KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde Agenda Informele Raad WSB d.d. 12-13 februari 2026 te Cyprus (Kamerstuk 21501-31-810)

10 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 17d02a51b23d7a9b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 811 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 10 februari 2026 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid over de brief van 2 februari 2026 over deGeannoteerde Agenda Informele Raad WSB d.d. 12–13 februari 2026 teCyprus (Kamerstuk 21 501-31, nr. 810).De vragen en opmerkingen zijn op 5 februari 2026 aan de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid voorgelegd. Bij brief van 10 februari2026 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,Van der BurgAdjunct-griffier van de commissie,Van den Broek kst-21501-31-811ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8111 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de stukken ten behoeve van de Informele Raad voor Werkgelegenheiden Sociaal Beleid op 12 en 13 februari 2026. Deze leden hebben naaraanleiding van de stukken enkele vragen.De leden van de D66-fractie constateren dat in het kader vanEuropese Anti-Armoedestrategie vanuit het Europees Parlementonder meer de suggestie wordt gedaan om een Europese Unie(EU-)richtlijn te introduceren op het vlak van toereikendeminimuminkomens en sociale inclusie («an EU directive onadequate minimum income and active social inclusion»). Dezeleden vragen hoe de Minister aankijkt tegen een mogelijk richtlijnover toereikend inkomen. Hoe zou een dergelijke leidraad zichbijvoorbeeld verhouden tot de recent aangenomen Wet implemen-tatie EU-richtlijn toereikende minimumlonen en de hieraan tengrondslag liggende richtlijn, zo vragen deze leden. Gaat het omeen soortgelijk mechanisme of zijn de details onvoldoendeuitgewerkt om hierover uitspraken te kunnen doen?Uit de beraadslagingen lezen deze leden voorts dat eerderevoorstellen en teksten rondom de eerlijke verdeling van inkomenen vermogen zijn afgezwakt. Deze leden vragen wat de Ministervindt van het al dan niet opnemen van voorstellen rondominkomens- en vermogensongelijkheid.De publicatie van een nieuwe Richtlijn is voor zover bekend niet aan deorde. De Europese Commissie heeft in de bijlage bij het Commissiewerk-programma gesteld dat de EU-strategie tegen armoede niet-wetgevendvan aard zal zijn.1In EU-verband wordt vaker gesproken over bijstandsstelsels en socialeinclusie. Door het stimuleren van effectieve kennisdeling op dit gebiedkunnen lidstaten van elkaar leren. Zo is tijdens de Raad WSB van1 december jl. het eerste rapport over de stand van de 27 socialebijstandsstelsels2 besproken, op basis van de Raadsaanbeveling3 die deRaad WSB in 2023 hierover aannam. Zoals toegelicht in de GeannoteerdeAgenda4 en het daaropvolgend verslag5 kon Nederland zich in deaangenomen kernboodschappen vinden. Het ging hierbij onder andereom het erkennen van het belang van een adequaat niveau van minimum-inkomensondersteuning bij het bestrijden van armoede en socialeuitsluiting. Ook omarmde de Raad de oproep om werk te maken van degeïdentificeerde uitdagingen om het EU-doel te halen om het aantalmensen met risico op armoede en sociale uitsluiting te verlagen metminstens 15 miljoen in 2030.1https://eur-lex.europa.eu/resource.html?uri=cellar:7f0c63c8-ae8f-11f0-89c6-01aa75ed71a1.0017.02/DOC_2&format=PDF2https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-14905-2025-ADD-1/en/pdf3https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=oj:JOC_2023_041_R_00014Kamerstuk 21 501-31, nr.8065Kamerstuk 21 501-31, nr.809Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8112 Het kabinet blijft zich in Nederland inzetten voor het vergroten van debestaanszekerheid van mensen en is van mening dat de opstap naar werkde beste weg uit armoede is en dat daarom (meer) werken meer moetlonen. Het kabinet werkt daarnaast aan verdere vereenvoudiging van deinkomensondersteuning.Bij het tegengaan van armoede zijn ook inkomens- en vermogensonge-lijkheid relevant. Na publicatie van de strategie zal de Kamer middels eenBNC-fiche, nader worden geïnformeerd over de kabinetsappreciatie.De leden van de D66-fractie lezen in de one-pager over deEuropese armoedeaanpak dat de Minister graag aandacht uit zietgaan naar «comprehensive policies that promote social inclusion,labour market integration, and skills development». Deze ledenvragen