KamerkringInloggen
Kamerbrief

Zevende voortgangsbrief Masterplan basisvaardigheden

4 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5cd248cb61a26727 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet OnderwijsNr. 855 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 december 2025In deze brief informeer ik uw Kamer over het Masterplan basisvaardig-heden en de voortgang daarvan. Het Masterplan is een integrale enlangjarige aanpak die in 2022 van start is gegaan met het doel deonderwijskwaliteit duurzaam te verbeteren, met nadruk op de lees-,schrijf- en rekenprestaties van leerlingen in het funderend onderwijs. Ookwordt een impuls gegeven aan de kennis en kunde van leerlingen op hetgebied van burgerschap en digitale geletterdheid. Voldoende beheersingvan deze basisvaardigheden is essentieel om volwaardig mee te kunnendoen op de arbeidsmarkt, in het vervolgonderwijs en in de samenleving.Hoofdlijnen van de zevende voortgangsbriefBij de start van het Masterplan was bekend dat de uitdagingen en urgentieten aanzien van het verbeteren van de basisvaardigheden groot zijn. Alvóór de coronapandemie was er een dalende trend te zien in de leerpres-taties, die door de schoolsluitingen versterkt werd. Nu, drie jaar later, zienwe hoopvolle signalen. De randvoorwaarden voor kwalitatief hoogstaandonderwijs zijn de afgelopen jaren sterk verbeterd. Zo ligt er, in de vormvan de nieuwe kerndoelen, inmiddels een nieuw kennisrijk curriculum metfocus op de basisvaardigheden die een glasheldere opdracht geeft aan hetfunderend onderwijs. Evidence-informed werken wordt steeds meer denorm op scholen en het nieuwe Nationaal Kennisinstituut Onderwijs zalhen hier vanaf begin 2026 verder in ondersteunen. Ook in de bredere leer-en schoolomgeving is flink geïnvesteerd, om te zorgen dat alle leerlingende kans krijgen om zich optimaal te ontwikkelen. Steeds meer scholen– bijna vierduizend – maken gebruik van de Bibliotheek op School. Daarbijgeldt dat het aantal kinderen en jongeren dat lid is van de bibliotheek nognooit zo hoog is geweest. Ook is er een extra ontwikkelaanbod naschooltijd voor 178.000 leerlingen op scholen met de grootste onderwijs-achterstanden.Tot slot komt er vanaf 2027 structurele bekostiging voorscholen voor verbetering van de basisvaardigheden. Hiermee krijgen allescholen financiële zekerheid voor de lange termijn, zodat zij nu al kst-31293-855ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8551 toekomstbestendige keuzes kunnen maken om blijvende verbetering vande basisvaardigheden te bewerkstelligen.Direct in 2022 kon de eerste groep subsidiescholen, zo’n 8 procent van hettotaal, aan de slag met het verbeteren van de basisvaardigheden van hunleerlingen. De snelle start van deze pioniersscholen heeft belangrijkelessen opgeleverd voor daaropvolgende subsidietranches. De signalen diewe van scholen zelf uit deze eerste groep kregen waren zeer positief: zijzagen de basisvaardigheden van hun leerlingen vooruitgaan en dedeskundigheid van hun team toenemen als gevolg van de activiteiten diezij met de subsidie hadden ondernomen.Inmiddels zien we dat de prestaties van leerlingen in het primaironderwijs (po) zich na de coronapandemie goed hebben hersteld. In hetvoortgezet onderwijs (vo) liggen daarentegen nog flinke uitdagingen. Ookblijkt uit een effectonderzoek uitgevoerd door het Centraal Planbureau(CPB) dat de subsidie op eerste relatief kleine groep scholen tot dusvernog geen significant effect heeft op de leerprestaties in vergelijking metandere scholen. In het rapport stelt het CPB echter dat dit niet verwon-derlijk is: een structurele verandering van de leerprestaties heeft tijdnodig.1 Het is dan ook te vroeg voor definitieve conclusies over deeffectiviteit van de subsidie, die inmiddels 95 procent van de leerlingenheeft bereikt. Op veel subsidiescholen is echt een trendbreuk zichtbaar inde aanpak van basisvaardigheden. Juist nú is het dus zaak om door tezetten, in het vertrouwen dat de positieve veranderingen die hetMasterplan zover al teweeg bracht zich de komende periode zullenvertalen in de beoogde verbetering van leerprestaties. Dit vereist datzowel de politiek als de sector hun focus op de basisvaardighedenbehouden. Het vraagt dat zij de blijvende urgentie van dit themaaangrijpen om gezamenlijk te werken aan een stevige basis voor alleleerlingen en studenten, zodat zij goed voorbereid de arbeidsmarktbetreden en mee kunnen doen in de samenleving.Dit vraagt ook om inzet en aandacht in het mbo. Een deel van deleerlingen stroomt nu door naar het mbo zonder dat zij het fundamenteleniveau (2F) beheersen. Het kabinet investeert om die reden in debasisvaardigheden van mbo-studenten. Mbo-instellingen ontvangen in destudiejaren 2025–2026 en 2026–2027 in totaal € 47,2 miljoen om achter-standen van startende studenten weg te werken. Vanuit de aanpakbasisvaardigheden voor het mbo wordt tegelijkertijd hard gewerkt aan deverbetering van de onderwijskwaliteit van het taal-, reken- en burger-schapsonderwijs van mbo-studenten.2 Die inzet blijft van belang, want hetmeest recente onderzoek van Stichting Cito laten zien dat de taal- enrekenvaardigheden in het vmbo onder druk staan.3In deze Kamerbrief komen de verschillende maatregelen die onder hetMasterplan vallen aan bod. In de eerste paragraaf zal ik ingaan op deuitvoering van het Masterplan door scholen die extra geld en onder-steuning hebben gekregen om evidence-informed te werken aan deverbetering van de basisvaardigheden. Daarbij zal ik ook ingaan opverschillende onderzoeken naar het effect van de subsidie en onder-steuning, en de conclusies die we op basis daarvan kunnen trekken tenaanzien van het tussendoel voor eind schooljaar 2023–2024. In de tweedeparagraaf zal ik stilstaan bij de overgang van subsidie naar gerichte enstructurele bekostiging voor de basisvaardigheden. De derde paragraaf1CPB, Tussenevaluatie van de subsidieregeling verbetering basisvaardigheden, december 2025.2Kamerstuk, 31 524, nr. 657.3Stichting Cito, Trends in het voortgezet onderwijs 2025. De ontwikkelingen binnen hetleerlingvolgsysteem van 2019–2025, oktober 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8552 behandelt tot slot het bredere beleidsmaatregelenpakket dat valt onderhet Masterplan.1. Scholen zijn aan de slag met extra focus op de basisvaardig-heden Zoals gezegd is met het Masterplan gekozen voor een snelle start opscholen, die direct vanaf het begin met de subsidie Verbetering basisvaar-digheden aan de slag konden. Daarnaast omvat het Masterplan eenmeerjarig pakket van maatregelen om de randvoorwaarden voor goedonderwijs voor de lange termijn te verbeteren. In deze eerste paragraafricht ik mij op het eerste onderdeel van het Masterplan: de subsidie enondersteuning aan scholen.Van een handvol pioniers in 2022 naar 95 procent van alleleerlingen in 2025In 2022 werd de subsidieregeling Verbetering basisvaardighedenopengesteld voor een eerste groep van zo’n 650 scholen in het po en vo.De urgentie om de leerprestaties te verbeteren vroeg immers om hetdirect beschikbaar stellen van middelen en ondersteuning. Deze relatiefkleine groep scholen diende daarnaast als een soort pilotgroep: indaaropvolgende tranches zijn de regeling en aanpak aangepast op basisvan de in deze startfase geleerde lessen. Zo is de subsidieperiode na deeerste tranche verlengd van één naar twee jaar en werd de subsidie nietlanger toegekend op basis van loting maar op basis van onderwijsachter-standsscore.Inmiddels zijn we drie jaar verder en is er flink opgeschaald. HetMasterplan bereikt inmiddels 7.800 scholen, waar leerkrachten