Verslag schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026 (Kamerstuk 21501-20-2399)
Brontekst
Versie 92c54dded77d15bd · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-20Europese RaadNr. 2400 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 21 april 2026 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over:–de brief van 15 april 2026 inzake de Geannoteerde agenda voor deinformele Europese Raad van 23 en 24 april 2026 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2399),–de brief van 12 februari 2026 inzake het Verslag informele bijeenkomstvan de Europese Raad van 12 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-20,nr. 2378),–en de brief van 12 februari 2026 inzake het Afschrift brief aan de EersteKamer over de antwoorden op de schriftelijke vragen gesteld door deEerste Kamerleden van Hattem (PVV) en Hartog (Volt) over devoorstellen COM(2025)565 en COM(2025)552 (nr. 2026Z06544)De vragen en opmerkingen zijn op 16 april 2026 aan de Minister vanBuitenlandse Zaken voorgelegd.Bij brief van 21 april 2026 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,Van MeetelenDe adjunct-griffier van de commissie,Moonen kst-21501-20-2400ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 24001 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van deMinister van Buitenlandse Zaken Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 23 en24 april. Over de Nederlandse inzet hebben deze leden nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie vragen welke concrete inzet de Minister zalplegen om, mede in het licht van de recente ontwikkelingen rondom deverkiezingen in Hongarije, zo spoedig mogelijk de € 90 miljard aanEuropese steun voor Oekraïne te deblokkeren?1.Antwoord van het kabinetBeoogd Hongaarse premier Magyar heeft aangegeven zichconstructief op te willen stellen met betrekking tot opheffenblokkade op de steunlening voor Oekraïne van EUR 90 miljard. Denieuwe regering wordt naar verwachting eind mei/begin juniwordt geïnstalleerd. Het blijft daarom belangrijk om druk tehouden op de zittende Hongaarse regering om haar veto op desteunlening en het 20ste sanctiepakket zo snel mogelijk op teheffen. Het kabinet blijft hierop inzetten. De Europese Commissieis hierover voortdurend in gesprek met Hongarije.Tevens vragen deze leden welke concrete stappen de Minister zal zettenom voortgang te boeken in het toetredingsproces van Oekraïne tot deEuropese Unie, in het bijzonder ten aanzien van het openen van de eersteonderhandelingsclusters.2.Antwoord van het kabinetHet kabinet steunt het openen van het eerste onderhandelings-cluster binnen het EU-toetredingsproces van Oekraïne. Hetkabinet is voornemens in te stemmen met opening wanneer datbesluit voorligt, nadat de blokkade van Hongarije is opgehevenen aan alle voorwaarden is voldaan. Wanneer cluster 1 isgeopend, is het kabinet eveneens voornemens in te stemmen methet openen van de andere onderhandelingsclusters wanneer dezebesluiten formeel voorliggen en ook hier aan de voorwaarden isvoldaan. Tot op heden heeft Nederland de druk op Hongarije –samen met andere EU lidstaten – hooggehouden om de oneigen-lijke blokkade op het openen van cluster 1 met Oekraïne op teheffen. In dit kader heeft Nederland een demarche in Boedapestgeïnitieerd (december jl.) en heeft het samen met andere EUlidstaten in Europees verband opgeroepen het proces niet tebilateraliseren. Het kabinet kijkt uit naar samenwerking met denieuwe Hongaarse regering en hoopt op een positievere koersvan Hongarije.Ook vragen deze leden welke concrete inzet het kabinet zal plegen om tekomen tot een nieuw Europees sanctiepakket tegen Rusland.3.Antwoord van het kabinetVoor het kabinet zijn alle inspanningen gericht op aanname vanhet 20ste sanctiepakket tegen Rusland. Daarna wil het kabinetdirect doorpakken met een nieuw sanctiepakket, gericht op hetondermijnen van het Russische verdienvermogen op de mondialeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 24002 oliemarkt en verder financieel isoleren van Rusland. Hierbij liggenvoor het kabinet alle opties op tafel.In zijn overwinningsspeech benadrukte de Hongaarse beoogdpremier Magyar een sterke bondgenoot voor de EU en NAVO tewillen zijn. Het kabinet kijkt uit naar samenwerking met denieuwe regering en hoopt op een positievere koers van Hongarije.Zodra de nieuwe Hongaarse regering is geïnstalleerd zal hetkabinet de gebruikelijke diplomatieke contacten benutten omheldere verwachtingen over te brengen, waaronder ten aanzienvan het 20ste sanctiepakket.De leden van de D66-fractie vragen of de Minister kan aangeven wat zijnconcrete inbreng zal zijn over de schaduwvloot en wanneer de Kamer denodige wetswijzingen zal ontvangen zodat Nederland harder kan optredentegen de schaduwvloot op de Noordzee?4.Antwoord van het kabinetHet kabinet blijft onverminderd inzetten op een robuustereaanpak van de schaduwvloot, via sancties en maatregelen die deschaduwvloot vertragen, frustreren en verstoren. Daarbij wordtook concreet de samenwerking gezocht met landen rond deNoordzee, maar ook initiatieven genomen binnen de EU en deNAVO.Zoals eerder toegezegd aan uw Kamer zal de Minister vanInfrastructuur en Water op kortst mogelijke termijn u naderinformeren over de nodige wetswijzigingen die nu in voorbe-reiding zijn. Het kabinet blijft zich daarnaast ook binnen dehuidige kaders maximaal inzetten om op te treden tegen deschaduwvloot op de Noordzee.Midden-OostenDe leden van de D66-fractie vragen welke inspanningen de Minister gaatleveren om te komen tot een diplomatieke oplossing voor de situatie inhet Midden-Oosten.5.Antwoord van het kabinetTussen de VS en Iran ziet het kabinet