Kaderrichtlijn Water
Brontekst
Versie a43ba477ceec4671 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202527 625WaterbeleidNr. 716 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 juli 2025Voldoende, schoon en gezond water is essentieel voor mens en natuur:voor ons drinkwater, onze landbouw en industrie, onze recreatie en alsleefgebied voor dieren en planten. Daarom is het van groot belang dat wegezamenlijk inzetten op een goede waterkwaliteit.De doelen voor waterkwaliteit zijn vastgelegd in de Europese Kader-richtlijn Water (KRW). Met volle inzet zijn veel partijen bezig om dewaterkwaliteit te verbeteren en om dichter bij de doelen van de KRW tekomen, en die waar mogelijk te halen uiterlijk in 2027. Daar waar nodig,mogelijk en verstandig gaan we wel gebruik maken van de uitzonderingendie de KRW biedt. Hiermee verwachten we in 2027 voor veruit de meestedoelen te voldoen aan de KRW.Zoals de Europese Commissie (EC) heeft aangegeven in haar evaluatievan de stroomgebiedbeheerplannen 2022–2027, is er meer inspanningnodig om de vervuiling door lozingen en door uitspoeling uit delandbouw te verminderen. Ook roept de EC op om dringend werk temaken van het verbeteren van de inrichting van de wateren en blijft hetdaarom belangrijk dat de afgesproken inrichtingsmaatregelen tijdigworden uitgevoerd.Tijdens het Commissiedebat Water van 26 maart (Kamerstuk 27 625,nr. 713) is aan de Kamer toegezegd om een juridische analyse uit tevoeren naar de stand van zaken van de risico’s met betrekking tot de KRWen de Kamer hierover voor de zomer te informeren. Ter uitvoering vandeze toezegging is opdracht gegeven aan de Landsadvocaat om dezeanalyse uit te voeren. Volgens de analyse van de Landsadvocaat zal voormet name doelen die niet gehaald worden door belasting door mest(nutriënten) en gewasbeschermingsmiddelen vanuit de landbouw naarverwachting ook kritisch gekeken worden naar een beroep op eenuitzondering, waardoor dit niet zonder juridische risico’s is. De hoofdlijnenvan de analyse zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze brief. De juridische kst-27625-716ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 7161 analyse van de Landsadvocaat zelf wordt gelet op het belang van de Staat(en dan met name het procesbelang) als een separaat document alleenvertrouwelijk met de Kamer gedeeld.We zien dat de inspanningen en resultaten sinds 2023 fors zijn toege-nomen. Er wordt alles op alles gezet om de waterkwaliteit richting 2027 teverbeteren. Hiermee proberen we ook de aanzienlijke risico’s op Europesebezwaren en bij nationale rechtszaken te beperken. Mede door hetgezamenlijke KRW-impulsprogramma en regionale impulsen zoalsbijvoorbeeld in Noord-Brabant, Utrecht, Fryslân en Zuid-Holland zien weflinke vooruitgang en zijn mooie resultaten geboekt zoals:•Fors meer inzet op het KRW-proof maken van vergunningen;•Meer betrokkenheid van gemeenten, zo heeft de provincie Zuid-Holland samen met gemeenten, omgevingsdiensten en waterschap-pen het convenant «Samen grip krijgen op indirecte lozingen»gesloten1;•Verscherpt toezicht, bijvoorbeeld met een risicogestuurde aanpak in deglastuinbouw2 en het verplichtstellen om bewijsvoering te bewarendat mobiele zuivering van gewasbeschermingsmiddelen heeftplaatsgevonden;•Extra investeringen in zuiveren bij rioolwaterzuiveringen;•Versnelling en extra inzet op (vertraagde) uitvoeringsprogramma’s. Zoheeft Rijkswaterstaat afgelopen jaar de planningen voor projectenversneld en wordt de budgetspanning aangepakt3. Ook veel provinciesen waterschappen hebben hun uitvoering geïntensiveerd, watopgenomen is in hun regionale impuls- en actieprogramma’s.Voorbeelden hiervan zijn de KRW-impulsen van de provinciesNoord-Brabant4 en Utrecht5, en het actieplan van het waterschapHunze en Aa’s6;•Gericht overleg met buurlanden over buitenlandse verontreiniging;•Steviger inzetten van ruimtelijk instrumentarium zoals beschreven inde Omgevingswet en de Nota Ruimte.We voldoen nu aan ruim 80% van de doelen van de KRW. Dit percentagezal richting 2027 toenemen, maar – ook met de voorgenomen extrainspanningen – niet op 100% uitkomen. Zoals in het tweeminutendebatvan 24 april jl. naar voren kwam, is de verwachting dat geen enkelEU-land alle doelen tijdig zal halen. We werken samen met andere landenom van elkaar te leren en waar nodig met elkaar op te trekken, ondermeer over de wijze van verantwoording hoe wordt voldaan aan de KRW.In veel gevallen waarin een doel niet wordt gehaald, zal een beroep opeen uitzondering mogelijk zijn.Aan het lid Gabriëls is toegezegd7 om de Kamer te informeren over welkeconcrete extra acties beoogd zijn om te gaan nemen om de doelen van deKRW wel te halen. Mede op basis van de resterende opgaven uit de in2024 opgestelde tussenevaluatie zijn veel extra acties en maatregelen ingang gezet. In de bijlagen van deze brief wordt de Kamer geïnformeerdover hoe het staat met de acties en wordt ingegaan op alle anderetoezeggingen die over de KRW gingen uit het Commissiedebat Water van1https://www.zuid-holland.nl/actueel/nieuws/januari-2025/koplopergroep-gaat-samenwerking-grip-krijgen/2https://www.h2owaternetwerk.nl/h2o-actueel/delfland-stelt-aanzienlijk-meer-lozingsovertredingen-in-tuinbouwgebieden-vast3Zoals vermeld in Kamerstukken 27 625, nr. 699 van 11 februari 20254https://www.brabant.nl/onderwerpen/water-bodem/kaderrichtlijn-water/5https://www.provincie-utrecht.nl/actueel/nieuws/krw-impuls-utrecht-nieuwe-maatregelen-voor-schoon-en-gezond-water6https://www.hunzeenaas.nl/vervolgacties/7TZ202504-057Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 7162 26 maart jl. en het tweeminutendebat Water van 24 april jl. Hierbij wordtvoortgebouwd op de brief over de tussenevaluatie KRW van 20 december20248 en de verzamelbrief water van 20 maart 20259.Hieronder vindt u een overzicht van de bijlagen die bij deze brief gevoegdzijn, inclusief een korte toelichting wat in welke bijlage terug te lezen is.Bijlage 2: chemische stoffen: voor de aanpak van 42 onder de KRWgenormeerde stoffen waar nog normoverschrijdingen zijn, is vanuit hetKRW-impulsprogramma een uitvoeringsplan chemische stoffenopgesteld. De betrokken overheden hebben bestuurlijk commitmentuitgesproken om zich volop in te zetten voor de uitvoering van het plan.Bijlage 3: ecologie (biologie, nutriënten en inrichting): te hogenutriëntenconcentraties (stikstof en fosfor) zijn een belangrijke oorzaakvoor het niet halen van de biologische doelen. Bij de voorbereidingenvoor het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn zijn provincies en water-schappen aangehaakt waar het gaat om het adresseren van de restop-gaven voor nutriënten vanuit de landbouw. Nutriënten uit rioolwaterzuive-ringsinstallaties worden via het uitvoeringsplan chemische stoffenopgepakt.Bijlage 4: belasting vanuit het buitenland: in overleg met hetbuitenland brengen we oorzaken van doeloverschrijdingen beter in kaarten bespreken we die met hen. En zetten we erop in concrete afspraken temaken over terugdringing. Waterschappen, provincies en het Ministerievan IenW zijn daar druk mee bezig, bijvoorbeeld via grenswatercom-missies.Bijlage 5: verantwoording en inzet richting Europese Commissie:er is gestart met de motivering van mogelijke uitzonderingen. De partnersvan het impulsprogramma trekken intensief samen op. Er zijn handrei-kingen uitgewerkt en Nederland neemt initiatief in de afstemming met deandere EU-lidstaten en de Europese Commissie.Bijlage 6: nieuwe stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033: deuitwerking van de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033 isgestart, waarbij alle bevindingen en resultaten van het impulsprogrammaworden meegenomen.Bijlage 7: aansturing en samenwerking: voor het eerst zijn formelevoortgangsgesprekken gevoerd door de coördinerend Minister van IenWmet alle individuele gedeputeerden betreffende de voortgang van de KRWin hun regio. Ook geeft deze bijlage een reactie op de «position paperDoelbereik KRW vraagt om slagvaardige overheid» van de provincieZuid-Holland en wordt ingegaan op welke wijze IenW vervolg wil gevenaan de adviezen van de expertgroep tussenevaluatie KRW.)Bijlage 8: landelijk dashboard KRW 2025: het landelijk dashboardKRW geeft een beeld van de voortgang van de gebiedsspecifiekemaatregelen en van de verwachting of deze maatregelen uiterlijk eind2027 uitgevoerd zijn. Tevens geeft het dashboard een beeld van devoortgang van generieke maatregelen. In november 2024 ontving deKamer de vorige versie van dit dashboard10. Op 7 juli jl. werd door hetBestuurlijk Overleg Water de geactualiseerde versie van het dashboardvastgesteld, waarin gerapporteerd wordt over de uitvoering tot 1 januari2025. Het dashboard is een separate bijlage bij deze brief.Tot slotWaterkwaliteit is van ons allemaal. De grote inzet van alle partijen is zeerte waarderen. In de Bestuurlijk Overleggen KRW van november 2024 en8Kamerstukken 27 625, nr. 696 van 20 december 20249Kamerstukken 27 625, nr. 701 van 20 maart 202510Kamerstukken 27 625, nr. 693 van 12 november 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 7163 januari en mei 2025 hebben alle betrokken overheden zich gecommitteerdom de restopgaven op te pakken met aanvullende inzet en maatregelenom de waterkwaliteit te verbeteren. Tegelijk is de voorbereiding gestartvan de verantwoording. Samen met de Nederlandse overheden, maar ookin overleg met andere Europese landen. Ook al halen we niet tijdig alleKRW-doelen, we kunnen mogelijk wel aan de voorwaarden van de KRWvoldoen, maar dat vraagt een grote inzet van ons allemaal.