Verslag formele JBZ-Raad van 8 en 9 december 2025
Brontekst
Versie 3b94b33a83e5242c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-RaadNr. 987 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VANBUITENLANDSE ZAKEN EN VAN DE STAATSSECRETARIS VANJUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 december 2025Hierbij bieden wij, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties, uw Kamer het verslag aan van de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken (JBZ-Raad) op 8 en 9 december 2025 in Brussel.Ook informeren wij uw Kamer graag hieronder over een aantal andereonderwerpen.Ministeriële bijeenkomst C7 over de aanpak van georganiseerde enondermijnende criminaliteitOp 7 december 2025, aan de vooravond van de JBZ-Raad, vond eenministeriële bijeenkomst plaats van de Coalitie van zeven landen tegengeorganiseerde criminaliteit (de «C7»)1 met als speciale gast Eurocommis-saris voor Binnenlandse Zaken en Migratiezaken Magnus Brunner. Dedreiging van de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit raakt onzeeconomie, veiligheid en rechtsstaat. Daarom hebben de Ministers devolgende stap gezet in de gezamenlijke aanpak van georganiseerdecriminaliteit met het vaststellen van de prioriteiten in de aanpak van de C7voor de komende jaren. De C7 zal inzetten op het ontmantelen vancriminele netwerken en facilitators, versterken van de weerbaarheid vanlogistieke knooppunten, de aanpak van criminele geldstromen, preventieen samenwerking met derde landen. Ook gaf Commissaris Brunner eentoelichting op de EU-drugsstrategie en het EU-drugsactieplan, die op4 december 2025 werden gepubliceerd, om een sterkere EU-aanpak tegengeorganiseerde criminaliteit mogelijk te maken. De Ministers spraken afom in de eerste helft van 2026 weer bij elkaar te komen om op basis vande vastgestelde prioriteiten een meerjarig actieplan van de C7 vast te1De C7 is een informeel samenwerkingsverband tussen Nederland, België, Frankrijk, Duitsland,Spanje, Italië en Zweden om met een meerjarig actieplan de georganiseerde en ondermijnendecriminaliteit gezamenlijk aan te pakken. kst-32317-987ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9871 stellen. De gezamenlijke verklaring naar aanleiding van de ministeriëlebijeenkomst is hier gepubliceerd: Joint Statement C7 | Diplomaticstatement | Government.nlCT-ontbijtOp 8 december vond op uitnodiging van België een ontbijt plaats met dekopgroeplanden op het terrein van contraterrorisme. Tijdens het CT-ontbijtwerd gesproken over opkomende technologieën, waaronder drones, enhet potentiële gebruik daarvan voor terroristische doeleinden.Enhanced Border Security Partnership (EBSP)Zoals eerder aan uw Kamer gemeld2, hebben de Verenigde Staten vanAmerika (hierna: VS) een nieuwe voorwaarde gesteld aan de deelnameaan het Amerikaanse visumvrijstellingsprogramma (hierna: Visa WaiverProgramme, hierna: VWP). De nieuwe verplichting houdt in dat met de VSeen «versterkt partnerschap voor grensbeveiliging» (Enhanced BorderSecurity Partnership, hierna: EBSP) moet worden gesloten. Het voorstelziet op de uitwisseling van informatie inzake het overschrijden van debuitengrenzen van de lidstaten en van de VS door reizigers. De EuropeseCommissie (hierna: Commissie) zal namens de lidstaten de onderhande-lingen voeren met de VS voor een kaderovereenkomst. Deze zal de basisvormen voor later te maken bilaterale afspraken in het kader van het VWP.De VS hebben aangegeven vanaf 2027 te willen toetsen of lidstaten aandeze voorwaarde van het EBSP voldoen. De Commissie wenst daaromvoor het einde van 2026 de onderhandelingen met de VS over dekaderovereenkomst af te ronden.Op 23 juli jl. presenteerde de Commissie een concept onderhandelings-mandaat dat een aanbeveling en richtsnoeren bevat voor de aanstaandeonderhandelingen over een kaderovereenkomst. Op 29 september 2025heeft het kabinet de kabinetsappreciatie aangaande «Aanbevelingonderhandelingsmandaat voor de Europese Commissie inzake hetEnhanced European Border Security Partnership» met uw Kamergedeeld.3 Op 20 november jl. heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerdover de voortgang van de onderhandelingen.4Het kabinet is van mening dat het huidige onderhandelingsmandaat, dattot stand is gekomen na onderhandelingen in de Raad, in lijn is met deeerdere kabinetsappreciatie en dat de belangrijkste Nederlandse inzethierin is meegenomen. Daarom heeft het kabinet op 11 december jl.instemming verleend in het comité van Permanente Vertegenwoordigers(hierna: Coreper) en de verzending naar de Raad Algemene Zaken (hierna:RAZ) gesteund. Het Coreper heeft op 11 december jl. ingestemd met hetonderhandelingsmandaat en met verzending ervan naar de RAZ. Hetonderhandelingsmandaat is zonder verdere discussie vastgesteld in deRAZ van 16 december jl. De Commissie zal namens de lidstaten deonderhandelingen voeren met de VS voor een EU-VS kaderovereenkomst.Dit vormt de basis voor aparte, bilaterale afspraken tussen lidstaten en deVS in het kader van het VWP.2Kamerstuk 32 317, nr. 973 en Geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad, 8-9 december2025 – Kamerstuk 32 317, nr. 9783Kamerstuk 32 317, nr. 9734Geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad, 8–9 december 2025 – Kamerstuk 32 317,nr. 978Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9872 Uitkomst onderhandelingenNederland heeft zich, conform de kabinetsappreciatie, ingezet omduidelijkheid te verkrijgen over de reikwijdte van de kaderovereenkomsten om deze zoveel mogelijk te beperken tot grensbeheer en grenscon-trole. De kaderovereenkomst zal niet op Europese databanken zien, maarenkel op nationale databanken. Het is aan lidstaten om in een laterstadium met de VS zelf verder over de reikwijdte te onderhandelen.Nederland heeft zich voorts ervoor ingezet dat explicieter wordt verwezennaar de relevante Europese regelgeving en de daarbij behorendeprincipes en waarborgen van gegevensbescherming. Mede