KamerkringInloggen
Kamerbrief

Vierde voortgangsrapportage capaciteit DJI

30 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 911dd56a30f24f6d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202524 587Justitiële InrichtingenNr. 1056 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2025Hierbij ontvangt u de vierde voortgangsrapportage over de capaciteit bijde Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). De Kamer wordt hierover periodiekgeïnformeerd1.Per brief van 7 maart jl.2 heeft mijn ambtsvoorganger een overzichtgegeven van de maatregelen die in gang zijn gezet, het huidige beeldgeschetst en aangegeven dat er vol ingezet wordt op capaciteitsuitbrei-dingen. Ook is uw Kamer geïnformeerd dat een extra maatregel nodig is,het eerder heenzenden van gedetineerden met maximaal twee wekenindien noodzakelijk3. Momenteel worden gedetineerden maximaal vijfdagen eerder heengezonden. Zoals mijn ambtsvoorganger uiteengezetheeft is deze maatregel noodzakelijk: er is nog steeds een bezetting vanruim 99,5% in het reguliere gevangeniswezen én er blijven stelselmatigarrestanten achter op politiebureaus terwijl deze cellen bedoeld zijn alsincidentele overloopcapaciteit. Daar komt bij dat er een groeiendevoorraad aan zelfmelders en arrestanten is. Met deze maatregel wordtvoorkomen dat veroordeelden en voorlopig gehechten niet meer degevangenis in kunnen. Deze brief gaat in op de verdere uitwerking vandeze maatregel. Deze en de overige maatregelen die zijn ingezet door mijnambtsvoorganger betreur ik, maar zijn noodzakelijk gezien de huidigesituatie.Om de situatie in het gevangeniswezen structureel te verbeteren is budgetnoodzakelijk, zowel voor de noodzakelijke renovaties als de benodigdecapaciteitsuitbreidingen. Er komt op dit moment geen aanvullend budgetbeschikbaar voor het gevangeniswezen.4 Dit houdt in dat er keuzesgemaakt moeten worden. Deze brief schetst de invulling van deze keuzes.1TZ202404-1312Kamerstuk 24 587, nr. 10243Het gaat enkel om onherroepelijk veroordeelden.4Kamerstuk 36 725, nr. 1 kst-24587-1056ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10561 Verder wordt in deze brief ingegaan op uitkomsten van de analyse naarhet zelfmeldbeleid en op de stand van zaken met betrekking tot moties entoezeggingen. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de maatre-gelen met een huidige stand van zaken.Uitwerking heenzenden indien noodzakelijk (maatwerk)De afgelopen periode is het heenzenden indien noodzakelijk verderuitgewerkt. Bij deze maatregel wordt maatwerk toegepast.Alleen als er voorzien is dat er onvoldoende plek is, wordt besloten omveroordeelden eerder heen te zenden. Dit wordt periodiek beoordeeld. Hetheenzenden komt er als volgt uit te zien:−De duur wordt op maat bepaald. Het adagium is zo kort mogelijk enwordt gemaximeerd tot 14 dagen.−Gedetineerden met een straf van ten minste acht dagen en ten hoogsteeen jaar komen in aanmerking.5−Gedetineerden die zijn veroordeeld wegens ernstige gewelds- ofzedenmisdrijven zijn uitgesloten.−Ook gedetineerden die zijn geplaatst op de Extra Beveiligde Inrichting(EBI), Terroristen Afdeling (TA), Afdeling Intensief Toezicht (AIT),Afdeling voor beheersproblematische gedetineerden of PenitentiairPsychiatrisch Centrum (PPC) worden uitgesloten. Hetzelfde geldt voorgedetineerden aan wie een tbs-maatregel is opgelegd en gedetineer-den die worden overgeplaatst naar een instelling voor forensische zorg(artikelplaatsingen) en voor strafrechtelijke vreemdelingen (VRIS).