KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag

20 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2c2945da7e1f84be · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 922Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 inverband met de verstrekking van eenaanvullende tegemoetkoming aan studenten dieonder het studievoorschotstelsel hebbengestudeerdNr. 5 VERSLAGVastgesteld 20 mei 2026 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast methet voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer alsvolgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gesteldevragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, achtde commissie de openbare behandeling van het voorstel van wetgenoegzaam voorbereid.INHOUDSOPGAVEI.Algemeen21.Hoofdlijnen van het voorstel41.1.Probleembeschrijving en doelstellingen51.1.1.De tegemoetkoming51.1.2.Een aanvullende tegemoetkoming61.2.Inhoud wetsvoorstel61.2.1.Doelgroep en voorwaarden tegemoetkoming61.2.2.Doelgroep en voorwaarden aanvullende tegemoetko-ming71.2.3.Uitbreiding doelgroep71.2.4.Toekenning aanvullende tegemoetkoming volgttoekenning tegemoetkoming71.2.5.Beschikbaar bedrag voor de aanvullende tegemoetko-ming82.Verhouding tot hoger recht en nationale regelgeving82.1.Verhouding tot hoger recht82.1.1.Grondslag en waarborgen verwerking bijzonderepersoonsgegevens83.Gevolgen voor (oud-)studenten83.1.Financiële gevolgen83.2.Doenvermogen83.2.1.Ambtshalve toekennen83.3.Regeldruk93.3.1.Op aanvraag toekennen94.Advies en consultatie94.1.Internetconsultatie9 kst-36922-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 922, nr. 51 4.2.Adviescollege toetsing regeldruk95.Inwerkingtreding en communicatie105.1.Communicatie10II.Artikelsgewijs10Onderdeel A10Onderdeel B10 I. Algemeen De leden van de D66-fractie staan zeer positief tegenover de wijziging vande Wet studiefinanciering. Deze leden zijn van mening dat de overheidoog moet hebben voor studenten die gedurende de jaren van hetleenstelsel geen aanspraak konden maken op een basisbeurs, maar welhogere schulden hebben opgebouwd. Daarnaast waarderen de leden vande D66-fractie het voornemen om studenten die door bijzondere omstan-digheden geen diploma hebben kunnen halen of langer hebben gedaanover het behalen van een diploma, alsnog in aanmerking te laten komenvoor de tegemoetkoming.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging vande Wet studiefinanciering 2000 in verband met de verstrekking van eenaanvullende tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoor-schotstelsel hebben gestudeerd. Deze leden onderschrijven dat de periodevan het leenstelsel en de terugkeer naar het systeem van de basisbeurseen uitzonderlijke periode vormde in het stelsel van studiefinanciering. Zijkunnen begrijpen dat de regering wenst een gebaar te maken naaroud-studenten met deze nieuwe, aanvullende tegemoetkoming. Tegelij-kertijd hebben deze leden nog enkele vragen over onderhavigwetsvoorstel.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van het wetsvoorstel, waarin, kort gezegd, een tegemoet-koming wordt geregeld voor studenten die onder het leenstelsel hebbengestudeerd. Deze leden steunen het voornemen om deze studenten eenhogere tegemoetkoming toe te kennen, in aanvulling op de in de Wetherinvoering basisbeurs hoger onderwijs toegekende tegemoetkoming.Ook delen zij de mening dat groepen studenten die eerder buiten detegemoetkoming vielen, alsnog een tegemoetkoming toe te kennen. Dezeleden vragen zich af of hiermee alle groepen studenten in beeld zijn.Daarnaast vragen deze leden om een overzicht van de hoogte van destudieschulden van de generatie studenten van vóór 2015, van degeneratie studenten tussen 2015–2023 en van de generatie studenten vanna 2023, en de (met inbegrip van de