KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 26 juni 2025, over EU-actieplannen Israël en Palestijnse Gebieden

18 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4d4e86cdc7ae7078 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202523 432De situatie in het Midden-OostenNr. 568 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 18 juli 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, de vaste commissie voorEuropese Zaken en de vaste commissie voor Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp hebben op 26 juni 2025 overleg gevoerd met de heerVeldkamp, Minister van Buitenlandse Zaken, over:–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 12 mei2025 inzake humanitaire situatie in de Gazastrook en multila-terale ontwikkelingen ten aanzien van Israël en de Palestijnsegebieden (Kamerstuk 23 432, nr. 561);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 26 juni2025 inzake verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van23 juni 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3180).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,KlaverDe voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van der PlasDe voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp,A. de VriesDe griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,Westerhoff kst-23432-568ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 5681 Voorzitter: KlaverGriffier: WesterhoffAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Bikker, Boswijk,Van der Burg, Dassen, Dobbe, Hirsch, Kahraman, Klaver, Paternotte enStoffer,en de heer Veldkamp, Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 15.01 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Ik open de vergadering van de vaste commissie voorBuitenlandse Zaken. Aan de orde is een commissiedebat over hetEU-actieplan Israël en Palestijnse gebieden. Welkom aan de Minister. Ikdenk dat ik namens de commissie wel mag zeggen: van harte gefeliciteerdmet de organisatie van een zeer succesvolle top. Alle aanwezige parle-mentariërs van NAVO-landen die wij hebben gesproken, waren vol lofover de organisatie van dit evenement. Geeft u dat vooral door aan allemensen op uw departement die dat hebben gedaan.We hebben nog een paar andere mededelingen. De eerste is dat de heerDe Roon zich heeft afgemeld wegens familieomstandigheden. MevrouwHirsch moet vanwege buitenlandse verplichtingen het debat een halfuureerder verlaten.Dat gezegd hebbende: u heeft vier minuten spreektijd. Die hoeft u niethelemaal op te maken. U heeft drie interrupties; onder de 30 seconden telik ze niet mee. Maakt u het heel bont en duren ze heel lang, dan tellen weze dubbel. Ik wens u een fijn debat. Meneer Paternotte, u mag als eerste.De heer Paternotte (D66):Voorzitter. Het gaat over het EU-Israël-actieplan, dat al een halfjaarverlopen is, en over de vraag is of we dat nu nog gaan verlengen.Daarmee gaat het natuurlijk over Gaza en ik moet eerlijk zeggen dat ikeigenlijk niet echt meer weet waar ik bij dit soort debatten nou moetbeginnen. Het gaat eigenlijk over de vraag wat wij doen als eenbondgenoot van ons mensen doodschiet die in de rij staan om voedsel tehalen. De Verenigde Naties stelden dat wanhopige, hongerige mensen inGaza voor een onmenselijke keuze blijven staan: verhongeren of het risicolopen te worden gedood bij een poging om aan voedsel te komen.Inmiddels is het leed zo groot dat de dood voor sommige Palestijnen eensoort verlossing uit hun lijden is.Voorzitter. Toch staan we weer stil. Acht weken geleden waren zo’n 3.000Gazanen nog niet gedood. Toen was er ook uithongering; Gaza wasvolgens de VN de meest uitgehongerde plek van de wereld. En toen kwam«the Caspar proposal»: het idee om te gaan onderzoeken of Israël zicheigenlijk wel houdt aan het EU-Israël-verdrag, het associatieakkoord. Datakkoord vraagt ons om ons samen in te zetten voor de mensenrechten.Nu zijn we twee maanden verder en heeft de Europese Commissie ookvastgesteld dat Israël zich schuldig maakt aan schending van dat verdrag.Vorige week hadden we een debat met premier Schoof en deze Minister.Allebei zeiden ze: als die schending wordt vastgesteld, dan kan dat nietzonder consequenties blijven. Wat is er nu maandag uit gekomen? DeEuropese Unie «gaat de dialoog aan» met de regering van Israël en gaatde uitkomsten van het onderzoek met haar delen. Is dat wat de Ministerbedoelde met «het kan niet zonder consequenties blijven»? De dialoog;een gesprek... Is er echt iemand die na anderhalf jaar van oproepen,verzoeken, telefoontjes en bezoeken denkt dat een gesprek nu iets gaatbereiken bij Netanyahu?Voorzitter. Ik moet zeggen dat ik me zelf ook best wel bekocht voel, want ikheb acht weken geleden in het debat zelf ook gezegd dat het niet niks isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 5682 dat de Minister de Europese Unie achter dit onderzoek kreeg. Maar ikmoet nu constateren dat dit de grootste schotel gebakken lucht was die ikooit hier in de Tweede Kamer gezien heb.Ik heb een hele simpele vraag. We kunnen deze Minister niet afrekenen ophet al dan niet verkrijgen van een meerderheid voor een voorstel voorsancties. We kunnen hem alleen aanspreken op zijn inzet, op wat hij zelfvoorstelt. Wat was de inzet van Nederland afgelopen maandag? Ik lees dieniet in de stukken. Pleitte Nederland maandag voor consequenties, vooropschorting van de handelsvoordelen voor Israël? Ja of nee? Datantwoord weegt voor mijn fractie zwaar, want als de premier en deMinister vorige week allebei zeiden dat grove schendingen van mensen-rechten door Israël wat Nederland betreft niet zonder consequentieskunnen blijven, dan mogen dat geen loze woorden zijn. Anders tast hetonze geloofwaardigheid direct aan.Heb ik nog tijd, voorzitter?De voorzitter:Ja, u heeft nog tijd.De heer Paternotte (D66):Dan zou ik nog een paar vragen willen stellen, niet over Gaza, maar overde situatie op de Westbank. We zien dat door de strijd tussen Iran en Israëlvan de afgelopen twee weken de situatie behoorlijk naar de achtergrond isgedrukt, maar op de Westbank is er door operatie Iron Wall al sindsjanuari een situatie waarin tienduizenden Palestijnen zijn verdreven. Inmei zijn er nog 22 nieuwe nederzettingen aangekondigd door deextreemrechtse Ministers Smotrich en Katz, in de woorden van Katz «omhet historische recht op Israëlisch land te verankeren en het Palestijnseterrorisme te verpletteren». Een volledige annexatie van de Westbank lijktophanden. Er worden steeds meer Palestijnse dorpen afgebrand ofgesloopt, en de bevolking wordt verdreven. Het kabinet zet zich in voorhet sanctioneren van gewelddadige kolonisten, maar dat is inmiddels welecht een druppel op een plaat met een uitslaande brand. Kan de Ministertoezeggen zich in te zetten voor het sanctioneren van alle kolonisten diebijdragen aan het verdrijven van Palestijnen, en niet alleen als is vastge-steld dat ze geweld plegen?De voorzitter:Ga uw gang, meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter. Terwijl de vernietiging van Gaza al meer dan 600 dagen duurt,heeft de EU vrijwel niks tegen Israël gedaan. De EU weigert ook om hetEU-associatieverdrag buiten werking te stellen, zo weten we sinds enkeledagen. Je kan maar één richting op met het associatieverdrag met Israël:richting de shredder. Je kunt namelijk geen handelsvoordelen geven aaneen staat die oorlogsmisdaden en genocide pleegt. Toch zegt dezeMinister dat hij het onderzoeksrapport liever gebruikt als aanleiding omweer gesprekken met Israël te voeren in plaats van het associatieverdraggewoon per direct te ontbinden.Israël pleegt genocide. Israël pleegt genocide. En dan wil je verder praten?Hou nou eens op met dat praten, zeg ik tegen de Minister. Zelfs de EUerkent dat alle oproepjes richting Israël tot nu toe tot niets hebben geleid.Waarom gaat deze Minister dan weer praten, terwijl Palestijnen verhon-geren? Snapt hij dat zonder onmiddellijke actie Gaza uit zal groeien toteen van de grootste door mensen veroorzaakte rampen ooit? Snapt hij datde Palestijnen blijven sterven en verhongeren als niemand ingrijpt? Snapthij dat hij, als hij niks doet, ook medeplichtig is aan het niet voorkomenvan de Israëlische uitroeiing van de Palestijnen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 5683 Voorzitter. Dat er vandaag ook nog gesproken wordt over een eventueelactieplan met Israël is echt onbegrijpelijk. Dat plan dateert uit 2005 en gaatonder meer over samenwerking en over het eerbiedigen van mensen-rechten en humanitair oorlogsrecht. Maar sinds 2005 is de situatie van dePalestijnen jaar na jaar alleen maar verslechterd. Dat plan is niets meerdan een dekmantel voor de Israëlische misdaden tegen de Palestijnen.Waarom kan de Minister niet zeggen dat dat plan gewoon nooit meervormgegeven moet worden en nooit verlengd moet worden?Wat DENK betreft hoort er maar één plan te zijn, namelijk een actieplanom de staat Israël, als apartheidsstaat, als bezettingsstaat, te ontmantelen.Het is nooit een geheim geweest dat Israël alleen kon bestaan alsPalestina met geweld gekoloniseerd zou worden. Het is nooit een geheimgeweest dat zionisten de verdrijving en de vernietiging van de bevolkingvan Palestina wensten. Het is ook nooit een geheim geweest dat Pales-tijnen al sinds 1948 massaal van huizen worden bestolen en van hun landworden verdreven, dat hun kinderen worden vermoord en dat mannenzonder proces verdwijnen. Het maakt niet uit of we naar 1948, 1967 of2025 kijken: het zionistische misdadige koloniale project dat Israël heet, iseen constante bron van dood en verderf.De voorzitter:Meneer Van Baarle, ik onderbreek u even, want er is een interruptie vande heer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):De heer Van Baarle gebruikt hele grote woorden, woorden die ik niet inmijn mond zou willen nemen. De heer Van Baarle heeft eerder in hetdebat ook gezegd: het bestaansrecht van Israël erken ik niet meer. Wijstaan voor de tweestatenoplossing. Wil de heer Van Baarle met zijnbetoog zeggen dat Israël geen bestaansrecht meer heeft?De heer Van Baarle (DENK):Wat mij betreft is Israël een koloniaal project dat op basis van geweldgevestigd is. Tijdens de Nakba zijn minimaal 750.000 mensen verdreven.Er zijn Palestijnen vermoord. Israël is gevestigd op basis van geweld,zonder de bevolking die daar woonde, de Palestijnen, ook maar iets tevragen. Zo’n staat heeft dan geen bestaansrecht. Zo’n staat is dangevestigd op basis van bloed. Wat ons betreft moeten we zo’n staat danook ontmantelen, ten gunste van een staatsbestel waarin iedereen gelijkerechten heeft: moslims, joden, christenen, wie dan ook.De voorzitter:Voordat ik het woord aan de heer Kahraman geef ... Ik wil niet proberenom de spelregels tijdens het debat aan te passen. Ik heb gezegd dat wedrie interrupties doen, maar toen ik dit zei, was deze commissie nog dehelft kleiner. We hebben drie uur voor dit debat, dus dat gaan we nietredden. Dat is niks persoonlijks, mevrouw Bikker, maar ik ga het tochbeperken tot twee interrupties, en ik reken met interrupties onder detwintig seconden. Anders ben ik bang dat we dit debat niet klaarkrijgenbinnen de gestelde tijd.De heer Kahraman (NSC):Ja, kort, voorzitter. Israël is gesticht door een resolutie van de VN, waarinIsraël dat erkend heeft en de Palestijnen niet. Nu beweert de heer VanBaarle echt dingen die totaal uit de context zijn. Ik laat het hier maar bij. Ikhoor dat de heer Van Baarle zegt: ik erken de staat Israël niet.De voorzitter:Ik hoorde geen vraag, meneer Van Baarle.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 5684 De heer Van Baarle (DENK):Ik zou daar toch wel op willen reageren. Wat de heer Kahraman zegt,klopt. Alleen is aan de Palestijnen nooit wat gevraagd. Aan de Palestijnenis destijds niet gevraagd wat zij vonden van wat met name de westersewereld als plan over hen heen stortte. Israël is gevestigd op basis vangeweld, op basis van kolonialisme, op basis van onderdrukking. Hetbeleid van Israël is apartheid en onderdrukking. Het beleid van Israël isillegale annexatie. Zo’n staatsbestel moet, net als we bij Zuid-Afrikahebben gedaan, ontmanteld worden.De voorzitter:Meneer Van Baarle, voldoende. Gaat u verder met uw bijdrage.De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter. In Europa, waar iedereen de mond vol heeft van mensen-rechten, wordt Israël blind gesteund. Europa ligt namelijk in de knoop methaar eigen eeuwenlange vervolging van de Joden, culminerend in deHolocaust, toen onschuldige burgers aan de nazi’s werden uitgeleverd.Dat verleden is verschrikkelijk, onmenselijk, laf en schandalig. Maar het isnog laffer om de Palestijnen daar de prijs voor te laten betalen. Palestijnenzijn niet verantwoordelijk voor Europese misdaden. De Israëlischestraffeloosheid richting de Palestijnen kan, mag en zal daarom ook nietvoortduren. Palestina zal weer vrij zijn en zal ruimte bieden voor iedereen:joden, moslims en christenen, die in gelijke rechten met elkaarsamenleven.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Baarle. U bent door uw tijd heen.De heer Stoffer (SGP):Ik hoor de heer Van Baarle een heleboel dingen zeggen waar wij hetcompleet mee oneens zijn. Sterker nog, ik vind een heel aantal dingen diehij zegt verschrikkelijk. Ik ben blij dat hij over de periode van 80 jaargeleden in ieder geval heldere uitspraken doet. Ik heb toch een vraag. Alshij het telkens over Nakba heeft, ziet hij dan ook hoeveel Joden uit landenin het Midden-Oosten naar Israël toe gedreven zijn? In het Midden-Oostenheb je niet alleen een aantal Palestijnen die misschien discussie hebbenover grondgebruik en grondbezit en ga zo maar door. Er zijn minstens zoveel Joden uit allerlei landen in het Midden-Oosten naar Israël toegedreven. Ziet hij dat dit op dat gebied ook heel indrukwekkend en grootgeweest is?De voorzitter:Meneer Van Baarle, een kort antwoord graag.De heer Van Baarle (DENK):Ik ben deze afleidingstactieken zo zat. We hebben het vandaag over Israël.Israël staat op de agenda. We hebben het over de misdaden van hetIsraëlische criminele regime. En dan vraagt de heer Stoffer mij naarsituaties in andere landen om de aandacht af te leiden van het feit datIsraël vandaag een genocide pleegt en dat Israël is gevestigd op bloed, opverdrijving en op etnische zuivering. Dat is waar we het vandaag overhebben. Daar mag de heer Stoffer de aandacht niet van afleiden metopzichtige trucjes.De voorzitter:Helder.De heer Stoffer (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 5685 Voorzitter, ik zou bijna een persoonlijk feit willen maken, maar ik weet datwe deze zaal over drie uur alweer uit moeten zijn. Maar één ding. De heerVan Baarle heeft het telkens over genocide. Dat is heel prachtig, maar wehebben hier ook een bijeenkomst gehad met een aantal juristen. Het isnergens op gebaseerd. Israël pleegt geen genocide. Als er één is diegenocide zou willen plegen, dan zijn dat Hamas, Hezbollah en Iran. Diewillen niets anders dan Israël vernietigen.Mijn vraag is of de heer Van Baarle hetzelfde wil. Wil hij Israël van de kaartvegen en vernietigen, zodat er nergens meer een land is ter wereld waarJoden eindelijk veilig kunnen rondlopen en leven? Als ik zie wat er in deachterban van de heer Van Baarle gebeurt, zijn ze hier in Nederland zolangzamerhand niet veilig meer. Het enige land waar ze nog veilig naartoekunnen is daar. Wil hij dat land nu van de kaart vegen?De heer Van Baarle (DENK):Ik wil een criminele regering die een genocide pleegt, ontmantelen. Heeftde heer Stoffer de hitserij niet gezien van Israëlische bewindspersonen dieaangeven dat de Palestijnen verdreven moeten worden en dat heel Gazaverantwoordelijk is voor misdaden, in hun woorden? Heeft de heer Stofferniet gezien dat er meer dan 50.000 mensen zijn vermoord?De voorzitter:Meneer Van Baarle ...De heer Van Baarle (DENK):Heeft de heer Stoffer niet gezien ... Mag ik antwoorden?De voorzitter:Zeker. U mag antwoorden, maar ik heb u gevraagd om kort teantwoorden. Dat zal ik bij iedereen doen overigens. U stelt nu vragenterug aan de heer Stoffer, maar hij heeft de kans niet om daar straks op tereageren. Daarom grijp ik nu in. U mag uw antwoord aan de heer Stofferafronden en daarna gaan we verder.De heer Van Baarle (DENK):Ik constateer dat de heer Stoffer geen oog heeft voor het feit dat deIsraëliërs oorlogshitsers zijn. Ik constateer dat de heer Stoffer geen oogheeft voor de minimaal 50.000 mensen die zijn vermoord. Ik constateerdat de heer Stoffer geen oog heeft voor het feit dat zo’n beetje allevoorzieningen op basis waarvan mensen in Gaza überhaupt nog kunnenleven, de ziekenhuizen, de bakkerijen, totaal vernietigd zijn. En daar ismaar één woord voor: ge-no-cide. Ge-no-cide.De voorzitter:Klaar. Meneer Stoffer, het woord is aan u voor uw bijdrage.De heer Stoffer (SGP):Voorzitter. De oorlog in Gaza brengt onnoemelijk veel leed. En terwijl wede menselijke tragedie voelen, mogen we niet voorbijgaan aan het rechtvan Israël om zich tegen terreur te verdedigen en te vechten voor heteigen voortbestaan. Deze paradox maakt het debat over associatieak-koorden moeilijk, maar ook heel belangrijk.Ik wil eerst stilstaan bij Israël. De SGP hecht veel waarde aan hetassociatieakkoord met Israël, want de banden tussen Europa en Israël zijnsterk. In een regio vol vijanden, zoals Iran, Hezbollah, Hamas et cetera, ishet cruciaal dat Israël op betrouwbare vrienden kan rekenen.Dit akkoord is een breed en langdurig instrument en niet een knop die jezomaar aan of uit kunt zetten. De SGP was daarom ook tegen het besluitom een onderzoek te starten naar de naleving van artikel 2. Het onderzoekdat er nu ligt, stelt teleur. Het is grotendeels gebaseerd op secundaireTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 5686 bronnen, waaronder de VN, en daarnaast is het een strikt juridischebeoordeling, die losstaat van de bredere werkelijkheid.Dit onderzoek laat vier essentiële punten onbenoemd. Ik som ze op. Deaanleiding voor de oorlog: de brute aanval op 7 oktober 2023 met 1.200vermoorde Israëliërs en 250 gegijzelden op één dag. De aard van devijand: Hamas is een nietsontziende terreurbeweging die zich bewustachter burgers verschuilt. De illusie dat er zoiets bestaat als een netteoorlog tegen terreur in een dichtbevolkt stedelijk gebied. De werkelijkeweg naar vrede: de terugkeer van alle gijzelaars en het einde van Hamas.De vraagstelling van het onderzoek stuurt het resultaat al in een bepaalderichting. Hamas wordt nauwelijks genoemd, terwijl de volledige verant-woordelijkheid bij Israël wordt gelegd. Daarmee is het onderzoek nietobjectief, maar een politiek instrument geworden. Dit onderzoek komt opeen uiterst ongelukkig moment. De oorlog met Hamas is in volle gang, degijzelaars zitten nog altijd vast en er worden opnieuw rakketten afgevuurdvanuit Teheran. In