−Gedetineerden die bij DJI verblijven voor gijzeling of een inrichtingvoor stelselmatige daders zijn uitgesloten omdat in dat geval geensprake is van een gevangenisstraf.−De voorwaarden die zijn verbonden aan een aansluitende opgelegdevoorwaardelijke gevangenisstraf, een aansluitende maatregel of eenpenitentiair programma gelden ook tijdens het heenzenden. Als dat inde weg staat komt een gedetineerde niet in aanmerking voor hetheenzenden.Het heenzenden indien noodzakelijk wordt juridisch mogelijk gemaakt inde Regeling tijdelijk verlaten inrichting (Rtvi). De gewijzigde Rtvi isvoorgelegd aan de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbe-scherming (RSJ) en – op eigen verzoek – de Raad voor de Rechtspraak(Rvdr). Zowel de RSJ en Rvdr erkennen de noodzaak van maatregelen bijhet capaciteitsprobleem. Desalniettemin heeft de Rvdr een aantalbezwaren. Het voornaamste bezwaar van de Rvdr is dat vonnissen tenuitvoer gelegd moeten worden op de wijze waarop deze door de rechterzijn gewezen en bedoeld. Met de voorgestelde regeling wordt hier afbreukaan gedaan. De Rvdr en de RSJ geven beiden aan dat een beleidskadernog ontbreekt, waardoor onduidelijk is hoe de maatregel wordt toegepasten wat de criteria zijn voor toekenning. Zij geven aan dat daaromonduidelijk is hoe rechtsongelijkheid wordt voorkomen. Daarnaast geeftde RSJ aan dat het stellen van voorwaarden afgeraden wordt omdat ditarbeidsintensief is en onuitvoerbaar wordt voor degenen die belast zijnmet het opstellen en controleren van de voorwaarden.De adviezen van de RSJ en Rvdr worden meegenomen in de wijziging vande regeling. Ook is gekeken hoe invulling gegeven kon worden aan demotie van de leden Sneller (D66) c.s.6 over het opnemen vanvoorwaarden bij het heenzenden. In de Rtvi wordt als voorwaardeopgenomen dat een gedetineerde geen strafbaar feit mag plegen. Als DJI5Dit kan ook een stapeling van gevangenisstraffen of (vervangende) hechtenissen zijn.6Kamerstuk 24 587, nr. 1046Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10562 hier kennis van neemt moet het dan nog resterende strafrestant in eenpenitentiaire inrichting (PI) worden uitgezeten.Er wordt geen meldplicht als voorwaarde opgenomen, in lijn met hetadvies van de RSJ. Vanwege de korte duur van het heenzenden is eenmeldplicht moeilijk uitvoerbaar en geeft het hoge extra administratievelasten voor de uitvoering. Andere mogelijke voorwaarden bij het vonniszoals een contact- en/of locatieverbod blijven wel gelden tijdens hetheenzenden.De Rtvi zal naar verwachting vanaf medio juli in werking treden.Momenteel worden gedetineerden maximaal vijf dagen eerder heenge-zonden waardoor gedetineerden (met uitzondering van zelfmelders eneen deel van de arrestanten) tijdig geplaatst kunnen worden.Capaciteitsproblematiek DJIEr zijn investeringen nodig voor noodzakelijke renovaties zodat huidigegebouwen in stand kunnen worden gehouden. Zonder renovaties vallenop termijn plekken uit. Daar komt bij dat recente prognoses uit hetPrognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) aangeven dat er fors meer(jeugd)capaciteitsplaatsen nodig zijn de komende jaren waardoor detekorten verder toenemen zonder uitbreidingen.7Het streven is dat er zo min mogelijk plekken uitvallen. Daarom wordt hetgeld dat eigenlijk bestemd was voor de uitbreiding van jeugd- enforensische zorgplaatsen besteed aan de noodzakelijke renovaties vancellen in het gevangeniswezen. Daarnaast is een herverdeling binnen debegroting van DJI gemaakt. Het geld bestemd voor uitbreidingen vanjeugd- en forensische plekken en de herverdeling van de DJI-begrotingzorgt er samen voor dat DJI voor de huisvestingsproblematiek