KamerkringInloggen
Kamerbrief

Decentrale ontwikkeling van het energiesysteem

18 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 70adebdbe14dbaf2 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 023Voorzienings- en leveringszekerheid energie31 239Stimulering duurzame energieproductieNr. 587 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 juni 2025Het kabinet wil sterker inzetten op decentrale ontwikkelingen binnen hetenergiesysteem. Energie wordt steeds meer decentraal opgewekt en deenergietransitie wordt ook lokaal en regionaal veel zichtbaarder in onzeleefomgeving. Kernpunten van de inzet zijn 1) het optimaal in balansbrengen van vraag en aanbod van energie op ieder schaalniveau, 2) hetbeter organiseren van de samenhang tussen gebiedsontwikkeling en hetenergiesysteem en 3) regie vanuit een sociaal-maatschappelijkperspectief.Decentrale ontwikkelingen kunnen aanzienlijke maatschappelijke eneconomische voordelen bieden op onze leefbaarheid en de betaal-baarheid en betrouwbaarheid van het energiesysteem. Om dezevoordelen te kunnen benutten is een helder en gedeeld perspectief op hetbelang van decentrale ontwikkelingen binnen het energiesysteem nodig.Hier hoort ook een concreter beeld van de potentie en structurelebeleidsaanpak voor de belemmeringen en oplossingsrichtingen bij1. Opdit moment zijn veel keuzes met betrekking tot het energiesysteemcentraal gestuurd of komen deze voort uit een centrale bevoegdheid.Daarin zit een spanning met decentrale ontwikkelingen, wat dus vraagtom goede afstemming tussen centraal en decentraal.Met deze brief, mede namens de Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening (VRO), wordt ook invulling gegeven aan detoezegging in de Zonnebrief van 6 januari 20252 en de brief van 27 januari20253 om de Kamer te informeren over de uitwerking van de interbestuur-lijke samenwerking en de decentrale doorontwikkeling van het energie-1Zie ook: Verslag driedaagse deepdive: Waardeer decentraal als belangrijke bouwsteen -Transform. Een verslag van de 3-daagse expert-bijeenkomst in april 2025 georganiseerd doorhet innovatienetwerk Transform.2Kamerstuk 32 813, nr. 14643Kamerstuk 31 239, nr. 404 kst-29023-587ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5871 systeem. Daarnaast wordt aangegeven op welke manier het kabinetomgaat met de motie Erkens over de toekomst van de RES-regio’s4.Het belang van de decentrale ontwikkeling van het energie-systeem De regionale en lokale schaal krijgt binnen de energietransitie een grotererol. Steeds meer bedrijven elektrificeren, er komen meer elektrische auto’sen warmtepompen en we voorzien een groei van collectieve warmtesys-temen. Energie wordt steeds meer decentraal geproduceerd doorbijvoorbeeld zon- en windparken op land, zon op dak, groen gas projectenen aqua- en geothermie. Met de inzet van deze duurzame bronnen en hetverhogen van energie-efficiëntie draagt slimmer en gerichter inzetten opdecentrale ontwikkelingen bij aan een toekomstbestendig energie-systeem. Door regionaal en lokaal vraag en aanbod van energie beter opelkaar af te stemmen en op te slaan is er bovendien minder transport vanenergie en dus aanleg van infrastructuur nodig. Ook gaan decentraleontwikkelingen zo bijdragen aan meer lokale, regionale en nationaleautonomie. Gecombineerd met meer handelingsperspectief en lokaalzeggenschap gaan decentrale ontwikkelingen zo maatschappelijke,strategische en economische belangen dienen.Het belang van de transitie van een centraal systeem naar een energie-systeem dat ook een decentrale kant heeft wordt beschreven in hetNationaal Plan Energiesysteem (NPE) en is sindsdien alleen maartoegenomen in de context van de netcongestie en geopolitieke ontwikke-lingen. Ook in het signalenrapport van het Nationaal Klimaat Platform«Basis in Balans»5 van november 2023 wordt dit belang benadrukt. Dehuidige fase van de energietransitie laat zien dat het bouwen aan eenenergiesysteem van de toekomst in toenemende mate – naast eentechnische systeemopgave – ook een sociaal-maatschappelijk opgave is.Zo lopen de woningbouwopgave en de mobiliteitsopgave tegen degrenzen van het huidige elektriciteitsnet aan, kunnen bedrijven zich nietvestigen of verduurzamen, concurreert de opwek door middel van zon-pven windenergie op land met andere ruimtelijke ontwikkelingen en kunnengroen gas producenten het groen gas in de zomer soms niet invoeden ophet lokale gasnet. Dit raakt al onze inwoners, maatschappelijke organi-saties en bedrijven. Daarbij zijn de kosten voor het hebben van voldoendeenergie voor veel burgers en bedrijven een aandachtspunt. Tot slot wordthet energiesysteem lokaal, regionaal en provinciaal veel zichtbaarder inde fysieke leefomgeving.Dit vraagt om een perspectief op de ontwikkeling van de decentrale kantvan het energiesysteem. In dit perspectief bieden decentrale ontwikke-lingen onder meer uitkomst in gebieden met netcongestie. Lokale opweken opslag van energie maken uitbreiding van bedrijven, woningbouwpro-jecten of laadopties voor mobiliteit in bepaalde gevallen op korte termijntoch mogelijk. De brieven «Voortgang aanpak netcongestie» van 24 maart20256, «Aanpak netcongestie: sneller uitbreiden elektriciteitsnet» van25 april 20257 en de Kabinetsreactie op IBO-rapport Bekostiging van deElektriciteitsinfrastructuur van 25 april 20258 gaan in op de inspanningenvan het kabinet en netbeheerders om sneller meer energie-infrastructuurte bouwen, die op termijn weer zorgen voor meer beschikbare transport-capaciteit. Maar alleen verzwaring van de elektriciteitsnetten is niet4Kamerstuk 33 561, nr. 705Basis in Balans | Nationaal Klimaat Platform6Kamerstuk 29 023, nr. 5997Kamerstuk 29 023, nr. 5668Kamerstuk 29 023, nr. 567Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5872 voldoende om netcongestie tegen te gaan. Zo benadrukt het IBO-rapport,naast besparing op de energievraag, het belang om sterker te sturen ophet dichterbij elkaar plaatsen van opwek, gebruik en opslagcapaciteit.Betere afstemming tussen opwek en gebruik, zowel achter de meter alsachter transformatorstations, kan bijdragen aan het beperken vanpiekstromen in het net. Decentrale ontwikkelingen in het energiesysteemzoals energiehubs en warmtenetten, met het elektriciteitsnet als ruggen-graat van het energiesysteem, voorkomen ook dat een uitgebreidelektriciteitsnet na ingebruikname snel weer vol loopt. Het sturen op hetoptimaal afstemmen van lokale productie en gebruik van elektriciteitdraagt ook bij aan het voorkomen van netcongestie op de hogereenergievlakken (midden- en hoogspanning).Kern decentrale ontwikkelingen Het energiesysteem is een samenhangend geheel van bronnen, infra-structuur, opslag en gebruikers op verschillende schaalniveaus. Daarom iser niet één definitie van een decentraal energiesysteem maar spreken wevan decentrale ontwikkelingen. Deze beschrijven we aan de hand vanonderstaande drie elementen:2.1 Relatie tussen centraal en decentraal Decentrale ontwikkelingen binnen het energiesysteem zijn onderdeel vanéén groot energiesysteem met onderdelen en ontwikkelingen van het(inter)nationale tot en met het lokale niveau. Er is geen decentraalsysteem dat los staat van het centrale energiesysteem; decentraleontwikkelingen zijn al volop aanwezig in het energiesysteem en interac-teren met centrale elementen. Zo zal voor de mobiliteit, de gebouwdeomgeving, bedrijven en landbouw meer gebruik worden gemaakt vanlokale en regionale bronnen, omdat vraag en aanbod van energie zichnabij elkaar bevinden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het centralesysteem voor leveringszekerheid en voor voldoende aanbod waar ditregionaal niet mogelijk is. De energie voor grote industriële afnemers,andere grootverbruikers en de internationale lucht- en scheepvaart zalgrotendeels geleverd worden via de (inter)nationale transportnettenvanuit grootschalige bronnen als wind op zee, grote centrales en import.Daarnaast zijn er raakvlakken tussen centraal en decentraal bij de keuzesover kernenergie, met name waar het gaat over de mogelijkheden voormeerdere kleine modulaire reactoren (SMR’s). Hiervoor worden in hetSMR-programma de potentie van SMR’s in het energiesysteem en derandvoorwaarden voor de ontwikkeling en bouw onderzocht. Het kabinetzal na de zomer van 2025 op basis van de uitkosten van het SMRprogrammade rol van SMR’s in het systeem nader duiden.Lokale bronnen kunnen ook behoefte hebben aan nationale infrastructuur.Zo wordt een groot deel van het nationale groen gas productiepotentieelop regionale gasnetten ingevoed, waarna het via het nationale gasnetverspreid wordt over heel Nederland. Via het programma groen gas9stimuleert het kabinet de groen gas productie in Nederland. Samen metde netbeheerders houdt het kabinet bij de toekomstige inrichting van hetgasnet rekening met lokale groen gasproductie en invoeding en denationale groen gas vraag. Een concreet probleem doet zich nu al voor,namelijk dat een producent zijn groen gas soms niet kwijt kan op hetgasnet. Dit probleem doet zich voornamelijk voor in de zomermaanden enkan via o.a. goede inrichting van het gasnet en zogenaamde «boosters»9Kamerstuk 32 813, nr. 1352Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5873 (compressoren) worden opgelost zodat het lokale overschot aan groengas wordt ingevoerd in het landelijke transportnetwerk. Zon pv en warmtebatterij voor groen gasIn het groengas cluster in Dalen Drenthe zien agrariërs een oplossingvoor netcongestie in de combinatie van zon-pv die een warmtebat-terij voedt, zodat deze energie zowel zomers als ’s winters gebruiktkan worden voor de productie van groen gas. Op deze manier kan deagrariër zijn bedrijf verder ontwikkelen en wordt er een bijdrage aande energietransitie, de aanpak van de mest- en stikstofproblematieken circulariteit geleverd.2.2 Decentrale technologische ontwikkelingen Vanuit technisch perspectief beschrijven we decentrale ontwikkelingenaan de hand van een aantal technologieën. De decentrale ontwikkelingenvinden met name plaats binnen de ketens elektriciteit (zonne- enwindenergie, bi-directionele batterijen in elektrische voertuigen, slimladen) en warmte (geothermie, warmte-koude