Openstaande moties en toezeggingen op het gebied van digitalisering
Brontekst
Versie 5cfe63c89a65023d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)Nr. 1510 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN ECONOMISCHEZAKEN EN KLIMAAT EN VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 april 2026Met deze Kamerbrief wordt uw Kamer geïnformeerd over openstaandemoties en toezeggingen op het gebied van digitalisering. In bijlage 1 isopgenomen om welke moties en toezeggingen het gaat en op welkepagina deze te vinden zijn. De moties en toezeggingen zijn verdeeld overvijf onderdelen, te weten:1.Digitale weerbaarheid en digitale autonomie.2.Dienstbare overheid.3.Digitale samenleving.4.Data, Artificiële Intelligentie en Algoritmen.5.Digitalisering algemeen.Deze brief bevat onderwerpen die vallen onder de StaatssecretarisDigitale Economie en Soevereiniteit en de Staatssecretaris Koninkrijksre-laties en Slagvaardige Overheid. Op deze manier wordt uw commissie inéén keer geïnformeerd.1. Digitale weerbaarheid en digitale autonomie Motie Kathmann (GL-PvdA) – verkenning mogelijkheden cyberjaarverslagDe motie van het lid Kathmann (GL-PvdA) verzoekt de regering om metoverheidsorganisaties en het bedrijfsleven te verkennen hoe het cyber-jaarverslag, op basis van de Internationale Digitale Rapportage Standaard(IDRS), ingevoerd kan worden als brede standaard op een wijze die leidttot lastenverlichting en het verbeteren van de veiligheid, en in deeerstvolgende verzamelbrief digitalisering te informeren over deuitkomsten.1 Deze verkenning richt zich op zowel de overheid als hetbedrijfsleven. In januari van 2026 is ECP Platform voor de informatiesam-enleving met de verkenning gestart. De verkenning wordt uitgevoerd in1Kamerstukken II 2024/25, 26 643, nr. 1342 kst-26643-1510ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15101 samenwerking met alle overheidslagen en het bedrijfsleven en is naarverwachting in de zomer van 2026 afgerond. Daarna zal deze naar uwKamer worden verzonden.2. Dienstbare overheid In 2025 zijn verschillende moties over laagdrempelige en empathischeondersteuning bij regelzaken met de overheid aangenomen, onder-steuning zoals deze ook door de Informatiepunten Digitale Overheid(IDO’s) wordt geboden. Er zijn meerdere toezeggingen aan uw Kamergedaan over dit onderwerp.Financiën IDO’sDe motie Kathmann (GL-PvdA)2 verzoekt de regering om structureel extrafinanciële middelen voor IDO-dienstverlening beschikbaar te stellen. Per1 januari 2026 is de financieringsvorm voor IDO-dienstverlening namelijkveranderd. De specifieke uitkering (SPUK) IDO is met tien procentbudgetkorting omgezet naar een fondsuitkering (decentralisatie-uitkeringOverheidsbrede Dienstverlening).3 Uw Kamer is toegezegd om de eerderdoorgevoerde tien procent budgetkorting te compenseren.4 Dezecompensatie is opgenomen in de Voorjaarsnota 2026 welke op 27 maart jl.aan uw Kamer is verzonden.5 Bij vaststelling van de Voorjaarsnota 2026door uw Kamer wordt deze toezegging als afgedaan beschouwd.DienstverleningDe gewijzigde motie van de leden Kathmann (GL-PvdA) en Vermeer (BBB)verzoekt de regering om de regiefunctie van bibliotheken in het aansturenvan Informatiepunten Digitale Overheid te behouden.6 Er is toegezegd omuw Kamer in het vierde kwartaal van 2025 te informeren over de bestuur-lijke afspraken die bij de uitvoering van de motie hierover wordengemaakt.7 Bovendien is uw Kamer toegezegd om rekening te houden metde uniformiteit van de dienstverlening.8 Verder verzoekt de motie Vermeerde regering om te waarborgen dat in iedere gemeente of regio eenlaagdrempelige, fysieke toegang tot de digitale overheid beschikbaarblijft, bijvoorbeeld via IDO’s of een gelijkwaardige vorm van eerstelijnspublieke dienstverlening, en hierover bindende afspraken met gemeentenvast te leggen.9Gemeenten voeren al regie op de IDO-dienstverlening sinds de invoeringvan de SPUK IDO in 2022.10 Zij spelen ook een belangrijke rol in deoverheidsbrede visie op lokale, fysieke publieke dienstverlening«Persoonlijk en Dichtbij».11 Gemeenten voeren namelijk regie op hetlokale ecosysteem van publieke dienstverlening, omdat zij hun inwonersen de lokale netwerken het beste kennen. Daarom zijn zij ook het bestegepositioneerd om