welke rol en toegevoegde waarde de Minister hier zietweggelegd voor de EU. In de one-pager staat daarnaast dat deThe European Child Guarantee heeft geleid tot «concrete tools tocombat child poverty». Kan de Minister hier voorbeelden vannoemen, zo vragen deze leden.De Europese Anti-Armoedestrategie is een initiatief van de Commissie datlidstaten kan ondersteunen bij het maken van beleid om armoede tegen tegaan op nationaal, regionaal of lokaal niveau. Publicatie van de strategiewordt verwacht in het tweede kwartaal van 2026.Conform de inzet in het non-paper benadrukt het kabinet het belang vaneen holistische benadering, gericht op de kernoorzaken van armoede enniet op de symptomen ervan. Lidstaten staan voor gedeelde uitdagingenop dit terrein. Door het stimuleren van effectieve kennisdeling op ditgebied kunnen lidstaten van elkaar leren. Het kabinet is dan ook positiefover een faciliterende rol voor de Europese Commissie via het delen vangoede praktijken en het organiseren van peer-learning activiteiten. Hetkabinet heeft er daarbij oog voor dat er geen dubbele rapportageverplich-tingen zullen ontstaan.De Europese Kindergarantie biedt instrumenten om lidstaten te onder-steunen bij het waarborgen dat elk kind in Europa dat risico loopt oparmoede, toegang heeft tot essentiële diensten zoals huisvesting, zorg,onderwijs, kinderopvang en voeding. In het eerste kwartaal van 2026wordt uw Kamer geïnformeerd over de voorgangsrapportage van hetnationaal programma Armoede en Schulden6, met daarin de Tweedemonitor Nationaal Plan Kindergarantie. In de voortgangsrapportage geefthet kabinet aan hoe de invulling geeft aan de Raadsaanbeveling over deEuropese Kindergarantie.Een voorbeeld van een voorgestelde maatregel uit de Europese Kinderga-rantie is om ten minste één gezonde maaltijd per schooldag aan te biedenaan kinderen in nood. Het kabinet is in 2023 gestart met het programmaSchoolmaaltijden in reactie op het toenemend aantal leerlingen dat meteen lege maag in de klas zit. In 2024 is het programma voortgezet vanuitverschillende doelen: het verminderen van de effecten van kinderarmoedeen het vergroten van het onderwijssucces van leerlingen.Ten slotte lezen de leden van de D66-fractie dat Cyprus alsEU-voorzitter de ambitie heeft uitgesproken om op Verordening883 een akkoord te bereiken. De bezwaren van de Minister op deverordening zien voornamelijk toe op verruiming van de export-mogelijkheden in het werkloosheidshoofdstuk van het herzie-6https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-1027626.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8113 ningsvoorstel, zo lezen de leden in de geannoteerde agenda. Ophoeveel Werkloosheidswet (WW-)uitkeringen hebben dezeeventuele verruimingen naar schatting betrekking? Zijn debezwaren van het kabinet voornamelijk juridisch van aard of zijner zorgen over de effecten op de uitvoering? Ook lezen dezeleden dat de Minister in januari 2025 een non-paper heeftverspreid dat raakt aan dit onderwerp. De Minister vindt dat debeoogde modernisering van de Verordening niet wordt bereiktmet het huidige herzieningsvoorstel, zo lezen deze leden. Welkeandere landen delen deze inschatting? Zijn er andere landen dieonderdelen van het non-paper onderschrijven? Zo ja, welke?WerkloosheidshoofdstukDe bezwaren van het kabinet tegen de verruiming van de exportmogelijk-heden in het werkloosheidshoofdstuk van het herzieningsvoorstel zijn inbeginsel niet juridisch van aard. Nederland vindt dat de voorgesteldeverruiming van de export van werkloosheidsuitkeringen niet aansluit bijhet doel van werkloosheidsuitkeringen als tijdelijke loondervingsuitkering.Daarbij zal het vinden van werk voorop moeten staat. Het kabinet vindtdat dit uitgangspunt ook geldt bij WW-gerechtigden die in het buitenlandverblijven. Het kabinet ziet dan ook graag dat het voorstel daar voldoendewaarborgen voor bevat.Aantal uitkeringenOp dit moment is het aantal personen dat een WW-uitkering naar eenandere lidstaat exporteert relatief beperkt. In 2024 ging het om circa 3.000personen7. In 2022 verscheen een rapport van de Algemene Rekenkamerover de omvang van Nederlandse uitkeringen in het buitenland8. DeRekenkamer heeft onderzocht in hoeverre een verlenging van deexporttermijn van de WW-uitkering van drie naar zes maanden tot meerexport zou leiden. Dit effect bleek beperkt te zijn. Ongeveer de helft van de10.800 mensen die in de periode 2018–2020 