plaats van Israël voortdurend te bekritiseren, zoudenwe nu juist pal achter Israël moeten staan. Kan de Minister toezeggen dathij het verlengen van het associatieakkoord niet zal blokkeren zolang ernog gijzelaars in Gaza vastzitten?De EU moet geen overhaaste conclusies trekken op basis van dit rapport.De opeenstapeling van eenzijdige maatregelen tegen Israël iszorgwekkend. Sommige voorstellen, handelsboycots, wapenembargo’s,sancties, het opzeggen van verdragen, maken het alleen maar erger. Hetmorele dieptepunt was de motie-Piri vorige week. Midden in eenrakkettenregen wil deze motie het verdedigingsschild voor onschuldigeburgers verzwakken. Dat betekent in feite het accepteren van burgerdodenvoor politiek gewin. Dat kunnen en mogen we niet laten gebeuren.Dan het andere actieplan, dat met de Palestijnse Autoriteit. Zij wordtbeloond voor continu falen. De Palestijnse leiding en de Palestijnseterreurgroepen zijn de grootste vijand van hun eigen toekomst. DePalestijnse Autoriteit zou de meest gematigde zijn, maar is eveneenscompleet ongeschikt. De haat en het antisemitisme in de schoolboekenblijft een probleem. Als SGP benoemen we dat ook al vele jaren. Na veelbeterschap beloven, staat inmiddels het verheerlijken van 7 oktober in deschoolboeken voor Palestijnse kinderen. De holle beloftes van democra-tische hervormingen klinken steeds weer, maar na twintig jaar en eenvierjarig presidentschap van Abbas is dit lastig vol te houden. Hoegeloofwaardig acht de Minister de beloofde hervormingen? Welkehervormingen zijn afgelopen jaar bereikt en bestendig gebleken?Voorzitter. De diplomatieke taal klinkt mooi, optimistisch en ook best naïef.Maar ondertussen snijden we Israël en onszelf in de vingers. De conclusielijkt me helder: verleng het akkoord met Israël en spreek Israël aan opfouten, waar nodig, en verleng het akkoord met de Palestijnse Autoriteitniet, tenzij zij minder terreur aanwakkert en iets positiefs gaat opbouwen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Keurig binnen de tijd. Meneer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Voorzitter. Vandaag spreken we over EU-actieplannen met Israël en dePalestijnse gebieden. Dit is overduidelijk een onderwerp met grote moreleen politieke lading, want terwijl wij hier debatteren, voltrekt zich in Gazaeen humanitaire ramp: tienduizenden doden, miljoenen ontheemden enhulp die wordt tegengehouden.De vraag is niet alleen of we de relatie met Israël en de PalestijnseAutoriteit willen voortzetten, maar vooral onder welke voorwaarden. Zijnwe als Europa en Nederland bereid om consequenties te trekken? Zo ja,welke? Het CDA vindt dat veiligheid en rechtvaardigheid hand in handmoeten gaan. Israël heeft na de gruwelijke aanslag van 7 oktober hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 5687 volste recht zichzelf te verdedigen tegen terreurorganisaties zoals Hamas,maar dat recht is niet onbegrensd. Wat we nu zien, collectieve bestraffing,uithongering, aanvallen op hulpverleners, ondermijnt niet alleen deveiligheid van de Palestijnen, maar uiteindelijk ook die van de inwonersvan Israël zelf. Voor het CDA zijn er vier zorgpunten. Allereerst deschending van het humanitaire oorlogsrecht. De blokkade van humani-taire hulp aan Gaza sinds maart 2025 is ontoelaatbaar. De Israëlischeambassadeur is ontboden en Nederland heeft de EU opgeroepen tot eenevaluatie van het associatieverdrag met Israël. Ik vraag de Minister welkeconcrete acties uit deze evaluatie volgen. Gaat de Minister nu pleiten omhet associatieverdrag daadwerkelijk op te schorten? Ik sluit me aan bij deverbazing geuit door collega Paternotte.Voorzitter. Tegelijk moeten we ook terreurorganisaties als Hamas hardblijven aanpakken. We moeten alles op alles zetten om de gijzelaars vrij telaten komen. Hamas mag daarnaast geen enkele rol spelen in de toekomstvan Gaza. Ik denk dat de Minister het daarmee eens is. Maar heeft deMinister een idee wie dan wel de gesprekspartner moet zijn in gesprekkenover de toekomst van Gaza?Ten tweede de uitbreiding van illegale nederzettingen op de WestelijkeJordaanoever. De Israëlische regering gedoogt deze kolonisten en steuntze in sommige gevallen ook. Dat is in strijd met het internationaal recht.We hebben daarom eerder al mede een motie ingediend die oproept totsancties tegen personen en organisaties die betrokken zijn bij dezepraktijken. Hoe staat het met de uitvoering van deze motie?Ten derde.De voorzitter:Meneer Boswijk, op uw vorige punt heeft de heer Paternotte eeninterruptie.De heer Paternotte (D66):Helemaal eens met de heer Boswijk over het aanpakken van terreurorga-nisaties als Hamas. Maar welke conclusie zou de heer Boswijk zelf willenverbinden aan dat onderzoek naar het associatieverdrag?De heer Boswijk (CDA):Dat is een vraag naar de bekende weg, als u het mij vraagt. Wij hebben demotie-Paternotte gesteund, die voor het direct opschorten pleit, omdatvoor ons duidelijk is dat er sprake is van schending van het humanitairrecht. Wij hebben daar eerder zelf ook moties over ingediend. Wij delende verbazing dat het inderdaad ook nu is geconcludeerd, maar dat er tochniet wordt doorgepakt. En dat ondermijnt uiteindelijk de positie vanEuropa zelf.De voorzitter:Helder. Gaat u verder.De heer Boswijk (CDA):Nou, dat is precies het derde punt dat ik wilde maken. Het risico datEU-actieplannen hun geloofwaardigheid gaan verliezen. Door actie-plannen zonder zicht op naleving stilzwijgend te verlengen, dreigen we alsEuropa onze onderhandelingspositie te ondergraven. Nederland heeftterecht zijn veto ingezet tegen automatische verlenging. Maar wat is hetplan nu? Gaat het kabinet in Brussel pleiten voor heronderhandeling?Ten vierde de dubbele maat. Nederland spreekt Rusland terecht met hardewoorden aan op mensenrechtenschendingen. Het is verder wel opvallendstil als het om Israël gaat. Dat is niet vol te houden. We kunnen nietlukraak blijven shoppen in het internationaal recht. Graag een reflectie vande Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 5688 Voorzitter. Of de recente aanval van Israël op Iran gerechtvaardigd is,vinden wij als kleine fractie moeilijk te beoordelen. Kan de Ministeraangeven hoe de regering hier inmiddels naar kijkt?Ten slotte. Het CDA gelooft in een internationale rechtsorde die iedereenbindt, ook, en misschien wel juist, onze bondgenoten. De Israëlischeregering houdt zich hier, wat ons betreft, duidelijk niet aan in Gaza, en ookniet op de Westelijke Jordaanoever. Er zijn veel middelen waarmeeNederland en Europa de regering van Netanyahu verder onder druk zoukunnen zetten, zoals persoonsgerichte maatregelen, het opschorten vanhet associatieverdrag of zelfs het instellen van economische sancties.We moeten alleen tegelijkertijd uitkijken dat we niet doorschieten.Oproepen doen voor maatregelen waardoor de gewone bevolking vanIsraël nog meer gevaar gaat lopen, is wat ons betreft duidelijk een brug tever. Het conflict lijkt uitzichtloos, maar juist dan is standvastigheid nodig.Het CDA staat voor gerechtigheid en veiligheid van alle burgers vanNederland en de Europese Unie, die haar waarde serieus neemt.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U bent keurig binnen de tijd. Mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Al ruim anderhalf jaar voeren wij hier ditzelfde debat met elkaar. We zienongekend menselijk leed, oorlogsmisdaden, genocide of in ieder gevalgenocidaal geweld, het is maar wie welke woorden kiest. We zien eenbevolking die stelselmatig wordt uitgehongerd. Honger wordt ingezet alswapen. En nu wordt ook voedsel ingezet als wapen, want er wordtgeschoten op wanhopige mensen met honger die op zoek zijn naar eten.Dat is verschrikkelijk.Ik vroeg ongeveer zes weken geleden aan Minister Veldkamp in het debatover het Midden-Oosten hoeveel tijd hij dacht nog te hebben om in actiete komen. Toen al gingen kinderen in Gaza dood van de honger. Dat waszes weken geleden en nu is de tijd op. Meer dan 90% van de Palestijnsekinderen in Gaza onder de 2 jaar is ernstig ondervoed. Dat aantal neemt inalarmerend tempo toe. De komende weken zal dat aantal kinderen nogverder stijgen. Dat is de dodelijkste vorm van ondervoeding. De tijd is op.Dit had deze baby’s en deze kinderen niet hoeven overkomen, maar het ishun wel aangedaan en het wordt hun nog steeds aangedaan.De evaluatie van Israëls naleving van artikel 2 van het EU-Israël-associatieakkoord is nu klaar. Er is weer bevestigd dat Israël handelt instrijd met artikel 2 van het EU-Israël-associatieakkoord door het collectiefstraffen, het inzetten van honger als wapen, het blokkeren van humani-taire hulp, waaronder voedsel en medicijnen, het gericht aanvallen vanhumanitair personeel, ziekenhuizen en journalisten. De hoge aantallenburgerslachtoffers zijn volgens het rapport een direct gevolg van Israëlsschendingen van het oorlogsrecht. Deze conclusies zijn besproken tijdensde Raad Buitenlandse Zaken. We lezen: Nederland heeft benadrukt dat deuitkomsten van de evaluatie moeten worden gebruikt om de diplomatiekedruk op Israël op te voeren om de situatie in de Gazastrook en deWestelijke Jordaanoever te verbeteren.Mijn vraag is: wat betekent dit? Welke diplomatieke druk bedoelt deMinister hier? Dat is mijn hoofdvraag voor vandaag in dit debat, dus ik wilhier van de Minister een heel duidelijk antwoord op. Want is dat hetpleiten voor het opschorten van het EU-associatieverdrag, of niet? Is dateen veto op het verlengen van het actieplan met Israël, of niet? Dus, watbedoelt de Minister met het opvoeren van de diplomatieke druk? Wat isdaar anders aan dan de Nederlandse opstelling tot nu toe?Al maanden, in ieder geval sinds vorig jaar november, gaat er binnen deEuropese Unie een rapport rond waarin duidelijk wordt gesteld datdatgene wat de Israëlische regering in Gaza doet, misdadig is. Het rapportTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 5689 doet duidelijk verslag van de oorlogsmisdaden, waaronder het doden vanduizenden vrouwen en kinderen, en het doelbewust inzetten van hongerals wapen. We hebben dat rapport ook kunnen lezen. Deze conclusies zijnnu net weer bevestigd in het nieuwe rapport, met weer nieuw onderzoek,maanden later. Dat onderzoek en deze onnodige vertraging waren dushelemaal niet nodig geweest om te weten of Israël zich houdt aan hetassociatieakkoord of niet. Wisten deze Minister of andere leden van hetkabinet van het rapport dat er in november al lag?In het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken lezen we ook dat onder-tussen zal worden gewerkt aan voorstellen voor mogelijke maatregelen endat dit op de agenda van de Raad van 15 juli terugkeert. Over een maandworden mogelijke maatregelen besproken. Voor dit tempo is dus geentijd. Het komt te laat voor kinderen die nu sterven van de honger, die nogmaar een paar weken hebben. Dus het is te laat. Er moet nu watgebeuren. Dat is ook mijn oproep aan deze Minister.Voor de rest sluit ik mij aan bij de vragen die de heer Paternotte heeftgesteld over de Westbank.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Dobbe. Meneer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Dank u wel, voorzitter. We spreken vandaag opnieuw over de situatie inIsraël en Gaza. Dat is ook begrijpelijk, gezien het immense menselijke leeddat daar op dit moment gaande is. Maar laten we ook eerlijk durven te zijnover onze eigen selectiviteit. Afgelopen week vond in Syrië eenzelfmoordaanslag plaats op een kerk, gepleegd door Islamitische Staat.Dit is weer een tragisch voorbeeld van de wereldwijde vervolging van enterreur tegen christenen, een vorm van terreur die te vaak buiten beeldblijft. Wereldwijd worden meer dan 380 miljoen christenen vervolgd.Vorige week werden in Nigeria nog 200 christenen afgeslacht. In Sudankwamen zaterdag meer dan 40 mensen, kinderen, artsen, onschuldigepatiënten, om bij een aanval op een ziekenhuis. Maar dit soort gruwelijk-heden leidt zelden tot debataanvragen, tot Kamervragen, tot parlemen-taire verontwaardiging. Dat moest mij toch even van het hart.De voorzitter:Meneer Paternotte heeft naar aanleiding daarvan een vraag.De heer Paternotte (D66):Islamitische Staat is een verschrikkelijke terreurorganisatie. Mijn fractieheeft er onder andere voor gestemd dat we die gingen bombarderen.Welke actie mist de heer Kahraman van ons tegen Islamitische Staat?De heer Kahraman (NSC):Ik heb het over de situatie in Syrië gehad. Tijdens de burgeroorlog zijndaar de afgelopen tien jaar 500.000 mensen overleden. Met de regimechange nu worden alawieten nog steeds afgeslacht. Ik heb het al een paarkeer aangegeven in een debat. 1.500 alawieten zijn afgeslacht omdat zehet alawitische geloof aanhingen, dat toevallig hetzelfde geloof is als datvan de vorige dictator. Ik probeer dat ook ter sprake te brengen indebatten over de Raad Buitenlandse Zaken. Ik zie dat heel weinig collega’shet over het leed in Syrië, Jemen en Sudan hebben.De voorzitter:Helder, meneer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Wat Sudan betreft heb ik gelukkig mijn collega naast mij. Maar toch. Elkdebat gaat over Israël en Syrië ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56810 De voorzitter:Helder, helder.De heer Kahraman (NSC):... of over Israël en Gaza. En daar wil ik een punt van maken.De voorzitter:Meneer Kahraman. Meneer Kahraman. Ik heb al vier keer «meneerKahraman, meneer Kahraman» gezegd. Het is klaar. Meneer Paternotte,voordat ik u het woord geef: dit is niet het debat over de Raad Buiten-landse Zaken, maar over de EU-actieplannen Israël en Palestijnsegebieden.De heer Paternotte (D66):Dan stel ik nog één vraag. We voerden oorlog tegen Islamitische Staat.We hadden ongeveer alle sancties tegen de moordenaar Assad die je konverzinnen. Welke dubbele maat ziet de heer Kahraman hier?De voorzitter:Kort antwoord van de heer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Ik heb het over de huidige situatie in Syrië. Volgens mij heeft de heerPaternotte er bij de Minister op aangedrongen om de sancties zo snelmogelijk op te heffen. Ik was daar heel kritisch over. Ik heb gezegd:volgens mij gaan we te snel. Ik heb niet het vertrouwen dat Al-Jolani deminderheden voldoende beschermt. Dat is het punt dat ik vandaag graagwilde maken.De voorzitter:Dank. Gaat u verder met uw betoog. O, nee. Mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik was gewoon benieuwd: laat de heer Kahraman door zijn opmerkingenvan net juist niet zélf heel veel selectieve verontwaardiging zien? Vindt hijdat ook?De voorzitter:Dat is een korte vraag, meneer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Volgens mij kies ik gewoon een aantal thema’s, maar ik zie het leed. Ik blijfniet elke keer maar Israël en Gaza noemen. Elk debat wordt een «de staatvan Gaza»-debat, zelfs het debat over de Staat van de Unie. Ik zie dat ermeer leed is dan alleen in Gaza. Dat leed is verschrikkelijk, maar wemoeten onze ogen niet sluiten voor het leed in andere delen van dewereld.De heer Boswijk (CDA):De heer Kahraman heeft zeker een punt als hij zegt dat niet alle conflictenevenveel aandacht krijgen. Onder andere Sudan zou inderdaad wat meeraandacht mogen krijgen. Maar ik heb er wel moeite mee dat ons, decollega’s, wordt verweten dat wij selectief zouden zijn, want wij hebbenhier met z’n allen vrij recent een apart debat over Syrië gevoerd. Dat hetnu niet over Syrië gaat en dat ik niks over Sudan zeg, komt omdat ditdebat gaat over actieplannen gericht op Israël en de Palestijnse gebieden.Mijn partij heeft samen met de ChristenUnie en de SGP, en ik dacht ookNSC, herhaaldelijk aandacht gevraagd voor de christenvervolging. Ik vinddat ook verschrikkelijk, maar het beeld dat de Kamer daar geen aandachtvoor zou hebben, is onnodig en slaat nergens op.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56811 De heer Kahraman (NSC):Ik vind toch dat er echt te weinig aandacht is voor ander menselijk leed inde wereld. Ik hoor dat 200 christenen worden afgeslacht in Nigeria. Hetdebat daarover voeren wij bijna nooit. Ik zie dat er inderdaad schriftelijkevragen zijn. Dank daarvoor aan mijn collega’s. Maar elk debat, zelfs hetdebat over de Staat van de Unie, is een debat over «de staat van Gaza».Het gaat continu over Gaza. Ik denk dat we ook moeten zien dat er meerleed is in de wereld, en daar vraag ik gewoon aandacht voor.De voorzitter:Helder. De heer Boswijk, kort.De heer Boswijk (CDA):Nogmaals, wat mij betreft is daar inderdaad te weinig aandacht voor,maar ik denk dat wij niet urenlang debatteren over aanslagen doorterreurorganisaties in het Midden-Oosten omdat we daarover niet vanmening verschillen. Met z’n allen vinden we Al-Shabaab, Al Qaida en ISverschrikkelijke organisaties, die moeten worden aangepakt. Dat we heelveel debatten hebben over Israël en Gaza komt omdat daar een grootmeningsverschil over is. Ik denk dat dat de verklaring is en dat deverklaring daarvan niet is dat we het andere minder erg vinden dan hetene. Dat is, denk ik, een vertekend beeld.De voorzitter:Dank u wel, meneer Boswijk.De heer Kahraman (NSC):In het debat over Syrië verschil ik volgens mij echt met anderen vanmening. Ik hoorde een groot aantal partijen zeggen dat de sancties zo snelmogelijk opgeheven moeten worden, terwijl ik zei: ik wil dat niet. NSCvertrouwt er nog niet op dat dit regime voldoende oog houdt voor demensenrechten in het land. Ik wou dat ik ongelijk had, maar helaas komtsteeds naar buiten dat ook dit regime geen oog heeft voor deminderheden.De voorzitter:Helder.