Uitvoering van de motie van het lid Stoffer c.s. over het heroverwegen van beleidsmatige prikkels die reparatie en hergebruik van elektrische en elektronische apparatuur ontmoedigen (Kamerstuk 36600-XII-48)
Brontekst
Versie 15abf1b3026963c1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat (XII)voor het jaar 2025Nr. 78 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 december 2024Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over de uitvoering van demotie van het lid Stoffer c.s.1 over reparatie en hergebruik van elektrischeen elektronische apparatuur. De motie verzoekt de regering beleidsmatigeprikkels die reparatie en hergebruik van afgedankte elektrische enelektronische apparatuur ontmoedigen te heroverwegen en ervoor tezorgen dat retailers en installateurs meer ruimte krijgen voor reparatie enhergebruik. Verzocht wordt om de Kamer voor het eind van het jaar teinformeren over het plan van aanpak hiervoor.Hieronder wordt ingegaan op de respectievelijke onderdelen van demotie.Het beleidsmatige kaderIn de overwegingen van de motie wordt verwezen naar de afvalstoffenre-gelgeving, naar de aangekondigde afgifteplicht voor afgedankteelektrische en elektronische apparatuur (hierna: AEEA) en naar de 65%doelstelling voor inzameling en verwerking van AEEA. Deze kaderszouden beleidsmatige prikkels afgeven die reparatie en hergebruikontmoedigen en laagwaardige verwerking aanmoedigen.Reparatie, hergebruik en hoogwaardige recycling moeten juist wordengestimuleerd en ontwikkeld zoals dat is beschreven in het NationaalProgramma Circulaire Economie (NPCE). Het spreekt vanzelf dat beleids-matige prikkels daarop moeten worden afgestemd. Zoals de motie vraagt,is de afvalketen van AEEA nader bezien op de mogelijkheid om meerruimte te creëren voor reparatie en hergebruik van AEEA. Hieronder een1Kamerstuk 36 600 XII, nr. 48 kst-36600-XII-78ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 781 samenvatting van de bevindingen die in bijlage 1 in meer detail zijntoegelicht en onderbouwd.Het eerste aandachtspunt betreft de zogenoemde 65% inzameldoelstellingvoor AEEA die is gerelateerd aan de gemiddelde hoeveelheid productendie op de markt is gebracht over een periode van drie jaar. Kortweg is hetprobleem hierbij dat geen rekening wordt gehouden met producten dieeen lange levensduur hebben. Ook is het geen stimulans voor levensduur-verlenging (of voortgezet gebruik) van producten door reparatie enhergebruik van AEEA. De wetgeving voor AEEA geeft de mogelijkheid omook te toetsen aan een andere doelstelling, namelijk 85% inzameling vande in een jaar geproduceerde hoeveelheid AEEA. Omdat deze benaderinggeen nadelig effect heeft op reparatie en hergebruik van AEEA zal ik in hetvervolg uitsluitend toetsen aan de 85% inzameldoelstelling.De focus van de motie ligt op de fase waarin producten zijn afgedankt endaarmee de status afval hebben. Het wettelijk kader voor reparatie enhergebruik van afgedankte producten is anders dan het kader voorproducten die nog in gebruik zijn (en dus geen afval zijn). Het is dus vanbelang om te weten of een apparaat dat kan worden gerepareerd, deafvalstatus heeft of niet. Om de uitvoeringspraktijk te begeleiden in hetvaststellen van deze status begin volgend jaar een specifieke handreikingvoor de productgroep elektrische en elektronische apparaten wordengepubliceerd.De zogeheten afgifteplicht voor AEEA heeft als primair doel om afge-dankte producten via het juiste inzamelpunt uiteindelijk bij een gecertifi-ceerde verwerker terecht te laten komen. Producenten en importeurs vanelektrische en elektronische apparatuur zijn voorstander van eendergelijke afgifteplicht. Het beoogde effect van de afgifteplicht is hetvoorkomen van afvalstromen die onjuist worden verwerkt met eenverhoogde kans op milieurisico’s. De afgifteplicht zal nu zodanig scherpworden afgebakend dat alle ruimte blijft bestaan voor reparatie enhergebruik. Het ontwerpbesluit afgifteplicht zal de Kamer op korte termijnontvangen in de voorhang.Tenslotte zullen de eisen die van toepassing zijn op reparatie en herge-bruik van AEEA (de