Verslag van een commissiedebat, gehouden op 22 januari 2025, over de Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel
Brontekst
Versie 7345f24547746d65 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3056 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 14 februari 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp ende vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 22 januari 2025overleg gevoerd met mevrouw Klever, Minister voor Buitenlandse Handelen Ontwikkelingshulp, over:–de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 21 januari 2025 inzake geannoteerde agendavoor de gecombineerde informele Raad Buitenlandse ZakenHandel en informele Raad Concurrentievermogen op 3 en4 februari 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3006);–de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 27 november 2024 inzake verslag van de RaadBuitenlandse Zaken Handel van 21 november 2024 (Kamerstuk21 501-02, nr. 2981);–de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 5 december 2024 inzake uitvoering van demotie van het lid Teunissen c.s. over de Europese Commissieen de Europese Raad laten weten dat Nederland hetEU-Mercosur-verdrag niet zal ondertekenen (Kamerstuk36 600 XVII, nr. 36) (Kamerstuk 31 985, nr. 84);–de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 16 december 2024 inzake onderhandelaarsak-koord tussen de EU en de Mercosur-landen (Kamerstuk 31 985,nr. 85). kst-21501-02-3056ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 30561 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp,De VriesDe voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van der PlasDe griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp,MeijersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 30562 Voorzitter: HirschGriffier: MeijersAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Ceder, Hirsch, Kamminga,De Korte, Kostic´, Paternotte en Ram,en mevrouw Klever, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingshulp.Aanvang 13.00 uur.De voorzitter:Goedemiddag allemaal en welkom bij dit commissiedebat Informele RaadBuitenlandse Zaken Handel. Welkom aan Minister Klever en ook welkomaan de Kamerleden die hier aanwezig zijn: mevrouw Kostic´ van de Partijvoor de Dieren, meneer Paternotte van D66, mevrouw De Korte van NSC,de heer Ceder van de ChristenUnie, meneer Ram van de PVV en mevrouwKamminga van de VVD. Ik heb me aangemeld als voorzitter, omdat daarmeerdere keren naar gevraagd is. U weet allemaal dat het mijn eerste keeris dat ik voorzit, dus ik hoop op uw steun in het goed laten verlopen vandit debat.Ik stel voor dat we allemaal in eerste instantie drie interrupties krijgen inde eerste termijn. Ik hoop dat u die interrupties kort en bondig wil houden,en vooral binnen de 45 seconden. U heeft in de eerste termijn eenspreektijd van vier minuten. Ikzelf wil misschien ook interrupties plegen. Ikzal in ieder geval als laatste mijn spreektekst doen. Als ik een interruptieheb, dan wacht ik tot iedereen daarvoor geweest is, dus als een Kamerlidalles heeft willen zeggen en ook alle interrupties van collega-Kamerledenzijn geweest. Datzelfde zal ik doen in de eerste termijn van de Minister. Ikwacht dus tot de Minister klaar is met haar beantwoording van de vragenen dan zal ik daar eventueel nog op reageren. Even kijken of ik nu allesgezegd heb. Aan het einde van de eerste termijn van de Kamer en ook alsik zelf een interruptie wil plegen, is het dus ook nodig dat iemand anderseven de voorzittersrol overneemt. Mevrouw Kamminga, zou ik dat aan umogen vragen? We gaan even kijken hoe we dat gaan doen.Dat was volgens mij alles wat ik moest zeggen. Ik ga ook heel erg vaaknaar de griffie kijken. Die gaat mij helpen bij het goed laten verlopen vandit debat. Mag ik dan ... Ik zei net uw naam verkeerd, begrijp ik. Het is «hetlid Kostic´»; de naam was goed. Mag ik dan het lid Kostic´ als eerste hetwoord geven?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Er ligt een nieuw EU-Mercosur-verdrag. Hetakkoord dat in 2019 werd gesloten met de autoritaire Bolsonaro was voorvelen niet acceptabel. De belofte was dat er betere afspraken zoudenkomen om de bossen, het klimaat en de Europese landbouwstandaardente beschermen. En is dat gelukt? Nou, het antwoord is helaas nee. Aan deafspraken over landbouw is niets verbeterd en voor natuur, de bossen enklimaat is het alleen maar slechter geworden. De nieuwe afspraken overduurzaamheid klinken mooi, maar stellen weinig voor. Er is een vageformulering over het stoppen van ontbossing vanaf 2030, een vrijblij-vende ambitie die niet afdwingbaar is en die niets toevoegt aan de albestaande internationale afspraken. Erkent de Minister dat? Klimaataf-spraken zouden een essentieel onderdeel van het verdrag zijn, maar nietsin het verdrag dwingt landen om het klimaat echt te beschermen. Zolangze op papier lid blijven van het klimaatakkoord, blijft het zonder gevolgenvoor deze landen. Erkent de Minister dat?Het wordt nog erger, voorzitter. In ruil voor deze holle, onafdwingbaregroene beloftes hebben de Mercosur-landen wél een mechanisme mettanden gekregen, een zogenaamd rebalancing mechanism, een straf opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 30563 de bescherming van natuur, klimaat en mensenrechten hier in Europa.Kritische experts waarschuwden dat dit de Europese bossenwet kanondermijnen. Kan de Minister op die waarschuwing ingaan? Arbiterskunnen achter gesloten deuren besluiten dat de wetten die onze burgers,dieren en natuur beschermen, nadelig uitpakken voor Brazilië of Argen-tinië. Deze landen kunnen dan sancties tegen ons instellen, zoals hogerehandelstarieven. Laten we onszelf straks sancties opleggen doorZuid-Amerikaanse landen, omdat ze vinden dat onze wetten te weinigrekening met ze houden? Graag een reactie van de Minister op ditmechanisme.Ik wil ook graag een reflectie op de recente uitbraken van mond- enklauwzeer. Is de Minister het ermee eens dat meer gesleep met dieren envlees een gevaar vormt voor de volksgezondheid en dat dat dus ook geldtvoor het Mercosur-verdrag?Voorzitter. Waarom is de Minister teruggekomen op de eerdere belofte ombegin dit jaar een kabinetsstandpunt over EU-Mercosur officieel temaken? Waarom pas in het tweede of zelfs derde kwartaal? De laksehouding van de Nederlandse regering is in strijd met de breed gesteundemoties van de Kamer. Intussen duwt de Europese Commissie door. Hetkabinet moet nú stelling nemen om boeren, burgers en natuur in Europate beschermen. Ik wil echt een harde toezegging hebben van de Minister:kom uiterlijk in februari met een standpunt. Ik verwacht niets anders daneen luid en duidelijk nee tegen het verdrag, conform de motie-Teunissenvan november. Het kabinet hoeft niet lang na te denken, want hetstandpunt is al uitgeschreven in de motie, die bovendien vraagt om eenactieve houding richting Europa tegen Mercosur.Daarnaast de volgende vragen. Wat doet de Minister precies om tevoorkomen dat de Europese Commissie nationale parlementen buitenspelzet in de besluitvorming? Wat doet de Minister om te voorkomen dat ditverdrag straks voorlopig in werking treedt nog voordat nationaleparlementen erover hebben kunnen besluiten, zoals met hetCETA-verdrag met Canada is gebeurd? Welke contacten heeft de Ministermet Frankrijk, Polen en andere landen die het verdrag niet willen? Welkeacties gaat de Minister ondernemen om het verdrag tegen te houden?Tot slot. Stop alsjeblieft met treuzelen, want hoe langer de Minister wacht,hoe groter de kans is dat we in een verdrag worden gerommeld datvolgens meer dan twee derde van deze Kamer ongewenst is. Toon nudaadkracht, want er is geen tijd te verliezen.Mevrouw Kamminga (VVD):Ik weet eigenlijk niet precies waar ik moet beginnen, want ik heb echt eenhele andere interpretatie van de feiten en wat er nu voorligt dan het lidKostic´. Maar goed, laat ik daar het debat niet over openen, want ik denkdat we daar niet uit komen. Als iemand iets niet wil zien, dan wordt hetook niet gezien. Dat betreur ik gewoon echt, want nogmaals, er zijnjuridisch afdwingbare afspraken gemaakt, juist over het Parijs-akkoord, ener zijn juist op landbouw extra stappen gezet. Ik vraag me dus af of hetüberhaupt ooit genoeg gaat zijn voor de Partij voor de Dieren. Dat debatga ik dan maar niet aan, want volgens mij is dat zinloos. Maar wat ik welwil vragen, is het volgende. Stel, dit verdrag gaat niet door, we doen wathet lid Kostic´ en haar partij voorstellen en deze landen gaan naar China.Het lid Kostic´ moet het toch met mij eens zijn dat we dan nog veel slechteraf zijn met het klimaat, met al die onderwerpen die u en ik belangrijkvinden, waarbij ik dit Mercosur-verdrag juist als een stap voorwaarts zie.Maar als we het daar al niet over eens zijn, dan zou het in ieder geval, alswe naar China kijken, een stap achteruit zijn. Dat moet het lid Kostic´ tochmet me eens zijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 30564 Kamerlid Kostic´ (PvdD):Die inleiding was onnodig. Ik baseer me gewoon op de experts en op detekst van het verdrag zelf, die heel vaag is en alle kanten op kan. Wehebben geen enkel afdwingbaar instrument, maar we hebben er nu weleen mechanisme bij gekregen dat juist onze eigen wet- en regelgeving ende bescherming van onze boeren en natuur tegenwerkt. Maar als u mijvraagt of ik het belangrijk vind dat we goede contacten hebben metandere landen: ja, natuurlijk is dat belangrijk. Maar moet dat dan volgensde oude politiek, die gebaseerd is op de oude economie van 25 jaargeleden, die nu niet meer aan de orde is? Als we het belangrijk vinden datwe onze natuur beschermen, dat we het klimaat beschermen, dat we onzeboeren, burgers en landbouw hier in Europa beschermen – volgens mijzijn we daar vooral nu verantwoordelijk voor – dan moeten we daarafspraken over maken en ons niet in een verdrag laten rommelen waar wijheel nadelig uit komen. Zo’n mega vleesproducent als JBS inZuid-Amerika, die van dit verdrag profiteert, jubelt. De Mercosur-landenjubelen, omdat ze ons in de onderhandelingen toch hebben overwonnendoor dat mechanisme. Dat betekent dus dat de natuur, het klimaat en onzeboeren verliezen. Je hoeft alleen maar te kijken naar de reacties op hetMercosur-verdrag van de Mercosur-landen en zo’n vleesbedrijf als JBStegenover al die milieubeschermers, natuurbeschermers, de boeren enzelfs de inheemse bevolking in Zuid-Amerika om te weten dat dit gewooneen superslecht verdrag is. Als je een superslecht verdrag hebt, dan kan jegeen goede geopolitieke positie verwerven.De voorzitter:Dank. Voordat ik het woord geef aan de heer Paternotte ook even dezeopmerking: ik had het net over de lengte van de interrupties, maar let ookop de lengte van de antwoorden, want daar tikt de tijd natuurlijk ook mee.Dan is het nu het woord aan de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Dank, voorzitter. Het zal een wat andere inbreng zijn dan die van collegaKostic´. Allereerst: hartstikke fijn dat we het debat nu deze week kunnenhebben. Dat was ook op verzoek van de Kamer. Ik zeg er alleen wel bij datik niet wist dat dat was omdat de Minister voor Handel niet naar het WorldEconomic Forum gaat. Dan denk ik: hoe kan dat nou? Dat is een praatclubwaar talloze ondernemers en bedrijven rondlopen, waar voor Nederlandzaken te doen zijn, en dan stuurt de Minister voor Handel haar collega’svan Klimaat, van Defensie en de premier. Wat is dit voor werkverzuim?Kan de Minister dit zo meteen aan ons uitleggen?Dan Trump, voorzitter. Donald Trump zei afgelopen maandag weer dat zijnverkiezingsbeloften allemaal betaald moeten gaan worden met importta-rieven. Hij noemt dat «de belastingdienst voor het buitenland». Vriend-schap is voor hem een illusie; het is een pakketje schroot met een heeldun laagje chroom. De kans dat onze export geraakt wordt, is duslevensgroot. Daar mag Amerika voor kiezen. Wij gaan over onze eigenkeuzes. We zouden wel olie-, oliedom zijn als we dan niet zelf alles opalles zetten voor alternatieve handelspartners zoals het Mercosur-verdrag,waar we als Nederland meteen 300 miljoen euro per jaar mee kunnenverdienen. Dat kunnen we echt niet laten klappen. Hoge Vertegenwoor-diger Kallas zei het al duidelijk en we hoorden het net ook: als wij dieMercosur-deal niet sluiten, dan doet China het. Dat betekent dat wij onzeinvloed in Zuid-Amerika compleet zien verdampen en dat we net zoafhankelijk blijven van de VS en China, maar ook dat China juist minderafhankelijk van ons wordt. Ondertussen is het handelsoverschot vanChina al gestegen tot 1.000 miljard dollar. En 1.000 miljard – ik weet niet ofu weet hoe je dat ook kunt noemen – is een biljoen. Het is net zo veel alsde hele Nederlandse economie. China verkoopt per jaar in heel NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 30565 meer dan het inkoopt. Het afwijzen van Mercosur is echt desastreus voorde positie van Nederland.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer ...De heer Paternotte (D66):Als ik nog even mijn vraag mag stellen, voorzitter: waarom is het kabinethier zo vaag over? Ik roep het kabinet op: steun dit verdrag en zet deNederlander op één, en niet de Amerikaan of de Chinees.De heer Ceder (ChristenUnie):De ChristenUnie is over het algemeen best te porren voor het sluiten vanhandelsverdragen, omdat die geopolitieke impact hebben. Het is volgensmij ook niet zo dat de hele Kamer tegen het hele Mercosur-verdrag is.Volgens mij is vooral het landbouwaspect – dat speelt al jaren – een grotedoorn in het oog. Het is in Europees verband niet gelukt, in ieder geval totnu toe nog niet, om dat eruit te halen of het in ieder geval aan te passennaar wens van heel veel parlementariërs hier maar ook van landen alsFrankrijk. Is de heer Paternotte het met mij eens dat het probleem niet isdat een groot deel hier maar ook andere landen tegen Mercosur zijn, maardat de huidige vorm voor velen onacceptabel is? Is D66 ook bereid omdaarnaar te kijken waardoor er inderdaad, zoals u zegt, wel een akkoordmogelijk is, of daar in ieder geval meerderheden voor te vinden zijn, maardan onder voorwaarden die vele parlementariërs, die de boel horen tecontroleren, wél kunnen dragen?De heer Paternotte (D66):Als je na 25 jaar onderhandelen op het punt staat dat het echt nu of nooitis en dan zegt «eigenlijk willen we toch de hele landbouw eruit», is datdenk ik een tikkeltje naïef. Ik denk ook dat het onverstandig is, want wehebben in een onderzoek van Ecorys en de Wageningen Universiteitgezien dat het akkoord ook voor de Nederlandse landbouwsector persaldo goed uitpakt, bijvoorbeeld voor de akkerbouwsector. Er zijn delenvan de landbouw- en veeteeltsector waar dat inderdaad iets minder voorgeldt, maar per saldo pakt het goed uit. We krijgen binnenkort een updatevan dat onderzoek, maar er zijn geen aanwijzingen waarom dat nu anderszou zijn. Je kan jezelf arm rekenen en zeggen: ik kijk naar een gigantischgroot handelsakkoord en ik zie daar een klein deeltje waar we niet goeduit komen. Maar we zien de analyses: per saldo is het voor de Neder-landse economie beter; 300 miljoen; ook de landbouwsector komt er beteruit. Als je dan nog gaat zeggen «kunnen we niet een heel deel eruit gaanhalen?», is dat hetzelfde als jezelf terugtrekken in Europa. Ik denk dat wede Nederlandse economie en de Nederlander daarmee geen dienstbewijzen.De heer Ceder (ChristenUnie):Maar als ik de redenatie van mijn collega volg, dan zegt de heer Pater-notte: we laten het liever helemaal afketsen, dus we hebben liever nietsdan een voorstel dat ook de goedkeuring kan wegdragen van democra-tische parlementen in het Europese construct. Maar dat rijmt toch niet methet uitgangspunt van D66 dat het handelsverdrag zo belangrijk is? Ik snapdat wij er anders naar kijken. Daar gaat het niet om. Maar mijn vraag is:mocht het zo zijn dat bijvoorbeeld Frankrijk zijn standpunt niet wijzigt, isD66 er dan toe te bewegen om alsnog naar het voorstel te kijken? Of zegtD66 dan: goed, dan gaan we het nog verder uitstellen? U geeft inderdaadal aan dat het een heel lang traject is. Of zegt u: omdat we verschillendelanden zijn, is het geven en nemen; we zijn ook bereid om te kijken naarwat haalbaar is?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 30566 De heer Paternotte (D66):We zijn bereid om te kijken naar wat haalbaar is. Ik denk alleen dat webest kunnen zeggen dat Frankrijk misschien iets anders wil, maar ik denkdat ze er in Zuid-Amerika niet op zitten te wachten om weer even de helft,of in ieder geval een kwart, van het verdrag eruit te gooien. Dat is na 25jaar onderhandelen niet zoals het werkt. Wat ons betreft gaat het hetzelfdeals met bijvoorbeeld het CETA-verdrag. Daar is ook een hoop discussieover geweest, maar volgens mij constateren we dat het verdrag goedwerkt, dat het onze economie een stukje versterkt en dat het belangrijk isdat we die band met Canada hebben. Uiteindelijk hebben de Tweede enEerste Kamer ook met dat verdrag ingestemd. Dat is wat er wat onsbetreft zou moeten gebeuren.De voorzitter:U vervolgt uw betoog. O, het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):We komen er niet uit. D66 luistert blijkbaar niet naar al die natuur- enmilieuorganisaties en de inheemse bevolking, die zeggen: dit is gewoonheel slecht voor ons en onze toekomst. Maar toch even door op hetrebalancing mechanism, want dat is een nieuw mechanisme, datingevoegd is in het verdrag. Zoals ik net schetste, jubelen Mercosur-landen en de vleesgiganten daarover, omdat het de economischebelangen van Mercosur-landen beschermt. Maar ik weet dat D66 vaaknaast ons staat als het gaat om de Green Deal of om de ontbossingswet.Ze hebben meegestemd met een motie van ons dat het verdrag niet deontbossingswet van Europa mag schaden. Nu concluderen onder andereVeblen en Politico dat de bossenwet door dat mechanisme wordtgeschaad. Mijn vraag aan D66 is dus: zijn ze bereid, gezien dit nieuwemechanisme, gezien deze conclusie, om opnieuw te kijken naar hetMercosur-verdrag en te kijken wat nou echt de belangen zijn die wemoeten verdedigen?De heer Paternotte (D66):De zorgen over de Amazone en de inheemse bevolking moeten we heelserieus nemen, maar ik zie dat de huidige Braziliaanse regering van Lula– waar ik overigens genoeg op aan te merken heb, bijvoorbeeld op zijnverhouding met Rusland – ervoor zorgt dat de ontbossing fors afneemt.Gelukkig maar; dat is hard nodig voor de hele wereld. Ook inheemsevolkeren worden beter beschermd. Over dat rebalancing mechanism: ikzie dat daarin staat dat als blijkt dat landen zich niet aan de klimaataf-spraken uit het akkoord houden, of dat ze zich niet aan het klimaatakkoordvan Parijs houden, het hele handelsverdrag kan worden opgeschort. Dedag nadat Donald Trump uit het klimaatakkoord van Parijs is gestapt, ishet toch ontzettend belangrijk dat wij ervoor zorgen dat we dat blok inZuid-Amerika wél aan het klimaatakkoord van Parijs kunnen binden? Ikweet dat we dat op één manier in ieder geval niet voor elkaar krijgen. Datis de handen ervan aftrekken en zeggen: geen handelsakkoord metEuropa; succes met de rest van de wereld. Dat is volgens mij wat wezouden moeten doen: juist de Mercosur-landen binden aan die afspraken.