KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 17 december 2025, over Uitvoering sociale zekerheid

19 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5868c7db39bab643 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 864 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 19 januari 2026 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op17 december 2025 overleg gevoerd met mevrouw Paul, Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid, over:−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 28 juni 2024 inzake NOW-evaluatie en stand vanzaken (Kamerstuk 35 420, nr. 535);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 15 juli 2024 inzake nazending bijlagen bij KamerbriefNOW-evaluatie en stand van zaken (Kamerstuk 35 420, nr. 535)(Kamerstuk 35 420, nr. 536);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 24 september 2024 inzake derde voortgangsbriefherijking handhavingsinstrumentarium (Kamerstuk 17 050,nr. 609);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 4 november 2024 inzake onderzoeken uitgevoerd tenbehoeve van de Landelijke Stuurgroep Interventieteams(Kamerstuk 17 050, nr. 610);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 18 november 2024 inzake informatieplan SZW2025–2027 (Kamerstuk 26 643, nr. 1237);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 19 december 2024 inzake voortgang werkagendaSUWI (Kamerstuk 26 448, nr. 796);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 19 december 2024 inzake rapport Stand van deuitvoering sociale zekerheid december 2024 (Kamerstuk26 448, nr. 797);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 4 maart 2025 inzake rapport Onderzoek zorg voorpersoneel en bedrijfsvoering Landelijke Cliëntenraad (Kamer-stuk 29 544, nr. 1270); kst-26448-864ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8641 −de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 20 maart 2025 inzake update knelpunten gegevens-deling (Kamerstuk 29 362, nr. 374);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 6 mei 2025 inzake evaluatie van de Wet eenmaligegegevensuitvraag werk en inkomen (Kamerstuk 26 448,nr. 843);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 19 mei 2025 inzake vernieuwde koers LandelijkeStuurgroep Interventieteams (Kamerstuk 17 050, nr. 611);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 21 mei 2025 inzake jaarverslagen SUWI-organisaties2024 (Kamerstuk 26 448, nr. 844);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 3 juni 2025 inzake rapport Stand van de uitvoeringsociale zekerheid juni 2025, en knelpuntenbrieven UWV, SVBen LCR (Kamerstuk 26 448, nr. 845);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 20 juni 2025 inzake voortgangsrapportage pro-gramma Werk aan Uitvoering (Kamerstuk 29 362, nr. 381);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 26 juni 2025 inzake planning en voortgang Algorit-meregister impactvolle algoritmen (Kamerstuk 26 643,nr. 1353);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 1 juli 2025 inzake onderzoeksrapport naar aanleidingvan de motie van het lid Strik c.s. over maatregelen om dearbeidsparticipatie te verbeteren (Kamerstuk 34 775, J)(Kamerstuk 29 544, nr. 1282);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 11 juli 2025 inzake Routekaart Hervormingsagendainkomensondersteuning (Kamerstuk 26 448, nr. 849);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 8 juli 2025 inzake voortgang Professionals voorMaatwerk Multiproblematiek (Kamerstuk 34 477, nr. 91);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 8 juli 2025 inzake AcICT-advies over UWV-projectWOL van programma Nexus (Kamerstuk 26 643, nr. 1370);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 22 september 2025 inzake reactie op AcICT-adviesover UWV-project WOL van programma Nexus (Kamerstuk26 643, nr. 1399);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 29 september 2025 inzake kabinetsreactie enaanbieding onderzoeksrapport Effecten van het terugvorde-ringsbeleid (Kamerstuk 17 050, nr. 612);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 20 oktober 2025 inzake reactie op AcICT-advies overUWV-project Pulse van programma Nexus (Kamerstuk 26 643,nr. 1428);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 3 november 2025 inzake vereenvoudiging Besluitinkomstenverhouding (IKV) (Kamerstuk 26 448, nr. 854);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 5 november 2025 inzake WGA-dienstverlening(Kamerstuk 26 448, nr. 855);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 3 december 2025 inzake voortgang werkagendaSUWI (Kamerstuk 26 448, nr. 859);Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8642 −de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 15 december 2025 inzake opvolging aanbevelingenrapport Onderzoek zorg voor personeel en bedrijfsvoeringLandelijke Cliëntenraad (Kamerstuk 29 544, nr. 1308).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,Van der BurgDe griffier van de commissie,PostTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8643 Voorzitter: PatijnGriffier: PostAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Biekman, Van Brenk,Bühler, Ceder, Ceulemans, De Kort, Edgar Mulder en Patijn,en mevrouw Paul, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.Aanvang 13.01 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Welkom, ook welkom aan de mensen op de publieketribune en de mensen thuis, bij de vaste commissie voor Sociale Zaken enWerkgelegenheid, bij het commissiedebat Uitvoering sociale zekerheid.Welkom uiteraard aan de Minister; fijn dat u er bent. Iedereen heeft eenspreektijd van vijf minuten. Links van mij zitten de heer Ceder van deChristenUnie, mevrouw Biekman van D66 – we zijn nog even aan hetwennen aan elkaar, want we kennen elkaar nog niet – en mevrouw Bühlervan het CDA, mevrouw Van Brenk van 50PLUS, de heer Mulder van dePVV en de heer De Kort van de VVD. Ik stel vier interrupties in eersteinstantie voor. Als er ruimte is, doen we daar niet te moeilijk over, maarwe doen eerst even vier interrupties.Ik geef graag het woord aan de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank. Voorzitter. Deze vrijdag ben ik bij een kerstdiner van de voedselbankin Amsterdam: een prachtig initiatief waarbij honderden gezinnensamenkomen. Ik ben ook dankbaar voor al die vrijwilligers die zich rondde kerstdagen inzetten voor de medemens. Maar het symboliseert ookeen schaduwkant van de Nederlandse samenleving waar we niet blindvoor moeten zijn.Vandaag publiceerde het CBS de nieuwe armoedecijfers. Na jaren vandaling, mede dankzij de inzet van de ChristenUnie, zien we nu voor heteerst weer een stijging van de armoedecijfers. Deze cijfers laten zien watwe al langer weten, namelijk dat armoede geen randverschijnsel is, maareen structureel probleem dat diepe onzekerheid veroorzaakt in hetdagelijkse leven van heel veel mensen en kinderen. Waar veel kinderenuitkijken naar de kerstvakantie met lekker eten en gezelligheid, zienkinderen die in armoede leven er vaak tegen op. Twee weken in een koudhuis met ouders die stress hebben en afhankelijk zijn van anderen om metelkaar kerst te kunnen vieren.Voorzitter. Deze cijfers maken vooral twee dingen duidelijk die ik in hetdebat naar voren wil brengen. Eén. Het inkomensstelsel moet veel en veeleenvoudiger. Dat betekent minder regelingen, meer voorspelbaarheid envooral meer zekerheid wat maandelijks inkomen betreft. Mensen moetenkunnen vertrouwen op een stabiele basis zonder voortdurend afhankelijkte zijn van ingewikkelde aanvragen en herberekeningen. Het ingewikkeldestelsel is geen natuurverschijnsel, het is een politieke keuze om dit instand te houden en niet te wijzigen. Mijn tweede punt vandaag: doordatwe het zo ingewikkeld hebben gemaakt, is het niet-gebruik van regelingenen het niet-uitwisselen van gegevens een groter probleem dan dat inNederland zou moeten zijn.De voorzitter:Ik hoor een punt en ik zie dat de heer De Kort van de VVD een vraag heeft.De heer De Kort (VVD):Ik ben het met de heer Ceder eens, en ik denk dat de hele Kamer het metde heer Ceder eens is, dat ieder kind in armoede er een te veel is. Ik benhet ook met de heer Ceder eens dat we het stelsel van sociale zekerheidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8644 en inkomen te complex hebben gemaakt met elkaar. Volgens de VVDmoeten we iets doen aan de afhankelijkheid van toeslagen, die met nameaan de onderkant het grootst is. We moeten ervoor zorgen dat werkenmeer gaat lonen. Hoe kijkt de heer Ceder daarnaar? Kunnen we op zijnsteun rekenen?De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ben het in beginsel met de VVD eens dat werk moet lonen. Punt, ofpuntkomma. Ik denk ook dat werkende armen een raar verschijnsel zijn,want als je voltijds werkt, zou je niet arm moeten zijn. Ik denk dus dat wedat verschijnsel moeten uitbannen. Ik denk dat een eenvoudiger belasting-stelsel, waar de ChristenUnie echt al jaren voor pleit, hierbij zou kunnenhelpen. Er zit een schaduwzijde aan dit fenomeen, want dit is medeontstaan door politieke keuzes hier in het parlement. Wij weten dat hetsociaal minimum dat we hebben vastgesteld, momenteel ontoereikend is.Dat weten we, want dat is berekend. We hebben ook een hele commissieopgetuigd, die dat heeft aangetoond. Het gevolg daarvan is dat een aantalmensen in dit land er elke maand steeds meer op achteruit lijken te gaan,ondanks dat ze werken of een uitkering hebben, en zo onvermijdelijk in deschulden komen. Vervolgens zijn er gemeenten die dat zien en datproberen bij te passen met lokale regelingen. Het zou goed zijn om vandie lokale regelingen af te kunnen stappen door middel van uniformbeleid, maar dat vraagt wel om een sociaal minimum dat toereikend is.De voorzitter:Ja, dat heeft u gezegd.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat begint hier. Ik hoop dat de VVD mij zal steunen als ik een pleidooi houvoor het instellen van een toereikend sociaal minimum.De heer Edgar Mulder (PVV):Een van de redenen waarom het aantal mensen dat in armoede zit delaatste jaren weer gestegen is, zijn de absurd hoge energiekosten. Deabsurde transitie is een van de redenen waarom die energiekosten zohoog zijn. Mag ik horen van de ChristenUnie hoe ze daarin staan?De heer Ceder (ChristenUnie):Ik denk dat de energietransitie geen absurditeit is. Ik denk dat er veleredenen zijn om de stap te zetten om van het gas af te gaan. De meestrecente betreft de geopolitiek. We willen niet afhankelijk zijn van anderelanden, andere regimes, waar we dat nu vandaan moeten halen. Dusmoeten we zelfvoorzienend worden. Dat versterkt de noodzaak omzelfvoorzienend te zijn. Een ander probleem betreft de energiekosten. Ikvind ook dat je daar goed naar moet kijken. Maar het maakt ook uit datmensen met meer geld – dat is de armoedekloof – ook veel beter kunnenisoleren, een warmtepomp kunnen nemen, zonnepanelen kunnen nemenen in een huis kunnen zitten met een hoger label. De schaduwkant vanarmoede zit ’m dus niet alleen in de kosten, maar ook in de mogelijkhedendie je hebt om te isoleren. Ik hoop dat de PVV het niet absurd vindt omervoor te zorgen dat je kunt isoleren en er voorzieningen komen waardoorje de kosten kunt drukken.De voorzitter:Ja, prima.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik hoop dat de PVV dat ook mogelijk wil maken voor mensen met eenkleine portemonnee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8645 De voorzitter:Helder.De heer Edgar Mulder (PVV):Je kan uitweiden wat je wil, maar het punt is en blijft dat de armoedeonder andere ontstaat door de absurd hoge energiekosten. Die hangensamen met de energietransitie, die erop gericht is om goedkope bronnenweg te nemen en dure bronnen in te zetten. Dat gaat ten koste van demensen die het minst verdienen. Dat zijn ook de mensen die die zonnepa-nelen en de subsidies daarvoor niet krijgen. Dat zijn volgens mij ookkeuzes die de ChristenUnie de afgelopen jaren voortdurend heeftgemaakt. Dat betekent dus dat de ChristenUnie verantwoordelijk is voorde groep die het zo zwaar heeft.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, dat laat ik ...De voorzitter:Ik zeg nog even: ietsje korter mag ook.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik zal het korter houden, voorzitter. Dat laat ik mij niet aanpraten. De PVVwas de afgelopen twee jaar de grootste partij. Ze heeft alle kansen gehadom beleid in te voeren en waar te maken wat zij beloofd heeft aanmensen. Dat is niet gelukt. Een deel van de achterban is ook weggelopen,omdat de beloftes niet zijn waargemaakt. De ChristenUnie vindt hetgewoon onverstandig om voor gas afhankelijk te blijven van Rusland. Hetkan zo zijn dat de PVV daarin een andere weging maakt, denkt dat we datprima kunnen en dat we op de lange termijn onze veiligheid kunnengaranderen. Dan zit daar het verschil tussen de ChristenUnie en de PVV.Wat wel overeind blijft staan, is dat ik vind dat de energiekostenbetaalbaar moeten zijn. Daarom heeft de ChristenUnie een amendementingediend over energiearmoede, waarmee ook dit jaar tientallenmiljoenen extra worden uitgetrokken voor het Armoedefonds.De voorzitter:Oké.De heer Ceder (ChristenUnie):Een van de redenen waarom de armoedecijfers zo omhoog zijn gegaan, isomdat dat stopte.De voorzitter:Ja, helder.De heer Edgar Mulder (PVV):De PVV heeft al vijftien jaar geleden voorgesteld om kernenergie in tevoeren. Als we dat hadden gedaan, hadden we al die rare windmolens enal die dure oplossingen niet hoeven in te voeren in Nederland. DeChristenUnie is een van de partijen die dat voortdurend heeft tegenge-houden. Voor de rest was het nog niet een begin van een antwoord.De heer Ceder (ChristenUnie):De ChristenUnie is niet tegen kernenergie. Dat kunt u in ons verkiezings-programma en ook onze uitingen lezen, maar zo’n centrale heb je nietbinnen een jaar gebouwd. Dat weet de heer Mulder ook. Daar worden nustappen in gezet. Volgens mij heb ik wel antwoord gegeven op de vraag.Ik zou dus graag door willen gaan, tenzij de heer Mulder hier verder overwil doorgaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8646 De heer Edgar Mulder (PVV):Ik heb alleen een opmerking. Als je steeds zegt ...De voorzitter:Het is de laatste interruptie, hè? Dat weet u.De heer Edgar Mulder (PVV):Als je als partij voortdurend zegt dat je een kerncentrale niet binnen eenjaar gebouwd hebt en je het blijft uitstellen, dan staat die ... Als wegewoon vijftien jaar geleden begonnen waren, hadden ze er gestaan. Hetis eigenlijk een beetje een laf antwoord, en dat weet mijn collega ook.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ben vereerd dat de heer Mulder al zijn interrupties op de ChristenUnieloslaat. Wij hebben helaas drie zetels en een paar jaar geleden hadden weer helaas vijf. Dat betekent dat wij gedaan hebben wat wij konden. Ik gafhet aan in mijn inleiding. Onder de ChristenUnie, toen wij in Rutte III en IVzaten, is er vast ook een hoop misgegaan, maar de armoedecijfersdaalden. Sterker nog, die daalden flink. Na vijf jaar, toevalligerwijs sindser een kabinet is geweest waarin de PVV de grootste is geweest, stijgende cijfers opeens weer ondanks mooie beloftes. Dat kunt u niet wijten aande energiekosten, die u ook had kunnen verlagen toen u de grootste partijwas.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Ceder (ChristenUnie):Maar de heer Mulder besluit af te geven op een partij met drie zetels. Datmag, maar ik denk dat u ons iets te veel invloed toerekent en iets te veelinvloed die u had van u afschuift.De voorzitter:Oké, dank u wel. U vervolgt uw betoog.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, ik ga door. Is de Minister het met mij eens dat het gebrek aaninkomenszekerheid echt grotendeels veroorzaakt wordt door ons veel teingewikkelde stelsel? Wat gebeurt er op SZW om hier een einde aan temaken? Als ik heel kritisch kijk naar alle stukken die uit het ministeriekomen, zijn er prima verbeteringen. Het nieuwe handhavingsinstrumen-tarium is belangrijk en het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening zorgtvast voor verbeteringen, maar echt fundamentele problemen worden nietaangeraakt en ook niet opgelost. We kunnen echt alleen stappen zetten opinkomenszekerheid, als we stoppen met alle toeslagen, de mensen voorafduidelijkheid geven over hun inkomen en daarmee terugvorderingenvoorkomen.Dit is geen utopie; dit kan. De ChristenUnie laat dit ook keer op keer zien inhaar doorrekeningen. Het is gewoon een politieke keuze dat dat nietgebeurt. We kunnen eindeloos proberen om de huidige regelingenallemaal ongeveer 3% minder ingewikkeld te maken. Maar als we geenfundamentele keuzes durven te maken, vooral over het belasting- entoeslagenstelsel, zitten we hier onze tijd te verdoen. Mijn vraag is of deMinister dit met mij eens is. Zo ja, welke stappen gaan er vanuit SZWkomen om uiteindelijk al die toeslagen af te schaffen en samen met hetMinisterie van Financiën een eenvoudiger belastingstelsel op te tuigen?Ik zeg dit hier allemaal, omdat ik merk dat er nu vooral wordt gekekennaar alleen het Ministerie van Financiën om dit te regelen: de oplossingmoet vanuit Fiscaliteit en Toeslagen komen. Ik zie dat als eenredeneerfout, want het Ministerie van SZW is verantwoordelijk voor hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8647 armoedebeleid, de sociale zekerheid en het inkomensstelsel. Kijk naar deHervormingsagenda inkomensondersteuning. Daar komt het woord«zorgtoeslag», de meest gebruikte toeslag, gewoon niet in voor. Hetwoord «huurtoeslag» komt maar één keer voor. De ChristenUnie is danook van mening dat SZW zich veel actiever zou kunnen en zelfs zoumoeten mengen in de discussie over een eenvoudiger stelsel, zodat denoodzaak van vereenvoudiging gaat doordringen bij de politiek, bij deBelastingdienst en bij Financiën. Graag krijg ik daarom een reactie van deMinister op dit punt.Daaruit voortvloeiend is het niet-gebruik van regelingen ...De voorzitter:Excuus, er is een interruptie van mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik moet even denken. Ik denk dat het zes jaar geleden is dat wij als50PLUS een voorstel hebben gedaan om de zaken te vereenvoudigen ominderdaad van die toeslagen af te komen. Ik weet dat dat ook leeft bij deChristenUnie. Er zit wel een verschil in. Wij hebben dat voorstel ook latendoorrekenen door het Centraal Planbureau. Ik mag zeggen dat hetvoorstel van 50PLUS als een van de betere daaruit kwam. Er zat eenverschil in of je een toeslag per huishouden deed of per individu. Wijhadden hele grote moeite met een huishoudtoeslag, omdat je dan achterde voordeur de herverdeling moet doen. Volgens mij was de ChristenUniedaar juist een voorstander van. Misschien kan dat toegelicht worden.De voorzitter:Meneer Ceder, ik vraag u dat heel kort te doen.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik zal het kort houden, hoor, voorzitter. Dit is, denk ik, zes jaar geleden. Ikken dat voorstel niet. Misschien kan ik er zo naar kijken. Ik zat toen ookniet in de Tweede Kamer. Ik wil graag antwoord geven, maar ik denk dathet goed is om in tweede termijn ... O nee, dan heb ik een plenair debat. Ikga zo graag met u in gesprek, omdat ik hier graag naar wil kijken. Volgensmij willen we hetzelfde, dus hopelijk kunnen we hierin bondgenoten zijnom de formerende partijen er in ieder geval toe te bewegen om het stelseldat er nu is, af te schaffen. Dat is tot nu toe namelijk niet gelukt. Hetverschil zit ’m echter in de overwegingen. Ik moet dus even naar uwvoorstel kijken, omdat ik dan kan nagaan hoe wij daar destijds overdachten en hoe wij daar nu over denken. Het is wel zo dat wij van álletoeslagen af willen. Wij willen dat er een verzilverbare korting komt vanuithet belastingstelsel. Dat betekent echter wel dat de toeslagen an sich danecht tot de verleden tijd behoren. Sommige partijen willen dat afbouwenof willen dat wat minder, maar wij willen daar echt van af, want zolang jedie toeslagen hebt, houd je de ingewikkelde situatie dat een fenomeen alswerkende armen en andere fenomenen blijven bestaan. Ik ga daaroverdus graag verder in gesprek met u. Hopelijk kunnen we de formerendepartijen ertoe bewegen om in ieder geval deze lijn in te zetten.