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik vroeg me even af of de heer Kahraman zich ervan bewust is dat we almaanden geleden voor volgende week vrijdag een debat over humani-taire hulp hebben ingepland. Dat zou gaan over Sudan, dat zou gaan overNigeria en dat zou ook gaan over femicide. Dat zou over van alles gaan.Helaas is dat debat, mede dankzij de steun van uw fractie, afgezegd. Ikben dus even heel benieuwd in hoeverre het pleidooi echt is om het naastover wat er in Israël en Gaza gebeurt, ook te hebben over de brand-haarden in de wereld, omdat dat ook belangrijk is. Uw eigen fractie heeftgeholpen om dat debat af te zeggen.De heer Kahraman (NSC):Ik weet niet om welke reden dat debat is verzet, maar zeker is dat wij bijnaelke maand een RBZ-debat hebben. We debatteren, denk ik, elke week welmet deze Minister. Volgende week hebben we ook een debat over de RaadBuitenlandse Zaken. Ik kan u wel vertellen wat de agenda voor volgendeweek wordt. Dat punt wilde ik maken. Laten we onze ogen alstublieft nietsluiten voor het leed in de wereld. Er is echt heel veel leed, ook op hetgebied van christenvervolging. Dat punt wilde ik maken. Fijn dat mijncollega’s mij nu steunen en zeggen dat ook zij daaraan voortaan wat meeraandacht gaan besteden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56812 De voorzitter:Ik denk dat hierop toch nog wat interrupties komen, meneer Kahraman. Ikben blij dat u daar blij mee bent.De heer Paternotte (D66):Wat een ontzettend slap verhaal: ik vind dat er aandacht gevraagd moetworden voor... Mevrouw Hirsch stelt meteen: nou, het debat dat daarvoorgeschikt is, heeft u zelf van de agenda geveegd. Het gaat hier niet omwaar we aandacht voor vragen. Het gaat erom wat Nederland doet. Als ditkabinet zou zeggen «Islamitische Staat, prima club; daar gaan we niksmeer tegen doen», dan zouden we daar continu een zeer uitgebreid debatover hebben. Het is echt flauwekul om te suggereren dat hier geenaandacht is voor de strijd tegen Islamitische Staat. En over Syrië: desancties tegen Syrië zijn opgeheven. Komt u maar door met een motievan wantrouwen tegen de Minister die daar volgens mij mee heeftingestemd. Ik zou willen dat u ons niet afleidt van het onderwerp vanvandaag: het EU-Israël-actieplan. Daar gaan mijn vragen over. Welkeconsequentie verbindt NSC aan het feit dat uit onderzoek van de EuropeseUnie blijkt dat Israël op een grove manier de mensenrechten schendt?De heer Kahraman (NSC):Prima, de verontwaardiging van de heer Paternotte. Ik maak een punt. Ikvind ook dat ik het recht heb om een punt te maken over het leed dat er inde wereld is. Als de heer Paternotte dat niet wil, is dat prima voor de heerPaternotte. Maar wij maken dat punt, omdat wij dat een heel belangrijkpunt vinden. En daarom maak ik het.De heer Paternotte (D66):Voorzitter, ik had een vraag gesteld. Het valt op dat ik er geen antwoord opkrijg.De voorzitter:Nee, meneer Paternotte, u had een vraag gesteld. Ik denk dat de heerKahraman u prima heeft gehoord, maar hij gaat over zijn eigenantwoorden. U kunt een nieuwe interruptie doen als u dat wilt. MeneerDassen.De heer Dassen (Volt):Dan zal ik die vraag nog een keer stellen. Wat is nu de mening van NSCover wat er moet gebeuren naar aanleiding van het rapport dat naar vorenis gekomen over artikel 2 van het associatieverdrag waarin wordtaangegeven dat er inderdaad sprake is van collectieve bestraffing, vanhonger als wapen, van journalisten die direct doelwit zijn, en noem maarop? Wat moet er naar de mening van NSC nu gebeuren?De voorzitter:Meneer Kahraman, een kort antwoord graag.De heer Kahraman (NSC):Ik ben van mening dat we op Europees niveau moeten kijken welkestappen we gezamenlijk moeten nemen. U heeft gezien dat ook mijnfractie vorige week heeft ingestemd met het sanctioneren van tweeMinisters. Dat heeft het niet gehaald in de Europese Unie. Ik wil deMinister ook opdragen of verzoeken om te bekijken waar draagvlak voor isen die stappen te nemen. We kunnen nu wel heel hard dingen gaanroepen, maar u ziet dat zelfs het oproepen om twee Ministers te sanctio-neren het niet haalt in de Europese Unie. En dan kunnen we het voor debühne gaan doen, maar het lijkt me beter dat we dingen doen die het ookhalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56813 De voorzitter:Helder. Meneer Kahraman, nu is het klaar. We komen er anders nietdoorheen. Er zijn heel veel onderwerpen en ik wil graag iedereen deruimte geven. Dus een korte vraag en graag een kort antwoord. Deinterrupties zijn niet het probleem, maar de antwoorden.De heer Dassen (Volt):Dit is volgens mij die selectieve verontwaardiging waar de heer Kahramanhet net over had. Er ligt een duidelijk rapport. Als dit rapport er hadgelegen voor Syrië, of voor wie dan ook, dan hadden we hier met z’n allengepleit voor directe opschorting van dit associatieverdrag. En nu blijftNSC volledig stil. Hier zou leiderschap van deze Minister op zijn plaats zijndoor te zeggen: ik ga in Europa de strijd aan. NSC zou moeten zeggen: alswe nog iets willen betekenen als Nederland voor het internationaal recht,dan zouden we nu pleiten voor opschorting. Maar dan blijft NSC stil, endat is die selectieve verontwaardiging.De heer Kahraman (NSC):Echt. Ik luister met steeds meer verbazing. Volgens mij is Nederland heteerste land geweest dat een ambassadeur op het matje heeft geroepenover de situatie in Gaza. Nederland is het land geweest dat het associatie-verdrag ter discussie heeft gesteld en dat voor elkaar heeft gekregen.Volgens mij hebben we gepleit voor het sanctioneren van twee Ministers.Waar heeft u het over? Ik bedoel, ik zie niet heel veel andere landen...Inderdaad, we kunnen net als Ierland en Spanje Don Quichot zijn en voorgek staan, omdat we niks voor elkaar krijgen, maar ik ben heel blij metdeze Minister die wel dingen voor elkaar krijgt in Europa.De voorzitter:Had u nog ...? Nee, sorry, u bent door uw interrupties heen, meneerDassen. Meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Als we zien wat voor misdaden Israël allemaal pleegt, dan is het tochvolstrekt schandalig dat de heer Kahraman als lid van een politieke partijdie zegt te staan voor het internationaal recht, vandaag niet verder komtdan «we moeten maar eventjes gaan kijken welke stappen eventueelgenomen zouden kunnen worden tegen Israël». Er gaan kinderen dood. Erverhongeren daar kinderen. Die kunnen niet wachten totdat de heerKahraman een ei heeft gelegd. Wat wil de fractie van NSC nou gaan doen?De heer Kahraman (NSC):Ik zat echt na te denken over hoe ik de heer Van Baarle moet antwoorden,ook gezien zijn verwerpelijke inbreng vandaag over het conflict in Israël enGaza. Hij zegt zelfs... Hij leest mij de les over internationaal recht. Volgensmij heb ik hem aangegeven dat de VN een... dat Israël... en we zouden ookPalestina gaan stichten. Israël heeft dat geaccepteerd. De heer Van Baarlezegt dat hij Israël niet accepteert, terwijl dat echt een VN-besluit is,conform internationaal recht. Als u mij de les gaat lezen over internati-onaal recht, dan zou ik eerst naar mezelf kijken en beginnen met Israël teerkennen, omdat dat door het internationaal recht is gedaan.De heer Van Baarle (DENK):Ik ga geen genocidale staat erkennen. Ik ga geen apartheidsstatenerkennen en ik ga geen staat erkennen die al decennialang Palestijnenvermoordt en hun land afpakt. Daarin verschillen de heer Kahraman en ikinderdaad. Maar de heer Kahraman geeft geen antwoord op mijn vraag.Wat wil de fractie van NSC nou doen buiten eventueel kijken en in detoekomst misschien iets doen, terwijl er op dit moment kinderendoodhongeren? Ik constateer dat het leeg blijft en dat is een schande.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56814 De heer Kahraman (NSC):Ik ben het echt zat dat partijen zo polariserend in dit onderwerp zitten.Onze partij heeft altijd gezegd: wij willen een tweestatenoplossing. Ikmoet nu debatteren met een partij die zegt: ik erken de ene staat niet en ikwil er alleen een andere staat voor terug. Dit terwijl het internationaalrecht en de internationale gemeenschap zeggen: we staan voor eentweestatenoplossing. Hoe moet ik een discussie voeren met iemand diehet ene land wil wegvagen en een ander land ervoor terug wil? Ik zeg:nee, we moeten een tweestatenoplossing vinden waarmee zowel deIsraëliërs als de Palestijnen in vrede naast elkaar kunnen leven.Mevrouw Dobbe (SP):Ik probeer kort en bondig te zijn. De heer Kahraman heeft een beetjemoeite met het antwoorden op de vragen die worden gesteld. Mijn kortevraag is: heeft de heer Kahraman het rapport gelezen en wat vindt hijdaarvan?De heer Kahraman (NSC):Ik heb het rapport nog niet gelezen. Ik heb er wel wat artikelen overgelezen, omdat het rapport ook gelekt is. Het is nog niet formeel uit, dus ikwacht gewoon netjes tot het rapport in de openbaarheid komt.Wij zien ook de verschrikkelijkheden van wat er in Gaza gebeurt. Wijhebben deze Minister ook altijd opgedragen om ook humanitaire hulp... Ikheb zelfs, volgens mij vorige week dinsdag, moties gesteund waarin – ikweet niet meer door welke partij – werd opgeroepen om alles te doen watmogelijk is om humanitaire hulp binnen te laten. Wij willen ook een eindeaan die humanitaire ramp die in Gaza gaande is, maar wij verschillen vanmening over hoe we dat kunnen realiseren. Wij denken dat je datverstandig moet doen met stappen die ook geaccepteerd worden in deEuropese Unie, want in ons eentje kunnen we het niet.De voorzitter:Helder. Gaat u verder met uw betoog. U heeft nog een korte vraag? Ja?Mevrouw Dobbe (SP):Ja. De heer Kahraman heeft het rapport niet gelezen. Dat is jammer. Ik hebnet ook in mijn inbreng opgesomd wat daar ongeveer in stond. Deconclusie is wel duidelijk, want die is ook naar buiten gekomen. Israëlkomt het verdrag, het EU-associatieakkoord, niet na en schendt artikel 2.Welke gevolgen verbindt de heer Kahraman daaraan?De heer Kahraman (NSC):Volgens mij heb ik net ook al geantwoord dat ik vind dat we in Europeesverband stappen moeten zetten. Ik zal de Minister ook verzoeken om tebekijken waar wel bereidheid is in de Europese Unie om stappen tenemen. We hebben als Kamer vorige week een motie aangenomen omtwee Ministers te sanctioneren. U heeft, neem ik aan, het verslag ookgelezen. Daar werd gezegd dat het verworpen is in de Europese Unie. Ikwil dat deze Minister verstandige stappen neemt en kijkt waar draagvlakvoor is. En dan een stap neemt en niet dingen roept voor de bühne.De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog.De heer Kahraman (NSC):Voorzitter. Een aantal van mijn punten zijn inderdaad ook in mijninterrupties behandeld. Die zal ik overslaan om wat tijd te besparen. Maarik maak me echt zorgen over de manier waarop partijen hier debatteren. Ikhad het er ook over in mijn betoog. Ik zie vandaag ook dat de heer VanBaarle echt verwerpelijke woorden gebruikt en mij de les leest overTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56815 internationaal recht, en zelf hier het bestaansrecht van de staat Israëlontkent.Ik had vorige week ook een dergelijk debat met de Partij van de Arbeid enGroenLinks, die – ik ben er echt nog steeds perplex over – gewoonaangeven dat Israëlische burgers, waaronder ook Armeniërs, Arabieren,druzen en Joden, geen bescherming meer verdienen omdat de regeringdingen doet waarvoor de bevolking dan maar op de blaren moet zitten. Ikvind dat je dan echt heel ver gaat, ook met betrekking tot internationaalrecht. Je gaat de bevolking straffen voor dat wat de regering doet. Ikvraag echt ook aan de partijen die de motie van GroenLinks-Partij van deArbeid hebben gesteund: hoe kijken zij aan tegen het internationaal rechten dat je de bevolking gaat straffen voor hetgeen de regering doet? Ik zoudaar graag van een aantal collega’s een antwoord op willen hebben.Voorzitter, tot slot. NSC heeft altijd oog gehad voor beide kanten van ditconflict in Israël en Gaza. Voor de burgers in Gaza die lijden onder hetgeweld, vaak zonder toegang tot hulp, maar ook voor de Israëlischeburgers die inmiddels al 626 dagen gegijzeld worden in Gaza of dagelijksmoeten schuilen voor raketten en droneaanvallen. Voor ons staat debescherming van burgers altijd voorop. Dat partijen die ooit tot hetpolitieke midden behoorden nu pleiten om Israël deze bescherming teontnemen, is voor ons dan ook onbegrijpelijk.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Een maand geleden pakte Minister Veldkampgroots uit. De EU zou onderzoek doen naar de vraag of Israël mensen-rechten schendt in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Een vraag waariedereen natuurlijk allang het antwoord op wist. Nu is het onderzoek er, enwat blijkt? De vele rapporten van de Verenigde Naties en de uitsprakenvan het Internationaal Gerechtshof wijzen er inderdaad op dat Israël zichniet houdt aan het oorlogsrecht en mensenrechten. Israël schendt deafspraken die zij met Europa heeft gemaakt. Ondanks deze overduidelijkeconclusie hebben de Europese lidstaten besloten dat er voor Israël geenconsequenties zijn. Ook Nederland heeft, in het openbaar in ieder geval,niet voor nieuwe maatregelen gepleit.Minister Veldkamp gaf vorige week aan dat Nederland tot de voorhoedebehoort in het willen opvoeren van de druk op Israël. Ik citeer wat MinisterSchoof vorige week zei: «Het kan niet zo zijn dat er geen consequentieszijn als de review uitpakt zoals hier wordt gesteld en, denk ik, algemeenwordt verwacht.» De review pakte precies zo uit als werd verwacht, maarwaar blijven de consequenties? Waarom heeft de Minister zich nietaangesloten bij het voorstel van zijn Spaanse collega om het associatieak-koord op te schorten of in ieder geval de handelsvoordelen?Voorzitter. Ondanks de niet mis te verstane urgentie besloot Nederlanddeze week om te wachten op voorstellen van de Hoge VertegenwoordigerKallas in plaats van initiatief te nemen. Heeft de Hoge Vertegenwoordigermaatregelen voorgesteld? Zo nee, waarom niet? En zo nee, wist deMinister dat de Hoge Vertegenwoordiger geen maatregelen zouvoorstellen? Heeft de Minister tijdens de RBZ aangegeven open te staanvoor het opschorten van de handelsvoordelen?Voorzitter. De Minister heeft in mei de goedkeuring aan de verlenging vanhet EU-Israël-actieplan stilgezet om op het eerdergenoemde onderzoekaan te sturen. Is de Minister bereid om deze verlenging nog steeds aan tehouden zolang de EU niet met concrete maatregelen tegen het oorlogs-geweld komt? Kan de Minister vertellen wat de praktische consequentieszijn van dit veto voor samenwerkingsprogramma’s tussen de EU enIsraël?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56816 Voorzitter. Er zijn ook nationale maatregelen die Nederland kan nemenzolang er in de EU niets gebeurt. Dinsdag kondigde de premier vanIerland wetgeving aan om handel met de illegale nederzettingen op deWestelijke Jordaanoever te verbieden. Nederland heeft sinds 2006 alhetzelfde ontmoedigingsbeleid. Vindt de Minister niet dat de situatie opde Westelijke Jordaanoever intens is verslechterd en dat het ontmoedi-gingsbeleid aan hervorming toe is? Met andere woorden, is de Ministerop z’n minst bereid om het Ierse voorstel te bestuderen en de Kamer eenanalyse toe te sturen of Nederland soortgelijke wetgeving kan introdu-ceren?Voorzitter, tot slot. Wij hebben als Nederland een inspanningsverplichtingonder het Genocideverdrag, en juist als traditionele bondgenoot van Israëlnog meer dan anderen. We kunnen en mogen ons niet verschuilen achterde inactiviteit van andere landen. Daarom een laatste vraag aan deMinister. Gegeven de niet mis te verstane afspraken die we als onderteke-naars van het Genocideverdrag hebben gemaakt, hoor ik graag of deMinister van mening is dat de inspanningen van Nederland zich aan dieafspraken houden, want in de ogen van mijn fractie doet deze regering bijlange na niet alles wat in haar macht ligt om de moorden op onschuldigeburgers te voorkomen.Dank u wel.De voorzitter:Meneer Kahraman, u bent door uw interrupties heen. Meneer Van derBurg.De heer Van der Burg (VVD):Dank u, voorzitter. Ik was wat verrast door mijn collega’s in hun aanvallenop onze collega van de SGP. Wij weten wat het onderwerp is van vandaag,maar dat weten de meeste Nederlanders niet. Als het gaat over hetMidden-Oostendebat, dan worden we heel vaak geconfronteerd met hetfeit dat het alleen maar over Israël gaat. Als het nu over de actieplannengaat en er vervolgens niets wordt gezegd in de bredere context, maar wegaan vervolgens wel allemaal met elkaar twitteren in een specifiekecontext, dan ziet de kijker thuis niet automatisch het brede verhaal.Daarom snap ik donders goed dat collega’s van mij dat brede verhaal aande orde stellen.Je moet het vandaag natuurlijk hebben over de actieplannen van de EUmet Israël en de Palestijnse gebieden, want dat is het onderwerp. Maar alswe het vervolgens op sociale media in een andere context plaatsen, danworden er vragen gesteld aan de heer Stoffer of aan de heer Kahraman.Waarom heeft u het niet gehad over de gijzelaars? Waarom heeft u hetniet gehad over Hamas? Waarom heeft u het niet gehad over Hezbollah?Nou, omdat we het sec hierover zouden hebben. Maar je moet het welzien binnen die bredere context. Ik verwacht ook wel dat de Minister inieder geval op die bredere context ingaat. En ik sluit me natuurlijk aan bijde in dat kader gestelde vragen.Ik zal me nu verder beperken tot het onderwerp. Verder roep ik mijncollega’s op om als we een keer een debat voeren over iets anders... Ikheb een keer een debat aan de heer Paternotte over het Midden-Oostentoegezegd, en geholpen, en dat ging vervolgens alleen over Israël. Verwijthet anderen dan niet als ze het er op een andere manier bij betrekken.Voorzitter. Dat gezegd hebbende kom ik bij het onderwerp dat nu voorligt.Het kabinet heeft terecht gezegd: wij maken gebruik van ons veto als hetom de actieplannen gaat. Wij willen nu gesprekken hebben op Europeesniveau. Maar als je een onderzoek doet, dan kun je de uitkomsten van hetonderzoek niet naast je neerleggen. Nu is het nog een geheim rapport,maar de Minister zal het ongetwijfeld allemaal ter voorbereiding opvandaag of voor andere momenten tot zich genomen hebben. Dus tochaan de Minister de vraag: wat gaat u doen? U bent degene die hieropTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56817 heeft ingezet met steun van de VVD, maar dan moeten de uitkomsten ookgevolgen hebben. Welke gevolgen ziet de Minister dan?Nou zou ik de vraag van mijn collega’s kunnen krijgen, als ze noginterrupties hadden gehad, wat ik daar dan in zie. Ik pleit ervoor om netzoals in eerder verband zo veel mogelijk op Europees niveau te doen,omdat het heel makkelijk is om hier met moties te komen die verder geenenkel effect hebben. Soms steken ze je eigen partij in de fik, maar voor derest heeft het geen effect op wat er in Europa of in de wereld gebeurt. Dusik wil vooral dat het op Europees niveau gebeurt, maar ik vind wel dat eractie moet worden verbonden aan conclusies die je kunt trekken op basisvan door ons gestelde vragen.Twee. Persoonsgebonden acties. Het is al genoemd door mijn collega’s. Erzijn een aantal lieden, ook in het kabinet – Smotrich wordt natuurlijk vaakgenoemd, maar er zijn er meerderen te noemen – die zich duidelijk niethouden aan internationaal recht. Bij Smotrich geldt het niet alleen als hetgaat om Gaza, maar bijvoorbeeld ook in relatie tot illegale nederzettingenin de Palestijnse gebieden. Het is tot nu toe niet gelukt. Ik snap daaromook wel wat er hier wordt gezegd. Je kunt niet als Europa een grote mondhebben over mensenrechten, een grote mond hebben over internationaleverdragen, en het dan niet eens worden over persoonsgebonden sanctiesrichting een aantal van deze heren. Het gaat hier over het algemeenweinig over dames. Dus ook daar wil ik graag niet alleen nu een reactie opvan de Minister, maar ook actie in den brede.Tot slot, voorzitter. Ik noemde al even de illegale nederzettingen. Wehebben ook vandaag weer berichten gekregen over kolonisten diePalestijnen hebben aangevallen in de Palestijnse gebieden, waarbij ookdoden zijn gevallen. Wij vinden dat als Nederland verwerpelijk enveroordelen het. Maar ook daarvoor geldt wel: als woorden niet helpen,welke daden ziet de Minister dan die ingezet kunnen worden?De heer Paternotte (D66):Welke consequenties zou de VVD willen op Europees niveau voor deschending van het associatieverdrag?De heer Van der Burg (VVD):Dat vind ik dus echt een hele lastige. Kijk, ik zei net al dat het gevolgenmoet hebben. We hebben een Europees verdrag met Israël, dus daarinmoeten die gevolgen wel gedeeld worden door de Europese gemeen-schap, vind ik. Ik wil de Minister wel ruimte geven om tot daden te komen.Wij – en met «wij» bedoel ik even «het parlement», niet specifiek de VVD –zitten hier... Als ik de woorden van mijn collega’s hoor – sommigen, zoalsde SGP, zitten daar anders in dan de andere sprekers die ik voor mijhoorde – zitten een aantal mensen hier er activistischer in dan breed inEuropa. Het gaat mij vooral om resultaat en daarom wil ik eerstsuggesties van de Minister horen, want hij kan het Europese speelveldbeter inschatten dan ik.Excuus, voorzitter.De heer Paternotte (D66):Je moet het Europees eens worden, maar je moet beginnen met een landdat een mening heeft. Dus wat zou de inzet van Nederland moeten zijn?De heer Van der Burg (VVD):Je kunt niet bij de actieplannen gebruikmaken van je vetorecht omdat jeeen onderzoek wilt en vervolgens als je het onderzoek krijgt waarinconclusies worden getrokken – ze zijn net ook geciteerd door mevrouwDobbe – zeggen: nu gaan we weer over tot de orde van de dag. Voordat ikmijn definitieve mening bepaal – dat doen we formeel natuurlijk pasvolgende week – wil ik eerst de menukaart van de Minister horen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56818 Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Meneer Van der Burg en ik waren met een aantal van u bij de rondetafelmet een aantal juristen over de gevolgen die een genocide of hetconstateren van een mogelijke genocide zouden moeten hebben voor hetgedrag van individuele landen. De boodschap was daar heel duidelijk. Elkland heeft een eigen inspanningsverplichting en mag zich niet verschuilenachter de wel of niet bereidheid tot het nemen van actie van anderelanden, en hoe dichter je staat bij het land dat de genocide pleegt, hoegroter je inspanningsverplichting.De voorzitter:Uw vraag is?Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag is de volgende. Ik hoorde de heer Van der Burg vooral pratenover acties in EU-verband, maar gegeven onze verplichtingen in hetGenocideverdrag ben ik ook heel benieuwd of hij mogelijkheden ziet totacties, zoals die door de Ierse regering zijn genomen, die wij zelf zoudenmoeten treffen.De heer Van der Burg (VVD):Nou, even. Tijdens die expertmeeting werden er verschillende meningengehanteerd over of het genocidaal gedrag was, genocide was of in iedergeval het schenden van mensenrechten. Ik neem de interpretatie en devraagstelling van GroenLinks-PvdA nadrukkelijk niet over, omdat er ooktoen aan tafel verschillende meningen over waren. Dat gezegd hebbendewas inderdaad wel de unanieme boodschap dat Nederland een andereverantwoordelijkheid heeft dan land x of y dat verder afstaat van Iran. Wijhebben er als Nederland voor gekozen om vooral binnen de EuropeseUnie onze relatie te versterken met andere landen buiten de EuropeseUnie. Dus ik kijk daarin in eerste instantie naar de Europese Unie en degezamenlijke vergadering van de Europese Ministers.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank voor de heldere bijdrage van collega Van der Burg. Ik kan veeldaarvan onderschrijven. Voor mij is de zoektocht dat het onderzoek nogniet openbaar is. De gelekte stukken die ik heb gezien, zijn maar achtkantjes. Het is ingewikkeld welke gevolgtrekkingen je nu hebt uit dingendie eigenlijk een verzameling zijn van eerdere rapporten. We hebben hethier vandaag over de actieplannen die ook ergens daaruit voortvloeien.Mijn vraag aan collega Van der Burg is of hij ook ziet dat het juist eenmiddel kan zijn om weer verder een stap naar vrede te zetten. Hetverbranden van alle contacten of het opzeggen, wat ik sommige partijenhoor suggereren, is ook het uitsluiten van diplomatieke mogelijkheden omstappen naar vrede te zetten.De heer Van der Burg (VVD):Mevrouw Bikker en ik verschillen daarin voor geen millimeter van mening.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dan toch, want ik had twee interrupties? Juist daarom zou er mij veel aangelegen zijn dat het kabinet ook schetst wat de inzet kan zijn van dieactieplannen naar de toekomst toe. Bijvoorbeeld als het gaat om deverzoeningsprojecten en bijvoorbeeld als het gaat over wie de macht-hebbers zijn in die verschillende gebieden waar we het over hebben.Zullen we ons daar als Kamer voor inzetten? Dan hebben we namelijk deweg vooruit in plaats van dat eindeloze gekissebis dat collega Van derBurg ook al goed heeft omschreven.De heer Van der Burg (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56819 Voorzitter. Om mensen en regimes en regeringen in beweging te krijgen,heb je en wortel en stok nodig. Mevrouw Bikker beschrijft hier een wortel.Ik wil daarom ook de menukaart hebben van de Minister, waarin hijhopelijk zoet, zuur, zout en bitter heeft zitten, opdat we een goed pakketkunnen neerleggen, waarmee ook resultaat wordt bereikt.De voorzitter:Met dit laatste stuk poëzie gaan we naar meneer Dassen. O, mevrouwDobbe.Mevrouw Dobbe (SP):De heer Van der Burg wil wachten op de reactie van de Minister en demenukaart aan diplomatieke actie of andere soorten actie die hij zometeen aandraagt naar aanleiding van dat rapport, waarin de conclusiewel heel duidelijk publiek bekend is gemaakt. Die is namelijk dat Israëlartikel 2 van het associatieverdrag schendt. Op die menukaart zal in iedergeval het opschorten van het associatieverdrag staan.De voorzitter:En uw vraag is?Mevrouw Dobbe (SP):Dat is mijn vraag. Dat zal er in ieder geval op staan. Of er zal een veto ophet actieplan staan. Hoe kijkt de VVD daar dan naar?De heer Van der Burg (VVD):Eén. Je hoort als-danvragen niet te beantwoorden en af te wachten waarde Minister mee komt. Twee. Ik vind het helemaal niet zo gek om aandegene die het rapport helemaal heeft gelezen, en niet alleen een deel,eerst vragen te stellen. Sommigen – ik zeg er nadrukkelijk bij dat ik datmevrouw Dobbe niet tot nooit verwijt – hebben hun mening al klaar nogvoor het onderzoek is gedaan. De Minister heeft meer kennis danmevrouw Dobbe en ik. In deze zin zit geen kritiek van mij richtingmevrouw Dobbe. Ik wil eerst van de Minister horen hoe hij de bredecontext overziet in relatie tot wat hij gelezen heeft.Mevrouw Dobbe (SP):Oké, dan denk ik dat dit mijn laatste interruptie wordt. Dit rapport isnatuurlijk niet nieuw. Nu gaan we afwachten waar de Minister mee komt,maar de VVD heeft er vast ook al eerder over nagedacht. In februari vorigjaar lag er al een gelijksoortig rapport van het Internationaal Gerechtshof,niet zomaar een instituut. In november vorig jaar lag er een rapport inEuropa. Ik ben heel benieuwd naar de reactie van de Minister daarop. Ditis allemaal niet nieuw. Wat nu in het rapport is geconstateerd is nietnieuw. Heeft de VVD dan zelf niet nagedacht, als Israël inderdaad ditakkoord schendt, wat er dan zou moeten gebeuren?De heer Van der Burg (VVD):Dit is het ingewikkelde. Er worden hier met enige regelmaat voorstellengedaan die het heel goed doen in de publieke opinie, die het heel goeddoen bij de achterban of een deel van de achterban. Ik zit niet te wachtenop moties, ook niet van mijzelf, waar ik een goed gevoel van krijg, maardie verder geen enkel resultaat hebben omdat ze niet gedragen worden inEuropa, omdat ze geen effect hebben op hen die de touwtjes in handenhebben.Ik ben dus voortdurend aan het zoeken naar wat nou echt helpt om ervoorte zorgen dat er een wapenstilstand komt, om ervoor te zorgen dat diegijzelaars vrijkomen, om ervoor te zorgen dat er noodhulp wordtopgestart, om ervoor te zorgen dat op de nederzettingen het internati-onaal recht wordt nageleefd. Het is heel erg lekker en bevredigend omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56820 soms je gevoel kwijt te kunnen – dat is niet in de verwijtende zin bedoeld –in een motie, maar het gaat uiteindelijk gewoon om de resultaten.De voorzitter:Een persoonlijk feit mag altijd, mevrouw Dobbe. Het moet wel echt eenpersoonlijk feit zijn.Mevrouw Dobbe (SP):Ik vind het niet prettig dat de heer Van der Burg ons hier aanwrijft dat wehier iets doen of voorstellen voor de bühne of dat we er ’s nachts lekkervan slapen. Daar wil ik echt afstand van nemen. Wij doen voorstellenomdat we denken dat het helpt en dat is niet voor de bühne.De voorzitter:Helder. Mevrouw Dobbe, dit was een persoonlijk feit. Waarvan akte.De heer Paternotte (D66):De heer Van Campen deed dit ook al. Het is een soort woordvoerderslijnvan de VVD om te zeggen dat kritische partijen iets voor de bühne doen ofer lekker van willen slapen. De heer Van der Burg zei dat hij geen motieswil steunen die alleen voor de bühne zijn, omdat ze geen draagvlak inEuropa hebben. Waarom heeft hij dan de motie over sancties tegenBen-Gvir en Smotrich wel gesteund? Die had ook geen draagvlak inEuropa. Geeft dat niet aan dat je best een inzet kan hebben als Nederland?De heer Van der Burg (VVD):Als je een motie indient of een motie steunt waarin je zegt dat Israël zichniet mag verdedigen tegen raketten die vanuit Iran komen en we beseffendaarbij dat er dan slachtoffers kunnen vallen in Tel Aviv, dan weet je datdie motie het niet gaat halen in de Kamer. Als die motie het wel haalt in deKamer, dan weet je dat die het niet gaat halen in Europa en dan weet jedat die geen enkel effect heeft. Dan doe je dat dus heel nadrukkelijk om jeeigen achterban, of delen van je eigen achterban, te bevredigen. Dat doeje niet om enige bijdrage te leveren aan datgene wat er gebeurt inNederland of in Europa.Wat betreft sancties tegen individuele bewindslieden of andere personenin Israël die de mensenrechten overtreden, ben ik ervan overtuigd dat hetdaar op een gegeven moment wel gaat lukken, omdat het verleden laatzien dat sancties tegen mensen die zich niet houden aan het internationaalrecht uiteindelijk tot resultaat kunnen leiden.De voorzitter:We gaan door naar de heer Dassen. De heer Paternotte wil een persoonlijkfeit melden. Dat kan altijd. Ik ga er wel op letten of het echt eenpersoonlijk feit is. Dat betekent dat u bent aangesproken.De heer Paternotte (D66):De heer Van der Burg...De heer Van der Burg (VVD):Ik heb de heer Paternotte niet aangesproken, want hij heeft niet voor diemotie gestemd.De voorzitter:Meneer Van der Burg, als u wilt voorzitten, mag u hier zitten. MeneerPaternotte, wat wilt u zeggen?De heer Paternotte (D66):Dat lijkt mij een vrij relevant feit, want de heer Van der Burg werd netbehoorlijk boos in reactie op mijn vraag. Hij begon uitgebreid over eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56821 motie die mijn partij inderdaad niet heeft gesteund. Ik denk dat deneutrale kijker die dat niet wist, wel die indruk heeft gekregen.De voorzitter:Het persoonlijk feit is gemaakt. Meneer Dassen, u kunt ongehinderdspreken, want er zijn geen interrupties meer. Ga uw gang.De heer Dassen (Volt):Dank, voorzitter. De afgelopen 24 uur zijn er opnieuw Palestijnenvermoord bij distributiepunten voor hulpgoederen, 90 Palestijnen omprecies te zijn. Israël bombardeerde daarnaast een school, een vluchtelin-genkamp en een veldziekenhuis. Maar het is bijna geen nieuws meer. Hetis een patroon. Het is het patroon van genocide.Voorzitter. Het Europees onderzoek naar artikel 2 van het associatie-verdrag dat op initiatief van deze Minister is uitgevoerd, is dan ookklip-en-klaar, net als al die andere onderzoeken door al die andereverschillende organisaties en juridische instanties: Israël begaat oorlogs-misdaden, gebruikt honger als wapen, straft de volledige Palestijnsebevolking. 500.000 Gazanen lopen nu, op dit moment, een ernstig risicoom te sterven aan de hongersnood en dit kabinet doet niets. Nederlandstaat erbij en kijkt ernaar. «De uitkomsten van dit onderzoek»: we pratener volgende maand rustig verder over. In de tussentijd voeren we geenextra druk uit, maar hopen we dat Israël zelf verbetering toont. Hoe kan deMinister dit nog aan zichzelf uitleggen? Ik zie hem net hard nee schudden,maar wat bedoelt hij met «diplomatieke druk»? Voor mij is dit politiek opzijn allerlelijkst.Een paar weken geleden heeft Volt samen met de Partij voor de Diereneen rondetafelgesprek georganiseerd over de verplichtingen dieNederland heeft onder het Genocideverdrag, specifiek in relatie tot desituatie in de Palestijnse gebieden. De conclusie van dat gesprek:Nederland verzaakt onder leiding van dit kabinet zijn internationaalrechte-lijke verplichtingen om genocide in Gaza te voorkomen dan wel testoppen. De ene expert sprak van genocide, de andere expert overgenocidale daden en de expert uitgenodigd door de SGP en de VVD sprakvan een ernstig risico op genocide. Ik heb daar Kamervragen over gesteld.Ik zou de Minister willen vragen om een mondelinge reflectie op een paarvan de antwoorden en de voorbeelden. De Minister geeft aan dat er nietsis dat Nederland kan doen boven op wat we nu al doen om Israël testoppen. In antwoord op mijn vraag of Nederland alles doet wat in zijnmacht ligt om genocide te voorkomen durft de Minister gewoon ja teantwoorden. Meent de Minister dit serieus?In antwoord op mijn vraag of economische sancties de druk op Israëlzouden kunnen verhogen, verschuilt de Minister zich in het antwoordachter Europese partners. Natuurlijk ben ik het met hem eens dat sanctiesin EU-verband het meest effectief zijn, maar het is volgens het Genocide-verdrag uiteindelijk onze eigen Nederlandse verantwoordelijkheid dat weal het mogelijke in onze macht doen om de genocide in Gaza te stoppen.Waarom handelt deze Minister dus niet naar de verplichting onder hetGenocideverdrag?Verder geeft de Minister enerzijds aan dat we moeten wachten op eenjuridische uitspraak van het Internationaal Gerechtshof of er sprake is vangenocide in Gaza, maar anderzijds geeft de Minister aan dat er in hetgeval van de genocide op de jezidi’s door IS niet gewacht is op eenjuridische uitspraak. Vanwaar dit onderscheid, vraag ik hem. Het internati-onaal recht is namelijk geen keuzemenu.Voorzitter. Waarom moeten we volgens deze Minister nog wachten tot ermeer maatregelen genomen kunnen worden om Israël te stoppen? Als wenu niks doen, als we nu geen consequenties verbinden aan dit onderzoekom de genocide in Gaza te stoppen, dan draait dit kabinet het internati-onaal recht persoonlijk de nek om en daarmee ook het internationaal rechtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56822 waar toekomstige generaties gebruik van willen maken. Ik hoor hier graageen reflectie van hem op. De hele wereld kijkt namelijk naar de hypocrisievan Europa en de hypocrisie van Nederland. Het internationaal recht zalbij het vuilnis blijven staan als we nu niet durven handelen.Wat Volt betreft kunnen we namelijk veel meer doen: harde sancties op deregering-Netanyahu, een wapenembargo, aansluiting bij de genocidezaakvan Zuid-Afrika tegen Israël, vergaande economische sancties, eenhandelsverbod met de Israëlische nederzettingen op de WestelijkeJordaanoever, het opzeggen van het EU-Israël-associatieakkoord en eenverbod op overheidsaanbestedingen bij Israëlische bedrijven.Voorzitter. De tijd om te handelen is nu en ik hoor graag op die voorstelleneen reflectie van de Minister.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. We spreken vandaag over de situatie in Israël en dePalestijnse gebieden in een tijd van een kwetsbaar bestand tussen Israëlen Iran, in een tijd waarin de verschrikkelijke oorlog in Gaza nog steedsvoortduurt en zo veel onschuldige slachtoffers vraagt. De onderhuidsefrustratie voelen we allemaal, zij het met totaal verschillende invals-hoeken. Het is wel belangrijk om elkaar daarin recht te blijven doen in depijn die we voelen en om niet alleen maar op elkaar in te meppen. Latenwe ook benoemen dat in deze tijd nog steeds gijzelaars worden vastge-houden door Hamas. Ik vind dat onvoorstelbaar.Ik wil de Minister danken voor het verslag van de laatste Raad. DeChristenUnie volgt de stappen die Kallas nu zet en ook de kabinetslijndaarbij. Maar ik vraag de Minister wel om voor het commissiedebat vanvolgende week duidelijk te maken op welke wijze hij denkt verder om tegaan met het rapport. Daarbij heb ik meteen de volgende vraag. Wat ik nuaan gelekte stukken heb gezien, is zeer beknopt. Is dat een samenvattingof is dat het volledige rapport?Voorzitter. Veel collega’s voor mij hebben al vragen gesteld. Daarvanwacht ik vanzelfsprekend de beantwoording af.Het onderwerp van dit debat zijn de EU-actieplannen. Die raken wat mijbetreft juist aan een andere, heel belangrijke dimensie, zoals ik net altegen collega Van der Burg zei. Die dimensie bestaat uit de belangrijkevraag hoe we op lange termijn verder gaan en of we nog wegen naarvrede zien in plaats van elkaar hier alleen maar de maat te nemen. Welkebijdrage kan Nederland daaraan leveren?Ziet de Minister ook de kansen dat deze beide plannen, als hij ze juistverlengt, met goede voorwaarden, kunnen worden benut als instrumentrichting vrede? Ook aan deze oorlog zal toch ooit een einde komen. Kande Minister waarborgen dat juist in dat licht ook de verzoeningsprojecten,waar het niet meer over gaat sinds 7 oktober, waar we het geld nietweggezet krijgen sinds 7 oktober, een heel belangrijke plek gaan krijgenen dat de EU juist ook in dat opzicht durft bij te dragen?Voorzitter. Ik heb een aantal andere vragen, heel kort, ten aanzien vanvrede en recht voor zowel Israëliërs als Palestijnen. We krijgen vanuitchristenen die in Jeruzalem al eeuwenlang hun geloof belijden zorgelijkesignalen dat zij steeds meer in het gedrang komen. We krijgen verzoekenom hulp. Er zijn geregeld meldingen van gespuug door ultraorthodoxegemeenschappen. Bij feestdagen wordt de bewegingsvrijheid vanchristenen en moslims zelfs nog verder ingeperkt, wat gepaard gaat metstress en geweld. Hoe kan de Minister deze problemen aanpakken enborgen dat de EU-actieplannen bijdragen aan een verbetering van dezesituatie?Voorzitter. Kan de Minister ook ten aanzien van de veiligheid vanPalestijnen juist deze actieplannen inzetten? Wij stelden eerder vragenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56823 over de bescherming van Palestijnen op de Westbank. De antwoordendaarop waren niet helder. Als de Palestijnse Autoriteit hen niet magbeschermen tegen gewelddadige settlers en de IDF dat ook niet doet, danhebben we een groot probleem, want dan zijn Palestijnse gezinnenvogelvrij, omdat niemand zich verantwoordelijk voelt voor hunbescherming. Is de Minister bereid om deze onduidelijkheid op te pakkendoor de Israëlische autoriteit aan te spreken en samen met de PalestijnseAutoriteit te bekijken hoe deze lacune kan worden opgelost?Tot slot, voorzitter. We zagen vandaag de beelden van aanvallen op hetchristelijke dorp Taybeh, in de buurt van Ramallah, op de Westbank. Diebeelden waren zeer schokkend en raken ons diep. Welke informatie heeftde Minister inmiddels over deze situatie? Kan hij zich ervoor inzetten datdeze daders worden opgespoord en aangepakt?