in dit wetsvoorstel geregeldetegemoetkoming) totale ontvangen tegemoetkoming. Ook zien deze ledengraag in dit overzicht een onderverdeling naar studenten die hunopleiding al dan niet met een diploma hebben afgesloten, dan wel langerdan voorgeschreven over hun opleiding hebben gedaan.De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van dewijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met deverstrekking van een aanvullende tegemoetkoming aan studenten dieonder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd, en hebben naaraanleiding daarvan nog een aantal verduidelijkende vragen.De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van hetwetsvoorstel en nog enkele vragen. Het is niet aannemelijk dat de 900.000leden van de «pechgeneratie» allemaal in een financieel moeilijke situatiezijn beland door de afschaffing van de basisbeurs, heeft de regeringoverwogen om te onderzoeken of maatwerktrajecten de voorkeurTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 922, nr. 52 verdienen boven deze tweede generieke tegemoetkoming zodat de focuskan liggen op studenten die disproportioneel zijn benadeeld door hetleenstelsel?Kan de regering toelichten waarom de eerste onverplichte betaling «telaag» zou zijn en waarom de twee betalingen bij elkaar opgeteld welpassend zouden zijn? Kan de regering een overzicht geven van de hoogtevan de studieschulden van de generatie studenten van voor 2015, van destudenten tussen 2015–2023 en van de studenten na 2023? Kan deregering inzichtelijk maken bij welke gelegenheden eerder is besloten toteen onverplichte tegemoetkoming door de overheid en welke overwe-gingen hierbij een rol hebben gespeeld?Het wetsvoorstel breidt het aantal studenten met deze tweede tegemoet-koming uit met nieuwe categorieën, studenten die tijdens het leenstelselgeen studiefinanciering hebben ontvangen en die door bijzondereomstandigheden geen diploma hebben gehaald, dan wel langer hebbengedaan over het behalen van hun diploma, kan de regering uitleggen hoeDUO in deze gevallen vaststelt of sprake is van bijzondere omstandig-heden? Heeft DUO de regering laten weten of de controles die nodig zijndoor de uitbreiding met nieuwe groepen studenten die in aanmerkingkomen voor een tegemoetkoming uitvoerbaar zijn en is het voorstudenten doenlijk om met terugwerkende kracht aan te tonen dat zij doorbijzondere omstandigheden zijn benadeeld?Hoe zal de regering reageren wanneer blijkt dat de uitkering van detweede tegemoetkoming niet wordt begrepen door (een deel van) debegunstigde studenten die vervolgens zullen aandringen op een derderonde van tegemoetkomingen?De leden van de BBB-fractie hebben de wijziging van de Wet studiefinan-ciering 2000 in verband met de verstrekking van een aanvullendetegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelselhebben gestudeerd gelezen en deze leden hebben daarover nog enkelevragen.De leden van de DENK-fractie hebben met grote belangstelling kennisge-nomen van het wetsvoorstel om een aanvullende tegemoetkoming teverstrekken aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebbengestudeerd. Deze leden constateren dat de «pechgeneratie» jarenlang inonzekerheid en met een onevenredig hoge schuldenlast heeft moetenstuderen. Voor deze leden is studeren een fundamenteel recht en geenprivilege dat afhankelijk mag zijn van de bereidheid om diepe schuldenaan te gaan, zeker niet voor studenten uit sociaaleconomisch kwetsbaremilieus die vaak minder financieel vangnet van huis hebben. Hoewel deleden van de DENK-fractie de erkenning van de regering verwelkomen datde eerdere tegemoetkoming van de Wet herinvoering basisbeurs hogeronderwijs (hierna: de tegemoetkoming) «te laag» was, vragen zij zich af ofdit nieuwe voorstel werkelijk recht doet aan de financiële en mentaleschade die is aangericht.De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstelen hebben hierover nog enkele vragen.