KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie WRR-rapport ‘Goede Zaken. Naar een grotere maatschappelijke bijdrage van ondernemingen’

15 apr 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0a4cefd4823a466c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 637BedrijfslevenbeleidNr. 635 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN ENKLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 april 2024In deze brief reageer ik namens het kabinet op het rapport «Goede Zaken.Naar een grotere maatschappelijke bijdrage van ondernemingen» van deWetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat op14 september 2023 verscheen. Het kabinet is de WRR zeer erkentelijk voorhet uitgebreide rapport. Het beleid dat bedrijven raakt is veelomvattend,en daarmee ook de reikwijdte van dit rapport. Het gaat om beleid dat raaktaan bedrijven gericht op onder andere innovatie en concurrentie, hetondernemersklimaat, het milieubeleid, leefomgeving, circulariteit, hetarbeidsmarktbeleid en het gezondheidsbeleid, zowel op lokaal, nationaalals Europees niveau. In het vervolg van deze brief wordt dit beleidtezamen aangeduid met «beleid ten aanzien van bedrijven».Dit kabinet is demissionair. Het is daarom aan een nieuw kabinet om metdeze aanbevelingen in de hand aanvullende keuzes te maken ten aanzienvan het beleid dat bedrijven raakt. In deze brief licht het kabinet wel toewelke overwegingen er spelen bij het beleid dat raakt aan bedrijven, hoehet kabinet deze weegt en welke recente verkenningen er zijn met optiesvoor de toekomst.I. Samenvatting aanbevelingen WRR-rapport De WRR stelt dat we de grote maatschappelijke uitdagingen waar we voorstaan op het gebied van klimaat, arbeidsmarkt, natuur, gezondheid entoekomstig verdienvermogen niet kunnen oplossen zonder succesvolleondernemingen. De kernboodschap uit het rapport is dat we bedrijvenhard nodig hebben om deze maatschappelijke opgaven te behalen, maarer worden op dit moment kansen gemist om ondernemingen meer telaten bijdragen aan deze opgaven.De WRR constateert ook de noodzaak dat ondernemingen in een bredermaatschappelijk perspectief bezien moeten worden. De maatschappelijkebetekenis en invloed van bedrijven reikt namelijk verder dan alleen kst-32637-635ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6351 economische belangen. Het is volgens de WRR nog te makkelijk voorbedrijven om schadelijke activiteiten af te schuiven op de maatschappij.Daarbij zijn er ook belemmeringen die grotere maatschappelijke bijdragenin de weg staan. Dit kunnen benodigde grote investeringen zijn, complexemondiale ketens of vaste consumptiepatronen die overstappen naarduurzamere en gezondere consumptie in de weg staan. Bovendien steltde WRR dat de overheid niet altijd voldoende oog heeft voor de realiteitvan ondernemingen en te veel focust op van bestaande belangen.Het rapport bevat drie hoofdaanbevelingen:1.Laat goede zaken lonen: zet in op ambitieuze combinaties vanbeprijzen en normering en versterk regie over regulering en toezicht.2.Wees terughoudend met financiële steun: heroverweeg subsidies enfiscale regelingen en bied steun alleen als een tijdelijk zetje nodig isvoor het ontwikkelen van maatschappelijke oplossingen.3.Ontketen investeringen voor transities: maak inkoop-en aanbeste-dingsbeleid meer opgavegericht en creëer een publiek-privateinvesteringsbank.Naast dit rapport van de WRR zijn er recentelijk een aantal adviezenverschenen die raken aan het beleid rondom bedrijven, waaronder «BredeWelvaart in elke regio» (Planbureau voor de Leefomgeving)1, Beleids-advies «Gezond opgroeien, wonen en werken» (Sociaal-EconomischeRaad)2, advies «In dienst van de toekomst: van optimalisatie naartransformatie» (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie)3.Het kabinet kiest ervoor om vanwege specifieke aandachtspuntenseparaat op deze adviezen te reageren, waarbij het kabinet deze uiteraardin samenhang beschouwt.II. Kernboodschap kabinet In deze paragraaf geef ik een overkoepelende reactie op de adviezen uithet WRR-rapport. Daarna ga ik in op de specifieke adviezen van de WRR.Het kabinet onderschrijft de boodschappen van de WRR dat Nederlandvoor een aantal grote opgaven staat op het gebied van onder meerklimaat, gezondheid, demografie, arbeidsmarkt en het toekomstigeverdienvermogen. En dat bedrijven veel creatief en innovatief vermogenbezitten waarmee zij onmisbaar zijn om de maatschappelijke uitdagingensuccesvol op te pakken. Zonder bedrijven geen medicijnen, voedsel,energietransitie en banen. En zonder bedrijven dus ook geen zoutreductiein voedingsmiddelen, gezonder aanbod in de schappen, groenere energieen duurzamere medicijnproductie.In het verlengde hiervan ziet het kabinet dat veel bedrijven al in meer ofmindere mate bijdragen aan deze uitdagingen en waardeert dat ook. Eentoenemend aantal bedrijven voelt dat een maatschappelijke bijdrage enhet verminderen van de negatieve impact onderdeel is van hun «licenseto operate». Maar er is ook nog veel ruimte voor verbetering. Een aantalvoorbeelden zijn: verminderen van de impact van bedrijven op deleefomgeving en de gezondheid van omwonenden, verminderen vanongezond voedselaanbod en de verleiding daartoe, versnellen van deovergang naar duurzame (herbruikbare) producten en het verkleinen vande tweedeling op de arbeidsmarkt met oog voor goede arbeidsomstandig-heden.1PLB (2024) Brede Welvaart in elke regio2SER (2023) Gezond opgroeien, wonen en werken3AWTI (2023) In dienst van de toekomst – Van optimalisatie naar transformatieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6352 Doelen van individuele bedrijven zijn niet altijd in lijn met maatschappe-lijke doelen. Dit kan ontstaan door positieve en negatieve externe effectenen nieuwe ontwikkelingen en wensen in de maatschappij. Anders gezegd:voor de maatschappij goed zakendoen loont niet altijd (voldoende) voorde ondernemer. En zo ook het tegenovergestelde: wat financieel goedloont voor de ondernemer kan negatief zijn voor individuen, regio’s of demaatschappij als geheel. Een individuele ondernemer is, door de contextwaarin hij/zij onderneemt – met consumenten, concurrenten en leveran-ciers – niet altijd in staat om dit zelfstandig te veranderen, ook al zoudenveel bedrijven dit wel willen. Ondernemers hebben uiteraard wel eigenverantwoordelijkheid en dienen zorgvuldig te handelen. Soms kan deoverheid onbedoeld de maatschappelijke bijdrage van ondernemingenafremmen, bijvoorbeeld in de vorm van regeldruk.Het is aan de overheid om hier kaders voor aan te geven om de doelenvan ondernemers en maatschappij op één lijn te brengen, zo veel mogelijkeen gelijk speelveld te creëren en te zorgen voor een sterk ondernemers-klimaat waarbij de randvoorwaarden op orde zijn. De overheid kanprikkels ontwikkelen die bedrijven sturen om structureel bij te dragen aannationaal en internationaal gestelde doelen. Er is een structurele enconsistente inzet nodig van normeren en beprijzen om significant bij tedragen aan maatschappelijke uitdagingen en de noodzaak om internati-onaal vastgestelde doelen hierop te halen, zoals Fit for 55 in de EU en dedoelen van de COP Biodiversiteit Montreal. Dit is geen eenvoudigeopgave, mede door de schaarste aan onder andere arbeid, fysieke ruimteen stikstofruimte die tot keuzes dwingt.In het Perspectief op de Nederlandse Economie4 schets ik de richting vande economie om ons land zo welvarend en toekomstbestendig mogelijk temaken. Brede welvaart staat hierin centraal. Het aanpakken vanmaatschappelijke uitdagingen is het centrale uitgangspunt en is uitge-werkt in de vier pijlers: innovatief, duurzaam, weerbaar en iedereenprofiteert. Dit kabinet heeft al een aantal stappen gezet om samen metbedrijven de maatschappelijke uitdagingen die de WRR aankaart aan tepakken. Het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie5, hetNationaal Plan Energiesysteem6, het missiegedreven innovatiebeleid7, deNationale Technologiestrategie8, meerdere uitwerkingen van klimaat-beleid9 en de Actieagenda Industrie en omwonenden10 zijn hier enkelevoorbeelden van. Daarnaast werk ik met de Strategische agenda voor hetondernemersklimaat aan het verbeteren van de randvoorwaarden omondernemers de ruimte te geven voor vernieuwing en groei11. Verder ismet steun van sociale partners een arbeidsmarktpakket opgezet, die nuverder wordt uitgewerkt in wet- en regelgeving.Het is van cruciaal belang om rekening te houden met de internationalecontext waarin veel bedrijven opereren en zo veel mogelijk op internati-onaal niveau een gelijk speelveld te creëren. Dit is voor het kabinet eenzwaarwegende factor die in het WRR-rapport relatief onderbelicht blijft.De bedrijvigheid van vandaag is geen garantie voor de bedrijvigheid vande toekomst. In een veranderende globaliserende – deels digitale – wereldmoet Nederland over de grenzen heen blijven kijken, zodat bedrijvenkunnen blijven (of gaan) bijdragen aan onze brede welvaart nu en in de4Kamerstuk 33 009, nr. 1315Kamerstuk 29 826, nr. 1766Kamerstuk 32 813, nr. 13197Kamerstuk 33 009, nr. 1208Kamerstuk 33 009, nr. 1409Klimaatbeleid | Klimaatverandering | Rijksoverheid.nl10Kamerbrief bij Actieagenda Industrie en Omwonenden van 15 maart 202411Kamerstuk 32 637, nr. 513Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6353 toekomst. Daarbij is een gezonde economische dynamiek noodzakelijk omte verzekeren dat bedrijven die toekomstbestendig zijn, en in hetperspectief van brede welvaart passen, aangetrokken worden en inNederland blijven. Bedrijven die niet in dit toekomstbeeld passen, zullenhun strategie moeten aanpassen om aan scherpere normen te voldoen.Het beprijzen van bijvoorbeeld vervuiling kan bedrijven daarbij aanzettentot deze noodzakelijke gedragsverandering.Verder zullen op de lange termijn de uitgaven van de Rijksoverheid naarverwachting oplopen, onder andere door de gevolgen van vergrijzing, deklimaatuitdagingen of geopolitieke ontwikkelingen. Om te blijven voldoenaan de begrotingsregels adviseert de 17e Studiegroep Begrotingsruimte12het kabinet om meer in te zetten op beleidsopties zoals normeren enbeprijzen, omdat dit leidt