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de Kamer. We schorsen tot 16.30 uur en dan gaan we verder.De vergadering wordt van 16.11 uur tot 16.33 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de kantvan de Minister. U heeft straks twee interrupties. Interrupties onder detwintig seconden tel ik niet mee. Bent u te lang van stof, dan tellen we ’mdubbel.We gaan nu snel beginnen. Minister, zou u kunnen aangeven in welkeblokjes u gaat antwoorden? Dan krijgt iedereen aan het einde van datblokje de kans om een vraag te stellen. De Minister.Minister Veldkamp:Voorzitter. Allereerst dank voor de complimenten die u gaf voor deNAVO-top en de organisatie daarvan. Straks spreek ik met de hele groepdie dit allemaal ter plaatse georganiseerd heeft. Dat is los van allebeveiligingsmensen et cetera, want anders wordt het echt een hele halvol. Daar zal ik zeker deze complimenten doorgeven. Ik denk dat men datenorm zal waarderen, want er is gewoon heel hard aan gewerkt.Voorzitter. Ik heb een introductietekst en daarna een blokje situatie Gazaen Westoever, een blokje stand van zaken van de inzet artikel 2, een blokjeactieplan EU-Israël-relaties, een blokje EU-Palestijnse Autoriteit, actieplanPalestijnse gebieden, en een blokje met een aantal elementen waaronderde ronde tafel en een aantal overige belangrijke elementen rond Israël ende Palestijnse gebieden. En tot slot is er nog een blokje waarin het overSyrië en breder gaat.De voorzitter:Dat is uitgebreid. Zeker omdat u zegt «introductie» – waar u recht op heeft– ga ik u vragen om het echt kort te houden en graag direct na de vragenvan de Kamerleden te antwoorden, anders is er geen ruimte voor debat.De Minister.Minister Veldkamp:Dank u, voorzitter. U heeft natuurlijk afgelopen weken net als ik met zorgnaar de ontwikkelingen in het Midden-Oosten gekeken en de escalatie, detoenemende spanningen en de onzekerheid gezien. Er werd om decontext gevraagd, ook door de heer Van der Burg, voor deze ontwikke-lingen met potentieel grote gevolgen voor de regio en ook voor ons. Opde geweldsescalatie tussen Israël en Iran ga ik hier nu niet verder in. Diecontext speelt echter wel mee en die speelde bij de Raad BuitenlandseZaken ook heel duidelijk op de achtergrond een rol, ook waar het gingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56824 over het EU-Israël-associatieakkoord. Die geweldsescalatie tussen Israëlen Iran lijkt nu met een fragiel staakt-het-vuren beslecht, en tegelijkertijdblijven er spanningen en heel veel zorgen. Door die escalatie is het deafgelopen dagen, ook in de wandelgangen van de Raad BuitenlandseZaken, en ook van de NAVO-top, en vandaag ook weer bij de EuropeseRaad, heel vaak over Iran gegaan.Gezien de frustratie, die ik hier ook breed om de tafel voel, over deverschrikkelijke oorlog die doorgaat in de Gazastrook, wil ik hier welaangeven dat we er als kabinet voor gekozen hebben om overal waar datmogelijk was bij gesprekspartners wel aandacht te vragen voor de situatiein de Gazastrook. Zowel de premier, als de Minister van Defensie, alsondergetekende heeft dat gedaan bij alle mogelijke gesprekspartners diedaartoe ook maar iets kunnen bijdragen.Voorzitter. Vandaag staan die EU-actieplannen voor Israël en de Pales-tijnse gebieden op onze agenda. Afgelopen maandag heb ik in Brusseluitgebreid met de Europese collega’s gesproken over de regio en ook overdie evaluatie van artikel 2 van het associatieakkoord. Vorige week haddenwe een extra Raad over de situatie Israël-Iran. De NAVO-top noemde ik al,en de Europese Raad noemde ik vandaag ook, net als al die verschillendedossiers die er spelen. Of het nu gaat over Iran, over Syrië, dat hiervandaag ook genoemd is, over Gaza of over de Westoever: hiervoor zethet kabinet zich in. Ook vandaag doet de premier dat weer bij de EuropeseRaad. Waar wij dat kunnen, waar wij kanalen kunnen openen, waar we hetaan de orde kunnen stellen, samen of met anderen, doen wij dat.Voorzitter. Belangrijk is dat die hele situatie Israël-Iran de aandacht nietafleidt van de situatie in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. De situatiein de Gazastrook blijft catastrofaal. Ik deel de diepgevoelde frustratie ende zorgen van u en van veel Nederlanders dat die situatie niet verbetert.Zoals u weet, waren de ontwikkelingen in de Gazastrook en de WestelijkeJordaanoever de belangrijkste aanleiding voor het Nederlandse verzoektot een evaluatie van Israëls naleving van artikel 2 van het EU-Israël-associatieakkoord. Hoewel sinds de dag dat de EU tot die evaluatiebesloot op 20 mei de hulp mondjesmaat weer is toegenomen, met namedankzij Italiaanse inzet, is er absoluut geen sprake van de significanteverbetering die we nastreven. Het verharde Israëlische optreden in deGazastrook houdt aan en de humanitaire hulp wordt nauwelijks toege-staan. Zoals bekend is, veroordeelt het kabinet die blokkade en roept hetconsequent op tot de onmiddellijke, ongehinderde en veilige toegangvoor professionele hulporganisaties. Het ingestelde alternatief, hetzogeheten Gaza Humanitarian Fund, is niet in lijn met de humanitaireprincipes. Het gaat gepaard met gedwongen ontheemding, en het biedtniet voldoende hulp. Bovendien worden er dagelijks burgers gedood bijde distributiepunten.Ik wil ook niet onbenoemd laten dat de aanstichter van de oorlog, deterreurorganisatie Hamas, nog steeds een vijftigtal gijzelaars vasthoudt,waarvan er zo’n twintig nog in leven zijn. Hun familieleden wachten metsmart op hun terugkeer, hoewel van velen inmiddels vaststaat dat zeoverleden zijn en hun nabestaanden hen graag willen begraven. Ik blijferbij dat Hamas de wapens moet neerleggen, de gijzelaars moet vrijlatenen geen rol kan spelen in het toekomstige bestuur van de Gazastrook. Ditkabinet blijft staan voor het bestaansrecht en de veiligheid van Israël.Maar het heeft altijd gezegd: Israël mag zichzelf verdedigen, maar moetzich houden aan het internationaal humanitair oorlogsrecht. Ook in debrief die ik aan Hoge Vertegenwoordiger Kallas heb gestuurd op 6 meiwees ik niet alleen op de situatie in de Gazastrook, maar ook op deverslechterende situatie op de Westelijke Jordaanoever. In het bijzonderzien we daar de aankondiging van 22 nieuwe nederzettingen. We zien ookhet aanhoudende kolonistengeweld. Gisteren was er bij Taybeh en eldersweer een aanval van gewelddadige kolonisten, die het kabinet veroordeelten die voor Nederland en Frankrijk reden te meer is om een voortrek-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56825 kersrol te blijven spelen door in de EU een derde sanctiepakket jegensgewelddadige kolonisten en hun organisaties te bepleiten.Voorzitter. Daarmee kom ik in dit blokje over de situatie in Gaza en op deWestelijke Jordaanoever aan bij de beantwoording van enkele specifiekevragen die hierover zijn gesteld. De heer Boswijk vroeg naar de toekomstvan Gaza. Hij heeft de zaal verlaten, maar ik wil het toch benoemen, wanthet is een belangrijk onderwerp. Voor Nederland zijn daarbij de zogehetenG7-principes, de principes van de G7-landen, leidend. Onderdeel daarvanis een door Palestijnen geleid bestuur met een hervormde PalestijnseAutoriteit en een duidelijke Palestijnse stem in de toekomst van Gaza.Voor het herstel, de stabilisatie, de wederopbouw en de toekomst vanGaza zal samenwerking nodig zijn, niet alleen met de PalestijnseAutoriteit, maar wat mij betreft ook met de landen in de regio, met de VNen met internationale organisaties als de Wereldbank en dergelijke.Daarbij is het voor het kabinet duidelijk dat er geen rol mag zijn voorHamas in de toekomst van Gaza.Naar aanleiding van het Ierse voorstel met betrekking tot de WestelijkeJordaanoever vroeg mevrouw Hirsch mij om te bestuderen of wewetgeving zouden kunnen introduceren ten aanzien van handelspolitiekemaatregelen. Ik zeg daarbij dat handelspolitieke maatregelen eenexclusieve EU-competentie zijn. Lidstaten mogen alleen optreden als datvolgens het Unierecht is toegestaan. Ierland beroept zich bij het betref-fende wetsvoorstel op een uitzonderingsgrond in de EU-wetgeving,namelijk het beschermen van de openbare orde. Het is maar zeer de vraagof dat houdbaar is, of dat niet een probleem wordt. Wat dit betreft zoudenwe het beste Europees kunnen optreden. Ik denk dus niet dat Ierland dezemaatregel goed kan doorvoeren of dat die heel lang stand kan houden.Voorzitter. Een aantal van u vroeg naar het sanctioneren van kolonisten.Nederland zet zich met partners in voor sancties tegen gewelddadigekolonisten. Dat hebben we ook met de vorige twee sanctiepakkettengedaan. Het laatste werd aangenomen in de zomer van vorig jaar. We zijnook voor sanctionering van kolonistenorganisaties en hun voorzitters. Wezijn samen met Frankrijk bezig met het zogeheten derde pakket. Ik heb aleerder gezegd: anderhalve maand geleden waren er nog vier lidstatentegen; nu is het er nog één. Voor zulke sancties is unanimiteit nodig. Ikacht het niet onmogelijk, maar op dit moment is die ene lidstaat nog nietaan boord, mede met een beroep op de escalatie tussen Iran en Israël. Iksnapte de inhoudelijke redenering van die ene lidstaat niet, want ik snapniet wat de gewelddadige kolonisten op de Westoever precies te makenhebben met raketten uit Iran. Maar u kent de Nederlandse positie:uitbreiding van nederzettingen, vernielingen en uithuisplaatsingen inbezette gebieden zijn in strijd met het internationaal recht. Daar sprekenwe ons consistent tegen uit. Dat veroordelen we. Dat heb ik afgelopenmaandag ook in Brussel aangegeven. Daarbij zijn we ook voor hetsanctioneren van die twee extremistische Ministers, Smotrich enBen-Gvir. Dat heeft u ook gehoord. Bij verdere stappen heb ik de motievan mevrouw Hirsch, dacht ik, die ziet op het op de sanctielijst plaatsenvan mensen die illegale nederzettingen bouwen, scherp voor ogen.Mevrouw Hirsch vroeg ook naar het ontmoedigingsbeleid. Dat voeren weduidelijk uit. Ik constateer dat de uitspraak of in ieder geval de advies-opinie van het Internationaal Gerechtshof van juli vorig jaar het ontmoedi-gingsbeleid en het uitdragen daarvan onderstreept. Bij de Raad Buiten-landse Zaken van afgelopen maandag hebben we aangegeven dat hetgoed is dat de Commissie dit gaat onderzoeken en een analyse maakt vande adviesopinie voor het beleid van de Europese Unie. Daar wordt dus ineen later stadium op teruggekomen.Hiermee kom ik aan het eind van het blokje over de situatie van Israël ende Westelijke Jordaanoever.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56826 Dank u wel. Ik ga even kijken of er op dit punt vragen zijn.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik wil even een verklaring. De Minister zegt dus dat hij niet eens bereid isom de Ierse optie te bestuderen, omdat hij vermoedt dat die niet haalbaaris.Minister Veldkamp:Ik zie wat Ierland doet. Ik denk sterk dat het niet haalbaar zal zijn. Ikvermoed dat Ierland, gezien de lijn die het meestal in de Raad aanhoudt,dit echt meer doet voor het eigen publiek dan om daadwerkelijk ietsgedaan te krijgen. In de eerste plaats omdat er heel weinig handel is vanIerland met Israël en met de bezette gebieden. En omdat die optie heelsnel onderuitgaat, gezien de rechtsgrond. Ik vind dat je zo veel alsmogelijk in Europa samen moet optrekken om invloed uit te oefenen. Datis beter dan het zetten van een dergelijke stap.De voorzitter:Een korte vervolgvraag, mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Wat bedoelt de Minister met het scherp voor ogen hebben van demotie-Hirsch?Minister Veldkamp:Die gaat over het op de sanctielijst plaatsen van mensen die illegalenederzettingen bouwen. Dit is het dictum van de motie en die is voor hetkabinet mede aanleiding geweest om aan te sluiten bij het Zweedseinitiatief om te pleiten voor sanctionering van de extremistische MinistersSmotrich en Ben-Gvir.De heer Van Baarle (DENK):De Minister schrijft dat het EU-associatieakkoord, dat in de afgelopenRaad is besproken, gebruikt moet worden om de druk op te voeren. Het ismij niet helder waar Nederland voor heeft gepleit.Minister Veldkamp:Dat is meteen het blokje waar ik nu mee wilde beginnen.De voorzitter:Ik kijk nog even verder. Nee? Gaat u verder. En ook hierbij de vraag om deintroducties zo kort mogelijk te houden.Minister Veldkamp:Goed. Dan de stand van zaken en de inzet met betrekking tot de evaluatievan artikel 2 van het EU-Israël-associatieakkoord. We achten aanhoudendedruk op de Israëlische regering om van koers te wijzigen noodzakelijk.Waar willen we toe komen? Het per direct volledig opheffen van dehumanitaire blokkade van de Gazastrook die op 2 maart is ingesteld. Hettoepassen van normale humanitaire principes en het toelaten vanhumanitaire organisaties. Verder een terugkeer naar een staakt-het-vuren,waarbij ik volledig besef dat je daarvoor twee partijen nodig hebt, maarwij vragen dit ook van deze ene partij Israël. Die druk voeren we het meesteffectief op wanneer we dat gezamenlijk als EU doen, met 27 lidstaten.Afgelopen maandag bespraken we in Brussel de uitkomst van het door deHoge Vertegenwoordiger gepresenteerde onderzoek. Mevrouw Bikkervroeg al welk onderzoek dit is, want het is niet publiekelijk gemaakt. Ikvond het wel interessant dat het al op websites stond voordat wij hethadden ontvangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56827 Dit onderzoek beslaat een zevental geschreven pagina’s en concludeertdat er aanwijzingen zijn dat Israël zou handelen in strijd met zijn verplich-tingen onder artikel 2 van het associatieakkoord. De uitkomst is doorveruit de meeste lidstaten onderschreven. Ik heb de Hoge Vertegenwoor-diger naar aanleiding van de Raad verzocht zo snel mogelijk op indrin-gende wijze daarover contact op te nemen met Israël om duidelijk temaken dat het de EU echt ernst is met de breed gedragen zorg over dehumanitaire situatie.Als die situatie op de grond de komende weken niet verbetert, zullen deHoge Vertegenwoordiger en de Commissie met voorstellen voorpassende maatregelen komen. Deze worden over drie weken in Brusselbesproken. Die maatregelen, ook de dreiging van die maatregelen,moeten Israël ertoe bewegen van koers te wijzigen ten aanzien van deGazastrook. Zo veel mogelijk behoud van EU-eenheid acht ik essentieelvoor het behoud van effectieve druk op dit moment.Ik zie dat er in de EU verschillend wordt gedacht, net als hier in uw Kamer.Verschillende uitgangspunten hebben gevolgen voor wat we wel en nietgezamenlijk kunnen doen. Dit betekent niet dat we geen stappen kunnenzetten. Voor de mogelijke maatregelen gelden verschillende besluitvor-mingsprocedures. Ik wil op dit moment niet op die maatregelen vooruit-lopen. Dat is echt in eerste instantie aan de Hoge Vertegenwoordiger ende Commissie, die dat in het College van Commissarissen zal bespreken.Nederland riep tijdens de Raad ook op tot aanvullende sancties jegensgewelddadige kolonisten en organisaties, zoals ik net al heb benoemd.Daarnaast hebben we, ook in lijn met de motie-Piri/Paternotte, steunuitgesproken voor het Zweedse initiatief om sancties in te stellen tegen detwee Israëlische bewindspersonen. Wat het kabinet betreft – dat wil ik hierwel aangeven – is het nu niet het moment om nieuwe samenwerkingenmet Israël aan te gaan. Ik blijf om die reden ook het EU-Israël-actieplanblokkeren.Dan heb ik nog twee specifieke vragen die zijn gesteld. Mevrouw Dobbevroeg of het kabinet bekend was met het EU-rapport dat in november2024 al rondging. Ja, dat rapport is bekend. Het heeft dezelfde opstellersals het rapport over de evaluatie dat net is uitgebracht. Het is daar ook inmeegenomen. In de brief die we op 6 mei aan de Hoge Vertegenwoor-diger stuurden, verwijzen we ook specifiek naar dat rapport van detoenmalige EU-mensenrechtengezant. Het bouwt ook daarop voort.Daar laat ik het even bij, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Van Baarle had een vraag en daarna de heer Stoffer.De heer Van Baarle (DENK):We hebben het over twintig maanden genocide, 50.000 doden, en deconclusie nu in Europa is dat er even indringend met Israël gesprokengaat worden en dat we de komende weken nog maar even gaan aankijkenwat er wellicht gaat gebeuren. In die komende weken zullen er weerhonderden mensen sterven bij voedseluitdelingen, zullen er mensendoodgebombardeerd worden. Die mensen kunnen niet wachten. Hoe kandit nou de uitkomst zijn?Minister Veldkamp:Ik deel het ongeduld van de heer Van Baarle. Ik deel het ongeduld.Tegelijkertijd, als je in Europa gezamenlijk een vuist wil maken, dan kostdat stapjes en dan kost dat tijd. Helaas. Ook ik ben er gefrustreerd over datdat nu niet sneller kon.Ik schetste al dat er ook een context was waarbinnen deze Raadplaatsvond, de context van de escalatie tussen Iran en Israël. Dat maakteeen aantal van de ambtgenoten wat huiveriger dan ze misschien op20 mei waren om nu tot verdere stappen over te gaan dan een aantalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56828 ambtgenoten misschien had gewild. Op dit moment is het zo dat we debespreking in de Raad afgelopen maandag hebben benut om te zeggen:Hoge Vertegenwoordiger, treed zo snel mogelijk met Israël in contact opindringende wijze om duidelijk te maken dat het ons echt menens is meteen zeer breed gedragen zorg. Want hoe we ons ook tot specifiekemaatregelen verhielden, die zorg is heel breed, die wordt heel breedgedragen. Ga daarover in contact.We willen daadwerkelijk een koerswijziging zien van Israël. Dat gaat metname over die punten als de humanitaire blokkade en het staakt-het-vuren, maar het gaat ook over dingen rond de Westelijke Jordaanoever,over het feit dat de Israëlische Minister van Financiën Smotrich opdrachtheeft gegeven tot het bevriezen van de zogeheten banking correspon-dence waiver voor het zakendoen tussen Israëlische en Palestijnsebanken. Dat klinkt technisch, maar het is buitengewoon belangrijk voor dePalestijnse economie.De heer Van Baarle (DENK):«De komende weken maar even kijken.» Ik snap gewoon echt niet datdeze Minister niet zelf kan zeggen dat Nederland nu al wil dat hetassociatieakkoord door de shredder gaat. Deze Minister kan ook gewoonde conclusie trekken dat het klaar moet zijn met dat er gehandeld wordtmet een genocidale staat. Waarom doet de Minister dat niet en grossierthij nu in het vooruitschuiven en het wachten?De voorzitter:Dank. De Minister, kort.Minister Veldkamp:Ik grossier niet in vooruitschuiven. Ik wil wel graag samen met deEuropese Unie zo veel mogelijk druk houden en zetten. Als ik zelf nuspecifieke maatregelen publiekelijk op tafel leg in Brussel, bij de pers ofhier in deze zaal, dan weet ik dat dat onmiddellijk tegenkracht gaatoproepen bij een aantal lidstaten. Dan organiseer ik de verdeeldheid vanEuropa en dat willen we juist niet. We willen juist gezamenlijke druk vanEuropa.De heer Stoffer (SGP):De Minister heeft het erover dat Israël van koers moet veranderen. Hijheeft wel enigszins aangegeven wat dat inhoudt. Wat betekent dat voordie andere partij: Hamas? Hoe moet die veranderen van koers? Speelt datook een rol in wat je wel of niet van Israël kunt vragen in termen van«jezelf verdedigen», «wat moet er met de gijzelaars gebeuren» en ga zomaar door? Kan de Minister daar wellicht wat kleuring aan geven?Minister Veldkamp:Voor mij is het vrij simpel. Voor Hamas en eigenlijk ook voor de Pales-tinian Islamic Jihad, die daar ook actief is, geldt: onmiddellijk de wapensneerleggen, gijzelaars vrijlaten en geen deel uitmaken van de toekomstvan het bestuur van de Gazastrook.Daarmee kom ik meteen op wat ik echt urgent acht: het vuren staken omweer tot een staakt-het-vuren te komen tussen Israël en – grosso modo –Hamas. Dat staakt-het-vuren is morgen mogelijk, theoretisch gezien, maarde partijen liggen nog uit elkaar op een aantal details. Ik vind dat de drukom tot een staakt-het-vuren te komen op beide partijen moet wordenopgevoerd, zeker ook op Hamas. Dat is ook iets wat we bijvoorbeeldgisteren nog bij de NAVO-top besproken hebben met de Turksecounterpart. Turkije heeft contacten met Hamas. Zo spreken we ook metQatar. We zeggen echter ook tegen Israël «zet extra stappen hierbij», wanteen staakt-het-vuren is de beste manier om ertoe te komen dat humani-taire hulp massaal het gebied in kan en de mensen die het verdienen, kanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56829 bereiken, dat de gijzelaars kunnen worden vrijgelaten en dat er eenperspectief kan worden geboden op een einde aan het conflict.Mevrouw Dobbe (SP):Als je ze heel kort doet, dan mag het. Ik heb een vraag, over wat ik nietsnap. 