Voortgangsbrief lerarenstrategie juli 2025
Brontekst
Versie 08157476af621409 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202527 923Werken in het onderwijsNr. 514 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN MINISTER VANONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2025Elke leerling in ons land verdient goed onderwijs. Daarvoor zijn voldoendeen goed opgeleide leraren, schoolleiders en onderwijsondersteunersnodig.De afgelopen jaren hebben we een goed beeld gekregen van depersoneelstekorten in het onderwijs. We weten hoe groot de tekorten zijn,dat ze ongelijk verdeeld zijn over het land maar ook dat de schaarste dekomende decennia helaas aanblijft.1 Dat geldt niet alleen voor deonderwijssector. Door de bredere krapte op de Nederlandse arbeidsmarktheeft het onderwijs te maken met sterke concurrentie om arbeid.Zoals ook werd geconcludeerd op de kabinetstop over arbeidsmarkt-krapte2, speelt het onderwijs een sleutelrol. Het onderwijs is namelijk énwerkgever én opleider van toekomstig professionals. We moeten landelijkmeer zicht krijgen op de maatschappelijke opgaven en strategischetekortsectoren, zoals onderwijs, zorg en (beta)techniek, zodat hetvervolgonderwijs en de wetenschap zich daar nadrukkelijker op kunnenrichten.3 Het doel is een aantrekkelijke, vitale onderwijssector dietoekomstbestendig is. Het onderwijs is immers de sleutel tot eentoekomstbestendige samenleving waarin iedereen zijn plek vindt.Dat betekent simpelweg twee dingen: enerzijds moeten we er alles aanblijven doen om het aantrekkelijk te maken om te komen werken en teblijven werken in het onderwijs. Daarvoor hebben we al goede stappengezet en zullen we de komende jaren een volgende slag slaan. Anderzijdsgeven de brede arbeidsmarktkrapte en prognoses ons de opdracht eroverna te denken hoe we in de toekomst onderwijs van blijvende hogekwaliteit kunnen bieden met minder onderwijsprofessionals.1Kamerstuk 27 923 nr. 497: Voortgangsbrief Lerarenstrategie December2Top over arbeidsmarktkrapte | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl3Kamerstuk 31 288, nr. 1185: Beleidsbrief vervolgonderwijs, onderzoek en wetenschap kst-27923-514ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 5141 Onze inzet heeft het afgelopen halfjaar bemoedigende opbrengstenopgeleverd. Zo is het samenwerkingstraject curricula lerarenopleidingenbasisonderwijs gestart; heeft het eerste deel van de campagne voorwerken in het onderwijs gezorgd voor een sterke stijging in het aantalgeïnteresseerden voor werken in het onderwijs; hebben de onderwijsre-gio’s meer zekerheid om de komende vier jaar aan de slag te gaan met deregionale aanpak van het aantrekken en behouden van onderwijsper-soneel; is inzichtelijk gemaakt hoe we het onderwijsondersteunendpersoneel effectiever kunnen positioneren en is het wetsvoorstelstrategisch personeelsbeleid en arbeidsmarktmaatregelen voor adviseringnaar de Raad van State gestuurd.In deze brief informeren we uw Kamer over mijlpalen en crucialeontwikkelingen van de lerarenstrategie. Over reguliere voortgang, deuitvoering van een aantal moties, toezeggingen en onderzoeken is eenoverzicht opgenomen in de bijlage. De lerarenstrategie omvat de mix aanmaatregelen die is gericht op het zorgen voor voldoende en goedopgeleid onderwijspersoneel. De maatregelen dragen in samenhang bijaan meer instroom en minder uitstroom van onderwijspersoneel, omgaanmet schaarste op de onderwijsarbeidsmarkt en een hogere onderwijskwa-liteit.1. Opleiden Lerarenopleidingen zijn een essentieel onderdeel van het lerarenbeleid encruciaal voor de kwaliteit van het onderwijs. We gaan aan de slag met hetonderwijsraadadvies over een betere borging van de bekwaamheid vaniedere afgestudeerde leraar. Om te investeren in de kwaliteit vanlerarenopleidingen zetten we komende tijd in op meer focus in decurricula van deze opleidingen. Verder is, mede ter bevordering van deaantrekkelijkheid van de opleiding, binnen de cao voortgezet onderwijs(hierna: vo) een stagevergoeding voor leraren in opleiding verplichtgesteld.Een aantal actuele ontwikkelingen op deze ambitie schetsen wij hieronder.Beleidsreactie Bekwaamheid beter borgenMet de ontwikkeling van nieuwe concretere bekwaamheidseisen,kennisbases en de inrichting van het Opleidingsberaad Leraren werken weaan meer focus en minder overladenheid in de curricula van de leraren-opleidingen.We zien het advies «Bekwaamheid beter borgen» als een ondersteuningvan deze richting, maar tegelijkertijd ook als een aansporing om onsingezette beleid nog verder te versterken. De Onderwijsraad onderschrijftde noodzaak om de wettelijke vereisten aan te scherpen en meer eenheidaan te brengen in de wijze waarop de bekwaamheid van afgestudeerdenwordt getoetst. Het is onze ambitie om toe te werken naar één leidendkader voor alle lerarenopleidingen. Dat biedt de zekerheid dat leraren,ongeacht de opleidingsroute die ze hebben gevolgd, na afronding van eenlerarenopleiding bekwaam zijn om goed onderwijs te geven.Op dit moment worden de bekwaamheidseisen herijkt door een vertegen-woordiging van de beroepsgroep. In deze herijking worden de eisenconcreter geformuleerd en toegespitst op de verschillende doelgroepenleerlingen waaraan afgestudeerden les gaan geven. De