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. TiemanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 7164 JURIDISCHE ANALYSE KRWTijdens het Commissiedebat Water van 26 maart is aan de Kamertoegezegd om een juridische analyse uit te voeren naar de stand vanzaken van de risico’s met betrekking tot de KRW en de Kamer hierovervoor de zomer te informeren. Het gaat hierbij om zowel het risico voor deoverheid, als het risico voor bedrijven.Ter uitvoering van deze toezegging is opdracht gegeven aan de Landsad-vocaat om deze analyse uit te voeren. Het resultaat hiervan ontvangt deKamer separaat. Gelet op het belang van de Staat (en dan met name hetprocesbelang), wordt deze analyse alleen vertrouwelijk met de Kamergedeeld. Desgewenst kunnen de uitkomsten van deze analyse naderworden toegelicht in een vertrouwelijke technische briefing.Op hoofdlijn kan het resultaat van deze analyse wel gedeeld worden:Nederland kan voor de meeste doelen aan de KRW voldoen, doordat dezedoelen ofwel bereikt zullen zijn, ofwel een beroep op een legitiemeuitzondering kansrijk lijkt. Daar waar doelen niet gehaald worden doordatmaatregelen die feitelijk niet onmogelijk zijn, achterblijven, is een beroepop een uitzondering juridisch gezien minder robuust. Dit betreft volgensde Landsadvocaat met name de normoverschrijdingen voor nutriënten,aan de uitspoeling van nutriënten gerelateerde metalen, gewasbescher-mingsmiddelen en in mindere mate ook de biologische doelen (namelijkvooral waar die gekoppeld zijn aan de negatieve effecten van gewasbe-schermingsmiddelen en nutriënten). Er blijft ook een significante groepgevallen over waarin niet op voorhand gezegd kan worden hoe kansrijkhet inzetten van een uitzondering is. De Europese Commissie kan bij eenonterecht beroep op een uitzondering een inbreukprocedure starten, dieuiteindelijk kan uitmonden in een boete (van meer dan € 5 miljoen) en/ofeen dwangsom (tot wel € 350.000 per dag).Risico’s voor Nederlandse overheden (niet alleen de Rijksoverheid, maarook provincies en waterschappen) kunnen zich verder voordoen doordatvoor de nationale rechter een beroep wordt gedaan op de verplichting omuiterlijk per 22 december 2027 de doelen bereikt te hebben of daarvoortijdig de nodige maatregelen te nemen. Hierbij kan in uiterste gevallen derechter een bevel opleggen om alsnog of sneller dan nu gebeurt denodige maatregelen uit te voeren, al dan niet gekoppeld aan een lastonder dwangsom. Dergelijke procedures zijn al aangekondigd doorbelangenorganisaties.Risico’s voor bedrijven zijn lastiger te duiden. Voor bedrijven die afhan-kelijk zijn van een goede waterkwaliteit is een (langdurig) beroep op eenuitzonderingsgrond wellicht niet wenselijk. Voor bedrijven die verontrei-niging toevoegen aan het watersysteem geldt het volgende. Hoewel nietgevreesd hoeft te worden voor een scenario waarbij activiteiten generiekniet meer mogelijk zijn (bijvoorbeeld omdat geen vergunningen meerverleend kunnen worden), kan het voorkomen dat specifieke activiteitenniet verricht kunnen worden, of dat aanvullende voorwaarden wordengesteld. Daarnaast kunnen activiteiten die in strijd komen met eenKRW-doel voor de rechter worden aangevochten.Activiteiten van bedrijven lopen dergelijke risico’s als ze in strijd komenmet de KRW-doelen in een KRW-waterlichaam. Dat geldt niet alleen voorbedrijven die actief zijn direct naast een dergelijk waterlichaam, maar ookbijvoorbeeld voor bedrijven op enige afstand zitten maar die via deriolering lozen op zo’n waterlichaam. Ook kunnen er potentieel gevolgenzijn voor individuele (bouw)projecten. Als in een waterlichaam albepaalde KRW-doelen niet gehaald worden en een bedrijf verergert dieBIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 7165 situatie, dan loopt het bedrijf meer risico’s dan wanneer het gaat om eenwaterlichaam waarin de doelen al wel gehaald worden. Dat betekentechter niet dat bedrijven die bijvoorbeeld lozen op een KRW-waterlichaamwaar de doelen al gehaald worden, geen risico lopen. Ook die lozingenmogen dan niet tot normoverschrijdingen leiden. Omgekeerd geldt ookniet dat lozingen op waterlichamen waarin de doelen niet gehaald zijn,geheel onmogelijk worden. In dergelijke gevallen kan nog geloosdworden, zolang dat maar niet leidt tot een voorzienbare concentratiever-hoging. In algemene zin geldt dat er meer ruimte is voor lozingen inwaterlichamen waarin de betreffende norm nog niet wordt overschreden.Het is dus erg lastig te zeggen welk bedrijf precies welke risico’s loopt. Dathangt af van de activiteiten van het bedrijf en van de locatie en omvangvan de effecten daarvan. Het is niet mogelijk dit voor alle bedrijven/sectoren in Nederland te duiden. In de analyse van de Landsadvocaatworden wel enkele sectoren aangeduid die met name kwetsbaar lijken.Voor een overzicht van welke doelen waar wel/niet bereikt zijn, wordtverwezen naar wkp.rws.nl/geoviewer.11 Hier kan per KRW-doel een kaartworden gegenereerd, waarmee bijvoorbeeld inzichtelijk kan wordengemaakt in welke oppervlaktewaterlichamen lozingen tot aan deKRW-norm mogelijk zijn (omdat die norm nog niet overschreden wordt)en in welke oppervlaktewaterlichamen geen enkele voorzienbareconcentratieverhoging is toegestaan. Voor meer details wordt verwezennaar de (vertrouwelijke) analyse van de Landsadvocaat.Met het KRW-impulsprogramma wordt ingezet op het zoveel mogelijkverkleinen van deze risico’s. Risico’s voor overheden kunnen het bestevermeden worden door zoveel mogelijk doelen alsnog te halen (hieropwordt ingezet met actielijnen 1 tot en met 4 van het impulsprogramma) enanders een beroep op een uitzondering zo robuust mogelijk te maken(actielijn 6). Risico’s op rechtszaken (voor overheden en bedrijven) wordenverder opgepakt in actielijn 7 van het impulsprogramma. Onder anderewordt erop ingezet dat de toetsingskaders die gebruikt worden ombesluitvorming KRW-proof te maken, ook zo praktisch mogelijktoepasbaar zijn, niet alleen voor overheden maar ook voor bedrijven zelf(bijvoorbeeld middels een self-assessment12).11Klik op «Kaderrichtlijn Water», selecteer «Oppervlaktewaterlichamen», kies bij stijl «Toestands-beoordeling», bij rapportagejaar «2024» en bij Categorie «Chemische stoffen». Vervolgens kanper KRW-stof een kaart gegenereerd worden.12https://krw.ondernemen.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 7166 AANVULLENDE INZET EN MAATREGELEN CHEMISCHE STOFFENNederland heeft ca. 125 KRW-genormeerde chemische stoffen. Voor bijnatweederde van deze stoffen voldoen we aan de norm. Van 42 stoffen diegenormeerd zijn onder de KRW is vastgesteld dat deze landelijk ofregionaal nog een probleem vormen13. Dit beeld wordt bevestigd door detussenevaluatie. De stoffen die het vaakst niet aan de norm voldoen zijnpolybroomdifenylethers (PBDE’s oftewel brandvertragers), polycyclischearomatische koolwaterstoffen (PAK’s), gewasbeschermingsmiddelen,biociden en metalen.De aanvullende inzet op deze chemische stoffen, waaronder bestrijdings-middelen, is vanuit het KRW-impulsprogramma uitgewerkt tot eenuitvoeringsplan met een pakket van 15 maatregelen. Voor de uitvoeringvan de IenW-maatregelen wordt dekking gezocht binnen de bestaandebudgettaire kaders van het Deltafonds. Het uitvoeringsplan gaat uit vaneen stofspecifieke aanpak: dit betekent dat niet voor iedere stof dezelfde(mix aan) maatregel(en) nodig of effectief zijn. In het Bestuurlijk OverlegKRW14 hebben alle partners commitment uitgesproken om zich volop in tezetten voor de uitvoering van het plan. De maatregelen zijn schematischweergegeven in onderstaande figuur en worden in het vervolg van dezebijlage nader toegelicht.Met de uitvoering van dit plan worden er goede stappen voorwaarts gezetom de waterkwaliteit voor zover mogelijk komende jaren te verbeteren endaar waar voor chemische stoffen normoverschrijdingen resteren, gebruikte maken van uitzonderingsbepalingen. Voorwaarde daarbij is dat allegenoemde maatregelen voldoende stevig worden opgepakt. Voorgewasbeschermingsmiddelen binnen de landbouw loopt het Uitvoerings-programma Toekomstvisie Gewasbescherming en worden met hetKRW-impulsprogramma extra stappen gezet. Aandachtspunten zijn dehuidige verschillen tussen (de systematiek van) de toelatingsnorm vangewasbeschermingsmiddelen en de norm voor de KRW wat risico’s metzich meebrengt voor nieuwe