KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Geannoteerde Agenda formele Telecomraad 6 juni 2025 (Kamerstuk 21501-33-1130)

6 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5afdf63c75704b39 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1135 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 6 juni 2025 De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en deStaatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over debrief van 20 mei 2025 over Geannoteerde Agenda van de formeleTelecomraad 6 juni 2025» (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1130), over de briefvan 23 april 2025 over het verslag informele Telecomraad 4–5 maart 2025»(Kamerstuk 21 501-33, nr. 1128) en over de brief van 3 maart 2025 overAntwoorden op vragen commissie over o.a. de Telecomraad (informeel)4–5 maart 2025» (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1113) (Kamerstuk 21 501-33,nr. 1116).De vragen en opmerkingen zijn op 3 juni 2025 de Minister van Econo-mische Zaken en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties voorgelegd. Bij brief van 6 juni 2025 zijn de vragendoor de Ministers van Economische Zaken en van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties beantwoord.De voorzitter van de commissie,WingelaarAdjunct-griffier van de commissie,Muller kst-21501-33-1135ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11351 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie5IIAntwoord/reactie van de bewindspersoon5 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van destukken behorende bij het in een schriftelijk overleg omgezet commissie-debat van 3 juni 2025 over de Telecomraad (Formeel) op 6 juni 2025. Naaraanleiding hiervan hebben deze leden nog een aantal vragen.Zij lezen in de geannoteerde agenda dat de Raad zal spreken over satellietconnectiviteit als bouwsteen voor strategische autonomie, waarbij wordtvermeldt dat de Europese Commissie bezig is met de ontwikkeling vanIRIS2 (Infrastructure for Resilience, Interconnectivity and Security bySatellite).Het kabinet stelt in haar schrijven dat zij deze ontwikkeling steunt en datzij, binnen de beschikbare middelen, inzet op gerichte deelname vanNederlandse partijen aan dit strategisch belangrijke Europese project. Kanhet kabinet toelichten welke middelen het inzet om deelname vanNederlandse partijen aan dit project te garanderen?De leden van de PVV-fractie lezen ook in de geannoteerde agenda dat devoorbereidingen op de WRC (World Radio Conference), waar iedere vierjaar in VN-verband de verdeling van de frequenties wordt besproken, inEuropees verband reeds gestart zijn en er aan een Europees standpuntgewerkt wordt. Deze leden vragen wat de Nederlandse inbreng hierin isen of de EU of VN leidend is op dit vlak.Zij constateren daarnaast dat het beleidsdebat over het mobiliseren vaninvesteringen in AI geagendeerd staat voor de Telecomraad. De leden vande PVV-fractie vragen in hoeverre het kabinet voornemens is om, in lijnmet de motie van de leden Martens-America en Vermeer over hetvoortouw nemen om in de EU te komen tot een Omnibus voor digitalewetgeving (Kamerstuk 21 501-30, nr. 645), het recent gewijzigde Neder-landse standpunt over te brengen tijdens de Telecomraad en het belangvan de vereenvoudiging van de AI Act alsook een implementatiepauzedaarvan te benadrukken.Tot slot lezen deze leden dat in de raadsconclusies wordt benadrukt dat deEuropese Unie zich sterker dient te positioneren in strategisch gevoeligeonderdelen van de digitale infrastructuur, waaronder de afhankelijkheidvan niet-Europese technologieaanbieders op het gebied van 5G, 6G,onderzeese kabels en satellietcommunicatie. Hierop aansluitend wordt inde «Non-Paper Towards a Strong and Competitive European DigitalConnectivity Ecosystem» opgemerkt dat we hiervoor de concurrentie instand moeten houden, waarbij de focus vooral lijkt te liggen op deconsumentenprijs. Deze leden willen gaarne vernemen welke anderemaatregelen het kabinet voornemens is te nemen om ons concurrentie-niveau op bijvoorbeeld het gebied van 5G en 6G op hoofdniveau tebrengen om onze afhankelijkheid van andere partijen te beperken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11352 Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van deagenda van de Telecomraad. Deze leden betreuren dat door de politiekechaos in Nederland, we onze verantwoordelijkheid in Europees verbandniet goed kunnen nemen. Over de stukken en de politieke situatie hebbende leden vragen en opmerkingen.Ten eerste vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie welkegevolgen de politieke crisis in Den Haag heeft voor de inzet van hetkabinet in de Telecomraad. Op welke manier is Nederland straks vertegen-woordigd in de Telecomraad? Hoe besluitvaardig kan Nederland in deTelecomraad nog zijn na het vallen van het kabinet? Hoe worden dewerkzaamheden van de Staatssecretaris van Digitalisering en Koninkrijks-relaties en de Minister van Economische Zaken voortgezet in de komendeperiode? Is het nog steeds de verwachting dat dit kabinet de NederlandseDigitaliseringsstrategie, het herziene cloudbeleid en een kabinetsvisieover digitale autonomie presenteert, ook in demissionaire vorm?Deze leden moedigen het aan dat Nederland bijdraagt aan Europeseprojecten die bijdragen aan de strategische autonomie. De betrokkenheidvan Nederland bij het IRIS-project voor een weerbare Europese satelliet-connectiviteit, is volgens deze leden noodzakelijk. Zij vragen u omduidelijk te maken welke middelen hiervoor beschikbaar zijn. Het is vanhet grootste belang dat digitale infrastructuur geen structurele afhankelijk-heden kent van niet-Europese partijen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen u om toe te lichten welke afhankelijkheden de satellietcon-nectiviteit nu kent, en hoe Nederland bij zal dragen in het wegnemen vandie knelpunten. Daarnaast vragen deze leden hoe er rekening wordtgehouden met datatoegang en -uitwisseling in de ontwikkelingen rondomeen Europees satellietsysteem. Wie is er verantwoordelijk voor hetbeschermen van de data die wordt verwerkt binnen een eigen Europesesatellietconstructie? Wie krijgen toegang tot deze satellietdata? Zij vragenof satellietconnectiviteit een plek krijgt in de aangekondigde kabinetsvisieover digitale autonomie, mocht die er nog komen. Volgens de GroenLinks-PvdA-fractie heeft Nederland genoeg kennis in huis om een waardevollebijdrage te leveren aan deze ontwikkeling en vragen u dit te doen.Deze leden staan positief tegenover Europese inspanningen voor eeneigen AI-infrastructuur. Zij benadrukken dat er een unieke kans is omvolgens Europese waarden AI-toepassingen