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen vanhet wetsvoorstel. Deze leden zien het wetsvoorstel als een stap in degoede richting om (oud-)studenten die onder het leenstelsel aantoonbaarhogere schulden hebben opgebouwd te compenseren. Tegelijkertijdconstateren de leden van de Partij voor de Dieren-fractie dat de hoogtevan de tegemoetkoming in schril contrast staat met de hogere schuldendie (oud-)studenten onder het leenstelsel hebben moet aangaan. Dezeleden zijn dan ook van mening dat de tegemoetkoming niet genoeg is endat de regering gezien de ernstige fouten uit het verleden moet werkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 922, nr. 53 aan draagvlak bij studentenvertegenwoordigers. Deze leden hebben overhet wetsvoorstel nog een aantal vragen en opmerkingen.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van onderhavig wetsvoorstel. Deze leden waren en zijn altijdvoorstander geweest van een hogere tegemoetkoming voor studenten dieten tijde van het leenstelsel hebben gestudeerd dan die tot nu toe isuitgekeerd en verwelkomen daarom het wetsvoorstel voor een aanvul-lende tegemoetkoming. Zij hebben een aantal vragen.De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in het antwoord van deregering op het advies van de Raad van State dat de regering ervoor heeftgekozen om af te wijken van het uitgangspunt dat een onverplichtetegemoetkoming «eenmalig» dient te zijn om de reden dat de regeringvan mening is dat de eerder ingevoerde tegemoetkoming te laag is. Kande regering inhoudelijk onderbouwen waarom de aanvullende tegemoet-koming, geregeld in dit wetsvoorstel, wél toereikend zou zijn?De leden van de ChristenUnie-fractie maakten zich ten tijde van hetleenstelsel niet alleen zorgen over de effecten van het leenstelsel, maarook over de toenemende druk in den brede waar jongeren mee te makenhadden. Deze leden wijzen in dit verband bijvoorbeeld op het advies vanhet SER1 Jongerenplatform «Hoge verwachtingen» uit 2019, waarin ondermeer wordt gewezen op de effecten van de stapeling van beleid.2 Debasisbeurs is opnieuw ingevoerd, maar de hoge druk waar jonge mensenmee te maken hebben is er nog steeds, zo zien deze leden. Zij vragen indat kader hoe de regering nu, zeven jaar later, de positie van dezogenoemde «leenstelselgeneratie» taxeert, bijvoorbeeld op de woning-markt. Zij vragen ook in hoeverre de aanbevelingen van toen zijnopgevolgd en in hoeverre er verbetering is opgetreden in de situatie vanjongeren sinds de genoemde analyse uit 2019. Zij vragen daarnaast of deregering de noodzaak ziet voor een nieuw advies over de positie vanjongeren en de druk waar ze mee te maken hebben, als vervolg op hetadvies van het SER Jongerenplatform uit 2019. Zo ja, is de regering bereideen adviesorgaan als de SER voor te vragen? Zo nee, waarom niet?1. Hoofdlijnen van het voorstel De leden van de VVD-fractie constateren dat het wetsvoorstel voorziet ineen tweede, aanvullende tegemoetkoming bovenop de eerder ingevoerderegeling. Deze leden zien dat de regering deze aanvullende tegemoet-koming motiveert met de stelling dat de eerdere tegemoetkomingonvoldoende zou zijn. Zij vragen de regering om deze motivering nader teonderbouwen. Kan de regering nader toelichten op basis van welkecriteria is vastgesteld dat de eerdere tegemoetkoming onvoldoende was,zo vragen zij. Zij vragen de regering te bevestigen dat het oorspronkelijkebedrag destijds als passend is beoordeeld en waarom daar nu andersnaar gekeken wordt.De leden van de VVD-fractie vragen de regering nader in te gaan op hetadvies van de Raad van State dat stelt dat voor een onverplichtetegemoetkoming