Rapport over Voedselvoorraden in Nederland: voorbereid of verspilling?
Brontekst
Versie 969fab7f98ee319e · officiële bron31 532 Voedingsbeleid Nr. 312 Brief van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 18 september 2026 Met deze brief bied ik uw Kamer het rapport ‘Voedselvoorraden in Nederland: voorbereid of verspilling?’ aan. Het onderzoek is in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur uitgevoerd door Instituut Clingendael, mede naar aanleiding van de in juli 2025 door de Europese Commissie aangekondigde EU-voorradenstrategie[voetnoot 1] en de moties Idsingna[voetnoot 2], die in de vorige kabinetsperiode unaniem was aangenomen, en motie Omtzigt c.s.[voetnoot 3] Het rapport geeft inzicht in het vraagstuk of Nederland strategische voorraden voor voedsel- en landbouwproducten moet aanleggen. Het onderzoek concludeert dat ernstige verstoringen in de voedselketen, als gevolg van langdurige hevige regenval, een oorlogssituatie of een langdurige handelsverstoring, de voedselzekerheid in Nederland onder druk kunnen zetten. Voedsel bereikt dan niet altijd de juiste plek en essentiële landbouw- en voedselbenodigdheden afkomstig uit derde landen, zoals veevoeders (soja), plantaardige oliën en vetten (raap- en zonnebloemzaden), en vitaminen en aminozuren, kunnen schaars worden doordat bestaande commerciële voorraden snel op raken. Vanwege de interne markt worden intra-EU afhankelijkheden zoals die voor graan als weinig risicovol beschouwd. Hoewel Nederland en de Europese Unie (EU) voor veel voedselproducten zelfvoorzienend zijn, is er voor een aantal essentiële landbouwproducten en -inputs een afhankelijkheid van internationale invoer uit derde landen. Vervanging van deze producten is binnen het huidige EU-landbouwsysteem slechts beperkt en op langere termijn mogelijk. Daarom concludeert dit rapport dat strategische voorraden, nuttig en wenselijk zijn als onderdeel van een bredere (strategische) aanpak om de weerbaarheid van het voedselsysteem te vergroten. Op basis van drie scenarioworkshops en interviews is inzichtelijk gemaakt hoe kwetsbaarheden zich manifesteren tijdens de geanalyseerde scenario’s. In het geval van langdurige hevige regenval en de oorlogssituatie ontstaan er vooral problemen in de binnenlandse distributie en logistiek en in de toegang tot en benutting van voedsel. In het geval van de internationale handelsverstoring komt, op de middellange en lange termijn, de beschikbaarheid van specifieke voedselproducten in het geding. De onderzoekers doen op basis van deze scenario’s en kwetsbaarheden, de volgende drie aanbevelingen: Vergroot de beschikbare voedselvoorraad bij huishoudens (van de huidige drie) naar acht dagen, of bij supermarkten of distributiecentra om voorbereid te zijn op de acute fase van een crisis. Leg een voorraad raapzaadolie aan voor een periode van 18 maanden voor een langdurige leveringsonderbreking. De aanwezigheid van voorraden voor sojaschroot, aminozuren en vitamines voor 2 tot 3 maanden kan nuttig zijn om verstoring op middellange en langetermijn op te vangen. De onderzoekers geven aan dat de haalbaarheid van dit advies beperkt is vanwege het grote gebruik van soja in Nederland. De onderzoekers onderstrepen om naast strategische voorraadvorming ook oog te hebben voor andere maatregelen zoals handelsdiversificatie en exportbeperking. Het onderzoek van Clingendael benadrukt voor mij dat het vergroten van de weerbaarheid van onze voedselvoorziening van essentieel belang is. De veranderende geopolitieke situatie en klimaatverandering zorgen namelijk voor toenemende onzekerheid. Ik zet al concrete stappen om de weerbaarheid van onze voedselvoorziening te vergroten. Zo werk ik samen met sectorpartijen en andere relevante stakeholders aan het Landelijk Crisisplan Voedselzekerheid. Hierin maken wij afspraken over verantwoordelijkheden en maatregelen voor het geval een voedselzekerheidscrisis zich onverhoopt voordoet. Ik ben voornemens het Landelijk Crisplan Voedselzekerheid begin 2027 aan uw Kamer aan te bieden. Daarnaast zijn de Cyberbeveiligingswet en de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten 15 augustus jl. in werking getreden. Het ministerie van LVVN heeft voor deze wetten de beleidsverantwoordelijkheid voor de levensmiddelensector. Samen dragen deze wetten bij aan de digitale en fysieke bescherming van onze voedselvoorzieningsketen. Verder heb ik uw Kamer voor de zomer geïnformeerd over de aankomende Voedselzekerheidsagenda.[voetnoot 4] Deze is gericht op het versterken van de weerbaarheid van ons voedselsysteem in het licht van toenemende geopolitieke spanningen en klimaatverandering. De totstandkoming van deze agenda gebeurt in nauwe samenwerking met sectorpartijen binnen het voedselsysteem. Voor de Voedselzekerheidsagenda wil ik het advies over voorraadvorming bij supermarkten of distributiecentra verder verkennen. Ik zal hierover in gesprek gaan met de relevante partijen, waaronder de supermarktbranche, om te bezien wat de haalbaarheid en effectiviteit van een dergelijke maatregel is. Daarnaast is aanvullend onderzoek noodzakelijk, aangezien het advies van Clingendael niet nader ingaat op de wijze waarop voorraadvorming kan worden gerealiseerd. Daarom wordt, parallel aan het gesprek met de keten, aanvullend onderzoek gestart. Tot slot is een van de pijlers van de Voedselzekerheidsagenda het adresseren van strategische afhankelijkheden. De tweede en derde aanbeveling uit het rapport sluiten goed aan bij deze pijler. Bovendien is er ook een koppeling met het EU-actieplan voor het eiwitsysteem, waarover ik uw Kamer heb geïnformeerd middels een BNC-fiche.[voetnoot 5] Ik neem bij de verdere uitwerking van de maatregelen die onderdeel uitmaken van deze agenda de adviezen mee en leg deze naast andere potentiële maatregelen om het risico van deze afhankelijkheden te verminderen. Het rapport treft u als bijlage bij deze brief aan. De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens Kamerstukken II 2024/25, 22112, nr. 4163. Kamerstukken II 2024/25, 32852, nr. 333. Kamerstukken II 2024/25, 36 045, nr. 194. Kamerstuk 31532, nr. 310. BNC-fiche 11 september 2026, ‘Actieplan voor het EU-eiwitsysteem’, 2026Z18711.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.