onder druk staan» van devrijheden in Nederland?Antwoord op vraag 21 en 22Ik doel hier met name op de individuele vrijheid van eenieder om eigenkeuzes te maken over bijvoorbeeld partnerkeuze, geloof, leefstijl endergelijke. In een samenleving die divers is op vele manieren (migratie-achtergrond, opleiding, leeftijd e.d.) wordt hier verschillend over gedacht.Waar een sterke, traditionele en patriarchale groepsnorm bestaat, kan deindividuele keuzevrijheid onder druk komen te staan. Een extreemvoorbeeld hiervan zijn de cijfers over eergerelateerd geweld: in 2024kwamen bij het LEC EGG 673 zaken binnen waarbij een eermotiefwerd vermoed. In 2023 waren dat er 619 en in 2022 594. Het onder drukstaan van keuzevrijheid kan worden versterkt door de komst van nieuwegroepen in de samenleving en door de trend onder sommige groepenNederlanders (zowel religieuze groepen als niet-religieuze groepen) naarmeer traditionele opvattingen, met name over genderrolopvattingen.Vraag 23Wat is de definitie van integratie?AntwoordIntegratie kent meerdere duidingen11 die zien op de mate en wijze vanmeedoen en onderdeel zijn van de samenleving door nieuwkomers. Zieook het antwoord onder vraag 18.Vraag 24Betekent deze Actieagenda dat mensen die in Nederland geboren engetogen zijn, ook moeten integreren?11Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Samenleven in Verscheidenheid (2020),p.112, tabel 4.1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4519 AntwoordIntegratie is een individuele opgave en staat mijns inziens los van of je inNederland geboren bent of niet. Met de Actieagenda beoog ik werk temaken van een samenleving waarin iedereen de waarden en normen vande Nederlandse rechtsstaat onderschrijft, en waar taal en werkvoorwaarden zijn voor een succesvolle integratie. Dat betekent dat ik vannieuwkomers inzet verwacht om snel de taal te leren en deel te nemenaan de samenleving, liefst met betaald werk. En dat iedereen in Nederlandde waarden en normen van de Nederlandse rechtsstaat onderschrijft enbijdraagt aan het samenleven met elkaar.Vraag 25In hoeverre vindt u dat dit plan rekening houdt met de zorgen van mensenmet een migratieachtergrond? Waar kunnen zij terecht wanneer ze hetgevoel krijgen dat ze er niet bij horen?AntwoordAls kabinet staan we voor een stevige aanpak van discriminatiewaaronder de inzet op gelijke kansen op de arbeidsmarkt.Ik ben daarbij in gesprek met verscheidene gemeenschappen, waarondermet jongeren, waarin aandacht is voor spanningen en zorgen in desamenleving en het voorkomen van discriminatie.Vraag 26Hoe voorkomt het kabinet dat de nadruk op «grip op migratie» leidt totonbedoelde negatieve effecten op bestaande migrantengemeen-schappen?AntwoordDe ambitie van het kabinet om meer grip te hebben op migratie12 houdtverband met het kunnen sturen op de bevolkingsgroei en de effectendaarvan op de gehele samenleving, zoals ook geadviseerd door deStaatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050.13 Dit moet dan ookin deze context worden gezien en uitgelegd.Vraag 27Hoe beïnvloedt specifiek migratie en integratie de sociale samenhang inNederland? Wat is het effect hiervan?AntwoordHet WRR concludeerde eerder dat een samenleving die veel diversiteitnaar herkomst kent, het samenleven ingewikkeld kan maken. Men kan zichminder thuis en onveiliger voelen, met het risico op terugtrekken in deeigen privésfeer.14 Dit is nadelig voor de maatschappelijke samenhang enkan eventueel leiden tot ongewenste polarisatie en maatschappelijkspanningen in de samenleving.Ook de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 wijst opeen verscherping van verschillende maatschappelijke scheidslijnen(opleidingsniveau, herkomst, leeftijd, regio) als gevolg van demografischeontwikkelingen zoals toenemende bevolkingsgroei, diversiteit envergrijzing. Dit kan de maatschappelijke ongelijkheid doen vergroten ende samenhang, leefbaarheid, veiligheid en welvarendheid van onzesamenleving verminderen. Ook kan het leiden tot polarisatie, extremisme12Kamerstukken II, 2024/225, 19 637, nr. 330413Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, Gematigde Groei (2024).14Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, De nieuwe verscheidenheid (2018).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45110 en radicalisering, wat de algehele rechtsstaat kan ondermijnen.15 Zie ookhet antwoord onder vraag 2.Vraag 28Wat kan de groep Nederlanders zonder migratieachtergrond specifiekdoen om de sociale samenhang te bevorderen in Nederland, gezien hetfeit dat de bevolking steeds diverser zal worden?AntwoordHet CBS concludeerde in 2024 dat Nederlanders zonder migratieachter-grond vaker gesegregeerd leven in de samenleving.16 Zoals in debeantwoording onder vraag 20 toegelicht, kan segregatie leiden totverminderde maatschappelijke samenhang en mogelijk een toename aanongewenste polarisatie en maatschappelijke spanningen. Inzet opinclusie, gelijkheid en verbinding is – ook volgens de StaatscommissieDemografische Ontwikkelingen 2050 – essentieel en een opgave vooriedereen.17 De Actieagenda richt zich dan ook op de samenleving alsgeheel.Vraag 29Kunt u toelichten hoe in de Actieagenda meer gefocust wordt opproblemen in plaats van successen met betrekking tot integratie?Vraag 30Welke rol speelt u in het corrigeren van onjuiste informatie en framing inhet maatschappelijke debat over integratie?Antwoord op vraag 29 en 30In de Actieagenda wordt zowel benoemd wat goed gaat als wat niet goedgaat. Ik zet mij in voor een open en vrij Nederland, waar iedereen actiefmee doet. En iedereen in alle vrijheid zijn leven kan inrichten zoals hij ofzij wil. Met betrekking tot integratie gaat een hoop goed in Nederland.Maar ik schroom niet om de problemen die er zijn, ook te benoemen.Alleen dan kunnen problemen worden aangepakt en dat is ook het ideeachter een Actieagenda. Aan deze aanpak ligt een gedegen kennisbasisten grondslag die conform de Actieagenda verder zal worden aangevuldmet onderzoek en praktijkervaringen.Vraag 31Hoe voorkomt het kabinet dat deze Actieagenda impliciet een tweedelingkan creëren tussen Nederlanders met en zonder migratieachtergrond?AntwoordDe Actieagenda richt zich in eerste instantie op de samenleving alsgeheel, met daarnaast specifiekere maatregelen ten aanzien van deintegratie van nieuwkomers. Deze agenda focust zich niet op afkomstmaar uitkomst: Nederlanders die een bijdrage willen leveren aan de openen vrije samenleving.Vraag 32In hoeverre zijn de doelen van deze Actieagenda afgestemd op aanbeve-lingen van wetenschappelijke studies over succesvolle integratie?Antwoord15Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, Gematigde Groei (2024).16Https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/08/mensen-met-nederlandse-herkomst-hebben-meest-gesegregeerde-netwerk17Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, Gematigde Groei (2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45111 Periodiek toegepast wetenschappelijk beleidsonderzoek van bijvoorbeeldhet CBS en SCP zoals onder meer de Surveys Integratie Migranten en derapportages Integratie en Samenleven, alsook onderzoeksanalyses enbeleidsaanbevelingen van de WRR en KIS liggen ten grondslag aan hetintegratie- en samenlevenbeleid van het kabinet en daarmee ook deActieagenda. Zie ook de antwoorden onder vraag 1, 2 en 3. De mate vantaalbeheersing, het kunnen vinden van werk en het onderschrijven van denormen en waarden van de open en vrije samenleving zijn verder vaninvloed op de mate waarin een individu goed kan integreren.Vraag 33Kunt u met cijfers onderbouwen hoe u van plan bent de omvang vanmigratie drastisch te beperken?AntwoordGrip krijgen op migratie is een kabinetsbrede ambitie wat in anderekabinetsplannen is/zal worden uitgewerkt.18 De Actieagenda en deintegratieopgave, hoewel verbonden aan de omvang en soort migratie,ziet zelf niet op het beperken van de omvang van migratie. Migratie enintegratie zijn verbonden opgaven en hebben effect op de socialesamenhang in de samenleving. De omvang van de integratieopgavehangt mede af van het aantal nieuwkomers, hun opleidingsniveau enculturele achtergrond en de mate waarin we in Nederland in staat zijn ommet elkaar samen te leven. Integratie blijft een individuele opgave waarbijde overheid de randvoorwaarden kan scheppen.Vraag 34Kunt u aangeven welke factoren, indicatoren en achtergrondkenmerkeneen verhoogd risico vormen voor vrouwen en meisjes om in situatiesterecht te komen waarin ze niet hun eigen keuzes kunnen maken?AntwoordDeze vraag is lastig algemeen te beantwoorden voor verschillendegroepen en voor verschillende vormen van inperking van het recht opzelfbeschikking. Hier is nader verdiepend onderzoek op nodig. Beperkingvan zelfbeschikking van vrouwen gebeurt op verschillende manieren,waaronder (opzettelijke) financiële afhankelijkheid en – in extremerevormen – geweld tegen vrouwen. Uit de gegevens die bekend zijn opbijvoorbeeld het gebied van eergerelateerd (dodelijk) geweld blijkt uit eenverkennende studie van het Kennisplatform Inclusieve Samenleving (KIS,februari 2025) dat de positie van de vrouw of het meisje in de familie ende mate van sociale isolatie, factoren zijn die het risico beïnvloeden. Demeeste zaken die bij het LEC EGG werden aangemeld, speelden zich af in2024 af tegen een Turkse, Marokkaanse, of Syrische context.Vraag 35Kunt u uiteenzetten waarom de oververtegenwoordiging van bepaaldestrafbare feiten onder specifieke groepen migranten is opgenomen in debrief, als deze oververtegenwoordiging is terug te voeren op algemenefactoren zoals gemiddelde jongere leeftijd en de lagere opleidings- eninkomensniveau van migrantengroepen en niet op etnische-specifiekekenmerken? Waarom is deze informatie nuttig voor de integratieagenda?AntwoordDe oververtegenwoordiging straalt af op deze groepen in de samenlevingen heeft daarmee effect op het sentiment en beeldvorming rondomintegratie, samenleven in verscheidenheid en het onderschrijven van denormen en waarden van onze samenleving door deze groepen. Dit18Kamerstukken II, 2024/225, 19 637, nr. 3304Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45112 sentiment en de beeldvorming kunnen een rol spelen in hoe mensen zichtegenover elkaar en de samenleving verhouden, wat de gehelemaatschappelijke samenhang en de wijze van samenleven met elkaar kanbeïnvloeden. Uiteindelijk verwacht ik dat een afname van de oververte-genwoordiging ook op dit vlak een positief effect zal hebben. Daarom vindik het belangrijk om niet weg te kijken maar juist de problemen enuitdagingen te benoemen. Alleen zo kunnen we deze, alsook de negatieveuitstralingseffecten op groepen in de samenleving aanpakken. Zie ook deantwoorden onder vraag 39 t/m 42.Vraag 36Om welke bepaalde strafbare feiten gaat het en welke specifieke groepenzijn daarin oververtegenwoordigd?AntwoordIn de bij het CBS beschikbare verdachtencijfers waarbij naar migratieach-tergrond wordt uitgesplitst, is geen onderscheid beschikbaar naar soortstrafbare feiten. Deze cijfers zijn alleen voor het totaal beschikbaar.19Vraag 37Wat zijn op dit moment de mogelijkheden om de spanningen in het grijzegebied weg te nemen? Wordt er gewerkt aan een juridisch kader om ditgrijze gebied helder te krijgen?AntwoordTussen de verschillende grondrechtelijke vrijheden van mensen zitspanning. Dit doet zich bijvoorbeeld voor tussen het discriminatieverbodenerzijds en de vrijheidsrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting ende vrijheid van godsdienst anderzijds. Dit is een grijs gebied aangezien ergeen hiërarchie is tussen de grondrechten. Het is in dergelijke gevallenaan de rechter om te bepalen wanneer gedragingen of uitingen strafbaarzijn.Ik heb aangekondigd te verkennen of het ten aanzien van specifiekegedragingen mogelijk is om te komen tot normering, aangezien het nietmogelijk is om te komen tot één brede juridische norm. De vraag is wel ofer concrete gedragingen zijn, die momenteel nog niet strafbaar zijn én dieernstig genoeg zijn voor het treffen van een maatregel. Hiertoe start ik inafstemming met het Ministerie van Justitie en Veiligheid en BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties uiterlijk voor de zomer met een juridischeverkenning. Gezien de grote complexiteit van de verkenning – het gaat ommogelijkheden tot het normeren van gedragingen die raken aan meerderewetsdomeinen – verwacht ik uw Kamer dit najaar te kunnen informerenover de voortgang.Vraag 38Welke middelen zijn beschikbaar voor het uitvoeren van deze Actie-agenda? Zijn er binnen de Actieagenda middelen beschikbaar voorinitiatieven die sociale ontmoetingen tussen nieuwkomers en Neder-landers stimuleren?AntwoordHet beleidsondersteunend budget van de directie Samenleving enIntegratie wordt thans gedeeltelijk ingezet voor de Actieagenda. In hetkader van de Actieagenda zijn ook initiatieven voorzien die zien op socialeontmoeting tussen Nederlanders met verschillende achtergronden. Ditwordt momenteel verder uitgewerkt.19CBS, Kernindicatoren integratie: https://dashboards.cbs.nl/v5/kernindicatoren_integratie/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45113 Vraag 39Hoe onderbouwt u de oververtegenwoordiging van verdachten vanbepaalde strafbare feiten onder specifieke groepen migranten, wanneeronderzoek toont dat er geen etnisch-specifieke verklaring is volgens hetCentraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (Jaarraport Integratie 2020)?AntwoordGroepen met een migratieachtergrond zijn bijvoorbeeld gemiddeldjonger, lager opgeleid, wonen in grootstedelijke gebieden of hebben eenlage sociaaleconomische status en het zijn vooral dit soort algemenefactoren en niet de specifieke migratieachtergrond die de mate vancriminaliteit verklaart.Vraag 40Hoe impactvol is deze 0,8%-punt in de Nederlandse samenlevingmomenteel? Kunt u beschrijven waarin dit terug te zien is?AntwoordDe resterende oververtegenwoordiging is in 2023 gering. Zoals ook in hetantwoord op vraag 35 is aangegeven, heeft deze oververtegenwoordigingvooral negatieve effecten voor de beeldvorming over deze groepen.Daarbij heeft iedere vorm van criminaliteit een grote impact op deslachtoffers. Het is en blijft daarom relevant de feiten te tonen.Vraag 41Denkt u dat de oververtegenwoordiging van de groep met buiten-Europese achtergrond in de verdachtencijfers nog verder zal afnemen,ook als dit niet is met behulp van deze Actieagenda?AntwoordDe Actieagenda is er op gericht om oververtegenwoordiging verder telaten afnemen: de betere maatschappelijke positie van groepen met eenmigratieachtergrond, waar de Actieagenda op inzet, betekent dat derisicofactoren voor potentieel crimineel gedrag zullen afnemen. Dit zalzich uitbetalen in een verder dalende criminaliteit.Vraag 42Blijkt uit analyses (zoals Risbo, Erasmus Universiteit, 2023, Ontwikkelingin Integratie) dat deze oververtegenwoordiging voornamelijk te makenlijkt te hebben met algemene factoren en niet met de achtergrond vandeze mensen?AntwoordDe analyses van Risbo laten inderdaad zien dat de oververtegenwoor-diging van groepen met een migratieachtergrond in belangrijke mate zijnterug te voeren op algemene achtergrondkenmerken als: leeftijd, sekse,sociaaleconomische positie (werk (zelfstandig, loondienst), type uitkering,schoolgaand), opleidingsniveau, huishoudensinkomen, stedelijkheid vande woonomgeving, woonachtig in de G4, het hebben van een partner enhet hebben van (thuiswonende) kinderen.Vraag 43Hoe kijkt u ernaar dat de evenredigheid toeneemt en er steeds minderafwijking te zien is tussen groepen met migratieachtergrond en zondermigratieachtergrond?AntwoordIk zie dat als één van de ontwikkelingen die goed gaan op het gebied vanintegratie: de analyse laat zien dat de positieverbetering in sociaalecono-mische status (zoals onderwijs, arbeid en inkomen) en daarmee deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45114 reductie van risicofactoren voor criminaliteit, daadwerkelijk effect sorteertin een afname van crimineel gedrag en dat bij gelijkere posities op dezeachtergrondaspecten de gedragsverschillen tussen groepen afnemen enverdwijnen.Wel zijn er ook nog grote verschillen. Zo zien we een achterblijvendeparticipatie op de arbeidsmarkt en een oververtegenwoordiging in debijstand van vooral eerste generatie mensen met een migratieachter-grond.Vraag 44Op welke manier wordt bepaald of bepaalde gedragingen als «problema-tisch» worden gezien binnen de Nederlandse samenleving, en specifiekmet betrekking tot integratie?AntwoordProblematisch gedrag is in de kabinetsreactie op het eindrapport van deParlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloedingvan maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland (POCOB)omschreven als: «gedragingen van personen of groepen die voornamelijkbinnen de grenzen van de wet vallen, maar tot aantasting en onder-mijning van de democratische rechtsorde kunnen leiden.»20 Daarommeent het kabinet dat de overheid de taak heeft om problematischegedragingen te voorkomen, te signaleren en (voor zover mogelijk) tegente gaan. Het is aan de bevoegde overheidsinstanties (bijv. het OpenbaarMinisterie) om gedragingen op hun wettelijkheid te toetsen en indien vantoepassing hier tegen op te treden.Vraag 45Kunt u een lijst sturen van «problematische gedragingen»?AntwoordEr is geen limitatieve lijst te geven van gedragingen, die kunnen wordengezien als problematisch. Problematisch gedrag betreft een breedspectrum aan gedragingen, die vallen binnen de kaders van de wet, maar,al dan niet, op termijn kunnen leiden tot aantasting en ondermijning vande democratische rechtsorde. Gedacht kan worden aan:•Oproepen op ideologische gronden om niet te gaan stemmen bijNederlandse verkiezingen (al dan niet vanaf de stemgerechtigdeleeftijd•Mensen dusdanig beïnvloeden en/of onder druk zetten dat hun vrijheidvan stemmen (bij verkiezingen) wordt beperkt.•De legitimiteit van politieke ambtsdragers belemmeren of afwijzen,bijvoorbeeld door intimidatie, of te benadrukken dat ze geen legitiemegesprekspartner zijn;•Het bewust creëren en/of verspreiden van desinformatie;•Het bemoeilijken van participatie van Nederlandse ingezetenen aan desamenleving met vervreemding en isolatie tot gevolg;•Het aanmoedigen dat kinderen onttrokken worden aan het wettelijkverplicht onderwijs en de leerplicht;•Alternatieve regels (religieuze, ideologische of anderszins) willen latenprevaleren boven vigerende en democratisch bepaalde wet- enregelgeving;•Bestrijden van het monopolie van de rechter in het opleggen vanstraffen, inclusief bestrijden dat door de rechter opgelegde strafopgevolgd moet worden.•Oproepen geen aangiftes te doen tegen mensen uit de eigen groep;•Onverdraagzaamheid aanmoedigen ten opzicht van andersdenkendegroepen;20POCOBTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45115 •Gedrag en uitingen die niet volledig overeenkomen met de geldendenorm binnen de groep expliciet afwijzen en/of bestraffen.Vraagt 46Hoe wordt voorkomen dat algemene beleidsmaatregelen voor integratieleiden tot disproportionele maatregelen tegen specifieke groepen?AntwoordMet de Actieagenda richt ik me op nieuwkomers en de gehele Neder-landse samenleving, waaronder ook Nederlanders met een migratieach-tergrond. Ik beoog werk te maken van een samenleving waarin iedereende waarden en normen van de Nederlandse rechtsstaat onderschrijft, enwaar taal en werk voorwaarden zijn voor een succesvolle integratie. Meerspecifiek richt ik mij met de Actieagenda op mensen die achterblijven ophet gebied van taal en werk en het onderschrijven van de normen enwaarden van de open en vrije samenleving.Vraag 47U benoemt dat er te veel vrouwen en meisjes zijn in Nederland die niethun eigen keuzes kunnen maken, gaat dit over vrouwen en meisjes meteen migratieachtergrond? Zo ja, in hoeverre verschilt dit van vrouwen enmeisjes zonder migratieachtergrond?Antwoord op vragen 47, 79, 80, 83, 84, 109, 110, 111, 114 en124Gesloten gemeenschappen kunnen gemeenschappen zijn met eenmigratieachtergrond, maar ook bijvoorbeeld streng christelijke gemeen-schappen of orthodox-joodse gemeenschappen. Overigens kunnen eronder groepen met eenzelfde nationaliteit/migratieachtergrond zowelgesloten gemeenschappen zijn als gemeenschappen die meer gericht zijnop de individuele vrijheid. De inzet van het kabinet is om het zelfbeschik-kingsrecht te versterken voor mensen die deel uitmaken van geslotenpatriarchale gemeenschappen met sterk hiërarchische structuren, waar deindividuele keuzevrijheid onder druk kan komen te staan.Dit geldt voor mannen en vrouwen, maar het treft inderdaad vakervrouwen en meisjes. Niet alleen vrouwen en meisjes met een migratie-achtergrond, maar ook meisjes en vrouwen binnen gesloten gemeen-schappen die van oudsher in Nederland zijn. Waar het echter gaat overstrafbare, ernstige vormen van inbreuk van het recht op zelfbeschikking,zoals huwelijksdwang en achterlating, eergerelateerd geweld envrouwelijk genitale verminking (schadelijke praktijken), betreft het welvooral vrouwen en meisjes met een migratieachtergrond uit een aantalspecifieke landen. Deze herkomstlanden benoemen doet echter geen rechtaan de opvattingen en gedragingen van een meerderheid van deNederlanders met een herkomst uit de betreffende landen.Ook hebben sommige groepen vrouwen met een migratieachtergrondminder vaak een betaalde baan: In de totale bevolking hebben mannen(77 procent) sowieso vaker betaald werk dan vrouwen (69 procent), maarhet man-vrouwverschil is groter bij migranten (72 tegen 61 procent). Ditverschil wordt wel kleiner bij de tweede generatie (respectievelijk 77procent en 72 procent). Het verschil is het grootst bij Nederlanders meteen Turkse of Marokkaanse achtergrond.Vraag 48Waarop baseert u dat nog te veel mensen de Nederlandse taal onvol-doende beheersen? Om welke mensen gaat dit? Heeft u hier cijfers van?