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Fijn dat we even een gesprek kunnen aangaan, maar ik constateer dat D66zegt dat we in Brazilië een regering hebben die al goed bezig is. Dan is hethele verdrag niet nodig, zou je zeggen. We hebben wel een andereregering, van Milei, een autoritaire leider die niets heeft met natuurbe-scherming en milieubescherming. Daar wil D66 ook een akkoordje meesluiten. Maar ik wil dat D66 toch ingaat op het mechanisme en wat ik daarnet over zei, want nogmaals, het mechanisme schaadt onze bossenwetvolgens experts. Politico heeft daarover geschreven. De waarborgenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 30567 waarnaar werd verwezen, gelden alleen maar als een land uit hetklimaatakkoord stapt. Maar als een land in het klimaatakkoord blijft zittenen vervolgens niks doet voor het klimaat, dan is er geen enkele sanctiemogelijk vanuit onze kant om dat te handhaven. Wat er wel mogelijk is ...De voorzitter:Mag ik u vragen om uw vraag te stellen?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, sorry. Wat er wel mogelijk is aan sancties is andersom, dus Mercosur-landen en de vleesbedrijven die ons op de vingers kunnen tikken omdatwij onze natuur en boeren beschermen. Kan D66 iets meer kennis tonenover het mechanisme dat dat mogelijk maakt? Zijn ze niet bang dat datgebeurt ...De voorzitter:Mag ik u vragen af te ronden?Kamerlid Kostic´ (PvdD):... achter gesloten deuren?De heer Paternotte (D66):Wij zijn voor een sterkere Europese ontbossingsverordening. Wat onsbetreft gaan we daar als Europa ook zelf over. Dat ben ik met het lid Kostic´eens. Maar ze zei: president Lula is al goed bezig en daarom zou eenakkoord niet nodig zijn. We hebben dit akkoord wat ons betreft om tweeredenen. Eén. Het is een handelsakkoord. Dat betekent de handelsbandenversterken en daarmee voor onze economie als handelsland – we zijn eenhandelsland – zorgen dat er meer kansen komen voor de export. We zienook dat dat onze economie flink zou kunnen helpen. Twee. Daardoorhebben we een sterkere positie in Zuid-Amerika. Daardoor hebben wedaar ook meer te vertellen. Daardoor hebben we daar meer invloed. Ikweet zeker dat Europese invloed beter is voor mensenrechten, voorklimaat en milieu, voor de natuur en voor de Amazone dan invloed dieandere blokken zoals de Verenigde Staten en China opbouwen. Ik zie ookdat we steeds afhankelijker worden van Amerika en China, landen die onsafhankelijk proberen te maken en ook proberen ons te chanteren,waardoor we alternatieven nodig hebben. Dat is waarom wij zeggen: latenwe dit nu doen. Niet omdat Lula of Milei ideale leiders zijn – dat zijn zeinderdaad niet; zo zit de wereld ook niet in elkaar – maar onszelf terug-trekken in Europa en denken dat we onze welvaart kunnen behouden éniets voor het klimaat kunnen doen: zo werkt het in ieder geval niet. Ik hebvan de Partij voor de Dieren ook nooit een geloofwaardig plan daarvoorgezien.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Volgens mij heeft de Partij voor de Dieren hier heel veel voorstellen voorgedaan. Misschien is dit een constatering, maar ik heb toch nog een vraagaan D66. Het is prima als D66 zegt: «We vinden handel belangrijk, bovenalles. Daar kiezen we voor ongeacht alles wat er speelt. We gaan naast deMercosur-landen en de vleesgiganten staan. We vinden de import vanplofkippen en rundvlees prima en we negeren de natuur- en milieube-schermers op beide continenten. We negeren de experts die zeggen datdeze deal de bescherming van natuur, milieu en mensenrechten juistachteruit gaat brengen, juist schade gaat toebrengen.» Kiest D66 gewoonvoor handelsbelangen? Ik concludeer dat dit blijkbaar zo is. Dat vind ikgewoon jammer, want volgens mij kunnen we dit samen beter regelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 30568 De heer Paternotte (D66):Voor dit populistische verhaal had collega Kostic´ mij niet nodig, want ditis natuurlijk echt totale flauwekul. D66 heeft steeds gezegd dat hetklimaatakkoord van Parijs voor ons een voorwaarde is voor dit handelsak-koord. Dat die landen zich binden aan het klimaatakkoord van Parijs, isprecies wat nu in het true-balancing mechanism zit. Collega Kostic´ heefthet over experts, maar ik zie ook heel veel andere experts. Ik heb geenenkele expert gezien die zegt dat het voor het klimaat, de natuur en hetmilieu beter is als Zuid-Amerika een grote handelsdeal met China gaatsluiten in plaats van met Europa. Dat is wel wat er gaat gebeuren. Datbetekent dat wij economisch zwakker worden, dat wij een kleinere stemhebben in de wereld en dus ook minder goede dingen kunnen doen voorwaarden die wij belangrijk vinden, zoals de bescherming van het klimaaten mensenrechten. Het hele idee van de Partij voor de Dieren is om tegenalle handelsverdragen te zijn. Ik heb namelijk nog nooit meegemaakt datde Partij voor de Dieren voor een handelsverdrag is. Maar hoe kun je daarals handelsland nou ooit sterker uit komen? Hoe denk je daarmee iets tekunnen bereiken voor de wereld? Daarover heb ik nog nooit een goedverhaal gehoord.De heer Ram (PVV):Ik heb een vraag aan de heer Paternotte. We kennen D66 als een partij diede boerenstand wil halveren en de boeren altijd op de laatste plaats zet.Ook nu weer, met het Mercosur-verdrag, kiest D66 helaas voor globali-sering. Maar daar gaat mijn vraag niet over. Brazilië, dat dan zogenaamdaan het klimaatakkoord moet voldoen, is een land dat carbon negative is.Met andere woorden: ze hebben de Amazone en nemen daardoor heelveel CO2 op. Ze kunnen olie produceren wat ze willen, maar ze zullen altijdcarbon negative blijven. Hoe ziet D66 dan die niet-afdwingbare paragraafover het klimaatakkoord? Van ons hoeft die er niet in te zitten. Wij zijngeen klimaatpartij. Maar wat een gelijk speelveld betreft: dit betekent datEuropa altijd aan het kortste eind trekt, want Zuid-Amerika is carbonnegative. Ze kunnen altijd onder die maatregelen uit. Ze hoeven er nietaan te voldoen, want ze blijven altijd CO2 opnemen. Hoe ziet D66 dat?De heer Paternotte (D66):Ik heb mensen als Rob Jetten en Ilana Rooderkerk in mijn fractie, die nogveel meer weten over klimaat dan ik, maar ik weet toch vrij zeker dat hetniet zo werkt in het klimaatakkoord van Parijs dat je alle bossen die jehebt, kunt afstrepen en vervolgens kunt uitstoten wat je maar wilt. Danzou dit ook gelden voor Canada of voor Rusland. Nou ja, Rusland trektzich er niet zo veel van aan. Maar zo werkt het niet. Je moet deCO2-uitstoot omlaagbrengen. Dat is een gezamenlijke opdracht. Maar ikdenk wel dat de heer Ram terecht wijst op het Amazonegebied. Dat is zo’ngigantisch reservoir voor CO2-opslag. Vernietiging daarvan zou funest zijnvoor de hele wereld. Dan krijgen we nog veel meer extreem weer enklimaat- en milieurampen, zoals we nu bijvoorbeeld in Californië zien.Daarom is het zo belangrijk dat we als Europa daar een plek aan tafelkrijgen.U heeft het over de boerenstand. Er zijn nu veel minder boeren inNederland dan twintig jaar geleden, maar de veestapel is in die tijdhelemaal niet zo sterk gekrompen. Dat komt omdat boerenbedrijvensteeds grootschaliger zijn geworden. Wij hebben gezegd dat die gigan-tische veestapel in Nederland – wij zijn de grootste vleesexporteur vanEuropa – niet houdbaar is in dit kleine land, waar gewoon niet alles kan.Daarom moet er echt iets veranderen. Volgens mij hebben we vandaageen rechterlijke uitspraak gezien die dat ook nog eens even extra dikonderstreept.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 30569 De voorzitter:U heeft geen interruptie meer, collega Kostic´. Sorry, het waren er drie.Wilt u doorgaan met uw betoog?De heer Paternotte (D66):Voorzitter. Chinese producten en technologie waar we afhankelijk van zijnof dreigen te raken, vormen ook een risico voor onze fysieke veiligheid.Dan heb ik het bijvoorbeeld over auto’s met Chinese software, waardoorChina op afstand onze auto’s zou kunnen beheren of kan omtoveren totrijdende afluisterapparatuur. In de Verenigde Staten wordt daarom deverkoop van auto’s met technologie uit China per 2027 volledig verboden.Ik zie dat risico ook. Daarom heb ik vorig jaar ook de motie van collegaBoswijk meeondertekend waarin werd gevraagd om een onderzoek naarde risico’s van Chinese auto’s. De motie is aangenomen. Dus mijn vraagis: wanneer kunnen we dit onderzoek verwachten? Kan de Minister daarmisschien meer tempo achter zetten, ook gezien de urgentie van hetvraagstuk? Hoe kijkt zij naar het Amerikaanse verbod op deze auto’s?Daarnaast is China een berucht gebruiker van economische dwangmid-delen richting Europese landen. Daarom stapte de EU naar de Wereldhan-delsorganisatie toen China ineens besloot om de handel met Litouwen testoppen als reactie op Litouwse steun aan Taiwan. Een terechte stap vande EU, maar nu lijkt het erop dat deze klacht ingetrokken gaat worden. Datzou enorm onverstandig en zwak zijn, niet alleen voor dit specifieke geval,maar ook omdat het China de boodschap geeft dat zij een Europees landmogen straffen als dat hun uitkomt en dat andere landen zich daar danwel bij neerleggen, en dat we China toestaan onze interne markt teondermijnen. Kan de Minister toezeggen er tijdens de Raad voor te pleitendat de EU deze zaak wel doorzet?Tot slot, voorzitter. Oekraïne hoort bij ons. We moeten de Oekraïners, dieook voor ons vechten, zo goed mogelijk in staat stellen om de strijd tegenPoetin te winnen. Dat betekent niet alleen dat de militaire steun echtomhoog moet, maar ook dat we doen wat we kunnen om de Oekraïenseeconomie draaiende te houden. Zodra Oekraïne volledig lid wordt van deEU, zullen zij ook toetreden tot onze interne markt. Zover is het nog niet,maar we kunnen wel alvast de handelsbanden aanhalen. Kan de Ministertoezeggen er tijdens de Raad voor te pleiten om de handelsbarrièrestussen de EU en Oekraïne zo veel mogelijk weg te nemen? Nu zal eenfysieke handelsmissie voorlopig nog niet mogelijk zijn, maar tijdens decoronapandemie is al wel ervaring opgedaan met digitale handelsmissies.Is de Minister bereid om zo’n digitale handelsmissie naar Oekraïne op tezetten en daarbij ook expliciet aandacht te besteden aan de bijdrage dieNederlandse bedrijven kunnen leveren aan herstel en wederopbouw?Dank, voorzitter.De voorzitter:Perfect, dank u wel. Mevrouw De Korte, mag ik u het woord geven?Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Vandaag is mijn eerste debat in deze commissie.Het is een eer om hier namens Nieuw Sociaal Contract aanwezig te zijn enonze visie te delen op een eerlijk, duurzaam en strategisch handelsbeleid.We staan op een keerpunt. De wereld om ons heen verandert snel. Datmerken we in handelsverhoudingen. De herverkiezing van Trump en hetMercosur-akkoord laten zien hoe belangrijk het is dat Nederland actiefmeedenkt in Europa.Maar handel gaat voor mij niet alleen over cijfers en akkoorden, maar gaatook over onderlinge relaties. Graag begin ik met een voorbeeld dat iktegenkwam tijdens een bezoek in Suriname. Er stonden dialysemachinesin het ziekenhuis, maar die werkten niet, vanwege het warme klimaat. Deleverancier kwam niet langs om de machines te maken en ze bleven daarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305610 ongebruikt staan. Dit liet me zien dat export meer is dan alleen productenleveren. Het gaat ook om geschiktheid, ondersteuning door technischeknowhow en duurzaamheid.Dit voorbeeld staat symbool voor de bredere handelsuitdagingen, zoalsonze relaties met andere landen. Ik begin met Trump. Hoe kan het ookanders? Deze week begon Trump aan zijn tweede termijn als presidentvan de Verenigde Staten. In zijn beleid focust hij op bilaterale deals eninvoertarieven, met de nadruk op «America first». Tijdens zijn vorigetermijn zagen we al wat dit betekent: tariefoorlogen, hoge invoerrechtenop staal en aluminium, en pogingen om Europa uit elkaar te spelen. Decijfers liegen er niet om. In 2024 exporteerde Nederland voor 36 miljardaan goederen naar de VS, waaronder machines, medische technologie enlandbouwproducten. Tegelijkertijd importeerden wij voor 61 miljard,waarvan een groot deel bestond uit aardgas en olie. Amerika is inmiddelsonze belangrijkste leverancier van lng. Als Trump extra tarieven invoert oplng, kunnen de energiekosten flink stijgen, net als in 2022. Nieuw SociaalContract vindt dat Nederland zich sterk moet maken voor een gezamen-lijke Europese aanpak voor onderlinge handelsrelaties met de VS, maarook voor onze eigen strategische autonomie. Daarom vraag ik de Ministerhoe Nederland zich binnen de EU voorbereidt op de gevolgen van Trumpsprotectionistische koers. Zijn er al scenario’s? Wat is de Nederlandse inzetom ervoor te zorgen dat de EU met één stem spreekt en de internecohesie bewaart?Voorzitter. Dan het Mercosur-akkoord. We hebben een motie gesteund omtegen het Mercosur-verdrag te stemmen. Dat heeft te maken met het feitdat de Nederlandse boeren vrezen voor oneerlijke concurrentie door deimport van producten als Braziliaans rundvlees en gemodificeerdegraanproducten. Deze producten voldoen vaak niet aan dezelfde normenvoor milieu en dierenwelzijn als Europese producten. Dit zet onze boerenonder enorme druk. Nieuw Sociaal Contract vindt dat handelsakkoordenalleen kunnen werken als ze gebaseerd zijn op gelijkwaardigheid, striktenaleving van duurzaamheidseisen en concrete bescherming van onzelandbouwsector. Hoe gaat de Minister om met de motie die door demeerderheid van de Kamer is aangenomen?Voorzitter. De wereld om ons heen verandert snel. Nieuw Sociaal Contractvindt dat we niet stil moeten blijven staan. Ruim twee derde van deNederlandse ondernemers ...De voorzitter:Mag ik even? De heer Paternotte heeft een vraag.De heer Paternotte (D66):Ik ben het helemaal eens met wat de collega van Nieuw Sociaal Contractzegt over Amerika, over als Europa samen optreden, en ook over hoebelangrijk die handelsrelatie voor ons is en dat we daar sterk in staan. Ikkan dat alleen niet rijmen met dat NSC zegt dat het dat Mercosur-verdragniet hoeft. Zegt Nieuw Sociaal Contract nu: we gaan coûte que coûte, hoedan ook, tegen dat akkoord stemmen als het kabinet dat inbrengt in deKamer? Of houdt u nog de optie open dat u het misschien wel kansteunen?Mevrouw De Korte (NSC):Allereerst, wij hebben inderdaad tegen het Mercosur-verdrag gestemd.We zullen niet zo gauw overstappen naar: we gaan het toch doen. Maarwe zijn wel heel erg benieuwd naar het onderzoek dat nu in Wageningenwordt uitgevoerd, want we willen inderdaad het hele grote plaatje zien.Wij vinden wel dat er een eerlijk samenspel moet zijn met onze normen endat we niet opeens van alles moeten binnenhalen dat niet voldoet aanonze normen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305611 Mevrouw Kamminga (VVD):Dank aan collega De Korte voor dit deel van de inbreng. Ik voel wel meemet de heer Paternotte. Kijk naar de landbouwsector. Over de hele liniegaat de landbouwsector erop vooruit. We hebben twee sectoren, specifiekmeer aan de vleeskant, waar negatieve effecten zijn. Daar loopt ook deVVD niet voor weg. We zien juist dat daar in het nieuwe akkoord heel veelmitigerende maatregelen voor zijn genomen. Er is een compensatiefonds.Er is een quotum op gezet. We hebben afspraken gemaakt over dat ergeen producten de Europese markt mogen binnenkomen en mogenworden verhandeld die niet aan onze standaarden voldoen. Dus in mijnbeleving wordt met deze laatste stappen de NSC-fractie op haar wenkenbediend. Ik ben nog even op zoek naar wat mevrouw De Korte en haarfractie nog meer nodig hebben om wel enthousiast over dat akkoord tekunnen zijn.Mevrouw De Korte (NSC):Er zijn inderdaad al een aantal mitigerende maatregelen genomen en daarzijn we blij mee, maar het gaat wat ons betreft niet ver genoeg. Wat onsbetreft is er nog te weinig gelijkwaardigheid ten aanzien van onzehoogstaande landbouwsector. Dus dat moet echt beter. Dat zijn destappen die wat ons betreft genomen moeten worden.De voorzitter:Volgens mij zijn er geen interrupties en kunt u uw betoog vervolgen, metals kanttekening dat u nog zeven seconden heeft.Mevrouw De Korte (NSC):Ik was al bijna klaar, maar ik moet toch even mijn alinea opnieuwbeginnen, denk ik. Ruim twee derde van de Nederlandse ondernemersneemt nu al maatregelen, zoals het verkennen van nieuwe markten, hetaanpassen van prijzen of het investeren in innovatie. Onze ondernemerszijn dus al aan de slag. Hoe gaat de EU aan de slag met proactief zijn, metinnovatie en met gezamenlijk optrekken in Europa om dit continent sterkerte maken?De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu de heer Ceder aan het woord, als hij wil.