een werkloosheidsuitkeringexporteerden, had hier namelijk slechts drie maanden of minder recht op.Slechts 21% had zes maanden de uitkering kunnen exporteren, als hetrecht daartoe bestond. Dit zou op basis van de gegevens uit de onder-zochte periode gaan om gemiddeld 741 personen per jaar. Met anderewoorden, een significante groep had onvoldoende rechten opgebouwdom gebruik te kunnen maken van een exporttermijn van zes maanden.Het herzieningsvoorstel omvat, naast de verlenging van de exporttermijn,echter ook andere maatregelen die de mogelijkheden om eenWW-uitkering te exporteren verruimen. De belangrijkste wijziging daarbijis de overgang naar het zogenoemde werklandbeginsel. Het werklandbe-ginsel breidt de exportmogelijkheden uit van personen die in een anderelidstaat wonen dan waar zij werkten na afloop van een bepaalde affiliatie-termijn.9 Als gevolg van deze maatregelen wordt verwacht dat het aantalgeëxporteerde uitkeringen zal toenemen. Een becijfering van dezetoename is echter niet mogelijk, omdat de gegevens hierover ontbreken.7UWV, Export uitkeringen 2024: Sociale verzekeringen internationaal, 2024,https://www.uwv.nl/assets-kai/files/9c3f9ec6-4d67-4bfd-8f04-a7c75b5796fb/export-uitkeringen-2024.pdf8Algemene Rekenkamer (22 jun 2022), Een Nederlandse uitkering in het buitenland: Dienstver-lening en handhaving door het UWV bij export van uitkeringen, geraadpleegd via https://www.rekenkamer.nl/documenten/2022/06/22/een-nederlandse-uitkering-in-het-buitenland9Over de lengte van de affiliatietermijn wordt nog onderhandeld. Deze varieerde onder delaatste Voorzitterschappen tussen de 18 en 25 weken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8114 Non-paper Modernisering Sociale ZekerheidDe leden van de D66-fractie vroegen ook naar de steun voor het Neder-landse non-paper. Het Nederlandse non-paper van januari 202510 roept deEuropese Commissie op om te komen tot een voorstel dat beter aansluitbij de huidige arbeidsmarkt, die gekenmerkt wordt door flexibilisering,digitalisering en toegenomen grensoverschrijdend werk. Hoewel devoorstellen door een deel van de lidstaten positief werden ontvangen, wileen grote groep lidstaten eerst een akkoord bereiken over het huidigevoorstel. Dit bleek bijvoorbeeld tijdens het Poolse voorzitterschap, toentwaalf lidstaten in een brief expliciet opriepen om tot een akkoord tekomen over het bestaande herzieningsvoorstel11.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van de geannoteerde agenda en hebben daarbij enkelevragen.De leden van de CDA-fractie constateren dat het onderwerpVerordening 883/2004 niet is geagendeerd voor de InformeleRaad, maar dat de geannoteerde agenda wel een kwartaalrap-portage bevat. Deze leden nemen kennis van het feit datNederland de voorlopige politieke akkoorden in 2019 en 2021niet steunde vanwege bezwaren bij verruiming van exportmoge-lijkheden in het werkloosheidshoofdstuk en dat Nederland inzetop modernisering, mede gelet op veranderingen in de arbeids-markt (digitalisering en hybride werken). Deze leden lezen ookdat Cyprus de ambitie heeft uitgesproken om op dit dossier toteen akkoord te komen, terwijl er nog geen formele onderhande-lingsmomenten gepland zijn. Deze leden vragen of de regeringinmiddels zicht heeft op de beoogde aanpak van het Cypriotischvoorzitterschap om tot een doorbraak te komen, en wat ditbetekent voor de Nederlandse onderhandelingspositie.Cyprus heeft de ambitie uitgesproken om de komende maanden tot eenakkoord te komen, en veel belanghebbenden roepen daar ook toe op.Momenteel staan er onder het Cypriotische voorzitterschap nog geenofficiële onderhandelingsronden gepland. De verwachting is dat dezemomenten de komende periode zullen worden ingepland. Nederland blijftzich inzetten voor de noodzakelijke modernisering van de coördinatie vansocialezekerheidsstelsels binnen de Europese Unie.De leden van de CDA-fractie merken op dat Nederland bij hetagendapunt «eerlijke werkgelegenheid voor sociale rechtvaar-digheid» zal uitdragen dat een goed werkend internationaalverdragenstelsel bijdraagt aan fatsoenlijk werk en socialerechtvaardigheid, en dat dit daarnaast bijdraagt aan een gelijkspeelveld voor bedrijven. Ook nemen deze leden kennis van hetfeit dat Nederland daarbij de fundamentele IAO-verdragenprioritair noemt. Deze leden vragen welke concrete knelpuntende regering op dit moment ziet bij de naleving en handhaving van10Kamerstuk 29 861, nr. 158.11Twaalf lidstaten (Bulgarije, Kroatië, Tsjechië, Estland, Frankrijk, Italië, Litouwen, Portugal,Roemenië, Slowakije, Slovenië en Spanje) hebben in een gezamenlijke brief het belangbenadrukt om tot een akkoord te komen en het Poolse voorzitterschap opgeroepen om eennieuw Raadsmandaat te formaliseren. Zie ook Verslag van de Raad van 10 maart 2025,Kamerstuk 21 501-301, nr. 780.