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45116 Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de taalbeheersing van een deelvan de eerste generatie met migratieachtergrond nog onvoldoende is.•Uit «Tijdelijk thuis? De positie van Oekraïense vluchtelingen inNederland» van WODC (2024) blijkt dat iets meer dan de helft van deOekraïense vluchtelingen aangeeft geen Nederlands te spreken. Hetgemiddelde cijfer dat Oekraïners zichzelf geven voor hun Nederlandsetaalvaardigheid is een 2,2 op de schaal van 1 tot 10.•Uit «Navigeren in een nieuwe samenleving, De ontwikkeling van depositie en leefsituatie van Syrische Nederlanders» van WODC (2024)blijkt dat van de Syrische (oud) statushouders die tussen begin 2014 enmedio 2016 een verblijfsvergunning kregen na (gemiddeld) zeven jaar25% aangeeft vaak of altijd moeite met spreken van Nederlands tehebben. 53% heeft soms moeite.•Uit «Ontwikkeling in integratie, De maatschappelijke positie van zevengroepen met een migratieachtergrond in kaart gebracht» van RISBO(2023) blijkt dat een deel van de eerste generatie met migratieachter-grond moeite heeft met het Nederlands: op een schaal van 1 tot 5(waarbij 5 de beste score is) variëren de scores tussen 2,3 (Poolsemigratieachtergrond) tot 4,9 (Surinaamse migratieachtergrond) voor.•Uit «Meerjarenonderzoek Risbo: Zicht op arbeidsmigranten» van Risbo(2024) komt naar voren dat de overgrote meerderheid van deEU-burgers met een laag inkomen (tot 130% van het wettelijkminimumloon) aangeeft dat hun taalbeheersing slecht tot zeer slechtis.Uit deze publicaties blijkt dus dat een substantieel deel van de eerstegeneratie met migratieachtergrond moeite met het Nederlands heeft. Datneemt niet weg dat een deel van de eerste generatie (inmiddels) wel eengoede taalbeheersing heeft. Ook weten we uit het onderzoek dat detaalbeheersing van de tweede generatie goed is (Integratie in zicht? Deintegratie van migranten in Nederland op acht terreinen nader bekeken,SCP 2016).Vraag 49Kunt u een overzicht in de vorm van een uitputtende lijst sturen van deNederlandse waarden en normen zoals benoemd in de Actieagenda?AntwoordHet betreft hier de normen en waarden die hun basis hebben in deNederlandse rechtsstaat en die onder andere neergelegd zijn in onzeGrondwet en mensenrechtenverdragen. Denk bijvoorbeeld aan vrijepartnerkeuze en geloofsvrijheid- waaronder ook de keuze kan vallen omniet te geloven.Vraag 50Maken Nederlanders zonder migratieachtergrond die zich niet houden aandeze normen en waarden ook onderdeel uit van deze Actieagenda?AntwoordDe Actieagenda richt zich op de Nederlandse samenleving als geheel.Vraag 51Op welke manier wordt balans gezocht tussen integratie en het behoudenvan Nederlandse waarden zoals u die onderschrijft?AntwoordHet onderschrijven van gedeelde normen en waarden binnen de open envrije samenleving die wij hier in Nederland hebben, is een essentieelonderdeel van integratie.Vraag 52Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45117 De oververtegenwoordiging van de groep met buiten-Europese achter-grond is sinds 2005 afgenomen van 2,4%-punt naar 0,8%-punt, hoebeoordeelt u dit?AntwoordDie ontwikkeling beoordeel ik als gunstig en hoopgevend voor detoekomst. Ik verwijs hier verder naar de antwoorden op de vragen 39 t/m43.Vraag 53Worden ook bredere sociaaleconomische factoren meegenomen bij debeoordeling van «geslaagde integratie»? Zo ja, welke factoren, en hoe zietdat eruit?AntwoordEr worden inderdaad bredere factoren meegenomen. Het gaat daarbij nietalleen over opleiding en werk en inkomen, maar ook over bijvoorbeeldwoonsituatie, criminaliteit, gezondheid, en sociale en maatschappelijkeparticipatie. De Rapportage Integratie en Samenleven van het CBS vormtdaar een goede illustratie van.21Vraag 54Hoe wordt bepaald of iemand de Nederlandse normen en waardenvoldoende onderschrijft? Kunt u stap voor stap vertellen hoe dit proceseruit zal zien?AntwoordHet is belangrijk dat iedereen in Nederland de normen en waarden kent endaar niet mee in strijd handelt. Inburgeringsplichtige nieuwkomersworden getoetst op hun kennis op over de waarden en regels via hetinburgeringsexamen. Ook verklaren zij via de participatieverklaring dat zijkennis hebben genomen van de waarden en spelregels, dat zij dezerespecteren en dat zij de universele mensenrechten eerbiedigen en nietdaarmee in strijd zullen handelen. Voor alle andere Nederlanders zal ditmoeten blijken uit de manier van samenleven met elkaar. Daar zit geenproces aan gekoppeld.Vraag 55Kunt u uiteenzetten wat voor voorstellen u en het kabinet doen om hetonderwijs aan nieuwkomers te verbeteren, gezien daar volgens u eenbelangrijke sleutel ligt?AntwoordHet Ministerie van OCW is bezig met een toekomstverkenning naar hetnieuwkomersonderwijs. In december heeft Staatssecretaris Paul tweerapportages met uw Kamer gedeeld, met daarin onder meer verschillendescenario’s waarmee het nieuwkomersonderwijs in het primair onderwijs,voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs kan wordenverbeterd (voetnoot: Kamerstukken II, 2024/25, 36 373, nr. 24.). Zoals in degenoemde kamerbrief is toegezegd, wordt uw Kamer hierover voor dezomer nader geïnformeerd.Daarnaast krijgt Loopbaanoriëntatie en-begeleiding (LOB) een sterke plekin de huidige curriculumactualisatie van het voorgezet onderwijs, wat dedoorstroom van nieuwkomers naar vervolgonderwijs en de arbeidsmarktverder bevordert.Vraag 5621Https://longreads.cbs.nl/integratie-en-samenleven-2024/inleiding/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45118 Gaat u ook een bredere analyse maken van geweld tegen vrouwen naasthet eergerelateerd geweld en de Actieagenda uitbreiden op basis van eendergelijke bredere analyse, ook als deze oorzaken niet gerelateerd blijkente zijn aan een migratieachtergrond?AntwoordHet Ministerie van VWS is het coördinerend departement op gendergere-lateerd geweld. VWS rapporteert hierover aan uw Kamer via voortgangs-brieven Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (HGKM), medenamens J&V en OCW.Vraag 57Is er een actieagenda eergerelateerd geweld in de maak op dit moment?AntwoordIk werk samen met mijn collega’s van J&V, VWS, A&M en OCW aan deaanpak van schadelijke praktijken, waaronder eergerelateerd geweld. Inde uitwerking van de Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samen-leving zal ik hierop ingaan.Vraag 58Wanneer worden vrijheden van anderen ingeperkt? Kunt u specifiekesituaties schetsen?AntwoordIndividuele vrijheid wordt ingeperkt als je geen regie over je eigen levenkunt voeren. Je kunt dan bijvoorbeeld niet zelf in vrijheid keuzes makenover de relaties die je aangaat, over je opleiding of baan, over je geloof ofleefstijl. In sommige gesloten gemeenschappen wordt meer belanggehecht aan de collectieve norm en aan het conformeren hieraan, dan aanindividuele keuzevrijheid.Vraag 59Hoe wordt gewaarborgd dat de bescherming van vrijheden niet selectiefworden toegepast op specifieke gemeenschappen?AntwoordDe wettelijke bescherming van vrijheden is voor iedereen gelijk. Deuitgangspunten van deze Actieagenda richten zich op de hele Neder-landse samenleving.Vraag 60Hoe wordt de vrijheid van geloof beoordeeld in relatie tot de wens van deoverheid om bepaalde culturele normen te bevorderen?AntwoordVrijheid van godsdienst en levensovertuiging is een grondrecht, dat staatbuiten kijf. Hoewel dit recht is vervat in artikel 6 van de Grondwet, is hetniet absoluut; er kunnen nadere regels worden gesteld omtrent deuitoefening van dit recht.Zoals in de Actieagenda genoemd, kunnen vrijheden van de één soms opgespannen voet staan met die van de ander. Het is aan ons allen om hetsamenleven in goede banen te leiden.Vraag 61Hoe beoordeelt u de toegenomen moslimdiscriminatie, specifiek van devrouwen en meisjes die een hoofddoek dragen, wanneer u het heeft overdat iedereen zichtbaar zichzelf zou moeten zijn?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45119 In Nederland zou iedereen zichtbaar zichzelf moeten kunnen zijn, wat jegeloof of afkomst ook is. Het dragen van een hoofddoek, of een andereuitingsvorm zoals het dragen van een keppeltje of een kruisje, hoort daarook bij. Samen met de NCDR zal het Ministerie van SZW met werkgeversin gesprek gaan over wat te doen aan stigmatisering van moslima’s op dearbeidsmarkt en microagressies op de werkvloer. Ook zal het Ministerievan SZW een handreiking voor werkgevers laten opstellen naar aanleidingvan de uitkomsten van de verkenning naar arbeidsmarktdiscriminatie vanmoslima’s die in juni 2024 aan uw Kamer is verzonden22.Vraag 62Hoe voorkomt het kabinet dat het begrip «Nederlandse normen enwaarden» een instrument wordt voor uitsluiting in plaats van inclusie?AntwoordHet onderschrijven van gedeelde normen en waarden binnen de open envrije samenleving die wij hier in Nederland hebben, is een essentieelonderdeel van integratie en juist een verbindende factor in het samen-leven in onze diverse samenleving.Vraag 63Hoe bent u specifiek van plan nieuwkomers aan te spreken op hunverantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren?Vraag 64Hoe bent u specifiek van plan niet-nieuwkomers aan te spreken op hunverantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren?Antwoord op vraag 63 en 64Taal, werk en onderwijs spelen een belangrijke rol in het zelfstandigvormgeven van je leven. Dit geldt zowel voor nieuwkomers als voormensen die al langer in Nederland zijn. Vanuit de Actieagenda Integratieen Vrije en Open Samenleving wordt dan ook stevig ingezet op dezeonderwerpen. Denk bijvoorbeeld aan de taaleis in de Participatiewet, deinzet op een vroege start op de arbeidsmarkt en de beoogde brede inzetvan startbanen. Zowel voor mensen die nieuw in Nederland zijn als voormensen die al langer in Nederland in zijn gelden de normen en waardenvan de open en vrije samenleving.Vraag 65Wat doet de overheid om de netwerkkansen voor Nederlanders met eenmigratieachtergrond te bevorderen?AntwoordVerschillende onderzoeken laten zien dat een beroepsrelevant netwerkeen belangrijke rol speelt bij verbetering van de kansen op werk.23 Ditgeldt in het algemeen maar zeker ook voor Nederlanders met eenmigratieachtergrond. Binnen verschillende programma’s wordt dan ookaandacht besteed aan het opdoen van werkervaring en de ontwikkelingvan een relevant netwerk.•Vanuit het stagepact mbo 2023–2027 wordt bijvoorbeeld ingezet om tezorgen dat alle studenten gelijke kansen hebben om een stageplek ofleerbaan. Mijn ministerie ondersteunt leerbedrijven om te werken aanobjectief werven en selecteren middels bijvoorbeeld communities ofpractice.22Tweede Kamer, Vergaderjaar 2023–2024, 29 544, nr. 124423Zie bijvoorbeeld Kansen Bekeken, Atlas voor gemeenten 2018 of WODC, 2024, Met beleidvooruitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45120 •Mentorprogramma’s zoals die van de organisatie ECHO koppelenjongeren met een migratieachtergrond aan professionals die henbegeleiden en introduceren in hun netwerk. De ECHO Award is voorstudenten met een buiten-Europese achtergrond die zich actief inzettenin de samenleving en zich onderscheiden vanwege vernieuwing indenken en doen, organiserend vermogen en maatschappelijke impact.•NLwerktaanwerk van de AWVN, SER Diversiteit in Bedrijf en hetKennisplatform Inclusieve Samenleving (KIS) bevorderen inclusievenetwerken binnen de arbeidsmarkt, o.a. via netwerkbijeenkomsten.•Het Rijkstraineeship binnen de overheid biedt jongeren met eenmigratieachtergrond kansen om hun netwerk uit te breiden.•Er worden door gemeenten en werkgeverservicepunten banenmarktengeorganiseerd waar nieuwkomers en bedrijven met elkaar kunnenkennismaken. De regionale werkgeverservicepunten dragen bij aan hetbevorderen van netwerkkansen voor Nederlanders met een migratie-achtergrond, doordat zij meer mensen naar werk begeleiden en hunnetwerken daarvoor inzetten.Vraag 66Wat doet het kabinet om de wederzijdse aanpassing te bevorderen,waarbij ook de ontvangende samenleving een rol speelt?AntwoordAls samenleving en overheid scheppen wij de voorwaarden voorintegratie en samenleven en moeten wij duidelijk en helder zijn over dekaders die voor iedereen gelden. Pijler 1 van de Actieagenda richt zichdaarom ook op de samenleving als geheel. Via inzet op het onderschrijvenvan de normen en waarden van de open en vrije samenleving, alsookburgerschap, zorgen we ervoor dat vanuit een eenduidige basis, integratieen samenleven in goede banen wordt geleid.Vraag 67Erkent u dat nieuwkomers moeite ondervinden bij het vinden van eenbaan in verband met vooroordelen van werkgevers? Zo ja, hoe gaat u ditstimuleren zodat zij toch de kans krijgen om sneller te integreren?AntwoordEen deel van de achterstand op de arbeidsmarkt kan worden verklaarddoor feitelijke belemmeringen als taalachterstand, opleidingsniveau enbelemmeringen die te maken hebben met de situatie van statushouders.Een ander deel kan echter niet verklaard worden door feitelijke belemme-ringen. Volgens onderzoekers gaat dit bijvoorbeeld om minder effectiefzoekgedrag en de invloed van vooroordelen en discriminatie die het voormensen met migratieachtergrond moeilijker maken om een baan tevinden en door te groeien. Deze factoren spelen zowel bij de eerste als detweede generatie een rol.Arbeidsmarktdiscriminatie is een hardnekkig probleem. Vanuit dewerkagenda VIA (Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt) en de AanpakArbeidsmarktdiscriminatie wordt dan ook hard gewerkt om te zorgen datzoveel mogelijk werkgevers aan het werk gaan met effectieve interventiesvoor gelijke kansen.Vraag 68Vindt u het de verantwoordelijkheid van het kabinet om een bijdrage televeren aan het welkom laten voelen van de nieuwkomers?AntwoordIntegratie vind ik in eerste instantie een individuele opgave. Als overheidmoeten wij wel waarborgen dat wanneer iemand wil integreren enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45121 meedoen in de samenleving, de kaders daaromtrent helder zijn en elkeindividu daar onbelemmerd de kansen toe krijgt, bijvoorbeeld doorzelfbeschikking te bevorderen en discriminatie aan te pakken.Vraag 69Hoe beoordeelt u het feit dat nieuwkomers moeite ervaren met integrerenomdat zij beperkt worden in mogelijkheden? Zijn daar specifiekemaatregelen voor mogelijk? Zo ja, welke maatregelen heeft u ingedachten?AntwoordFeitelijke belemmeringen zoals onvoldoende beheersing van de Neder-landse taal en het ontbreken van geldige diploma’s, kennis over deNederlandse arbeidsmarkt, of een relevant netwerk, beperken nieuw-komers in hun mogelijkheden. Daarnaast zijn er belemmeringen diespecifiek samenhangen met de situatie van statushouders, zoals trauma’s,gezinshereniging, een lange periode van inactiviteit en de tijd dieinburgering vraagt. Mijn beleid is gericht op het onderschrijven van denormen en waarden van de open en vrije samenleving, taal en werk, omte zorgen dat iedereen zo snel mogelijk volwaardig mee kan doen.Daarnaast richt dit kabinet zich op de aanpak van discriminatie, ook op dearbeidsmarkt en op het versterken van het recht op zelfbeschikking, metname voor vrouwen die financieel zelfstandig willen worden maar daar nuonvoldoende ruimte voor krijgen.Vraag 70Hoe wordt gemonitord of deze beleidsmaatregelen voor het versterkenvan de «open samenleving» daadwerkelijk zullen bijdragen aan integratie?AntwoordDe komende periode wordt hard gewerkt aan de verdere uitwerking vande actieagenda. Daarbij zal ook worden bezien – per thema – op welkemanier we de impact van onze inzet in beeld kunnen brengen en hetbeleid gaan evalueren. Daarnaast wordt verkend op welke wijze brederonderzoek naar waardenoriëntaties over de open en vrije samenlevingonder de gehele bevolking het beste vormgegeven kan worden. Op basisvan door het SCP verzamelde data, zal aanvullend onderzoek wordenuitgevoerd.Vraag 71Kunt u toelichten hoe u beide kanten van de medaille evenredig heeftbenoemd?AntwoordIk heb de vooruitgang benoemd waarop nieuwkomers in ons landmeedoen en de positieve ontwikkelingen met betrekking tot de sociaal-economische posities van mensen met verschillende migratieachter-gronden. Maar ik schroom niet om de problemen die er zijn, ook tebenoemen. Alleen dan kunnen problemen worden aangepakt en dat isook het idee achter een Actieagenda.Vraag 72Welke maatregelen worden genomen om discriminatie bij stages enleerwerkplekken actief te bestrijden?AntwoordVanuit het stagepact mbo 2023–2027 wordt ingezet om te zorgen dat allestudenten gelijke kansen hebben op een stageplek of leerbaan. Vanuit hetMinisterie van SZW wil ik zorgen dat zoveel mogelijk leerbedrijven werkenaan effectieve interventies voor gelijke kansen bij de werving en selectieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45122 van stagiairs. De werving en selectie van stagiairs is echter anders dan dewerving en selectie voor reguliere vacatures. Dit vraagt aanpassing vanbestaande interventies. In de zomer gaan daarom twee communities ofpractice van start, waarin 12 leerbedrijven aan de slag gaan met deimplementatie van objectief werven en selecteren in hun organisatie. Deresultaten worden eind dit jaar verwacht. Ik ben voornemens nog dit jaardezelfde ondersteuning aan te bieden aan stagebedrijven in het hogeronderwijs.Vraag 73Hoe moet «vermoedelijk eermotief» gelezen worden? Kunt u metzekerheid zeggen dat deze gevallen inderdaad een eermotief als basishadden?AntwoordVermoedelijk moet worden gelezen als «waarschijnlijk speelde eeneermotief mee bij het plegen van het geweld». Vermoedelijk betekent datniet met absolute zekerheid kan worden vastgesteld dat dit het (enige ofvoornaamste) motief was. Op basis van reconstructie van de feiten,gesprekken met dader, slachtoffer en familie, kan wel inzicht verkregenworden in de motieven.Vraag 74Hoe beoordeelt u dat uw bron (het Landelijk Expertisecentrum Eergerela-teerd Geweld) alleen gevallen registreert van mensen met eenmigratieachtergrond?AntwoordHuiselijk geweld en kindermishandeling vindt plaats onder alle lagen vande bevolking en wordt door de politie geregistreerd, sinds 2009 via eenprojectcode zodat het ook als huiselijk geweld in het systeem herkenbaaris. Eergerelateerd geweld wordt gepleegd door veelal mannelijke dadersin familiekring, van bedreigen en fysiek geweld tot soms zelf moord.Eergerelateerd geweld is dus gendergerelateerd en/of huiselijk geweld,gepleegd vanuit een specifiek motief. Het expertisecentrum registreert dezaken waarbij zij betrokken worden omdat een eermotief wordt vermoed,ongeacht achtergrond.Door de opzet van het Nederlandse politiële beleid ligt echter een zwaaraccent op eerproblemen binnen groepen met een migratieachtergrond.Dit heeft tot gevolg dat in de zaken die bij het LEC EGG binnenkomen,alleen zaken waarbij mensen zonder migratieachtergrond gezien wordenwanneer zij in conflict raken met mensen met migratieachtergrond.Vraag 75Wie registreren praktijken zoals femicide?AntwoordSinds januari 2024 registreert het Openbaar Ministerie (OM) hoe vaakvrouwen het slachtoffer worden van een geweldsmisdrijf en moord ofdoodslag. Het CBS publiceert gegevens over moord- en doodslag inNederland, waaronder de relatie tussen pleger en slachtoffer. Daaruit blijktdat bij 60% van de vrouwen die tussen 2017 en 2021 in Nederland werdenvermoord, de (vermoedelijke) dader de (ex-) partner was. Bij mannen wasdit 5%. De verdachte of dader worden door CBS opgenomen in decategorie (ex-)partner wanneer op de doodsoorzaakverklaring en/of in hetrechtbankdossier wordt gesproken over een partner of ex-partner. Hierbijwordt geen onderscheid gemaakt tussen gehuwd of ongehuwd.Vraag 76Wie registreren praktijken zoals huiselijk geweld?