KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voorstel verdeling groeiruimte Wet langdurige zorg (Wlz) ten behoeve van het indicatieve Wlz-kader 2028-2031 en de voorlopige kaderbrief Wlz 2027

1 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8593eb2e52e38058 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202634 104Langdurige zorgNr. 473 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2026In mijn brief van 9 maart jl.1 heb ik toegezegd om uw Kamer voor dezomer te informeren over de verdeling van de beschikbare groeiruimtebinnen de Wet langdurige zorg (Wlz) over de sectoren ouderenzorg,gehandicaptenzorg en langdurige ggz voor de jaren 2028–2031. Om detoegankelijk en betaalbaarheid van de Wlz voor nu en in de toekomst teverbeteren heeft het kabinet de beschikbare groeiruimte aangepast metde maatregel «bestuurlijk akkoord Wlz/scheiden wonen zorg» uit hetcoalitieakkoord. Met deze brief geef ik uw Kamer een toelichting over deverdeling van de groeiruimte en de overwegingen die daaraan tengrondslag liggen. Daarnaast stuur ik u zoals gebruikelijk een afschrift vande voorlopige kaderbrief Wlz aan de NZa. Deze wordt door de NZa enzorgkantoren betrokken bij de voorbereiding op de zorginkoop 2027.Mensen met een indicatie voor de Wlz (en daarmee ook hun naasten) zijnvanwege hun beperkingen voor de rest van hun leven afhankelijk vanlangdurige zorg en ondersteuning. Ik zie het als mijn taak om liefdevollezorg en ondersteuning toegankelijk te blijven houden voor de cliënten vannu en in de toekomst. Ik wil er daarom voor zorgen dat zorgaanbieders instaat zijn deze passende zorg en ondersteuning te organiseren metvoldoende zorgverleners. Kwaliteit van leven moet hierbij centraal staan.Een toereikende financiering is daarvoor een randvoorwaarde. Zorgkan-toren moeten met een passend budget regionaal voldoende zorg enondersteuning kunnen inkopen voor hun cliënten en zo aan hun zorgplichtblijven voldoen.Zoals ik uw Kamer eerder heb laten weten, verdeel ik vanuit ditperspectief de beschikbare groeiruimte over de sectoren. Daarbij zie ik hetbelang om te kijken naar ontwikkelingen in demografie, zorgzwaarte,historische uitgaven, arbeidsmarkt en technologie. Ook heb ik oog voor demogelijkheden om passende zorg (verder) vorm te geven en de snelheid1Kamerstukken II, 2025–2026, 24 170, nr. 385. kst-34104-473ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4731 waarmee een sector een transformatie kan realiseren. De verdeling van degroeiruimte moet hierbij aansluiten. Dit vraagt ook kijken naar vraag enpassend aanbod, zodat de verdeling van de groeiruimte niet leidt totoplopende wachtlijsten of een toenemende druk op zorgmedewerkers. Totslot moet de kwaliteit van zorg en ondersteuning binnen de Wlz blijvenvoldoen aan de kwaliteitskaders zoals de sectoren die hebben geformu-leerd. De verdeling van de groeiruimte kent een directe samenhang metde voorlopige kaderbrief Wlz 2027 en het daarin opgenomen indicatievekader 2028–2031.Voorlopige kaderbrief Wlz 2027 en het indicatieve kader2028–2031De voorlopige kaderbrief Wlz stuur ik jaarlijks vóór de zomer aan de NZa,zodat deze kan worden betrokken bij de voorbereiding van de zorginkoopvoor het volgende jaar. De Eerste en Tweede Kamer ontvangen hiervanjaarlijks een afschrift. Het voorlopige kader wordt jaarlijks geactualiseerdop basis van het uitvoeringsbeeld in de julibrief van de NZa. Op Prins-jesdag, of kort daarna, verstuur ik vervolgens de definitieve kaderbrief Wlzaan beide Kamers.Met de bijgevoegde voorlopige kaderbrief actualiseer ik het beschikbareWlz-kader voor 2026 en stel ik het voorlopige Wlz-kader voor 2027 vast.Op grond van de februaribrief van de NZa kan worden vastgesteld dat hetbeschikbare Wlz-kader voor 2026 ruimschoots toereikend is. Conform mijnbrief van 28 mei jl.2 wordt in het budgettaire kader