normoverschrijdingen.13https://iplo.nl/thema/water/oppervlaktewater/kaderrichtlijn-water/stoffenlijst-krw-impuls/14Deelnemers aan het Bestuurlijk Overleg KRW zijn de Minister van IenW, de Minister van LVVN,het Interprovinciaal Overleg (IPO), Unie van Waterschappen, Vereniging van NederlandseGemeenten (VNG), en de (vice)voorzitters van de vijf Regionale Bestuurlijke Overleggen.Figuur 1: overzicht aanvullende maatregelen en inzet op chemische stoffenBIJLAGE 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 7167 Specifiek heeft het lid Kostic´ gevraagd om de Kamer in samenspraak metde Minister van LVVN te informeren over hoe de doelen met betrekking totbestrijdingsmiddelen (gewasbeschermingsmiddelen en biociden) welkunnen worden gehaald. Dit is onderdeel van de extra acties voorchemische stoffen. De Minister van LVVN heeft de Kamer recent geïnfor-meerd over een aantal aspecten met betrekking tot gewasbeschermings-middelen binnen de landbouw (Kamerstukken 27 858, nr. 712).Aanvullende maatregelen: monitoring en bronanalyseMaatregel 1, 2 en 3De waterschappen en Rijkswaterstaat zetten extra in op het doorvoerenvan verbeteringen in de monitoring van chemische stoffen. Het gaathierbij bijvoorbeeld om het gebruiken van verbeterde analysemethoden ofhet meewegen van metingen in biota (levende organismen zoals vissenen schelpdieren) bij de toestandsbepaling. Hierdoor krijgen de waterbe-heerders een beter beeld van waar nog normoverschrijdingen zijn. Ookonderzoekt IenW samen met het Interprovinciaal Overleg, de Unie vanWaterschappen en de Vewin de mogelijkheden om een landelijkemeetronde in het bovenste grondwater uit te voeren, om zo snellerverontreiniging van grondwater te kunnen opsporen en aanpakken.Deltares heeft in opdracht van IenW aanvullend onderzoek uitgevoerdnaar regionale verschillen in natuurlijke achtergrondconcentraties vanmetalen. Voor een aantal metalen blijken de natuurlijke achtergrondcon-centraties hoger te zijn dan tot nu toe is meegewogen in het toestands-oordeel. De verwachting is dat bij de volgende toestandsbepaling voor vijfvan deze metalen het aantal normoverschrijdingen fors zal afnemen.Voor een deel van de stoffen worden zowel landelijk als regionaal(aanvullende) bronanalyses uitgevoerd. Er zijn verspreid over het landdiverse initiatieven voor bronanalyses en aanpak indirecte lozingen.Provincie Zuid-Holland heeft een aanpak ontwikkeld waarbij vanuit eenbronanalyse van KRW-stoffen geprioriteerd wordt naar bedrijfstakken dierelevant zijn voor de KRW. Vervolgens kunnen op basis hiervangemeenten worden verzocht een plan van aanpak te maken om lozingente beperken. Vergelijkbare initiatieven lopen bijvoorbeeld in de Maasregio(Schone Maaswaterketen) en in de provincies Flevoland en Fryslân (zieook maatregel 15).Aanvullende maatregelen: gewasbeschermingsmiddelen, biocidenen diergeneesmiddelenToelating (maatregel 4 en 5)LVVN en IenW werken aan het in overeenstemming brengen van detoelating van gewasbeschermingsmiddelen van 11 KRW genormeerdewerkzame stoffen die de normen overschrijden en waarvan de grootstebron vanuit de landbouw afkomstig is. Tevens wordt gewerkt aanverbetering van beoordelingsmethodieken die meer rekening houden metaf- en uitspoeling. Begin 2026 is er naar verwachting een interim-methodiek inzetbaar om herbeoordelingen van de toelating uit te voerenen vanaf 2027 zal de definitieve methodiek beschikbaar komen.Daarnaast is het van belang dat in de toekomst de normstelling vantoelatingscriteria en KRW- milieukwaliteitsnormen voor in ieder geval deEU geharmoniseerde prioritaire stoffen op elkaar worden afgestemd. Datzorgt voor een gelijk speelveld tussen EU-lidstaten. De EuropeseCommissie is ambtelijk al geïnformeerd over deze Nederlandse wens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 7168 De Minister van LVVN heeft de Tweede Kamer op 13 mei 2025 over dezedrie aspecten geïnformeerd (Kamerstukken 27 858, nr. 712).Toezicht en handhaving (maatregel 6 en 7)Ook vanuit toezicht en handhaving wordt bijgedragen aan het doelbereikKRW. Op verschillende manieren wordt gewerkt om de beperktbeschikbare capaciteit zo goed mogelijk in te zetten. IenW spreektregelmatig met de betrokken organisaties die een rol hebben in toezichten handhaving zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT),Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), Unie van Water-schappen en Omgevingsdienst NL. Recent hebben de ILT en de NVWA dekrachten gebundeld en een plan uitgewerkt om te werken aan deverbetering van de waterkwaliteit.Ook wordt door IenW gewerkt aan een snellere terugkoppeling vanmonitoringsresultaten zodat adequaat, en nog tijdens een groeiseizoen,een relatie kan worden gelegd tussen het handelen van agrariërs enloonwerkers en vastgestelde normoverschrijdingen. Hiermee kan gebruikvan gewasbeschermingsmiddelen tijdig worden aangepast en het toezichtdaarop gerichter worden ingezet. Ook helpt het voorkomen dat hetaanzien van de sector als geheel wordt bezoedeld door laakbaar handelenvan een individu.Specifiek voor de glastuinbouw stuurt IenW aan op de inzet van water-coaches die toezicht houden en adviseren om lekstromen naar het waterte voorkomen. In het Bestuurlijk Overleg KRW van 20 januari jl. zijnaanvullende acties voor de glastuinbouw vastgesteld15.Gebruik (maatregel 8, 9 en 10)Het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030focust op het voorkomen van emissies naar het water. Daar wordt aangewerkt door diverse werkgroepen die zich richten op specifiekelandbouwsectoren. De Minister van LVVN heeft in april de Tweede Kamerhet Jaarplan 2025 van het Uitvoeringsprogramma toegestuurd (Kamer-stukken 27 858, nr. 706). Hierin is beschreven op welke acties de verschil-lende werkgroepen in 2025 de focus leggen.In mei heeft de Minister van LVVN de Tweede Kamer ook geïnformeerdover ondersteuning van een LTO/NAJK sectorplan om emissies naaroppervlaktewater terug te dringen en de relatie van dit plan met deuitvoering van de motie Grinwis (Kamerstuk 27 858, nr. 663) over snellereterugkoppeling van monitoringsresultaten van Waterschappen naaragrariërs. (Kamerstukken 27 858, nr. 712). Voor de uitvoering van de motieGrinwis, heeft onderzoeks- en adviesbureau CLM in opdracht van IenWeen handreiking16 opgesteld. Recent heeft IenW opdracht gegeven ommet toepassing van deze handreiking de praktische aanpak in de door deland- en tuinbouw geselecteerde pilotgebieden te ondersteunen.Ook wordt er vanuit het Deltaprogramma Agrarisch Waterbeheer (DAW)op vrijwillige basis door agrarische collectieven met medefinancieringvanuit IenW, onder andere in de bovengenoemde pilotgebieden, gewerktaan maatregelen die de waterkwaliteit verbeteren waaronder een reductievan gewasbeschermingsmiddelen naar het water. Het Deltaplan Agrarisch15https://www.glastuinbouwnederland.nl/nieuws/extra-maatregelen-ter-verbetering-van-waterkwaliteit-in-glastuinbouwgebieden/16https://www.clm.nl/wp-content/uploads/2024/12/Handreiking-Gebiedsgerichte-Terugkoppeling.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 7169 Waterbeheer is in 2013 begonnen toen de agrarische sector en dewaterbeheerders de handen ineensloegen voor een gezamenlijke aanpakop waterkwaliteit, waterkwantiteit en toekomstbestendig boeren.Aanvullend levert IenW gedeeltelijk de financiering voor het PlatformDuurzame Glastuinbouw (PDG), waarin de overheden en de glastuin-bouwsector samenwerken om duurzaam te opereren; waaronder hetvoorkomen van emissies van gewasbeschermingsmiddelen vanuit kassennaar het water.Ook van particulieren en bedrijven buiten de landbouw moet wordengevraagd dat zij hun emissies naar het water voorkomen of in ieder gevalminimaliseren. Tuincentrum Intratuin heeft zichzelf als doel gesteld om in2030 het assortiment voor 70% te laten bestaan uit planten die geteeld zijnmet minder of helemaal zonder chemische gewasbeschermingsmiddelen.Een ander voorbeeld is zorgvuldig gebruik van antivlooienmiddelen. Hethoogheemraadschap van Rijnland geeft recentelijk aandacht aan ditprobleem en roept hondenbezitters op om antivlooienmiddelen bewust tegebruiken17. De Staatssecretaris van IenW heeft bovendien aangekondigdeen wetsvoorstel opnieuw in te dienen, waarmee regels kunnen wordengesteld aan het particulier gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.De mogelijke verschillende bronnen van de emissie van imidacloprid naarhet water worden nader in beeld gebracht. De Kamer zal hierover uiterlijkbegin 2026 worden geïnformeerd.SierteeltAan het lid Gabriëls is eerder ook toegezegd (TZ202411-065) de mogelijk-heden van het beperken van de sierteelt aan te geven.De zorgen in de samenleving over het gebruik van gewasbeschermings-middelen in de sierteelt (en met name in de lelieteelt) en de mogelijkeeffecten daarvan voor mens, dier en milieu zijn groot. Specifiek voor dewaterkwaliteit geldt dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen,ook in de sierteelt, leidt tot emissies naar het water. Het voorkomen dat ditgebeurt, is