te ontwikkelen voormaatschappelijke doelen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractievragen u om nader in te gaan op het strategische belang van eenEuropese AI-infrastructuur. Geven lidstaten een «commitment» omEuropese AI-toepassingen ook zelf af te nemen, naast financiële toezeg-gingen? Dat is volgens deze leden alleen mogelijk als dataportabiliteit eninteroperabiliteit een randvoorwaarde zijn voor alle EU-projecten in ditkader. Bent u bereid hiervoor te pleiten? Bovendien vragen deze leden ommeer duidelijkheid over de gewenste verhouding tussen publieke enprivate investeringen. Zij vinden het noodzakelijk dat er genoeg publiekezeggenschap is over digitale infrastructuur. Welke voorwaarden stelt u aande verhouding tussen publieke en private investeerders? En bent u bereidin te brengen dat AI-faciliteiten energie-efficiënt moeten zijn? Tot slotmenen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat EuropeseAI-toepassingen getraind moeten zijn op betrouwbare Europese data, meteen eerlijke compensatie voor de makers en leveranciers van die data.Bent u bereid tevens in te brengen dat Europese AI-ontwikkelingen hetauteursrecht van makers dienen te respecteren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11353 Deze leden steunen Europese ontwikkelingen op het gebied van eenweerbare digitale infrastructuur. Zij willen dat de totale afhankelijkheidvan niet-Europese partijen wordt doorbroken en overheden zich commit-teren aan het gebruik van Europese digitale diensten. Daartoe is het vanbelang dat we de risico’s in kaart brengen. Bent u bereid te pleiten vooreen brede «stress-test» of een grondige risico-analyse van onder anderede cloudinfrastructuur en de communicatiesystemen van EU-lidstaten, omte doorgronden wáár de problematische afhankelijkheden in de ketenzitten? Is dit een voorwaarde voor de risicogebaseerde aanpak die uvoorstaat? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen u om,conform meerdere aangenomen Kamermoties in het kader van cloudauto-nomie, in te brengen dat Europese aanbestedingsregels aangepast dienente worden om de toegang van Nederlandse en Europese cloudaanbiederstot overheidscontracten te vergroten. Bent u bereid dit in te brengen?Kunt u toelichten welke ontwikkelingen er in dit kader spelen en hoeNederland daarbij betrokken is? Hoe willen EU-lidstaten de concurrentie-positie van Europese ICT-leveranciers verbeteren?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen u om zo snel mogelijkhelderheid te bieden over de gevolgen van de kabinetsval voor de inzetvan Nederland in de Europese Unie.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de Telecomraad van 6 juni. Deze ledenhebben hierover nog enkele vragen.De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de steun van hetkabinet aan de ontwikkeling van de Europese satellietconstellatie IRIS_ envan de inzet om Nederlandse deelname te stimuleren. Deze leden willende Minister vragen welke Nederlandse partijen bij dit programmabetrokken zijn en op welke wijze het kabinet deze partijen concreetondersteunt om daadwerkelijk deel te nemen aan IRIS_. Kan de Ministeraangeven of er specifieke maatregelen zijn om Nederlandse belangen inhet aanbestedingsproces te borgen?Het gepresenteerde AI Continent Action Plan heeft als ambitie om vanEuropa een koploper in AI te maken. Hoewel het kabinet positief is over derichting van het plan, is de uitwerking volgens hen op dit moment nogonvoldoende concreet. De leden van de NSC-fractie willen de Ministervragen welke onderdelen volgens hem nog nader ingevuld moetenworden om het plan effectief en uitvoerbaar te maken en waar verdereconcretisering volgens hem noodzakelijk is. Daarnaast vragen deze ledenwelke stappen het kabinet zet om de beschikbaarheid van rekenkracht tevergroten, de toegang tot hoogwaardige data te verbeteren en hetaantrekken en opleiden van AI-talent in Nederland te bevorderen.Deze leden willen ook graag weten hoe het kabinet maatschappelijke enethische vragen rondom AI meeneemt in het actieplan en in de Europesediscussies tijdens de Telecomraad. Kan de Minister aangeven hoe dezethema’s in samenhang met het AI Act-traject worden behandeld?Het kabinet onderschrijft de Europese inzet op het versterken van veiligeen weerbare digitale infrastructuur. Terecht is er in de Raadsconclusiesbijzondere aandacht voor het terugdringen van afhankelijkheden vanniet-Europese technologieaanbieders, onder meer op het gebied van 5G,6G, satellietsystemen en onderzeese kabels. Nederland speelt hierbij alsmaritiem knooppunt een sleutelrol vanwege de grote hoeveelheiddatakabels die via onze Noordzeekust Europa binnenkomen. De leden vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11354 de NSC-fractie willen de Minister vragen hoe hij de strategische rol vanNederland bij het monitoren en beveiligen van deze onderzeese kabelsziet en op welke manier hij dit belang wil agenderen tijdens deTelecomraad.Tot slot vragen deze leden of Europa momenteel beschikt over voldoendecapaciteit, expertise en middelen om het toezicht op deze kritiekeinfrastructuur structureel en effectief in te richten. Indien dat niet het gevalis, welke stappen acht het kabinet dan noodzakelijk?Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de stukken op deagenda van de Telecomraad en hebben hierover enkele vragen.Deze leden lezen dat de bescherming van jeugd online is toegevoegd aande agenda van de Telecomraad. Zij vragen of het kabinet voornemens isom het plan, gepresenteerd door Frankrijk, Griekenland en Spanje, testeunen. Tevens vragen zij of het kabinet de aangenomen moties omtrentleeftijdsgrenzen bij sociale media in acht zal nemen bij de standpuntbe-paling.De leden van de SGP-fractie merken op dat indien overgegaan wordt toteen nationale of Europese leeftijdsgrens voor sociale media, het nietuitgekristalliseerd is op welk niveau leeftijdsverificatie wordt geregeld.Deze leden merken op dat het meest voor de hand liggend is om dit opoperating system/app store-niveau te beleggen omdat dit een universeelen gelijk speelveld creëert. Zij vragen het kabinet of dit standpunt wordtgedeeld. Tevens vragen zij of het kabinet voornemens is hierop hetvoortouw te nemen.De leden van de SGP-fractie benadrukken het grote belang van goedgeregelde leeftijdsverificatie. Uiteenlopende wetgeving en leeftijdsverifi-catiesystemen op verschillende platformen zal leiden tot zeer uiteenlo-pende ervaringen voor jongeren, afhankelijk van de gebruikte apps en hunlocatie hetgeen zal leiden tot onmogelijkheden in de handhaving. Dezeleden vragen het kabinet of zij voornemens is in Europa in te zetten opcentraal