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik stuur u het voorstel graag toe, want volgens ons helpt het heel erg alsje alle toeslagen op één hoop gooit en dan gaat herverdelen. Dat isnamelijk wat je dan eigenlijk doet. Ons grootste probleem – dat blijf ikzeggen – is dat wij het graag per individu houden en niet alles willenstorten naar een huishouden waarin er misschien problemen zijn,waardoor het herverdeelde geld misschien niet terechtkomt bij de studentof bij de kinderen omdat de vader andere keuzes maakt. We zouden onsvoorstel graag aan u willen laten zien, dus ik ben blij dat u daarvooropenstaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8648 De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel. Ik kijk er graag naar. Ik ken het voorstel niet, maar als ik het zohoor, denk ik dat je wel in de knel komt met de algemene heffingskortingals je het alleen op het individu toepast. De vraag is of je dan niet, als jehet doorrekent, gezinnen met eenverdieners substantieel benadeelt tenopzichte van gezinnen met tweeverdieners. Dat zou een gevolg kunnenzijn, waardoor de voormalig woordvoerder daar misschien kritisch opwas. Dat is even wat mij nu te binnen schiet, maar ik ga er goed naarkijken en ik kom met een antwoord.De voorzitter:We gaan richting een belastingdebat. Ik vraag u uw betoog te vervolgen.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Ik betoog juist dat het op elkaar in grijpt en datSZW een hele belangrijke rol heeft, die nog belangrijker is dan we nu zien.Daaruit voortvloeiend: het niet-gebruik van regelingen is ook groot onderbepaalde groepen. Denk bijvoorbeeld aan het niet-gebruik van de AIO. Datbetreft een kleine groep mensen die financieel juist heel kwetsbaar is. Ikheb hier door middel van moties ook vaker aandacht voor gevraagd. DeSVB weet welke ouderen een onvolledige AOW hebben en wie erpotentieel in aanmerking komen voor de AIO, en toch moeten mensen zélfnaar het gemeenteloket. Dit kunnen we ook in het huidige stelsel oplossendoor slimmere en betere gegevensdeling. Datzelfde geldt voor toeslagenen gemeentelijke regelingen. Mensen kunnen actief gewezen worden oppotjes waar ze recht op hebben. Soms is zelfs automatische toekenningmogelijk. Gegevensdeling, met duidelijke waarborgen voor privacy, moethet mogelijk maken dat toeslagen automatisch of proactief wordentoegekend. Ook voor betere schuldhulpverlening en een gezamenlijkerijksincasso is dat echt noodzakelijk. Hoe staat het met die vorderingen?Kan de Belastingdienst bijvoorbeeld gegevens delen met gemeenten,waardoor een proactievere of zelfs automatische toekenning mogelijk is?Voorzitter, tot slot. Armoede bestrijd je niet alleen met incidentelekoopkrachtmaatregelen, maar door mensen zekerheid, eenvoud envertrouwen te bieden. De cijfers van vandaag vragen niet om kleinereparaties, maar om een fundamentele koerswijziging. Laten we dieverantwoordelijkheid dan ook nemen.Voorzitter. Dit staat los van mijn bijdrage, maar ik zal de beantwoordingdoor de Staatssecretaris waarschijnlijk niet kunnen meemaken omdat eenplenair debat vervroegd is. Om die reden zou ik, al is het wat ongebrui-kelijk, ook alvast een tweeminutendebat willen aanvragen. Dat kan ikstraks niet fysiek doen, dus dat geef ik nu alvast mee.De voorzitter:Ik kijk even of er bezwaar is tegen dat verzoek. Nee. Dan is dat geenprobleem. Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouwBiekman.Mevrouw Biekman (D66):Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn eerste commissiedebat sinds mijnaantreden als Tweede Kamerlid. Dat dit debat over sociale zekerheid gaat,vind ik bijzonder, want vijftien jaar geleden begeleidde ik jongeren die deweg kwijtraakten in de regelingen van de overheid. Zij rekenden op deoverheid als vangnet. De stress en onzekerheid die mensen ervarenwanneer het leven ze tegenzit, willen we verminderen en niet doentoenemen. Daarom wil ik het vandaag hebben over de Hervormingsa-genda inkomensondersteuning, de systemen van het UWV die dit moetenrealiseren en over de vraag hoe we deze doorbraken gaan realiseren.Voorzitter. Ik begin met de Hervormingsagenda inkomensondersteuning.Met deze hervormingsagenda wil de Minister verduidelijking bieden enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8649 een toegankelijkere, begrijpelijkere, betere, toereikender, simpelere,zekerdere, meer voorspelbare inkomensondersteuning. Ik kan niet andersconcluderen dan dat bijna alle ER-doelen voorbijkomen in de zevensporen van hervorming. Maar wat gaat de Minister precies doen? Watgaan mensen hier concreet van merken? Neem het Nationaal ProgrammaArmoede en Schulden. Wat zijn daar de komende jaren de concretestappen van? Waar kunnen de gemeentes op rekenen? Mensen blijveneindeloos formulieren invullen en raken de weg kwijt.Op dat vlak is het wel interessant om te zien dat de Minister werk gaatmaken van automatische toekenning op het gebied van toeslagen enminimaregelingen. Ik ben benieuwd hoe dat eruitziet en wat er wanneerwordt gedaan. Is daar een concreet plan of een pijler voor uitgewerkt?In de hervormingsagenda lezen we ook één zin over de loonkostensub-sidie en dat die beschikbaar wordt gesteld voor de WIA en de WW, zodathet UWV er gebruik van kan maken. Maar kan de Minister uitleggen watzij daarmee wil bereiken en welke effecten dit gaat hebben? Kan zij tevensingaan op de te verwachte administratieve lasten?Het is nu zo’n vijftien jaar geleden dat de staatkundige veranderingplaatsvond en de BES-eilanden bijzondere gemeenten van Nederlandwerden. Nog steeds worden er slechts kleine stappen genomen. Ik zougraag willen weten wat het concrete einddoel is waar de Minister naartoewerkt. Wat zijn de tussenstappen die wij mogen verwachten?De informatiesystemen en de projecten maken de basis van dezehervormingen mogelijk. De Minister heeft het over projecten zoals WOLen Pulse. De Minister geeft aan dat ze Pulse, het systeem van het UWVgaat hervormen, maar daarmee geven we jaarlijks 18 miljard uit aanmensen in de WIA, WAO, Wajong en WAZ. Als hier iets misgaat, zijn hetjuist deze mensen, die behoefte hebben aan stabiliteit, die daar de dupevan worden. Het UWV ontving zeer scherp advies op basis van hetvoorgestelde plan omtrent Pulse. De Minister stelt in haar brief dezeadviezen op te volgen, maar op het advies om het projectteam uit tebreiden met kennis en ervaring noemt de Minister maar één persoon.Waarom is daar niet meer kennis en ervaring voor geworven? Wat heeftde aanpassing van de plannen voor financiële consequenties? Kan deMinister uiteenzetten hoe Pulse en de andere aanpassingen op ICT-gebiedzorgen voor een meer toekomstbestendige uitrusting van de uitvoerings-organisatie?Het UWV heeft ook advies ontvangen aangaande het project WOL. DeMinister geeft onder andere aan dat de planning realistischer gemaakt isen dat dit project in het eerste kwartaal van 2026 afgerond is. Dat eerstekwartaal is er bijna, over een paar weken al. Ik ben dan ook echt benieuwdof de Minister vasthoudt aan deze deadline.Voorzitter. Tot slot. Ik ben benieuwd of de Minister het met mij eens is datintegrale samenwerking een van de succesfactoren is geweest van deNOW-regeling. Ik zie namelijk dat wanneer het écht nodig is, we overschaduwen heen kunnen stappen. Maar waarom kan dit wél wanneer ereen crisis is en niet wanneer het gewoonweg noodzakelijk is? Als wij demensen die dit het hardst nodig hebben, zekerheid willen bieden, zullenwe net één stap verder moeten gaan. Ik wil daarom van de Minister wetenwat we kunnen leren van deze NOW-regeling voor andere integraleproblematiek.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik zie eerst een vraag van mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Dat was een mooi betoog. Ik ben even benieuwd naar het laatste punt. Ikheb in de Kamer gezeten toen we discussieerden over die crisismaatre-gelen. Een van de opmerkingen van de toenmalige Minister, Koolmees,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86410 was: we gaan dit met z’n allen aan, maar het kent ook een groot risico opfouten; ik ga er dan ook van uit dat u als Kamer mij niet meteen de nekomdraait als dat gebeurt, want we gaan het met z’n allen aan. Is dat ookiets waarvan u kunt zeggen: nou ja, we hebben het met z’n allen gedaan;eigenlijk was het een goede stap om de Minister, de ambtenaren en deuitvoeringsorganisatie die ruimte te geven?Mevrouw Biekman (D66):Even ter verduidelijking: u heeft het over de NOW-regeling? Nou, ik bendat zeker met u eens. Daarom ben ik ook benieuwd naar het antwoord vande Minister. We hebben namelijk gezien dat de integrale samenwerkingdaar wel goed gaat. Ik denk dat dat een spoor is waarop we moetenblijven zitten, dus ik zou graag van de Minister willen horen welke lessenwe daarvan nu kunnen leren.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik feliciteer mevrouw Biekman met haar eerste bijdrage. Dat smaakt naarmeer en ik denk dat zij, gezien haar partij, een belangrijke rol gaat spelen,dus ik ben blij dat zij wat inkijk heeft gegeven in wat zij belangrijk vindt.Ik vroeg me even het volgende af. U had het over de subsidieregelingen.Gezien de armoedecijfers worstel ik heel erg met dat we mensen moetengaan helpen en ondersteunen, terwijl een van de factoren waardoormensen in armoede blijven, is dat wij mensen te veel afhankelijk makenvan regelingen en subsidies. Daardoor wordt bijvoorbeeld ook hetfenomeen «werkende armen» pregnanter. Daarom worstel ik met devraag of we op langere termijn eigenlijk niet een groter probleem creërenals we deze subsidies in stand houden en niet bijvoorbeeld aan deinkomens- of belastingkant een veel steviger hervorming doorvoeren.Mijn vraag is of u dat probleem herkent en hoe wij kunnen voorkomen datsteeds meer mensen afhankelijk worden van al die regelingen.De voorzitter:Dat was de vraag, denk ik.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja. Houden we dus het probleem in stand en vergroten we het metelkaar?De voorzitter:Dank u wel. Helder.Mevrouw Biekman (D66):De heer Ceder noemt een terecht punt. Ik denk dat u mij daarin kuntvinden. Als ik het vanuit de praktijk bekijk, vanuit het Schiedamse, zie ikdat we inderdaad heel veel regelingen hebben. Je wilt met al datonbenutte arbeidspotentieel ook dat mensen weer het talent in zichzelfgaan herkennen. Ik denk dat u het terechte punt maakt dat je mensen nietaan het subsidie-infuus of regelingeninfuus wilt houden, maar de wereldis ook veranderd; we zien dat mensen die extra ondersteuning nodighebben, gewoon de weg kwijtraken in al die regelingen. Dus aan de enekant moeten we dat vereenvoudigen en zorgen dat mensen het hoofdboven water houden, en aan de andere kant moeten we mensen ook weerin hun kracht zetten. U kunt mij daarin dus vinden.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Biekman. Gefeliciteerd met uw eerste commissie-debat. Er komt later natuurlijk nog een plenair debat, denk ik zo, maar ditwas een heel mooi betoog. Ik geef ook mevrouw Bühler van het CDA voorde eerste keer het woord in de commissie. Gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86411 Mevrouw Bühler (CDA):Dank u wel. Als nieuw Kamerlid komt er veel op je af, zeker als het gaatover de uitvoering van de sociale zekerheid. De afgelopen jaren heb ikveel gesproken met mensen die gebruikmaken van een uitkering. Ik hebgeleerd dat niemand voor zijn plezier in de uitkering zit. De meestemensen willen vooruit, het liefst naar een baan of naar werk dat bij henpast. Ze hebben daar ruimte en vertrouwen voor nodig. Dat lukt nauwe-lijks doordat ze regelmatig met ingewikkelde procedures, formulieren enafhandeling te maken hebben. Aan de andere kant ervaren werkgeverseen grote regeldruk, die beperkend werkt. In Nederland hebben we samenmet sociale partners een socialezekerheidsstelsel neergezet dat in theoriewerkt, maar waarvan de uitvoering op veel fronten mis blijkt te gaan. Detitel van het Rekenkamerrapport «Fouten bij WIA-uitkeringen: blind voorde signalen, burgers geraakt» vat het allesomvattend samen. Het rapportbevestigt wat eenieder eigenlijk al vermoedde. Het is onacceptabel datmensen hun uitkering mislopen door fouten van de overheid. DeCDA-fractie wacht overigens de kabinetsappreciatie af. Ik hoop dat het luktom kort daarna nog een debat hierover te hebben. Belangrijk voor ons zijneen aantal zaken, namelijk de sturingsrelatie, vereenvoudiging van deregelgeving en verbetering van de dienstverlening.Ten aanzien van de sturingsrelatie met het UWV hebben we al kritischenoten gekraakt in debatten en in moties. Sorry, ik kan het niet laten, maarbij dezen toch een heel klein doorkijkje naar het Rekenkamerrapport. Hetblijkt dat ministerie en UWV geen oog hadden voor toenemende foutenen dat zij de keuze maken om de focus op de uitvoering te leggen. Danvragen wij ons het volgende af. Wie gaat over het maken van deze keuzeen met welk mandaat? Hebben we de sturingsbevoegdheden dan wel ophet juiste niveau belegd? En dan toch ook weer de vraag: is dezbo-structuur wel de beste manier om sturing te borgen? Daarover krijgenwe graag een reactie van de Minister.Ook aan de kant van de regelgeving hebben we stappen met elkaar tezetten. Je moet een duidelijk wettelijk kader hebben, want andersverplaatst de regulering zich naar niveaus in de uitvoering waar geendemocratische controle op is. Discretionaire ruimte voor overheidsuit-voering vertaalt zich in nieuwe protocollen en verordeningen. Dat leidt totveel meer regels en uitvoeringslast. Is de Minister het eens met dezeobservatie en, zo ja, wat gaat ze daarmee doen?Ten aanzien van de dienstverlening door het UWV vindt het CDApersoonlijk contact en de manier waarop de inwoner te woord wordtgestaan, ontzettend belangrijk. Mijn vraag ...De voorzitter:Ik hoor dat u naar een ander onderwerp gaat. De heer Ceder heeft eeninterruptie voor u.De heer Ceder (ChristenUnie):Het is interessant om te kijken waar het CDA naartoe wil gaan dekomende jaren. Ik hoor u zeggen dat we het nu te veel in lagere regel-geving bij ambtenaren neerleggen om bepaalde keuzes te maken en datdat wellicht wat vereenvoudigd zou moeten worden. Die beweginghebben we juist ingezet om de beleidsruimte van de ambtenaren of depersoon aan de balie te vergroten, want juist die kunnen het besteinschatten wanneer er maatwerk nodig is of wanneer de menselijke maatof een uitzondering moet worden toegepast. Na de boodschappenaffaireen een aantal andere zaken hebben we ook gezien dat de menselijke maatterug moet in wet- en regelgeving.De voorzitter:En uw vraag?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86412 De heer Ceder (ChristenUnie):Ik vroeg me even af of het CDA nu zegt dat we te ver zijn doorgeschotenen er nu juist voor pleit om die ambtenaren aan de balie minderafwegingsruimte te geven. Of hoor ik u iets anders zeggen? Het lijkt eropalsof u zegt dat we de koers weer moeten gaan verleggen ...De voorzitter:Dank u wel. Volgens mij is de vraag duidelijk.De heer Ceder (ChristenUnie):... waarbij het duidelijk mag zijn dat ik daar toch anders naar kijk.Mevrouw Bühler (CDA):Meneer Ceder, ik ben hartstikke blij met deze vraag, want daardoor kan ikhet nog iets beter uitleggen. Nee, natuurlijk, uiteindelijk is de menselijkemaat ontzettend belangrijk. De manier waarop wij onze inwoners tewoord staan is zeker belangrijk. Maar doordat vaak niet duidelijk is wat debedoeling is of welke kant we op willen gaan met regelgeving, is het juistzo moeilijk om op een goede manier uit te leggen wat we nu kunnen doenvoor deze inwoner. Dat willen we veel meer vereenvoudigen. Als niet heelhelder is welke kant je op wil met een bepaalde wet of wat je wil organi-seren, dan komt er steeds meer verfijning in lagere echelons. Daar hebbenwíj geen controle meer op. Doordat iedereen dan maar een eigeninvulling of een eigen formuliertje of wat dan ook gaat verzinnen, komt erveel meer regelgeving die zo niet bedoeld is. Dat kan zelfs spookregel-geving zijn, omdat we denken dat het zo moet terwijl dat juist niet debedoeling is. Dus wij willen heel graag helderheid verschaffen inwetgeving, en wel zodanig dat we daar controle op kunnen blijvenuitoefenen. Dat is hetgeen ik daarmee bedoel te zeggen.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel voor deze helderheid. Als ik u goed begrijp, wilt u dus snoeienin extra regels of administratieve druk, die misschien ook overbodig isomdat we vanuit de overheid te weinig scherpe keuzes maken. Daar kan ikhet CDA heel erg in volgen, dus dat steun ik. Ik zou het ingewikkeld vindenals de beweging die we volgens mij de afgelopen jaren juist hebbeningezet, weer omslaat. Die beweging gaat om het geven van vertrouwenaan de ambtenaren aan de balie om een weging te kunnen maken. Datmoet natuurlijk in samenspraak met de gemeenten of de SVB; die moetendaar natuurlijk ook beleid voor hebben. Deze versoepeling is er hetafgelopen jaar door middel van wet- en regelgeving gekomen. Eenvoorbeeld is dat het tot een paar jaar geleden verplicht was dat alsiemand in de bijstand te veel geld had gekregen, die persoon dat moestterugbetalen en er ook automatisch een boete aan werd gekoppeld.Daarvan zeggen we: er kunnen omstandigheden zijn waarbij je daarvanmoet kunnen afwijken. Maar ambtenaren konden dat gewoon niet, terwijlze een casus recht in de ogen keken en zeiden: dit is gewoon onrecht-vaardig. Als het gaat om administratieve druk, steun ik de lijn van hetCDA, maar we gaan er wel waakzaam op zijn dat het er niet in omslaat datdie verantwoordelijkheid en dat vertrouwen bij de ambtenaren weer wegworden genomen. Dan slaan we namelijk, denk ik, weer een verkeerdeweg in, wat tot veel ongelukken kan leiden.De voorzitter:Mevrouw Bühler. U was al begonnen met spreken, maar u moet uwmicrofoon even aanzetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86413 Mevrouw Bühler (CDA):Ik druk op het knopje als het lukt.De voorzitter:Het is altijd lastig als de laptop voor de microfoon staat.Mevrouw Bühler (CDA):Dat klopt. Dat ga ik de volgende keer anders organiseren, maar nu evenzo.Ik denk dat we elkaar vinden. Ik geef een voorbeeld, als dat mag. In degemeente Sittard-Geleen hebben we, met mezelf als wethouder, ongeveerzes jaar geleden de vrijlating op de uitkering verhoogd en dat duidelijkernaar voren gebracht aan onze inwoners. Wat zag je? Ik kwam erachter datmijn ambtelijke organisatie met alle goeie bedoelingen een formulier hadontwikkeld. Daarbij zeiden ze: de vrijlating is verhoogd en nu moet elkeuitkeringsgerechtigde elke drie maanden een formulier invullen waarin hijopschrijft wat hij aan giften heeft ontvangen. Dat is nou precies wat nietnodig was. Daar moeten we vanaf.De voorzitter:Kunt u uw betoog vervolgen?Mevrouw Bühler (CDA):Dat ga ik doen. Ik hou het knopje ingedrukt.Ik weet even niet meer precies waar ik was, dus ik prik maar even in. Ikheb al aangegeven dat het persoonlijke contact met de inwonersbelangrijk is.Wij vroegen ons af of het UWV niet te zeer intern gericht is. Ik begrijp datde regio’s veel autonomie hebben. De vraag is of dit bijdraagt aan eenuniforme werkwijze. Het kan niet de bedoeling zijn dat het antwoord opeen vraag afhankelijk is van degene aan wie je hem stelt. Herkent deMinister dit beeld? Graag een reflectie. En wanneer wordt er eens werkgemaakt van de betrouwbare dienstverlening aan onze inwoners?Wat het CDA betreft is het nu niet het moment om steeds allerlei kleineWIA-stelselwijzigingetjes door te voeren. Wijzigingen zijn nodig, maar diemoeten zorgvuldig gebeuren. Het moet eenvoudiger, duidelijker eneerlijker. We moeten met sociale partners aan tafel om tot een stelselver-betering te komen. In Limburg zouden we zeggen: «Het wordt tijd voorRijnlands sjravele.» Dat wil zeggen: met elkaar in overleg, aan de slag ensteeds weer een stapje vooruitzetten. Ik wil hier graag een steentje aanbijdragen, te beginnen bij het laaghangende fruit. Ik loop even vooruit ophet wetsvoorstel Vereenvoudiging en versterking gegevensbeschermingsociale zekerheid. Ik moet even naar adem happen. In de brief met deupdate over de knelpunten in gegevensdeling bij dienstverlening zijn79 knelpunten geïdentificeerd, waarvan er 12 als laaghangend fruit gezienwerden. Voor mijn fractie is het van belang dat hier blijvend aandachtvoor is. Kan de Minister toezeggen in Q1 van het komend jaar een standvan zaken toe te sturen? Dat hoeft wat ons betreft niet uitgebreid. Eensimpel overzicht kan al volstaan.Dan kom ik tot een afronding. Mensen willen aan de slag. Werk is zo veelmeer dan inkomen. Het brengt structuur, sociale omgeving en persoon-lijke ontwikkeling. Ik denk dan ook aan een medewerker van de gemeentemet een WIA-uitkering. Hij werkt ondanks zijn beperking als gevolg vaneen ongeluk zo maximaal mogelijk. Hoe zorg je ervoor dat mensenondersteund worden in de stap naar werk? Hoe kunnen we ervoor zorgendat mensen zoals Johan deze stap ook kunnen zetten?