KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 8 december 2025, over incidentele suppletoire begroting inzake Ternaard (Kamerstuk 36861)

9 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 24284384626fa404 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 861Wijziging van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Klimaat en Groene Groei (XXIII)voor het jaar 2025 (Incidentele suppletoirebegroting inzake Ternaard)Nr. 15 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 9 januari 2026 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 8 december2025 overleg gevoerd met mevrouw Hermans, Minister van Klimaat enGroene Groei, Vice-Minister-President, over:–het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar2025 (Incidentele suppletoire begroting inzake Ternaard)(Kamerstuk 36 861);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.28 november 2025 inzake aanbieding incidentele suppletoirebegroting (ISB) van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei(XXIII) voor het jaar 2025 inzake Ternaard (Kamerstuk 36 861)(Kamerstuk 36 861, nr. 3);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.28 november 2025 inzake geen gaswinning onder de Wadden-zee bij Ternaard (Kamerstuk 33 529, nr. 1345).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,KrögerDe griffier van de commissie,Nava kst-36861-15ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 151 Voorzitter: KrögerGriffier: NavaAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Beckerman, Peter deGroot, Jumelet, Kops, Köse, Kröger, Van Oosterhout, Teunissen enVermeer,en mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei,Vice-Minister-President.Aanvang 16.31 uur.De voorzitter:Ik open deze vergadering voor een wetgevingsoverleg van de vastecommissie voor Klimaat en Groene Groei. Het gaat om een wetgevings-overleg over de incidentele suppletoire begroting inzake Ternaard. Ik ziedat zich nu al acht leden hebben aangemeld: mevrouw Beckerman van deSP, mevrouw Van Oosterhout van GroenLinks-PvdA, de heer Kops van dePVV, de heer Jumelet van het CDA, de heer Peter de Groot van de VVD,mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren, de heer Köse van D66en de heer Vermeer van de BBB. Ik begrijp dat meneer Van den Berg vanJA21 nog onderweg is. In principe was er een indicatieve spreektijd vanvijf minuten, maar goed, het is wetgeving, dus het is indicatief.Ik geef heel graag als eerste het woord aan mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel, voorzitter. Het is goed dat gaswinning in de Waddenzeetegengehouden is. Ik begin dus met een compliment. De SP is namelijkblij dat de voorgenomen gaswinning vanaf Ternaard onder de Waddenzeeniet doorgaat. Dat is een compliment aan de Minister, maar bovenal eencompliment aan de Waddenvereniging en aan al die mensen die in actiezijn gekomen tegen deze gaswinning. Het kan dus wel, ook als de wet nietmeewerkt.Voorzitter. Dan het zuur. Deze Minister gaat Shell en Exxon namelijk forsbetalen voor het niet winnen van het gas: 163 miljoen bruto. Dat is wrang.De belangrijkste adviseur over gaswinning, SodM, heeft namelijk neegezegd. Het heeft gezegd dat deze gaswinning niet veilig kan plaats-vinden. Ondanks een negatief advies van SodM zegt de Minister dus: dewet laat mij geen andere keus dan het betalen van Shell en Exxon. Datzegt heel veel over de macht die Shell en Exxon hebben en over hoeverouderd de Mijnbouwwet is. De Staat gaat Shell en Exxon nu betalen,terwijl Shell en Exxon hun rechtvaardig deel van de rekening voor deellende die ze in Groningen hebben aangericht, al tijden niet willenbetalen. Shell en Exxon winnen dus altijd, zelfs als ze geen gas mogenwinnen. Een nieuwe Mijnbouwwet is dus absolute noodzaak. In die wetzou het advies van SodM doorslaggevend moeten zijn en zoudenomwonenden en andere overheden echt macht moeten hebben. Al in2023 debatteerde de Tweede Kamer over de contouren van die wet, maaralsnog zegt de Minister dat die pas volgend jaar in consultatie gaat.Waarom heeft de Minister dit zo lang laten liggen, terwijl dit de kans opfinanciële verplichtingen aan bedrijven als Shell en Exxon juist vergroot?Hoe duur deze deal is, is uiteindelijk afhankelijk van hoeveel belastingShell en Exxon zullen betalen. In het scenario waarmee het kabinet rekent,kost deze deal netto 40 miljoen. Wat is de kans dat de NAM kunstmatig ofreëel zo wordt ingericht dat ze geen winst maken en dus veel minder aande Staat afdragen?Voorzitter. Dan misschien wel ons belangrijkste punt van vandaag. Wanthoe feestelijk dit is voor de Wadden, zo pijnlijk is dit voor omwonendenvan kleine gasvelden waarvoor deze Minister recent wel nieuwe vergun-ningen gaf of waarvoor dat dreigt te gebeuren, in Overijssel, in Drenthe, inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 152 Fryslân en in Groningen. De Minister kocht Ternaard af en zei, en ik citeer:«Ik ben heel blij dat we nu een doorbraak hebben geforceerd, want dezekwestie voelde als een gebed zonder end. Ik hoop oprecht dat dit zorgtvoor rust en duidelijkheid. Met deze overeenkomst geven we gehoor aaneen brede wens van de Kamer en de samenleving.» Met precies dezelfdeargumenten kun je toch ook de gaswinning bij Warffum stoppen? Eengebed zonder end? Dat is Warffum toch ook? Dat is een dorp met huizenvol schade en onveilige woningen. Sneller dan dat dat is opgelost, geeftde Minister alweer een nieuwe vergunning af.Wat voor de Wadden kan, kan voor Warffum ook. Ook daar ligt namelijkeen duidelijke uitspraak van inwoners, van de regio en van de TweedeKamer. Je kunt niet van Ternaard zeggen dat ze daar duidelijkheid en rustverdienen en Warffum, ook aan de Waddenzee, weer in onzekerheidstorten. Kom niet aan met dat het van de wet niet mag, want het weigerenvan de vergunning voor Ternaard mocht dat ook niet. De deal voorTernaard wordt betaald uit de onderuitputting van het Ministerie vanKlimaat en Groene Groei. Op deze begroting blijft nog veel meer geldover. Als we kijken naar de officiële stukken, dan zien we dat dehoeveelheid winbaar gas uit Ternaard hoger is dan die uit Warffum. In eenvoorzichtige schatting zou er uit de Waddenzee ruim 150% meer tewinnen zijn. Onze feitelijke vraag wat een deal voor Warffum zou kosten,bleef onbeantwoord. Kan de Minister deze vraag alsnog beantwoorden?Volgens de Najaarsnota geeft het kabinet naar verwachting een kwartmiljard minder uit op de KGG-begroting dan begroot. We kunnen desluiting van Warffum dus zeer gemakkelijk ook betalen. Kunt u het niet ofwilt u het niet? Wij willen het wel en hebben alvast een amendementingediend. Nogmaals, wat voor de Wadden kan, kan voor Warffum ook.Wat de SP betreft kan dat voor meer kleine gasvelden.Tot slot drie wat kortere punten. Heel veel mensen in Nederland kunnenhun energierekening niet betalen. Zij horen dit, zij horen dat gaswinningwordt tegengehouden, en denken: ja, maar ik dan? Met de gaswinning uitde Waddenzee, van ongeveer 1,63 bcm, en die bij Warffum, van 1 bcm,gaat de gasrekening gewoon niet tot nauwelijks omlaag. Kan de Ministerdat bevestigen? Veel pijnlijker voor de energierekening is dat per 1 januaride belasting op gas weer wordt verhoogd en mensen tegelijkertijd nietkunnen verduurzamen om zo minder gas te verbruiken. Erkent de Ministerdat dit een veel groter probleem is? En wat gaat zij hieraan doen?Voorzitter. Ook in deze deal met de NAM zagen we dat er niet voor isgekozen om een geschil, wanneer dat ontstaat, uit te vechten bij derechter, maar achter gesloten deuren in een arbitragezaak. Dat is, zoals webegrijpen, gedaan op verzoek van de NAM. Die arbitrageclausules zijn deSP echt een doorn in het oog. Ook bij het Groningendossier kan de NAMeindeloos achter gesloten deuren in arbitragezaken de strijd aangaan omde rekening, terwijl inwoners wel naar de rechter moeten. Waarom geefthet kabinet deze partijen opnieuw die macht?Voorzitter. Dan mijn slotpunt. Mijnbouw kan niet onder het wad. Sinds2024 heeft de Minister ook een aanvraag voor zoutwinning in behan-deling. Het Duitse mijnbouwbedrijf ESCO wil winnen vanuit Harlingen. Devoorspelde bodemdaling is ruim 1,5 meter. Gaat de Minister ook dezeaanvraag afwijzen? Wij hebben een motie voorbereid op dit punt.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Ik geef graag het woord aan mevrouwVan Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over een overeenkomst dieeigenlijk nooit nodig had hoeven zijn, een miljoenenafkoop om tevoorkomen dat er gas wordt gewonnen onder een van de meestTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 153 kwetsbare en waardevolle natuurgebieden die Nederland rijk is: deWaddenzee, ons UNESCO Werelderfgoed. En dat is pijnlijk.Laat ik beginnen bij de financiële kant van deze deal. De Minister is naonderhandelingen met de NAM uitgekomen op een bedrag van163 miljoen euro. Kan de Minister toelichten hoe dat bedrag tot stand isgekomen en onderbouwen waarom ze dit bedrag gerechtvaardigd vindt?Dan ben ik naast de financieel-economische afweging van dit bedragvooral benieuwd naar de politieke en maatschappelijke afweging over devraag of dit een gerechtvaardigd bedrag is.Heeft de Minister ook de maatschappelijke kosten van winning meege-nomen in de onderhandelingen? Dan heb ik het dus ook over de schadeaan de natuur en de mogelijke schade voor omwonenden. Heeft zij ook deschade aan het klimaat in de berekening verdisconteerd? Wat ik daarmeebedoel is: gegeven dat gaswinning indruist tegen onze klimaatdoelen, hadde NAM wellicht veel minder kunnen winnen dan in eerste instantiebedacht. Zouden zij daarom niet ook veel minder gecompenseerd hoevente worden? Zou het bedrag van 163 miljoen niet veel lager zijn uitge-komen als de Minister ook de schade aan de natuur, het klimaat en deomgeving had meegenomen?Uit de brief van de Minister blijkt dat ongeveer 120 miljoen via belastingenen via de staatsdeelneming EBN weer terugvloeit naar de overheid. Waargaat dit geld precies naartoe? Welke bestedingsrichtingen liggen vast,welke zijn vrij te bepalen door de NAM, en welke invloed heeft de Ministerop de uiteindelijke inzet van deze middelen? Ik begrijp dat er met dezedeal ook een streep wordt gezet door het gebiedsfonds. Tot op zekerehoogde kan ik dat begrijpen, want er wordt niet gewonnen, dus schadeaan de natuur wordt vermeden. Maar dan nog staat de Waddenzee er heelslecht voor qua natuur en hebben mensen ook jarenlang in onzekerheidgeleefd. Hiervoor is destijds het Waddenfonds opgericht, maar dat is in deloop der tijd uitgekleed en loopt ten einde. Kan de Minister extra middelentoezeggen voor het Waddenfonds?Voorzitter. Dan de betrouwbaarheid van de NAM en de waarborgen. Zoalsik al eerder zei: het blijft wrang dat we in Nederland anno 2025 de NAMmoeten betalen om níét te boren, een bedrijf dat decennia heeft geprofi-teerd van gasopbrengsten, terwijl de kosten – en dan heb ik het vooralover de schade, de versterkingsopgave en de sociale ellende – bij deinwoners van Groningen zijn terechtgekomen. De NAM komt haarverplichtingen richting Groningen nog altijd niet na, en nu krijgt hetbedrijf 163 miljoen van de overheid, terwijl er nog altijd duizendenmensen wachten op duidelijkheid. Hoe kijkt de Minister hiernaar?Daarom wil ik het hebben over de waarborgen. Kan de Minister garan-deren dat dit de laatste keer is dat met de NAM dit soort deals wordtgesloten? In eerdere brieven leek Ternaard onderdeel te worden van eenbreder onderhandelingstraject, over schade, over versterking, overafhandeling van oude dossiers. Maar ineens is Ternaard daarvanlosgekoppeld en als separate deal behandeld. Waarom? Wat is er preciesgebeurd tussen het oorspronkelijke plan en het eindresultaat?Voorzitter. Een andere vraag die echt beantwoord moet worden: hoeweten we zeker dat er geen informele toezeggingen aan de NAM zijngedaan over andere onderwerpen, geen coulance, geen versoepeling inandere dossiers? De Minister weet hoe groot het wantrouwen richting deNAM is. Hoe borgt zij dat deze overeenkomst geen paard van Troje is? Enhoe zit het met de arbitrageclausule die in de overeenkomst staat?Waarom is die volgens de Minister nodig? Gaat dit niet opnieuw totschadeclaims en andere ellende leiden?Voorzitter. Dan het grotere plaatje. Het kabinet zegt fossiel te willenafbouwen, niet alleen op de Waddenzee. Het zegt ook de gaswinning opde Noordzee en van kleine velden op land stap voor stap af te willenbouwen richting klimaatneutraliteit in 2050. Maar dat is simpelweg nietgenoeg. Om klimaatverandering te voorkomen, is elk veld er één te veel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 154 Sterker nog, terwijl wij praten over afbouw, worden er nog vergunningenverlengd en worden er ook nog tientallen vergunningen afgegeven voornieuwe winning, en dat wringt, want nogmaals: elk veld is er één te veel.Voor de Waddenzee is er sinds de lente van 2024 een vergunning inbehandeling voor zoutwinning. Het gaat daarbij om grote hoeveelhedenzout, die het Duitse mijnbouwbedrijf ESCO wil winnen vanuit Harlingen,en een voorspelde bodemdaling van ruim anderhalve meter. Ook dezevorm van mijnbouw kan niet rekenen op instemming van de betrokkenregionale overheden, gemeenten en het waterschap. Kan de Ministertoezeggen dat ze deze vergunning niet zal verlenen? Daarnaast heeft deMinister het afgelopen jaar de winningsvergunningen voor de velden inWarffum, Grijpskerk en Pieterzijl verlengd.Een van de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie was datgeld dominant was bij de besluiten over gaswinning in Groningen. Datlijkt nu nog steeds het geval. Waarom worden deze vergunningen welverlengd? Er worden ook in rap tempo vergunningen verleend voornieuwe gaswinning op land, onder andere in kwetsbaar veenweidegebied.Dit moet wat ons betreft stoppen. Het is duidelijk dat de middellangeter-mijneffecten van gaswinning in veenweidegebied het water- en bodem-systeem onherstelbaar aantasten. Er ontbreekt een uitgebreid en gedeeldoverzicht van de effecten van bodemdaling in gebieden waar bodem-daling plaatsvindt op verschillende diepten in de ondergrond. Waaromgaat de Minister hier toch mee door?Drie weken geleden stond deze Minister op de COP30 in Brazilië, waar zijzich profileerde als voorvechter van het afbouwen van fossiele brand-stoffen, én terecht. De afbouw van fossiel is cruciaal voor een leefbaretoekomst. Maar dan moet je hier in Nederland ook de moed hebben omdoor te pakken om ervoor te zorgen dat er geen nieuwe gasprojectenmeer bij komen, om bestaande velden sneller af te bouwen, en om hetklimaatakkoord van Parijs niet alleen in woorden maar ook in daden waarte maken, en niet alleen voor het klimaat maar ook voor de natuur en degezondheid van en leefbaarheid voor mensen. Hoe rijmt de Minister aldeze nieuwe mijnbouwactiviteiten met onze verplichting om 1,5 graad tehalen?Voorzitter. Voor mij is het helder. De Waddenzee verdient bescherming. Debewoners van Ternaard en omgeving verdienen rust en duidelijkheid.Nederland verdient een kabinet dat duidelijk kiest voor het tijdperk nafossiel. Over dat laatste komen de Minister en ik nog vaker te spreken,maar als het gaat over de bewoners en de omgeving van Ternaard hoop ikdat er vandaag een hoofdstuk kan worden afgesloten.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie dat er geen interrupties zijn, dus dan geef ik graag het woord aan deheer Kops.De heer Kops (PVV):Dank u wel, voorzitter. Er ligt dus een vaststellingsovereenkomst. Ik zougraag allereerst wat vragen willen stellen over de totstandkoming daarvanen in de eerste plaats over het bedrag. We hebben het dus over163 miljoen euro bruto en onder de streep over 40,4 miljoen euro netto.Als we die overeenkomst er eens bij pakken en heel goed lezen, valt inoverweging J meteen het volgende op. «De omvang van het bedrag (...) isingegeven door meer overwegingen dan enkel de commerciële waarde(...).» Met dat bedrag wordt dan die 40,4 miljoen bedoeld. Ik snap heteerlijk gezegd niet helemaal. Welke overwegingen, zowel aan de kant vande Minister als aan de kant van de NAM, hebben dan hierbij een rolgespeeld, afgezien van alle berekeningen die we teruglezen in de stukkenvan de Minister over de totstandkoming van dat bedrag? Graag eenreactie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 155 We lezen nota bene in de beantwoording van de feitelijke vragen: «DeStaat heeft de waarde op basis van eigen berekeningen (...) geraamd op163 miljoen euro en heeft dit bedrag als eenmalig en definitief aanbodgepresenteerd.» Blijkbaar is dat dus ook geaccepteerd. Dan lezen we inoverweging J ook dat de commerciële waarde naar mening van de NAMen ExxonMobil veel hoger ligt. Dan is toch de vraag: hoe zijn de overeen-komst en dat bedrag dan eigenlijk tot stand gekomen? Welke overwe-gingen hebben nog meer een rol gespeeld? Hoe is dat gegaan?Voorzitter. Ik stel die vragen, omdat we later deze week ook nog eenplenair debat hebben over Groningen, de NAM, Shell en ExxonMobil. Datbetreft dan het staken van de onderhandelingen met deNAM-aandeelhouders. Dat betreft twintig juridische procedures die diebedrijven tegen de Staat hebben aangespannen. Het zou gaan om zo’n550 miljoen euro aan openstaande rekeningen, die die bedrijven totdusverre niet willen voldoen. Dan is er constructief overleg op deachtergrond, maar dat is allemaal gestaakt; dat is allemaal geen succesgebleken. Hoe is in dat licht deze overeenkomst dan tot stand gekomen?De Minister schrijft nota bene in haar brief: «In eerste instantie was hetgesprek over Ternaard onderdeel van bredere verkenningen (...) met deaandeelhouders van NAM. (...) Deze (...) gesprekken hebben destijds niettot een overkoepelend akkoord geleid.» Toen niet, want toen was allesmoeilijk, moeilijk, moeilijk, ook gezien alle juridische procedures, maar nukan het opeens blijkbaar wel. Nu is er dus een lager bod geaccepteerd,terwijl al die periodieke rekeningen niet worden betaald. Het is toch gek.Als ik dan zelf een kleine conclusie mag trekken, zeg ik: ja, als het gaat omgeld ontvangen, vinden de bedrijven het wel prima, maar als het gaat omgeld betalen is het allemaal moeilijk, moeilijk. Dat voelt toch wrang. Kande Minister daarop reageren?Voorzitter. Als we die overeenkomst heel goed lezen, zien we in artikel 8.1:«Partijen komen overeen dat zij (...) niets meer van elkaar te vorderenhebben (...) ter zake van het onderwerp van deze overeenkomst.» Datbegrijp ik. Artikel 8.2: «Partijen verlenen elkaar (...) over en weer finalekwijting (...).» Oké, dat is ook helder. En dan 8.3: «Het voorgaande laatonverlet dat het de NAM en ExxonMobil vrijstaat een rechtsmiddel aan tewenden indien de Staat nieuwe wet- of regelgeving maakt die eennegatief fiscaal effect heeft op het bedrag van 40,4 miljoen euro.» Feitelijkkomt de overheid, de Staat, de Minister continu met veranderende wet- enregelgeving. Is een toekomstig juridisch conflict ten aanzien van dezeovereenkomst dan alsnog mogelijk? Hoe ziet de Minister dat?Dan wil ik toch even terugkeren naar de procedures die de bedrijvenhebben aangespannen tegen de Staat, die twintig juridische procedures.Die komen voort uit artikel 18 van de Tijdelijke wet Groningen. Daarin isde heffing geregeld die de Staat oplegt aan die bedrijven, waarmee dekosten voor schade en versterking in Groningen in rekening wordengebracht. We hebben het er al heel vaak over gehad. Die rekeningenworden alsnog niet betaald. We spreken daar allemaal schade van. Moetdat dan worden aangescherpt, zo’n heffing, en op welke manier? Moetenwe andere mogelijkheden verkennen? We hebben het er heel vaak overgehad. Maar als we dat gaan doen, dan is dat wel veranderende wet- enregelgeving. Levert dat dan, zeker in het kader van deze overeenkomst,niet alsnog juridische problemen op? Hoe ziet de Minister dat?Voorzitter. De notaris kan het bedrag pas overmaken aan NAM en Exxonals de begroting hier tot wet is verheven en de Kamer er dus mee heeftingestemd; ook de Eerste Kamer. Dat betekent dus: bij geen instemmingwordt de overeenkomst ontbonden en het geld weer teruggestort. Datklinkt heel logisch, maar de Minister impliceert wel dat niet-instemmenmet deze begroting eigenlijk geen optie is: «Instemming met hetwinningsplan is geen optie. De Raad van State heeft al twee keer eendwangsom opgelegd vanwege het niet tijdig nemen van een besluit.Daarom is spoedige uitvoering van de overeenkomst noodzakelijk.» HetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 156 voelt toch een beetje als een voldongen feit waarvoor de Kamer wordtgeplaatst. Wat nu als we hier niet mee instemmen? Wat zijn dan degevolgen?Voorzitter. Even terug naar die 550 miljoen euro die openstaat. Dat betreftgewoon periodieke rekeningen die betaald moeten worden door de NAM.Tot dusverre is dat nog niet gebeurd. Wat vindt de Minister ervan om dateerst af te wachten? Oftewel, vindt de Minister niet dat de NAM eerst dierekeningen, die 550 miljoen gewoon netjes moet betalen, helemaalvolgens de afspraak waarover eigenlijk helemaal geen discussie hoort tezijn, voordat die 163 miljoen of netto 40,4 miljoen wordt overgemaakt?