Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 maart 2026, over Fiscaliteit
Brontekst
Versie c1dffb701ed63247 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 812Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2026)Nr. 123 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 14 april 2026 De vaste commissie voor Financiën heeft op 11 maart 2026 overleggevoerd met de heer Eerenberg, Staatssecretaris van Financiën, over:−de brief van de Minister van Financiën d.d. 29 augustus 2025inzake kabinetsvisie op de motie van het lid Teunissen c.s.over een grondslag creëren voor een belasting op overwinstenvan de wapenindustrie (Kamerstuk 28 676, nr. 543) (Kamer-stuk 31 125, nr. 142);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 11 juli 2025 inzake warmtebedrijven en energie-belasting (Kamerstuk 36 576, nr. 117);−de brief van de Minister van Financiën d.d. 8 december 2025inzake handreiking «Kiezen voor vereenvoudiging» van deIBTD (Kamerstuk 32 140, nr. 284);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 21 juli 2025 inzake fiscale geheimhoudingsplicht(Kamerstuk 31 066, nr. 1510);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 11 juli 2025 inzake afgeronde evaluaties fiscaleregelingen (Kamerstuk 32 140, nr. 267);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 10 juli 2025 inzake evaluatie werkkostenregeling(Kamerstuk 36 602, nr. 163);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 1 juli 2025 inzake kabinetsreactie op rapportEvaluatie ANBI- en SBBI-regelingen (Kamerstuk 36 600 IX,nr. 46);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 10 juli 2025 inzake moties en toezegging overoverdrachtsbelasting (Kamerstuk 36 602, nr. 162);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 7 juli 2025 inzake beprijzingsstudies gebouwdeomgeving en ETS2 industrie (Kamerstuk 32 813, nr. 1525); kst-36812-123ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1231 −de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 23 september 2025 inzake digitaledienstenbelas-tingen (Kamerstuk 32 140, nr. 277);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 28 november 2025 inzake stand van zakenuitvoering van de motie van het lid Saris over een wetsvoor-stel voorleggen waarin de 30%-regeling wordt versoberd(Kamerstuk 29 544, nr. 1298) (Kamerstuk 29 544, nr. 1306);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 26 september 2025 inzake vereenvoudiging naaraanleiding van moties en de handreiking Ritme in vereenvoudi-ging (Kamerstuk 32 140, nr. 280);−de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 6 oktober2025 inzake stand van zaken belastingheffing over de bijzon-dere invaliditeitsverhoging (BIV) (Kamerstuk 31 066, nr. 1513);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 26 september 2025 inzake overzicht van fiscaleprikkels om circulaire transitie te versnellen (Kamerstuk32 140, nr. 278);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 30 september 2025 inzake beprijzingsstudiesveehouderij/akkerbouw en glastuinbouw (Kamerstuk 32 813,nr. 1536);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 15 oktober 2025 inzake onderzoek naar misper-cepties van marginale druk en arbeidsaanbod (Kamerstuk32 140, nr. 281);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 30 september 2025 inzake kabinetsreactie oponderzoek naar Energie-investeringsaftrek (EIA) en Milieu-investeringsaftrek (MIA) (Kamerstuk 36 812, nr. 7);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 11 juli 2025 inzake vervolg omzetting verbruiks-belasting alcoholvrije dranken en tegemoetkoming toezeggin-gen (Kamerstuk 32 140, nr. 268);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 27 juni 2025 inzake IMF-rapport over fiscalestelsel BES-eilanden (Kamerstuk 32 893, nr. 7);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 27 juni 2025 inzake verkenning belastingvermin-dering energiebelasting toespitsen op huishoudens (Kamerstuk32 140, nr. 261);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 26 juni 2025 inzake onderzoeken gedifferenti-eerde vliegbelasting (Kamerstuk 31 396, nr. 7);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 12 juni 2025 inzake uitvoering motie van het lidVan Eijk over onderzoek naar knelpunten rondom het fondsvoor gemene rekening (Kamerstuk 36 602, nr. 105) (Kamerstuk36 602, nr. 159);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 6 juni 2025 inzake heroverweging Wet Stroomlij-nen (Fiscale vereenvoudigingswet 2017) (Kamerstuk 32 140,nr. 258);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 12 januari 2026 inzake overwogen opties voordekking van het arrest van de Hoge Raad van 21 maart 2025 inde liquidatieverliesregeling (Kamerstuk 36 812, nr. 117);Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1232 −de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 19 december 2025 inzake rapport van WerkgroepAfvalsector (Kamerstuk 30 872, nr. 322);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 12 januari 2026 inzake modernisering forfaitsgebaseerd op de rente en levensverwachting in de schenk- enerfbelasting (Kamerstuk 32 140, nr. 288);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 20 januari 2026 inzake onderzoek van de Universi-teit Leiden naar de werking van de informatiebeschikking(Kamerstuk 33 772, nr. 7);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 12 januari 2026 inzake rapport Evaluatie verlaagdtarief kleine brouwerijen (Kamerstuk 32 140, nr. 287);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 18 december 2025 inzake voortgang tegenbewijs-regeling box 3 (Kamerstuk 36 706, nr. 28);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 19 december 2025 inzake reactie op verzoekcommissie over het rapport «Green and progressive taxproposals for the Netherlands» in opdracht van Oxfam Noviben Milieudefensie (Kamerstuk 32 140, nr. 286);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 17 december 2025 inzake onderzoek verschillencommerciële en fiscale jaarrekeningen (Kamerstuk 31 066,nr. 1524);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 16 december 2025 inzake toezegging overgangs-termijn versoberen youngtimerregeling (Kamerstuk 36 812,nr. 116);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 9 december 2022 inzake reactie op verzoek commissieover een kabinetsreactie op de voorstellen van het CNV overwerknemersparticipatie (Kamerstuk 35 928, nr. 12);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 24 juni 2024 inzake antwoorden op vragen commissieover de contourenbrief gedifferentieerde verbruiksbelastingvan alcoholvrije dranken op basis van suikergehalte (Kamer-stuk 32 140, nr. 186) (Kamerstuk 32 140, nr. 201);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 14 mei 2024 inzake oplevering onderzoek naar demogelijkheden voor een brede suikerbelasting op voedings-middelen (Kamerstuk 32 140, nr. 187);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 26 april 2024 inzake contourenbrief gedifferentieerdeverbruiksbelasting van alcoholvrije dranken op basis vansuikergehalte (Kamerstuk 32 140, nr. 186);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 15 december 2025 inzake vervolgonderzoektrailing tax (Kamerstuk 25 087, nr. 356);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 15 december 2025 inzake monitoring van deeffecten van de aanpak van belastingontwijking (Kamerstuk25 087, nr. 357);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 4 augustus 2025 inzake afschrift van de schrifte-lijke inbreng namens het Koninkrijk der Nederlanden op 21 julijongstleden op de publieke consultatie van de issues notesvoor een VN-raamwerkverdrag over internationale belastingsa-menwerking (Kamerstuk 25 087, nr. 349);Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1233 −de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 17 december 2025 inzake concept vanVN-raamwerkverdrag internationale belastingsamenwerking(Kamerstuk 25 087, nr. 358);−de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 3 maart2026 inzake vervolgonderzoek evaluatie van de gebruike-lijkloonregeling (Kamerstuk 36 812, nr. 119);−de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 2 maart2026 inzake evaluatie jaarlijkse ouder-kindschenkvrijstelling(Kamerstuk 31 066, nr. 1530).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,C. JansenDe griffier van de commissie,WeeberTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1234 Voorzitter: Van der LeeGriffier: LipsAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Dekker, Inge van Dijk,Van Eijk, Grinwis, Hoogeveen, Van der Lee, Markuszower, Oosterhuis,Stultiens en Vermeer,en de heer Eerenberg, Staatssecretaris van Financiën.Aanvang 13.00 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Financiën. Wehebben een commissiedebat over nationale fiscaliteit. Van harte welkomaan de Staatssecretaris en zijn ondersteuning en aan de leden. Ik ga deleden even noemen. Daarna vraag ik aan de leden van commissie of zijermee instemmen dat twee leden spreken die geen lid zijn van decommissie, maar daar komen we zo dadelijk aan toe. Ik zie de heerMarkuszower, de heer Hoogeveen, mevrouw Van Eijk, de heer Stultiens,de heer Oosterhuis, de heer Dekker, de heer Vermeer en ook mevrouwVan Dijk, naast mij. De heren Dekker en Markuszower zijn geen lid van decommissie, maar willen wel graag meedoen aan het debat. Hoe denkende andere leden daarover? Is dat akkoord? Ja, van harte welkom. Nou,mooi.We gaan een eerste termijn doen. Gelet op het aantal sprekers, denk ik datwe het aantal interrupties in de eerste termijn tot vier moeten beperken.Anders gaat het uitlopen.Ik begin aan mijn linkerzijde, bij de heer Markuszower. Gaat uw gang.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de commissie dat ik hier als gast magspreken.We zitten hier tegenover een nieuwe, maar wel een inhalige Staatssecre-taris, want de benzineprijzen en de dieselprijzen knallen door het dak ende mensen kunnen het niet meer betalen. Ze krijgen het benauwd als zeaan de pomp moeten afrekenen. Ook het bedrijfsleven wordt geconfron-teerd met hoge brandstofprijzen en zij berekenen die vervolgens weerdoor aan de consument. Hierdoor komen Nederlandse gezinnen nogverder in de knel.De inhaligheid – je kan het ook een vorm van diefstal noemen – zit ’mhierin: meer dan de helft van de benzineprijs bestaat uit accijnzen en btw.En ja, aan het feit dat de brandstofprijzen stijgen door geopolitiekespanningen kan de Staatssecretaris niks doen, maar door die prijsstijgingontvangt de Staatssecretaris nu veel meer geld dan hij nodig heeft voorzijn initiële begroting. Dus moet de Staatssecretaris niet vanwege degeopolitieke spanningen zijn staatsportemonnee vullen. Ik noemde deStaatssecretaris gisteren een omgekeerde Robin Hood, want hij pakt geldvan de burgers af en geeft het aan zichzelf, aan zijn schatkist, maareigenlijk heb ik me gisteren vergist. Ik had de Staatssecretaris de Sheriffvan Nottingham moeten noemen, het karakter uit de welbekendeDisneyproductie. Die sheriff kneep de bevolking van Nottingham als eenvaatdoek uit en collecteerde op nietsontziende wijze oneerlijke entorenhoge belastingen. Dat geld, die extra inkomsten op de brandstofac-cijnzen en de btw, is van ons, zeg ik tegen de Staatssecretaris, en niet vanu. Dus geef dat geld alstublieft terug en gun de mensen wat lucht in hunportemonnee. Kan de Staatssecretaris dit gewoon vandaag toezeggen?Het is wel het minimale dat deze Staatssecretaris vandaag moet doen omde prijzen aan de pomp enigszins betaalbaar te houden.Dan nog wat algemene punten over de fiscaliteit. Via de inkomstenbe-lasting wil dit kabinet een vrijheidsbijdrage innen: wollig taalgebruik voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1235 een ordinaire belastingverhoging voor de Nederlanders van 3,4 miljardeuro. Datzelfde bedrag sturen we vervolgens direct door aan Oekraïne.Krankzinnig, want Nederland heeft al veel meer geld gegeven aanOekraïne dan de meeste EU-landen, zeker uitgedrukt als percentage vanhet bbp.Voorzitter, dan nog dit ter afsluiting. Vorige week kwam het bericht naarbuiten dat ambtenaren adviseren om te snijden in de schenkingsvrij-stelling voor schenkingen van ouders aan kinderen. Dit zou – ik citeer –niet meer van deze tijd zijn. Hoezo is het niet meer van deze tijd om eenbedrag – het gaat om maximaal zo’n € 7.000 – belastingvrij aan je eigenkind te schenken? Waarom moet daar de kaasschaaf van de overheidoverheen? Voor het geld hoeft deze Staatssecretaris het niet te doen. Hetbudgettaire belang van deze vrijstelling is met 60 miljoen euro namelijkverwaarloosbaar. De vrijstelling voor schenkingen door ouders aan hunkinderen moet gewoon blijven. Graag een reactie van de Staatssecretaris.Sterker nog, wij pleiten voor een verruiming. Nu is er namelijk eeneenmalige verhoogde vrijstelling voor ouders. Een voorwaarde is wel datde ontvanger, het kind, op het moment van de schenking tussen 18 en40 jaar oud is. Wij willen af van die maximale leeftijd. De leeftijd van hetkind moet niet bepalend zijn voor een vrij besteedbare schenking, dusweg met die voorwaarde. Als de Staatssecretaris het niet met mij eens is,overweeg ik een motie op dit punt.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank voor uw inbreng. Dan gaan we luisteren naar de heerHoogeveen namens JA21.De heer Hoogeveen (JA21):Voorzitter, dank. Dit is het commissiedebat Fiscaliteit met op de agendazo’n 40 onderwerpen, van de suikertaks tot de vliegbelasting en vanbenzineaccijnzen tot de pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s.Allemaal hele belangrijke onderwerpen waar ondernemers enhuishoudens dagelijks mee te maken hebben.Maar goed, wij willen toch de olifant in de kamer benoemen en dat isbox 3. Dat is niet omdat de Kamer dat zo graag wil, maar omdat hetkabinet, met steun van de partijen aan de linkerzijde van dit huis, eenbelastingstelsel heeft opgetuigd dat inmiddels is verworden tot wat jegerust «Pandora’s box 3» kan noemen. Nog geen maand geleden stemdedeze Kamer na jaren in met het wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3.JA21 heeft tegen dat wetsvoorstel gestemd. Niet omdat wij niets wildenveranderen, integendeel. Tijdens de behandeling hebben wij herhaaldelijkgewaarschuwd voor fundamentele weeffouten in dit voorstel. Wij zeidendat het ontbreken van een achterwaartse verliesverrekening fundamenteeloneerlijk is en dat het ontbreken van een doorschuifregeling bij huwelijks-vermogensrechtelijke overgangen of bij scheiding ertoe kan leiden datmensen belasting moeten betalen over vermogenswinsten terwijl daar opdat moment helemaal geen liquiditeit tegenover staat. Maar diewaarschuwingen werden terzijde geschoven, onze amendementenwerden weggestemd.Nu zitten we hier, nog geen maand later, en precies deze zaken wordendoor de Minister van Financiën aangehaald om aan te geven: hier is ietsniet goed gegaan. Pardon? Pas na stevige kritiek uit binnen- en buitenlandleek het kabinet te zwichten en zei het dat het wetsvoorstel weer terugmoet naar de tekentafel en vervolgens toch weer niet. Dus waarom weegtde maatschappelijke druk zwaarder of in ieder geval lijkt die zwaarder tewegen dan de kritiek uit de Tweede Kamer? Waarom zegt de Minister datonze amendementen ongedekt waren, terwijl dat juist wel het geval was?Wat betekent het als de Minister van Financiën zegt: het voorstel moetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1236 terug naar de tekentafel? Voor zover ik het begrijp, gaat de wet gewoondoor en behandelen we ’m gewoon verder.Wij hebben over de inhoud van het belastingstelsel en de richting die hetstelsel op gaat, nog een aantal punten. Terwijl Nederland steeds zwaarderbelasting wil heffen op beleggingen, probeert Europa juist het tegenover-gestelde te bereiken. De Europese Commissie werkt momenteel aan eensavings and investments union en zegt dat Europeanen minder moetensparen en meer moeten beleggen, meer moeten investeren, kapitaalproductiever moeten inzetten in de economie. De Commissie riep dezeweek nota bene nog expliciet op om dat savings and investments accountte introduceren, met – ik citeer – de oproep: maak investeren eenvoudigeren zorg dat mensen meer van hun rendement kunnen behouden. Maarwat doet Nederland? Wij introduceren een vermogensaanwasbelastingvan 36%, waarbij dus zelfs de papieren winsten worden belast. Dat heeftdan weer grote gevolgen voor het rente-op-rente-effect, het zogenaamde«compounding».De voorzitter:Een interruptie van de heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Ja, nog op het vorige punt. Excuus, voorzitter. Het gaat over box 3. Deheer Hoogeveen is heel consistent in zijn kritiek en zijn voorstellen. Er isdoor JA21 in het debat over regeringsverklaring een motie ingediend omdie achterwaartse verliesverrekening in te voeren en die te dekken uit hetvermogensdomein. Aan welke dekking denkt de heer Hoogeveen dan?Want dat is natuurlijk het probleem waar we in de wetsbehandeling ooktegenaan liepen, dat elke wijziging of elk uitstel fors geld kost.De heer Hoogeveen (JA21):Ik ben blij met deze interruptie. Wat JA21 betreft was die dekking niet eenszozeer in het vermogensdomein gehaald. Wat ons betreft trekken we hetgewoon uit het Klimaatfonds. Maar goed, om zo’n motie aangenomen tekrijgen, werd er toch gevraagd vanuit coalitiekringen om het binnenhetzelfde domein of in elk geval binnen het vermogensdomein te zoeken.Het verbaasde me overigens dat de twee andere coalitiepartijen niet voordie motie stemden, maar goed. Waar die dekking uiteindelijk vandaankomt, is precies waar de motie toe oproept: om dat te onderzoeken, om tekijken waar er mogelijkheden liggen. Het is een incidentele dekking. Dedekking die ik in mijn amendement had, was een iets lager heffingsvrijresultaat om de structurele kosten te dekken. De incidentele kostenhadden wij in een koninklijk besluit opgenomen. Maar goed, deze motievraagt het kabinet om te onderzoeken waar die dekking precies kan liggenen dat op een rijtje te zetten, zodat wij als JA21, als ChristenUnie alsmede-indiener, kunnen gaan beoordelen of dat binnen het plaatje pastwaar wij het graag willen zien.De heer Oosterhuis (D66):Daar gaat het natuurlijk wel om, want de incidentele derving is 3 miljard.Volgens mij liep dat in het amendement van de heer Hoogeveen in hettekort op korte termijn, terwijl ik JA21 vorige week in een commissiedebatnog hoorde zeggen dat het tekort te ver oploopt. Die dekking zal dus tochgevonden moeten worden. In de motie, die toch is ingediend door de heerEerdmans, wordt gevraagd om dekking uit het vermogensdomein. Daarstaat toch de naam van JA21 onder. Ik hoor nog geen begin van eenantwoord waar die dekking dan gevonden moeten worden, dus ik vind hette gemakkelijk om die opdracht bij het kabinet te leggen. Ik verwacht daardan toch ook wel een idee van JA21.De heer Hoogeveen (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1237 Dan draai je de zaken om. Deze motie vraagt juist aan het kabinet om datte onderzoeken, omdat er ook heel veel onduidelijk was. Ik hoef de heerOosterhuis niet te herinneren aan het feit dat wij ons amendement tenaanzien van de verliesverrekening indienden en dat wij pas op de dag zelfde kostenraming kregen, waarbij wij ook vragen hadden of die kosten-raming wel klopte. Als je een achterwaartse verliesverrekening invoert,heft dat namelijk de voorwaartse verliesverrekening uiteindelijk op. Hetwas volgens ons nog steeds niet duidelijk of het Ministerie van Financiëndaar rekening mee had gehouden. Er was ook geen tijd meer voor, wantwe kregen letterlijk op dezelfde dag pas het kostenplaatje. Deze gang vanzaken vonden wij als JA21 in die zin überhaupt al niet fijn, niet plezant, endie hielp ook niet in het uiteindelijk correct invullen van deze wetgeving.Vandaar ook deze motie, die vraagt om het nu te onderzoeken. Daar is eenmeerderheid voor in de Kamer. Dat gaat het kabinet nu doen. We zullenzien waar het kabinet mee komt aan voorstellen. Dan kunnen we dievervolgens als Tweede Kamer bespreken.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Eén aanvullende vraag. Ik ben benieuwd hoe principieel JA21 in dewedstrijd zit. Stel dat die motie straks wordt uitgevoerd, dus dat3,3 miljard aan achterwaartse verliesverrekening wordt geregeld metdekking binnen het domein vermogen, zegt JA21 dan: dan gaan wij diewet steunen en zijn wij akkoord met de vermogensaanwas? Of is dezemotie niet voldoende om het eindpakket te gaan steunen?De heer Hoogeveen (JA21):Wij hadden op zich fundamentele kritiek op de wet zoals die er lag bij hetwetgevingsoverleg, maar toen heb ik in mijn bijdrage ook al gezegd: er isnu geen tijd meer om dit systeem dusdanig overhoop te gooien, om hierniet mee door te gaan. Wij hebben een aantal fundamentele punteningebracht, waaronder de verliesverrekening, en de andere amende-menten die wij indienden. Dan hadden wij een afweging gemaakt. Ik denkniet dat we dan per se tegen hadden gestemd. Dit was voor ons echt eenfundamenteel punt, mits er ook een duidelijk pad is naar wat nu in hetcoalitieakkoord staat, dus dat we naar de vermogenswinst gaan en datook een pad daarnaartoe wordt uitgestippeld, en dat dit echt eentussenstation is. Dat is vooralsnog ook niet duidelijk. Er zijn dus nog weleen hoop vragen.De voorzitter:De heer Hoogeveen vervolgt zijn betoog.De heer Hoogeveen (JA21):Wanneer er ieder jaar belasting uit het vermogen wordt gehaald, wordtdat effect telkens onderbroken en blijft er uiteindelijk minder vermogenover om opnieuw te investeren. Daarom heb ik de volgende vragen. Hoekijkt de Staatssecretaris naar deze tegenstelling? Vindt hij dat Nederlandmet het box 3-stelsel zoals het nu voorligt nog wel aansluit bij deEuropese ambitie om juist investeringen meer te bevorderen? Onderkentde Staatssecretaris dat het moment van belastingheffing invloed kanhebben op het uiteindelijke rendement van beleggers, door het rente-op-rente-effect? Heeft het kabinet bij de keuze voor de vermogensaanwasbe-lasting ook goed onderzocht hoe deze systematiek het compoundingeffect beïnvloedt ten opzichte van vermogenswinstbelasting? Is deStaatssecretaris bereid om in aanloop naar verdere besprekingen van ditwetsvoorstel ook te kijken naar elk van die drie stelsels, dus het forfaitairestelsel, de vermogensaanwasbelasting met en zonder verliesverrekening,en vermogenswinstbelasting, uitgesplitst naar vermogenspercentiel, ennaar het effect daarvan op het rente-op-rente-effect, het nettorendementvan de belegger over 10, 20, 30 jaar en de totale belastingopbrengst voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1238 de schatkist over diezelfde periode? Is de Staatssecretaris bereid om dat teonderzoeken?Voorzitter, tot slot. De coalitie presenteert deze vermogensaanwasbe-lasting als een tussenstation op weg naar een stelsel van vermogens-winstbelasting. Dat staat ook in het coalitieakkoord. Maar als ik definanciële plaat bekijk, zie ik eerlijk gezegd nul, noppes, nada gereserveerdom die stap daadwerkelijk te zetten. Dat baart ons zorgen. Het forfaitairestelsel was namelijk ook ooit bedoeld als een tijdelijk tussenstation. Weweten hoe dat is afgelopen: daar hebben we vervolgens een kwarteeuwaan vastgezeten. Dus hoe garandeert het kabinet dat we aan de ene kantde huidige wetgeving eerlijker kunnen maken, zoals ik net al antwoorddeop een interruptie, en aan de andere kant concreet toewerken naar dievermogenswinstbelasting, zodat Nederland in 2050 niet nog steeds vastzitaan een systeem dat eigenlijk niemand wil?Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Van Eijk, diespreekt namens de VVD-fractie.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank je wel, voorzitter. Dit is het eerste commissiedebat Fiscaliteit metdeze Staatssecretaris. De VVD kijkt uit naar de samenwerking, maar is ookbenieuwd naar zijn koers. De fiscale agenda voor de komende jaren isuitdagend: vereenvoudiging van het belastingstelsel, uitvoerbaarheidvoor de Belastingdienst, een aantrekkelijk vestigingsklimaat en tegelij-kertijd een eerlijk en robuust belastingstelsel. Juist daarom is hetbelangrijk dat daar een duidelijke strategische lijn achter zit, dus nietalleen losse maatregelen, maar een samenhangende fiscale agenda voorde komende jaren. Wat zijn voor de Staatssecretaris de drie of vier belang-rijkste fiscale prioriteiten voor deze kabinetsperiode? Welke keuzes gaat hijmaken om het belastingstelsel eenvoudiger en uitvoerbaarder te krijgen,en tegelijkertijd economisch concurrerend te houden?De VVD verwelkomt de uitbreiding van de fiscale beleids- en uitvoeringsa-genda met een vereenvoudigingsagenda. Een rechtvaardig envoorspelbaar belastingstelsel begint bij eenvoud. Burgers en onder-nemers moeten begrijpen waar zij aan toe zijn en de Belastingdienst moetwetgeving ook kunnen uitvoeren. Signalen uit knelpuntenbrieven,uitvoeringstoetsen en evaluaties moeten niet op de plank blijven liggen,maar waar mogelijk worden omgezet in concrete aanpassingen, bijvoor-beeld via die vereenvoudigingswet. Wanneer kan de Kamer de eersteconcrete vereenvoudigingsvoorstellen verwachten binnen deze agenda?