opslag, warmtepompen,restwarmte, warmtebuffers en collectieve warmtesystemen). Dezetechnologieën kunnen gezamenlijk worden ingezet om transport(pieken)van elektriciteit van en naar andere gebieden en tussen netvlakken zoveelmogelijk te beperken. Voor elektriciteit is het niet langer wenselijk omtransport altijd en overal mogelijk te maken vanwege de kosten, deruimtevraag en de toch al grote opgave om het elektriciteitsnet dekomende jaren fors uit te breiden. Korter transport van energie en hetbeperken van transportpieken betekent minder behoefte aan uitbreidingvan energie-infrastructuur en een efficiënter gebruik van het bestaandeenergienet. Snellaadplein GeldermalsenIn 2023 heeft coöperatie Betuwewind samen met een bouwcombi-natie van bedrijven het semipublieke snellaadplein voor zwaarbouwmaterieel en elektrische vrachtwagens ontwikkeld: WattHub.Aanleiding was de emissievrije opgave voor de dijkversterkingTiel-Waardenburg, waardoor er in de regio veel extra laadinfra-structuur voor zwaar bouwmaterieel nodig is. Het laadplein heeft 42slimme laadpalen met een laadvermogen tot 400 kW, zodatelektrisch rijden voor de transport- en bouwsector gemakkelijkermogelijk wordt gemaakt. Emissievrij bouwen met behulp van lokalewindenergie wordt hierdoor bevorderd. Het laadplein heeft meercapaciteit dan het project vraagt en deze extra capaciteit kan wordeningezet voor bedrijven uit de regio met soortgelijke oplaadbehoefte.Dit geeft lokale ondernemers de kans om eerder te investeren induurzamer materieel. Niet alleen de investering, maar ook bijvoor-beeld de beschikbaarheid van laadmogelijkheden spelen hierbij eenrol. Veel ondernemers krijgen geen zwaardere aansluiting van denetbeheerder, wat het elektrificeren van hun transportmiddelen enmaterieelstukken lastig maakt. Een decentraal perspectief vraagt ook om een ander systeemontwerp, ookmet het oog op de robuustheid van het systeem. Waar een centraalsysteem een sterke focus heeft op het risico van grote centrale bedrei-gingen zoals beschadigingen aan transportkabels, ligt de focus bijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5874 decentraal meer op verstoringen die alle decentrale delen tegelijk kunnenraken zoals digitale afhankelijkheden.Ontwikkelingen die passen bij het systeemontwerp om vraag en aanbodvan energie op elkaar te laten aansluiten zijn:•Aanbodsturing: slimme aansturing van warmtepompen en laadinfra-structuur voor elektrisch vervoer, zonnepanelen met slimme omvor-mers of fasesturing, lokale opslag bij zonneparken en bedrijven,energiemanagementsystemen in wijken en op bedrijventerreinen.•Vraagverschuiving: elektrisch laden van auto’s buiten piekmomenten,tijdsgebonden verbruikstarieven.•Gebiedsgerichte normen: bij nieuwbouw of herstructurering vanwijken en bedrijventerreinen.•Lokaal flexibiliteit organiseren: delen van vraag en aanbod viaenergiegemeenschappen of sturing via wijknetten, en gebruik makenvan elektrisch vervoer ter bevordering van het balanceren van hetenergiesysteem en opslag en transport.2.3 Sociaal-maatschappelijk en ruimtelijk perspectief op decentraleontwikkelingen Naast het technisch perspectief ziet het kabinet dat een ruimtelijk ensociaal-maatschappelijk perspectief op decentrale ontwikkelingen in hetenergiesysteem van groot belang is. Decentrale ontwikkelingen komenveelal vanuit de maatschappij tot stand, het is daarom aan de overheidom, naast subsidies en regels, deze ontwikkelingen te faciliteren en dezelokale dynamiek te benutten. De Raad voor de leefomgeving en infra-structuur (Rli) wijst in haar advies «Falen en opstaan»10 bijvoorbeeld ophet belang van een effectief samenspel tussen overheid, gemeen-schappen en bedrijfsleven. Ook de regionale economie en het vestigings-klimaat profiteren van decentrale initiatieven, bijvoorbeeld als ditverduurzaming van productieprocessen bevordert. Decentrale ontwikke-lingen bieden mogelijkheden voor ondernemers om combinaties temaken met verschillende economische activiteiten, zoals opwek vanzon-pv en wind gecombineerd met warmte en waterstof en het lokaalgebruiken ervan.Daarnaast gaat het in het sociaal-maatschappelijk perspectief om hetcombineren van systemen met andere ruimte vragende functies zoals decombinatie toepassing van zon pv met agrarische functies11 ofwoonwijken, om een rechtvaardige energietransitie met een balans inlasten en lusten, en over financiële participatie en zeggenschap over(locaties van) lokale energievoorziening. Dit laatste sluit aan bij dekabinetsvisie «Burgerbetrokkenheid bij de energietransitie» van 17 mei202312. Het kabinet wil betrokkenheid van burgers, bedrijven en instel-lingen organiseren bij de vormgeving van beleid en lokale initiatievenstimuleren, zoals lokale energie-uitwisseling, lokaal eigendom enenergiebesparing.De afgelopen 15 jaar is het aantal burgerenergie-initiatieven gegroeid naar702 in 2024 met samen 139.000 leden verspreid over heel Nederland13.Financiële ondersteuning vanuit het Rijk heeft hieraan bijgedragen. Zomaken energiecoöperaties op dit moment voor ca. 40 projecten in deontwikkelfase gebruik van een lening uit het Ontwikkelfonds