document · 5 okt 2026 · Tweede Kamer
Antwoord op vragen van de leden Kostic en Teunissen over het buitensporige watergebruik van een nieuw datacenter in Amsterdam
Brontekst
AH 284 2026Z17089 Antwoord van minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de minister van Klimaat en Groene Groei, de staatssecretarissen van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (ontvangen 5 oktober 2026) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2026-2027, nr. 132 Erkent u dat het onwenselijk is dat een nieuw commercieel datacenter jaarlijks circa 1,1 miljard liter drinkwater gebruikt, zeker tijdens een periode van uitzonderlijke droogte? 1) Antwoord: Ja, we streven naar ‘juiste kwaliteit voor het juiste gebruik’. Vanuit dat perspectief is het gebruik van drinkwater voor de koeling van datacenters niet wenselijk. Deelt u de opvatting dat drinkwater niet gebruikt zou moeten worden voor de koeling van datacenters, zeker wanneer alternatieve koeltechnieken beschikbaar zijn? Antwoord: Datacenters gebruiken soms drinkwater voor hun koelproces, volgens cijfers van het CBS in Nederland bijna 1 miljoen kuub. Dat is zo’n 0,088 procent van het totale drinkwatergebruik.[voetnoot 1] Om het drinkwatergebruik te beperken, worden steeds vaker alternatieven ingezet, zoals industriewater, gezuiverd afvalwater of regenwater. In algemene zin zien we liever dat waar drinkwatertoepassingen niet per se noodzakelijk zijn, omdat ook ander water hiervoor kan worden gebruikt, dan geen drinkwater wordt gebruikt. Bent u ervan op de hoogte dat het directe watergebruik van datacenters slechts een beperkt deel vormt van hun totale watervoetafdruk en dat het overgrote deel van het waterverbruik indirect is? Antwoord: Wij kennen het concept watervoetafdruk waarin zowel direct als indirect watergebruik wordt gemeten. De exacte verdeling voor datacenters kennen wij niet. Kunt u actuele, onafhankelijke cijfers over de totale watervoetafdruk van datacenters (direct en indirect) in Nederland met de Kamer delen, uitgesplitst naar: - direct watergebruik voor koeling; - watergebruik bij de productie van elektriciteit; - waterconsumptie door verdamping; en - de gebruikte energiebron en bijbehorende productieketen? Antwoord: Vanuit de Energie efficiëntie datacentra (EED) rapportageplicht moeten datacenters, met een vermogen van ten minste 500kW, informatie aanleveren over onder meer ‘totaal watergebruik’ en ‘drinkwatergebruik’. De rapportage van 2026 over 2025 is gepubliceerd en te vinden op de RVO website: https://www.rvo.nl/onderwerpen/energiebesparingsplicht/eed-auditplicht/rapportageplicht-datacentra De gevraagde opsplitsing is hieruit niet kenbaar. Echter, de volgende informatie is openbaar beschikbaar: Totaal watergebruik datacentra ongeveer 2,3 miljoen kubieke meter Totaal drinkwatergebruik datacentra ongeveer 376.000 kubieke meter Daarnaast bevat de rapportage gegevens over het energiegebruik van datacentra en het aandeel hernieuwbare energie daarin Deze cijfers betreffen het gerealiseerde gebruik in 2025 door datacentra die onder de rapportageplicht vallen. Datacentra die nog niet in gebruik zijn genomen, zijn hierin niet meegenomen. Kunt u aangeven welk aandeel dit vormt van de totale Nederlandse waterconsumptie? Antwoord: Het Rijk heeft geen gegevens over het aandeel van het watergebruik van datacenters in de totale Nederlandse waterconsumptie. Zoals aangegeven in antwoord 2 gebruiken datacenters soms drinkwater voor hun koelproces, volgens cijfers van het CBS in Nederland bijna 1 miljoen kuub. Dat is zo’n 0,088 procent van het totale drinkwatergebruik. Wordt bij de vergunningverlening en ruimtelijke afweging van datacenters rekening gehouden met de watervoetafdruk van de benodigde elektriciteitsproductie? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het Rijk verleent geen vergunningen voor de bouw in ingebruikname van datacentra. Het is aan de daarvoor bevoegde gezagen (provincie, gemeente en waterschap) om integrale ruimtelijke afwegingen te maken en op basis daarvan al dan niet een vergunning te verlenen. Bij de bouw en ingebruikname van datacentra is de vergunningverlening voor verschillende activiteiten aan de orde, onder andere het lozen van koelwater en de noodstroomvoorziening. Ook gelden er algemene regels over duurzaam energiegebruik en openbaarmaking van gegevens over energie-efficiëntie. De leveringsovereenkomst tussen een drinkwaterbedrijf en een zakelijke afnemer is een privaatrechtelijke overeenkomst en maakt geen onderdeel uit van het proces van vergunningverlening. Het leveren van water van drinkwaterkwaliteit is een commerciële activiteit van drinkwaterbedrijven. Drinkwaterbedrijven mogen commerciële activiteiten ondernemen, de ILT houdt toezicht of dit geen grote risico’s voor de drinkwatervoorziening met zich meebrengt. Welke landelijke wettelijke mogelijkheden heeft u om het gebruik van drinkwater door datacenters te verbieden of aan een bindend maximum te onderwerpen, mede gelet op de aangenomen motie-Grinwis c.s.? 2) Antwoord: Het leveren van water van drinkwaterkwaliteit is een commerciële activiteit van drinkwaterbedrijven. Drinkwaterbedrijven mogen commerciële activiteiten ondernemen, de ILT houdt toezicht of dit geen grote risico’s voor de drinkwatervoorziening met zich meebrengt. Voor huishoudelijk gebruik geldt een wettelijke leveringsplicht. Het kan niet zo zijn dat door commerciële activiteiten er onvoldoende drinkwater beschikbaar is voor huishoudelijk gebruik. De minister van IenW kan de drinkwaterbedrijven aanspreken op hun zorgplicht om de openbare drinkwatervoorziening duurzaam veilig te stellen (art. 3 Drinkwaterwet). Ook kan er handhaving door de ILT uitgevoerd worden. De ILT beoordeelt de leveringsplannen van drinkwaterbedrijven. Als door levering aan een zakelijke klant de leveringszekerheid in het geding komt, dan kan de ILT namens de minister handhavend optreden tegen het drinkwaterbedrijf, bijv. middels een aanwijzing, last onder bestuursdwang of dwangsom. Indien de zakelijke levering het gevolg is van (ruimtelijke) vergunningen die door een gemeente of provincie zijn afgegeven, kan de ILT namens de minister interbestuurlijk toezicht uitoefenen. Hoe staat het met de uitvoering van de motie-Grinwis c.s. over het aanscherpen van de juridische criteria voor hyperscale datacenters en het stellen van effectieve wettelijke voorwaarden aan datacenters? 3) Wat is de tijdlijn en wanneer krijgen we resultaten te zien? Antwoord: Zoals eerder aan uw Kamer gemeld onderzoekt het kabinet conform deze motie of en welk aanvullend beleid nodig is om op toekomstige gevallen te sturen. Dit onderzoek richt zich zowel op de huidige juridische criteria voor hyperscale datacentra (de gecombineerde grenswaarde van meer dan 10 hectare bebouwd vloeroppervlak én een aansluitvermogen van 70 MW of meer), als op de vraag welke aanvullende voorwaarden aan datacentra kunnen worden gesteld. Dit gebeurt onder regie van de staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit, in samenwerking met VRO, KGG, IenW en met medeoverheden. Het kabinet verwacht uw Kamer dit najaar te informeren. Waarom gelden er op dit moment vooral landelijke vestigingsregels voor hyperscale datacenters, maar geen vergelijkbare landelijke begrenzingen voor watergebruik, elektriciteitsgebruik en maatschappelijke en ecologische