KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 12 juni 2025, over verslag Formele Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid op 19 juni 2025

4 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0992b69b8078c1fa · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 795 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 4 juli 2025 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de vastecommissie voor Europese Zaken hebben op 12 juni 2025 overleg gevoerdmet de heer Van Hijum, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 10 juni 2025 inzake geannoteerde agenda formeleRaad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 19 juni 2025(Kamerstuk 21 501-31, nr. 789);–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 28 april 2025 inzake verslag informele Raad Werkge-legenheid en Sociaal Beleid 14–15 april 2025 (Kamerstuk21 501-31, nr. 785);–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 10 april 2025 inzake antwoorden op vragen commis-sie over de geannoteerde agenda informele Raad Werkgelegen-heid en Sociaal Beleid 14-15 april 2025 (Kamerstuk 21 501-31,nr. 782) (Kamerstuk 21 501-31, nr. 783);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 9 mei2025 inzake fiche: Voorstel tot aanpassing van het EuropeesGlobaliseringsfonds (Kamerstuk 22 112, nr. 4052).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgele-genheid,TielenDe voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van der PlasDe griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgele-genheid,Post kst-21501-31-795ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7951 Voorzitter: TielenGriffier: Van den BroekAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Aartsen, Blaauw, Kouwen-hoven, Patijn en Tielen,en de heer Van Hijum, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Vice-Minister-President.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen, allemaal. Het is 10.00 uur. We gaan beginnen. Welkom bijde vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Wegaan een commissiedebat voeren met de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid – meneer Van Hijum, welkom – en met een aantalKamerleden, onder anderen mevrouw Patijn namens GroenLinks-PvdA,meneer Blaauw namens de PVV en meneer Kouwenhoven namens NieuwSociaal Contract. We gaan het hebben over de Formele Raad voorWerkgelegenheid en Sociaal Beleid, want de Minister gaat volgende weekmet zijn Europese collega’s in gesprek. Als Kamer geven we hem danvaak graag wat dingetjes mee. Daar is dit debat voor bedoeld. We hebbener ongeveer twee uur voor uitgetrokken, dus ik kan me voorstellen dat iknu niet heel streng hoef te zijn op aantallen interrupties enzovoorts. Latenwe er een soepel debat van maken. Mevrouw Patijn, we beginnen met uwinbreng namens de fractie van GroenLinks-PvdA. U heeft drie minuten.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik wil misschien even beginnen met iets uitleggen. Ik heb erg aange-drongen op dit debat. Dat is niet per se omdat de agenda van dezeFormele Raad direct een reden is voor een gesprek, maar ik zou toch heelgraag een aantal dingen aan de Minister mee willen geven.Onder het mom van regeldruk wordt er een soort afbraakagenda voorEuropa uitgewerkt. De Commissie komt in heel hoog tempo met grotepakketten wetgeving. De agenda leidt tot een soort gewenste aanpassingvan wetgeving en regels die weg moeten, maar dat gaat ten koste van hetrecht op bescherming van werknemers en consumenten. De door Europaongelofelijk snel doorgedrukte agenda’s zijn vormgegeven in dezogenoemde Omnibuspakketten en in strategieën zoals de Single MarketStrategie. Inmiddels zijn daarbinnen meer dan vijftien verschillendepakketten aangekondigd, waardoor belangrijke normen onder druk komente staan.Voorzitter. Het begon bij de CSDDD. Ik moet het, geloof ik, op z’n Engelszeggen, maar daar ben ik nooit zo goed in. Dat is de wet die bedrijvenverantwoordelijk houdt voor de productieketen. Deze antiwegkijkwetdreigt nu te verdwijnen, zodat bedrijven kunnen blijven wegkijken. Datvinden we zorgwekkend. Maar het pakket is veel breder. De andere delenzijn minder bekend, maar op z’n minst zo verstrekkend.Neem het zogenoemde 28ste regime. Volgens de Commissie ervarenbedrijven zo veel belemmeringen dat de interne markt gladder gestrekenmoet worden en er een wettelijk EU-ministelsel moet komen. Daaringelden dan alleen een soort basisnormen die bedrijven toe kunnen passenop werknemers in alle landen, want het is anders zo lastig voor bedrijvenin de uitvoering. Hierin zitten ook gevolgen voor de rechten van Neder-landse werknemers. Kan de Minister aangeven welke gevolgen dit heeftvoor bijvoorbeeld nieuwe wetgeving die klaarligt in het arbeidsmarkt-pakket? Zou deze nieuwe wetgeving voor een deel van de in Nederlandwerkende mensen niet meer gelden omdat het zendlandbeginsel geldt ofomdat het 28ste regime geldt? Wat vindt de Minister daar dan van?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7952 Ook wordt de opmaat gemaakt om middelgrote bedrijven tot 750werknemers, zogenoemde mid-caps, uit te zonderen van standaarden.99% van het bedrijfsleven valt straks onder deze groep en kan mogelijkgevrijwaard worden van normen die we gesteld hebben met elkaar. Er isniet eens een impactanalyse gemaakt, dus we weten niet eens wat degevolgen in dat opzicht zullen zijn. Kan de Minister ons inzicht geven inwat de impact is op de Nederlandse situatie als ook deze zogenoemdemid-caps onder de uitzonderingen komen te vallen die nu alleen voormkb-bedrijven bedoeld zijn?Voorzitter. Waar de EU-minimumnormen vroeger een bodem waren voorlidstaten, dreigt de basisnorm omgezet te worden in een standaardnorm,feitelijk een verbod op een kop. Kan de Minister een inschatting makenvan welke effecten dat zal hebben op de Nederlandse regels diewerknemers moeten beschermen? Een onderdeel van die plannen – hetgaat dan over de SMS, de Single Market Strategie – is het gelijktrekkenvan certificeringsstelsels, met mogelijk gevolgen voor de Wtta. DeMinister schrijft in de beantwoording op de vragen die ik gesteld heb dathij nog niet kan zeggen wat de invloed op de Wtta zal zijn, maar hij erkentwel het risico op sluiproutes.Voorzitter. Ik heb een aantal vragen aan de Minister. Heeft de Minister deagenda van de Commissie scherp? Ziet hij wat voor gevolgen dit kanhebben voor de Nederlandse werknemers? Is hij bereid om in Brussel teknokken voor het beschermen van de rechten die we decennialanghebben opgebouwd en dit voor de komende Formele Raad op de agendate zetten? Is de Minister bereid zijn veto uit te spreken over de SingleMarket Strategie in het geval dat de Wtta daarmee onklaar gemaakt zouworden?Voorzitter, ik ga afronden. Wij zijn voor een Europa dat versterkt, eenEuropa van vooruitgang. Wij zijn tegen een afbraakagenda. Ik roep deMinister dan ook dringend op om zich bij elke gelegenheid die zichvoordoet ervoor in te zetten om te voorkomen dat datgene wat wijbelangrijk vinden qua rechten voor werknemers wordt afgebroken. Ik roephem op om dit in een zo vroeg mogelijk stadium te agenderen, ook opdeze Formele Raad.