van groot belang voor de waterkwaliteit want deze stoffenzorgen er mede voor dat de doelen van de KRW niet gehaald worden.Ongeveer de helft (5 van de 11) normoverschrijdende gewasbescher-mingsmiddelen die onder KRW zijn genormeerd worden ook in desierteelt toegepast.De vraag is wat de mogelijkheden zijn om het areaal sierteelt te beperken.Het bestaande ruimtelijke instrumentarium biedt hiervoor mogelijkheden.Een voorbeeld hiervan is het verbod dat de provincie Gelderland heeftingesteld voor de niet-biologische teelt van bloembollen in grondwaterbe-schermingsgebieden. In opdracht van IenW is een factsheet18 gemaakt datde juridische instrumenten beschrijft die overheden onder deOmgevingswet tot hun beschikking hebben. Het gaat dan om hetaanpassen van het agrarische grondgebruik en het voorkomen vanemissies zodat de waterkwaliteit verbeterd kan worden. Deze beschikbareinstrumenten worden op dit moment niet of nauwelijks toegepast omdatregionale overheden sturing op gewasbeschermingsmiddelen zien alsgeneriek beleid. IenW werkt daarom aan een afweegkader tussen deverschillende overheidslagen (Rijk en regionale overheden) voor hettoepassen van de instrumenten. De Kamer zal naar verwachting voor heteinde van het jaar over dit afweegkader worden geïnformeerd.17https://www.rijnland.net/actueel/nieuwsoverzicht/antivlooienmiddelen-voor-huisdieren-schadelijk-voor-de-waterkwaliteit-bij-noordwijk/18https://iplo.nl/publish/pages/237418/factsheet-aanpassen-grondgebruik-definitief-versie-2.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71610 De motie van het lid Tjeerd de Groot verzocht de regering «het gebruikvan bestrijdingsmiddelen in grondwaterbeschermingsgebieden testoppen» (Kamerstukken 27 858, nr. 587).Gezien de impact van mogelijke maatregelen, zoals het in de motiegesuggereerde generieke verbod, op het gebruik van bestrijdingsmid-delen in grondwaterbeschermingsgebieden en de verantwoordelijkheidvan provincies voor grondwaterbeschermingsgebieden gaan LVVN, IenWen de provincies in gesprek over de uitwerking. Na het zomerreces zal deMinister van LVVN de Kamer informeren over de uitkomst van diebesprekingen19.Voor beekdalen geldt dat een extensivering van de landbouw in zoneslangs de beekloop en in de infiltratiezones op nabije hoger gelegenplateaus een significante bijdrage kan leveren in het verminderen vanemissies van nutriënten en naar verwachting ook van gewasbescher-mingsmiddelen naar water. Er wordt nu in aansluiting op de brieven vande Minister van LVVN over respectievelijke «Ruimte voor landbouw ennatuur» (RLN) en «Agrarisch Natuurbeheer» (Anb) verkend of en in welkevorm deze extensivering kan worden gerealiseerd.Biociden en gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouwHet Ministerie van IenW is verantwoordelijk voor biociden en voorgewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw. Wat betreft degewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw heeft de Staatssecre-taris van IenW in de brief van 24 april 2025 (Kamerstukken 35 756, nr. 28)aan de Kamer aangegeven het oorspronkelijke wetsvoorstel op het verbodvan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouwopnieuw in te dienen. Dit wetsvoorstel biedt een versterking enverbreding van bevoegdheden, op basis waarvan beperkingen kunnenworden gesteld aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buitende landbouw.Wat betreft de inzet van biociden is de IPM-aanpak (Integrated PestManagement) het uitgangspunt. Bij deze aanpak staat preventie voorop,vervolgens niet chemische plaagbestrijding en als laatste terugvaloptieeen aanpak met alleen toegelaten biociden. Deze aanpak is een onderdeelvan het een interdepartementaal strategisch kader biociden wat met deKamer gedeeld is in oktober 2023 (Kamerstukken 27 858, nr. 638).Daarnaast is het Ministerie van IenW bezig om beter zicht te krijgen in debelasting voor mens en milieu door het gebruik en belasting van biociden.In het kader van het «Impulsprogramma Chemische Stoffen» wordt insamenwerking met de brancheorganisaties en het Centraal Bureau voorde Statistiek (CBS) bezien hoe dit in beeld kan worden gebracht.Aanvullende maatregelen: metalen, PAK’s en industriechemi-caliënStoffenbeleid en algemene regels (maatregel 11 en 12)De activiteiten uit het Bal worden systematisch langsgelopen en bezienwordt in hoeverre de algemene regels KRW-proof zijn. De uit de regionalebronanalyses verkregen inzichten en resultaten zal IenW gebruiken omeen selectie te maken voor welke bedrijfstakken prioritair de algemeneregels zouden moeten worden bezien. Daarbij wordt ook meegenomen ofer beste beschikbare technieken (BBT) zijn voorgeschreven en of dezevoor de KRW voldoende zijn.19Kamerstukken 27 858, nr. 712Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71611 Vergunningverlening, toezicht en handhaving (maatregel 13 en 14)Lozingsvergunningen aan bedrijven worden vergund door Rijkswater-staat, provincies, waterschappen en gemeenten. De overheden bezienmomenteel voor de KRW relevante vergunningen en herzien deze waarnodig. Voorbeelden zijn IPPC-bedrijven20, de voedingsmiddelenindustrie,stortplaatsen en wasplaatsen op boerenerven die direct op het waterlozen. Daarnaast wordt, in het bijzonder bij waterschappen, bij toezicht enhandhaving prioriteit gegeven aan KRW-stoffen. Bij zowel de vergunning-verlening, als toezicht en handhaving is de beschikbaarheid van debenodigde kennis en kunde een aandachtspunt.Als onderdeel van het «actieprogramma chemische stoffen bedrijven»zetten VNO-NCW en MKB-Nederland zich in om de relevantie van de KRWonder de bedrijven te vergroten. In april is via www.ondernemen.nl/krween communicatiecampagne over de KRW voor bedrijven gestart.Onderdeel hiervan is een self assessment. Hiermee kunnen ook dekleinere bedrijven zelf hun bedrijfsactiviteiten checken op mogelijkestrijdigheden met de KRW. Vergunningverleners en toezichthoudershebben dan sneller de benodigde informatie beschikbaar.Afvalwaterketen KRW-proof (maatregel 15)IenW zet samen met de waterschappen in op het uitvoeren van eenemissie-immissietoets voor alle rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s)om beter zicht te krijgen op de lozingen van RWZI’s op het oppervlakte-water. De emissie-immissietoetsen geven inzicht in welke stoffen waareen probleem vormen. Als eerste stap wordt momenteel een handreikingopgesteld en wordt er op verschillende plekken in het land ervaringopgedaan met de emissie-immissietoetsen aan de hand van pilotge-bieden. Ook zijn er diverse regionale initiatieven, waarbij provincies enwaterschappen in samenwerking met omgevingsdiensten metingenuitvoeren om grip te krijgen op (voor de KRW relevante) indirectelozingen. De pilot indirecte lozingen in Noorderkwartier21 is een goedvoorbeeld en doet een aantal aanbevelingen voor onder meer toezicht enhandhaving. In diverse andere regio’s zijn vergelijkbare pilots gestart.Gemeenten zijn bevoegd gezag voor lozingen op het riool, de indirectelozingen. De waterbeheerder die verantwoordelijk is voor de rioolwater-zuivering of het oppervlaktewater waarop het riool uitkomt, adviseert opde aanvraag voor de eventuele vergunning om op het riool te lozen. IenWevalueert samen met betrokken partijen de uitvoering van vergunningver-lening, toezicht en handhaving bij indirecte lozingen en de aansturingervan. In 2026 wordt een pakket aan oplossingsrichtingen geformuleerd.Dit kan gaan om maatregelen ter verbetering van de huidige situatie ofaanpassingen in de aansturing rondom indirecte lozingen, waaronder deoptie om meer taken en verantwoordelijkheden (terug) te leggen bij dewaterschappen.Daarnaast werkt IenW aan de implementatie van de herziene richtlijnstedelijk afvalwater ((EU) 2024/3019), waarin deze onderwerpen ookworden geadresseerd. De herziene richtlijn stedelijk afvalwater is op1 januari 2025 vastgesteld en moet voor 31 juli 2027 in wet- en regel-geving zijn geïmplementeerd. De herziene richtlijn stelt onder anderestrengere eisen aan de rioolwaterzuivering voor nutriënten en microver-20IPPC staat voor Integrated Pollution Prevention and Control. Bedoeld worden bedrijven dievallen onder de Richtlijn Industriële Emissies (RIE).21https://www.hhnk.nl/pilot-indirecte-lozingenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71612 ontreinigingen. Ook worden er strengere eisen gesteld aan vergunningenen algemene regels.