georganiseerde leeftijdsverificatie op operating system- ofappstoreniveau waarbij het cruciaal is om kennis aan applicatieontwikke-laars (via een API (Application Programming Interface) beschikbaar testellen. Is het kabinet voornemens in te zetten op een verplichting vooralle applicatieontwikkelaars om de gewenste leeftijdsverificatie te biedenwelke geldt voor bestaande en toekomstige apps? Zij vragen hierbijtevens oog te hebben voor gebruiksgemak van de (jonge) gebruiker en dewaterdichtheid van het systeem.II Antwoord/reactie van de bewindspersoon Antwoorden op de vragen van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de stukken behorende bij het in een schriftelijkoverleg omgezet commissiedebat van 3 juni 2025 over deTelecomraad (Formeel) op 6 juni 2025. Naar aanleiding hiervanhebben deze leden nog een aantal vragen.Zij lezen in de geannoteerde agenda dat de Raad zal spreken oversatelliet connectiviteit als bouwsteen voor strategischeautonomie, waarbij wordt vermeld dat de Europese Commissiebezig is met de ontwikkeling van IRIS2 (Infrastructure forTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11355 Resilience, Interconnectivity and Security by Satellite). Hetkabinet stelt in haar schrijven dat zij deze ontwikkeling steunt endat zij, binnen de beschikbare middelen, inzet op gerichtedeelname van Nederlandse partijen aan dit strategisch belang-rijke Europese project. Kan het kabinet toelichten welkemiddelen het inzet om deelname van Nederlandse partijen aan ditproject te garanderen?Antwoord:Nederland toont op verschillende manieren haar betrokkenheid bij IRIS2.Allereerst heeft Nederland voor € 3 mln ingeschreven in het ESA-projectvoor IRIS2, om technologieontwikkeling mogelijk te maken. Daarnaastheeft EZ in haar opdracht aan het Netherlands Space Office aanvullendemiddelen in 2025 beschikbaar gesteld om kansen in EU-ruimtevaart-programma’s beter te benutten. Als laatste kan Nederland door investe-ringen in het Eagle-1 grondstation een voortrekkersrol spelen in IRIS2 ophet gebied van veilige quantumcommunicatie.Verschillende partijen uit het Nederlandse ruimtevaartecosysteem zijnhierbij betrokken en zijn op de hoogte. Uiteindelijk is het Spacerise-consortium, geselecteerd door de Europese Commissie, verantwoordelijkvoor de verdere selectie van onderaannemers binnen het aanbestedings-proces.Nederland zet zich in voor eerlijke toegang voor Nederlandse bedrijven,onder meer via naleving van de 30%-onderaannemingsregel.De leden van de PVV-fractie lezen ook in de geannoteerde agendadat de voorbereidingen op de WRC (World Radio Conference),waar iedere vier jaar in VN-verband de verdeling van defrequenties wordt besproken, in Europees verband reeds gestartzijn en er aan een Europees standpunt gewerkt wordt. Deze ledenvragen wat de Nederlandse inbreng hierin is en of de EU of VNleidend is op dit vlak.AntwoordTijdens een World Radio Conference (WRC) wordt de bestemming vanbepaalde frequentiebanden wereldwijd afgestemd. De indeling vanfrequentiebanden geldt voor regionale blokken. Het is daarom van belangom binnen de EU en samen met andere Europese landen (verenigd in deConference of European Postal en Telecommunications Administrations,kortweg: CEPT) voor de conferentie zoveel mogelijk tot overeenstemmingte komen. Op die manier ligt er tijdens de WRC een sterke onderhande-lingspositie positie namens deze groep van 46 landen, waaronder alleEU-lidstaten. De gemaakte afspraken tijdens een WRC, vastgelegd in hetITU Radio Regelement, zijn voor alle landen bindend. Dit is eenVN-orgaan, daarmee is de uiteindelijk VN leidend wat betreft dit beleid,maar hebben de EU en Nederland een bepalende stem in de beïnvloedingvan dit beleid.Deze voorbereidingen vinden gedurende de 4 jaar voorafgaand aan deWRC al plaats. Nederland draagt hier actief aan bij. De volgende WRC iseind 2027. Via de Radio Spectrum Policy Group wordt de EuropeseCommissie geadviseerd door experts uit de EU-lidstaten. Vervolgens steltde Europese Commissie een concept-besluit op over de EU-inzet tijdensde WRC, waarna de Raad uiteindelijk definitief beslist. Zoals gebruikelijkwordt de Kamer geïnformeerd over de Raadspositie. Parallel aan datproces vindt ook in CEPT discussie plaats over de gezamenlijke inzet opalle WRC-agendapunten en wordt afstemming gezocht met de andereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11356 CEPT-lidstaten over voorstellen voor de WRC, die ook de EU-positiereflecteren.Nationaal vindt regelmatig overleg plaats met de diverse stakeholders;hun inbreng wordt meegewogen en meegenomen in de voorbereiding enonderhandelingen binnen de EU, CEPT en tijdens de WRC.Zij constateren daarnaast dat het beleidsdebat over het mobili-seren van investeringen in AI geagendeerd staat voor deTelecomraad. De leden van de PVV-fractie vragen in hoeverre hetkabinet voornemens is om, in lijn met de motie van de ledenMartens-America en Vermeer over het voortouw nemen om in deEU te komen tot een Omnibus voor digitale wetgeving(Kamerstuk 21 501-30, nr. 645), het recent gewijzigde Neder-landse standpunt over te brengen tijdens de Telecomraad en hetbelang van de vereenvoudiging van de AI Act alsook een imple-mentatiepauze daarvan te benadrukken.AntwoordDe motie van de leden Martens-America en Vermeer verzoekt de regeringom in de EU tot een omnibus te komen voor digitale wetgeving met alsdoel versimpeling en verlaging van administratieve lastendruk, en waarrelevant te pleiten voor implementatiepauzes. Hierbij moet ook explicietaandacht worden besteed aan de AI-verordening. Tijdens de Telecomraadwordt uitvoering gegeven aan de motie door de Commissie op te roepentot een omnibus te komen voor digitale wetgeving, waarbij ook aandachtzal moeten worden besteed aan de AI-Verordening. Deze omnibus voordigitale wetgeving wordt door de Europese Commissie voorbereid, maarde precieze invulling is nog onderwerp van gesprek. Het is in de ogen vanhet kabinet een belangrijk instrument om tot vereenvoudiging te komenen lastendruk in het digitale domein tegen te gaan, zonder de werkings-kracht van een verordening af te zwakken.Het Poolse voorzitterschap van de EU heeft gedurende de eerste helft van2025 met veel belanghebbenden gesproken over ideeën voor vereenvou-diging van Europese digitale wetgeving. Hier maakt de AI-verordeningdeel van uit. Het voorzitterschap zal de volgende EU-voorzitterDenemarken en de andere lidstaten tijdens de Telecomraad oproepen omdeze ideeën verder te bespreken. Dit zal het kabinet ondersteunen. Daarinkunnen we meenemen welke zorgen er nu leven rond implementatie enhoe daarmee om te gaan.De eisen uit de AI-verordening worden getrapt van