11 november was er een rapport. Deze Minister zei dat hij bekendwas met het rapport. Kan de Minister mij helpen met een antwoord op devraag wanneer hij bekend werd met het rapport?Minister Veldkamp:Ik ben er pas later echt bekend mee geworden, maar we zijn natuurlijk alsministerie – daar ben ik verantwoordelijk voor – in november vorig jaarbekend geworden met het rapport, denk ik. Pas later is tot mijzelfdoorgedrongen dat dat rapport er was, namelijk nadat ik de opstellerervan een keer ontmoette.Mevrouw Dobbe (SP):Wat ik dan niet snap, is dat de Minister een halfjaar later precies dezelfdeopsteller vraagt om hetzelfde onderzoek en hetzelfde rapport. Wat was erniet duidelijk aan het rapport van november?Minister Veldkamp:Het gaat, denk ik, niet om hetzelfde rapport en hetzelfde onderzoek. Hethuidige onderzoek heeft een ander doel. Het is een evaluatie van artikel 2en is ook echt daaraan verbonden. Het is helaas – dat is mijn frustratie – inde diplomatie vaker zo dat een effect vaker op kan treden en je demeerderheid pas achter je krijgt met de juiste timing. Die timing achtte ikin mei zeker mogelijk.De voorzitter:Tot slot.Mevrouw Dobbe (SP):Wat was er niet duidelijk in dat rapport uit november over dat Israëlmensenrechtenschendingen pleegt die in strijd zijn met artikel 2 van hetassociatieakkoord? Volgens mij was dat heel duidelijk in dat rapport.Minister Veldkamp:Het rapport van het einde van afgelopen jaar is in allerlei opzichtenduidelijk. Dit rapport echter, het nieuwe rapport, is echt opgesteld met hetoog op de evaluatie van artikel 2. Het is opgesteld op verzoek van degehele Raad en met instemming van een ruime meerderheid van lidstatentijdens de Raad Buitenlandse Zaken op 17 mei. Dat rapport heeft daardooreen ander gewicht. Het gaat dus niet alleen om de feitelijke grond. Helaas,om de gehele EU in actie te brengen en de 27 EU-lidstaten achter je tekrijgen, heb je soms meer stappen nodig.De voorzitter:Dank u wel. Helder.De heer Paternotte (D66):Dan slaan we er een nietje door en dan heb je één rapport. Het gaatnatuurlijk om het feit dat de vraag is hoe vaak je indringend het gesprekaan kan gaan. Hoe vaak kan je een oproep doen? Hoe vaak kan jeconstateren dat wij veroordelen dat er geen noodhulp wordt toegelaten?Ik hoorde de Minister zeggen dat hij het eigenlijk ook frustrerend vindt dater nog geen stappen zijn gezet. Mijn vraag is: welke stap had hij afgelopenmaanden graag willen zetten?Minister Veldkamp:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56830 U hebt al gezien wat de inzet was die we vorige week als kabinet hebbengedeeld wat betreft het aansluiten bij het Zweedse initiatief van sanctiestegen twee extremistische Ministers. Dat is niet makkelijk. Daar heb jeuiteindelijk unanimiteit voor nodig. Tegelijkertijd hebben we vaker geziendat we in de EU wel unanimiteit bereiken. Er is een schakering aanmeningen, zowel als het over Oekraïne gaat als over sancties tegengewelddadige kolonisten.De heer Paternotte (D66):Deze Minister heeft gezegd: ik wil een onderzoek. Dat zei hij niet toen ereenheid over was; dat zei hij daaraan vooraf. Waarom kan hij nu nietgewoon zeggen wat Nederland wil als consequentie van dit heftigeonderzoek?Minister Veldkamp:Laat ik dat heel praktisch maken, want zo werkt dat in mijn ogen. Ik vinddat ik dit voorbeeld wel mag gebruiken, want dat kan de betreffendeMinister wel hebben. Die deed dat ook publiekelijk. De Spaanse Minister –er werd eerder, ik geloof door mevrouw Hirsch, al naar gevraagd – zeiafgelopen maandag bij inloop van de Raad tegen de pers: ik wil eenopschorting van het EU-Israël-associatieakkoord. Daarmee riep hij meteeneen reactie van Italië op – dat heb je in de pers kunnen zien – waarin werdgezegd: dat gaat niet gebeuren. Daarmee was de Europese verdeeldheidmeteen al een feit.Als je dat doet, vrees ik – dat heb ik ook tegen de Spaanse Minister gezegd– dat de inzet die je dan publiek maakt, bij voorbaat een losse flodderwordt. Je veroorzaakt dan namelijk verdeeldheid in plaats van eenheid.Die eenheid is nodig om Israël indringend te kunnen benaderen.De voorzitter:Dank. Ik kijk even... Tot slot.De heer Paternotte (D66):Spanje heeft vorig jaar gezegd dat ze dit onderzoek wilden. Uiteindelijk ishet onderzoek er ook gekomen. Waarom kun je niet gewoon iets vinden?Wat vindt het kabinet eigenlijk?Minister Veldkamp:Ik vind dat het rapport dat er nu ligt en de conclusie daarvan – dit hebbenwe in de bespreking heel duidelijk gemaakt – niet zonder gevolgen kunnenblijven. Daarmee is er nu uit de Raad gekomen... Ik schetste de contextvan de Raad van deze keer al. Ondanks die context is er uit de Raadgekomen dat de Hoge Vertegenwoordiger het meteen oppakt. Met alleernst die blijkt uit het onderzoek en uit het gesprek dat we hierover in deRaad hebben gehad, dus de discussie, zal ze meteen contact zoeken metIsraël. Ook zal ze nog met de Commissie in contact komen over hetvoorbereiden van maatregelen. We bespreken dat verder over drie weken.De heer Dassen (Volt):Verwacht de Minister een serieuze koerswijziging van Netanyahu na eengesprek met de Europese Commissie?Minister Veldkamp:Ik hoop dat. Ik hoop dat zeer. Ik vind dat we met de EU voor de situatie opde grond en de mensen die het betreft, de slachtoffers, alles op allesmoeten zetten om die druk uit te oefenen. Die druk is het beste, hetsterkste, als je met 27 lidstaten gezamenlijk staat. Als alleen Nederlandiets roept, slaat dat bij voorbaat geen deuk in een pakje boter. Maar metzijn zevenentwintigen iets roepen, maakt, denk ik, iets meer indruk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56831 Ik hoop – dit blijft ook de inzet – dat we hier wel iets kunnen bewerkstel-ligen. Die inzet is, wat mij betreft, om ons te verbinden aan het opheffenvan de humanitaire blokkade en aan het bevorderen van een staakt-het-vuren en dergelijke.De voorzitter:Meneer Dassen, kort.De heer Dassen (Volt):We hebben in het afgelopen anderhalf jaar gezien dat hoop een slechtestrategie is richting Netanyahu. Roepen met zijn zevenentwintigen zal ookweinig zin hebben. Wat als de Europese Commissie met te kleine stapjeskomt?Minister Veldkamp:Daar zit voor mij natuurlijk ook een zorg. Hoe kunnen we invloeduitoefenen op de situatie? Die is namelijk buitengewoon weerbarstig. Hetis overigens niet alleen weerbarstig aan de Israëlische kant. Ook aan dekant van Hamas is het weerbarstig, begrijp ik als ik de stand van zakenhoor, die me door ambtenaren wordt voorgelegd. Ik hoorde dit gisterenook nog een keer, toen ik me liet informeren door talloze collega’s in demarge van de NAVO-top.Voor het tot stand komen van het staakt-het-vuren zit er op dit momenteen heel groot probleem bij Hamas. Dus ook wat dat betreft geldt: het isniet makkelijk. Ik zeg er wel bij dat ik blij ben dat de Hoge Vertegenwoor-diger nu de discussie met Israël aangaat. Israël alleen maar de rugtoekeren, gaat de situatie op de grond namelijk niet verbeteren.De voorzitter:Helder. Meneer Dassen, kort.De heer Dassen (Volt):Dat is geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag is als volgt. Het duurtweer drie weken, met opnieuw honderden doden in de Gazastrook totgevolg. Mensen worden vermoord bij hulpposten. Is de Minister bereidom in de komende drie weken een eigen sanctiepakket op tafel te leggenvoor als de stapjes van de Europese Commissie onvoldoende blijken?Minister Veldkamp:Uiteraard. Als EU-beleid nergens toe zou leiden, moet je kijken of ernationale mogelijkheden en opties zijn. Zo hebben we in het verleden ookal nationale stapjes gezet. We hebben veroordelingen uitgesproken, wehebben ontboden en strategische vergunningen ingetrokken. We hebbennationaal stappen gezet. Ik sluit niet uit dat we dat in de toekomst nietdoen. Maar ik vind toch – ik denk dat de heer Dassen dit, gezien zijn partij,moet aanspreken – dat je in Europa samen sterker staat.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):In navolging op de vraag van de heer Paternotte vroeg ik me af of deMinister dan wel áchter de schermen aan de Hoge Vertegenwoordigerheeft laten weten dat hij het Spaanse voorstel steunt.Minister Veldkamp:Als ik hier ga vertellen wat ik achter de schermen doe, leg ik alles bijvoorbaat op tafel. Dan is het daarmee ook publiek. Het is, nogmaals, welzo – dit heb ik ook nog voordat we naar de Raad gingen, toegezegd in deKamer – dat het onderzoek met de negatieve conclusie, wat Nederlandbetreft, niet zonder gevolgen kan blijven. Het gevolg is, volgens mij, in deeerste plaats de inzet van de Hoge Vertegenwoordiger. Dan volgt deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56832 terugkeer van de Hoge Vertegenwoordiger met mogelijke maatregelen.Daar blijven we ons voor inzetten.Nogmaals, het is niet makkelijk in de Europese Unie. Zeker niet afgelopenmaandag, met als context de escalatie rond Iran. Het is niet makkelijk. Datbracht een aantal collega’s ertoe te zeggen: «We moeten nu juist nietsdoen met Israël, want dat valt v...» Dat vind ik niet. Wij maken echtonderscheid. Iran is dit en alles rond Gaza is iets anders.De voorzitter:Dank. Helder. Mevrouw Dobbe?Mevrouw Dobbe (SP):Er is in de eerste termijn gevraagd om de diplomatieke menukaart, omdathet niet zonder gevolgen kon blijven. Ik hoor maar één smaak. Ik vroeg mijdaarom af: wat is de diplomatieke menukaart van deze Minister?Minister Veldkamp:De diplomatieke menukaart van deze Minister is om voort te bouwen op alhetgeen tot nu toe door ons is gedaan, en dat is een heleboel. Ik weet datsoms het beeld wordt geschetst dat dat niks is, maar het is een heleboel.Ik noem bijvoorbeeld de inzet op sancties jegens de twee extremistischeIsraëlische Ministers, Smotrich en Ben-Gvir. Ik heb eens aan de Zweedseinitiatiefnemers gevraagd hoeveel lidstaten dit nou steunen, voorafgaandaan de Raad. Wij waren de tweede lidstaat van wie ze hadden gehoord datdie het steunde. In de Raad telde ik er inmiddels wat meer, maar nog nietvoldoende. Maar dat is typisch een element van die menukaart.Mevrouw Dobbe (SP):Dat was niet mijn vraag. Er is een rapport en daar zouden consequentiesaan worden verbonden, ook door deze Minister. Toen zou er een diploma-tieke menukaart komen. Wat is de menukaart voor de toekomt?Minister Veldkamp:Dan ga ik toch iets zeggen wat ik liever nooit doe in de Kamer, maar welnodig acht op dit moment. Ik ga niet vooruitlopen op waar de HogeVertegenwoordiger en de Commissie mee zullen komen. Ik wil wel hetgesprek met de Hoge Vertegenwoordiger voortzetten, maar ik ga nietvooruitlopen op waar zij mee gaat komen. Zij moet ook kijken naar wat zein de Commissie kunnen dragen en wat in de Raad, naar haar gevoel,voldoende draagvlak zal kunnen vinden.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Het is me al eerder opgevallen dat deze Minister geen haast heeft, terwijlik aan het begin van mijn betoog, net als zes weken geleden, heb gezegddat er op dit moment kinderen doodgaan van de honger. Zo veel tijdhebben we dus niet meer om de hele diplomatieke weg af te lopen. DezeMinister doet het wéér. Hij stelt het uit. Hij laat het nog weken duren tot ermisschien wat komt. Dat is onacceptabel, wat ons betreft.Ik heb nog een vraag. De reden dat deze Minister in Europa geenvoorstellen doet, is blijkbaar omdat het behoud van de Europese eenheidvoor hem een hoge prioriteit heeft. Is de Minister het ermee eens dat deeenheid in de EU ook kan worden behouden als je een voorstel doet datmisschien geen meerderheid krijgt? Dat zou de Minister namelijk ookkunnen doen. Nu krijg ik de indruk dat hij alleen maar voorstellen wil doenals het van tevoren al duidelijk is dat iedereen het er helemaal mee eensis. Dat is geen voortrekkersfunctie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56833 De voorzitter:Het is helder.Minister Veldkamp:Het gaat erom – de timing hangt daar ook mee samen – of we denken dateen initiatief kans maakt. Toen we afgelopen maand het initiatief namenom naar de Europese Unie te stappen en te zeggen «we willen eenevaluatie van artikel 2 van het EU-Israël-associatieakkoord», was er ooknog geen meerderheid. Zelfs op de dag zelf was er ’s morgens nog geenmeerderheid, maar we achtten het wel kanshebbend. We dachten wel: ditzou kansrijk kunnen zijn, mede gezien hoe we het vooral inhoudelijkaanvliegen. Dat ging namelijk niet zozeer met de woorden «ik wilmaatregelen», maar door te vragen: deelt u ook de brede zorg dieNederland heeft? Wat dat initiatief tot een Europese stap heeft gebracht, ishet feit dat bijvoorbeeld Duitsland, dat het initiatief formeel niet steunde,dezelfde soort bewoordingen gebruikte als Nederland over de enormezorg met betrekking tot de situatie.De heer Kahraman (NSC):Ik werd getriggerd door de Minister over het staakt-het-vuren. Iedereenwil dat graag zo snel mogelijk. Bij mijn weten heeft Israël het laatstevoorstel geaccepteerd en Hamas niet. Kan de Minister daar wat meer oververtellen?Minister Veldkamp:Hamas gaat inderdaad nog niet akkoord met het voorstel van de Ameri-kaanse gezant Witkoff. Het gaat dan over het laatste voorstel dat er ligt.Dat is een tijdelijk staakt-het-vuren van 60 dagen dat vervolgens kanworden voortgezet, inclusief afspraken over gijzelaars, gevangenenuitruilen toegang tot humanitaire hulp. Hamas wijst dat plan af, omdat het geen,of in elk geval onvoldoende, garanties biedt richting een permanentstaakt-het-vuren. Op verzoek van Qatar en Egypte heeft Hamas afgelopenzaterdag een technisch team naar Caïro gestuurd om de laatste wijzi-gingen van het Witkoff-voorstel te bespreken. Ik zeg nogmaals, als wewillen dat het staakt-het-vuren er komt, dan is er niet alleen druk op Israëlnodig. Er zal ook echt druk op Hamas nodig zijn.De heer Kahraman (NSC):Volgens mij stond in dat voorstel dat niet alle gijzelaars al vrij zoudenkomen. Kan de Minister ook aangeven wie er dan druk op Hamas kanzetten?Minister Veldkamp:Ik zie een aantal partners waarmee we... Daar waren we ook voor hetvorige staakt-het-vuren mee in gesprek. Dat zijn Qatar, Egypte... Qatarheeft, zoals u weet, banden met Hamas. Ook Turkije heeft banden metHamas, dus die spreken we daar ook duidelijk over aan. Interessantgenoeg is ook de Trump-administratie op een gegeven moment bandenmet Hamas aangegaan.De voorzitter:Meneer Kahraman, tot slot.De heer Kahraman (NSC):Het verbaast me. Er wordt een staakt-het-vuren voorgesteld. Israëlaccepteert dat zelfs zonder dat alle gijzelaars vrijkomen. Wat kan de EUdoen om druk uit te oefenen om toch dat staakt-het-vuren te krijgen?Minister Veldkamp:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56834 Ik zou willen dat de EU, wat dat betreft, ook meer gezamenlijk deed. Nuhoudt namelijk een aantal EU-lidstaten zich er erg mee bezig. Ik zeg er ookeven bij wat ik mis in deze context. Dat is de politieke kant van de VN. Datzegt niks ten nadele van mevrouw Kaag, die nu haar termijn beëindigt,want zij heeft zich zeer ingezet voor zowel de militaire als de politiekesituatie. Maar het zegt wel iets over het tegenwoordig wat gebrekkigegezag – dat geldt overigens breder dan alleen in het Midden-Oosten – vande secretaris-generaal van de VN.Dit is geen frontale kritiek op de heer Guterres, want je zult er maarvoorstaan. Maar ik kan me uit de tijd van Kofi Annan herinneren, toeniemand als Robert Serry VN-gezant was van het Midden-Oosten, dat zijdirecte bemoeienis hadden met het tot stand brengen van een staakt-het-vuren. Op dit moment zie ik de betrokkenheid van de VN daar niet. Ik pleiter wel voor dat de rol van mevrouw Kaag, van wie het mandaat nueindigt, gaat worden ingevuld de komende maanden, al is het maartijdelijk. Het kan namelijk niet zo zijn dat de VN er niet bij is en zich er nietmee bemoeit.De voorzitter:Helder. Ik kijk nog even rond. Er waren nog vragen. U krijgt daar een kortekans voor. Dan gaan we snel door met de rest van de beantwoording.De heer Paternotte (D66):Spanje zegt: als Israël het associatieverdrag schendt, is het logisch om datop te schorten. Is de Minister het daarmee eens?Minister Veldkamp:Ik hoor dat de heer Paternotte mij uitspraken tracht te ontlokken, maar... Ikzie dat als je nu hele concrete voorstellen gaat doen en in een soortcatalogus gaat plaatsen, het onmiddellijk weerstand oproept. Dat heb ikgezien met het voorstel dat de Spaanse Minister deed bij de inloop van deRaad. Ik heb dat slechts twee kleinere lidstaten zien steunen. Laat ik hierniet meer verklappen. Ik heb tegen hem gezegd: nu je dit publiekelijk hebtgedaan, is je voorstel wel een losse flodder geworden, want je krijgtonmiddellijk tegendruk.De voorzitter:Helder. Had