KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata en Europese wetgeving

14 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f27ac519e5ba78ae · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 305Mobiliteitsbeleid22 112Nieuwe Commissievoorstellen en initiatievenvan de lidstaten van de Europese UnieNr. 529 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 januari 2026Digitale technologieën spelen een steeds grotere rol in ons dagelijksleven, en zo ook in ons mobiliteitssysteem. Reizigers, overheden enbedrijven gebruiken én genereren steeds meer waardevolle digitaleinformatie door het gebruik van digitale diensten en auto’s met slimmetechnologie.Vrijwel iedere reiziger1 met auto of OV laat zich tegenwoordig digitaalinformeren via (in-car) navigatiesystemen en routeplanners voor het besteroute-advies of de situatie op de weg. Daarom is het belangrijk dat dedigitale informatie waarop dit reis- en route advies in gebaseerd klopt.Reizigers kunnen met betrouwbare mobiliteitsinformatie voor en tijdensde reis geïnformeerde keuzes maken, zoals over het vervoersmiddel of deroute, ongeacht of zij met de auto, fiets, bus of trein reizen. De reizigerweet waar deze aan toe is tijdens verstoringen, werkzaamheden, drukte envertragingen, en kan gewaarschuwd worden over een incident op de weg.Met goede mobiliteitsinformatie kan ook de bestaande infrastructuurbeter benut worden en de doorstroming worden verbeterd. Daarnaast kangeanonimiseerde en gebundelde digitale informatie ook gebruikt wordenvoor beleidskeuzes en het efficiënter uitvoeren van publieke taken zoalsverkeersmanagement en onderhoud en beheer van de infrastructuur.Betrouwbare en actuele digitale informatie biedt allerlei kansen enmaatschappelijke oplossingen voor bereikbaarheid, sociale inclusie enparticipatie, verkeersveiligheid en duurzaamheid. Uiteraard zijn de196% van de auto- en ov-reizigers gebruikt (weleens) digitale vormen van reisinformatie en hetmerendeel van de auto- en ov-reizigers denkt dat digitale vormen van reisinformatie tegen-woordig noodzakelijk zijn bij het reizen.Zie ook: https://www.kimnet.nl/documenten/2023/03/21/digitale-reisinformatie-gebruik-en-gepercipieerde-effecten-bij-auto--en-ov-reizen en de Smart Mobility Monitor 2025 in Kamerstuk31 305, nr. 519. kst-31305-529ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5291 betrokken partijen gehouden aan de Europese en nationale wettelijkekaders over privacy, informatiebescherming en (cyber)weerbaarheid, entoegang tot en eerlijk gebruik van data.Er zijn echter ook risico’s wanneer digitale informatie niet klopt, zoalsverminderde doorstroming, files doordat reizigers verkeerde routesvolgen, en verkeersonveilige situaties bij bijvoorbeeld verkeerd getoondemaximum snelheden. Het Ministerie van IenW werkt daarom via hetDigitaal Stelsel Mobiliteitsdata (DSM) aan heldere landelijke afspraken,duidelijke verantwoordelijkheden en structurele financiering metmedeoverheden, gezamenlijke uitvoeringsorganisaties2 en privatepartijen. Zij spelen allen een rol in de weg die de informatie aflegt: van depersoon die de data invoert in een systeem, tot de reisplanner ofnavigatiedienst die de reiziger voor en tijdens de reis informeert. Doorsamen te werken worden kosten verlaagd en werk verlicht, bijvoorbeelddoor dezelfde mobiliteitsdata zowel te gebruiken voor de reizigers,ruimtelijke ordeningsvraagstukken en beheer en onderhoud.Concreet is de inzet van IenW daarom gericht op:1.Het implementeren en benutten van Europese wet- en regelgeving ophet gebied van digitale mobiliteitsinformatie;2.Het maken van afspraken met:I.Medeoverheden en uitvoeringsorganisaties om te zorgen datpublieke