Eerste resultaten Taskforce Versnelling Woningbouw
Brontekst
Versie 6a7d21b17cfb703c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarktNr. 1448 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 april 2026De woningnood raakt veel mensen in Nederland in hun dagelijks leven.Iedereen kent inmiddels een gezicht bij een woningzoekende, een naamachter de woningnood. Jongeren blijven noodgedwongen langer bij hunouders wonen. Mensen stellen het krijgen van kinderen uit omdat zij geengeschikte woning kunnen vinden. Ouderen wonen te lang in een woningdie niet meer passend is. Gescheiden ouders wonen soms noodge-dwongen onder één dak. Verpleegkundigen, leraren en politieagentenkunnen niet wonen in de stad of het dorp waar zij werken. Voor hen staathet leven als het ware op pauze.Het is duidelijk dat er momenteel te weinig en te langzaam wordtgebouwd, terwijl ook de bestaande woningvoorraad onvoldoende wordtbenut. Alles moet uit de kast om dit te veranderen. We moeten zo snelmogelijk toegroeien naar de realisatie van 100.000 woningen per jaar endit tempo vervolgens vasthouden totdat er sprake is van een evenwichtigewoningmarkt. Alleen zo kunnen we woningzoekenden weer perspectiefbieden en ervoor zorgen dat iedereen in Nederland een passend thuisheeft.Dit kabinet geeft de aanpak van de woningnood de hoogste prioriteit. Inhet coalitieakkoord is een duidelijke opdracht geformuleerd. Enerzijdsnemen we belemmeringen voor woningbouw weg door regelgeving teschrappen, te versoepelen en te vereenvoudigen. Anderzijds geven weruim baan aan woningbouw door regie te nemen, innovaties op teschalen en de juiste financiële randvoorwaarden te creëren. Daartoe isonder leiding van de Minister-President de Ministeriële TaskforceVersnelling Woningbouw opgericht.We zijn direct aan de slag gegaan met de Taskforce. In deze briefpresenteer ik de eerste concrete resultaten. In september stuur ik uwKamer het Actieplan Versnelling Woningbouw, met daarin de koersrichting de realisatie van 100.000 woningen per jaar en de vertaling naar kst-32847-1448ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14481 een operationeel plan. Daarnaast informeer ik uw Kamer met deze briefover de werkwijze van de taskforce. In een separate beleidsbrief, dieaanstaande vrijdag naar uw Kamer wordt gestuurd, ga ik breder in opmijn inzet op het terrein van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening.Van opdrachtbrief naar Actieplan Versnelling WoningbouwHet Actieplan Versnelling Woningbouw geeft invulling aan de inzet vanhet kabinet om versneld en langjarig 100.000 woningen per jaar terealiseren. Het gaat hierbij niet alleen om aantallen maar ook om de juistekwaliteit. De woningen en leefomgeving moeten immers aansluiten bij debehoefte van specifieke doelgroepen, zoals bijvoorbeeld ouderen,aandachtsgroepen (bijv. personen met verward en onbegrepen gedrag) enstudenten. Voorzieningen in de wijk moeten aansluiten bij de behoeftevan de bewoners. Bewoners willen een gezonde leefomgeving en een wijkmoet daarbij uitnodigen tot bewegen en ontmoeten. Daarnaast is detaskforce verbonden met beleidsterreinen als stikstof, economischverdienvermogen, een slagvaardige overheid en asiel en migratie. Ooksluiten we aan bij lopende trajecten, zoals de aanpak van netcongestie.Uitgangspunt is dat maatregelen elkaar versterken en niet doorkruisen.Het Rijk creëert de juiste randvoorwaarden, zorgt voor gerichte prikkels,ondersteunt waar nodig en treedt op waar het moet. Maar het kabinet kande woningbouw niet alleen versnellen. Dit lukt uitsluitend als deze innauwe samenwerking plaatsvindt met de medeoverheden, maatschappe-lijke partners, marktpartijen en woningcorporaties. We bouwen daarbijvoort op bestaande samenwerkingen rond de nationaal grootschaligewoningbouwlocaties, binnen het Structureel Overleg Investeringsklimaaten de samenwerking binnen de WoonAlliantie. De WoonAlliantie is hetnieuwe samenwerkingsverband tussen de Woontoppartners. Naastuitvoering van gemaakte afspraken, is een aantal partners (medeover-heden en bouwende partijen) van de WoonAlliantie bovendien recht-streeks gekoppeld aan de taskforce voor beleidsvorming, reflectie enuitvoering van het Actieplan Versnellen Woningbouw.Het actieplan bevat concrete maatregelen om de woningbouw teversnellen. Het richt zich concreet onder meer op:•Het scheppen en borgen van de juiste (ruimtelijke) randvoorwaardenvoor realisatie in de bestaande nationaal en regionaal grootschaligewoningbouwlocaties in samenhang met voldoende werkgelegenheiden passende infrastructuur.