kracht. Het kabinetondersteunt organisaties die door de wet worden geraakt op verschillendemanieren, zie hiervoor het antwoord op de volgende vraag van uw fractie.Een implementatiepauze voor de AI-verordening acht het kabinet nietverantwoord gezien het belang van snelle duidelijkheid voor de markt ende overheid over de kaders voor de ontwikkeling en inzet van verant-woorde AI. Het met voorrang ontwikkelen van de benodigde standaardenen het zo snel mogelijk oprichten van een regulatory sandbox maakt daarintegraal onderdeel van uit.Tot slot lezen deze leden dat in de raadsconclusies wordtbenadrukt dat de Europese Unie zich sterker dient te positionerenin strategisch gevoelige onderdelen van de digitale infrastructuur,waaronder de afhankelijkheid van niet-Europese technologieaan-bieders op het gebied van 5G, 6G, onderzeese kabels en satelliet-communicatie. Hierop aansluitend wordt in de «Non-PaperTowards a Strong and Competitive European Digital ConnectivityEcosystem» opgemerkt dat we hiervoor de concurrentie in standTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11357 moeten houden, waarbij de focus vooral lijkt te liggen op deconsumentenprijs. Deze leden willen gaarne vernemen welkeandere maatregelen het kabinet voornemens is te nemen om onsconcurrentieniveau op bijvoorbeeld het gebied van 5G en 6G ophoofdniveau te brengen om onze afhankelijkheid van anderepartijen te beperken.AntwoordHet non-paper «Towards a strong and competitive European digitalconnectivity ecosystem» is een oproep van het Kabinet aan de EuropeseCommissie om in het aanstaande EU-wetsvoorstel inzake digitalenetwerken (Digital Networks Act) in te zetten op een versterking van hetwetgevende kader voor telecom en het handhaven van effectievemededingingsregels in de telecomsector. Daarnaast worden diversemaatregelen voorgesteld die op Europees niveau zouden kunnen wordengenomen die bijdragen aan het samenbrengen van een breder Europeesecosysteem van connectiviteit.Op het gebied van 5G en 6G investeert de EU in technologisch leider-schap. Dat gebeurt via onder meer het Horizon Europe programma,waarin € 900 mln beschikbaar is voor onderzoek & innovatie op hetgebied van «smart networks and services». Op nationaal niveau investeerthet kabinet vanuit het Nationaal Groeifonds in het programma 6G FutureNetwork Services (FNS). Het bevorderen van de digitale open strategischeautonomie is een van de doelstellingen van het project. Bovenstaande zalop een open manier sterk bijdragen aan de veerkracht en de digitale openstrategische autonomie van Europa.Vragen van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomenvan de agenda van de Telecomraad. Deze leden betreuren datdoor de politieke chaos in Nederland, we onze verantwoorde-lijkheid in Europees verband niet goed kunnen nemen. Over destukken en de politieke situatie hebben de leden vragen enopmerkingen.Ten eerste vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie welkegevolgen de politieke crisis in Den Haag heeft voor de inzet vanhet kabinet in de Telecomraad. Op welke manier is Nederlandstraks vertegenwoordigd in de Telecomraad? Hoe besluitvaardigkan Nederland in de Telecomraad nog zijn na het vallen van hetkabinet? Hoe worden de werkzaamheden van de Staatssecretarisvan Digitalisering en Koninkrijksrelaties en de Minister vanEconomische Zaken voortgezet in de komende periode?AntwoordDe val van het kabinet op 3 juni jl. heeft geen gevolgen voor de inzet vanhet demissionaire kabinet bij de aanstaande Telecomraad, zoalsbeschreven in de geannoteerde agenda (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1130) enop 20 mei met de Kamer is gedeeld. Nederland zal vertegenwoordigdworden door de Plaatsvervangend Permanente Vertegenwoordiger vanNederland bij de Europese Unie.Zoals bekend hebben de voormalig Minister van Economische Zaken ende voormalig Staatssecretaris voor Digitalisering hun werkzaamhedenneergelegd. De portefeuille van de Minister van Economische Zaken zaltijdelijk worden overgenomen door de Minister van Financiën. Deportefeuille van de Staatssecretaris voor Digitalisering en Koninkrijksre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11358 laties zal tijdelijk worden overgenomen door de Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties.De ontwikkelingen in Brussel zullen normale doorgang vinden: deEuropese Commissie kan nieuwe voorstellen voor wetgeving en beleiddoen tijdens de demissionaire periode van het kabinet. Als over dezenieuwe voorstellen besluitvorming nodig is, zal uw Kamer hier middels degebruikelijke afspraken over worden geïnformeerd.Is het nog steeds de verwachting dat dit kabinet de NederlandseDigitaliseringsstrategie, het herziene cloudbeleid en eenkabinetsvisie over digitale autonomie presenteert, ook indemissionaire vorm?AntwoordDe door uw Kamer genoemde onderwerpen blijven uiteraard actueel. Devoortzetting van deze dossiers wordt conform de daarvoor bestaandeprocedures van de Kamer en het demissionair kabinet bepaald.Deze leden moedigen het aan dat Nederland bijdraagt aanEuropese projecten die bijdragen aan de strategische autonomie.De betrokkenheid van Nederland bij het IRIS-project voor eenweerbare Europese satellietconnectiviteit, is volgens deze ledennoodzakelijk. Zij vragen u om duidelijk te maken welke middelenhiervoor beschikbaar zijn.AntwoordZie antwoord op eerste vraag van de PVV-fractie.Het is van het grootste belang dat digitale infrastructuur geenstructurele afhankelijkheden kent van niet-Europese partijen. Deleden vragen u om toe te lichten welke afhankelijkheden desatellietconnectiviteit nu kent, en hoe Nederland bij zal dragen inhet wegnemen van die knelpunten. Daarnaast vragen deze ledenzich af hoe er rekening wordt gehouden met datatoegang en-uitwisseling in de ontwikkelingen rondom een Europees satelliet-systeem. Wie is er verantwoordelijk voor het beschermen van dedata die wordt verwerkt binnen een eigen Europese satellietcon-structie? Wie krijgen toegang tot deze satellietdata?AntwoordToegang tot gevoelige ruimtevaartdata wordt zorgvuldig geregeld, metinachtneming van nationale en Europese veiligheidsbelangen, enbestaande protocollen voor rubricering en encryptie.Volgens de Telecommunicatiewet nemen Nederlandse aanbieders vanopenbare elektronische communicatienetwerken en openbare elektro-nische communicatiediensten passende technische en organisatorischemaatregelen om de risico’s voor de veiligheid en de integriteit van hunnetwerken en diensten te beheersen. Dit beperkt zich tot de transmissie-systemen die het mogelijk maken, signalen over te brengen via onderandere satellietnetwerken, voor zover deze voor overdracht