Ontwikkelingen Verklaring Omtrent het Gedrag
Brontekst
Versie 8e84bcb0edf8fd06 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (VI) voor hetjaar 2025Nr. 160 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 juni 2025De Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) draagt bij aan de beschermingvan de samenleving tegen strafbaar handelen. De VOG is een verklaring,met oog voor de belangen van de samenleving en de individueleaanvrager, dat uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van debetrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, gelet op het doelwaarvoor deze is aangevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen dienatuurlijk persoon of een rechtspersoon.1 Het VOG-onderzoek wordtuitgevoerd door screeningsautoriteit Justis.Graag breng ik uw Kamer op de hoogte van een aantal ontwikkelingen tenaanzien van de VOG. Achtereenvolgens komen de volgende onderwerpenaan bod:1.De VOG in 2024 in cijfers2.Actualiteiten en aanscherpingen VOG-proces3.Ontwikkelingen van het VOG-beleid op langere termijn4.Overige zakenOnder actualiteiten en aanscherpingen VOG-proces (hoofdstuk 2)informeer ik uw Kamer allereerst over de stand van zaken van deonvolledige informatievoorziening van de Justitiële Informatiedienst(Justid) aan screeningsautoriteit Justis ten behoeve van de continuescreening voor de kinderopvang en de taxibranche. Verder is op16 december 2024 het onderzoeksrapport «Doorlichting VOG proces» vande Auditdienst Rijk (ADR) opgeleverd, dat ik uw Kamer met deze brief1Artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Uit de artikelen 35 en 35avan de Wjsg blijkt dat afgifte van een VOG voor natuurlijke personen en een VOG voorrechtspersonen alleen kan worden geweigerd op grond van justitiële gegevens en dat afgiftevan de VOG politiegegevens ook kan worden geweigerd op grond van politiegegevens. kst-36600-VI-160ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1601 toezend.2 Daarnaast heeft de Adviescommissie VOG Politiegegevens(Adviescommissie) haar jaarverslag over 2024 vastgesteld. In dithoofdstuk geef ik op deze twee rapporten mijn beleidsreactie. Ook ga ik inhet tweede hoofdstuk in op de motie van het lid Van Vroonhoven c.s. overhet aanscherpen van het beoordelingskader voor VOG’s van taxichauf-feurs die zich schuldig maken aan antisemitisme.3In hoofdstuk 3 ga ik in op de ontwikkelingen van het VOG-beleid oplangere termijn. Eerder berichtte mijn ambtsvoorganger uw Kamer overhet streven naar een uniforme en op risiconiveau toegespitsteVOG-screening.4 In deze brief informeer ik uw Kamer over de vorderingenin dit traject.In hoofdstuk 4 ga ik in op enkele ontwikkelingen ten aanzien van debeleidsregels VOG, onderzoek naar bronnen bij bepaaldeVOG-onderzoeken, screening in het funderend onderwijs en de pleegzorgen gerichte screening voor het werken in havengebieden.1. De VOG in 2024 in cijfers In 2024 zijn in totaal ruim 1,6 miljoen VOG’s aangevraagd. Dat is meer danin het jaar ervoor, want in 2023 werden ruim 1,5 miljoen VOG’s aange-vraagd. Ik zie een toenemende vraag in de samenleving naar screening.Binnen het toegenomen totaal aantal aanvragen is ook het aantalaangevraagde VOG’s politiegegevens (de zogenaamde VOG P) toege-nomen.5Er wordt onderzoek gedaan wanneer er justitiële gegevens over deaanvrager in het Justitieel Documentatie Systeem bestaan. Wanneer eenjustitieel gegeven daar aanleiding voor geeft, kan Justis ook politiege-gevens opvragen. Bij de VOG politiegegevens gebeurt dat standaard. Tenbehoeve van een goede oordeelsvorming is Justis tevens bevoegdinlichtingen in te winnen bij het Openbaar Ministerie en de reclassering.De aantallen aangevraagde, geweigerde en na onderzoek afgegevenVOG’s zijn in de tabel hieronder weergegeven.6 Ter vergelijking zijn ook decijfers van 2023 opgenomen.2024VOG NP1VOG RP2VOG P3Aangevraagd1.610.2838.04122.495Geweigerd3.006 (0,2%)7 (0,1%)129 (0,6%)Afgegeven na onderzoek251.020 (15,6%)4.175 (51,9%)5.165 (23%)1 Verklaring Omtrent het Gedrag voor natuurlijke personen.2 Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen.3 Verklaring Omtrent het Gedrag politiegegevens. 2Onderzoeksrapport Doorlichting VOG proces (ADR-rapport van 16 december 2024 aan DGStraffen en Beschermen), www.rijksoverheid.nl.3Kamerstukken II 2024/25, 36 651, nr. 31.4Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VI, nr. 128.5Zie over de VOG P ook het laatste deel van hoofdstuk 3 van deze brief.6De percentages staan steeds achter een getal dat is afgezet tegen het totaal aantal aanvragen indie kolom. Daarbij wordt opgemerkt dat zowel het aantal aanvragen als het aantal weigeringenen afgiftes na onderzoek worden berekend over de periode tussen 1 januari en 31 december.Dit betekent dat niet iedere aanvraag ook nog in hetzelfde jaar is afgerond, als gevolg van dedoorlooptijd van de screening. In deze periode kunnen dus ook afgeronde aanvragen uit hetjaar daarvoor zitten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1602 2023VOG NPVOG RPVOG PAangevraagd1.552.2526.58911.831Geweigerd2.082 (0,1%)4 (0,1%)57 (0,5%)Afgegeven na onderzoek233.991 (15,1%)3.414 (51,8%)2.857 (24,1%) In 2024 werden er 25 aanvragen voor een VOG politiegegevens (0,1%)geweigerd op basis van enkel politiegegevens en was er dus geen sprakevan (relevante) justitiële gegevens. Dit is circa een vijfde van