mobiliteitsinformatie beschikbaar komt en;II.Navigatiediensten over de verplichte doorgifte van de publiekedigitale informatie en over het verbeteren van de kwaliteit van dedata door middel van terugmeldingen («feedback-loop»)3.Structurele publiek-private samenwerking ten behoeve van maat-schappelijke innovaties en diensten, waaronder:I.Slimmer wegbeheer door het gebruik van voertuigdata metwaarborgen voor privacy;II.Het verbeteren van de verkeersveiligheid van – en op de weg, doorhet ontsluiten van incidentinformatie en locatiedata van verkeers-en nooddienstenIn deze Kamerbrief wordt u langs deze drie actielijnen geïnformeerd overde inzet en de voortgang. Tijdens het Commissiedebat Auto van 17 april2025 is door de Kamer specifiek aandacht gevraagd voor correcte digitalereis- en routeadvies bij wegwerkzaamheden en afsluitingen (Kamerstuk31 305, nr. 498). Mijn ambtsvoorganger heeft daarom toegezegd metnavigatiediensten te bespreken welke verbeteringen er mogelijk zijn metbetrekking tot het digitaal melden hiervan.3 In deze Kamerbrief informeerik u tevens over het verloop van de gesprekken en doe ik de toezegginggestand.1. Europese samenwerking en wet- en regelgeving Mobiliteit beperkt zich niet tot de landsgrenzen en ook Europees wordende kansen van digitalisering in de mobiliteitssector erkend. Zo stelt deEuropese Commissie in het Automotive Action Plan4 dat Europesevoertuiginnovatie en het toekomstig concurrentievermogen van de sectorsteeds sterker wordt bepaald door digitale innovaties zoals data-gedrevendiensten en digitaal verbonden voertuigen. Door een combinatie vansamenwerking en verplichte beschikbaarheid van mobiliteitsdata, kunnener in de hele EU mobiliteitsdiensten ontwikkeld worden waarmee debereikbaarheid, doorstroming, verkeersveiligheid en duurzaamheid2Rijkswaterstaat (RWS), het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW), Nationaal ToegangspuntMobiliteitsdata (NTM), en het Samenwerkingsverband van decentrale ov-autoriteiten (DOVA)3Toezegging TZ202504-1274Industrial Action Plan for the European automotive sector, 5.3.2025 COM (2025) 95Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5292 verbetert, en kunnen reizigers ook over de grens goed geïnformeerd opweg. Europese standaardisering is daarbij cruciaal.De Richtlijn Intelligente Vervoerssystemen (ITS-Richtlijn)5 is het Europeeswettelijk kader dat private partijen en medeoverheden zoals wegbe-heerders verplicht om bepaalde mobiliteitsinformatie correct en tijdigdigitaal beschikbaar te stellen. Het gaat hier primair om publiekeinformatie zoals over de geldende verkeersregels en tijdelijke maatre-gelen, gevaarlijke situaties op de weg, maar ook informatie over bijvoor-beeld dienstregelingen en overstapplaatsen om (internationale) reizen inhet openbaar vervoer te vergemakkelijken.6 Navigatiediensten zijnverplicht om deze mobiliteitsinformatie door te geven aan de wegge-bruiker, mits de data van voldoende kwaliteit is. Om de cyberveiligheid enbetrouwbaarheid van de dienstverlening te garanderen, dienenaanbieders van ITS-diensten zich te houden aan de verplichtingen onderde Cyberbeveiligingswet (Cbw) die vanaf Q2 2026 in Nederland van krachtgaat.De ITS-Richtlijn is in 2023 herzien7, met een aanvullende verplichting ombepaalde mobiliteitsinformatie waaronder snelheidslimieten, ge- enverboden, en wegafsluitingen te digitaliseren. De Nederlandse omzettingvan deze wijziging in het Nederlandse rechtssysteem heeft plaatsge-vonden door wijziging van de ITS-Regeling en is in werking getreden op21 december 20258. Bij de implementatie zijn geen andere regelsopgenomen dan strikt noodzakelijk («zuivere implementatie»). Omwegbeheerders makkelijk