tot minder hoge publieke uitgaven om demaatschappelijke transities te bewerkstellingen. Een mix van normeren enbeprijzen kan, mits gebalanceerd ingezet, leiden tot minder hoge uitgavenom transities te realiseren. Gelijktijdig vergt het verdienvermogenvoldoende publieke en private investeringen om ook in de toekomst deoplopende kosten te kunnen dragen en zo onze welvaart te behouden.Goed vormgegeven subsidies sturen op het veranderen van vervuilendgedrag en een innovatieve en duurzame industrie biedt kansen voorgroen verdienvermogen, nieuwe markten en ondernemingen. Subsidieskunnen nuttig zijn wanneer er nog geen markt is voor nieuwe, kansrijketechnologieën of wanneer overstappen op een duurzamere energiebrontijdelijk onhaalbaar is door te hoge kosten.LeeswijzerTot slot, de leeswijzer, de WRR doet drie aanbevelingen op hoofdlijnenmet daaronder een aantal deelaanbevelingen. De volgende paragraafgeeft per advies en deeladvies aan welke overwegingen er kunnen spelenbij het beleid dat raakt aan bedrijven, hoe het kabinet deze heeft gewogenover de afgelopen regeerperiode en welke opties er zijn voor toekomstigbeleid.III. Kabinetsreactie adviezen WRR Laat goede zaken lonenHet eerste advies van de WRR is om goede zaken te laten lonen.Zet in op ambitieuze combinaties van beprijzing en normering. Normeringen beprijzing zijn doelmatige instrumenten om maatschappelijk opgavente behalen.Algemene overwegingenMet normeren worden maatschappelijke kosten tegengegaan en bijbeprijzen betaalt de vervuiler, of wordt geprikkeld om de kosten terug tedringen. Bij het principe van «true pricing» wordt de mate van beprijzinggelijk gesteld aan de externe sociale, maatschappelijke- of milieukostendie gepaard gaan met de productie van het product of de dienst. Ditprincipe kan effectief transities bewerkstellingen, met name wanneer deinstrumenten langere tijd van tevoren zijn aangekondigd en een duidelijkingroeipad hebben. Een consistent overheidsbeleid, in lijn met de terealiseren doelen, schept duidelijkheid en daarmee investeringszekerheidvoor bedrijven.12Ministerie van Financiën (2023) 17de rapport Studiegroep BegrotingsruimteTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6354 Een voorbeeld van mogelijke beprijzing om maatschappelijke opgaven tebehalen is een belasting op frisdranken die afhankelijk is van hetsuikergehalte. Hierbij wordt de producent gestimuleerd het suikergehaltete verlagen waar mogelijk en is er een prijsprikkel voor de consument omminder suikerhoudende dranken te kopen. Bij normeren en beprijzen ishet de rol van de overheid om ervoor te zorgen dat randvoorwaardengoed op orde zijn, zoals bijvoorbeeld het oplossen van congestie in hetelektriciteitsnetwerk, en bedrijven handelingsperspectief hebben.Een aandachtspunt bij nationale beprijzing die verder gaat dan beprijzingin andere landen, is dat productie of consumptie (ten dele) kanverplaatsen naar deze landen en/of nieuwe investeringen elders in dewereld plaatsvinden (weglekeffecten)13. Internationaal concurrerendebedrijven verplaatsen hun productieproces dan naar het buitenland inplaats van hun productieproces aan te passen aan de maatschappelijkeopgaven. Dat kan nadelig zijn voor ons verdienvermogen en strategischeautonomie, terwijl daar over het geheel bekeken beperkte of geen winst inklimaat of andere publieke belangen tegen overstaat. Lokaal kan er weleen positief effect zijn, bijvoorbeeld op de gezondheid van omwonenden,maar ook de transitie naar duurzame productieprocessen draagt bij aanverbetering van de gezondheid van omwonenden. Weglekeffecten zijn eenreëel risico voor Nederland14 en 1 op de 5 ondernemers geeft aan teoverwegen om te vertrekken uit Nederland vanwege verslechtering vanhet ondernemingsklimaat en gebrek aan stabiliteit vanuit de overheid15.Gelijktijdig kan ambitieus normeren en beprijzen in bepaalde sectoren debusinesscase voor groene en innovatieve bedrijven verbeteren enNederlandse bedrijven stimuleren voorop te lopen met mogelijk ookvoordelen tot gevolg (kenniseconomie). Daarnaast biedt afstemming metandere landen/EU juist kansen om scherp te normeren en samen stappente zetten met behoud van een gelijk speelveld, dit is bijvoorbeeld in hetEuropese milieubeleid (Green Deal16) en bij het geneesmiddelenbeleidgedaan17.Bij mogelijke verplaatsing van bedrijven spelen ook andere aspecten eenrol die invloed hebben op deze beslissing, zoals de aanwezigheid, enkosten van menselijk kapitaal, (digitale) infrastructuur, stabiliteit vanbeleid, energievoorzieningen, het bedrijvenbeleid van andere landen,veranderingen in waardeketens of gebeurtenissen die zich op hetwereldtoneel afspelen. De mate van relevantie van factoren verschilt persector en bedrijf. Verder geldt dat niet alle bedrijven de mogelijkheidhebben om hun activiteiten (gedeeltelijk) naar het buitenland teverplaatsen.Het is bij normeren en beprijzen belangrijk om in ieder geval oog tehebben voor twee aspecten: (1) afspraken maken op het juiste niveau en(2) meenemen effecten op burgers, in hun verschillende rollen, bijvoor-beeld: consument of omwonende, of werknemer. Hierbij zijn impactana-lyses essentieel. Bijvoorbeeld, in het klimaatdomein heeft het de voorkeurom wetgeving rondom normeren en beprijzen op EU-niveau af te spreken,voor zover dat aansluit bij nationale doelstellingen. Daarmee wordt hetrisico op weglek verkleind en een gelijk speelveld gecreëerd binnen deEU. Een voorbeeld daarvan is het Carbon Border Adjustment Mechanism(CBAM), dat beoogt om de import van bepaalde goederen van buiten deEU te belasten. Ook als het gaat om (de veiligheid van) consumentenpro-13PBL (2023) Analyse leefomgevingseffecten verkiezingsprogramma’s 2023–202714PBL (2023) Analyse leefomgevingseffecten verkiezingsprogramma’s 2023–202715DirectResearch (2024) Nationale Peiling Ondernemingsklimaat 202416De Europese Green Deal – Europese Commissie (europa.eu)17Kamerstuk 36 365, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6355 ducten en levensmiddelen worden normen voornamelijk op EU-niveauvastgesteld. Hiermee wordt het vrije verkeer van goederen binnen de EUgewaarborgd. Een ander voorbeeld in het gezondheidsdomein, waar hetwel zinvol kan zijn om op nationaal niveau afspraken te maken, zijngezondheid gerelateerde belastingen. Bijvoorbeeld een belasting opfrisdranken die gerelateerd is aan het suikergehalte. Hiermee wordenconsumenten geprikkeld om gezonder te eten, en producenten om mindersuiker in hun producten te doen.KabinetswegingAllereerst onderschrijft het kabinet dat een ambitieuze combinatie vannormering en beprijzing nodig is om bedrijven te stimuleren en faciliterenom bij te dragen aan maatschappelijke opgaven18 en negatievemaatschappelijke effecten te verminderen. Normeren en beprijzen zijneffectieve opties om transities te bewerkstellingen, met name wanneer deinstrumenten langere tijd van tevoren zijn aangekondigd en een duidelijkingroeipad hebben.In de maatvoering en afweging van normering en beprijzing heeft hetkabinet tevens oog voor de concurrentiepositie van bedrijven en gevolgenvoor consumenten. Het kabinet heeft namelijk als doel geformuleerd omeen significante industriële basis in Nederland te behouden19, en wilvoorkomen dat CO2-uitstoot weglekt naar andere landen. Het kabinet achthet daarom van belang om per sector deze effecten in kaart te brengen enook de onzekerheid die daarmee omgeven is goed te wegen20, 21.Een voorbeeld van de weging tussen maatschappelijk opgaven enconcurrentiepositie van bedrijven is de CO2-heffing. Deze loopt jaarlijks open de heffing is recent verlengd tot en met 2032 om investeringszekerheidte bieden. Om de mix van normeren, beprijzen en subsidiëren in balans tehouden, intensiveert het kabinet tegelijkertijd ook de maatwerkafsprakenen maakt hier extra middelen voor vrij22. Daarnaast is er ook randvoor-waardelijk beleid voor de gehele economie voor de energietransitie. Eenander voorbeeld waarin recent de weging tussen maatschappelijkebelangen en concurrentiepositie van bedrijven is gemaakt door hetkabinet is de Actieagenda Industrie en omwonenden. Daarbij heeft deoverheid, zoals eerder genoemd, een belangrijke rol in het waarborgenvan het vestigingsklimaat en de concurrentiepositie van bedrijven.Nederland heeft er niet veel aan als met de uitstoot ook alle industrie uitNederland verdwijnt. Nederland kan een voorbeeld worden hoe eenschone, klimaatneutrale industrie in een dichtbevolkt land kan bijdragenaan het creëren van duurzame welvaart. We willen daarom innovatievebedrijven, die bijdragen aan de concurrentiekracht van Nederland en aanhet oplossen van maatschappelijke uitdagingen juist hier houden en waarmogelijk versterken. Het is mogelijk dat een combinatie van financiëleinstrumenten een bijdrage kan leveren aan zowel het verlagen van deuitstoot, als het behoud van bedrijven. Dit verdient nader onderzoek naarde effectiviteit en wenselijkheid van deze instrumenten naast debestaande regelgeving op basis van normering. Dit vraagt om explicietekeuzes, waarbij voor sommige instrumenten ook voorzien moet worden infinanciële dekking23.18Kamerstuk 32 813, nr. 123019Kamerstuk 29 826, nr. 14720Kamerstuk 32 637, nr. 59321Speelveldtoets 2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl, bijlage bij Kamerstuk 29 826, nr. 19622Kamerstuk 32 813, nr.123023Kamerbrief bij Actieagenda Industrie en Omwonenden van 15 maart 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6356 Door een combinatie van beleid van normeren en beprijzen om deenergietransitie te laten slagen zal grijze industrie veranderen in groeneindustrie. Dit heeft gevolgen voor de arbeidsmarkt. Daarbij is het voorwerknemers belangrijk dat (om)scholing en begeleiding beschikbaar is endat goed werkgeverschap voor zowel werkgevers als werknemers loont.Arbeidsmobiliteit voor werknemers uit bijvoorbeeld grote industriëleclusters is hierbij geen gegeven, vanwege een vergrijsd personeelsbe-stand en de specifieke technische banen, die niet altijd beschikbaar zijn inde regio’s. Het is dus belangrijk om in te zetten op de wendbaarheid vanwerkenden via Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Er