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja graag, voorzitter. De wereld ziet er anders uit na de installatie vanDonald Trump deze week. Europa moet veel meer op zijn eigen benengaan staan. Daarbij moeten we de eigen onderhandelingspositie ook nietonderschatten. Deze tijd vraagt om overheden die daadkrachtig staanvoor eerlijke handel wereldwijd. Mijn vraag aan de Minister is dan ookhoe volgens haar een weerbare economie er op de lange termijn uitziet,ook als Amerika uit de internationale verdragen stapt en er mogelijkimporttarieven opgelegd worden, waarmee gedreigd is.Voorzitter. Over Mercosur heb ik al een interruptiedebat gehad. Wat onsbetreft is het belangrijk dat dat in de huidige vorm niet geaccordeerdwordt, omdat dat niet in het nationale belang is, maar ook niet in dat vande landen in Zuid-Amerika. Het sluiten van handelsverdragen zoalsMercosur kan niet betekenen dat we de negatieve gevolgen voor mens enmilieu maar op de koop toe nemen. Als we samen met het bedrijfslevende situatie aan de andere kant van de wereld daadwerkelijk willenverbeteren, is de hele kwestie van een ongelijk speelveld voor bijvoor-beeld Nederlandse boeren door dergelijke verdragen opgelost.De Kamer is duidelijk geweest over Mercosur. De Minister schrijft dat ditverdrag nog geen voldongen feit is, terwijl de Europese Commissie inhaar uitingen wel trots laat zien dat er al een deal is. Welke mogelijkhedenhebben de lidstaten nog in dit proces, vraag ik aan de Minister. Ik zeg hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305612 heel plat: ik wil er niet in gerommeld worden, ook omdat er eenmeerderheid is in de Kamer die dit niet wil. Dus wat is de toon van deMinister tijdens de informele Raad? Heeft de Minister helder voor ogenwat de effecten zijn op mensenlevens van het akkoordenbeleid dat nugevoerd wordt? In hoeverre kan Europa zichzelf meer voorzien van kritiekegrondstoffen? Welke rol spelen kandidaat-lidstaten hierin?Voorzitter. Zoals de Minister weet, is de ChristenUnie ook pleitbezorgervan een wettelijke ondergrens voor maatschappelijk verantwoordondernemen. We zijn ook mede-indiener van een initiatiefwet. Daarna isde CSDDD gekomen. Daar zijn we ook blij mee. Maar nog te vaak wordende lasten van ons westerse leven gedragen door mensen in benardeomstandigheden, waar dan ook ter wereld. Het klinkt hard, maar het isuiteindelijk een parasitaire manier van leven, een parasitaire samenleving,wat tegen het gevoel van rechtvaardigheid indruist.Voorzitter. In decennia van inzet zijn er stappen gezet. Een deel van hetbedrijfsleven loopt voorop, maar ondervindt economisch nadeel tenopzichte van bedrijven die wegkijken van de eigen handelsketen: eenongelijk speelveld dus. Onder het mom van de aanstaande Europeserichtlijn zijn verschillende initiatiefwetten van deze Kamer vooruitge-schoven of zelfs niet uitgevoerd. Denk aan de kinderarbeidwet. Inmiddelswordt CSDDD geïmplementeerd. Uit de beschikbare data blijkt dat maar300 bedrijven van de miljoenen bedrijven die Nederland rijk is onder dezerichtlijn gaan vallen. Dat is minder dan beoogd werd en ook minder dan inde media werd geroepen door heel veel bedrijven die aangaven dat ditgigantisch veel bedrijven zou raken. Ook partijen in deze Kamer hebbendaaraan bijgedragen. Uiteindelijk blijkt dat het maar om minder dan 0,1%van de bedrijven in Nederland gaat. Dat zijn weliswaar de grootste, maardaarmee zijn ze ook de krachtigste, die mogelijk de kosten zouden kunnendragen.Uit de beantwoording van de Minister blijkt ook dat de implementatie optermijn juist winstgevend zou kunnen zijn. Ik vraag me af of de Ministerdaarop kan reageren. Als de implementatie op de lange termijn winst-gevend is voor deze 300 bedrijven, zou het dan niet interessant zijn vanuiteconomisch perspectief om het juist voor meer bedrijven verplichtend temaken?Voorzitter. Ik heb nog een aantal vragen en dan rond ik af. Ten aanzien vande beantwoording vraag ik de Minister om door te gaan met de imple-mentatie en om het tempo hoog te houden. Volgens mij heeft ze dieambitie ook uiteengezet in haar brief, en daar ben ik blij mee. Is deMinister bereid om de positieve effecten van deze wet in Europeesverband te benadrukken?De voorzitter:Meneer Ceder, u zit tien seconden over de vier minuten, dus ik wilde tochvragen om ...De heer Ceder (ChristenUnie):Ik heb nog twee vragen.De voorzitter:... af te ronden, alstublieft.De heer Ceder (ChristenUnie):Is de Minister voornemens om bij de Omnibusaanpak te bepleiten dat deimplementatie van CSDDD niet vertraagd wordt en dat het wenselijk is omde rapportage-eisen en de reikwijdte van de CSRD in lijn te brengen metde CSDDD?Daar ga ik het bij laten, voorzitter. Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305613 De voorzitter:Mevrouw Kamminga heeft een vraag.Mevrouw Kamminga (VVD):Het zal u niet verbazen dat het wederom over Mercosur gaat. Ik heb dantoch de volgende vraag aan collega Ceder. Ik heb zijn bezwaren en zijnaandachtspunten gehoord. Ik denk dat een aantal van ons die ook zekerwel zien. Tegelijkertijd gaat het akkoord natuurlijk over heel veel meer enmoeten we uiteindelijk ook de balans opmaken. Nogmaals, ook landbouw,een heel groot deel van diezelfde sector, gaat er juist op vooruit en zalerop achteruitgaan als het niet doorgaat. Als het verdrag er ligt, het goedvertaald is en er een kabinetsreactie is, is de ChristenUnie dan bereid omhet wel in de volle breedte te wegen en daar in ieder geval nog voor opente staan?De heer Ceder (ChristenUnie):De ChristenUnie zal altijd wegen op grond van de inhoud. Dat betekentinderdaad dat we dat ook doen als er een definitieve tekst ligt. Hetprobleem is dat ik al een aantal keren als parlementariër heb meegemaaktdat je met Europese trajecten al zo ver in een fuik bent gezwommen dat jeeigenlijk niet meer terug kan. We geven al een aantal jaren onze bezwarenin een vroeg stadium aan. Dat hebben we dus ook gedaan. Dat zal ik ookblijven doen. Ik zal natuurlijk naar de eindtekst kijken, maar ik heb niet deverwachting dat mijn bezwaren dan van tafel geveegd zullen worden,tenzij er geluisterd is naar de kritiek die wij, maar ook een meerderheidvan de partijen in de Kamer, en andere landen, hebben geuit. Dus ja, wezullen ernaar kijken. Maar mevrouw Kamminga, u weet ook dat hetEuropese traject modderig is en je langzaam in een fuik zit waarbij er eenpoint of no return is. Ik wil echt uit die fuik blijven. Daarom hamer ik er nuook op om heel duidelijk te zijn, ook in Europees verband. Ik ben niettegen handelsverdragen. Ik ben niet tegen de gedachte dat er eenMercosur-akkoord zou kunnen zijn. Maar ik stel dat de inhoud nu enerzijdsniet goed is voor Nederland, maar anderzijds ook niet voor deontvangers ...De voorzitter:Mag ik u vragen af te ronden, meneer Ceder?De heer Ceder (ChristenUnie):... in Zuid-Amerika. Dank u wel.De voorzitter:Er zijn verder geen interrupties. Meneer Ram.De heer Ram (PVV):Dank u, voorzitter. Handelspolitiek raakt direct onze bedrijven, banen enwelvaart. Het is onze plicht om ervoor te zorgen dat de belangen vanNederland altijd vooropstaan. Dat is precies waar ik vandaag voor sta.Eerst wil ik ingaan op de handelsakkoorden. Handelsdeals, zoals metIndonesië en Taiwan, kunnen onze bedrijven heel veel opleveren, maar wemoeten niet volledig afhankelijk zijn van de EU. Kan Nederland nietzelfstandig bilaterale handelsakkoorden afsluiten? Of is het binnen deEuropese Unie mogelijk om een opt-out bij handelsverdragen te reali-seren, vraag ik aan de Minister.De voorzitter:Meneer Ram, u heeft een eerste interruptie van de heer Paternotte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305614 De heer Paternotte (D66):Als er nou één ding is dat we in Europa samen doen, dan is het dat weeen interne markt hebben en dus ook samen handelsverdragen sluiten.Als de PVV moet kiezen tussen dat in stand houden en een nexit, waarkiest de heer Ram dan voor?De heer Ram (PVV):Wij hebben er bij de Europese verkiezingen heel duidelijk voor gekozenom vooralsnog in de Europese Unie te blijven, zodat we de Europese Unievan binnenuit kunnen hervormen. Eén voorstel dat ik daarvoor doe, is eenopt-out bij handelsverdragen. Ik denk dat het goed zou zijn voor deEuropese Unie om zo’n stelsel in te voeren, omdat we de Europese Uniedaarmee slagvaardiger maken. Dan zijn we niet 25 jaar bezig om eenhandelsverdrag af te sluiten, zoals bij Mercosur. Maar dat zien we ook bijandere handelsverdragen. Ik geloof dat er nog twintig handelsverdragenop de rol staan die nog goedgekeurd of onderhandeld moeten worden. Ditleidt juist tot die stroperigheid en bureaucratie die we van de EuropeseUnie kennen. Ons voorstel is om te hervormen van binnenuit.De voorzitter:U kunt doorgaan met uw betoog.De heer Ram (PVV):Neem bijvoorbeeld het investeringsverdrag tussen de EU en Vietnam.Nederland is de grootste investeerder in Vietnam, maar dit verdrag is nogsteeds niet voorgelegd aan de Kamer. Wat is de reden daarvoor? Ditverdrag is al door 26 landen geratificeerd. Het is juist in het Nederlandsbelang om hier een voortrekkersrol in te spelen, omdat de Nederlandsebedrijven de grootste investeerder zijn.Dan over het Mercosur-verdrag. De PVV vindt dit verdrag een bedreigingvoor onze landbouwsector, zoals we in eerdere debatten al hebben geuit.Uit analyses blijkt dat de EU zich openstelt voor meer goedkoperevleesproducten uit de Mercosur-landen, terwijl onze boeren aan veelstrengere standaarden moeten voldoen. Hoe waarborgt de Minister datNederlandse boeren niet weg worden geconcurreerd door oneerlijkevoorwaarden? Bovendien zien we een gebrek aan bindende afspraken diezorgen voor een eerlijker speelveld. Hoe kan de Minister dit verant-woorden, terwijl de Nederlandse bedrijven aan strengere EU-richtlijnenmoeten voldoen? Er zijn allerlei duurzaamheids-, klimaat- en ontbossings-maatregelen. Kijk, het zijn niet de maatregelen die wij graag opgenomenzouden zien, maar ze zijn vervolgens dus niet bindend. Dat betekent datNederlandse bedrijven wel aan de EU-verordeningen en -richtlijnenmoeten voldoen en de bedrijven in de Mercosur-landen niet. Dat is duseen ongelijk speelveld. Graag een reactie van de Minister hierop.Voorzitter. Dan de WTO. De problemen met de geschillenbeslechtingblijven onopgelost. Hervormingen zijn dus nodig.De voorzitter:Eén seconde. Mag ik de leden Paternotte en Kostic´ vragen om niet doorhet betoog van de heer Ram heen te praten?De heer Ram (PVV):Dank, voorzitter. Nederland mag niet zwakker worden van die hervor-mingen. Wat is de strategie om ervoor te zorgen dat onze Nederlandsebedrijven worden beschermd tegen oneerlijke concurrentie zoals uit Chinaen de VS? Is de Minister bereid om buiten de WTO oplossingen te zoekenals geschillen vastlopen, bijvoorbeeld met Indonesië? Onze relatie met deVS is van groot belang. Met de recente ontwikkelingen in de Amerikaansepolitiek liggen er kansen, maar we moeten ook onze eigen belangenblijven beschermen. Hoe garandeert de Minister de NederlandseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305615 zelfstandige positie op het gebied van vooral technologie en dechipsector, zonder dat simpelweg het EU-beleid wordt gevolgd?Daarnaast wil ik het toch nog even hebben over de implementatie van deCSDDD. Ik vraag de Minister ...De voorzitter:Eén moment. De heer Paternotte heeft een laatste interruptie.De heer Paternotte (D66):De PVV voert vaak campagne met «Nederlanders op één». Nu ligt er eenhandelsakkoord waar Nederland 300 miljoen euro per jaar welvarendermee zou kunnen worden. Wat zegt de PVV dan bijvoorbeeld tegenakkerbouwers of medicijnexporteurs die daar beter van worden endaardoor meer mensen hier aan het werk kunnen houden? Waarom zet hijNederlanders dan niet op één? Wat zegt hij tegen deze bedrijven?De heer Ram (PVV):Het blijft een belangenafweging. We kijken naar wat de kansen zijn. Dekansen zijn marginaal. Onderzoek toont aan dat het effect maar 0,1% ophet bnp van de hele EU bedraagt. Dat is natuurlijk ongelofelijk weinig voorzo’n gigantisch akkoord, terwijl de gevolgen voor een groot gedeelte vanonze landbouwsector desastreus zijn. Er wordt in het verdrag letterlijkgezegd – ik vat het even samen – dat de keuzes op het gebied vanlandbouwbeleid van alle landen in het verleden worden gerespecteerd.Dat is zo’n cryptische omschrijving. Letterlijk alle keuzes op milieugebieddie de landbouw raken, blijven gewoon in stand. Dat blijft een oneerlijkspeelveld, dus wij maken een totaal andere afweging dan de heerPaternotte. Daarmee zetten wij de Nederlander juist wel op één.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Ram (PVV):Ik was bij de CSDDD. Ik wil de Minister expliciet vragen om in de memorievan toelichting van de implementatiewet op te nemen of er een marginaletoets kan worden uitgevoerd, en niet een inhoudelijke toets. Dit voorkomtonnodige rechtsonzekerheid voor bedrijven en zorgt voor meer duide-lijkheid in het hele proces. Is de Minister daartoe bereid?Tot slot, voorzitter. Mijn laatste punt gaat over de interne markt. De internemarkt wordt ook uitgebreid naar kandidaat-lidstaten. Dat is wat de PVVbetreft een brug te ver. De EU heeft al genoeg uitdagingen en de PVV isdaarom fel tegenstander van uitbreiding van de interne markt naarkandidaat-lidstaten. Dit leidt onvermijdelijk tot een EU-lidmaatschap. Jeslaat een weg van no return in. Waarom zouden we nu al onze marktopenstellen terwijl we niet eens weten of deze landen ooit zullentoetreden?De voorzitter:Mag ik u vragen af te ronden?De heer Ram (PVV):Jazeker. Kan de Minister ook ingaan op het volgende punt. Kunnen weniet beter handelsverdragen afsluiten ...De voorzitter:Ik wil echt dat u afrondt. U zat al over de vier minuten heen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305616 De heer Ram (PVV):Laatste vraag. Als het gaat om kritische grondstoffen kunnen we,bijvoorbeeld met Servië, ook gewoon handelsverdragen afsluiten in plaatsvan ...De voorzitter:Dank u wel.De heer Ceder (ChristenUnie):In de brief met antwoorden op vragen van mevrouw Kamminga over deCSDDD heeft Minister Klever, ook van PVV-huize, het volgende aange-geven. Zij verwacht dat de voordelen van de implementatie op middel-lange tot de lange termijn voor de bedrijven die eronder vallen, de kostenop korte termijn zullen overtreffen, vanwege efficiëntiewinst, meerveerkracht, betere financiële prestaties door innovatie. Mogelijk zullen zezelfs leiden tot first-mover advantage op de wereldmarkt, waaronder hetveiligstellen van toegang tot hulpbronnen. Uit de vergaarde data zien weook dat 300 bedrijven in Nederland daaronder zullen vallen; er staanmiljoenen bedrijven bij de KVK ingeschreven. Procentueel is dat volgensmij minder dan 0,1%, terwijl het volgens mij ...De voorzitter:Meneer Ceder, kunt u uw vraag stellen?De heer Ceder (ChristenUnie):Mijn vraag is of de PVV met deze nieuwe informatie, want dat is het,bereid is om ook te kijken naar het volgende. Als het klopt dat het lonendis, moeten we dan niet toch ook kijken of je de reikwijdte daarvan niet ...Zou je niet moeten kijken of je het niet ook andere bedrijven zou willengunnen? Want het is goed voor de bedrijven ...De voorzitter:Dank, dank.De heer Ceder (ChristenUnie):... maar ook voor de hele handelsketen.De voorzitter:Toch even een noodkreet. Ik probeer voor 14.00 uur de eerste termijn vande Kamer af te ronden en dat gaat mij op deze manier niet lukken. Dus ikvraag u echt om uw interrupties kort te houden en ook graag korteantwoorden te geven.De heer Ram (PVV):Ik doe mijn best, voorzitter. Wat de implementatie van deze richtlijnbetreft: deze richtlijn moet worden geïmplementeerd. Die komt uit deEuropese Unie; daar kunnen we niet omheen. Gelet op de huidigeimplementatie is het juist heel nadelig voor de mkb-bedrijven. Die vallener niet onder. De reden is de marktmacht van de multinationals. Diekunnen gewoon hun manier van boekhouden volgens deze richtlijn overde schutting gooien en afdwingen bij het mkb. Het mkb heeft zelf niet demogelijkheid, de financiële middelen en de menskracht om al deze dingente implementeren. Dat is juist de reden om zo’n knip te maken. Dathebben de multinationals allemaal wel. Ik kijk daar dus toch op eenandere manier naar. Ik heb met het mkb gesproken.Daar laat ik het bij, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305617 De voorzitter:Meneer Ceder, u heeft al drie interrupties gehad. Ik hoor de heer Cederzeggen: het werd net interessant. Ja, dat gevoel hebben meerderecommissieleden. Mevrouw Kamminga, ik vraag u om uw inbreng te doen.Mevrouw Kamminga (VVD):Dank u wel, voorzitter. Er is bijna geen beter moment om dit debat overhandel te houden dan nu, met de Commissie die deze week wederomnaar de WTO is gestapt om China aan te spreken en de voornemens vanTrump om tarieven in te voeren. We moeten natuurlijk nog zien hoe hetprecies gaat uitpakken, maar de aangekondigde importheffingengecombineerd met de grote subsidies dan wel de staatssteun die de VSmaar ook zeker China aan hun bedrijfsleven geven, hebben hoe dan ookimpact op onze economie en daarmee onze welvaart. De VVD deelt deinzet van het kabinet dat we een handelsoorlog moeten voorkomen.Dat roept wel de vraag op hóé het kabinet dit voornemens is tevoorkomen. Ik heb samen met collega Hirsch een motie ingediend waarinwe het kabinet oproepen met een visie te komen over hoe we ons gaanpositioneren in dit krachtenveld. Helaas is deze er nog niet, waardoor weachter de feiten aan lopen. Het is niet alsof we pas net weten dat Chinaeen zeer assertief staatsgesteund economisch beleid voert of dat Trumpzijn ideeën voor zich heeft gehouden. Kan de Minister toch iets meerzeggen over dit onderwerp? Immers, het zal ongetwijfeld ook aan de ordekomen tijdens de Raad. Hoe beoordeelt ze bijvoorbeeld de recentgenomen maatregelen tegen China? Verwacht ze nog aanvullendemaatregelen vanuit de EU? En wat is volgens de Minister het effect van demaatregelen die de VS heeft aangekondigd? En hoe en met welkeboodschap gaat de EU zich op dit onderwerp richting de VS positioneren,zeker nu Trump aarzelend lijkt om mevrouw Von der Leyen te ontvangen?Natuurlijk moeten wij ook die goede bilaterale relatie onderhouden, maaronze marktmacht ligt in dit geval