wettelijke term is «voorbereiding voor hergebruik»)worden versoepeld voor kleinere reparatiebedrijven. Dit gebeurt doorvoor deze bedrijven de verplichte certificering te vervangen door een seteenvoudigere voorschriften. Een voorstel daartoe zal in het voorjaar van2025 naar de Kamer worden gestuurd. Daarnaast zal met de producenten-organisatie Stichting OPEN2 worden gesproken over de stimulering enopschaling van voorbereiding voor hergebruik in Nederland.Samenvattend over het beleidsmatige kaderDe onderdelen in het beleidsmatige kader die hierboven zijn toegelicht,geven richting aan de logistiek in de keten van AEEA. In die keten neemthet zo lang mogelijk gebruiken van een apparaat een belangrijke plaats in,zowel vóór als ná het moment dat een apparaat de afvalstatus krijgt. Deinzet is erop gericht om daartoe de juiste condities te creëren zoals demotie dat ook bedoelt. Tevens zal het ministerie zich inspannen om deactoren in de uitvoering van de hergebruik-, reparatie- en afvalketen vanAEEA te informeren.2Stichting Organisatie Producentenverantwoordelijkheid E-waste Nederland: https://www.stichting-open.org/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 782 Het voornemen van de Europese Commissie om in 2026 de EU-RichtlijnAEEA te herzien, biedt een kans om Europees breed de incentives voorreparatie en hergebruik te versterken. De inzet van Nederland zal gerichtzijn op ambities en doelen die meer rekening houden met producten meteen langere levensduur en meer ruimte geven voor reparatie enhergebruik.De stimulering van reparatie en hergebruik in NederlandOp 24 juni 2024 is de Kamer geïnformeerd over de inspanningen die alworden gedaan om reparatie in algemene zin te stimuleren en welkeaanvullende mogelijkheden er zijn om het aantal reparaties te vergroten3.Er wordt concrete voortgang gemaakt, in het bijzonder kunnen daarbijgenoemd worden:−de verdere ontwikkeling van het Reparateursregister van TechniekNederland naar een nieuwe, volledigere versie van het register datbegin 2025 online zal komen,−de oprichting van de Lang Leve Elektronica Coalitie waarin 23 partijensamenwerken voor meer reparatie, hergebruik en refurbishment vanelektrische en elektronische apparaten, en−de openstelling van de Regeling specifieke uitkering circulaireambachtscentra zodat partijen reparatie en hergebruik optimaalkunnen organiseren binnen het concept van een circulair ambachts-centrum.In bijlage 2 bij deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgangvan de diverse lopende activiteiten gericht op de stimulering van reparatiezoals opgenomen in de brief van 24 juni.Tot slotIn het NPCE is het voortgezet gebruik van producten via reparatie enhergebruik een belangrijk thema. Reparatie en hergebruik zijn hande-lingsperspectieven die iedereen wel begrijpt en kan toepassen, maarhelaas gebeurt dat niet altijd. Juist daarom is het belangrijk dat beleids-matige prikkels positief uitwerken en dat reparatie en hergebruik wordengestimuleerd en verder opgeschaald waar dat mogelijk is. Met devoorgenomen acties op de afvalketen van AEEA en de vele activiteitenrond reparatie en hergebruik wordt invulling gegeven aan de motieStoffer. De inzet blijft gericht op het creëren van stimulerende conditiesvoor de verdere ontwikkeling van reparatie en hergebruik in Nederland.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. Jansen3Kamerstuk 32 852, nr. 316Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 783 TOELICHTING OP ENKELE ELEMENTEN IN DE AFVALKETEN VANAEEAReparatie- of andere handelingen met AEEA zijn volgens de EU RichtlijnAEEA4 zogeheten verwerkingshandelingen waarvoor specifieke eisengelden die in Nederland zijn geïmplementeerd in de Regeling AEEA5.Omwille van de overzichtelijkheid wordt hieronder het beleidsmatigekader voor AEEA toegelicht aan de hand van vier samenhangendeonderwerpen die onderdeel uitmaken van de afvalketen van AEEA:a.De 65% doelstelling voor inzameling van AEEA.b.Onderscheid in de status afvalstof en niet-afvalstof.c.Doel en afbakening van de afgifteplicht AEEA.d.Uitvoering van reparatie en hergebruik van