vier grote obstakels: deinhoudelijke kloof, het gebrek aan concessiebereidheid, hetwederzijds ontbreken van vertrouwen en de uiteenlopendeonderhandelingsstijlen. Om deze kloof te helpen overbruggen,vindt er deze weken intensief diplomatiek verkeer plaats tussenEuropese hoofdsteden, Washington D.C. en landen in het Midden-Oosten. Vanuit de EU ondersteunt het kabinet de positie vanbemiddelaars zoals Pakistan, Turkije, Egypte en de Golfstaten.Juist die landen kunnen Iran en de VS helpen bij de diplomatiekevertaalslag – om kostbare misverstanden te voorkomen en in dezoektocht naar een werkbaar compromis. Ook Nederlandonderhoudt goed contact met deze belangrijke bemiddelendepartijen. Ook vanuit de EU is direct contact met de VS om teonderstrepen hoe belangrijk een diplomatieke oplossing is, en omde Europese bereidwilligheid te laten zien om concreet op deinhoud mee te denken en werken.Het kabinet verwelkomt het recent aangekondigde staakt-het-vuren tussen Israël en Libanon. Zowel in bilaterale contacten alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 24003 in EU-verband zal het kabinet alle partijen blijven oproepen zichaan de gemaakte afspraken te houden. Dit geldt ook voorHezbollah, dat formeel geen partij is bij de staakt-het-vurenovereenkomst en de onderhandelingen tussen Israël en Libanon.Het kabinet benadrukt dat de aanvallen van Hezbollah op Israëlmoeten stoppen. De volledige ontwapening van Hezbollah is vangroot belang voor de veiligheid en stabiliteit in Libanon en deregio. Het kabinet onderstreept het belang van een diplomatiekeoplossing om te komen tot een duurzame oplossing voor hetconflict tussen Israël en Libanon. Het kabinet verwelkomt daaromde directe gesprekken die hierover plaatsvinden tussen Israël enLibanon onder leiding van de Verenigde Staten. Nederland issamen met Europese partners bereid deze gesprekken waarmogelijk te ondersteunen.De leden van de D66-fractie vragen tevens of andere landen, zoalsFrankrijk en het Verenigd Koninkrijk, helder voor ogen hebben wat onzevoorwaarden zijn voor een eventuele deelname aan een missie in destraat van Hormuz.6.Antwoord van het kabinetNederland is met planners aangesloten bij het militaireplanningspoor van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, en neemtop politiek en diplomatiek niveau deel aan bijeenkomsten van decoalitie. Nederland draagt hierbij consistent dezelfde boodschapuit voor wat betreft de uitgangspunten voor eventuele Neder-landse deelname, waaronder een einde aan de vijandelijkheden eneen solide juridisch mandaat.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de stukken ter voorbereiding op de informele Europese Raad op23–24 april 2026, hebben in dit kader enkele vragen en willen een aantalaandachtspunten onder de aandacht brengen.De leden van de VVD-fractie constateren dat er tijdens deze Raad zalworden ingegaan op de actuele situatie in Oekraïne naar aanleiding vande Russische agressie-oorlog. Deze leden merken hierbij op dat eenEuropese lening van € 90 miljard wordt tegengehouden door Hongarije.Welke impact verwacht de Minister dat de verkiezingsoverwinning vanTisza heeft op de opstelling van Hongarije? Is de Minister bereid om incontact te treden met de aanstaande regering van Hongarije om hen aante sporen om het Hongaars veto te laten varen?Welke strategie heeft het kabinet ten aanzien van de aanstaande regeringvan Hongarije en welke aanpak ten aanzien van Hongarije bepleit zij bij deCommissie?7.Antwoord van het kabinetIn zijn overwinningsspeech benadrukte beoogd premier Magyareen sterke bondgenoot voor de EU en NAVO te willen zijn. Hetkabinet kijkt uit naar samenwerking met de nieuwe regering enhoopt op een positieve koers van Hongarije binnen de EU. Magyarheeft aangegeven zich constructief op te willen stellen metbetrekking tot het opheffen van de blokkade op de steunleningvoor Oekraïne van EUR 90 miljard. Echter, de uitslag in Hongarijeverandert op korte termijn weinig omdat de nieuwe regering naarverwachting pas eind mei/begin juni wordt geïnstalleerd. ZodraTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 24004 de nieuwe regering is geïnstalleerd zal het kabinet de gebruike-lijke diplomatieke contacten benutten om heldere verwachtingenover te brengen ten aanzien van het EU-buitenlandbeleid,inclusief steun aan Oekraïne, en ook herstel van de rechtsstaaten daarvoor benodigde hervormingen. Duidelijk is dat hervor-mingen moeten plaatsvinden voordat, onder meer, de EU-fondsenkunnen worden vrijgegeven. Het kabinet zal zich daarvoorinzetten en deze boodschap ook bij de Commissie afgeven.De leden van de VVD-fractie merken op dat er tijdens deze Europese Raadterecht veel aandacht zal zijn voor het conflict in het Midden-Oosten. Zietde Minister ruimte om hierbij ook aan te stippen dat de strijd tegenterrorisme in het Midden-Oosten niet vergeten mag worden en hetonderwerp van berechting van IS-strijders een plek op de Europeseagenda blijft verdienen?8.Antwoord van het kabinetDe veiligheidssituatie in het Midden-Oosten, waaronder op hetgebied van terrorisme en de strijd tegen ISIS, is een vaakterugkerend onderwerp op de Europese agenda het afgelopenjaar. Het kabinet deelt de mening dat de strijd tegen terrorisme inhet Midden-Oosten niet vergeten mag worden. Ook benadrukt hetkabinet nadrukkelijk dat berechting ISIS-strijders en de tenuit-voerlegging van gevangenisstraffen zoveel als mogelijk in deregio moet plaatsvinden.1Jezidi gemeenschappen vrezen het vrijkomen van IS-strijders diemisdaden zijn begaan in Syrië, nu door het toenemende conflict hetmoeilijker wordt op sommige plekken in de regio de gevangenissen tebewaken en het