Voortgang lerarenstrategie juli 2026
Brontekst
Versie 9c2d3b54e6cf24b6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 923Werken in het onderwijsNr. 539 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026Onderwijs is de drijver van vooruitgang, verbondenheid en een sterkeeconomie. We hebben ieder talent nodig voor het Nederland van nu envan de toekomst. Goed onderwijs wordt gemaakt door uitstekendeonderwijsteams. Zij zorgen ervoor dat de IT’ers, uitvinders, verpleegkun-digen en andere cruciale professionals van de toekomst goed wordenopgeleid. Het kabinet investeert daarom in goed onderwijs en onderwijs-teams.1 In deze brief delen we onze inzet als het gaat om leraren en hunteams.Uitdagingen: onderwijsprestaties en onderwijspersoneelDe onderwijsprestaties laten al jaren een dalende trend zien. In verge-lijking met andere OESO-landen presteert Nederland ondergemiddeld intaalbeheersing en daarnaast dalen de resultaten voor wiskunde ennatuurwetenschappen. Teveel kinderen gaan nog van school zonder detaal voldoende te beheersen en de verschillen tussen scholen zijn groot.De afgelopen jaren is met name met het masterplan basisvaardighedenen met de curriculumherziening volop ingezet op het keren van die trends.Dat blijven wij de komende periode doen, met extra aandacht voor taal enhet blijvend belang van de andere basisvaardigheden rekenen, digitaal enburgerschap.Goed onderwijs wordt grotendeels gemaakt door leraren en schoolleiders.Hierin zien we de tweede uitdaging. Hoe zorgen we voor voldoende goedeleraren en schoolleiders die hun werk effectief kunnen doen? De tevre-denheid van leraren over hun baan is heel hoog. Maar liefst 95% van de1Beleidsbrief 2026–2030. kst-27923-539ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 5391 leraren geeft aan met plezier in het onderwijs te werken.2 Tegelijkertijdzien we dat de ervaren werkdruk hoog is met gevolgen voor de leskwa-liteit en risico’s voor verzuim en uitval. Momenteel is het verzuim vooronderwijzend personeel 6,1% in het bo, 7% in het sbao, 5,8% in het vo en6,5% in het mbo, tegenover het Nederlandse gemiddelde van 5,8%.3Daarnaast kent het onderwijs veel deeltijdbanen van 3 dagen of minderper week.4 Hierdoor gaat er bijvoorbeeld meer tijd zitten in de overdrachttussen leraren. Daarnaast maken demografische ontwikkelingen, met eenkrimpende beroepsbevolking en brede arbeidsmarktschaarste, hetmoeilijk om voldoende goed opgeleid onderwijspersoneel aan te trekkenen te behouden.5 Er zijn (grote) verschillen in de tekorten, bijvoorbeeldbinnen het vmbo in de technieksector. Dat is zorgelijk, want dezetechnisch getalenteerde leerlingen zijn hard nodig. Ook hier zien we groteverschillen tussen scholen. Deze aspecten zetten de continuïteit, kansen-gelijkheid en kwaliteit van het onderwijs onder druk.Een ander groot effect op het werk van leraren(teams) is de veranderendesamenleving die steeds krachtiger de scholen en klassen in komt. Zoworstelen scholen met digitalisering, AI, sociale media en polarisatie.Thema’s die de veiligheid, inhoud en de relatie met de leerlingbeïnvloeden. Leraren en schoolleiders geven bij ons aan dat dit vraag-stukken zijn waar ondersteuning bij nodig is. Tot slot verdienen verder-gaande professionalisering en innovatie, ook verwoord via een stevigeverenigde beroepsgroep, meer aandacht.Ons doel voor 2030Ons doel is dat in 2030 elke klas kan leren van een steengoed onder-wijsteam. Dit vereist inzet op voldoende onderwijsprofessionals, op goedeonderwijsprofessionals en op een omgeving die hen laat excelleren. Hetvraagt om een stijging in kwaliteit en in «arbeidsproductiviteit». Dit doenwe langs drie lijnen, die we in de komende hoofdstukken uitwerken.1. Innovatie voor toekomstbestendig onderwijs In alle tijden moet je de bagage meekrijgen om later op eigen benen tekunnen staan, ongeacht naar welke school je gaat. Samen met de scholenzorgen we ervoor dat het onderwijs toekomstbestendig wordt, deverschillen tussen scholen en regio’s kleiner worden en dat de leerlingenvan straks ook steengoed onderwijs ontvangen. We positioneren hetonderwijs als fundament van de Talentstrategie. We geven scholen debenodigde richting én ruimte voor innovatie en eigenheid, mét sterkekwaliteitsborgen. Daarbij is het uitgangspunt dat goed onderwijs steeds2Buisman, M., Krepel, A., Mariën, H., Lans, R. van der, Diepstraten, I., Stronkhorst, E., Farzan, K.(2025). TALIS 2024: De werk- en leeromgeving op school in beeld. Nederlandse resultaten vande internationale TALIS-survey3Trendrapportage arbeidsmarkt leraren 2025 & CBS Ziekteverzuim.4Van de leraren in het po heeft 45% een aanstelling van zo’n 3 dagen of minder per week. In hetvo en mbo is dit respectievelijk 26% en 23%. DUO 2025, bewerking FEZ.5Zie ramingen van Centerdata in de Trendrapportage 2025. De ramingen melden enkel regulieretekorten en geen vervangingstekorten i.v.m. dubbeltellingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 5392 meer teamwork is met goed samenwerkende professionals vanuit eenschoolbrede aanpak. Dat vergt antwoorden op de vragen hoe we kwaliteitkunnen leveren met een krimpende beroepsbevolking en hoe weontwikkelingen als digitalisering een goede plek geven in het onderwijs.Zo groeit het onderwijs mee met een veranderende arbeidsmarkt.2. Behouden en professionaliseren Goed werkgeverschap is een must voor het behoud van goede docentenen schoolleiders. Schoolbesturen en schoolleiders zorgen voor een veiligen inspirerend werkklimaat, toekomstgericht personeelsbeleid enaantrekkelijke loopbaanpaden. Pedagogische