KamerkringInloggen
Kamerbrief

Ontwikkeling van de durfkapitaalmarkt en versterking van bedrijfsfinanciering

23 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 89c297c3bc4ac2c5 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 637BedrijfslevenbeleidNr. 763 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN ENKLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 juni 2026Met deze brief informeer ik uw Kamer over de ontwikkelingen op deNederlandse durfkapitaalmarkt en de inzet van het kabinet om de toegangtot financiering voor startups, scale-ups en het mkb te versterken.In onderdelen 1 en 2 schets ik de huidige staat van de Nederlandsedurfkapitaalmarkt en de belangrijkste knelpunten. Vervolgens ga ik inonderdeel 3 in op de beleidsinzet om deze markt te versterken enrapporteer ik over de opvolging van de aanbevelingen uit de evaluatiesvan het durfkapitaalinstrumentarium, zoals toegezegd door mijnvoorganger in de beleidsreactie van eind 2024.1In onderdeel 4 informeer ik, mede namens de Staatssecretaris vanFinanciën, uw Kamer over de voortgang rond een mogelijke fiscalestimuleringsmaatregel voor investeringen in startups en mkb-bedrijven.Aanvullend ga ik in onderdeel 5 in op enkele toezeggingen rondmkb-financiering: de aanpassingen van de BMKB, het onderzoek naarzekerheden en de subsidie aan Code-V. Tot slot reageer ik in bijlage 3 opde motie-Postma2 over het langjarig verlengen van financieringsrege-lingen.Met deze brief doe ik daarmee de moties van de leden Dassen & Martens-America3, Vermeer4, Flach5, Oualhadj6 en Postma af. Daarnaast geef ik inbijlage 4, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, de kabinetsre-actie op het Dialogic rapport «Onderzoek stimulering risicodragend1Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 532Kamerstuk 36 576, nr. 823Kamerstuk 21 501-30, nr. 6424Kamerstuk 32 637, nr. 7215Kamerstuk 32 637, nr. 7246Kamerstuk 36 800 XIII, nr. 22 kst-32637-763ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7631 kapitaal voor het mkb en startups,» naar aanleiding van moties De Jongc.s.7 en Van der Graaf & Stoffer8.1. De huidige staat van de Nederlandse durfkapitaalmarkt Nederland heeft de afgelopen jaren een steeds volwassener durfkapitaal-markt opgebouwd. Dat is een belangrijke prestatie van ondernemers,investeerders, publieke financiers en regionale partijen. Het jaar 2025 wasmet € 2,4 mld. aan investeringsvolume het op twee na beste investe-ringsjaar ooit. Ook op langere termijn is duidelijke vooruitgang zichtbaar:het aantal bedrijven dat durfkapitaal aantrekt is in de afgelopen tien jaarbijna verdubbeld. Daarmee staat er een financieringslandschap datstartups en scale-ups beter ondersteunt dan tien jaar geleden. Dat is vangroot belang, want toegang tot durfkapitaal is cruciaal voor innovatievebedrijven om te kunnen ontstaan, groeien en internationaal concurreren.Tegelijkertijd is verdere versterking nodig. In de Kamerbrief van 26 mei2023 benadrukte mijn voorganger dat toegang tot durfkapitaal eencruciale factor is voor het succes van startups en scale-ups, maar dat dezetoegang nog onvoldoende was ontwikkeld.9 Bijna drie jaar later is eengoed functionerende Nederlandse en Europese durfkapitaalmarkt, mededoor de geopolitieke context, belangrijker dan ooit. Innovatieve bedrijvenzijn van belang voor ons toekomstig verdienvermogen, onze strategischeautonomie en de ontwikkeling van sleuteltechnologieën. Daarom blijft hetnoodzakelijk om nationaal door te bouwen aan een sterke durfkapitaal-markt en Europees de samenwerking te zoeken, onder meer via deverdere versterking van de Kapitaalmarktunie.10Hoewel de markt zich positief heeft ontwikkeld, laten de cijfers ook ziendat Nederland nog stappen moet zetten. Dit is het sterkst in de vroegerisicovolle fase, de scale-up fase met grote financieringsbehoeften en inhet bijzonder voor sectoren zoals deeptech. Gemiddeld werd in dezeperiode ongeveer 0,20% van het bruto binnenlands product geïnvesteerdin durfkapitaal. Daarmee bevindt Nederland zich boven hetEU-gemiddelde, maar onder het niveau van het Verenigd Koninkrijk en deVerenigde Staten. Ook groeien sommige andere Europese durfkapitaal-markten sneller.11 Het vinden van financiering blijft in de praktijk moeilijkvoor veel innovatieve bedrijven.12 Dit geldt vooral voor de vroegerisicovolle fase, de scale-upfase met grote financieringsbehoeften enkapitaalintensieve sectoren zoals deeptech.Wat daarnaast opvalt is dat investeringen in de vroege fase niet zijnmeegegroeid met de totale investeringen in 2024 en 2025, en zelfsteruglopen.13, 14 Tegelijk lijken fondsen zich steeds meer toe te leggen opde latere fase, terwijl het totale investeringsvolume ongeveer stabiel blijften het aantal investeringen stagneert. Dat de markt niet in omvang istoegenomen, is ook terug te zien in de zogenoemde scale-up ratio: het luktin 2025 iets meer dan 21% van de startups om door te groeien naarscale-up. Sinds 2023 zijn er volgens Techleap maar 62 scale-ups bijge-komen in Nederland. Sinds 2020 is bovendien een toenemend aandeelvan het geïnvesteerde kapitaal afkomstig van buitenlandse investeerders.7Kamerstuk 32 637, nr. 580.8Kamerstuk 36410 XIII, nr. 639Kamerstuk 32 637, nr. 56710Kamerstuk 21 501-07, nr. 209911Techleap (State of Dutch Tech Rapport 2026)12F. Zwart, ESB 2025 «Er is tekort aan het juiste kapitaal, op het juiste moment, in de juistevorm»13Kamerstuk 36 800 XIII, nr. 2214Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen, Market Figures 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7632 Ook de afhankelijkheid van buitenlands kapitaal blijft een aandachtspunt.Sinds 2020 is bovendien een toenemend aandeel van het geïnvesteerdekapitaal afkomstig van buitenlandse investeerders. Buitenlandseinvesteringen dragen bij aan de groei, schaal en internationalisering vanNederlandse bedrijven. Tegelijkertijd kan een grotere afhankelijkheid vanbuitenlands kapitaal ertoe leiden dat eigendom, zeggenschap eneconomische opbrengsten bij succesvolle scale-ups vaker buitenNederland of Europa terechtkomen. Dit onderstreept het belang van eensterkere Nederlandse en Europese investeringsbasis.Tot slot blijft het aandeel publieke financiering in Nederland groot, metongeveer 20% van de Nederlandse durfkapitaalmarkt. Dat laat zien datpublieke instrumenten een belangrijke rol vervullen in fases en sectorenwaar private financiers terughoudend zijn, zoals de vroege fase, deeptechen kapitaalintensieve opschaling. Onder het durfkapitaalinstrumentariumvan mijn ministerie vallen onder meer SEED Capital, Vroegefasefinan-ciering (VFF), het Innovatiekrediet, Invest-NL en de Regionale Ontwikke-lingsmaatschappijen (ROM’s). Deze instrumenten dragen elk vanuit huneigen rol bij aan de financieringsketen voor startups en scale-ups. Juistvanwege dit relatief grote aandeel blijft het van belang dat publiekemiddelen additioneel aan de markt opereren, marktverstoring voorkomenen gericht worden ingezet waar sprake is van duidelijke knelpunten ofmarktfalen.Het beeld is daarmee tweeledig: Nederland heeft een stevigere durfkapi-taalmarkt dan enkele jaren geleden, maar de markt is nog niet in alle fasessterk genoeg om innovatieve bedrijven vanzelfsprekend van voldoendefinanciering te voorzien. De basis is gelegd; de opgave is nu om door tebouwen, de vroege fase te blijven voeden, meer slagkracht in descale-upfase te organiseren en meer privaat en institutioneel kapitaal temobiliseren.2. De belangrijkste uitdagingen in de durfkapitaalmarkt De hierboven geschetste ontwikkeling