als gevolghiervan zijn in het voorstel extra maatregelen opgenomen terbescherming van de uit te wisselen gegevens.Ook de noodzakelijke doelbinding van de uitwisseling van de gegevens isna inzet van onder andere Nederland beter vastgelegd. Zo zijn erduidelijkere kaders voor eventuele overlap met andere overeenkomstenmet de VS en wordt de gegevensuitwisseling beperkt tot de context vangrensbeheer en grenscontrole.Voorts is op verzoek van onder andere Nederland expliciet gemaakt datgegevensuitwisseling alleen via een tweetrapssysteem mag plaatsvinden,waarbij altijd een menselijke interventie moet plaatsvinden voordataanvullende gegevens worden verstuurd.Er zijn extra onderdelen in de onderhandelingsovereenkomst opgenomenover de wederkerigheid van het uitwisselen van gegevens tussen de EUen de VS, waarbij ook expliciet gemaakt is wat er gebeurt als één van departijen niet aan de eisen van het EBSP kan voldoen. Het kabinetverwelkomt deze aanvullingen. In het uiterste geval kan dit betekenen datde EU en de VS wederzijds een visumverplichting invoeren. Dit heeftmogelijke gevolgen voor onder meer de economie, toerisme engrenscapaciteit.Blijvende inzet van Nederland in de RaadGedurende de onderhandelingen over de aanbeveling en de richtsnoerenvoor het onderhandelingsmandaat voor de Commissie heeft Nederlandmeermaals het belang van een gecoördineerde aanpak van de Commissieom namens de Raad met de VS te onderhandelen over een kaderovereen-komst aangaande het EBSP benadrukt. Hierbij heeft Nederland ookaangegeven dat een gecoördineerde aanpak vanuit de Commissie enbinnen de Raad ook wenselijk blijft wanneer de kaderovereenkomst metde VS er ligt en de onderhandelingen starten tussen de VS en de lidstatenover aanvullende bilaterale overeenkomsten. In dat kader heeft Nederlandaangekaart dat het van belang is dat lidstaten elkaar op de hoogte houdenvan de bilaterale onderhandelingen met de VS en dat het van belang isom met elkaar af te stemmen welk type nationale databanken en welkesoort informatie gedeeld zal worden met de VS. Nederland zal dit in deRaad blijven benadrukken.Daarnaast blijft Nederland in de Raad aandacht vragen voor het tijdpad,om de situatie te voorkomen dat de lidstaten niet tijdig een bilateraleovereenkomst kunnen realiseren met de VS, en welke maatregelen er danop EU niveau genomen zouden kunnen worden. Het kabinet zal uwKamer, mede met het oog op noodzakelijke ratificatie door het parlement,op de hoogte houden van de verdere ontwikkelingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9873 Ministeriële conferentie Raad van EuropaOp 10 december vond de ministeriële conferentie in de Raad van Europa(RvE) plaats over het aanpakken van de belangrijkste uitdagingen op hetgebied van asiel en migratie, in relatie tot het Europees Verdrag voor deRechten van de Mens. Secretaris-Generaal Berset organiseerde deconferentie om opvolging te geven aan de brief van negen lidstaten opinitiatief van Denemarken en Italië. Nederland heeft zich in aanloop naarde conferentie, samen met een groep gelijkgezinde lidstaten, waaronderItalië en Denemarken, ervoor ingezet dat er concrete stappen wordengezet om de belangrijkste uitdagingen op het gebied van asiel- enmigratie het hoofd te kunnen bieden. Het kabinet heeft daarom ingestemdmet de conclusies, waarin onder andere opdracht wordt gegeven om eenpolitieke verklaring op te stellen voor de ministeriële vergadering van hetComité van Ministers in Chisinau in mei 2026. Zoals aangegeven in deaanbiedingsbrief van de Geannoteerde Agenda van de JBZ-Raad van8-9 december 2025 is de inzet van het kabinet dat de politieke verklaringde status krijgt van een interpretatieve verklaring. Hiervoor is brede steun,dan wel consensus nodig in de Raad van Europa. Hier zal het kabinet zichde komende periode voor inzetten. In de conclusies is ook opdrachtgegeven aan de Secretaris-Generaal om internationaal een dialoog tevoeren over migratie. Nederland zet erop in dat deze dialoog ertoe zalleiden dat jurisprudentie, bijvoorbeeld van het EU Hof van Justitie, meerin lijn wordt gebracht met uitspraken van het Europees Hof voor deRechten van de Mens. Daarnaast steunde Nederland ook, samen met 26andere lidstaten5, een gezamenlijk statement op initiatief van Denemarkenen Italië, met de oproep voor het versterken van het Conventiesysteemmet oog voor de belangrijkste uitdagingen op het gebied van asiel- enmigratie. Het gezamenlijk statement en de conclusies zijn bijgevoegd(Bijlagen 1 en 2).Samenwerking met Marokko op het gebied van migratieHet kabinet kijkt met tevredenheid terug op de migratiesamenwerking metMarokko in het afgelopen jaar en ziet tegelijkertijd ruimte om de samen-werking verder te verdiepen en te verbreden om tot nog betere resultatente komen. Op het gebied van terugkeersamenwerking, keerden er tot1 december 163 personen met Marokkaanse nationaliteit zelfstandig ofgedwongen terug naar Marokko. De samenwerking op operationeelniveau verloopt goed, maar er zijn ook kansen om procedures vooridentificatie en vertrek nog verder te stroomlijnen tussen beide landen.Hierover zal worden gesproken tijdens de volgende hoogambtelijkemigratiedialoog. Marokko en Nederland werken daarnaast verder aan eenkleinschalige circulaire pilot binnen de bestaande kaders van regulieremigratie. Die pilot biedt de mogelijkheid aan young professionals uitbeide landen om tijdelijk bij een bedrijf in het andere land werkervaringop te doen. Op dit moment kunnen jonge professionals en bedrijven zichaanmelden voor deelname aan deze pilot. Tijdens de implementatie is ookaandacht voor het identificeren van geleerde lessen over zowel obstakelsals kansen om dergelijke pilots tot een succes te maken. Uw Kamer wordtgeïnformeerd bij nieuwe ontwikkelingen op dit vlak en het kabinetbeschouwt hiermee de toezegging aan lid-Van Toorenburg om uw Kamerte informeren over de voortgang van deze pilot als afgedaan. Voortsverkennen