van signalenworden gebruikt en netwerken voor radio en televisieomroep enkabeltelevisienetwerken. Wanneer onderdelen van een satellietcon-structie, zoals grondstations, in Nederland staan, gelden deze regels.Zij vragen of satellietconnectiviteit een plek krijgt in de aange-kondigde kabinetsvisie over digitale autonomie, mocht die er nogkomen. Volgens de GroenLinks-PvdA-fractie heeft NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11359 genoeg kennis in huis om een waardevolle bijdrage te leveren aandeze ontwikkeling en vragen u dit te doen.AntwoordSatellietcommunicatie is geen onderdeel van de aangekondigde kabinets-visie over digitale autonomie. Hierbij wil het kabinet benadrukken dat dezevisie ingaat op de digitale autonomie van de overheid zelf. De brede visievan het kabinet aangaande digitale autonomie bestrijkt de geheleeconomie en samenleving en is uiteengezet in de Agenda Digitale OpenStrategische Autonomie. Hierin wordt satellietcommunicatie uitgelicht alsbelangrijke component van de beleidsprioriteit netwerktechnologie. Ookin de Staat van de Digitale Infrastructuur is aandacht voor satellietcommu-nicatie.Deze leden staan positief tegenover Europese inspanningen vooreen eigen AI-infrastructuur. Zij benadrukken dat er een uniekekans is om volgens Europese waarden AI-toepassingen teontwikkelen voor maatschappelijke doelen. De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie vragen u om nader in te gaan op hetstrategische belang van een Europese AI-infrastructuur. Gevenlidstaten een «commitment» om Europese AI-toepassingen ookzelf af te nemen, naast financiële toezeggingen? Dat is volgensdeze leden alleen mogelijk als dataportabiliteit en interoperabi-liteit een randvoorwaarde zijn voor alle EU-projecten in dit kader.Bent u bereid hiervoor te pleiten?AntwoordIk deel de visie van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat een eigenEuropese AI-infrastructuur van groot strategisch belang is. Het biedt nietalleen economische kansen, maar stelt ons ook in staat om AI-toepas-singen te ontwikkelen die zijn geworteld in Europese waarden en gerichtzijn op maatschappelijke doelen. Het demissionair kabinet erkent dat eenrobuuste AI-infrastructuur essentieel is voor de ontwikkeling van eentoekomstbestendig en concurrerend AI-ecosysteem binnen de EU. Hetstelt ons in staat om de verwachte toename in AI-adoptie verantwoord opte vangen en draagt bij aan de versterking van onze open strategischeautonomie. Daarom willen we actief investeren in de versterking van deAI-infrastructuur, via de beoogde AI-faciliteit in Groningen.Wat betreft de afname van Europese AI-toepassingen: op dit moment is ernog geen formeel commitment van lidstaten om deze toepassingen ookdaadwerkelijk af te nemen, noch zijn er op brede schaal financiëletoezeggingen gedaan. Wel ligt het voor de hand dat de overheid eenbelangrijke afnemer zal zijn van AI-bouwstenen en/of toepassingen. Hetzijals koper, hetzij als (her)gebruiker.De beschikbaarheid van kwalitatief hoogwaardige data is cruciaal voor deNederlandse en Europese AI-ambities. Data en AI is daarom een prioriteitin de Nationale Technologie Strategie (NTS). AI en data zijn gecategori-seerd als één sleuteltechnologie om de synergie tussen de data en AIecosystemen in Nederland verder te versterken. In 2023 is bij TNO hetCentre of Excellence for Data Sharing and Cloud (CoE-DSC) opgericht. HetMinisterie van Economische Zaken is de opdrachtgever. Het Centre ofExcellence for Data Sharing & Cloud is het Nederlandse kennisnetwerk datvrijwillige datadeling binnen en tussen sectoren bevordert. EZ steltjaarlijks cofinanciering beschikbaar voor Nederlandse deelnemers aanCommon European Data Spaces. Het doel van een data space is omjuridische en technische barrières voor datadelen weg te nemen, en hetvertrouwen in datadelen te laten toenemen d.m.v. eenduidige afsprakenen een gedeelde technische infrastructuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 113510 Dataportabiliteit en interoperabiliteit zijn een essentieelonderdeel van die eenduidige afspraken. Hiermee voorkomen wehet creëren van een lock-in binnen deze AI-infrastructuur en kaner een markt ontstaan met meerdere aanbieders. Met de Interope-rable Europe Act heeft de Europese Commissie de randvoor-waarden rondom dit onderwerp reeds gecreëerd. Bovendienvragen deze leden om meer duidelijkheid over de gewensteverhouding tussen publieke en private investeringen. Zij vindenhet noodzakelijk dat er genoeg publieke zeggenschap is overdigitale infrastructuur. Welke voorwaarden stelt u aan deverhouding tussen publieke en private investeerders?AntwoordDe beoogde AI-faciliteit in Groningen betreft een volledig publiekeinvestering. Daarmee is geborgd dat er ook volledige publieke zeggen-schap is over deze faciliteit. Voor het AI-Gigafabrieken-initiatief, dat doorde Europese Commissie is aangekondigd, wordt uitgegaan van eenpubliek-private constructie. Daarbij is het uitgangspunt dat 65% van deinvesteringsuitgaven (Capital Expenditures of CAPEX) wordt gedragendoor private partijen en maximaal 35% door publieke middelen van deEuropese Commissie en de lidstaten om deze investeringen minderrisicovol te maken.Wij vinden het van belang dat er, ook bij publiek-private constructies,voldoende publieke zeggenschap zal zijn. Daarom pleiten wij dat detoegang tot de rekenkracht evenredig wordt verdeeld op basis van deinvesteringsbijdragen, zoals ook door de Commissie is voorgesteld.Daarnaast hechten wij eraan dat publieke belangen, zoals toegang voorkennisinstellingen en innovatief mkb en waarborging van digitale openstrategische autonomie, nadrukkelijk worden meegenomen in degovernance van dergelijke infrastructuur.En bent u bereid in te brengen dat AI-faciliteiten energie-efficiëntmoeten zijn?AntwoordJa, daartoe is het kabinet bereid en is er reeds tot de inbreng overgegaandat AI-faciliteiten energie-efficiënt moeten zijn. In lijn met de aangenomenmotie van het lid Vermeer is dit aspect meegenomen in het voorstel vanhet consortium voor een AI-faciliteit in Groningen.Tot slot menen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie datEuropese AI-toepassingen getraind moeten zijn op betrouwbareEuropese data, met een eerlijke compensatie voor de makers enleveranciers van die data. Bent u bereid tevens in te brengen datEuropese AI-ontwikkelingen het auteursrecht van makers dienente respecteren?AntwoordMet de leden van de PvdA-GL fractie is het kabinet van mening dat bij deontwikkeling van AI-toepassingen het auteursrecht moet wordengerespecteerd. In het bijzonder bij het ontwikkelen van AI voor algemenedoeleinden, zoals generatieve AI, wat vaak met auteursrechtelijkbeschermde werken wordt getraind. De Europese AI-verordening en deNederlandse Auteurswet bieden waarborgen om de rechten van makerste beschermen en te zorgen voor eerlijke compensatie wanneer hun werkwordt gebruikt. Daarom ligt mijn prioriteit bij de implementatie en hetmonitoren van het huidige wettelijk kader.