Nadere duiding SodM aardbeving Zeerijp
Brontekst
Versie cd2105f000c6b63e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 529GaswinningNr. 1371 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 februari 2026Op 9 december 2025 is de Kamer geïnformeerd over de aardbeving inZeerijp die plaatsvond op 14 november met een magnitude van 3,41. Indie brief is ingegaan op de 48-uur analyse2 en de uitgebreidere, specialerapportage, die binnen twee weken moet worden opgesteld door NAM3.Ook is de reactie van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) op de 48-uuranalyse4 meegenomen. Op 16 december is de reactie van SodM op de14-dagen analyse ontvangen (bijlage 1). Via deze brief wordt de Kamerdaarover geïnformeerd. Voor de volledigheid is de 14-dagen analyse vanNAM ook nogmaals bijgevoegd (bijlage 2).SodM heeft de speciale rapportage van NAM beoordeeld. Daarbij heeftSodM ook de seismologische analyse door het KNMI5 van 1 december2025 betrokken. Op 16 december heeft SodM de nadere duiding van deZeerijp beving met het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG)gedeeld. Hieronder wordt op de belangrijkste conclusie en adviezeningegaan.De grondversnelling valt binnen de bandbreedte van het grondbewe-gingsmodelBij de aardbeving in Zeerijp werd een grondversnelling van 0,232g en eengrondsnelheid van 35,8 mm/s gemeten op één station met de kortsteafstand tot de aardbeving. Dit zijn de hoogste waardes voor grondbe-weging tot nu toe gemeten in Groningen. Uit zowel de analyse van deNAM als die van KNMI blijkt dat de grondbeweging binnen debandbreedte overeenkomt met de inschattingen van het grondbewegings-1https://open.overheid.nl/documenten/7b2a15f8-9f40-4d25-a284-d4987c4de3d8/file2https://open.overheid.nl/documenten/5c75ca67-7e09-48e7-9314-e05fa9980480/file3https://open.overheid.nl/documenten/e5600658-797b-4091-9be7-1a52b3d2ffba/file4https://open.overheid.nl/documenten/4d1e1461-2700-435f-9f55-b35bce267869/file5https://cdn.knmi.nl/system/data_center_publications/files/000/072/335/original/TR25-10.pdf?1764590248 kst-33529-1371ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13711 model. SodM stelt, net als NAM, dat de korte afstand van het station totde beving en het specifieke uitstralingspatroon van de aardbeving demeest waarschijnlijke oorzaken zijn van de hoge grondversnelling. Metuitstralingspatroon wordt gedoeld op de energie die vrijkomt bij eenbeving. Deze verplaatst zich niet altijd hetzelfde in alle richtingen. Insommige richtingen komt meer energie vrij dan in anderen. Dit hangtonder andere af van hoe tijdens een beving de aarde precies langs debreuk beweegt.De hoge grondversnelling moet voldoende afgedekt zijn in deNCG-beoordelingSodM adviseert om te laten uitzoeken of de geobserveerde grondver-snelling voldoende is meegenomen in de berekeningsmethode van dehuidige Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR 9998: 2020, hierna: NPR) en inde door TNO ontwikkelde Typologieaanpak. Dit advies is gedeeld met deStaatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). DeStaatssecretaris van BZK heeft in overleg met het Adviescollege VeiligheidGroningen (ACVG) en SodM deze onderzoeksvraag uitgezet bij dedeskundigen die in het verleden betrokken zijn geweest bij het opstellenvan de NPR en Typologie-aanpak voor de beoordeling van de veiligheidvan gebouwen in het aardbevingsgebied in Groningen. Naar verwachtingzullen deze experts op korte termijn met hun bevindingen komen en zal deStaatssecretaris van BZK deze bevindingen voorleggen aan het ACVG.Mochten hier acties uit voortvloeien, zal de Kamer daarvan op de hoogtegesteld worden.SodM adviseert om de gemeten grondbewegingen per station online tepublicerenHet KNMI publiceert de gemiddelde grondbeweging aan het oppervlak inzogenaamde shakemaps.6 De shakemaps geven een regionaal consistentbeeld van de impact. Omdat naast hoge waardes er ook lagere waardesgemeten worden, zijn de gemiddelde waardes niet hetzelfde als dehoogste gemeten. Dit verschil kan, volgens SodM, leiden tot onduide-lijkheid en kan, volgens SodM, overkomen alsof de impact van de bevinggebagatelliseerd wordt.KGG en KNMI kijken of de metingen toegankelijker gemaakt kunnenwordenTot 2025 bestond er een portaal waarin de gemeten grondbewegingengepubliceerd werden. Het KNMI heeft vorig jaar dat portaal uitgefaseerdomdat de oude interface niet kon worden gemigreerd naar de nieuwecloud-omgeving, de kwaliteit van de metingen per afzonderlijk station nietwerd gecontroleerd en er nauwelijks naar werd gekeken. De metingen zijnwel beschikbaar en te downloaden via het data portaal van het KNMI.7 Ditis destijds met SodM en het Ministerie van KGG besproken en op dewebsite van het KNMI aangekondigd. Het Ministerie van KGG zal met hetKNMI in overleg gaan of deze informatie op een andere, publieksvriende-lijkere manier kan worden gepubliceerd.Zoals in de brief van 9 december is gemeld, zijn bevingen met eenmagnitude hoger dan 3,0 zoals deze in Zeerijp niet uit te sluiten, maar is6https://www.knmi.nl/nederland-nu/seismologie/shakemaps-archief7https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/dataset/seismische-en-akoestische-data-toolsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13712 de verwachting dat zowel het aantal bevingen als de kans op een grotebeving zal blijven afnemen. De Kamer zal blijven worden geïnformeerdover de ontwikkeling van seismiciteit.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13713
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.