KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 maart 2026, over de Raad Buitenlandse Zaken Handel 26 en 29 maart 2026

1 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f222afec607e699a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3390 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 1 mei 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamen-werking en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 19 maart2026 overleg gevoerd met de heer Sjoerdsma, Minister van BuitenlandseHandel en Ontwikkelingssamenwerking, over:−de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking d.d. 12 maart 2026 inzake geannoteerdeagenda voor de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 26 en29 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3360);−de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking d.d. 27 februari 2026 inzake verslaginformele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 19 en 20 febru-ari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3353);−de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 30 januari 2026 inzake reactie opverzoek commissie over de briefing van Amnesty Internationalover uitbuiting arbeidsmigranten in Saoedi-Arabië (Kamerstuk32 735, nr. 424);−de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 29 januari 2026 inzake kaderinstructieNederlandse inzet voor de veertiende ministeriële conferentievan de Wereldhandelsorganisatie (WTO MC14) (Kamerstuk25 074, nr. 202). kst-21501-02-3390ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33901 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel enOntwikkelingssamenwerking,Den HollanderDe voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van MeetelenDe griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingssamenwerking,Van der LeedenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33902 Voorzitter: BamengaGriffier: PrengerAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Bamenga, Hoogeveen,Kröger, Lohman en Rajkowski,en de heer Sjoerdsma, Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking.Aanvang 13.31 uur.De voorzitter:Oké, we gaan beginnen. Welkom aan alle aanwezige Kamerleden. Welkomaan de Minister. Welkom aan de mensen op de publieke tribune, online enthuis. Aan de orde is vandaag de RBZ Handel. We hebben vier minutenspreektijd voor iedereen en vier interrupties. Direct aansluitend aan ditdebat is er een tweeminutendebat aangemeld, dus we kunnen absoluutgeen uitloop hebben, maar ik heb er alle vertrouwen in dat het niet uit zallopen, als ik zo de kant van de Kamer bekijk.Ik wil graag beginnen met de eerste spreker. Dat is de heer Hoogeveenvan JA21.De heer Hoogeveen (JA21):Dank u wel, voorzitter. We kunnen er een heel interactief debat van makenop deze manier, als we hier zo met drie personen zitten, dus dat kan nogleuk worden. Kijk, nummer vier komt net binnen.Voorzitter. Over een week vinden er twee EU-Handelsraden plaats inYaoundé, Kameroen. Dat is natuurlijk met goede reden, namelijk deveertiende ministeriële conferentie van de WHO. Zoals bekend zijn wij eenvurig voorstander van vrijhandel. Je durft het tegenwoordig bijna nietmeer te zeggen, maar internationale regels maken handel voorspel-baarder en efficiënter en maken ons daarmee ook allemaal welvarender.Het is ook niet voor niets dat bij ons op de fractie een portret van Hugo deGroot hangt, een van de grondleggers van juridische principes omtrentvrijhandel en het internationaal recht.Het voortbestaan en de modernisering van de WHO is dus ook van grootbelang. Drie kwart van de wereldhandel verloopt volgens WHO-richtlijnen.Tegelijkertijd is de architect van precies dat systeem, namelijk deVerenigde Staten onder president Trump, maar ook daarvoor al, niet altijdeven meegaand, gezien de aanhoudende blokkades op de aanstelling vanrechters in het beroepslichaam van de WHO. De druk op de WHO looptdus op. Hoe kijkt de Minister naar de VS in het wereldhandelssysteem enspecifiek binnen de WHO?De Amerikaanse ambassadeur bij de WHO schoot expliciet de hervor-mingsagenda al af in de media. Nu kan dit onderdeel zijn van wat onzevorige buitenlandminister Van Weel altijd de «inleidende beschietingen»noemde. Of verwacht de Minister dat deze onderhandelingen echtdefinitief stilliggen? Hoe realistisch is het dat er vooruitgang wordtgeboekt, gezien we met unanimiteit werken?Voorzitter. Een voorbeeld van hoe fragiel het mondiale handelssysteem is,zagen we vorige week, toen de Amerikaanse regering onderzoekenaankondigde naar de vraag of handelspartners, waaronder de EuropeseUnie, bijdragen aan wereldwijde industriële overcapaciteit. Dezezogenaamde Section 301-onderzoeken kunnen uiteindelijk ook weerleiden tot nieuwe Amerikaanse importheffingen. Dit zal geheid ook op deconferentie voorbijkomen. Kan de Minister daarop reageren?Verder wil ik de Minister vragen naar punt vier van de Nederlandse inzet,namelijk de verdere integratie van handel met milieu en klimaat. Ik steunde rest van de Koninkrijksinzet van harte, dus het beeld moet nietontstaan dat ik bovenmatig kritisch ben, maar ik vrees wel dat de wensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33903 om overal groene en rode eisen in te fietsen kan afleiden van hettoekomstbestendig maken van de WHO.Als Nederland gaan we namelijk pleiten voor een «gelijk speelveld voorsubsidies». In de inzet wordt ook expliciet het balanceren van handels-regels en klimaatsubsidies benoemd. Kan de Minister dit verdertoelichten? Hoe gaat Nederland pleiten voor meer klimaatsubsidies,terwijl die al snel marktverstorend of zelfs protectionistisch worden en inde inzet juist het tegenovergestelde staat? Als het antwoord luidt dat wemondiale klimaatsubsidies moeten gaan afdwingen, terwijl sommigelanden hier gewoonweg niet aan willen, dan worden we door onzehandelspartners al snel in het hoekje van groenkolonialisme gezet. Helpthet hervormen van de WHO als we nog meer van dit soort groene en rodesteentjes in de Amerikaanse, Indiase of wellicht Chinese schoenengooien?Onder de kopjes «snijvlakhandel met milieu en duurzaamheid» en«sociale dimensie van handel» gaat dit door. Gelukkig willen we «er welvoor waken dat het EU-beleid niet de eigen positie in het gelijke speelveldverzwakt». Al met al ben ik dus benieuwd of de energie en deze balan-ceeract ons iets gaat opleveren. Ik ben sceptisch of derde landen hieropzitten te wachten. Verder wens ik de Minister uiteraard alle succes met hetverdedigen van vrijhandel in een wereld die zich daar steeds meer vanafkeert.Tot slot ben ik nog benieuwd of de Minister een paar woorden kan wijdenaan de mogelijke reis van Commissievoorzitter Von der Leyen, die volgensde verhalen naar Australië zal vliegen om daar een handelsakkoord tebeklinken. Wij van JA21 denken dat dat heel positief is. In 2023 liepen deonderhandelingen ten aanzien van het handelsakkoord stuk op een aantallandbouwproducten. De vraag is wat de inzet van Nederland op ditonderwerp is.Tot zover. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Hoogeveen; precies op tijd. Dan wil ik graag naarmevrouw Rajkowski.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Vrijhandel staat onder druk door handelstarieven die metde dag veranderen. Steeds meer landen bieden staatssteun aan bedrijvenof voeren actieve industriepolitiek. De economie wordt ingezet alsmachtsmiddel. Het antwoord op deze ontwikkeling schuilt voor Nederlandin het makkelijker maken van zaken doen in Europa en over de grens, enin het sluiten van nieuwe handelsakkoorden die ook in het Nederlandsbelang zullen zijn. Als Nederland sterk is, als Europa sterk is, zijn we beteropgewassen tegen andere landen en kunnen we de spelregels medebepalen. Binnen de Europese Unie betekent dat: regels voor ondernemersgelijktrekken. Op dat gebied zijn er al een aantal initiatieven. Buiten de EUbetekent dat: nieuwe handelsvrienden maken, bijvoorbeeld inZuid-Amerika of India. Voor de VVD is de kern dat Nederland moethandelen als een geopolitieke speler in plaats van een toeschouwer. Degeneraal en de koopman winnen het nu even van de dominee: realismeboven moralisme.Voorzitter. Mijn eerste punt gaat over de WTO. Wereldwijd staan interna-tionale instituties en verworven afspraken onder druk. Denk bijvoorbeeldaan de massale subsidie die China verleent aan eigen, vaak noodlijdendefabrieken, om daarmee de interne economie kunstmatig hoog te houden.Recentere voorbeelden zijn die uit de VS: ten tijde van Obama werd deafspraak omtrent de geschillenbank op losse schroeven gezet doordat ergeen rechters meer werden aangewezen, en ik noem ook de actueleimporttarieven van Trump. De VVD hoopt dat er op de MC14 eenovereenkomst wordt bereikt over het herstel van het beroepslichaam, deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33904 Appellate Body, van de WTO, dat het moratorium in stand blijft en dat hetlukt om de WTO-regels binnen de ASCM, de Agreement on Subsidies andCountervailing Measures, aan te scherpen. Op alle drie hoor ik graag eenreactie van de Minister over de Nederlandse inzet. Ik vraag expliciet of deMinister bij het maken van de afspraken op de MC14 het belang van onzevrijheid en veiligheid in het achterhoofd wil houden.Voorzitter. Dan onze eigen concurrentiepositie en bloeiende economie.Assertieve handelspolitiek is onlosmakelijk verbonden met een eigeninterne markt binnen de EU. Daarom willen wij geen nieuwe nationalekoppen die het verdienvermogen en de concurrentiepositie van Nederlandzullen schaden. Voorstellen daartoe zal de VVD dus ook niet steunen. Ookhet klimaatbeleid moet daarom Europees zijn. Graag een toezegging vande Minister, specifiek over het voorstel voor de aanstaande nationaleimplementatie van de CSDDD, dat nog naar de Kamer komt. Hetversnellen van het maken van handelsafspraken met landen buiten de EUis geen luxe, maar geopolitieke noodzaak. Daarom kijken wij verwach-tingsvol naar de aanstaande handelsafspraken met Australië – mijncollega begon hier al over – met name vanwege de zeldzame aardmetalenzoals lithium en kobalt. Op die manier kunnen we onze leveringszeker-heidsrisico’s een stuk verkleinen.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik hoorde een opmerking over «geen nationale koppen». Ik ben benieuwdof dat punt voor de VVD voor alle beleidsterreinen geldt.Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik zou ja willen zeggen, maar ik denk dat ik dan in een val trap bij eentweede interruptie. Maar «ja» dus.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het valt mij op dat, als je kijkt naar hoe het Migratiepact wordt vertaaldnaar Nederland, je ziet dat daar bijzonder veel nationale koppen in zitten.Dat zijn beleidskeuzes. Het zijn keuzes die het kabinet wel of niet kanmaken. Ik neem aan dat die keuzes worden gemaakt omdat de VVD denktdat Nederland daar beter van wordt. Kan de VVD zich voorstellen dat erkeuzes onder CSDDD vallen waarbij het wel degelijk in het belang vanNederland is om daar nationaal extra beleidsruimte voor vrij te maken?Mevrouw Rajkowski (VVD):Voor ons is dit een beetje appels en peren. Met «geen nationale koppen»bedoelen we dat we willen voorkomen dat we onze eigen economie opslot zetten. Europa probeert zo veel mogelijk als een interne markt tefungeren. Op het moment dat wij onze ondernemers extra spelregelsgaan opleggen, gaan we onszelf in de vingers snijden. Dat is dus wat wijbedoelen met die nationale koppen. Wat betreft asielwetgeving enmigratieafspraken loopt Nederland eigenlijk achter op andere landen. Ikzou dus niet zeggen dat het gaat om het invoeren van extra nationalekoppen, al vind ik het niet echt een vergelijking. Ik zou zeggen: de restheeft die al ingevoerd, en nu gaan wij eindelijk ook stappen zetten.Gelukkig maar, zou ik willen zeggen.De voorzitter:Mevrouw Kröger heeft nog een interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het is niet geheel een antwoord op mijn vraag, maar het is wel een reactieop de inleiding van mijn vraag. Mijn vraag was: kan de VVD het zichvoorstellen dat het mogelijk is dat bepaalde nationale koppen of eenspecifieke nationale implementatie van CSDDD wel degelijk ook in hetbelang is van onze bedrijven en onze industrie? Als dat het geval zou zijn,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33905 zou de VVD er dan ook voor openstaan om toch maatregelen die onzeindustrie en onze bedrijven steunen wel degelijk in Nederland in tevoeren?Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik kan me nu eerlijk gezegd niet voorstellen dat er nationale koppen zullenzijn waar wij enthousiast van worden, maar dat kan er ook aan liggen datik de stof van CSDDD nog iets minder beheers; maar we zijn juist heel blijmet wat Omnibus I oplevert, ook voor ons mkb en ook voor onzeeconomie. Ik kan nu dus eerlijk gezegd geen nationale koppen bedenkenwaar wij enthousiast van worden.De voorzitter:Volgens mij zijn er geen interrupties meer, dus u kunt uw betoogvervolgen.Mevrouw Rajkowski (VVD):Over Australië is al wat gezegd, dus dat zal ik verder skippen.Dan had ik eigenlijk alleen nog een laatste zin. De VVD steunt de inzet vanhet kabinet om naast de bestaande instituties zo veel als mogelijkbilaterale en multilaterale afspraken te maken. Ik wens de Minister veelsucces en plezier.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Lohman.De heer Lohman (CDA):Voorzitter. Voor een open economie als de onze is eerlijke, voorspelbareen op regels gebaseerde handel van groot belang. Dit is mijn eerste debatin de commissie Buitenlandse Handel; sta mij toe een paar zinnen tewijden aan mijn achtergrond.De afgelopen vijftien jaar heb ik me als ondernemer vastgebeten in deverduurzaming van het voedselsysteem. Als ergens de voor- en nadelenvan het multilaterale handelssysteem duidelijk worden, is het wel in destromen van food-, feed- en uitgangsmaterialen over de wereld. Zo stondik ooit op het platteland van Ivoorkust in een Nederlandse broederij waarBelgische kuikens, die waren gekomen via Schiphol en het vliegveld vanAbidjan, uitgebroed werden voor de lokale markt van diepvrieskippen. Enik had gisteren in de supermarkt in mijn woonplaats Zaandam eenvoorverpakt bakje vers gesneden mango uit Zuid-Afrika in mijn hand.Ons mondiale voedselsysteem, mede gevormd door het internationalehandelssysteem en de WTO, is voor consumenten in Nederland eenwonder van efficiëntie en gemak. Tegelijkertijd roept iedere hap vragen opover arbeidsomstandigheden, over wie hier nou precies wat aan verdienten of een dergelijk systeem op de lange termijn houdbaar is binnen dedraagkracht van de planeet.Voorzitter. Voor het CDA is de inzet richting de ministeriële conferentie inYaoundé helder. Wij willen een sterke WTO, omdat een wereld zonderduidelijke handelsregels juist middelgrote landen als Nederland raakt,maar laten we ook eerlijk zijn: de WTO functioneert niet goed genoeg.Daarom steunen wij een stevige Europese inzet op WTO-hervorming.Voor ons zijn daarbij drie punten van belang.Ten eerste is dat herstel van vertrouwen. Nederland moet blijvenaandringen op een gelijk speelveld. Mijn vraag aan de Minister is welkerode lijnen Nederland hanteert bij de uitkomsten die de EU op 29 maartmogelijk moet goedkeuren.Het tweede punt is: meer slagkracht. Hoe gaat Nederland er concreet voorzorgen dat de hervormingsagenda in Yaoundé niet blijft steken in mooiewoorden en hoe groot acht de Minister de kans op echte voortgang bij hetgeschillenbeslechtingssysteem?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33906 Het derde punt is: strategische scherpte. Door het conflict rond Iran zienwe hoe kwetsbaar de wereldwijde kunstmestmarkt is, met directegevolgen voor boeren en voedselprijzen, waar vooral armere landen enbevolkingsgroepen de dupe van zijn. Hoe kijkt de Minister in dat licht naarde rol van de WTO? Vindt hij dat het huidige handelssysteem voldoenderekening houdt met strategische afhankelijkheden in essentiële productie-ketens zoals die van kunstmest? Zo nee, welke inzet kiest Nederland omdat in Yaoundé te agenderen?Deze week is de motie-Bontenbal c.s. aangenomen waarin verzocht wordtwaar mogelijk samen met middenmachten op te trekken in het hervormenvan internationale instellingen. Op welke wijze neemt de Minister deuitvoering van deze motie mee in de gesprekken over de hervorming vande WTO?Voorzitter. Ik rond af. De uitkomst van de ministeriële conferentie isonzeker; dat zegt ook het kabinet. Juist in een onzekere wereld moeten wijals Europa duidelijk zijn: geen stilstand, maar hervorming, zodat we in detoekomst kunnen vertrouwen op een werkend handelssysteem; denk aaneen kip in Ivoorkust en aan een mango in Zaandam. Dat is een kwestievan: niet alleen efficiënt, maar eerlijk en robuust.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie een interruptie van de heerHoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Wat betreft de hervormingen van de WTO denk ik dat we elkaar kunnenvinden. Wat mij wel opvalt aan het CDA de laatste tijd op dit onderwerp,ten aanzien van internationale handel, is dat het steeds meer lijkt tebewegen naar een soort vorm van Europees protectionisme ten aanzienvan industriebeleid, ten aanzien van bijvoorbeeld de onlangs voorgestelde«made in Europe»-eisen. Wij als JA21 hebben daar een motie overingediend, om als Nederland ten aanzien van dat soort meer protectionis-tische maatregelen juist wel in te zetten op zo veel mogelijk vrijhandel enprotectionistische maatregelen zo veel mogelijk tegen te gaan. Daar stemthet CDA dan toch tegen. Ik vraag me dan wel af hoe ik dit verhaal over deWTO-hervormingen, dat ik volledig kan ondersteunen, kan rijmen mettoch ook weer barrières opwerpen op Europees niveau en daarmee deEuropese interne markt afschermen.De heer Lohman (CDA):Ik denk dat het een kwestie is van balans. We zien dat het systeem dat nuin werking is eigenlijk een systeem is uit de jaren negentig in een wereldvan 2015, waarin we ook veel rekening moeten houden met onzestrategische autonomie. Het is dus een bepaalde mate van balancerentussen op welke manier wij onze Europese markt beter kunnenbeschermen en tegelijkertijd kunnen zorgen dat die positie internationaalgewaarborgd blijft. Ik denk dat dat een heel belangrijke afweging is waarwe op dit moment voor staan. Wat altijd belangrijk is, is dat we gaan vooreen gelijk speelveld. Ik heb ook in eerdere gesprekken gehoord dat depositie van bijvoorbeeld agrarische ondernemers in Europa heel ergonder druk zou staan. Ik denk dat we juist van onze kracht in Europa uitzouden moeten gaan. De regels die we op het gebied van duurzaamheidhebben, kunnen een belangrijke voorwaarde zijn om op internationaalniveau Europa goed op de kaart te zetten. Voor het CDA is het dus eenafweging tussen handel en de hoge duurzaamheidseisen die we hier inNederland hebben.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33907 Ik zie verder geen interrupties, dus dan wil graag doorgaan naar mevrouwKröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Handel als wapen en de internationale rechtsordezwaar onder druk: dat is het tijdsgewricht waarin de jaarlijkseWTO-vergadering zich volgende week afspeelt. De heer Bamenga en ikzullen als vertegenwoordigers van het parlement aanwezig zijn. Het isvoor mij de eerste keer en ik ben erg benieuwd hoe de stemming daar isin een tijdsgewricht met veel geopolitieke spanning en dan toch een WTOdie probeert een stap verder te zetten.De spelregels die we ooit met elkaar overeengekomen zijn, worden nucontinu geschonden en de Verenigde Staten spelen daarin een promi-nente en ook zeer problematische rol. Mijn vraag aan de Minister is hoede EU onder dit gesternte toch met gelijkgestemde landen gaat optrekkenom de WTO te hervormen en te verstevigen en om te blijven bijdragenaan het uitvoeren van de belangrijke internationale verdragen, of het nouom mensenrechten of om het klimaat gaat. Wat is de strategie dieNederland hiervoor hanteert? Kan de Minister aangeven of hij de oproepvan de Canadese premier Carney heeft gehoord om als middelgrotemogendheden de handen ineen te slaan? Er werd al verwezen naar demotie die in de Kamer is aangenomen.Bij de WTO is, net als bij andere internationale fora, zoals de klimaaton-derhandelingen, gelijkwaardigheid van groot belang. In die context kijktmen dan ook hoe de situatie met de VS zich nu ontvouwt. Als Amerikazich niet aan de internationale spelregels hoeft te houden, waarom wijdan wel, vragen andere landen zich af. Ziet de Minister het gevaar vandubbele standaarden en ziet hij dat het ook in ons eigen belang is dat wijals klein land afhankelijk van de internationale spelregels echt duidelijkmoeten normeren bij alle schendingen?Die dubbele standaarden zien we ook op het terrein van industriepolitiek.Juist ontwikkelingslanden kunnen vaak profiteren van een actieveindustriepolitiek voor hun eigen economische ontwikkeling en om deeigen industrie te beschermen, maar werden hierin beperkt doorWTO-regels. Voorbeelden zijn Mozambique, dat zijn eigen cashewin-dustrie wilde beschermen, en Indonesië, dat zijn eigen nikkelindustriewilde beschermen, wat allebei niet mocht. Nu grijpen westerse landen zelfnaar industriepolitiek en protectionisme. Ziet de Minister die dubbelestandaarden? Hoe maakt hij de weging en hoe is dat onderdeel van deEuropese inzet? Zouden WTO-regels eerlijker gemaakt moeten worden enflexibeler, zodat ook ontwikkelingslanden meer beleidsruimte kunnenhebben, zoals bijvoorbeeld de Afrikaanse Groep en ook de AdviesraadInternationale Vraagstukken recent adviseerden? Is dat een inzet die deMinister meeneemt? Hoe gaan we ervoor zorgen dat de WTO-regels juisthelpen om een eerlijke groene transitie mogelijk te maken, waarbij landenwaar veel belangrijke grondstoffen zitten, ook zelf daar de vruchten vankunnen plukken voor de verduurzaming en voor hun economischeontwikkeling?Handel die wij drijven, de producten die wij consumeren en onzeeconomische activiteit en uitstoot die daarbij horen, leiden in ontwikke-lingslanden tot klimaatschade, overstromingen, uitbuiting en natuur-schade door bijvoorbeeld mijnbouw. Europese wetten die dat haddenmoeten verminderen, zoals de antiwegkijkwet, CSDDD, worden nuafgezwakt. Het is goed dat duurzame handel onderdeel is van deNederlandse inzet in de WTO, maar hoe krijgt dat nu echt vorm en hoedoet deze Minister dat geloofwaardig als ondertussen de Europese regelseigenlijk zo worden afgezwakt?Naast de WTO spelen nog een aantal discussies over diverse handelsver-dragen. Ook hierbij speelt denk ik het belang van normeren om deinternationale rechtsorde te beschermen. In die context ben ik benieuwdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33908 hoe dit kabinet kijkt naar het verdrag met de VS, gegeven de recenteontwikkelingen, dus gegeven de gerechtelijke uitspraak in de VS over hetopleggen van tarieven, de dreigementen rond Groenland en de dreige-menten jegens de Spaanse premier, en het feit dat het vastzetten van deverdere afhankelijkheid van fossiel uit de VS absoluut niet wenselijk is.Tot slot is mijn vraag hoe de Minister uitvoering gaat geven aan de dezeweek aangenomen motie in de Kamer dat Nederland zich in Europeesverband moet inzetten voor het opschorten van het handelsdeel van deassociatieovereenkomst met Israël.