Onderwijsraadadviseert om aanvullend daarop ook vakspecifieke eisen op te nemen inde bekwaamheidseisen. We zullen zowel de uitbreiding van de wettelijkebekwaamheidseisen, als een nadere specificering waarin ook vakspeci-fieke eisen zijn opgenomen, gaan uitwerken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 5142 Focus in de curricula van de lerarenopleidingenHet curriculum van de lerarenopleidingen, in het bijzonder de leraren-opleidingen basisonderwijs, wordt als overladen ervaren. Daaromworden, in lijn met het hierboven genoemde advies van de Onder-wijsraad, de volgende maatregelen, genomen:1.Het Opleidingsberaad4 heeft een loketfunctie voor signalen over deinhoud van de opleidingen ingericht. De eerste binnengekomensignalen worden nu verwerkt en worden gebruikt voor doorontwikke-ling van de loketfunctie.2.In opdracht van de Vereniging Hogescholen worden de kennisbasesherijkt.5 Hierin hebben de opleidingen, met onderlinge afspraken, de teverwerven kennis in de opleiding van studenten vastgelegd. Dekennisbases zijn aanvullend op de bekwaamheidseisen. Deze herijkingvindt onder andere plaats op basis van de nieuwe kerndoelen en deexamenvereisten voor het funderend onderwijs en de kwalificatiedos-siers mbo. Alle nieuwe kennisbases worden naar verwachting perseptember 2026 geïmplementeerd in de curricula van de opleidingen.3.Het samenwerkingstraject curricula lerarenopleidingen basisonderwijsis in december gestart. Onder andere de landelijke kaders en deafspraken die opleidingen onderling hebben gemaakt vormen hiervoorde basis. Uit de eerste gesprekken blijkt dat opleidingen op verschil-lende manieren inspelen op de hierboven genoemde doelen. In depraktijk resulteert dat in verschillen tussen opleidingen in de wijzewaarop zij onderwijs en toetsing vormgeven. We vinden het belangrijkdat opleidingen werken vanuit een gezamenlijk beeld over wat in iedergeval onderdeel zou moeten zijn van het curriculum. Daarom gaan wehierover in het vervolg van het traject verder in gesprek en zal deopbrengst worden meegenomen in andere trajecten zoals de herijkingvan de kennisbasis.2. Onderwijsregio’s De kern van de onderwijsregio’s is samenwerken. Schoolbesturen,lerarenopleidingen en de beroepsgroep gaan samen aan de slag met deuitdagingen op de onderwijsarbeidsmarkt. Het vraagt solidariteit om dekwaliteit, continuïteit en kansengelijkheid in tijden van schaarste teborgen. We kunnen namelijk niet accepteren dat kinderen naar huisworden gestuurd of dat bepaalde vakken in het vo niet meer gegevenkunnen worden.In heel Nederland zijn nu 50 onderwijsregio’s aan de slag met 99% van deleerlingen in het po en vo en 98% van de studenten in het mbo.6 Hiervanhebben 44 regio’s aangegeven op korte termijn extra activiteiten in tezetten.7 Zij zetten bijvoorbeeld in op tekortvakken als informatica, hetbegeleiden van zij-instromers en het uitbreiden van goedlopendeinitiatieven zoals het opleiden van onderwijsassistenten tot leraar.4In het Opleidingsberaad Leraren coördineren we samen met lerarenorganisaties, werkgeversen lerarenopleidingen de onderlinge samenwerking rond de ontwikkeling en bijstelling vankaders voor de opleidingen voor leraren.5Meer informatie over de herijking van de kennisbases voor de lerarenopleidingen is te vindenop de website van 10voordeleraar: https://www.10voordeleraar.nl/over-de-herijking.6Regeling aansluiting onderwijsregio’s en personeelsbeleid po en vo7Regeling aanvulling, verbreding of verdieping onderwijsregio’s 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 5143 Vervangingspools & externe inhuurEen aantal onderwijsregio’s heeft in de afgelopen jaren afsprakengemaakt om de inhuur van personeel via uitzendbureaus zoveel mogelijkte beperken. In lijn met de motie van de leden Westerveld (GroenLinks-PvdA), Pijpelink (GroenLinks-PvdA) en Rooderkerk (D66)8 haalt deRealisatie-Eenheid voorbeelden op, deelt deze met het veld binnen deinfrastructuur van de onderwijsregio’s en zorgt voor verdere zichtbaarheidervan via sociale media en de website www.onderwijsregio.nl.Vervangingspool (tegengaan externe inhuur)In onderwijsregio Midden-Nederland werken schoolbesturen (po)samen via onderwijsstichting Transvita. Deze stichting organiseertvervangen voor de aangesloten schoolbesturen via het aantrekken,begeleiden en duurzaam inzetten van leerkrachten en onderwijson-dersteuners. Vanaf het nieuwe schooljaar is het beleid van veelbesturen helemaal geen zzp’ers en commerciële inhuur voor de klasin te zetten. Leerkrachten die flexibel willen werken, kunnen in devervangingspool een vaste of flexibele aanstelling krijgen. Devolgende stap is om nog meer schoolbesturen uit de regio latenaansluiten of de pool nog verder uitbreiden.Toekomstbestendige onderwijsarbeidsmarkt met minderexterne inhuurIn Onderwijsregio Noord-Limburg werken negen schoolbesturen(po) intensief samen aan een sterke en toekomstbestendigeonderwijsarbeidsmarkt, met als doel structureel minder afhankelijkte zijn van externe inhuur. Ze willen strategisch en slim inspelen oppersoneelsbehoeften en niet pas als er tekorten ontstaan. Viaregionale strategische personeelsplanning gebruiken de besturendata om realistische toekomstscenario’s te ontwikkelen. Daarnaastwerkt de onderwijsregio samen met het