AEEA.Hieronder per onderdeel een nadere toelichting.a. De 65% doelstelling voor inzameling van AEEA Het 65% inzameldoel is gebaseerd op de driejaarlijks gemiddeldehoeveelheid op de markt gebrachte elektrische en elektronischeproducten, de zogeheten Put on Market (PoM). Deze wijze van doelformu-lering leidt tot een complicatie naarmate meer met name nieuweproducten met een lange levensduur op de markt worden gebracht, zoalszonnepanelen en warmtepompen. Bij een stijgende PoM moet namelijkook het aandeel AEEA stijgen, hetgeen zou kunnen gebeuren door meerapparaten af te danken en eerder dan nodig is op basis van hunlevensduur. In de context van het beleid gericht op een circulaireeconomie is dit te kwalificeren als een perverse prikkel. In een circulaireeconomie worden producten immers zolang mogelijk gebruikt en aldus zolaat mogelijk afgedankt. Om die reden zal in het vervolg de inzamelingvan AEEA niet meer worden getoetst aan de 65% doelstelling, maar aaneen andere doelstelling die deze ongelukkige prikkel tot afvalproductieniet kent.De EU-Richtlijn AEEA maakt de toetsing aan een andere doelstellingnamelijk al mogelijk. In dat geval wordt een inzamelpercentage van 85%gehanteerd van de hoeveelheid EEA die in Nederland jaarlijks wordtafgedankt en afval (AEEA) wordt. Deze 85% doelstelling is dus nietgekoppeld aan de PoM en heeft geen last van fluctuaties in de markt vanproducten met een lange levensduur. De beleidsmatige prikkel die uitgaatvan deze doelstelling is juist dat het in beginsel een incentive biedt voorhet nastreven van een lagere afvalproductie in lijn met het oogmerk vaneen circulaire economie. Het andere verschil met de 65% doelstelling isdat de toetsing aan de 85% doelstelling een specifieke berekening vergtconform de EU uitvoeringsverordening inzake de berekening van dehoeveelheid gegenereerde AEEA in gewicht in een lidstaat6. Dezeberekening vraagt meer parameters dan bij de 65% doelstelling het gevalis, hetgeen ook de hoofdoorzaak is dat in vrijwel alle lidstaten de 65%benadering tot nu toe prevaleert. Overigens wordt door het Nationaal(W)EEE register (NWR) al enkele jaren in Nederland gerapporteerd over deinzamelprestatie gerelateerd aan de 85% doelstelling in de jaarlijkse NWRrapportages over inzameling en verwerking van AEEA7.4Richtlijn 2012/19/EU van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronischeapparatuur (AEEA)5Staatcourant Nr. 2975 van 5 februari 20146Uitvoeringsverordening (EU) 2017/699 van 18 april 2017 tot vaststelling van een gemeenschap-pelijke methode voor de berekening van het gewicht van de in elke lidstaat in de handelgebrachte elektrische en elektronische apparatuur (EEA) en van een gemeenschappelijkemethode voor de berekening van de hoeveelheid gegenereerde afgedankte elektrische enelektronische apparatuur (AEEA) in gewicht in elke lidstaat.7NWR (nationaalweeeregister.nl)BIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 784 Met het oog op de voorgenomen herziening van de EU-Richtlijn AEEA in2026, zal Nederland bij de Europese Commissie aandringen op eeneenduidige formulering van het inzameldoel dat uitsluitend is gebaseerdop de beschikbare hoeveelheid AEEA voor inzameling.b. Onderscheid in de status afvalstof en niet-afvalstof Afvalwetgeving wordt van toepassing zodra een product als een afvalstofwordt aangemerkt omdat deze door de eigenaar is afgedankt om wat voorreden dan ook. Op het moment dat een elektrisch of elektronisch productwordt afgedankt, wordt het AEEA en zijn vervolgens toegesnedenverwerkingseisen voor alle handelingen met AEEA van toepassing,inclusief reparatie en hergebruik van AEEA. Verwerking die is gericht opreparatie en hergebruik van AEEA, zodanig dat een afgedankt productweer als werkend product in de handel wordt gebracht, wordt in dewetgeving afgebakend met de term «voorbereiding voor hergebruik»8.In verband met het verschil in het wettelijk regime tussen reparatie vanapparaten die al een afvalstatus hebben bereikt en reparatie vanapparaten die niet als afval worden aangemerkt, is het van belangduidelijkheid te hebben over de wijze