Opwek en10Mei 2025: Falen en opstaan Raad voor de leefomgeving en de infrastructuur11Zie ook: Verkenning Agri-PV in Nederland: Een onderzoek naar combinaties van zonnepanelenmet landbouw productie - Wageningen University & Research12Kamerstuk 32 813, nr. 123113Lokale Energie Monitor 2024 | HIERTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5875 heeft de SCE-regeling bijgedragen aan de realisatie van ruim 500projecten voor coöperatieve energieopwekking. Ook via de SDE++ wordenenergiecoöperaties gefaciliteerd. Op deze manier ontstaat steeds meerlokaal zeggenschap en kunnen steeds meer mensen meeprofiteren van definanciële opbrengsten van deze projecten. Het kabinet zal na de zomernader ingaan op de rol van energiegemeenschappen en geeft hiermeeinvulling aan de motie van het lid Thijssen14. Hiermee wordt richtinggegeven aan de rol van energiegemeenschappen in het energiesysteemen onder welke voorwaarden het potentieel van energiegemeenschappenkan worden benut. Tevens wordt ook ingegaan op het versterken vanlokaal eigendom bij OER-projecten, zoals toegezegd in het debat van29 januari jongstleden.Ambitie In het NPE en IBO wordt het belang van decentrale ontwikkelingen in hetenergiesysteem benadrukt. De potentie van decentrale ontwikkelingenwordt steeds concreter aan de hand van praktijkvoorbeelden in degebouwde omgeving, met slim laden in de mobiliteitssector en bij deverduurzaming van industriële processen. Ook geven pilots en studiesnaar energiehubs op bedrijventerreinen en de ontwikkelingen ten aanzienvan collectieve warmtesystemen indicaties voor de potentie van dezedecentrale ontwikkelingen. Het IBO maakt de inschatting dat van de€ 107 miljard investeringen voor elektriciteitsinfra op land er € 3,5 tot€ 22,5 miljard gedempt kan worden door een betere benutting van hetnet.De huidige inzichten zijn dus vooral gebaseerd op praktijkvoorbeelden,indicaties en inschattingen. Het kabinet wil daarom nader in kaart brengenwat de bijdrage van de decentrale ontwikkelingen kan zijn, waaronder ophet gebied van netinvesteringen. Het kabinet zal de Kamer hier eind vanhet jaar over informeren.Tegelijkertijd werkt het kabinet, vanuit de Interbestuurlijke Samenwer-kingsagenda (ISA) als ook in het kader van de Nota Ruimte, verder aan dedecentrale ontwikkelingen van het energiesysteem. Het doel van deagenda is om hier in 2025 afspraken over te maken tussen het Rijk enprovincies, gemeenten, waterschappen en netbeheerders. Om recht tedoen aan de urgentie en succesvolle voorbeelden van de decentraleontwikkeling van het energiesysteem zet het kabinet hierbij in op devolgende hoofdkeuzes:A.Op elk schaalniveau (lokaal, regionaal, provinciaal en nationaal) wordtvraag en aanbod naar energie zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Ditkan samengaan met het streven naar een bepaalde mate van zelfvoor-ziening. Het beperken van transport van energie is het uitgangspunt.Centrale opwek – bijvoorbeeld met wind op zee, waterstofproductie enkernenergie – vormt de belangrijkste basis voor leveringszekerheid inperioden van weinig zon of wind op land of voor bedrijven en sectorenmet een hoge energievraag in de regio.B.Het energiesysteem op het lokale, regionale en provinciale schaal-niveau krijgt per definitie gebiedsgericht vorm en is een integraalonderdeel van de ruimtelijke ordening. Dit vraagt om een goedeverbinding met de relevante ruimtelijke visies op de verschillendeschaalniveaus. Energie is een randvoorwaarde voor ontwikkelingen inde gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit en landbouw en dient alshet ware mee ontwikkeld te worden. Dit vraagt enerzijds om hetvroegtijdig meewegen van de beschikbaarheid van, en de impact ophet energiesysteem bij het maken ruimtelijke keuzes. Tegelijkertijd gaat14Motie van het lid Thijssen, Kamerstuk 36 532, nr. 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5876 het ook om het bijtijds meewegen van ruimtelijke aspecten bij keuzesin het energiesysteem.C.De decentrale ontwikkeling van het energiesysteem vraagt ook omregie vanuit een sociaal-maatschappelijk perspectief. Handelingsper-spectief, inspraak en betrokkenheid van burgers en bedrijven bij dedecentrale ontwikkelingen is hiervoor belangrijk.Binnen deze nationale hoofdkeuzes is er ruimte voor regionale en lokaleinvulling. Het handelingsperspectief van provincies en gemeenten ligt metname in de ruimtelijke ontwikkelingen en de gebiedsgerichte benadering,waarbij sociaaleconomische ontwikkeling, leefomgeving en gebiedsiden-titeit een belangrijke rol spelen. Inspraak en zeggenschap krijgt nadruk-kelijk op lokaal niveau vorm. Zo wordt in de Wet gemeentelijke instru-menten warmtetransitie en in het wetsvoorstel collectieve warmte eenlokale regierol toegekend aan gemeenten. Het Rijk heeft daarbij deverantwoordelijkheid om vanuit een nationale regierol de kaders enrandvoorwaarden te stellen. Belangrijke randvoorwaarden hiervoor zijn:•Energiebesparing is belangrijk en moet onderdeel zijn van (regulier)beleid op vele beleidsterreinen. Bewoners, bedrijven, maatschappelijkeorganisaties en overheden hebben hier allemaal een verantwoordelijk-heid bij de keuzes die zij maken.