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86414 Dank u, mevrouw Bühler. Ook complimenten voor u voor de eerstebijdrage in de Tweede Kamer. Ik geef het woord aan mevrouw ... O, ik zienog een interruptie. Excuus. De heer De Kort.De heer De Kort (VVD):Net als mevrouw Biekman heet ik ook mevrouw Bühler van harte welkomin de mooie SZW-commissie. Mevrouw Bühler had het op het laatst overJohan, als ik het goed begreep, die ondanks zijn beperking, of misschienwel dankzij zijn beperking, participeert en zijn bijdrage levert. Dat themaspreekt de VVD altijd erg aan. Ik ben vooral benieuwd – mevrouw Bühlervroeg namelijk naar de visie van het kabinet – wat volgens het CDA nodigis om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die kansen ook tegeven. Heeft u daar ook concrete voorstellen voor?Mevrouw Bühler (CDA):Ten eerste vind ik het altijd heel vervelend dat we de term «afstand tot dearbeidsmarkt» gebruiken. Ik heb namelijk zelf in mijn sociaal werkbedrijfgezien dat wij mensen aan het werk hadden die geen afstand tot dearbeidsmarkt hadden; ze waren gewoon aan het werk. Taal doet er dustoe. Ik denk – we hebben daarvoor een andere woordvoerder binnen hetCDA – dat we hele goede stappen zetten met de Participatiewet, maar watmij opvalt, is dat we nog meer ondersteuning kunnen bieden om mensenmet een WIA aan het werk te helpen. We gaan het later hebben over hetRekenkamerrapport. Volgens mij staan daarin, en ook in het ibo, eenaantal hindernissen die niet helpen om mensen aan de slag te krijgen. Ikzou het heel fijn vinden als we mensen met een WIA aan het werk kunnenhelpen, maar ook iemand als Johan, die ik net noemde. Hij heeft een WIAen hij zou misschien wel wat meer kunnen, maar hij durft dat eigenlijkniet, omdat hij bang is dat hij misschien niet meer kan terugvallen op deWIA als hij zichzelf toch een beetje overschat. Volgens mij moeten wedaar ook met elkaar naar kijken. Laten we in ieder geval zorgen dat we depersoon als uitgangspunt nemen en niet de beperking; laat ik het zozeggen.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van Brenk van50PLUS.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Dank, voorzitter. Het UWV zegt: we kennen dit probleem, maar er is nietsaan te doen. Ik hoop dan vandaag een ander antwoord te krijgen. Ik schetseen situatie die helaas niet uniek is, over een jongeman met een handicap,Wajong-gerechtigd met de status «duurzaam geen arbeidsvermogen»,DGA. Dat is een administratief label, bedoeld als bescherming, maardatzelfde label werkt nu tegen hem. Deze jongeman doet namelijk ietsbijzonders: hij werkt fulltime, naar vermogen, met inzet en motivatie. Hijheeft een werkgever gevonden die in hem gelooft en hem begeleidt. Diewerkgever krijgt loondispensatie met één harde toezegging: werken magniet leiden tot financiële achteruitgang. Maar dat is wel gebeurd.Voorzitter. Deze jongeman mag van de overheid geen minimumloonverdienen, niet omdat hij het niet aankan, maar omdat de regels datverbieden. Het ministerie erkent dat Wajongeren met de status «duurzaamgeen arbeidsvermogen» bij werken met loondispensatie fors slechter afzijn dan anderen. Voor niet-DGA’ers bestaat een correctiefactor die hetinkomen aanvult, maar voor mensen met duurzaam geen arbeidsver-mogen niet. Het gevolg is dat hij van iedere euro 25 cent overhoudt. Washij thuisgebleven, dan had hij hetzelfde inkomen gehad. Dat is niet alleenonlogisch, maar ook onrechtvaardig. Ik heb meegewerkt aan het rapportTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86415 Klem tussen balie en beleid. Daarin riepen we op tot een menselijke maat,tot maatwerk, met ruimte voor professionals. Waarin zien we dat hierterug?Voorzitter. De Minister nodigt de Kamer in de brief van 20 maart uit omoplossingen aan te dragen en zelfs te experimenteren als de impact opburgers groot is. Die uitnodiging accepteer ik. 50PLUS stelt voor om decorrectiefactor om het inkomen aan te vullen dan ook toe te passen opwerkende Wajongeren met een DGA-status, zodat ook zij minimaal hetminimumloon kunnen verdienen. Mijn vraag aan de Minister is: erkent zijdat hierbij geen sprake is van de menselijke maat? Erkent zij dat dezeregels mensen ontmoedigen om te gaan werken? Is zij bereid dit bekendeen door het UWV erkende probleem nu structureel op te lossen?Voorzitter. We zien dat bij veel uitvoeringsorganisaties de grenzen bereiktzijn. Er is steeds weer nieuw beleid ze moeten steeds weer nieuwe regelsuitvoeren, die ook vaak door ons zijn voorgesteld. We praten in januariover de fouten die gemaakt zijn in de WIA. Dat doen we niet vandaag,maar ik wil u wel zeggen dat wij geschrokken zijn van de foutmarges,zonder dat die door de opdrachtgever en de eigenaar zijn opgemerkt. Wekomen hier in januari zeker op terug.We moeten toe naar vereenvoudiging van ons belastingstelsel – wenoemden het net al – om van de toeslagen af te komen, zodat mensen nietin de problemen komen. We willen eenvoud in onze uitkeringen, zodat diesneller en zo foutloos mogelijk worden. 50PLUS is daar een grootvoorstander van, maar wel met de uitdrukkelijke wens dat mensen er nietin inkomen op achteruit mogen gaan.Kan de Minister zeggen wat de actuele stand van zaken is van hetvereenvoudigingsstelsel van inkomensondersteuning voor mensen? Lukthet om mensen actief te geven waar ze recht op hebben? Denk aan debijstand en aan de aanvullende inkomensvoorziening ouderen, maar ookaan de ouderenkorting voor mensen met een laag inkomen die nietverzilverbaar is. Kan de Minister ook aangeven of er al duidelijkheid isover de uitvraag die gedaan zou worden aan de gemeenten over hetniet-gebruik van de IOW?De voorzitter:Mevrouw Van Brenk, ik onderbreek u even, want de heer De Kort heefteen vraag voor u.De heer De Kort (VVD):Ik hoor nadrukkelijk de wens van 50PLUS – die deelt de VVD – dat we afmoeten van die toeslagen. Ik hoor 50PLUS ook aangeven dat niemanderop achteruit mag gaan, maar dan moeten we ook het eerlijke verhaalvertellen: dat is niet mogelijk of in ieder geval niet te betalen. Ik ben danheel benieuwd waar 50PLUS dit dan van wil betalen, als we af gaan vande toeslagenafhankelijkheid terwijl er helemaal niemand op achteruit zougaan. Volgens mij is dat namelijk onmogelijk. Als dat dan wel mogelijk is,hoor ik ook heel graag hoe dat kan, want daar ben ik heel benieuwd naar.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Wij zijn zeker groot voorstander van vereenvoudiging. Daar hebben weook een plan voor aangeboden aan toenmalig Minister-President Rutte enaan alle financiële woordvoerders van alle politieke partijen. Dat iseigenlijk een vorm van herverdeling, want je stort alle toeslagen en allebelastingmaatregelen in één grote pot en gaat dan herverdelen. Het gaathierbij over mensen die in de bijstand zitten, over mensen aan deonderkant. Die mogen er wat ons betreft niet op achteruitgaan.De voorzitter:Kunt u uw betoog vervolgen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86416 Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ja, graag. Ik stuur het plan zeker ook op naar de collega.De VNG stelt tien concrete gewenste verbeteringen voor in haar verklaringvoor bestaanszekerheid. Ik zou hier graag een reactie op willen van deMinister. Wat wordt er gedaan om te komen tot een toekomstbestendigstelsel van het sociaal minimum? Ook daarop graag een reactie.Door stapeling van zorgkosten zakken zelfs mensen met een gemiddeldinkomen soms onder het bestaansminimum. Er zijn mooie voorstellengedaan in het manifest Naar betaalbare zorg voor iedereen, van onderandere Ieder(in), MIND en MantelzorgNL. Kan de Minister reageren op devoorstellen die door hen zijn gedaan? Zij stellen het volgende voor. Steleen maximumbedrag vast dat mensen in totaal kwijt mogen zijn aan zorgen kosten die samenhangen met hun beperking. Baseer de hoogte vanuitkeringen en eigen bijdragen voor zorg op het individu. Ondersteunmantelzorgers en compenseer hen met een passende vergoeding voorextra kosten en hun inkomensval. Iedereen wil verbeteringen – ik neemaan de Minister ook – maar de mensen die het hierbij betreft, worden hierdag en nacht mee geconfronteerd. Waar mogen zij naar uitzien?Voorzitter. Als laatste punt wil ik het belang van de Landelijke Cliëntenraadhierbij toch aan de orde stellen. Ik denk dat het heel goed is dat deLandelijke Cliëntenraad voorziet in de problematiek van mensen die zelfgeraakt zijn en zelf actief betrokken zijn bij uitkeringen en het UWV. Ikhoop dus dat de Minister daar ook een warm plekje voor heeft.De voorzitter:Dank u wel. U bent dit soort commissiedebatten gewend, maar het is indeze periode toch ook weer een nieuw debat. Dank voor het mooiebetoog. Ik geef het woord aan de heer Mulder.De heer Edgar Mulder (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik heb vandaag voor iets andere onderwerpengekozen; er stonden ook zo’n 25 onderwerpen op de agenda. DeEU-richtlijn voor gelijke beloning voor mannen en vrouwen moesteigenlijk uiterlijk in juni 2026 in werking treden, maar dat is uitgesteld tot1 januari 2027. Onderdeel van deze richtlijn is dat werkgevers met tenminste 150 werknemers regelmatig moeten rapporteren over desalarissen binnen de organisatie, met name over de verschillen tussenmannen en vrouwen. Die informatie moet niet alleen intern wordengedeeld, maar ook voor iedereen openbaar toegankelijk zijn. Vanaf 2027zullen Nederlandse bedrijven bedrijfsgevoelige gegevens, zoalssalarissen, dus openbaar moeten maken en publiceren. Maar bedrijvenbepalen salarissen helemaal niet op basis van geslacht, zijnde man ofvrouw. Ze kijken naar factoren als ervaring, certificaten, inzet, loyaliteit,opleiding en natuurlijk vooral resultaten. Mijn vraag aan de Minister is:denkt zij dat het mogelijk is om deze realiteit vast te leggen in rapportagesen heeft zij daar misschien een voorbeeld van? Ook had het kabinet deambitie om 500 regels te schrappen. De Europese Unie zegt te strevennaar minder regeldruk. Waarom wordt deze ingrijpende maatregel voorbedrijven, en trouwens ook voor overheden, dan toch doorgezet?Voorzitter. Dan de taaleis. Het aanvragen van een uitkering of toeslagwordt door heel veel mensen als ingewikkeld ervaren. Dat is ookbegrijpelijk, zeker voor mensen die digitaal niet vaardig zijn. Voor dezemensen kan vereenvoudiging van gegevensdeling daadwerkelijkverlichting bieden. Maar we kunnen ook doorslaan. Wat de PVV betrefthebben mensen die de Nederlandse taal niet willen spreken, geen rechtop een uitkering of toeslag. Het is heel erg fout dat mensen die de taal vandit land niet beheersen en duidelijk maken dat ze deze niet willenbeheersen, toegang krijgen tot collectieve voorzieningen. In april kregenwe een rapportage waaruit bleek dat de taaleis de afgelopen twee jaarslechts drie keer is gehandhaafd. Slechts drie keer! Hoe beoordeelt deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86417 Minister het feit dat haar beleid niet wordt uitgevoerd in Nederland? Demaatregel staat gewoon in de wet. Er is afgesproken om die taaleis toe tepassen. Heb ik iets gemist, is dan mijn vraag. Zijn er gemeenten in onsland die meer gelijk zijn dan andere gemeenten?Het wordt trouwens steeds gekker: gemeenten als Amsterdam, Eindhovenen Zwolle – er zijn er nog een aantal – geven zelfs openlijk aan dat ze detaaleis niet willen toepassen. Dat is schandalig. Ik mag toch hopen datdeze Minister dat ook onacceptabel vindt. Mijn vraag is: welke sanctiesvolgen er voor die gemeenten? Wanneer gaat de Minister hier eindelijkserieus werk van maken? Trouwens, het is helemaal geen strenge taaleis.Mensen die in de bijstand zitten, moeten de Nederlandse taal beheersenop groep 8-niveau. Doe je dat niet, dan moet je je gaan inspannen, zegt dewet. Pas als je niet van plan bent om te zorgen dat je op groep 8-niveaukomt, volgt er een sanctie. Zelfs dat vinden een hele rits gemeenten waarextreemlinks de touwtjes in handen heeft, niet oké. Hoe gestoord wil jehet hebben? We moeten voorkomen dat iedereen die hier komtaanwaaien straks zomaar geld krijgt. De taal leren is namelijk geen straf;het is een basisvoorwaarde om mee te kunnen doen, in ieder land, ook inNederland.Voorzitter. Dan het laatste onderwerp: het recht op vergissen. Daar hebbenwe het in vele debatten hier al over gehad. Het is onterecht en onaccep-tabel dat één enkele fout een burger diep in de problemen kan brengen.We hebben de afgelopen jaren gezien wat er gebeurt wanneer deoverheid elke menselijke vergissing genadeloos afstraft. Daarom stelt hetkabinet dat het wil werken aan het herstel van het vertrouwen tussenmensen en de overheid. Er komt dus een zogenaamd recht op vergissen.Laat ik duidelijk zijn: het is hartstikke goed dat dat recht er komt – wehebben er zelf mede aan bijgedragen – zodat mensen niet meteen deafgrond in worden geduwd wanneer er iets misgaat met toeslagen offormulieren. Maar het roept bij ons wel een vraag op voor de Minister:wat doet zij om te voorkomen dat dit recht op vergissen verandert in eensoort vrijbrief? Misbruik voorkomen is top, maar het moet geen vrijbriefvoor fraude worden. Ik hoor graag hoe de Minister deze balans gaatbewaken.Dank u wel.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Als mede-indiener van een initiatiefwet over de loonverschillen tussenmannen en vrouwen kan ik de opmerking van de PVV «dat het nietbestaat» toch eigenlijk niet zomaar laten gaan. Ik hoop wel dat de PVVerkent dat er grote loonverschillen tussen mannen en vrouwen zijn. Ikbegrijp dat er vanuit Europa nu in ieder geval ook actie komt. Wat onsbetreft kan dat niet snel genoeg zijn.De heer Edgar Mulder (PVV):Er zijn dus verschillen en die horen er niet te zijn. Daarom moet er ookwet- en regelgeving zijn om dat te voorkomen. Om het even heel concreette maken: het CBS schrijft dat de gecorrigeerde loonverschillen in 2024 inhet bedrijfsleven 6% waren en bij de overheid 1,7%. Ik merk erbij op datvrouwen volgens het CBS tot hun 40ste bij de overheid meer verdienendan mannen. Verschillen moet je voorkomen. Volgens mij is er inNederland daarom wet- en regelgeving. Mijn bijdrage ging erover of hetwat zegt als je alleen loonverschillen duidelijk maakt op basis van geslachtof dat je ook moet kijken naar opleidingsniveau, ervaring, loyaliteit enresultaten binnen een beroep.De voorzitter:Dank, meneer Mulder. Ik kijk rond. Dan geef ik graag het woord aan deheer De Kort van de VVD.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86418 De heer De Kort (VVD):Dank, voorzitter. Je hoeft hier maar de binnenstad in Den Haag binnen telopen of bij mij in Eindhoven te kijken en de vacatures vliegen je om deoren. Horeca zoekt personeel. Er vallen treinen eerder uit vanwege eenpersoneelstekort. Er wordt zorg uitgesteld. We hebben iedereen heel hardnodig. Die behoefte wordt met de vergrijzing die op ons afkomt alleenmaar groter. Wanneer je echt niet kunt werken, is het natuurlijk belangrijkdat je kunt terugvallen op een goed stelsel van onze sociale zekerheid, ofdat je tijdelijk kunt terugvallen op dat vangnet wanneer het nodig is.We hebben dat stelsel met elkaar wel veel te complex gemaakt. Ik kan medan ook aansluiten bij de vragen die gesteld zijn door de heer Ceder, door50PLUS en eigenlijk door heel veel collega’s hier in de Kamer. We hebbenhet te ingewikkeld gemaakt. Daarvoor moeten we ook in de spiegel kijken.Daar hebben we ook als Tweede Kamer een bijdrage aan geleverd. Hoekunnen we dat stelsel minder ingewikkeld krijgen en hoe komen we af vandie toeslagenafhankelijkheid? Ik ben eigenlijk heel benieuwd wat deMinister daar aan een nieuw kabinet over zou willen meegeven. Net zoals50PLUS vindt de VVD het ook belangrijk dat er in ieder geval zo minmogelijk groepen op achteruitgaan. Als ik mevrouw Van Brenk hoor, krijgik wel de indruk dat met name de middenklasse de rekening gaat betalenbij het voorstel dat 50PLUS zojuist deed. Dat is nou niet wat de VVD wil.Wij zouden daar andere keuzes in maken. Dat we met elkaar eengezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om van die toeslagenafhanke-lijkheid af te komen en werken meer lonend te maken, dat moge welduidelijk zijn.Dan heb ik nog drie punten die ik wil maken in dit debat. Ten eerste deWet verbetering poortwachter. Die moet wat de VVD betreft nog meergericht zijn op activering, de mogelijkheid om weer werk te vinden. Hetzou daarvoor goed zijn als er meer flexibiliteit en meer maatwerk inkomen. Werkgevers worden in die wet ook best wel veel lastiggevallenmet verplichtingen. Ik ben heel benieuwd hoe de Minister daarnaar kijkten hoe zij het concreet voor zich ziet om ook werkgevers in die Wetverbetering poortwachter meer flexibiliteit te bieden, zodat diewerknemers met maatwerk op gerichtere manier bij hun baan kunnenblijven of een andere baan kunnen vinden.Het tweede punt is de internationale component van uitkeringen dieworden uitgekeerd door de Sociale Verzekeringsbank. Momenteel wordt50% van de ambtelijke inzet bij de SVB gebruikt voor slechts 13% van hetcliëntenbestand. Dat heeft te maken met uitkeringen die internationaalworden uitgekeerd. Wat de VVD betreft kijken we daar kritisch naar en zouhet wellicht budgetneutraal kunnen worden gedaan of misschien zelfs meteen bezuiniging gepaard kunnen gaan als er, bijvoorbeeld, een kinderop-vangtoeslag uitgekeerd wordt wanneer een van de ouders in Polen of ineen ander land werkt. Er moet dan specifiek een berekening wordengemaakt per maand of per situatie. Zou het niet veel logischer zou zijn omdaar met een soort van meest voorkomend bedrag, een modaal bedrag, tewerken en anders te kijken naar die internationale component? Ik begrijpdat dit complex is, dus ik zie ook echt wel de ingewikkeldheid ervan, maarhet is nu per casus heel ingewikkeld gemaakt. We moeten misschien tochmeer generiek beleid toepassen, dus op een budgetneutrale manier tewerk gaan of door zelfs nog een bezuiniging te bewerkstelligen.Het laatste punt dat ik wil maken is een plan voor eenvoud; dat sluiteigenlijk aan bij het punt van mevrouw Bühler van het CDA. Ik zou heelgraag van de Minister een plan voor eenvoud zien vóór de begrotingsbe-handeling van SZW. Kan de Minister daarbij kritisch kijken naar de rol diehet kabinet en de uitvoeringsorganisaties daarin kunnen pakken en ooknaar ons als Kamer? Ik zou de Minister willen uitdagen om ons daarin eenspiegel voor te houden. Dat kan ons namelijk helpen bij de begrotingsbe-handeling van SZW. Ik denk dat de knelpuntenbrieven de afgelopen jarendaarin een goede rol hebben gespeeld, net als de Dag van de PubliekeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86419 Dienstverlening. Een helder plan voor eenvoud vóór deSZW-begrotingsbehandeling zou ons erg helpen.Dank u wel.De voorzitter:Heeft u een interruptie, meneer Ceulemans? O, u was enthousiast; dat isaltijd goed. Dan geef ik graag het woord aan de heer Ceulemans vanJA21, die trouwens later is aangeschoven. Ook u bent hier voor het eerst,dus veel succes.De heer Ceulemans (JA21):Dank u wel, voorzitter. Ik begin met het punt over het CBS, dat ter sprakekwam toen ik binnenkwam. Het CBS ziet na jaren van daling een stijgingvan de armoede. Ik wil me daarbij toch even aansluiten bij de heer Mulderals het gaat over het aandeel van energie op die problematiek. We ziengewoon dat de energierekening een belangrijke factor is bij de toege-nomen armoede. We zien ook – niemand kan dat ontkennen – dat het vooreen groot deel politieke keuzes zijn geweest die ten grondslag liggen aandie stijgende energierekeningen. Ik noem de jarenlange stijging van deenergiebelasting op gas, die ertoe geleid heeft dat Nederland op ditmoment zo’n beetje de hoogste gasprijs van Europa heeft. In Europa heeftNederland in ieder geval de hoogste energiebelasting op gas. Dat is ommensen te ontmoedigen om gas te gebruiken, terwijl meer dan 90% vanalle woningen gewoon nog een aardgasaansluiting heeft en het voor heelveel mensen dus niet eens een keuze is om gas te gebruiken. Als wedaadwerkelijk armoede willen aanpakken, denk ik dat het komendekabinet echt naar een verlaging van de energiebelasting op gas moetkijken. Dat even als aftrap.Dan naar de vereenvoudiging van het socialezekerheidsstelsel en detoeslagenjungle. Dat is een belangrijke opgave, die Kamerbreed gedeeldwordt, wat ook weer blijkt uit het debat vandaag. In de RoutekaartHervormingsagenda worden de situatie en de onhoudbaarheid daarvangoed weergegeven: «Het aandeel toeslagen in het totale inkomen uitlandelijke regelingen is minimaal 25% en kan zelfs oplopen tot ongeveer60%. Daarmee zijn mensen voor een groot deel afhankelijk van inkomenwaarvan het definitieve recht pas na afloop van het jaar wordt vastge-steld. De mogelijke terugvorderings- en nabetalingsproblematiek diedaarbij ontstaat voor mensen is groot. Bovendien maakt een groteretoeslagafhankelijkheid werk minder lonend.» Volgens mij vat dat preciesgoed samen waar we met z’n allen in verzand zijn geraakt. Er zijn heel erggrote stelselwijzigingen nodig om dat terug te