waarop het onderscheid tussen destatus afval respectievelijk niet-afval kan worden toegepast. In de contextvan een circulaire economie is het daarnaast van belang dat producten zolang mogelijk als product worden gebruikt door te voorkomen dat dezeonnodig snel in het afvalcircuit terechtkomen. Daarom wordt momenteelgewerkt aan een «Handreiking afvalstof of niet-afvalstof – Hergebruik envoorbereiding voor hergebruik van (afgedankte) elektrische en elektro-nische apparatuur». Kortweg komen daarin de volgende elementen aande orde:−De handreiking geeft uitleg over de wijze waarop beoordeeld kanworden of sprake is van een afvalstof of een niet-afvalstof bij elektri-sche en elektronische apparatuur (hierna: EEA). Hierbij wordt allereerstingegaan op hergebruik van EEA via de route van voortgezet gebruikwaarin de apparatuur (nog) geen afvalstof is. Vervolgens wordtingegaan op voorbereiding voor hergebruik van AEEA waarbijapparatuur in eerste instantie een afvalstof is en de vraag speelt ofdeze afvalstatus kan vervallen of niet.−Voorts biedt de handreiking inzicht in de mogelijkheden om elektronicate hergebruiken door het geven van algemene richtsnoeren enjurisprudentie voor bedrijven en overheden om hen te helpen bij heteenduidig toepassen van onder andere de begrippen «afvalstof»,«voortgezet gebruik», en «einde-afvalstatus».De handreiking is voorbereid in samenspraak met diverse stakeholders enverkeert in een afrondend stadium. Het streven is de handreiking begin2025 te publiceren.c. Doel en afbakening van de afgifteplicht AEEA Op verzoek van producenten en importeurs van EEA wordt momenteelgewerkt aan een verduidelijking van de bestaande wettelijke verplichtingtot gescheiden inzamelen van AEEA. De bestaande kaders van de RichtlijnAEEA en de Regeling AEEA worden als onvoldoende toegesnedenaangemerkt om het afgeven van AEEA bij de daartoe bestemde inzamel-punten te garanderen. Het niet correct afgeven van AEEA leidt totlekstromen en verhoogt het risico op milieu- en gezondheid-schade door8Definitie voorbereiding voor hergebruik volgens de EU-Kaderrichtlijn afvalstoffen 2008/98/EG:elke nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbijproducten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaarge-maakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 785 onjuiste verwerking in de afvalketen. AEEA die terecht komt in andereafvalstromen zoals restafval, sloopafval of oud ijzer wordt niet verwerktvolgens de regels die deze schade voorkomt. Met het introduceren vaneen afgifteplicht voor specifieke categorieën van bedrijven wordt aan dezeproblematiek tegemoetgekomen. De afgifteplicht AEEA zal van toepassingworden voor kringloopbedrijven en bedrijven voor reparatie van gebruikteproducten, metaalrecyclingbedrijven waaronder schroothandelaren,milieustraten, bouwbedrijven, installatiebedrijven, grondbouwbedrijven,wegbouwbedrijven, waterbouwbedrijven, schildersbedrijven, datacentra,laboratoria en ziekenhuizen, voor zover deze bedrijven onder het Besluitactiviteiten leefomgeving vallen. Het afgeven van AEEA kan plaatsvindenvia een drietal opties: ofwel direct afgeven aan een gecertificeerdeverwerker, ofwel afleveren bij een officieel inzamelpunt in het UPVsysteem voor AEEA9, ofwel afgeven aan een vergunde inzamelaar.Het oogmerk van de afgifteplicht is dat AEEA uiteindelijk passend wordtverwerkt en niet weglekt uit de verwerkingsketen. De afgifteplicht heeftalleen betrekking op apparaten die de afvalstatus hebben bereikt en geldtniet voor apparaten die (nog) geen afval zijn. Om deze reden geldt deafgifteplicht niet voor apparaten die door de eigenaar van het apparaatzelf worden gerepareerd, of ter reparatie worden aangeboden bij eenreparatiebedrijf of als tweedehands product worden verkocht ofovergedaan aan een ander bedrijf, particulier of een refurbisher. Deafgifteplicht gaat pas in zodra de eigenaar van een apparaat besluit zichdaarvan te ontdoen (afvalstatus) nadat de eigenaar heeft bepaald dathergebruik, reparatie of refurbishment niet mogelijk of wenselijk is. Dezeafweging wordt volledig zelf door de eigenaar van