laat zien dat Nederland vooruitgangheeft geboekt, maar dat de durfkapitaalmarkt nog niet in alle fasesvoldoende sterk is. In 2024 zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naarde staat van de durfkapitaalmarkt, de knelpunten en de rol van hetfinancieringsinstrumentarium. Uit het IBO Bedrijfsfinanciering en demeta-evaluatie volgt dat het publieke instrumentarium op hoofdlijneneffectief ingrijpt op marktfalen, maar dat gerichte versterking nodig blijft.15, 16 Juist in fases waar het risico groot is en private financiers terug-houdend zijn, heeft de overheid een belangrijke aanvullende rol.De grootste opgave ligt bij scale-ups en first-of-a-kind plants(eerstefabriekstoepassingen), waarvoor grotere financieringsrondes van € 10–50mln. of meer nodig zijn. Ook een recent rapport van KPMG onderstreeptdat de financieringskloof voor startups en scale-ups vooral in de opscha-lingsfase om meer slagkracht vraagt.17 In deze fase is het van belang datNederlandse en Europese durfkapitaalfondsen over voldoende slagkrachtbeschikken om mee te investeren, vervolgrondes te ondersteunen enwaar mogelijk een leidende rol te spelen. In dat kader is ook in hetrapport-Wennink gewezen op het belang van grotere fondsen, meerconcentratie in de markt en de oprichting van een nationale investerings-instelling.15Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 10016Kamerstuk 32 637, nr. 65817KPMG, 2025. Op koers naar een veerkrachtige kapitaalmarkt: samen investeren in de toekomstTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7633 Tegen deze achtergrond vragen drie marktdynamieken bijzondereaandacht: de zwakke exitmarkt, de hoge mate van buitenlands aandeel-houderschap en de beperkte aanwas van nieuwe innovatieve bedrijven.Deze factoren beïnvloeden mede of startups kunnen doorgroeien totscale-ups.2.1. Zwakke exitmarkt belemmert mobiliseren van privaat kapitaal Een belangrijke uitdaging is de zwakke exitmarkt. Door het beperkte aantalbedrijfsovernames en beursgangen is het voor durfkapitaalfondsenmoeilijker om aantrekkelijke rendementen te realiseren en nieuw kapitaalaan te trekken. Dit remt de gehele investeringscyclus en kan leiden totonderinvestering in innovatieve bedrijven. De stagnerende exitmarkt iswereldwijd een knelpunt, en doet zich niet alleen voor in Nederland,specifieke regio’s, sectoren of businessmodellen. Hoewel expertsvoorzichtig herstel signaleren blijft het beleggersvertrouwen kwetsbaar,zeker in de context van de huidige geopolitieke spanningen. De overheidkan de exitmarkt niet direct sturen, maar wel bijdragen aan gunstigerandvoorwaarden voor groei, investeringen, overnames en beursgangen.2.2. Hoge mate van buitenlands aandeelhouderschap In de huidige geopolitieke context wordt strategische autonomie steedsbelangrijker.18 Een sterke Nederlandse en Europese durfkapitaalmarkt isdaarvoor een belangrijke randvoorwaarde. Buitenlandse investeerdersspelen een waardevolle rol bij de financiering van Nederlandse startupsen scale-ups en waren betrokken bij meer dan 70% van de investerings-rondes boven € 50 mln. Zij brengen kapitaal, kennis en internationalenetwerken mee. Tegelijkertijd kan een grote afhankelijkheid van buiten-lands kapitaal ertoe leiden dat eigendom, zeggenschap en economischeopbrengsten bij succesvolle scale-ups vaker buiten Nederland of Europaterechtkomen. De opgave is daarom om Nederlandse en Europeseinvesteerders beter in staat te stellen mee te investeren, door te inves-teren en waar mogelijk een leidende rol te spelen in grotere financierings-rondes.2.3. Risico op onvoldoende doorstroom van kennis naar nieuwe bedrijven Tot slot staat de aanwas van nieuwe innovatieve bedrijven onder druk.Met name het aantal nieuwe deeptech-startups blijft achter door onvol-doende valorisatie van publieke kennis. Hoewel Nederland beschikt overeen sterke kennisbasis, lukt het nog onvoldoende om deze kennis om tezetten in snelgroeiende bedrijven. Een blijvende inzet op valorisatie isnoodzakelijk om voldoende nieuwe bedrijven, investeringsmogelijkhedenen toekomstige scale-ups voort te brengen.3. Beleidsinzet: financiering in elke groeifase Op basis van deze analyse zet het kabinet in op een doorlopendefinancieringsketen voor startups en scale-ups: van vroege validatie eneerste groei tot kapitaalintensieve opschaling. Daarbij ligt de nadruk opdrie sporen: het behouden van bewezen vroegefase-instrumenten, hetversterken van scale-upfinanciering en het mobiliseren van meer privaaten institutioneel kapitaal.18Coalitieakkoord «Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland»; Kamerstuk 36 259 nr.21Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7634 3.1. Vroege fase: blijven investeren in de scale-ups van morgen De vroege fase vormt de kweekvijver voor toekomstige scale-ups. Juist indeze fase zijn de risico’s groot en zijn private financiers vaak terug-houdend. Daarom blijven regelingen uit het Toekomstfonds, zoalsVroegefasefinanciering (VFF), SEED Capital, het Innovatiekrediet en deThematische Technology Transfer-regeling (TTT), van belang. Dezeregelingen grijpen aan op structurele knelpunten in de markt en zijn tot2030 verlengd.Uit het IBO Bedrijfsfinanciering en de meta-evaluatie van het durfkapitaal-instrumentarium blijkt dat het instrumentarium op hoofdlijnen goedaansluit op het marktfalen. Tegelijk zijn verdere verbeteringen mogelijk,met name in de samenhang tussen instrumenten, het mobiliseren vanprivaat kapitaal en het beter inzichtelijk maken van de effectiviteit van hetinstrumentarium als geheel. In bijlage 2 ga ik in op de opvolging van deaanbevelingen per instrument. In box 1 van bijlage 1 ga ik nader in op deoverkoepelende doelen en monitoring van het instrumentarium.Ook de ROM’s blijven essentieel voor de financiering van innovatievebedrijven in de vroege fase. Als landelijk dekkend netwerk begeleiden zijondernemers regionaal en maken zij financiering toegankelijk, zowel meteigen middelen als via samenwerkingsfondsen zoals de VFF. De recenteDefensiemiddelen, zoals SecFund en defensie-innovatiehubs, sluitenhierop aan.3.2 Scale-upfase: meer slagkracht voor grotere financieringsrondes Naast inzet in de vroege fase is versterking van de scale-upfinancieringnoodzakelijk. Juist in deze fase hebben bedrijven grotere financierings-rondes nodig om door te groeien, productie op te schalen en internati-onaal concurrerend te blijven. Het kabinet versterkt daarom bestaandeinstrumenten en ontwikkelt nieuwe initiatieven om meer kapitaalbeschikbaar te maken voor kapitaalintensieve bedrijven.Allereerst is het kabinet voornemens € 130 mln. beschikbaar te stellenvoor uitbreiding van het Deep Tech Fonds (DTF) onder Invest-NL. Met eenaanvullende bijdrage vanuit het kernkapitaal van Invest-NL groeit de totalefondsomvang met € 360 mln. naar € 610 mln. Hiermee kan het fonds zijnbelangrijke rol voorlopig voortzetten en bedrijven ondersteunen diewerken aan sleuteltechnologieën, zoals fotonica, halfgeleiders, kwantum-technologie en kunstmatige intelligentie.Daarnaast werkt het kabinet aan een Blended Finance-instrument van€ 250 mln., gericht op de financieringskloof in de opschalingsfase. Doorpublieke en private middelen te combineren moet dit instrument groterefinancieringsrondes mogelijk maken voor kapitaalintensieve bedrijven.Ook ontwikkelt Invest-NL een fonds-in-fondsconstructie om meerinstitutioneel kapitaal, waaronder van pensioenfondsen, naar de durfkapi-taalmarkt te mobiliseren.Ook Europees blijft samenwerking noodzakelijk. Voor scale-ups zijnfinancieringsrondes