belasting door andere grote datacenters? Antwoord: De instructieregel voor hyperscale datacentra is opgesteld, omdat de impact van hyperscale datacentra dermate groot is dat daarvoor nationale ruimtelijke keuzes nodig zijn. De ruimte in Nederland is schaars en Nederland wordt geconfronteerd met grote opgaven die alle gepaard gaan met ruimtelijke claims, zoals de energietransitie, de landbouw en de woningbouwopgave. Vanwege het ruimtebeslag, de landschappelijke impact, het hoge energiegebruik en de belasting van de landelijke energie-infrastructuur is er in Nederland maar beperkt ruimte voor de bouw en ingebruikname van datacentra die de omvang én het aansluitvermogen combineren van een hyperscale datacentrum. Dat was destijds de reden om de instructieregel op te stellen. Zoals in de toelichting bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangegeven, is het een bewuste keuze van de wetgever geweest om alleen ruimtelijke regels te stellen voor hyperscale datacentra (met een bebouwd vloeroppervlakte van meer dan 10 ha en een elektrisch aansluitvermogen van 70 MW of meer). Kleinere datacentra, of datacentra die slechts aan één van beide criteria voldoen, vallen niet onder deze Rijksregels. Voor die categorie is de ruimtelijke afweging primair een decentrale aangelegenheid: gemeenten en provincies kunnen zelf het beste de benodigde integrale ruimtelijke afweging maken voor de realisatie van nieuwe datacentra. Daarbij kunnen zij in hun omgevingsplan of verordening (aanvullende) regels stellen aan dit type datacentra. Ook gelden voor deze datacentra bestaande generieke kaders en normeringsopties voor het gebouw en impact op het milieu die gelden voor elk type economische activiteit van een bepaalde omvang of aansluitvermogen. Daarnaast geldt voor datacentra een Europees spoor dat niet aan de hyperscale-drempel is gekoppeld. Op grond van de Energie-efficiëntierichtlijn rapporteren alle datacentra met een opgesteld IT-vermogen van ten minste 500 kW jaarlijks aan de Europese databank, onder meer over energiegebruik, totaal watergebruik en drinkwatergebruik. De Europese Commissie werkt dit rapportagekader momenteel uit tot een Europees ratingsysteem met een openbaar duurzaamheidslabel per datacentrum. Daarnaast is de Commissie een traject gestart om te bezien of minimumeisen aan de prestaties van nieuwe en bestaande datacentra nodig zijn. Nederland is bij beide trajecten betrokken. Langs deze weg ontstaat dus ook voor datacentra die buiten de nationale instructieregel vallen een genormeerd kader, aanvullend op de decentrale ruimtelijke afweging. Voor elektriciteitsgebruik geldt daarnaast dat sturing plaatsvindt via het energierecht: toegang tot transportcapaciteit wordt non-discriminatoir uitgegeven en de verdeling in tijden van netcongestie verloopt via het prioriteringskader van de ACM in de Netcode elektriciteit. Bent u bereid de bestaande landelijke regels uit te breiden naar datacenters die op dit moment niet onder de huidige definitie van hyperscale vallen, maar wel een groot beslag leggen op drinkwater of het elektriciteitsnet? Antwoord: Conform de aangenomen motie van het lid Grinwis c.s. onderzoekt het kabinet de komende periode of en welk aanvullend beleid nodig is om op toekomstige gevallen te sturen. De Kamer wordt hierover dit najaar geïnformeerd middels de Kamerbrief ‘Regie op datacenters’. Er wordt niet met beleidsacties vooruitgelopen op de uitkomsten van deze beleidsanalyses. Bent u bereid om in landelijke regelgeving vast te leggen dat nieuwe datacenters geen drinkwater mogen gebruiken voor koeling? Antwoord: Het kabinet heeft als uitgangspunt: “het juiste water voor het juiste