een apparaat gemaakt.De afgifteplicht staat daarmee hergebruik en reparatie van producten dienog geen afval zijn dus niet in de weg.Inmiddels is een ontwerpbesluit afgifteplicht AEEA in een gevorderdstadium: een internetconsultatie heeft plaatsgehad10 en alle voorge-schreven toetsen zijn uitgevoerd11. Het ontwerpbesluit zal op korte termijnaan de Raad van State worden gestuurd voor advies, alsmede aan deKamer in de voorhang.d. Uitvoering van reparatie en hergebruik van AEEA Voordat ingezamelde AEEA wordt afgevoerd voor recycling bij eengecertificeerde verwerker, moet volgens de Regeling AEEA een tussenstapworden uitgevoerd om maximale voorbereiding voor hergebruik vanAEEA te realiseren. In artikel 9 van de regeling is bepaald dat eeninzamelsysteem erin moet voorzien dat AEEA die moet wordenvoorbereid voor hergebruik wordt gescheiden van andere ingezameldeAEEA. Deze scheiding kan worden uitgevoerd op diverse momenten in deinzamelketen, bijvoorbeeld al op de milieustraat bij aflevering van AEEAdoor particulieren of in een sorteercentrum waar AEEA wordt gesorteerdvoor verdere verwerking waaronder recycling. Stichting OPEN is alsuitvoeringsorganisatie van de producenten en importeurs van EEAverantwoordelijk voor de uitvoering van deze scheiding en kan in eenproactieve rol bijdragen aan de vormgeving van reparatie en hergebruikvan AEEA als vervolgstap. Stichting OPEN pakt die rol ook, getuige de9Wecycle voor bedrijven10Overheid.nl | Consultatie Afgifteplicht afgedankte electronica (AEEA), berichten (internetcon-sultatie.nl)11HUF-toets, bedrijfseffectentoets, MKB-toets en ATR-toets.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 786 diverse acties die de afgelopen periode zijn gestart12 al dan niet alspilotprojecten. De vraag is in hoeverre voorbereiding voor hergebruik vanAEEA in Nederland kan worden opgeschaald naar een structurelevoorziening binnen het inzamelsysteem. Dit vraagstuk zal dan ook wordenbesproken met Stichting OPEN in het eerstvolgende bestuurlijk overlegmet de stichting.Op de uitvoering van voorbereiding voor hergebruik van AEEA zijnspecifieke wettelijke eisen van toepassing13. Uitsluitend gecertificeerdebedrijven mogen afgedankte producten herstellen of refurbishen zodanigdat het afgedankte product weer als een werkend product in de handelkan worden gebracht. Handelingen aan AEEA, waaronder de handelingvoorbereiding voor hergebruik, zijn niet zonder gevaar voor mens enmilieu en moeten zorgvuldig en volgens een uniform protocol wordenuitgevoerd. Gedacht kan worden aan gevaar voor elektrische schok,brand- en explosiegevaar of gevaar door chemische of thermische reactie.Om die reden is op de handeling «voorbereiding voor hergebruik» deinternationale standaard NEN-EN 50614 van toepassing verklaard alsbasis voor de certificering van bedrijven die deze handeling uitvoeren.Inmiddels hebben in Nederland circa 62 bedrijven een certificaat op basisvan de standaard NEN-EN 50614 verkregen. Dit zijn veelal ook bedrijvendie als professionele kerntaak AEEA inzamelen, sorteren en verwerken.Hoewel Stichting OPEN bedrijven ondersteunt met advies en eentegemoetkoming tot € 5.000, blijkt dat het behalen van een certificaat voorde kleinere reparatiebedrijven een te grote inspanning vergt. Om diereden zal voor de categorie kringloopbedrijf en bedrijf voor reparatie vangebruikte producten14 zoals afgebakend in het Besluit activiteitenleefomgeving een wijziging van de Regeling AEEA worden voorbereid dievoor deze categorie de certificeringsplicht zal vervangen door eeneenvoudiger set voorschriften. De verwachting is dat in het voorjaar 2025een ontwerpregeling voor zienswijze kan worden gepubliceerd.12ATAG Benelux wint Wecycle Award voor pilot in hergebruik keukenapparatuur – StichtingOpen (stichting-open.org) en Harddisk wiping: een veilige manier voor het hergebruiken vanlaptops – Stichting Open (stichting-open.org)13Artikel 11 van de Regeling AEEA14Bedrijven zoals bedoeld in paragraaf 3.5.2 van het Besluit activiteiten leefomgevingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 787 OVERZICHT VOORTGANG