nogstructureel € 75 miljoen beschikbaar heeft. Hiermee kunnen van de4.100 cellen die gerenoveerd moeten worden circa 1.000 plaatsen wordenaangepakt. Concreet betekent dit dat een aantal cruciale systemenvervangen worden in meerdere inrichtingen (waaronder ventilatiesys-temen, security managementsystemen en cel-intercom). Het risico vansluiting resteert daarmee nog voor 3.100 plaatsen.Recente prognoses uit de PMJ geven daarnaast aan dat er meer (jeugd-)capaciteitsplaatsen nodig zijn de komende jaren waardoor de tekortenverder toenemen zonder uitbreidingen.8 Voor het gevangeniswezenbetekent het dat er in 2030 een opgelopen tekort wordt verwacht van tenminste 800 plaatsen en voor jeugd een tekort aan 83 plaatsen. De stijgingvan de benodigde plaatsen komt onder andere door strafverzwaringen diede afgelopen jaren zijn ingevoerd, hogere straffen die worden opgelegden een toename in de instroom. Momenteel is er geen financiële ruimteom in te zetten op structurele capaciteitsuitbreidingen. De voorberei-dingen voor het heropenen van voormalig PI Almere en Justitiële JeugdInrichting (JJI) Harreveld worden voortgezet, maar definitieve besluitendaarover kunnen niet worden genomen door het ontbreken van financiëlemiddelen. Voor Almere betreft het circa 300 plekken, voor Harreveld zouhet gaan om 70 JJI-plekken.Enkele tijdelijke maatregelen voor de korte termijn, zoals een noodgevan-genis met 60 tijdelijke plekken in de PI Zuid–Oost (locatie Ter Peel),worden betaald uit de bestaande budgetten en uit het amendement van7Kamerstuk 24 587, nr. 10548Kamerstuk 24 587, nr. 1054Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10563 het lid Ellian (VVD). Deze tijdelijke plekken zijn echter onvoldoende om dekomende jaren aan de stijgende capaciteitsvraag te voldoen.Dit zal er in de komende jaren toe leiden dat gedetineerden waarschijnlijknog langer moeten worden heengezonden dan 14 dagen en dat executie-termijnen kunnen verlopen. De voorraad aan zelfmelders en arrestantenligt momenteel al rond de 1.000 detentiejaren en zal dan nog verderoplopen. De arbeidsmarktkrapte en daarmee de druk op het personeel vanDJI zal de komende jaren onverminderd hoog blijven. Dit is zeeronwenselijk.Uitkomsten analyse zelfmeldbeleidBij Kamerbrief van 13 mei 2024 is aangekondigd dat het huidige zelfmeld-beleid zou worden geëvalueerd.9 Dat heeft de vorm gekregen van eenuitgebreide analyse, waarvoor door het Ministerie van Justitie enVeiligheid is samengewerkt met het CJIB, DJI, politie en SlachtofferhulpNederland. De zelfmeldbeoordeling wordt uitgevoerd door het CJIB envindt plaats volgens de Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijkebeslissingen (hierna: Regeling USB).10 De visie op het zelfmeldbeleid isdat veroordeelden daar waar mogelijk en verantwoord de zelfmeldstatuskrijgen zodat zij zich voor kunnen bereiden op detentie, met het doelresocialisatie te bevorderen. De zelfmeldbeoordeling is een zorgvuldigebelangenafweging waarbij belangen van de veroordeelde, demaatschappij en eventuele slachtoffers en nabestaanden wordenmeegewogen. Uit die belangenafweging kan dus ook volgen dat het níetwenselijk is dat de zelfmeldstatus wordt toegekend. In dat geval volgt eenlast tot aanhouding, arrestatie door de politie en instroom in de PI alsarrestant.Naar aanleiding van de analyse van het zelfmeldbeleid is het voornemen,met inachtneming van bovenstaande visie, de volgende wijzigingen doorte voeren in het zelfmeldbeleid:1.De toevoeging van een extra absolute uitsluitingsgrond voor dezelfmeldstatus aan artikel 2:1, eerste lid, van de Regeling USB,waarmee