•Het aanwijzen van 9 nieuwe nationaal grootschalige woningbouwloca-ties, en een totaalaanpak voor de 30 nationaal grootschalige woning-bouwlocaties om te komen tot vitale wijken en slagvaardige uitvoe-ring.•Het komen tot een landelijke versnellingsaanpak waarin duidelijkwordt hoe het Rijk regie neemt waar nodig, ruimte geeft waar het kanen daarnaast de voorwaarden voor betrokken maatschappelijkepartners, woningcorporaties en marktpartijen op orde brengt omversneld meer woningen te realiseren. Denk hierbij aan onderwerpenals investeringsklimaat, beter benutten, versterken van de uitvoerings-kracht en innovatie.•Het creëren van meer juridische ruimte zodat er sneller en gemakkelij-ker gebouwd kan worden door nieuwe wet- en regelgeving eenvoudigte houden, procedures te versnellen, vigerende wetten te vereenvoudi-gen en actief opzoek te gaan naar overbodige stapeling van regels.Voor dat laatste zal het kabinet voortvarend aan de slag gaan met eenjaarlijkse Vereenvoudigingswet. Hiermee wordt een structurele,blijvende werkwijze gecreëerd met een vast ritme om problemenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14482 sneller op te lossen. en tot oplossingen te komen die echt werken enwaarmee structureel knelpunten worden aangepakt.Het Kabinet heeft met het coalitieakkoord aanvullende middelenbeschikbaar gesteld voor het versneld en langjarig realiseren van100.000 woningen per jaar. Deze middelen zijn het uitgangspunt voor hetop te leveren actieplan. De voorstellen die in het definitieve actieplanworden opgenomen zullen passen binnen de budgettaire kaders dieworden vastgesteld in de augustusbesluitvorming en dienen gedekt teworden conform begrotingsregels.De eerste resultatenDe woningnood is groot en het leven van te veel mensen zit in depauzestand. We hebben geen tijd te verliezen en wachten daarom niet tothet Actieplan Versnellen Woningbouw volledig vorm heeft gekregen. Wezijn al vol aan de slag. Hieronder informeer ik uw Kamer over een aantaleerste concrete resultaten, die uiteindelijk deel uit zullen maken van hetActieplan. De voorstellen die in het definitieve actieplan wordenopgenomen en budgettaire gevolgen hebben, zijn onderdeel van deaugustusbesluitvorming en dienen gedekt te worden conformbegrotingsregels.1. Bouwen, bouwen, bouwen De woningbouw wordt momenteel gerealiseerd in allerlei verschillendevormen die gaan van grootschalig (de 21 nationaal grootschalige locatiesen de 127 regionaal grootschalige gebieden) tot een straatje of wijkje erbijen tenslotte door het beter benutten van de bestaande voorraad.In de nationaal grootschalige woningbouwgebieden vindt de komendejaren naar verwachting minimaal 40% van de benodigde woningbouwplaats. Deze locaties dragen daarmee bij aan de opgave op zowel de kortetermijn (tot 2036) als (middel)lange termijn (vanaf 2040) en vragenvanwege hun complexiteit (en domein overstijgende vraagstukken) omextra regie vanuit het Rijk. Ik geef uitvoering aan de motie van lid Nobel1om deze locaties van «zwaarwegend» nationaal belang te laten zijn. Methet stempel nationaal belang komt naar voren dat deze locaties belangrijkzijn bij de aanpak van het woningtekort. Hiervoor is het essentieel dat er,interdepartementaal en interbestuurlijk afgestemd, gerichte stappenworden gezet naar (versnelde) uitvoering en realisatie van de voorge-nomen woningbouw. Bij het zetten van deze stappen werkt hetwoningbouw belang zwaarwegend. Hiermee geven we op deze locatiesvoorrang aan het bouwen van woningen.Zoals in het Coalitieakkoord is opgenomen bouwen we minstens30 grootschalige nieuwbouwlocaties van nationaal belang verspreid overhet land. Dit doen we om langjarig verzekerd te zijn van voldoendelocaties. Om hier invulling aan te geven ga ik – bovenop de bestaande21 locaties in de ontwerp-Nota Ruimte – negen nieuwe nationaalgrootschalige woningbouwlocaties