alleweigeringen.In 2024 vroegen in totaal 326.004 jongeren tot 23 jaar een VOG aan.Hiervan ontving 99,8% de VOG. 30.507 jongeren ontvingen de VOGondanks de aanwezigheid van justitiële gegevens.7 Dat kan bijvoorbeeldomdat het gaat om een antecedent buiten de terugkijktermijn, omdat hetfeit niet relevant is voor het doel waarvoor de VOG wordt aangevraagd ofomdat bij de beoordeling de overweging is gemaakt dat het individuelebelang dat de aanvrager heeft bij de VOG zwaarder weegt dan hetalgemeen belang dat gediend is bij een weigering van afgifte.In 2024 heeft Justis 39 VOG-aanvragen in behandeling genomen dievielen onder het verscherpt toetsingskader voor VOG-beoordelingen bijterrorisme, dat per 30 januari 2024 is werking getreden. Hiervan zijn drieVOG-afgiftes toegekend en 36 geweigerd. Ik ben voornemens de werkingvan het verscherpte toetsingskader dit jaar te evalueren. Daarbij heb ik inhet bijzonder aandacht voor de gevolgen van dit verscherpt toetsings-kader voor de uitvoering, om te bezien of nadere aanpassing nodig is.2. Actualiteiten en aanscherpingen VOG-proces 2.1 Stand van zaken onvolledige informatievoorziening continuescreening Op 6 juni jl. informeerde ik uw Kamer over de onvolledige informatievoor-ziening van Justid aan Justis in de periode tussen 2013 en 28 mei 2025 inhet kader van de zogenaamde continue screening8 voor medewerkers inde kinderopvang en personen werkzaam als taxichauffeur.9 Hierdoor konhet gebeuren dat Justis vanaf 2013 tot 28 mei 2025 niet in alle gevallengeïnformeerd is met betrekking tot wijzigingen in de justitiële documen-tatie van personen in de continue screening. Vanaf 2016 is voor 796personen abusievelijk geen informatie aan Justis doorgegeven. Dit is zeerernstig, omdat mensen in kwetsbare posities, namelijk kinderen, maar ookpassagiers in de taxi, hierdoor mogelijk risico’s hebben gelopen.Cijfers onvolledige informatievoorziening door JustidIn genoemde brief heb ik uw Kamer geïnformeerd over de niet verzondensignalen van Justid aan Justis in de periode tussen 2018 en 28 mei 2025.Mij was toen bekend dat over 479 personen in die periode geen gegevensdoor Justid waren gedeeld met Justis.10 Op dat moment waren geengegevens beschikbaar over de afgifte van signalen in de periode tussen2013 en 2018. Het onderzoek naar signalen in de periode tussen 2018 en7In 2023 vroegen in totaal 318.018 jongeren tot 23 jaar een VOG aan. Hiervan ontving 99,9% deVOG. 28.206 jongeren ontvingen de VOG ondanks de aanwezigheid van justitiële gegevens.8Zie over continue screening ook par. 2.4 hieronder in deze brief.9Kamerstukken II 2024/25, 31 322, nr. 557.10In de brief van 6 juni jl. is het aantal 477 vermeld, maar dit had 479 moeten zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1603 28 mei 2025 heeft geleid tot vijf kennisgevingen in de kinderopvang ennegen kennisgevingen in de taxibranche.Justid heeft sindsdien de gegevens vanaf 2016 tot 2018 kunnen achter-halen. Uit de verdiepende zoekslag naar deze gegevens zijn aanvullend 13personen naar voren gekomen die mogelijk nog werkzaam zijn in een vanbeide branches. Justis heeft deze beoordeeld. Dit heeft niet geleid totaanvullende kennisgevingen. Justid heeft over de daaraan voorafgaandeperiode van 2013 tot en met 2015 niet kunnen achterhalen of allerelevante signalen zijn doorgegeven aan Justis. De hiervoor benodigdeloggingsgegevens zijn geschoond vanwege de destijds geldendebewaartermijnen van loggingsgegevens van vier jaar.Tijdens de nadere analyse sinds mijn brief van 6 juni, van de gegevensvanaf 2016 tot 2018, heeft Justid gesignaleerd dat bij de continuescreening in de taxibranche, Kiwa Register de continue screening tijdelijkstop kan zetten en later weer kan opstarten. Het is daardoor mogelijkgebleken dat er in de periode tussen het stopzetten en het herstarten vande continue screening registraties in het Justitieel Documentatie Systeemkunnen zijn ingevoerd, waarover dan geen automatisch signaal wordtafgegeven aan Justis. Justid heeft hierop nogmaals naar de periodetussen 2018 en 28 mei 2025 gekeken en heeft geconcludeerd dat alsgevolg van het tijdelijk stopzetten van de continue screening door KiwaRegister er ook signalen over deze periode gemist zijn. Het gaat om 78zaken in de taxibranche. Justid monitort de taxibranche nu handmatig opdit punt en kijkt samen met Kiwa Register hoe dit structureel kan wordenopgelost. In de kinderopvang zijn dergelijke signalen niet gemistaangezien het tijdelijk stopzetten van continue screening daar nietplaatsvond.Cijfers beoordeling door JustisJustid heeft mij, zoals hierboven reeds vermeld, geïnformeerd dat tussen2016 en 28 mei 2025 voor 796 personen abusievelijk geen informatie aanJustis is doorgegeven met betrekking tot wijzigingen in de justitiëledocumentatie van personen in de continue screening. Het betreft in totaal570 personen die op dit moment mogelijk nog werkzaam zijn in dekinderopvang of taxibranche.11, 12 Justis heeft inmiddels alle alsnog vanJustid ontvangen signalen beoordeeld, aan de hand van een prioriteringop basis van de aard en ernst van de strafbare feiten. Justis heeft bij dezebeoordeling ook informatie vanuit de nationale politie en het OpenbaarMinisterie betrokken.Uit deze (her)beoordeling is het volgende gebleken:a)Van de 312 signalen over personen die mogelijk nog werkzaam zijn inde kinderopvang