Marokko en Nederland tijdens de hoogambtelijke consultatiesverder hoe samenwerking op het gebied van alleenstaande minderjarigevreemdelingen vormgegeven kan worden, zowel vanuit het perspectief5Denemarken, Italië, Albanië, Oostenrijk, België, Bulgarije, Kroatië, Tsjechië, Estland, Finland,Hongarije, IJsland, Ierland, Letland, Litouwen, Malta, Montenegro, Noorwegen, Polen,Roemenië, San Marino, Servië, Slowakije, Zweden, Verenigd Koninkrijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9874 om terugkeer van uitgeprocedeerde AMV’ers te faciliteren, als omirreguliere migratie van deze groep te voorkomen en hen, bijvoorbeeld,adequate opvang te bieden in Marokko. Tot slot loopt ook de samen-werking tussen Marokko en Nederland op het gebied van grensma-nagement door, onder meer in de vorm van het uitwisselen van kennis enexpertise, bijvoorbeeld op het gebied van het herkennen van document-fraude, tussen de betrokken operationele diensten van weerszijden.Gezamenlijke brief aan de Commissie over het operationaliseren vaninnovatieve oplossingen in het asieldomeinGraag informeer wij uw Kamer over de brief die 17 december jl. samenmet samen met Duitsland, Denemarken, Italië, Zweden, Oostenrijk, Polen,Litouwen, Estland, Malta, België, Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Griekenland,Roemenië, Letland, Kroatië en Finland aan de relevante Eurocommissa-rissen en vertegenwoordigers van de Commissie is gestuurd6. Bij dezebrief zijn zowel Ministers van migratie als Ministers van BuitenlandseZaken betrokken. De brief is bijgevoegd (Bijlage 3).De brief bevat een oproep aan de Commissie om de randvoorwaarden tecreëren om innovatieve oplossingen te operationaliseren waaronderfinanciering, operationele ondersteuning van EU-agentschappen en eendiplomatieke strategie. De brief is een opvolging op de brief dieNederland met veertien andere Europese lidstaten verstuurd op 15 mei2024, waarin de Commissie werd opgeroepen tot het verder uitwerken enversterken van verschillende innovatieve oplossingen om irregulieremigratie te beperken, bescherming van migranten te versterken enterugkeer te bevorderen7.Meer grip op migratie is een prioriteit voor dit kabinet. Daarvoor zijn ookmaatregelen op EU-niveau noodzakelijk. Een cruciale stap is de implemen-tatie van het Asiel- en Migratiepact. Tegelijkertijd is het van belang dat deEuropese Commissie en lidstaten continu op zoek blijven naar meer ennieuwe oplossingen, binnen geldende internationaal- en Europeesrechte-lijke kaders. Voorbeelden van innovatieve oplossingen zijn het veilig derdeland concept, het veilige haven concept. Sinds de brief van 15 mei 2024zijn belangrijke stappen gezet om innovatieve oplossingen vaker toe tekunnen passen in de praktijk. In de aangenomen Raadspositie op deTerugkeerverordening is er een explicietere juridische basis opgenomenvoor terugkeerhubs en in de Raadspositie op het gerichte voorstel op het«veilig derde land» concept om het bandencriterium te verwijderen.In de brief van 17 december jl. wordt opgeroepen om innovatieveoplossingen vaker te operationaliseren. Hiervoor is financiering, operati-onele ondersteuning en een diplomatiek dialoog cruciaal. De Commissiekan hierin een belangrijke rol spelen. De brief bevat daarom de omroepaan de Europese Commissie om een richtlijn op te stellen voor innova-tieve oplossingen onder het huidig Meerjarig Financieel Kader (2021–2027). Ook bevat de brief de oproep voor voldoende aandacht voorinnovatieve oplossingen onder het aankomende MFK (2028–2034)8. Omoperationele ondersteuning van EU-agentschappen vaker mogelijk temaken, wordt de Europese Commissie gevraagd voorstellen te doen omhet mandaat en beleid van de relevante agentschappen aan te passen.6De Eurocommissaris voor Binnenlandse zaken en Migratie, de Hoge vertegenwoordiger voorbuitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Eurocommissaris voor het MiddellandseZeegebied, de Eurocommissaris voor Uitbreiding en de Eurocommissaris voor InternationalePartnerschappen.7Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Kamerstuk 32 317, nr. 8788Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Kamerstuk 21 501-20, nr. 2245Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9875 Voor de ontwikkeling en implementatie van innovatieve oplossingen is desamenwerking met partnerlanden onmisbaar. De brief roept op tot eenassertieve en gecoördineerde diplomatieke outreach door de EU-lidstatenen de Commissie naar landen buiten de Europese Unie.De brief is de uitkomst van een aantal informele consultaties tussenEuropese lidstaten waar Nederland een voortrekkersrol in heeft. Hieroveris uw Kamer op verschillende momenten geïnformeerd9.Verder blijft Nederland gezamenlijk met Oeganda werken aan het verderuitwerken van de afspraken voor de transit hub. Het kabinet blijft ookopen voor samenwerking met andere landen buiten de Europese Unie opde terugkeerhub, maar gelooft dat het opbouwen van een dergelijkenieuwe samenwerking aan het volgende kabinet is. Uw Kamer wordt zoalsgebruikelijk geïnformeerd over de voortgang op voorwaarde dat dediplomatieke vertrouwelijkheid van deze onderhandelingen het toelaat.Motie Ram over organisaties in de keten van mensensmokkel enmensenhandelDe motie Ram verzoekt de regering om samen met de Commissie enandere lidstaten tot een voorstel te komen om ngo’s die een crucialeschakel in de keten van mensensmokkel en mensenhandel vervullen, teverbieden en/of van financiering uit te sluiten.10Het kabinet onderschrijft dat personen en organisaties niet dienen bij tedragen aan criminele activiteiten van mensensmokkelaars en mensenhan-delaren. Er zijn verscheidene middelen waarmee personen en organisatiesdie betrokken zijn bij mensensmokkel en mensenhandel aangepaktkunnen worden. De nationale (opsporings-)autoriteiten onderzoeken bijvermoedens van betrokkenheid bij mensensmokkel of mensenhandel ofer sprake is van strafbare gedragingen en of over