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik ben blij met het begin van het betoog van collega Van Eijk, met denadruk die zij vanuit de VVD-fractie legt op eenvoud. Tegelijkertijd is hettrackrecord van de VVD dat ze juist best wel vaak vasthield aan ingewik-kelde en complicerende maatregelen. Ik noem de toeslagen en dehervormingen waartoe we moesten komen. Dan bleef het toch bijwoorden en werd het nooit concreet. Ik noem de heffingskortingen inonze inkomstenbelasting en diverse fiscale regelingen – ik wil nu niet eensper se insteken op de hypotheekrenteaftrek – waar de VVD vaak aan hecht.Daarmee maakt de VVD het eerder complexer dan eenvoudiger. Wat zijndeze woorden dan echt waard? Welke ruimte geeft mevrouw Van Eijk aande Staatssecretaris om daadwerkelijk een vereenvoudigingsagenda optafel te leggen, waarin dus ook misschien wel heilige huisjes op hethakblok komen te liggen?Mevrouw Van Eijk (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1239 Mijn oud-collega Aukje de Vries was mede-indiener van de motie dieopriep tot vereenvoudiging. Dat is een breed gedragen wens van dezeKamer. Ik ben inmiddels al tweeënhalf jaar fiscaal woordvoerder. Weweten allemaal hoe ongelofelijk ingewikkeld het is. Ik ben dan ook blij methet coalitieakkoord. Het is een begin. Het zijn heel voorzichtige stappen,maar er zitten wel degelijk maatregelen in die moeten leiden tot devereenvoudiging van het belasting- en toeslagenstelsel. Dat gaatbijvoorbeeld over het samenvoegen van de kindregelingen en hetschrappen van de kinderopvangtoeslag. We maken dus wel degelijk eenbeweging. Ik ben ook blij om te lezen dat de ambitie van dit kabinet is omvóór het einde van dit jaar met die hervormingsagenda te komen, want ikdenk dat we het heel erg met elkaar eens zijn dat er rapporten genoeggeschreven zijn inmiddels. Alles ligt al op tafel. Het wordt tijd om politiekekeuzes te maken. Ik denk dat je dat op dat moment met elkaar moet doen.Ik realiseer me ook, en dat geldt ook voor mijn fractie, dat daar een aantalmaatregelen in zullen zitten waar wij niet per se voor zijn, maar als debalans de goede kant op slaat, dan moeten we met z’n allen bereid zijnom daar een stap in te zetten, denk ik.De voorzitter:Mevrouw Van Eijk vervolgt haar betoog.Mevrouw Van Eijk (VVD):Voorzitter. De VVD staat voor een stabiel en betrouwbaar fiscaal beleid.Regelingen worden daarom niet lichtvaardig geschrapt op basis vanéén kritische evaluatie. Waar nodig verbeteren we regelingen, bijvoor-beeld door een scherpere afbakening, betere uitvoering en minderadministratieve lasten. Tegelijk wil de VVD belastingontwijking effectiefaanpakken, maar zonder door te schieten. We zien dat maatregelen zoalsde earningsstrippingregeling en de CFC-regels de complexiteit vergrotenen het vestigingsklimaat raken. Nationale koppen op Europese antimis-bruikregels moeten kritisch worden bezien, zeker als ze investeringen inwerkgelegenheid raken. Is het kabinet bereid om bij de toekomstigeimplementatie van Europese antimisbruikmaatregelen expliciet te toetsenof nationale koppen kunnen worden geschrapt, en de Kamer hieroveractief te informeren?Voorzitter. De evaluatie van de werkkostenregeling laat een gemengdbeeld zien: het systeem werkt, maar is te complex. De VVD wil vereenvou-diging, meer rechtszekerheid en minder administratieve lasten voorwerkgevers. De regeling moet werkgevers ruimte bieden om goedwerkgeverschap vorm te geven, zonder dat de WKR een verzamelplaatswordt van allerlei beleidsdoelen. Wanneer kan de Kamer de kabinetsre-actie op deze evaluatie verwachten? Zien we daar een duidelijke priori-tering van vereenvoudigingsopties in terug, bijvoorbeeld door actuali-sering van vrijstellingen en verduidelijking van regels?Investeringsregelingen zoals de EIA, MIA en VAMIL zijn belangrijkeinstrumenten voor verduurzaming en innovatie, en geven ondernemerseen prikkel om te investeren. Onderzoek laat zien dat omzetting naar eensubsidie geen verbetering oplevert en meer onzekerheid en regeldrukcreëert. Daarom kiest de VVD voor versterking en vereenvoudiging vanhet bestaande fiscale instrumentarium. Wat is de planning van het kabinetvoor de verdere uitwerking van deze investeringsregelingen? Wordtdaarbij ook gekeken naar vereenvoudiging of bundeling van regelingen?Voorzitter. De VVD steunt een aantrekkelijke fiscale regeling voormedewerkersparticipatie bij start-ups en scale-ups. Talent is immersdoorslaggevend voor innovatie en groei. Een internationaal concurre-rende regeling met uitstel van heffing kan helpen om talent aan te trekkenen te behouden. Mijn fractie heeft vernomen dat er zorgen leven over devormgeving van deze regeling. Een vraag is of medewerkersparticipatieécht aantrekkelijk wordt gemaakt. Dat is wel waar de VVD-motie, waar ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12310 traject allemaal mee begonnen is, nadrukkelijk toe heeft opgeroepen. Hoedenkt het kabinet te komen tot een internationaal concurrerende regelingvoor medewerkersparticipatie met een eenduidige definitie die ookjuridisch houdbaar is?Voorzitter. Ten slotte een drietal actuele ontwikkelingen waar ik graagaandacht voor wil vragen in dit debat. Ten eerste: institutioneel kapitaaldat zich terugtrekt uit de woningmarkt. Dit raakt direct de investeringen innieuwbouw. Fiscale factoren spelen daarbij een rol, zoals de zeerrestrictieve toepassing van de pensioenfondsvrijstelling voor buitenlandsepensioenfondsen. Kan de Staatssecretaris ingaan op dit fiscale knelpunten bezien of de toepassing van deze vrijstelling eenvoudiger en voorspel-baarder kan worden gemaakt? Zouden we niet terug kunnen naar eensituatie waarin regelingen die qua doel vergelijkbaar zijn met Nederlandsepensioenregelingen, in beginsel kwalificeren, waarbij de Belastingdienstde vrijstelling kan weigeren wanneer aan wezenlijke kenmerken niet wordtvoldaan?Ten tweede: het side-by-sidepakket wereldwijde minimumbelasting. Decontext verandert in rap tempo. De VS hebben aangegeven dat Pijler 1feitelijk van tafel is en dat men opnieuw wil beginnen. Voor verschillendeEU-lidstaten was juist de invoering van Pijler 1 een van de belangrijkstevoorwaarden om met Pijler 2 mee te doen. Wat betekent deze ontwik-keling voor de Europese positie en voor de houdbaarheid van Pijler 2?Voorzitter. Ten derde, en dan rond ik af: de mogelijke knelpunten bij deuitvoering van de pseudo-eindheffing voor fossiele leaseauto’s. Heelconcreet gaat het om tijdelijk of vervangend vervoer en wagenparkbeheerin concernverband. Is de Staatssecretaris hiermee bekend en wordenoplossingen verkend?Tot zover.De voorzitter:Hartelijk dank. De heer Hoogeveen heeft nog een interruptie.De heer Hoogeveen (JA21):Ik heb de collega van de VVD niet gehoord over de perikelen rond box 3.Dat is, zoals ik al zei in mijn inbreng, een keuze die je kan maken,aangezien er 40 andere onderwerpen op de agenda staan. Maar ik bentoch wel benieuwd hoe de VVD kijkt naar hoe het de afgelopen maand isgegaan ten aanzien van box 3 en hoe de VVD-minister erop heeftgereageerd. Hoe ziet de VVD nu de weg voorwaarts om de Wet werkelijkrendement bij te schaven dan wel te verbeteren?Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank je wel voor deze vraag. Ik heb er inderdaad bewust voor gekozen omhet nu niet in mijn inbreng te noemen, omdat we er de afgelopenmaanden, jaren, uitgebreid met elkaar over hebben gesproken. Wehebben de wet behandeld. De wet is aangenomen. Er zijn ook heel veelmoties aangenomen die wij zelf hebben ingediend en die collega’shebben ingediend. Afgelopen maand was er bij het debat over deregeringsverklaring nog een motie. Ik zie dat het kabinet met een brief isgekomen. Daarin wordt het proces geschetst van de volgende stappenwat betreft de Wet werkelijk rendement box 3. Ik vind dat goed enbelangrijk. Ik ben ook blij dat er gehoor wordt gegeven aan de onrust dieook buiten is ontstaan. Ik zie dat we in de aankomende periode nogverschillende momenten met elkaar hebben om het debat daarover tevoeren, om te komen tot aanpassingen, verbeteringen en, zoals de heerHoogeveen in zijn inbreng ook aangaf, een duidelijk perspectief op dielaatste, cruciale stap om te komen tot die vermogenswinstbelasting.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12311 Dit leidt wel tot vragen. Mevrouw Van Eijk doet alsof er niets gebeurd issinds het vorige debat over box 3. Dat is natuurlijk niet waar. Ik hoop opiets meer zelfreflectie over het hele proces. Ik vind het persoonlijk namelijkonbetrouwbare politiek richting de coalitie – maar dat is niet mijnprobleem – maar ook richting ons, de andere partijen. We hebben allerleiplannen voorgesteld en ingediend, maar dat kon allemaal niet. Het hadgrote haast, het moest voor 15 maart, er was geen geld en geen capaciteitvoor. En een week later besluit de Minister van Financiën zelf, op eigenhoutje: het kan nu wel, 3,3 miljard. We waren samen rapporteurs, dus ikhoop dat ook mevrouw Van Eijk kan erkennen dat dit geen goede gangvan zaken is en we zo niet met elkaar wetten maken in dit land.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik hoor geen duidelijke vraag van de heer Stultiens. Uiteraard, en daarbegon ik mijn antwoord richting de heer Hoogeveen ook mee, hebben wedeze wet in de afgelopen tweeënhalf jaar stap voor stap, en ook samenmet de Kamer, denk ik, op een hele goede en ordentelijke manierbehandeld. Maar als je daarin zit, kun je je ook niet afsluiten voor wat erbuiten gebeurt. Heel eerlijk, ik ben geschrokken van de impact en hetrumoer dat is ontstaan nadat deze wet was aangenomen. Ik denk dat hetgoed is om dan nog een keer kritisch te kijken naar wat er voorligt enwelke mogelijkheden er zijn om daar verbetering in aan te brengen. Ik benook heel benieuwd naar waar het kabinet mee gaat komen, hoe ongelo-felijk ingewikkeld wat wij nu vragen ook in de uitvoering is. Nog los vanallerlei vraagstukken rondom de budgettaire dekking, zal dit ook leiden totde vraag wat er dan níét kan, omdat het IV-portfolio van de Belasting-dienst hartstikke vol zit. Maar ik ben heel blij met de brief van de Staatsse-cretaris, waarin de opening wordt gegeven om daar in ieder geval nogeen aantal stappen in te zetten.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik ben het ermee eens dat het inderdaad een heel zorgvuldig proces was.Juist daarom is het zo raar dat er na afloop dingen worden gewijzigd. Deenige reden die daarvoor wordt aangevoerd: impact en rumoer. Dat is welheel populistisch. Bovendien vraag ik me dan af naar wie er echt wordtgeluisterd in dit land. Als de rijkste man ter wereld een tweetje stuurt, danis het opeens wel impactvol, maar als hier mensen komen protesterenover de AOW, dan kan er niks. Ik vind het dus heel scheef, en dat valt metegen van de VVD. We hebben eerst jarenlang heel zorgvuldig de wetbehandeld. We hebben zelfs nog gesproken met de Raad van State, metde banken et cetera – we hebben iedereen gesproken. Na afloop, door eenbeetje onlineophef, wordt er opeens alsnog geld beschikbaar gesteld. Datvind ik een rare gang van zaken. Ik hoop dat dit in de toekomst niet meerzo gebeurt.De voorzitter:Mevrouw Van Eijk? Nee. Dan ga ik naar de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ik sloeg ook echt aan op de uitspraak «we zijn geschrokken van hetrumoer». Hoe kun je daar nou in vredesnaam van schrikken als we het eral twee jaar over hebben, er een hele rits aan wijzigingsvoorstellen komt,en alles en iedereen – tenminste, ik neem aan dat mevrouw Van Eijk ookhaar mailbox opent – uit de sector zich roert, ook spaarders die opeensgetroffen worden? Hoe kun je dan nog schrikken van het rumoer? Hoewerkt dat? Ik probeer mensen altijd te begrijpen, ook mevrouw Van Eijkprobeer ik te begrijpen.Mevrouw Van Eijk (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12312 Ook dank voor deze vraag. Uiteraard, ik denk dat ik dezelfde mails krijg alsde heer Vermeer krijgt. Terugkijkend naar de behandeling van de Wettegenbewijsregeling box 3 zag je vooral heel veel onrust in de vastgoed-sector. Daar heeft de Kamer volgens mij ook goed naar geluisterd, ookwetende dat het uitstellen van de Wet werkelijk rendement juist dezespecifieke groep gaat raken. Uiteraard heb ik ook gezien – dat hebben weals VVD ook in ieder debat gezegd – dat die vermogensaanwasbelastingeen noodzakelijke tussenstap is; we moeten een beweging gaan maken.Ja, dat betekent dat die nog niet voor iedereen goed gaat werken. Daaromben ik ook blij met de handreiking die vanuit het kabinet komt om snellerdoor te pakken naar een volledige vermogenswinstbelasting. Maar heeleerlijk, in de aanloop naar de behandeling van de wet en de stemmingendaarover hebben mij minder berichten bereikt dan mij bij de behandelingvan de Wet tegenbewijsregeling box 3 vanuit de vastgoedsector hebbenbereikt.De heer Vermeer (BBB):Ik snap nu hoe dat dus werkt. Blijkbaar is er toen de vastgoedbranchetevreden was in ieder geval een andere balans bereikt. Maar mij hebbennet zoveel berichten bereikt over wat er op dát moment voorlag. Ik benwel blij met de voorstem voor mijn motie om uiterlijk bij het Belastingplan2029 met een bijstelling te komen, maar ik vind het echt heel raar om teredeneren dat alles goed is als de vastgoedbranche rustig is, terwijl wijgewoon van alle kanten allerlei berichten kregen. Wij kregen berichtenvan alle mensen, ook die in de vastgoedbranche, want onze woningbouwis superbelangrijk, dus ik ben blij dat we dat deel hebben kunnenoplossen. Maar we hebben ook al eerder duidelijk gemaakt dat ook de Wettegenbewijsregeling gewoon waardeloos is, omdat daarin niet alle kostenafgetrokken kunnen worden. Wij zijn elke keer op grond van budgetneu-traliteit gedwongen tot iets te komen waarvan we al weten dat hethartstikke fout zit. Erkent mevrouw Van Eijk dat?Mevrouw Van Eijk (VVD):Nee. Ik blijf zeggen dat we zo snel mogelijk uit de huidige situatie, met eenfictief rendement en een tegenbewijsregeling, moeten komen. Dat doenwe met die Wet werkelijk rendement, maar we zijn nog niet klaar. Er ligtnog een grote opgave om ervoor te zorgen dat het voor álle belasting-plichtigen gaat werken. Vandaar dat wij de motie van de heer Vermeerhebben gesteund om zo snel mogelijk door te stappen naar de vermo-genswinstbelasting. Ook willen wij het perspectief geven waar eenmeerderheid van deze Kamer om vraagt, door deze wet ook in de EersteKamer aangenomen te krijgen.De voorzitter:Dan gaan we luisteren naar de inbreng van de heer Stultiens namensGroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank. Ten eerste natuurlijk hartelijk welkom aan de Staatssecretaris. Veelwijsheid, succes en plezier met deze mooie portefeuille toegewenst. Ikhoop ook dat hij langer blijft zitten dan zijn voorgangers. We hebben ineen paar jaar tijd veel verschillende koppen voorbij zien komen in dezecommissie. Dat is niet goed voor de stabiliteit, dus wens ik hem devolledige vier jaar toe.Dit is het eerste debat sinds het coalitieakkoord. Ook daar reflecteer ikeven op. Ik zie veel gemiste kansen, zeker als ik het vergelijk met het stukvan D66 en het CDA van een maand eerder. Daaruit bleek veel meerambitie en veel meer goede stappen. Helaas zijn die allemaal verdwenen.Ik ben benieuwd of de Staatssecretaris daar eerlijk op kan reflecteren. Hoegaat hij de komende jaren aan de slag? Gaat hij proberen deze ruk naarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12313 rechts te herstellen? Gaat hij proberen ambitieuze plannen uit deoppositie mede mogelijk te maken? Dat hoor ik dan graag. Wij zijn vanharte bereid om dat in elk geval te stimuleren. Daarom loop ik vandaagvijf gemiste kansen langs.De eerste gaat over de belastingschuif van arbeid naar kapitaal. Voor deverkiezingen beloofden alle partijen hier: werken moet lonen; we gaan dewerkende middenklasse belastingkorting geven. Na elke verkiezing zie jehetzelfde: de belastingen op arbeid gaan fors omhoog, ook deze keerweer. Met 13,7 miljard euro gaan de belastingen op arbeid en inkomen dekomende jaren omhoog, terwijl er niks wordt gevraagd van de grootstewinsten, vermogens en vervuilers. Waarom legt het kabinet toch weer derekening neer bij deze gewone werkende mensen? Het is veelzeggend datde VVD binnen een week het coalitieakkoord openbreekt voor 3,3 miljardeuro, maar niet om werken te laten lonen maar om een belastingkortingaan beleggers te geven – na een boze tweet van de rijkste man ter wereld.Kan de Staatssecretaris hier heel hard toezeggen dat deze belasting-korting niet ten koste gaat van gewone werkende mensen, dus dat deze100% gedekt wordt binnen het domein vermogen en winst? Gaat dezeStaatssecretaris ook verder met het tijdpad dat ambtelijk was voorbereidvoor het moderniseren van de forfaits binnen de schenk- en erfbelasting?De tweede gemiste kans gaat over de aanpak van fiscale regelingen. Ookdaarover stonden goede dingen in het tussenstuk van D66 en het CDA. Erliggen zo veel rapporten en adviezen die zeggen: schrap nou dezegeldverspillende en ondoelmatige regelingen; hierdoor is het tarief voorgewone mensen bij de rest van de belastingen onnodig hoog. Wanneergaat de Staatssecretaris reageren op het ambtelijk rapport met als titel«Kansen voor lagere tarieven» over de aanpak van fiscale regelingen, datvorig jaar is verschenen? Gaat deze Staatssecretaris de motie-Maatougwél uitvoeren, die drie jaar geleden is aangenomen? Die vraagt heelduidelijk om ook aan bestaande fiscale regelingen een horizonbepalingtoe te voegen. Dat betekent dat een regeling in principe eindigt, tenzij wemet elkaar beslissen om haar te verlengen. Die motie is zeer matiguitgevoerd in de laatste jaren. Ik hoop dat het deze keer beter gaat.De derde gemiste kans is fiscale vergroening. Dit kabinet zegt deklimaatdoelen te willen halen, maar weet eigenlijk stiekem heel goed datdat niet gaat lukken met het huidige pakket. Hoe gaat deze Staatssecre-taris ervoor zorgen dat ook op zijn terrein van de fiscale vergroening dedoelen wél gehaald gaan worden? Wanneer kunnen we aanvullend beleidverwachten? Hoe staat het met de uitvoering van onze motie van vorigjaar over het beter spreiden van de plastic-heffing over de hele keten inplaats van alleen maar aan het eind van de keten bij de afvalverwerkings-installaties?De vierde gemiste kans is de hervorming van het toeslagenstelsel. Daarwachten we ook al tien jaar op. Bij elke formatie hopen we steeds weer:nu gaat het lukken. Maar ook deze keer is er veel te weinig ambitie. Gaatdeze Staatssecretaris proberen dat recht te trekken? Of worden het helaasweer vier verloren jaren?De laatste gemiste kans gaat over de aanpak van belastingontwijking.Dank voor de uitgebreide brief over de Zucman-belasting. De Staatssecre-taris geeft aan ergens de wens te snappen maar nog veel beren op deweg te zien, bijvoorbeeld als het gaat om de informatiepositie van deBelastingdienst. Hoe gaat hij ervoor zorgen dat dit wordt verbeterd zodatdit in de toekomst wél mogelijk wordt? Ik heb ook de brief gelezen over deexitheffing. De Staatssecretaris gaat daarin vooral in op de trailing tax. Hijzegt eigenlijk hoe moeilijk dat is, maar geeft stiekem ook aan dat eenexitheffing misschien wel zou kunnen, maar nader onderzocht moetworden. Dat leidt tot de volgende logische vragen. Wanneer wordt ditonderzocht en wanneer kunnen we daar de resultaten van verwachten?Dan de belasting op grote techbedrijven. Ook hier wordt al jarenlang aangewerkt. Tien jaar geleden gebeurde dat al in Europa. We hopen steeds opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12314 een wereldwijde aanpak met Pijler 1, maar we weten eigenlijk stiekem weldat dat niet gaat gebeuren. Dan is de logische vervolgvraag wanneer wezelf stappen gaan zetten als land, want deze techbedrijven betalen niethun fair share. We zien dat in andere landen, zoals Frankrijk, Italië enSpanje, wel een nationale heffing is ingevoerd. Hoe kijkt de Staatssecre-taris daarnaar?Voorzitter. Ik hoop dat de Staatssecretaris onze zorgen deelt over dezegemiste kansen en dat hij bereid is om op deze punten het beleid socialeren groener te maken. Wij helpen daar graag aan mee.Ik wil nog één praktisch punt maken. Dat gaat niet over de Staatssecre-taris, maar over onszelf. Wij zeggen elk jaar dat we minder van dit soortdebatten met 40 agendapunten moeten organiseren. Ik zou er echt voorwillen pleiten dat dit de laatste keer was. We moeten gewoon vaker engestructureerder debatteren over minder agendapunten. Dit is namelijkecht zonde van al die rapporten die vandaag niet de aandacht krijgen dieze wel verdienen. Daarom zal ik morgen ook een paar schriftelijkeoverleggen aanvragen. Volgens mij moeten wij dit als commissie echtbeter gaan doen.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Nog even over dat laatste punt. In de strategische procedureverga-dering hebben we de afspraak gemaakt dat we het vaker en beter zoudeninplannen om het volume van de agendapunten terug te brengen. Dit iseen terechte herinnering.Ik ga het woord geven aan de heer Oosterhuis namens D66.De heer Oosterhuis (D66):Dank u wel, voorzitter. We hebben inderdaad een hele volle agendavandaag, dus ik kom direct ter zake, maar niet voordat ik de Staatssecre-taris hier van harte welkom heb geheten. Dit brede debat in dit knussezaaltje is een mooie vuurdoop.Ik wil kort beginnen met box 3. Bij de behandeling van de Wet werkelijkrendement hebben we natuurlijk breed in deze Kamer geconstateerd datdeze wet niet briljant is. Maar de huidige praktijk in box 3 is óók eendrama. Elke wijziging of elk uitstel van de Wet werkelijk rendement leidt alsnel tot belastingderving. Daarvoor moet dekking worden gevondenbinnen de belastingen op vermogen. De rekening mag niet komen teliggen bij werkenden of worden doorgeschoven naar de toekomst.Voorzitter. Richting de toekomst wil ik het hebben over de hervormingsa-genda van het belastingstelsel. We weten allemaal dat het stelsel echtanders moet. De Staatssecretaris heeft in het coalitieakkoord de opdrachtgekregen voor een herziening langs drie sporen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik reageer nog even op het eerste punt. Wat is precies de portee van watcollega Oosterhuis hierover zegt? Zoals collega Hoogeveen al terecht zei:als je achterwaartse verliesverrekening toevoegt aan het stelsel van box 3,dan heb je minder voorwaartse verliesverrekening. Dan heb je in iedergeval een kasritme-issue. Maar op een gegeven moment is er minderderving dan in het huidige stelsel zoals we het hebben vastgesteld alsTweede Kamer. Hoe speelt dat een rol in de afweging van collegaOosterhuis in hoeverre het gedekt moet worden?De heer Oosterhuis (D66):Ik kan me inderdaad indenken dat dat in de toekomst leidt tot een lagereverliesverrekening. Ik zie daar graag cijfers van. Maar het zal op z’n minsttot een verschuiving in de tijd leiden. Volgens mij zal het in de eerste jarenleiden tot een belastingderving, die natuurlijk in een tijd komt waarin hetEMU-saldo, het begrotingstekort, al oploopt. Ik zie daar ook in andereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12315 dossiers druk op staan, terwijl we heldere regels hebben over hoe wedaarmee omgaan. Ik vind dus dat dit binnen deze kabinetsperiode gedektmoet worden.De voorzitter:De heer Oosterhuis vervolgt zijn betoog. Nee, toch niet. Er is nog eenvraag.De heer Hoogeveen (JA21):Ik heb toch ook nog een vraag over box 3. Ik kan me herinneren uit hetwetgevingsoverleg dat D66 het ontbreken van een doorschuifregeling bijhuwelijksvermogensrechtelijke overgangen of bij scheiding ook eenoneerlijk onderdeel vond van de Wet werkelijk rendement. We hebbendaar zelfs nog samen een motie over ingediend. JA21 heeft daar ook eenamendement over ingediend. Dat was ook gedekt. Dat zou uit een watlager heffingsvrij resultaat komen van, uit mijn hoofd, € 12. Waarom heeftD66 daar toen tegen gestemd? Hoe kijkt D66 naar de toekomst, om dieregeling er toch in te krijgen?De heer Oosterhuis (D66):Dat is een terechte vraag, want ik heb me inderdaad zorgen gemaakt overhele hoge belastingaanslagen bij bijvoorbeeld overlijden of bij eenscheiding, juist in die delen waar een vermogenswinstcomponent zit. Hetprobleem rond het amendement van de heer Hoogeveen zat volgens mijniet in de dekking, maar in de uitvoerbaarheid. Dat hebben we onder-vangen met de motie die vraagt om ruime betalingsregelingen. Mocht ereen uitvoerbare variant zijn van zo’n regeling die de heer Hoogeveenbepleit, dan ben ik zeker bereid daar serieus naar te kijken.De voorzitter:De heer Oosterhuis kan zijn betoog vervolgen.De heer Oosterhuis (D66):Ik was gebleven bij de herziening van het belastingstelsel. We hebben inhet coalitieakkoord langs drie sporen afspraken gemaakt: stapsgewijzevereenvoudigingen, modernisering van het ICT-landschap en eenhervormingsagenda. Is de Staatssecretaris bereid hierover op kortetermijn een uitgebreide brief naar de Kamer te sturen met een overzichtvan de planning, de verschillende bouwstenen en de momenten waaropde Kamer hierin keuzes kan maken?Ook de SER zal met een advies komen. Dat kan een belangrijke bijdrageleveren aan de discussie. De SER doet dit nu op eigen initiatief. Er is geenadviesaanvraag voor gedaan. