KamerkringInloggen
Kamerbrief

Schriftelijk beantwoording van vragen gesteld tijdens de eerste termijn van het wetgevingsoverleg, gehouden op 19 mei 2025, over de Wet collectieve warmte (Kamerstuk 36576)

23 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cae748ae2d06e687 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 576Regels omtrent productie, transport en leveringvan warmte (Wet collectieve warmte)Nr. 29 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 mei 2025Tijdens het wetgevingsoverleg over het wetsvoorstel Wet houdenderegels omtrent productie, transport en levering van warmte (Wetcollectieve warmte) hebben de leden van de vaste commissie voorKlimaat en Groene Groei in het tweede blok van de eerste termijn, vragengesteld die ter plekke niet meer beantwoord konden worden. Bijgevoegdvindt u, conform de afspraak met de commissie, de beantwoording van devragen.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. Hermans kst-36576-29ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 291 Blok 1: Kostengebaseerd tarief en limiet 1Waar kunnen huishoudens heen als ze na aansluiting op een warmtenet150% meer kosten per maand hebben? Kan de Minister aangeven waardie huishoudens kunnen aankloppen? Bij de behandeling van de WGIWheeft het Het lid Postma heeft een motie ingediend om ervoor te zorgendat er 1 loket komt waar mensen zich kunnen melden. Hoe staat het metdit loket? Hoe worden huishoudens vervolgens gecompenseerd? (Postma,NSC)AntwoordUitgangspunt is dat met de Wet collectieve warmte (hierna: Wcw) eneventueel aanvullend flankerend beleid de warmtelevering betaalbaar isten opzichte van gangbare alternatieven. Voor excessieve tarieven tenopzichte van andere kavels is in het wetsvoorstel een tarieflimietopgenomen. In het geval er desondanks dit soort situaties zoudenontstaan, kunnen huishoudens een klacht over het warmtetarief in deeerste plaats bij het warmtebedrijf zelf indienen. Voor een individueelgeschil over de rekening kan men vervolgens naar de geschillencom-missie Energie (net als bij elektriciteit en gas). Voor handhaving van eenjuiste toepassing van de tariefregulering kan de verbruiker zich wendentot de ACM. Hier kan men een klacht indienen. Daarnaast kunnenbewoners voor ontzorging en advies over de verduurzaming van hun huisterecht bij energieloketten. Iedere gemeente heeft een energieloket. Dezeloketten worden doorontwikkeld in een Energiehuis (onderdeel van deNederlandse aanvraag bij de EC voor het Social Climate Fund).2Is het mogelijk om vastrecht zo laag mogelijk te houden door hetvastrecht te differentiëren (bijv. oppervlakte van woningen)? (Postma,NSC)AntwoordHet wetsvoorstel biedt de mogelijkheid om bij lagere regelgeving de vastetarieven te differentiëren. Het kabinet is van plan om dit te regelen voorfase 2 van het wetsvoorstel. De ACM kan dan vaste tarieven differentiëren.Uitgangspunt is dat de vaste kosten eerlijk over verbruikers wordenverdeeld, waarbij verbruikers die meer gebruik maken van de capaciteitvan het netwerk ook meer betalen. Dit kan resulteren in differentiatiebijvoorbeeld op basis van de oppervlakte van de woning, of piekverbruikvan warmte. De ACM zal een geschikte parameter kiezen voor differen-tiatie, waarbij ze naast eerlijkheid ook rekening zal houden met deuitvoeringslast. Differentiëren op basis van huisoppervlakte vereistbijvoorbeeld dat warmtebedrijven informatie verzamelen over de groottevan de woningen van hun klanten, welke informatie ze op dit moment niethebben. Omdat dit verder onderzoek vereist, is het niet wenselijk om deprecieze manier van differentiatie nu al in de wet of in de AMvB vast teleggen.Uiteraard zorgt differentiatie er enkel voor dat de totale kosten andersover aangeslotenen worden verdeeld. De verlaging van het vastrecht voorsommige verbruikers zal resulteren in een verhoging voor andereverbruikers. Het vaste tarief kan voor nieuwe aansluitingen ook omlaagworden gebracht via een subsidie, zoals de SAH (Stimulering AardgasvrijeWoningen). Ook de WIS (Warmtenetten Investeringssubsidie) kanhiervoor worden gebruikt.3Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 292 Hoe wil de Minister zorgen voor een meest aantrekkelijke offer/An offerthey can’t refuse? Wanneer duidelijkheid over deze oplossing? Hoe om tegaan met voorstellen uit Warmtebod om aantrekkelijk aanbod te kunnendoen (vastrecht subsidiëren via dekking Energiebelasting) of idee omcollectieve warmte huishoudens lagere vastrecht elektriciteit te latenbetalen? (Grinwis, CU)AntwoordDe betaalbaarheid van warmte is cruciaal. Bewoners stappen niet over opcollectieve warmte als het niet aantrekkelijk is. Op dit moment wordt debetaalbaarheid geborgd via de Niet-Meer-Dan-Anders-methodiek.Daardoor betalen huishoudens op een warmtenet in principe nooit meerdan de gemiddelde kosten bij een gasgestookte Cv-ketel. In hetwetsvoorstel is opgenomen dat dit in fase 1 van de tariefregulering zoblijft.Het kabinet is van mening dat de overgang naar fase 2 alleen kan wordengemaakt als de relatieve betaalbaarheid is geborgd. Hiervoor zijnmeerdere instrumenten denkbaar, zoals ook genoemd in de recenteKamerbrieven. Een van de ideeën is een relatieve prijsgarantie. Voor deconcrete uitwerking bleek dit nu nog te vroeg. Er zijn op dit moment nogte veel onduidelijkheden over zowel de kosten van warmtenetten als dealternatieven. Ontwikkelingen als ETS2 en gedifferentieerde netwerkta-rieven hebben waarschijnlijk grote invloed op het verschil in betaal-baarheid tussen een collectieve warmtevoorziening en een Cv-ketel ofwarmtepomp.De ACM is nu bezig om met de sector beter in kaart te brengen wat dekosten per collectief warmtesysteem zijn. Dat gaat veel inzicht brengen.Pas wanneer de relatieve betaalbaarheid voor eindgebruikers ten opzichtevan de gangbare alternatieven (nu aardgas en later warmtepomp) isgeborgd, zal het kabinet overgaan tot invoering van kostengebaseerdetarieven (fase 2). Wanneer aanvullend instrumentarium noodzakelijk blijkt,zal besluitvorming daarover plaatsvinden. Bij die inventarisatie zal ikgemeenten, warmtebedrijven en andere relevante organisaties betrekken.Concrete ideeën en voorstellen, waaronder in het Warmtebod en het IBOBekostiging Elektriciteitsinfrastructuur (gedifferentieerde vastrechtkosten), die gedaan worden t.b.v. de relatieve aantrekkelijkheid vancollectieve warmte zijn onderdeel van de inzet van het kabinet voor hetvinden van de beste oplossing. De overstap van fase 1 naar 2 duurt naarverwachting 2 tot 4 jaar.4Zijn onderstaande passages uit uw Kamerbrief «actualisatie randvoor-waarden collectieve warmte» strijdig met elkaar?P.4: «Pas wanneer de relatieve betaalbaarheid voor eindgebruikers tenopzichte van de gangbare alternatieven (nu gas en later warmtepomp) isgeborgd, zal het kabinet overgaan tot invoering van kostengebaseerdetarieven (fase 2).»P.5: «Bovengenoemde bestaande subsidies dragen bij aan de betaal-baarheid van collectieve warmte maar bieden in fase 2 van de tariefregu-lering nog niet de zekerheid voor eindgebruikers dat ze daadwerkelijk eentarief krijgen dat concurreert met het gangbare alternatief.» (Naaraanleiding van schriftelijke vragen van de vaste commissie voor Klimaaten Groene Groei)AntwoordDe passages zijn niet strijdig met elkaar, de tweede vult de eerste aan.Bestaande subsidies, zoals de WIS en SDE++, verlagen de kosten vanwarmtenetten. Daarmee dragen ze bij aan de betaalbaarheid ervan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 293 Als in fase 2 het NMDA-tarief wordt losgelaten staat niet op voorhand vastdat deze subsidies verbruikers de zekerheid bieden dat hun warmteta-rieven kunnen concurreren met het gangbare alternatief. Ook de tarief-limiet borgt dat niet, die zorgt ervoor dat tariefverschillen tussenwarmtekavels niet onevenredig hoog zijn. Daarom zal het kabinetvoorafgaand aan invoering van fase 2 onderzoeken of en zo ja, welkaanvullend instrumentarium nodig is om de relatieve betaalbaarheid teborgen. Pas wanneer de relatieve betaalbaarheid t.o.v. gangbarealternatieven geborgd is, zal het kabinet overgaan tot invoering vankostengebaseerde tarieven.5In de brief van de Minister over randvoorwaarden van de Wcw staat datalleen wanneer tarieven concurrerend zijn met gangbare alternatieven ervoldoende draagvlak zal zijn voor warmtenetten. Wat vindt de Ministerervan om dit in de wet op te nemen? (Postma, NSC)AntwoordIn de Nota naar aanleiding van het verslag en de Kamerbrief van 18 aprilis aangegeven dat we pas overstappen op kostengebaseerde tarieven alsde betaalbaarheid ten opzichte van alternatieven geborgd is. Het kabinetkijkt welwillend naar een voorstel van de Kamer tot opnemen hiervan inde wet.6Hoe gaat het kabinet draagvlak voor collectieve warmte weer opnieuwopbouwen? Wat doet het kabinet om huurders en vve’s structureel tebeschermen tegen tariefverhogingen? (Beckerman, SP)AntwoordHet onderzoek van PBL «Aardgasvrij: goed idee, maar» toont aan datbewoners liever een publiek warmtebedrijf hebben. Gemeenten hebbenaangegeven publiek meerderheidsbelang nodig te hebben voor hetuitvoeren van hun regierol in de warmtetransitie. Met een snelle invoeringvan de Wcw wordt er duidelijkheid gegeven aan de sector en geven wegehoor aan de wens van gemeente en verbruiker. Het kabinet toont zichbetrouwbaar door de eerdere keuze voor publiek meerderheidsbelangwettelijk te verankeren.De Wcw introduceert een tariefregulering waarbij tarieven gebaseerd zijnop de efficiënte kosten van de warmtevoorziening, in plaats van op degasreferentie. Dit voorkomt dat gebruikers hogere tarieven dan nodigbetalen. ACM zal toezicht houden op de tariefstelling en ervoor zorgen dattarieven eerlijk en transparant zijn.Om het draagvlak te vergroten doet het kabinet ook de belofte dat deoverstap naar fase 2 pas plaatsvindt als relatieve betaalbaarheid geborgdis. Indien nodig komt er aanvullend instrumentarium. Deze