loopt een pilot voortijdelijke inkomensondersteuning voor mensen die zich omscholen naarde tekortsectoren techniek en ICT. Daarnaast wordt met het arbeidsmarkt-pakket beoogd om meer zekerheid te geven aan werkenden door ondermeer een minimaal aantal werkuren voor oproepkrachten, en dooruitzendkrachten sneller een vast contract te geven. Ook stimuleert hetkabinet transities onder andere door het behouden en vergroten van deinstroom in de bètatechnische arbeidsmarkt via het Actieplan Groene enDigitale Banen24.Tot slot deelt het kabinet het advies van de WRR dat een geloofwaardig enhoudbaar beleid wat betreft normering en beprijzen noodzakelijk is omduidelijkheid te scheppen voor ondernemers. Het toekomstige bedrijven-beleid zal gunstig moeten zijn voor bedrijven die bijdragen aan de grotemaatschappelijke opgaven. Beleid rondom normeren, beprijzen ensubsidiëren zal hiermee in lijn moeten worden gebracht. Daarmee wordtonzekerheid verkleind voor het aanjagen van langetermijninvesteringen.Dit kan gerichte innovatie aanjagen en bijdragen aan ons lange termijnverdienvermogen.Een volgend kabinet kan desgewenst gebruik maken van doorrekeningenen beleidsopties uit onder andere: Belastingen in een maatschappelijkperspectief: Bouwstenen voor een beter belastingstelsel25, IBO Biodiver-siteit26, IBO Scherpe doelen, scherpe keuzes, Keuzewijzer Klimaat &Energie27, en het rapport Normeren en beprijzen van stikstofemissies28.Een deeladvies van de WRR is om de regie over regulering en handhavingte versterken.De WRR pleit voor deskundig toezicht zodat toezichthouders als gelijk-waardige partij ten opzichte van ondernemingen tegenwicht én kennisbieden. Ook beleidsmakers moeten voldoende kennis van zaken bezittenom private partijen van repliek te dienen.Algemene overwegingenZowel in vergunningverlening als toezicht heeft de overheid een rol omhet gewenste gedrag van bedrijven te borgen. De naleving van normen(aanbeveling 1) vereist inzet van bedrijven en handhaving en toezicht. Eris een spanningsveld tussen de overheid die aan de ene kant goed moetweten wat er speelt bij bedrijven, maar aan de andere kant een zekereafstand moet waarborgen tussen overheid en bedrijfsleven om tevoorkomen dat het te veel beïnvloed wordt door de belangen van eenindividueel bedrijf of sector. Het is daarom van groot belang vooruitvoering van wetgeving op het gebied van maatschappelijke uitda-24Kamerstuk 29 544, nr. 117325Kamerstuk 32 140, nr. 18026Kamerstuk 26 407, nr. 14927Kamerstuk 32 813, nr. 117728Kamerstuk 35 334, BJTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6357 gingen dat zowel toezichthouders als beleidsmakers blijk geven vanrolbewustheid en over de juiste expertise beschikken om de informatievan alle partijen op waarde te schatten.KabinetswegingDe effectiviteit van beleid staat of valt bij een goed stelsel van vergunning-verlening, toezicht en handhaving (VTH). Voor de effectiviteit en doelma-tigheid van beleid is de naleving van regelgeving door bedrijven vanbelang.Op milieugebied is het kabinet daarom aan de slag gegaan om zo snelmogelijk opvolging te geven aan de aanbevelingen van de commissie VanAartsen29 voor een sterker en onafhankelijker VTH-stelsel. Ook in anderetrajecten in het milieubeleid is er aandacht voor handhaving en toezicht,bijvoorbeeld het Schone Lucht Akkoord (SLA) en het ImpulsprogrammaChemische Stoffen. In de Actieagenda Industrie en Omwonenden staanmaatregelen om regie op regulering en handhaving verder te versterken.Via de Actieagenda Industrie en Omwonenden zet het kabinet concretestappen om gezondheid en duurzaamheid meer sturend te maken envolwaardig mee te laten wegen bij beleid en vergunningverlening30.Verder zet het kabinet in op het invoeren van een toelatingsstelsel vooruitzendbureaus en andere bedrijven die aan terbeschikkingstelling vanarbeid doen. Het toelatingsstelsel draagt bij aan het voorkomen vanmisstanden en geeft bedrijven meer zekerheid over dat hun ingehuurdpersoneel juist wordt behandeld. Het kabinet zet zich met de Arbovisie2040 in op «zero death». Het kabinet wil dat er geen mensen meeroverlijden door slechte arbeidsomstandigheden en dat het aantalarbeidsongevallen en zieken door en op het werk significant daalt. Dit kanalleen als alle werkgevers, opdrachtgevers en werkenden investeren inpreventie en de Arbo regelgeving goed naleven. Het huidige kabinet isbezig met de opvolging aan de aanbevelingen van de commissie vanAartsen over het stelsel van vergunningen, toezicht en handhaving en deimplementatie van de Actieagenda Industrie en omwonenden,31 welkeook na deze kabinetsperiode stappen van een volgend kabinet vereisen.Wees terughoudend met financiële steunHet tweede advies van de WRR is om subsidies en fiscale regelingen teheroverwegen die het belastingstelsel onnodig complex en ineffectiefmaken, die schadelijke bedrijfsmodellen of effecten mede in stand houdenen gevestigde belangen dienen. Tijdelijke financiële steun kan weloverwogen worden waar dit bijdraagt aan de aanpak van maatschappe-lijke opgaven.Algemene