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Aan het begin van haar betoog had mijn collega het erover dat de WTOervoor zorgt dat de ontwikkelingslanden hun eigen sectoren en indus-trieën niet konden beschermen, maar dat wij ironisch genoeg nu hetzelfdedoen, namelijk ook weer teruggaan naar protectionisme. Maar hoe kijkt decollega dan naar het feit dat het protectionisme dat wij nu uitvoeren, juistook te maken heeft met zogeheten duurzaamheidseisen? Als we bijvoor-beeld kijken naar het hele ETS-systeem in combinatie met hetCBAM-systeem, zijn het juist opkomende economieën die er steen enbeen over klagen dat voor hen de markttoegang wordt ontnomen. Dushoe rijmt de collega die twee verhalen met elkaar?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Wij rijmen die twee verhalen met elkaar omdat het onderdeel is van éénverhaal, namelijk: alle landen die met elkaar een klimaatverdrag van Parijshebben getekend en stappen zetten om aan dat verdrag te voldoen. DezeMinister heeft natuurlijk ook nog een andere pet, niet alleen handel, maarook hulp, en is verantwoordelijk voor het internationale klimaatbeleid,waarbij het ongelofelijk belangrijk is dat er ook financiële steun komt aanlanden om die transitie te maken naar een groene economie. Wat onsbetreft zou handel ook ten dienste moeten staan om die groene transitiete maken. Dat is iets wat Europa zelf moet doen, maar ook wat onzehandelspartners moeten doen. Daarom zou het ook belangrijk zijn omjuist te kijken hoe wij in onze handelsinstrumenten die transities aankunnen jagen in plaats van die tegen te werken.De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Die twee verhalen/één verhaal, zeg dat maar tegen de opkomendeeconomieën. Neem bijvoorbeeld de inkoop van steenkool. Ik ben een keerin Zuid-Afrika geweest. Ik sprak toen met Zuid-Afrikaanse parlementariërs,die zeiden: jullie komen met CBAM en wij moeten allemaal «join theclimate club». Maar uiteindelijk kwam er een Zuid-Afrikaanse parlemen-tariër die zei: ondertussen is wel de export van steenkool naar Europa met33% toegenomen. Hetzelfde geldt voor elektrische voertuigen. Wijbeschermen onze eigen markt van elektrische voertuigen, maar wijimporteren ook weer de materialen waar wij die voertuigen van moetenmaken, wat uiteindelijk ook weer te maken heeft met het verhaal vanmevrouw Kröger rondom mijnbouw. Dus ik vind het toch nog moeilijk omer een eenduidig antwoord uit te halen. Aan de ene kant zeggen we datwe voor iedereen een gelijk speelveld creëren, maar aan de andere kant,als het op klimaat aankomt, zetten we eigenlijk onszelf voorop enbenadelen we de landen die nog niet op dat niveau zitten, verder. Dat isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33909 ook een reden dat die landen steen en been klagen. Zou mevrouw Krögerdaarop kunnen reageren?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Een heel erg interessant debat, ook omdat er gevraagd wordt of Europazich hierin vooropzet, terwijl volgens mij in andere debatten door onderandere JA21 juist gesuggereerd wordt dat Europa zich met klimaatbeleidachterop zou zetten. In mijn optiek is dat laatste geenszins het geval. Wemoeten allemaal die groene transitie door. Dat staat in het klimaatverdragvan Parijs, dat wij ondertekend hebben en dat vind ik ongelofelijkbelangrijk. Ik denk dat Europa die stappen ook zet. Ik ben het in die zin metde heer Hoogeveen eens dat de gelijkwaardigheid daarin cruciaal is en dathet inderdaad pijnlijk is als Europa zelf wel die transitie doorgaat enmaterialen daarvoor importeert, maar dat misschien niet op eerlijkegronden doet. Daarom zijn wij ook een warm voorstander van CSDDD,want daarmee creëer je juist wel eerlijke handelsketens. Als Europa dietransitie echter zelf maakt, zonder daarbij eerlijk bij te dragen aan detransitie in opkomende economieën, wat natuurlijk het doel is vanklimaatfinanciering onder het verdrag van Parijs, dan creëert datinderdaad een scheefheid. Dat ben ik wel met JA21 eens. Maar om dielogica door te trekken, hoop ik dan ook dat JA21 voorstellen voor meerklimaatfinanciering van harte ondersteunt.De voorzitter:Ik kijk eventjes. Volgens mij is er nog een interruptie van de heerHoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Ik wil hier toch op reageren. Dan kom je namelijk in het welbekenderondpompcircus terecht. Dat is ook precies een van de kritiekpunten diewij hadden op de inzet van het kabinet bij deze WTO ministeriëleconferentie. Dan zeg je namelijk: we werpen barrières op voor vrijhandel,we zorgen ervoor dat opkomende economieën minder goed met onskunnen handelen, maar gaan die economie vervolgens wel weersubsidiëren. Dat is een niet-efficiënt systeem, een inefficiënt systeem,waarbij de prijzen voor consumenten stijgen en we de opkomendeeconomieën in het harnas jagen, omdat we geen fijne handelspartner zijn.Dan verschuiven zij uiteindelijk hun handelsketens naar landen die mindervan dat soort eisen stellen, en vervolgens moeten wij dan ook nog meteen loophole de klimaattransitie gaan financieren in die landen. Is het nietveel logischer om te zeggen: wij proberen zo weinig mogelijk barrièresneer te zetten en zo goed mogelijk handel te drijven met de best mogelijkestandaarden, maar houden de componenten van groen en rood juistbuiten die handelsverdragen en werken meer vanuit bilaterale afspraken?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat het fundamentele debat dat we hier voeren, is of handel eendoel of een middel is. Is vrijhandel een doel op zichzelf, of is het eenmiddel ten dienste van bepaalde goeden zoals bredere welvaart en welzijnvoor de samenleving in zijn geheel? Wat mij betreft is het dat laatste enwordt dat welzijn onder andere gedefinieerd door het feit dat wijonderdeel uitmaken van de internationale rechtsorde, waar mensen-rechten gelden en waar wij ook het klimaatverdrag van Parijs hebbenondertekend en het voor het welzijn van alle landen van belang is dat wijdie doelen gaan halen. Dan is de vraag hoe je die transitie op een eerlijkemanier maakt. Daarvoor is het belangrijk dat Europa snel stappen zet. Wijhebben historisch veel emissies. Het is superbelangrijk om die stappen tezetten, maar wel op een manier die rechtvaardig is. Daar speelt zowelklimaatfinanciering als eerlijke handel een cruciale rol in. Maar nogmaals,het zijn allemaal bouwstenen in eenzelfde pad. Daarom is het wat onsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339010 betreft ook zo kwalijk dat CSDDD zo is uitgekleed, want dat is eigenlijkjuist onderdeel van dat hele pad.De voorzitter:Oké, dank u wel. Ik zag net nog de heer Lohman.De heer Lohman (CDA):Ik wilde nog even doorgaan op deze lijn en het hebben over in hoeverrede WTO nu hervormd zou moeten worden volgens mevrouw Kröger. Wezien in de huidige tijd dat de ontwikkelingen met name met een heelonzekere bondgenoot als de Verenigde Staten heel snel gaan. Ik zei hetnet al: de WTO is gebaseerd op een wereld die in de jaren negentigbestond, maar nu gebeurt bijna elke dag weer iets waar wij ons volgensmij allemaal in deze Kamer over verbazen. Wat zou u daar het liefst willenagenderen? Hoever moet die hervorming van de WTO gaan om eenbeetje klaar te zijn voor de uitdagingen van deze tijd?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ook een best open vraag. Ik denk dat de crux is of je tegelijkertijd kanzeggen «oké, we gaan in bondgenootschappen met de middle powersproberen om stappen te zetten om op bepaalde waarden vooruitgang teboeken», terwijl je ondertussen ook de multilaterale orde wilt vasthouden.Die multilaterale orde kent natuurlijk altijd een veel trager tempo. Ik denkwel dat er op het punt van de geschillenbeslechting echt een doorbraakmoet komen; dat hoor ik eigenlijk alle partijen zeggen. Hoe zorg je er nouvoor dat je de doelen die je hebt met de handel die je drijft, daadwerkelijkdient door de manier waarop de WTO functioneert? Neem het voorbeeldvan Indonesië. Stel dat wij heel veel nikkel uit Indonesië gaan importerenomdat wij nikkel als grondstof nodig hebben in onze energietransitie,maar we Indonesië daarmee ondertussen de mogelijkheden ontnemenom die industrie zelf op te bouwen en geld te verdienen om hun eigentransitie te realiseren. Dan gaat daar iets helemaal mis. Dat is in feite hetpunt dat net aan de orde was. Wat mij betreft is dat dus een belangrijkonderdeel.De voorzitter:Ik zie dat de heer Lohman nog wil interrumperen.De heer Lohman (CDA):Ik sla nog even aan op de middle powers. Het gaat natuurlijk ook overlanden in Zuid-Amerika en Afrika. In de vorige commissievergadering, dieik heb teruggekeken, ging het uitgebreid over het Mercosur-verdrag. Zoumevrouw Kröger daar nog een paar woorden aan kunnen wijden?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Volgens mij zijn wij heel duidelijk geweest over onze positie metbetrekking tot Mercosur. Wij vinden het belangrijk om handelsverdragente sluiten met landen en regio’s, zeker in een wereldorde die zo verstoordis geraakt, maar nu wij zien hoe Mercosur op een aantal terreinen gaatuitpakken, hebben wij wel grote zorgen. Het ligt nu voor bij het EuropeseHof van Justitie. We gaan zien waar dat mee terug gaat komen.De voorzitter:Volgens mij zijn er geen interrupties meer. Dan wil ik graag mijn bijdragegaan leveren. Ik zie dat mevrouw Rajkowski graag het voorzitterschap vanmij wil overnemen. Bij dezen.Voorzitter: RajkowskiDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339011 Dank. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bamenga voor zijn bijdragenamens D66.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Gisteren waren de gemeenteraadsverkiezingen.Ongeacht winst of verlies: het was een feest van de democratie. Vrijeverkiezingen zijn niet vanzelfsprekend. Dat weten we in deze commissiemaar al te goed. Daarom moeten we onze democratische waardenkoesteren, vieren en doorgeven, aan de volgende generatie, maar ookelders in de wereld.Voorzitter. De afgelopen weken hebben we gezien hoezeer onze economieverankerd is in de wijdere wereld om ons heen. Dat onderstreeptnogmaals het belang van diversificatie van handelsrelaties, maar hetonderstreept ook het belang van verduurzaming en inzet op mensen-rechten. Het laat zien hoe belangrijk een vrije beweging van goederen endiensten is zonder fysieke of beleidsmatige obstakels. Voor een openeconomie als de onze is een stabiel, voorspelbaar en op regels gebaseerdhandelssysteem simpelweg essentieel. Daarom is het goed dat Nederlanden de EU zich tijdens de komende WTO-conferentie sterk maken voor eenversterking van het multilaterale handelssysteem. We zien immers datvrije en eerlijke handel gebaseerd op spelregels onder druk staat. Chinablijft de Europese markt overspoelen met goedkope goederen uit sterkgesubsidieerde industrieën. Tegelijkertijd zijn we het afgelopen jaargeconfronteerd met het tarievenbeleid van president Trump. Ik benbenieuwd naar de reflectie van de Minister op deze zaken. Hoe kijkt hijdaarnaar? Wat is zijn inzet op de komende RBZ om deze zaken in deEuropese inbreng te krijgen?Het op regels gebaseerde handelssysteem en de voorspelbaarheid diedaaruit voortkomt, zijn van groot belang voor Europa en onze eigenhandelseconomie. Mijn fractie steunt daarom de hervormingen en deprioriteiten die de EU tijdens deze conferentie wil nastreven. We zien grotewaarde in verdere plurilaterale initiatieven binnen de WTO en in eenbetere integratie van milieu, klimaat- en mensenrechtenvraagstukken inde handelsagenda. Dat is de weg vooruit: met gelijkgezinde middlepowers bouwen aan een sterker, multilateraal systeem geworteld in recht,gedragen door waarden en gericht op vooruitgang. Ziet de Minister kansom al in Yaoundé het