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Patijn. De andere sprekers hebben inmiddels ook deruimte om een inbreng van vier minuten te doen. Meneer Blaauw, danmag ik het woord aan u geven. U spreekt namens de PVV-fractie.De heer Blaauw (PVV):Voorzitter, dank u wel voor het feit dat ik van u het woord krijg bij mijneerste debat in de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. NaastVolksgezondheid, Welzijn en Sport is dit natuurlijk de allerbestecommissie. Wat ons betreft had dit commissiedebat als een schriftelijkoverleg afgehandeld kunnen worden, maar nadat collega Patijn aangaf ditcommissiedebat toch te willen houden, stond ik er uiteraard voor openom hier aan te schuiven.Voorzitter. Daarom heb ik ook een paar vragen aan de Minister. Allereerstheb ik een vraag over de inbreng van de Minister bij deze Formele Raadvoor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid. Zoals u misschien hebt gemerkt,is het kabinet demissionair geworden. Toen het kabinet nog missionairwas, heeft de Minister deelgenomen aan een informele Raad voorWerkgelegenheid en Sociaal Beleid. Kan de Minister, los van de proce-durele verschillen tussen de twee raden, aangeven of en in hoeverre deinbreng van Nederland gaat verschillen van datgene wat het kabinet zouhebben ingebracht als het nog missionair was? Zou de Minister datwellicht bij elk van de agendapunten van de Formele Raad even kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7953 toelichten door middel van een korte beschouwing en/of reflectie? Als datkan en als we daar tijd voor hebben, hoor ik daar ook graag een motivatiebij.Voorzitter. Ten slotte werd de agenda voor deze Formele Raad pas laatbekend. Helaas gebeurt dat ook wel in andere commissies. Dit zeg iktrouwens niet tegen de Minister; dit gebeurt ook in andere commissiesweleens. Dat kan niet vaak genoeg gezegd worden. Graag zou ik willenweten waarom dat zo is en of die voortaan eventueel sneller kan wordenverstuurd; die vraag hoeft de Minister niet te beantwoorden, maarmisschien kan de voorzitter dat even toelichten.Voorzitter, tot zover.De voorzitter:Dank u wel, meneer Blaauw. Dan komen we toe aan de inbreng van deheer Kouwenhoven. Als ik het wel heb, is dit uw eerste bijdrage in dezecommissie.De heer Kouwenhoven (NSC):Zeker.De voorzitter:Nou, dat is altijd leuk! We gaan met extra aandacht en plezier naar uwinbreng luisteren, meneer Kouwenhoven. Het woord is aan u.De heer Kouwenhoven (NSC):Dank u wel. Dan ga ik ook extra mijn best doen. Misschien is het dan extraleuk om te beginnen met een complimentje aan mevrouw Patijn voor hetidee om dit overleg op deze manier met elkaar te voeren. Ik denk dat dithele relevante onderwerpen zijn. We hebben het regelmatig over Europaals wetten die over ons uitgestort worden. Maar het politieke handwerk isjuist ook om je landelijk heel goed te wapenen en ergens op te richten,zodat datgene wat er in Europa gebeurt ook daadwerkelijk iets is waar wijachter kunnen staan en waar we als Nederland ook profijt van hebben.Complimenten daarvoor. Voor wat betreft het NSC-standpunt denk ik datdat altijd zo is. We hebben ons goed voor te bereiden.In dit gesprek wil ik twee onderwerpen echt even uitlichten. Het eerste isde coördinatieverordening sociale zekerheid. Die moet natuurlijkgemoderniseerd worden. De Minister heeft een non-paper geschrevenmet daarin meer dan twintig voorstellen. Daar lijken nu nog maar eenpaar geschilpunten van over te zijn. De exportduur van deWW-uitkeringen wordt er bijvoorbeeld niet in genoemd. Ik zou aan deMinister willen vragen wat de stand van zaken is wat betreft die twintigpunten. Kunnen we ervoor zorgen dat daar serieus iets mee wordtgedaan? We kunnen ons hier niet in laten rommelen. Hoe groot acht hij demogelijkheid dat die dingen daadwerkelijk verwerkt worden? Ik ben daarecht heel benieuwd naar.Het tweede punt is arbeidsmigratie. Als NSC hebben we altijd gezegd datwe niet alleen naar asielmigratie moeten kijken. Neem het migratiedebatnou serieus en kijk ook naar arbeidsmigratie. Ik ben heel erg compli-menteus richting de Minister als het gaat om de Wtta en de stappen diedaarin gezet worden, maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat dit vervolgensop Europees niveau weer wordt uitgehold. Willen we die kwalificatie- entoegangseisen hebben als het gaat om uitzendconstructies in Bulgarije enRoemenië? Daar maak ik mij zorgen over. Mijn vraag is: kunt u dat voorhet voetlicht brengen in de Formele Raad? Kan dat specifiek ook gebeurenwat betreft de Europese Arbeidsautoriteit en de evaluatie daarvan, die opde agenda staat? Dit is echt een oproep om dat positionpaper daar teherhalen. Ik heb het ook in de stukken zien staan. Het is eventueeltwijfelachtig ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7954 De voorzitter:Wilt u eventjes stoppen? Want deze bel duurt een minuut. Wij kunnen uwel verstaan, maar de mensen die eventueel op afstand kijken niet. Het isleuker om uw zin zo weer af te maken. Dan ga ik mijn best doen om eensoort wachtmuziekje toe te passen.Meneer Kouwenhoven, gaat u verder met uw inbreng.De heer Kouwenhoven (NSC):Dank u wel. De kern van het verhaal is dat we wat betreft arbeidsmigratiein Nederland nu zulke goede stappen zetten. Maar ik maak me zorgenover de risico’s vanuit Europa. We hebben gezien dat de evaluatie van deEuropese Arbeidsautoriteit op de agenda staat. Er wordt ook op ambtelijkniveau de suggestie gedaan dat we daar wellicht onze punten kunnenmaken. Ik zou zeggen: laten we dat dikgedrukt maken en onderstrepen.Laten we echt even de punten maken, zodat Europa ons zo meteen niet inde spreekwoordelijke enkels bijt als het gaat om de stappen die we inNederland zetten. Ik denk dat ik het daarbij laat. Nogmaals, het is goed datwe dit gesprek zo voeren met elkaar.De voorzitter:Dank u wel. Leuk om u zo welkom te heten in deze Kamercommissie.Welkom, meneer