risico toeneemt op het ontstaan van nieuwe broeinesten.Met welke lidstaten kan Nederland optrekken om de strijd tegen terro-risme in de regio op de agenda te houden en een framework voor deberechting van IS-strijders te realiseren?9.Antwoord van het kabinetIn aanvulling op het antwoord op vraag 8, blijft Nederland zich inmultilateraal verband, waaronder de anti-ISIS coalitie en de EU,inspannen voor de strijd tegen terrorisme in de regio. Ookondersteunt Nederland actief (inter)nationale inspanningengericht op waarheidsvinding en transitional justice in Syrië. Zoalsook toegelicht in de Kamerbrief van 5 januari 2026 blijftNederland de VN-bewijzenbank voor Syrië (IIIM) zowel politiek alsfinancieel steunen.2 Voor 2024–2026 betreft dit een bedrag vanEUR 1 mln. Het IIIM verzamelt en bewaart bewijsmateriaal overmensenrechtenschendingen en schendingen van het humanitairoorlogsrecht in Syrië ten behoeve van (inter)nationale proce-dures, en heeft al een belangrijke rol gespeeld bij de opsporing envervolging van onder meer ISIS-strijders.Ook constateren de leden van de VVD-fractie dat de Europese Commissienaar alle waarschijnlijkheid op maandag 22 april een beleidsstuk naarbuiten zal brengen waar onder andere in zal worden gegaan op deverlaging van de energiebelasting. Hoe kijkt de Minister aan tegen hetvoorstel van de Commissie om de energiebelasting te verlagen?1Kamerstuk 29 754, nr. 776.2Kamerstuk 27 925, nr. 1016.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 24005 10.Antwoord van het kabinetDe Europese Commissie heeft aangekondigd op 22 april a.s. eentoolbox van tijdelijke en gerichte maatregelen te presenteren omde energie prijspieken als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten te adresseren. Op dit moment kan er nog niet metzekerheid worden gezegd welke maatregelen de Commissie zalpresenteren.Het verlagen van de energiebelasting is primair voorbehoudenaan individuele lidstaten. Een verplichte reductie van de energie-belasting op elektriciteit vergt amendering van de RichtlijnEnergiebelasting. De beoordeling van een voorstel van deEuropese Commissie zal afhangen van de manier waarop demaatregel is vormgegeven en wat de effecten daarvan zullen zijnop onder meer de overheidsfinanciën, de lasten van verschillendegroepen energieverbruikers en de uitvoerbaarheid en administra-tieve lasten.Vindt de Minister dat dit een keuze is die primair is voorbehouden aanindividuele lidstaten, of meent de Minister dat een gecoördineerdegemeenschappelijke aanpak beter past bij de omvang van het probleem?11.Antwoord van het kabinetNederland onderstreept in EU-verband het belang van eengezamenlijke aanpak van de secundaire effecten van de escalatie.Het verlagen van de energiebelasting is primair voorbehoudenaan de lidstaten. Een verplichte reductie van de energiebelastingop elektriciteit zou amendering vergen van de RichtlijnEnergiebelasting.De leden van de VVD-fractie constateren tenslotte dat er aandacht zal zijnvoor het volgende MFK. Hierbij willen de leden benadrukken dat wat henbetreft Nederland moet inzetten op een sterk MFK dat bijdraagt aan destrategische doelen van Europa, waaronder primair veiligheid, defensie eninnovatie. Deelt de Minister deze opvatting?12.Antwoord van het kabinetHet kabinet zet in op een sterk, toekomstbestendig en gemoder-niseerd MFK dat bijdraagt aan de strategische doelen van Europa.Hierbij is herprioritering van belang naar investeringen inveiligheid, defensie, concurrentievermogen en innovatie. Debegroting moet worden gemoderniseerd en meer gericht wordenop het versterken van het Europees concurrentievermogen, eenstevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie. Het kabinetzet zich in voor een acceptabele omvang van de Nederlandseafdrachten aan de EU, inclusief behoud van de bni-correctie.Wat is de taxatie van de Minister van de positie van het EuropeesParlement over het MFK waar inmiddels in commissieverband overgestemd is en waarin staat dat de omvang van het MFK 10 procent hogerzou moeten zijn? Welk effect heeft dit op de algehele discussie over hetMFK in Brussel?13.Antwoord van het kabinetHistorisch gezien is het Europese Parlement steeds voorstandergeweest van een groter MFK, en het is gebruikelijk dat zij dat inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 24006 deze fase van de onderhandelingen inbrengt. Er zijn ook lidstatendie eenzelfde standpunt hebben. Dit toont de complexiteit van deMFK onderhandelingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de geannoteerde agenda van de informele Europese Raad van23 en 24 april 2026. Zij hopen dat er met de verkiezingsuitslag in Hongarijein de toekomst een aantal doorbraken in de Europese Raad mogelijk zijn.Deze leden hebben nog enkele opmerkingen en vragen.Tijdens de informele Europese Raad zal worden gesproken over hetMeerjarig Financieel Kader (MFK). Ook in dit verband vinden de leden vande GroenLinks-PvdA-fractie het hoopvol dat de opstelling van Hongarijewellicht zal veranderen aangezien dit kansen biedt om de rechtstaatsscon-ditionaliteit in de EU-begroting te versterken. Op welke manier wordt ditde komende tijd onderzocht? Worden er voorstellen verwacht die verdergaan dan het voorstel van de Commissie?14.Antwoord van het kabinetSamen met gelijkgezinde lidstaten zet het kabinet zich zowel invoor het behoud van de door de Europese Commissie voorge-stelde versterking van de rechtsstaatconditionaliteit, als voorverdere aanscherping van de rechtsstaat- en Handvestconditiona-liteiten en waarborgen in het volgend MFK, zodat lidstaten die derechtsstaat en fundamentele waarden niet respecteren hun rechtop Europees geld