Geannoteerde Agenda Informele bijeenkomst van Milieuministers van 23 en 24 juli 2026
Brontekst
Versie 0263641c0edbc732 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-08MilieuraadNr. 1041 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT EN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENEGROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 juli 2026Hierbij sturen wij u, mede namens de Staatssecretaris van BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp en de Minister en de Staatssecretaris vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de geannoteerde agendavan de informele bijeenkomst van Milieuministers van 23 en 24 juli 2026in Ierland. Het kabinet neemt zich voor deel te nemen aan deze bijeen-komst. De inhoud van deze geannoteerde agenda geeft de meest recentestand van zaken weer, maar het Ierse voorzitterschap heeft nog geenachtergrondstukken gedeeld.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. BertramDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S. van Veldhoven-van der Meer kst-21501-08-1041ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10411 Geannoteerde agenda informele bijeenkomst van Milieuministers23 en 24 juli 2026 Het Ierse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie (hierna:Voorzitterschap) heeft een voorlopige agenda voor de informele bijeen-komst van Milieuministers van 23 en 24 juli (hierna: de informeleMilieuraad) gedeeld. Tijdens de Informele Milieuraad staan de volgendewerksessies geagendeerd:1)decarbonisatie en concurrentievermogen;2)Europa’s mondiale leiderschap op het gebied van milieu en partner-schappen – gedachtewisseling over de voorbereidingen op deConference of the Parties (COP)31 (klimaat) en COP17 (biodiversiteit);3)Gedachtewisseling over de link tussen circulaire economie enconcurrentievermogen.De achtergrondstukken zijn op het moment van schrijven nog niet gedeelddoor het Voorzitterschap. In lijn met de afspraken over de informatievoor-ziening aan de Kamer, ontvangt de Kamer hierbij daarom deze geanno-teerde agenda op hoofdlijnen.Decarbonisatie en concurrentievermogenHet Voorzitterschap organiseert een werksessie over Decarbonisatie enconcurrentievermogen. Dit onderdeel betreft de rol van verduurzaming alskernonderdeel van het EU-industriebeleid. Daarbij staat centraal hoeklimaatbeleid, innovatie en elektrificatie het industrieel concurrentiever-mogen kunnen versterken, met het oog op economische weerbaarheid,strategische autonomie en duurzame groei. De discussie richt zich op devraag hoe de Europese Unie (EU) koers kan houden richting klimaatneu-traliteit, terwijl investeringen en de verduurzaming van energie-intensievesectoren worden ondersteund in een steeds competitievere mondialeomgeving. Ook wordt besproken hoe stabiele beleidskaders kunnenbijdragen aan langetermijnzekerheid voor de industrie, snellere uitrol vanschone technologie en het behoud van verduurzaming als concurrentie-voordeel voor de Europese economie.Inzet NederlandHet is cruciaal dat de EU, ook na 2030, verduurzaming als versneller voorlange termijn concurrentievermogen en weerbaarheid blijft zien. Hiertoe ishet noodzakelijk de industriële transitie naar schone productieprocessente versnellen via het realiseren van een afzetmarkt voor schone producten.Allereerst draagt een voorspelbaar emissiereductiepad na 2030 bij aanlange termijn zekerheid dat investeren in de groene transitie loont en datde klimaatdoelen 2040 en 2050 op een kosteneffectieve manier kunnenworden behaald. De herziening van de ETS-richtlijn is een belangrijkegelegenheid om invulling te geven aan deze ambities, op een kosteneffec-tieve manier en met oog voor een gelijk speelveld. Anderzijds moeten derandvoorwaarden voor schone marktcreatie op orde zijn. Naast betaalbareenergie, verminderde regeldruk, Europees gelijk speelveld en hetproportioneel weren tegen oneerlijke concurrentie van derde landen, ishet vergroten van de vraag naar schone producten (vraagcreatie) vanbelang om voor industrieën een afzetmarkt voor deze producten terealiseren. In dit verband is de invulling en inrichting van de IndustrialAccelerator Act essentieel. Het kabinet pleit daarom onder andere in deRaad voor Concurrentievermogen voor meer ambitie op vraagcreatie,middels bijvoorbeeld duurzame productnormen en gerichte transitie-paden