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik zie geen interrupties, dus geef ik het woord aan de heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Het recht dat NAM had om naar gas te boren onderde Waddenzee bij Ternaard is door Minister Hermans afgekocht. DagbladTrouw kopte op zaterdag 29 november jongstleden: «Het mooiste cadeauin jaren». Het nieuws werd met applaus ontvangen door bewoners vanTernaard en Wierum en bestuurders uit de regio. Met deze deal komt ereen einde aan de onduidelijkheid over de gaswinning op deze locatie.NAM vroeg zes jaar geleden al toestemming voor het winnen van gas enhet kabinet had geen geldige reden om die te weigeren.Op basis van de adviezen van de wettelijke adviseurs en gelet op artikel 36van de Mijnbouwwet kon de instemming met het winningsplan nietworden geweigerd. Het unieke karakter van het Waddengebied en debegrijpelijke onrust bij bewoners over de mogelijke gevolgen van degaswinning hebben er mede toe geleid dat opeenvolgende bewindsper-sonen nog allerlei onderzoeken hebben laten doen. Daarmee werd eruiteindelijk vooral tijd gekocht in de afgelopen jaren. Tot tien keer toe, zobegreep ik, werd een besluit uitgesteld. Ondertussen, op 1 mei 2024, is inde Mijnbouwwet vastgelegd dat er geen nieuwe gaswinning onder deWaddenzee is toegestaan. Echter, dit verzoek tot winning bij Ternaard wasin 2019 ingediend en daarom is deze wetwijziging niet op dit verzoek vantoepassing. Daarna heeft de Kamer bij moties het kabinet opgeroepen omniet in te stemmen met de gaswinning bij Ternaard.Zie dan het dilemma wat we denk ik allemaal wel voelen. Met deuitvoering van de aangenomen motie waarin het kabinet werdopgeroepen om niet in te stemmen met de gaswinning in Ternaard, zoueen afwijzend besluit onrechtmatig zijn omdat er geen weigeringsgrondis. Daarbij heeft de Raad van State al tweemaal geoordeeld dat op hetverzoek van de NAM een besluit moet worden genomen. Er zijn dusdwangsommen opgelegd. De laatste is op 1 januari 2025 verstreken.Voorzitter. Het is goed dat de Minister na overleggen met NAM en diensaandeelhouders Shell en ExxonMobil de knoop nu definitief heeftdoorgehakt. Er ligt nu een getekende vaststellingsovereenkomst en er isduidelijkheid voor de bewoners van Ternaard en Wierum en ten aanzienvan de Waddenzee. Het CDA kan zich dan ook vinden in het besluit dat isgenomen en kan er ook mee instemmen. Het bedrag van 163 miljoenbruto, inclusief btw, komt ten laste van de begroting van het Ministerievan KGG. We begrijpen dat de dekking is voorzien vanuit de onderuit-putting, wat met zich meebrengt dat de betaling nog dit kalenderjaar dientte gebeuren. Overigens – dat mag ons toch ook weer wat helpen in debesluitvorming – vloeit het grootste deel van dit bedrag via belasting enEBN weer terug. En als het gaat om die financiële kwestie: ookinstemming in dezen. Door de technische briefing woensdag jongstledenen in de antwoorden op de feitelijke vragen van de Kamer krijgen we hetbeeld dat nadrukkelijk is gezocht naar een oplossing. Dat waarderen wijzeer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 157 Tot slot twee vragen. We begrijpen, zeker met de geschetste voorgeschie-denis, dat een besluit genomen moest worden. Het dilemma is geschetst.Maar de vraag is of er sprake kan zijn van precedentwerking. Of is dezecasus als uniek te kwalificeren? We hebben daar ook bij de technischebriefing al een vraag over gesteld. Maar zeker ook voor de luisteraars ende kijkers krijg ik op dit punt graag een duidelijke reactie van de Minister.De tweede vraag. Inwoners hebben in de afgelopen jaren meegewerkt aaneen plan voor investeringen in het gebied. Voor het gebiedsfonds zou, zohoorden we, 60 miljoen beschikbaar komen. De middelen om te inves-teren vallen nu weg, terwijl er nog wel eerder vergunde bestaandegaswinning in dit gebied plaatsvindt. De NAM laat weten € 150.000 bij tedragen aan projecten in de dorpen Ternaard en Wierum. Ziet de Ministerdan vervolgens ook nog mogelijkheden voor een bijdrage aan hetgebiedsfonds of kan de NAM daar zelf ook nog op worden aangesproken?Ook daar graag een reactie op.Voorzitter, tot zover.De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):De heer Jumelet gaf aan dat deze kosten via belastingen weer terug-komen. Ik ben benieuwd hoe de heer Jumelet dat voor zich ziet. Hoe zitdat volgens hem in elkaar? Als er geen gas gewonnen wordt, zijn ernamelijk minder belastinginkomsten en wij moeten nog maar afwachtenwat het resultaat van de NAM is en of er überhaupt belasting betaald gaatworden. Welke constructie ziet hij voor zich?De heer Jumelet (CDA):Die 163 miljoen is natuurlijk bruto. Daarvan is in de berekening en in debeantwoording van de feitelijke vragen aangegeven dat een deel ookterugkomt. EBN maakt duidelijk dat een deel daarvan ook terugkomt viade staatsdeelneming. In de berekening hebben we gelezen dat er ook viade btw een deel terugkomt richting de Staat. Onder aan de streep gaat hetom 40 miljoen netto. Zo is in ieder geval de berekening aan ons gemeld.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Is de heer Jumelet het met mij eens dat als er wel gas gewonnen werd,wij meer belastinginkomsten zouden krijgen dan dit, dus dat dit slechtseen doekje voor het bloeden is?De heer Jumelet (CDA):Bij de feitelijke vragen heeft het CDA de vraag gesteld wat er zou zijnbinnengekomen als wel de gaswinning zou zijn doorgegaan. Daar is inieder geval op geantwoord dat dit een hoger bedrag zou hebben kunnenzijn. Dus inderdaad, dat zou een hoger bedrag hebben kunnen zijn.De voorzitter:Ik zie ook nog een vraag van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ik heb geen vraag over het bedrag, hoewel we dat heel wrang vinden.Maar goed, mijn vraag gaat over Warffum en andere plekken. Toen ik hetnieuwsbericht zag, was ik aan de ene kant heel blij dat dit niet doorgaat,maar aan de andere kant dacht ik: hoe pijnlijk is dit om te horen? DeMinister zegt: het was een gebed zonder end, mensen verdienenduidelijkheid en rust. Tegelijkertijd worden wel nieuwe vergunningenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 158 gegeven voor plekken waar duidelijkheid en rust ook zo gruwelijk gewenstzijn. Hoe staat de heer Jumelet dáárin? Want de Kamer heeft ook voorWarffum een motie aangenomen waarin staat dat we daar geen nieuwegaswinning wensen.De heer Jumelet (CDA):We zijn blij dat dit bericht voor Ternaard te melden is. We hebben dezeweek nog een debat over de leveringszekerheid als het gaat om gas. Wehebben met elkaar ook geconstateerd dat de kleine gasvelden nog steedsnodig zijn voor de leveringszekerheid, ook naar de toekomst toe om dietransitie mee te kunnen maken. Ik geef u toe dat je je wat betreft Warffumaf moet vragen of dit nu op die manier op dit moment te doen is. Zozullen er ook nog andere locaties zijn. Maar we hebben het hier nu overTernaard. U hebt in uw bijdrage net aangekondigd een amendement in tedienen, mevrouw Beckerman. Daar zullen we natuurlijk met elkaar ooknog bij stilstaan, maar nogmaals, mijn vraag is er vooral op gericht omhet unieke helder te kwalificeren. Ik wacht de beantwoording van deMinister op dat punt af.Mevrouw Beckerman (SP):Het probleem is natuurlijk – daar gaat de heer Jumelet niet op in – dat deinwoners van Warffum diezelfde woorden van de Minister ook zo gewendzijn. Overigens geldt dat ook voor andere plekken waar de Ministernieuwe vergunningen heeft gegeven, maar zeker voor Warffum, want daarzijn recent ook nog aardbevingen geweest; veel woningen zijn onveiligverklaard, woningen met schade. Het is een gebed zonder end. «Ja,absoluut. Duidelijkheid en rust zijn zeker gewenst.» De heer Jumelet raaktdaar niet aan in zijn antwoord, maar begint wel over leveringszekerheid.Niemand zal ontkennen dat leveringszekerheid cruciaal is, maar dit gaatover 1 bcm die nog gewonnen kan worden in Warffum. Dat is veel minderdan de deal voor de Wadden, die het CDA wél goedkeurt. In deze dealgaat het over 1,6 bcm, maar in de winningsvergunning over een hogeraandeel. Waarom weegt die leveringszekerheid zo zwaar voor het zwaargetroffen Warffum en niet voor de Wadden? Ik probeer de heer Jumelethier echt mee te krijgen. Warffum ligt echt net onder die Waddenzeedijk.Wat maakt nou dat voor het CDA de Wadden unieker zijn dan Warffum?De heer Jumelet (CDA):Als het helpt: het is voor heel veel mensen in dit land natuurlijk ontzettendvervelend. Sterker nog, het is ernstig, zeker als het gaat om rust en dezorgen die ze hebben om hun huis of in ieder geval hun directe omgeving.Dat geldt natuurlijk ook voor Warffum en Ekehaar, om nog maar een plekte noemen. Zo zijn er nog veel meer andere locaties te noemen als hetgaat om gaswinning. Natuurlijk zul je het elke keer moeten afwegen. Ikheb aangegeven dat ik gevraagd heb naar de uniekheid van deze situatievan in dit verband Ternaard. Ik ben ook benieuwd naar het antwoord vande Minister.De heer Peter de Groot (VVD):Ik vond de inbreng van de heer Jumelet namens het CDA helder, alleenvraag ik me nu na de beantwoording over Warffum en andere mijnbouw-activiteiten op land, gaswinning, af of het CDA niet bezig is om op eenglijdende schaal te komen. Ik zou graag willen vragen wat volgens de heerJumelet van het CDA nou de rol is van het SodM, dat de veiligheid toetstvan het winnen van gas en andere mijnbouwactiviteiten op land. Die rolhebben we ook in een wet gedefinieerd. Wat is de waarde van die rol voorhet CDA? Daar zit namelijk het grote verschil tussen wat het SodMadviseert bij Ternaard en wat het adviseert bij Warffum. Wat zegt de heerJumelet namens het CDA daarop?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 159 De heer Jumelet (CDA):Vanuit mijn eigen eerdere praktijk – zo zal ik het maar zeggen – alsgedeputeerde heb ik eerder ook heel veel gesprekken mogen voeren overwat veilig is voor mens, omgeving en milieu. Dus ik denk dat het zeer tewaarderen valt om uit te gaan van juist die adviezen. Ik denk dat het goedis om daar alle waarde aan te hechten. Ik denk dat heel terecht net door decollega’s is gevraagd wat de waarde daarvan is. Je neemt daar uiteindelijkde besluiten op. Dus ik ben heel benieuwd wat de Minister over het uniekevan Ternaard zal zeggen. Maar het staat buiten kijf dat we de rapporten enadviezen, ook van het SodM, zeer waarderen.De heer Peter de Groot (VVD):Maar «zeer waarderen» is wat anders dan die adviezen ook volgen.Vandaag hebben we hier de discussie over Ternaard. Daar heeft het SodMnegatief over geadviseerd. Over Warffum heeft het positief geadviseerd.Overmorgen hebben we het over een andere mijnbouwactiviteit endonderdag hebben we het weer over een andere mijnbouwactiviteit. Ikprobeer ook in deze Kamer te ontdekken welke lijn het CDA daarbijaanhoudt, want anders wordt elke mijnbouwactiviteit een politiekediscussie. Er is de VVD veel aan gelegen om het met elkaar objectief enzuiver te doen, om geen onrust te stoken waar dat niet nodig is en omonze wettelijke adviseurs daar goed in te volgen. Dus nogmaals de vraagaan de heer Jumelet van het CDA wat voor hem het zwaarst weegt: wat uhoort uit de omgeving of de wettelijke adviseur, het SodM, dat onsadviseert over wat te doen bij mijnbouwactiviteiten.De heer Jumelet (CDA):Een advies dat zegt dat het veilig voor mens en milieu is, is in dit verhaalleidend. Ik denk dat dat helder moet zijn.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik zie wel wat hier gebeurt: de VVD probeert het SodM als graadmeter tehanteren voor het CDA. Dat is op zich een goed uitgangspunt, want alsKamer luisteren wij naar het SodM, omdat dat onafhankelijke, neutraleadviezen geeft. Het SodM heeft zelf gezegd dat het na de parlementaireenquêtecommissie over Groningen anders zou hebben geadviseerd overWarffum. Ik hoorde het CDA zeggen dat er veel meer locaties zijn waargaswinning plaatsvindt, maar Warffum is natuurlijk niet zomaar een plek.Dat gaat over Groningen. Daar hebben we een belofte gedaan: nooit meergaswinning. Omdat Warffum net buiten het Groningenveld valt, wordtgezegd: o, dan gaan we gewoon door. Mijn vraag aan het CDA is dus ofhet CDA ook het advies van het SodM meeweegt waarin het zegt dat hetdaar eigenlijk anders over had willen adviseren én de unieke situatie vanWarffum.De heer Jumelet (CDA):Voor alle duidelijkheid: we wegen continu. Het is, denk ik, goed om hetvandaag over Ternaard te hebben. De situatie rond Warffum verdient ookalle aandacht. In het debatje dat we nu met elkaar hebben, is inderdaad devraag: wat is nou de waarde van de adviezen van het SodM? Het is, denkik, goed om ook het antwoord van de Minister hierop te horen. Wehebben met elkaar het debat, dus ik ga er maar van uit dat we hierdaarover te spreken komen.De voorzitter:Een vervolgvraag.Mevrouw Teunissen (PvdD):Volgens mij hebben we het hier over de effecten van de gaswinning, dievoor zowel natuurgebied als Ternaard desastreus zouden zijn. Daarom isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1510 het heel goed dat deze stap om dit te stoppen door de Minister isgenomen. Daarnaast heeft het ook desastreuze gevolgen voor de mensenin Warffum en voor de leefomgeving en de natuur daar. Dan zien we watde Minister hier doet: zij maakt een deal met de NAM. Dan is de vraag: isdit wellicht een kans voor ons? Waarom zouden we, is natuurlijk de vraag,die gang van zaken niet aangrijpen om hetzelfde met Warffum te doen,omdat daar de gevolgen ook zo desastreus zijn? De vraag is: kan het CDAdaarin meegaan, wellicht ook met een alternatief erbij voor die 1 bcm, dusdat we op zoek gaan naar alternatieven voor dat gas en we tegelijk zeggendat we openstaan voor zo’n zelfde constructie voor Warffum?De heer Jumelet (CDA):Ik wil het nog wel een keer zeggen: het is, denk ik, goed om deze discussiete voeren, maar ik ben ook benieuwd naar de reactie van de Minister.Laten we die maar even afwachten. Wij wegen met elkaar en ik denk dathet goed is dat u uw punt hier aan de orde hebt gesteld.De voorzitter:Ik zie geen andere interrupties, dus dan geef ik het woord aan de heerPeter de Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Voor de VVD staat één ding voorop: eenbetrouwbare en betaalbare energievoorziening is belangrijk. In onsverkiezingsprogramma benadrukken we dat Nederland minder afhankelijkmoet worden van onvrije regimes voor leverantie en in algemene zin vanleverantie uit het buitenland. Daarvoor is en blijft eigen energieproductievoorlopig nodig, zeker in die jaren dat de energietransitie, waarin gas dusnog steeds een rol speelt, loopt. Dat kan alleen als het veilig is. Preciesdaar wringt het bij Ternaard. Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft eennegatief advies afgegeven. Ze geven aan dat winning op deze locatie nietkan zonder onaanvaardbare risico’s. Ons hand-aan-de-kraanprincipe, waarwij als VVD voor staan, kan hier simpelweg niet voldoende zekerheid voorbieden. Veiligheid is voor ons een harde randvoorwaarde. Daaromsteunden wij vorig jaar de motie die door NSC is ingediend om met deNAM in gesprek te gaan om gaswinning bij Ternaard te voorkomen. Maarde Minister zat in een lastig juridisch kader. De verschillende wettelijkadviezen maakten een eenvoudige weigering namelijk moeilijk. De Raadvan State heeft meermaals geoordeeld dat er een besluit móést komen;collega Jumelet noemde dat ook al. Dat er nu toch een oplossing isgevonden tussen de Staat en de NAM waarderen wij. De VVD ziet in dezenook een meewerkende NAM. Dat mag in deze Kamer, waar toch vaaknegatieve uitlatingen over de NAM worden gedaan, ook eens gezegdworden. Met dit besluit wordt gaswinning bij Ternaard voorkomen en blijftde veiligheid van het Waddengebied gewaarborgd.Voorzitter. Laten wij daarbij één misverstand voorkomen: wat de VVDbetreft zegt dit besluit niets over andere winputten. Locaties zoalsWarffum, en zeker winning op de Noordzee, staan niet onder druk wat onsbetreft. Integendeel, zolang het veilig kan, moet die gaswinning daardoorgaan. Dat is essentieel om onze energievoorziening op orde tehouden, om bedrijven te laten draaien en huishoudens te beschermentegen torenhoge kosten.Mevrouw Beckerman (SP):De VVD zegt: het SodM-advies is voor ons leidend. Het SodM heeftgezegd dat het voor Warffum anders geadviseerd zou hebben ná deparlementaire enquête. Waarom is dat dan niet leidend voor de fractie vande VVD? Want het lijkt mij dat we allemaal zouden moeten leren van deparlementaire enquête omdat het nogal gruwelijk is misgegaan, om hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1511 eufemistisch te zeggen, waarbij keer op keer de winst boven onzeveiligheid ging.De heer Peter de Groot (VVD):Ik heb ook gekeken waar het SodM dat geadviseerd heeft. Ik heb het uit dekrant mogen vernemen. Het is dus geen officiële uitlating van het SodM,denk ik. Als dat aan de hand zou zijn, dan zou het daar een rapport overmoeten uitbrengen. Maar het advies dat het SodM over Warffum heeftafgegeven, is positief. Daar voegen wij als VVD nog wel wat aan toe. Wijwillen graag dat het hand-aan-de-kraanprincipe wordt gebruikt, omongelukken te voorkomen. Als er wat gebeurt, dan zien we dat principegraag in werking. Als er dingen gebeuren, kunnen we op die manieringrijpen. Maar vooralsnog is er geen negatief advies van het SodM.Mevrouw Beckerman (SP):Nogal wiedes dat er geen negatief advies is, want u heeft geen adviesgevraagd, zeg ik richting de VVD. U zegt: ik lees het in de krant, maar ikheb niks gezien van ze. Nee, dat komt omdat de Minister geen nieuwadvies heeft gevraagd. Er is een oud advies van vóór de parlementaireenquête gebruikt. Dan zegt de VVD ook nog dat het hand-aan-de-kraanprincipe heel welkom is. Nou, het SodM heeft over de Waddenzeejuist gezegd dat het heel lang heeft gewerkt met het hand-aan-de-kraanprincipe, maar dat het niet meer werkt. Dus waarom zou je nuzeggen dat het SodM ons maar anders moet adviseren? Je kunt als Kamerook zeggen: wij leren van de parlementaire enquête. Overigens heeft deKamer dat gedaan; we hebben een motie gesteund om de gaswinning bijWarffum te stoppen. Maar waarom zou je dan niet als Kamer of alskabinet zelf een advies vragen aan het SodM? U heeft de uitspraak ookgelezen. Zij willen anders adviseren na de parlementaire enquête.De heer Peter de Groot (VVD):Ik vind dit heel lastig, want het zou ergens gezegd zijn, terwijl ik niet weetwat en waar het gezegd is. En er ligt een advies van het SodM overWarffum. Dat is de leidraad – dat heb ik net ook al gezegd – waar de VVDhaar beslissingen op neemt, want het gaat over wel of niet veilig kunnenwinnen. Mevrouw Beckerman zegt namens de SP dat het SodM heeftgezegd dat het hand-aan-de-kraanprincipe bij gaswinning onder deWaddenzee niet lukt. Nou, ik heb net betoogd dat dat een van de redenenis waarom wij ook voor Ternaard hebben gezegd dat het ons goed lijkt omdaar gaswinning te voorkomen. Dus die feiten liggen nu eenmaal op tafel.Daar zullen we het mee moeten doen en daar doet de VVD het dus ookmee.De voorzitter:De heer Peter de Groot vervolgt.De heer Peter de Groot (VVD):Ik zou als laatste nog iets willen zeggen over de compensatie, want daarging het hier ook al heel even over. De vergoeding van die163 miljoen euro vinden wij, als dat, zoals wij kunnen lezen, de nettocontante waarde is voor de opbrengsten die de NAM misloopt, dan ookredelijk. Het is logisch en juridisch noodzakelijk dat de Staat compenseertwanneer een vergunning niet wordt verleend, terwijl de vergunning-houder daar rechtmatig wel op mocht rekenen. Dit is een besluit dat zowelde veiligheid beschermt als de rechtsstaat respecteert. Tegelijkertijd blijftde VVD pal staan voor een sterkere en betrouwbare energievoorzieningwaarin Nederland zo veel mogelijk van zijn eigen energie produceert.