verliezen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er tijdens de EuropeseRaad wordt gesproken over de inzet in de Straat van Hormuz. Op 19 maart2026 stelden Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Italië, Japan enNederland dat zij bereid zijn om bij te dragen aan «passende inspan-ningen» om veilige doorvaart van de Straat van Hormuz te waarborgen.Wat zijn volgens de Minister «passende inspanningen»?15.Antwoord van het kabinetZoals vorige week aan de Kamer gemeld onderzoekt het kabineteen mogelijke militaire bijdrage in coalitieverband. Frankrijk enhet VK hebben het militair planningsproces voor een interna-tionale coalitie gestart. Nederland is met militaire plannersbetrokken, en overlegt met internationale partners wat nodig isom een breed gedragen, defensieve missie ter waarborging vande veilige doorvaart van de Straat van Hormuz te ondersteunen,zoals aangekondigd in een kennisgevingsbrief aan uw Kamer van10 april jl.3 De plannen zijn nog in ontwikkeling en eventueleactivatie is pas aan de orde zodra een aantal randvoorwaarden isbereikt (zie vraag 6). Wanneer inzet van een internationalemilitaire presentie aanstaande lijkt, vindt nationale politiekebesluitvorming over een eventuele Nederlandse inzet plaats. UwKamer zal daarover worden geïnformeerd conform artikel 100van de Grondwet.Is de Minister het eens dat er zolang er geen duurzaam bestand is geenmilitaire inzet kan zijn in de Straat van Hormuz?3Kamerstuk 23 432-721.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 24007 16.Antwoord van het kabinetDat is juist. Het kabinet onderzoekt de mogelijkheid en wense-lijkheid tot een bijdrage aan een defensieve missie terwaarborging van de veilige doorvaart van de Straat van Hormuz.De plannen zijn nog in ontwikkeling en eventuele activatie is pasaan de orde zodra een aantal randvoorwaarden is bereikt (zievraag 6).Op welke manier gaat Zr.Ms. De Ruyter bijdragen aan ASPIDES?17.Antwoord van het kabinetHet voornemen is dat Zr. Ms. De Ruyter associated support zalleveren aan EUNAVFOR Aspides tijdens zijn reis naar deIndo-Pacific, zoals aangekondigd in Kamerstuk 29 521-504.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich grote zorgen over deescalatie van geweld in Libanon. Is de Minister bereid in EU-verband in tezetten op meer Europese humanitaire hulp, en politieke en diplomatiekemaatregelen om te zorgen dat hulpverleners veilig kunnen bewegen enhun werk kunnen doen?18.Antwoord van het kabinetHet kabinet deelt de zorgen over de geweldsescalatie in Libanonin de afgelopen tijd, zoals ook eerder aan uw Kamer aangegeven.Het kabinet verwelkomt het recent overeengekomen staakt-het-vuren en roept alle partijen op zich hieraan te houden. De zorgenover de humanitaire situatie in Libanon blijven groot. Om diereden heeft het kabinet eerder al additionele financiering voor deDutch Relief Alliance en het ICRC vrijgemaakt om hen in staat testellen hun inzet in Libanon te intensiveren. Daarnaast draagt hetkabinet, middels een bijdrage aan UNOPS, ook bij aan hetinitiatief van Jordanië om met humanitaire konvooien aanvul-lende goederen het land in te brengen. Veilige toegang voorhumanitaire hulpverleners tot getroffen gemeenschappen inLibanon is van het grootste belang. Zoals uiteengezet in dekabinetsreactie op het advies van de AIV en de CAVV overveiligheid van hulpverleners4 zet het kabinet zich in voorveiligheid van hulpverleners in EU-verband alsook in directecontacten met betrokken partijen. Nederland roept in bilateralecontacten alle partijen op de veiligheid van hulpverleners tegaranderen. Nederland bepleit adequate humanitaire hulpver-lening in Libanon ook door Europese Commissie en EU-Lidstaten.Worden er verdere stappen en sancties voorbereid in EU-verbandwanneer Israël doorgaat met grootschalige vernietiging in Libanon?19.Antwoord van het kabinetZoals bekend in uw Kamer onderstreept het kabinet het belangdat alle partijen zich houden aan het internationaal recht,waaronder het humanitair oorlogsrecht. Op dit moment is deinzet erop gericht dat partijen zich houden aan het staakt-het-vuren en dat de diplomatieke gesprekken tussen Israël enLibanon onder leiding van de Verenigde Staten tot een vreedzame4Kamerstuk 36 180, nr. 198 van 31 maart 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 24008 oplossing komen. Het kabinet beziet voortdurend hoe het dezeboodschap effectief kracht kan bijzetten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de regering zich inzetom in EU-verband te komen tot een gezamenlijke aanpak van desecundaire effecten van de escalatie in Iran en de Straat van Hormuz. Gaathet kabinet de aanbevelingen overnemen om de overwinsten vanenergiebedrijven af te romen, gezien het feit dat grote energiebedrijvenmomenteel miljardenwinsten maken?20.Antwoord van het kabinetOp dit moment kan er nog niet met zekerheid worden gezegdwelke maatregelen en aanbevelingen de Commissie in haarmededeling van 22 april zal presenteren.Vanwege de relatief beperkte stijging van de aardgasprijs ziet hetkabinet op dit moment geen reden om te veronderstellen dat ersprake is van overwinst op de gasmarkt. Voor de oliemarkt geldtdat een groot deel van de toegenomen marges naar verwachtingniet in Nederland neerslaan. Voor de Nederlandse oliemarkt is hetnog te vroeg om harde uitspraken te doen of er overwinstenworden gemaakt. Indien er hogere winsten worden gemaakt, danwordt dit reeds belast met de vennootschapsbelasting. Hetkabinet is terughoudend om hier bovenop een extra heffing in testellen.