voor 2027 rekeninggehouden met het niet doorvoeren van de drie tariefmaatregelen in datjaar. Het betreft de volgende maatregelen:•Wlz-behandeling (Rutte IV) voor de sector gehandicaptenzorg;•Meerjarig contracteren en budgetafspraken (Rutte IV) voor zowel desector gehandicaptenzorg als de sector langdurige geestelijkegezondheidszorg;•Opschaling digitale zorg (Schoof) voor de sector gehandicaptenzorg.Daarnaast bevat deze brief aan de NZa een voorlopig meerjarig beeld vande ontwikkeling van het Wlz-kader in de periode 2028–2031, inclusief eenindicatieve verdeling van de deelkaders en de beschikbare groeiruimteover de drie sectoren. Het Wlz-kader voor deze jaren wordt dit jaar nogniet definitief vastgesteld, gelet op het voornemen van het kabinet omvoor de periode vanaf 2028 bestuurlijke akkoorden met de drie afzonder-lijke sectoren te sluiten (voor de sector ouderenzorg is dit aanvullend ophet Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg). De afspraken die uit dezeakkoorden voortvloeien, zal ik volgend jaar vóór de zomer verwerken bijhet vaststellen van de voorlopige kaderbrief Wlz 2028–2032.Het Wlz-kader is bestemd voor de inkoop van zorg in natura binnen decontracteerruimte, persoonsgebonden budgetten (pgb) en overigeuitvoeringskosten (zie ook hierna). De in de bijgevoegde voorlopigekaderbrief opgenomen indicatieve deelkaders per sector betreffen debudgetten die zorgkantoren kunnen inzetten voor zorg in natura en pgb.Het deelkader voor overige uitvoeringskosten heb ik niet verdeeld over desectoren, zodat zorgkantoren dit op basis van de inzichten over huncliënten en het zorglandschap kunnen inzetten waar dit het meeste effectsorteert3. De groeiruimte voor dit deelkader (circa 0,15% van de totalegroeiruimte voor het Wlz-kader) heb ik daarom afzonderlijk gespecificeerd2Kamerstukken II, 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 196.3Dit deelkader kunnen zorgkantoren inzetten voor onafhankelijke cliëntondersteuning, cliëntver-trouwenspersonen en preventieve maatregelen. In 2027 is hiervoor € 98 miljoen beschikbaar(inclusief € 2 miljoen groeiruimte).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4732 in de voorlopige kaderbrief Wlz 2027. Als onderdeel van de overigeuitvoeringskosten kunnen zorgkantoren vanaf 2026 investeren inpreventieve maatregelen. In 2027 is daarmee € 47 miljoen gemoeid. Alsbijlage bij deze brief wordt conform artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet2016 ingegaan op de doelen, beleidsinstrumenten, financiële gevolgen,nagestreefde doeltreffendheid en doelmatigheid en voorgenomenevaluatie en monitoring.In deze brief licht ik uw Kamer verder toe hoe ik de resterende groeiruimtevoor zorg in natura en pgb (circa 99,85% van de groeiruimte) verdeel overde drie sectoren.Verdeling van de groeiruimte 2028–2031 (zorg in natura en pgb)Voor de jaren 2028–2031 wil het kabinet in de Wlz bestuurlijke akkoordensluiten over de gewenste beweging naar de voorkant, passende zorg envereenvoudiging. Deze akkoorden bevatten per sector een beschikbarefinanciële (groei)ruimte waarbinnen de gemaakte afspraken moetenpassen. Het geheel moet passen binnen het totaalkader dat in de periode2028–2031 voor de Wlz beschikbaar is.Ten overvloede: op basis van de Wet marktordening gezondheidszorg stelik per kalenderjaar een totaal financieel kader vast voor zorg in natura, deverstrekking van persoonsgebonden budgetten (pgb) en de overigeuitvoeringskosten. Ik verdeel dit in drie landelijke deelkaders en ik verdeelde beschikbare financiële kaders van de pgb’s en de overige uitvoerings-kosten over de zorgkantoorregio’s. De NZa verdeelt het financieel kadervoor zorg in natura over de regio’s. De NZa kan op aanvraag van debetrokken Wlz-uitvoerder de regionale contracteerruimte verlagen.4 Inverband met het behoud van een zekere mate van