nu juist in het feit dat we als EU één blokvormen. Hoe ziet de Minister dit?Ik lees in de geannoteerde agenda dat er gesproken gaat worden over hetvergroten van ons concurrentievermogen en een Europees industrie-beleid. Want dat is hoognodig. We zijn als Europa namelijk te afhankelijkgeworden. Een belangrijk middel om onze onafhankelijkheid te vergroten,u raadt het al, zijn handelsakkoorden. Die zijn echt cruciaal voor hetbehoud van onze welvaart en het versterken van de geopolitieke positievan de EU en daarmee Nederland. Het maakt ons niet alleen minderafhankelijk van landen op het gebied van veiligheid, maar het maakt onsook minder afhankelijk voor die kritieke grondstoffen. Die hebben we juistnodig om die groene transitie door te maken.Voorzitter. Handelsverdragen zijn ook essentieel voor partnerschappen endiversificatie. In deze onstuimige geopolitieke context is ook dat meer danooit nodig. Handelsverdragen zijn daarmee echt meer dan een middel omonze economische groei te bevorderen. De VVD vindt het dan ookonbegrijpelijk dat een meerderheid van de partijen tegen dit verdrag is.Een verdrag dat niet alleen goed is voor onze economie, onze veiligheidmaar ook een positief effect heeft op het klimaat, de economieën daar enbovendien bijna voor alle sectoren een plus geeft, ook – ik noem het nogmaar eens – de agrarische sector. De agrarische sector is echt meer engroter dan alleen de vleesindustrie. Ik snap dat een aantal partijen wellichtgrotere stappen had willen zetten, bijvoorbeeld als het gaat om klimaat,maar we moeten het er toch met elkaar over eens zijn dat iedere stap eréén is en dat de default dat deze landen zich naar China keren, zeker eengrote stap terug is.En ja, ook de VVD maakt zich zorgen over de negatieve impact op derundvleessector en kalverhouderij. Daarom zijn we ook zeer blij dat erhard voor is geknokt in het Europees Parlement en door de Commissieom in dit verdrag aanvullende maatregelen op te nemen, zoals quota. LaatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305618 ik helder zijn: het gaat hier om één stukje vlees per inwoner per jaar. Dat iswat ze mogen importeren. Dat is hetzelfde als wat die landen nu doen intien dagen naar China. Dus laten we nu niet doen alsof dit verdrag de heleindustrie kapot gaat maken. Dat is echt zonde en daarmee doen we al dieandere sectoren veel en veel tekort. Bovendien is er een compensatie-fonds ingebouwd, om die negatieve effecten te compenseren, en is er eennoodrem ingebouwd, mochten de inschattingen verkeerd zijn.Dan nog kort over CSDDD. De VVD hecht ook aan goede regels op hetgebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar houdtzorgen over de extra regeldruk die dit voor bedrijven gaat opleveren.Welke mogelijkheden ziet de Minister om dit in het Omnibustraject mee tenemen? Wordt er naast harmonisatie bijvoorbeeld ook gekeken naarsimplificeren? Wordt er bijvoorbeeld ook gekeken naar het voorkomenvan een overlap met OESO-richtlijnen?Voorzitter, ik had nog een vraag over het EU-Vietnam InvestmentProtection Agreement, maar die heeft mijn collega al gesteld, dus ik laathet hierbij.De voorzitter:Ik zou zelf graag een vraag aan mevrouw Kamminga willen stellen, dusdan kan zij geen voorzitter zijn. Wie kan heel even die rol vervullen?Mevrouw Kostic´? Dank u wel.Voorzitter: Kostic´De voorzitter:Ik neem het voorzitterschap bij dezen over. Ik geef het woord aanmevrouw Hirsch voor een interruptie.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik wil graag een vraag stellen aan mevrouw Kamminga over haaropmerking over CSDDD. Ik heb meerdere bedrijven zorgen horenuitspreken, recent ook in een brief van Unilever en Mars. Dat zijn degenedie wel onder de 300 vallen. Die geven aan dat ze zich zorgen maken overhet zwabberbeleid van de EU. Ze willen duidelijkheid. Deze richtlijnenworden nu uitgewerkt. Deelt mevrouw Kamminga met mij de basis,namelijk dat het zaak is dat deze richtlijnen nu goed worden uitgewerkt endat er rekening wordt gehouden met de regeldruk, maar dat we nu nietalsnog de hele wetgeving ter discussie gaan stellen? Dat is wel een risicoop het moment dat het onder de Omnibus gaat vallen.Mevrouw Kamminga (VVD):Dank aan collega Hirsch voor die vraag. Ik kan nogmaals herhalen dat ikhelemaal deel dat het belangrijk is om gewoon een langjarig en duurzaambeleid te hebben, en dat bedrijven weten waar ze aan toe zijn. We hebbenjaren gewerkt aan deze richtlijnen. Ze zijn er nu. Ik denk dat veel bedrijvenhier ook al voortvarend mee aan de slag zijn en dat dit ook een kans isvoor de Nederlandse sector, omdat wij hier gewoon mee vooruitlopen. Ikzie dat dus zeker. Tegelijkertijd zie ik ook dat die regeldruk echt enorm is.Daar heeft de VVD al aan het begin en tijdens het traject vele malenaandacht voor gevraagd. Nu we dit Omnibustraject ingaan, vind ik het vangroot belang dat we ons ook vooral daarop focussen. Ik ben het metmevrouw Hirsch eens dat we dat niet een totale heronderhandelingzouden moeten laten zijn, maar ik ben er wel voor om waar mogelijk deregelgeving te verminderen en overlap te voorkomen. Ik ondersteun hetkabinet echt als het dat pleidooi zou willen houden in de EU.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Toch even voor mijn helderheid: het klinkt alsof de VVD voor hetdoorlopen van het traject is zoals het is voorgesteld. Maar ik hoor tochTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305619 een grote mits, en daarvan wil ik de afweging van de VVD begrijpen. Wegaan dit doorzetten zoals gepland, volgens de wetgeving die in de EU isafgesproken. Nu houdt u een pleidooi voor een goede blik op deregeldruk, maar u stelt niet dat het traject op zich anders zou moetenlopen.Mevrouw Kamminga (VVD):Ik hou me toch graag bij mijn eigen woorden, om te voorkomen dat daarlicht tussen gaat zitten. Die regelgeving is aangenomen, dus die is er. Ikzie het Omnibustraject vooral als een middel – en dat is volgens mij ookhoe Von der Leyen het ingestoken heeft – om te zorgen dat er geendubbeling van regelgeving is, en dat onnodige regels worden geschrapt.Ik denk dat we dat met elkaar alleen maar moeten toejuichen, want dielastendruk is gewoon enorm. Er is richtlijn op richtlijn gestapeld, en daarmoeten we echt even met de rode pen doorheen. Dat is de basis, maarwat mij betreft is er geen aanleiding voor een volledige heronderhan-deling. Daar is de Omnibus ook niet voor.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de enige echte voorzitter, mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel. We gaan het meemaken. Er ligt geen scenario. De reactie vandit kabinet op het aantreden van president Trump is schokkend. Al na deverkiezing van Trump in november vroeg ik, samen met mevrouwKamminga, om een visie op de nieuwe handelsverhoudingen. Toen alwaren er grote zorgen over de door hem aangekondigde tariefverho-gingen en de effecten daarvan op ons bedrijfsleven en onze economie.Een maand later heeft deze hele commissie de Minister nog eensaangespoord, en nu ligt er nog steeds geen handelsvisie. Het kabinetdamt, terwijl het moet schaken. Gisteren nog zei de Minister tegenNieuwsuur dat we nog even afwachten, terwijl Minister Heinen nota benevoor de camera stelde dat we echt geen idee hebben. Dat kan toch nietwaar zijn?Trump was maandag duidelijk: andere landen zijn geen partners, maarvijanden en profiteurs tegen wie hij tarieven zal opwerpen. Hoe je het ookwendt of keert, dit gaat onze handelseconomie schaden. Volgens de ABNbetekenen die tarieven € 500 minder per jaar per huishouden, terwijl DeNederlandsche Bank voorrekent dat het 50.000 banen kan kosten.Bovendien is vanuit de EU allang een visie neergelegd; het Draghi-rapportdoet concrete voorstellen voor een modern handelsbeleid waarmeeEuropa zich kan verhouden tot een nieuwe wereldorde.Voorzitter. Het is hoog tijd voor een inhoudelijk debat over een van depijlers van onze economie: ons handelsbeleid. Omdat de Kamer van dekant van het kabinet vooralsnog alleen uitstelbrieven ontvangt, doe ikhierbij drie suggesties voor een visie. Ten eerste benadrukt mijn fractie hetbelang van een verenigd en zelfbewust Europees antwoord. De EU is naMexico en Canada de grootste handelspartner van de VS. Nederland legtals belangrijk handelsland gewicht in de schaal. Meneer Klever ... Excuus.Mevrouw Klever, Minister Klever – het staat hier goed – vertelde inNieuwsuur dat Europa in eerste instantie eensgezind moet optreden. Maarhoe dan, vraag ik de Minister. Als Europa het gesprek met de VS aangaat,hoe ziet ons aanbod aan de VS er dan uit? Wat gaat Europa doen als eenvan de lidstaten wordt bedreigd met tarieven? Welke geloofwaardigevergeldingsmaatregelen zijn er voorhanden? Welke uitdagingen zijn eenbelemmering om tot een eensgezind Europa te komen? Ondanks debewering van Minister Heinen dat we geen idee hebben, liggen er weldegelijk Europese scenario’s klaar. Wat is de analyse van deze scenario’sin voorbereiding op de Raad over twee weken? Welke inzet kiestNederland? En waarom informeert de Minister de Kamer hier niet over?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305620 Dat kan desnoods in een technische briefing om de breed gedeeldezorgen weg te nemen.Ten tweede laat het aantreden van Trump de urgentie zien van Europeseeconomische samenwerking. Hoe kijkt de Minister naar de Draghi-voorstellen over de duurzame transitie? Blijft Europa in haar visieafhankelijk van grillige leiders die gas en olie als drukmiddel inzetten, ofbouwen we onze fossiele afhankelijkheid versneld af? Voor mijn fractie isdit een no-brainer, niet alleen in het belang van onze economie, maar ookvan klimaat en van onze strategische autonomie.De voorzitter:Mevrouw Hirsch? Ik heb een interruptie voor u van de heer Ram.De heer Ram (PVV):Een vraag aan mevrouw Hirsch. Wanneer je gaat onderhandelen, kun jeniet al je troeven direct op tafel leggen. Ik begrijp de wens van scenario’s.Die wens deel ik; ik zou die informatie ook graag willen hebben. Maar hoekan de EU met president Trump gaan onderhandelen, terwijl de Ministerhier alle troeven al op tafel moet leggen? Hoe ziet mevrouw Hirsch dat?Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Wat mij betreft zijn er twee reacties op. Ten eerste hebben we nu helemaalniets gezien van dit kabinet. Dat is problematisch, want zo weten we ookniet wat de inzet van het kabinet in Europa gaat zijn. We horen alleenmaar dat we afwachten. Zelfs Minister Heinen zegt dat we geen ideehebben. Dat vind ik relatief ongeloofwaardig. Als Kamer hebben we opdeze manier ook geen invloed op de positie van Nederland in de EU.Ten tweede deed ik net een voorstel in mijn betoog. Ik snap dat ergevoeligheden in zo’n onderhandelingspositie zitten. Daarom hebben weeen technische briefing voorgesteld. Dat hebben we eerder ook gedaan.Het kan niet zo zijn dat de Kamer geen stem heeft in wat de Nederlandsepositie is in dit ongelooflijk belangrijke onderhandelingstraject.De heer Ram (PVV):Ik snap de wens van informatie. We hebben inderdaad nog geen inzetgezien van het kabinet, noch van de Europese Unie. Dat komt toch ookdoordat president Trump nog niet duidelijk heeft laten zien wat hij gaatdoen? Pas als er het feit ligt dat Trump importheffingen gaat heffen en weweten hoe hoog die zijn en voor welke bedrijven ze gaan geldenenzovoort, kunnen we pas de onderhandeling ingaan. Dan kunnen wetoch pas geïnformeerd worden over de inzet?Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank voor deze vraag. Het handelsbeleid van deze president gaatnatuurlijk veel verder dan alleen tarieven richting Europa. Dat zal ook viaChina verlopen, zoals hij heeft aangekondigd. Dat zal grote gevolgenhebben voor de Chinese export naar de Europese Unie. Daar zijn ookgrote zorgen over. We hoeven niet af te wachten. Ik zei niet voor niets datwe aan het dammen zijn, terwijl we moeten gaan schaken. Als wij tenopzichte van andere geopolitieke grootmachten een gelijkwaardige positiewillen innemen, dan moeten we voorbereid zijn op wat er komen gaat.Dat kan, en dat is de Europese Unie ook. Ik mis alleen wat de inzet van deMinister is op het handelsbeleid, gegeven de voorstellen van de EuropeseUnie. Nogmaals, het is van groot belang dat we daar eens een inhoudelijkgesprek over voeren, want door je alleen reactief op te stellen richtingiemand zoals de heer Trump, heb je bij voorbaat al verloren. We hebbendus geen tijd meer te verliezen om een inhoudelijk debat te voeren overonze positie binnen de EU richting Trump, maar ook richting anderegeopolitieke grootmachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305621 De voorzitter:Ik zie geen verdere interrupties. U kunt uw betoog vervolgen.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ten slotte moet de EU het voortouw nemen in een op regels gebaseerdhandelssysteem door de samenwerkingsverbanden met andere regio’saan te halen. Volgens het nieuwe rapport van de Wereldbank vormenopkomende economieën inmiddels de helft van de wereldeconomie,terwijl dit aan het begin van de eeuw nog maar een kwart was. Om debanden aan te halen met deze economieën, waar wij afhankelijk van zijnvoor grondstoffen, moeten we een geloofwaardig alternatief vormen voorde diepe zakken van China. Maar dan moet Europa niet alleen maar halen.Door die instelling verloren we in Indonesië de nikkelindustrie aan China.We moeten over onze eigen schaduw heen stappen en oog hebben voorhet belang van het partnerland dat een eigen industrie wil opbouwen. Watis de visie van dit kabinet op gelijkwaardige partnerschappen? Hoe rijmthet kabinet deze noodzaak met de bezuinigingen op internationalesamenwerking, waarover bedrijven en ambtenaren ook zeggen dat dieonze positie verder zullen verzwakken? Als laatste: welk aanbod moet deEU aan andere landen doen?Voorzitter. De tijd van dammen is echt voorbij. Het is tijd om te gaanschaken. Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Dan verzoek ik u het voorzitterschap over tenemen.Voorzitter: HirschDe voorzitter:Ja. Ik ben mijn papiertje even kwijt. O, hier is het. We gaan nu naar detweede termijn. We gaan eerst schorsen. Kan ik de Minister vragen omhier om 14.30 uur weer terug te zijn? Oké, dank u wel.De vergadering wordt van 14.06 uur tot 14.33 uur geschorst.De voorzitter:We zijn weer allemaal in de zaal. Welkom terug. Dit is de eerste termijnvan Minister Klever. Mijn voorstel is om in eerste instantie weer drieinterrupties per Kamerlid te hanteren. Omwille van de tijd stel ik voor ommisschien toch even te wachten met interrupties tot een blokje isafgerond, zodat we zeker weten dat we geen vraag stellen die wellicht aldoor de Minister beantwoord zou gaan worden als we haar die ruimtezouden hebben gegeven.Als Minister Klever wil beginnen met ons te vertellen welke blokjes zijheeft, dan weten wij ook waar we aan toe zijn. Mag ik u het woord geven,Minister Klever?Minister Klever:Voorzitter, dank u wel. Ik heb zes blokjes. Het eerste is handels- enindustriebeleid ter versterking van het concurrentievermogen. Het tweedeis economische integratie van kandidaat-lidstaten. Drie: Mercosur. Vier: deVS. Vijf: CSDDD. Blokje zes is overig.Voorzitter. Het is goed om hier te zijn en met u van gedachten te wisselenvoorafgaand aan de gecombineerde informele Raad Buitenlandse ZakenHandel en de Raad Concurrentievermogen van 3 en 4 februari inWarschau. Tijdens deze combi-Raad zal worden stilgestaan bij hethandels- en industriebeleid ter versterking van het concurrentievermogen.Het inkomende Poolse voorzitterschap heeft er welbewust voor gekozenbeide Raden deze keer te combineren vanwege de grote samenhangTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305622 tussen het handels- en het industriebeleid; een goed initiatief. Daarnaastzal tijdens de lunch ook over de economische integratie van kandidaat-lidstaten gesproken worden. Ik zal de vragen per onderwerp beant-woorden. Ik zal bij beide onderwerpen op de agenda van de Raad eerst inalgemene zin ingaan op het Nederlandse beleid. De blokjes heb ik algenoemd.Dan komen we op het eerste blokje, handels- en industriebeleid terversterking van het concurrentievermogen. Voor het kabinet is hetverdienvermogen van Nederland, en daarmee de bestaanszekerheid vanNederlanders, de basis van ons economisch buitenlandbeleid. Een sterkeconcurrentiepositie is hier belangrijk voor. Voor Nederland is handel methet buitenland daarbij onmisbaar. Nederland verdient als handelsland pursang veel geld aan de handel met het buitenland en beschikt overbedrijven die mondiaal koploper zijn en van grote economische enstrategische waarde zijn. Bij de bevordering van handel en industrie zethet kabinet zich in voor een op regels gebaseerd wereldhandelssysteemen een gelijk speelveld voor Nederlandse bedrijven. Tegelijkertijd is er ookgerichte aandacht nodig voor de uitdagingen van de Europese industrie.Hierbij wil het kabinet onnodig protectionisme en een ongelijk speelveldtussen lidstaten voorkomen. Nederland is een klein land, waardoor wejuist vanwege onze technologisch hoogwaardige sectoren baat hebben bijeen gelijk speelveld. Daarom is het goed dat het huidige Poolse voorzitter-schap handels- en industriebeleid in deze context aan elkaar koppelt.Er is één vraag gesteld over dit blokje door mevrouw De Korte, overinnovatieversterking. Hoe gaat de EU proactief aan de slag met innovatieom dit continent sterker te maken? Een sterke, innovatieve en weerbareeconomie is belangrijk voor Nederland en Europa. In de kabinetsvisieEU-concurrentievermogen, die voor de kerst met uw Kamer is gedeeld, isversterking van innovatie en digitale technologieën een van de zeshoofdthema’s van onze inzet. Het kabinet zet zich daarvoor in via deNationale Technologiestrategie, de NTS. De NTS bevat tien prioritairesleuteltechnologieën, waaronder AI, kwantum, halfgeleiders en biotechno-logie. Het kabinet wil zich op basis van die Nationale Technologiestrategiein de EU inzetten voor één Europese digitaletechnologiestrategie.Daarmee kunnen we zorgen dat we in de EU het technologisch leider-schap behouden in strategische sectoren. Mijn collega van EconomischeZaken, Minister Beljaarts, is hier primair verantwoordelijk voor. Dat wasblokje één.De voorzitter:Ik zie geen interrupties. U kunt dus verdergaan met blokje twee.Minister Klever:Dat betreft de kandidaat-lidstaten. De economische integratie vankandidaat-lidstaten staat op de agenda van de gecombineerde informeleRBZ Handel en de Raad Concurrentievermogen. Dit moet gezien wordenin de brede discussie binnen de EU over geleidelijke integratie van dekandidaat-lidstaten in de EU. Eventuele geleidelijke integratie opspecifieke beleidsterreinen, bijvoorbeeld voor specifieke waardeketens,loopt niet vooruit op het EU-toetredingstraject van kandidaat-lidstaten; datzeg ik ook richting de heer Ram. De Kopenhagencriteria blijven leidend.Geleidelijke economische integratie kan wel overwogen worden als dit inhet belang is van EU-lidstaten en de kandidaat-lidstaten en als deintegriteit van de interne markt en de veiligheid van de EU gewaarborgdzijn. Zo kunnen kandidaat-lidstaten bijvoorbeeld van belang zijn voor dediversificatie van de grondstoffenaanvoer en voor de weerbaarheid vande Europese waardeketens.De heer Paternotte vraagt specifiek naar Oekraïne. Het is van groot belangom de Oekraïense economie overeind te houden. Ik zet me daarom invoor minieme handelsbarrières met Oekraïne. Daarom was NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305623 bijvoorbeeld al voorstander van de laatste verlenging van de autonomehandelsmaatregelen met Oekraïne. Hierdoor kan Oekraïne vrijwel alleproducten zonder tarieven naar de EU exporteren. Tegelijkertijd zijn er welingebouwde beschermingen om te voorkomen dat onze boeren nietoverspoeld worden door Oekraïense producten. Wij verwachten in hetvoorjaar te kijken naar verlenging van de autonome handelsmaatregelen.Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd zodra er een voorstel is.Dan vroeg de heer Paternotte nog of ik bereid ben om een handelsmissieof misschien een digitale handelsmissie op te zetten en om daarbijspecifiek in te zetten op bijdragen van Nederlandse bedrijven voorwederopbouw. Het is natuurlijk van groot belang dat we Oekraïneondersteunen bij de wederopbouw. Daar kunnen we ook niet meewachten; dat is direct nodig. Bij het Nederlandse bedrijfsleven is hier ookbelangstelling voor. Een handelsmissie zou een van de instrumentenkunnen zijn die we daarvoor inzetten, maar daarnaast hebben we ook eenpalet aan financiële steunmaatregelen voor onze bedrijven beschikbaar.Zoals u weet, hebben we ook een speciaal gezant voor het bedrijfslevenvoor de wederopbouw van Oekraïne. Deze speciaal gezant bekijkt dediverse mogelijkheden. Een digitale missie zou een van de opties kunnenzijn.De heer Ram van de PVV vraagt ...De voorzitter:Sorry, Minister, de heer Paternotte heeft een interruptie.De heer Paternotte (D66):Deze positieve reacties zijn fijn.De voorzitter:We hadden eigenlijk gezegd dat we de interrupties aan het eind van elkblokje zouden doen.De heer Paternotte (D66):O, ik dacht dat dit het einde van het blokje over Oekraïne was.De voorzitter:Er komt in ieder geval nog een antwoord op de vraag van de heer Ram.We wachten even het einde van het blokje af. Mag dat?De heer Paternotte (D66):Ja, dan leg ik straks wel uit waarover ik de vraag stel. Ja, dat lijkt me hetmeest efficiënt.De voorzitter:Prima.Minister Klever:Het is wel zo dat dit het einde van het onderwerp Oekraïne is, hoor.De voorzitter:We gaan naar het einde van het blokje toe. Als ik het goed heb begrepen,gaat de heer Paternotte straks een vraag stellen over uw antwoorden overOekraïne in dit blokje.Minister Klever:Oké, voorzitter, u bent de baas hier. De heer Ram vroeg of we metgeleidelijke integratie richting een point of no return naar hetEU-lidmaatschap zouden gaan. Verdragen over kritieke grondstoffen wilhij graag los sluiten. Het kabinet erkent het EU-perspectief van allekandidaat-lidstaten. Het kabinet vindt en blijft vinden dat stappen in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305624 uitbreidingsproces gebaseerd moeten zijn op merites. Het kabinet blijftzeer kritisch op EU-uitbreiding en houdt streng vast aan de eisen voor hetlidmaatschap van de EU, inclusief de Kopenhagencriteria. Er worden geenconcessies gedaan aan deze criteria en er bestaan geen shortcuts, zeg iktegen de heer Ram. Geleidelijke integratie leidt niet tot voorsorteren in hetproces van de toetredingsonderhandelingen, net zoals geleidelijkeintegratie het EU-toetredingstraject niet vervangt, maar er kan natuurlijkeen wederzijds belang zijn bij nadere bilaterale afspraken of afsprakentussen de EU en de landen op economisch terrein. Als er economischeredenen zijn, kunnen we uiteindelijk wel in die afspraken meegaan, maardat leidt niet tot toetreding.De heer Ram vroeg ook waarom we nu al onze markt zouden openstellenals we niet weten of die landen toetreden. Het kabinet vindt dat destappen richting dat uitbreidingsproces gebaseerd moeten zijn op demerites en op de Kopenhagencriteria. Daar houden we streng aan vast,maar als er een wederzijds belang is bij nauwere afspraken op econo-misch terrein, zullen we dat doen, maar dat leidt niet tot versneldetoetreding.De heer Ceder stelde een vraag over grondstoffen. De EU zet in op deleveringszekerheid van kritieke grondstoffen met de Critical Raw MaterialsAct. Ik zie dat de heer Ceder er niet is, maar ik hoop dat hij welmeeluistert. Die wet zet onder meer in op het opbouwen van mijnbouw enraffinage binnen Europa, partnerschappen met derde landen en circula-riteit. De benchmark van die Critical Raw Materials Act is om 10% van deEuropese consumptie van kritieke grondstoffen in de EU te winnen en40% in Europa te raffineren. Diversificatie is een belangrijke pijler van hetEuropese grondstoffenbeleid. Door meer toeleveranciers te hebben vankritieke grondstoffen vergroten we de leveringszekerheid. In dit kaderheeft de EU veertien grondstoffenpartnerschappen gesloten, waarondermet de kandidaat-lidstaten Oekraïne en Servië. Servië is bijvoorbeeld vanbelang voor lithium.De heer Ram wilde weten of we bilateraal handelsverdragen metkandidaat-lidstaten kunnen afsluiten, bijvoorbeeld voor die kritiekegrondstoffen. Die vraag heb ik eigenlijk al beantwoord naar aanleidingvan de vraag van de heer Ceder. Diversificatie is belangrijk. Daarom zettenwe wel in op grondstoffenpartnerschappen.Voorzitter, dit was het blokje kandidaat-lidstaten.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Paternotte, u wilde een vraag stellen.De heer Paternotte (D66):Ja, dat klopt. Ik ga daarvoor terug naar het subblokje Oekraïne, met dankaan de Minister voor de positieve reacties op mijn vragen. Als ik het goedheb begrepen, zal Nederland stemmen voor verlenging van de autonomehandelsafspraken met Oekraïne. Dat is vraag één. De tweede vraag gaatover de digitale handelsmissie, die een van de instrumenten kan zijn. Kande Minister ons binnenkort laten weten of dat gaat gebeuren? Ik probeerdaar een toezegging van te maken.Minister Klever:Er wordt nu inderdaad gekeken naar verlenging van die autonomehandelsmaatregelen. Ik moet eerst even kijken wat er dan voorligt,voordat we kunnen zeggen of we daarmee instemmen of niet. Dat kan ik udus niet toezeggen. We staan er wel positief tegenover, maar we moetenecht even kijken naar de inhoud. Zodra die er ligt, zal uw Kamer geïnfor-meerd worden. Zoals u weet, hebben we een Oekraïnegezant. Die staatook in nauw contact met het bedrijfsleven in Nederland en probeert hetbedrijfsleven ook te interesseren voor handel met Oekraïne. Op ditmoment willen de bedrijven dat wel, maar ze wachten natuurlijk ook heelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305625 eventjes de ontwikkelingen in Oekraïne af. Het is nu dus nog iets te vroegom daar al een handelsmissie of een digitale handelsmissie aan tekoppelen, maar zodra dat opportuun is, is dat zeker een van de opties.De heer Ram (PVV):Ik heb een verduidelijkende vraag aan de Minister over de uitbreiding vande interne markt naar kandidaat-lidstaten. Stel nou dat een kandidaat-lidstaat volledige toegang heeft gekregen tot de interne markt maar noggeen lid is en dat het lidmaatschap vervolgens, om welke reden dan ook– door een geopolitieke reden of door wat dan ook – toch wordtafgewezen, wat gebeurt er dan met dat land? Krijgt dat land dan geentoegang meer tot die interne markt? De tweede vraag is hoe dezemaatregelen of deze afspraken ...De voorzitter:Ik reken dit dan als twee vragen.De heer Ram (PVV):Zeker, net zoals bij de heer Paternotte.De voorzitter:Daar heeft u gelijk in.De heer Ram (PVV):De tweede vraag is: hoe krijgen deze afspraken dan vorm? Zijn dat danook weer verdragen die met deze lidstaten worden afgesloten? Zijn datdan verschillende verdragen? Misschien kunt u daar iets meer helderheidover geven.Minister Klever:Het hele proces van toetreding is echt een heel apart proces. Dat staatecht los van verdragen met betrekking tot bijvoorbeeld kritische grond-stoffen. Dat zijn twee aparte trajecten. Als het ene niet doorgaat, betekentdat niet dat er in één keer iets anders gebeurt met het andere. Dat zijn dustwee losstaande trajecten. Die losse verdragen hebben verder geeninvloed op dat hele toetredingstraject. De heer Ram vraagt ook in welkevorm dat gaat. Dat gaat in de vorm van een verdrag, bijvoorbeeld als wemet Servië afspreken om iets op lithium te doen.De voorzitter:Als u deze kort houdt, reken ik ’m niet mee.De heer Ram (PVV):Dit is niet wat ik gevraagd heb. De vraag is de volgende. Stel dat zo’nkandidaat-lidstaat de facto lid is van de interne markt maar nog niet istoegetreden, en de aanvraag tot lidmaatschap vervolgens wordtafgewezen. Wat gebeurt er dan met zo’n land? Twee: hoe worden deafspraken met zo’n kandidaat-lidstaat vormgegeven?Minister Klever:Misschien was ik niet helemaal duidelijk. Als de toetreding niet doorgaatmaar we wel bijvoorbeeld een handelsverdrag hebben, dan blijft hethandelsverdrag gewoon staan.De heer Ram (PVV):Ja, maar is dat dan ...De voorzitter:Sorry, maar nu ga ik ’m wel rekenen als interruptie. Dan is dit uw laatsteinterruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305626 De heer Ram (PVV):Ik krijg geen antwoord op mijn vraag. Stel dat zo’n kandidaat-lidstaattoegang krijgt tot de interne markt. Is dat dan een handelsverdrag?Minister Klever:Ja. Als we handelsafspraken maken met een kandidaat, dan is dat eenhandelsverdrag. Dat klopt. Dat handelsverdrag blijft ook staan als eentoetreding om wat voor reden dan ook niet doorgaat of vertraagd wordt.Ik hoop dat dat zo duidelijk is.De voorzitter:Ik zie geen verdere interrupties op dit blok met subblokjes. Ik begrijp datwe nu overgaan naar Mercosur.Minister Klever:Ja, blokje drie gaat over Mercosur. Op 6 december zijn de onderhande-lingen over een EU-Mercosur-akkoord inhoudelijk afgerond. Besluit-vorming is echter nog niet aan de orde, zeg ik ook hier in dit verband. Dievindt mogelijk na de zomer plaats. Er gebeurt niets met het akkoordvoordat de Raad hierover een besluit heeft genomen. Uw Kamer heeftmet de motie-Teunissen een heel duidelijk signaal afgegeven, namelijk datNederland tegen een EU-Mercosur-akkoord moet zijn. Naar aanleiding vandeze motie communiceert het kabinet het afwijzende standpunt van uwKamer in Brussel. Dat heb ik bij de vorige Handelsraad gedaan en datheeft de Minister-President in de Europese Raad van afgelopen decembergedaan. Daarmee is het in Brussel duidelijk dat de Nederlandse steunvoor het akkoord geen gegeven is. In het voorjaar ontvangt uw Kamer eenkabinetsappreciatie van het akkoord.Het lid Kostic´ vraagt waarom de kabinetsappreciatie zo lang op zich laatwachten. Zoals eerder toegezegd bevat de kabinetsappreciatie alle voor-en nadelen. Momenteel zijn nog niet alle teksten openbaar. We hebbenalle conceptteksten van het onderhandelaarsakkoord nodig voor eenvolledige appreciatie. Het kabinet gaat vanzelfsprekend met uw Kamer ingesprek over de appreciatie voordat besluitvorming in de Raad aan deorde is. Pas daarna neemt het kabinet een formeel standpunt in.De heer Ceder benadrukt dat we het in de huidige vorm niet mogenaccorderen. Nogmaals, de Commissie heeft nog geen voorstel gedaanover de vorm en de aard van het akkoord. In alle gevallen geldt dat eenpositief besluit van de Raad en goedkeuring door het Europees Parlementnodig zijn voordat het akkoord in werking kan treden. Nederland zit in deRaad en heeft dus ook een stem hierin. Uw Kamer wordt hoe dan ook,zoals altijd en dus ook bij dit akkoord, betrokken bij de Nederlandsestandpuntbepaling in de Raad, over zowel de inhoud als de vorm.Het lid Kostic´ had nog drie vragen. Wat doet de Minister precies om tevoorkomen dat de Commissie de nationale parlementen buitenspel zet?Wat doet de Minister om te voorkomen dat het voorlopig in werkingtreedt? Welke contacten heeft de Minister met andere EU-lidstaten overMercosur? Wat gaat de Minister doen om het verdrag tegen te houden?De Commissie heeft nog geen voorstel gedaan over de vorm en de aardvan het akkoord. Zoals ik net al zei, geldt dat een positief besluit van deRaad en goedkeuring door het Europees Parlement nodig zijn voordat hetakkoord in werking kan treden. Uw Kamer wordt altijd betrokken bij destandpuntbepaling. Uw Kamer staat dus in geen geval buitenspel. Ditkabinet gaat met u in debat na ontvangst van de appreciatie, die ik in hetvoorjaar naar uw Kamer zal sturen. Het kabinet communiceert hetafwijzende standpunt in Brussel en in contact met andere individuelelidstaten, zowel met voor- als tegenstanders van het akkoord. Het is echtglashelder in Brussel dat de Nederlandse steun voor het akkoord geengegeven is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305627 De heer Ram vraagt of het mogelijk is een opt-out vanEU-handelsverdragen te verkrijgen. In EU-verdragen is vastgelegd dathandelspolitiek een exclusieve EU-competentie is. Ook is in EU-verdragenvastgelegd dat internationale overeenkomsten van de EU bindend zijnvoor de lidstaten. Uitzonderingen daarop bestaan alleen voor lidstaten diein de oprichtingsfase al een opt-out hebben bepaald op dat beleidsterrein.Voor een Nederlandse opt-out zou een EU-verdragswijziging nodig zijn.Het bilateraal afsluiten van handelsakkoorden kan alleen als we uit de EUtreden. Dat is op dit moment niet aan de orde. Dat zou ook betekenen datNederland weer een douanegrens moet installeren met andere EU-landen,waaronder met onze allerbelangrijkste handelspartners Duitsland enBelgië.De heer Paternotte vraagt waarom het kabinet vaag is over Mercosur. Hijzegt, even kort samengevat: steun dat verdrag; zet de Nederlander op éénen niet de Amerikaan of de Chinees. De grondhouding van het kabinet tenaanzien van handelsakkoorden is in het algemeen positief. Voor hetEU-Mercosur-verdrag ligt de zaak natuurlijk wat anders vanwege demotie-Teunissen, waarmee een duidelijk signaal is afgegeven, namelijkdat Nederland tegen het verdrag moet zijn. De zorgen die aan die motieten grondslag liggen, neemt het kabinet serieus. Maar nogmaals, in hetvoorjaar komt er een kabinetsappreciatie, waarin alle voor- en nadelenworden meegewogen. Dan kan het kabinet ook inhoudelijk daarover metuw Kamer in debat treden.Het lid Kostic´ vraagt naar de duurzaamheidsafspraken. Ze zegt dat dieweinig voorstellen en niks toevoegen, en vraagt of ik dat erken. Deduurzaamheidsafspraken in het EU-Mercosur-akkoord zijn bindendvolgens de regels van het internationaal verdragsrecht. Het idee dat dieduurzaamheidsafspraken niet juridisch bindend zijn, klopt niet. Hethandelsakkoord bevestigt verplichtingen onder internationale akkoordenen stelt verdragspartijen in de mogelijkheid elkaar onder het akkoord aante spreken op de verplichtingen. Daarnaast is ook het klimaatakkoord vanParijs toegevoegd als essentieel element van dit akkoord.Het lid Kostic´ vroeg nog of het rebalancing mechanism de Europeseontbossingsrichtlijn kan ondermijnen. Het is belangrijk om te benadrukkendat het rebalancing mechanism twee kanten op werkt. Het is dus nietalleen bedoeld voor de Mercosur-landen, maar ook voor deze kant. Hetrebalancing mechanism voegt de mogelijkheid toe om via geschillenbe-slechting een oplossing te vinden voor wanneer bepaalde maatregelenvan een verdragspartij de voordelen onder het handelsakkoordwegnemen of flink beperken. Deze afspraken doen niets af aan denationale beleidsruimte die verdragspartijen behouden onder eenhandelsakkoord en die in dit akkoord ook expliciet herbevestigd worden.Met andere woorden: er is geen risico dat via dit verdrag deEU-Ontbossingsverordening of andere EU-wetgeving kan wordenondermijnd. Europa blijft baas in eigen huis. In de kabinetsappreciatie zalik hier ook nader op ingaan.De heer Ram zegt: Mercosur is een bedreiging voor de landbouwsector.Hij vraagt: hoe waarborgt de Minister dat Nederlandse boeren nietworden weggeconcurreerd door oneerlijke voorwaarden? De concurren-tiepositie van ondernemers wordt door veel verschillende factorenbepaald. Productiestandaarden zijn een van die factoren. Productiestan-daarden gaan over de wijze van productie, oftewel over de wet- enregelgeving van het land waar het product wordt gemaakt. Denk aan dehoogte van het arbeidsloon. Die zijn in ieder land anders, maar niet per seslechter. Oorzaken zijn verschillen in landbouwkundige, klimatologische,milieukundige, maatschappelijke en geografische omstandigheden.Nederlandse producenten concurreren soms met geïmporteerdeproducten, die dus niet op dezelfde wijze geproduceerd zijn. Dat kan hetgeval zijn met of zonder een handelsakkoord. Om Nederlandse enEU-producenten te beschermen zijn in het akkoord afspraken opgenomenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305628 over de bescherming van gevoelige Europese sectoren, zoals delandbouw.Het lid Kostic´ vraagt nog naar MKZ. Ze vraagt of het gesleep met dierengeen gevaar voor de volksgezondheid kan zijn. In de EU is er strengeregelgeving om te voorkomen dat ziektekiemen zich verspreiden tengevolge van handel in dierlijke producten en dieren. Zieke dieren mogenniet geëxporteerd worden. De gezondheidsstatus van de veestapel in deEU is hoog. Tegelijkertijd is het niet zomaar mogelijk om de handel ingezonde dieren te verbieden. Nederland zet zich in voor een einde aanlangeafstandstransporten van levende dieren over land en zee naar derdelanden. Momenteel wordt daarover in de Raad gesproken bij het voorstelvoor de herziening van de Verordening dierenwelzijn tijdens transport.Overigens ligt de verantwoordelijkheid voor de herziening van dieverordening bij de Minister van LVVN.Dan een vraag van de heer Ram. Die heb ik al gehad. Dat is makkelijk. Diezit er dubbel in.Het wordt wel een beetje leeg aan de overkant! De heer Ceder had ooknog een vraag.De voorzitter:Misschien goed om even te benoemen dat er een aantal tweeminutende-batten gepland zijn. Collega’s Ceder en Paternotte moeten daarbij zijn.Minister Klever:Oké, dan ga ik ervan uit dat hun beleidsmedewerker meeluistert bij debeantwoording.De heer Ceder vroeg naar de toon van de Minister tijdens de informeleHandelsraad. Momenteel communiceert Nederland het afwijzendestandpunt van de Kamer in Brussel. Nederland staat in nauw contact metindividuele lidstaten. Daarmee is duidelijk dat de steun voor het akkoordgeen gegeven is. De effecten van het EU-Mercosur-akkoord zijn in kaartgebracht in de duurzaamheidseffectenbeoordeling die in opdracht van deCommissie is uitgevoerd. Binnenkort wordt het geactualiseerde onderzoeknaar de effecten van het akkoord op de Nederlandse economie enspecifiek op de landbouwsector gepubliceerd, conform de motie-Kamminga.Dat was Mercosur, voorzitter.De voorzitter:Ik heb twee handen omhoog zien gaan. We beginnen met lid Kostic´. Ik hebook de hand van mevrouw Kamminga gezien. Ik zie nu dat ook mevrouwDe Korte een interruptie heeft.