gaat het om 3 signalen met betrekking tot zeden, 18andere zware misdrijven, 84 lichte misdrijven en 207 overtredingen.Dit heeft geleid tot vijf kennisgevingen van Justis aan DUO. In dezevijf gevallen ging het niet om zedenzaken. DUO heeft de betreffendeGemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) geïnformeerd en deze heeftvervolgens contact met de betrokken houders opgenomen. Voorzover het gaat om werkzame personen, worden zij door de houder op11Dit omvat tevens personen die wonen op een plek waar kinderen worden opgevangen, of dieregelmatig aanwezig zijn op de opvanglocatie. Ook zij moeten zich inschrijven in het Perso-nenregister Kinderopvang (PRK).12Dit aantal omvat alle personen die mogelijk nog werkzaam zijn in een van beide branches,waarbij de betreffende justitiële gegevens nog steeds in het Justitieel Documentatie Systeemstaan. Van aanvullend 43 mogelijk nog werkzame personen was de registratie inmiddels uithet Justitieel Documentatie Systeem geschrapt, doordat de persoon niet langer als verdachtewerd aangemerkt. Voor deze groep is er daarom geen aanleiding voor nadere beoordeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1604 non-actief gesteld en moeten zij opnieuw een VOG aanvragen. Als deVOG niet (opnieuw) verleend wordt, volgt ontslag. Structureelaanwezige personen worden geweerd van de opvang totdat eennieuwe VOG kan worden overlegd. In geval van gastouderopvangwordt of de bemiddelingsrelatie met het gastouderbureau beëindigdwaardoor er geen opvang meer kan plaatsvinden, of wordt deopvang tijdelijk, in afwachting van een nieuwe VOG, gestaakt.b)Van de 258 signalen over personen die mogelijk nog werkzaam zijn inde taxibranche gaat het om 3 signalen met betrekking tot zeden, 7andere zware misdrijven, 46 lichte misdrijven en 202 overtredingen.Dit heeft geleid tot negen kennisgevingen van Justis aan de InspectieLeefomgeving en Transport (ILT). Daarbij ging het in één geval omeen veroordeling voor een zedenmisdrijf. De ILT heeft deze kennisge-vingen doorgezet aan Kiwa Register, waarop Kiwa Register dezechauffeurs heeft verzocht om een nieuwe VOG aan te vragen. Als deVOG niet verleend wordt, wordt de chauffeurskaart van deze persooningetrokken en mag de betreffende chauffeur niet meer werken in detaxibranche.c)183 personen staan niet meer opgenomen in de registers van DUO enKiwa Register, doordat zij niet meer werkzaam zijn in de kinderop-vang of de taxibranche. De justitiële gegevens met betrekking totdeze personen worden niet opnieuw onderzocht. De reden daarvooris drieledig. Ten eerste ontbreekt zowel de rechtsgrond voor Justidom deze gegevens te delen met Justis als de rechtsgrond voor Justisom deze gegevens te onderzoeken, doordat deze personen niet meerwerkzaam zijn in de kinderopvang of taxibranche en daardoor nietmeer in de continue screening vallen. Ten tweede kunnen dezepersonen geen risico meer vormen vanuit hun functie. Ten derdeontbreekt een handelingsperspectief wanneer deze gevallen welgescreend zouden worden. De toezichthouders (GGD en ILT) kunnenimmers niet meer optreden met betrekking tot deze personen.Wanneer deze personen in de toekomst opnieuw zouden willenwerken in de kinderopvang of taxibranche, zullen zij opnieuw eenVOG moeten aanvragen en dan worden de justitiële gegevensuiteraard integraal opnieuw betrokken.VervolgstappenIk heb opdracht gegeven aan Justid om de onvolledige informatievoor-ziening ten behoeve van de continue screening nader te onderzoeken. Eenonafhankelijke partij gaat de werking van de interne processen bij Justidonderzoeken. Hierbij worden naast het interne proces ook de aanleveringen de verstrekking van justitiële gegevens onderzocht. Het doel van ditonderzoek is de continuïteit en de betrouwbaarheid van de kritischeprocessen te waarborgen.2.2 ADR-rapport Doorlichting VOG proces Naar aanleiding van een VOG die was afgegeven aan iemand dievrijwilligerswerk verrichtte bij Stichting VluchtelingenWerk Nederland endie eerder was veroordeeld voor een terroristisch misdrijf, verzocht mijnambtsvoorganger de Auditdienst Rijk (ADR) te onderzoeken hoemedewerkers van Justis de weging uitvoeren bij de beoordeling van eenVOG voor natuurlijke personen (VOG NP). Daarbij is gevraagd om teonderzoeken welke mogelijke kwetsbaarheden in het proces aanwezig zijnen om een handelingsperspectief te geven in verband met deze kwets-baarheden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1605 Samenvatting onderzoekIn bijgevoegd rapport zijn de resultaten van het ADR-onderzoekopgenomen. De ADR heeft onderzocht hoe het proces van weging vaneen VOG NP-aanvraag in opzet is georganiseerd en geborgd, en hoe ditproces in de praktijk verloopt. Daarbij kwam steeds de vraag terug watmogelijke kwetsbaarheden in het proces zijn en welk handelingsper-spectief daarbij past. De ADR heeft een documentstudie gedaan,interviews gehouden, zes praktijkcasussen bestudeerd en een wegings-overleg bijgewoond. Het onderzoek richtte zich op de kwaliteit van hetproces. De ADR heeft een aantal kwetsbaarheden in het proces gevonden.Daarbij hanteert de ADR als definitie voor kwetsbaarheid in dit onderzoek«een risico waar geen of onvoldoende maatregelen tegenover staan».13De gevonden kwetsbaarheden gaan over de inrichting en de beheersingvan het proces en niet over het toekennen of het weigeren van eenVOG-aanvraag.Bij