initiatief te nemen om met gelijkgezinde landen eenkopgroep te vormen die milieu-, klimaat- en mensenrechtendoelensteviger in de handelsagenda verankert?Voorzitter. Dan over de onvoorspelbaarheid van het Amerikaans tarieven-beleid. Sinds de tarievendreigingen rond Trumps plannen met Groenlanden recent nog richting Spanje staat het vertrouwen in stabiele handelsre-laties met de VS onder druk. Dat heeft het proces rond het EU-VS-handelsakkoord vertraagd. Mijn fractie heeft serieuze twijfels over debetrouwbaarheid van de VS. We vragen ons sterk af of ze na inwerking-treding van dit akkoord daadwerkelijk zullen stoppen met eenzijdigetarievendreigingen, zeker nu opnieuw onderzoeken zijn gestart naarvermeende Europese oneerlijke handelspraktijken. Daarom een paarvragen aan de Minister. Vertrouwt de Minister erop dat lopende en nieuweAmerikaanse onderzoeken niet alsnog zullen leiden tot hogere tarievenbuiten deze deals om? Hoe beoordeelt het kabinet een sunrise clause,zodat de deal pas ingaat als de VS zich openlijk en aantoonbaar commit-teren? Op welke punten zal Nederland in de Raad nog inzetten om derisico’s van eenzijdige Amerikaanse maatregelen te beperken?Dan nog kort: het voorgenomen handelsverbod met ...De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339012 Terechte vragen, die ik ook snap. Maar dan is mijn vraag: waar staat D66ten opzichte van die deal? Wat ons betreft is dit een deal dietegemoetkomt aan het bullyen door Trump en die Europa weinig goedsbrengt, maar hoe kijkt D66 daarnaar?De heer Bamenga (D66):Het lijkt mij natuurlijk heel erg belangrijk dat je deals maakt waarmeemensen in ieder geval erop vooruit kunnen, dat er rust komt in alle ketensen dat we weten wat wij kunnen verwachten van het Amerikaansetarievenbeleid in de komende jaren, in ieder geval in de periode datTrump daar zit. Wij vinden het in ieder geval heel erg belangrijk dat we dierust blijven hanteren. Maar ik denk dat het overall natuurlijk heel ergbelangrijk is dat je op een gelijkwaardige manier handel drijft, dus het zalaltijd ons streven zijn om dat mogelijk te maken.De voorzitter:Dat was uw laatste interruptie, mevrouw Kröger. Sorry, dat had ik betervan tevoren even kunnen aangeven. Meneer Bamenga, gaat u verder.De heer Bamenga (D66):Dan nog kort over het voorgenomen handelsverbod met illegale nederzet-tingen op de Westelijke Jordaanoever. Kan de Minister een update gevenvan de stand van zaken van de uitvoering? Mijn fractie wil de Ministeraanmoedigen om hier tempo mee te maken. We zien dat de feitelijkeannexatie iedere dag voortschrijdt. Meer actie tegen deze illegalepraktijken is hard nodig.Tot slot. Uw voorganger zei toe dat Nederland zich zou inspannen voorEU-deelname aan het vredesproces in Sudan en de Grote Merenregio enom dit structureel in de RBZ te agenderen. Staat dit ook tijdens deze topop de agenda? Zo nee, bent u bereid daar alsnog aandacht voor tevragen?Dank u wel.De voorzitter:Precies binnen de tijd. Dan geef ik het voorzitterschap terug aan de heerBamenga.Voorzitter: BamengaDe voorzitter:Dank u wel ... «voorzitter», wilde ik zeggen. Er zijn verder geen inter-rupties. Hoeveel minuten zullen we schorsen?Minister Sjoerdsma:Zouden we om 14.25 uur kunnen terugkomen? We moeten ook een stukjelopen. Dat is voldoende.De voorzitter:Oké, dank u wel. Ik schors tot 14.25 uur.De vergadering wordt van 14.08 uur tot 14.25 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug. We gaan beginnen met de eerste termijn van de Minister.Er kunnen vier interrupties gepleegd worden. Wellicht kan de Minister inieder geval even aangeven welke onderwerpen langs zullen komen.Misschien is het goed om aan het einde van ieder blok te interrumperen.Minister Sjoerdsma:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339013 Voorzitter, dank. Dank uiteraard aan uw leden voor de gestelde vragen. Ikwilde graag het goede voorbeeld van de voorzitter volgen door in iedergeval alle partijen te feliciteren die bij de verkiezingen zetels hebbengewonnen. Ik feliciteer alle andere partijen natuurlijk ook met hundemocratische deelname. Het is altijd weer een feest om te mogenstemmen en om te zien dat die stem ook effect heeft. Ook mijn felicitatiesaan de heer Lohman voor zijn eerste debat. Dat is ook een heuglijkmoment, net als de persoonlijke introductie die daarbij hoorde.Verschillende van uw leden hebben in hun introductie terecht opgemerktdat we elkaar treffen aan de vooravond van een belangrijkeWTO-bijeenkomst. Bij die WTO-bijeenkomst staat ontzettend veel op hetspel. Die vindt plaats tegen de achtergrond van heel stevige geopolitiekeen geo-economische spanningen. De heer Hoogeveen had het over hetportret van Hugo de Groot op zijn kamer. Ik moest daar even aan denken.Ik kom net terug uit New York en daar ging het over de geopolitiekespanningen waartegen deze conferentie zich afspeelt. Bij Hugo de Grootdenk je aan het zeerecht en aan een vrije doorvaart, en dat is nu net eenvan de zaken waarmee we een enorm probleem hebben. Dat is een van degevolgen van hetgeen in de regio van Iran gebeurt, met hele verregaandeconsequenties. Het betreft 1% van onze handel. Er zitten daar een aantalzeer serieuze Nederlandse bedrijven op het gebied van baggeren, demaritieme scheepvaart, toerisme en energie. Je kunt het zo gek nietbedenken of er zitten Nederlanders daar. De gevolgen voor die bedrijvenzijn heel serieus.Als je voorbij de eersteorde-effecten naar de tweedeorde-effecten kijkt, diewe nu mondjesmaat zien ontstaan, dan zie je dat die heel erg groot zijn.En dan heb ik het nog niet eens over de menselijke drama’s in Libanon enhet aantal ontheemden en vluchtelingen. Die effecten zijn met name grootvanwege iets wat ook de heer Lohman aanraakte, namelijk het feit datkunstmest daar nu niet langs kan. Dat betekent voor Nederland en voorEuropa dat de prijzen omhooggaan. Dat is niet prettig, maar het betekentook dat er voor grote delen van de wereld geen kunstmest is. Ik noembijvoorbeeld de Hoorn van Afrika of delen in Zuid-Azië. Dat betekent eenzeer beperkte voedselproductie. Dat is een van de redenen waarom ik hetin mijn gesprek met de secretaris-generaal van de VN heb gehad over hetbelang van een vrije doorvaart, niet alleen vanuit handelsperspectief,maar ook vanuit het bredere perspectief. We willen kijken of er tochmogelijkheden zijn om kunstmest en humanitaire goederen door diestraat heen te krijgen. Ik hoef de leden niet te vertellen dat dat ongelofelijkingewikkeld is, maar het is van cruciaal belang dat we als Koninkrijk en alsEuropese Unie kijken wat voor rol we daarin kunnen spelen. We kunnen inieder geval de VN assisteren bij de rol die zij spelen. Dat wil ik gezegdhebben ter aftrap.Voorzitter, u vroeg naar de blokjes. Dit zeg ik nog even bij wijze vanintroductie. Ik zal zo direct komen bij de blokjes en de beantwoording.Verschillende van uw leden hebben zeer terecht benadrukt hoe ongelo-felijk belangrijk vrije en eerlijke handel is voor Nederland. Een derde vanonze banen is daarvan afhankelijk. Ik hoorde een beetje een discussie overde vraag of dat een doel of een middel is. Ik zou vanuit het kabinet willenzeggen dat het een doel én een middel is. Het is een doel an sich, wanthandel betekent voor Nederland verdienvermogen en banen. Maar het isook een geopolitiek instrument. Sommigen zullen het daar in meer ofmindere mate mee eens zijn. Daarnaast is het een instrument als het gaatom het klimaat, milieu, arbeidsomstandigheden en dat soort zaken. Ik komdaar straks nog even op terug. Onze afhankelijkheid van open en eerlijkehandel is kwetsbaarder aan het worden tegen de achtergrond van detoenemende handelsspanningen en marktverstorende maatregelen.Verschillende van uw leden hebben ook gezegd dat het multilateralesysteem hier, de Wereldhandelsorganisatie, onder druk staat. Dat is ookzo. Tegelijkertijd vindt het overgrote deel van de wereldwijde handel nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339014 steeds plaats binnen dat systeem. Er is eigenlijk geen alternatief, ook alzijn die regels opgesteld in jaren negentig – dat is natuurlijk waar – en zijner heel grote problemen. Ik noem gewoon maar eens even de problemenrondom de industriële subsidies, de handelsverstorende praktijken vanstaatsgeleide economieën. U weet echt wel over wie het gaat als we hethebben over overmatige staatssteun, over goedkope leningen, over hetafschermen van de eigen markt. Het is geen geheim waar we het dan overhebben. Dat leidt gewoon tot overcapaciteit op de markt, bijvoorbeeld inde staalsector. Het belang van eerlijke handel – dat heb ik ook meege-nomen, meneer Lohman – is daar cruciaal. Dat is een deel van de inzet.Het tweede deel van de inzet – ik denk dat dat belangrijk is – is dat debesluitvorming bij de WTO flexibeler en pragmatischer wordt, omdat hetbijna onmogelijk is – het is een beetje hetzelfde probleem als in hetEuropese buitenlandbeleid – om overeenstemming te bereiken overnieuwe handelsregels als je het daar met 166 WTO-lidstaten over eensmoet zijn. Er moet sprake zijn van consensus, dus een lid kan allestegenhouden. Wij zetten er daarom op in om vaker te werken metflexibelere verbanden, waarbij inderdaad niet alle WTO-leden kunnenmeedoen.Kortom, het is voor ons van groot belang om het systeem te hervormen,om de WTO te hervormen. Ik vond het ook goed om op te merken dat ikeigenlijk in alle bijdragen van de leden brede steun – met hier en daar eenkanttekening, natuurlijk – heb gehoord voor die inzet. Die steun voelen wijniet alleen hier in de Kamer, maar ook straks fysiek in de vorm van dedeelname van mevrouw Kröger en de heer Bamenga en natuurlijk ook vanVNO-NCW en Both ENDS.Voor het moderniseren van de handelsregels is onze inzet natuurlijkgericht op de aanpak van industriële subsidies in WTO-verband – ik zei datnet ook – want dat draagt bij aan een gelijk speelveld en het draagt bij aanhet Nederlandse en Europese concurrentievermogen. Het kabinet acht hetook van groot belang om dat te versterken om ervoor te zorgen dat ookkomende generaties in een vrij, innovatief, duurzaam en welvarendEuropa kunnen leven.De VVD, mevrouw Rajkowski, zei ...De voorzitter:Sorry, Minister. Volgens mij zijn er vragen over in welk blok u nu zit. Is ditnog de introductie?Minister Sjoerdsma:Ja, absoluut. Dit is nog de introductie. Het spijt me dat die iets langerduurt, maar ik dacht: misschien is het toch goed om in dit eerste debateventjes het een en ander neer te zetten. Ik kan dat, als de voorzitter hetmij toestaat, relatief snel afronden. Dan kunnen we meteen de vragendaarover meenemen. Daarna heb ik een aantal blokjes en die zal ikmeteen even verklappen. Dat zijn de WTO, de handelsverdragen en hetblokje overig.De voorzitter:Oké. Ik zie wel dat er een vraag is over de introductie. Als u klaar bent metde introductie, zal ik die vraag toelaten.Minister Sjoerdsma:Dat is goed, voorzitter. Ik wilde nog één opmerking maken, als u het mijpermitteert, over het belang van die handelsverdragen. Het maken vanafspraken met derde landen over wederzijdse toegang, goederen,diensten, aanbesteden en het wegnemen van handelsbelemmeringenhelpt bedrijven om concurrerender te zijn in derde landen en ook omafzetmarkten te diversifiëren. Minstens zo belangrijk – ik had het net alover doel en middel – is dat het in die handelsakkoorden gaat om meerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339015 dan alleen handel. Die akkoorden dragen ook bij een meer waardenge-dreven buitenlandbeleid, omdat er afspraken worden gemaakt overarbeidsrechten, ILO-conventies, milieu en klimaat. Met die afspraken – ikneem een klein voorschot op een van de antwoorden – moeten we dusook in