overwegingenHet is evident dat financiële steun, in de vorm van subsidies en/ofgunstige fiscale regelingen, die tegen een maatschappelijk doel oftransitie inwerkt, moet worden afgebouwd. In lijn hiermee is het essen-tieel om economische dynamiek en ondernemerschap te stimuleren omvernieuwingen in de maatschappij en economie tot stand te laten komen.Er is bovendien breed maatschappelijk en politiek draagvlak voor denoodzaak tot vereenvoudiging van het belastingstelsel – met aandachtvoor de uitvoering.29Kamerstuk 22 343, nr. 39430Kamerstuk 28 089, nr. 26731Kamerstuk 28 089, nr. 267Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6358 In specifieke gevallen kan er echter een duidelijke rationale zijn voorsubsidies en/of fiscale regelingen gericht op concrete beleidsdoelen,zowel tijdelijk als permanent. Voor tijdelijke subsidiëring is dat wanneerdeze gericht is op een noodzakelijke bijdragen aan maatschappelijketransities32, 33 die zonder deze subsidies niet (snel genoeg) tot standkomen. Verder kunnen subsidies de betaalbaarheid verbeteren en deontwikkeling van niet-marktrijpe technieken versnellen, die zondersubsidies niet of te langzaam van de grond komen. Daarnaast kan er ookeen rationale zijn voor permanente regelingen voor innovatie34. Vanwegede positieve externe effecten innoveren bedrijven zonder subsidies offiscale regelingen minder dan maatschappelijk gewenst. Een bedrijf wordtzelf dan niet voldoende beloond voor een investering (bijvoorbeeld inkennis), omdat het niet te voorkomen is dat anderen meeprofiteren,waarvoor het eerste bedrijf niet wordt gecompenseerd. Het optimaleniveau van innovatie is niet te behalen via alleen beprijzing of normering.Daarnaast kunnen subsidies bijdragen als alternatief voor fiscaleregelingen aan meer transparantie (omdat fiscale regelingen bijvoorbeeldvaak afhankelijk zijn van het marginale tarief van een belastingplichtige)en budgettaire beheersbaarheid.Het is tevens belangrijk om het risico op verplaatsing te mitigeren vanbedrijven die van essentiële waarde zijn voor de Nederlandse economieen rekening te houden met strategische autonomie. Van sommigeessentiële goederen/diensten willen we niet (te) afhankelijk worden vansommige landen. Tot slot kan draagvlakerosie en weerstand bij verliezersin een transitie reden zijn om wel in te zetten op subsidies om hetdraagvlak te behouden en voorkomen dat de transitie stilvalt.KabinetswegingHet kabinet acht het van belang subsidies en fiscale regelingen alleen in tezetten als er een goed onderbouwde rationale is en de voordelen met hetoog op brede welvaart opwegen tegen de eventuele nadelen. Nieuweregelingen worden daarop getoetst en bestaande subsidies en fiscaleregelingen worden periodiek geëvalueerd op doeltreffendheid endoelmatigheid. Zo is er het Rijksbrede Evaluatiestelsel, dat het geheel aaninstrumenten, wetten en regels voor evaluaties bevat. Naast evaluatieon-derzoeken per ministerie, zijn er ook Rijksbrede instrumenten voorbeleidsevaluaties zoals bijvoorbeeld de Strategische Evaluatie Agenda.Jaarlijks worden diverse Interdepartementale Beleidsonderzoekenuitgevoerd en vinden periodiek (Maatschappelijke) Heroverwegingenplaats, waarbij ambtelijk beleidsopties in kaart worden gebracht.Uitgangspunt van dit kabinet bij nieuw afgeronde evaluaties, is dat alsfiscale regelingen negatief worden geëvalueerd, deze worden afgeschaft,aangepast, of omgezet in ander beleid. Het kabinet heeft bij Voorjaarsnota2023 en Belastingplan 2023 onder andere besloten tot hervorming van debedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en van de motorrijtuigenbelasting35.Momenteel loopt Nederland achter op het gebied van R&D investeringen.Hoewel de investeringen in R&D de laatste jaren zijn gestegen, zijn dezenog niet op het streefgetal van 3% publiek en privaat geld. De uitgavenvoor R&D voor Nederland bewegen zich al zo’n vijftig jaar tussen de1,64% en 2,31% van het bbp (Rathenau, 202336). Nederland bevindt zich32CPB (2021) Green innovation policies: a literature and policy review33Bolhuis (2023) Beleidseconomen moeten weten wat transitiefalen is, in ESB34Kamerstuk 32 637, nr. 35835Kamerstuk 32 140, nr. 16736Rathenau (2023) Factsheet «Op naar drie procent»Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6359 hiermee boven het EU-27 gemiddelde, maar onder het OESO-gemiddeldeen onder het gemiddelde van onze buurlanden (TNO, 202437), terwijlinvesteringen in innovatie randvoorwaarde zijn voor een gezonde enduurzame economie.Het kabinet onderschrijft dat subsidies tijdelijke instrumenten moeten zijnwaar het gaat om de stimulering van transities, maar dat er ook eenrationale kan zijn voor voortdurende subsidies voor zaken waar de marktdit zelf niet oppakt en meer het karakter van een publieke dienst kennen.Bijvoorbeeld voor fundamenteel onderzoek ten behoeve van innovatie, ofagrarisch natuur- en landschapsbeheer voor soortenbehoud van ondermeer akker- en weidevogels38.Daarnaast heeft het kabinet oog voor de economie als geheel en maaktdaarbij ruimte voor innovatieve, toetredende