voor de energie-intensieve sectoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10412 KrachtenveldHet krachtenveld laat zich grofweg indelen in drie groepen. Enerzijds zijner lidstaten die het belang benadrukken van voortgang in de verduur-zaming van de EU. Anderzijds is er een groep lidstaten, die kritisch zijn ophet EU-klimaatbeleid wegens de (korte termijn) impact op de industrie enhuishoudens. Daarnaast is er een groep lidstaten die een middenpositieinnemen, waarbij verduurzaming gekoppeld wordt aan versterking vanhet verdienvermogen van de industrie. Daarbij geldt dat de posities tenaanzien van specifieke voorstellen, zoals het ETS en het overigepost-2030-klimaatbeleid, nog in ontwikkeling zijn.Europa’s mondiale leiderschap op het gebied van milieu enpartnerschappen – Gedachtewisseling over de voorbereidingen opCOP31 (klimaat) en COP17 (biodiversiteit)Tijdens de informele Milieuraad vindt ook een gedachtewisseling plaatsover de voorbereidingen op de VN-klimaatconferentie COP31, die innovember dit jaar plaatsvindt in Antalya, Turkije. Het voorzitterschap wilook kijken hoe deze voorbereiding kan helpen bij de voorbereiding van deVN-biodiversiteitsconferentie COP17.Deze COP vindt plaats in oktober inJervan, Armenië.Het Voorzitterschap schrijft hierover in de uitnodiging dat de EU in een tijdvan toenemende geopolitieke onzekerheid een centrale rol heeft te spelenom internationale samenwerking door te zetten, partnerschappen teversterken, en ambitie voor zowel klimaat als biodiversiteit te behouden.De gedachtewisseling bouwt verder op de informele bijeenkomst vanMilieuministers op 5–6 februari1, op de uitwisselingen tijdens deMilieuraad van 17 maart2 en de Milieuraad van 25 juni jl., waar klimaatmi-nisters hebben gesproken over de inzet in internationale klimaatprocessenen over mondiale milieudiplomatie.Inzet NederlandGezien de steeds zichtbaar wordende effecten, en omvang van uitda-gingen op het terrein van biodiversiteitsverlies, klimaatverandering enmilieuvervuiling wereldwijd, en de steeds meer zichtbaar wordendeeffecten, is het van belang dat de EU blijft investeren in effectievemultilaterale samenwerking. Daar hoort bij dat de EU zich tijdig voorbe-reidt op de COPs.Nederland maakt zich hierbij sterk voor inzet op zogenoemde coalitions ofthe willing, vooral daar waar voortgang op multilateraal niveau moeizaamis. Een vroegtijdige, open dialoog kan mogelijkheden voor landingszonesin de onderhandelingen tijdig helpen identificeren.Bij de jaarlijkse Verenigde Naties (VN)-klimaatconferentie is de nadrukmeer en meer komen te liggen op implementatie van de gemaakteafspraken. Dit is ook het geval bij de VN-biodiversiteitsconferentie.Daarmee groeit ook het belang van (vrijwillige) initiatieven om multila-terale afspraken zo snel mogelijk te helpen realiseren, en wereldwijdeweerbaarheid tegen klimaatverandering te versterken. Het kabinetverwelkomt deze verbreding en zal dit ook uitdragen bij de informelebijeenkomst in Ierland. Nederland heeft met de recente conferentie overde transitie weg van fossiele brandstoffen samen met Colombia hetvoortouw genomen om dergelijke implementatie verder te brengen.Nederland zal verder het belang benadrukken van concrete stappen om1Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-08, nr. 10252Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-08, nr. 1030Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10413 wereldwijd weg te bewegen van fossiele brandstoffen en om ontbossingte stoppen. Ook zal Nederland vragen om betere coördinatie van deEU-inzet op de zogenaamde actie agenda, zodat daarin meer focusontstaat op initiatieven die leiden tot concrete uitkomsten voor demondiale klimaattransitie.Tot slot acht het kabinet het in een verschuivend geopolitiek krachtenveldvan belang dat de EU inzet op nieuwe samenwerkingsvormen, zoalsstrategische partnerschappen en coalities van gelijkgezinde landen. De EUen haar lidstaten dienen zich te positioneren als betrouwbare en stabielesamenwerkingspartner om op wetenschap gebaseerde maatregelen tebevorderen, ook door voortvarende implementatie van Europees klimaat-en biodiversiteitsbeleid. Tevens acht het kabinet het hierbij van belang datde EU haar diplomatieke inzet op het terrein van klimaat, biodiversiteit énvervuiling integreert in verschillende beleidsterreinen, en