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71613 ECOLOGIE (BIOLOGIE, NUTRIËNTEN EN INRICHTINGSMAATRE-GELEN)Voor de ecologie gaat het om vier biologische kwaliteitselementen (vis,macrofauna, fytoplankton en overige waterplanten) waarvoor op ditmoment de KRW-doelen niet overal behaald worden. De onnatuurlijkeinrichting en beheer van watersystemen en te hoge nutriëntenconcen-traties (stikstof en fosfor) zijn belangrijke oorzaken voor het niet halen vande biologische doelen.Waterbeheerders blijven inzetten op tijdige uitvoering van alleafgesproken maatregelen om de inrichting van watersystemen teverbeteren, zoals de aanleg van natuurvriendelijke oevers en vispassages.Inmiddels is een groot deel van afgesproken maatregelen uitgevoerd (zieook bijlage 8). Het duurt vaak jaren voordat de maatregelen volledig effecthebben.NutriëntenEen teveel aan nutriënten in het water kan zorgen voor algenbloei ofdominantie van enkele soorten. Voor nutriënten zijn er vooral nogopgaven voor de landbouw en in mindere mate voor de rioolwaterzuive-ringsinstallaties. Verder geldt voor een deel van de regionale waterli-chamen dat bovenstroomse belasting met nutriënten vanuit hetbuitenland nog (mede) een belemmering vormt voor doelbereik inNederland, doordat de concentraties in het binnenkomende water bovende norm liggen. Hierover zijn we met de buurlanden in gesprek. We zettenin op afspraken maken om belasting verder terug te dringen of, als ditonvoldoende oplevert of niet mogelijk is, we doen een beroep opuitzonderingen (zie bijlage 4). Riooloverstorten kunnen lokaal en tijdelijkinvloed hebben op de nutriëntenconcentraties in een waterlichaam, maarzijn op de totale belasting geen bron van betekenis (zie ook Kamerstukken27 625, nr. 693).Nutriëntenopgave voor landbouwMet het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn wordt ingezet om, conform deNitraatrichtlijn, te voldoen aan de norm van 50 mg/l nitraat in hetbovenste grondwater en eutrofiëring van oppervlaktewater te voorkomen.Hiermee wordt ook een bijdrage geleverd aan het doelbereik van de KRW,waar het nutriënten afkomstig van de landbouw betreft. Op 11 april jl.heeft het kabinet een brief over de hoofdlijnen van het 8e actieprogrammaNitraatrichtlijn naar de Tweede Kamer gestuurd22 en op 14 juli heeft deKamer het ontwerp ontvangen en de resultaten van doorrekening van deverschillende maatregelen23.De voorgestelde maatregelen zijn deels in lijn met de maatregelen uit het7e actieprogramma en de derogatiebeschikking 2022–2025 en beogen eenbalans te zijn tussen de bescherming van de waterkwaliteit, bedrijfsecono-mische effecten en draagvlak bij landbouwers. Uit de berekeningen blijktdat er, mede ten opzichte van de huidige 20% korting op de stikstofge-bruiksnormen in nutriëntverontreinigde-gebieden, in bepaalde gebiedenonvoldoende verbetering van de grondwaterkwaliteit is. Daarom zal opbasis van een advies in de gebieden zand noord, zand midden, zand zuiden löss een aanpassing van de totale stikstofgebruiksnorm wordenvoorgesteld gericht op het behalen van het doel van 50 mg/l nitraat in hetgrondwater. In sommige gebieden is ook aanvullende inzet nodig om de22Kamerstukken 33 037, nr. 59723Kamerstukken 33 037, nr. 607BIJLAGE 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71614 verontreiniging van het oppervlaktewater vanuit de landbouw terug tedringen. Daarvoor worden aandachtsgebieden voor stikstof en fosforaangewezen, waar aanvullende generieke maatregelen zullen wordengenomen. Daarnaast blijft het Ministerie van LVVN hierover in gesprekmet regionale overheden (provincies en waterschappen), met het oog ophet voldoen aan de doelen van de KRW. Het ontwerpactieprogramma ligtnu ter inzage en voor advies bij de Commissie voor de Milieueffectrap-portage. Het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn zal op 1 januari 2026ingaan.Dit sluit aan bij de ingezette aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur(RLN) en het Agrarische Natuurbeheer24. De bijdrage die de aanpak RLNlevert voor het terugdringen van waterverontreiniging door nutriëntenafkomstig van de landbouw is in aanvulling op de generieke inzet van hetkabinet in onder andere het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn. In dezeaanpak voor het landelijk gebied is het van belang om ruimtelijk engebiedsgericht de KRW-opgaven voor nutriënten te adresseren, onderandere voor het grootschalig herstel van de beekdalen op zandgronden enin de grondwaterbeschermingsgebieden. Op 29 november 2024 is eenKamerbrief25 gepubliceerd over de contouren van de aanpak RLN. Met deaanpak RLN wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van de doelenvoor natuur, water en klimaat. De aanpak RLN werkt op meerdere niveaus;voor het gehele landelijk gebied worden ruimtelijke keuzes gemaakt. Indeze gebieden wordt ook via extra rijksinzet in een selectie van15–20 gebieden inzet geleverd om de uitvoering in die gebieden en opboerenerven te versnellen.Nutriëntenopgave voor rioolwaterzuiveringsinstallatiesVoor een deel van de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) worden alverbetermaatregelen uitgevoerd. De waterschappen investeren jaarlijksruim 1 miljard euro in rioolwaterzuiveringen26. Op basis van het uitge-voerde STOWA onderzoek27 zullen waterbeheerders in 2025 kijken welkeaanvullende maatregelen zij gaan toepassen. Daarbij zal ook de kennisbenut worden uit de emissie-immissietoetsen die worden uitgevoerd bijalle 314 RWZI’s en die inzicht geeft in de nutriënten en andere stoffen dieworden geloosd (zie ook maatregel 15, uitvoeringsplan chemische stoffenin bijlage 2). Vanuit de herziene richtlijn stedelijk afvalwater ((EU)2024/3019) gaan strengere normen voor stikstof en fosfor gelden voor alleRWZI’s. Daarnaast zal op grotere RWZI’s verplicht een zuivering moetenworden geplaatst voor nutriënten. Hiervoor geldt een ingroeipad, waarbijper 2045 alle benodigde RWZI’s zullen moeten zijn aangepakt.24Kamerstukken 33 576, nr. 46025Kamerstukken 36 600 XIV, nr. 6626https://unievanwaterschappen.nl/uitdagingen-in-het-waterbeheer-leiden-tot-hogere-investeringen-waterschappen/27https://www.stowa.nl/publicaties/krw-maatregelen-voor-nutrientenverwijdering-de-afvalwaterketenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71615 BELASTING VANUIT HET BUITENLANDWaar belasting vanuit het buitenland een belemmering vormt voor dedoelen in onze wateren, stemmen de Nederlandse waterbeheerders afmet de waterbeheerders van onze buurlanden. In de internationaleriviercommissies werkt Nederland structureel samen met de landenwaarmee wij onze vier stroomgebieden (Rijn, Maas, Schelde, Eems)delen. In aanvulling daarop is Nederland specifiek voor de grensover-schrijdende wateren een traject van gezamenlijk feitenonderzoek («jointfact finding») voor de waterkwaliteit gestart met de buurlanden.Nederland en Noordrijn-Westfalen en Nederland en Vlaanderen hebbenop ministersniveau commitment uitgesproken voor de samenwerking aande KRW. De uitkomsten van het gezamenlijk feitenonderzoek zullenworden betrokken bij de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033(inclusief verantwoording) die eind volgend jaar in ontwerp wordenvastgesteld (zie bijlage 6).De gesprekken worden momenteel gevoerd door de verschillendewaterbeheerders met hun counterparts in de buurlanden (provincies enwaterschappen voor regionale wateren, het Rijk voor het hoofdwater-systeem). Het gaat allereerst om uitwisseling over de actuele toestand aanweerszijden van de grens en het bespreken van de oorzaken die hetbehalen van doelen nog in de weg staan. Hiervoor kan bijvoorbeeldsamen met de buurlanden bezien worden waar extra maatregelenmogelijk zijn om doelen (op termijn) alsnog te kunnen behalen.Ook kan een legitiem beroep op uitzonderingen gedaan worden ingevallen waar geen handelingsperspectief meer is om de doelen tijdig tehalen. Als buitenlandse belasting de oorzaak is dat in een waterlichaambepaalde KRW-doelen niet (tijdig) gehaald kunnen worden, dan kanlegitiem gebruik gemaakt worden van een KRW-uitzondering28. Dewaterbeheerders monitoren hiervoor de waterkwaliteit aan de grens. Terondersteuning bij het inroepen van deze uitzondering is een handreikingopgesteld vanuit het KRW-impulsprogramma (zie ook bijlage 5).Bij de gesprekken met de buurlanden is er ook aandacht voor verschillenin gehanteerde normen, mede indachtig de afspraak uit het Regeerpro-gramma om de stikstof- en fosfaatnormen in oppervlaktewater in lijn tebrengen met de ons omringende landen. De Tweede Kamer is in de briefvan 11 november 2022 geïnformeerd over de vergelijking vanKRW-normen van Nederland met de buurlanden29. In beantwoording vanvragen van de Eerste Kamer van 13 maart 2025 is toegelicht datNederland geen strengere invulling geeft aan de nutriëntnormen danandere lidstaten30. Op Europees niveau is er in het kader van de onder-handelingen over de herziening van de KRW en Richtlijn Prioritaire Stoffenaandacht voor meer harmonisatie van normen in Europa.28Hierbij blijft het nodig om binnenlandse bronnen voldoende te beteugelen om aan de KRW tekunnen voldoen.29Kamerstukken 27 625, nr. 59030Kamerstuknummer nog niet bekend. Dit betreft de brief met kenmerk IENW/BSK-2025/45705,ter beantwoording van vragen met kenmerk 175573.01UBIJLAGE 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71616 VERANTWOORDING EN INZET RICHTING EUROPESE COMMISSIEIn deze bijlage wordt ingegaan op de verantwoording en handreikingenen inzet richting de Europese Commissie. Daarbij wordt invulling gegevenaan vier