bedrijven. Economischedynamiek (creative destruction) is van groot belang voor ons verdienver-mogen en het behalen van maatschappelijke opgaven en transities. Datbetekent ook als overheid opkomen voor belangen van bedrijvigheid dieer nu nog niet is, maar in de toekomst wel gewenst is. Het kabinet zet hieronder andere op in door ambitieus start-up en scale-upbeleid, metspecifieke regelingen gericht op startende bedrijven (bijvoorbeeld Vroegefase financiering en de Seed Capital-regeling)39. In die economischedynamiek kan in een krappe arbeidsmarkt ook arbeid vrijkomen voor demeest productieve bedrijven. Daarbij is het van belang dat meer urenwerken ook moet lonen. Het kabinet heeft in de afgelopen jaren ookstappen gezet om werken lonender te maken, bijvoorbeeld door hetminimumloon te verhogen en het minimumuurloon in te voeren. Ookheeft het kabinet de lasten op arbeid verlaagd, door bijvoorbeeld dearbeidskorting te verhogen. Daarnaast wordt de kinderopvangtoeslagverhoogd in 2024 (via een verhoging van de maximum uurprijzen) naaraanleiding van de wens van de Tweede Kamer.40Ontketen investeringen voor transitiesHet derde advies van de WRR is om investeringen te ontketenen vantransities, onder meer door inkoop en aanbesteding meer opgavegerichtte maken.Algemene overwegingenDe aanbestedingsregels zorgen voor een doelmatige en transparanteoverheidsinkoop, waarbij ondernemers eerlijke kansen krijgen. Met hetopnemen van sociale, gezondheid gerelateerde en duurzame criteria bijaanbestedingen, is het doel het competitief maken van nieuwe marktpro-ducten die vanwege de beperkte omvang van hun marktpositie nogmoeilijk mee kunnen concurreren, omdat productiekosten hoger liggen.Hiermee is de overheid launching customer en zo kunnen aanbestedingengebruikt worden als instrument om bij te dragen aan deze maatschappe-lijke doelstellingen.37TNO (2024) Nederland verliest economisch terrein door achterblijvende R&D-investeringen38Motie Klaver c.s. (Kamerstuk 36 410, nr. 23) en amendement van Van der Lee c.s. (Kamerstuk36 410 XV, nr. 57)39Ondersteuning aan ambitieuze ondernemers en start-ups | Ondernemen en innovatie |Rijksoverheid.nl40Motie Klaver c.s. (Kamerstuk 36 410, nr. 23) en amendement van Van der Lee c.s. (Kamerstuk36 410 XV, nr. 57)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 63510 KabinetswegingDe WRR constateert terecht dat bij de overheidsinkoop de maatschappe-lijke impact steeds meer in ogenschouw wordt genomen. Het kabinetonderschrijft dat het van belang is om verdere stappen te nemen metmaatschappelijk verantwoord inkoop- en aanbestedingsbeleid. Ook in lijnmet het WRR-rapport, onderschrijft het kabinet het belang van centralesturing om te voorkomen dat bedrijven te maken krijgen met verschil-lende regels van verschillende overheidsinstanties. Hiervoor is deMVI-criteria tool ter beschikking gesteld voor alle aanbestedendeoverheidspartijen om minimumeisen en gunningscriteria voor sociale,innovatieve en duurzame inkoop te realiseren. Tegelijkertijd acht hetkabinet het ook van belang decentrale overheden enige ruimte enflexibiliteit te geven bij aanbestedingen.Het huidige beleid omvat onder andere de inkoopstrategie van het Rijk(Inkopen met Impact), het Nationaal plan Maatschappelijk VerantwoordOpdrachtgeven en Inkopen 2021–2025, en het Manifest MaatschappelijkVerantwoord – Opdrachtgeven en Inkopen 2022–2025. Deze laatste isondertekend door onder andere gemeenten, provincies, ministeries enwaterschappen. Ook vanuit Europa is er in toenemende mate een trendom in aanbestedingen eisen te stellen over maatschappelijk verantwoordinkopen, zoals bijvoorbeeld de Regeling bevorderen schone wegvoer-tuigen en de Batterijverordening. Dit is ook in lijn met de voorgesteldeEU-richtlijn Corporate Sustainability Due Diligence (CSDDD), waarin in hetpolitiek akkoord is opgenomen dat naleving van IMVO-wetgeving alsgunningscriterium kan worden gebruikt bij publieke aanbestedingen.Sinds 2020 zijn in het kader van het Klimaatakkoord en het NationaalProgramma Circulaire Economie, circa 35 Buyer Groups uit de grond-,weg- en waterbouw, bouw, mobiliteit, ICT, textiel en kunststoffenopgericht. Deze Buyer Groups zijn primair gericht op het terugdringen vanCO2-uitstoot41 en het stimuleren van circulaire inkoop42, en daarnaast is erook aandacht voor sociale thema’s43. Publieke en private opdrachtgeverswerken daarin aan een gedeelde marktvisie en inkoopstrategie, om dezevervolgens in de eigen aanbestedingspraktijk te implementeren. Verderbundelt Nederland met negen andere landen via het Circular and Fair ICTPact44 de inkoopkracht om de internationale ICT-markt te beïnvloeden.Een volgend kabinet kan gebruik maken van de evaluatie van het MVI2021–2025 (gepland voor 2024) en de beleidsreactie op het 10-punten planom inkoopkracht beter te benutten voor maatschappelijk opgaven.Een deeladvies van de WRR is dat de overheid lange termijn maatschap-pelijke doelen (visie/ stip aan de horizon) opstelt. Een pad met duidelijkedoelen en tussendoelen kan deel uitmaken van stabiel overheidsbeleid.Algemene