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1512 De voorzitter:Ik zie nog een aantal interrupties. Als eerste de heer Köse.De heer Köse (D66):Ja, voorzitter. Ik had nog een vraag aan de heer Peter de Groot. Ik heb hetverhaal even aangehoord en hoor natuurlijk heel veel over de veiligheid.Daarbij betwisten we denk ik of het nou wel of niet veilig is en welkrapport en welk nieuws we moeten geloven; ik denk dat dat een discussieop zich is. Maar we hebben ook een ander belangrijk punt in dit dossier:het vertrouwen. Wat het SodM wel gepubliceerd heeft, is dat zij de NAMniet gaan gedogen in het punt om daar te gaan winnen. Dat willen zij nietsteunen, onder andere door het feit dat er geen vertrouwen zou zijn onderde bevolking en het tot onrust zou leiden. Ik ben heel erg benieuwd hoede heer De Groot en de VVD – zo vraag ik via de voorzitter – dat stuk vanvertrouwen zien. Hoe wordt daartegen aangekeken? Gaat het echt puur enalleen om veiligheid of kijken we naar meer?De heer Peter de Groot (VVD):Kijk, de VVD heeft hier al jarenlang gepleit en verschillende motiesingediend om samen met de regio te kijken naar oplossingen, bijvoor-beeld om die ook mee te laten delen in de opbrengsten van de mijnbouw-activiteiten. We zijn als Kamer ook in Schoonebeek geweest, waar wehebben gezien dat daar samen met bewonersgroepen is bekeken hoe erwel voor kon worden gezorgd dat het gevoel van veiligheid bij mijnbouw-activiteiten kan worden versterkt en hoe de regio wel kan meeprofiterenvan de opbrengsten uit die mijnbouwactiviteiten. Dat doet ook iets voorde omgeving hè, want de betrokkenheid neemt heel erg sterk toe. Ik hebdaar ook gezien dat niet iedereen uiteindelijk zal meegaan of zal staan tejuichen om het feit dat er in die regio of op die plek nog mijnbouwactivi-teiten zullen zijn.Ik geloof er niet in dat je dat altijd kan voorkomen; dat je niet altijd kanvoorkomen dat mensen niet staan te juichen. Maar ik vind het wel eenglijdende schaal als wij hier in de Kamer nu bij elk mijnbouwproject dat eris, gaan zeggen dat dat moet stoppen. Dat betekent dan gewoon dat wijniet meer leunen op onze wettelijke adviseurs. Het betekent dat wij nietmeer kunnen vertrouwen op het feit dat bedrijven die dat doen, dat opeen nette manier met elkaar in Nederland zullen doen. Er zijn natuurlijkheel veel projecten waarbij er mijnbouwactiviteiten zijn. Dus in algemenezin vind ik dat een glijdende schaal, en die kant zou ik niet op willen.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Köse.De heer Köse (D66):Ik probeer er nog steeds doorheen te prikken. Ik hoor nog steeds het stukveiligheid. Maar dat vertrouwen, hè ... We gaan kijken naar de regio. Deheer De Groot stelt dat we dan alles gaan stoppen, dat er een glijdendeschaal zou ontstaan. Maar we hebben het hier met name over die plekkenwaar het vertrouwen erg laag is. Het is heel leuk dat mensen kunnenmeedoen en meeprofiteren in wat geïnvesteerd wordt, maar de mensenhebben er niet veel aan als er geïnvesteerd wordt in een huis dat telkensbeschadigd raakt of steeds in een hersteloperatie zit, en waarvooreigenlijk geen oplossing ontstaat. Dus daarom nogmaals de vraag: hoewordt er gekeken naar dat vertrouwen? Dat betekent niet dat we allesgaan opzetten, maar dat we gaan kijken naar duurzame alternatieven. Wekunnen ook kijken naar aardgaswinning op plekken waar dat echt veilig isen waar er sprake is van breedgedragen vertrouwen is vanuit debevolking. Hoe wordt daar tegen aangekeken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1513 De heer Peter de Groot (VVD):Dat laatste, «waar aardgas winnen echt veilig is», is nou precies het puntdat de VVD ook altijd maakt in elke bijdrage in elk debat. Het moet veilig.Dat is het kernpunt waarom we iets wel of niet zouden moeten doen.Daarbij roepen we ook steeds: pak het ook gebiedsgericht aan, zodat deregio ook mee kan doen en het vertrouwen kan winnen bij zo’n mijnbouw-activiteit. Laten we er ook bij stilstaan dat wij nog steeds twee derde vanons gas importeren in Nederland. We kunnen wel zeggen: we willen hetniet overal. In Schoonebeek gaat het overigens om olie, op andereplekken gaat het om zout. We kunnen wel zeggen dat we dat niet willen,maar dan gaat ook de energierekening omhoog. Dat is wel de conse-quentie op dat moment, want dat betekent dat we meer lng uit Amerikamoeten importeren. Zo is het cirkeltje elke keer rond. Ik zou dus willenwerken aan vertrouwen, maar tegelijkertijd wil ik niet beginnen bij hetstartpunt dat putten dicht moeten. Dat heb ik net ook gezegd in mijnbijdrage.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de heer De Groot veel zeggen over de economische noodzaak omdoor te gaan met mijnbouwactiviteiten en energieonafhankelijkheid, maarwat me verbaast, is dat ik de heer De Groot niet hoor spreken over dekosten die gepaard gaan met de schade aan de natuur, de klimaatschade,de veiligheid van bewoners en het risico op nieuwe sociale rampen. Ik bentoch benieuwd hoe de VVD dit soort risico’s en de kosten daarvan inschat.De heer Peter de Groot (VVD):Wij kijken daar wel degelijk naar. Ik produceer liever hier vanaf deNoordzee of op andere plekken in Nederland andere grondstoffen metmijnbouwactiviteiten, dan dat ik die nog vervuilender uit Amerika haalmet schepen, want die klimaatschade is nog veel groter. We kunnen datafwentelen op andere continenten in de wereld, maar zo kijkt de VVD nietnaar de wereld. Dan is er overal klimaatschade en die is daardoor, denk ik,nog groter, omdat het gewoon vervuilender is. We kijken naar depostzegel Nederland, maar zo zit ik, namens de VVD, niet in de wedstrijd.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Zo zit ik, namens GroenLinks-PvdA, ook niet in de wedstrijd. Bij hetbeoordelen van klimaatschade en het vergelijken van het produceren vangas hier met het importeren uit het buitenland, wordt vaak alleen gekekennaar scope 1- en scope 2-uitstoot. Dan wordt vaak de scope 3-uitstoot,waar 95% van de uitstoot zit, niet meegewogen. Ik ben dus heel ergbenieuwd hoe de VVD daarnaar kijkt.De heer Peter de Groot (VVD):Nou, als je bijvoorbeeld kijkt naar de verbinding op de Noordzee, voor allescopes, dan zie je dat die schoner is dan als je met schepen lng vanuitAmerika haalt, of straks schaliegas uit Amerika of Zuid-Amerika; dat maaktniet zo veel uit. Als je op wereldwijde schaal kijkt, weet ik zeker dat hetveel vervuilender is dan als je het hier uit de grond haalt en transporteertnaar onze industrie en huishoudens. Mevrouw Van Oosterhout heeft hetover scope 1, scope 2 en scope 3. Ik ben niet helemaal thuis in dieverschillende scopes. Daar gaan we nog een keer met elkaar over vangedachten wisselen. Volgens mij is dat heel technisch.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ja, misschien moeten wij nog steeds een keer een kopje koffie drinken.Dan leg ik het graag uit. Ik denk dat we er woensdag ook tijd voor hebbenom er nog uitgebreid bij stil te staan. De winning van olie en gas zit metname bij scope 1 en scope 2, maar bij fossiele brandstoffen zit 95% van deuitstoot bij het gebruik. Of je het nou in Noorwegen of Nederland uit deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1514 grond haalt: die scope 3-uitstoot blijft zoals die is. Ik ben met name dusnog steeds wel benieuwd naar hoe de VVD kijkt naar de schade aan hetklimaat, de natuur en de omgeving die wordt aangericht door dit soortactiviteiten.De heer Peter de Groot (VVD):We moeten die zo min mogelijk laten zijn. Alleen hebben we voorlopig,gedurende de transitie naar klimaatneutraliteit, gas gewoon nodig. Datheb ik ook al betoogd in mijn bijdrage. Je ziet het ook als je ziet hoeveelgas wij op dit moment nog verbruiken in Nederland. Dat wordt gelukkigwel steeds minder, maar we zijn netto gewoon importeur. We kunnenonze eigen productie dan afschalen, maar daar is de VVD geenvoorstander van. Dat is alleen maar duurder. Dan betalen industrie enhuishoudens meer geld. En dan hebben we hier een ander debat metelkaar om de energienota te compenseren. Dat is het eerlijke verhaal. Datis wat mij betreft niet nodig.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik wil nog even terug naar SodM en Warffum. Het verbaast mij ten zeerstedat de VVD zegt: ik weet niet precies waar SodM heeft gezegd anders teadviseren. Ik heb het nog even opgezocht voor de heer De Groot: dit is inPointer gezegd. Daarna hebben we hierover ellenlange debatten gevoerd.Er zijn moties ingediend om opnieuw een advies te vragen aan het SodM.De VVD heeft daar gewoon tegen gestemd. De heer De Groot zegt nu dathij niet precies weet waar dat heeft gestaan. Ik vraag hem daarom of hijdat misschien nog een keer wil herzien. Er namelijk is een rapportuitgekomen, dat een «parlementaire enquête» heet. Een van de belang-rijkste conclusies was dat de veiligheid, de gezondheid en het welzijn vande Groningers onvoldoende zijn meegenomen in de besluitvorming overde Groningse gaswinning. Vervolgens heeft het SodM gezegd dat dat eenhele grote impact heeft en dat het daarom nu breder dan alleen detechnische aspecten is gaan adviseren. Mijn vraag aan de heer De Groot isdus: nu hij dit allemaal weer op orde heeft, is hij bereid om inderdaad eennieuw onderzoek te steunen?De heer Peter de Groot (VVD):Dit is een beetje flauw, hè. We doen hier nu net alsof ik het rapport van deparlementaire enquête over Groningen niet ken. Dat is natuurlijk nietwaar. Maar het is ook niet waar dat het SodM in Pointer een wettelijkadvies heeft gegeven. Mevrouw Teunissen zegt buiten de microfoon: «Datzeg ik ook niet.» Ik reageer daarop. U zegt wel tegen mij dat ik niet zouweten waar dat advies officieel gegeven is. Als dat een uitspraak inPointer is, dan moet die omgezet worden in een wettelijk advies. Volgensmij kun je bij Pointer geen wettelijk advies geven aan de Kamer. Volgensmij is dat niet zo. Dat was dus net mijn reactie in dit debat. Dat advies is erdus ook niet. Dat is de reden waarom de VVD zich daar zo op baseert.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dat was geen antwoord op mijn vraag. Ik vroeg: nu de VVD dus weet waarhet SodM die uitspraken heeft gedaan – ik heb dat net verteld – kan deVVD, met inachtneming van de uitkomsten van de parlementaireenquêtecommissie, alsnog een nieuw onderzoek door het SodM steunen?Het is een hele simpele vraag.De heer Peter de Groot (VVD):Er ligt gewoon een wettelijk advies. Er wordt al jarenlang gas gewonnenin Warffum. Er was sprake van een verlenging van een vergunning.Volgens mij is de situatie niet heel erg veranderd. Wij hebben zelfgevraagd of het hand-aan-de-kraanprincipe daar kan worden toegepast. Eris geen reden om daarvan af te wijken. Dit is precies de reden waarom wijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1515 tegen de moties waar u het over heeft, gestemd hebben. Wij zien daar opdit moment de noodzaak niet van in.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Teunissen voor haarbijdrage.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel, voorzitter. De Partij voor de Dieren is blij dat het kabinetervoor heeft gezorgd dat er geen gaswinning onder de Waddenzee bijTernaard komt. Hiermee komt een eind aan de lange onzekerheid enworden de natuur en het klimaat beschermd. Het komt niet vaak voor datde natuur wint van de economische belangen, dus oprecht complimentenaan de Minister en haar staf voor deze resultaten – dat is heel mooi – enniet te vergeten, aan al die organisaties en lokale overheden die het aljaren hebben opgenomen voor de Waddenzee. Volgens hen komt ditbesluit geen dag te vroeg, want verdere schade aan het Wad, zoalsbodemdaling, wordt afgewend. Nieuwe gaswinning, midden in deklimaatcrisis, wordt gestopt.Dat het überhaupt zo ver heeft kunnen komen met gaswinning in zo’nkwetsbaar gebied als de Waddenzee, laat zien dat de Mijnbouwwet nogsteeds erg fossiel en ouderwets is. Dat is volstrekt onwenselijk. Laat ditdus ook een wake-upcall zijn: de Mijnbouwwet moet dringend wordenaangescherpt. Toekomstige impasses en kostbare schikkingen moetenvoorkomen worden. Daarom vraag ik de Minister: waarom duurt het zolang voordat de herziening van de Mijnbouwwet naar de Kamer wordtgestuurd? Ook vragen we de Minister om in de komende aanpassing vande Mijnbouwwet expliciet vast te leggen dat mijnbouw binnen UNESCO-erfgoed niet is toegestaan. Dit is niet genoeg om alle natuur tegenmijnbouw te beschermen, maar het is wel een heel stevig begin. Het is hetminste wat we kunnen doen om deze wet enigszins goed te hervormen,dus graag een reactie.Op dit moment loopt er een vergunningsaanvraag van het Duitsemijnbouwbedrijf ESCO voor grootschalige zoutwinning onder deWaddenzee. We zijn er dus nog niet, want dit heeft desastreuze gevolgenvoor de natuur. Er is sprake van een verwachte bodemdaling van ruim 1,5meter. De Partij voor de Dieren roept de Minister dus op om zich hiertegente verzetten en de kostbare natuur te beschermen. Ziet zij mogelijkhedenom deze aanvraag onder de herziene Mijnbouwwet te laten vallen of omeen schikking te treffen? Want dit is het moment om vast te leggen dat weniet in kostbare natuurgebieden mogen delven. Zo kunnen we voorkomendat incidenten zoals bij Ternaard zich in de toekomst nogmaals voordoen.Voorzitter. Dan de gaswinning in de kleine velden. We hadden het er net alover: Warffum. De belofte van het kabinet was om geen gas meer tewinnen in Groningen. Vervolgens maakte het kabinet daar «Gronin-genveld» van. Onder andere Warffum werd daar de dupe van. Dat is nietin lijn met de conclusies van de enquêtecommissie. Dat gaf ik net ook alaan in het interruptiedebat. Want alle maatschappelijke onrust, schade,onveiligheid en onzekerheid zijn niet meegenomen in de weging. Ik vraagde Minister dus ook om SodM nogmaals om een advies te vragen. Ik sluitme ook aan bij de vragen van mevrouw Beckerman: is de Minister bereideenzelfde schikking met de NAM te treffen voor Warffum als voorTernaard? Ik zie eigenlijk geen reden om dat niet te doen, want dit is eengeweldig succes dat we kunnen doorzetten.Voorzitter, tot slot. Wij zien in de stukken dat al die procedures die Shell enExxon zijn gestart ook via het Energy Charter Treaty gaan. Er is in 2022een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen over dat Nederlanduit dat Energy Charter Treaty stapt, want dat is een heel fossiele overeen-komst waarbij fossiele bedrijven kunnen procederen en dat gaat dan nietgewoon via de rechter. Mijn vraag aan de Minister is: wat is de stand vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1516 zaken rondom dat Energy Charter Treaty? Is Nederland daar nu uitge-stapt? Zo ja, waarom kunnen er dan nog steeds procedures plaatsvindenvia dat fossiele verdrag?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Köse.De heer Köse (D66):Dank u wel, voorzitter. Eindelijk is er duidelijkheid voor Ternaard. D66 isblij dat de gaswinning onder de Waddenzee, een uniek en kwetsbaarnatuurgebied en UNESCO Werelderfgoed, definitief niet doorgaat. Datbesluit doet recht aan de mensen die er wonen en aan iedereen die zichheeft ingezet om dit unieke gebied te behouden. Het besluit erkent hunzorgen, hun vasthoudendheid en hun stem. Dat is goed voor de regio,voor de natuur en voor het vertrouwen in de overheid.Maar vandaag besluiten we ook over een forse uitgave van163 miljoen euro. Dat is wat ons betreft een goede kortetermijnoplossing.De omwonenden krijgen eindelijk duidelijkheid en rust, en dat is terecht.Tegelijkertijd moeten we ook helder krijgen wat dit besluit betekent voorde lange termijn. Hoe zorgen we ervoor dat we in de toekomstigemijnbouw- en klimaatdossiers vanaf het begin zorgvuldig handelen enniet opnieuw in jarenlange onzekerheid en spanning belanden?Alhoewel ik zeer opgelucht ben over het feit dat de boring in Ternaard nietdoorgaat, wil ik dit moment graag benutten om constructief-kritisch tereflecteren op de details van dit akkoord, om zo vertrouwen te versterkenmaar ook vooruit te kijken, voor een duurzame toekomst die mens ennatuur recht doet.Het besluit over Ternaard staat niet op zichzelf. Het is de Minister tot nutoe niet gelukt om met Shell en ExxonMobil tot bredere afspraken tekomen over de lopende mijnbouwdossiers, waaronder de afwikkeling vanGroningen. Verder blijft het vergunningsgebied voor een groot deel nogintact. Er is een reeks dossiers waarin de Staat en de betrokken bedrijvenelkaar nog moeten vinden. Hoe uniek deze casus ook is, een compensatievan 163 miljoen euro geeft wel een signaal af, zeker in combinatie meteen vergunningsgebied dat nog vrijwel recht overeind staat. Er kunnendus nog steeds wezenlijke risico’s verstopt zitten. Is het niet waarschijnlijkdat dit besluit in andere dossiers als referentie gaat dienen en brengt datniet het risico met zich mee dat de Staat al met 1–0 achterstaat? Het isdaarom cruciaal dat het kabinet duidelijk maakt hoe dit besluit wordtgepositioneerd. Daarover heb ik de volgende vragen aan de Minister.Kan de Minister bevestigen dat er geen vergelijkbare oude aanvragenvoor nieuwe gaswinning onder de Waddenzee meer lopen, zoals bijTernaard het geval was?Waarom heeft de Minister ervoor gekozen om Ternaard los te trekken vande bredere onderhandelingen met NAM, Shell en ExxonMobil? Waarom iser niet verder gestuurd op één integraal akkoord, juist om samenhang enonderhandelingskracht richting deze partijen te behouden? Welkegevolgen heeft deze afzonderlijke stap voor de positie van de Staat in denog lopende dossiers en hoe voorkomt de Minister dat deze beslissingdaar de verwachtingen beïnvloed?Voorzitter. Advocates for the Future waarschuwt dat dit besluit eenjuridisch risico met zich meebrengt. Door compensatie te betalenbevestigt de Staat dat het stopzetten van fossiele projecten kan leiden tothoge schadeclaims. Dat kan de beleidsruimte in toekomstige mijnbouw-en klimaatdossiers beperken en Nederland financieel vastzetten in fossieleactiviteiten, juist wanneer onze klimaatverplichtingen vragen om afbouw.Daarom is mijn vraag: welke instrumenten ziet de Minister om toekom-stige fossiele projecten vooraf te begrenzen, bijvoorbeeld via horizonbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1517 palingen, zodat we niet telkens in complexe compensatie- en schadepro-cedures belanden zodra maatschappelijke of beleidsinzichten veranderen?Voorzitter. 