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar? Lijkthet hem verstandig om alsnog een adviesaanvraag aan de SER te doen?Hoe kijkt hij aan tegen het daarbij ook betrekken van de motie van het lidDassen over de fiscale regelingen?Voorzitter. Ik kom op de suikerbelasting. Ik ben blij dat deze in hetcoalitieakkoord is opgenomen. Vorige week kwam nog in het nieuws datde helft van de tieners elke week meer dan 90 suikerklontjes aan frisdrankwegdrinkt. Dat is slecht voor de gezondheid en het leidt ook tot hogemaatschappelijke kosten. Ik vraag de Staatssecretaris daarom om haast temaken met dit voorstel. Kan hij de planning schetsen? Veel landen latenook zien dat een gedifferentieerde suikerbelasting werkt; hoe meer suiker,hoe hoger de belasting. Gaat de Staatssecretaris dat in Nederland opdezelfde manier doen? Gaat hij vooruitlopend op de suikertaks ook dehuidige belasting op frisdrank differentiëren naar suikergehalte? Hoe zietde Staatssecretaris deze twee belastingen uiteindelijk samen? Gaat hij zesamenvoegen?De heer Grinwis (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12316 In het verleden zijn hier ook moties aangenomen van mij en collegaErkens om tot een suikerbelasting te komen à la Frankrijk of het VK. Zijhebben waarschijnlijk ook een zodanig sturende werking op de markt datde fabrikanten hun suikergehalte gaan aanpassen. Prachtig, voor het doel.De opbrengst zal dan alleen navenant lager zijn. Sterker nog, er zijnallerlei varianten op tafel gelegd die netto niets zouden opleveren. Watschetst mijn verbazing? Ik sla de budgettaire bijlage open – ik vergeetaltijd het coalitieakkoord, de budgettaire bijlage niet – en daar staat daneen structureel bedrag van 850 miljoen. Hoe dan?De heer Oosterhuis (D66):Ik snap deze vraag, want dit is natuurlijk bij veel belastingen opconsumptie een terugkerend item, ook bij fiscale vergroening. Wat mijbetreft staat preventie bij deze belasting centraal. Dat zou uiteindelijk eeneffect kunnen hebben op de opbrengsten. Zij is geraamd met eenopbrengst en ik ga ervan uit dat er bij de invoering een opbrengst zal zijn.De tijd zal leren hoe daar het gedrag op wordt aangepast en wat datvervolgens weer betekent voor de hoogte van de heffing.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is een veelbelovend antwoord, zeker als ik het vergelijk met wat deheer Oosterhuis net zei over box 3. Moet het dan wel binnen de kabinets-periode rondlopen? Hoe dan? Als het preventie-effect vooropstaat, wat opzich een verstandige doelstelling is, dan kan D66 hier geen oogjetoeknijpen op de budgettaire effecten. Betekent dit dat er misschien alandere belastingverhogingen in het vat zitten? Als de suikertaks bijvoor-beeld netto 200, 300 of 400 miljoen oplevert, moet de resterende 450miljoen dan uit alcohol komen of iets anders?De heer Oosterhuis (D66):We gaan hier volgens mij wel heel ver in de toekomst speculeren. Ikverwacht een variant die in ieder geval in de jaren van het coalitieakkoordeen opbrengst oplevert. Dan gaan we vervolgens ook wel zien wat daarvoor gedragsaanpassingen van fabrikanten op komen. Gaandeweg zullenwe dan bekijken hoe zich dat ontwikkelt. Ga niet te ver in de toekomstkijken.De voorzitter:Dat wil de heer Vermeer, geloof ik, wel. Meneer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ja, absoluut, want we zien hier weer een sterk staaltje luchtfietserij. Wehebben dat ook bij de accijnzen op tabak en alcohol gezien. Er staatstructureel 850 miljoen in de boeken, terwijl de heer Oosterhuis zegt dathet om de preventieve werking gaat. Als de preventieve werking werkt,kunnen jullie dat geld gewoon vergeten. Maar zoals het hier altijd werkt,moet dat vervolgens weer uit hetzelfde domein gehaald worden, net zolang totdat niemand in Nederland meer iets met suiker koopt. Dan is depreventie niet geslaagd en de kas is dan leeg. Hoe gaat de heerOosterhuis voorkomen dat we in precies dezelfde mechanismen terecht-komen als met tabak- en alcoholaccijnzen? Prachtige verhalen, lagereopbrengsten en nauwelijks resultaat op het doel preventie. Uiteindelijkleidt het gewoon tot heel veel grenstoerisme en het kapotgaan van deeconomie in de grensregio’s.De heer Oosterhuis (D66):Volgens mij is het effect op de tabaksconsumptie toch echt wel anders. Erwordt substantieel minder gerookt dan een aantal jaren geleden. Ik hoopeerlijk gezegd dat dat bij suiker ook het geval zal zijn, dus dat de suiker-consumptie echt omlaaggaat. Want 90 suikerklontjes per week vind ik echtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12317 een probleem, vandaar dat wat mij betreft de prioriteit bij de preventievewerking ligt. Ik verwacht dat daar nog steeds een heel substantiëleopbrengst aan vastzit. Bij de uitwerking van het wetsvoorstel zullen weverder bekijken welke tarieven daarbij horen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik had mijn vijf minuten niet gehaald, maar nu het toch over suikerbe-lasting gaat, is dat een mooie kans. Ik ben benieuwd of D66 met ons deeltdat we niet tot 2030 moeten wachten met deze suikerbelasting, maar datwe nu al moeten kijken naar de verbruiksbelasting op frisdrank. Zo ja,voor welke variant heeft D66 dan de voorkeur? De Kamer moet nog steedseen variant kiezen. Daar wachten we al een tijdje op. Ik ben benieuwd hoeD66 daarin zit.De heer Oosterhuis (D66):Dank voor deze vraag. Ik heb net ook aan de Staatssecretaris gevraagd ofhij de huidige verbruiksbelasting op frisdrank gaat differentiëren. Ik zoudaarvoor zijn en dan neig ik naar een variant met zo min mogelijkuitzonderingen.De voorzitter:Meneer Oosterhuis, vervolgt u uw betoog.De heer Oosterhuis (D66):Dan ga ik verder met de autobelastingen en elektrisch rijden. De overstapnaar elektrisch vervoer is uiteindelijk cruciaal voor de klimaatdoelen. Diemaakt automobilisten ook minder afhankelijk van de olieprijs, waar dezeweken ook weer heel veel mensen keihard de nadelen van voelen. VoorD66 is het een belangrijk uitgangspunt dat een elektrische auto altijdvoordeliger moet zijn dan een vergelijkbare fossiele auto. Hoe gaat deStaatssecretaris ervoor zorgen dat elektrisch rijden structureel aantrekke-lijker blijft dan fossiel rijden? Gaat hij er bijvoorbeeld voor zorgen dat bijde hervorming van de mrb een elektrische auto een lager tarief krijgt daneen benzine- of dieselauto? Kan er sterker gestuurd worden op hetonaantrekkelijk maken van nieuwe fossiele auto’s, omdat die eigenlijk nietmeer passen in de transitie? Wat kan het kabinet doen om tweedehandselektrische auto’s aantrekkelijker te maken? Kijkt de Staatssecretarisbijvoorbeeld naar een e-timerregeling om ook wat oudere elektrischevoertuigen aantrekkelijk te houden? Ik hoor graag hoe de Staatssecretarisdit concreet wil vormgeven.Voorzitter. Dan de afvalstoffenbelasting.De voorzitter:Ogenblik. De heer Vermeer heeft nog een interruptie.De heer Vermeer (BBB):In verband met het aantrekkelijk maken van elektrische auto’s wil ik deheer Oosterhuis graag vragen wat hij ervan vindt dat eerder al devoordelen voor elektrische bestelauto’s afgeschaft zijn, omdat de totalcost of ownership van elektrische auto’s al gunstiger zou zijn dan vanbrandstofauto’s. Wat de heer Oosterhuis nu zegt, kan niet allebei waarzijn. Wat is volgens hem wel waar? Zijn elektrische auto’s nu wel of niet alaantrekkelijk qua totaal kostenniveau, ja of nee?De heer Oosterhuis (D66):Niet op alle fronten. Ik denk dat heel veel mensen zelf niet de total cost ofownership berekenen. Dat heeft er ook mee te maken hoelang je de autoin bezit hebt, hoeveel je erop afschrijft et cetera. Je ziet ook dat detransitie stopt en minder snel gaat dan in andere landen, zoalsNoorwegen. Ik ben er dus voor om de transitie aantrekkelijker te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12318 De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.De heer Oosterhuis (D66):Voorzitter. Bij het Belastingplan is de motie-Stultiens c.s. aangenomen omtot een andere invulling te komen van de afvalstoffenbelasting. Als datniet gebeurt, zijn circulaire bedrijven de dupe. In december heeft deWerkgroep Afvalsector een rapport met ideeën gepubliceerd. Hoe staathet met de uitvoering van die motie?Voorzitter. Van afval ga ik in één beweging door naar goede doelen. Vorigeweek heeft de commissie Beter Geven haar derde rapport uitgebracht. Wilde Staatssecretaris hier een schriftelijke reactie op sturen? Wil hij dezevoorstellen wellicht meenemen richting het komende Belastingplan?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Inderdaad, een interessante bijeenkomst. Het is goed als we daar eenreactie op krijgen. Ik ben benieuwd hoe de heer Oosterhuis denkt over eenidee dat in ieder geval bij mijn partij leeft, namelijk nadenken over hoe jebepaalde initiatieven vanuit de samenleving fiscaal aantrekkelijk zoukunnen maken. Schuldhulpverlening blijkt veel effectiever als die vanuitde samenleving komt dan wanneer die vanuit de overheid komt. Ik zie hierecht gewoon een enorme kans om de samenleving sterker te maken. Ikben benieuwd of ik de heer Oosterhuis aan mijn zijde kan vinden.De heer Oosterhuis (D66):Dank voor deze mooie vraag. Mijn partij komt namelijk uit een traditiewaarin we initiatieven van onderop en vanuit de samenleving eigenlijkaltijd beter en belangrijker vinden dan wat de staat allemaal voor je kanorganiseren. Ik ken de exacte voorstellen van mevrouw Inge van Dijk niet,maar ik zie daar zeker met interesse naar uit.De voorzitter:De heer Oosterhuis vervolgt zijn betoog.De heer Oosterhuis (D66):Voorzitter. Tot slot een blokje internationaal. Vaak ligt in internationalesamenwerking de echte oplossing voor het belasten van de allerrijkstenen de winsten van multinationals. Gabriel Zucman, die wij hier laatst in deKamer ontvingen, liet zien dat internationale belastingontwijking nogsteeds enorme proporties kent. Uit de brief van de Staatssecretaris vanvrijdag blijkt hoe weerbarstig de aanpak hiervan is. Ik wil hem weloproepen om hierin namens Nederland een actieve rol te blijven spelen.Hoe kijkt hij naar de voorstellen die internationaal circuleren om belasting-ontwijking verder aan te pakken, bijvoorbeeld via mondiale minimumhef-fingen of andere vormen van internationale coördinatie? Hoe gaat hij zichhiervoor inzetten?Hoe kijkt hij in dat licht aan tegen het recente side-by-sidepakket, waarintoch wordt toegestaan dat de Verenigde Staten bedrijven paaien metlagere belastingen? De kracht van een minimumbelasting is juist datiedereen zich aan het minimum houdt, om een negatieve spiraal vansteeds lagere belastingen te voorkomen. Hoe voorkomen we dat we tochin die negatieve spiraal terechtkomen als andere grote landen hetvoorbeeld van Trump willen volgen?Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. U heeft geen interrupties meer, meneer Grinwis. U heeft eral vier gepleegd. Maar u mag wel aan uw betoog beginnen, namens deChristenUnie.Dan geef ik het woord aan de heer Grinwis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12319 De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ik heb meerdere debatten vanmiddag, dus er liggenmeerdere bijdrages hier klaar.Voorzitter. Heel veel wijsheid en succes en plezier aan de Staatssecretarisgewenst voor de komende vier jaar; dat zeg ik met nadruk op «vier».Voorzitter. Ik begin ook maar even met box 3. Ik was hoogst verrast op dedag van de kabinetsinstallatie door de opmerking van de Minister vanFinanciën. Sommige van mijn collega’s waren dat ook. Het kabinet heeftvol gas doorgestoten met het wetsvoorstel voor het nieuwe box 3-stelsel,ondanks een kritische Kamer. Er was door het risico op vertraging en destrakke budgettaire kaders niks mogelijk. Bijna alles werd ontraden. Nudraait de Minister van Financiën de boel weer terug, terwijl de stukken alin de postzak voor de Eerste Kamer zaten, of daar zelfs al waren gedepo-neerd. Althans, dat was de suggestie.Wat is dit precies voor klucht? Was deze Staatssecretaris op de hoogtevan deze actie van de Minister van Financiën? Wie gaat er nu over box 3,de Staatssecretaris of de Minister van Financiën? Kan de Staatssecretaristoezeggen dat hij de Kamer nu meeneemt in de verschillende richtingendie onderzocht worden, inclusief de dekkingen, en niet pas bij hetBelastingplan? De brief was in die zin wel een goede eerste stap, maar ikben benieuwd naar het vervolg.Voorzitter. We staan voor een grote opgave wat betreft de vergroeningvan onze mobiliteit. In het Belastingplan zat een drastische verhoging vande bijtelling voor elektrische auto’s. Die zou die vergroening ernstigschaden. Daarom heb ik samen met collega Oosterhuis een amendementingediend om die verhoging van de bijtelling te verzachten. Dekking voorhet amendement werd gevonden in een versobering van de youngtimer-regeling. Het fiscaal bevoordelen van relatief vervuilende auto’s pastimmers niet bij die vergroeningsopgave. We hebben toen in overleg metFinanciën geprobeerd om die afbouw geleidelijk te maken. Tegelijkertijdlag er de eis om de eerste jaren voldoende dekking te hebben. Dat leiddetoch tot een vrij abrupte verhoging, van vijftien naar zestien jaar in 2026,met een eerbiedigende werking voor de auto’s die als vijftienjarigen in2025 in de regeling waren ingestroomd. Vervolgens zou dat volgend jaarleiden tot een verhoging van 16 naar 25 jaar.Dat heeft budgettair tot gevolg dat er sprake is van structureleoverdekking. In de praktijk leidt dat tot een schok bij vooral de autodealersdie zich hebben gespecialiseerd in youngtimers. Natuurlijk wordt er aljaren over afschaffing van de youngtimerregeling gesproken, maar desprong in het amendement dat kort voor de jaarwisseling werd aange-nomen, van 16 naar 25 jaar in 2027, is te groot.Daarom kom ik met een reparatievoorstel. Dat luidt als volgt: hou deingroei het komend jaar of de komende twee jaar zoals die nu is, dus opzestien jaar, zodat er niet enorm hoeft te worden afgeschreven op deingekochte voorraad. Bevries vervolgens, als tweede stap, de regelinghelemaal op het ingangsjaar 2011 of 2012 en bouw het dus geleidelijk af,niet naar 25 jaar, zoals in het amendement staat, maar volledig. Vul tenderde het dekkingsgat dat op korte termijn eventueel ontstaat zo nodig opmet een lichte verhoging van het bijtellingspercentage voor youngtimers.Dat is nu 35% en zou dan een paar procent omhooggaan, mits dat nodigis voor de budgettaire dekking. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is:hoeveel zou daarvoor nodig zijn?Ten vierde moeten we de structurele overdekking uit het amendement endit voorstel benutten voor een goede e-timer- dan wel greentimerregeling.Nu komen deze gesubsidieerde elektrische auto’s na vijf jaar uit de leaseen gaan ze massaal de grens over naar het buitenland. Waarom komt ervanaf dat aangrijpingspunt geen goede regeling? Zo nodig kan dat meteen horizonbepaling, om discussies over abrupt afschaffen in de toekomstte voorkomen. Volgens mij vroeg collega Oosterhuis daarnaar. Graag eenreactie op dit voorstel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12320 Ik ben ook voornemens om hier een motie over in te dienen bij eentweeminutendebat. Dat moet formeel in de tweede termijn wordenaangevraagd, maar hierbij alvast de vooraankondiging. Er is namelijk snelduidelijkheid nodig, aangezien de markteffecten nu al enorm zijn. Datbesef ik heel goed. Vandaar dat ik nu met dit voorstel kom.Voorzitter. Vorig jaar werd een breed medeondertekende motie aange-nomen die vroeg om een jaarlijkse vereenvoudigingsdag, zoals Bart Snelsvan de IBTD al gesuggereerd had. Het is goed om te zien dat het kabinetdit opgepakt heeft. Wel heb ik de kanttekening dat de motie echt zag opeen stelselmatige vereenvoudiging van belastingen, toeslagen en socialezekerheid. Kan de Staatssecretaris bevestigen dat dit nog steeds dehoofddoelstelling van het kabinet is? Immers, de fiscale ambtenarenmoeten wel uit hun stramien van «alle ballen op het belastingplan»komen.Wanneer komt de eerste vereenvoudigingswet naar de Kamer? Het ideewas om dat te doen rond 21 maart, de eerste dag van het voorjaar, bijwijze van grote voorjaarsschoonmaak. Maar ik kan me voorstellen dat hetde eerste keer allemaal wat langer duurt. Wat zijn de ambities van deStaatssecretaris in de eerste vereenvoudigingsslag die op stapel staat?Voorzitter. De giftenaftrek. Anbi’s zoals goede doelen, vermogensfondsenen kerkelijke hulporganisaties dragen op onschatbare wijze bij aan desamenleving. De wet vraagt van hen één ding: aannemelijk maken datmiddelen aan het algemeen nut worden besteed. Hoe zij dat organiserenlaat de wet nadrukkelijk open. Toch bereiken ons signalen dat deBelastingdienst in de uitvoeringspraktijk aanvullende eisen stelt die niet inwet- en regelgeving zijn terug te vinden. Dan denk ik aan «al dan nietbuitenlandse partnerorganisaties zonder anbistatus». Kan de Staatssecre-taris daarom klip-en-klaar bevestigen dat eisen zoals tijdelijke steun, hetvermijden van afhankelijkheid en het uitsluitend financieren van afgeba-kende projecten geen onderdeel zijn van het wettelijke beoordelingskadervoor anbi’s? Op welke grondslag worden deze eisen dan toch gehanteerd?Hoe borgt de Staatssecretaris de rechtszekerheid voor internationaalwerkende anbi’s? Is hij bereid om hierover met de sector in gesprek tegaan, om tot heldere, eenduidige afspraken te komen?Verder las ik tot mijn schrik ...De voorzitter:Wilt u afronden? U bent al over uw spreektijd heen.De heer Grinwis (ChristenUnie):O. Ik maak het anbipunt even af.De voorzitter:Ja.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik las tot mijn schrik in de Evaluatie ANBI- en SBBI-regelingen dat hetkabinet een algemene belastingplicht voor stichtingen en verenigingenoverweegt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Daar graag een reactie op.We moeten dat niet doen.Over Beter Geven sluit ik me aan bij collega Oosterhuis.Ik heb nog een vraag over ETS2 na 2030, maar die stel ik straks in detweede termijn wel.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik heb altijd veel respect voor de heer Grinwis, zeker als hij het woordvoert over fiscaliteit. Daarom wil ik graag zijn mening over het verlagenvan de accijnzen op de brandstofprijzen, waardoor ook de btw daalt, zoalsik in mijn inbreng zei. Niet alleen wil ik zijn mening, maar als hij me steuntzal dat ook helpen om de Staatssecretaris daartoe te bewegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12321 De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik denk dat we heel goed moeten kijken naar de gevolgen van deafsluiting van de Straat van Hormuz. Wat betekent dat voor gewoneNederlanders? Op dit moment zien we een enorme piek in de prijsreactievoor olie en gas. Dat vertaalt zich gelijk door aan de pomp, maar ik durfnu nog niet te zeggen hoe structureel die doorwerking is en hoelang diegaat duren. Op voorhand zeg ik dus: ja, daar moeten we zeker naar kijken.Ik denk dat het kabinet ook niet al te lang kan wachten om opties voor tebereiden om daarmee aan de slag te gaan. We moeten ook kijken naar deuitvoerbaarheid. Per wanneer zou je accijnzen dan tijdelijk kunnenverlagen? Ik ben wel een beetje bunzig van tijdelijk accijnzen verlagen. Wehebben dat een paar jaar geleden gedaan. Zoals de heer Hoogeveen bijeen eerder debat over box 3 zei: niks is zo permanent als een tijdelijkeregeling. Daar zit wel een beetje mijn angst over het nu overhaastverlagen van accijnzen met tientallen centen. Ik zit dus nog even te wikkenen te wegen of we dat echt zouden moeten doen. Ik denk aan een andervoorstel, waar mijn collega Don Ceder nu mee komt bij SZW, namelijk omzo snel mogelijk met een regeling te komen à la het noodfonds, eenpubliek energiefonds of whatever. Mensen die echt in energienood komenen die hun energierekening niet meer kunnen betalen, moeten we helpen.Laten we alsjeblieft niemand door de ondergrens laten zakken. Daarvoormoeten we, denk ik, sneller optreden. Dat is beter dan nu op de prijspiekgelijk tientallen centen belastingverlaging geven. Dat is nu een beetje mijnhouding. Het is nog geen definitief antwoord, meneer Markuszower. Datgeef ik gelijk toe. Maar ik kijk ook wel een beetje naar de Staatssecretaris.Hoe wil hij hierop acteren? Wanneer denkt hij «dit duurt zo lang; wemoeten nu ingrijpen»?De heer Markuszower (Groep Markuszower):Dank voor het inhoudelijke antwoord. Om de druk op zowel de Staatsse-cretaris en de heer Grinwis als de collega’s op te voeren, vraag ik toch nogeven wat een redelijke termijn is. Wat is dat wat de heer Grinwis betreft?Hoelang kunnen we wachten, terwijl we de mensen zo’n pijn doen aan depomp?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is een lastige vraag. Ik kan niet in de geopolitieke spiegel kijken. Ikweet niet hoelang de afsluiting van de Straat van Hormuz gaat duren. Ikweet dat een heel groot deel van de prijsontwikkeling angst is voor hetlijden dat men vreest en waarvan men niet weet of het op komt dagen. Erzit heel veel psychologie in de markt. Zodra de blokkade van de Straat vanHormuz stopt, zal de prijs weer als een malle in elkaar storten. Dat is evende relativering bij de huidige ernstige situatie, die ik niet onderschat. Ikkan me voorstellen dat bij sommige sectoren de kosten van diesel of vangasolie zo gigantisch als een molensteen om de nek gaan hangen, dat jevoor die sectoren sneller tot een besluit komt dan dat je generiek elkeautomobilist tegemoetkomt. Want er zit echt wel een verschil tussen desectoren. Sommige krijgen met een enorme prijsschok te maken. Die isveel groter dan generiek, bij alle burgers. Ik ga niet nu zeggen: over tweeweken, over een maand of over twee maanden. Nee, vinger aan de pols!Als de afsluiting van de Straat van Hormuz te lang duurt, moet jeovergaan tot ingrijpen. De Voorjaarsnota is volgens mij een mooi momentom hier eens een conclusie over te trekken. De onderhandeling over deVoorjaarsnota speelt in april.De voorzitter:Dank. We gaan door en luisteren nu naar de heer Vermeer. Hij spreektnamens BBB.De heer Vermeer (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12322 Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik ook de Staatssecretaris feliciterenmet zijn debuut in deze commissie. Ik wens hem veel succes en vooralook veel wijsheid toe.Dan de inhoud. Ik wil beginnen met box 3. Op de dag van de regeringsver-klaring werden we verrast door een misplaatste opmerking van deMinister van Financiën. Hij stelde dat er iets niet goed zou zijn gegaan endat we terug naar de tekentafel zouden moeten. Dat er zaken niet goedzijn gegaan, is een understatement. BBB heeft niet voor niets tegen de wetgestemd. Dat de Minister van Financiën, die geen fiscaliteit in zijnportefeuille heeft, het echter nodig vindt om zijn departement enStaatssecretaris voor de bus te gooien, is schandalig, zeker gezien het feitdat hij volledig op de hoogte was van deze wet. Zijn opmerkingen hebbendan ook alles weg van een poging om even goed te scoren in aanloopnaar de gemeenteraadsverkiezingen.Voorzitter. Wijzigingsvoorstellen zoals een achterwaartse verliesrekeningzijn twee maanden geleden bij de behandeling van de wet nog alsonuitvoerbaar aangemerkt. Nu liggen ze ineens weer op tafel. Verliezen deBelastingdienst en het ministerie op deze manier niet de geloofwaar-digheid of zijn we met zijn allen voor de gek gehouden in de commissie?Voorzitter. Ik kom bij ...De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Het punt van de uitvoering wordt terecht door de heer Vermeer aange-stipt. Ik heb in mijn inbreng en in mijn reactie op de interrupties aange-geven dat we, als het gaat over uitvoering, afhankelijk zijn van wat erIV-technisch mogelijk is. We weten met z’n allen dat het portfoliohartstikke vol zit met dingen die gewoon moeten gebeuren en ook metallerlei beleidswensen van de Kamer. Is de heer Vermeer bereid om daarkeuzes in te maken? Want als we ervoor kiezen om dit voorrang te geven,waar dit eigenlijk op neerkomt, dan zullen andere zaken misschiengewoon niet kunnen.De heer Vermeer (BBB):Ik vind dit weer een aardige poging om het probleem om te draaien en bijons neer te leggen, want dit slaat natuurlijk helemaal nergens op. Tegenons werd gezegd dat bepaalde dingen gewoon niet eens uitvoerbaarwaren, laat staan dat wij andere prioriteiten moesten leggen. De Kamerkan eigenlijk niet meer vertrouwen op de antwoorden. De antwoorden diewij krijgen over uitvoerbaarheid blijken achteraf meer over keuzes te gaandan over werkelijke uitvoering. Dat geldt zelfs voor de deadline. Wijmoesten dit besluit voor 15 maart nemen, omdat de banken het andersniet konden uitvoeren. En nu? Telt dat opeens niet meer? Worden wij dusvoorgelogen of is er nieuwe informatie?Dit is echt zeer kwalijk, want op deze manier kunnen wij als Tweede Kamernooit de juiste besluiten nemen. Als een ministerie, een Minister of eenStaatssecretaris zegt dat iets niet uitvoerbaar is, dan moeten wij daaropkunnen vertrouwen en dan hebben wij dat te respecteren. Op deze manierkunnen we het niet meer respecteren, omdat het gewoon genegeerdwordt als iets politiek gezien anders beter uit blijkt te komen. Dat isgewoon onacceptabel, want dat zet de Kamer buitenspel. Ik zal op geenenkele manier accepteren – daar ben ik niet toe bereid – dat wij op dezemanier buitenspel gezet worden. Dat is gewoon echt schandalig.De voorzitter:De heer Vermeer ... O, de heer Grinwis wil graag interrumperen, maarhelaas heeft hij niet ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12323 De heer Vermeer (BBB):Hij was gewoon een beetje enthousiast, voorzitter.De voorzitter:Hij is altijd enthousiast; dat is mooi. Meneer Vermeer, u gaat verder metuw betoog.De heer Vermeer (BBB):Voorzitter, ik ga verder met mijn tweede onderwerp. Ik kom weer iets totrust. Ik wil in dit debat graag de suikerbelasting belichten, die eerder ookal door enkele collega’s is genoemd. Allereerst zijn er de grensregio’s. Diezitten al lang en breed aan hun taks. De prijzen van brandstof,boodschappen, tabak en alcohol zijn torenhoog. Economische activiteitverhuist van de grensregio’s naar het buitenland. Ik heb namens BBB alveelvuldig aandacht gevraagd voor deze ontwikkeling. Een suikertaksmaakt grenstoerisme nog erger. Los van de specifieke inrichting van eensuikertaks, waar ik overigens heel benieuwd naar ben, vraag ik me af hoede Staatssecretaris nadelige effecten voor onze grensregio’s gaatbestrijden. Is hij ook bereid om deze effecten beter te gaan monitoren,met name de stapeling van effecten op verschillende categorieënproducten en de bijbehorende negatieve gevolgen voor de economischeactiviteit in de regio? Die mensen gaan namelijk naast de boodschappenook nog eens schnitzel en Bratwurst eten, en dat moet ook verdisconteerdworden.Voorzitter. Het tweede aspect dat ik lastig vind aan een suikertaks, is hetargument dat deze dienstbaar is aan de volksgezondheid. Iedereen in dezecommissie weet dat de houdbaarheid van de begroting onder druk staat.Dit instrument is net als de verbruiksbelasting, net als de energiebelastingen net als de accijnzen voornamelijk een instrument om de schatkist tevullen. Als de opbrengst niet direct wordt teruggesluisd naar bijvoorbeeldhet goedkoper maken van sport, groente, fruit of dierlijke producten metessentiële eiwitten, verliest een dergelijke belasting haar morele autoriteit.Het wordt door de burger gezien – terecht, denk ik – als een ordinairmiddel om geld op te halen. Hoe reflecteert de Staatssecretaris hierop?Naast de suikertaks die eraan zit te komen, hebben we ook al eenverbruiksbelasting. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hij het trajectrond de differentiatie van de verbruiksbelasting, zoals ook eerder istoegezegd aan de Eerste Kamer, onverminderd doorzet en niet laatafhangen van de besluitvorming rond de suikertaks?Voorzitter. Dan nog twee vragen over het domein autobelastingen. Wehoren uit het veld dat de voorbereiding en uitvoering van de pseudo-eindheffing vastlopen. Een groot knelpunt is het tijdelijk beschikbaarstellen van vervangend vervoer, bijvoorbeeld bij onderhoud. Als eenwerknemer tijdelijk een brandstofauto krijgt, dan moet de werkgever nuover de hele maand de heffing betalen. Dat lijkt me niet de bedoeling. Wilde Staatssecretaris dit probleem met spoed oplossen?Dan de brandstofprijzen. Deze zijn nu al ondraaglijk hoog en kunnen nogverder stijgen. Zou het een oplossing zijn om bij prijzen van bijvoorbeeldboven de € 1,90 de extra btw-inkomsten terug te geven via een tijdelijkeaccijnskorting, zoals al eerder genoemd? Zo voorkomen we dat de totalebelastingdruk verder oploopt en is er geen gedoe over dekking nu, wantdit gaat allemaal over extra inkomsten. Kan de Staatssecretaris ookaangeven bij welke tankprijs en volume op dit moment allebtw-inkomsten begroot zijn? Dan kunnen wij zelf ook eens gaan rekenen.Tot slot. Over het schenkingsrecht is al meer gezegd. BBB wil geenverdere beperkingen, maar een verruiming. Kinderen zouden ookbelastingvrij aan hun ouders moeten kunnen schenken. Heeft deStaatssecretaris dit al eens laten uitzoeken? Zo ja, wat zijn hiervan debudgettaire gevolgen? Zo nee, wil hij dit doen en op welke termijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12324 Ik wil ook nog steun geven aan het punt over de anbi’s dat de heerGrinwis heeft ingebracht. Die heeft daar genoeg over gezegd.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan gaan we luisteren naar de heer Dekker namens Forumvoor Democratie.De heer Dekker (FVD):Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant veel succes gewenst aan dezeStaatssecretaris; dat heeft hij wel nodig, denk ik.Voorzitter. Over fiscaliteit valt veel te zeggen, vooral in tijden waarin deoverheid op bijna alle denkbare beleidsonderwerpen veel meer geld wiluitgeven. Dan loopt de fiscale druk op. Of het nu gaat over de absurdeklimaatambities, de ongeremde massa-immigratie, het met veel geldsteunen van onwinbare oorlogen, het uitvoeren van dure en onwenselijkelandbouw- en stikstofplannen, het verhogen van de defensiebudgetten diewe in het buitenland gaan uitgeven, het tegen de hoofdprijs zeker stellenvan onze energievoorziening tijdens ongekende turbulentie in de regiowaar we onze brandstof vandaan halen: al dit soort zaken kosten veel gelden worden alleen maar duurder. Dat geld moet linksom of rechtsomkomen van de Nederlanders en het Nederlandse bedrijfsleven. Hetallerbelangrijkste bij het bestrijden van fiscale druk is natuurlijk om hetmes te zetten in de genoemde onbetaalbare plannen en activiteiten.Alleen op die manier kunnen we tot een echte verlichting komen. Wehebben al dat geld dan als overheid niet nodig en hoeven het dan niet vanNederlanders af te pakken.Als we dan toch belastinggeld moeten ophalen, en dat moeten we, is hetnatuurlijk zaak om de boekhouding in de gaten te houden. Er moetvoldoende worden opgehaald. Daarnaast is het van groot belang om zogoed mogelijk naar de economisch-maatschappelijke gedragseffecten tekijken van fiscale maatregelen – veel maatschappelijke activiteit wordtfiscaal gedreven – en te bezien wat we daarbij wenselijk en onwenselijkvinden. Dit zijn de tweede- en, zo u wilt, ook derdeorde-effecten vanfiscaliteit. Naarmate de druk toeneemt, ontstaat de neiging om vooral opde boekhoudkundige kant van de zaak de nadruk te leggen. De tweede- enderdeorde-effecten dreigen dan door de financiële urgentie te wordenovervleugeld. Naar mijn gevoel zien we dit fenomeen nu optreden.Hierbij wil ik er graag twee onderwerpen uitlichten. Allereerst debox 3-problematiek. Het gaat hierbij om vermogensbelasting voorparticulieren, waarbij vermogen of het rendement daarvan onderwerp isvan belasting. De Wet werkelijk rendement box 3 is al uitvoerigbesproken. Het belasten van vermogen, van geld waarover meestal aleerder in box 1 belasting is betaald, heeft iets fundamenteel fouts.Wanneer je je best doet om iets op te bouwen, je geld overhoudt van jeverdiensten waarover je al belast bent en het opgebouwde potje wederomwordt belast, dan voel je je dubbel gepakt. Het belasten op basis vanwerkelijk rendement in plaats van op de omvang van het vermogen lijkteerlijker, maar vergalt het plezier om door slim te beleggen nog iets overte houden. Hiermee worden de meer ondernemende en risiconemendemensen als het ware ontmoedigd en zelfs verjaagd. Een ongewensttweedeorde-effect. Bovendien wordt de belastingsystematiek bijzondercomplex wanneer we serieus rekening willen houden met de werkelijkerendementssituaties en een en ander eerlijk willen laten verlopen.De angel zit ’m hier vooral in de boekhoudkundige benadering. Doordatde regering de vermeende inkomsten van de Wet werkelijk rendementbox 3 al heeft ingeboekt, kiezen we voor een carry-forwardsystematiek enniet voor carry back. Dat betekent dat de 36% belasting op rendement ineen winstgevend jaar meteen wordt geïnd, ook bij een papieren winst, enniet meer wordt teruggegeven. Over een verliesjaar wordt geen belas-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12325 tinggeld teruggegeven. Dat kan alleen worden gecompenseerd met debelasting over een winstjaar in de toekomst. Als dat ooit komt, want hetvermogen om rendement mee te maken is dan al aangesproken ombelasting mee te betalen. Voorlopig wordt de beleggingswinst afgeroomd,ook als die alleen op papier wordt gemaakt en niet in cash wordtuitgekeerd. Dit is een onevenwichtigheid en onrechtvaardigheid die vooralwordt ingegeven door boekhoudkundige overwegingen. De tweedeorde-effecten hiervan zijn niet goed te overzien, maar zouden weleens forskunnen zijn, ook voor de markten.Er is ook zoiets als een derdeorde-effect, een indirect effect. Dat gaatbijvoorbeeld over het vertrouwen van burgers in de overheid. Dat wordtmet dit soort onevenwichtige maatregelen aangetast. Een navrantvoorbeeld daarvan vinden we dicht bij huis, bij de salaris- en wachtgeldre-gelingen voor politici. In het coalitieakkoord wordt voorgesteld om determijn voor WW te verkorten van twee jaar naar één jaar. De wachtgeld-regelingen voor politici blijven echter op twee jaar staan. Ook voorTweede Kamerleden, die een hoge vergoeding genieten. Dit is eenonevenwichtigheid die het genoemde derdeorde-effect in de hand werkt:de hoge heren zorgen goed voor zichzelf. Deze onevenwichtigheid zoudenwe moeten oplossen, evenals die in het belastingstelsel.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Tot slot in deze eerste termijn van de Kamer is hetwoord aan mevrouw Inge van Dijk namens het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Inderdaad felicitaties aan de Staatssecretaris. Hij isin ieder geval lekker actief begonnen, zal ik maar zeggen. Het onderwerpfiscaliteit maakt altijd veel los. Dat zie je aan de stukken bij dit debat, doorverschillende collega’s al benoemd, en dat zie ik, waarschijnlijk net als almijn collega’s, in mijn mailbox. Het wordt dus weer kiezen. Daarom is hetgoed dat we in de procedurevergadering in ieder geval besproken hebbenvaker over fiscaliteit te praten en ook meer themagewijs.Allereerst wil ik het hebben over investeren en economisch verdienver-mogen. Dat is voor het CDA een belangrijk thema. Het gaat dan ominvesteren, innoveren en het verhogen van de productiviteit. Fiscaliteitkan daarbij een belangrijke ondersteunende rol spelen. Een paar vragenhierover. De win-winlening en de beleggersrekening naar Zweedsvoorbeeld zijn belangrijke voorstellen in het coalitieakkoord om meerparticulier vermogen de economie in te krijgen in plaats van dat hetstilstaat op een spaarrekening. Wat is het tijdspad dat de Staatssecretarisin gedachten heeft om dit verder uit te werken? Ook het samenvoegenvan de EIA, MIA en VAMIL tot een robuuste investeringsaftrek voorverduurzaming en milieuverbetering is voor ons belangrijk. Graag zoudenwij daarin ook aandacht willen voor investeringen in schone en groenetechnologie. Ook hier horen we graag hoe de Staatssecretaris dat wiloppakken. Voor verhoging van de productiviteit en oplossing van depersoneelskrapte investeren veel bedrijven toenemend in AI. Dat kanonder voorwaarden onder de Wbso, maar we krijgen signalen dat dedefinitie van AI-investeringen binnen de Wbso niet goed aansluit bij depraktijk. Is de Staatssecretaris bereid om in gesprek te gaan met onder-nemers om dit te verbeteren en naar aanleiding daarvan voorstellen tedoen voor aanpassingen?Voorzitter. Ten tweede, herziening van het fiscale stelsel en complexiteits-reductie. Er wacht een enorme taak op deze Staatssecretaris in het verderbrengen van de herziening van het belasting- en toeslagenstelsel. Voorhet einde van het jaar zal hij een agenda met mijlpalen op tafel moetenleggen. Hoe ziet hij deze taakopdracht voor zich? Is hij vooral van plan meteen procesmatig voorstel te komen of ook al een inhoudelijke agenda metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12326 scenario’s aan de Kamer voor te leggen? Wij hopen en rekenen op datlaatste. Zou hij de komende periode bij alle fracties langs willen gaan omte inventariseren wat voor partijen belangrijke punten in een herzieningzijn? We hechten namelijk aan breed politiek draagvlak.Een herziening is nodig om de complexiteit te verminderen, maar mijnfractie wil ook kijken naar kortetermijninterventies, zoals op de marginaledruk. Daarover stond een brief op de agenda over het verminderen vanmispercepties met twee belangrijke bevindingen, namelijk allereerst datmensen met lage inkomens hun marginale druk met maar liefst 28procentpunt overschatten en ten tweede dat onderzochte interventiesleiden tot een significantie afname van overschatting en een toename vanarbeidsaanbod van circa anderhalf uur per week. Dit experiment wijsterop dat de overheid, werkgevers en andere partijen het arbeidsaanbodkunnen verhogen door betere informatievoorziening, los van de helemarginaledrukdiscussie die we gewoon moeten blijven voeren. Wat gaatdeze Staatssecretaris met de bevindingen doen? Kan hij dit verderoppakken met de Ministeries van EZK en SZW?Voorzitter. Omdat ik me heb voorgenomen om ook zelf in ieder debat meteen voorstel tot complexiteitsreductie te komen, heb ik in dit geval vragenover de werkkostenregeling. Deze wordt in de praktijk als complex ervarenen dat is zonde, omdat het een nuttige regeling is voor werkgevers enwerknemers. In het coalitieakkoord is voorgenomen de werkkostenre-geling te vereenvoudigen. Hoe en wanneer wil de Staatssecretaris ditoppakken?Dan ten derde de doelmatigheid van regelingen. We hebben het vaak overdoelmatige besteding van middelen en dat dit beter kan en moet, want wepraten hier over gemeenschapsgeld en dat maakt het extra belangrijk datwe goed nadenken over waar we onze euro’s uitgeven zodat die ookterechtkomen waar ze nodig zijn. Ik heb het dan bijvoorbeeld overeffectieve ondernemersregelingen en betere vormgeving van heffingskor-tingen, maar ook over het aflopen van de 30 jaarstermijn in de hypotheek-renteaftrek over een paar jaar. Over dat laatste: deze coalitie heeftbesloten de hra niet af te schaffen en dat maakt het probleem van het per2031 aflopen van de eerste 30 jaarstermijn urgenter. Derving daarvan kanoplopen tot zo’n 1 miljard per jaar boven op de al kostbare regeling. Wezullen hiervoor met elkaar een oplossing moeten zoeken. Wanneer kunnenwe het rapport over het aflopen van de 30 jaarstermijn van de Staatsse-cretaris verwachten?Dan toch nog een paar andere puntjes. Eentje is al benoemd door eenaantal van mijn collega’s, namelijk de pseudo-eindheffing en deproblemen met de uitvoering daarvan. Inderdaad, het onderhoud dooreen werknemer van een auto van de zaak. Het is ook al benoemd doorBBB en de VVD. Ik wil daar de lesauto’s nog aan toevoegen. Dat voorbeeldvond ik ook al exemplarisch. Ik dacht: dat kan toch ook niet de bedoelingzijn? Lesauto’s zijn inderdaad over het algemeen brandstofauto’s, omdatleerlingen voor een volledig rijbewijs moeten leren schakelen. Elektrischeauto’s zijn immers per definitie automaten. In de praktijk nemen rijinstruc-teurs de lesauto ’s avonds mee naar huis en gaan ze de volgende dagweer naar de eerste leerlingen. Rijscholen wordt nu gevraagd om elkezakelijke kilometer te verantwoorden met een rittenadministratie. In depraktijk rijden lesauto’s niet van a naar b, maar rijden ze vaak willekeurigrond. De verwachting is dan ook dat lesauto’s in tegenstelling tot deverwachting van de Staatssecretaris vaak wel onder de pseudo-eindheffing zullen vallen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is hoe hijdeze punten uit de praktijk weegt en of hij bereid is om hier toch nog eensgoed naar te kijken.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ook aan mevrouw Van Dijk de vraag over de noodzaak om de accijnsdirect te verlagen en daardoor ook de btw op de brandstofprijzen. HoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12327 kijkt mevrouw Van Dijk hiernaar? Ze is van een van de coalitiedragendepartijen, dus haar stem in dezen heeft misschien wat meer gewicht danandere. Ik hoor graag wat u daarvan vindt.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik merk bij mezelf dezelfde worsteling als collega Grinwis heel duidelijk optafel legde, maar ik denk wel dat het belangrijk is dat er heel snelscenario’s uitgewerkt worden, zodat er als we besluiten dat we hierinderdaad iets op moeten gaan doen ook iets ligt. Mijn ervaring van eenaantal jaren geleden, toen we discussie hadden over de energierekening,is dat we heel veel gedimdamd hebben over een oplossing en daarmeeveel kostbare tijd zijn verloren. Ik denk dat het goed is dat de Staatssecre-taris, zoals hij volgens mij ook al in het vragenuurtje heeft toegezegd,opties gaat uitwerken en die snel aan de Kamer doet toekomen, zodat ookwij hierover snel met elkaar van gedachten kunnen wisselen.De voorzitter:Dank u wel.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Heb ik nog tijd?De voorzitter:Nee, nee.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):O. Ik wou nog iets zeggen over box 3.De voorzitter:Misschien in tweede termijn. Even kijken, de heer Hoogeveen heeft nogeen vraag.De heer Hoogeveen (JA21):Die laat ik niet voorbijschieten. Het valt me op dat het CDA een beetje stilis geweest over de Wet werkelijk rendement sinds deze is aangenomen.Alle amendementen werden weggestemd; men was overal tegen. Nou ja,goed, toen heeft de Minister van Financiën gezegd: we moeten de wetverbeteren en bekijken of er een carry back mogelijk is. Toen is demotie-Eerdmans/Bikker er gekomen, waarin we ook nog hebben bekekenhoe we naar de coalitie toe kunnen bewegen zodat de dekking binnen hetvermogensdomein kan worden gezocht. Maar ook daar stemde het CDAtegen. Mijn vraag aan de collega van het CDA is daarom: hoe heeft hetCDA gekeken naar de ontwikkelingen omtrent box 3 en hoe kijkt het naarde weg voorwaarts?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dan ga ik eerst een stukje terugkijken. We hebben met elkaar al echt eenpaar jaar gesproken over box 3. Ik heb het rumoer dat is ontstaan gezien,maar dat rumoer was er al continu. Volgens mij hebben heel veel partijendezelfde zorgen op tafel gelegd bij de diverse behandelingen. Het CDAheeft er met een kiezel in de schoen voor gekozen om voor te stemmen,omdat wij ons ook zorgen maakten over verder doorschuiven naarachteren. Dat was ook een van de redenen waarom we niet hebbengestemd voor bepaalde goede amendementen van de collega, omdat ercontinu werd gezegd: de uitvoering kan niet. De opmerking die collegaVermeer op tafel heeft gelegd, speelt bij mij dus ook wel: kan het nu danin één keer wel? Ik ben dan ook heel erg benieuwd naar het antwoord vande Staatssecretaris, misschien niet nu, maar wel in de komende tijd, wantwe hebben mede op basis daarvan keuzes gemaakt. Dan de vraag hoe hetproces is verlopen. Wij zouden dat persoonlijk anders hebben gedaan,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12328 maar we hebben dit proces met de Kamer intensief doorlopen. Ik denk dathet goed was geweest als de Kamer eerst, voordat hij ermee naar buitenwas gekomen, zou zijn meegenomen als de Minister vond dat hij eerdermoest acteren.De heer Hoogeveen (JA21):Dank voor dit antwoord. Het is ook verhelderend. Van D66 is het mebekend, maar waarom is het CDA niet meegegaan in de motie-Eerdmans/Bikker? Dat vraag ik me dan toch af. Die motie verzocht eigenlijk precieswat mevrouw Van Dijk nu zegt, namelijk dat we bekijken wat er mogelijk isqua carry back, en dat we bekijken hoe we het wel uitvoerbaar kunnenmaken en hoe de kosten kunnen worden gedekt, zoals de Staatssecretarisook in de brief heeft gezet. Waarom heeft het CDA daar toen tegenge-stemd?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Omdat wij binnen onze partij een redelijk strakke discipline hebben als hetgaat om moties en concrete dekkingen. De conclusie van onze fractie wasdat die in dezen ontbrak. Wij weten nog steeds niet waar die dekkingconcreet vandaan moet komen. Dat hadden wij wel graag gewetenvoordat we voor zouden gaan stemmen. Die discussies over disciplinehebben we volgens mij al heel vaak gehad in de Kamer. Onze fractievoor-zitter heeft ooit ook geprobeerd om met een motiequotum te komen, juistomdat we proberen die zorgvuldigheid aan te houden als het gaat ommoties.De voorzitter:Dank. Dat was de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Er staat veelop de agenda en er zijn heel veel vragen gesteld. We gaan daarom watlanger schorsen. Ik stel voor dat we het debat om 15.05 uur vervolgen. Wezijn geschorst.De vergadering wordt van 14.21 uur tot 15.05 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Financiën.We zijn in het debat over de nationale fiscaliteit aanbeland bij de eerstetermijn van de zijde van de regering. Ik geef de Staatssecretaris hetwoord.Staatssecretaris Eerenberg:Voorzitter, dank u wel. Wat fijn om hier in uw midden te zijn. Het is zelfseen kleine setting, zodat ik me ook zeer welkom voel bij u. Dank daarvoor.Ik vond het eerlijk gezegd ook een fijn debat van uw commissie. U heeftfijne vragen gesteld. Ik ga mijn uiterste best doen om daar in deze termijnzo goed mogelijk op in te gaan, maar ik vind het ook fijn om nog even ietsover mijzelf te kunnen vertellen. Voor u zit geen fiscalist, maar wel iemanddie enorm van cijfertjes houdt. Dat is een beetje mijn achtergrond. Ik hebmij de afgelopen weken ondergedompeld in deze materie. Ik heb dezelfde40 brieven als u gelezen voor deze vergadering. Dat heeft mij in iedergeval veel respect voor uw Kamerleden opgeleverd, want het is nietgemakkelijk om al die brieven te moeten lezen, ook gezien uw onder-steuning, die natuurlijk echt van andere aard en omvang is dan die vanmij; dat besef ik zeer. Dat wilde ik toch maar even onderstrepen.Voorzitter. Het is misschien ook geestig om te zeggen dat ik tijdens mijnstudie informatica zelfs een keer naar de Belastingdienst ben gegaan, dietoen allerlei studenten uitnodigde met de vraag: zou je niet bij ons willenwerken? Mijn antwoord was toen nee. Het is buitengewoon geestig dat ikondanks dat antwoord hier naast u mag zitten. Het kan verkeren, zal ikmaar zeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12329 Ik ben natuurlijk geschoold in het lokaal bestuur. Dat betekent dat«samenwerkingsdualisme» een term is die ik graag aanhang. U mag dusook van mij verwachten dat ik steeds open het gesprek met uw commissiezal voeren en ook opensta voor alle goede ideeën. Dat zeg ik alvastrichting de fractie van GroenLinks-PvdA. Dan maakt het me aan devoorkant eigenlijk helemaal niet eens zo gek veel uit welke politieke kleurdie hebben. Laten we vooral ook samen bekijken hoe we ons stelselkunnen verbeteren. Dat wil ik inkleuren met een quote op het gebouw vande Internal Revenue Service, onze Amerikaanse collega’s, in het Engels:«Taxes are what we pay for a civilized society.» Oftewel: «Belastingen zijnde prijs die wij betalen voor een beschaafde samenleving.» Een beetje opdie manier kijk ik persoonlijk ook naar belastingen, als een noodzakelijkgoed – ik besef dat sommigen misschien een ander woord zullengebruiken – om het land een beetje draaiend te houden.Er is heel veel werk aan de winkel. Volgende week gaan we doorpratenover de Belastingdienst. Ook Douane en Toeslagen vallen nu onder mijnverantwoordelijkheid. Dat zijn prachtige uitvoeringsorganisaties, die heelmooie dingen voor het land doen. Al die spelregels in ons fiscale systeemzijn superbelangrijk voor alles wat we maatschappelijk willen bereiken,maar soms zijn ze ook wel een beetje ingewikkeld. Mevrouw Van Eijkvroeg naar de prioriteiten van ondergetekende. Nou, dit is er absoluuteen: kunnen wij stapsgewijs naar een versimpeling van ons stelsel? Daarzouden we niet alleen een academische discussie van moeten maken.Hoewel we dat ook te doen hebben met elkaar, schuiven we daardoor eenheleboel dingen naar de lange termijn. We moeten ook met concretemaatregelen komen om zaken te versimpelen en te vereenvoudigen. Daarwil ik overigens ook aan al mijn voorgangers een compliment vooruitdelen, want er liggen al heel goede rapporten, waarin goedehandvatten voor die versimpeling beschreven zijn.Voorzitter, ik zal straks netjes de blokjes even noemen. Een van deprioriteiten waarop ik in de blokjes zal terugkomen, is wat je «suikerbe-lasting» zou kunnen noemen, maar ook de «prikkel op gezond gedrag».Daarmee aan de slag gaan in het systeem van fiscaliteit, maar het ookeenvoudig en uitvoerbaar houden, is zeker een andere prioriteit vanondergetekende. U zult – dat zeg ik met een knipoog, voorzitter – ookbegrijpen dat box 3 een prioriteit van ondergetekende is, of misschien isgeworden; daar hebben we met elkaar gewoon mee te dealen.Voorzitter. Dat wat betreft de introductie en de prioriteiten. Laten wesamen aan de slag gaan om het belastingstelsel, waar heel Nederland opdraait, beter, mooier en effectiever te maken.Dan de blokjes. Ik wou beginnen bij box 3, en meteen de daad bij hetwoord voegen. Dan gaan we door naar suiker. En dan naar de auto’s enalles wat daarmee verbonden is. Het vierde blokje zal gaan over hetinvesteringsklimaat. Dan heb ik de internationale zaken in het vijfde blokjezitten. Ik heb ook nog wat onderwerpen die ik niet kon combineren. Diezitten in het blokje diversen, het zesde blok. Nadat we alle verschillendeantwoorden met u hebben kunnen delen, wil ik eindigen met en weerterugkomen bij vereenvoudigen en hervormen. Dat is het laatste blokje,nummer zeven.Voorzitter. Ik begin met box 3. Ik denk dat veel sprekers van de commissiehebben gevraagd: «Waar kijken we nou naar? Wat is het kabinetvoornemens te doen met box 3?» Ik refereer kortheidshalve aan de brief.Daarin zeggen we dat we ten eerste gaan onderzoeken hoe we decarry back, de verliesverrekening met terugwerkende kracht, kunnenimplementeren. Ten tweede kijken we hoe we de definitie van start-ups enscale-ups beter kunnen laten aansluiten op de praktijk, zodat deverzachting van box 3 daarop van toepassing is.Velen van u vroegen: hoe zat het nou bij het debat over de regeringsver-klaring? Ik denk dat dat eigenlijk vrij simpel is. Er was groeiende onrust,zowel in het binnenland als in het buitenland, over het investeringsklimaatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12330 in Nederland. Zowel ik – voor de regeringsverklaring heb ik daaroveroverleg gehad met de Minister – als de Minister van Financiën, endaarmee het kabinet, hebben gezegd: dit moeten we ter harte nemen. Hetis nu aan ons om te kijken welke maatregelen bij die constatering passen,maar ook hoe die passen bij tempo maken. Dat is de middenweg die u inde brief ziet. We gaan uit van de wetsbehandeling in de Eerste Kamer,zodat we de invoerdatum kunnen halen en we niet geconfronteerdworden met een belastingderving van 2,4 miljard per jaar als we te laatzijn met de tussenstap van de vermogensaanwasbelasting. We bekijkenwat we in dat proces kunnen doen om met een aantal verzachtingen tekomen. U heeft er in de brief twee gezien. Dan snap ik heel goed de vraagvan onder anderen de heer Vermeer. Hij vroeg: «Een aantal van dieverzachtingen hadden wij ook op het netvlies staan. Waarom wordt daarin uw ogen nu anders over gesproken dan eerder?» Ik kan daartwee dingen over zeggen.Bij het vorige debat, waarvan ik stukjes heb teruggelezen, was er heelweinig tijd. Er moest snel besloten worden. Dat betekent dat een aantalvan de gegevens die mijn voorganger, die het overigens uitstekend heeftgedaan, met u heeft gedeeld, gebaseerd waren op quickscans. Nu kunnenwe meer de tijd nemen. We kunnen nu een volledige uitvoeringstoets bijde Belastingdienst doen over de implementatie van de verliesverrekening.Dat is één.Het tweede is – dan gaan we een beetje de techniek in over de dekkingvan het amendement – dat de dekking structureel op orde was, maarincidenteel niet. De motie die er nu ligt, uit het debat over de regeringsver-klaring, is natuurlijk een soort huiswerkmotie. Dat is huiswerk dat hetkabinet ter harte neemt. Wij zullen dus ook met dekkingsvoorstellenmoeten komen. In die zin zijn we aan de slag met box 3, maar moeten weook eerlijk zeggen dat het nog niet geregeld is. We gaan nu kijken naar demogelijkheden van dekkingsmaatregelen binnen het vermogensdomein.Ik zeg met een streep: binnen het vermogensdomein. Dat zeg ik ook alsuw uitvoerder van het hoogste orgaan, want dat is wat de motie zegt.Daarmee zeg ik ook nadrukkelijk niets anders dan «binnen het vermogens-domein», zeg ik richting de heer Stultiens.Voorzitter. Ik hoop dat ik met dit antwoord, waarin ik een aantal van uwvragen heb gecombineerd, zou kunnen zeggen: laten we in box 3alsjeblieft de blik naar voren weer vinden, want er is weinig tijd en wehebben nu echt de verzachtingen vorm te geven.De voorzitter:Voordat ik mevrouw Van Dijk het woord geef, wil ik even zeggen dat iktoch weer vier interrupties wilde toestaan, want we zijn al halverwege detijd en er zijn ontzettend veel vragen gesteld. Als ik te veel interruptiestoesta, dan lopen we gewoon vast aan het eind van het debat en kunnenwe ook geen tweede termijn meer houden.