KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang vervolgstappen Lelylijn en Nedersaksenlijn

24 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b182089c132757a0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2025Nr. 48 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 december 2024De afgelopen jaren is door de regionale partijen in Noordelijk-Nederlandin intensieve samenwerking met het Rijk gewerkt aan de MIRT-onderzoeken Lelylijn en Nedersaksenlijn. Tijdens het BO MIRT met deregio Noord, op 6 november dit jaar, zijn de rapportages uit dezeonderzoeken vastgesteld en is afgesproken dat er nog dit jaar eenafspraak wordt gemaakt om verder te praten over de vervolgstap voorzowel de Lelylijn als de Nedersaksenlijn. In de MIRT-brief is aangegevendat het kabinet uiterlijk bij voorjaarsnota (april 2025) een definitief besluitzal nemen over de vervolgstappen voor de Lelylijn en Nedersaksenlijn.Het kabinet is nog altijd vastberaden om vervolgstappen te zetten richtingde aanleg van beide lijnen. Op 20 december heeft dit bestuurlijk gesprekmet de regio plaatsgevonden. Tijdens dit overleg is het helaas niet geluktom de voortgang te boeken die alle partijen graag hadden willen boeken.Binnen het kabinet en met de regio is in de afgelopen periode gesprokenover een vervolgstap voor de Lelylijn en Nedersaksenlijn. Voor het kabinetwas het geen sinecure om alle wensen rond deze twee trajecten bij elkaarte brengen. Vanuit de regio is de wens om voor beide trajecten eenMIRT-verkenning te starten.Voor het starten van een verkenning is het nodig dat er zicht is op75% financiering van de meest voor de hand liggende oplossing van deopgave. Dat betekent dat er zo’n 8 miljard euro ontbreekt om te startenmet de verkenningen voor beide lijnen (op basis van prijspeil 2024).Uiteindelijk zal er nog ruim € 12 miljard gevonden moeten worden voorde realisatie van de lijnen. Daarnaast is dekking nodig voor de noodzake-lijke exploitatie-, onderhoud- en vervangingskosten van jaarlijks minimaal€ 250 miljoen voor beide lijnen. kst-36600-A-48ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 481 Gezien het gebrek aan financiële ruimte op de Rijksbegroting en meerspecifiek op het Mobiliteitsfonds, brengt dit een ingewikkeld en aanzienlijkfinancieel dilemma met zich mee. Eerder, tijdens debatten en ook inKamerbrieven over deze onderwerpen, is het belang van MIRT-spelregelsnog een keer toegelicht. Deze spelregels zorgen er juist voor dat projectenniet alleen worden gestart, maar ook gerealiseerd. In de Kamerbreedaangenomen motie Olger van Dijk c.s. staat ook dat MIRT-spelregels,waaronder de eis dat er bij de start van een verkenning tenminste 75%van geraamde kosten gereserveerd moeten worden, niet losgelaten kanworden.1Over de wens om vervolgstappen te zetten voor zowel de Lelylijn als deNedersaksenlijn is in het kabinet een aantal keren intensief gesproken.Daarbij zijn alle mogelijke opties overwogen. Uit deze gesprekken volgtdat er nu geen extra financiële ruimte is en geen eenvoudige oplossingom te voldoen aan de politieke wensen. De verwachting is ook dat datrichting de voorjaarsnota niet zondermeer het geval zal zijn.Inzet van het kabinet is erop gericht om de komende jaren voor de Lelylijnte werken aan een masterplan, dat meer zicht biedt op de langjarigeontwikkeling van het gehele gebied. Dit moet meer zijn dan alleen eenvervolgonderzoek. Daarom moet er ook voldoende tijd voor uitgetrokkenworden. Het gaat om zinvol uitzoekwerk dat voor elke fase relevant is. Inhet bestuurlijk overleg met de regio van 20 december hebben weafgesproken gezamenlijk aan dit masterplan vorm te geven.De bedoeling is dat met het masterplan Lelylijn wordt gekeken hoe de lijningebed kan worden in de ruimtelijke structuur van Nederland. Overigenszonder daarbij vooruit te lopen op keuzes, die in de MIRT-verkenninggemaakt worden; in de MIRT-verkenning is omgevingsparticipatienamelijk een belangrijk element om de inwoners ook te betrekken bij dekeuzen die voorliggen.Onderzoek naar brede welvaart zal een hoofdelement van het masterplanzijn. Uit het MIRT-onderzoek volgt verder dat een nadere verdieping op deramingen in Groningen en Heerenveen noodzakelijk is. Ruimtelijk gezienis het voorts belangrijk om mogelijke