Kouwenhoven. Ook welkom aan meneer Aartsen. Hij isook aangeschoven, namens de VVD-fractie. Hij mag zijn inbreng gaanleveren.De heer Aartsen (VVD):Met duizendmaal excuses voor het feit dat ik wat te laat was, voorzitter. Ikzou vandaag graag drie punten willen opbrengen wat betreft de voorbe-reiding op deze Formele Raad.Het eerste punt is arbeidsmigratie; mijn collega benoemde dat al. Wehebben daar al een langdurig gesprek over gehad in deze commissie. Erzijn een aantal zaken, met name de doordetachering van derdelanders, dieop Europees niveau zouden moeten worden geregeld. Denk aan eendetacheringsrichtlijn die de ruimte moet vinden. Maar dit is natuurlijkeigenlijk een breder gesprek in Europa: hoe zorgen we ervoor dat we datop een goede manier kunnen organiseren, zodat mensen hier niet alleenheen kunnen komen, maar ook op een fatsoenlijke manier terug kunnenkomen?De Minister heeft destijds, in het najaar, een soort coalitie gesmeed. Ik benheel benieuwd hoe het daar nu mee staat. Wat is daar nu de stand vanzaken van? Hebben zich daar nieuwe landen bij aangesloten? Er is destijdsvan die groep landen ook een non-paper gepubliceerd. Ik ben heelbenieuwd hoe en waar dat non-paper besproken is. En hoe ziet hetvervolgproces eruit? Gaat het puur en alleen over die doordetacheringvan derdelanders of is er een breder gesprek in Europa? Dan doel ik op ditgesprek: «Ja, we hebben vrijheid van personen en verkeer, maar daar zitook een schaduwzijde aan. Dat betekent niet dat je het goede moetweggooien, maar dat betekent misschien wel dat je met elkaar moetnadenken over de manier waarop we dat hebben georganiseerd.»Een ander punt. De Minister heeft toegezegd dat er voor de zomer eenverkenning naar de Kamer komt over de vraag hoe de nationalewetgeving, vooruitlopend op dat debat, kan worden aangepast. Morgenwordt het 35 graden. We kunnen dus discussiëren over de vraag wanneerde zomer start, maar die begint er toch echt aan te komen. Ik vraag dusaan de Minister wanneer we die kunnen verwachten. Kan hij daar ook aliets over zeggen?Gemakshalve en omwille van de tijd sluit ik me aan bij de vragen vancollega Kouwenhoven over de WW-export, over verordening 883. GaatNederland die nog actief op de agenda plaatsen? Gaan wij ons daarbijaansluiten, of behouden wij ons eigen standpunt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7955 Tot slot het punt van de regeldruk. De Commissie heeft heel duidelijk hetsignaal afgegeven dat zij de regeldruk wil verminderen, het aantal regelswil laten afnemen en de regels wil versimpelen. Dat is de dereguleringsa-genda. Ik kan dat alleen wel moeilijk plaatsen ten aanzien van de socialeagenda. Ik ben heel benieuwd hoe de Minister dat ziet. Ik zie in hetwerkprogramma namelijk nog steeds een hele hoop zaken staan waarvanik als liberaal denk: is dit iets wat we in Brussel moeten organiseren? Hoezit het met de subsidiariteit hiervan? Dan gaat het over toekomstige wet-en regelgeving; ik heb eerder al het recht op onbereikbaarheid genoemd.Daarover kun je politiek gezien van mening verschillen. Wij vinden quacompetentie dat dit iets is om hier in Den Haag te regelen, al zou dateigenlijk überhaupt al op de werkvloer moeten gebeuren. Maar als je alwetgeving zou willen, zou dat op Nederlands niveau moeten gebeuren.Dat was iets over toekomstige wet- en regelgeving.Ik wil ook aan de Minister vragen: kunnen we nou ook niet een beetje inde achteruitkijkspiegel kijken? Er ligt een wetsvoorstel in de Eerste Kamervast op basis van een uitspraak van de advocaat-generaal van het Hof vanJustitie. Dat gaat over de minimumloonrichtlijnen, die vooral bureaucratieveroorzaken. Dat ligt vast. Is dat nou niet bij uitstek een voorbeeld van ietswaar we zonder zouden kunnen? Het zegt niks over het minimumloon zelf.Het gaat puur en alleen over de bureaucratie en de vaststellingdaaromheen. Daar hebben we Brussel niet voor nodig. Dat kunnen wijprima zelf.Hetzelfde geldt natuurlijk voor de loontransparantiecertificaten die moetenworden gemaakt. Dat is nou bij uitstek ook een voorbeeld waarvan deVVD zegt: moeten we niet eens agenderen of dat niet meegenomen moetworden in de regeldrukvermindering? Allemaal nobele doelen, maar deweg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Het laatste wat wedaarvoor nodig hebben, zijn Europese richtlijnen die vooral op het proceszien, op certificaten en rapportageverplichtingen, en die dus niet zozeerhet daadwerkelijke materiële doel bereiken, maar vooral een heleboel redtape en bureaucratie eromheen. Ik wil de Minister uitdagen om te kijken ofhij daar nog een aantal stappen op kan zetten.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dat roept wel een vraag op bij mevrouw Patijn.De heer Aartsen (VVD):Ik had niet anders verwacht.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Toch jammer dat u zo laat binnen was, want ik had allemaal hele nuttigedingen gezegd net. Nee, hoor; voorzitter, excuus.Ik hoorde de heer Aartsen over de derdelanders. Ik denk dat ik daar evenmee begin. Ik had het net over de Single Market Strategie. Voor deduidelijkheid: dat gaat over hoe we die single market wat meer gaanimplementeren. Daarin staat ook dat de Europese detacheringsregelsaangepast moeten worden. Dat zou ertoe leiden dat er in ieder geval geenverplichting meer is om te registreren, maar ook dat er weer geconcur-reerd kan worden op arbeidsvoorwaarden. Er is namelijk gezegd dat diteen van de sociale dingen is die geregeld wordt en dat is fijn, want danhoeven we dat niet alleen te regelen. Dat krijgen we niet nationaaldichtgehecht, dus het is goed dat dat geregeld is in het sociale deel inEuropa. Maar dat zou dus betekenen dat het zendland weer de arbeids-voorwaarden mag toepassen. Dat betekent dat de sociale zekerheid vandat land van toepassing is en dat er dus weer valse concurrentie ontstaaten werknemers tegen elkaar opgezet worden op arbeidsvoorwaarden.Vindt u dan dat alle koppen bekeken moeten worden en misschien welTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7956 weg moeten, «want het is zo verschrikkelijk»? Dat zegt de EZ-commissie.Of zegt u: nou, ik kijk toch met een sociaal gezicht naar deze mensen?De heer Aartsen (VVD):Volgens mij kan het allebei. Wat dat betreft staan we niet zo ver van elkaaraf, denk ik, want juist dit soort constructies zorgen voor een stuk oneer-lijke concurrentie. Nederlandse bedrijven die gewoon in Nederland hunmedewerkers vinden en misschien soms wat mensen van buiten nodighebben, die het allemaal