aanwijzen. Bij de selectie van denegen locaties wordt onder meer gekeken naar locaties die al verder zijnin hun planvorming. En naar omvang (minimaal 3500 woningen),bereikbaarheid, werkgelegenheid en de draagkracht van het water- enbodemsysteem. Ook dienen de locaties te passen in de VISTA-strategie21Kamerstuk vergaderjaar 2025/26, 29 435, nr. 2972VISTA: Acroniem van de vijf regionaal gedifferentieerde strategieën voor ruimtelijk-economische ontwikkeling – Versterken, Initiëren, Stimuleren, Transformeren, en Accommo-deren – zoals geïntroduceerd in de ontwerp-Nota Ruimte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14483 uit de ontwerp-Nota Ruimte. Bij het zoeken van nieuwe woningbouwlo-caties betrekken we – om deze woningen zo goed mogelijk bereikbaar temaken – ook de bestaande ruimte op het wegennet en spoornet. Hetafweegkader grootschalige woningbouw is in bijlage 1 opgenomen.In de zomer wil ik een besluit nemen over ongeveer de helft van de negenlocaties. Tegelijkertijd wil ik ook al de blik verder richten en kijken waar opde langere termijn schaalsprongen mogelijk en nodig zijn. De uitgangs-punten daarvoor, die in lijn zullen zijn met de lange termijn verstedelij-kingsstrategie, werk ik vóór de zomer uit. De zoekgebieden voor deoverige nationaal grootschalige woningbouwlocaties worden voor dezomer van 2026 benoemd op basis van de VISTA-strategie en hetafweegkader grootschalig. Deze zoekgebieden zullen daarna vastgelegdworden in de definitieve Nota Ruimte. Met de regio’s kunnen we nabenoeming tot zoekgebied de precieze grootschalige woningbouwlocatiesaanwijzen. Dat doen we in een integrale afweging i.r.t. onder andere wateren bodem, economie, bereikbaarheid en ruimte voor landbouw. Hetdefinitief aanwijzen van deze locaties in 2027 plaatsvinden.Met de 30 nationaal grootschalige woningbouwlocaties die we strakshebben, ontstaat een mooie mix aan nieuwe steden (zoals Havenstad inAmsterdam, Groot Merwede-Rijnenburg in Utrecht en de Pampus/Oosterwold in Almere/ Zeewolde met elk tussen de 50.000 en75.000 nieuwe woningen), grote nieuwe wijken (zoals ’t Zoet in Breda enKenniskwartier Tilburg en Spoorzone Arnhem Oost), en tussen verdichtingin steden en uitleggebieden (bijv. IJsselmonde/Oostflank in Rotterdam vs.Groningen Suikerzijde). Dit helpt woningzoekenden van nu en in de nabijetoekomst en sluit aan bij de op compactheid en efficiëntie gerichteingezette ruimtelijke ontwikkeling van Nederland.2. Een overheid die helpt en niet in de weg zit Beter benutten bestaande gebouwenMet deze brief lanceer ik ook de meegestuurde Landelijke Aanpak BeterBenutten (bijlage 2). Resultaat van deze aanpak is dat er jaarlijks15.000 woningen worden gerealiseerd door de bestaande voorraad beterte benutten. Beter benutten heeft veel potentie, bespaart materiaal en kansnel. De mogelijkheden worden nog niet altijd ten volste benut. Ik stuur oprealisatie via beter benutten met wet- en regelgeving, financieel instru-mentarium, kennis, en standaardisering en uniformering van werkwijzen.Ik zorg dat de randvoorwaarden worden geschept om het beter benuttenten volste uit te voeren.Ik maak splitsen en optoppen vergunningsvrij waar mogelijk. Ik werk voorde zomer de contouren uit van hoe en onder welke voorwaarden ervergunningsvrij kan worden gesplitst en opgetopt. Eén van de mogelijk-heden is om te bezien in hoeverre de Omgevingswet en/of Huisves-tingswet 2014 aangepast kunnen worden.Ik maak werk van vaker vergunningsvrij woningdelen en hospitaverhuur.Het Utrechtse model van woningdelen is een goed voorbeeld. In dezegemeente mogen drie personen zonder vergunning een woonruimtedelen. Ik werk uit of en hoe we dit van toepassing kunnen laten zijn oplandelijk niveau. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motieVan Leijen van D663. Ook het wetsvoorstel hospitaverhuur, welke eenbeoogde inwerkingtreding heeft op 1 januari 2027, gaat ervoor zorgen dat3Kamerstuk vergaderjaar 2025/26, 32 847, nr. 1425Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14484 woningdelen via hospitaverhuur makkelijker en aantrekkelijker wordt. Ditkan op relatief korte termijn substantiële aantallen woningen opleveren.Tien koplopergemeenten4 zijn inmiddels begonnen om alle kansen dieBeter Benutten biedt zoveel mogelijk toe te passen. Dit doen ze onderandere door het wegnemen van (lokale) belemmeringen en standaardi-seren van werkwijzen en documenten. Hieruit komen lessen dievervolgens breder kunnen worden toegepast.Tegelijkertijd start ik met onderzoek waarmee van alle gebouwen engebieden in beeld komt waar en hoe extra woningen gebouwd kunnenworden. De koplopergemeenten kijken bijvoorbeeld naar splitsen, naar ofgarageboxen omgebouwd kunnen worden, naar of er genoeg parkeer-plekken zijn als er woningen bijkomen en naar de zogehetenhoekwoningaanpak waarbij onderzocht wordt of de ruimte naastwoningen gebruikt kan worden. Daarmee kunnen gemeenten directuitvoering geven aan beter benutten als onderdeel van de toekomstigeVolkshuisvestingsprogramma’s (onderdeel van het wetsvoorstelversterking regie volkshuisvesting).In het coalitieakkoord staat dat onderwijsinstellingen meer verantwoor-delijk worden voor voldoende huisvesting voor internationale studenten.Ik zie veel mogelijkheden voor studentenhuisvesting op campusterreinenen heb hierover binnenkort een overleg met een aantal universiteiten enUniversiteiten van Nederland (UNL), de koepelorganisatie van universi-teiten. Dit sluit aan bij het coalitieakkoord waar onderwijsinstellingenmeer verantwoordelijk worden voor voldoende huisvesting voorinternationale studenten.Harmoniseren leefvormen in de AOWHet huidige partnerbegrip in de AOW is één van de belemmeringen voormensen om samen te gaan wonen en mantelzorg te verlenen aan elkaar,blijkt uit een onderzoek over het AOW-partnerbegrip van SZW. Daarnaastzijn er signalen over de uitvoerbaarheid door de SVB, omdat het voor hencomplex is om de gezamenlijke huishouding tussen samenwonendeAOW’ers te beoordelen. Uit de MKBA AOW – wonen en zorg blijkt dat hetobjectief partnerbegrip de potentie van woningdelen kan vergroten. Deregering werkt de komende maanden aan opties voor harmonisering vanhet aantal leefvormvarianten in de AOW, inclusief (indien nodig) dekking.Dit is in lijn met de motie Van Ark/Neijenhuis5, ingediend tijdens deBegrotingsbehandeling SZW. Na de zomer wordt uw kamer hier verderover geïnformeerd.Verhogen productiviteitWe werken aan het verhogen van de productiviteit in de bouwsector doorstandaardisatie en industrialisatie van de woningbouw, digitalisering vanhet ontwerp- en vergunningsproces van de gehele ruimtelijke planketenen het verkorten van doorlooptijden. Dit moet leiden tot sneller,goedkoper en duurzamer bouwen. Het helpt ook om de sector toekomst-bestendig te maken in een krappe arbeidsmarkt.Ik streef naar 50% industrieel gebouwde nieuwbouwwoningen en eengehalveerd ontwerp- en vergunningstraject (van 8 naar 4 jaar) per 2030,onder meer door slimme digitalisering. Het Innovatie- en Opschalingspro-4De koplopergemeenten zijn Arnhem, Den Haag, Ede, Eindhoven, Leeuwarden, Rheden,Rotterdam, Utrecht, Zoetermeer, Zwolle5Kamerstuk vergaderjaar 2025/26, 36 800 XV, nr. 71Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14485 gramma Woningbouw (IOP) richt ik hier specifiek op en verbind ik aan dearbeidsproductiviteitsagenda, een initiatief binnen het Bouwberaad. Voorhet IOP is tot 2030 ruim 90 miljoen beschikbaar. Aangezien de bouw 40%van al onze grondstoffen gebruikt, is deze standaardisatie en industria-lisatie ook een belangrijke kans voor de overgang naar een innovatievecirculaire economie. Hierover ben ik in gesprek met de bouwsector.Met de implementatie van de Energy Performance of Buildings Directive(EPBD) moderniseer ik het BBL en stel ik uniforme prestatie-eisen vastvoor energie (Zero-Energy Buildings) en CO2-uitstoot over de helelevenscyclus (Whole Life Cycle Global Warming Potential). Lokalebovenwettelijke eisen aan gebouwen zijn wettelijk verboden – publiek-rechtelijk onverbindend en privaatrechtelijk nietig –, worden hierdooroverbodig en werken zelfs contraproductief voor de maatschappelijkeopgave.Samen met gemeenten werk ik aan standaardisatie van lokale regels,zoals welstand en stedenbouwkundige plannen. In juni 2026 introducerenwe een stedenbouwkundige plankaart met gestandaardiseerdewerkwijzen, zodat gemeenten efficiënter kunnen werken en de industriëlebouw wordt