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Er is een duidelijke motie, die het kabinet aan het werk zet. Ik hoor deMinister zeggen dat niet alle stukken openbaar zijn, maar het handelsak-koord is openbaar, met uitzondering van de politiek-strategische stukken.Het gaat eigenlijk over het stuk over handel, dat nu openbaar is. Ik hoor deMinister al allerlei meningen over het handelsakkoord verkondigen, dus ikbegrijp niet zo goed waarom zij daarover nog geen mening kan geven. Ikvraag de Minister dus nogmaals om de motie uit te voeren op tweepunten. Het eerste is het innemen van een kabinetspositie in februari. Datis echt mijn dringende verzoek. Ik hoop niet dat daar weer een motie voornodig is. Het tweede is om alvast, zoals de motie gebiedt, aan de slag tegaan met het zoeken van andere landen die ook tegen het Mercosur-verdrag zijn. Dat staat gewoon klip-en-klaar in de motie. Is de Ministerdaartoe bereid?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305629 Minister Klever:Het kabinet communiceert het afwijzende standpunt van de Kamer inBrussel. Dat heb ik zelf gedaan en dat doet de Minister-President in deRaad. Daarnaast hebben we contact met individuele lidstaten, waarbij wijook het afwijzende standpunt van het parlement communiceren. Dat isdus heel duidelijk binnen de EU. Het is binnen de EU ook heel duidelijk datNederlandse steun geen gegeven is. U vraagt waarom er nog geenkabinetsappreciatie komt, hoewel het handelsakkoord al openbaar is. Datklopt. Het onderzoek van bijvoorbeeld de universiteit van Wageningen isnog niet afgerond. Een aantal jaar geleden is er onderzoek gedaan naar deeffecten van het Mercosur-akkoord, maar Nederland is in de tussentijdnatuurlijk veranderd. Dat onderzoek wordt dus geüpdatet. Ik had gehoopthet nu al te hebben. Naar verwachting komt dat ergens in februari. Ik vindhet ook belangrijk om die onderzoeken mee te nemen. Verder zijn depolitieke teksten nog niet openbaar. Die worden nu vertaald. Ik vind hetbelangrijk om met een kabinetsappreciatie te komen op het moment dater een volledig beeld is, zodat het kabinet de Kamer op een volledigemanier kan informeren. Dan kunnen we daar daarna met elkaar over indebat gaan.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Nu krijg ik toch een ander verhaal. Blijkbaar wachten we op het onderzoekvan Wageningen. Dat lijkt me toch echt niet de bedoeling. De Kamer heeftzich meermaals uitgesproken. De laatste uitspraak is een motie die hetkabinet verzoekt de Europese Commissie en de Europese Raad te latenweten dat Nederland het EU-Mercosur-verdrag niet zal ondertekenen en– dat is het tweede verzoek – samen met Frankrijk en andere tegen-standers op te trekken om te voorkomen dat het EU-Mercosur-verdragwordt goedgekeurd. Het gaat dus niet alleen maar om communiceren datdeze Kamer dat niet wil, maar om actief als kabinet communiceren dat hetkabinet het niet wil en, ten tweede, nu al actief aan de slag gaan met hetzoeken van een meerderheid of coalitie tegen het Mercosur-verdrag.Nogmaals, het kabinet kan van alles vinden, maar er ligt een duidelijkeopdracht van de Kamer die het kabinet gewoon moet uitvoeren. Daaromvraag ik om dat in februari definitief te bevestigen en daarbij te latenweten dat dat inderdaad het kabinetsstandpunt is en hoe het kabinetvervolgens aan de slag gaat met het optrekken met andere landen. Ik wilgraag een toezegging.Minister Klever:Misschien even om een misverstand uit de weg helpen: het is niet zo dathet kabinet alleen op het onderzoek van Wageningen wacht. Ja, dat willenwe ook meenemen in de appreciatie, maar het is ook zo dat niet alleteksten openbaar zijn. Het kabinet kan geen appreciatie geven van eenhalf akkoord, waarvan maar de helft openbaar is. De afspraken in hetakkoord raken ook aan verschillende terreinen, aan veiligheid, migratie enbescherming van de Europese markt. Ik hecht eraan om als kabinet eenvolledige appreciatie naar de Kamer te sturen op basis van alle teksten,waarbij we ook het onderzoek meenemen dat Wageningen Universiteit opdit moment aan het doen is. De appreciatie komt dus zodra we alleinformatie hebben zo snel mogelijk naar uw Kamer. Dan kunnen wedaarover in debat gaan. Dan wat betreft die motie. Het kabinet draagt ookuit wat het standpunt is van Nederland en dat het parlement inmeerderheid tegen het akkoord is. Wij spreken daarover ook met partners.Dat is heel erg duidelijk. Maar het is ook niet zo dat besluitvorming al aande orde is. De besluitvorming is waarschijnlijk pas aan het eind van dezomer aan de orde, dus we hebben nog genoeg tijd om met een appre-ciatie naar uw Kamer te komen en daar uitgebreid met uw Kamer over tespreken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305630 De voorzitter:De laatste interruptie van lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, ten slotte. Dit is behoorlijk frustrerend. Dit laat maar weer zien dat ditkabinet een motie van de Kamer gewoon negeert. Er zitten allemaalwoorden omheen, maar er wordt hier gewoon een motie genegeerd.Wordt vervolgd.De laatste vraag. Klopt het dat arbiters achter gesloten deuren kunnenbesluiten of kunnen wegen of onze wetten nadelig zijn voor eenMercosur-land als Brazilië? Klopt het dat dat kan gebeuren onder hetMercosur-verdrag?Minister Klever:Op deze heel specifieke vraag kom ik in tweede termijn even terug.De voorzitter:Dat staat genoteerd.Mevrouw Kamminga (VVD):Laat ik meteen maar zeggen dat er ook nog een motie-Paternotte/Kamminga is of een motie-Kamminga/Paternotte – dat weet ik niethelemaal zeker; hou me ten goede – waarin we juist zeggen dat wehandelsakkoorden op hun merites moeten beoordelen. Ik vind het dusverstandig dat te doen. Volgens mij verdienen ons bedrijfsleven en deNederlanders dat we het verdrag beoordelen als het er is en het vertaaldis, en dat we dan met elkaar het debat hebben over hoe verder. Maar ikzou de Minister willen vragen of zij kan toezeggen dat zij in de brief dietoegezegd is, ook het krachtenveld meeneemt van alle gesprekken die ernu zijn. Als ze daar nu al iets over kan zeggen, hou ik me ook aanbevolen.Want het is natuurlijk relevant om te weten welke landen voor en tegenzijn en waar de bezwaren zitten, zodat we dat ook kunnen betrekken bijonze gedachtevorming.Minister Klever:Mevrouw Kamminga vraagt of ik in een brief aan de Kamer het krach-tenveld binnen de EU kan meenemen. Ja, dat kan ik u toezeggen.De voorzitter:Sorry, lid Kostic´, u heeft al drie interrupties gehad. Het woord is aanmevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Ik wil verder met u spreken over het Mercosur-verdrag, en over hoe u ersamen met de andere landen in staat. Er is inderdaad niet zo veeltoelichting gegeven aan mevrouw Kostic´. We zijn er zelf ook wel heel ergbenieuwd naar. Er staan duidelijke overwegingen in die motie. Het gaatvooral over de landbouw, waar geen sprake is van een gelijk speelveld. Erzijn in de Mercosur-landen lagere standaarden. Het gaat dan onder andereom dierenwelzijn, mestbeleid en gewasbescherming. Zo staat hetbeschreven. Neemt u andere landen daar nu in mee? Dat zijn eigenlijktwee vragen, maar goed.De voorzitter:Het was kort. Ik tel het als één.Minister Klever:Even kijken of ik de vraag goed begrepen heb. Mevrouw De Korte vraagtnaar het landbouwdeel van het Mercosur-verdrag en of ik de anderelanden daarin meeneem. Begrijp ik dat goed?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305631 Mevrouw De Korte (NSC):Het staat in de overwegingen van de motie, dus het is een van debelangrijkste aspecten die spelen bij deze motie. We zijn heel ergbenieuwd hoe u andere landen meeneemt in de argumentering die wijhier hebben.Minister Klever:Oké, dan heb ik het duidelijk. Eigenlijk vraagt mevrouw De Korte hetzelfdeals wat mevrouw Kostic´ net vroeg. Ja, we dragen het standpunt uit binnende EU, en ja, we spreken inhoudelijk ook over landbouw met de andereEU-landen. Er zijn al een aantal mitigerende maatregelen voor delandbouwsector in het akkoord gekomen, zoals quota voor gevoeligelandbouwproducten en de mogelijkheid om maatregelen te treffen als erbijvoorbeeld een plotselinge toename is van een bepaald product op deEuropese markt. Er is dus zeker aandacht voor het landbouwonderdeelvan het Mercosur-verdrag. Daar spreek ik ook over. Die zorgen neem ikdus mee.De voorzitter:Minister Klever, ik neem nu even de rol van voorzitter op me. De vraag isheel duidelijk: de vraag is hóé u dat met andere lidstaten bespreekt. Ik doedit even zo om een langere interruptie te voorkomen.Minister Klever:En marge van de Raad spreek ik met mijn collega’s, maar ook bij anderegelegenheden kom ik collega’s tegen en heb ik bilaterale contacten metze. We spreken dan over de zorgen van het Nederlandse parlement, maarook van de Nederlandse landbouwsector, specifiek over het landbouwon-derdeel van het Mercosur-verdrag.Mevrouw De Korte (NSC):Het is nu iets duidelijker, want wat u zegt over hoe u erin staat, blijft watalgemeen. Ik neem echt aan dat u deze overwegingen duidelijk meeneemten bekijkt wat er nog mogelijk is. Mijn vraag is dus ook: zijn er nogmogelijke andere aspecten om in het overleg met EU-partners naar vorente brengen als het gaat over het Mercosur-verdrag?De voorzitter:Ik geef zo het woord aan de Minister. Mag ik mijn collega’s Kamminga enRam verzoeken om nog zachter te praten? We hebben er echt best wel lastvan als u erdoorheen praat, dus graag even wat minder. Ik voel me eenbeetje een schooljuf, maar misschien moet ik dat dan maar zijn.Minister Klever:De teksten in het verdrag over handel liggen vast. Daar kan niet meer aangetornd worden. Maar een aantal teksten zijn natuurlijk ook nog nietopenbaar. Daar wachten we nog op. Dan komt er een integrale appre-ciatie, waarin het kabinet ook ingaat op de zorgen die mevrouw De Kortehier naar voren brengt.De voorzitter:Uw laatste, mevrouw De Korte. Gaat uw gang.Mevrouw De Korte (NSC):Ik constateer dat u geen enkele invloed meer heeft op deze verdragen. Datis natuurlijk ontzettend jammer, omdat we een duidelijke boodschaphebben meegegeven. Betekent dit dat u dit ook duidelijk aangeeft bij departners? Het is misschien een beetje dezelfde vraag als die van mevrouwKostic´, maar de antwoorden waren niet zo duidelijk. Neemt u anderelanden ook mee in dit standpunt? Het blijft een beetje hangen in: nou ja, ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305632 ga het overbrengen, maar ik zie wel wat er gebeurt. Uw actieve houdingmis ik daarin.Minister Klever:Nogmaals, ik spreek met diverse andere landen. Het is duidelijk datbijvoorbeeld Frankrijk een groot tegenstander is van Mercosur. Ik spreekhet dus absoluut uit, in de Raad, en marge van de Raad in bilateralegesprekken en in andere bilaterale gesprekken. Het is dus echt wel heelduidelijk. Maar nogmaals, de volledige appreciatie van het kabinet komtnaar uw Kamer. Daarin ga ik ook in op uw zorgen. Dan hebben we uitonderzoek ook wat meer informatie over wat het echt specifiek betekent.Dan kunnen we hier veel beter het inhoudelijke debat over voeren metelkaar.De voorzitter:Welkom terug, meneer Paternotte. U wilt een vraag stellen aan deMinister.De heer Paternotte (D66):Ja, een beetje de andere kant op. Ik hoor dat de Minister in EuropeseRaden tegen in feite alle andere lidstaten zegt: het Nederlandse parlementis er negatief over. Ik vraag me af waarom dat nou de aanpak is. Bij hetCETA-verdrag zijn er ook een sloot Kamermoties aangenomen die zeiden:we willen dat verdrag niet. Maar uiteindelijk hebben de Tweede en EersteKamer er gewoon mee ingestemd. Het kabinet heeft steeds gezegd: wijdenken dat dit verdrag voor Nederland goed is en we willen het graag inde Kamer verdedigen zodra we het voorleggen. Dat was in feite ook deboodschap in de Europese Raden. Dat deden mevrouw Ploumen,mevrouw Kaag en mevrouw Schreinemacher. Waarom neemt Nederlandnu zo’n totaal andere houding aan? De economische winst is300 miljoen euro en veel exporteurs kunnen ervan profiteren. Wat zegt deMinister nou tegen de bedrijven en ondernemers die hier baat bij kunnenhebben? Wat is haar boodschap aan hen?De voorzitter:Ik hoor twee vragen.Minister Klever:Er ligt een motie, die breed is aangenomen, met het standpunt van deKamer dat wij tegen het verdrag moeten zijn. Ik communiceer binnen deRaad, naar de Commissie en bilateraal aan de collega’s wat het standpuntis van de Tweede Kamer en dat het moeilijk ligt, ook vanwege delandbouwparagraaf. Daarmee heb ik nog niks gezegd over het kabinets-standpunt. Dat kabinetsstandpunt komt op het moment dat alle tekstenopenbaar zijn en ook het geüpdatete onderzoek van de WageningenUniversiteit er is. Dan komt het kabinetsstandpunt naar de Kamer en kuntu daar kennis van nemen. Daarover gaan we in debat met de Kamer. Danpas neem ik een definitieve positie in binnen de EU. Maar ik geef welopvolging aan de motie en communiceer dat het verdrag in Nederland, inhet parlement moeilijk ligt.De voorzitter:Ik zie geen handen meer voor dit blokje. Dan gaan we naar de VS. Oftenminste, we gaan praten over de VS.Minister Klever:Voorzitter. President Trump is afgelopen maandag, eergisteren, geïnaugu-reerd en heeft een reeks aankondigingen gedaan over zijn handelsbeleid.Kort samengevat heeft hij een algehele herziening van het Amerikaansehandelsbeleid aangekondigd, waarbij zal worden bezien of het huidigeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305633 Amerikaanse handelsbeleid voldoet. Hierbij wordt ook gekeken naar dehandelsrelaties met andere landen, in eerste instantie met China en debuurlanden Canada en Mexico, maar ook met andere handelspartners.Ook zullen de VS de kansen onderzoeken van nieuwe overeenkomstenmet handelspartners.Voorzitter. Nederland en de VS zijn belangrijke handelsbestemmingenvoor elkaar. De economische relatie creëert veel banen aan beide zijden. Ikbegrijp dat er veel zorgen zijn over het handelsbeleid van de nieuweAmerikaanse regering. Ik sta hierover in nauw contact met het Neder-landse bedrijfsleven, maar ook binnen Europa en met de Europesepartners. Dan gaat het over mogelijke tarieven op producten uit Europa.Maar ook maatregelen richting Mexico of Canada raken Nederlandsebedrijven natuurlijk. Laat ik duidelijk zijn: nieuwe handelsbelemmeringenin de trans-Atlantische relatie, tarieven of anderszins, zijn niet in hetNederlandse belang, en naar mijn mening ook niet in het Amerikaansebelang. We zullen vanuit onze handelsbelangen verder bouwen aan detrans-Atlantische handelsrelatie, ook met de nieuwe Trump-regering. Ikben dan ook van plan om op korte termijn naar de VS af te reizen om metmijn Amerikaanse counterparts kennis te maken. Ook binnen EU-verbandzal ik de Commissie oproepen de komende tijd werk te maken van detrans-Atlantische handelsrelatie en hierin tijd en energie te investeren.Mevrouw De Korte zegt: Nederland moet zich sterk maken voor de relatiemet de VS. Zij vraagt daarom: hoe bereidt Nederland zich voor en zijndaar scenario’s voor? In algemene zin kan ik zeggen dat we ons voorbe-reiden en verschillende mogelijkheden bespreken. We zetten in opversterking van de trans-Atlantische relatie. Onze economieën zijn sterkverweven, dus daar zouden we allebei van profiteren. Daarbij spreek ikonder andere met bedrijven over de consequenties van eventuelehandelstarieven en andere maatregelen gericht op de private sector, maarook met Europese partners en andere betrokkenen. Het uitgangspuntblijft: handel en investeringen tussen de EU en de VS zijn gunstig voorbedrijven en zorgen voor banen aan de beide kanten van de oceaan. Maargezien het feit dat we nog niet precies weten wat Trump gaat doen, kan iknog niet verder uitweiden over de verschillende mogelijkheden die we inEU-verband bespreken. Hoe dan ook is het belangrijk dat we als EUeensgezind onze belangen verdedigen waar en wanneer dat nodig is, datwe dat gefaseerd en evenwichtig doen en dat we blijven streven naar eenpositief engagement met de VS.Mevrouw De Korte vraagt ook hoe Nederland ervoor zorgt dat de EU metéén stem spreekt in reactie op de Trump-regering. Ik ben het met u eensdat het van groot belang is dat we als