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 113511 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie steunen Europeseontwikkelingen op het gebied van een weerbare digitale infra-structuur. Zij willen dat de totale afhankelijkheid vanniet-Europese partijen wordt doorbroken en overheden zichcommitteren aan het gebruik van Europese digitale diensten.Daartoe is het van belang dat we de risico’s in kaart brengen.Bent u bereid te pleiten voor een brede stress-test of eengrondige risico-analyse van o.a. de cloudinfrastructuur en decommunicatiesystemen van EU-lidstaten, om te doorgrondenwáár de problematische afhankelijkheden in de keten zitten? Isdit een voorwaarde voor de risicogebaseerde aanpak die uvoorstaat?AntwoordDe identificatie van risicovolle strategische afhankelijkheden is eendoorlopend proces dat meebeweegt met veranderende afhankelijkheids-relaties. Aansluitend op gedane of lopende acties bij de EuropeseCommissie, zoals onder andere benoemd in de Raadsconclusies overweerbare en veilige connectiviteit, zal het kabinet ervoor pleiten om tebezien waar aanvullende analyses nodig zijn om ongewenste risicovollestrategische afhankelijkheden in de digitale infrastructuur in kaart tebrengen. Het kabinet zal de Europese Commissie tijdens de komendeTelecomraad ertoe oproepen een dergelijke aanvullende analyse testarten. In een risico gebaseerde aanpak is dit een belangrijke stap om tebepalen of en waar maatregelen nodig zijn.Eerder zijn op het gebied van elektronische communicatienetwerken opEU-niveau twee risicoanalyses uitgevoerd, waarbij ook is gekeken naartoeleveranciers. In 2019 is een gecoördineerde EU-risicobeoordeling vande cyberbeveiliging van 5G netwerken uitgevoerd.Op verzoek van de informele Telecomraad is op 9 maart 2022 een bredererisicoanalyse gedaan van de cyberbeveiliging en weerbaarheid van de EUcommunicatie infrastructuur en communicatie netwerken. Als vervolghierop wordt momenteel het leverancierslandschap voor vaste (glasvezel-)netwerken en satellietnetwerken in kaart gebracht. Op basis van dezelaatste analyse zal worden besproken of er behoefte is om nader te kijkennaar het risicoprofiel van leveranciers en potentiële risico’s van afhanke-lijkheden.De leden vragen u om, conform meerdere aangenomen Kamer-moties in het kader van cloudautonomie, in te brengen datEuropese aanbestedingsregels aangepast dienen te worden om detoegang van Nederlandse en Europese cloudaanbieders totoverheidscontracten te vergroten. Bent u bereid dit in tebrengen? Kunt u toelichten welke ontwikkelingen er in dit kaderspelen en hoe Nederland daarbij betrokken is? Hoe willenEU-lidstaten de concurrentiepositie van Europese ICT-leveranciersverbeteren?AntwoordIn 2025 worden de Europese aanbestedingsrichtlijnen geëvalueerd en in2026 zal de Europese Commissie naar verwachting voorstellen publicerenvoor herziening van deze richtlijnen. Zoals met uw Kamer gedeeld, zal hetkabinet bij de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen onderandere inzetten op het bieden van meer mogelijkheden om risico’s voor(nationale) veiligheid te beperken of uit te sluiten, en het beter te kunnensturen op borgen van continuïteit van (o.a. digitale) overheidsdienstver-lening en strategische autonomie bij aanbestedingen. Ook ten aanzien vancloud heeft het kabinet nadrukkelijke aandacht voor het borgen van onzeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 113512 (nationale) veiligheid en continuïteit van overheidsdienstverlening,evenals voor het versterken voor onze digitale open strategischeautonomie.Daarnaast wordt in Europa gesproken over een mogelijk voorstel voorinrichting van een Europees voorkeursprincipe. Momenteel is het kabinetnog bezig met het vormen van een standpunt over dit principe, naarverwachting zal dit na de zomer zijn vastgesteld. Dit is tijdig voor degesprekken over het principe in Europa.Ook zal de Europese Commissie eind 2025 of begin 2026 een voorstelvoor een aanbeveling publiceren, genaamd EU-wide cloud policy forpublic administrations and procurement. Op dit moment is er nog weinigbekend over de invulling van dit voorstel. Met de Europese Commissiezullen gesprekken worden gevoerd om hier meer inzicht in te krijgen. Tezijner tijd ontvangt uw Kamer middels een BNC-fiche de kabinetsappre-ciatie van dit voorstel.De concurrentiepositie van onze Europese digitale sector is ook vanbelang voor het kabinet, zoals ook is aangegeven in het debat over hetDraghi-rapport en het nota-overleg over de initiatiefnota «Wolken aan deHorizon». Middels een protect, promote en partnership aanpak dragen webij aan de verbetering van de concurrentiepositie van onze digitale sector.Vragen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van de geannoteerde agenda voor de Telecomraad van6 juni. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de steunvan het kabinet aan de ontwikkeling van de Europese satelliet-constellatie IRIS_ en van de inzet om Nederlandse deelname testimuleren. Deze leden willen de Minister vragen welke Neder-landse partijen bij dit programma betrokken zijn en op welkewijze het kabinet deze partijen concreet ondersteunt omdaadwerkelijk deel te nemen aan IRIS_. Kan de Minister aangevenof er specifieke maatregelen zijn om Nederlandse belangen in hetaanbestedingsproces te borgen?AntwoordZie antwoord op eerste vraag van de PVV-fractie.Het gepresenteerde AI Continent Action Plan heeft als ambitieom van Europa een koploper in AI te maken. Hoewel het kabinetpositief is over de richting van het plan, is de uitwerking volgenshen op dit moment nog onvoldoende concreet. De leden van deNSC-fractie willen de Minister vragen welke onderdelen volgenshem nog nader ingevuld moeten worden om het plan effectief enuitvoerbaar te maken en waar verdere concretisering volgenshem noodzakelijk is. Daarnaast vragen deze leden welke stappenhet kabinet zet om de beschikbaarheid van rekenkracht tevergroten, de toegang tot hoogwaardige data te verbeteren enhet aantrekken en opleiden van AI-talent in Nederland te bevor-deren.AntwoordEen beoordeling van het AI Continent Actieplan is via het BNC-proces op16 mei jl. naar de Tweede Kamergerstuurd. Zoals in het BNC-fiche wordtbenadrukt, is dit actieplan een overkoepelend kader voor verschillendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 