bevorderd.Vanuit het IOP ondersteun ik de sector bij de ontwikkeling van innovatieveoplossingen voor veelvoorkomende woningbouwbelemmeringen. Er zijnnet negen consortia gestart die binnen twee jaar innovaties ontwikke-lingen waardoor er ondanks problemen met netcongestie en water/bodemwel woningen gebouwd worden. Voor de zomer start een nieuwe call.Ik werk aan een wetswijziging waardoor woningen met een volledigetypegoedkeuring vergunningsvrij gebouwd kunnen worden. Nu hebbenslechts 8 bouwers zo’n goedkeuring. Ik ondersteun bouwers om hunwoonconcepten goedgekeurd te krijgen en richt gemeentelijke fastlanes inom processen verder te versnellen en gemeenten te ontlasten. In deGroene Metropoolregio Arnhem/Nijmegen en Rotterdam lopen al pilots;we schalen snel op naar 20 gemeenten met expertondersteuning. Voor dezomer ontvangt uw Kamer een brief over verdere digitalisering en digitalegegevensuitwisseling in de bouw.Ik zal de herziening van de woondeals en de inrichting van de 30 nationalegrootschalige locaties zo inrichten dat het potentieel voor industrieelbouwen en digitaal plannen maximaal wordt benut – met concretestappen voor versnelling en opschaling.Binnen de Samenwerkingsagenda Toekomstbestendige Gebiedsontwik-keling ontwikkelen we voor de zomer actieplannen voor i.i.g.elf gemeenten – uit te breiden richting 30 – om innovatieve bouwwijzen inde praktijk te brengen: Amersfoort – Bovenduis, Apeldoorn-Zuidrand,Arnhem-Rijnpark, Den Haag-Binckhorst & Zuidwest, Deventer-Wechelerhoek, Eindhoven-Fellenoord & Kop van Gestel, Hilversum-Sportpark, Leeuwarden – Spoordok, Rotterdam – Schiehaven-Noord, DeKaai & Brainpark, Veldhoven-De Run en Zwolle – Holtenbroek & Veemarkt.Lessen hieruit schalen we landelijk op, om de woningbouw in samen-spraak met de bouw en medeoverheden verder te versnellen. Desamenwerkingsagenda wordt mede mogelijk gemaakt door Agenda Stad,het Programma Innovatie en opschaling woningbouw en hetDMI-ecosysteem (Dutch Metropolitan Innovations).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14486 Verbeteren investeringsklimaat woningcorporaties en private verhuurdersWe verbeteren het investeringsklimaat voor zowel woningcorporaties alsprivate partijen. Dit is essentieel om voldoende betaalbare huurwoningente realiseren. Dit staat echter onder druk, voor zowel private verhuurdersals woningcorporaties. Zeker in de grote steden zien we dat huurwo-ningen in een rap tempo worden verkocht, terwijl het voor investeerdersuitdagend is om de business case voor nieuwe huurwoningen rond tekrijgen. Dit is zorgelijk, want we hebben juist meer middenhuurwoningennodig. Daarom nemen we gerichte beleidsmatige en of fiscale maatre-gelen, die passen binnen de financiële kaders zoals die worden vastge-steld in de augustusbesluitvorming.Om het aanbod van huurwoningen op peil te houden en meer huurdersaan een betaalbare woning te helpen, zetten we een stap in de optimali-satie van de Wet betaalbare huur en de tijdelijke contracten voor allestudenten, zoals bedoeld in het coalitieakkoord. In 2027 volgt de evaluatievan de Wet Betaalbare Huur, waarnaar het kabinet zal handelen. Optimali-satiemaatregelen die we nu in gang zetten sluiten aan bij het ontwerpbe-sluit dat reeds door mijn voorganger bij uw Kamer is voorgehangen. Dezemaatregelen kan ik snel invoeren en zien direct toe op het wegnemen vanknelpunten voor particuliere investeerders in de bestaande voorraad, metname in de grote steden. Concreet betekent dit: 1) het invoeren van eenWOZ-opslag, 2) het afschaffen van minpunten bij het geheel ontbrekenvan buitenruimte, 3) een betere locatiewaardering kleine rijksmonu-menten en 4) het mogelijk maken van een tijdelijk contract voor allestudenten. Naast deze maatregelen zal ik de tijdelijke nieuwbouwopslagvoor middenhuurwoningen voor vier jaar verlengen, waardoor inves-teerders voor een langere periode extra ruimte krijgen voor de bouw vannieuwe middenhuurwoningen. De voorgestelde optimalisatie licht iknader toe in de brief «Ontwikkelingen op de huurmarkt» die u gelijktijdigontvangt6. Tegelijk wordt gekeken naar andere maatregelen om hetinvesteringsklimaat te verbeteren, bijvoorbeeld binnen de fiscaliteit. Diehandschoen pakt de Taskforce op en