zwaarwegende redenen noodzakelijk zijn en dat deze inde toelichting ontbreken. Deze leden vragen zich af welke zwaarwegenderedenen de regering hier ziet.1SER: Sociaal-Economische Raad2SER Jongerenplatform, augustus 2019, Hoge verwachtingen: Kansen en belemmeringen voorjongeren in 2019 (https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/adviezen/2019/hoge-verwachtingen-publieksversie.pdf)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 922, nr. 54 De leden van de VVD-fractie hechten bijzonder aan een betrouwbareoverheid die consistent is in haar beleid. Deze leden delen de zorgen vande Raad van State over het ondermijnen van het karakter een eenmaliggebaar door herhaalde tegemoetkomingen en dat dit verwachtingen kanscheppen van verdere compensatie. Zij vragen de regering daarom toe telichten of zij deze aanvullende tegemoetkoming wel als definitievecompensatie ziet en waarom.De leden van de SGP-fractie vragen of de regering kan toelichten waaromhet niet mogelijk is om in plaats van twee afzonderlijke geregeldetegemoetkomingen te komen tot een enkele tegemoetkoming, waarvanhet eerste deel in veel gevallen reeds uitbetaald is, aangezien dedoelgroepen van beide regelingen samenvallen.1.1. Probleembeschrijving en doelstellingen De leden van de BBB-fractie vinden het belangrijk dat de oneerlijkesituatie die is ontstaan door het weg laten vallen van de basisbeurs nudeels hersteld wordt. Hoewel de Raad van State aangeeft dat er geenjuridische verplichting is tot tegemoetkoming, zien deze leden wel eenenorme morele verplichting. Kan de regering een overzicht geven van dehoogte van de studieschulden van de generatie studenten van voor 2015,van de studenten tussen 2015–2023 en van de studenten na 2023?1.1.1. De tegemoetkoming De leden van de CDA-fractie lezen dat studenten door het wegvallen vande basisbeurs gemiddeld gezien een hogere studieschuld hebbenopgebouwd. Deze leden vragen de regering of zij een overzicht kan gevenvan de hoogte van de studieschulden van de generatie studenten vanvoor 2015, van de studenten tussen 2015–2023 en van na 2023. Zij vragende regering ook of er gegevens bekend zijn van jongvolwassenen die dekeuze hebben gemaakt niet te gaan studeren door het wegvallen van debasisbeurs en zo ja, of de regering deze cijfers kan delen.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zijn het eens met hetstandpunt van de regering dat het wrang is voor studenten die onder hetleenstelsel gestudeerd hebben dat zij geen gebruik hebben kunnen makenvan een basisbeurs, in tegenstelling tot voorgaande en komendegeneraties. Deze leden lezen dat de regering de eerdere tegemoetkomingte laag vindt en een aanvullende tegemoetkoming van € 44,50 per maandop basis van een politieke afweging «passend» vindt, dit als «definitief»beschouwt en hiermee «een punt achter deze maatschappelijke kwestie»zet. Zij vragen zich af op basis van welke redenatie de regering vaststeltdat de eerdere tegemoetkoming te laag was en eveneens op basiswaarvan de regering de conclusie trekt dat het nu beschikbaar gesteldebudget van € 1,4 miljard, wat leidt tot een bedrag van € 44,50 per(oud-)student per maand, wél passend is. Deze leden vragen zich af of deregering over de hoogte van het bedrag met studentenorganisatiesgesproken heeft. Is de regering zich bewust van het feit dat de LSVb3 hetgenoemde bedrag als te laag beschouwt en meerdere reacties op deinternetconsultatie dezelfde boodschap geven?4Hoe kijkt de regering naar het eerdere onderzoek van het CPB5 waaruitblijkt dat de studieschuld van de eerste groep hbo-studenten die onder hetleenstelsel vielen gemiddeld € 7.800 hoger is dan van de groep die eenjaar voor het leenstelsel begon en dat dit verschil voor wo-studenten zelfs3LSVb: Landelijke