gegaan moet worden totstrafrechtelijke vervolging. In Nederland is deze bevoegdheid voorbe-houden aan het Openbaar Ministerie, waarbij de strafbaarheid zal wordenbeoordeeld op basis van de concrete omstandigheden van een geval.Verder geldt dat als de activiteit en/of het doel van een rechtspersoon instrijd is met de openbare orde, deze door de rechtbank op verzoek van hetOpenbaar Ministerie verboden kan worden verklaard en wordt ontbondenop grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek. Wanneer een organisatieniet vanuit Nederland opereert, maar vanuit het buitenland (of daarvandaan wordt aangestuurd), is een verklaring van «strijd met deopenbare orde» mogelijk op grond van artikel 10:122 BW, indien het doelen/of de activiteit in strijd is met de openbare orde. Omdat met eenverbodenverklaring het grondrecht van vrijheid van vereniging wordtingeperkt, vindt per casus een afweging plaats welk belang zwaarderweegt.Uitsluiting van financiering aan organisaties kan zowel op Europees als opnationaal niveau plaatsvinden. Bij het verlenen van subsidies vanuitNederland wordt hier invulling aan gegeven door in het subsidiebesluit opte nemen dat partners zich dienen te onthouden van gedragingen die naarmaatstaven van Nederlands recht strafbaar en/of verboden zijn. Dergelijkegedragingen kunnen reden zijn om de beschikking geheel of gedeeltelijk9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Kamerstuk 30 573, nr. 227, vergaderjaar 2025–2026,Kamerstuk 19 637, nr. 3477, Kamerstuk 32 317, nr. 967, Kamerstuk 19 637 en 36 045, nr. 3478,Kamerstuk 32 317, nr. 973,10Motie Tweede Kamer, 21 501-04, nr. 287.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9876 in te trekken. Een organisatie die zich schuldig maakt aan mensensmokkelof mensenhandel komt niet in aanmerking voor EU-financiering.Ook worden in artikel 8 van de voorgestelde EU-mensensmokkelrichtlijn,die momenteel nog in het Europees Parlement wordt besproken,maatregelen genoemd die lidstaten moeten kunnen nemen tegenrechtspersonen die zich schuldig maken, of medeplichtig zijn, aanmensensmokkel. Maatregelen betreffen onder meer het opleggen vanboetes, het (permanent) uitsluiten van door de overheid verleendesubsidies, het intrekken van vergunningen en gerechtelijke ontbinding.Een soortgelijke bepaling met betrekking tot mensenhandel staat in artikel6 van de EU-mensenhandel richtlijn.Daarnaast is een nationale wetswijziging in voorbereiding waarbij destrafmaxima verhoogd worden en de rechtsmacht uitgebreid wordtwanneer het gaat om het misdrijf mensensmokkel. Als gevolg van dezewijziging zal Nederland een extraterritoriale rechtsmacht hebben,waardoor het Openbaar Ministerie natuurlijke personen en rechtsper-sonen die buiten Nederland het misdrijf mensensmokkel zijn begaan,strafrechtelijk kan vervolgen.Gelet op de reeds beschikbare mogelijkheden en de lopende trajecten opzowel Europees als Nederlands niveau, vindt het kabinet het van belangom het verdere verloop van deze trajecten af te wachten. Daarbij zalworden beoordeeld of de combinatie van deze trajecten met het huidigemaatregelenpakket als voldoende wordt beschouwd om mensensmokkelen mensenhandel effectief te bestrijden.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van OostenDe Minister van Asiel en Migratie,D.M. van WeelDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. RutteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9877 Verslag van de bijeenkomst van de Raad Justitie en BinnenlandseZaken, 8 en 9 december 2025 I. Binnenlandse Zaken Belangrijkste resultaten•De JBZ-Raad stemde in met een algemene oriëntatie ten aanzien vanhet voorstel voor een terugkeerverordening, het voorstel voorherziening van het veilig-derde-land-concept en het voorstel voor deEU-lijst veilige landen van herkomst.11 De akkoorden in de JBZ-Raadover deze voorstellen zijn een belangrijke stap om te komen tot eenstrenger, efficiënter en rechtvaardiger Europees asiel- en migratiebe-leid.•De JBZ-Raad bereikte een akkoord over het voorstel voor de solidari-teitspool.•Tijdens de gedachtewisseling over de impact van de huidige geopoli-tieke situatie op de interne veiligheid van de EU, met een focus op dedreiging van drones, pleitten lidstaten voor een meer geharmoni-seerde EU-aanpak, met gezamenlijke normen, interoperabiliteit vansystemen, versterkte informatie-uitwisseling en investeringen indetectie-, identificatie- en neutralisatiecapaciteit. Ook joint procure-ment, versterking van R&D en een herziening van het juridisch kadervoor civiele drones werden breed ondersteund.1. Verordening veilige derde landen concept De JBZ-Raad stemde in met een algemene oriëntatie ten aanzien van hetvoorstel voor herziening van de toepassing van het veilig-derde-land-concept. De algemene oriëntatie is, zoals reeds in de geannoteerdeagenda van deze JBZ-Raad aan uw Kamer gemeld, in lijn met deNederlandse inzet. Het gaat dan in het bijzonder om de aanpassingen vanhet bandencriterium, waardoor het mogelijk wordt het concept toe tepassen als een verzoeker voor internationale bescherming op zijn reisnaar de EU door een veilig land is gereisd, of als er een overeenkomst ofregeling is gesloten met een derde land. Enkele lidstaten konden omuiteenlopende redenen de algemene oriëntatie niet steunen. Wanneer hetEuropees Parlement ook zijn positie heeft ingenomen, kunnen deonderhandelingen tussen de Raad, het Europees Parlement en deCommissie starten.2. Verordening veilige landen van herkomst De Raad stemde in met een algemene oriëntatie ten aanzien van hetvoorstel voor het vaststellen van een EU-lijst van veilige landen vanherkomst. Het kabinet kon de algemene oriëntatie steunen; een gezamen-lijke EU-lijst zorgt voor meer harmonisering in de EU van de afhandelingvan kansarme asielprocedures. Bovendien verwelkomt het kabinet datmet het voorstel de inwerkingtreding van bepaalde elementen van hetPact naar voren wordt gehaald, zoals de toepassing van uitzonderingenvoor bepaalde bevolkingsgroepen of gebiedsdelen bij de toewijzing vanveilige landen van herkomst en een versnelde asielprocedure als deaanvrager afkomstig is uit een land waarvoor EU-breed een inwilligings-percentage van 20% of minder geldt. Eén lidstaat kon niet instemmen methet compromis van het Voorzitterschap. Wanneer het Europees Parlement11Zie voor de volledige compromisvoorstellen: Council clinches deal on EU law about returns ofillegally staying third-country nationals - Consilium en Asylum policy: Council pushes aheadwith EU laws on safe countries of origin and safe third countries - Consilium.