UWV, het vervangingsfonds/participatiefonds en externe pools. Dit heeft onder meer geleid totherplaatsingstrajecten van mensen met een WW-uitkering naaronderwijsbanen, vervangings- en expertpools voor vakdocenten enondersteunend personeel en de start van schoolleidersopleidingen.Verbinding met brede arbeidsmarktinfrastructuurIn zes onderwijsregio’s loopt een pilot gericht om verbinding te makenmet de arbeidsmarktregio’s, vanuit het mbo. Het doel van deze verbindingis dat nieuw personeel van buiten het onderwijs snel toegeleid kanworden naar de juiste opleiding en een passende werkgever. Onderzochtwordt welke rol gemeenten hierin kunnen spelen, op welke manier desamenwerking een plaats kan krijgen in de regionale meerjarige afsprakendie in de arbeidsmarktregio gemaakt worden en hoe de verbindinggemaakt kan worden tussen de loketfunctie in de arbeidsmarktregio’s metdie van de onderwijsregio’s.98Kamerstuk 27 923, nr. 5059Kamerstuk 33 566, nr. 109: Hervorming arbeidsmarktinfrastructuurTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 5144 Eerste tussenrapport evaluatie onderwijsregio’sMede in navolging van de motie Stoffer/Ceder10 loopt er een meerjarigevaluatieonderzoek naar de onderwijsregio’s door onderzoeksbureauBerenschot. De rapportage, die te bekijken is via de link11, geeft een eersteinzicht in de concrete doelen en activiteiten waar de onderwijsregio’s in2025 mee aan de slag gaan. Daarnaast formuleren de onderzoekers opgrond van interviews met vertegenwoordigers van de opleidingen, radenen bonden een aantal bevindingen. De uitkomsten zijn voor zovermogelijk verwerkt in de regeling onderwijsregio’s 2026–2029 en wordende komende jaren samen met de Realisatie Eenheid en de partners verderuitgewerkt. De tweede tussenrapportage ontvangt uw Kamer in december.Meerjarige inzet met meerjarige ambitiesafsprakenVia de meerjarige regeling Onderwijsregio’s 2026–202912 geven we deonderwijsregio’s duidelijkheid en ruimte om de ingezette lijn verder teverduurzamen en zo resultaten te boeken. De regeling is aangepast naaraanleiding van de motie Soepboer/ Ceder13, daarmee is nog meer nadrukkomen de liggen op de feitelijke opbrengsten, zoals meer zij-instroom,betere begeleiding van nieuwe leerkrachten en werving. Zoals eerderaangekondigd, wordt de geïntensiveerde aanpak G5 in 2026 onderdeelvan de onderwijsregio’s14 en ontvangen onderwijsregio’s extra finan-ciering voor leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs en als er sprake isvan een dunbevolkte onderwijsregio.De maatschappelijk opgave in de regio staat centraal. Om te komen toteen effectieve aanpak is een goede analyse van de regionale onderwijsar-beidsmarkt nodig. Deze helpt om de concrete opgaven scherp te krijgenen bij het formuleren van een aanpak die past bij de regionale context.Alle regio’s ontvangen hiervoor een basisanalyse van de RealisatieEenheid.Een belangrijk aspect in de doorontwikkeling van de onderwijsregio’s ishet maken van meerjarige ambitieafspraken. De partijen in de onderwijs-regio’s maken met elkaar merkbare en meetbare ambitieafsprakenpassend bij de regionale opgave. Deze ambitieafspraken moeten uiterlijkoktober 2026 gemaakt zijn en geven de onderwijsregio’s meer richting omte sturen op het maken van impact op de opgave in de regio en kunnenindien nodig leiden tot het aanpassen van hun aanpak.Schoolleiders opleiden voor de regioOnderwijsregio Noord-Limburg heeft net als andere onderwijsregio’seen tekort aan schoolleiders. Om hier beter op te anticiperen, wordtbinnen de onderwijsregio een opleiding van een jaar tot schoolleiderin het primair onderwijs aangeboden. De kracht van de opleiding zitin het collectief: schoolbesturen kijken in overleg met de onderwijs-regio wie voor de opleiding in aanmerking komt. Aankomendeschoolleiders komen in een groep van maximaal 20 personen bijelkaar, om naast hun werk de opleiding te volgen. Nieuw is ditopleidingsjaar een talent management analyse vooraf, waardoor nogbeter kan worden getoetst of een kandidaat geschikt is om uitein-10Kamerstuk 27 923 , nr. 47611https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/2025/06/24/eerste-tussenrapport-evaluatie-onderwijsregios12Regeling Onderwijsregio’s 2026–202913Kamerstuk 36 600 VIII, nr.9114Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en AlmereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 5145 delijk schoolleider te worden. Het afgelopen jaar heeft hoeveel?teamleiders en schoolleiders voor de onderwijsregio opgeleverd. Ditjaar neemt ook een medewerker in het vo deel aan de opleiding3. Professionalisering Het is van belang dat iedere leraar en schoolleider de kans krijgt zichcontinu te professionaliseren en te ontwikkelen. Dit versterkt niet alleenhet werkplezier, maar ook de vakkennis en daarmee de kwaliteit van hetonderwijs. Er is een groot aantal acties in gang gezet de afgelopenperiode om deze slag te maken. Hieronder schetsen wij de recenteontwikkeling daarin.15Nationaal Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL)In het commissiedebat Leraren van 22 januari jl. is toegezegd uw Kamervoor het zomerreces te informeren over de voortgang van het NationaalGroeifonds-traject NAPL, de leven lang ontwikkelagenda voor leraren inhet primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs.Er zijn inmiddels belangrijke stappen gezet op de vier pijlers van NAPL:1.Ontwikkelpaden voor leraren: ontwikkelpaden bieden professionalise-ringsmogelijkheden voor docenten. Het gaat hier om de verdiepingvan kennis en het verder specialiseren, terwijl de leraar voor de klasblijft staan. De werving van de leden van de ontwikkelgroep wordt inde zomer afgerond. Deze groep gaat in het najaar aan de slag met debeschrijving van de ontwikkelpaden en zal bestaan uit leraren,schoolleiders en opleiders uit het po, vo en mbo, ondersteund doorwerkateliers voor de genoemde sectoren met o.a. expertise uitwetenschap en bedrijfsleven. Het penvoerderschap van deze pijler ligtbij de werkgevers en werknemers, verenigd in de arbeidsmarktfond-sen.2.Digitaal platform voor professionaliseringsaanbod: er wordt gewerktaan een toegankelijk platform voor leraren met daarin een overzichtvan kwalitatief goede professionaliseringstrajecten, passend bij deontwikkelpaden. De inzet is om dit platform medio 2027 gereed tehebben.3.Co-creatielabs binnen de onderwijsregio’s: voor het ontwikkelen vanprofessionaliseringsaanbod in onderwijsregio’s wordt een subsidiere-geling ontwikkeld. Deze regeling wordt zo snel mogelijk gepubliceerd,zodat de activiteiten in september 2026 van start kunnen. Daarnaastworden er voorbereidingen getroffen om leraren vanaf 2027 financieelte ondersteunen bij deelname aan het professionaliseringsaanbod.4.Systeem van kwaliteitsborging: voor het opstellen van kwaliteitscrite-ria voor professionaliseringaanbod en het ontwikkelen van eenkwaliteitszorgsysteem is vanuit het veld een ontwikkelgroep aange-steld, bestaande uit leraren, opleiders en werkgevers. Met ingang vanschooljaar 2025/2026 werken zij aan verschillende onderdelen dienodig zijn voor het ontwikkelen van het kwaliteitszorgsysteem.Subsidieregeling InstructeursbeursDe subsidieregeling Instructeursbeurs is eenmalig eenjarig verlengd voorhet studiejaar 2025–2026. Instructeurs in het mbo die een bachelor- ofassociate degree-opleiding volgen, kunnen subsidie krijgen voorstudiekosten en studieverlof. Uit de evaluatie van Berenschot16 blijkt dat15In de bijlage staan de passages over subsidieregeling Lerarenbeurs, Schoolleidersbeurs-VO enpositionering onderwijsondersteunend personeel (OOP).16Evaluatie Instructeursbeurs mbo | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 5146 gebruikers de beurs waardevol vinden. 170 instructeurs hebben tussen2019 en 2024 gebruik gemaakt van de beurs. Dit wordt geschat op 6% vande totale doelgroep.De beurs werd vooral gebruikt voor het volgen van een docentenop-leiding. Daarom is besloten om de instructeursbeurs op te nemen in deSubsidieregeling Onderwijspersoneel opleiding tot leraar (SOOL).Hiermee wordt de subsidie ingezet voor het omscholen van instructeurstot docent, waar de instructeursbeurs al voornamelijk voor gebruikt werd.Door de regelingen op deze manier te bundelen wordt er daarnaastbespaard op de uitvoeringskosten. Om het bereik te vergroten, zoeken wede samenwerking op met de MBO Raad, BVMBO en de onderwijsregio’s.Tot slot wordt de suggestie gedaan door de onderzoekers om modulaireopleidingen te vergoeden, en/of cao-partijen te stimuleren om afsprakente maken over professionalisering of gerichte bijscholingstrajecten. Het isaan mbo-instellingen en cao partijen zelf of zij deze suggesties willenoppakken.Begeleiding startende leraarDe motie Paternotte en Rooderkerk (beiden D66)17 vroeg het kabinet om teverkennen hoe wettelijk geborgd kan worden dat lerarenopleidingenbeginnende leraren de eerste drie jaar na de opleiding blijven begeleiden.In de voortgangsbrief lerarenstrategie van december 202418 hebben wijuw Kamer geïnformeerd dat een wettelijke taak voor lerarenopleidersonwenselijk is en op juridische bezwaren stuit, omdat dit andereaanbieders van begeleiding uitsluit en daarmee de markt verstoort. Wijvinden het essentieel dat startende leraren goed begeleid worden en zienvoor onszelf een rol om de begeleiding van startende leraren te stimu-leren en te monitoren. De verantwoordelijkheid voor begeleiding ligtprimair bij werkgevers. Over de begeleiding zijn afspraken gemaakt in decao’s van het po, vo en mbo. Uit onderzoek blijkt dat in 2024 88% van denet afgestudeerde leraren in het po en vo begeleiding kregen, in het mbowas dat 78%. De meeste starters die begeleiding hebben ontvangen zijnhierover tevreden of zeer tevreden: ruim 70 procent geeft dit aan, metname in het po en mbo is de tevredenheid gestegen. In het vo daaren-tegen is de tevredenheid de afgelopen jaren gedaald, al bleef die dit jaarstabiel (71 procent).19 Hoewel een groot deel van de startende lerarenbegeleiding heeft gekregen en daar tevreden over is, vinden wij het vanbelang om zowel het aandeel leraren dat begeleiding krijgt als huntevredenheid over de begeleiding verder te verhogen. Daartoe zetten wijin op de volgende punten:Er wordt kennisdeling over de begeleiding van starters binnen en tussenOnderwijsregio’s gestimuleerd. Daarnaast is opdracht gegeven omlandelijke ontwikkelpaden te ontwikkelen binnen NAPL en zijn ersectorspecifieke afspraken gemaakt, zoals de Werkagenda mbo. Ookwordt er gewerkt aan het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid enarbeidsmarktmaatregelen om onder meer goed personeelsbeleid verderte verankeren in het funderend onderwijs. Met deze aanpak verwachtenwij dat werkgevers de handschoen verder zullen oppakken, zodat zij hunstartend personeel kunnen behouden. De voortgang wordt nauwgezetgemonitord en wanneer er aanleiding voor is, kunnen we op basis van deresultaten gerichte maatregelen nemen om de begeleiding van startendeleraren te verbeteren.17Kamerstuk 27 923, nr. 48418Verkenning van de bestaande situatie en mogelijkheden voor begeleiding van startendeleraren door lerarenopleidingen. Zie overzicht moties en toezeggingen als bijlage bijKamerstuk 27 923, nr. 48419Loopbaanmonitor 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 5147 Noodmaatregel teambevoegdheidIn december 202320 hebben we uw Kamer geïnformeerd over deverzamelde casussen die als mogelijke noodmaatregel kunnen dienen teraanpak van de knelpunten in het bevoegdhedenstelsel. Op deze wijzewordt het onderwijs in stand gehouden, wordt geborgd dat alle leerlingengebruik kunnen blijven maken van een volwaardig onderwijsaanbod enwordt een aantrekkelijker werkomgeving voor leraren gerealiseerd,aangezien zij op deze manier een grotere aanstelling kunnen krijgen. Ookzit de aantrekkelijkheid in de verbreding en verdieping doordat lerarendan meerdere vakken mogen geven. In de voortgangsbrief lerarenstra-tegie van december 2025 wordt uw Kamer nader geïnformeerd over devoortgang van de uitwerking van deze noodmaatregel.4. Onderwijstijd De wettelijke eisen rondom onderwijs zijn regelmatig onderwerp van hetpolitieke en maatschappelijke debat. De ramingen van de tekorten latenzien dat de schaarste op de onderwijsarbeidsmarkt de komende decenniazal aanblijven. De vraag komt op of de huidige wettelijke eisen voorinvulling van onderwijstijd in het po, die in de kern gelijk zijn geblevensinds de jaren ’80, nog aansluiten bij de huidige maatschappelijkebehoefte en toekomstbestendig zijn. Binnen de lerarenstrategie isonderwijstijd mede daarom ook een van de thema’s waarvan isafgesproken daar samen met alle partners aan te werken.Onderzoek laat geen eenduidig beeld zien als het gaat om de relatietussen de wettelijke eisen aan onderwijstijd in het po en de kwaliteit,continuïteit en kansengelijkheid van onderwijs. Daar willen we goed zichtop krijgen. Dat doen we door de kernelementen van de wettelijke regelsrond onderwijstijd, te weten a) het aantal uren onderwijs, b) gegeven dooreen bevoegd docent, c) met een beperkt aantal vierdaagse schoolwekenen d) met vooraf vastgestelde schoolvakanties, te onderzoeken inverschillende experimenten. Op onderdelen lopen al onderzoeken in hetpo, daarom worden de experimenten Andere dag- en weekindeling(kernelement b) en Ruimte in Onderwijstijd (ERiO) (kernelement c en d)voortgezet. Er wordt ook een nieuw experiment voorbereid in het po:Onderwijstijd in Balans (kernelement a). De verwachting is dat dezeexperimenten tot 2030 zullen lopen. Door de planning van deze experi-menten op elkaar af te stemmen kan na afloop over het geheel vanonderwijstijd in het po besluitvorming plaatsvinden. Hieronder volgt eennadere toelichting op deze drie experimenten.In de G5 (G4 en Almere) is in 2020 is de regeling «Andere dag- enweekindeling» van start gegaan. De kern hiervan is dat maximaal 22 uurper maand andere professionals worden ingezet, bijvoorbeeld vak- ofgastdocenten. De regeling is geëvalueerd.21 Daar kwamen deels positieveeffecten uit, maar om beter inzicht te krijgen in wat het effect ervan is opde onderwijskwaliteit, verbreden we de regeling voor enkele basisscholenbuiten de G5 vanaf schooljaar 2026/2027 en voeren we daar gelijktijdigonderzoek naar uit. Om het leereffect vanuit deze situatie zo grootmogelijk te maken en scholen op tijd zekerheid te geven voor hun20Zie Kamerstuk 27 923, nr.460.21Uit onderzoek blijkt dat zowel schoolleiders als het onderwijsgevend personeel in meerderheidpositieve gevolgen zien van deelname aan de regeling voor kansengelijkheid, organisatie vanhet onderwijs en de werkdruk van leraren. Een belangrijke randvoorwaarde is dat de in tezetten professional basale pedagogisch-didactische scholing heeft gevolgd. https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/2024/05/29/inzet-van-andere-professionals-voor-de-aanpak-van-het-lerarentekort---eindrapportTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 5148 strategische personeelsbeleid, verlengen we de regeling daarnaast binnende G5 (die nu tot augustus 2026 loopt).Ook is in 2020 het experiment Ruimte in Onderwijstijd (ERiO) gestart. Aanhet experiment nemen op dit moment 17 basisscholen deel, die vanverschillende onderdelen van onderwijstijd mogen afwijken. Hierbij wordtgekeken naar het effect op de onderwijskwaliteit en maatschappelijkeeffecten. Eind van dit jaar wordt het eindrapport verwacht. Vanwege hetkleine aantal deelnemende scholen en de verscheidenheid in uitvoering, iseen vervolg op dit experiment wenselijk. De schaal van het experimentwordt vergroot om beter te kunnen inschatten wat de effecten zullenbetekenen voor andere basisscholen. In de verlenging wordt gekeken naarde verdeling van schoolweken door het jaar heen en het maximum aantalvierdaagse schoolweken.Naast