netjes, op een eerlijke manier, proberen te doen,worden dan weggeconcurreerd door bedrijven die de mogelijkheidhebben om allerlei moeilijke constructies op te tuigen. Ik denk dat weelkaar daarin best kunnen vinden. Ik zou vooral willen dat we dieconstructies tegengaan; dat is natuurlijk het punt dat we eerder hebbengemaakt bij de derdelandenconstructies. Er is in Europa vrij verkeer vanpersonen en arbeid. Dat is heel goed. Dat heeft ons veel welvaartgebracht, ook aan mensen zelf. Maar we zien op Europees niveau allerleiconstructen via derde landen en via doordetachering. Doordetachering iseigenlijk gewoon bedoeld voor een Belg die even een paar maanden inNederland komt werken en die niet zijn complete bsn en social securitynumber wil overzetten, omdat dat een ingewikkeld ander stelsel is. Daar ishet natuurlijk oorspronkelijk voor bedoeld. Ik denk dat dat verstandig is.Maar als we zien dat er mensen vanuit Colombia via Portugal naarNederland komen, dan denk ik dat er iets misgaat. Daar wil ik de Ministerop bevragen. Ik ben blij dat u deze regulering nog even aanhaalt, want datzou eigenlijk mijn vervolgvraag zijn geweest. We hebben nationalewetgeving, maar dit is natuurlijk bij uitstek de mogelijkheid om met deDetacheringsrichtlijn ook doordetachering aan te kunnen pakken. Mijnvraag zou dus zijn hoe we dat op de agenda kunnen krijgen.De voorzitter:Mevrouw Patijn heeft een vervolgvraag.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ja, want hoor ik u nu zeggen: als dit het gevolg zou zijn van de SingleMarket Strategie, dan ben ik ook tegen de agenda die Von der Leyen nuaan het uitrollen is op dit specifieke gebied? We weten het allemaal nogniet precies. Ik zou heel graag samen optrekken om te voorkomen dat ditsoort strategieën uiteindelijk leiden tot valse concurrentie en het uitspelenvan werknemers op de werkvloer.De heer Aartsen (VVD):Ik denk dat we elkaar op dit specifieke onderdeel best kunnen vinden. Jewil een gelijk speelveld van bedrijven. Je wil een eerlijke behandeling vanmensen. Ik denk dat dat ook goed is. Ik spreek ook heel veel ondernemersdie zeggen: «Ik heb mensen uit Polen of Roemenië bij mij werken. Diemensen ken ik. Ik ken hun familie. Ik zorg goed voor ze. Ik wil dehuisvesting goed en netjes regelen. Maar ik word in het dorp met de nekaangekeken omdat ik arbeidsmigranten heb.» Ik denk juist dat we zowelvoor de mensen zelf alsook voor een gezonde economie en een gezondondernemersklimaat kunnen winnen als er een fatsoenlijke, normalebehandeling van die mensen plaatsvindt. Ik denk dat dat heel verstandigis om heel veel redenen, die we misschien op een andere manierbenadrukken. Ik denk dat we hierop elkaar echt wel kunnen vinden.De voorzitter:Daarmee zijn we aangekomen bij het einde van de eerste termijn van dezijde van de Kamer. Ik kijk even naar de Minister. Vijf minuutjes? Nou, dangaan we even vijf minuutjes de benen strekken. Tot over vijf minuutjes.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7957 De voorzitter:We gaan weer verder met het commissiedebat over de Formele Raad voorWerkgelegenheid en Sociaal Beleid van volgende week. We zijn toege-komen aan de eerste termijn van de zijde van de Minister. Ik geef hetwoord aan Minister van Hijum.Minister Van Hijum:Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de leden van uw commissie voor hunvragen en inbreng. Laten we om te beginnen even zeggen: het is de eerstevergadering in mijn rol als demissionair Minister. Op de vraag van de heerBlaauw en anderen wat er nou verandert, zal ik zo ingaan. Om te beginnenwil ik zeggen dat de samenwerking in missionaire status met dezecommissie mij altijd buitengewoon goed is bevallen. Ik wil daar echt mijndank en waardering voor uitspreken, ook over de afgelopen periode. Wezijn voor mijn gevoel nog lang niet klaar. Het is dus een abrupt einde vaneen agenda die we, denk ik, echt verder hadden kunnen en moetenbrengen, maar waar nu de grond in elk geval aan is ontvallen.Laat ik om te beginnen dan toch in de richting van de heer Blaauw zeggendat er wat de regering betreft in eerste instantie niet veel verandert. Ookde komende periode blijven het hoofdlijnenakkoord en het regeerpro-gramma wel het kompas waarop wij varen. Dat wil niet zeggen dat wij alledetails en alle maatregelen precies zo uitvoeren. Er zullen misschien somswegingen plaatsvinden. Maar als dat zo is, dan zult u dat zien. Wij vindenhet ook belangrijk dat wij voorspelbaar zijn, dat u weet waarop u kuntrekenen als het gaat om de inzet van de regering.Tegelijkertijd is de werkelijkheid dat we straks met de drie nog dragendepartijen geen meerderheid meer in de Kamer hebben. We moeten duskijken waar de meerderheden zitten. In die zin ontstaat er misschien eeninteressante fase waarin we misschien toch een aantal dingen kunnendoen. Mijn inzet zal in ieder geval zijn en blijven dat we zo ver mogelijkkomen met de agenda waaraan we begonnen zijn. Weer een jaarverliezen... De problemen houden niet op voor mensen thuis. U heeftallemaal vragen gesteld over arbeidsmigratie. Dat gaat gewoon door.Onze inzet, ambtelijk en bestuurlijk, zal dus echt zijn dat we proberen omdingen toch verder te brengen. We kijken in overleg met de Kamer waarwe komen, in het volle besef dat wat wel en niet controversieel is,uiteindelijk natuurlijk niet bij ons, maar bij de Kamer ligt. Dus de speel-ruimte wordt door de Kamer bepaald. Van mij mag u verwachten dat ik opvolle kracht verderga met de dingen die we hebben beloofd. Die willen weook verder brengen in wetten en regels. Dat geldt zeker ook voor de zakendie we op het internationale toneel in gang hebben gezet. Daar heeft uallemaal naar gevraagd. Arbeidsmigratie, met name detachering, is daareen heel wezenlijk hoofdbestanddeel van.Maar laat ik, voordat ik op dat punt inga, op de algemene vragen ingaan.Die zijn door mevrouw Patijn gesteld, maar eigenlijk ook door de heerAartsen. Zij vroegen hoe we aankijken tegen Europese wet- en regel-geving en hoe we ons daartoe gaan verhouden. Dat heeft ook betrekkingop de initiatieven met betrekking tot de inzet van de Europese Commissieom met vermindering van regeldruk en administratieve lasten aan de slagte gaan. Ik denk dat het verminderen van regels en administratieve lasten,in algemene zin, op zichzelf goed is. De Commissie zegt ook dat ze wilkijken hoe ze het ondernemerschap op die manier kan stimuleren.Daar waar het raakt aan sociale zekerheid en socialezekerheidsrechten, issubsidiariteit ons vertrekpunt. Deze discussie