en visueel inzicht te geven in over welke wegenzij mobiliteitsinformatie moeten digitaliseren, maakt een digitale kaart9deel uit van de ITS-Regeling die de verplichtingen inzichtelijk maakt. HetMinisterie van IenW zet zich via het DSM, samen met de VerenigingNederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO),Rijkswaterstaat (RWS) en Unie van Waterschappen (UvW), het NationaalDataportaal Wegverkeer (NDW), Decentrale OV-Autoriteiten (DOVA) en hetNationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) in op een praktische enefficiënte implementatie van de ITS-Richtlijn (zie hoofdstuk 2).Nederland zet zich actief in binnen Europese samenwerkingsverbandenzoals NAPCORE (National Access Point Coordination Organisation forEurope) om een gelijk speelveld te borgen en ervoor te zorgen datmobiliteitsinformatie ook efficiënt kan worden uitgewisseld tussenlidstaten, bijvoorbeeld door afspraken te maken over datastandaarden.Daarnaast heeft Nederland het initiatief genomen tot het Europese projectTISGRADE (Traffic Information Service upGRADe Europe) waarbij 54publieke en private partners, inclusief grote navigatiediensten, en21 landen (EU + Noorwegen) aangesloten zijn. Nieuwe elementen zoals de«feedback-loop» op datakwaliteit en de digitalisering van verkeerscircula-tieplannen en tijdelijke verkeersmanagementmaatregelen worden hierinuitgewerkt en vervolgens geïmplementeerd.5Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende hetkader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer envoor interfaces met andere vervoerswijzen.6Over de inzet van de Europese Commissie op het vergemakkelijken van het plannen en boekenvan internationale treinreizen bent u reeds per Kamerstuk 29 984, nr. 1266 geïnformeerd7Richtlijn (EU) 2023/2661 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 totwijziging van Richtlijn 2010/40/EU betreffende het kader voor het invoeren van intelligentevervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerwijzen8Stcrt. 2025, nr. 38981, zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-38981.html9De zogenaamde «ITS scope viewer», zie https://ntm.ndw.nu/its-scope-viewer/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5293 Belangrijke mobiliteitsdata ontstaat niet alleen bij overheden, maar ookprivate partijen. Moderne voertuigen genereren veel nuttige informatie,bijvoorbeeld via camera’s en sensoren, zoals over de gladheid of staat vanhet wegdek (zie hoofdstuk 3). IenW acht het van belang dat Europeselidstaten volgens dezelfde spelregels opereren als het gaat om toegangtot data uit voertuigen, om zo de veiligheid en privacy van burgers tewaarborgen en innovatie te stimuleren binnen een gelijk speelveld. In eenbrief over de Nederlandse inzet op voertuigdata10 heeft mijn ambtsvoor-ganger aangegeven om bij de Europese Commissie aan te blijven dringenop een Europees voorstel voor sectorspecifieke regelgeving over toegangtot voertuigdata. De Europese Commissie heeft in het Automotive ActionPlan van maart dit jaar echter duidelijk gemaakt dat er voorlopig geensectorspecifieke regelgeving komt over toegang tot voertuigdata. In plaatsdaarvan heeft de EC richtsnoeren opgesteld ter interpretatie van deDataverordening11 voor de voertuigbranche.2. Zorgen dat publieke mobiliteitsinformatie op orde is éngebruikt wordt Binnen de hierboven geschetste Europese kaders is het cruciaal dat de inNederland gebruikte mobiliteitsinformatie klopt en structureel op orde is.Hiervoor zijn heldere afspraken met alle betrokken partijen uit de geheledigitale informatieketen nodig. Daar wordt op ingezet binnen het DigitaalStelsel Mobiliteitsdata. De afgelopen maanden heeft IenW specifiekingezet