u het woord gekregen, meneer Paternotte? Ik wilde zeggen: ukrijgt nog één keer het woord. Daarna gaan we naar de heer Dassen. Danronden we dit blokje af en gaan we door naar de volgende onderdelen.De heer Paternotte (D66):De Minister heeft zich wel uitgesproken over sancties tegen Ben-Gvir enSmotrich. Dat had ook geen meerderheid. Was dat dan ook een losseflodder?Minister Veldkamp:Dat vind ik heel slim bedacht van de heer Paternotte, maar er warenredenen om te denken dat dat niet meteen een losse flodder zou zijn enniet alleen maar een uitspraak voor de bühne. We zien het ook met desancties tegen gewelddadige kolonisten. Ook dat heeft een voortganggekregen die, als ik kijk naar twee jaar geleden, niemand in die mate hadverwacht.De heer Dassen (Volt):Ik wil er even kort aan herinneren dat het Israël was dat het vorigestaakt-het-vuren doorbrak. Het is misschien goed om dat nog even metelkaar vast te stellen hier. Tegen de Minister wil ik zeggen: leiderschap isjuist ook draagvlak creëren. Op het moment dat Spanje zegt «wij zeggendat het associatieverdrag opgeschort moet worden», zou de Minister ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56835 kunnen zeggen: wat Spanje zegt, daar zijn wij het mee eens; dat geeftruimte aan andere landen om die lijn te gaan volgen. Dat zou de Ministermoeten doen. Waarom doet hij dat niet?Minister Veldkamp:Precies, want leiderschap betekent draagkracht creëren. Ik vrees dat depublieke uitspraken van de Spaanse Minister het draagvlak op datmoment eerder hebben doen krimpen, omdat op dat moment dieescalatie VS-Iran en Israël-Iran gaande was.De voorzitter:Tot slot, meneer Dassen. Nee?De heer Dassen (Volt):Even een punt van orde, voorzitter. Hoeveel interrupties heb ik nou?De voorzitter:U heeft twee interrupties, en onder de twintig seconden tel ik ze niet mee.Zodat we niet eindeloos blijven doorgaan in één blokje. Dus omdat ditecht het onderwerp is van het debat, geef ik iets meer ruimte. Dus u kuntnog één vraag stellen als u dat wilt.De heer Dassen (Volt):Nog kort hierop doorgaande. Ik stelde de Minister net de vraag of hijbereid is om parallel aan wat de Europese Commissie nu aan het doen,een eigen sanctiepakket neer te leggen op het moment dat het onvol-doende is. Is hij daarmee bezig of wacht hij die drie weken af en gaat hijdan pas kijken?Minister Veldkamp:Wachten is niet de aard van deze Minister en ook niet van dit ministerie.Wij gaan dus wel degelijk kijken, ook met de hoge vertegenwoordiger,naar het hoe en wat, en ook dit heb ik gisteren met een aantal collega’s inde marge van de NAVO-top besproken. Laat ik u er ook aan herinneren datwe ondertussen het EU-actieplan blokkeren hangende het onderzoek.De voorzitter:Dank. Dan gaan we door met het volgende blokje: de relatie EU-Israël.Daarna het actieplan EU-Israël. Als zesde het actieplan EU-Palestina. Ik zouu willen vragen om deze alle drie in één keer te doen, om tijd te besparen.Aan het eind krijgen de Kamerleden de kans om vragen te stellen.Minister Veldkamp:Oké. Het EU-Israël-associatieakkoord legt, zoals bekend, het kader vastvoor de samenwerking op diverse terreinen. Dit is het meest omvangrijkeakkoord tussen de EU en Israël. Binnen het kader van het associatieak-koord vindt er ook een politieke dialoog plaats, zoals u weet. Nederlandheeft die dialoog ook actief ingezet. Zo hebben we ons hard gemaakt voorhet bijeenkomen van de Associatieraad op 24 februari. Tijdens die Raad isook over een aantal zorgelijke ontwikkelingen gesproken.De context was toen een andere, want toen was er sprake van eenstaakt-het-vuren in de Gazastrook. De samenwerking in het associatieak-koord is verder uitgewerkt in een EU-actieplan met Israël. In dat actieplanis een reeks aan beleidsprioriteiten vastgelegd, die handen een voetengeven aan de samenwerking tussen de EU en Israël. Dat actieplan isvastgesteld in 2005. Dat moet periodiek worden verlengd. Voor deverlenging daarvan is unanimiteit nodig. Nederland blokkeert momenteelde verlenging van het actieplan, hangende de evaluatie van de nalevingdoor Israël van artikel 2 van het associatieakkoord. Het voorlopig nietverlengen ervan is vooral ook een heel sterk politiek signaal. DaarmeeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56836 beantwoord ik eigenlijk ook de vraag die de heer Boswijk heeft gesteldover het al of niet heronderhandelen van het actieplan.De heer Stoffer vroeg nog of ik kan toezeggen dat het verlengen van hetactieplan niet geblokkeerd zal worden, zolang er nog gijzelaars vastzittenin Gaza. Ik heb in mijn brief aan de Hoge Vertegenwoordiger vorigemaand aangegeven dat Nederland het actieplan met Israël blokkeertzolang de evaluatie van artikel 2 loopt. Dat proces is nog niet afgelopen,dus daarom blijft de Nederlandse positie ongewijzigd op dit moment. Ikzet me zeer in voor – telkens blijf ik eraan herinneren – het belang van hetvrijlaten van de gijzelaars. We zetten ons zeer in voor het doen slagen vandat moeizame staakt-het-vuren. Dat houd ik goed voor ogen, maar dithebben we besloten over het actieplan en dat hebben we de vorige keerook besproken.De heer Van Baarle vroeg waarom de Minister niet kan zeggen dat hetactieplan met Israël nooit meer vormgegeven en nooit verlengd moetworden. Dat is een essentieel verschil van mening tussen de heer VanBaarle en het kabinet. Wat de heer Van Baarle betreft kan Israël misschienbeter ophouden te bestaan. Het kabinet hecht aan het bestaansrecht vande staat Israël en wil Israël graag op een koers brengen waarmee we ookin de toekomst gewoon weer met een actieplan kunnen werken.Voorzitter. Dan kom ik op de Israël-Palestijnse relatie. Met de PalestijnseAutoriteit heeft de EU een interim-associatieakkoord. Het daarbijbehorende actieplan is in 2013 overeengekomen en richt zich voorna-melijk op bestuurlijke hervormingen, op de EU-steun bij de ontwikkelingvan de instituties van de Palestijnse Autoriteit en de politieke stabiliteit.Het actieplan draagt bij aan het uiteindelijke formele associatieakkoordwaarbij het tot voluit een erkenning van de Palestijnse Staat zou kunnenkomen. Dan wordt een volledig associatieakkoord van kracht.Los van de EU-actieplannen geeft de EU steun aan de PalestijnseAutoriteit via het multi-angle, comprehensive support programme.Excuses voor de technische EU-terminologie. Om daar aanspraak op temaken moet de Palestijnse Autoriteit actief blijven hervormen. Op diemanier kan de EU bijdragen en tegelijkertijd druk blijven uitoefenen omverandering te bewerkstelligen. Zo heeft de Palestijnse Autoriteit medeonder druk van de EU onder meer de sociale voorzieningen hervormd.Ook vanuit de Kamer was daarop heel veel kritiek, namelijk metbetrekking tot het verrichten van betalingen aan gevangenen.Mijn inzet is dat het EU-actieplan met de Palestijnse Autoriteit wordtgoedgekeurd. De Palestijnse Autoriteit moet in mijn optiek blijvenfunctioneren. Het verder verzwakken ervan zal een negatief effect hebbenop de situatie op de Westelijke Jordaanoever en, zeg ik daarmee ooktegen de heer Stoffer, op de veiligheid van Israël.Voorzitter. De heer Stoffer vroeg hoe geloofwaardig de PalestijnseAutoriteit werkt op het gebied van hervormingen. Het kabinet is best ookkritisch jegens de Palestijnse Autoriteit. Wij hebben bijvoorbeeldmeermaals kritische discussies met de Palestijnse premier gehad overhervormingen, over verbeterde transparantie en over het bestrijden vancorruptie. Als we kijken naar de EU en de EU-plannen, dan wordt erbijvoorbeeld ook gekeken naar dat Palestijnse schoolcurriculum. Juist ooknaar zoiets, maar ook naar belasting, administratie, onafhankelijkerechtsgang et cetera.De Europese Commissie monitort dat, houdt daar zicht op en maakt erdaadwerkelijk ook stappen in. Vorig jaar is bijvoorbeeld ook een bedragvan een tranche van de EU-steun bevroren – ik geloof, uit mijn hoofd, dathet om meer dan 17 miljoen euro ging – juist omdat men op het gebiedvan die sociale zekerheidshervormingen echt boter bij de vis wilde zien.Dit is, als ik het goed zeg, in april in Luxemburg – het heet een high level...– bij een hoogniveaumeeting door de EU Raad Buitenlandse Zakenallemaal met de Palestijnse premier besproken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56837 De voorzitter:Was u hiermee aan het einde gekomen of had u nog een aantal vragenopenstaan?Minister Veldkamp:Ik had nog enkele vragen openstaan. Mevrouw Bikker vroeg naarverzoeningsprojecten. Dat zijn niet door de EU, maar door Nederlandgefinancierde verzoeningsprojecten. Ik kan mevrouw Bikker verzekerendat die opnieuw een belangrijke plek krijgen, ook binnen de Nederlandseinzet. Nederland heeft wat jaren betreft daar een rol bij. Zo financiertNederland het meedoen aan het door mevrouw Bikker genoemde«Principles voor peace»-project. We financieren programma’s in dePalestijnse gebieden waaronder ook het «Women, Peace and Security»-programma dat zich onder leiding van War Child richt op het bevorderenvan de participatie van vrouwen in vredesprocessen en onderhande-lingen. Ook in de komende jaren blijft Nederland naar vermogenverzoeningsprojecten steunen.De voorzitter:Heel goed, dank. Dan zag ik eerst de heer Paternotte en daarna mevrouwBikker.De heer Paternotte (D66):Israël heeft natuurlijk enorme handelsvoordelen met de Europese Unie.Vindt de Minister dat de Palestijnse gebieden die ook zouden moetenkrijgen?Minister Veldkamp:Ik weet niet uit mijn hoofd hoe het technisch precies zit. In principe geldendoor het feit dat de EU met de Palestijnse Autoriteit een interim-akkoordheeft, ook bepaalde handelspreferenties. Dat akkoord is juist medebedoeld voor de ontwikkeling van de Palestijnse gebieden. Maar ik kijkeven of dat...De voorzitter:Dan kijk ik even of er nog een vervolgvraag is. Nee? Dan gaan we naarmevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank voor het antwoord, maar ik vroeg net iets verder, namelijk of deMinister bereid is om voor 2026 ook geld vrij te maken. En ten tweede: ishij ook bereid om te kijken of dit in het vervolg van het Europese actieplanook een plek kan krijgen?Minister Veldkamp:Dan gaat het over het actieplan voor de Palestijnse gebieden. Want dit isIsraël, denk ik. De intentie van Nederland is in ieder geval om ook in hetkomende jaar in te blijven zetten op verzoeningsprojecten. Ook hetondersteunen van onderwijs, wederzijdse tolerantie tussen verschillendereligieuze en etnische groepen et cetera, vrije toegang tot heilige plaatsen,allerlei elementen, zijn deel van de actieplannen Israël en PalestijnseAutoriteit en ook EU-Israël.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik bedoel toch echt specifieker vredesprojecten die mensen daadwerkelijkhelpen om tot verzoening te komen. Ik vraag de Minister of hij voor zichziet dat die onderdeel zijn van het actieplan.De voorzitter:Een heel concrete vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56838 Minister Veldkamp:Ja. Binnen de actieplannen EU-Israël en EU-Palestijnse gebieden is erruimte, als ik het goed begrijp van de topambtenaar, voor projecten zoalsu die bedoelt. Daar zullen we ook aandacht aan blijven besteden. Maar,nogmaals, we doen het ook bilateraal. Bilateraal willen we dat ookvoortzetten, zodat Nederland dat soort projecten blijft financieren en blijftorganiseren.De voorzitter:Ik kijk nog even of er nog andere vragen of aandachtspunten zijn. Dat isniet het geval. Dan kunt u verder met de beantwoording. We waren bijSyrië en breder, als ik het goed heb.Minister Veldkamp:Ik denk dat ik misschien nog een aantal andere vragen te beantwoordenheb. De heer Dassen vroeg bijvoorbeeld nog naar een reflectie opvoorstellen over onder andere het wapenembargo, de zaak-Zuid-Afrika endergelijke. Wat de zaak-Zuid-Afrika betreft – ik heb er een stuk overgelezen, maar ik weet het niet uit mijn hoofd – is het niet zo dat Nederlandzich daarbij kan aansluiten. Dat is een lopende zaak. Dat zit technischingewikkelder. We kunnen wel later dit jaar een opinie geven, maar dangaat het meer over de structuur van de zaak dan dat we echt partij wordenbij die zaak. Dat kan gewoon technisch niet. Wat het wapenembargobetreft zeg ik: de facto is er natuurlijk eigenlijk al een wapenembargo vanNederland jegens Israël, want we keuren geen enkele vergunning goed opdit moment en ook al tijden niet, behalve die voor onderdelen voor hetIron Dome-luchtverdedigingssysteem. We hebben ook de algemenevergunningen voor strategische goederen ingetrokken, waarbij we ad hoc,case by case, van geval tot geval kijken of het kan, of het past en of hetmag. Ik kan u verzekeren dat het op dit moment stilligt, behalve vooronderdelen voor het Iron Dome-systeem. Het kabinet heeft de inzet om deleverantie door Nederlandse bedrijven van onderdelen voor het IronDome-systeem niet te verbieden.De voorzitter:Was u daarmee aan het einde gekomen?Minister Veldkamp:Ik denk het wel, voorzitter.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik had nog een vraag gesteld over onze verplichtingen onder hetGenocideverdrag. Volgens mij heb ik daar nog geen antwoord opgekregen.De voorzitter:Ik kijk even rond, want volgens mij zijn er meer vragen niet beantwoord.Meneer Dassen, u mag uw vraag herhalen, maar niet meer dan dat.De heer Dassen (Volt):Ik heb een paar vragen gesteld over de verplichtingen omtrent hetGenocideverdrag. Die zijn allemaal niet beantwoord.De voorzitter:Ja, heel goed. Heeft u ook nog een vraag, meneer Paternotte, of had u ietsnaar aanleiding van ...De heer Paternotte (D66):Ik heb een interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56839 De voorzitter:Dan wachten we even. De Minister.Minister Veldkamp:Het blijft altijd een gehannes om ervoor te zorgen dat ik alles beantwoord.De verplichtingen van Nederland in lijn met de afspraken van hetGenocideverdrag. Het kabinet weegt voortdurend hoe we daarmeemoeten omgaan. Wat de reikwijdte van de verplichtingen onder hetGenocideverdrag en de blik daarop betreft: ook juristen verschillen daarsoms van mening over. Maar Nederland neemt in ieder geval, kan ik uverzekeren, elk risico op genocide zeer serieus, en heeft mede in het lichtvan die genoemde verplichtingen langere tijd stappen gezet waarmee wevolgens mij naar vermogen trachten de situatie te verbeteren. Dat geldt inmijn ogen zowel voor het vorige als het huidige kabinet.De heer Dassen vroeg naar het onderscheid in de aanpak van de situatiein Gaza en de erkenning van genocide op jezidi’s. In het geval van dejezidi’s heeft de toenmalig Minister van Justitie gesteld dat er hoogstwaar-schijnlijk sprake van was. Het kabinet heeft toen nog niet vástgesteld dater sprake was van genocide. Ik zeg erbij dat we het risico op genocide zeerserieus nemen, maar het kabinet is, net als vorige kabinetten, buiten-gewoon terughoudend met die terminologie.De voorzitter:Dank. Meneer Paternotte, een korte vraag.De heer Paternotte (D66):De Minister zei net iets interessants. Hij zei: we hebben eigenlijk al eenwapenembargo en het enige dat we leveren zijn onderdelen voor de IronDome. Dat moeten we ook blijven doen. Maar het zou heel mooi zijn alswe een wapenembargo hebben en dus op geen enkele manier wapensleveren die kunnen bijdragen aan wat er gebeurt in Gaza en de Westbanken aan schending van mensenrechten. Zou het dan niet ook een heel goedteken zijn als het kabinet stopt met de cassatiezaak die vraagt om nogF-35-onderdelen te mogen leveren? Want die zijn in ieder geval geenonderdeel van de Iron Dome.Minister Veldkamp:De cassatie ziet niet op Israël als zodanig, die ziet op de vraag of derechter op de stoel van de Minister van Buitenlandse Zaken mag gaanzitten. Daar ziet die zaak op. Daarom is de staat onder het vorige kabinet incassatie gegaan. We wachten de uitspraak af.De heer Dassen (Volt):De Minister zegt net dat Nederland zich niet kan aansluiten bij degenocidezaak van Zuid-Afrika, maar er zijn twaalf landen die dat welhebben gedaan. Waarom kan Nederland dat dan niet? Is de Ministerbereid om het wel te doen op het moment dat hij erachter komt dat hetwel kan?Minister Veldkamp:Mijn informatie is dat het Statuut van het Internationaal Gerechtshof hetniet toelaat dat we ons aansluiten. We kunnen ons niet laten toevoegenaan het lijstje eisende partijen. Het is wel mogelijk om een interventie in tedienen waarin de Nederlandse visie op de constructie, op de interpretatievan het verdrag wordt weergegeven. Daarover beraadt het kabinet zichnog. Aansluiten bij de zaak kan op dit moment juridisch niet, conformartikelen van het Statuut.De voorzitter:Kort.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56840 De heer Dassen (Volt):Dan zou ik graag een brief van het kabinet ontvangen over hoe dat zit. Iklees hier op de pagina van het Internationaal Gerechtshof dat het weldegelijk kan. Maar misschien zie ik dat verkeerd.De voorzitter:Dat is een vraag om informatie. Wil de Minister daaraan tegemoetkomen?Minister Veldkamp:Ja, ik kan dat toezeggen. Ik zou het kunnen toevoegen aan het verslag vande volgende Raad Buitenlandse Zaken.De voorzitter:Akkoord. Dan noteren we dat. Mevrouw Hirsch, kort.