routines zijn van belangvoor veiligheid, rust en structuur en didactisch wordt evidenced informedgewerkt vanuit hoge verwachtingen. Een stevig curriculum met focus opde basisvaardigheden geeft sturing én ruimte. We pakken administratievelasten aan en monitoren de tevredenheid rondom het beroep. Leraren enonderwijsteams hebben professionele ruimte, waarbij ze uitgedaagd enondersteund worden door de schoolleiding en het bestuur. Daarbij is derol van de schoolleider cruciaal. Leraren en schoolleiders krijgen ennemen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hun vak, zowel op hetniveau van de school, regionaal als op landelijk niveau. Doorlopendeprofessionalisering is in deze visie vanzelfsprekend en niet vrijblijvend.3. Aantrekken en opleiden Met de campagne «Werken met de Toekomst», het onderwijsloket enregionale loketten werken we aan een positief en realistisch beeld rondomwerken in het onderwijs. Daarbij zetten we specifiek in op mensen dievanuit een ander beroep hun ervaring willen inzetten in het onderwijs engroepen die we ook voor de klas nodig hebben. Binnen sterke onderwijs-teams draait het om het onderwijspersoneel: kwaliteit en impact beginnenbij een sterke basis. Omdat studenten en zij-instromers verschillen invooropleiding, werkervaring en interesses zijn verschillende opleidingstra-jecten noodzakelijk. Welke route iemand ook kiest, de minimumeisen voorstartbekwame leraren zijn hoog en duidelijk. Eenmaal aan de slag zijngoede begeleiding, een stevig inductietraject en doorlopende professiona-lisering nodig.De uitwerking van deze drie lijnen in praktisch beleid en maatregelenvereist een goede samenwerking op meerdere niveaus, binnen de schoolen het schoolbestuur, op regionaal niveau en ook op landelijk niveau. Hierhoort voor ons een continue dialoog tussen OCW en onderwijsprofessi-onals bij. Daarom hebben wij, naast het bestuurlijke gesprek met deonderwijspartners in het veld, in overweging om een «lerarenraad» in hetleven te roepen om een breed gedragen gesprek te kunnen voeren.Aanpak tot op hedenDe afgelopen jaren is door besturen, schoolleiders, onderwijsprofessi-onals, opleiders en overheid hard gewerkt om de kwaliteit van onderwijste verhogen, de tekorten aan te pakken en meer ruimte en invulling aanprofessionalisering te geven. Er liggen stevige plannen en ambities opregionaal niveau, waarbij de onderwijsregio’s een belangrijke rolvervullen. Het beroepsbeeld, de daarop gebaseerde bekwaamheidseisenvanuit de leraren en de eerste loopbaanpaden in het kader van hetNationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL) onderstrepen deinzet op meer en voortdurende professionalisering. Er is een recordaantalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 5393 van 2.285 zij-instromers bereikt en de instroom op de pabo is fors hoger.6Het zijn goede resultaten die tijd vergen voordat ze voelbaar zijn in deklas. Tegelijkertijd zien we dat de arbeidsmarktkrapte toe blijft nemen.7 DeInspectie van het Onderwijs8 (verder: inspectie) wijst op het belang vanstevige onderwijsteams om kennis gezamenlijk in te zetten en de kwaliteitvan het onderwijs te borgen. Ontwikkelingen in de samenleving vragenvan onderwijsprofessionals dat zij zich blijvend professionaliseren eninnoveren en van werkgevers, opleiders en overheid dat ze hiertoe in depositie worden gebracht. Hierover is daarom een continu gesprek met hengewenst.LeeswijzerDe Kamerbrieven over de lerarenstrategie, die u voor het winter- enzomerreces ontvangt, geven uw Kamer een beeld van de voortgang vande lerarenstrategie. Deze brief is opgebouwd uit drie hoofdstukken dieovereenkomen met de hierboven geschetste hoofdlijnen. In de bijlagen iseen overzicht van moties, toezeggingen en onderzoeksresultaten,waaronder beleidsreacties, te vinden.Lijn 1: Innovatie voor toekomstbestendig onderwijsHet is voor het toekomstig verdienvermogen in een tijd van krimpendeberoepsbevolking en oplopende arbeidstekorten9 belangrijk hetbeschikbare talent zo effectief mogelijk in te zetten. Met de Talentstrategiewerkt het kabinet aan een goed opgeleide, flexibel inzetbare enveerkrachtige beroepsbevolking. Het funderend en het middelbaarbe-roepsonderwijs vormen een belangrijke basis voor deze strategie. Goedebeheersing van basisvaardigheden als taal en rekenen is belangrijk, netals meer aandacht voor en aanbod van techniek in het funderendonderwijs en brede talentontwikkeling. De komende jaren werken we metscholen aan verbetering van de arbeidsproductiviteit/contacturen, metbehoud van kwaliteit.Stimuleren meer uren werkenIn december 2025 is een driejarige pilot «meerurenmaatwerk» gestart,gericht op leraren die meer uren willen en kunnen werken. Schoolbe-sturen bieden deze leraren transparante – financiële en niet-financiële –«keuzeopties» voor het stimuleren van urenuitbreiding (vier of acht uurper week) of (bijna) voltijdswerken (vier of vijf dagen gaan of blijvenwerken). Alle deelnemende schoolbesturen bieden leraren de opties extrabeloning (verplicht) en extra verlof (100%) aan. Daarnaast kunnen lerarenkiezen voor geld voor kinderopvang en niet-lesgevende taken (70%) enflexibele roosters (50%). Leraren kiezen één van deze opties waarmee zevanaf het schooljaar 2026–2027 zullen starten. In het najaar van 2027ontvangt de Kamer een brief met de tussentijdse resultaten van deze pilot,zoals toegezegd aan uw Kamer.106Kamerstukken II 2023/2024, 27 923, nr.460 Kamerbrief over lerarenstrategie | Kamerstuk |rijksoverheid.nl7ROA, 2026. Een kwestie van een lange adem.8Staat van