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik hoor de Staatssecretaris vertellen dat hij op de hoogte was van deonrust, maar blijkbaar dus ook van het feit om hier voor de regeringsver-klaring over te communiceren. Mijn vraag is dan vooral waarom ervoorgekozen is om eerst met de pers te communiceren en niet eerst met onsals Kamer, terwijl wij al jarenlang met elkaar dit gesprek voeren.Staatssecretaris Eerenberg:Dank voor de vraag. Dat snap ik. Ik verwijs kortheidshalve naar hetantwoord dat de Minister-President bij het debat over de regeringsver-klaring daarover heeft gegeven. Die heeft dat geweten aan enthousiasmebij de twee Eelco’s. Dit gebeurt soms in het vak: je loopt tegen een cameraaan en je zegt iets. Dit is, denk ik, gewoon maar even waar ik het bij hou:te enthousiast.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12331 De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt zijn ... Nee, ik bedoel: de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Voorzitter, maak ik hieruit op dat de Staatssecretaris klaar is met het blokjebox 3? Of gaat het nog verder?De voorzitter:Ja, we gaan nog even verder met box 3. Ik geef de Staatssecretaris hetwoord.Staatssecretaris Eerenberg:Dit zei ik even in zijn algemeenheid over box 3.Dan kom ik bij een aantal van de specifieke box 3-vragen. Toevallig kom ikdan bij u uit, meneer Hoogeveen, niet bij u, voorzitter. Hij vraagt namelijknaar de oproep van de Europese Commissie om het echt mogelijk temaken om beter te investeren in de lokale economieën en dus minder tesparen, en hoe zich dat verhoudt tot het nieuwe box 3-stelsel. Daar heeftmijn ambtsvoorganger al heel zinnige dingen over gezegd, namelijk: wijgaan onderzoeken hoe wij in dat nieuwe box 3-stelsel een mogelijkheidkunnen introduceren om beleggingen fiscaal te stimuleren. Dat onderzoeksluit aan bij de kabinetsbrede inzet op de kapitaalmarktunie en hoebeleggingsregelingen zich daartoe verhouden. Dat onderzoek loopt nunog. Ik zal uw Kamer en daarmee ook uw commissie, voorzitter, daar ditjaar nog over informeren. De ambitie van het kabinet is echt om ditbinnen dat box 3-stelsel te introduceren.Dan ga ik naar een andere vraag van de heer Hoogeveen. Die ging over decompound interest, de rente op rente. Naar ik heb begrepen is daaroverook een motie van de heer Grinwis aangenomen. Ik heb begrepen dat u algedeeltelijk antwoord heeft gekregen in een eerdere Kamerbrief, namelijkop de compound interest die ziet op de vermogensaanwasbelasting. Voorde vermogenswinstbelasting heeft u dat antwoord nog niet vollediggekregen. Ook daarvoor geldt dat ik u daar nog nader over zal informeren.Ik ben altijd van de school dat ik dan ook graag een concrete termijnnoem, maar die moet ik voor nu even achterwege laten. Misschien kan ikdaar in de tweede termijn op terugkomen. Er moeten nu op relatief kortetermijn best veel zaken voor box 3 uitgezocht gaan worden. De tijd is nogsteeds niet onze vriend, ook al lijkt 2028 ver weg. We hebben ook eenEerste Kamerproces te respecteren met elkaar. Dat betekent dat ik in detweede termijn nog even iets preciezer zal zijn over wanneer wij dezevraag kunnen beantwoorden, ook omdat deze meer ziet op de dooront-wikkeling en minder op het tussenstation dat er nu ligt.Dan is er nog een vraag van zowel JA21 als de ChristenUnie over deverschillende richtingen die we nu onderzoeken voor box 3. Daarvan kanik heel kort zeggen dat wij daarover voor de zomer een brief aan de Kamerzullen sturen, dus ook vóór het Belastingplan, zodat u kan zien wat al hetgestudeer van het kabinet heeft opgeleverd.Voorzitter. Dan ben ik in mijn administratie door het blokje box 3.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik ben blij dat de Staatssecretaris inderdaad een duidelijke lijn trekt onderde dekking, namelijk dat als je gaat versoepelen – het is geen geheim datdat van mijn partij niet hoeft – je de rekening ook bij dezelfde groepneerlegt, bij vermogenden en winsten. Geldt dat ook voor eventuelestappen bij vermogenswinst? De heer Hoogeveen zei daarover, terecht,dat er woorden in het coalitieakkoord staan, maar geen dekking. Ik hoorde Staatssecretaris ook zeggen dat het een tussenstap is. Ook dat hoeftvan mijn partij niet, maar stel dat er een volgende stap komt, geldt dannog steeds diezelfde rode lijn dat het betaald moet worden binnen hetdomein vermogen en winst?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12332 Staatssecretaris Eerenberg:Daarop zal mijn antwoord minder strak omlijnd zijn. Overigens klopt uwconstatering dat de ambitie is – daar gaan we volle bak voor en daar isook noodzaak toe – om zo snel als mogelijk door te ontwikkelen naarvermogenswinstbelasting. Tegelijkertijd zijn de implicaties daarvan nog teverwerken, ook de financiële. Ik denk dat we eerst ook de vraag tebeantwoorden hebben wat die financiële implicaties dan precies zijn. Ik zeiu net voor de zomer een brief toe. Daarin zal ik ook op dit aspect ingaan.Dan kan ik ook nader beschouwen hoe het kabinet de dekking voor zichziet.De heer Hoogeveen (JA21):Dank voor de beantwoording. Helder. Het zal geen geheim zijn: mijn partijis tegen het principe van vermogensaanwas. Wij hebben dus geprobeerdom deze wet, die wij een slechte wet vonden omdat we het er niet meeeens waren, te verbeteren door dan te kijken naar die achterwaartseverliesverrekening. Die wordt bijvoorbeeld ook al in box 1, box 2 en voorde vennootschapsbelasting gedaan. Wat ik dan nog steeds niet zo goedbegrijp, ook niet uit de beantwoording, is het volgende. Er is ooit eenconceptversie geweest in een ver verleden, nog onder Van Rij, waarin ditwel was meegenomen. Vraag een is eigenlijk: waarom was alle juisteinformatie ten aanzien van de derving en de kosten die ermee gemoeidzijn, er nog niet toen we het wetgevingsoverleg hadden, zoals deStaatssecretaris zojuist toegaf? De tweede vraag is de volgende. Als hetnu dan binnen het vermogensdomein gevonden moet worden, is er dan aliets waar de Staatssecretaris aan denkt om het mee te dekken?Staatssecretaris Eerenberg:De fractie van JA21 zei dat zij tegen vermogensaanwas is, maar ik ga ergevoeglijk van uit dat dat om de vermogensaanwasbelasting gaat. Ikdubbelcheck het maar even. Dat gezegd hebbend, zeg ik in achterwaartsevolgorde: ik weet nu namens het kabinet oprecht niet waar we aan denkenqua dekking, omdat dat echt nog een heel traject vergt en je dat ook altijdweer zal moeten bezien ten opzichte van andere uitdagingen die op hetbordje van het kabinet liggen. Die zijn zeer volatiel, zoals u weet. Ik kandus helaas, hoe graag ik dat ook zou doen, nog geen sneakpreview geven– ik vind dat persoonlijk altijd leuk om te doen – van de gedachtes binnenhet kabinet noch binnen mijn eigen hersenpan.Dan is uw vraag: hoe kan het dat, en de tijd. Ik heb daar in mijn introductieeen en ander over gezegd. Ik wil nu eigenlijk vooral de blik naar vorenrichten en zeggen: laten we nou een heel goede uitvoeringstoets doen,zoals we die altijd doen bij de Belastingdienst. Dat is ook een proces vanweken. Ik heb begrepen dat de vorige keer een proces van uren isdoorlopen, een zogeheten quickscan. Dan krijgen we echt beter inzichtelijkwat het betekent als je zo’n carry back, om de Engelse term te gebruiken,gaat implementeren.Over het punt van de rekening achter de carry back zeg ik het volgende.Dat is tot nu toe een naar eer en geweten gemaakte rekensom van hetdepartement geweest. Dat is een heel ingewikkelde rekensom, omdat ookallerlei gedragseffecten in te schatten zijn. Dat moet gemodelleerdworden: hoe gaan beleggers zich gedragen op het moment dat ditinstrument voorhanden komt? We zijn ook van plan om die berekening tecertificeren, zoals dat dan heet. Dan gaat ook het CPB ernaar kijken, zodatu het op een betere berekening kunt stoelen.De voorzitter:De heer Vermeer, mevrouw Van Dijk en daarna mevrouw Van Eijk, maareerst de heer Vermeer, die ook gelijk antwoord krijgt, hoor.De heer Vermeer (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12333 Dank u wel, voorzitter. Ik constateer toch dat die budgetneutraliteit danmaar steeds overeind blijft. Dat zet elke hervorming in welk fiscaal stelseldan ook vast en het zorgt ervoor dat de gedragseffecten, zelfs van dehuidige maatregel, niet minder zullen worden door de boodschap dat eriets gaat veranderen. Men weet namelijk gewoon: of ik nou door de hondof door de kat gebeten wordt, of het nou door regeltje a of door regeltje bis, ik moet hetzelfde blijven betalen. Of een van mijn collega’s ... Dan krijgtmevrouw Van Eijk opeens weer allemaal brieven van de vastgoedeige-naren, en wij ook, want het moet ergens vandaan komen. Is de Staatsse-cretaris het met mij eens dat als we echt hervorming van systemen en eenrechtvaardig belastingstelsel willen, het binnenhalen van de hoeveelheidgeld niet het uitgangspunt moet zijn, maar de vraag of het juridischhaalbaar is en of het niet leidt tot gigantische kapitaalvlucht naar hetbuitenland? Dan hebben we de regels namelijk op papier, op de tekentafelin orde en vallen de opbrengsten straks gruwelijk tegen. Rara, wat eenverrassing.Sorry, voorzitter, noteert u maar twee interrupties.Staatssecretaris Eerenberg:Ik denk toch echt dat het allebei waar is. Ik denk dus dat het waar is wat uzegt, namelijk dat het rechtvaardig en uitvoerbaar moet zijn en geenongewenste neveneffecten moet hebben. U kunt van het kabinetverwachten dat in de brief die ik net heb toegezegd reflecties daarop terugte lezen zijn. En ik heb me aan het financiële kader te houden. Dat isgewoon wel mijn realiteit.De heer Vermeer (BBB):Maar we hebben met z’n allen, nou, niet met z’n allen, maar wel met eenmeerderheid, ook een motie aangenomen waarin staat dat wij iets vindenvan die begrotingsregels zoals die er staan. Ik wil dit minderheidskabinetdus toch wel waarschuwen dat wij geen genoegen nemen met dit soortuitleggen en constructies, want op deze manier ... Al die begrotingsregelszoals die maar gehanteerd blijven worden, leiden ons juist van de enecrisis naar de andere.Staatssecretaris Eerenberg:Het omgekeerde is ook waar. Als ik nu zou zeggen dat ik mij op geenenkele wijze zou gaan verhouden tot financiële spelregels of financiëlekaders, dan maak ik er een soepzootje van. Ik zal dus toch met voorstellenmoeten komen die zich in beginsel baseren op de financiële spelregels. Iksnap ook heel goed dat wij een minderheidskabinet zijn. Overigens denkik dat dat ook heel veel kansen biedt. Ja, dan gaat u ook uw politieke werkdoen en dan gaan meerderheden tellen.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik wil heel even terug naar de ramingen, want daar hebben we ook heelveel over gesproken tijdens de debatten, tot frustratie van velen van ons.Er is ook een technische briefing hierover toegezegd aan de Kamer. Mijlijkt het goed, zeker nu alles in een stroomversnelling lijkt te raken, dat wedie technische briefing op zo kort mogelijke termijn organiseren. Ik bendan ook wel benieuwd naar het volgende. De Staatssecretaris had hetover certificering door het CPB van de ramingen met betrekking tot deachterwaartse verliesverrekening. Zou zoiets ook gemaakt kunnen wordenvoor de totale vermogenswinstbelasting?Staatssecretaris Eerenberg:Het eerste lijkt mij een verstandig idee, dus die suggestie neem ik terharte. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe dat werkt in de verkeersregeling – ikzeg het maar en dan neem ik aan dat het gebeurt. Ik kijk ook maar evenintuïtief naar links; volgens mij is het verstandig om dat te doen. In deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12334 volgorde der dingen ligt nu echt even de focus op box 3 en de vraag-stukken die daar leven, ook om het traject in de Eerste Kamer te eerbie-digen. Ik kan mij heel goed voorstellen dat de fractie van het CDA zegt: devragen die we straks over de vermogenswinstbelasting krijgen, zullen vanvergelijkbare aard en omvang zijn; dan willen we eigenlijk kunnen steunenop dezelfde kwaliteit van informatie. Dus ik vind dat een goede suggestie.Mevrouw Van Eijk (VVD):In aanvulling op deze vragen en de ramingen. De heer Hoogeveen merkteterecht op dat de achterwaartse verliesverrekening gewoon in deconsultatieversie van de Wet werkelijk rendement zat. Die is daar toenuitgehaald. Toen zijn ook de ramingen, is het basispad, aangepast. Datwas 1 miljard, zeg ik even uit mijn hoofd. Als die ramingen wordengeactualiseerd – we krijgen uiteindelijk een uitgebreide uitvoeringstoets,met ook de nieuwe ramingen – laat ons dan alsjeblieft ook de aansluitingzien tussen de oude raming en die nieuwe raming, want we raken continude weg kwijt. Daarom praten we soms denk ik ook langs elkaar heen. Mijnverzoek aan de Staatssecretaris is om dat mee te nemen.Staatssecretaris Eerenberg:Dat vind ik een verstandig idee. Dat gaan we doen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Nu we toch bezig zijn met wensenlijstjes voor box 3. Ik heb grootvertrouwen in de quickscans en ik ben altijd blij met de ambtelijkeondersteuning, maar eigenlijk hoor ik hier ook: als we het grondigerbekijken, dat zijn opeens dingen mogelijk die eerder misschien nietmogelijk waren. Mijn verzoek is dus als volgt. In het debat hebben wegeprobeerd ook voor box 3 een progressief stelsel, met verschillendetarieven, te krijgen. Het antwoord was steeds: dat kan niet per 2028 vanuitde quickscan. Kan in die brief worden meegenomen per wanneer het wélmogelijk is om ook een progressief tarief aan box 3 toe te voegen?Meerdere partijen – D66, wij, CDA – hebben dat in hun programma staan.Tot nu toe was het antwoord steeds: computer says no. Maar blijkbaar kaner nu meer dan eerder gewenst of bekend was, dus ik voeg dit graag toeaan het lijstje voor de brief die voor de zomer komt.Staatssecretaris Eerenberg:Dat zeg ik u toe. Dat is een informatiebehoefte, en in beginsel vind ik datje als lid van het kabinet moet voorzien in informatiebehoeftes. Ik zet eenkleine komma, want ik wil er ook voor zorgen dat we dit traject goed doen.We hebben namelijk nog steeds maar een paar maanden. Dat is echtanders dan een paar uur, waar onze voorgangers het mee moesten doen,maar ik wil het niet alsnog overmatig compliceren waardoor we toch weerhet oude probleem van overhaaste besluitvorming terugkrijgen. Dus ditzeg ik u toe. Daar gaan we ons uiterste best voor doen, maar ik wil er echtvoor zorgen dat we de komende maanden iets doen wat we ook waarkunnen maken.De heer Hoogeveen (JA21):Ik wil nog terugkomen op het punt dat collega Vermeer net maakte. Demotie-Eerdmans/Bikker zegt: we gaan nu kijken binnen het vermogens-domein waar we dekking kunnen vinden voor die achterwaartse verlies-verrekening. Daarvan hebben wij ook gezegd: we hadden dat liever niet indat vermogensdomein gezien, maar goed, vanwege de meerderheid dienu hier te behalen viel, hebben we gezegd «prima, kom maar met eenlijst». Daar komt het kabinet dan mee. Maar zoals de heer Vermeer ook alaangaf: het is wel een minderheidskabinet en er zullen uiteindelijkmeerderheden gevonden moeten worden. Over de gehele linie is nog niethelemaal duidelijk of er dan ook gekeken gaat worden naar andereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12335 begrotingen om de dekking vandaan te halen. Of is het kabinet heel rigidein zijn eigen begrotingen en in zijn eigen kaders? Want de Kamer heeft weluitgesproken, middels de aangenomen motie van de heer Vermeer, ombreder te kijken.Staatssecretaris Eerenberg:Zowel het kabinet als – mag ik zo vrij zij? – een aantal van u is nog eenbeetje aan het ontdekken hoe dat concept van een minderheidskabineteffectief gaat werken. Ik denk dat het antwoord op deze vraag de komendetijd – die tijd zal relatief kort zijn – zal ontstaan. Ik heb nu niet het antwoordop de vraag hoe dat dan precies gaat, hoe we over grenzen gaan werkenen met wie. Tegelijkertijd zullen wij de vraag hoe je effectief samenwerktmet een minderheidskabinet de komende weken en maanden te beant-woorden hebben met elkaar. Dat staat mijn werk voor box 3 niet in deweg, en tot nader order doe ik het zoals net geschetst.De heer Oosterhuis (D66):Nog even over de stap richting de vermogenswinstbelasting, want daargaat natuurlijk een gigantische rekening achter vandaan komen waarinderdaad geen dekking voor is in het coalitieakkoord. De Staatssecretarisliet net een beetje open waar die dekking vandaan zou kunnen komen. Deheer Stultiens refereerde er in eerste termijn aan dat de belasting oparbeid toch behoorlijk stijgt in het coalitieakkoord. Het lijkt me niet debedoeling dat werkenden of toekomstige generaties toch opdraaien voorde kosten van de stap naar de vermogenswinstbelasting. Ik zou deStaatssecretaris willen vragen waar hij dan wél aan denkt, want mijneerste blik zou toch echt richting de belasting in het domein vermogengaan.Staatssecretaris Eerenberg:Ik kan deze vraag natuurlijk goed plaatsen. Ik snap ook de gretigheid. Wemoeten tempo maken met vermogenswinstbelasting. Daar moeten wesnel mee door. Dan hebben we natuurlijk ook de vraag te beantwoordenhoe dat stelsel gaat werken. Er zullen overigens ook vragen achterwegkomen rondom belastingplanning, zeker bij vermogenswinstbelasting.Welke maatregelen gaan we dan nemen om dat ook te beperken? En hoezorgen we ervoor dat dat ook een uitvoerbaar stelsel oplevert? Er zijn dusnog heel veel vragen te beantwoorden over de vermogenswinstbelasting.Dat zijn overigens vragen waar ik veel energie in steek, zo zeg ik er ookmaar even bij. Op de dekkingsvraag wil ik in dit debat eigenlijk nietvooruitlopen.De voorzitter:Volgens mij waren dat de interrupties over box 3. Klopt dat? Dan gaan wedoor naar het blokje suiker.Staatssecretaris Eerenberg:Voorzitter. Ik noemde het net al even bij de prioriteiten waar ook de VVDnaar vroeg: zowel de suikerbelasting als de verbruiksbelasting opalcoholvrije dranken. Ik wil dit maar even per vraag doen. Ik begin bij deheer Oosterhuis, die naar de planning vroeg. Laat ik het zo zeggen: er ligtbijna een brief bij uw Kamer over de verbruiksbelasting; ik vermoed dat udie op zeer korte termijn kunt ontvangen. Ik durf in dat kader het voorjaarte noemen. Tegelijkertijd gaan we tempo maken met het vormgeven vandie suikerbelasting. Volgens mij is het evident onverstandig om daargeheel gescheiden trajecten van te maken en moeten we voorkomen datde uitgangspunten elkaar tegenspreken. Het uitgangspunt moet immerszijn: het bevorderen van de gezondheid. De ambitie van het kabinet envan ondergetekende is dus om toch een soort zwaluwstaart – een mooiebestuurlijke term, die altijd veel herkenning bij uw commissie oproept – teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12336 maken, om er in ieder geval voor te zorgen dat de uitgangspunten metelkaar in lijn zijn. Het uitgangspunt is natuurlijk gezond gedrag bevor-deren. Ik schrok ook van die 90 suikerklontjes die kinderen van 14, 15 jaarper week drinken. De verbruiksbelasting moet natuurlijk hetzelfde effecthebben als de suikerbelasting. Wij gaan dus zoeken naar de samenhang.Hoe precies durf ik u nog niet zeggen, maar u kunt in het voorjaar hetrapport over de verbruiksbelasting en de opties tegemoet zien. Ookhierover zeg ik u een Kamerbrief voor de zomer toe; dan is het weer ietsjezonniger dan in het voorjaar. In die brief zullen we het proces van desuikerbelasting uiteenzetten en laten we zien hoe zich dat verhoudt tot deverbruiksbelasting. Hiermee heb ik u een kleine sneakpreview gegeven: deambitie is om daar in ieder geval op visieniveau samenhang in aan tebrengen.Dan kom ik bij de vraag van de heer Vermeer naar de grenseffecten.De voorzitter:Toch nog een vraag op het vorige punt van meneer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ja, want wat betekent dit richting Belastingplan 2027? Past het allemaalnog in de lijn om dán de besluiten hierover te nemen? Want we hebbenhier vorig jaar al uitgebreide sessies over gehad – en dat is inmiddelstwee Staatssecretarissen geleden, met de huidige burnrate.Staatssecretaris Eerenberg:Ik ga nog steeds uit van die vier jaar, die velen van u mij bij hun intro-ductie hebben beloofd. Dat geeft mij ook een iets langere tijdshorizon. Ikdenk dat de eerlijkheid mij gebiedt te zeggen dat het Belastingplan vandeze zomer te ambitieus zal zijn. U krijgt het rapport voor die tijd, dus ukunt allicht zelf al dingen doen. Mijn beeld nu is, ook gezien de kabinets-wissel die ertussen zat – dergelijke dingen kosten tijd en hebben ookgewoon effect; het is niet anders – dat wij in het Belastingplan van hetvolgende jaar de besluitvorming over de verbruiksbelasting kunnenvormgeven.De voorzitter:Uw laatste interruptie, meneer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ik vind dit zwaar teleurstellend, zeker gezien het lange voortrajecthierover. Dit noopt ons eigenlijk te proberen om die verbruiksbelasting bijhet komende Belastingplan dan maar op de een of andere manier teontmantelen of alsnog te amenderen, want op deze manier duurt hetgewoon weer een jaar langer. Dat is onacceptabel. Wij zullen ons er metde collega’s op beraden hoe we dit gaan oppakken. Maar het is echt zwaarteleurstellend.Staatssecretaris Eerenberg:Ik snap uw perspectief. Uw perspectief is er eentje waarin u een termijnvan drie jaar schetst. Ik vrees dat mijn perspectief er een van drie wekenis. Dus ik probeer dat ook hier in mijn antwoord bij elkaar te brengen.De heer Dekker (FVD):Nog even over de suikerbelasting. De Staatssecretaris zei dat de gezond-heidseffecten cruciaal zijn; zij vormen de prioriteit. Betekent dit dat definanciële effecten secundair zijn? Ik begrijp dat er nu 800 miljoen wordtingeboekt. Is dat eigenlijk een secundair punt in de suikerbelastingover-wegingen?Staatssecretaris Eerenberg:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12337 Dan draai ik de beantwoording even om, want dit was de derde vraag dieik in mijn blokje had. Ik denk oprecht, maar misschien is dat mijnoptimisme, dat deze zaken bij elkaar te brengen zijn. Ik denk oprecht – datis ook het vertrekpunt – dat we een suikerbelasting kunnen vormgeven dieook voldoet aan de financiële tabel bij het coalitieakkoord. Helaas is deheer Grinwis om overigens begrijpelijke redenen er nu niet meer bij, maarik herken heel erg dat de tabel leidend is. Zo kijk ik ook altijd naar dit typeakkoord. Ik denk dat die belasting zo vorm te geven is. Dat is gewoon hetvertrekpunt. Wat er daarna gaat gebeuren, is voor iedereen hier aan tafeleen glazen bol, maar het vertrekpunt zijn gezondheidseffecten en debudgettaire opbrengsten die ingeboekt zijn. Er zal een effect over de tijdzijn – dat ben ik overigens met de heer Vermeer eens; die zei dat wat mijbetreft zeer treffend – en dat zullen we dan weer zien.Ik kan dit meteen verbinden met de vraag wat de suikerbelasting doet metde opbrengsten in relatie tot gezondheidsbevordering. Ja, de suikerbe-lasting gaat naar de algemene middelen, maar uit diezelfde algemenemiddelen worden door dit kabinet allerlei extra initiatieven rondompreventie en gezondheid gefinancierd. Er dus geen een-op-eenkoppeling.Ik denk ook dat dat iets is waar we altijd voorzichtig mee moeten zijn inhet stelsel. Maar vanuit de algemene middelen worden er wel degelijkextra investeringen in preventie gedaan.Dan ga ik naar de vraag over de grenseffecten. Dat is tevens de laatstevraag in het blokje suiker. Misschien even terug naar mijn tijd alswethouder in de gemeente Enschede, waar ik ook raadslid ben geweest. Ikken de grenseffecten dus. Er gaan mensen naar in dit geval Duitsland voorallerlei producten die daar goedkoper zijn. Overigens, iedereen die opzaterdag op de markt in Enschede rondloopt, ziet dat er ook heel veelDuitse gasten naar Nederland komen. Maar ik ben het eens met de fractievan de boerburgerbelangen dat je niet blind moet zijn voor grenseffecten.Dit najaar komt er een mooi rapport over accijnzen en wat die doen in degrensgebieden. Ik denk dat dat ook voor de vragen die de heer Vermeerstelt een mooie landingsplaats is om er verder het debat over te voeren.Daarnaast zullen we bij het ontwerpen van de suikerbelasting en in debrieven daarover die ik u daarnet noemde, ook even reflecteren opgrenseffecten, hoewel die zeer lastig in te schatten zijn. Ze zijn zeer lastigin te schatten, maar ik begrijp uw oproep en zal er in die brief enkelealinea’s aan wijden.De voorzitter:Mevrouw Van Eijk heeft nog een vraag over de suikerbelasting.