belofte biedtstructurele bescherming tegen tariefverhogingen voor alle gebruikers, ookVvE en huurders.7Fase 2: kostengebaseerde tarieven. Kan bij lage kosten leiden tot lagetarieven. Is echter ook risico dat kosten uit klauwen gaat lopen. Wordentarieven hier dan ook op gebaseerd? Gaan de huishoudens dan veel enveel meer betalen? Ziet de Minister dit risico ook? (Kops, PVV)AntwoordKostengebaseerde tarieven kunnen lager zijn, maar kunnen ook hogerzijn. Om de hoogte van kostengebaseerde tarieven te beperken, is in deeerste plaats belangrijk dat gemeenten efficiënte keuzes maken bij hettoewijzen van kavels. ACM zal toezicht houden op de tariefstelling enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 294 ervoor zorgen dat tarieven eerlijk en transparant zijn. Daarnaast zullen erprikkels zijn om efficiency te bevorderen. Tot slot heeft het kabinetaangegeven dat de overstap naar kostengebaseerde tarieven pasplaatsvindt als de relatieve betaalbaarheid voldoende geborgd is,bijvoorbeeld met flankerend beleid.8Uitvoerbaarheid:Huidige uitwerking van de kostengebaseerde tarieven: Wij hebben daarals Kamer een briefing over gehad. Ik denk dat ik maar ook veel anderecollega’s wel schrokken van de complexiteit die er nu bij komt kijken in deuitwerking hiervan. Dat leidt mogelijk ook tot forse extra kosten, omdat erheel veel mensen aangenomen moeten worden bij deze warmtenetten omüberhaupt al die informatie boven water te krijgen en om daarover terapporten. Dat zijn kosten die doorberekend worden aan de gebruikersvan het net.Hoeveel mensen moeten al die bedrijven bijvoorbeeld bij een net in diensthebben om dit te kunnen regelen en hoeveel moet de ACM er extrahebben? Welke versimpelingen zijn er nog nodig, vraag ik aan de Minister.Is zij bereid daarnaar te kijken?TariefverschillenHoe wordt voorkomen dat de tarieven in verschillende regio’s te veel metelkaar uit de pas gaan lopen? Het gaat onder deze systematiek immersgebeuren dat een warmtenet in de ene regio fors duurder kan uitvallendan in de andere regio. Op dit moment socialiseren de private partijendeze tarieven: over het hele bedrijf heen hanteert men soortgelijketarieven. Hoe voorkomen we dat de nieuwe marktordening ervoor zorgtdat de ene gemeente een totaal ander tarief vraagt aan een gebruiker vanhet warmtenet dan een andere gemeente? Als dat te veel uit de pas gaatlopen, dan denk ik dat het draagvlak ook snel verdwijnt. (Erkens, VVD)AntwoordUitvoerbaarheidIn fase 2 moeten warmtebedrijven onder meer gegevens over kosten diede ACM nodig heeft voor het vaststellen van tariefformules, aan de ACMverstrekken. Ten behoeve van de regeldruktoets is dit in beeld gebracht.De toets en de reactie hierop van de ATR geven geen aanleiding om tedenken dat dit onwerkbaar is voor warmtebedrijven. Verder heeft de ACMook ervaring met kostengebaseerde regulering in verschillende sectoren,zoals bij netbeheerders van elektriciteit en gas, en heeft expertise om ditook bij warmte uit te voeren. De ACM geeft ook aan dat de hoeveelheidwerk voor grote collectieve systemen in lijn is met de hoeveelheid werkvoor andere sectoren. De ACM heeft al middelen gekregen voor haartoezichtstaken. Voor kostengebaseerde regulering heeft de ACM eenverzoek ingediend voor aanvullende middelen, daar loopt nog besluit-vorming over. Voor kleine collectieve systemen zoeken we samen met deACM en de sector naar een uitvoerbare invulling van kostengebaseerderegulering. Ondanks de gesprekken is er nog geen bevredigendeoplossing gevonden, de materie is complex en we willen wat langer tijdnemen om de goede keuzes te maken. De Wcw biedt die ruimte, wekunnen in lagere regelgeving daar nog nadere keuzes over te maken.TariefdifferentiatieOm tariefdifferentiatie te beperken, is tarieflimiet opgenomen. Ook hetvaststellen van grotere kavels kan differentiatie tussen wat verschillendeverbruikers betalen, kleiner maken.9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 295 Tarieven die op werkelijke kosten zijn gebaseerd bieden geen stimulansom op de centen te letten voor warmtebedrijven. Hoe moeten we datzien? Graag een reactie. (Kops, PVV)AntwoordDe wet bepaalt dat tarieven efficiëntieprikkels moeten bevatten. De ACMziet erop toe dat tarieven alleen de noodzakelijke, efficiënte kostenbevatten. Ze gebruikt hiervoor verschillende instrumenten:•Opstellen van regulatorische accounting regels, die voorschrijvenwelke kosten toegerekend mogen worden aan de levering van warmteaan huishoudens•Toetsen van investeringsplannen op noodzakelijkheid en redelijkheid•Vaststellen van kostennormen, bijvoorbeeld op basis van de kostenvan vergelijkbare warmtesystemen of op basis van de verwachtekosten in het uitgewerkte kavelplan•Kritisch toetsen van de kosten die warmtebedrijven rapporteren.10Aan welk percentage denkt de Minister voor de tarieflimiet? Zouden weover de verschillen in tarieven tussen mensen meer in de wet moetenvastleggen? (Rooderkerk, D66)AntwoordHet is niet wenselijk om in de wet vast te leggen wat de tariefverschillenmogen zijn. Het percentage van de tarieflimiet kan namelijk pas goedworden bepaald als het duidelijk wordt wat de verwachte verschillentussen kostengebaseerde tarieven zullen zijn. De tarieflimiet kan dan zogesteld worden dat deze:•voldoende bescherming biedt tegen excessieve tarieven,•zonder dat de opslag op warmtetarieven te hoog wordt, en•zonder dat de uitvoeringslasten te hoog worden.11Is het kabinet bereid een wettelijk maximumtarief te hanteren, zoals in dewet, zoals vereniging eigen huis en de woonbond voorstellen?(Beckerman, SP)AntwoordMet de tarieflimiet in de Wcw kan een maximum op het kostengebaseerdetarief worden gelegd om excessief hoge kosten te voorkomen. Dit is nukostendekkend vormgegeven in de wet, door een vereveningsfonds tevullen met een toeslag voor alle warmteverbruikers. Daarnaast verkenthet kabinet een «relatieve prijsgarantie» op het maximumtarief vooreindgebruikers te koppelen aan de kosten van het meest gangbarealternatief. Een «absoluut maximumtarief» verhoudt zich slecht totkostengebaseerde tarieven: de consequentie is dat warmtebedrijvennoodzakelijke efficiënte kosten niet in rekening kunnen brengen.Duurdere, maar maatschappelijke wenselijke warmtenetten zullen danniet worden aangelegd. Tevens brengt dit leveringszekerheid vanbestaande netten en investeringsbereidheid in gevaar.12Plan is dat dit het vereveningsfonds gedekt wordt door een toeslag diebetaald wordt door alle gebruikers van warmtenetten. Kan de Ministeraangeven wat hier de maandelijkse hoogte van zal zijn voor huishoudens.Gaat het dan om enkele centen extra, euro’s of tientjes? Moet dit fondsniet breder gevuld worden? (Postma, NSC)AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 296 Op dit moment is hier nog niets over te zeggen. De tariefregulering moeteerst verder worden uitgewerkt in het Besluit collectieve warmte (Bcw) envervolgens door de ACM. Pas daarna ontstaat inzicht in de tariefver-schillen en de inzet van de tarieflimiet. Dit inzicht zal er zijn voordatkostengebaseerde tarieven ingaan. De gedachte is wel dat de tarieflimietalleen excessen beperkt. De belofte van het kabinet om pas over testappen naar kostengebaseerde tarieven fase 2 als de relatieve betaal-baarheid geborgd is geldt ook voor de toeslag voor een tarieflimiet.13Het vereffeningsfonds wordt alleen betaald door warmtegebruikers. Iksnap de behoefte om prijsverschillen te vereveneng. Een optie isminderheidsaandeel van nationale deelneming warmte op hele groteschaal kosten kan vereffenen. Een verschil met vereffeningsfonds is datdie alleen bij calamiteit terwijl zo’n deelneming permanent werkt voor deverevening van de prijsverschillen? (Kröger, GL-PvdA)AntwoordEen tarieflimiet vereffent alle grote kostenverschillen, niet alleen bijcalamiteiten. Verevening via nationale deelneming is niet goeduitvoerbaar. Er zouden eerst kosten moeten worden toegerekend aan denationale deelneming om die vervolgens te verevenen. De nationaledeelneming zou ook andere aandeelhouders moeten compenseren vanwarmtebedrijven die niet hun kosten mogen doorberekenen.14In de technische briefing was de ACM klip- en klaar: kostengebaseerdetarieven voor alle kleine collectieve warmtesystemen zijn niet haalbaar enuitvoerbaar. Daarom stelt de toezichthouder voor om te werken met eenkostengebaseerd referentietarief voor de klein collectieve warmtesys-temen. Dit kan, zo begrijp ik, in lagere regelgeving worden geregeld. Is deMinister bereid om op zijn minst als het gaat om de kleine collectievewarmtesystemen hiervoor te kiezen? (Grinwis, CU)AntwoordIk ben bekend met dit standpunt van de ACM. Voor kleine collectievewarmtesystemen zal kostengebaseerde regulering naar verwachtingeenvoudiger worden ingevuld. Hierover zijn we in gesprek met de ACM.Een kostengebaseerd referentietarief behoort tot de mogelijkheden. Dewet biedt daar inderdaad de ruimte voor. Het kabinet is bereid omdaarvoor te kiezen als dat nodig is voor de uitvoerbaarheid. De ACM krijgtde gelegenheid om een UHT (uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheids-toets) uit te voeren op de invulling van tariefregulering voor kleinesystemen.15Nederlandse warmtenetten hebben relatief hoge warmteverliezen en dattikt door in de prijs. Die verliezen lopen hier richting de 30%, terwijl menin Zweden gemiddeld niet boven de 10% uitkomt. Dat onderstreept hetbelang van voldoende prikkels voor warmtebedrijven om doelmatig,kostenefficiënt en met zo min mogelijk warmteverliezen te werken. Hoegaat de Minister hiervoor zorgen? Is het niet verstandig om ervoor tezorgen dat hier aan de voorkant meer op gestuurd kan worden? (Flach,SGP)AntwoordHet kabinet is het met de heer Flach eens dat het belangrijk is datwarmtebedrijven doelmatig en kostenefficiënt werken. Beperken van dewarmteverliezen is daar een belangrijk onderdeel van. Daarom bevat deWcw verschillende