enschoolleiders hard werken aan de basisvaardigheden van ruim 2,3 miljoenleerlingen – oftewel 95 procent van alle leerlingen in het funderendonderwijs. Naast de subsidie Verbetering basisvaardigheden ontvangenscholen tijdens de subsidieperiode ondersteuning van onderwijscoördina-toren in dienst van het Ministerie van OCW. Zij helpen de scholen om hetmaximale uit de subsidiegelden te halen door deze evidence-informed inte zetten ter verbetering van de basisvaardigheden (zie kader).In de eerste tranche (2022–2024) was er, op basis van loting, individueleondersteuning beschikbaar voor circa 150 scholen. Met ingang van detweede tranche (2023–2025) kwam er individuele ondersteuning voor allezogenoemde prioriteitsscholen met een inspectieoordeel onvoldoende ofzeer zwak. Daarnaast werden er begeleide leernetwerken opgezet dieworden gefaciliteerd door de onderwijscoördinatoren en waarin niet-prioriteitsscholen met en van elkaar leren. Ook de ondersteuning vanuitOCW is dus gaandeweg uitgebreid en geoptimaliseerd.Definitie evidence-informed werkenGebruik maken van zowel praktijkkennis als kennis uit onderzoek omde onderwijskwaliteit te verbeteren of te verrijken, rekening houdendmet de context van de school.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8553 De vierde en laatste groep subsidiescholen is van start gegaanVanaf 1 januari 2027 krijgen alle scholen in het funderend onderwijsstructurele bekostiging voor de basisvaardigheden. Dat betekent dat ditschooljaar de vierde en laatste groep scholen met de subsidie Verbeteringbasisvaardigheden van start is gegaan. Het gaat om ruim 2.600 scholendie de komende twee jaar € 615 per leerling plus eventuele ondersteuningvan de onderwijscoördinatoren krijgen om evidence-informed te werkenaan een blijvende verbetering van de basisvaardigheden.In september 2025 zijn er vanuit het Masterplan, net als in voorgaandejaren, vier startbijeenkomsten georganiseerd om deze scholen teinformeren, te inspireren en te verbinden. De aanwezige scholen kondenbijvoorbeeld deelnemen aan expertsessies over de basisvaardigheden enonderwijsverbetering. In totaal hebben bijna 1.400 leraren en school-leiders deze bijeenkomsten – die zij gemiddeld het rapportcijfer 7,5 gaven– bijgewoond. De gesprekstafels waarbij de onderwijscoördinatoren meteen kleine groep schoolleiders in gesprek gingen werden zelfs beoordeeldmet een 8. Aan deze tafels ging het onder meer over het activiteitenplanen het proces om als team te bepalen wat een goede inzet is van desubsidie. In de evaluatie gaven scholen aan dat zij deze gesprekstafels alszeer zinvol hebben ervaren, zowel vanwege de praktische informatie diewerd gedeeld als vanwege de verbinding met andere scholen die ook aanhet begin van het subsidietraject staan.Van deze nieuwe lichting hebben ruim 200 scholen zich aangemeld omdeel te nemen aan een begeleid leernetwerk. In zo’n leernetwerk gaan vijftot acht scholen uit dezelfde regio onder begeleiding van een onderwijs-coördinator twee jaar lang samen aan de slag om met en van elkaar teleren. Daarnaast zijn er 37 scholen uit de voortgaande subsidietranche diena een traject van twee jaar nog een keer willen meedoen aan eenbegeleid leernetwerk rondom de verbetering van basisvaardigheden, dezekeer met extra focus op de ontwikkeling van curriculumbewustzijn en deimplementatie van het nieuwe curriculum. Dit laat zien hoe waardevoldeze ondersteuningsvorm door deelnemende scholen wordt gevonden.Dashboard subsidie Verbetering basisvaardigheden 2022–2025 (oktober 2025)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8554 Effect van de subsidie en ondersteuningConcrete doelen en monitoringHet algemene doel van het Masterplan – de prestaties van leerlingen opde basisvaardigheden verbeteren – is in mei 2023 uitgewerkt in concretedoelen en streefwaarden voor taal en rekenen-wiskunde. Het einddoel isdat aan het eind van schooljaar 2027–2028 bij alle leerlingen dieuitstromen uit het po en vo de basis op orde is. Dit betekent dat zij in iedergeval het fundamentele niveau behalen. Daarnaast is ook de aansluitingop orde bij leerlingen die doorstromen naar het vervolgonderwijs.4Naast deze ambitieuze einddoelen zijn er ook concrete tussendoelengeformuleerd om tussentijds goed de vinger aan de pols te kunnenhouden en kritisch te bekijken of we – scholen en ministerie – de juistedingen doen of dat we moeten bijsturen. Het eerste tussendoel luidt: opalle scholen die gebruikmaken van de eerste tranche van de subsidiere-geling Verbetering basisvaardigheden zien we aan het eind van schooljaar2023–2024 een verbetering van de prestaties op taal en rekenen-wiskundeten opzichte van de prestaties voor (het gebruik van) de subsidie.Effectonderzoek CPB onder scholen uit de eerste tranche (2022–2024)Het Centraal Planbureau (CPB) heeft een kwantitatief effectonderzoekuitgevoerd dat nagaat of de subsidie inderdaad heeft geresulteerd in debeoogde verbetering van leerprestaties. In dit onderzoek vergelijkt hetCPB de leerprestaties van leerlingen op scholen met en zonder subsidiemet elkaar. Daarnaast onderzoekt het CPB of de subsidie effect heeft op dedoorstroom van leerlingen (zoals het percentage leerlingen dat blijft zittenof op- dan wel afstroomt) en de mobiliteit van onderwijs(ondersteu-nend)personeel. Het onderzoek richt zich sec op de effecten van debeschikbaar gestelde subsidiegelden, en doet geen uitspraak overeventuele effecten van de ondersteuning die daarnaast aan een deel vandeze scholen geboden is. U ontvangt het onderzoeksrapport van het CPBals bijlage bij deze brief.5Eind schooljaar 2023–2024 is een vergelijking gemaakt tussen deleerprestaties, doorstroom en mobiliteit op scholen uit de eerste subsidie-tranche en scholen die daarvoor waren uitgeloot. De eerste groep betreftde 645 scholen die in 2022 als eerste met de subsidie van start gingen. Zijhadden hiervoor in eerste instantie één jaar de tijd, hoewel hun subsidie-periode uiteindelijk met een half jaar is verlengd. Door het CPB zijn er bijdeze meting nog geen statistisch significante verschillen gevonden tussenscholen met en scholen zonder subsidie. Het onderzoeksrapportbenadrukt echter dat het doorgaans meer dan twee jaar duurt vooreffecten van financiële onderwijsinterventies zichtbaar worden. Aan heteind van schooljaar 2024–2025 zal een tweede meting plaatsvinden. Deeindevaluatie van de subsidieregeling zal eind 2026 door het CPB wordenopgeleverd.Vragenlijststudie: schoolleiders positief over effecten subsidieOm wat dieper te kijken naar de manier waarop scholen de subsidieinzetten en de gevolgen die zij hiervan ervaren binnen hun school voerenSardes en SEO onder elke tranche subsidiescholen een vragenlijston-derzoek uit. De rapportage van het onderzoek onder scholen uit de tweede4Kamerstuk 31 293, nr. 670.5CPB, Tussenevaluatie van de subsidieregeling verbetering basisvaardigheden, december 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8555 tranche (2023–2025) ontvangt u als bijlage bij deze brief.6 Deelnemendescholen hebben hun subsidieperiode in de zomer van 2025 afgerond en inhet najaar een afsluitende vragenlijst ingevuld.Het merendeel van de scholen zag de leerprestaties van hun leerlingenover de subsidieperiode verbeteren. Scholen zien vooral vooruitgang bijtaal en rekenen-wiskunde: zo’n 80 procent van de po-scholen en70 procent van de vo-scholen ziet voor deze basisvaardigheden merkbareof aanzienlijke vooruitgang in de prestaties van leerlingen. Voor burger-schap en digitale geletterdheid geldt dit voor ruim 60 procent van de po-en vo-scholen. Hoewel po-scholen nog altijd positiever