Aanvullende afspraken sectorakkoord gaswinning op land
Brontekst
Versie c991ba556536ef41 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 529GaswinningNr. 1368 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 januari 2026Nederland schakelt over van fossiele naar duurzame energie. Dieovergang kost tijd. Aardgas blijft tot minstens 2045 een belangrijke rolspelen als transitiebrandstof. Het Ministerie van Klimaat en Groene Groeiis verantwoordelijk voor de leveringszekerheid van aardgas. In deKamerbrief van 6 december 20241 is toegezegd om met de sectorafspraken te maken over de verantwoorde afbouw van gaswinning opland, de voorwaarden waaronder deze gaswinning nog plaats zal vindenen regionale batendeling. Deze afspraken zijn nodig om tegemoet tekomen aan de zorgen van zowel omwonenden en regionale bestuurdersals sectorpartijen rond de gaswinning op land. Het kabinet heeft aandachtvoor deze zorgen en wil hier invulling aan geven door duidelijkheid tebieden over de toekomst van gaswinning op land.Deze aanvullende afspraken dragen daaraan bij en zijn een uitwerking vanartikel 10 van het «Sectorakkoord gaswinning in de energietransitie»2 van23 april 2025. Het Sectorakkoord gaswinning in de energietransitie is totstand gekomen in samenwerking met de branchevereniging Element NL,haar leden en Energie Beheer Nederland (EBN). Hierbij treft u deaanvullende afspraken over gaswinning op land aan. Veilige en verant-woorde winning blijft onverminderd het uitgangspunt. Deze afsprakenvormen een aanvulling op het bestaande kader en versterken degezamenlijke inzet om het proces rond gaswinning op land transparant,zorgvuldig en verantwoord vorm te geven. In deze brief wordt ingegaanop waarom, hoe en waarover er aanvullende afspraken zijn gemaakt. Totslot wordt ingegaan op openstaande toezegging en moties en hetvervolgproces. In de bijlage vindt u de aanvullende afspraken voorgaswinning op land.1Kamerstuk 33 529, nr. 12642Kamerstuk 33 529, nr. 1293 kst-33529-1368ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13681 Gaswinning op landOp dit moment komt ongeveer een derde van het primaire energiever-bruik van huishoudens en industrie in Nederland uit aardgas. Om delevering van aardgas voor dit deel van onze energievraag te waarborgenis samenwerking met de gaswinningsbedrijven essentieel. De gaswinningop land neemt sinds de eeuwwisseling af en wordt richting 2050verantwoord afgebouwd. Soms is daarbij nieuwe winning of uitbreidingdan wel verlenging van bestaande winning nodig.Zolang aardgas nodig is heeft binnenlandse gaswinning, daar waar datveilig en verantwoord gewonnen kan worden, de voorkeur boven import.Momenteel dekt de totale gasproductie uit de Nederlandse kleine veldenop land en zee nog ongeveer 30% van de totale Nederlandse aardgas-vraag (circa 30 miljard kuub in totaal). Nederland is hiermee netto-importeur van aardgas. Gas uit eigen bodem is klimaatvriendelijker,omdat buitenlandse winning vaak vervuilender is en transport extraenergie kost. Ook draagt winning in eigen land bij aan het beperken vande importafhankelijkheid en draagt het strategisch bij aan de leveringsze-kerheid en betaalbaarheid van aardgas in Europa. De oorlog in Oekraïneonderstreept dit belang. Daarmee is de gaswinning uit de Nederlandsekleine velden van nationaal en Europees belang.Het kabinet ziet dat het maatschappelijk draagvlak voor gaswinning opland niet vanzelfsprekend is. Er leven zorgen bij omwonenden over demogelijk impact op hun omgeving. Het kabinet trekt zich deze zorgen aanen tracht met deze aanvullende afspraken duidelijkheid te bieden aan allebetrokkenen over de gaswinning op land tijdens de transitieperiode en devoorwaarden waaronder dat kan plaatsvinden. Deze aanvullendeafspraken kunnen, voor de periode dat Nederland gas nog nodig heeft,bijdragen aan het maatschappelijk draagvlak voor gaswinning in eigenland onder meer door meer aandacht te hebben voor de zorgen vanomwonenden.Gesprek met de medeoverhedenAangezien gaswinning op land altijd in een gemeente en