toezeggingen.Verantwoording en handreikingenNederland moet op 22 december 2027 verantwoording afleggen over devoortgang van de implementatie van de KRW. Hierbij moet wordenaangegeven welke doelen zijn bereikt, en indien (nog) niet, op welkelegitieme uitzonderingsmogelijkheden een beroep wordt gedaan om dit teonderbouwen. Vanuit het KRW-impulsprogramma zijn handreikingenopgesteld om waterbeheerders maximaal te ondersteunen bij het gebruiken het onderbouwen van uitzonderingen, op een wijze die juridisch zoveelmogelijk robuust is. De handreikingen, waaronder de aan de Kamertoegezegde handreiking buitenland (lid Heutink, TZ202411-063), zijn tevinden op de website van het IPLO31. Het KRW-impulsprogramma richtzich nu verder op de ondersteuning van overheden bij het toepassen vandeze handreikingen in de praktijk. Ook werken we samen met anderelanden om van elkaar te leren en waar nodig met elkaar op te trekken overde meest robuuste en werkbare wijze van verantwoording.InbreukprocedureHet lid Gabriëls heeft gevraagd de Kamer te informeren over de mogelijk-heden voor het aanpassen van de huidige termijn voor het bezien enindien nodig herzien van vergunningen voor lozingen32.In reactie hierop wordt eerst ingegaan op de stand van zaken bij dedaaraan gerelateerde Europese inbreukprocedure.Nederland heeft in haar reactie aan de Europese Commissie laten wetende regels voor lozingen op en onttrekkingen van grond- en oppervlakte-water aan te scherpen. De volgende varianten worden in dat kaderonderzocht:1)het vaststellen van een periodiek moment voor het bezien van lozings-en onttrekkingsvergunningen en2)het uitfaseren van eeuwigdurende lozings- en onttrekkingsvergunnin-gen door alleen nog vergunningen met een bepaalde eindtermijn af tegeven.Bij beide varianten wordt onderzocht welke termijn passend is. In dieafweging wordt bijvoorbeeld meegenomen dat de herziene richtlijnstedelijk afvalwater33 aan sommige vergunningen voor indirecte lozingeneen termijn van maximaal 10 jaar stelt voor het evalueren en zo nodigaanpassen van deze vergunningen. De resultaten van het onderzoekworden meegenomen bij het opstellen van de conceptregelgeving.Nederlandse inzet bij Europese onderhandelingenDe Europese Commissie heeft een voorstel gedaan voor de herzieningvan de KRW, de Richtlijn prioritaire stoffen en de Grondwaterrichtlijn. Methet voorstel beoogt de Commissie meer uniformiteit in de beoordelingvan de chemische stoffen en een gelijk speelveld te bevorderen. Zo is het31iplo.nl/water-krw-verantwoording32TZ202504-05533Richtlijn (EU) 2024/3019 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 inzakede behandeling van stedelijk afvalwaterBIJLAGE 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71617 voorstel om de specifiek verontreinigende stoffen34 mee te wegen in hetoordeel over de chemische toestand, in plaats van de ecologischetoestand. En om de normen ook voor specifiek verontreinigende stoffenop Europees niveau te harmoniseren. Verder worden stoffenlijsten ennormen geactualiseerd op nieuwe wetenschappelijke informatie; stoffengaan van de lijst, andere worden toegevoegd en soms worden normenbijgesteld. Hiermee wordt invulling gegeven aan de wens van een grootdeel van de Kamer om de uitvoerbaarheid van de KRW zoveel mogelijk tebevorderen en tegelijk de mens en het ecosysteem te beschermen.Bij de Nederlandse inzet voor de onderhandelingen over de herzieningvan de KRW pleit Nederland voor een verruiming van de legitiemeuitzonderingen van de KRW, opdat tijdelijke effecten van een project nietworden gezien als «achteruitgang van de waterkwaliteit» en er onder-scheid wordt gemaakt tussen nieuwe lozing van stoffen en hetverplaatsen van stoffen die reeds in het milieu aanwezig zijn. Zo wordtbeoogd het omgaan met ubiquitaire stoffen in de praktijk te vereenvou-digen. Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 22 februari 2024 (Kamer-stukken 27 625, nr. 664) is niet ingezet op het afschaffen van het one-out,all-out principe. De reden hiervoor is dat alle parameters die de toestandvan een waterlichaam bepalen nodig zijn ter bescherming en verbeteringvan de waterkwaliteit. Wel pleit Nederland voor een aanvullende indicator.Immers, door bijvoorbeeld de negatieve beoordeling van de toestandvoor ubiquitaire (alomtegenwoordige) stoffen, is het niet mogelijk deverbetering van de toestand zichtbaar te maken. De Nederlandse inzet isonderdeel geworden van het Raadsvoorstel (zie ook Kamerstukken 27 625,nrs. 664 en 672).De onderhandelingen tussen de Europese Commissie, het EuropeesParlement en de Raad van Ministers over het Raadsvoorstel (triloog)lopen nog. In de triloog van 20 mei is overeenstemming gekomen op hetpunt om een alternatief naast one-out, alle-out principe te ontwikkelen. Inseptember vindt naar verwachting de laatste triloog plaats. Alleen als danook overeenstemming op de andere punten wordt bereikt (waaronder hetNederlandse voorstel voor verruiming van de uitzondering van artikel 4.7)is er een totaalakkoord, dat vervolgens wordt geeffectueerd door dewetgeving aan te passen.Ubiquitaire stoffenAan lid Soepboer is toegezegd35 om de Kamer te informeren over de inzetom ubiquitaire stoffen uit de KRW-doelstellingen te halen. Ubiquitairestoffen zijn stoffen waarvoor de maatregelen in het verleden veelal reedszijn genomen, maar die nog alomtegenwoordig in het milieu voorkomen,zoals bijvoorbeeld PFOS en broomhoudende brandvertragers. Ubiquitairestoffen maken onderdeel uit van de chemische toestand en hebben (dus)een Europees afgeleide norm. Wanneer deze stoffen nog steeds de normoverschrijden, betekent het dat ze veelal invloed uitoefenen op dewaterinsecten en/of andere delen van het ecosysteem. Het is daarom ookniet logisch om ubiquitaire stoffen «uit de KRW te halen». Het is daarbijook niet nodig. De KRW staat nu al toe om apart over de ubiquitairestoffen te rapporteren. Bovendien staat de KRW onder voorwaarden ookna 2027 toe de termijn voor doelbereik te verlengen met een legitiemeuitzondering als dit komt door «natuurlijke omstandigheden», mits allemogelijke maatregelen genomen zijn om het doel wel te halen en de34Specifiek verontreinigende stoffen zijn chemische stoffen die meewegen in het oordeel overde «ecologische toestand». Prioritaire stoffen zijn op Europees niveau aangewezen en bepalende «chemische toestand».35TZ202504-050Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71618 toestand van het waterlichaam niet verder verslechtert. Het zeer langzaamverdwijnen van ubiquitaire stoffen uit het milieu (door afbraak en/ofverdunning) kan worden gezien als natuurlijke omstandigheid.Het totaaloordeel op basis van het one-out, all-out principe omvat ook hetoordeel over ubiquitaire stoffen. Dit betekent echter niet dat een lidstaataan het eind wordt afgerekend op basis van het one-out, all-out principe:lidstaten worden afgerekend op doelbereik van de afzonderlijkeparameters en dan met name op de onderbouwing van de legitiemeuitzonderingen, die nodig zijn als een doel niet tijdig wordt bereikt.Inschatting permanente vertegenwoordigingZoals toegezegd aan het lid Buijsse (TZ202504-051) is de PermanenteVertegenwoordiging in Brussel gevraagd om een inschatting te geven vanwat de Europese Commissie proportioneel acht met betrekking tot deKRW. Volgens de Permanente Vertegenwoordiging «beoordeelt deCommissie de KRW-doelen en de gehanteerde methode zelf als proporti-oneel, en is er op dit moment onvoldoende draagvlak in het EuropeesParlement en onder lidstaten om van dit principe af te stappen omdat ditde KRW-doelen zou kunnen ondermijnen. Wel wordt in lopende onderhan-delingen over een aanpassing van de KRW gesproken over de introductievan een «voortgangsindicator», die, in aanvulling op de bestaandemethode, de verbetering van de waterkwaliteit beter inzichtelijk moetmaken.» In aanvulling hierop zal Nederland de Europese Commissie zelfook vragen naar de proportionaliteit van de KRW-doelen, als degesprekken over de evaluatie van de huidige stroomgebiedbeheerplannengaan plaatsvinden (zoals vermeld in Kamerstukken 27 625, nr. 701).