KamerkringInloggen
Kamerbrief

Schriftelijke beantwoording openstaande vragen gesteld tijdens de tweede termijn van het Wetgevingsoverleg Wet bijmengverplichting groen gas van 21 september 2026

23 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b0f3edb3e681f18c · officiële bron

Geachte Voorzitter, Hierbij zend ik de Kamer de antwoorden op de openstaande vragen die de leden Flach (SGP), Kops (PVV), Vermeer (BBB), Müller (VVD), Jumelet (CDA), Van Oosterhout (PRO) en Kostić (PvdD) van de vaste Kamercommissie voor Klimaat en Groene Groei gesteld hebben tijdens het Wetgevingsoverleg Bijmengverplichting groen gas op 21 september 2026. Hierbij ga ik ook in op het onderzoek van Kalavasta in opdracht van Urgenda, zoals verzocht door het lid Kostić. De antwoorden en reactie op het onderzoek treft u verderop als bijlage van deze brief. Tijdens het debat heb ik ook aangegeven nog terug te komen op de motie van het lid Grinwis om opbrengsten van de buy-out in te zetten voor lastenverlichting, hierover informeert de minister van Financiën uw Kamer voorafgaand op de stemmingen over de amendementen op 29 september. Daarnaast heeft het lid Van Oosterhout een motie ingediend (Kamerstuk 36947-36) met meerdere verzoeken aan de regering.[voetnoot 1] Zoals aangegeven in het debat kan ik voldoen aan het verzoek om voor de behandeling van het belastingplan een inventarisatie te sturen van mogelijke maatregelen om de energierekening voor huishoudens per 2027 (structureel) te verlagen en daarbij onder meer te kijken naar het verlagen van de elektriciteitsbelasting, het socialiseren van de nettarieven en het stimuleren van verduurzaming van de gebouwde omgeving en als dekking voor mogelijke opties ook de opbrengsten van ETS2 en de buy-out van de bijmengverplichting groen gas te betrekken. Hiermee geef ik ook antwoord op het soortgelijke verzoek van het lid Jumelet om inzicht te geven in de knoppen waaraan op korte termijn gedraaid kan worden om de betaalbaarheid te verbeteren. Het laatste verzoek van de motie aan de regering is om jaarlijks na het uitkomen van de Monitor Energiearmoede gerichte (financiële) maatregelen te nemen indien het aandeel huishoudens in energiearmoede stijgt of gelijk blijft. Waar het koopkracht en armoedebeleid betreft valt dit onder de portefeuille van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Ook dit verzoek kan ik na overleg met mijn collega oordeel Kamer geven, omdat het aansluit bij de wensen van het kabinet. In de augustusbesluitvorming beziet het kabinet integraal het bredere koopkracht- en armoedebeleid, waarin alle relevante ontwikkelingen ten aanzien van koopkracht en armoede – zo ook die uit de Monitor Energiearmoede – wordt meegewogen. Ik merk daarbij op dat de monitor waar het verzoek aan refereert jaarlijks in de zomer verschijnt en terugkijkt naar het voorgaande kalenderjaar; al dan niet gerichte koopkrachtmaatregelen waarover het kabinet in augustus besluit, hebben op zijn vroegst het daaropvolgende kalenderjaar effect. Uiteraard geldt ook dat voor eventuele financiële maatregelen dekking gezocht moet worden tijdens de reguliere besluitvorming over de koopkracht en de begroting in augustus. Stientje van Veldhoven-van der Meer Minister van Klimaat en Groene Groei Schriftelijke beantwoording van de openstaande vragen in het Wetgevingsoverleg Bijmengverplichting groen gas op 21 september 2026. Vragen van het lid Flach (SGP) Waarom houdt de minister niet vast aan een beroep op artikel 36 van het Europees verdrag om buitenlands groen gas uit te sluiten van de bijmengverplichting? Het kabinet heeft initieel ingezet op het uitzonderen van buitenlands groen gas in de bijmengverplichting. Hierover zijn ook uitvoerige gesprekken gevoerd met de Europese Commissie. Dit bleek echter geen begaanbare route, omdat de Europese Commissie dit ziet als een ongeoorloofde inbreuk op het vrij verkeer van goederen. We zien nu ook in de praktijk waar dit toe kan leiden, want de Europese Commissie is een infractieprocedure tegen Frankrijk gestart. Dat geeft niet de langjarige zekerheid waar de sector nu behoefte aan heeft en om die reden zet het kabinet hier niet op in. Welke garantie heeft de minister dat er een stikstofvrijstelling voor biogasprojecten komt? Voor het zomerreces heeft het kabinet een pakket gepresenteerd waarmee Nederland stap voor stap weer van het stikstofslot gaat komen.