waarborgen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 297 •Toetsen van investeringsplannen door de ACM, waardoor de ACMvooraf kan bijsturen als onvoldoende rekening wordt gehouden metwarmteverliezen; en•Efficiëntieprikkels via de tariefregulering, waardoor kosten doorinefficiënte warmteverliezen buiten beschouwing kunnen blijven bij devaststelling van de tarieven.16De Minister geeft aan te willen wachten met de invoering van kostengeba-seerde tarieven totdat betaalbaarheid beter gegarandeerd kan worden. Zowordt de hete aardappel vooruitgeschoven en blijft onzekerheid bijburgers en bedrijven. Dat zal leiden tot vertraging. Daarom mijn vraag aande Minister: wanneer kan ze duidelijkheid geven over dat beleid? Het zoudeze wetsbehandeling ten goede komen als de Minister met één helderplan komt hoe aansluiting op het warmtenet financieel aantrekkelijk is enzo koudwatervrees bij huishoudens kan wegnemen. (Grinwis, CU)AntwoordDe komende jaren, gedurende de voorbereiding van kostengebaseerdetarieven door de ACM, zal de ACM steeds beter zicht krijgen op dedaadwerkelijke kosten van warmtenetten. De impact van kostengeba-seerde tarieven op betaalbaarheid (en de noodzaak van aanvullendeinstrumenten) zal dus pas gaandeweg beter kunnen worden geraamd.Daarna zal een besluit worden genomen over invoering kostengebaseerdetarieven, en eventueel aanvullend flankerend instrumentarium om derelatieve betaalbaarheid te borgen. Tot die tijd zal de huidige Warmtewetkleinverbruikers blijven beschermen door het maximum van deNMDA-tarieven (niet-meer-dan-anders), waardoor huishoudens op eenwarmtenet in principe nooit meer betalen dan de gemiddelde kosten bijeen gasgestookte CV-ketel. Deze wijzigingen blijven van kracht in fase 1tariefregulering Wcw.17Tariefaanbod. Eerder leek de Minister te kiezen voor vijf jaar. Nu is hetslechts drie jaar geworden. Dat scheelt bijna de helft van de tijd waarinhuishoudens zekerheid hebben over hun tarieven. Waarom is voor dezeinkorting gekozen? Is de Minister het met de fractie van GroenLinks-PvdAeens dat meer zekerheid uitermate belangrijk is om het draagvlak tevergroten? Zou zij niet eerder overwegen om tarieven langer vast tezetten? (Kröger, GL-PvdA)AntwoordDe periode is ingekort na de internetconsultatie. De verplichting omaangesloten te blijven op het collectief warmtesysteem en warmte af tenemen geldt ook voor drie jaar. Daar is dit aan gekoppeld. Deze periodevan verplichte aansluiting/afname is ingekort om aan de consumenteerder keuzevrijheid te geven. Drie jaar is bovendien in lijn met de langstereguliere contractduur voor andere energiecontracten. Een langereperiode legt ook veel risico neer bij warmtebedrijven, omdat de kostenkunnen veranderen. Dit zou kunnen leiden tot hogere maximale tarievenwat nadelig is voor gebruikers.18In de komende jaren blijven we vastzitten aan het NMDA-systeem.Afgelopen jaren gezien hoe hoog de tarieven konden zijn. Wat gaat deMinister voor de tussenliggende periode doen? Hoeveel mensenbetaalden de afgelopen 3 jaar wel meer dan gas? Is dat cijfer beschikbaarper aanbieder? Moeten mensen hier dan maar genoegen mee nemen?Wat doet dat dan met het draagvlak? (Beckerman, SP)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 298 AntwoordOp dit moment zijn tarieven gebaseerd op gasreferentie, een warmtever-bruiker betaalt niet meer dan een gemiddelde gasverbruiker. Ik herken dezorgen over de hoogte van de warmtetarieven op dit moment. Door eendeel van de warmteverbruikers wordt de gasreferentie niet altijd ervarenals «niet meer dan anders». Vorig jaar zijn daarom de Warmtewet en hetWarmtebesluit gewijzigd:•De stijgingen van energiebelasting op aardgas hebben geen invloedmeer op de warmtetarieven;•Ook de methodiek voor het berekenen van vaste tarieven is aangepast;•Daardoor vallen deze vaste tarieven dit jaar 47 euro lager uit danzonder de aanpassing;•Deze wijzigingen blijven van kracht in fase 1.Het vaste tarief kan ook omlaag worden gebracht via een subsidie, zoalsde Stimulering Aardgasvrije Woningen (SAH). Ook de WarmtenettenInvesteringssubsidie (WIS) kan hiervoor worden gebruikt. Het kabinet wilzo snel mogelijk overstappen op kostengebaseerde tarieven, mits derelatieve betaalbaarheid geborgd wordt. Als het nodig is met de inzet vanaanvullend instrumentarium. Daarvoor is wel separate besluitvormingnodig.19In fase 0 blijft koppeling met gas bestaan. Hoelang verwacht de Ministerdat fase 0, die koppeling aan de gasprijs, onder dit wetsvoorstel nog blijftbestaan? In de fase daarna, fase 1 worden door de ACM maximaletarieven vastgesteld op grond van een correctie van het gasreferentie-tarief. Heb ik goed begrepen dat hiermee wordt voorkomen dat alleentoekomstige stijgingen van de energiebelasting op aardgas zullendoorwerken in de tarieven voor warmte, maar dat er dus geen daling vande nu gangbare tarieven voor warmte komt als correctie van de huidigekoppeling aan de gasprijs? Die koppeling heeft de tarieven voor warmteimmers al flink doen stijgen. Klopt dat? (Kops, PVV)AntwoordTot inwerkingtreding van de Wcw geldt de gasreferentie zoals nuopgenomen in de Warmtewet. In de eerste fase van tariefregulering onderde Wcw blijft de gasreferentie gelden. Daarbij is opgenomen datstijgingen van de energiebelasting op aardgas niet doorwerken in degasreferentie en dus niet in hogere warmtetarieven. Dat betekentinderdaad niet automatisch dat de tarieven dalen. Overigens: voor eengroot deel van de warmtenetten geldt dat hun kosten op twee manierennog gekoppeld kunnen zijn aan de gasprijs:•Zij verstoken nog gas bij de productie van warmte; en•Zij ontvangen SDE++ subsidie voor duurzame bronnen en de hoogtevan de subsidie dekt het verschil ten opzichte van de kosten vanwarmteproductie met gas.20Wat is de impact van de Wcw op vaste lasten voor huurders in warmte-netten? Wat is de verwachte spreiding van warmteprijzen per net, perregio en per gemeente? Hoe vaak mag een warmtebedrijf een tariefwijzigen binnen een jaar? Is er sprake van een prijscap of tariefbevriezing?Hoe wordt geborgd dat mensen met een laag inkomen of bewoners vansociale huurwoningen niet onevenredig hard worden getroffen?(Beckerman, SP)AntwoordIn fase 1 verandert er nog niets voor wat betreft de vaste lasten voorhuurders. In fase 2 gelden kostengebaseerde tarieven. Vaste lastenhangen dan af van de lokale kosten. Veel warmtesystemen kennen relatiefTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 299 hoge vaste kosten en lagere variabele kosten. Het één op één volgen vande kostenstructuur zou dan kunnen leiden tot een hoog vastrecht en eenlaag verbruikstarief. Dit botst met het belang van verbruikers, die controlewillen over hun warmterekening. Tussen deze belangen moet een balansworden gezocht. Het voornemen is daarom om in lagere regelgeving teregelen dat alle bronkosten (dus ook de vaste) in het variabele tariefkomen en kosten voor het warmtenet in het vastrecht. Dit principe isvergelijkbaar met bijvoorbeeld gas en elektriciteit. Die verdeling zal danook voor huurders gelden. Er komt wel een mogelijkheid om vaste kostente differentiëren zodat kleine huishoudens minder betalen dan de grote.De komende jaren, gedurende de voorbereiding van kostengebaseerdetarieven door de ACM, zal de ACM steeds beter zicht krijgen op dedaadwerkelijke kosten van warmtenetten en daarmee de verwachtespreiding tussen tarieven.De ACM stelt maximumtarieven voor het hele kalenderjaar. Het warmtebe-drijf mag zijn tarief gedurende het jaar aanpassen zolang hij onder hetmaximum blijft. Om ervoor te zorgen dat iedereen zijn energierekeningkan betalen, vindt het kabinet gerichte inkomenssteun passender dan hettoepassen van doelgroepenbeleid in de regulering van energieprijzen.21De tarieven zijn nu structureel te hoog voor huurders. De Woonbond laatde berekening zien: alle vaste kosten voor warmte bedragen € 760 perhuishouden; een huurder met een gasketel betaalt € 355 aan vaste kosten,dus dat is al een verschil van € 405. De belofte is «niet meer dan anders»,maar huurders betalen structureel € 405 meer. Het kabinet zegt dat hetnaar een oplossing wil zoeken, maar zoekt die volgens de SP in deverkeerde richting. Dit gaat over dat Acantus-arrest. Als we dit nietoplossen, dan vernachel je echt draagvlak. Daarom vragen wij aan deMinister: wil zij dit met spoed oplossen? Wil zij de vaste kosten splitsen ineen eigenaarsdeel en in een gebruikersdeel? Deelt zij onze mening dat diteen snellere en betere oplossing is dan de route via het Acantus-arrest?(Beckerman, SP)AntwoordHet kabinet herkent dat de verdeling van de vaste kosten voor hetwarmtenet tussen de huurder en de verhuurder een punt van discussie is.Het kabinet wil kijken naar een oplossing waarbij niet het volledigevastrecht voor de rekening van de huurder komt. Het kabinet wil dezeoplossing in samenhang bezien met het vraagstuk van het Acantus-arrestmet als doel om te komen tot een structurele oplossing in de wet- enregelgeving voor de verrekening van kosten van warmte-installaties in dehuursector waarbij rekening wordt gehouden met de positie vanverhuurders, huurders en de voortgang in de energietransitie Het kabinetverwacht de Kamer rond de zomer nader te kunnen informeren over devervolgstappen.22Huishouders zijn geen investeerders. Hoe doe je dat als er een calamiteitis? Hoe worden investeringsrisico’s en tegenvallers verdeeld? Komt erlandelijke solidariteitsregeling om prijsverschillen te kunnen beperken?