opgelegde gevangenisstraffen van vier jaar en meer wordenuitgesloten. Een van de huidige absolute uitsluitingsgronden isveroordeling voor een strafbaar feit waar een gevangenisstraf vantwaalf jaar of meer op staat. In de praktijk komen veroordeelden voorernstige delicten met een strafmaximum onder twaalf jaar doorgaansal niet in aanmerking voor de zelfmeldstatus, als gevolg van debelangenafweging die het CJIB maakt. Desalniettemin vind ik hetverdedigbaar om veroordeelden met opgelegde straffen van vier jaarof meer per definitie niet de zelfmeldstatus toe te kennen. Wanneereen dergelijk hoge straf wordt opgelegd, is het niet passend alsveroordeelden in aanmerking komen voor zelfmelden.In lijn met de hiervoor beschreven visie zouden de belangen van desamenleving en eventuele slachtoffers en nabestaanden bij dezestrafduur altijd zwaarder moeten wegen dan die van de veroordeeldeom zich voor te kunnen bereiden op detentie. Door het artikellid aan tepassen, wordt hier meer duidelijkheid over geboden. De grens van vierjaar biedt nog voldoende ruimte voor een persoonsgerichte beoorde-ling door het CJIB voor lager opgelegde straffen. Verdere beperkingvan deze ruimte is daarom op dit moment niet nodig.2.Een toevoeging aan de (niet-limitatieve) lijst van contra-indicatorenzoals opgenomen in artikel 2:1, tweede lid, Regeling USB, namelijkdreigende verjaring van de gevangenisstraf. Met die toevoeging wordt9Kamerstuk 24 587, nr. 95410Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen, Stcrt. 2019, 69780Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10564 voorkomen dat de zelfmeldstatus toegewezen wordt in het geval datde termijn van de tenuitvoerlegging van die straf al dreigt te verjarenen toekenning van de zelfmeldstatus daaraan zou kunnen bijdragen.Daarmee is zelfmelden geen recht en dient straffeloosheid in allegevallen te worden voorkomen.Verder hecht ik veel waarde aan de weging van slachtofferbelangen bij dezelfmeldbeoordeling, wat wordt gedaan door het CJIB. Dat vloeit voort uitartikel 6:1:3 van het Wetboek van Strafvordering. Ook wil ik benadrukkendat specifiek ten aanzien van delicten waarbij dodelijke slachtoffers zijngevallen, zoals Wegenverkeerswetdelicten met dodelijk gevolg, inbeginsel niet de zelfmeldstatus wordt toegekend. In deze gevallen zijn degevolgen zo ernstig, dat het niet uit te leggen is wanneer de veroorzakershun opgelegde straf in vrijheid zouden kunnen afwachten.De voorgenomen wijzigingen van de Regeling USB worden in afstemmingmet betrokken ketenpartners voorbereid. De uitvoeringsgevolgen zullendoor middel van een uitvoeringstoets in kaart worden gebracht.Moties en toezeggingenAfromen van het eigen vermogenZoals toegezegd door de Minister van Justitie en Veiligheid aan het lidKoops (NSC) tijdens het Wetgevingsoverleg over het Jaarverslag enSlotwet 2024 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid op 11 juni jl.wordt ingegaan op het afromen van het eigen vermogen van DJI. In 2024is eenmalig 23 miljoen euro van het eigen vermogen afgeroomd omdatconform de Regeling Agentschappen11 (art. 11 sub 3) de grens vanmaximaal toegestane stand van het eigen vermogen is overschreden.Deze 23 miljoen euro is gebruikt om problematiek van Justitie enVeiligheid op te lossen waaronder het extra budget bij DJI ten behoevevan de hogere PMJ raming voor JJI en Forensische zorg.Het eigen vermogen is bedoeld om incidentele financiële tegenvallers opte kunnen vangen en mag maximaal 5% van de gemiddelde jaaromzetbedragen. De afroming zorgt dus bijvoorbeeld niet voor het uitstromenvan personeel of