EU met één stem spreken. Deomvang van de EU-economie is gelijkwaardig aan die van de Ameri-kaanse economie. Die EU-marktmacht moeten we op een positievemanier gebruiken en we mogen ons niet uit elkaar laten spelen.Nederland benoemt daarom het belang van eenheid ook nadrukkelijk inEuropees verband. Dat hebben we altijd gedaan en dat blijven we nu ookdoen. Dat neemt niet weg dat we ook bilateraal het gesprek met de VSover handel kunnen aangaan, niet alleen om de EU-boodschap kracht bijte zetten, maar ook om de belangen van onze bedrijven te behartigen.Goede contacten zijn voor onze bedrijven van groot belang.Mevrouw Hirsch vraagt wat de analyse is van de Europese scenario’s invoorbereiding op de Raad: welke inzet kiest Nederland en waarominformeert de Minister de Kamer hier niet over, desnoods in eentechnische briefing? Zoals gezegd bereiden we ons in EU-verband weldegelijk voor; er wordt gesproken. Maar nogmaals, het is onduidelijk water gaat gebeuren wat betreft de tarieven en om welke sectoren enproducten het zou gaan. Daar wordt uiteraard over gesproken. Maar het isin ieder geval heel belangrijk dat we als EU eensgezind zijn, gefaseerd tewerk gaan en dat we er positief in staan. Maar nogmaals, ik kan er niet teveel over uitweiden, omdat we niet weten wat hij gaat doen. In eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305634 onderhandeling ga je ook niet vooraf je positie prijsgeven. Dat kan ik ookniet in een technische briefing doen, want het gaat natuurlijk om politieken dat leent zich niet voor technische briefings. Maar wees ervanverzekerd dat de EU erbovenop zit, en Nederland ook.Mevrouw Kamminga stelt dat het belangrijk is dat we bilaterale relatieshouden met de VS en dat we als EU één blok vormen. Dat ben ik metmevrouw Kamminga eens. Het is belangrijk dat we investeren in onseconomische partnerschap met de VS en dat we als EU met één stemspreken. De EU is een belangrijke macht, ook voor Amerika. Het is danook belangrijk dat we in EU-verband onze belangen verdedigen, bijvoor-beeld indien de VS maatregelen nemen die onze producenten rechtstreeksschaden.Mevrouw Hirsch vraagt ook nog: «Hoe moet de EU eensgezind optreden?Hoe ziet ons aanbod aan de VS eruit? Wat gaat Europa doen als een vande lidstaten wordt bedreigd met tarieven? Welke geloofwaardigevergeldingsmaatregelen zijn er voorhanden? Welke uitdagingen zijn eenbelemmering om tot een eensgezind antwoord te komen?» Hetuitgangspunt blijft: handel en investeringen tussen de EU en de VS zijngunstig voor bedrijven en zorgen voor banen aan beide kanten. De EUheeft een breed handelsinstrumentarium tot haar beschikking en het isbelangrijk dat de EU assertief optreedt. Uiteraard zal de EU robuust,proportioneel en vooral ook de-escalerend reageren als er vanuit de VSmaatregelen komen. Dat is in ons aller belang. We hebben ook met elkaarafgesproken dat de EU met één stem gaat spreken, dat we samen sterkstaan en dat dat ook de enige manier is om de VS het hoofd te bieden.De heer Ceder vraagt: hoe ziet een weerbare economie er op de langetermijn uit als de VS uit verdragen stapt en importtarieven oplegt?Nogmaals, nieuwe handelsbelemmeringen in de trans-Atlantische relatie,door middel van tarieven of op een andere manier, zijn niet in hetNederlandse belang en niet in het Amerikaanse belang. We zullen vanuitons beider belangen verder bouwen aan de relatie. Een open en concurre-rende economie is het beste recept voor een weerbare economie. Daaromis het belangrijk dat de EU en Nederland vasthouden aan het op regelsgebaseerde handelssysteem, ongeacht wie er in het Witte Huis zit.Voorzitter, dat was het blokje VS.Mevrouw Kamminga (VVD):Dank aan de Minister voor de toelichting. Ik heb er alle begrip voor dat wehier niet onze onderhandelingsstrategie naar buiten brengen. Dat was ookniet per se de opzet van mijn vragen daarover. Maar wat ik wel belangrijkvind, is dat we wat zicht krijgen – hebben we dat scherp? – op wat dit inpotentie voor de Nederlandse sectoren gaat betekenen. En wat doen weom dat waar mogelijk te mitigeren? Ik denk dat heel veel bedrijven diespeeches zien en dan denken: wat gaat dit voor mij betekenen, is deoverheid alert genoeg en zijn ze er voor mij? Dat vind ik belangrijk. Doenwe daar voldoende in, zitten we daarbovenop en hebben we datvoldoende in kaart om in de onderhandelingen in de EU goed voor onzebelangen op te kunnen komen?Minister Klever:Ik begrijp de zorgen van mevrouw Kamminga. Daarnaast is het natuurlijkook zo dat we niet weten wat de regering-Trump gaat doen. Hij heeft hetweleens gehad over 10% op alles, maar het kan ook zo zijn dat hijspecifieke sectoren of producten gaat belasten. Al die opties wordenmeegenomen in de voorbereidingen. Ik ben ook in gesprek met bedrijvenen VNO-NCW. Ik heb vorige week nog een rondetafelgesprek gehad metbedrijven, waarbij ze hun zorgen aan mij geuit hebben en geuit hebbenwat de risico’s zijn. Maar dat is natuurlijk voor elke sector anders. Ik blijf innauw contact met het bedrijfsleven en de EU zit erbovenop, maaruiteindelijk kunnen we niet vooruitlopen op eventuele maatregelen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305635 omdat we gewoon niet weten waar hij mee komt. Maar zoals ik al eerderheb gezegd, proberen we het wel op een positieve en de-escalerendemanier te benaderen. Ja, er zijn allerlei scenario’s en plannen, maar het isin eerste instantie aan de Commissie om te reageren. Nederland ziterbovenop, zowel bij de Commissie als bij Nederlandse ondernemers.De voorzitter:Lid Kostic´, zou u heel even de rol van voorzitter op u willen nemen, wantik zou graag zelf iets vragen.Voorzitter: Kostic´De voorzitter:Uiteraard. Het woord is aan u, Kamerlid Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister voor de toelichting. Ik hoor heel erg veel. Ik benenigszins gerustgesteld dat er wel voorbereidingen zijn. Bij Nieuwsuurdeed een aantal kabinetsleden het voorkomen alsof we geen idee hebbenwat ons te wachten staat. Ik snap alleen niet hoe het kan de Kamer daarniet iets meer informatie over kan krijgen dan alleen maar «we zijn ingesprek met bedrijven en met de EU». De houding van deze Minister zetde Kamer wezenlijk buitenspel. Er staan ons straks grote keuzes tewachten. Verschillende sectoren zullen op verschillende manieren geraaktworden. Er zijn afwegingen te maken richting andere lidstaten. Waarom iser helemaal niets concreets te melden aan deze Kamer over het typeafweging dat wordt gemaakt of de manier waarop de verschillendescenario’s van de EU worden bekeken? Ik doe nogmaals het verzoek omtoch een technische briefing om iets dieper in te gaan op deze materie,ook al is dat politiek gevoelig. Het is aan de Kamer om hier een meningover te kunnen vormen. Kunt u op dat verzoek ingaan?Minister Klever:Ik snap het ongemak van mevrouw Hirsch. In een onderhandeling ga jeniet al je scenario’s openbaar maken. Dat doet Trump ook niet. Die heeftook niet gezegd wat hij precies gaat doen. Het is natuurlijk een gevoeligspel. Ik snap dat de Kamer ook betrokken wil zijn, maar nogmaals: wekunnen niet vooruitlopen op wat hij gaat doen. Ik hoop u gerust te kunnenstellen door te zeggen dat ik in gesprek ben met al die bedrijven, dat hetook op het ministerie alle hens aan dek is en dat er binnen de Commissieover gesproken wordt. Het is natuurlijk van groot belang en ik denk dat wemet z’n allen hetzelfde belang hebben, namelijk de handelspositie van debv Nederland. Een derde van wat we in Nederland verdienen, verdienenwe met handel in het buitenland. Ik denk dat dat belang bij iedereenvooropstaat. Het is geenszins mijn bedoeling om de Tweede Kamerbuitenspel te zetten, maar handelsmaatregelen liggen natuurlijk wel ineerste instantie bij de Commissie. Die is als eerste aan zet. Wat doen wedan wel? Dat heb ik u ook geprobeerd te zeggen. We proberen als EU alséén blok op te treden. We zijn als EU een groot blok. Op die manierproberen we tegenwicht te bieden. Er wordt gekeken naar scenario’s. Wehebben ze klaarliggen. Voor de rest is het uiteindelijk natuurlijk toch welafwachten waar hij mee komt. We proberen de-escalerend op te treden. Ikhoop u daarmee enigszins gerust te stellen, maar nogmaals, heel veelmeer kan ik u er niet over vertellen. Een technische briefing is ook lastig,want het gaat om politiek. Je geeft geen technische briefing over politiek.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik wil toch even voorkomen dat er wordt gesteld dat mevrouw Hirschongemak ervaart. Deze commissie heeft meerdere keren gevraagd naar devisie van de Minister op handel. Het is geen ongemak. Het is het besef datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305636 de consequenties van het brede handelsbeleid van de heer Trump groteconsequenties kunnen hebben voor Nederland handelsland. De Kamerheeft de behoefte om daarover met het kabinet tijdig van gedachten tewisselen. Ik snap het argument dat het politiek is niet heel goed, want wezitten hier heel de dag voor politiek. Maar ik zou graag aan de Minister hetverzoek willen doen om nogmaals te overwegen om samen met anderekabinetsleden na te denken over een technische briefing waarin echt meergezegd kan worden over de afwegingen die op tafel liggen, zodat deKamer voldoende geïnformeerd is om tijdig haar invloed uit te kunnenoefenen.Minister Klever:Nogmaals, ik heb uit de doeken gedaan dat de Commissie als eerste aanzet is. Die heeft een handelsinstrumentarium. We zitten erbovenop. Erkomt binnenkort een beleidsbrief naar de Tweede Kamer over het brederehandelsbeleid en de bredere handelsvisie. Daarin komt ook een geopoli-tieke analyse. Volgens mij vroeg mevrouw Hirsch daar in de motie om.Dat komt in de beleidsbrief. Ik kan u zeggen wat het kabinet gaat doen.Dat is rechtdoorzee: we gaan het verdienvermogen van Nederlandcentraal stellen en de bestaanszekerheid van de Nederlanders vergroten.Dat betekent dus dat we het Nederlandse bedrijfsleven ondersteunen bijinternationaal ondernemen, oneerlijke concurrentie aanpakken en onzeweerbaarheid vergroten. Dat wordt uitgewerkt in de beleidsbrief. Ik ga inmijn beleidsbrief niet over één nacht ijs. Het onderwerp handel isnatuurlijk complexer geworden in de wereld. Handelsstromen zijnverlegd. Waardeketens zijn complexer en internationaler en daarmee ookkwetsbaarder. Dus ik wil dat goed doen. Die bredere visie komt in debeleidsbrief. Ik verwacht die aan het eind van dit kwartaal naar uw Kamertoe te sturen.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel. Ik neem het voorzitterschap weer over.Voorzitter: HirschDe voorzitter:We kunnen naar het volgende blokje, CSDDD.Minister Klever:Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen draagt bij aanveerkrachtige waardeketens en biedt kansen voor het Nederlandsebedrijfsleven. Afgelopen juli is de Europese richtlijn Corporate Sustaina-bility Due Diligence Directive formeel in werking getreden. Lidstatenhebben twee jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationalewetgeving. Het uitgangspunt in Nederland is hierbij een zuivere enlastenluwe implementatie zonder nationale koppen. Dat voorkomtonnodige regeldruk en draagt bij aan een gelijk speelveld.De heer Ceder zegt dat uit beschikbare data blijkt dat er maar liefst 300bedrijven onder de CSDDD gaan vallen. Hij vindt dat weinig. Implemen-tatie kan winstgevend zijn. Hij vraagt of ik kan reflecteren op hetuitbreiden van de reikwijdte van de CSDDD. In het hoofdlijnenakkoordhebben we afgesproken dat er geen nationale koppen op EU-wetgevingworden gezet. Dat betekent dat de CSDDD zuiver en lastenluw wordtgeïmplementeerd. In december is het wetsvoorstel voor implementatievan de CSDDD, de Wet internationaal verantwoord ondernemen, Wivo,gepubliceerd voor consultatie. In dat voorstel heb ik dus geen aanvullendeeisen opgenomen voor het bedrijfsleven. Ook de reikwijdte wordt nietuitgebreid. Dat zou ook voor het Europese gelijke speelveld geen goedidee zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305637 Verder in antwoord op de heer Ceder: we gaan door met de implemen-tatie van CSDDD. Tijdens de internetconsultatie was er lof voor desnelheid waarmee we een wetsvoorstel hebben gepresenteerd. Dat isgoed voor de rechtszekerheid van bedrijven en helpt hen met devoorbereidingen.De rapportage-eisen. Dat was ook een vraag van de heer Ceder. Hij vraagtof de rapportage-eisen en reikwijdte van de CSRD in lijn gebracht kunnenworden met de CSDDD in de Omnibuswet van de EU. Er zijn nog weinigdetails bekend over de inhoud van die Omnibuswetgeving. Zoalsopgenomen in de geannoteerde agenda wil het kabinet inzetten opvereenvoudiging van de rapportageverplichtingen onder die CSRD enCSDDD. Het ligt dus voor de hand om de link tussen deze twee wetten ende rapportageverplichtingen hiervan in acht te nemen in het Omnibus-voorstel.De heer Ram had een vraag over de marginale toetsing van de CSDDD. Hijvraagt of ik die wil opnemen in plaats van een inhoudelijke toets. DeCSDDD schrijft voor dat lidstaten een toezichthouder aanwijzen, dietoezicht houdt op naleving van de verplichtingen van ondernemingen. InNederland is dat de Autoriteit Consument & Markt. Dat is de beoogdetoezichthouder. De CSDDD geeft bedrijven ook ruimte voor maatwerk. Hetverschilt per bedrijf en per sector welke risico’s er zijn en wat ze moetendoen om het goed te doen. De ACM heeft ervaring met positief toezicht.Dat houdt in dat het bedrijf in dialoog met de toezichthouder kantoelichten waarom het bepaalde keuzes heeft gemaakt. Dat bedrijf krijgtook de ruimte van de ACM om te verbeteren en te leren. Pas daarnakomen eventuele sancties in beeld. De CSDDD bevat geen bepalingenover marginale toetsing door de rechter. In de nationale implementatiewetkunnen we niet afwijken van de richtlijn en ook geen aanvullingen doen.Dat zou in strijd zijn met de Europese regelgeving en met de uitgangs-punten van een zuivere en lastenluwe implementatie.Mevrouw Kamminga heeft zorgen over de extra regeldruk. Ze vraagt ofdie meegenomen kunnen worden in het Omnibustraject. Naast harmoni-seren wil ze ook simplificeren en voorkomen dat er overlap ontstaat metde OESO-richtlijnen. Over die geplande Omnibuswetgeving zijn nogweinig details bekend, maar het kabinet onderschrijft wel het doel vanregeldrukvermindering. Het kabinet wil in ieder geval inzetten op hetterugdringen van dubbele en onnodig complexe rapportageverplichtingenin de gedelegeerde handelingen onder de CSDDD en CSRD, de CorporateSustainability Reporting Directive. Wel is het belangrijk om te letten oprechtszekerheid voor bedrijven. Ook wijst het kabinet op het belang vanuniforme implementatie van de lidstaten in verband met een gelijkspeelveld. Na presentatie van het voorstel zal het kabinet dit, zoalsgebruikelijk, ter beoordeling delen met de Kamer.Dat waren de vragen over CSDDD.Mevrouw Kamminga (VVD):Dank aan de Minister. Ik zal het kort houden. Fijn dat dat de inzet gaat zijn.Maar ik vroeg niet voor niets naar de OESO. Heel veel van deOESO-richtlijnen over de rapportageverplichting gaan natuurlijk overdezelfde dingen. Ik zou de Minister willen vragen om ook daarnaar tekijken, zodat het niet alleen maar CSRD en CSDDD is, maar dat we ookkijken waar het overlap heeft met OESO en dat we het dan bij elkaarvoegen.Minister Klever:De CSDDD is juist gebaseerd op die duediligencerichtlijnen van de OESO.In dat verband is overlap juist goed. Dat schept eenduidige verwachtingenvoor bedrijven. Dus volgens mij maakt het het juist gemakkelijker om dieOESO-richtlijnen te volgen als die in de wetgeving zit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305638 De voorzitter:U heeft nog één interruptie, mevrouw Kamminga.Mevrouw Kamminga (VVD):Even ter verduidelijking. Ze zijn daar redelijk op gebaseerd. Daarom gaathet mij er juist om dat er niet een dubbele rapportageverplichting is,namelijk dat er een rapportageverplichting is voor ongeveer dezelfdemaatregel, maar dat er voor de OESO een ander formuliertje is dan voorde CSDDD. Dan schieten we volgens mij ons doel voorbij. Dat is mijnpunt.Minister Klever:Ik ben het eens met mevrouw Kamminga dat we die regeldruk zo veelmogelijk moeten beperken, ook die rapportageverplichtingen. Daar zettenwe ook op in. Voor wat betreft die OESO-richtlijnen: daar is geenrapportageverplichting voor. In dat verband zal daar dus geen dubbelingkomen.De voorzitter:Dan zijn we volgens mij toe aan het blokje overig.Minister Klever:De heer Paternotte – het is mooi dat hij net weer aanschuift; wat eentiming – vraagt naar de motie-Boswijk inzake de Chinese voertuigen. Hijvraagt wanneer we dit onderzoek kunnen verwachten, of ik er meer tempoachter kan zetten en hoe ik kijk naar het VS-verbod op Chinese techno-logie in Amerikaanse producten. Het Ministerie van IenW doet insamenwerking met andere departementen en organisaties onderzoek naarde mogelijke risico’s van slimme elektrische voertuigen voor de nationaleveiligheid op het gebied van sabotage en spionage. Op basis van deuitkomsten van dit onderzoek zal een analyse plaatsvinden om te komentot opties om deze risico’s te mitigeren. Eind eerste kwartaal zal de Kamerworden geïnformeerd over de uitkomsten van deze risicoanalyse en de tenemen mitigerende maatregelen. Wat betreft het verbod van de VS opChinese technologie: dat laat ik graag aan de VS. Ik vind het belangrijk datwij ons eigen onderzoek daarnaar doen en dat wij ons daarop baseren,voordat we overgaan tot eventuele acties.Mevrouw Kamminga vroeg hoe ik de EU-maatregelen tegen Chinabeoordeel en of ik aanvullende maatregelen vanuit de EU verwacht.Nederland steunt de Europese inzet om een gelijk speelveld, waar nodig,te verdedigen. Dat is ook in het belang van Nederlandse ondernemers. Deantisubsidieheffingen op Chinese elektrische auto’s, die de EU vorig jaarinstelde, zijn daar een voorbeeld van. Nederland steunt de inzet van deEuropese Commissie niet alleen om de handelsrelatie met China nietonnodig te laten escaleren, maar tegelijkertijd ook om de legitiemebelangen van de interne