op het maken van afspraken met medeoverheden en metnavigatiediensten, mede ter invulling van de Europese kaders. Met alsdoel dat overheden meer grip krijgen op eigen verkeersmanagementdoordat hun informatie bij reizigers terecht komt.I. Afspraken met medeoverheden in het Digitaal StelselMobiliteitsdata Rijk en medeoverheden delen de ambitie dat digitale mobiliteitsinformatiestructureel beschikbaar is, zodat het bestaande wegen- en OV-netwerkoptimaal benut kan worden. Sinds begin 2025 heeft IenW samen met deVNG, het IPO, Rijkswaterstaat (RWS) en Unie van Waterschappen (UvW)een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden doorlopen (UDO) om deuitvoeringsconsequenties van de ITS-Regeling in kaart te brengen. DeUDO vormde de basis voor bestuurlijke afspraken over taken, datakwa-liteit en bekostiging. Tijdens de UDO is geconstateerd dat er de afgelopenjaren door medeoverheden en Rijkswaterstaat al de nodige inzet isgepleegd om bepaalde informatie digitaal beschikbaar te krijgen. Dit isdeels gedaan op vrijwillige basis en naar eigen vermogen, en hierdoor isde digitale informatie van variërende kwaliteit.De UDO laat zien dat de omzetting van Europese regelgeving per21 december 2025 uitvoeringsconsequenties heeft voor decentraleoverheden en dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om dedaaruit voortvloeiende verplichtingen structureel adequaat uit te voeren.Tegelijkertijd zijn er nog vragen over de benodigde standaarden, ICTmiddelen en de impact op de werkprocessen bij medeoverheden,waardoor een goede kosteninschatting nog ontbreekt. Ook is er behoefteom de baten beter in beeld te krijgen.In het Bestuurlijk Overleg Mobiliteit van 8 oktober jl. is daaromafgesproken dat Rijk, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties in 2026eerst starten met een traject met «koplopers» waarbinnen samen met een10Kamerstuk 31 305, nr. 43511Verordening 2023/2854/EUTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5294 aantal gemeenten en provincies, VNG en IPO, RWS en de gezamenlijkeuitvoeringsorganisaties wordt gekeken op wat voor manier de wettelijkverplichte data van voldoende kwaliteit, kostenefficiënt en zo laagdrem-pelig mogelijk beschikbaar kan worden gesteld. Deze werkwijze moetopschaalbaar zijn naar heel Nederland. Hiervoor wordt gekeken naar dewerkprocessen en uitvoeringslasten van medeoverheden, het gezamenlijkefficiënt organiseren, het benutten van bestaande samenwerkingsver-banden, én maatschappelijk effect. Een onafhankelijke partij monitortkosten en baten. Dit zal inzicht geven in welke aanpassingen er nodig zijnvan werkprocessen die reeds worden uitgevoerd vanuit de bestaandetaken en wat extra taken zijn, de kosten hiervan en de baten die hetoplevert. Over de algehele uitrol van de implementatie van de koplopers-aanpak, de benodigde bijbehorende structurele financiering en inzet vangemeente en bijbehorende werkprocessen wordt begin 2029 in het BOMobiliteit besloten. De Kamer wordt tussentijds, in 2027, over devoortgang van de koplopersaanpak geïnformeerd.Passend binnen de reeds beschikbare middelen op het Mobiliteitsfondsvoor de landelijke implementatie van de ITS-Regeling en bestaandegezamenlijke uitvoeringsorganisaties, stelt IenW een bedrag van€ 50 mln. beschikbaar, voor een periode van 5 jaar:–€ 35 miljoen voor de ontwikkeling en beheer van landelijke uitvoe-ringsorganisaties en ICT-systemen ten behoeve van de ITS implemen-tatie, zoals de kosten die gemaakt worden voor het nationaal toe-gangspunt mobiliteitsdata. Deze middelen zijn voor een groot deel alstructureel gealloceerd voor landelijke systemen die nodig zijn om aande ITS-Regeling te voldoen;–€ 15 miljoen in