bestaande, overheidsbrede ingangen, zoalsIDO-dienstverlening en overheidsbrede loketten, beter in te bedden in delokale netwerken. Hierbij is een lokale aanpak op maat de inzet. Deze moetaansluiten bij de behoeften, context en leefwereld van mensen lokaal, om2Kamerstukken II 2024/2025, 36 740 VII, nr. 353Staatscourant 2025, 43982 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen4Toezeggingsnummer: TZ202510-1035Kamerstukken II 2025/2026, 36 915, nr. 1, blz. 856Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 14197Toezeggingsnummer: TZ202510-1058Toezeggingsnummer: TZ202510-1049Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 141510Staatscourant 2022, 33992 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen11Bijlage 2 bij Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1371Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15102 zo ook het bereik van die dienstverlening te vergroten. Het bestendigenvan enerzijds de regierol van gemeenten en anderzijds de uitvoerende rolvan bibliotheken speelt hierbij een rol. Mocht de lokale context daarechter om vragen, dan kan de gemeente de IDO-dienstverlening ook bijeen andere organisatie beleggen, mits het niveau van dienstverleninggewaarborgd blijft.Daarnaast wordt bekeken of wetgeving op de langere termijn een passendinstrument is om de verschillende doelen te bereiken op het gebied vanoverheidsbrede dienstverlening. Laagdrempelige en empathischeondersteuning, zoals onder andere geboden door IDO-dienstverlening,wordt meegenomen in dit bredere wetgevingsvraagstuk. De Staatssecre-taris van OCW en de Minister van BZK zijn hierbij betrokken vanwege deverantwoordelijkheden voor de bibliotheken en de interbestuurlijkeverhoudingen met gemeenten.Tegelijkertijd wordt geprobeerd uw oproep om op de korte termijn detoegang tot IDO-dienstverlening voor burgers te waarborgen te verenigenmet dit langetermijnperspectief. Er worden bestuurlijke afsprakengemaakt met gemeenten over de versterking van het lokale netwerk, hetborgen van laagdrempelige ondersteuning en de meest passendefinancieringsvorm. Deze gesprekken zijn uiterlijk in het derde kwartaal van2026 afgerond. Uw Kamer krijgt naar verwachting aan het begin van hetvierde kwartaal van 2026 een terugkoppeling over de resultaten van dezegesprekken.Beschikbaarheid van de Friese taal voor DigiDOp 24 september jl. is in het commissiedebat Digitale Inclusie aandachtgevraagd voor het belang van de beschikbaarheid van DigiD in alle talendie in Nederland worden gesproken, waaronder het Fries. Hierop is uwKamer toegezegd12 haar te informeren over de beschikbaarheid vanandere talen zoals de Friese taal voor DigiD te onderzoeken. Uw Kamerheeft de motie van het lid Six Dijkstra (NSC) c.s. aangenomen waarin deregering wordt verzocht om DigiD ook in de Friese taal beschikbaar temaken.13Het Rijk en de provincie Friesland hebben een gezamenlijke verantwoor-delijkheid en zorgplicht voor de Friese taal en cultuur. Periodiek makenRijk en Provincie bestuursafspraken (de Bestuursafspraak Friese Taal enCultuur van 2024–2028) waarin diverse prioriteiten worden aangewezenom de Friese taal verder te beschermen en bevorderen. Het Rijk acht hetvan belang dat burgers overheidsdiensten kunnen gebruiken in hun eigentaal, waar mogelijk en haalbaar.Uit onderzoek blijkt dat het mogelijk is om de DigiD-app en de websiteDigiD.nl naar het Fries te vertalen. Algemene informatie op DigiD.nl kan inhet Fries aangeboden worden en gebruikers kunnen inloggen met DigiDin het Fries voor toegang tot dienstverlening. In de Wet gebruik Friesetaal14 is vastgelegd dat eenieder de Friese taal kan gebruiken in hetverkeer met bestuursorganen, voor zover deze in de provincie Frieslandzijn gevestigd. DigiD is een landelijke dienst die binnen het bestuurlijkverkeer tussen burger en overheidsinstellingen toegang tot dienstver-lening van de desbetreffende overheidsinstellingen faciliteert. Met eenvertaling van de DigiD-app en de website DigiD.nl naar het Fries kunnen12Toezeggingsnummer: TZ202510-10813Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 141014Wet van 2 oktober 2013, houdende regels met betrekking tot het gebruik van de Friese taal inhet bestuurlijk verkeer en in het rechtsverkeer (Wet gebruik Friese taal).