het Onderwijs, 2026.9In het po werken op de scholen met een lerarentekort in totaal circa 45.000 leraren in deeltijd.Van de leraren werkt ongeveer 55% vier of vijf dagen per week, 45% drie dagen of minder. Alshet zou lukken om 5% van de in deeltijd werkende leraren op een tekortschool één dag meer telaten werken dan levert dat al circa 450 fte extra op. Het is echter geen gemakkelijke opgave ommeer uren werken te stimuleren. Daarbij spelen veel verschillende factoren een rol, waaronderde deeltijdcultuur en persoonlijke wensen en omstandigheden.10TZ202603–195Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 5394 Samen werken in de regio’sRegionale samenwerking is cruciaal om toekomstbestendig onderwijs teorganiseren. Schoolbesturen, opleiders en de beroepsgroep werkensuccesvol samen binnen een landelijk dekkend netwerk van 49 onderwijs-regio’s (voor po, vo en mbo). De onderwijsregio’s spelen naast hetaantrekken, opleiden, behouden en professionaliseren van onderwijsper-soneel ook in op het slim kunnen omgaan met personeelsschaarste.Onderzoek van Berenschot11 laat zien dat de regio’s op de goede weg zijn;er is meer solidariteit en de samenwerking verloopt prettig. De vierjarigesubsidieregeling, voor het landelijk dekkend netwerk, biedt de financiëlerust om arbeidsmarktanalyses en plannen duurzaam uit te voeren en bij testuren. Dit najaar maken de regio’s meerjarige ambitieafspraken, waarinnadrukkelijk aandacht dient te zijn voor de toekomstbestendigheid van hetonderwijs in de regio, onder meer over zij-instroom van leraren enschoolleiders. De afspraken moeten uiterlijk eind 2029 concrete resultatenopleveren.In Onderwijsregio Almere-Lelystad is een vierjarige pilot gestartwaarin zes basisscholen samenwerken aan nieuwe manieren omonderwijs te organiseren in een context van aanhoudendepersoneelstekorten. De aanpak is gericht op het versterken vanonderwijskwaliteit, kansengelijkheid en aantrekkelijk werk voorleraren. Het project wordt uitgevoerd onder leiding van HogeschoolWindesheim Flevoland en de Universiteit van Amsterdam. Scholenontwikkelen in een ontwerplab evidence-informed oplossingen voorhet organiseren van hun onderwijs. Zij leren van wetenschappelijkexperts, praktijkexperts en van elkaar. Voor de oplossingen wordtonder meer gekeken naar samenwerking met kinderopvang, nieuwevormen van taak- en functiedifferentiatie binnen schoolteams ensamenwerking met jeugdhulp.TeamlerenKwalitatief goed onderwijs is en wordt steeds meer een collectieveverantwoordelijkheid. Daarbij is niet alleen de leraar verantwoordelijkvoor de resultaten van het onderwijs, maar in nauwe afstemming metschoolleiders, maar ook bijvoorbeeld onderwijsassistenten. Teamleren isdaarbij een belangrijke voorwaarde. De mate waarin teams gezamenlijkkunnen leren en dat ook doen met de professionaliseringsmiddelen is nogniet goed in beeld. Teamleren vormt een belangrijk onderdeel van dedoelstelling van de professionaliseringsactiviteiten. Het is de bedoelingom daar eind dit jaar meer zicht op te hebben.Lijn 2: Behouden en professionaliserenHet overgrote deel van de leraren (95%) heeft plezier in zijn werk12. Deuitstroom van leraren is echter nog groot. Veelgenoemde redenen zijnwerkdruk, administratieve lasten en gebrek aan begeleiding. Ook gebrekaan perspectief op professionalisering en loopbaanontwikkeling speleneen rol. Gemiddeld besteden leraren zo’n 80 uur per jaar aan professiona-lisering. Dat is 6% van de werktijd. Uit onderzoek blijkt echter datprofessionaliseringsactiviteiten vaak onvoldoende samenhang vertonen.Daarnaast blijkt uit onderzoek naar de besteding van professionaliserings-11Berenschot (2026), Derde tussenrapportage evaluatie onderwijsregio’s, juni 2026. Zie voormeer informatie de bijlage moties, toezeggingen en onderzoeksresultaten https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/2026/07/02/berenschot-2026-derde-tussenrapportage-evaluatie-onderwijsregios12TALIS 2024; De werk- en leeromgeving op school in beeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 5395 middelen dat heldere definities, betere monitoring en structureleverankering nodig zijn voor effectieve en consistente professionalisering,zowel binnen scholen als op stelselniveau.13 Tegelijkertijd blijkt dat erweinig zicht is op de professionaliseringsmiddelen. Daarom investeren wein de professionalisering van onderwijspersoneel. In de komende jarenontwikkelen we een infrastructuur waarbinnen leraren en schoolleiderszich kunnen blijven ontwikkelen.Werkdruk verminderenEén van de meest genoemde bronnen van werkdruk is administratievelasten. Het Ministerie van OCW heeft als rol om te verduidelijken wat erverwacht wordt van scholen en bij nieuw beleid kritisch te kijken naar deimpact op de werkvloer. Bij nieuw beleid wordt rekening gehouden metdirecte administratieve lasten, maar de onbedoelde indirecte administra-tieve lasten zijn nog onvoldoende in kaart gebracht. Om dat beter te doen,passen we komend jaar formats voor beleidsvorming aan. Ook onder-zoeken we hoe onbedoelde effecten van wet- en regelgeving in beeldkunnen komen via simulaties met onderwijspersoneel. Dat kan bijvoor-beeld door middel van de Praktijktoets14. Deze moet onderdeel wordenvan wet- en regelgevingsprocedures, waarmee de indirecte administra-tieve lasten in beeld worden gebracht.Planlastcalculator voor het terugdringen van administratieve lastenIn het coalitieakkoord wordt de Vlaamse planlastcalculator explicietgenoemd als voorbeeld van een instrument dat kan helpen administra-tieve lasten terug te