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9878 ook zijn positie heeft ingenomen, kunnen de onderhandelingen tussen deRaad, het Europees Parlement en de Commissie starten.3. Implementatie van het Pact De Raad bereikte een politiek akkoord op het voorstel voor de solidariteit-spool. De hoogte van de solidariteitspool werd vastgesteld op 21.000herplaatsingen of 420 miljoen euro. Het fair share van Nederland is 5,2%,wat neerkomt op een financiële bijdrage van 21,9 miljoen. Nederlandheeft steun verleend aan het voorstel en aangegeven financieel te zullenbijdragen. Daarnaast verkent het kabinet met Griekenland en Italië demogelijkheden voor het inzetten van Dublincompensaties uit het verledenals solidariteitsbijdrage. Tevens riep Nederland op tot het belang vaneffectieve implementatie van het Pact en onderstreepte het belang van deimplementatie van Eurodac, screening en de asielgrensprocedures.Lidstaten die niet instemden met de solidariteitspool deden dit omuiteenlopende redenen, waaronder zorgen over de omvang van desolidariteitspool, de juridische basis die gebruikt wordt voor demogelijkheid tot Dublincompensaties of de zorg dat de nationale situatieonvoldoende meegewogen is in de categorisering van migratiedruk. DeCommissie benadrukte het belang van de balans tussen solidariteit – viade solidariteitspool – en verantwoordelijkheid, verwijzend naar de andereonderdelen van het Migratiepact die toezien op verantwoordelijkheid vanlidstaten. Verder ging de Commissie nog in op de stand van zaken van deimplementatie en vroeg hierbij specifiek aandacht voor de implementatievan Eurodac, opvangcapaciteit, screening, asielgrensprocedures,aanpassingen van nationale wetgeving en opschaling van de operationelecapaciteit. Nederland ligt op schema wat betreft de implementatie van hetPact.4. Terugkeerverordening De Raad stemde in met een compromisvoorstel van het Deens Voorzitter-schap voor een algemene oriëntatie ten aanzien van het voorstel voor eenTerugkeerverordening.Nederland stemde in met het voorstel. De algemene oriëntatie komttegemoet aan de inzet van Nederland voor een eenvoudiger en efficiënterEuropees terugkeerproces. Zo zet de Raad in op het voorkomen van eentweede beschermingsbeoordeling binnen de terugkeerprocedure voorvreemdelingen die stellen dat hun terugkeer indruist tegen het beginselvan non-refoulement. De Raad maakt het mogelijk om deze vreemde-lingen door te verwijzen naar de daarvoor geëigende procedure, zoals deasielprocedure. Hiermee wordt het terugkeerproces niet onnodigvertraagd. Daarnaast wil de Raad meer mogelijkheden om terugkeer tebevorderen, zoals de terugkeerhub, verplichtingen voor vreemdelingenom mee te werken aan hun terugkeerproces, geen automatischeschorsende werking van een terugkeerbesluit, inreisverbod of verwijder-besluit gedurende de beroepsprocedure en een implementatietermijn vantwee jaren. Uiteindelijk besloot de Raad ten aanzien van de wederzijdseerkenning en uitvoering van terugkeerbesluiten van andere lidstaten dathet concept in eerste instantie vrijwillig blijft. Twee jaren nadat deverordening van toepassing is geworden, dient de Commissie eenbeoordeling uit te voeren naar de werking en effectiviteit van het concept.Hierna kan de Commissie een nieuw wetsvoorstel indienen om hetconcept van de wederzijdse erkenning verplicht te stellen. Wel wordenlidstaten vanaf het moment dat de verordening van toepassing wordtverplicht om te werken met het zogeheten «European Return Order», eenop te stellen formulier dat de informatie-uitwisseling van terugkeerbe-sluiten tussen de lidstaten moet faciliteren. Verder dienen lidstatenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9879 voorbereidende maatregelen te nemen om de wederzijdse erkenning enuitvoering van terugkeerbesluiten te faciliteren. Dit compromis is in lijnmet de Nederlandse inzet, omdat het enerzijds voldoende flexibiliteit voorlidstaten en anderzijds harmonisering van het terugkeersysteem biedt,waarbij de mogelijkheden om terugkeer te stimuleren zijn uitgebreid.Een aantal lidstaten kon ofwel niet instemmen ofwel onthield zich vanstemming, omdat er onvoldoende vooruitzicht was op verplichtewederzijdse erkenning en uitvoering van terugkeerbesluiten. Wanneer hetEuropees Parlement ook zijn positie heeft ingenomen, kunnen deonderhandelingen tussen de Raad, het Europees Parlement en deCommissie starten.5. Implementatie van interoperabiliteit De Raad werd geïnformeerd over de voortgang van de implementatie vande IO Roadmap en de geleidelijke uitrol van het Entry/Exit System (EES).De Europese Commissie gaf aan positief te zijn over de invoering van hetEES en kijkt vooruit naar de ingebruikname van EURODAC in juni 2026 enETIAS in het vierde kwartaal van 2026.De voorgelegde IO Roadmap voor 2027–2028 is door de Raad vastgesteld,Nederland heeft er ook mee ingestemd. In de Roadmap is ook vastgelegdop welke momenten EES, SIS, MID en Prüm II interoperabel moeten zijn.Het resterende deel van de IO Roadmap, dat de herziening van het VIS(Visa Informatiesysteem) en het EU VAP (Visa Application Platform)omvat, wordt in maart aan de Raad voorgelegd.6. Werklunch – Algemene staat van het Schengengebied Tijdens een besloten informele lunch wisselden de lidstaten vangedachten over hoe de belangrijkste tekortkomingen op het gebied van