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45123 AntwoordHuiselijk geweld en kindermishandeling vindt plaats onder alle lagen vande bevolking en wordt door de politie geregistreerd, sinds 2009 via eenprojectcode zodat het ook als huiselijk geweld in het systeem herkenbaaris. Eergerelateerd geweld wordt gepleegd door veelal mannelijke dadersin familiekring, van bedreigen en fysiek geweld tot soms zelf moord.Eergerelateerd geweld is dus gendergerelateerd en/of huiselijk geweld,gepleegd vanuit een specifiek motief. Het expertisecentrum registreert dezaken waarbij zij betrokken worden omdat een eermotief wordt vermoed,ongeacht achtergrond. Door de opzet van het Nederlandse politiële beleidligt echter een zwaar accent op eerproblemen binnen groepen met eenmigratieachtergrond. Dit heeft tot gevolg dat in de zaken die bij het LECEGG binnenkomen, alleen zaken waarbij mensen zonder migratieachter-grond gezien worden wanneer zij in conflict raken met mensen metmigratieachtergrond.Vraag 77Bij welke instanties kunnen vrouwen zonder migratieachtergrond terechtin gevallen van femicide/eerwraak/huiselijk geweld?AntwoordAlle vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld en omstanderskunnen terecht bij Veilig Thuis. Veilig Thuis ontvangt meldingen,onderzoekt, geeft advies en zet indien nodig de juiste hulpverlening, zoalsde vrouwenopvang, in gang. In het kader van de Wet maatschappelijkeondersteuning 2015 (Wmo2015) zijn gemeenten verantwoordelijk voor hetvoorkomen en bestrijden van huiselijk geweld. Gemeenten werken samenmet onder andere de geestelijke gezondheidszorg, reclassering,jeugdzorg, politie en het Openbaar Ministerie. Bij acute onveiligheid is hetechter belangrijk om meteen de politie te betrekken.Vraag 78Erkent u dat partnergeweld, kindermishandeling en femicide breedvoorkomen in Nederland, ook bij Nederlanders zonder migratieachter-grond?AntwoordJa.Vraag 79Op welke «monoculturele, hechte of gesloten gemeenschappen» doelt u?AntwoordGesloten gemeenschappen kunnen gemeenschappen zijn met eenmigratieachtergrond, maar ook bijvoorbeeld streng christelijke gemeen-schappen of orthodox-joodse gemeenschappen. Overigens kunnen eronder groepen met eenzelfde nationaliteit/migratieachtergrond zowelgesloten gemeenschappen zijn als gemeenschappen die meer gericht zijnop de individuele vrijheid. De inzet van het kabinet is om het zelfbeschik-kingsrecht te versterken voor mensen die deel uitmaken van geslotenpatriarchale gemeenschappen met sterk hiërarchische structuren, waar deindividuele keuzevrijheid onder druk kan komen te staan.Dit geldt voor mannen en vrouwen, maar het treft inderdaad vakervrouwen en meisjes. Niet alleen vrouwen en meisjes met een migratie-achtergrond, maar ook meisjes en vrouwen binnen gesloten gemeen-schappen die van oudsher in Nederland zijn. Waar het echter gaat overstrafbare, ernstige vormen van inbreuk van het recht op zelfbeschikking,zoals huwelijksdwang en achterlating, eergerelateerd geweld envrouwelijk genitale verminking (schadelijke praktijken), betreft het welTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45124 vooral vrouwen en meisjes met een migratieachtergrond uit een aantalspecifieke landen. Deze herkomstlanden benoemen doet echter geen rechtaan de opvattingen en gedragingen van een meerderheid van deNederlanders met een herkomst uit de betreffende landen.Vraag 80In hoeverre maakt u onderscheid tussen gemeenschappen van nieuw-komers en gemeenschappen die al langer in Nederland zijn, zoalsbijvoorbeeld orthodox-christelijke gemeenschappen, waar vrouwen enmeisjes ook beperkingen worden opgelegd?AntwoordGesloten gemeenschappen kunnen gemeenschappen zijn met eenmigratieachtergrond, maar ook bijvoorbeeld streng christelijke gemeen-schappen of orthodox-joodse gemeenschappen. Overigens kunnen eronder groepen met eenzelfde nationaliteit/migratieachtergrond zowelgesloten gemeenschappen zijn als gemeenschappen die meer gericht zijnop de individuele vrijheid. De inzet van het kabinet is om het zelfbeschik-kingsrecht te versterken voor mensen die deel uitmaken van geslotenpatriarchale gemeenschappen met sterk hiërarchische structuren, waar deindividuele keuzevrijheid onder druk kan komen te staan.Dit geldt voor mannen en vrouwen, maar het treft inderdaad vakervrouwen en meisjes. Niet alleen vrouwen en meisjes met een migratie-achtergrond, maar ook meisjes en vrouwen binnen gesloten gemeen-schappen die van oudsher in Nederland zijn.Waar het echter gaat over strafbare, ernstige vormen van inbreuk van hetrecht op zelfbeschikking, zoals huwelijksdwang en achterlating, eergerela-teerd geweld en vrouwelijk genitale verminking (schadelijke praktijken),betreft het wel vooral vrouwen en meisjes met een migratieachtergronduit een aantal specifieke landen. Deze herkomstlanden benoemen doetechter geen recht aan de opvattingen en gedragingen van eenmeerderheid van de Nederlanders met een herkomst uit de betreffendelanden.Vraag 81Wat zijn precies de normen en waarden die ons land kenmerken?AntwoordHet betreft hier de normen en waarden die hun basis hebben in deNederlandse rechtsstaat en die onder andere neergelegd zijn in onzeGrondwet.Vraag 82Vindt u de confrontatie met polarisatie en extremistische denkbeelden inde Nederlandse samenleving alleen een zaak voor allochtone Neder-landers of hebben autochtone Nederlanders hier ook een rol in?AntwoordPolarisatie en extremistische denkbeelden in de Nederlandse samenlevingzijn nadrukkelijk geen zaak van slechts één groep. Beide fenomenenkomen voor binnen en tussen allerlei groepen in de samenleving, entussen groepen burgers en de overheid, en uiten zich in verschillendevormen Het kabinet richt zich op verschillende vormen van ongewenstepolarisatie. Om ongewenste polarisatie tegen te gaan is het van grootbelang dat alle inwoners, ongeacht hun achtergrond, samen werken aanhet versterken van wederzijds begrip en sociale samenhang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45125 Daarbij moet ik opmerken dat polarisatie niet altijd problematisch is. Ineen diverse samenleving ontstaan vaak uiteenlopende meningen,overtuigingen en standpunten. Polarisatie kan helpen om verandering inde samenleving op gang te brengen of botsende standpunten inzichtelijkte maken. Dit hoort bij een gezonde democratie. Polarisatie en maatschap-pelijke spanningen bevatten risico’s voor onze samenleving, maar dus ookkansen. Het wordt zorgelijk als polarisatie vijandig wordt. Dit gebeurtwanneer polarisatie zorgt voor ontwrichtende conflicten tussen groepen,segregatie of als groepen zich afkeren van de samenleving. Het is ookonwenselijk als polarisatie gepaard gaat met democratie ondermijnendgedrag zoals het verspreiden van desinformatie of intimidatie enbedreiging.Vraag 83In hoeverre vindt u dat er een vertekend beeld ontstaat wanneer u hetalleen heeft over gevallen bij Nederlanders met migratieachtergrond, endit te correleren met de integratie?AntwoordZie beantwoording onder vraag 47.Vraag 84Ziet dit kabinet ook de noodzaak om meisjes en vrouwen in hechte ofgesloten gemeenschappen met christelijke invloeden te beschermen? Hoebent u dit van plan te doen?AntwoordZie beantwoording onder vraag 47.Vraag 85Hoe bent u concreet van plan huwelijksdwang en genitale verminking tebestrijden?AntwoordHet kabinet werkt samen aan de aanpak van schadelijke praktijkenwaaronder huwelijksdwang, achterlating, eergerelateerd geweld envrouwelijke genitale verminking (vgv). De komende weken verken iksamen met de collega’s van VWS, J&V, OCW en partijen in het veld, welkeextra inzet nodig en mogelijk is. Voor een uitgebreide toelichting op depreventie van vgv: zie het antwoord op vraag 121.Vraag 86Hoe beoordeelt u het gegeven dat in de beslisnota’s is opgenomen dat ergeen ambtelijke overeenstemming is bereikt over het opnemen vanspecifieke landen wanneer het gaat om buitenlandse inmenging?AntwoordIn de keuze om specifieke landen te noemen wegen verschillendebelangen mee. Een dergelijk besluit vereist overeenstemming met allebetrokken ministeries.Vraag 87Zijn er signalen bij u bekend over Israëlische beïnvloeding die deNederlandse democratische rechtsorde beïnvloeden? Zo ja, hoe gaat uhiermee om?AntwoordOp 29 november jl. hebben de Minister van Justitie en Veiligheid en deMinister van Buitenlandse Zaken uw Kamer geïnformeerd over eenrapport van het Israëlische Ministerie van Diaspora en Antisemitismebe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45126 strijding24. Het kabinet vindt de wijze van verspreiding van het rapport vanhet Israëlische ministerie ongebruikelijk en, gegeven de mogelijkenegatieve gevolgen voor Nederlandse ingezetenen, onwenselijk. Hetkabinet heeft de Israëlische autoriteiten op deze gang van zakenaangesproken.Vraag 88Kunt u toelichten wat specifiek bijdraagt aan de polarisatie in Nederland?AntwoordPolarisatie kent tal van verschijningsvormen, meerdere oorzaken engevolgen, en doet zich op zeer uiteenlopende terreinen voor25. Ondermeer sociaal-culturele verschillen, economische ongelijkheid, gebrek aandialoog en maatschappelijk ongenoegen kunnen invloed hebben oppolarisatie.Polarisatie is ofwel een toestand waarin er scherpe tegenstellingenbestaan, of het proces van het verscherpen van tegenstellingen. Ditkunnen zowel tegenstellingen zijn op inhoudelijke vraagstukken als in derelaties tussen groepen. In het laatste geval is er «vijandige polarisatie»26.In dit geval kunnen groepen van elkaar vervreemden en tegenover elkaarkomen te staan. In combinatie met andere factoren, zoals buitenlandseontwikkelingen, kan dit wij-zij-denken leiden tot maatschappelijkespanningen. Ook de overheid kan onbedoeld bijdragen aan polarisatietussen burgers en de overheid, zoals bijvoorbeeld door de kinderopvang-toeslagaffaire.Zowel online als offline wordt de Nederlandse samenleving geconfron-teerd met polarisatie. Veel Nederlanders leven langs elkaar heen en zijnweinig in gesprek met mensen buiten hun groep.27 Online spelenalgoritmes hierin een grote rol. Overigens werkt polarisatie in de politiekook direct door in de dynamiek op sociale media.28Vraag 89Hoe bent u van plan de polarisatie te laten afnemen? Welke concretestappen zijn daarvoor nodig?Antwoord 89Laat ik vooropstellen dat polarisatie niet altijd negatief hoeft te zijn. Zoalsik in het antwoord op vraag 82 uiteengezet heb, ontstaan in een diversesamenleving vaak uiteenlopende meningen, overtuigingen en stand-punten. Polarisatie kan helpen om verandering in de samenleving opgang te brengen of botsende standpunten inzichtelijk te maken. Dit hoortbij een gezonde democratie. Het wordt echter zorgelijk als polarisatievijandig wordt. Dit gebeurt wanneer polarisatie zorgt voor ontwrichtendeconflicten tussen groepen, segregatie of als groepen zich afkeren van desamenleving. Ook is het onwenselijk als polarisatie gepaard gaat metdemocratie ondermijnend gedrag, zoals het verspreiden van desinfor-matie of intimidatie en bedreiging. Polarisatie bevat dus zowel kansen alsrisico’s voor onze samenleving.Ik zet mij deze kabinetsperiode in voor een stevige aanpak gericht op hettegengaan van die vormen van ongewenste polarisatie en maatschappe-lijke spanningen. Mijn ministerie richt zich op het actief tegengaan van24Kamerstuk 36 651, nr. 34.25Zie het hoofdstuk over polarisatie in het eindrapport «Koester de Democratie», van deAdviescommissie Versterken Weerbaarheid Democratische Rechtsorde (2023)26Hans Boutellier, het Nieuwe Westen (2021)27Mensen met Nederlandse herkomst hebben meest gesegregeerde netwerk | CBS28Universiteit Utrecht, Spelen met Vuur (2023)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45127 ongewenste polarisatie door de sociale cohesie te versterken, veerkrachten weerbaarheid te vergroten en wederzijds begrip tussen verschillendegroepen in de samenleving te bevorderen. Concrete stappen vanuit mijnministerie zijn:•Vroegtijdige signalering en preventie. Mijn ministerie volgt ontwikke-lingen die kunnen leiden tot spanningen en ongewenste polarisatie,biedt ondersteuning aan gemeenten en professionals via praktischehandreikingen en adviseert gemeenten over effectieve lokale netwerk-opbouw.•Expertise en training. We ontwikkelen kennisproducten, handreikingenen methodieken op het gebied van polarisatie en maatschappelijkespanningen. Een voorbeeld hiervan is de handreiking «Naar devoorkant van polarisatie».•Van schurende gesprekken naar begrip en respect: We organiseren(lokale) bijeenkomsten waarin bewoners, gemeenten, maatschappe-lijke en religieuze organisaties in gesprek gaan over schurende thema’swaarbij de inzet is te komen tot meer onderling begrip en respect.In de uitwerking van de Actieagenda zet ik in op een nadere uitwerkingvan mijn aanpak op polarisatie. Ik zal de Kamer hierover informerenwanneer de Actieagenda nader vormgegeven is.Vraag 90Hoe wordt de invloed van discriminatie op de arbeidsmarkt structureelgemeten en welke sancties staan hierop?Antwoord 90Discriminatie op de arbeidsmarkt wordt op verschillende manierengemeten:•Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal enCultureel Planbureau (SCP) publiceren periodiek cijfers over ongelijk-heden op de arbeidsmarkt, zoals verschillen in werkloosheidscijferstussen groepen.•Organisaties als antidiscriminatievoorzieningen, de Nationale Politie,Meld. Online Discriminatie, het College voor de Rechten van de Mens,de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman rapporterenjaarlijks over meldingen van discriminatie.•TNO voert jaarlijks de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden(NEA) uit waar vragen over discriminatie op de werkvloer in zijnopgenomen. Ook heeft TNO hier expliciet aandacht aan besteed in deWerkgevers Enquête 2023.•Daarnaast worden er wetenschappelijke studies & veldexperimentenuitgevoerd zoals praktijktesten en CV-onderzoek: het sturen van fictievesollicitaties met verschillende namen om discriminatie in wervingspro-cessen bloot te leggen.Voor sancties bij arbeidsmarktdiscriminatie geldt dat de NederlandseArbeidsinspectie geen toezichthoudende en handhavende bevoegdhedenheeft ten aanzien van arbeidsmarktdiscriminatie. Het College voor deRechten van de Mens kan discriminatie vaststellen, wat kan leiden totjuridische stappen en reputatieschade, wat klanten en sollicitanten kanafschrikken. Ook kunnen benadeelde personen een schadevergoedingeisen bij de rechter in een civiele rechtszaak.Ik hecht eraan te benadrukken dat hoewel er meetinstrumenten ensancties zijn, handhaving lastig blijft omdat discriminatie niet altijdexpliciet is. Daarom blijft bewustwording en preventie essentieel.Vraag 91Wat zijn de mogelijkheden met de Digital Services Act om algoritmes aante pakken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45128 AntwoordDe Digital Services Act (DSA) bevat verschillende verplichtingen vooralgoritmes die relevant kunnen zijn. Zo vereist de DSA dat alle onlineplatforms transparant zijn over de werking van hun aanbevelingssys-temen (artikel 27). Zeer grote online platforms en zoekmachines moetendaarnaast jaarlijks zogenaamde systeemrisico’s onderzoeken (artikel 34).Waaronder de verspreiding van illegale inhoud via hun diensten zoalsbijvoorbeeld terroristische content. Een ander systeemrisico is deverspreiding van content met negatieve effecten op de burgerdialoog,verkiezingsprocessen, en de openbare veiligheid. Indien zeer grote onlineplatforms of externe auditors (artikel 37) dergelijke risico’s vaststellen danmoeten ze mitigerende maatregelen nemen (artikel 35). Het aanpassenvan algoritmes is één van de mogelijke maatregelen.De Europese Commissie houdt toezicht op de naleving van deze verplich-tingen door zeer grote online platforms en zoekmachines. Zoals X,Facebook, Instagram en YouTube. In Nederland houdt de AutoriteitPersoonsgegevens toezicht op de naleving van artikel 27 door onlineplatforms die in Nederland zijn gevestigd. De Minister van EconomischeZaken is verantwoordelijk voor de DSA en de uitvoering daarvan inNederland.Vraag 92De actieagenda stelt dat onder andere het achterblijven van een relevantnetwerk leidt tot achterblijvende participatie van statushouders, wat wordter gedaan om het relevante sociale netwerk van statushouders tevergroten? Op welke manier draagt de Actieagenda hieraan bij?Antwoord 92Verschillende onderzoeken laten zien dat een beroepsrelevant netwerkeen belangrijke rol speelt bij verbetering van de kansen op werk.29 Ditgeldt in het algemeen maar zeker ook voor Nederlanders met eenmigratieachtergrond. Binnen verschillende programma’s wordt dan ookaandacht besteed aan het opdoen van werkervaring en de ontwikkelingvan een relevant netwerk.•Vanuit het stagepact mbo 2023–2027 wordt bijvoorbeeld ingezet om tezorgen dat alle studenten gelijke kansen hebben om een stageplek ofleerbaan. Mijn ministerie ondersteunt leerbedrijven om te werken aanobjectief werven en selecteren middels bijvoorbeeld communities ofpractice.•Mentorprogramma’s zoals die van de organisatie ECHO koppelenjongeren met een migratieachtergrond aan professionals die henbegeleiden en introduceren in hun netwerk. De ECHO Award is voorstudenten met een buiten-Europese achtergrond die zich actief inzettenin de samenleving en zich onderscheiden vanwege vernieuwing indenken en doen, organiserend vermogen en maatschappelijke impact.•NLwerktaanwerk van de AWVN, SER Diversiteit in Bedrijf en hetKennisplatform Inclusieve Samenleving (KIS) bevorderen inclusievenetwerken binnen de arbeidsmarkt, o.a. via netwerkbijeenkomsten.•Het Rijkstraineeship binnen de overheid biedt jongeren met eenmigratieachtergrond kansen om hun netwerk uit te breiden.