markt en marktpartijen te beschermen waar datgerechtvaardigd en nodig is.De heer Paternotte had nog een vraag over de WTO-zaak inzake Litouwenen Taiwan. Hij zei: «De EU lijkt de WTO-zaak tegen China over Chinesehandelsbeperkende acties tegen Litouwen te laten vallen. Kan de Ministertoezeggen dat ze tijdens de informele raad pleit voor voortzetting vandeze zaak?» De Europese Commissie heeft nog geen besluit genomenover voortzetting van deze zaak. Wel heeft de Commissie aangegeven datzij de situatie nauw blijft monitoren en dat de EU iedere vorm vaneconomische dwang tegen een lidstaat aanpakt. Uiteraard volgtNederland deze WTO-zaak. Voor Nederland staat naleving van het opregels gebaseerde internationale handelssysteem voorop. Als dat nietgebeurt, dient de EU daar actie op te ondernemen. Het is aan deCommissie om te beoordelen of het in het belang van de EU is om dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305639 zaak voort te zetten. We steunen de Commissie als de inschatting is dat ergoede gronden zijn om de zaak voort te zetten.Het lid Ram vraagt waarom het investeringsverdrag tussen de EU enVietnam niet ... O, nu is de heer Ram weer weg.De voorzitter:Gelukkig bent u geen voorzitter.Minister Klever:Ik doe het echt niet expres, want het ligt gewoon op volgorde. Ik hoop ookweer op een beleidsmedewerker die dan meeleest. Het kabinet hechtbelang aan investeringsbeschermingsverdragen, ook nieuwe verdragenzoals tussen de EU en Vietnam. Het is een ambitieus verdrag met eenbelangrijke handelspartner. Het verdrag is nog niet door alle 26EU-lidstaten geratificeerd. Het verdrag moet nog door acht andereEU-lidstaten worden geratificeerd, waaronder Frankrijk en Duitsland. Degoedkeuringswet inzake het EU-investeringsbeschermingsverdrag metVietnam is momenteel in voorbereiding. Datzelfde geldt voor hetEU-investeringsbeschermingsverdrag met Singapore. U zult op de hoogteworden gehouden van de voortgang.De heer Ram vroeg ook naar geschillenbeslechting. Nederland mag nietzwakker worden van hervormingen. Wat doet Nederland als WTO-zakenvastlopen? Nederland zet zich in voor hervorming van de WTO, juist omde organisatie te versterken, inclusief het WTO-geschillensysteem. Metonze open en handelsgerichte economie is Nederland erg gebaat bij eensterk op regels gebaseerd handelssysteem rond de WTO. We hebben dehandelsregels met z’n allen afgesproken, dus het is ook belangrijk datandere landen zich daar gewoon aan houden. Als dat niet gebeurt,spreken we ze daarop aan, binnen en buiten de WTO.De heer Ram vroeg: hoe garandeert de Minister de zelfstandige positievan Nederland op het gebied van technologie en de chipsector, zondersimpelweg EU-beleid te volgen? Ah, daar is de heer Ram weer. Dehalfgeleiderindustrie is fundamenteel voor de Europese welvaart,concurrentiekracht, duurzaamheid en veiligheid. Geen enkel land ofcontinent beschikt over een volledig eigenstandige waardeketen voor deontwikkeling van halfgeleiders, ook Europa niet. Samenwerking metandere landen is dus nodig, ook om onderlinge EU-concurrentie tevoorkomen. Nederland en Europa moeten daarom versterkt inzetten opeen gecoördineerde aanpak en een gezamenlijke strategie om sterkeposities in deze sectoren te waarborgen. Dat doen we dan ook. Mijncollega, Minister Beljaarts van EZ, zet zich daarom samen met dehalfgeleidersector en gelijkgezinde landen in om die Europese industrie-positie op het gebied van halfgeleiders te versterken. Zelf werk ik aanbilaterale halfgeleiderpartnerschappen. Met Zuid-Korea hebben we er aleen afgesloten. We verkennen ook de mogelijkheden met India op datvlak.Mevrouw Hirsch had een vraag. De EU moet een geloofwaardig alternatiefvormen voor China. Er moet oog zijn voor het belang van partners dieindustrieën willen opbouwen, zoals voor nikkel. Wat is de visie van hetkabinet op gelijkwaardig partnerschappen? Hoe rijmt de Minister dit metbezuinigingen op internationale samenwerking? Welk aanbod moet de EUaan andere landen doen? In EU-verband zet het kabinet zich in voorhandelsafspraken met gelijke en redelijke standaarden. Daarnaast biedenwe ontwikkelingslanden specifieke handelsvoordelen via onder andereeconomische partnerschapsovereenkomsten en het Algemeen Preferen-tieel Stelsel. In multilateraal verband ondersteunen we de integratie vanontwikkelingslanden in het internationale handelssysteem via onderandere de zogenoemde special and differential treatment en het Aid ForTrade-initiatief. Door middel van dit soort initiatieven worden ontwikke-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305640 lingslanden minder afhankelijk van hulp en kunnen zowel Nederland alsderde landen profiteren van onderlinge handel.Tot slot vroeg de heer Paternotte waarom ik niet naar het World EconomicForum ga. Ik spreek op verschillende momenten met het bedrijfsleven enmet collega-handelsministers uit andere landen. Zo ben ik net terug uitTurkije, waar ik mijn counterpart heb gesproken. Tegelijkertijd heb ik ookbinnenlandse verplichtingen, zoals dit debat. Helaas paste het niet in mijnagenda om deel te nemen aan het World Economic Forum.Voorzitter, dit was het blokje overig.De voorzitter:Dan heeft u een interruptie van de heer Ceder. Ik verzoek u om het kort tehouden in verband met de tijd.De heer Ceder (ChristenUnie):Dit is niet mijn main punt. Dit is het punt van de heer Paternotte. Ik dachtdat mevrouw Klever gewoon niet aanwezig zou zijn in Davos, maar nugeeft ze een agendatechnische reden aan. Kan ik daaruit opmaken dat zeer volgend jaar en de komende regeringsjaren wél bij wil zijn en dat hetdit jaar helaas wegens agendatechnische redenen niet is gelukt? Of is ertoch een andere motivatie?Minister Klever:Ik heb dit jaar mijn eigen afweging gemaakt of ik wel of niet daarheen zougaan. Ik heb besloten om daar niet heen te gaan. Volgend jaar zal ikopnieuw een afweging maken. Er zijn een heleboel factoren die mijnagenda bepalen. Dat gaat verder een beetje buiten de reikwijdte van ditdebat.De voorzitter:Sorry, meneer Paternotte, u heeft geen interrupties meer.De heer Paternotte (D66):Ik heb twee keer een vraag gesteld. Ik weet het vrij zeker.De voorzitter:We hebben kort de tijd. Ik ga mijn eigen interruptie, die ik nog wél heb,ook niet doen.De heer Paternotte (D66):Ik ben helemaal teruggelopen omdat ik twee interrupties heb gehad enomdat ik nog een vraag wil stellen.De voorzitter:We gaan nu naar de tweede termijn. U heeft elk één minuut. Ik stel voordat u de vragen stelt die nog niet aan bod zijn gekomen.De heer Paternotte (D66):Welke twee interrupties heb ik gepleegd? Het klopt gewoon niet.De voorzitter:Sorry, meneer Paternotte. De eerste vraag waren er twee. Dat heb ik zoopgeschreven. We hebben allemaal een minuut. Ik stel voor dat u devragen stelt die u wilt stellen. We hebben morgen ook al de tweedetermijn. Help me even om binnen de tijd te blijven. Het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter. Als het gaat over het Mercosur-handelsverdrag, hebben wealleen vertragingstechnieken van het kabinet gehoord. De Minister zegt tewachten op onderzoek van Wageningen, maar de tekst van het handelsak-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305641 koord, waar de discussie juist over gaat, is al openbaar. Daar hoeven wein ieder geval niet op te wachten. Ten tweede is er al een onderzoekuitgevoerd naar de impact op de landbouw en sindsdien is er nietsveranderd in het handelsakkoord op het gebied van landbouw. Er is dusgeen enkele reden om te wachten op uitvoering van de Kamermotie enhet kabinetsstandpunt in februari. Het Mercosur-verdrag is tot nu toealleen in achterkamertjes en zonder democratische controle vooruitgedrukt, zo blijkt ook uit de controle van de EU-ombudsman. Als hetkabinet nu niet actief optreedt, worden we een heel slecht megaverdrag ingerommeld, waar gewone boeren, dieren, natuur en gezondheid de dupevan worden. Ondertussen doet dit kabinet niets om een actief verzet tegenhet Mercosur-verdrag te organiseren. Dat moet in februari echt veran-deren en daarom vraag ik een tweeminutendebat aan.De voorzitter:Dank u wel. De heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Voorzitter. Het blijft natuurlijk heel bijzonder dat de tegenstanders van hetMercosur-verdrag een optelsom zijn van partijen die zeggen dat ze willendat de hele veestapel verdwijnt, maar tegen het verdrag zijn mede omdathet slecht is voor de landbouwsector, en partijen die juist de veestapeleerder zouden willen verdubbelen. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat hunbezwaren allebei kloppen. Ik zou de Minister toch willen vragen wat haarboodschap is naar alle bedrijven, organisaties en ondernemers inNederland die baat zouden hebben bij het verdrag, ook op basis van deonderzoeken die allang gedaan zijn.Over het World Economic Forum: ik had gehoopt op iets meer voortva-rendheid van de Minister, dat die zou zeggen: volgend jaar ga ikdaarnaartoe. Volgens mij kan zij haar agenda voor over een jaar bestmaken. De datum staat al gepland. Ze gaf uitstekende antwoorden opschriftelijke vragen van de heer Vermeer, waarin zij duidelijk aangaf hoebelangrijk dat platform, het WEF, is voor ontmoetingen met bedrijven enallerlei internationale organisaties. Ik reken dus op deze Minister.De voorzitter:Mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Wij hebben de Minister een duidelijke motiemeegegeven over de redenen waarom wij het Mercosur-verdrag nietsteunen. Wij nemen aan dat ze die meeneemt in de Raad. De argumentenzijn duidelijk in de motie weergegeven. We wensen de Minister veelsucces in de Raad.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter. Ik heb tijdens het debat vragen gesteld over CSDDD en overMercosur. Ik zie dat er nog ruimte is om het kabinet bij te sturen. Ik zal ookmeedoen aan het tweeminutendebat. Vanwege de tijd laat ik het hierbij.De voorzitter:De heer Ram.De heer Ram (PVV):Dank u wel, voorzitter. In tegenstelling tot het lid Kostic´ heb ik er wélvertrouwen in dat de Minister het standpunt van ons parlement overMercosur goed overbrengt in de EU. Daar ben ik blij mee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305642 Als het gaat om Trump, de Trump-regering en de handelsbelemmeringendie er mogelijk aan zitten te komen, begrijp ik de positie van de Minister,waarbij je niet alle troeven direct op tafel kunt leggen. We wachten aftotdat de heer Trump iets gaat doen.We hebben wel moeite met de positie van de Minister en het kabinet metbetrekking tot de toetreding tot de interne markt door kandidaat-lidstaten.Daar blijven wij faliekant op tegen. We vinden dat niet de juiste weg. Dezorg die wij nog steeds hebben is dat het uiteindelijk toch leidt tot eenEU-lidmaatschap, terwijl we dat niet willen.De voorzitter:Kunt u afronden?De heer Ram (PVV):Ja. Dat was mijn punt.De voorzitter:Lid Kostic´, u wil een persoonlijk feit maken? Dat mag.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Misschien een kleine correctie, want de PVV zei dat ik er geen vertrouwenin had dat de Minister het standpunt van de Kamer zou uitdragen. Zedraagt het uit. Dat zegt ze en dat geloof ik wel.De voorzitter:Maar dat is volgens mij geen ... We zijn het debat nu aan het ... Was diteen persoonlijk feit?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Volgens mij wel. Dan ken ik de regels wel. Dan maak ik ’m even af. Ik hebeen correctie. Het kabinet en de Minister zeggen dat ze het standpunt vande Tweede Kamer uitdragen. Dat geloof ik echt wel. Dat hoor ik ook.Alleen vroeg de motie daar niet om. De motie vroeg het kabinet om hetstandpunt zelf in te nemen en dat het daarmee de boer opgaat en dus ookmedestanders gaat zoeken om het verdrag van tafel te halen. Dus dat wilik even rechtzetten.De voorzitter:Nee, sorry. Ik ga nu niet nog naar meneer Ram. Nee. Ik ga naar mevrouwKamminga.Mevrouw Kamminga (VVD):Dank, voorzitter. Ik zal het kort houden, want we hebben nog eentweeminutendebat. Ik wil de Minister en haar ambtenaren vooralbedanken voor de beantwoording. Ik wil wel nog mevrouw Hirschbijvallen, niet als voorzitter, maar in wat zij zojuist zei als GroenLinks-PvdA-Kamerlid, over die strategische visie en de noodzaak daarvan. Hetgaat wat mij betreft niet alleen maar heel specifiek over wat er nu op tafelligt, maar we moeten gewoon eerlijk zijn. We zijn een open handelsland,dus we moeten ons positioneren in die nieuwe geopolitieke situatie. Dankomen we voor grote vraagstukken te staan. Dus wat mij betreft is dat ookeen wat bredere visie. Wat betekent dit voor onze economie? Betekent hetdat wij ons anders moeten gaan positioneren, of niet, of dat we anderekeuzes moeten gaan maken? Daar zit vooral die urgentie.De voorzitter:Lid Kostic´, kunt u mij het woord geven als voorzitter?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305643 Voorzitter: Kostic´De voorzitter:Natuurlijk. Mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel. Ik heb meerdere vragen gesteld die onbeantwoord zijngebleven. Dat waren onder andere die over de visie van deze Minister opde duurzame transitie in de nieuwe geopolitieke realiteit. Het zou mooizijn als daar nog op teruggekomen kan worden. Eén van punt zorg,aansluitend op wat mevrouw Kamminga net zei, is de visie. Als ik vraagnaar de visie op gelijkwaardige handelsrelaties en de Minister komt meteen antwoord dat puur betrekking heeft op ontwikkelingslanden, maak ikmij echt grote zorgen. Er zijn landen als Indonesië, Zuid-Afrika, Brazilië enNigeria. Dat zijn belangrijke handelspartners voor Nederland. Zij zienzichzelf echt niet meer als ontwikkelingsland. Zij zien zichzelf als gelijk-waardige handelspartner. Dus nogmaals is mijn nadrukkelijke verzoek aande Minister om de Kamer serieus te informeren over haar visie opgelijkwaardige handelsrelaties en over haar visie op handel in detoekomst.Hier laat ik het bij.De voorzitter:Dat is prima.Voorzitter: HirschDe voorzitter:Met dank aan de korte reacties van de collega’s in tweede termijn, geef ikhet woord aan Minister Klever. Uw tweede termijn.Minister Klever:Voorzitter. Het lid Kostic´ maakt zich er zorgen over dat we met Mercosureen verdrag in gerommeld worden. Ik zeg nogmaals: besluitvorming isnog helemaal niet aan de orde op dit moment. De kabinetsappreciatiedoen we op basis van alle tekst, als alle teksten openbaar zijn. Dus debewering dat ik alleen maar wacht op een update van de WageningenUniversiteit klopt niet. Er zijn ook gewoon nog een heleboel teksten nietopenbaar. Ik wil graag een volledige appreciatie geven. In dit voorjaarkomt die naar uw Kamer en dan kunnen we daarover spreken.Dan stond er nog een vraag open uit de eerste termijn over hetrebalancing mechanism. Het rebalancing mechanism voegt demogelijkheid toe om via geschillenbeslechting een oplossing te vindenwanneer bepaalde maatregelen van een verdragspartij de voordelenonder het handelsakkoord wegnemen of beperken. Deze afspraken doenniet af aan de nationale beleidsruimte die verdragspartijen behoudenonder een handelsakkoord en die in dit akkoord ook expliciet herbevestigdwordt. Anders gezegd is er dus geen risico dat via dit verdrag deEU-Ontbossingsverordening of andere EU-wetgeving kan wordenondermijnd. Europa blijft baas in eigen huis. Hoogstens kunnen arbitersconcluderen dat de markttoegang onder het verdrag deels moet wordenteruggedraaid. Maar er zijn ook afspraken gemaakt over de transparantievan deze panels en arbiters. Tot slot zal ik hier in de kabinetsappreciatieook verder op ingaan.De heer Paternotte vraagt wat mijn boodschap over Mercosur is naarbedrijven. Mijn boodschap is: handelsafspraken zijn belangrijk, maar erzijn ook zorgen. We zullen dus alles meewegen in de kabinetsappreciatiedie komt. Ik ben dus ook heel eerlijk naar bedrijven toe. Er zijn zorgenbinnen het parlement, maar handelsverdragen zijn belangrijk. Er komt eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305644 appreciatie waarin alles is meegenomen. We zullen daar dan met deKamer over in debat gaan.De heer Paternotte vroeg nog naar het WEF. Ik heb diverse dingen in mijnagenda staan. Ik maak op een gegeven moment een afweging op basisvan wat ik belangrijk vind. In die hoedanigheid besluit ik of ik al dan nietnaar dat World Economic Forum wil gaan. Ik zeg daarbij dat er heel veelgepraat wordt bij dat forum en dat ik die gesprekken vaak ook al bilateraalof in andere gremia doe. Het World Economic Forum heeft dus niet per sede allerhoogste prioriteit voor mij, zeg ik u.De PVV vraagt naar de toetreding van kandidaat-lidstaten. De handelsver-dragen met kandidaat-lidstaten staan echt los van het traject tottoetreding. Dat zijn echt twee verschillende trajecten. De voorwaardenvoor toetreding zijn dus altijd gewoon leidend. Er worden echt geenlanden de EU in gerommeld. Ik hoop dus dat ik hiermee ook de zorg bij deheer Ram kan wegnemen. Die handelsverdragen sluiten we alleen af alshet wederzijds voordelen oplevert.Mevrouw Kamminga en mevrouw Hirsch vragen om een strategischevisie van het kabinet. Mevrouw Kamminga wijst op de gewijzigdegeopolitieke situatie en op de urgentie van een visie. Ik deel de opvattingdat we daar met een visie op moeten komen, maar ik vind wel datkwaliteit voor snelheid moet gaan. Er wordt as we speak aan die visiegewerkt. Aan het einde van het eerste kwartaal komen de handelsvisie ende visie op gelijkwaardige handelsrelaties naar uw Kamer.Volgens mij heb ik hiermee alle vragen beantwoord.De voorzitter:Dan dank ik hierbij de Minister en haar ambtenaren voor het debat, enmijn collega’s voor de steun die zij hebben gegeven om dit in goedebanen te leiden. Tot morgen, om 11.00 uur, bij het tweeminutendebat.Ik heb nog één toezegging:–De Minister informeert de Kamer per brief over het krachtenveld metbetrekking tot het Mercosur-verdrag.Dank jullie wel.Sluiting 16.01 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 305645
Gerelateerde bronnen
- Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 22 januari 2025, over de Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.