hebben we eerder gehad,onder anderen met de heer Aartsen. Hij heeft het woord tot mijnverrassing nu niet genoemd, maar subsidiariteit is nog steeds een heelbelangrijk vertrekpunt, niet alleen voor de regering, maar ook op grondvan het Verdrag van Lissabon. Het staat gewoon in het Verdrag vanLissabon: subsidiariteit is een belangrijk vertrekpunt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7958 Sociale zekerheid gaat over hoe wij onze mensen beschermen met socialeverzekeringen, voorzieningen, arbeidsomstandigheden, verlofrechten enal dat soort zaken. Dat is een nationale competentie. Daarvoor zijn wij nietafhankelijk van Brussel. Wij laten ons op dat niveau ook niet zomaar doorBrussel beïnvloeden. Mevrouw Patijn zegt dat ze zich zorgen maakt overwat die regelgeving betekent voor socialezekerheidsrechten. Onze inzetzal als volgt zijn. Maak per voorstel dat wordt uitgewerkt maar eensinzichtelijk of dat voor ons niveau van bescherming consequenties heeft,en als dat zo is, dan zullen wij ons daar zeker niet zomaar bij neerleggen.Sterker nog, dan vinden wij dat dat een recht is wat primair aan de lidstaattoekomt.De voorzitter:Dat roept een vraag op bij mevrouw Patijn, dus ik geef haar gelegenheidvoor een interruptie.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Wat is het aantal interrupties, als ik ze kort hou?De voorzitter:We hebben ruim de tijd. Als ik denk dat u het te gek gaat maken, dan geefik een waarschuwing.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Het gaat me er echt om de informatie goed te krijgen.De voorzitter:Dat dacht ik al.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):In het eerste Omnibuspakket zaten al aankondigingen voor regels diezorgen voor de afbraak van giftigestoffenbeleid waar mensen meemoeten werken. Heeft u zich daar dan ook tegen verzet? Hoe verhoudtzich dat?Minister Van Hijum:Ik vind dat we ervoor moeten uitkijken om nu te snel het woord «afbraak»te gebruiken. Ik ben er wel alert op. Laat ik dat mevrouw Patijn echtmeegeven. Ik vind het belangrijk dat we ontzettend scherp zijn op hetniveau van sociale bescherming dat wij in wet- en regelgeving hebben.Dat betekent materieel veel voor mensen. Over het algemeen legtEuropese regelgeving, zeker op dit terrein, een soort ondergrens neer. Dathoeft niet per se slecht te zijn.Dat zeg ik ook in de richting van de heer Aartsen. Wat betreft hetminimumloon: hadden we dat nou echt nodig? Nou, nee. Ik bedoel: wehadden al een minimumloon. Dat zat al in de wet. Het heeft onsgedwongen om op een aantal punten te verduidelijken, te onderbouwenen noem maar op, met name over de vraag wat toereikend is. Dat heeftwezenlijk iets gedaan aan het niveau van bescherming. Is het desondanksverdedigbaar dat er op een gegeven moment toch op Europees niveauwordt afgesproken dat alle landen een mechanisme hebben voor hetminimumloon? Daar is misschien best iets voor te zeggen.Dan kom ik bijvoorbeeld op het thema van detachering. U maakt zichallemaal zorgen over de race naar de bodem die tussen bedrijven ontstaatop het moment dat vrij verkeer van werknemers tot mobiliteit van arbeidleidt. Op de ene plek, zoals bij ons, leidt dat tot een veel hogere verzeke-ringsgraad dan in andere landen. Het verschil in arbeidskosten dat daarhet gevolg van is, is dan zo groot, dat er oneerlijke concurrentie ontstaat.Enige vorm van harmonisatie en af en toe een vloer leggen in dat niveau,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7959 kan in het collectief belang, zeg ik dan toch maar even, dus toch heelverdedigbaar zijn.Dan kom ik even bij wat de heer Kouwenhoven daarover zei. Ja, daarzitten we altijd zelf bij. Doen alsof die regels maar uit Brussel komen enons overvallen... Dat is natuurlijk niet zo. We zitten daar zelf bij. Wekunnen zelf wegen hoe die twee dingen zich tot elkaar verhouden. Datgeldt hier ook voor. Ik denk op zichzelf dat de aankondiging in hetDraghipakket om echt goed te letten op het concurrentievermogen vanons continent broodnodig is, ook om de slag met de Verenigde Staten enandere blokken in de wereld aan te kunnen. Moet dat ten koste gaan vanhet niveau van sociale bescherming? Ik denk het niet. Ik denk dat we daarin de uitwerking van die voorstellen buitengewoon scherp op zullen zijn.Ik zie het ook nog niet terug. Nogmaals, het zijn aankondigingen. Er zijnnog geen voorstellen. Op het moment dat ze hier komen, dan zullen we zeiedere keer weer voorzien van appreciaties en toetsen. Dat geldt ook voorsubsidiariteit. Vinden we überhaupt dat Europa zich hiermee mag of moetbemoeien? Wat zijn de consequenties van de Nederlandse situatie?De voorzitter:Dat roept toch nog een vervolgvraag op bij mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):In dat Omnibus I-pakket, dat in ieder geval al hier in deze Kamer gepas-seerd is, komt het niet meer aan de orde. Ik ben ook voor een vloerleggen. Ik vind het ook niet erg als die vloer lager is dan onze norm, alswe maar niet meteen weer klagen over koppen. Dat vind ik geenonbelangrijke daarin. Maar de stap die nu gezet wordt, is de vloerverlagen. De tweede stap die gezet wordt, met een aantal van die regelsdie nu op plank liggen, is er ook een bovengrens voor aan te leggen. Datzou consequenties kunnen hebben voor onze nationale beschermings-regels. Dat is mijn zorg.Minister Van Hijum:Goed. Ik zeg ook niet dat die zorg op al die fronten onterecht is. Ik zegalleen dat we iedere keer, op elk terrein, moeten identificeren waar hij ziten wat onze weging is. Stel dat u vraagt of zo’n Single Market Strategyconsequenties heeft voor de Wtta en de kwaliteitsnormen die wijbelangrijk vinden voor de uitzendsector. Daar maak ik me ook wel zorgenover. We zijn buitengewoon alert op de consequenties daarvan, ook in deambtelijke voorbereiding. We vinden namelijk dat we die misstanden hiermoeten kunnen aanpakken. Deze wet is daarvoor nodig. We laten hemniet uithollen door voorstellen op Europees niveau. Daar zullen we dusbuitengewoon scherp in zijn. Ik vind het dus goed dat u de vraag stelt. Ikvind het ook goed dat we dat met elkaar kritisch volgen. Het is wat mijbetreft ook een voorbeeld dat om actie vraagt. We zullen dat ook proactiefdoen. We zullen de komende raden, zowel informeel als formeel,momenten benutten om dat onder de aandacht te brengen.De voorzitter:Ook meneer Kouwenhoven heeft een interruptie.De heer Kouwenhoven (NSC):Dank aan de Minister hiervoor. Ik zit even te zoeken, want die SingleMarket Strategy zit natuurlijk niet per se bij een SZW-commissie. Mijnvraag is dus ook: hoe trekt het kabinet dan samen op bij de onderwerpendie daar besproken worden, zodat we niet ineens door een andereCommissaris verrast worden?Minister Van Hijum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79510 Integraal werken is voortdurend een opgave voor iedereen, dus ook voorons. De appreciatie van de Single Market Strategie komt deze maand.Deze maand toch, hè? Of over tweeënhalve week; dat is dan net begin juli.De appreciatie komt binnenkort naar de Kamer vanuit EZ. Er wordtnatuurlijk vanuit alle departementen op alle relevante onderdelenmeegekeken. Overigens geldt hetzelfde natuurlijk voor de Kamer. Maargoed, daar ga ik niet over. We letten met elkaar op om op al die fronten deinbreng te leveren.