163 miljoen euro is veel geld. Ook al vloeit zo’n123 miljoen euro via belastingen en EBN terug naar de Staat, het blijft eenforse uitgave, die de Minister hier moet kunnen verantwoorden. Wijerkennen dat het bedrag zorgvuldig is opgesteld en gevalideerd. Maar wijweten ook dat dergelijke berekeningen altijd onzekerheden bevatten.Kleine verschillen in gasprijs, volumes of discontovoet kunnen grotegevolgen hebben. NAM en EMPN zeggen zelf dat de commerciële waardefors hoger zou liggen, wat onderstreept hoe breed de bandbreedte kanzijn. Daarnaast blijft de dekking een belangrijk punt van zorg. Het kabinetverwijst naar onderuitputting, maar het is niet helder waar die precies zit.Voorzitter. Het zou onwenselijk zijn als geld dat bedoeld is voor klimaatop-lossingen wordt gebruikt om fossiele winning af te kopen. Het geld vloeitimmers naar een partij die grotendeels opereert in de fossiele industrie.Daarom vraag ik de Minister: waarom is voor deze specifieke waarde-ringsmethode gekozen en hoe juridisch robuust is die als de uitkomst laterter discussie gesteld wordt? Kan de Minister precies specificeren ofKlimaatfondsmiddelen direct of indirect ingezet worden voor dezedekking?Voorzitter. Tot slot. Vandaag nemen we een besluit dat opluchting brengtin Ternaard en de Waddenzee beschermt. Maar we willen boven op detijdelijke opluchting borgen dat er ademruimte is voor de lange termijn.Laten we dit moment ook gebruiken om vooruit te kijken, om toekomstigerisico’s te voorkomen en ervoor te zorgen dat ons klimaatbeleid niet wordtbelemmerd door de keuzes die we nu maken.Dank u wel.De heer Vermeer (BBB):Terecht stipt de heer Köse aan dat we iets moeten doen aan de horizonbe-paling omdat we hier anders tot in de eeuwigheid problemen mee blijvenhouden. Maar zouden we hetzelfde ook niet moeten doen bij alle trajectenop het gebied van duurzame energieopwekking? In heel veel gevallen is ernog helemaal geen onderzoek gedaan naar de effecten op het bodem-leven, de zeetemperatuur, et cetera. Er komen steeds meer berichten enonderzoeken naar buiten over de grote windparken op zee, die allerleineveneffecten hebben die we niet hebben voorzien. Dat kan er wel toeleiden dat we straks weer moeten praten over het stoppen van dieprojecten, het slopen van platforms, et cetera, terwijl we nog volopvergunningen voor de komende jaren uitgeven. Hoe kijkt de heer Kösedaartegen aan?De heer Köse (D66):Ik snap de zorgen. Ik denk dat het goed is om breder te kijken naar elkebeslissing die wij hier nemen. Ik zal heel duidelijk zijn: wij staan volopvoor de energietransitie en wij moeten daar ook volop in investeren. Ziehet hele netcongestieprobleem. Wij zijn zeker voor duurzame energiealter-natieven, ook om dit probleem aan te pakken. Ik ben het ermee eens datwe bij elke beslissing die we nemen, moeten kijken hoe dat er op de langetermijn uitziet, zodat we straks niet weer een ander probleem hebben. Wekunnen elkaar daar zeker in vinden.De voorzitter:Dat roept geen vervolgvraag op. Ik geef het woord aan de heer Vermeervoor zijn bijdrage.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. De opbrengsten van gaswinning zijn tijdelijk, maarde schade kan permanent zijn. Uit meerdere adviezen, waaronder die vanhet Staatstoezicht op de Mijnen, bleek al eerder dat boren onder deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1518 Waddenzee bij Ternaard voor de natuur niet veilig kan of in ieder gevalgrote risico’s met zich meebrengt. BBB heeft daarom vaker motiesgesteund waarin het kabinet werd verzocht om de vergunningsaanvraagvoor verdere gaswinning niet te verlenen. Omdat het winningsplan nogonder de oude wetgeving valt, had het kabinet hier juridisch gezien geenmogelijkheid voor. Daarom is BBB blij dat het kabinet overeenstemmingheeft bereikt met de NAM om alsnog van de gaswinning bij Ternaard af tezien.De Minister schrijft in haar brief dat de gesprekken met de aandeel-houders van de NAM in eerste instantie onderdeel waren van een bredereverkenning, maar dat dit later alsnog los is afgerond. Kan de Ministerverduidelijken waarom er alsnog voor is gekozen om de gaswinning bijTernaard niet bij een integraal akkoord te betrekken? De deal is geslotenmet de NAM, maar in de brief wordt ook gesproken over de aandeel-houders van de NAM als medevergunninghouder. Kan de Minister ietsduidelijker maken hoe dat in elkaar zit? Zijn er nog meer medevergunning-houders? Hoe gaat dat in zo’n proces eigenlijk te werk? Met wie doen wijnu precies zaken? Kunnen er ook nog onverwachte medevergunning-houders opduiken? Hoe werkt zoiets bij de gaswinning?Aan de deal zit wel een prijskaartje. De NAM ziet definitief af van degaswinning tegen een vergoeding van 163 miljoen euro. Uit de brief vande Minister begrijpen wij dat na deze deal de zaak is afgedaan. De NAMziet voor eens en voor altijd af van gaswinning en ontvangt 163 miljoen.Maar waarom is dit niet meegenomen in relatie tot de bedragen die wijnog van de NAM tegoed hebben op andere dossiers? In een normalebedrijfsvoering geef je iemand waarvan je nog geld tegoed hebt, geengeld. Dan trek je dat eerst van elkaar af of het wordt ergens in een depotgezet, zodat degene die nog geld verschuldigd is er niet meer aan kankomen. Welke mogelijkheden zijn hiervoor nog beschikbaar? Ik zie dat nietin de wet staan. Wat kunnen wij als Kamer nog doen om daar welvoorwaarden aan te stellen? Kan de Minister toelichten of het budgetwordt vrijgemaakt door onderuitputting van bijvoorbeeld het Klimaat-fonds? Staan de juridische kaders van het Klimaatfonds dat wel toe? Hoeverhoudt dit zich tot de begrotingsregels, waar we tot vervelens aan toedoor de Minister van Financiën op gewezen worden als we een leuk planhebben?Verder schrijft de Minister in haar brief dat er in de aanloop naar deze dealis gesproken met verschillende regionale belanghebbenden en dat dezepartijen allemaal tegen verdere gaswinning zijn. Het was echter deafspraak dat deze belanghebbenden een deel van de opbrengsten zoudenmogen besteden, mocht er wel gaswinning komen. Nu de gaswinning nietdoorgaat, vervalt deze afspraak. De NAM heeft aangegeven de vergoe-dingen die zij ontvangen heeft aangaande de dwangsommen van deoverheid te verdubbelen en die alsnog aan de regionale partijen te doentoekomen. Dat is wat BBB betreft een goede oplossing. Kan de Ministeraangeven hoe dit budget bij regionale projecten terechtkomt en of delokale overheden hierbij nog een rol spelen?Verder hebben meerdere collega’s gevraagd naar de mogelijke risico’svan de zoutwinning. Ik ben benieuwd naar de antwoorden op die vragen.Voorzitter, ik sluit af. Er bestaat al jaren onduidelijkheid over gaswinningbij Ternaard en de Waddenzee. Als de Kamer dit wetsvoorstel aanneemt,dan gaat de gaswinning bij Ternaard definitief niet door. Daar is BBB blijmee.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie geen interrupties, dus dat betekent dat we aan het einde komen vande eerste termijn. De Minister heeft gesuggereerd dat we een uur ... Nee,zo gaat dat inderdaad niet. De griffie heeft gesuggereerd dat we een uurgaan schorsen. In dat uur hebben we meteen de dinerpauze en dan kan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1519 Minister zich voorbereiden op de beantwoording. Ik zie dat iedereendaarmee akkoord is. Dan beginnen we weer om 18.40 uur. Fijn, tot zo.De vergadering wordt van 17.38 uur tot 18.40 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het WGO over de suppletoirebegroting inzake Ternaard. Ik geef graag het woord aan de Minister voorde beantwoording. Ik hoop dat zij begint met aan te geven in welkeblokjes zij de beantwoording doet.Minister Hermans:Ja, voorzitter, dat zal ik doen. Ik begin met een inleiding, waarin ik ook eenaantal vragen, bijvoorbeeld waarom deze casus zo’n unieke casus is, zalbeantwoorden en ook hoe dit past in de bredere gesprekken, deverkenning, die wij gestart waren met de NAM. Dat om even de algemenecontext te schetsen. Daar begin ik mee. Dan zal ik ingaan op alle vragendie gesteld zijn over de overeenkomst en in het bijzonder de financiën,zowel het bedrag als de dekking. Vervolgens ga ik in op een aantal vragendie specifiek over artikelen uit de vaststellingsovereenkomst zijn gesteld.Dan alle vragen met betrekking tot andere projecten bij de Waddenzee. Totslot heb ik nog een klein blokje overig, waarin ik ook zal ingaan op deherziening van de Mijnbouwwet en het proces daaromtrent.Voorzitter. De heer Jumelet stelde de vraag heel expliciet, maar eigenlijkzat die expliciet of impliciet verscholen in alle bijdragen: wat maaktTernaard zo’n unieke casus? Ik denk dat dat een terechte vraag is en ikvind het belangrijk om de complexe en unieke context van de situatie bijTernaard, van het vraagstuk van de gaswinning bij Ternaard, uiteen tezetten. Het is door velen van u gezegd, zeg ik via u, voorzitter: het gebiedis UNESCO Werelderfgoed. Daarom gaat het bij het vraagstuk vangaswinning aldaar om gaswinning van onder een uitzonderlijk beschermdnatuurgebied, met strenge juridische eisen, intensieve monitoring engrote maatschappelijke en politieke gevoeligheid.Geen van de andere mijnbouwactiviteiten combineert deze omstandig-heden in dezelfde mate. Daarmee doe ik niets af aan de gevoeligheid– ook genoemd door onder anderen mevrouw Beckerman, mevrouw VanOosterhout en mevrouw Teunissen – op andere gebieden, op andereplekken in het land. Daar zal ik zo ook nog op ingaan, maar dit evenspecifiek over deze casus Ternaard. Dat vraagt van ons als overheid, vanons als politiek, vind ik, dat wij ons maximaal moeten inspannen om datgebied in zijn huidige staat te behouden, ook voor de generaties na ons.Die roep was luid hier in de Kamer. De motie-Postma is genoemd, maarwe hebben ook de motie-Kostic´. Ook in de samenleving klonk dat geluid.U heeft zelf ook gerefereerd aan een aantal van de organisaties die zichhierover heel actief hebben laten horen.Dat is een van de redenen geweest dat bij de aanpassing van deMijnbouwwet, of ik moet eigenlijk zeggen van de Groningenwet, hetamendement «geen nieuwe gaswinning onder de Waddenzee» isaangenomen. Ternaard viel echter al onder het overgangsrecht. Alleaanvragen die gedaan waren voor 1 mei 2024 vielen nog onder hetovergangsrecht; die moest ik dus nog conform de oude regels beoor-delen. Dat gegeven, gecombineerd met de adviezen die er lagen, gavengeen juridische grond om instemming met het winningsplan te weigeren.Daarmee kwam ik in een situatie terecht waarin ik vind dat, als je eenbetrouwbare overheid wilt zijn naar iedereen, naar alle kanten en naar allepartijen toe, weigeren op grond van de Mijnbouwwet niet mogelijk was.De Raad van State had ons toen al twee keer op de vingers getikt, inclusiefeen last onder dwangsom, van «neem een besluit!» Dat alles bij elkaarmaakt dit een unieke casus. Het maakte voor mij en het kabinet dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1520 nemen van een besluit met het sluiten van deze overeenkomst onvermij-delijk was en in mijn ogen dus noodzakelijk.Voorzitter. Dan een paar dingen over waarom NAM akkoord is gegaan. Deheer Kops vroeg, volgens mij: als het niet alleen commercieel was, welkeoverwegingen heeft NAM dan gehad? Voor mij staat voorop en gaat heterom dat het gelukt is om tot deze overeenstemming te komen met NAM.Ik wil ook oppassen voor invullen wat voor de NAM overwegingen ofbeweegredenen geweest zijn om uiteindelijk ja te zeggen. Ze hebben mijdaarover gezegd, en ze schrijven dit ook op hun website, dat er aan deene kant bij NAM teleurstelling is dat een proces dat tien jaar heeftgeduurd, een project waaraan NAM lang heeft gewerkt, niet doorgaat endat het aan de andere kant goed is dat er nu eindelijk duidelijkheid komtvoor alle betrokkenen. Ik vind persoonlijk dat laatste positief, zeker vooralle bewoners die zo lang hebben moeten wachten; dan zou er een besluitkomen en dan kwam het er toch niet, en dan werd het nog even vooruit-geschoven om allerlei redenen. Daar kunnen we ook nog uitgebreid opterugkijken, maar volgens mij gaat het nu echt sec om de afspraak dievoorligt. Die duidelijkheid, die rust is voor iedereen positief, wat je ookvan de uitkomst vindt of van het feit dat we deze deal hebben gesloten. Ikdenk dat die rust en duidelijkheid voor de bewoners en voor iedereen vanbelang is. Ik zeg tegen de heer Kops dat die overwegingen zo gelden.Een aantal van u heeft gevraagd waarom het nou is losgetrokken van debredere onderhandelingen en gesprekken die plaatsvonden met NAM ende aandeelhouders over eigenlijk alle dossiers die spelen. U heeft gelijk. Inde brief van 6 december vorig jaar kondigde ik namens het kabinet aandat wij gesprekken zouden starten met NAM en de aandeelhouders om teverkennen of wij nou in den brede over de dossiers die spelen tot eenafspraak zouden kunnen komen. Mijn intentie was daarbij ook om tevoorkomen dat we gas gaan winnen bij Ternaard. De gesprekken om dievraag te verkennen, zijn vlak nadat het kabinet was gevallen, beëindigd,omdat de overweging, de beslissing van het kabinet was dat zo’n groteafspraak – als dat al mogelijk zou zijn, want we waren dat echt nog aan hetverkennen – niet aan een demissionair kabinet is. Voor mij persoonlijk envoor mijn portefeuille gold dat ik over het vraagstuk van Ternaard en hetpunt van de gasopslag wel verder gesprekken wilde voeren. Dat wasdaarmee namelijk niet weg. Ik noemde het net al: de Raad van State hadover het dossier Ternaard natuurlijk al gezegd dat er een besluit genomenmoest worden. Die gesprekken zijn dus doorgegaan. Juist omdat Ternaardis losgekoppeld van die bredere verkenning, is het gelukt om hierover nutot een uitkomst te komen.Ik zeg er direct het volgende bij tegen de heer Kops, die mij vroeg: had jenou niet een som moeten maken van wat de NAM nog verplicht is je tebetalen op grond van het hele vraagstuk in Groningen en de vergoe-dingen daarvoor, schade en herstel, en die 163 miljoen? Dat kan dus niet,omdat we dat hebben losgekoppeld van andere ingewikkelde discussies.Die zijn daarmee niet opgelost; dat zeg ik zeker niet. Door dat loskoppelenis het gelukt om tot een uitkomst te komen, maar kon ik die som niet opdie manier maken. Dus de vaststellingsovereenkomst die we geslotenhebben, gaat over Ternaard en verder over niks anders.Voorzitter. Wellicht ten overvloede, maar ik trek natuurlijk nog steeds heelnauw op met de Staatssecretaris Herstel Groningen waar het gaat om alleprocedures met NAM en de openstaande facturen. Daar blijf ik mij dusonverminderd voor inzetten. Ik geloof dat we daar ook later deze weeknog een debat over hebben, dus daarover kunnen we dan nog uitgebreidvan gedachten wisselen, maar dat mag natuurlijk ook nu.De heer Vermeer vroeg of er nog andere vergunninghouders zijn. Hoeweet ik of er niet nog iemand anders zijn vinger opsteekt? Er is geen risicodat er meer vergunninghouders opduiken. Met de aandeelhouders vanNAM en EBN is contact geweest en met hen is overeenstemming bereiktom tot deze overeenkomst te komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1521 De heer Kops (PVV):De Minister zei aan het begin van haar betoog dat zij niets kan zeggenover de overwegingen van de NAM. Dat begrijp ik ook. Maar toch, wevoeren hier wel een debat met de Minister. Wat ik niet begrijp: «decommerciële waarde ligt naar de mening van de NAM veel hoger». Als indeze casus zo veel mogelijk geld binnenharken geen argument is voor deNAM, dan snap ik niet waarom er dan zo moeilijk worden gedaan over deperiodieke reguliere rekeningen die aan de NAM worden voorgelegd ende rekeningen die worden doorgestuurd op basis van een heffing. Overdie rekeningen zou juist geen discussie mogen zijn. Ik snap dat niet.Minister Hermans:Zoals ik al zei, trek ik nauw op met de Staatssecretaris Herstel Groningenom daar iets aan te doen. Ik deel met de heer Kops dat we daaroverafspraken hebben gemaakt. Daar lopen nu procedures over. Ik vind opgrond van die afspraken dat die vergoedingen betaald moeten worden.Toen ik in december vorig jaar aankondigde «laten we met elkaar om tafelgaan om te kijken of we tot een oplossing kunnen komen voor al dieproblemen die er liggen, zowel dit vraagstuk als Ternaard» ... Op zich isdat een logische combinatie. Dat was ook de insteek vorig jaar. Diebredere gesprekken zijn we gestopt toen het kabinet viel, maar daarmeewas voor mij het vraagstuk Ternaard niet van tafel – dat andere vraagstukoverigens ook niet, en daar gaan we mee door. Ik ben het vraagstukTernaard geïsoleerd gaan bekijken om te zien of we daarover tot overeen-stemming konden komen. Dat is gelukt met de vaststellingsovereenkomstzoals die nu voorligt. Die staat wel los van het andere vraagstuk. Daarmeezeg ik niet dat dat niet ook opgelost moet worden; daarover geen twijfel.De voorzitter:Hebt u daar nog een vervolgvraag op, meneer Kops? Nee? Dan vervolgtde Minister haar betoog.Minister Hermans:Dan het bedrag. Ik begin met de vraag van mevrouw Van Oosterhout of ikkan toelichten hoe dat bedrag van 163 miljoen tot stand is gekomen enhoe ik dat rechtvaardig, financieel maar ook politiek en maatschappelijk.Ze vroeg ook hoe klimaatschade daarin is meegenomen. Eerst over detotstandkoming van het bedrag. Om tot een marktconforme waardering tekomen, hebben we een heel zorgvuldig proces doorlopen. Daarvoor zijnde potentiële baten van toekomstige gaswinning in Ternaard als basisgenomen. Om dat te berekenen hebben een rekenmodel opgesteld.Daarin zitten allerlei aannames, zij het wel onderbouwd, over hetwinningsprofiel, de gasprijs, de discontovoet, de kapitaalinvesteringen enook de operationele kosten. De volumes zijn getoetst door TNO en derekenmethodiek is getoetst door KPMG. De maatschappelijke schade ismeegewogen in het model, dus in de aannames van het model, in devorm van het gebiedsfonds waar eerder over gesproken is en waar ookvragen over gesteld zijn. Dat is in mindering gebracht op de opbrengsten.Dat is onderdeel geworden van het rekenmodel waarmee we de waarde-bepaling gedaan hebben.Er zijn geen kosten voor natuurherstel meegewogen, omdat alle vergun-ningprocedures erop wezen dat gaswinning zou kunnen. De natuurver-gunning was ook al verleend; daarover hebben we vorig jaar vrijuitgebreid een debat over gevoerd. Dus dat zit niet als zodanig in hetmodel. Dit als toelichting op de waardebepaling.Dan vroeg de heer Köse: waarom is voor deze methode gekozen en hoejuridisch robuust is het als de uitkomst later ter discussie zou wordengesteld? Het bepalen van potentiële opbrengsten, zoals we hier gedaanhebben om tot het marktconforme bedrag te komen, is een gebruikelijkewaarderingsmethode als uitgangspunt voor een dergelijke transactie ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1522 overeenkomst. Ik zei al dat dit getoetst is door TNO en KPMG. KPMG heeftin die toetsing een aantal aanpassingen in het rekenmodel geadviseerd.Die hebben we overgenomen en toegepast. De uiteindelijke toetsing doorzowel KPMG als TNO bevestigt ook de gehanteerde waarderingsmethode.Daaruit is dat bedrag van 163 miljoen gekomen. Dat hebben we op tafelgelegd en daarmee zijn NAM en EMPN akkoord gegaan. Dat bedrag is inde vaststellingsovereenkomst opgenomen en de berekeningsmethode zelfis geen onderdeel van de vaststellingsovereenkomst, dus die kan ookgeen onderdeel worden van discussie, zo die al zou ontstaan.De heer Köse (D66):Dan vraag ik me even het volgende af. Dat bedrag is uit die methodegekomen. Daar zijn we akkoord over. Even los van de methode waarophet berekend is, zoals u al aangaf, heeft de NAM om wat voor reden danook al aangegeven: dit ligt wat ons betreft fors onder de commerciëlewaarde. Het zou kunnen zijn – dat is de vraag die ik stelde – dat zij op eengegeven moment gaan zeggen: hé, we hadden veel meer kunnenverdienen. Stel dat de gasprijs explodeert – ik noem maar wat – en zijzeggen: hé, wij hadden eigenlijk veel meer kunnen verdienen. Hoejuridisch robuust is het dan, hoe sterk staan we dan in onze schoenen omte zeggen: nee, dit was het bedrag en dit blijft het? Of zou het dan eenprobleem worden?Minister Hermans:Dit is een terechte vraag van de heer Köse, maar de vaststellingsovereen-komst gaat over het bedrag, die 163 miljoen. Zoals ik net zei, is derekenmethode daar geen onderdeel van. Die 163 miljoen is dus wat die is.Daar hebben alle partijen hun handtekening onder gezet. Als iemand nugaat discussiëren over de aannames in het model, waarvan de gasprijs ereen is, wijs ik erop dat dit geen onderdeel is van de overeenkomst. In deovereenkomst staat 163 miljoen. Daar hebben wij ons aan te houden endaar hebben NAM en EMPN zich aan te houden.