zal onderdeel zijn van het Actieplan.In het Actieplan van deze Taskforce zal het kabinet met een integraal plankomen ter verbetering van het investeringsklimaat voor het creëren vannieuwe, betaalbare huurwoningen. Vooruitlopend op de integrale aanpakworden er al maatregelen genomen. Om het investeringsklimaat voorprivate verhuurders te verbeteren is in het coalitieakkoord reedsafgesproken dat de overdrachtsbelasting voor verhuurders wordtverlaagd naar 7%.Het kabinet komt ook met gerichte maatregelen voor woningcorporaties.Het zet de ingezette koers van de Nationale Prestatieafspraken (NPA) uit2025 voort maar recente ramingen wijzen erop dat woningcorporaties bijhet nakomen van deze afspraken tegen een fors financieel tekortaanlopen. Daarom werkt het kabinet aan een pakket aan maatregelen omde investeringsruimte van corporaties te vergroten. Er komt een verlagingvan de VPB-lasten, oplopend naar € 325 miljoen. Momenteel werkt hetKabinet de vormgeving hiervan nader uit. Ik zal ook aandacht bestedenaan de rol die woningcorporaties kunnen spelen in de middenhuur enwelke extra financiële mogelijkheden dit biedt. Door wijziging van hetEuropese DAEB Vrijstellingsbesluit zijn er meer mogelijkheden ontstaanom steun te verlenen voor (de bouw van) middenhuur woningen. Dat isgoed nieuws want we hebben meer middenhuurwoningen nodig. Degevolgen van een implementatie van de nieuwe mogelijkheden zijn6In deze brief ga ik ook in de ontwikkelingen op basis van de Kadastercijfers en ontvangt u eenreactie van het kabinet op het SEO-onderzoek Investeringsklimaat middenhuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14487 significant en kunnen, afhankelijk van keuzes, tot een stelselwijziging in deWoningwet leiden. Met name op die onderdelen die zien op de verplichtescheiding en verantwoording over de DAEB en niet-DAEB en de mogelijk-heden van borging via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.Momenteel werk ik de contouren hiervan uit en zoals uw Kamer eerdertoegezegd zal ik uw Kamer hierover voor de zomer informeren. Hierbijhebben we ook oog voor een gezond investeringsklimaat voor betaalbarehuurwoning door private investeerders.Naar verwachting kan met bovenstaande maatregelen in theorie opsectorniveau voldoende investeringscapaciteit worden gecreëerd om deNPA-opgave te financieren. De woorden «in theorie» worden hier zeerbewust gebruikt. Deze benodigde investeringscapaciteit kan namelijkalleen worden bereikt met een dusdanig zwaar beroep op onderlingesolidariteit dat dit, met name in de jaren na 2030, niet als reëel kanworden beschouwd. Het is daarom van belang dat het (financiële)perspectief voor de corporatiesector verder verbetert om te voorkomendat corporaties al de komende jaren hun (nieuwbouw)plannen voor 2030en later zullen moeten terugschroeven en de toekomstige pijplijn aanprojecten onvoldoende wordt gevuld. Voor het verder verbeteren van ditfinanciële perspectief moeten we bekijken wat er haalbaar is vanuit deonderlinge solidariteit en bezien wat er in de fiscaliteit en het huurbeleidmogelijk is.Voor de langere termijn (vanaf 2035) is dat echter niet het geval, zelfs nietals de Vennootschapsbelasting (Vpb) in zijn geheel zou wordenafgeschaft. Het stelsel loopt rond deze tijd tegen zijn financiële grenzenaan, woningcorporaties kunnen dan, binnen het huidige stelsel, geennieuwe leningen meer aantrekken. Dit vereist fundamentele keuzes overde toekomstige opgaven en financiering van corporaties. Ik ga daaromeen onafhankelijke adviescommissie instellen die advies zal uitbrengenover de wijze waarop het verdienmodel van woningcorporaties toekomst-bestendig kan worden vormgegeven zodat zij ook na 2035 nog woningenkunnen bouwen en verduurzamen.Lokale versnelling door het creëren van specifieke doorbraken enversterking uitvoeringskrachtIk creëer onder andere lokale versnelling door projecten die vertragen ofvast dreigen te lopen te agenderen op de lokale of regionale versnellings-tafel. Ook kunnen gemeenten op verschillende manieren wordenondersteund. Zo kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van hetExpertteam Woningbouw van de RVO die inzet leveren van onafhankelijkeexperts. Ook zal de inzet van