(Beckerman, SP)AntwoordUitgangspunt voor tariefregulering is dat alleen efficiënte kosten wordenvergoed. Als de kosten voor een warmtebedrijf snel stijgen, bijvoorbeelddoor wegvallen van een bron of een calamiteit, dan is in de eerste plaatsdus de vraag of de gestegen kosten efficiënt zijn. Als het inefficiënteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2910 kosten zijn, mag het warmtebedrijf de kosten niet doorberekenen in detarieven. Het is denkbaar dat de kosten van een calamiteit efficiënt zijn,omdat ook bij een efficiënte bedrijfsvoering calamiteiten voor kunnenkomen. Om excessieve kostenstijgingen te voorkomen bevat de Wcw eentarieflimiet. Kosten boven de tarieflimiet kunnen niet in rekening wordengebracht bij de eindgebruiker. Voor deze meerkosten krijgt een warmtebe-drijf dan een vergoeding uit het vereveningsfonds. Het fonds wordtgevuld met een vereveningstoeslag voor alle warmteverbruikers. Jaarlijkszal de Minister de tarieflimiet op een adequaat niveau vaststellen,rekening houdend met de resulterende hoogte van de verevenings-toeslag.23Hoe zorgen we ervoor dat aaneenschakeling van kleine modulairesystemen de ruimte krijgt? Hoe kijkt de Minister naar Deense praktijk?Kunnen we hiermee niet juist kostenbesparende innovaties aanjagen?Hoe wordt geborgd dat energiegemeenschappen niet hoeven te concur-reren met publieke bedrijven? (Kröger, GL-PvdA)AntwoordIk herken dat gefaseerde ontwikkeling van warmte tot lagere risico’s kanleiden en het mogelijk maakt om adaptief te handelen. Tegelijk is het ookbelangrijk om schaalvoordelen te benutten. Het is onder het wetsvoorstelmogelijk om een warmtekavel gefaseerd te ontwikkelen. Er wordt daneerst voor een deel van de warmtekavel een uitgewerkt kavelplanopgesteld. Bij uitbreiding wordt het plan dan aangepast. Omdat hetwarmtebedrijf voor de hele kavel is aangewezen, kan het met minderrisico’s investeren in bronnen en leidingen die in het begin te groot zijnmaar die het later kan benutten. Het is daarnaast mogelijk dat systemenwarmte uitwisselen. Kavels kunnen dus aan elkaar groeien. InDenemarken is de situatie anders, daar liggen al heel veel warmtenetten,65% van huishoudens is al klant van een warmtebedrijf. Nieuwe aanslui-tingen komen dan vooral van uitbreidingen van bestaande warmtesys-temen.24Wordt de tariefregulering zo uitgewerkt dat ook lage temperatuurwarmtesystemen er goed mee uit de voeten kunnen? Bijvoorbeeld dat hetmogelijk is om te werken met gebruiksafhankelijke tarieven. (Flach, SGP)AntwoordDe wet biedt ruimte voor verschillende tariefstructuren. Dit wordt verdergeregeld in lagere regelgeving. Daarbij besteden we ook aandacht aanlage en zeer lage temperatuurwarmte. In het ontwerpbesluit collectievewarmte is er gekozen voor alleen vast tarief voor ZLT (zeer lage tempe-ratuur) warmte, omdat het meten van verbruik daar niet kostenefficiënt is,bijvoorbeeld omdat het lastig is om de kleine temperatuurverschillentussen aanvoer en retourtemperatuur te meten. Het is overigens voor hetwarmtebedrijf ook mogelijk om met de verbruiker een andere tarief-structuur af te spreken dan de gereguleerde tarieven. De verbruiker moethier wel vrijwillig voor kiezen en goed geïnformeerd worden.25Ik vrees dat de situatie ontstaat dat een gebruiker uit één kavel straks eenveel hoger tarief betaalt dan een gebruiker één straat verder, maartoebehorend aan een ander kavel. Dat is moeilijk uit te leggen. In de Notanaar aanleiding van het verslag geeft de Minister aan: we weten deverschillen nog niet. Maar hoe wil de Minister dan die verschillen zo kleinmogelijk houden? De Wcw biedt onvoldoende garanties om tariefver-schillen zo klein mogelijk te houden. Kavels moeten minimale grootteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2911 hebben of tarieven moeten per warmtebedrijf worden vastgesteld. Maar iklaat me graag overtuigen door de Minister. Kan zij in haar termijnuiteenzetten welke mogelijkheden er zijn om de tariefregulering andersvorm te geven, via grotere kavels of op bedrijfsniveau? Ik heb eenamendement in ontwikkeling om tarieven per bedrijf vast te stellen.(Grinwis, CU)Ik citeer de Minister: «Het risico bestaat zelfs op grote tariefverschillen ophet moment dat fase twee in werking treedt, factor vier à vijf. Het is op ditmoment niet mogelijk om volledig in te schatten hoe groot de verschillenzullen zijn». Tegelijkertijd schrijft de Minister dat 5% tot 10% van dehuidige verbruikers van warmte meer dan 50% meer gaat betalen. Datstaat er letterlijk in. Die mensen gaan gewoon meer dan de helft meerbetalen. Dat staat er echt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Om hoeveeleuro’s gaat het dan onderaan de streep? Hoe gaat de Minister desondanksvoorkomen dat huishoudens hiervan, volledig buiten hun schuld, de dupeworden en veel meer gaan betalen dan andere huishoudens voor exactdezelfde warmte? (Kops, PVV)AntwoordIn het wetsvoorstel is gekozen voor tarieven per warmtekavel met eentarieflimiet en vereveningsfonds om te grote tariefverschillen te beperken.Tarieven per kavel sluiten aan bij andere keuzes in de Wcw, maar kunneninderdaad leiden tot grote tariefverschillen. Daarom bevat de Wcw met detarieflimiet dus een instrument om tariefverschillen te beperken.Tarieven per kavel passen bij de volgende keuzes in het wetsvoorstel:•Een regierol voor gemeenten;•Overdracht van eigendom van privaat naar publiek; en•Een onderscheid tussen aangewezen warmtebedrijven voor kavels enkleine collectieve systemen met een ontheffing.Gemeenten dragen de verantwoordelijkheid over keuzes waar eenwarmtenet komt. Gemeenten moeten daarbij doelmatige keuzes makenom ervoor te zorgen dat warmte betaalbaar is. Het is daarom wenselijkdat de consequenties van die keuzes in hoge mate bij de warmtever-bruikers in de gemeente terecht komen. Zo kunnen gemeenten goedsturen op betaalbare warmtetarieven voor hun inwoners.Bij tarieven per warmtebedrijf kunnen gemeenten die ondoelmatigewarmtekavels aanwijzen de gevolgen daarvan afwentelen op warmtever-bruikers in andere gemeenten, omdat binnen warmtebedrijven metmeerdere kavels herverdeling plaatsvindt. Bij tarieven per kavel veran-deren de tarieven bovendien niet als de collectieve warmtevoorzieningvan eigendom wisselt (van publiek naar privaat), wat bij tarieven perwarmtebedrijf wel gebeurt. Tot slot kan de tariefreguleringsmethodiekverschillen tussen enerzijds collectieve warmtevoorzieningen voor kavelsen anderzijds kleine collectieve warmtesystemen met een ontheffing. Bijtarieven per warmtebedrijf is dan onduidelijk hoe moet wordenomgegaan met warmtebedrijven die zowel zijn aangewezen voor kavelsals ontheven zijn voor kleine collectieve warmtesystemen.Een gevolg van tarieven per kavel is dat er tariefverschillen ontstaantussen kavels. Ook bij tarieven per warmtebedrijf zijn er overigenstariefverschillen. Bij grote warmtebedrijven kan binnen het bedrijfgesocialiseerd worden, maar bij kleine warmtebedrijven met maar éénkavel niet. Het is in principe geen probleem als tarieven van elkaarverschillen, dat is nu in beperkte mate ook al zo, maar de verschillenmoeten niet te groot worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2912 De gemeente kan de kans op tariefverschillen beperken door groterewarmtekavels vast te stellen. Het is echter niet wenselijk om een minimalegrootte van kavels vast te stellen, omdat de omvang van een warmtekavelop grond van artikel 2.1, eerste lid, immers zodanig dient te wordenvastgesteld dat een warmtebedrijf binnen de warmtekavel een collectievewarmtevoorziening op een doelmatige wijze kan aanleggen enexploiteren. ... .Daarnaast is een tarieflimiet opgenomen in de wet juist om te groteverschillen te corrigeren. Een tarieflimiet werkt als een verzekering tegenexcessieve tarieven, bijvoorbeeld door een incident. De premie wordt viaeen toeslag door alle warmteverbruikers betaald. Zo worden de tariefver-schillen dus kleiner. Een tarieflimiet werkt ook als er een warmtebedrijfmet maar één kavel is dat hoge tarieven heeft en beschermt warmtever-bruikers dus beter tegen te grote tariefverschillen dan herverdeling binnenwarmtebedrijven door tarieven per warmtebedrijf vast te stellen.26Hoe zorgt het kabinet dat consumenten eenvoudig informatie kunnenkrijgen waar hun tarieven op gebaseerd zijn, wordt overwogen om hetrecht op collectieve consumentenacties, daar pleitte ook de consumen-tenbond voor in een hoorzitting, wettelijk te verankeren. (Beckerman, SP)AntwoordHet bestuursverslag, dat een warmtebedrijf jaarlijks moet publiceren,moet specifiek informatie bevatten over de tarieven die aan verbruikersworden doorberekend, en over de volledige kosten en opbrengsten vanwarmtelevering.Blok 2: Subsidies27In de antwoorden lees ik dat er ondersteuning moet komen via inkomen,of misschien het Energienoodfonds. Maar we weten dat het NoodfondsEnergie vrij snel overschreden is – dat is het dit jaar zelfs al. Voor mij is devraag dus echt waar huishoudens terechtkunnen als zij in de knel komen.Hoe ziet dat proces eruit? Kan de Minister dat schetsen? (Postma, NSC)AntwoordHet kabinet heeft met de voorjaarsnota 600 miljoen euro beschikbaargesteld om via de energiebelasting op elektriciteit de rekening voorhuishoudens te verlagen in de komende jaren. Daarnaast heeft het kabinetbesloten om de middelen uit het Social Climate Fund voor Nederland(€ 720 mln.) onder andere in te zetten voor een publiek Energiefonds, hetWarmtefonds en ondersteuning voor huishoudens via één loketfunctie.Hiermee helpt het kabinet mensen met een laag inkomen met structureleverduurzaming in combinatie met ontzorging en tijdelijke ondersteuningbij het betalen van de energierekening. Ten slotte wordt ook tijdens dekoopkrachtbesluitvorming beoordeeld of extra ondersteuning vanhuishoudens nodig is.28Er zijn overigens diverse concrete ideeën om collectieve warmte ookdaadwerkelijk de meest aantrekkelijke prijs te laten zijn. Denk aan het,eventueel verbruiksafhankelijk, subsidiëren van een deel van hetvastrecht. Zou de Minister een dergelijke optie overwegen? (Beckerman,SP)AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2913 Het subsidiëren van het vastrecht kan een effectieve manier zijn om dewarmteprijs te verlagen, maar is in de uitvoering wel complex. Bijkostengebaseerde tarieven kan een vergelijkbaar effect worden bereiktmet investeringssubsidies zoals de reeds bestaande WIS. Door