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Van Hijum:Ja, dank u wel. Dat was het even over de algemene zorgen van mevrouwPatijn en in het bijzonder over de Single Market Strategy. Ik ben ingegaanop de vraag van de heer Blaauw over wat de demissionaire statusbetekent en of hij verschil gaat merken. Ik heb duidelijk aangegeven datdat denk ik niet het geval is. Waar dat wel zo is, zullen we dat aangeven.Hij vroeg nog waarom de agenda zo laat is. Dan moet ik mij verschuilenachter onze afhankelijkheid van het voorzitterschap.De voorzitter:Daar bedoelt de Minister niet mij mee, hè?(Hilariteit)Minister Van Hijum:Nee.De voorzitter:Ik zeg het even, omdat meneer Blaauw mij toen ook daadwerkelijk devraag stelde, dus voordat we verwarring krijgen: het gaat dus over devoorzitter van de Europese Unie.Minister Van Hijum:Ja. Excuses, mocht ik die indruk hebben gewekt. Nee, maar we zijn erafhankelijk van. Op het moment dat die agenda’s naar ons toekomen,kunnen wij een annotatie sturen. Die wordt dan zo snel mogelijk met deKamer gedeeld om ook dit inhoudelijke gesprek te kunnen voeren. Dusdat is daarop het antwoord.Dan had de heer Kouwenhoven het erover dat de regels niet over onsheen zouden moeten komen. Dat heb ik aangegeven. Hij heeft een aantalvragen gesteld over de coördinatieverordening sociale zekerheid,verordening 883. Dat is een langslepend hoofdpijndossier, waarvan wijhadden gehoopt dat het een stille dood zou sterven – zo zeg ik het maareven – want het is niet helemaal conform onze inzet. Er is heel hard, ookambtelijk, gewerkt aan een eigen visiedocument over wat wij nou zien alsbelangrijkste moderniseringspunt. Dat betreft de twintig punten waarnaaru heeft verwezen. Desondanks heeft het Poolse voorzitterschap eenpoging gedaan om het bestaande initiatief nieuw leven in te blazen. Dat isbegin deze maand niet verder gekomen. Laat ik het maar even zo zeggen.Ook in de dialoog met de Europese Commissie is er geen perspectief opovereenstemming. Ook daar blijven wij voortdurend alert op. Het lastigeis hierbij dat we een inzet hebben, maar dat we ook afhankelijk zijn vandat waar een meerderheid op een gegeven moment naartoe lijkt tebewegen. De vraag is dan of we toch genoodzaakt zijn om strategisch opeen aantal punten mee te bewegen. Zolang het niet hoeft, doen we datniet. We zijn in de contacten wel heel alert, ook informeel, om met namedat punt van de WW en een aantal andere punten te bewaken. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79511 verwachten niet dat daar de komende weken stappen op gezet worden,ook niet informeel.De voorzitter:De Minister krijgt wat toegefluisterd in zijn oor. Meneer Kouwenhovenheeft daar nog een vraag over.De heer Kouwenhoven (NSC):Ja. Helder. Volgens mij is dit een bekend antwoord. Ik zit te zoeken. Erkomt dus een Deens voorzitterschap aan. Wat zijn uw verwachtingen?Wordt er weer verder aan getrokken of heeft u toch het idee dat de koersmet een nieuw voorstel wat meer tractie zal krijgen als we een anderevoorzitter hebben?Minister Van Hijum:Ik zei al: ik weet dat de Minister van Denemarken daar ook niet enthou-siast over is. We hebben elkaar namelijk daarover tijdens een informeelontmoeten al uitgebreid gesproken. Tegelijkertijd is Denemarkenonafhankelijk voorzitter. Je weet niet of er toch een poging wordt gedaan,want er is wel enige druk, ook van de grotere landen, om hier toch eenkeer een knoop over door te hakken, omdat het al zo’n langslependdossier is. In alle eerlijkheid kunnen we dat dus niet zeggen, en moetenwe naar bevind van zaken handelen. Wij hebben heel duidelijk positieingenomen, en dat blijven we doen. Op het moment dat er toch onder-handeld wordt, zullen we onze belangen vanuit Nederland zo goedmogelijk inbrengen en ook partnerschap zoeken. Als het over de WWgaat, gaat het dan bijvoorbeeld over de termijnen en over de invloed dieje kunt uitoefenen op re-integratie in het betreffende woonland van deuitkeringsgerechtigde. Dat houdt dus echt onze aandacht.De heer Kouwenhoven heeft ook nog een vraag gesteld over onze inzetten aanzien van arbeidsmigratie en de sluiproutes, de detachering. Deheer Aartsen vroeg daar ook naar. Gevraagd is ook wat de voortgang opdat punt is. Ik wil even mijn waardering laten blijken voor de ambtelijkeinzet van SZW, omdat daar echt heel hard aan getrokken wordt achter deschermen. Het werk in Europa is nog niet eens zozeer één keer in dezoveel tijd een Formele Raad, waarbij we ook informele momentenbenutten om invloed uit te oefenen, maar het is ook achter de schermenvoortdurend blijven pushen, aandacht blijven vragen bij de EuropeseCommissie, stukken opstellen en op de goede momenten inbrengen. Datheeft ertoe geleid dat in de – hoe heet de strategie ook alweer? – FairMobility Package opgenomen is dat detachering daarin eenaandachtspunt is en dat er een soort mogelijkheid ontstaat om onzepunten nu ook in te brengen. Je kunt een non-paper maken en je kuntproberen landen achter dat non-paper te krijgen, maar je kunt pas echtmeters gaan maken als de Europese Commissie het overneemt, zorgt dathet op de agenda komt en dan wetgeving gaat uitwerken. Ik heb eerlijkgezegd de verwachting dat we nu met de aanscherping van de Detache-ringsrichtlijn de komende tijd voorstellen kunnen verwachten metbetrekking tot de voorwaarden die aan doordetachering worden gestelden het mandaat van de ELA, de samenwerking in de Europese arbeidsin-spectie, dan wel dat we dat zelf op de agenda kunnen zetten om dievoorstellen nog wat verder te helpen.De heer Kouwenhoven (NSC):Dus u onderstreept dat en gaat dat ook doen tijdens de Formele Raad aande hand van het gesprek over de ELA, dat als w.v.t.t.k. op de agenda staat?Minister Van Hijum:Ja. We moeten daar wel actief naar zoeken. Ik geloof