de geconstateerde kwetsbaarheden heeft de ADR aanbevelingengedaan om deze kwetsbaarheden weg te nemen of te verminderen.Hieronder zijn de kwetsbaarheden en de aanbevelingen om deze temitigeren opgenomen, en erna volgt mijn beleidsreactie op elke aanbe-veling.1.Niet opvragen benodigde informatie door screener of onvolledigeinformatie ontvangen van Openbaar Ministerie (OM).Aanbeveling: Overweeg om met uniforme formats te gaan werken voorde uitvraag van informatie bij het OM.2.Voor aanvragen met terrorismeveroordeling geldt (nog) niet eenverplichte uitgebreide weging in het casusoverleg.14Aanbeveling: Overweeg om een terrorismecasus altijd in te brengen in hetcasusoverleg.3.Verplicht consult geldt voor aanvragen met verwachte media-aandacht, onduidelijk voor screener hoe deze te herkennen.15Aanbeveling: Overweeg om maatregelen te ontwikkelen voor onver-wachte media-aandacht. Bepaal welk risico de maatregelen moetenbeheersen en wat daarvoor juiste maatregelen zijn.4.De steekproef kwaliteit 1e beoordeling signaleert een fors aantalafwijkingen.16Aanbeveling: Overweeg om gestructureerd alle in de steekproef gevondenafwijkingen grondig te analyseren om onderliggende oorzaken weg tenemen.13Onderzoeksrapport Doorlichting VOG proces (ADR-rapport van 16 december 2024 aan DGStraffen en Beschermen), p. 5, www.rijksoverheid.nl.14Het casusoverleg is een breed overleg met meerdere disciplines. In het casusoverleg wordteen zaak besproken en in brede samenstelling gewogen. Het casusoverleg is mede bedoeldom interne jurisprudentie c.q. een uniforme handelingslijn te ontwikkelen.15Een verplicht consult betekent dat een screener een aanvraag afhankelijk van het onderwerpaltijd afstemt met een senior screener of een adviseur.16Om de kwaliteit te controleren en te borgen worden steekproeven genomen. Het risico vanafwijkingen in de weging wordt bewaakt door een steekproef van 1 op de 100 aanvragen. Over12 maanden signaleert deze automatische steekproef 31 zaken met een afwijking van de normbij de 1e beoordeling op een totaal van 144.000 aanvragen. Geëxtrapoleerd waren ditongeveer 3100 afwijkingen in 12 maanden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1606 5.Doorlooptijd voornemen tot afwijzing (VTA) wordt in 45% van degevallen gehaald.17 Heldere instructies voor het informeren over devertraging ontbreken.Aanbeveling: Maak een richtlijn voor het tijdig informeren van deaanvrager over vertragingen.6.Niet helder bij welke complexiteit een aanvraag wel/niet in casusover-leg besproken dient te worden. Ontbreken van een methodiek omgroupthink te voorkomen.Aanbeveling: Overweeg om een besluitvormingsmethodiek in hetcasusoverleg te gaan gebruiken om groupthink te voorkomen.7.Grote hoeveelheid instructies (minimaal 75 documenten) waarvan eendeel verouderd, onjuist en/of onduidelijk is.Aanbeveling: Overweeg een medewerker eigenaar te maken van, en regiete geven over, de documenten met regels/instructies voor het VOGNP-proces teneinde de werkzaamheden van de medewerkers in het VOGNP-proces waar mogelijk te standaardiseren.8.Medewerkers zijn niet altijd bekend met het bestaan, het gebruik en deinhoud van werkinstructies.Aanbeveling: Zorg dat documenten met regels en instructies bekend enleidend zijn voor medewerkers.9.Er is door de krappe arbeidsmarkt en toenemende aantal aanvrageneen tekort aan personeel aan het ontstaan.Aanbeveling: Overweeg om de beschikbare bezetting en het aantal VOGNP-aanvragen actief te monitoren en een objectieve ondergrens om zonodig het gesprek met de eigenaar aan te kunnen gaan.Wees voorzichtig met maatregelen die de druk opvoeren op screeners omtermijnen te halen.10.Bij steekproeven om de juistheid van VOG-beoordelingen te toetsengeldt een marge van 5%, waardoor er onbewust grote aantallenafwijkingen worden getolereerd.Aanbeveling: Overweeg om met een deskundige de steekproeven tedoordenken en te normeren.BeleidsreactieIk ben de ADR erkentelijk voor het gedane onderzoek, waarmee eenstevige doorlichting van het VOG-proces heeft plaatsgevonden. Twintigjaar geleden zijn de beoordeling en de verstrekking van de VOG gecentra-liseerd. De rol die daarvoor door burgemeesters werd vervuld, is vanafdat moment toegekend aan de screeningsautoriteit Justis. Het instrumentVOG, het beoordelingsproces en Justis zijn sindsdien steeds in ontwik-keling. Het rapport biedt handvatten om kwetsbaarheden in het VOGNP-proces te mitigeren en zo de kwaliteit van het beoordelingsprocesvoor de VOG NP beter te borgen. Hiermee biedt het rapport belangrijkeaanbevelingen voor een volgende stap in de continue professionalisering.Zoals blijkt uit de managementreactie, die als bijlage 2 aan het rapport istoegevoegd, ziet Justis dit belang ook. Justis heeft de aanbevelingenovergenomen en een plan van aanpak opgesteld voor de uitvoeringhiervan. Alleen de aanbeveling om een vier-ogenprincipe te hanteren bijalle beoordelingen, wordt niet overgenomen. Justis stelt zich op het17Wanneer een screener van oordeel is dat een aanvraag moet worden afgewezen wordt eersteen voornemen tot afwijzing (VTA) gestuurd. De doorlooptijd van een VTA voor VOG NP wordtin 2023 in 45% van de gevallen gehaald bij een norm van 85%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1607 standpunt dat medewerkers die opgeleid zijn voor hun rol als screener instaat moeten worden geacht