woningbouw- en werkplekken incombinatie met stationslocaties in Emmeloord en Drachten verder uit tewerken. Daarbij wordt tevens gekeken naar mogelijke fasering in deuitvoering. Ten slotte is een onderzoek naar financieringsmogelijkhedenonderdeel van het masterplan. Vooral het uitzoeken van dit financierings-vraagstuk vraagt om grondig uitzoekwerk. Dat zal tijd gaan kosten. Daarbijzal (nader) gekeken moeten worden naar alle creatieve oplossingsrich-tingen die ook in de afgelopen periode al genoemd zijn: zowel nationaal,regionaal als Europees en zowel publiek als privaat. Dit onderzoek zalmoeten worden uitgevoerd zodat we zicht kunnen krijgen op devoldoende financiering die nodig is, om in de toekomst wel de stap naareen MIRT-verkenning voor de Lelylijn te kunnen zetten.Voor de Nedersaksenlijn was de inzet van het kabinet om op korte termijneen MIRT-verkenning te starten. Gezien het verschil in uitwerkingsniveau,het verschil in tijdshorizon en om te voorkomen dat het starten van eenverkenning naar de Nedersaksenlijn leidt tot pijnlijke en onwenselijkekeuzes op het Mobiliteitsfonds (waardoor andere projecten geendoorgang kunnen vinden of noodzakelijk onderhoud moet wordenuitgesteld), was het kabinet voornemens de MIRT-verkenning te bekos-tigen uit de reservering van de Lelylijn.1Kamerstukken II, 36 600 A, nr. 35Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 482 Vanwege de samenhang met het lopende regionale spoorprojectVeendam-Stadskanaal is het voor de Nedersaksenlijn urgenter om eenstap naar een MIRT-verkenning te zetten. Bovendien zijn er mindervrijheidsgraden in het ontwerp, waardoor er meer duidelijkheid is overwaar deze lijn moet komen te liggen. De uitwerking van het spoortrajectVeendam-Stadskanaal hangt sterk af van de keuzes die gemaakt wordenbij de Nedersaksenlijn als geheel; bijvoorbeeld als het gaat om destationslocatie in Stadskanaal. De Nedersaksenlijn kent ook een andertijdpad voor realisatie dan de Lelylijn en kan eerder gerealiseerd worden.Dat is ook op die manier geconcludeerd door Rijk en regio op hetDeltaplancongres dat afgelopen 7 oktober plaatsvond in Meppel.De op 19 december jl. aangenomen motie Olger van Dijk c.s.2 die oproeptom het bestaande budget voor de Lelylijn niet aan te wenden voor anderedoeleinden, maakt echter duidelijk dat er in de Tweede Kamer geenmeerderheid is voor deze route. Daarmee constateer ik dat – alleinspanningen ten spijt – deze route op dit moment niet op het noodzake-lijke draagvlak kan rekenen.In samenspraak met de regio is nu geconcludeerd dat een besluit overhoe verder wordt gegaan met de Nedersaksenlijn moet worden uitgestelden dat er verder wordt gezocht naar mogelijkheden. Regionale bestuur-ders hebben aangegeven dat zij graag samen met het Rijk werken aanvervolgstappen en gezamenlijk willen nadenken over mogelijke manierenom voortgang te boeken.Zoals ik ook in het debat over de najaarsnota van 17 december 2024 hebaangegeven, is de verwachting niet dat er per voorjaarsnota aanvullendbudget gevonden wordt om voor de Nedersaksenlijn een MIRT-verkenning te kunnen starten. Daarmee wordt er voor de Nedersaksenlijndoorgewerkt binnen het MIRT-onderzoek, totdat er zicht op extra budgetis. Het eerstvolgend moment waarop dit besproken wordt, is devoorjaarsnotabespreking.Tot slotMet grote betrokkenheid vanuit de regio en het kabinet hebben weafgelopen periode gewerkt aan de besluitvorming over de Lelylijn enNedersaksenlijn in lijn met het hoofdlijnenakkoord. Helaas is er nu geendraagvlak voor de inzet van het kabinet om binnen de financiële enbeleidsmatige kaders tot het maximale thans haalbare resultaat te komen.De komende periode wordt uitgewerkt hoe de vervolgstappen voor beidelijnen eruitzien. Dit zullen we doen in nadrukkelijke en intensievesamenwerking met de regionale overheden en maatschappelijke partijen.Over de voortgang zal in ieder geval na afronding van de voorjaarsbesluit-vorming een update worden gegeven.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. Jansen2Kamerstukken II, 36 625 XII, nr. 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 483

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c933ecd207c67649

14 okt 2026 · 3dd47343c389f0f6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.