zijn danvo-scholen, zijn vo-scholen uit de tweede tranche aanmerkelijk positieverdan vo-scholen uit de eerste subsidietranche (2022–2024).7 Het gat tussende ervaringen van het po en vo wordt hiermee aanzienlijk kleiner. Het feitdat scholen uit beide tranches een vergelijkbaar positief beeld hebben vande vooruitgang die hun leerlingen boeken, lijkt er bovendien op te wijzendat er daadwerkelijk iets in gang is gezet.Voor taal en rekenen-wiskunde schrijven vrijwel alle scholen de waarge-nomen vooruitgang in meer of mindere mate toe aan de activiteiten die zijmet de subsidiegelden hebben kunnen uitvoeren. Ongeveer 80 procentvan de scholen zegt dat zij zonder de subsidie Verbetering basisvaardig-heden niet dezelfde resultaten bij de leerlingen hadden kunnen behalen.Bijna alle scholen van de tweede tranche geven aan dat zij een deel vande met de subsidie gestarte interventies onderdeel zullen maken van hunreguliere manier van werken. Dit betekent dat de impact van hetMasterplan op scholen doorgaat wanneer de subsidieperiode afloopt. Ditis ook terug te zien in de manier waarop scholen de subsidiegeldenbesteden: namelijk om bestaand personeel extra uren te kunnen latenwerken en om de deskundigheid van hun schoolteam te bevorderen.Beperkte inzet van de gelden is te zien op externe inhuur. Daar waar dittoch gebeurt, is deze inhuur voornamelijk gericht op het inkopen vanprofessionaliseringsactiviteiten.De individuele begeleiding die de onderwijscoördinatoren verlenen aanzogeheten prioriteitsscholen wordt wederom goed beoordeeld: driekwartvan de po-scholen en 80 procent van de vo-scholen geeft deze onder-steuning een rapportcijfer 8 of hoger.Ervaringen van scholen vs. meetbare effectenHet effectonderzoek van het CPB en de vragenlijststudie door Sardes enSEO geven zodoende een gemengd beeld van de effectiviteit van desubsidie. Aan de ene kant zien we dat schoolleiders uitgesproken positiefzijn over de gevolgen van de subsidie en de extra aandacht voorbasisvaardigheden bij hen op school. Tegelijkertijd zien we dit positievebeeld nog niet doorwerken in significante verschillen tussen scholen inleerresultaten die wel en geen subsidie hebben ontvangen.6Sardes/SEO, Implementatieonderzoek subsidieregeling Verbetering basisvaardigheden.Tranche 2 (tijdvak 1), eindmeting, november 2025.7Bij de vergelijking van uitkomsten van het vragenlijstonderzoek onder scholen uit tranche 1 entranche 2 is het belangrijk om in gedachten te houden dat de populaties van beide tranchesverschillen. Waar de subsidie Verbetering basisvaardigheden in de eerste tranche werdtoegekend op basis van loting, gebeurde dit met ingang van de tweede tranche op basis vanonderwijsachterstandsscore. Scholen uit de tweede tranche hebben dus gemiddeld een hogereschoolweging dan de scholen uit de eerste tranche, wat van invloed kan zijn op de resultatenvan de vragenlijst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8556 Het is belangrijk te vermelden dat, bij het opstellen van de (tussen)doelenvan het Masterplan, door experts is benadrukt dat een periode van één àtwee jaar erg kort is om een significant effect van de subsidie op deleerprestaties van leerlingen te meten. Er is destijds toch besloten omambitieuze doelen te formuleren: de urgentie om een verbetering van deleerprestaties teweeg te brengen was groot, net als de wens hier spoedigresultaat van te zien. Hoewel de resultaten van het effectonderzoekuiteraard teleurstellen, komen deze dus niet geheel als een verrassing.Tegelijkertijd stemmen de resultaten van de vragenlijststudie mij hoopvolwaar het aankomt op de effecten die we de komende jaren nog kunnenverwachten. Naar aanleiding van lessen uit de eerste subsidietranche isde aanpak van het Masterplan versterkt: zo is de subsidieperiode verlengdnaar twee jaar en de ondersteuning vanuit OCW uitgebreid. Het feit datscholen uit de tweede tranche (2023–2025) op verschillende vlakkenaanmerkelijk positiever zijn dan scholen uit de eerste tranche (2022–2024)zou hiermee te maken kunnen hebben. Zij waren de eerste groep scholendie kon deelnemen aan OCW-startbijeenkomsten en begeleide leernet-werken en hadden een jaar langer de tijd om met de subsidie aan debasisvaardigheden van hun leerlingen te werken.Ook buiten de subsidieregeling om zijn positieve ontwikkelingen in ganggezet die de verbetering van de basisvaardigheden naar alle waarschijn-lijkheid ten goede zullen komen. Zo staan we aan het begin van deimplementatie van het nieuwe curriculum, waarin de basisvaardighedencentraal staan en in alle leergebieden zijn verweven. Bovendien heeft hetevidence-informed werken op scholen een vlucht genomen. Tegelijkertijdis het belangrijk om oog te hebben voor door scholen ervaren hinder-nissen bij het effectief besteden van de subsidie. In het vragenlijston-derzoek geeft twee derde van de po- en vo-scholen aan dat financiëleonzekerheid door de tijdelijkheid van de subsidie de belangrijkstebelemmering vormt. Dit onderstreept nog maar eens hoe cruciaal het isom structurele middelen beschikbaar te stellen, waarmee scholen plannenkunnen maken voor de lange termijn. Ook zeggen scholen vaak dat dewerkdruk te hoog is en het personeelstekort te groot om de activiteitenwaarvoor zij de subsidie willen inzetten daadwerkelijk (goed) uit te kunnenvoeren. Daarom wordt, parallel aan het Masterplan, volop ingezet op hetvergroten en versterken van het lerarenbestand.Monitoring: een blik op de toekomstIn de komende periode worden de monitoringsactiviteiten uitgebreid meteen impactanalyse van de begeleide leernetwerken die de onderwijscoör-dinatoren vanuit OCW faciliteren. Op basis van kennis uit wetenschap enpraktijk zal de ondersteuning aan scholen verder worden geoptimaliseerden uitgebreid, zodat zoveel mogelijk scholen de juiste weg inslaan.Daarnaast wordt ook de komende jaren nauwgezet gevolgd wat scholenmet de subsidie doen en welke effecten zij hiervan zien. Hierbij zal steedsworden ingespeeld op kansen en uitdagingen die door het veld wordengesignaleerd.Naast de leerprestaties zullen ook andere ontwikkelingen scherp in degaten worden gehouden. Scholen zetten bijvoorbeeld massaal in opprofessionalisering van hun schoolteam: een positieve tendens die deonderwijskwaliteit in brede zin ten goede komt. Daarnaast is deverwachting dat de toenemende mate waarin scholen evidence-informedte werk gaan zich in de toekomst steeds verder zal bestendigen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8557 2. Van tijdelijke subsidies naar structurele bekostiging voorscholen voor verbetering basisvaardigheden Vanaf de start van het Masterplan hebben scholen en sectororganisatiesbenadrukt hoe belangrijk het is dat scholen structureel middelen krijgenom te werken aan de verbetering van de basisvaardigheden. Dit helptscholen om structurele plannen te maken voor een verbetering van debasisvaardigheden van leerlingen, bijvoorbeeld via de inzet van extrapersoneel. Bij de start van het Masterplan is echter niet zonder redengekozen voor een subsidie. Zo kon geborgd worden dat scholen dezemiddelen daadwerkelijk zouden inzetten voor een verbetering van debasisvaardigheden. Dat kan met reguliere bekostiging niet.Gerichte bekostigingEerder is aangegeven dat het kabinet dit hiaat in de manieren vanbekostiging voor scholen wil repareren door het creëren van eenwettelijke grondslag voor een nieuwe manier van bekostigen. Met hetwetsvoorstel gerichte bekostiging wordt het mogelijk om scholenstructurele middelen te geven voor een gericht doel met tijdelijkevoorwaarden. Dit is een uitbreiding van de huidige mogelijkheden,namelijk reguliere