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):De Minister had het net over de manier waarop het bedrag tot stand isgekomen en zei dat er een natuurvergunning was. Maar alleen het feit dater een natuurvergunning is, betekent nog niet dat er geen schade aan denatuur is. Kan de Minister nogmaals uitleggen hoe de schade aan denatuur is meegenomen in het model? Ik heb ook nog geen antwoordgehoord op mijn vraag hoe de klimaatschade is meegenomen.Minister Hermans:De klimaatschadevraag komt nog. Die heb ik hier, dus die zal ik zo gelijkdoen. Eerst even over de natuurschade. Als ik de waarde ga bepalen omtot een transactie te komen zoals wij die nu hebben afgesproken, heb ikmij daarbij te houden aan het recht dat in dit geval NAM en EMPNhebben. Waardoor wordt dat bepaald? Dat wordt bepaald door het feit datik de instemming met het winningsplan niet kan weigeren op grond vande wet en de adviezen die er liggen. In de hele toestemmingsverlening, inde stappen daarvoor, zit ook al de beoordeling van effecten op de natuuren de vraag of een natuurvergunning verleend kan worden. Die natuurver-gunning kon verleend worden, of kán verleend worden, moet ik eigenlijkzeggen. Dat wil overigens niet zeggen dat er in de natuurvergunning geenvoorwaarden kunnen zitten om effecten op de natuur te compenseren.Maar de vergunning kon verleend worden. Ik zou daarmee hebbenmoeten instemmen. Dat is het gegeven voor mij om de waarde tebepalen. Nogmaals, de waarde die gekoppeld was aan het gebiedsfondsis natuurlijk wel meegenomen in de aannames van het rekenmodel.Indirect zit daar een link, maar niet zo direct als mevrouw Van Oosterhoutmij vroeg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1523 Zal ik nu gelijk even de klimaatvraag beantwoorden? Eigenlijk geldt hierhetzelfde als wat ik net zei. Ik moet mij als Minister ook houden aan dewet. Op grond van de wet kon ik de instemming met het winningsplanniet weigeren. Dan moet ik dus gaan kijken wat NAM eraan over zouhebben gehouden als dat wel zou hebben gekund. Schade aan het klimaatis daar geen onderdeel van, wat je daar ook van vindt, zeg ik er direct bij.Daarmee is die ook geen onderdeel geweest van de waardebepaling.Dan kom ik bij het bedrag dat terugvloeit naar de overheid. Waar gaat datgeld naartoe? Welke bestedingen liggen vast? Die vragen stelde ookmevrouw Van Oosterhout mij. De verwachting is inderdaad dat er voorongeveer 68 miljoen aan afdracht btw, winstaandeel en vennootschapsbe-lasting gaat worden betaald. Dat komt via het inkomstenkader weer terugbij de Rijksoverheid, bij het Ministerie van Financiën. Dan is er de54 miljoen die naar EBN gaat. Dat geld komt bij EBN terecht. EBN is eenbeleidsdeelneming. De taken die EBN moet uitvoeren staan in deMijnbouwwet beschreven. Binnen die kaders voert dat zijn takenzelfstandig uit. Dus aan dat geld zitten niet direct bestedingen gekoppeld,maar EBN moet zijn taken wel uitvoeren van het geld dat het binnenkrijgt.De heer Vermeer en de heer Köse vroegen mij naar het budget dat isvrijgemaakt om dit te betalen, de onderuitputting. Ze vroegen hoe datprecies zit en of dat mag conform de regels van het Klimaatfonds enüberhaupt de begrotingsregels, als ik me het goed herinner. Die163 miljoen zoals afgesproken in de vaststellingsovereenkomst is voorzienuit de totale onderuitputting op de rijksbegroting voor 2025. Die onderuit-putting komt voort uit vele maatregelen van verschillende departementen.Dat is uiteindelijk één grote post, vanwaaruit je vervolgens eventueeluitgaven kan voorzien. Er is 118 miljoen aan Klimaatfondsmiddelen op dedepartementale begroting van KGG in 2025 niet tot besteding gekomen.Die onderuitputting moet ik conform de systematiek van de eindejaars-marge bij de Najaarsnota afboeken. Die gaat dan dus terug naar deMinister van Financiën. Daarmee zijn het dus ook niet langer Klimaat-fondsmiddelen, worden ze onderdeel van de totale uitputting op derijksbegroting, kan je het dus ook op deze manier uitgeven – devoorwaarden die voor het Klimaatfonds gelden, gelden niet meer – envoldoen we dus netjes aan alle begrotingsregels. Dat zeg ik in antwoordop de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Volgens mij kun je wel onderuitputting op een reguliere begrotinghebben, maar niet op een fonds. Daar zou ik graag een antwoord opwillen hebben. Dat kan anders in de tweede termijn.Minister Hermans:Het werkt als volgt. In het Klimaatfonds zitten allerlei percelen. Departe-menten kunnen daar een aanvraag voor doen. IenW doet dat voor demobiliteitsmaatregelen, vooral voor de gebouwde omgeving. Alsaanvragen dan vanuit het Klimaatfonds zijn goedgekeurd door deKlimaatfondsbeheerders – dat zijn het Ministerie van KGG en de Ministervan Financiën – dan worden die middelen overgeheveld naar eendepartementale begroting. Vandaaruit worden dan betalingen gedaan.Dus ze staan dan op je departementale begroting. Als dan de activiteitenniet worden verricht, om wat voor reden dan ook, dan wordt het onderuit-putting. Onderuitputting gaat conform de begrotingsregels, met uitzon-dering van de eindejaarsmarge, terug naar de Minister van Financiën,naar de rijksbegroting. En dus niet terug naar het fonds, zeg ik even omvolledig te zijn.De heer Köse (D66):Dan vind ik het een aparte gang van zaken. Als ik het goed voor me zie, ishet Klimaatfonds niet aangewend en gaat dat volgens de regels terugTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1524 naar de algemene reserve of de rijksbegroting, min de 1% die we mogenhouden. Vervolgens wordt die 1% die we overhouden, gebruikt om dit tebetalen en wordt ook het geld teruggehaald dat bij de rijksbegroting zit.Dat noemen we dan niet «het Klimaatfonds». Het voelt dus een beetje alsbroekzak-vestzak, maar wellicht kan de Minister dit verduidelijken.Minister Hermans:Nee, in het Klimaatfonds zit geld. Dat is gelabeld in een aantal percelen endaar hangen weer allerlei projecten onder op grond van aanvragen dieandere bewindspersonen maar ook ikzelf op die percelen doen, of dat nougaat om verduurzaming van de industrie of om verduurzaming vangebouwde omgeving. Dat geld komt pas vrij en krijg je pas op jedepartementale begroting als je een plan bij de fondsbeheerders hebtingediend, in dit geval bij KGG en Financiën. Als die allebei zeggen dat hetvoldoet aan de eisen, de goede effecten heeft en netjes in kaart isgebracht, krijg je dat geld ter beschikking op jouw begroting. Als je danaan het einde van het jaar toch niet tot besteding van die middelen bentgekomen, vallen ze onder de onderuitputting op jouw begroting. Dieonderuitputting gaat conform de begrotingsregels terug naar de totale pot– zo noem ik het maar even – van de rijksbegroting aan onderuitputting.Zo loopt het. Dan zijn het dus geen Klimaatfondsmiddelen meer, want zezijn over op jouw begroting. Dat is ook in mijn geval zo: op deKGG-begroting was er een onderuitputting van 118 miljoen. Conform debegrotingsregels gaat dat terug naar het Ministerie van Financiën. Eendeel van de totale pot van die onderuitputting gebruiken we nu om die163 miljoen te betalen. Daarmee konden we deze overeenkomst zosluiten.De voorzitter:Eerst nog een vraag van de heer Köse en dan een vraag van de heerVermeer.De heer Köse (D66):Om het even toe te lichten: als ik het goed begrijp, zou je dus wel kunnenzeggen dat het geld van het Klimaatfonds indirect wordt gebruikt om dezedeal te bekostigen, want eigenlijk is het geld van het Klimaatfonds vooriets aangevraagd en is het uiteindelijk niet benut, waarna het volgens deregeltjes naar de algemene reserve is gegaan, naar «de grote pot», zoalsde Minister het zegt. Toen is het geld via die pot aangewend, maaruiteindelijk was het dus wel geld dat vanuit het Klimaatfonds kwam. Kloptdat?Minister Hermans:De post onderuitputting is heel groot, zoals u waarschijnlijk gezien heeft inde Najaarsnota. Ik kan niet zeggen dat er niks van die 118 miljoen vanmijn eigen onderuitputting gebruikt is. Alleen, het was onderuitputting.Daarmee moet ik het teruggeven en is het geen Klimaatfondsgeld meer. Ikhecht eraan om dat te blijven zeggen, omdat daarmee de regels zoals diein de Klimaatfondswet zijn afgesproken, dus ook niet meer gelden. Andershad ik dit op deze manier natuurlijk niet kunnen doen.De heer Vermeer (BBB):In de Miljoenennota staat het volgende geschreven. «Voor het jaar 2025 is139 miljoen euro aan onderuitputting afgeboekt. Dit bedrag is eerst vanafde betreffende begrotingen teruggestort in het fonds en daarna afgeboektvan de fondsbegroting. Dit houdt in dat deze middelen meelopen met deeindejaarsmarge en worden teruggestort in het fonds bij de Voorjaarsnota2026. Op deze manier lopen deze middelen weer mee in het algemeneproces van de fondsbesluitvorming en kunnen ze weer ten goede komenaan maatregelen op het gebied van klimaat en energie.» Volgens onzeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1525 doorrekening mag al dat geld uit het Klimaatfonds gehaald worden, maarhet gaat er wel om of de herkomst is zoals die hier beschreven wordt. Dusik wil wel weten hoe dat te verantwoorden is volgens wat er in dieMiljoenennota staat. Dat mag ook later, bijvoorbeeld doordat we eenbriefje krijgen.Minister Hermans:De heer Vermeer verwijst nu ook naar de eindejaarsmarge. Daarvan zei iknet al: die 1% is even de uitzondering op het totaal, maar voor de geheleredenering in de richting van de heer Köse liet ik dat heel eventjes terzijde.Maar dat speelt natuurlijk wel degelijk een rol.Dan over de systematiek zoals ik die zonet schetste. Het stond op deKGG-begroting. Dat geld was over. Het was niet besteed; zo moet ik hetzeggen. Er waren wel plannen voor. Ik zeg ook niet dat het misschien nietjammer is dat het niet besteed is aan dat waar we de plannen voorhadden, maar het is wel de systematiek.Dan het derde punt, namelijk de begrotingsregels. Daar vroeg de heerVermeer naar en eigenlijk refereert hij daar nu ook aan door op deMiljoenennota in te gaan. In de Miljoenennota van september stond nogeen afspraak dat terugboeken uit de onderuitputting mogelijk was. Dezeonderuitputting komt in de Najaarsnota en daar gelden de systematiek ende redenering zoals ik net noemde.De voorzitter:Dat roept een vraag op van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik puzzel toch nog een beetje met de onderuitputting. Op zich klinkt het alseen logisch verhaal van de Minister, maar toch wringt het voor mijngevoel een beetje als we zeggen: de klimaatdoelen worden niet gehaalden maatregelen die het ministerie voornemens was vanuit het Klimaat-fonds te betalen gaan niet door, en een deel van dat geld wordt uitein-delijk gebruikt om die deal te sluiten met de NAM. De vraag is dus of ditniet wringt met het niet halen van de klimaatdoelen.Minister Hermans:Mevrouw Teunissen heeft natuurlijk gelijk als zij zegt dat we voor eengigantische opgave staan wat betreft het behalen van de klimaatdoelen.Het Klimaatfonds is een belangrijk instrument om maatregelen ofsubsidies te financieren die bedoeld zijn om dat doel dichterbij tebrengen. Nu zijn de begrotingsregels op dit moment zoals ze zijn. In deNajaarsnota is afgesproken dat ik, omdat ik onderuitputting had op mijndepartementale begroting, dat moet teruggeven aan de rijksbegroting, netals al mijn andere collega’s overigens. Ik zei tegen de heer Köse ook al dathet over veel geld gaat, niet alleen toevallig over de 163 miljoen waar hetnu over gaat. Het gaat echt over een groot bedrag. Vanuit die onderuit-putting hebben we geld gebruikt om deze overeenkomst te sluiten. Datlaat onverlet dat we door moeten met dat klimaatbeleid en dat dat voorons altijd heel precies en nauw komt: hoe begroot je nou die uitgaven aande klimaatbeleid vanuit de Klimaatfondsmiddelen? Omdat dat vaak nieuwbeleid is, is dat lastig ramen en loop je dit risico van onderuitputting. Dusik zie wat mevrouw Teunissen zegt. En wij zoeken natuurlijk zelf ook naareen manier om dat zo precies mogelijk te ramen en te begroten, zodat datrisico van onderuitputting en dat je het terug moet geven, zo kleinmogelijk is. Maar ja, dat was nu niet het geval. Dan gaan de regels geldenen dan speelt dit vraagstuk. We hebben het op deze manier opgelost.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik snap dat de Minister zegt dat de begrotingssystematiek nu eenmaal zowerkt op dit moment. Dat is ook zo. Tegelijkertijd, is zij het met de PartijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1526 voor de Dieren eens dat het wel wrang is dat we geld dat we eigenlijkreserveren om een positieve zaak te doen voor het klimaat, nu gebruikenom met de fossiele industrie een deal te sluiten? Dus dat het op zijn minstwrang is dat we dat doen?Minister Hermans:Ik ben het niet eens met deze insteek, dit perspectief. Kijk, wat de heerVermeer net zei ... Hij citeerde uit de Miljoenennota. Bij de Miljoenennotamaak je de raming op basis van de inzichten van dat moment. Debegrotingsregels boden toen nog de ruimte om terug te boeken naar hetfonds en om middelen te behouden. Die ruimte is er bij de Najaarsnotaniet. Dus dat geld was over. Er was niet uitgeput. Dan is de regel: het moetterug. Daardoor is het dus geen klimaatgeld meer en had ik dit probleemook op te lossen, om de redenen die ik net in mijn inleiding noemde. Ikheb natuurlijk overlegd met de Minister van Financiën, die ook betrokkenis geweest bij de waardebepaling, en we hebben het op deze manierafgesproken. Nogmaals, dit laat onverlet dat wij ook door moeten met hetklimaatbeleid, dat we dat, naar ik hoop, steeds preciezer kunnen begrotenen kunnen ramen op het moment dat daarvoor gepland is.De voorzitter:Dit roept een heleboel vragen op, om te beginnen bij mevrouwBeckerman. Dan mevrouw Van Oosterhout, dan de heer Köse.Mevrouw Beckerman (SP):De Minister zegt: deze deal is onvermijdelijk en noodzakelijk, en komt nuop het moment dat we zitten met de Najaarsnota en het geld in onderbe-steding is. Maar die deal is dus onvermijdelijk en noodzakelijk. Stel dat deMinister die – laten we iets zeggen – drie maanden geleden gesloten had.Hoe had de Minister die dan betaald? Dan is het geen onderuitputting.Minister Hermans:Ik heb de deal vrijdag 28 november gesloten. Toen golden de regels vandat moment en moest ik het doen binnen de context en de budgettaireruimte van dat moment.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, dat begrijp ik, maar dat is eigenlijk toeval. Nu heb je onderuitputting,dus kun je feitelijk niet zeggen dat we met geld bedoeld voor klimaatfossiele bedrijven betalen. Maar als die een paar maanden eerder wasgesloten, dan had je wél klimaatgeld uitgegeven. Of had de Minister daneen andere keuze gemaakt?Minister Hermans:Dit is een wat-alsvraag die ik niet kan en ook niet ga beantwoorden. Dat isook hoe politiek gaat en werkt: op een gegeven moment is er eenmomentum, ontstaat er een situatie, en dan sluit je een overeenkomst ofniet. En elke keuze die je dan maakt, heeft consequenties. Die conse-quenties heb je te accepteren of niet. De Kamer kan natuurlijk dit debatvoeren. Vervolgens vindt er een stemming plaats. Ik heb steeds gehandeldnaar de mogelijkheden en inzichten van het moment, en dat leidde op28 november tot de afspraak die we gemaakt hebben.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik wil graag benadrukken, of herhalen, dat het toch wel wrang voelt dat ergeld uit het Klimaatfonds naar een fossiele partij gaat. Ik vraag me daarbijeigenlijk dit af: als die projecten voor het Klimaatfonds nu nog een keerworden ingediend, is daar dan budget voor, of is dat budget nu weg?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1527 Minister Hermans:Sorry, die laatste zin ... Zou mevrouw Van Oosterhout die kunnenherhalen?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Als die projecten voor het Klimaatfonds nu nog een keer wordeningediend, is daar dan budget voor, of is dat geld nu weg?Minister Hermans:Het was onderuitputting op de KGG-begroting. Dat waren middelenovergeheveld uit het Klimaatfonds. Die stonden op de KGG-begroting,maar die zijn niet besteed en die zijn dus teruggegaan. Ook als we dit niethadden gedaan, waren die nu terug bij de Minister van Financiën en dusniet meer daarvoor beschikbaar.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Het is misschien niet voor dit debat, maar ik blijf het wrang vinden dat weklimaatdoelen niet halen en dat we een onderuitputting hebben van hetKlimaatfonds. Dus zou de Minister misschien nog iets kunnen zeggen overhoe die onderuitputting invloed heeft op de vertraging van deenergietransitie?Minister Hermans:Mevrouw Van Oosterhout vraagt dan eigenlijk: waar zit de onderuitputtingop de KGG-begroting? Ik zeg er wel nog een keer bij: de onderuitputtingbestond echt uit een hele grote pot; het was dus niet alleen op mijn eigenbegroting. Ik moet het even goed zeggen uit mijn hoofd, maar volgens mijzat de onderuitputting op twee subsidieregelingen: eentje voor waterstof– dat zegt mevrouw Beckerman buiten de microfoon, voorzitter – en eenof twee innovatiesubsidies voor de industrie. Het is natuurlijk altijd eenbeetje gissen, want ik heb me niet uitgebreid verdiept in waar hetvandaan komt. Ik denk dat in deze situatie de lastige markt, zowel bijwaterstof als in de industrie, de reden is geweest voor onderuitputting.Als mevrouw Van Oosterhout dat preciezer wil weten, ben ik uiteraardbereid om even de oorzaken daarvan te achterhalen, en te achterhalen– dat zou ik dan zelf interessant vinden – wat we hiervan leren voor deraming en de begroting van volgende aanvragen.De heer Köse (D66):Ik hoor – ik denk de Minister ook – dat best wat partijen het niet prettigvinden dat het Klimaatfondsgeld eigenlijk direct dan wel indirect naar eenfossiele partij gaat. De Minister gaf ook aan dat het bij onderuitputtingnou eenmaal de regel is dat het geld naar de algemene reserve gaat. Datklopt, maar in de najaarsnotitie hebben we ook kunnen lezen dat hetonduidelijk is wat er met niet-uitgeputte Klimaatfondsmiddelen gebeurt.Als we een stap terug doen, zou een van de opties zijn dat we eenkasschuif toepassen, waarbij het geld meegenomen wordt naar volgendjaar. Dan had er ook geen onderuitputting plaatsgevonden. Hoe reflecteertde Minister daarop? Had dat niet toegepast kunnen worden en had hetdan niet alsnog uit de algemene reserve gekund?Minister Hermans:We kunnen nu allerlei scenario’s gaan schetsen: wat als dat eerder wasgebeurd en als we een andere constructie zouden hebben gehad? Zoalsgeschetst, ben ik sinds december vorig jaar in gesprek met de NAM en deaandeelhouders, eerst over een bredere context en vanaf de zomer overtwee specifieke onderwerpen op mijn beleidsterrein. Nu deed zich eenmogelijkheid voor, voor iets wat breed politiek wordt gedragen. Vorig jaardecember is de motie-Postma met, uit mijn hoofd, 140 voorstemmenaangenomen. Ook is er de heel unieke natuursituatie, die ik in mijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1528 inleiding schetste. We zagen dat er een forse onderuitputting was. Wehadden een eenmalige mogelijkheid om die vaststellingsovereenkomst tesluiten en het op deze manier te financieren. Zeg ik daarmee ook dat we,zoals ik zojuist tegen mevrouw Van Oosterhout en mevrouw Teunissenzei, voor klimaatbeleid zo precies mogelijk moeten ramen, zodat het ookterechtkomt waar we het voor bedoeld hebben? Het antwoord daarop isja. Maar de situatie van de afgelopen twee weken was het window ... Ikzoek even naar een Nederlands woord. In ieder geval deed demogelijkheid zich voor om het in dit unieke geval en in deze complexesituatie op deze manier te doen, met de Raad van State die aan de deurstond te rammelen met: u moet een besluit nemen. Dat deden we juistook voor het natuurgebied dat de Waddenzee is.De voorzitter:Ik wil de leden er graag op wijzen dat we in het debat niet rechtstreeksciteren uit de ambtelijke stafnotities die we ontvangen. De Ministervervolgt haar betoog.Minister Hermans:Dan heeft de heer Jumelet mij gevraagd naar het gebiedsfonds. Hij vroegof ik bereid ben, of dat de NAM bereid is, om daar toch aan bij te dragen,ook al gaat de gaswinning niet door. Vanuit mij, vanuit de Rijksoverheid,zal daar niet aan worden bijgedragen. De hele afspraak die er lag inconcept, was gekoppeld aan dat er gas gewonnen zou gaan worden bijTernaard. Dat gaat niet door, dus dat deel van de potentiële afspraak iskomen te vervallen. De NAM heeft wel gezegd dat die het bedrag dat deStaat heeft moeten betalen in het kader van de last onder dwangsom, terbeschikking stelt aan het gebiedsfonds. De NAM heeft ook gezegd dat diede € 75.000 die hoorde bij de tweede procedure zal verdubbelen. Volgensmij schreef ik dit ook in mijn brief, maar ik wil hier ook nog wel zeggen datik dat gebaar zeker waardeer.Dan vroeg de heer Vermeer mij of ik iets kan zeggen over hoe dat geld bijregionale projecten terechtkomt en of lokale overheden hier ook nog eenrol spelen. Als de VSO in werking treedt, dan zal het budget via deontzorgtafel omgevingsproces Ternaard ten goede komen aan projectenin de dorpen Ternaard en Wierum. De provincie Friesland en de gemeente– het staat hier in het Fries, maar ik doe het even in het Nederlands –Noordoost-Friesland nemen allemaal deel aan de ontzorgtafel. Op dezemanier zijn de lokale overheden betrokken bij de besteding van dat geld.Ik heb in Friesland gewoond, maar dit durfde ik echt niet uit te sprekenzonder iemand te beledigen.Dan vroeg mevrouw Van Oosterhout nog of ik extra geld wil toezeggenaan het Waddenfonds. Ik heb deze overeenkomst gesloten, dus ik ga nietnog apart geld aan het Waddenfonds geven. Dat doe ik ook niet met hetgebiedsfonds. Ik denk wel dat we met het niet door laten gaan van ditproject ook een bijdrage leveren aan het beschermen van dit uniekenatuurgebied, ook al kan ik dat niet uitdrukken in euro’s.