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15103 gebruikers in het verkeer met bestuursorganen gevestigd in de provincieFriesland de Friese taal gebruiken. Het is aan de overheidsinstellingen zelfom de dienstverlening in het Fries aan te bieden.Voor het vertalen van DigiD naar het Fries houden we rekening met eendoorlooptijd van negen maanden. De werkzaamheden aan de vertalingvan DigiD in het Fries hebben invloed op andere prioriteiten bij Logius,zoals de Bevoegdheidsverklaringsdienst Ouderlijk Gezag en WettelijkVertegenwoordigen (BVD OG en WV). Het lid Ceder heeft onlangs in hetwetgevingsoverleg van 2 maart aandacht gevraagd voor de digitaletoegankelijkheid van overheidsdienstverlening voor mantelzorgers vanmensen met een beperking die handelingsonbekwaam zijn, waarvoordeze BVD noodzakelijk is. We geven daar nu eerst prioriteit aan en nietaan de vertaling van DigiD naar het Fries. Met deze informatie is detoezegging afgedaan.Motie Ceder (CU) en Bruyning (NSC) – Begrijpelijke invoering BSN opBonaire, Sint-Eustatius en SabaMet de gedeeltelijke inwerkintreding Wet invoering BSN en voorzieningendigitale overheid BES hebben alle inwoners van Bonaire, Sint-Eustatius enSaba sinds 11 november 2025 een burgerservicenummer (BSN).15 Demotie van de leden Ceder (CU) en Bruyning (NSC) vroeg naar specifiekbeleid voor digibeten en mensen die digitaal op afstand staan bij deinvoering van het BSN.16De voorbereidingen en implementatie is, zoals ook gevraagd in de motie,in nauwe samenwerking met de openbare lichamen tot stand gekomen endaarbij is nadrukkelijk aandacht besteed aan begrijpelijke communicatieen voorlichting richting inwoners. Aan de motie Ceder Bruyning isuitvoering gegeven door:•Een voorlichtingscampagne, offline en online, te voeren om inwonerste informeren over wat het BSN is, waarom ze het krijgen en hoe zemet het BSN omgaan.•Fysieke loketten in te richten waar mensen hun BSN konden ophalen.•Ervoor te zorgen dat ook na de BSN-ophaalweken inwoners hun BSNkunnen opvragen bij burgerzaken van de openbare lichamen eninformatie kunnen krijgen.Bij al deze acties is rekening gehouden met de op de eilanden gebruike-lijke talen.In het Aansluitplan Publieke Dienstverlening en Digitalisering, dat in 2026naar uw Kamer komt, zal ook aandacht zijn voor mensen die digitaal opafstand staan.17Evaluatie Wet digitale overheid (Wdo)De Wet digitale overheid (Wdo) is op 1 juli 2023 gefaseerd in werkinggetreden. Artikel 23 van de Wdo bepaalt dat de Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties (BZK) binnen 3 jaar na de inwerkingtredingvan de Wdo een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dewet in de praktijk aan beide Kamers toestuurt. Hierbij moet in hetbijzonder aandacht worden geschonken aan de getroffen maatregelen ophet gebied van beveiliging, privacybescherming en de toegankelijkheidvan elektronische dienstverlening.15Staatsblad 2025, nr. 32616Kamerstukken II, 2024/2025, 36 639, nr. 1317Kamerstukken II, 2025/2026, 26 643, nr. 1450, p. 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15104 Op grond van artikel 1 van het Besluit houdende departementaleherindelingen met betrekking tot digitale zaken is de Minister vanEconomische Zaken en Klimaat18 belast met aangelegenheden op hetterrein van digitale zaken die voorheen waren opgedragen aan de Ministervan BZK. Ingevolge de portefeuilleverdeling kabinet-Jetten19 is Staatsse-cretaris Digitale economie en soevereiniteit verantwoordelijk voor dekaderstelling digitale overheid en daarmee voor de Wdo. De Staatssecre-taris BZK is verantwoordelijk voor de realisatie van de digitale overheid,waaronder de realisatie en het beheer van de Generieke Digitale Infra-structuur (GDI). Daarom sturen wij u gezamenlijk de evaluatie van de Wdotoe. Deze heeft betrekking op de eerste fase die nu in werking is. Deonderzoekers hebben bij deze evaluatie de volgende vraag beantwoord: inhoeverre is de Wdo doeltreffend en wat zijn de effecten van de Wdo, inhet bijzonder op het gebied van privacybescherming en toegankelijkheidvan elektronische dienstverlening in de praktijk?Zodra de overige bepalingen in werking zijn getreden, zullen ook diegeëvalueerd worden en zal die evaluatie aan beide Kamers toegezondenworden.Wet digitale overheidDe Wdo is een