dat we dat in derondvraag moeten doen, maar dat gaan we doen, ook informeel. Ik weetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79512 dat er hard gewerkt wordt om informele ontmoetingen te organiseren,ook over de zomer heen, om dit ook bij andere landen onder de aandachtte blijven brengen en het draagvlak te vergroten. Je ziet namelijk dat hetdraagvlak bij een aantal landen groot is, maar dat daar waar landen zelfverantwoordelijk zijn voor doordetachering, er ook wel weer kritischernaar het voorstel wordt gekeken. Maar interessant is ook dat uit ontmoe-tingen met Ministers uit die landen blijkt dat het tekort aan arbeids-krachten in alle landen zo stevig gevoeld wordt dat ook doordetacheringdaar inmiddels als een probleem wordt gezien. Dus: als mensen dan tochbinnenkomen, hoe hou je ze dan vast? Dat kan ons in die zin ook weerhelpen.De voorzitter:Mevrouw Patijn heeft ook nog een vraag over dit onderwerp, dus als u demicrofoon nog even uitzet, Minister, dan geef ik mevrouw Patijn daarvoorde gelegenheid.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik had nog een vraag. Ik hoorde de Minister het over het non-paperhebben. Ik heb begrepen dat de consequentie van het non-paper kan zijndat er naast de bestaande detacheringsbescherming een aparte richtlijnkomt voor deze groep. Is het risico dan niet aanwezig dat die op een lagerniveau komt te zitten dan het huidige niveau van detachering binnenEuropa? Wij hebben vrij duidelijke regels – nu nog wel – over gelijk loonvoor gelijk werk en dat soort zaken. Is er niet een risico dat er een heelnieuwe onderhandeling ontstaat en dat het weleens zo zou kunnen zijn –als ik het niet goed begrepen heb, hoor ik het graag – dat er een aparterichtlijn naast komt te staan die gaat gelden voor derdelanders, die onderhet niveau komt dat we nu al hebben?Minister Van Hijum:Nee. Dat is ook niet de inzet. Als ik het nu verkeerd zeg, want hier komenwe in de techniek van de richtlijnen ... Wat ik weet, is dat wij onze inzetprimair richten op de periode waarin je bijvoorbeeld ergens te werk moetzijn gesteld om te kunnen worden doorgedetacheerd. Die is dus nietgericht op een nieuwe richtlijn, maar met name op de vraag: hoe zorg jeervoor dat je de bestaande richtlijn misschien kunt verduidelijken? Hetrisico van een nieuwe onderhandeling over een nieuwe richtlijn isnamelijk dat je een hele hoop discussies weer naar boven tilt, wantdetachering is in Europa een mijnenveld, zeg ik toch ook maar. Als je dateffect dus met het verduidelijken of misschien wat oprekken van dietermijnen zou kunnen bereiken, lijkt dat ons een verstandiger strategie.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dus ik hoor u zeggen dat het doel is dat hierover geen nieuwe richtlijnkomt – ik hoop dat u er dan ook alles aan zult doen om dat te voorkomen –maar dat er een aanpassing van de huidige richtlijn komt. Dan heb ikdezelfde zorg als u: dat kan leiden tot het openbreken van de helediscussie over detachering. Daarbij kunnen dan namelijk wel weer dingenverdwijnen die hier juist heel erg gewaardeerd worden.Minister Van Hijum:Nee. Dat bevestig ik. Het zit op de verduidelijking. Dat kunnen richtlijnenzijn, en daarmee bedoel ik dan niet een formele richtlijn zoals die van deEuropese Commissie, maar een richtlijn voor hoe je artikelen interpre-teert. Daar zetten we primair op in.De voorzitter:In derde en laatste instantie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79513 Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik zou het heel fijn vinden om daar, als dat mogelijk is, een soort updatevan te krijgen vóór het CD over de informele Raad. Is dat mogelijk?Minister Van Hijum:Dat lijkt mij geen probleem. We kunnen gewoon even op een rij zettenhoever het er exact mee staat en wat de inzet is. Geen enkel probleem omu dat toe te sturen.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Van Hijum:De heer Aartsen had ook een vraag over de doordetachering. Ik heb heminderdaad een brief toegezegd voor de zomer over de aanpassing vanwetgeving. Het is mooi weer, maar het is nog geen zomer. Maar dietoezegging wordt nagekomen. Er wordt hard gewerkt aan die brief.Volgens mij kan die bijna verstuurd worden. Die toezegging staat dus.Over de export heb ik het een en ander gezegd en over de regelgevingook. Dan heb ik, denk ik, al heel veel punten gehad. Even kijken. Volgensmij heb ik het overgrote deel van de vragen gehad. Ik kijk even of ikmensen enorm tekort doe.De voorzitter:Kamerleden zijn er altijd wel goed in om daarbij mee te kijken. Ik zieinderdaad nog geen non-verbale ...Minister Van Hijum:Ik zie dat ik één vraag nog niet beantwoord heb. Mevrouw Patijn vroegnog naar de impact van het voorstel om de regeldruk te verminderen voorde mid-caps. Dat past een beetje in de algemene lijn die ik daarover hebaangegeven: we hebben natuurlijk altijd bijzondere aandacht voor hetmkb in het kader van de vraag wat wet- en regelgeving betekenen aanadministratieve lasten en kosten voor het midden- en kleinbedrijf. Ookhiervoor geldt dat we, als dat een doorwerking heeft naar de socialezekerheid – volgens mij zit daar namelijk iedere keer de zorg van mevrouwPatijn – met name daarop scherp moeten zijn. Het lijkt mij dat er niet zoveel problemen zijn met het kunnen vereenvoudigen en verhelderen vandingen voor het midden- en kleinbedrijf, maar het gaat, denk ik, met nameom de vraag of het doorwerking heeft voor uitzonderingsposities die hetmidden- en kleinbedrijf bij bepaalde wet- en regelgeving heeft. Dat zul jeecht van geval tot geval moeten bekijken.De andere vragen heb ik beantwoord.De voorzitter:Dat betekent dat we aan het einde van ... Nee, mevrouw Patijn wil tochnog een vraag stellen.