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de inzet van hetkabinet op een «sterk en toekomstbestendig» Meerjarig Financieel Kader.Kan de Minister concreet aangeven welke totale omvang van het MFK hetvoor zich ziet en wat dit betekent voor de Nederlandse afdrachten, zowelin absolute zin als per inwoner?21.Antwoord van het kabinetHet is niet op voorhand te zeggen welke omvang het MFK zalmoeten hebben om voor Nederland acceptabel te zijn. DeNederlandse inzet betreft, naast de benodigde modernisering vanhet MFK gericht op strategische prioriteiten, een stevige budget-taire inzet die met name gericht is op het beperken van deafdrachten en het effect op de nationale begroting. Daarin speeltde omvang van het MFK een rol, maar ook het behoud van decorrectie op de Nederlandse bni-afdracht, de eventuele effectenvan de introductie van nieuwe eigen middelen en het aandeel vande inningskosten van de invoerrechten (de perceptiekostenver-goeding) dat lidstaten mogen behouden.Tevens vragen deze leden welke maximale bijdrage het kabinet nogacceptabel acht. De leden constateren dat de Europese Commissie inzetop een aanzienlijke verhoging van de EU-begroting. Kan het kabinettoelichten waarom een dergelijke groei noodzakelijk zou zijn en welkeconcrete resultaten eerdere budgetverhogingen hebben opgeleverd?22.Antwoord van het kabinetHet uitgangspunt voor het kabinet in de onderhandelingen is eenafdracht die in lijn is met wat hiervoor is opgenomen in denationale begroting voor 2028 en daarna. Daarin was reeds eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 24009 stijging voorzien vanwege onder meer inflatie en economischegroei, maar de toename die zou voortvloeien uit het Commissie-voorstel zou aanzienlijk groter zijn. De Commissie acht eentoename noodzakelijk met name op het gebied van concurrentie-vermogen en defensie, wat ook onderdeel is van de moderni-sering waar dit kabinet achter staat en die noodzakelijk isvanwege de geopolitieke ontwikkelingen en het belang van eensterke Europese economie. Echter, het kabinet is ook van meningdat scherpe budgettaire keuzes nodig zijn, net als op nationaalniveau, en dat een correctie op de bni-afdracht voor Nederlandnoodzakelijk blijft. De omvang van het MFK varieert al langeretijd rond de 1–1,1% bni, waardoor er eigenlijk geen sprake is vansubstantiële verhogingen van het budget anders dan dooreconomische groei en inflatie. De enige uitzondering daarop is deterugbetaling van het NGEU dat werd afgesproken in reactie opde COVID-crisis.De leden verzoeken of de Minister ook kan ingaan op de effectiviteit vanhet huidige MFK.23.Antwoord van het kabinetDe effectiviteit van het MFK kan op meerdere manieren beoor-deeld worden. Er kan onder andere gekeken worden naarmacro-economische impact, doelbereik per beleidsterrein, ofefficiënt gebruik van middelen. De effectiviteit van de langetermijn investeringen zijn aangetoond, waarbij grensoverschrij-dende investeringen op het gebied van infrastructuur en conver-gentie door cohesiebeleid aantoonbaar effectief zijn gebleken.Ook het Horizonbeleid wordt over het algemeen gezien als eenbelangrijke bijdrage aan de versterking van de Europeseeconomie. Er zijn echter ook kanttekeningen te plaatsen bij deeffectiviteit van EU-middelen, bijvoorbeeld op het gebied vantransparantie en doelmatigheid. In dat kader hecht het kabinetaan het werk van de Europese Rekenkamer (ERK) en neemt het deaanbevelingen van de ERK mee in de MFK-onderhandelingen.Binnenkort ontvangt de Kamer een nadere kabinetsappreciatievan de ERK-rapporten inzake de Herstel en Veerkrachtfaciliteit ende opinies inzake het fonds voor Nationale en Regionale Partner-schapsplannen (NRPP) en het kader voor het volgen van begro-tingsuitgaven en prestaties (prestatiekader). De EuropeseCommissie probeert met haar voorstel voor het volgend MFK deeffectiviteit en resultaatgerichtheid het MFK te verbeteren,bijvoorbeeld door een uniform prestatiekader voor het geheleMFK in te richten. Het MFK heeft ook aangetoond bij te kunnendragen aan macro-economische stabilisatie in crisissituaties. Datzagen we vooral in de context van de COVID-pandemie en deagressieoorlog tegen Oekraïne, waar ondanks de beperkteflexibiliteit van het huidige MFK er via tussentijdse herzieningentoch diverse malen via de EU-begroting is ingegrepen incrisissituaties.De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Minister de Kamer volledig entijdig zal informeren over de onderhandelingen over het MFK. Welkemogelijkheden heeft de Kamer om daadwerkelijk invloed uit te oefenen opde Nederlandse inzet?24.Antwoord van het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 240010 Het MFK is één van de grootste en meest complexe Europesedossiers die de komende periode tot besluitvorming moet komenen heeft aanzienlijke impact op aanpalende Europese thema’s.Uw Kamer zal gedurende het proces regulier worden geïnfor-meerd over het verloop van de onderhandelingen, in het bijzondervia de geannoteerde agenda’s en verslagen voor de RAZ (MFK), deEcofinraad (EMB) en de Europese Raad (ER) als waar nodig perseparate brief. In aanloop naar de ER gaat de Minister-Presidentmet de Kamer in de debat over de inzet ten aanzien van het MFKvoor de aankomende ER.De leden van de PVV-fractie vragen welke financiële risico’s verbondenzijn aan langetermijnverplichtingen binnen het MFK. In hoeverre kanNederland aansprakelijk worden gesteld voor verplichtingen van anderelidstaten?25.Antwoord van het kabinetDe langetermijnverplichtingen van de Europese Unie wordengedekt uit de Europese begroting die wordt gefinancierd uit deafdrachten van alle lidstaten, conform de afspraken die hieroverzijn gemaakt in het eigenmiddelenbesluit. Er is geen mechanismevoorzien waarbij lidstaten zich aan hun nationale verplichtingenmet