vaak zo groot dat nationale markten alleen onvol-doende schaal bieden. Daarom investeert het kabinet € 200 mln. in hetEuropean Tech Champions Initiative (ETCI) 2.0. Daarmee komt, samen metandere lidstaten en private investeerders, meer kapitaal beschikbaar voorprivate investeringsfondsen, met een fondsomvang van minimaal € 600mln. en bij voorkeur meer dan € 1 mld. Daarnaast verwelkomt het kabinetnieuwe Europese initiatieven, zoals het aangekondigde Scale-up EuropeFund en de verdere versterking van InvestEU en de European InnovationTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7635 Council, om de beschikbaarheid van opschalingsfinanciering binnenEuropa te vergroten.Tot slot wordt, conform het coalitieakkoord, gewerkt aan de oprichting vaneen Nationale Investeringsinstelling. Uw Kamer wordt hierover separaatgeïnformeerd.4. Onderzoek naar het fiscaal stimuleren van privaat risico-dragend kapitaal voor startups en mkb Het vorige kabinet heeft uw Kamer in september 2025 over de lopendeinitiatieven ten aanzien van mkb-financiering geïnformeerd19 en deactieagenda startup- en scale-upbeleid gepresenteerd.20 Dit kabinet zetdeze inzet voort. Naar aanleiding van moties De Jong c.s. en Van derGraaf & Stoffer heeft Dialogic vorig jaar onderzoek gedaan naar wat ernodig is om een nieuwe versie van een fiscale durfkapitaalregeling op tezetten en de noodzaak voor een fonds voor achtergestelde leningen voorhet mkb. Daarnaast is in de moties-Dassen/Martens-America en motie-Vermeer gevraagd om varianten uit te werken van fiscale stimuleringsre-gelingen voor de financiering van startups en het mkb.In het coalitieakkoord is onder andere afgesproken dat het kabinet wilstimuleren dat mensen hun spaargeld meer beleggen in de Nederlandseeconomie en daartoe o.a. onderzoek zal doen naar een win-win-lening.21Op 11 juni jl. is de Staatssecretaris van Financiën in de strategische fiscaleagenda nader ingegaan op de verschillende fiscale initiatieven van hetkabinet op het vlak van het ondernemings- en vestigingsklimaat,waaronder het onderzoek van een Nederlandse variant op de win-win-lening. Dat onderzoek zal de komende tijd worden uitgevoerd. Bij deuitwerking en weging van een nieuwe fiscale regeling geldt dat getoetstzal worden aan het Toetsingskader fiscale regelingen.22 Daarbij is ondermeer relevant wat het verwachte effect is op bedrijfsfinanciering tenopzichte van het bestaande beleidsinstrumentarium en alternatievebeleidsopties (additionaliteit), de doelmatigheid en de uitvoeringsge-volgen, zoals ook het Beleidskompas voorschrijft. In dit onderzoek moetook rekening worden gehouden met de omstandigheid dat er in hetIV-portfolio van de Belastingdienst van de keten Inkomensheffingen pasvanaf 2029 weer beperkte ruimte vrijkomt voor ander beleid, en bijeventuele structuuraanpassingen van het voorgestelde nieuwe box3-stelsel (zoals het toevoegen van een mogelijkheid tot carry-back) pasvanaf 2030. Het kabinet werkt toe naar besluitvorming over de win-winregeling in het voorjaar van 2027. Als het kabinet naar aanleiding van hetonderzoek te zijner tijd besluit om aanvullende maatregelen te nemen,dan zal het kabinet zorgdragen voor een passende budgettaire dekkingbinnen de begrotingsregels.Vooruitlopend op dit onderzoek informeer ik uw Kamer hieronder medenamens de Staatssecretaris van Financiën over de ontwerpkeuzes vanverschillende denkbare varianten van fiscale stimuleringsregelingen voorde financiering van startups en het ter uitvoering van de moties-Dassen/Martens-America respectievelijk de motie-Vermeer. Daarnaast wijs ik uwKamer graag op de kabinetsreacties die als bijlagen zijn toegevoegd. Ditzijn 1) de reactie op de bevindingen van het onderzoek van Dialogic over19Kamerstuk 32 637, nr. 70520Kamerstuk 32 637, nr. 709.21De win-win-lening is een Belgische fiscale stimuleringsregeling voor mkb-financiering.22Model 4.55 - Toetsingskader fiscale regelingen | Rijksbegrotingsvoorschriften (https://rbv.rijksfinancien.nl/modellen/2022/overig/4.55).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7636 het stimuleren van risicodragend kapitaal voor het mkb en startups en, 2)de reactie op het rapport van Golden Egg Check over startups en businessangels.4.1. Fiscale varianten voor investeringen in startups en het mkb In dit deel worden aan de hand van ontwerpcriteria afbakening, typebelastingvoordeel en maximering een aantal varianten benoemd voor hetontwerpen van een eventuele fiscale stimuleringsregeling. In beginselheeft een fiscale stimuleringsregeling voor bedrijfsfinanciering als doel derisico-rendementsverhouding van de investering te verbeteren door hetverwachte positieve rendement na belastingen te verhogen of hetpotentiële verlies op een investering na belastingen te verzachten. Hetgewenste effect hiervan zou zijn dat de financiering beter op gang komt.Ontwerpkeuzes binnen een fiscale regeling grijpen in op deze risico-rendementsverhouding en kunnen worden toegespitst op de specifiekedoelgroepen van de regelingen. In lijn met internationale voorbeelden ende bevindingen van het onderzoek door Dialogic, zijn de hieronderbeschreven ontwerpkeuzes gericht op een regeling ten behoeve vannatuurlijke personen, via de inkomstenbelasting. Dit sluit aan op de inzetvan het kabinet om privaat kapitaal te mobiliseren van individuen metrelatief veel inactief spaargeld. Dit betekent dat een Nederlandse fiscaleregeling naar zijn aard ingepast zou moeten worden in de inkomstenbe-lasting.23AfbakeningDe doelgroep van de maatregel bepaalt voor een belangrijk deel devormgeving. Het brede mkb maakt meestal gebruik van leningen (vreemdvermogen) om de onderneming en groei daarvan te financieren, terwijlstartups veelal gebruikmaken van de uitgifte van aandelenkapitaal (eigenvermogen). Een fiscale prikkel gericht op het brede mkb zou hetverstrekken van een achtergestelde lening van een particulier aan eenondernemer moeten stimuleren. Door deze achterstelling kan de toegangtot andere externe financiering vergroot worden. Een prikkel voor startupszou primair gericht zijn op het investeringen in eigen vermogen vanstartups door natuurlijke personen. Afbakening is daarnaast mogelijklangs de lijnen van leeftijd of bedrijfsgrootte. Samenvattend is het dusmogelijk de variant af te bakenen langs de volgende lijnen:i.Doelgroepa.Mkbb.Startupsc.beideii.Leeftijd of bedrijfsgrootteType belastingvoordeelHieronder wordt het type belastingvoordeel nader uitgewerkt. Op basisvan het onderzoek van Dialogic en internationale vergelijkingen is eenviertal componenten te onderscheiden waarlangs het belastingvoordeelkan plaatsvinden:i.Verlaging van de belasting over de ontvangen voordelenii.Fiscaal verlichten van het risico op investeringen23Op dit moment is het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aanhangig bij de EersteKamer. Dit wetsvoorstel stelt voor om per 2028 over te gaan op een belasting over hetwerkelijke rendement uit sparen en beleggen op basis van vermogensaanwas. Binnen ditstelsel gaat wat het kabinet betreft een uitzondering gelden voor aandelen in startups enscale-ups. Dergelijke aandelen zullen dan met ingang van 1 januari 2027 worden belast opbasis van de vermogenswinstsystematiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7637 iii.Verlenen van fiscaal voordeel vanaf het jaar van investereniv.Uitstel van belasting bij herinvesteringen (startups)In de eerste plaats kan er sprake zijn van een verlaging van de belastingover de ontvangen voordelen. Het op deze manier verhogen van hetverwachte