dringen.Wij vinden wel dat uitvoering van sociale zekerheid ook met handhavingte maken heeft. Ik had ook een blokje over de taaleis voorbereid. Het zitons totaal niet lekker dat gemeenten daar absoluut geen werk van maken.Ik vind dat het tarten van de wet en van gezag. Ik vind het niet kunnen datgemeenten actief uitstralen dat mensen die leven van een bijstandsuit-kering, geen Nederlands leren. Van veel gemeenten hoeven zij dat ookniet te doen. Wat ons betreft is het handhaven van die taaleis ook voor dekomende jaren een hele grote prioriteit. Ik vraag de Minister welkestappen er zijn gezet sinds het voorjaar, toen bleek dat in maar driegevallen werk was gemaakt van handhaving in de vorm van een kortingop een bijstandsuitkering bij het niet voldoen aan de taaleis. Wat onsbetreft zou die taaleis veel meer omgevormd moeten worden, namelijkvan een inspanningsverplichting naar een resultaatsverplichting. Op hetmoment dat iemand van een bijstandsuitkering leeft en dus een beroepdoet op de samenleving voor het dagelijkse inkomen, mag je van diepersoon niet alleen verwachten dat die Nederlands leert, maar ook dat dieuiteindelijk beter Nederlands spreekt. Graag ook een reactie van deMinister daarop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86420 Dan de tegenprestatie die met de herziening van de Participatiewet wordtomgezet naar een maatschappelijke participatie. Ook dat is een stap diewat ons betreft niet genomen had moeten worden. Wij vinden nog steedsdat rechtmatigheid en wederkerigheid twee hele belangrijke uitgangs-punten zijn als het gaat om de bijstand. Aan die wederkerigheid wordt watons betreft afbreuk gedaan met het afbouwen van de tegenprestatie zoalswe die kenden. Kan de Minister daarop reflecteren?Ik kan een paar dingen overslaan die al ter sprake zijn gekomen.Veel dank aan de griffie voor het ontvangen startdocument. Dat was eenheel handig handvat voor iemand die dit onderwerp voor het eerst terhand moet nemen voor een commissievergadering en geconfronteerdwordt met 25 agendapunten, waar ook nog allemaal losse rapportenonder hangen. Ik kan me aansluiten bij de vraag van mevrouw Bühlerover de knelpunten die als laaghangend fruit worden gezien. Ik kan meook aansluiten bij de reactie die ze heeft gevraagd van de Minister.Veel gaan we natuurlijk later ook inhoudelijk bespreken. Denk aan de WIAen de kinderopvang, waar we begin volgend jaar over te spreken komen.Ik vraag wel aan de Minister een eerste reflectie, even los van de inhoud,op de bevindingen van de Rekenkamer als het gaat om de WIA-proble-matiek en vooral de rol van het UWV erin. Ik bedoel dat er is tekortge-schoten – zeg maar gewoon: gefaald – als het gaat om kwaliteitsma-nagement. De Rekenkamer wijst daarbij heel nadrukkelijk naar de manierwaarop het hele UWV is ingericht. Welke afwegingen worden gemaaktverschilt heel erg per district of per regio. We kunnen hier natuurlijkbeleidswijzigingen voorstellen en doorvoeren tot we een ons wegen,maar op het moment dat op zo’n manier de uitvoering stokt, komen weniet verder. Als de Minister daar alvast een eerste reactie op kan geven,graag. We kijken uiteraard uit naar de reactie die nog gaat volgen op hethele rapport van de Rekenkamer. Dan lezen we over de kostendelersnorm.Die gaat vereenvoudigd worden. Kan de Minister op dat punt een standvan zaken geven? Wij zijn als fractie altijd zeer terughoudend geweest alshet gaat om het afschaffen van de kostendelersnorm. Wij vinden dat ernog grote voordelen aan de kostendelersnorm zitten. We vinden het ookeen legitieme maatregel. Hij gaat nu vereenvoudigd worden. Kan deMinister op de laatste stand van zaken ingaan?De voorzitter:Ik onderbreek u heel even. U heeft een enorm tempo. Dat is fantastisch,maar mevrouw Van Brenk had eigenlijk een interruptie. Dit is haar vijfde.Gezien de tijd sta ik toe dat zij, maar ook anderen, hier de ruimte toe krijgt.U krijgt dus één interruptie extra.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Heel kort. JA21 legt alles neer bij de uitvoeringsorganisatie. Ik heb eenvraag gesteld over de opdrachtgever en het eigenaarschap. Dat zit bij hetministerie. Het ministerie heeft – ik zal het netjes houden – ook nietsgezien over foutmarges enzovoorts. Zij hebben gewoon vinkjes gezet.Mijn vraag is: kijkt u ook naar die kant, niet alleen naar de uitvoering,maar ook naar al de beleidsmakers daar?De heer Ceulemans (JA21):Het is een terechte vraag en daar kijk ik absoluut naar. Ik heb me nu op datpunt beperkt, omdat we hier een debat hebben over de uitvoering socialezekerheid. Dat is de reden dat ik deze vraag over de werkwijze van hetUWV stel. Maar ik heb inderdaad ook gelezen dat de Rekenkamer zegt dathet ministerie ook tekortgeschoten is, veel eerder had moeten ingrijpen ende alarmbellen over het falende kwaliteitsmanagement veel eerderhadden moeten afgaan. Dat onderschrijf ik. Het rapport van de Reken-kamer is ook heel duidelijk. Maar daar gaan we nog over te sprekenkomen. Ik leg absoluut niet alles bij de uitvoering neer. Ik probeer bij hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86421 ingaan op het rapport me juist te beperken, omdat we het begin volgendjaar nog uitgebreid over het rapport gaan hebben. Deze vraag leende zichmeer voor dit specifieke debat. Hopelijk heb ik daarmee het misverstanduit de wereld geholpen.De voorzitter:Helder.De heer Ceulemans (JA21):Dan komen we even tot slot ...De voorzitter:Tot slot. Dan is het goed.De heer Ceulemans (JA21):Ja. Ik heb nog een laatste punt. Tot slot lezen we ook nog in de routekaartdat er wordt gekeken naar een specifieke of aparte regeling voor mensendie structureel geen arbeidsvermogen hebben en op dit moment nogonder de Participatiewet vallen. Daarbij geeft het ministerie aan dat hetvoor het kabinet van belang is dat een regeling niet te ruim is en niet temakkelijk leidt tot grote instroom, en uitvoerbaar is in de praktijk op eenmanier die recht doet aan de situatie van mensen. Dat is natuurlijk weleen stap die eigenlijk haaks staat op de vereenvoudiging van hetsocialezekerheidsstelsel, waarnaar toegewerkt wordt. Dit is eerder eenveringewikkeling van het socialezekerheidsstelsel. Op het moment dat erbij die regeling niet meer de prikkel naar werk komt kijken en dat hettoeleiden naar werk en de verplichtingen die daarbij horen niet meer omde hoek komen kijken, dan kan dat een regeling zijn die relatief aantrek-kelijk is om in te belanden. Ik vraag de Minister wel hoe zij dat denkt tevoorkomen en of zij deze risico’s ook ziet.Ik houd het voor nu eventjes hierbij.De voorzitter:Ik ben iets soepeler geweest vandaag. Dat kan wel. Het is normaalgesproken wel de bedoeling om enigszins binnen de tijd te blijven. Ik geefhet woord aan de heer De Kort voor een interruptie.De heer De Kort (VVD):Ook meneer Ceulemans van harte welkom in de SZW-commissie. Ik hoorJA21 zijn zorgen uitspreken over de houdbaarheid en betaalbaarheid vanons socialezekerheidsstelsel. Ik kan me daarbij aansluiten. De vraag overde taaleis en het niet handelen daarop vind ik ook een terecht punt. Ik benwel benieuwd waar JA21 bezuinigingsmogelijkheden ziet als het gaat omsociale zekerheid.De heer Ceulemans (JA21):Dat is uiteraard een hele brede vraag. Een vereenvoudiging van het stelselkan natuurlijk op termijn ook een kostenbesparing met zich meebrengen.Er wordt ook aangegeven dat dat in eerste instantie vaak een extrainvestering kost en dat dat later tot meer efficiency, en dus tot lagerekosten, kan leiden. Als u het mij vraagt ... Een vrees die wij hebben, is dathet hervormen van bijvoorbeeld de Participatiewet, waarbij uitgegaanwordt van vertrouwen, veel meer menselijke maat en minder rigidecontroles, kan leiden tot een grotere mate van bijvoorbeeld uitkeringen entoeslagen die eigenlijk niet rechtmatig zijn. Ik denk dat het dus welbelangrijk is om ook strikt op die handhaving te blijven zitten, om strengte blijven controleren op rechtmatigheid van verstrekte uitkeringen en datdat iets is waarmee we ook de kosten beheersbaar kunnen houden.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86422 Hartelijk dank, meneer Ceulemans. Mooi snel gepraat. Ik hoop dat deMinister en de ambtenaren het bij hebben kunnen houden. Het ging ergsnel. Ik geef het voorzitterschap over aan de heer Ceder, want dan kan ikmijn eigen inbreng doen.Voorzitter: CederDe voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik bij dezen het woord geven aan mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Hartelijk dank, voorzitter. De routekaart voor de hervormingsagenda laathet kernprobleem van inkomensonzekerheid over toeslagen en andereregelingen onbenoemd: het hoofdinkomen van mensen is te laag. Omzonder inkomensondersteuning te leven heb je een hoger inkomen nodig.Het is te bizar voor woorden, maar in Nederland kan je met een fulltimelaagbetaalde baan niet rondkomen. Ook uitkeringen zijn in de meestegevallen niet hoog genoeg om mee rond te komen zonder inkomenson-dersteuning. Ik wil de Minister dan ook vragen om in de routekaart mee tenemen of en op welke manier we mogelijk kunnen maken dat een veelgrotere groep onafhankelijk kan worden van de extra inkomensonder-steuning, door dus te zorgen dat mensen een zodanig hoog inkomenkrijgen dat ze kunnen leven van hun primaire loon of uitkeringen. Is deMinister bereid de routekaart aan te passen en dit cruciale punt daarin opte nemen? Verder ontbreekt in het inkomensbeleid het grote aantalwerkenden met een oproepcontract, een uitzendcontract of een anderevorm van flexibel betaald werk. Zij verdienen nog geen maand hetzelfdeinkomen en komen daardoor in de knel met de toeslagen. Kan ook ditpunt meegenomen worden in de routekaart?Voorzitter. We zijn voor verbeteringen, maar niet voor stelselwijzigingendie samengaan met bezuinigingen. Dit is slecht voor het draagvlak enslecht voor mensen. We zien het staan in de routekaart: afhankelijk van deuitwerking van de beleidsopties gaan er negatieve inkomenseffecten ofbudgettaire effecten mee gepaard. Kan de Minister aangeven of ze bereidis geld uit te trekken voor de hervormingsagenda, zodat het een verbeter-agenda wordt en niet een bezuinigingsagenda? Of, duidelijker nog: is deMinister bereid om ervoor te kiezen om kwetsbare mensen, die het almoeilijk hebben, er niet op achteruit te laten gaan? Is ze bereid teaccepteren dat de sociale zekerheid daarmee duurder kan worden?Voorzitter. Er liggen grote opgaven bij het UWV met de hersteloperatie enhet wegwerken van achterstanden. Ook andere uitvoeringsorganisatiesstaan onder druk. Intussen ligt er wel een rijksbrede taakstelling, waarforse bezuinigingen in staan voor de uitvoeringsorganisaties. Het gaat bijhet UWV bijvoorbeeld om een bezuiniging van 38 miljoen euro dit jaar,oplopend tot 75 miljoen in 2030. Kan de Minister aangeven welke effectende bezuinigingen zullen hebben op de uitvoering, en of de kwaliteit en dedienstverlening daarmee onder druk kunnen komen te staan?Voorzitter. We willen allemaal voorkomen dat bij gebruik van algoritmesdiscriminatoire gronden ontstaan. De Kamer heeft enige tijd geleden demotie van mijn collega Kathmann aangenomen met daarin de heldereoproep om in alle brieven die aan burgers worden verstuurd op basis vanalgoritmische selectie, in begrijpelijke taal uit te leggen dat er selectieheeft plaatsgevonden en wat het doel daarvan is. De uitvoering van demotie is op de lange baan geschoven. Is de Minister bereid zich in tespannen om deze Kamerbreed aangenomen motie alsnog volledig uit tevoeren in haar eigen domein, en de Kamer daarover voor de zomer teinformeren?Dan kom ik bij de Wajong. Sinds 2015 kunnen alleen jonggehandicaptendie duurzaam geen arbeidsvermogen hebben, in aanmerking komen voorde Wajong. Voor mensen van wie de aanvraag destijds is afgewezen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86423 bestaat vanaf 2025 de mogelijkheid om alsnog een Wajong te krijgenindien zij in de afgelopen tien jaar geen arbeidsvermogen hebben gehad.Kan de Minister aangeven op welke wijze deze doelgroep actief wordtgeïnformeerd en bereikt? Hoe wordt voorkomen dat de mensen die hierrecht op hebben, buiten beeld blijven? Kan de Minister aangeven of zijbereid is daarbij ook de groep mee te nemen die in die tien jaar welgeprobeerd heeft te werken, maar voor wie het uiteindelijk eenvoudigwegniet mogelijk bleek te zijn?Voorzitter. We hebben in januari debatten over de problematiek bij hetUWV en de WIA zelf. Daarom benadruk ik die nu niet, maar dat is wel eenvan de allergrootste problemen die we op dit moment hebben in deuitvoering. Ik maak me daar ernstige zorgen over, maar ik ben blij dat wedaar uitgebreid bij zullen stilstaan. Ik sluit me daarnaast graag aan bijmevrouw Van Brenk en wil de Minister vragen om betere borging van deCliëntenraad. Hun rol is belangrijk in deze tijd, waarin voor veel cliëntenonzekerheid is ontstaan. Die rol is eigenlijk, vind ik, onderbelicht in allestukken die ik in de afgelopen tijd heb kunnen lezen. Ik zou de Ministerdan ook willen vragen om eens goed te kijken of de Cliëntenraad, met detien mensen die daar nu aan het werk zijn, wel voldoende middelen heeftom te doen waar die voor opgericht is.Tot slot, voorzitter. De onderwerpen die bij dit debat op de agenda staan,zijn cruciaal voor het vertrouwen van mensen in de overheid. Ik zou willenafsluiten met een oproep aan onszelf: laten we zorgen dat we meeraandacht hebben voor de uitvoering en dat we deze debatten vakerhebben. Dit debat hadden we naar mijn idee namelijk alweer bijnatwee jaar geleden. Ik ga er dus van uit dat we dit in ieder geval binnenkortgaan bespreken; daar zal ik voor zorgen. Ik hoop dat we dat ook samengaan doen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik zo het voorzitterschap weer terug aan mevrouwPatijn, maar daarvoor is er nog een interruptie van de heer De Kort, vande VVD.De heer De Kort (VVD):Ik sluit mij graag aan bij de afsluitende woorden van mevrouw Patijn,want dit zijn inderdaad belangrijke onderwerpen voor het vertrouwen vancliënten en inwoners in de overheid. Maar daarbij moeten we dan ooknaar onszelf kijken, dus naar de Kamer. Ook ik heb me er in het verledenschuldig aan gemaakt, maar we moeten niet op ieder incident duiken datin de krant verschijnt en direct Kamervragen gaan stellen. Want juist dieincidentpolitiek draagt niet bij aan het vertrouwen. Is mevrouw Patijn datmet de VVD eens? Ziet zij daarin ook een rol voor ons allemaal om hetvertrouwen op die manier te waarborgen?De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik dacht dat u mij bedankte!Kijk, soms zijn incidenten wel belangrijk genoeg om met elkaar tebespreken. De vraag is wat je vervolgens doet met die incidenten. Wil jede structurele problemen die daarachter schuilgaan met elkaar gaanbespreken, dan vind ik het heel normaal dat je dat moment pakt. Maar ikben het zonder meer met u eens dat we niet bij ieder incident eenhapklare oplossing moeten willen voor dat ene plekje. Dat is ook precieshet probleem dat we nu zien bij de toeslagen. We hebben geprobeerd omheel gericht inkomenspolitiek te voeren en de te lage lonen te compen-seren. Dat is uiteindelijk het cruciale onderdeel: het minimumloon is teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86424 laag en de uitkeringen zijn te laag en mensen kunnen daarvan niet op eengoede manier rondkomen, en daar moet dus geld bij via toeslagen. Dat isnaar mijn idee niet wenselijk.De voorzitter:Dat is een bevredigend antwoord voor de heer De Kort, zie ik. Daarmeezijn de interrupties voorbij. Ik geef het voorzitterschap terug aan mevrouwPatijn.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Dank u wel, meneer Ceder, voor het tijdelijk voorzitten. Ik kijk even naarrechts, want we gaan schorsen. Voor hoe lang ongeveer? 35 minuten,hoor ik. Dan gaan we verder om 14.55 uur.De vergadering wordt van 14.17 uur tot 14.56 uur geschorst.De voorzitter:Wij gaan weer verder met het debat over de uitvoering van de socialezekerheid. Ik excuseer de heer Ceder van de ChristenUnie, die naar eenander debat moest. Er zijn veel plenaire debatten deze weken, dus allesstapelt zich een beetje op zo vlak voor kerst. Dat doet het bij de Ministerongetwijfeld ook. Ik geef de Minister het woord.Minister Paul:Voorzitter, dank u wel. Dank aan de leden voor hun inbreng. Mooi om tezien dat er veel nieuwe leden spreken. Ik zal eerlijk zeggen: tot een paarmaanden geleden sprak ik in de Onderwijscommissie. Toen zei ik altijd volvuur dat dat de mooiste commissie was. Maar ik geloof dat ik schaam-teloos ga zeggen dat het heel mooi is om juist in deze commissie ... Het isnatuurlijk geen wedstrijd. Dit gaat allemaal over domeinen die mensenraken. Het gaat over het bestaan van mensen en het leven dat ze kunnenopbouwen. Ik denk dat uit de betrokkenheid van de leden blijkt dat ook zijhet belang en de noodzaak daarvan inzien.Misschien is het goed om als kleine disclaimer op voorhand wel te zeggendat veel vragen die gesteld zijn eigenlijk over het domein van de Staatsse-cretaris gaan. Ik zal ervoor zorgen dat hij bij een volgend debat aanwezigis. Ik denk dat dat gewoon goed is. Dat is goed voor de Kamer, maar ookvoor hemzelf, omdat hij dan persoonlijke zaken kan toelichten. Ik denk weldat dat zo is. In mijn onderwijstijd deed ik heel veel debatten eigen-standig, maar een aantal debatten deed ik samen met mijn collega, omdatwe een gedeelde agenda hadden. Ik ga mijn best doen om de vragen tochzo goed mogelijk te beantwoorden. Een enkele keer zal ik moetenverwijzen of doorverwijzen.We hebben het vandaag over de uitvoering van de sociale zekerheid. Ikvind het fijn om te beginnen met het schetsen van het algemene beeld enhet belang daarvan voor de samenleving. Ik wil eigenlijk nog een stapjeterug doen en beginnen bij werk en het belang van werk. Een aantal ledenrefereerden er ook aan dat werk van onschatbaar belang is voor mensen,omdat het mensen in staat stelt om mee te doen in de samenleving eneen bijdrage te leveren. Een aantal leden zei ook: het gaat om inkomen.We hebben allemaal inkomen nodig voor onze basisbehoeften, of het nugaat om boodschappen doen of het betalen van de energierekening, onzehuur of onze hypotheek. Maar werk biedt veel meer dan een inkomen. Hetgeeft mensen voldoening en zelfvertrouwen. Het biedt een sociaalnetwerk en ontwikkelingsperspectief.Bijna 10 miljoen mensen in Nederland hebben betaald werk. Dit is voorhenzelf als individu waardevol om de redenen die ik net noemde. Maarhet is ook heel belangrijk voor onze economie en voor de samenleving inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86425 den brede. Naast die 10 miljoen mensen zijn er veel mensen die onder desociale zekerheid vallen, bijvoorbeeld 3,6 miljoen mensen die van hunwelverdiende AOW genieten. We weten daarnaast dat niet iedereen kanwerken, bijvoorbeeld door ziekte of een beperking. Het gaat om ongeveer870.000 mensen. Tot slot zijn er mensen die tijdelijk niet mee kunnendoen, die tijdelijk niet kunnen werken. Ongeveer 187.000 mensen zitten opdit moment in de WW en 345.000 mensen in de bijstand.Ons systeem van sociale zekerheid biedt dus een vangnet en inkomensze-kerheid voor heel veel Nederlanders. Onze collega’s bij het UWV en deSVB werken daar elke dag heel hard aan. Tegelijkertijd kan het systeemvan sociale zekerheid nooit al die functies van werk vervangen, zoals demogelijkheid om je te ontwikkelen of het sociaal contact. Dit kan alleen alswe mensen zo snel mogelijk weer aan het werk weten te helpen. Hiervoormoeten we de regels versimpelen; ik ben het eens met alle leden die dathebben aangestipt. Dat vraagt wel om scherpe keuzes die we samenmoeten maken: uw Kamer, het kabinet en de uitvoering.Graag ga ik in op de vragen van uw Kamer aan de hand van twee blokjes.Aan welke verbeteringen werkt het Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid op de korte termijn om het stelsel robuuster te maken?Het tweede blokje gaat over de voorbereidingen die we treffen voor dekomende jaren.Voorzitter. Het stelsel moet eenvoudiger en begrijpelijker worden voormensen en uitvoerders. Ook uw Kamer vraagt daar nadrukkelijk om. Ikonderschrijf het belang hiervan. Daarom heeft mijn ministerie deafgelopen tijd al het nodige in gang gezet. Ik geef u vier voorbeelden.Het eerste is het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening. Een aantal ledenrefereerde daar ook al aan. Begin december is dit wetsvoorstel aange-boden aan uw Kamer. Het is gepland om in 2026 in werking te gaan. Ditwetsvoorstel maakt het mogelijk voor het UWV, de SVB en gemeenten omin actie te komen voordat iemand een aanvraag heeft gedaan. Zo wordenmensen sneller en beter geholpen. We verwachten ook dat hierdoor meerparticipatie plaatsvindt, minder schulden worden opgebouwd en dit voormensen in veel gevallen bijvoorbeeld leidt tot een betere gezondheid.Een tweede voorbeeld is het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid.Dit wetsvoorstel is in juli van dit jaar aangeboden aan uw Kamer. Weblijven misbruik tegengaan, bijvoorbeeld door een boete op te leggen alsmensen verwijtbaar zwartwerken terwijl ze een uitkering hebben, of eenuitkering te weigeren als iemand verwijtbaar werkloos wordt. We zorgentegelijkertijd ook voor balans, omdat met dit wetsvoorstel de mogelijkheidontstaat om juist geen sanctie op te leggen als iemand een foutje maakt.De uitvoering krijgt dus instrumenten voor een passende reactie op eenovertreding. De nota naar aanleiding van het verslag verwacht ik injanuari 2026, volgende maand dus, naar uw Kamer te kunnen sturen.Een derde voorbeeld is het harmoniseren van begrippen. We willen datalle regelingen hetzelfde begrip op dezelfde manier behandelen, bijvoor-beeld: wat telt als je inkomen, wat betekent het «partnerbegrip» of watbedoelen we met «vermogen»? Er zijn veel Nederlanders die meer danéén regeling gebruiken, bijvoorbeeld omdat iemand een zorgtoeslag eneen bijstandsuitkering heeft. Het fiscaal partnerbegrip verschilt nu van hetpartnerbegrip in de sociale zekerheid. Dat is voor mensen niet tebegrijpen. Hierdoor maken burgers fouten in hun aanvraag. Ze zoeken hetéén keer uit en gaan bij nieuwe formulieren uit van het begrip dat ze alhebben uitgezocht; dat is logisch, zou ik zeggen. Het maakt gegevensdelen tussen bijvoorbeeld de Dienst Toeslagen, UWV, SVB en gemeentenook nodeloos ingewikkeld. Op dit moment zijn we hierover samen met depublieke dienstverleners afspraken aan het maken. Daar kom ik op enigmoment ook weer bij uw Kamer op terug.Het vierde voorbeeld dat ik wil geven, gaat over het instellen vanéén betaalmoment voor alle regelingen. Uw Kamer heeft eerder aange-geven hiernaar te streven. Het is ook een aanbeveling uit het ibo overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86426 schulden. Als je in de schulden zit, kost het nu vaak moeite om inzicht tekrijgen in je inkomen. Veel mensen hebben naast hun hoofdinkomenandere regelingen lopen. We onderzoeken wat ervoor nodig is om dit opéén moment per maand te laten plaatsvinden. 