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Het klopt dat we door het niet boren onder de Waddenzee een bijdrageleveren aan het beschermen van dit natuurgebied, maar dat laat onverletdat er natuurlijk ook al een hoop mijnbouwactiviteiten gaande zijn onderde Waddenzee en dat het überhaupt niet zo heel goed gesteld is met hetWad. Er is al een hele hoop bodemdaling en een hele hoop schade aan debiodiversiteit. Daarom vraag ik nogmaals het volgende. Enerzijds is hetnatuurlijk fijn dat deze deal niet doorgaat, maar zou het gezien de staatvan het Wad niet toch goed zijn om daar wat extra middelen voor vrij temaken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1529 Minister Hermans:Hoewel ik de vraag begrijp, heb ik op dit moment geen middelenvrijgemaakt. Ik kan en ga dat nu ook niet doen. Ik snap wel het vraagstukvan de cumulatie van effecten en verschillende activiteiten die plaats-vinden. De Staatssecretaris van LVVN, de heer Rummenie, is daar drukmee bezig. Hij werkt aan een beleidskader daarvoor. Er komt ook nog eenplanMER over die cumulatieve druk. Ik moet even checken of ik het goedzeg. Die informatie komt natuurlijk op enig moment. U gaat mij natuurlijkvragen wanneer, dus bij dezen stel ik die vraag even om dat te checken.Die informatie komt natuurlijk allemaal naar de Kamer, maar dat isbeleidsmatige informatie.De voorzitter:De Minister vervolgt.Minister Hermans:Er zijn een aantal vragen gesteld over een aantal losse artikelen uit deovereenkomst. Ik begin met de vraag van mevrouw Van Oosterhout, overde arbitrage en waarom daarvoor is gekozen. Mevrouw Beckerman vroegdaar ook naar. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik liever de gangnaar de burgerlijke rechter had afgesproken, maar in deze onderhandelingom tot deze overeenkomst te komen, is het geven en nemen. We zijn opdeze constructie uitgekomen, dus dat is de arbitrage. Dit is ook eenwettelijke, gereguleerde manier om geschillen te beslechten. De afwegingvoor ons om hier toch mee in te stemmen, is dat de verplichtingen uit deovereenkomst belangrijk maar niet heel ingewikkeld zijn en ook geen helelange doorlooptijden hebben. De kans dat het tot een geschil komt, acht ikdus niet groot. Daardoor hebben wij kunnen instemmen met deze vorm.Mevrouw Van Oosterhout stelde mij dezelfde vraag, dus misschien is hetgoed om nog even expliciet te zeggen, ook naar aanleiding van dezevragen, dat de overeenkomst echt op zichzelf staat. Dit heeft dus geenenkele relatie met de akkoorden die er met Shell en Exxon over hetGroningenveld zijn gesloten. Daar had ik het aan het begin van mijntermijn ook over met de heer Kops. Maar dat is ook in het kader van dezearbitrage nog wel belangrijk om te melden; dit ziet echt op deze specifiekeovereenkomst.Dan vroeg de heer Kops mij nog naar artikel 8.3 van de vaststellingsover-eenkomst. Dat gaat over de vraag: wat als er wetgeving komt die eeneffect heeft op die 40 miljoen? Ik zei al: deze overeenkomst gaat alleenover Ternaard. Dit staat dus ook helemaal op zichzelf. Dit heeft geenrelatie met andere dossiers. Artikel 8.3 ziet dus ook alleen op wetgevingdie van invloed is op het bedrag van deze overeenkomst. Dat suggereerdede heer Kops namelijk in zijn vraag ... Of eigenlijk moet ik zeggen: datvroeg hij mij. «Suggestie» klinkt dan niet goed. Volgens mij had de heerKops het daarbij over artikel 18 of artikel 15 uit het Groningenakkoord. Devraag was dus: als je daarmee druk wil zetten, kan je dan dit artikelgebruiken om dat te voorkomen? Nou, dat is dus niet zo. Dat staat los vanelkaar. Dit ziet echt op specifieke maatregelen om op dit bedrag in tebreken, zoals ik het maar even noem, al is dat natuurlijk niet het formelewoord daarvoor. Generieke wetswijzigingen in het fiscale beleid staan hiernatuurlijk los van. Het is onmogelijk om dat af te spreken en dat hebbenwe dus ook niet afgesproken.De heer Kops (PVV):Toch de vraag waarom dat artikel 8.3 überhaupt in de overeenkomst staat.Daarmee bedoel ik het volgende. In artikel 8.3 staat dat het de NAMvrijstaat om een rechtsmiddel aan te wenden. Volgens mij kan de NAMdat altijd doen. Ongeacht of je het een goed idee vindt of niet, en wat deuitkomst ook zou zijn, volgens mij kan de NAM dat altijd doen. Tentweede: stel dat de Staat iets zou doen met nieuwe wet- of regelgeving dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1530 iets zou afdoen aan dat bedrag van 40 miljoen euro, dan zou datbetekenen dat de Staat niet conform de overeenkomst handelt. Dus danvraag ik me überhaupt af waarom dat artikel erin staat. Geeft dat niet juisteen opening voor conflict? Er zijn immers afspraken gemaakt in deovereenkomst. In de overeenkomst worden de bedragen ook explicietgenoemd: 163 miljoen en 40,4 miljoen. Die bedragen staan er letterlijk in.Als dat zo waterdicht is afgesproken, is de vraag nogmaals: waarom moetdat artikel er dan in?Minister Hermans:De heer Kops heeft gelijk. We hebben ook de arbitrage, dus we hebbenaltijd die route. Om tot deze overeenkomst te komen, hebben intensievegesprekken plaatsgevonden, zoals ik al zei. Het was geven en nemen. Deovereenkomst is tot stand gekomen op basis van die gesprekken, waarbijde behoefte was om hier nog iets over op te nemen. Wij hebben daarbijde weging gemaakt dat je altijd ergens bezwaar tegen kan maken. Jemaakt altijd een risico-inschatting of iets kan gebeuren of ingeroepen kanworden. Die kans achten wij klein.Dan vroeg mij mevrouw Beckerman mij naar de kans dat de NAM een enander zo inricht dat er geen of weinig belasting hoeft te worden betaald.Die kans is zeer klein. De NAM is winstgevend en kan niet zomaar metwinsten gaan schuiven. De fiscale regels zijn strikt. In de vaststellingsover-eenkomst is in een van de overwegingen benoemd dat 40,4 miljoen eurohet bedrag is dat naar NAM en EMPN gaat. Voor dat bedrag is dus nietalleen door ons, maar ook door NAM en EMPN getekend.Voorzitter. Dan vroeg mevrouw Van Oosterhout of ik kan waarborgen datdit de laatste keer is dat met de NAM dergelijke deals worden gesloten.Zoals u weet, ben ik demissionair Minister van Klimaat en Groene Groei.De formatie is in volle gang. Ik heb besloten om met de NAM in onderhan-deling te gaan over deze unieke situatie. Daarbij ben ik – «gelukkig», zeg ikerbij – tot een oplossing gekomen. Het is niet aan mij om te bepalen hoeeen volgend kabinet omgaat met een vergelijkbare situatie. Ik kan dus nietuitsluiten dat soortgelijke deals in de toekomst worden gesloten. Dit is watik voor dit specifieke dossier wilde doen om het op te lossen, na jaren-lange onzekerheid voor de bewoners. Ik zeg het toch nog maar een keer:de bewoners wachten al sinds 2019 überhaupt op een besluit.De heer Kops vroeg mij wat de gevolgen voor de overeenkomst zijn als deKamer er niet mee instemt. Hij merkte ook op dat er niets anders op zitdan instemmen. De Kamer heeft natuurlijk altijd een keus. Je kunt voor- oftegenstemmen. Dat is wat nu voorligt. Als de incidentele suppletoirebegroting niet wordt aangenomen, is de consequentie wel dat devaststellingsovereenkomst wordt ontbonden. Alles heeft natuurlijk welconsequenties als je die keuze maakt. Het ontbinden is opgenomen inartikel 6.1 van de overeenkomst. Dan gaat alles gelden: de notaris storthet bedrag weer terug naar de Staat en de NAM zal het winningsplan, enook het verkleinen van de algehele winningsvergunning, weer intrekken.We zijn dan weer terug bij de oude situatie. Ik moet dan een besluitnemen en u weet wat mijn juridische situatie dan is. De Kamer heeft, alsaltijd, een keus. Maar elke keus heeft consequenties. De ene is: hoe betaalje het en wat vind je ervan? De andere is – als we het dus niet doen – datde overeenkomst wordt ontbonden.Voorzitter. Dan is er een aantal vragen gesteld over andere projecten. Ikbegin met de vragen over Warffum. Mevrouw Beckerman stelde daarvragen over, maar ook mevrouw Van Oosterhout en mevrouw Teunissen.Kan ik niet een vergelijkbare deal sluiten over de gaswinning bij Warffum?Ik heb in mijn inleiding vrij uitgebreid toegelicht waarom ik vind dat we bijTernaard te maken hebben met een unieke situatie. Maar dat doet niks afaan de zorgen van de mensen in Warffum over de gaswinning aldaar. Iksnap die zorgen ook. Ik heb daar vorig jaar twee keer gesprekken gevoerdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1531 en die gesprekken maken indruk. Ik was vandaag in Ekehaar en daarhoorde ik precies dezelfde emoties.Ik snap dus de wens om ook daar zo’n overeenkomst te sluiten. Maar bijWarffum gaat het om een andere situatie. Het gaat om bestaande winningdie nog een paar jaar wordt voortgezet. Dat wil ik wel benadrukken. Ik hebvorig jaar bij de beoordeling van de verlenging van de winningsaanvraagzorgvuldig naar alle adviezen van TNO, het SodM en de Mijnraadgekeken. Daaruit is gebleken dat de winning veilig kan worden voortgezet.Ook vanuit het oogpunt dat we gas – ook al gaan we het afbouwen – tochnog even nodig hebben en ik niet alleen maar afhankelijk wil zijn vanimport, staat deze winning voor mij overeind. Dat besluit is genomen. Hetis dus niet mijn beleid om ook daar tot zo’n soort overeenkomst te komen.Mevrouw Beckerman (SP):Ik wil ook helemaal niks afdoen aan hoe uniek Ternaard is en hoe uniek deWaddenzee is. Daarom hebben we ook lang gestreden voor het stoppenvan de gaswinning daar. Tegelijkertijd zal de Minister toch ook begrijpendat het pijn doet in Warffum, en net zo goed op al die andere plekken. Watvoor Warffum zo veel pijn doet, is de snelheid waarmee er een nieuwevergunning kwam, terwijl de schade zo groot is en er nog zo veelwoningen onveilig zijn. De Tweede Kamer heeft uitgesproken geengaswinning meer te willen in Warffum, ook omdat de onderuitputtinggroter is en de leveringszekerheid hier maar heel beperkt opgaat. Dehoeveelheid gas onder de Waddenzee wordt berekend op 1,6 bcm en bijWarffum gaat het misschien om 1 bcm. Dat is heel erg weinig en het leedis heel erg groot. Zou de Minister, gelet op de gevoelens in de TweedeKamer en de brede steun voor de motie om niet opnieuw gas in Warffumte winnen, toch niet zo’n deal willen sluiten?Minister Hermans:Ik begrijp het gevoel. Ik begrijp ook dat, als je ziet dat we tot zo’novereenkomst in Ternaard komen, je op een andere plek in Nederlandwaar ook gaswinning plaatsvindt – Warffum, Ekehaar, Pieterzijl en nogheel veel andere plekken, waarvan u er een aantal in uw inbrengnoemde – daarnaar kijkt en denkt: dat zou ik ook wel willen, want ik wil hethier ook niet. Dat begrijp ik. Ik zeg hier ook bij: het is geen beleid om al diegaswinningen af te kopen. Dat is ook niet mijn beleid. Ik heb dat in dezeunieke situatie gedaan. Specifiek wat betreft Warffum zeg ik dat eruitermate zorgvuldig is gekeken naar alle adviezen. Ik heb daar ook met debewoners gesproken. Ik ken daar de bezwaren en de kritiek op hoe hetloopt wat betreft het herstel van de schade en de proceduresdaaromheen. Ik vind überhaupt dat iedereen die te maken heeft metschade als gevolg van de gaswinning op een goeie manier geholpen moetworden. Dat heb ik vandaag ook in Ekehaar besproken.Dat geldt zeker ook voor Warffum, waar we besloten hebben om door tegaan met de gaswinning. Nogmaals, dat kon op grond van de adviezenveilig en verantwoord. Naar aanleiding van de zienswijzen die uit Warffumkwamen hebben we het risicoprofiel nog aangescherpt. Dat was juist omaan een aantal van die zorgen tegemoet te komen. Ik sta wel achter hetbesluit dat het kabinet hierover vorig jaar heeft genomen.Mevrouw Beckerman (SP):Toen de Minister in Warffum was, zei ze het volgende. Ik vind hettrouwens dapper dat ze haar besluit daar heeft toegelicht. Ik ga haar nietletterlijk citeren, maar toen zei ze dat ze schrok van de hoeveelheid schadedaar en dat er daarvoor echt een oplossing moet komen. Tegelijkertijdzien we dat dat voor geen meter loopt. Daar kan deze Minister niks aandoen, maar we zien in dezelfde Najaarsnota waarover we het nu hebbenqua onderuitputting dat honderden miljoenen – het precieze bedrag is421 miljoen – die bestemd zijn voor gedupeerde Groningers niet wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1532 uitgegeven. Dit gaat niet goed. We zien dat mensen blijven zitten metschade. We zien dat mensen blijven zitten in een onveilig huis. Er blijvenecht hele grote bedragen op de plank liggen. Tegelijkertijd lukt het ditkabinet niet om de ereschuld in te lossen. Nogmaals, dat verwijt ik dezeMinister niet. Het lukt het kabinet echter wel om een vergunning af tegeven om door te gaan met de gaswinning. Dat doet écht veel pijn.De Minister zegt dan: er is uitermate zorgvuldig gekeken naar de adviezen.Maar ja, het was ook het SodM dat zei: we gaan nu, na de parlementaireenquête, anders adviseren. Er is geen nieuw advies gevraagd. Als het jeals kabinet niet lukt – ik ga donderdag mijn uiterste best doen om ervoorte zorgen dat het wel lukt – om het wat betreft de schade en de onvei-ligheid eindelijk veel beter te gaan doen, dan vind ik toch echt dat je ookde ultieme poging zou moeten doen, nu we dat geld over hebben, om diegaswinning alsnog te stoppen. Dat is om te beginnen bij Warffum, en watmij betreft uiteindelijk natuurlijk in heel Groningen. «Geen Gronings gasmeer» was namelijk een hele mooie belofte.Minister Hermans:Over «geen gas uit het Groningenveld» hebben we al eerder uitgebreidgesproken. Dat is één.Het tweede punt betreft een quote van het SodM van vorig jaar. Die heb ikin het debat een paar keer gehoord. Die is van vorig jaar december, van dedag dat het kabinet dit besluit nam. Daarin staat iets over het advies vanhet SodM uit 2022. Er staat dat daarin is opgenomen dat het veilig enverantwoord kan. Daarin staat dat het advies is opgesteld voor deparlementaire enquête en dat het SodM begrijpt – ik zeg het nu even inmijn woorden – dat mensen dat in Warffum anders hadden willen zien, ofwoorden van die strekking. Er staat niet dat het SodM anders geadviseerdzou hebben. Ik hecht er wel echt aan dat we daar precies in zijn, wantanders gaan hier echt verschillende beelden door elkaar lopen.Ook heeft tussen mij en de Kamer het debat plaatsgevonden over devraag: moet er een nieuw advies gevraagd worden? Dat debat isafgerond. Dat heeft niet geleid tot een nieuwe adviesaanvraag. Dat heeftwel, nadat het ontwerpbesluit ter inzage heeft voorgelegen en dezienswijzen waren binnengekomen, geleid tot een aanpassing van hetrisicoprofiel. Daarmee heb ik recht willen doen aan een aantal zorgen datin de zienswijzen geuit is. Het volgende heb ik in het gesprek in Warffumgezegd en volgens mij ook in eerdere debatten. Ik zeg dit nu en ik zal ditdonderdag ook zeggen. Ter voorbereiding op het debat van donderdag zalik daarover ook met de Staatssecretaris het gesprek voeren. Dat betreft devolgende vraag. Wat is er nu nodig om dat herstel, die herstelwerkzaam-heden, dat proces te verbeteren, te versnellen, om de mensen die daaropwachten en daarover in onzekerheid zitten, zo snel als mogelijk te helpen?Die verantwoordelijkheid hebben we immers gewoon.De voorzitter:Nog één interruptie van mevrouw Beckerman en dan zie ik mevrouwTeunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het verslag van de parlementaire enquêtecommissie heette Groningersboven gas, en niet Groningenveld boven gas. Dat is om een reden: omdatde mensen in Warffum net zo veel maatschappelijke onrust ervaren, netzo veel zorgen ervaren en net zo veel schade hebben – misschien niet perse fysiek, maar wel mentale schade – als de rest van Groningen. Daaromis het zo oneerlijk dat er in Warffum nog steeds gas mag wordengewonnen. Mevrouw Beckerman zei net: er is een unieke situatie. Inzekere zin klopt het ook dat de Waddenzee uniek is, maar tegelijkertijd zieik ook een overeenkomst. De Minister heeft bij de Waddenzee gezegd«oké, er wordt formeel alleen aan veiligheid getoetst volgens de wet,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1533 maar ik ga breder kijken; ik kijk ook naar de milieueffecten en de natuuref-fecten» – terecht – «en daar ga ik een deal voor maken». Dat heeft ze goedgedaan. U ziet ook de opofferingsgezindheid van een deel van de Kamer,die zegt «het komt uit de onderuitputting en had ook aan klimaatmaatre-gelen besteed kunnen worden, maar vooruit, we zijn er blij mee». Maaraan de andere kant zegt de Minister «dat advies van het SodM wasdestijds puur technisch en daar heb ik me op gebaseerd, die veiligheid».Waarom kan ze wel bij de Waddenzee breder kijken naar de effecten, maarzit ze als het gaat over Warffum uitsluitend maar op dat technische aspecten vormt ze puur op basis daarvan haar oordeel?Minister Hermans:Ik heb in mijn inleiding vrij uitgebreid de unieke situatie van het Werel-derfgoed en het dynamische natuurgebied aldaar geschetst. Dat neemtniet weg dat ook in Warffum unieke gevoelens van zorg of onrust of watdan ook kunnen zijn. Daar doe ik op geen enkele manier iets aan af. Ik hebvorig jaar de afweging gemaakt op grond van de adviezen die er lagen,dat de bestaande winning verlengd kon worden, omdat dat veilig enverantwoord kan.Ik zie ook dat mensen in Warffum en omgeving last hebben van schade,deels ook effecten van het grote Groningenveld, dat we niet voor nietsnaar aanleiding van de parlementaire enquête gesloten hebben. Diemensen moeten geholpen worden en die schade moet hersteld worden.Dat gaat langzaam. Dat duurt lang. Daarover had ik net het debat metmevrouw Beckerman. Ik weet uit gesprekken ook dat schade meer is danalleen een scheur in je muur of een ander type schade aan je huis. Het kanook psychisch drukken en het heeft hoe dan ook een enorme impact op jeleven. Dat heb ik vanmiddag ook in Ekehaar gezien. Daar ga ik op geenenkele manier aan voorbij.Dat is ook een reden dat we met het sectorakkoord land bezig zijn en datwe onder de herziening van de Mijnbouwwet ook het programmaDuurzaam Gebruik Diepe Ondergrond maken. Daarin willen we ookafspraken gaan maken over de kosten-batendeling met mensen diewonen in een gebied waar activiteiten in de ondergrond plaatsvinden.Daar is dus op heel veel manieren aandacht voor. Dat vind ik ook terecht.Maar het besluit winning Warffum heb ik vorig jaar op grond van dehuidige wet – dat is waar ik mij aan te houden heb – genomen; ik heb opbasis van de adviezen geoordeeld dat het veilig en verantwoord kan.Mevrouw Teunissen (PvdD):Maar dat is precies het punt dat ik probeer te maken! De Minister heeftgezegd «bij Warffum toets ik aan de huidige wet», maar bij de Waddenzeeheeft ze dat niet gedaan. Daar heeft ze breder gekeken en dat is juist heelerg goed. Als we kijken naar Warffum, die hersteloperatie, ook al gaat dieuiteindelijk wel goed, dan wordt er nog tot 2032 gewoon gas gewonnen.Minimaal tot 2032, maar waarschijnlijk nog veel langer, blijft dieonzekerheid, die mentale onrust er dus bij mensen, over de mogelijkeschade die het met zich meebrengt. Zonder dat het kabinet daar maatre-gelen tegenoverstelt, gebeurt daar niks. Dat doet daar niks aan af.Nogmaals, de vraag is dus als volgt. Waarom kiest de Minister ervoor ombij de Waddenzee breder te kijken en waarom ziet ze dan dit niet als kans,zo van: hé, deze deal lukt, dus laten we dit dan als kans zien om een keerde belangen van de bewoners en de leefomgeving van Warffum voorop testellen in plaats van daarbij de economische winsten op de korte termijnvoorop te stellen en puur en alleen maar naar die technische aspecten tekijken? Is de Minister dus bereid om ook bij Warffum breder te kijken,zoals ze dat heeft gedaan bij de Waddenzee?