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik wil terugkomen op de inspanningsverplichting van Nederland onder hetGenocideverdrag. Dat is dus geen resultaatverplichting. Ik vind dat het inde uitleg van de Minister, als het gaat over de EU, vaak door elkaar loopt.We hebben een inspanningsverplichting. Ik vind het betreurenswaardigdat hij niet naast het Spaanse voorstel kan gaan staan.Even een aantal andere dingen, want ik wil kijken of de Minister bereid isom die te doen als het gaat om de inspanningsverplichting van Nederlandals een van de belangrijkste bondgenoten van Israël. Ik noem: het volgenvan het Ierse voorstel, het aanscherpen van ontmoedigingsbeleid, geenwapens meer inkopen, steun aan het maatschappelijk middenveld inIsraël en Palestina, en niet meer samenwerken met bedrijven die actiefzijn in de bezette gebieden. Welke van deze opties heeft de Minister algeïmplementeerd of is hij bereid om te gaan implementeren?De voorzitter:Dit was een lange interruptie. Die telt dubbel.Minister Veldkamp:Laat ik een aantal dingen noemen. Daar passen sommige van deze dingenin, zoals steun voor het maatschappelijk middenveld. Dat had ik zelf nogniet eens bedacht, maar dat doen we. Ik kijk ook naar het vorige kabineten de vorige Minister, Hanke Bruins Slot, en ondergetekende. Zij heeft zichervoor ingezet, na 7 oktober, dat de grensovergang in de Gazastrook zouopengaan. Ik vind nog steeds dat we mede op haar conto mogenschrijven dat Kerem Shalom is opengegaan, bijvoorbeeld. Dat geldt voorErez West. En ook Kissufim is even open geweest.Nederland heeft ook bijgedragen aan de zogeheten «landroute» vanuitJordanië. In Jordanië konden humanitaire hulpgoederen met Ameri-kaanse steun worden gecontroleerd. Daarna konden die goederen zonderverdere controles verder door de Westelijke Jordaanoever en Israël. Envervolgens konden ze zonder verdere controles de Gazastrook in. Dat wassneller en handiger. Nederland heeft dat ook helpen financieren.Nederland heeft ook bijgedragen aan de luchtbrug met Jordanië, metmilitaire planners. Het gaat om een luchtbrug met helikopters.En dan heb ik het nog niet eens gehad over de airdrops die er ook zijngeweest. Ik kijk ook naar de inzet die mevrouw Kaag heeft gepleegd alsVN-gezant voor de humanitaire situatie in de Gazastrook, rond depoliovaccinaties voor kinderen. Daarvoor moesten centra, corridors,gevechtspauzes, enzovoorts worden georganiseerd.Ik wijs ook naar het feit dat Nederland, met een aantal grote Europeselanden, een aantal malen het initiatief heeft genomen tot zogenaamdehumanitaire demarches in Jeruzalem met de Israëlische autoriteiten. Datwas om heel specifiek te pleiten voor verbetering van de humanitairesituatie. Dan heb ik het nog niet over de situatie van na 18 maart, na hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56841 verbreken van het staakt-het-vuren, inclusief veroordelingen, hetontbieden van de ambassadeur, het intrekken van algemene vergun-ningen, de stap naar Brussel met betrekking tot artikel 2 en het steunenvan het Zweedse initiatief. En ik heb het ook nog niet gehad over eenaantal VN-resoluties, sancties tegen Smotrich en Ben-Gvir of sanctiestegen gewelddadige kolonisten. Er zijn heel veel van dit soort stappen tenoemen; heel veel stappen die Nederland neemt.De voorzitter:Op dit punt zijn we klaar. We gaan door. Ik zie dat er nog leden zijn die ietswillen zeggen, maar dan moeten we de volgende keer meer tijd inplannenvoor het debat dan nu het geval is. U heeft echt ruim de tijd gehad voorinterrupties, dus we gaan snel door. Minister, volgens mij bent u bij uwlaatste blok.Minister Veldkamp:Dat klopt, voorzitter. Het laatste blok gaat over Syrië en de situatie rondchristenvervolging, waar de heer Kahraman op wees. Ik wil de heerKahraman verzekeren dat we zowel in bilaterale als multilaterale contextaandacht vragen voor de bescherming van religieuze minderheden,waaronder christenen. Als er sprake is van ernstige mensenrechtenschen-dingen, zoals in het kader van vrijheid van religie en levensovertuiging,dan zijn we voorstander van het inzetten van sanctiemaatregelen. De inzetis niet gericht tegen landen, maar tegen de personen die verantwoordelijkzijn. Dat laat zien dat we als EU en als Nederland echt wel staan, ook opdit punt, voor de internationale rechtsorde.Syrië bevindt zich in een hele moeizame transitiefase. Daar maak ik mehele grote zorgen over. Het land moet richting een meer inclusieveoverheid en samenleving gaan. De zelfmoordaanslag op de Grieks-orthodoxe kerk – ik geloof dat het de Mar Elias was – in Damascusafgelopen zondag is in dat opzicht buitengewoon zorgwekkend. Dathebben we in de Raad Buitenlandse Zaken onderstreept, maar ook in demarge daarvan. U heeft gezien dat de Hoge Vertegenwoordiger, mevrouwKallas, die aanslag ook heeft veroordeeld. Weet ook dat we, zowel bij deRaad op 20 mei als bij deze Raad, specifieke sancties hebben ingesteldtegen een aantal mensen dat zich schuldig maakt aan sektarisch geweld.Nederland heeft op 20 mei heel erg aangedrongen op het instellen vaneen sanctiemechanisme op dit gebied, parallel aan de voorwaardelijke enomkeerbare verlichting van sectorale economische sancties. Ik ben blij datdaar echt werk van wordt gemaakt en dat er nu concrete personengesanctioneerd zijn. We blijven deze situatie met buitengewone zorgvolgen en blijven die aandacht ook op de Raadsagenda vasthouden. Wehebben heel duidelijk gezegd dat de zorgen over de diverse gemeen-schappen in bijvoorbeeld Syrië, zoals christenen, Koerden, druzen,jezidi’s, alawieten en andere groepen, door Nederland consequent onderde aandacht worden gebracht.De heer Kahraman (NSC):Dank aan de Minister. Ik lees in het verslag ook terug dat hij dit onder deaandacht heeft gebracht. Ik had dat vorige week donderdag verzocht.Maar ik maak me heel veel zorgen. Ik heb het vorige week donderdag ookgezegd. Ik krijg de afgelopen maanden berichten dat er mannen in zwartekleding met IS-vlaggen door de straten van christelijke wijken rijden. Ikben bang dat er nog veel meer gaat gebeuren. Mijn oproep aan deMinister is om echt aandacht te blijven vragen in de EU voor dechristenen.Minister Veldkamp:Dat kan ik toezeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56842 De voorzitter:Hartstikke goed. Volgens mij is de Minister hiermee aan het einde van zijnbeantwoording gekomen. Dank daarvoor. Heeft u behoefte aan eentweede termijn? In dat geval kan ik u een tweede termijn van één minuutaanbieden, zonder interrupties. Meneer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Voorzitter. Ik wil graag een tweeminutendebat aanvragen. Ik wil ook metklem vragen om dat volgende week in te plannen, omdat het anders welerg veel later wordt.Laat ik u er alleen even deelgenoot van maken dat ik echt veel moeite hebmet de lijn die de Minister hier schetst: hij bepleit geen consequenties,want hij denkt dat het niet effectief is, omdat hij Europees draagvlak wil.Het onderzoek is ook bepleit door deze Minister, nog voordat erconsensus was. Sancties tegen twee Ministers zijn bepleit voordat erconsensus was. Leiderschap betekent soms ook opstaan en laten zien datje als land, dat normaal gesproken volledig achter Israël staat, zegt: hetgaat nu te ver. Het gaat natuurlijk al heel erg lang te ver. Er warengesprekken over het associatieverdrag, met uiteindelijk die Associatieraadin februari, maar zonder enige consequentie. Nu is er dit onderzoek, waarwe weken, weken, weken op hebben gewacht, en weer zijn er geenconsequenties. De Minister zegt zelf: ik ben gefrustreerd dat er geen stapis gezet. Dan mag je ook een keer naar voren stappen en zeggen «wat onsbetreft moeten we die kant op», in plaats van weer drie weken af tewachten totdat deze Kamer met reces is en we pas na de zomer weer doorkunnen praten. Ondertussen gaan er ongelofelijk veel onschuldigemensen dood en worden onze waarden en de mensenrechtengeschonden. Daar moeten we nu wat aan gaan doen.De voorzitter:Dank. Meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter. Drie weken wachten in Europees verband voordat er conse-quenties in de richting van Israël worden getrokken, betekent drie wekenmet nog meer bombardementen op Gaza, drie weken mensen diedoodgeschoten worden terwijl ze op voedsel wachten. Het is onaccep-tabel dat deze Minister niet helder aangeeft welke consequenties hij wilverbinden aan de misdaden van Israël, en dat de EU zo wacht. Wij zullendan ook moties indienen om de regering tot actie te bewegen.Voorzitter. Als het gaat om de illegale nederzettingen, legt de Minister hetbij de Commissie neer. Wil de Minister bij de Commissie bepleiten dat erdus maatregelen genomen worden tegen handel met illegale nederzet-tingen?Tot slot. Als er in Europees verband niks gedaan wordt, waarom doet dezeMinister dan geen voorstel om nationale maatregelen te nemen? Denkaan het stoppen van uitwisselen van kennis, geen subsidie meer aanIsraëlische bedrijven, geen militaire samenwerking meer en geenhandelsbevordering meer. Dat kunnen we allemaal nationaal doen.Waarom doet de Minister dat niet?De voorzitter:Dank u wel. Meneer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Voorzitter. Heel kort. Ik heb geprobeerd me vandaag te beperken tothetgeen waar we het vandaag echt over hadden, namelijk deEU-actieplannen zowel met Israël als de Palestijnse Autoriteit. Ik dank deMinister dus ook voor de beantwoording van de vragen. Wellicht zullenwe in het tweeminutendebat nog het een en ander bekrachtigen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56843 Voorzitter. Ik krijg de neiging om nog van alles te vinden. Er is heel veelwat in deze commissie wordt gezegd, wat me ook best wel raakt. Maar ikdoe het niet, want ik denk dat dat op andere momenten wel aan de ordekomt. Het geeft hier alleen maar nog meer gedoe. Maar dat ik... Laat ikheel helder zijn dat ik vind dat we heel zorgvuldig met de positie van Israëlmoeten omgaan. Ik heb hier ook geprobeerd dat tot uiting te brengen. Iklaat het daar even bij.De voorzitter:Helder. Dank u wel. Mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Al in februari vorig jaar was door het rapport van hetInternationaal Gerechtshof bekend dat Israël oorlogsmisdaden pleegde. Innovember lag er in Europa al een rapport, van dezelfde opsteller als vanhet rapport dat nu net is verschenen. Dat was al in november. Er wordtnog steeds uitgegaan van dialoog en een soort hoopvolle gedachte dathet deze keer wel gaat lukken. Het is te laat. Het is te langzaam. Er moetnú wat gebeuren, want er gaan nu mensen dood van de honger.We kunnen niet meer wachten. Ik neem het deze Minister wel kwalijk datin ieder geval dat rapport in november niet is aangegrepen om in Europahet pleidooi te doen om het EU-associatieverdrag op te schorten, want deopsteller was dezelfde en de conclusies waren ook hetzelfde. Het had inEuropa dus best gekund. Ik vraag me echt af waarom deze Minister datniet heeft gedaan. Waarom heeft hij al die maanden gewacht, waardoor erallemaal extra doden zijn gevallen en we nog verder van huis zijn? Dat ismijn vraag.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Voorzitter. Ik bewaar ook mijn betoog voor het tweeminutendebat. Ik benook verontrust over de inbreng van een aantal collega’s hier in het debat.Laat ik duidelijk zijn, ik denk dat we maximale druk op beide partijenmoeten uitoefenen om een staakt-het-vuren te krijgen. Laat ook duidelijkzijn dat dat het enige is dat verlichting kan brengen, ook richting deinwoners van Gaza. Ik vraag de Minister ook echt om alle politieke druk tegebruiken om te kijken of we tot zo’n staakt-het-vuren kunnen komen.De voorzitter:Ik had geen interrupties toegestaan. Meneer Dassen.De heer Dassen (Volt):Voorzitter. Ik ben ook ongerust over de manier waarop sommigeKamerleden hier denken om te gaan met het internationaal recht, deenorme schendingen die nu in Gaza plaatsvinden en de genocide die daarplaatsvindt. Op deze manier zal de wereld hypocriet naar ons kijken enzetten we het internationaal recht op de helling.Ik zie dat de Minister alles vooruitschuift, maar ik heb nog drie kortepunten. Ik zou hem willen vragen of hij bereid is om juridisch advies in tewinnen bij de landsadvocaat over of wij ons houden aan het Genocide-verdrag. Ik doe een beroep op artikel 68 en vraag om de informatievenota’s, die de Minister in het vorige debat heeft genoemd ten aanzien vanhet advies over het Genocideverdrag, zo snel mogelijk naar de Kamer testuren. De Minister heeft het de hele tijd over de situatie verbeteren inplaats van genocide te voorkomen of te stoppen. Ik wil hem vragenwaarom hij de voorkeur geeft aan die woordkeuze.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56844 Dank u wel. Mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording en voor zijnniet-aflatende inzet, ook voor vrede, juist ook tussen Israël en Gaza. Ik benhier te gast in de commissie. Ik bijt een beetje op mijn tong als ik zie hoewe af en toe enorm tekeergaan, waarbij ik me afvraag of we samen nuecht bijdragen aan die vrede of vooral bezig zijn ons eigen gelijk tebevestigen. Laat ik het nu in die mildheid neerzetten en verder een wachtvoor mijn lippen houden.De voorzitter:Dank u wel en wat fijn dat u hier vandaag was. U bent altijd welkom indeze commissie. Ik kijk naar de Minister. U kunt kort hierop ingaan en ikgeef de ruimte voor één korte vervolgvraag, als dat nodig mocht zijn.Minister Veldkamp:Voorzitter. Ik hoor de urgentie en ik deel de hele grote zorg. De Europeseinzet vindt op dit moment voorrang boven de nationale inzet. Het kabinethecht aan het bestaansrecht en de veiligheid van Israël. Tegelijkertijdwillen we dat er een einde komt aan de verschrikkelijke oorlog in deGazastrook, net als 60% tot 70% van de Israëli’s, volgens de opiniepeiling.De beste manier waarop dat op de korte termijn zou kunnen wordenbewerkstelligd, is een nieuw staakt-het-vuren. Daarmee krijg je humani-taire hulp op zijn plaats, daarmee krijg je in ieder geval een aantalgijzelaars vrij, en zicht op meer. Daarmee krijg je zicht op een einde aandie verschrikkelijke oorlog. Voor dat staakt-het-vuren heb je echt tweepartijen nodig.Tot slot, voorzitter. Over de opmerking van de heer Dassen met betrekkingtot genocide. Het staat de Kamer natuurlijk ook vrij om een adviesaan-vraag te doen bij de Commissie van advies inzake volkenrechtelijkevraagstukken, de CAVV. Dat kan ik vanuit het kabinet doen, maar dat kanook vanuit de Kamer gebeuren. Het is dus ook de vraag aan de Kamer,wat de Kamer zelf prefereert.De voorzitter:Even wachten. Was u hiermee aan het einde gekomen van uw antwoord?Dat is het geval. Meneer Dassen.De heer Dassen (Volt):Ik had drie vragen gesteld en ook een beroep gedaan op artikel 68. Ik weetniet of de Minister daar nu op moet reageren of dat hij het gewoon moetsturen. Dat is ook prima. Maar ik heb hem ook nog een vraag gesteld over«de situatie verbeteren» in plaats van «de genocide stoppen». Diewoordkeuze hanteert hij de hele tijd en ik ben benieuwd waarom hij datdoet. En ik vroeg hem naar juridisch advies van de landsadvocaat en of hijbereid was om dat te doen.Minister Veldkamp:Ik heb geen vraag gehoord over artikel 68. Misschien heb ik dat echtgemist. We hebben het er vorige keer over gehad naar aanleiding van eenvraag van mevrouw Dobbe. Daarvan hebben we gezegd dat we eropterugkomen en de reikwijdte ervan beschouwen, binnen twee weken.Dan wat betreft genocide. U weet dat het de kabinetslijn is om buiten-gewoon terughoudend te zijn in het gebruik van terminologie op of ronddat woord. Het gaat mij om het volgende. Ik zie een situatie die verschrik-kelijk is en ik vind dat we ons moeten inzetten. En ja, dat moet des te meergezien de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van januari vorigjaar. Maar ik vind sowieso dat we ons gezien de ernst van de situatiemoeten inzetten. Dan kunnen er allerlei discussies plaatsvinden overTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56845 welke terminologie ik daaraan verbind, maar ik vind dat de inzet er moetzijn. Wat mij betreft staat die inzet buiten kijf.Tot slot, over de landsadvocaat. Ik zou het echt moeten afwegen. Op ditmoment zou ik eerder kijken naar de Commissie van advies inzakevolkenrechtelijke vraagstukken, de CAVV, waaraan vaker adviezen wordengevraagd, door zowel het kabinet als door de Kamer.De voorzitter:Dank. Ik kom even terug op het punt van artikel 68. Om verwarring tevoorkomen: volgens mij gaat het over het punt dat ook bij de RBZ aan deorde is geweest, naar aanleiding van een vraag van mevrouw Dobbe. Uzou daar nog op terugkomen, binnen twee weken. Nee? Het ligt tochanders.Mevrouw Dobbe (SP):Volgens mij is na het beroep op artikel 68 toegezegd dat wij allegevraagde en ongevraagde adviezen zouden ontvangen over de nalevingvan het Genocideverdrag door de Nederlandse regering. Zo heb ik hetheel specifiek geformuleerd en zo is het ook toegezegd. Dus niet of deMinister hieraan zou voldoen, maar er zou binnen twee weken aanworden voldaan. Dat was 19 juni.Minister Veldkamp:Dat hebben wij bij het commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken vanvorige week toegezegd.De voorzitter:Dus daar komt nog... Succes. Ik kijk nog even rond.De heer Van Baarle (DENK):Ik had nog een vraag gesteld over het feit dat in het verslag staat datNederland toejuicht dat de Commissie zich gaat buigen over eenopvolging van het IGH-advies. Betekent dat dat Nederland dan ook bij deCommissie bepleit dat er extra maatregelen moeten komen om handelmet illegale nederzettingen tegen te gaan? En begrijp ik nou dat deMinister categorisch nationale maatregelen uitsluit? Is dat nou wat deMinister zegt?Minister Veldkamp:Nee, die sluit ik zeker niet categorisch uit. We hebben tot nu toe zeker ooknationale maatregelen genomen. Denk bijvoorbeeld aan intrekken van devergunningen voor strategische goederen. We hebben ook een nationaalontmoedigingsbeleid, bijvoorbeeld. Dat voeren we zeker uit.We hebben al eerder gezegd dat het goed zou zijn als de Commissie hetIGH-advies van – ik zeg – juni vorig jaar tegen het licht houdt en bepaaltwat dat moet betekenen voor het EU-beleid. De Commissie heeft dat ooktoegezegd. Dat betreft bijvoorbeeld etikettering. Daar geldt een EU-beleidvoor en daar is een EU-verordening voor, maar we willen nu horen wathet IGH-advies voor dergelijk beleid betekent. Het is verstandig om tedoen en ik ben blij dat de Commissie dat nu gaat onderzoeken.De heer Paternotte (D66):De cassatiezaak gaat over de juridische vraag wie wat bepaalt. Dat snap ik.Maar begrijp ik goed dat de Minister zegt dat we al een totaal wapenem-bargo hebben en dat het niet zo is dat het kabinet onder de huidigeomstandigheden überhaupt onderdelen van de F-35 zou willenexporteren?Minister Veldkamp:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56846 Volgens mij voeren we, zeg ik uit mijn hoofd, gewoon de rechterlijkeuitspraak van het Hof in Den Haag hierover uit. Bij de exportvergunningenen via het exportvergunningensysteem wordt buitengewoon zorgvuldiggekeken welke aanvragen we wel of niet toekennen.Wij keuren eigenlijk niets goed, behalve onderdelen die puur ter zelfverde-diging kunnen worden gebruikt. Dat betreffen onderdelen voor het IronDome-luchtafweersysteem. Het kabinet heeft alle intentie om dergelijkeonderdelen voor het luchtafweersysteem te blijven leveren, conform demotie-Kahraman, die volgens mij vorige week met 99 stemmen werdaangenomen.De voorzitter:Heel fijn, dank u wel. Ik heb gezegd dat er ruimte was voor één vraag. Wezijn hiermee aan het einde gekomen van deze vergadering. Eerst staan westil bij de toezeggingen. De heer Paternotte heeft een tweeminutendebataangevraagd. Dat gaan we doorgeven. Het is de verwachting dat hetvolgende week voor het reces zal plaatsvinden.Er is één toezegging genoteerd.–De Minister zal in het verslag van de volgende RBZ nader ingaan op demogelijkheid voor Nederland om al dan niet aan te sluiten bij degenocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het InternationaalGerechtshof. Dit was een toezegging aan de heer Dassen.Is dit correct? Dat is het geval. Heel goed, dan zijn we daarmee aan heteinde gekomen van deze vergadering. Ik dank de collega’s. Ik dank deMinister voor de beantwoording. Dan sluit ik de vergadering.Sluiting 17.50 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 432, nr. 56847

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8afdd0662ac7e177

14 okt 2026 · 0bc48e6c0faaeb8f

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.