bekostiging en subsidies. Er kunnen, anders dan bij dereguliere bekostiging die besturen krijgen, tijdelijke verplichtingen wordengesteld aan deze nieuwe vorm van structurele bekostiging.De eerste beoogde toepassing van gerichte bekostiging is de omzettingvan de middelen uit de subsidie Verbetering basisvaardigheden naar extrastructurele bekostiging voor de verbetering van basisvaardigheden. Hetwetsvoorstel dat deze vorm van bekostiging mogelijk maakt, zal zo snelmogelijk voor behandeling aan uw Kamer worden aangeboden. Ik heb hetadvies van de Raad van State inmiddels ontvangen. Het betreft eendictum C. Op dit moment wordt bezien hoe het wetsvoorstel aan tepassen zodat er recht kan worden gedaan aan de opmerkingen van deRaad van State. Dat moet zorgvuldig gebeuren. Helaas betekent dit dat deinvoering van het wetsvoorstel vertraagd is en dat de eerder beoogdeinvoering per kalenderjaar 2027 niet meer mogelijk is.Structurele bekostiging verbetering basisvaardigheden per 2027Er is mij veel aan gelegen om het onderwijsveld te voorzien van eenstructurele bekostiging voor de verbetering van de basisvaardigheden.Het belang hiervan wordt bij mijn gesprekken met mensen uit hetonderwijsveld keer op keer benadrukt. Omdat het zo van belang is dat allescholen per 2027 over € 182 per leerling extra kunnen beschikken, zullendeze middelen in 2027 als aanvullende bekostiging aan alle scholenworden verstrekt. Dit als overgang naar de beoogde toepassing viagerichte bekostiging in 2028. Scholen hebben hiermee de zekerheid dat zijvanaf 2027 structureel € 182 per leerling extra krijgen voor de verbeteringvan basisvaardigheden en zij kunnen hiervoor dus nu al duurzameplannen maken. Verantwoording afleggen over de manier waarop demiddelen worden ingezet is ook in dit overgangsjaar van belang. DePO-Raad en de VO-raad zullen hun leden ondersteunen om deze verant-woording op een heldere en eenduidige manier te laten landen in dejaarverslagen. Deze aanvullende bekostiging zal één van de maatschappe-lijke thema’s zijn waar besturen in hun jaarverslagen over zullen rappor-teren. Daarnaast volgt er in 2028 een themarapportage over basisvaardig-heden over de inzet van de aanvullende bekostiging. De combinatie vandeze afspraken zorgt in de tussentijd voor effectieve besteding en goedeverantwoording van de middelen voor verbetering van de basisvaardig-heden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8558 3. Voortgang op de vijf pijlers van het Masterplan basisvaardig-heden Duurzame verbetering van de basisvaardigheden vraagt naast structureelgeld ook om maatregelen die de onderwijskwaliteit op lange termijnversterken en die ervoor zorgen dat leraren goed toegerust zijn om hetbeste onderwijs te geven in taal, rekenen-wiskunde, digitale geletterdheiden burgerschap.Er valt niet één oorzaak aan te wijzen voor de dalende trend in deleerprestaties. Daarom wordt er vanuit verschillende opgaven, de vijfpijlers van het Masterplan, gewerkt aan de verbetering van de basisvaar-digheden en de versterking van de onderwijskwaliteit. De pijlers luiden alsvolgt:1.Een duidelijke opdracht aan het funderend onderwijs.2.Beter zicht op basisvaardigheden.3.Breder gebruik van bewezen aanpakken.4.Versterken van de taal- en leeromgeving.5.Extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede leraren.Pijler 1: Een duidelijke opdracht aan het funderend onderwijsAlles begint met heldere doelen voor het onderwijs: voor leerlingen, voorscholen en voor onszelf. Dat vraagt onder andere om een glasheldercurriculum waarin leraren en leerlingen precies weten wat leerlingenmoeten beheersen ten aanzien van onder meer de basisvaardigheden.Alle nieuwe kerndoelen zijn opgeleverdInmiddels is een belangrijke mijlpaal bereikt: per 21 november jongst-leden zijn de kerndoelen voor alle negen leergebieden opgeleverd. Diekerndoelen zijn niet alleen duidelijker maar ook samenhangender dan deverouderde kerndoelen die nu gelden. Zo komen lezen, schrijven enrekenen in alle leergebieden terug. De actualisatie van de examenpro-gramma’s en de aanpassing van de referentiekaders zijn daarnaast involle gang.De inhoudelijke aanpassing van de curriculumdocumenten vormt deeerste fase. Hierna volgt de vastlegging daarvan in wet- en regelgeving ende implementatie van de kerndoelen op scholen. Het streven is om dekerndoelen voor Nederlands en rekenen-wiskunde op 1 augustus 2026 inwerking te laten treden. Voor de overige leergebieden gebeurt dit op1 augustus 2027.Tegelijkertijd verwachten we van scholen dat zij nu al aan de slag gaanmet het nieuwe curriculum. Het is namelijk cruciaal dat scholen tijdigstarten met het werken met de nieuwe kerndoelen. Hierdoor kunnenleerlingen zo snel mogelijk profiteren van de nieuwe kennis en hebbenscholen voldoende tijd om vanuit een schooleigen visie het onderwijs aante passen op een manier die aansluit bij hun leerlingenpopulatie. Door decurriculumontwikkeling aan te laten sluiten bij de professionele ontwik-keling en schoolorganisatieontwikkeling wordt integraal gewerkt aan deverbetering van de kwaliteit van het onderwijs. De kerndoelen voorNederlands, rekenen-wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid zijnhierin een mooi startpunt. Scholen kunnen namelijk nu al met dezekerndoelen aan de slag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8559 OCW neemt de regie om het nieuwe curriculum goed te laten landen in deklasOm te zorgen dat het nieuwe curriculum daadwerkelijk leidt tot beteronderwijs in de klas neemt OCW de regie in de fase van curriculumimple-mentatie. Het nieuwe curriculum biedt scholen de kans om dit momentaan te grijpen om kritisch te kijken naar het onderwijsaanbod, delesmethoden en de aanpak in de klas. Dit vraagt de komende jaren inzetvan alle betrokkenen in en om het onderwijs. Schoolleiders en leraren zijndaarbij de spil, maar ook andere partijen – zoals leermiddelenmakers,toetsontwikkelaars, sectorraden, vakverenigingen en lerarenopleidingen –spelen een belangrijke rol. De onderwijscoördinatoren van het Masterplanzullen daarnaast worden ingezet om de succesvolle implementatie van hetvernieuwde curriculum vanuit OCW te ondersteunen.Om de implementatie van de geactualiseerde kerndoelen en examenpro-gramma’s zo soepel mogelijk te laten verlopen is een implementatie-aanpak uitgewerkt langs vijf lijnen die de ontwikkeling en ondersteuningvan scholen versterken:1.Curriculumbewustzijn en professionalisering: Succesvolle implementa-tie van het curriculum vraagt van onderwijsprofessionals dat zij inzichthebben in wat het nieuwe curriculum betekent, hoe de verschillendeonderdelen met elkaar samenhangen en hoe het vertaald kan wordennaar de eigen schoolpraktijk. Schoolleiders en leraren wordt passendeondersteuning geboden om doordachte keuzes te kunnen maken en zoblijvend te werken aan de onderwijskwaliteit.2.Leermiddelen: Leermiddelen vormen een belangrijk hulpmiddel voorleraren om de vertaalslag te maken van het nieuwe curriculum naarhet onderwijs. De komende tijd worden de leermiddelen aangepastaan het geactualiseerde curriculum en wordt er gewerkt aan gezamen-lijke kennisontwikkeling over hoe leermiddelen hier op een passendewijze voor ingezet kunnen worden.3.Toetsing: Toetsen worden aangepast om goed aan te sluiten bij hetgeactualiseerde curriculum en te zorgen voor een doorlopende leerlijn.In het po gaat het hierbij om de actualisatie van de leerlingvolgsyste-men en doorstroomtoetsen, in het vo om de centrale eindexamens.Daarnaast vraagt dit om een schoolvisie op de toetscultuur die zorgtvoor een doorlopende leerlijn en aansluit op het