debuitengrenzen kunnen worden aangepakt en wat de belangrijksteuitdagingen zijn voor de komende periode. Dit deed men op basis van eenkorte presentatie van de Commissie. De Commissie merkte hierbij op datde daling van irreguliere grensoverschrijding voortduurt. Verder plaatstede Commissie een kritische kanttekening bij de invoering van debinnengrenscontroles door verscheidene EU-lidstaten en benadrukte hetbelang van grensoverschrijdende samenwerking, implementatie van hetPact en het verbeteren van het buitengrensbeheer. Nederland verwel-komde het nieuwe format en pleitte voor meer transparantie ten aanzienvan de tekortkomingen van lidstaten met betrekking tot het Schen-genacquis. Lidstaten benoemden betere implementatie van huidigeregelgeving, de herziening van de Frontex-verordening en het beterbenutten van grootschalige IT-systemen als mogelijkheden om buiten-grensbeheer te versterken. Daarnaast benadrukten lidstaten het belangvan samenwerking met derde landen. Verscheidene lidstaten uitten zichkritisch over de invoering van de binnengrenscontroles. Lidstaten metbinnengrenscontroles stelden daartegenover dat de buitengrens versterktmoet worden.7. EU Drugs Strategie en het bijbehorende Actieplan tegendrugshandel De Commissie presenteerde tijdens de JBZ-Raad de op 4 december jl.gepubliceerde EU Drugsstrategie en het bijbehorende Actieplan die zijnopgesteld als uitwerking van de Interne Veiligheidsstrategie. DeCommissie lichtte de strategische prioriteiten van de EU Drugsstrategietoe, gericht op 1) de paraatheid en reactie van de EU, 2) de beschermingvan de volksgezondheid, 3) de veiligheid en bescherming van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98710 maatschappij, 4) het voorkomen van overdoses en 5) de versterking vanpartnerschappen met internationale partners. Het EU-Actieplan tegendrugshandel, dat ondersteunend is aan de EU Drugsstrategie, is specifiekgericht op de veiligheidsdimensie van drugsproblematiek. Beidedocumenten zijn verwelkomd door de lidstaten. Nederland sprakwaardering uit voor het multidisciplinaire karakter van de strategie en deaandacht die wordt besteed aan o.a. de bestuurlijke aanpak, voorkomenvan rekrutering van jongeren en samenwerking met derde landen. DeCommissie verwees daarnaast naar de nog te verschijnen EU Havenstra-tegie (verwacht in februari 2026), die ook een sterk veiligheidscomponentzal bevatten.8. Impact van de huidige geopolitieke situatie op de interneveiligheid van de EU De Raad wisselde van gedachten over de impact van de huidige geopoli-tieke situatie op de interne veiligheid van de EU, met een focus op dedreiging van drones. Aansluitend gaf de EU Counter Terrorism Coordi-nator (EU CTC) een briefing over de veiligheidssituatie in Syrië.Sinds de JBZ-Raad in oktober hebben zich in meerdere lidstatenincidenten voorgedaan met onbekende drones die het luchtruimschenden. De Commissie benadrukte dat deze dreiging niet alleen eendefensievraagstuk betreft, maar ook direct raakt aan de interne veiligheid.De Commissie kondigde aan de lidstaten op drie manieren te onder-steunen: door het beschikbaar stellen van financiële middelen viaEU-fondsen, het stimuleren van onderzoek en innovatie via HorizonEurope, en door operationele ondersteuning, onder meer via harmoni-satie van wetgeving en procedures.Lidstaten onderstreepten unaniem dat drones een toenemende hybridedreiging vormen. Veel lidstaten pleitten voor een meer geharmoniseerdeEU-aanpak, met gezamenlijke normen, interoperabiliteit van systemen,versterkte informatie-uitwisseling en investeringen in detectie-,identificatie- en neutralisatiecapaciteit. Ook joint procurement, versterkingvan R&D en een herziening van het juridisch kader voor civiele droneswerden breed ondersteund. Diverse lidstaten lichtten nationale bestpractices toe, waaronder geïntegreerde detectiesystemen en aangepastebevoegdheden voor handhavende instanties.Nederland benadrukte dat de dreiging van drones nadrukkelijk ook eenwetshandhavingsdimensie heeft. Nationale best practices zijn onder meerontwikkeld via gezamenlijke onderzoeksprogramma’s van justitie endefensie en een tijdelijk juridisch kader in het kader van de NAVO-top.Nederland wees ook op operationele knelpunten, waaronder gefragmen-teerde verantwoordelijkheden en beperkte detectie- en interventiecapa-citeit, en sprak steun uit voor verdere Europese coördinatie en herzieningvan het bestaande juridische kader. Het Voorzitterschap concludeerde dater brede steun bestaat voor een meer gestructureerde EU-aanpak enverzocht de Commissie de door lidstaten geschetste strategische richtingmee te nemen in de aangekondigde mededeling.Aansluitend lichtte de EU CTC toe dat na de val van het Assad-regime eenactieplan voor terrorismebestrijding is vastgesteld, aangezien deontwikkelingen in Syrië directe gevolgen kunnen hebben voor de interneveiligheid van de EU. De EU CTC rapporteerde over een recent bezoek aanDamascus, waar gesprekken zijn gevoerd met de Syrische overgangsre-gering. De EU CTC concludeerde dat het voor de interne veiligheid van deEU noodzakelijk is dat de EU actief steun verleend aan Syrië.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98711 9. Any other business a. Update van de veiligheidssituatie en follow-up van de afgiftevan visa aan Russische burgers Polen heeft opgeroepen tot een beperking van (toeristen)visa aanRussische burgers en onderstreepte hierbij het belang van solidariteitonder lidstaten. Veel lidstaten steunden deze oproep. Ook de Commissiesteunde deze oproep, benoemde de recentelijk aangescherpte visum-regels en gaf aan hierop in te gaan in haar nieuwe visumstrategie.II. Justitie Belangrijkste resultaten•De JBZ-Raad heeft de Raadsconclusies over modelbepalingen voor hetEU materieel strafrecht aangenomen, die zijn bedoeld als een flexibelen coherent referentiekader voor toekomstigeEU-wetgevingsvoorstellen op het terrein van het strafrecht, zodatlidstaten en de EU-instellingen bij nieuwe richtlijnen kunnen terugval-len op een gedeelde structuur en consistente terminologie.