113513 initiatieven. De Europese Commissie zal veel van deze aangekondigdeinitiatieven later dit jaar of volgend jaar publiceren, bijvoorbeeld de ApplyAI strategie, de Cloud and AI Development Act en de AI-Gigafabrieken.Daarom volgt het kabinet met interesse de nadere uitwerking van dezeinitiatieven om ze nader te kunnen beoordelen.Het kabinet onderschrijft dat de AI-infrastructuur in de EU opgeschaalddient te worden om de beschikbaarheid van rekenkracht, data en talent tevergroten. Om de beschikbaarheid van rekenkracht te vergroten, zet hetkabinet momenteel in op de realisatie van een AI-fabriek in Nederlandbinnen EuroHPC. Het demissionair kabinet volgt daarnaast met interessehet initiatief voor AI-Gigafabrieken. Om de Nederlandse interesse in kaartte brengen is een interessepeiling uitgezet door Rijksdienst Voor Onder-nemend Nederland (RVO), en worden gesprekken gevoerd met marktpar-tijen.De beschikbaarheid van kwalitatief hoogwaardige data is cruciaal voor deNederlandse en Europese AI-ambities. Data en AI is daarom een prioriteitin de Nationale Technologie Strategie. Om de toegang tot hoogwaardigedata te verbeteren, heeft het kabinet al verschillende stappen gezet. Zo isin 2023 bij TNO het Centre of Excellence for Data Sharing and Cloudopgericht om vrijwillige datadeling binnen en tussen sectoren tebevorderen. Het Ministerie van Economische Zaken stelt ook jaarlijkscofinanciering beschikbaar voor Nederlandse deelnemers aan CommonEuropean Data Spaces, wat heeft geholpen in de positionering vanNederlandse initiatieven voor datadeling en gerelateerde dienstverlenersin Europa. Daarnaast treedt in september 2025 de Dataverordening inwerking, wat gebruikers van verbonden producten (IoT) het recht optoegang tot de gegenereerde data geeft.Het demissionair kabinet zet ook in op digitale vaardigheden en talent(waaronder AI-vaardigheden en AI-talent), zoals uitgewerkt in decurriculumherziening in het funderend onderwijs, de Human CapitalAgenda ICT, het Actieplan Groene en Digitale Banen en de activiteitenbinnen de AI Coalitie voor Nederland. Verder worden onder meermiddelen van het Nationaal Groeifonds beschikbaar gesteld voorTechkwadraat om kinderen en jongeren op elke leeftijd kennis te latenmaken met de mogelijkheden van wetenschap, technologie en ICT. Goededigitale vaardigheden zijn tenslotte ook ondenkbaar zonder adequaatgeschoolde leerkrachten. Onder meer het Npuls programma gericht opmbo en hbo draagt hieraan bij.Deze leden willen ook graag weten hoe het kabinet maatschappe-lijke en ethische vragen rondom AI meeneemt in het actieplan enin de Europese discussies tijdens de Telecomraad. Kan deMinister aangeven hoe deze thema’s in samenhang met het AIAct-traject worden behandeld?AntwoordHet AI Continent Action Plan is erop gericht om de EU een voorloper temaken in AI, en tegelijkertijd een eigen koers te blijven varen op AI-beleid.In dit Europese beleid is de AI-verordening de basis om mensgerichte enbetrouwbare AI te garanderen. In dit regelgevende kader is vastgelegdhoe er vanuit maatschappelijk en ethisch perspectief naar AI in Europagekeken wordt.De AI-verordening kent een risico gebaseerde aanpak: sommigeAI-praktijken, zoals schadelijke manipulatie, worden als maatschappelijkzeer onwenselijk gezien en zijn daarom verboden. AI-systemen met eengroter risico op schending van grondrechten, veiligheid of gezondheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 113514 krijgen meer vereisten opgelegd. Denk bijvoorbeeld aan AI-systemen diebesluiten of iemand recht heeft op een toeslag vanuit de overheid. Voordeze hoog-risico AI-systemen geldt bijvoorbeeld dat ze moeten voldoenaan eisen zoals menselijk toezicht en risicobeheer, en dat gebruiksverant-woordelijken moeten zorgen voor relevante en voldoende representatieveinputdata. Ook moeten publieke instanties voor het gebruik van veelhoog-risico AI-systemen een beoordeling van de gevolgen voor degrondrechten uitvoeren.Om ervoor te zorgen dat het duidelijk is voor aanbieders van AI hoe zijhun systemen mensgericht en betrouwbaar kunnen ontwikkelen, is hetbelangrijk dat organisaties ondersteuning en begeleiding voor deAI-verordening kunnen krijgen. Dit sluit aan bij plannen uit hetAI Continent Action Plan, waarin de lancering van een AI-verordeningService Desk is aangekondigd, die een centraal informatiepunt zal zijnover de AI-verordening, waar belanghebbenden om hulp kunnen vragenen op maat gemaakte antwoorden kunnen ontvangen. Het kabinet zet ookactief in op nationale initiatieven die aandacht schenken aan maatschap-pelijke en ethische vragen rond AI, zoals het Impact Assessment Mensen-rechten en Algoritmes (IAMA), het AI- en algoritmekader voor overhedenen de overheid brede handreiking generatieve AI.Het kabinet onderschrijft de Europese inzet op het versterken vanveilige en weerbare digitale infrastructuur. Terecht is er in deRaadsconclusies bijzondere aandacht voor het terugdringen vanafhankelijkheden van niet-Europese technologieaanbieders, ondermeer op het gebied van 5G, 6G, satellietsystemen en onderzeesekabels. Nederland speelt hierbij als maritiem knooppunt eensleutelrol vanwege de grote hoeveelheid datakabels die via onzeNoordzeekust Europa binnenkomen. De leden van de NSC-fractiewillen de Minister vragen hoe hij de strategische rol vanNederland bij het monitoren en beveiligen van deze onderzeesekabels ziet en op welke manier hij dit belang wil agenderentijdens de Telecomraad.AntwoordNederland draagt actief bij aan internationale discussies over omtrent hetbeveiligen van onderzeese kabels. Op Europees niveau participeertNederland in de Expert Group on Submarine Cables van de EuropeseCommissie. Deze groep ontwikkelt momenteel een geconsolideerderisicoanalyse op basis van nationale beoordelingen, met als doel hetopstellen van een EU Cable Toolbox voor het gezamenlijk mitigeren vanrisico’s op deze vitale infrastructuur.Daarnaast is Nederland vertegenwoordigd in de internationale adviesraadvan de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU), die zich richt op deweerbaarheid van onderzeese datakabels.Tijdens de aankomende Telecomraad is geen specifiek agendapuntvoorzien over onderzeese datakabels. Wel blijft het kabinet dit onderwerpactief onder de aandacht brengen in bilaterale en multilaterale contacten,en zal met de Europese Commissie en andere lidstaten blijven werken aaneen gezamenlijke Europese inzet op dit terrein met inachtneming van deexclusieve competentie voor lidstaten op het gebied van nationaleveiligheid.Tot slot vragen deze leden of Europa momenteel beschikt overvoldoende capaciteit, expertise en middelen om het toezicht opdeze kritieke infrastructuur structureel en effectief in te richten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 113515 Indien dat niet het geval is, welke stappen acht het kabinet dannoodzakelijk?AntwoordDe Europese Commissie heeft recent een EU Cable Security Action Plangepresenteerd, waarin wordt onderkend dat versterking van toezicht enbescherming van deze kritieke infrastructuur noodzakelijk is. Hoewel er oponderdelen reeds kennis en capaciteit aanwezig is binnen lidstaten enEuropese instellingen, ligt het voor de hand dat aanvullende investeringenen verdere samenwerking nodig zijn.Het kabinet volgt de verdere uitwerking van dit actieplan nauwlettend enzal, mede op basis van de rolverdeling tussen nationale en Europesebevoegdheden, bezien welke vervolgstappen nodig en passend zijn. DeKamer wordt hierover te zijner tijd per brief geïnformeerd.