plurilateraal en multilateraal verband optrekken. Het versterken vande relaties met Brazilië, Indonesië, Canada en Korea draagt daar allemaalaan bij. We zullen dat ook in WTO-verband doen.Voorzitter, dan kom ik bij mijn blokjes, maar ik geloof dat er eerst nogvragen zijn over de inleiding.De voorzitter:Ik kijk even rond. Volgens mij zag ik mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Volgens mij zijn we als Kamer niet verder geïnformeerd over het gesprekdat heeft plaatsgevonden met de secretaris-generaal van de VerenigdeNaties, maar ik ben wel benieuwd wat daar de inzet was of wat daar deuitkomst van was, met name omtrent de situatie in de Straat van Hormuz.Ik hoor zeggen dat Europa zich in moet zetten voor vrije doorgang en datde VN mogelijk moet assisteren. Waar denkt de Minister dan aan, metname waar het gaat over hoe we gaan inzetten op de-escalatie en welkestappen daarin worden gezet?Minister Sjoerdsma:Ik heb daar ook even over nagedacht. Ik ben gisterochtend teruggekomenuit New York. Ik heb daar dinsdag eigenlijk de hele dag gesprekkengevoerd. Ik heb ook even overwogen om nog een korte brief te sturen,maar het leek mij beter om dat in dit debat gewoon kort met u te delen.Dat gesprek met de secretaris-generaal was eigenlijk met nameingestoken om het te hebben over het UN80, het VN-hervormingsproject.Het was overduidelijk – dat is ook niet verbazingwekkend – dat ook aan dekant van de VN de urgentie gevoeld wordt en wordt nagedacht over welkerol gespeeld kan worden en welke bijdrage geleverd kan worden tenaanzien van de blokkade van de Straat van Hormuz en de gevolgendaarvan. Ik kan niet al te veel delen over wat de intenties van desecretaris-generaal zijn op dat punt, maar het is wel duidelijk dat er wordtgezocht naar een manier om in ieder geval eerste stappen te zetten op hetgebied van kunstmest en humanitaire goederen; ik noemde het net al. AlsNederland daaraan kan bijdragen, al is het maar met een kleine financiëlebijdrage – vaak heb je dan ook een secretariaat of wat ondersteuningnodig – dan zullen we daar zeker naar kijken, maar ik zeg nu ook maareventjes: dat is een beetje vooruitlopend op de zaken. Het geeft vooral dewelwillendheid van het kabinet weer. Datgene wat we kunnen doen om deVN daarbij te assisteren, zullen we zeker doen.De voorzitter:Ik kijk even rond om te zien of er nog een vervolgvraag is. Ja, mevrouwKröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik probeer toch gewoon even te snappen wat een secretariaat dan zoubetekenen. Op welke manier gaat een secretariaat eraan bijdragen datdaar weer schepen kunnen varen? Er is actieve oorlogsvoering vanuit deVS. Het gaat toch met name om de-escalatie. Daar is een belangrijke rol inte spelen. Ik zoek dus even naar wat de rol van een secretariaat is.Minister Sjoerdsma:Ik snap de verwondering van mevrouw Kröger. Misschien wilde ik in mijnhoofd te snel een paar mentale stappen zetten. Als iemand, of dat nou deVN zijn of wie dan ook, een rol wil spelen in het bevorderen van de vrijeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339016 doorgang, dan zal dat uiteraard in goed overleg en na een goed gesprekmet de strijdende partijen moeten. Als je niet de steun van de drie partijenhebt om dat te doen, kan je daar namelijk niks bereiken. Dan moet je ookgeen stappen zetten. Dat is gevaarlijk voor iedereen die erbij betrokken is.Dat is één. Ten tweede is het niet zo, zeker gelet op de enorme bezuini-gingen die er zijn, dat als de VN iets willen doen, zij automatischbeschikken over de middelen om menselijke capaciteit, ondersteuningsca-paciteit voor degene die zich daarmee gaat bezighouden, op tafel teleggen. Wij hebben gezegd dat wij graag inspringen op het moment datde VN tegen problemen zouden aanlopen op het terrein van financiëlemiddelen; dat kan uiteraard niet de bottleneck zijn. Nogmaals, dat is wel alver doorgeredeneerd. Het was vooral zo dat aan beide zijden de noodzaakwerd gevoeld dat daar iets moest gebeuren, gelet op de enorme poten-tiële gevolgen vanwege kunstmest en humanitaire goederen, maarnatuurlijk ook voor de handel in brede zin.De voorzitter:Ik zie verder geen interrupties. De Minister kan zijn betoog vervolgen.Minister Sjoerdsma:Dan komen we meteen ook bij het eerste blokje, de WTO. Er zijn eenaantal vragen gesteld. Ik zal proberen die zo samenhangend mogelijk tebeantwoorden. De heer Hoogeveen had een vraag over de druk van de VSop het systeem en op de WTO specifiek. Misschien moet ik daar vantevoren nog een algemene opmerking over maken, want ik proef bij uwleden een beetje dat de verwachtingen aan de ene kant niet al te hoogge-spannen zijn vanuit de gedachte: we weten tegen welke achtergrond dezeconferentie plaatsvindt. Dat snap ik. Dat is misschien een reëleinschatting. Tegelijkertijd ben ik er ook van overtuigd dat we dit nietkunnen laten slieren en dat je hier niet met halve energie achteraan kangaan. Hier moet je echt met een ontzettende berg energie achteraan. Ikhad gisteren toevallig de Britse Minister van Handel op bezoek. Die zei datook. Hij zei: ik proef bij iedereen een gevoel van «nou, ja, hè», maar als jezo afreist naar Yaoundé, dan hoef je natuurlijk niet bijeen te komen. Wegaan daar dus vol achteraan. In antwoord op deze specifieke vraag kan ikzeggen: de VS zijn natuurlijk nog steeds lid van de WTO. Daaruit blijkt datde VS nog steeds waarde hechten aan wat de WTO doet. Ik denk dat dateen goed teken is. Je ziet ook wel de inzet op specifieke deelonderwerpen.Sommigen van uw leden vroegen ook naar de voortzetting van hete-commercemoratorium. Daar zijn wij voorstander van, het liefst langerdan korter. Dat was volgens mij een vraag van mevrouw Rajkowski. Maarhet klopt: de druk op het systeem loopt op. De handelsmaatregelen vansommige landen, waaronder de VS, dragen daaraan bij. Dat betekent datwij op welke manier dan ook, met de Europese Unie, met de Commissie,met andere middelgrote landen, ons best zullen doen om hierin toch ietsvoor elkaar te krijgen. Als dat niet alleen maar binnen het WTO-kader kan,dan moet dat misschien in verschillende verbanden. Dat is ook de redenwaarom ik zal spreken met mijn counterparts, niet alleen uit Europeselanden natuurlijk, maar ook uit India, Turkije en China. Dat was deze vraag.Dat beantwoordt denk ik ook de vraag van de heer Lohman over demotie-Bontenbal en de vraag van mevrouw Kröger over Carney en hetbelang van middenmachten om meer samen te werken. Dat is, denk ik, indeze wereld van ontzettend groot belang en het is ook van groot belangdat dat niet de usual suspects zijn, zeg ik maar op de politiek meestcorrecte manier mogelijk. Wij werken natuurlijk in EU-verband, maar ookbreder, nauw samen met een aantal gelijkgezinde landen om te kijken ofwe tot een zo ambitieus mogelijk hervormingsplan kunnen komen. Dangaat het bijvoorbeeld over het VK, maar ook over Japan, over Australië enover Canada. Natuurlijk kijken we ook nadrukkelijk naar partners in hetGlobale Zuiden, in Azië. Het is waar dat deze discussies voor een deelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339017 worden gedomineerd door hoe de VS en China zich opstellen, maar ookhoe India zich opstelt, heeft een doorslaggevende rol.Mevrouw Rajkowski vroeg of wij tijdens deze conferentie ook rekeninghouden met het belang van onze veiligheid en van de economie. Hetmoge vooropstaan dat hier een ambitieus hervormingsplan centraal staaten dat dit van essentieel belang is voor onze economie. Die hervormingenzijn ook van belang voor onze economische gezondheid wereldwijd, zou ikbijna willen zeggen, voor ons concurrentievermogen en in bredere zin ookvoor onze veiligheid. Laat ik het plat zeggen: hoe meer wij als land op eeneerlijke manier kunnen verdienen aan de wereld, des te meer wij tebesteden hebben om ook op andere terreinen onze eigen broek op tehouden. Die onderwerpen zitten dus zeker in mijn achterhoofd.Dat brengt mij bij de vraag van de heer Lohman, die terecht vroeg wat derode lijnen zijn die Nederland hanteert bij de uitkomsten van de MC14 enhoe wij en de Europese Unie daar dan in staan. De heer Lohman heeft netzoals de andere leden de kaderinstructies gezien, die zijn opgesteld bij hetKoninkrijk. Ik kan zeggen dat alles wat daarin staat, er ook in moet komen.Tegelijkertijd heb ik u net het besluitvormingskader in de WTO geschetst.Dat is dusdanig dat één iemand niets kan bepalen, behalve dat ééniemand wel kan bepalen dat er helemaal niets gebeurt. Ik denk dus datonze belangrijkste prioriteit ligt bij überhaupt een ambitieus hervor-mingsplan krijgen, waarbij natuurlijk het onderdeel van flexibelerebesluitvorming echt essentieel randvoorwaardelijk is om daarna verdereresultaten te boeken.Wat die rode lijnen betreft zou ik zelf zeggen: misschien plan B. Niet eenplan B voor de WTO, maar een plan B voor: wat nou als je die obstructie,die blokkade tegenkomt. Als zo’n blokkade echt aanhoudt, dan kan watNederland betreft als aanvullende maatregel eerst worden gekeken naareen plurilateraal akkoord buiten de WTO. Maar goed, onze voorkeur gaater natuurlijk wel naar uit om het te doen binnen de WTO.Ik denk dat dit ook de vraag van de heer Hoogeveen beantwoordt hoerealistisch het is. Ik heb daar iets over gezegd. Realistisch gezien is hetontzettend moeilijk. Optimistisch gezien, en ik denk dat optimisme eenmorele plicht is, zullen we er echt alles aan moeten doen om hier iets uitte halen, ook vanwege datgene wat de heer Hoogeveen zelf in zijnintroductie zei: vrijhandel is ontzettend belangrijk. Zonder vrijhandel wasNederland, denk ik, een stuk armer en ook een stuk ongelukkiger.Mevrouw Rajkowski vroeg terecht naar een deel van de inzet als het gaatover de WTO-regels inzake subsidies. Dat gaat eigenlijk over een gelijkspeelveld, want dat zie ik als de vraag achter de vraag. Zo heb ik hem ookbegrepen. Ik denk dat het aanscherpen van de regels rondom industriëlesubsidies en het versterken van een industrieel gelijk speelveld al langeretijd een van de belangrijkere prioriteiten van Nederland in de WTO is. Datis al langere tijd zo; het is dus niet zo dat dit een nieuwe prioriteit zou zijnsinds het aantreden van dit kabinet. Dat betekent ook dat het onze inzet isom de regels – ik moet even spieken voor de afkortingen, als u het mijvergeeft – van de Agreement on Subsidies and Countervailing Measures,de ASCM, aan te scherpen, zoals mevrouw Rajkowski van de VVDvoorstelt. Heel kort gezegd: lk denk dat we die inzet delen.De heer Lohman zei iets over kunstmest. Daar heb ik in het begin iets overgezegd in de algemene context van de grote gevolgen daarvan, waaroverik met mevrouw Kröger van gedachten wisselde. Laat ik daar in algemenezin aan toevoegen dat uiteraard het afbouwen van risicovolle strategischeafhankelijkheden een heel belangrijke prioriteit is voor dit kabinet. Dat zijnmaatregelen die we nationaal én in EU-verband nemen, overigens ook losvan het WTO-kader. Maar ik denk dat we in zekere mate deWTO-hervormingen daar óók aan kunnen toevoegen. We proberen erdoor middel van WTO-afspraken ook aan bij te dragen dat de wereldwijdevoedselzekerheid toeneemt en dat internationale voedselmarktenbijvoorbeeld worden opengehouden. We zetten ook in op het vergrotenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339018 van transparantie en het voorkomen van onnodige handelsbelemmerendemaatregelen rondom agrifoodgoederen. Dus ook dáár voel ik de inzet vanhet CDA en ik denk dat we die inzet absoluut aan boord hebben.Mevrouw Kröger vroeg naar het gevaar van dubbele standaarden. Ik vathet even samen, zodat ik zeker weet dat ik haar goed begrijp: ontwikke-lingslanden mogen geen industriepolitiek voeren, maar nu doen