dringen. Tijdens een bijeenkomst in juni namen OCW,de Inspectie van het Onderwijs, de Vlaamse Onderwijsinspectie en deAlgemene Rekenkamer kennis van de ervaringen met deze tool inVlaanderen. Met de inspectie en het onderwijsveld verkennen we demogelijkheden om een instrument te ontwikkelen dat scholen moethelpen de administratie effectiever en efficiënter in te richten. Het doel isom slimmer te werken met minder administratieve lasten.Nationale Aanpak Professionalisering LerarenDe Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL) legt de basisvoor een landelijk systeem voor professionalisering van leraren in het po,vo en mbo. Dit systeem biedt toegang tot, en geeft richting aan kwalitatiefhoogwaardig, praktijkgericht en vraaggestuurd professioneel leren. Deeerste opbrengsten van het programma zijn op 4 mei 2026 gepubliceerdop de website van NAPL.15 Leraren, schoolleiders/werkgevers enopleiders vormden ontwikkelgroepen die de basis legden voor de eerstetwee ontwikkelpaden: van startbekwaam naar vakbekwaam of naar hetspecialisme curriculumontwikkelaar. Door de ontwikkelgroep is ook eenkwaliteitskader opgeleverd. Dat maakt inzichtelijk waar professionalise-ringsaanbod inhoudelijk en kwalitatief aan moet voldoen om een juisteinvulling te geven aan deze ontwikkelpaden. De structuur van NAPL wordtde komende jaren verder geconcretiseerd.Onderwijsregio Oost-Nederland laat met een waardevol onderzoeknaar behoud van onderwijsprofessionals zien dat het terugdringenvan het lerarentekort ook vraagt om aandacht voor de mensen die al13Miltenburg, N. van, Voets, I., Berg, D. van den, Nijhuis, J., Serceoglu, B. & Elshout, M. (2026),Professionalisering in het primair en voortgezet onderwijs. Een onderzoek naar de bestedingvan professionaliseringsgelden.14Kamerstukken II 2024/25, 27 923, nr.503.15www.napl.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 5396 in het onderwijs werken. Behoud vraagt om een bredere aanpak danhet terugdringen van werkdruk of verzuim. Kansrijke maatregelenzijn onder meer het versterken van professionele ruimte, teamont-wikkeling, talentmanagement, kennisdeling en verbindingsgerichtleiderschap. Daarbij blijkt dat verschillen tussen onderwijsprofessi-onals vooral samenhangen met levens- en loopbaanfasen. Eencentrale les uit het onderzoek is dat aandacht voor verbinding,verscheidenheid en ruimte voor herstel kan bijdragen aan meerwerkplezier, sterkere teams en het behoud van onderwijspersoneel.De resultaten van het onderzoek worden gedeeld met andereonderwijsregio’s die hieraan werken, waardoor het behoud vanleraren en onderwijspersoneel kan worden verhoogd.Samenhang in aanbodDe meeste leraren in Nederland zijn gemotiveerd om zich verder teontwikkelen. Dit is onder andere te zien aan de aanvragen voor desubsidieregeling Lerarenbeurs.16 Professionaliseringsactiviteiten vertonenvaak onvoldoende samenhang: er is weinig relatie tussen strategischedoelen, ontwikkelvragen en schooldoelen. De besteding van tijd enmiddelen is dan niet doelmatig.17 Dit gaan we tegen door onder andere insamenwerking met vertegenwoordigers uit het onderwijsveld énonderwijsprofessionals, de toolkit professioneel statuut beschikbaar temaken. De toolkit biedt scholen handvatten en praktijkvoorbeelden om hetgesprek over professionele ruimte, zeggenschap en samenwerking binnende school te ondersteunen.18SchoolleidersSchoolleiders hebben na leraren de grootste invloed op de kwaliteit vanhet onderwijs.19 Zij hebben een doorslaggevende rol bij het aantrekken enbehouden van voldoende personeel. Schoolleiders met een afgerondeschoolleidersopleiding realiseren vaak een hogere onderwijskwaliteit.20 Inhet coalitieakkoord kondigt het kabinet daarom aan om heldere bekwaam-heidseisen te stellen aan de rol van schoolleider als onderwijskundigleider. Daar is al een wettelijke basis voor. In gesprekken met de sectoronderzoeken we hoe hieraan invulling kan worden gegeven en hoe zichdat kan vertalen in zowel aantrekkelijke scholen om voor te werken als inhet professionaliseringsaanbod.Onderwijsregio Oost-Nederland werkt aan een nieuwe aanpak voor hetaantrekken, ontwikkelen en begeleiden van schoolleiders. In het trajectBuitenkans is onderzocht hoe nieuwe doelgroepen beter kunnen wordengeworven, opgeleid en begeleid. Een belangrijk onderdeel van de aanpakis de ontwikkeling van regionale kansrijkscheck voor kandidaten dieschoolleider willen worden. Deze check moet zichtbaar maken watkandidaten al meebrengen en waar verdere ontwikkeling nodig is. Zo16De lerarenbeurs stelt bevoegde leraren in staat om zich verder te professionaliseren door eengeaccrediteerde bachelor- of masteropleiding te volgen, waarmee zij hun kwalificatieniveaukunnen verhogen.Voor studiejaar 2026–2027 zijn er momenteel zo’n 4600 toegekende aanvragen voor delerarenbeurs. Dit is vergelijkbaar met vorig jaar, maar er zijn dit jaar wél meer leraren die voorde eerste keer een lerarenbeurs aanvragen.17Vrielink, S., Bendig, J., Wartenbergh, F., Scheeren, J., Van den Berg, D. & De Vos, K. (2022),Professionalisering van leraren en docenten. Onderzoek naar professionalisering in brede zinen evaluatie van de Lerarenbeurs. CAOP, MOOZ en Centerdata; Miltenburg, N. van, Voets, I.,Berg, D. van den, Nijhuis, J., Serceoglu, B. & Elshout, M. (2026), Professionalisering in hetprimair en voortgezet onderwijs. Een onderzoek naar de besteding van professionaliserings-gelden.18Open overheid.19Onderwijsraad (2018), Een krachtige rol voor schoolleiders.20AVS & Schoolleiders VO, Staat van de Schoolleider 