77% van alle inkomenson-dersteuning wordt tussen de 19de en de 24ste van de maand uitbetaald. Dithelpt mensen in hun financiële inzicht en om grip te krijgen op huninkomsten. Dit onderzoek kijkt ook naar de kosten voor het aanpassen vanIT- en betalingssystemen en naar de eventuele risico’s van één betaal-moment. Denk bijvoorbeeld aan de weerbaarheid van banken of deservicebalies van de publieke dienstverleners, die dan te maken zoudenkunnen krijgen met een maandelijkse piek. Ook kijkt dit onderzoek naarwat ervoor nodig is om dit aan te passen in de wetgeving. Dit voorjaarstuur ik de uitkomsten van dit onderzoek naar uw Kamer.De voorzitter:Dank. Ik hoor een punt? O, ik zie dat de vraag al beantwoord is. U kunt dusgewoon weer verdergaan.Minister Paul:Nou, wat heerlijk. Dan ben ik aanbeland bij – ik moet even goed kijken –het eerste blokje van vragen, die ik graag wil beantwoorden.De voorzitter:Sorry, er is wat twijfel.Mevrouw Biekman (D66):Sorry, voorzitter. Ik heb toch nog even een vraag ter verduidelijking aan deMinister. Allereerst wil ik de Minister in ieder geval complimenteren methet harmoniseren van begrippen en het instellen van één betaalmoment,want ik denk dat heel veel gemeentes daarop zitten te wachten en zekerde mensen die gebruikmaken van deze regelingen. U geeft aan dat u inhet voorjaar met de stand van zaken komt. Klopt dat, of komt u met deuitkomsten van het onderzoek naar de Kamer?Minister Paul:Dank voor de complimenten, die ik heel graag deel met alle mensen diehier keihard aan gewerkt hebben. Ik gaf net al aan dat ik nog maarkortgeleden ben aangetreden, dus ik kan op dit vlak echt heel weinigcredits pakken, maar het is fijn dat u het benoemt, want ik weet dat veelmensen, ook van de medeoverheden, het ministerie en de uitvoeringsor-ganisaties, hier heel hard aan hebben gewerkt. Ik kom dit voorjaar bij deKamer terug met de uitkomsten van het onderzoek.Voorzitter. Dan ga ik graag door.De voorzitter:Nog heel eventjes iets praktisch: u heeft ook nu weer vier interrupties,tenzij er ruimte en tijd is om iets extra’s te doen, maar ik ga even uit vanvier. Ik heb zelf ook een interruptie. Ik kan vragen of de heer Mulder hetvan mij overneemt, maar ik kan nu ook gewoon even één interruptiedoen. Mag dat? Ja, dat mag.Ik zou de Minister het volgende willen vragen. De uniformering van diebegrippen kan gevolgen hebben voor de hoogte van de uitkeringen. Kande Minister daar wat meer over zeggen? Is zij ook bereid te kijken of wekunnen voorkomen dat er alleen al door het uniformeren van debegrippen negatieve gevolgen ontstaan?Minister Paul:Ik denk dat het onderzoek daar juist voor bedoeld is: om in kaart tebrengen wat het betekent. Uiteindelijk willen we dat doen om de burger,de mensen die gebruikmaken van regelingen, beter te helpen en om hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86427 voor de uitvoeringsorganisaties, en zeker ook voor de gemeenten,gemakkelijker te maken. Dan kan de uitvoering ook soepeler verlopen. Datbetekent dat we in dat onderzoek oog moeten hebben voor hoe dingeneventueel negatief kunnen uitpakken. Dat wordt in dat onderzoekinzichtelijk gemaakt. In alle eerlijkheid zeg ik dat dat uiteindelijk misschienook met politieke keuzes samenhangt. Als een bepaalde uniformering toteen nieuwe situatie leidt, waardoor je de weging moet maken of je de eneof de andere afslag neemt – daarmee kom ik, of mijn opvolger, terug naarKamer; ik heb geen idee – zullen we dat uiteindelijk met de Kamer moetenbespreken. Daarin zullen dan keuzes gemaakt moeten worden. Maar daaris oog voor.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Paul:Dank u wel. Dan ga ik nu de vragen in het eerste blokje beantwoorden.Dat gaat over wat we doen in het hier en nu, de acties op de korte termijn.Daarbij zoom ik met name in op wat er speelt in en om het UWV en op degegevensdeling. Daarnaast zitten in dit blokje ook de vragen die ik onder«diverse» zou willen scharen.Ik begin bij een vraag van de heer De Kort van de VVD. Hij vroeg hoe iknaar de Wet verbetering poortwachter kijk. Deze wet is natuurlijk zeerrecent tegen het licht gehouden, zowel in het kader van het grootscheepseonderzoek van OCTAS als van het ibo WIA. Ik ben het helemaal eens metde heer De Kort dat regeldruk en administratieve lasten voor werkgeversbeperkt moeten worden. Afgelopen week heeft mijn collega Karremans opde OndernemersTop de eerste maatregelen van dit kabinet gepresenteerdom te snoeien in de veelheid aan wet- en regelgeving. SZW draagt hierook vol aan bij. Als je kijkt naar de verschillende ministeries, denk ik datwij een forse bijdrage leveren aan die wet- en regelgeving. Ik zeg daar ookmaar het volgende bij. Ik herinner me een opmerking van mevrouw Patijnin een van de eerste debatten die ik met uw commissie mocht voeren. Diewetten en regels zijn ooit met een reden ontwikkeld. Over het algemeenzijn de doelen prijzenswaardig of hebben ze te maken met een bepaaldebalans die men nastreeft om werknemersrechten te borgen en tegelij-kertijd te zorgen dat werkgevers niet overbelast worden. In deze heleexercitie moet je heel kritisch kijken naar de regels die we hebben. Welkdoel dienen ze en wordt dat doel inderdaad gehaald? Is het valide omdaarin te gaan snoeien? Die exercitie vindt nu plaats.Meer concreet wat betreft dit thema zeg ik tegen de heer De Kort dat webijvoorbeeld per 2028 het advies van de bedrijfsarts over de belast-baarheid van zieke werknemers leidend maken bij de toets die het UWVuitvoert op het re-integratieverslag. Daarnaast werken we aan eenwetsvoorstel uit het arbeidsmarktpakket – dat is een breder verhaal – datkleine en middelgrote werkgevers eerder duidelijkheid geeft over dere-integratie en vervanging van langdurig zieke werknemers. Het is eensoort update van die wet.Dan een vraag van mevrouw ...De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Bühler een interruptie heeft. Gaat uw gang.Mevrouw Bühler (CDA):Dank je wel aan de Minister voor het eerste deel van de beantwoording. Ikben heel blij dat daarin werd aangegeven dat er één betaalmoment permaand komt. Dat is ook iets wat het CDA heel graag wil. Nu geeft u aandat er kritisch gekeken wordt naar regels. Dat is hartstikke goed. Het is ookeen onderdeel waar ik naar gevraagd heb. Maar als ik dan lees dat debedrijfsarts moet worden meegenomen in het proces bij het UWV vanafTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86428 2028, vraag ik me af of dat niet heel erg laat is, gelet op de uitvoeringspro-blematiek die we nú, op dit moment, kennen bij het UWV.Minister Paul:Ik zou tegen mevrouw Bühler willen zeggen: dit is een van de maatre-gelen. Dit zijn zaken waarover we, volgens mij, in januari heel uitgebreidkomen te spreken. We hebben er ook aan geraakt in een eerder debat. Ditgaat over de taakherschikking en de taakdelegatie. We kijken ook naarandere functionarissen die bijvoorbeeld de rol van een keuringsartszouden kunnen overnemen, of in ieder geval voor bepaalde taken.Daarnaast kijken we naar andere zaken, die te maken hebben met hetmeer stroomlijnen van processen. Dit is dus één voorbeeld, maar er isheel veel meer werk aan de winkel. Dat ben ik helemaal met mevrouwBühler eens. Daar komen we in januari uitgebreid over te spreken.Dan ben ik bij een vraag van mevrouw Bühler over de zbo-structuur vanhet UWV. Is dat wel de juiste structuur? Ik wil niet elke keer doorverwijzen,maar soms is er gewoon een volgorde der dingen. Uw Kamer heeftinderdaad meermaals gerefereerd aan het rapport van de AlgemeneRekenkamer over de fouten bij de WIA. Volgende maand stuur ik uwKamer hierover een brief waarin ik inga op de verschillende bevindingen.Daar kunnen we dan wat mij betreft uitgebreider bij stilstaan in het debatover de WIA.Dan een andere vraag van mevrouw Bühler.De voorzitter:Mevrouw Bühler heeft ook een interruptie. O, ze wacht de beantwoordingeven af, hoor ik. Oké. Gaat uw gang, Minister.Minister Paul:Mevrouw Bühler heeft ook een vraag gesteld over autonomie in deuitvoering. Is die wenselijk of leidt die juist tot meer regeldruk? Zij gaf eenvoorbeeld vanuit haar eigen ervaring in Sittard-Geleen. Ik was daaroverigens vorige week voor de Grenslandconferentie. Dat was heel mooi.Ik vond dat voorbeeld heel veelzeggend. Dat kan nooit de bedoeling zijn.Dat is dus iets waar we, ieder vanuit onze eigen verantwoordelijkheid, opverschillende plekken, of dat nou een Minister op het ministerie is of eenwethouder in een gemeente, heel kritisch op moeten zijn. Als je ietsbedenkt dat juist bedoeld is om de administratieve druk te verlagen en hetleven voor mensen gemakkelijker te maken, moet je dat vervolgens nietweer de nek omdraaien door, goedbedoeld hè, te komen met formuliertjesen andere verplichtingen.Ook op een teveel aan autonomie kom ik terug in de kabinetsreactie ophet rapport van de Algemene Rekenkamer, maar ik zou richting mevrouwBühler alvast het volgende willen zeggen. Zij heeft er helemaal gelijk indat de problematiek bij het UWV verschillende oorzaken heeft. Het is nietalleen de complexiteit van regelgeving, maar ook de verouderde ICT eneen te grote variatie in hoe medewerkers de regels toepassen. Ze doendat met de beste bedoelingen, maar toch. De bevindingen van deAlgemene Rekenkamer laten dat ook heel duidelijk zien. Het goede nieuwsis wel dat er nog steeds heel veel werk aan de winkel is, maar dat er al welzaken in de steigers zijn gezet. Dat zijn de zaken waar het UWV nu al aanwerkt, zoals het verbeteren van het kwaliteitsmanagementsysteem, hetecht goed doorploeteren van al die legacy-ICT-systemen en het werkenaan uniforme werkprocessen. Van die zaken wordt nu al werk gemaakt endaar zal in de komende periode nog meer werk van gemaakt moetenworden. Wij komen daar in januari ook zeker over te spreken.Mevrouw Bühler (CDA):Ik ben blij met de antwoorden van de Minister, maar ik probeer eventjes inbeeld te brengen waar we het over gaan hebben. In januari gaan we hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86429 hebben over haar appreciatie van het Rekenkamerrapport en haar reactiedaarop, maar ik zou daar ook echt heel graag in meegenomen willenhebben hoe ze kijkt naar de sturing binnen een zbo-structuur. Moeten weniet naar een alternatief kijken? Dat wil ik dan ook graag horen. Is datmogelijk?Minister Paul:Dat kunnen we daarin meenemen. Laat ik even open van gedachtenwisselen met u: de precieze rechtsvorm doet ertoe, denk ik, maar er is eenveelheid aan redenen waarom dingen niet goed gaan, om het zo maar tezeggen. De rechtsvorm kan een onderdeel daarvan zijn, dus daarom neemik dat ook mee. Daar kom ik in januari dus op terug. Daarnaast vind ik hetwat betreft de WIA-hersteloperatie goed om te vermelden dat er een briefvoorligt. Die moet aanstaande vrijdag nog door de ministerraad. Wanneerik het vinkje krijg van mijn collega’s, gaat die naar de Kamer. Dat is eenbrief waarin we heel uitgebreid ingaan op allerlei verbeteracties waar wenu mee bezig zijn rond het UWV. Die kunnen we dus ook betrekken bij hetdebat in januari.Mevrouw Bühler had ook een meer algemene vraag, maar het waseigenlijk een beetje een hartenkreet, heb ik het idee. Ze vroeg: wanneerwordt er weer eens werk gemaakt van betrouwbare dienstverlening aanonze inwoners? De realiteit is dat er in het verleden inderdaad allerleizaken niet goed zijn gegaan, maar dat er op dit moment grote stappenworden gezet in het aanpassen van bestaande regelingen aan de behoeftevan mensen, van burgers en van bedrijven. Hierin is belangrijk dat daarbijook meer samenwerking aan de achterkant nodig is. Er is ook meerproactiviteit nodig om mensen te helpen en niet te wachten tot dingenoverduidelijk niet goed gaan; daar refereerde ik zojuist ook aan. Daarzetten we op in. Daar zal ik de komende periode ook verdere stappen inzetten. Ik vind het belangrijk dat dit thema ook van een nieuw kabinet devolle aandacht krijgt, dus ik ga ervan uit dat alles wat er speelt rondsociale zekerheid een belangrijk thema op de formatietafel zal zijn.Mevrouw Biekman van D66 had eigenlijk een hele mooie vraag. Waaromkunnen we wél over schaduwen heen stappen als het crisis is, maar nietop andere momenten wanneer dat nodig is? Wat kunnen we leren van deNOW-regeling? Mevrouw Biekman heeft helemaal gelijk. Kijk naar wat ertoen gedaan is. Het gebeurde met stoom en kokend water, maar met heelveel goede wil en met heel veel energie van allerlei partijen. Er was zekerook een goede samenwerking tussen UWV en SZW. De NOW heeftinderdaad bijgedragen aan het succes. Ik zou haast willen zeggen dat deNOW heeft bijgedragen aan het lijfsbehoud van veel mensen enbedrijven. Uit de evaluatie blijkt dat een gedeeld gevoel van urgentie ende prominente rol voor uitvoerbaarheid geholpen hebben bij de samen-werking en het succes. Door op alle terreinen te blijven kijken naar deuitvoering en de uitvoerbaarheid zetten we wat mij betreft die positievelijn voort.Zoals mevrouw Van Brenk benoemde, moeten we aan de ene kant deuitvoering ruimte geven, maar moeten we aan de andere kant gezamenlijkals Minister, uitvoering en Kamer bepalen welke risico’s we willenaangaan. De eerlijkheid gebiedt namelijk ook te zeggen dat regelingenzoals de NOW een grofmazige opzet kennen. Die brengt ook risico’s metzich mee, bijvoorbeeld risico’s op fraude en oneigenlijk gebruik. Op datmoment is er een weging gemaakt. De periode van corona lijkt soms heelver weg, maar we weten allemaal dat die periode heel ingewikkeld wasvoor heel veel mensen. Op dat moment was het ontzettend belangrijk ombanen te behouden en ervoor te zorgen dat bedrijven fier overeind bleven.Ik vind het in dat kader ook wel goed om te benoemen dat ik zeer onlangshet wetsvoorstel Wet personeelsbehoud bij crisis, de Wpc, door deministerraad heb geloodst. Dat wetsvoorstel is er juist voor bedoeld ombedrijven meer mogelijkheden te geven om maatregelen te treffen als erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86430 zaken gebeuren buiten de macht van bedrijven om. Dat kan bijvoorbeeldte maken hebben met oorlog, met een natuurramp of met andere groteincidenten. Daarbij kun je eraan denken dat je medewerkers bijvoorbeeldtijdelijk in een andere rol neerzet of andere maatregelen treft zodat je diebanen behoudt. Daarbij gaan we uit van de gedachte: als het goed is, gaatdie crisis over, maar die banen moeten behouden blijven. Dat is vervat indat wetsvoorstel. Dat ligt nu bij de Raad van State. Op enig momentkrijgen wij dus een advies. We hopen natuurlijk op een positief advies. Alser bedenkingen zijn, dan gaan we daarnaar kijken en die verwerken. Dankomt het op enig moment naar uw Kamer. Mevrouw Biekman had ookeen vraag over een scherp advies dat UWV heeft gekregen over het planPulse. Het ging om het advies van AcICT om de aanpak en sturing teverbeteren. Mevrouw Biekman refereerde aan een specifieke fte, maar erwordt gewoon gekeken naar wat er nodig is om dit verder te versterkenbinnen het bestaande projectteam en budget. Er is dus inderdaad iemandtoegevoegd. Ik zeg u eerlijk: als in de toekomst blijkt dat er meer nodig is,dan wil ik daar zeker welwillend naar kijken, maar op dit moment isbepaald dat er met de extra expertise stappen gezet kunnen worden.Mevrouw Biekman had verder een vraag over de aanpassingen van Pulsevoor een meer toekomstgerichte dienstverlening. De herijkte plan vanPulse blijven binnen de bestaande middelen en budgetten van UWV. Er isgeen aanvullend budget nodig voor die aanpassingen. Pulse vervangt hetverouderde systeem voor de uitvoering van arbeidsongeschiktheids-wetten door een modern en beter onderhoudbaar ICT-systeem. Door datnieuwe systeem kan UWV de dienstverlening aan cliënten met eenarbeidsongeschiktheidsuitkering ook in de toekomst betrouwbaaruitvoeren.Mevrouw Bühler had een vraag over ...De voorzitter:Ik onderbreek u even. Mevrouw Biekman, u had nog een vraag.Mevrouw Biekman (D66):Ik had nog een vraag, want ik hoor de Minister over het project Pulse. Ikhad daar twee vragen over. Volgens mij heeft u ze gedeeltelijk door elkaargehaald. Het ging om het stukje UWV en de loonkostensubsidie. U geeftaan dat u nu bezig bent om de loonkostensubsidie ook in te zetten bij hetUWV, dat zij daar gebruik van kunnen maken. Mijn vraag ging onderandere over de administratieve lasten.Minister Paul:Het staat mij bij dat ik nog ergens in mijn mapje iets heb over loonkosten-subsidie, maar ik weet niet waar. Als het nu niet in dit blokje of het tweedeblokje aan bod komt, dan doe ik dat in de tweede termijn.De voorzitter:Ik zie mevrouw Biekman knikken, dus dat is oké.Minister Paul:Dan gaan we dat doen. Heel fijn. Dan ga ik door naar een vraag vanmevrouw Bühler. Zij onderstreept dat persoonlijk contact ontzettendbelangrijk is. Ze stelt de vraag: is UWV niet te veel intern gericht, ookvanuit de gedachte dat het niet zou moeten uitmaken welke medewerkerje spreekt? Ik heb in antwoord op een andere vraag inderdaad aange-geven dat uniformering en stroomlijning van werkprocessen heelbelangrijk is, terwijl je tegelijkertijd – dat kwam ook naar voren in hetinterruptiedebatje tussen mevrouw Bühler en de heer Ceder – zoekt naarde balans. Je moet aan de ene kant kunnen waarmaken dat je oog hebtvoor de menselijke maat en de specifieke oplossingen in een specifiekesituatie. Tegelijkertijd moet het niet uitmaken of je medewerker Piet ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86431 medewerker Truus spreekt, of je een medewerker spreekt in Sittard-Geleen of in Groningen. Je wil op een passende manier geholpen worden.Ik ben ervan overtuigd dat UWV daar flinke stappen in kan maken doormeer nadruk te leggen op standaarden in kwaliteitsmanagement, hetgoed documenteren en ook het delen van best practices.U mag best weten dat toen ik aantrad en geconfronteerd werd met deproblematiek rond WIA, ik vooral aansloeg op het feit dat bepaalde foutenzo lang door konden gaan. Voor mij is evident dat waar mensen werkenfouten gemaakt kunnen worden, dat waar sprake is van zeer ingewikkeldewet- en regelgeving fouten gemaakt kunnen worden, en dat waar sprakeis van verouderde, legacy, ICT-systemen de kans op fouten vergrootwordt. Al de ingrediënten om te begrijpen dat er fouten gemaakt kunnenworden, zijn er. Maar ik vind het niet acceptabel dat dat zo lang door kongaan. Dus het nu werken aan een robuust kwaliteitssysteem, maar ookwerken ... UWV-breed is nu een heel programma