kaderwet die waarborgen biedt aan burgers en onder-nemers bij de dienstverlening van de digitale overheid. De wet regeltalgemene principes, taken en verantwoordelijkheden en procedures, geengedetailleerde regels. De wet zorgt zo voor flexibiliteit bij nieuweontwikkelingen. De Wdo is ook toekomstbestendig: belangrijke waardenen zekerheden voor burgers, zoals gebruikersvriendelijkheid, betrouw-baarheid, veiligheid, privacy en digitale inclusie zijn geborgd.De Wdo vormt de eerste tranche van regelgeving ten behoeve vanverdere digitalisering van de overheid en beoogt de beweging naar deinzet van veiligere inlogmiddelen overheidsbreed te bewerkstelligen. Deeerste tranche van de Wdo regelt dat alleen erkende inlogmiddelen voortoegang tot publieke dienstverlening zijn toegestaan, en biedt ookhandvatten waarmee publieke dienstverleners het juiste beveiligings-niveau van hun dienstverlening kunnen bepalen. Ook biedt de Wdo deMinister van EZK de bevoegdheid om standaarden te verplichten in hetelektronische verkeer met de overheid en regelt de wet de verantwoorde-lijkheid van de Minister van BZK voor het beheer van de voorzieningen endiensten binnen de GDI.Op dit moment wordt door mij gewerkt aan een uitvoeringswet, inclusiefaanpassing van de Wdo, waarmee de herziene eIDAS-verordening wordtgeïmplementeerd. Hierdoor wordt het voor burgers mogelijk om veilig enbetrouwbaar met een publieke EDI-wallet in te loggen en gegevens tedelen met de overheid, maar ook met andere organisaties. Belangrijkdaarbij is dat burgers daarvoor zelf kunnen kiezen, want gebruik van dezede wallet wordt vrijwillig. De beleidsvorming wordt naar verwachting ditjaar afgerond. Op basis hiervan zou eind 2026 een uitvoeringswet inconsultatie gebracht kunnen worden. Verwachting is dat de uitvoe-ringswet – afhankelijk van de parlementaire behandeling – in 2028 inwerking zou kunnen treden.18Staatscourant 2026, nr. 8180, 24 februari 2026.19https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2026/02/23/portefeuilleverdeling-kabinet-jetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15105 Bevindingen onderzoekersDe onderzoekers constateren dat de Wdo (als kader), voor zover inwerking getreden, een toereikend instrumentarium biedt om het beoogdedoel te kunnen bewerkstelligen. De Wdo heeft bijgedragen aan bewust-wording rond veilig digitaal handelen en aan het bepalen van het juistebetrouwbaarheidsniveau bij digitale transacties.De onderzoekers stellen ook vast dat de Wdo nadrukkelijk de verantwoor-delijkheid van de Minister van BZK voor het beheer van GDI voorzie-ningen en diensten vastlegt en ruimte biedt voor de ontwikkeling vanaanvullende GDI voorzieningen. Tenslotte wordt als positief puntaangemerkt dat er al enkele verplichte standaarden zijn aangewezen.Aanvullend hierop geven de onderzoekers aan dat er in de uitvoering nogwel belangrijke stappen zijn te zetten om de doelen van de Wdo daadwer-kelijk te kunnen bereiken.Zo is de realisatie van de randvoorwaardelijke ICT-voorzieningen (StelselToegang) nog niet gereed. Het effect – de toelating van betrouwbarenieuwe inlogmiddelen – blijft daardoor uit, aldus de onderzoekers. Deonderzoekers stellen tevens dat aan de inrichting van het toezicht op deWdo nog geen invulling is gegeven. Zij bevelen aan om het toezicht onderde Wdo te heroverwegen en bij een onafhankelijke toezichthouder tebeleggen.De onderzoekers wijzen ook op het ontbreken van een voorziening tenbehoeve van wettelijke vertegenwoordiging en op het feit dat DigiD op hetbetrouwbaarheidsniveau hoog nog niet breed beschikbaar is.De onderzoekers bevelen tot slot aan om de dialoog met het veld teintensiveren, en in te zetten op verwachtingenmanagement bij publiekedienstverleners over de effectuering van de Wdo, ook in relatie tottoekomstige ontwikkelingen op het terrein van het EDI-stelsel en dewallet.Reactie op de bevindingenIk ben blij met de constatering van de onderzoekers dat de Wdo eentoereikend instrumentarium biedt om het beoogde doel te kunnenbewerkstelligen en bijdraagt aan het toekomstvast regelen van de digitaleoverheid en aan bewustwording rond veilig digitaal handelen en aan hetbepalen van het juiste betrouwbaarheidsniveau van digitale transacties.De bevindingen worden voor een belangrijk