om zelf klip-en-klare zaken af te handelen,namelijk zaken waarin de vermelding van het strafblad niet relevant isvoor de functie waarvoor de VOG wordt aangevraagd. De kwaliteit van ditproces wordt bewaakt met een steekproef. Justis heeft aangegeven er in2025 naar toe te werken om de steekproeven op een statistisch verant-woorde wijze te laten uitvoeren en zo de controle op de kwaliteit teverbeteren. Ik steun Justis in dit besluit, nu de steekproef waarmee ditproces wordt beheerst wordt verbeterd. Tevens moet rekening wordengehouden met de efficiënte inzet van schaarse middelen, mede gezien dehuidige krapte op de arbeidsmarkt. Voor de wijze waarop alle overigeaanbevelingen worden overgenomen, verwijs ik uw Kamer naar demanagementreactie bij het rapport. Hieronder geef ik een weergave vande stand van zaken van de opvolging van de aanbevelingen.Justis heeft voor de implementatie van de aanbevelingen van de ADR eenprojectteam samengesteld met verschillende medewerkers waaronderadviseurs, operationeel managers en een procesanalist. De implementatievan de aanbevelingen is inmiddels gestart. VOG-aanvragen waarbij eenterroristisch delict wordt aangetroffen, worden inmiddels standaardbesproken in het casusoverleg. De overige aanbevelingen wordenuitgewerkt. Het overgrote deel van de aanbevelingen is in het eerstehalfjaar van 2025 geïmplementeerd. Uitzonderingen hierop zijn acties opdocumentbeheer (8) en bezetting (9), die meer en continu aandachtvragen.2.3 Jaarverslag 2024 Adviescommissie VOG Politiegegevens De Adviescommissie VOG Politiegegevens heeft op 1 april 2025 haarjaarverslag over 2024 aangeboden. De Adviescommissie heeft tot taak ombesluiten over aanvragen voor de VOG politiegevens van Justis tebeoordelen op transparantie, kwaliteit en zorgvuldigheid. De Adviescom-missie heeft in het bijzonder aandacht voor aanwijzingen van (bedoeld ofonbedoeld) etnisch profileren in de beoordeling van aanvragen voor eenVOG politiegegeven. In bijgevoegd jaarverslag vat de AdviescommissieVOG P haar werkzaamheden en bevindingen over 2024 samen.Samenvatting jaarverslagIn 2024 heeft de Adviescommissie dertien aanvragen voor een VOGpolitiegegevens beoordeeld, waarvan acht aanvragen resulteerden inweigeringen en vijf in afgiftes. De Adviescommissie geeft aan geenaanwijzingen te hebben gevonden voor discriminatie. Wel vraagt deAdviescommissie aandacht voor de kwaliteit en volledigheid vanpolitiegegevens.De Adviescommissie constateert dat de politie politiegegevens filtert oprelevantie en samenvat alvorens deze te verstrekken. De Adviescommissieis bezorgd dat Justis hiermee mogelijk wordt beperkt in de beoordelingvan aanvragen voor een VOG politiegegevens. Ook is het voor deAdviescommissie zelf lastiger om aanwijzingen van discriminatie teherkennen zonder een compleet beeld van politieregistraties.Op basis hiervan beveelt de Adviescommissie Justis aan om met depolitie in gesprek te gaan over de wederzijdse verantwoordelijkhedenrondom politiegegevens, om zo transparantie en vertrouwen te bevor-deren en uitgangspunten te verhelderen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1608 BeleidsreactieIk ben de Adviescommissie erkentelijk voor het werk dat zij verricht. Vooreen goede beoordeling van een aanvraag van de VOG politiegegevens isvoor Justis en de Adviescommissie een volledige informatiepositiecruciaal. De aanbeveling om in gesprek te gaan met de politie over dewederzijdse verantwoordelijkheden rondom politiegegevens wordtovergenomen door Justis. Naar aanleiding van het jaarverslag zijn Justisen de politie in gesprek gegaan over de onderlinge samenwerking. Hierbijis specifieke aandacht uitgegaan naar de wijze van informatiedeling enwederzijdse behoeftes. Op basis van deze gesprekken hebben Justis en depolitie hun werkafspraken aangepast en de kwaliteitsnormen ten aanzienvan politiegegevens geconcretiseerd.2.4 Motie taxichauffeurs en antisemitisme In het debat van 13 november 2024 over de geweldsincidenten inAmsterdam is de motie van de leden Van Vroonhoven c.s. voorgesteldover het aanscherpen van het beoordelingskader voor VOG’s vantaxichauffeurs die zijn veroordeeld wegens antisemitisme of anderevormen van discriminatie.18 Deze motie is aangenomen.Taxichauffeurs dienen over een verplichte chauffeurskaart van KiwaRegister te beschikken. Hieraan is in opdracht van het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat continue screening verbonden. Continuescreening houdt in dat Justis de justitiële documentatie van eentaxichauffeur opnieuw bekijkt wanneer er nieuwe gegevens aan toege-voegd worden. Wanneer die nieuwe gegevens naar het voorlopigeoordeel van Justis een risico vormen voor het uitoefenen van de functie,informeert Justis de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De ILTneemt dan contact op met Kiwa Register die vervolgens de taxichauffeurkan vragen een nieuwe VOG-aanvraag in te dienen. Als Justis de VOG nietafgeeft en de taxichauffeur hierdoor geen nieuwe VOG kan overhandigen,trekt Kiwa Register de chauffeurskaart in. Deze persoon mag dan nietmeer als taxichauffeur werken.19 Voor continue screening is gekozen omde veiligheid van kwetsbare personen binnen onze samenleving zo goedmogelijk te kunnen blijven beschermen. De enige andere branche waarcontinu gescreend wordt is de kinderopvang.Met de indieners van de motie ben