het sluiten van gebouwen. De capaciteitsproblemen bijDJI zijn structureel en kunnen niet met incidenteel € 23 miljoen wordenopgelost.Inventarisatie heropenen gevangenissenConform de motie van het lid Eerdmans (JA21) is geïnventariseerd welkerecent gesloten gevangenissen heropend zouden kunnen worden enbinnen welke tijdspanne en in hoeverre er meer locaties geschikt zijn voorde bouw van noodgevangenissen.12 Het grootste deel van de geslotengevangenissen is verkocht en is dus niet meer beschikbaar. Ook wordt eenaantal gebouwen momenteel verhuurd. Deze gebouwen zouden eventueelna afloop van de huur weer in gebruik kunnen worden genomen mitsvoldaan kan worden aan een aantal randvoorwaarden. Als dat het gevalis, is de verwachting dat het na afloop van de huurperiode ten minstevijf jaar zal duren voordat het gebouw weer gebruikt kan worden als PI.Dit heeft onder meer te maken met de planvorming, aanbesteding,vergunningverlening en het gebruiksklaar maken van een locatie. Ook zijner voormalige gevangenissen in een dusdanig slechte staat dat ze nietzonder uitzonderlijk grote investeringen weer als normale gevangenis11https://wetten.overheid.nl/BWBR0050264/2025-01-0112Kamerstuk 24 587, nr. 1037Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10565 operationeel gemaakt kunnen worden. Er blijft één voormalige gevan-genis over die momenteel in aanmerking kan komen om opnieuw ingebruik te nemen, dat is PI Almere. Er loopt een vooronderzoek naar watnodig is om de inrichting weer in gebruik te kunnen nemen. Dankzij de20 miljoen uit het amendement van het lid Ellian (VVD) kan dat vooron-derzoek worden gefinancierd. Voor ingebruikname van de voormalige PIis structureel budget nodig. Ten slotte heeft DJI gezocht naar locaties voornoodgevangenissen. Zoals aangegeven in de brief van mijn ambtsvoor-ganger van 7 maart jl. wordt verkend of er in de PI Zuid–Oost (locatieTer Peel) in totaal 60 extra tijdelijke plekken gerealiseerd kunnen worden.Er wordt onderzocht op welke wijze de eenmalige middelen voor tijdelijkeplekken van het amendement van het lid Ellian (VVD) over meerdere jareningezet kunnen worden. Zo zet ik onder andere ook in op tijdelijke plekkenbij de PI Haaglanden. Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd in devolgende voortgangsrapportages.Financiële consequenties versoberingConform toezegging van mijn ambtsvoorganger aan het lid Wijen-Nass(BBB)13 tijdens het commissiedebat Gevangeniswezen op 12 maart jl. geefik aan wat de financiële consequenties zijn voor het DJI personeel bijverdere versobering van het dag- en avondprogramma. Versobering vanhet avondprogramma kan leiden tot een afname van het aantal avond-diensten dat via de roosters aangeboden wordt. Bij het wegvallen van hetavondprogramma zijn er alsnog avonddiensten, maar zal er minderpersoneel nodig zijn. Hierdoor kan het zo zijn dat er in individuele gevalleneen afname is van de maandelijks berekende toelage onregelmatigedienst. De afname verschilt per persoon. Ik verwijs verder naar debeantwoording van de schriftelijke vragen van 8 april 2024 waar uitge-breid is ingegaan op de mogelijkheden om te versoberen en de conse-quenties daarvan.14Meerpersoonscellen (MPC)De motie van het lid Eerdmans (JA21) vraagt om de inzet van meerper-soonscellen te intensiveren tot het maximale gebruik mits dit veilig kan.15Dit is het geval.DJI heeft zich ingespannen om cellen zo optimaal mogelijk te benutten engedetineerden op een meerpersoonscel (MPC) te plaatsen waar datmogelijk is en verantwoord kan. Deze inspanning zorgt dit jaar voor ruim100 extra plekken (grotendeels MPC). DJI heeft alle mogelijkhedenonderzocht om zo veel mogelijk MPC plekken te realiseren en zietvooralsnog geen verdere mogelijkheden binnen de gestelde randvoor-waarden. DJI blijft opties onderzoeken maar dit zal geen volledigeoplossing bieden voor het capaciteitstekort. Hiermee beschouw ik demotie als afgedaan. Ook wordt hiermee invulling gegeven aan de motievan de leden Van Nispen (SP), Lahlah (GL-PvdA), Boswijk (CDA), Sneller(D66) om geen concessies te doen aan de veiligheid van het personeel ende regeldruk voor het personeel in de inrichtingen.1613TZ202503-07914Kamerstuk 24 587, 93915Kamerstuk 24 587, nr. 103816Kamerstuk 24 587, nr. 1029Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10566 Maatregelen en verzoeken uitwerkenIn de motie van het lid Bruyning (NSC) is gevraagd om een zestalmaatregelen en verzoeken uit te werken:171.In overleg treden met het CJIB om het aantal gijzelingen wegensniet-betaalde boetes verder te verminderen;2.In gesprek gaan om de verhouding van «twee uur taakstraf is een dagdetentie» aan te passen naar bijvoorbeeld «vier of zes uur taakstraf iseen dag detentie»;3.Meer mogelijkheden creëren om een deel van de straf om te zetten inenkelbandgebruik met strenge plaats- en tijdsvoorwaarden;4.Meer mogelijkheden realiseren voor detentie buiten werkuren;5.Verkennen of en op welke wijze beperkt beveiligde detentiecapaciteitkan worden uitgebreid;6.Verkennen onder welke voorwaarden een groter deel van de isd-maatregel extramuraal, en daarmee in een zorginstelling, ten uitvoerkan worden gelegd.Verzoek 1, in overleg treden met het CJIB om het aantal gijzelingenwegens niet-betaalde boetes verder te verminderen, is voorgelegd aan hetCJIB. Gijzeling wordt alleen toegepast bij personen die niet willen maarwel kunnen betalen. Het aantal daadwerkelijk toegepaste gijzelingen bijniet betaalde verkeersboetes vindt de afgelopen jaren nog nauwelijksplaats (0 keer in 2024). Het aantal gijzelingen voor boetes opgelegd bijstrafbeschikking is eveneens nihil. Bij boetes is dus geen ruimte om hetaantal gijzelingen nog verder terug te dringen. Gijzeling vindt nog welplaats bij ontnemingsmaatregelen (66 keer in 2024) en schadevergoe-dingsmaatregelen (669 keer in 2024). Het kunnen toepassen van gijzelingdoor het CJIB kan van groot belang zijn voor slachtoffers om hun schadevergoed te krijgen of om daders hun crimineel verkregen gelden te latenbetalen.De beslissing om in een individuele zaken al dan niet te gijzelen is – opaangeven van het CJIB – aan de officier van justitie en/of de rechter, diedeze beslissing onafhankelijk neemt. In veel situaties is de dreiging om devan de rechter en/of officier van justitie ontvangen toestemming omgijzeling toe te passen al voldoende om alsnog tot betaling te komen.Voor de effectiviteit van de inning van geldelijke sancties bij mensen dieniet willen betalen, acht het CJIB het daarom van belang om eenmachtiging of akkoord te ontvangen voor gijzeling van de officier vanjustitie of de rechter.Verzoek 2 betreft het in gesprek gaan over de verhouding van het aantaluren taakstraf per dag detentie. De officier van justitie vordert vervan-gende hechtenis en de rechter legt deze op. Met het oog op de rechtsge-lijkheid en de balans tussen straffen hanteren de rechtspraak en het OMhiervoor een eenduidige maatstaf. De wet biedt de mogelijkheid om overte gaan tot een andere maatstaf, zoals de in de motie gesuggereerdeomrekening. Of daadwerkelijk aanpassing plaatsvindt is aan de recht-spraak en het OM. Dit verzoek is onder de aandacht van het OpenbaarMinisterie en de