geactualiseerdecurriculum.4.Communicatie: Het is cruciaal dat er richting scholen helder en tijdigwordt gecommuniceerd wat er van hen wordt verwacht en welkeondersteuningsmogelijkheden zij daarbij hebben. Dit vraagt om eennauwe afstemming van communicatie-uitingen met veldpartijenwaarin niet alleen informatie wordt gedeeld, maar waarbij de dialoogmet scholen en feedback vanuit hen actief worden gestimuleerd.5.Monitoring: Tijdens de implementatiefase wordt zicht gehouden op deeffecten van het geactualiseerde curriculum op de onderwijspraktijk.De nadruk ligt op het lerende karakter: met het ophalen van ervaringenen informatie wordt de ondersteuning aan scholen verbeterd.De komende jaren wordt door OCW, SLO en andere ondersteunings-partners op basis van deze vijf lijnen gerichte ondersteuning geboden aanscholen. Deze ondersteuning start in het voorjaar van 2026 met als aftrapde OCW Dichtbij conferenties, die in het teken staan van de curriculumim-plementatie. De onderwijscoördinatoren van OCW zullen ook een bijdrageleveren aan deze implementatie. Dat doen zij bijvoorbeeld in de vorm vanbegeleide leernetwerken waarin de focus ligt op de basisvaardigheden inrelatie tot de curriculumimplementatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 85510 Om scholen voldoende tijd te geven om de nieuwe kerndoelen integraalen in samenhang te implementeren, start vanaf 2031 het handhavendtoezicht op de kerndoelen. Vanaf dat moment wordt van alle scholenverwacht dat zij met de nieuwe kerndoelen werken. Tot die tijd is er hetovergangsrecht en wordt scholen de keuze geboden om met de oude ofnieuwe kerndoelen te werken.Pijler 2: Beter zicht op de basisvaardighedenOm de basisvaardigheden van hun leerlingen te verbeteren, is hetnoodzakelijk dat leraren weten hoe leerlingen ervoor staan en watleerlingen nodig hebben. Op landelijk niveau geldt hetzelfde en moet erdus goed zicht zijn op de prestaties van leerlingen op de basisvaardig-heden en de bijbehorende trends. Om die reden is met de komst van hetMasterplan ingezet op het verbeteren van het zicht op de leerprestatiesvan leerlingen. Zo verschijnt sinds 2023 jaarlijks de Monitor basisvaardig-heden.Monitor basisvaardigheden 2025: landelijk zicht op de prestatiesBij deze brief ontvangt u de Monitor basisvaardigheden 2025. De Monitorgeeft aan de hand van verschillende bronnen een landelijk beeld van deleerprestaties op het gebied van de basisvaardigheden in het funderendonderwijs.Primair onderwijs: stabiliteit en hoopvolle signalenDe ontwikkeling van de prestaties van leerlingen in het po kunnen wegedetailleerd van jaar op jaar volgen aan de hand van de analyses doorhet Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO) van leerlingvolgsysteem-toetsen van groep 3 tot en met 7. Daaruit blijkt dat de leerprestaties in demeeste gevallen relatief stabiel zijn. Leerlingen uit groep 3, 4 en 5 latenvooruitgang zien wat betreft begrijpend lezen. Groep 3-leerlingen scoreninmiddels zelfs beter dan vóór corona, met name bij begrijpend lezen enspelling. De vooruitgang van de leerprestaties in groep 3 begon inschooljaar 2021–2022 en zet ook dit jaar door. Dat geeft vertrouwen dat deverbetering van leerprestaties is ingezet. We zien ook dat in groep 7 hetpercentage leerlingen dat voor rekenen streefniveau 1S beheerst lichtstijgt. Dat is goed om te zien, omdat we weten – en de Inspectie heeft daarook al vaker op gewezen – dat met name het percentage leerlingen dat bijhet verlaten van de basisschool het meer geavanceerde rekenniveau 1Sbeheerst al jaren te laag is. Het beeld is niet alleen maar positief. In groep5 blijven de leerprestaties voor spelling en rekenen juist nog wat achterten opzichte van pre-corona. Toch hebben de vaardigheidsniveaus in hetpo zich, na de coronapandemie, over het algemeen goed hersteld.Onderbouw voortgezet onderwijs: dalende prestaties, maar ook enkelelichtpuntjesWaar de ontwikkelingen in het po positief stemmen, is het beeld vanuithet vo anders. In de onderbouw zet de daling van de leerprestaties voorNederlands leesvaardigheid en woordenschat ook dit jaar door. Devaardigheidsniveaus liggen fors lager dan voor corona. Ook voorrekenen-wiskunde zijn de leerprestaties van onderbouwleerlingen sindsde coronapandemie fors gedaald, maar deze daling is minder uniform enover het algemeen minder sterk dan bij Nederlands. Dit blijkt uitonderzoek van Stichting Cito, op basis van leerlingvolgsysteemdata.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 85511 Als we de leerprestaties van dit jaar vergelijken met die van vorig jaar,zien we voor leerjaar 2 en 3 op sommige schoolsoorten wel de eerstetekenen van stabilisatie of lichte afname van de daling ten opzichte vanvorig schooljaar. Zo behaalden havo- en vwo-leerlingen in schooljaar2024–2025 aan het eind van de tweede en derde klas vrijwel dezelfdevaardigheidsscore voor Nederlands woordenschat als vorig jaar. Dit is eenpositief signaal: in schooljaar 2023–2024 was nog een consistente dalingte zien ten opzichte van het schooljaar daarvoor. Ook voor rekenen-wiskunde zien we, ten opzichte van vorig schooljaar, voor de onderbouwvan het vwo en de tweede en derde klas van de havo voorzichtige tekenenvan vooruitgang.Voor zowel leesvaardigheid als rekenen-wiskunde zijn de uitdagingen –voor wat betreft het behalen van referentieniveau 2F – het grootst op hetvmbo. Daarom is er vanuit het Masterplan extra aandacht voor dezedoelgroep en zal bekeken worden of de ondersteuning die het programmaaan scholen biedt specifiek voor het vmbo moet worden opgeschaald.Reflectie op de eindexamencijfers 2025Gedurende de coronapandemie (2020, 2021 en 2022) lagen de slagings-percentages vanwege de extra examenmaatregelen veel hoger dannormaal, er golden aangepaste exameneisen en een aangepastenormering. Om de ontwikkeling van de prestaties van leerlingen aan heteind van het vo toch goed te kunnen beoordelen voert het College voorToetsen en Examens (CvTE) verschillende analyses uit die de examenre-sultaten van de nodige context voorzien.Zo lijken de prestaties op de centrale eindexamens (CE) van 2025 op heteerste oog voor Nederlands en wiskunde achteruit te zijn gegaan tenopzichte van vorig jaar. Bij sommige examens is er daadwerkelijk slechtergepresteerd dan in 2024. Maar niet voor alle examens geldt dat eengemiddeld lager CE-cijfer in 2025 een lagere vaardigheid betekent dan in2024. Het CvTE heeft namelijk de prestatie-eis voor sommige examensaangescherpt in 2025. In onderstaand kader wordt een en ander uitge-breid toegelicht alsook bij de motie Kisteman waarop ik hieronder inga.Het CvTE onderzoekt jaarlijks hoe het vaardigheidsniveau van eindexa-menkandidaten zich verhoudt tot het niveau van vóór de coronapandemie(2019).8 Uit dit onderzoek komt naar voren dat het gemiddelde vaardig-heidsniveau voor het cluster wiskunde in 2025 lager is dan pre-corona.Voor Nederlands konden de analyses dit jaar om onderzoekstechnischeredenen niet plaatsvinden.Aangepaste prestatie-eis centrale examensOm de cijfers van leerlingen op hun centrale examens te kunnenvaststellen, wordt er ieder jaar gewerkt met een normering. Denormering van de CE’s heeft als doel om de prestatie-eis, waaraanleerlingen minimaal moeten voldoen om een voldoende te halen,van jaar op jaar te handhaven. In september werd uw Kamergeïnformeerd dat het CvTE heeft geconstateerd dat door de tijdelijkaangepaste normeringssystematiek in de coronajaren deprestatie-eis van het centraal examen voor sommige vakken te laagis komen te liggen.9 In het najaar van 2024 heeft het CvTE daaromeen peiling uitgevoerd onder leraren, toetsdeskundigen en vaststel-lingscommissies over de prestatie-eis voor hun examen. Mede op8Het onderzoeksrapport van het CvTE ontvangt u binnenkort als bijlage bij de Kamerbrief overhet Nationaal Programma Onderwijs.9Kamerstuk, 31 289, nr. 604.