bovenstaande experimenten bereiden wij het experiment Onder-wijstijd in Balans voor. Dit nieuwe experiment heeft als doel inzicht teverkrijgen in de vraag of het mogelijk is om in het po met minderonderwijstijd voor leerlingen, en meer professionaliserings- en voorberei-dingstijd voor leraren, de kwaliteit van onderwijs te verbeteren en meermaatwerk te bieden aan leerlingen. Dit experiment wordt komendeperiode verder uitgewerkt.5. Behoud van onderwijspersoneel & aantrekkelijkheid beroep Het versterken van de aantrekkelijkheid van het beroep leraar is nodigvoor het behoud van huidige leraren en het aantrekken van nieuweleraren. Dit blijft een grote uitdaging. We investeren op verschillendemanieren in een toekomstbestendig en aantrekkelijk lerarenberoep.WerkdrukEen gezonde balans tussen werkdruk- en energiebronnen is essentieel omhet welzijn van onderwijspersoneel te bevorderen en hen in staat testellen hun werk met bevlogenheid te doen.22 Een gezonde balans draagtbij aan de duurzame inzetbaarheid, het behoud en de instroom vanleraren. Dat is belangrijk in de aanpak van het lerarentekort. De afgelopenjaren is uitgebreid onderzoek gedaan naar werkdruk in het primaironderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo) en gespecialiseerd onderwijs(go).23 Zo zijn recent de rapporten van de Algemene Rekenkamer en vanResearchNed over administratieve lasten in respectievelijk het po, het voen het go opgeleverd.Uit de verschillende onderzoeken komt vooral naar voren dat er veelverschillende factoren zijn die de balans van werkdruk- en energiebronnenbeïnvloeden. Dat maakt dat er geen uniforme oplossing bestaat die vooriedereen werkt. Specifiek komen uit de onderzoeken de volgendeknelpunten naar voren:–De inzet van werkdrukmiddelen in het po heeft de werkdruk enigszinsverlaagd. Gesprekken over werkdruk en de evaluatie van werkdruk-maatregelen binnen scholen zijn van groot belang, maar wordensteeds minder gevoerd.–De (ervaren) werkdruk verschilt sterk per persoon, per school en percontext. Op individueel niveau spelen factoren als werkervaring,22Oberon – werkdrukmiddelen in po; Oberon, werkdrukmiddelen in vo.23Hiermee reageer ik op het verzoek van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur enWetenschap tot een kabinetsreactie op het onderzoek van de Algemene Rekenkamer.Onderwijsraad – Tijd voor focusTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 5149 persoonlijkheid en de specifieke kwaliteiten van leraren, schoolleidersof schoolbestuurders een rol.–Leraren besteden relatief veel tijd aan administratieve taken, vooral inhet gespecialiseerd onderwijs. Hoewel de wettelijke administratieveverplichtingen beperkt zijn, administreren scholen vaak méér dannodig is om te voldoen aan open normen en om verantwoordingrichting de inspectie af te kunnen leggen. Dit leidt tot onnodigebelasting. Een duidelijker kader over welke administratie noodzakelijkis voor het voldoen aan de wettelijke normen kan deze druk verlichten.–Op organisatieniveau zijn onder meer de structuur van de organisatie,gemaakte afspraken, de leerlingenpopulatie, het aantal vergaderingenof externe activiteiten en gezamenlijk bepaalde administratieve takenvan invloed.Voor het Ministerie van OCW ligt er een taak om bij nieuw beleid kritischte kijken wat de impact van dit beleid zal zijn op de werkvloer. Bij nieuwbeleid moet een realistische inschatting worden gemaakt van deadministratieve lasten en een goede afweging plaatsvinden van de kostenen baten.24 Op basis daarvan moet het beleidsvoorstel waar nodigaangepast worden, om onnodige werkdruk te voorkomen. Daarnaast heefthet Ministerie van OCW de taak om duidelijker te maken wat er vanscholen verwacht wordt, zodat administreren «voor het geval dat»afneemt. Een deel van deze «voor het geval dat»-administratie komt voortuit de open normen in onze wetgeving.25Open normen hebben het voordeel dat ze scholen de ruimte geven omvanuit de eigen onderwijskundige visie invulling te geven aan dewettelijke kwaliteitseisen. Om goed toezicht te kunnen houden, operatio-naliseert de Inspectie van het Onderwijs wet- en regelgeving in hetonderzoekskader, zodat duidelijk is wat de werkwijze is bij het nalevings-toezicht. Om scholen te informeren over wat van hen verwacht wordt aanadministratie voor het toezicht, heeft de inspectie in april van dit jaar degeactualiseerde versie van de brochure Ruimte in Regels gepubliceerd.26In deze brochure worden veelgestelde vragen over administratie enverantwoording beantwoord.Ondanks deze operationalisering en brochure blijven de open normenover de ononderbroken ontwikkeling en het stelsel van kwaliteitszorg veelvragen opleveren. Daarom wordt met het wetsvoorstel concretisering vanenkele deugdelijkheidseisen gepoogd duidelijkheid te verschaffen over demeeste van deze normen. Zo weten schoolbesturen en scholen beter watvan hen verwacht wordt. De verwachting is dat het wetsvoorstel medio2026 aan uw Kamer wordt verzonden.In november 2023 is aan uw Kamer toegezegd om op basis van hetonderzoek van de Algemene Rekenkamer en het onderzoek vanResearchNed de mogelijkheid van het schrappen van deugdelijk-heidseisen te onderzoeken.27 Hoewel beide onderzoeksrapporten eropwijzen dat er administratieve taken voortvloeien