KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie inzake Bezuiniging scenario's gehandicaptenzorg, inclusief reactie op de brief van de Vereniging Gehandicaptenzorg

9 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3a941415aae3a98c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 170GehandicaptenbeleidNr. 385 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 maart 2026De Kamer heeft mij gevraagd een aanvullende brief over de gehandicap-tenzorg te sturen, voorafgaand aan het wetgevingsoverleg (WGO)Gehandicaptenbeleid van 9 maart 2026.U heeft verzocht om in de aanvullende brief voor de maatregel«bestuurlijk akkoord Wlz/scheiden wonen zorg» uit het coalitieakkoord«Aan de slag» een aantal scenario’s te schetsen voor de verdeling van delagere beschikbare groeiruimte en daarbij in te gaan op de gevolgendaarvan voor de gehandicaptenzorg. Daarnaast vroeg u om een reactie opde brief van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) van5 maart jl.Voorwaarden voor wegingDe Kamer heeft mij opnieuw gevraagd een aantal scenario’s te schetsenvoor de verdeling van de beschikbare groeiruimte voor de Wlz over dedrie sectoren: ouderenzorg, gehandicaptenzorg en de langdurige ggz.Hoewel ik de vraag naar het schetsen van scenario’s begrijp zie ik eenaantal risico’s in het werken daarmee. Ik licht dat hierna nog toe.In mijn eerdere brief van 4 maart jl., waar deze brief een aanvulling op is,heb ik al wel een aantal voorwaarden geschetst. Deze voorwaarden wil ikbenutten in de weging om te komen tot een verdeling van de beschikbaregroeiruimte en uiteindelijk akkoorden die passen binnen de beschikbarebudgettaire kaders.Bij de verdeling van de beschikbare groeiruimte over de sectoren in deWlz kies ik ervoor om dit te doen met één voorstel dat ik technisch eninhoudelijk wil onderbouwen. Dit voorstel moet eerlijk en uitlegbaar zijnvoor alle drie sectoren in de Wlz en aansluiten bij de opgaven van de driesectoren en de transitie die daar nodig is. Naast elementen als demogra-fische ontwikkeling, historische ontwikkelingen in de uitgaven, dearbeidsmarkt en technologische ontwikkelingen, kijk ik daarbij ook naar de kst-24170-385ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 3851 mogelijkheden om passende zorg vorm te geven en de snelheid in detransformatie die een sector aankan.In de verdeling zoek ik ook enige ruimte om te investeren in de bewegingnaar de voorkant en passende zorg om de transitie mogelijk te maken. Deverdeling mag voorts niet leiden tot oplopende wachtlijsten of totoplopende druk op medewerkers in de zorg. Ook moeten de kwaliteit vanzorg en ondersteuning in de Wlz blijven voldoen aan het kwaliteitskompaszoals de sector dat heeft geformuleerd.Ik verwacht dat uw Kamer in het WGO Gehandicaptenbeleid zal reflec-teren op deze voorwaarden en mij aandachtspunten zal meegeven. Ik zaluw Kamer zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor de zomer,informeren over de verdeling en de onderbouwing daarvan.Dit betekent dat ik er niet voor kies te werken met scenario’s voor deverdeling. Het werken met scenario’s brengt namelijk risico’s met zichmee. Ieder scenario kent tenslotte «winnaars» en «verliezers», omdatverdeling van een vaste groeiruimte bij iets meer groeiruimte voor de enesector leidt tot iets minder groei voor de andere sector. Het presenterenvan scenario’s leidt dan gelijk tot onderhandelingen over het gekozenscenario en de bijbehorende budgettaire kaders. Dat wil ik voorkomen. Deervaring bij de totstandkoming van het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg(HLO) is juist dat gesprekken over de toekomst van de zorg gebaat zijnmet het allereerst vaststellen van gezamenlijke waarden en ambities.Vervolgens moet het gesprek gaan over wat nodig is om die te bereikenbinnen de middelen (personeel en geld) die ons ter beschikking staan. Eendergelijke aanpak staat mij ook bij de uitwerking van het coalitieakkoordmet de partijen in de gehandicaptenzorg voor ogen.Reactie brief VGNDaarbij wil ik dus ook graag de visie van VGN meenemen. VGN geeft aanook betrokken te willen worden. Ik hecht veel waarde aan de genoemdebrief van 5 maart jl. en het feit dat VGN aangeeft graag met het kabinet ingesprek te blijven.Ik vind dit van groot belang, omdat we de verschillende perspectieven ende kennis vanuit de praktijk moeten benutten om samen de toekomst vanzorg en ondersteuning voor mensen met een beperking vorm te geven.Ook de Kamer heeft tijdens de begrotingsbehandeling van het Ministerievan VWS aangegeven belang te hechten aan het goed betrekken van depraktijk. Uit de brief van VGN blijkt