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 85512 basis van deze informatie werd door het CvTE geconcludeerd dat deprestatie-eis voor de meeste examens op een goed niveau ligt, envergelijkbaar is met de prestatie-eis die voor corona gold. Maar erwaren ook examens waarvoor de prestatie-eis in 2025 moest wordenopgehoogd. Het CvTE licht in een document op hun website,aanvullend op de informatie over de normering, de aanpassingen opde prestatie-eisen nader toe.10 Enkele voorbeelden van desamenhang tussen de prestatie-eis aanpassingen en de gemiddeldeCE-cijfers zijn als volgt:•Bij Nederlands havo lagen de CE-cijfers in 2025 lager dan in 2024.Maar doordat de prestatie-eis in 2025 hoger lag dan in 2024, zijnhavisten vergeleken met vorig jaar niet minder vaardig gewor-den.•Ook bij wiskunde A + B vwo zijn de CE-cijfers in 2025 een stuklager dan in 2024. Waar de daling bij wiskunde A direct kanworden gerelateerd aan de verhoging van de prestatie-eis, is dedaling bij wiskunde B groter dan op basis van de prestatie-eisaanpassing had kunnen worden voorspeld. Vwo-leerlingen zijndus minder vaardig geworden bij wiskunde B.•Bij wiskunde A havo is er geen aanpassing geweest in deprestatie-eis. Maar het gemiddelde CE-cijfer ligt hier lager dan in2024. Dit betekent dat er sprake is van een afname in devaardigheid.Motie Kisteman over resultaten centrale examensMet de motie van het lid Kisteman (VVD) wordt de regering verzocht teonderzoeken (i) waarom het aantal geslaagden jaarlijks gelijk blijft terwijlde leesvaardigheid afneemt, en (ii) welke invloed de N-term heeft op deniveaudaling en de uitslagen op centrale examens, en de Kamer over deuitkomsten zo snel mogelijk te informeren.11 Hieronder ga ik in op beideverzoeken in de motie.Indicatoren die de onderwijsprestaties, zoals leesvaardigheid, in hetfunderend onderwijs meten laten soms verschillende resultaten zien.Leesvaardigheid is een onderdeel van de PISA-toets. De resultaten uit2022 laten zien dat de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren op15-jarige leeftijd sterk is gedaald. Leesvaardigheid is ook een belangrijkonderdeel van het centraal examen Nederlands. De examens, die dus opeen later moment in de schoolloopbaan plaatsvinden dan de afname vanPISA, laten gemiddeld genomen geen sterke daling zien. Het NationaalRegieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) heeft in kaart gebracht welkeredenen daaraan ten grondslag kunnen liggen.Een vaak genoemde verklaring betreft de impact van motivatie. DePISA-toets betreft een «low stakes» toets: voor een leerling zijn er geenconsequenties verbonden aan de uitkomst. Van de centrale examenshangt juist heel veel af. Leerlingen zijn hierdoor extra gemotiveerd omeen goede prestatie neer te zetten. Ook leraren zijn gemotiveerder ensteken veel tijd in het voorbereiden van hun leerlingen op de «highstakes» toetsen. Ook kunnen verschillen in de manier waarop vaardig-heden worden getoetst een rol spelen: de inhoud die in PISA wordtgetoetst is anders dan de stof die in de eindexamens aan bod komt. PISAtoetst simpelweg niet hetzelfde als de inhoud van het Nederlandsecurriculum. Het curriculum en het eindexamen zijn vanzelfsprekend sterkop elkaar afgestemd, wat bij PISA – dat uitgaat van een internationaal10CvTE, Stap voor stap naar een stabiele prestatie-eis, november 2025. https://www.examenblad.nl/2026/onderwerpen/normering-centrale-examens11Kamerstuk 31 293, nr. 836.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 85513 kader – niet het geval is. Ook het leerjaar op het moment van afname kaneen rol spelen. De PISA-toets wordt afgenomen op 15-jarige leeftijd;leerlingen die eindexamen doen zijn vaak wat ouder. Het NRO zal in 2026verder onderzoek verrichten naar dit vraagstuk.Het tweede verzoek uit de motie betrof de invloed van de normering vande examens. Het CvTE is verantwoordelijk voor de normering van decentrale examens. De normering is erop gericht de prestatie-eis van jaarop jaar te handhaven. Met de zogenaamde N-term wordt er gecompen-seerd voor de verschillen in moeilijkheid tussen centrale examens uitverschillende jaren. Als veel leerlingen een toets slecht hebben gemaakt,kan dat komen doordat ze een relatief moeilijk examen hebben gemaakt.In dat geval gaat de N-term omhoog. Maar als het examen niet moeilijkerwas, kan het ook zijn dat de leerlingen minder vaardig zijn geworden. DeN-term gaat dan niet omhoog.Hierboven werd toegelicht dat gedurende de coronaperiode de normeringtijdelijk moest worden aangepast, waardoor de prestatie-eis wat is gaanschuiven. In het genoemde nieuwsbericht voor leraren wordt uitgelegdhoe de aanpassingen van de prestatie-eis van het CE in 2024 en 2025 totstand zijn gekomen. Deskundigen gaven voor de meeste examens aan datde prestatie-eis al op de juiste hoogte lag en dus niet aangepast hoefde teworden. Er zijn ook examens waar de prestatie-eis omhoog is gegaan,maar er zijn ook enkele examens waarvoor de prestatie-eis juist ietsomlaag is gegaan. De komende jaren blijft er gemonitord worden.Hiermee zorgt het CvTE ervoor dat de prestatie-eis op de juiste hoogte stilkomt te liggen en goed aansluit op het onderwijs en de leerlingen.Meer zicht en betere data voor scholenNaast het landelijk zicht op de prestaties van leerlingen is het ook vanbelang dat scholen goed zicht hebben op de prestaties van hun leerlingen.Met een goed zicht zijn schoolteams beter in staat om onderwijs aan tebieden dat aansluit op wat leerlingen nodig hebben. Binnen een evidence-informed werkwijze is schooleigen data over de leerlingen een belangrijkaspect. Om die reden is hierin vanuit het Masterplan ook geïnvesteerd.Zo kunnen alle scholen gebruik maken van de schoolrapportages van hetNationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO) over prestaties, doorstroomen vervolgsucces. Daarnaast kunnen scholen in het po zich ookaanmelden voor de leergroeirapportages van NCO, waarbij ook de datauit het leerlingvolgsysteem wordt meegenomen in de rapportage opschoolniveau. Inmiddels doet bijna 75 procent van de po-scholen hieraanmee. Dat is een grote groei ten opzichte van 2022, toen dit percentagerond de 50 procent lag. In deze rapportage kunnen scholen ook zien hoezij het doen ten opzichte van vergelijkbare scholen.In de voortgangsbrief van dit voorjaar werd al geconstateerd dat ruim80 procent van de vo-scholen gebruikmaakt van een leerlingvolgsysteemmet gestandaardiseerde toetsen. Dat is opvallend, want in het vo is geensprake van een verplichting, zoals in het po. Uit onderzoek blijkt wel datvo-scholen de informatie beter zouden kunnen benutten. Daarom wordter, samen met de VO-raad, gewerkt aan een richtlijn voor scholen.Ook in de toekomst zal er worden geïnvesteerd in onderzoek en data.Bijvoorbeeld door het NCO te financieren, door de uitbreiding van denationale peilingsonderzoeken van de Inspectie en door deelname aanbelangrijke internationale onderzoeken zoals PISA. Vorig schooljaarhebben Nederlandse scholen en leerlingen weer meegedaan aan PISA. Deuitkomsten van PISA-2025 worden in het najaar van 2026 verwacht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 85514 In het voorjaar van 2026 verschijnt de International Early Learning andChild Wellbeing Study (IELS), waar Nederland dit jaar voor het eerst aanmeedoet. IELS is een internationaal vergelijkend onderzoek, ontwikkelddoor de