•Lidstaten spraken onvoorwaardelijke steun uit aan Oekraïne enonderstreepten het belang van het Agressietribunaal en de justitiëlemaar ook praktische samenwerking met het tribunaal. Een grotemeerderheid van de lidstaten steunde het modelakkoord en sprakdaarnaast de intentie uit de steun aan het ICC verder te intensiveren.•Tijdens een werklunch werd gesproken over de versterking vanjustitiële samenwerking met derde landen, waarbij de consensus wasdat EU-initiatieven eventueel een rol kunnen spelen, voornamelijk voorde kleinere lidstaten, mits dit geen afbreuk doet aan bestaandebilaterale relaties.1. Way forward voor een simplificatie van de AVG Ten aanzien van de toekomst van de simplificatie van de AVG, benadruktehet voorzitterschap en de Commissie dat grondrechten en privacyonverminderd gewaarborgd moeten blijven, maar dat gerichte vereenvou-diging noodzakelijk is ter verlichting van regeldruk en versterking van hetconcurrentievermogen van de EU. In de recent gepubliceerde DigitaleOmnibus worden onder meer begrippen verduidelijkt en technischeaanpassingen voorgesteld, zoals verdere harmonisatie bij effectbeoorde-lingen, de introductie van een Single Entry Point, verduidelijking bijgeautomatiseerde individuele besluitvorming, een nadere afbakening vanhet begrip persoonsgegevens en vereenvoudiging van de cookieregels.Lastenverlichting voor het bedrijfsleven, met name voor het MKB, is ookvoor Nederland een prioriteit. Nederland sprak hiervoor steun uit, maarwees eveneens op het belang van zorgvuldigheid waar het gaat ommogelijke fundamentele aanpassingen van de AVG die gevolgen kunnenhebben voor het beschermingsniveau. Nederland gaf aan dat vereenvou-diging gepaard moet gaan met een impact assessment en advies van deEuropese AP.Ook andere lidstaten onderschreven het belang van vereenvoudiging voorhet concurrentievermogen, met de kanttekening dat de basisprincipes vangegevensbescherming en grondrechten gewaarborgd moeten blijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98712 2. Raadsconclusies over modelbepalingen voor EU-strafrecht Tijdens de JBZ-Raad zijn de Raadsconclusies over modelbepalingen voorhet EU materieel strafrecht aangenomen. De modelbepalingen gaan overonderwerpen zoals de omschrijving van strafbare feiten, de structuur vande sanctionering, deelnemingsvormen en poging, verzwarende omstan-digheden en de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen enleiden tot grotere coherentie binnen strafrechtinstrumenten. Het Voorzit-terschap onderstreepte nogmaals het belang van de modelbepalingen enbenadrukte dat het belangrijk is dat er bij nieuwe wetgeving rekening meewordt gehouden door de Commissie en dat een continue dialoog met hetEuropees Parlement van belang blijft. Deze oproep werd ondersteunddoor alle lidstaten. De Commissie steunde het initiatief van de modelbe-palingen, maar betreurt dat er voor een minimalistische aanpak isgekozen.3. Russische agressieoorlog tegen Oekraïne: strijd tegenstraffeloosheid De Raad wisselde van gedachten over de strijd tegen straffeloosheid voorinternationale misdrijven begaan in Oekraïne, met bijzondere aandachtvoor de oprichting van het speciaal Agressietribunaal en de steun aan hetInternationaal Strafhof (ICC). De oprichting van het tribunaal werd doorhet voorzitterschap en de Commissie aangemerkt als een belangrijkeeerste stap in de strijd tegen straffeloosheid in Oekraïne. Voor hetfunctioneren van het tribunaal is echter verdere steun van nationaleautoriteiten noodzakelijk. In dat kader heeft de Commissie een modelsamenwerkingsakkoord opgesteld om bilaterale afspraken tussen hettribunaal en lidstaten te faciliteren. Op 12 november is het voorstel vooreen Raadsbesluit tot ondertekening van het oprichtingsverdrag van hettribunaal goedgekeurd, met het oog op ondertekening tijdens dediplomatieke conferentie van 16 december a.s.Nederland sprak zich positief uit over het model samenwerkingsakkoorden onderstreepte het belang van het Agressietribunaal voor accounta-bility. Ook het beschermen van de onafhankelijkheid en werking van hetICC blijft voor Nederland een prioriteit. Een grote meerderheid van delidstaten steunde het modelakkoord en sprak de intentie uit de steun aanhet ICC verder te intensiveren.De Commissie gaf aan 10 miljoen euro te hebben geoormerkt voor deopstartfase van het speciaal tribunaal, met als doel een zo spoedigmogelijke operationalisering. Tevens onderzoekt de Commissie, samenmet Nederland als gastland van het ICC, hoe concrete ondersteuning aanhet ICC verder kan worden vormgegeven.4. De strijd tegen drugshandel en georganiseerde misdaad Het Voorzitterschap gaf een stand van zaken van de lopende acties enprioriteiten op het gebied van georganiseerde criminaliteit en de aanpakvan drugshandel. Zo werd de Raad op de hoogte gesteld van de activi-teiten in het kader van de EU-routekaart voor de aanpak van drugshandelen georganiseerde criminaliteit. Daarnaast werd door de Commissieopnieuw de op 4 december jl. gepubliceerde EU drugsstrategie en het EUactieplan tegen drugshandel toegelicht. De Commissie gaf hierbij aanonder meer in te zetten op versterking van het mandaat van Eurojust, opsamenwerking met Eurojust en op samenwerking tussen Eurojust enderde landen. Bovendien benadrukte de Commissie specifiek de aanpakvan voortgezet crimineel handelen in detentie als belangrijk onderdeelvan het actieplan, wat ook één van de Nederlandse prioriteiten is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98713 5. Werklunch – versterking van justitiële samenwerking met derdelanden Tijdens de werklunch werd gesproken over de versterking van justitiëlesamenwerking met derde landen. Nederland gaf aan dat niet kan wordenuitgesloten dat de Nederlandse positie bij derde landen op dit vlaknegatief wordt beïnvloed wanneer Nederland verplicht zou worden