uit de wet, blijkt ook datdeze taken niet als zodanig wettelijk zijn voorgeschreven.28 Daar komt dewaarschuwing van de Algemene Rekenkamer bij dat het schrappen vanwettelijke eisen naar verwachting van de Rekenkamer weinig zoden aan24Zoals ook geadviseerd door: Algemene Rekenkamer – Administratieve lasten in het po25Algemene Rekenkamer – Administratieve lasten in het po; ResearchNed – Administratievelasten in het vo en go (zie bijlage)26https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/brochures/2025/04/16/brochure-ruimte-in-regels-primair-onderwijs27Kamerstukk 31 289, nr. 71028Algemene Rekenkamer – Administratieve lasten in het po; ResearchNed – Administratievelasten in het vo en goTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 51410 de dijk zal zetten in het verminderen van de werkdruk van leraren. Dezewaarschuwing nemen we ter harte, daarom is het schrappen vandeugdelijkheidseisen niet langer een onderdeel van het wetstraject rondde concretisering van enkele deugdelijkheidseisen.Een taak voor schoolbesturen is om te zorgen dat cyclisch op bestuurs-,school- en teamniveau het gesprek wordt gevoerd over de balans tussenwerkdruk- en energiebronnen. In dit gesprek kunnen werkdrukbronnen enenergiebronnen in kaart worden gebracht – zowel organisatorisch alspersoonlijk – en kan worden bekeken hoe deze bronnen in balansgebracht kunnen worden, met voldoende ruimte voor rust en herstel. Ditcyclische gesprek kan aansluiten bij het cyclische bewaken van deonderwijskwaliteit, dat met het wetsvoorstel concretisering deugdelijk-heidseisen expliciet in de wet wordt opgenomen.Een signaal vanuit schoolleiders is dat de complexiteit van hun werk endaarmee hun werkbelasting toeneemt. Het Ministerie van OCW doet naaraanleiding hiervan onderzoek naar de werkbelasting van schoolleiders.Over de resultaten van dit onderzoek wordt uw Kamer in het najaargeïnformeerd.Afgelopen maanden zijn intensief gesprekken gevoerd met leraren,schoolleiders en schoolbesturen om tot duidelijke kaders en effectieveaanpakken te komen. Daar gaan we de komende periode mee door.Experiment om meer uren werken te stimuleren in het poVoor leraren die meer uren willen en kunnen werken zou het aantrekkelijkmoeten zijn om dat te doen. De verwachtingen van leraren over wat meerwerken financieel oplevert, blijken niet altijd gebaseerd op de juisteinformatie. Daarom is voor de drie meest voorkomende situaties in beeldgebracht wat een leraar aan een dag meer werken financieel overhoudt engedeeld op «Aanpak Lerarentekort».29Uw kamer is in september 2024 geïnformeerd over de aanpak in dekomende jaren om meer uren werken aantrekkelijker te maken.30 Devolgende stap is gericht om te experimenteren in meerurenmaatwerk mettransparante keuzeopties die schoolbesturen aan hun personeel kunnenaanbieden. Dit doen we door de komende drie jaar met een (kleinschalige)pilot te onderzoeken of en hoe meerurenmaatwerk effectief kan zijn. Van1 juli tot 6 september 2025 kunnen schoolbesturen in het po zichaanmelden voor de opgestelde subsidieregeling.Wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid en arbeidsmarktmaatregelenHet is belangrijk dat de schoolbesturen in het po en vo het strategischpersoneelsbeleid en goed werkgeverschap structureel blijven versterken.Zo wordt een stevige basis gelegd voor onderwijskwaliteit en voor (nog)aantrekkelijk(er) werk voor onderwijs ondersteunend personeel (hierna:OOP), leraren en schoolleiders. Het wetsvoorstel strategisch personeels-beleid en arbeidsmarktmaatregelen stelt daartoe de wettelijke eis aanschoolbesturen om strategisch personeelsbeleid te voeren en introduceertmaatregelen voor meer vaste contracten en grotere contracten voorleraren, en het beperken van externe inhuur. Het wetsvoorstel is vooradvisering naar de Raad van State gezonden en zal naar verwachting in deloop van 2026 naar de Kamer gaan. Om schoolbesturen te ondersteunenbij het voeren van strategisch personeelsbeleid en het geven van invulling29Zie https://www.aanpaklerarentekort.nl/lerarentekort/overzicht-meerurenaanpak30Kamerstuk 31 293, nr. 747.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 51411 aan de vereisten uit het wetsvoorstel worden de middelen voor PBSS(Professionalisering en Begeleiding Starters en Schoolleiders) in het po ensHRM in het vo vanaf 2026 toegevoegd aan de basisbekostiging voor hetpo en vo. Gedurende 2026 wordt in dat kader een bedrag van circa140 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het hele funderend onderwijs.Vo-schoolbesturen kunnen uit het beschikbaar gestelde geld onder meerbijdragen aan de sectorontwikkeling vanuit de VO-raad op het terrein vanstrategisch personeelsbeleid.Campagne «Werken met de Toekomst» van start gegaanDe meerjarige campagne «Werken met de Toekomst» is dit jaar gestartom een positief en realistisch beeld te creëren van werken in hetonderwijs, met nadruk op ontwikkelmogelijkheden, salaris en betekenis-geving. De campagne is te vinden op www.werkeninhetonderwijs.nl. Inhet voorjaar lag de focus op potentiële zij-instromers. Campagne-effectonderzoek31 toont aan dat één op de zes mensen uit de doelgroepdeze campagne heeft herkend, waarbij vooral de boodschap over salarisen betekenisgeving goed overkwam. Hoewel het