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 5397 ontstaat meer vertrouwen, tussen scholen en kandidaten. Het onderzoeklaat zien dat succesvolle instroom meer vraagt dan alleen een opleidingvoor de kandidaat. Ook scholen, teams en besturen spelen een belangrijkerol in het creëren van een omgeving waarin nieuwe schoolleiders kunnenslagen. De opgedane inzichten worden verder uitgewerkt in een samen-hangende route naar schoolleiderschap en kunnen ook voor andereonderwijsregio’s waardevol zijn.Onderwijsregio Oost-Nederland werkt aan een nieuwe aanpak voorhet aantrekken, ontwikkelen en begeleiden van schoolleiders. In hettraject Buitenkans is onderzocht hoe nieuwe doelgroepen beterkunnen worden geworven, opgeleid en begeleid. Een belangrijkonderdeel van de aanpak is de ontwikkeling van regionale kansrijk-scheck voor kandidaten die schoolleider willen worden. Deze checkmoet zichtbaar maken wat kandidaten al meebrengen en waarverdere ontwikkeling nodig is. Zo ontstaat meer vertrouwen, tussenscholen en kandidaten. Het onderzoek laat zien dat succesvolleinstroom meer vraagt dan alleen een opleiding voor de kandidaat.Ook scholen, teams en besturen spelen een belangrijke rol in hetcreëren van een omgeving waarin nieuwe schoolleiders kunnenslagen. De opgedane inzichten worden verder uitgewerkt in eensamenhangende route naar schoolleiderschap en kunnen ook voorandere onderwijsregio’s waardevol zijn.BeroepsgroepEen verenigde beroepsgroep draagt bij aan een duurzaam professionali-seringsbeleid. Er is brede overeenstemming om tot een onafhankelijkeberoepsgroep te komen. We constateren wel dat er nog verschillendebeelden zijn over de organisatie en de taakopdracht van deze onafhanke-lijke beroepsgroep. Daarover blijven we de komende tijd in gesprek.Een verenigde beroepsgroep heeft twee kerntaken. De eerste is zorgdragen voor de kwaliteit van het vak. De beroepsgroep bewaakt in deeerste plaats de kwaliteit van de beroepsuitoefening. Dit versterkt nietalleen de professionals zelf maar draagt ook bij aan de kwaliteit van hetonderwijs als geheel. In een sterke beroepsgroep gaan leraren zelf overhun beroepsbeeld en beroepsstandaarden. Zij voeren hierover continudialoog onder andere met elkaar, met lerarenopleidingen, schoolleidersen met bestuurders. Dit vergroot eigenaarschap en versterkt de professi-onele identiteit.De tweede taak is om praktijkervaringen in te brengen bij het ontwikkelenvan beleid. Voor goed onderwijsbeleid moeten we niet óver, maar métonderwijsprofessionals praten. Door hun inbreng structureel mee tenemen sluit beleid beter aan op de dagelijkse onderwijspraktijk. Dit leidttot effectievere en beter uitvoerbare maatregelen.Beleidsmakers praten veel met leraren, maar vaak binnen verschillendegeorganiseerde verbanden. Leraren die niet zijn aangesloten bij eenvakbond of vakvereniging worden daardoor minder gemakkelijk gehoord.Daarom voeren we gesprekken met georganiseerde énniet-georganiseerde leraren om een zo breed mogelijk beeld te krijgen vanwat zij nodig hebben om de kwaliteit van het onderwijs verder teversterken. Daarbij staat centraal hoe leraren hun vak optimaal kunnenuitoefenen en welke randvoorwaarden daarvoor nodig zijn. In dezegesprekken nemen we vier eerder ingediende moties mee. Het gaat danover de motie over de rol van de beroepsgroep in de afspraken over tijdvoor professionele ontwikkeling in teamverband tussen leraren, maar ookmet schoolleiders en onderwijsassistenten, waarbij heldere doelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 5398 worden gesteld21; de motie over de mogelijkheden middelen voor deberoepsgroep via de bekostiging22; de motie over de lerarentoets23 en demotie lerarenraad24.Versterking inspraak leraren en schoolleidersOm maximaal effect te hebben op de kwaliteit van het onderwijs, richtenwij ons naast de duurzame professionalisering van leraren en school-leiders ook op het versterken van de stem die leraren en schoolleidershebben bij beslissingen die het lesgeven wezenlijk beïnvloeden25 endragen wij zorg dat zij op landelijk niveau zelf verantwoordelijkheiddragen voor de kwaliteit van het beroep. We hebben onderzoek uitgezetnaar de vraag hoe leraren en schoolleiders meer invloed kunnen krijgenop strategische en financiële beslissingen die direct impact hebben in hetklaslokaal. De onderzoekers is gevraagd praktijkervaringen op te halen.Ook doen ze inspiratie op bij andere sectoren zoals de versterkteinspraakmogelijkheden en betere «shared governance» voor verpleegkun-digen.26 De uitkomsten van het onderzoek worden medio februari 2027verwacht. Ondertussen blijven we in gesprek met leraren, schoolleiders,de bonden en beroepsorganisaties, raden en andere belanghebbendenover hoe deze omslag vorm te geven.Verhoging eigen bijdrage van besturen voor WW-kosten in het voDe regeling voor de verrekening van uitkeringskosten in het voortgezetonderwijs wordt aangepast.27 Zo krijgen besturen een sterkere financiëleprikkel om werkloosheid te voorkomen en meer in te zetten opre-integratie. De individuele eigen bijdrage aan werkloosheidsuitkeringenwordt verhoogd van 25% naar 50%. Het collectief verrekende deel wordtverlaagd van 75% naar 50%. Besturen nemen dus een groter aandeel vande eigen werkloosheidskosten voor hun rekening. Hiermee is de syste-matiek in lijn met die van het primair onderwijs.Lijn 3: Aantrekken en opleidenHet kabinet wil het lerarentekort aanpakken door de overstap naar hetonderwijs voor zij-instromers aantrekkelijker te maken. Het doel is hetverhogen van het aantal zij-instromers in het po, vo