[voetnoot 2] Voor de komende jaren gaat de bijmengverplichting uit van al bestaande capaciteit, zodat er ook tijd is om geleidelijk productiecapaciteit bij te bouwen. Daarnaast ondersteunen we ondernemers: het kabinet heeft hiertoe een expertisecentrum groen gas ingericht. Daar zijn al handreikingen beschikbaar op het gebied van bijvoorbeeld vergunningverlening. Ook worden er al voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Het kabinet blijft dit verder doorontwikkelen om te voorzien in kennis- en informatiebehoefte over deze onderwerpen en specifiek de bijmengverplichting Vraag van het lid Kops (PVV) Waarom komt de minister met dit wetsvoorstel in tijden van hoge energieprijzen? Het kabinet heeft uiteraard oog voor de hoge energieprijzen en heeft hier ook maatregelen voor genomen. Met de bijmengverplichting wordt daarnaast bijgedragen aan het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen, het vergroten van de weerbaarheid en het bijdragen aan de transitie door het creëren van productieketens van Europese bodem. Vragen van de leden Vermeer (BBB) en Müller (VVD) Hoe kan een producent van groen gas een langjarige investering in een mestvergister verantwoorden als de overheid inzet op een kleinere veestapel? Waar is de voorbereiding voor de mensen die het groene gas daadwerkelijk moeten maken? Waar is het overzicht van de vergisters die gebouwd moeten worden? Hoeveel projecten zijn er inmiddels vergund en hoeveel wachten er nog op een vergunning? Hoeveel lopen er tegen stikstof of netcongestie aan? Hoeveel extra productiecapaciteit staat er bij de start van deze verplichting daadwerkelijk klaar? En hoeveel agrarische ondernemers zullen onder de huidige voorwaarden bereid en financieel instaat zijn om voor tien of vijftien jaar te investeren? Kan de minister toezeggen dat de modelvergunningen, handreikingen en het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 gereed en beschikbaar zijn? Kan de minister toezeggen dat zij in de Routekaart Groen Gas expliciet aangeeft welke versnellingsinstrumenten uit de crisisaanpak netcongestie ook toepasbaar zijn op groengasprojecten? De hoogte van de bijmengverplichting is gebaseerd op de verwachte beschikbaarheid van groen gas, waarin bestaande knelpunten, zoals de vergunningsproblematiek door stikstof en netcongestie, zijn meegewogen. Op basis daarvan is de te behalen opschaling door de bijmengverplichting haalbaar. Momenteel wordt ongeveer 5% van de beschikbare mest vergist en er blijft voldoende mest om te vergisten, ook in gevak van een kleinere veestapel. De bijmengverplichting geeft langjarige zekerheid over een toenemende vraag naar groen gas. Op basis daarvan is er meer investeringszekerheid voor producenten om te investeren in een groen gas installatie. Op dit moment zijn SDE++ beschikkingen verleend voor in totaal 750 miljoen m3 groengasproductie per jaar, dit betreft projecten die al produceren of projecten die nog in voorbereiding zijn op de bouw van de installatie en/of productie. Daarnaast heeft de sector aangegeven dat met het vooruitzicht op de bijmengverplichting er ook partijen zijn die groen gas gaan produceren zonder SDE++. Ook is er een huidige productie van 140 miljoen m3 biogas voor elektriciteit en warmte waarvan een deel naar verwachting opgewaardeerd zal worden naar groen gas vanwege de bijmengverplichting. Ten aanzien van het gereed en beschikbaar zijn van modelvergunningen, handreikingen en voorlichtingsbijeenkomsten kan ik u melden dat het kabinet reeds een expertise centrum groen gas heeft ingericht, onder andere om groengasproducenten te ondersteunen. Daar zijn handreikingen beschikbaar op het gebied van bijvoorbeeld vergunningverlening. Ook worden er al voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Het kabinet blijft dit verder doorontwikkelen om te voorzien in kennis- en informatiebehoefte over deze onderwerpen en specifiek de bijmengverplichting. Inzake versnellingsinstrumenten kan ik u toezeggen dat ik ga inventariseren welke instrumenten binnen de crisisaanpak netcongestie ook van toepassing kunnen zijn op groengasprojecten. Ik zal de Kamer hierover in de eerstvolgende Kamerbrief over groen gas informeren. Vragen van het lid Jumelet (CDA) Heeft de uitvoering van het versnellingsplan prioriteit voor de minister en gaat zij hier op korte termijn samen met haar collega van LVVN mee aan de slag? Vanuit LVVN en EZK wordt ambtelijk gewerkt aan hoe opvolging gegeven kan worden aan de verschillende voorstellen. Binnenkort vindt er een gesprek plaats met stakeholders over het bod van de stakeholders. Kom zo snel mogelijk met een overzicht van de beleidsknoppen om aan te draaien om betaalbaarheid voor huishoudens te garanderen. Kan de minister aangeven wanneer ze de motie Van den Berg hierover kan afdoen? Met de Prognose van de Energierekening hebben we een eerste stap gezet in het verkrijgen van inzicht in hoe de energierekening verandert bij verschillende groepen huishoudens de komende jaren. Zoals aangegeven in reactie op de motie van het lid van Oosterhout (Kamerstuk 36947-36), kan er op korte termijn een overzicht worden gedeeld met de Kamer van beleidsknoppen om voor 2027 de energierekening te verlagen. De integrale analyse voor de jaren na 2031 in aanvulling op de Prognose van de Energierekening huishoudens, wordt op middellange termijn verwacht als onderdeel van het programma van het onderzoek consortium Energietransitie Integraal Kostenbeeld (EIK). Hierbinnen wordt gewerkt aan de werkpakketten Energierekening huishoudens en Energierekening bedrijven. Het ministerie van EZK is nauw betrokken bij de uitvoering van dit programma en zal daarbij inzetten op tijdige en volledige analyses langs de lijnen van de motie. Ik beoog de Kamer rond het eind van het jaar per brief over de voortgang te informeren en de eerste inzichten met de Kamer te delen zodra deze beschikbaar komen. In hoeverre ligt het al vast dat de ETS2-opt-in voor de glastuinbouw er komt. Is er nog ruimte om alternatieven in te brengen? Kan de minister toezeggen dat de inzet zal zijn om samen met alle convenantpartijen tot een uitvoerbaar pad te komen in lijn met motie Flach en Grinwis? In 2025 is hier samen met de NEa en energieleveranciers uitgebreid onderzoek naar gedaan. De NEa heeft geconcludeerd dat zonder de opt-in glastuinbouw, ETS2 slecht uitvoerbaar, slecht handhaafbaar en fraudegevoelig is. Hierop heeft het kabinet toegezegd dat de glastuinbouw wordt gecompenseerd voor de meerkosten van ETS2 ten opzichte van het benodigde tarief voor doelbereik. De komende maanden, maar uiterlijk in het voorjaar van 2027, zullen zoals toegezegd de afspraken voor na 2030 met de sector worden uitgewerkt, inclusief de in deze vraag genoemde compensatie voor de ETS2-opt-in. Vragen van het lid Van Oosterhout (PRO) Is de minister het met me eens dat alternatieven, zoals groen gas uit rioolslib, in het beleid bevoordeeld zouden moeten worden ten opzichte van mest? Is zij dan ook bereid om te kijken naar manieren om dat te organiseren, bijvoorbeeld door biogas uit rioolslib voorrang te geven bij subsidies, zoals de SDE++? In de SDE++ wordt geavanceerde slibbewerking ondersteund, gewone vergisting van rioolslib vindt momenteel al subsidievrij plaats. Het oordeel over de motie van Van Oosterhout (Kamerstuk 36947-34) om te onderzoeken in hoeverre de SDE++-categorieën kan leiden tot een lock-in is aan de Kamer gelaten. Ik verwacht de Kamer daarover vóór de volgende openstellingsronde nader te informeren. Gaat de minister zich inspannen om de energierekening betaalbaar te houden? Het kabinet vindt het belangrijk dat de energierekening betaalbaar blijft voor alle huishoudens. De prognose van de energierekening laat ons zien dat de rekening voor veel huishoudens gaat stijgen. Ik heb uw Kamer recent een brief gestuurd met de appreciatie van het kabinet op deze ontwikkeling, die geagendeerd staat voor het debat op donderdag 24 september. Laat mij bij deze onderstrepen dat het kabinet erkent dat de stijgende rekening een zware belasting is voor de 500.000 huishoudens in energiearmoede. Voor deze groep worden door de ministers van SZW en VRO gerichte maatregelen genomen, zoals directe steun via het Noodfonds Energie en het structureel verbeteren van woningen. Vragen van het lid Kostić (PvdD) Kan de minister erkennen dat het kabinet inzet op opschaling van mestvergisting? Het kabinet zet in op meerdere technieken voor groen gas productie, waaronder mestvergisting. In combinatie met stalaanpassing en mestverwerking kan mestvergisting zorgen voor stikstofreductie. Bovendien hoeft niet alle mest vergist te worden. Ook als koeien veel in de wei staan, zullen zij alsnog een deel van de dag op stal staan, waarbij mest opgevangen kan worden ten behoeve van vergisting. Bovendien zijn er andere prikkels, zoals weidegangpremies vanuit de markt en de eco-regeling van het Gemeentelijk Landbouwbeleid, die weidegang juist stimuleren, ook bij mestvergisting. Kan het kabinet voor de stemming reageren op het Kalavasta rapport in opdracht van Urgenda? Ja, ik heb de notitie van Kalavasta getiteld “Notitie ketenemissies groengas” bestudeerd.