flexibiliteit, desturingsmogelijkheden en de budgettaire beheersing van de langdurigezorg breng ik hier geen wijziging in aan. Dit is ook niet beoogd met demaatregel «Bestuurlijk akkoord Wlz» uit het coalitieakkoord.Om te komen tot een goede verdeling van de beschikbare groeiruimteover de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en langdurige ggz zijn devolgende stappen doorlopen (A t/m D).A) Vaststelling beschikbare groeiruimte 2027–2031 in de Wlz De beschikbare groeiruimte in de Wlz voor de periode 2027–2031 volgt uitde Middellangetermijnraming (MLT) van het Centraal Planbureau (CPB).Deze groeiruimte is in hoofdlijnen bedoeld om demografische ontwikke-lingen en de daarmee samenhangende stijgende zorgvraag, zorgver-zwaring van cliënten en kwaliteitsverbeteringen in de zorg op te vangen.Ook maakt zij het mogelijk dat de zorg kan blijven aansluiten bij ontwikke-lingen in wetenschap en praktijk. Zoals toegelicht in mijn brief aan deTweede Kamer van 29 mei jl.5 loopt deze groeiruimte op de Wlz-begrotingbij ongewijzigd beleid op tot € 7,2 miljard in 2031. In termen van hetWlz-kader (dat iets hoger wordt vastgesteld, rekening houdend metonderuitputting) gaat het om afgerond € 7,3 miljard. Ten opzichte van deMLT-raming bij ongewijzigd beleid houd ik rekening met de volgendetwee beleidseffecten:4Het kan daarbij gaan om overheveling van regionale contracteerruimte naar een anderezorgkantoorregio of het creëren van financiële ruimte voor het ophogen van het regionalekader voor de verstrekking van pgb’s. Er is geen overheveling mogelijk naar het deelkader voorde overige uitvoeringskosten.5Kamerstukken II, 2025–2026, 29 389, nr. 166.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4733 1.De taakstelling «Bestuurlijk akkoord Wlz/Scheiden wonen en zorg».Deze loopt op grond van het coalitieakkoord op van € 130 miljoen in2027 tot € 990 miljoen in 2031. Voor het jaar 2027 heb ik dezetaakstelling alternatief ingevuld, zodat voldoende tijd en ruimtebeschikbaar zijn om via een zorgvuldig proces bestuurlijke afsprakente maken en tot een invulling van de akkoorden te komen. Dit sluitook aan bij de Kamerbrief van 9 maart jl. waarin ik reeds heb vermelddat ik voor 2027 tot een alternatieve oplossing zou komen. Debudgettaire dekking is gevonden binnen de middelen die het kabinetbij Voorjaarsnota voor 2027 en verder heeft gereserveerd voormogelijke hogere uitgaven op grond van lopende kostenonderzoekenvan de NZa. Door de implementatie van een onderzoek naar dekosten van het aanhouden van eigen vermogen in de tarieven uit testellen is deze reservering voor 2027 niet meer nodig. Hierdoor gaatde taakstelling pas vanaf 2028 in.2.In de recent aangenomen motie-Dobbe (Kamerstuk 36 915 XVI, nr. 19)en naar aanleiding van de moties-Bikker c.s. (Kamerstuk 36 848,nr. 107) en Westerveld c.s. (Kamerstuk 36 800 XVI, nr. 160) zie ik dewens van uw Kamer om vanaf 2028 af te zien van de drie tariefmaat-regelen op het terrein van de gehandicaptenzorg en langdurige ggz.Daarom ben ik bereid op dit moment van deze tariefmaatregelen af tezien, en de budgettaire opgave die hieruit voortvloeit te betrekken bijde bestuurlijke akkoorden. Dit betekent dat ik, gegeven de resterenderuimte, met de sectoren wil komen tot goed onderbouwde afspraken.Ik ben mij ervan bewust dat hiermee de opgave voor de akkoordengroter wordt. Indien het niet mogelijk blijkt om deze hogere opgavemet de afspraken in de akkoorden te realiseren, dan neem ik tarief- ofandere maatregelen om zo de totale opgave in te vullen. Deze routeheeft uiteraard niet mijn voorkeur en ik zie voldoende mogelijkhedenom te komen tot akkoorden.Tabel 1 laat zien dat de groeiruimte voor zorg in natura en pgb binnen hetWlz-kader rekening houdend met deze twee effecten oploopt van€ 1.461 miljoen in 2027 tot € 6.008 miljoen (afgerond € 6,0 miljard) in2031. Dit