deVerenigde Staten en andere landen dat wel, dus hoe eerlijk is dat? Inalgemene zin geldt dat wij, in lijn met wat mevrouw Kröger zegt, een vande belangrijkste pleitbezorgers zijn voor een goed functionerend eneerlijk, op regels gebaseerd, handelssysteem. Daarbij hebben wij, ook ditkabinet, nadrukkelijk oog voor de positie van het Globale Zuiden. Handelis in dat opzicht de motor van duurzame ontwikkeling. Het is essentieeldat al die landen ook kunnen meedraaien in het handelssysteem. In debreedte is de inzet er dus op gericht dat ook de belangen van het GlobaleZuiden binnen het multilaterale handelssysteem, binnen het WTO, goedworden behartigd. Dat doen we ook door soms, waar nodig, uitzonde-ringen voor deze landen toe te staan. Mevrouw Kröger haalt een aantalheel specifieke voorbeelden aan waarbij dat niet is gebeurd, maar wijvragen ook aandacht voor mogelijkheden waar dat wél zou kunnen.Ik begreep de heer Hoogeveen zo – het lijkt een beetje op het debatje datik met zijn collega Van den Berg had in het commissiedebat Klimaat – dathij het overgrote deel van de kabinetsinzet hier kan steunen, maar dat hijvragen stelde bij de link met klimaat, milieu en dat soort zaken. In mijngesprek toen met de heer Van den Berg heb ik geprobeerd toch ook diebrug te slaan – en ik ga dat nog een keer proberen te doen. Daarna wasuw collega nog weer een stuk milder voor mij, dus ik ga kijken of me datbij u ook lukt. Ik snap dat JA21 wat kritischer staat tegenover sommigeklimaatdoelstellingen en zich afvraagt of het mogelijk is om die klimaat-doelstellingen met Nederlandse en Europese inzet te halen.Tegelijk denk ik dat dit in het belang is van het Nederlandse bedrijfslevenin algemene zin. Een derde van onze welvaart is afhankelijk van handel.Een derde is dus simpelweg afhankelijk van ketens die, zoals de heerLohman heel treffend zei, zich wereldwijd uitstrekken en die ontzettendgevoelig zijn voor verstoringen. Dat hebben we nu weer gezien bij deStraat van Hormuz, maar we hebben het eerder ook al gezien bij coronaen allerlei andere zaken. Maar laten we heel reëel zijn: een van de zakendie onwaarschijnlijk verstorend kunnen zijn, zijn de gevolgen vanklimaatverandering. U denkt misschien in eerste instantie niet aan klimaatbij dit soort zaken, maar ik denk dat als je het niet wilt doen voor onszelf,het welzijn van de planeet of het welzijn van onze kinderen, het ookbedrijfsmatig zin heeft om het wél te doen.Voorzitter. Mevrouw Kröger heeft gevraagd hoe kritisch er nou wordtgekeken naar de negatieve impact van Europese handel, zoals mijnbouw.Mevrouw Kröger heeft volgens mij ook in de kaderinstructie gezien dathet de inzet van Nederland is om duurzaamheid te integreren in dehandelsdiscussie binnen de WTO. We willen ervoor zorgen dat er binnenhet WTO-recht voldoende ruimte is voor maatregelen met legitiemebeleidsdoelen, terwijl voorkomen wordt dat landen protectionistischbeleid zullen voeren. Ik weet niet hoe succesvol we zullen zijn. Hoesuccesvol zijn we op dit moment? Ik denk dat we dat allemaal met onzeeigen ogen kunnen zien. We zullen moeten proberen om succesvoller tezijn.De heer Bamenga had het over het grote belang van verdere plurilateraleinitiatieven binnen de WTO. Net als mevrouw Kröger had hij het over hetbelang van de betere integratie van milieu- en klimaatvraagstukken. Datonderschrijft het kabinet.Dan kom ik op de vraag van mevrouw Rajkowski overe-commerceheffingen. Ik kijk heel even naar haar om te zien of ik haarvraag daarover afdoende heb beantwoord. Ja, dat is het geval.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339019 Dan was er nog een vraag van onder anderen mevrouw Rajkowski en ikdacht de heer Lohman over het herstel van het beroepsorgaan. Volgensmij blijft het herstel en de hervorming van een volledig en bindendWTO-geschillenbeslechtingssysteem, inclusief herstel van het beroeps-orgaan, een doelstelling van Nederland binnen de WTO. Ik zei net datoptimisme een plicht is. Ik ben er echt wel optimistisch over dat we hiermet een stevige inzet, met een stevige Europese middenmachtinzet,naartoe gaan. Tegelijkertijd is er de aanhoudende blokkade van de VS opdit dossier.Ik zou mijn hypotheek er niet op inzetten dat we op dit vlak iets gaanbereiken tijdens deze WTO, maar dat is wel de inzet. We gaan ervoor,maar ik zit hier meer aan de realistische dan aan de optimistische kant,vrees ik. Ik deel de inzet van de VVD en het CDA hierop echter volkomen.Voorzitter. Dan het blokje Verenigde Staten. Dat is natuurlijk echt eenbelangrijk blok. Ik snap de vragen en zorgen van de leden hier. Inalgemene zin is onze relatie met de Verenigde Staten van heel grootbelang; veiligheidstechnisch, economisch en ook op het gebied vannormen. Die relatie staat onder druk. Dat is verder geen verrassing.Ik ga in op een aantal specifieke vragen. Dat zijn heel belangrijke vragen.Ze gaan allemaal over tarieven ... Nee, dat is niet het juiste Nederlandsewoord. Ze gaan over heffingen. Sorry, het kan alle twee, maar «tarief» ishier eigenlijk niet goed. Maar goed, de vragen gaan over heffingen en hetAmerikaanse Section 301-onderzoek naar de structurele overcapaciteit enhoe die kan leiden tot aanvullende tarieven. Voor een deel delen wemisschien de zorgen van de Verenigde Staten over de structureleovercapaciteit. Ik noemde in mijn inleiding een land dat ook voorstructurele overcapaciteit zorgt, wat ons economische zorgen baart.Ik denk dat wij een heel andere interpretatie hebben over de bronnen vanovercapaciteit. Wij zien de Europese Unie niet als een bron van overcapa-citeit. Wij zien onszelf als een open markt met transparant beleid en alseen partner bij het aanpakken van mondiale verstoringen. Wij denken datdie verstoringen het best kunnen worden aangepakt in goed partner-schap, zoals in principe ook tot uitdrukking kwam in de gemeenschappe-lijke EU-VS-verklaring.Kan dit nou leiden tot aanvullende tarieven? Ik aarzel heel erg om eenglazen bol op tafel zetten en in bloed tekenen wat ik denk dat er gaatgebeuren. Ik kan binnen de vertrouwelijkheid van deze vier muren – het isnatuurlijk niet heel vertrouwelijk, maar ik vraag de vertegenwoordigersvan de pers om even hun oren dicht te houden – wel zeggen of delen datwe op bilateraal niveau en op het niveau van de Europese Commissie welgeruststellende signalen ontvangen, namelijk dat de VS gecommitteerdblijven aan de afspraken van Schotland.Ik weet niet of je daar volledig op moet vertrouwen. Ik denk dat contro-leren hier beter is, als ik eerlijk ben. Zeker als de onderzoeken waarnaarwerd gevraagd, toch resulteren in heffingen die hoger zijn dan hetafgesproken niveau, dan zullen we de VS daar in EU-verband op moetenaanspreken en de nodige stappen moeten zetten om het Europese belangte verdedigen. Dat is meteen ook een antwoord op de vraag van mevrouwKröger.Mevrouw Kröger vroeg ook hoe de Minister de Turnberrydeal met de VSziet, ook in het licht van recente ontwikkelingen. Ik denk dat het evident isdat het kabinet echt ontevreden is met de voortdurende onzekerheid dievoortkomt uit het Amerikaanse handelsbeleid. Dat heeft heel vergaandegevolgen voor het bedrijfsleven, niet alleen in Nederland en Europa, maarook gewoon in de Verenigde Staten zelf. Wat ons betreft hadden dieheffingen er natuurlijk niet hoeven zijn. Laat dat gewoon evident zijn.Tegelijkertijd zullen we met de Verenigde Staten verder moeten. Ze zijneen handelspartner. Daarom denk ik ook dat het van ongelofelijk belang isdat wij onze collega’s in Washington houden aan de deal die we hebbengesloten. Een deal is een deal. Dat betekent dat zij zich aan de afsprakenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339020 moeten houden en wij overigens ook. Dat is een voorspelbaarheid die erhopelijk toe kan leiden dat de onvoorspelbaarheid in die relatie langzaamwordt teruggedrongen. Zoals ik al zei, mochten we toch signalen krijgendat het anders ligt, dan zullen we op Europees niveau moeten bekijkenwelke stappen te nemen.Dat is overigens ook een antwoord op de vragen van de heer Bamenga.Volgens mij geïnspireerd door de discussie die zich nu in het EuropeesParlement afspeelt, waarbij deze deal nog een keer is gewogen en er isgekeken naar diverse clausules, vroeg de heer Bamenga hoe het kabinetde sunrise-clausule beoordeelt, zodat de deal pas ingaat als de VS zichopenlijk, aantoonbaar committeren. Wij delen met het EuropeseParlement de zorgen over de volatiliteit van het Europese handelsbeleid.Tegelijkertijd moeten we proberen ervoor te zorgen dat de focus blijft op«een deal is een deal». Dat zei ik net ook al.De uitvoering van die deal moet nu gaan plaatsvinden. Ik denk dat wijdaar onze beleving over hebben. Dat proefde ik in de vragen vanmevrouw Kröger en ik snap dat ook goed. Tegelijkertijd denk ik dat hetgoed is om te weten dat er aan Amerikaanse zijde ook een beleving is. Diebeleving is dat de VS zich tot nu toe beter aan de deal heeft gehouden danwij. Of dat in onze beleving op hetzelfde niveau wordt ingeschat, laat ikmaar even aan de goede verstaander, maar het is belangrijk om dierealiteit mee te nemen. Als ik de positie van het Europees Parlement maginterpreteren, dan klinkt daar in door dat wij een betrouwbare bondgenootwillen zijn, maar dat we ook wel wat mogelijkheden hebben ingebouwdom op de rem te staan om ervoor te zorgen dat we, mocht er vanAmerikaanse zijde toch iets gebeuren, toch nog mogelijkheden hebbenom iets te doen.Dat waren de vragen over de VS. Ik kijk even of daar nog aanvullendepunten over zijn.De voorzitter:Ik zie een interruptie van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik probeer dit te snappen. De Minister heeft het over «een deal is eendeal» en dat we een betrouwbare bondgenoot moeten zijn. Alleen is erwel nogal wat gebeurd sinds die deal is gesloten, zoals de dreigementenrichting de Spaanse premier over handelstarieven en alles wat er nog isgebeurd op het gebied van handel, nog los van al het andere. In hoeverrezorgt dat ervoor dat enige voorzichtigheid en terughoudendheid van onzekant toch wel heel logisch zou zijn?Minister Sjoerdsma:Die nogal onverkwikkelijke ontwikkelingen zijn het kabinet en mijzelfnatuurlijk niet ontgaan. Ik snap goed wat mevrouw Kröger zegt als hetgaat over voorzichtigheid en terughoudendheid. Ik proef die ook wel in deopstelling van het Europees Parlement en ook bij onszelf. U hoort mij heelduidelijk zeggen: vertrouwen op de blauwe ogen is er op dit moment nietbij. We zullen er echt voor moeten zorgen dat de afspraken op het gebiedvan handel en ook breder worden nageleefd.Ik kijk even of ik hier nog andere vragen over heb, maar volgens mij niet.De voorzitter:Ik kijk nog even rond. Volgens mij is er een vervolgvraag van mevrouwKröger. Dat is haar laatste vraag.