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ja, over de gedifferentieerde verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken.Ik deel het ongeduld dat de heer Vermeer op dit dossier heeft en ik weetook dat we als Kamer iedere keer weer om nieuwe scenario’s hebbengevraagd, maar alles ligt op tafel. Volgens mij moet er vooral een keuzeworden gemaakt. Het maken van een keuze en het verwerken van de wetin het Belastingplan 2027 betekent nog niet dat we op 1 januari 2027 vande kant komen, want ook de sector en de Douane hebben voorberei-dingstijd nodig. Kan de Staatssecretaris dus een knip maken tussen debesluitvorming in het Belastingplan 2027 en eventueel de invoering vande gedifferentieerde verbruiksbelasting op 1 januari 2028, zodat iedereenweet waar die aan toe is?Staatssecretaris Eerenberg:Dat vind ik een creatief idee van mevrouw Van Eijk. Dank daarvoor. Wat ernu op mijn bureau ligt, is het rapport waar ook de alternatieven in staanbenoemd, met plussen en minnen. Dan is het ook gewoon echt politiek,want dan moeten we kiezen met elkaar. Er zal geen scenario zijn metalleen maar plussen; zo werkt het nu eenmaal. Laat ik twee dingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12338 zeggen, want ik hoor in uw commissie ter linker- en ter rechterzijde – watoverigens niet de politieke linker- en rechterzijde zijn – toch de oproep tottempo. Ik ga er opnieuw over nadenken of het gaat lukken om teversnellen. Ik hoop dat u mij gunt dat ik na de drie weken nu denk: nou,het is best complex en ik weet niet of ik het Belastingplan van deze zomerhaal met alles wat daarvoor te doen is. Ik heb het goed gehoord. Ik gakijken of we kunnen versnellen, en of we kunnen versnellen richtingBelastingplan enerzijds en als dat niet lukt of er anderzijds een creatieveoplossing met een geknipte besluitvorming mogelijk is. Aangezien ik utoch het rapport met een mooi briefje aanbied – zo doen we dat metelkaar – zal ik in die brief even het antwoord op deze vraag geven.De voorzitter:Goed. Dan gaan we door naar de auto’s.Staatssecretaris Eerenberg:Zeker, voorzitter. Dankzij het vragenuur heb ik toch zeker een halfuurtjemet u kunnen oefenen op de vraag wat het kabinet gaat doen nu deprijzen aan de pomp stijgen. Ik ga, denk ik, hetzelfde antwoord geven,namelijk dat het kabinet ziet dat mensen zich zorgen maken, dat we datook voelen, en dat we dus twee dingen te doen hebben. Ten eerstemoeten we heel goed de vinger aan de pols houden. We moeten bekijkenwaar we naar kijken. Kijken we naar iets wat structureel is, of kijken wenaar iets incidenteels, een tijdelijke piek? U mag echt van het kabinetverwachten dat wij geen maatregelen nemen die achteraf niet nodigwaren geweest, want als we dat zouden doen, doen we echt dingen metde schatkist die achteraf gezien echt zonde zijn. Tegelijkertijd mag u vanhet kabinet verwachten dat wij niet doof en niet blind zijn voor de zorgenen dat wij ons dus voorbereiden. In het vragenuur heb ik u zeer uitgebreidgeïnformeerd over dat voorbereiden. We zijn scenario’s aan het uitwerken.U heeft ook een aantal suggesties gedaan in het vragenuur. Die heb ikomarmd. We hebben er in het kabinet ook breed een gesprek over, zodatals het nodig is, we snel kunnen handelen. Maar óf het nodig is, kan ik unu nog niet zeggen. Dat zal zich de komende dagen – ik denk dat dat determijn is; eerder dagen dan weken, zeker geen maanden – gaanontvouwen. Nou, dat is het voordeel van goed hebben kunnen oefenen,voorzitter. Dit over de brandstofprijs.Wat betreft de vragen over dekking, of we dan kijken naar btw, teruggavebtw, accijnsverlaging: dat komt allemaal in die scenario’s.Dan ga ik naar elektrische auto’s. Dat is ook ...De voorzitter:Een ogenblik. U heeft nog een vraag van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Ik heb daar toch nog wel een vraag over. We kijken natuurlijk in ons eigenland wat we kunnen doen voor de mensen thuis en voor bedrijven die lasthebben van de hoge brandstofprijzen. We zien ondertussen wel dat deEuropese Commissie zich ook al in de discussie aan het mengen is, metonder andere voorstellen voor prijsplafonds en oproepen aan nationaleregeringen om de energiebelasting te verlagen. Kan ik al aan het kabinetvragen hoe dat staat in deze voorstellen en discussies?Staatssecretaris Eerenberg:U kunt het zeker vragen. Sterker nog, u heeft dat zojuist gedaan, en «u» isdan de heer Hoogeveen. Maar het antwoord kan ik u helaas nog nietgeven. Dat is omdat dit nu onderwerp van gesprek is in het kabinet. Er isnog geen kabinetsstandpunt over. Ik heb begrepen dat u ook morgen nogeen debat voert over dit thema en dat u zeer snel een debat voert over deeconomische effecten van de situatie, de oorlog in het Midden-Oosten. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12339 kabinetsbrief die rondom het weekend verschijnt, zal voor zover dat lukt,want het zijn echt allemaal schuivende panelen in korte tijd, ook reflec-teren op de Europese oproep.De voorzitter:Dan gaat u verder met de andere vragen over de auto’s.Staatssecretaris Eerenberg:De elektrische auto’s. Ik ben het overigens zeer eens met de tussenzin-netjes van de heer Oosterhuis over de afbouw van afhankelijkheid, wanthoe meer wij elektrisch gaan rijden, hoe meer energie wij van eigenbodem hebben – daar doet mijn collega van KGG echt heel goede dingenop – en hoe minder we ook met dit probleem geconfronteerd worden.Maar de vraag was: wat is de ambitie van de Staatssecretaris op hetgebied van het stimuleren van het bezit van elektrische auto’s via demotorrijtuigenbelasting? Tot en met 2028 krijgt de elektrische auto eenkorting van 30% in de motorrijtuigenbelasting en in 2029 een korting van25%. Deze percentages zijn niet toevallig: er is aan gerekend. Dat betekentdat het eigenlijk compenseert voor het gewicht, het meer gewicht, van hetaccupakket. Daarmee wordt die elektrische auto concurrerend met defossiele auto.Dat is voor ’28 en ’29, maar dan is de terechte vraag natuurlijk ook wat erdan gaat gebeuren na ’29. Nou, dan gaan we kijken naar het toekomstbe-stendig maken van die autobelastingen en ook naar de grondslag in demotorrijtuigenbelasting en hoe die kan worden omgevormd naarvoertuigoppervlakte/voertuigomvang. Er staat een prachtige zin in hetcoalitieakkoord, namelijk dat de automobilist er niet op achteruit maggaan. Ik vind een interpretatie van die zin dat óók de elektrische rijder – ikzeg dat niet in tegenstelling tot andere rijders – er niet op achteruit maggaan. U mag dus van het kabinet verwachten dat er in de doorontwik-keling van de motorrijtuigenbelasting iets zit voor het stimuleren vanelektrisch rijden.U zei ook nog, en dat eerste interpreteer ik dan maar even: dat is mooi,maar kunnen er niet wat extra prikkels komen om fossiel gebruik watonaantrekkelijker te maken? Daar zit een belangrijke stap in, want wehebben per 2027 de pseudo-eindheffing. Die gaat wel degelijk in. Dat isfeitelijk een prikkel om geen gebruik te maken van fossiele auto’s.En dan pak ik er maar meteen het volgende bij; dat scheelt me straks eenblaadje. Ik heb goed gehoord dat een aantal van uw leden zegt: ja, goedidee, maar er zitten wat randjes aan, die nu zorgen voor wat ongewensteeffecten. Ik heb ook de brandbrief van de BOVAG in de media gezien. Dieheb ik gelezen. Eerlijk gezegd snap ik die ook wel. Ik ga u daarovertoezeggen dat we ook daarover met een brief komen. Ik ga u strakszeggen wanneer u die van mij krijgt. Dan hou ik me aan mijn eigenspelregel. We gaan kijken welke ongewenste neveneffecten van depseudo-eindheffing we kunnen wegnemen, binnen het kader van eenuitvoerbaar stelsel. Als we uitzondering op uitzondering gaan stapelen,gaat het namelijk niet werken. We willen de prikkel voor het voorkomenvan fossiel gebruik ook in stand houden.Een tweede antwoord op de vraag van de heer Oosterhuis is dat in hetcoalitieakkoord, dat voor het kabinet natuurlijk leidend is, staat dat er per2027 indien noodzakelijk aanvullende maatregelen genomen zullenworden als de klimaatdoelstellingen buiten bereik gaan komen. Ik hebgeen glazen bol en het is nog geen 2027, maar mochten die aanvullendemaatregelen nodig zijn, dan zullen die ook kunnen zien op het gebruik vanfossiele brandstoffen, en dus ook op het gebruik van auto’s die daaroprijden, om het eens huiselijk te zeggen.Voorzitter. Dan wilde ik twee antwoorden combineren, namelijk die aan deheer Oosterhuis over de e-timerregeling en die over de suggestie van deheer Grinwis. Die klonk al verdacht veel als een motie, als ik zo vrij magTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12340 zijn; ik had al zo’n vermoeden. Laat ik zeggen: ik vind het sympathiek. Hetlukte niet om in de schorsing de precieze procentpunten van de overbud-gettering uit te rekenen die uw trappetje in de afbouw dan suggereert. Ikdenk dat we daar even goed met ambtelijke bijstand naar moeten kijkenen dat we moeten kijken of het trappetje nog steeds bijdraagt aan dedoelen die we met elkaar willen bereiken. Maar ik denk dat u eenhartstikke mooi pakketje heeft gemaakt als het lukt om te zorgen dat ditenerzijds de youngtimerregeling eert, anderzijds de grensgevallenverzacht die de youngtimerregeling met zich meebrengt, waar we ook oogvoor moeten hebben, en ook nog eens een prikkel op e-timers introdu-ceert. Ik heb de motie nog niet gezien, dus u hoort ook nog niet deappreciatie, maar misschien wel een soort begin van een concept. Eenaanmoediging, hoor ik. Dat is een mooie term.De heer Grinwis (ChristenUnie):Mag ik de Staatssecretaris danken voor deze welwillende reactie? Daarben ik, zijn we, blij mee. Dat geeft gewoon de kans om de al te abrupteafbouw die verbonden was met dit amendement en de dekkingsvoor-schriften die we vanuit Financiën hanteren, iets geleidelijker te maken,zonder in te leveren op het idee dat we op geleidelijke wijze afscheid gaannemen van de youngtimerregeling. Tegelijkertijd creëren we iets voor dee-timers, omdat we ook zien dat het zonde is dat EV’s als ze uit de leasekomen massaal naar het buitenland gaan, terwijl we de afgelopen jaren zoveel subsidie in het stimuleren daarvan hebben gestopt. Ik denk dat deStaatssecretaris dat met mij deelt. Is het ook een doelstelling van deStaatssecretaris dat we die iets langer in Nederland gaan gebruiken?Staatssecretaris Eerenberg:Ik heb ook goed naar de heer Dekker geluisterd, die het over tweede- enderdeorde-effecten had. In beginsel gaat het natuurlijk gewoon over demanier waarop we ervoor zorgen dat het wagenpark verduurzaamt. Twee.Mensen die een beroep doen op de overheid als betrouwbare partner,zeggen: ik zie een youngtimerregeling die ik ook nog mee kan maken, ookals die verandert. Ik denk dat dat de focus is. Ik ben het met u eens dat weer ook voor moeten zorgen dat het effect van onze regeling niet is dat weonnodig auto’s door Europa pompen. Ik vind dat eerlijk gezegd, in detranchering van de heer Dekker, een tweedeorde-effect van wat we metelkaar te bereiken hebben.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ten slotte. Ik maak graag gebruik van de ambtelijke bijstand om tot eenmotie te komen die zowel goed uitvoerbaar is als op een politiek positiefoordeel kan rekenen. Bij dezen neem ik die handschoen dus graag op.Staatssecretaris Eerenberg:De ambtelijke bijstand zal vooral op het eerste deel zien. Over hetpolitiek-bestuurlijke oordeel zullen zij geen uitspraken doen.Voorzitter. Dan ben ik aangekomen bij de pseudo-eindheffing, zoals ik hadbeloofd. Dat is een goede prikkel om te verduurzamen en een goedeprikkel in de lijn van de heer Oosterhuis. Tegelijkertijd moet ik er gewooneerlijk over zijn dat we nu zien dat die ook een aantal ongewensteneveneffecten oplevert. Dat is inderdaad allemaal deze week tot onsgekomen. Ik ga daarop studeren. Dat betekent dat ik u hierover eenKamerbrief toezeg. Ook die komt voor de zomer. Dat betekent dan eerderin de maand juni dan in de maand april.Mevrouw Van Eijk (VVD):De Staatssecretaris verwees in zijn beantwoording expliciet naar de briefvan de BOVAG. Die hebben we allemaal gehad, denk ik. Daar staan eenaantal zaken in. Ik weet niet zeker of daarin ook de suggestie van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12341 samenhangende groep inhoudingsplichtigen zit. Die geldt namelijk vooralvoor de wat grotere ondernemingen die binnen hun concern op éénniveau leaseauto’s organiseren en regelen. We weten dat het bijvoorbeeldbij de werkkostenregeling heel prettig is dat je dat gewoon als één groepkan aanmerken. Het zou dus fijn zijn als in die brief ook op dat specifiekepunt kan worden ingegaan.Staatssecretaris Eerenberg:Bij dezen. Dan heb ik nog één blaadje. Dat gaat over de lesauto’s, maar diezullen zeker in die brief terugkomen.De voorzitter:Heel mooi. Dan gaan we naar het investeringsklimaat. Meneer Vermeer, uheeft al vier interrupties gebruikt, en dan heb ik die ene niet eens dubbelgeteld. Had u een onbeantwoorde vraag? Zal ik dan heel coulant zijn?De heer Vermeer (BBB):Uw coulance is bijna oneindig. Ik had nog gevraagd op welke tankprijzende opbrengsten op dit moment gebaseerd zijn, wat betreft volume, btw enzo. Hoe staat het in de raming vermeld en welke getalletjes liggeneronder? Als we dat weten, kunnen we zelf ook eens gaan puzzelen metalternatieve maatregelen. Dat mag ook in een brief, hoor.De voorzitter:Er komt al een heel lange brief aan, geloof ik.De heer Vermeer (BBB):Maar dan niet ergens in de zomer.Staatssecretaris Eerenberg:Ja, ik heb die vraag gehoord. Het is nog best ingewikkeld om u dat nustaande het debat te overhandigen. Het antwoord kan ik u in tweedetermijn niet geven, want dat kunnen we gewoon niet produceren, maarmisschien kan ik u dan wel vertellen wanneer en hoe wij het antwoordkunnen geven.De voorzitter:Heel goed. Dan gaan we nu door naar het investeringsklimaat.Staatssecretaris Eerenberg:Ja, voorzitter. Dan kom ik bij regelingen waarvan in het coalitieakkoordgenoemd staat dat die waar mogelijk samen worden gevoegd. Daar isdoor mevrouw Van Eijk en mevrouw Van Dijk naar gevraagd. Dat gaat omde EIA, de MIA en de VAMIL. Voor de mensen thuis voor wie het volstrektonbegrijpelijk wat wij nu met elkaar zeggen: dat zijn allemaal regelingendie bijdragen aan het stimuleren van verduurzaming en investeringen incirculariteit. In het coalitieakkoord staat inderdaad de ambitie om diesamen te voegen, die robuust te maken en die eenvoudiger te maken.Daarmee zetten we dus ook weer een mooie, concrete stap voor devereenvoudigingsagenda. Ik denk dat het heel belangrijk is dat stap één isdat we gaan spreken met ondernemers, dus onder andere met RVO enmet mijn collega’s van EZK, KGG en IenW. Veel collega’s in het kabinethebben hier natuurlijk ook een opvatting over. Dat zijn overigens allemaalheel goede opvattingen. Hiervoor zullen we ook gewoon weer ons werkmoeten doen als kabinet en daarover zullen we u moeten informeren. Ikheb begrepen dat we vaker gaan debatteren met elkaar. Dat vind ikeigenlijk hartstikke leuk. Deze brief kunt u dus na de zomer tegemoetzien.Dan kunnen we daar wellicht nader over spreken in een van de debattendie we in de herfst met elkaar voeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12342 Dan de medewerkersparticipatie als onderdeel van het investerings-klimaat in Nederland. Wij werken op dit moment aan een concreetwetsvoorstel dat het fiscaal voordeliger maakt om werknemers vanstart-ups en scale-ups – dat vraagt ook weer om een definitie van diegroep – te belonen in opties op aandelen in het bedrijf van de werkgever.Daarbij wordt uitgegaan van een grondslagversmalling voor de heffingvan de loonbelasting en van een uitstel van heffing. Dat zijn de tweeinstrumenten die we wensen in te zetten. Daarbij sluiten we aan bij dedefinitie van start-ups en scale-ups, die we nu aan het verbeteren zijn,zodat we die een beetje uniform kunnen hanteren. Dat heb ik ookopgeschreven in de brief aan u over box 3. Wij doen dat in overleg met desector, want ook zij zullen een opvatting hebben over de manier waaropdit het beste zou moeten werken. Onder anderen mijn collega ThierryAartsen steekt hier ook veel energie in. Het idee is dat wij in maart 2026aan de internetconsultatie beginnen. Het is al maart 2026, dus het gaatverrassend snel. Dit gaat ons ook helpen bij de box 3-dilemma’s, want dankunnen we voor box 3 dezelfde definities hanteren.De voorzitter:Een ogenblik, Staatssecretaris. Mevrouw Van Eijk, uw laatste.Mevrouw Van Eijk (VVD):Fijn dat het kabinet daar op deze manier naar kijkt, maar ik heb daaroverook wel een zorg. Ik begrijp de definitie en de eenvoud die het met zichbrengt om zowel in de wet over de loonheffingen als in de Wet werkelijkrendement te kunnen steunen en leunen op die specifieke definitie.Tegelijkertijd zijn we heel erg voor een verruiming van die definitie. Hoeziet de Staatssecretaris dan het risico om daarop in box 3 voor devermogenswinst een uitzondering te maken? In eerdere debatten hebbenwe bijvoorbeeld gesproken over een uitzondering voor aandelen infamiliebedrijven of een onderscheid tussen courant en niet-courant. Ikvind die dan dus kwetsbaar worden. Hoe kijkt de Staatssecretarisdaartegen aan?Staatssecretaris Eerenberg:Ik onderken dit risico, maar het antwoord kan ik u niet geven, omdat ik denieuwe definitie nog niet ken. Dat lijkt een flauw antwoord, maar het isook gewoon een feit. We zijn bezig met het herformuleren van diedefinitie. Ik heb de kritiek die uit de sector van start-ups en scale-ups zelfkomt, wel echt goed gehoord. Zij zeggen dat het hen enorm zou helpenom echt een boost te geven aan de innovatie van Nederland. Het is dusook echt heel mooi om dit te kunnen doen. Of het een zodanigeverruiming of juist versmalling of wat dan ook oplevert dat je er in box 3last van krijgt, durf ik u nu nog niet te zeggen. Tegelijkertijd moeten we hetde sector niet aandoen dat men bij de ene wet tegen definitie a aankijkt enbij de andere wet tegen definitie b – laat ik dat dan maar «mijn ideaal»noemen – want anders krijgt u allemaal, en ik ook, weer heel veel mailtjes.De ambitie is dus om dat te harmoniseren, maar ik heb het risico dat unaar voren brengt, goed gehoord. Daar wil ik niet naïef in zijn. Vergeeft umij mijn optimisme, ook in dit dossier. Ik denk dat het ons, het kabinet,toch weer moet gaan lukken om daar iets slims op te verzinnen.De voorzitter:Mevrouw Van Eijk, u heeft geen interruptie meer. U heeft een vraag terverduidelijking?Mevrouw Van Eijk (VVD):Ja, voorzitter, in tweede instantie, op dit specifieke punt.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12343 Ik ben heel flexibel. Gaat uw gang.Mevrouw Van Eijk (VVD):Het benadrukt nog eens de noodzaak om heel snel door te schakelen naareen volledige vermogenswinstbelasting, want die uitzonderingen zijngewoon heel erg kwetsbaar. Dat wilde ik nog meegeven.Staatssecretaris Eerenberg:Dank. Ik snap de hartenkreet.Mevrouw Van Dijk vroeg naar het concrete tijdspad voor de win-winleningen de beleggingsrekening. Over de beleggingsrekening en de desbetref-fende oproep van de EU heb ik al iets gezegd. In het begin heb ik algezegd dat ik aan een strategische agenda werk. Die ontvangt u in mei.Dan ga ik echt aan u mededelen wat ik vanuit mijn portefeuille allemaalvan plan ben te gaan doen. Ik denk dat het heel mooi is om dit daarin eenmooie plek te geven. In de Kamerbrief van mei kunt u dus zien hoe hetkabinet en deze Staatssecretaris daar verder handen en voeten aan willengeven.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Zou de Staatssecretaris in ieder geval een kleine doorkijk in de tijds-planning willen geven, zodat blijkt hoe hoog dit op de prioriteitenlijststaat? Daar ben ik wel benieuwd naar.Staatssecretaris Eerenberg:Volgens mij is dit in mijn beantwoording in eerste termijn het eersteonderwerp dat ik nadrukkelijk koppel aan mijn strategische agenda naastde drie punten die ik zelf in mijn introductie heb genoemd. U mag er dusvan uitgaan dat dit hoog op het lijstje staat. En «u» is uiteraard mevrouwVan Dijk.De voorzitter:Ja. U kunt uw betoog vervolgen.Staatssecretaris Eerenberg:Dan ga ik in dit blokje naar de tweede vraag van mevrouw Van Dijk, en diegaat over AI-investeringen in de Wbso en over wat de sector daar zelf vanzegt. Eigenlijk deed u de oproep: ga nu eens met de sector praten, want zijzien knelpunten die het kabinet nog niet ziet. Dat gesprek ga ik graag aan,maar dat ga ik wel samen met mijn collega van EZ doen. EZ heeft daarimmers ook een verantwoordelijkheid in. Dat zeg ik u dus toe.Voorzitter. Volgens mijn administratie was dat het blokje investerings-klimaat.De voorzitter:Dan gaan we nu naar het blokje internationaal.Staatssecretaris Eerenberg:We gaan inderdaad over de grenzen heen, naar het blokje internationaal.Ik begin bij mevrouw Van Eijk. Zij merkte op dat er veel antimisbruikwet-geving en -maatregelen op ons afkomen. Zij vroeg of het kabinet zich eenbeetje kan beheersen en ervoor kan zorgen dat daarop het liefst geen ofanders zo min mogelijk nationale koppen worden gezet. Dat kan ikbeamen. Dat staat ook in het regeerakkoord. We gaan die er niet op zetten,tenzij daar echt heel zwaarwegende of gegronde redenen voor zijn. Alsdat zo is, zullen we die altijd transparant maken, zodat u ze kunt wegen,maar de inzet is absoluut: geen nationale kop.De heer Stultiens van GroenLinks-PvdA sprak over de Zucman-belasting.Hij deed een mooie oproep. Daar zaten twee elementen in en die ga ikallebei omarmen. Het eerste is dat we een gelijk speelveld nodig hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12344 Onze belastingsystemen moeten zich tot elkaar verhouden en daarvoorhebben we internationale samenwerking nodig. Hij vroeg of ik mij erpersoonlijk voor wil inzetten dat dit beter zal gaan en meer op de radar zalkomen. Ik besef dat ik een enorm grote broek aan trek als ik daar nu «ja»op zeg. Het gaat hierbij immers ook om de OESO en de VN. Er zijn heelveel belangen, maar ik vind wel dat Nederland dat moet doen. Ik ga mijdaar dus zeker voor inzetten. Ik zeg dit wel vanuit een nederigheid, wantwij zijn maar één van de vele partijen die aan tafel zullen zitten. Maar ik zalproberen om daar namens Nederland vaak en krachtig in te brengen datwe de grote verantwoordelijkheid hebben om de belastingen in de wereldzo veel mogelijk te harmoniseren, zodat ongewenste belastingplanning zoveel mogelijk wordt tegengegaan.Het tweede element dat de heer Stultiens noemde, betrof een discussieover de trailing tax en de exitbelasting. Hij vroeg mij om eens naar dieexitheffingen te kijken. Die zijn door mijn voorganger inderdaad alskansrijk betiteld. Ik heb daar de afgelopen weken het een en ander overgelezen; overigens deel ik die analyse van mijn voorganger. Het kabinetwerkt nu aan een evaluatie van de bestaande exitheffing om te achter-halen of die uitvoerbaar is én voldoende werkt. Daar werk ik nu aan. Diemoet natuurlijk werken om te voorkomen dat mensen die zeggen dat zenaar een ander land gaan, kunnen roepen dat ze de Nederlandse belastingniet hoeven te betalen. Dat moeten we met een soort «eindafrekening»,om het even huiselijk te zeggen, zien te voorkomen. Ik wil de uitkomstenvan die evaluatie heel graag afwachten. Die wordt nog dit jaar afgerond. Ikdenk wel dat we dan al een beetje voorbij de herfst zijn. Zoals u merkt,voorzitter, denk ik heel erg in seizoenen. Op basis van die evaluatie