rendement is gericht op het vergroten van de aantrekkelijkheidvan investeringen in zowel het mkb als startups. Internationaal is het voorstartups bijvoorbeeld gangbaar dat er een korting plaatsvindt op tebetalen belasting over vermogenswinsten, waarbij een minimaleaanhoudperiode tussen drie en vijf jaar gebruikelijk is. Voor het mkb zoude ontvangen rente op de (achtergestelde) leningen lager belast kunnenworden.Een tweede component is het verlichten van het risico op investeringendoor een verlaging van de belastingdruk in het geval van een eventueelverlies op de investering. In een box 3-stelsel dat gebaseerd is opwerkelijk rendement is voorwaartse onbeperkte verliesverrekeningopgenomen. Het kabinet heeft daarnaast mogelijkheden onderzocht omhet wetsvoorstel wet werkelijk rendement box 3 aan te passen. Eendaarvan is de introductie van één jaar achterwaartse verliesverrekening.Het kabinet weegt de opties zoals geschetst in de brief van 19 juni jl. enkomt op Prinsjesdag met een voorstel voor eventuele aanpassingen ineen novelle. Daarom zou bekeken moeten worden of het wenselijk enmogelijk is om daarbovenop een eventueel aanvullend fiscaal voordeel teverlenen.Een derde component is het verlenen van fiscaal voordeel vanaf het jaarvan investeren, bijvoorbeeld door een heffingskorting op basis van eenpercentage van de investering. Dit verlaagt het netto-investeringsbedragvan de particuliere investeerder en daarmee het risico. Ook verhoogt dithet verwachte nettorendement op de investering. Hoewel deze prikkelopenstaat voor iedere particulier, nodigt de lagere instapdrempel vooralstartende particulieren uit financiering te verstrekken. Het nadeel van dezeprikkel is wel dat die pas een jaar later zijn vruchten afwerpt: bij hetopleggen van de aanslag over het belastingjaar waarvoor de heffings-korting wordt gegeven, kan de investeerder dit fiscale voordeel verzil-veren.Tot slot kan voor investeringen in startups een component zich richten opuitstel van belasting bij herinvesteringen. Bij de vervreemding vanaandelen in een startup, wordt de belastingheffing op (een deel van) deopbrengsten uitgesteld naar een later moment, mits binnen een vastge-stelde periode opnieuw in een startup wordt geïnvesteerd. Een dergelijkecomponent wordt genoemd in het rapport Wennink. Deze aanvullendeprikkel heeft als doel om kapitaal in het startup ecosysteem te houden, inplaats dat dit kapitaal wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld vastgoed of inhet buitenland. Zo kan een vliegwieleffect ontstaan, dat ook zichtbaar is inandere succesvolle startup ecosystemen24. Verschillende varianten vanfiscale stimuleringsregelingen bestaan uit een of meerdere van boven-staande componenten. Een regeling voor het mkb kan hierbij aansluiten.Voor een op startups gerichte regeling is het internationaal gangbaar eencombinatie van drie fiscale prikkels die de risicorendementsverhoudingvan dergelijke investeringen gunstiger maken, namelijk een heffings-korting, een aanvullende belastingkorting en uitstel van heffing. Een24Kamerstuk 32 637, nr. 567Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7638 combinatie van verschillende prikkels is gebruikelijk en komt o.a. voor inde Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Spanje.25In Nederland hadden we eerder een stimuleringsregeling voormkb-financiering, namelijk de durfkapitaalregeling. Deze kende tweevarianten: een directe, waarbij particulieren rechtstreeks geld lenen aanstartende ondernemers, en een indirecte, waarbij particulieren beleggenin een durfkapitaalfonds. De durfkapitaalregeling voorzag onder andere ineen gemaximeerde vrijstelling in box 3 op basis van de toen geldendesystematiek, een persoonsgebonden aftrekpost voor geleden verliezen eneen heffingskorting in box 1. Hiermee werd door de heffingskorting eenjaarlijkse korting gegeven op het uitstaande bedrag en werd het risicobeperkt door een fiscale korting als de lening niet werd terugbetaald enwas tot een bepaald bedrag geen box 3 belasting van toepassing. Eenfiscale prikkel voor geldverstrekkers aan het mkb die langs bovenstaandecomponenten zou worden opgebouwd, zou daarom op hoofdlijnen lijkenop de directe variant van de oude durfkapitaalregeling. Per lening kunneneisen worden gesteld aan de maximale duur. Dit is ook het geval in deVlaamse win-win-lening.MaximeringVoor de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling is het vanbelang dat een regeling aansluit bij de doelgroep waar het verkrijgen vanfinanciering het meeste knelt. Dit geldt voor het mkb vooral voor kleinekredieten (< € 250.000) zoals blijkt uit het IBO Bedrijfsfinanciering en hetadvies van de Gezant MKB-Financiering.26 Het ligt daarom voor de handeen maximum te stellen aan enerzijds het bedrag waar een individufiscaal voordeel over kan verkrijgen en anderzijds het totaalbedrag dat eenonderneming fiscaal gefaciliteerd kan ontvangen. Ook voor startups is hetinternationaal gebruikelijk om een maximum investeringsbedrag tehanteren. De maximum investeringsbedragen bij vergelijkbare variantenin het buitenland lopen uiteen van € 50.000 (Frankrijk) tot ongeveer€ 1.000.000 (Verenigd Koninkrijk). Dit past goed bij de gebruikelijke initiëleinvestering van Nederlandse business angels. Uit het onderzoek vanGolden Egg Check blijkt dat ruim driekwart van Nederlandse businessangels een bedrag tussen € 10.000 en € 100.000 investeert per startup.Zoals genoemd is de Staatssecretaris van Financiën in de strategischefiscale agenda nader ingegaan op de verschillende fiscale initiatieven vanhet kabinet op het vlak van het ondernemings- en vestigingsklimaat,waaronder het onderzoeken van een win-win-lening. Besluitvormingrondom dit onderwerp zal plaatsvinden in het voorjaar van 2027. Voor deeventuele dekking zal ook de motie Bontenbal c.s.27 meegenomenworden.5. MKB-financiering: BMKB, Zekerheden en Code-V 5.1. Aanpassingen aan de BMKB Het kabinet zet onverminderd in op kredietverstrekking aan het mkb via deBorgstelling MKB-kredieten (BMKB), die wordt gemoderniseerd envereenvoudigd om administratieve lasten te verminderen en beter aan tesluiten bij digitale kredietverlening. Momenteel loopt de evaluatie van de25Betreffende regelingen: Verenigde Staten: Qualified Small Business Stock, VerenigdKoninkrijk: Seed Enterprise Investment Scheme, Spanje: Spaanse Startupwet (Ley de Startups,2022)26Kamerstuk 32 637, nr. 70527Kamerstuk 36 933, nr. 31Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7639 BMKB van de periode 2021–2025. De rapporten worden na de zomerverwacht. De implementatie van de wijzigingen aan de BMKB volgen inhet eerste kwartaal van 2027 met in acht name van de uitkomsten van deevaluatie.Daarnaast wordt de regeling nu al toegankelijker gemaakt voor geaccredi-teerde crowdfundingplatforms per 1 juli 2026, in lijn met mijn doelstellingom de non-bancaire financieringsmarkt te ondersteunen en verder teprofessionaliseren. Ook wordt de BMKB uitgebreid met eenBMKB-Energie-luik in lijn met wat is aangekondigd in het maatregelen-pakket «Acties Weerbaarheid Energieschok».28 Over de verdere invullinghiervan informeer ik uw Kamer binnenkort.Een verdere toelichting op de aanpassingen in de BMKB is opgenomen inbijlage 5.5.2. Zekerheden Tevens informeer ik u over de motie van het lid Flach over het in kaartbrengen van belemmeringen voor niet-bancaire financiers en verbete-ringen in het zekerhedenrecht. Er is, in overleg met de Stichting MKBFinanciering, gekozen voor verbreding van de onderzoeksscope. Naast hetidentificeren van de