deel herkend en de aanbeve-lingen worden ter harte genomen. Daarbij is het belangrijk om aan tegeven dat de onderzoekers de evaluatie niet beperkt hebben tot deartikelen die in werking zijn getreden. Zij doen ook uitspraken overartikelen die niet inwerking zijn getreden. Ook ziet een deel van debevindingen op de realisatie van de Wdo, hetgeen ressorteert onder deStaatssecretaris van BZK.Met de realisatie van de randvoorwaardelijke ICT-voorziening, het StelselToegang, geeft de Minister van BZK uitvoering aan een stelsel waarmee(semi-)publieke dienstverleners geholpen worden om te voldoen aan deacceptatieplicht van toegelaten inlogmiddelen onder de Wdo. Het toelatenvan private inlogmiddelen zal naar verwachting leiden tot meer innovatiebinnen de markt van inlogmiddelen en burgers en bedrijven krijgen zelfde keuzevrijheid met welk inlogmiddel ze kunnen inloggen. Daarnaastwordt met het Stelsel Toegang uitvoering gegeven aan de politieke enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15106 maatschappelijke wens om wettelijk vertegenwoordigen mogelijk temaken, zodat burgers en bedrijven namens een ander digitaal zakenkunnen doen met de overheid20. Thans lopen de consultaties van hetbesluit waarin dit geregeld wordt (Verzamelbesluit digitale overheid i.v.mvertegenwoordigen). Over een verkenning naar gebruiksvriendelijkealternatieven voor DigiD Hoog is gecommuniceerd in de Verzamelbriefvan 11 juli 202521. De acceptatieplicht voor de onder de Wdo toegelatenmiddelen zal naar verwachting eind 2027 in werking kunnen treden.Hiervoor is nodig dat een toelatings- en erkenningsproces is ingerichtwaarmee belangstellende partijen zich kunnen aanmelden.De dialoog met het veld over de realisatie van het Stelsel Toegang isvanuit het Ministerie van BZK al geïntensiveerd. Er is een implementa-tieteam ingericht dat publieke dienstverleners informeert over devoortgang van de realisatie van het Stelsel Toegang en de wijze vanaansluiten. Ook worden er op reguliere basis overleggen georganiseerdmet publieke dienstverleners. Daarbij wordt samen met publiekedienstverleners ook uitdrukkelijk aandacht besteed aan de samenhangtussen het Stelsel Toegang en de wallet/Europese Digitale Identiteit-stelsel(EDI-stelsel).Voor wat betreft de naleving van de overige verplichtingen onder de Wdo,zal bij het aansluiten van de publieke dienstverleners op het StelselToegang worden getoetst of zij hun diensten hebben geclassificeerd.Mocht er op basis van de praktijk aanleiding toe zijn, kan het toezichtworden aangescherpt. Het toezicht op publieke dienstverleners voor watbetreft de beveiliging van de toegang tot elektronische diensten zal meteen auditplicht, volgens de huidige praktijk van de ICT-beveiligings-assessments DigiD, ingericht worden. Daarnaast is, om het feitelijkgebruik te meten, onder het Stelsel Toegang een monitoringsysteemvoorzien, zoals nu bijvoorbeeld ook gehanteerd wordt voor deGDI-voorzieningen. De aanbeveling om het toezicht onder de Wdo weg tehalen bij verantwoordelijke Ministers en bij een onafhankelijke toezicht-houder te beleggen, neem ik in overweging.De naleving van een aantal verplichtingen, die gelden onder de Wdo, isnog niet voldoende ingeregeld. Dit geldt met name voor het toezicht opde naleving van de verplichte standaarden. De Kamer is bij brief van16 februari 2026 geïnformeerd dat vanuit de Nederlandse Digitaliserings-strategie (NDS) wordt ingezet op een versterkte aanpak op het afspreken,invoeren en handhaven van (digitale) standaarden, inclusief onder-steuning bij het invoeren daarvan.22 Het Ministerie van BZK zet hierbij ineerste instantie in op het, via implementatieteams, helpen van overheids-organisaties bij de implementatie van de verplichte standaarden.Eventuele handhavingsinstrumenten kunnen ingezet worden wanneerdeze helpende hand niet tot het gewenste resultaat leidt.3. Digitale Samenleving Motie Koops (NSC) – Concrete voorstellen voor versterkte aanpak onlineintolerantieHet lid Koops (NSC) heeft de regering per motie verzocht te komen metconcrete voorstellen voor een versterkte aanpak van online intolerantie,en specifiek met voorstellen om online-echokamers te doorbreken, enhierbij in ieder geval, in overleg met toezichthouders en onlineplatforms,20Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 1497.21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 1371.22Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 1491.