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dat realiseer ik me. De vraag is natuurlijk met welk handelen je het meesteleverage hebt op het moment dat degene met wie je onderhandelt zoonvoorspelbaar is en op zo veel manieren de grenzen opzoekt. Dat hoor ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339021 de Minister ook erkennen. Dan is de vraag of het snel vastzetten van dithandelsverdrag je de beste leverage geeft of juist niet. Ik snap eigenlijkniet dat na alles wat er gebeurd is, inclusief een juridische uitspraak in deVS die de juridische houdbaarheid van de afspraken toch wel ter discussiestelt, onze houding eigenlijk is: een deal is een deal en het is in our bestinterest om dit zo snel mogelijk vast te leggen.Minister Sjoerdsma:Ik snap dat in heel veel opzichten heel goed; laat ik daar duidelijk over zijn.Tegelijkertijd denk ik dat de kabinetsinzet zoals ik die beschrijf wel echtovereenkomt met hoe vrijwel alle Europese lidstaten hier op dit momentover denken. Die raakt eigenlijk, misschien meer dan mevrouw Kröger nudenkt, best goed aan wat zij zegt, namelijk: we doen het stap voor stap,maar niet onomkeerbaar, en als er toch onverhoeds stappen wordengenomen aan de overkant van de Atlantische Oceaan, dan zal ook weerworden bezien welke stappen wij moeten nemen. Maar de eerste stap nuis om te proberen enige mate van voorspelbaarheid terug te krijgen in derelatie, ook om te voorkomen – dat zeg ik toch maar even nadrukkelijk; ditis dan even beperkt tot het handelsperspectief – dat de Europese Uniedoor de gevolgen van deze acties van de Verenigde Staten wereldwijd aanconcurrentiekracht inboet ten opzichte van andere blokken. Dat is eengevaar dat ik hier zie.De heer Lohman (CDA):Ik heb mijn interruptie over de WTO eigenlijk bewaard voor nu, maar ikhaak ze even aan elkaar, ook omdat de Verenigde Staten op dit momenteigenlijk overal mee te maken hebben. Mijn vraag ging over het volgende.Het doet mij deugd dat er goed nagedacht wordt over voedselzekerheiden kunstmest. De situatie roept de volgende vraag op. Op de korte termijnzijn er wellicht al problemen op het gebied van voedselzekerheid in deregio. Dat soort signalen krijgen we ook van bedrijven die bijvoorbeeldactief zijn in de zadenindustrie. Is dat iets waar de Nederlandse overheidsamen met Nederlandse bedrijven misschien op de korte termijn iets aanzou kunnen gaan doen? Dat is de eerste vraag. De tweede vraag luidt alsvolgt. Het lijkt erop dat het conflict weleens lang zou kunnen gaan duren.Wordt er nagedacht over wat een langetermijnverstoring van onderandere de Straat van Hormuz voor de voedselzekerheid zou kunnen gaanbetekenen?Minister Sjoerdsma:Dit zijn natuurlijk uitstekende vragen en tegelijkertijd zijn het niet demakkelijkste vragen. Ik begin met de gevolgen. Ik heb die ook geprobeerdte schetsen in mijn introductie. De gevolgen die we in de regio zien, zijnnatuurlijk heel breed. Ik noemde zelf al de humanitaire gevolgen. Ik noemde handelsgevolgen. Het is inderdaad zo – dat zegt de heer Lohmanterecht – dat als de containerstroom in de war loopt, het conflict danrelatief kort kan duren, maar de gevolgen nog maanden voelbaar zijn. Datzijn dan nog de «lichte logistieke gevolgen» en niet de enorme gevolgendie het feit dat sommige goederen niet meer aankomen, niet op tijdaankomen of op de verkeerde plek aankomen met zich meebrengt.Daarom is de Nederlandse inzet er ook in algemene zin op gericht om ditconflict zo snel mogelijk te de-escaleren en het liefst helemaal uit dewereld te helpen. We kunnen het namelijk hebben over het zo goedmogelijk wegnemen van de gevolgen van de eerste en de tweede orde,maar de kern is natuurlijk dat de bron van het probleem moet wordenopgelost. Dat is het conflict daar en het oplossen daarvan is de inzet vanhet Nederlands kabinet. Tegelijkertijd ontslaat ons dat er inderdaad nietvan goed te kijken naar die effecten. Dat doen we, zeg ik met een anderepet op, natuurlijk door humanitaire hulp te bieden. Nederland is een vande eerste landen die, via de Dutch Relief Alliance en het NederlandseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339022 Rode Kruis, hulp hebben geboden. Dat is een ongelofelijk goed samen-werkingsverband, waarin op Champions Leagueniveau noodhulp wordtgeboden in moeilijke situaties, maar dat zal niet voldoende zijn. Ik sprakgisteren met de Eurocommissaris die gaat over noodhulp. Ik sprak methaar over hoe belangrijk het is om voorbij morgen of volgende week tekijken. Het liefst kijk je naar volgende maand en naar wat er dan door deEuropese Commissie van de Europese lidstaten wordt gevraagd. Dat isdenk ik een stuk meer dan wat we nu doen.De voorzitter:Ik zie verder geen andere interruptie. De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Sjoerdsma:Dank, voorzitter. Dan komen we bij het blokje overig, dat alleen maar zoheet omdat er nog een aantal vragen in zaten die ik niet kon categori-seren. De heer Hoogeveen had het over de reis van vdL – nee, ik bedoeluiteraard niet het bedrijf, hoewel dat ook mooi zou zijn, maar van Ursulavon der Leyen – naar Australië. De onderhandelingen met Australië zijnvolgens mij in 2025 hervat, nadat ze jaren hebben stilgelegen. Ik denk datmet het bezoek van Von der Leyen het moment nadert dat deze onderhan-delingen de laatste fase ingaan.Het kabinet denkt dat het sluiten van dit akkoord echt een heel belangrijken positief signaal zal afgeven in onze samenwerking, maar ook eengezamenlijk vertrouwen in het internationale handelssysteem laat zien. Ikdenk dat het ook een strategische kans biedt – sommige van uw ledenspraken er al over – om in deze uitdagende tijd onze export wat diverser temaken, maar ook om onze afhankelijkheden af te bouwen. Australië isdaarin natuurlijk echt een cruciaal land. Er zijn vaak zorgen, zeker nietaltijd onterecht, over wat dit soort akkoorden betekenen voor de Neder-landse landbouwsector. Als kabinet zetten wij ons in Brussel ervoor in dater rekening wordt gehouden met wat die akkoorden zeker voor gevoeligeproductgroepen als rundvlees en suiker betekenen.De heer Bamenga vroeg nog naar de stand van zaken met betrekking tothet handelsverbod met illegale nederzettingen. Laat ik heel helder zijn: hetkabinet deelt uiteraard de grote, grote zorgen over de illegale nederzet-tingen in de bezette Palestijnse gebieden. U weet ook dat het kabinetwerkt aan een nationale handelspolitieke maatregel tegen producten uitde onrechtmatige nederzettingen. Dat is bij hoge uitzondering, maar zeernodig. Ik kan tegen de heer Bamenga zeggen dat de wetgevings- enuitvoeringstoetsen momenteel in afronding zijn. We zetten er dus serieuzehaast achter, maar ik durf de heer Bamenga hier niet te zeggen wanneerdie toetsen helemaal afgelopen zijn. U kunt ervan op aan dat daar drukachter zit.Mevrouw Kröger vroeg niet helemaal hetzelfde, maar we blijven wel inhetzelfde deel van de wereld. Zij vroeg om de aangenomen motie, overhet opschorten van het handelsdeel van het associatieverdrag met Israël,uit te voeren. We hebben dit het meest recentelijk nog gedaan op23 februari, indachtig de motie-Piri. We hebben toen benadrukt dat deontwikkelingen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, als gevolg vanIsraëlisch handelen, het mogelijk kunnen maken om de door decommissie voorgestelde maatregelen in het kader van artikel 2 van hetEU-Israël-associatieakkoord opnieuw te agenderen. Tegelijkertijd hoop ik –nee, weet ik – dat mevrouw Kröger weet hoe ingewikkeld het krachtenveldin de Europese Unie soms is en wat de uitdagingen in de besluitvormingzijn. Ik hoop dat zij weet dat wij haar aansporingen hebben gehoord, maarik hoop dat wij die niet nodig hebben. De Europese besluitvorming hierinis niet altijd even makkelijk.Tot slot. De laatste vraag gaat over kunstmest. Die heb ik eigenlijk albeantwoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339023 Voorzitter. Ik ben aan het einde gekomen van mijn beantwoording in deeerste termijn.De voorzitter:Oké. Ik kijk nog even rond. Ik zie dat in ieder geval de heer Hoogeveen nogeen vraag wil stellen.De heer Hoogeveen (JA21):Ik bewaarde mijn interruptie even tot het laatst, want ik kon die niet echtgoed in een blokje plaatsen. Zij heeft wel te maken met de Wereldhandels-organisatie. Al een aantal keren is gezegd dat die is gebaseerd op eenouder systeem uit de jaren negentig. Toen gingen we er eigenlijk van uitdat het om vrije markten zou gaan en wat minder om de zogehetenstaatskapitalistische markten. Bij de inzet in Europees verband proberenwe ons daartoe te verhouden.Landen zoals China zitten juist aan de andere kant van de medaille:verborgen subsidies, verborgen staatssteun, industriële overcapaciteit.We moeten daarom niet alleen in WTO-verband, maar ook in Europeesverband nagaan hoe we een dialoog kunnen openen met de Volksrepu-bliek China, juist om die zaken aan te kaarten. In het verleden hebben wenatuurlijk al het EU-China Comprehensive Agreement on Investmentgehad. Dat is on hold gezet. Ik vroeg mij af wat de inzet van het kabinet isten aanzien van het handelsbeleid van China, en dan voornamelijk inEuropees verband.Minister Sjoerdsma:Deze vragen van de heer Hoogeveen zijn, denk ik, wel heel belangrijk. DeKamer is, denk ik, goed bekend met de drieslag die niet alleen door ditkabinet, maar ook door voorgaande kabinetten werd gehanteerd.Laat ik beginnen met het kansendeel. Als er kansen zijn om met China opte trekken op het vlak van mondiale uitdagingen zoals uitdagingen op hetgebied van klimaat en gezondheid, dan zullen we die moeten grijpen,want we kunnen simpelweg niet om sommige landen heen werken.Tegelijkertijd zijn de economische relatie en de handelsrelatie met Chinacomplex – de heer Hoogeveen raakte daar ook aan. Die worden intoenemende mate gekenmerkt door concurrentie en rivaliteit, maar ookdoor veiligheidsrisico’s.Het vinden van de balans is dus echt wel ingewikkeld. Aan de ene kant iser de bescherming en de promotie van het Nederlandse en Europeseverdienvermogen. Aan de andere kant is het desbetreffende speelveld nietzoals wij het graag zouden zien en hebben wij misschien ook niet deverwachting dat dit heel snel verandert. Afgaand op de gesprekken die ikheb gevoerd met mijn Europese partners, denk ik dat die zorgen zeerbreed worden gedeeld.Ik acht het wel van belang dat wij proberen om in een zo open mogelijkedialoog met China deze handelsspanningen aan te kaarten en onzebelangen te verdedigen. Dat vergt soms een wat principiële, stevigeaanpak en soms een wat flexibeler aanpak, maar in deze wereld vergt datbovenal dat de Europese Unie en de Europese lidstaten bij elkaar blijvenen dat gezamenlijk doen. Dat hebben wij in Nederland ook bij anderezaken, omtrent sommige bedrijven, wel gemerkt.De voorzitter:Ik zie dat de heer Hoogeveen een vervolgvraag heeft.De heer Hoogeveen (JA21):Ik denk dat dat goed is. Ik denk dat het juist goed is om dat gezamenlijk tedoen, ook gezien de kracht van de Europese interne markt, maar ik vroegspecifiek naar de Nederlandse inzet om dat in Europees verband na testreven. We zien in China nu toch wel enige economische slowdown; deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339024 vergrijzing komt eraan en de interne consumptie is er zwak. China heeftons dus ook nodig. De manier waarop zij nu handeldrijven, drijft onsalleen maar steeds verder uit elkaar. Mijn vraag is: wat is de inzet van hetNederlandse kabinet in Europees verband om juist toe te werken naaropeningen voor een meer gelijkwaardige handelsrelatie?Minister Sjoerdsma:Deze vraag begrijp ik ook goed, maar in alle eerlijkheid moet ik zeggen dathet niet de meest makkelijke vraag is. Het is ook een vraag die ik niethelemaal in de openbaarheid kan beantwoorden, maar misschien welvoor een deel. De heer Hoogeveen heeft gelijk: dit zijn onderwerpen die inEuropees verband spelen, maar het zijn ook onderwerpen die ik zelf zalmeenemen naar mijn gesprek met mijn Chinese counterpart in Yaoundé.Uiteraard zullen andere lidstaten dat ook doen.Laat ik er gewoon één element uit pakken; ik denk dat dat het beste is. Eenvan de meest zorgwekkende dingen is de toenemende bereidheid vanuitChinese zijde om afhankelijkheden in te zetten om hun zin te krijgen endus feitelijk als economisch wapen te gebruiken. Dat kan je doen. Dat isniet waar wij op zitten te wachten en niet wat het economische systeemverder helpt. Het brengt heel veel schade met zich mee. Ik denk dat hetuiteindelijke wederzijdse schade is. Als het te vaak gebeurt, gaaneconomieën op een gegeven moment uit elkaar groeien en worden deafhankelijkheden