ik van mening dat er voor antisemi-tisme en andere vormen van discriminatie geen plaats is in onzesamenleving en dus ook niet in een taxi. Discriminatoire handelingenvormen risico’s voor de uitoefening van het beroep van taxichauffeur.Deze risico’s moeten zo veel mogelijk gemitigeerd worden. Een passagierheeft een kwetsbare positie in een taxi en bevindt zich in een tijdelijkeafhankelijkheidsrelatie ten opzichte van de chauffeur. Voor het aangaanvan deze afhankelijkheidsrelatie zijn, gezien de risico’s, bepaalde delictenbijzonder relevant voor de VOG-beoordeling. Dit geldt in het geval vandiscriminatie zeker als het gaat om zogeheten commune delicten waarbijsprake is van een discriminatieaspect. Het gaat dan om delicten alsmishandeling, openlijke geweldpleging, eenvoudige belediging,bedreiging, opruiing, vernieling, brandstichting of doodslag.20 Justis letbij de beoordeling van een VOG-aanvraag voor taxichauffeurs extra op devoornoemde commune delicten en daarmee ook op een discriminatie-aspect als dat onderdeel is van de veroordeling.18Kamerstukken II 2024/25, 36 651, nr. 31.19«Continue screening», www.justis.nl.20Zie ook de Aanwijzing discriminatie (2018A009) van het Openbaar Ministerie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1609 In lijn met mijn streven naar een uniforme en op risiconiveau toegespitsteVOG-screening dat in het volgende hoofdstuk aan bod komt, acht ik hetvan belang om veroordelingen wegens discriminatie op dezelfde wijze tebeoordelen voor VOG’s van taxichauffeurs als voor andere VOG’s waarsprake is van een afhankelijkheidsrelatie. In die samenhang zal ikeventuele toekomstige aanscherpingen bezien. Tegelijkertijd benadruk ikdat de VOG-screening van taxichauffeurs al strenger is dan de regulierescreening. Niet alleen door de continue screening, maar ook doordat deterugkijktermijn in het Justitieel Documentatie Systeem vijf jaar is, waarvier jaar gebruikelijk is. Daarnaast kent Justis in de beoordeling van eenVOG-aanvraag voor taxichauffeurs extra gewicht toe aan delicten dierelevant zijn voor de functie. Naast de genoemde commune delicten meteen discriminatieaspect gaat het dan om delicten die zien op rijgedrag,diefstal en verduistering en overtredingen van de Opiumwet.213. Ontwikkelingen van het VOG-beleid op langere termijn In dit hoofdstuk besteed ik achtereenvolgens aandacht aan de herijktebeleidstheorie van de VOG, de risicomethodiek, de Ministeriële RegelingVOG en de VOG politiegegevens.BeleidstheorieMijn ambtsvoorganger schreef uw Kamer dat uit onderzoek is geblekendat de VOG in vergelijkbare sectoren niet altijd op vergelijkbare wijzewordt ingezet.22 In het streven naar een uniforme en op risiconiveautoegespitste VOG-screening heb ik recent mede op basis van wetenschap-pelijke kennis een beleidstheorie opgesteld. Deze beleidstheorie biedt debasis voor het VOG-beleid. Onderdelen hiervan waren al op verschillendeplaatsen in wet- en regelgeving en beleidsstukken opgenomen.Overheid, burgers, vrijwilligers en bedrijven werken gezamenlijk aan eenintegere en veiligere samenleving. Hiertoe biedt mijn ministeriescreeninginstrumenten aan zoals de VOG, met als doel het beschermenvan kwetsbare personen, groepen en sectoren.23In de VOG komen meerdere doelen samen:24•De samenleving wordt beschermd tegen strafbaar handelen in de rolwaarvoor de VOG wordt aangevraagd.•De veroordeelde kan na gestraft te zijn weer deelnemen aan demaatschappij – waar dit passend wordt geacht.•De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager wordtzoveel als mogelijk beperkt.Ten grondslag aan het bestaan van de VOG ligt de veronderstelling dat ereen verhoogd risico is dat een persoon die zich in het (recente) verledenschuldig heeft gemaakt aan een delict, dat delict opnieuw pleegt. Het nietafgeven van een VOG voorkomt dat een individu met een verhoogd risicoop recidive toegang krijgt tot een functie die daartoe mogelijkhedenschept, aannemende dat een werkgever iemand die afgifte van een VOGis geweigerd niet aanstelt. In de wetenschap bestaat consensus dat hetplegen van een delict zorgt voor een hogere risicofactor voor crimineel21Zie «Screeningsprofielen», www.justis.nl.22Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VI, nr. 128, p. 2 en 3.23Beleidsdoorlichting preventieve maatregelen die onder verantwoordelijkheid van hetMinisterie van JenV door TwynstraGudde is uitgevoerd, p. 44 (rapport van 17 februari 2021),bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 33 199, nr. 44.24Kamerstukken II 1995/96, 24 797, nr. 3, p. 5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 16010 gedrag dan bij iemand zonder crimineel verleden.25 Wel is sprake van eenuitdooftijd. Het verhoogde risico neemt af naarmate de tijd verstrijkt nahet eerder gepleegde delict.26 Overigens zijn ook andere zaken vaninvloed op recidive, zoals fysiologische eigenschappen, omgevingsken-merken, denkpatronen en gedragsaspecten.27Door in de af te geven VOG zelf geen justitiële gegevens of politiege-gevens op te nemen, wordt de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vande aanvrager zoveel als mogelijk beperkt en wordt beoogd omre-integratie te bevorderen. Inzage in strafrechtelijke gegevens voorwerkgevers kan stigmatisering in de hand werken en het vinden van eenbaan voor voormalig justitiabelen bemoeilijken. Daarmee zou