het kader van de koplopersaanpak, ter ondersteuningvan decentrale overheden om zich voor te bereiden op de transitie ommobiliteitsinformatie digitaal beschikbaar te maken en ter voorberei-ding van bestuurlijke besluitvorming over de algehele uitrol.Ondanks dat kosten nog verder in beeld moeten worden gebracht, is deverwachting dat er voor implementatie en om in de beheerfase te blijvenvoldoen aan de ITS-Regeling, aanvullende middelen nodig zijn vooroverheden. Daarom zullen Rijk en medeoverheden gezamenlijk alterna-tieve financieringsbronnen blijven verkennen om tot de benodigdemiddelen te komen om minimaal te voldoen aan de Europese richtlijn. Zoheeft IenW op basis van de BO MIRT afspraken in 202412 € 49,5 miljoenbeschikbaar gesteld voor het verbeteren, verder ontwikkelen en opschalenvan digitale verkeersinformatiediensten in het kader van DraaiendeRingen. De uitvoering hiervan is belegd bij het NDW. De besteding vandeze middelen dragen ook bij aan de implementatie van de ITS-regelingen Verordening Real-Time Traffic Information (RTTI).Uit de UDO en uit aanvullende onderzoeken13 komt tevens naar voren dater aanvullende afspraken nodig zijn om te komen tot een structureleregistratie van mobiliteitsinformatie ten behoeve van een toekomstbe-stendig mobiliteitssysteem. De afgelopen jaren is ingezet op hetversterken van de bestaande registratie, het Nationaal Wegenbestand12Werkspoor 2 (verkeersinformatie), zie Kamerstuk 36 600 A, nr. 1613Voortgangsrapportage ITS-Richtlijn: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/02/28/implementation-report-european-its-directive-2025Impactanalyse ITS-Richtlijn deel 1: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/07/23/rapportage-impactanalyse-herziening-its-richtlijn-wat-moet-nederland-organiseren;Impactanalyse ITS-Richtlijn deel 2: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/07/23/rapportage-impactanalyse-herziening-its-richtlijn-bijdrage-aan-behalen-doelstellingen-mobiliteitsdata;Impactanalyse MMTIS-Verordening: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/01/24/impactanalyse-mmtisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5295 (NWB). Om te zorgen dat medeoverheden makkelijk kunnen aansluiten opeen centraal systeem waar informatie zoals snelheidslimieten enmilieuzones samenkomt en wordt bijgehouden, werken IenW, uitvoerings-organisaties en medeoverheden komende jaren de eisen uit waaraan eengezamenlijke sectorregistratie over het wegennetwerk moet voldoen. Ditis in lijn met de afspraken uit het BO MIRT van 2020.14 Hierbij is aandachtvoor werkprocessen van decentrale overheden en RWS, ICT-omgevingenen efficiëntie en wordt aangesloten op werkwijzen uit andere sectoren.De aanpak is vergelijkbaar met hoe in Nederland afspraken wordengemaakt over de basisregistraties, de landelijke systemen waarinbelangrijke overheidsinformatie over o.a. personen, adressen, gebouwen,bedrijven en geografie staat. Het NTM draagt er zorg voor dat informatiein de sectorregistratie aansluit bij de gebruikersbehoefte en vindbaar isvia het toegangspunt.II. Afspraken met navigatiediensten IenW werkt zowel Europees als nationaal intensief samen met aanbiedersvan navigatieapps en autofabrikanten om tot verbeterde reisinformatie tekomen, zodat men onderweg de juiste routes en informatie krijgt, endoorstroming, veiligheid, duurzaamheid en bereikbaarheid wordenverbeterd. Het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) speelthierin een centrale rol, door het overleg tussen markt en overheid teorganiseren. De afgelopen maanden is – in lijn met de eerder genoemdetoezegging aan uw Kamer – een aantal concrete stappen gezet in hetverbeteren van de reis- en