Rijksvastgoed en Rijksuitvoeringsorgani-saties, waaronder het Rijksvastgoedbedrijf hiervoor worden benut.Met het programma Uitvoeringskracht Woningbouw wordt de ambtelijkecapaciteit en deskundigheid bij medeoverheden versterkt. Het gaat omeen gezamenlijk programma met IPO en VNG. Ik heb hiervoor in totaal156 mln. tot en met 2029 vrijgemaakt vanuit de Realisatiestimulans (dit isnog onderdeel van parlementaire besluitvorming). Op langere termijnresulteert dit in meer slagvaardige overheidsorganisaties die weerzelfstandig, zonder bijzondere steunmaatregelen, hun taken kunnenuitvoeren. Het programma zorgt er voor dat – door de inzet van provin-ciale capaciteitspools en een landelijke capaciteitspool – gemeenten enprovincies toegang krijgen tot de benodigde capaciteit voor planvormingen vergunningverlening woningbouw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14488 Naast het toevoegen van personele capaciteit wordt ingezet op het meertoepassen van (bestaande en nieuwe) werkwijzen en methodieken terversnelling van de woningbouw. Als eerste concrete stap van hetprogramma Uitvoeringskracht gaat per 1 juli 2026 het KenniscentrumWoningbouw (werktitel) operationeel. Het Kenniscentrum Woningbouwwordt uitgevoerd door de VNG, samen met Platform 31 en versterktslagkracht van gemeenten door: het bundelen en daarmee beterbeschikbaar maken van (bestaande) kennis over versnelling vanwoningbouw, en het ondersteunen van gemeenten bij het toepassen van(innovatieve) werkwijzen en methodieken binnen de ambtelijke organi-satie en werkprocessen (bijvoorbeeld parallel plannen). Met ditprogramma wordt invulling gegeven aan de motie van het lid Wijen-Nass7, waarin de regering is gevraagd te zorgen voor een gerichte inzetvan ambtenaren op de woningprojecten en vergunningverlening in deregio’s, zodat deze processen sneller verlopen.Daarnaast is op enkele specifieke locaties een doorbraakaanpak in ganggezet die dit kabinet wil doorzetten en verstevigen. De doorbraakaanpak iseen initiatief van de NEPROM en Aedes om woningbouw op 24 kansrijkelocaties te versnellen door met een andere samenwerkingsvormknelpunten (zoals procedures en grondeigendom) direct weg te nemen.Samen met gemeenten, provincies, corporaties en marktpartijen wordthiermee versnelling van de woningbouw bereikt. Op twee locaties is eendoorbraak bereikt door de inzet van onafhankelijke bestuurlijke aanjagersdie (bestuurlijke) impasses tussen overheden en tussen overheden enmarktpartijen te doorbreken: Stougjeswijk en Haarlemmermeer-West.Gezamenlijk zijn deze twee locaties goed voor 9.580 woningen.Momenteel lopen er onder andere trajecten bij de Binckhorst en Schie-veste en zullen er snel vervolgstappen gezet worden bij onder andereBleizo (5.000 woningen) in gemeente Lansingerland en gemeentenNijmegen en Heumen op woningbouwlocatie Nijmegen Hatert. Op kortetermijn hopen de betrokken partijen ook hier resultaten vast te leggen ineen bestuurlijk akkoord en daarmee een doorbraak te bereiken.NetcongestieEen van de grootste knelpunten, zeker in de regio Flevopolder,Gelderland, Utrecht (FGU-regio), is het tekort aan transportcapaciteit voorelektriciteit oftewel netcongestie. Op 12 februari dit jaar heeft TenneT eenstevig signaal afgegeven dat het elektriciteitssysteem in de Flevopolder,Gelderland en Utrecht zijn grenzen heeft bereikt en dat zonder krachtigeinterventies en aanvullende maatregelen een volledige aansluitstopnoodzakelijk is voor die regio’s vanaf aankomende zomer. Dat zoubetekenen dat voorlopig ook geen nieuwe of zwaardere aansluitingenkunnen worden gerealiseerd voor functies met maatschappelijke prioriteitzoals woningbouw. Parallel aan deze brief ontvangt u van de Staatssecre-taris van Klimaat en Groene Groei een nadere toelichting op de voortgangaanpak netcongestie specifiek voor de FGU-regio, deze brief ontvangt uwKamer op 21 april.Onder leiding van de Staatssecretaris van KGG is een crisisaanpakopgericht met het Rijk, netbeheerders en regionale overheden met alsdoel een volledige aansluitstop te voorkomen en ervoor te zorgen dataansluitingen van woningen en bedrijven met maatschappelijke prioriteit,zoveel mogelijk door kunnen gaan terwijl de netveiligheid geborgd blijft.7Kamerstuk