Studentenvakbond4Internetconsultatie, reactie Landelijke Studentenvakbond (https://www.internetconsultatie.nl/aanvullendetegemoetkoming/reactie/7e2ec6c0-792e-4192-9e2b-bceb10e8c12d).5CPB: Centraal PlanbureauTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 922, nr. 55 € 10.000 is?6 Hoe vergelijkt de regering dit bedrag met de aanvullendetegemoetkoming van € 2.136,00 per vier jaar studie die dit wetsvoorstelregelt?Ook vragen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie zich af op basiswaarvan de regering het gepast acht om zelf «een punt achter dezemaatschappelijke kwestie» te zetten. Is het niet aan de (oud-)studentenzélf om te beoordelen of zij vinden dat er met dit wetsvoorstel een puntwordt gezet achter de kwestie? Hoe beoordeelt de regering in dat licht hetadvies van de Raad van State dat waarschuwt dat de regering nietmotiveert waarom de eerdere tegemoetkoming «te laag» zou zijn enwaarom de twee tegemoetkomingen bij elkaar opgeteld wel «passend»zouden zijn, het daardoor «niet duidelijk is of het voorstel bijdraagt aaneen behoefte aan erkenning» en tot slot het risico schetst dat hierdoor «demaatschappelijke kwestie niet wordt afgesloten»? Hoe beoordeelt deregering in dat licht het standpunt van de LSVb, dat het genoemde bedrag«volledig ontoereikend» beschouwt en «een druppel op een gloeiendeplaat» noemt? Op welke manier heeft de regering de input van studenten-vertegenwoordigers meegenomen? Is de regering het met deze ledeneens dat het belangrijk is dat er draagvlak is onder studentenvertegen-woordigers voor het voorstel, gezien de ernstige fout die de overheidheeft gemaakt door ooit het leenstel in te voeren?1.1.2. Een aanvullende tegemoetkoming De leden van de CDA-fractie lezen dat de hoogte van de tegemoetkomingte laag wordt geacht en vragen de regering toe te lichten hoe zij tot dezeconclusie is gekomen. Deze leden lezen dat de aanvullende tegemoet-koming € 44,50 per maand bedraagt die een student onder hetleensteelstel heeft gestudeerd en verzoeken de regering om de onder-bouwing van dat bedrag toe te lichten.De leden van de DENK-fractie merken op dat de regering stelt dat desituatie voor studenten onder het leenstelsel wrang is, omdat zij alsuitzondering geen gebruik konden maken van een basisbeurs. Kan deregering nader motiveren waarom zij nu pas tot de conclusie komt dat deeerdere tegemoetkoming onvoldoende was? Op welke wijze is bij hetbepalen van deze aanvullende tegemoetkoming rekening gehouden metde gestegen inflatie en de torenhoge rente op de studieschulden, die voorveel oud-studenten een zware last vormen?De leden van de SGP-fractie constateren dat de regering zich veel moeitegetroost om duidelijk te maken dat nu echt het laatste bedrijf van hettegemoetkomingstoneel in deze maatschappelijke kwestie is begonnen.Deze leden zijn met de regering van mening dat op geen enkele wijzesprake kan zijn van een verplichting tot vergoeding door de overheid ofeen recht op vergoeding door de student. Tegelijk wijzen zij erop dat doorelke nieuwe tegemoetkoming juist nieuwe verwachting kan wordengevoed dat er toch nog wel iets meer mogelijk is in de toekomst. Zijvragen hoe de regering kan onderbouwen dat nu werkelijk een puntachter de tegemoetkomingen gezet wordt. In hoeverre is met dezeuitspraken sprake van zelfbinding richting volgende regeringen?1.2. Inhoud wetsvoorstel 1.2.1. Doelgroep en voorwaarden tegemoetkoming De leden van de CDA-fractie lezen dat EER-studenten die recht hadden opvolledige studiefinanciering ook in aanmerking komen voor de tegemoet-koming. Deze leden vragen de regering of zij zicht heeft op de omvang6Centraal Planbureau, 10 december 2024, Een betere kijk op studieschulden (https://www.cpb.nl/een-betere-kijk-op-studieschulden)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 