knelpunten wordt nu ook onderzocht in hoeverreoplossingen haalbaar zijn en welke neveneffecten deze kunnen hebben.Dit vergt meer onderzoekstijd, waardoor de opleverdatum van hetonderzoek verschuift naar het derde kwartaal van 2026 en ik uw Kamerdan zal informeren.5.3. Code-V Tijdens de Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie vanEconomische Zaken (XIII) voor het jaar 2026 is de motie van het lidOualhadj aangenomen. Hierin werd verzocht om voor de komende tweejaar voldoende budget beschikbaar te stellen ten behoeve van eensubsidie aan Code-V. Naar aanleiding hiervan informeer ik u dat eentotaalbedrag van € 200.000 (2x € 100.000 voor 2026 en 2027) beschikbaaris gesteld aan Code-V, waarmee de motie als afgedaan wordt beschouwd.6. Tot slot De Nederlandse financieringsmarkt voor startups, scale-ups en het mkbheeft zich de afgelopen jaren verder ontwikkeld, maar verdere versterkingblijft nodig. In de huidige geopolitieke context zijn economischeweerbaarheid, strategische autonomie en het vermogen om innovatievebedrijven in Nederland en Europa te laten doorgroeien belangrijker danooit.Daarom blijf ik mij inzetten voor een sterke Nederlandse en Europesedurfkapitaalmarkt, met publieke inzet waar die aanvullend is op de markt.Daarbij blijft aandacht nodig voor de vroege fase, waar de basis wordtgelegd voor toekomstige scale-ups, en voor de opschalingsfase, waarmeer slagkracht nodig is via onder meer het Deep Tech Fonds, blendedfinance, ETCI 2.0 en de Nationale Investeringsinstelling. Ook voor hetbredere mkb blijft toegang tot financiering van belang, onder meer via defiscale verkenning, de BMKB, het onderzoek naar zekerheden en deondersteuning van Code-V.28Kamerstukken II 2025/26 36 933, nr. 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76310 Zo bouwt het kabinet voort op wat is bereikt en werkt het aan eenfinancieringsmarkt waarin innovatieve bedrijven en ondernemers iniedere fase beter toegang hebben tot passend kapitaal.De Minister van Economische Zaken en Klimaat,H.G. HerbertTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76311 SYSTEEMDOELEN DURFKAPITAALINSTRUMENTARIUMBox 1. Systeemdoelen DurfkapitaalinstrumentariumOns instrumentarium kent één systeemdoel: het creëren van eensterkte, onafhankelijke durfkapitaalmarkt met gelijke en goedetoegang tot kapitaal in elke fase van een startup of scale-up. Hierbijstaat het adresseren van marktfalen uit het IBO Bedrijfsfinancieringcentraal, namelijk informatie-asymmetrie, hoge onzekerheid enpositieve externe effecten, die ertoe leiden dat private investeerdersstructureel onderinvesteren in (vroege-fase) startups en scale-ups.Dit valt uiteen in twee kerntaken van het financieringsinstrumen-tarium:1. Het instrumentarium dient een sterke, onafhankelijke durfkapitaal-markt te helpen creëren.Het instrumentarium stimuleert private investeringen in innovatievestartups door risico’s te delen of te verlagen, inleg met publiekemiddelen te matchen en investeringen aantrekkelijker te maken, metname in de vroege fase van ondernemingen. Hiermee wordenmiddelen gemobiliseerd uit de private markt, en wordt dehoeveelheid private investeerders vergroot waar dat zonder hetinstrumentarium niet zou gebeuren. Het onderliggende doel is hetcreëren van een professioneel en duurzaam durfkapitaalfondsen-landschap. Dit versterkt de zelfstandigheid van de private markt,vermindert op termijn de afhankelijkheid van publieke middelen endraagt bij aan een robuust investeringsklimaat voor privatedurfkapitaalverschaffers. Hoewel hier in de afgelopen 10 jaar alsterke vooruitgang is geboekt is gelijktijdig de kapitaalbehoeftesneller toegenomen dan de zelfstandigheid, waardoor de vraag naarpublieke middelen sterk blijft.–Kerninstrumenten die hierop gericht zijn, zijn de SEED Capital ende TTT-regeling.–De ROM’s en Invest-NL ondersteunen dit door in te stappen opfondsniveau.–Nederland zet tevens in op Europese initiatieven die zich richtenop het vormen en opschalen van fondsen, zoals ETCI en deEuropean Innovation Council.2. Het instrumentarium zorgt dat startups en scale-ups met eengedegen businessplan in alle fasen van hun ontwikkeling, inclusiefde valorisatiefase, toegang hebben tot passende financieringwanneer de markt hier niet in kan voorzien.Door het ontstaan van een doorlopende financieringsketen helpt hetinstrumentarium ondernemingen om de ‘valley of death’ teoverbruggen, waardoor veelbelovende innovaties daarna gemakke-lijker private financiering kunnen vinden en succesvol naar de marktkunnen worden gebracht. Dit versterkt het ecosysteem voorinnovatieve bedrijven en bevordert een evenwichtige verdeling vandurfkapitaal over alle sectoren en levensfasen.–Kerninsinstrumenten die hier rechtstreeks aan bijdragen zijn deVFF, het Innovatiekrediet, de ROM’s en Invest-NL die zich richtenop bedrijfsfinanciering.–De SEED Capital regeling draagt hier indirect aan bij.BIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76312 VOORTGANG OPVOLGEN AANBEVELINGEN INDIVIDUELEDURFKAPITAALREGELINGENOnderstaande bouwt voort op de brief die mijn voorganger in december2024 naar uw Kamer verstuurde.29Innovatiekrediet (IK)Het IK is een regeling waarmee bedrijven een deel van de ontwikkelings-kosten van een technisch of klinisch ontwikkelproject kunnen financieren.De regeling heeft als doel om duurzame economische groei te bevorderenen wordt vrijwel uitsluitend aangevraagd door het innovatieve mkb. Hetinstrument is als doelmatig en doeltreffend geëvalueerd en additioneelaan het overige instrumentarium. De belangrijkste aanbevelingen hebbenbetrekking op het behouden van het instrument en dit niet verder teverruimen, het behouden van de kwaliteit van de uitvoering, het vergrotenvan de aandacht voor communicatie aan de doelgroep over de mogelijk-heden van het instrument en het verduidelijken van de criteria voormarktrijpheid, technische nieuwheid en eigen financiering.Conform de aanbevelingen zet ik erop in het innovatiekrediet te behoudenals generiek instrument voor R&D-intensieve ontwikkelingsprojecten. Inde praktijk sluit een ruime meerderheid van de ingediende en toegekendeaanvragen aan bij prioriteiten uit de Nationale Technologie Strategie,ondanks dat het instrument hier niet specifiek op is gericht.Het instrument is verder verbeterd aan de hand van de aanbevelingen inde evaluatie. Er zijn verduidelijkingen gemaakt van de criteria voormarktrijpheid en technische nieuwheid. Verwacht wordt dat dit zal helpenom meer duidelijkheid te bieden over een mogelijke Innovatiekrediet-bijdrage, onder andere aan deeptech-projecten. Ook zijn op de websitevan RVO aanvullende toelichtingen vindbaar rondom bijv. devoorwaarden die de regeling stelt aan projecten in de preklinischemedicatieontwikkeling.Om beter aan te sluiten bij de werkwijze van innovatieve ondernemingenen investeerders is op de website benoemd welke documenten kunnendienen als bewijs van de eigen financiering. Daarnaast is er eenschrijfhulp-gids beschikbaar om aanvragers te helpen en sneller tot eengoede aanvraag te komen. Deze gids bevat ook een beschrijving van demogelijkheden van het verlenen onder voorwaarde. Vertegenwoordigersvan de doelgroep worden betrokken om de mogelijkheden van hetinstrument nauwer onder de aandacht te brengen.Vroegefasefinanciering (VFF)De VFF (opgericht in 2014) ondersteunt bedrijven in de proof-of-conceptfase, waarin private financiering vaak ontbreekt door hoge risico’s.De regeling helpt de technische en commerciële haalbaarheid vaninnovaties te toetsen en richt zich op