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71619 NIEUWE STROOMGEBIEDBEHEERPLANNEN 2028–2033In de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033 zal verantwoordingworden afgelegd over het KRW-doelbereik in 2027 en wordt een samen-vatting van het KRW-programma met maatregelen voor de periode na2027 opgenomen. Eind 2024 is het ontwerp werkprogramma voor een halfjaar ter inzage gelegd.36 Daarin staat een beschrijving van het proces voorde totstandkoming van de nieuwe plannen, en de rollen en betrokkenheidvan alle partijen daarbij. Hierbij is op basis van de tussenevaluatie van deKRW tevens een overzicht gegeven van de belangrijkste resterende ennieuwe KRW-opgaven die in deze planperiode geadresseerd moeten gaanworden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over de KRW-opgaven voorklimaatverandering en de komst van invasieve exoten.De waterbeheerders actualiseren iedere zes jaar de waterkwaliteitsop-gaven en de vertaling in maatregelen. Daarbij hebben waterbeheerdersook aandacht voor rivierkreeften, zoals de motie Pierik vraagt (Kamer-stukken 27 625, nr. 709). De resultaten van de analyse van de drukfactorenen eventuele maatregelen worden onderdeel van de stroomgebiedbeheer-plannen 2028–2033. De stroomgebiedbeheerplannen zullen eind 2026 inontwerp worden vastgesteld. In aanloop hiernaartoe zal de Kamerregelmatig geïnformeerd worden over de voortgang, in ieder geval inaanloop naar de halfjaarlijkse waterdebatten.Parallel aan de stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033 stelt het Minis-terie van Infrastructuur en Waterstaat samen met het Ministerie vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het Nationaal Waterpro-gramma 2028–2033 op. Het Nationaal Waterprogramma zal een overzichtgeven van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuwontwikkeld beleid vast, waaronder voor waterkwaliteit. Voor de besluit-vorming over het Nationaal Waterprogramma wordt een milieueffect-rapport (MER) opgesteld. Als eerste stap zal dit jaar een Notitie Reikwijdteen Detailniveau ter inzage worden gelegd.36Platform publieksparticipatie: https://www.platformparticipatie.nl/stroomgebieden/default.aspx. Inspraak liep tot en met 19 juni 2025. Eind 2025 wordt het werkprogrammadefinitief vastgesteld.BIJLAGE 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71620 AANSTURING EN SAMENWERKINGMet het Bestuurlijk Overleg KRW hebben de betrokken overheden eenstevige gezamenlijke sturing op (het impulsprogramma van) de KRW. Inde verzamelbrief water van maart 202537 is beschreven hoe de aansturingaanvullend verscherpt is met de formele voortgangsgesprekken die deMinister van Infrastructuur en Waterstaat halfjaarlijks voert met de12 gedeputeerden die waterkwaliteit in hun portefeuille hebben. In hetBestuurlijk Overleg KRW is afgesproken hoe die gesprekken nog effec-tiever kunnen worden gemaakt door scherpere voortgangsinformatie tegebruiken en elkaar concreter op de voortgang te bevragen en aan tespreken. De gedeputeerden doen ditzelfde richting «hun» inliggendewaterschappen en gemeenten.Op verzoek van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat38wordt hieronder een reactie gegeven op de position paper «DoelbereikKRW vraagt om slagvaardige overheid» van de provincie Zuid-Holland diezij aan de commissie stuurde voorafgaande aan het commissiedebatWater van 26 maart 2025 (zie paragraaf 7.1).In het Commissiedebat Water van 26 maart is door het lid Kostic´ eenoverzicht gevraagd hoe de adviezen van de expertgroep39 voor deTussenevaluatie van de KRW zijn of worden opgepakt. Deze expertgroepbestond uit experts van verschillende kennisinstellingen (RIVM, PBL,STOWA, NIOO-KNAW/Universiteit Twente). De adviezen bevatten goedeaanknopingspunten voor een volgende evaluatie. In paragraaf 7.2 wordtper advies beschreven hoe deze wordt opgepakt.7.1 Reactie op position paper provincie Zuid-Holland Op verzoek van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat (ziebrief met kenmerk 2025Z04480/2025D12951) staat hieronder de reactie opde position paper KRW van de provincie Zuid-Holland die zij aan decommissie stuurde voorafgaande aan het commissiedebat Water van26 maart 2025.AlgemeenDe betrokkenheid van de provincie Zuid-Holland wordt gewaardeerd ende geschetste ontwikkelingen herkend. In 2023 zijn alle betrokkenoverheden gestart met het landelijke KRW-impulsprogramma. Inmiddelszijn ook diverse regionale impulsprogramma’s van start gegaan. Daarmeeis er sprake van een aanzienlijke extra inzet op het tijdig realiseren vanKRW-maatregelen, bijvoorbeeld door het versnellen van het KRW-proofmaken van vergunningverlening, het aanpakken van knelpunten rondchemische stoffen en het uitbreiden van rioolwaterzuiveringsinstallaties.In de position paper vraagt de provincie Zuid-Holland aandacht voor hetdoelbereik van de KRW tot aan 2027 en daadkrachtige sturing vanuit hetRijk. Naar aanleiding van de resterende opgaven uit de tussenevaluatie,worden in het Bestuurlijk Overleg KRW afspraken gemaakt tussenministeries en regio’s waarin wordt bepaald wie welke acties oppakt. Alsonderdeel van het verstevigen van de aansturing van de KRW heeft deMinister van IenW in januari en februari jl. met de gedeputeerden metwater in de portefeuille gesproken over de voortgang van de uitvoering.Er is onder meer stilgestaan bij de voortgang van de uitvoering van de37Kamerstukken 27 625, nr. 701.38Brief met kenmerk 2025Z04480/2025D12951.39https://open.overheid.nl/documenten/b4fd7e7c-7f17-451e-8ddb-f71abd3c66bc/fileBIJLAGE 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71621 afgesproken KRW-maatregelen uit de stroomgebiedbeheerplannen2022–2027, inclusief de risico’s op vertraging. Deze onderwerpen staanook geagendeerd voor de volgende periodieke gesprekronde, voorlopiggepland voor november en december.Hierna wordt ingegaan op de vijf voorgestelde acties die de provincieformuleert richting de Rijksoverheid.Doelstelling ten aanzien van nutriënten-verontreiniging stevigernormeren, verankeren en monitorenDe gevraagde monitoring van de voortgang, evaluatie en bijsturing vanhet mestbeleid op punten waar onvoldoende resultaten worden behaald,wordt opgepakt via het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn dat eind dit jaargereed zal zijn. In het Bestuurlijk Overleg KRW bespreken de Ministers vanIenW en LVVN en de regionale overheden de samenhang metKRW-doelbereik en de aanvullend benodigde acties.Toelating en gebruik gewasbeschermingsmiddelen KRW-proofmakenZie hiervoor de tekst over toelating en gebruik in bijlage 2 van deze brief.Faciliteren van juridische en financiële impuls op wegvangenrivierkreeftenDe problematiek rond exoten is de afgelopen jaren steeds scherper inbeeld gekomen. Over de bestrijding van rivierkreeften, waaronder dejuridische en financiële facilitering, worden afspraken gemaakt in hetBestuurlijk Overleg Rivierkreeften door de Staatssecretaris van LVVN metde regionale overheden.Concrete afspraken ten aanzien van versterkte inzet VTH-takenafvalwaterlozingenDe zorgen van de provincie Zuid-Holland over de belasting van hetoppervlaktewater vanuit de rioolwaterzuivering worden herkend. Daarbijwordt het belang onderschreven dat omgevingsdiensten voldoende zijntoegerust om hun vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken(VTH-taken) adequaat uit te voeren, met specifieke aandacht voor hetterugdringen van schadelijke stoffen uit afvalwaterstromen. Er iswaardering voor het initiatief dat de provincie Zuid-Holland heeftgenomen om een praktijkpilot op te zetten waarin ervaring wordtopgedaan met het controleren van afvalwaterstromen en het (her)beoor-delen van vergunningen. IenW is in overleg met de provincie over dewijze waarop steun kan worden gegeven aan dit project. De opgedaneervaringen zullen gezamenlijk worden benut om het VTH-stelsel verder teversterken. Daarnaast wordt landelijk, vanuit het interbestuurlijkprogramma VTH, gewerkt aan afspraken over een minimale basisin-spanning op VTH-taken.Versterken productenbeleid ten behoeve bescherming drinkwaterOp dit moment wordt de laatste hand gelegd aan een verkenning van demogelijkheden tot een nationaal verbod van PFAS-stoffen. Dezeverkenning zal binnenkort aan de Kamer worden gestuurd. Het toelatenvan stoffen tot de markt is EU geharmoniseerd via de REACH-verordening. Deze verordening is primair een registratiesysteem, dus zogauw een stof is geregistreerd met de benodigde informatie, kan dezegelijk op de markt worden gebracht. Inperkingen zijn mogelijk via eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71622 beperkings- of een autorisatieprocedure. In het eerste geval is veelonderbouwing nodig, onder meer van het risico, de beschikbaarheid vanalternatieven en de proportionaliteit van een beperkingsmaatregel. In hettweede geval is nodig dat de stof ook in de EU wordt aangemerkt als zeerzorgwekkend, ofwel «Substance of Very High Concern» en dat de stofwordt geplaatst op bijlage XIV van REACH. In beide gevallen gaat het ommaatregelen per stof of stofgroep en vergt het instellen meerdere jaren.REACH is een generiek instrument, voor emissies zijn er daarnaastspecifiekere, gerichte instrumenten beschikbaar. Het belang van drink-water is bovendien verankerd in de immissietoets; bij lozingen wordtdaarmee expliciet getoetst op mogelijke effecten op drinkwaterbronnen.7.2 Omgang adviezen expertgroep tussenevaluatie KRW Eind 2024 heeft een expertgroep geadviseerd over de Tussenevaluatie vande KRW40. Deze expertgroep bestond uit experts van verschillendekennisinstellingen (RIVM, PBL, STOWA, NIOO-KNAW/Universiteit Twente).Hieronder is per advies aangegeven hoe deze wordt opgepakt.