922, nr. 56 van deze groep en potentiële financiële implicaties en of zij deze inzichtenkan delen.1.2.2. Doelgroep en voorwaarden aanvullende tegemoetkoming De leden van de SGP-fractie vragen waarom de regering er opnieuw voorkiest om de tegemoetkoming te richten op alle studenten, ook die uitgezinnen met zeer hoge inkomens. Deze leden constateren dat uitonderzoeken bleek dat met name de middeninkomens het zwaar teverduren hadden door het leenstelsel. Waarom is de nieuwe tegemoet-koming niet benut om meer maatwerk toe te passen en vooral diegroepen te bedienen die het het meest nodig hebben?De leden van de SGP-fractie vragen of het klopt dat de studenten die eenaanvullende beurs hebben gekregen, mogelijk zelfs een volledige, ookopnieuw in aanmerking komen voor een volledige tegemoetkoming. Dezeleden vragen hoe dit te verdedigen zou zijn vanuit het perspectief van deverdelende rechtvaardigheid. Zij vragen de regering ook inzichtelijk temaken wat het verschil in bedragen is tussen studenten die gedurendevier jaar maximale aanvullende beurs als gift hebben ontvangen enstudenten die geen aanvullende beurs hebben gekregen.1.2.3. Uitbreiding doelgroep De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering voornemens is degroepen (oud-)studenten die in aanmerking komen voor zowel detegemoetkoming als de aanvullende tegemoetkoming uit te breiden. Dezeleden vragen de regering of de tegemoetkoming van deze aanvullendegroep (oud-)studenten past binnen het budget van € 1,0 miljard gezienhet feit dat bij de vaststelling van dit budget er met deze groep(oud-)studenten geen rekening is gehouden.In het wetsvoorstel wordt geregeld dat specifieke groepen studenten dietijdens het leenstelsel geen studiefinanciering hebben ontvangen en diedoor bijzondere omstandigheden geen diploma hebben gehaald, dan wellanger hebben gedaan over het behalen van hun diploma, ook inaanmerking komen voor de tegemoetkoming en de aanvullendetegemoetkoming. Kan de regering nader toelichten hoe DUO in diegevallen vaststelt of sprake is van deze bijzondere omstandigheden? AchtDUO het goed uitvoerbaar om deze vaststelling te doen en acht deregering het doenlijk voor (oud-)studenten om nog de bijzondereomstandigheden ten tijde van de studie aan te kunnen tonen, zo vragende leden van de BBB-fractie.De leden van de DENK-fractie verwelkomen de uitbreiding van dedoelgroep naar (oud-) studenten die door bijzondere omstandighedengeen diploma hebben gehaald of daar langer over hebben gedaan. Echter,deze leden vragen de regering hoe DUO in de praktijk gaat vaststellen ofer sprake is van deze bijzondere omstandigheden, zeker wanneer dezejaren geleden hebben plaatsgevonden. Acht de regering het voor(oud-)studenten doenlijk om na een lange periode nog met bewijsstukkente komen over hun toenmalige situatie? Hoe wordt voorkomen dat juist demeest kwetsbare studenten, die wellicht de administratieve weg mindergoed weten te vinden, hierdoor buiten de boot vallen?1.2.4. Toekenning aanvullende tegemoetkoming volgt toekenningtegemoetkoming De leden van de CDA-fractie lezen dat de groep (oud-)studenten die geenstudiefinanciering hebben aangevraagd maar wel onder de uitbreidingvan de doelgroep vallen, een aanvraag bij DUO kunnen indienen voortegemoetkoming. Deze leden lezen dat deze (oud-)studenten eenaanvraag moeten doen omdat zij niet bekend zijn bij DUO. Deze ledenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 922, nr. 57 vragen de regering of de omvang van deze groep wél bekend is en zo ja,of deze cijfers gedeeld kunnen worden.De leden van de CDA-fractie lezen dat de studenten die een aanvraagmoeten indienen voor de tegemoetkoming dit vanaf april 2027 kunnendoen. Deze leden vragen de regering of zij kan aangeven tot wanneer demogelijkheid