bedrag is exclusief de loon- en prijscompensatie die jaarlijksaanvullend beschikbaar komt.Tabel 1: Opbouw beschikbare groeiruimte Wlz zorg in natura en pgb 2027–2031bedragen x € 1 miljoen202720282029203020311Groeiruimte op basis vanMLT1.4612.8744.2405.7707.2592Taakstelling CA– 345– 560– 775– 9903Schrappen tariefmaatregelen– 197– 226– 252– 2614Beschikbare groeiruimte Wlz(1+2+3)1.4612.3313.4544.7436.008 B) Verdeling groeiruimte 2027–2031 naar sectoren De beschikbare groeiruimte heb ik vanaf 2028 verdeeld op basis van eenramingsmethodiek die vergelijkbaar is met die van de Middellangeter-mijnraming (MLT) van het CPB. Deze methodiek houdt rekening metdemografische ontwikkelingen, zorggebruik en zorgverzwaring per sector.Daarbij heb ik er rekening mee gehouden dat de beschikbare groei voorde komende jaren in lijn is met de gerealiseerde groei in de afgelopenjaren.Tabel 2 geeft eerst de grondslag per sector in 2026 voor de verdeling vande beschikbare groeiruimte vanaf 2027. De ouderenzorg is met eenaandeel van € 22.166 miljoen (bijna 55%) de grootste sector, gevolgd doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4734 de gehandicaptenzorg met € 15.575 miljoen (circa 38%) en de langdurigeggz met € 3.005 miljoen (circa 7%).Tabel 2 presenteert vervolgens de verdeling van de groeiruimte vanaf2027. De verdeling in 2027 heeft uiteraard een fictief karakter, aangeziende bestuurlijke akkoorden per sector worden voorzien vanaf 2028. Zonderdeze fictieve verdeling voor het jaar 2027 is het echter niet mogelijk om nual een indicatief beeld te geven van de deelkaders per sector voor deperiode 2028–2031 (zoals opgenomen in tabel 5, 6 en 7 van bijgeslotenvoorlopige kaderbrief Wlz 2027). Tevens sluit ik op deze manier aan bij deopzet van mijn brief van 9 maart jl. waarin ik de groeiruimte voor deperiode 2027–2031 heb toegelicht. De groeiruimte voor de ouderenzorgloopt aldus op tot € 3.898 miljoen in 2031. Voor de gehandicaptenzorgbedraagt deze in 2031 € 1.654 miljoen en voor de langdurige ggz€ 456 miljoen. Dit betreft voor alle sectoren de groeiruimte over deperiode 2027–2031.De groei in de ouderenzorg wordt daarbij voornamelijk bepaald doordemografische ontwikkelingen, in het bijzonder de vergrijzing enzorgverzwaring. Voor de gehandicaptenzorg en de langdurige ggz wordtde groei in sterkere mate bepaald door ontwikkelingen in zorggebruik enzorgverzwaring.Tabel 2: Verdeling beschikbare groeiruimte 2027–2031 naar sectorenbedragen x € 1 miljoen2026202712028202920302031grondslaggroeiruimte1Wlz-totaal40.7461.4612.3313.4544.7436.0082Ouderenzorg22.1669301.4432.1923.0553.8983Gehandicaptenzorg15.5754177089951.3251.6544Langdurige ggz3.0051131812673644561 Verdeling 2027 over sectoren is fictief, want bestuurlijke akkoorden worden voorzien vanaf2028 C) Groeiruimte 2028–2031 in procenten Tabel 3 drukt de groeiruimte per sector uit in procenten ten opzichte vanhet beschikbare kader (inclusief groeiruimte en beleid) in het voorgaandejaar. Voor de periode 2028–2031 bedraagt de gemiddelde groeiruimte voorde drie Wlz-sectoren gezamenlijk 2,6% per jaar. Voor de ouderenzorgbedraagt deze gemiddeld 3,2%, voor de gehandicaptenzorg gemiddeld1,9% en voor de langdurige ggz gemiddeld 2,6% per jaar.Tabel 3: Procentuele groeiruimte per sector 2028–20312028202920302031gemiddeld2028–20311Wlz-totaal2,1%2,6%3,0%2,8%2,6%2Ouderenzorg2,3%3,3%3,7%3,5%3,2%3Gehandicaptenzorg1,8%1,8%2,0%1,9%1,9%4Langdurige ggz2,2%2,7%3,0%2,8%2,6% D) Validatie verdeling groeiruimte Zoals ik hiervoor aangaf, heb ik er bij de verdeling rekening meegehouden dat de beschikbare groei in lijn is met de gerealiseerde groei inde afgelopen jaren. Daarom heb ik de NZa gevraagd een analyse te makenvan de uitgavenontwikkeling per sector in de afgelopen jaren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4735 Tabel 4 bevat de uitkomsten