hunre-integratie in de maatschappij onevenredig belemmerd kunnen worden.Re-integratie wordt tevens bevorderd door het inrichten van eenonpartijdige screeningsautoriteit: Justis. Hiermee is er immers minderruimte voor willekeur dan wanneer de screening zou worden overgelatenaan werkgevers, die mogelijk afwijzender zouden acteren op de aanwe-zigheid van justitiële gegevens, ook als deze niet relevant zijn voor defunctie in kwestie, of juist soepeler zouden omgaan met aanwezigejustitiële gegevens, bijvoorbeeld vanuit een economisch belang.28De doelen worden proportioneel en subsidiair bereikt als de VOG wordtingezet waar er maatschappelijke risico’s zijn. De hierboven gesteldedoelen zouden bereikt moeten worden met de VOG-beoordeling.RisicomethodiekDe volgende stap in het toewerken naar een meer coherente en risicogestuurde toepassing van de VOG, is het vaststellen van een risicome-thodiek. Deze methodiek wordt ondersteunend in het gesprek overpassende screening tussen mijn departement en organisaties die deVOG-screening overwegen verplicht te stellen voor bepaalde functies. Opbasis hiervan kunnen keuzes worden gemaakt in variabelen in deVOG-screening waarbij kan worden gedacht aan de frequentie van descreening, te hanteren terugkijktermijn in justitiële documentatie, tebetrekken bronnen en het al dan niet toepassen van een verscherpttoetsingskader. Een eerste stap daartoe is meer inzicht in recidivecijfers. Ikzal in de tweede helft van dit jaar starten met het opstellen van derisicomethodiek. Ik streef ernaar deze in 2026 gereed te hebben.Vervolgens zal ik bezien hoe de risicomethodiek waar mogelijk en passendkan worden toegepast in de praktijk.Ministeriële regelingTot nu toe vindt het VOG-onderzoek zijn grondslag in de Wet justitiële enstrafvorderlijke gegevens en de beleidsregels. Sinds de introductie van debeleidsregels VOG-NP-RP in 2004, zijn deze steeds verder verrijkt metbeleidsmatige kaders met potentieel verstrekkende gevolgen voor (deprivacy van) de aanvrager van een VOG. Zo leggen de kaders bijvoorbeeldvast hoe lang feiten uit de justitiële documentatie betrokken mogen25A.R. Piquero, D.P. Farrington & A. Blumstein, «The criminal career paradigm», in: M. Tonry(red.), Crime and justice: A review of research 2003, Vol. 30, Chicago: University of ChicagoPress, p. 359–506; Beleidsdoorlichting preventieve middelen, p. 46.26A. Blumstein & K. Nakamura, «Redemption in the presence of widespread criminalbackground checks» Criminology 2009, Vol. 47, nr. 2, p. 327–359; Beleidsdoorlichting precen-tieve middelen, p. 46.27Systeemanalyse Recidive die in opdracht van het Ministerie van JenV is uitgevoerd door TNO,p. 25 (rapport van juni 2020).28Zie ook Kamerstukken I 2001/02, 24 797, nr. 306b, p. 6.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 16011 worden bij een VOG-beoordeling. In beleidsregels worden regels gesteldmet betrekking tot de afweging van belangen, uitleg over wettelijkevoorschriften en procedurevoorschriften. Daarom is het passender omdoor de overheid toegepaste kaders in hogere regelgeving vast te leggen,zoals een ministeriële regeling. Daarom ben ik voornemens een minis-teriële regeling op te stellen en daarmee nadere regels te stellen over debeleidsmatige kaders waarbinnen de VOG-beoordeling plaatsvindt. Eendeel van de inhoud van de huidige beleidsregels zal daarin wordenopgenomen. De wettelijke grondslag voor deze ministeriële regelingneem ik op in een wetsvoorstel tot wijziging van de Wjsg en de Wetpolitiegegevens, dat waarschijnlijk in de tweede helft van 2025 inconsultatie zal worden gegeven.VOG politiegegevensIn het onderzoek voor een VOG politiegegevens (VOG P) worden altijdpolitiegegevens opgevraagd en is het mogelijk om afgifte te weigerenenkel op basis van politiegegevens. De VOG P past in de beweging naarmeer risico-gestuurde screening. Er worden immers meer gegevensbetrokken in het VOG-onderzoek voor aangewezen functies die een hogemate van integriteit vereisen. De functies waarvoor een VOG politiege-gevens dient te worden aangevraagd, zijn bij ministeriële regelingaangewezen.29 Inmiddels zijn functies betreffende buitengewoneopsporingsambtenaren, en bepaalde functies bij de Dienst JustitiëleInrichtingen, de Forensisch Psychiatrische Centra en de ForensischPsychiatrische Klinieken, particuliere justitiële jeugdinrichtingen, Douane,Regionale Informatie- en Expertisecentra, het Landelijk Informatie- enExpertisecentrum, het Openbaar Ministerie en gemeenten aangewezen.De inzet van de VOG politiegegevens maakt daarmee een geleidelijkegroei door, wat ook blijkt uit de cijfers in hoofdstuk 1 van deze brief. In2024 is DJI gestart met een periodieke screening, waarbij de VOGpolitiegegevens iedere vier jaar opnieuw aangevraagd moet worden. Dekomende tijd bekijk ik samen met sectoren of en waar de aanwijzing vanadditionele functies voor screening met de VOG politiegegevens wenselijken noodzakelijk is.4. Overige zaken Wijziging Beleidsregels VOGIn de Beleidsregels VOG-NP-RP 2024 wordt beschreven hoe de beoor-deling van aanvragen ter verkrijging van een VOG is vormgegeven.30 Debeleidsregels worden per 1 juli 2025 aangepast vanwege de eindezaakver-klaring, een nieuwe formele einduitspraak van de rechter. Per 1 oktober2022 is de Innovatiewet Strafvordering in werking getreden.31 Deze wetcreëert de mogelijkheid om mediation