mkb-ondernemingen, innovatievestarters en academische/hbo-starters. Uitvoering gebeurt door RVO, NWOen sinds 2021 ook via regionale ROM’s, met RVO als achtervang voorlandelijke dekking. De belangrijkste aanbevelingen van de evaluatie zijn deversterking van de regionale uitvoering, verduidelijking van de rol vanRVO als achtervang en verbetering van zichtbaarheid en samenwerkingtussen RVO, regio’s en NWO.29Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 53BIJLAGE 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76313 Om de samenwerking te verbeteren en de uitvoering van de regeling zouniform mogelijk te maken, is RVO in 2025 begonnen met het organiserenvan gezamenlijke sessies met alle regionale uitvoerders van de VFF enmet NWO, die het academische luik uitvoert. Onderwerpen die in ditgremium worden besproken betreffen onder andere bijzonder beheer, het«merk» VFF, informatie-uitwisseling en de rol van RVO als achtervangvoor het regionale luik. Het doel is om de samenwerking te versterken enafspraken te maken over uitvoeringsthema’s en daarmee onderlingeverschillen te verkleinen. Deze sessies zullen tweemaal per jaar plaats-vinden. Met betrekking tot de rol van RVO als achtervang is afgesprokendat medewerkers van RVO periodiek in gesprek treden met de regionaleVFF-fondsen. In deze overleggen zal naar het financiële verloop van deportefeuille van het fonds meer nadruk worden gelegd op het doorver-wijzen van aanvragen naar het landelijke luik. Daarnaast kunnen regionalefondsen ad-hoc contact opnemen over bedrijfscasussen via de RVOmkb-financieringsdesk. Ten aanzien van de beheervergoeding bij deregionale VFF, zijn de gesprekken nog niet afgerond. Door de verhogingvan de lening van 350.000 naar 450.000 euro is de vergoeding perinvestering indirect gestegen, waardoor dit knelpunt mogelijk deels of inzijn geheel is verlicht. Ten aanzien van overige voorwaarden heb ikbesloten de berekening van de rente op de VFF-lening niet te herzien,gezien de dalende rentestanden en ter voorkoming van negatieve rente.Wel zal ik jaarlijks opnieuw beoordelen of het rentetarief passend isbinnen de context van de Europese rentestanden.In de meta-evaluatie werd ook de aanbeveling gedaan om de samenhangtussen de VFF en de Thematische Technology Transfer (TTT)-regeling tebezien. Dit is belangrijk, omdat deze twee regelingen toezien op de (zeer)vroege fase van startup ontwikkeling. Daartoe heb ik de samenhangtussen deze regelingen tegen het licht gehouden. De TTT ondersteuntconsortia van kennisinstellingen en investeerders met subsidie enfondsfinanciering om onderzoek via valorisatie en validatie om te zetten innieuwe startups. Daarnaast maakt de TTT vroege financiering voorstartups mogelijk. De TTT combineert subsidies, investeringen in ruil vooraandelen en converteerbare leningen. Het doel is om wetenschappelijkekennis binnen een specifiek thema om te zetten naar ondernemerschap.De VFF biedt starters, zowel academisch als niet-academisch, en geves-tigde mkb laagdrempelige leningen voor proof-of-concept ontwikkeling,zonder verplichte private cofinanciering.Daarmee zijn er belangrijke verschillen op het gebied van doelgroep enthematische inzet. Daarbij richt TTT zich op ecosysteemvorming rond eenspecifiek thema, terwijl de VFF ondernemers actief in alle sectorenondersteund die in de vroege fase geen investeerder kunnen vinden. Deregelingen zijn daarmee beleidsmatig niet uitwisselbaar. Juist hetgelijktijdig inzetten van de TTT en VFF zorgt voor een sluitende financie-ringsketen waarin zowel ecosysteemontwikkeling op specifieke thema’sals directe ondersteuning voor ondernemers (ook buiten specifiekethema’s) zijn geborgd.In de praktijk blijkt daarnaast dat beide instrumenten elkaar kunnenversterken: innovatieve bedrijven zetten de VFF vaak in voor de eerstestap van onderzoek richting commerciële toepassing. De praktijk laat ziendat startups die succesvol de VFF hebben doorlopen, een grotere kanshebben om een investering van een TTT-fonds te ontvangen. Andersomkan de TTT al in een eerder stadium betrokken zijn, waarbij eenTTT-subsidie fungeert als opstap naar de oprichting van een startup envervolgens als voorbereiding op een VFF-lening. Zo ontstaat een logischstapelingspad waarin beide regelingen samen een sluitende financierings-keten vormen – van vroege validatie naar marktintroductie. Hoewel deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76314 beschikbaarheid van kwantitatieve data over deze doorstroming nogbeperkt is, tonen eerste casussen dat beide regelingen elkaar in de praktijkversterken en sommige startups deze stapeling nodig hebben om hunpotentieel te kunnen benutten. Om dit beter inzichtelijk te maken is beteremonitoring van gecombineerd gebruik vanuit NWO en RVO, en meerafstemming tussen deze uitvoerders een belangrijke volgende stap die ikwil zetten.SEED CapitalDe SEED Capital-regeling is een instrument waarbij de overheid al 20 jaarde markt aan het werk zet en versterkt. De regeling omvat een rentelozelening aan durfkapitaalfondsen, en is één van de belangrijkste instru-menten binnen het durfkapitaalbeleid. Een interne RVO-rapportage tergelegenheid van het 20-jarig bestaan van de regeling benadrukt dit engaat in op de impact ervan in de praktijk.30 De belangrijkste aanbeveling inde evaluatie was het voortzetten van de regeling in huidige vorm, enaandacht te besteden aan de SEED Business Angel regeling (SBA).Zoals ook aanbevolen in de positieve evaluatie is de regeling tot 2030verlengd, en per 2025 zijn de kaders verruimd om de regeling beter telaten aansluiten bij de huidige marktcondities en kapitaalbehoeften van(deeptech)startups. In 2025 heb ik naast de reguliere SEED een specialedeeptech tender uitgeschreven, en zal ik samen met de Minister vanDefensie datzelfde in 2026 hetzelfde doen voor dual-use technologie omdurfkapitaalfondsen te stimuleren om in defensie-gerelateerde techno-logie of technologie met deze potentie, te investeren.Om de administratieve lasten binnen de regeling te verlichten heb ik pereind 2025 het pandrecht in de SBA-module geschrapt. Verder heb ik detoezegging gedaan om de SBA-regeling beter te laten aansluiten bij dedoelgroep en de bekendheid te verbeteren. Omdat ik momenteel tevenseen fiscale durfkapitaalregeling verken (zie onderdeel van deze Kamer-brief) samen met het Ministerie van Financiën, en deze regeling dezelfdedoelgroep bedient, wil ik dit onderzoek eerst afronden voordat ik me buigover de SBA-regeling en haar voorwaarden. Om de regeling in detussentijd al beter onder de aandacht te brengen organiseert RVO sinds2024 meermaals per jaar informatiesessies voor potentiële aanvragers engeïnteresseerden, en onderhoudt zij actief contact met de durfkapitaal-sector. De informatiesessies worden aangekondigd op de SBA-pagina vande RVO-website.31 Mede door deze activiteiten zag RVO in 2024 en 2025een toename in het aantal aanvragen van de SBA-regeling wat heeftgeleid tot de meeste nieuwe fondsen sinds 2020. Deze ontwikkeling heeftzich voortgezet in 2026 en naar verwachting zal het volledige beschikbareSBA-budget in de eerste helft van het jaar kunnen worden toegekend aannieuwe SBA-fondsen.30Rapport 20 Jaar SEED Capital https://www.rvo.nl/sites/default/files/2025-10/RVO-Rapport-SEED-Capital.pdf31Website RVO SEED Business Angel Regeling: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/seed-business-angelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76315 REACTIE MOTIE POSTMA OVER HET LANGJARIG VERLENGENVAN FINANCIERINGSREGELINGENNaar