tot het indienen van een aanvraag tot tegemoetkoming blijftopenstaan.1.2.5. Beschikbaar bedrag voor de aanvullende tegemoetkoming De leden van de DENK-fractie constateren dat het beschikbare budget van€ 1,4 miljard leidend is geweest voor de hoogte van de tegemoetkomingvan € 44,50 per maand. Is de regering het met deze leden eens dat ditgetuigt van een budgetgestuurde benadering in plaats van eenbenadering die gebaseerd is op de werkelijke behoefte aan compensatievan de geleden schade? Kan de regering toelichten waarom er niet voor isgekozen om de tegemoetkoming te baseren op een reële berekening vande gemiddelde extra schuld per student?2. Verhouding tot hoger recht en nationale regelgeving 2.1. Verhouding tot hoger recht 2.1.1. Grondslag en waarborgen verwerking bijzondere persoons-gegevens De leden van de DENK-fractie maken zich zorgen over de privacy van(oud-)studenten aangezien de regering voorstelt om gegevens overgezondheid tot tien jaar na het besluit te bewaren. Waarom is eendergelijke lange bewaartermijn noodzakelijk voor een eenmalig gebaar?Kan de regering garanderen dat deze gegevens over gezondheid, dieverwerkt worden op basis van de AVG7 uitsluitend toegankelijk zijn voorgeautoriseerde personen bij DUO8 en niet voor andere doeleindenworden gebruikt?3. Gevolgen voor (oud-)studenten 3.1. Financiële gevolgen De leden van de DENK-fractie wijzen erop dat voor veel studenten destudieschuld een grote belemmering vormt op de woningmarkt. Kan deregering aangeven of zij heeft onderzocht wat het effect van dezeaanvullende tegemoetkoming is op de leencapaciteit van oud-studentenvoor een hypotheek? Acht de regering het billijk dat studenten die door deoverheid in een schuldenpositie zijn gedwongen, nu geconfronteerdworden met stijgende rentes die de waarde van deze tegemoetkoming infeite direct weer verdampen?3.2. Doenvermogen 3.2.1. Ambtshalve toekennen De leden van de DENK-fractie steunen het principe van ambtshalvetoekenning om de regeldruk te beperken. Echter, deze leden vragen deregering of met de voorgestelde uitbreiding van de regeling iedereen inbeeld komt die tot de zogenoemde pechgeneratie behoort en inaanmerking zou moeten kunnen komen voor compensatie. Wordt metdeze uitbreiding de volledige groep leenstelselstudenten bereikt? En zijner specifieke groepen waarvoor ambtshalve toekenning in de praktijk7AVG: Algemene verordening gegevensbescherming8DUO: Dienst Uitvoering OnderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 922, nr. 58 lastig uitvoerbaar is? Zo ja, om welke groepen gaat het en welke aanvul-lende maatregelen worden voor hen overwogen?3.3. Regeldruk 3.3.1. Op aanvraag toekennen De leden van de D66-fractie zijn blij om te horen dat met dit wetsvoorstelook studenten die door bijzondere omstandigheden, zoals arbeidsonge-schiktheid, een functiebeperkingen of een chronische ziekte, geen diplomahebben kunnen behalen, alsnog in aanmerking komen voor de tegemoet-koming. Deze leden achten het terecht dat deze groep niet langer tussenwal en schip valt. De leden van de D66-fractie begrijpen dat voor hettoekennen van deze tegemoetkoming bewijs nodig is van bijzondereomstandigheden, maar vragen de regering hoe zij ervoor zorgt dat deaanvraagprocedure voor deze groepen daadwerkelijk toegankelijk enuitvoerbaar blijft. Welke stappen worden gezet om te zorgen dat rechtheb-benden niet onnodig afhaken bij de aanvraag van de tegemoetkoming?4. Advies en consultatie De leden van de CDA-fractie lezen in het advies van de Raad van State datdoor deze nieuwe onverplichte tegemoetkoming het eerdere gebaar aanzijn betekenis kan ontnemen en dat het risico bestaat dat zowel dieeerdere als de aanvullende onverplichte betaling zullen worden opgevatals compensatie waarover blijvend onderhandeld