•Er worden door gemeenten en werkgeverservicepunten banenmarktengeorganiseerd waar nieuwkomers en bedrijven met elkaar kunnenkennismaken. De regionale werkgeverservicepunten dragen bij aan hetbevorderen van netwerkkansen voor Nederlanders met een migratie-achtergrond, doordat zij meer mensen naar werk begeleiden en hunnetwerken daarvoor inzetten.29Zie bijvoorbeeld Kansen Bekeken, Atlas voor gemeenten 2018 of WODC, 2024, Met beleidvooruitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45129 Vraag 93Kunt u aangeven in hoeverre de mate van integratie van een nieuwkomerin de samenleving wordt beïnvloed door het al dan niet hebben vanNederlanders in zijn of haar sociale netwerk?Antwoord 93Het hebben van een sociaal netwerk in combinatie met taal en werk, isvan belang om goed te integreren in de samenleving. Op deze wijze kaneen nieuwkomer de taal sneller leren beheersen, leren hoe de Neder-landse samenleving in elkaar zit en voor zichzelf een plek creëren in desamenleving.Met de Actieagenda zet ik in op het leren van de Nederlandse taal en hethebben van werk. Zo heeft het kabinet besloten de taaleis in de huidigevorm te behouden in de participatiewet. Ook wil ik een zo breed mogelijkeinzet van zogenoemde startbanen onderzoeken voor statushouders.Hierbij krijgen statushouders na vestiging in de gemeente direct bijaanvraag van de bijstand een baan aangeboden in combinatie metinburgering. De inzet op werk en taal. kan de opbouw van dergelijk sociaalkapitaal versnellen en daarmee het integratieproces van nieuwkomers tengoede komen. Groepen met een migratieachtergrond beschikken overminder sociaal kapitaal dan gemiddeld en dat stelt hen op achterstand.Dat blijkt bijvoorbeeld uit de kernindicatoren integratie van het CBSKernindicatoren integratie.30Vraag 94Kunt u alle verklarende factoren die het meest bijdragen aan de oververte-genwoordiging in de bijstand voor statushouders benoemen?Antwoord 94Een groot aantal factoren kunnen bijdragen aan de oververtegenwoor-diging van statushouders in de bijstand. Zo is een deel van de status-houders onvoldoende opgeleid voor de Nederlandse arbeidsmarkt en is ersprake taalachterstand. Ook kan o nbekendheid over statushouders en(onbewuste) vooroordelen kunnen bij werkgevers een rol spelen.Daarnaast zijn er belemmeringen die samenhangen met de situatie vanstatushouders, zoals trauma’s, gezinshereniging, een lange periode vaninactiviteit en de tijd die inburgering vraagt.Vraag 95Welke ongelijke kansen ziet u op de arbeidsmarkt voor statushouders enmensen met een migratieachtergrond? Welke impact hebben dezeeffecten?Antwoord 95Een deel van de achterstand op de arbeidsmarkt kan worden verklaarddoor feitelijke belemmeringen als taalachterstand, opleidingsniveau enbelemmeringen die te maken hebben met de situatie van statushouders.Een ander deel kan echter niet verklaard worden door feitelijke belemme-ringen. Volgens onderzoekers gaat dit bijvoorbeeld om minder effectiefzoekgedrag en de invloed van vooroordelen en discriminatie die het voormensen met migratieachtergrond moeilijker maken om een baan tevinden en door te groeien. Deze factoren spelen zowel bij de eerste als detweede generatie een rol.Vraag 96Wat voor maatregelen gaat u treffen om de arbeidsdiscriminatie tegen tegaan?30Https://dashboards.cbs.nl/v5/kernindicatoren_integratie/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45130 Antwoord 96Discriminatie op de arbeidsmarkt is onacceptabel. Mensen die volwaardigwillen meedoen moeten gelijkwaardige kansen krijgen. Ook om dearbeidsparticipatie van mensen die al in Nederland zijn te vergroten.Werkgevers spelen daarbij een belangrijke rol. Vanuit de Werkagenda VIA(Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt) en de Aanpak Arbeidsmarktdiscrimi-natie wordt ingezet op de ondersteuning van werkgevers om te zorgen datzoveel mogelijk werkgevers werken aan effectieve interventies voorgelijke kansen.Voorbeelden van de ondersteuning zijn de helpdesk van SER/Diversiteit inBedrijf, de e-learning gelijke kansen, de communities of practice vanwerkgeversorganisatie AWVN en een toenemend aantal regionaleinclusiedesks voor ondersteuning op maat.Vraag 97Welke initiatieven stimuleert het kabinet om werkgevers actiever tebetrekken bij de integratie van statushouders en Nederlanders met eenmigratieachtergrond?Antwoord 97Werkgevers spelen een belangrijke rol bij het verbeteren van de positie opde arbeidsmarkt van zowel statushouders als Nederlanders met eenmigratieachtergrond.Vanuit de Werkagenda VIA en de Aanpak Arbeidsmarktdiscriminatie wordtingezet op de ondersteuning van werkgevers om te zorgen dat zoveelmogelijk werkgevers werken aan effectieve interventies voor gelijkekansen. Voorbeelden van de ondersteuning zijn de helpdesk vanSER/Diversiteit in Bedrijf, de e-learning gelijke kansen, de communities ofpractice van werkgeversorganisatie AWVN en een toenemend aantalregionale inclusiedesks voor ondersteuning op maat. Specifiek voorstatushouders wordt daarnaast middels de subsidieregeling onder-steuning werkgevers inzet statushouders (SOWIS) wordt daarnaastingezet op een financiële tegemoetkoming voor de extra begeleiding vanstatushouders op de werkvloer, gericht op het verkleinen van de taal- encultuurverschillen.Vraag 98Kunnen buitenlandse diploma’s sneller en eerlijker worden erkend, zodatmigranten niet onnodig onder hun niveau werken?Antwoord 98Het is zowel voor statushouders zelf als voor de samenleving van belangdat zij zo snel mogelijk instromen op een baan, het liefst een baan diepassend is bij eerdere werkervaring en opleidingsachtergrond. Erken-ningsprocedures voor gereglementeerde beroepen kunnen dit inderdaadmoeilijker maken. Het kabinet zet zich in om de diploma-erkenningsprocedure voor gereglementeerde beroepen waar het kan tevereenvoudigen.Ook wordt met een aantal sectoren de mogelijkheden verkend voorbredere waardering van vaardigheden van statushouders doorwerkgevers in plaats van dat enkel wordt gekeken naar hun diploma. Dit isvooral relevant voor beroepen waarvoor geen wettelijke beroepsvereistenzijn.Vraag 99Op wat voor manier gaat u ervoor zorgen dat de competenties vanstatushouders meer erkend worden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45131 Antwoord 99Het Ministerie van SZW stimuleert een op meer skills gerichte arbeids-markt waarin één skillstaal wordt ontwikkeld voor het (MBO-) onderwijsen de arbeidsmarkt via CompetentNL. Wij gaan onderzoeken hoe dezebestaande initiatieven toepasbaar gemaakt kunnen worden voorstatushouders. Hiermee willen wij bereiken dat statushouders beterworden gematcht met een baan die past bij hun werkervaring enopleidingsniveau.Vraag 100Hoe wordt voorkomen dat statushouders slechts in laagbetaalde, flexibeleen onzekere banen terechtkomen?Antwoord 100Een goede integratie van nieuwkomers begint bij een goede start. Werkspeelt daarbij een belangrijke rol. Werk is de plek waar je je eigen geld kanverdienen, waar je anderen ontmoet en snel de taal en omgangsvormenkan leren. Het is dan ook belangrijk dat statushouders zo snel mogelijkaan het werk gaan. Niet altijd is dat direct een droombaan. Taalachter-stand (ook vaktaal), onvoldoende opleiding of een niet passende opleidingen een gebrek aan herkenbare werkervaring kunnen het moeilijk makendirect een baan op niveau te vinden. Toch is het van belang dat zoveelmogelijk statushouders mettertijd een baan kunnen vinden die passend isbij hun potentieel, eerdere werkervaring en opleidingsachtergrond.Dit kan bijvoorbeeld als statushouders meer beoordeeld zouden wordenop hun vaardigheden in plaats van alleen op hun diploma’s. Op ditmoment lopen er verschillende initiatieven om kandidaten te waarderenop vaardigheden, bijvoorbeeld op basis van de skillstaal CompetentNL.Het Ministerie van SZW zal onderzoeken op welke manier we dezeinitiatieven ook kunnen inzetten voor statushouders. Ook kunnenzij-instroomtrajecten een rol spelen om aan het werk te gaan, vooral in dekraptesectoren zoals het onderwijs (zie bijvoorbeeld het programmastatushouders voor de klas) en de kinderopvang. Het Ministerie van SZWzal onderzoeken wat nodig is om deze trajecten te laten aansluiten bij devaardigheden van statushouders. We onderzoeken verder met verschil-lende partners, waaronder OCW, SBB en de MBO Raad wat er nodig is omleer-werktrajecten beter toepasbaar te maken voor statushouders. Zospelen zogenoemde voorschakeltrajecten (o.a. voor leren vaktaal) eenbelangrijke rol om de aansluiting van statushouders op reguliereleerwerktrajecten te verbeteren.Vraag 101Hoe zorgt het kabinet ervoor dat werkgevers niet enkel symbolischediversiteitsmaatregelen nemen, maar ook echt inzetten op gelijke kansen?AntwoordDiscriminatie op de arbeidsmarkt is onacceptabel. Mensen die volwaardigwillen meedoen moeten gelijkwaardige kansen krijgen. Ook om dearbeidsparticipatie van mensen die al in Nederland zijn te vergroten.Werkgevers spelen daarbij een belangrijke rol. Vanuit de Werkagenda VIA(Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt) en de Aanpak Arbeidsmarktdiscrimi-natie wordt ingezet op de ondersteuning van werkgevers om te zorgen datzoveel mogelijk werkgevers werken aan effectieve interventies voorgelijke kansen. Voorbeelden van de ondersteuning zijn de helpdesk vanSER/Diversiteit in Bedrijf, de e-learning gelijke kansen, de communities ofpractice van werkgeversorganisatie AWVN en een toenemend aantalregionale inclusiedesks voor ondersteuning op maat.Vraag 102Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45132 Hoe wordt voorkomen dat de nadruk op arbeidsparticipatie van status-houders niet leidt tot uitbuiting?AntwoordDe Minister van SZW voert een breed en samenhangend pakket uit ommisstanden op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Dit is primair gericht op deproblematiek rondom arbeidsmigranten maar kan ook werkendestatushouders ten goede komen. Ook wordt gewerkt aan een wetsvoorstelom arbeidsuitbuiting beter strafrechtelijk aan te pakken (Wet moderni-sering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel). Dit wetsvoorstelwordt in de week van 24 maart behandeld.Vraag 103Welke strategieën heeft het kabinet om negatieve beeldvorming endiscriminatie (op o.a. de arbeidsmarkt) van Nederlanders met eenmigratieachtergrond tegen te gaan? (p.5)AntwoordHet kabinet zet in op een preventieve aanpak van discriminatie op grondvan herkomst, religie en huidskleur wat o.a. bestaat uit het tegengaan vannegatieve vooroordelen en stereotypering die voorlopers kunnen zijn vandiscriminatie. Deze aanpak is onderdeel van het Nationaal Programmategen Discriminatie en Racisme.Vraag 104Wat is er bekend over de invloed van sociaal contact tussen Nederlandersen nieuwkomers op: de kansen van nieuwkomers op de arbeidsmarkt; dekennis van nieuwkomers over taal, culturele normen en waarden en hetgevoel van polarisatie in de samenleving?AntwoordEr zijn veel studies die het belang van «het netwerk» onderstrepen waarhet gaat om verbetering van de kansen op werk.31 Hoe beter het netwerkdes te groter de kansen op het vinden van passend werk. Dit geldt in hetalgemeen maar ook in het bijzonder voor de statushouders.Vraag 105Welke waarden en normen van de open vrije samenleving versterkt dezeActieagenda precies?AntwoordHet betreft hier de normen en waarden die hun basis hebben in deNederlandse rechtsstaat en die onder andere neergelegd zijn in onzeGrondwet.Vraag 106Welke concrete acties gaat u ondernemen tegen discriminatie op dearbeidsmarkt en bij het zoeken naar een stage van mensen met eenmigratieachtergrond?AntwoordZie de antwoorden op vraag 72 en 96.Vraag 107Kan een overzicht gegeven worden van alle subsidies die op dit momentverstrekt worden op het gebied van zelfbeschikking en geslotengemeenschappen?31Zie bijvoorbeeld Kansen Bekeken, Atlas voor gemeenten 2018 of WODC, 2024, Met beleidvooruitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45133 AntwoordZoals aangegeven in de voortgangsrapportage over het meerjarenplanzelfbeschikking, die ik 19 november vorig jaar naar uw Kamer hebgestuurd, is voor de periode 2022–2025 ongeveer € 1,3 mln. beschikbaar.Voor dit jaar betekent dit dat ruim € 300K aan subsidies en opdrachten isverstrekt, voor de actielijnen «verandering van binnenuit» en «versterkenfinanciële zelfredzaamheid van vrouwen met een migratieachtergrond ineen financiële afhankelijkheidsrelatie»:•Alliantie Verandering van Binnenuit 2.: samen met de Staatssecretarisvoor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ondersteun ik de AlliantieVerandering van Binnenuit 2.0, met een bedrag van € 50.000 per jaar.De alliantie zet in op het bevorderen van een normverandering «vanbinnenuit» in gesloten gemeenschappen, via getrainde «voortrekkers»die zelf hun wortels hebben in zulke gemeenschappen.•Samenwerking Oranje Fonds: het programma «Zelfbeschikking: JezelfKunnen Zijn». In totaal wordt aan zes initiatieven € 370.000 besteedgedurende twee jaar (2024–2025). Het Oranje Fonds draagt zorg voorde uitwisseling van ervaringen, kennisoverdracht en evaluatie. Degehonoreerde initiatieven zijn een goede vertegenwoordiging van dediversiteit binnen dit thema, zowel inhoudelijk als in de fase vanontwikkeling. De helft van de initiatiefnemers betreft migrantenorgani-saties.•Bevorderen financiële zelfredzaamheid en duurzame participatie vanvrouwen met een migratieachtergrond in een afhankelijkheidssituatie:Ik heb Netwerkpro opdracht gegeven voor een tweejarige pilot, voorhet doen van onderzoek naar de belemmeringen en behoeften vanvrouwen uit gesloten gemeenschappen; het trainen van tenminste 40vrouwen in een empowerment-, netwerk- en sollicitatieprogramma enhet opstellen van een roadmap voor gemeenten.Vraag 108Kan geschetst worden op welke wijze maatschappelijke partners,waaronder uit betrokken gemeenschappen, betrokken zullen worden bijde uitwerking van de Actieagenda?AntwoordDeze Kamerbrief betreft een aankondiging van de Actieagenda Integratieen de Open en Vrije Samenleving, waarin ik mijn ambities en beoogdedoelen weergeef. Mijn ambities heb ik besproken binnen het kabinet. Voorhet uitwerken van de Actieagenda zal ik nauw samenwerken metverschillende maatschappelijke organisaties, waaronder gemeenten, deVNG en maatschappelijke organisaties en zelforganisaties vanuitverschillende gemeenschappen. Ik werk hierbij (alleen) samen metmaatschappelijke partners, die de doelstellingen van de ActieagendaIntegratie en de waarden en normen van onze open en vrije samenlevingonderschrijven. Dit proces wordt momenteel vormgegeven.Vraag 109Op basis waarvan komt u tot de conclusie dat specifieke groepenbevordering van «zelfbeschikking» nodig hebben? Kunt u dit wetenschap-pelijk onderbouwen?AntwoordZie beantwoording onder vraag 47.Vraag 110Welke specifieke groepen heeft u het over? Kunt u ze benoemen?AntwoordZie beantwoording onder vraag 47.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45134 Vraag 111In hoeverre is de bevordering van «zelfbeschikking» nodig binnenspecifieke groepen, en niet breder in de samenleving?AntwoordZie beantwoording onder vraag 47.Vraag 112Hoe garandeert de overheid dat vrouwen met een migratieachtergrondniet dubbel benadeeld worden door zowel gender- als etnischediscriminatie?AntwoordHet kabinet heeft het bestrijden van discriminatie en racisme opgenomenin het regeerprogramma. Met de instelling van de Nationaal Coördinatortegen Discriminatie en Racisme wordt gezamenlijk gewerkt aan hetvoorkomen van discriminatie op alle gronden. Daarnaast doet deStaatscommissie tegen Discriminatie en Racisme onderzoek naar desamenloop van discriminatiegronden en de beste aanpak daarvan.Vraag 113Zijn er onderzoeken gedaan naar de problemen rondom zelfbeschikking?Kunt u verder toelichten hoe groot dit probleem is?AntwoordHet Meerjarenplan zelfbeschikking is onder andere gebaseerd oponderzoeken vanuit Pharos en Anderson, Elffers Felix, het Verwey-JonkerInstituut, cijfers van het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd gewelden gesprekken met gemeenten en maatschappelijke organisaties32. Hetmeest recente prevalentieonderzoek is in 2019 gepubliceerd. Op ditmoment voert Pharos, met subsidie van het Ministerie van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport een nieuw prevalentieonderzoek uit. Hetonderzoek is gericht op de omvang en risico’s van de verschillendevormen van schadelijke praktijken, waaronder vrouwelijke genitaleverminking, en het brengt in beeld wat de bestaande sociale normen zijndie ten grondslag liggen aan deze problematiek. Naar verwachtingworden de resultaten van dit onderzoek eind 2025 gepubliceerd. Deresultaten zullen met uw Kamer worden gedeeld.Vraag 114Zijn problemen rondom zelfbeschikking uitsluitend een probleem onderallochtone groepen?AntwoordZie beantwoording onder vraag 47.Vraag 115Kunt u uiteenzetten hoe u tot nu toe heeft bijgedragen aan het tegengaanvan polarisatie?AntwoordAls Staatssecretaris adviseer en ondersteun ik gemeenten, gemeen-schappen en jeugdprofessionals in de omgang met en het voorkomen vanmaatschappelijke spanningen en polarisatie. Mijn ministerie equipeertdeze partners om zo ongewenste vormen van polarisatie en spanningente voorkomen. Tot op heden heeft mijn ministerie gewerkt aan onder-staande activiteiten:32Pdf Meerjarenplan zelfbeschikking 2022–2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45135 •Ontwikkelen van praktische hulpmiddelen. Mijn ministerie heeftdiverse praktische handreikingen uitgebracht, zoals een handreikingdepolarisatie en een handreiking voor gemeenten hoe om te gaan metspanningen naar aanleiding van de oorlog tussen Israël en Hamas.Ook is een handreiking «Prille Polarisatie» ontwikkeld die gemeentenhelpt om polarisatie in een vroegtijdig stadium te herkennen en daargepaste interventies op te plegen.•Organiseren kennisbijeenkomsten en workshops. Mijn ministerie heeftkennisbijeenkomsten en workshops aangeboden aan jeugdprofessio-nals, gemeenten, gemeenschappen en maatschappelijke organisatiesom hen te ondersteunen bij het herkennen van polarisatie en effectiefomgaan met maatschappelijke spanningen.•Bevorderen van vroegtijdige signalering en interventie. We hebbengemeenten en lokale professionals actief ondersteund bij het herken-nen en aanpakken van vroegtijdige signalen van polarisatie waardoorverdere escalatie kan worden voorkomen zoals rondom de intocht vanSinterklaas.•Versterken van netwerken en samenwerking. Mijn ministerie heeftgeïnvesteerd in het opbouwen en onderhouden van lokale enlandelijke netwerken van sleutelfiguren, maatschappelijke organisatiesen overheden om gezamenlijk maatschappelijke spanningen vroegtij-dig te signaleren en te adresseren. Ook worden hierin gemeenten,maatschappelijke organisaties en sleutelfiguren gestimuleerd hieropmet elkaar samen te werken.•Verspreiden van kennis en bewustzijn vergroten. Vanuit het ministeriehebben we kennissessies en leernetwerken georganiseerd, publiceer-den we onderzoeksrapporten en deelden praktijkverhalen ombewustwording over polarisatie te vergroten en handelingsperspectie-ven te bieden aan gemeenschappen, lokale professionals engemeenten.Ook het Ministerie van Binnenlandse Zaken zet zich direct dan wel indirectin om met polarisatie in de samenleving om te gaan. Met elkaar onder-houden de departementen een digitale leeromgeving om met namegemeenten te ondersteunen bij het omgaan met ongenoegen, polarisatieen extremisme (www.maatschappelijkstabiliteit.nl).Vraag 116Welke acties gaat u ondernemen om uitingen van intolerantie enonverdraagzaamheid jegens vluchtelingen en migranten tegen te gaan?AntwoordHet kabinet zet stevig in op alle vormen van discriminatie en haat. Zo ookwaar dit gericht is tegen vluchtelingen en migranten.Vraag 117Hoe wordt het bereik van het Meerjarenplan Zelfbeschikking vergroot? Opwelke maatregelen wordt ingezet?AntwoordOp basis van de eerste resultaten uit het meerjarenplan, lijken met namemaatregelen gericht op verandering van binnenuit (door onder andere deinzet van zelforganisaties en sleutelpersonen) en het versterken van definanciële zelfredzaamheid van vrouwen met een migratieachtergrond ineen financiële afhankelijkheidssituatie effectief. De komende tijd zalworden geprobeerd om groepen te bereiken die we nu nog onvoldoendeweten te betrekken.Vraag 118Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45136 Worden resultaten uit onderzoeken gebruikt om bepaalde groepen ofwijken te targetten?Antwoord 118De beleidsmaatregelen op zelfbeschikking worden gericht ingezet op basisvan de eerste resultaten van het Meerjarenplan Zelfbeschikking. Zie ookhet antwoord op vraag 117.Vraag 119Is het kabinet voornemens om, als onderdeel van de ActieagendaIntegratie en de versterkte inzet op zelfbeschikking, de brede subsidiever-strekking op het gebied van integratie tegen het licht te houden?Antwoord 119Ja het kabinet is bereid om de brede subsidieverstrekking op het gebiedvan integratie tegen het licht te houden. Want het is (al) de standaardwerkwijze dat subsidieaanvragen en aanvragen op gemeentelijk niveau,getoetst worden aan het vigerend integratiebeleid gerelateerd aan hetRegeerprogramma.Vraag 120Is het kabinet voornemens om daarnaast een landelijk afwegingskadervorm te geven waarmee wordt besloten of subsidieverlening aan eenorganisatie past binnen de doelen van de Actieagenda Integratie?AntwoordJa. Bij de afweging of een subsidie of opdracht wordt verleend, wordtbeoordeeld of en hoe het initiatief bijdraagt aan de doelen van hetvigerend integratiebeleid, i.c. de Actieagenda Integratie. Tevens wordtbezien of de doelstellingen en werkwijze van de betrokken maatschappe-lijke organisaties zelf aansluiten bij de doelen van de Actieagenda en dewaarden van de open en vrije samenleving in het algemeen.Vraag 121Welke beleidsopties worden verkend op het gebied van genitaleverminking om de preventie en pakkans van daders te vergroten? Bent udaarbij bereid te kijken naar opties als extra controles op risicovluchten,uitbreiding strafbaarstelling, voorbeelden uit andere landen implemen-teren zoals het Verenigd Koninkrijk?AntwoordHet kabinet zet zich in om meisjes en vrouwen te beschermen tegenvrouwelijke genitale verminking (vgv). Op dit moment wordt verkendwelke aanvullende maatregelen passend zijn, aansluitend op de uitvoe-ringspraktijk. In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- enDatacentrum voert Right to Rise het onderzoek uit naar de verbetering vanpreventieve beschermingsmaatregelen, zoals een uitreisverbod of hetintrekken van een paspoort. Hierbij worden ook internationalevoorbeelden bestudeerd, waaronder die uit het Verenigd Koninkrijk enDenemarken. Dit onderzoek wordt naar verwachting voor de zomerafgerond. De uitkomsten zullen met uw Kamer worden gedeeld.Er worden op dit moment verschillende preventieve maatregelen ingezet:•Ik ondersteun het Ministerie van OCW in de financiering van deAlliantie Verandering van Binnenuit waarin verschillende zelforganisa-ties uit gemeenschappen waar vgv voorkomt, werken aan preventie.•Het Ministerie van VWS verleent subsidie aan onder de FederatieSomalische Associaties Nederland (FSAN) en via Movisie aanInspraakorgaan Turken in Nederland (IOT), Turkse ArbeidersverenigingNederland (HTIB), Kezban, Landelijke Werkgroep Mudawwanah (LWM),Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45137 Vluchtelingen-Organisatie Nederland (VON) en Voices of all Women.Deze organisaties geven voorlichting, onder andere met inzet vansleutelpersonen uit gemeenschappen waar vgv voorkomt. Het effecthiervan wordt gemonitord. De resultaten worden gedeeld metgemeenten zodat zij deze kunnen gebruiken in de lokale aanpak, omdatgemeenten primair verantwoordelijk zijn voor de preventie vanhuiselijk geweld waaronder vgv.