van deze analyse. Het betreft de gereali-seerde procentuele uitgavengroei in de periode 2023–2025 in prijspeil2026. Daarmee zijn deze percentages goed vergelijkbaar met debeschikbare groeipercentages voor de periode 2028–2031, die eveneens inprijspeil 2026 zijn.De zorgkantoren herkennen de uitkomsten van de NZa-analyse en gevenaan dat deze mede het resultaat zijn van hun inspanningen om deuitgavengroei te beheersen. Het aantal indicaties en de gemiddeldezorgzwaarte zijn de afgelopen jaren gestegen. Daarbij hebben zorgkan-toren de groei van de benodigde financiële middelen voor de zorgplichtweten af te remmen door onder andere in te zetten op vormen van zorgthuis in plaats van zorg met verblijf.Tabel 4: Procentuele groei per sector 2023–2025 (bron NZa)202320242025gemiddeld2023–20251Wlz-totaal3,8%3,4%1,1%2,8%2Ouderenzorg4,1%3,6%1,2%3,0%3Gehandicaptenzorg2,4%2,7%0,6%1,9%4Langdurige ggz10,0%6,1%3,7%6,6% Uit tabel 4 blijkt dat de totale groei van de Wlz-uitgaven in de periode2023–2025 gemiddeld 2,8% per jaar bedroeg. Daarbij is sprake van eendalende trend: de groei kwam in 2025 uit op 1,1%. De beschikbaregroeiruimte voor de periode 2028–2031 ligt hier met gemiddeld 2,6% lichtonder. In het beginjaar 2028 ligt de groei iets lager. Daarbij geldt datbeleidsinitiatieven en investeringen in het eerste jaar van een akkoord tijdnodig hebben om tot uitvoering te komen en daardoor niet direct volledigzichtbaar zijn in de uitgaven. De NZa voert nog een controleanalyse op decijfers uit. Eventuele wijzigingen publiceert de NZa bij haar brief aan mij injuli over de benutting van het budgettair kader Wlz.Bezien per sector is het beeld als volgt:•Voor de ouderenzorg ligt de beschikbare groeiruimte voor de komendejaren (gemiddeld 3,2%) iets boven de gemiddelde gerealiseerde groeivan 3,0% in de periode 2023–2025, waarbij de groei in 2025 uitkwamop 1,2%. Het beleid van scheiden van wonen en zorg heeft in deouderenzorg bijgedragen aan een beheerste kostenontwikkeling. Hetkabinet is voornemens dit beleid voort te zetten binnen de context vanhet Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) en hierover aanvullendeafspraken te maken.•Voor de gehandicaptenzorg is de beschikbare groeiruimte (gemiddeld1,9%) vergelijkbaar met de gemiddelde gerealiseerde groei van 1,9%.Daarbij geldt dat de voorgenomen bezuinigingen op de gehandicap-tenzorg vanaf 2027 geen onderdeel meer uitmaken van het basispadwaardoor de groeiruimte voor de komende jaren volledig kan wordeningezet voor passende zorg en ondersteuning voor cliënten in degehandicaptenzorg.•Voor de langdurige ggz bedroeg de gemiddelde groei 6,6%, waarbij dejaarlijkse groei afnam van 10,0% in 2023 tot 3,7% in 2025. Deze relatiefhoge groei hangt samen met de openstelling van de Wlz in 2021 voorcliënten met een psychische stoornis. In de eerste jaren was deinstroom relatief hoog, maar inmiddels is sprake van een duidelijkdalende trend. Daarbij stromen vooral cliënten in met lichterezorgprofielen, waardoor ook de gemiddelde kosten per cliënt dalen.Voor de periode 2028–2031 ga ik uit van een uitgavengroei metgemiddeld 2,6% per jaar (conform het gemiddelde van de gehele Wlz).Daarbij heb ik de voorgenomen tariefmaatregel op het terrein van delangdurige ggz vanaf 2027 geschrapt uit het basispad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4736 Bij de validatie van de beschikbare groeiruimte per sector past ook deconstatering dat in de afgelopen jaren belangrijke investeringen zijngedaan om de tarieven in de langdurige zorg op orde te brengen. Zo heeftde NZa in zowel 2025 als 2026 de maximumtarieven voor de gehandicap-tenzorg verhoogd en in 2026 ook die voor de langdurige ggz. Daarnaast isvanaf 2026 voor alle sectoren de normatieve huisvestingscomponentverhoogd, zodat deze voldoende ruimte bevat om te investeren induurzaamheid van het