ACTIVITEITEN EN ONTWIKKELINGENROND REPARATIEIn de Kamerbrief van 24 juni 2024 is de Kamer een overzicht gegeven vande diverse activiteiten op reparatie en hergebruik en de mogelijkheden omtot verdere stimulering daarvan te komen. In deze bijlage wordt deverdere voortgang op enkele onderdelen gemeld.In de Kamerbrief «Reparatie in de circulaire economie»15 werdendrie sporen besproken waarlangs moet worden gewerkt om reparatie denorm te maken: beter productontwerp, versterking van de reparatie-infrastructuur en vakmanschap, consumenten stimuleren om producten te(laten) repareren.Hieronder wordt ingegaan op de ontwikkelingen in deze verschillendesporen.1. Beter productontwerp De inzet in Europa op beter productontwerp wordt gecontinueerd.Reparatie zal een belangrijk onderdeel zijn van de Nederlandse inbreng opvoorgestelde Europese productspecifieke Ecodesign-eisen. Het is daarbijvan belang dat het Europese Ecodesign werkplan, dat verwacht wordt inapril 2025, ook een aantal productgroepen uit de categorie elektrische enelektronische apparaten bevat. Nederland zal hiervoor pleiten bij deEuropese Commissie. Ook zal Nederland er bij de Commissie voor ijverendat er een voorstel komt voor een horizontale repareerbaarheidseis, zodatvoor meerdere productgroepen kan worden verplicht dat zij aan minimalerepareerbaarheidsvereisten voldoen.2. Versterking van de reparatie-infrastructuur en vakmanschap ReparateursregisterIn samenwerking met Techniek Nederland is in 2023 al een eerste pilotvan het reparateursregister voor elektrische en elektronische apparatengelanceerd. Dit wordt momenteel verder uitgewerkt waarbij StichtingRepairCafé, TU Delft en diverse brancheorganisaties worden betrokken.Naar verwachting zal begin 2025 een nieuwe, volledigere versie van hetregister online komen.Lang Leve Elektronica (LLE) CoalitieIn 2023 is de «Lang Leve Elektronica (LLE) Coalitie» opgericht in decontext van de prioritaire productgroep EEA in het Nationaal ProgrammaCirculaire Economie (NPCE). De coalitie is een samenwerkingsverbandvan 23 partijen met als missie dat EEA in 2030:a.langer meegaan via hergebruik, reparatie of refurbishment,b.optimaal gebruikt worden door goed onderhoud en deelgebruik.Om bovenstaande missie tot een goed resultaat te brengen is een planvan aanpak uitgewerkt dat de onderstaande vijf icoonprojecten omvat diedoor de partijen zelf worden uitgevoerd:−Tweedehands: inzameling via milieustraat voor reparatie en kringloop,−Reparatie: uitwerken van een Klantreis voor Reparatie,−Refurbish: verder verbreden en opschalen van het Keurmerk Refur-bishment,−Deelgebruik: stimuleren van gedeeld gebruik van apparaten,−Onderhoud: Opzetten en delen van onderhoudskaarten.15Kamerstuk 32 852, nr. 316BIJLAGE 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 788 Deze bundeling van energie en bereidheid om bij te dragen aan hetvoortgezet gebruik van producten zoals bedoeld in het NPCE biedt kansenvoor opschaling. De verdere ontwikkeling en voortgang van de icoonpro-jecten zal nauwgezet worden gevolgd en waar mogelijk worden onder-steund.Circulaire ambachtscentraOp 1 november 2024 is de Regeling Specifieke uitkering circulaireambachtscentra wederom opengesteld voor het aanvragen van eensubsidie. Initiatiefnemers kunnen tot 30 november een aanvraagindienen16. Het NPCE streeft naar de realisering van een landelijk dekkendnetwerk van circulaire ambachtscentra in 2030. Een circulair ambachts-centrum is een locatie of netwerk waarbij verschillende partijen samen-werken om afvalstromen te verminderen en hoogwaardig product- enmateriaalhergebruik te faciliteren. Hierbij worden minimaal de functiesvan een milieustraat, kringloopwinkel, reparatiewerkplaats, onderwijs enhet sociaal domein gecombineerd. Circulaire ambachtscentra kunnen eenbelangrijke rol vervullen in het stimuleren van reparatie door bijvoorbeeldbezoekers aan milieustraten en kringloopwinkels te wijzen op demogelijkheid hun producten te (laten) repareren in plaats van af tedanken. De centra leveren ook nieuwe banen op, ook voor mensen meteen afstand tot de arbeidsmarkt.Uitvoeringsplan