−De KRW gaat uit van een systeemaanpak. Het verdient aanbeveling omin vervolgrapportages duidelijker het spoor van deze systeemaanpakte volgen.De systeemaanpak komt tot uiting bij het bepalen van de doelen enmaatregelen. Waterbeheerders hebben watersysteemanalysesuitgevoerd om inzicht te krijgen in het (ecologisch) functioneren vanhun watersystemen. Deze watersysteemanalyses waren het vertrek-punt om te komen tot realistische doelen en effectieve maatregelen. Bijhet formuleren van maatregelen, is daarbij (op regionale schaal)integraal naar andere (water)opgaven gekeken. Waar nodig worden dewatersysteemanalyses geactualiseerd. De rapportage over de KRWricht zich op de doelen en maatregelen. Omdat de systeemaanpakverweven is in de doelen en bijbehorende maatregelen, en omdat derapportage van de KRW zich richt op deze doelen en maatregelen,focust de tussenevaluatie zich ook op deze onderdelen. In eenvolgende vervolgrapportage kan de gevolgde systeemaanpak mogelijkbeter worden beschreven.−De expertgroep constateert dat er onvoldoende consistentie is in deevaluaties van de KRW in de afgelopen planperiodes. De expertgroepbeveelt aan om te komen tot een consortium dat in de toekomst hetKRW-beleid breed kan evalueren om te komen tot een stabiele,gestandaardiseerde lange termijn (beleid) monitorings- en evaluatie-methodiek. In dit consortium zouden behalve onderzoekers uit hetfysieke domein ook nadrukkelijk beleidsonderzoekers moeten zitten,zodat in de (beleids)monitoring en evaluatie zowel het systeembegripals de integrale aanpak met andere beleidsopgaven naar voren kunnenkomen.Omdat de opdrachten voor deze evaluaties (zowel de formele als deminder formele) op de markt moeten worden gezet is het (vanwege degrootte van de opdracht en de geldende aanbestedingsregels) nietmogelijk om de opdracht altijd aan dezelfde partij te geven. HetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat wil wel graag met partijen(o.a. van de expertgroep) bekijken hoe de evaluerende rapportageseenduidiger kunnen worden gemaakt.−Het verbeteren van de waterkwaliteit is niet alleen de verantwoordelijk-heid van partijen in de watersector, maar nadrukkelijk ook van delandbouw en industrie. De expertgroep adviseert heldere afspraken temaken tussen verschillende overheden en tegelijkertijd ook met40Eindadvies expertgroep tussenevaluatie KRW, https://open.overheid.nl/documenten/b4fd7e7c-7f17-451e-8ddb-f71abd3c66bc/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71623 betrokken private partijen bestuurlijke afspraken te maken. Een breedgedragen uitvoeringsprogramma met concrete acties zou hiervoor eengoed instrument zijn. Daarnaast vraagt de expertgroep nadrukkelijkook om het afstemmen van beleidsvelden.Er is ervoor gekozen om in het koepelrapport alleen de opgaven tebenoemen. Maar het is zeker belangrijk om vervolgens de stap temaken naar duidelijke afspraken met de partijen. Deze stap wordt nugezet. Met alle regionale partijen en met het Ministerie van LVVN is enwordt met name via het Bestuurlijk Overleg KRW bekeken welkemaatregelen nog mogelijk/nodig zijn om de opgaven aan te pakken(waar mogelijk nog voor 2027). In het uitvoeringsplan chemischestoffen zijn ook maatregelen opgenomen waaraan ook de sector aanbijdraagt, bijv. via het Actieplan chemische stoffen van VNO NCW/MKBNederland (zie ook bijlage 2 van deze brief).−Door een sterke focus op het numeriek behalen van de EKR-scores enstofnormen wordt niet noodzakelijkerwijs een veerkrachtig en robuustaquatisch ecosysteem bereikt. De Expertgroep adviseert om debestaande denkkaders en methodieken te gebruiken om, op basis vandeze sleutelfactoren inzicht te verkrijgen in de acties die nodig zijn omhet functioneren van het watersysteem te verbeteren.Deze tips worden meegenomen bij een volgende evaluatie.−De bestaande en toenemende drukfactoren op aquatische ecosyste-men, zoals klimaatverandering, vermesting en aanwezigheid vantoxische stoffen, maken een robuust aquatisch ecosysteem eencomplex vraagstuk. De interactie tussen de verschillende drukfactorenbehoeft nader onderzoek. Het verdient aanbeveling om op kortetermijn te bekijken of de huidige maatlatten nog voldoen in het lichtvan deze nieuwe drukfactoren en deze indien nodig aan te passen.De KRW vraagt om het iedere 6 jaar opnieuw vaststellen van doelen. Inhet kader van de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033wordt dit gedaan. Zie hiervoor bijlage 6 van deze brief en het ontwerp-werkprogramma41.−Slechts een aantal van de maatregelen (handelingsperspectieven) diein het koepelrapport zijn benoemd zijn doorgerekend om te bepalen ofdaarmee de doelen in 2027 worden behaald. Hierdoor wordt niet eencompleet beeld gegeven van welke maatregelen uitgevoerd engeprioriteerd moeten worden om de doelen te bereiken. De Expert-groep adviseert om hier nadere analyses op uit te voeren.In de tussenevaluatie zijn die doorrekeningen gedaan die nodig enmogelijk waren. Aanvullende doorrekeningen lopen bijvoorbeeld viahet traject van het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn en lokaleanalyses van waterbeheerders.−Om zicht te krijgen op het doelbereik, suggereert de Expertgroep om inde monitorings- en evaluatiemethodiek gebruik te maken van KeyPerformance Indicators (KPI’s) voor uit te voeren acties zodat hetbepalen van de effectiviteit van de KRW-aanpak in Nederland op eengestandaardiseerde wijze uitgevoerd wordt. Het is hierbij belangrijkdat dergelijke KPI’s niet alleen betrekking hebben op de uit te voerenacties voor gebiedsgerichte maatregelen maar ook op relevantaanpalend beleid.Met actielijn 1 (dashboard met maatregelen42) wordt gestuurd op deuitvoering van de KRW-maatregelen. Dan gaat het om ruim1.700 maatregelen. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zalbekijken of het mogelijk/behulpzaam is om meer standaardisering toete voegen aan het dashboard. Het ook nog meenemen van nog meermaatregelen, zoals ook die vanuit aanpalend beleid (in de breedte)maakt het sturen op de uitvoering juist lastiger.41Platform publieksparticipatie: https://www.platformparticipatie.nl/stroomgebieden/default.aspx42Zie bijlage 8 bij deze brief voor het meest recente dashboard KRWTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 71624
Gerelateerde bronnen
- De minister informeert de Kamer voor de zomer over zijn inzet om ubiquitaire stoffen uit de KRW-doelstellingen te halen
De minister informeert de Kamer voor de zomer over zijn inzet om ubiquitaire stoffen uit de KRW-doelstellingen te halen
- De minister van IenW zal voor de zomer per brief aan de Kamer terugkoppelen over hoe hij de adviezen van de expertgroep tussenevaluatie KRW, over onder andere b
De minister van IenW zal voor de zomer per brief aan de Kamer terugkoppelen over hoe hij de adviezen van de expertgroep tussenevaluatie KRW, over onder andere beter evalueren en doorrekenen, gaat uitvoeren.
- De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over welke concrete extra acties de minister van IenW voornemens is om te gaan nemen om de doelen van de Kaderrichtlij
De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over welke concrete extra acties de minister van IenW voornemens is om te gaan nemen om de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) wel te halen.
- De Kamer ontvangt van de minister voor de zomer van 2025 de handreiking beroep uitzonderingen buitenland, welke onderdeel uitmaakt van het KRW-impulsprogramma.
De Kamer ontvangt van de minister voor de zomer van 2025 de handreiking beroep uitzonderingen buitenland, welke onderdeel uitmaakt van het KRW-impulsprogramma.
- De Kamer ontvangt in het voorjaar 2025 een brief over de mogelijkheden van het beperken van de sierteelt, na overleg met het ministerie van LVVN.
De Kamer ontvangt in het voorjaar 2025 een brief over de mogelijkheden van het beperken van de sierteelt, na overleg met het ministerie van LVVN.
- Voor de zomer wordt de Kamer door de minister van IenW per brief geïnformeerd over de mogelijkheden voor het aanpassen van de huidige termijn van twaalf jaar vo
Voor de zomer wordt de Kamer door de minister van IenW per brief geïnformeerd over de mogelijkheden voor het aanpassen van de huidige termijn van twaalf jaar voor het herzien van vergunningen voor lozingen.
- De minister van IenW laat een juridische analyse uitvoeren naar de stand van zaken van de risico’s met betrekking tot de Kaderrichtlijn Water (KRW), en informee
De minister van IenW laat een juridische analyse uitvoeren naar de stand van zaken van de risico’s met betrekking tot de Kaderrichtlijn Water (KRW), en informeert de Kamer hierover voor het volgende commissiedebat Water (17 juni 2025).
- De minister van IenW zal de permanent vertegenwoordiger in Brussel vragen om een inschatting te geven van wat de Europese Commissie proportioneel acht met betre
De minister van IenW zal de permanent vertegenwoordiger in Brussel vragen om een inschatting te geven van wat de Europese Commissie proportioneel acht met betrekking tot de Kaderrichtlijn Water (KRW) en informeert de Kamer hierover voor het volgende commissiedebat Water.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.