en mbo met 15% van2.300 naar 2.650. Om het traject te verbeteren bouwen we voort op deideeën van (ex)zij-instromers, zowel leraren als schoolleiders. Hiervoormaken we gebruik van bestaande instrumenten.De partijen binnen de onderwijsregio’s, waaronder de lerarenopleidingenen schoolbesturen, leveren een fundamentele bijdrage aan het realiserenvan meer zij-instromers. Dit doen ze onder meer door het optimaliserenvan het voortraject door gezamenlijke werving, oriëntatietrajecten enbegeleiding van zij-instromers. Ook heeft elke onderwijsregio een21Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 8922Kamerstuk 31 293, nr. 80823Kamerstuk 27 923, nr. 50324Kamerstuk 27 923, nr. 53025Maastricht University (2026), Een kwestie van lange adem; Historische analyse van het beleidop het terrein van het lerarentekort; Kohnstam instituut (2025): TALIS 2024; De werk- enleeromgeving op school in beeld; Onderwijsraad (2024), Een stevige stem; CAOP (2023), Breedgesprek governance en (mede)zeggenschap; Onderwijsraad (2018), Een krachtige rol voorschoolleiders26Whitepaper Toezien op zeggenschap27Publicatie voorzien voor de eerste helft van 2026, met een overgangstermijn van anderhalfjaar. Voornemen inwerkingtreding 1 januari 2028. Aanleiding voor de wijziging is eenonderzoek van Centerdata, CAOP en MOOZ.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 5399 informatieloket waar de zij-instromer terecht kan. Daarnaast is hetlandelijke Onderwijsloket opgericht om zij-instromers te informeren,adviseren over het werken in het onderwijs en hen door te verwijzen naarde regio’s. Onderwijsregio’s leggen meerjarige ambitieafspraken vast vooronder andere het aantal zij-instromers.28 Recent is onderzoek29 afgerondnaar succesfactoren, knelpunten en de beeldvorming rondomzij-instromende schoolleiders.Samenwerking met UWV, werkcentra en bedrijfslevenOnderwijsregio’s werken samen met het UWV, regionale werkcentra enhet bedrijfsleven om beter zicht te krijgen op de tekorten en daarmeevraag en aanbod beter af te stemmen. Die samenwerking met dearbeidsmarktregio’s is ook het doel van de vijf pilots in de onderwijsre-gio’s. Daarin wordt de positionering van de onderwijssector in dearbeidsmarktregio verkend. Ook worden in die pilots via regionalewerkcentra nieuwe kandidaten geworven die zich oriënteren op een baanin het onderwijs.30In Zeeland is de afgelopen periode een pilot uitgevoerd om desamenwerking tussen de Zeeuwse Onderwijsregio en de ZeeuwseArbeidsmarktregio te versterken. De samenwerking richt zich hetversterken en borgen van de samenwerking, het zichtbaar makenvan onderwijs als kanssector en het verbinden van ontwikkelpadenmet de praktijk. De pilot laat zien dat onderwijsregio’s en arbeids-marktregio’s elkaar kunnen versterken bij het aantrekken van nieuweleraren en ander onderwijspersoneel. Daarnaast draagt de samen-werking bij aan het behouden van personeel en het versterken vande continuïteit van onderwijs.Voor het onderwijs is het mogelijk om gebruik te maken van deSLIM-scholingssubsidie (van het Ministerie van SZW) om te leren voornieuwe banen in tekortsectoren waaronder onderwijs. DeSLIM-scholingssubsidie kan ingezet worden in combinatie met desubsidie Zij-instroom in Beroep (ZiB). Een sterke onderwijsarbeidsmarktvormt de basis voor Leven Lang Ontwikkelen voor onderwijspersoneel,ondersteund door NAPL. Op de website leeroverzicht.nl maken weinzichtelijk welk ontwikkelpad in het onderwijs mogelijk is en welkestappen er nodig zijn om je daar naar toe te ontwikkelen.Focus in de curricula van de lerarenopleidingen en herijking kennisbasesAls bijdrage aan het terugdringen van de lerarentekorten en het verhogenvan de kwaliteit van leraren, is het van belang de lerarenopleidingenaantrekkelijker te maken, de instroom te verhogen en de inzetbaarheidvan leraren te vergroten. De opleidingen worden versterkt door éénstevig, landelijk fundament te creëren voor de kwaliteit van startendeleraren. De focus ligt op pedagogische vaardigheden en op basisvaardig-heden, met focus op taal (lezen, schrijven) omdat taal weer aan de basisligt van rekenen, digitaal en burgerschap. De aanstaande kennisbases ende herziene bekwaamheidseisen vormen hierin de eerste stappen. In dezeeisen wordt het beoogde niveau van een startende leraar scherper28TZ202603–193: De samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen voor de instroom vanzij-instromers.29Centerdata (2026), Schoolleiders van buiten. Ervaringen met zij-instromende schoolleiders inhet primair onderwijs. Zie ook overzicht van moties, toezeggingen en onderzoeksresultaten inde bijlage. https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/2026/07/02/centerdata-2026-schoolleiders-van-buiten30Voor meer info over hoe de Zeeuwse onderwijsregio de verbinding legt met de bredearbeidsmarkt, zie bijlage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 53910 verwoord. De lerarenopleidingen geven in de nieuwe kennisbases meeraandacht aan de basisvaardigheden en borgen tegelijkertijd de belang-rijkste vaardigheden die nodig zijn voor het beroep. Dit gaat bijvoorbeeldover belangrijke didactische principes, zoals directe instructie. Ze gevenhiermee invulling aan de wens die uw Kamer dit voorjaar in een motieheeft verwoord.31 We werken daarnaast de ambities in het regeerakkoordde komende maanden verder uit en informeren uw Kamer hierover in debrief over de Lerarenstrategie van december.Doel van het hebben van één landelijk fundament is een eenduidige seteisen te stellen aan elke instromende leraar. Tegelijkertijd