[voetnoot 3] In de genoemde notitie wordt indicatief berekend wat de impact is van het anders toekennen van veehouderij emissies. De staande aanpak in emissieberekeningen, zoals in de hernieuwbare energie richtlijn (renewable energy directive; RED), is dat in het geval van gebruik van rest- of afvalproducten de emissies worden toegekend aan de primaire productieketen. Zo wordt bijvoorbeeld bij de productie van biodiesel uit frituurolie, de productie van de frituurolie niet meegerekend, deze emissies zijn voor rekening van de primaire voedselactiviteit. Bij het produceren van elektriciteit uit de verbranding van afval worden de emissies voor het produceren van de producten voor gebruik niet meegerekend. Bij het houden van melkvee is het doel de productie van melk, en niet de productie van mest ten behoeve van vergisting. Deze emissies worden daarom ook toegerekend aan de productie van melk, en zijn op die plek al meegerekend in de statistiek. Alleen de activiteiten die additioneel zijn voor mestvergisting, zoals eventueel transport van mest en bedrijfsvoering van de vergister, worden meegerekend bij de emissie-intensiteit van groen gas. In de notitie wordt een grove berekening gegeven van de uitstoot van alle melkkoeien in Nederland, ongeveer 14 Mton CO2-eq. per jaar. Hier staat, volgens de notitie, bij volledige vergisting van alle mest, een reductie tegenover van 1,2 Mton aan vermeden aardgasemissies, en eenzelfde ordegrootte aan vermeden methaanemissies uit mestopslagen. Een aanzienlijk deel van de emissies van melkvee zijn niet te reduceren door vergisting omdat het zogenaamde enterische emissies zijn die vrijkomen tijdens de spijsvertering. In het rapport wordt vervolgens geconstateerd dat indien een gedeelte van de emissies voor het produceren van melk aan groen gas worden toegekend, de emissie-intensiteit van groen gas stijgt, en de emissie-intensiteit van melk daalt. Hoewel dit soort berekeningen inzicht geeft in de impact van het trekken van systeemgrenzen, vormt het voor het kabinet geen aanleiding om af te stappen van de bestaande, en internationaal afgesproken, methodiek van emissie toerekening. Pagina 2 van 7 Pagina 1 van 1 verzoekt de regering voor de behandeling van het Belastingplan 2027 in de Kamer, een inventarisatie te sturen van mogelijke maatregelen om de energierekening voor huishoudens per 2027 (structureel) te verlagen, verzoekt de regering daarbij onder meer te kijken naar het verlagen van de elektriciteitsbelasting, het socialiseren van de nettarieven en het stimuleren van verduurzaming van de gebouwde omgeving en als dekking voor mogelijke opties ook de opbrengsten van ETS2 en de buy-out van de bijmengverplichting groen gas te betrekken, verzoekt de regering jaarlijks na het uitkomen van de Monitor Energiearmoede gerichte (financiële) maatregelen te nemen indien het aandeel huishoudens in energiearmoede stijgt of gelijk blijf Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 XIV, nr. 87. Kalavasta (september 2026), Notitie ketenemissies groengas Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Energiemarkt Ons kenmerk KGG_DGKE_EM / 108404837 Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Energiemarkt Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Ons kenmerk KGG_DGKE_EM / 108404837 > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG Datum 23 september 2026 Betreft Schriftelijke beantwoording openstaande vragen na de tweede termijn van het WGO bijmengverplichting groen gas

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ad1ccd4113cedee0

14 okt 2026 · e512913d2787f042

13 okt 2026 · 28ac882827565131

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.