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1534 Minister Hermans:Ik heb toegelicht waarom Ternaard voor mij een unieke casus is. Het isUNESCO Werelderfgoed, een uitzonderlijk beschermd natuurgebied. Hetgaat ook om alle argumenten die ik daarna heb opgenoemd, onder anderehet amendement in de wet en het overgangsrecht. Het is echt een uniekesituatie. Die was ook complex doordat de Raad van State mij al een paarkeer had gezegd: u moet nu een besluit nemen. Dat laat onverlet dat iksnap dat als je in Warffum woont, je denkt: doe dat op die manier ook bijons. Dat is niet de aanpak die ... Nee, laat ik het anders zeggen. Het beleidis op dit moment niet het afkopen van vergunningen of winningsplannen,maar ik zag hierbij die unieke situatie. Daarin heb ik gehandeld. Wat ik nunatuurlijk doe bij lopende aanvragen op basis van die adviezen en alleenals het veilig en verantwoord kan ... Ik heb niet voor niks die gesprekken inhet kader van dat sectorakkoord land om te bekijken hoe we wel diebredere context in elk geval kunnen betrekken of hoe we afsprakenkunnen maken, zoals een gebiedsfonds of het meedelen in de baten, zodatje iets kunt doen om de zorgen die mensen hebben deels weg te nemen.De voorzitter:Ik kijk of dit nog andere vragen oproept.Mevrouw Beckerman (SP):Mag ik nog een wat technischer vraag stellen? Ik geloof niet dat ik deMinister overtuig of dat wij de Minister overtuigen, maar we hebben weleen amendement op dit punt voorbereid. We hebben eerst de Minister detechnische vraag gesteld: als deze deal voor de Wadden dit bedrag kost,wat zou het dan kosten voor Warffum? Ik begrijp dat dat niet helemaal uitte rekenen is, maar tegelijkertijd denk ik: we hebben het over 1,6 bcm voorde Wadden en over maximaal 1 bij Warffum; kan de Minister iets meerzeggen over wat ze daarvoor verwacht? Ik snap dat de kosten voor nieuweboringen misschien hoger zijn. Tegelijkertijd kunnen de kosten die jeeventueel mee zou moeten nemen voor schade op land weer hoger zijn.Kan de Minister daar enige ordegrootte voor geven?Minister Hermans:Nee, dat kan ik nu niet. Daar kan ik nu geen raming voor maken. Kijk, hetis natuurlijk technisch mogelijk om voor elk project zo’n waardebepalingte doen. Ik schetste net zo’n rekenmodel. Dat is overigens niet eenvoudig,hè? Het is dus niet zo dat dat even van vandaag op morgen geregeld is.Dat wil ik daar dus even bij gezegd hebben. Ik heb er geen geld voorgereserveerd en het besluit Warffum is genomen. Ik zei net «vorig jaar»,maar het definitieve besluit was natuurlijk dit jaar; dat zeg ik nog evenheel precies voor het verslag, voorzitter. Dat is dus het antwoord. Ik kanhier dus niet even een bedrag noemen, al is het maar een bandbreedte,zeg ik tegen mevrouw Beckerman.De voorzitter:De Minister vervolgt haar betoog.Minister Hermans:Dan de vragen over de zoutwinning die mij gesteld zijn. Ga ik dievergunning verlenen? Er ligt inderdaad een aanvraag om de bestaandezoutwinning onder de Waddenzee uit te breiden. De aanvraag is ingediendvoor 1 mei 2024 en valt dus onder het overgangsrecht. De aanvraag wordtnu beoordeeld. Nog niet alle adviezen zijn binnen, zeg ik daarbij. Ik kan nuniet vooruitlopen op een uitkomst van dat proces.Dan kom ik bij een aantal overige vragen, ten eerste van mevrouwBeckerman, namelijk of ik kan bevestigen dat de energierekening nietomhooggaat. We zijn aan het verduurzamen en voorlopig hebben weaardgas nog nodig om thuis te kunnen koken en in de winter huizen teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1535 kunnen verwarmen. Zoals ik al zei, zetten we daarbij ook in op het gebruikvan gas uit eigen land, ook om de betaalbaarheid te waarborgen. Met desluiting van het Groningenveld spelen de kleine gasvelden als collectiefdaarin een rol. Tegelijkertijd heeft het besluit om geen gas te winnen uitTernaard geen negatieve invloed op de prijs. De gasprijs wordt bepaald opeen Europese markt en die is echt van veel meer ontwikkelingen afhan-kelijk.Dan zei mevrouw Van Oosterhout: «Aan de ene kant gaat u door metgaswinning en aan de andere kant heeft u in Brazilië met Colombiaafgesproken om die conferentie te organiseren. Hoe kan dat nou samen?»Omdat we in een fase van de transitie zitten waarin het allebei aan deorde is, waarin we het allebei moeten doen. Wat betreft de stap die ik metColombia en een aantal andere landen heb gezet: we hebben tijdensCOP28 afgesproken dat we weg gaan bewegen van fossiele brandstoffenen nou kunnen we wel elk jaar die ambitie gaan herhalen, maar de vraagis hoe je dat concreet gaat vormgeven. Nederland, Colombia en nog eenheel aantal andere landen zeggen dat in internationaal verband enperspectief te willen doen. Dan ben je immers altijd effectiever. Bovendienis dat ook belangrijk voor onze concurrentiepositie, vind ik, en ook voorhet speelveld van onze economie in de wereld. Tegelijkertijd gaat dieafbouw wel een aantal jaren duren en in die tijd hebben we nog wel evengas nodig, juist ook om de transitie door te komen. We bouwen het af,maar we hebben het nog wel even nodig. We importeren lng en wegebruiken ook nog een deel van de potentie die we hebben. We haddenhet al over de kleine velden op land, maar ik zie vooral potentie op deNoordzee. Zo gaan die twee voor mij hand in hand.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp heel goed dat we nu nog gas nodig hebben. Tegelijkertijd is deklimaatwetenschap heel duidelijk, net als het Internationaal Energieagent-schap: er is eigenlijk geen ruimte meer voor nieuwe olie- of gasvelden. Elknieuw veld is er een te veel als we die 1,5 graad willen halen. Nogmaalsde vraag: hoe verhoudt het aandeel nieuwe velden in Nederland zich totde klimaatwetenschap en tot wat het Internationaal Energieagentschapzegt over het halen van de klimaatdoelen?Minister Hermans:Dat is allebei waar. Er is dus werk aan de winkel om de afspraken uit hetParijsakkoord te halen én – dat zeggen verschillende internationaleorganisaties – we zien dat gas nog nodig is. We hebben het nodig om dietransitieperiode door te komen. Dan is de weging: waar haal je hetvandaan? Importeren heeft ook klimaateffecten. Het überhauptverschepen heeft ook een hogere CO2-uitstoot. Daarin is het zoeken naareen balans. Wat is de potentie die we zelf nog hebben op de Noordzee enwaar zie ik mogelijkheden om daar te versnellen? Tegelijkertijd gaat diebeweging weg van het gebruik van fossiele brandstoffen ook door. Dankom ik weer terug op dat we dat niet alleen moeten zeggen, maar dat daarook concrete afspraken onder moeten gaan liggen.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Tegelijkertijd is de klimaatwetenschap en, nogmaals, ook het Internati-onaal Energieagentschap daarover heel duidelijk: zelfs de productie uitbestaande velden zal waarschijnlijk al te veel zijn en is in ieder gevalvoldoende om aan de vraag te voldoen in een 1,5 gradenwereld. Dus alleswat je daar nog bovenop produceert, kan zorgen voor een overinvesteringin olie en gas. Hoe ziet de Minister dat?Minister Hermans:We hebben het voorlopig nog even nodig, zoals gezegd. Stel dat we datniet zouden boren uit de Noordzee, dan hebben we in Nederland nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1536 steeds gewoon een gasvraag. Die daalt wel elk jaar iets, maar is er nogsteeds. Dan moeten we dat gas dus importeren. Een groot deel van deimport gaat nu via lng. Dat komt in schepen naar ons land. Dat heeft ookeen CO2-effect, en daarmee een effect op de temperatuur en de tempera-tuurstijging, die we onder controle willen krijgen. Ik snap hoe je het in deideale wereld het liefst zou willen of – misschien moet ik het zo zeggen –niet meer zou willen. Maar wij hebben ons hier ook te verhouden tot water internationaal gaande is en hoe we onze energiemix in die transitie opzo’n manier vormgeven dat we wel aan de energievraag kunnen blijvenvoldoen, dat we naar de afgesproken ambitie toe bewegen en dat wetegelijkertijd kijken wat er nodig is om huizen te kunnen blijvenverwarmen en om te zorgen dat onze economie kan blijven draaien. Daarzit deze balans in. Daar hoort wat mij betreft ook gaswinning op deNoordzee bij.De voorzitter:De Minister vervolgt.Minister Hermans:Voorzitter. Dan vroeg mevrouw Teunissen mij naar het Energy CharterTreaty. Zij vroeg wat de stand van zaken daaromtrent is en of wij eruitgestapt zijn. Het antwoord daarop is: ja, Nederland is uit dat verdraggestapt en is sinds 28 juni 2025 niet langer partij bij dit verdrag. Maar ikzeg er direct bij, in reactie op een andere vraag van mevrouw Teunissen,dat er nog wel nieuwe procedures tegen Nederland kunnen wordengestart. In het verdrag staat immers een lange overgangstermijn en elkland is na de datum van opzeggen nog twintig jaar lang gebonden aan debepalingen van het verdrag die zien op de investeringsbescherming enhet ISDS. Daar kan ik helaas niks aan veranderen.Dan vroeg mevrouw Beckerman waarom de herziening van deMijnbouwwet zo lang duurt. De Mijnbouwwet is echt een heel uitgebreiden veelomvattend bouwwerk, waarbij veel adviseurs en stakeholdersbetrokken moeten worden. We moeten ook heel veel verschillendestappen zetten: toetsen op regeldruk, notificatie bij de Europese Unie,advies van de Raad van State en noem maar op. Belangrijk voor mijvooral is de betrokkenheid van veel adviseurs en stakeholders, die ik ookecht wil betrekken in de vormgeving. Dat proces loopt nu. Het streven isom in het tweede kwartaal van volgend jaar de wet in internetconsultatiete brengen.Mevrouw Beckerman (SP):Dat heb ik gezien, want dat antwoord kregen we vrijdag. Ik ben welbenieuwd hoe het er dan uitziet. Daar had ik het net ook gewoon eventjesmet mijn buurvrouw over. Hoe moet ik dat zien? Normaal duurt eeninternetconsultatie ongeveer zes weken. Wanneer ongeveer gaan wehierover debatteren? Het probleem is een beetje dat we eigenlijk allemaalweten dat we door die verouderde Mijnbouwwet elke keer in deze situatiekomen. We hebben nog steeds een «ja, mits»-wet in plaats van een «nee,tenzij»-wet. Wanneer ongeveer verwacht de Minister dat de wet richtingde Kamer kan komen?Minister Hermans:Kijk, als je even de normale termijnen doorloopt ... Sowieso kan ik voorhet debat Mijnbouw, dat volgens mij eind januari gepland staat, hetproces nog even op papier zetten, maar voor nu doe ik het even in grotelijnen. Je doet de internetconsultatie. Die is zes weken. Dan moeten we dereacties verwerken. Even afhankelijk van het aantal adviezen heb je daarmeestal ook wel zo’n periode voor nodig. Dan moet het naar de Raad vanState voor advies. Die heeft daar drie maanden voor. Dan komt dat terugen moeten we het rapport van de Raad van State verwerken, tenzij het eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1537 dictum a is, maar bij dit soort complexe wetten ga ik ervan uit dat dit echtnog wel even daarna werk vraagt. Dan wordt het definitief vastgesteld inhet kabinet en komt het natuurlijk naar de Kamer. Als ik even doorrekenvanaf de internetconsultatie in het tweede kwartaal van ’26, dan verwachtik dat het halverwege ’27 naar de Kamer kan komen. Maar ik zeg er welbij: dan is er, naar ik verwacht, intussen wel een nieuw kabinet aange-treden. Dus dit doe ik echt even gewoon op basis van het optellen van determijnen. Ik zal dit in de aanloop naar het debat van eind januari nog watpreciezer op papier zetten. Dit hebben we al eerder in een briefbeschreven, maar de verhouding met het programma Duurzaam GebruikDiepe Ondergrond en de contourennota die door het vorige kabinet alnaar de Kamer is gestuurd, waar ik ook nog een aantal reacties op hebgestuurd, zullen we dan ook bij elkaar pakken, zodat u de laatste stand vanzaken heeft.Mevrouw Teunissen (PvdD):Daar heb ik wel een vraag over. Wat gaan we nou doen om te voorkomendat er een soort omgekeerd chilling effect plaatsvindt en er dus juist meervergunningen worden aangevraagd met het vooruitzicht op het herzienvan de Mijnbouwwet? Heeft de Minister mogelijkheden, bijvoorbeeld omde vergunning voor zoutwinning op te schorten? Zijn er mogelijkheden?Minister Hermans:Nee, zolang er geen nieuwe wet is, geldt de huidige wet. Dat is dan de wetwaar ik mij aan te houden heb. Ik zeg er wel bij dat we in de tussentijdwerken aan dat sectorakkoord Land, waar we wat afspraken in willenmaken op grond waarvan operators dan al aan het werk gaan. Een van dedingen is dus het meedelen in de baten, wat ik al eerder noemde. We zijnniet voor niks ook daarmee bezig. Er zijn gesprekken over het programmaDuurzaam Gebruik Diepe Ondergrond. Dat gaat allemaal door. Ik hoop ookdat tegen de tijd dat ik die brief stuur in januari, de landafspraken in hetsectorakkoord Gaswinning staan, waar de Noordzeeafspraken al in staan.Ik hoop dat dat dan klaar is. Dan kunt u ook zien wat voor afspraken er algemaakt zijn, vooruitlopend op de herziening van de wet. Maar totdat dewet herzien is, is het wettelijk kader natuurlijk nog de Mijnbouwwet vandit moment.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dit is ook weer vrij technisch. Die afspraken zijn nog steeds niet juridischbindend. Dus de enige harde, juridisch bindende afspraak is dat deMinister een vergunningsaanvraag kan toetsen aan veiligheid. Devervolgvraag is dan hoe we dan gaan voorkomen dat we het komendejaar, anderhalf jaar, in hetzelfde schuitje belanden als waarin we nu met deWaddenzee zijn beland.Minister Hermans:Het eerlijke antwoord is: de wet is de wet totdat die veranderd is. Tot datmoment heb ik mij daaraan te houden. Die afspraken zijn vrijwillig; daarheeft mevrouw Teunissen gelijk in. Zolang ik verantwoordelijk ben voordeze portefeuille, ga ik natuurlijk wel alles op alles zetten om er ook voorte zorgen dat die afspraken worden nagekomen, maar feit is dat deMijnbouwwet zoals die nu is, geldt totdat we die hebben aangepast.De voorzitter:De Minister vervolgt haar betoog.Minister Hermans:Volgens mij heb ik dan alle vragen beantwoord, voorzitter. Als dat niet zois, dan ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1538 Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag over de Mijnbouwwet. De Minister vertelde net datschade aan het klimaat geen overweging is geweest in de beoordelingomdat de wet daar geen grondslag voor biedt. Met het zicht op deherziening van de Mijnbouwwet die eraan komt: is de Ministervoornemens om schade aan het klimaat daarin wel te gaan opnemen?Minister Hermans:Dat is niet hoe er nu in de vormgeving over gesproken wordt. We zittenecht nog in de gesprekken met adviseurs en stakeholders, zeg ik daarbij,maar het is nu niet een specifiek onderdeel. Het was ook niet onderdeelvan de contourennota op grond waarvan ik aan de slag ben gegaan metde herziening van de Mijnbouwwet.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik toch nog een vraag aan de Minister, namelijk hoe de Ministeraankijkt tegen de ontwikkelingen in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk,Noorwegen en Denemarken, waar de rechter een streep door vergun-ningen heeft gezet omdat de klimaatimpact daar niet is meegenomen. Omdat soort zaken te voorkomen vraag ik hoe de Minister daartegen aankijkt.Minister Hermans:Ik ben bekend met die procedures. Dat is de scope 3-discussie, diemevrouw Van Oosterhout zojuist ook met de heer De Groot had. Wijanalyseren nu natuurlijk ook aan onze kant wat dat betekent, mogelijk ookvoor ons, en wat we daar eventueel mee zouden moeten. Die analyseloopt dus. Ik kan er nu niet verder op ingaan, omdat ik daar nu echt teweinig van weet. Ik zie u al kijken: wanneer kan dat wél? Daar kom ik danstraks op terug; dat wil ik echt even checken.De voorzitter:Dat roept een vraag op van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het verbaast mij echt heel erg dat in deze fase van het wetsvoorstel nietwordt gesproken over het opnemen van klimaat als kader. De klimaatwe-tenschap zegt dat er geen nieuw gas gewonnen kan worden, dat er geenolie meer gewonnen kan worden, dat we nu dus juist heel snel CO2 uit delucht moeten gaan halen en dat dat onderdeel moet zijn van de plannen.Hoe kan de Minister dan blijven volhouden dat klimaat niet een kader zoumoeten zijn bij de Mijnbouwwet? En wil zij dit dan nu alsnog gaan doen?Minister Hermans:Zoals ik net tegen mevrouw Van Oosterhout zei, analyseren wij nu wat diezaken en procedures, onder andere in het Verenigd Koninkrijk, betekenen,mogelijk ook voor ons. Als dat een effect is waar we iets mee moeten,zullen we die weging maken. We zijn nu echt nog bezig met devormgeving van de Mijnbouwwet. De conclusie van mevrouw Teunissendat er allemaal niks gebeurt, kan zij volgens mij nu dus niet op die maniertrekken, omdat wij nu bezig zijn met het vormgeven van de wet. En erkomen daarna nog heel veel stappen voordat de wet daadwerkelijkdefinitief is. Maar nogmaals, deze analyse op dit precieze scope 3-puntwordt nu gemaakt.De voorzitter:Mevrouw Teunissen, tot slot.Mevrouw Teunissen (PvdD):Tot slot. Je kan toch niet alleen op basis van die juridische analyseszeggen dat je klimaat wel of niet als kader gaat opnemen? Je hebt ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1539 nog een politieke verantwoordelijkheid. We willen het toch niet steeds ophet voorkomen van rechtszaken aan laten komen? Als we kijken naar hethalen van klimaatdoelen en naar de klimaatwetenschap, zou dat tochzelfstandig een uitgangspunt moeten zijn van het beleid van deze Ministervan Klimaat? De vraag is nogmaals: is de Minister bereid om klimaat ookvanuit politieke overwegingen wel als kader op te nemen in de aanko-mende Mijnbouwwet?Minister Hermans:Ik ben verdergegaan met het proces van de herziening van deMijnbouwwet op grond van de contourennota die er lag. Natuurlijk heb ikoog voor wat er intussen aan ontwikkelingen gaande is. Nogmaals, hetscope 3-punt betrek ik daarbij en de gesprekken met stakeholders enadviseurs vinden nu plaats. Dan vinden op weg naar die internetconsul-tatie op een heel aantal onderwerpen, naar ik verwacht, discussie enweging plaats op het ministerie, maar ik ga daar nu niet op losseonderwerpen of aspecten toezeggingen voor doen. Ik zeg ook niet dat hetniet gebeurt, maar ik ben gewoon bezig met dat proces. Dat moet zijnbeloop hebben.De heer Köse (D66):Ik zat even te zoeken, maar volgens mij is één vraag die ik had nog nietbeantwoord. Ik vroeg namelijk welke instrumenten de Minister zag omtoekomstige fossiele projecten vooraf te begrenzen. Ik gaf dat voorbeeldvan die horizonbepalingen. Kan daar nog antwoord op gegeven worden?Minister Hermans:Die vraag heb ik gezien, althans, net ... «Welke instrumenten ziet deMinister?» Daar is hij! Excuus, hij was, denk ik, achter een nietje blijvenzitten. Even kijken. «Bijvoorbeeld via de horizonbepaling» – ik herinner mede vraag weer. Dit onderwerp wordt bekeken in het kader van deherziening van de Mijnbouwwet, zeg ik tegen u. In de contourennota iseerder al aangegeven dat er geen nieuwe opsporingsvergunningen opland meer worden verleend en dat een opsporingsvergunning alleenwordt verlengd als er de afgelopen jaren stappen zijn gezet om tot eenproefboring te komen. Daarnaast worden er op dit moment geen nieuwewinningsvergunningen afgegeven voor na 2045. Dat zijn dus de stappendie nu al gezet worden. Die horizonbepaling is dus onderwerp van deherziening.De voorzitter:Dan stel ik voor dat we doorgaan naar de tweede termijn van dit WGO,waarbij het ook mogelijk is om moties in te dienen. Ik geef als eerste hetwoord aan mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter. Ik heb een behoorlijk aantal moties, dus die ga ik