betrekking tot de afdrachten kunnen onttrekken en dat isook nog nooit gebeurd. Er is geen sprake van situaties waarinNederland aansprakelijk kan worden gesteld voor verplichtingenvan andere lidstaten.De leden van de PVV-fractie vragen het kabinet om per grote uitgavenca-tegorie aan te geven wat de concrete toegevoegde waarde is vanEU-uitgaven ten opzichte van nationale besteding.De leden constateren dat er bijzonder aandacht uitgaat naar het ECF. Hoewaarborgt het kabinet dat middelen uit het ECF daadwerkelijk terecht-komen bij innovatieve en productieve sectoren, en niet verzanden inbureaucratische processen of politieke verdelingsmechanismen?26.Antwoord van het kabinetHet ECF heeft EU-meerwaarde boven nationale bestedingen.Gezien de grensoverschrijdende spillover effecten van investe-ringen ter versterking van het EU-concurrentievermogen, is hetkabinet van oordeel dat dit onvoldoende door de lidstatennationaal kan worden verwezenlijkt. Coördinatie en investeringenop Europees niveau bieden aantoonbaar meerwaarde omdatdaarmee schaalvoordelen, toegevoegde waarde van investeringenen kostenefficiëntie worden geborgd ten opzichte van investe-ringen door individuele lidstaten.Het kabinet zet binnen de vier vensters van het ECF in op eenfocus op de meest strategische technologieën en sectoren, waarde EU het verschil kan maken voor concurrentievermogen,weerbaarheid en maatschappelijke uitdagingen. Het is van belangdat selectie van projecten plaatsvindt op basis van excellentie enimpact. Deze selectie dient plaats te vinden via open, competi-tieve EU-brede procedures, en niet op basis van geografischespreiding. Geografische spreiding zorgt juist voor inefficiënterebesteding van EU-middelen.De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Minister de huidige balanstussen nettobetalers en netto-ontvangers beoordeelt. In hoeverre is deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 240011 Minister van mening dat deze verdeling eerlijk is en welke inzet Nederlandpleegt om deze balans te verbeteren?27.Antwoord van het kabinetDe EU interne markt en het MFK dragen op verschillendemanieren bij aan het verdienvermogen van Nederland. Nederlandis, samen met andere relatief welvarende lidstaten, een nettobe-taler aan de Europese Unie. Overigens geldt dit voor een groeiendaantal EU-lidstaten. Dit volgt grotendeels uit het gegeven dat eenbelangrijk deel van de begroting wordt gefinancierd met eensleutel gebaseerd op het bni van een lidstaat terwijl het cohesie-beleid gericht is op convergentie van de welvaart van lidstaten enregio’s, waardoor er meer middelen naar minder welvarendelidstaten gaan. Het kabinet is van mening dat er geen acceptabelereden is voor een substantieel slechtere netto-betalingspositievoor het volgend MFK. Daarom blijft het kabinet inzetten op hetbehoud van een correctie op de Nederlandse bni-afdracht, zodatde nettobetalingspositie van Nederland acceptabel blijft.De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om hetNederlandse vetorecht in te zetten bij de onderhandelingen over het MFKindien de Nederlandse financiële belangen onvoldoende worden geborgd.Onder welke omstandigheden zal het kabinet daadwerkelijk gebruik zoumaken van dit veto?28.Antwoord van het kabinetZoals aangegeven in beantwoording op 10 november jl. vanvragen van uw Kamer over de kabinetsappreciatie van deCommissievoorstellen voor het volgend MFK en het EMB is hetvoorstel van de Europese Commissie het startschot voor deonderhandelingen die naar verwachting tot in 2027 zullen duren.In de kabinetsappreciatie van 12 september jl. heeft het kabinethaar positie met betrekking tot het voorstel van de EuropeseCommissie uiteengezet en dat vormt de basis voor de Neder-landse inzet bij de onderhandelingen. Uw Kamer zal gedurendehet proces worden geïnformeerd over het verloop van de onder-handelingen, in het bijzonder via de geannoteerde agenda’s enverslagen voor de RAZ (MFK), de Ecofinraad (EMB) en de ER.Voorafgaand aan de laatste besprekingen in de Europese Raad ende uiteindelijke stemming in de Raad over het MFK en het EMB,zal het kabinet haar positie bepalen op basis van het onderhande-lingsresultaat.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de beschikbarestukken over de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026. Dezeleden hebben daarover nog enkele vragen.OekraïneDe leden van de CDA-fractie steunen onverminderd de brede Europesesteun aan Oekraïne. Deze leden lezen dat Nederland blijft inzetten opspoedige implementatie van de steunlening aan Oekraïne, de aannamevan het twintigste sanctiepakket en de aanpak van de schaduwvloot.Welke scenario’s heeft het kabinet in beeld als de Hongaarse blokkade opsancties toch blijft bestaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 240012 29.Antwoord van het kabinetIn zijn overwinningsspeech benadrukte de Hongaarse beoogdpremier Magyar een sterke bondgenoot voor de EU en NAVO tewillen zijn. Het kabinet kijkt uit naar samenwerking met denieuwe regering en hoopt op een positieve koers van Hongarije.Zodra de nieuwe Hongaarse regering is geïnstalleerd zal hetkabinet de gebruikelijke diplomatieke contacten benutten omheldere verwachtingen over te brengen, waaronder ten aanzienvan het EU-buitenlandbeleid.Spoedige aanname van het twintigste sanctiepakket is prioriteitvoor het kabinet. Daarna wil het kabinet direct doorpakken meteen nieuw sanctiepakket, gericht op het ondermijnen van hetRussische verdienvermogen op de mondiale oliemarkt en verderfinancieel isoleren van Rusland. Hierbij liggen voor het kabinetalle opties op tafel. Alle inspanningen zijn hierbij gericht op eenunanimiteitsbesluit. Het