gebruik”[voetnoot 2]. Dit betekent dat het doel bepaalt welk water gebruikt wordt. Zo is drinkwater, met de hoogste kwaliteit, bestemd voor huishoudelijk gebruik. Gelet op de toenemende druk op het zoetwatersysteem gaan we in het kader van het Nationaal Water Programma toewerken naar beleid voor het zoetwatergebruik door zakelijke afnemers zoals onder andere datacenters. Zie verder antwoord 7. Als een volledig verbod volgens u niet mogelijk is, bent u dan bereid een strikt landelijk maximum per datacenter en voor de sector als geheel vast te leggen? Zo nee, welke andere effectieve maatregelen bent u dan wel bereid te nemen? Antwoord: Zie antwoord op vraag 11. Erkent u dat de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie en de daarmee samenhangende groei van datacenters zo snel verloopt dat wet- en regelgeving, democratische controle en maatschappelijke besluitvorming deze ontwikkeling onvoldoende kunnen bijbenen? Zo nee, hoe onderbouwt u dat? Antwoord: Het kabinet herkent dat de technologische ontwikkeling snel gaat en dat technologie en het gebruik daarvan zelf doelen, waarden en machtsverhoudingen vormen en doen verschuiven. Voor AI is dat niet anders. Voor AI bestaat inmiddels een Europees regelgevend kader in de vorm van de AI-verordening. Deze verordening draagt eraan bij dat AI op een verantwoorde en veilige manier wordt ontwikkeld en toegepast. Het kabinet blijft de ontwikkelingen nauwgezet volgen. Wat betreft de groei van datacenters deelt het kabinet niet de conclusie dat democratische controle en besluitvorming tekortschieten. De ontwikkeling van datacentra in Nederland is een langjarig proces en wordt momenteel ingeperkt door netcongestie, stikstofproblematiek en scherper vestigingsbeleid vanuit overheden. Daardoor is er in de huidige situatie weinig ruimte voor substantiële uitbreiding; recent aangekondigde projecten zijn veelal jaren geleden in gang gezet. Besluitvorming over vestiging vindt plaats via gemeenteraden en provinciale staten, met de daarbij behorende inspraak- en beroepsmogelijkheden, binnen de kaders die door het Rijk zijn gesteld. Via diverse moties[voetnoot 3] is opgeroepen tot meer landelijke regie ten aanzien de ontwikkeling van datacenters. Momenteel wordt er daarom gewerkt aan een nationale geïntegreerde aanpak voor datacenters. Het kabinet verwacht uw Kamer in het najaar te informeren over deze geïntegreerde aanpak. Welke publieke voorwaarden moeten volgens u worden gesteld voor nieuwe datacenters of grootschalige AI-infrastructuur, zodat de baten aantoonbaar ten goede komen aan de Nederlandse samenleving en niet hoofdzakelijk terechtkomen bij buitenlandse technologiebedrijven? Antwoord: De digitale infrastructuur vormt een sterk samenhangend ecosysteem, bestaande uit telecomnetwerken, (zee)kabels, datacenters, hosting, internet exchanges en cloudtoegang. Het is onlosmakelijk verbonden met ons dagelijks leven, denk aan video vergaderen, online bankieren en mobiel betalen, onze overheidszaken regelen en met veel gemak onze inkopen doen. In het onderwijs en de zorg is digitalisering niet meer weg te denken. Bedrijven kunnen opbloeien dankzij die hoogwaardige digitale infrastructuur. De meerwaarde van datacentra is dat ze een onlosmakelijk onderdeel zijn van de digitale infrastructuur, die een randvoorwaarde is voor toekomstige groei. In de veranderende mondiale context wordt het steeds belangrijker dat Nederland en de EU geopolitiek gezien op eigen benen kunnen staan. Het belang van digitale (open strategische) autonomie neemt steeds verder toe. In lijn met de motie El Boujdaini[voetnoot 4] verkent het kabinet daarom of en hoe bij de vergunningverlening voor datacentra