een provincieplaatsvindt, heeft het kabinet de voorgenomen aanvullende afspraken opmeerdere momenten in een vrij en open gesprek met regionalebestuurders besproken. Omdat gaswinning ook plaatsvindt in eenwaterschap/watersysteem is ook met vertegenwoordigers van water-schappen gesproken. Op deze wijze kon het regionale perspectief wordenopgehaald en konden de waardevolle inzichten van de medeoverhedenbenut worden om de afspraken tussen sector en kabinet te finaliseren.Aanvullende afspraken gaswinning op landDe afspraken die op grond van artikel 10 van Sectorakkoord gaswinning inde energietransitie3 zijn gemaakt met de sector en EBN, betreffen eenaanvulling op het bestaande kader en versterken de gezamenlijke inzet omhet proces rond gaswinning op land transparant, zorgvuldig en verant-woord vorm te geven. Betrokken partijen hebben aanvullende afsprakengemaakt over a) de verantwoorde afbouw van gaswinning op land, b) devoorwaarden waaronder deze gaswinning nog plaats zal vinden en c)batendeling. De aanvullende afspraken treft u aan in de bijlage bij dezebrief.3Kamerstuk 33 529, nr. 1293Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13682 a. Afbouw van winning in de tijd Het kabinet wil recht doen aan de lokale zorgen en belangen doorduidelijkheid te bieden over de toekomst van gaswinning op land. Omdeze helderheid te verschaffen is een analyse van EBN bijgevoegd: «Standvan zaken gaswinning op land in de Transitiefase» (zie bijlage II bij deaanvullende afspraken van het sectorakkoord over gaswinning op land).Deze wordt jaarlijks geactualiseerd en gepubliceerd. De analyse geeftinzicht in de lopende en voorgenomen gaswinningsprojecten. Degaswinning op land neemt sinds de eeuwwisseling af en wordt richting2050 op weg naar een klimaatneutraal energiesysteem verantwoordafgebouwd. Zoals de analyse laat zien betekent dit dat daarbij somsnieuwe of uitbreiding dan wel verlenging van bestaande winning nodig isom het stelsel van gaswinning in Nederland tijdens de transitieperiodegoed te laten werken.Naast helderheid over de afbouw hebben medeoverheden gevraagd ommeer duidelijkheid waar er nog gas gewonnen zal worden. Omdatvanwege de bedrijfsvoering maar ook de bedrijfsvertrouwelijkheidgaswinningsbedrijven niet langer dan 5 jaar vooruit kunnen kijken is nietvoor de gehele transitieperiode op detailniveau aan te geven waar gasgewonnen zal worden. Dat is wel mogelijk op korte- en middellangetermijn.Om medeoverheden tegemoet te komen zijn afspraken toegevoegd aanhet sectorakkoord die de transparantie richting medeoverheden ten goedekomt. Zo is – in aanvulling op het betrokkenheidsplan (zie onder b verdertoegelicht) – ook opgenomen dat operators op verzoek van medeover-heden op provinciaal niveau periodiek inzage geven in de lopende en deop korte en middellange termijn (tot maximaal 5 jaar) voorgenomengaswinningsprojecten (artikel 3.1). Hetzelfde geldt voor de ontmanteling.Gaswinningsbedrijven geven op verzoek van medeoverheden opprovinciaal niveau periodiek inzage in het ontmantelingsproces(artikel 7.1). Deze artikelen dragen daarmee bij aan overzicht en voorspel-baarheid voor regionale overheden.Daarnaast is (in bijlage III bij de aanvullende afspraken van het sectorak-koord over gaswinning op land) een Overwegingendocument opgesteldom duidelijkheid te geven op basis waarvan gaswinningsbedrijven opland en EBN beslissingen nemen over bestaande en voorgenomennieuwe winning uit kleine velden op land. Verder beoogt het «Narratiefgaswinning kleine velden op land» (in bijlage IV bij de aanvullendeafspraken van het sectorakkoord over gaswinning op land) helderheid tegeven over nut en noodzaak van gaswinning tijdens de transitieperiode enhoe de veiligheid van gaswinning wordt geborgd en gemonitord.b. Voorwaarden waaronder gaswinning tot die tijd wel en niet mogelijk is Het is belangrijk om medeoverheden en lokale belanghebbenden tijdig enzorgvuldig te betrekken gedurende alle fases van gaswinning. Aanvullendop bestaande afspraken en wetgeving, zijn in artikel 2 (en in