hetverlagen van de investeringskosten wordt het vastrecht lager. Het kabinetzal de voorgestelde optie meenemen bij de verkenning naar flankerendbeleid om gebruikers voldoende zekerheid te kunnen geven over eenaantrekkelijke prijs, voorafgaand aan invoering van kostengebaseerdetarieven.29Is de Minister bereid om subsidies te versimpelen door ze zoveel mogelijkonder te brengen bij één loket? (Postma, NSC)AntwoordHet kabinet streeft naar een zo eenvoudig mogelijk subsidie instrumen-tarium. Het kabinet kijkt ook nadrukkelijk naar de toegankelijkheid van deregelingen en past die aan waar nodig. Het instrumentarium is nucomplex. Een te overwegen oplossing zou zijn om RVO een grotere rol tegeven bij het begeleiden van de subsidieaanvragers om de aanvraag tevereenvoudigen en de samenhang tussen de verschillende subsidieaan-vragen te borgen.30Hoe werkt het door in de kosten als het aandeel van gebruikte warmtesterk varieert? Wordt het na een warmte winter duur en na een koudewinter goedkoop? (Postma, NSC)AntwoordDit hangt erg af van keuzes in het Besluit collectieve warmte (Bcw) over detariefstructuur, zoals de verhouding vast/variabel. Zo’n effect kanvoorkomen, maar er zijn ook manieren om dit tegen te gaan. Bijvoorbeelduitgaan van de warmtevraag over meerdere jaren, waardoor warme enkoude winters uitmiddelen.31Gezien alle vertraging die de warmtetransitie heeft opgelopen, gaan wede doelen niet halen. Wat is dan een meer realistisch doel? En watbetekent het met name voor de beschikbare middelen als we die inzettenom een lager doel te realiseren? Kan daarmee gericht worden ingezet opde meest kosteneffectieve netten? Zou bijvoorbeeld de helft van het aantalaansluitingen, als dat wel haalbaar blijkt te zijn met hetzelfde budget, erook niet voor zorgen dat het betaalbaar wordt voor de gebruikers op dienetten? Kan het subsidiebedrag niet omhoog omdat het budgetbeschikbaar is voor een kleiner aantal woningen? (Erkens, VVD)AntwoordIn het voorjaar is op basis van de Klimaat- en Energieverkenning van PBLhet beoogd aantal aansluitingen voor de Warmtenetten Investeringssub-sidie (WIS) tot 2030 bijgesteld van 500.000 naar 200.000 aansluitingen.Voor de nieuwe openstelling later dit jaar wordt overwogen om subsidi-abele activiteiten toe te voegen, zoals blokaansluitingen en thermischeopslag. Het besluit over deze uitbreiding neemt het kabinet binnenkort,het voornemen is om de nieuwe regeling per 1 juni te publiceren.Ondanks het verhoogde gemiddelde subsidiebedrag per aansluiting is deverwachting dat subsidie nodig blijft voor de warmtebron en hetaansluitklaar maken van woningen.32Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2914 Kan het Rijk enkel subsidie geven aan bedrijven of kavels van eenbepaalde schaalgrootte? (Erkens, VVD)AntwoordDe organisatorische schaalgrootte is geen apart toetsingscriterium bijsubsidies. Het is juridisch mogelijk om van schaalgrootte een toetsingscri-terium te maken. Dat is echter niet wenselijk, omdat deze subsidies juistnodig zijn voor warmtebedrijven om te groeien en zo meer schaalgroottete verkrijgen. In het wetsvoorstel wordt niet gestuurd op een minimumkavelgrootte, omdat het overal maatwerk is. In de eerste nota vanwijziging is wel als nieuwe voorwaarde opgenomen dat een warmtekavelzodanig moet zijn dat dit leidt tot een efficiënte warmtetransitie. Schaalspeelt hierin ook een rol. De bundeling van inkoop vindt plaats in hetwarmtebedrijf. Regionale warmtebedrijven bieden inderdaad schaalvoor-delen ten aanzien van inkoop. Hier wordt met de tweede nota vanwijziging sterker op gestuurd.33Kan met de WIS worden gestuurd op kosteneffectieve netten, zoals metde tenderstructuur in de SDE++? (Erkens, VVD)AntwoordDe kosteneffectiviteit van een warmtenet wordt niet bepaald ten opzichtevan andere warmtenetten, maar ten opzichte van andere warmtetech-nieken voor die specifieke wijk. Het kan voorkomen dat in bepaalde wijkenzowel collectieve warmte als individuele oplossingen duurder zijn,bijvoorbeeld door de dichte bebouwing. Dan nog kunnen collectievewarmtevoorzieningen in die wijk de meest kosteneffectieve keuze zijn. Meteen tender zouden deze netten buiten de boot kunnen vallen, terwijl zewel nodig zijn. Vanwege deze specifiek lokale kenmerken is het aangemeenten om in een warmteprogramma per wijk vast te stellen welkebuurten overgaan van aardgas op duurzamere warmtebronnen, en hoe.Hierbij dienen zij rekening te houden met de totale nationale kosten perwarmtetechniek. De WIS kent wel waarborgen om te sturen op kostenef-fectiviteit, zoals een maximumbedrag per aansluiting.34Is de Minister bereid om de verschillende subsidieregelingen terug tebrengen naar één Capex-subsidie en hoeveel is daarin mogelijk? (Erkens,VVD; Rooderkerk, D66)In het Warmtebod wordt voorgesteld om een eenvoudig geïntegreerde(CAPEX) subsidieregeling te maken die zowel de bron als de warmte-infrastructuur omvat ter vervanging van de SDE++ en de WIS. Waaromkiest de Minister hier nu niet voor? (Grinwis, CU)AntwoordHet kabinet streeft naar een zo eenvoudig mogelijk subsidie instrumen-tarium, en bundelt regelingen waar dat kan, zoals bij de verschillenderegelingen voor inpandige kosten. En regelingen worden op basis van eenjaarlijkse evaluatie aangepast om de samenhang te versterken. Er bestaanverschillende natuurlijke momenten waarop een bedrijf investeert inwarmtebronnen en warmtenetten. Een van de uitdagingen van bundelen,is dat het ten koste kan gaan van aansluiting bij die natuurlijke momenten.Een nieuwe bron kan immers worden aangelegd, nadat het warmtenet alis gebouwd. Bovendien is het nog niet evident dat een vaste subsidie,zoals in de vorm van een investeringssubsidie, voor warmtebronnen beterwerkt dan de huidige opzet van de SDE++. Het kabinet heeft een studiehiernaar uitgezet. De resultaten hiervan worden in de zomer verwacht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2915 De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verkent momenteelook hoe zij voor verschillende regelingen die bij elkaar komen op eenlocatie tot meer integrale beslissingen kan komen, zodat het warmte-project in samenhang kan worden gerealiseerd.35Door de leden Postma (NSC), Flach (SGP), Grinwis (CU), Beckerman (SP)en Kröger (GL-PvdA) zijn verschillende vragen gesteld over socialiserenvan vastrecht of het meenemen van vermeden kosten netverzwaring:•Er wordt, volgens de Minister veel geld bespaard door het inzetten vanwarmtenetten in plaats van het verzwaren van elektriciteitsnetten enook gasnetten die niet meer in stand hoeven te worden gehouden. Kaneen deel van deze maatschappelijke winst voor de overheid in eenpotje gezet worden? (Postma, NSC)•De vermeden kosten voor netverzwaring worden volgens de AlgemeneRekenkamer niet meegenomen in de subsidies voor warmtenetten enadviseert om te kijken naar aanvullende financieringsstructuren. Hoepakt de Minister dit op? (Flach, SGP)•Het is ook van belang dat huishoudens die aangesloten zijn op eenwarmtenet, niet langer meebetalen aan de hoge nettarieven als gevolgvan hoge all relectric woningen. Hoe wordt dit opgepakt? (Flach, SGP)•En hoe kijkt de Minister aan tegen het idee om álle vastrechtkosten tesocialiseren, ook die van warmtenetten? Het Warmtebod doet hierbijvoorbeeld een voorstel voor, door het via de energiebelasting telaten lopen. Dan betalen de all-electric klanten ook mee aan deaansluitingen van huishoudens die op het warmtenet zijn aangesloten.Andersom gebeurt dat immers al. Of vindt de Minister het een beterplan om huishoudens die op het warmtenet zijn aangesloten lagerenettarieven te laten betalen dan huishoudens die een warmtepomphebben en bespreekt ze dat met de netbeheerders en toezichthouderbij het vormgeven van de nieuwe tariefstructuur bij kleinverbruikers?Graag een reactie. (Grinwis, CU)•Dan naar die nieuwe tarieven. Ook met kostenplus model heeft de SPmoeite. Als bewoners kiezen voor een warmtepomp, dan betalen wede investering in het stroomnet met zijn alle. Wrange situatie. Daaromsuggestie Grinwis niet zo gek. Echt goed nadenken over welk deel vande kosten we socaliseren? (Beckerman, SP)•Hoe worden maatschappelijke baten verwerkt in kostengebaseerdetarieven? Bijvoorbeeld vermeden kosten netverzwaring of netcongestiemeenemen in business case? Hoe nemen gemeente dit mee bijtoewijzen kavel? Of gaat differentiëren in de nettarieven? Daar wordtook naar gekeken volgens de Minister. Daar zou je als gebruiker opwarmtenet substantieel ander nettarief krijgen. Andere optie vastrechtvoor alle energiegebruikers. Ik realiseer me dat het een behoorlijkandere denkrichting is. Wel manier om tussen verschillende manierenvan energie te socialiseren. Gaat de Minister hier serieus overnadenken? (GL-PvdA)AntwoordHet vermijden van kosten voor netverzwaring kan een belangrijke redenzijn om te kiezen voor warmtenetten. Gemeenten hebben de regie in dewarmtetransitie. Zij sturen op de laagste nationale kosten. Kosten vannetverzwaringen zijn daarbij onderdeel van de vergelijking.Als warmtenetten de laagste nationale kosten hebben moet dat ook totuiting komen in een aantrekkelijk aanbod aan de bewoners. Subsidieszoals de WIS kunnen daarbij helpen. Daarnaast is een wijziging van hetnettarief voor kleinverbruikers van elektriciteit van belang. Op dit momentbetalen alle huishoudens namelijk jaarlijks hetzelfde bedrag aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2916 netbeheerder voor elektriciteit, ongeacht of zij het net veel (warmtepomp)of weinig (warmtenet) gebruiken.Door het nettarief te veranderen in een tijd- en verbruiksafhankelijk tariefgaan huishoudens meer «betalen naar gebruik» van het elektriciteitsnet.Dit worden ook wel gedifferentieerde nettarieven genoemd. Het voordeelvan vermijden van kosten voor netverzwaring komt zo bij de warmtever-bruikers terecht. Door te kiezen voor aansluiting op een warmtenet kannamelijk worden bespaard op nettarieven