routeadviezen, waaronder voor wegwerkzaam-heden en wegafsluitingen.Nederland heeft sinds twee jaar in Europa een voortrekkersrol ingenomendoor de samenwerking te faciliteren met de Europese Commissie,14 EU-lidstaten (+3 niet-EU-landen) en een aantal cruciale marktpartijenover de doorgifte van publieke mobiliteitsinformatie aan de reiziger. Defocus ligt op de meest urgente informatie, namelijk 1) wegwerkzaam-heden 2) snelheidslimieten, 3) en wegafsluitingen. Het is hierbinnenrecentelijk gelukt om gezamenlijk een duidelijk kwaliteitsniveau op testellen waaraan data van overheden moet voldoen om opgenomen teworden in de navigatiediensten. Wanneer de data van overheden hieraanvoldoet, hebben navigatiebedrijven toegezegd om de data te gebruiken inhun diensten. In 2026 worden er afspraken gemaakt over bijvoorbeeld hoesnel nieuwe of gewijzigde informatie (bijvoorbeeld een onverwachtewegafsluiting) uiterlijk in de apps zichtbaar moet zijn voor weggebruikers.Om te zorgen dat mobiliteitsdata van voldoende kwaliteit is zodat dereiziger ook daadwerkelijk de goede informatie ontvangt, is het ookessentieel om feedback te ontvangen vanuit de navigatiediensten, opEuropees en landelijk niveau. Daarom zal er een proces voor terugmel-dingen worden ingericht: mocht publieke informatie onverhoopt onjuist ofonvolledig blijken, dan ontvangt de bron van de informatie daarvan eenmelding van de navigatiedienstverlener. Het Nationaal DataportaalWegverkeer (NDW) heeft tevens een landelijk meldpunt opgezet voorsituaties waarbij informatie over onder andere wegwerkzaamheden enafsluitingen onjuist of niet getoond wordt in navigatiediensten. De NDWzal deze meldingen aankaarten bij wegbeheerders en navigatiedienstenom zo de informatievoorziening aan de weggebruiker steeds beter temaken.14Kamerstuk 36 200 A, nr. 9Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5296 Met deze afspraken en werkwijze verwacht IenW de komende jarenverbetering te zien in de betrouwbaarheid van verkeersinformatie in alleveelgebruikte navigatieapps. Zo bereikt belangrijke informatie vanoverheden daadwerkelijk de reiziger. Hiermee ontvangen zij betrouwbareverkeersinformatie en kan ongewenst gebruik van de weg, zoals sluip-verkeer, tegengegaan worden.3. Successen op straat: slimme innovaties voor mens, stad enwegbeheer IenW werkt samen met publieke en private partijen aan het optimaalgebruiken van de nieuwe mogelijkheden van de digitale wereld doorslimme oplossingen te ontwikkelen. Privacy is te allen tijde randvoorwaar-delijk: alleen de gegevens die minimaal nodig zijn worden verzameld, enhetgeen verzameld wordt, wordt conform AVG en enkel anoniem ofvoldoende geaggregeerd gebruikt.I. Slimmer wegbeheer door voertuigdata met waarborgen voorprivacy Met behulp van geanonimiseerde data uit voertuigen, kunnen wegbe-heerders sneller detecteren waar het wegdek verslechtert of glad is.Daarnaast helpt deze data om verkeersonveilige situaties op de wegnauwkeuriger te detecteren, bijvoorbeeld specifieke locaties waar veelvoertuigen automatisch op de rem gaan. Door samen te werken metmarktpartijen zoals autofabrikanten aan slimme innovaties, kunnenwegbeheerders hun beheertaken efficiënter en effectiever uitvoeren enkan sneller ingegrepen worden op verkeersonveilige situaties.Binnen het project Road Monitor (ROMO) werkt IenW tussen 2026 en 2029met 11 marktpartijen15 en wegbeheerders aan het gezamenlijk ontwik-kelen van concrete informatiediensten die de gebundelde anoniemevoertuigdata gebruiken om wegbeheerders actuele inzichten te gevenover wat er gebeurt op de weg. De informatie helpt bij beginnende schadeaan de weg opsporen, gladheid op tijd zien en herkennen van