vastgoed. Deze tariefsverhogingen tellen Wlz-breedop tot ruim € 700 miljoen6 en leiden structureel tot hogere inkomstenvoor zorgaanbieders en meer ruimte in hun bedrijfsvoering dan voorheenom goede zorg te verlenen. Al deze investeringen in het op orde brengenvan de tarieven betekenen een goede startpositie voor de akkoordenvanaf 2028. Doordat dit nu op orde is gebracht zal dit de komende jarenrelatief minder investeringen vragen waardoor ik de beschikbaregroeiruimte realistisch vind om, in combinatie met goede inhoudelijkeafspraken in een akkoord, passende zorg te blijven realiseren.Naast de groeiruimte wordt het Wlz-kader ook gecompenseerd voorloon- en prijsontwikkelingen (LPO). Deze middelen komen bovenopde groeiruimte en worden jaarlijks vastgesteld op basis van demeest actuele inzichten uit de Macro-Economische Verkenning(MEV) van het CPB. De extra middelen voor de loon- en prijsbij-stelling zijn dus nog niet opgenomen in deze brief, maar zullenjaarlijks structureel worden toegevoegd aan het Wlz-kader. De loon-en prijscompensatie zorgt ervoor dat zorgaanbieders en budget-houders ook bij stijgende lonen en prijzen goede zorg kunnen blijvenleveren.Naar bestuurlijke afspraken met oog op de toekomstHet is de wens van het kabinet om samen met de sectoren afspraken temaken over een andere organisatie van de zorg en ondersteuning diepassend is voor cliënten en bijdraagt aan het afremmen van de groei vande zorguitgaven. Dat is van belang voor de toegankelijkheid, betaal-baarheid en kwaliteit van de zorg, maar ook vanwege de dreigendepersoneelstekorten. Zelfs wanneer onbeperkte financiële middelenbeschikbaar zouden zijn, stuiten we immers op de grenzen van wat dezorg aankan als gevolg van de toenemende schaarste aan personeel.Daarbij geldt dat de personeelsinzet en personeelskosten voor de Wlz demeest bepalende factor zijn voor de uitgaven. Deze brief past in devoorfase op weg naar bestuurlijke akkoorden.Naar mijn oordeel laat de vergelijking van de beschikbare groeiruimte metde gerealiseerde groei in de afgelopen jaren zien dat de beschikbaregroeiruimte realistisch is voor iedere sector en dat de sectoren detransitieopgave moeten kunnen dragen.Daarom is het noodzakelijk om gezamenlijk afspraken te maken overwelke veranderingen nodig zijn in de organisatie van de langdurige zorg.Daarbij wil ik de richting voortzetten die is ingezet met het HLO en hetIZA/AZWA en die door het kabinet is bevestigd in het coalitieakkoord: debeweging naar gezondheid en kwaliteit van leven, inzetten op passendezorg en vereenvoudiging. Op die manier kunnen we passende zorg enondersteuning borgen voor degenen die deze nodig hebben, juist ookwaar sprake is van complexe zorg. Ook wil ik vaart maken om te komentot afspraken in de gehandicaptenzorg, omdat naast een financieel6Waarvan € 168 miljoen structureel op grond van het kostenonderzoek gehandicaptenzorg 2025,€ 152 miljoen structureel op grond van het kostenonderzoek gehandicaptenzorg en langdurigeggz 2026 en € 400 miljoen structureel Wlz-breed op grond van het kostenonderzoek NHC.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4737 perspectief vooral het gebrek aan personeel begint te knellen en omnoodzakelijke veranderingen vraagt. Daarbij wil ik binnen de kaders ookenige ruimte bieden voor investeringen die bijdragen aan de organiseer-baarheid van de zorg en aan de beweging naar de voorkant.Het kabinet beschouwt de bestuurlijke akkoorden als een belangrijke stapom gezamenlijk met partijen de uitdagingen van de toekomst aan te gaanen afspraken te maken.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4738

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 10a0630b0bcc0f8b

14 okt 2026 · 37bb62e467cfdf2d

12 okt 2026 · 6a92b926944ecf72

12 okt 2026 · 2f29016cc4ea6d1c

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.