kabinet steunt het CypriotischeEU-voorzitterschap en de EU-instellingen in dit proces enengageert met de nieuwe Hongaarse regering.Kan het kabinet bovendien toelichten hoe Nederland inzet op beterehandhaving van sancties en op het anti-omzeilingsinstrument, zodatsancties niet via derde landen worden uitgehold?30.Antwoord van het kabinetHet tegengaan van sanctieomzeiling is een absolute prioriteit vanhet kabinet. Omzeiling ondermijnt de effectiviteit en draagvlakvan sancties. De focus ligt hierbij op kritieke goederen voor deRussische oorlogsindustrie, zoals elektronica, kogellagers enchips.Het is de verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven om zichaan de geldende sanctiemaatregelen te houden. Bij signalen vanmogelijke sanctie-overtredingen wordt altijd onderzoek gedaan.Hier wordt waar nodig verdere opvolging aan gegeven. Het isuiteindelijk aan het Openbaar Ministerie om eventueleniet-naleving van de sancties te onderzoeken en te vervolgen.Het kabinet doet actief onderzoek naar omzeiling en naarmanieren om omzeiling tegen te gaan. Daarbij doet zij actiefoutreach naar bedrijven om omzeiling van hun goederen juist tevoorkomen door het geven van voorlichting.Ook het zogenaamde anti-omzeilingsinstrument behoort tot degereedschapskist waarover de EU beschikt om omzeiling van deRuslandsancties via derde landen aan te pakken. Wat het kabinetbetreft zou dit instrument expliciet op tafel moeten liggen en,wanneer lichtere middelen zoals gerichte exportbeperkingentegen bedrijven geen effect sorteren, ingezet moeten worden.Midden-OostenDe leden van de CDA-fractie maken zich grote zorgen over de bredereinstabiliteit in het Midden-Oosten. Deze leden lezen dat de Europese Raadzal spreken over Iran, de blokkade van de Straat van Hormuz en degevolgen voor veiligheid, energie, economie, migratie en scheepvaart.Kan de Minister aangeven welke concrete uitkomsten Nederland op dezepunten nastreeft?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 240013 31.Antwoord van het kabinetHet kabinet streeft naar de-escalatie van de spanningen in deregio, waarbij diplomatie centraal staat. Zo vindt er deze wekenintensief diplomatiek verkeer plaats tussen Europese hoofd-steden, Washington D.C. en landen in het Midden-Oosten. Vanuitde EU ondersteunen we de positie van bemiddelaars zoalsPakistan, Turkije, Egypte en de Golfstaten.De Nederlandse inzet in een eventuele missie in de Straat vanHormuz zal gericht zijn op het waarborgen van de veiligedoorvaart door de Straat; hierover wordt momenteel metbondgenoten gesproken alsook met landen in de regio.Daarnaast is Nederland voorzitter van de werkgroep die zich richtop economische drukmiddelen binnen de door het VK opgezettecoalitie. Er is brede steun onder landen voor het inzetten vandeze instrumenten richting Iran én het in kaart brengen vansecundaire economische gevolgen van het huidige conflict. Ookde ontwikkelingen op het gebied van migratie worden nauwgezetgevolgd en indien dat nodig is, wordt ook de benodigde inzet opmigratie bekeken. Vooralsnog zijn er geen migratiebewegingenrichting de Unie waarneembaar.Wat bedoelt de Minister precies met een gezamenlijke EU-aanpak van desecundaire effecten van deze crisis?32.Antwoord van het kabinetHet kabinet blijft in EU-verband pleiten voor een gezamenlijkeaanpak van de secundaire effecten van de escalatie, die ookEuropese belangen raken, bijvoorbeeld op het gebied vanveiligheid, energie, economie, migratie en scheepvaart. Concreetzet het kabinet zich in de EU in op maatregelen die bijvoorbeeldde energieprijzen structureel verlagen, onder meer door hetversterken van de interne energiemarkt via betere energieverbin-dingen tussen lidstaten. Het borgen van een goed functionerendeEuropese markt en het inzetten op Europese leveringszekerheid isdaarbij belangrijk.De leden van de CDA-fractie vragen welke vormen van steun aan deGolfstaten in EU-verband worden besproken. Deze leden vragendaarnaast of het kabinet aan kan geven of er voldoende steun zou zijnvoor het Nederlandse voorstel voor een nieuw EU-sanctieregime tegenverantwoordelijken voor het belemmeren van vrije doorvaart.33.Antwoord van het kabinetNederland en de EU zijn solidair met de Golfstaten, die directdoelwit zijn van de Iraanse aanvallen. Het kabinet staat in nauwcontact met deze landen over hun legitieme veiligheidsbehoefteen in dat kader verkent het kabinet momenteel de mogelijkhedenvoor aanvullende en gerichte bijdragen. Ook voor een mogelijkeEU-inzet in de Straat van Hormuz zal goede coördinatie ensamenwerking met de Golflanden cruciaal zijn. De EU moet dejuiste instrumenten hebben om op bedreigingen voor de vrijedoorvaart te kunnen reageren. Nederland heeft het initiatiefgenomen en samen met vier andere lidstaten een voorstel gedaanvoor de mogelijkheid tot EU sancties op het gebied van vrijedoorvaart, waarbij op dit moment met voorrang wordt gekekenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 240014 naar maatregelen om Iraanse personen en entiteiten te listen diede vrije doorvaart in de Straat van Hormuz belemmeren.Kan de Minister ook verduidelijken wat onder «passende inspanningen»wordt verstaan om veilige doorvaart in de Straat van Hormuz tewaarborgen, en wanneer volgens het kabinet aan de voorwaarden vooreventueel Nederlands optreden is voldaan?34.Antwoord van het kabinetZoals vorige week aan de Kamer gemeld onderzoekt het kabineteen mogelijke militaire bijdrage in coalitieverband. Frankrijk enhet VK hebben het militair planningsproces voor een interna-tionale coalitie gestart. Nederland is met militaire plannersbetrokken, en overlegt met internationale partners wat nodig isom een