dat wij niet of nauwelijks van elkaarverschillen in wat we willen bereiken op de lange termijn. Namelijk datmensen met een beperking, van jongs af aan, gewoon in de samenlevingleven, met hulp om het zelf te kunnen en zorg wanneer dat nodig is. Wijwillen ons beide inzetten voor de mensen om wie het gaat. Mensen meteen beperking, hun naasten en mensen die iedere dag hun best doen omhen liefdevol te begeleiden of te verzorgen. Ook hun vertegenwoordigersnodig ik daarom graag uit om samen de toekomst van de gehandicap-tenzorg vorm te geven.Daarnaast schrijft VGN dat een transitie in de gehandicaptenzorg nodig isom de zorg en ondersteuning toegankelijk te houden, nu en in detoekomst. De urgentie van die transitie wordt vergroot, omdat ook dezesector te maken heeft met een tekort aan zorgverleners. Dat probleem isnaar mijn mening niet op te lossen door meer geld voor extra zorgver-leners. Buiten het gegeven dat deze mensen er niet zijn roept dit ook eenmeer principiële vraag op: blijven we accepteren dat mensen met eenbeperking steeds afhankelijker worden van intensieve zorg, of willen wedat zij de kansen in de samenleving krijgen die zij verdienen? In mijn ogenbetekent de noodzakelijke transitie dat alles erop gericht is dat mensenmet een beperking zoveel mogelijk hun eigen leven kunnen inrichten enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 3852 daardoor minder afhankelijk worden van zorg. Bijvoorbeeld door zeeerder in hun leven beter passende ondersteuning te bieden of het gezinwaarin zij opgroeien beter te begeleiden: «de beweging naar devoorkant». De transitie betekent voor mij ook dat het aanbod vanondersteuning nog meer gaat aansluiten bij de individuele wensen enbehoeften van mensen met een beperking en dat hulpvragen op diverselevensgebieden niet direct met zorg worden beantwoord.Vanuit dit soort principes werken we aan passende zorg. Daarbij willen wedat zorgmedewerkers deskundig en goed toegerust zijn, en met plezier enruimte hun vak kunnen uitoefenen. Zonder overbodige regels. Dezemedewerkers zijn heel belangrijk in het leven van mensen met eenbeperking en hun verwanten en zij verdienen onze steun. Daarnaast is hetvan belang om over de grenzen van de sector heen te kijken. Bijvoorbeelddoor de samenwerking met de ggz te verbeteren.Ik ben ervan overtuigd dat het kabinet, VGN en de andere betrokkenpartijen daar vanuit een gedeelde ambitie goede afspraken over kunnenmaken, die gaan passen binnen de beschikbare budgettaire kaders voorde komende jaren.Gevolgen maatregelTenslotte heeft de Kamer mij gevraagd om inzicht te geven in de gevolgenvan de maatregel «bestuurlijk akkoord Wlz/scheiden wonen zorg» uit hetcoalitieakkoord voor de gehandicaptenzorg. Aan dit verzoek kan ik nogniet tegemoetkomen. Het coalitieakkoord geeft een duidelijke taakstellingop de groeiruimte van de Wlz, en biedt daarbij veel ruimte om daarverdere, concretere invulling aan te geven. Zoals gezegd hecht ik er veelwaarde aan om dit samen met de partijen uit de sector te doen. Ditbetekent dat ik aan de slag ga met (vertegenwoordigers van) mensen meteen beperking, verwanten, de beroepsgroepen, zorgaanbieders enzorgkantoren. Dat betekent dat ik nu niet vooruit kan lopen op deoplossingen die we samen zien en dus ook geen inzicht kan geven in deeffecten waar u naar vraagt.Ik heb wel veel begrip voor de wens van de Kamer om dit inzicht tekrijgen. Ik zeg daarom graag toe om de Kamer te blijven informeren overde voortgang in de gesprekken en (de beoogde effecten van) de keuzes enafspraken die ik met de sector wil maken.Tot slotHet proces zoals ik dat in deze brief heb beschreven wil ik zorgvuldigdoorlopen. Ik blijf inzetten op draagvlak bij alle betrokken partijen (en hunachterbannen) en wil samen goed beoordelen of het resultaat van onzebesprekingen tot het gewenste effect zal leiden. Door dit zorgvuldigeproces verwacht ik niet al voor de start van de zorginkoop 2027 (1 junia.s.) tot overeenstemming met de gehandicaptensector te komen.Aangezien de maatregel «bestuurlijk akkoord Wlz/scheiden wonen zorg»uit het coalitieakkoord al start per 2027 is het mijn inzet voor dezebesparing in 2027 een alternatieve oplossing te vinden. Hierover zal ik deKamer voor de zomer informeren. Voor de maatregelen «Wlz behan-deling» en «opschaling digitale zorg» van vorige kabinetten zal ik deaanwijzing aan de NZa eerst voorhangen bij beide Kamers.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 3853

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 68ed9a43944ac6e0

14 okt 2026 · 0d112f4bb810f6e6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.