aanleiding van het commissiedebat «Staat van de NederlandseEconomie» van 2 juli 2025 is op 9 september door uw Kamer de motiePostma aangenomen die de regering ten behoeve investeringszekerheidvoor bedrijven oproept om te werken aan meerjarige stabiliteit ineconomische investeringsregelingen, waarbij een minimale zekerheids-termijn van tien jaar wordt gegarandeerd.32 In het genoemde commissie-debat heeft mijn voorganger reeds vermeld hoeveel waarde hij en hetbedrijfsleven hechten aan stabiel en voorspelbaar beleid. Ik sluit mij daarvolledig bij aan. Bedrijven investeren op basis van een langetermijnho-rizon en zullen dus minder snel tot investeringen over gaan als ze risico’szien dat het beleid binnen die tijdshorizon (ingrijpend) verandert. Alsvoorbeeld van hoe ik hier al invulling aan geef heb ik een aantalvoorbeelden genoemd van succesvolle durfkapitaalregelingen die op datmoment net met vijf jaar waren verlengd. Hoewel de motie het oog opeen veel breder spectrum aan regelingen lijkt te hebben – ook nietEZK-regelingen – vind ik het daarom logisch om deze motie met deze briefaf te doen.Het al decennia staande beleid is dat regelingen steeds verlengd wordenals aan twee voorwaarden wordt voldaan: 1. De regelingen zijn(overwegend) doeltreffend en 2. Het knelpunt waartoe de regeling in hetleven is geroepen, bestaat nog steeds. Om versnippering tegen te gaankunnen regelingen soms worden samengevoegd als dat effectief ofefficiënter is, maar ook dan wordt het wezen van de regeling in feitevoortgezet. Oftewel het regeringsbeleid biedt die langjarige zekerheid al.Maar behalve stabiel beleid is er nog een ander belang dat het kabinetheeft te dienen, namelijk zorgen dat belastinggeld doeltreffend endoelmatig wordt besteed. Om dat te borgen is het goed om via evaluatiesperiodiek stil te staan bij doeltreffendheid en doelmatigheid vanregelingen. In de Algemene Wet Bestuursrecht is daarom als hoofdregelvastgelegd dat ten minste eens in de vijf jaar een evaluatie over dedoeltreffendheid en effecten van de regeling moet worden gepubliceerd.33Gezien deze verplichting en het beleid om doeltreffende regelingen teverlengen voegt het qua zekerheid bieden aan het bedrijfsleven denk ikweinig toe om regelingen voortaan 10 jaar in plaats van 5 jaar teverlengen. Bovendien kan de regering de bevoegdheid van uw Kamer alswetgevende macht niet inperken als die van mening is dat een regelingtussentijds wel moet worden beëindigd of (ingrijpend) moet wordenaangepast. Het met een langere termijn verlengen van regelingen biedtdus ook geen garantie voor bedrijven dat een regeling ook op de langetermijn (ongewijzigd) zal blijven bestaan. Het stemt mij echter positief datde Kamer met het aannemen van de motie Postma ook het belang vanstabiele investeringsregelingen benadrukt.32Kamerstukken 2024/25, 36 600 XIII, nr. 6933Zie artikel 4:24 AwbBIJLAGE 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76316 ONDERZOEKEN: REACTIE OP ONDERZOEKEN DIALOGIC ENGOLDEN EGG CHECKDeze bijlage is als volgt opgebouwd. Allereerst wordt er ingegaan (1.1.) enGolden Egg Check (specifiek startups) (1.2). Vervolgens worden aan dehand van verschillende ontwerpcriteria denkbare varianten van fiscalestimuleringsregelingen uiteengezet.Reactie «Onderzoek stimulering risicodragend kapitaal voor hetmkb en startups»Vorig jaar deelde mijn voorganger het onderzoek van Dialogic «Stimu-lering risicodragend kapitaal voor het mkb en startups»» met uw Kamer.34In dit rapport wordt de vraag naar achtergestelde leningen en aandelenka-pitaal onderzocht. Vervolgens onderzoekt het rapport de mogelijkeoplossingen om het aanbod hiervan te vergroten middels een fiscaleregeling en een fonds specifiek voor achtergestelde leningen. In dezereactie zullen de aanbevelingen uitgelicht worden. Verder heeft Dialogicverschillende fiscale opties in beeld gebracht en de bijbehorendeafwegingen en kosten beschreven.Aanbeveling 1: Bezie of knelpunten in de financiering voor het mkb enstartups met een eventuele aanpassing of uitbreiding van bestaandeinstrumenten verholpen kunnen worden.Ten aanzien van de mogelijk aanvullende beleidsopties die zijn onderzochtdoor Dialogic,35 wordt opgemerkt dat de mate waarin het extra investe-ringen stimuleert onzeker is. Er bestaat een risico van zowel verdringingvan andere investeringen door dergelijke regelingen als op concurrentietussen beleidsinstrumenten. Door aansluiting bij bestaande instrumentenkan bijvoorbeeld schaalgrootte (bijvoorbeeld door het delen van de backoffice, platformen, capaciteit) gerealiseerd worden.Aanbeveling 2: Het type financiering waar behoefte aan is, zou gestimu-leerd moeten worden.In het geval van startups wordt aanbevolen dat de prikkel het bestegericht kan worden op beginnende smart money-investeerders: financiersdie ook advies en netwerken met zich meebrengen. De onderzoekersbenoemen dat een fiscale regeling gericht op investeringen in startupsdoor individuen complementair lijkt te zijn aan het bestaande instrumen-tarium. Dit komt met name doordat de Seed Business Angel-regeling zichricht op fondsvorming via business angels die samen investeren.Voor wat betreft het mkb biedt een fonds voor achtergestelde leningenvolgens het Dialogic-onderzoek meer zekerheid dat risicodragend kapitaalterechtkomt bij kwalitatief goede ondernemingen. Met een fonds kunnenechter minder ondernemingen worden bereikt dan bij een fiscale regeling,omdat een fiscale regeling aansluit bij bestaande informele financierings-relaties van de ondernemer. Daarnaast is een fonds bewerkelijker en zoualleen mogelijk zijn met substantiële subsidiebedragen (gezien hetbeperkte rendement door de kleine bedragen en het hoge risico vanachtergestelde leningen).34Kamerstuk 32 637, nr. 67135Dit betreft fiscale faciliteiten voor particulieren voor het brede mkb, een fiscale faciliteit gerichtop business angels en een achtergesteld fonds voor leningen aan het mkb.BIJLAGE 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76317 Aanbeveling 3: bij de introductie van een fiscale regeling dient verderrekening gehouden te worden met uitvoeringsaspecten bij de Belasting-dienst.Onderdeel hiervan zijn de complexiteit en termijn waarop een dergelijkeregeling geïmplementeerd kan worden. In het kader van box 3 wordt nugewerkt aan de overstap naar een nieuw stelsel. In het ICT-portfolio vande Belastingdienst van de keten Inkomensheffingen komt pas vanaf 2029weer beperkte ruimte vrij voor nieuw beleid, en bij eventuele structuur-aanpassingen van het voorgestelde nieuwe box 3 (zoals het toevoegenvan een mogelijkheid tot carry-back) pas vanaf 2030. In algemene zin steltDialogic dat adequate kaders en controle daarop van belang zijn om risicoop misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen.Aanbeveling 4: sluit waar mogelijk zoveel mogelijk aan bij internationalegood practices bij het ontwerpen van een eventuele fiscale regeling.Dit kan bijvoorbeeld door in te zetten op initieel belastingvoordeel ofbelastingvoordeel op kapitaalwinst, rekening houdend met leeftijd engrootte van bedrijven, een minimale investeringsduur/looptijd finan-ciering en een limiet voor de investeringsgrootte/ticket size.Het kabinet zal de overwegingen, conclusies en aanbevelingen uit hetDialogic onderzoek meenemen in het onderzoek van de win-win-lening ende besluitvorming hierover.Onderzoek knelpunten in de vroege fase en gedragsinzichtenbusiness angelsOm de door startups ervaren financieringsknelpunten in de vroege fase enhet investeringsgedrag van business angels nog