ga ikdan heel graag met u het gesprek aan over een manier waarop wij deexitheffing effectiever in kunnen zetten.De heer Oosterhuis stelde vergelijkbare vragen. Ik hoop dat ik het goedeantwoord geef als ik zeg dat ik hierover al het nodige heb gezegd tegen deheer Stultiens van GroenLinks-PvdA, maar ik ben het gewoon helemaaleens met uw analyse in uw betoog, meneer Oosterhuis. Volgens mij is datiets wat heel breed leeft.Voorzitter. Dan het side-by-sidepakket en Pijler 1 en Pijler 2. Die tweepijlers staan echt los van elkaar. In Pijler 2 gaat het er echt om te zorgenvoor een harmonisatie op het gebied van belastingheffing, zodat hetminder aantrekkelijk wordt om te «shoppen» in verschillende landen.Amerika heeft inderdaad gezegd dat het een belastingstelsel heeft datfeitelijk hetzelfde doet; dat is de positie die Amerika heeft ingenomen. Dezogenaamde IF-commissie heeft dat beoordeeld en ook gezegd dat dit zois. Ja, en dan hebben wij ons daartoe te verhouden. Dat betekent dat wijvanaf dat moment het belastingstelsel in Amerika als gelijkwaardig zienbinnen Pijler 2.Pijler 1 ziet heel erg op de digitale economie. De Verenigde Staten hebbengezegd dat zij daarover weer het gesprek gaan voeren. Hoera! Dat ishartstikke goed, want op dat vlak hebben we stappen te zetten. Dat is eenheel recente uitspraak van de Verenigde Staten. Nederland heeft dat altijdgesteund. Het is echt superbelangrijk dat wij hierbij voor dat mondialeakkoord gaan. Dat gaat enorm helpen, zeker in de digitale economie. Hetdroombeeld is toch dat we weer stappen kunnen gaan zetten in Pijler 1.Pijler 2 gaat gewoon door dankzij het side-by-sidepakket.Overigens heeft u daar heel veel vragen over gesteld. De antwoordenliggen op dit moment op mijn bureau en daar heb ik vandaag mijnhandtekening onder gezet. Die zullen in uw mailbox verschijnen en dankunt u dus ook zien hoe snel het gaat, maar ik heb mijn handtekeningeronder gezet. Overigens heb ik daarin op een van de vragen vanmevrouw Van Eijk een kleine aanvulling opgenomen over de delegatie.Dan weet zij ook dat wij heel strak kijken naar hoe dat juridisch in elkaarsteekt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12345 Door de heer Stultiens van GroenLinks-PvdA werd gevraagd of je dedigitaledienstenbelasting niet toch nationaal moet gaan invoeren. Dat isheel complex, ook wat betreft de uitvoering. Er zijn veel onzekerheden. Ikheb net iets gezegd over de ambitie om zo veel mogelijk Europees tedoen. Mijn inzet in dezen is doorgaan met Pijler 1, dus mondiaal, enondertussen de Europese DST verkennen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik ben het met de Staatssecretaris eens over de voorkeursroute, maar hoegroot is zijn geduld is als dit niet werkt? Ik hoor dit antwoord al vele, velejaren. Dat ligt niet aan hem, maar onder andere aan zijn vele voorgangers.Mijn geduld is wel op. De Staatssecretaris doet dit het liefst wereldwijd enanders Europees, maar ik ben benieuwd wanneer voor de Staatssecretarishet punt komt waarop hij denkt «het heeft helaas niet gewerkt, dus danmaar nationaal». Er zijn immers genoeg landen, ook grote, serieuzelanden, die dit al wel gedaan hebben. Ik noemde net Frankrijk, Italië enSpanje. Wanneer is voor Nederland de maat vol en gaan wij ook zelf aande slag?Staatssecretaris Eerenberg:Een goede vraag. Ook hier is mijn perspectief drie weken en niet jaren,zoals dat van u. Ik vind het oprecht moeilijk om van tevoren in te schattenwanneer je die poging zou moeten staken, want de meerwaarde van eenEuropees stelsel is heel erg groot en de ongewenste neveneffecten vanverschillende wetgeving in Europese landen zijn ook heel erg groot. Datzie je eigenlijk nu al. Als Frankijk met eigen wetgeving komt, heeft datdirect effecten. Ik vind dus dat we het relatief lang zouden moetenvolhouden om voor de Europese wetgeving te gaan. Ik besef dat ik udaarmee geen concreet antwoord op de vraag geef. Misschien kan ik in detweede termijn met een beter antwoord komen, maar de Europeaan in mijvindt toch echt dat we dit heel lang zouden moeten volhouden.Hopelijk heb ik daarmee ook de vraag van D66 over het side-by-sidepakketbeantwoord. Door het side-by-sidepakket in Pijler 2 is er een uitzonderingvoor de Verenigde Staten, maar hun stelsel is als gelijkwaardig beoor-deeld. Dat betekent dat we gewoon aan de slag kunnen. We kunnen dusmet de additionele heffingen aan de slag, ook als dochterondernemingenvan Amerikaanse ondernemingen in buurlanden gevestigd zijn. Je kandus heel veel dingen doen. Je krijgt echt een netwerk van minimumbelas-tingen.U vroeg hoe het nu zit met andere landen – «andere grootmachten»noemde u het, geloof ik. Gaan die niet te gemakkelijk ook naar eenalternatief stelsel, dat dan via side-by-side als gelijkwaardig wordtbeoordeeld? Er zijn echt goede spelregels afgesproken om dat effect kleinte houden. Er is een window. Je mag je niet tot het einde der dagenaanmelden. Landen mogen dat de komende twee tot tweeënhalf jaar nogdoen; dat zeg ik uit mijn hoofd. Dat is één. En twee: de desbetreffendecommissie toetst wel echt. Er is echt een toetsingskader waar je dan aanhebt te voldoen. Is het ideaal? Ik ben de eerste die zegt dat dat niet zo is.Het is natuurlijk gewoon een compromis, maar dat compromis zorgt erwel voor dat we door kunnen en dat we dat netwerk van minimumbelas-tingen nu wel kunnen gaan opbouwen. Het is mooi dat we dat kunnengaan doen.Voorzitter, dat was mijn blokje internationaal.De voorzitter:Heel goed. Dan krijgen we nu het blokje overig, en daarna is er nog eentoetje.Staatssecretaris Eerenberg:Ja, voorzitter. Het blokje overig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12346 Voorzitter. De pensioenfondsvrijstelling. Het is evident waar: als op deNederlandse markt meer kapitaal instroomt en dat kapitaal beschikbaar isvoor woningbouwprojecten, dan kunnen meer woningen gebouwdworden. Dat is een goede redenatie van het lid Van Eijk. Tegelijkertijdmoeten we dit wel netjes doen met elkaar. De Nederlandse pensioen-fondsen zijn niet voor niets uitgezonderd. Dat is zo omdat de belastingenop een ander moment geheven worden, namelijk op het moment dat depensioenfondsen uitkeren. Als wij nu allerlei internationale fondsen dielijken op een pensioenfonds, te makkelijk toegang geven tot onzekapitaalmarkt, dan verstoren wij dat evenwicht. Aan de ene kant wil hetkabinet graag dat er meer kapitaal op die markt komt, maar aan de anderekant wil het ook onze pensioenfondsen beschermen en voor een levelplaying field zorgen. Dit is dus een vraagstuk omtrent balans. Er is nu eentoets en we zijn aan het bekijken hoe die toets werkt: is die toets eerlijkgenoeg tegenover de Nederlandse pensioenfondsen én zorgt die voorvoldoende kapitaalinflow – een verschrikkelijk Nederlands woord – oponze markt? Hier heb ik ook overleg over met de Minister van VRO. Wijgaan u daar op korte termijn een hele mooie brief over sturen. Die gaatreflecteren op die toets en op de vraag of wij wat te doen hebben aan detoets. Wij zullen daarbij overigens ook het SEO-rapport over middenhuurbetrekken. Dat rapport zegt daar namelijk ook nuttige dingen over.Zowel door het CDA als door de VVD is gevraagd naar de werkkostenre-geling. Het goede nieuws is dat SEO ernaar gekeken heeft en zegt: hoera,ze is deels doeltreffend en deels doelmatig. Dat is fijn, want anders kom ikin een ander gesprek met u. Ik wil ook niet weglopen bij de werkgeversdie de regeling inderdaad complex vinden en vinden dat die vooral veeladministratieve lasten met zich meebrengt. Er zijn twaalf concreteaanbevelingen gedaan door SEO. Ter voorbereiding van dit debat heb ikdie persoonlijk ook met veel plezier gelezen. Nu gaan we als kabinet peraanbeveling kijken wat we daarmee kunnen. Dat doe ik ook weer samenmet de collega’s.Laat ik u één voorbeeldje geven. Ik ga nu wél een sneakpreviewtje geven.Er is een verbod op samenloop tussen de vrijstelling op reiskosten enthuiswerkkosten. Dat is heel lastig met een schaartje te knippen. Als wedat verbod zouden kunnen afschaffen – ik kies mijn woorden toch nog eenbeetje zorgvuldig – verlaagt dat direct de administratieve lasten. Zo zittenwe in de wedstrijd, om die metafoor maar te gebruiken. Dat betekent dat uook hierover een brief van het kabinet kunt verwachten. Daarin kijken weper aanbeveling wat het doet en of het bijdraagt aan versimpeling envereenvoudiging. We kijken ook naar de andere kant, namelijk debudgettaire effecten. Ook hierin ben ik namelijk gehouden aan het kader.Dan gaat u natuurlijk aan mij vragen wanneer u die brief krijgt. Dat hoort uvan mij in de tweede termijn.De vraag van mevrouw Van Dijk, over de werkkostenregeling, heb ikuitgewerkt.Zowel lid Grinwis als lid Oosterhuis vroegen naar het advies Beter Gevenvan Rinnooy Kan, over filantropie. Volgens mij hebben we de hartstikkemooie Nederlandse traditie dat we via onze fiscaliteiten filantropiestimuleren. Dat is goed. Eerlijk gezegd heb ik het rapport nog niethelemaal van a tot z gelezen. Ik ga wat dit punt betreft hetzelfdevoorstellen als ik deed bij veel van uw vragen over – hoera! – een rapport,namelijk dat wij het rapport gaan lezen en met een kabinetsreactie gaankomen. Ik besef dat ik mij weer niet aan mijn eigen spelregel hou om eentermijn te noemen – maar dat doe ik toch wel, op magische wijze. Voor dezomer komt er een kabinetsreactie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik heb een korte vraag hierbij. Wil de Staatssecretaris bij de reactie op ditrapport en op de vraag of we deze faciliteit al dan niet met clausulesmoeten herstellen in de fiscaliteit, ook ingaan op de vraag hoe dit past bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12347 het voornemen van de coalitie zoals verwoord in het coalitieakkoord?Daarin staat namelijk dat de rentmeestervennootschap een boost moetkrijgen. Kunnen we dat erbij betrekken? Volgens ligt het namelijkbehoorlijk in elkaars verlengde.Staatssecretaris Eerenberg:Bij een korte vraag hoort een kort antwoord: ja.De heer Oosterhuis (D66):Ondanks dat de Staatssecretaris het rapport nog niet heeft gelezen, wat ikbegrijp, zou ik toch wel willen weten wat zijn grondhouding hierbij is. Deregeling is door het vorige kabinet vrij snel afgeschaft. De heer Grinwisheeft dat onder andere met steun van D66 geprobeerd terug te de draaien,maar dat is niet gebeurd. De reden was toen dat het een fiscale regelingwas en dat we daarvanaf moesten. Dat was wel erg geredeneerd vanuithet idee dat de staat belasting heft en zorgt voor wat goed voor u is. Jezou ook kunnen redeneren dat we alles wat mensen onderling met elkaarregelen, stimuleren en dat we daar als staat geen belasting over heffen. Ikben wel benieuwd naar een eerste houding van de Staatssecretaris. Hoekijkt hij hiernaar?Staatssecretaris Eerenberg:Volgens mij heb ik in de introductie bij deze vraag iets gezegd over demooie traditie. Het is natuurlijk ook echt een beetje Nederlands dat wezeggen: jongens, als we letterlijk en figuurlijk om elkaar geven, dan willenwe dat ook stimuleren. U merkt aan mij dat ik naar een komma toewerk.We moeten ook wel kijken of het giften zijn die bijdragen aan de doelendie we met elkaar stellen. Dat is één. Ten tweede is de vraag of je dat dantot in het oneindige kunt doen en of de rekening dan altijd bij de staatmoet liggen. Ik vind dat je daar ook genuanceerd naar moet kijken, maarhet vertrekpunt is de mooie Nederlandse traditie van om elkaar geven.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.Staatssecretaris Eerenberg:Dan blijf ik bij geven; ik ga namelijk naar de schenk- en erfbelasting. Ookdaarover is een rapport gekomen en ik ga u daar een kleine sneakpreviewvan geven. Ik ga namelijk omarmen wat er in het rapport staat. In hetrapport staat dat de forfaits sterk gedateerd zijn. Daar ben ik het mee eens.Rentes uit de jaren tachtig zijn niet het allerbeste uitgangspunt voor dehuidige situatie. Ik onderschrijf helemaal wat er op papier staat en wat deprobleemstelling is. Ik heb deze drie weken nog niet de tijd gehad om echtte kunnen reflecteren op wat dan de oplossing is. Ook wat dat betreftmoet ik een beetje tijd kopen door een brief of iets vergelijkbaars toe tezeggen. Ik zeg nadrukkelijk dat ik wel heel erg goed snap welk probleem erop tafel ligt. Daarmee geef ik, denk ik, stiekem toch al een klein beetjeinkleuring.De heer Grinwis (ChristenUnie):De interrupties zijn gelimiteerd, hè? Ik heb namelijk een korte vraaghierover.De voorzitter:Dit wordt uw laatste.De heer Grinwis (ChristenUnie):Is dat zo?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12348 Bij twee van uw collega’s ben ik soepel geweest. Dat is geen uitnodiging,maar ...De heer Grinwis (ChristenUnie):Oké, laten we dan ter zake komen. Deze actualisatie van de forfaits is ookaan de orde geweest bij de behandeling van box 3, als dekkingsmoge-lijkheid. Mag ik de woorden van de Staatssecretaris zo verstaan dat ditpotentieel ook dekking is in het brede vermogensdomein, dat in een anderchapiter, namelijk over box 3, wordt meegenomen?Staatssecretaris Eerenberg:Ik zou kunnen zeggen: in theorie wel, maar in de praktijk weet ik hetoprecht nog niet. Ik kan u nu dus ook nog geen sneakpreview geven vanhet lijstje met dekkingsmaatregelen die het kabinet overweegt. Daar zijnwe gewoon nog niet. U heeft zelf de datum gezien van de brief over hoehet verdergaat met box 3. Die is van een zeer recente datum. Eerlijkgezegd vind ik dat het in theorie ook los van elkaar zou moeten kunnenstaan.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Eerenberg:Voorzitter. Dan gaan we naar de schenkingsvrijstelling. Overigens,voorzitter, ik heb net verzuimd mijn eigen spelregel te handhaven. U krijgtvóór de zomer een reactie over de forfaits.Dan het evaluatierapport. Dat ziet op de schenkingsvrijstelling en dat komtna de zomer. Laat ik hier het volgende over zeggen. Dit heb ik ook in demedia gezegd. Op het moment dat wij een rapport krijgen waarin staat«het is niet doeltreffend», betekent dat niet dat het kabinet automatisch totafschaffing of versobering overgaat. Dat betekent dat het kabinet het gaatoverwegen. Dat is precies wat we nu aan het doen zijn. Ik kan nog nietvooruitlopen op die overweging.Dan had de heer Vermeer nog een soort suggestie: als het kabinet hettoch gaat overwegen, zou het dan de vrijstelling voor ouders om aankinderen te schenken kunnen omdraaien, zodat je als kind makkelijker aanje ouders kunt schenken? Ik wil er altijd op reflecteren. U krijgt toch eenreactie op het rapport. In beginsel vind ik dat ik daarop moet reflecterenals een lid daarom vraagt. Ik geef hierbij ook een kleine sneakpreview vanmijn denken: dat is wel een nieuwe fiscale regeling en daar willen we metelkaar zuinig op zijn. Mijn wedervraag zou dan zijn: hoe groot is hetmaatschappelijk probleem van kinderen die aan hun ouders wensen teschenken en die dat nu niet doen omdat zij een vrijstelling missen? Ukrijgt een reflectie, maar u heeft al een beetje inkleuring gekregen.Voorzitter. Dan zijn er een aantal vragen over de anbi’s gesteld. Ik gaklip-en-klaar bevestigen – dat was de letterlijke term van de ChristenUnie –dat er geen andere kaders bestaan dan de wettelijke kaders en dat debelastinginspecteur geen andere kaders hanteert dan de wettelijke kadersen de integriteitstoets die daaruit voortvloeit. Ik heb gezien dat u het ookin andere debatten over die integriteitstoets heeft. Daar laat ik hetkortheidshalve maar bij.Dan vroeg u nog naar wat andere zaken over anbi’s, die misschien ookwat breder zijn. Wil het kabinet nou een belasting op stichtingen, ja ofnee? Mogen anbi’s wel of niet financiële steun aan andere anbi’s geven?En mogen die dan internationaal zijn? Ook daarvoor ga ik verwijzen naareen Kamerbrief. We gaan een Kamerbrief over de anbiregeling sturen.Daar wordt op dit moment al aan gewerkt. Daarin kan ik mooi al dezedingen samennemen. Die krijgt u – dat is een nieuwe in het assortiment,voorzitter – op korte termijn. Dat is eerder «in het voorjaar» dan «voor dezomer».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12349 De voorzitter:Omdat ik zo flexibel ben, mag ik de suggestie ...De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik kom snel ter zake, voorzitter. Het lijkt mij veel logischer om te werkenmet een fiscale eindheffing bij verlies van de anbistatus, en met deverplichting voor ex-anbi’s om het resterende vermogen binnenafzienbare tijd aan het algemeen nut te besteden. Ik overval de Staatsse-cretaris nu met die vraag, maar zou de Staatssecretaris dit als alternatiefvoor wat allemaal op papier is gezet, kunnen meenemen in de brief? Is datgeen alternatief om om te gaan met ex-anbi’s?Staatssecretaris Eerenberg:Ik waardeer het vele meedenken van de heer Grinwis in deze commissiezeer. Dat meen ik oprecht. Daar gaan we in die brief dan op reflecteren.Dank voor de suggestie.Voorzitter. Dan de technische invulling van het afvalpakket. Dat was eenvraag van de heer Oosterhuis en de heer Stultiens. Laat ik allereerst evenzeggen dat ik dankbaar ben dat de werkgroep uit de afvalsector hier zelfzo actief over heeft meegedacht. Ik vond het ook wel dapper, want ze zijnook wel over hun eigen schaduw heen gesprongen en zelf met alterna-tieven gekomen, ook als die elders in de keten en dus binnen de sectorpijn doen. Wij zijn nu aan het kijken wat we met die suggesties gaan doen.Daar heb ik ook mijn collega voor nodig, omdat het heel veel effectenheeft in de keten. Ik kan oprecht nu niet op die besluitvorming vooruit-lopen. Ik had u graag – misschien lukt dat in de tweede termijn – ookdaarover weer iets concreets willen toezeggen, maar ik heb ook even dehorizon nodig van mijn collega die gaat over duurzaamheid en circula-riteit. Ik wil haar niet overvallen door nu iets aan u toe te zeggen watmisschien net niet in de tijdshorizon bij KGG past.De heer Oosterhuis (D66):Volgens mij vroeg de motie om een andere invulling in de voorjaarsbe-sluitvorming mee te wegen. Het duurt niet zo heel lang meer voordat dieplaatsvindt, dus ik mag hopen dat er veel denkwerk is verricht en dat ervarianten op tafel liggen. Ik zou het dus wel waarderen als de Staatssecre-taris een concreet tijdsschema kan schetsen voor wanneer we naarbesluitvorming gaan.Staatssecretaris Eerenberg:Meer in algemene zin: we hebben een beetje een gek voorjaar, omdat hetkabinet voor de voorjaarsbesluitvorming relatief laat is aangetreden. Ikmerkte het net al aan u toen ik het over de verbruiksbelasting had. Ikdacht: een aantal dingen zullen door de kabinetswissel toch ook gewoonal snel in een volgende cyclus terechtkomen. Ik vermoed eerlijk gezegddus zeer dat we dit eerder naar de zomer zullen moeten gaan tillen.De voorzitter:Dit wordt uw vijfde, maar u bent niet de eerste.De heer Oosterhuis (D66):Dan heb ik mij misrekend, maar dank voor de coulance. Ik zou het tochwel laat vinden als dit richting de zomer gaat. Er is natuurlijk superveelonzekerheid in die markt. Ik denk dat daarover eerder duidelijkheid nodigis. Volgens mij krijgen we de Voorjaarsnota vóór 1 juni. Dat duurt nog weleventjes. Ik zou de Staatssecretaris dus toch willen vragen om te bekijkenof hier echt wel in het voorjaar over besloten kan worden.Staatssecretaris Eerenberg:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12350 U merkt wat terughoudendheid bij mij. Dat komt ook omdat ik geenoverleggen heb kunnen plannen met mijn collega, en ik ook niet iemandwil overvallen met een tijdschema waarmee we daarna allemaal teleur-stellingen organiseren. Ik hoor de ambitie en voel die eerlijk gezegdpersoonlijk ook wel, dus ik ga hierop denk ik hetzelfde zeggen als wat iknet zei over de verbruiksbelasting. Ik ga echt een ultieme poging doen omte versnellen, maar ik kan u dat pas toezeggen nadat ik overleg hebgehad. We gaan die ultieme poging zeker doen, ook om het harde werkvan de afvalsector zelf te eren, want die heeft ook zijn best gedaan omsnel klaar te komen.Dan de 30 jaarstermijn, uiteraard bij de hypotheken. Daar kunnen we nogeen avondvullend programma over doen, maar de vraag was eigenlijkrelatief simpel, namelijk: wanneer komt dat rapport? Dat is begin april.De voorzitter:Mooi. Volgens mij gaan we nu naar het toetje: vereenvoudiging enhervormingen.Staatssecretaris Eerenberg:Zo is het maar net, voorzitter. Ik heb u al de strategische agenda genoemddie u in mei krijgt. Ik noemde uit eigen initiatief al een aantal onder-werpen. In mijn eigen top drie – ik heb richting de fractie van het CDA netde vierde genoemd – staat absoluut de vereenvoudigingsagenda. Hoe zietdie vereenvoudigingsagenda eruit? Als ik dat wist, zou ik hem nunatuurlijk opdreunen, maar ik zie een beetje voor me dat er eigenlijk tweesporen in zitten. Het eerste spoor gaat over het stelsel en wat we op hetvlak van het stelsel te doen hebben. Maar dat is ook een trage vraag. Alsje je gaat focussen op de trage vraag, is het risico dat je veel denkt enweinig doet.Daarom wil ik het eigenlijk hand in hand laten gaan met een tweedespoor. Dat gaat wat concreter en in behapbare tijdseenheden metvereenvoudigingen komen. Het mooie is dat dat, naar ik begrijp, heel ergaansluit bij de motie-Grinwis. Die stelde voor om elk jaar met eenvereenvoudigingspakketje te komen. Ik weet niet of dat elk jaar een wetzal zijn. Ik vind ook dat hier doel en middel een beetje uit elkaar moetenlopen. Misschien lukt het ons namelijk wel om elk jaar ... U krijgt elkvoorjaar die fiscale beleids- en uitvoeringsagenda waarvan je de afkortingnauwelijks kan uitspreken. Misschien is het heel mooi om het daar juist inte integreren. Misschien is het ook mooi om elk jaar in het belastingplanherkenbare vereenvoudigingen te zien. Dan ziet u het eigenlijk twee keerper jaar. In het tweede spoor wil ik dus eigenlijk onze bestaande ritmiekbenutten om elke keer weer met vereenvoudigingen te komen. Overigenszal ik dat in de brief in mei wat meer inkleuren. Zo kunt u ook het proceszien. Dat is één.Het tweede. Onderdeel van die vereenvoudigingen zijn natuurlijk ook degrote hoeveelheid fiscale regelingen die we hebben. Daar is ook eenmooie motie over aangenomen, de motie-Dassen. Ik moet zeggen dat ikdie urgentie heel erg deel. Ik merk ook in dit commissiedebat dat eenaantal van u zegt: kijk nou eens naar die regelingen. Ik voel ook welenergie om daar wat mee te doen. Maar het gaat van ons allen veelvragen. Dit vraagt van ons allen namelijk om over onze eigen schaduw tespringen. Al die regelingen hebben namelijk allemaal een politieke vaderof moeder. Ooit waren ze nodig of kwamen ze tegemoet aan eendoelgroep in de samenleving die altijd goede dingen doet voor onzesamenleving. Dus als we hier meters op willen maken, wat ik heel graagzou willen, zullen we allemaal over onze eigen schaduw heen moetenspringen. Dat zeg ik er maar even vooraf bij. Dat gesprek ga ik graag metuw commissie aan. Het zal lucht en ruimte in het stelsel brengen.Dan ga ik naar de Sociaal-Economische Raad. Die doet hier onderzoeknaar. Een vraag van D66 was of ik niet alsnog formeel een verzoek zouTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12351 willen doen. Ik denk eigenlijk dat we dat niet moeten doen. Dat is nietomdat ik het rapport een andere status wil geven, maar omdat ik hebbegrepen dat ze een heel eind op streek zijn. Als ik nu een formeleadviesaanvraag bij de SER indien, dan gaat het er eigenlijk doorheen. Danmoet de SER zich ook weer gaan verhouden tot de formele vragen die iknamens het kabinet stel. Eigenlijk hoop ik dat ze gewoon snel klaarkomenmet het rapport. Dan beloof ik u dat ik dat rapport gewoon net zo zalbehandelen als elk ander rapport dat ik krijg. Dan is het gewoon eenrapport waar wij ons toe gaan verhouden. Het doet dan niks af aan destatus van dat rapport. Ik hoop dus eigenlijk dat de SER gewoon lekkerdoorwerkt en een mooi rapport neerlegt, dat ons allen inspiratie gaatgeven om te vereenvoudigen.Voorzitter. GroenLinks-PvdA vroeg mij nog om een reflectie op hetcoalitieakkoord. Een mooie vraag. Laat ik pogen iets staatsrechtelijks tedoen. Het is de eerste keer dat ik dat probeer! Het coalitieakkoord is vooreen lid van het kabinet gewoon een gegeven. Het is wat het is. Ik verhoudme ertoe. Ik voel me in die zin ook niet helemaal uitgenodigd om daar inuw commissie een soort recensie van te geven. Tegelijkertijd zijn wij eenminderheidskabinet. Dat betekent dat het coalitieakkoord ook altijdvrienden zal moeten vinden in de oppositie.U vroeg ook of ik opensta voor suggesties vanuit de kant van GroenLinks-PvdA. Daarover heb ik al iets gezegd in mijn introductie. Ja. Maar ik staopen voor elk goed idee. U zult begrijpen dat ik niks anders dan dat kanzeggen.Dan de motie-Maatoug. Dat is toch leuk om te horen. Voor de mensen diehet niet weten: tot drie weken geleden was mevrouw Maatoug mijncollega-wethouder in het Utrechtse. Laat ik dit zeggen: bij elke nieuweregeling die wij gaan introduceren, voegen we het liefst een horizonbe-paling toe. Als we dat niet doen, wijken we gemotiveerd af. We maken datdan transparant, zodat u kunt zien waarom we dat niet doen. Ik snap ookdat de wens van de motie-Maatoug is om bij alle bestaande regelingeneen horizonbepaling in te voegen. Dat is uitvoeringstechnisch gewoonniet haalbaar. Er moeten dan zó veel dingen aangepast worden. Ik snaphet idee erachter helemaal, maar laten we het maar stapsgewijs doen bijnieuwe regelingen. En als we met de motie-Dassen aan de slag gaan ... Jezou eigenlijk kunnen zeggen dat dat ook een horizonbepaling is. Die motieroept namelijk eigenlijk op om alles opnieuw te overwegen. Nou ja, daaris de horizon meteen mee geschetst.Ik ga naar de marginale druk.De voorzitter:Oké, maar eerst heeft de heer Stultiens een interruptie.