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van destukken op de agenda van de Telecomraad en hebben hieroverenkele vragen.Deze leden lezen dat de bescherming van jeugd online is toege-voegd aan de agenda van de Telecomraad. Zij vragen of hetkabinet voornemens is om het plan, gepresenteerd doorFrankrijk, Griekenland en Spanje, te steunen. Tevens vragen zij ofhet kabinet de aangenomen moties omtrent leeftijdsgrenzen bijsociale media in acht zal nemen bij de standpuntbepaling.AntwoordHet is belangrijk dat het gebruik van sociale media veiliger wordt en datdit onderwerp hoog op de Europese agenda blijft staan. Frankrijk,Griekenland en Spanje hebben een non-paper opgesteld om binnen de EUaandacht te vragen voor dit thema. In dit paper stellen de lidstaten voorom ingebouwde oplossingen voor leeftijdsverificatie en software voorouderlijk toezicht voor alle Europese apparaten met internettoegang teverplichten, de invoering van een Europese «digitale meerderjarigheids-leeftijd» voor toegang tot online sociale netwerken en het instellen vanEuropese normen die leeftijdsgeschikte ontwerpen verplicht stellen,waardoor verslavende en overtuigende architecturen (bijv. pop-ups,profielpersonalisatie, automatisch afspelen van video’s) tot een minimumworden beperkt. De bespreking van dit non-paper tijdens de Telecomraadzal niet besluitvormend zijn. Het zal slechts gepresenteerd worden door deondertekenende lidstaten.We zijn het eens met Frankrijk, Griekenland en Spanje dat de risico’s vansociale media voor kinderen moeten worden aangepakt en dat dit eencombinatie van maatregelen vereist, zoals heldere handhaafbareEuropese regelgeving voor de tech-industrie, eenduidige en onderbouwdeleeftijdsadviezen en adequate leeftijdsverificatie.Het kabinet deelt de zorgen van Frankrijk, Griekenland en Spanje, maarkan het gehele non-paper op dit moment nog niet steunen. Het voorstelvraagt nog verdere bestudering en standpuntbepaling voor het eerste entweede punt. Uw Kamer wordt geïnformeerd zodra het kabinet eenstandpunt bepaald heeft. Wel zullen we alvast steun uitspreken voor hetderde punt, omdat we er belang aan hechten dat online diensten veiligerworden en dat het gebruik van verslavend ontwerp wordt tegengegaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 113516 De leden van de SGP-fractie merken op dat indien overgegaanwordt tot een nationale of Europese leeftijdsgrens voor socialemedia, het niet uitgekristalliseerd is op welk niveau leeftijdsveri-ficatie wordt geregeld. Deze leden merken op dat het meest voorde hand liggend is om dit op operating system/app store-niveaute beleggen omdat dit een universeel en gelijk speelveld creëert.Zij vragen het kabinet of dit standpunt wordt gedeeld. Tevensvragen zij of het kabinet voornemens is hierop het voortouw tenemen.De leden van de SGP-fractie benadrukken het grote belang vangoed geregelde leeftijdsverificatie. Uiteenlopende wetgeving enleeftijdsverificatiesystemen op verschillende platformen zalleiden tot zeer uiteenlopende ervaringen voor jongeren, afhan-kelijk van de gebruikte apps en hun locatie hetgeen zal leiden totonmogelijkheden in de handhaving. Deze leden vragen hetkabinet of zij voornemens is in Europa in te zetten op centraalgeorganiseerde leeftijdsverificatie op operating system- ofappstoreniveau waarbij het cruciaal is om kennis aan applicatie-ontwikkelaars (via een API (Application Programming Interface)beschikbaar te stellen. Is het kabinet voornemens in te zetten opeen verplichting voor alle applicatieontwikkelaars om degewenste leeftijdsverificatie te bieden welke geldt voorbestaande en toekomstige apps? Zij vragen hierbij tevens oog tehebben voor gebruiksgemak van de (jonge) gebruiker en dewaterdichtheid van het systeem.AntwoordOp dit moment zijn er verschillende ontwikkelingen op het gebied vanonline leeftijdsverificatie. Om onlineplatforms te ondersteunen bij hetvoldoen aan de wettelijke verplichtingen ter bescherming van minderja-rigen, zoals onder meer uit de Digitaledienstenverordening (DSA), laat deEuropese Commissie op dit moment een leeftijdsverificatie-app ontwik-kelen waarmee mensen kunnen aantonen dat zij 18 jaar of ouder zijn.Deze zogenaamde «whitelabel-app» kan dan door de lidstaten wordenomgezet naar de nationale markt. Het idee is dat deze verschillendenationale apps onderdeel gaan uitmaken van een Europees raamwerkvoor geharmoniseerde implementatie van oplossingen voor leeftijdsverifi-catie, om zo bedrijven te ondersteunen om veilige en privacy vriendelijkeleeftijdsverificatie toe te passen op hun diensten.Op dit moment wordt in opdracht van BZK onderzocht of en hoe eendergelijke leeftijdsverificatie-app in Nederland geïmplementeerd zoukunnen worden. Onderzocht wordt wat er nodig is op financieel, organisa-torisch en juridisch vlak om een dergelijke leeftijdsverificatie-app inNederland door te ontwikkelen en of dit haalbaar is. Hierbij wordt ookgekeken naar de impact op belangrijke waarden, zoals privacy, veiligheiden toegankelijkheid. De betrouwbaarheid en effectiviteit is daarbij ook vanbelang. Daarnaast speelt het gebruiksgemak voor de gebruikers ook eenbelangrijke rol.De ontwikkelingen op het gebied van online leeftijdsverificatie gaan snel.Dit houden we nauwlettend in de gaten.Het kabinet vindt het tot slot belangrijk dat mensen niet verplicht wordentot het gebruik van één specifiek leeftijdsverificatie-instrument endaarmee afhankelijk worden van een klein aantal bedrijven. Zoals hetgeval zou zijn indien leeftijdsverificatie via een besturingssysteem of appstore zou moeten plaatsvinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 113517

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e6e1211081509e96

14 okt 2026 · 9283136528a47004

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.