Duurzaamheid in het OnderwijsEen van de elementen uit het Uitvoeringsplan Duurzaamheid in hetOnderwijs is het kwartiermakerstraject Duurzaamheid in het Onderwijs.Dit traject heeft als doel om onderwijsinstellingen vraaggestuurd teondersteunen bij het verankeren van duurzaamheid in het onderwijs.Hiervoor wordt een werkplan voor 2025–2030 ontwikkeld met aspecten alshet aanstellen van een duurzaamheidscoördinator of het professionali-seren van lokale ondersteuners. Zo kunnen scholen die dat willenduurzaamheid meer aandacht geven in hun onderwijspraktijk. Scholenkunnen reparatie in het kader van dit traject aandacht geven.Subsidieregeling voor om- en bijscholing van werkenden naar deCirculaire EconomieEr wordt momenteel ook gewerkt aan een subsidieregeling voor om- enbijscholing gerelateerd aan de circulaire economie. Scholing gericht opreparatievaardigheden zou hieronder vallen. Er wordt verkend of ditthema kan worden opgenomen in de Actieagenda Leven Lang Ontwik-kelen, dat zich richt op de omscholing van werkenden. De regeling enagenda zijn naar verwachting in 2025 gereed.Subsidieregeling circulair implementeren en opschalenOp 30 januari 2025 wordt de nieuwe subsidieregeling circulair implemen-teren en opschalen opengesteld. Met deze subsidie kunnen bedrijvennieuwe innoverende circulaire projecten implementeren of succesvollecirculaire projecten opschalen. Op deze manier worden bedrijvengestimuleerd voor circulaire in plaats van lineaire activiteiten te kiezen enworden circulaire koplopers beloond door deze succesvolle ondernemerste helpen met het opschalen van hun bedrijf. De subsidie kan wordeningezet voor reparatie, opknappen, hergebruik, voorbereiding voorhergebruik, herproductie en/of het faciliteren van hoogwaardige recycling.Ook elektrische en elektronische apparatuur komt hiervoor in aanmerking.16Start subsidieregeling circulair ambachtscentrum 2024 – Circulair AmbachtscentrumTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 789 3. Consumenten stimuleren om hun producten te (laten)repareren Invoeren recht op reparatie buiten de garantietermijnIn de Kamerbrief «Reparatie in de circulaire economie»17, werd aange-kondigd dat de mogelijkheid van het invoeren van een recht op reparatiebuiten de garantietermijn door het kabinet zou worden verkend. Dit zoueen aanvulling betekenen op de bepalingen onder de EU-RichtlijnGemeenschappelijke regels voor het bevorderen van reparatie18, diereparatie buiten de garantietermijn al verplichten voor productenwaarvoor reparatievereisten gelden. Het eerder uitgevoerde juridischonderzoek naar nationale maatregelen voor het recht op reparatie19 weesuit dat het juridisch mogelijk is om een algemeen recht op reparatiebuiten de garantietermijn in te voeren, mits dit geen belemmeringenveroorzaakt voor de goede werking van de interne markt.In de verkenning uitgevoerd door de Ministeries van IenW en van EZ, isgekeken naar de verwachte effecten van het invoeren van een algemeenrecht op reparatie buiten de garantietermijn. Deze maatregel zou totgevolg kunnen hebben dat producten vaker worden gerepareerd endaardoor langer meegaan. Dit leidt tot minder afval en past goed bij decirculaire economie. Het is echter onduidelijk in welke gevallen een bredereparatieverplichting voor fabrikanten ook daadwerkelijk tot meerreparaties leidt, aangezien de reparatieverplichting dan ook zou geldenvoor productgroepen die niet aan repareerbaarheidsvereisten voldoen en– ondanks een reparatieverplichting – technisch wellicht niet kunnenworden gerepareerd. Ook geldt voor verouderde producten, die bijvoor-beeld weinig energie-efficiënt zijn, dat het milieuvriendelijker kan zijn omeen nieuw, zuiniger product aan te schaffen.Daarnaast speelt de bereidheid van de consument om een product telaten repareren een grote rol. Hoge kosten voor reparatie en beperktemogelijkheden om via de fabrikant te laten repareren, kunnen eenconsument ondanks de brede reparatieverplichting ontmoedigen om eenproduct te laten repareren.Voor het bedrijfsleven zou een dergelijke brede reparatieverplichting inNederland als oneerlijk