bijlage I bij deaanvullende afspraken van het sectorakkoord over gaswinning op land)afspraken gemaakt waarin acties zijn neergelegd om de omgeving tebetrekken. Zo zullen gaswinningsbedrijven op land vóór het indienen van(wijziging van) een winningsplan in gesprek gaan met betrokkenmedeoverheden en relevante belanghebbenden over de plannen en hoede omgeving betrokken zal worden. Uitkomsten hiervan wordenvastgelegd in een betrokkenheidsplan die het bedrijf bij een winningsplanook overlegt aan het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13683 ministerie zal vervolgens in contact treden met de medeoverheden overdit betrokkenheidsplan.Voor alle betrokkenen is een voorspelbaar proces belangrijk. Zo weetiedereen waar hij aan toe is en wanneer er iets van hen verwacht wordt.Om het proces te verbeteren zijn er in artikel 6 (en in bijlage VI bij deaanvullende afspraken van het sectorakkoord over gaswinning op land)procesverbeteringen afgesproken. Deze afspraken zien onder andere opprocedurele afspraken tussen het Ministerie van Klimaat en Groene Groeien gaswinningsbedrijven (zoals aankondiging en planning) en wat te doenmocht het proces toch anders lopen.Daarnaast werken de gaswinningsbedrijven op land mee aan hetverkennen van een actualisatie van de methodiek van een SeismischRisico Beheersplan (SRB) voor kleine velden. Denk daarbij bijvoorbeeldaan de gehanteerde meeteenheid. Tot die tijd blijft de huidige werkwijzegehandhaafd, tenzij anders afgesproken zoals bij Warffum. In aanvullinghierop is met gaswinningsbedrijven afgesproken ook voor velden waaropgeen SRB van toepassing is (zogenaamde categorie 1 velden) de winningeveneens tijdelijk stil te leggen voor nader onderzoek als een beving vanboven 3 op de schaal van Richter plaatsvindt. De kans hierop is ontzettendklein, maar met deze afspraken in artikel 4 geldt voor alle kleine veldeneen uniforme afspraak.Verder werken gaswinningsbedrijven indien gewenst ook mee aan hetoprichten van een Commissie Bodemdaling Aardgaswinning4 voor deprovincies die nog niet een dergelijke commissie kennen. Deze commissiekan van grote toegevoegde waarde zijn voor regionale overheden.Friesland en Groningen hebben hier reeds ervaring mee. In aanvullinghierop zijn gaswinningbedrijven ook bereid mee te werken aan deuitbreiding van de bevoegdheden van de Commissie Mijnbouwschade optwee onderdelen. Namelijk de verruiming van de huidige indienings-termijn van 12 maanden voor het melden van een schade na eengeïnduceerde beving. En de mogelijkheid om kleine stichtingen die geenonderneming zijn ook in de gelegenheid te stellen om zich te kunnenwenden tot de Commissie Mijnbouwschade.Omdat verantwoord beheer niet stopt bij de beëindiging van gaswinningbevat het sectorakkoord land ook aanvullende afspraken rondomontmanteling en nazorg in artikel 7. Zo informeren gaswinningsbedrijvenop land het ministerie en medeoverheden in een verwijderingsplan overhoe ze invulling zullen gegeven aan «ontmanteling en nazorg». Inaanvulling daarop zal EBN in hun jaarlijkse analyse ook inzichtelijk makenhoe het staat met de ontmanteling van mijnbouwwerken op land inNederland.c. Batendeling Het is belangrijk dat de regio waar gaswinning plaatsvindt mee mag delenin de baten. Gaswinningsbedrijven zijn bereid bij nieuwe projecten die de2 miljard kuub, gedurende de looptijd van de winning, niet overschrijden,5% van de netto omzet per project af te dragen aan de regio. Bij gaswin-ningsprojecten waarbij meer dan de 2 miljard kuub gedurende de looptijdvan de winning, wordt gewonnen, maakt het gaswinningsbedrijfmaatwerkafspraken voor batendeling met de betrokken medeoverheden.In artikel 5 (en in bijlage V bij de aanvullende afspraken van het sectorak-koord over gaswinning op land) staat aangegeven onder welkevoorwaarden dit precies gebeurt.4Een commissie welke beoordeelt of schades door bodemdaling komen door aardgaswinning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13684 De verdeling van baten kan pas plaatsvinden zodra er winstgevendheid is.Om