voor elektriciteit. Het kabinet zetzich samen met netbeheerders en de ACM daarom in voor wijziging vanhet nettarief voor elektriciteit. Een wijziging van het nettarief voorelektriciteit is aan netbeheerders en de ACM. Het kabinet kijkt hoe het deinvoering kan ondersteunen.Vermeden kosten van netbeheerders worden niet doorberekend in denetwerktarieven voor elektriciteit. Deze vermeden kosten kunnen dus ookniet worden opgespaard en in een «potje» worden gestort.Ook socialiseren van vastrechtkosten van verschillende energiedragers isniet mogelijk. Uit Europees recht volgt dat de nettarieven voor gas enelektriciteit bij de gebruikers van respectievelijk het gas- en elektrici-teitsnet in rekening worden gebracht. Socialiseren van netkosten overmeerdere energiedragers is daarom niet mogelijk. Herverdeling vanvastrecht via de energiebelasting is zeer complex. Differentiatie van hetnettarief voor elektriciteit is een eenvoudigere route.36Hoeveel middelen zijn er nu in het Klimaatfonds beschikbaar voor decollectieve warmtevoorziening en wat is er nodig om weer beweging in dewarmtetransitie te krijgen? (Grinwis, CU)AntwoordVanuit het Klimaatfonds is € 1,8 miljard euro beschikbaar gesteld voor decollectieve warmtevoorziening, waarvan € 1,4 voor de WarmtenettenInvesteringssubsidie (WIS) en € 0,4 voorwaardelijk voor de nationaledeelneming en het waarborgfonds. Ook zijn er meer generieke middelenbeschikbaar zoals de SDE++ en ISDE, die niet specifiek voor collectievewarmte zijn maar daar wel voor kunnen worden aangewend. De investe-ringen die met de WIS gedaan worden, dragen bij aan 200.000 nieuweaansluitingen in de bestaande bouw in 2030. Om weer beweging in dewarmtetransitie te krijgen is het verder nodig dat er weer voldoenderealisatiekracht komt en randvoorwaarde voor een betaalbare warmte-voorziening wordt ingevuld37Kan de Minister onderzoek doen naar de overlap tussen warmtepompenen warmtenetten om oversubsidiëring te voorkomen? (Rooderkerk, D66)AntwoordHet kabinet onderzoekt hoe ongewenste overlap voorkomen kan worden,zodat de ondersteuning van warmtenetten en warmtepompen opdoelmatige wijze kan blijven plaatsvinden. Daarbij heeft het kabinet in devoorjaarsbesluitvorming afgesproken dat warmtepompen wordenuitgesloten van subsidie in wijken waar warmtenetten komen (indienuitvoerbaar en juridisch houdbaar).38Hoe kijkt u naar het voorstel van de Warmte alliantie om de WIS door teontwikkelen en de regeling uit te breiden? (Rooderkerk, D66)AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2917 Voor de investering in warmtenetten biedt de WIS een goede basis voorhet wegnemen van de onrendabele top. Ieder jaar wordt geëvalueerd hoedeze subsidie verder kan worden verbeterd. Begin dit jaar is in sessiesmet stakeholders en aanvragers onderzocht hoe de regeling beter kanaansluiten bij de behoeften. Ook de conclusies uit het Warmtebod wordenhierbij betrokken. Een deel van deze aanbevelingen kan op korte termijnworden gerealiseerd en zijn verwerkt in de WIS openstelling van dit jaar.Ik verwacht deze 1 juni te kunnen publiceren.39De prijs van warmte is gekoppeld aan die van gas via SDE++. Bij hogegasprijzen wordt minder SDE++ subsidie uitgekeerd waardoor de kostenvoor geothermie oplopen, dat wordt doorberekend aan de eindgebruiker.Hoe wil de Minister dit doorbreken? Welke stappen worden gezet?(Kröger, GL-PvdA)AntwoordDe SDE++ vergoedt de onrendabele top van een project ten opzichte vaneen fossiel alternatief. Voor geothermie wordt verondersteld dat met dewarmte het gebruik van aardgas kan worden vermeden. Als de gasprijshoog is, is de waarde van de warmte ook hoger. Hierdoor is ook mindersubsidie nodig en dat is ook wenselijk zodat er geen overstimuleringplaatsvindt.De SDE++ is geen instrument om de energierekening laag te houden voorafnemers. Dus als gas het alternatief is, wordt verondersteld dat dewaarde van de warmte meebeweegt met die prijs. Momenteel wordtonderzocht hoe de SDE++ beter aansluit bij de huidige uitdagingen in onsenergiesysteem.Blok 3: Prijsgarantie40Eveneens positief is dat de Minister zo’n prijsgarantie ook overweegt.Maar vervolgens is het mij niet duidelijk of, wanneer en hoe deze in depraktijk vormgegeven gaat worden en of dit kabinet ook bereid is om daarmiddelen voor vrij te maken. Die prijsgarantie wordt geadviseerd in hetIPO, door de VNG en door andere betrokkenen. Wat wordt voor deMinister leidende principe bij de uitwerking hiervan? Wordt dezeuitgewerkt met de gedachte dat het maatschappelijk meest gewenste ookvoor afnemers de meest aantrekkelijk optie moet zijn? Waarom is zijvoornemens deze pas over enkele jaren uit te werken, waarom maken wedaar niet sneller werk van? In de beantwoording van de vragen over dewet heeft de Minister het aldoor over een mogelijk aanvullend instrumen-tarium. Bedoelt ze dan die prijsgarantie? Moeten we die dan niet nu al inde wet verankeren, zodat dit instrumentarium parallel aan het voorbe-reiden van de op kosten gebaseerde tarieven kan worden vormgegeven?Ik heb met heel veel interesse het fiche voor het Klimaatfonds gelezen datdoor de ambtenaren op het ministerie is voorbereid over een prijsga-rantie: vier pagina’s, een helemaal uitgewerkt voorstel. Mijn vraag iswaarom dit voorstel is afgewezen. Kan de Minister het in dit fichegenoemde rapport van CE Delft, dat gaat over de financiële consequentiesvan de prijsgarantie, ook met de Kamer delen zo snel mogelijk, nog voorde plenaire behandeling van deze wet?Was de Minister tot aan de voorjaarsbesluitvorming voornemens omsamen met dit wetsvoorstel ook die prijsgarantie hier in de Kamer tebehandelen? Kennelijk is dat voorstel voor de prijsgarantie gesneuveld opde onderhandelingstafel. Klopt dat? Is de Minister het met mij eens dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2918 prijsgarantie eigenlijk het ontbrekende onderdeel bij deze wet is en datmet een prijsgarantie ook de tarieflimiet in het vereveningsfonds mindervan belang wordt? (Kröger, GL-PvdA)Welke gesprekken over de prijsgarantie voert u met de Minister vanFinanciën en binnen het kabinet? Lukt het u om de Minister van Financiënervan te overtuigen dat investeren in warmte zich op termijn echtterugverdient? (Rooderkerk, D66)Volgens de Kamerbrief «actualisatie randvoorwaarden collectievewarmte» is het nog lastig om een robuuste kostenraming te maken van derelatieve prijsgarantie. Kunt u al wel een globale indicatie van de kostenmaken? (Naar aanleiding van schriftelijke vragen van de vaste commissievoor Klimaat en Groene Groei)AntwoordOm relatieve betaalbaarheid te borgen moet de prijsgarantie goed zijnafgestemd op de tariefregulering. Pas gedurende de uitwerking daarvanzal de exacte vormgeving duidelijk worden. De vormgeving gaat zoveelmogelijk parellel. Het leidend principe is dat de prijsgarantie zo goedmogelijk aansluit bij de kosten van het meest gangbare alternatief voor deeindgebruiker. Uiteraard is een bepaalde standaardisering onvermijdelijk.Om middelen vrij te maken voor de prijsgarantie is een raming nodig vanhet hiervoor benodigde budget. Dit vereist meerdere aannames: over deprijsontwikkeling van andere warmtetechnieken (gas en elektriciteit), overde vormgeving van de prijsgarantie, en over de kosten van nieuwewarmtenetten. Op basis van de investeringsbeslissingen de komendejaren wordt dat beeld scherper. Er is nu géén goed inzicht in de kosten vanbestaande warmtenetten. Dit ontstaat pas in de loop van 2027 op basisvan rapportages door warmtebedrijven aan ACM o.b.v. regulatorischeaccountingregels.Om alvast een eerste inzicht te krijgen in de budgettaire impact van eenprijsgarantie, is CE Delft gevraagd een raming uit te voeren. De ramingfocust zich op nieuwe warmtenetten, en bevat grote onzekerheden. Als ditonderzoek is afgerond, wordt de Kamer naar verwachting begin juligeïnformeerd. De Kamer is dit voorjaar geïnformeerd over de randvoor-waarden voor collectieve warmte.1 Omdat momenteel veel onduidelijk isover zowel de kostenopbouw van collectieve warmtesystemen, deuitwerking en inrichting van kostengebaseerde tariefregulering als overdiverse toekomstige ontwikkelingen (denk aan de gas- en elektriciteits-prijs) is het nog te lastig om een robuuste kostenraming te maken van eenbeleidsinstrument zoals de relatieve prijsgarantie. Het voorstel voor derelatieve prijsgarantie is niet afgewezen, maar om bovenstaande redenniet ingediend.De tarieflimiet is onderdeel van de wet vanwege consumentenbe-scherming. De prijsgarantie zorgt ervoor dat warmtenetten aantrekkelijkzijn in wijken waar dit de optie is met de laagste nationale kosten. Bij deprijsgarantie is de tarieflimiet mogelijk overbodig, als de prijsgarantie allekosten boven een bepaald bedrag dekt. Mogelijk kunnen de tarieflimiet ende prijsgarantie elkaar aanvullen. De wenselijkheid hiervan moet nogworden onderzocht.41Zou het niet verstandig zijn om alsnog met een prijsgarantie of referentie-tarief te werken, met aan de achterkant wel een kostengebaseerd tarief,zodat de ACM in de gaten houdt of er geen buitensporige winsten wordengemaakt? (Grinwis, CU)1Kamerstuk 30 196, nr. 845Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2919 AntwoordDe borging van betaalbaarheid via een relatieve prijsgarantie wordt doorhet kabinet onderzocht. Onderdeel hiervan zijn uiteenlopende ontwerp-keuzes. Ook is meer inzicht nodig in de kosten van (bestaande) warmte-netten en budgettaire impact van een mogelijke garantie. Meer inzicht inde kosten ontstaat in de loop van 2027 o.b.v. rapportages door warmtebe-drijven aan ACM (o.b.v. nieuwe tariefregulering). De duidelijkheid die alvandaag wordt geboden: de overstap op kostengebaseerde tarieven(zonder het NMDA principe) wordt pas gemaakt zodra de relatievebetaalbaarheid van collectieve warmte is geborgd.42Hoe wil de Minister een prijsgarantie gaan inrichten? Gaat zij dat doendoor, zoals voorgesteld in de wetenschapstoets, het