opgetuigd om eencultuur te bereiken waarin men van elkaar wil leren en men constantverbetering nastreeft. Al die dingen samen zijn wel heel belangrijk. Ikhoop dat u het goedvindt, voorzitter, dat ik hier een beetje over uitweid. Ikgeloof echt dat uiteindelijk de goede verbeteringen die we met elkaar totstand brengen, vooral zitten in de mensen, in het hen goed opleiden en inhen meenemen in die cultuur van verandering en verbetering. Ja, zemoeten ook goede systemen hebben, waar ze op kunnen bouwen, maarhet gaat om dat totaalpakket. Daar wordt dus heel veel werk van gemaakt.Mevrouw Bühler vroeg ...De voorzitter:U kunt nog niet verder. Er is een vraag van mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik neem aan dat de Minister nog terug zal komen op de eerste casus die ikbesprak, maar ik sloeg even aan op het feit dat de Minister zegt «iemandspreken». Ik weet in het geval van deze Wajonger dat zijn vader tot tweekeer toe geprobeerd heeft om überhaupt iemand te spreken te krijgen.Maar dat is dus gewoon niet gelukt. Ik weet niet of dat kenmerkend is voorEindhoven, maar het feit dat je niet eens een medewerker te sprekenkrijgt, is toch wel heel erg schrijnend. Dat zou toch niet moeten?Minister Paul:Ik vind het altijd lastig om in te gaan op specifieke casussen. Ik weet dateen organisatie een bedieningsmodel heeft, zoals dat in het jargon heet,waarbij je op verschillende manieren en via verschillende kanalen contacthebt met je cliënten. Persoonlijk contact zou daar eigenlijk altijd onderdeelvan moeten zijn. Je moet ook heel goed kijken naar de behoeften van hetindividu. Daar waar de een het heel fijn vindt om een mail te krijgen endaarop te kunnen antwoorden, is het voor een ander ontzettend belangrijkom gewoon persoonlijk contact te krijgen. Ik vind het pijnlijk dat dat in ditgeval niet is gelukt, want ik kan me voorstellen dat juist voor mensen diein een kwetsbare situatie verkeren en behoefte hebben aan dat persoonlijkcontact, dat contact er gewoon moet zijn.Ik heb in de afgelopen paar maanden vaker contact gehad; ik heb zowelmeegelopen op de werkvloer bij het UWV als achter de schermengesprekken gehad met cliënten die verkeerde uitkeringen hebbengekregen. Ik heb dat achter de schermen gedaan en er bewust geenruchtbaarheid aan gegeven omdat ik het gewoon fijn vond om te doen,om die mensen te spreken, en omdat ik het niet tot een pr-ding wildemaken. Wat ik uit dat contact haal, wat ik terugkreeg van die mensen, isdat zij zien en ervaren dat er echt werk wordt gemaakt van dat persoonlijkcontact. Zeker voor de WIA-groep in die hele hersteloperatie zijn nuspecifieke teams opgetuigd om ervoor te zorgen dat mensen contactkunnen hebben op een manier die voor hen goed voelt en waar zij meeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86432 verder kunnen. Ik snap best dat Kamerleden bepaalde zaken willenbenoemen in een debat, dat is logisch en legitiem, maar als er situatieszijn waarvan u zegt dat het belangrijk is dat het ministerie daarvan weeten die mee kan nemen, zou ik de Kamer willen oproepen om vooral niet tewachten tot een debat maar deze informatie door te geleiden. Mijncollega’s, zowel van het ministerie als ook bij de uitvoeringsorganisaties,vinden dat heel prettig. We kunnen immers niet acteren op wat we nietweten. Dus die oproep en uitnodiging staan.Dan ga ik door.De voorzitter:Er zijn nog een aantal interrupties. Ik zag eerst mevrouw Bühler.Mevrouw Bühler (CDA):Wederom dank aan de Minister, want ik ben blij met haar antwoorden. Hetlijkt misschien of ik ga drammen op de governance, maar ik vind dit eenheel belangrijk punt. U geeft nu heel duidelijk aan dat wil je een goedebalans hebben tussen regelgeving en uitvoering, het bij de mensen zit.Daar ben ik het helemaal mee eens. Het zit in de cultuur, en cultuur isdatgene wat er tussen mensen gebeurt. Daar moeten we mee aan de slag.Ik vind het dan altijd heel lastig dat op het moment dat je zaken wat meerop afstand zet, de rol van het parlement, de controle en de instrumentendie we hebben, ook steeds meer op afstand komen. Ik zou dus heel graagwillen dat op het moment dat u dit blokje aanstipt in januari, u ook hebtnagedacht over de vraag welke rol de Kamer nog heeft om er de eigeninstrumenten op toe te passen.Minister Paul:Ik denk dat dat een heel valide vraag is. De vraag die ik aan mezelf stel endie mij bezighoudt, is: hoe organiseer je de verantwoordelijkheden en hoezorg je ervoor dat eruit komt wat we met elkaar graag willen, zonder dat ikzelf op een oneigenlijke stoel ga zitten? Datzelfde zou ik de Kamer ookwillen meegeven. Ik snap de controlerende taak van de Kamer heel goed.Dan is het dus belangrijk dat ik ervoor zorg dat de Kamer die informatiemeekrijgt, en de kaders waarbinnen de controle uitgeoefend kan worden,zonder dat je op de stoel van de uitvoerder zelf gaat zitten. Ik denk datmevrouw Bühler ook vanuit haar eigen ervaring in de praktijk zeker niet debedoeling heeft om op die stoel te gaan zitten, maar dat ze wel op eeneffectieve manier controle wil uitoefenen. Daar kom ik op terug in dereactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer.De heer De Kort (VVD):Mijn microfoon gaat niet aan.De voorzitter:Sorry, dat is mijn schuld. Probeer het nog eens.De heer De Kort (VVD):Geen probleem.Net zoals mevrouw Bühler sloeg ik aan op het antwoord van de Ministerwaarin zij aangaf dat een goede dienstverlening door het UWV valt ofstaat met de mensen. Dat ben ik ook met de Minister eens. In haarantwoord gaf ze ook aan dat het gaat om het opleiden van de mensen.Maar daar zit nou net het probleem. We hebben sowieso een tekort aanartsen, en in het bijzonder aan verzekeringsartsen. Het is geen populairekeuze, op de een of andere manier. Tegelijkertijd hebben we een zwaarvergrijsd bestand aan verzekeringsartsen. De komende jaren gaan er heelveel verzekeringsartsen met pensioen. Is de Minister het met de VVD eensdat we door al die ontwikkelingen genoodzaakt zijn om meer taken,bevoegdheden en verantwoordelijkheden niet meer bij de verzekerings-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86433 artsen neer te leggen, maar bijvoorbeeld bij de arbeidsdeskundigen ofbedrijfsartsen? Anders zie ik niet hoe we dit probleem gaan oplossen.Minister Paul:Daar ben ik het helemaal mee eens. In het WIA-debat dat we in septemberhadden, heb ik dat ook expliciet gemaakt. Daar maken we werk van. Datgaat dus ook over taakdelegatie en taakherschikking. Dat zie je op heelveel plekken in de zorg, ook in ziekenhuizen, huisartsenpraktijken enandere plekken. Dat moeten we dus zeker doen bij het UWV, want wegaan niet nog meer verzekeringsartsen tevoorschijn toveren; dat isevident. Het werk anders organiseren is dus een heel belangrijk punt. Losvan de tekorten die we hebben als het gaat om de beoordelingscapaciteitvoor die medische beoordelingen, zijn er natuurlijk heel veel anderefuncties. Ik heb regulier overleggen met de raad van bestuur van het UWVen ik vond het mooi om onlangs te horen dat bijvoorbeeld ICT’ers steedsvaker aankloppen bij het UWV om daar te werken, omdat ze zien dat ereen grote opgave ligt en omdat mensen met die expertise het ook mooivinden om een maatschappelijke bijdrage te geven. Ik zou dus hetvolgende willen zeggen. Er liggen grote uitdagingen – ik wil het ook nietmooier maken dan het is – maar het is niet over de hele linie kommer enkwel. Dat vind ik ook mooi om te noemen.Ik stap nu overigens, in dat eerste blokje over de korte termijn, over op hetonderwerp gegevensdeling. Ik begin met een vraag van mevrouw Bühler.Wij hebben een brief gestuurd met daarin twaalf punten als laaghangendfruit. Mevrouw Bühler verzocht of ik in het eerste kwartaal een stand vanzaken kan sturen. Het netwerk van dienstverleners kijkt op dit momentheel kritisch naar dat laaghangende fruit. Laaghangend fruit moet jeplukken. Die publieke dienstverleners hebben bij mij aangegeven dat zede stand van zaken eind Q2 kunnen aanleveren. Dat is dus niet conformde wens van mevrouw Bühler, maar wel op korte termijn.Dan een vraag van mevrouw Van Brenk over of er iets gedaan wordt aanniet-gebruik van IOW. Om niet-gebruik van IOW en andere uitkeringentegen te gaan, is het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening bij de Kameringediend. Ik refereerde daar al even aan. De Kamer krijgt in februari 2026,dus over dik twee maanden, de antwoorden op de vragen die de Kamer inhet verslag heeft gesteld. Daar houden we dus wel tempo in.De heer Ceder stelde ...De voorzitter:Ik onderbreek u even, want mevrouw Van Brenk heeft een interruptie.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ja, tenzij de Minister daar nu op ingaat. Volgens mij was er ooit een motievan de heer Ceder over de uitvraag bij gemeentes over het niet-gebruik. Isdat gebeurd? Krijgen we daar ook een rapportage over?Minister Paul:Zeker. Dat zit daarbij. Ik kom nu inderdaad bij de vraag van de heer Cederdaarover. Die uitvraag bij de gemeente ... De heer Ceder koppelde er nogiets anders aan. Hij vroeg: hoe kunnen we ervoor zorgen dat deregelingen die er zijn, optimaal worden gebruikt en terechtkomen bij demensen die het nodig hebben, en kunnen we tegelijkertijd de privacywaarborgen? Binnen dit domein, Sociale Zaken en Werkgelegenheid,geldt heel sterk dat je beide kanten van de medaille wil borgen. Dit puntkomt specifiek daarbij aan bod en komt dus – wat zei ik nou? – in februarinaar uw Kamer.Dan kom ik op de vraag van de heer Mulder over de EU-richtlijn overloontransparantie. Ik heb me te verhouden tot die richtlijn, omdat hetgeen vrije keuze is of ik die wel of niet ga doorvoeren. Overigens sluit ikme aan bij de woorden van mevrouw Van Brenk dat het nodig is dat weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86434 dit doen. Ik vind het zelf heel belangrijk dat we die richtlijn zuiverimplementeren, zonder nationale kop; dat zeg ik er ook bij. Het doel vande richtlijn is transparantie over loonverschillen. Dit zal tot uitdrukkingkomen in de openbare beloningsrapportages. Ik vind het heel belangrijkom dat te doen. Daarom hebben we er ook wat meer tijd voor genomen,met name om samen met werkgeversorganisaties en alle sociale partnerste bekijken: hoe kunnen we dit implementeren op een behapbare manier?Je streeft een bepaald doel na, maar het is niet de bedoeling dat hetvervolgens ongelofelijk ingewikkeld wordt voor alles en iedereen. Dekomende periode worden de specifieke vereisten van de rapportagever-plichting, in samenspraak met de betrokkenen – dat zijn de socialepartners – en het beoogde monitoringsorgaan verder uitgewerkt en zullendie voorbeeldrapportages worden ontwikkeld. Die heb ik nu dus niet,maar daar wordt aan gewerkt.Dan een vraag van mevrouw Bühler. Zij vroeg hoe we ervoor kunnenzorgen dat mensen met een uitkering ondersteund worden in de stap naarwerk. U hoorde wellicht aan mijn inleidende woorden vanuit welkperspectief ik het benader. Ik vind het ongelofelijk belangrijk dat wemensen daarbij ondersteunen. Dat mensen met een uitkering wordenondersteund in hun stappen naar werk, is echt een kerntaak van het UWV.Dat geldt voor mensen die een nieuwe baan zoeken, werkloos zijn of eenarbeidsongeschiktheidsuitkering hebben. Met UWV werk ik constant aande verbetering en doorontwikkeling van deze dienstverlening. Ik informeeruw Kamer hier ook over. Zo heb ik uw Kamer begin november geïnfor-meerd over hoe de reïntegratiedienstverlening eruitziet voor mensen diearbeidsongeschikt zijn. Ook heb ik in de brief toegelicht welke stappen –dat zijn er acht – het kabinet ziet voor de verbetering van deze onder-steuning.Inmiddels alweer anderhalve maand geleden had ik een heel mooiwerkbezoek bij ’s Heeren Loo. U weet: de zorg is een van de tekortsec-toren, net als het onderwijs, de techniek en nog een paar andere. Het washeel mooi om te zien hoe UWV, de zorgorganisatie en onderwijs-instellingen, met name het mbo, samenwerken om ervoor te zorgen datmensen die op dit moment nog niet actief zijn in de zorg of überhaupt nietwerken, ondersteund kunnen worden om alsnog aan de slag te gaan. Eenbelangrijke stap daarbij is de volgende, waarover ik het gesprek geregeldvoer met de werkgeversorganisaties. Er werd al een paar keer gerefereerdaan de arbeidsmarkttekorten en de vergrijzing, met name door de heer DeKort. Hij zei dat het er allemaal niet beter op gaat worden, in de zin van: erkomen niet heel veel nieuwe mensen bij op de arbeidsmarkt. Erverdwijnen er in ieder geval ook veel door de vergrijzing. Als werkgevermoet je beseffen dat je bereid moet zijn om buiten de standaardprofielente kijken.Ik was een tijdje terug bij een heel mooi installatiebedrijf in Nootdorp. Datwordt geleid door een vrouw; dat vond ik leuk. Heel stoer, vrouwen in detechniek. Zij zetten ook echt bewust de stap om mensen die op ditmoment niet werken aan te nemen. Het ging in een aantal gevallen omstatushouders, maar het ging bijvoorbeeld ook om iemand die jarenlangin de horeca had gewerkt en die tijdens corona een beetje aan de zijlijnwas komen te staan. Dit bedrijf zet in op het aannemen van die mensen.Samen met regionale opleidingsinstituten kijken ze: hoe kunnen weervoor zorgen dat we wel aan dat profiel gaan voldoen in plaats van opzoek te gaan naar het schaap met de vijf poten en het gouden ei vanColumbus. Want dan kun je volgens mij heel lang blijven zoeken. Datsoort voorbeelden vind ik heel belangrijk. Die delen we ook, zodatanderen hopelijk ook geïnspireerd raken.Ik ben aanbeland bij een vraag van mevrouw Van Brenk. Zij vroeg of ik wilgaan regelen dat de compensatiefactor bij loondispensatie ook kanworden toegepast op werkende Wajong-gerechtigden die duurzaam geenarbeidsvermogen hebben. De Wajong behoort tot het beleidsterrein vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86435 mijn collega, Staatssecretaris Nobel van Participatie en Integratie. In heteerste kwartaal van volgend jaar ontvangt uw Kamer een brief over hetexperiment bredere inzet re-integratie-instrumenten, waarin onder anderedit vraagstuk zal terugkomen. Daarnaast kijken we of de loonkostensub-sidie in de WW en WIA kan worden ingevoerd; daar vroeg mevrouwBiekman naar. U merkt dat ik een beetje aan het spieken ben, want dit isniet mijn terrein. Daarbij kijken we ook of we loondispensatie in deWajong kunnen vervangen door loonkostensubsidie. Dan doet ditvraagstuk zich niet meer voor. Maar nogmaals, collega Nobel komt daar inhet eerste kwartaal van volgend jaar op terug.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Het eerste kwartaal. Maar we hebben nu een jongere aan het werk die aldie maanden niet eens het minimumloon verdient, terwijl we met z’n allenvinden dat werken moet lonen. Ik breng nu één casus naar voren, maar ditzal zich vast vaker voordoen. Dat zouden we niet moeten willen. Ik vindeigenlijk: als je maatwerk wil bieden, dan zijn dit de zaken waarbij je hooptdat het UWV maatwerk biedt. Die moeten niet wachten tot er volgend jaareen nota naar de Kamer komt. Als er iemand hier zit die dat hoort endenkt «hier durf ik mijn nek wel voor uit te steken», dan hoop ik datdiegene dat doet.Minister Paul:Ik zou het idee willen wegnemen dat er al van alles klaarligt, dat wedaarmee wachten en dan op enig moment zeggen: whoeps, nu brengenwe het naar de Kamer. Om het goed te laten landen, moet je het huiswerkdoen dat daarvoor nodig is. Het eerste kwartaal is inderdaad een ruimbegrip. Ik ga ervan uit dat, als het in januari klaar is, het in januari komt,als het in februari klaar is in februari, en dat niemand de boel zal traineren.Daar is namelijk werkelijk niemand bij gebaat. Ik ben het helemaal metmevrouw Van Brenk eens dat we bepaalde situaties die zich nu voordoen,niet willen. Daarom wordt daaraan gewerkt. Maar dat moet wel op eenzorgvuldige manier gebeuren. De Staatssecretaris komt daar bij de Kamerop terug.Voorzitter. Dan een brede vraag van de heer Ceulemans van JA21, die mijvroeg om een eerste reflectie op de bevindingen van de Rekenkamer rondde WIA. Ik moet toch volstaan met het antwoord dat ik daarop terugkomin mijn uitgebreide appreciatie van het rapport van de AlgemeneRekenkamer over de fouten bij de WIA. Ik stuur die volgende maand naarde Kamer – dat is dus al best snel – zodat we een gefundeerd debatkunnen voeren over de WIA en hier ook bij stil kunnen staan. Ik vraag deheer Ceulemans dus om nog een klein beetje geduld.De heer Ceulemans vroeg verder nog naar de herziening van de Participa-tiewet. Hij noemde daarbij maatschappelijke participatie en wederke-righeid. Het wetsvoorstel Participatiewet in balans is heel recent aange-nomen. De inkt is nog zo vers dat de wet nog in werking moet treden. DeKamer heeft voor de zomer uitvoerig het debat gevoerd met de Staatsse-cretaris over dit wetsvoorstel. Ik zou eigenlijk willen zeggen: als uaanleiding ziet om dit debat te heropenen om heel specifiek over bepaaldezaken te spreken, dan zou ik willen verwijzen naar het debat dat op11 februari plaatsvindt, het commissiedebat Participatiewet, ook over deWajong. Dan is daar namelijk volop de gelegenheid toe. Maar als ik hiernu op in zou gaan, zou ik vanuit de heup schieten. Daar heeft niemand wataan. Nogmaals, het is allemaal echt nog heel vers. To be continued dus.Mevrouw Patijn vroeg naar de effecten van de bezuinigingen als gevolgvan de taakstelling op de uitvoering en de kwaliteit van dienstverlening. Ikbegrijp die vraag. De invulling van de taakstelling vraagt over de hele linieom slimmer werken en scherpe keuzes maken. De inzet is om zo veelmogelijk te realiseren via vereenvoudiging. Dat kan winst opleveren voorde uitvoering en tegelijkertijd voor de burgers. We zijn op dit moment nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86436 in gesprek over die scherpe keuzes en de prioritering voor de komendejaren. Voor zowel het ministerie als het UWV en andere uitvoeringsorgani-saties geldt dat we kijken we naar vereenvoudiging, maar ook naarmaatregelen die de bedrijfsvoering betreffen. Maar daar moeten we dusnog concrete stappen in zetten.De voorzitter:Ik kijk even of de heer Mulder het over wil nemen. Ik wil eveninterrumperen.Voorzitter: Edgar MulderDe voorzitter:O! Ik dacht al: ik had geen interruptie. Maar ik neem het graag over. Ikgeef het woord aan mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dit vind ik echt het alleringewikkeldst: als je als voorzitter toch wat wilvragen aan de Minister. Maar het is fijn dat ik deze ruimte krijg.De Minister geeft aan: we zijn ermee bezig. Maar volgens mij zijn diebezuinigingen al ingeboekt en worden ze ook al doorgevoerd. Ik zou heelgraag willen weten – dat mag wat mij betreft ook op een later moment, ineen brief – hoe die bezuinigingen in die uitvoeringsorganisaties vormge-geven worden en wat daar de effecten van zijn. Op dit moment zijn dievereenvoudigingen er namelijk nog niet. Als die vereenvoudigingen ernog niet zijn, dan ben ik benieuwd hoe die efficiëntieslag gemaakt wordt.Ik zou dus eigenlijk wat meer uitgewerkt willen hebben over hoe datvormgegeven wordt. Wat mij betreft mag dat dus schriftelijk.De voorzitter:De Minister overlegt even.Minister Paul:Sorry. Ik moet af en toe ook even ruggespraak houden. We komen daaropterug in de brief over de stand van de uitvoering. Voor een deel zijn er –althans, dat zeg ik nu; correct me if I’m wrong – bij beide uitvoeringsorga-nisaties ook nog reserves die aangesproken kunnen worden. Zeg ik het zogoed? «Ja», hoor ik naast me.De voorzitter:Neemt mevrouw Patijn genoegen met deze toezegging?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ja. Zal ik dan het voorzitterschap weer overnemen?De voorzitter:Graag zelfs!Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Hartelijk dank. Ik geef het woord weer aan de Minister.Minister Paul:Sorry. Dank u wel, voorzitter.Dan ga ik door met een andere vraag van mevrouw Patijn, over demotie-Kathmann/Six Dijkstra. Voor de uitvoering van de motie-Kathmann/Six Dijkstra verwijs ik naar de brief van de StaatssecretarisBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 november 2025. Daarinheeft hij uiteengezet hoe er rijksbreed uitvoering zal worden gegeven aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86437 deze motie. Burgers worden geïnformeerd over het gebruik van risicose-lectie als dit tot een besluit heeft geleid. De Staatssecretaris BZK gaat metde uitvoeringsorganisaties – dan bedoel ik rijksbreed; niet alleen SZW,maar alle uitvoeringsagenten en medeoverheden, ook gemeentenbijvoorbeeld – kijken welke vervolgstappen er nodig zijn om dit tebereiken. Hoe kun je dit regelen? Het klinkt namelijk eenvoudig, maar ookdit brengt weer iets extra’s met zich mee, in ieder geval voor hetoverheidsapparaat. Ik heb begrepen dat de Staatssecretaris BZK de Kamerhier vóór het zomerreces van 2026 over zal informeren.Voorzitter. Dan een vraag van mevrouw Van Brenk. Ze vroeg wat we doenvoor ouderen met niet-verzilverbare ouderenkorting. Als ouderen hunbelastingkortingen niet volledig kunnen verzilveren, dan is het bedrag aanbelastingkorting groter dan het bedrag aan belasting. In de praktijkbetalen deze mensen dan nul euro belasting. Dat is bijvoorbeeld het gevalbij ouderen met alleen AOW zonder aanvullend pensioen. De Commissiesociaal minimum liet bijvoorbeeld zien dat een inkomen op AOW-niveauin principe toereikend is om rond te komen.Mevrouw Biekman had een vraag over Caribisch Nederland: wat is hetconcrete einddoel en wat zijn tussenstappen als het gaat om het verbe-teren van de bestaanszekerheid op de BES-eilanden? SZW werkt aan eenveelheid van zaken. Sowieso wordt er ingezet op een sterke – ik zoueigenlijk «sterkere» willen zeggen – arbeidsmarkt, moderne socialevoorzieningen en een betrouwbaar sociaal vangnet op Bonaire, Statia enSaba. De afgelopen jaren zijn er belangrijke stappen gezet, onder meer deverhoging van het sociaal minimumloon, de verbetering van de kinder-opvang en de Wijzigingswet SZW-wetten BES 2024. Over de genomen ende nog te nemen stappen heeft de Staatssecretaris uw Kamer geïnfor-meerd in de brief van 21 november. Komend jaar zullen we daar verderover spreken, in het commissiedebat Caribisch Nederland. Maar er zijndus inderdaad een aantal concrete stappen gezet. Het was ook heelbelangrijk dat dat zou gebeuren.De heer Mulder en de heer Ceulemans vroegen welke sancties ik gatoepassen bij het niet uitvoeren van de taaleis en welke stappen er zijngenomen richting gemeenten. Ook dit dossier, de taaleis, is het dossiervan Nobel, de Staatssecretaris. Ik zou eigenlijk willen voorstellen dat uhem die vraag stelt in het debat van 11 februari. Ik weet dat Nobel metveel gemeenten in gesprek is over de taaleis. Hij vindt dat zelf namelijkook heel belangrijk. Hij is ook in gesprek over het handhaven van de eis.Ook werkt hij aan het optimaliseren van de taaleis. Daar wordt u aan heteind van het eerste kwartaal van 2026 nader over geïnformeerd. Maarvoor die tijd hebt u al een debat met de Staatssecretaris waarin u alleruimte heeft om dit aan bod te laten komen.De heer Ceulemans (JA21):Op zich heb ik begrip voor het feit dat dit dossier onder de Staatssecre-taris valt en niet onder de Minister, maar tot medio februari moetenwachten om deze vraag opnieuw te stellen, vind ik te lang duren. Ik zoudan graag voor die tijd antwoord op deze vraag willen hebben: welkestappen zijn er gezet sinds het voorjaar, toen bekend werd dat die taaleisamper tot niet gehandhaafd werd? Dan hebben we in dat debat namelijkde meest recente informatie en kunnen we daarop doorvragen. Het lijktme dus prettig als de vraag doorgeleid kan worden.Minister Paul:Ik snap de vraag heel goed. We gaan die doorgeleiden. Dan kunt u opbasis daarvan nog gefundeerder het debat aangaan; ik snap dat helemaal.We gaan het doorgeleiden.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86438 U geleidt de vraag door. Kunt u ook iets zeggen over de termijn waarop erantwoord is?Minister Paul:Misschien kunnen we daar in tweede termijn op terugkomen. Dan kunnende ambtenaren dat ook even sonderen.Met uw welnemen ga ik door naar het tweede blokje. Dat gaat eigenlijkover de iets langere termijn. Ik zei in mijn inleiding al: aan de ene kantgaat er het nodige mis, maar tegelijkertijd mogen we best trots zijn op hetstelsel van inkomenszekerheid in Nederland. Om deze zekerheden en ookhet draagvlak daarvoor breed in te samenleving te behouden en hetsysteem robuust en betaalbaar te houden, is er continu onderhoud nodig.Denk aan de gevolgen van vergrijzing en een steeds veranderendearbeidsmarkt. Het uitgangspunt is dat de sociale zekerheid zeker,begrijpelijk, voorspelbaar en toegankelijk is voor de mensen die het nodighebben en – velen van uw leden stipten dat aan – dat werken loont. Ditvraagt om scherpe en soms ingewikkelde keuzes, omdat het vaak omfundamentele vraagstukken gaat. Daarom werken we aan een aanpak opde lange termijn: waar werken we naartoe en welke keuzes kunnenvolgende kabinetten maken? Dat is de hervormingsagenda. U hebt daarveel vragen over gesteld. Die zal ik eerst beantwoorden en daarna komenenkele losse onderwerpen over de lange termijn.Ik begin met de vraag van mevrouw Biekman over wat mensen concreetgaan merken van de hervormingsagenda. De hervormingsagenda bestaatuit zeven sporen met in totaal 35 trajecten. Dat is heel wat. De komendeperiode willen we deze 35 trajecten verder brengen en zo inkomensonder-steuning begrijpelijker maken voor mensen. De grote winst is dat wehiermee expliciet sturen op vereenvoudiging en dat ook meerjarigprioriteit geven. Dat is nodig om het begrijpelijker te maken voor mensen,ook voor jongeren die de weg kwijtraken in de regelingen, jongeren diemevrouw Biekman vroeger misschien wel ondersteunde. Het NationaalProgramma Armoede en Schulden, dat overigens ook onder de Staatsse-cretaris valt, heeft als doel om de toename van kinderarmoede tevoorkomen, de langetermijneffecten van armoede tegen te gaan enmensen in armoede te helpen.De heer De Kort vroeg naar de internationale uitvoering van de SocialeVerzekeringsbank en of we niet met vaste bedragen kunnen werken en datanders kunnen aanvliegen. Ook de internationale uitvoering is onderdeelvan de hervormingsagenda. We kijken momenteel samen met de SVB watde internationale uitvoering zo ingewikkeld maakt en welke maatregelenwe kunnen nemen om de internationale uitvoering beheersbaar tehouden. Ik ben het namelijk helemaal met de heer De Kort eens dat hetniet wenselijk is dat je relatief veel tijd en mankracht kwijt bent aan eenrelatief kleine groep. Dat kan nooit de bedoeling zijn. De verkenning loopt;die is nog niet afgerond. Ik zie dit ook als een aansporing om daar metvolle kracht mee verder te gaan. De Kamer ontvangt voor de zomer in devolgende brief over de hervormingsagenda de laatste stand van zaken,maar ik weet dat de SVB hier volle bak mee bezig is.De heer Ceulemans stelde een vraag over ...De voorzitter:Sorry, Minister. Meneer De Kort heeft een interruptie.De heer De Kort (VVD):Dank voor het antwoord van de Minister dat daar serieus naar wordtgekeken. Ik begrijp dat we de verkenning voor de zomer ontvangen. DeMinister noemde een stand van zaken, maar ik hoop dat het concreter isdan dat. Kan de Minister toezeggen dat we als Kamer voor de zomer danook echt denkrichtingen van die verkenning hebben, zodat we funda-mentele keuzes daarin kunnen maken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86439 Minister Paul:Jazeker. Daar komen gewoon concrete denkrichtingen en ook dilemma’sin voor. Ik denk dat het altijd een mooie opbouw is dat je ziet wat deverkenning heeft opgeleverd, welke oplossingsrichtingen we voor ogenhebben en waar er af en toe dilemma’s zitten. Dan kan de Kamer daar ookin meedenken en aangeven welke kant we op zouden moeten gaan. Datwordt dus een concrete brief.De heer Ceulemans stelde een vraag over de hervormingsagenda en overde vereenvoudiging van de kostendelersnorm. In de Kamerbrief isaangegeven dat we beleidsopties onderzoeken voor die vereenvoudiging.We wachten op de uitkomsten van het onderzoek naar de effecten van dekostendelersnorm op het woningdelen. We komen hier voor de zomer opterug.Mevrouw Patijn vroeg mij naar – ik moet even kijken – werkenden metoproepcontracten, uitzendcontracten en andere vormen van flexibelbetaald werk. Zij zei dat ze in de knel kunnen komen met toeslagen envroeg of dit punt ook meegenomen kan worden in de routekaart. Het kloptinderdaad dat werkenden met een wisselend inkomen inderdaad hetmeest te maken hebben met die knelpunten in het toeslagenstelsel. Watmij betreft is het aan een volgend kabinet om überhaupt fundamenteelnaar het toeslagenstelsel te kijken, maar dit kabinet en ikzelf proberen ookstappen te zetten in het verminderen van de problematiek. Dat heeft heelerg te maken met het bredere arbeidsmarktpakket waar we aan werken,waarin we meer zekerheid willen voor werkenden en waardoor inkomens-schommelingen minder voorkomen. We willen dus inderdaad flex minderflex maken en we willen meer zekerheden voor mensen die van dietijdelijke contracten afhankelijk zijn. Daarnaast wordt er gewerkt aanverbeteringen binnen toeslagen. Voor het voorkómen van terugvorde-ringen door toeslagen voor deze groepen is bijvoorbeeld het verbeterenvan inkomensregistratie belangrijk. Dat is dus inderdaad ook onderdeelvan het bredere arbeidsmarktpakket.Mevrouw Patijn vroeg me ook of ik bereid ben om extra geld uit te trekkenvoor de hervormingsagenda. In die hervormingsagenda staan drie doelencentraal: een zekerder en begrijpelijker stelsel van inkomensonder-steuning, waarin werken en meer werken lonen. Daarvoor is het noodza-kelijk het stelsel te verbeteren en te vereenvoudigen. Soms kostenmaatregelen geld, soms leveren deze juist geld op. Het is dus echt eenverbeteringsagenda en geen bezuinigingsagenda. Het doel is ons stelselnog beter te laten functioneren voor de mensen die er gebruik van maken,voor werkgevers en voor de uitvoering. Een onderdeel van de hervor-mingsagenda is een jaarlijks proces richting de budgettaire voorjaarsbe-sluitvorming. Daar kan ook de politieke weging van het pakket aanmaatregelen plaatsvinden. In dit geval gebeurt dat door een al dan nietnieuw kabinet en uw Kamer. Op die manier kan dus besluitvormingplaatsvinden over welke vereenvoudigingsvoorstellen doorgang vindenen welke bedragen we daaraan koppelen. Dat komt dus terug.Mevrouw Van Brenk stelde de vraag over de VNG-verklaring ...De voorzitter:Ik kijk of de heer Mulder het heel eventjes van mij kan overnemen.Voorzitter: Edgar MulderDe voorzitter:Natuurlijk. Sorry, Minister. Mijn collega de heer, ik bedoel, mevrouw Patijnheeft een interruptie. Excuus.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Het gaat over gelijke beloning, dus dan moet u me inderdaad wel«mevrouw» blijven noemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86440 Ten aanzien van die flexkrachten: er komt natuurlijk een hervormingsa-genda voor de arbeidsmarkt. Daar ligt ook wetgeving voor. Maar op ditmoment zijn er 2,7 miljoen flexkrachten plus 1,2 miljoen zzp’ers, van wieeen heel groot deel voor zijn inkomen afhankelijk is van het kindgebondenbudget en al dat soort zaken. De reden waarom ik dus vraag om ditspecifiek op te nemen in die routekaart, is dat er gericht gekeken moetworden wat je nou specifiek voor die doelgroep moet doen, om te zorgendat ze met een schommelend inkomen wel maandelijks die aanvullenderegelingen krijgen, zolang die flexibele schil nog zo gigantisch is – ik zie’m niet zo snel teruggedrongen worden – en zolang die regelingen nogzijn zoals ze zijn.De voorzitter:Dat zijn twee vragen. De Minister.Minister Paul:Het korte antwoord is dat zij als specifieke doelgroep inderdaad deeluitmaken van en aandacht krijgen in die routekaart en dat met namevanuit Financiën ook wordt gekeken hoe hun specifieke contractvorm enmanier van werken zich verhoudt tot wat er gebeurt op het gebied vantoeslagen. Volgens mij is dat zo en zitten ze daar gewoon bij.De voorzitter:Dat is een duidelijk antwoord. En hoelang lopen die regelingen dan nogdoor? Dat werd ook gevraagd.Minister Paul:Hoelang de regelingen doorlopen?De voorzitter:Excuus, mevrouw Patijn, wilt u uw tweede vraag nog eens stellen?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Eigenlijk zei ik: zolang die flexibele schil nog zo groot is en zolang deregelingen nog bestaan zoals ze bestaan, is het heel belangrijk dat er ookspecifiek op de korte termijn naar die groepen wordt gekeken. Wat zit indie routekaart uiteindelijk aan oplossingen voor deze groep op de kortetermijn?Minister Paul:Ik moet daarop terugkomen. Ik kom daarop terug in tweede termijn, wantde precieze timing weet ik niet. Waar het met name om gaat is dat vanuitFinanciën heel scherp wordt gekeken wat de impact is voor mensen metwisselende inkomsten. Want daar komt het op neer. Ik zei net verkeerd«contractvorm». Daar gaat het niet om. Het gaat om wisselendeinkomsten, dat is dus breder dan de flexgroep, want dat kunnen ookandere mensen zijn die op de een of andere manier wisselende inkomstenhebben. Wat is dan de impact, wat betekent dat voor toeslagen enaanverwante zaken? Ik kom straks terug op wanneer daar dan meer overduidelijk wordt.De voorzitter:Ja, de rest in de tweede termijn. Mevrouw Patijn, dan geef ik u hetvoorzitterschap terug.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Hartelijk dank. Ik geef de Minister weer het woord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86441 Minister Paul:Ik was aanbeland bij een vraag van mevrouw Van Brenk over deVNG-verklaring inzake bestaanszekerheid en de tien concrete verbeter-punten. Ik ben zelf heel blij met die verklaring van de VNG. Ik spreek hentrouwens morgen nog weer. De boodschap ondersteunt de wens van hetkabinet om het stelsel te verbeteren en te vereenvoudigen. De tienconcrete verbeterpunten bevatten heel veel onderwerpen en wetten dieook in de hervormingsagenda al zijn opgenomen. Denk aan de WIA, deToeslagenwet, het sociaal minimum en vereenvoudiging van begrippen,waar ik al even aan refereerde. Ik zie dat heel veel dingen samenkomen.We hebben inderdaad regulier contact daarover om ervoor te zorgen datwe dat verder brengen en dat zij daar ook in kunnen blijven meedenken.Mevrouw Biekman heeft een vraag over ... Ik heb deze al deels beant-woord in het kader van een vraag van iemand anders. Mevrouw Biekmanverdient een volwaardig antwoord. De vraag gaat over de loonkostensub-sidie die beschikbaar wordt gesteld voor de WIA en de WW en over datUWV er gebruik van kan maken. Het wetsvoorstel regelt onder andere datmensen met een WW- of WIA-uitkering, die niet zelfstandig hetminimumloon per uur kunnen verdienen, opgenomen kunnen worden inhet doelgroepregister banenafspraak. UWV krijgt de mogelijkheid voordeze groepen loonkostensubsidie in te zetten. Het belangrijkste effect datwe beogen, is dat deze groepen hierdoor eerder aan het werk kunnen.Werkgevers kunnen hierdoor eenvoudiger iemand aannemen met eenondersteuningsbehoefte. Ook een belangrijk effect voor werkgevers is datdan sprake is van een eenduidig en herkenbaar instrument voor hetcompenseren van verminderde loonwaarde voor werkgevers. Simpelgezegd: dit zou het voor werkgevers aantrekkelijker moeten maken ommensen aan te nemen en vervolgens de ondersteuning te bieden die zenodig hebben. Want de werkgever betaalt regulier loon en UWV compen-seert via de loonkostensubsidie het verschil dat samenhangt met delagere productiviteit. Uw Kamer wordt begin 2026 geïnformeerd over deuitgangspunten van dit wetsvoorstel, met een brief van mij en deStaatssecretaris Participatie en Integratie.De voorzitter:Ik geloof dat mevrouw Biekman een interruptie heeft. Gaat uw gang.Mevrouw Biekman (D66):Ja, dank u wel, voorzitter. En ook dank voor deels de beantwoording. Heelgoed dat dit instrument nu ook voor de UWV wordt ingezet. Maar detweede vraag was: heeft de Minister, en de Staatssecretaris ook, in kaartwat het betekent voor de administratieve lasten van onder andere hetUWV, en ook aan de kant van de werkgevers? Ik weet uit ervaring dat dewerkgevers soms klachten hebben over die administratieve lasten. Dus ikvroeg me af of de Minister en de Staatssecretaris dit ook in beeld hebben.Minister Paul:Daar is een uitvoeringstoets voor gedaan, juist om te borgen dat we hetop de meest slimme, meest doelgerichte en efficiënte en effectieve manierdoen. Dus ik vertrouw op de resultaten die daaruit zijn gekomen. Kijk, alsje bepaalde zaken wilt bewerkstelligen, dan heb je vaak bijeffecten.Volgens mij is het de uitdaging om in de uitvoering te kijken hoe je diebijeffecten kunt minimaliseren. Deze regeling is nu juist bedoeld om hetvoor werkgevers aantrekkelijker te maken om deze groep mensen aan tenemen en aan het werk te helpen. Het zou dus heel dom zijn om haarzodanig op te tuigen dat je het kind met het badwater weggooit of het omandere redenen onaantrekkelijk maakt. Maar ik vind dit een terecht punt.Ik probeer daar zelf ook heel scherp op te zijn. U mag best weten, ik bennog heel kort in de politiek, sinds 2021; daarvoor heb ik 30 jaar lang in hetbedrijfsleven gewerkt, waarvan ik 4,5 jaar ook een eigen bedrijfje hebTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86442 gehad. Ik let daar heel scherp op. Soms zijn er bijeffecten, maar wijmoeten proberen die te minimaliseren, zodat je het volle doel van dieregeling bereikt.De voorzitter:Ik kijk de Minister ook even aan, om haar een klein beetje aan te jagen,ook gezien de tijd.Minister Paul:Ik zal sneller praten.Dit zijn een paar vragen onder het kopje diversen. Een vraag van de heerMulder: hoe voorkom ik dat het vergisrecht een vrijbrief wordt voorfraude? Uitvoerders beoordelen of er sprake is van een fout. Het vergis-recht is wat mij betreft geen recht en geen vrijbrief waar iemand zichzomaar op kan beroepen, dus dat moet altijd ook geverifieerd worden.Van een vrijbrief is dus geen sprake. Specifiek «misbruik» is juist op eenaantal punten gedefinieerd in het wetsvoorstel Handhaving socialezekerheid, en dan treden we op. Het gaat dan bijvoorbeeld over zwart-werken, het verzwijgen van vermogen of strafbare handelingen. Dan moetje gewoon ingrijpen. Kijk, het socialezekerheidsstelsel dat we in Nederlandhebben, is goed, maar dat kunnen we alleen maar blijven dragen als hetgeld daar terechtkomt waar het terecht moet komen en we ingrijpen bijonrechtmatigheden. Daar ben ik heel duidelijk over.Mevrouw Patijn had een vraag over de Wajong. Even kijken ... Over detien jaar ... Sorry, er waren wat afkortingen. Dus: alsnog de mogelijkheidom in aanmerking te komen bij tien jaar geen werk; hoe worden mensenactief bereikt? Wat ik kan aangeven – nogmaals, dit hoort bij mijn collega –is dat UWV iedereen die zich mogelijk voor deze tienjaarregel kwalificeert,per brief wil informeren over de mogelijkheid om opnieuw een Wajong-uitkering aan te vragen. Dus dat wordt proactief gedaan. UWV is dit jaarbegonnen met het aanschrijven van een proefbatch van 1.000 burgers,mensen die hier eventueel aanspraak op zouden kunnen maken. Dit wordtgeëvalueerd en de resultaten daarvan worden meegenomen bij hetinformeren van de rest van de doelgroep. Dan wordt er bijvoorbeeld ookgekeken naar de manier van communiceren: of die effectief is, of we dejuiste mensen bereiken.Tot slot een vraag van de leden Van Brenk en Patijn over aandacht voor deLandelijke Cliëntenraad. Wat we doen binnen het ministerie, is echt hetbenutten van de ervaringskennis die er is. We werken samen metmaatschappelijke organisaties en hechten groot belang aan de LCR, diezich dagelijks inzet om de stem van inwoners te vertegenwoordigen. Inmijn brief van 15 december heb ik de Kamer geïnformeerd over de wijzewaarop we de LCR willen versterken. Dus ik onderken het belang en vindhet belangrijk om dat goed te borgen. En ik heb daarover het nodigegezegd in de brief van 15 december.Voorzitter. Tot zover, met de kanttekening dat ik op een paar zaken intweede termijn nog terugkom.De voorzitter:Mevrouw Van Brenk heeft een vraag.