overwegingenEen voorspelbaar, stabiel overheidsbeleid is noodzakelijk voor eenstructureel gezonde, dynamische economie en het behalen vanmaatschappelijke doelstellingen. Bovendien kan dit onzekerheden rondom41Kamerstuk 32 813, nr. 130742Het rapport Buyer groups. Potentiële duurzaamheidswinst door een nieuwe manier vanmaatschappelijk verantwoord inkopen (RIVM, 2022) laat zien dat zes van de dertien gemoni-torde Buyer Groups een equivalent aan 80.125 ton CO2-reductie zullen realiseren in hungeplande aanbestedingen. Dit staat gelijk aan de jaarlijkse uitstoot van 19.000 huishoudens.43Kamerstuk 26 485, nr. 39944Kamerstuk 30 196, nr. 758Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 63511 de gewenste richting en snelheid in transities wegnemen, en zo bedrijvenduidelijkheid bieden.KabinetswegingHet kabinet onderschrijft het belang van lange termijn maatschappelijkedoelen en stabiel overheidsbeleid dat bij die doelen aansluit. Bedrijvenhebben een perspectief en stabieler beleid nodig, zonder steeds veran-deren van regels of wisselende belastingtarieven, om langdurigeinvesteringen hier te doen. Zie hiervoor ook het Perspectief op deEconomie, de Actieagenda Industrie en omwonenden en de Strategischeagenda voor het ondernemersklimaat. Het kabinet heeft oog voor hetbelang dat bedrijven hechten aan stabiele, voorspelbare en uitvoerbarewetgeving. Dit bestaat onder andere uit het voorkomen van onnodigeregeldruk, een stabiel fiscaal vestigingsklimaat en continuïteit inregelingen die bijdragen aan onze maatschappelijk uitdagingen,waaronder ons verdienvermogen45. Stabiel overheidsbeleid is noodza-kelijk om langjarige doelstellingen met betrekking tot klimaat ofgezondheid te behalen. Voorbeelden hiervan zijn, de Agenda Natuurin-clusief, het Nationaal Preventieakkoord of de doelen verbonden aan hetmissiegedreven innovatiebeleid.Het derde advies van de WRR is om een publiek private investeringsbankop te richten.Algemene overwegingenEen goed werkende financieringsmarkt is cruciaal om het bereik vaninnovatiebeleid te vergroten en voor ondernemingen om passendefinanciering te vinden voor groei, vernieuwing, investeringen in transitiesen ter behoud van het internationale gelijke speelveld.KabinetswegingOp dit moment loopt een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO)naar bedrijfsfinanciering46 waarin wordt onderzocht welke knelpunten erzijn op de bedrijfsfinancieringsmarkt en of het huidige bedrijfsfinancie-ringsinstrumentarium het meest effectieve en efficiënte middel is om dezeknelpunten op te lossen. Het is van belang om meerdere optiesnauwkeurig uit te werken. Het IBO bedrijfsfinanciering zal concretebeleidsopties voorstellen. Het is aan een volgend kabinet om eventueeleen keuze te maken over een publiek-private investeringsinstelling. Hetkabinet heeft een strategie bepaald voor mkb financering47. Deze heb ikverder gebracht gezamelijk met de sector in ambitieuze afspraken in hetmkb convenent over betere financering voor het mkb, dat met uw Kameris gedeeld op 16 november 202348.IV. Afsluiting In het overheidsbeleid is meer dan voorheen een focus op brede welvaartvan belang. Met betrekking tot bedrijven is een innoverende, concurre-rende, dynamische markt van belang waarin bedrijven schaarse middelenzo efficiënt mogelijk inzetten. Bedrijven zijn essentieel voor het verdien-vermogen en spelen een belangrijke rol in maatschappelijke transities.Overheidsbeleid beïnvloedt het bedrijfsleven langs verschillende kanalen.45Kamerstuk 32 637, nr. 51346Miljoenennota 2024, Bijlage 18 Taakopdrachten IBO’s47Kamerstuk 32 637, nr. 57848Kamerstuk 32 637, nr. 589Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 63512 Op de markten waarin het niet vanzelf loont om goed zaken te doen(bijvoorbeeld door positieve of negatieve externe effecten), is er eenduidelijke rol voor de overheid om de gewenste richting te bepalen en derandvoorwaarden die daarvoor nodig zijn op orde te hebben. Het strevenis om bedrijven in deze richting te bewegen met een goede mix vannormeren, beprijzen en subsidiëren, waarin de vervuiler betaalt.Er bestaan verschillende overwegingen bij wat de beste combinatie is vanbeleidsinstrumenten, waarbij onder andere principes als doelmatigheid,rechtvaardigheid en betaalbaarheid onderling afgewogen moetenworden. Hierbij is het belangrijk om oog te hebben voor de context enonzekerheden waarin een bedrijf of sector opereert, en ook voor hetperspectief van de burger/consument. Een niet te onderschatten factor ombedrijven in de goede richting te bewegen is consistent en voorspelbaarbeleid, zodat ondernemers en werknemers weten waar ze aan toe zijn. Dekeuzes die hierbij nodig zijn vergen politieke weging. Het is daarom aaneen nieuw kabinet om hierin verdere keuzes te maken.De Minister van Economische Zaken en Klimaat,M.A.M. AdriaansensTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 63513

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6628a8090f5ef84e

14 okt 2026 · 23fc418750199d18

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.