snelvoorlezen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet heeft besloten geen nieuwe gaswinningonder de Waddenzee toe te staan, waarmee gehoor is gegeven aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1540 breedgedragen wens in de samenleving om dit unieke UNESCO Wereld-erfgoed te beschermen;constaterende dat er een aanvraag in behandeling is voor grootschaligezoutwinning, wat de Waddenzee weer in gevaar kan brengen doormijnbouwactiviteiten;verzoekt de regering de lopende vergunningsaanvraag voor zoutwinningonder de Waddenzee af te wijzen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Teunissen en VanOosterhout.Zij krijgt nr. 5 (36 861).Ik zeg tegen mevrouw Beckerman dat dit een WGO is en dat zij dusgewoon rustig kan spreken.Mevrouw Beckerman (SP):O ja, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Tweede Kamer op 17 juni 2025 een motie heeftaangenomen waarin de regering wordt verzocht geen nieuwe winning uithet gasveld Warffum toe te staan (32 849, nr. 274);verzoekt de regering uitvoering te geven aan de aangenomen motie doorgaswinning uit het gasveld Warffum te beëindigen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Teunissen en VanOosterhout.Zij krijgt nr. 6 (36 861).Mevrouw Beckerman (SP):Ik merk op dat ik daar ook een amendement over heb ingediend. Formeelvalt dat waarschijnlijk onder het debat over de Najaarsnota, maar hetraakt natuurlijk heel sterk aan wat we vandaag bespreken. In datamendement kijken we namelijk naar de onderuitputting op de begrotingvan Klimaat en Groene Groei en willen we voor eenzelfde soort deal gaan.Dan ga ik nog drie moties voorlezen die over arbitrage gaan. Dat zit in ditakkoord. Deze moties zijn echter breder omdat wij vinden dat Shell enExxon met dit soort clausules erg veel macht krijgen. Trouwens, dat geldtniet alleen voor Shell en Exxon. Het gaat ons om dit soort clausules infossiele verdragen, want die kunnen erg problematisch zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1541 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Shell en ExxonMobil meerdere arbitragezaken zijngestart tegen de Nederlandse Staat om miljarden aan compensatie teeisen naar aanleiding van de sluiting van het Groningenveld;constaterende dat deze arbitragezaken publieke middelen dreigen weg tetrekken die nodig zijn voor schadeherstel, versterking van woningen enmaatschappelijke ontwikkeling in Groningen;overwegende dat ISDS-procedures geschillen van groot publiek belangachter gesloten deuren laten beslechten, buiten het zicht van democra-tische controle en transparante rechtsmacht;overwegende dat Nederland momenteel nog 69 investeringsverdragenmet ISDS-clausules in stand houdt;verzoekt de regering alle resterende bilaterale investeringsverdragen metISDS-bepalingen zo spoedig mogelijk op te zeggen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Teunissen.Zij krijgt nr. 7 (36 861).Mevrouw Beckerman (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat buitenlandse bedrijven via internationale arbitragepro-cedures (ISDS) aanzienlijke financiële claims kunnen indienen tegen deNederlandse Staat, buiten de reguliere rechtsgang om;overwegende dat dergelijke geheime arbitrageprocedures de democra-tische zeggenschap ondermijnen, omdat democratische besluiten wordendoorkruist door private tribunalen die niet openbaar verantwoordingafleggen;verzoekt de regering in toekomstige handels- en investeringsakkoorden afte zien van bepalingen die bedrijven de mogelijkheid bieden de Neder-landse Staat buiten de nationale rechter om aan te klagen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Teunissen.Zij krijgt nr. 8 (36 861).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1542 Mevrouw Beckerman (SP):We zijn er bijna: de laatste.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat steeds vaker gebruik wordt gemaakt van beslotenarbitrageprocedures (zoals ISDS), waarin beslissingen buiten het zicht vanburgers en parlement worden genomen;overwegende dat dergelijke geschillen wezenlijk onderdeel zijn van dedemocratische rechtsorde en daarom dienen te worden behandeld dooropenbare, onafhankelijke rechters die verantwoording afleggen binnen deNederlandse rechtsstaat;overwegende dat volgens recente analyses het verplaatsen van publiekegeschillen naar private tribunalen vertraging, hogere kosten enverminderd vertrouwen in de overheid kan veroorzaken;verzoekt de regering alle geschillen die direct het publieke belang rakenvoortaan onder de reguliere rechter te brengen, en daartoe waar nodigwet- en regelgeving aan te passen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Teunissen.Zij krijgt nr. 9 (36 861).Mevrouw Beckerman (SP):Dat was het.De voorzitter:Dank, mevrouw Beckerman. Dan geef ik graag het woord aan mevrouwVan Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat vergunningen voor mijnbouwactiviteiten wordengetoetst op basis van de verouderde Mijnbouwwet uit 2002;overwegende dat daarmee vergunningen (kunnen) worden afgegeven dieniet meer stroken met het huidige beleid, de tijdsgeest en het draagvlak inde samenleving;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1543 verzoekt de regering vergunningverlening voor nieuwe mijnbouwactivi-teiten in, of met impact op, de Wadden te pauzeren totdat de nieuweMijnbouwwet door de Kamer is behandeld,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout, Beckerman enTeunissen.Zij krijgt nr. 10 (36 861).Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de huidige Mijnbouwwet dateert uit 2002 en er daaromeen update komt van deze Mijnbouwwet;overwegende dat er inmiddels nationale en internationale afspraken zijngemaakt om fossiel uit te faseren;overwegende dat er synergie zou moeten zijn tussen het beleid om toe tewerken naar een klimaatneutrale economie en het mijnbouwbeleid;verzoekt de regering een afbouwpad voor gaswinning op te nemen in deMijnbouwwet,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout en Teunissen.Zij krijgt nr. 11 (36 861).Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat mijnbouwactiviteiten schade toebrengen aan de natuurin de Waddenzee;overwegende dat we ons UNESCO Werelderfgoed te allen tijde dienen tebeschermen;overwegende dat schade aan de natuur in de Waddenzee door mijnbouw-activiteiten moet worden gecompenseerd;overwegende dat er nog altijd mijnbouwactiviteiten in de Waddenzeeplaatsvinden;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1544 verzoekt de regering om in kaart te brengen hoeveel schade de huidigemijnbouwactiviteiten toebrengen aan de natuur in de Waddenzee en teonderzoeken met hoeveel middelen het Waddenfonds zou moetenworden aangevuld om voor deze schade te compenseren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout en Teunissen.Zij krijgt nr. 12 (36 861).Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel.De voorzitter:Dank. Dan geef ik graag het woord aan de heer Kops, maar die ziet af vanzijn termijn. De heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil eigenlijk mijn waardering uitspreken tegen deMinister voor de beantwoording, zeker als het gaat om de motivatie omhet op deze wijze te doen. Ik dank dus de Minister. Ik vind het goed om tehoren hoe zorgvuldig hier is geacteerd.Dank u wel.De voorzitter:De heer Peter de Groot is momenteel afwezig, dus dan gaat het woordnaar mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Ik wil eerst de Minister bedanken voor de uitge-breide beantwoording. We zijn het niet altijd eens, maar dat heb je noueenmaal soms in een debat. Deze deal was wat ons betreft ook nodig inhet licht van het feit dat de Mijnbouwwet niet toereikend is. Die moet dusworden herzien. Ik ben in dit debat er niet over gerustgesteld dat dat opeen goede manier gaat gebeuren. Even dit ter illustratie. De Mijnwet iseen van de eerste milieuwetten van Nederland; een van de twee eerstemilieuwetten. Die komt uit 1810. Gerustgesteld; die is later aangepast, in2003. Maar nog steeds, dus in 2003, stond in die wet de winst voorop, nietboven veiligheid, maar wel boven milieu en natuur en klimaat. Dat willenwe nu juist veranderen, omdat we hebben gezien dat gebieden als deWaddenzee daaronder lijden en dat het klimaat daaronder lijdt. Daaromheeft de Partij voor de Dieren in ieder geval één motie die daar iets aanprobeert te veranderen. En we gaan natuurlijk ook nog in de richting vaneen verandering van de Mijnbouwwet verschillende voorstellen doen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het besluit om geen nieuwe gaswinning onder deWaddenzee te starten breed wordt gesteund;constaterende dat incidentele besluitvorming over mijnbouw ondernationaal en internationaal beschermd natuurgebied heeft geleid totTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1545 langdurige conflicten en onzekerheid voor omwonenden en betrokkenoverheden;overwegende dat het behoud van de UNESCO Werelderfgoedstatus vande Waddenzee onverenigbaar is met gas- en zoutwinning;verzoekt de regering om in de komende aanpassing van de Mijnbouwwetexpliciet vast te leggen dat mijnbouw binnen UNESCO-erfgoed niet istoegestaan;verzoekt de regering hier de Kamer spoedig over te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen, Beckerman en VanOosterhout.Zij krijgt nr. 13 (36 861).Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel.De voorzitter:Ik kijk heel even naar de heer Peter de Groot. Die ziet af van inbreng. Dangaat het woord naar de heer Köse.De heer Köse (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik wil vooral benadrukken dat wij heel blij zijn metdeze deal. Ook de Minister wil ik complimenteren voor het dappere besluitdat genomen is. Het neemt denk ik heel veel zorgen weg van veelbetrokken mensen en het geeft wat duidelijkheid.Wat betreft het Klimaatfonds: wij hebben nog steeds wel zorgen over hoegroot die onderuitputting is en over het feit dat klimaatmiddelen in onzeoptiek uiteindelijk indirect zijn ingezet voor dit akkoord. We zijn ervanovertuigd dat er zorgvuldig is nagedacht en dat deze afweging nodig was,ook gezien de urgentie van de Raad van State. Dat gezegd hebbende, kanik me dus alleen maar aansluiten bij de woorden dat we snel naar eennieuwe Mijnbouwwet moeten om stappen te zetten.De voorzitter:Dan, tot slot, de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Minister bedanken voor haar antwoorden,en natuurlijk ook haar team voor de inzet daarvoor. Ik ben het eens metvorige sprekers: we hopen die nieuwe Mijnbouwwet hier zo snel mogelijkte behandelen. Ik ben ook wel een beetje bevreesd over de tussenperiodeen het precedent dat deze deal wellicht geschapen heeft, alhoewel ik heteens ben met de deal die uiteindelijk gesloten is.Dank u wel.De voorzitter:Daar sluit ik de tweede termijn van de Kamer mee af. We gaan schorsentot 20.35 uur. We zien elkaar dan weer.De vergadering wordt van 20.22 uur tot 20.36 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen deze vergadering van de vaste commissie voor Klimaat enGroene Groei. De Minister doet de beantwoording in tweede termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1546 Minister Hermans:Voorzitter, dank. Ik ga gelijk naar de moties. Bij een van de moties kom iknog op het antwoord dat ik had toegezegd op een vraag van mevrouwVan Oosterhout, namelijk over het Beleidskader Natuur Waddenzee encumulatieve effecten.Ik begin bij de motie op stuk nr. 5, van mevrouw Beckerman, mevrouwTeunissen en mevrouw Van Oosterhout, met het verzoek om de lopendevergunning voor zoutwinning onder de Waddenzee af te wijzen. Die motiemoet ik ontraden. De aanvraag om de zoutwinning te verlengen isingediend voor 1 mei ’24. Die valt dus onder het overgangsrecht en diemoet ik dus in behandeling nemen. Ik heb me gewoon te houden aan dewet zoals die nu is. Daarmee is de motie ontraden.Dan de motie op stuk nr. 6, ook van mevrouw Beckerman, mevrouwTeunissen en mevrouw Van Oosterhout. Daarin wordt verzocht om degaswinning bij Warffum te beëindigen. Ik ken alle overwegingen vanmevrouw Beckerman, maar ik moet de motie ontraden. Het besluit om dewinning bij Warffum te verlengen, is genomen. Het besluit ligt nuoverigens bij de rechter. Het is aan de rechter om te beoordelen of hetbesluit ook op de juiste gronden is genomen. Ik heb mij bij de beoordelingvan de aanvraag gehouden aan de Mijnbouwwet.Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 7, ook van mevrouw Beckerman enmevrouw Teunissen. Deze motie verzoekt om alle resterende bilateraleinvesteringsverdragen met ISDS-bepalingen zo spoedig mogelijk op tezeggen. Ook deze motie moet ik ontraden. Bilaterale verdragen zijnbelangrijk, ook voor onze economie, en komen heel zorgvuldig tot stand.Ze vragen in hun geheel een zorgvuldige afweging. Dat is hier ookgebeurd. Aan dit verzoek kan ik dus niet voldoen. Daarom is de motieontraden.Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 8, die verzoekt om in toekomstigehandels- en investeringsakkoorden af te zien van bepalingen die bedrijvende mogelijkheid bieden om de Nederlandse Staat buiten de nationalerechter om aan te klagen. Die motie moet ik ontraden. De EuropeseCommissie is exclusief bevoegd om te onderhandelen over investerings-verdragen. Deze motie valt buiten de mogelijkheden van de regering.Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 9, van mevrouw Beckerman enmevrouw Teunissen, die verzoekt om alle geschillen die direct hetpublieke belang raken voortaan onder de reguliere rechter te brengen endaartoe waar nodig wet- en regelgeving aan te passen. Deze motie moetik ook ontraden. Ik kan dat sowieso niet met terugwerkende kracht doen.Meer in algemene zin moet ik zeggen dat dit een bevoegdheid van deMinister van JenV is. Desalniettemin ontraad ik de motie.Dan de motie op stuk nr. 10, van mevrouw Van Oosterhout, mevrouwBeckerman en mevrouw Teunissen, die verzoekt om de vergunningver-lening op de Wadden te pauzeren totdat de nieuwe Mijnbouwwet door deKamer is behandeld. Ook die motie moet ik ontraden. Sinds mei 2024gelden er weliswaar nieuwe regels voor winningsplannen voordelfstoffen, dus voor gas en zout, maar die gelden alleen voor aanvragendie vanaf die datum zijn ingediend. Alles wat voor die tijd is ingediend,valt onder het overgangsrecht en moet ik dus onder de huidige wetbeoordelen.Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 11, van mevrouw Van Oosterhout enmevrouw Teunissen, over het in de Mijnbouwwet opnemen van eenafbouwpad voor gaswinning. Die motie geef ik oordeel Kamer. We strevennaar een verantwoorde afbouw van gaswinning in Nederland. Ik maakafspraken met de sector. Voor de Noordzee liggen die afspraken er al.Volgende maand probeer ik dus die afspraken ook voor het land te makenen de Kamer daarover te informeren. Verder heb ik al wat dingen gezegdover termijnen die nu al gelden. De motie op stuk nr. 11 krijgt dus oordeelKamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1547 De motie op stuk nr. 12 verzoekt de schade die mijnbouwactiviteitentoebrengen aan de natuur te onderzoeken en te onderzoeken met hoeveelmiddelen het Waddenfonds zou moeten worden aangevuld om dezeschade te compenseren. Deze motie moet ik ook ontraden. De belang-rijkste wijzigingen voor gas- en zoutwinning worden gemonitord en aande Tweede Kamer gerapporteerd. De cumulatieve effecten en – nu kom ikop het punt waar we het eerder over hadden – de terugdringing van alleactiviteiten in de Waddenzee, dus breder dan alleen de mijnbouwactivi-teiten, zijn onderdeel van het beleidskader natuur, waar de Staatssecre-taris van LVVN mee bezig is. Daar wordt nu hard aan gewerkt, maar hetduurt echt nog wel even voordat dat naar de Kamer komt. Dat zal nog weleen jaar op zich laten wachten.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik heb één vraag. De motie vraagt ook om in kaart te brengen hoeveelmiddelen er dan bij die schade komen kijken. Wordt dat ook al in kaartgebracht? Dat heb ik namelijk nog niet gezien.Minister Hermans:Volgens mij worden de effecten van mijnbouwactiviteiten in kaartgebracht, zeker voor de activiteiten waar het hand-aan-de-kraanprincipegeldt. De koppeling naar middelen voor het Waddenfonds, als ik de vraagvan mevrouw Teunissen zo moet begrijpen, is er bij mijn weten niet. Punt.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog één vraag over de vorige motie, over de herziening van deMijnbouwwet. De Minister heeft een paar keer gezegd dat daarbij ookstakeholders zullen worden betrokken. Kan de Minister iets zeggen overwelke stakeholders dat zijn en of daar bijvoorbeeld ook ngo’s bij zitten?Minister Hermans:Ik wil voorstellen dat ik in de brief waarin ik het proces schets, die ik toezeivoor januari, ook een beeld geef van met wie we in gesprek zijn over hetprogramma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond en hoe dat nu loopt inde voorbereiding van de wet. Ik zal daarin inzicht geven in met wie erwordt gesproken. Ik heb zelf onlangs een bestuurlijk overleg gehad metalle regionale bestuurders, maar dat is maar een voorbeeld. Er gebeurtnatuurlijk meer.Dan de motie op stuk nr. 13, die verzoekt om in de Mijnbouwwet explicietvast te leggen dat mijnbouw binnen UNESCO-erfgoed niet is toegestaan.Die motie moet ik ook ontraden. Wij hebben gaswinning onder deWaddenzee niet toegestaan, gelet op de bijzondere kenmerken en deunieke situatie. Dit is een UNESCO Werelderfgoednatuurgebied. MevrouwTeunissen vraagt in deze motie om dat breder te trekken naar allewerelderfgoederen, ook culturele, dus ook gebouwen, om maar even eenvoorbeeld te noemen. Dat gaat te ver. Dat kan ik niet op deze manier, viadeze motie, toezeggen. Vandaar dat ik ’m moet ontraden.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik begrijp dat de Minister de definitie te breed vindt. Als ik die aanpas naar«UNESCO-natuurerfgoed», zou de motie dan wel oordeel Kamer krijgen?Minister Hermans:Dat betreft dan de Waddenzee. Dat is met het amendement natuurlijk alvastgelegd in de Groningenwet. Ik kan even kijken hoe dat – hoe zeg jedat? – uitpakt in de Mijnbouwwet. Geef me vijf seconden, voorzitter. Dankijk ik even of ik dat op die manier kan toezeggen of in elk geval dieaanpassing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1548 Voorzitter. Als mevrouw Teunissen het op deze manier doet, dus«Werelderfgoednatuurgebied», dan kan het. Dan kan ik het meenemen inde Mijnbouwwet.De voorzitter:En dan krijgt de motie oordeel Kamer?Minister Hermans:Zeker. Met die aanpassing, ja.De voorzitter:En is mevrouw Teunissen van plan dat te gaan doen?Minister Hermans:Ja, dat is wel relevant.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik ben van plan om dat te gaan doen. Laat ik ook eens afsluiten met ietspositiefs.De voorzitter:Helder. Dan kijk ik nog even naar de Minister.Minister Hermans:Voorzitter. Volgens mij waren dit alle moties en staan er ook geen vragenmeer open.Ik heb het in de eerste termijn niet gedaan, maar ik wil als volgt afsluiten.Ik wil de Kamer heel graag bedanken voor de spoedige behandeling vandit voorstel. Ik hoop dat we dit nog dit jaar kunnen afronden, maar ikwacht de stemming hierover geduldig af.De voorzitter:Dank voor de beantwoording, zeg ik tegen de Minister. Daarmee zijn weaan het eind gekomen van dit debat ... O, de heer Vermeer heeft nog eenvraagDe heer Vermeer (BBB):Ja, even een vraagje. Hoe gaat het proces nu verder?De voorzitter:Dat wou deze voorzitter net gaan vertellen. Laat ik eerst zeggen dat er ééntoezegging is gedaan, namelijk dat er een brief over het proces herzieningMijnbouwwet naar de Kamer komt, ten behoeve van het commissiedebatMijnbouw op 29 januari 2026, waarbij dus ook wordt ingegaan op detoezegging aan mevrouw Van Oosterhout over spreken met stakeholders.Verder stemmen wij morgen over alle moties, eventuele amendementenen de suppletoire begroting.Dat roept geen verdere vragen op. Dan sluit ik bij dezen de vergadering.Sluiting 20.46 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 861, nr. 1549

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d5b10dc2bc085e1c

14 okt 2026 · 521fefe27acca0e0

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.