locatieswaar de veiligheid onder druk staat. Het doel van deze aanpak is datwegbeheerders vanaf het komende winterseizoen merkbare onder-steuning ervaren in de informatie over gladheidsbestrijding en in de loopvan 2026 verbeterde inzicht krijgen in verkeersveiligheid en onder-houdsprioritering.II. Het verbeteren van de verkeersveiligheid van – en op de weg,door het ontsluiten van incidentinformatie en locatiedata vanverkeers- en nooddiensten Weggebruikers kunnen met behulp van mobiliteitsdata tijdig gewaar-schuwd worden over incidenten op de weg, verkeersonveilige situaties ennaderende hulp- en nooddiensten via hun (in-car) navigatie. Met hetafgeronde programma Safety Priority Services heeft het Ministerie vanIenW met navigatiediensten en autofabrikanten gewerkt aan het in hetvoertuig krijgen van slimme waarschuwingen, zoals naderendehulpdiensten en filestaartmeldingen. Ook de actuele locatie van wegin-specteurs van Rijkswaterstaat die langs de weg staan om een incident tebeveiligen is sinds medio 2025 via NDW als open data beschikbaar en kan15De samenwerking met een autofabrikant betekent niet dat de hele vloot daarvan beschikbaarkomt. Dat ligt o.a. aan de sensoriek aan boord, de telecommunicatieverbinding en gebruikers-toestemming. Naar verwachting zal dit leiden tot bijna één miljoen voertuigen die data delengedurende de looptijd van het project en dat lijkt ook nodig om een compleet én up to datebeeld te krijgen van het wegennetwerk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5297 het worden gebruikt in navigatiediensten om de reiziger te informeren.Daarmee werken we aan het vergroten van de veiligheid van de mensendie dagelijks het verkeer in goede banen leiden.Mobiliteitsdata kan ook slim worden ingezet voor de verkeersveiligheid,aanrijtijden van nood- en hulpdiensten en doorstroming. Na Ambulan-cezorg Nederland is nu ook de brandweer aangesloten op slimmeverkeerslichten, waardoor ruim 2.300 brandweervoertuigen in 20veiligheidsregio’s altijd digitaal zichtbaar worden voor slimme verkeers-lichten. Zo kunnen zij prioriteit krijgen in het verkeer wanneer nodig. Dezeschakelen op groen voor naderende voertuigen met sirene en zwaailicht,terwijl andere weggebruikers tijdig rood krijgen. Weggebruikers krijgenook een melding via hun navigatie-app.Deze waarschuwingen kunnen extra betrouwbaar worden gemaakt doorhet combineren en valideren van meldingen uit verschillende bronnendoor de NDW, zoals overheidsinformatie en informatie van privatepartijen, zoals meldingen die weggebruikers doorgeven via hunnavigatie-app. Om te zorgen dat verkeersdata uit zo veel mogelijk bronnenbenut wordt, heeft IenW zich tevens met succes ingezet voor het opnemenvan gegevensuitwisseling over lokale verkeersincidenten in de veilig-heidsbeoordeling van Euro NCAP. Hierdoor worden auto-fabrikantengestimuleerd tot het delen van de meest actuele en betrouwbareveiligheidsgegevens, om hiermee waarschuwingen door te kunnen gevenaan weggebruikers.Tot slotDigitale informatiediensten en slimme oplossingen zijn onmisbaar in onshuidige mobiliteitssysteem. Dit biedt kansen voor verkeersveiligheid,duurzaamheid en bereikbaarheid, maar ook risico’s, wanneer de infor-matie niet op orde is. Door gericht afspraken te maken met publieke enprivate partijen, op lokaal, nationaal en Europees niveau, zorgt hetMinisterie van IenW ervoor dat ons mobiliteitssysteem toekomstbestendigis.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. TiemanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5298

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e2697aca8a4ed69c

14 okt 2026 · e7a7b30c82a4b864

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.