vereveningsfonds tegebruiken? (Rooderkerk, D66)AntwoordVoor de antwoorden over de inrichting van een prijsgarantie, zievoorgaand antwoord op vraag 40.De tarieflimiet is een kostenneutraal instrument, dat volledig wordtgefinancierd met verevening binnen de sector, en die bedoeld is om groteafwijkingen te voorkomen van gemiddelde tarieven. Het is met dezeverevening niet mogelijk om tarieven te garanderen die altijd aantrekkelijkzijn ten opzichte van alternatieven. De relatieve prijsgarantie heeft als doelwarmte een aantrekkelijke energiebron te doen zijn ten opzichte vangangbare alternatieven. Dit kan niet gedekt worden door middel vanverevening binnen de sector. Het instrument van het vereveningsfondszou wel uitgebreid kunnen worden om een prijsgarantie uit te kunnenvoeren. Daarvoor zou wel de wet aangepast moeten worden omdat het opdit moment niet mogelijk is om het vereveningsfonds met anderemiddelen te vullen dan verevening binnen de sector.43Hoe zorgt het kabinet ervoor dat warmte betaalbaar blijft voor allehuishoudens, ook bij kostengebaseerde tariefregulering? Kan het kabinetde garantie geven dat warmte nooit duurder wordt dan gas, ook in hetnieuwe systeem? Hoe voorkomt het kabinet dat huishoudens de risico’sdragen van onrendabele of slecht ontworpen warmtenetten? Is hetkabinet bereid om een wettelijk maximumtarief – dat is niet de besteoptie, maar wel een belangrijke voorwaarde, denk ik, een soort noodstop– in het systeem op te nemen, zoals in de wet? Wat is de impact van deWcw op de vaste lasten voor huurders in warmtenetten? Wat is deverwachte spreiding van warmteprijzen per net, per regio en gemeente?We noemden het net al. Hoe vaak mag een warmtebedrijf binnen een jaareen tarief wijzigen? (Beckerman, SP)AntwoordEerst zal het NMDA principe gelden. Vervolgens zal er een kostengeba-seerd tarief gehanteerd worden eventueel in combinatie met eenprijsgarantie. Om ervoor te zorgen dat iedereen zijn energierekening kanbetalen, vindt het kabinet gerichte inkomenssteun passender dan hettoepassen van doelgroepenbeleid in de regulering van energieprijzen.Zo helpt het kabinet huishoudens om hun energierekening structureelnaar beneden te brengen, bijvoorbeeld door het goed isoleren vanwoningen. Met behulp van het Warmtefonds en subsidies zoals de ISDEkunnen bewoners en VvE’s worden geholpen om hun huis te verduur-zamen. Bij huurwoningen worden EFG-labels uitgefaseerd. VoorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2920 verhuurders zijn middelen voor verduurzaming beschikbaar via de SAH ende SVOH.Blok 4: Toezicht44Hoe voorkomt de Minister een tekort aan toezichtcapaciteit? Hoeveelcapaciteit bij ACM is nodig? (Beckerman, SP)Heeft Minister budgettair rekening gehouden om ACM te versterken omtoezicht op warmtenetten goed vorm te geven? (Kröger, GL-PvdA)AntwoordDe ACM krijgt met dit wetsvoorstel verschillende aanvullende taken enbevoegdheden ten opzichte van de huidige Warmtewet. De ACM is danook gevraagd om een uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets te doen ophet wetsvoorstel. De ACM heeft reeds additionele middelen toegekendgekregen. Daarbij heeft de ACM dit voorjaar een extra claim gedaan voorhet toezicht op kostengebaseerde tarieven. Over deze claim moet nogbesluitvorming plaatsvinden.45De ACM wacht een immens uitvoeringsvraagstuk. Het lijkt me niet te doenals de ACM straks voor honderden kavels tarieven moet vaststellen. Dieuitvoering brengt immers veel kosten met zich mee, en ook de ACM kanfouten maken. Ook de Wetenschapstoets waarschuwt voor decomplexiteit van de tariefregulering. Kan de Minister daarop reflecterenen reageren? (Grinwis, CU)AntwoordDe ACM heeft ervaring met kostengebaseerde regulering in verschillendesectoren, zoals elektriciteit en gas, en heeft expertise om dit ook bijwarmte uit te voeren. De ACM gaf in de technische briefing aan dat dehoeveelheid werk in lijn is met andere sectoren waar tarieven gebaseerdzijn op kosten, in ieder geval voor aangewezen warmtebedrijven. Voorkleine collectieve warmtesystemen zal kostengebaseerde regulering naarverwachting eenvoudiger worden ingevuld. Hierover is het kabinet ingesprek met de ACM.De wetenschapstoets doet een aantal aanbevelingen om tariefreguleringte vereenvoudigen. Een aantal van deze aanbevelingen heeft al een plek inhet wetsvoorstel, zoals het vaststellen van boekhoudkundige regels,transparantie en de mogelijkheid tot benchmarking. Andere aanbeve-lingen, zoals meer vrijheid in tariefstructuur voor warmtebedrijven,kunnen in fase 3 van tariefregulering worden ingevoerd, als dat gewenstis. Weer andere aanbevelingen zijn om nieuwe warmtesystemen directnaar kostengebaseerde tarieven te gaan, en om nieuwe warmtesystemenuit te zonderen van de tarieflimiet. Deze aanbevelingen neemt het kabinetniet over, omdat ze de consument in mindere mate beschermen of in deuitvoering op problemen stuiten.De ACM heeft tijd nodig om tariefregulering voor te bereiden, ook voornieuwe warmtesystemen. En klanten op nieuwe warmtesystemen moetenook beschermd worden tegen hoge tarieven.46Stel nou dat overal in het land gemeenten en/of provincies warmtebe-drijven gaan aanwijzen. Als er massaal collectieve warmtesystemenworden aangelegd, dan worden, als we de redenatie van de Ministervolgen, toezicht en handhaving toch juist moeilijker? Of zie ik datverkeerd? Dat is zeker het geval als er heel veel versnippering gaatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2921 ontstaan, en zeker ook als al die warmtebedrijven met hun eigen tarievenen achterliggende formules en berekeningen gaan werken, want dat gaatuiteindelijk gebeuren. Kan de Minister dat uitleggen? (Kops, PVV)AntwoordDe ACM gaf in de technische briefing aan dat de hoeveelheid werk in lijnis met andere sectoren waar tarieven gebaseerd zijn op kosten, in iedergeval voor aangewezen warmtebedrijven. Veel van het werk voor de ACMhangt niet af van het aantal warmtebedrijven, maar van het vaststellenvan boekhoudkundige regels en de tariefformules. Ook zal naarverwachting een groot deel van de groei van collectieve warmte komendoor de uitbreiding van bestaande systemen en niet in de oprichting vannieuwe systemen. Als de groei van collectieve warmte voornamelijk zit inde uitbreiding van bestaande systemen, komt er daardoor dus niet heelveel extra werk op de ACM af.Als er nieuwe warmtebedrijven worden opgericht, stijgt de hoeveelheidwerk wel. De ACM heeft al een verzoek ingediend voor middelen voor deuitvoering van kostengebaseerde tariefregulering. Daarin zijn aannamesgemaakt over de groei van het aantal aangewezen warmtebedrijven.Voor kleine collectieve warmtesystemen zal kostengebaseerde reguleringnaar verwachting eenvoudiger worden ingevuld. De groei van het aantalwarmtesystemen heeft beperkt invloed op de hoeveelheid werk voor deACM.47Kan de Minister uiteenzetten op welke manier ze middels de wet wilvoorkomen dat op warmtebronnen overwinsten kunnen worden gemaakt?De wet biedt weliswaar richtlijnen, maar zijn niet stevigere waarborgennodig? (Grinwis, CU)AntwoordHet wetsvoorstel schrijft voor dat de warmteproducent redelijkevoorwaarden en tarieven moet hanteren. De ACM houdt daar toezicht op.Er is niet gekozen voor volledige tariefregulering, omdat hier niet altijdsprake is van een monopolie. In veel gevallen kan het warmtebedrijfkiezen welke warmtebron hij gebruikt, en heeft het ook de keuze om eenwarmtebron zelf te ontwikkelen of de warmte in te kopen.Volledige tariefregulering zou leiden tot sterke verhoging van administra-tieve lasten voor warmteproducenten en de ACM, mede omdat warmte opdit moment in veel gevallen een bijproduct is en het precies toerekenenvan kosten aan warmteproductie een complexe taak is. De prijs die hetwarmtebedrijf betaalt voor de ingekochte warmte kan worden genor-meerd door de ACM. Hiermee kan worden voorkomen dat eventueleonredelijk hoge prijzen doorberekend worden aan eindverbruikers.Blok 5: Overig48Wat gebeurt er als een gemeente een kavel wil verkleinen en een privateminderheid een belang heeft dat niet te willen? En kunnen ze dat doorartikel 2.3 en tweede nota van wijziging nu tegenhouden? (Kröger,GL-PvdA)AntwoordNee, dat is niet mogelijk. Artikel 2.3, tweede lid, bevat een limitatieve lijstmet onderwerpen waarover een private minderheidsaandeelhouderafspraken kan maken met een publieke meerderheidsaandeelhouder. MetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2922 de tweede nota van wijziging kunnen afspraken worden gemaakt overinstemming in het investeren in nieuwe collectieve warmtevoorzieningen.Zowel het oorspronkelijke artikel 2.3, tweede lid, alsook de toevoeging inde tweede nota van wijziging, geven dus niet de mogelijkheid om alsprivate minderheidsaandeelhouder (door het maken van afspraken) deverkleining van een warmtekavel te blokkeren. In aanvulling hierop is hetgoed om op te merken dat de afspraken die een private minderheidsaan-deelhouder wil maken op grond van artikel 2.3, tweede lid, alleen totstand komen als de publieke meerderheidsaandeelhouder bereid is omdaar in mee te gaan.49Verder willen we voorkomen dat er bemeteringseisen gelden die bijdergelijke balanssystemen zinloos zijn, ik weet dat de Minister detariefregulering techniek neutraal wil insteken, ik wil graag wat meerduidelijkheid en zekerheid op dit punt. (Flach, SGP)AntwoordBij de bemetering van warmte is het voor het kabinet van belang dat deconsument beschermd is. Dit geldt voor alle warmtenetten die onder dereikwijdte van de Wcw vallen, daarmee ook voor vijfde generatiewarmtenetten. De eisen voor bemetering wordt in lagere regelgevingverder uitgewerkt. Het kabinet houdt hierbij oog voor consumentenbe-scherming en kosteneffectiviteit.50Daarnaast is er volgens mijn informatie door de RVO een onderzoekuitgezet bij CE Delft naar innovatievere warmtenetten. Ik hoor graagwanneer het rapport met de uitkomsten naar de Kamer komt. Het moet,als