•Vanuit het Ministerie van VWS wordt ook ingezet op voorlichting aanjongeren via social media met de campagne #rechtopnee.•Wanneer een meisje wordt geboren uit een moeder die zelf slachtofferis van vgv, wordt door het ziekenhuis melding gemaakt bij Veilig Thuisen bij de jeugdgezondheidszorg, om te helpen voorkomen dat hetmeisje in de toekomst ook slachtoffer wordt van vgv.Naast preventie wordt ingezet op deskundigheidsbevordering vanprofessionals om signalen van dreigende vgv eerder en beter in beeld tebrengen. Eén voorbeeld hiervan is de subsidie van VWS voor hetontwikkelen en implementeren van de «richtlijnmodule voor de preventievan vrouwelijke genitale verminking door de Jeugdgezondheidzorg».Vraag 122Op welke termijn verwacht u de resultaten van de verkenning naar hetbieden van tegenwicht tegen ondermijnende gedragingen te kunnenpubliceren?AntwoordZoals aangegeven in vraag 37 verwacht ik uw Kamer dit najaar te kunneninformeren over de verkenning.Vraag 123In hoeverre is er al financiering geregeld voor het uitbreiden vanholocausteducatie voor inburgeraars?AntwoordVanuit de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is in hetkader van de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024 – 2030 vanaf 2025jaarlijks € 1 mln. vrijgemaakt voor Holocausteducatie in het kader vaninburgering.Vraag 124In hoeverre is zelfbeschikkingsproblematiek een migratiegerelateerdekwestie? Kunt u dit wetenschappelijk onderbouwen?AntwoordZie beantwoording onder vraag 47.Vraag 125Welke initiatieven zijn er opgezet om de economische zelfstandigheid vanmigrantenvrouwen te versterken?AntwoordIn de voortgangsrapportage over de uitvoering van het meerjarenplanzelfbeschikking die ik op 19 november jl. naar uw Kamer heb gestuurd,heb ik uw Kamer uitgebreid geïnformeerd over de initiatieven gericht ophet versterken van de financiële zelfredzaamheid van vrouwen met eenmigratieachtergrond in een financiële afhankelijkheidsrelatie. De projectenzijn gericht op het vergroten van de kennis over geldzaken, inzichten ineigen mogelijkheden en het zetten van de stap naar participatie in devorm van opleiding en (vrijwilligers)werk.Vraag 126Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45138 Hoe wordt voorkomen dat maatregelen tegen religieuze onderdrukkingresulteren in een bevoogdende houding tegenover migrantengemeen-schappen?Vraag 127Hoe zorgt het kabinet ervoor dat meisjes en vrouwen in geslotengemeenschappen daadwerkelijk toegang hebben tot hulp en onder-steuning, wanneer hun zichtbaarheid zo gering is?Vraag 128Hoe voorkomt u stigmatisering wanneer het gaat om bestrijding vanhuiselijk en eergerelateerd geweld in migrantengemeenschappen?Vraag 129Hoe wordt gewaarborgd dat maatregelen tegen schadelijke praktijken ookgedragen worden door de gemeenschappen zelf?Antwoord op vraag 126, 127, 128 en 129Door nauw samen te werken met vrouwenzelforganisaties en te werkenmet sleutelpersonen vanuit de betrokken gemeenschappen. Dezewerkwijze zorgt voor toegang tot belangrijke informele netwerken, bereiktvrouwen die niet in beeld zijn bij bijvoorbeeld de gemeente en formelehulporganisaties en legt de basis voor draagvlak en vertrouwen. Daadwer-kelijke verandering kan alleen plaatsvinden door normverandering vanbinnenuit. Dit zorgt er bovendien voor dat de aanpak draagvlak heeft enjuist als steunend wordt ervaren in plaats van stigmatiserend.Vraag 130Wat is de rol van onderwijs in het bevorderen van zelfbeschikking, inzowel gesloten gemeenschappen als de Nederlandse samenleving?AntwoordOnderwijs speelt een rol in brede zin, via het burgerschapsonderwijswaardoor alle leerlingen, ongeacht achtergrond, meekrijgen dat inNederland gelijke rechten voor mannen en vrouwen gelden, dat seksueleen genderdiversiteit gerespecteerd moet worden e.d. Daarnaast spelenonderwijsprofessionals een belangrijke signalerende rol voor jongeren uitgesloten gemeenschappen, waar mogelijk sprake is van inperking vanhun zelfbeschikking: voor de onderwijsprofessionals gaat het Ministerievan OCW investeren in kennis over de meldcode door gerichte trainingenvoor onderwijsprofessionals aan te bieden. Dit gaat om brede kennis vande meldcode, en richt zich dus op alle vormen van huiselijk geweld enkindermishandeling.Vraag 131Hoe wordt gezorgd dat religieuze vrijheid niet in strijd komt met indivi-duele rechten binnen migrantengemeenschappen?AntwoordDe individuele vrijheid kent voor iedereen in Nederland dezelfdebegrenzing, namelijk die van onze wetten en grondrechten. Er is geenhiërarchie in grondrechten en de rechten en vrijheid van de een, zijn nietgroter dan die van een ander. Dat betekent dat er religieuze vrijheid is, die(alleen) wordt beperkt daar waar bijvoorbeeld het recht op zelfbeschikkingwordt geraakt.Vraag 132Hoe wordt gecontroleerd dat Nederlandse wetgeving en handhavingeffectief genoeg zijn om schadelijke praktijken te bestrijden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45139 AntwoordDe Minister en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hebben uwKamer hierover uitgebreid geïnformeerd bij de beantwoording van deKamervragen van de leden Becker en Ellian (beiden VVD) op 9 decembervorig jaar (Aanhangsel Handelingen 2024/25, nr. 769). De bestaandegeweldsmisdrijven – waaronder moord (artikel 289 Sr), doodslag (287 Sr)en (zware) mishandeling (artikel 300 e.v. Sr), in combinatie met verschil-lende deelnemingsvormen uit het Wetboek van Strafrecht, in het bijzondermedeplegen en uitlokking (artikel 47 Sr) en medeplichtigheid (artikel 48Sr) – bieden handvatten voor de vervolging van diverse betrokkenen bijschadelijke praktijken zoals eergerelateerd geweld en vgv.Daarnaast onderzoek Right to Rise in opdracht van het WetenschappelijkOnderzoek- en Datacentrum onderzoek uit naar de verbetering vanpreventieve beschermingsmaatregelen, zoals een uitreisverbod of hetintrekken van een paspoort. Hierbij worden ook internationalevoorbeelden bestudeerd, waaronder die uit het Verenigd Koninkrijk enDenemarken. Dit onderzoek wordt naar verwachting voor de zomerafgerond.Vraag 133Welke lessen acht u te trekken uit het integratiebeleid van Zweden?AntwoordZweden doet onderzoek naar de normen en waarden van immigranten enhoe die zich verhouden tot de liberaal-democratische idealen van deZweedse samenleving. De overheid draagt daarbij actief deze waarden uit,bijvoorbeeld op het gebied van LHBTI+ - en vrouwenrechten. Hetonderzoek is onderdeel van een groter pakket op het gebied van integra-tiebeleid, waar ook intensivering van taallessen voor kinderen met eenmigratieachtergrond onderdeel van is. Ik ga hier graag verder over ingesprek met mijn Zweedse ambtsgenoot.Vraag 134Welke specifieke maatregelen neemt het kabinet om sociale cohesietussen nieuwkomers en de bredere samenleving te bevorderen buitenwerk en onderwijs om? Welke organisaties zijn hierbij betrokken?AntwoordDe Actieagenda richt zich op het bevorderen van ontmoeting enverbinding tussen Nederlanders met verschillende achtergronden om opdeze manier de algehele sociale cohesie te versterken. Het antwoordonder vraag 213 wordt nader toegelicht in welke initiatieven zal wordenvoorzien. Deze worden momenteel verder uitgewerkt.Vraag 135Op welke sporen wordt gewerkt om burgerschap te versterken? Vallenhier ook scholen onder? Zo ja, op welke manier?AntwoordEén van de sporen waarlangs gewerkt wordt aan het versterken vanburgerschap is het funderend onderwijs. Scholen in het funderendonderwijs hebben vanuit de wettelijke burgerschapsopdracht de plicht omleerlingen te leren over de basiswaarden van de democratische rechts-staat en over de regels die binnen de Nederlandse samenleving gelden.Het Ministerie van OCW ondersteunt scholen bij het invulling geven aandeze opdracht, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van kerndoelen voorburgerschap en het laten uitvoeren van onderzoek naar succesvolleaanpakken voor burgerschapsonderwijs (Kwalitatief onderzoek burger-schapsonderwijs en -monitoring geopend voor aanvragen | NRO). AndereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45140 sporen: Burgerschap op het mbo, inzet op burgerschap (samenlevingbreed) vanuit BZK. Ik ga de komende periode met het Ministerie van BZKen OCW in gesprek om te zien op welke wijze ik met de Actieagendacomplementair kan zijn aan hun activiteiten.Vraag 136Met welke maatschappelijke partners wordt er samengewerkt ombuitenlandse inmenging tegen te gaan?AntwoordZie de beantwoording van vraag 16.Vraag 137Op welke momenten in het traject over het OBI33-meldpunt wordt deKamer meegenomen?AntwoordMet de brief «Stand van zaken aanpak Ongewenste BuitenlandseInmenging (OBI)» van 17 oktober 2024 is de Kamer geïnformeerd over deinrichting van het centrale OBI-meldpunt.34 De komende maanden staanin het teken van het opstellen en realiseren van de randvoorwaarden omhet centrale OBI-meldpunt functioneel, maar bovenal veilig in te kunnenrichten (de pilot-fase). Zoals toegezegd in de Kamerbrief van 17 oktober,wordt de Kamer na afronding van de pilot-fase nader geïnformeerd overde verdere inrichting van het meldpunt.Vraag 138Welk traject wordt voorzien om de versterking van burgerschap vorm tekunnen geven?AntwoordZie het antwoord op vraag 135.Vraag 139Is er, naast het onderzoek dat regulier door Sociaal en CultureelPlanbureau (SCP) wordt uitgevoerd, een voornemen om ook brederonderzoek naar waardeoriëntaties onder de gehele bevolking uit te voerenvanuit het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)?AntwoordVerkend wordt op welke wijze breder onderzoek naar waardenoriëntatiesover de open en vrije samenleving onder de gehele bevolking het bestevormgegeven kan worden. Op basis van door het SCP verzamelde data,zal aanvullend onderzoek worden uitgevoerd.Vraag 140Wat doet het kabinet om institutionele discriminatie binnen overheidsin-stanties actief tegen te gaan? Kunt u voorbeelden geven?AntwoordUit het rapport van Amnesty International «Etnisch profileren isoverheidsbreed probleem» blijkt dat bij verschillende overheidsdienstensprake is (geweest) van discriminatie door etnisch profileren. Dat isonacceptabel. Etnisch profileren is een ernstige vorm van discriminatie.Het wordt door mensen als vernederend en stigmatiserend ervaren endraagt bij aan negatieve beeldvorming over bepaalde groepen burgers.Het kabinet werkt actief aan het tegengaan van institutionele discrimi-33OBI: ongewenste buitenlandse inmenging34Kamerstuk 30 821, nr. 241Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45141 natie. In de kabinetsreactie op het rapport van Amnesty wordt eenoverzicht gegeven van wat de overheid doet.35 Voor een volledig overzichtverwijs ik u dan ook naar die brief, die uw Kamer heeft ontvangen op3 februari jongstleden.Vraag 141Hoe bent u van plan discriminatie op de woningmarkt aan te pakken,zodat de eerlijke kansen voor Nederlanders met migratieachtergrondgewaarborgd kunnen worden?AntwoordDiscriminatie is een breed maatschappelijk probleem, is wettelijkverboden en moet worden aangepakt. Ook op het gebied van wonen. DeMinister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening (MinVRO) zet zichhier onverminderd voor in met de Aanpak Woondiscriminatie. De aanpakbestaat uit 4 actielijnen. De eerste actielijn betreft het uitvoeren van dejaarlijkse monitor discriminatie bij woningverhuur. MinVRO heeftinmiddels een Europees aanbestedingstraject afgerond zodat het Rijk demonitor de komende vier jaar kan blijven uitvoeren. De tweede actielijnziet op het bevorderen van voorlichting en bewustwording. Om discrimi-natie tegen te gaan is het van belang dat bij relevante partijen bekend iswanneer er sprake is van discriminatie, hoe dit te herkennen is en watmen kan doen als er vermoedens zijn van discriminatie. De derde actielijnbetreft de afdwingbare regelgeving via de Wet goed verhuurderschap. Dewet is 1 juli 2023 in werking getreden en verplicht verhuurders enverhuurbemiddelaars onder andere om transparant en objectief tehandelen tijdens het selectieproces. Verhuurders, verhuurbemiddelaars enbeheerders dienen daarnaast te beschikken over een werkwijze die gerichtis op voorkoming van woondiscriminatie. Gemeenten dienen deze wet tehandhaven. Ook geldt dat gemeenten sinds 1 januari 2024 verplicht eenmeldpunt Goed verhuurderschap moeten hebben ingesteld waar ondermeer meldingen gedaan kunnen worden over (vermeende) discriminatie.De vierde actielijn ziet op het versterken van lokale samenwerking en hetstimuleren van lokale aanpakken, zoals van gemeenten, branchevereni-gingen en antidiscriminatievoorzieningen (Adv’s). Er vinden daarnaastperiodieke overleggen met gemeenten en brancheorganisaties plaats enMinVRO organiseert jaarlijks een Bestuurlijk Overleg (BO) om desamenwerking met de noodzakelijke partners scherp te houden. Kortom,het betreft een complete aanpak bestaande uit: analyse, diagnose,voorlichting, concrete (harde) aanpak met instrumentarium en versterkenvan de samenwerking in de uitvoering.Vraag 142Hoe wordt voorkomen dat werkgevers statushouders slechts aannemenals goedkope arbeidskrachten, zonder duurzame contracten?AntwoordEen goede integratie van nieuwkomers begint bij een goede start. Werkspeelt daarbij een belangrijke rol. Werk is de plek waar je je eigen geld kanverdienen, waar je anderen ontmoet en snel de taal en omgangsvormenkan leren. Het is dan ook belangrijk dat statushouders zo snel mogelijkaan het werk gaan. Niet altijd is dat direct een droombaan. Taalachter-stand (ook vaktaal), onvoldoende opleiding of een niet passende opleidingen een gebrek aan herkenbare werkervaring kunnen het moeilijk makendirect een baan op niveau te vinden. Toch is het van belang dat zoveelmogelijk statushouders mettertijd een baan kunnen vinden die passend isbij hun potentieel, eerdere werkervaring en opleidingsachtergrond.35Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 434.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45142 Dit kan bijvoorbeeld als statushouders meer beoordeeld zouden wordenop hun vaardigheden in plaats van alleen op hun diploma’s. Op ditmoment lopen er verschillende initiatieven om kandidaten te waarderenop vaardigheden, bijvoorbeeld op basis van de skillstaal CompetentNL.Het Ministerie van SZW zal onderzoeken op welke manier we dezeinitiatieven ook kunnen inzetten voor statushouders. Ook kunnenzij-instroomtrajecten een rol spelen om aan het werk te gaan, vooral in dekraptesectoren zoals het onderwijs (zie bijvoorbeeld het programmastatushouders voor de klas) en de kinderopvang.Het Ministerie van SZW zal onderzoeken wat nodig is om deze trajecten telaten aansluiten bij de vaardigheden van statushouders. We onderzoekenverder met verschillende partners, waaronder OCW, SBB en de MBO Raadwat er nodig is om leer-werktrajecten beter toepasbaar te maken voorstatushouders. Zo spelen zogenoemde voorschakeltrajecten (o.a. voorleren vaktaal) een belangrijke rol om de aansluiting van statushouders opreguliere leerwerktrajecten te verbeteren.Vraag 143Welke concrete sancties zijn er mogelijk voor bedrijven die discriminerenbij werving en selectie?AntwoordZie het antwoord op vraag 90.Vraag 144Hoe gaat u onderzoeken of bepaalde beleidsmaatregelen, zoals benoemdin de Actieagenda, impliciete discriminatie in de hand werken?AntwoordDe inzet vanuit de Actieagenda is er juist op gericht om iedereenvolwaardig te laten meedoen in de samenleving. Ook als nieuwkomer enook bijvoorbeeld als vrouw in een gesloten gemeenschap.Vraag 145Wat doet de overheid om de rol van media in negatieve beeldvormingover integratie te reguleren?AntwoordEr is een censuurverbod. Persvrijheid is een groot goed. Redactionelekeuzes zijn aan redacties, daar heeft de overheid geen enkele bemoeienis.Voor publieke mediadiensten geldt een brede taakopdracht met belang-rijke uitgangspunten zoals kwalitatief, onafhankelijk en pluriformmedia-aanbod. Dit laat onverlet dat publieke mediadiensten zelf gaan overde inhoud van hun media-aanbod.Vraag 146Hoe zorgt het kabinet ervoor dat meldpunten voor discriminatie toeganke-lijker en effectiever zijn?AntwoordHet kabinet werkt aan de komst van één centrale organisatie waar mensendiscriminatie kunnen melden en terecht kunnen voor ondersteuning36.Hierdoor kan discriminatie beter worden aangepakt. De nieuwe centraleorganisatie krijgt soortgelijke wettelijke taken als de huidige antidiscrimi-natievoorzieningen (ADV’s). Denk aan het registreren van meldingen enhet verlenen van bijstand aan melders. De Minister van BZK zal deplannen uit de hoofdlijnennotitie uitwerken in een conceptwetsvoorstel en36Kamerstukken II, 2024/25, 30 950, nr. 431Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45143 dat medio 2025 in internetconsultatie brengen om zoveel mogelijk reactiesop te halen. makkelijker worden om melding van discriminatie te makenbij een ADV. De beoogde datum van inwerkingtreding van de nieuwewetgeving is 1 januari 2027.Vraag 147Hoe worden politie en justitie getraind om discriminatie en etnischprofileren te voorkomen?AntwoordOm etnisch profileren te voorkomen hecht de politie veel waarde aan hetuitvoeren van goede en professionele controles. De basis onder deaanpak is het in 2023 geactualiseerde handelingskader professioneelcontroleren. Het handelingskader geeft handvatten aan de uitvoerendemensen en hun leidinggevenden. Door expliciet te maken hoe zij deselectie maken en de controle vormgeven, worden zij ondersteund in hunwerk. De politie heeft de afgelopen jaren het geactualiseerde handelings-kader actief onder de aandacht gebracht. Dit wordt in 2025 voortgezet. Erworden verschillende extra acties ondernomen om de bekendheid van hethandelingskader te bevorderen. De politie zet in op Virtual Reality trainingom gedrag van medewerkers op straat bespreekbaar te maken. Alleeenheden hebben hiertoe ambassadeurs opgeleid en VR-brillen terbeschikking. Ook wordt ingezet op laagdrempelige interventies zoalsanimatiefilmpjes, banners en posters op basisteams. Het handelingskaderis tevens onderdeel van de jaarlijks verplichte kennistoets en daarmee eenvast onderdeel van het politie onderwijs.Vraag 148Wat voor aanwijzingen heeft u ontvangen over buitenlandse invloeden diede democratische rechtsorde hebben ondermijnd? Kunt u specifiekevoorbeelden toelichten?AntwoordBuitenlandse beïnvloeding dient te worden onderscheiden van buiten-landse of statelijke inmenging. Via het regulier diplomatiek verkeer,publieksdiplomatie en media-aandacht proberen vrijwel alle overheden,ook de Nederlandse, steun te vergaren voor bepaalde ideeën en belangenof om meningsverschillen te beslechten. Buitenlandse beïnvloeding is nietondermijnend wanneer het op openlijke en legitieme wijze plaatsvindt endaarbij de normen en waarden van de Nederlandse democratischerechtsorde respecteert.Sinds de zomer van 2023 kunnen burgers via verschillende ingangen bijde rijksoverheid terecht om meldingen en signalen te delen over OBI.Deze signalen van statelijke inmenging worden onder andere meege-nomen in de fenomeenanalyse van de AIVD en de NCTV. Verschillendevoorbeelden van ondermijnende beïnvloeding, als verschijningsvorm vanstatelijke inmenging, worden in deze fenomeenanalyse beschreven.37Vormen van transnationale repressie die worden ingezet tegen diaspo-ragemeenschappen in Nederland zijn bijvoorbeeld bedreiging enintimidatie (online of fysiek, ook gericht op familieleden in binnen- ofbuitenland).Vraag 149Hoe wordt gegarandeerd dat maatregelen tegen buitenlandsebeïnvloeding niet resulteren in discriminatie van bepaalde migranten-groepen?37AIVD en NCTV. Over de grens. Statelijke inmenging in diasporagemeenschappen inNederland. Oktober 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45144 AntwoordHet tegengaan van discriminatie is een belangrijk speerpunt in deActieagenda. Ik sta voor een vrij Nederland waar iedereen zichzelf kan zijnen niemand belemmerd wordt in het kiezen hoe hij of zij het levenvormgeeft. Zoals aangekondigd in de Actieagenda staat het Ministerie vanSZW aan de lat om de weerbaarheid van gemeenschappen in desamenleving te vergroten tegen ongewenste buitenlandse inmengingdoor onder andere het vergroten van de bewustwording over ditfenomeen. De uitwerking hiervan wordt landenneutraal en op fenomeen-niveau ingestoken. Ik beoog diverse maatschappelijke organisatieswaaronder uit verschillende gemeenschappen bij deze