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8115 deze fundamentele arbeidsnormen in de praktijk, en welkepunten Nederland hierover concreet wil inbrengen in de gedach-tewisseling tijdens de Informele Raad.Door economische en geopolitieke crises, digitalisering en klimaatveran-dering zijn de fundamentele principes de afgelopen tien jaar wereldwijdonder druk komen te staan. Zo heeft het ILO-expertcomité over detoepassing van arbeidsnormen (CEACR) zorgen geuit over de toenamevan geweld in de wereld van werk. Het comité ziet een toename vanaanklachten over geweld, waaronder moorden, in relatie tot verdragen diezien op de vrijheid van vakvereniging en discriminatie.12 HetEU-voorzitterschap heeft deze zorgen tijdens de Internationale Arbeids-conferentie van 2025 onderschreven.13 Tegelijkertijd is er hernieuwdmomentum ontstaan om vooruitgang te boeken. Zo is het recht op eengezonde en veilige werkomgeving in 2022 aangewezen als vijfdefundamentele principe en is het Verdrag tegen de Ergste Vormen vanKinderarbeid – als eerste verdrag – universeel geratificeerd.Het kabinet ziet de fundamentele arbeidsnormen als een belangrijke pilaarvoor het bereiken van fatsoenlijk werk en sociale rechtvaardigheid.Nederland maakt zich dan ook sterk voor de ratificatie en effectieveimplementatie van alle fundamentele verdragen en onafhankelijk toezichtdoor de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). Dit zal Nederlandinbrengen tijdens de gedachtewisseling bij de Informele Raad.Tijdens de gedachtewisseling bij de Informele Raad zal Nederland verderingaan op nationaal beleid dat eerlijke werkgelegenheid en socialerechtvaardigheid bevordert, bijvoorbeeld op het gebied van leven langontwikkelen en het belang van effectieve handhaving van arbeidsomstan-digheden.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van hetagendapunt over de Europese anti-armoedestrategie. Daarbijmerken deze leden op dat Nederland voornemens is te interve-niëren langs de lijnen van een eerder met de Kamer gedeeldnon-paper en dat de inzet voortbouwt op het NationaalProgramma Armoede en Schulden, met onder meer aandachtvoor een geïntegreerde aanpak, preventie, intergenerationelearmoede en betrokkenheid van ervaringsdeskundigen. Deze ledenvragen hoe de regering deze vier elementen concreet wilterugzien in de uiteindelijke Europese Anti-Armoedestrategie(bijvoorbeeld via indicatoren, monitoring, aanbevelingen offinancieringskoppelingen) en op welke momenten de Kamerwordt betrokken.De Europese Anti-Armoedestrategie kan lidstaten ondersteunen enhandvatten bieden bij het maken van beleid om armoede tegen te gaanop nationaal, regionaal of lokaal niveau. Naar mening van het kabinetdient een effectieve strategie om armoede te bestrijden in ieder gevalaandacht te hebben voor de vier elementen die in het non-paper wordengeïdentificeerd. Als concreet voorbeeld zou de Europese strategieaandacht kunnen hebben voor online verleidingen als onderdeel vanpreventie van armoede en schulden. Daarnaast kan effectieve kennis-deling tussen lidstaten plaatsvinden in bestaande overlegstructuren, zoalsde Raad WSB en de vergaderingen van het Sociaal Beschermingscomité.Het kabinet merkt daarbij op dat ontwikkelingen over armoede in de EU al12Conference Committee on the Application of Standards: Record of Proceedings (ILC 2025) |International Labour Organization13EU Statement - 113th ILC - Committee on Application of Standards – General report | EEASTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8116 worden gemonitord via het Europees Semester en het EU socialescorebord. Het kabinet heeft er daarom oog voor dat er geen dubbelerapportageverplichtingen zullen ontstaan.Het kabinet zal het parlement na publicatie van de EuropeseAnti-Armoedestrategie informeren over de appreciatie via een BNC-fiche.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8117

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · cabf59d6c3db5223

14 okt 2026 · f71ab203b4f1eb64

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.