•Er blijft – in samenhang met de ontwikkeling van de vraag en debeschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet – plaatsing van hernieuw-bare energie op land (windenergie, zon-pv, warmte en groen gas)nodig.•Collectieve warmtesystemen moeten van de grond komen om eenverdere toename van netcongestie te voorkomen en verduurzamingvan de gebouwde omgeving wel mogelijk te maken.•Gebiedsgerichte planvorming is nodig waarbij ruimtelijke ontwikkelin-gen, met nieuwe vraag of aanbod als gevolg, worden afgestemd ophet energiesysteem en vice versa.•Er moet ruimte zijn voor decentrale oplossingen vanuit burgers,maatschappelijke organisaties en bedrijven, met daarbij aandacht vooro.a. slimme prijsprikkels en piek-dal-sturing.Er is sprake van een toenemende druk op de schaarse ruimte inNederland. Nederland heeft veel grote en urgente opgaven die ruimtevragen, zoals het energiesysteem, woningbouw, landbouw en defensie.Het is belangrijk om de bredere ruimtelijke opgaven in samenhang tebezien en vraag en aanbod van energie zoveel mogelijk dichtbij elkaar terealiseren. Het is van belang dat er bij de afweging en keuzes van delocaties voor decentrale energieontwikkelingen ook gekeken wordt naar,de Nota Ruimte, Nationale Programma’s van het Rijk en regionale enlokale plannen van andere domeinen.Huidige inzet op de systeembenadering Een belangrijke uitdaging voor de decentrale ontwikkeling is een integralesturing op zowel de energieketens zoals beschreven in het NPE als opgebiedsgerichte ontwikkelingen vanuit de gebruikerssectoren. Overheids-sturing hierop vereist dat goed ingespeeld wordt op zowel marktontwikke-lingen in deze sectoren, als ook afstemming en samenwerking met – hetbeleid van – medeoverheden en netbeheerders. De huidige beleidsinzetomvat verschillende beleidsdossiers die in het kader van het ISA meermet elkaar in samenhang worden gebracht. Hieronder worden enkelehiervan kort toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5877 4.1 Integraal programmeren en locatiesturing De huidige netcongestie maakt duidelijk dat een (middel)lange termijnaanpak nodig is voor het energiesysteem. Hierbij horen ook tijdige keuzesvoor de ontwikkeling van energie-infrastructuur en locaties voor energie-productie, opslag en vraag naar elektronen en moleculen. Keuzes die nietbij één overheid of marktpartij liggen maar onderling van elkaar afhan-kelijk zijn en met de nodige onzekerheden gepaard gaan. Deze program-mering van het energiesysteem, in samenhang met de gewensteruimtelijk-economische ontwikkelingen, krijgt momenteel op verschillendeschaalniveaus vorm: onder meer op nationaal niveau met het NPE, PEH,de Nota Ruimte en het nMIEK, op provinciaal niveau met provincialeenergie- en omgevingsvisies, het programma NOVEX en de pMIEK en opgemeentelijk niveau met o.a. de warmteprogramma’s en de omgevings-visies. Het streven is om op verschillende schaalniveaus samenhangendekeuzes te maken. Daarom wordt binnen het ISA de gezamenlijke opgavein beeld gebracht en wordt gewerkt aan betere afstemming van plannenen producten, zoals de provinciale energievisies en de warmtepro-gramma’s. Als uitwerking hiervan worden met ontwerpend onderzoekruimtelijke kansen en consequenties van toekomstige decentraleontwikkelingen van het energiesysteem in verbinding gebracht metandere ruimtelijke opgaven. Op deze manier worden lessen opgedaanover de afstemming tussen het ruimtelijk- en energiedomein en komenknelpunten, combinatiekansen en andere oplossingen in beeld.Decentrale overheden leveren op lokaal en regionaal niveau een bijdragedoor bijvoorbeeld wonen, lokale energieproductie en opslag bij elkaar tesitueren. Of door bij een nieuwbouwwijk rekening te houden met debeschikbare netcapaciteit voordat een nieuwbouwlocatie wordtontworpen. Informatie uit provinciale energievisies over de ontwikkelingvan het energiesysteem geeft richting aan locatiekeuzes op lokaal niveau.Locatiesturing is vervolgens te effectueren met de inzet van het ruimtelijkinstrumentarium. Samen met de inister van VRO worden mogelijkeaanvullende sturingsmogelijkheden binnen de Omgevingswet verkend tenbehoeve van een doelmatige benutting van de energie-infrastructuur. Hetkabinet beziet dit in samenhang met de nationale en Europese regels enkaders van het energierecht. In dat verband wordt ook uitwerking gegevenaan het amendement Flach en Koekkoek op artikel 6.12, tweede lid,Energiewet, op grond waarvan bij algemene maatregel van bestuurgevallen en voorwaarden worden aangewezen waarin provinciale statenen de gemeenteraad ten behoeve van de energietransitie regels kunnenstellen in het belang van de energievoorziening15. Naar verwachting kanhet kabinet de Kamer medio 2026 een voorstel tot een wetswijzigingaanbieden.4.2 Energiehubs Het Stimuleringsprogramma energiehubs speelt een belangrijke aanja-gende en verbindende rol in het bij elkaar brengen van vraag en aanbodvan energie. Een energiehub is te omschrijven als een slim gestuurd,decentraal energiesysteem waar hernieuwbare