acties te betrekken,zodat de uitwerking aansluit bij de behoefte van de samenleving.Vraag 150Hoe wordt gecontroleerd of meldingen van buitenlandse inmengingterecht zijn en niet worden gebruikt om gemeenschappen te stigmati-seren?AntwoordSinds de zomer van 2023 kunnen via verschillende ingangen bij derijksoverheid meldingen of signalen van OBI gedeeld worden. Op basisvan anonimiteit worden deze meldingen en signalen vervolgens periodiekbesproken en geanalyseerd. Deze informatie draagt primair bij aan eenintegraal en gezamenlijk beeld van de mogelijke dreiging op fenomeen-niveau. Waar nodig kan het beeld dat uit de meldingen en signalenvoortkomt worden gekoppeld of getoetst aan al bestaande en lopendeonderzoeken naar OBI, bijvoorbeeld van de politie of de inlichtingen- enveiligheidsdiensten.Vraag 151Hoe zorgt het kabinet ervoor dat de maatregelen tegen buitenlandsefinanciering niet selectief worden toegepast op islamitische organisaties(weekendscholen)?AntwoordAangrijpingspunt in de Wtmo is de vraag of het activiteiten van eenmaatschappelijke organisatie een (dreigend) gevaar vormt voor deopenbare orde of het algemeen belang. Daarmee staat een individuele,organisatiegerichte benadering centraal, waarbij de herkomst van degelden (binnenland of buitenland) er niet toe doet. Daarin ligt ookbesloten dat dit wetsvoorstel zich niet bij voorbaat richt op islamitischeorganisaties. Organisatie die binnen de grenzen van de wet blijven,krijgen niet te maken met het handhavingsinstrumentarium van de Wtmo.Vraag 152Hoe bent u van plan migrantengemeenschappen te betrekken bij deaanpak van buitenlandse inmenging?AntwoordDeze Kamerbrief betreft een aankondiging van de Actieagenda Integratieen de Open en Vrije Samenleving, waarin ik mijn ambities en beoogdedoelen weergeef. Mijn ambities heb ik besproken binnen het kabinet. Voorhet uitwerken van de Actieagenda zal ik nauw samenwerken metverschillende maatschappelijke organisaties, waaronder gemeenten, deVNG en maatschappelijke organisaties en zelforganisaties vanuitverschillende gemeenschappen.Ik werk hierbij (alleen) samen met maatschappelijke partners, die dedoelstellingen van de Actieagenda Integratie en de waarden en normenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45145 van onze open en vrije samenleving onderschrijven. Dit proces wordtmomenteel vormgegeven.Vraag 153Hoe wordt privacy en veiligheid gewaarborgd voor de organisatieswaarvan u vermoedt dat deze te maken hebben met buitenlandseinmenging?AntwoordVoor het beschermen van de gegevens van onze contacten is hetMinisterie van SZW gebonden aan de AVG-wetgeving. Het Ministerie vanSZW heeft geen bevoegdheden en instrumentarium voor het beschermenen beveiligen van personen en organisaties die vermoedelijk te makenhebben met OBI. Wanneer personen of organisaties worden geïntimi-deerd of bedreigd door andere overheden, kunnen zij hiervan melding ofaangifte doen bij de politie. Het kabinet benadrukt dat handelingsperspec-tieven die geboden kunnen worden op het terrein van veiligheid beperktzijn. Veel vormen van OBI, zoals manipulatie en beïnvloeding, vindenimmers plaats onder de drempel van het strafrecht en kunnen daaromniet strafrechtelijk worden vervolgd.Vraag 154Zijn regels rondom versterkte gebedsoproepen niet een lokale aangele-genheid die thuishoren in de Algemene Plaatselijke Verordening?AntwoordJa, dat klopt in de huidige wet en regelgeving. Gemeenten zijn op grondvan artikel 10 van de Wet openbare manifestaties bevoegd in de gemeen-telijke verordening regels te stellen aan de gebedsoproep ten aanzien vande frequentie en geluidsniveau. Dat zal veelal gebeuren op grond van deAlgemene Plaatselijke Verordening.Vraag 155Wat is op dit moment de stand van zaken rondom de Nederlandseimamopleiding? Lopen er al weer nieuwe gesprekken met nieuweinstellingen voor een imamopleiding?AntwoordHet kabinet blijft met hoger onderwijsinstellingen die het initiatief willennemen en vertegenwoordiging van het afnemend werkveld in demoslimgemeenschap, de mogelijkheden verkennen voor het realiserenvan een Nederlandstalige erkende en bekostigde imamopleiding aan eenNederlandstalige onderwijsinstelling. Op dit moment lopen er gesprekkenmet potentiële partners in een nieuwe samenstelling. Zo heb ik onlangsook gesproken met het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO)Vraag 156Hoe ziet u de uitwerking van een «slim verbod» voor zich?AntwoordDe Minister van Justitie en Veiligheid heeft twee inventarisaties invoorbereiding waarbij gekeken gaat worden hoe andere landen in de EUomgaan met organisaties die mogelijke banden hebben met terroristischeorganisaties, waarbij ook specifiek wordt gekeken welke mogelijkheden zijhebben tot het verbieden van deze organisaties. Daarnaast wordtgeïnventariseerd welke maatregelen andere landen nemen omongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan. Als uit dezeinventarisaties blijkt dat er nog onvoldoende middelen zijn om effectief opte kunnen treden, zal het kabinet passende aanvullende maatregelenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45146 nemen. De Minister van Justitie en Veiligheid is voornemens uw Kamer inhet voorjaar van 2025 te informeren.Vraag 157Op welke momenten in het traject over de versterkte gebedsoproepenwordt de Kamer meegenomen?AntwoordBinnen het traject is een tussentijdse voortgangsrapportage gepland aanhet eind van Q2 2025. Na beoordeling hiervan kan uw Kamer op dehoogte gesteld worden over de voortgang van dit traject.Vraag 158Is het herzien van de mogelijkheden voor toelating van buitenlandseimams onderdeel van de doelen bij het opzetten van de imamopleiding?AntwoordJa, het verminderen van de afhankelijkheid van imams uit het buitenlandis onderdeel van de doelen bij het opzetten van een Nederlandseimamopleiding. Het, in samenspraak met het afnemend werkveld,opleiden van in Nederland gewortelde imams stelt gemeenschappen instaat om onafhankelijk van de herkomstlanden hun eigen predikers envoorgangers voort te brengen. Dit impliceert op termijn een afname vande behoefte van Nederlandse moskeeën om buitenlandse imams aan tetrekken. Dat zou op dat moment ook gevolgen kunnen hebben voor hettoelatingsbeleid van buitenlandse geestelijken.Vraag 159Op basis van welke gegevens wordt een Nederlandstalige imamopleidingals noodzaak gezien? Kunt u dit onderbouwen?AntwoordMomenteel is er een tekort aan imams in Nederland, dit blijkt onderandere uit de komst van Marokkaanse imams om in de Ramadan periodete voorzien in de vraag naar imams. Ook blijkt dit uit de afhankelijkheidvan imams die gedetacheerd uit Turkije werkzaam zijn in de meerderheidvan Turkse moskeeën in Nederland. Bovendien is het afnemend werkveld(de 10 moskeekoepelorganisaties) betrokken geweest bij alle initiatievendie een Nederlandse imamopleiding mogelijk willen maken vanwege hunuitgesproken behoefte aan een Nederlandstalige imamopleiding. Zij zullenook bij nieuwe initiatieven betrokken blijven.Reeds In 2019 heeft onderzoeksbureau Labyrinth in opdracht van deministeries van SZW en OCW een draagvlakonderzoek38 uitgevoerd ondermoskeebestuurders en bezoekers. De resultaten van dit onderzoek geveneen positieve indicatie van draagvlak voor een imamopleiding inNederland.Vraag 160Hoe wordt voorkomen dat de overheid zich te veel bemoeit met religieuzeopleidingen en hiermee de scheiding tussen kerk en staat schendt?AntwoordHet laten ontwikkelen van een imamopleiding is een maatschappelijkeopgave, passend binnen onze pluriforme samenleving. De overheid treedtuiteraard op binnen de kaders van scheiding van kerk en staat. Deoverheid heeft een stimulerende en faciliterende rol waardoor het38Https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/01/07/imamopleiding-in-nederland-een-verkenning-van-draagvlakTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45147 mogelijk wordt gemaakt dat hoger onderwijsinstellingen zelf eenopleiding initiëren. Zij werken hierin samen met de moslimgemeenschap.De opleiding zal de reguliere processen volgen van het opzetten van eennieuwe, bekostigde opleiding. Dit omvat een toets nieuwe opleiding bij deNederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) ten behoeve vanaccreditatie en een macrodoelmatigheidstoets door de CommissieDoelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO) ten behoeve van bekostiging,waarover de Minister van OCW vervolgens een besluit neemt. Wat betreftde kwaliteitseisen aan (nieuwe) opleidingen en de inhoudelijke invullingvan het curriculum, zijn de bekostigde onderwijsinstellingen en hetafnemend werkveld (toekomstige werkgevers) dus aan zet.Vraag 161Welke garanties kunt u geven dat de imamopleiding breed gedragen zalworden binnen verschillende islamitische stromingen in Nederland?AntwoordHet is belangrijk dat onderwijsinstellingen met hun opleidingen inspelenop de behoeften van het afnemend werkveld, zodat hun afgestudeerdengoed terecht komen op de arbeidsmarkt. In het geval van de imamop-leiding zijn de moskeekoepels veruit de meerderheid binnen hetafnemend werkveld van moskeeën in Nederland. Het CMO vertegen-woordigt 10 moslimkoepelorganisaties die tezamen 380 van ca. 500moskeeën beheren. Daarmee vertegenwoordigt CMO het merendeel vande potentiële werkgevers waar afgestudeerden na hun opleiding aan hetwerk kunnen gaan. Dit neemt echter niet weg dat de niet aangeslotenstromingen niet worden bereikt. Het staat deze stromingen vrij om via hetCMO te participeren voor een nog breder draagvlak. Ik voer hieromtrentgesprekken met het bestuur van het CMO en zal hier proactief opaansturen.Vraag 162Hoe wordt de samenwerking met hoger onderwijsinstellingen vormge-geven? In hoeverre mogen islamitische organisaties hierbij betrokkenworden?AntwoordDe samenwerking van onderwijsinstellingen met vertegenwoordiging vanhet afnemend werkveld (CMO) is essentieel om een gedragen opleidingneer te zetten.Deze samenwerking wordt vormgegeven middels een samenwerkings-overeenkomst tussen het CMO en onderwijsinstellingen. De initiatie eninhoudelijke vormgeving van een nieuwe opleiding, net zoals bij elkeandere opleiding, is belegd bij de onderwijsinstellingen. De overheidtoetst via de reguliere processen (via de CDHO en NVAO) of de opleidingook in aanmerking komt voor bekostiging en of de onderwijskwaliteitgoed geborgd is. Bovendien moet er elke zes jaar een her-accreditatieplaatsvinden (via NVAO) waarin wordt gecontroleerd of de opleiding nogaan bovenstaande eisen voldoet.Vraag 163Hoe wordt gecontroleerd dat imams die in Nederland zijn opgeleid eenpositiever effect zullen hebben op de integratie en participatie in verge-lijking met een imam die in het buitenland een opleiding heeft gevolgd?AntwoordIn Nederland gewortelde en opgeleide imams zullen, in tegenstelling totbuitenlandse imams, beter aansluiting kunnen vinden bij de leefwereldvan onze Nederlandse moslims (taal) en zijn al bekend met onze Neder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45148 landse context (normen en waarden). Daarnaast biedt de komst van eenNederlandse imamopleiding afgestudeerden de mogelijkheid om breed inde samenleving aan de slag te gaan in bijvoorbeeld de zorgsector, hetonderwijs of dienstverlening. Hiermee vervullen zij naast hun rol als imamook een brede maatschappelijke rol. Een aan de Nederlandse imamop-leiding verbonden register van erkende imams zal ook zorgdragen voorkwalificatie-eisen waar (binnen- en buitenlandse) imams aan moetenvoldoen.Vraag 164Op welke manier wordt voorkomen dat een imamopleiding in Nederlandleidt tot uitsluiting van imams met buitenlandse ervaring en expertise?AntwoordReligieuze gemeenschappen zijn in Nederland vrij om hun eigengeestelijke leiders te kiezen die aansluiten bij hun traditie en geloofsover-tuiging. Met een eigen imamopleiding zal de noodzaak om buitenlandseimams naar Nederland te halen op termijn afnemen. Bovendien zal er,naast de huidige toelatingseisen voor buitenlandse imams (inburgerings-plicht, machtiging tot voorlopig verblijf en tewerkstellingsvergunning) eenregister van erkende imams opgezet worden.Vraag 165Wat is het beleid ten aanzien van imams die al in Nederland actief zijn, enhoe verhoudt dit zich tot de plannen voor een imamopleiding?AntwoordZie antwoord 164. Het zal nog een aantal jaar duren voordat er voldoendeafgestudeerde imams zijn om in de behoefte, van de ongeveer 500moskeeën in Nederland te voorzien. In de tussenperiode is er een aanbodi.s.m. het CMO aan imams die al in Nederland werkzaam zijn. Ditprogramma richt zich vooral op de Nederlandse samenleving, taal encultuur en wordt sinds 2019 periodiek aangeboden.Vraag 166Wat is de concrete aanleiding om wetgeving rondom versterktegebedsoproepen te herzien, en welk probleem wordt hiermee opgelost?AntwoordIn het regeerprogramma is in de paragraaf over integratie en maatschap-pelijke samenhang opgenomen dat het kabinet betere regels wil voorversterkte oproepen tot gebed. De achtergrond van dit voornemen is datversterkte gebedsoproepen bij sommige burgers tot gevoelens vanongemak of overlast kunnen leiden.Dit werd verder aangescherpt na Kamervragen van de leden Eerdmans(JA21) en Flach (SGP) op 26 september jongstleden, die de Minister vanBinnenlandse Zaken bevroegen over versterkte gebedsoproepen doormoskeeën.Op 26 november 2024 werd een motie van het lid Flach (SGP) aange-nomen (Kamerstuk 36 600 XV, nr. 24), waarin de regering wordt verzochtde regulering van deze oproepen te verbeteren. Om beter vast te stellenwaar de bestaande wet- en regelgeving wringt en waar verbeteringmogelijk is, laat ik een traject starten. Dit traject zal zich richten op het inkaart brengen van de beleving, bekendheid en communicatie tussengemeenten, geloofsgemeenschappen en omwonenden over versterktegebedsoproepen. Op basis van de uitkomsten van dit traject komtverbeterde regelgeving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45149 Vraag 167Heeft u cijfers en statistieken omtrent burgers die overlast of ongemakervaren door gebedsoproepen?AntwoordNee, wij beschikken op dit moment zelf niet over deze informatie. Hettraject dat opgestart zal worden is er mede op gericht om beter inzicht tekrijgen in de aard en omvang van versterkte gebedsoproepen en de matewaarin dit als overlast gevend wordt ervaren.Vraag 168Wat wordt verstaan onder «betere regels» voor versterkte gebedsop-roepen? Welke specifieke maatregelen overweegt dit kabinet?Antwoord 168Op dit moment zijn er geen concrete regels of maatregelen op voorhandte benoemen. Aan de hand van resultaten van het eerder genoemd traject,zal het kabinet komen met verbeterde regels.Vraag 169Hoe wordt ervoor gezorgd dat regels rondom gebedsoproepen consistentworden toegepast en niet specifiek gericht zijn op islamitische oproepen?Vraag 170Worden ook beperkingen overwogen voor andere religieuze of openbaregeluiden, zoals kerkklokken of festiviteiten, om uitsluiting van specifiekegemeenschappen te voorkomen?Antwoorden op vraag 169 en vraag 170Regulering van de godsdienstvrijheid of de vrijheid van meningsuitingmag zich nooit richten tot de inhoud van de godsdienst of de mening. Datgeldt onverminderd voor regulering van de versterkte gebedsoproep.Op grond van het non-discriminatiebeginsel zullen de nadere regels vanovereenkomstige toepassing zijn op alle religieuze oproepen, ongeacht degeloofsrichting.Vraag 171Hoe worden de signalen gemeten rondom overlast en ongemak metbetrekking tot islamitische gebedsoproepen?Antwoord 171Het beter in kaart brengen van de signalen is onderdeel van deverkenning. De gegevens over het aantal moskeeën dat gebruikmaakt vande versterkte gebedsoproep, hoe vaak en hoe dit gebeurt en of dit wordtgemeld, zouden bij de gemeenten waarin de betreffende moskeeën zijngevestigd te vinden moeten zijn.Vraag 172Hoe worden gemeenten en religieuze gemeenschappen betrokken bij hetopstellen van nieuwe regels rondom gebedsoproepen?Antwoord 172Dat moet nog nader worden uitgewerkt.Vraag 173Wat zijn de juridische kaders om gebedsoproepen aan banden te leggenzonder in strijd te zijn met het recht op godsdienstvrijheid?Antwoord 173Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45150 Hoewel de oproep tot gebed gezien kan worden als uiting van degodsdienstvrijheid, geldt voor het gebruikmaken van geluidsversterkendeapparatuur dat dit niet rechtstreeks onder de bescherming vangodsdienstvrijheid valt: dit wordt gezien als een «connex recht». Hetgeluidsniveau van de gebedsoproep dient wel binnen redelijke grenzen teblijven.De gemeenteraad heeft op grond van artikel 10 van de Wet openbaremanifestaties (Wom), de bevoegdheid regels te stellen voor «klokgelui tergelegenheid van godsdienstige en levensbeschouwelijke plechtighedenen lijkplechtigheden, alsmede oproepen tot het belijden van godsdienst oflevensovertuiging», met betrekking tot de frequentie en het geluidsniveaudaarvan. Belangrijk daarbij is, dat voorschriften die de gemeente stelt nietzo ver mogen gaan dat daardoor het gebruik van de klokgelui of degebedsoproep illusoir wordt gemaakt of onnodig wordt beperkt.Vraag 174Hoe verhoudt het Nederlandse beleid over gebedsoproepen zich totandere (Europese) landen, en zijn er voorbeelden waar dit kabinet zich opbaseert?Antwoord 174Het ophalen van deze informatie zal worden betrokken bij de uitwerkingvan het traject.Vraag 175Waarom worden zogenoemde «oudkomers» in de Actieagenda nietgestimuleerd de Nederlandse taal te leren?Antwoord 175Het leren van de taal is ook belangrijk voor niet-inburgeringsplichtigen dielanger of permanent in Nederland verblijven. Het kabinet heeft daarombesloten de taaleis in de huidige vorm te behouden in de Participatiewet.Ook wordt ingezet op het stimuleren van de duurzame inzetbaarheid vanarbeidsmigranten die hier langer of permanent blijven en zo ook hunparticipatie in den brede in de samenleving. Zo heeft het kabinet in hetregeerprogramma aangekondigd dat werkgevers meer verantwoorde-lijkheid moeten nemen in de taalscholing van arbeidsmigranten. Ookworden via de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) middelenbeschikbaar gesteld aan gemeenten om basisvaardigheden van inwoners,waaronder EU-arbeidsmigranten en Oekraïense ontheemden, teverbeteren.Vraag 176Waarom kiest u voor het vasthouden aan de generieke taaleis als uit deevaluatie van deze taaleis in 2019 blijkt dat juist maatwerk de integratie enparticipatie op de arbeidsmarkt bevordert?Antwoord 176Het spreken, kunnen verstaan, lezen en schrijven van de Nederlandse taalvergroot naar het oordeel van de regering de kans om goed te kunnenparticiperen in de Nederlandse samenleving en op de Nederlandsearbeidsmarkt. Vragen over de taaleis in het verslag van de Tweede Kamerover het wetsvoorstel Participatiewet in Balans en de motie39 die bijgelegenheid van het debat over de geweldsincidenten in Amsterdam isaangenomen, hebben het eerdere voornemen om de taaleis te latenvervallen en de mogelijkheden om een taalverplichting op te leggen op tenemen in een generieke participatieplicht voor de regering in een ander39Kamerstukken II, 2024/25, 36 651, nr. 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45151 perspectief geplaatst. In de motie wordt verzocht het schrappen van detaaleis te heroverwegen en het systeem van taalonderwijs onder de loepte nemen. De regering voert deze motie de komende tijd uit. Met de 1enota van wijziging bij het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is daaromhet eerdere voorstel om de taaleis te schrappen herzien.40Ik ben nog nader in gesprek met gemeenten over effectievere uitvoeringen handhaving van de taaleis en de mogelijkheden voor het bieden vanpassend taalonderwijs. Ik zal daarbij bezien of aanscherping van deregelgeving noodzakelijk is.Vraag 177Hoe wordt ervoor gezorgd dat de erkenning van buitenlandse diploma’ssneller en efficiënter verloopt?AntwoordHet is zowel voor statushouders zelf als voor de samenleving van belangdat zij zo snel mogelijk instromen op een baan, het liefst een baan diepassend is bij eerdere werkervaring en opleidingsachtergrond. Erken-ningsprocedures voor gereglementeerde beroepen kunnen dit inderdaadmoeilijker maken. Het kabinet zet zich in om de diploma-erkenningsprocedure voor gereglementeerde beroepen waar het kan tevereenvoudigen.Ook wordt met een aantal sectoren de mogelijkheden verkend voorbredere waardering van vaardigheden van statushouders doorwerkgevers in plaats van dat enkel wordt gekeken naar hun diploma. Dit isvooral relevant voor beroepen waarvoor geen wettelijke beroepsvereistenzijn.Vraag 178In welke asielzoekerscentra in Nederland hebben asielzoekers demogelijkheid om vroegtijdig deel te nemen aan de arbeidsmarkt?AntwoordIn veel gemeenten met opvanglocaties voor asielzoekers lopen alinitiatieven en projecten om asielzoekers vanuit de opvang te begeleidenen te matchen op betaald werk. Het Ministerie van SZW is in ieder gevalbekend met projecten en initiatieven op opvanglocaties bij de gemeentenAmsterdam, Almere, Arnhem, Assen, Den Haag, Dordrecht, Eindhoven,Enschede, Haarlemmermeer, Rijk van Nijmegen, Utrecht (in samen-werking met omliggende gemeenten) en Zaanstad en de arbeidsmark-regio de Achterhoek. Daarnaast zijn er nog initiatieven en projecten opopvanglocaties in kleinere gemeenten te weten Drachten, Renkum,Hardenberg, Heerhugowaard, Harlingen en Zutphen. Dit is geen uitput-tende lijst. Er komen nog nieuwe projecten bij van gemeenten die in deopstartfase zitten of overwegen een project te starten.Vraag 179Zijn er gevallen bekend waarbij asielzoekers al aan het werk waren ondereen tewerkstellingsvergunning en uiteindelijk toch niet mochten blijven?Zo ja, heeft dit al geleid tot rechtszaken?AntwoordAls een werkgever een tewerkstellingsvergunning aanvraagt voor eenasielzoeker, vraagt UWV bij IND uit of de betrokkene gerechtigd is om tewerken. De tewerkstellingsvergunning wordt vervolgens voor de duur vanhet geldige W-document van de asielzoeker afgegeven. Een tewerkstel-lingsvergunning kan worden ingetrokken als bekend is dat de asielzoeker40Kamerstukken II, 2024–25, 36 582, nr. 