beter te begrijpen, isGolden Egg Check36 gevraagd dit nader te onderzoeken. Doordatexplicieter wordt gekeken naar de uitdagingen die spelen bij businessangel investeringen is dit uitgevoerde onderzoek complementair aan hetonderzoek van Dialogic. Hierbij is door Golden Egg Check voor hetonderzoek samengewerkt met het Behavioural Insights Team van hetMinisterie van Economische Zaken en Klimaat. Er is gebruik gemaakt vanenquêtes onder business angels en startups die zijn uitgezet via verschil-lende startup- en angelnetwerken. Hoewel gebruikelijk bij een onderzoek,betreft dit een kleinere groep van ondervraagden, die mogelijk nietvolledig representatief zijn voor de gehele populatie van startups.Volgens het rapport wordt de Nederlandse markt voor financiering van devroege fase gekenmerkt door een combinatie van relatief lage risicobe-reidheid, beperkte schaal, en netwerkafhankelijkheid. Dit resulteert inrelatief trage, weinig en kleine financieringsronden. Nederlandse businessangels geven aan hun investeringsvolume in startups momenteel tebegrenzen vanwege het hoge risicoprofiel, de lange illiquiditeit enonzekerheid over rendement. De belangrijkste maatregelen om meer teinvesteren in Nederlandse startups zijn volgens de business angels: eenbeter fiscaal klimaat en een betere exit omgeving. Tevens zijn een gebrekaan dealflow en de kwaliteit van startup teams twee andere barrières voormeer investeringen.36Golden Egg Check is een private marktpartij die zelf financier is van startups en scale-upsalsook bemiddelaar tussen financiers en startups en scale-ups. Hierdoor hebben zij meertoegang tot de lastig te bereiken doelgroep van business angels.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76318 Aanvullend is op basis van een gedragsexperiment onderzocht wat heteffect is van een fiscale regeling op het investeringsgedrag van businessangels.37 De groep business angels met de fiscale regeling alloceerde inhet fictieve investeringsscenario significant meer kapitaal richtingNederlandse startups dan de groep zonder fiscale regeling. Hoewel dit isgetoetst onder een selectieve steekproef38 business angels met een fictiefinvesteringsscenario, geven de resultaten de indicatie dat een fiscaleregeling voor business angels potentieel additioneel kapitaal voorNederlandse startups kan mobiliseren. De exacte omvang hiervan is – netals geconcludeerd door Dialogic – vooraf lastig in te schatten.37Deelnemers kregen als onderdeel van de online vragenlijst een fictief scenario met de vraageen investeringsbudget te verdelen onder verschillende investeringscategorieën. De helft vande deelnemers is willekeurig toegewezen aan de groep die in dat scenario ook informatiekregen over een fiscale regeling opgesteld volgens de uitgangspunten in paragraaf 1.3.38Business angels die de online vragenlijst hebben ingevuld op basis van de brede uitvraag inangel- en startup netwerken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76319 AANPASSINGEN AAN DE BMKBHet kabinet heeft in het Coalitieakkoord «Aan de slag» aangegevenonverminderd in te zetten op kredieten voor het mkb zoals via de BMKB.De BMKB is een garantieregeling voor financiering aan het mkb, waarbijde Staat – bij bedragen tot € 1,5 mln. – in geval van een zekerhedentekorteen garantie afgeeft aan de financier over ten minste 50% van definanciering aan de mkb’er.39In een eerdere Kamerbrief40 heeft mijn voorganger uw Kamer geïnfor-meerd over mijn voornemen om de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) temoderniseren en vereenvoudigen, in nauwe samenwerking met bancaireen non-bancaire financiers en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland(RVO). Daarin is beloofd uw Kamer voor de zomer van 2026 te informerenover de voortgang. Inmiddels is aanzienlijke voortgang geboekt bij deuitwerking van deze plannen.Zoals in eerder genoemde brief aangekondigd, wordt de regelingvereenvoudigd door het verminderen van administratieve lasten,waaronder een reductie van de rapportageverplichtingen en eenefficiëntere omgang met zekerheden. Daarnaast streef ik ernaar de BMKBverder te stroomlijnen door het aantal varianten (luiken) te reduceren ofsamen te voegen. Bij de toepassing van de regeling wordt zoveel mogelijkmaatwerk geboden, bijvoorbeeld voor de maximale looptijd of deminimale eigen inbreng van de ondernemer, zodat de regeling aansluit bijhet bestaande kredietbeleid van de financier.Naast de vereenvoudiging van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)wordt de regeling tevens gemoderniseerd, zodat deze beter aansluit bij dehuidige, vaak (volledig) digitale kredietverleningsprocessen. Waartraditioneel bij kredietverlening voornamelijk werd gekeken naar dejaarrekening van een onderneming, maken financiers in toenemendemate gebruik van actuele betaalgegevens, zoals transacties enkasstromen. Deze gegevens bieden vaak een actueler en nauwkeurigerinzicht in de terugbetaalcapaciteit van ondernemers. RVO werkt eraan omdeze moderne aanpak ook binnen de BMKB mogelijk te maken. Hiermeewordt beoogd de gebruiksvriendelijkheid van de regeling voor financierste vergroten, wat op zijn beurt de toegankelijkheid van financiering voorondernemers ten goede komt.Naast de bovengenoemde wijzigingen zijn er ook aanpassingen dieinvloed hebben op het risicoprofiel van de regeling. Dergelijke aanpas-singen hebben mogelijk budgettaire consequenties. Dit vereist eenzorgvuldige en integrale afweging. Hiertoe wacht ik de resultaten van delopende evaluatie van de regeling af. Deze worden na de zomer verwacht.Daarna zal ik uw Kamer informeren over de uitkomsten en de opvolgingvan de evaluatie. De implementatie van de wijzigingen aan de BMKBvolgen in het eerste kwartaal van 2027.CrowdfundersOok non-bancaire financiers maken reeds geruime tijd gebruik van deBorgstelling MKB-kredieten (BMKB). Tot op heden was het voor crowdfun-dingplatformen echter niet mogelijk om van deze regeling gebruik temaken, vanwege de andere werkwijze ten opzichte van traditionele39Er geldt een garantie van 90% over ten minste 50% en ten hoogste 75% van de totalefinanciering.40Kamerstukken II 2024/25 32 637, nr. 705BIJLAGE 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76320 financiers.41 De afgelopen jaren heeft crowdfunding echter een signifi-cante groei doorgemaakt en is de markt sterk geprofessionaliseerd, ondermeer door de invoering van de Europese vergunning voor crowdfunding-platformen.Gezien deze ontwikkelingen acht ik het nu het juiste moment om per 1 juli2026 ook geaccrediteerde crowdfundingplatforms toe te laten tot deBMKB. Deze stap sluit aan bij mijn doelstelling om de non-bancairefinancieringsmarkt verder te ondersteunen en te professionaliseren, endraagt bij aan een diverser en toegankelijker financieringslandschap voorhet mkb.BMKB-EnergieHet BMKB-Energie-luik kent gunstigere voorwaarden dan de reguliereBMKB. Zo bedraagt het garantiepercentage 75% ten opzichte van 50% inde reguliere regeling. Deze uitbreiding is bedoeld om eraan bij te dragendat levensvatbare bedrijven ondanks de crisis in het Midden-Oosten overvoldoende financiering kunnen beschikken.41Crowdfunders fungeren als platform waar kapitaalvraag en -aanbod samenkomen. Traditi-onele financiers stellen zelf kapitaal beschikbaar en treden daarmee direct op als financierendepartij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 76321

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 50f9a6eee29c82e1

14 okt 2026 · dd542e1f1f660438

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.