OESO, dat de beginnende geletterdheid, rekenvaardigheden,executieve functies en sociaal-emotionele ontwikkeling van vijfjarigen inkaart brengt. Dit zijn factoren die voorspellend zijn voor het succes in deverdere schoolloopbaan. Om de leerprestaties te verbeteren is het vancruciaal belang om de brede ontwikkeling van het jonge kind te stimu-leren. Hierbij gaat het dus niet alleen om het vroeg beginnen met taal enrekenen. Als Masterplan helpen we scholen dan ook om op basis vankennis en onderzoek het bredere onderwijs aan deze doelgroep zo vorm tegeven dat kinderen optimaal tot bloei kunnen komen.Pijler 3: Breder gebruik van bewezen effectieve aanpakkenBij het verbeteren van de basisvaardigheden is het belangrijk dat scholengebruik maken van bewezen effectieve aanpakken en methoden en dat zijevidence-informed werken. Daarbij combineren scholen wetenschappe-lijke kennis met eigen data en praktijkkennis. Zo maken ze inzichten uit dewetenschap toepasbaar voor de specifieke context van de school. HetMinisterie van OCW zet breed in op het bevorderen van evidence-informed werken in het onderwijs. Het is een grote uitdaging om samenmet het onderwijs de slag te maken naar een situatie waarin evidence-informed werken op school normaal is. Leerlingen verdienen nu eenmaalhet beste onderwijs. De afgelopen periode zijn daarin weer goede stappengezet.Start van het Nationaal Kennisinstituut OnderwijsOp 1 januari 2026 start het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO). Dekomst van het NKO is een mijlpaal in het verder ontwikkelen en verste-vigen van de kennisinfrastructuur voor heel het onderwijs. Het biedt aanalle sectoren in het onderwijs een sterke kennisbasis en zal scholenhelpen om het evidence-informed werken naar een hoger niveau te tillen.Leraren en schoolleiders kunnen bij het NKO terecht voor toegankelijke,betrouwbare en onafhankelijke kennis over effectieve lesaanpakken enwetenschappelijk onderbouwde manieren om te professionaliseren endoorlopend het onderwijsproces te verbeteren. De komende jaren zal hetNKO samen met het veld de grootste vraagstukken uit het onderwijsbestuderen, oppakken en verbeteren.Directe ondersteuning van evidence-informed werken door OCWVanuit het Masterplan worden scholen op verschillende manierengestimuleerd om evidence-informed te werken. Deze initiatieven zijngericht op alle scholen, of zij nu subsidie ontvangen of niet. Zo organi-seert OCW jaarlijks een aantal regionale conferenties onder de noemerOCW Dichtbij om scholen te inspireren, informeren en te verbinden. Nietalleen onderzoekers, maar ook scholen krijgen als podiumschool degelegenheid om te vertellen hoe zij hun vraagstukken aanpakken. In hetvoorjaar van 2025 namen bijna 1.700 onderwijsprofessionals deel aandeze conferenties, waarover zij uitermate positief waren. In het voorjaarvan 2026 zal een nieuwe serie OCW Dichtbij conferenties wordengeorganiseerd. Deze serie zal in het teken staan van de curriculumimple-mentatie: aan de slag met het nieuwe curriculum. Tijdens deze confe-renties ontvangen schoolleiders en ook bestuurders, ieder vanuit dienseigen rol, gerichte ondersteuning bij het implementeren van de nieuwekerndoelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 85515 Om scholen verder te inspireren op het gebied van evidence-informedwerken organiseert het Masterplan in schooljaar 2025–2026 een serie vanvijf online masterclasses die scholen live kunnen volgen. Tijdens dezemasterclasses komt steeds zowel een wetenschapper als een schoolleideraan het woord. Vanuit hun respectievelijke expertises belichten zijonderwerpen zoals taalontwikkeling bij het jonge kind, het motiveren vanvo-leerlingen door middel van betekenisvol onderwijs en gespreidleiderschap. De masterclasses worden zeer goed bekeken en positiefgewaardeerd.Via de website van het Masterplan worden regelmatig artikelen eninspiratievideo’s gedeeld die scholen kunnen helpen op hun pad naarduurzaam evidence-informed onderwijs. Ook is hier een interventiekaartte vinden met effectieve onderwijsinterventies, die door scholenveelvuldig gebruikt en zeer positief gewaardeerd wordt.12 Ook buiten hetMasterplan om werkt het ministerie, met onder andere het NationaalGroeifonds (NGF) programma Ontwikkelkracht, aan het versterken vaneen onderzoeks- en verbetercultuur op scholen en aan de ontwikkelingvan nieuwe kennis. Ontwikkelkracht sluit met haar aanpak, met ondermeer expertisescholen en co-creatielabs, naadloos aan op het Masterplanen vice versa.De expertisepunten: brug naar de schoolpraktijkIn het kader van het Masterplan zijn drie expertisepunten opgericht: voorburgerschap, rekenen-wiskunde en digitale geletterdheid. De expertise-punten voorzien in een behoefte van het onderwijsveld en slaan een brugtussen kennis en praktijk. De expertisepunten brengen versnipperdekennis over het leergebied samen en zorgen voor de verspreiding van diekennis. Ook kunnen scholen bij hen terecht met vragen. De expertise-punten trekken waar mogelijk samen op. Per expertisepunt verschilt hethoe zij ondersteuning bieden aan scholen en welke activiteiten zij preciesontplooien met de subsidie van OCW. Dat kunnen conferenties en(netwerk)bijeenkomsten zijn zoals de conferentie «Onderwijs meetsonderzoek» over wiskundeangst, georganiseerd met steun van hetExpertisepunt Rekenen-Wiskunde. Of bijvoorbeeld een instrumentwaarmee scholen kunnen testen waar zij staan. Zo werd de QuickScanBurgerschap door ruim 3.400 scholen ingevuld. Dit zijn mooie uitkomsten.OCW verwacht dat er na afloop van de subsidies aan de expertisepuntenvoorlopig nog behoefte blijft aan deze vorm van gespecialiseerde endirecte ondersteuning, zeker met het oog op de aankomende curriculum-implementatie. Een voor scholen herkenbare en toegankelijke onder-steuning lijkt de komende jaren belangrijk. Op dit moment is OCW meteen verkenning bezig waarin wordt onderzocht hoe de expertisepunten,na het einde van de aan hen verstrekte subsidies, het best ingerichtkunnen worden. Daarbij speelt ook de vraag hoe de balans eruit ziettussen uniformiteit en eigenheid, want de behoeften van scholenverschillen per leergebied. Mede in dat licht worden de drie bestaandeexpertisepunten in 2026 geëvalueerd en wordt onderzocht wat de preciezebehoefte van scholen is. In die verkenning wordt ook gekeken naar deverhouding met het toekomstige NKO en met SLO. Over de inrichting vaneen expertisepunt voor taal is door de Kennistafel Effectief Leesonderwijsonlangs advies uitgebracht. Dit advies wordt betrokken in dezeverkenning.12Sardes/SEO, Implementatieonderzoek subsidieregeling Verbetering basisvaardigheden.Tranche 2 (tijdvak 1), eindmeting, november 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 85516 Evidence-informed werken als onderdeel van kwaliteitszorgIn het wetstraject deugdelijkheidseisen worden een aantal wettelijke eisengeconcretiseerd. Eén daarvan is het stelsel van kwaliteitszorg. Op ditmoment specificeert de wet niet wat daarmee bedoeld wordt. Met dewetswijziging wordt evidence-informed werken wettelijk vastgelegd alsonderdeel van het stelsel van kwaliteitszorg en daarmee stevig verankerd.In de wet wordt vastgelegd dat het stelsel van kwaliteitszorg de onder-delen planmatig en cyclisch werken, het bevorderen van een kwaliteit-scultuur en het gebruikmaken van kennis uit onderzoek of praktijk bevat.Daarmee wordt een lerende cultuur op alle scholen bevorderd enuiteindelijk vanzelfsprekend. Dit komt de onderwijskwaliteit en debasisvaardigheden natuurlijk ten goede. Het wetsvoorstel wordt medio2026 met uw Kamer gedeeld.Betere kwaliteit leermiddelenOm de prestaties