tussen die economieën kleiner. Dan keer je van elkaar af.Ik vraag me af of dat in China’s belang is. Ik heb niet meteen al te hogeverwachtingen van een eerste gesprek of ontmoeting, maar dat zijn onderandere de boodschappen die ik zou willen overbrengen.De voorzitter:Dank voor de reactie. Ik kijk even of alle vragen beantwoord zijn. Ik weet inieder geval dat er één vraag van de heer Bamenga nog niet is beant-woord. Die gaat over Sudan en het Grote Merengebied. Misschien kan deMinister daarop ingaan?Minister Sjoerdsma:Mijn excuses aan de heer Bamenga, zeg ik via de voorzitter. Ik moet evengraven. Als ik het goed heb begrepen, heeft de Minister van BuitenlandseZaken, of in ieder geval de vorige Minister van Buitenlandse Zaken, detoezegging gedaan om dit op te brengen bij de Europese Raad Buiten-landse Zaken. Ik denk dat die intentie er vast nog is. In alle eerlijkheid weetik niet helemaal of de RBZ Handel daar het beste platform voor is. Als ikde heer Bamenga zo mag begrijpen dat het gaat om de Raad BuitenlandseZaken, dan staat het vredesproces wat betreft Sudan en het GroteMerengebied absoluut zeer helder op ons netvlies.De voorzitter:Oké, dank u wel. Volgens mij was het een toezegging van de Staatssecre-taris van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Ik denk dat het duseen beetje onduidelijk is waar precies op het Europees niveau ditbesproken moet worden.Minister Sjoerdsma:Dat klopt. De heer Bamenga was bij dat debat en ikzelf niet, dus ik moetzeer zorgvuldig zijn met het hem corrigeren. Het was een toezegging vanmijn voorganger om dat met de Minister van Buitenlandse Zaken voorons op te pakken. Ik kan de heer Bamenga geruststellen: die toezegging isniet verloren gegaan in de overgang naar een nieuw kabinet.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339025 Dank u wel. Dat was het dan voor de eerste termijn vanuit de Minister. Ikstel voor om meteen door te gaan naar de tweede termijn vanuit deKamer. Ik geef de heer Hoogeveen het woord.De heer Hoogeveen (JA21):Dank, voorzitter. Ik heb eigenlijk niet zo heel veel meer toe te voegen. Ikdenk dat het de Minister een beetje prikkelde toen het ging over de zin enonzin van klimaatbeleid in handelsbeleid. Ik liet die even aan mijvoorbijgaan. Ik had daar ook al een debatje met collega Kröger overgehad. Mij rest te zeggen: veel succes en dank voor de heldere beant-woording. Ook wens ik de collega’s die zullen afreizen veel succes. Ikmocht zelf niet mee, maar mijn vrouw is daar nog altijd erg dankbaarvoor!(Hilariteit)De heer Hoogeveen (JA21):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Hoogeveen. Ik ga nu naar mevrouw Rajkowski.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Heel kort: dank voor de antwoorden. Er staan bij mij geenpunten open.De voorzitter:Dan ga ik nu naar de heer Lohman.De heer Lohman (CDA):Voor mij geldt hetzelfde. Dank voor de uitgebreide beantwoording. Ik benmet name blij dat voedselzekerheid de aandacht heeft. Ik heb geenverdere vragen meer.De voorzitter:Dan ga ik nu naar mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik had een vooraankondiging gedaan voor eentweeminutendebat. Ik wil dat hierbij graag aankondigen. Ook dank voorde beantwoording. Ik heb wel echt zorgen over hoe we wat betreft deWTO ervoor gaan zorgen dat de handelsregels het mogelijk maken dat detransitie daadwerkelijk verder wordt aangejaagd. Daarvoor is het ooknodig dat landen bijvoorbeeld zeggen: oké, wij gaan nikkel in ons eigenland verwerken. De Minister had het over uitzonderingen. Ik vraag me afof het om uitzonderingen gaat of juist meer over hoe je echt kijkt naar derol van de WTO.Ik maak me eigenlijk ook wel zorgen over of de positie van opkomendeeconomieën in het Globale Zuiden echt geborgd is en over hoe Nederlandzich daarvoor in gaat zetten. Ik heb daarom ook nog een vraag. Er is opeen gegeven moment afgesproken dat er op nieuwe beleidsterreinen eenontwikkelingstoets gedaan wordt. Ik ben benieuwd of het kabinetvoornemens is dat ook te doen voor het werkprogramma voor dehervorming van de WTO, of dat het dat wellicht al gedaan heeft. Kan deKamer dat dan ontvangen?Voorzitter. Tot slot over het handelsakkoord met de VS. Ik hoor de Ministerzeggen: een deal is een deal. Ik vind dat eigenlijk bijna een beetje naïefklinken. Het gaat namelijk om een deal met een partij die zich consequentniet aan de afspraken en de internationale orde houdt. In hoeverre is hetdan reëel? Is het niet veel reëler om te zeggen dat het vastklinken van dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339026 afspraken op dit moment niet in ons belang is, en om juist te kijken hoedeze situatie zich verder ontwikkelt?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Er is een interruptie van mevrouw Rajkowski.Mevrouw Rajkowski (VVD):Het is eigenlijk een vraag. Het is natuurlijk uw goed recht om eentweeminutendebat aan te vragen. Ook om mezelf voor te kunnenbereiden, vraag ik: wat is het heikele punt dat nog besproken moetworden?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dat gaat met name om hoe wij zorgen dat we de WTO daadwerkelijkinzetten om de klimaattransitie verder te brengen.De voorzitter:Dat was dan de bijdrage van mevrouw Kröger. Ik heb zelf geen bijdragevoor de tweede termijn, dus ik wil naar de Minister gaan voor zijn tweedetermijn. Hoelang heeft de Minister nodig?Minister Sjoerdsma:We gaan beantwoorden.De voorzitter:Dan gaan we meteen door.Minister Sjoerdsma:Dank aan uw leden, niet alleen voor de gestelde vragen en de getoondeinteresse, maar ook voor de steun die het kabinet van links tot rechts voeltvoor de inzet die wij meenemen naar deze WTO-conferentie en voor hetbredere handelsbeleid.Ik heb nog twee vragen van mevrouw Kröger. Over de ontwikkelingstoetsgaan we nu onderhandelen en kijken of we ergens toe komen. Mochtenwe komen tot regels, dan gaan we die ontwikkelingstoets natuurlijk vanstal halen. Het zou nu een beetje vroegtijdig zijn om dat te doen. Mochtenwe dus daadwerkelijk succesvol zijn, dan kijk ik zeer uit naar de ontwikke-lingstoets en dan gaan we die met veel plezier doen. We moeten dan welaan de optimistische kant van de inzet blijven.Ik heb ook de zorgen van mevrouw Kröger over het Globale Zuiden enhoe we hen aan boord kunnen houden goed gehoord. Dat zijn zorgen dieik misschien nog wel breder deel. Als de voorzitter mij een klein zijpaadjetoestaat, kan ik het volgende zeggen. Afgelopen week in New Yorkproefde ik het risico dat er zich een splitsing voordoet. Met het belang vande ontwikkeling van het Globale Zuiden aan de ene kant, en dat van delanden die ons ook dierbaar zijn aan de andere kant. Ik zie de risico’s daardus ook.Dan over het handelsakkoord met de VS. In alle eerlijkheid denk ik dat hetmeest realistische om te doen datgene is wat de Commissie, vrijwel alleEuropese lidstaten en het Nederlandse kabinet nu voorstellen. Dat isnamelijk om de VS aan deze deal te houden. Ik heb gemeld dat er welsignalen zijn dat dat ook de intentie is. Maar ik heb mevrouw Kröger goedverstaan, en ik kan haar vertellen dat het kabinet ook zo in de wedstrijd zit:vertrouwen is goed, controle is beter. We moeten altijd de opties en degelegenheid openhouden om weer stappen terug te zetten en even goedte bezien of we nog op de juiste weg zijn. Het liefst waren we helemaalniet in een situatie beland waarin er dit soort heffingen zijn. Maar nu we erwel zijn, lijkt dit toch de beste strategie op de korte termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339027 Dan helemaal tot slot. Ik weet niet of ik mevrouw Rajkowski nog zie, maarik wens haar heel veel succes, sterkte en plezier met het aankomendeverlof. Wij kijken er zeer naar uit om haar na de zomer weer terug teverwelkomen.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Toch even heel specifiek. Het is duidelijk dat wij hierin een andere positiehebben dan het kabinet. Ik hoor de Minister de mogelijkheid schetsen omstappen terug te zetten. Dit is een eenzijdig verdrag. Het is een verdragwaarvoor de Verenigde Staten heel duidelijk de terms hebben gesteld.Sindsdien is er nogal wat gebeurd. Wat zou maken dat Nederland hetbelangrijk vindt om te zeggen: dit is een moment om toch weer stappenterug te zetten? Waar doelt de Minister dan op?Minister Sjoerdsma:Ik weet ook niet of het verstandig is ons helemaal in de kaart te latenkijken. Dat doet de andere kant van de oceaan ook niet voortdurend. Maarik denk dat het evident is welk gevaar mevrouw Kröger, een deel van deKamer en het kabinet zien. Een deal is een deal. Als de onderzoeken dienu gaande zijn, lijken te bewegen naar iets anders dan die deal, betekentdat natuurlijk ook iets voor onze positie. Dat is echt evident, denk ik. Maarik wil niet de verschillende stappen en tussenstappen waar je dan aankunt denken, helemaal uitspitten. Ik hoop het volgende. Misschien is hoopnaïef. Ooit werd tegen een Amerikaanse presidentskandidaat gezegd:«Hope is not a form of policy.» Tegelijkertijd denk ik dat nu hieraanvasthouden de gelegenheid biedt om gesprekken te voeren met de VS omer bijvoorbeeld voor te zorgen dat we op het gebied van staal enaluminiumderivaten de situatie kunnen verbeteren. Als dat gebeurt, zou jemisschien – nogmaals, hoop is gevaarlijk – in een positievere spiraalterecht kunnen komen dan die waarin we nu zitten. Daarbij helpt het welom wat eerste stappen te zetten, zoals je hebt beloofd. Maar nogmaals,we zijn waakzaam en blijven realistisch.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Tot slot op dit punt. De Minister schetst dat hij de eerste stappen wil zettendie zijn beloofd. Wordt het gedrag van de VS dat we in de afgelopenmaanden hebben gezien, sinds de Turnberrydeal is gesloten, doorNederland gezien alsof zij de stappen zetten die zijn beloofd?Minister Sjoerdsma:Het moge evident zijn dat voor het Nederlandse bedrijfsleven zekerheid,voorspelbaarheid en eenduidigheid van cruciaal belang zijn. Hebben wedat de afgelopen maanden naar volle tevredenheid gezien? Ik denk nietdat dat het geval is, maar dat zal niemand verbazen. Onze inzet moet zijnom weer terug te gaan naar een situatie waarin er wel toch enige matevan voorspelbaarheid is, ook al willen wij de heffingen niet. Ik ben het metmevrouw Kröger eens: afgaand op het verleden moet je misschien niet deverwachting hebben dat de toekomst heel veel goeds gaat brengen.Tegelijkertijd zijn er signalen, waar wij ons aan vast kunnen en moetenhouden, dat een deal met de Verenigde Staten een deal kan blijven. Alsdat zo is, is dat voor Nederland en de Europese Unie van groot belang.Dat is voor onze onderlinge concurrentiepositie in deze wereld, EuropeseUnie versus andere blokken, essentieel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties meer van de leden. Dan wil ik inieder geval aangeven dat er een tweeminutendebat is aangevraagd doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339028 mevrouw Kröger. Dat zal definitief doorgaan en staat gepland om16.35 uur, plenair. Verder wil ik de Minister bedanken voor alle reacties. Ikwil de Kamerleden bedanken voor alle reacties, in het bijzonder de heerLohman, die voor de eerste keer zijn bijdrage kon doen. Dat was toch eensoort maidenspeech. Uiteraard wens ik mevrouw Rajkowski heel veelsucces. We zien haar uiteraard terug, helemaal gezond en wel. Ik wil demensen op de publieke tribune, de mensen thuis en de mensen onlinebedanken. Dan sluit ik bij dezen de vergadering.Sluiting 15.26 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 339029

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7657826d56ced066

14 okt 2026 · 468c0596b6c6e3b4

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.