in te zetten na aanvang van hetonderzoek op de terechtzitting. Bij een positieve uitkomst van demediation kan de rechter een eindezaakverklaring uitspreken. Het betrefteen justitieel gegeven dat wordt geregistreerd in de justitiële documen-tatie van de verdachte. Dit gegeven kan worden betrokken bij een VOGbeoordeling. De Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering behoudt demogelijkheid van mediation na aanvang van het onderzoek op deterechtzitting. Tevens wordt toename van het gebruik van deze afdoeningverwacht doordat het landelijk wordt opengesteld voor alle delicten. Metde nieuwe beleidsregels wordt kenbaar gemaakt hoe de eindezaakver-klaring meeweegt in de VOG-beoordeling. Daarnaast wordt in de29Dit betreft de Regeling aanwijzing functies VOG P, www.wetten.overheid.nl.30Beleidsregels VOG-NP-RP 2024, www.wetten.overheid.nl.31Stb. 2022, nr. 362.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 16012 beleidsregels geregeld dat een VOG politiegegevens ook vianiet-elektronische route aangevraagd kan worden. De nieuwe beleids-regels worden gepubliceerd in de Staatscourant om per 1 juli 2025 inwerking te treden.WODC-onderzoek gebruik politiegegevens kwetsbare personenBinnen het bestaande wettelijk kader worden bij VOG-aanvragen voorfuncties waarin sprake is van een gezags- of afhankelijkheidsrelatie of opeen locatie waar zich kwetsbare personen bevinden, alleen politiege-gevens betrokken ter inkleuring van aanwezige justitiële gegevens. Ookworden politiegegevens in die gevallen niet standaard opgevraagd. Dat isanders als sprake is van een functie aangewezen voor screening met deVOG politiegegevens. Momenteel loopt een WODC-onderzoek uitgevoerddoor Dialogic naar de voor- en nadelen van het gebruik van politiege-gevens als zelfstandige weigeringsgrond voor functies waarin sprake isvan een gezags- of afhankelijkheidsrelatie of een locatie waar zichkwetsbare personen bevinden. Het doel van dit onderzoek is om inzich-telijk te maken wat de voor- en nadelen zijn voor betrokken partijen vanhet standaard betrekken van politiegegevens en het gebruik daarvan alszelfstandige weigeringsgrond. De onderzoeksresultaten worden naarverwachting in het eerste kwartaal van 2026 opgeleverd.Continue screening funderend onderwijs en pleegzorgHet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft eenverkenning naar de aanscherping van de VOG in het funderend onderwijsafgerond.32 De Staatssecretaris van OCW onderzoekt op basis van dezeverkenning op welke wijze continue screening in het funderend onderwijsmogelijk kan worden gemaakt. De risico’s in het primair onderwijs zijnvergelijkbaar met de risico’s in de kinderopvang waar de continuescreening reeds van toepassing is. In beide sectoren wordt met een (zeer)jonge doelgroep gewerkt waarbij de kwetsbaarheid groot is en daarmeede risico’s voor de veiligheid van kinderen des te groter. Continuescreening in het funderend onderwijs is in lijn met mijn streven om tekomen tot een meer risico gestuurde inzet van het VOG-instrument,waarbij vergelijkbare risico’s op een vergelijkbare manier wordengescreend.Daarnaast verken ik samen met de Staatssecretaris Jeugd, Preventie enSport de mogelijkheid en wenselijkheid van continue screening vanpleegouders. De justitiële screening van pleegouders verloopt niet via deVOG-systematiek, maar via de Raad voor de Kinderbescherming.VOG screening havengebiedenDe VOG-screening in de havengebieden is aangescherpt door met hetnieuwe functieaspect havengebied specifieker te screenen op strafbarefeiten die verband houden met werken deze gebieden. Zo wordt bijvoor-beeld gekeken naar veroordelingen voor georganiseerde criminaliteit,drugshandel en overtredingen van de douanewet. Voor VOG-aanvragenwaarbij dit functieaspect van toepassing is, wordt een terugkijktermijn vanvijf jaar gehanteerd, ongeacht de leeftijd van de aanvrager, welke termijnlanger is dan de reguliere termijn van vier jaar. Het werken op risicovolleterminals in havengebieden brengt specifieke veiligheidsrisico’s met zichmee. Door deze uitbreiding kunnen werkgevers in de havensector hunmedewerkers gerichter laten screenen op relevante strafbare feiten diespecifiek voor een havengebied relevant zijn. Dit draagt bij aan een betere32«Funderend onderwijs» is de overkoepelende term voor basis- en voortgezet onderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 16013 controle op de toegang tot kwetsbare havengebieden en helpt ondermij-nende (drugs)criminaliteit in de havens tegen te gaan.Tot slotDe VOG is een belangrijk instrument in het beschermen van kwetsbarepersonen, groepen en sectoren, ook al moet worden aanvaard dat ookscreening in verband met afgifte van een VOG geen garantie biedt datrisico’s rond personen zich niet zullen kunnen materialiseren. Debeschreven ontwikkelingen ten aanzien van de VOG politiegegevens, hetfunderend onderwijs en de havengebieden laten een beweging zienrichting uniforme en op risiconiveau toegespitste VOG-screening. Met dein voorbereiding zijnde risicomethodiek streef ik ernaar deze beweging tebestendigen. Zo wordt de VOG als aanvullend instrument ter beschermingvan de samenleving geactualiseerd en stevig ingebed in deugdelijk beleiden heldere wetgeving.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 16014
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.