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15107 te onderzoeken hoe de inzet van trusted flaggers met specifieke expertiseop het gebied van antisemitisme kan worden vergroot en versterkt.23 Dezemotie sluit aan bij de in het coalitieakkoord opgenomen passages overeen veilige en gezonde online omgeving voor iedereen.24In het Plan van aanpak tegen online discriminatie staan meerdereconcrete voorstellen voor de aanpak van online intolerantie en hetbestrijden van echokamers. Dankzij de inwerkingtreding van het toezichtop de Digitale Dienstenverordening zijn platformen verplicht omtransparant te zijn over hoe hun algoritmische systemen werken en overal hun content moderatie beslissingen. Ze worden ook verantwoordelijkgehouden voor de maatschappelijke risico’s die voortvloeien uit hundiensten, en gebruikers hebben recht op een niet-gepersonaliseerde«feed». Toezichthouders zijn al verschillende procedures gestart om dezeverplichtingen te handhaven. Vanuit het plan van aanpak online discrimi-natie zal dit jaar ook een landelijk gesprek starten over online normen enwaarden. Daarin gaan op fysieke locaties in het land in gesprek over watwe wel en niet acceptabel vinden online, en gaan we via een eigenniet-polariserend dialoogplatform het gesprek faciliteren om echokamerste doorbreken. We zetten bovendien in op het versterken van deuitvoering van de digitaledienstenverordening (DSA) door potentiëletrusted flaggers met specifieke expertise op het gebied van antisemitismete ondersteunen in het vervullen van hun rol.25 Daarvoor werken wesamen met de Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding. Hiermeeis de motie Koops uitgevoerd.Leeftijdsverificatie-applicatieIn opdracht van de Europese Commissie is afgelopen zomer eenblauwdruk voor een online leeftijdsverificatie-applicatie gepresenteerd.26Er zijn meerdere toezeggingen aan uw Kamer gedaan die betrekkinghebben op deze applicatie.27, 28, 29 De motie van de leden Ceder (CU) enSix Dijkstra (NSC) raakt hier ook aan.30 Het doel van de applicatie is onlineplatforms aansporen om te voldoen aan de verplichtingen uit de DSA omminderjarigen online te beschermen. Dit EU-initiatief heeft tot doel eengeharmoniseerde, privacybeschermende en gebruiksvriendelijke aanpakte bieden die in de gehele EU kan worden overgenomen door lidstatenen/of online diensten. Het idee is dat lidstaten of private partijen dezeblauwdruk gemakkelijk om kunnen zetten naar de nationale context. Ditkan door middel van een aparte (standalone) applicatie voor leeftijdsverifi-catie óf door de leeftijdsverificatie-functie zoals technisch beschreven inde blauwprint te integreren in een andere nationale app (bijvoorbeeld eenEUDI Wallet). De Europese Commissie verwacht dit voorjaar ook ZeroKnowledge Proof toe te voegen aan de specificaties van deze blauwdruk.Zero Knowledge Proof is een cryptografische methode waarmee kanworden bewezen dat iemand boven een bepaalde leeftijd is, zonder dat deleeftijd of identiteit van een persoon hoeft te worden onthuld.23Kamerstukken II, 2025/2026, 30 950, nr. 48424Coalitieakkoord «Aan de slag», p. 59.25Zoals omschreven in de DSA, zie hiervoor: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32022R206526Te vinden via: https://digital-strategy.ec.europa.eu/nl/news/commission-makes-available-age-verification-blueprint27Kamerstukken II 2025/2026, 36 719, nr. 328Toezeggingsnummer: TZ202510-16129Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 139130Kamerstukken II, 2025/2026, 21 501-33, nr. 1154Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15108 Aan TNO is gevraagd om te kijken naar de organisatorische, juridische,technische en financiële haalbaarheid van nationale implementatie vaneen losse standalone leeftijdsverificatie-applicatie in Nederland. Hierbijkijkt TNO ook naar de impact op belangrijke waarden, zoals privacy,betrouwbaarheid, veiligheid en toegankelijkheid. Uw Kamer is toegezegdhierover verder geïnformeerd te worden. De resultaten van dit onderzoekzijn eind januari opgeleverd. Samen met experts worden deze resultatengeapprecieerd. Op basis van