daarbij effectiefgebruik maakt van de externe beleidsinstrumenten van de EU. Het kabinetzet blijvend in op versterking van die rol en duidelijk Europees leider-schap, ook in aanloop naar het Nederlandse EU-voorzitterschap in detweede helft van 2029.KrachtenveldEr is brede steun binnen de EU voor sterk Europees leiderschap tijdens deCOPs voor klimaat en voor biodiversiteit. De Europese rol als bruggen-bouwer tussen ontwikkelde landen en ontwikkelende landen wordtdoorgaans gezien als een belangrijke factor in de wereldwijde consensusdie nodig is voor besluiten tijdens de COP. Lidstaten zijn het ook metelkaar eens dat voor effectief multilateralisme diversiteit aan partnersbelangrijk is, waarbij niet alleen wordt samengewerkt met gelijkgestemdelanden maar ook het contact wordt versterkt met landen die anderestandpunten innemen dan de EU.Tegelijkertijd verschillen lidstaten in accenten en prioriteiten. Sommigelidstaten leggen eerder nadruk op het vaststellen van ambitieuze doelenen internationale mijlpalen, terwijl andere meer gewicht toekennen aanuitvoerbaarheid, nationale beleidsruimte en economische impact. Inalgemene zin benadrukken veel lidstaten dat implementatie van eerderovereengekomen besluiten centraal moet staan in de EU-inzet, en dat deEU zelf helder moet communiceren over de door de EU beoogde enbehaalde resultaten.Circulaire economieTijdens de informele Milieuraad van 23 en 24 juli zullen lidstaten onderleiding van het voorzitterschap met elkaar in gesprek gaan over de linktussen het circulaire economiebeleid binnen de EU en het effect daarvanop de weerbaarheid van Europa. Stilgestaan zal worden bij hoe circula-riteit bij kan dragen aan Europa’s concurrentievermogen, Europa mindervatbaar kan maken voor externe schokken en zodoende Europa’sstrategische autonomie kan versterken.Inzet NederlandHet kabinet onderschrijft de wezenlijke bijdrage die een circulaireeconomie kan leveren aan het concurrentievermogen en de strategischeautonomie van Europa3. Een duurzamer gebruik van primaire grond-stoffen vermindert bijvoorbeeld onze grondstoffenafhankelijkheid,3Zie bijv. ook Kamerbrief «Versterking voor een circulaire economie» van 25 juni jl. Kamerstuknr. 32 852-406Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10414 stimuleert innovatie, en maakt Europa minder vatbaar voor prijsschom-melingen van primaire grondstoffen. Door maatregelen op Europeesniveau te treffen, creëren we bovendien een gelijk speelveld voorondernemers binnen de Unie.Voor deze transitie naar een circulaire economie zijn krachtig en effectiefEuropees beleid en wetgeving essentieel. Daarbij is het van belang datEuropa optimaal gebruikmaakt van de kracht van de Europese internemarkt. Nederland kijkt daarom uit naar de aangekondigde CircularEconomy Act (CEA), die een belangrijk instrument moet vormen voor hetversnellen van de circulaire transitie. De Kamer is eerder al geïnformeerdover de Nederlandse inzet voor de CEA4. De CEA op zichzelf vormttegelijkertijd slechts een onderdeel van het instrumentarium om detransitie te maken, en zal gecomplementeerd moeten worden metbijvoorbeeld een snelle en ambitieuze uitrol van Europees productbeleid.De afgelopen jaren is hiervoor reeds belangrijke wetgeving aangenomen,zoals de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR). Het isbelangrijk dat de uitwerking en implementatie hiervan onverminderddoorgaat. Daarnaast is het belangrijk dat ook de juiste randvoorwaardenworden gecreëerd, zoals verbeterde financiering van en voor circulariteit,toegang tot de juiste informatie voor consumenten, en de naleving vaninternationale verplichtingen, ook bij het adresseren van handelsprak-tijken die mogelijk de circulaire transitie belemmeren.KrachtenveldOver het algemeen is er veel steun voor de transitie naar een circulaireeconomie, waarbij de noodzaak van de transitie voor zowel het Europeseconcurrentievermogen en strategische autonomie, als voor de milieu-,klimaat- en biodiversiteitstransities wordt benadrukt. Wel verschillen delidstaten (aanzienlijk) in hun wensen welke EU-maatregelen hiervooringezet moeten worden, alsook de mate van ambitie daarbij.4Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-08, nr. 1009.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10415
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.