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45152 verblijf is geweigerd. Hiervoor heeft UWV informatie van de IND nodig. Bijwijziging van de verblijfstitel van de asielzoeker ontvangt UWV geensignaal van de IND. Er zijn – in relatie tot afgegeven tewerkstellingsver-gunningen – bij UWV geen gevallen bekend waarvan de verblijfstitel isgewijzigd en om die reden tewerkstellingsvergunningen zijn ingetrokken.Vraag 180Is het aannemelijk dat het lukt om de herziene Opvangrichtlijn voor 12 juni2026 te implementeren? Zo ja, wat is het tijdspad dat het kabinet voor zichziet? Zo niet, waarom niet?AntwoordOp 6 december 2024 heeft de Minister van Asiel- en Migratie een afschriftvan nationale Implementatieplan van het AMP aan uw Kamer gestuurd(Kamerstuk 32 317, nr. 908). Het plan geeft een overzicht van de stappenvoor de invoering van het AMP. De implementatie van de herzieneOpvangrichtlijn is daar onderdeel van. Het is op dit moment aannemelijkdat het lukt om de herziene Opvangrichtlijn voor 12 juni 2026 teimplementeren.Vraag 181Op welke termijn wordt meer duidelijk over de nieuwe vormgeving van detaaleis en zal een dwingender kader richting gemeenten om hierop tehandhaven daar onderdeel van zijn?AntwoordMet de eerste nota van wijziging bij het in uw Kamer voorliggendewetsvoorstel Participatiewet in Balans is voorgesteld om het schrappenvan de taaleis te herzien. Alle gemeenten zijn conform de wet gehoudenom de taaleis uit te voeren en te handhaven. Ik ben nog nader in gesprekmet gemeenten over effectievere uitvoering en handhaving van de taaleisen de mogelijkheden voor het bieden van passend taalonderwijs. Ik zaldaarbij bezien of aanscherping van de regelgeving noodzakelijk is.Vraag 182Hoe wordt voorkomen dat statushouders en Nederlanders met eenmigratieachtergrond vast blijven zitten in laagbetaalde en tijdelijke banenzonder doorgroeimogelijkheden?Vraag 183Hoe wordt gezorgd dat statushouders niet alleen in sectoren met eenpersoneelstekort terechtkomen, maar ook kunnen werken in hun eigenvakgebied?Antwoord op vraag 182 en 183Een goede integratie van nieuwkomers begint bij een goede start. Werkspeelt daarbij een belangrijke rol. Werk is de plek waar je je eigen geld kanverdienen, waar je anderen ontmoet en snel de taal en omgangsvormenkan leren. Het is dan ook belangrijk dat statushouders zo snel mogelijkaan het werk gaan. Niet altijd is dat direct een droombaan. Taalachter-stand (ook vaktaal), onvoldoende opleiding of een niet passende opleidingen een gebrek aan herkenbare werkervaring kunnen het moeilijk makendirect een baan op niveau te vinden. Toch is het van belang dat zoveelmogelijk statushouders mettertijd een baan kunnen vinden die passend isbij hun potentieel, eerdere werkervaring en opleidingsachtergrond.Dit kan bijvoorbeeld als statushouders meer beoordeeld zouden wordenop hun vaardigheden in plaats van alleen op hun diploma’s. Op ditmoment lopen er verschillende initiatieven om kandidaten te waarderenop vaardigheden, bijvoorbeeld op basis van de skillstaal CompetentNL.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45153 Het Ministerie van SZW zal onderzoeken op welke manier we dezeinitiatieven ook kunnen inzetten voor statushouders. Ook kunnenzij-instroomtrajecten een rol spelen om aan het werk te gaan, vooral in dekraptesectoren zoals het onderwijs (zie bijvoorbeeld het programmastatushouders voor de klas) en de kinderopvang. Het Ministerie van SZWzal onderzoeken wat nodig is om deze trajecten te laten aansluiten bij devaardigheden van statushouders. We onderzoeken verder met verschil-lende partners, waaronder OCW, SBB en de MBO Raad wat er nodig is omleer-werktrajecten beter toepasbaar te maken voor statushouders. Zospelen zogenoemde voorschakeltrajecten (o.a. voor leren vaktaal) eenbelangrijke rol om de aansluiting van statushouders op reguliereleerwerktrajecten te verbeteren.Vraag 184Hoe voorkomt de overheid dat vrouwen met een migratieachtergrondextra belemmeringen ondervinden bij het vinden van werk, bijvoorbeelddoor het dragen van een hoofddoek?Antwoord 184Zie antwoord 61. Samen met de NCDR zal het Ministerie van SZW metwerkgevers in gesprek te gaan over wat te doen aan stigmatisering vanmoslima’s op de arbeidsmarkt en microagressies op de werkvloer. Ook zalhet Ministerie van SZW een handreiking voor werkgevers laten opstellenvoor werkgevers naar aanleiding van de uitkomsten van de verkenningnaar arbeidsmarktdiscriminatie van moslima’s die in juni 2024 aan uwKamer is verzonden41.Vraag 185Hoe wordt gegarandeerd dat de taalcursussen voldoende beschikbaar entoegankelijk zijn voor iedereen die zijn taalvaardigheid wil verbeteren?Wat kunt u doen voor de statushouders die hier meer moeite meeervaren?AntwoordHet verbeteren van de taalvaardigheid is voor alle nieuwkomers vanbelang. Het kabinet heeft daarom besloten de taaleis in de huidige vormte behouden in de Participatiewet. Ook wordt ingezet op het stimulerenvan de duurzame inzetbaarheid van arbeidsmigranten die hier langer ofpermanent blijven. Zo heeft het kabinet in het regeerprogrammaaangekondigd dat werkgevers meer verantwoordelijkheid moeten nemenin de taalscholing van arbeidsmigranten. Ook worden via de Wet Educatieen Beroepsonderwijs (WEB) middelen beschikbaar gesteld aangemeenten om basisvaardigheden van inwoners, waaronder EU-arbeidsmigranten en Oekraïense ontheemden, te verbeteren.Voor wat betreft statushouders. Zij krijgen een passend taalaanbod vanhun gemeente. Uit de tweede meting van de Marktmonitor blijkt dat ergoede landelijke dekking is en dat alle gemeenten passende taalcursussenaanbieden voor zowel de B1-route als de Z-route. Daarnaast krijgenstatushouders vaak ondersteuning van vrijwilligers en zijn er tal vanonline hulpmiddelen beschikbaar, die het taalonderwijs verrijken eninburgeraars extra ondersteuning bieden bij het verbeteren van huntaalvaardigheidVraag 186Welke ondersteuning krijgen werkgevers om bij te dragen aan detaalscholing van werknemers met een migratieachtergrond? Kunt uconcrete middelen opnoemen?41Tweede Kamer, Vergaderjaar 2023–2024, 29 544, nr. 1244Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45154 AntwoordEr wordt op verschillende manieren gewerkt aan het stimuleren vanwerkgevers om zich in te zetten voor taalscholing. Zo kunnen werkgeversop basis van de Subsidieregeling Ondersteuning Werkgevers InzetStatushouders (SOWIS) een financiële tegemoetkoming krijgen voor deextra begeleiding van statushouders op de werkvloer, gericht op hetverkleinen van de taal- en cultuurverschillen.Om taalscholing te stimuleren kunnen mkb-bedrijven subsidie krijgen viade O&O-fondsen en samenwerkingsverbanden via de ESF+-regeling voorsectoren. Verschillende O&O-fondsen bieden ook subsidies aan omtaalonderwijs te bekostigen. Ten slotte komt er binnen het project «Workin NL» een goede werkgeversaanpak waar de verbetering van detaalvaardigheid van arbeidsmigranten onderdeel van uitmaakt.In de verschillende regio’s zijn we met sociale partners en gemeentenbezig een opleidingsaanbod op te zetten. Hiermee willen we een bredegroep werkgevers enthousiasmeren om hierbij aan te sluiten.Vraag 187Welke specifieke verbeteringen worden overwogen om het leren vanvaktaal te integreren met werk, zodat statushouders sneller kunnenmeedraaien in hun sector?AntwoordWe willen dat steeds meer werkgevers het investeren in vaktaal enwerknemersvaardigheden van statushouders gaan zien als een effectievemanier om aan goed opgeleid personeel te komen. Dit doen we bijvoor-beeld door de Subsidieregeling Ondersteuning Werkgevers InzetStatushouders (SOWIS). Hiermee kunnen werkgevers bijvoorbeeld eencoach of een taalbuddy inhuren of een training in vaktaal inkopen. Dezesubsidie is voor het eerst versterkt in 2024, en loopt in ieder geval door totin 2026.Vraag 188Hoe wordt voorkomen dat de taaleis in de Participatiewet leidt totuitsluiting van bepaalde groepen, in plaats van deze groepen te onder-steunen bij hun integratie?AntwoordHet spreken, kunnen verstaan, lezen en schrijven van de Nederlandse taalvergroot naar het oordeel van de regering de kans om goed te kunnenparticiperen in de Nederlandse samenleving en op de Nederlandsearbeidsmarkt.De taaleis geldt dan ook naast de verplichtingen die er zijn voor debijstandsgerechtigde om zich in te spannen om werk te vinden en demogelijkheden die de gemeente heeft om te ondersteunen bij het vindenvan werk.Vraag 189Hoe voorkomt u dat een statushouder in een startbaan blijft hangen enniet doorgroeit naar een duurzame baan die aansluit bij zijn of haarervaring, capaciteiten en/of wensen? Kunt u een leerlijn garanderen? Hoezorgt u ervoor dat uitbuiting wordt uitgesloten?AntwoordEen goede integratie van nieuwkomers begint bij een goede start. Werkspeelt daarbij een belangrijke rol. Werk is de plek waar je je eigen geld kanverdienen, waar je anderen ontmoet en snel de taal en omgangsvormenkan leren. Het is dan ook belangrijk dat statushouders zo snel mogelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45155 aan het werk gaan. Niet altijd is dat direct een droombaan. Taalachter-stand (ook vaktaal), onvoldoende opleiding of een niet passende opleidingen een gebrek aan herkenbare werkervaring kunnen het moeilijk makendirect een baan op niveau te vinden. Toch is het van belang dat zoveelmogelijk statushouders mettertijd een baan kunnen vinden die passend isbij hun potentieel, eerdere werkervaring en opleidingsachtergrond.Dit kan bijvoorbeeld als statushouders meer beoordeeld zouden wordenop hun vaardigheden in plaats van alleen op hun diploma’s. Op ditmoment lopen er verschillende initiatieven om kandidaten te waarderenop vaardigheden, bijvoorbeeld op basis van de skillstaal CompetentNL.Het Ministerie van SZW zal onderzoeken op welke manier we dezeinitiatieven ook kunnen inzetten voor statushouders. Ook kunnenzij-instroomtrajecten een rol spelen om aan het werk te gaan, vooral in dekraptesectoren zoals het onderwijs (zie bijvoorbeeld het programmastatushouders voor de klas) en de kinderopvang. Het Ministerie van SZWzal onderzoeken wat nodig is om deze trajecten te laten aansluiten bij devaardigheden van statushouders. We onderzoeken verder met verschil-lende partners, waaronder OCW, SBB en de MBO Raad wat er nodig is omleer-werktrajecten beter toepasbaar te maken voor statushouders. Zospelen zogenoemde voorschakeltrajecten (o.a. voor leren vaktaal) eenbelangrijke rol om de aansluiting van statushouders op reguliereleerwerktrajecten te verbeteren.Vraag 190Hoe verhoudt het verlagen van de bijstandsuitkering (Participatiewet-uitkering) bij het weigeren van algemeen passende arbeid zich tot hetnieuwe wetsvoorstel «Participatiewet in balans» – waarbij er onder anderemeer focus moet komen op vertrouwen in plaats van wantrouwen?AntwoordMet het wetsvoorstel Participatiewet in Balans wordt meer uitgegaan vanvertrouwen en worden drempels weggenomen die participatie in de wegstaan. Dat betekent echter niet dat de doelstelling dat wie kan werken ookzo snel mogelijk werk moet vinden veranderd is. Voor iedereen in deParticipatiewet die niet is vrijgesteld van de arbeidsverplichtingen geldtdaarom dat men zich moet inspannen om werk te vinden en te behouden.Het weigeren van een aangeboden baan is daarbij niet toegestaan en kanleiden tot een verlaging van de uitkering.Vraag 191In hoeverre is het wenselijk dat Oekraïense jongeren in Nederland geenaanspraak kunnen maken op studiefinanciering en hoge collegegeldenmoeten betalen als zij klaar zijn met hun middelbare school? In hoeverrebiedt hen dat kansen om goed mee te kunnen doen in het onderwijs en opde arbeidsmarkt?AntwoordAlle ontheemden hebben toegang tot vervolgonderwijs, mits zij voldoenaan de benodigde kwalitatieve vereisten. Voor wat betreft het collegegeldzijn de studenten in het middelbaar beroepsonderwijs het lesgeldverschuldigd, en geldt voor studenten in het hbo en wo het collegegeld-tarief. Het wettelijk collegegeld in het hoger onderwijs is voorbehoudenaan studenten uit de Europese Economische Ruimte (EER). Voorstudenten van buiten de EER geldt het instellingscollegegeld. Dit geldt ookvoor studenten (ontheemden) uit Oekraïne, en alle overige studenten meteen lopende asielaanvraag.Er is overigens in het middelbaar beroepsonderwijs en in het hbo en woruimte voor maatwerk. Zo kunnen mbo-studenten in een uitzonderlijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45156 situatie in aanmerking komen voor de kwijtschelding van het lesgeld. Inhet hbo en wo hebben de instellingen ruimte voor het verlagen van hetinstellingscollegegeldtarief naar de hoogte van het wettelijk collegegeld.Daarnaast kunnen ontheemden terecht bij Stichting voor VluchtelingStudenten (UAF): voor onder meer informatievoorziening, en waar nodigfinanciële ondersteuning.Vraag 192Hoeveel procent van de statushouders heeft op dit moment een bijstands-uitkering? Kan dit worden uitgesplitst naar land van herkomst?AntwoordIn juni 2022 had 55,1% van de statushouders een bijstandsuitkering. Hetaandeel statushouders met een bijstandsuitkering is vooral hoog in deeerste periode. Van de statushouders die in 2014 status hebben gekregenontving na 2 jaar 91% een uitkering. Dit neemt af tot 34% na 8,5 jaar.CBS voert in opdracht van de ministeries van SZW en AenM hetdashboard Asiel en Integratie uit (https://dashboards.cbs.nl/v5/asielenintegratie), waar gedetailleerde informatie te vinden is over ondermeer uitkeringsafhankelijkheid per cohort en herkomstland. Hieronderwordt een greep van de beschikbare informatie weergegeven, waarbij perherkomstland voor het oudst beschikbare cohort (2014), en voor hetmeest recente cohort dat minimaal 18 maanden de status heeft gehad(2021).HerkomstlandCohort 2014Cohort 2021Syrië35%82%Eritrea28%71%Irak41%82%Afghanistan27%74%Iran33%77%Turkije33%77%Overig/onbekend28%70% Vraag 193Hoeveel procent van de bijstandsgerechtigden is op dit moment status-houder? Kan dit worden uitgesplitst naar land van herkomst?AntwoordHier zijn op dit moment geen data over. Ik zal CBS vragen om dit teonderzoeken, en zal uw Kamer zo spoedig mogelijk over de uitkomsteninformeren.Vraag 194Welke werkgeversorganisaties zijn al betrokken bij het opzetten vanprogramma’s om statushouders aan het werk te helpen? Wordenuitzendbureaus betrokken?AntwoordBij de aanpak gericht op het aan het werk helpen van statushouderswerken we nauw samen met diverse werkgeversorganisaties. Zo zittenAWVN, VNO-NCW en NKB-Nederland, de NBBU en de ABU in deTaskforce VIA. Ook werkt het Ministerie van SZW samen met anderesamenwerkingen van werkgevers zoals het Aanvalsplan Techniek entekortsectoren zoals zorg en de aanpak groene en digitale banen.Vraag 195Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45157 Is er speciale aandacht in de uitwerking van de agenda om de arbeidspar-ticipatie van vrouwelijke statushouders te verhogen?AntwoordJa. Met de werkagenda Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt (VIA) diebinnenkort aan de Kamer zal worden gestuurd, geef ik invulling aan depijler «Nieuwkomers aan het Werk» uit de actie-agenda Integratie en Openen Vrije Samenleving.In deze Werkagenda VIA staan maatregelen beschreven om debegeleiding naar werk voor vrouwelijke statushouders te verbeteren engemeenten te ondersteunen om hun werkprocessen zo in te richten dat zevrouwelijke statushouders beter naar werk kunnen begeleiden.Vraag 196Wordt er onderzocht welke structurele barrières vrouwelijke status-houders ervaren bij toegang tot werk?AntwoordEr is onderzocht welke structurele barrières vrouwelijke statushouderservaren bij toegang tot werk. Zo heeft de Hogeschool Arnhem Nijmegen(HAN) in september een onderzoek42 afgerond dat duidelijk maakt wat ernodig is om vrouwelijke statushouders naar werk te begeleiden. Vrouwe-lijke statushouders hebben vaak weinig werkervaring in het land vanherkomst en eenmaal in Nederland willen ze vaak eerst hun gezin op de ritkrijgen. Ook hebben gemeenten de neiging om van een echtpaar eerst deman naar werk te begeleiden omdat ze inschatten dat dit makkelijker gaat.Om vrouwelijke statushouders naar werk te begeleiden, moeten zegeholpen worden om een werkidentiteit te ontwikkelen: «Wie ben ik, watkan ik en wat wil ik». Klantmanagers moeten handvatten krijgen om beterom te gaan met hun handelingsverlegenheid bij de begeleiding vanechtparen en gemeenten moeten ondersteund worden om hun werkpro-cessen zo in te richten dat ze vrouwelijke statushouders effectieverkunnen begeleiden.Vraag 197Wordt er samengewerkt met maatschappelijke organisaties om deemancipatie van vrouwelijke statushouders te bevorderen? Zo ja, metwelke organisaties wordt er samengewerkt? Zo niet, waarom niet?AntwoordWerken is een van de beste manieren om te integreren en daarmee ookom te emanciperen. Met verschillende partners uit de Werkagenda VIAwordt samengewerkt om de arbeidsparticipatie van vrouwelijke status-houders te vergroten.Vraag 198Hoe wordt voorkomen dat deze maatregelen leiden tot extra bureaucra-tische lasten voor gemeenten en werkgevers?AntwoordDe ondersteuning van gemeenten is juist gericht op het stroomlijnen vanwerkprocessen en meer effectieve interventies. Op basis van deuitkomsten van het onderzoek van de Hogeschool Arnhem Nijmegen naarde begeleiding van vrouwelijke statushouders is bijvoorbeeld eenhandreiking gemaakt. Onderdeel van die handreiking zijn handvatten voorgemeenten om hun werkprocessen zo in te richten dat vrouwelijkestatushouders gerichter naar werk worden begeleid. Omdat werkpro-cessen gestroomlijnd worden, zorgt dat voor minder bureaucratische42Zie www.han.nl/projecten/2024/arbeidstoeleiding-vrouwelijke-statushouders/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45158 lasten voor gemeenten. De gemeente Zevenaar is een good practice op ditgebied. Zij maken gebruik van de aanbevelingen van de HAN enbegeleiden daardoor vrouwelijke statushouders effectiever en efficiënternaar werk.Vraag 199Bent u bereid een doelstelling te formuleren voor een percentage vanuitkeringsafhankelijkheid voor statushouders als stip op de horizon?AntwoordIk vind het belangrijk dat statushouders zo snel mogelijk aan het werkgaan. Te veel statushouders zijn afhankelijk van de bijstand. Daarom wil ikinzetten op bijvoorbeeld de inzet van startbanen, ontzorgen vanwerkgevers en samenwerking met tekortsectoren (techniek, bouw en zorg)en continuering van de regionale verbinders en de subsidieregelingondersteuning werkgevers inzet statushouders.De komende periode wordt hard gewerkt aan de verdere uitwerking vande actieagenda. Daarbij zal ook worden bezien – per thema – op welkemanier we de impact van onze inzet in beeld kunnen brengen.Vraag 200Blijft het kabinet statushouders financieel ontzorgen in natura in plaatsvan met uitkeringen? Hoe kan het financieel ontzorgen ingezet worden omstatushouders te prikkelen om aan het werk te gaan?AntwoordHet financieel ontzorgen blijft ook bij de door het vorige kabinet aange-kondigde wetswijziging bestaan. Doelstelling van het financieel ontzorgenis primair om financiële problemen te voorkomen die belemmerend zijnvoor participatie en integratie. Daarnaast zijn er de verplichtingen uit departicipatiewet om werk te vinden en te behouden. Met het wetsvoorstelParticipatiewet