ervoor te zorgen dat dit voor meer projecten het geval zal zijn, zijnafspraken gemaakt over het gebruik mogen maken van de investerings-aftrek. In artikel 5.2 is de afspraak opgenomen dat een gaswinningsbedrijfalleen gebruik mag maken van de investeringsaftrek als er sprake is vanbatendeling met de regio. Zonder batendeling kan geen investeringsaftrekplaatsvinden. Als aanvullende voorwaarde is verder opgenomen dat detotale omvang van de batendeling gelijk of meer moet zijn dan hetgenoten voordeel door een gaswinningsbedrijf van de investeringsaftrek.Dus ook wanneer de gaswinning niet succesvol mocht blijken te zijn,ontvangt de regio desondanks minimaal de door het gaswinningsbedrijfontvangen investeringsaftrek als batendeling, als tegemoetkoming voorde mogelijk ervaren overlast. Met deze aanvullende afspraken wordt deuitvoering van het «Convenant investeringsaftrek kleine velden op land5»opgeschort zodat de batendeling maximaal ten gunste komt aan de regio.De hoeveelheid gaswinning in Nederland heeft impact op de gasbatenvan het Rijk. Vooraf is niet in te schatten wat het budgettaire effect vandeze aanvullende afspraken is op de gasbaten (en hoeveel wordtafgedragen aan de regio). Eventuele effecten leiden tot een bijstelling vande gasbaten en worden via de reguliere ramingssystematiek in debegroting verwerkt.Moties en toezeggingenIn de Kamerbrief van 6 december 20246 heeft het kabinet toegezegd testreven naar het vóór de zomer bereiken van aanvullende afspraken metde sector over een set randvoorwaarden voor gaswinning op land. Hetkabinet heeft de Kamer in 14 juli 20257 en 5 december 20258 geïnformeerdmeer tijd nodig te hebben. Deze toezegging is middels deze briefuitgevoerd: de aanvullende afspraken zijn in samenwerking met debetrokken partijen tot stand gekomen en vormen een versterking van hetbestaande kader voor verantwoordelijk en veilig opereren.Daarnaast heeft de Kamer twee moties aangenomen die betrekkinghebben op het sectorakkoord land:•De motie-Peter de Groot c.s.9 (19 december 2024) verzoekt om in degesprekken met de sector over de afbouw van gaswinning op landtevens te bezien welke mogelijkheden bestaan voor batendeling bijverlenging van projecten.•De motie van de leden Postma en Peter de Groot10 (10 juni 2025)verzoekt het kabinet om in gesprekken met mijnbouwbedrijven in tezetten op een passende bijdrage voor de regio, waarbij omwonendenworden betrokken bij de besteding van deze middelen.Beide moties zijn betrokken bij het opstellen van de aanvullendeafspraken en de hierin opgenomen uitgangspunten voor regionalebetrokkenheid en batenverdeling. Hiermee acht het kabinet de motiesuitgevoerd.5Kamerstuk 33 529, nr. 8366Kamerstuk 33 529, nr. 12647Kamerstuk 29 023, nr. 59182025Z210489Kamerstuk 32 849, nr. 26410Kamerstuk 32 849, nr. 278Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13685 VervolgHet vorige kabinet heeft met de contourennota een eerste stap gezetrichting nieuw beleid voor het gebruik van de diepe ondergrond. Hethuidige kabinet bouwt hierop voort, onder meer door de in deze briefbeschreven aanvullende afspraken. Daarnaast werkt het kabinet met hetProgramma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond (DGDO) aan hetinzichtelijk maken van welke activiteiten in de diepe ondergrond waarkunnen plaatsvinden en onder welke voorwaarden. Daarbij wordt ookrichting gegeven aan andere vormen van mijnbouw in Nederland, zoalszoutwinning, geothermie en energieopslag in de diepe ondergrond.Verder wil het kabinet in het kader van de herziening van de Mijnbouwwetmeer regie nemen op activiteiten in de ondergrond en ruimte bieden aanvormen van mijnbouw die bijdragen aan een duurzaam energiesysteem,zoals de winning van aardwarmte en de opslag van stoffen als waterstof.Met deze inzet beoogt het kabinet te komen tot een zorgvuldig, samen-hangend en toekomstbestendig kader voor het gebruik van de diepeondergrond in Nederland.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13686
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.