totverdergaande medewerking aan EU-initiatieven. De EU kan een rol spelen,mits dit geen afbreuk doet aan bestaande bilaterale samenwerking.Nederland benadrukte dat goede bilaterale betrekkingen essentieel zijnvoor effectieve samenwerking met derde landen, waaronder op hetgebied van uitlevering, en dat economische en politieke leverage daarbijeveneens van belang zijn. Voor het Team Europe-initiatief bestond slechtsgematigde steun.6. Any other business a. Huidige wetgevingstrajecten Het Voorzitterschap informeerde de Raad over de geboekte voortgang inonderhandelingen over wetgevingstrajecten, waaronder politiekeakkoorden met het Europees Parlement in trilogen over harmonisatie vanhet insolventierecht12 en de anti-corruptie richtlijn. Het Voorzitterschapkondigde aan de onderhandelingen inzake de slachtofferrichtlijnbinnenkort af te ronden en meldde goede voortgang ten aanzien van derichtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting vankinderen en van materiaal betreffende seksueel misbruik, waarvoor onderhet Cypriotisch Voorzitterschap een akkoord wordt voorzien. Naarverwachting starten de onderhandelingen over de richtlijn migranten-smokkel volgend jaar, in afwachting van het Europees Parlement.In de geannoteerde agenda d.d. 20 november 2025 is toegezegd om in ditverslag nader in te gaan op de inhoud van het bereikte politieke akkoordover de richtlijn harmonisatie van bepaalde aspecten van het insolventie-recht. In bijlage 4 zal worden ingegaan op de verschillende titels van derichtlijn en de Nederlandse appreciatie ervan.b. Toegang tot gegevens voor effectieve strafrechtelijke onder-zoeken Het Voorzitterschap informeerde de Raad over de voortgang inzaketoegang tot data voor effectieve strafrechtelijke onderzoeken, metaandacht voor drie onderdelen: dataretentie, het legaal aftappen vancommunicatie en end-to-end-encryptie. Daarbij werd benadrukt datgrondrechten en privacy steeds moeten worden gewaarborgd. DeCommissie gaf aan te werken aan juridisch duurzame oplossingen voorde uitdagingen rond encryptie en onderstreepte dat het belang van hete-evidence-pakket moet worden erkend, aangezien hiermee veel infor-matie grensoverschrijdend kan worden gedeeld. De Commissie werktsamen met de lidstaten om dit in werking te laten treden.c. EU-Westelijke Balkan ministeriële bijeenkomst over JBZ-zaken Het Voorzitterschap gaf een terugkoppeling over de EU-Westelijke Balkanministeriële bijeenkomst, die plaatsvond op 30-31 oktober in Sarajevo.Tijdens de bijeenkomst is er gesproken over confiscatie, het versterken12De compromistekst van de Richtlijn harmonisatie bepaalde aspecten van het insolventierechtis goedgekeurd in COREPER II d.d. 5 december jl. De tekst is raadpleegbaar via de volgendelink: https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-16459-2025-INIT/en/pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98714 van de samenwerking betreffende het aanpakken van corruptie engeorganiseerde misdaad. De volgende bijeenkomst zal volgend jaarplaatsvinden onder het Ierse Voorzitterschap.d. EU-VS Ministeriele en Hoogambtelijke bijeeenkomsten Het Voorzitterschap informeerde de Raad dat de twee voorziene bijeen-komsten in het kader van de EU-VS samenwerking op JBZ-terrein niethebben plaatsgevonden.e. Digitale rechtspraak en strategieën voor justitiële opleiding De Commissie gaf aan dat zij op 20 november jl. het digitaal justitiëlepakket heeft gepubliceerd. Uw Kamer wordt hierover middels eenBNC-fiche geïnformeerd. Hiermee moet het efficiënter en goedkoperworden om mensen in het justitiële domein te trainen. De Commissie gafaan te rekenen op samenwerking met lidstaten om gemeenschappelijkedoelstellingen te bereiken om digitale rechtspraak te ondersteunen.Hierbij onderstreept de Commissie het belang van voldoende financiering.f. Jaarverslag over de toepassing van het Handvest van deGrondrechten in de EU De Commissie informeerde de Raad over het Jaarverslag 2025 inzake detoepassing van het Handvest, dat op 5 december is goedgekeurd. DeCommissie concludeert dat lidstaten maatregelen hebben genomen, maardat verdere inspanningen noodzakelijk blijven. De hoofdconclusie is dathet beschermen en bevorderen van grondrechten een gedeelde verant-woordelijkheid is, waarbij versterking van de samenwerking tussen de EUen de lidstaten noodzakelijk blijft. De Commissie zal blijven inzetten opopleidingen, uitwisseling van best practices en het stimuleren vannationaal gebruik van het jaarverslag.g. De kloof overbruggen: onderzoeksmaatregelen voor grensover-schrijdende terugvordering van vermogensbestanddelen in deuitvoeringsfase België presenteerde het door hen opgestelde non-paper met voorstellenom de tenuitvoerlegging van confiscatie van crimineel vermogen tevergemakkelijken. België benoemde hierbij dat het cruciaal is dat ook inde tenuitvoerleggingsfase gedegen financieel onderzoek wordt gedaannaar crimineel verkregen vermogen en dat het belangrijk is om hierininternationaal samen te werken. Vooralsnog zijn de mogelijkheden hiertoebeperkt. België wil hier zo snel mogelijk een wetgevend kader voorcreëren, o.a. zodat de mogelijkheden die nu al nationaal gelden, ookinternationaal worden erkend. Er was steun van meerdere lidstaten voordit non-paper, waaronder van Nederland, dat het belang van hetaanpakken van criminele inkomstenmodellen benadrukte.h. Werkprogramma van het inkomend Voorzitterschap (Cyprus) Cyprus presenteerde zijn werkprogramma voor het aankomendeVoorzitterschap. Daarbij lichtte Cyprus zijn prioriteiten toe op het terreinvan justitie, waaronder voortgang op strafrechtelijke dossiers, de strijdtegen straffeloosheid in Oekraïne, grensoverschrijdende criminaliteit,civielrechtelijke dossiers en rechtsstaatvraagstukken. Tevens informeerdeCyprus de Raad over de geplande JBZ-Raden tijdens het aankomendVoorzitterschap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98715
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.