in Balans wordt het tevens makkelijker om vanuit deuitkering aan het werk te gaan.Vraag 201Gaat het kabinet landelijk vergunningen en procedures schrappen omuitzendbureaus, Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) enwerkgevers toe te staan om ter plaatse op asielzoekerscentra status-houders naar werk te begeleiden?AntwoordUitzendbureaus en werkgevers kunnen afspraken met het COA makenover de mogelijkheden om vanuit de AZC’s statushouders naar werk tebegeleiden. Er hoeven geen vergunningen of procedures voor te wordengeschrapt. Een verblijfsvergunning al dan niet tijdelijk, verleent destatushouder toegang tot de arbeidsmarkt ook als de statushouder nog inde opvang verblijft.Vraag 202Zijn er Europese Unie (EU)-landen die statushouders korten op hunuitkering als zij weigeren te werken? Zijn er andere gronden waaropstatushouders op hun uitkering gekort worden in EU-landen?AntwoordEen volledig overzicht valt niet te geven. De manier en het niveau waaropsociale zekerheid wordt vormgegeven verschilt per land. Europeseregelgeving zorgt ervoor dat statushouders onder gelijke omstandighedenook gelijk behandeld moeten worden met de burgers van de lidstaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45159 Dit geldt ook voor de mogelijkheden om uitkeringen te korten. Het is dusniet mogelijk statushouders die weigeren te werken te korten op hunuitkering als datzelfde niet ook gebeurt ten aanzien van unieburgers.Vraag 203Zijn er EU-landen die differentiëren tussen uitkeringen voor statushoudersen staatsburgers? Zijn hier juridische grondslagen voor?AntwoordEuropese regelgeving zorgt ervoor dat statushouders onder gelijkeomstandigheden ook gelijk behandeld moeten worden met deunieburgers van de lidstaten. Het is dus niet mogelijk op de voorgesteldewijze te differentiëren tussen statushouders en in Nederland wonendeNederlanders/andere Unieburgers. Slechts in beperkte mate kunnengroepsgewijs aanvullende eisen worden gesteld als dat tegemoet komtaan een knelpunt dat voor de gehele groep geldt. Het financieel ontzorgenis een voorbeeld van een dergelijke aanvullende eis. (Zie hiervoor art. 56aParticipatiewet over het financieel ontzorgen van bijstandsgerechtigdeinburgeringsplichtige asielstatushouders.)Vraag 204Klopt het dat Frankrijk een wet heeft ingevoerd die de toegang tot socialezekerheid voor immigranten beperkt? Hoe verhoudt dit zich tot hetEuropees en internationaal recht? Ziet u mogelijkheden om dit inNederland toe te passen?AntwoordHier wordt opnieuw over nagedacht. De Franse regering had eind 2023het voornemen om voor niet-Europese immigranten de wachttijden vooronder andere de Franse huurtoeslag en bijstand te verhogen. Daarbijwilde men onderscheid maken tussen werkende en niet-werkendemigranten. Statushouders en internationale studenten zouden hiervanworden uitgezonderd. De uitzondering voor statushouders is nodig omdatdie niet anders dan andere burgers van het land mogen wordenbehandeld. De wetgeving is begin 2024 door de Franse ConstitutioneleRaad om wetstechnische redenen afgekeurd.Voor Nederland geldt al dat de toegang tot de bijstand voor arbeidsmi-granten beperkt mogelijk is. Dit is onder meer afhankelijk van hunverblijfsduur en economische positie. Een beroep op sociale voorzie-ningen kan, na beoordeling door de IND, gevolgen hebben voor hetverblijfsrecht.Vraag 205Klopt het dat Zweden een wet heeft ingevoerd die de toegang tot socialezekerheid voor immigranten beperkt? Hoe verhoudt dit zich tot Europeesen internationaal recht? Ziet u mogelijkheden om dit in Nederland toe tepassen?AntwoordEind 2023 kondigde de Zweedse regeringspartijen meerdere hervor-mingen aan. Niet-Europese migranten zouden langer moeten wachtenvoordat zij recht hebben op bepaalde toeslagen. Daarnaast was hetvoornemen om de som van verschillende toeslagen en uitkeringen temaximeren. Een maatregel die in dit verband op 1 maart 2025 van krachtwerd regelt dat asielzoekers in Zweden in principe alleen recht opfinanciële bijstand hebben tijdens de asielaanvraagperiode als zijverblijven in de asielaccommodatie waaraan zij zijn toegewezen. Het gaathier dus niet om statushouders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45160 Voor Nederland geldt al dat de toegang tot de bijstand voor arbeidsmi-granten maar beperkt mogelijk is. Dit is onder meer afhankelijk van hunverblijfsduur en economische positie. Een beroep op sociale voorzie-ningen kan, na beoordeling door de IND, gevolgen hebben voor hetverblijfsrecht.Vraag 206Wordt er als onderdeel van het breder toepassen van startbanen naargekeken om verlaging of stopzetten van een uitkering als gevolg vanweigeren van een startbaan zo breed mogelijk toe te passen?AntwoordVoor iedereen in de Participatiewet die niet is vrijgesteld van de arbeids-verplichtingen geldt dat men zich moet inspannen om algemeengeaccepteerde arbeid te aanvaarden, krijgen en te behouden. Hetweigeren van algemeen geaccepteerde arbeid is niet toegestaan en kanleiden tot een verlaging van de uitkering. Dit geldt ook voor het weigerenvan een startbaan.Vraag 207Wat kenmerkt precies de startbaan die de Staatssecretaris voor ogenheeft? Uit welke elementen bestaat deze en wat zijn de matchingscriteria?Welke ondersteuning wordt geboden vanuit de gemeente?AntwoordEen startbaan is een betaalde baan die de statushouders bij huisvestingbinnen een gemeente aangeboden krijgt. Er wordt gestreefd naar eenstartbaan die past bij de ervaring en vaardigheden van de statushouder.Daarnaast bevindt de startbaan zich in een Nederlandstalige omgeving.De gemeente ondersteunt hierin door intensieve begeleiding te bieden ophet gebied van werknemersvaardigheden, taal en cultuurverschillen.Daarnaast kan de inzet van een jobcoach op de werkvloer, de inzet vanleerwerktrajecten en nazorg behoren tot ondersteuning vanuit degemeente. De gemeente is onder de Participatiewet verantwoordelijk voorde ondersteuning van de statushouder.Vraag 208Hoe wordt voorkomen dat lange wachtrijen voor het verkrijgen van eenbsn-nummer of werkvergunning statushouders belemmeren om snel aande slag te gaan?AntwoordVoor een statushouder hoeft geen tewerkstellingsvergunning bij het UWVte worden aangevraagd. Een verblijfsvergunning verleent de statushoudertoegang tot de arbeidsmarkt ook als de statushouder nog in de opvangverblijft. Om wachttijden voor aanvraag BSN door statushouders tevoorkomen, geldt de afspraak dat zij voorrang krijgen bij het inschrijven inde Basisregistratie Personen. Daarnaast bestaat er ook een spoedpro-cedure voor statushouders waarbij men binnen twee weken een afspraakkrijgt als men een BSN nodig heeft voor werk, zorg, wonen of studie.Momenteel zijn er geen wachttijden voor statushouders bij het aanvragenvan een BSN.Vraag 209Hoe wordt voorkomen dat het beleid rondom bijstandsverlaging bij hetweigeren van het werk niet leidt tot gedwongen arbeid onder slechteomstandigheden?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45161 Voor iedereen in de Participatiewet die niet is vrijgesteld van de arbeids-verplichtingen geldt dat men zich moet inspannen om algemeengeaccepteerde arbeid te aanvaarden, krijgen en te behouden. Hetweigeren van algemeen geaccepteerde arbeid is niet toegestaan en kanleiden tot een verlaging van de uitkering. Dat is voor mensen met eenmigratieachtergrond niet anders dan voor mensen zonder migratieachter-grond. Het spreekt voor zich dat gedwongen arbeid onder slechteomstandigheden zich niet kwalificeert als algemeen geaccepteerde arbeid.Vraag 210In hoeverre wordt er bij de evaluatie van de Actieagenda gekeken naar depsychologische impact van onzekerheid over werk en verblijfsstatus opstatushouders?AntwoordDe focus van pijler 2 (meedoen en aan de slag met taal en werk) van deActieagenda ligt op taal en werk voor nieuwkomers zodat zij zo snelmogelijk een goede start kunnen maken en volwaardig mee kunnen doen.De psychologische impact van onzekerheid over werk en verblijfsstatuswordt daarbij niet expliciet meegenomen.Vraag 211Hoe wordt gemonitord of programma’s zoals «regionale verbindersstatushouders» daadwerkelijk bijdragen aan een hoger arbeidsparticipa-tiepercentage?AntwoordIn 2025 wordt een evaluatie gestart over de inzet van regionale verbindersstatushouders in elke arbeidsmarktregio.Vraag 212Hoe wordt voorkomen dat de Actieagenda leidt tot een eenzijdige focusop verplichtingen voor nieuwkomers, in plaats van op structureleverbeteringen in gelijke kansen?AntwoordDe Actieagenda kent twee pijlers, één gericht op nieuwkomers en ééngericht op de gehele samenleving, waar een breed scala aan onderwerpengericht op gelijke kansen en samenleven onder vallen.Vraag 213Welke initiatieven worden ondersteund om ontmoetingen en samen-werking tussen mensen met en zonder migratieachtergrond te bevor-deren? Kunt u voorbeelden geven?AntwoordOntmoeting, bijeenkomsten en samenwerkingsprojecten tussen Neder-landers met verschillende achtergronden wordt actief ondersteund engefaciliteerd middels een fonds voor samenleven bij het Oranjefonds.Tevens wordt er ingezet op laagdrempelige ontmoeting en herkenning(publieke familiariteit) op lokaal niveau door hier meer aandacht voor tevragen binnen het fysiek domein en bij de inrichting van de publiekeruimte.Vraag 214Welke maatschappelijke organisaties zijn betrokken bij de uitvoering vandeze Actieagenda?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45162 Deze Kamerbrief betreft een aankondiging van de Actieagenda Integratieen de Open en Vrije Samenleving, waarin ik mijn ambities en beoogdedoelen weergeef. Mijn ambities heb ik besproken binnen het kabinet. Voorhet uitwerken van de Actieagenda zal ik nauw samenwerken metverschillende maatschappelijke organisaties, waaronder gemeenten, deVNG en maatschappelijke organisaties en zelforganisaties vanuitverschillende gemeenschappen. Ik werk hierbij (alleen) samen metmaatschappelijke partners, die de doelstellingen van de ActieagendaIntegratie en de waarden en normen van onze open en vrije samenlevingonderschrijven. Dit proces wordt momenteel vormgegeven.Vraag 215Hoe wordt uw stelling dat er in het maatschappelijke debat meerovereenkomsten dan verschillen zijn concreet vertaald naar beleid datdoor alle groepen als eerlijk en effectief wordt ervaren?AntwoordDe Actieagenda richt zich het in goede banen leiden van het samenlevenin een samenleving die diverser wordt. Waar ik zie dat extra inzet nodig is– bijvoorbeeld op het gebied van taalbeheersing, het vinden van werk, hetin vrijheid en naar eigen inzicht een leven kunnen opbouwen – dan zal ikdaar ook de benodigde maatregelen voor treffen om ervoor te zorgen datwe allemaal gelijkwaardig kunnen samenleven en gebruik kunnen makenvan de rechten die de open en vrije samenleving ons toekent.Vraag 216Wat is de balans tussen het stellen dat de integratie steeds succesvollerverloopt, maar tegelijkertijd een strenger beleid willen voeren alsof deintegratie mislukt is?AntwoordIk heb eerder aangegeven dat met betrekking tot integratie een hoop goedgaat. Dat doet niets af aan het feit dat ik met een minder vrijblijvendintegratiebeleid via deze Actieagenda wil werken aan een Nederland waariedereen actief mee doet aan de samenleving en eenieder in alle vrijheidzijn leven kan inrichten. Dat wil ik blijven bevorderen. Daarbij benoem ikook de aspecten die niet goed gaan en zet daar actief op in.Vraag 217Klopt het dat u het wenselijk acht dat Nederlanders met een migratieach-tergrond moeten integreren?AntwoordIk acht het wenselijk dat nieuwkomers zich inzetten om zo snel mogelijkmee te doen aan de Nederlandse samenleving. In ieder geval met betaaldwerk en het snel eigen maken van de Nederlandse taal. Verder vind ik hetvan belang dat iedereen – ongeacht herkomst, generatie of verblijfsstatus– zich onderdeel voelt van de samenleving, meedoet en de normen enwaarden van onze open en vrije samenleving onderschrijft.Vraag 218Hoe zorgt u ervoor dat gemeenten niet overbelast raken door de extraverantwoordelijkheden die voortvloeien uit dit beleid?AntwoordGemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participa-tiewet, waaronder de begeleiding naar werk voor statushouders. Met deActieagenda wil ik in aanvulling daarop extra inzet plegen om dearbeidsparticipatie van deze groep te verhogen. Om gemeenten hierbij teondersteunen ga ik in 2025 en 2026 door met de inzet van regionaleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45163 verbinders statushouders die gemeenten en andere partijen in dearbeidsmarktregio’s ondersteunen bij het versterken en uitbreiden vansuccesvolle aanpakken (begeleiding naar) betaald werk voor deze groep.Vraag 219Hoe wordt voorkomen dat politieke overwegingen zwaarder wegen danfeitelijke gegevens bij het opstellen en uitvoeren van deze Actieagenda?AntwoordIk baseer de inzet van beleidsmaatregelen zoveel mogelijk op onderzoeken feiten, bijvoorbeeld de meetbare indicatoren van het CBS. Die latenook zien waar integratie goed gaat en waar minder. Daarnaast zal in deverdere uitwerking van de Actieagenda ook inbreng vanuit de Kamermeegenomen worden.Vraag 220Hoe weegt u de adviezen van experts en onderzoeksinstituten af tegenpolitieke en maatschappelijke druk?AntwoordAlle relevante en nuttige adviezen waardeer ik zeer en neem ik mee in deverdere uitwerking van de Actieagenda. Als bewindspersoon kan het ookvoorkomen dat ik keuzes en prioriteiten moeten maken op basis van dedagelijkse ervaren realiteit. Dat doe ik dan ook.Vraag 221Wanneer beschouwt u het integratiebeleid in de vorm van de Actieagendaals geslaagd? Hoe kan dit gemeten worden?AntwoordZie antwoord op vraag 70.Vraag 222Hoe gaat u voorkomen dat «integratie» en «probleem» te veel met elkaarverbonden raken?AntwoordDoor helder te zijn over wat wél en niet goed gaat. Ik zie inderdaad dat demeeste nieuwkomers zich inzetten en graag mee willen doen. Dat zullenwe blijven ondersteunen. Daarnaast zal ik blijven benoemen welkeproblemen en aspecten daaromtrent ik zie en daar actief op inzetten.Vraag 223Hoeveel middelen zijn er bij de Voorjaarsnota geclaimd voor uitvoeringvan de Actieagenda?AntwoordDit is onderwerp van gesprek tijdens de voorjaarsbesluitvorming, UwKamer wordt hierover bij Voorjaarsnota geïnformeerdVraag 224Kunt u al meer zeggen over de slagkracht van de Actieagenda en hetafschalen van bestaand beleid, gelet op de aankomende taakstelling (eninkrimping ambtelijk apparaat)?AntwoordNee, zowel de Actieagenda als de invulling van de taakstelling op hetapparaat van het Ministerie van SZW zijn dit voorjaar onderwerp vangesprek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45164 Vraag 225Kunt u toelichten waarom u het advies om maatschappelijke samenhangniet uit de titel te verwijderen niet heeft overgenomen?Vraag 226Kunt u toelichten waarom u het advies om maatschappelijke samenhangniet uit de titel van de agenda te halen niet hebt opgevolgd?Antwoord op vraag 225 en 226Omdat ik de focus leg op de open en vrije samenleving. Maatschappelijkesamenhang maakt daar onderdeel van uit.Vraag 227Kunt u toelichten waarom u de passage over discriminatie in deprobleemstelling hebt verwijderd?AntwoordDe aanpak van discriminatie is stevig verankerd door de instelling van deNationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Versterkingen omdiscriminatie en racisme te voorkomen, aan te pakken en te bestrijden zijnopgenomen in de Nationale Programma’s tegen Discriminatie en Racisme2022 en 2023. En in het Regeerprogramma is een meerjarig Programmategen Discriminatie en Racisme aangekondigd.Vraag 228Kunt u toelichten waarom u het advies om de passages over opvattingenrondom gelijke rechten, gemengde sociale contacten en de integratiepa-radox niet te schrappen, niet heeft opgevolgd?AntwoordHet in de nota geadviseerde kernpunt over gelijke rechten is opgenomenin de Kamerbrief, het punt over gemengde sociale contacten isopgenomen in de voetnoot op blz 2 over het rapport van het SCP uit 2022.De integratieparadox is in eerdere Kamerbrieven uitgebreid aan de ordegeweest en behoeft in deze Kamerbrief geen nadere toelichting.Vraag 229Kunt u antwoord geven op de vraag wanneer iemand geïntegreerd is?AntwoordZoals in de beantwoording van vraag 23 genoemd, ziet dit op de mate enwijze van meedoen en onderdeel zijn van de samenleving en kentintegratie verschillende duidingen. In de kader van de Actieagenda richt ikmij op de taalvaardigheid en het hebben van werk met betrekking totnieuwkomers en het onbelemmerd kunnen samenleven in verschei-denheid waarbij de normen en waarden van de open en vrije samenlevingworden onderschreven.Vraag 230Bent u het eens met de stelling dat zowel nieuwkomers als gevestigdegroepen nodig zijn om samen leven tot een succes te maken?AntwoordJa.Vraag 231Kunt u toelichten waarom er in de Actieagenda nog wel een passage overoververtegenwoordiging in criminaliteit is opgenomen terwijl in debeslisnota wordt uiteengezet dat de oververtegenwoordiging niet wordtverklaard door culturele achtergrond en/of mate van integratie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45165 AntwoordVoor wat betreft criminaliteit zien we inderdaad een afname van deoververtegenwoordiging van de groep met buiten-Europese achtergrondin de verdachtencijfers. Tegelijkertijd zien we nog steeds oververtegen-woordiging van verdachten van bepaalde strafbare feiten onder specifiekegroepen migranten van de eerste en tweede generatie.Vraag 232Wat zijn de beweegredenen om de Wet toezicht informeel onderwijs doorte zetten, terwijl wordt geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn dat erbuitenlandse invloeden zijn die de democratische rechtsorde onder-mijnen?AntwoordMet het wetsvoorstel Toezicht informeel onderwijs wordt het mogelijkvoor de overheid om in te grijpen als kinderen binnen het informeelonderwijs worden aangezet tot haat, geweld of discriminatie. Dit vindt hetkabinet in de eerste plaats van belang omdat in dergelijke situaties hetkind bescherming verdient. Het wetsvoorstel richt zich dus niet specifiekop alleen misstanden die voortvloeien uit buitenlandse invloeden.Vraag 233Heeft u overeenstemming bereikt met de Minister van Justitie enVeiligheid om cijfers over criminaliteit op te nemen over de Actieagenda?AntwoordDe ministerraad heeft ingestemd met de Kamerbrief ActieagendaIntegratie en de Open en Vrije Samenleving, die naar uw Kamer isverzonden.Vraag 234Waarom heeft u ervoor gekozen eerst de Actieagenda op te stellen endaarna pas de samenwerking op te zoeken met beoogde samenwerkings-partners?AntwoordDeze Kamerbrief betreft een aankondiging van de Actieagenda Integratieen de Open en Vrije Samenleving, waarin ik mijn ambities en beoogdedoelen weergeef. Mijn ambities heb ik besproken binnen het kabinet. Voorhet uitwerken van de Actieagenda zal ik nauw samenwerken metverschillende maatschappelijke organisaties, waaronder gemeenten, deVNG en maatschappelijke organisaties en zelforganisaties vanuitverschillende gemeenschappen. Ik werk hierbij (alleen) samen metmaatschappelijke partners, die de doelstellingen van de ActieagendaIntegratie en de waarden en normen van onze open en vrije samenlevingonderschrijven. Dit proces wordt momenteel vormgegeven.Vraag 235Waarom heeft u ervoor gekozen niet in de Kamerbrief op te nemen datbuitenlandse financiering slechts sporadisch voorkomt en dat na gerichtonderzoek niet blijkt dat deze gericht is op beïnvloeding? Schept udaarmee een realistisch beeld van de problematiek?AntwoordDe opmerking in de openbaar gemaakte beslisnota betreft de passage inhet jaarverslag 2023 van de AIVD waarin wordt aangegeven dat dewahhabi-salafistische beweging nauwelijks gefinancierd wordt doorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45166 geldschieters uit de Golfregio.43 De maatregelen die dit kabinet wil treffenom ongewenste buitenlandse financiering van maatschappelijkeorganisaties in Nederland aan banden te leggen, is echter niet gericht opfinanciering uit specifieke landen. Nederland heeft in toenemende mate temaken met ontwikkelingen die een dreiging vormen voor de democra-tische rechtsorde, vanuit onverdraagzaam, antidemocratisch gedach-tengoed vanuit bijvoorbeeld extreemrechts en anti-institutioneelextremisme. De inzet van het kabinet is er breed op gericht om finan-ciering die dergelijke ondermijnende, onverdraagzame en antidemocra-tische boodschappen en gedragingen mogelijk maakt aan te pakken.43AIVD-jaarverslag 2023 | Jaarverslag | AIVDTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45167

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 96d2e661975665ad

14 okt 2026 · 42bdd2f10eb48aba

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.