kunnen worden beschouwd. Fabrikantengevestigd in Nederland krijgen immers te maken met hogere administra-tieve en financiële lasten dan fabrikanten die actief zijn in lidstaten waarde verplichting niet geldt. De meeste lidstaten waarmee eerder isgesproken over maatregelen omtrent reparatie20 gaven aan dat zij niettoewerken naar het nemen van aanvullende, nationale maatregelen.Daarnaast is het effect van een reparatieverplichting op het product-ontwerp onduidelijk. Daarvoor is het stellen van repareerbaarheidsver-eisten aan producten onder de EU Ecodesign-verordening naarverwachting effectiever. Europese Ecodesign-eisen dragen bovendien bijaan een gelijk speelveld.Het zou daarnaast moeilijk zijn om een brede reparatieverplichting tehandhaven. Een toezichthouder kan lastig doorgronden of een fabrikantterecht aangeeft dat een product technisch niet kan worden gerepareerd.Bovendien moeten handhavers door de consument worden gewezen op17Kamerstuk 32 852, nr. 31618Richtlijn (EU) 2024/179919Kamerstuk 22 112, nr. 394920Kamerstuk 22 112, nr. 3949Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 7810 situaties waarin de fabrikant niet repareert. Het lijkt daardoor onwaar-schijnlijk dat de maatregel in de praktijk het gewenste effect zal sorteren.Om bovengenoemde redenen zal de invoering van een algemeen geldendrecht op reparatie buiten de garantietermijn niet verder worden verkend.De komende tijd zal de focus liggen op de uitwerking van de EuropeseEcodesign-eisen voor productgroepen. In dat proces zal waar passendworden ingezet op een repareerbaarheidseis en een reparatie-index.ReparatiebonusMomenteel doet KPMG in opdracht van het Ministerie van IenWonderzoek naar financiële prikkels voor de circulaire economie. In datonderzoek verkennen de onderzoekers onder andere de reparatiebonus.Het onderzoek besteedt aandacht aan de mogelijke (economische)effecten van de maatregel, verwachte milieueffecten, de uitvoerbaarheidvan de maatregel en de samenhang met gerelateerde maatregelen diereparatie stimuleren. Naar verwachting kan het onderzoek in de eerstehelft van 2025 met de Kamer worden gedeeld. Op basis van de uitkomstenvan dit onderzoek zal worden gekeken naar vervolgstappen.Onderzoek Sufficiency naar reparatiegedrag van bedrijvenHet onderzoeksbureau Sufficiency doet momenteel in opdracht van hetMinisterie van IenW onderzoek naar het reparatiegedrag van bedrijven.Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het programma CirculairDoen. De onderzoekers gaan in op de barrières die bedrijven ervarenwanneer zij een reparatiedienst (willen) aanbieden. Ook wordt eronderzocht hoe consumenten reageren op de aangeboden reparatie-diensten. Naar verwachting kunnen de onderzoeksresultaten in deeerste helft van 2025 met de Kamer worden gedeeld.Communicatie vanuit Milieu CentraalStichting Milieu Centraal, waaraan het Ministerie van IenW subsidieverstrekt, communiceert actief over het thema reparatie. Hiervoorgebruiken zij verschillende formats, zoals Dierbare Dingen, ASMR, en Fix.In deze formats komt reparatie, opknappen en onderhoud uitgebreid aanbod. Volgend jaar zal Milieu Centraal extra aandacht besteden aan hetthema kopen van refurbished ICT-apparatuur.Reparatie-indexVoor het kabinet is het belangrijk dat consumenten inzicht hebben in hetgemak waarmee het product te repareren is, zodat zij dit in hun aankoop-besluit kunnen meenemen. Om deze reden zal het kabinet er bij deEuropese Commissie op aandringen dat de toekomstige Europeseproductspecifieke Ecodesign-eisenwaar relevant een reparatie-indexbevatten. Momenteel doet Ökopol onderzoek naar een reparatie-indexvoor ovens. Dit onderzoek wordt gezamenlijk gefinancierd door IenW ende Duitse en Belgische Milieuministeries. De uitkomsten, die in deeerste helft van 2025 worden verwacht, kan de Europese Commissiemeenemen in de Ecodesign eisen voor ovens. De Commissie heeft devoorbereidende studie in 2024 afgerond en zal in 2025 toewerken naarconcept Ecodesign-eisen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 7811
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.