energieopwek enenergiegebruik in een specifiek gebied zoveel mogelijk op elkaar wordtafgestemd. Energiehubs creëren flexibiliteit in het energiesysteem enbelasten de energienetten minder. Om dit mogelijk te maken zijn naast detechnische infrastructuur ook een verdienmodel, organisatievorm enafspraken met de omgeving nodig.15Kamerstuk36 378, nr. 46Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5878 De ontwikkeling van kansrijke energiehubs blijft dan ook gestimuleerdworden via het programma energiehubs 2024–2030, en een verbredingvan de focus wordt de komende jaren voorzien. We zien een potentie van1.200 locaties voor energiehubs op zowel bedrijventerreinen, ingebouwde omgeving als bij mobiliteitshubs. Tientallen initiatievenworden in regionale samenwerking momenteel ondersteund om totontwikkeling te komen, een 10-tal pilots heeft een groepscontractgesloten. Het streven hierbij is de realisatie van tenminste 500energiehubs in 2030, conform het advies «Slim met Stroom» van GerardSchouw16. De focus ligt momenteel vooral op bedrijventerreinen. Deervaringen en inzichten die daarbij worden opgedaan zijn echter ookbreder bruikbaar in de gebouwde omgeving en de mobiliteitssector. Opbasis van de ervaring die de afgelopen jaren is opgedaan zal dit jaar eenkeuze worden gemaakt over de inzet van middelen voor de opscha-lingsfase na 2025. De Kamer zal hierover eind van het jaar geïnformeerdworden. Energiehub Kempisch BedrijvenparkBedrijven op het Kempisch Bedrijvenpark Hapert ondervinden degevolgen van netcongestie. De transportschaarste zet een rem op delevering van en teruglevering aan het elektriciteitsnet. Aan de enekant zijn er bedrijven die de activiteiten willen uitbreiden, enondernemingen die er opstarten. Aan de andere kant zijn erondernemers op het bedrijventerrein die zelf duurzame energieopwekken. De energiehub maakt een slimme combinatie van deopwek, de opslag, de conversie en het verbruik van energie. Hetlokale energienetwerk stelt ondernemingen in staat om onderlingenergie uit te wisselen en zo efficiënter gebruik te maken van decapaciteit van het elektriciteitsnet. De aanpak creëert hiermee nieuweruimte voor de duurzame groei van de deelnemers. Bedrijven zijnhier de kartrekker. Het Kempisch Bedrijvenpark heeft grote dakopper-vlakten beschikbaar voor zonnepanelen en er zijn plannen voor eenwarmtekrachtcentrale (als back-up) en voor een windturbine in denabijheid van het bedrijvenpark. De energiehub geeft een extraimpuls aan de inzet van lokale duurzame energie én stimuleert deeconomische groei van het bedrijventerrein.4.3 Landelijk Actieprogramma Netcongestie Binnen het Landelijk Actieprogramma Netcongestie wordt gewerkt aanverschillende acties rondom het sneller bouwen, beter benutten enslimmer inzicht verkrijgen in het elektriciteitsnet. Zoals aangegeven in deKamerbrief «Aanpak netcongestie: sneller uitbreiden elektriciteitsnet»17, ishet proactief reserveren van ruimte voor energie een kansrijk instrument.Daarnaast is in deze brief een set van concrete maatregelen aangekondigdom knelpunten in de praktijk bij het realiseren van elektriciteitsprojecten temitigeren. Verschillende acties dragen bij de ontwikkeling van hetdecentrale energiesysteem waaronder capaciteitsbeperkende contractenen de ontwikkeling van de groepstransportovereenkomst waarmee er eenjuridische basis voor energyhubs gecreëerd wordt. Ook worden erverschillende inzichtproducten ontwikkeld waaronder een overzicht vande zogeheten «netburen» (aansluitingen op hetzelfde deel van het net).Verder wordt gewerkt aan randvoorwaarden om netcongestie-neutrale16Slim met Stroom voor Groene Groei17Kamerstuk 29 023, nr. 566Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5879 inpassing van thuisbatterijen mogelijk te maken. Het kabinet verkent demogelijkheden hiervoor met de sector, netbeheerders en de ACM. Netbewuste nieuwbouw stadswijk MerwedeIn de nieuwe Utrechtse stadswijk Merwede wordt gebouwd op basisvan een nieuw type stroomcontract. In dit proefproject worden 4.225woningen aangesloten op het stroomnet. Voor het hele project geldt5 megawatt als maximaal te gebruiken vermogen. Doordat er eengroepscontract is afgesloten met de grootverbruikers in de buurt,blijft het verbruik van de wijk en de voorzieningen onder deafgesproken grens van 5 megawatt. Bewoners merken hier niks vanen kunnen stroom gebruiken wanneer ze willen, de grootverbruikerszijn verantwoordelijk voor het leveren van flexibiliteit voor de helebuurt en bijvoorbeeld minder stroom te verbruiken op piekmoment.Hierdoor is er met dezelfde netcapaciteit ruimte gebleven voor hetaansluiten van voorzieningen op het stroomnet, zoals een school eneen supermarkt. Bouwpartijen hebben op deze manier de ruimte omzelf allerlei oplossingen te bedenken, zo lang ze maar binnen delimiet van 5 megawatt blijven. In Merwede wordt bijvoorbeeld hetladen van elektrische auto’s op het laadplein in de winter ’s avondsuitgesteld.4.4 Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) In het OER-programma – dat voortkomt uit het Klimaatakkoord – stelt deRijksoverheid waar mogelijk de gronden die in haar bezit zijn beschikbaarvoor het duurzaam opwekken van hernieuwbare energie. Hiermee wordteen substantiële bijdrage geleverd aan de opgave van de RES’en endaarmee de energietransitie. Een nieuwe ontwikkeling binnen hetOER-programma dat meer wordt ingezet op een systeembenadering zodathernieuwbare elektriciteit onderdeel wordt van een robuust en decentraalenergiesysteem. De kern van deze aanpak is dat het nieuwe aanbod opeen slimme manier zal worden verbonden met regionale energievragers.Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van drijvend zonnepark DeSlufter op de Rotterdamse Maasvlakte.Hierbij wordt een zorgvuldige balans gezocht tussen de realisatie van deRES-doelen en alternatief ruimtegebruik. Het programma ziet eentoenemende vraag naar rijksgronden voor realisatie van energie-opwek.Het programma is onlangs – naast Rijkswaterstaatgronden en -wateren –uitgebreid met gronden van ProRail en Defensie. In 2025 kent OERdaarmee 45 projecten op gronden van Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbe-drijf, ProRail en Defensie. De projecten in de pijplijn hebben gezamenlijkeen potentiële opwekcapaciteit van ongeveer 1.000–2.000 MWp.4.5 De rol van het nieuwe nationale programma gericht op hetenergiesysteem Samen met de medeoverheden werkt het kabinet aan de oprichting vaneen nieuw nationaal programma t.a.v. het energiesysteem per 1 januari2026. Hierin worden onder meer drie interbestuurlijke programma’ssamengebracht die nu al een belangrijke bijdrage leveren aan deontwikkeling van de decentrale kant van het energiesysteem: NationaalProgramma Regionale Energiestrategie (NP RES), Nationaal ProgrammaLokale Warmtetransitie (NP LW) en SamenwerkingsProgramma IntegraalProgrammeren Energiesysteem (SP IPE). Dit nationale programma beoogtde medeoverheden efficiënter te ondersteunen en te ontzorgen. In datkader worden ook de rollen van RES-regio’s en energyboards tegen hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 58710 licht gehouden zodat deze op termijn aansluiten bij de decentraleontwikkelingen in het energiesysteem. Het doel hierbij is om in te zettenop regionale samenwerking en geen nieuwe bestuurslaag te creëren. Opdeze manier geeft het kabinet invulling aan de motie Erkens18. De Kamerzal eind van dit jaar nader geïnformeerd worden over het nieuwenationale programma.Meer aandacht voor de succesfactoren van decentraal Het toepassen van de drie hoofdkeuzes voor de decentrale ontwikkelingenin het energiesysteem vragen om een nieuwe beleidsinzet. De adviezenvan het Nationaal Klimaat Platform (NKP) over de decentrale kant van hetenergiesysteem19 en het advies «Slim met Stroom» van Gerard Schouw20wijzen met name op de thema’s digitalisering, financiering en professio-nalisering als belangrijke succesfactoren. Zowel als het gaat om ontwikke-lingen bij individuele bedrijven en huishoudens als om samenwerkings-vormen. Deze ontwikkelingen vergen een andere manier van organiseren,met de daarbij behorende condities.5.1 Digitalisering Digitale oplossingen zijn noodzakelijk om decentrale ontwikkelingen in hetenergiesysteem te realiseren, zowel op het niveau van huishoudens enbedrijven als voor collectieve systemen en samenwerkingen. Dit gaat danbijvoorbeeld om het slim afstemmen van vraag en aanbod tussenverschillende partijen, de aansturing van slimme apparaten, het inzicht inenergieverbruik en -opwek maar ook het faciliteren van inspraak enparticipatie voor burgers en bedrijven die onderdeel zijn van het energie-systeem. Er worden dan ook steeds vaker digitale oplossingen toegepastop decentraal niveau om bovenstaande zaken te regelen. Denk hierbij aanop afstand aanstuurbare warmtepompen of thuisbatterijen, energiemanagement systemen voor woonblokken of apps om inzicht te krijgen inje energie. Ook is digitalisering nodig voor het ontwerp van het decentraleenergiesysteem bijvoorbeeld door de inzet van digital twins. Digitaliseringbiedt daarnaast kansen decentrale energiesystemen sneller en goedkoperruimtelijk in te passen: door optimaal gebruik te maken van wat we alweten over de samenstelling van de ondergrond, de ligging vanbestaande kabels en leidingen en andere belangen in de fysieke leefom-geving.Deze digitale oplossingen brengen ook risico’s met zich mee, bijvoorbeeldop het gebied van privacy schending, cyberkwetsbaarheden, (geautori-seerd) misbruik van apparaten of ongewenste marktmacht concentratiesbij grote (tech)bedrijven. Om bovenstaande kansen te verzilveren en derisico’s te beheersen wordt de volledige scope van digitalisering daaromin het ontwerp van de decentrale kant van het energiesysteem meege-nomen. Het IBO-rapport Bekostiging van de Elektriciteitsinfrastructuurbevat de beleidsoptie «Actieagenda Digitalisering van het Energiesysteem(ADE)» om tot een verantwoorde digitalisering van het energiesysteem tekomen. Hieraan wordt momenteel gewerkt. De decentrale kant van hetenergiesysteem komt in het ADE expliciet terug. In de tweede helft van2025 zal de Kamer hierover worden geïnformeerd.18Kamerstuk 33 561, nr. 7019Publicaties | Nationaal