verminderen wede overladenheid van de curricula, zoals de Onderwijsraad adviseerde inhaar rapport «Bekwaamheid beter borgen». Dit geeft opleidingen deruimte om, aanvullend op dat fundament, flexibele routes aan te biedenen invulling te geven aan hun identiteit en regionale behoeften. De kadershiervoor worden gevormd door de kerndoelen, examenvereisten enkwalificatiedossiers. Iedere afgestudeerde moet een stevige basis hebbenop het gebied van taal en de andere basisvaardigheden en alle bewezenbasisinstrumenten (zoals voor klassenmanagement, lesontwerp en directeinstructie) meekrijgen.Taal en de andere basisvaardigheden in de opleidingenIn Vlaanderen wordt de starttoets Nederlands ingevoerd. Naar aanleidingdaarvan is op verzoek van de Kamer onderzocht hoe lerarenopleidingen inNederland de taalvaardigheid van hun studenten toetsen. Uit dezeinventarisatie ontstaat het beeld dat de taalvaardigheid van het overgrotedeel van de studenten voldoende is, maar dat de wijze waarop dievaardigheid wordt getoetst wel varieert. De pabo’s willen de taalvaar-digheid in de toekomst onderdeel maken van de landelijke kennistoetsNederlands. Daarmee wordt het niveau en de vorm van deze toets vooralle pabo’s gelijk zoals ook de taaltoets in Vlaanderen voor allepabo-opleidingen gelijk is.In de nieuwe concept-kennisbasis voor het leergebied Nederlands is delezende leraar stevig verankerd.32 Naar verwachting worden dezekennisbases begin 2027 definitief door de hogescholen vastgesteld. Metde nieuwe kennisbasis worden de vakdidactische en vakinhoudelijke eisenaan de startbekwame leraar op het gebied van taal aangescherpt engeactualiseerd. Daarnaast worden de eisen aan de eigen taalvaardigheidvan studenten nu ook landelijke vastgelegd in de kennisbasis. Lezen heeftin al deze onderdelen een centrale plek. Een startende leraar moet eengemotiveerde, vaardige en vloeiende lezer zijn, die de eigen lees- enschrijfvaardigheid blijft ontwikkelen, voorleest uit kwalitatief goedejeugdliteratuur en leerlingen daarbij kan betrekken en stimuleren.Naast de nieuwe kennisbases moeten ook de herziene bekwaam-heidseisen bijdragen aan een duidelijker bekwaamheidsniveau vanstartende leraren. We bereiden een wijziging voor van het Besluitbekwaamheidseisen Onderwijspersoneel. Op advies van een vertegen-woordiging van de beroepsgroep leraren. Naar verwachting zal hetvoorstel in het derde kwartaal van 2026 in internetconsultatie gaan.Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om een groepsleraar 12+ eenwettelijke positie te geven in het bevoegdhedenstelsel. In dit wetsvoorstelworden de moties uitgewerkt die betrekking hebben op de zij-instroomvan professionals uit het bedrijfsleven en de clusterbevoegdheid voor31Kamerstukken II 2025/2026, 27 923, nr. 53232https://www.10voordeleraar.nl/s/Concept-kennisbasis-leergebied-Nederlands.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 53911 beroepsgerichte profielvakken en keuzevakken.33 Ook hier is het strevenom in het derde kwartaal van 2026 in internetconsultatie te gaan.Omdat de curricula (met name in het basisonderwijs) als overladenworden ervaren, zoals al eerder bleek uit de verkenning34, zijn in lijn methet advies van de Onderwijsraad de volgende drie maatregelen genomen:–Loketfunctie opleidingsberaad: Het Opleidingsberaad Leraren heefteen loket ingericht voor signalen over de inhoud van lerarenoplei-dingen. In een pilot heeft het Opleidingsberaad Leraren het afgelopenjaar signalen behandeld over ruim 30 thema’s. Het OpleidingsberaadLeraren ziet blijvende meerwaarde om landelijk overzicht te behoudenen waar nodig gezamenlijk actie te ondernemen.–Herijking Hbo kennisbases: In opdracht van de Vereniging Hogescho-len worden de kennisbases voor de lerarenopleidingen in het hboherijkt. De opleidingen hebben de te verwerven kennis van studentenvastgelegd, inclusief afspraken over hoe studenten opleiden. Actuelebehoeftes, inzichten en ontwikkelingen worden in de kennisbasesverwerkt. De kennisbases zullen nauw aansluiten op de nieuwebekwaamheidseisen, de nieuwe kerndoelen, de examenvereisten voorhet funderend onderwijs en de kwalificatiedossiers voor het mbo. Hetmoment waarop de curricula in gebruik worden genomen, verschiltper opleiding35, maar naar verwachting starten de eerste opleidingenermee in studiejaar 2026–2027.–Samenwerkingstraject curricula: Eind 2024 zijn OCW en meerdere hbo-en wo- lerarenopleidingen gestart met een samenwerkingstraject omervaringen met curriculumvernieuwing uit te wisselen en dilemma’s tebespreken. Dit heeft geleid tot meer inzicht in de landelijke kaders en inelkaars praktijken. De uitkomsten helpen ons bij de uitwerking van deambities om te komen tot één fundament voor de lerarenopleidingen.De uitwisseling heeft daarnaast bijgedragen aan gezamenlijke enindividuele vervolgstappen in curriculumvernieuwing. Opleidingenzetten in 2026 en daarna zelf het overleg over curriculumvernieuwingvoort. Bijvoorbeeld in de werkconferentie van april 2026 overcurriculumbewust opleiden in het licht van de geactualiseerdekerndoelen en herijkte kennisbases.Evaluatie experiment toelating PaboHet experiment met bijzondere nadere vooropleidingseisen laat aspirant-studenten die vooraf niet aan alle eisen voldoen toch starten, mits zij inhet eerste jaar alsnog kunnen laten zien dat zij aan de eisen voldoen. Hetdoel van het experiment is om de toegankelijkheid van de pabo tevergroten, in het bijzonder voor mbo-studenten en studenten met eenniet-westerse migratieachtergrond.Uit de evaluatie van het experiment blijkt dat