breed gedragen, defensieve missie ter waarborging vande veilige doorvaart van de Straat van Hormuz te ondersteunen.De plannen zijn nog in ontwikkeling en eventuele activatie is pasaan de orde zodra een aantal randvoorwaarden is bereikt (zievraag 6). Wanneer inzet van een internationale militaire presentieaanstaande lijkt, vindt nationale politieke besluitvorming overeen eventuele Nederlandse inzet plaats. Uw Kamer zal daaroverworden geïnformeerd conform artikel 100 van de Grondwet.Meerjarig Financieel KaderDe leden van de CDA-fractie vragen hoe de Minister aankijkt tegenvoorstellen van het Europees Parlement om terugbetaling van NextGene-rationEU buiten het MFK te houden en via nieuwe eigen middelen tefinancieren, zoals een digitale heffing op grote technologiebedrijven.35.Antwoord van het kabinetHet kabinet is geen voorstander om de rentebetalingen enaflossing van de leningen van NextGenerationEU buiten het MFKte houden en verwelkomt juist het voorstel van de Commissie omdeze op te nemen onder de MFK-plafonds vanaf 2028. HetMFK-plafond is belangrijk voor het goed kunnen begroten van denationale afdrachten en daarom is het kabinet er in algemene zinvoorstander van dat uitgaven onder het plafond moeten wordeningepast. In het specifieke geval van NGEU is het ook belangrijkop te merken dat er geen reden is om de rente en aflossinghiervan buiten de plafonds te plaatsen, omdat de totale budget-taire omvang van rente en aflossing samen zeer goedvoorspelbaar is. Daarnaast staan volgens het kabinet nieuweeigen middelen in beginsel los van de mate van ambitie van hetMFK. De introductie van nieuwe eigen middelen leiden volgenshet kabinet immers niet tot extra uitgaven(ruimte), maar zorgtslechts voor een andere verdeling in de financiering van deEU-begroting. Conform toezegging van de Minister van Financiënaan lid Oosterhuis in het debat Eurogroep/Ecofinraad vanmaart jl., zal het kabinet voor de zomer de appreciatie over devoorgestelde nieuwe eigen middelen aan de kamer zenden.Pact voor het Middellandse ZeegebiedDe leden van de CDA-fractie zien het belang van nauwere samenwerkingmet de zuidelijke buurlanden van Europa, juist op het gebied vanveiligheid, migratie, handel en stabiliteit. Kan de Minister nader toelichtenhoe het actieplan voor het Middellandse Zeegebied zich verhoudt totTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 240015 bestaande initiatieven, zodat overlap en bestuurlijke drukte wordenvoorkomen?36.Antwoord van het kabinetZoals in het BNC-fiche over het Pact voor het MiddellandseZeegebied (MedPact), dat reeds aan uw Kamer is toegekomenvermeld is, betreft het MedPact de nieuwe overkoepelendeEU-strategie voor de samenwerking tussen de EU en de partnersin de Zuidelijk Nabuurschapsregio, die Algerije, Egypte, Israël,Jordanië, Libanon, Libië, Marokko, de Palestijnse gebieden, Syriëen Tunesië omvat.5 Met het MedPact legt de EU de strategischeambities voor deze regio vast, gericht op economische samen-werking, veiligheid, migratie en sociaal-culturele samenwerking.6Daarnaast presenteert de Unie zich als betrouwbare partner ineen veranderend geopolitiek krachtenveld. Ook biedt hetMedPact een leidraad om integratie in en rond het MiddellandseZeegebied te versterken op basis van gedeeld eigenaarschap,verantwoordelijkheid en samenwerking. Voor het kabinet is het indat kader belangrijk dat de samenhang tussen initiatieven in hetMedPact en bestaande EU-instrumenten behouden blijft. Ookmoet er synergie bestaan met het beleid van de lidstaten.Leidraad is dat nationale bijdragen van meerwaarde zijn op deEU-inzet en andersom. Ook Nederland kijkt naar de complementa-riteit tussen de bilaterale en EU inzet in deze regio.Welke onderdelen van het pact acht de Minister voor Nederland hetbelangrijkst? Hoe worden nationale competenties en belangen voldoendebeschermd bij nieuwe partnerschappen?37.Antwoord van het kabinetDe Zuidelijk Nabuurschapsregio is van groot belang voorNederland en de EU, met name op het gebied van regionaleveiligheid en stabiliteit, migratie, handel en economischesamenwerking. Het kabinet is voorstander van brede en strate-gische partnerschappen met landen in de regio gebaseerd opwederzijds eigen belang, zoals de EU reeds aanging met bijvoor-beeld Jordanië en Tunesië. Om effectief in te spelen op deNederlandse belangen rond veiligheid en stabiliteit is hetbelangrijk dat de EU inzet en de Nederlandse diplomatie,programmatische inzet en militaire en civiele inzet comple-mentair aan elkaar zijn. Ook is het van belang dat het onder-scheid tussen competenties van de lidstaten en van deCommissie helder blijft. Daarnaast is het ook zaak dat wordtgekeken welke initiatieven kunnen worden versneld of uitgebreidin reactie op regionale ontwikkelingen, zoals het huidige conflicttussen Iran, Israël en de Verenigde Staten.En op welke punten heeft Nederland nog vragen bij de uitvoerbaarheidvan het actieplan?38.Antwoord van het kabinetDe uitvoerbaarheid van het plan hangt voor een belangrijk deelsamen met input en inzet van partnerlanden. Nederland acht hetvan groot belang dat partnerlanden goed en op structurele basis5Kamerstuk 22 112, nr. 4209.6Kamerstuk 22 112, nr. 4209.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 240016 geconsulteerd worden ten aanzien van de implementatie van hetMedPact en het Actieplan. Daarbij zijn het belang van een goedepolitieke dialoog over de wederzijdse belangen in de relatie,correcte monitoring door de Europese Commissie van degemaakte afspraken, inclusief de besteding van de financiëlemiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 240017
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.