het vergroten van Europees-autonome datacentercapaciteit kan worden gestimuleerd. De uitkomsten hiervan worden meegenomen in de geïntegreerde nationale aanpak datacenters, die naar verwachting dit najaar wordt gedeeld met uw Kamer. Ook op Europees niveau wordt hierop ingezet. De Europese Commissie heeft op 3 juni 2026 het Europese technologische soevereiniteitspakket gepresenteerd. Daarin is onder meer de voorgestelde Cloud and AI Development Act opgenomen, die de vergunningsprocedures voor de ontwikkeling van datacentra in de EU wil stroomlijnen. Hoeveel van de datacenters in Nederland komt ten goede aan de Nederlandse en Europese digitale autonomie? Antwoord: In essentie draagt elk datacentrum bij aan de digitale infrastructuur van Nederland. De digitale infrastructuur vormt in feite een sterk samenhangend ecosysteem, bestaande uit telecomnetwerken, (zee)kabels, datacenters, hosting, internet exchanges en cloudtoegang. Elk van die schakels is onmisbaar om burgers, bedrijven en de overheid met elkaar te verbinden via de digitale wereld. Deze onderdelen van de digitale infrastructuur moeten gezamenlijk goed functioneren om onze economie en samenleving draaiende te houden. Datacenters specifiek staan in verbinding met elkaar en elk datacenter bedient Nederlandse en Europese organisaties en burgers, als directe afnemer of eindgebruiker van de dienstverlening die draait in een datacentrum. Er is dan ook geen duidelijk en effectief onderscheid te maken tussen datacenters die expliciet wel en niet bijdragen aan de Nederlandse en/of Europese digitale autonomie – elk datacenter doet dat namelijk ten minste in enige mate. Dat neemt niet weg dat het in de veranderende mondiale context steeds belangrijker wordt dat Nederland en de EU geopolitiek gezien op eigen benen kunnen staan. Het belang van digitale (open strategische) autonomie neemt steeds verder toe. In lijn met de motie El Boujdaini[voetnoot 5] verkent het kabinet daarom of en hoe bij de vergunningverlening voor datacentra het vergroten van Europees-autonome datacentercapaciteit kan worden gestimuleerd. De uitkomsten hiervan worden meegenomen in de geïntegreerde nationale aanpak datacenters, die naar verwachting dit najaar wordt gedeeld met uw Kamer. Bent u het eens met de stelling dat er gezien de schaarse ruimte in Nederland geen ruimte moet zijn voor datacenters voor big-tech-bedrijven buiten Europa? Zo nee, waarom niet en ten koste waarvan mogen zulke big-tech-datacenters dan gaan volgens u? Antwoord: Het kabinet heeft zichzelf ten doel gesteld onze digitale open strategische autonomie te versterken, onder meer door het versterken van de concurrentiepositie van lokale aanbieders van digitale dienstverlening en het afbouwen van afhankelijkheden van niet-Europese aanbieders. Tegelijkertijd is het expliciet geen kabinetsambitie om de dienstverlening van niet-Europese aanbieders te weren van de Nederlandse markt. Nederland hecht waarde aan de aanwezigheid van buitenlandse technologiebedrijven en hun bijdrage aan de Nederlandse economie en digitale infrastructuur. Dat neemt niet weg dat het in de veranderende mondiale context steeds belangrijker wordt dat Nederland en de EU geopolitiek gezien op eigen benen kunnen staan. Het belang van digitale (open strategische) autonomie neemt steeds verder toe. In lijn met de motie El Boujdaini[voetnoot 6] verkent het kabinet daarom of en hoe bij de vergunningverlening voor datacentra het vergroten van Europees-autonome datacentercapaciteit kan worden gestimuleerd. De uitkomsten hiervan worden meegenomen in de geïntegreerde nationale aanpak datacenters, die naar verwachting dit najaar wordt gedeeld met uw Kamer. Bent u bereid om per direct een tijdelijk landelijk moratorium in te stellen op datacenters, totdat bindende landelijke wetgeving is vastgesteld over onder meer het directe en indirecte watergebruik, het energiegebruik, de belasting van het elektriciteitsnet en de gevolgen voor woningbouw en andere maatschappelijke functies? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Conform de aangenomen motie van het lid Grinwis c.s. onderzoekt het kabinet de komende periode of en welk aanvullend beleid nodig is om op toekomstige gevallen te sturen. De Kamer wordt hierover dit najaar geïnformeerd middels de Kamerbrief ‘Regie op datacenters’. Er wordt niet met beleidsacties vooruitgelopen op de uitkomsten van deze beleidsanalyses, via bijvoorbeeld een landelijk moratorium. Erkent u dat het maatschappelijk onaanvaardbaar is wanneer woningbouwprojecten door netcongestie vertragen of stilvallen, terwijl nieuwe energie-intensieve datacenters wel capaciteit kunnen krijgen en een datacenter al snel een capaciteit van 40 MW vraagt, wat in dezelfde ordergrootte is als 100.000 huishoudens? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het kabinet vindt het onwenselijk als woningbouw stagneert door een gebrek aan transportcapaciteit. In het coalitieakkoord is daarom opgenomen dat het aanpakken van de netcongestieproblemen de hoogste prioriteit heeft. Juist om deze afweging te borgen heeft de ACM in april 2024 een maatschappelijk prioriteringskader opgenomen in de Netcode elektriciteit voor het verdelen van transportcapaciteit in tijden van netcongestie. In de huidige situatie krijgt een transportverzoek voor woningbouw prioriteit en krijgen aansluitingen voor commerciële datacentra dat niet. Nieuwe aanvragen van datacentra krijgen dus geen voorrang, tenzij dat nodig is voor een vitale voorziening zoals een ziekenhuis. Wel geldt dat reeds gecontracteerde transportcapaciteit niet opnieuw kan worden verdeeld. Bij historische projecten is capaciteit soms gecontracteerd voordat congestie werd afgekondigd en een wachtrij werd ingesteld; die rechten kunnen niet worden ingetrokken ten behoeve van andere doeleinden. Hoeveel elektriciteit gebruikt het voorgenomen datacenter in Amsterdam naar verwachting maximaal, en hoeveel netcapaciteit is daarvoor nodig? Antwoord: Er is op rijksniveau op dit moment geen inzicht in het energiegebruik van individuele voorgenomen datacenterprojecten. Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 17 onderzoekt het kabinet de komende periode of en welk aanvullend beleid nodig is om op toekomstige gevallen te sturen. Deelt u de opvatting dat woningbouw, zorg, openbaar vervoer, verpleeghuizen, scholen en andere vitale maatschappelijke functies voorrang moeten hebben op commerciële datacenters bij de verdeling van schaarse netcapaciteit? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Ja. Dat is ook precies wat het prioriteringskader beoogt. De ACM heeft met dit kader op basis van criteria sectoren aangewezen die maatschappelijk van groot belang zijn, zoals scholen en ziekenhuizen. Grootverbruikers uit deze sectoren krijgen voorrang op de wachtrij bij het verkrijgen van transportcapaciteit wanneer deze beschikbaar is. Datacentra zijn niet in dit kader opgenomen en krijgen dan ook geen voorrang. Hiermee wordt voorkomen dat de elektriciteitsvraag van nieuwe datacentra ten koste gaat van woningbouw en andere maatschappelijk prioritaire sectoren. Waarom zijn datacenters niet als afzonderlijke categorie opgenomen in het prioriteringskader voor nieuwe aansluitingen op het elektriciteitsnet? Welke prioriteit krijgen datacenters precies op dit moment in het kader? Antwoord: Het prioriteringskader