kan worden in plaatsvan een betekenisvol gebaar waarmee een maatschappelijke kwestiewordt afgesloten. Deze leden vragen de regering toe te lichten hoe zij ditweegt en hoe zij borgt dat dit daadwerkelijk het sluitstuk van eenmaatschappelijke kwestie betreft.De leden van de CDA-fractie vragen de regering hoe zij uitwerking geeftaan afweging 10 van het afwegingskader voor onverplicht handelen vande overheid bij klemmende situaties van de Raad van State om deerkenningsmaatregelen te monitoren en evalueren.9 Deze leden vragen indat licht de regering ook toe te lichten hoe de financiële situatie vanspecifiek deze groep oud-studenten wordt gemonitord.4.1. Internetconsultatie De leden van de DENK-fractie merken op dat uit de internetconsultatiebleek dat veel respondenten de tegemoetkoming te laag vinden in relatietot de rente en de huizenmarkt. Waarom heeft de regering besloten omnaar aanleiding van deze signalen het wetsvoorstel niet aan te passen?4.2. Adviescollege toetsing regeldruk De leden van de DENK-fractie vragen de regering of het Adviescollegetoetsing regeldruk specifiek heeft gekeken naar de bewijslast voorstudenten die aanspraak maken op de regeling vanwege bijzondereomstandigheden. Acht de regering de administratieve lasten voor dezegroep proportioneel?9Raad van State, 26 mei 2025, Afwegingskader onverplicht overheidshandelen bij klemmendesituaties (https://www.raadvanstate.nl/adviezen/@150575/w01-25-00121/#:~:text=Het%20afwegingskader%20biedt%20een%20overzicht,op%20een%20vraag%20om%20erkenning)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 922, nr. 59 5. Inwerkingtreding en communicatie 5.1. Communicatie De leden van de D66-fractie begrijpen dat DUO breed zal communicerenover de tegemoetkomingen en specifieke aandacht heeft voor(oud-)studenten die niet bij DUO bekend zijn. Deze leden vragen deregering nader toe te lichten op welke wijze deze moeilijk bereikbaregroep concreet wordt benaderd. Welke gerichte communicatiekanalen ensamenwerkingspartners worden ingezet om rechthebbenden te bereikendie mogelijk niet meer actief in contact staan met DUO? Tevens vragendeze leden hoe wordt gemonitord of de communicatiecampagnevoldoende effectief is en hoe wordt voorkomen dat rechthebbenden detegemoetkoming mislopen doordat zij niet op de hoogte zijn van deaanvraagmogelijkheid.De leden van de DENK-fractie maken zich zorgen over de brede enalgemene communicatie richting de studenten over de tegemoetkoming.Hoe zal de regering waarborgen dat alle studenten goed zullen wordenbereikt? En hoe gaat de regering om met studenten die geen gebruikzullen maken van deze regeling? Wat voor mogelijke maatregelen zou deoverheid in dit geval kunnen nemen? Is er een mogelijkheid om dezestudenten proactief te benaderen?II. Artikelsgewijs Onderdeel ADe leden van de DENK-fractie vragen om een nadere toelichting op hetvoorgestelde artikel 11.7, eerste lid, waarin de bewaartermijn van tien jaarwordt vastgelegd. Kan de regering uitleggen hoe deze termijn zichverhoudt tot het beginsel van minimale gegevenswerking?Onderdeel BDe leden van de DENK-fractie constateren dat in het gewijzigde artikel12.30, vijfde lid, het bedrag van € 44,50 wordt ingevoerd. Kan de regeringbevestigen dat dit bedrag jaarlijks zal worden geïndexeerd conform artikel11.1, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) zodat dekoopkracht van de tegemoetkoming voor toekomstige rechthebbendenbehouden blijft?De voorzitter van de commissie,KoorevaarAdjunct-griffier van de commissie,EastonTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 922, nr. 510

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bbecc2ef18deff2e

14 okt 2026 · cf95523067859d1b

12 okt 2026 · b8bf0a4c2ade8809

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.