algemene beeld van hetonderwijs na één campagneperiode nog niet significant is veranderd,heeft de campagne al wel geleid tot 710 adviesaanvragen bij het Onder-wijsloket tijdens de eerste vier weken. Dat is meer dan twee keer zoveelten opzichte van dezelfde periode in 2024.Naast de groei in het aantal geïnteresseerden bleek de (voorbereiding opde) campagne ook een katalysator voor het versterken van de samen-werking tussen alle partners in het onderwijsveld. Zo zijn alle onderwijsre-gio’s (inclusief alle nieuwe regio’s) met een regionaal loket aangeslotenop het landelijk loket. Hierdoor komen alle belangstellenden die zichmelden bij de regionale loketten terecht op de juiste plek binnen de sector.In het najaar van 2025 zal de campagne zich richten op studiekiezers dieeen opleiding in het hoger onderwijs willen gaan kiezen.6. Beroepsgroepvorming en zeggenschap Leraren en schoolleiders moeten op landelijk-, regionaal- en schoolniveauvoldoende professionele zeggenschap hebben op belangrijke onder-werpen die invloed hebben op hun vakmanschap.Meer inspraak leraren en schoolleidersSchoolleiders en leraren hebben een cruciale rol in het onderwijs: Omdeze rol goed uit te kunnen voeren, moeten schoolleiders en leraren eenstevige stem binnen én buiten de schoolorganisatie hebben, zich blijvenprofessionaliseren en voldoende tijd en ruimte krijgen voor hun taken.Dit vereist onder andere een beschrijving van duidelijke taken, rollen enverantwoordelijkheden en heldere afspraken over inspraak en (mede)zeg-genschap. Zoals aangekondigd in het debat over sturing op 12 februari jl.werken wij daarom het wetvoorstel Versterken Inspraak Leraren enSchoolleiders uit. Om zo te borgen dat leraren en schoolleiders beterbetrokken zijn bij de totstandkoming van het onderwijskundig beleid opschool. Dit met inachtneming van een goede balans ten aanzien van deinspraak en betrokkenheid van ouders en leerlingen zoals die isvastgelegd in de Wet medezeggenschap op scholen.31Campagne-effectonderzoek Werken in het onderwijs 2025 | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 51412 Beroepsgroepvorming van leraren en schoolleidersWe vragen lerarenorganisaties om te werken aan een beroepsgroepleraren. Deze beroepsgroep vertegenwoordigt de stem van de leraar opnationaal niveau en zet zich in voor de kwaliteit van het vak. De beroeps-groep krijgt een formele en wettelijk geborgde rol binnen het onderwijs-systeem. Het kabinet ondersteunt de opstartfase financieel en bekijkt hoestructurele financiering zal worden vormgegeven. Het is de bedoeling datop deze manier het vak wordt versterkt en de beroepsgroep ook opregionaal niveau inspraak krijgt.Ook voor schoolleiders werken we aan beroepsgroepvorming, samen metde huidige beroepsorganisaties voor schoolleiders in het po en vo en insamenwerking met de sectorraden. Doel is om te komen tot een georgani-seerde beroepsgroep van en voor schoolleiders, met een stevige rol enpositie, die zich inzet voor borging van de beroepskwaliteit. Net zoals bijde beroepsgroep leraren ondersteunen we de initiële fase van deontwikkeling van de beroepsgroep.In de gesprekken over de beroepsgroep worden de moties over delerarentoets, financiering vanuit de bekostiging en de professionelerichtlijn om meer mensen voor de klas te krijgen meegenomen.32 In debijlage wordt hier uitgebreider op ingegaan.AfsluitendGoed onderwijs is cruciaal voor een toekomstbestendige samenlevingwaarin iedereen zijn plek kan vinden. Het personeelstekort zet hetonderwijs stevig onder druk en stelt ons voor een grote opgave. Hetvraagt ons na te denken hoe we het onderwijs nu en in de toekomstkunnen vormgeven met voldoende, goed opgeleide onderwijsprofessi-onals. De inzet, motivatie en het vertrouwen is groot, mede omdat we ziendat onze inzet tot resultaat leidt. Samen zetten we de komende jaren devolgende stappen voorwaarts.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. Bruins32Kamerstuk 27 923, nr. 503, Kamerstuk 31 293 nr. 808, Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 104Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 51413
Gerelateerde bronnen
- In het voorjaar van 2025 ontvangt de Kamer de brief over de voortgang van de lerarenstrategie. Hierin worden ook knelpunten en bekwaamheidseisen in de opleiding
In het voorjaar van 2025 ontvangt de Kamer de brief over de voortgang van de lerarenstrategie. Hierin worden ook knelpunten en bekwaamheidseisen in de opleiding en bevoegdheden van docenten in het praktijkonderwijs meegenomen.
- Voor het zomerreces wordt de Kamer geïnformeerd over de Nationale Aanpak Professionalisering van Leraren (NAPL)
Voor het zomerreces wordt de Kamer geïnformeerd over de Nationale Aanpak Professionalisering van Leraren (NAPL)
- In de lerarenbrief van juni wordt de Kamer geïnformeerd over: een uitgebreide reactie op het Onderwijsraadadvies ‘bekwaamheid beter borgen’; over de uitvoering
In de lerarenbrief van juni wordt de Kamer geïnformeerd over: een uitgebreide reactie op het Onderwijsraadadvies ‘bekwaamheid beter borgen’; over de uitvoering van de motie Stoffer; de toetsing van de bekwaamheidseisen van leraren (examineringssysteem) en de rol inzake begeleiding van afgestudeerde
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.