wijst geen sectoren aan, maar functies die een groot algemeen belang dienen. De ACM heeft daarbij getoetst of het uitblijven van extra transportcapaciteit leidt tot risico’s voor de nationale veiligheid, de continuïteit van belangrijke publieke diensten of het functioneren van de samenleving, of de activiteit een groot algemeen belang in Nederland dient, en of er binnen de Europese Unie geen realistisch alternatief beschikbaar is. Commerciële datacentra voldoen als functie niet aan deze criteria. De ACM heeft bij het toevoegen van functies bovendien terughoudendheid betracht, omdat een te breed kader zijn werking verliest. Die afbakening is ook nodig omdat het kader moet passen binnen het Europese beginsel van non-discriminatoire toegang tot het net. Datacentra hebben op dit moment geen prioriteit. Hun transportverzoek wordt behandeld in de reguliere wachtrij op volgorde van binnenkomst. In een congestiegebied kan aan deze verzoeken pas transportcapaciteit worden toegekend nadat de verzoeken met prioriteit zijn bediend en er capaciteit resteert. Staat er een evaluatie van dit prioriteringskader gepland, om te zien in hoeverre netbeheerder hierdoor maatschappelijke aspecten meewegen bij het verdelen van netcapaciteit? Zo nee, bent u bereid deze evaluatie alsnog te doen? Antwoord: Ja. De ACM heeft bij de vaststelling van het prioriteringskader aangegeven dit kader periodiek te evalueren. Het kader is sinds 1 januari 2026 verplicht. Daarnaast is binnen het Landelijk Actieprogramma Netcongestie afgesproken dat de werking en de effecten van de gewijzigde Netcode elektriciteit structureel worden gemonitord en geëvalueerd, met de ACM als trekker, in samenwerking met Netbeheer Nederland en in overleg met netgebruikers. Deze evaluatie kent een jaarlijkse cyclus. Gelet op het voorgaande ziet het kabinet geen aanleiding voor een aanvullende, afzonderlijke evaluatie. Het vaststellen en het evalueren van het prioriteringskader is een zelfstandige bevoegdheid van de ACM. Het kabinet betrekt de uitkomsten van deze evaluaties bij het beleid en informeert uw Kamer daarover via de reguliere voortgangsrapportage over de aanpak van netcongestie. Ook op Europees niveau loopt hier een spoor. Als onderdeel van het Europese technologische soevereiniteitspakket publiceerde de Europese Commissie op 3 juni 2026 de Strategic Roadmap for Digitalisation and AI in the Energy Sector. Deze routekaart gaat onder meer over de duurzame inpassing van datacentra in het energiesysteem en over het ontsluiten van vraagsturing. Onderdeel daarvan is de ontwikkeling van een Europees model voor afspraken tussen overheden, netbeheerders en datacenterexploitanten over aansluiting en flexibiliteit. Daarnaast onderzoekt het kabinet, zoals toegelicht in het antwoord op vraag 17, momenteel of en welk aanvullend beleid nodig is om richting de toekomst hierop te kunnen sturen. Bent u bereid wettelijk vast te leggen dat nieuwe datacenters geen aansluiting krijgen zolang daardoor capaciteit wordt verdrongen die nodig is voor woningbouw of andere maatschappelijke prioriteiten? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Nee. Het kabinet is niet voornemens een wettelijk aansluitverbod voor datacentra in te voeren. Een verbod dat zich uitsluitend richt op één type bedrijfsactiviteit verhoudt zich slecht tot de aansluit- en transporttaak van netbeheerders en tot het Europese beginsel van non-discriminatoire toegang tot het net. Verdringen van woningbouw en andere maatschappelijke prioriteiten wordt in congestiegebieden al voorkomen door dat prioriteringskader. Nieuwe datacentra krijgen daar geen voorrang. Er is per individueel transportverzoek niet