voor de basisvaardigheden te verhogen wordt ookingezet op een betere kwaliteit van leermiddelen. In dat verband loopt eenverkenning naar een kwaliteitsalliantie leermiddelen. U ontvangt over hetonderwerp leermiddelen apart een brief voor de begrotingsbehandeling.In het eerste kwartaal van 2026 zal de Onderwijsraad advies uitbrengenover evidence-informed onderwijs. Op verzoek van uw Kamer gaat deOnderwijsraad in op de kansen en risico’s van sturing op evidence-informed werken in de onderwijspraktijk voor de kwaliteit van onderwijs.Pijler 4: Versterken van de taal- en leeromgevingNiet alleen de school, maar ook de bredere leefomgeving speelt eencentrale rol in de ontwikkeling van leerlingen op het gebied van taalvaar-digheid. Ook hier ligt een grote opgave om de taalomgeving vanleerlingen in brede zin te versterken.De investering in de bibliotheek werpt vruchten afVeel lezen leidt tot een betere taalontwikkeling, een grotere woordenschaten bredere kennis over de wereld.13 Het is dus belangrijk om ervoor tezorgen dat leerlingen met plezier een boek openslaan. Bibliotheken zijnexpert op het gebied van leesbevordering en leesplezier. In de landelijke,bewezen effectieve programma’s de Bibliotheek op school (dBos) enBoekStart in de kinderopvang werken scholen en opvanginstellingendaarom samen met bibliotheken aan het verhogen van de leesmotivatievan leerlingen.In de periode 2023–2026 is in het kader van het Masterplan basisvaardig-heden € 74 miljoen geïnvesteerd in dBos en BoekStart. Dankzij dezesubsidie is het aantal scholen en kinderopvangvoorzieningen dat middelsdeze programma’s aan leesbevordering werkt sterk gegroeid. Zo nam hetaantal deelnemende po-scholen tussen 2023 en 2024 met 17 procent toe.Voor het vo is dit zelfs 35 procent: een toename die, conform de subsidie-voorwaarden, grotendeels uit vmbo-scholen bestaat.14 Ook steeg hetaantal kinderen en jongeren dat lid is van de bibliotheek mede als gevolgvan de investering in dBos – de ledenaantallen waren nooit eerder zo13Stichting Lezen – Leesmonitor(2025). Geletterdheid houdt verband met cognitieve ontwik-keling. https://www.lezen.nl/onderzoek/geletterdheid-houdt-verband-met-cognitieve-ontwikkeling/14Bnetwerk. (27 mei 2025). Dienstverlening voor jeugd 2023–2024. https://www.bibliotheeknetwerk.nl/publicaties/dienstverlening-voor-jeugd-2023-2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 85517 hoog. Dat is in deze tijd van ontlezing een mooi en opvallend resultaat omtrots op te zijn.Vlak voor de zomer van 2025 is aangekondigd dat de tijdelijke subsidievoor dBos en Boekstart wordt omgezet in structurele financiering.15 In2027 is er € 38 miljoen beschikbaar vanuit de OCW-begroting; vanaf 2028gaat het jaarlijks om € 50 miljoen. Het geld zal vanaf 2027 wordenverdeeld tussen scholen (middels de gerichte bekostiging voor basisvaar-digheden) en bibliotheken. Scholen kunnen ervoor kiezen om (een deelvan) de gerichte bekostiging te besteden aan dBos. Bibliotheken moetende structurele financiering inzetten om de samenwerking met hetfunderend onderwijs en/of de pabo, het mbo en de kinderopvang(BoekStart) voort te zetten.Met deze structurele financiering wordt zodoende ingezet op blijvendeversterking van de taal- en leeromgeving en robuuste effecten op hetleesgedrag en de leesvaardigheid van leerlingen. Meer en beter lezen isimmers niet alleen cruciaal voor de taalvaardigheid van leerlingen, hetdraagt ook breder bij aan hun beheersing van de andere basisvaardig-heden. In die context zijn ook de resultaten van het Nationaal MediaOnderzoek bemoedigend.16 Hieruit blijkt dat 85 procent van de basis-schoolleerlingen voor hun plezier leest. Onder leerlingen van 6 tot 9 jaaroud gaat het zelfs om 90 procent. Bovendien is de verkoop van kinder-boeken in 2024 gestegen.17 Bibliotheken leenden in datzelfde jaar ruim30 miljoen kinderboeken uit.18Pijler 5: Extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede lerarenIedere aanpak voor het versterken van de basisvaardigheden valt of staatmet de leraar. Het is van groot belang dat er voldoende en goede lerarenvoor de klas staan om de plannen uit te voeren. Alleen met voldoende engoed toegeruste leraren en schoolleiders heeft de aanpak voor basisvaar-digheden immers kans van slagen. Daarom hebben deze twee onder-werpen, basisvaardigheden en personeel, voor mij de hoogste prioriteit.19Bij de start van het Masterplan is via het Onderwijsakkoord 2022 extraruimte en tijd gerealiseerd voor leraren om zich te professionaliseren ophet punt van basisvaardigheden en de curriculumherziening. Daarin zijnmet de sociale partners in het po en vo afspraken gemaakt over meerruimte voor professionalisering op het gebied van basisvaardigheden ende curriculumherziening. In het po maakt een schoolteam, als onderdeelvan het werkverdelingsplan, afspraken over het gebruik van dezemiddelen. In het vo krijgen leraren jaarlijks zestien uur extra voorprofessionalisering op de basisvaardigheden, bovenop de uren die zij alhadden voor professionalisering. Leraren en teams krijgen zo de tijd omzich gericht te blijven ontwikkelen en bij te scholen. Op dit moment wordtonderzocht hoe deze uren worden ingezet en wat daarvan het effect is.15Kamerstuk 33 846, nr. 74.16NMO Kids monitor 2025. Onderzoek naar printbereik en mediagedrag onder 6–12-jarigen,augustus 2025.17KVB Boekwerk. (26 februari 2025). Verkoopcijfers 2024. https://kvbboekwerk.nl/monitor/markt/verkoopcijfers-2024.18CBS. (11 september 2025). Openbare bibliotheken. https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/70763ned19Hiermee wordt gehoor gegeven aan de motie Pijpelink en Rooderkerk, die verzoekt om hetlerarentekort en de beheersing van de basisvaardigheden de hoogste prioriteit te geven in hetbeleid voor het funderend onderwijs. Zie daarvoor: Kamerstuk 36 560 VIII, nr. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 85518 De afgelopen jaren is er stevig geïnvesteerd in de positie van leraren ende aantrekkelijkheid van het beroep. Zoals gebruikelijk ontvangt ubinnenkort een Kamerbrief voortgang Lerarenstrategie, waarin derelevante ontwikkelingen rondom het lerarenbeleid worden toegelicht. Hetis bemoedigend te zien dat recent, uit een internationale vergelijking, naarvoren kwam dat Nederlandse leraren opvallend positief zijn in vergelijkingmet leraren in andere landen.20Tot slotDe afgelopen drie jaar zijn er concrete stappen gezet die hoog nodigwaren om de basisvaardigheden van alle leerlingen in het funderendonderwijs duurzaam te kunnen verbeteren. Zo ligt er een nieuw curri-culum klaar en staat het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs in destartblokken. Scholen die de subsidie Verbetering basisvaardighedenhebben ontvangen zien de prestaties van hun leerlingen vooruitgaan ende expertise van hun schoolteam toenemen. En met structurele bekos-tiging op komst kan het onderwijsveld toekomstbestendig werken aanstevige basis voor alle leerlingen. Tegelijk ligt er nog een grote uitdagingom de gewenste verbetering in basisvaardigheden te realiseren. Dat laatzien hoe belangrijk het is om door te zetten wat is opgebouwd en omschoolleiders en leraren met structurele middelen en koersvast beleid instaat te stellen het beste onderwijs te geven aan hun leerlingen.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,K.M. Becking20Kamerstuk 27 923, nr. 516.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 85519

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9c9f6afa6080fdb0

14 okt 2026 · 020772ea37e222ff

13 okt 2026 · 2a5f0b758e147a3b

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.