rechtspraak gebracht.Verzoek 3 – om meer mogelijkheden te creëren om een deel van de strafom te zetten in enkelbandgebruik – is voor de uitvoering praktisch niethaalbaar binnen het eindverlof gezien de korte duur ervan. Een dergelijkemaatregel – het capaciteitsverlof onder elektronisch toezicht – is eerderingezet voor de capaciteitsproblematiek. Conform een motie van de leden17Kamerstuk 24 587, nr. 1036Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10567 Bruyning (NSC) cs. is dit capaciteitsverlof per 31 december jl. beëindigd.18Mochten er op enig moment aanvullende maatregelen nodig zijn, dankijken we naar de mogelijkheden van de enkelband. In relatie tot hetgebruik van enkelbanden merk ik overigens nog op dat de leden Sneller(D66) cs. het initiatiefwetsvoorstel Slimmer straffen voorbereiden, waarinnaar verwachting onder meer elektronische detentie als hoofdstraf wordtvoorgesteld.Verzoeken 4 (meer mogelijkheden realiseren voor detentie buitenwerkuren), 5 (of en op welke wijze beperkt beveiligde detentiecapaciteitkan worden uitgebreid) en 6 (onder welke voorwaarden kan een groterdeel van de isd-maatregel extramuraal ten uitvoer kan worden gelegd) uitde motie zal worden verkend. De resultaten van deze verkenning wordenin de tweede helft van dit jaar met de Kamer gedeeld.Onvindbare veroordeeldenConform toezegging van mijn ambtsvoorganger aan het lid Sneller (D66)tijdens het mondelinge vragenuur op 4 maart jl. wordt ingegaan op wathet kabinet doet om onvindbare veroordeelden op te sporen en wateventueel aanvullend mogelijk is. Er zijn maatregelen genomen om tevoorkomen dat veroordeelden zonder vaste woon- of verblijfplaats zichaan hun straf onttrekken en om deze groep effectief op te sporen. Hetopsporingsteam van de politie en OM, Fugitive ActiveSearch Team NL(FASTNL), zoekt actief naar voortvluchtigen die een vrijheidsstraf moetenuitzitten van 300 dagen of meer. Indien van een veroordeelde, aan wie eengevangenisstraf van 120–300 dagen is opgelegd, geen vaste woon- ofverblijfplaats in Nederland bekend is, wordt door Fast een internationalesignalering uitgevaardigd. Mede naar aanleiding van het verzoek van lidSneller heeft er recent overleg plaatsgevonden met de ketenpartners overextra mogelijkheden om onvindbaren op te sporen. Op dit moment zijn ermede vanwege de beperkte capaciteit bij de keten en in het bijzonder bijDJI geen aanvullende mogelijkheden om de aanpak te intensiveren.Tot slotHet gebrek aan capaciteit is en blijft een groot probleem. De maatschappijen in het bijzonder slachtoffers en nabestaanden moeten er vanuit kunnengaan dat straffen ten uitvoer worden gelegd. Het is een belangrijke basisvan elke rechtsstaat dat misdaad bestraft wordt en straffen ook daadwer-kelijk uitgezeten worden.Daarom wordt samen met de ketenpartners hard gewerkt om deproblematiek aan te pakken. De keuzes die mijn ambtsvoorganger en nuikzelf daarbij moeten maken zijn betreurenswaardig, maar noodzakelijk.Het doel is om zoveel mogelijk plekken te behouden en waar dat mogelijkis binnen de beschikbare middelen extra plekken te openen, op de korteén de lange termijn. Uw Kamer wordt op de hoogte gehouden via devoortgangsrapportages. De vijfde voortgangsrapportage capaciteit DJIontvangt uw Kamer in de tweede helft van dit jaar.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. Struycken18Kamerstuk 24 587, nr. 988Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10568

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e3da5dd3dc7f3a18

14 okt 2026 · 86f98547a75b3ebe

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.