objectief vast te stellen welke toekomstige maatschappelijke vraag daardoor precies zou worden verdrongen Zoals eerder aan uw Kamer gemeld onderzoekt het kabinet conform de motie Grinwis c.s. of en welk aanvullend beleid nodig is om op toekomstige gevallen te sturen. Dit onderzoek richt zich zowel op de huidige juridische criteria voor hyperscale datacentra. Uw Kamer wordt hierover dit najaar geïnformeerd. Bent u bereid een landelijke vergunningsvoorwaarde in te voeren waarin datacenters verplicht worden hun elektriciteitsvraag flexibel af te schakelen tijdens piekbelasting en netcongestie? Antwoord: Grote elektriciteitsverbruikers moeten hun vraag afstemmen op de ruimte die er op het net is. Op korte termijn stuurt het kabinet daarop via het energierecht, omdat die instrumenten er al zijn. Netbeheerders zijn verplicht om in congestiegebieden een non-firm aansluit- en transportovereenkomst aan te bieden. Daarnaast komen tijdsblokgebonden en tijdsduurgebonden transportrechten beschikbaar, kunnen grote verbruikers deelnemen aan congestiemanagement en prikkelen de nieuwe tijd- en gebruiksafhankelijke nettarieven tot het vermijden van piekbelasting. Welke mogelijkheden ziet u om datacenters verplicht te laten bijdragen aan netverzwaring, flexibiliteit, opslag en lokaal energiebeheer, zodat de kosten niet op huishoudens en andere gebruikers worden afgewenteld? Antwoord: Netbeheerders voeren een wettelijke taak uit, mogen daarbij geen onderscheid maken tussen afnemers en hun tarieven zijn gereguleerd. Conform de motie van het lid Grinwis c.s. onderzoekt het kabinet wel welke verdergaande voorwaarden aan datacentra kunnen worden gesteld om te borgen dat zij actief bijdragen aan het ontsluiten van flexibiliteit. Het kabinet informeert uw Kamer daarover dit najaar. Daarnaast zorgen de nieuwe tijd- en gebruiksafhankelijke tarieven ervoor dat piekbelasting zwaarder wordt belast en flexibiliteit financieel wordt beloond. Tot slot kunnen grootverbruikers hun netcapaciteit lokaal en gezamenlijk optimaliseren via instrumenten als congestiemanagement en energiehubs. Erkent u dat de gevolgen van datacenters voor drinkwater, elektriciteit, ruimte, warmte en klimaat het lokale belang overstijgen en daarom om landelijke regie vragen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het kabinet onderschrijft dat behoefte bestaat aan coördinatie en samenhang tussen overheden onderling en met marktpartijen ten aanzien van ambities en beleid rond datacentra. Die behoefte is ook vanuit uw Kamer geuit middels diverse moties.[voetnoot 7] Tegen die achtergrond wordt momenteel gewerkt aan een nationale geïntegreerde aanpak voor datacenters. Het kabinet verwacht uw Kamer in het najaar te informeren over deze geïntegreerde aanpak. Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen de daarvoor geldende termijn beantwoorden? Antwoord: Ja. 1) NRC, 16 augustus 2026, Nieuw Amerikaans datacenter in Amsterdam verbruikt veel meer drinkwater dan de bedoeling is. Overmacht, zegt de bouwer. Anders past het niet - NRC 2) Kamerstuk 26643, nr. 919 3) Kamerstuk 36800-XXIII, nr. 46 Datacenters & drinkwater: hoe zit dat in Nederland? - Drinkwaterplatform Kamerstuk 27625 nr. 671 Betreft Kamerstuk 36800-XXIII, nr. 46, evenals Kamerstuk 29023, nr. 580, Kamerstuk 29435, nr. 288 en Kamerstuk 26643, nr. 1523. Kamerstuk 26643, nr. 1523. Kamerstuk 26643, nr. 1523. Kamerstuk 26643, nr. 1523. Betreft de motie Grinwis c.s., evenals de motie Roodekerk, de motie Zalinyan en Grinwis en de motie El Boujdaini c.s..
Versie f55e47a0a26fab89f860b6b27b6bce15b4092f701c3d21b58b3a0885ae8e0686 · Officiële bron.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.