vergaderjaar 2025/26, 32 847, nr. 1250Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14489 Uitvoering van deze crisisaanpak staat centraal voor het onderdeelnetcongestie in deze taskforce. Interventies en maatregelen, waarmee inde FGU-regio toch woningbouwprojecten mogelijk zijn, kunnen waarmogelijk landelijk opgeschaald worden. Om de piekbelasting vanwoningbouw te verminderen wordt ingezet op het normeren vannetbewuste nieuwbouw en wordt gewerkt aan het inzetten van lokaleopwek en opslag in woningbouwprojecten. Hiermee kunnen we zoveelmogelijk blijven doorbouwen ondanks de schaarste op het net. Verder ishet belangrijk om bij de locatiekeuze van nieuwbouwprojecten rekening tehouden met de beschikbare netcapaciteit. Ook met de genoemdemaatregelen zal netcongestie een serieuze uitdaging blijven om dewoningbouwopgave te realiseren. Versnelde uitbreiding van het net enverdere (tijdelijke) maatregelen om de beschikbare netcapaciteit beter tebenutten blijven essentieel en hebben ook de volle aandacht vanuit delandelijke aanpak netcongestie. Naast de noodzakelijke netuitbreidingenblijven andere maatregelen nodig om door te kunnen bouwen.3. Schrappen, versoepelen en vereenvoudigen Het vereenvoudigen van wet- en regelgeving is noodzakelijk om proce-dures te versnellen, kosten te verlagen, administratieve lasten terug tedringen en opgaven als netcongestie, woningbouw en defensie teversnellen. We schrappen regels die niet langer effectief zijn en beperkende stapeling van eisen. Daarnaast zetten we in op structurele vereenvou-diging via een jaarlijkse Vereenvoudigingswet. Ook op Europees niveauwordt gewerkt aan vereenvoudiging, waarbij Nederland actief inzet op hetwegnemen van belemmeringen voor woningbouw. Voor de taskforcewordt een aanpak en een agenda met voorstellen tot vereenvoudiginggemaakt. Hierover berichten we uw Kamer voor de zomer.Zo gaan we meer concreet (bouw)eisen en randvoorwaarden standaardi-seren en harmoniseren, het Besluit Bouwwerken Leefomgeving moderni-seren op basis van Europese Richtlijnen en de kabinetsreactie STOER vanoktober 2025 implementeren. De komende tijd ga ik gesprek met deWoonalliantie partners over het voorkomen van overbodige bouwkostenen het niet langer opleggen van bovenwettelijke eisen. Hierbij kijk ik ooknaar het versnellen van beroepsprocedures, het verder vereenvoudigenvan de Omgevingswet en andere wet- en regelgeving binnen het fysiekedomein. De eerste bijdrage aan de Vereenvoudigingswet vanuit hetfysieke domein is de Wijzigingswet Omgevingswet stelselaspecten(WOw), waarbij onder andere de experimenteerruimte wordt verbreed.Op Europees niveau lopen meerdere initiatieven voor vereenvoudigingvan wet- en regelgeving. De Europese Commissie publiceert daartoevoorstellen voor vereenvoudiging op uiteenlopende terreinen viazogeheten Omnibus pakketten, onder anderen gericht op milieu envolkshuisvesting. De komende maanden brengt de Europese Commissiein kaart wat lidstaten nodig hebben om de woningbouw te kunnenversnellen. Daarbij wordt onder anderen gekeken naar de (strategische)MER procedure, de Vogel- en Habitatrichtlijn, de houdbaarheidsdatum vanonderzoeken. Dit bereiden we voor via de taskforce.Tot slotDe woningbouwopgave is urgent en vraagt om regie, samenwerking enuitvoering. Ik neem die verantwoordelijkheid en stuur actief op resultaat.Woningzoekenden moeten snel perspectief krijgen. De woningbouw-opgave overstijgt de beleidsterreinen. Dit vraagt om verenigde krachtenbinnen het kabinet en een gezamenlijke inzet met medeoverheden,corporaties en marktpartijen. Alleen zo zorgen we dat het woningtekortTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144810 wordt teruggedrongen en dat we dichter bij ons uiteindelijke doel komen:voor iedereen een betaalbare, duurzame en passende woonruimte, in eenleefbare omgeving.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,E. Boekholt-O’SullivanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144811 BIJLAGENVolgnummerNaamClassificatie1Afweegkader nationaal grootschalige woningbouwlocaties2Landelijke Aanpak Beter Benutten Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144812
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.