deze appreciatie zal uw Kamer naarverwachting later dit voorjaar geïnformeerd worden.Meerjarige publiekscampagneAan de Kamer is toegezegd om een meerjarige publiekscampagne oversmartphonegebruik op te zetten en hierop terug te komen.31 De campagnebetreft een drieluik en heeft als doel om ouders te stimuleren hunkinderen online te beschermen en hierbij te ondersteunen met informatieen praktische tips. Met onderstaande informatie wordt deze toezeggingnagekomen.De lancering van de eerste deelcampagne «Blijf in Beeld bij jouw kindonline» vond plaats op 8 september 2025 en duurde een maand. Hetstimuleren van ouders om afspraken met hun kinderen (7–12 jaar) temaken als zij hun eerste smartphone krijgen stond hierin centraal. Viatelevisie (zendtijd Rijksoverheid), branded content, online video’s enbanners via sociale media zijn mensen geïnformeerd. In alle gevallenwordt verwezen naar de website jouwkindonline.nl voor meer informatieen ervaringsverhalen van andere ouders. Op Rijksoverheid.nl is ook eencampagnetoolkit met communicatiematerialen beschikbaar, zoalsbeeldmateriaal, video’s, posts op sociale media, en de afsprakenkaart.32Uit onderzoek blijkt dat de eerste deelcampagne impact had.33 Mensenherkennen de campagne en waarderen deze. Ook snapt men deboodschap en hun gevoel van urgentie wordt verhoogd. Tegelijkertijd valter winst te behalen op het ervaren van persoonlijke risico («dit kan mijnkind overkomen»), het gevoel van handelingsbekwaamheid en het aantalbezoekers van de website. In augustus herhalen we de campagne optelevisie, tijdens de tweede deelcampagne, en daarnaast maken wenieuwe uitingen voor inzet op sociale media. Ook verbeteren we dewebsite door meer nadruk te leggen op direct toepasbare tips entoegankelijkere teksten. Op die manier ondersteunen we de handelingsbe-kwaamheid van ouders beter. Uw Kamer wordt ook geïnformeerd over deverdere delen van de publiekscampagne en de uitkomsten daarvanwanneer deze zijn geëvalueerd.4. Data, Artificiële Intelligentie en algoritmen GPT-NL bij de overheidTijdens het Notaoverleg Nederlandse Digitaliseringsstrategie op29 september 2025 is toegezegd dat uw Kamer schriftelijk informatieontvangt over GPT-NL.34 Met onderstaande informatie wordt dezetoezegging nagekomen.31Toezeggingsnummer: TZ202411-11132www.campagnetoolkits.nl/blijfinbeeld33https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/overheidscommunicatie/documenten/rapporten/2026/02/28/campagne-effectonderzoek-eerste-smartphone-202534Toezeggingsnummer: TZ202510-144Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15109 GPT-NL35 is een taalmodel dat zich richt op Nederlandse taal en cultuur,ontwikkeld door TNO en getraind op basis van kwalitatief hoogwaardige,Nederlandse data die rechtmatig verkregen zijn. Er is transparantie overde trainingsdata en een deel van de opbrengsten vloeit terug naar deauteursrechthebbenden. Het basismodel is tot stand gekomen op basisvan een subsidie, die eind 2023 is toegekend door Rijksdienst voorOndernemend Nederland (RVO).De doorontwikkeling van dit taalmodel wordt, ook in de geest van motieSix Dijkstra (NSC) c.s.36, gestimuleerd, aangezien deze innovatie kanbijdragen aan de digitale autonomie van Nederland en in lijn is metEuropese waarden. Dit gebeurt in het kader van de Nederlandse Digitali-seringsstrategie (NDS), waarin GPT-NL onderdeel is van de prioriteit AI. Inde huidige fase beproeven we GPT-NL in de praktijk bij een aantal usecases binnen de overheid. Het gaat onder meer om een digitale assistentop overheid.nl, een communicatie-assistent die helpt brieven begrijpe-lijker te maken voor burgers en ondernemers, en een virtuele gemeente-assistent die burgers helpt antwoorden te vinden op allerlei vragen in decontext van hun gemeente.37 Dat maakt de overheid tot een van delaunching customers van GPT-NL.GPT-NL (TNO) voert zelf ook pilots uit met organisaties binnen en buitende overheid om het model te verbeteren. Overheden worden gewezen ophet belang van het aanleveren van betrouwbare data waar dit mogelijk is.Wanneer GPT-NL een passend kwaliteitsniveau heeft bereikt, zetten we inop het overheidsbreed aanbieden van dit taalmodel. Met deze actieswillen we ook de private sector stimuleren, zodat ook bedrijvenoverwegen om data te