de instroom vanmbo-studenten is gestegen, maar dat voor studenten met een migratie-achtergrond geen significant effect zichtbaar is. De instroomaantallenvariëren en de impact van de maatregel kan niet in isolement wordenbeoordeeld. Daarnaast blijkt dat voorwaardelijke toelating regelmatig leidttot stress en studievertraging, maar dat de doorstroom van jaar 1 naarjaar 2 inmiddels vrijwel gelijk is aan het studiejaar voor de start van hetexperiment. Instellingen ervaarden de (administratieve) belasting in hetbegin als groot maar deze is gedurende het experiment wel afgenomen.33Kamerstuk 36 360 VIII, nr. 12 en Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 8234Bijlage bij Kamerstukken II 2023–2024, 27 923, nr. 46035Meer informatie is te vinden op de website van 10voordeleraar: https://www.10voordeleraar.nl/over-de-herijking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 53912 Gelet op het belang van het terugdringen van het lerarentekort en hetaantrekken van zoveel mogelijk studenten voor de pabo is het voornemenom het experiment wettelijk te borgen. De evaluatie levert hiervoor geencontra-indicaties op. Met de borging van het experiment behouden wemeer gemotiveerde studenten voor het onderwijs door hen een jaar extrade tijd te geven om aan de eisen te voldoen. Dit neemt niet weg dat westudenten blijven stimuleren om vóór de start van hun opleiding al aan deeisen te voldoen. Er komt extra aandacht voor havo-voorbereiding, eendrempelloze instroom vanuit het mbo en een minimale basis vanondersteuning vóór en tijdens het eerste studiejaar. Instellingen krijgen deruimte om aspirant-studenten die per 1 september 2027 met de pabowillen starten, toe te laten conform de voorwaarden van het experiment.De volledige beleidsreactie is opgenomen als bijlage bij de brief.Leeftijdsspecialisatie en mannen binnen de paboIn het coalitieakkoord is opgenomen dat het wetstraject voor differentiatiebinnen de pabo in goed overleg met het onderwijsveld wordt voortgezet,met benutting van lessen uit eerdere pilots en met oog voor de inzet-baarheid van leraren.Pabo’s (en het brede werkveld) geven aan te staan voor het behouden vande brede lesbevoegdheid voor het po zodat leraren zicht houden op dedoorgaande lijn in de ontwikkeling van alle kinderen en inzetbaar zijn inalle groepen. In het kader van de brede oriëntatie lopen pabostudentenstage in zowel de onder- als bovenbouw, zonder specifieke eisen te stellenaan exacte groepen, zoals bijvoorbeeld groep 1/2. Maatwerk bij plaatsingvan studenten in stagegroepen is mogelijk en plaatsing gebeurt altijd inafstemming met de opleidingsscholen. Daarnaast is het uitgangspunt datstudenten zich gedurende de helft van de opleidingstijd in onderwijs aanhet jongere of het oudere kind kunnen profileren. De ervaringen met dezeprofilering zijn positief en opleidingen overleggen over het versterkenhiervan.Opleidingen benadrukken dat zij een verhoging van het aandeel mannenniet alleen kunnen realiseren. «Meestert!», het landelijk overleg vanpabo’s (LOBO), de PO-raad en OCW zijn daarom de alliantie «Divers voorde Klas» gestart. De alliantie werkt aan inclusieve opleidingsculturen,aantrekkelijk werkgeverschap en aan structurele borging van diversiteits-beleid. Uit een recente inventarisatie van de alliantie blijkt dat de zevenmeesterlijke tips op het gebied van werving, communicatie en inclusieveorganisatiecultuur door bijna alle pabo’s worden ingezet. De uitkomstenvan de inventarisatie bespreekt het LOBO in september.Met de werkveldpartners hebben we afgesproken dat zij de komendemaanden gezamenlijk een ketenaanpak uitwerken die moet bijdragen aanhet realiseren van een hogere en meer diverse instroom (waaronder vanmannen) in de pabo en voor de klas. We gaan hierover in gesprek met dewerkveldpartners in het najaar. Daarbij wordt de mogelijkheid vanwettelijke differentiatie expliciet meegenomen. Wij informeren uw Kamerin de voortgangsbrief lerarenstrategie van december 2026 over devervolgstappen.AfsluitendEen sterke en weerbare samenleving begint bij steengoed onderwijs doorgoede onderwijsteams. Willen we toekomstbestendig onderwijs, danvraagt dat om voldoende en goede onderwijsprofessionals die de ruimtekrijgen om zich te professionaliseren. We staan voor grootse uitdagingen,denk aan de oplopende tekorten, toekomstbestendigheid van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 53913 onderwijs maar ook de verschillen tussen scholen. Met de gedeeldeontwikkelingen en stand van zaken hebben we stappen gezet in deverdere versterking van het beleid rondom de lerarenstrategie. In devoortgangsbrief van december gaan wij dieper in op de beschikbarecijfers en data en kunnen we op basis van de ontwikkelingen meer focusaanbrengen op de langetermijnvisie. Daarbij is het ook mogelijk dedoelstelling voor 2030 nader te kwantificeren.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.Z.C.M. TielenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 923, nr. 53914
Gerelateerde bronnen
- De Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 een brief over de voortgang van de lerarenstrategie. In deze brief gaan de bewindspersonen in ieder geval in op de volg
De Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 een brief over de voortgang van de lerarenstrategie. In deze brief gaan de bewindspersonen in ieder geval in op de volgende onderwerpen: • Meetbare doelstellingen betreffende de kwaliteit van het onderwijs; • De verschillen tussen scholen betreffende het lera
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.