het naar de Kamer toekomt, niet komen op een moment ergens tussende besluitvorming door de Tweede Kamer en de besluitvorming door deEerste Kamer in. (Vermeer, BBB)Er is door RVO een onderzoek uitgezet naar zeer lage temperatuuruitwisselingsnetten. Er wordt nog gewerkt aan het vergaren vanbetrouwbare gegevens om de resultaten op te baseren. De verwachting isdat de rapporten begin juli beschikbaar zijn en helaas niet voor deplenaire behandeling van 10 juni kunnen worden opgeleverd. Derapporten zullen met de Kamer gedeeld worden wanneer deze opgeleverdzijn.51Kunnen we de lessen van de gastransitie niet toepassen op dezewarmtetransitie? (Postma, NSC)De grootschalige warmtetransitie die de overheid voorstaat is nietbepaald de eerste. Eén die zeer succesvol was, was de aardgastransitie inde jaren ’60. Kunnen we de lessen van deze transitie niet toepassen opdeze warmtetransitie? (Grinwis, CU)AntwoordAardgas had veel momentum omdat centrale verwarming en koken opgas verhoogd comfort bood en er sprake was van welvaartsgroei inNederland. Toen was nationale sturing mogelijk: men bewoog landelijkvan kolen of stadsgas naar aardgas, nu gaanbewoners van aardgas overop drie alternatieven, waarbij de lokale omstandigheden een belangrijkefactor zijn. De complexiteit van de warmtetransitie is groter vergelekenmet de gastransitie. Het was onzeker of de gastransitie rendabel zouworden, maar doordat de overheid de beslissing nam om de transitie teomarmen en met beleid te ondersteunen, werd deze transitie een succes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2923 Bij de gastransitie was er niet meteen draagvlak: mensen waren ook toenbang dat het aardgas te duur werd en de vooruitgang in comfort werd paservaren als de overstap gemaakt werd. Gemeentelijke energiebedrijvenwaren toen neutrale partijen die voorlichting gaven over de juistemaatregelen, die rol kunnen gemeenten nu pakken. De uitdaging vanvandaag is dat aardgas nog steeds relatief goedkoop is en het huis net zogoed verwarmt als het warmtenet en er daardoor dus minder prikkels zijnom de overstap te maken.De gastransitie was ook een overzichtelijker transitie: heel Nederland gingover van kolen naar gas. Nu verschilt de oplossing per wijk. Daarom zietde transitie er vandaag de dag iets anders uit: met prijsprikkels ensubsidies wordt de overgang naar schonere manieren van verwarmengeleidelijk ingezet. Het is de taak van het kabinet om op nationaal niveaude randvoorwaarden op orde te brengen en gemeentes te ondersteunenin hun rol als regisseur van de lokale warmtetransitie.52Krijgt de Minister ook signalen dat de huurbevriezing ertoe leidt dat veelaansluitingen van huurwoningen op warmtenetten worden geschrapt?Wat gaat het kabinet daaraan doen? (Grinwis, CU)AntwoordHet kabinet ontvangt deze signalen ook en onderzoekt op dit momentwelke mogelijkheden er zijn om de investeringscapaciteit van woningcor-poraties zoveel mogelijk op peil te houden.53Kan een huishouden dat van een contract af wil dat contract opzeggen?Twee situaties in de wet waarbij het niet kan. Als redelijkerwijs technischniet mogelijk levering te beëindigen. Of beëindigen leidt tot nadeel anderegebruikers. 1) waarom kan het niet gewoon? 2) welke blijvende nadelen?3) Kan dit ertoe leiden dat contracten nooit opgezegd kunnen wordenomdat er altijd een van de situaties van toepassing is? (Kops, PVV)AntwoordEen warmtebedrijf moet schriftelijk reageren op een opzegging en dezeuitvoeren. Als het die opzegging niet kan realiseren, moet het bedrijf ditmotiveren. Een voorbeeld waarin het niet mogelijk is, is als een verbruikergeen eigenstandige aansluiting heeft, zoals in situaties van blokver-warming door middel van inpandige stijgleidingen zonder individueleaansluitingen. Deze bepaling is overgenomen uit de huidige Warmteweten ervaringen tot op heden hebben geen aanleiding gegeven om dit teveranderen.54Kan de Minister bevestigen dat de duurzaamheidsnormen echt in 2030inwerking zal gaan treden, en niet later? (Rooderkerk, D66)AntwoordIn de tweede nota van wijziging is een delegatiegrondslag opgenomenom het moment van aanvang van de normering te bepalen. Hetvoornemen is om in het Besluit collectieve warmte voor te schrijven datvanaf 2030 wordt gestart met een maximum van 25 kg broeikasgassen pergeleverde GJ.55Deze week sprak ik bestuurders in de Bollenstreek. Zij kunnen 50.000–70.000 huishoudens aansluiten maar zijn zij hebben wel extra financieringnodig. ongeveer € 300–400 miljoen. Hoe gaat de Minister om met ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2924 soort verzoeken voor maatwerksubsidies? Zeker ook omdat het groei-fonds gestopt is en het project «nieuwe warmte nu» afloopt. Hoe gaat udat gat opvullen? (Rooderkerk, D66)AntwoordHet kabinet is enthousiast over het initiatief van gemeenten. De initiatiefrol komt met deze wet ook bij de gemeente te liggen. Het ministerie heeftvorige week ook het bod van de Bollenstreek in ontvangst genomen.Maatwerksubsidies hebben hogere uitvoeringskosten dan algemeneregelingen. Eerder is in de Kamerbrief van 12 december 20242 aange-geven in reactie op het advies van kwartiermaker van het nMIEKZuid-Holland project dat maatwerkdeals met clusters geen prioriteitkrijgen, omdat het kabinet zich richt op het generieke instrumentarium. Inuitzonderlijke gevallen kan een project zo uniek en innovatief zijn dat eenmaatwerksubsidie nodig is. Het groeifondsproject Nieuwe Warmte Nu iszo’n maatwerksubsidie, deze wordt momenteel geëvalueerd en kanmogelijk worden verlengd binnen het beschikbare budget.56Waarom is er geen wettelijke participatie plicht opgenomen voorgemeente ook bij het aanwijzen van warmtebedrijven? (Beckerman, SP)AntwoordVoor publieke sturing is geen participatie van een gemeente nodig.Bovendien zal niet iedere gemeente de ruimte en de behoefte hebben omte participeren.57De Minister stelt nu als randvoorwaarde dat warmtetarieven in debetreffende wijken «concurrerend» moeten zijn. Verwacht de Minister datdit uitgangspunt voldoende opschaling zal bewerkstelligen? Zou deMinister niet één stap verder moeten door ervoor te zorgen dat collectievewarmte de meest aantrekkelijke optie is? (Grinwis, CU)AntwoordGemeenten geven per wijk in hun Warmteprogramma aan wat de besteoplossing is voor het verduurzamen van de warmtevoorziening.Uitgangspunt is dat gekozen wordt voor de laagste nationale kosten. Alseen collectieve warmtevoorziening de laagste nationale kosten heeft, ishet uitgangspunt dat dit zich ook vertaalt in een aantrekkelijke prijs voorde eindgebruiker. Het kabinet voert fase 2 van de tariefregulering pas inals de relatieve betaalbaarheid ten opzichte van gangbare alternatievengeborgd is. Met die belofte van het kabinet roept het kabinet gemeentenop om de opschaling vorm te geven.58Drie punten energiebesparing. (1) Voorkomen van warmteverlies. Eensdat belangrijk is om hier normering voor te hebben? (Kröger, GL-PvdA)AntwoordWarmteverlies mag niet worden doorberekend aan de consument.Hierdoor hebben bedrijven (ook nu al) een prikkel om warmteverliezen tebeperken. De Wcw introduceert een duurzaamheidsnorm. Het beperkenvan warmteverliezen is één van de mogelijkheden om aan de duurzaam-heidsnorm te voldoen. Het is aan het warmtebedrijf om kostenefficiëntekeuzes te maken bij de verduurzaming van hun net. Het introduceren vaneen aanvullende norm op warmteverliezen is onwenselijk.2Kamerstuk 32 813, nr. 1437Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2925 Door de grote verschillen tussen systemen is een redelijke norm moeilijkvast te stellen. Een dwingende norm werkt kostenverhogend. Het voegtweinig toe aan de prikkels die bedrijven nu ook al hebben. Ik zie welmogelijkheden om het beperken van warmteverliezen als taak van hetwarmtebedrijf meer tot uitdrukking te laten komen in dit wetsvoorstel,zoals voorgesteld in het amendement van de heer Flach op dit punt.59Is de Minister bereid om te kijken naar een grondslag voor een heffing ophet lozen van restwarmte? Dit is vergelijkbaar met een afvalstoffenheffing,waarbij de verantwoordelijkheid en de kosten voor het voorkomen vanlozing bij de producent van restwarmte komen te liggen en dus buiten debusinesscase van het warmtenet en niet bij de warmtebedrijven. Zoworden warmtenetten goedkoper. Immers, de kosten voor het uitkoppelenvan restwarmte komen dan bij de industrie te liggen in plaats van bij hetwarmtenet. (Kröger, GL-PvdA)AntwoordRestwarmte is een belangrijke duurzame warmtebron. Het ophaalrechtverplicht restwarmteproducenten om informatie te verstrekken en mee tewerken om de uitkoppeling van restwarmte mogelijk te maken (als heteen onvermijdelijk bijproduct is). ACM kan hierop handhaven en eenbestuurlijke boete opleggen. Het wetsvoorstel regelt ook dat het warmte-bedrijf de uitkoppelingskosten betaalt. De industrie moet nu al haarrestwarmte ter beschikking stellen, zonder dat daar financieel ietstegenover staat. Het kabinet is niet voornemens een extra heffing op lozenvan restwarmte in te voeren.60Je zou willen dat isolatie en energiebesparing in de warmteplannen zit.Zonde als isoleren niet meer wordt gedaan omdat het niet goed is voor debusiness case omdat er al eerder een warmtebedrijf is aangewezen terwijler nog geen integraal plan ligt voor isolatie. Hoe ziet de Minister dit?(Kröger, GL-PvdA)AntwoordIn het warmteprogramma, zoals gemeenten die voor eind 2026 opstellen,zitten ook gemeentelijke plannen voor isolatie van de gebouwdeomgeving.In een warmteprogramma beschrijft een gemeente de aanpak van hetisoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Hierin staatwelke wijken, buurten en dorpskernen in de komende 10 jaar van hetaardgas gaan en hoe dat gebeurt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 2926

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 63bbbba6d7b27756

14 okt 2026 · a8afca666244a248

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.