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik heb één vraag nog niet beantwoord gekregen. Dat kan natuurlijk. Dieging over de mensen die een stapeling van zorgkosten hebben. Hetverzoek is of dat tot één bedrag of tot een maximum beperkt kan worden,omdat zij daardoor best ernstig gedupeerd worden.Minister Paul:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86443 Ja, sorry. Het was niet de bedoeling om die vraag te negeren. Die vraagligt volledig bij VWS, maar we zullen hem doorgeleiden naar de collega’svan VWS en ervoor zorgen dat zij per brief daarop terugkomen.Ik moet het even goed zeggen. Het ging om een veelheid aan zaken diemet zorgkosten te maken hebben. Dat ligt bij VWS. Er zit een componentin die in de portefeuille van mijn collega, de Staatssecretaris, zit. Wemoeten even kijken hoe zij met elkaar schakelen en wanneer zij daar danop terugkomen. Ik vind het altijd lastig. Ik wil best een toezegging doen,maar ik wil ook niet iemand anders, plat gezegd, in het pak naaien. Ik kijkeven naar de ambtenaar naast mij: we gaan dat dus checken en dankomen we er in tweede termijn op terug? Dat gaan we doen, hoor ik. Wegaan ons best doen om te schakelen met de collega’s die hier iets vankunnen zeggen en dan kom ik daar in tweede termijn op terug, in de zindat ik hopelijk kan zeggen wanneer u iets tegemoet kunt zien.De voorzitter:In de tweede termijn.De heer Ceulemans (JA21):Er is een vraag blijven liggen. Die ging over de scenario’s die momenteelworden onderzocht voor het opsplitsen van de bijstand in een groep die inaanmerking kan komen voor de bijstand omdat hij onder de Participa-tiewet zou moeten vallen en een groep die eigenlijk, zoals dat dan wordtgenoemd, structureel geen arbeidsvermogen heeft maar momenteel welonder de Participatiewet valt. Ik kan me zo voorstellen dat deze vraagverwezen gaat worden naar het debat over de Participatiewet in februari,maar ik vind het ook voor dit debat een relevante vraag, omdat we hethebben over de uitvoering van de sociale zekerheid. Dit kan de komendejaren potentieel een enorme nieuwe uitdaging worden als het gaat om deuitvoering van de sociale zekerheid. Kan de Minister daar op dit momental iets over zeggen?Minister Paul:Nee. Ik moet u eerlijk zeggen: die vraag is me helemaal ontgaan. Sorry,excuses daarvoor. Laat ik daar dan ook eventueel in tweede termijn opterugkomen en kijken wat ik daarop kan zeggen.De voorzitter:Had u nog een vraag?De heer Ceulemans (JA21):In het verlengde daarvan. Ik heb daarnet toch iets te snel gesproken, denkik. Als u daar in tweede termijn op kunt terugkomen, dan graag. De vraagging over het voornemen tot herziening voor mensen die structureel geenarbeidsvermogen hebben en die momenteel onder de Participatiewetvallen, dus in de bijstand zitten, terwijl daarvan wordt gezegd dat je ookkunt proberen om ze te stimuleren terug te keren naar werk. Maar dat gaatmet die groep niet meer lukken. Ik heb de risico’s daarvan geschetst. Hetkan een nieuwe regeling worden en het kan relatief gunstig zijn om daarinte vallen, omdat er bijvoorbeeld minder verplichtingen bij komen kijken.De voorzitter:U komt daar in de tweede termijn op terug, hè?Minister Paul:Zeker.De voorzitter:Heel fijn. Dan gaan wij naar de tweede termijn. Ik geef voor één minuutspreektijd mevrouw Biekman het woord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86444 Mevrouw Biekman (D66):Dank u wel, voorzitter. Zoals ik in mijn eerste termijn aangaf, hebben wehet hier over mensen die op de overheid rekenen als zij ondersteuningnodig hebben. Door collega’s is terecht aangegeven dat wij die burgersook serieus moeten nemen en dat zij goed vertegenwoordigd moeten zijnals het gaat om bestaanszekerheid. Organisaties zoals de LandelijkeCliëntenraad of burgers die zich op een andere manier organiseren,moeten gehoor vinden bij de overheid. Ik wil de Minister dan ookmeegeven dat het gedeelde gevoel van urgentie dat er bij deNOW-regeling was, niet alleen nodig is tussen de departementenonderling, maar ook tussen de departementen en de uitvoeringsorgani-saties zoals UWV als je kijkt naar de WIA-problematiek.De Minister heeft al aangegeven dat een aantal vragen bij de Staatssecre-taris liggen. Sommige vragen heeft zij daarom ook niet volledig beant-woord. Ik wil van de Minister en de Staatssecretaris toch nog eenspecifiekere beantwoording op de vraag wat we de komende jaren gaandoen en wat er in het Nationaal Programma Armoede en Schulden staat.Waar kunnen de gemeenten op rekenen? Zou de Minister kunnentoezeggen dat het antwoord hierop voorafgaand aan het tweeminuten-debat dat de heer Ceder heeft aangevraagd, wordt geleverd?De voorzitter:De Minister is heel kort. Dank. Mevrouw Bühler.Mevrouw Bühler (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal mooie antwoorden gehoord vande Minister. Ik wil aangeven dat het vertrouwen in de politiek vooral deuitvoering betreft, bij de vraag of we laten zien dat we het in de uitvoeringgoed kunnen doen. Daar komt de Minister nog een keer op terug. Ik zougraag willen zien dat daarin ook het contact met de inwoner op de goedemanier wordt geadresseerd. We hebben daarbij ook vaker gezegd: latenwe ervaringsdeskundigen inzetten en ervoor zorgen dat dat op een goedemanier een plek vindt in de verdere uitwerking van de plannen.Daar wil ik het bij laten, voorzitter.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Voorzitter. Ik wil de Minister bedanken voor de antwoorden. Die zijn nietgeheel bevredigend, maar dat was misschien ook niet zozeer teverwachten, als je de langjarige problematiek kent.Ik wil toch nog een punt aanstippen waarop ik zeker ook bij de behan-deling van de SZW-begroting terugkom. Dat gaat over mensen die nietmeer thuis kunnen wonen, maar te goed zijn voor het verpleeghuis enaangewezen zijn op een woon-zorgcomplex. We zien dat de uitgavendaarvoor echt schrikbarend omhooggaan, zowel in servicekosten als huur.De AOW is daarvoor volstrekt ontoereikend. Dat is eigenlijk inherent aanhet eerste punt dat ik heb gemaakt over die stapeling van zorgkosten waarjonggehandicapten mee te maken hebben. We zouden eigenlijk moetenkijken naar wat de uitgaven zijn en of de inkomsten daar toereikend voorzijn.De voorzitter:De heer De Kort.De heer De Kort (VVD):Dank, voorzitter. Ook dank aan de collega’s voor het debat, in hetbijzonder de nieuwe collega’s, en aan de Minister. Ik ben blij met detoezegging over de verkenning die voor de zomer komt over de interna-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86445 tionale component van de SVB, over uitkeringen of toeslagen in hetbuitenland. Ik ben ook blij met de inzet van het kabinet, ook in samen-werking met Minister Karremans, om de regeldruk richting werkgevers afte nemen wat betreft de Wet verbetering poortwachter.Ik heb geen verdere vragen. Dank.De voorzitter:De heer Ceulemans.De heer Ceulemans (JA21):Voorzitter, dank. Het is een leerzaam debat geweest voor de eerstestappen in de commissie SZW. We gaan het de komende maanden nogverder inhoudelijk hebben over een aantal grote dossiers. Daar kijk ik naaruit.Ik kijk ook uit naar de toegezegde informatie over het handhaven van detaaleis voorafgaand aan het debat op 11 februari en naar de antwoordendie in tweede termijn zouden komen op de vragen die ik aan de Ministerheb gesteld over de bijstand.Verder heb ik geen aanvullende punten.De voorzitter:Dan vraag ik de heer Mulder even het voorzitterschap over te nemen.Voorzitter: Edgar MulderDe voorzitter:Dank u. Mevrouw Patijn voor haar tweede termijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik wil de Minister bedanken. Ik wil vooral ook benadrukken dat ik nog geenantwoord heb gekregen op de vraag hoe we ertoe kunnen komen dat hetprimaire inkomen uiteindelijk toereikend is om van rond te komen, zodater geen toeslagen en andere inkomensondersteuning meer nodig zijn. Datbetekent naar mijn idee feitelijk dat het nodig is dat er hogere inkomensen uitkeringen komen om daarvan af te komen. Ik zou heel graag willenweten of de Minister bereid is om dit in die routekaart mee te nemen. Dievraag had ik gesteld; daar heb ik nog geen antwoord op gehoord. Of ikheb het antwoord gemist, maar dan was ik te druk met andere dingen.Ten tweede had ik ook gevraagd naar de jonggehandicapten, deWajongers, in de tienjaartoezegging. Kan er ook gekeken worden naar degroep die misschien wel geprobeerd heeft te werken, maar bij wie hettoch niet helemaal gelukt is? Die zouden weleens tussen wal en schipkunnen vallen. Kan de Minister daar ook naar kijken?Tot slot. U heeft het over het borgen van de Cliëntenraad. Dat is heel fijn;ik denk dat dat heel belangrijk is. Dat staat volgens mij ook in de wettelijkeverplichtingen. Maar voor het borgen van de Cliëntenraad is naar mijnidee in ieder geval nodig dat er meer bestedingsruimte komt. Ik hoop dusdat de Minister daarnaar wil kijken. Maar wij zullen daar anders zeker ookin de begroting op terugkomen.Dat was het. Dank u wel.De voorzitter:Drie duidelijke vragen. Dan geef ik het voorzitterschap weer aan mevrouwPatijn.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Hartelijk dank. Minister hoelang hebt u nodig? Een kwartier?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86446 Minister Paul:Ja, er staan een paar vragen uit waarbij ik afhankelijk ben van de inputvan anderen. Ik wil proberen zo volledig mogelijk antwoord te geven. Watniet lukt binnen dat kwartier, moet op een andere manier worden gedeeld,maar we gaan ons best doen.De voorzitter:Dan stel ik voor dat u het in een kwartier probeert te doen en dat weafspreken dat andere antwoorden nog in een verzamelbrief wordennagestuurd. We schorsen nu tot 16.45 uur.De vergadering wordt van 16.27 uur tot 16.45 uur geschorst.De voorzitter:De Minister is terug, meneer Mulder is terug en meneer Ceulemans isbijna uitgesproken. Dan gaan wij luisteren naar de Minister.Minister Paul:Voorzitter, dank u wel. Dank aan de Kamer voor haar bijdrage. Er warennog een paar openstaande vragen. Ik ga mijn best doen die nu tebeantwoorden. Ik begin met de vraag van mevrouw Biekman over hetspecifieker antwoorden op de vraag wat we de komende jaren met hetprogramma schulden gaan doen. Zij vroeg ook wat de gemeenten gaandoen. We werken op dit moment samen met VNG en Divosa aan devereenvoudiging en verbetering van het gemeentelijk armoedebeleid.Daarnaast werken we aan het wijzen van werkenden op regelingen waarze mogelijk aanspraak op kunnen maken. Dat doen we onder andere viacampagnes, maar ook via andere manieren van communiceren. Als deKamer daarover wil doorpraten, denk ik dat het goed is om dat te doen inhet eerstvolgende commissiedebat Armoedebeleid met de Staatssecre-taris. Er lopen in ieder geval allerlei zaken. Ik vermoed ook dat er in deaanloop naar dat debat een brief naar de Kamer komt.Dan de vraag van mevrouw Van Brenk over de zorgkosten en de opsta-peling. Ik moet het antwoord een beetje voorlezen, want dat komt vanmijn collega’s van VWS. Via de inkomenskant ondersteunen we mensenbijvoorbeeld met zorgtoeslag of de aftrek van specifieke zorgkosten.Bovendien hebben veel gemeenten regelingen om mensen hierbij teondersteunen. Veel eigen bijdragen zijn op dit moment al inkomensafhan-kelijk of ontzien de laagste inkomens. Ook hebben we de zogenaamdeanticumulatieregeling, die inhoudt dat mensen altijd voor maximaaltwee zorgwetten een eigen bijdrage betalen. Dat voorkomt een stapelingvan de genoemde zorgkosten. Als mensen ondanks alle regelingen toch inde problemen komen, dan kunnen zij zich altijd bij hun gemeente meldenvoor bijzondere bijstand. Voor een uitgebreidere discussie over despecifieke vormgeving van de eigen bijdrage in de zorg en het idee vaneen maximale eigen bijdrage, kunt u verder in gesprek gaan met mijncollega’s van VWS.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Heel kort, want ik kom hier zeker op terug bij de begrotingen, bij allebeitrouwens. Als je maandelijks tekortkomt, en dat komt in dit geval dieoudere die in dat zorgcomplex zit, dan zegt de gemeente: de bijzonderebijstand is eenmalig, die is niet voor levensonderhoud. Dat is best wel eendingetje waar we bij de begroting misschien nog eens nader over moetenpraten.De voorzitter:Dat is dan gezegd. Mevrouw ... «De Minister», sorry.Minister Paul:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86447 De voorzitter zei «mevrouw» tegen me. Ook mevrouw, ja!Voorzitter. Dan ga ik naar de vraag van de heer Ceulemans over concretestappen die zijn gezet op het handhaven van de taaleis. De Kamer heeft op29 september een brief ontvangen over het optimaliseren van de taaleisen de stappen die in dit kader zijn en worden genomen; daar refereerde ikal even aan. De afgelopen periode heeft Staatssecretaris Nobel met veelwethouders van gemeenten gesproken over de taaleis en de handhavingdaarvan. Daar gaat hij de komende periode mee door. Ook zal hij,gegeven het verzoek vanuit de Kamer, een week voor het debat van11 februari de Kamer een stand-van-zakenbrief hierover doen toekomen,zodat u een beter en concreter beeld hebt en daar gericht over in debatkunt gaan. Daarnaast vermeld ik er ook bij dat er in het eerste kwartaalnog een uitgebreidere brief op dit thema naar de Kamer komt, maar er isin ieder geval input om een goed debat te kunnen voeren op 11 februari.Dan nog een vraag van de heer Ceulemans. Die ging over de regelingvoor mensen die structureel geen arbeidsvermogen hebben en onder deParticipatiewet vallen. Het gaat daarbij om mensen die ziek of arbeidson-geschikt zijn en onder de Participatiewet vallen en bijstand ontvangen.Deze mensen die ziek en arbeidsongeschikt zijn in de Participatiewethebben dat eigenlijk gemeen met mensen in de regeling voor de WIA,Wajong en Anw. In het kader van vereenvoudiging wordt naar deonderlinge samenhang gekeken. Het gaat er niet zozeer om dat er eennieuwe regeling wordt opgetuigd. Ik onderschrijf namelijk het punt van deheer Ceulemans dat je niet iets moet optuigen waar het – het klinktmisschien lelijk – interessant is om in te stromen. Het gaat hier inderdaadom mensen die ziek en arbeidsongeschikt zijn. Er wordt gekeken hoe je dejuiste samenhang en balans kunt vinden in de bredere uitwerking van hetstelsel. Ook dit is een thema waarover de Staatssecretaris op 11 februarigraag met uw Kamer verder in gesprek gaat.Ik heb tot slot nog twee vragen van mevrouw Patijn. De eerste vraag ging,in het kort, over de Wajongers in de tienjaartoezegging die tussen wal enschip dreigen te vallen. Die nemen we mee in de routekaart. Dat wordtdaarin meegenomen. Daar komen we op terug.Ik zal de andere vraag even kort samenvatten. Mevrouw Patijn geeft aandat het primaire inkomen toereikend zou moeten zijn. Wat betreft mensenmet flexcontracten: de hervormingsagenda is er juist om mensen metwisselende inkomsten in het vizier te hebben en om ervoor te zorgen datzij niet tussen wal en schip vallen. Als mensen een vast inkomen hebben,werkt het stelsel nu vaak al naar behoren. Mevrouw Patijn houdt eenpleidooi over dat de inkomens omhoog moeten. Dat zouden we misschienallemaal wel prachtig vinden, maar dat is een politieke keuze. Dat is nietiets wat ik hier op een blauwe woensdagmiddag kan toezeggen. Dat is eenandere discussie. Maar specifiek wat betreft de flexkrachten: de inspan-ningen zijn erop gericht om mensen met wisselende inkomsten juist dezekerheid te bieden die ze nodig hebben.Voorzitter: Edgar MulderDe voorzitter:Dank u wel, Minister. Mevrouw Patijn heeft nog een vervolgvraag.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik bedoelde de vraag niet zo. Het gaat mij om het volgende. Als wij ooitvan de toeslagen af willen komen, dan zullen we ervoor moeten zorgendat het primaire inkomen toereikend is. Maar dat is nu geen onderdeelvan de routekaart. Dit kan door middel van het primaire bruto-inkomen. Ikvind het zo gek dat dat geen onderdeel is van de routekaart. Daar is mijnvraag op gericht.Minister Paul:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86448 Ik denk ook niet dat dat onderdeel wordt van de routekaart, maar wel vande bredere discussie. Op het moment dat je werkt aan een herziening vanhet totale toeslagenstelsel omdat je wilt dat mensen niet of minderafhankelijk zijn van toeslagen en omdat je wilt dat het basisinkomenvoldoende is om mee uit de voeten te kunnen, dan zul je daar wat meemoeten doen. Dat is helemaal waar, maar dat hangt ook heel erg af van destappen die we in de komende periode zullen zetten ten aanzien van deherziening van de fiscaliteit en het toeslagenstelsel. Je kunt geentoeslagen gaan schrappen als mensen daardoor omvallen. Daar zul jeinderdaad wat mee moeten; daar ben ik het helemaal mee eens.De voorzitter:Ik geef het voorzitterschap weer terug. Er is gelijk een interruptie.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Er is een interruptie van de heer De Kort.De heer De Kort (VVD):In aanvulling op de vraag van mevrouw Patijn: is de Minister het met deVVD eens dat de inkomens niet per se omhoog moeten, maar dat debelastingen ook verlaagd zouden kunnen worden? Dan kun je ook af vande toeslagen en kunnen mensen wel rondkomen. Mijn vraag aan deMinister is: is belastingverlaging ook een optie?Minister Paul:Zeer zeker. «Werken moet lonen» is inmiddels een gevleugeldeuitdrukking geworden, maar het is soms ook een beetje een lege huls. Datvinden we allemaal, maar dan moeten we wel stappen zetten die daartoeleiden. Ik heb me daar met mijn vorige portefeuille, als verantwoordelijkevoor het funderend onderwijs, uitgebreid mee beziggehouden. Er is eengroot tekort aan leraren. Ook daarvoor geldt: voor veel mensen die nuparttime werken, loont het eigenlijk niet om meer te gaan werken omdatze dan te weinig overhouden, zeker als je kijkt naar wat ze kwijt zijn aan dekinderopvang en andere zaken. Ik ben het dus zeker eens met diestellingname.De voorzitter:Ik kijk nog even rond. Volgens mij zijn er verder geen interrupties meer. Ikdank de Minister alvast voor de beantwoording.Ik kijk even naar de toezeggingen. Aan het eind van het jaar is onze stemallemaal een beetje krakerig. Excuus.−De Minister komt in het voorjaar met de resultaten van het onderzoeknaar het uniformeren van de begrippen, definities en het werk aan hetbetaalmoment, onderdeel van de hervormingsagenda.−In januari stuurt de Minister de kabinetsreactie op het rapport van deARK over de WIA-problematiek, inclusief de sturingsrelatie.−Binnenkort stuurt de Minister een brief over diverse verbeteracties bijhet UWV.Wanneer is dat «binnenkort»?Minister Paul:Als ik groen licht krijg van mijn collega’s in de ministerraad, komt hetvrijdag. Dus nog dit jaar.De voorzitter:Oké.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86449 −Eind tweede kwartaal stuurt de Minister ten aanzien van de knelpuntenpublieke dienstverleners een overzicht van het laaghangend fruit enwat daarmee gedaan wordt.−Dat klinkt heel aantrekkelijk, maar ik denk dat het een heel ingewik-kelde klus wordt.−In februari wordt de nota naar aanleiding van het verslag van hetwetsvoorstel Proactieve dienstverlening SZW naar de Kamer gestuurd.−In het eerste kwartaal worden de resultaten van het experimentbredere inzet re-integratie-instrumenten aan de Kamer gestuurd.−In de brief over de stand van de uitvoering komt de Minister terug opde vraag over de impact van ingeboekte bezuinigingen bij het UWV.Sorry, het is altijd moeilijk om het handschrift van iemand anders te lezen.−Voor de zomer ontvangt de Kamer de resultaten van de verkenningvan de internationale aspecten uitvoering SZW.Ik moet echt aan dit handschrift gaan wennen.−Voor de zomer stuurt het kabinet een brief over een onderzoek over deeffecten kostendelersnorm.−Voor het commissiedebat in februari over de Participatiewet stuurt deStaatssecretaris een brief met nadere informatie over de taaleis, zoalsverzocht door de heer Ceulemans.Er is een tweeminutendebat aangevraagd door de heer Ceder.Daarmee zijn we aan het einde gekomen. O, ik heb iets vergeten.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Nou misschien niet. Misschien zat het ergens anders in. De Staatssecre-taris zou in het eerste kwartaal ook nog iets zeggen over de stapeling vande zorgkosten. Ik weet niet in welk onderdeeltje dat dan zit.De voorzitter:Kan de Minister daar ons nog mee helpen nog? Het ging over dat u hetverwees naar VWS, maar dat er nog een klein stukje was dat bij Nobel zit.U zou de heer Nobel vragen om dat mee te nemen. Daar is geentoezegging over gedaan volgens mij. Er is alleen gezegd dat hetwaarschijnlijk meegenomen zou worden in een brief die in het eerstekwartaal zou komen. Wij wachten in spanning.Minister Paul:Ik moet voorzichtig zijn, want is altijd lastig als je voor een ander spreekt.Er staat volgens mij ergens een commissiedebat Armoedebeleid gepland.De Staatssecretaris zal in de aanloop naar dat debat ongetwijfeld nog ietssturen en ik kan me voorstellen dat hij het daarin meeneemt. Wij gaan datnog heel even checken.De voorzitter:Dan concludeer ik ’m zo af: u geleidt het verzoek door om dat voor hetcommissiedebat Armoedebeleid in een brief mee te nemen.Minister Paul:Precies. Dat zal dan de brief zijn die waarschijnlijk toch al uitgaat. Daarinkan hij dat meenemen, waarbij ik nogmaals herhaal dat het grootste deelvan dit vraagstuk wel degelijk bij VWS ligt.De voorzitter:Ja, dat was helder. Oké. Daarmee zijn we aan het einde van dit debatgekomen. Twee minuten te laat. Nou, ik vind het echt heel knap. Hartelijkdank voor de opgevoerde druk die u heeft verwerkt. Ik vond het fantas-tisch. We hebben een heel leuke commissie. Wij zien elkaar morgen vooreen groot deel weer terug in het zzp-debat.Sluiting 17.00 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86450

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · cfd5d2ec41c35dbe

14 okt 2026 · 61c49abdf3ab393a

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingUitvoering sociale zekerheid
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 17 december 2025, over Uitvoering sociale zekerheid

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.