leveren of het model af te nemen.5. Digitalisering algemeen Adviesfunctie digitaliseringsportefeuille en NDS-RaadDit kabinet heeft voor het eerst de coördinerende rollen op digitaleeconomie, overheid en samenleving bij één bewindspersoon belegd. Metdeze nieuwe en bredere portefeuille is het van belang snel en in wisse-lende samenstellingen integraal advies in te winnen. Het is daarbij dewens dat de perspectieven van maatschappelijke organisaties, hetbedrijfsleven, medeoverheden, kennisinstellingen en de samenlevingsamenkomen, waarbij er afhankelijk van het vraagstuk voldoende ruimteis voor verschillende experts en samenstellingen.Om deze reden is ervoor gekozen niet door te gaan met de NDS-Raad.38De inzet op de Nederlandse Digitaliseringsstrategie blijft onverminderdgroot, net als de samenwerking met het Rijk, de medeoverheden enpublieke dienstverleners binnen het Bestuurlijk Overleg Digitalisering. Ikben de leden van de NDS-Raad dankbaar voor hun inzet en zal hun kennisen expertise daar waar passend blijven betrekken. Op een later momentzal ik het reeds gevraagde advies van de NDS-Raad over de DigitaleDienst nog in ontvangst nemen. Uw Kamer wordt in de Kamerbrief overde strategische inzet op mijn digitaliseringsportefeuille verder geïnfor-meerd over de (her)inrichting van de bestaande adviestafels.35Een verantwoord alternatief op bestaande LLMs – GPT-NL36Kamerstukken II, 2024–2025, 36 740 VII, nr. 2737Nederlands AI-project GPT-NL gaat met vijf klanten proefdraaien – NRC38Concreet betekent dit dat het instellingsbesluit van de NDS-Raad niet zal worden ondertekend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151010 Coördinerende rollen op digitale overheidUw Kamer is toegezegd geïnformeerd te worden over hoe er invullingwordt gegeven aan een onderzoek naar de ruimte die aan een coördi-nerend bewindspersoon voor digitalisering wordt geboden door artikel 44in de Grondwet; ook in het kader van één digitale overheid.39De knelpunten in de uitvoering van de coördinerende rol zijn geïnventari-seerd. Hieruit bleek dat de uitoefening van de coördinerende rol injuridische zin niet wordt belemmerd door artikel 44 Grondwet. Eencoördinerend bewindspersoon heeft immers de handelingsopties, zoalsgeschetst in het Handelingskader coördinerende bewindspersonen.40 Voorde coördinerende rol op het gebied van digitalisering van de rijksdienst iseen aantal van de in het Handelingskader genoemde opties gerealiseerdvia het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesys-temen rijksdienst. Zo kunnen kaders vastgesteld worden ter bevorderingvan de eenheid, de kwaliteit of de efficiëntie van de bedrijfsvoering en deinformatiesystemen van de ministeries. Bij die kaders kunnen werkzaam-heden worden aangewezen die ten behoeve van alle of een daarbijaangegeven deel van de ministeries zullen worden uitgevoerd door eendaarbij aangegeven organisatieonderdeel van een van de ministeries. Ookkunnen bij die kaders voorzieningen worden aangewezen die in verbandmet de noodzakelijke interoperabiliteit of beveiliging voor bepaaldeinformatiesystemen van alle of een daarbij aangegeven deel van deministeries zullen worden gebruikt. Gegeven de huidige portefeuillever-deling binnen het kabinet dient nog te worden bezien of dit coördinatiebe-sluit zal moeten worden aangepast.Verder geldt er een verplichting voor de Ministers om de door decoördinerend bewindspersoon gevraagde gegevens over de organisatie,de bedrijfsvoering en de informatiesystemen van de ministeries teverstrekken en kunnen daarbij kaders vastgesteld worden voor de wijzewaarop de gegevens over de informatiesystemen worden verstrekt.Daarnaast ondersteunt de Wet digitale overheid de coördinerende rol voorde gehele overheid. Met dit instrumentarium in de hand vullen wij dezekabinetsperiode de coördinerende rol op het gebied van digitaliseringstevig in. Met deze informatie beschouwen we de toezegging alsafgedaan.De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,W.J.M. AerdtsDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van der Burg39Toezeggingsnummer: TZ202504-14940Bijlage bij Kamerstukken II 2024/2025, 30 950, nr. 433Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151011
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.