Klimaat Platform20Slim met Stroom voor Groene GroeiTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 58711 5.2 Financiering Decentrale ontwikkelingen komen niet van de grond zonder robuustefinanciering. Financieringsmogelijkheden voor investeringen op lokaalniveau en goed gerichte financiële prikkels zijn noodzakelijk om businesscases te realiseren. Dit gaat verder dan subsidies zoals de SCE en SDE++.Verdienmodellen kunnen ontstaan bij het gebruik van energie, maar ookdoor het creëren van flexibiliteit op decentraal niveau en daarmee waardete creëren op energiemarkten en lagere netkosten. Hierbij spelennettarieven onder meer een rol. In het kader van het LAN wordt gewerktaan tijdsafhankelijke tarieven (voor grootverbruikers) en tariefdifferentiatievoor kleinverbruikers. In Oostenrijk en Brussel wordt ervaring opgedaanmet locatie afhankelijke tarieven gericht op kort transport. Het kabinet zal,samen met ACM, netbeheerders en medeoverheden, verkennen inhoeverre het nuttig is om lokaliteit (kort transport) te waarderen.Financiering betreft ook stimulering van innovaties in bijvoorbeeldkleinschalige opslag die helpen om lokaal vraag en aanbod op elkaar af testemmen. Het kabinet heeft in 2025 innovatieregelingen opengesteld vooronder andere innovaties die bijdragen aan de decentrale ontwikkeling vanhet energiesysteem, zoals de regeling Missiegedreven OnderzoekOntwikkeling en Innovatie: Systeemintegratie (MOOI: Systeemintegratie)en de regeling Energie en Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO).Ook maakt het kabinet in de aankomende openstelling van de Warmte-netten Investeringssubsidie (WIS) het mogelijk om opslag mee te nemenin de subsidieaanvraag.Tot slot geldt specifiek voor de subsidies dat de energietransitie in eenandere fase is aangekomen waarin het belangrijk is om vraag en aanbodin evenwicht op te schalen. Het kabinet doorloopt momenteel eenzorgvuldig proces met medeoverheden en andere betrokkenen om zo toteen kwantitatieve inschatting te komen over de gewenste groei vanzon-pv in de komende jaren, in samenhang met de ontwikkeling van derest van het energiesysteem van de toekomst. Het is belangrijk datfinanciële instrumenten, zoals de SDE++ en de SCE, hieraan onder-steunend zijn. Deze stap is ook nodig wanneer in 2027, zoals beoogd,2-zijdige Contracts for Difference voor zon-pv en wind op land wordeningevoerd.5.3 Professionalisering, organiserend vermogen en kennis Ondersteuning is essentieel voor lokaal en gebiedsgericht maatwerk.Afhankelijk van het gebiedsvraagstuk is – naast de beschikbaarheid vangestandaardiseerde kennis en producten – samenwerking tussen partijennodig. Het kabinet zet in op het versterken van inzicht, overdracht vankennis en het organiserend vermogen zoals nu tussen bedrijven gebeurtin het kader van het Stimuleringsprogramma energiehubs. Het stimule-ringsprogramma energiehubs leert dat juist hier bij bedrijventerreinen eenbelangrijke belemmering zit: individueel ontbreekt er vaak kennis enurgentie bij bedrijven en collectief is er lokaal vaak geen eigenaar voor hetenergiesysteem. Commerciële marktpartijen zijn hiervoor diensten enondersteunende producten aan het ontwikkelen. Daarnaast vraagt dit ookvan overheden om nieuwe kennis, samenwerking en hulpmiddelen. Hetnieuw op te richten nationaal programma speelt hierin een belangrijke rolwaarbij voortgebouwd kan worden op de inzet en ervaringen van delopende nationale programma’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 58712 VervolgMet deze brief wordt invulling gegeven aan het verder concretiseren vande decentrale ontwikkeling van het energiesysteem. Dit zal voortaanworden meegenomen in de bestaande beleidsproducten over hetenergiesysteem, waaronder de update van het Nationaal Plan Energie-systeem en de Klimaat- en Energienota. Samenwerking met andereministeries (o.a. VRO en IenW), medeoverheden, netbeheerders enmaatschappelijke partners is essentieel voor de ontwikkeling van dedecentrale kant van het energiesysteem. Daarom vindt de verdereuitwerking gezamenlijk met hen binnen het kader van de InterbestuurlijkeSamenwerkingsagenda (ISA) plaats. Ook zal ik hierbij de inzichten van hetseminar over lokale energie op 20 juni aanstaande betrekken21. Eind vandit jaar wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang van de Interbe-stuurlijke Samenwerkingsagenda, waaronder over de oprichting van hetnieuwe nationale programma.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. Hermans21Naar aanleiding van de motie van de leden Crone, Panman, Koffeman, Van Aelst-Den Uijl enHolterhues (Kamerstuk 36 378 H), aangenomen bij de behandeling van de Energiewet door deEerste Kamer) organiseert het Ministerie van Klimaat en Groene Groei een congres met alsthema «Concurrentie op de Nederlandse Energiemarkt: klaar voor een decentrale toekomst?»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 58713

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 83dc28f366ddfbc4

14 okt 2026 · 1b41748f1f16c4d4

13 okt 2026 · 23c2bc0ac5649234

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.