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik wil hier toch oud-collega Maatoug eren. Ik snap dat we niet onnodiguitvoering moeten toepassen. De afgelopen jaren is er alleen gewoon teweinig gelukt, voor de hele Kamer en het kabinet, bij het afbouwen vanfiscale regelingen. Ik hoop dat we echt strenger worden. Dat geldt vooronszelf, maar ook voor het kabinet. We moeten echt andersom gaanredeneren: «wat willen we behouden?» in plaats van «welke kan eraf?» Deafgelopen jaren heb ik namelijk gezien dat het eerder licht toeneemt. Dathoor je ook in het debat van vandaag weer. Ik hoop dus echt dat deStaatssecretaris een stapje erbij wil doen, ook bij de bestaanderegelingen, en dat hij kritisch blijft kijken welke we kunnen afschaffen engebruiken voor tariefverlaging.Staatssecretaris Eerenberg:Dat onderschrijf ik volledig. Ik geef er dezelfde winstwaarschuwing bij alsnet: het zal van ons allemaal in deze commissie vragen dat we politiekemoed hebben en over onze schaduw heen springen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12352 Voorzitter. Dan kom ik bij de laatste twee vragen. Ik was bij de marginaledruk. Er is hartstikke mooi onderzoek, zeg ik richting mevrouw Van Dijk.Dat zegt namelijk dat je zonder dat je het stelsel aanpast, in de communi-catie al heel veel kunt doen. Mensen denken namelijk dat het niet loontom meer te gaan werken, maar in de praktijk valt dat eigenlijk heel ergmee. Deze handschoen wil ik dus heel graag oppakken. Ik zal daar ook inde strategische agenda wat woorden aan wijden. Met communicatie, enmisschien zelfs ook wel met goeie webapplicaties, kun je namelijk al heelveel doen om mensen te stimuleren om meer te werken. Arbeid moetlonen; dat is uit mijn hart gegrepen. Als je niet meer gaat werken omdat jeonterecht denkt dat het niets oplevert ... Dat is volgens mij de eerste winstdie we met elkaar kunnen pakken. Ik omarm dit dus volledig.Voorzitter. De laatste vraag volgens mijn administratie – ik hoop dat hetgoed is gegaan – betreft het ambtelijke rapport Kansen voor lageretarieven en beter beleid, over de aanpak van fiscale regelingen. Dat wil ikeigenlijk verbinden met de motie-Dassen. Zoals ik net zei, moeten we daarmet volle kracht vooruitgaan. Als we conform de motie-Dassen aan deslag gaan met al die fiscale regelingen, dan kom je namelijk eigenlijkvanzelf op de kern van dat rapport uit. Ik zal ook hier in de brief in mei, inde strategische agenda, het nodige aan wijden. Dit is namelijk een van desporen in de vereenvoudigingsagenda.Voorzitter, dat was volgens mij mijn eerste termijn in deze commissie. Ikvond het, eerlijk gezegd, waanzinnig leuk.De voorzitter:Ik moet zeggen dat ik u moet complimenteren voor de bondigheid, voorhet tempo en voor de volgens mij heldere antwoorden. Over de inhoude-lijke kwaliteit ga ik als neutrale voorzitter natuurlijk niks zeggen. Dat is aande leden. Het mag, maar ik doe het niet.We gaan even een korte tweede termijn doen. Ik begin bij de heerHoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Voorzitter, dank. Dank aan de Staatssecretaris. Ik denk dat ik me kanaansluiten bij de voorzitter: hij zit scherp in de wedstrijd. Het warenduidelijke, heldere en korte antwoorden. Dus dank, nogmaals.Er was al een vooraankondiging voor een tweeminutendebat gedaan dooreen collega. Ik weet niet meer wie het was. Bij dezen doe ik dat verzoekvia de voorzitter.Ten aanzien van box 3 denk ik dat de Staatssecretaris een coherentverhaal heeft gemaakt bij iets wat toch meer leek op een soloactie inplaats van een kabinetsbrede actie. Ik denk uiteindelijk dat het goed is datnu duidelijk is waar we heen gaan ten aanzien van box 3. Aan de ene kantgaan we inzetten op het verbeteren van de vermogensaanwasbelasting ende Wet werkelijk rendement. Dat proces gaan we in. Aan de andere kantgaan we concreet toewerken naar de volledige vermogenswinstbelasting,conform het coalitieakkoord.Ik had nog wel een vraag ten aanzien van het effect van compounding.Volgens mij zou de Staatssecretaris in tweede termijn nog ingaan op demotie-Grinwis. Die is wat smaller dan ons verzoek, maar misschien kan deStaatssecretaris in de tweede termijn nog verduidelijken wat hij bedoelde.Ten slotte. Ik vond het positief om te horen dat het kabinet kijkt naar deEuropese kapitaalmarktunie om daar een ander regime, eventueel binnenbox 3, neer te kunnen zetten om ervoor te zorgen dat beleggers wat meervan hun eigen rendement overhouden.Bij dezen. Dank u.De voorzitter:Mevrouw Van Eijk namens de VVD.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12353 Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me ook aan bij de complimenten aan deStaatssecretaris voor de krachtige en bondige beantwoording, maarvooral voor het ook écht beantwoorden van vragen. Ik weet dat er nogheel veel Kamerbrieven gaan komen, maar ik vind het heel prettig om teweten wanneer we wat kunnen verwachten en wanneer we daar opnieuwmet elkaar het debat over kunnen aangaan.Ik heb nog één verzoekje omtrent box 3. Dat gaat over de hersteloperatieen de raming daarvoor. Er is, uit mijn hoofd, ruim 16 miljard vooringeboekt. Daar hebben we ook al best wel veel debatten met elkaar overgevoerd. Er zou ook nog een uitvoeringstoets en een herijking plaats-vinden. Ik denk dat het wel heel erg fijn zou zijn als we zouden weten waarwe staan op dat dossier, ook als het gaat om de vraag in welke jarenwelke bedragen nog inboekt staan en of we nog steeds vinden dat dieramingen accuraat zijn of de beste inschatting geven.De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Stultiens van de GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ook ik ben blij met de antwoorden en het tempo. Dat is een prettigemanier van debatteren. Ook mijn complimenten voor de spoedcursusbelastingen. In een paar weken 40 rapporten doornemen waar wij al jarenmee bezig zijn, is goed gedaan!Ik wil nog wel een punt maken over de discussie over arbeid versusvermogen. Ik vind het collegiaal dat deze Staatssecretaris doet alsof hetallemaal heel gezamenlijk was de vorige keer. Dat snap ik vanuit zijn rol,maar als de vraag komt hoe we de vermogenswinst gaan betalen, danneem ik aan dat het uitgangspunt is dat dit gebeurt binnen het domeinvan vermogen en winst. Ik vind het wel zorgelijk dat de Staatssecretarisdaar nog niks over durft te zeggen. Dan word ik meestal bang dat derekening terechtkomt bij gewone mensen of de staatsschuld. Ik hoop dathij ons vandaag gerust kan stellen en anders binnenkort als we meerinformatie krijgen.Een paar andere korte punten. Het is fijn dat er Europees aan de slaggegaan wordt met een digitaks. Ik wil wel benoemen dat het soms ookhelpt om de druk richting andere landen op te voeren door zelf nationaalbeleid voor te bereiden. Dan zie je vaak dat er opeens meer mogelijk isdan je denkt.Ik sluit me aan bij het punt van collega Oosterhuis over die plastic-heffing.Dat heeft echt wel haast, want het bedrag hangt als een zwaard vanDamocles boven de markt. Ik zag zelfs op weg hiernaartoe een grootbillboard hangen over deze belasting. Laten we dus inderdaad de drukopvoeren. Wat ons betreft komt er een beter plan voor de hele keten inplaats van alleen een eindheffing.Dan echt tot slot. Ik ben echt blij met de opmerking van de Staatssecre-taris over de forfaits rondom de erf- en schenkbelasting. Het was vast eensneakpreview. Ik lees daarin dat er geld wordt opgehaald binnen hetdomein van vermogen en winst. Dat juich ik toe. Hopelijk kan het wordengebruikt voor belastingverlichting in het domein arbeid en inkomen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Oosterhuis namens D66.De heer Oosterhuis (D66):Dank, voorzitter. Inderdaad dank aan de Staatssecretaris voor de heldereen beknopte beantwoording. We hebben afgesproken vaker te gaandebatteren over de fiscaliteit. Dat wordt op deze manier alleen maarleuker. Dank ook voor de vele brieven die zijn toegezegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12354 Ik heb nog een paar vragen en opmerkingen over box 3. Mijn agenda isvermogen zwaarder belasten en arbeid minder, zeg ik ook tegen de heerStultiens. Ik wil ook zeker niet de andere kant op, ook niet als het gaat omde dekking van box 3.Wat betreft de suikertaks dank ik de Staatssecretaris voor de toegezegdebrief. Heel fijn dat de Staatssecretaris toch nog gaat proberen om in hetvoorjaar te besluiten over de differentiatie van de verbruiksbelasting. DeStaatssecretaris gaf aan dat gezond gedrag belangrijk is voor hem, ook bijde suikertaks die daarna volgt. Ik had gevraagd of er wordt gedifferen-tieerd naar suikergehalte. Daar heeft de Staatssecretaris nog niet opgeantwoord. Misschien kan hij daar in tweede termijn nog op ingaan.Tot slot. Dank voor de positieve reactie op de vraag van de heer Grinwisover het vervolg op het amendement dat ik samen met de heer Grinwisheb ingediend. Ik vind het chic dat de heer Grinwis nu met een concreetvoorstel komt omdat het amendement toch net wat anders uitpakt danbeoogd. Ik kijk heel graag naar een gezamenlijke oplossing om ervoor tezorgen dat we de youngtimers op een betere manier uitfaseren en om tezorgen voor een betere markt voor tweedehands elektrische auto’s.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Grinwis namens de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Ik dank mijn collega Oosterhuis. Hij gaf eigenlijk de voorzet omte verzoeken om spoedig een tweeminutendebat in te plannen. Dat wasnog niet aangevraagd, dus bij dezen. Was het wel aangevraagd? O,excuus. Dan sluit ik me helemaal aan bij het verzoek van collegaHoogeveen en vraag ik om een beetje spoed. Dat heeft als achtergronddat de markteffecten van dat aangenomen amendement best wel grootzijn. Het is dus ook belangrijk dat er snel helderheid is over hoe het danwel kan, zodat dat op weg naar ’27 helder is. Mocht het worden aange-nomen, dan is het ook van belang dat het helder wordt bij deVoorjaarsnota, zodat er helderheid over komt voor de markt. Dat is, denkik, wel belangrijk. Dat zijn we als overheid, denk ik, ook wel verplicht. Ikdank de Staatssecretaris sowieso voor alle heldere antwoorden, maar datis door mijn collega’s al gezegd.Dan over de vereenvoudigingsdag. Ik wil toch nog even benadrukken datdit als een zelfstandig moment in het jaar is bedoeld. Voor je het weet,wordt het in bestaande processen en procedures ingebed en kan iedereenblijven doen wat hij al deed. Het idee is echt om een apart plan ofwetgevingsmoment te maken tegenover het belastingplan, omdat hetbelastingplan de neiging heeft de boel te compliceren, ook uit de aard derzaak dat in de augustusbesluitvorming complexiteitsreductie helaas nietvooropstaat. In het voorjaar kunnen we dat wél. Sowieso is er in hetcoalitieakkoord een breder voornemen afgesproken om hiermee metmeerdere domeinen dan alleen fiscaliteit aan de slag te gaan. Laten wealsjeblieft naar een gezamenlijk moment streven, zonder dat dit – zeg ik inde woorden van de Staatssecretaris – in mindering komt op het gegevendat je andere momenten ook moet aangrijpen.Dan een laatste vraag, voorzitter.De voorzitter:Wilt u dan wel afronden?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja. Er is heel veel strijd geweest over welke sector wel en niet onder ETS2komt en over de bijmengverplichting. Tot 2030 is er compensatie voor,maar er is ook nog een tijd na 2030. Hoe gaat het er dan bijvoorbeeldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12355 uitzien voor de tuinbouw en hoe verhoudt dat zich tot Europese staats-steunregels?Tot zover.De voorzitter:Dank. De heer Dekker namens Forum voor Democratie.De heer Dekker (FVD):Dank u, voorzitter. De teneur van dit debat is toch dat de belastinguiteindelijk wordt verzwaard voor de Nederlander. Dat is, denk ik, niet tevermijden. In die omstandigheden heeft de Staatssecretaris het primagedaan, wat mij betreft. Hij heeft een heel actief en positief debat gevoerd.Ik maak me wel een klein beetje zorgen over de grote hoeveelheidtoezeggingen die hij gedaan heeft. Ik weet niet of hij die allemaal kanwaarmaken. Ik wens hem in ieder geval heel veel wijsheid en energie toevoor de komende tijd.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank voor de beantwoording. Fijn dat er concrete brieven op concretevraagstukken worden toegezegd – dat helpt – in plaats van groteverzamelbrieven waarbij je alle puntjes eruit moet filteren.Met betrekking tot de pseudo-eindheffing krijgen we natuurlijk meteenalweer signalen vanuit de praktijk. Ze zeggen: goh, in juni komt de brief,maar krijgen we dan ook concrete duidelijkheid? Dat is dus nog een vraagaan de Staatssecretaris.Met betrekking tot de win-winlening en de beleggingsregeling ben ik blijdat die hoog op het lijstje staan, maar ik hoop ook echt dat er snel eenconcreet voorstel naar de Kamer gaat komen.Tot slot. De heer Grinwis had het erover dat het belastingplan over hetalgemeen veel complexiteit toevoegt. Ik zou de Staatssecretaris dus willenuitdagen om met een belastingplan te komen dat dat niet of maar in zeerbeperkte mate doet.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de Staatssecretaris. Kan hij gelijk antwoordenof wil hij even een paar minuten schorsen? We schorsen vijf minuten.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Financiën.In het debat over de fiscaliteit zijn we toe aan de tweede termijn van dezijde van de regering. Ik geef het woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Eerenberg:Voorzitter, dank u wel. Dank ook voor uw reflecties in de tweede termijn. Ikheb in die tweede termijn ook een heel aantal aanmoedigingen gehoord.Die heb ik allemaal gehoord. Ik ga er niet nog een keer op reflecteren,maar beperk mij tot de concreet gestelde vragen, als u mij dat toestaat,voorzitter.Dan begin ik bij de vraag van JA21 over de compound interest. Ik heb algezegd dat we in de brief over box 3 op dit punt reflecteren. Of het gaatlukken om al die dwarsdoorsnedes te maken die u graag ziet? Dat is bestingewikkeld. Tijd is daarin toch niet onze vriend. Misschien kunnen we hetvolgende met elkaar afspreken. Voorzitter, u moet mij maar helpen als ikiets zeg wat niet past in het verkeer tussen Kamer en kabinet, maar mijnvoorstel is als volgt. Wij sturen die brief. Wij doen ons best u daarmee zoTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12356 veel mogelijk inzicht te geven. Als dat onvoldoende is, kunnen we heelvaak vragen en brieven naar elkaar sturen, maar misschien is het veelpraktischer om een sessie te beleggen. Soms moet je ook gewoon evenachter een scherm zitten en er goed naar kijken en het samen doen.De voorzitter:De commissie kan in een procedurevergadering besluiten om eentechnische briefing te houden en daarin kunnen zaken meer in detailgewisseld worden.Staatssecretaris Eerenberg:Dan zeg ik u pro forma dat ik bereid ben om die technische briefing teorganiseren.Dan vroeg de VVD naar de hersteloperatie box 3 zoals we die nu doen.Daar wordt door heel veel mensen bij de Belastingdienst heel hard aangewerkt, heb ik al gezien. We spreken volgende week over de Belasting-dienst. Misschien mag ik u heel praktisch suggereren dat ik in dat debatmondeling met een stand van zaken kom over waar we staan ten opzichtevan de geraamde budgetten.Dan vroeg GroenLinks-PvdA opnieuw: als we naar de vermogenswinstbe-lasting gaan, kan de Staatssecretaris dan nu alvast zeggen dat de dekkingvan de derving die daaruit voortkomt ten opzichte van het basispad danuit het vermogensdomein gaat komen? Soms weet ik dingen oprecht niet.Ik moet u mijn oprechte antwoord over wat ik doe schuldig blijven, wantik weet het gewoon nog niet. U moet het niet anders interpreteren. Ik weethet gewoon oprecht niet. U hoeft ook niet bang te zijn dat daar iets andersachter schuilgaat. Tegelijkertijd kan ik u ook nog niet toezeggen dat hetzus of zo zal gaan.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Heel kort. Het is natuurlijk geen exacte wetenschap, maar een politiekekeuze. Ik moedig de Staatssecretaris aan om hiervoor te strijden. In hetverleden is het weleens anders gelopen – laat ik het zo formuleren – metname rond de hersteloperatie box 3. Vele miljarden moesten toen vooreen deel van de gewone werkende mensen komen. Dat zou ik graagwillen voorkomen.Staatssecretaris Eerenberg:Ik heb die aanmoediging goed gehoord.De heer Oosterhuis van D66 vroeg: kan de suikertaks gedifferentieerdworden naar percentage suiker in het product? Hij noemde het eensneakpreview. Dit is echt complex. Het gaat niet alleen over het gezond-heidsaspect. Daar wil ik graag mijn redeneringslijn laten beginnen, maarhet gaat ook over de vraag wie het gaat uitvoeren – is dat de douane of deBelastingdienst? – en hóé het uitgevoerd moet worden. We zullen hetmidden moeten bewandelen tussen een regeling die voldoet aan hetfinanciële kader van het coalitieakkoord, die bijdraagt aan de gezond-heidsdoelen en die uitvoerbaar is. Als wij het in die driehoek complexermaken op bijvoorbeeld gezondheidsbevordering, dan kan dat op dieandere twee poten van de driehoek dermate negatieve effecten hebbendat je het toch niet kunt gaan doen. Dit is een zeer abstract antwoord – datbesef ik – maar ik ga u wel zeggen dat differentiatie een zeer serieuzeoptie is. Maar het moet wel binnen die driehoek passen. Als het nietbinnen die driehoek past, dan kunnen we het wel zeggen tegen elkaar,maar dan kunnen we het niet uitvoeren. Daarmee spannen we het paardachter de wagen. Het is in ieder geval een zeer serieuze optie. We zieninderdaad in andere landen dat het zo werkt.Dan vroeg mevrouw Van Dijk van het CDA of de brief over de pseudo-eindheffing duidelijk zal zijn en of er maatregelen in staan. Dat is wel onsvoornemen. Zij gaat pas in per 1 januari 2027. Ik snap de druk vanuit deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12357 sector, maar dat geeft ons ook nog wel even de tijd om te bekijken wat ernu op tafel ligt, wat de ongewenste effecten zijn, hoe je die kunt mitigerenen wat de effecten daarvan zijn. Mijn ambitie is om in die brief dan ookklare wijn te schenken, ook als de boodschap ongemakkelijk is. Dat hoortook bij klare wijn.Voorzitter. Dat was mijn eigen administratie. Dan ga ik naar de mijaangereikte administratie en kom te spreken over de ETS2. Ik denk dat devraag vooral ziet op hoe verder na 2030. Zo interpreteer ik het, want ik kanwel een heel verhaal houden over glastuinbouw in de komende jaren. Ikheb u in dit debat één smaakje van toezeggingen nog niet gedaan en dietoezegging is «bij Prinsjesdag». Dit punt wordt bij Prinsjesdag duidelijk.Ja, wij moeten als kabinet een standpunt innemen over hoe verder na2030. U kunt verwachten dat wij bij Prinsjesdag met een pakket komen datprecies de goede balans weet te vinden tussen eventuele compensatieenerzijds, met een streep onder «eventuele», en anderzijds het stimulerenvan klimaatneutraliteit. Het pakket dat er nu ligt, draait. Dat is volgens mijgoed. U kunt bij Prinsjesdag meer zien en horen over hoe het na 2030gaat.Rente op rente heb ik gehad. U maakt nu live mijn hele administratie mee.Het lid Vermeer vroeg: waar is de reeks in de begroting op gebaseerd overde inkomsten aan de accijnzenkant van alle brandstoffen aan de pomp?Die is gebaseerd op het vorige jaar; het is dus een twee-in-éénsystematiekvan het CPB. Het CPB weet van een jaar geleden wat er allemaal getanktwordt en daar baseren wij onze ramingen op. Ik ben graag bereid om u opde minst arbeidsintensieve manier inzicht te geven in die CPB-cijfers. Ikweet eerlijk gezegd niet wat die minst arbeidsintensieve manier is, maarals een van uw leden het technisch wil snappen, gaan we dat organiseren.De aanmoediging voor nationale stappen is inderdaad een aanmoediging.Ik heb al iets gezegd over de WKR-brief. Die brief komt in mei, kan ik nupreciseren. «WKR» staat voor «werkkostenregeling», zeg ik voor demensen die de afkorting niet scherp hebben. Ook in die brief zullen welaten zien wat de concrete maatregelen zijn, maar ook daar geldt dat zewel moeten passen in onze kostenplaatjes.De heer Stultiens – Stúltiens, niet Stultíéns, ik leg de klemtoon steedsverkeerd; excuus – stelde een vraag over vermogen. Daar heb ik al ietsover gezegd. Ook over de suikerbelasting heb ik al iets gezegd. Volgensmij klopte mijn eigen administratie dus relatief goed, voorzitter.De voorzitter:Heel mooi. Hartelijk dank. Ik moet nog wel een paar dingen voorlezen. Hetmooie van niet één verzamelbrief is dat we nu een brievenbundel gaanontvangen. Ik zal even voorlezen welke brieven dit allemaal betreft. Detoezeggingen.−Aan het lid Hoogeveen. De Staatssecretaris zal de resultaten van hetonderzoek naar fiscaal stimuleren van beleggingen dit jaar met deKamer delen.−Ook aan het lid Hoogeveen. De Staatssecretaris zal ten aanzien van hetonderzoek naar de mogelijkheden voor box 3 en compound interestvoor de zomer de Kamer nader informeren.−Dit gebeurt in de brief die aan de hele commissie wordt toegezegdover de aanpassing van het box 3-stelsel en de financiële implicatiesen ramingen en de eventuele mogelijkheden van een progressiefstelsel. Ook dit wordt voor de zomer en voor het Belastingplan met deKamer gedeeld.−Aan het lid Oosterhuis. De Staatssecretaris zal dit voorjaar de Kamernader informeren over het onderzoek naar de gedifferentieerdeverbruiksbelasting op alcoholvrije dranken.Klopt het dat dit in het voorjaar gebeurt? Ik zie dat dat zo is.−Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal de Kamer voor dezomer informeren over het proces van de suikerbelasting en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12358 verhouding tot de gedifferentieerde verbruiksbelasting en de samen-hang daartussen. Deze toezegging hangt samen met de vorige.−Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal de Kamer voor dezomer nader informeren over ongewenste neveneffecten van depseudo-eindheffing voor elektrische auto’s.−Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal de Kamer na de zomernader informeren over de samenvoeging van de EIA-, MIA- enVAMIL-regeling.−Aan het lid Stultiens. De Staatssecretaris zal de evaluatie van detrailing- en exitheffingen in het najaar naar de Kamer sturen.−Aan het lid Van Eijk. De Staatssecretaris zal de Kamer mede namens deMinister van VRO nader informeren over de toets voor het in aanmer-king komen van een pensioenvrijstelling.−Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal ten aanzien van deevaluatie van de werkkostenregeling de Kamer in mei nader informe-ren over de reactie op de aanbevelingen.−Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal de Kamer voor dezomer informeren over de reactie op het evaluatierapport over degoededoelenregeling.−Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal ten aanzien van deschenk- en erfbelasting de Kamer voor de zomer nader informerenover een reactie op het rapport over de forfaits dat hierover isverschenen.−Aan het lid Grinwis. De Staatssecretaris zal ten aanzien van deanbiregeling de Kamer op korte termijn nader informeren.−Ook aan het lid Grinwis. De Staatssecretaris zal het rapport over de 30jaarstermijn in april aan de Kamer sturen.−Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal in mei de Kamer naderinformeren over voornemens voor vereenvoudiging van het belasting-stelsel.−Aan het lid Grinwis. De Staatssecretaris zal uw Kamer met Prinsjesdagnader informeren over ETS2 na 2030.In mei komt er ook nog een strategiebrief waarin een aantal elementen albenoemd zijn, maar dat was al bekend.Mevrouw Van Eijk heeft nog een aanvulling op deze lijst.Mevrouw Van Eijk (VVD):De pseudo-eindheffing ziet op de fossielebrandstofauto’s, en dus niet opde elektrische auto’s. Dan staat het juist genoteerd. En de brief over depensioenfondsvrijstelling zal zijn mede namens de Minister van VRO,denk ik.De voorzitter:Nou, dan worden we aangevuld. Ja.Ik moet nog melden dat er een tweeminutendebat is aangevraagd en datdat met spoed zal worden doorgegeven aan de Griffie, op verzoek van deheer Grinwis. Nee, op verzoek van de hele commissie. De heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):De toezegging over de 30 jaarstermijn was een toezegging aan collegaInge van Dijk. Ik ben er eerder ook weleens over begonnen, maar dezetoezegging is aan mijn collega. En het punt over ETS2 gaat met nameover de compensatie voor ETS2.De voorzitter:Helder. Er is veel werk te doen in deze leuke commissie de komende tijd,vooral voor de Staatssecretaris en zijn staf, die ik dank voor de inbrengvandaag. Dank ook aan de leden en aan het publiek dat met belangstellingdit debat heeft gevolgd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12359 We zijn stipt op tijd, nee, zelfs twee minuten eerder klaar. Heel goedgedaan allemaal! Ik sluit de vergadering.Sluiting 16.58 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 12360
Gerelateerde bronnen
- Fiscaliteit
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 maart 2026, over Fiscaliteit
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.