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik dacht dat u het zag, maar ik weet helemaal niet of ik nog mag. Wehebben een bepaald aantal interrupties en ik krijg heel veel ruimte,waarvoor dank. Het gaat mij niet alleen om de sociale zekerheid – dat wilik echt nog wel benadrukken – maar ook om de arboregels en bescher-mingsregels. Ik wil alleen maar de oproep doen – dat zal ik straks nog eenkeer doen – om het in de gaten te houden.De voorzitter:Wil de Minister daarop reageren?Minister Van Hijum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79514 Die oproep heb ik goed gehoord en die snap ik ook wel. Die dingenkunnen namelijk vrij snel raken aan het niveau van bescherming dat je ineen lidstaat hebt en aan de autonomie van de lidstaat om daar iets van tevinden. Wij zullen daar dus scherp op zijn en wij zullen dat bij deappreciaties ook zo scherp mogelijk in beeld brengen.De voorzitter:Goed. Dat betekent dat we aan het einde van de eerste termijn zijngekomen. Ik kijk even of er leden zijn die behoefte hebben aan een tweedetermijn.Heel kort, mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ja. Ik wil u danken. Het is een heel plezierig debat zo. Het is eigenlijknauwelijks een debat, maar het is bijna een informatiesessie. Misschienkomt dat wel door de demissionaire status. Ik hoop voor u dat het zorelaxed blijft.Het enige wat ik nog heel specifiek zou willen vragen, is of we deappreciatie van de Single Market Strategie ook voor het CD over deinformele Raad kunnen krijgen.Mijn oproep is duidelijk. Dan is er nog een laatste punt dat ik zou willenmeegeven. Ik zou het fijn vinden als voor het Omnibuspakket I – soms ishet I en soms II; de nummering is niet altijd helemaal duidelijk, maar hetgaat mij om het eerste pakket, dat hier eigenlijk al behandeld is – in kaartwordt gebracht wat de gevolgen zijn die onder uw verantwoordelijkheidvallen als dit allemaal doorgaat in Nederland.De voorzitter:Meneer Blaauw.De heer Blaauw (PVV):Dank, voorzitter. Ook even kort, hoor. Ik wil de Minister danken voor deduidelijkheid die hij heeft gegeven. Ik had eerlijk gezegd ook niet gedachtdat dit debat heel veel vuurwerk zou opleveren. Misschien kunnen we hetvergelijken met een spetterkaarsje. Hopelijk wordt dat straks nietverboden.Ik begreep dat de Minister ook naar de EU-Gezondheidsraad gaat, als hetgoed is, als vervanger ...De voorzitter:Als u daar vragen over heeft, is daar een andere commissie voor.De heer Blaauw (PVV):Precies, dat is een andere commissie, maar dat zit toevallig ook in mijnportefeuille. Daarvoor wil ik de Minister in ieder geval ook alvast veelsucces en wijsheid wensen.Dank, voorzitter.De voorzitter:Meneer Kouwenhoven.De heer Kouwenhoven (NSC):Dank u wel. Ook vanuit mij dank aan de Minister maar ook aan deambtelijke ondersteuning. Ik heb de complimenten gehoord van deMinister aan de ambtelijke ondersteuning over de inzet in Europa. Hetwerk dat richting Europa gebeurt – ik noem het maar even «corvee» –wordt weleens onderschat. Ik denk dat het belangrijk is dat er hard wordtgewerkt aan de nationale agenda die we zo met elkaar hebben bedisseld,bijvoorbeeld over arbeidsmigratie. Daar heb ik veel waardering voor. Datzou ook gelijk de belangrijkste boodschap zijn die ik wil meegeven: blijfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79515 dat doen. Onderstreep dat. Trek ook intensief op met andere EuropeseRaden, want het kan niet zo zijn dat wij hier in Nederland op arbeidsmi-gratie de juiste stappen zetten, waarna het vervolgens via Europa wordtondermijnd.Natuurlijk moeten we de voortgang van de coördinatieverordeningnauwgezet volgen. Ik heb de Minister gehoord. Tegelijkertijd zit er ook eengrote mate van onzekerheid in. Dat hoor ik ook. We weten nog niet hoehet helemaal gaat lopen. We verwachten een en ander. Mijn vraag is omde Kamer erg goed op de hoogte te houden, zowel met de rapportagesdie er al zijn, maar ook als er specifieke ontwikkelingen zijn, want dit isecht iets wat ons aan het hart gaat. Ik denk ook dat dit geldt voor heel veelNederlanders.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Aartsen ziet af van zijn tweede termijn. Ik heb nietheel veel extra vragen gehoord, maar wel een paar. Ik kijk even of deMinister direct al wil reageren.Minister Van Hijum:Ik vraag even om één minuutje, want er is gevraagd om een concretetoezegging. Ik wil even precies weten wat ik met name aan mevrouwPatijn kan toezeggen, met name over het Omnibuspakket en dat soortdingen. Daar heb ik even een paar tellen voor nodig.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:We gaan weer verder. We hervatten het debat met de tweede termijn vande zijde van de Minister.Minister Van Hijum:Dank u wel. Dank voor de reacties en de aansporingen om ambtelijk enbestuurlijk te blijven werken aan de Europese agenda. Ik denk dat we heter met elkaar over eens zijn dat er heel veel wordt besloten en dat je er optijd bij moet zijn. Je moet je ook realiseren dat we het met elkaar doen enbesluiten. Dat zullen we zeker blijven doen.Dan de concrete vraag van mevrouw Patijn over de appreciatie van deSingle Market Strategie. Die kunnen we inderdaad aanleveren voor devolgende informele Raad. Die kan dan ook bij de voorbereiding wordenbetrokken. Dat staat dan ook op de agenda, althans, het thema arbeidsmi-gratie.Ten aanzien van het Omnibuspakket I heb ik een en ander nog evennagevraagd. Over de zorgen in algemene zin heb ik gezegd dat we daaralert op zullen blijven. Maar de specifieke zorgen over dit pakket wordenniet herkend. Daar is uitgebreid over gesproken. Als er overeenstemmingover bereikt wordt, zal dat in de vorm van voorstellen ook weer naar delanden toegaan. Dan zullen er ook weer appreciaties volgen, waarbij wealert blijven, volgens de lijn die ik net heb geschetst, op mogelijkeconsequenties voor het sociale terrein maar misschien ook voor Volksge-zondheid, als dat uw zorg is. Maar de specifieke zorg die u noemt,herkennen wij op dit moment niet. Mijn voorstel zou dan echt zijn om af tewachten wat de vertaling van de gesprekken over dat voorstel concreetoplevert en hoe we ons dan daartoe verhouden, met alle kritische toetsenen waarborgen die we dan ook weer toepassen.De voorzitter:Ik zie geknik. Dat was uw tweede termijn, toch? Ja. Dan zijn we aan heteind gekomen van het commissiedebat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79516 We hebben twee toezeggingen genoteerd. Ik deel ze even om te kijken ofwe allemaal dezelfde verwachtingen hebben.–De Minister zegt toe de Kamer voor de volgende informele Raad eenupdate te sturen over de non-paper Detacheringsrichtlijn naaraanleiding van de vraag van het lid Patijn.–De Minister zal de appreciatie van de Single Market Strategy voor hetcommissiedebat over de volgende informele Raad aan de Kamersturen; dat moet het kabinet zijn, want de Single Market Strategy ziteigenlijk bij een andere bewindspersoon.Dan hebben we dit commissiedebat soepel, snel en toch met ruimtegedaan. Dank aan de Minister en zijn ondersteuning. Dank aan de leden. Ikwens u een plezierige dag.Sluiting 10.58 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79517

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 76418784b513875b

14 okt 2026 · 318d687965039e7a

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.